Skip to main content

Jaarverslag_OVAM_2009.pdf

Page 1

r

e Voor me

tie :

informa

.be www.ovam e .b m a v o info@ 284 T: 015 284 75 2 3 0 2 F: 015 Vlaamse Openbare happij enmaatsc Afvalstoff t 110 a a Stationsstr elen h c B-2800 Me


ht 2009

A

noverzic ctiviteite


Inhoud 6 7

De OVAM

in het Vla

amse milie

Organisat

iestructuu

ulandscha

8

Een doelt

13

Financiële

16

Klachtenm

p

r 2010

reffende

en efficië

nte organ

gegevens

isatie

anagemen

18

Afvalbehe

46

Bodembe

er

heer

t “De OVAM zet zich in voor een efficiën t afval- en bodembe Vlaanderen. Steeds leid in met aandacht voor duurzaam beheer va bodem en materiale n afval, n. Zo belasten we he t milieu zo min mog En maken we samen elijk. morgen mooier!”

Henny De Baets Administrateur-generaal .05


Organisatiestructuur 2010

De OVAM in het Vlaamse milieulandschap Het Vlaamse Gewest is verantwoordelijk voor het leefmilieu. Het is de Vlaamse minister van Leefmilieu die het beleid voert, terwijl de Vlaamse Regering de eindbeslissingen neemt en het Vlaams Parlement ze controleert. Aan het beleid gaat heel wat voorbereidend werk vooraf en natuurlijk is ook de

Om krachtdadig te kunnen optreden heeft de OVAM een doordachte structuur op poten gezet die in staat is het hoofd te bieden aan de toekomstige uitdagingen.

uitvoering van dit beleid een hele opgave. De minister kan hiervoor rekenen op een administratie en een aantal instellingen waaronder de OVAM, een IVA of intern verzelfstandigd agentschap met

Administrateur-generaal Henny De Baets

rechtspersoonlijkheid. De OVAM opereert binnen volgende structuur.

Algemeen directeur Danny Wille

Stafdienst Herman Gobel

Woordvoerder Jan Verheyen Minister Preventieadviseur François Mollu

Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen MiNa-raad Technische ComitĂŠs

Beleidsraad

Agentschap Voor Natuur en Bos (ANB)

Instituut voor natuuren Bosonderzoek (INBO)

Departement Leefmilieu Natuur, en Energie (LNE)

Vlaams Energieagentschap (VEA)

Openbare Vlaamse Afvalmaatschappij (OVAM)

.06

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)

Vlaamse Landmaatschappij (VLM)

Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG)

Algemene diensten Danny Wille

Afval- & Materialenbeheer Rudy Meeus

Interventies, verwijderingen en saneringen Eddy Wille

Bodembeheer Eddy Van Dyck

Juridische dienst

Administratief datacentrum

Saneringsprojecten & verwijderingen

Databeheer bodem

Informatie & communicatie

Heffingen & subsidies

Saneringsprojecten & interventies

Bodemonderzoek & sanering oost

Financieel beheer

Beleidsinnovatie

Personeelsdienst

Ketenbeheer en bedrijven

Logistiek

Ketenbeheer en lokale besturen

Bodemonderzoek & sanering west

.07


Een doeltreffende en efficiënte organisatie

➤

Verbeterde processen

De juridische dienst heeft alle werkmethoden inzake terugvorderingen geoptimaliseerd. Bij de onder­ De OVAM zoekt steeds naar middelen en manieren om haar activiteiten nog beter, nog efficiënter en

steunende diensten is gekozen voor nog meer raamovereenkomsten met externe leveranciers die ertoe

nog optimaler te kunnen uitvoeren. Daarnaast is een vlotte en resultaatsgerichte interne en externe

leiden dat aankoop op afroep kan verlopen en dus minder administratie vereisen. Ook aan de interne

samenwerking een constant aandachtspunt. Een overzicht:

➤

dienstverlening is gesleuteld. Er is een elektronische helpdesk voorbereid voor alle ICT-gerelateerde problemen en het gebruik van vervoermiddelen voor dienstopdrachten is geoptimaliseerd.

ViA en PACT 2020

De OVAM volgde in 2009 de uitwerking van Vlaanderen in Actie (ViA) en PACT 2020 op de voet.

➤

Risicobeheersing

Binnen de ViA-doorbraak ‘slagkrachtige overheid’ werkte ze een aantal voorstellen uit zowel op

De OVAM heeft in 2009 werk gemaakt van het stappenplan ‘Aanpak interne-controle/organisatie-

entiteitsniveau als op het niveau van het beleidsdomein. Die voorstellen zijn intussen opgenomen

beheersing 2008-2010’. Voor 95% van de 250 processen zijn de risicocontrolematrices opgesteld.

in het ontwerp-Meerjarenprogramma Slagkrachtige Overheid dat aan de Vlaamse Regering is

Prioriteit werd daarbij gelegd op alle financiële en de meest gebruikte processen. De ontbreken­

bezorgd. De OVAM is ook betrokken bij de verdere invulling van projecten van toepassing op

de 5% slaat op processen die bijzonder weinig worden toegepast. De implementatie van deze

verschillende beleidsdomeinen en de hele Vlaamse overheid.

➤

Planning en monitoring

maatregelen is opgenomen in de planning- en monitoringtool die ope­rationeel wordt in 2010.

➤

E-procurement

De OVAM ontwikkelde een instrument om processen en projecten eenduidig op te volgen

Met de goedkeuring van het actieplan e-procurement streeft de Vlaamse overheid naar een

en bij te sturen waar nodig. Dit systeem is voor het eerst in 2009 toegepast op een 300-tal

beter aankoopbeleid door het elektronisch afhandelen van overheidsopdrachten. De OVAM

processen waardoor de leidinggevenden meteen over de nodige beheersinformatie be­

werkt hier actief aan mee en heeft intussen intern de nodige opleidingen georganiseerd.

schikten. In 2010 zal de OVAM dit systeem verfijnen zodat het volledig betrouwbaar is

De afdeling IVS heeft alleszins de spits afgebeten met een elektronische publicatie en

voor de opvolging van de beheersovereenkomst 2011-2015.

➤

elektronische inschrijving van offertes als proefproject. Intussen heeft de OVAM alle opdrachthouders opgeroepen zich te registreren op het platform e-tendering.

Efficiëntere organisatiestructuur

De benoeming van een algemeen directeur, het samenvoegen van de diensten Per-

➤

Kennismanagement en documentenbeheer

soneelsbeleid en administratie enerzijds en Informatie/systeembeheer en Commu-

De OVAM heeft een inventaris opgemaakt van beschikbare instrumenten en acti­

nicatie anderzijds, waren de eerste stappen in een reorganisatie van de afdeling

viteiten voor kennisdeling, -borging en –creatie en is daarvoor te rade gegaan bij

Algemene Diensten. Met de oprichting van een cel Beheersondersteuning binnen

de ‘goede praktijken’ van het departement WVG. Er is ook een stappenplan in

deze Algemene Diensten, is een volgende stap gezet. De cel zal enkele algemene

uitvoering voor de meest prioritaire acties zoals back-up strategie, begeleiding

beheersaspecten organisatiebreed coördineren, zoals studies en onderzoeken,

nieuwkomers, centrale agenda, informatieontsluiting in het Document Manage-

OVAM-participaties, samenwerking met partners en lokale besturen, interna-

ment Systeem, planning en monitoring, werkgroepen en fora.

tionale profilering.

.08

.09


Gemotiveerd personeel

➤

Aandacht voor betrokkenheid

De personeelspeiling 2008 en de algemene vaststellingen uit de nulmeting ‘integriteit en dilemmatrai­ Door te blijven investeren in mensen, profileert de OVAM zich als een aantrekkelijke werkgever. De

ning’, hebben de OVAM ertoe gebracht om een verbeterplan op te stellen, Aandacht gaat daarin speci-

OVAM geeft haar medewerkers alle kansen om te groeien. Tegelijk waardeert en stimuleert ze haar

fiek uit naar aspecten als jobtevredenheid, waardering en feedback, en werkdruk en werkverdeling.

medewerkers in hun activiteiten en zorgt ze voor een goede werksfeer. Wat het personeelsbeleid

In 2009 is gestart met enkele oefeningen daaromtrent op het niveau van de afdelingen. De verdere

betreft, werden in 2009 een aantal klemtonen gelegd.

➤

In de schoot van een werkgroep, aangevoerd door de administrateur-generaal, werd het

uitwerking van de accenten werd verwerkt in het Strategisch Plan 2010-2015.

➤

Aandacht voor kansengroepen

Stra­tegisch Plan 2010-2015, luik HRM, uitgewerkt. ‘Investeren in mensen’ staat hierbij centraal.

De OVAM maakt de instroom van personen met een arbeidshandicap mogelijk door startbaanfunc-

Een focus ligt op personeelsplanning, verdere uitbouw van loopbaanbeleid, inzet op competentie-

ties, stageplaatsen en rendementsondersteuning aan te bieden. In 2009 werd ze hiervoor beloond

ontwikkeling, leiderschap en aandacht voor motiveringsbeleid. Hiermee is de toon voor de ko-

met een derde plaats in de ‘Wervend Werven Prijs’, een initiatief van de dienst Emancipatieza­

mende jaren gezet. Bij de opmaak van dit HRM-luik werd onder meer rekening gehouden met

ken. Het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt.

ervaringen die uit een ‘proefproject’ binnen de afdeling Algemene Diensten bleken.

➤

Aandacht voor permanente vorming

Naast het uitwerken van een strategisch HRM-beleid voor de OVAM werden concreet ook

Onderhandelen is voor de OVAM-medewerkers een cruciale vaardigheid bij het realiseren van

volgende acties ondernomen:

strategische doelen. Daarom heeft de OVAM bij wijze van proef voor meer dan 70 perso­ neelsleden met succes een trainingstraject uitgewerkt. Daarnaast is een breed gamma aan

➤

Aandacht voor leiding geven

De OVAM organiseerde intervisiesessies voor de leidinggevenden rond zelfaangereikte the-

vaktechnische en algemene opleidingen gevolgd. In totaal vormden de inspanningen van de OVAM op het vlak van opleiding en vorming ruim 1,5% t.o.v. de totale loonmassa.

ma’s zoals bijsturen, motiveren en laten groeien van medewerkers, arbeidsflexibiliteit en dienstorganisatie. Ze organiseerde ook een opleiding tot evaluator en werkte een leidraad uit voor omgaan met probleemfunctioneren.

➤

Aandacht voor nieuwkomers

De OVAM neemt haar voorbeeldrol inzake duurzame aankopen bij­

In 2009 heeft men verbeteringen aangebracht aan de manier waarop we nieuwko­mers

zonder serieus. Waar mogelijk wordt het principe ‘van wieg-tot-

onthalen. De bijsturingen situeren zich op twee vlakken: inwerken in de organisatie

wieg’ toegepast. In 2009 is dat concreet toegepast bij de aankoop

en inwerken in de functie. Op beide punten zijn concrete acties uitgewerkt zoals

van bureaustoelen, papier en omslagen en bij de huur van koffie-

een onthaaldag, een speciale brochure en internetpagina, infosessies... De nieuw­

automaten. Bovendien is ook een investeringsdossier opgesteld

komers zullen voortaan een uitgewerkt traject krijgen waardoor ze zich meteen

voor de aankoop van zonnepanelen. In 2010 zal de OVAM een

thuis voelen binnen de OVAM.

.10

Duurzaam aankoopbeleid

kosten-batenanalyse uitvoeren en een beslissing nemen.

.11


Personeelsleden

FinanciĂŤle gegevens

Het OVAM-personeelsplan voorziet 352 VTE. Dit werd in 2009 ingevuld door 394 personen.

De middelen waarover de OVAM kan beschikken zijn hoofdzakelijk afkomstig van: - de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse overheid: werkings- en investeringsdotatie; - het MINA-fonds: voorwaardelijke dotaties en rechtstreekse middelen;

TOTAAL

Geslacht Man

Vrouw

Kwalificatie (niveau) A

B

C

- het financieringsfonds voor de schuldafbouw en eenmalige investeringsuitgaven (FFEU);

Statuut

D

Statutair

(incl.

stagiairs)

- inkomsten uit de activiteiten van de OVAM zelf;

Contractueel

- terugvorderingen in het raam van ambtshalve tussenkomsten. Uitvoeringsrekening OVAM begroting 2009 (ordonnanceringen in euro)

394

Personeelsaantal

155

239

206

73

86

29

224

170 Ontvangsten

op 31/12/2009 (in personen)

Overgedragen saldo vorige begrotingsjaren Eigen inkomsten (hoofdzakelijk bodemattesten en kennisgevingsdossiers) Inkomensoverdrachten van bedrijven (bijv. UMICORE en ambtshalve terugvorderingen) Inkomensoverdrachten van E.G. Instellingen en Lidstaten

LeeftijdscategorieĂŤn

<= 34 j 35-44 j 45-54 j 55-60 j 61 j 62 j 63 j 64 j >= 65 j

Personeelsaantal

Statutair (incl. stagiairs)

142

133

87

20

1

1

0

0

0

.12

Contractueel

7

1

0

0

2

1.549.677,30 2.780,76 29.746.194,46

Kapitaaloverdrachten binnen de sector overheid (investeringsdotatie en MINA-dotaties)

18.772.773,40

Opname uit Bodembeschermingsfonds Totaal

(in personen)

6.988.299,56

Inkomensoverdrachten binnen de sector overheid (hoofdzakelijk werkingsdotatie en MINA-dotaties)

Verkopen materieel vaste activa

op 31/12/2009

4.013.137,35

7.550,00 18.724.107,01 79.804.519,84

0

.13


Uitgaven Over te dragen saldo

7.413.717,35

Lonen en sociale lasten

20.578.403,16

Algemene werkingskosten (huisvestingskosten, kantoorkosten, reiskosten…)

2.711.538,01

Huur gebouwen

2.001.586,04

Operationele leasing voertuigen

100.007,39

Indirecte belastingen

middelen uit de begroting. De OVAM ontving in het kader van het FFEU programma 2009 10 miljoen euro voor ambtshalve saneringen. Een overzicht van de aangewende middelen uit het MINA-fonds begroting 2009, vindt u hieronder.

Uitvoeringsrekening MINA-fonds – deel OVAM (in euro)

198.712,80

Specifieke aankopen (hoofdzakelijk kosten geschillen en expertisekosten)

715.565,72

Studies en onderzoeken (afval en bodem) Communicatie Werkingskosten saneringen en attesteringen

2.063.287,20

1.572.015,79

Overdracht financiële fondsen bodemsanering - VLABOTEX

3.063.661,76

Verwijderingen en bodemonderzoeken in het kader van de samenwerkingsovereenkomst Werkingsbijdragen inzameling en afzet (toelage VLACO en IVC)

1.441,10 1.177.694,60

Schadevergoedingen Annulaties terugvorderingen ambtshalve uitgaven Bijdragen aan de sociale dienst

Terreinen Installaties, machines en uitrusting

33.670,68

Kantoormachines en -meubilair

29.589,24

Hardware

205.466,40

Software

433.981,84

Spijzing van het Bodembeschermingsfonds

16.454.209,56 Totaal

8.831.652,90

Subsidies aan erkende kringloopcentra

936.000,00

936.000,00

Inkomensoverdrachten aan provincies, provinciebedrijven, samenwerkingsverbanden ter ondersteuning van preventie

1.575,00

676.633,03

8.990.000,00

577.475,53

19.864.544,80

676.633,03

Ordonnanceringen

Subsidies dierlijk afval

gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke

477.758,62

Verwijderingen en saneringen

Vastleggingen

105.408,05

23.209,20

Inkomensoverdrachten binnen de sector overheid (CFO-vergoeding)

.14

De OVAM kan ook beschikken over middelen rechtstreeks uit het MINA-fonds en het FFEU, naast de eigen

535.650,00

599.190,00

(compostvaten, informatiestands, demoplaatsen compostmeesters,…) en selectieve inzameling Investeringssubsidies aan provincies,

4.731.830,00

5.531.155,73

provinciebedrijven, gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden ter ondersteuning van preventie, selectieve inzameling (containerparken, ondergrondse containers, diftarsystemen,…) en van het bouwen van installaties (groen- en GFT-compostering, sortering grofvuil,…)

79.804.519,84

.15


Klachtenmanagement De OVAM vindt het belangrijk dat u voor een klacht altijd terecht kunt bij uw dossierhouder. Maar zo nodig kunt u contact nemen met de klachtenmanager: De klachtenmanager stuurt u binnen de 10 dagen een ontvangstmelding. Het onderzoek duurt maximaal 45 dagen, Klachtenmanager OVAM

afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de klacht. U

Stationsstraat 110

ontvangt een antwoord binnen deze termijn. Wanneer u

B-2800 Mechelen

bij de klachtenmanager een klacht indient, start deze

Tel 015-284 284 / Fax 015-284 279 e-mail: klachten@ovam.be

een onafhankelijk onderzoek. Er wordt niet alleen gezocht naar een individuele oplossing voor uw probleem; door uw klacht draagt u ook bij tot een betere dienst­ verlening.

Procedure In de loop van 2009 ontving de klachtenmanager 66 Een klacht indienen bij de klachtenmanager is eenvoudig. Het kan per gewone brief (niet aangetekend), per mail, per fax of telefonisch.

klachten. Slechts 6 hiervan werden deels of volledig gegrond verklaard. Het grootste deel van de klachten beantwoordt niet aan de strikte definitie zoals bepaald in het klachtendecreet. Vaak gaat

Welke gegevens dient u te vermelden?

het om vragen naar algemene informatie of naar

• uw naam, adres en telefoonnummer;

de stand van zaken in een dossier. De klachten-

• wanneer u telefonisch te bereiken bent; • een omschrijving van de klacht en het tijdstip waarop deze heeft plaatsgevonden; • de reden waarom u daarover klaagt; • de reactie of het antwoord op deze klacht door de bevoegde afdeling

manager heeft alle vragen opgevolgd en gemiddeld binnen de tien dagen beantwoord. U kunt de klachtenrapportage 2009 raadplegen op de website van de OVAM (www.ovam.be) door te surfen naar de pagina van de klachtenmanager.

of dossierbehandelaar.

.16

.17


Inleiding De impact van de economische crisis liet zich duidelijk voelen in 2009. De hoeveelheid bedrijfsafvalstoffen daalde op bepaalde ogenblikken met meer dan 10% als gevolg van een verminderde productiviteit, zo bleek uit de cijfers van de afvalstoffenheffingen. De OVAM speelde hier gepast op in door stortplaatsen voor brandbare afvalstoffen tijdelijk te sluiten. Het storten van afvalstoffen, dat sowieso al enkele jaren sterk afneemt als gevolg van de Vlaamse inspanningen op het vlak van recyclage, preventie en eco-efficiëntie, kan zo verder worden afgebouwd. Los van die economische crisis zet de evolutie naar duurzaam materialenbeheer zich onverminderd door. Het mag duidelijk zijn dat materialenbeheer vandaag meer is dan een nieuwe klemtoon in het

Afvalbeheer

Vlaamse afvalstoffenbeheer. Het is een volwaardig onderdeel van de organisatie. Het ecodesignbeleid is uit de schaduw getreden en stond met de Ecodesign Awards afgelopen jaar nadrukkelijk in de kijker, de eco-efficiëntiescan – inmiddels toegepast bij 1.000 Vlaamse KMO’s – werd online ter beschikking gesteld voor héél ondernemend Vlaanderen en met het gipsconvenant werd één van de eerste gesloten kringlopen voor bouwmaterialen vastgelegd. Voluit inzetten op innovatie, het sluiten van materiaalkringlopen en het stimuleren van ecoefficiënte productiepatronen staan in 2010 en de daaropvolgende jaren centraal. Het is immers zonneklaar dat kiezen voor een groene kringloopeconomie, waarbij onze afvalstoffen van vandaag, onze grondstoffen van morgen worden, essentieel is om onze druk op het leefmilieu te beperken. Nieuwe inzichten omtrent duurzaam materialenbeheer hebben maar kans op slagen als het oude beproefde verhaal van het afvalstoffenbeleid – inzamelen en selecteren aan de bron – goed blijft werken. Daarom zetten we het succesvolle beleid op het gebied van huishoudelijk afval voort en zullen we volgende jaren meer focussen op het bedrijfs­ afval, zodat ook daar de recyclagegraad toeneemt. In 2010 wacht ook de (verplichte) omzetting van de nieuwe Europese kaderrichtlijn afvalstoffen in nationale of regionale wetgeving. De OVAM neemt meteen de gelegenheid te baat om de nieuwe Vlaamse inzichten over materialenbeheer juridische grond te geven. Inzichten die we overigens meteen op de agenda willen zetten tijdens het Belgisch voorzitterschap in de tweede helft van het jaar en tijdens de OESO-conferentie over duurzaam materialenbeheer waarvoor de OVAM in oktober 2010 als gastheer zal optreden.

.18

.19


Planmatige aanpak werpt vruchten af De Vlamingen hebben in 2008 elk zo’n 10 kg minder huisvuil aangeboden. Wat selectief inzamelen betreft, noteert de OVAM opnieuw het cijfer van 72%, net zoals het jaar voordien. Positief is wel de trend in opgehaalde hoeveelheid restafval voor eindverwerking. Die is opnieuw gedaald tot 153 kg per inwoner en 199 gemeenten halen de langetermijndoelstelling van 150 kg restafval per inwoner. De gemeenten zamelden in 2008 minder gemengde bedrijfsafvalstoffen bij de ondernemingen en instellingen in. In 2008 is het hergebruik van goederen, ingezameld door de kringloopsector, per inwoner met zo’n 7% gestegen. Het gaat vooral om meubelen, textiel, vrijetijdsartikelen en elektrische apparaten. De kringloopcentra blijven één van de belangrijkste sectoren in de sociale economie. De centra stellen

De campagne ‘in de vuilbak’ rond zwerfvuil, richtte zich in 2009 tot de recreanten. Artiesten, gehuld in levensgrote pakken van een blikje, een klokhuis en een sigarettenpeuk, zongen een zwerfvuillied en lieten zo blijken hoe storend zwerfvuil wel is. Een bevraging bij de burgers waarom afval op straat wordt gegooid, leverde alleszins stof tot nadenken dat kan helpen bij het ontwikkelen van een nieuwe strategie voor de aanpak van zwerfvuil. In 2009 vroegen 45 gemeenten via de speciale website voor zo’n 260.000 euro aan financiële projectondersteuning. De OVAM noteerde ook 125 vragen voor logistieke ondersteuning.

2.936, in hoofdzaak laaggeschoolden en langdurig werklozen, tewerk. Om de werking van de sector nog te verbeteren, zijn twee projecten opgestart. Enerzijds een beknopter bevragingssysteem met betrekking tot de inzamel- en hergebruikresulaten. Anderzijds het project Interreg IV dat een uniform registratiesysteem uitwerkt. De OVAM co-financiert en is partner in de stuurgroep.

De zwerfvuilcampagne 2008 kreeg in de marge van het reclamefestival van Cannes in 2009 een

Om het Vlaams milieubeleid op het terrein waar te maken, kunnen gemeenten of provincies met

gouden MPA Award als beste advertentiecre-

de Vlaamse overheid een vrijwillige overeenkomst sluiten op twee niveaus: het basis- en onder­

atie. De creatie ontving ook de ‘best use of

scheidingsniveau. Ze kunnen eveneens projecten indienen. De samenwerkingsovereenkomst

magazine’ award. Als klap op de vuurpijl

loopt van 2008 tot 2013. In het eerste jaar van de samenwerkingsovereenkomst kregen 165

ontving de campagne de PAMPA-Award, de

gemeenten en provincies een keuring en een positieve evaluatie van hun rapportering op het

prijs voor de beste overheidscampagne.

basisniveau. 134 gemeenten kregen dat op het onderscheidingsniveau. In het tweede jaar van de overeenkomst hebben alle Vlaamse provincies en 273 van de 308 Vlaamse gemeenten ingetekend, waarvan 88 op basisniveau en 185 op onderscheidingsniveau. 49 gemeenten hebben binnen het thema afval een project ingediend, waarvan de OVAM er 37 heeft goedgekeurd. Slechts 10 gemeenten dienden naderhand een rapportering in en kregen hiervoor een goedkeuring. Lokale besturen kunnen ook bij de OVAM terecht voor subsidies met betrekking tot hun huishoudelijk afvalbeleid. In 2009 werden in totaal 320 dossiers ingediend: 70 ontwerpen, 105 gunningen (5.270.210 euro) en 145 uitbetalingen (5.985.596 euro). Het leeuwendeel van de middelen gaat naar veegwagens, investeringen in containerparken, diftarsystemen,

Inzake wegwerpluiers en spuitbussen heeft de OVAM de diverse inzamel- en verwerkings­ wijzen geëvalueerd op basis van economische en ecologische criteria. Daaruit blijkt dat wegwerpluiers niet thuishoren bij het GFT en dat voor spuitbussen alles bij het oude blijft. Met andere woorden: lege spuitbussen voor cosmetica en voeding mogen bij het PMD, de rest bij het KGA.

ondergrondse inzamelpunten en aankopen in het kader van het lokaal preventiebeleid. .20

.21


Kanteljaar voor het storten van brandbaar afval Het primair bedrijfsafval is in 2007 lichtjes gestegen, tot 24,7 miljoen ton. Het secundair bedrijfsafval, dit is afval geproduceerd door de afvalverwerkende industrie, bleef constant. Uit de gegevens van 2007 is overigens gebleken dat er een verschuiving was van secundair naar primair bedrijfsafval met ongeveer anderhalf miljoen ton. In dat verband dient opgemerkt dat er voor het eerst meer gedetailleerde informatie beschikbaar was over de afvalverwerkende bedrijven waardoor de OVAM de grootste afvalstroom, nl. bouw- en sloopafval, beter in kaart kan brengen. De verwerkingswijzen zijn overigens uitgebreid naar acht types van verwerking.

Verwerking van primair afval voor de periode 2000-2007

hoeveelheid (kton)

30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007

Figuur 1: Productie primair bedrijfsafval (2000-2007)

Zoals eerder aangegeven blijft bouw- en sloopafval ook in 2007 de grootste primaire afvalstroom, gevolgd door waterzuiveringsslib en grond. Samen zijn ze goed voor bijna de helft van alle afvalstromen.

.22

.23


Door de verhoogde heffing op het storten van brandbaar afval, van kracht sinds 2007, is het aangeboden volume stelselmatig gedaald. 2009 is daarbij een kanteljaar gebleken. Het sturend effect van de heffingen had nooit eerder zoâ&#x20AC;&#x2122;n groot effect op de inkomsten uit de heffingen. In vergelijking aan vol tarief. De hoeveelheid verbrand afval steeg met 46.000 ton, meeverbrand afval met 67.000 ton en uitgevoerd afval met 80.000 ton. Anderzijds ligt ook de economische crisis aan de basis van een daling met 10 tot 20% van de hoeveelheid afval die wordt aangeboden voor storten of (mee)verbranden. De totale inkomsten uit heffingen namen met 18 miljoen euro af en bedroegen voor 2009 ongeveer 28 miljoen euro.

ton

met 2008 werd in 2009 231.000 ton minder brandbaar afval gestort waarvan 153.000 ton minder totaal gestort brandbaar afval

600.000 500.000

totaal verbrand afval

400.000

totaal overgebracht afval

300.000 200.000

Overzicht van de verwerkte hoeveelheden afvalstoffen en de geĂŻnde heffingen in 2009.

totaal verbrand + meeverbrand afval

100.000

.24

/4

/3

09 20

/2 09

09 20

/1

20

/4

09 20

/3

08 20

/2

08 20

/1

2.204.568

08

643.296

08

Overbrengen

20

887.134

/4

303.593

20

Meeverbranden

/3

11.881.527

07

1.844.868

Verbranden

20

5.702.204

/2

981.611

07

Storten niet brandbaar afval

20

7.925.049

07

395.810

07

Storten brandbaar afval

20

Inkomsten in euro

20

Hoeveelheden in ton

/1

0

Figuur 2. Evolutie hoeveelheden gestort brandbaar afval, hoeveelheden verbrand/meeverbrand afval en hoeveelheden overgebracht afval.

.25


Dalende trend in storten van brandbare afvalstoffen

De drie categorieën van producten kregen een betere plaats in de winkelrekken en het aanbod werd fors

In 2009 werd er een rem gezet op de aanvaarding van brandbare afvalstoffen op de stortplaatsen die

uitgebreid. Om de consument te sensibiliseren voor dit project ontwikkelde de OVAM een logo, nl. het sympa-

over een afwijking op het stortverbod beschikken. Onder die bepaling werden in totaal 101.549 ton

thieke groene diertje Nelli. Dit logo is uitgebreid gebruikt in het project rond de droogkasten. Bij de andere

brandbare bedrijfsafvalstoffen en 16.662 ton recyclageresidu’s van papier en textiel gestort. Dat is

projecten hebben de distributeurs een eigen communicatiecampagne opgezet. Uit de evaluatie van de

slechts één derde van het verleende contingent. Daarmee zet de dalende trend zich verder.

projecten werden zowel een aantal positieve als negatieve punten opgesomd. In het voorjaar 2010 volgt een definitief rapport.

Eind 2009 legde de Vlaamse minister van Leefmilieu de nieuwe afwijkingen vast voor een totaal van 260.000 ton aan brandbare bedrijfsafvalstoffen en 23.000 ton aan recyclageresidu’s. De OVAM

Via de module ‘Producttest’ kunt u berekenen hoe milieuverantwoord een product wel is. Sinds 2009 is

creëert met deze beperkte afwijkingen op het stortverbod een overgangsperiode zodat de uitbaters

de module uitgebreid met elektrische en elektronische apparaten. Eerder al kon u dit berekenen voor

van stortplaatsen de tijd krijgen om naar alternatieven te zoeken om de stortplaatsen verder af te

kantoorartikelen en schoonmaakmiddelen. Overigens heeft de module een nieuwe lay-out gekregen

werken.

waardoor ook de gebruiksvriendelijkheid is verbeterd. De OVAM bracht in februari 2010 de vernieuw­ de Producttest online en zal in de loop van het jaar een nieuwe productgroep, verven en vernissen,

De OVAM, LNE en de VMM hebben in 2009 het Milieu Input-Output Model voor Vlaanderen verder

toevoegen. Ook zal de OVAM de groep schoonmaakmiddelen herzien.

uitgebouwd. Dit model brengt de meest milieubelastende productie- en consumptiedomeinen in kaart. In 2009 is dat concreet gebeurd door het uitgavenpatroon van overheden en gezinnen uit te splitsen op het niveau van producten en consumptieactiviteiten. Er kwam ook een uitbreiding van de Vlaamse milieu extensietabel met materiaalgegevens en met de milieu-impact van gebruikte en ingevoerde producten.

Naar een doorgedreven verantwoordelijkheidszin van consument en producent De distributiesector heeft in 2009 drie proefprojecten opgestart die de verkoop van milieuverantwoorde producten moeten stimuleren: - droogkasten met energielabel A - energiezuinige lampen - milieuverantwoorde schoonmaakmiddelen

.26

.27


Doelstelling Eco-efficiëntiescanprogramma bereikt De OVAM heeft zijn doelstelling bereikt. Zo’n 1.000 Vlaamse kmo’s namen de afgelopen drie jaar deel aan het Eco-efficiëntiescanprogramma. Ze kregen zo de kans om samen met een adviseur, betaald door de OVAM, eco-efficiëntiemaatregelen bloot te leggen. De opdracht van de adviseur was zelfs zeer ruim: een scan uitvoeren en het bedrijf in kwestie opvolgen, dit zes maanden en een jaar na de doorlichting. Omdat na afronding van het volledige programma bleek dat het overgrote deel van de voorgestelde maatregelen van algemene aard zijn, heeft de OVAM een webmodule ontwikkeld. Vanaf nu kan een bedrijf zelf zijn eco-efficiëntiepotentieel bepalen. De OVAM heeft in dat verband ook nauwer samengewerkt met het Agentschap Ondernemen. Het vormt immers een link tussen het bedrijf en de bedrijfsondersteunende instanties. Het agentschap heeft een doorverwijsfunctie voor bedrij–ven die hun eco-efficiëntiemaatregelen willen implementeren. De OVAM sloot ook een overeenkomst met de Vlaamse Jonge Onderneming­ en, een organisatie die jongeren wil aanzetten tot ondernemerschap. Door de overeenkomst stimuleert de OVAM om eco-efficiëntie op te nemen in het

Wat ecodesign betreft, is de OVAM in 2009 enorm actief geweest. Als van oudsher heeft de

businessplan van de zogenaamde mini-

OVAM de Ecodesign Awards uitgereikt voor studenten en voor professionals. Voor profes-

ondernemingen. VLAJO en de OVAM

sionele ontwerpers verliep dat in samenwerking met Design Vlaanderen in het kader van

organiseren tijdens het schooljaar

de Henri Van de Velde Awards & Labels. Het is alvast duidelijk dat de Ecodesign Awards

2009-2010 de Eco-efficiëntie-Award

elk jaar op meer belangstelling mogen rekenen van zowel deelnemers als pers. De

en in de loop van 2009 vonden ook de

OVAM was voor het eerst ook aanwezig met het thema Ecodesign op de interieurbeurs

workshops ‘Shop-je-slim’ plaats.

Sfeer, tijdens de ‘Week van het ontwerpen’ in Kortrijk en was co-organisator van het seminarie ‘Solutions for tomorrow’.

.28

.29


Ketenbeheerprojecten moeten materiaalkringlopen sluiten De OVAM werkt aan een methodologie om aan de hand van een proefketenproject de milieu-impact van een productieketen te verminderen of zelfs de keten volledig te sluiten. De sector die de spits mag

product te berekenen. In de update is vooral geschaafd aan het gebruiksgemak en is een nieuwe eco-indicator-methode (ReCiPe) gebruikt. Vanaf maart 2010 verspreidt de OVAM de nieuwe Ecolizer te sporen tot het ontwikkelen van milieuverantwoorde producten is de Ecolizer tweetalig gemaakt, Nederlands/Engels. De volgende update komt er in 2013.

bitumen. Daartoe zijn een aantal overlegmomenten georganiseerd met de betrokkenen om de

e

tussen alle betrokkenen uit de keten. Zij engageren zich om de gipsketen te sluiten en om

stend

worden hergebruikt. Voor gipskartonplaten resulteerde dit in een samenwerkingsovereenkomst

n, Oo

knelpunten bloot te leggen en om na te gaan waar de materialen na hun eerste leven kunnen

Het Vlarea stelt duidelijk dat elke bouwheer een sloopinventaris afvalstoffen moet opmaken van

amiaa

heer in de bouw. In 2009 is dat concreet gebeurd voor de materiaalstromen gips, cellenbeton en

- AZ D

ervan, vormen de focus van het uitvoeringsplan Milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbe-

OVAM en Vlaamse bouwsector gaan voor duurzaam bouwbeleid

npak

Het sluiten van materiaalkringlopen en het afstemmen van bouwmateriaal op de juiste toepassing

e aa reerd eïnteg

binnen de doelgroep via mailing en workshops. Om ook internationale ontwerpers en bedrijven aan

g ing en saner

voudige maar wetenschappelijk onderbouwde manier de mogelijkheid om de milieu-impact van hun

shalve

2009 was het jaar waarin de Ecolizer werd geüpdatet. De Ecolizer geeft ontwerpers op een vrij een-

Ambt

afbijten is de tapijtketen. In het voorjaar van 2010 zal dit leiden tot een actieplan.

alle materialen die vrijkomen uit sloop- of ontmantelingswerken. Die verplichting geldt sinds mei 2009 en enkel voor bedrijfsgebouwen met een volume van meer dan 1.000 m3. Het is aan de architect of een door de bouwheer aangestelde deskundige om voor de aanvang van de sloopwerken zo’n inventaris op te maken. De inventaris somt alle afvalstoffen op die zullen vrijkomen en dit per naam met vermelding van de EURAL-code, de hoeveelheid in kubieke

samen te zoeken naar hoogwaardige toepassingen en te streven naar optimalisering van onder

meter en in ton, de plaats in het gebouw en de verschijningsvorm. Niet alle sloopwerken

meer de logistiek. Voor cellenbeton komt er een onderzoek over hoogwaardige toepassingen

vallen onder deze verplichting. Toch promoot de OVAM selectief slopen zo veel mogelijk en

van het afval ervan. Hetzelfde geldt voor bitumen.

dit onder meer via samenwerkingsovereenkomsten met gemeentebesturen.

Duurzaam bouwen betekent ook dat meer inzicht nodig is in de juiste milieu-impact van bouw­ materialen tijdens hun levensduur of kringloop. In 2009 heeft de OVAM haar licht opgestoken

Op 12 oktober 2009 hebben de Vlaamse minister van Leefmilieu en de bedrijven actief

hoe de bouwsector dit in het buitenland aanpakt. Samen met een studiegroep van belangheb-

in de gipsmaterialenkringloop een samenwerkingsovereenkomst voor het sluiten van de

benden uit de bouwsector heeft de OVAM een aantal stappen gezet die moe­ten leiden tot

materiaalkringloop van gips in de Vlaamse bouwsector ondertekend. De OVAM heeft

een kwaliteitsborging van het bouwmaterialenbeheer.

de ontwerptekst geschreven en alle betrokken partijen rond de tafel verzameld. De overeenkomst is ambitieus. De sector engageert zich om tegen 2015 Europees koploper te worden inzake gipsrecyclage.

.30

.31


Onderhandelingen leiden tot milieubeleidsovereenkomsten

Recyclage van harde kunststoffenheeft economisch potentieel

Net zoals het jaar voordien, was 2009 opnieuw een druk jaar op het vlak van milieubeleidsovereenkom-

Uit een rondvraag bij ophalers en verwerkers van de afvalstroom van harde kunststoffen, heeft de

sten (MBO). De MBO’s batterijen, loodstartbatterijen en accu’s, afvalbanden en zaklampen, waarover

OVAM een aantal belangrijke conclusies kunnen trekken. Zo is er nood aan optimalisering van de in-

de OVAM met de sector een akkoord bereikte, zitten in de goedkeuringsfase. Inzake MBO afgedankte

zameling, reductie van de aanwezige verontreiniging, een doorgedreven en doeltreffende scheiding

voertuigen lopen de onderhandelingen naar hun eind.

en een inperking van de conjunctuurgevoeligheid. Bovendien kan het imago van de gerecycleerde kunststoffen beter. Ook de huidige en toekomstige scheidingstechnieken voor harde polyolefinen in polypropyleen (PP) en

Op 1 mei 2009 traden de wijzigingen over de aanvaardingsplichten in het aangepaste Vlarea in

polyethyleen (PE) zijn, zowel op Belgisch, Europees als mondiaal niveau, in kaart gebracht. Vandaag

werking. Deze wijzigingen beogen:

lijkt een gescheiden inzameling niet echt economisch zinvol. Maar het is duidelijk dat het dat wel zal

- een verdere harmonisering van de aanvaardingsplichten;

worden in de toekomst. De recyclagetechnieken zijn volop in beweging en het is zonneklaar dat inves-

- de implementatie van de batterijrichtlijn en de richtlijn AEEA;

teren in innovatie een concurrentieel voordeel zal opleveren. De volumes voor recyclage zullen allicht

- de afschaffing van de aanvaardingsplicht afvalfotochemicaliën;

stijgen waardoor een gescheiden inzameling aantrekkelijker zal worden.

- de uitbreiding van de aanvaardingsplicht afvalbanden. Al deze informatie is eind oktober 2009 voorgesteld tijdens een workshop ‘Marktperspectieven voor harde kunststofrecyclaten’, bijgewoond door ophalers en verwerkers, potentiële gebruikers en onderzoekscentra. De workshop was een organisatie van de OVAM in samenwerking met Federplast. De deelnemers aan deze Omdat geregenereerde, afgewerkte olie ingezet kan worden als brandstof in glastuinbouw

workshop raakten het eens over een optimalisering van de inzameling van gemengde harde kunststoffen met

en scheepsmotoren, heeft VITO op vraag van de OVAM een studie uitgevoerd om de ‘end

verruimde aandacht voor de afzet. Door een betere sortering kan de hoeveelheid, kwaliteit en prijs stijgen.

of waste’ criteria te bepalen voor dergelijke olie. De studie bepaalt waaraan de olie moet

Daarnaast moet ook het aandeel van kunststofrecyclaat in nieuwe producten toenemen, waardoor dit een

voldoen, omschrijft de voorwaarden voor het opwerkingsproces en legt de eisen voor het

positief effect heeft op de afzetmogelijkheden. Concrete voorbeelden kunnen de gebruiksmogelijkheden van

eindproduct vast.

kunststofrecyclaten aantonen.

Door het nieuwe Milieuhandhavingsdecreet zijn in 2009 ook tal van handhavingsgerelateerde activiteiten aangepast. De toezichthouders werden opnieuw benoemd en kregen een nieuwe legitimatiekaart, de procedures werden herschreven en de interne afspraken en het databestand handhaving herbekeken. Aan de ondersteuning die de OVAM biedt aan andere inspectiediensten, politie of douane, wijzigt niets. In 2009 voerde de OVAM 534 controles op de aanvaardingsplichten uit. Resultaat: 337 aanmaningen, 7 vaststellingen en 12 processen-verbaal.

.32

.33


De OVAM heeft het Compendium voor Monsterneming en Analyse aangevuld met procedures over de monsterneming van afvalstoffen en secundaire grondstoffen. Ook voegde ze nieuwe procedures toe voor de monstervoorbehandeling van compost, waterbodem, bodem en Post consumer gemengde harde kunststoffen zijn een bonte mengeling van kunststoffen die onder meer gebruikt worden in de productie van emmers, bloembakken, vaten, kratten, kisten, wasmanden, buizen, tuinmeubelen ... Ze bestaan grotendeels uit polypropyleen (PP), polyethyleen (PE) en polyvinylchloride (pvc).

shredder. Het is immers voor gebruikers van afvalstoffen en secundaire grondstoffen van cruciaal belang dat de analyseresultaten overeenstemmen met de realiteit. Daarom ziet de OVAM nauwer toe op de verschillende stappen, namelijk monsternameplan, uitvoe­ring, monsterneming, voorbehandeling, conservering en transport. Omdat de monster­neming en â&#x20AC;&#x201C;voorbehandeling zeer belangrijke schakels zijn, heeft de OVAM de procedures aangepast. Dit gebeurde in nauw overleg met VITO en verschillende belanghebbenden. Begin 2010 heeft de minister van Leefmilieu dit gewijzigde Compendium goedgekeurd.

.34

.35


Biomassa: synergie tussen afval- en energiebeleid

Vlaanderen zal het grootste deel van hernieuwbare energie (70%) moeten halen uit duurzame biomassa, meer bepaald biomassa en biogas. Recente berekeningen van de OVAM tonen aan dat Vlaanderen tegen 2020 maxi-

De OVAM heeft in 2009 de inventaris van biomassa-afvalstromen geactualiseerd en bovendien een prog-

mum 28% van zijn groene energie kan opwekken uit afvalstromen van biomassa die afkomstig zijn van eigen

nose gemaakt voor de valorisatie van biomassa tegen 2020. Het Vlaams Energieagentschap heeft deze

bodem. Het is belangrijk dat biomassa duurzaam verbouwd, verwerkt en verbruikt wordt. Daartoe zijn dui­

prognose trouwens geïntegreerd in het actieplan hernieuwbare energie 2010-2020.

delijke richtlijnen en controles nodig. Op Europees vlak is men volop bezig met duurzaamheidscriteria uit te werken voor vaste biomassa. Voor vloeibare biomassa zijn die reeds opgesteld. De OVAM maakt deel uit van deze werkgroepen. Uit een studie in opdracht van de OVAM blijkt dat vergisting de meest optimale verwerkingswijze is voor natte biomassafractie. Een combinatie vergisting en compostering levert de meeste voordelen op. De OVAM streeft ernaar om biomassa van eigen bodem meer en beter in te zetten. CO2 vormt daarbij een belangrijke duurzaamheidsindicator. Door een grotere lokale gerichtheid beperkt de OVAM het transport van de biomassa-afvalstromen en zodoende de CO2-uitstoot. Bovendien draagt de OVAM bij tot de synergie materiaalrecyclage/groene energie. Bermmaaisel blijft een aandachtspunt. Ondanks het grote volume wordt slechts een beperkt deel volgens de regels van de kunst verwerkt. Daarom heeft de OVAM in 2009 hierover een studie uitgevoerd met als doel deze biomassastroom beter te valoriseren.

Uit respect voor de dieren De omgang met overleden gezelschapsdieren stond de afgelopen jaren in de publieke belangstelling. In aanvulling op de bestaande mogelijkheden om dode huisdieren te laten ophalen, cremeren of begraven in de privésfeer, liet de OVAM in 2009 een studie uitvoeren naar de oprichting van dierenbegraafplaatsen in Vlaanderen. Het rapport doet beleidsmatige aanbevelingen om de uitbating van dierenbegraafplaatsen op een verantwoorde en milieuhygiënische wijze mogelijk te maken.

.36

.37


Internationale beleidsontwikkelingen: de OVAM volgt ze op de voet De OVAM volgt de Europese en internationale beleidsontwikkelingen op de voet, neemt actief deel aan besprekingen in de Raad van de Europese Unie en de Commissie en zorgt voor afstemming met de andere gewesten en het federale niveau. Ook zorgt de OVAM ervoor dat Europese richtlijnen tijdig en juist in eigen wetgeving worden omgezet en schrijft ze daartoe ontwerpteksten. Er komt een nieuw afvalstoffendecreet dat enerzijds de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen op een correcte manier omzet in Vlaamse wetgeving en anderzijds het afvalstoffenbeleid verruimt naar een materialenbeleid. Daarom spreekt de OVAM in de toekomst over het Materialendecreet. In het nieuwe decreet gaat meer aandacht naar preventie. Recyclage en het sluiten van materiaal­ kringlopen krijgen voorrang op het verbranden van afvalstoffen. Levenscyclusdenken moet leiden tot een lagere milieu-impact over de volledige keten. De OVAM wil ook beter het onderscheid maken tussen afvalstoffen en grondstoffen/producten. Het decreet zal ook overlegstructuren installeren die de samenwerking tussen alle betrokkenen bevorderen. Dat dergelijk overleg zijn nut heeft, heeft de OVAM in 2009 al bewezen. De ontwerpteksten werden grondig bijgestuurd na verschillende rondetafelgesprekken met collega-overheidsdiens­ten, federaties en NGO’s die nauw betrokken zijn bij het Vlaamse materialenbeleid.

Op wie rekent u voor een proper milieu? Met een sprekende campagne, waarbij UFO’s over het Vlaams landschap zoeven en alle afval opruimen, wil de OVAM zichzelf opnieuw op de kaart van het afvallandschap zetten en het strategisch plan 2010-2015 bij de verschillende doelgroepen bekendmaken. De OVAM introduceert hierbij ook het begrip duurzaam materialenbeheer in Vlaanderen. De campagne liep in het najaar 2009 in alle Vlaamse kranten en in een aantal milieutijdschriften.

.38

.39


Het klassieke afvalbeleid heeft zijn grenzen bereikt en maakt plaats voor levenscyclusdenken. Dat ver­

De OVAM ijvert voor een aparte Europese richtlijn voor bio-afval om alle lidstaten op één lijn te krijgen in

onderstelt wel dat de diverse actoren in de materiaalketen, beleidsmakers, consumenten en industrie

de aanpak en het duurzaam beheer van bio-afval. Als die richtlijn er komt, betekent dat meteen winst op

op een vernieuwende wijze onderling samenwerken.

tal van vlakken: realisatie van de specifieke doelstellingen voor bio-afval zoals voorgeschreven in de Stort­ plaatsrichtlijn, een grote stap vooruit in de strijd tegen klimaatsverandering en behoud van de goede bodem-

De OVAM legt zichzelf de taak op om dit duurzame materialenbeleid maximaal te promoten op Euro­

kwaliteit.

pees en internationaal niveau. Bovendien kan Vlaanderen ook lessen trekken uit de aanpak van andere landen. Met het oog op het Belgisch voorzitterschap van de EU in de tweede helft van 2010, is de

De OVAM participeert actief in PACE, één van de ‘Partnership Programs’ van het Verdrag van Bazel. Die

OVAM begonnen met de voorbereidingen van een informele Raad Leefmilieu. Ook bereidt de OVAM het

partnership programs zijn acties die het werk van het verdrag ondersteunen en die een platform bieden

Global Forum van de OESO inhoudelijk voor. Eén centrale vraag ligt op tafel van beide bijeenkomsten:

voor dialoog en gezamenlijke actie. PACE richt zich op de milieuverantwoorde verwerking van afgedankt

‘Hoe kunnen we materialen, ongeacht of dit grondstoffen, (half) afgewerkte producten of afvalstof-

computermateriaal en in het bijzonder op de illegale trafiek van e-waste naar ontwikkelingslanden.

fen zijn, zo efficiënt mogelijk en milieuvriendelijk aanwenden?’ Samen met de Vlaamse havens heeft de OVAM een financierings- en inzamelsysteem voor scheeps­ afvalstoffen geïmplementeerd zodat er minder afvalstoffen in het mariene milieu terechtkomen. In De OVAM werkt al sinds 2006 mee aan de ontwikkeling van een Europees beleid omtrent bio-afval. In 2009 heeft dat zich vertaald in een aantal activiteiten: - overleg op verschillende niveaus over het groenboek van de Europese Commissie; - duidelijke positionering tijdens werkgroepen; - leveren van input op het impact assessment;

het kader hiervan heeft de OVAM deelgenomen – op vraag van de Verenigde Naties (UNEP) en de International Maritime Organization – aan een missie naar Tanzania. Tijdens die missie is onderzocht of de havenontvangstinstallaties voor scheepsafvalstoffen in de haven van Dar es Salaam en Zanzibar wel voldoende toereikend zijn. Een aantal knelpunten werd blootgelegd maar ook suggesties voor oplossingen aangereikt.

- medeorganisatie van de Europese conferentie over bio-afval ‘Bio-waste, need for EU-legislation?’

Uit een eerdere handelsmissie naar Zuid-Korea is gebleken dat er nogal wat gelijkenissen zijn tussen de OVAM en Korea Environment & Resources Corporation (ENVICO). Daarom is er een driedaagse vervolgworkshop georganiseerd met een bezoek van ENVICO aan de OVAM. Inhoudelijk werd kennis uitgewisseld over het Europese en Vlaamse afvalstoffenbeleid, de producentenverantwoordelijkheid, afvalgegevens, biologisch afval, eco-efficiëntie en intergemeentelijke samenwerking. De Koreanen van hun kant schetsten hun aanpak. Ook organiseerde de OVAM veldbezoeken om de toestand in de praktijk te bekijken. Op het eind van de workshop is afgesproken om jaarlijks een soortgelijke informatie-uitwisse­ ling te organiseren afwisselend bij ENVICO en de OVAM.

.40

.41


Plan C mikt op innovaties en doorbraken voor het Duurzaam Materialenbeheer

• Verbindingen leggen met financieringsinstrumenten in het innovatiebeleid Projecten binnen Plan C zijn vaak langlopend. Daarom is, naast de bestaande financieringskanalen (Interreg, EFRO, IWT ...), gezocht naar andere middelen. De OVAM en DAR zullen

Plan C – Vlaams Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer, een initiatief van de OVAM, krijgt een

voor de duur van deze legislatuur vanaf 2010 een werkingsbudget vrijmaken.

vervolg. Daarmee onderschrijft de Vlaamse Regering de visie van de OVAM op duurzaam materialenbeheer. De kerntaak van Plan C is mensen en organisaties samenbrengen, inspireren, motiveren en ondersteu­nen. In 2009 zijn een vijftal concrete acties genomen.

• Transitie en innovatief denken verankerd in het beleid Plan C verdient een volwaardige plaats in het Vlaamse innovatiesysteem en dus gingen al eerder stemmen op voor een verankering van Plan C. In 2009 zijn hiertoe scenario’s uitgewerkt waar-

• Verbindingen leggen met het gewenste doorbrakenbeleid van de

door de toekomst voor Plan C verzekerd wordt.

Vlaamse Regering Wat is de meerwaarde van Plan C? Is er overeenstemming tussen Plan C en het toekomstplan Vlaanderen in Actie (ViA)? Kan Plan

Milieuverantwoord ontspannen

C een rol spelen in ViA en hoe? Allemaal vragen die aan bod kwamen tijdens de Plan C NetWerkDag 2009. Plan C stelde ook

De OVAM heeft zijn ondersteuningsbeleid van evenementen in 2009 herbekeken en afgestemd op

zijn ‘Position Paper’ voor, gaf meer uitleg over enkele sce-

vier algemene doelstellingen: milieuverantwoorde producten en diensten, aanpak illegaal ontwijk-

nario’s aan de hand van een concreet voorbeeld over lokale

gedrag, aandacht voor het OVAM-beleid en invullen van voorbeeldfunctie. Zeven evenementen kon-

productie en consumptie en wisselde vooral van gedachten

den een sluitend antwoord formuleren en kregen daarom van de OVAM de nodige ondersteuning.

met de toehoorders. - Internationale Tweedaagse van Vlaanderen(Blankenberge) • Kansrijke ideeën en concepten selecteren en uitbouwen

- Mano Mundo (Boom)

Sinds 2007 bouwt Plan C stelselmatig capaciteit op inzake

- Vijverfestival (Dilbeek)

kennis, relaties en mobilisering. In 2009 is heel concreet

- Rock Herk (Herk-de-Stad)

ingezet op de selectie en ontwikkeling van de meest

- Krinkel-massabivak (Merksplas)

kansrijke ideeën en concepten waar veranderingen

- Europees schutterstreffen (Kinrooi)

mogelijk zijn, nl. chemical leasing, eco-bedrijfsparken,

- Crammerock (Stekene)

duurzame festivals ... In 2009 is ook de eventscan ontwikkeld. Hier• Ontwikkelen van ondersteunende elementen

door krijgen organisatoren de kans om de pijn-

Begin 2010 zal Plan C een ondersteunend instrumentarium ter beschikking stel-

punten in hun afval- en materialenstromen bloot

len om op een gestructureerde manier innovatieve experimenten op te zetten en uit te

te leggen en verbeteringen aan te brengen.

voeren. Die experimenten vormen de stapstenen voor doorbraken en maatschappelijke vernieuwingen.

.42

.43


0-2015 eer 1 0 2 r o o v n e g nbeh l- en materiale ijf doelstellin

V

g tot duurzaam

met betrekkin

afva

3

Innoveren De OVAM zet in op innovatie. Ze stimuleert systeeminnovatie via het Transitienetwerk Duurzaam Materi-

1

alenbeheer (Plan C). Via ketenbeheerprojecten ondersteunt de OVAM innovatieve bedrijven. Ze neemt

Materiaalkringlopen sluiten

hierbij zelf het initiatief in een aantal prioritaire sectoren én sluit aan bij initiatieven van derden.

Het efficiënt sluiten en het grondig hertekenen van materiaalkringlopen zijn de twee pijlers van het duurzaam omgaan met grondstoffen. Afvalstoffen moeten, nog meer dan vandaag, als grondstof in de economische kringloop gehouden worden. Om de milieudruk van materialen nog verder te

4

Focussen op bedrijfsafval De OVAM zorgt ervoor dat de productie van bedrijfsafval daalt en de recyclagegraad van bedrijfs­

verlagen, kiest de OVAM voor een nog fundamenteler aanpak, via een integrale benadering van

afval toeneemt. Speerpunten zijn: het stimuleren van samenwerking op (nieuwe) bedrijventer-

de hele materiaalketen.

2

reinen en het creëren van een faciliterend wettelijk kader dat het gebruik van afval als grondstof bevordert. De OVAM zet haar beleid op het gebied van huishoudelijk afval voort.

Eco-efficiënt produceren Door in te zetten op eco-efficiëntie en ecodesign helpt de OVAM bedrijven om de kosten te drukken en tegelijk de milieu-impact te doen dalen. Tegelijk wil ze bedrijfsleiders en ontwerpers ervan overtuigen dat ecologisch verantwoord product- en procesontwerpen ook economisch rendabel kan zijn.

5

Milieuverantwoord consumeren Door in te spelen op het aanbod aan milieuverantwoorde producten, de milieuvoordelen te benadrukken en zelf het goede voorbeeld te geven, wil de OVAM de consument – burger, bedrijf, overheid – sturen in de richting van een meer milieuverantwoorde consumptie. De distributiesector is hierbij een sleutelpartner.

.44

.45


Inleiding Bodemverontreiniging heeft een negatieve impact op mens, milieu en watervoorraden, en brengt grote kosten voor sanering met zich mee. Daarom trachten we nieuwe bodemverontreiniging zo veel mogelijk te voorkomen en werken we historische verontreiniging stelselmatig weg. Bodemsanering heeft niet

r e e h e b m e d o B

alleen een ecologische maar ook een belangrijke maatschappelijke functie. Het is een kwestie van efficiënt ruimtegebruik: verontreinigde gronden saneren maakt ruimte vrij voor nieuwe economische of maatschappelijke activiteiten. De ambtshalve saneringsprojecten die de OVAM uitvoert, zijn er het beste bewijs van dat die bodemsanering hand in hand kan gaan met de herontwikkeling van een site. Gelet op de economische realiteit zal de OVAM de volgende jaren bij de sanering van historisch verontreinigde gronden prioriteit gegeven aan kwetsbare gebieden, gronden met hoge risico’s en aan maatschappelijke prioritaire sectoren. Via een actief bodembeleid werden in 2009 de nieuwe instrumenten van het bodemdecreet optimaal toegepast. Het Relanceplan werd uitgewerkt om mee de economische crisis te bestrij­ den. Dit plan werd eind 2009 door de Vlaamse Regering goedgekeurd en zal geïmplementeerd worden in 2010. Het Relanceplan voert een tijdelijke, substantiële verlaging van de financiële zekerheden door voor bodemsaneringen die in 2010 opgestart worden. Dit geeft meer krediet­ruimte aan bedrijven. Ambt

In de volgende jaren gaat de aandacht naar het uitwerken van enkele programma’s. Om

shalve

een sociaal-maatschappelijke meerwaarde te kunnen bieden via het bodembeleid, stelt de OVAM een programma op voor bodemonderzoek en -sanering bij scholen, ziekenhuizen

ing - D saner

en rusthuizen, zodat ze de risico’s in deze maatschappelijk belangrijke sectoren zo vlug mogelijk kan wegwerken. Verder start de OVAM ook een programma voor bodemonderzoek en -sanering op voor

’Hoog

gemeentelijke gasfabrieken. Hierdoor kan ze deze ernstige verontreinigingen ongedaan

e Indu , Gen

stries t

.46

maken en deze terreinen vrijgeven voor herontwikkeling. De drinkwaterwinningen zijn van strategisch belang voor Vlaanderen. Om ernstige problemen te voorkomen, zal de OVAM in 2010 de nadruk leggen op het uitwerken van een programma waardoor ze risicoactiviteiten in beschermingszones systematisch kan inventariseren en onderzoeken. Verontreinigingen zal de OVAM daarbij kordaat aanpakken.

.47


De OVAM zet in op informatieverstrekking en optimaliseert Wil u een grond overdragen dan moet u sinds 1996 over een bodemattest beschikken. Voor niet risicogronden levert de OVAM doorgaans zo’n attest binnen de week af, al bedraagt de maximale termijn een maand. Voor risicogronden is die afleveringstermijn twee maanden. Indien een grond opgenomen is in het grondeninformatieregister (GIR) staat dit als dusdanig vermeld op het attest, zoniet spreken we over een blanco bodemattest. De OVAM ontvangt momenteel zo’n 900 aanvragen per dag. In 2009 bedroeg het totaal aantal afgeleverde bodemattesten 209.314, waarmee het totale aantal sinds 1996 op zo’n 2.534.000 attesten neerkomt. Momenteel maken 1.483 notarissen en immobiliënkantoren gebruik van de mogelijkheid om bij de OVAM een lopende rekening te openen. Zij kunnen ook via een speciale webtoepassing een bodemattest aanvragen en daar maakt ruim 96% gebruik van.

Bodemcampagne gaat online De OVAM heeft de mediacampagne die ze in 2008 heeft opgezet naar aanleiding van het nieuwe decreet voor Bodemsanering en het Vlarebo, in 2009 herhaald en aangepast. Uit de effectmeting is immers gebleken dat de doelgroep – (ver)bouwers en (ver)kopers – op het internet op zoek gaat naar informatie. Vandaar is een onlinecampagne ontwikkeld met banners op diverse bouwen immowebsites. Ook zijn er opnieuw folders verstuurd naar notarissen, vastgoedkantoren en gemeentebesturen. Professionele doelgroepen ontvingen een brief met daarin de voor hen relevante wijzigingen in het Vlarebo. Daarnaast is hen een werkmap opgestuurd met de volledige informatie en een praktische gids over de te volgen werkwijze bij een overdracht.

.48

.49


De OVAM zet evaluatie van de erkende bodemsaneringsdeskundige voort Het grondeninformatieregister bevatte eind 2009 informatie over zo’n 136.000 percelen. Van 21.921

Alle bodemonderzoeken en –saneringsprojecten inclusief de opvolging van de werken, staan onder toezicht

percelen zijn nog geen onderzoeksgegevens bekend bij de OVAM, wel zijn er relevante gegevens be­

van een erkend bodemsaneringsdeskundige. Volgens het nieuwe Bodemdecreet geldt de erkenning voor

schikbaar met betrekking tot de bodemkwaliteit. Die informatie staat – sinds de inwerkingtreding van

onbepaalde duur, tenzij deze wordt opgeheven of geschorst.

het nieuwe bodemdecreet op 1 juni 2008 – rechtstreeks op het bodemattest. De informatie is deels afkomstig van de gemeentelijke inventaris die regelmatig wordt geüpdatet. Mensen met vragen over het bodemdecreet, vragen over bodemattesten en lopende dossiers, kunnen

Aantal door de OVAM erkende bodemsaneringsdeskundigen in 2009

terecht bij de infolijn bodem. De infolijn vervult de rol van eerstelijnsinformatieverstrekker. Door deze manier van werken, ontlast de OVAM de dossierhouders. Uit de praktijk blijkt dat het bellers­ profiel heel divers is. Zowel notarissen, immokantoren, bodemsaneringsdeskundigen als particulieren maken gebruik van de infolijn. De OVAM heeft vier infolijnen geïnstalleerd. Hierop ontving de OVAM in 2009 17.935 oproepen, waarvan 7.293 dossiergebonden vragen. Ook via e-mail, brief en fax kunnen mensen vragen stellen, in 2009 waren dat er zo’n 4.200. In 2009 is verder gewerkt aan de optimalisering van het databeheer binnen de afdeling Bodembeheer. Bovendien heeft de OVAM een inventarisatieproject opgestart rond de nog niet onderzochte grond in Vlaanderen met onder meer een bevraging van de Vlaamse kruispuntbank ondernemen (VKBO) op basis van de NACE codes. Dit project wordt in 2010 voortgezet omdat verdere verfij­ ning noodzakelijk is. Ook informatie-uitwisseling met de gemeenten stond in 2009 voorop. De samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse overheid en de gemeenten omvat onder meer de opname van de gemeentelijke inventaris van risicogronden. Hierdoor is er meer en betere informatie over deze gronden beschikbaar.

Type 1

Bodemsanering- deskundige

Nieuwe erkenning

Vernieuwde erkenning

Opheffing

17

0

3

1

Type 2

59

1

13

0

Totaal

76

1

16

1

Schorsing

-

Type 1 = OBO en technisch verslag in het kader van uitgegraven bodem Type 2 = idem type 1 + alle overige taken uit het Bodemdecreet

Net zoals het voorgaande jaar organiseerde de OVAM in 2009 een schriftelijke evaluatie grondwatermodellering en hydrogeologie. 6 personen slaagden in deze proef. Eind 2009 bevond de OVAM 59 personen goed om grondwatermodellen te hanteren en te interpreteren. Zoals vermeld in het Bodemdecreet moet elke bodemsaneringsdeskundige jaarlijks een verslag en een kwaliteitshandboek samenstellen. In het kader van de kwaliteitsborging heeft de OVAM eind 2009 bij wijze van steekproef tien deskundigen aangeschreven om hun kwaliteitshandboek op te sturen en een tiental anderen gevraagd het jaarverslag in te leveren. De OVAM zal beide documenten in het voorjaar 2010 evalueren.

.50

.51


Over financiële zekerheden, eenzijdige verbintenissen en bodemonderzoeken De OVAM heeft in 2009 156 eenzijdige verbintenissen tot bodemsanering aangegaan. Vergeleken met 2008 is dat een toename met 13%. Bij eenzijdige verbintenissen moet de saneringsplichtige financiële zekerheden stellen. Over alle jaren heen heeft de OVAM nu 1.014 eenzijdige verbintenissen in beheer voor een totaalbedrag van 521 miljoen euro aan financiële zekerheden. In 2009 werden 131 verbintenissen beëindigd, de bedragen van de financiële zekerheden in heel wat dossiers verminderd, maar ook de looptijd van 125 dossiers verlengd. Als u een risico-activiteit stopzet of een risicogrond wil overdragen, moet u een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren. Bij bepaalde risico-activiteiten geldt zelfs een periodieke verplichting. Blijkt uit dit onderzoek dat er ernstige aanwijzingen zijn voor verontreiniging, dan kan de OVAM de uitvoe­ ring van een beschrijvend bodemonderzoek opleggen. De OVAM gaat pas over tot ambtshalve interventie als de saneringsplichtige zich kan vrijstellen of zijn verplichtingen niet of onvolledig nakomt. De OVAM controleert een bodemonderzoek steeds op zijn administratieve volledigheid en correctheid. M.a.w. de dienst databeheer controleert de aangeboden documenten en de digitale (ruimtelijke) gegevens. Door de optimalisering van deze controle kan de dossierhouder sneller over het bodem­ onderzoek beschikken.

Overzicht bodemonderzoek in Vlaanderen In het voorjaar 2009 werd een opvolgingscampagne uitgevoerd bij de erkende bodemsane­ ringsdeskundigen met betrekking tot de correcte uitvoering van grondwaterstaalnames. Daarbij is heel specifiek gekeken naar de onderzoeksverrichtingen rekening houdend met het type onderzoek, de geplande onderzoeksdaden en de geologische setting. De OVAM heeft per opgevolgde deskundige een verslag opgesteld en hem en de eventuele onderaanneming ter inzage gegeven. De OVAM publiceert de algemene conclusies op haar website. In het laatste trimester van 2009 zijn opnieuw soortgelijke controles uitgevoerd. De conclusies hiervan worden meegedeeld aan de bezochte deskundigen.

.52

.53


Een saneringsplichtige zal een bodemsaneringsproject laten opstellen als uit het onderzoek blijkt dat hij moet saneren. De OVAM zal binnen een termijn van 90 dagen een confor-

In 2009 sloot de OVAM bedrijfsspecifieke overeenkomsten af met de Gasfabrieksgroep en De Lijn

miteitsattest afleveren zodat de betrokkene de werken kan opstarten. Na afloop van de sanering levert de OVAM een eindverklaring af. Soms legt de OVAM ook controlemaatrege-

De Gasfabrieksgroep beoogt de sanering van 25 locaties en trekt hiervoor een budget

len op. In de periode 1997-2009 liepen bij de OVAM 3.715 projecten binnen en schreef

van zo’n 50 miljoen euro uit. De locaties zijn stuk voor stuk voormalige gasfabriekster-

de OVAM 1.409 eindverklaringen. De totale kostprijs van alle werken in dezelfde periode

reinen die vaak verontreinigd zijn met cyanide, teer, minerale olie, PAK, naftaleen en

schommelt rond de 1,23 miljard euro. In 2009 alleen raamt de OVAM de kostprijs van

BTEX. Aangezien de terreinen zich in of toch dicht bij stadscentra bevinden, zijn ze

de projecten op 82 miljoen euro. De economische crisis verklaart de daling in het aan-

na sanering erg gegeerd door projectontwikkelaars.

tal projecten. In 2008 bedroeg de geraamde kostprijs immers 100 miljoen euro. Een tweede verklaring voor deze dalende trend is de keuze van de vorige Vlaamse Regering

De Lijn en de OVAM hebben een afspraak gemaakt over de uitvoering van beschrij­

om prioriteit te geven aan bodemsaneringen bij overdracht van gronden.

vende bodemonderzoeken en waar nodig saneringen voor 61 stelplaatsen of andere gronden van de Vlaamse Vervoersmaatschappij. De overeenkomst legt ook een redelijke termijn vast zodat dit alles voor De Lijn orga­

Midden februari 2009 trad het Verzameldecreet in werking. Dit decreet bevat een

nisatorisch en budgettair haalbaar blijft.

aantal bijsturingen op zowel het Bodemdecreet als het Vlarebo. Die bijsturingen zijn een gevolg van afdelingsoverschrijdend overleg, met name het Delphi-overleg, waarbij de eerder genoemde regelgevingen vertaald werden naar de operationele

De OVAM heeft in de loop van 2009 een lijst opgesteld van

werking van de afdelingen Bodembeheer en Interventies, Verwijderingen en Sane­

zes potentiële steden en gemeenten die in aanmer­king

ringen. Daarbij kwamen de knelpunten aan het licht en werden dus voorstellen tot

komen voor een bedrijfsspecifieke overeenkomst. Met één stad zijn de gesprekken inmiddels opgestart.

oplossing gesuggereerd die zijn uitgemond in het Verzameldecreet.

Ook met het Agentschap voor Natuur en Bos wil de OVAM tot een vergelijk komen en met de Dienst der

Bedrijfsspecifieke overeenkomsten winnen aan belang Bodemsanering kan voor bedrijven een financiële en organisatorische strop zijn. Daarom heeft de OVAM het principe van bedrijfsspecifieke overeenkomsten uitgewerkt. Volgens dit principe kan het bedrijf in kwestie de saneringswerken spreiden in de tijd. Maar het dient wel prioriteit te geven aan de verontreini­ gingen met de grootste risico’s en te beantwoorden aan de verplichtingen van het Bodemdecreet zelf. Een bedrijfsspecifieke overeenkomst stimuleert de vrijwillige sanering en draagt op die manier maximaal bij tot een beter leefmilieu en duurzame bedrijfsontwikkeling.

.54

Scheepvaart zijn afspraken gemaakt rond onderzoek en sanering van de terreinen, weliswaar in het kader van artikel 164 betreffende versnelde overdrachten. Artikel 164 van het Bodemdecreet, nl. het toepassen van versnelde overdrachten, wordt vooral ingeroepen voor een afwijking op de overdrachtsverplichtingen. Soms is het nodig om de overdracht vervroegd te laten plaatsvinden ook al is nog niet voldaan aan alle verplichting­ en. In dat geval moet er wel een verbintenis zijn tot uitvoering van de overdrachtsverplichtingen met inbegrip van het stellen van een financiële zekerheid. Hoe dan ook is het de minister die bepaalt onder welke voorwaarden de overdracht kan plaatsvinden. .55


2009 was een recordjaar voor ambtshalve bodemsaneringen

12000

Het is een recordjaar geweest op het vlak van ambtshalve bodemsaneringen (36 miljoen euro) en afvalverwij­

10000

deringen (2 miljoen euro). In 2009 waren 521 dossiers, gaande van kleinschalige projecten tot megasites, in

8000 BBO nodig

6000 BBO conform

4000

behandeling en dat is een historisch hoogtepunt. Bij ruim 40% van deze dossiers is een saneringsproject in opmaak, zijn de werken aanbesteed of zelfs in uitvoering. Hoe dan ook, ten opzichte van 2003 is het aantal bodemsaneringswerken vertienvoudigd.

BSP nodig

De OVAM doet er altijd alles aan om bij ambtshalve tussenkomsten samen te werken met derden zodat

2000

de geïnvesteerde middelen een maximaal rendement opleveren. Door deze geïntegreerde aanpak leve­

0

voor 1997

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

ren de projecten een maatschappelijke meerwaarde op die verder reikt dan louter het verbeteren van

2009

de bodemkwaliteit. Dit kan onder een aantal vormen: - afstemming van de sanering op het geplande project (Charlottalei, Antwerpen);

Figuur 1: Overzicht BBO-BSP cumulatief

- sanering die aanzet tot stadsvernieuwing (D’Hooge Industries, Gent); - saneringen die bijdragen tot brownfieldprojecten (Balmatt, Mol) en industriële ontwikkeling bevorderen (Deso Petrol, Brugge); - saneringen die kans geven aan innovaties in het kader van materialenbeheer en

4500

milieutechnologie.

4000 BSP nodig

3500 3000

BSP conform

2500

BSW opgestart

2000 1500

BSW afgerond

1000 500 0

voor 1997

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

Figuur 2: Overzicht BSP-BSW cumulatief

.56

.57


Enkele projecten onder de loep - Charlottalei, Antwerpen: historische bodem- en grondwaterverontreiniging met minerale olie, BTEX

Ook op het vlak van onderzoekstechnieken bewandelt de OVAM nieuwe paden. In het najaar 2009 is de OVAM begonnen met een overkoepelend beschrijvend bodemonderzoek voor de regio Machelen en Vilvoorde. Dit

en MTBE. De eigenaar bouwt een nieuw appartementsblok met ondergrondse parking. De OVAM en de

onderzoek moet duidelijkheid scheppen over de verontreiniging in de diepere grondwaterlagen. Het is im-

bouwheer sluiten een overeenkomst voor een geïntegreerde saneringsvariant. De eigenaar voert de

mers niet eenvoudig om vervuiling op een diepte van 10 meter vast te stellen, om nog maar te zwijgen over

sloopwerken, ontgravingswerken uit conform het bouwplan. De OVAM staat in voor de diepere ontgra­

de oorzaak en de verantwoordelijken. Het onderzoek moet klaarheid brengen in de kostenverdeling.

ving, afvoer van verontreinigde grond en waterzuivering. - D’Hooge Industries, Gent: het terrein is tot op 1,5 meter vervuild met zware metalen. De project­

De OVAM treedt ook op bij acute hinder en gevaarlijke situaties, zoals in Hoegaarden en in de Gentse kanaalzone op de terreinen van Nilefos en Misa Eco. In Hoegaarden is de OVAM actief op drie verschillende

ontwikkelaar wil een groots nieuwbouwproject realiseren met ondergrondse parkings, groenzones,

locaties waar ruim 18.000 ton illegaal gestort afval ontdekt werd en is ze overgegaan tot de ambtshalve

appartementsgebouwen en een renovatie van het oude pakhuis. De OVAM voert hier een leeflaagsa­

verwijdering. Het grootste gedeelte van het afval kan herbruikt worden als bouwstof. Twee van de

nering waarbij propere aanvulgrond wordt aangevoerd zodat menselijk contact niet meer mogelijk

drie afvalbergen zijn reeds verwijderd. De derde berg komt in 2010 aan de beurt.

is. Bij de aanleg van de ondergrondse parkings werd de met zware metalen vervuilde grond verwij­ derd. - Balmatt, Mol: het industrieterrein is sterk vervuild omdat het bedrijf tot 1998 asbesthoudende

Na het faillissement van de bedrijven Nilefos en Misa Eco in de Gentse kanaalzone, heeft de OVAM op en onder een gigantische gipsberg een zware verontreiniging van het grondwater vastgesteld. Bovendien was er een acuut gevaar op een ongecontroleerde lozing van meer dan 300.000 m3 zuur

bouwmaterialen produceerde. In 2009 is de eerste fase van de sanering begonnen en daarbij

water uit de opvangbekkens omdat de dijken dreigden door te breken. De OVAM heeft meteen

werden onverwacht vaten aangetroffen die zowel bodem als grondwater hebben aangetast met

de dijken laten verstevigen en een aannemer gezocht die het water na zuivering gecontroleerd

het uiterst giftige tolueen. De OVAM heeft onmiddellijk een bemaling met waterzuivering ge­

kan lozen.

plaatst, de grond ontgraven en het gevaarlijke afval afgevoerd voor verbranding. - Deso Petrol, Brugge: door opslag van brandstoffen waren het terrein en grondwater vervuild

Het convenant dat Umicore, de Vlaamse Regering en de OVAM in 2004 hebben afgesloten, bepaalt dat Umicore en de Vlaamse overheid samen de kosten zullen dragen voor de bodem-

met minerale olie en vluchtige aromaten. Intussen zijn de terreinen volledig gesaneerd en

saneringen. De OVAM is volgens dat convenant ook de opdrachtgever voor de werken in de

opnieuw beschikbaar voor bedrijfsactiviteiten. De OVAM heeft tijdens de saneringswerken alle

wijk Vinkevelden in Hoboken. Op 51 percelen van de wijk is een beschrijvend onderzoek

transport zo veel mogelijk via de binnenvaart uitgevoerd.

uitgevoerd, waaruit blijkt dat voor 26 percelen een sanering zich opdringt. Die sanering zal de OVAM in het voorjaar van 2010 uitvoeren.

De OVAM speelt ook bij ambtshalve tussenkomsten maximaal in op het gebruik van innovatieve milieutechnologie. Zo werd bij de sanering van een voormalige wasserij en droogkuis

Nog in het kader van het convenant werd een grootschalige inventarisatie van zink­

in Mechelen gebruik gemaakt van een vernieuwende in-situ-techniek bij wijze van proef.

assen bij particulieren in Noord-Limburg uitgevoerd, alsook een inventarisatie van as-

Zowel bodem als grondwater bleken immers vervuild met gechloreerde solventen, vluchtige

bestdraaiingen in de regio rond Kapelle-op-den-Bos. In totaal zijn hierbij 27 gemeen­

aromaten, MTBE en minerale olie. Omwille van de ligging bleken graafwerken niet mogelijk.

ten betrokken en de sanering is gepland in 2010.

De OVAM voert in het proefproject een gestimuleerde natuurlijke afbraak uit in combinatie met chemische oxidatie en bodemluchtextractie.

.58

.59


De OVAM schenkt aandacht aan strategische projecten

Enkele belangrijke ambtshalve saneringen

Met de oprichting van BOFAS vzw in 2004 werd het startschot gegeven voor de alternatieve financiering van de sanering van benzinestations. In 2009 zag BOFAS als gevolg van het hoog aantal aanvragen zijn erkenning Project

Gemeente

Activiteit

Verontreinging

Asphaltco

Asse

asfaltproductie

polyaromatische

Kostprijs â&#x201A;Ź 2 miljoen

koolwaterstoffen, minerale

olie,VOCl

St. Ursmarusstraat

Baasrode

voormalige scheepswerf

zware metalen

0,3 miljoen

Vandevoorde

Dendermonde

brandstofopslag

minerale olie

0,1 miljoen

Lucht & Licht

Gent

metalen, minerale olie, VOCl

afvalverwijdering

Hoegaarden

containerafval

illegaal container afval

verlengd tot 2019. BOFAS voert de saneringswerken uit voor uitbaters die hun activiteit stopzetten. In 2009 heeft BOFAS op 85 locaties de saneringen opgestart en 189 dossiers verder afgewerkt. De OVAM reikte in datzelfde jaar voor

2 miljoen 1,7 mijoen

Peeters-Buelens

Machelen

metaalbewerking

zware metalen

1,5 miljoen

Balmatt

Mol

asbestophoging

asbest, tolueen

1,4 miljoen

Desopetrol

Zeebrugge

brandstofopslag

minerale olie

2,6 miljoen

81 bodemsaneringsprojecten een conformiteitsattest uit en schreef 51 eindverklaringen. Midden 2008 werden de onderhandelingen in het kader van het Premaz-project over een federaal stook­ oliefonds opnieuw opgestart en vonden hun voortgang in 2009. Een akkoord blijft vooralsnog uit.

ambtshalve saneringen gestart in 2009 .60

.61


De Vlaamse Regering heeft Vlabotex vzw erkend als bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector. Dat gebeurde al in 2007. Door de erkenning kan Vlabotex de verplichting die zijn leden hebben tot het opstellen van een individueel bodempreventie- en bodembeheersplan (BPBP) overnemen. Vlabotex stelt voor alle leden een sectoraal BPBP op. Eind 2009 zijn 148 droogkuisfirma’s bij Vlabotex aangesloten voor overname van de BPBP-plicht. Eind december 2009 had Vlabotex meer dan 300 dossiers in behandeling en waren meer dan 100 concrete aanvragen tot sanering ingediend. De Vlaamse overheid ondersteunt Vlabotex financieel met een jaarlijkse subsidie gedurende dertig jaar waarvan het bedrag gelijk ligt met de forfaitaire bijdragen van de aanvragers in het betrokken jaar. In 2009 liet Vlabotex op 15 locaties een beschrijvend bodemonderzoek uitvoeren en op een aantal andere sites werden de saneringswerken inmiddels opgestart. In 2010 zal Vlabotex dit aantal verder uitbreiden met tientallen locaties in het kader van een ambitieus saneringsprogramma. Het decreet van 27 oktober 2006 zorgt ook voor een doeltreffende aanpak van de historische achterstand in de sanering van verontreinigde waterbodems. De Vlaamse Regering kan vol-

Saneren met het oog op ontwikkelen van economische activiteit en veilige huisvesting De OVAM en het Agentschap Ondernemen hebben in de loop van 2009 onderhandelingen gevoerd over het afsluiten van brownfieldconvenanten voor 42 projecten. 18 ervan werden definitief afgesloten. Bij zo’n convenant maken de partijen afspraken omtrent de sanering en herontwikkeling van brownfieldterreinen. Zo kan de projectontwikkelaar zich onder bepaalde voorwaarden vrijstellen van de verplichting tot het stellen van een financiële zekerheid. Ook engageert de OVAM zich tot de integratie van de sanering in het herontwikkelingsproject indien de betrokken partijen het statuut van onschuldige bezitter hebben gekregen op het moment dat de OVAM overgaat tot ambtshalve sanering. In 2009 heeft de doorgedreven aanpak van woonzones geleid tot 10 afgeronde projecten in Wijnegem, Meise, Brecht, Zwijndrecht, Sint-Truiden, Bornem en Lokeren. 545 gezinnen hebben hiermee eindelijk een duidelijk beeld van de bodemkwaliteit in hun tuin. Buiten 44 percelen in de woonzone ‘Voormalige Haarsnijderijen’ in Lokeren waar een sanering noodzakelijk is, komt er geen ernstige bodemverontreiniging voor. De OVAM zal de sanering in Lokeren uitvoeren en betalen.

gens het decreet zelf de bodems aanduiden die een onderzoek nodig hebben. In 2009 is een prioriteitenlijst opgesteld in samenwerking met de Vlaamse Milieumaatschappij en in ruggespraak met de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. Die prioriteitenlijst is volgens een wetenschappelijk onderbouwde manier samengesteld en houdt rekening met de kansen op ecologisch herstel na sanering. De OVAM heeft ook een standaardprocedure waterbodemonderzoek ontworpen en toetst die momenteel aan de hand van drie proefprojecten aan de realiteit. Een bodem die zijn multifunctionaliteit verloren heeft, moet op een juiste manier beheerd worden. Dat is de centrale idee van het bodemzorgsysteem dat onder meer in 2009 ruime aandacht kreeg. Cruciaal in zo’n systeem zijn een goede terugkoppe­ ling met ervaringsdeskundigen en doelgroepen, alsook een grondige studie van alle juridische en technische aspecten zodat een weldoordachte keuze mogelijk wordt. In 2010 zal de OVAM het bodemzorgsysteem verder concretiseren. Ambtshalve afvalstoffenverwijderi ng - Hoegaarden .62

.63


Nog in 2009 zijn vijf nieuwe projecten opgestart in Edegem, Borsbeek, Lier en Rumst. Het gaat om een

In 2009 werd het protocol met de curatoren vernieuwd. Dit protocol regelt de uitvoering van ambtshalve oriën-

130-tal gronden waarvan de eigenaars zijn vrijgesteld van onderzoeksplicht. Ook centrumsteden voelen

terende bodemonderzoeken op gronden van failliete bedrijven. Het protocol biedt de OVAM ook een kader om

de behoefte om een inventaris op te maken van mogelijk verontreinigde gronden binnen hun stadskern.

de gronden van ter ziele gegane bedrijven, waarvoor de saneringskost hoger ligt dan de waarde van de grond,

Zo heeft de OVAM in 2009 met de steden Brugge en Aalst een inventarisatiestudie opgestart.

aan te kopen voor één symbolische euro.

Optimalisering van onderzoeksstrategieën De OVAM heeft in 2009 de verschillende standaardprocedures voor bodemonderzoek en sanering afgestemd op het gewijzigde Bodemdecreet en het Vlarebo. Bovendien heeft ze nieuwe procedures ontwikkeld voor het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek en voor een beperkt bodemsane­ ringsproject. De OVAM heeft ook een ontwerpversie risicobeheer beschikbaar. In het oriënterend bodemonderzoek zijn de bepalingen voor het uitvoeren van exploitatieonderzoeken compleet nieuw. De regels omtrent de actualisatie van het onderzoek en de classificatie van een gemengde verontreiniging zijn eveneens nieuw, net zoals de strategie die de ontgraving toelaat, weliswaar onder voorwaarden, tijdens de uitvoering van een oriënterend onderzoek.

Er zijn drie nieuwe onderzoeksstrategieën bij het beschrijvend bodemonderzoek: - voor stortplaatsen; - voor ontgraving tijdens het onderzoek; twerpen

- bij het voorkomen van atmosferische depositie.

An ng - Charlottalei, Ambtshalve saneri

De OVAM nam in 2009 het initiatief om bedrijven die geconfronteerd worden met een gemeenschappelijke verontreiniging rond de tafel te krijgen en speelde hierin de rol van

Binnen het beschrijvend bodemonderzoek is ook een methodologie ontwikkeld die toe-

bemid­delaar. Het knelpunt in dergelijke vergaderingen is immers: wie is verantwoordelijk

laat te bepalen of een historische verontreiniging een ernstig risico vormt. Ook zijn de

voor welke vervuiling ? De OVAM heeft dergelijke vergadering georganiseerd in Kortrijk,

richtlijnen vernieuwd met betrekking tot het uitvoeren van een gefaseerd onderzoek

Berchem, Gent, Brugge en Hamme. In het dossier van de oude stortplaatsen aan de Lucht­

en de urgentiebepaling.

havenlaan in Vilvoorde is intussen een plan van aanpak ontwikkeld en voorgelegd aan de betrokkenen. .64

.65


Bij de standaardprocedure bodemsaneringsproject zijn de belangrijkste wijzigingen: - de vermelding van bodemsaneringswerken waarvoor een milieuvergunning en een stedenbouwkundige vergunning noodzakelijk zijn; - de bijsturing van de richtlijnen omtrent de haalbaarheidsstudies en de proefprojecten voor grote wateronttrekkingen; - de afstemming op de Vlaremwetgeving. De actualisering van het Achilles-milieuzorgsysteem en â&#x20AC;&#x201C;milieupreventiesysteem vormt de meest belangrijke aanpassing in de procedure bodemsaneringswerken, eindevaluatie en nazorg.

.66

.67


CityChlor en Snowman leveren bewijs dat de OVAM verder kijkt dan Vlaanderen

In 2009 liep het Europees gefinancierde project Snowman succesvol af. Doel van het project: de kwaliteit en relevantie van onderzoek naar bodem- en grondwaterbescherming optimaliseren. Het project werkte de af-

Met CityChlor wil de OVAM – binnen het Interreg IV B Noordwest-Europa programma – een geïntegreerde

stemming van diverse onderzoeksprogramma’s in Europa in de hand zodat ook de middelen optimaal benut

aanpak uitwerken voor onderzoek en sanering van met gechloreerde solventen verontreinigde gron-

werden. In totaal namen zeven landen deel aan Snowman: Oostenrijk, Frankrijk, Nederland, Zweden, Groot-

den in stedelijke gebieden. Het project bundelt technische kennis en omschrijft hoe moet omgegaan

Brittanië, Duitsland en Vlaanderen voor België.

worden met communicatie, organisatorische en socio-economische aspecten. Het doel van dit alles is zorgen voor een meer doeltreffende en snellere aanpak van dit type verontreiniging. Eind 2009 is het subsidiecontract tussen de OVAM als coördinator en Interreg ondertekend. Het gaat om een budget van 5,2 miljoen euro, waarvan de helft door Interreg wordt betaald. CityChlor is een partnerschap tussen overheden, onderzoeksinstellingen en steden. In totaal zijn negen partners uit Vlaanderen (de OVAM, Mortsel en Gent), Nederland, Frankrijk en Duitsland be-

Snowman heeft enkele belangrijke realisaties op zijn actief: - een gezamenlijke visie op het bodemonderzoeksbeleid; - een internationaal bodemonderzoeksprogramma;

trokken. De eerste vergadering van de Transnational Co-ordination Group vond in Mechelen plaats

- een communicatiestrategie;

met op de agenda de Partnership Agreement. Dat akkoord tussen de verschillende partners is begin

- het gezamenlijk uitvoeren van twee onderzoeksoproepen en de financiering van onderzoeksprojecten.

2010 in Utrecht ondertekend, waarmee het project dan ook officieel van start is gegaan.

De OVAM heeft voor Vlaanderen haar stempel kunnen drukken op dit project en door de finan­ ciële participatie hebben onze onderzoekers ook ervaringen kunnen uitwisselen en kennis vergaren. Begin 2010 starten twee nieuwe projecten met financiële tussenkomst van de OVAM. Het gaat om twee projecten waaraan respectievelijk de Universiteit Antwerpen en de Univer­ siteit Hasselt meewerken. De slotconferentie in Wenen heeft ook een begin gemaakt met de uitbouw van een nieuw samenwerkingsverband, nl. een zelfstandig netwerk. Dit netwerk wil meerdere bodemthema’s bespreekbaar maken, daarbij steunend op de resultaten uit het Snowman onderzoeksprogramma. De OVAM en het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie zullen samen Vlaanderen in dit netwerk vertegenwoordigen. Als eerste actie zal in de loop van 2010 een derde onderzoeksoproep gelanceerd worden omtrent bodemkwaliteit.

.68

.69


0-2015 1 0 2 r o o v n e g ijf doelstellin embeheer

V

g tot duurzaam

met betrekkin

bod

3

Alternatief financieren Om vrijwillige bodemsanering te stimuleren, onderzoekt de OVAM verschillende systemen die de sane­

1

ringskost draaglijk maken voor de saneringsplichtige: draagkrachtregeling, bijkomende sectorfondsen en

Nieuwe bodemverontreiniging voorkomen

co-financieringssystemen.

Voorkomen is beter dan genezen, dat geldt ook voor bodemverontreiniging. De OVAM voorkomt ernstige schade en oplopende kosten: door bij ongevallen samen met de gemeenten kort op de bal te spelen.

2

4

Brownfields herontwikkelen Het herontwikkelen van brownfields geeft belangrijke economische stimulansen aan de omgeving. De OVAM werkt samen met projectontwikkelaars oplossingen op maat uit voor de bodemverontreini­ging.

Ruimte efficiënt gebruiken

Soms zijn gronden zo zwaar verontreinigd, dat de saneringskost de ontwikkeling blokkeert. Binnen

De OVAM ondersteunt economische ontwikkeling door bodems te saneren. Om te

de budgettaire mogelijkheden koopt de OVAM deze terreinen aan, saneert ze in functie van hun

voorkomen dat de druk op de open ruimte nog groeit, moet ook voor potentieel

herontwikkeling en brengt ze opnieuw op de markt.

ver­ontreinigde gronden een snelle overdracht mogelijk zijn. In afwachting van een sanering moeten bouwprojecten kunnen doorgaan. Dat kan door de sanering zo goed mogelijk te integreren in de bouwwerken.

5

Focus op kwetsbare groepen Voor historische verontreinigingen geeft de OVAM voorrang aan gronden met een kwetsbaar bodemgebruik (zoals woonzones, drinkwatergebieden, scholen, ziekenhuizen, rusthuizen, …) en verontreinigingen met hoge risico’s.

.70

.71


Colofon Hoofdredacteur en ve rantwoordelijke uitge ver: Jan Verheyen Redactieraad: Els De Picker, Veerle De Ridde r, Anne Dâ&#x20AC;&#x2122;haese, Els Gommeren, Peter Nagels, Els Van Camp, Anne Vandeputte Concept, copywriting en vormgeving: VRcon sulting Fotografie: Nele Bolle n, Sven De Mulder, Ko en Keppens, Evert Thiry, Johan Va n den Bergh, Christin e Van Tricht, Anne Vandeputte, Vla co vzw Papier: cover: FSC pa pier; binnenwerk: cyc lus offset, 100% gerecycleerd. Wettelijk depotnumm er: D/2010/5024/30


r

e Voor me

tie :

informa

.be www.ovam e .b m a v o info@ 284 T: 015 284 75 2 3 0 2 F: 015 Vlaamse Openbare happij enmaatsc Afvalstoff t 110 a a Stationsstr elen h c B-2800 Me


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_OVAM_2009.pdf by Vlaanderen-be - Issuu