Skip to main content

dossier 2022-087.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/087

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/087

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 28 februari 2022 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (hierna MOW) om een afschrift van de prijzen en premies van de eerste onteigeningen/aankopen in het kader van het project “nieuwe sluis Zeebrugge”. Op 16 maart 2022 weigert het departement MOW het verzoek op grond van artikel II. 35, 1° van het Bestuursdecreet. Op 18 maart 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van het departement MOW. Dit beroep werd geregistreerd op 21 maart 2022 Op 20 april 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 28 februari 2022. De beslissing van het departement MOW dateert van 16 maart 2022. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.

www.vlaanderen.be


Het beroepschrift van verzoeker d.d. 18 maart 2022 is tijdig ingediend en ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

De bestreden beslissing

Het departement MOW weigert de openbaarmaking van de gevraagde prijzen die zijn betaald bij de eerste onteigeningen/aankopen in het kader van het project “nieuwe sluis Zeebrugge”.

2. Inhoud van het beroepschrift Beroeper wenst volledige transparantie in de zaak waarin hij naar zijn mening het volste recht heeft de gevraagde prijzen te kennen om een idee te hebben van wat hij kan verwachten vooraleer de schatter langskomt.

3. Toelichting door het departement MOW Om met kennis van zaken het beroep te kunnen beoordelen contacteerde de beroepsinstantie het departement MOW voor de nodige toelichting bij het ingestelde beroep. Het departement MOW bezorgde de nodige informatie en handhaaft bovendien haar standpunt zoals uiteengezet in de beslissing van 16 maart 2022. Het departement MOW deelt de beroepsinstantie mee dat de onteigeningen waar xxx naar verwijst, kaderen in het complex project Nieuwe zeesluis Zeebrugge waarmee de achterhaven van Zeebrugge een tweede nieuwe toegang krijgt. Het gaat momenteel nog over minnelijke verwervingen door het Vlaamse Gewest. In het kader van dit project werd er dus al met verschillende eigenaars en ondernemingen in de omgeving van dit project onderhandeld over de vrijwillige verkoop van hun eigendom, met anderen zijn er nog onderhandelingen gaande en in de toekomst zullen er nog diverse onderhandelingen gevoerd moeten worden en zullen er mogelijks ook nog (gerechtelijke) onteigeningen dienen te gebeuren. Ook met xxx worden gesprekken opgestart. De uitzonderingsgrond vermeld in artikel II. 35, 1° van het Bestuursdecreet heeft tot doel om het Vlaamse Gewest te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Voorkennis van de aankoopbedragen van de reeds aangekochte eigendommen zou ook hier kunnen leiden tot speculatieve daden.

4. Standpunt van de beroepsinstantie

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/087

pagina 2 van 3


De beroepsinstantie sluit zich aan bij de redenering van het departement MOW om de openbaarmaking van de prijzen van de reeds aangekochte eigendommen niet toe te staan en dit in toepassing van de uitzonderingsgrond, zoals vermeld in artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet. Artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een aanvraag om openbaarmaking dient afgewezen te worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet vertoont een relatief karakter zodat het aan de beroepsinstantie toekomt te oordelen of het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond in casu al dan niet opweegt tegen het belang van de openbaarmaking van het gevraagde. De beroepsinstantie is van oordeel dat het Vlaams Gewest bij de volgende vrijwillige verkopen/onteigeningen in een benadeelde positie aan de onderhandelingen start indien een kandidaat verkoper/onteigende voorkennis heeft omtrent de reeds betaalde bedragen bij de vorige verkopen in het kader van ditzelfde project. De openbaarmaking van de aankoopprijs van reeds aangekochte eigendommen zou de onderhandelingspositie van het Vlaamse Gewest bij toekomstige onderhandelingen zonder twijfel in het gedrang brengen. Gelet op de lopende en toekomstige onderhandelingen omtrent vrijwillige verkopen is de beroepsinstantie van mening dat in dit concrete geval de bescherming van de economische belangen van het Vlaamse Gewest zwaarder doorwegen dan het belang van de openbaarheid en dat er toepassing gemaakt moet worden van de uitzonderingsgrond beschreven in artikel II. 35, 1° van het bestuursdecreet. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep om die redenen dan ook ongegrond is. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 18 maart 2022 tegen de beslissing van het departement MOW dd. 16 maart 2022 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 4 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/087

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-087.pdf by Vlaanderen-be - Issuu