1
Samenvatting: āDe sociale economie wil groeienā - Marktniches en groeipotentieel voor de sociale economie in Vlaanderen Gert Van den Broeck & Ingrid Vanhoren ā Promotor: Ides Nicaise VIONA-onderzoek 2005-2006 ā Hiva-KULeuven Hoofdstuk 1
Conceptualisering van de sector sociale economie
In vrijwel alle geĆÆndustrialiseerde landen is er een opmerkelijke groei van de āderde sectorā vast te stellen, naast de overheid en de privĆ©-sector. Deze initiatieven vinden hun drijfkracht vaak in vrijwillige organisaties, en ze verschijnen onder een brede waaier van juridische structuren. Het begrip āderde sectorā wordt ook wel eens aangeduid met de term āsociale economie ā of ānonprofit sectorā, wat de eenduidigheid en het begrip van de sector niet ten goede komt. In Vlaanderen wordt hoofdzakelijk de term āsociale economieā gehanteerd, maar het is echter niet duidelijk welke organisaties of activiteiten hierdoor precies omschreven worden. Veel onderzoek naar de āsociale economieā tracht tot een begrip van de sector te komen op basis van een juridisch-institutionele benadering. Dit betekent dat men organisaties als āsociale ondernemingā gaat benoemen op basis van het juridische organisatiestatuut. Het juridisch-institutioneel criterium verschaft echter onvoldoende discriminerend vermogen om te komen tot een duidelijke omschrijving van de āsociale ondernemingā. Een tweede benadering van de sector āsociale economieā benadrukt de grote principes die deze organisaties gemeenschappelijk hebben. Deze normatieve benadering is meer dan complementair aan de voorgaande omdat ze toelaat nieuwe initiatieven die refereren aan specifieke waarden en gebruiken in de sector te omvatten. 1.
Meerwaardeneconomie
Het concept āmeerwaardeneconomieā wordt voor de eerste maal gebruikt in de beleidsnota werkgelegenheid van de Vlaamse Regering (2000). Het begrip heeft dus eerder een politieke dan een wetenschappelijke oorsprong en kan gezien worden als de meest ruime (Vlaamse) omschrijving van een betrekkelijk nieuwe visie op succesvol ondernemen in de 21° eeuw. De grondslagen van deze theorie worden in 1998 voor het eerst beschreven door John Elkington. De drie doelstellingen worden aangeduid met de zogenaamde āTriple Bottom Lineā of de drie Pās: profit, people en planet. āPeopleā staat voor sociaal welzijn of hoe een bedrijf omgaat met zijn personeel en hoe het op het gebied van sociale cohesie presteert (de maatschappij in ruimere zin). āPlanetā staat voor ecologische kwaliteit of hoe een bedrijf zijn verantwoordelijkheden opneemt ten aanzien van het belasten van het milieu, de natuur en het landschap. āProfitā staat voor economische welvaart. Het zoeken naar evenwicht tussen deze verschillende