Skip to main content

SERV_20220912_KMO-portefeuille_BR.pdf

Page 1

De heer Jo Brouns Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw Ellipsgebouw Koning Albert-II laan 35 1030 Schaarbeek

contactpersoon

ons kenmerk

Brussel

Wim Knaepen

SERV_20220912_KMO-Portefeuille_BR

12 september 2022

wknaepen@serv.be

Adviesvraag wijzigingsbesluit KMO-Portefeuille Mijnheer de minister U vroeg de SERV op 26 juli 2022 om advies over het voorontwerp van besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 26 februari 2016 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten en kmo-groeitrajecten, wat betreft de invoering van thema’s en een kwaliteitskamer. De sociale partners hebben bij de adviesformulering geen consensus bereikt. De standpunten van de samenstellende organisaties worden u hierbij bezorgd. Hoogachtend

Pieter Kerremans

Hans Maertens

Administrateur-generaal

Voorzitter

Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel www.serv.be – 02 209 11 01 – info@serv.be


UNIZO en VOKA UNIZO en VOKA vinden de KMO-Portefeuille een goedwerkend en laagdrempelig instrument om levenslang leren voor ondernemers en hun KMO-medewerkers in de praktijk te realiseren. Als dusdanig past het instrument in de ambitie van het recente VESOC-akkoord “Iedereen nodig, iedereen mee” waarbij de sociale partners en de Vlaamse Regering “willen inzetten op levenslang leren bij werknemers en ondernemers via een versterking van de opleidings- en loopbaanincentives”. UNIZO en VOKA vragen dan ook aan de Vlaamse Regering om voldoende budget te voorzien, zodat elke binnen het nieuwe kader passende vraag tot ondersteuning van ondernemingen via de KMO-Portefeuille gefinancierd wordt. De keuze van de Vlaamse Regering om te werken met een duidelijk thematisch kader is verdedigbaar, wanneer deze thema’s voldoende breed geïnterpreteerd kunnen worden. Maar deze hervorming mag evenwel niet leiden tot een afbouw van de KMO-Portefeuille. UNIZO en VOKA vragen ook om het principe van de reciprociteit toe te passen op opleidingen die onder de thematiek van de beroepsspecifieke competenties vallen. Concreet betekent dit dat de opleidingen die door de Vlaamse Opleidingscommissie erkend worden, ook gelden voor de KMO-Portefeuille en vice versa. UNIZO en VOKA zijn van mening dat omwille van een vertrouwen in de Vlaamse administratie en de gerichte thematische afbakening de oprichting van een kwaliteitskamer niet nodig is. UNIZO en VOKA gaan er daarom ook van uit dat de administratie deze opdracht zelf kan opnemen. In de plaats daarvan vragen UNIZO en VOKA om de kwaliteitskamer om te vormen tot een beroepscommissie. Op die manier kunnen klachten van dienstverleners of ondernemers behandeld worden wanneer een opleiding geweigerd wordt door de administratie. UNIZO & VOKA vragen wel een gelijke samenstelling tussen externe experten en werkgevers- en ondernemersorganisaties. Tot slot zijn UNIZO en VOKA tevreden dat met deze hervorming niet geraakt wordt aan de steunpercentages en -plafonds en dat er geen wijzigingen zijn van de in aanmerking komende bedrijven voor de KMO-Portefeuille.

ACV, ABVV en ACLVB De Vlaamse vakbonden kunnen zich vinden in de doelstelling van de hervorming van de KMOPortefeuille. ACV, ABVV en ACLVB vinden het positief dat met deze wijziging en de introductie van thema’s, ook een zekere sturing komt wat betreft het soort opleiding dat bij voorkeur gevolgd wordt. De werknemersorganisaties vinden het een goede zaak dat een kwaliteitskamer zal waken over de kwaliteit van de gesubsidieerde diensten. Op vlak van opleidingsdeelname behoren werkenden in KMO’s tot een kwetsbare doelgroep. Deze groep werkgevers laat systematisch minder investeringen in opleiding optekenen dan grote 2


ondernemingen. Nochtans bereikt Vlaanderen met de KMO-Portefeuille vandaag heel wat zelfstandigen, kleine en middelgrote ondernemingen. De KMO-Portefeuille kan zowel benut worden voor het stimuleren van opleiding voor werkenden, als voor de ontwikkeling van een VTO-beleid binnen ondernemingen. Om competenties binnen KMO’s toekomstbestendiger te maken, is op beide sporen een inhaalbeweging nodig. ACV, ABVV en ACLVB willen dan ook een ruimere invulling van de Kwaliteitskamer voorstellen. Concreet stellen de werknemersorganisaties een paritair samengesteld beheersorgaan voor dat ook een rol krijgt om toezicht en controle uit te oefenen over het globale beheer van dit steuninstrument en beoordelingskaders voor steunaanvragen kan uitwerken. •

In de context van de visienota ‘leer-en loopbaanrekening’ vragen de vakbonden een betere afstemming tussen de bestaande opleidingsinstrumenten met het oog op meer synergie en doelmatigheid. De vakbonden hechten veel belang aan een gelijker speelveld voor lerenden, waarbij kaders van toegelaten opleidingen, gronden van uitsluiting én toezicht en controle beter op elkaar afgestemd worden. Zo kunnen de bestaande instrumenten vanuit een aantal gedeelde doelstellingen elkaar versterken.

•

ACV, ABVV en ACLVB pleiten daarom voor een representatieve paritaire vertegenwoordiging van sociale partners in de kwaliteitskamer, zoals dat ook het geval is voor de Vlaamse opleidingscommissie. Net zoals bij VOV, zijn ook bij de KMO-Portefeuille, werknemers een belangrijke doelgroep van uiteindelijk finale begunstigden van deze steunmaatregel.

•

Wil men dit instrument optimaler inzetten als een hefboom voor opleiding, vragen de vakbonden om werk te maken van een goede monitoring zodat er tijdig kan bijgestuurd worden om de beperkte middelen met maximale impact in te zetten. Vandaag ontbreekt het aan data die een gedetailleerd inzicht geven in de gebruikers en aard van aangevraagde opleidingen en adviezen. Bij elke bijsturing van dit steuninstrument, hebben de Vlaamse vakbonden - steeds zonder succes - aangedrongen op de noodzaak van een grondige evaluatie van de doelgerichtheid van de KMO-Portefeuille. De laatste globale evaluatie dateert uit 2012. De werknemersorganisaties vinden het gemiste kans dat zo’n globale evaluatie van de KMO-Portefeuille nog altijd uitblijft.

•

Ook (werknemers van) VZW’s met een economische activiteit/ non-profitondernemingen zouden beter toegang dienen te hebben tot opleiding. Maatwerkbedrijven en andere social profit-organisaties ervaren sterke opleidingsnoden rond digitalisering, duurzaamheid, innovatie,… Zeker in het licht van de arbeidskrapte, de twin transition én het verhogen van de werkzaamheidsgraad zijn ook deze sectoren gebaat bij toegang tot opleidingen die kunnen bijdragen aan een meer optimale bedrijfsvoering en het verhogen van de inzetbaarheid van hun werknemers.

•

In 2015 werden de budgettaire EAD-middelen vanuit Werk overgeheveld naar de KMOPortefeuille. De vroegere diversiteitsplannen werden vervangen door een luik diversiteit binnen de vraaggestuurde KMO-Portefeuille. Een goed werkende aanpak werd daarmee vervangen door een aanpak die systematisch onder de verwachtingen blijft, zeker in het licht van de huidige uitdagingen. Om werkvloeren inclusief te maken, is het van belang dat we ons niet alleen richten op het “inschakelen”, maar ook op het ‘borgen’ van 3


doelgroepwerknemers binnen organisaties. Ondanks de nood aan ondersteuning, blijken werkgevers echter onvoldoende hun weg te vinden naar deze vormen van ondersteuning. Het is van belang dat deze ‘passieve’ vraaggestuurde aanpak stilaan plaats maakt voor een actieve werkgeversbenadering.

VERSO en Boerenbond VERSO en Boerenbond willen hierbij de Minister informeren over de belangrijke uitbreiding van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) – in werking sinds 1 januari 2020 en met uiterlijke aanpassing van statuten tegen 1 januari 2024. Die wetswijziging betekent dat ook sociale ondernemingen en landbouwondernemingen vallen onder het ondernemerschapsrecht en de oudere term “KMO” niet meer eenduidig de lading dekt. VERSO en Boerenbond suggereren om niet alleen de kwaliteit van deze tool te evalueren, maar ook na te gaan hoe de rechtmatige gebruiker effectiever toegang kan krijgen tot de tool en dus zo tot kwalitatievere ondersteuning. Daarbij is het herbenoemen van de tool een eerste stap.

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220912_KMO-portefeuille_BR.pdf by Vlaanderen-be - Issuu