Skip to main content

SERV_20220425_Organisatieschooljaar_ADV.pdf

Page 1

DE (RE)ORGANISATIE VAN HET SCHOOLJAAR: DRAAGVLAK VOOR VERDER DEBAT


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Adviesvraag aan de SERV over de organisatie van het schooljaar

Adviesvrager

Ben Weyts - Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand

Ontvangst adviesvraag

7 juli 2021

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 11 (overlegfunctie)

Goedkeuring raad

25 april 2022

Contactpersoon

Mieke Valcke

mvalcke@serv.be

2


De heer Ben WEYTS Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand Kreupelenstraat 2 B-1000 Brussel

De (re)organisatie van het schooljaar: draagvlak voor verder debat Mijnheer de minister De SERV apprecieert de mogelijkheid om via uw adviesvraag en dit advies een inbreng te doen in het belangrijk debat van de aanpak van leervertraging en de (re)organisatie van het schooljaar. De bevragingen bij en de adviezen van leerlingen, leraren, ouders en sectoren tonen aan dat de organisatie van het schooljaar velen beroert. Het gaat niet enkel om het leren en ontwikkelen van kinderen, maar ook om de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, om de mogelijkheden om betaald werk te verrichten voor ouders (moeders) en om de gevolgen op productie en diensterlening van ondernemingen. De SERV heeft zich breed geïnformeerd en alle informatie verwerkt in vijf mogelijke scenario’s en hun voor- en nadelen. In zijn aanbevelingen, het zesde en laatste deel van het advies, pleit de SERV onder meer: •

voor verder debat en dialoog, omdat draagvlak gezien de vele betrokkenen een langdurig proces kan zijn. Voor de SERV is er vanuit de sociaaleconomische invalshoek van de arbeidsmarkt niet direct hoogdringendheid voor een reorganisatie van het schooljaar maar wel vanuit een maatschappelijke invalshoek nl. de aanpak van leervertraging en zomerleerverlies en het realiseren van gelijke onderwijskansen. Ook vanuit andere perspectieven kunnen er redenen zijn om het debat grondig te voeren;

•

voor verder onderzoek en monitoring, omdat meer eenduidigheid nodig is. Dat onderzoek kan de kosten en baten van diverse maatregelen voor de aanpak van zomerverlies en leerachterstand uitdiepen en extra inzicht geven in de impact van een reorganisatie van het schooljaar op de productie en de dienstverlening van ondernemingen en sectoren. De


beslissing van de Franse Gemeenschap is een unieke mogelijkheid om maatschappelijke en economische effecten en impact te meten; •

voor een heldere formulering van de doelstellingen die Vlaanderen wil, kan en moet bereiken met een weloverwogen (re)organisatie van het schooljaar. Een mogelijke hervorming van het schooljaar is slechts één onderdeel van een onderwijsbeleid gericht op aantrekkelijk, uitdagend en kwaliteitsvol onderwijs.

Het onderwijs in Vlaanderen en ook de Vlaamse economie komt uit een zeer moeilijke periode t.g.v. de coronapandemie. Het onderwijs heeft daarnaast te maken met diverse hervormingen (modernisering secundair onderwijs, invoering nieuwe onderwijsdoelen). Een (debat over een) reorganisatie van het schooljaar vraagt dan ook tijd voor reflectie en voorbereiding. Ondertussen dient het beleid dat leervertraging tegen gaat en gelijke onderwijskansen bevordert, verder gezet en versterkt te worden. Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

6

Advies

8

1.

Alles blijft bij het oude (scenario 1) 1.1

Mogelijke baten van (het behoud van) de huidige organisatie van het schooljaar

1.2

10

Waarom vasthouden aan de huidige kalender geen goed idee kan zijn

2.

3.

9

11

Alles blijft bij het oude mét zomerscholen (scenario 2)

13

2.1

Mogelijke baten en voordelen van zomerscholen

13

2.2

Mogelijke beperkingen van zomerscholen

14

Een kortere zomervakantie (scenario 3)

14

3.1

De voordelen van een kortere zomervakantie

14

3.2

Mogelijke nadelige gevolgen van een kortere zomervakantie 15

4.

5.

Een andere ritmering volgens een 7/2 structuur (scenario 4)

17

4.1

Mogelijke baten van een andere ritmering

17

4.2

Mogelijke nadelen of kosten van de 7/2 ritmering

19

Een andere ritmering met spreiding in Wallonië/Brussel en Vlaanderen (scenario 5) 5.1

22

Mogelijke baten van een spreiding van vakanties volgens gemeenschap

5.2

22

Mogelijke nadelen van ongelijke vakantieperiodes in België 22

6.

Aanbevelingen en randvoorwaarden

Bibliografie

24 28

5


Krachtlijnen •

Met een open blik kom je verder

Een aanpassing van de schoolkalender is erg ingrijpend en vraagt een brede benadering. De SERV trok tijd uit voor intern overleg met en bij de eigen leden. De SERV betrok ook zo veel als mogelijk diverse externe organisaties in het proces naar dit advies en beluisterde verschillende experten. De SERV koos voor een breed sociaaleconomisch perspectief: het perspectief van leerlingen en leraren, van (werkende) ouders en gezinnen en uiteraard ook van ondernemingen en sectoren. •

Elk voordeel heeft zijn nadeel

De SERV beschrijft vijf verschillende scenario’s voor de organisatie van het schooljaar op basis van baten en kosten. Elk scenario heeft immers zijn vooren nadelen. •

De huidige organisatie van het schooljaar mag zeer vertrouwd zijn bij leerlingen, gezinnen en ondernemingen maar de lange zomervakantie in de bestaande kalender zorgt bij veel leerlingen voor zomerleerverlies met cumulatieve effecten op lange termijn.

•

De zomerscholen mogen een succes zijn omdat ze het leerverlies beperken en kwetsbare kinderen bereiken maar ze zijn geen antwoord op de veranderlijke en daardoor ingewikkelde planning van een schooljaar.

•

Een kortere zomervakantie mag zorgen voor aanzienlijk meer onderwijstijd maar kan niet op bijval rekenen bij de meeste leraren.

•

De 7/2 ritmering (7 weken les gevolgd door 2 weken vakantie) mag klinken als een logische opbouw van een schooljaar maar zorgt voor verdeelde signalen en onzekerheid bij enkele sectoren over de mogelijke economische impact ervan.

•

Een ongelijke spreiding van vakanties in Wallonië, Brussel en Vlaanderen mag opportuniteiten bieden voor het toerisme maar veroorzaakt bezorgdheid bij werkende ouders met kinderen in scholen over de taalgrens of in beide taalgroepen in Brussel.

•

De waarheid heeft zijn rechten

Vlaanderen heeft in vergelijking met de ons omringende landen een lange zomervakantie. Hoe langer de periode zonder onderwijs, hoe hoger het leerverlies, zeker bij kwetsbare kinderen. Over de oplossingen daarvoor is het onderzoek minder eenduidig en zijn de experten het niet helemaal met elkaar eens. Het valt te verwachten dat een verschuiving van vakanties een impact zal hebben op de productie en de dienstverlening van sommige ondernemingen maar

6


de omvang daarvan is moeilijk te voorspellen. Dat alles maakt glasheldere conclusies moeilijk en vooral overhaaste beslissingen onwenselijk. •

Het laatste woord is nog niet gesproken

Voor de SERV is er vanuit de sociaaleconomische invalshoek van de arbeidsmarkt niet direct hoogdringendheid voor een reorganisatie van het schooljaar maar wel vanuit een maatschappelijke invalshoek nl. de aanpak van leervertraging en zomerleerverlies en het realiseren van gelijke onderwijskansen. De cumulatie van leerverlies heeft effect op (school)loopbanen en op lange termijn ook op de instroom op de arbeidsmarkt en op economische resultaten. Ook vanuit andere perspectieven kunnen er redenen zijn om het debat grondig te voeren. De SERV pleit dan ook voor verder debat en overleg over de organisatie van het schooljaar en doet daarvoor enkele aanbevelingen. •

Beslis alleen als je snel wil gaan, maar beslis samen met anderen als je zo ver mogelijk wil gaan voor sterk en aantrekkelijk onderwijs voor alle kinderen. Dat moet ten goede komen aan elk individu, de maatschappij en de economie. De naweeën van de coronapandemie en andere ingrijpende hervormingen in het onderwijs vragen bedachtzaamheid.

•

Ga niet over één nacht ijs maar zet verder in op breed Vlaams onderzoek om de juiste afwegingen te kunnen maken voor élke beslissing. De beslissing van de Franse Gemeenschap biedt een unieke mogelijkheid om maatschappelijke en economische effecten en impact van een dergelijke hervorming te meten.

•

Weet dat één zwaluw de lente niet maakt, de hervorming van de schoolkalender is een onderdeel van een bredere aanpak. Grijp dit debat aan voor ingrepen die de onderwijstijd ten volle benutten voor leren en ontwikkelen.

•

Kies eerst de bestemming en dan de weg er naar toe. Maak duidelijk welke onderwijskundige, maatschappelijke en economische doelstellingen Vlaanderen wil, kan of moet bereiken door een weloverwogen (aanpassing van) organisatie van het schooljaar en de schooltijd.

•

Getuig dat kinderen het hoogste goed zijn. Ondersteun een sluitend en kwalitatief aanbod aan jeugdwerk en buitenschoolse opvang. Dergelijk aanbod komt niet enkel alle kinderen ten goed, het zal ook de combinatie werk en gezin vergemakkelijken. Dat kan de werkzaamheid van (alleenstaande) ouders, en zeker van moeders, verhogen.

7


Advies Achtergrond De minister van Onderwijs gaf midden 2021 te kennen het debat over de reorganisatie van het schooljaar te willen voeren en daarvoor een brede consultatie te voorzien. Voor de aanpak van de leervertraging opgelopen door de schoolsluitingen en het afstandsonderwijs tijdens de covid-19 pandemie is een kortere zomervakantie als mogelijke oplossing gesuggereerd. De beslissing van de Franse Gemeenschap om het schooljaar vanaf 2022-2023 anders te organiseren zwengelde dat debat ook in Vlaanderen verder aan. Voorafgaandelijk wil de minister van onderwijs zicht krijgen op het draagvlak dat er voor een reorganisatie van het schooljaar is en welke kritische randvoorwaarden moeten worden vervuld. Daartoe vroeg hij op 7 juli 2021 een advies aan de Vlor en aan de SERV.

Werkwijze •

De SERV bereidde dit advies voor met een open blik door middel van enkele ronde tafels met een (eenmalige) afvaardiging en/of input van diverse betrokkenen. Hun inbreng komt op verwerkte wijze aan bod doorheen dit advies. Visies en standpunten kunnen geëvolueerd zijn, bv. door recente eigen bevragingen. Het gaat om: •

het jeugdwerk (de Ambrassade, Kazou, Roeland), de jongeren (Vlaamse Scholierenkoepel) en de gezinnen (de Gezinsbond);

•

de sectoren: de HR-sector (Federgon), de toerismesector (Vlaamse Vereniging Reisbureaus, Westtoer, Visit Limburg), de sector van de jeugdbijstand en de kinderopvang (het Vlaams Welzijnsverbond);

• •

de Brusselse sociale partners (Banspa).

De SERV informeerde zich bij beleidsmakers en experten. Het gaat om de kabinetschef van minister Désir mevr. Noémi Roger, dhr. Kristof De Witte 1 van de KUL, dhr. Wouter Duyck 2 van UGent en NVAO, dhr. Ignace Glorieux 3 van de KUL en dhr. Pieter Verachtert 4 van Thomas Moore Hogeschool. Ook mevr. Jill Schoonvliet van de Vlhora en mevr. Marleen

1

‘Inkorten van de zomervakantie als hefboom in een Vlaamse Build-Back & Build-Better strategie’, Kristof De Witte en Letizia Gambi, SERV – 16 november 2021

2

‘Naar een kortere schoolvakantie in Vlaanderen?’, Wouter Duyck, SERV – 1 februari 2022

3

‘De optimalisering van de jaarlijkse onderwijstijd. Resultaten van een Delphi-onderzoek uit 1996-97’, Ignace Glorieux, SERV – 23 november 2021

4

‘The other side of summer. Over zomerverlies, zomerscholen en kortere zomervakanties’, Pieter Verachtert, SERV – 18 januari 2022

8


Bonders van de Vlir werden uitgenodigd voor een toelichting over de academische kalender. •

De SERV benut informatie uit bevragingen. De SERV verwijst in dit advies naar verschillende (interne) bevragingen, zowel van externe stakeholders als van de eigen leden of sectoren aangesloten bij de eigen leden. De vraagstelling die aan respondenten werd voorgelegd is erg verschillend. Dat maakt dat cijfers niet te vergelijken zijn en voorzichtigheid behoeven bij de interpretatie ervan. Sommige leden en externe stakeholders hebben niet voor een bevraging gekozen maar voor een procesmatige aanpak. De reden daarvoor is dat een bevraging tijdens of na een crisisperiode vertekende antwoorden heeft. Een andere reden om niet te kiezen voor een bevraging is omdat het moeilijk in te schatten is vanuit welke bril de bevraging ingevuld wordt: als werkgever, als personeelsverantwoordelijke, als ouder?

Inhoud en opbouw De SERV kiest voor een brede benadering. De Franse Gemeenschap zet voor zijn hervorming van het schooljaar expliciet de belangen van het kind centraal. De SERV besteedt in zijn advies aandacht aan diverse belangen. Deze omvatten het welzijn van kinderen, jongeren en gezinnen, de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep, de impact op werknemers en de economische gevolgen van de organisatie van het schooljaar voor ondernemingen en sectoren. Deze brede invalshoek is nodig om goede afwegingen in het debat te kunnen maken. De SERV schetst vijf scenario’s voor de organisatie van het schooljaar en doet enkele aanbevelingen voor het verder debat. De SERV verwerkte alle inzichten in de scenario’s via telkens twee blokjes nl. 1) wat zijn de baten of voordelen en 2) wat zijn de kosten of nadelen. Het aantal mogelijke scenario’s is niet exhaustief en ook de oplijsting van kosten en baten is niet exhaustief. Een variatie op of een combinatie van onderdelen van scenario’s behoort ook tot de mogelijkheden. In een zesde en laatste deel doet de SERV enkele aanbevelingen en schetst enkele randvoorwaarden.

Alles blijft bij het oude (scenario 1) In scenario 1 verandert er niets aan de bestaande organisatie van het schooljaar. Vlaanderen zit binnen de OESO in de middenmoot qua totale vakantie en kent in verhouding een lange zomervakantie: •

Vlaamse leerlingen hebben 15 weken schoolvakantie: 6 weken tijdens het schooljaar en 9 weken in de zomer.

•

In Frankrijk is er 16 weken vakantie, 8 tijdens het schooljaar en 8 in de zomer en in Duitsland 13 waarvan 6,5 tijdens het schooljaar en 6,5 in de zomer. Landen met een langere zomervakantie zijn Zweden met 10 weken op een totaal van 17 en Italië met 13 weken op een totaal van 15. 9


•

Zwitserland scoort het laagst met 10 weken vakantie waarvan er 5 in de zomer vallen.

De schoolvakanties zijn gekoppeld aan (veranderlijke) feestdagen, Aswoensdag valt tussen 4 februari en 10 maart, Pasen tussen 22 maart en 25 april. De lengte van de lesperiodes voor en na deze feestdagen kan met meerdere weken variëren.

1.1 Mogelijke baten van (het behoud van) de huidige organisatie van het schooljaar •

Verschillende geledingen van de samenleving, ouders, jeugdwerk, studentenarbeid én ondernemingen, hebben zich structureel aangepast om de vakanties te overbruggen. Bij een behoud van de huidige kalender zijn hieraan geen aanpassingen nodig. De schoolkalender gekenmerkt door de lange zomervakantie in juli en augustus dateert van 1948 5. In vergelijking met de evoluties in andere tijdsordes zoals arbeidstijden of openingstijden is de schooltijd relatief stabiel gebleven, stelt Glorieux. 6 Er was wel de veralgemeende overgang naar de 5-daagse schoolweek in 1974 en er waren enkele pogingen tot debat over de schoolkalender o. a. in 2013. De schoolkalender, onder meer gebaseerd op veranderlijke rooms-katholieke feestdagen, bleek telkens sterk verankerd. •

Gezinnen zijn erg vertrouwd met de huidige ritmering. Dat is alvast een reden voor een deel van de ouders om geen voorstander te zijn van een inkorting van de zomervakantie. 7 In specifieke situaties bv. bij co-ouderschap is de toewijzing van de kinderen tijdens de schoolvakantie voor een lange tijd vastgelegd.

•

Op de schoolvakanties is er een heel uitgebreid en kwalitatief aanbod aan sport- en jeugdwerk geënt. Voor de invulling en begeleiding daarvan zijn studenten uit het hoger onderwijs o.a. als vrijwilliger erg belangrijk, aldus de Vlaamse Jeugdraad. 8 Een maximale afstemming tussen de kalender van het hoger onderwijs en de kalender van het lager en secundair onderwijs is wenselijk.

•

De inzet van jobstudenten uit het secundair onderwijs is belangrijk voor verschillende sectoren en vooral voor de toeristische sector. UNIZO legde in een interne bevraging aan sectoren vier scenario’s voor: een status quo, de inkorting van de zomervakantie, de 7/2 ritmering, de 7/2 ritmering met ongelijke spreiding. Een deel van de toeristische subsector van de musea en attractieparken is omwille van de studentenarbeid voor een behoud van de huidige kalender. De voorbije jaren is er al wel een spreiding van studentenarbeid over het volledige jaar maar voor bepaalde sectoren is dit een issue.

5

Voor een korte geschiedenis van de (discussies over) schoolvakanties zie: https://www.impuls-onderwijs.be/de-herfstvakantie-verlengen-vakantiespreiding-terug-van-weg-geweest/

6

‘De optimalisering van de jaarlijkse onderwijstijd. Resultaten van een Delphi-onderzoek uit 1996-1997.’, Glorieux

7

https://www.vcov.be/ouderinfotheek/standpunten/inkorten-zomervakantie-2021

8

https://vlaamsejeugdraad.be/nl/adviezen/herschikking-schoolvakanties

10


•

Ondernemingen zijn afgestemd op de huidige ritmering voor hun arbeidsorganisatie en arbeidsplanning. Federgon 9, aangesloten bij Voka, deed eind 2021 een interne bevraging bij zijn bestuursleden met als vraagstelling ‘Gaat u akkoord met een 7/2 ritmering van het schooljaar’. Van de respondenten laat een derde alles het liefst bij het oude. De twee maanden in de zomer overbruggen vergt veel planning en is arbeidsintensief maar moet maar één keer in het jaar gebeuren.

•

De schoolgaande jeugd en de leraren kunnen tijdens een lange zomervakantie helemaal loskomen van de school. Kinderen zijn vrij om te spelen en te leren in andere contexten (op kamp met de jeugdbeweging, op reis met het gezin, logeren bij vriendjes), jongeren om te reizen, te sporten, een vakantiejob doen, … . Voor leraren is 5 tot 9 weken vakantie en loskoppeling zinvol om uit te rusten, nieuwe inspiratie op te doen en de batterijen op te laden voor een volgend schooljaar (zie ook 4.2).

1.2 Waarom vasthouden aan de huidige kalender geen goed idee kan zijn •

De coronapandemie heeft duidelijk aangetoond dat lange periodes zonder onderwijs een ongunstig effect hebben op leerresultaten, op welbevinden van leerlingen en op gelijke onderwijskansen. Deze en andere lessen (bv. omtrent digitalisering in het onderwijs) die geleerd zijn uit de coronacrisis moeten verder ter harte genomen worden.

•

De huidige variabele ritmering bemoeilijkt planning in het onderwijs en heeft mogelijks een negatief effect op welzijn en welbevinden. •

De huidige variabele kalender met de wisselende datum van Pasen maakt de spreiding van de leerstof en de planning van toetsen ingewikkeld en ieder jaar weer anders 10. Korte vakanties en langere lesperiodes, waarvan sommige ook nog worden gevolgd door examens, zorgen volgens de beleidsmakers aan Waalse zijde voor meer vermoeidheid, stress en afwezigheid wegens ziekte. Uit cijfers voor Vlaanderen blijkt dat afwezigheden van leraren wegens ziekte in het onderwijs toenemen 11. Spijbelcijfers zijn hoger voor en na schoolvakanties dan in een gewone schoolweek. 12.

•

De lange zomervakantie in de huidige kalender zorgt voor zomerleerverlies met effecten op lange termijn. •

Bij kwetsbare kinderen zorgt een langere vakantie vaker voor cognitieve schade, aldus De Witte. Kansrijke kinderen hebben dikwijls meer leermogelijkheden tijdens de

9 10

https://federgon.be/de-federatie/ ‘Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht’. Rapport van de Commissie beter onderwijs. Oktober 2021

11

https://www.agodi.be/publicaties-afwezigheid-wegens-ziekte-vlaamse-onderwijspersoneel

12

‘Ongeoorloofd afwezig zijn in Vlaanderen. Een actuele beschrijving op basis van registratiegegevens.’ G. Keppens en B. Spruyt, Tijdschrift Jeugdgezondheidszorg (2021): 1-6 https://link.springer.com/article/10.1007/s12452-021-00238-7

11


vakantie, maar ook onder hen zijn er leerlingen die gebaat zijn bij een kortere zomervakantie. Het verschil tussen kansrijk en kansarm werd opnieuw pijnlijk duidelijk tijdens de coronapandemie waarbij scholen met een relatief hoger aandeel lage-SES leerlingen een sterker negatief effect van de COVID-19 crisis op testscores lieten zien 13. Wegens het accumulatief karakter heeft vertraging in leerprestaties een grote financiële impact op het individu en het is een economische kost voor de samenleving. •

De vertraging in de leergroei in de zomer accumuleert zich over de schoolloopbaan en vergroot de ongelijkheid tussen kansarme en kansrijke leerlingen. Deze accumulatie van leerverlies draagt bij aan andere keuzes wat betreft de studierichtingen die gevolgd worden, aan zittenblijven, aan vroegtijdig schoolverlaten, …

•

14

.

Andere negatieve effecten zijn minder beweging, minder structuur, ongezonder eten, sociale isolatie.

•

In deze is ook de context van de grotere diversiteit in het onderwijs niet zonder belang. Sommige kinderen die het Nederlands niet als thuistaal hebben, communiceren gedurende negen weken niet in de schooltaal 15.

•

De huidige schoolvakanties zijn niet afgestemd op de werkkalender van ouders. Ouders hebben te kampen met opvangproblemen omdat de zomervakantie lang is en moeilijk te overbruggen valt. Het vergt heel wat organisatievaardigheden en creativiteit.

16

Voor

eenoudergezinnen en gezinnen in armoede is dit nog moeilijker.

13

‘De effecten van de COVID-19 crisis en het sluiten van scholen op leerlingprestaties en onderwijsongelijkheid’, Leuvense economische standpunten 2020/181, J.E. Maldonado en K. De Witte

14

‘Lasting consequences of the Summer Learning Gap’, Alexander, Entwisle, Olson, American Sociological Review, 2007

15

Voor de omvang van deze groep zie ‘Diversiteit binnen het onderwijzend personeel’, Advies Commissie Diversiteit SERV, 25 augustus 2020, pag. 9 https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/COM_DIV_20200825_diversiteit%20binnen%20onderwijs_ADV.pdf

16

https://mama.libelle.be/kids/9-weken-zomervakantie-5-lezeressen-vertellen-hoe-zij-die-overbruggen/

12


Alles blijft bij het oude mét zomerscholen (scenario 2) In scenario 2 wordt de huidige organisatie van het schooljaar gekoppeld aan de organisatie van zomerscholen. In 2020 en 2021 werden in juli en augustus voor het eerst zomerscholen ingericht om de opgelopen leervertraging door schoolsluitingen en afstandsonderwijs tijdens de coronapandemie op te vangen. Thomas More evalueerde de zomerscholen van 2020. 17 De Vlaamse Regering besliste eind 2021 om vanaf de zomer van 2022 zomerscholen structureel te maken. De motivatie hiervoor is dat het ‘zinvol is om zeker voor kwetsbare leerlingen extra leertijd te creëren en het leerverlies door het zomereffect te beperken’. Het opzet van zomerscholen in het ontwerpdecreet is dat ze gedurende 10 dagen onderwijs- en vrijetijdsactiviteiten bieden, gekoppeld aan de onderwijsdoelen en het individuele onderwijstraject van de leerlingen die deelnemen. Ze werken aan algemene competenties van leerlingen en remediëren leerachterstand. De SERV werd over de zomerscholen niet om advies gevraagd ondanks de linken naar het debat over de organisatie van het schooljaar. Qua aanpak lijkt er weinig te wijzigen met de proeftuinen van de voorbije twee jaren.

2.1 Mogelijke baten en voordelen van zomerscholen •

Zomerscholen kunnen een positief effect hebben op sociale vaardigheden, op welbevinden en op het leren van kinderen. Zomerscholen doen leerachterstand opgelopen tijdens de pandemie dalen en beschermen kwetsbare jongeren tegen verdere leervertraging (‘build back’). Dat blijkt onder meer uit onderzoek waarbij leerresultaten werden vergeleken van leerlingen in gemeentes met een zomerschool en gemeentes zonder zomerschool 18. Ze hebben een klein maar betekenisvol effect dat wat groter is voor taal dan voor wiskunde. 19

•

De zomerscholen zijn een gerichte maatregel en slagen er goed in die kinderen te bereiken die het meeste baat kunnen hebben met een zomerprogramma. De coördinatoren van de zomerscholen gaven dat de door hen beoogde doelgroep leerlingen met leerachterstand, kansarme leerlingen en anderstalige leerlingen waren. Bij de evaluatie van de zomerscholen van 2020 gaven de coördinatoren aan dat zij hoog tot zeer hoog inschatten dat deze doelgroep bereikt werd. De cijfers van het Departement Onderwijs en Vorming

17

Onderzoeksrapport ‘Zomerscholen in Vlaanderen 2020: evalueren en inspireren’, Pieter Verachtert e.a., november 2020

18

‘De effecten van de COVID-19 crisis en het sluiten van scholen op leerprestaties en onderwijsongelijkheid een jaar na de langdurige schoolsluitingen’, Leuvense economische standpunten 2021/190, L. Gambi en K. De Witte

19

‘The other side of summer. Over zomerverlies, zomerscholen en kortere zomervakanties’, P. Verachtert, Thomas More, 18 januari 2022

13


over het leerlingenpubliek bevestigen dat 20. Er is vanwege het beleid momenteel aandacht voor het bereiken van kwetsbare kinderen. Die focus zal wel stand moeten houden. Ouders en kinderen moeten gestimuleerd worden om deel te nemen zonder dat de vrijwilligheid in het gedrang komt.

2.2 Mogelijke beperkingen van zomerscholen • De zomerscholen bereiken een beperkt aantal leerlingen. In 2020 en 2021 namen telkens 7.500 leerlingen deel (het basis- en het secundair onderwijs tellen samen bijna 1,2mio leerlingen). Het aanbod ging vooral naar leerlingen uit het lager onderwijs. Ook de zomerscholen hadden enige moeite om (pedagogisch geschoolde) medewerkers te vinden. • Het positief effect van zomerscholen is eerder van korte duur. Zomerscholen hebben vooral een effect op korte termijn. Bij nameting is er vaak een (sterk) verminderd effect, aldus Verachtert 21. Zomerscholen zijn één bouwsteen die op zichzelf niet volstaan voor het wegwerken van het zomerleerverlies. • Het remediërend karakter van zomerscholen kan mogelijks te laat komen. Het is waardevol om in de zomermaanden te werken aan leerachterstand (veroorzaakt door crisissen zoals de coronapandemie). Maar leerachterstand voorkomen en aanpakken is een permanente opdracht voor het onderwijs voor alle leerlingen. Er moet voorkomen worden dat leerachterstand accumuleert. Een zomerschool van 10 dagen kan niet goed maken wat tijdens een volledig schooljaar aan leerachterstand wordt opgebouwd.

Een kortere zomervakantie (scenario 3) Dit scenario houdt een inkorting van de zomervakantie in, zonder deze weken extra te compenseren tijdens het schooljaar. Het in Vlaanderen meest gangbare voorstel is een verkorting van de zomervakantie met twee weken, de eerste week van juli en de laatste week van augustus. Dat brengt het aantal weken zomervakantie in Vlaanderen op 7 i.p.v. 9.

3.1 De voordelen van een kortere zomervakantie •

Een kortere zomervakantie zorgt voor minder zomerleerverlies, en draagt bij aan gelijke onderwijskansen. Onderzoek uit de Verenigde Staten (1996), Schotland en het Noordoosten van Engeland (2017), Oostenrijk (2015) en Zweden (2020) toont overtuigend aan dat een lange zomervakantie zorgt voor leerverlies, aldus De Witte. Dat verlies loopt op tot 1 maand, het treft alle

20 21

Evalutierapport, Verachtert e.a. ‘The other side of summer’, Verachtert, 18 januari 2022

14


leerlingen voor wiskunde en bij kwetsbare kinderen is er voor taal een sterk verlies tot 3 maanden. De prestaties van kwetsbare kinderen dalen wanneer er langere tijd geen school is. De daling in prestaties of de tragere studievoortgang accumuleert doorheen de schoolloopbaan en kan effect hebben op studiekeuze en vroegtijdig schoolverlaten. Een lange zomervakantie kan de ongelijkheid doen toenemen, de kloof tussen kwetsbare en kansrijke kinderen ontstaat voor de helft in de zomer. 22 •

Een kortere zomervakantie biedt meer lestijd en kan ook meer ruimte bieden om het pedagogisch project van een school te realiseren. Door de twee weken extra lestijd is er meer tijd om de eindtermen en de sleutelcompetenties te realiseren. Onderzoek suggereert dat er een neutraal tot beperkt positief effect is van meer onderwijstijd op leerprestaties. Meer onderwijstijd zou vooral voordelig zijn voor jongeren die het risico lopen om uit te vallen 23. Er zijn echter ook studies die geen significant effect aantonen van meer onderwijstijd. 24 Belangrijker is wat je doet in die extra tijd.

•

De zomervakantie inkorten is een zichtbare maatregel. Het zorgt voor aanzienlijk meer onderwijstijd. Ook met twee weken minder verlof heeft het onderwijzend personeel meer verlofdagen (nl. 33 i.v.m. in theorie 43 nu) in vergelijking met andere beroepsgroepen 25. De inkorting van de zomervakantie biedt bouwblokken voor beter onderwijs (‘build better’, cfr. De Witte).

3.2 Mogelijke nadelige gevolgen van een kortere zomervakantie •

Een kortere zomervakantie kan de werkbaarheid van het beroep van leraar doen dalen (zie ook 5.2). Een Delphi-onderzoek uit ’96-’97 naar de optimalisering van de jaarlijkse onderwijstijd verliep via een heterogeen panel van leraren, directeurs, ouders, PMS-medewerkers, onderwijskoepels, onderwijsspecialisten van de vakbonden en vertegenwoordigers van politieke

22

‘Inkorten van de zomervakantie als hefboom in een Vlaamse Build-Back & Build-Better strategie’, 16 november 2021, Kristof De Witte en Letizia Gambi

23

‘Extending the School Day or School Year’, Cooper, Batts & Patall, September 2010

24

‘Naar een kortere schoolvakantie in Vlaanderen?’, Wouter Duyck

25

Uit het onderzoek naar de tijdsbesteding van leraren in het basis- en secundair onderwijs van 2018 van de VUB (Research Group TOR) blijkt dat voltijdse leraren in het bao 49u30 per lesweek besteden aan hun functie, leraren so 48 u. Rekening houdend met de schoolvakanties werken leraren gemiddeld 41 uur per week. https://onderwijs.vlaanderen.be/onderzoek-tijdsbesteding-leraren-basis-en-secundair-onderwijs. Andere bevragingen geven aan dat de huidige korte vakanties vaak werkvakanties zijn. Het onderwijspersoneel heeft ook geen mogelijkheden om op andere tijdstippen dan de schoolvakanties vrij te nemen. Nood aan de-connectie lijkt dus vooral ook tijdens het schooljaar hoog.

15


partijen. Er was in het panel veel weerstand tegen een verlenging van de schooltijd omdat het voor een toename van de werkdruk kan zorgen 26. Een deel van de leraren en directies antwoordden in een bevraging van februari 2022 overwegend (78%) neen op de hoofdvraag ‘Ben jij voorstander van een inkorting van de zomervakantie in het Vlaamse onderwijs?’. Een meerderheid van de respondenten (56%) ging helemaal akkoord met de stelling dat een inkorting van de zomervakantie de werkdruk zal verhogen en 71% was helemaal akkoord met de stelling dat er nood is aan een voldoende lange zomerperiode met afstand van het werk. 27 Er zijn heel andere maatregelen nodig bv. het aanpakken van het lerarentekort en investeringen in infrastructuur (zo zijn de lokalen niet geschikt om in een warme zomer les te geven). •

Een korte zomervakantie beperkt de vrije tijd van jongeren. Jongen zullen minder tijd hebben om zowel een engagement in het jeugdwerk op te nemen, een vakantiejob te doen en/of op reis te gaan met het gezin of vrienden. Voor het jeugdwerk wordt de druk op kampplaatsen en kampmateriaal groter.

•

Een kortere zomervakantie zal zorgen voor minder omzet in toeristische sectoren. De toeristische subsector van de buitensport en -recreatie is overwegend voorstander van een behoud van de huidige schoolkalender. Sommige toeristische activiteiten zijn immers gelinkt aan het zonnige weer in de maanden juli en augustus (kamperen, strandbeleving, watersportactiviteiten, ,…). Deze ondervinden een directe negatieve impact van een kortere zomervakantie.

•

Een kortere zomervakantie kan vakanties duurder maken. Een kortere zomervakantie kan effect hebben op de prijzen van zonvakanties als deze op een beperktere periode (7 i.p.v. 9 ) geboekt moeten worden.

•

Een kortere zomervakantie kan de continuïteit van de dienstverlening en de productie in het gedrang brengen. 60% van de Belgen laat zich leiden door de schoolvakanties om zelf verlof te nemen, 40% verkiest het laagseizoen. Uit een steekproef blijkt dat de populairste vakantieweken in 2019 de laatste week van juli waren met 13,74% van de Belgische werknemers die dan verlof nam en de eerste twee weken van augustus, met vergelijkbare percentages. De eerste weken van juli en de laatste twee weken van augustus waren in 2019 minder in trek. 28 Dat neemt niet weg dat het in (kleine) ondernemingen moeilijker zal worden om de werknemers die dat wensen in zeven weken elk twee of meer weken verlof te laten nemen. Bij een deel van de werkgevers leeft de vrees dat de continuïteit van de dienstverlening ernstig in gevaar komt wanneer de onderneming alle medewerkers hun verlof wil gunnen. In

26

‘Standpunten over de ordening van de jaarlijkse onderwijstijd. Een Delphi-onderzoek. De optimalisering van de jaarlijkse onderwijstijd [ Deel II ]’, Ignace Glorieux en Gaël Kermarrec, FCFO-MI - project Nr. 94.09, TOR-VUB

27

https://www.hetacv.be/acv-coc/nieuws-en-persberichten/2022/03/28/onderwijspersoneel-wil-geen-inkorting-van-dezomervakantie

28

https://hrmagazine.be/nl/posts/wanneer-neemt-de-belg-vakantie

16


kleine ondernemingen zal de (zelfstandig) ondernemer zelf moeten inspringen wat hun werkbaarheid in het gedrang kan brengen.

Een andere ritmering volgens een 7/2 structuur (scenario 4) Scenario 4 combineert de gelijke spreiding van vakanties over het schooljaar met een kortere zomervakantie en met het loskoppelen van schoolvakanties van variabele feestdagen. Deze 7/2 ritmering werd voor het eerst voorgesteld in 1991 door de ‘Commission des Rhytmes Scolaires’ van de Franse Gemeenschap. Deze ritmering werd ook weerhouden als ‘beste koop’ in het Delphi-onderzoek van 1997:

Het houdt in dat het schooljaar opgebouwd is uit blokken van 7 weken lesperiode afgewisseld met 2 weken vakantie (herfst, kerst, krokus, mei) en een zomervakantie van 7 i.p.v. 9 weken. De vastere structuur komt er door de vakantie te koppelen aan Allerheiligen, Kerstmis en nieuwjaar, maar los te koppelen van de veranderlijke (wettelijke) feestdagen van carnaval en Pasen. De kalenderhervorming in de Franse Gemeenschap voert een 7/2 ritmering in vanaf september 2022. De beslissing om dit te doen komt voort uit het breed ‘Pacte pour un Enseignement d’excellence’. Het doel is 1) een beter evenwicht in de les- en verlofperiodes en 2) het tegengaan van de onderwijsongelijkheid. Het aantal schooldagen blijft behouden (180-184). Het schooljaar werkt met volle weken (start altijd op de laatste maandag van augustus en eindigt altijd op de eerste vrijdag van juli). Dat laatste is beslist onder andere omdat het belangrijk is voor de organisatie van buitenschoolse activiteiten of voor reisbureaus die reizen van een week aanbieden.

4.1 Mogelijke baten van een andere ritmering •

De 7/2 ritmering zorgt voor minder zomerleerverlies en meer onderwijsgelijkheid. Scenario 5 omvat een kortere zomervakantie. Enkele voordelen van scenario 4 gelden ook voor dit scenario, al kan de mate waarin variëren.

17


•

De 7/2 ritmering zorgt voor een evenwichtigere spreiding van de les- en vakantieweken over de kalender. Een evenwichtigere spreiding zorgt voor minder lange lesperiodes en kan dus zorgen voor minder vermoeidheid en stress en minder uitval van leerlingen en leraren doorheen het schooljaar. De lesperiodes van 7 à 8 weken geven een vaste periodiciteit om de leerstof te structureren en af te werken en om de leerlingen tijdig te evalueren en leerproblemen sneller vast te stellen. Dat laatste moet er toe bijdragen dat schaduwonderwijs 29 (bijlessen) niet de regel wordt. De Commissie Beter Onderwijs stelt in zijn rapport van 2021 dat er vanuit pedagogisch comfort en didactische efficiëntie te overwegen valt om het schooljaar in te delen in perioden van gelijke lengte. De commissie stelt dat een andere organisatie van het schooljaar best geleidelijk gebeurt, bv. door de zomervakantie altijd te laten beginnen op een zaterdag en altijd te laten starten op een maandag.

•

De invoering van de 7/2 ritmering kan een hefboom zijn voor onderwijskwaliteit. De hervorming moet kaderen in een brede aanpak die ook het evalueren en remediëren, het vroegtijdig schoolverlaten, het buitenschools aanbod, professionalisering van leraren, … betrekt.

•

Een langere herfst- en krokusvakantie kan zorgen voor een daadwerkelijke rustperiode. •

Bij de gezinnen is er veel bereidheid om over een aanpassing van de vakanties na te denken. Een andere ritmering kan een antwoord zijn op de druk die ervaren wordt door gezinnen, ouders, leerlingen en leraren en aan de nood aan loskoppeling. Het is ook een pluspunt dat gezinsvakanties beter gespreid kunnen worden over het jaar. Een spreiding van het verlof kan het makkelijker maken om vakanties te overbruggen.

•

Een deel van de ouders delen dit standpunt, een nipte meerderheid wil nadenken over een herschikking van de vakantiekalender. 30 Kinderen missen hun klasgenoten in de zomervakantie, een betere spreiding kan kinderen beter laten uitrusten.

•

Uit een bevraging van de leraren blijkt dat voor sommige leraren twee weken kan volstaan om de batterijen weer op te laden; er kan zo een langere periode gerecupereerd worden. Belangrijk is dat bepaalde vakantieperiodes ook echt vakantie kunnen zijn.

•

Het debat over de organisatie van het schooljaar kan afstemmingsproblemen in het jeugdwerk bespreekbaar maken. Het jeugdwerk, bij monde van de Ambrassade, heeft oog voor de opportuniteiten van een andere ritmering. Het kan een momentum zijn om bestaande afstemmingsproblemen tussen de schoolkalender en de academische kalender

29

‘De bijlesgeneratie’, Louise Elffers, Amsterdam University Press, 2017. Zie ook https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20220328_96861708

30

https://www.vcov.be/ouderinfotheek/standpunten/inkorten-zomervakantie-2021

18


aan te pakken. Zo is het grootste aanbod aan jeugdwerk in juli, omdat er in de tweede helft van augustus moet gestudeerd worden voor de tweede zittijd. •

Een spreiding van de schoolvakanties zal voor verschuivingen zorgen in de toerismesector, deze zouden nieuwe mogelijkheden kunnen bieden voor het toerisme. Het kusttoerisme 31 ziet mogelijks opportuniteiten door de groeimogelijkheden in de vakanties van twee weken en eventueel hogere bestedingen van toeristen in het voor- en najaar (zoals bv. in horeca en shopping). Ook de sector van de attractieparken ziet in een langere krokus- en herfstvakantie meer mogelijkheden voor gezinnen om een dergelijke uitstap in te plannen. Ondanks dat de sector van autobus en autocar overbevraagd is in de krokusvakantie is er geen eensgezindheid in de sector over een andere ritmering. Dat de paasvakantie opschuift naar mei, met in principe beter weer, kan een toeristische opportuniteit zijn.

•

Een kortere zomervakantie en een spreiding van vakanties kan positieve effecten hebben in de jeugdzorg en de kinderopvang. •

Het Vlaams Welzijnsverbond 32 geeft aan dat in de leefgroepen in de jeugdzorg er momenteel meer stress is naar het einde van de grote vakantie toe wat zich uit in meer agressie. Een kortere zomervakantie kan hierop een antwoord bieden.

•

Ook in de sector van de kinderopvang geeft het Vlaams Welzijnsverbond aan dat een betere spreiding van het opnemen van vakantie een betere planning mogelijk kan maken. Mogelijke problemen met planning in de zomer kunnen worden gecompenseerd door het opnemen van meer vakantie in de andere periodes. Dit op voorwaarde dat een beslissing over een hervorming op tijd gecommuniceerd wordt zodat de organisaties voldoende tijd hebben om zich te organiseren (o.a. het wijzigen van uurroosters).

4.2 Mogelijke nadelen of kosten van de 7/2 ritmering •

De leerwinst door een kortere zomervakantie kan deels teniet worden gedaan door een verlenging van de krokus- en herfstvakantie. Meerdere experten die de SERV beluisterde die voorstander zijn van het inkorten van de zomervakantie zijn geen voorstander van een verschuiving van de twee weggevallen weken in de zomer naar de krokus- en de herfstvakantie. Onderzoek (in de VS) toont nl. weinig positieve effecten op prestaties bij de overgang van een lange zomervakantie naar een ‘year round schooling’ waarbij de 180 vakantiedagen gelijk gespreid werden over het kalenderjaar 33. Een andere ritmering zou dus voor weinig of geen leerwinst zorgen.

31

https://www.westtoer.be/nl

32

https://www.vlaamswelzijnsverbond.be/

33

‘The Impact of Year-Round Schooling on Academic Achievement’, McMullen en Rouse, 2012

19


•

De aantrekkelijkheid van het lerarenberoep kan dalen. Uit één bevraging van de leraren 34 blijkt dat 43,3% voor een aangepaste vakantieregeling is. In Brussel is een meerderheid voor (56,1%), de grootste weerstand is te vinden in WestVlaanderen waar 37,9% voorstander is. De tegenstand tegen een andere ritmering is vooral ingegeven door een verkorting van de zomervakantie: twee weken meer of minder vakantie maakt geen verschil voor de zwakkere leerlingen en de zomervakantie is de enige vakantie waarin leraren volledig los komen van school. (Zie ook 3.2) Uit een andere bevraging van de leraren 35 blijkt dat 34% van de leraren en directies helemaal niet akkoord gaat en 20% enigszins niet akkoord met de stelling ‘Ik ben ervan overtuigd dat personeelsleden en leerlingen beter op adem kunnen komen wanneer ze twee weken in plaats van één week vakantie hebben (herfst – krokus) in de loop van het schooljaar’. 35% is helemaal akkoord en 33% enigszins akkoord met vier vakanties van twee weken.

•

Een andere ritmering in het secundair onderwijs kan een kwalitatieve organisatie van het jeugdwerk in het gedrang brengen. Samen met leerlingen uit het secundair onderwijs staan studenten van het hoger onderwijs in voor de begeleiding van verschillende soorten jeugdwerk. Het instellingsbestuur van een hogeschool bepaalt in hoge mate zelf het ritme van een academiejaar. Dat ritme volgt in grote mate de vakanties van het leerplichtonderwijs 36. Als er in de toekomst vier weken verschil zijn in de vakanties tussen het school- en het academiejaar heeft dat niet enkel effect op het jeugdwerk maar kan dat ook effect hebben op stagemogelijkheden, bv. in de lerarenopleiding. De universiteiten volgen veel minder het ritme van het leerplichtonderwijs. De studie van de Koning Boudewijnstichting van september 2018 stelde een aantal prioritaire voorwaarden aan een andere ritmering van het schooljaar. Eén daarvan is dat er voorafgaandelijk een divers buitenschools aanbod moet uitgebouwd zijn. 37

•

De organisatie en planning van meerdere langere schoolvakanties komt op de schouders van werkende ouders terecht. Deze bezorgdheid benadrukt het belang van kinderopvang, van het onderwijssysteem, van een vrijetijdsaanbod en een vakantieaanbod. Deze spelen een grote rol in de mogelijkheid van ouders (en grootouders) om betaald werk te kunnen doen en in de tijdsordening van velen. Een uitbreiding van schooluren, meer les op een jaar en schooluren die gelijklopen met typische arbeidsuren hebben een positief effect

34

Bevraging ACOD

35

Bevraging COC

36

Een vergelijking tussen de schoolkalender en de academische kalender leert dat in de hogescholen de lesvrije week na de examens van het eerste semester en de krokusvakantie meestal niet samenvallen, de andere vakanties wel. De universiteiten kennen een heel andere ritmering, enkel de kerstvakantie loopt gelijk met het secundaire schooljaar.

37

‘Haalbaarheidsstudie. Om de aanvaardbaarheidsvoorwaarden van het hervormingsplan van de schooljaarritmes ‘7/2’ te onderzoeken.’, Verslag, September 2018, Koning Boudewijnstichting

20


op de tewerkstellingsgraad van ouders (moeders) die van de school afhankelijk zijn voor opvang van hun kind 38. •

Een kortere zomervakantie en een andere spreiding van de vakanties heeft niet voor alle sectoren dezelfde gevolgen. •

Uit de interne bevraging van UNIZO blijkt dat de bouwsector geen bezwaar heeft tegen een inkorting van de zomervakantie. Het bouwverlof valt gespreid over verschillende regio’s van begin juli tot midden augustus. De maand mei is met de lange dagen een interessante maand voor de bouw, de verschuiving van de paasvakantie naar mei uit de 7/2 ritmering kan wel een negatief effect hebben door de combinatie met feestdagen waardoor er weinig effectieve werkdagen overblijven.

•

In de sector van de transport en logistiek (TLV) zijn de meningen over de verschillende scenario’s verdeeld, een grote minderheid is voorstander van een inkorting van de zomervakantie. De sector van bus- en autocar laat vergelijkbare verdeelde cijfers zien. De verhuissector ziet wel opportuniteiten in een andere ritmering.

•

Het kusttoerisme is geen vragende partij voor het verkorten van de zomervakantie maar is ook niet tegen. Bij een kortere zomervakantie, gaat de voorkeur uit naar een verkorting met één week begin juli en een langere herfstvakantie. De economische impact voor de sector is in dat scenario verwaarloosbaar klein omdat de 1ste week van juli traditioneel de kalmste week van de zomervakantie is en omdat de herfstvakantie meer potentieel heeft dan de krokusvakantie.

•

De economische impact van de 7/2 ritmering is moeilijk te voorspellen maar kan in een aantal sectoren alvast negatief zijn, onder meer door verminderde economische activiteit 39. •

Volgens het kusttoerisme zal de impact van het inkorten van de zomervakantie met twee weken, en het verlengen van de herfst- en krokusvakantie met één week beperkt blijven in verhouding tot het aantal toeristen en hun bestedingen aan de kust op jaarbasis.

•

De toerismesector in Limburg stelt dat niet accuraat te voorspellen is op welke manier een wijziging van de vakantieperiode zal zorgen voor een aanpassing van het reisgedrag. Bij een langere herfst- en krokusvakantie kunnen mensen bijvoorbeeld vaker kiezen voor een buitenlandse bestemming. Visit Limburg berekende dat het verlies in de zomermaanden +/- 160.000 overnachtingen kan bedragen (-4% op jaarbasis), die mogelijks deels gecompenseerd kunnen worden.

•

Volgens de sector van de floristen zouden in het ritmeringsvoorstel meer feestdagen in de schoolvakanties vallen wat tot 60% minder omzet kan leiden op sommige feestdagen. Deze feestdagen zijn zeer belangrijk in de totale jaarlijkse omzet van de sector.

38

‘Lessen voor een Belgisch tijdsbeleid Een analyse van Europese initiatieven rond tijdsordening.’, I. Glorieux en R. Heyman, TOR VUB (DWTC-project AP/03/21A), pag. 99

39

Uit de bevragingen van Unizo en Federgon.

21


Een andere ritmering met spreiding in Wallonië/Brussel en Vlaanderen (scenario 5) In dit scenario is er zowel in Wallonië en Brussel als in Vlaanderen een andere ritmering van het schooljaar (zie voor- en nadelen van scenario 4). De schoolvakanties vallen in de verschillende gemeenschappen echter niet op hetzelfde moment. Een gespreide organisatie van het schooljaar bestaat in heel wat Europese landen. In Nederland is in 1986 de verplichte spreiding van de schoolvakanties in drie vakantiezones ingevoerd. De motivatie daarvoor was het afvlakken van de piekbelasting in de toeristische sector en de verbetering van de verkeersveiligheid 40.

5.1 Mogelijke baten van een spreiding van vakanties volgens gemeenschap •

Een andere spreiding van de vakantieperiodes in België kan zorgen voor een verlenging van het toeristisch seizoen. Er zijn mogelijks opportuniteiten in het meer spreiden van de toeristen in de tijd en het uitbreiden van het toeristisch seizoen. In een onderzoek van Vlerick Business School van 2006 startte de vakantie in Vlaanderen eind juni en eindigde midden augustus, in Wallonië van eind juli tot midden september. Het spreiden van de files zou € 24mio opleveren, voor de horeca zou er € 53mio extra inkomsten zijn. Ook goedkopere zomerkampen, meer vakantiejobs en goedkopere vakanties zouden een gevolg zijn van een andere schoolkalender en een vakantiespreiding. 41

•

Een spreiding van vakanties in België kan de prijzen van vakantie drukken. Op vakantie gaan, kan goedkoper worden. Daarom zegt een grote meerderheid van de reisbureaus in de bevraging van UNIZO dat ze voorstander zijn van een 7/2 ritmering die op een verschillend tijdstip valt dan de 7/2 ritmering in Wallonië en Brussel. De piekdrukte wordt afgevlakt en de cashflow is meer verspreid over het jaar. Ook een deel van sector van de buitensport en -recreatie kan eventueel leven met het ritmeringsvoorstel als het gepaard gaat met voldoende spreiding.

5.2 Mogelijke nadelen van ongelijke vakantieperiodes in België •

Een spreiding van de vakanties in België kan afstemming bemoeilijken.

40

Voor een leerrijke evaluatie van deze wijziging zie: https://www.regioplan.nl/wp-content/uploads/data/file/rapporten1400-1499/Eindrapport-evaluatie-vakantiespreiding-28-09-06.pdf

41

‘The effect of a structural change of the school holidays on the Belgian Economy’, Matthys Thomas en Penxten Julie, Vlerick Business School i.s.m. Thomas Cook. Zie ook https://news.bepublic.be/minder-vakantiefiles-bij-gespreide-schoolvakanties; https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20160801_02407495

22


Bij de gezinnen is er bezorgdheid over de afstemming van de vakantieperiodes in verschillende landsdelen voor gezinnen die met beide systemen te maken hebben. Er zijn bijvoorbeeld de jongeren die topsport doen in beide landsdelen. Er is ook bezorgdheid over het jeugdwerk: kinderen die naar een Nederlandstalige school gaan en naar een Franstalige speelpleinwerking kunnen zonder speelpleinwerking komen te vallen. De bezorgdheden worden gedeeld door BANSPA, de Brusselse Adviesraad van Nederlandstalige Sociale Partners. BANSPA heeft zich toegelegd op de problematiek van het verschil in vakantieregeling tussen het Nederlandstalig en Franstalig onderwijs in het Brusselse. •

Het feit dat de schoolvakanties in het Brussels Gewest in het Nederlands- en Franstalig onderwijs niet langer samenvallen, zorgt voor praktische problemen voor Brusselse gezinnen die hun ene kind naar het Franstalig onderwijs sturen, en het andere naar het Nederlandstalige. Dat hun kinderen verschillende vakantieperiodes hebben, maakt het lastiger voor ouders om voor kinderopvang te zorgen en om vakanties met het gezin te plannen.

•

Organisatoren van buitenschoolse kinderopvang moeten hun werkschema’s aanpassen en voor meer flexibiliteit zorgen. Openbaar vervoermaatschappijen hebben een gewijzigde uurregeling tijdens de vakantieperiodes, gaan zij hun uurregeling in Brussel afstemmen op het Franstalig of op het Nederlandstalig onderwijs? Voor leraren uit het Vlaams Gewest die lesgeven in het Franstalig onderwijs in Brussel en zelf kinderen hebben in het onderwijs in het Vlaams Gewest, is de situatie complexer geworden. Ook de toeristische sector in Brussel heeft sceptisch gereageerd op de discrepanties. Dat de herziening van de vakantieregeling geen betrekking heeft op het hoger onderwijs maakt de zaken er niet eenvoudiger op.

•

BANSPA pleit voor nauw overleg tussen de betrokken Nederlandstalige en Franstalige minister om tot een oplossing te komen voor de praktische problemen, alsook om tot een zekere harmonisatie te komen in het belang van de Brusselse Nederlandstalige én Franstalige ouders en kinderen. BANSPA spreekt zich niet uit over de eventuele pedagogische redenen om ook in het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen en Brussel tot een eventuele herziening van de vakantieregeling te komen, maar verheugt zich er wel over dat het debat gevoerd wordt.

•

De unieke positie van Brussel en de taalgrens vraagt bijzondere aandacht. Gezien de beslissing in de Franse Gemeenschap moet een harmonisering bekeken worden, aldus ook de HR-sector, België is een klein land. Zeker voor bedrijven en gezinnen op de rand, waar de vakanties anders zullen verlopen in Brussel, Vlaanderen en Wallonië, verdient harmonisering alle aandacht. Andere landen met een ongelijke spreiding van vakanties kennen niet de specifieke situatie van België met de bijzondere positie van Brussel, het bestaan van een taalgrens en drie gemeenschappen (Nederlands-, Frans- en Duitstalig).

23


Aanbevelingen en randvoorwaarden De SERV pleit voor een verder open debat over de (re)organisatie van het schooljaar. Op basis van de verzamelde informatie en vertrekkende vanuit een breed perspectief formuleert de SERV een aantal aanbevelingen en randvoorwaarden voor dat breed debat. Bepaal duidelijke doelstellingen •

Het moet duidelijk zijn welke onderwijskundige, maatschappelijke en economische doelstellingen Vlaanderen wil en kan bereiken bij een weloverwogen (aanpassing van de) organisatie van het schooljaar en de schooltijd. Een mogelijke beslissing omtrent een andere ritmering van het schooljaar vraagt immers een ingrijpende aanpassing van de samenleving.

•

Vanuit de invalshoek van de arbeidsmarkt of directe economische overwegingen is er op dit moment niet echt een hoogdringendheid voor een hervorming van de schoolkalender. De bewezen meerwaarde, als de stap toch gezet wordt, moet dan ook groot zijn.

•

Vanuit een maatschappelijke invalshoek o.a. de aanpak van leervertraging en zomerleerverlies en het realiseren van gelijke onderwijskansen is er wel een hoge urgentie. De cumulatie van leerverlies heeft effect op (school)loopbanen en op lange termijn ook op de instroom op de arbeidsmarkt en op economische resultaten. Er is ook urgentie voor de uitdagingen die door het debat over het schooljaar zijn opgeworpen nl. de impact van de organisatie van onderwijs op gelijke onderwijskansen, op de werkbaarheid van het lerarenberoep, op de combinatie van werk en gezin voor ouders, … .

•

Voor de SERV moet een eventuele aanpassing van het schooljaar zeker bijdragen aan meer onderwijskwaliteit. Dat uit zich onder meer in meer gelijke onderwijskansen. Dat uit zich op langere termijn uit ook in betere maatschappelijke en economische uitkomsten. De SERV verwijst naar de context van een sterke achteruitgang van Vlaanderen in de internationale rankings (o.a. de hoogste daler voor leesvaardigheden en de op één na hoogste daler voor wiskunde in 2018 in PISA). Een ingrijpende herschikking van het schooljaar moet dan ook: •

een meerwaarde hebben voor alle leerlingen;

•

zorgen voor meer gelijke onderwijskansen;

•

leerwinsten opleveren die de samenleving en de ondernemingen ten goede komen;

•

zorgen voor minder druk tijdens het schooljaar;

•

zorgen voor een betere work-life balance voor ouders;

•

zorgen voor een hogere aantrekkelijkheid van het lerarenberoep;

•

geen of een minimale negatieve impact hebben op de economie en de maatschappelijke dienstverlening;

•

… 24


Voer verder onderzoek naar de gevolgen voor alle onderwijsprofessionals, werkenden en ondernemingen •

De beslissing van de Franstalige Gemeenschap geeft een unieke kans om de effecten en resultaten van een andere organisatie van het schooljaar op te volgen. In de nabije toekomst kan ook de impact van een verschillende ritmering in Vlaanderen, Brussel en Wallonië op gezinnen en op economie (toerisme, retail, …) nagegaan en gemeten worden.

•

Er is grote eensgezindheid over de nadelen van lange periodes zonder onderwijs. Er zijn echter onduidelijke bevindingen uit onderzoek wat betreft de potentiële leerwinsten bij een andere ritmering van het schooljaar. Zo is het niet duidelijk of leerverlies lineair afneemt en of een extra vakantieweek in de zomervakantie evenveel leerverlies oplevert als een vakantieweek in de herfst of de krokusvakantie. Sommige analyses tonen aan dat kinderen die meer verliezen tijdens de zomer, meer winnen tijdens het schooljaar. Onderzoek is echter niet altijd transponeerbaar naar een Vlaamse context.

•

Er is ook een vrij breed gedeelde bekommernis dat de huidige opbouw van het schooljaar met ongelijke spreiding van les- en vakantieperiodes nadelige gevolgen heeft voor pedagogisch comfort en didactische efficiëntie. Er is echter ook een grote vertrouwdheid met de huidige schoolkalender en weerstand tegen verandering. De impact van de organisatie van het schooljaar op uitval van leraren 42 en spijbelen kan (verder) onderzocht worden.

•

De organisatie en de effecten van de zomerscholen moeten blijvend onderzocht worden.

•

De impact op de arbeidsorganisatie, op productie en dienstverlening van elke hervorming is onzeker. De economische impact valt moeilijk in te schatten en is verschillend, afhankelijk van de sector. Er is geen eensgezindheid over alle sectoren heen. Alle aspecten van een eventuele nieuwe kalender moeten grondig geanalyseerd worden vanuit de finale doelstelling die Vlaanderen hierbij voor ogen heeft. Zo moeten onder meer de gevolgen voor werknemers en hun vakantieplanning en -regeling duidelijker zijn. Verder onderzoek naar de sociaaleconomische impact is nodig.

Ga voor een brede betrokkenheid •

De adviesvragen aan Vlor en SERV zijn een eerste stap om het draagvlak voor eventuele hervormingen aan het schooljaar te peilen. De bevragingen naar aanleiding van de adviesvragen bij leerlingen, leraren, ouders en sectoren tonen aan dat de organisatie van het schooljaar velen beroert en dat er bezorgdheid leeft over de impact van veranderingen. Verdere brede consultatie is zinvol om verder na te gaan waarmee een eventuele hervorming rekening dient te houden.

•

Het is belangrijk dat alle mogelijke modaliteiten verder besproken worden met leerlingen, ouders, leraren, sociale partners, ondernemingen, sectoren, … . De naweeën van de

42

Zie voor de werkbaarheid bij leraren het onderzoek van de Stichting Innovatie & Arbeid https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/StIA20200302_WBM2019_Onderwijs_RAP.pdf

25


coronapandemie en andere ingrijpende hervormingen in het onderwijs vragen bedachtzaamheid. Dat moet leiden tot overdachte beslissingen die belendende sectoren in staat stellen zich voor te bereiden. Ga voor een globale aanpak met aanpassingen die elkaar versterken •

De organisatie van het schooljaar vraagt een globale, beleidsdomein-overstijgende aanpak. Dat maakt brede afwegingen mogelijk. Die zijn nodig want de organisatie van het schooljaar staat niet los van een breed maatschappelijk debat over een Vlaams tijdsbeleid.

•

Een mogelijke aanpassing van de schoolkalender alleen zal niet volstaan, het is een onderdeel van een breed beleid voor aantrekkelijk, uitdagend en kwaliteitsvol onderwijs. Dat moet gepaard gaan met het bevragen van de manier van evalueren en remediëren, de mogelijkheden tot professionalisering van leraren, het ambitieniveau van het Vlaams onderwijs, de aanpak van schoolmoeheid en vroegtijdig schoolverlaten, de organisatie van het buitenschools aanbod, … .

•

Rust en kunnen de-connecteren is een belangrijk element van werkbaarheid, maar zeker niet het enige. Er moet gedurende het hele schooljaar aan de werkbaarheid van het lerarenberoep gewerkt worden: kleinere klassen, meer ondersteuning en begeleiding voor leerkrachten, opleiding en vorming, aangename leslokalen, een doordachte inzet van educatieve technologieën, minder planlast, … .

•

De vraag over de organisatie van het schooljaar is ook van toepassing op de organisatie van de schoolweek en de schooldag. Een belangrijke werf in elk scenario, ook bij het behoud van de huidige organisatie van het schooljaar, is het optimaliseren van de schooltijd en het maximaliseren van de instructietijd 43. Zeker in een context van een lerarentekort lijkt dat een evidentie. •

Uit onderzoek blijkt dat van de 50 minuten in een lesuur, er 37,5 minuten naar effectieve lestijd gaan. De rest van de tijd gaan onder meer naar administratie en ordehandhaving.

•

Ook een kritische beschouwing van de start- en einduren van de school, van het aantal lesvrije dagen (bv. omwille van deliberaties) is een mogelijkheid.

Het Vlaamse onderwijs is hierin als eerste aan zet. •

De combinatie van ingrepen op diverse terreinen kan zorgen voor extra winsten op vlak van leren, leermotivatie en leerresultaten alsook voor maatschappelijke baten en economische meerwaarde.

43

De organisatie van het schooljaar wordt geregeld via een Besluit van de Vlaamse Regering. https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13164

26


Ondersteun het jeugdwerk en de sector van de buitenschoolse opvang •

Voor de SERV is een kwalitatieve voor- en naschoolse opvang en een aantrekkelijk, afdoend en betaalbaar vrijetijdsaanbod in alle schoolvakanties een conditio sine qua non. De afstemmingsproblemen die zich vandaag voordoen moeten in kaart gebracht worden en aangepakt net als deze die zich zouden kunnen voordoen in de toekomst bij een eventuele hervorming. Kinderen zijn immers het hoogste goed.

•

Daarnaast is het goed kunnen combineren van werk en gezin een element van werkbaar werk. Voor werkende ouders mogen de schoolvakanties geen bron van zorg zijn. Buitenschoolse opvang en een toegankelijk aanbod van het jeugdwerk in de schoolvakanties kan de werkzaamheid van (alleenstaande) ouders, waaronder zeker deze van de moeders, verhogen.

27


Bibliografie https://www.agodi.be/publicaties-afwezigheid-wegens-ziekte-vlaamse-onderwijspersoneel Alexander Karl L., Entwisle Doris R., Steffel Olson Linda, ‘Lasting consequences of the Summer Learning Gap’, American Sociological Review, 2007, Vol. 72 Berkhout A. e.a., ‘Evaluatie regeling vaststelling schoolvakanties’, eindrapport, mei 2015, Amsterdam Christelijke Onderwijscentrale (COC), ‘Enquête inkorten zomervakantie: resultaten’, maart 2022, https://www.hetacv.be/acv-coc/nieuws-en-persberichten/2022/03/28/onderwijspersoneel-wilgeen-inkorting-van-de-zomervakantie Commissie Beter Onderwijs, ‘Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht’. Rapport van de Commissie beter onderwijs. Oktober 2021 Commissie Diversiteit - SERV, ‘Diversiteit binnen het onderwijzend personeel’, 25 augustus 2020 Cooper, Batts, Patall, ‘Extending the School Day or School Year’, september 2010 De Witte Kristof, Letizia Gambi, ‘Inkorten van de zomervakantie als hefboom in een Vlaamse BuildBack & Build-Better strategie’, Kristof De Witte en Letizia Gambi, presentatie SERV – 16 november 2021 https://feb.kuleuven.be/drc/LEER/downloads/zomervakantie-kristof-de-witte.pdf De Witte Kristof, Maldonado Joana Elisa, ‘De effecten van de COVID- 19 crisis en het sluiten van scholen op leerlingprestaties en onderwijsongelijkheid’, 23 september 2020, KU Leuven Duyck Wouter, ‘Naar een kortere schoolvakantie in Vlaanderen?’, UGent, NVAO, presentatie SERV – 1februari 2022 https://www.dropbox.com/s/9i4rhbs0gwmptaq/serv%20vakantie.pptx?dl=0 Elffers Louise, ‘De bijlesgeneratie’, Amsterdam University Press, 2017 Glorieux Ignace, ‘De optimalisering van de jaarlijkse onderwijstijd. Resultaten van een Delphi-onderzoek uit 1996-97’, Ignace Glorieux, TOR-VUB, presentatie SERV – 23 november 2021 Glorieux Ignace, Kermarrec Gaël, ‘ Standpunten over de ordening van de jaarlijkse onderwijstijd. Een Delphi-onderzoek. De optimalisering van de jaarlijkse onderwijstijd [ Deel II ]’, FCFO-MI - project Nr. 94.09, TOR-VUB Glorieux Ignace, Heyman Ryfka, ‘Lessen voor een Belgisch tijdsbeleid Een analyse van Europese initiatieven rond tijdsordening.’, TOR VUB (DWTC-project AP/03/21A)

28


https://www.impuls-onderwijs.be/de-herfstvakantie-verlengen-vakantiespreiding-terug-van-weggeweest/ Keppens Gil, Spruyt Bram, ‘Preventie van spijbelen en vroegtijdig schoolverlaten. Eindrapport.’, juli 2019, Steunpunt Onderwijsonderzoek (OL1.2/2), Brussel https://www.klasse.be/135011/zomervakantie-wat-is-het-effect-op-je-leerlingen/ https://www.knack.be/nieuws/belgie/laten-we-de-zomervakantie-met-2-weken-inkorten/articleopinion-598103.html Koning Boudewijnstichting, ‘Haalbaarheidsstudie. Om de aanvaardbaarheidsvoorwaarden van het hervormingsplan van de schooljaarritmes ‘7/2’ te onderzoeken.’, Verslag, september 2018 Matthys Thomas, Penxten Julie, ‘The effect of a structural change of the school holidays on the Belgian Economy’, Vlerick Business School (i.s.m. Thomas Cook), MGM 2014-2015 McMullen Steven C. & Rouse Kathrijn E. ‘The Impact of Year-Round Schooling on Academic Achievement: Evidence form Mandatory School Calender Conversions’, American Economic Journal: Economic Policy 2012, 4(4): 230-252 Minnen J., Verbeylen J., Glorieux I., ‘Onderzoek naar de tijdsbesteding van leraren in het basis- en secundair onderwijs’., Research Group TOR, VUB, 2017-2018 Stichting Innovatie & Arbeid, ‘Werkbaarheidsprofiel onderwijssector 2019. Sectorale analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2004-2019’, SERV, februari 2020, Brussel https://www.vcov.be/ouderinfotheek/standpunten/inkorten-zomervakantie-2021 https://vlaamsejeugdraad.be/nl/adviezen/herschikking-schoolvakanties Verachtert Pieter, e.a., ‘Zomerscholen in Vlaanderen 2020: evalueren en inspireren’, ExCel Thomas More, onderzoeksrapport november 2020 Verachtert Pieter, ‘The other side of summer. Over zomerverlies, zomerscholen en kortere zomervakanties’, ExCEL Thomas More , presentatie SERV – 18 januari 2022 https://drive.google.com/file/d/1Gu4xJ1MDCzrXwUOVkogs2ORLutm2Q1qo/view Vlaamse Jeugdraad, Advies herschikking schoolvakanties’, Advies 2110, 1 december 2021

29


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220425_Organisatieschooljaar_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu