Skip to main content

Vlaams_onderwijs_beeld_2005_2006.pdf

Page 1

2005 - 2006

het vlaams onderwijs in beeld

Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Onderwijs en Vorming Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 Brussel CoÜrdinatie: Stafdiensten Website: http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken Verantwoordelijke uitgever: Ludy Van Buyten, secretaris-generaal Depotnummer: D/2006/3241/203 Foto’s: Photodisc Vormgeving en druk: Vanden Broele, Brugge

Deze uitgave of delen ervan mogen gebruikt worden mits bronvermelding.


BUDGET Totaal onderwijsbudget (beleidskredieten 2006): 8.384.507 duizend euro. Aandeel van het onderwijsbudget in de Vlaamse begroting: 40,1%.

onderwijsbudget per onderwijsniveau

De Vlaamse overheid onderging in 2006 een herstructurering onder de naam ‘Beter Bestuurlijk Beleid’ (BBB).

• de vijf autonome organisaties die samen de Vlaamse onderwijsadministratie vormen:

3.422.785

3.500.000

in beeld

o het Departement Onderwijs en Vorming dat het Vlaamse onderwijsbeleid uitstippelt, en vier agentschappen die dat beleid uitvoeren: o het Agentschap voor Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs (ODCHOVO)

2.689.780

o het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)

2.500.000

o het Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC)

2.000.000

(basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, centra voor leerlingen­

o het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) begeleiding, inspectie en begeleiding)

1.500.000

Het departement en elk agentschap functioneren autonoom en worden elk geleid door een

1.000.000

643.701

leidend ambtenaar.

778.191 444.674

500.000

405.376

• de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, die in de Beleidsraad samen met de leidend ambtenaren van de vijf entiteiten het beleidsdomein aanstuurt en opvolgt. De Beleidsraad is het forum waarop het politieke en het administratieve niveau overleg plegen

en dat de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein.

basisonderwijs

secundair onderwijs

hogescholenonderwijs

universitair onderwijs

permanente niet-onderwijsniveauvorming gebonden

procentuele verdeling van het onderwijsbudget

• de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), die functioneert als strategische adviesraad voor het beleidsdomein. De onderwijsinspectie blijft in opdracht van de Vlaamse overheid toezien op de kwaliteit van het onderwijs.

niet-onderwijsniveaugebonden 4,8%

permanente vorming 5,3% universitair onderwijs 9,3%

Beleidsdomein Onderwijs en Vorming Minister

basisonderwijs 32,1% Vlaamse Onderwijsraad (VLOR)

hogescholenonderwijs 7,7%

Beleidsraad

secundair onderwijs 40,8% Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs (ODCHOVO)

Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC)

Departement Onderwijs en Vorming (DEP O&V)

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

0

h et v l a a m s o n de r w i j s

Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming is de overkoepelende naam voor:

4.000.000

3.000.000

2005 - 2006

Het hele landschap werd herschikt in 13 homogene beleidsdomeinen met telkens dezelfde interne structuur.

(in duizend EUR)


S C HOOL B E VOL K IN G

INS T E LLIN G E N

P E RSON E E L

schoolbevolking in het voltijds onderwijs: 1.269.146

instellingen in het voltijds onderwijs: 3.571

aantal personeelsleden (1): 184.571

schoolbevolking per onderwijsniveau: kleuteronderwijs 234.530 lager onderwijs 415.726

instellingen per onderwijsniveau: autonome kleuterscholen 168 autonome lagere scholen 287 scholen met kleuter- ĂŠn lager onderwijs 2.050

basisonderwijs

secundair onderwijs (1) 1.037

personeelsleden per onderwijsniveau: basisonderwijs secundair onderwijs hogescholenonderwijs universitair onderwijs (1)

basisonderwijs

650.256

secundair onderwijs (1)

500.000

457.351

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

102.367 59.172

hoger onderwijs (2)

161.539

457.351

kleuteronderwijs lager onderwijs

415.726 400.000

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

300.000

2.505

2.500

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

22 7

hoger onderwijs

29

autonome kleuterscholen autonome lagere scholen scholen met kleuter- ĂŠn lager onderwijs

2.050 2.000

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

1.000

basisonderwijs

secundair onderwijs

0

basisonderwijs

secundair onderwijs

hoger onderwijs

verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs gewoon basis- en secundair onderwijs

GO 14,9%

OGO 14,6%

VGO 68,6%

GO 22,5%

VGO 62,9%

secundair hoger

GO 17,9%

OGO 16,3%

VGO 64,0%

VGO 65,8%

PERMANENTE VORMING volwassenenonderwijs onderwijs voor sociale promotie (3) basiseducatie (4) B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren) (5)

buitengewoon basis- en secundair onderwijs

GO 18,0%

OGO 18,0%

PERMANENTE VORMING

lineair modulair lineair modulair

62.366 228.871 6.650 20.699 26.188 22.431

volwassenenonderwijs

onderwijs voor sociale promotie

secundair

hoger

61

basiseducatie

29

108

deeltijds kunstonderwijs: 167

(4) Werkjaar 2004-2005. (5) Werkjaar 2005.

(1) Aantal instellingen in het deeltijds secundair onderwijs: 48. GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs

0

20-29

3.175

OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

30-39

40-49

50-59

60+

leeftijd

personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden basisonderwijs

42.839 15.696

secundair onderwijs

50.614 17.490

hogescholenonderwijs

5.881 3.355

universitair onderwijs (1)

8.204

onderwijs voor sociale promotie

2.829 2.121

deeltijds kunstonderwijs

2.841 957

vastbenoemden

andere (2)

2.618 1.214

totaal

0

deeltijds kunstonderwijs: 162.123 (1) Niet inbegrepen: aantal leerlingen in het deeltijds secundair onderwijs: 6.450. (2) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, kandidaturen en licenties. (3) Referteperiode 1/02/2004 - 31/01/2005.

3.628

7

gewoon basis- en secundair onderwijs OGO 16,5%

11.849 8.153

5.000

verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs buitengewoon basis- en secundair onderwijs

55+

16.136

10.000 168

hoger onderwijs

24.965

287 22

0

29.442

30.000

15.000

500

59.172

13.485 16.806

35.575

31.579

20.000

1.037

102.367

vrouwen

20.069

234.530

100.000

mannen

35.000

6.800 5.129 4.680

25.000

1.500

200.000

40.000

onderwijs voor sociale promotie deeltijds kunstonderwijs andere (2)

68.768 76.706 11.439 11.049

10.000

tijdelijken

20.000

30.000

40.000

50.000

60.000

70.000

(1) Gegevens universitair onderwijs: academiejaar 2004-2005. Deze worden niet opgenomen in de bovenste grafiek. (2) Personeel CLB, onderwijsinspectie, pedagogische begeleiding, internaten ...

80.000

55+


BUDGET

verdeling over de netten gewoon basisonderwijs

buitengewoon basisonderwijs netoverschrijdend 0,2%

GO 15,3% OGO 22,7%

GO 29,5%

VGO 62,0%

VGO 56,5%

OGO 13,8%

evolutie van de kostprijs per leerling (in EUR) 14.000

gewoon basisonderwijs

buitengewoon basisonderwijs

12.000 10.000

9.566,03

10.265,00

10.613,07

11.217,75

11.876,54

8.988,05

8.000 6.000 4.000 3.026,83

3.424,42

3.627,98

3.704,67

3.881,52

3.215,85

2.000 0

2001

2002

2003

2004

2005

2006

Met de invoering van BBB verdween de administratie Basisonderwijs. Vier entiteiten – twee beleidsvoorbereidende en twee beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs. Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Basisonderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen en gelijke-onderwijskansenbeleid, spijbelbeleid, rechten en plichten van ouders en leerlingen, …). U kan de afdeling contacteren via basisonderwijsbeleid@vlaanderen.be.

2005 - 2006

B a s i s o n de r w i j s in beeld

Agentschap voor Onderwijsdiensten - Scholen Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan basisscholen en aan centra voor leerlingenbegeleiding. Dit omvat o.a.: • de erkenning, financiering of subsidiëring van basisscholen en centra voor leerlingenbegeleiding • het wijzigen van de schoolstructuur en het onderwijsaanbod • de verificatie van leerlingenaantallen en regelmatigheid van de leerlingen • de berekening en controle op de aanwending van de verschillende soorten omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen • samenstelling en omkadering van scholengemeenschappen • afwijkingen op de organisatie van het schooljaar • de ondersteuning van de schooladministraties en de lokale overlegplatforms Ouders, leerlingen en scholen kunnen hier terecht voor: • het verkrijgen van een gelijkwaardigheid van een buitenlands studiebewijs • het verkrijgen van een verslag van een schooldoorlichting • het volgen van huisonderwijs • de opvolging van de leerplicht • het verkrijgen van hulpmiddelen die een kind met een handicap nodig heeft om het onderwijsleerproces in een gewone school te kunnen volgen • vragen over de rechten en plichten van leerlingen U kan de afdeling contacteren via scholen.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be. Departement Onderwijs en Vorming - Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkten worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be. Agentschap voor Onderwijsdiensten - Personeel Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding. Zij beheert de bijbehorende financiële en administratieve personeelsdossiers. Dit omvat: • het bijhouden, opvolgen en verwerken van de verschillende verlofstelsels zoals ziekteverlof, loopbaanonderbreking, verschillende stelsels van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties, verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen in het onderwijs, … • het bijhouden, controleren en verwerken van de verschillende terbeschikkingstellingen in het onderwijs (wegens ziekte, wegens ontstentenis van betrekking, wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, ...) Zij verstrekt inlichtingen en levert een aantal gegevens aan voor interne en externe klanten. U kan de afdeling contacteren via personeel.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be.

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

Budget basisonderwijs (beleidskredieten 2006): 2.689.780 duizend euro. Aandeel basisonderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 32,04%. Budget gewoon basisonderwijs: 2.347.502 duizend euro waarvan 12,23% naar werking, 4,02% naar investeringen en 83,74% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon basisonderwijs: 342.278 duizend euro waarvan 7,55% naar werking, 2,14% naar investeringen en 90,08% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.


L E E R L IN G E N aantal leerlingen:

kleuteronderwijs gewoon 232.709 buitengewoon 1.821 totaal kleuteronderwijs 234.530

SCHOLEN

lager onderwijs gewoon buitengewoon totaal lager onderwijs

388.973 26.753 415.726

totaal basisonderwijs: 650.256

aantal scholen:

kleuteronderwijs gewoon 2.127 buitengewoon 91 totaal 2.218

lager onderwijs gewoon buitengewoon totaal

2.146 191 2.337

totaal basisonderwijs: 2.505 (1)

verdeling over de provincies (1) gewoon kleuteronderwijs buitengewoon

gewoon lager onderwijs buitengewoon

18.000

5.405

3.855

80.000

21 30

11

23

43

40.000

275

28

13

300

380

0

108.022

Antwerpen

47.081

72.178

40.113

70.814

Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen

52.046

87.530

Oost-Vlaanderen

29.454

100

Limburg

0

564

Antwerpen

424

413

402

418

Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen

verhouding kleuter / lager / gewoon / buitengewoon buitengewoon lager 4,1%

474

470

Oost-Vlaanderen

286

280

3.311

kleuteronderwijs GO 16,9% OGO 21,1%

VGO 62,0%

1.970

20-29

30-39

VGO 61,6%

1.392

40-49

50-59

60+

leeftijd

personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden vastbenoemd personeel in het gewoon basisonderwijs

GO 16,7%

3.478

634

0

lager onderwijs

OGO 21,7%

1.874

Limburg

verdeling over de netten

gewoon kleuter 35,8%

gewoon lager 59,8%

55+

4.000

540

2.562

6.000

200

50.415

11.463

8.000

2.000 64.000

12.918

10.000

4.340

414

285

7.206

16.447

vrouwen 15.281

12.000

45

400

60.000

20.000

14.000

23

500

467

mannen

16.000 45

600

totaal 59.416 9.352 68.768

personeelsleden naar geslacht en leeftijd

700

5.945

vrouwen 49.770 7.731 57.501

totaal basisonderwijs: 68.768

gewoon kleuteronderwijs buitengewoon

gewoon lager onderwijs buitengewoon

100.000

aantal personeelsleden: mannen gewoon basisonderwijs 9.646 buitengewoon basisonderwijs 1.621 totaal 11.267

verdeling over de provincies (2)

7.208

120.000

P E RSON E E L

OGO 22,9%

GO 14,2%

VGO 62,9%

vastbenoemd personeel in het buitengewoon basisonderwijs GO 28,3%

VGO 57,9%

OGO 13,8%

buitengewoon kleuter 0,3% tijdelijk personeel in het gewoon basisonderwijs

verdeling over de netten

OGO 22,6%

kleuteronderwijs

lager onderwijs

GO 14,0%

GO 14,3%

VGO 63,4%

OGO 22,0%

(1) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.

VGO 63,7%

GO 21,2% (1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.050 scholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen. B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs

VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

OGO 22,7%

VGO 56,0%

bestuurs- en onderwijzend personeel overig personeel

tijdelijk personeel in het buitengewoon basisonderwijs GO 38,5%

VGO 49,0% OGO 12,5%

gewoon basisonderwijs 46.479 gewoon basisonderwijs 3.943

buitengewoon basisonderwijs 5.595 buitengewoon basisonderwijs 2.518


BUDGET Budget secundair onderwijs (beleidskredieten 2006): 3.422.785 duizend euro. Aandeel secundair onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 40,77%. Budget gewoon secundair onderwijs: 3.156.365 duizend euro waarvan 11,28% naar werking, 2,68% naar investeringen en 85,41% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon secundair onderwijs: 266.420 duizend euro waarvan 7,60% naar werking, 2,00% naar investeringen en 90,41% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.

verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

netoverschrijdend 0,7% GO 23,2%

VGO 70,3%

OGO 13,7%

VGO 63,0%

evolutie van de kostprijs per leerling (in EUR)

gewoon secundair onderwijs

16.000 14.000

15.186,67 13.692,70

14.764,72

14.695,43

15.098,89

13.114,17

10.000

6.437,42

6.641,83

6.878,73

7.009,84

7.037,71

7.157,19

6.000 4.000 2.000 0

2001

2002

s e c u n d a i r o n de r w i j s in beeld

Agentschap voor Onderwijsdiensten – Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan secundaire scholen en leerlingen en aan het deeltijds kunstonderwijs. Dit omvat o.a. : • toekenning van de verschillende soorten urenpakketten en punten • toekenning van de verschillende soorten toelagen • verificatie van de leerlingengegevens • gelijkwaardigheid verlenen aan buitenlandse diploma’s • mee leiding geven aan de deskundigen van de Lokale Overlegplatformen • opvolgen van de spijbelproblematiek U kan de afdeling contacteren via scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be.

buitengewoon secundair onderwijs

12.000

8.000

2005 - 2006

Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen, gelijke-onderwijskansenbeleid, leerlingenrechten, Regionale Technologische Centra, …). U kan de afdeling contacteren via secundaironderwijsbeleid@vlaanderen.be.

2003

2004

2005

2006

Departement Onderwijs en Vorming - Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkten worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be. Agentschap voor Onderwijsdiensten - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Zij beheert de bijbehorende financiële en administratieve personeelsdossiers. Dit omvat: • het bijhouden, opvolgen en verwerken van de verschillende verlofstelsels zoals ziekteverlof, loopbaanonderbreking, verschillende stelsels van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties, verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen in het onderwijs, … • het bijhouden, controleren en verwerken van de verschillende terbeschikkingstellingen in het onderwijs (wegens ziekte, wegens ontstentenis van betrekking, wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, ...) Zij verstrekt inlichtingen en levert een aantal gegevens aan voor interne en externe klanten. U kan de afdeling contacteren via personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be.

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

OGO 9,1%

GO 19,9%

Met de invoering van BBB werd de administratie Secundair Onderwijs opgeheven. Vier entiteiten – twee beleidsvoorbereidende en twee beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs.


L E E R L IN G E N

SC H O L E N

P E RSON E E L

aantal leerlingen: voltijds secundair onderwijs gewoon 439.550 buitengewoon 17.801

deeltijds secundair onderwijs deeltijds beroepssecundair onderwijs 6.445 deeltijds secundair zeevisserijonderwijs 5

aantal scholen:

voltijds secundair onderwijs gewoon 927 buitengewoon 110

deeltijds secundair onderwijs (1) deeltijds beroepssecundair onderwijs deeltijds secundair zeevisserijonderwijs

47 1

aantal personeelsleden: gewoon secundair onderwijs buitengewoon secundair onderwijs totaal

totaal deeltijds:

totaal voltijds:

totaal deeltijds:

48

totaal secundair onderwijs: 76.706

totaal voltijds:

457.351

6.450

verdeling over de provincies gewoon secundair onderwijs 150.000

buitengewoon secundair onderwijs

1.037

verdeling over de provincies

deeltijds secundair onderwijs

gewoon secundair onderwijs 300

2.445 4.754

buitengewoon secundair onderwijs

deeltijds secundair onderwijs

1.185 3.872

90.000

200 839 3.137

18.000

6

20

11

150

17

100

0

Antwerpen

85.103

Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen

96.982

Limburg

257 0

159

Antwerpen

buitengewoon secundair onderwijs

OGO 7,9%

GO 22,4%

VGO 75,7%

OGO 13,0%

GO 24,6%

VGO 64,6%

192

136

Oost-Vlaanderen

Limburg

8.000 5.777 4.300

1.604

OGO 8,1%

VGO 67,3%

buitengewoon secundair onderwijs

OGO 15,4%

0

20-29

30-39

40-49

GO 17,3%

BSO 36,0% KSO 2,2%

ASO 39,1% TSO 22,7%

KSO 1,3%

BSO 23,1% TSO 32,7%

ASO 42,9%

OGO 9,4%

GO 17,9%

GO 26,6% OGO 9,6%

OGO

BSO 45,0%

ASO 12,4%

KSO 7,3%

TSO 35,3%

(1) De centra voor deeltijds secundair onderwijs zijn steeds verbonden aan een school voor gewoon voltijds secundair onderwijs. B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

60+

leeftijd

VGO 72,7%

vastbenoemd personeel in het buitengewoon secundair onderwijs GO 21,6% OGO 14,6%

VGO 63,7%

VGO 67,3%

verdeling over de onderwijsvormen in de 2de, 3de en 4de graad en het modulair onderwijs voor het gewoon voltijds secundair onderwijs VGO

50-59

1.328

personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden

tijdelijk personeel in het gewoon secundair onderwijs

GO

55+

7.673

vastbenoemd personeel in het gewoon secundair onderwijs

verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs

GO 16,4%

183

Vlaams-Brabant en B.H.G. West-Vlaanderen

verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs

8.647

2.000

63.695

Oost-Vlaanderen

10.852

10.594

4.000

50 71.654

7.036

13.205

12.726

10.000 9

19

6.000

122.116

6.564

vrouwen

12.000

25

60.000

30.000

mannen

14.000 10

589 2.211

totaal 69.993 6.713 76.706

16.000

12

250 1.392 3.827

vrouwen 42.388 4.112 46.500

personeelsleden naar geslacht en leeftijd

29

120.000

mannen 27.605 2.601 30.206

ASO: algemeen secundair onderwijs TSO: technisch secundair onderwijs KSO: kunstsecundair onderwijs BSO: beroepssecundair onderwijs

VGO 63,8%

bestuurs- en onderwijzend personeel gewoon secundair onderwijs - regenten - ten minste HOLT - andere overig personeel gewoon secundair onderwijs

tijdelijk personeel in het buitengewoon secundair onderwijs GO 27,0% OGO 11,5%

55.388 25.374 19.595 10.419 6.729

VGO 61,5%

buitengewoon secundair onderwijs 5.120

buitengewoon secundair onderwijs

867


BUDGET Budget hoger onderwijs (beleidskredieten 2006): 1.426.864 duizend euro. Aandeel hoger onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 16,99%. Budget hogescholenonderwijs (beleidskredieten 2006): 643.701 duizend euro. Budget universitair onderwijs (beleidskredieten 2006): 778.191 duizend euro. Budget hoger onderwijs algemeen (beleidskredieten 2006): 4.972 duizend euro.

Met de invoering van BBB werd de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek opgeheven. Twee entiteiten – een beleidsvoorbereidende en een beleidsuitvoerende – zijn nu samen verantwoordelijk voor het hoger onderwijs.

(in duizend EUR)

hogescholenonderwijs

800.000

universitair onderwijs (1) 751.293

735.439

716.165

774.640

700.000 600.000

597.917 543.055

559.674

587.867

598.073

610.310

778.191 643.701

500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0

2001

2002

2003

2004

2005

2006

evolutie van de kostprijs per student hogescholenonderwijs

(in EUR) 15.000

13.262,81 12.000

universitair onderwijs (1) 13.592,56

13.841,37

14.326,61

10.999,41

9.000 6.000

5.648,00

5.791,06

6.093,56

6.219,37

6.322,92

6.619,71

3.000 0

2001

2002

2003

2004

2005

2006

(1) Inclusief de kredieten voor wetenschappelijk onderzoek die op de onderwijsbegroting ingeschreven staan. Vanaf 2002 werden bijkomend de middelen van het bijzonder onderzoeksfonds op de onderwijsbegroting ingeschreven. Vanaf het academiejaar 2004-2005 zijn er voor de universiteiten geen financierbare studenten meer geteld, waardoor er geen vergelijkbare kostprijs meer berekend kan worden.

ODC Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs - Personeel en Instellingen Hoger ­Onderwijs Deze entiteit is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid inzake hoger onderwijs. Zo staat ze o.a. in voor de subsidiëring/financiering van de hogescholen en de universiteiten en fungeert ze als sociaal secretariaat ten aanzien van de hogescholen. De afdeling stelt zich de volgende doelstellingen: • Ze verzorgt de financiële dienstverlening voor de personeelsleden van de hogescholen ten einde tijdig en correct de salarissen uit te betalen. • Ze kent de werkingsmiddelen van de onderwijsinstellingen van het hoger onderwijs toe. Dit omvat o.a. het tijdig verstrekken van ramingen, het correct berekenen en tijdig uitbetalen van de werkingsmiddelen, en de tijdige opmaak van begrotingsvoorstellen. • Ze verzorgt het gegevensbeheer met betrekking tot het hoger onderwijs. Dit omvat o.a. het tijdig en correct inzamelen van studentengegevens teneinde deze beschikbaar te stellen voor financiering, publieke verantwoording en informatieverstrekking. • Ze onderzoekt de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van nieuwe regelgevende initiatieven teneinde de beleidsvoorbereiding te informeren over de repercussies van de regelgeving op de uitvoering. • Ze onderzoekt en verstrekt de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma’s. • Ze organiseert het toelatingsexamen arts/tandarts. • De afdeling verzorgt een klantvriendelijke dienstverlening aan instellingen, studenten en personeels­ leden. De ondersteuning van de commissarissen van de Vlaamse regering voor de universiteiten, resp. hogescholen, situeert zich ook binnen deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijs@vlaanderen.be.

h o ge r o n de r w i j s in beeld

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

evolutie van het budget hoger onderwijs

2005 - 2006

Departement Onderwijs en Vorming - Hoger Onderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding en de beleidsevaluatie. Samen met de hogescholen, universiteiten en intermediaire organisaties wil de afdeling Hoger Onderwijs toekomstgerichte initiatieven pro-actief ontwikkelen, stimuleren en uitbouwen op het gebied van het hoger onderwijs en onderzoek. De entiteit zal: • een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kennissamenleving door de kwaliteit en de relevantie universitair onderwijs van het hoger onderwijs en onderzoek continu te verbeteren • het adaptatie- en innovatievermogen van de hogescholen en universiteiten en van het hoger hogescholenonderwijs onderwijsbestel versterken door het verruimen van de autonomie van de hogescholen en universiteiten, door deregulering en vereenvoudiging • de internationale erkenning en herkenbaarheid van het Vlaams hoger onderwijsbestel versterken • zorg dragen voor een kwaliteitsvolle en relevante regelgeving • tijdige en correcte informatie verstrekken aan alle belanghebbenden met het oog op een correcte interpretatie van de decreten en de besluiten • zorg dragen voor een goede communicatie, dialoog en overleg met alle stakeholders, vnl. met de studenten en de instellingen • een bijdrage leveren aan de internationale ontwikkelingen op het gebied van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek Ze staat ook in voor de ontwikkeling van de regelgeving voor de instellingen van het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) en van de regelgeving inzake de rechtspositie van het personeel van de hogescholen. De inschakeling van het hoger onderwijs in een Europese en internationale context, bv. op het gebied van het erkenningsbeleid van diploma’s, wordt ook opgevolgd door deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijsbeleid@vlaanderen.be.


STUDENTEN

STUDENTEN

HOGESCHOLENONDERWIJS

HOGER ONDERWIJS

aantal inschrijvingen (bachelors- en mastersopleidingen, en basisopleidingen en initiële lerarenopleidingen (afbouw)) (1) mannen vrouwen PBA + één cyclus 32.273 45.433 ABA + MA + twee cycli 14.634 10.027 totaal hogescholenonderwijs

46.907

aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs naar finaliteit (1) (2) mannen Professioneel hoger onderwijs hogescholen 32.273 Totaal professioneel hoger onderwijs 32.273 Academisch hoger onderwijs hogescholen 14.634 Academisch hoger onderwijs universiteiten 26.500 Totaal academisch hoger onderwijs 41.134

totaal 77.706 24.661

55.460

102.367

Totaal hoger onderwijs

Aantal inschrijvingen per hogeschool mannen vrouwen totaal Arteveldehogeschool

aantal inschrijvingen (in de academische basisopleidingen) (1) (2) mannen totaal 26.500

1.654 2.088 3.742 2.129 2.308 4.437

Erasmushogeschool Brussel Groep T - Leuven Hogeschool

1.133 408

Hogere Zeevaartschool

52

161.539

365

Universiteit Gent

798

vrouwen 32.672

totaal 59.172

3.515 3.740 7.255

bestuurs- en onderwijzend personeel 2.000

1.888

Katholieke Hogeschool Kempen Katholieke Hogeschool Leuven

1.789 3.123 4.912

Katholieke Hogeschool Limburg

2.239 2.786 5.025

Katholieke Hogeschool Mechelen

709

168

1.552

Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen

316

837

1500

1.000

842

Transnationale Universiteit Limburg

311 0

232

500

429

20-29

5.000

10.000

15.000

20.000

25.000

55+

30-39

40-49

50-59

473

500

0

60+

347

343 81

149 146

20-29

30-39

6.652

assisterend academisch personeel

189

190 20 25

40-49

50-59

60+

leeftijd

4.397

11.049

administratief en technisch personeel

mannen vrouwen

1.137

609

1.500 1.047

1.000

1.645 2.136 3.781 1.415 1.524 2.939 12.000

500

15.000

(1) Het betreft de eerste inschrijving van de studenten in een instelling van het hoger onderwijs in het huidige academiejaar. Daarnaast kunnen de studenten zich nog inschrijven in een andere opleiding. Dit zijn dan tweede of volgende inschrijvingen.

(1) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, kandidaturen, licenties. (2) Het betreft de eerste inschrijving van de studenten in een instelling van het hoger onderwijs in het huidige academiejaar. Daarnaast kunnen de studenten zich nog inschrijven in een andere opleiding. Dit zijn dan tweede of volgende inschrijvingen.

0

435

1.148

505

479 184

PBA: professioneel gerichte bachelor ABA: academisch gerichte bachelor MA: master

55+

2.000

1.234 1.881 3.115

9.000

388

280

zelfstandig academisch personeel

543

2.047 2.889

6.000

165

1000

855

totaal

3.412 3.783 7.195

2.527 3.799 6.326

3.000

1.393

1.389

104

aantal personeelsleden ten laste van de werkingsuitkeringen van het universitair onderwijs: academiejaar 2004-2005 mannen vrouwen totaal zelfstandig academisch personeel 3.195 678 3.873 assisterend academisch personeel 1.422 1.271 2.693 administratief en technisch personeel 2.035 2.448 4.483

2.947 1.859 4.806

0

mannen vrouwen

1.155

0

563 1.272

Universiteit Antwerpen

1.568 2.417 3.985

Katholieke Hogeschool Sint-Lieven

148

Universiteit Hasselt

2.482 3.331 5.813

XIOS Hogeschool Limburg

2000

1.360

11.439

overig personeel

147

2.972 3.705 6.677

Katholieke Universiteit Brussel

1.288 1.770 3.058

Provinciale Hogeschool Limburg

5.850

9.984 12.222 22.206

Vrije Universiteit Brussel

2.483 1.611 4.094

Hogeschool West-Vlaanderen Karel de Grote-Hogeschool - Kath. hogeschool Antwerpen

Plantijn-Hogeschool van de provincie Antwerpen

5.589

1.500

8.964 11.999 20.963

Katholieke Universiteit Leuven

3.177 2.361 5.538

Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

Lessius Hogeschool

totaal

mannen vrouwen totaal

6.517 6.688 13.205

Hogeschool Gent

Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende

88.132

Aantal inschrijvingen per universitaire instelling

460 3.028 3.645 6.673

433

totaal 77.706 77.706 24.661 59.172 83.833

aantal personeelsleden ten laste van de werkingsenveloppe van het hogescholenonderwijs: mannen vrouwen totaal bestuurs- en onderwijzend personeel 4.963 4.513 9.476 overig personeel 626 1.337 1.963

557 1.690

Hogeschool Antwerpen

Hogeschool Sint-Lukas Brussel

vrouwen 45.433 45.433 10.027 32.672 42.699

UNIVERSITAIR ONDERWIJS

2.454 5.372 7.826

EHSAL - Europese Hogeschool Brussel

73.407

P E RSON E E L

274

131

638 660

784 611 410 259 208

55+ 166

48 16 6 20-29 30-39 40-49 50-59 60+

20-29

30-39

582 472

838 876 691

107 40

20-29 30-39 40-49 50-59 60+

55+


BUDGET HET VOLWASSENENONDERWIJS

Budget permanente vorming (beleidskredieten 2006): 444.674 duizend euro. Aandeel permanente vorming t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 5,30%.

Het volwassenenonderwijs heeft tot opdracht aan de cursisten kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen, nodig voor: - het maatschappelijk functioneren, - het deelnemen aan verder onderwijs, - de uitoefening van een beroep, - het beheersen van een taal en de cursist in staat te stellen een erkend deelcertificaat, certificaat, getuigschrift of diploma te behalen.

verdeling van het budget (1) (in duizend EUR) 250.000

230.121

200.000

178.860

50.000 19.170

13.083

3.440 onderwijs voor sociale promotie

basiseducatie

B.I.S. (Begeleid deeltijds kunstonderwijs coördinatie Individueel Studeren) permanente vorming

deeltijds kunstonderwijs

onderwijs voor sociale promotie (2)

1.200

1.134,09 969,57

1.001,92

1.028,37

910,00

901,62

800 624,19

649,82

692,13

710,95

727,21

600

Het deeltijds kunstonderwijs biedt op een toegankelijke manier artistieke vorming aan jongeren en aan volwassenen. Er is keuze uit vier studierichtingen: beeldende kunst, muziek, woordkunst en dans. Elk van die studierichtingen is verder onderverdeeld in een aantal opties. Alle aspecten van kunstbeleving en kunstbeoefening komen aan bod. Leerlingen verkrijgen artistiek inzicht, leren basistechnieken aan en verwerven theoretische kennis die kan toegepast worden in de praktijk. Alleen al het muziekonderwijs heeft een aanbod van 70 verschillende instrumenten, in de studierichting beeldende kunst bestaan er 30 soorten ateliers. Ook de opleidingen in woordkunst en dans zijn in belangrijke mate praktijkgericht. Jongeren kunnen zich degelijk en doelgericht voorbereiden op het hoger kunstonderwijs. Voor volwassenen betekent dit kunstonderwijs een zinvolle tijdsbesteding of een stap naar het beoefenen van kunst als liefhebber of als professioneel. Zeker is dat het deeltijds kunstonderwijs iedereen de kans geeft om de eigen artistieke persoonlijkheid volwaardig te ontplooien.

200

2001

2002

2003

2004

2005

2006

(1) De kredieten voor het onderwijs voor sociale promotie bevatten overwegend loonkosten. De werking van het onderwijs voor sociale promotie wordt gefinancierd met de inschrijvingsgelden. (2) Het decreet volwassenenonderwijs gaf aanleiding tot een andere wijze van registratie. Vanaf het schooljaar 1999-2000 wordt het aantal inschrijvingen in de referteperiode (1/2/X - 31/1/x+1) geteld i.p.v. het aantal cursisten.

Departement Onderwijs en Vorming - Instellingen en Leerlingen Basisonderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijsbeleid@vlaanderen.be - Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs: volwassenenonderwijsbeleid@vlaanderen.be - Arbeidsvoorwaardenbeleid: personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be

Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs - Personeel en Instellingen Levenslang leren: levenslangleren@vlaanderen.be - B.I.S.: bis@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten - Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be - Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: L. Van Buyten, secretaris-generaal

U kan onderstaande entiteiten contacteren via deze e-mailadressen:

400

0

Huizen van het Nederlands Vanaf september 2004 zijn er in Vlaanderen acht Huizen van het Nederlands werkzaam. Bij de Huizen van het Nederlands kunnen anderstalige volwassenen terecht voor informatie over het cursusaanbod Nederlands als tweede taal (NT2). Zij staan tevens in voor de coördinatie van de intake, de testing en oriëntering van volwassenen naar het meest gepaste aanbod NT2. HET DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS

evolutie van de kostprijs per cursist (1)

1.000

in beeld

Bijzondere vormen van volwassenenonderwijs zijn de basiseducatie en het B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren): * De basiseducatie richt zich tot laaggeschoolde volwassenen en volgt een zeer specifieke methode aangepast aan het doelpubliek. * Het B.I.S. verzorgt zowel schriftelijke cursussen als cursussen via het internet, thuis en in je eigen tempo, begeleid door een deskundige leraar–mentor.

100.000

(in EUR)

p e r m a n e n te v o r m i n g

Het onderwijs voor sociale promotie of “avondonderwijs” is wellicht de meest bekende vorm van volwassenenonderwijs. Onderwijs voor sociale promotie wordt ingericht zowel op secundair niveau als op het niveau van het hoger onderwijs van het korte type. De cursist wordt in staat gesteld een erkend studiebewijs te behalen. Het onderwijs is zeer divers en ruim. In een aantal instellingen kan de cursist bovendien het studiegebied “Algemene Vorming” volgen. Op die manier kan de cursist alsnog een volwaardig diploma van het secundair onderwijs behalen.

150.000

0

2005 - 2006


VO L WA S S E N E NON D E R W I J S

VO L WA S S E N E NON D E R W I J S

D E E L T I J D S K U N S T ON D E R W I J S

ONDERWIJS VOOR SOCIALE PROMOTIE

BASISEDUCATIE

SCHOOLBEVOLKING

SCHOOLBEVOLKING (referteperiode 1/2/2004 - 31/1/2005) aantal cursisten: secundair onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen totaal lineair 21.405 40.961 62.366 modulair 97.439 131.432 228.871 totaal 118.844 172.393 291.237

werkjaar 2004-2005

hoger onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen lineair 3.226 3.424 modulair 8.724 11.975 totaal 11.950 15.399

totaal 6.650 20.699 27.349

secundair onderwijs voor sociale promotie

Informatie- en communicatietechnologie (ICT) 8,1%

78.745

80.000

15.670 1.537

GO

VGO

OGO

5.544

GO

3.968

10.423

VGO

OGO

INSTELLINGEN aantal centra voor volwassenenonderwijs: secundair onderwijs voor sociale promotie: 108

53

50

werkjaar 2005

aantal cursisten: 22.431

31

spreiding van de cursisten over de verschillende studiegebieden

26 techniek 7,7%

13

10 0

GO

VGO

OGO

secundair onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen totaal in fysieke personen: 1.980 3.557 5.537 in voltijdse eenheden: 1.541 2.702 4.243

hoger onderwijs voor sociale promotie mannen vrouwen in fysieke personen: 756 507 in voltijdse eenheden: 381 326

secundair onderwijs voor sociale promotie (voltijdse eenheden) 984 1.000

hoger onderwijs voor sociale promotie (voltijdse eenheden)

687

712

600

200 VGO

OGO

verhouding jongeren / volwassenen

muziek, woordkunst en dans 98.523 85.888

80.000 60.000

51.752 37.351

40.000 20.000 0

20.116 18.768 7.481 2.443 GO

1.924 VGO

OGO

jongeren (-18 jaar)

GO

175 176 VGO

volwassenen

verdeling over de netten 147

150 120

60 30

15

5

GO

VGO

administratie 3,0% totaal 1.263 707

wiskunde 2,7%

talen 50,0%

economie 5,2%

PERSONEEL personeelsleden uitgedrukt in fysieke personen: personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden:

2.500

informatica 18,8%

OGO

vastbenoemd personeel

mannen 2.239 1.752

vrouwen 2.890 2.046

2.565

tijdelijk personeel

2.000 1.500

93 114 GO

162.123

0

365

400

38.884

3.000

vastbenoemd personeel tijdelijk personeel

733

varia 6,0%

wetenschappen 6,6%

PERSONEEL

762

123.239

90

17

20

aantal mentoren: 201

secundair onderwijs voor sociale promotie

29

30

totaal deeltijds kunstonderwijs

aantal instellingen: 167

B.I.S. (BEGELEID INDIVIDUEEL STUDEREN)

hoger onderwijs voor sociale promotie

40

totaal 56.119 106.004

INSTELLINGEN

hoger onderwijs voor sociale promotie: 61

verdeling over de netten 60

volwassenen 18.768 20.116

100.000

maatschappelijk functioneren/participeren (MO) 6,8%

Nederlands tweede taal 53,9%

jongeren (-18 jaar) 37.351 85.888

beeldende kunst

Nederlands moedertaal 7,0%

1.145 4.732

aantal financierbare leerlingen beeldende kunst muziek, woordkunst en dans

verdeling over de netten alfabetisering anderstaligen 17,3%

samengesteld aanbod 1,2%

27.698

20.000 18.998

0

rekenen 2,6%

61.698

40.000

800

andere 3,1%

modulair

lineair

60.000

0

hoger onderwijs voor sociale promotie

88.428

aantal centra voor basiseducatie: 29

spreiding van deelnemersuren over de verschillende leerdomeinen

verdeling over de netten 100.000

aantal cursisten: 26.188

1.000 82 67 OGO

GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

500 0

862 232 83 GO

12

44 VGO

OGO

totaal 5.129 3.798


STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2005 - 2006

Bachelor na bachelor

Minstens 60 studiepunten

Minstens 60 studiepunten

Minstens 60 studiepunten

Master na master

Master Schakelprogramma

Professioneel gerichte bachelor

Academisch gerichte bachelor

ENKEL HOGESCHOLEN (3)

UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN (ASSOCIATIE) (4)

Minstens 180 studiepunten

HOGER ONDERWIJS

Doctor (Enkel universiteiten)

theoretische leeftijd

Beroeps (1)

4de graad

18

VII

16

Algemeen

VI V

VII Kunst

VI V

VII Technisch

VI V

VII

VI V

Beroeps

3de graad

16 14

Algemeen

IV III

IV III

Kunst

DEELTIJDS

IV III

Technisch

V IV III

Beroeps

2de graad

14 12

II I

A

Beroepsvoorbereidend

B

II I

1ste graad leerjaren

BUITENGEWOON ONDERWIJS

SECUNDAIR ONDERWIJS (2)

leerjaren

BASISONDERWIJS

12

VI V IV III II I

6 LAGER ONDERWIJS 6 2,5 2,5

KLEUTERONDERWIJS (1) Iedereen die het tweede leerjaar van de 3de graad met vrucht heeft beëindigd of geslaagd is in een toelatingsexamen, heeft toegang tot de 4de graad beroepsonderwijs. (2) Het modulair onderwijs wordt niet in graden en leerjaren ingedeeld en is bijgevolg niet in het schema opgenomen. (3) De vroegere ééncyclusopleidingen aan de hogescholen zijn met ingang van het academiejaar 2004-2005 omgevormd naar professioneel gerichte bachelorsopleidingen. (4) De tweecycliopleidingen van de hogescholen en de academische opleidingen van de universiteiten zijn met ingang van het academiejaar 2004-2005 omgevormd naar academisch gerichte bachelorsopleidingen en masteropleidingen. Deze opleidingen gaan over van een minstens 2-jarige kandidatuur en een minstens 2-jarige licentie naar een 3-jarige academisch gerichte bachelor en een minstens 1-jarige mastersopleiding. Kandidaatsdiploma's zijn niet gelijkgeschakeld met bachelorsdiploma's.


LEERLINGEN

De leerlingenaantallen in deze plooifolder hebben betrekking op het aantal ingeschreven leerlingen en studenten op 1 februari 2006. In het hogescholenonderwijs en het universitair onderwijs worden de regelmatige (eerste) inschrijvingen in de professioneel en academisch gerichte bachelorsopleidingen, in de mastersopleidingen, en in de basisopleidingen in afbouw geregistreerd. In het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds kunstonderwijs en het B.I.S. (Begeleid Individueel Studeren) wordt het aantal inschrijvingen geteld. Dit aantal ligt hoger dan het aantal fysieke personen, omdat een leerling voor meerdere cursussen ingeschreven kan zijn. In het onderwijs voor sociale promotie wordt het aantal inschrijvingen in opleidingen gestart binnen de referteperiode (van 1 februari 2004 tot en met 31 januari 2005) geteld. Bij het ter perse gaan van deze publicatie waren de gegevens voor de referteperiode 1/2/2005-31/1/2006 nog niet gekend. Leerlingen die omwille van een langdurige ziekte les volgen in het buitengewoon onderwijs (de zogenaamde type-5-leerlingen) worden, om dubbeltellingen te vermijden, niet in het cijfermateriaal van het buitengewoon onderwijs opgenomen (voor het buitengewoon kleuteronderwijs betreft het 132 leerlingen, voor het buitengewoon lager onderwijs 203 leerlingen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 240 leerlingen). De leerlingen en studenten die ingeschreven zijn in Franstalige scholen of in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van de Vlaamse Overheid, worden evenmin in dit cijfermateriaal opgenomen. In het hoger onderwijs daarentegen zijn de opleidingen in een andere taal wel inbegrepen in de cijfers. Het Vlaamse hoger onderwijs omvat vanaf het academiejaar 20042005 opleidingen die leiden tot de graad van bachelor en master. Bachelorsopleidingen zijn in Vlaanderen ofwel professioneel gericht ofwel academisch gericht. Voor academisch gerichte bachelorsopleidingen vormt het doorstromen naar een mastersopleiding de hoofddoelstelling. Mastersopleidingen kunnen ook toegankelijk zijn voor professioneel gerichte bachelors na het succesvol afronden van een schakelprogramma. Bachelorsopleidingen hebben een studieomvang van minstens 180 studiepunten. Mastersopleidingen hebben een studieomvang van minstens 60 studiepunten. Vanaf het academiejaar 2005-2006 werd het klassieke jaarsysteem vervangen door een meer flexibel systeem met studiepunten.

SCHOLEN

Een school is een instelling waar onderwijs wordt verstrekt en die onder het bestuur staat van één directeur. In het onderwijs voor sociale promotie is de term “school” vanaf 1 september 1999 vervangen door “centrum voor volwassenenonderwijs”. Instellingen die onderwijs verstrekken aan leerlingen van het type 5, worden niet in het cijfermateriaal opgenomen (voor het buitengewoon kleuteronderwijs betreft het 6 scholen, voor het buitengewoon lager onderwijs 6 scholen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 4 scholen).

PERSONEEL

In de personeelsstatistieken wordt enkel het personeel geregistreerd dat ofwel rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt betaald, ofwel waarvan de lonen ten laste zijn van de werkingsenveloppe van het hoger onderwijs. Het personeel dat geniet van het stelsel ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen’ (TBS55+) is dus opgenomen in deze statistieken. Het meester-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd onderwijs komt niet aan bod in de statistieken. De gesubsidieerde contractuelen worden ook buiten beschouwing gelaten, omdat deze personeelsleden niet volledig door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming worden betaald. De personeelsgegevens hebben betrekking op de maand januari 2006, zoals gekend in juni 2006. De personeelsgegevens voor het universitair onderwijs zijn afkomstig van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vl. I.R.), en hebben betrekking op 1 februari 2005. De gegevens voor het academiejaar 2005-2006 waren bij het drukken van deze plooifolder nog niet beschikbaar.

Binnen het onderwijspersoneel wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bestuurs- en onderwijzend personeel en anderzijds de andere personeelscategorieën. Het bestuurspersoneel bestaat uit directeurs en adjunct-directeurs. Het onderwijzend personeel vervult een lesopdracht. De andere personeelscategorieën bestaan uit het administratief personeel, het werkliedenpersoneel van het gemeenschapsonderwijs, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het CLB-personeel, het inspectiepersoneel, het personeel pedagogische begeleiding, het personeel van de internaten en de kinderverzorgsters van het kleuteronderwijs. In het basisonderwijs komen bij het bestuurs- en onderwijzend personeel vanaf het schooljaar 2003-2004 ook de leraars LO (kleuteronderwijs) en de zorgcoördinatoren in aanmerking. In de categorie ‘andere personeelsleden’ is er in het basisonderwijs vanaf 2003-2004 een aanzienlijke uitbreiding van het administratief personeel. In CAO VI was opgenomen dat de gesco’s tewerkgesteld in het onderwijs op basis van de onderwijsconventie 8285 vanaf 1/1/2002 zouden omgezet worden naar contractuelen van onbepaalde duur. Voorheen werden deze personeelsleden niet opgenomen in de statistische publicaties, omdat de gesco’s niet volledig door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming werden betaald. Om informaticatechnische redenen konden deze contractuelen van onbepaalde duur voor de schooljaren 2001-2002 en 2002-2003 niet geregistreerd worden in de edities vóór 2003-2004. Het aantal personeelsleden wordt uitgedrukt in fysieke personen. Vanaf de editie 2003-2004 wordt er rekening gehouden met korte vervangingen (van minder dan een jaar). De fysieke personen worden geregistreerd in het onderwijsniveau en onderwijsnet waar zij de grootste lesopdracht hebben. Het aantal personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden is de som van alle deelopdrachten van alle personeelsleden (m.a.w. met inbegrip van de vervangingen van minder dan een jaar). Bij het hogescholenonderwijs zijn de lesopdrachten van de gastprofessoren en de mandaatvergoedingen niet in de voltijdse eenheden opgenomen. Voor het universitair onderwijs zijn de gastprofessoren en vervroegd gepensioneerden in het cijfermateriaal opgenomen voor wat betreft het aantal personeelsleden, maar niet voor de budgettaire fulltime-equivalenten.

BUDGET

Het budget wordt uitgedrukt in termen van beschikbare beleidskredieten die jaarlijks worden geraamd en ingeschreven in de (aangepaste) uitgavenbegroting van de Vlaamse overheid. De beleidskredieten omvatten de niet-gesplitste kredieten, de gesplitste vastleggingskredieten, de variabele kredieten, de machtigingen en de bijkredieten vorige jaren, verminderd met de vereffeningskredieten en de uitgaven voor de schuldenlast. De term beschikbare kredieten betekent dat deze kredieten naast de hierboven vermelde kredieten ook het aandeel in de globale provisies (vnl. index en CAO) en kredietherschikkingen omvatten. De gegevens voor 2006 hebben betrekking op de kredieten na de eerste budgetcontrole. Bepaalde niveauoverschrijdende uitgaven, waarvan de verdeling over de niveaus gekend is, worden toegewezen aan de respectievelijke niveaus (o.a. onderwijsvoorrangsbeleid en investeringen). Zonder deze aanpassing is het beeld van de reële uitgaven per niveau vertekend. Voor 2006 zijn de werkelijke gegevens nog niet beschikbaar en werd dezelfde verdeling als 2005 verondersteld. Er wordt in dit cijfermateriaal dus geen rekening gehouden met de inspanningen van andere (lokale) overheden, noch met de inspanningen van ouders, scholen en privé-bedrijven. De kostprijs per leerling/student wordt berekend op basis van het aantal financierbare leerlingen/studenten. Een financierbare leerling/student is een regelmatig ingeschreven leerling/student die op basis van bepaalde criteria zoals onderwijsniveau, studierichting, herkomst, ... een wegingscoëfficiënt krijgt. Deze financierbare eenheden bepalen de grootte van de werkingsmiddelen en het personeelsbestand van elke onderwijsinstelling. De bedragen worden steeds in duizend euro (duizend EUR) uitgedrukt, tenzij anders vermeld.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vlaams_onderwijs_beeld_2005_2006.pdf by Vlaanderen-be - Issuu