Onderzoek noden designsector Eindrapport | 21 januari 2022
In opdracht van Z33 Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur Bonnefantenstraat 1 3500 Hasselt
Dit onderzoek werd uitgevoerd door: Michelle Accardo
Jozef II-straat 40 B1
Isabelle De Voldere
1000 Brussel
Laura Lecluyse Charlotte Dekoninck
T: +32 2 282 17 10 info@ideaconsult.be www.ideaconsult.be
Inhoudsopgave 1/
2/
3/
4/
5/
6/
Opzet onderzoek
3
1.1.
Context en onderzoeksvraag
3
1.2.
Methodologie
3
1.3.
Leeswijzer
4
Brede bevraging
5
2.1.
Opmaak vragenlijst
5
2.2.
Verspreiding en respons
6
Profielschets designers
7
3.1.
Karakterisering doelgroep bevraging – (literatuur)verkenning
7
3.2.
Profielschets respondenten bevraging
8
Bestaande noden en behoeften
17
4.1.
Noden en behoeften van designers in een artistieke context – (literatuur)verkenning
17
4.2.
Inzichten uit de bevraging
18
Ondersteuning
28
5.1.
Bestaande vormen van ondersteuning in Vlaanderen – (literatuur)verkenning
28
5.2.
Inzichten uit de bevraging
31
Conclusies & aanbevelingen
43
BIJLAGEN
46
B.1 / Betrokken actoren
47
1.1.
Stuurgroep
47
1.2.
Interviews
47
1.3.
Klankbordgroep
47
B.2 / Vragenlijst - Online bevraging
48
1 / Opzet onderzoek 1.1.
Context en onderzoeksvraag
Z33 is een grensverleggende kunstinstelling in Hasselt, op het kruispunt van actuele kunst, design en architectuur. Z33 is een binnen het Kunstendecreet gesubsidieerde kunstenorganisatie en kreeg naast de lopende werking, vanuit het Limburgplan de extra opdracht om drie jaar lang extra inspanningen te leveren binnen vier krachtlijnen: (1) Regierol Limburg, (2) Expertisecentrum Design, (3) Kunst in Open Ruimte en (4) Samenwerking Onderwijs. Z33 vervult zo een trekkende en stimulerende rol ten aanzien van artistieke actoren in Limburg en Vlaanderen. Binnen de krachtlijn “Expertisecentrum Design” onderzoekt Z33 volgens welke scenario’s een eventueel nieuw
expertisecentrum design in Vlaanderen dat de culturele en maatschappelijke waarde/kracht van design(methodieken) onder de aandacht kan brengen in Vlaanderen kan worden vormgegeven. Een designexpertisecentrum in Vlaanderen moet in relatie staan met het veld dat zij ondersteunt en onderzoekt, om effectief een meerwaarde te kunnen bieden. Via een overzicht op de noden van de designers in Vlaanderen kan het programma van het designexpertisecentrum meer gericht worden ingevuld. Om een beter zicht te krijgen op de specifieke artistieke (ondersteunings)noden van individuele designers en de brede designsector in Vlaanderen, werd IDEA Consult aangesteld voor het uitvoeren van een onderzoek – inclusief het organiseren van een online bevraging bij designers in Vlaanderen in het voorjaar 2021. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke artistieke noden bestaan er momenteel bij designers en hoe kan hierin vanuit een expertisecentrum design ondersteuning geboden worden? De resultaten van het onderzoek zullen een belangrijke basis zijn voor Z33 voor het opstellen van een eerste voorstel tot activiteitenplan voor het toekomstige expertisecentrum design dat aansluit bij de wensen uit de sector. In dit rapport worden de resultaten van het behoefteonderzoek designers gebundeld.
1.2.
Methodologie
Het onderzoek naar de noden van designers in Vlaanderen biedt zicht op de algemene tendensen die momenteel binnen het brede designveld bestaan. Hoewel de brede bevraging het belangrijkste instrument is dat binnen de onderzoeksopgave ingezet werd, werden in vier opeenvolgende fasen diverse methodieken ingezet om een
antwoord op de onderzoeksvraag te formuleren. Na elke fase werd een stuurgroep georganiseerd ter bespreking van de resultaten en ter voorbereiding van de volgende fase. Volgend schema toont de fasen en gehanteerde onderzoeksinstrumenten. Deskresearch Fase 1: Scope bepalen van het onderzoek
Interviews
x
Fase 2: Voorbereidende mapping van het veld
Interne workshop
Online bevraging
x
x
x
x
x
x
Klankbordgroep
Fase 3: Onderzoek van de noden van individuele designers en
x
x
✓
✓
noden van de designsector Fase 4: Opmaak rapport
✓
✓
✓
De brede kwantitatieve bevraging van het veld is een belangrijk instrument om uitspraken te kunnen doen over actoren binnen de designsector en hun noden. Hieraan werd ook een rolverkenning voor het expertisecentrum design gekoppeld. In de brede bevraging werd getoetst welke ondersteuning eventueel geboden zou kunnen worden door een expertisecentrum design in Vlaanderen. Tot slot werd een klankbordgroep georganiseerd, een geanimeerd gesprek dat vooral een validatie van de bevindingen uit de bevraging opleverde en waarin een aantal van deze bevindingen verder werden uitgediept.
1.3.
Leeswijzer
In dit rapport wordt gestructureerd verslag gedaan van de onderzoeksresultaten: » In het deel 2 wordt dieper ingegaan op de opzet en verspreiding van de brede bevraging. » In het deel 3 wordt het profiel van de designers en het designveld geschetst o.b.v. de voorbereidende mapping van het veld en de resultaten van de bevraging. » In het vierde deel wordt dieper ingegaan op de gedetecteerde noden en behoeften van individuele designers en het designveld. » In het vijfde deel ligt de focus op bestaande vormen van ondersteuning en gewenste vormen van ondersteuning. » In het zesde deel worden tot slot de onderzoeksresultaten vertaald naar conclusies en aanbevelingen.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
4
2 / Brede bevraging 2.1.
Opmaak vragenlijst
De opmaak van de vragenlijst voor de online survey werd voorafgegaan door deskresearch en een beperkt aantal gerichte interviews met experten, met volgende vragen als kader: welke actoren kunnen we onderscheiden in het veld en welke ondersteuningsmechanismen bestaan al? Welke noden en behoeften van ontwerpers in een artistieke context kunnen we al identificeren? Welke bestaande rollen en taken van steunpunten en expertisecentra in Vlaanderen kunnen we detecteren (bv. Kunstenpunt, VAi, Op/Til, Poppunt, …)? We verwijzen naar bijlage BIJLAGEN1.2 1.2voor het overzicht van interviewees. De deskresearch en interviews stelden het onderzoeksteam in staat om een beschrijving van het landschap op hoog niveau te maken en inhoudelijke invulling te geven aan de vragenlijst. Deze laatste werd uiteindelijk gestructureerd in drie onderdelen:
Profielschets van de respondent (vragen 1 tot 6);
Vragen die peilen naar noden en behoeften van de individuele designer en de brede designsector (vragen 7 tot 10); en
Vragen die peilen naar (gewenste) vormen van ondersteuning (vragen 11 tot 19).
De bevraging werd opgesteld met de designer als doelgroep in het vizier. De eventuele noden van andere actoren in het designveld (ecosysteem) werden niet meegenomen. Het ontwerp van vragenlijst werd voorgelegd aan en gevalideerd door de stuurgroep, alvorens deze online werd verspreid. We verwijzen naar bijlage BIJLAGENB.2 /1.2voor de volledige vragenlijst.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
5
2.2.
Verspreiding en respons
In nauwe samenwerking met Z33 stelde IDEA Consult een verspreidingsplan op, waarin maximaal werd ingezet op het netwerk van de verschillende stuurgroepleden (Z33, Flanders DC, Designregio Kortrijk…) en hun communicatiekanalen (nieuwsbrieven, sociale media) om bij designers in Vlaanderen bekendheid te geven aan de bevraging. Bij de opmaak van het verspreidingsplan werd rekening gehouden met de GDPR-richtlijnen. De bevraging werd online gelanceerd op 31 maart 2021 en werd afgesloten op 31 mei 2021. In totaal namen 281 respondenten deel aan de bevraging. Echter, niet alle deelnemers beantwoordden voldoende vragen om kwaliteitsvol mee te nemen in de analyse. Ook behoorden niet alle deelnemers tot de beoogde doelgroep. Zij werden na de eerste vraag in de survey onmiddellijk naar het einde van de survey geleid (afdankpagina). Na cleaning van de dataset bleven uiteindelijk 198 respondenten over voor verdere analyse. Zij vormen de basis voor de analyse in deel 3 tem 5. We merken nog op dat niet elke respondent de volledige bevraging heeft beantwoord. In de analyse wordt telkens duidelijk vermeld op hoeveel respondenten de antwoorden betrekking hebben.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
6
3 / Profielschets designers 3.1.
Karakterisering doelgroep bevraging – (literatuur)verkenning
De designsector is een overkoepelende term voor zeer diverse subsectoren die zich bezighouden met design, ambacht en vormgeving. Traditioneel bestrijkt de designsector vier velden1 met daarin diverse disciplines, vertrekkend vanuit de ‘vormen’ waarin ontwerpen tot stand komen: »
Materieel design: ambachtelijke objecten in glas, keramiek, goud, zilver, metaal, hout, textiel... (unieke interieurobjecten of andere objecten of objecten in kleine oplage) en industriële producten in massa- of serieproductie vervaardigd.
»
Ruimtelijk design: interieurvormgeving, scenografie.
»
Grafisch design: grafische vormgeving, typografie, illustratie, reclamevormgeving, webdesign en digitaal design.
»
Immaterieel design: service design, social design, policy design, experience design…
Deze velden en daaronder gebrachte disciplines zijn niet vast omlijnd maar veranderlijk van aard. Design is een levende materie, soms zelfs eerder een methode of filosofie. Design als begrip stroomt door in andere sectoren, die aan de slag gaan met aspecten die design-gelieerd zijn zoals bv. design thinking. In de Veldverkenning Vormgeving (2019)2 wordt gesteld dat “alle designers werken met de ‘design thinking’ methode, die ze vervolgens op eender welk materiaal of probleem toepassen.”² In de Landschapstekening architectuurcultuur en design (2019)3 wordt deze fluïditeit als volgt geschetst: “Designers gaan verbindingen aan met spelers in andere maatschappelijke domeinen, zoals de vrije kunsten, onderwijs, economie, milieu, ruimtelijke ordening of welzijn. Afhankelijk van het samenwerkingsverband resulteert dit in een oneindig aantal op maat uitgetekende processen en producten. Designprincipes en -methodieken worden toegepast om antwoorden te bieden op complexe maatschappelijke uitdagingen op vlak van bijvoorbeeld mobiliteit, verstedelijking of energie- en afvalbeheer. Maar vormgevingspraktijken bepalen evenzeer het uitzicht en de functionaliteit van objecten die we elke dag gebruiken. Door dit alles heeft de designsector een niet te onderschatten impact op onze levensstijl en -kwaliteit.”
Bron: Flanders DC – Bij het “onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen van Onderzoeksgroep CuDOS werd de lijst van activiteiten gebaseerd op deze indeling van Flanders DC. 2 Zsuzsanna B. & Thoelen, A. (2019). Veldverkenning Vormgeving, CJM. 3 Kunstenpunt (2019). Landschapstekening kunsten. https://www.kunsten.be/nu-in-de-kunsten/landschapstekening-2019-architectuurcultuur-design/ 1
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
7
Het is dus niet evident om een volledig overzicht te schetsen van de Vlaamse designsector en daartoe horende zeer diverse en niet altijd aan elkaar gelinkte subsectoren. Bovendien is het (stringent) categoriseren naar type designer ook niet altijd wenselijk. Vaak is er sprake van een combinatie van meerdere disciplines of van een evolutie van één naar meerdere disciplines of naar een andere discipline binnen één of meerdere velden (en zelfs
daarbuiten bv. architectuur…). Een omgekeerde beweging is er mogelijk ook, ontwerpers uit andere sectoren maken een cross-over naar design. Denk dan bijvoorbeeld aan de creatieve industrie, architectuur, beeldende kunsten etc. De combinatie van disciplines wordt ook aangetoond in het onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen (2018)4 waarin respondenten aangeven op meerdere subdisciplines te focussen. Met name de velden ruimtelijk en immaterieel design vormen zelden het exclusief werkdomein van de designers die deelnamen aan de bevraging. Een combinatie met materieel en/of grafisch design werd hierbij vastgesteld. Verder blijkt uit deze studie dat designers ten gevolge van lage verloningen, onzekerheid en temporaliteit van inkomsten, hun inkomsten uit creatief werk vaak moeten aanvullen met inkomsten vanuit andere (aan design gerelateerde) bronnen (bv. inkomsten uit les- en consultancy opdrachten). Veelal blijkt dat designers inspanningen doen (ontwerpwerk op eigen initiatief, zakelijke aspecten, management, administratie, zichtbaar maken en promotie van eigen werk…) en diensten leveren (bv. lezingen, tentoonstellingen, schrijven over design en ontwerp …) die onbehoorlijk tot niet vergoed worden. Het is in die zin niet verwonderlijk dat designers (34% van de respondenten) naast hun discipline vaak ook een betaalde job uitoefenen binnen een andere sector, zoals onderwijs, kunst, amusement, recreatie en handel. Naar opleiding toe leert het onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen ons dat negen op tien van de respondenten over een diploma hoger onderwijs beschikt.5 Op basis van de sectorkaart van Flanders DC6 vinden we dat het hoger onderwijsaanbod in Vlaanderen en Brussel meer dan twintig verschillende designopleidingen biedt. Binnen de bestaande opleidingen ligt de focus meestal wel op één discipline en daarbij horende technieken, methodes en materialen. Buitenlandse opleidingen zoals bijvoorbeeld de Nederlandse Design Academy Eindhoven lijken zich daarin meer te onderscheiden, door meer het accent te leggen op de brede toepasbaarheid (en sociale impact) van design en kritische reflectie.
3.2.
Profielschets respondenten bevraging
Van de 242 respondenten die de survey invulden, gaf 62% aan professioneel actief te zijn in de designsector, 20% van de respondenten identificeert zichzelf als (her)startende designer, en 18% bleek uiteindelijk niet actief te zijn in de professionele designsector (Figuur 1). Deze laatste groep werd na de eerste vraag naar een afdankpagina geleid omdat zij niet tot de doelgroep behoren; zij vulden bijgevolg de rest van de vragenlijst niet verder in.
Bron: Siongers, J., Willekens, M., Pissens, L. & Lievens, J. (2018). Een onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen. Onderzoeksgroep CuDOS – Vakgroep Sociologie – Universiteit Gent. 5 Bron: Siongers, J., Willekens, M., Pissens, L. & Lievens, J. (2018). Een onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen. Onderzoeksgroep CuDOS – Vakgroep Sociologie – Universiteit Gent. 6 Opleidingen: https://www.flandersdc.be/nl/design/gids/landschap/opleidingen 4
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
8
Figuur 1 Professionele activiteiten in de designsector
Survey vraag: Bent u professioneel actief in de designsector of hebt u vanuit een andere sector te maken met de designsector? N = 242
3.2.1
Werksituatie
Wanneer we focussen op de respondenten die aanduidden professioneel actief te zijn in de designsector (i.e. blauwe categorie in Figuur 1), vinden we dat 44% voltijds zelfstandige is, 26% zelfstandige in bijberoep, 35% voltijds werknemer in dienstverband en 3% deeltijds werknemer in dienstverband is (Figuur 2). In drie gevallen wordt zelfstandige in bijberoep gecombineerd met een deeltijdse job in dienstverband. In acht gevallen wordt het gecombineerd met een voltijdse job in dienstverband. Figuur 2 Type professionele activiteiten in de designsector 50% 45%
66; 44%
40%
52; 35%
35% 30%
38; 26%
25% 20% 15% 10% 5%
5; 3%
0% Voltijds zelfstandig
Zelfstandig in bijberoep
Voltijds in dienstverband
Deeltijds in dienstverband
Survey vraag: U gaf aan dat u professioneel actief bent in de designsector. Duid aan op welke wijze u actief bent (meerdere antwoorden mogelijk)7 N = 149
Wanneer we inzoomen op de 49 respondenten die aangaven een (her)start te maken in de designsector (i.e. oranje categorie in Figuur 1), zien we in Figuur 3 dat 12% in de afgelopen drie jaar een eigen praktijk heeft
Noot: bij alle figuren gebaseerd op survey vragen waarbij meerdere antwoordmogelijkheden kunnen aangeduid worden, kan de som van de percentages hoger liggen dan 100%. 7
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
9
gestart in hoofdberoep en 18% in bijberoep; 27% werkt aan de (her)opstart van een eigen praktijk. Verder is 6% recent als designer in loonverband gestart en zoekt 33% momenteel naar een job als designer. Figuur 3 (her)start activiteiten in de designsector 0% Ik werk recent* als designer in loonverband. (*minder dan 3 jaar)
5%
10%
15%
20%
25%
30%
3; 6%
Ik ben momenteel op zoek naar een voltijdse job als designer
16; 33%
Ik werk momenteel aan de (her)opstart van een eigen praktijk
Ik heb recent* een eigen praktijk gestart als zelfstandige in hoofdberoep. (*minder dan 3 jaar geleden)
35%
13; 27%
6; 12%
Ik heb recent* een eigen praktijk gestart als zelfstandige in bijberoep. (*minder dan 3 jaar geleden)
9; 18%
Ander, gelieve te specifiëren
9; 18%
Survey vraag: U gaf aan dat u een designer bent die een start in de designsector maakt. duidt aan op welke wijze u deze start maakt (meerdere antwoorden mogelijk) N = 49
Wanneer we kijken naar de locatie waar de respondenten tewerkgesteld zijn of hun designpraktijk hebben, is 28% gevestigd in de provincie Antwerpen, 21% is tewerkgesteld in Oost-Vlaanderen en 16% in Limburg. De tien respondenten die werken in het buitenland doen dit meer specifiek in Nederland (6 respondenten), GrootBrittannië (2 respondenten), Spanje (1 respondent) en Mexico (1 respondent). Figuur 4 Locatie designpraktijk of tewerkstelling
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
10
Survey vraag: Waar is uw designpraktijk gevestigd of bent u tewerkgesteld als designer? N = 198
3.2.2
Demografische kenmerken
Figuur 5 geeft de verdeling van de leeftijd van de respondenten weer. Het gros van de respondenten is tussen de 25 en 34 jaar oud. Slechts 1% is 65 of ouder. Figuur 5 Leeftijd van de respondenten
Survey vraag: Wat is uw leeftijd? N = 198 8
Wat betreft geslacht van de respondenten, zien we in Figuur 6 dat 57% van de respondenten vrouwen betrof, 41% mannen en 2% neutraal.
Bemerk dat vanaf hier gefocust wordt op de respondenten die actief zijn in de designsector of een (her)start doormaken (Figuur 1). Dit wil zeggen dat de 44 respondenten die aangaven niet actief te zijn in de designsector niet verder werden meegenomen (N = 198, i.e., 242 – 44) 8
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
11
Figuur 6 Geslacht van de respondenten
Survey vraag: Wat is uw geslacht? N = 198
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
12
3.2.3
Specialisatie en opleiding
Figuur 7 geeft aan in welke specifieke discipline(s) binnen de designsector de respondenten actief zijn. Het grootste deel van de respondenten geven aan actief te zijn in de discipline ‘grafische vormgeving’, gevolgd door ‘product design’ en ‘interieurvormgeving’. De categorie ‘ander’ bevat onder andere disciplines zoals mode- en schoenontwerp, food design, game design, architectuur, mechanisch design en strategisch design. Figuur 7 Discipline binnen de designsector
Survey vraag: Binnen welke discipline bent u als designer actief? (meerdere antwoorden mogelijk) N = 198
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
13
Het viel verder op dat 81% van de respondenten meer dan één discipline aanduidde en dat sommige disciplines vaak samen vermeld werden. Daarom gingen we de correlaties tussen de disciplines na. De hoogste correlaties9 vinden we tussen de disciplines ‘product design’ en ‘industrieel design’, ‘webdesign’ en ‘typografie’, ‘typografie’ en ‘grafische vormgeving’, en ‘meubelontwerp’ en ‘interieurvormgeving’. Vervolgens bestudeerden we of het mogelijk was om de disciplines onder te verdelen in meerdere afgebakende clusters van vaak samen voorkomende disciplines. Echter, na het analyseren van de combinaties disciplines die de respondenten aanduidden10, bemerkten we dat er geen duidelijk afgelijnde clusters te identificeren zijn. De respondenten lijken grotendeels transdisciplinair te werken. De enige cluster die wel duidelijk naar voor komt uit de analyses is de cluster ‘grafisch’. Deze cluster bevat de vaak samen voorkomende disciplines ‘grafische vormgeving, ‘illustratie’, ‘reclamevormgeving’, ‘webdesign en digitaal design’ en ‘typografie’. Van de 198 respondenten die de vraag naar discipline invulden, zien we dat 107 respondenten (of 54%) tot deze cluster behoren. Van deze 107 respondenten in de cluster ‘grafisch’, behoort 64% enkel en alleen tot deze cluster, en 36% duidde, naast minstens één discipline in de cluster ‘grafisch’, nog een andere discipline aan. Het gros van de respondenten, namelijk 92%, genoot een design-specifieke opleiding aan een hogeschool of universiteit in Vlaanderen of Brussel (zie Figuur 8). 6% van de respondenten voltooide een designopleiding aan een hogeschool of universiteit in het buitenland. Telkens 4% van de respondenten behaalden respectievelijk een diploma middelbaar onderwijs ASO, TSO en KSO. Figuur 8 (Hoogst) genoten opleiding gespecialiseerd in design
Survey vraag: Wat is uw (hoogst) genoten voltooide opleiding die specialiseert in design? (meerdere antwoorden mogelijk) N = 198
9
Pairwise correlations: alle significante correlaties hoger dan of gelijk aan 0,45 worden hier vermeld Dit deden we op basis van correlaties, factoranalyse en manuele checks van combinaties
10
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
14
De populairste binnenlandse opleidingsinstelling onder de respondenten blijkt de Universiteit Antwerpen, met richtingen zoals ‘Ontwerpwetenschappen’, ‘Productontwikkeling’ en ‘Interieurarchitectuur’. 28% van de respondenten gaf aan daar een designopleiding te hebben gevolgd ( Figuur 9). Verder genoot 18% van de respondenten een designopleiding aan LUCA School of Arts Gent (bv. ‘Textielontwerp’, ‘Interieurvormgeving’, ‘Beeldende Vormgeving’, ‘Grafisch Ontwerp’, ‘Keramiek en Glaskunst’, en ‘Illustratie’) en 11% volgde een opleiding aan KASK – School of Arts Gent (bv. ‘Autonome Vormgeving’, ‘Digital Design and Development’, ‘Grafisch Ontwerp’, ‘Instrumentbouw’, ‘Interieurvormgeving’ en ‘Textielontwerp’). Wat betreft buitenlandse opleidingsinstellingen trekken vooral de Design Academy Eindhoven en Technische
Universiteit Delft Vlaamse designer-respondenten aan. De vijf respondenten die aangaven deeltijds kunstonderwijs voor volwassenen te hebben gevolgd (Figuur 8), deden dit via Syntra (3 respondenten), Deeltijds en/of Stedelijk Kunst Onderwijs (2 respondenten), Centrum voor
Volwassenonderwijs (1 respondent) of het Instituut voor Kunst en Ambacht (1 respondent). Figuur 9 Genoten opleidingen per instelling (met verschillende kleurcode per provincie*) Universiteit Antwerpen: Ontwerpwetenschappen, productontwikkeling (Ac. Master), Interieurarchitectuur (Ac. Master)
28%
LUCA School of Arts Gent: Textielontwerp (Ac. Master), Interieurvormgeving (samen met Brussel — Pr. Bachelor), Beeldende Vormgeving (Pr. Bachelor), Grafisch Ontwerp (Ac. Master), Keramiek en … KASK — School of Arts Gent: Autonome vormgeving (Ac. Master), Digital design and development (Pr. Bachelor), Grafisch ontwerp (Ac. Master), Instrumentenbouw (Ac. Master), Interieurvormgeving (Pr. Bachelor), …
18% 11%
PXL-MAD School of Arts Hasselt: Grafisch Ontwerp, Juweel- & Edelsmeedkunst, Vrije Kunsten (Ac. Master)
11% 10%
Ander
9%
LUCA School of Arts C-Mine: Productdesign (Ac. Master) LUCA School of Arts Brussel: Grafisch Ontwerp (Ac. Master), Interieurvormgeving (samen met Gent — Pr. Bachelor)
6%
KASK School of Arts Antwerpen: Grafisch Ontwerp (Ac. Master), Juweelontwerp (Ac. Master)
6%
Thomas More Mechelen: Interieur, Design en Architectuur: Meubelontwerp (BanaBa), Interieurvormgeving (Pr. Bachelor en Pr. Bachelor via Open Hoger Onderwijs), Toegepaste Architectuur (Pr.…
6% 5%
Universiteit Hasselt: Interieurarchitectuur (Ac. Master) Howest Industrial Design Center: Industrieel Productontwerpen (Pr. Bachelor), Digital Design & Development (Pr. Bachelor)
4% 3%
KULeuven, Gent: Interieurarchitectuur (Ac. Master) Sint Lucas, Karel De Grote Hogeschool, Antwerpen: Grafisch Ontwerp (Ac. Master), Juweelontwerp en Edelsmeedkunst (Ac. Master)
2%
Universiteit Gent, Kortrijk: Industriële wetenschappen: Industrieel Ontwerpen (Ac. Master)
1%
KULeuven, Brussel: Interieurarchitectuur (Ac. Master)
1% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
Survey vraag: Aan welke instelling volgde u een opleiding? (meerdere antwoorden mogelijk) N = 183
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
15
* blauw = Provincie Antwerpen, geel = Provincie Oost-Vlaanderen (Gent), groen = Provincie Limburg, Rood = Brussel, oranje = Provincie West-Vlaanderen (Kortrijk)
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
16
4 / Bestaande noden en behoeften 4.1.
Noden en behoeften van designers in een artistieke context – (literatuur)verkenning
In de Landschapstekening architectuurcultuur en design (2019) wordt de nood aan ontwikkelingskansen, zichtbaarheid en reflectie belicht. Zo zijn er weinig samenwerkingen tussen individuele designers in collectieven. Hierin zouden echter belangrijke ontwikkelkansen liggen. De beperkte mogelijkheden voor ondersteuning van promotie en ontwikkeling vanuit publieke organisaties en overheden evenals een soms te (discipline) specifieke inzet van deze mogelijkheden, werken in de hand dat niet de hele designsector er wel bij vaart. Daarnaast biedt kennisopbouw en -deling in het brede designveld kansen om meer zichtbaarheid te bewerkstelligen en kritische reflectie te stimuleren. Het brede ecosysteem, van (veelal individuele) designpraktijken tot potentiële opdrachtgevers kan aanzienlijk beter vernetwerkt worden en op elkaar ingespeeld raken.11 Verder komt uit de literatuurverkenning en interviews ook naar voor dat de weg van onderwijs naar een professionele en kwalitatieve designpraktijk niet geplaveid is. Designers moeten vaak zelf een weg zoeken en hebben hierbij nood aan begeleiding. De bestaande ondersteuning in het ontwikkelen van ondernemerschap is echter vaak niet op maat van de designer en het aanbod aan specialisaties die zelfontplooiing en artistieke ontwikkeling bevorderen, is niet altijd even toegankelijk (bv. buitenlandse opleidingen, residentieprogramma’s…). In het onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen vinden we dat designers overwegend ontevreden zijn met de professionele ondersteuning van beroepsorganisaties en praktische aspecten van het beroep. Bovendien wijst ditzelfde onderzoek erop dat een grote groep designers genoodzaakt is om werk te combineren om financieel rond te komen, hetgeen eveneens resulteert in ontevredenheid.12 Hoewel de focus in dit onderzoek ligt op noden die voortkomen uit artistiek werk - en niet zozeer om zakelijke of ondernemerschapsnoden, blijkt uit de literatuurstudie en interviews dat er soms maar een dunne grens of zelfs sterke overlap is tussen zakelijke en artistieke noden (bv. tijd voor creatie die opgeslorpt wordt door managementactiviteiten bij gebrek aan professionele ondersteuning) en ondersteuning. Eenzijdig focussen op artistieke noden en het strikt scheiden van zakelijke dan wel artistieke noden is o.a. om deze reden niet opportuun.
Bron: Kunstenpunt (2019). Landschapstekening architectuurcultuur en design. Geraadpleegd 17/02/2021 via: https://www.kunsten.be/nu-in-dekunsten/landschapstekening-2019-architectuurcultuur-design/ 12 Bron: Siongers, J., Willekens, M., Pissens, L. & Lievens, J. (2018). Een onderzoek naar de sociaaleconomische positie van architecten en designers in Vlaanderen. Onderzoeksgroep CuDOS – Vakgroep Sociologie – Universiteit Gent. 11
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
17
Zakelijke noden kunnen minstens even belangrijk en acuut zijn binnen de werkpraktijk van een designer. Bovendien kunnen deze noden artistieke noden vergroten of verdringen. Hoewel het evalueren van zakelijke noden en bestaande (zakelijke) ondersteuningsinstrumenten geen onderdeel uitmaakt van dit onderzoek, hebben we doorheen de bevraging wel oog voor het generiek bevragen van zakelijke noden.
4.2. 4.2.1
Inzichten uit de bevraging Noden en behoeften van individuele designers
In de vragenlijst werd uitvoerig gepeild naar de noden en behoeften van de individuele designers. Zoals Figuur 10 aantoont, gaven de respondenten daarbij aan het meest nood te hebben aan ‘netwerken met potentiële opdrachtgevers en/of bedrijven’, gevolgd door ‘mogelijkheden voor levenslang leren (bv. workshops, masterclasses)’ en ‘een brug tussen opleiding en praktijk in het kader van de uitbouw van een professionele artistieke praktijk’. De respondenten ervaren in het algemeen het minst nood aan ‘ruimte voor fysieke archivering van het werk’, ‘residenties of werkverblijven’ en ‘ondersteuning bij digitalisering van het werk (website, database, beeldmateriaal)’. Figuur 10 Noden van individuele designers
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
18
Survey vraag: Welke noden ervaart u over het algemeen als designer? Als designer heb ik nood aan… Antwoordmogelijkheden: 1 = helemaal oneens; 2 = oneens; 3 = noch eens, noch oneens; 4 = eens; 5 = helemaal eens; NVT N = 198
Verder hadden de respondenten ook de mogelijkheid om andere individuele noden aan te geven. De noden die hier nog (door meerdere respondenten) werden aangehaald, worden hieronder kort toegelicht. »
Bij verschillende respondenten bestaat er een vraag naar centrale platformen die designers samenbrengen. Deze platformen moeten synergiën tussen designers of tussen sectoren/disciplines stimuleren, designers informeren door relevante informatie te bundelen (bv. omtrent interessante calls, subsidies, specifieke opleidingen en trainingen), en een informele plek aanleveren waar designers elkaar informeel kunnen ontmoeten en ideeën en best practices uitwisselen. (6 respondenten) We merken op dat dit open antwoord ook raakt aan de verdere vragen rond ondersteuning, zie verder.
»
Drie respondenten merken op dat er nood is aan advies of training rond intellectuele eigendomsrechten en accounting. Meer algemeen worden m.b.t. opleiding door twee andere respondenten ook nog volgende noden vermeld: mentoring, meer opleidingen over specifieke onderwerpen.
»
Met betrekking tot atelier- en werkruimte worden door drie respondenten nog volgende verdere specificaties meegegeven: 1/ Ruimte om te experimenteren, 2/ Labs om creaties uit te werken (bijv. met freestafel, 3dprinter...), 3/ co-working offices.
»
Tot slot blijkt er ook nood te zijn aan meer respect voor designers. Hiermee gepaard halen enkele respondenten aan dat het beleid zou moeten tegengaan dat designers uitgebuit worden. (4 respondenten). We merken op dat we dit aspect ook weerspiegeld zien in de volgende sectie die peilt naar noden en behoeften op het niveau van de brede designsector (zie verder).
Naast de algemene analyse van de noden, zijn we ook nagegaan in hoeverre de individuele noden van respondenten verschillen naargelang hun profielkenmerken. Ten eerste zijn we geïnteresseerd in de eventuele verschillen tussen respondenten die aangaven te (her)starten in de designsector en zij die al langer in de designsector actief zijn (hetzij als zelfstandige, hetzij al werknemer). Het is aannemelijk dat deze twee groepen respondenten verschillende noden en behoeften zullen ervaren gezien hun verschillende ervaring. Zoals we reeds in Figuur 1 weergaven, duidden 49 respondenten aan een (her)starter te zijn, 149 respondenten waren al langer dan drie jaar actief in de designsector. Figuur 11 (Her)starter in de designsector versus meer dan 3 jaar actief
49; 25%
149; 75%
(Her)starter in de designsector Meer dan drie jaar actief in de designsector
N = 198
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
19
Ten tweede bestudeerden we ook de eventuele verschillen tussen de zelfstandige professionelen in de designsector en de personen die actief zijn in loonverband in de designsector. Ook bij deze twee groepen kunnen we verschillende noden en behoeften verwachten omwille van de verschillende omkadering waarbinnen ze werken. Om het onderscheid tussen de twee groepen te maken, deden we beroep op de gegevens uit Figuur 2 en Figuur 3. Iedereen die aangaf (deeltijds) zelfstandig te zijn, ongeacht of de zelfstandige activiteit werd aangevuld met een job in loonverband, werd geclassificeerd als zelfstandige. Iedereen die enkel (recent of langdurig; vol- of deeltijds) actief is als werknemer in de designsector in loondienst, werd gecategoriseerd als werknemer. Figuur 12 geeft aan dat 73% van de respondenten deel- of voltijds zelfstandig actief is als designer, 27% is enkel actief als designer in loonverband. Figuur 12 Zelfstandige in de designsector versus werknemer in loonverband
49; 27%
Zelfstandige in de designsector
135; 73%
Werknemer in de designsector in loonverband
N = 184. Bemerk dat het aantal respondenten dat hier gecategoriseerd wordt niet gelijk is aan 198. Dit komt omdat respondenten die aangaven momenteel geen job uit te oefenen (zie Figuur 3; bv. ‘zoekende naar job binnen de designsector’) hier niet meegenomen worden. Personen die momenteel werken aan de opstart van hun eigen designpraktijk worden wel meegenomen in de categorie ‘zelfstandige in de designsector’.
Als eerste gaan we na of de twee groepen respondenten met verschillende lengte van werkervaring (i.e. de personen met meer dan drie jaar ervaring in de designsector en de (her)starters) verschillen in termen van individuele noden en behoeften. Tabel 1 toont het gemiddelde antwoord van de twee groepen op de vraag in hoeverre de vermelde nood een individuele nood van de respondent is (antwoordmogelijkheden van 1 tot 5, met 1 = helemaal oneens, en 5 = helemaal eens). Hieruit kunnen we afleiden voor welke van de twee groepen de gegeven nood het hoogst blijkt (i.e. hoe hoger de gemiddelde waarde, hoe hoger de nood). Hoewel we zien dat de gemiddelde waarden van de twee groepen niet uitzonderlijk afwijken van elkaar, vallen er lichte verschillen te bemerken. Zo is onder andere de nood aan ‘atelier- of werkruimte’, ‘zichtbaarheid’, ‘ondersteuning op zakelijk vlak’ en ‘toonplekken’ ietwat hoger voor de (her)startende respondenten dan voor de meer ervaren respondenten. In tegenstelling, de designers met meer ervaring (i.e. langer dan 3 jaar actief in de designsector) uitten in het algemeen een iets hogere nood aan dan de (her)starters, onder andere omtrent ‘inspiratie’, ‘ondersteuning bij verdere artistieke ontplooiing’ en ‘residenties of werkverblijven’.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
20
Tabel 1 Verschil in individuele noden naargelang ervaring in de designsector Groep 1: Meer dan drie jaar actief in de designsector
Groep 2: (Her)starter in de designsector
Gemiddelde
s.a.
N
Gemiddelde
s.a.
N
1. Atelier- of werkruimte.
4,14
1,01
147
4,25
0,91
48
2. Een brug tussen opleiding en praktijk in het kader van de uitbouw van een professionele artistieke praktijk.
4,19
0,87
144
4,24
0,85
49
3. Informatie over trends en ontwikkelingen binnen de designsector.
3,93
1,01
149
3,71
1,02
49
4. Inspiratie bv. via lezingen, symposia…
4,09
0,90
149
3,92
0,86
49
5. Mogelijkheden voor levenslang leren (bv. workshops, masterclasses).
4,27
0,89
149
4,31
0,71
49
6. Mijn zichtbaarheid vergroten/verbeteren bv. via promotie, portfolio, zelfpresentatie (fysiek & digitaal), publicaties.
4,14
0,84
145
4,27
0,86
49
7. Ondersteuning bij de digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
3,53
1,12
143
3,50
0,92
48
8. Ondersteuning bij de internationalisering van mijn praktijk.
3,55
1,05
136
3,57
1,10
47
9. Ondersteuning bij mijn (verdere) artistieke ontplooiing.
3,73
0,96
146
3,63
1,02
48
10. Ondersteuning op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…).
4,18
0,87
142
4,22
0,90
49
11. Netwerken met andere designers.
4,09
0,81
148
4,16
0,80
49
12. Netwerken met potentiële opdrachtgevers en/of bedrijven.
4,39
0,76
147
4,33
0,72
49
13. Netwerken met culturele opdrachtgevers.
4,11
0,95
146
4,22
0,92
49
14. Ondersteuning op het vlak van samenwerken binnen (duo, collectief, …) en buiten het designveld (participatie, co-creatie, …).
3,94
0,93
145
3,92
0,81
49
15. Residenties of werkverblijven.
3,48
1,16
135
3,27
1,22
49
16. Ruimte voor fysieke archivering van mijn werk.
3,07
1,08
135
3,24
1,09
49
17. Toonplekken ’artistiek’ (bv. biënnale, museum).
3,76
1,18
134
4,04
0,98
47
18. Toonplekken ‘commercieel’ (bv. beurzen).
3,62
1,14
140
3,69
0,95
48
Met s.a. = standaardafwijking De hoogste waarde van de 2 groepen staat telkens in het groen gemarkeerd. Antwoordmogelijkheden: 1 = helemaal oneens; 2 = oneens; 3 = noch eens, noch oneens; 4 = eens; 5 = helemaal eens; NVT Merk op het aantal observaties (N) soms afwijkt. Dit komt omdat de observaties met antwoord ‘NVT’ werden weggelaten voor de berekening van de gemiddeldes.
Ten tweede gaan we na in hoeverre de noden en behoeften van de respondenten die actief zijn als zelfstandige verschillen van deze bij respondenten die actief zijn in loonverband. Tabel 2 toont het gemiddelde antwoord van de twee groepen op de vraag in hoeverre de vermelde nood een individuele nood van de respondent is (antwoordmogelijkheden van 1 tot 5, met 1 = helemaal oneens, en 5 = helemaal eens). In lijn met de verwachtingen zien we dat de groep ‘zelfstandigen’ meestal hogere noden heeft dan de ‘werknemers’. Echter, werknemers uitten in het algemeen een iets hogere nood aan ‘informatie over trends en ontwikkelingen binnen de designsector’, ‘inspiratie’ en ‘mogelijkheden tot levenslang leren’ dan zelfstandigen.
Tabel 2 Verschil in individuele noden tussen werknemers en zelfstandigen in de designsector Groep 1: Werknemers in de designsector in loonverband
Groep 2: Zelfstandige in de designsector
Gemiddelde
s.a.
N
Gemiddelde
s.a.
N
1. Atelier- of werkruimte.
3,79
1,09
48
4,27
0,94
133
2. Een brug tussen opleiding en praktijk in het kader van de uitbouw van een professionele artistieke praktijk.
3,98
1,01
47
4,27
0,83
132
3. Informatie over trends en ontwikkelingen binnen de designsector.
4,10
1,03
49
3,77
1,03
135
4. Inspiratie bv. via lezingen, symposia…
4,16
0,90
49
4,01
0,90
135
5. Mogelijkheden voor levenslang leren (bv. workshops, masterclasses).
4,35
0,66
49
4,23
0,93
135
6. Mijn zichtbaarheid vergroten/verbeteren bv. via promotie, portfolio, zelfpresentatie (fysiek & digitaal), publicaties.
3,89
0,83
45
4,25
0,84
135
7. Ondersteuning bij de digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
3,40
0,79
43
3,58
1,16
134
8. Ondersteuning bij de internationalisering van mijn praktijk.
2,95
0,88
42
3,76
1,04
127
9. Ondersteuning bij mijn (verdere) artistieke ontplooiing.
3,43
0,93
47
3,79
0,99
133
10. Ondersteuning op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…).
3,95
0,95
43
4,27
0,83
134
11. Netwerken met andere designers.
3,96
0,84
49
4,14
0,80
134
12. Netwerken met potentiële opdrachtgevers en/of bedrijven.
4,23
0,79
47
4,41
0,75
135
13. Netwerken met culturele opdrachtgevers.
3,87
1,02
46
4,22
0,90
135
14. Ondersteuning op het vlak van samenwerken binnen (duo, collectief, …) en buiten het designveld (participatie, co-creatie, …).
3,72
0,98
46
4,01
0,88
134
15. Residenties of werkverblijven.
3,03
1,14
39
3,53
1,18
131
16. Ruimte voor fysieke archivering van mijn werk.
2,88
0,93
41
3,16
1,13
129
17. Toonplekken ’artistiek’ (bv. biënnale, museum).
3,33
1,11
39
3,98
1,10
128
18. Toonplekken ‘commercieel’ (bv. beurzen).
3,40
1,05
43
3,73
1,13
131
Met s.a. = standaardafwijking De hoogste waarde van de 2 groepen staat telkens in het groen gemarkeerd. Antwoordmogelijkheden: 1 = helemaal oneens; 2 = oneens; 3 = noch eens, noch oneens; 4 = eens; 5 = helemaal eens; NVT Merk op het aantal observaties (N) soms afwijkt. Dit komt omdat de observaties met antwoord ‘NVT’ werden weggelaten voor de berekening van de gemiddeldes.
Ten derde gaan we na in hoeverre de individuele noden van respondenten verschillen naargelang de disciplines waarin ze actief zijn. Zoals beschreven in sectie 2.2.3. focussen we hier op het verschil tussen de respondenten die actief zijn in de cluster ‘grafisch’ en de respondenten die hier niet actief zijn13,14,15. In totaal zijn 107 respondenten actief in de cluster ‘grafisch’ (i.e., 54%) en 91 respondenten zijn dat niet (i.e., 46%). Tabel 3 toont het gemiddelde antwoord van de twee groepen op de vraag in hoeverre de vermelde nood een individuele nood van de respondent is (antwoordmogelijkheden van 1 tot 5, met 1 = helemaal oneens, en 5 = helemaal eens). Hieruit kunnen we afleiden voor welke van de twee groepen de gegeven nood het hoogst blijkt (i.e. hoe hoger de gemiddelde waarde, hoe hoger de nood). Hoewel we zien dat de gemiddelde waarden van de twee groepen niet uitzonderlijk afwijken van elkaar, vallen er lichte verschillen te bemerken. Zo is onder andere de nood aan ‘een brug tussen opleiding en praktijk’, ‘inspiratie’, en ‘netwerken met culturele opdrachtgevers’ ietwat hoger voor designers actief in de grafische sector (i.e., in de disciplines ‘grafische vormgeving, ‘illustratie’, ‘reclamevormgeving’, ‘webdesign en digitaal design’ en ‘typografie’). In tegenstelling, de designers die niet actief zijn in de grafische sector uitten in het algemeen een iets hogere nood aan, onder andere, ‘atelier- of werkruimte’, ‘ondersteuning van digitalisering van hun werk’, ‘ondersteuning bij internationalisering van hun werk’, ‘toonplekken artistiek’ en ‘toonplekken commercieel’.
Voor deze analyse focussen we op verschillen tussen de respondenten in de cluster ‘grafisch’ en de respondenten die niet in deze cluster zitten voor verschillende redenen. Ten eerste zijn er te veel verschillende disciplines om betrouwbare verschillen tussen alle disciplines weer te geven (i.e., het aantal respondenten per discipline is te klein om betrouwbare gemiddeldes te presenteren). Ten tweede konden we geen duidelijke clusters aflijnen behalve de cluster ‘grafisch’, waardoor het enkel zinvol blijkt om de cluster ‘grafisch’ te gaan gebruiken als referentiepunt. 14 De cluster ‘grafisch’ bevat in deze analyses alle (107) respondenten die ten minste één discipline in de cluster grafisch aanduidden. De personen (36%) die naast de cluster grafisch ook nog actief zijn in een andere discipline rekenen we hier dus ook bij. 15 De cluster ‘grafisch’ bevat de respondenten die actief zijn in de volgende disciplines: ‘grafische vormgeving, ‘illustratie’, ‘reclamevormgeving’, ‘webdesign en digitaal design’ en ‘typografie’ 13
Tabel 3 Verschil in individuele noden tussen designers actief in de grafische cluster en designers actief in een andere disciplines in de designsector Groep 1: Niet actief in ‘grafische’ cluster
Groep 2: Actief in Grafische cluster
Gemiddelde
s.a.
N
Gemiddelde
s.a.
N
1. Atelier- of werkruimte.
4,28
0,94
90
4,08
1,02
105
2. Een brug tussen opleiding en praktijk in het kader van de uitbouw van een professionele artistieke praktijk.
4,08
0,90
90
4,32
0,82
103
3. Informatie over trends en ontwikkelingen binnen de designsector.
3,90
0,97
91
3,85
1,05
107
4. Inspiratie bv. via lezingen, symposia…
3,95
0,86
91
4,13
0,91
107
5. Mogelijkheden voor levenslang leren (bv. workshops, masterclasses).
4,22
0,85
91
4,33
0,84
107
6. Mijn zichtbaarheid vergroten/verbeteren bv. via promotie, portfolio, zelfpresentatie (fysiek & digitaal), publicaties.
4,23
0,75
88
4,12
0,91
106
7. Ondersteuning bij de digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
3,69
1,00
88
3,38
1,12
103
8. Ondersteuning bij de internationalisering van mijn praktijk.
3,72
0,99
86
3,41
1,10
97
9. Ondersteuning bij mijn (verdere) artistieke ontplooiing.
3,81
0,83
88
3,62
1,07
106
10. Ondersteuning op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…).
4,06
0,93
88
4,30
0,81
103
11. Netwerken met andere designers.
4,10
0,75
91
4,12
0,86
106
12. Netwerken met potentiële opdrachtgevers en/of bedrijven.
4,44
0,69
90
4,31
0,80
106
13. Netwerken met culturele opdrachtgevers.
4,09
0,92
89
4,18
0,95
106
14. Ondersteuning op het vlak van samenwerken binnen (duo, collectief, …) en buiten het designveld (participatie, co-creatie, …).
3,92
0,78
91
3,94
1,00
103
15. Residenties of werkverblijven.
3,54
1,09
85
3,32
1,25
99
16. Ruimte voor fysieke archivering van mijn werk.
3,22
0,90
85
3,02
1,21
99
17. Toonplekken ’artistiek’ (bv. biënnale, museum).
4,05
0,99
85
3,65
1,23
96
18. Toonplekken ‘commercieel’ (bv. beurzen).
3,93
0,92
88
3,38
1,17
100
Met s.a. = standaardafwijking De hoogste waarde van de 2 groepen staat telkens in het groen gemarkeerd. Antwoordmogelijkheden: 1 = helemaal oneens; 2 = oneens; 3 = noch eens, noch oneens; 4 = eens; 5 = helemaal eens; NVT Merk op het aantal observaties (N) soms afwijkt. Dit komt omdat de observaties met antwoord ‘NVT’ werden weggelaten voor de berekening van de gemiddeldes.
4.2.2
Noden en behoeften binnen de brede designsector
Naast de individuele noden werd in de vragenlijst ook gepeild naar noden en behoeften op sectorniveau. Zoals Figuur 13 aantoont, is er volgens de respondenten binnen de designsector het meest nood aan ‘richtlijnen voor eerlijke praktijken en eerlijke verloning’. Verder blijkt er een urgente nood te zijn aan een ‘internationale profilering van Vlaanderen/België als designregio’ en ‘betere belangenbehartiging van de designsector’. In het algemeen lijken alle topics door alle respondenten aanzien als een nood of behoefte van de brede designsector. Figuur 13 Noden in de brede designsector
Survey vraag: Welke van de volgende noden zijn volgens u van toepassing op de brede designsector? Er is binnen de designsector in Vlaanderen nood aan… Antwoordmogelijkheden: 1 = helemaal oneens; 2 = oneens; 3 = noch eens, noch oneens; 4 = eens; 5 = helemaal eens; NVT N = 178
De respondenten hadden ook de mogelijkheid om nog andere noden in de brede designsector aan te geven dan deze die al in de bevraging waren opgenomen. De bijkomende noden die hier nog werden aangehaald (of nog verder werden geëxpliciteerd), worden hieronder kort samengevat. »
Naast het aanduiden van ‘richtlijnen voor eerlijke praktijken en eerlijke verloning’ als grootste nood, onderstrepen verschillende respondenten ook de nood aan een beter, eerlijker en moderner verloningsysteem voor designers (4 respondenten). Twee respondenten vermelden ook expliciet dat jonge ontwerpers beter beschermd moeten worden tegen onderbetaling of uitbuiting.
»
Twee respondenten suggereren dat de sector minimumprijzen zou moeten hanteren. Momenteel is het vaak moeilijk voor designers om te kunnen concurreren met designers die aan ‘dumpingprijzen’ kunnen werken.
»
Eveneens 2 respondenten halen aan dat de ondersteuning van de sector minder regionaal geregeld zou moeten worden en dat er een meer nationaal perspectief moet genomen worden. Designers actief in
Brussel hekelen bijvoorbeeld het feit dat ze niet ondersteund kunnen worden door Flanders DC. Ze kunnen ook geen beroep doen op de KMO portefeuille. »
Het opstellen van regelgevingen en richtlijnen voor opdrachtgevers en klanten wordt ook soms vermeld. (2 respondenten) Meer specifiek hekelt één respondent de manier waarop sommige klanten omgaan met offerteaanvragen.
»
Eén respondent vraagt om de beschermde erkenning van het diploma ‘designer’. Momenteel kan iedereen zich profileren als designer of interieurarchitect zonder daarvoor een diploma te hebben behaald.
»
Twee respondenten halen aan dat het imago van de designsector zou moeten veranderen. Volgens één respondent komt de sector over als afstandelijk en zou die wat meer toegankelijker moeten lijken. Een andere respondent vindt dat de traditionele connotatie van design (bv. duur, artistieke expressie) te weinig te maken heeft met proces, ‘wereldverbeterend’, ‘human centered’, ‘strategisch belang’, en ‘holistische aanpak’.
»
Drie respondenten wijzen op de nadelen die gekoppeld zijn aan het zelfstandigenstatuut van designer. Een respondent suggereert een BTW-verlaging voor designers zoals ook in de horeca het geval is. Verder wordt gewezen op de nood aan een algemeen kader zodat voordelen voor de sector aangevraagd kunnen worden.
Net als bij de individuele noden, gingen we na de algemene analyse ook na in hoeverre (1) (her)starters versus professionelen die reeds langer dan drie jaar actief zijn in de designsector, en (2) werknemers versus zelfstandigen verschillen in sectornoden en -behoeften ervaren
Bij de eerste vergelijkende analyse vinden we dat bijna alle sectornoden hoger worden bevonden voor de personen die reeds langer dan drie jaar actief zijn in de designsector dan voor de (her)starters. Dit kan mogelijks verklaard worden doordat de respondenten die langer actief zijn in de sector, de sector en zijn gebreken beter kennen en mogelijks al meer tekortkomingen ervaren. Enkel de nood aan ‘promotie en zichtbaarheid voor design als artistieke discipline’ blijkt in het algemeen hoger bij (her)starters dan bij ervaren designers.
Bij de tweede vergelijkende analyse vinden we, in lijn met de verwachtingen, dat alle sectornoden een stuk hoger voor de zelfstandige designers dan voor de werknemers in loondienst. Het kleinste verschil tussen beide groepen is te bemerken bij de nood aan ‘informatiedeling over ontwikkelingen en tendensen’.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
27
5 / Ondersteuning 5.1.
Bestaande vormen van ondersteuning in Vlaanderen – (literatuur)verkenning
Het onderzoek naar de Bovenbouw Cultuur (2017)16 leverde vanuit een systemische blik belangrijke inzichten op m.b.t. vormen van ondersteuning geboden aan het cultuurveld door diverse spelers of organisatieclusters: het departement Cultuur, de sectorale steunpunten, expertisenetwerken, belangenbehartigers en fondsen. Tabel 4 bevat per cluster een overzicht van de rollen die deze actoren opnemen. Binnen de scope van dit onderzoek, duiden we bij wijze van reflectie aan welke ondersteunende rollen, opgenomen door een hiertoe gespecialiseerde en (voor het veld) herkenbare organisatie, relevant kunnen zijn om in de survey bij designers te bevragen (zie blauw kader). Tabel 4 Rollen van ondersteunende organisaties in het cultuurveld
16
Vandyck, K. & Larock, Y. (2017). Aanbevelingen voor een vernetwerkte bovenbouw cultuur, CJM. Voor definitie van de rollen zie p. 24 &25.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
28
Vanuit het gegeven van fluïditeit waarvan sprake in sectie 3.1, vloeit voort dat de scope van designtheorie en praktijk breed is, met sterke relaties naar diverse relevante domeinen (economie, (maak)industrie, technologie, sociaal-cultureel…). Reflectie over ondersteuning gebeurt dan ook best vanuit een ecosysteemperspectief. In de Landschapstekening design (2019) wordt bijvoorbeeld aangestipt dat “kritische bespiegeling en kennisdeling over onderwerpen die de brede designsector aangaan (bv. evoluties in materialen, technieken, methodes en stijlen, de implicaties van bredere maatschappelijke ontwikkelingen, de mogelijkheden van (nieuwe) organisatiemodellen) niet alleen designpraktijken kunnen verrijken, maar ook potentiële opdrachtgevers, die zich zo een beter beeld kunnen vormen van wat ontwerpen inhoudt en wat het voor hen kan betekenen”.17 In de Veldverkenning Vormgeving (2019) werden actoren, overheden, steunpunten en onderwijsinstellingen binnen de designsector uitvoerig in beeld gebracht.18 Ook op de sectorkaart van Flanders DC worden zowel intermediaire organisaties, fondsen voor bestaanszekerheid, belangenverenigingen, onderwijsinstellingen die een designopleiding aanbieden, overheidsinstanties als beheersvennootschappen samengebracht.19 Deze veldtekening laat een veelheid aan actoren zien. Wanneer we echter kijken naar de focus van hun dienstverlening en hun geografische scope, zien we dat het veld erg versnipperd is en fragmentarisch op vlak van geografisch bereik en op vlak van focus van de rol ten aanzien van sector en de individuele designer. Voor de artistiek werkende ontwerper is er geen centraal en gespecialiseerd aanspreekpunt die de designpraktijkin de breedte ondersteunt. In de bevraging peilen we naar de bekendheid en interacties met een aantal van deze ondersteunende organisaties. Tabel 5 biedt een overzicht van deze organisaties die op één of andere manier ondersteuning bieden aan het designveld in (delen van) Vlaanderen. Het valt echter buiten de scope van dit onderzoek om te peilen naar de effectiviteit van de geboden dienstverlening. Tabel 5 Organisaties met een ondersteunende rol aan het designveld Organisatie
Functie
Departement CJM
Behartigt het Vlaamse cultuur-, jeugd- en mediabeleid
Vlaams Agentschap Innoveren &
Staat in voor het stimuleren van economische groei en innovatie, het bevorderen
Ondernemen (VLAIO)
van ondernemerschap en het ondersteunen van clusters
Flanders DC
Ondersteunt creatieve ondernemers bij de start, groei of professionele uitbouw van hun onderneming; promoot en verbindt creatieve ondernemers uit Vlaanderen
Vlaams Architectuurinstituut
Ondersteunt architectuurcultuur in Vlaanderen in al haar facetten. Voornaamste
(VAI)
aanspreekpunt voor informatie over architectuur uit Vlaanderen en Brussel
Cultuurloket
Biedt zakelijke ondersteuning voor de cultuursector
Kunstenpunt
Steunpunt van de Vlaamse overheid voor de ontwikkeling van de beeldende kunsten, muziek en podiumkunsten in Vlaanderen en Brussel
Bron: Kunstenpunt (2019). Landschapstekening architectuurcultuur en design. Geraadpleegd 17/02/2021 via: https://www.kunsten.be/nu-in-dekunsten/landschapstekening-2019-architectuurcultuur-design/ 18 zie Zsuzsanna B. & Thoelen, A. (2019). Veldverkenning Vormgeving, CJM. p. 10-57. 19 Bron: https://www.flandersdc.be/nl/design/gids/landschap/opleidingen 17
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
29
Ministry of Makers Gent
Regionaal designplatform dat opereert als inspirator, matchmaker en klankbord voor de professionele creatieve sector in Gent en Oost-Vlaanderen
Designregio Kortrijk
Platform voor creativiteit, innovatie en ondernemerschap van de regio Kortrijk. Organiseert projecten die creativiteit, innovatie en ondernemerschap stimuleren, inspireert met goede praktijken en connecteert bedrijven, ontwerpers, onderwijs en publieke ruimte
Antwerp Powered by Creatives
Verbindingsplatform dat binnen de provincie Antwerpen samenwerking tussen de creatieve industrie en andere sectoren wil concretiseren, Antwerpse ondernemers motiveert om te innoveren en creatieve ondernemers helpt groeien
Design Museum Gent
Ontmoetingsplaats voor iedereen met een hart voor design; omvat een omvangrijke collectie Belgisch en internationaal design; zet via ontwerp bredere maatschappelijke thema’s als duurzaamheid, mobiliteit en intelligente technologie in de kijker, en voert onderzoek naar welke rol design kan spelen in de toekomst
GlazenHuis Lommel
Vlaams centrum voor hedendaagse glaskunst en museum; beoogt glas als artistiek medium een plaats te geven in de hedendaagse kunst
DIVA Antwerpen
Museum voor diamant, zilver en edelsmeedkunst
Design Museum Brussels*
Designmuseum met een collectie gewijd aan kunststoffen in design van 1950 tot
* tot eind 2020 ADAM Brussel genaamd
nu, en aan Belgisch design en zijn geschiedenis
MAD Brussels
Brussels kennisplatform voor de mode- en designsectoren; zet zich in voor de promotie en begeleiding van Brusselse stylisten en ontwerpers en de vergroting van hun (inter)nationale uitstraling
Z33
Kunstcentrum in Hasselt, actief op het kruispunt van hedendaagse kunst, design en architectuur
VAKlab
Expertise- en dienstencentrum van Bokrijk rond vakmanschap en ondernemerschap; ontmoetingsplek voor vakmensen waar kennis, skills en expertise opgebouwd, geborgen en ontsloten wordt
Timelab
Vlaamse kunstenorganisatie met een internationaal residentieprogramma voor kunstenaars; richtten in 2010 het eerste fablab in België op; zetten in hun werking en projecten de kunsten in als katalysator voor systemische verandering.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
30
5.2.
Inzichten uit de bevraging
5.2.1
Gewenste ondersteuning voor de individuele designer
In de bevraging wordt gepeild naar welke vormen van ondersteuning individuele designers het belangrijkst vinden voor de ontwikkeling van hun artistieke designpraktijk (top 4). De resultaten zijn te zien in Figuur 14. De helft van de respondenten gaf aan dat netwerken en de mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerkingen binnen het designveld belangrijk zijn voor hen. De respondenten hechten verder ook veel belang aan inspiratie aangereikt krijgen en aan toeleiding tot financiering. Figuur 14 Belangrijkste vormen van ondersteuning voor de designpraktijk Netwerken: Mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerking binnen het designveld.
50%
Inspiratie: Een aanbod van inspirerende activiteiten zoals lezingen, symposia…
44%
Toeleiding tot financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
40%
Werkruimte: beschikbaarheid van werkruimte, experimenteerruimte en co-creatie ruimte (om samen te werken met andere designers). Internationaliseren: Mogelijkheden tot verbinden met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en co-creatie.
36%
36%
Opleiding: Een voldoende kwaliteitsvol en divers opleidingsaanbod in Vlaanderen.
35%
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling: Begeleiding op maat bij kwaliteitsbevordering, innovatie, professionalisering en het aansluiting vinden bij een community.
35%
Promotie: Ondersteuning bij het vergroten of verbeteren van de zichtbaarheid bv. via promotie en publicaties.
30%
Produceren: Ondersteuning bij de ontwikkeling en ter beschikkingstelling van nieuwe of verbeterde concepten, materialen en technieken, producten en/of diensten.
30%
Loket: Een aanspreekpunt voor eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
26% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Survey vraag: Welke vormen van ondersteuning vindt u belangrijk voor uw artistieke designpraktijk? Maximum vier antwoordopties mogelijk (niet iedereen duidde telkens 4 antwoordmogelijkheden aan). N = 173
Naast de reeds opgelijste keuzemogelijkheden in de bevraging, kregen de respondenten ook de mogelijkheid om nog andere vormen van ondersteuning te vermelden die de designer op artistiek vlak zouden kunnen verder helpen. Een respondent vermelde specifiek dat pas afgestudeerde designers meer ondersteund zouden moeten
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
31
worden om zo makkelijker een job in de designwereld te vinden of om makkelijker een eigen bedrijf te starten. Een andere respondent zou graag voor juridische kwesties basisdocumenten of -contracten krijgen, alsook duidelijke richtlijnen. Ondersteuning met betrekking tot stagemogelijkheden wordt ook aangehaald als nuttige vorm van ondersteuning. Verder dan de analyse van de resultaten voor alle respondenten (Figuur 14), keken we ook bij deze vraag naar eventuele verschillen in antwoorden tussen groepen respondenten op basis van lengte van hun werkervaring en werkstatus. Tabel 6 vergelijkt de resultaten voor de (her)starters versus de ervaren professionals in de designsector. Hieruit blijkt dat de respondenten uit de groep (her)starters gemiddeld genomen het vaakst ‘toeleiding tot financiering’ hebben aangeduid als belangrijke vorm van ondersteuning voor een artistieke designpraktijk. Verder duidden ze ook relatief meer volgende vormen van ondersteuning aan dan designers met een langere werkervaring: ‘opleiding’, ‘loket’, ‘praktijkondersteuning- en ontwikkeling’, ‘produceren’ en ‘werkruimte’. De respondenten uit de groep van ervaren professionele designers duidden op hun beurt het vaakst ‘netwerken’ aan als belangrijke vorm van ondersteuning. Verder benoemden ze ook relatief meer dan (her)starters ‘inspiratie’ en ‘promotie’ als belangrijke ondersteuningsvormen. Tabel 7 toont de verschillen in antwoorden tussen de zelfstandige respondenten en de respondenten die in loondienst aan de slag zijn. Hieruit blijkt dat de groep van werknemers gemiddeld genomen ‘opleiding’ als de belangrijkste vorm van ondersteuning ziet (i.e. 53% van hen duidt dit aan als belangrijk). Verder benoemden ze ook relatief meer dan zelfstandigen ‘produceren’ en ‘inspiratie’ als belangrijke ondersteuningsvormen. Alle andere vormen van ondersteuning die werden opgelijst in de bevraging, worden door zelfstandigen als belangrijker ervaren dan door werknemers, de belangrijkste zijnde ‘netwerken’ (i.e. 51%). Deze laatste blijkt echter ook voor werknemers belangrijk. Ook in deze groep duidde 47% aan dat ‘netwerken’ een belangrijke ondersteuning zou zijn. Tabel 8 toont de verschillen in antwoorden tussen de designers actief in de cluster ‘grafisch’ en de designers niet actief in deze cluster. Allebei de groepen, i.e. de designers in de grafische cluster20 alsook de designers niet actief in de grafische sector, duidden het vaakst ‘netwerken’ aan als belangrijke vorm van ondersteuning voor een artistieke designpraktijk. De groep van designers in de grafische cluster duidden relatief meer de volgende vormen van ondersteuning aan in vergelijking met de designers die niet actief zijn in de grafische cluster: ‘opleiding’, ‘loket’, ‘praktijkondersteuning- en ontwikkeling’, ‘inspiratie’ en ‘werkruimte’.
De cluster ‘grafisch’ bevat de respondenten die actief zijn in de volgende disciplines: ‘grafische vormgeving, ‘illustratie’, ‘reclamevormgeving’, ‘webdesign en digitaal design’ en ‘typografie’ 20
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
32
Tabel 6 Verschil in belang van verschillende vormen van ondersteuning naargelang ervaring in de designsector Groep 1: Meer dan drie jaar actief in de designsector
Groep 2: (Her)starter in de designsector
Gemiddelde
s.a.
N
Gemiddelde
s.a.
N
1.
Opleiding: Een voldoende kwaliteitsvol en divers opleidingsaanbod in Vlaanderen.
34%
0,48
131
38%
0,49
42
2.
Loket: Een aanspreekpunt voor eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
25%
0,44
131
29%
0,46
42
3.
Netwerken: Mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerking binnen het designveld.
53%
0,50
131
38%
0,49
42
4.
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling: Begeleiding op maat bij kwaliteitsbevordering, innovatie, professionalisering en het aansluiting vinden bij een community.
34%
0,48
131
36%
0,48
42
5.
Produceren: Ondersteuning bij de ontwikkeling en ter beschikkingstelling van nieuwe of verbeterde concepten, materialen en technieken, producten en/of diensten.
27%
0,45
131
38%
0,49
42
6.
Internationaliseren: Mogelijkheden tot verbinden met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en co-creatie.
36%
0,48
131
36%
0,48
42
7.
Toeleiding tot financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
38%
0,49
131
48%
0,51
42
8.
Inspiratie: Een aanbod van inspirerende activiteiten zoals lezingen, symposia…
46%
0,50
131
38%
0,49
42
9.
Promotie: Ondersteuning bij het vergroten of verbeteren van de zichtbaarheid bv. via promotie en publicaties.
31%
0,47
131
26%
0,45
42
10. Werkruimte: beschikbaarheid van werkruimte, experimenteerruimte en co-creatie ruimte (om samen te werken met andere designers).
33%
0,47
131
45%
0,50
42
Deze tabel geeft aan hoeveel procent van de respondenten in elke groep de opgelijste vormen van ondersteuning hebben aangeduid als ‘belangrijk’ voor een artistieke designpraktijk. De respondenten konden maximum vier antwoorden aanduiden (niet iedereen duidde telkens 4 antwoordmogelijkheden aan). Met s.a. = standaardafwijking De hoogste waarde van de 2 groepen staat telkens in het groen gemarkeerd.
Tabel 7 Verschil in belang van verschillende vormen van ondersteuning naargelang werknemer of zelfstandige in de designsector Groep 1: Werknemers in de designsector in loonverband
Groep 2: Zelfstandige in de designsector
Gemiddelde
s.a.
N
Gemiddelde
s.a.
N
1.
Opleiding: Een voldoende kwaliteitsvol en divers opleidingsaanbod in Vlaanderen.
53%
0,50
45
27%
0,45
118
2.
Loket: Een aanspreekpunt voor eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
18%
0,39
45
31%
0,46
118
3.
Netwerken: Mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerking binnen het designveld.
47%
0,50
45
51%
0,50
118
4.
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling: Begeleiding op maat bij kwaliteitsbevordering, innovatie, professionalisering en het aansluiting vinden bij een community.
31%
0,47
45
34%
0,48
118
5.
Produceren: Ondersteuning bij de ontwikkeling en ter beschikkingstelling van nieuwe of verbeterde concepten, materialen en technieken, producten en/of diensten.
36%
0,48
45
28%
0,45
118
6.
Internationaliseren: Mogelijkheden tot verbinden met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en co-creatie.
33%
0,48
45
37%
0,49
118
7.
Toeleiding tot financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
24%
0,43
45
46%
0,50
118
8.
Inspiratie: Een aanbod van inspirerende activiteiten zoals lezingen, symposia…
49%
0,51
45
42%
0,50
118
9.
Promotie: Ondersteuning bij het vergroten of verbeteren van de zichtbaarheid bv. via promotie en publicaties.
16%
0,37
45
37%
0,49
118
10. Werkruimte: beschikbaarheid van werkruimte, experimenteerruimte en co-creatie ruimte (om samen te werken met andere designers).
33%
0,48
45
34%
0,48
118
Deze tabel geeft aan hoeveel procent van de respondenten in elke groep de opgelijste vormen van ondersteuning hebben aangeduid als ‘belangrijk’ voor een artistieke designpraktijk. De respondenten konden maximum vier antwoorden aanduiden (niet iedereen duidde telkens 4 antwoordmogelijkheden aan). Met s.a. = standaardafwijking De hoogste waarde van de 2 groepen staat telkens in het groen gemarkeerd
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
34
Tabel 8 Verschil in belang van verschillende vormen van ondersteuning naargelang al dan niet actief in de ‘grafische’ cluster Groep 1: Niet actief in ‘grafische’ cluster
Groep 2: Actief in Grafische cluster
Gemiddelde
s.a.
N
Gemiddelde
s.a.
N
1.
Opleiding: Een voldoende kwaliteitsvol en divers opleidingsaanbod in Vlaanderen.
34%
0,48
76
36%
0,48
97
2.
Loket: Een aanspreekpunt voor eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
21%
0,41
76
30%
0,46
97
3.
Netwerken: Mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerking binnen het designveld.
51%
0,50
76
48%
0,50
97
4.
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling: Begeleiding op maat bij kwaliteitsbevordering, innovatie, professionalisering en het aansluiting vinden bij een community.
22%
0,42
76
44%
0,50
97
5.
Produceren: Ondersteuning bij de ontwikkeling en ter beschikkingstelling van nieuwe of verbeterde concepten, materialen en technieken, producten en/of diensten.
33%
0,47
76
28%
0,45
97
6.
Internationaliseren: Mogelijkheden tot verbinden met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en co-creatie.
45%
0,50
76
29%
0,46
97
7.
Toeleiding tot financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
45%
0,50
76
37%
0,49
97
8.
Inspiratie: Een aanbod van inspirerende activiteiten zoals lezingen, symposia…
43%
0,50
76
44%
0,50
97
9.
Promotie: Ondersteuning bij het vergroten of verbeteren van de zichtbaarheid bv. via promotie en publicaties.
33%
0,47
76
28%
0,45
97
10. Werkruimte: beschikbaarheid van werkruimte, experimenteerruimte en co-creatie ruimte (om samen te werken met andere designers).
32%
0,47
76
39%
0,49
97
Deze tabel geeft aan hoeveel procent van de respondenten in elke groep de opgelijste vormen van ondersteuning hebben aangeduid als ‘belangrijk’ voor een artistieke designpraktijk. De respondenten konden maximum vier antwoorden aanduiden (niet iedereen duidde telkens 4 antwoordmogelijkheden aan). Met s.a. = standaardafwijking De hoogste waarde van de 2 groepen staat telkens in het groen gemarkeerd
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
35
Vervolgens wordt geanalyseerd hoeveel respondenten de afgelopen vijf jaar beroep deden op een organisatie om ondersteuning te krijgen. We zien dat liefst 49% (84 respondenten) geen beroep deden op een organisatie voor ondersteuning in de laatste vijf jaar (Figuur 15). De 51% die wel aanklopten bij een organisatie voor ondersteuning, deden dat vooral bij Flanders DC, Vlaio, Antwerp Powered by Creatives en Cultuurloket. 8%, of 13 respondenten, deden beroep op Z33. Andere organisaties die nog gecontacteerd werden door de respondenten voor ondersteuning en nog niet expliciet waren vernoemd in de bevraging, zijn: IdeaFactory, Turbo Brugge, Smart vzw, Agoria IDES, European Enterprise Network, Stimuleringsfonds Creative Industries (NL), Unizo, SOFAM, Vlaams Fonds voor de Letteren, LEJON, Mijn Leuven, en MIA-H. Figuur 15 Organisaties voor ondersteuning van designers
84; 49%
89; 51%
Ik deed wel beroep op een organisatie voor ondersteuning in de afgelopen vijf jaar Ik deed geen beroep op een organisatie voor ondersteuning in de afgelopen vijf jaar
Survey vraag: Deed u de afgelopen vijf jaar beroep op één van volgende organisaties voor ondersteuning? (meerdere antwoorden mogelijk) N = 173
Wanneer dieper bestudeerd wordt welke respondenten al beroep deden op een organisatie voor ondersteuning, zien we dat (her)starters minder gebruik maakten van een organisatie in de afgelopen vijf jaar dan personen met meer dan drie jaar ervaring in de designsector (namelijk 21% t.o.v. 79%). We merken hierbij wel op dat deze resultaten ook kunnen beïnvloed zijn door het feit dat de (her)starters nog niet zo lang actief zijn in de sector. Verder vinden we ook dat personen die we categoriseerden als zelfstandige designer (Figuur 12) vaker te rade gingen bij organisaties voor ondersteuning dan werknemers in de designsector (namelijk 84% t.o.v. 16%). In Tabel 9 geven we een overzicht van de specifieke vormen van ondersteuning waarop designers beroep deden bij de verschillende organisaties. Als de respondenten aangaven beroep te hebben gedaan op een organisatie in de laatste vijf jaar, werden de respondenten vervolgens gevraagd om aan te geven voor welke vormen van ondersteuning ze beroep deden op deze organisatie. Ze konden meerdere vormen van ondersteuning per organisatie aanduidden. Uit Tabel 9 leiden we af dat bij organisatie Z33, de respondenten met name vooral beroep deden op de organisatie voor ‘toonplekken’, ‘inspiratie via lezingen en symposia’ en ‘netwerken binnen het designveld’.
Tabel 9 Aantal respondenten die vorm van ondersteuning gebruikten per organisatie
Atelier- of werkruimte Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal) Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen
Antwerp Ministry Het Design Flanders Powered Designregio MAD of Departement Glazen ADAM DIVA VLAIO Cultuurloket Museum Z33 Kunstenpunt VAKlab Timelab VAI DC By Kortrijk Brussels Makers CJM Huis Brussel Antwerpen Gent Creatives Gent Lommel 1 2 1 1 2
1
32
3
2
10
4
1
2
15
15
2
11
1
2
5
Fysieke archivering van mijn werk Inspiratie (lezingen, symposia…) Internationalisering
30
1
6
5
5
1
2
8
4
3
1
3
18
Netwerken met andere sectoren
8
3
8
Ondersteuning bij productie
3
1
1
Opleiding
7
2
2
2
Praktijkondersteuning en ontwikkeling
8
1
4
1
Promotie en publicaties
9
4
Residenties of werkverblijven
2
1
Toonplekken Totaal aantal respondenten die beroep deden op organisatie
4 63
15
23
21
7 1
2
5
4
1
3
4 1
2
1
1
1
1
1
1
1 2
1
1
3
2
3
2
4
5
7
14
13
13
2
2
1
3
1
1
1
1
1 3
1
4
2 1
1
19
3
1
1
4 1
1
1
1
Netwerken binnen het designveld
1
9
1 2
1
2 2
1
1
9
7
5
4
4
4
3
Survey vraag: Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op “organisatie X” (meerdere antwoorden mogelijk) Per organisatie wordt in donkergroen aangeduid welke vorm van ondersteuning het meest benut wordt door de respondenten. De vormen van ondersteuning die minder benut worden, worden telkens in een lichter groene tint aangeduid. Noot: het totaal aantal respondenten vermeld in deze tabel stemt overeen met het aantal respondenten dat aangaf beroep te hebben gedaan op de specifieke organisatie. Niet alle respondenten beantwoorden echter de opvolgvraag die peilde naar welke vormen van ondersteuning men specifiek beroep deed.
Verder werd ook bevraagd of de respondenten ervaring hebben met subsidieprogramma’s in de periode van 2015 tot 2020. Slechts 13% (of 22 respondenten) gaf aan subsidies ontvangen te hebben in die periode. 1% deed een aanvraag voor subsidies, maar werd niet weerhouden (Figuur 16). De 13% respondenten die wel subsidies ontvingen, verkregen die voornamelijk via KMO portefeuille, VLAIO, groeisubsidie en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie (NL), of via andere kanalen zoals Baekeland Mandaat, EFRO steun, ontwikkelingsprojecten, Vlaanderen Circulair, IPP, Koning Boudewijn Stichting, FIT. Van de 22 respondenten die subsidies kregen, gaf slechts één respondent aan ontevreden te zijn over het gebruikte subsidieprogramma. Figuur 16 Subsidies in periode 2015 - 2020
Survey vraag: Heeft u ervaring met subsidieprogramma’s in de periode 2015 – 2020? N = 172
5.2.2
Gewenste ondersteuning van het brede designveld
Naast ondersteuning aan individuele designers, werd ook gepeild naar welke vormen van ondersteuning respondenten het belangrijkst vinden voor de brede designsector (top 3). De resultaten worden gepresenteerd in Figuur 17. 56% van de respondenten beschouwt ‘belangenbehartiging’ bij de top 3 van gewenste ondersteuning aan het brede designveld, waarbij designers geïnformeerd, geconsulteerd, gemobiliseerd en vertegenwoordigd worden bij de overheid en andere beleidsrelevante fora. Verder behoort voor 53% van de respondenten ook ‘promotie’ tot de top 3, namelijk het zichtbaar maken van de sector naar de overheid, werkveld en brede publiek, zowel binnen Vlaanderen als internationaal. Op een gedeelde tweede plaats wordt ook ‘kennis- en expertiseontwikkeling’: het ontwikkelen, verbinden en delen van expertise rond brede, gedeelde designbeleid- en designsectorvraagstukken in antwoord op maatschappelijke uitdagingen, door 53% van de respondenten als een belangrijke ondersteuning aangestipt.
Figuur 17 Belangrijkste vormen van ondersteuning voor het brede designveld Belangenbehartiging: designers worden geïnformeerd, geconsulteerd, gemobiliseerd en vertegenwoordigd bij de overheid en andere beleidsrelevante fora.
56%
Promotie: de sector zichtbaar maken naar overheid, werkveld en brede publiek, zowel binnen Vlaanderen als internationaal.
53%
Kennis- en expertiseontwikkeling: het ontwikkelen, verbinden en delen van expertise rond brede, gedeelde designbeleid- en designsectorvraagstukken in antwoord op maatschappelijke…
53%
Internationalisering: het verbinden van een praktijkgemeenschap of werkveld met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van…
37%
Beleidsondersteuning: op vraag of op eigen initiatief ondersteuning geven aan de overheid in functie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie…
25%
Reflectie: reflectie op de ontwikkelingen in het veld als geheel.
20% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Survey vraag: Welke ondersteuning vindt u belangrijk voor de brede designsector? Maximum drie antwoordopties mogelijk N = 167
Verder gaven enkele respondenten nog de volgende vormen van ondersteuning voor de brede designsector mee als prioritair voor hen: »
Vereenvoudiging van de wetgeving die het uitoefenen van het beroep als designer vergemakkelijkt (1 respondent)
»
Braindrain tegengaan door kennis terug te laten vloeien naar België via gastcolleges, adviesraden… (1 respondent)
»
Sector duurzamer maken (1 respondent)
In de bevraging legden we ook een aantal statements voor over mogelijke verbeterpunten in de ondersteuning van de brede designsector. Op basis van de resultaten (Figuur 18) kunnen we stellen dat de respondenten het over het algemeen eens zijn dat de designsector meer zichtbaar moeten gemaakt worden naar en beter geconnecteerd worden met de overheid, het werkveld en brede publiek in Vlaanderen, internationaal sterker moet geprofileerd en geconnecteerd worden, alsook als beroepsgroep beter moet geïnformeerd worden.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
39
Figuur 18 Statements over de brede designsector
Survey vraag: Duid aan in welke mate u het eens of oneens bent met volgende stellingen. Antwoordmogelijkheden: 1 = helemaal oneens; 2 = oneens; 3 = noch eens, noch oneens; 4 = eens; 5 = helemaal eens; NVT N = 155
5.2.3
Inhoudelijke invulling ondersteuningscentrum
Tot slot vroegen we de respondenten op welke vormen van ondersteuning best in te zetten indien er een ondersteuningscentrum voor designers in Vlaanderen georganiseerd zou worden. De resultaten worden weergegeven in Figuur 19. De vormen die het meest naar voor komen én de hoogste prioriteit hebben zijn ‘dienstverlening-op-maat op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…)’, gevolgd door ‘matchmaking tussen designers en potentiële opdrachtgevers’ en ‘community building, ontmoeting met en uitwisseling onder peers’. ‘Dienst-op-maat bij internationalisering’ lijkt minst naar voor te komen en een lagere prioriteit te hebben. In de antwoordcategorie ‘ander’ werd verder nog gespecifieerd:
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
40
‘het formuleren van maatschappelijk relevante uitdagingen’ en ‘internationale promotie van designers uit België’ (in de plaats van een louter regionale focus te nemen). Figuur 19 Vormen van ondersteuning in ondersteuningscentrum # keer
procentueel (op
procentueel (op #
Gemiddelde
gewogen
aange-
# respondenten
waarnemingen =
inverse
gemiddeld
duid
= 152)
690)
prioriteit*
e
75
49%
11%
3,57
0,39
79
52%
11%
2,91
0,33
69
45%
10%
3,30
0,33
Belangenbehartiging naar de overheid toe.
53
35%
8%
3,51
0,27
Kennisdeling binnen het designveld.
60
39%
9%
2,98
0,26
49
32%
7%
3,06
0,22
43
28%
6%
3,12
0,19
51
34%
7%
2,57
0,19
38
25%
6%
3,34
0,18
Kritische reflectie en visieontwikkeling.
33
22%
5%
3,03
0,14
Informatievoorziening (online) en infosessies.
35
23%
5%
2,77
0,14
29
19%
4%
3,31
0,14
23
15%
3%
2,87
0,10
19
13%
3%
3,21
0,09
16
11%
2%
3,75
0,09
16
11%
2%
2,81
0,07
2
1%
0%
4,00
0,01
Dienstverlening-op-maat op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…). Matchmaking tussen designers en potentiële opdrachtgevers. Communitybuilding, ontmoeting met en uitwisseling onder peers.
Internationale promotie van design(ers) uit Vlaanderen. Kennisdeling over design binnen andere sectoren. Promotie van design in Vlaanderen (naar het brede publiek). Eerstelijns aanspreekpunt, portaalfunctie, doorverwijzen.
Dienstverlening-op-maat op vlak van artistieke ontplooiing. Faciliteren van (internationale) residenties of werkverblijven. Kennisopbouw: Gegevensverzameling en documentatie over het designveld. Archivering (fysiek en/of digitaal). Dienstverlening-op-maat bij internationalisering. Ander, gelieve te specificeren
Survey vraag: Indien er een ondersteuningscentrum voor designers georganiseerd zou worden, op welke vormen van ondersteuning kan deze organisatie het beste inzetten volgens u? Maximum vijf antwoordopties mogelijk. Rangschik in afnemende volgorde van prioriteit, waarbij 1 = hoogste prioriteit. N = 152 * terwijl in de vraagstelling het laagste cijfers wordt gegeven aan de hoogste prioriteit, geldt hier dat een hoger cijfer wijst op een hogere prioriteit
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
41
Aan het einde van de bevraging vroegen we of de respondent nog enige andere bedenkingen of opmerking wilde delen in verband met ondersteuning van de designsector. Een respondent bemerkte dat de ondersteuning al zo vroeg mogelijk zou moeten beginnen, i.e., tijdens de ontwerpopleiding. Een andere respondent merkte op dat er al veel ondersteuning is, maar dat het moeilijk is om een compleet overzicht te krijgen van wat er precies allemaal voor handen is. Er wordt ook vermeld dat de ondersteuning beter moet afgestemd worden op de grote diversiteit in het designlandschap. Er zijn veel verschillende soorten ontwerppraktijken en die vergen een totaal andere ondersteuning.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
42
6 / Conclusies & aanbevelingen De resultaten van de brede bevraging werden in de vorige delen uitvoering besproken. In dit deel formuleren we een aantal conclusies en aanbevelingen op hoog niveau, rekening houdend de eigenheid – fluïditeit – van de sector. Dit met als doel een meer overkoepelend antwoord te formuleren op de onderzoeksvraag: Welke artistieke noden bestaan er momenteel bij designers en hoe kan hierin vanuit een expertisecentrum design ondersteuning geboden worden? Dit evenwel zonder de veelheid aan nuanceringen in de resultaatbeschrijving in voorgaande delen te willen overschrijven. Dit deel mag daarom als aanvullend en reflecterend worden beschouwd en is zeker niet te interpreteren als poging tot samenvatting.
6.1.1
Zoals het designproces is ook het veld en de designpraktijk: steeds in beweging
De designsector is een overkoepelende term voor zeer diverse subsectoren die zich bezighouden met design, ambacht en vormgeving. Uit de profielschets van zowel het veld als de individuele designer blijkt hoe breed en gevarieerd de dagelijkse praktijk is. Hoewel de opleidingen vaak op één discipline focussen, wijst de praktijk uit dat designers meerdere disciplines combineren, van één naar meerdere disciplines of zelfs naar een andere discipline binnen één of meerdere velden (en zelfs daarbuiten bv. architectuur…) evolueren. En ook omgekeerd trekt het designvak ontwerpers uit andere sectoren (creatieve industrie, architectuur, beeldende kunsten etc.). In die zin is het designvak niet categoriek maar juist uitdagend, veranderlijk, verbindend, bestuivend. De kracht van het designveld zit juist in het kunnen vervellen, heruitvinden en innoveren. ➔ Designers brengen verandering in een veranderende wereld en weten met wijzigende contexten en omstandigheden om te gaan. Dit veronderstelt echter ook een permanent leren over deze wijzigende contexten en hoe hiermee omgaan. De nood aan levenslang leren, bijscholing en nieuwe inspiratie opdoen (extern en via peer-exchange) is sterk naar voren gekomen in dit onderzoek. De opzet van een expertisecentrum kan hier inspiratie uit putten en op enten.
6.1.2
De uitbouw van een designpraktijk – waar artistiek en zakelijk samenkomen
Dat designers vaak een combinatie maken tussen het uitbouwen van een eigen designpraktijk en andere beroepen wijst erop dat de uitbouw van professionele activiteiten in de designsector niet evident is. De socioeconomische situatie van designers is precair in die zin dat eerlijke verloning en voldoende inkomsten vergaren kwesties zijn waar designers, net als kunstenaars en architecten, mee geconfronteerd worden. De veelal genoten hogere opleiding en het transdisciplinair kunnen werken, zijn in die zin geen “garantie op succes”. Ondanks het aantoonbaar (jong) ondernemerschap, is de brug tussen opleiding en praktijkuitbouw niet makkelijk te maken.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
43
Er is een duidelijke verwevenheid tussen zakelijke en artistieke noden. Zo beïnvloeden bijvoorbeeld (een gebrek aan) toegang tot toonplekken of netwerken die meer klantgericht zijn, zowel de artistieke als zakelijke ontwikkeling. Voor (her)startende designers is de nood aan ‘atelier- of werkruimte’, ‘zichtbaarheid’, ‘ondersteuning op zakelijk vlak’ en ‘toonplekken’ ietwat hoger dan voor de meer ervaren designer. Hoe meer ervaring, hoe groter de behoefte aan ‘inspiratie’, ‘ondersteuning bij verdere artistieke ontplooiing’ en ‘residenties of werkverblijven’. Al blijven de verschillen minimaal. Op niveau van de sector worden bredere zorgen duidelijk, de nood aan ‘richtlijnen voor eerlijke praktijken en eerlijke verloning’, ‘internationale profilering van Vlaanderen/België als designregio’ en ‘betere belangenbehartiging van de designsector’ komen sterk naar voren in de bevraging. Belangrijk hierbij is de vaststelling dat hoe langer men actief is in de sector (meer dan drie jaar), hoe sterker men de noden ervaart. Dat alle sectornoden een stuk hoger liggen voor de zelfstandige designers dan voor de werknemers in loondienst, bevestigt dat de uitbouw van een professionele designpraktijk een opgave is. ➔ Artistieke ontwikkeling, publiekswerking en marktontwikkeling zijn een samenhangend geheel. Een integrale benadering van deze noden is aan te bevelen voor (de opzet van) het beoogde expertisecentrum. Het opheffen van de schotten tussen cultuur en economie is een belangrijke hefboom voor een significante tegemoetkoming aan de in dit onderzoek gedetecteerde noden van de sector en van individuele designers.
6.1.3
Focus op verbinding en versterking van de designsector in al zijn diversiteit
Er zijn veel actoren die één of andere dienstverlenende rol opnemen ten aanzien van de designsector – meer gespecialiseerd dan wel in een bredere dienstverlenende rol. Tegelijk blijkt dat vaak de geografische en/of inhoudelijke afbakening van hun dienstverlening beperkt is naar de designsector en individuele designers toe. Er is grote versnippering en tegelijk blijven er hiaten. Uit de bevraging blijkt dat meer ervaring (+3 jaar) de kans op interactie met organisaties die een vorm van ondersteuning bieden verhoogt. Het zijn vooral de meer ervaren zelfstandige designers die deze ondersteuning zoeken en weten te vinden. Slechts een minderheid vindt de weg naar subsidies. Uit de analyse en gesprekken blijkt dat netwerken en de mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerkingen binnen het brede designveld (ook discipline-overschrijdend) en met andere sectoren, voor designers over het algemeen belangrijke vormen van ondersteuning zijn. Ook wordt er veel belang gehecht aan inspiratie aangereikt krijgen en aan toeleiding tot financiering. Voor de opstartende praktijk ontbreekt momenteel een gerichte toeleiding tot ondersteuning of passend aanbod, waardoor daar waar de nood aan ondersteuning groot is, die niet gevonden wordt in het huidig aanbod. De bevraagde (her)starters geven gemiddeld genomen het vaakst aan dat ‘toeleiding tot financiering’ voor hen een belangrijke vorm van ondersteuning is, juist voor een artistieke designpraktijk. De weg naar culturele subsidies wordt niet gemakkelijk gevonden. Ook komen bij deze groep vaker nood aan ondersteuningsvormen zoals ‘opleiding’, ‘loket’, ‘praktijkondersteuning- en ontwikkeling’, ‘produceren’ en ‘werkruimte’ naar boven. Ook op sectorniveau bestaat een duidelijke nood aan ondersteuning die momenteel nergens ten gronde wordt opgenomen: detecteren van en opkomen voor sectornoden, promotie van de sector en kennis- en expertiseontwikkeling. Daarbij zijn zowel een duidelijkere profilering van de designsector naar de overheid toe als naar het brede publiek relevante uitdagingen. Het zichtbaar maken van de sector in al haar diversiteit naar overheid, werkveld en brede publiek, kan zowel binnen Vlaanderen als internationaal verbeteren. Ook in het ontwikkelen, verbinden en transdisciplinair delen van expertise rond brede, gedeelde designbeleid- en designsectorvraagstukken in antwoord op maatschappelijke uitdagingen, zitten groeikansen voor verbeterde ondersteuning.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
44
Een centrum specifiek voor designers in Vlaanderen kan volgens de bevraagde designers een meerwaarde bieden op vlak van dienstverlening-op-maat op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…) in combinatie met matchmaking tussen designers en potentiële opdrachtgevers en op vlak van community building, ontmoeting met en uitwisseling onder peers. ➔ De expliciete focus op design bij de uitbouw van een (betere) dienstverlening kan een hefboom zijn voor talentontwikkeling, professionalisering, verdere groei en (inter)nationale erkenning van de sector. Wat betreft die focus op design, spreekt uit de nodenanalyse o.b.v. de survey en gesprekken dat de waarde van eventuele nieuwe ondersteuningsinitiatieven met name kan liggen in het hanteren van een breed vizier op design (alle disciplines) en het uitbouwen van een schottenvrij ondersteuningsaanbod dat inzet op het verder versterken en verbinden van de designsector in Vlaanderen in al haar diversiteit.
Meer info over deze studie? Neem dan contact op met: Michelle Accardo via michelle.accardo@ideaconsult.be Z33 via info@z33.be
Foto’s gebruikt in dit rapport via: https://www.baronesso.com/home/2015/4/nathalie-dewez (cover) https://www.kabinetvanlook.com/collections/featured-products/products/monolyth-magnetic-marble-emperador (hoofding)
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
45
➔
BIJLAGEN
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
46
B.1 /
Betrokken actoren
1.1.
Stuurgroep
In kader van dit onderzoek werd een stuurgroep ingesteld die in elke fase nauw betrokken was. De stuurgroep werd gevormd door: »
Adinda Van Geystelen – Z33
»
Annelies Thoelen – Z33
»
Christophe De Schauvre – Z33
»
Heleen Van Loon – Z33
»
Helena Vansteelant – CJM
»
Inge Vranken – Flanders DC
»
Lise Van Tendeloo – Designregio Kortrijk
»
Lyne Viskens – CJM
»
Zsuzsanna Böröcz – KUL
»
Isabelle De Voldere – IDEA Consult
»
Michelle Accardo – IDEA Consult
1.2.
Interviews
In kader van de voorbereiding van de brede bevraging werden interviews met experten georganiseerd. Volgende experten werden geïnterviewd: »
Katrien Laporte – Directeur Design Museum Gent – interview dd. 10/02/2021
»
Bie Luyssaert – Communicatie Design Museum Gent – interview dd. 10/02/2021
»
Jan Boelen – Rector Karlsruhe University of Arts and Design – interview dd. 11/02/2021
»
Dieter Van Den Storm – Journalist + Biënnale Interieur - interview dd. 12/02/2021
»
Inge Vrancken – Flanders DC – interview dd. 16/02/2021
»
Zsuzsanna Böröcz – KUL – interview dd. 10/03/2021
1.3.
Klankbordgroep
De resultaten uit de bevraging werden getoetst met designers. We organiseerden op 15 september 2021 een klankbordgroep. Volgende drie personen namen deel aan de klankbordgroep: »
Wim Segers, Studio Segers
»
Tom Fonteyn, Studio Segers
»
Alain Monnens, Studio Alain Monnens
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
47
B.2 /
Vragenlijst - Online bevraging
Introductietekst Hartelijk dank voor het deelnemen aan deze bevraging. Deze bevraging heeft tot doel artistieke of creatieve noden in kaart te brengen van individuele designers en de designsector. De resultaten van deze bevraging worden gebruikt om na te gaan op welke manier in de toekomst (beter) tegemoetgekomen kan worden aan deze artistieke noden. Indien u of uw organisatie actief bent binnen het designveld, willen wij u vragen om op de volgende vragenlijst in te vullen. Het invullen van de bevraging duurt ongeveer 10 minuten. Als u interesse heeft in de resultaten, dan kan u op het einde van de vragenlijst uw e-mailadres invullen. Al uw antwoorden in deze enquête zijn persoonlijk en vertrouwelijk en zullen geanonimiseerd worden verwerkt.
Profielschets Het designveld is een breed veld. Het omvat verschillende disciplines en is zeer dynamisch. We starten daarom met een aantal vragen die ons helpen om een profiel te schetsen van u als designer.
1. Bent u professioneel actief in de designsector of hebt u vanuit een andere sector te maken met de designsector? »
Ik ben een designer en ben professioneel actief in de designsector (als zelfstandige in hoofd- of bijberoep, in dienstverband…).
»
Ik ben een designer en maak een (her)start in de designsector (minder dan 3 jaar actief) (bv. net afgestudeerd, startende praktijk, heroriëntatie …).
»
Ik ben niet actief in de professionele designsector.
2. U gaf aan dat u professioneel actief bent in de designsector. Duidt aan op welke wijze u actief bent:(meerdere antwoorden mogelijk) »
Voltijds zelfstandig als designer.
»
Zelfstandig in bijberoep als designer.
»
Voltijds in dienstverband als designer.
»
Deeltijds in dienstverband als designer.
3. U gaf aan dat u een designer bent die een start in de designsector maakt. Duidt aan op welke wijze u deze start maakt:(meerdere antwoorden mogelijk) »
Ik ben momenteel op zoek naar een voltijdse job als designer.
»
Ik werk momenteel aan de (her)opstart van een eigen praktijk.
»
Ik heb {{tooltip 'recent' 'minder dan 3 jaar geleden'}} een eigen praktijk gestart als zelfstandige in hoofdberoep
»
Ik heb {{tooltip 'recent' 'minder dan 3 jaar geleden'}} een eigen praktijk gestart als zelfstandige in bijberoep
»
Ander, gelieve te specificeren............................................................
4. Binnen welke discipline bent u als designer actief? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Ambachtelijk ontwerp (glas, keramiek…)
»
Grafische vormgeving
»
Industrieel design
»
Juweelontwerp
»
Policy design
»
Reclamevormgeving
»
Service design
»
Textieldesign
»
Webdesign en digitaal design
»
Experience design
»
Illustratie
»
Interieurvormgeving
»
Meubelontwerp
»
Productdesign
»
Scenografie
»
Social design
»
Typografie
»
Ander, gelieve te specificeren..............................
5. Wat is uw leeftijd? »
Jonger dan 25 jaar
»
25-34 jaar
»
35 - 44 jaar
»
45-54 jaar
»
55-64 jaar
»
65 of ouder
6. Wat is uw geslacht? »
Man
»
Vrouw
»
Neutraal
7. Waar is uw designpraktijk gevestigd of bent u tewerkgesteld als designer? »
Antwerpen
»
Brussel
»
Limburg
»
Oost-Vlaanderen
»
Vlaams-Brabant
»
West-Vlaanderen
»
Wallonië
»
Buitenland (specifieer)............................................................
8. Wat is uw (hoogst) genoten voltooide opleiding die specialiseert in design? (meerdere antwoorden mogelijk) Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
49
»
Geen diploma middelbaar onderwijs
»
Diploma middelbaar onderwijs ASO
»
Diploma middelbaar onderwijs TSO
»
Diploma middelbaar onderwijs BSO
»
Diploma middelbaar onderwijs KSO
»
Hogeschool of universiteit in Vlaanderen of Brussel
»
Hogeschool of universiteit in Wallonië
»
Hogeschool of universiteit in het buitenland
»
Deeltijds kunstonderwijs voor volwassenen
»
Ander, gelieve te specificeren............................................................
9. Specifieer: Aan welke instelling volgde u een opleiding?(meerdere antwoorden mogelijk) »
»
»
»
'Howest Industrial Design Center' •
'Industrieel Productontwerpen (Pr. Bachelor),
•
Digital Design & Development (Pr. Bachelor)
'KASK — School of Arts Gent' •
Autonome vormgeving (Ac. Master)
•
Digital design and development (Pr. Bachelor)
•
Grafisch ontwerp (Ac. Master)
•
Instrumentenbouw (Ac. Master)
•
Interieurvormgeving (Pr. Bachelor)
•
Textielontwerp (Ac. Master)
'KASK School of Arts Antwerpen' •
Grafisch Ontwerp (Ac. Master)
•
Juweelontwerp (Ac. Master)
KULeuven, Brussel' •
»
KULeuven, Gent' •
»
»
Interieurarchitectuur (Ac. Master)
Interieurarchitectuur (Ac. Master)
LUCA School of Arts Brussel •
Grafisch Ontwerp (Ac. Master),
•
Interieurvormgeving (samen met Gent — Pr. Bachelor)
LUCA School of Arts Gent •
Textielontwerp (Ac. Master),
•
Interieurvormgeving (samen met Brussel — Pr. Bachelor),
•
Beeldende Vormgeving (Pr. Bachelor),
•
Grafisch Ontwerp (Ac. Master),
•
Keramiek en Glaskunst (Ac. Master),
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
50
• »
LUCA, School of Arts C-Mine •
»
»
»
»
»
•
Grafisch Ontwerp
•
Juweel- & Edelsmeedkunst
•
Vrije Kunsten (Ac. Master)
Sint Lucas, Karel De Grote Hogeschool, Antwerpen •
Grafisch Ontwerp (Ac. Master)
•
Juweelontwerp en Edelsmeedkunst (Ac. Master)
Thomas More Mechelen •
Interieur, Design en Architectuur: Meubelontwerp (BanaBa)
•
Interieurvormgeving (Pr. Bachelor en Pr. Bachelor via Open Hoger Onderwijs)
•
Toegepaste Architectuur (Pr. Bachelor)
•
Space & Service Design (Postgraduate)
Universiteit Antwerpen' •
Ontwerpwetenschappen
•
Productontwikkeling (Ac. Master)
•
Interieurarchitectuur (Ac. Master)
Universiteit Gent, Kortrijk Industriële wetenschappen: Industrieel Ontwerpen (Ac. Master)
Universiteit Hasselt •
»
Productdesign (Ac. Master)
'PXL-MAD School of Arts Hasselt
• »
Illustratie (Ac. Master)
Interieurarchitectuur (Ac. Master)
Ander, gelieve te specificeren..............................
10. Aan welke Waalse of buitenlandse instelling volgde u een opleiding? 11. Specifieer: Aan welke instelling volgde u een opleiding? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Deeltijds en/of Stedelijk Kunst Onderwijs
»
Syntra
»
Centrum voor Volwassenonderwijs
»
Ander, gelieve te specificeren..........................................
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
51
In de volgende set van vragen gaan we na welke specifieke noden aan ondersteuning u ervaart als individuele designer.
Bevraging noden individuele designer 12. Welke noden ervaart u over het algemeen als designer?Als designer heb ik nood aan… Noch Helemaal oneens
Oneens
eens, noch
Eens
Helemaal eens
NVT
oneens Atelier- of werkruimte.
een professionele artistieke praktijk.
Informatie over trends en ontwikkelingen binnen de designsector.
Inspiratie bv. via lezingen, symposia…
Mogelijkheden voor levenslang leren (bv. workshops, masterclasses).
beeldmateriaal).
Ondersteuning bij de internationalisering van mijn praktijk.
Ondersteuning bij mijn (verdere) artistieke ontplooiing.
regelgeving, financiering en subsidiëring…).
Netwerken met andere designers.
Netwerken met potentiële opdrachtgevers en/of bedrijven.
Netwerken met culturele opdrachtgevers.
en buiten designveld (participatie, co-creatie, …).
Residenties of werkverblijven.
Ruimte voor fysieke archivering van mijn werk.
Toonplekken ’artistiek’ (bv. biënnale, museum).
Toonplekken ‘commercieel’ (bv. beurzen).
Een brug tussen opleiding en praktijk in het kader van de uitbouw van
Mijn zichtbaarheid vergroten/verbeteren bv. via promotie, portfolio, zelfpresentatie (fysiek & digitaal), publicaties. Ondersteuning bij de digitalisering van mijn werk (website, database,
Ondersteuning op zakelijk vlak (management, administratie,
Ondersteuning op het vlak van samenwerken binnen (duo, collectief, …)
13. Zijn er nog andere noden op artistiek vlak die u ervaart als designer en die u met ons wilt delen?
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
52
In de volgende set van vragen gaan we na welke specifieke noden van toepassing zijn op de brede designsector.
Bevraging noden brede designsector 14. Welke van volgende noden zijn volgens u van toepassing op de brede designsector? Er is binnen de designsector in Vlaanderen nood aan… Helemaal
Oneens
oneens Meer netwerking binnen de designsector
Noch eens,
Eens
noch oneens
Helemaal
NVT
eens
sectoren (onderwijs, wetenschap, bedrijfsleven...)
Betere belangenbehartiging van de designsector
artistieke discipline
Erkenning en awards (bv. Henry Van de Velde)
Meer netwerking met cross-overs naar andere
Informatiedeling
over
tendensen
evoluties
(bv.
ontwikkelingen in
en
materialen,
technieken, methodes en stijlen, implicaties van bredere maatschappelijke ontwikkelingen, …) Kennisdeling over de designsector naar andere spelers binnen een breder ecosysteem. Promotie en zichtbaarheid voor design als
Internationale profilering van Vlaanderen/België als designregio Een centraal aanspreekpunt voor professionele ondersteuning Richtlijnen voor eerlijke praktijken en eerlijke verloning
15. Zijn er volgens u nog andere noden van toepassing op de brede designsector, die u met ons wilt delen?
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
53
In dit deel bevragen we mogelijke vormen van ondersteuning voor individuele designers. De bedoeling is om na te gaan welke (bestaande en nieuwe) ondersteuningsactiviteiten tegemoetkomen aan (artistieke of creatieve) noden van individuele designers.
Bevraging ondersteuning individuele designers 16. Welke vormen van ondersteuning vindt u belangrijk voor uw artistieke designpraktijk?Maximum vier antwoordopties mogelijk. »
Inspiratie: Een aanbod van inspirerende activiteiten zoals lezingen, symposia…
»
Internationaliseren: Mogelijkheden tot verbinden met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en cocreatie.
»
Loket: Een aanspreekpunt voor eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Netwerken: Mogelijkheden tot ontmoeting, uitwisseling, dialoog en samenwerking binnen het designveld.
»
Opleiding: Een voldoende kwaliteitsvol en divers opleidingsaanbod in Vlaanderen.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling: Begeleiding op maat bij kwaliteitsbevordering, innovatie, professionalisering en het aansluiting vinden bij een community.
»
Produceren: Ondersteuning bij de ontwikkeling en ter beschikkingstelling van nieuwe of verbeterde concepten, materialen en technieken, producten en/of diensten.
»
Promotie: Ondersteuning bij het vergroten of verbeteren van de zichtbaarheid bv. via promotie en publicaties.
»
Toeleiding tot financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Werkruimte: beschikbaarheid van werkruimte, experimenteerruimte en co-creatie ruimte (om samen te werken met andere designers).
17. Zijn er nog andere vormen van ondersteuning die u als designer op artistiek vlak verder op weg kunnen helpen? 18. Deed u in de afgelopen vijf jaar beroep op één van volgende organisaties voor ondersteuning? (meerdere antwoorden mogelijk) »
ADAM Brussel
»
Cultuurloket
»
Design Museum Gent
»
DIVA Antwerpen
»
Het Glazen Huis Lommel
»
MAD Brussels
»
Timelab
»
VAKlab
»
Antwerp Powered by Creatives
»
Departement CJM
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
54
»
Designregio Kortrijk
»
Flanders DC
»
Kunstenpunt
»
Ministry of Makers Gent
»
Z33
»
Ander, gelieve te specificeren..............................
»
Ik deed geen beroep op een organisatie voor ondersteuning
19. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op ADAM Brussel ? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
20. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Antwerp Powered by Creatives? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
55
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
21. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Cultuurloket? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
22. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Departement CJM? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
56
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
23. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Design Museum Gent? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
24. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Designregio Kortrijk? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
57
25. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op DIVA Antwerpen? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
26. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Flanders DC? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
58
27. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Het Glazen Huis Lommel? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
28. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Kunstenpunt? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
59
29. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op MAD Brussels? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
30. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Ministry of Makers Gent? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
60
31. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Timelab? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
32. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op VAI? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
61
34. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op VLAIO? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
35. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op Z33? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
62
36. Voor welke vormen van ondersteuning deed u precies beroep op een andere organisatie dan in de lijst? (meerdere antwoorden mogelijk) »
Atelier- of werkruimte.
»
Eerstelijnsadvies, specialistisch advies of doorverwijzing naar andere experten.
»
Fysieke archivering van mijn werk.
»
Internationalisering.
»
Netwerken met andere sectoren.
»
Opleiding.
»
Promotie en publicaties.
»
Digitalisering van mijn werk (website, database, beeldmateriaal).
»
Financiering bv. subsidies, kredieten, investeringsmiddelen, financiële middelen.
»
Inspiratie (lezingen, symposia…).
»
Netwerken binnen het designveld.
»
Ondersteuning bij productie.
»
Praktijkondersteuning en -ontwikkeling.
»
Residenties of werkverblijven.
»
Toonplekken
37. Heeft u ervaring met subsidieprogramma’s in de periode 2015-2020?
»
Ja, ik ontving in die periode subsidies.
»
Ja, ik deed in die periode aanvraag voor subsidies maar werd niet weerhouden.
»
Nee, ik heb in die periode geen subsidieaanvraag gedaan.
38. Over welk subsidieprogramma ging dit? 39. In welke mate was u tevreden of ontevreden over dit programma?
Zeer ontevreden
Ontevreden
Tevreden noch ontevreden
Tevreden
Zeer tevreden
Geen mening
40. Was er nog een ander subsidieprogramma in de periode 2015-2020 waarmee u ervaring heeft? 41. In welke mate was u tevreden of ontevreden over dit programma?
Zeer ontevreden
Ontevreden
Tevreden noch ontevreden
Tevreden
Zeer tevreden
Geen mening
42. Over welk(e) subsidieprogramma(s) ging dit? Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
63
In dit deel bevragen we een set van mogelijke ondersteuningsinstrumenten die het brede designveld ten goede komen. De bedoeling is om na te gaan welke ondersteuningsactiviteiten tegemoetkomen aan (artistieke) noden van het brede designveld.
Bevraging ondersteuning noden brede designsector 43. Welke ondersteuning vindt u belangrijk voor de brede designsector?Maximum drie antwoordopties mogelijk. »
Belangenbehartiging: designers worden geïnformeerd, geconsulteerd, gemobiliseerd en vertegenwoordigd bij de overheid en andere beleidsrelevante fora.
»
Kennis- en expertiseontwikkeling: Het ontwikkelen, verbinden en delen van expertise rond brede, gedeelde designbeleid- en designsectorvraagstukken in antwoord op maatschappelijke uitdagingen.
»
Reflectie: reflectie op de ontwikkelingen in het veld als geheel
»
Beleidsondersteuning: Op vraag of op eigen initiatief ondersteuning geven aan de overheid in functie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie inzake het algemene designbeleid of specifieke beleidsvraagstukken door terreinkennis en specifieke expertise ter beschikking te stellen.
»
Promotie: De sector zichtbaar maken naar overheid, werkveld en brede publiek, zowel binnen Vlaanderen als internationaal.
»
Internationalisering: Het verbinden van een praktijkgemeenschap of werkveld met internationale netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en cocreatie.
44. Zijn er nog andere vormen van ondersteuning die u belangrijk vindt voor de brede designsector? 45. Duid aan in welke mate u het eens of oneens bent met volgende stellingen: Helemaal
Oneens
oneens
Noch
Eens
eens,
Helemaal
NVT
eens
noch oneens Er is momenteel een gebrek aan ondersteuning van designers bij de oriëntatie binnen
en brede publiek in Vlaanderen.
De Vlaamse/Belgische designsector zou zich internationaal sterker moeten profileren.
het designveld. Er is nood aan meer stimulerende kaders voor designers om onderling samen te werken. Designers hebben nood aan meer mogelijkheden voor samenwerking met experts uit andere sectoren (cross-disciplinair). De designsector in Vlaanderen moet meer expertise ontwikkelen, verbinden en (onderling) delen rond brede vraagstukken in antwoord op maatschappelijke uitdagingen. De designsector zou meer zichtbaar gemaakt moeten worden naar overheid, werkveld
Het ontbreekt Vlaamse/Belgische designers momenteel aan plekken (fysiek of virtueel) waar ze op continue basis actuele en internationale trends binnen het designlandschap of het designbeleid kunnen opvolgen. Er is nood aan meer mogelijkheden voor designers om binnen de designsector innovatieve praktijken onderling te kunnen delen.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
64
Er is nood aan meer mogelijkheden voor designers om cross-sectoraal meer innovatieve praktijken te kunnen delen.
Designers moeten als aparte beroepsgroep worden geïnformeerd, geconsulteerd, gemobiliseerd en vertegenwoordigd bij de overheid en andere beleidsrelevante fora. Er moet meer worden ingezet op het verbinden van de designpraktijkgemeenschap of werkveld met internationale (design) netwerken, professionals en organisaties in functie van uitwisseling en cocreatie.
46. Indien er een ondersteuningscentrum voor designers georganiseerd zou worden, op welke vormen van ondersteuning kan deze organisatie het beste inzetten volgens u? Maximum vijf antwoordopties mogelijk. Rangschik in afnemende volgorde van prioriteit, waarbij 1 = hoogste prioriteit. Belangenbehartiging naar de overheid toe. Archivering (fysiek en/of digitaal). Communitybuilding, ontmoeting met en uitwisseling onder peers. Dienstverlening-op-maat bij internationalisering. Dienstverlening-op-maat op zakelijk vlak (management, administratie, regelgeving, financiering en subsidiëring…). Dienstverlening-op-maat op vlak van artistieke ontplooiing. Eerstelijns aanspreekpunt, portaalfunctie, doorverwijzen. Faciliteren van (internationale) residenties of werkverblijven. Informatievoorziening (online) en infosessies. Internationale promotie van design(ers) uit Vlaanderen. Kennisdeling binnen het designveld. Kennisdeling over design binnen andere sectoren. Kennisopbouw: Gegevensverzameling en documentatie over het designveld. Kritische reflectie en visieontwikkeling. Matchmaking tussen designers en potentiële opdrachtgevers. Promotie van design in Vlaanderen (naar het brede publiek). Ander, gelieve te specificeren
47. Welke andere bedenkingen of opmerkingen wil u delen in verband met ondersteuning van de designsector? 48. Heeft de huidige crisis uw antwoorden op deze bevraging beïnvloedt? »
Ja
»
Nee
49. In welke mate of hoe heeft de huidige crisis uw antwoorden mede bepaald? 50. Als u interesse heeft in de resultaten, dan kan u hier uw gegevens achterlaten. Uw gegevens zullen gedeeld worden met Z33 in functie van deze bevraging. Uw antwoorden zijn geregistreerd! Hartelijk dank dat u de tijd genomen hebt om deze bevraging in te vullen.
Onderzoek noden designsector | IDEA Consult | 21 januari 2022
65