L E F A T S D U O H N I
14. Mossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92 MAURICE HOFFMANN - Soortenaantal en veranderingen in status – Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
14. Mossen
14. Mossen MAURICE HOFFMANN
Hoewel de Belgische botanische literatuur bulkt van publicaties over mossen (meer dan 900 en dit min of meer gelijkmatig gespreid over de laatste twee eeuwen) werd nog steeds geen werk gemaakt van een Rode Lijst voor België of Vlaanderen. Eén van de problemen hierbij is de selectie van een referentiesituatie ten opzichte waarvan de evolutie in het voorkomen kan worden geëvalueerd. Al enige jaren geleden werd nochtans een initiatief genomen tot het opmaken van een Rode Lijst voor mossen (SCHUMACKER et al. in voorbereiding), maar het is nooit tot een publicatie gekomen. Er werden bedreigingscategorieën gevolgd, die echter niet overeenstemmen met de IUCNdefinities. Aangezien een referentiesituatie ontbreekt, kunnen geen kwantitatieve uitspraken worden gedaan over achteruitgang. De indeling in categorieën is deels gebaseerd op concrete gegevens, deels op "best professional judgment". Ze volgt dus zeker niet de klassiek gevolgde criteria voor Rode-Lijstcategorieën. Men onderscheidde uitgestorven (ooit aangetroffen in Vlaanderen, maar recent niet meer waargenomen), bedreigde, kwetsbare, achteruitgaande en overige soorten. Opnieuw op basis van "best professional judgment" zijn voor Vlaanderen enkele belangrijke specifieke gebieden en habitats aan te geven, die uitzonderlijk belangrijk zijn voor het behoud van de bryodiversiteit. Dit zijn met name het vijvergebied van Midden-Limburg met onder meer de Maten en het Wik te Genk, het Groot Schietveld te Brasschaat, het zoetwatergetijdengebied langs de Zeeschelde en de Vlaamse kustduinen. Op habitat-niveau zijn onder meer de Brabantse grote bosgebieden zoals het Meerdaalwoud, het Zoniënbos, het Walenbos, het Rodebos, enz. belangrijke mosgebieden (een studie naar het belang van Vlaamse bossen voor bio- en bryodiversiteit loopt); evenzeer belangrijk voor de Vlaamse bryodiversiteit zijn de Kempische ven- en veengebieden. Anderzijds toont een statistische analyse van de inventarisatiegegevens van
de Vlaamse Werkgroep Bryologie (tijdschrift Muscillanea) aan dat tijdens hun excursies in de verschillende fytogeografische districten van Vlaanderen geen significante aantalverschillen optreden. Eilanden in bryologische "woestijnen" kunnen evenzeer belangrijke bryorefugia zijn, zo onder meer vochtige, schrale gebieden in het Vlaams district (Gulke Putten, Vloethemveld), vochtige gebieden met veenontwikkeling in de polders (Roeselarekreek, Rode Geul, Panneweel, Grote Geul (Kieldrecht)) of op Vlaamse schaal zeldzame habitats als het alkalisch laagveenmoeras het Torfbroek te Berg-Kampenhout.
Soortenaantal en veranderingen in status - Vlaanderen Een kwart van de mossen in Vlaanderen is in meer of mindere mate bedreigd, een kwart is achteruitgaand, de resterende helft kan worden beschouwd als quasi nietbedreigd (Tabel 14.1 en Figuur 14.1). 6% 7%
16% 47%
24%
Uitgestorven Bedreigd Kwetsbaar Overige categorieën Momenteel niet bedreigd
Figuur 14.1: Procentuele verdeling van het minimaal aantal soorten mossen per zeldzaamheidsklasse in Vlaanderen.
Tabel 14.1: Aantal bedreigde, kwetsbare en achteruitgaande soorten mossen in Vlaanderen. totaal
bladmossen
levermossen
Aantal uitgestorven soorten Aantal Bedreigde soorten Aantal Kwetsbare soorten Aantal Achteruitgaande soorten Aantal niet-bedreigde soorten
33 39 87 127 249
25 30 55 83 166
8 9 32 44 83
Totaal huidig aantal soorten
502
334
168
Instituut voor Natuurbehoud 92
Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid