Skip to main content

vlaams_jeugd_en_kinderrechtenbeleidsplan_2020_2024.pdf

Page 1

VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024 DEPARTEMENT CULTUUR, JEUGD & MEDIA

vlaanderen.be/cjm


COLOFON Het Jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan 2020-2024 werd aangenomen door de Vlaamse Regering onder coördinatie van Minister Benjamin Dalle Eindredactie Dorien De Vries en Gerda Van Roelen Vormgeving Josworld.org Illustraties Visuality.eu Verantwoordelijke uitgever Luc Delrue Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 Brussel Wettelijk depotnummer D/2021/3241/057


INHOUDSOPGAVE 1 SITUERING

4

2 HORIZONTAAL BELEIDSPLAN

5

2.1.

Regeerakkoord 2019 -2024 en beleidsnota’s

5

2.2. Complementair aan andere horizontale beleidsplannen

6

3 PROCEDURE 3.1.

Decretale uitvoering

3.2. Doelstellingenkader 3.3.

7

7

8

Het gelopen traject

8

4 UITGANGSPUNTEN 4.1.

Kind- en jongerenperspectief

10

11

4.2. Inbedding in Europese en internationale ontwikkelingen 4.3. Wetenschappelijke en empirische onderbouwing en opvolging

12

12

5 CORONA COVID-19 PANDEMIE

14

6 DOELSTELLINGEN EN ACTIES

16

Prioriteit 1. Welbevinden en positieve identiteitsontwikkeling

19

A. Situering B. Operationalisering van de prioriteit in concrete doelstellingen en acties

19

21

TD 1.1. De Vlaamse overheid voert een gericht integriteitsbeleid waarin actief wordt ingezet op een geïntegreerde aanpak van geweld die vertrekt vanuit het verhaal en de vraag van het kind en de jongere

22

OD. 1.1.1 We stimuleren kennisopbouw, expertise-uitwisseling en samenwerking waarbij vertrokken wordt vanuit de positie en de leefwereld van het kind of de jongere

23

OD 1.1.2. We zetten in op een gecoördineerde integrale aanpak van (cyber)pesten

25

TD 1.2. De Vlaamse overheid stimuleert initiatieven zowel op collectief als individueel niveau die leiden tot ontmoeting, een versterking van de weerbaarheid en erkenning van de veerkracht van ieder kind en jongere

26


OD 1.2.1. We zetten in op zorgzame netwerken die bijdragen tot een verbeterde levenskwaliteit

27

OD 1.2.2. We bevorderen de veerkracht en de mentale weerbaarheid van kinderen en jongeren waarbij vertrokken wordt vanuit de vraag van het kind of de jongere zelf

30

Prioriteit 2.

Gezonde en leefbare buurten

33

A. Duiding

33

B. Operationalisering van de prioriteit in concrete doelstellingen en acties

36

TD 2.1. De Vlaamse overheid erkent de rol en de plaats van kinderen en jongeren in de publieke ruimte en de inrichting ervan

37

OD 2.1.1. We werken samen met kinderen en jongeren als co-creator van de publieke ruimte

38

OD 2.1.2. We verbeteren de multifunctionele en flexibele inzet van publieke ruimte met gerichte acties op vlak van infrastructuur, woonbeleid en mobiliteit

39

TD 2.2. De Vlaamse overheid besteedt aandacht aan leefbaar en duurzaam samenleven waarbij kinderen en jongeren de stuwende motor zijn

40

OD 2.2.1. We verduurzamen netwerken die aandacht besteden aan intergenerationeel samenleven

41

OD 2.2.2. We stimuleren gezonde en duurzame werkvormen en levenshoudingen

42

Prioriteit 3.

Engagement aan de samenleving door vrijwillige inzet

45

A. Duiding

45

B. Operationalisering van de prioriteit in concrete doelstellingen en acties

47

TD 3.1. De Vlaamse overheid erkent, versterkt en stimuleert maatschappelijke inzet van kinderen en jongeren op vrijwillige basis

47

OD 3.1.1. We erkennen en optimaliseren wat goed werkt

48

OD 3.1.2. We stimuleren het engagement en de stem van kinderen en jongeren door in te zetten op vernieuwende vormen van engagement en vrijwillige inzet van kinderen en jongeren

50

TD 3.2. De Vlaams overheid erkent en verbetert de talent-, kwaliteitenen competentie-ontwikkelingen die voortvloeien uit vrijwillige inzet

51

OD 3.2.1. Door vrijwillige inzet ontwikkelde competenties worden versterkt door het leggen van kruisverbanden

52

OD 3.2.2. We zetten in op methodieken die talenten en competenties gelinkt aan engagement identificeren, ontwikkelen en erkennen

53

Prioriteit 4.

Vrijetijdsbesteding voor allen

55

A. Duiding B. Operationalisering van de prioriteit in concrete doelstellingen en acties

55

57

TD 4.1. De Vlaamse overheid zet in op oplossingsstrategieën om drempels voor een geïntegreerd vrijetijdsbeleid weg te werken

57

OD 4.1.1. We betrekken kinderen en jongeren als co-creatoren voor de invulling en vormgeving van een vrijetijdsbesteding op vraag en eigen maat

58


OD 4.1.2. We faciliteren inspirerende praktijken en methodieken die inzetten op toeleiding, uitwisseling en ontmoetingen

59

TD 4.2. De Vlaamse overheid ondersteunt en stimuleert de uitwerking van een vrijetijdsbeleid dat vertrekt vanuit kruisbestuivingen

60

OD 4.2.1. We stimuleren inspirerende kruisbestuivingen tussen en binnen verschillende sectoren en/of beleidsniveaus ter bevordering van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid

61

OD 4.2.2. We verbinden ons om binnen het bestaand aanbod gerichte aandacht te besteden aan het bereiken van specifieke doelgroepen

62

Prioriteit 5. Mediawijsheid

67

A. Duiding

67

B. Operationalisering van de prioriteit in concrete doelstellingen en acties

70

TD 5.1. De Vlaamse overheid versterkt de competenties van kinderen en jongeren binnen een gemediatiseerde samenleving en heeft hierbij oog voor de belangrijke rol die opvoedingsverantwoordelijken en begeleiders spelen

70

OD 5.1.1. We stimuleren en ontwikkelen kennis, vaardigheden en attitudes via informatie, opleiding, begeleiding en ondersteuning

71

OD 5.1.2. We versterken kinderen en jongeren in hun competenties als ontvanger, gebruiker en makers van geprinte, audiovisuele en digitale media

73

TD 5.2. De Vlaamse overheid zet zich in voor een meer inclusief mediawijsbeleid via weerbaarheidsopbouw 74 OD 5.2.1. We bekampen online mechanismen die de fysieke, psychische en/of seksuele integriteit van kinderen en jongeren aantasten

75

OD 5.2.2. We zetten in op kennisopbouw bij kinderen en jongeren over hun rechten zodat zij sterker staan in het beschermen van hun integriteit

77

7 BIJLAGEN

78

7.1. Afkortingenlijst

78

79

7.2. Bronnenlijst

7.2.1. Europese en internationale instrumenten

79

7.2.2. Bronnenlijst Omgevingsanalyse JKP 2018

80

7.3. Overzicht per prioriteit relevante slotbeschouwingen VN-Comité Rechten van het Kind 7.3.1. Welbevinden en positieve identiteitsontwikkeling 7.3.2.

Gezonde en Leefbare buurten

7.3.3. Engagement aan de samenleving door vrijwillige inzet 7.3.4.

Vrijetijdsbesteding voor allen

7.3.5. Mediawijsheid

87 87 90

91 92 93


1 1SITUERING Het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (hierna: JKP) is een beleidsinstrument waarin voor de komende regeerperiode de visie van de Vlaamse Regering op het te voeren beleid omtrent jeugd en kinderrechten op vlak van vijf vastgelegde prioriteiten wordt weergegeven. Dit plan is van toepassing op alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen en Brussel tussen 0 en 30 jaar. Al sinds de legislatuur 2000-2004 worden de inspanningen van de Vlaamse Regering voor kinderen en jongeren over de beleidsdomeinen heen gebundeld in jeugdbeleidsplannen. Kinderrechten vormden van meet af aan een van de fundamenten in deze jeugdbeleidsplannen. Als antwoord op de slotbeschouwingen van het VN-Kinderrechtencomité keurde de Vlaamse Regering in 2004 en 2011 een apart Vlaams Actieplan Kinderrechten goed. Vanaf de regeerperiode 20152019 werden de inspanningen voor kinderen en jongeren van alle beleidsdomeinen van de Vlaamse Regering gebundeld in een geïntegreerd jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan. Dit is het tweede gecombineerde jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan.


2 2 HORIZONTAAL BELEIDSPLAN 2.1. Regeerakkoord 2019 -2024 en beleidsnota’s Het JKP geeft uitvoering aan de volgende passage in het hoofdstuk Jeugd uit het Vlaams Regeerakkoord: “[w]aar het Vlaamse Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan vroeger nog een hele lijst van kleine en grote maatregelen betrof zullen we nu focussen op 5 prioriteiten die in samenspraak met de jeugdsector worden opgesteld. De Minister van Jeugd houdt de coördinatie in handen voor alles wat met jeugd te maken heeft over de beleidsdomeinen heen.” (p. 175). Jeugd en kinderrechten zijn thema’s die vele beleidsdomeinen raken. De minister van Jeugd neemt een coördinerende rol op.

De Beleidsnota Jeugd 2019-2024 stelt bijgevolg uitdrukkelijk voorop werk te maken van een krachtig en ambitieus Vlaams jeugden kinderrechtenbeleidsplan (SD3 - OD 3.1, p. 17-18). Met kinderrechten als grondslag wordt een versterkend geïntegreerd, (boven) lokaal, ambitieus en empirisch onderbouwd jeugdbeleid voor alle kinderen en jongeren in Vlaanderen naar voren geschoven. Aandacht gaat eveneens uit naar interregionale, bilaterale en internationale samenwerking en netwerking. Het JKP speelt een belangrijke rol, maar is niet het enige beleidsinstrument om jeugd- en

5


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

kinderrechtenbeleid te realiseren. Aanvullend op het regulier beleid van de minister van Jeugd en van andere vakministers binnen de Vlaamse Regering, waarborgen een tal van beleidsinstrumenten, overlegstructuren en actoren waarborgen een breed geïntegreerd jeugd en kinderrechtenbeleid, waaronder de verticale overlegmomenten jeugd- en kinderrechtenbeleid dat minstens de Vlaamse Jeugdraad, het Kinderrechtencommissariaat en de op het beleidsdomein betrokken aanspreekpunt jeugd- en kinderrechten heeft met iedere vakminister, het kind- en jongereneffectrapport (JoKER), de aanspreekpunten

jeugd- en kinderrechten binnen ieder beleidsdomein, de Reflectiegroep Jeugd- en Kinderrechtenbeleid, de Vlaamse Kinderrechtenmonitor, enzovoort. De kracht van het JKP en wat eveneens ook de ambitie ervan vormt, is dat Vlaanderen zich binnen vijf overheidsbrede transversale doelstellingen verbindt tot een beperkt aantal concrete, haalbare en realiseerbare acties die een impact en waarneembaar effect hebben op het leven van alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen.

2.2. Complementair aan andere horizontale beleidsplannen Het JKP is als horizontaal beleidsplan gevat door de Mededeling aan de Vlaamse Regering van 7 februari 2020 over de nieuwe aanpak transversaal beleid/horizontale doelstellingenkaders (VR 2020 0702 MED.0050/1)1. De opmaak, uitvoering en opvolging van het JKP verloopt conform de hierin vastgelegde principes. De verschillende horizontale beleidsplannen binnen de Vlaamse Regering dienen elkaar te respecteren, aan te vullen en te versterken om zo de slaagkansen en de effecten van elk plan te vergroten. Om overlap en versnippering van cruciale thema’s te vermijden, wordt er expliciet gekozen om de bestaande beleidsplannen te verzilveren. Het kind- en

1

6

Hierna Mededeling Transversaal beleid.

jongerenperspectief en hieruit voortvloeiende specifieke doelstellingen en/of acties m.b.t. kinderen en jongeren krijgen daarom een plaats binnen het meest relevante horizontale beleidsplan, waaronder het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, het Vlaams Klimaatplan, het Horizontaal Integratie- en Gelijke Kansenbeleidsplan, het Actieplan Gecoördineerd Vlaams Vrijwilligersbeleid, het Actieplan ter Bestrijding van Seksueel Geweld, het Actieplan Dak- en Thuislozen en het Actieplan ter Preventie van Gewelddadige Radicalisering, Extremisme, Terrorisme en Polarisatie.


3 3PROCEDURE

3.1. Decretale uitvoering Het JKP kent zijn decretale grondslag in artikel 3, §1 van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid2. Volgens de huidige wettelijke regeling keurt de Vlaamse Regering binnen het jaar na aanstelling een JKP goed. Bijgevolg dient het JKP uiterlijk tegen 1 oktober 2020 te zijn goedgekeurd om het vervolgens te overhandigen aan het Vlaams Parlement en het Kinderrechtencommissariaat.

2

Hierna: Decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid.

7


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

3.2. Doelstellingenkader Het decreet stelt vier grote beleidsdoelstellingen voor alle kinderen en jongeren voorop, zijnde gelijke kansen, een brede ontwikkeling, ruimte en meer betrokkenheid in de samenleving,. Het JKP beschrijft de wijze waarop hieraan uitvoering wordt gegeven binnen het kader van maximaal vijf prioritaire strategische doelstellingen (art. 3 Besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 betreffende het jeugd- en kinderrechtenbeleid3). Op 13 maart 2020 keurde de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Jeugdraad en het Kinderrechtencommissariaat, vijf prioritaire strategische doelstellingen goed waarop

de komende beleidsperiode met het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan ingezet zal worden (VR 2020 1303 DOC.0213/1). De vijf gekozen doelstellingen spelen in op complexe uitdagingen waar Vlaanderen vandaag voor staat. Via een krachtig JKP wenst de Vlaamse Regering voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen het verschil te maken te maken op vlak van (1) Welbevinden en positieve identiteitsontwikkeling, (2) Gezonde en leefbare buurten, (3) Engagement in de samenleving door vrijwillige inzet, (4) Vrijetijdsbesteding voor allen en (5) Mediawijsheid.

3.3. Het gelopen traject Het traject voor de opmaak van het doelstellingenkader voor het Vlaams JKP 2020-2024 werd reeds in de voorgaande regeerperiode (20142018) opgestart. De administratieve voorbereiding voor het JKP begon met het opmaken van de omgevingsanalyse in de zomer van 2018. Op deze praktijkgebaseerde en wetenschappelijke onderbouw (art. 6, 3de lid Decreet jeugden kinderrechtenbeleid) volgde een fase van inspraakmomenten, gesprekken en debatten. De Reflectiegroep Jeugd- en kinderrechtenbeleid XL fungeerde hierbij als klankbordgroep en werd op verschillende momenten betrokken. Deze groep is samengesteld uit

3

8

Hierna: Besluit jeugd- en kinderrechtenbeleid.

de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid binnen de verschillende beleidsdomeinen en vertegenwoordigers van de jeugd- en kinderrechtenbovenbouw, Vlaamse en nationale kinderrechtenactoren, onderzoekers, lokale besturen en het jeugdwerk (art. 5 Besluit jeugd- en kinderrechtenbeleid). De output van vele inspraakmomenten werd verwerkt en resulteerde in 13 grote beleidsdomeinoverschrijdende prioriteiten. Deze prioriteiten werden verder uitgediept en gerankt tijdens het #Groteprioriteitendebat op 26 april 2019.


PROCEDURE

Met de start van de huidige regeerperiode organiseerde de minister van Jeugd, als coördinerend minister JKP, een ronde tafel over het belang van de 13 naar voren geschoven prioritaire doelstellingen. De uiteindelijke keuze van de vijf prioritaire doelstellingen door de huidige Vlaamse Regering moet immers kaderen binnen het Vlaams Regeerakkoord en de verscheidene beleidsnota’s, waaronder de Beleidsnota Jeugd.4 De finale keuze van vijf prioriteiten werd door de Vlaamse Regering goedgekeurd op 13 maart 2020 (zie hierboven 3.2.). Met het JKP verbindt Vlaanderen zich tot concrete, haalbare en realiseerbare doelstellingen die een impact en waarneembaar effect hebben op het leven van alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen. De operationalisering ervan verloopt via acties beperkt in aantal, die getuigen van haalbare financiële inspanningen en een effectieve ambitie.

Het globale kader werd voor reflectie en bespreking voorgelegd aan een Reflectiegroep XL Vlaams Jeugd- en kinderrechtenbeleid op 9 juni 2020. De vergadering van deze Reflectiegroep werd online georganiseerd in vijf sessies, telkens gefocust op een van de prioriteiten. In totaal nam een 70-tal mensen deel aan de gesprekken, waaronder aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid binnen de verschillende beleidsdomeinen, vertegenwoordigers van de jeugd- en kinderrechtenbovenbouw, Vlaamse en nationale kinderrechtenactoren, onderzoekers, vertegenwoordigers van lokale besturen en het jeugdwerk. De gegeven input werd daar waar mogelijk en gewenst verwerkt in het JKP. De aangeleverde acties binnen elke prioriteit werden geordend tot een overzichtelijk geheel. Dit geheel vormt het JKP dat gericht is op het boeken van resultaten voor alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen.

In het vervolgtraject werd, conform art. 3 Besluit jeugd- en kinderrechtenbeleid en de Mededeling transversaal beleid, aan de verschillende vakministers gevraagd door welke prioriteiten zij zich gevat zien en om een inhoudelijke bijdrage aan te leveren van een niet-exhaustief overzicht van concrete en evalueerbare beleidsmaatregelen (acties).

4 Voor een meer uitgebreide toelichting van het traject, zie Nota Vlaamse Regering, Voorstel van beslissing van de Vlaamse Regering houdende de selectie van maximaal vijf prioritaire doelstellingen voor het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan - Principiële goedkeuring, 7 februari 2020, 2-4, VR 2020 0702 DOC.0119/BIS.

9


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

4 4 UITGANGSPUNTEN Het JKP is gegrond op volgende voorliggende uitgangspunten die transversaal voor alle doelstellingen gelden.

10


UITGANGSPUNTEN

4.1. Kind- en jongerenperspectief Kinderen en jongeren zijn burgers van onze samenleving en vormen een specifieke doelgroep in de samenleving. In Vlaanderen alleen al leefden er op 1 januari 2020 2.288.118 kinderen en jongeren van 0 tot 30 jaar oud. In vergelijking met de totale bevolking kan je grofweg stellen dat 1 op de 3 ‘jeugd’ is, de Vlaamse kinderen en jongeren in Brussel buiten beschouwing gelaten.5 Het kind- en jongerenperspectief veronderstelt dat er wordt ingezet op het belang, de noden en behoeften van kinderen en jongeren. Hun stem wordt beluisterd en hieraan wordt passend gevolg gegeven. Het potentieel en de (sluimerende) talenten worden erkend en gestimuleerd. Hierbij is continu oog voor de diversiteit binnen deze doelgroep, onder andere op vlak van leeftijd, gender, achtergrond, afkomst, beperking… Dit brengt met zich meer dat naast een zo inclusief mogelijke aanpak, daar waar nodig en wenselijk, ook bijzondere aandacht is voor specifieke doelgroepen. Kinderen en jongeren zijn niet enkel ‘de toekomst’. Ze zijn minstens en evenzeer ‘het heden’.

Kinderrechten vormen de grondslag voor het JKP. De algemene beginselen van het Kinderrechtenverdrag (non-discriminatie, belang van het kind, recht op leven, overleven en ontwikkeling, en recht om gehoord te worden) kennen hun weerslag in het JKP. Elke prioriteit heeft oog voor de balans tussen bescherming, participatie en het garanderen van voorzieningen voor kinderen en jongeren, naar analogie met de drie P’s-indeling in het Kinderrechtenverdrag, namelijk rechten die protectie, participatie resp. provisie waarborgen. Het JKP biedt binnen het bereik van de gekozen prioriteiten mogelijke antwoorden op de slotbeschouwingen van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind bij het gecombineerde vijfde en zesde periodiek rapport van België van februari 2019 (VR 2020 2606 MED.021/1). In opvolging van de slotbeschouwingen zet het JKP expliciet in op een aantal kwetsbare doelgroepen. Met het JKP gaan we voor een duurzaam beleid. Ook het belang van ondersteuners van kinderen en jongeren wordt onderkend, waaronder leeftijdsgenoten, opvoedingsverantwoordelijkheden, referentiefiguren en lokale besturen.

De doelstellingen en acties vertrekken vanuit het perspectief van kinderen, jongeren en hun rechten.

5 https://bestat.statbel.fgov.be/bestat/crosstable.xhtml?view=5fee32f5-29b0-40df-9fb9-af43d1ac9032; gebaseerd op cijfers van 1 januari 2020.

11


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

4.2. Inbedding in Europese en internationale ontwikkelingen Aanvullend op het Kinderrechtenverdrag is het Vlaamse jeugd- en kinderrechtenbeleid eveneens ingebed in tal van Europese en internationale beleidskaders. Voor het JKP gaat het in de eerste plaats om de EU-Jeugdstrategie (2019-2027), de European Youth Goals, de VN-Jeugdstrategie Youth 2030, de strategie Kinderrechten van de Raad van Europa (20162021) en de VN-agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling (SDG’s). Europese en internationale beleidskaders bieden tal van opportuniteiten om de vijf JKP-doelstellingen in een internationale context uit te rollen. Grensoverschrijdende samenwerking en kennisuitwisseling geven ons de kans om onze eigen activiteiten te inspireren, een beleid uit te voeren met een meer systemische impact en om sterke partnerschappen met andere landen aan te gaan. We gaan actief op zoek naar expertise in het buitenland en delen onze expertise met andere landen om een gedragen beleid met impact uit te voeren. Tevens doelen wij erop om deze kaders te beïnvloeden, zodat we onze voetafdruk op internationaal niveau kunnen achterlaten.

4.3. Wetenschappelijke en empirische onderbouwing en opvolging Wil een jeugd- en kinderrechtenbeleid geloofwaardig, transparant, duidelijk, keuzeverhelderend en impactvol zijn, moet het wetenschappelijk onderbouwd zijn. Empirisch en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek draagt bij tot een degelijke

12

beleidsvoorbereiding, zowel als beleidsuitvoering en -evaluatie. Om een zicht te krijgen op het leven van deze kinderen en jongeren, wat hen bezighoudt, waar ze van wakker liggen en waar ze plezier uithalen, werd als voorbereiding voor


UITGANGSPUNTEN

het JKP een uitgebreide omgevingsanalyse6 opgemaakt. Deze Omgevingsanalyse JKP heeft als focus kinderen en jongeren van 0 tot 30 jaar in Vlaanderen (Vlaams Gewest en Nederlandstalige kinderen en jongeren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). De analyse bevat informatie over heel diverse beleids- en levensdomeinen en is in thematische hoofdstukken ingedeeld. Ze bevat een niet-exhaustieve bundeling van administratieve data, surveygegevens en resultaten van kwalitatief onderzoek dat de laatste jaren in Vlaanderen is uitgevoerd. Het JKP is gericht op het boeken van resultaten voor alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen. De doelstellingen en acties werden daarom specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden geformuleerd. De monitoring van de vooruitgang en de impact van het JKP verloopt via de jaarlijkse rapportage over de acties binnen de beleids- en begrotingstoelichting (BBT) van iedere betrokken vakminister. Op basis van deze rapportages worden de tussentijdse evaluatie, waarin ook zal worden aangegeven of en waar, bijsturingen nodig zijn, en de eindevaluatie van het JKP opgesteld (art. 3, § 3 Decreet jeugd en kinderrechtenbeleid). De opstelling van

deze rapporten ligt in handen van de administratie van de coördinerende minister van Jeugd, met name het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Aan de definitieve oplevering, gaat een inhoudelijke bespreking vooraf in de reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid, waarin de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechten van de verschillende betrokken beleidsdomeinen in vertegenwoordigd zijn. De aanspreekpunten stemmen af met hun bevoegde minister. Aan de verschillende prioriteiten worden indicatoren gekoppeld, die zo veel als mogelijk samensporen met de in de BBT’s opgenomen indicatoren. Dit moet bijdragen tot een onderbouwde en degelijke monitoring en evaluatie. De monitoring op prioriteitsniveau wordt op dit moment opgesteld door het Jeugdonderzoeksplatform (JOP), waarbij telkens een cluster van algemene indicatoren ontwikkeld wordt die zal toelaten om de evolutie van de prioriteiten op te volgen. Deze indicatorenset betreft een mix van surveyitems en administratieve gegevens. Daarnaast staat het JKP in een continue wisselwerking met allerlei lopend en komend wetenschappelijk en beleidsrelevant onderzoek.

6 Departement Cultuur, Jeugd en Media, Omgevingsanalyse JKP ter voorbereiding van het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan 2020-2024, Vlaamse overheid, Brussel, 2019, 165p. Hierna: Omgevingsanalyse JKP http://www.sociaalcultureel.be/jeugd/jeugd_kinderrechtenbeleid_doc/jkp2020-2024/Omgevingsanalyse-JKP.pdf.

13


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

5 5 CORONA COVID-19 PANDEMIE

Tijdens de opmaak van dit JKP werden we geconfronteerd met corona en de dringende en noodzakelijke maatregelen die genomen werden om de verdere verspreiding van het COVID 19-virus tegen te gaan. Met de invoering, opvolging en naleving van de noodmaatregelen, werd zichtbaar dat specifieke groepen in de samenleving extra werden geraakt in de precaire leefsituatie waarin ze zich bevinden. De algemene mitigerende maatregelen aangenomen door de verschillende overheden verhelpen deels, maar leggen ook andere pijnpunten bloot.

14


CORONA COVID-19 PANDEMIE

De impact van de maatregelen op het leven van kinderen en jongeren was groot.7 Kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties ondervonden vaak specifieke gevolgen8, zoals ziektes die niet werden vastgesteld of opgevolgd; geen ontspanningsruimte in huis en/of tuin; gebrek aan ontspanningsen schoolmateriaal; beperkt sociaal netwerk; eenzaamheid; samenleven met ouders met een psychische/fysieke ziekte, verslaving, in depressie, in (technische) werkloosheid, in (nakende) echtscheiding, geldzorgen, …; risico voor integriteit o.w.v (risico) van geweld, misbruik, ondervoeding, verwaarlozing, niet welkom thuis; lopende integrale jeugdhulpbegeleidingen die stilvielen of vertraging opliepen, enzovoort In de regel gaat het hier over kinderen en jongeren in (kans)armoede, in een kwetsbare thuissituatie, in een traject van jeugdhulpverlening/aanpak jeugddelinquentie, in een precaire verblijfssituatie, kinderen en jongeren die een moeilijk of geen schooltraject doorlopen en kinderen en jongeren met een beperking. De Vlaamse Regering ondernam heel wat maatregelen om de crisis zo veel mogelijk te beheersen, ook voor kwetsbare gezinnen (VR 2020 1505 MED.0157/1 en VR 2020 0307 MED.0223/1BIS). Vele van deze maatregelen

richtten zich ook specifiek op kinderen en jongeren zoals het heropenen van de scholen en het laten doorgaan van de zomerkampen. Uitdrukkelijk gekaderd binnen de prioriteiten van het JKP zijn de twee volgende van specifieke betekenis. Vooreerst leidde financiële impulsen tot het versterken van de maximaal toegankelijke online jeugdinformatie en een bereikbare en beschikbare telefonische en online hulpverlening voor kinderen en jongeren (VR 2020 1004 DOC.0334/1). Daarnaast werd voor een totaalbudget van 4,5 miljoen euro ingezet op vrije tijd en ondersteuning van aanbod voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties (Actieplan Generatie Veerkracht) (VR 2020 3004 DOC.0419/1QUATER). Omdat de veerkracht van deze kinderen en jongeren ook na de crisis van essentieel belang is, blijven we ook in dit JKP aandachtig voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden waarin we ons tijdens deze crisis bevonden en de maatregelen die in dit kader genomen werden, is het JKP hét instrument bij uitstek om de genomen maatregelen ook op langere termijn mee te nemen. Alle vijf prioriteiten bieden hiervoor aanknopingspunten en raakvlakken.

7 Zie onder meer: Kinderrechtencommissariaat, Kenniscentrum Kinderrechten en Kinderrechtencoalitie, Coronacrisis treft alle kinderen en jongeren? Resultaten online-enquête #jongerenovercorona, Brussel, 2020, 70p.; N. Van Ceulebroeck en F. Aernouts, De impact van de coronamaatregelen op professionele jeugdwerkorganisaties, Jeugdwerkers en kinderen en jongeren in Antwerpen, AP Hogeschool Antwerpen i.s.m. Antwerps Jeugdsectoroverleg,, 2020, 22p.; Vakgroep Communicatiewetenschappen, Centrum voor Persuasieve Communicatie (UGent), Tieners kijken positief naar de toekomst tijdens de coronaperiode… en naar Instagram, 7 mei 2020, Gent, https:// www.ugent.be/nl/actueel/kinderen-bezorgd-vakantie-feest-ziek-corona-onderzoek.htm en Kinderen vooral bezorgd over vakantieplannen en geannuleerde feestjes, Gent, 19 mei 2020, https://www.ugent.be/nl/actueel/kinderen-bezorgd-vakantie-feest-ziek-corona-onderzoek.htm; Vlaamse Jeugdraad, Standpunt. Standpunt. Impact van corona op kinderen en jongeren: mentale en fysieke ruimte onder druk , Brussel, 30 maart 2020, 8p. 8 Zie onder meer; Uit De Marge, De impact van de COVID 19-maatregelen op kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Hoe overleven kinderen en jongeren in kwetsbare posities de lockdown?, Antwerpen, 2020, 40p.; Vlaamse Jeugdraad, Advies 2005. Mondmaksers en Megafonen: onze stem gaat niet meer in lockdown, Brussel, 1 juli 2020, 39p.

15


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

6 6 DOELSTELLINGEN EN ACTIES

16


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Met het JKP verbindt Vlaanderen doelstellingen met concrete, haalbare en realiseerbare acties die impact en een waarneembaar effect hebben op het leven van alle kinderen, jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen en Brussel. Iedere prioriteit, als overheidsbrede en geïntegreerde strategische doelstelling, start eerst met een duiding waarin o.b.v. de Omgevingsanalyse JKP en de relevante Europese en internationale instrumenten de context wordt geschetst. Vervolgens wordt de prioriteit opgedeeld in twee tactische doelstellingen (TD) waaruit operationele doelstellingen voortvloeien (OD) die specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden acties bevatten. Deze acties werden aangeleverd door de vakkabinetten die zich door de betreffende prioriteit gevat zagen en daarmee aan de slag wilden gaan. Er werd zoveel als mogelijk gebleven bij de oorspronkelijke formulering van de aangeleverde acties. Waar de aangeleverde acties door een of meerdere beleidsdomeinen inhoudelijk samenvielen, werden deze verwerkt in een meer algemene, omvattende formulering. Per actie worden de betrokken vakministers vermeld. Daar waar reeds zicht is op timing, wordt dit vermeld. In lijn met de Mededeling transversale plannen vormen de opgenomen acties een niet-exhaustief overzicht. Wil het JKP zijn ambitie waarmaken, verschil maken voor het Vlaamse kind en de Vlaamse jongere, kunnen inspelen op veranderingen, neemt het immers noodzakelijkerwijze de vorm aan van een levend document. Binnen de gestelde doelstellingen zijn nieuwe, aanvullende of wijzigende acties mogelijk. Na goedkeuring van het plan houden de betrokken vakministers zich er aan om de acties effectief om te zetten en te vertalen naar beleid, met waar nodig, het gepaste budget. De coördinerende minister, de minister van Jeugd, zal dan ook een actieve coördinerende rol opnemen in de uitvoering van het JKP om te allen tijde de uitvoering van de acties op te volgen, het overzicht te bewaren, de nodige afstemming te garanderen en in de nodige evaluaties te voorzien.

17


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

18


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Prioriteit 1. WELBEVINDEN EN POSITIEVE IDENTITEITSONTWIKKELING

A. SITUERING Deze prioriteit speelt in op de vier beleidsdoelstellingen, zoals vermeld in artikel 3, §1, tweede lid Decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid, en in het bijzonder 2° het creëren en borgen van brede ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren en 4° het verhogen van de formele en informele betrokkenheid van kinderen en jongeren bij de samenleving. Uit de Omgevingsanalyse JKP blijkt dat de kindertijd en de adolescentie een erg dynamische periode is in een mensenleven. Deze tijd is cruciaal voor het ontwikkelen van een tevredenstellend evenwichtig gevoel van welbevinden, wat ruimte kan geven aan een positieve identiteit. Deze levensperiode is evenwel niet steeds even zorgeloos. Kinderen en jongeren ervaren veel druk en stress om te presteren op school, in de vrije tijd en thuis. Jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties ondervinden bijkomende moeilijkheden om in een duurzame job te landen. Meer en meer erg jonge mensen rapporteren burn-out of suïcidegevoelens zonder dat hun

omgeving hier vooraf signalen over opving. Zelfmoord is één van de grootste doodsoorzaken bij jonge mensen. Geweld is een van de meest gemelde klachten bij het Kinderrechtencommissariaat. Pesten in het bijzonder is een steeds wederkerend fenomeen, ondanks de vele inspanningen om pesten bespreekbaar te maken en een pestbeleid uit te werken. Kinderen en jongeren lopen te vaak alleen rond met hun kopzorgen en problemen. We zien dat vele kinderen en jongeren een aanspreekpunt of vertrouwenspersoon in hun directe omgeving missen waar ze met hun zorgen, twijfels, stress en existentiële vragen terecht kunnen. Er heerst nog te veel taboe rond psychische problemen. Er is nood aan een geïntegreerde aanpak tussen hulpverlening enerzijds en het directe netwerk (ouders, jeugdwerk, werkgever, school, …) van kinderen en jongeren anderzijds. Het directe netwerk is vaak goed geplaatst om de eerste signalen van mentale problemen op te vangen. Idealiter leidt dit tot het ontstaan van kruispuntorganisaties tussen de jeugd-, onderwijs-, en welzijnssector.

19


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

Verscheidene Europese en internationale instrumenten onderschrijven het belang van en de nood aan een gepaste inzet op het welbevinden en de positieve identiteitsontwikkeling van kinderen, jongeren en jongvolwassenen. Een vertrekpunt is de erkenning van de competentie van kinderen en jongeren door hen zelf te betrekken bij de formuleringen van de problematieken als de mogelijke antwoorden. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind erkent het recht van ieder kind op bescherming tegen geweld, mishandeling en seksuele uitbuiting (art. 19 en 34). Bij aantasting van de integriteit is er een recht op hulpverlening en herintegratie in de samenleving (art. 19). Dit geldt ook voor minderjarige slachtoffers van gewapende conflicten (art. 39). Het recht op gezondheidszorg (art. 24) omvat eveneens preventieve gezondheidszorg. In de meest recente slotbeschouwingen van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind naar aanleiding van het Belgisch vijfde en zesde periodiek landenrapport werden aanbevelingen geformuleerd op het vlak van de aanpak van kindermisbruik, de nood aan stimulansen tot bevordering van positieve, geweldloze en participatieve vormen van opvoeding, onder meer door middel van bewustmakingsprogramma’s en -campagnes, het vermijden van schadelijke praktijken, het bevorderen van de geestelijke gezondheid (psychologische ondersteuning, onderzoek naar zelfmoord, stress…), de aandacht voor de gezondheid van adolescenten (obesitas, drugsmisbruik, met name cannabis, tabak en alcohol) en de aanpak van pesten, onder meer binnen

20

de onderwijscontext. Dit overzicht wordt als bijlage achteraan in het JKP opgenomen. Het versterken van het psychisch welbevinden van jongeren is ook vervat in VN duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030 (doel 3.4). Dezelfde aanmoediging is ook terug te vinden in de Lisboa+21 verklaring die werd opgesteld op de wereldconferentie van ministers verantwoordelijk voor Jeugd in 2019 en die het verwezenlijken van een jeugdvriendelijke en faciliterende omgeving voorschrijft (§8). In de EU-jeugdstrategie wordt het psychisch welbevinden van jongeren als een belangrijke prioriteit gezien, waardoor deze doelstelling vastgelegd werd in de vijfde Europese jeugddoelstelling over geestelijke gezondheid en geestelijk welzijn. Met betrekking tot sociale en prestatiedruk, besteedt de tweede prioriteit van de (concept) VN Jeugdstrategie (2030) samen met §10 van de Lisboa+21 verklaring in het bijzonder aandacht aan sociale factoren die bepalend zijn voor het welzijn van jongeren. Tevens nodigt de Lisboa+21 verklaring staten uit om de toegankelijkheid van jeugdvriendelijke psychische gezondheidsdiensten te waarborgen (§10). Op niveau van de Raad van Europa moedigt aanbeveling (2019)4 staten aan om de toegankelijkheid en kwaliteit van de hulpverlening voor het psychisch welbevinden van jonge vluchtelingen te vergemakkelijken (§§20, 21 en 22). Dit document kent ook een bijzondere rol toe aan jeugdwerkactiviteiten in het verlenen van psychische hulp aan jonge vluchtelingen (§33 en 34). Verder geeft aanbeveling (2016)7 aan dat staten de toegang tot de rechten van jongeren die betrekking hebben op noodzakelijk gezondheidzorg, moeten verwezenlijken (§3). Zo stelt de aanbeveling voor dat


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

staten informatie op maat met betrekking tot de beschikbaarheid en toegankelijkheid van gezondheidzorg aan jongeren moeten verschaffen (punt 3.7 in bijlage). Toegang tot kwaliteitsvolle hulpverlening en informatie hierrond wordt ook in aanbeveling (2015)3 voor jongeren uit kansarme buurten voorgeschreven. De aanbeveling (2016)7 haalt de nood aan van het beschikbaar maken van alomvattende en preventieve diensten voor de emotionele ontwikkeling en het welbevinden van jongeren (punt 3.7 in bijlage). Eén van de EU Youth Goals focust op het wegwerken van stigmatisering en het promoten van sociale inclusie van alle jongeren. Jongeren moeten beter gewapend worden tegen mogelijke mentale problemen, onder meer door in te zetten op de sterktes en persoonlijke vaardigheden van deze jongeren. Daarnaast moeten professionelen die werken met jonge mensen een vaardigheidstraining in

mentale EHBO krijgen (EU Youth Goals 2018). De 2030 Agenda voor duurzame ontwikkelingsdoelen erkent dat jeugdwerkloosheid een belangrijk zorgpunt blijft voor de internationale gemeenschap (§14). Daarom is het verwezenlijken van waardig werk deel van de visie van de SDG’s (§9) en wordt tewerkstelling van jongeren gezien als een belangrijk element in het bouwen van een duurzame economische toekomst (§27). Om de toegang tot kwaliteitsvolle jobs die aansluiten bij de interesse en talenten van jongeren te verwezenlijken, heeft doel 4.4 als ambitie om meer jongeren aan het werk te krijgen, door ze te helpen met het vergaren van vaardigheden die op de arbeidsmarkt noodzakelijk zijn. Eveneens streeft doel 8.3 naar het ontwikkelen van beleidsmaatregelen die de tewerkstelling van jongeren bevordert (zie ook doel 8.b.).

B. O PERATIONALISERING VAN DE PRIORITEIT IN CONCRETE DOELSTELLINGEN EN ACTIES De Vlaamse overheid zet met de keuze voor deze prioriteit in op het versterken van het welbevinden en de positieve identiteitsontwikkeling van kinderen en jongeren. Het Regeerakkoord 2019-2024 onderschrijft op verschillende plaatsen het belang van aandacht voor thema’s die hiertoe bijdragen. Via gerichte acties wil deze prioriteit kinderen en jongeren, en bij uitbreiding de buurt en de samenleving, de nodige zuurstof en veerkracht geven om met een veelheid van uitdagingen, zoals geweld, prestatiedruk, psychische problemen, diversiteitsvraagstukken enz. te leren omgaan.

21


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

De Vlaamse overheid geeft invulling aan haar ambitie tot verbetering van het welbevinden en de positieve identiteitsontwikkeling door vooreerst een gericht integriteitsbeleid te voeren waarin actief werk wordt gemaakt van de aanpak van geweld tegen kinderen en jongeren. Daarnaast stimuleert Vlaanderen initiatieven zowel op collectief als individueel niveau die leiden tot ontmoeting, een versterking van de weerbaarheid en erkenning van de veerkracht van ieder kind en jongere. Steeds staan de stem, de vraag en de competenties van het kind en/of de jongere zelf centraal.

TD 1.1.

E VLAAMSE OVERHEID VOERT EEN GERICHT D INTEGRITEITSBELEID WAARIN ACTIEF WORDT INGEZET OP EEN GEÏNTEGREERDE AANPAK VAN GEWELD DIE VERTREKT VANUIT HET VERHAAL EN DE VRAAG VAN HET KIND EN DE JONGERE

De Vlaamse overheid geeft invulling aan haar ambitie om het welbevinden en de positieve identiteitsontwikkeling van kinderen en jongeren te verbeteren door een gericht integriteitsbeleid te voeren waarin actief werk wordt gemaakt van de aanpak van geweld tegen kinderen en jongeren. De stem van het kind en/of de jongere zelf staat hierin centraal. We bouwen verder op de aanpak van grensoverschrijdend gedrag en de bescherming van integriteit met aandacht voor sensibilisering, preventieve ondersteuning, een gedifferentieerd aanbod en laagdrempelige hulp. We werken verder aan een gedragen antipestbeleid over sectoren heen en verspreiden goede praktijken gericht op jongeren, ouders, en professionelen en vrijwilligers. Zo willen we tegemoetkomen aan de vaststelling dat (cyber)pesten een belangrijke fenomeen blijft, dat er zich nieuwe fenomenen voordoen en dat dan ook een specifieke aanpak vereist is naast die rond grensoverschrijdend gedrag en integriteit.

22


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 1.1.1. W e stimuleren kennisopbouw, expertise-uitwisseling en samenwerking waarbij vertrokken wordt vanuit de positie en de leefwereld van het kind of de jongere 1. We zetten versterkt in op het garanderen van optimale ontwikkelingskansen voor alle kinderen en jongeren. We hebben hierbij oog voor een graduele benadering waarbij gestart wordt met universele preventie voor alle kinderen en jongeren via selectieve preventie voor kinderen en jongeren met een nood tot snelle en laagdrempelige ondersteuning en/of hulp over te gaan tot geïndiceerde preventie voor kinderen en jongeren (en bij uitbreiding gezinnen) waar intensievere hulp noodzakelijk is.

Dit verloopt onder meer via: • Sensibiliserings- en informatiecampagnes gericht op zelfzorg; • De sectoroverschrijdende uitrol van de kindreflex (bv. ziekenhuizen, justitiehuizen…); • De uitrol van één gezin, één plan; • De investering in een mobiel aanbod gericht op het creëren van veiligheid in de eigen context bij dreigende uithuisplaatsing, via een proefproject, gebaseerd op de principes van Signs of Safety; • …

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, Minister van Justitie en Handhaving en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

23


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

2. We werken vanuit een gedragen visie verder aan het gepast omgaan met grensoverschrijdend gedrag door een gedifferentieerd aanbod met aandacht voor specifieke thema’s en hulp op maat. Goede (inter)nationale praktijken worden verder uitgerold en opgeschaald. Vanuit het belang van het kind en de jongere is het fundamenteel dat bij de aanpak van integriteitsvraagstukken het beschermingsperspectief onlosmakelijk wordt gekoppeld aan de stem, de beleving en de expertise van kinderen en jongeren zelf. Minstens volgende elementen komen hierbij aan bod: • Het verderzetten van de beleidsdomeinoverstijgende aanpak van grensoverschrijdend gedrag en de bescherming van integriteit; • Expertise-uitwisseling en competentieversterking rond informatiedeling en participatie bij verontrustende signalen, met bijzondere aandacht voor warme doorverwijzing;

• De organisatie van internationale uitwisseling van ambtenaren, experten, sectorspelers en jeugdwerkers i.k.v. de culturele akkoorden (bilaterale samenwerking op vlak van jeugd) met andere landen en regio’s die specifieke expertise hebben rond integriteitsbescherming van kinderen en jongeren en de aanpak van grensoverschrijdend gedrag. We bekijken hoe we deze internationale goede voorbeelden kunnen implementeren in het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid. We dragen tegelijkertijd onze eigen expertise op vlak van dit thema uit en zetten Vlaamse goede praktijken internationaal in de kijker; • …

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media, Minister van Inburgering en Gelijke Kansen, Minister van Onderwijs, Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, Minister van Sport, Minister van Cultuur Timing: 2020 -2024

24


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 1.1.2.

We zetten in op een gecoördineerde integrale aanpak van (cyber)pesten

1. We stimuleren de uitbouw van een platform rond (cyber)pesten waar iedereen laagdrempelig toegang heeft tot betrouwbare, ‘evidence-based’ informatie specifiek over (cyber)pesten, gekoppeld aan tweedelijns hulp. Dit platform heeft oog voor informeren en sensibiliseren, het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek om beleid en praktijk beter te ondersteunen en beleidsadviserend werk. Bijzondere aandacht gaat uit naar

het snijpunt tussen (cyber)pesten en kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Dit platform richt zich in de eerste plaats tot kinderen en jongeren, ouders en begeleiders van kinderen en jongeren. Er wordt ingezet op de inbedding ervan in het Vlaamse landschap van jeugdinformatie (Awel, Grenswijs, WAT WAT…) en de verduurzaming ervan.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

2. Scholen zetten in op de preventie en aanpak van (cyber)pesten. Via het concept van ‘whole school approach’ worden scholen gestimuleerd de aanpak van (cyber)pesten te integreren in het schoolbeleid om zo geïntegreerd en duurzaam te werken. Hiertoe wordt onder meer een incident-handelingsprocedure specifiek gericht op cyberpesten ontwikkeld; preventiestrategieën die hun effectiviteit hebben bewezen worden naar

voren geschoven, en het toegankelijker maken voor scholen en onderzoeksbevindingen rond de aanpak van (cyber)pesten en preventie op school worden gevaloriseerd. Hierbij moet voldoende aandacht zijn voor de vraag of bestaande initiatieven werkzaam zijn en voldoende inspelen op de factoren die uit onderzoek als cruciaal naar voren komen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2024

25


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

TD 1.2.

E VLAAMSE OVERHEID STIMULEERT INITIATIEVEN D ZOWEL OP COLLECTIEF ALS INDIVIDUEEL NIVEAU DIE LEIDEN TOT ONTMOETING, EEN VERSTERKING VAN DE WEERBAARHEID EN ERKENNING VAN DE VEERKRACHT VAN IEDER KIND EN JONGERE

Vlaanderen stimuleert initiatieven zowel op collectief als op individueel niveau die leiden tot ontmoeting en versterking van de weerbaarheid en erkenning van de veerkracht van iedere kind en jongere. We ondersteunen kinderen en jongeren in hun welbevinden en positieve identiteitsontwikkeling d.m.v. een integrale en sectoroverschrijdende aanpak. Naast een remediërende insteek is er tegelijkertijd ruimte voor een positieve erkenning van talenten, competenties en het versterken van de eigen krachten in het oplossingsgericht handelen. Kinderen en jongeren hebben nood aan een vertrouwenspersoon of aanspreekpunt in hun directe omgeving bij wie ze met hun zorgen, twijfels en vragen terecht kunnen zonder dat dit meteen geproblematiseerd wordt maar dat deze persoon wel een brug kan zijn naar verdere hulpverlening indien nodig. Negatieve gevoelens of moeilijke periodes moeten bespreekbaar zijn. De uitbouw van zorgzame netwerken draagt hiertoe bij. Ze kunnen ook de stap naar hulpverlening verkleinen en/ of verbeteren de levenskwaliteit binnen het lopende gezondheids- of hulpverleningstraject. We geven gehoor aan de boodschappen van kinderen en jongeren over de veelheid aan problemen zoals druk, stress, identiteitsvraagstukken, taboesfeer… We zetten daarom in op het versterken van veerkracht en de weerbaarheid van kinderen en jongeren. Samenwerking en participatie zijn hierin cruciaal en worden gestimuleerd.

26


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 1.2.1.

e zetten in op zorgzame netwerken die bijdragen tot een verbeterde W levenskwaliteit

1. Vertrekkende vanuit de veerkracht van ieder kind en jongere wordt werk gemaakt van zorgzame buurten door mensen proberen samen te brengen, sociale cohesie te versterken. De aandacht gaat hierbij specifiek uit naar vrije tijd, ontmoeting, beweging,…. Waar mogelijk ondersteunen en stimuleren we lokale besturen om aan de slag te gaan met de methodiek en het referentiekader ‘buurtgerichte netwerken voor kinderen en gezinnen’. Dit kan verlopen vanuit de Huizen van

het Kind, als vanuit andere laagdrempelige buurtgerichte initiatieven. De participatie van gezinnen en kinderen staat daarbij centraal. De lokale besturen worden ondersteund in de uitbouw van een lokaal sociaal beleid door de VVSG, die onder meer vormingen organiseert, tools voor beleidsparticipatie van kwetsbare groepen ontwikkelt en stimuleert, lokale besturen ondersteunt en inspireert inzake beleidsvoering lokaal sociaal beleid, enz.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Timing: 2020 - 2024

2. We werken een leertraject ‘Positief Leefklimaat’ in residentiële voorzieningen voor kinderen en jongeren uit. De uitvoering en de implementatie verloopt via een participatief traject met kinderen en jongeren in

de jeugdhulp. De uitrol wordt nauw opgevolgd en geëvalueerd. Positieve leerresultaten worden uitgedragen naar andere ‘settings’ voor uithuisgeplaatste kinderen en jongeren (beleidsdomeinoverschrijdend).

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Timing: 2021

27


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

3. We ontwikkelen een intersectorale richtlijn over afzondering en fixatie en werken een referentiekader ‘bewust omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen in brede jeugdhulp’ uit.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Timing: 2021

4. We creëren veilige en toegankelijke ontmoetingsplaatsen waar kinderen en jongeren terecht kunnen voor ontmoeting, informatie en ondersteuning. We bouwen verder op bestaande goede praktijken, maar bekijken ook de nieuwe innovatieve vormen van (boven)lokale vrijplaatsen en stimuleren initiatieven die van onderuit gegroeid zijn. Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media en Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Timing: 2020 - 2024

28


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

5. Door het opzetten van gerichte trajecten wordt via samenwerkingsverbanden ingezet op het bereiken van (vroegtijdige) schoolverlaters, laaggeschoolde jongeren en jongvolwassenen die moeilijkheden ondervinden in een (duurzame) toetreding tot het arbeidscircuit. De focus ligt hierbij voornamelijk op competentie-inzicht en -versterking, verhogen van het welbevinden en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt.

Minstens volgende projecten dragen hiertoe bij: • ESF-Oproep in uitvoering “WIJ3” waarbij wordt ingezet op de begeleiding van laaggeschoolde jongeren richting de arbeidsmarkt; • ESF-Oproep in ontwikkeling “Lokale partnerschappen voor jongeren”; • Jongerenprojecten binnen de ESF-oproep “Outreach & Activering”; • STEM actieplan (oproep in ontwikkeling): Transitietrajecten voor leerlingen tweede en derde graad beroepssecundair onderwijs die een moeilijk schoolparcours doorlopen; • Werking ‘Jongeren en ondernemend leren/leren ondernemen’.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Werk en Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2022

29


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

6. Door het aanreiken van de nodige ondersteuning en tools stimuleren we een ‘whole school approach’ door scholen aan te moedigen werk te maken van een integraal gezondheidsbeleid met aandacht voor welbevinden en integriteit (‘Gezonde scholen’). Recente ervaringen met afstandsleren naar aanleiding van de COVID-19 maatregelen zullen doorwerken in het toekomstig onderwijs. De eigen woning wordt daarbij meer en meer een complementaire leeromgeving van de school. De leeromgeving op school evolueert verder naar ICT-ondersteunde leerplek die meerdere leerstijlen toelaat. Leeromgevingen thuis en op school ondergaan veranderingen

waarbij binnen het schoolbeleid ook aandacht moet zijn voor de gezondheid en het welbevinden van leerlingen en leerkrachten. We voorzien hiervoor in de nodige ondersteuning. Zo wordt onder meer ook geïnvesteerd in gerichtere verspreiding en bekendmaking van educatief, informerend en sensibiliserend materiaal voor het doorbreken van gender- en heteronormatief denken. Bestaande instrumenten worden geactualiseerd en er worden initiatieven ondernomen met het oog op het wegwerken van handelingsverlegenheid.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Onderwijs, Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding en Minister van Inburgering en Gelijke Kansen Timing: 2020 - 2024

OD 1.2.2. We bevorderen de veerkracht en de mentale weerbaarheid van kinderen en jongeren waarbij vertrokken wordt vanuit de vraag van het kind of de jongere zelf 1. Het versterken van de mentale weerbaarheid draagt bij tot ruime gezondheidspreventie. Dit wordt bereikt door onder meer een versnelde uitrol van Fit in je hoofd 2.0 voor jongeren vanaf 16 jaar en het verder

ontwikkelen, verspreiden en bekendmaking van verschillende (digitale/online) therapeutische modellen en tools m.b.t. mentale weerbaarheid.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Timing: 2020 - 2024

30


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

2. We ondersteunen de Vlaamse Scholierenkoepel voor het verspreiden van ‘peer support’ binnen onderwijs. Kinderen en jongeren gaan vaak met hun vragen en problemen bij leeftijds- of leefstijlgenoten te rade. Via ‘peer-support’ leren ze elkaar

ondersteunen en zelf oplossingen bedenken voor problemen. Momenteel bestaat hiervoor het project ‘De Conflixers’ in samenwerking met de Vlaamse Scholierenkoepel.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2024

3. We bevorderen initiatieven en goede praktijken binnen het jeugdwerk rond veerkracht, weerbaarheid en mentaal welbevinden die het taboe over problemen, zoals stress, druk, levensvragen, identiteitsvraagstukken en dergelijke, doorbreken. We zetten in op kruisbestuivingen in en tussen sectoren. We

bouwen verder op wetenschappelijke onderbouwde bevindingen over maatschappelijke druk bij jongeren, met het oog op het vertalen en toepasselijk maken van onderzoeksresultaten voor beleid en praktijk.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2021 - 2024

31


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

32


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Prioriteit 2. GEZONDE EN LEEFBARE BUURTEN

A. DUIDING Deze prioriteit speelt in op de vier beleidsdoelstellingen, zoals vermeld in artikel 3, §1, tweede lid van het Decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid, maar heel specifiek op 3° het creëren van ruimte voor kinderen en jongeren. De omgevingsanalyse Vlaanderen van 2018, verwerkt in de Omgevingsanalyse JKP, wees er reeds op dat de aanhoudende concentratie van bevolking en de economische activiteit in en rond de stedelijke centra, de leefbaarheid van deze regio’s onder druk zet. We worden geconfronteerd met een toenemende verkeersdrukte, gezondheidsrisico’s als gevolg van bodem- en luchtverontreiniging, geluidshinder…. Het platteland heeft specifieke uitdagingen, met name de open ruimte bewaren en tegelijk zorgen voor leefbare dorpen. Een duurzame stadsontwikkeling is een belangrijk gegeven om de levenskwaliteit van kinderen en jongeren te verbeteren. Sociale cohesie en persoonlijke veiligheid zijn hierin onmisbare elementen. Kinderen en jongeren

hebben een grotere actieradius dan ooit tevoren, maar kunnen/mogen steeds minder vrij buitenspelen en zich alleen verplaatsen. Kinderen en jongeren geven aan dat ze meer groen willen in de steden. Er is ook te weinig speelen ontmoetingsruimte. Vlaamse kinderen en jongeren ontmoeten elkaar minder vaak dan vroeger in de publieke ruimte.9 Er is vraag naar ruimte (vrijplaatsen) voor cultuur, vrije tijd, experiment. De tolerantie voor spelende en ‘rondhangende ‘kinderen en jongeren vermindert. Er is ruimte nodig voor jongeren om in hun vrije tijd te kunnen doen wat ze effectief willen doen en ook te zijn wie ze zijn. Er moeten plekken zijn waar dat mag zonder dat ze meteen (het gevoel hebben) geviseerd (te) worden. De zelfstandige mobiliteit van kinderen en jongeren neemt af. Dit heeft een impact op hun welbevinden, autonomie en vrijetijdsbesteding: ze moeten zelfstandig naar school, van hun ene of andere thuis naar de jeugdvereniging, de sportclub, formele en informele

9 Zie ook: J. Meire, Het grote buitenspeelonderzoek. Buiten spelen in de buurt geobserveerd, Kind & Samenleving, Brussel, 2020, 165p. Dit onderzoek gaf aanleiding tot een actuele vraag in het Vlaams Parlement van Tinne Rombouts aan minister van Brussel, Jeugd en Media, Benjamin Dalle, over de verontrustende resultaten van het Grote Buitenspeelonderzoek (nr. 695), 8 juli 2020, https://www.vlaamsparlement.be/plenaire-vergaderingen/1411308/verslag/1413702.

33


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

speelruimtes kunnen gaan. De ruimte werd tot hiertoe te vaak ingericht op basis van autoverkeer. Kinderen en jongeren willen dan ook een stipter en frequenter openbaar vervoer en meer alternatieve, gedeelde vormen van vervoer. Daarom wordt nog meer ingezet op een ‘mental’ en ‘modal’ shift richting duurzame verplaatsingsmodi bij jongeren. We willen de fiets en deelmobiliteit nog meer dan vandaag ingang doen vinden bij hen. Vanuit het streven naar een inclusieve samenleving moeten de buurten een thuis bieden voor iedereen. Slimme steden en sociaal innovatieve oplossingen spelen hierbij een belangrijke rol. Sociale cohesie kan worden gestimuleerd door de woonvormen aan te passen, door ze levensloopbestendig te maken. Huishoudens blijven op zoek gaan naar een woning met tuin. Verscheidene Europese en internationale instrumenten onderschrijven het belang van een toenemende aandacht voor gezonde en leefbare buurten, vertrekkende vanuit een kind- en jeugdvriendelijk perspectief. Kinderen en jongeren vragen om hun stem in het debat te aanvaarden. Het Kinderrechtenverdrag waarborgt een aantal rechten die de relevantie van deze prioriteit schragen, waaronder het recht op leven, overleven en ontwikkeling (artikel 6), het recht op gezondheid (artikel 23) en het recht op een passende levensstandaard (art. 27). Werk maken van gezonde en leefbare buurten waar kinderen en jongeren graag wonen, vertoeven en zichzelf kunnen ontplooien, impliceert hen als volwaardige burgers van de samenleving met een eigen stem te erkennen (art. 12 Kinderrechtenverdrag).

34

In de meest recente slotbeschouwingen van 2019 over het vijfde en zesde periodieke landenrapport over België formuleert het VN-Comité voor de Rechten van het Kind een aantal aanbevelingen tot verbetering van de levensstandaard van kinderen en jongeren, huisvesting, thuisloosheid en uithuiszettingen van kinderen in het bijzonder. Er wordt ook aandacht gevraagd om de toegang tot aangelegde groenvoorzieningen en open ruimten voor kinderen in stand te houden en te waarborgen. Daarnaast wordt het belang onderschreven om kinderen en jongeren op een zinvolle manier te betrekken bij de uitvoering van de agenda voor duurzame ontwikkeling voor 2030. Het Comité geeft, met verwijzing naar de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, het advies een evaluatie van de impact van luchtverontreiniging voor de gezondheid van kinderen uit te voeren, een omvattend nationaal plan te ontwikkelen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen om gevaarlijke gevolgen voor het klimaat te voorkomen waarbij rekening wordt gehouden met de speciale kwetsbaarheden en behoeften van kinderen en hun mening, en hen meer bewust te maken van milieu, gezondheid en klimaatverandering, met de actieve deelname van scholen. Dit overzicht wordt als bijlage achteraan in het JKP opgenomen. De 2030 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) schrijven voor dat duurzame stadsontwikkeling en het beheren hiervan een belangrijk gegeven is om de levenskwaliteit van kinderen en jongeren te verbeteren. Meer specifiek worden sociale cohesie en persoonlijke veiligheid gezien als twee onmisbare elementen in het verwezenlijken


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

van een duurzame stadsontwikkeling (§34). In samenhang met deze bepalingen nodigt §8 van de Lisboa+21 verklaring staten uit om een jeugdvriendelijke en faciliterende omgeving te promoten. Daarnaast moedigt §10 van VN Resolutie 2250 (2015) staten aan om een inclusieve en faciliterende omgeving voor jongeren mogelijk te maken waarin jongeren een bijzondere rol spelen om de sociale cohesie te verwezenlijken. Om het welbevinden van kinderen en jongeren te ondersteunen, wordt volgens doel 9.1 van de SDG’s het bouwen van kwaliteitsvolle, betrouwbare, duurzame en veerkrachtige infrastructuren noodzakelijk geacht. Verder streeft doel 11.1 ernaar om de toegang tot een geschikte, veilige en betaalbare woonruimte voor kinderen en jongeren te garanderen. Kwaliteitsvol wonen wordt ook voorgeschreven in aanbeveling (2015)3 van de Raad van Europa (zie punt A. iii in bijlage). Doel 11.7 van de SDG’s nodigt staten uit om veilige, inclusieve en toegankelijke groene ruimte beschikbaar te stellen, in het bijzonder voor kinderen. Het beschikbaar maken van groene voorzieningen wordt ook in aanbeveling (2015)3 van de Raad van Europa voorgeschreven (zie punt A.vi in bijlage). Doel 11.2 van

de SDG’s moedigt staten aan om de veiligheid van wegen te verbeteren, rekening houdend met kwetsbare groepen waaronder kinderen. Verder vraagt aanbeveling (2015)3 van de Raad van Europa staten om het openbare vervoer voor kinderen en jongeren uit kansarme buurten betaalbaar te maken (zie punt B. in bijlage). Het betrekken van kinderen en jongeren in het vormgeven van de buurt, komt terug in de doelen 10.2 en 16.7 van de SDG’s (zie ook §§1, 6 en 8). Kinderen- en jeugdparticipatie in de beslissingsprocessen op alle niveaus staat ook vast in de 2030 jeugdstrategie van de Raad van Europa (§§ 1 en 2.a) en in aanbeveling (2015)3. Meer specifiek wordt jeugdparticipatie voorgeschreven in aanbeveling (2016)7 (§ 3 en punt 3.4 in bijlage), in aanbeveling (2015)3 (zie §1.c. en bijlage A. vi.) en in aanbeveling (2019)4 (§47). De EU jeugdstrategie 20192027 erkent dat jongeren een stem moeten hebben in beleidsmaatregelen die een impact op hun leven hebben (zie p.8) en jongerenparticipatie op lokaal niveau wordt specifiek door de Europese jeugddoelstelling 9 ‘Ruimte en participatie voor iedereen’ voorgeschreven.

35


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

B. OPERATIONALISERING VAN DE PRIORITEIT IN CONCRETE DOELSTELLINGEN EN ACTIES De Vlaamse overheid neemt met de keuze voor deze prioriteit het engagement op dat kinderen en jongeren kunnen leven en opgroeien in gezonde en leefbare buurten. Het Regeerakkoord 2019-2024 schrijft op verschillende plaatsen acties in die het belang van de uitwerking van deze prioriteit onderschrijven. Via gerichte acties wil deze prioriteit de betrokkenheid van kinderen en jongeren op hun leefomgeving, de buurt, het klimaat en het leefmilieu vorm geven. De aanpak van deze uitdagingen begint plaatselijk, waaronder een gezonde omgeving, propere buurten, huisvesting, de mede-inrichting van de publieke ruimte, bereikbaarheid enz. De Vlaamse overheid geeft invulling aan deze prioriteit door erkenning te geven aan de rol en de plaats die kinderen en jongeren innemen in de publieke ruimte en de inrichting ervan. Tegelijkertijd besteedt zij aandacht aan inspanningen die bijdragen tot het leefbaar en duurzaam leven. De toegankelijkheid voor alle kinderen en jongeren en hun betrokkenheid bij het vormgeven van de buurt vormen dwarsverbindingen tussen beide doelstellingen.

36


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

TD 2.1. DE VLAAMSE OVERHEID ERKENT DE ROL EN DE PLAATS VAN KINDEREN EN JONGEREN IN DE PUBLIEKE RUIMTE EN DE INRICHTING ERVAN De leefbaarheid in Vlaanderen staat onder druk door onder meer bevolkingstoename (verjonging en veroudering), wijzigende economische activiteiten, toenemende (gemotoriseerde) mobiliteit, betonnering enz. Duurzame stads- en plattelandsontwikkeling en het beheren hiervan is een belangrijk gegeven om de levenskwaliteit van kinderen en jongeren te behouden en te verbeteren. Het is meer dan ooit belangrijk dat de stem van kinderen en jongeren wordt meegenomen in het ontwerpen en inrichten van onze publieke ruimte. Zij bekijken de publieke ruimte vanuit een specifieke bril, als een plaats waar er wordt gespeeld, samengekomen, als een onlosmakelijk deel van hun leefwereld... Door in te zetten op een multifunctioneel ruimtegebruik wordt voldoende ruimte open en flexibel gehouden. Creatie van ruimte (vrijplaatsen) voor onder meer vrije tijd en experiment maakt mogelijk dat kinderen en jongeren kunnen doen wat ze effectief willen doen en ook zijn wie ze zijn. Experimentele woonvormen en een duurzaam mobiliteitsbeleid, dat rekening houdt met de eigen betekenis die kinderen en jongeren geven aan mobiliteit(sautonomie), geven mee vorm aan een buurt op maat van kinderen en jongeren.

37


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

OD 2.1.1. We werken samen met kinderen en jongeren als co-creator van de publieke ruimte 1. We ontwikkelen binnen integrale inrichtingsprojecten samen met partners participatieve trajecten uit over de organisatie en planning van publieke ruimte en de buurt. Er wordt ingezet op het wegwerken van structurele drempels om zo de vormgeving van buurten jeugdvriendelijker te maken, vanuit het perspectief van kinderen en jongeren. Hierbij is het belangrijk om ook ruimte te creëren voor een ‘bottom up’ betrokkenheid van kinderen en jongeren. Kinderen en jongeren worden gestimuleerd om als mede-eigenaar een rol op

te nemen in het vormgeven van de publieke ruimte. Goede voorbeelden uit de praktijk worden bekendgemaakt. Bij het uitwerken van ruimtelijke kwaIiteiten wordt onder meer het sociale aspect (ruimte en kwaliteit voor kinderen en jongeren) meegenomen. Samen met de Vlaamse Bouwmeester wordt bekeken hoe (onderzoeks)aanbevelingen over kindvriendelijke inrichtingen kunnen worden vertaald naar beleid.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media, Minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen en Minister van Mobiliteit Timing: 2020 - 2024

2. Een duurzaam mobiliteitsbeleid is afgestemd op maat van kinderen en jongeren. In 2020 start een belevingsonderzoek bij jongeren uit de derde graad van het secundair onderwijs waarbij verplaatsingen op lokaal en

bovenlokaal niveau in kaart wordt gebracht. Dit driejarig actieprogramma moet uitmonden in een praktische ‘toolkit’ met werkvormen en indicatoren voor een lokaal mobiliteitsbeleid.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Mobiliteit Timing: 2020 - 2022

38


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 2.1.2. We verbeteren de multifunctionele en flexibele inzet van publieke ruimte met gerichte acties op vlak van infrastructuur, woonbeleid en mobiliteit 1. Er wordt verder ingezet op multifunctionaliteit van gebouwen door het delen van infrastructuur en uitwerken van hybride projecten. Minstens volgende infrastructuren lenen zich voor deze inzet: a. kinderopvang (zorg- en pedagogische continuïteit, gemengde bouwprojecten kinderdagverblijf/

school), patiënten, gehandicapten en ouderenorganisaties en de Huizen van het kind; b. school-sportinfrastructuur, met het oog op verbetering en naschoolse extra openstellingen; c. de uitbouw van vrijplaatsen waar kinderen en jongeren zelf bepaalde plekken kunnen invullen en deze openstellen voor anderen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, Minister van Onderwijs, Minister van Sport en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2021 - 2023

2. We volgen de evolutie van experimentele woonvormen nauw op en verhogen de aandacht voor kinderen en jongeren in het lokale woonbeleid. Sedert 2018 is een proefomgeving ingesteld waarbinnen experimentele woonvormen de kans krijgen om op te starten zonder de belemmering van een veelheid aan regelgeving binnen het beleidsveld Wonen. De 28 projecten richten zich op kwetsbare doelgroepen, een aantal ook specifiek op jongvolwassenen. De projecten worden

geëvalueerd met het oog op het maximaal wegnemen van hindernissen in het instrumentarium van het beleidsveld Wonen. Indien daaruit blijkt dat een nieuwe proefomgeving nuttig kan zijn om nieuwe wooninitiatieven zich te laten ontwikkelen en deze te onderzoeken, zal daartoe het nodige initiatief worden genomen, ook door in overleg te treden met andere bevoegde ministers.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Wonen Timing: 2020 – 2024 (met tussentijdse evaluatie in 2020 en 2022)

39


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

3. De Vlaamse overheid ondersteunt de lokale besturen bij de uitwerking van hun lokale woonbeleid. In dat ondersteuningsaanbod zal het agentschap Wonen-Vlaanderen de nodige aandacht vragen voor de positie van kinderen, jongeren en jongvolwassenen.

Die focus zal gelegd worden zowel in de opleidingen die het agentschap organiseert voor de lokale besturen als in de ondersteuning op maat van elk lokaal bestuur afzonderlijk.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Wonen Timing: 2020 - 2024

4. De verplaatsingsbehoeften van kinderen en jongeren worden mee opgenomen bij de opmaak van regionale mobiliteitsplannen in de vervoerregio’s. Naast de reguliere aandacht voor woon-schoolverplaatsingen moet het mogelijk worden voor kinderen en jongeren om ook in de vrije tijd vlotte verbindingen te maken op een duurzame manier. Het is belangrijk om in kaart gebrachte jeugdplekken mee te nemen. Hierbij wordt ook

aandacht besteed aan de gewestwegen. De in kaart gebrachte jeugdplekken kunnen worden meegenomen als oorsprongs-bestemmingspolen in het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk. Ook het ter beschikking stellen van informatie over belangrijke fietsroutes bij vrijetijdsverplaatsingen door kinderen en jongeren zal kunnen bijdragen tot een verruiming van de huidige woon-school focus.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Mobiliteit Timing: 2021 - 2022

TD 2.2. DE VLAAMSE OVERHEID BESTEEDT AANDACHT AAN LEEFBAAR EN DUURZAAM SAMENLEVEN WAARBIJ KINDEREN EN JONGEREN DE STUWENDE MOTOR ZIJN Vanuit het streven naar een inclusieve, interculturele en intergenerationele samenleving moeten buurten een thuis bieden voor iedereen. Een kind- en jeugdvriendelijke omgeving betekent dat kinderen en

40


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

jongeren zelf een belangrijke rol kunnen opnemen op vlak van sociale cohesie, toegankelijkheid, leefbaarheid van de buurt enz. Dit alles draagt bij tot een warme samenleving. Bewustmaking op het gebied van leefmilieu, gezondheid en klimaat start lokaal, in de eigen omgeving. Door in te zetten op propere leefomgeving en hierin zelf actief een rol te kunnen opnemen, onder meer onder de vorm van ondernemerschap of de aanpak van zwerfvuil, dragen kinderen en jongeren zichtbaar bij tot de leefbaarheid van hun eigen omgeving. Concrete acties met onmiddellijk zichtbaar resultaat beïnvloeden de levenshouding. Kinderen en jongeren zijn betrokken op de toekomst van de planeet en tonen hun bijdrage in een door ieder gedeelde en gedragen verantwoordelijkheid.

OD 2.2.1. We verduurzamen netwerken die aandacht besteden aan intergenerationeel samenleven 1. Met de lokale besturen als motor wordt verder ingezet op een kindvriendelijk lokaal beleid. Het label Kindvriendelijke Steden en Gemeenten is een hefboom, de ‘8-80 cities’ in het buitenland zijn een voorbeeld. We bundelen goede praktijken van projecten en proeftuinen (speelstraten, leefstraten, kindvriendelijke voortuinen, projecten rond ‘social return’ waarbij bedrijven infrastructuur openstellen na werktijd voor de buurten), en organiseren een internationale uitwisseling om

modellen verder te verkennen. Op die manier nemen we expertise mee in beleid op Vlaams niveau. Vlaanderen neemt actief deel aan de activiteiten van het Netwerk Jeugdvriendelijk dat een ontmoetingsplaats creëert voor allerlei actoren die werken aan een kind- en jeugdvriendelijk beleid. Zo delen we expertise, en werken we aan creatieve en innoverende synergieën tussen tal van actoren.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

41


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

OD 2.2.2.

We stimuleren gezonde en duurzame werkvormen en levenshoudingen

1. We versterken de ondernemende kracht van jongeren in het oplossen of aangaan van concrete maatschappelijke uitdagingen of problematieken, zoals het uitbouwen van groene en leefbare buurten.

Minstens volgende projecten dragen hiertoe bij: a. J o n g e re n e n o n d e r n e mend onderwijs b. Ecosystemen voor jong ondernemerschap in studentensteden c. Jongeren coöperatie Haven

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Werk, Minister van Onderwijs en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

2. We werken aan een gezonder en duurzamer leefmilieu door minstens lokaal te starten met het verantwoord omgaan met zwerfvuil. Volgende acties worden uitgewerkt, met het oog op: a. G e d r a g s b e ï n v l o e d i n g v i a “Nudging” op secundaire scholen b. Bewustwording en gedragsverandering via educatieve projecten, waaronder een Boeboeksboek met bijhorend werkschrift voor leerlingen van het lager onderwijs;

lespakketten voor verschillende vakken in het secundair onderwijs, zoals aardrijkskunde, lichamelijke opvoeding, huishoudkunde enz. en “Vuil Spel”, een geanimeerd twee-uur durend actief spel voor jeugdverenigingen rond het thema zwerfvuil. c. Vermindering van zwerfvuil op openbaar domein via de aanpak van snoeproutes, waarbij met inzet van minstens scholen, lokale besturen en handelaars bepaalde snoeproutes worden aangepakt.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Omgeving Timing: 2020 - 2024

42


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

43


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

44


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Prioriteit 3. ENGAGEMENT AAN DE SAMENLEVING DOOR VRIJWILLIGE INZET

A. DUIDING Deze prioriteit speelt in op de vier beleidsdoelstellingen, zoals vermeld in artikel 3, §1, tweede lid van het Decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid en richt zich heel specifiek op 4° het verhogen van de formele en informele betrokkenheid van kinderen en jongeren bij de samenleving. Uit de Omgevingsanalyse JKP blijkt dat kinderen en jongeren heel wat vrijwillig engagement opnemen. Dit vindt plaats in een al dan niet georganiseerd verband. Jeugdwerk en ander vrijwillig engagement zijn zeer populair, maar er blijken ook obstakels en uitdagingen te zijn. De waarde van vrijwilligers wordt nog te vaak miskend. Andere vormen van vrijwillige inzet blijven vrijwel onzichtbaar. Er is vraag naar betere bescherming, gepaste ondersteuning en erkenning van de vergaarde competenties, op korte termijn, maar ook verder, bv. in de verdere levensloopbaan. Vrijwillige inzet lijkt vast te lopen op verwachtingen en planlast. Kinderen en jongeren die een vrijwillig engagement opnemen,

komen steeds meer onder druk te staan en moeten voldoen aan grotere expliciete verwachtingen om maatschappelijke problemen mee op te lossen. De “regulitis” en de planen-rapporteringslast voor de verschillende overheden die komen kijken bij vrijwilligerswerk vormen een probleem. Hierdoor geraken jonge vrijwilligers ontmoedigd en vermoeid. Door engagement geven kinderen en jongeren ook aan wat zij belangrijk vinden, wat hen bezig houdt, waarover ze een stem willen en kunnen hebben. Door engagement geven kinderen en jongeren een inkijk op hoe zij hun omgeving en de wereld zien en welk toekomstbeeld ze voor ogen hebben. Dit zijn belangrijke signalen voor een maatschappij. Deze stem kan het beleid mee voeden en vormgeven. Engagement van kinderen en jongeren in de samenleving mogelijk maken, zorgt ervoor dat ze hun participatierechten, zoals ingeschreven in het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind, als burger van de samenleving kunnen vervullen: het recht op gehoord te

45


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

worden (art. 12), het recht op vrije meningsuiting (art. 13), de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en dat onder de leiding van de ouders/verantwoordelijken met respect voor de ontwikkelende vermogens van het kind (art. 14), het recht op vereniging (art. 15), het recht op informatie (art. 17), het recht op vrijetijd (art. 31). Conform artikel 29 streeft het onderwijs de ontwikkeling van de talenten en van de persoonlijkheid van het kind en de voorbereiding van een verantwoord leven in een vrije samenleving na. In zijn slotbeschouwingen aan België bij het vijfde en zesde periodiek rapport (2019) vraagt het VN-Comité voor de Rechten van het Kind om de participatie van alle kinderen te verbeteren, o.m. door kinderen, met name in kwetsbare situaties, te blijven betrekken bij lokale openbare raadplegingen en te zorgen voor de impact van de mening van kinderen op het lokale beleid. Dit overzicht wordt als bijlage achteraan in het JKP opgenomen.

46

Een van de EU-youth goals is ‘Informatie en constructieve dialoog’. Er wordt aandacht besteed aan vrijwillige inzet van kinderen en jongeren. Er wordt gesteld dat er aandacht moet zijn voor de competenties die ontwikkeld worden in het kader van je vrijwillig inzetten, vrijwilligerswerk uitoefenen en informeel leren. Bepalingen die betrekking hebben op jongerenparticipatie aan de samenleving door vrijwillige inzet (alsmede de erkenning en waardering van hun engagement en van de verworven competenties) wordt op internationaal vlak in verschillende instrumenten voorgesteld: in de VN Resolutie 2250 (2015) (zie §§11 en 12), in de VN 2030 jeugdstrategie (derde prioriteit), in de Agenda 2030 van de SDG’s (doel 4.7), in de Lisboa+21 verklaring (§5 en 8), in de Raad van Europa 2030 concept jeugdstrategie (§2.c.), in aanbeveling (2019)4 (§§32 xi., 37, 41, 45, 46 en 47), in aanbeveling (2017)4 (punt C. vi in bijlage), in aanbeveling (2016)7 (§3, punten 2, 3.3. en 3.5 in bijlage), in aanbeveling (2015)3 (§1.c., punten A. ii., v., vi., B., D. in bijlage) en in de EU jeugdstrategie 2019-2027 (p. 5, p. 6, p. 8, p. 9, p. 10, Europees jeugddoelstellingen 7 en 10.


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

B. O PERATIONALISERING VAN DE PRIORITEIT IN CONCRETE DOELSTELLINGEN EN ACTIES De Vlaamse overheid wil met de keuze voor deze prioriteit kinderen en jongeren stimuleren om zich vrijwillig te engageren in de samenleving. De Vlaamse overheid wil ervoor zorgen dat kinderen en jongeren actief kunnen bijdragen aan de samenleving. Het Regeerakkoord 2019-2024 onderschrijft het belang van vrijwillig engagement, ook door kinderen en jongeren. Via gerichte acties wil deze prioriteit kinderen en jongeren de tijd en ruimte bieden om te groeien en te ontwikkelen via formeel en informeel engagement in de samenleving door vrijwillige inzet. Als

Vlaamse overheid geven we gehoor aan dit engagement. De Vlaamse overheid geeft invulling aan haar ambitie door te erkennen en versterken wat goed werkt gecombineerd met het stimuleren van vernieuwende vormen van engagement en vrijwillige inzet van kinderen en jongeren. Tegelijkertijd erkent en verbetert ze de talent-, kwaliteiten- en competentieontwikkeling die voortvloeit uit vrijwillige inzet.

TD 3.1. DE VLAAMSE OVERHEID ERKENT, VERSTERKT EN STIMULEERT MAATSCHAPPELIJKE INZET VAN KINDEREN EN JONGEREN OP VRIJWILLIGE BASIS Kinderen en jongeren nemen heel wat vrijwillig engagement op zich. Dit komt evenwel onder druk te staan door onder meer drempels, planlast en regulitis. Hierdoor geraken deze vrijwilligers ontmoedigd en vermoeid. De Vlaamse overheid zet zich in om de kloof te dichten, oog te hebben voor oplossingsstrategieën, na te gaan wat wel werkt en dit te erkennen en optimaliseren. Drempels worden waar mogelijk weggewerkt. Gelijktijdig wordt er bewust voor gekozen om vernieuwende vormen van vrijwillig engagement die anders grotendeels onder de radar blijven, te identificeren en op te lichten. Kinderen en jongeren die zich engageren zijn de bruggenbouwers van onze maatschappij en hebben zo een belangrijke invloed op lokale gemeenschappen en op de samenleving in het algemeen. Door zich te engageren, geven kinderen en jongeren een signaal over wat zij

47


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

belangrijk vinden in de samenleving, wat hun eigen kijk op de wereld is en waar ze willen dat deze wereld naartoe evolueert. We zetten in op verschillende benaderingen en kanalen om de stem van alle kinderen en jongeren, ook van zij die de stap niet zelf zetten, te betrekken en te horen. Via internationale en interculturele uitwisseling kan Vlaanderen haar beleid afwegen, verfijnen, alsook uitdragen.

OD 3.1.1.

We erkennen en optimaliseren wat goed werkt

We evalueren de gratis vrijwilligersver1. zekering binnen het actieplan Gecoördineerd Vlaams Vrijwilligersbeleid. Bepaalde verenigingen kunnen een gratis vrijwilligersverzekering aanvragen om hun vrijwilligers beter te beschermen, waaronder bepaalde jeugdverenigingen. Omwille van de Coronacrisis werd deze gratis verzekering tijdelijk uitgebreid tot

initiatieven van vrijwillige inzet (ruimer dan zuiver vrijwilligerswerk). We bekijken bij deze evaluatie de mogelijkheid om de verzekering blijvend open te stellen voor vrijwillig engagement, om zo meer kinderen en jongeren de nodige bescherming te bieden. We gaan aan de slag met de resultaten van de evaluatie.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2021

2. We implementeren de aanbevelingen uit het onderzoek naar de toegankelijkheid van vrijwilligerswerk die toepasbaar zijn in de context van vrijwillige inzet bij kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Het onderzoek bestaat uit een ‘mapping’ van goede praktijken en een internationaal

vergelijkend onderzoek rond de toegankelijkheid van vrijwilligerswerk. De mogelijke beleidsondersteunende maatregelen en initiatieven moeten geschikt zijn voor implementatie in Vlaanderen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2021

48


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

3. We monitoren de evolutie van het gemeentelijk vrijwilligerswerk via de lokale vrijetijdsmonitor. We updaten de indicatoren die relevant zijn voor vrijwilligers en vrijwillig engagement. Registratie in de vrijetijdsmonitor door lokale besturen gebeurt op 3-jaarlijkse basis.

We leggen waar mogelijk de link met andere bevragingen, waaronder de JOP-monitor, Participatiesurvey, Survey samenleving in diversiteit en de Gemeente- en stadsmonitor.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2022

4. We brengen samen met de sector de bestaande drempels en regulitis in kaart bij het jeugdwerk en ander vrijwillig engagement van kinderen en jongeren, van lokaal tot internationaal niveau. We creëren werkzame

oplossingsstrategieën om deze drempels en regulitis op een gecoördineerde manier aan te pakken.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2021

49


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

OD 3.1.2. We stimuleren het engagement en de stem van kinderen en jongeren door in te zetten op vernieuwende vormen van engagement en vrijwillige inzet van kinderen en jongeren 1. We houden de vinger aan de pols en hebben oog voor nieuwe vormen van vrijwillige inzet. We brengen nieuwe trends en evoluties rond vrijwilligerswerk en vrijwillige inzet in kaart en bespreken ze met relevante stakeholders. We vertrekken vanuit de noden van kinderen en jongeren (vraaggericht), onderzoeken de verwachtingen van kinderen en jongeren m.b.t. engagement en vrijwillige inzet en bekijken hoe we hierop kunnen inspelen. We waken over voldoende bescherming en ondersteuning van kinderen en jongeren bij het opnemen van een vrijwillig engagement.

We formuleren aanbevelingen in samenspraak met de partners over hoe het beleid best aan de slag kan gaan met vrijwillige inzet van kinderen en jongeren. Aandachtspunten hierbij zijn de hoge drempels van dossiers, de dossiertaal voor nieuwe initiatieven en mogelijkheden bekijken van een regelluwe zone. Zo komen we tot een complementair beleid dat waardering en erkenning biedt voor alle vormen van (on)zichtbaar engagement van kinderen en jongeren.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media en Minister van Cultuur Timing: 2020 - 2024

2. In het kader van de vierde pijler van het inburgeringsbeleid bieden we een traject op maat aan van 40 uur, bv. in de vorm van een buddyproject of vrijwilligerswerk. We starten proeftuinen op die zullen bijdragen aan de verdere uitrol van deze nieuwe pijler.

Binnen het JKP kijken we specifiek naar jeugden sportorganisaties om jonge inburgeraars (18-30 jaar) hierin in te schakelen of naar jongeren van Belgische herkomst om buddy te worden van inburgeraars.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Inburgering en Gelijke Kansen Timing: 2020 - 2024

50


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

3. We begeleiden Vlaamse beleidsdomeinen in het opzetten en verankeren van participatietrajecten met kinderen en jongeren in hun werking. We werken hiervoor samen met

relevante partners uit de sectoren en administraties. De expertise vanuit de jeugdwerksector in het bijzonder wordt verspreid.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2022 – 2024

4. We stimuleren en promoten internationale en interculturele uitwisselingen met andere landen en regio’s inzake engagement en vrijwillige inzet van kinderen en jongeren We bekijken hoe we internationale goede voorbeelden kunnen implementeren in het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid.

We dragen tegelijkertijd onze eigen expertise op vlak van dit thema uit en zetten Vlaamse goede praktijken internationaal in de kijker. We ondersteunen en verspreiden het Europese Charter voor Lokaal Jeugdwerk.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2022 – 2024

TD 3.2. DE VLAAMS OVERHEID ERKENT EN VERBETERT DE TALENT-, KWALITEITEN- EN COMPETENTIE-ONTWIKKELINGEN DIE VOORTVLOEIEN UIT VRIJWILLIGE INZET Bij het stimuleren van engagement en vrijwillige inzet vertrekken we vanuit de talenten en sterktes van kinderen en jongeren. We hebben oog voor de verschillende talenten van kinderen en jongeren en zetten hier op in. Kinderen en jongeren moeten zich op hun eigen tempo kunnen engageren en ontplooien. We erkennen eveneens de competenties die kinderen en jongeren ontwikkelen dankzij hun vrijwillig engagement. We bouwen verder op wat goed werkt en zetten expliciet in op kruisbestuivingen om zo engagement te verdiepen en te verbreden.

51


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

Het verzilveren en uitdragen van talenten en competenties vraagt om gepaste methodieken, met gepaste instrumenten en gedeelde terminologie. Specifieke focus gaat uit naar het toegankelijker maken van vrijwillige inzet, op maat van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Met de nodige tijd en ruimte, vertrekkend vanuit hun talenten en op hun eigen tempo, worden ze versterkt in en erkend voor hun vrijwillige inzet.

OD 3.2.1. Door vrijwillige inzet ontwikkelde competenties worden versterkt door het leggen van kruisverbanden 1. We bouwen verder op jong maatschappelijk ondernemerschap en ondernemend onderwijs. We hebben oog voor de talenten en competenties die groeien en versterkt worden via jeugdwerk, vrijwillig engagement en jongereninitiatieven. We stimuleren jonge

ondernemingszin door samenwerkingen aan te gaan met het jeugdwerk en zorgen ervoor dat jeugdwerk structureel als partner betrokken wordt bij een aantal projecten.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Werk, Minister van Brussel, Jeugd en Media en Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2024

2. We kiezen voor het betrekken van de jeugdsector bij het opzetten van een digitaal instrument ter ondersteuning van verenigingen. Zo komen we tegemoet aan de vraag van het verenigingsleven om de toegang tot

(publieke) dienstverlening te vergemakkelijken. Op lange termijn zorgen we voor een verdere administratieve vereenvoudiging.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

52


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

3. We verbreden het STEM-actieplan en de STEM-academie door het uitdrukkelijk betrekken van jongeren en jeugdorganisaties. We zetten in op de opleiding van jongeren als begeleider van een STEM-academie. We hebben hierbij specifieke aandacht voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. Deze

opleiding kan worden versterkt door integratie in de bestaande ‘monitor’-opleiding. Bijkomend zorgen we ervoor dat jeugdorganisaties betrokken worden in het stakeholdersoverleg ter voorbereiding van het STEM-actieplan.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Werk, Minister van Brussel, Jeugd en Media en Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2021

OD 3.2.2. We zetten in op methodieken die talenten en competenties gelinkt aan engagement identificeren, ontwikkelen en erkennen 1. We werken aan bewustmaking van talenten en competenties en zetten nieuwe methodieken voor talentontwikkeling en competentieversterking op. We onderzoeken de nood aan en de geschiktheid van instrumenten voor competentieontwikkeling en –erkenning. We vertrekken vanuit wat kinderen en jongeren nodig hebben om aan engagement te doen en werpen een kritische blik op het instrumentarium. We geven het nodige gevolg aan de resultaten en de hieruit voortvloeiende beleidsinitiatieven. Hierbij geven we bijzondere aandacht aan de ontwikkeling van een gedeeld taalgebruik over sectoren heen om te kunnen praten over de ontwikkeling

en erkenning van talenten en competenties. Op die manier worden kinderen en jongeren, in het bijzonder kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties, zich bewust van de competenties die ze opdoen en de talenten die ze ontwikkelen dankzij hun vrijwillig engagement. Waar mogelijk gaan we samenwerkingen aan om nieuwe methodieken op te zetten die talenten van kinderen en jongeren laten ontwikkelen en valoriseren via vrijwillige inzet. We zetten in op het versterken van competenties d.m.v. informeel en niet-formeel leren en het talentgericht denken, waar er ruimte is voor experimenteren met alternatieve trajecten voor competentie-erkenning.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

53


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

54


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Prioriteit 4. VRIJETIJDSBESTEDING VOOR ALLEN

A. DUIDING Deze prioriteit speelt in op de vier beleidsdoelstellingen, zoals vermeld in artikel 3, §1, tweede lid van het Decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid, en heel specifiek op 1° het creëren en borgen van gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren. Spelen, sporten, cultuur, ruimte om te experimenteren en informeel te leren… Kortom, vrije tijd in de brede zin, is essentieel en zou een even groot deel moeten uitmaken van het leven van álle kinderen jongeren. Vrije tijd is meer dan ontspanning en rust. Het geeft kansen tot zelfontplooiing, verbinding en betrokkenheid met anderen, de buurt en de samenleving. Aanvullend op (een toeleiding naar) het bestaande aanbod, hebben kinderen en jongeren ook nood aan vrijheid en ruimte om hun vrije tijd zelf vorm te geven, waarbij het niet-georganiseerd aanbod, het anders georganiseerd aanbod, zelforganisaties en samenwerkingen tussen verschillende actoren minstens een even belangrijke plaats innemen.

Uit de Omgevingsanalyse JKP komt naar voren dat vrijetijdsbesteding niet voor elk kind of jongere bereikbaar of beschikbaar is. Een aantal groepen van kinderen en jongeren ondervindt (meer) obstakels voor vrijetijdsbesteding, Bovendien gaat 28 procent van de kinderen in België nooit op vakantie. Er is vraag naar een breed aanbod aan vrijetijdsactiviteiten. Voor bepaalde groepen van kinderen en jongeren moet de toeleiding en begeleiding beter ondersteund worden. Vrijetijdsparticipatie op maat en vanuit de behoeften van kinderen en jongeren vraagt om (meer) samenwerking tussen verschillende actoren. Een aantal concrete trajecten werden reeds opgestart (en afgerond) binnen het Masterplan Diversiteit in/en het Jeugdwerk 2018-2020. Hierop zullen we met deze prioriteit de komende periode verder bouwen. Verscheidene Europese en internationale instrumenten benadrukken het belang van vrijetijdsbesteding voor allen. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind waarborgt in artikel 31 het recht op vrije tijd, spel en

55


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

deelname aan culturele en artistieke activiteiten (art. 31). Dit werd ook onderstreept door het VN-Comité van de Rechten van het Kind in de meest recente slotbeschouwingen over het vijfde en zesde periodiek rapport van België (2019). Het Comité blijft bezorgd dat kinderen die in armoede leven en kinderen met een handicap geen volwaardige toegang tot vrije tijd hebben. Het Comité roept België op om hieromtrent een alomvattende strategie goed te keuren en vraagt te zorgen voor redelijke aanpassingen in, onder meer sport en vrije tijd. Verder beveelt het Comité  België aan om voor kinderen uit kansarme gezinnen, kinderen met een handicap, en vluchtelingen- en migrantenkinderen, inspanningen te nemen op vlak van rust en vrije tijd, met aandacht voor voldoende tijd om te spelen, deel te nemen aan recreatieve activiteiten die veilig, toegankelijk, inclusief en bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en die bovendien rookvrij en aangepast zijn aan de leeftijd. Zo concretiseert het Comité het recht van kinderen op vrijetijdsbesteding, zoals gewaarborgd in artikel 31 Kinderrechtenverdrag, in combinatie met het non-discriminatiebeginsel uit artikel 2. Dit overzicht wordt als bijlage achteraan in het JKP opgenomen. Het recht op rust en op eigen vrije tijd is niet beperkt tot de ‘kindertijd’. Ook jongvolwassenen en bij uitbreiding iedereen, ziet dit recht gewaarborgd in artikel 24 van

56

het Universeel Verdrag voor de Rechten ven Mens inhoudende een recht op rust en vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon. Wanneer we kijken naar internationale beleidskaders, wordt een aantal aspecten van vrije tijd genoemd in verschillende documenten. De Lisboa+21 verklaring nodigt in §8 staten uit om vrijetijdsactiviteiten bij jongeren te bevorderen. In de EU-strategie voor jongeren 2019-2027 wordt inclusie als één van de leidende beginselen aangezien. Jongeren vormen geen homogene groep en hebben dus uiteenlopende behoeften, achtergronden, levenssituaties en belangen. Op basis van dit inzicht moeten beleid en activiteiten gestimuleerd worden die inclusief zijn voor alle jongeren, in het bijzonder kansarme jongeren en/of jongeren wiens stem gemakkelijk niet gehoord wordt. Vrije tijd dient te vertrekken vanuit de leefwereld van kinderen en jongeren, rekening houdend met alle kruispunten waarop kinderen en jongeren zich bevinden. Aanbeveling (2019)4 van de Raad van Europa gaat in deel 3 (§§30-50) specifiek in op de rol, erkenning en ondersteuning die het jeugdwerk kan opnemen voor jonge vluchtelingen. Tot slot moedigt aanbeveling (2015)3 staten aan om de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van vrijetijdsopportuniteiten voor kinderen en jongeren uit kansarme buurten te verbeteren.


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

B. OPERATIONALISERING VAN DE PRIORITEIT IN CONCRETE DOELSTELLINGEN EN ACTIES De Vlaamse overheid wil met de keuze voor deze prioriteit kinderen en jongeren optimaal van hun vrije tijd laten genieten. Dit betekent dat alle kinderen en jongeren toegang hebben tot een kwaliteitsvol vrijetijdsaanbod. De Vlaamse overheid wil hier met een inclusief en divers vrijetijdsbeleid werk van maken. Het Regeerakkoord 2019-2014 onderschrijft het belang van vrijetijdsparticipatie, ook voor kinderen en jongeren. Via gerichte acties wil deze prioriteit mogelijkheden creëren voor een zo kwaliteitsvol

mogelijke vrijetijdsbeleving voor alle kinderen en jongeren. De Vlaamse overheid geeft invulling aan haar ambitie door in te zetten op de uitwerking van een vrijetijdsbeleid dat vertrekt vanuit en afgestemd is op de leefwereld van kinderen en jongeren. Bijzondere stimulans gaat uit naar oplossingsstrategieën die drempels voor een geïntegreerd vrijetijdsbeleid wegwerken zodat vrijetijd voor allen mogelijk wordt gemaakt.

TD 4.1. DE VLAAMSE OVERHEID ZET IN OP OPLOSSINGSSTRATEGIEËN OM DREMPELS VOOR EEN GEÏNTEGREERD VRIJETIJDSBELEID WEG TE WERKEN Een geïntegreerd vrijetijdsbeleid stelt de leefwereld van kinderen en jongeren in al haar diversiteit centraal. We geven daarom ruimte aan de kracht van de ideeën en de stem van kinderen en jongeren. Als ervaringsdeskundigen en direct betrokkenen kunnen kinderen en jongeren mee drempels in kaart brengen en antwoorden hierop formuleren. We ondersteunen organisaties die kinderen als co-creatoren betrekken om te komen tot een geïntegreerd vrijetijdsverhaal. Een aantal groepen van kinderen en jongeren ondervindt (meer) obstakels voor vrijetijdsbesteding. Het bestaande verbreden we met stimulerende en innovatieve praktijken die inzetten op toeleiding, begeleiding en ondersteuning. Een betere en gerichtere bekendmaking van het aanbod draagt hiertoe bij.

57


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

OD 4.1.1. We betrekken kinderen en jongeren als co-creatoren voor de invulling en vormgeving van een vrijetijdsbesteding op vraag en eigen maat 1. We zetten een participatietraject op waarin we samen met diverse stakeholders en kinderen en jongeren zelf peilen naar het draagvlak voor de Filmclub en waarbij we

drempels in kaart brengen. De bevindingen uit dit traject worden gebundeld in beleidsaanbevelingen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2020 – 2022

2. Binnen de Strategische Visienota Kunsten hanteren we als aandachtspunt bij de beoordeling van de dossiers dat het project/ de werking op een unieke wijze (jonge) kinderen en jongeren betrekt bij de artistieke werking. In Vlaanderen bieden verschillende organisaties kwalitatieve producties en activiteiten voor kinderen en jongeren aan. Het werk dat deze organisaties verrichten, is om vele

redenen belangrijk. Niet in het minst om iedereen zo vroeg mogelijk in contact te brengen met kunst en om alle Vlaamse kinderen gelijke participatie- en ontplooiingskansen te bieden. Door kinderen vroeg met kunst in contact te brengen, wordt de basis gelegd voor kunstparticipatie, waaronder musea, voorstellingen, concerten, kunstkampen,…

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2020 – 2024

3. We zetten een participatief traject met uithuisgeplaatste kinderen en jongeren op om gepaste antwoorden te kunnen bieden op de noden, behoeften en vragen van uithuisgeplaatste kinderen en jongeren op vlak van vrijetijdsinvulling, in voorzieningen zelf

en daarbuiten. Er wordt onder meer verder gebouwd op topics die niet aan bod kwamen tijdens een eerder gelopen traject tussen jeugdhulp en jeugdwerk ‘Maak Tijd Vrij’.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 – 2024

58


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 4.1.2. We faciliteren inspirerende praktijken en methodieken die inzetten op toeleiding, uitwisseling en ontmoetingen 1. We zetten in op trajecten die maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren toeleiden naar een vrijetijdsaanbod op hun maat. We vertrekken steeds vanuit de vraag en de kracht van deze kinderen en jongeren. We maken het vaak onzichtbare relationele werk bij het opbouwen en verstevigen van een vertrouwensrelatie met kinderen en jongere, vaak nog voorafgaand

aan de toeleiding, zichtbaar. We stimuleren innovatieve vormen van laagdrempelig en outreachend, zoals vindplaatsgericht, werken en hebben aandacht voor werkingen die hun vraag en aanbod afstemmen op de buurt en de samenleving. We bouwen eveneens verder op bestaande sterke initiatieven.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Timing: 2020 - 2024

2. We besteden aandacht aan het zichtbaar maken van het vrijetijdsaanbod. Communicatie is hierin essentieel. De UiTdatabank is de centrale verzamelplaats van informatie rond het vrijetijdsaanbod in Vlaanderen en Brussel. We ondersteunen organisaties die het vrijetijdsaanbod bekend maken bij

het brede publiek en zetten in op communicatie op maat van kinderen en jongeren. We bekijken of er sterker ingezet kan worden op communicatie op maat van kwetsbare kinderen en jongeren.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2020 - 2024

59


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

TD 4.2. DE VLAAMSE OVERHEID ONDERSTEUNT EN STIMULEERT DE UITWERKING VAN EEN VRIJETIJDSBELEID DAT VERTREKT VANUIT KRUISBESTUIVINGEN Een kwaliteitsvol vrijetijdsbeleid heeft oog voor kruispunten waarop kinderen en jongeren zich bevinden. We stimuleren daarom een geïntegreerd vrijetijdsbeleid, waarin kruisbestuiving centraal staat en waarin sectoren onderling en samen de handen in elkaar slaan om dit te verwezenlijken, op Vlaams en (boven)lokaal niveau. Hierdoor maken we vrije tijd op maat voor alle kinderen en jongeren. We zetten ons ook specifiek in voor kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Maatschappelijke ontwikkelingen lijken de bestaande sociaaleconomische en sociaal-culturele breuklijnen verder te vergroten en te verdiepen. Heel wat kinderen en jongeren leven en groeien op in maatschappelijke kwetsbare situaties. De toegenomen diversiteit in steden en gemeenten vraagt om opschaling van inspirerende praktijken binnen en buiten het jeugdwerk. De groep ‘personen met een handicap’ is numeriek niet zozeer toegenomen, maar de aandacht voor deze ‘onzichtbare burgers’ is vergroot. We doen extra inspanningen om de aandacht voor een diverse groep van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties binnen het bestaande aanbod beter en breder te ontsluiten.

60


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 4.2.1. We stimuleren inspirerende kruisbestuivingen tussen en binnen verschillende sectoren en/of beleidsniveaus ter bevordering van een geïntegreerd vrijetijdsbeleid 1. We bevorderen de samenwerking tussen betrokkenen die activiteiten organiseren in de buitenschoolse context. Dit kan verlopen via allerlei initiatieven en stimulansen, zoals een projectoproep taalstimulerende activiteiten in de schoolvakanties en de buitenschoolse opvang. In dit opzicht geven we onder meer verdere invulling aan het Decreet Buitenschoolse Opvang en

Activiteiten met focus op de samenwerking en de uitrol over beleidsdomeinen en -niveaus heen. Er wordt een inspiratiekader uitgewerkt met participatie van de betrokken sectoren en actoren. Lokale besturen worden ondersteund in hun regie- en coördinatiefunctie en voor de realisatie van de beleidsdoelstellingen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding en Minister van Onderwijs Timing: 2021 – 2024

2. We zetten een interbestuurlijke dialoog en expertise-uitwisseling op over geïntegreerd vrijetijdsbeleid. Heel wat lokale besturen zijn experten in het uitwerken van een transversaal vrijetijdsbeleid en -aanbod. Vanuit Vlaanderen zijn we ons ervan bewust dat ook wij kunnen leren uit lokale praktijken en via expertise- en informatie-uitwisseling beleid op elkaar kunnen afstemmen. We houden alvast binnen het jeugd- en kinderrechtenbeleid de vinger aan de pols op lokaal niveau door

de Reflectiegroep Jeugd- en kinderrechtenbeleid te verbinden met de Reflectiegroep lokaalen bovenlokaal jeugdbeleid en/of het netwerk Kind- en jeugdvriendelijke steden en gemeenten waarbij we inzetten op kruisbestuiving en geleerde lessen meenemen naar het Vlaamse beleid zodat we lokale besturen nog sterker kunnen ondersteunen in het opnemen van hun regierol. We organiseren deze dialoog minstens twee keer tijdens deze legislatuur.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

61


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

3. We bouwen verder aan duurzame bruggen tussen jeugdhulp, jeugdwerk en andere vrijetijdsorganisatoren. We faciliteren de samenwerking tussen relevante actoren zodat ze elkaar vlot weten te vinden. Lokale samenwerkingsverbanden worden aangemoedigd. We verbreden de expertise naar doelgroepen waar er sprake is van ondergebruik van het aanbod (zoals jongvolwassenen, jongeren

in beveiligend verblijf of gemeenschapsinstellingen en gezinnen met jonge kinderen). De samenwerking vindt haar grondslag in het kinderrechtendiscours, projecten die sterk inzetten op regionale samenwerkingsverbanden en andere actieplannen zoals ‘Generatie Veerkracht’. De samenwerkingsverbanden werken zo sterk mogelijk binnen bestaande werkingsgebieden van zorg en welzijn.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 – 2024

OD 4.2.2. We verbinden ons om binnen het bestaand aanbod gerichte aandacht te besteden aan het bereiken van specifieke doelgroepen 1. We zetten in op een aanbod voor kinderen en jongeren/jongvolwassenen van de culturele buitendiensten. We hebben hierbij

aandacht voor kwetsbare groepen en de drempels die zij ervaren. Deze nemen we mee in het ontwikkelen van dit aanbod.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2020 – 2024

2. We ondersteunen STEM-partnerschappen en de STEM-academie in het verhogen van de aandacht voor maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Projectsubsidies en

het uitrollen van STEM-trajecten dienen zich meer op deze kwetsbare doelgroepen te richten. Linken kunnen onder meer worden gelegd met o.a. de werking van Uitpas.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Werk en Minister van Onderwijs Timing: 2020 – 2021

62


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

3. We richten ons op een aangepaste aanpak van de jaarlijkse Kunstendag voor Kinderen. De focus ligt op kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties.

Ontwikkeld materiaal wordt vertaald zodat deze bruikbaar is in zoveel mogelijk sectoren. Goede praktijken worden ontsloten.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur Timing: 2020 – 2024

4. We willen de toegankelijkheid van sport voor groepen van kinderen en jongeren optimaliseren. Dit verloopt via verscheidene acties, waaronder: • Het blijvend inzetten op de promotie van laagdrempelige buitenschoolse sport- en beweeginitiatieven op en vlakbij de school voor de kinderen en jongeren die hier nood aan hebben. Er zal sterker gefocust worden op het bereik van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties; • Het blijvend inzetten op h e t p roj e c t ‘ B o e s t ’ d a t het Nederlands op een positieve manier naar voor schuift in de clubwerking (op het veld, naast het veld, tijdens de trainingen, bij wedstrijden …);

• Het implementeren en professionaliseren van buurtsport als methodiek. Buursport wordt benaderd als een verzamelterm voor laagdrempelige en buurtgerichte initiatieven, gebaseerd op een visie die een optimale toegankelijkheid van sport wil garanderen voor kansengroepen. Sport wordt hierbij al dan niet expliciet ingezet als middel ter bevordering van ontwikkeling op individueel en/of buurtniveau; • We bieden trajecten aan individuele clubs aan. We zetten zo tegelijkertijd in op talenten van sportende kinderen en jongeren, maar ook versterken en motiveren we hen in een groeipad naar een mogelijke rol als coach.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Sport Timing: 2020 – 2024

63


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

5. We zetten projecten op specifiek gericht op het toeleiden, ondersteunen en versterken van ontmoeting en verbinding tussen kinderen en jongeren met een buitenlandse herkomst en het jeugdwerk. De samenwerking tussen organisaties en lokale besturen worden aangemoedigd bestaande trajecten of innovatieve projecten op te schalen en te verruimen naar andere gemeenten. Projecten

moeten naast bewezen resultaat, inspireren en aanspreken, zodat in andere gemeenten dezelfde goede praktijk, aangepast aan de specifieke context, kan worden uitgerold. Kinderen en jongeren moeten de mogelijkheid hebben te kiezen tussen verschillende jeugdwerkvormen, in eigen buurt of verder weg, ongeacht hun herkomst, culturele of religieuze achtergrond.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Inburgering en Gelijke Kansen en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 -2024

64


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

6. Via gerichte inspanningen werken we, aanvullend op een doelgroepspecifieke benadering, toe naar een meer inclusieve vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren met een handicap. We versterken het algemeen bewustzijn in de samenleving van de meerwaarde van participatie aan de samenleving door kinderen en jongeren met een specifieke zorgbehoefte. Minstens de hierna volgende acties dragen hiertoe bij: • Een sensibiliseringscampagne, uitgewerkt door partners en stakeholders, om inclusie van kinderen en jongeren met een handicap in de samenleving, buitenschoolse activiteiten, vrijetijdsinitiatieven enz. te vergroten; • Het uitdragen van sterke inclusiepraktijken en innovatieve

projecten die inspelen op noden van kinderen en ouders van kinderen met een handicap, zoals de ‘hands-on’ toeleiding van kinderen naar inclusieve vrijetijdsbesteding; • Het inzetten op toegankelijke evenementen in de vrijetijdssfeer, zoals culturele evenementen, festivals of sportevenementen voor kinderen en jongeren met een handicap door deze te kenmerken met het label ‘toegankelijk event’; • Het toeleiden van vrijetijdsaanbod naar kinderen en jongeren met een beperking, afgestemd op de vragen en noden van deze kinderen en jongeren. Bijzondere aandacht gaat hierbij ook uit naar het inzetten op vrije tijd van schoolverlaters met een handicap.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, Minister van Inburgering en Gelijke Kansen en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 – 2024

65


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

66


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Prioriteit 5. MEDIAWIJSHEID

A. DUIDING Deze prioriteit speelt in op de vier beleidsdoelstellingen, zoals vermeld in artikel 3, §1, tweede lid van het Decreet jeugd- en kinderrechtenbeleid, en heel specifiek 2° het creëren en borgen van brede ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren en 4° het verhogen van de formele en informele betrokkenheid van kinderen en jongeren bij de samenleving. De omgevingsanalyse JKP identificeert een aantal problematieken en uitdagingen op vlak van mediawijsheid bij kinderen en jongeren, waaronder een blijvende nood aan weerbaarheidsopbouw, de nood aan ontwikkeling van (digitale en informatie) mediavaardigheden en een nood aan een brede waaier aan mogelijkheden om geïnformeerd, actief en creatief om te gaan met alle vormen van online en offline media. Voor een bewust, kritisch, veilig en geïnformeerd gebruik van media in een steeds meer internationale en digitale wereld is het noodzakelijk dat kinderen en jongeren expertise opbouwen in het omgaan met problematieken als ‘fake news’ en ‘sexting’, dat ze weten hoe om te gaan met ‘privacy’, enz.

De laatste jaren is er een ware digitale revolutie, alsook een informatierevolutie merkbaar. Sinds pakweg de jaren ‘80 van de vorige eeuw wordt alsmaar meer en alsmaar op grotere schaal digitaal ingegrepen. De huidige generatie kinderen en jongeren van nu zijn de eersten die midden in deze digitale wereld zijn opgegroeid. Kinderen en jongeren zijn steeds vaker actieve deelnemers en creators van informatie (offline en online) en ontwikkelen zich hierdoor ten volle. Zij worden aangeduid als de ‘digital natives’. Kinderen en jongeren zijn zeer geconnecteerd, gebruiken een grote verscheidenheid aan technologieën en starten hiermee steeds op vroegere leeftijd. Toch zijn er uitdagingen. Opgroeien in een digitaal tijdperk is niet voldoende om doelmatig, doeltreffend en met (technische) kennis van zaken om te gaan met online en offline media. Knoppenkennis brengt niet automatisch digitale vaardigheden met zich mee. Daarenboven evolueren de informatievaardigheden van kinderen en jongeren niet automatisch mee met hun digitale vaardigheden. De laatste jaren evolueert de online wereld meer en meer naar de meest dominante

67


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

bron van informatie en nieuws voor kinderen en jongeren. Deze online bronnen zijn divers: professionele journalistiek, officiële overheidswebsites, informatie gedeeld door politieke partijen, door ‘influencers’ of jongeren zelf. Het informatielandschap is zeer complex geworden en het vraagt specifieke vaardigheden om de accuraatheid en betrouwbaarheid van bepaalde informatie na te gaan. Jongeren signaleren een aantal negatieve fenomenen in de online wereld, waaronder onbetrouwbare informatie, polariserende dialoog, sensatielust, haatspraak, extreme standpunten en algemene negativiteit. Ook blijkt uit een bevraging in het kader van de EU-jongerendialoog dat jonge mensen zich zorgen maken over manipulatie via sociale media of het opzettelijk verspreiden van inaccurate informatie om mensen te beïnvloeden. Experten wijzen ook op het gevaar van een filterbubbel en ‘echo-chamber’ op sociale media. Deze fenomenen houden in dat kinderen en jongeren enkel meningen en berichten te zien krijgen die in overeenstemming zijn met hun eigen interesses en houdingen. Dit betekent dat ze afgesloten zijn van andere meningen en een vertekend beeld krijgen van de werkelijkheid, waarbij hun eigen visie terug wordt geëchood en het kritisch denken wordt beperkt. Voldoende en effectieve toegang tot hardware en internettoegang is niet algemeen gewaarborgd. De digitale kloof is een realiteit. Deze kinderen en jongeren krijgen bijgevolg ook te weinig kansen om digitale vaardigheden te ontwikkelen. Voornamelijk maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren lopen het grootste risico.

68

Media heeft een belangrijke invloed op (de percepties over) kinderen en jongeren. Beelden die bijvoorbeeld de nadruk leggen op positieve eigenschappen of gebeurtenissen, kunnen het imago van kinderen en jongeren in de samenleving versterken. Beelden die echter vooral ingaan op negatieve elementen, kunnen daarentegen nadelige gevolgen hebben. Zo bouwt media mee aan beeldvorming over en bij kinderen en jongeren. Kinderen en jongeren willen een stem hebben in de media, ze willen zichzelf, in al hun diversiteit, ook vertegenwoordigd zien in de media. Kinderen en jongeren wijzen eveneens op een nood aan vaardigheden om respectvol, tolerant en niet-gewelddadig te communiceren, online en offline. Verscheidene Europese en internationale beleidskaders gaan dieper in op de wisselwerking tussen media en kinderen en jongeren. Met de opkomst van de digitale media en het toenemend belang aan mediawijsheid worden ook hierover specifieke instrumenten ontwikkeld. Het recht op toegang tot passende informatie en de rol van de media hierin is neergelegd in artikel 17 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De staten worden aangemoedigd om informatie en materiaal te verspreiden die tot sociaal en cultureel nut zijn, oog te hebben voor een verscheidenheid aan culturele, nationale en internationale bronnen, kinderliteratuur te bevorderen, rekening te houden met de behoeften op het gebied van de taal van het kind dat tot een minderheid of tot de oorspronkelijke bevolking behoort en in bescherming te voorzien tegen informatie en materialen die schadelijk zijn voor het welzijn. Een algemene commentaar vanuit


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

het VN-Kinderrechtencomité over kinderen en digitale media is in voorbereiding. In de meest recente slotbeschouwingen van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind naar aanleiding van het Belgisch vijfde en zesde periodiek landenrapport (2019) werden aanbevelingen geformuleerd voor een omvattende strategie om alle vormen van discriminatie aan te pakken en inspanningen ter bestrijding van radicalisering van kinderen en haatspraak te versterken, ook ten aanzien van kinderen in kwetsbare situaties. Specifieke maatregelen voor bestrijding van pesten, waaronder cyberpesten, worden aangeraden. Dit overzicht wordt als bijlage achteraan in het JKP opgenomen. De Raad van Europa vaardigde richtlijnen uit over de rechten van kinderen in de digitale omgeving (Aanbeveling CM/Rec(2018)7). Een van de EU-youth goals is ‘Informatie en constructieve dialoog’. Men streeft naar betrouwbare informatie voor Europese jongeren en een ondersteuning van hun vaardigheden om kritisch informatie te kunnen evalueren. Zo kunnen ze verantwoordelijke en kritische mediagebruikers worden. Wanneer

we kijken naar Europese kaders, nodigt §7 van de Lisboa+21 verklaring staten uit om de digitale belemmering aan jeugdparticipatie en -vertegenwoordiging te adresseren en tegelijkertijd jongeren tot kritisch denkende en mediawijze burgers te laten ontwikkelen door ze te empoweren (§7). Ook dienen jongeren volgens §15 toegang tot betrouwbare informatie te krijgen en de vaardigheden om kritisch actief en creatief om te gaan met online en offline media. In de EU jeugdstrategie 2019-2027 wordt ‘fake news’ geïdentificeerd als een van de grootste uitdagingen voor de Europese Unie. Verder geeft de strategie aan dat beleid erkenning zou moeten geven aan de maatschappelijke veranderingen door digitale communicatie en de impact ervan op democratische en burgerlijke participatie. EU Jeugddoelstelling 4 over informatie en constructieve dialoog is ook in zijn totaliteit relevant voor deze prioriteit. Verder wordt het promoten van kritisch denken door Europese Jeugddoelstelling 8 onderschreven. Volgens aanbeveling (2019)4 dienen jeugdwerk en andere vormen van niet-formeel leren jonge vluchtelingen te helpen en te ondersteunen in hun digitale geletterdheid (§32 i.).

69


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

B. OPERATIONALISERING VAN DE PRIORITEIT IN CONCRETE DOELSTELLINGEN EN ACTIES De Vlaamse overheid zet met de keuze voor deze prioriteit in op het versterken van kinderen en jongeren als kritisch denkende en mediawijze burgers. Het Regeerakkoord 20192024 onderschrijft op verschillende plaatsen het belang van thema’s die hiertoe bijdragen. Via gerichte acties wil deze prioriteit inzetten op het verscherpen van mediawijsheid bij kinderen en jongeren, alsook het verhogen van hun digitale en informatievaardigheden. De Vlaamse overheid geeft invulling aan haar ambitie door de focus te leggen op competentieversterking van kinderen en

jongeren in een gemediatiseerde samenleving. Omwille van het belang van wisselwerking en de centrale rol die referentiefiguren spelen, gaat ook aandacht uit naar competentieversterking van deze actoren. Door bijkomend sterk in te zetten op weerbaarheidsopbouw, wordt toegewerkt naar een inclusief mediawijs beleid. Kinderen en jongeren worden in staat gesteld om adequaat om te gaan met risico’s, waarbij tegelijkertijd ook wordt gekeken naar een aantal relevante actoren in het omgaan met en de aanpak van risico’s.

TD 5.1. DE VLAAMSE OVERHEID VERSTERKT DE COMPETENTIES VAN KINDEREN EN JONGEREN BINNEN EEN GEMEDIATISEERDE SAMENLEVING EN HEEFT HIERBIJ OOG VOOR DE BELANGRIJKE ROL DIE OPVOEDINGSVERANTWOORDELIJKEN EN BEGELEIDERS SPELEN Een dynamische samenleving met geprinte, audiovisuele en digitale media die elk onderling met elkaar verbonden zijn, vraagt om duidelijke en versterkte aandacht voor competenties bij kinderen en jongeren om hiermee om te gaan. Competenties worden hier beschouwd als een samenspel van kennis, vaardigheden en attitudes. Een versterking van onder meer de technische knoppenkennis, de informatie, sociale en digitale vaardigheden beogen we enerzijds via acties die inzetten op informatie, opleiding, begeleiding en ondersteuning. We verliezen hierbij niet de cruciale rol die referentiefiguren spelen uit het oog.

70


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Anderzijds ondersteunen we begeleide participatie en stimuleren we kinderen en jongeren als actieve makers en creatieve gebruikers van ‘content’, zowel offline als online. Aan de hand van educatieve, entertainende en creatieve mogelijkheden bouwen kinderen en jongeren hun competenties steeds verder uit.

OD 5.1.1. We stimuleren en ontwikkelen kennis, vaardigheden en attitudes via informatie, opleiding, begeleiding en ondersteuning 1. Mediawijsheid wordt pedagogisch ingezet in het onderwijs. Daarom zetten we in op versterking en ondersteuning van de scholen en de leerkrachten op vlak van digitalisering en de integratie ervan in de dagelijkse praktijk. Een stappenplan inzake schoolbeleid en -visie over sociale media, geïntegreerd in het algemene ICT-beleid wordt ontwikkeld. Er wordt een voorbeeld social media protocol voor scholen ontwikkeld als leidraad voor het te ontwikkelen schoolbeleid en -visie omtrent sociale media. Ondersteuning wordt geboden bij het betrekken van leerlingen als een van de doelgroepen bij de uitbouw van dit beleid.

Voor een onderbouwde operationalisering van de sleutelcompetentie ‘digitale vaardigheden en mediawijsheid’ in de eindtermen in de verschillende onderwijsgraden worden leerkrachten ondersteund, onder meer door vormingen, informatiedagen en virtuele sessies. Opdat alle leerlingen deze eindtermen zouden kunnen halen, worden specifieke richtlijnen uitgewerkt, waarbij ingezet wordt op initiatieven in de school om de digitale kloof binnen de schoolinfrastructuur te verkleinen. De focus ligt op kansarme kinderen en jongeren en zij met een handicap.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Onderwijs, Minister van Werk en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

71


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

2. De Mediacoachopleiding wordt inhoudelijk aangepast met onder meer opname van relevante onderwerpen geschoeid op de thema’s van voorliggend actieplan. De toegang wordt uitgebreid naar een bredere doelgroep, waaronder de medewerkers en

begeleiders van culturele organisaties die werken met kinderen en jongeren en jeugdwerkers ter ondersteuning van het digitaal jeugdwerk. Er wordt ingezet op goede en aangepaste communicatie.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur, Minister van Onderwijs en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2021 - 2024

3. We stimuleren leesbevordering door in te zetten op taalstimulerende activiteiten. Meer en gemotiveerd lezen leidt tot een betere leesvaardigheid, geletterdheid en begrip van geschreven bronnen. Er worden extra inspanningen geleverd voor kwetsbare kinderen en jongeren en we focussen op toegankelijkheid en kritische informatievaardigheden. Bibliotheken kunnen een meer centrale rol innemen

zowel op vlak van toegang tot digitale infrastructuur en internet als op vlak van inhoudelijke uitwerking van informatievaardigheden en mediawijsheid, al dan niet met partners uit het jeugdwerk of sociaal cultureel werk. Initiatieven zoals ‘Lezen op school’ worden gestimuleerd.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Cultuur en Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2024

4. We willen kinderen en jongeren meer mediawijs maken via de verschillende kanalen die hen nu al bereiken en die door hen gebruikt worden. We maken werk van het versterken van hun competenties op vlak van informatie. Onder meer via het project Nieuws in de Klas wordt naast de actualiteitswaarde, meer

ingezet op het omgaan met nieuws en (des) informatie. Aangepast aan de onderscheiden leeftijdsfasen wordt in een aangepast traject voorzien rond o.a. ‘factchecking’, debatteren en participeren.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 -2024

72


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

5. Conform de eindtermen verbeteren we de digitale competenties van kinderen en jongeren. Hierbij moet extra aandacht en ondersteuning gaan naar specifieke kwetsbare groepen. De leefwereld van kinderen en jongeren is nauw verweven met het internet. Daarom mogen ook specifieke kwetsbare groepen zoals kinderen en jongeren met

een beperking, in voorzieningen, in een kwetsbare thuissituatie niet vergeten worden. Ook bij hen kan het gebruik en aldus het belang van sociale media en digitale technologie niet worden onderschat. De vraag naar versterking van mediawijsheid is hiermee onlosmakelijk verbonden. We zetten hierrond een participatief traject op.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 -2024

OD 5.1.2. We versterken kinderen en jongeren in hun competenties als ontvanger, gebruiker en makers van geprinte, audiovisuele en digitale media We bevorderen journalistiek door 1. kinderen en jongeren. Initiatieven die kinderen en jongeren versterken in hun informatievaardigheden worden aangespoord actief verder in te zetten op objectieve en maatschappelijk relevante informatieverzameling, -vertaling

en -communicatie. Kinderen en jongeren dragen zo actief bij vanuit hun leefwereld tot een meer correcte en genuanceerde beeldvorming en representativiteit van kinderen en jongeren in de media.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 -2024

73


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

2. We moedigen kinderen en jongeren aan als maker van ‘bottom-up’ geïnspireerde online vrijetijdsactiviteiten of digitaal jeugdwerk. Kinderen en jongeren nemen hierin steeds actiever een rol op. Dit draagt bij tot ontplooiing en ontwikkeling. Vlaamse en lokale organisaties

worden aangemoedigd hun krachten te bundelen en gezamenlijke projecten tot stand te brengen. Ook digitale makerspaces en coding-initiatieven krijgen aandacht.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 -2024

3. Kinderrechten in de digitale omgeving is ingebed in de ruimere context van Europese en internationale beleidsdimensie. Mediawijsheid wordt naar voren geschoven bij de voorbereiding van de strategie kinderrechten van de EU en van de Raad van Europa. We versterken kinderen en jongeren als geïnformeerde en kritische burger door samen met hen mediawijze rechten, aanbevelingen en ideeën te formuleren. We vertrekken hiervoor vanuit de ervaringen en

de meningen van de kinderen en jongeren, waaronder de Vlaamse Jeugdraad. De resultaten en aanbevelingen van reeds gelopen internationale en Europese trajecten met Vlaamse kinderen en jongeren worden hierin verwerkt. De output van dit participatief traject wordt meegenomen naar bij de opmaak van de komende Europese strategie naar Kinderrechten.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 -2021

TD 5.2. DE VLAAMSE OVERHEID ZET ZICH IN VOOR EEN MEER INCLUSIEF MEDIAWIJSBELEID VIA WEERBAARHEIDSOPBOUW Mediawijsheid staat in wisselwerking met online weerbaarheid van kinderen en jongeren. Kinderen en jongeren komen onvermijdelijk met online risico’s in contact. In veel gevallen zijn ze in staat om op een adequate manier met deze risico’s om te gaan. Ze hanteren bepaalde strategieën om risico’s te vermijden, en kiezen voor een probleemoplossende aanpak als het misgaat.

74


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

Kinderen en jongeren moeten bevestigd worden in deze competenties, maar moeten ook waar nodig ondersteund worden in het opbouwen van weerbaarheid. De Vlaamse overheid zet daarom in op het bestrijden van verontrustende evoluties en praktijken die kinderen en jongeren aantasten in hun integriteit. Met gerichte maatregelen en betrokkenheid van experten vullen we waar mogelijk hiaten en versterken we bestaande maatregelen die op dit moment te kort schieten. We bekampen negatieve mechanismen, maar zetten tegelijkertijd in op de weerbaarheid door de kennis van kinderen en jongeren op vlak van hun echten en mogelijkheden in de digitale omgeving op te bouwen en te verdiepen. Met kennis van zaken kunnen kinderen en jongeren op deze manier gezond, veilig, geïnformeerd en participatief hun weg vinden in een steeds meer internationale en digitale wereld.

We bekampen online mechanismen die de fysieke, psychische en/of OD 5.2.1. seksuele integriteit van kinderen en jongeren aantasten 1. We zetten gerichte acties op met het oog op preventie, vermijden en tegengaan van cyberpesten. Meer specifiek zal mede op basis van de resultaten van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek over de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking de mogelijkheden en de opmaak van vorming en opleiding van begeleidend personeel inzake cyberpesten worden onderzocht. Binnen het onderwijs wordt de ‘whole school approach’ ook in het kader van cyberpesten gestimuleerd. Scholen worden gestimuleerd om de aanpak van cyberpesten te

integreren in het schoolbeleid om zo geïntegreerd en duurzaam te werken. Dit zal verlopen via de ontwikkeling van een incident-handeling procedure specifiek gericht op cyberpesten, het beter ondersteunen van scholen en het toegankelijker maken van preventiestrategieën die hun effectiviteit hebben bewezen. Ook wordt er in afstemming met betrokken organisaties bekeken of bestaande initiatieven beter aangepast kunnen worden aan online risico’s, zoals cyberpesten. We valoriseren onderzoeksbevindingen rond de aanpak van (cyber)pesten en preventie op school.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Onderwijs en Minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, en Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2020 - 2024

75


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

2. De online wereld biedt heel wat mogelijkheden om een eigen imago en identiteit te bepalen. Kinderen en jongeren onderhouden hun sociaal netwerk of breiden deze uit. Ontmoetingen, het ontstaan van vriendschappen en uitbouwen van relaties verloopt meer en meer via een digitale weg. We zetten samen met experten in op de versterking van de online integriteit van kinderen en jongeren. In het kader van een integriteitsbeleid met oog voor preventie

en aanpak, worden tools en methodieken ontwikkeld met oog op het gezond omgaan met media, met aandacht voor thematieken zoals digitale balans, mediaopvoeding, online relaties en seksualiteit en het in kaart brengen van vormen van online seksisme, dat gelinkt kan worden aan gendergerelateerd geweld. De resultaten moeten bijdragen tot de ontwikkeling van aangepaste methodieken of instrumenten om de ‘civility’ onder sociale mediagebruikers te bevorderen.

Verantwoordelijke minister: Minister van Brussel, Jeugd en Media en Minister van Inburgering en Gelijke Kansen Timing: 2020 - 2024

3. Samen met relevante actoren zetten we gerichte acties op in het tegengaan van integriteitsschendingen via desinformatie, haatspraak, ‘fake news’, ‘deepfake’ en complottheorieën. Fenomenen zoals filterbubbels en ‘echo-chamber’ houden in dat kinderen en jongeren enkel meningen en berichten te zien krijgen in overeenstemming met hun eigen interesses en houdingen. Door onder meer de focus te leggen op het leeraspect van kritisch denken, actualiteitskennis en respectvol communiceren, wordt de weerbaarheid versterkt en zetten we in op geïnformeerd

en veilig omgaan met media. We stimuleren hierbij genuanceerde en niet-stereotyperende beeldvorming, waarbij we inzetten op bewustwording van onbewuste voordelen en alle vormen van stereotypering. Sensibiliseringscampagnes worden opgezet. Richtlijnen en methodieken worden uitgewerkt. Dit verloopt in overleg met de doelgroepen zelf. We kaderen deze actie uitdrukkelijk binnen een Europese en internationale dimensie. We dragen onze expertise uit en implementeren internationale goede voorbeelden.

Verantwoordelijke minister: Minister van Brussel, Jeugd en Media en Minister van Inburgering en Gelijke Kansen Timing: 2020 - 2024

76


DOELSTELLINGEN EN ACTIES

OD 5.2.2. We zetten in op kennisopbouw bij kinderen en jongeren over hun rechten zodat zij sterker staan in het beschermen van hun integriteit 1. Er wordt ingezet op de concretisering van voor kinderen en jongeren (en hun referentiefiguren) relevante bepalingen, waaronder privacy, ‘terms and conditions’, ‘cookies’, toegang, toestemming enz. De betekenis van GDPR in het dagdagelijks leven wordt zo meer aantoonbaar en hanteerbaar. We dragen het lespakket voor leerlingen van

het middelbaar onderwijs ‘General Data Protection Regulation (GDPR-Algemene Verordening Gegevensbescherming) en Artificial Intelligence’ verder uit. We overstijgen het niveau van informeren en sensibiliseren, zonder evenwel een voorafname te doen op de eindtermen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Werk en Minister van Onderwijs Timing: 2020 - 2024

2. We versterken kinderen en jongeren als kritische burger in de digitale omgeving. Dit start bij een bewustmaking van hun digitale rechten en mogelijkheden. Nederlandse vertalingen, waaronder een versie met en voor kinderen en jongeren, van de Aanbeveling van de Raad van Europa over rechten van het kind in de digitale omgeving (Aanbeveling CM/

Rec(2018)7) en het aangekondigde commentaar van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind vormen aanknopingspunten. In samenwerking met relevante actoren wordt voor de bekendmaking en praktijkomzetting ervan voortgebouwd op bestaand materiaal en aanbevelingen.

Verantwoordelijke minister(s): Minister van Brussel, Jeugd en Media Timing: 2021 - 2023

77


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

7 7BIJLAGEN 7.1. Afkortingenlijst

78

Afkorting

Naam

BBT

Beleids- en begrotingstoelichting

CJM

Cultuur, Jeugd en Media

CO

Concluding observations (slotbeschouwingen) van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind

ESF

Europees Sociaal Fonds

EU

Europese Unie

EU-SILC

European Union Statistics on Income and Living Conditions

FOD

Federale Overheidsdienst

JKP

Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan

JOP

Jeugdonderzoeksplatform

KeKi

Kenniscentrum Kinderrechten

OD

Operationele doelstelling

SD

Strategische doelstelling

STEM-actieplan

Actieplan voor Science - Technology - Engineering - Mathematics

TD

Tactische doelstelling

VDAB

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding

VN

Verenigde Naties

VVSG

Vereniging Vlaamse Steden en Gemeenten


BIJLAGEN

7.2. Bronnenlijst 7.2.1. Europese en internationale instrumenten

Europese Unie EU jeugdstrategie 2019-2027

Raad van Europa Resolutie CM/Res(2020)2 van 22 januari 2020 van de Raad van Europa over de nieuwe strategie voor de jeugdsector 2030 Aanbeveling CM/Rec(2019)4 van 24 april 2019 van het Comité van Ministers aan de lidstaten over de steun aan jonge vluchtelingen in de overgang naar volwassenheid Aanbeveling CM/Rec(2018)7 van 4 juli 2018 van het Comité van Ministers aan de lidstaten inzake Richtlijnen voor de eerbiediging, bescherming en naleving van de rechten van het kind in de digitale omgeving Aanbeveling CM/Rec(2017)4 van 31 mei 2017 van het Comité van Ministers aan de lidstaten inzake jeugdwerk

Aanbeveling CM/Rec(2016)7 van 28 september 2016 over de toegang van jongeren tot rechten Aanbeveling CM/Rec(2015)3 van 21 januari 2015 van het Comité van Ministers aan de lidstaten over de toegang van jongeren[1]uit probleemwijken tot sociale rechten Aanbeveling CM/Rec(2018)7 van 4 juli 2018 van het Comité van Ministers aan de lidstaten inzake Richtlijnen voor de eerbiediging, bescherming en naleving van de rechten van het kind in de digitale omgeving Aanbeveling CM/Rec(2012)2 van 28 maart 2012 over de participatie van kinderen en jongeren tot 18 jaar

Verenigde Naties Resolutie 44/25 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 november 1989 tot aanname van het VN-Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind. Aangenomen door België en verschenen in BS 17 januari 1992. Slotbeschouwingen van het Comité voor de Rechten van het Kind over het gecombineerde vijfde en zesde periodiek rapport van België (CRC/C/BEL/CO/5-6) World Conference of Ministers Responsible for Youth 2019 and Youth Forum, ‘Lisboa+21 Declaration on Youth

Policies and Programmes 2019’, 23 juni 2019 Verenigde Naties Jeugdstrategie ‘Youth 2030 – working with and for young people’, 24 september 2018 Resolutie 70/1 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 25 september 2015 over ‘Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development’ Resolutie 2250 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 9 december 2015 over ‘Youth, peace and Security’

79


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

7.2.2. Bronnenlijst Omgevingsanalyse JKP 2018 Apestaartjaren 2018

over verschillende thema’s en hun toekomstvisie. Ze

Het Apestaartjaren-onderzoek is een tweejaarlijkse

interviewden ook 14 experten afkomstig uit het jeugd-

bevraging door Mediaraven, Mediawijs en de onder-

werk, de brede jeugdsector en het maatschappelijke

zoeksgroep imec-mict van de Universiteit Gent.

veld. Ten slotte hebben ze een focusgroep bevraagd aan

Het onderzoek bestaat uit twee bevragingen: een uitge-

de hand van een babbelspel. Deze focusgroep bestond

breide survey bij kinderen (6-12 jaar) in de lagere school

uit zes jongeren binnen de genoemde leeftijdscategorie.

en bij jongeren (12-18 jaar) in de middelbare school. Er werden 1155 kinderen en 2000 jongeren bevraagd

Beleidsadvies Kenniscentrum Kinderrechten 2018

uit een 20-tal middelbare en lagere scholen. In die

Vanuit een kinderrechtenperspectief adviseerde

vragenlijst werden kinderen en jongeren bevraagd

het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi) het Depar-

over verschillende digitale thema’s: naar hun mediage-

tement CJM tijdens de opmaak van de omgevingsana-

bruik en -bezit uiteraard, maar ook naar wat ze denken

lyse. In dit beleidsadvies duidt KeKi de betekenis van

over privacy, sexting, technostress, nieuwsconsumptie,

de internationale en nationale regelgevende kaders,

sharenting en online burgerschap.

onderzoeken en indicatoren op het vlak van kinderrechten voor de Vlaamse overheid. Dit document

Vlaamse Armoedemonitor 2017

levert op basis van recente bevindingen en normatieve

De Vlaamse Armoedemonitor wordt opgemaakt ter

ontwikkelingen een inhoudelijke analyse van een aantal

ondersteuning van het Vlaamse armoedebeleid en wil

kernuitdagingen inzake kinderrechten voor de Vlaamse

op een bevattelijke en overzichtelijke manier de armoe-

overheid. De aandacht gaat hierbij zowel uit naar sinds

desituatie en –evolutie in Vlaanderen in kaart bren-

jaren terugkerende thema’s als naar thema’s die meer

gen en opvolgen. De publicatie brengt verschillende

recent op de voorgrond treden.

armoede-indicatoren samen die gebruikt worden in

https://www.keki.be/sites/default/files/publicati-

Europese, federale of andere Vlaamse monitorrap-

ons/KeKi_Beleidsadvies%202018-2_Kinderrechten%20

porten. Die worden aangevuld met eigen accenten en

voeden%20Omgevingsanalyse%20JKP%202020-2024_

aandachtspunten gebaseerd op de prioriteiten van

Fase%201.pdf

het Vlaamse armoedebeleid. Dat uit zich onder meer in de visualisering en bespreking van de verschillende

Council of Europe Strategy for the Rights of the

armoededoelstellingen die door de Vlaamse Regering

Child (2016-2021)

in het kader van het Pact 2020 en het Vlaamse Hervor-

Op het niveau van de Raad van Europa werd in

mingsprogramma voor de EU2020-strategie werden

het kader van het programma ‘Building a Europe for

geformuleerd.

and with children’ een derde strategie Kinderrechten (2016-2021), de Sofia-strategie, aangenomen op 2 maart

80

Bachelorproef VIVES 2018

2016 door het Comité van Ministers. Daarbij baseert

In het kader van deze omgevingsanalyse ter ondersteu-

de Raad van Europa zich op de vier basisprincipes van

ning van het nieuwe jeugd- en kinderrechtenbeleids-

het VN-Kinderrechtenverdrag (VRK, 1989), nl. non-discri-

plan, gingen 6 studenten van de Hogeschool VIVES voor

minatie, belang van het kind, recht op leven, overleven

ons op onderzoek uit. Hun bachelorproef bestond uit

en ontwikkeling en het recht om gehoord te worden.

het interviewen van 16 jongeren tussen 16 en 25 jaar

Bij het belang van het kind verwijst de strategie in


BIJLAGEN

voetnoot naar de beslissing van het Comité van Minis-

Oostenrijk) en Noorwegen. De enquête werd formeel

ters van 15 april 2015 over de conclusies van de Euro-

gelanceerd in 2004 in vijftien landen en uitgebreid in

pese Conferentie over het Belang van het Kind (Brussel,

2005 zodat ze alle toenmalige EU-25-lidstaten afdekte,

9-10 december 2014), georganiseerd door België, nl.

evenals Noorwegen en Zwitserland. EU-SILC is een multi-

de Vlaamse en Franse Gemeenschap en de FOD Justitie.

functioneel instrument dat zich vooral op inkomen

De strategie detecteert als uitdagingen:

richt. De enquête verzamelt gedetailleerde gegevens

1.

over inkomenscomponenten, vooral dan over de inko-

Armoede, ongelijkheid en uitsluiting

2. Geweld

mens van individuen, al worden ook een paar huishoud-

3. Gerechtelijk systeem gericht op volwassenen

inkomenscomponenten meegenomen. Daarnaast wordt

4. Uitdagingen voor gezinnen en ouders

ook informatie over sociale uitsluiting, woonomstan-

5. Racisme, haatspraak en radicalisering

digheden, arbeid, opleiding en gezondheid ingezameld.

6. Opgroeien in een digitale wereld 7. Migratie

EU Youth Goals 2018:

Voor de strategie zijn prioritaire werkterreinen:

Op de EU Jeugdconferentie in Sofia van 16 tot 19 april

1.

2018 werden de uitkomsten van de 6de cyclus van

Gelijke kansen voor alle kinderen

2. Participatie van alle kinderen

de gestructureerde dialoog over Jeugd besproken.

3. Een geweldloos leven voor alle kinderen

Meer dan 48.000 jongeren over heel Europa partici-

4. Kindvriendelijke justitie voor alle kinderen

peerden en vertelden wat zij belangrijk vonden in hun

5. Rechten van kinderen in de digitale omgeving

leven via bevragingen. Met deze informatie in de hand

De strategie wil resultaten boeken door:

bepaalden jongerenvertegenwoordigers en beleidsma-

1.

De standaarden effectief te maken voor kinderen

kers uit 44 landen (waaronder België) samen in Sofia

(making standards work for children)

de elf jeugddoelen voor de nieuwe Europese jeugd-

2. Relevante stakeholders te betrekken

strategie. Deze doelen werden naar de ministerraad

3. Te communiceren over kinderrechten

verstuurd en fungeerden als aanbeveling voor de Euro-

4. Te evalueren

pese Commissie.

Eurobarometer 2017, 2018

EU- jeugdstrategie

De Eurobarometer-enquête wordt elk jaar uitgevoerd in

Europese Commissie 2018. Engaging, Connecting and

opdracht van het Europees Parlement. Het vraagt naar

Empowering young people: a new EU Youth Strategy

de mening en de prioriteiten van de Europese burger.

for 2019-2027.

Hij bestaat uit ongeveer 1.000 face-to-face gesprek-

EU jeugdstrategie 2019-2027

ken per land. Europese Commissie, mededeling van de Europese EU-SILC survey 2015, 2016, 2017, 2018

Commissie aan het Europees Parlement en de Raad

De EU-statistiek van inkomens en levensomstandig-

over de bescherming van kinderen in migratie

heden (EU-SILC) is de referentiebron voor vergelijkbare

(COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE

statistieken over inkomensverdeling en maatschappe-

EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL - The

lijke integratie in de Europese Unie. EU-SILC werd opge-

protection of children in migration, Brussels, 12.4.2017,

start in 2003 in akkoord tussen Eurostat en zes lidstaten

COM(2017) 211 final)

(België, Denemarken, Griekenland, Ierland, Luxemburg,

81


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

Hoewel de wetgeving van de EU en de lidstaten

Brussel, Antwerpen en Gent (JOP-scholenmonitor) die

een gedegen kader voor bescherming biedt, staan

periodiek wordt afgenomen bij een representatieve

de nationale stelsels onder druk doordat er de laat-

steekproef van Vlaamse en Brusselse jongeren. De JOP-

ste tijd veel migranten aankomen. Hun komst heeft

postmonitor is aan zijn vierde editie toe. In 2018 werd

tekortkomingen en gebreken aan het licht gebracht.

data verzameld van 1411 14-25 jarigen. De postmonitor

Daarom komt de Commissie vandaag met maatregelen

werd deze editie uitgebreid naar een jongere leeftijds-

die ervoor moeten zorgen dat alle migrerende kinderen

groep. De JOP-kindmonitor bereikte 1226 10-13 jarigen.

gedurende het hele proces beter worden beschermd.

In 2018 werd ook de JOP-schoolmonitor 2 afgenomen

Kinderen moeten bij aankomst snel worden geïdentifi-

bij jongeren uit de eerste, tweede en derde graad van

ceerd, kindvriendelijk worden behandeld en volledige

het secundair onderwijs. Er werden 6.039 jongeren

toegang tot gezondheidszorg en onderwijs krijgen. Er

uit de grootsteden en 2400 jongeren uit Vlaande-

moeten vakmensen beschikbaar zijn om de kinderen

ren bevraagd.

bij te staan wanneer hun status wordt vastgesteld. Ook

Jongeren in cijfers en letters 4 (2019). Bevindingen uit

moeten onderwijs en gezondheidszorg toegankelijker

de JOP-monitor 4, de JOP-kindmonitor en de JOP-

worden voor kinderen, zodat hen duurzame langeter-

schoolmonitor 2. Lieve Bradt, Stefaan Pleysier, Johan

mijnperspectieven worden geboden. Het beschermen

Put, Jessy Siongers en Bram Spruyt (Red.) ACCO – Leuven

van kinderen is een centrale prioriteit van de Europese migratieagenda. De Commissie zal de inspanningen van

Kinderrechtenmonitor

de lidstaten op dit gebied blijven ondersteunen door

De kinderrechtenmonitor bestaat uit een set van

middel van opleiding, advies, operationele ondersteu-

indicatoren die jaarlijks een update krijgen (indien

ning en financiering.

mogelijk). Deze set brengt vanuit het perspectief van het Kinderrechtenverdrag (een deel van) de leefsituatie

Federaal Planbureau

van kinderen in Vlaanderen in beeld, evenals de context,

Demografische vooruitzichten 2018-2070 – Bevolking

processen en structuren die daar een impact op hebben.

en huishoudens. (2019) Geraadpleegd via https://

Hij biedt materiaal om (toekomstig) beleid te ontwik-

statbel.fgov.be/sites/default/files/files/documents/

kelen of bestaand beleid aan te passen. De kinder-

bevolking/5.8%20Bevolkingsvooruitzichten/bestan-

rechtenmonitor neemt het kind als uitgangspunt en

den/2018/FOR_POP1870_11813_N.pdf

beperkt zich niet tot het opsporen van schendingen van kinderrechten, maar kinderrechten worden zo proactief

JOP monitor III 2013 en IV 2019

en maximaal mogelijk toegepast. De kinderrechten-

Het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) is een Steunpunt

monitor ondersteunt zo de Vlaamse minister bevoegd

Beleidsrelevant Onderzoek. Het is een interdisciplinair

voor de coördinatie van het kinderrechtenbeleid, zijn

en interuniversitair samenwerkingsverband tussen

collega’s en de betrokken administraties in de uitvoe-

drie Vlaamse onderzoeksgroepen: Tempus Omnia

ring en naleving van het Kinderrechtenverdrag.

Relevat (VUB), de Vakgroep Sociale Agogiek (UGent)

https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/jeugd/vlaams-

en de onderzoekslijn Jeugdcriminologie (KU Leuven).

jeugd-en-kinderrechtenbeleid/kinderrechten/kinder-

Een van de kerntaken van het JOP is het monitoren van

rechtenmonitor

de leefwereld van jongeren in Vlaanderen. Dit gebeurt

82

aan de hand van een schriftelijke postenquête (JOP-

Het kind in Vlaanderen 2017

monitor) en een schriftelijke enquête in scholen in

In ‘Het kind in Vlaanderen’ bundelt Kind en Gezin


BIJLAGEN

jaarlijks, demografische gegevens over kinderen en

gegevens uit verschillende bronnen om inzicht te

gezinnen, cijfers over de arbeidsparticipatie van ouders,

geven in de maatschappelijke positie en participatie

cijfers over het inkomen en de (kans)armoede in gezin-

van personen van buitenlandse herkomst. Deze monitor

nen, evoluties in het gebruik van formele en informele

behandelt meerdere levensdomeinen zoals werk, onder-

kinderopvang, cijfers over de gezondheid en ontwikke-

wijs, wonen, inkomen, gezondheid en maatschappelijke

ling van jonge kinderen en over sterfgevallen, en cijfers

participatie op basis van de gegevens uit administra-

over meldingen over (vermoedens van) kindermishan-

tieve databanken of uit algemene bevolkingssurveys.

deling en verwaarlozing. Algemene Omgevingsanalyse Vlaanderen 2018 Nationale Commissie voor de Rechten van

Een keer om de vijf jaar, als aanloop naar de komende

het Kind (NCRK)

legislatuur, wordt door de afdeling Planning en Statis-

De NCRK is een overlegplatform tussen ruim 90 kinder-

tiek (APS) een algemene omgevingsanalyse voor Vlaan-

rechtenactoren die bij samenwerkingsakkoord door

deren opgesteld. Men beschrijft hoe Vlaanderen nu is

de betrokken Belgische overheden zijn aangeduid.

en wat de regio de komende jaren mag verwachten

De werkzaamheden zijn gericht op een bijdrage aan

op demografisch, macro-economisch, sociaal-cultureel,

Belgische rapporteringsopdrachten ten aanzien van

technologisch en ecologisch vlak. De algemene omge-

internationale instanties en op het formuleren van

vingsanalyse biedt geen oplossingen, maar beschrijft

algemene beleidsaanbevelingen. Het overleg beperkt

de te verwachten knelpunten en geeft signalen voor

zich onder andere tot de in het samenwerkingsakkoord

de zich aankondigende opportuniteiten.

genoemde actoren.

•

Statbel 2018. Kerncijfers 2018. Statbel Brussel

Voor informatie over:

•

Statistiek Vlaanderen. (2018). Schommelingen in

•

•

•

•

•

de rapportage: https://ncrk-cnde.be/nl/perio-

de schoolbevolking. Geraadpleegd via http://www.

dieke-verslaggeving-belgie-aan-het-vn-kinder-

statistiekvlaanderen.be/sites/default/files/docs/

rechtencomite/

proj2018-schommelingen-schoolbevolking.pdf

nationale kinderrechtenindicatoren : https://ncrk-

•

Statistiek Vlaanderen (2018). Vlaamse gemeen-

cnde.be/nl/projecten/nationale-kinderrechten-

telijke demografische vooruitzichten 2018-2035.

indicatoren/

Brussel: Statistiek Vlaanderen, 2018. Geraad-

onderzoeken naar kinderen in migratie en kinderen

pleegd via http://www.statistiekvlaanderen.be/

geplaatst in gemeenschapsinstellingen: https://

vlaamse-gemeentelijke-demografische-vooruitzich-

ncrk-cnde.be/nl/projecten/specifieke-enquetes/

ten--2018-2035

het Belgische antwoord op de Wereldwijde studie over kinderen beroofd van hun vrijheid (2018):

Departement Onderwijs. Onderwijsstatistieken.

https://ncrk-cnde.be/nl/projecten/wereldwijde-

Geraadpleegd via http://onderwijs.vlaanderen.be/nl/

studie-over-kinderen-beroofd-van-hun-vrijheid/

onderwijsstatistieken

de adviezen van het adviesorgaan: https://ncrk-

Over NEET-jongeren: https://onderwijs.vlaanderen.be/

cnde.be/nl/adviezen/

nl/neet-jongeren

Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2018

Participatiesurvey 2015

De Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor bundelt

Tussen januari en november 2014 werd een representa-

een aantal administratieve en andere statistische

tief staal van 3965 Vlamingen uitgebreid bevraagd over

83


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

hun participatiegedrag. Deze survey kwam tot stand via

van Nederlandstalige Belgen (inclusief niet-Belgen vanaf

een unieke samenwerking tussen vier Steunpunten voor

2009) in het Vlaamse Gewest en het Brussels Hoofdste-

Beleidsrelevant Onderzoek van de Vlaamse overheid.

delijk Gewest. Het betreft zo’n 1500 personen tussen 18 en 85 jaar. De survey peilt naar waarden, opvattingen en

Raad van Europa

overtuigingen van Vlamingen met betrekking tot maat-

Resolutie CM/Res(2020)2 van 22 januari 2020 van

schappelijk- en beleidsrelevante thema’s.

de Raad van Europa over de nieuwe strategie voor de jeugdsector 2030

Schoolklimaat Enquête 2016-2017 De LGBT+ scholierenenquête is een instrument om LGBT+

Aanbeveling CM/Rec(2019)4 van 24 april 2019 van

leerlingen te bevragen over hun schoolervaringen en

het Comité van Ministers aan de lidstaten over

het schoolklimaat van hun secundaire school. Voor

de steun aan jonge vluchtelingen in de overgang naar

de Vlaamse editie van de schoolklimaat enquête werk-

volwassenheid

ten Çavaria, Colombia Teacher College en GLSEN samen. 484 studenten vulden de online enquête in. De enquête

Aanbeveling CM/Rec(2018)7 van 4 juli 2018 van het Comité

onderzoekt de aanwezigheid van negatief LGBT+ taal-

van Ministers aan de lidstaten inzake Richtlijnen voor

gebruik en gedrag zoals pestervaringen en geweld op

de eerbiediging, bescherming en naleving van de rechten

school. Deelnemers vulden een online enquête in over

van het kind in de digitale omgeving

hun schoolervaringen tijdens het schooljaar 2016-2017. De deelnemers moesten in dat jaar als leerling actief

Aanbeveling CM/Rec(2017)4 van 31 mei 2017 van het Comité

geweest zijn binnen het secundair onderwijs in Vlaan-

van Ministers aan de lidstaten inzake jeugdwerk

deren en zich identificeren als LGBT+ (+ staat voor panseksueel, queer, onduidelijk, interseksueel, aseksu-

Aanbeveling CM/Rec(2016)7 van 28 september 2016 over

eel of een andere niet-cisgender of niet-heteroseksuele

de toegang van jongeren tot rechten

identificatie).

Aanbeveling CM/Rec(2015)3 van 21 januari 2015 van

Shortlist van De Ambrassade: 10 thema’s waar jonge-

het Comité van Ministers aan de lidstaten over de toegang

ren wakker van liggen

van jongeren[1]uit probleemwijken tot sociale rechten

De hele zomer van 2017 trokken vrijwilligers door het Vlaamse land. Ze praatten met meer dan 800 jonge-

Aanbeveling CM/Rec(2012)2 van 28 maart 2012 over

ren tussen 6 en 29 jaar. Deze jongeren gaven hun mening

de participatie van kinderen en jongeren tot 18 jaar

over waar de Vlaamse Jeugdraad moet mee bezig zijn. Dat resulteerde in een shortlist van 10 prioritaire thema’s.

Aanbeveling CM/Rec(2010)5 van 31 maart 2010 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan

SID-survey 2017

de lidstaten inzake maatregelen ter bestrijding van discri-

De survey Samenleven in Diversiteit (SID-survey) is

minatie wegens seksuele geaardheid of genderidentiteit

de eerste grootschalige bevraging die specifieke technieken hanteert om de relatief hoge non-respons bij

84

SCV-survey 2014, 2015, 2016 en 2017

de groep personen van buitenlandse herkomst te verla-

De Sociaal-Culturele Verschuivingen in Vlaanderen-survey

gen en die in administratieve data en algemene bevol-

(SCV) is een jaarlijkse survey bij een toevallige steekproef

kingssurveys onderbelichte aspecten van de diverse


BIJLAGEN

samenleving in kaart brengt. Het gaat om een project

Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie

van het Agentschap Binnenlands Bestuur en Statistiek

geraadpleegd op: https://www.zelfmoord1813.be/

Vlaanderen. De SID-survey is een mixed mode survey

feiten-en-cijfers

(combinatie van online en face-to-face bevraging) bij bijna 4.500 personen van Belgische, Marokkaanse, Turkse,

VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (VRK)

Poolse, Roemeense en Congolese herkomst.

- CRK Slotbeschouwingen / CRC Concluding Observations 2010 & 2019

UC Leuven – Limburg (UCLL)

Bij decreet van 15 mei 1991 keurde de Vlaamse Gemeen-

onderzoek ‘Geweld, gemeten en geteld. Scholierenonder-

schap als eerste Belgische overheid het VN-Verdrag

zoek 2018’ van UCLL. AANBEVELINGEN IN DE AANPAK VAN

inzake de Rechten van het Kind (20 november 1989) goed.

GEWELD TEGEN KINDEREN EN JONGEREN.

Na goedkeuring door de andere overheden kon België overgaan tot ratificatie waarna het in januari 1992 in

UNICEF België, What do you think? Migranten- en vluch-

werking trad.

telingenkinderen in België aan het woord, 2018

Het VN-Comité voor de Rechten van het Kind gaat op regelmatige basis na of de rechten die in het VRK en in

Verenigde Naties

de twee bijhorende optionele protocollen over respec-

•

Verenigde Naties Jeugdstrategie ‘Youth

tievelijk kindsoldaten en kinderhandel, kinderprostitutie

2030 – working with and for young people’,

en kinderpornografie opgenomen zijn, toegepast worden.

24 september 2018

In dit comité zetelen onafhankelijke experts uit verschei-

Resolutie van de VN Algemene Vergadering

dene landen.

‘T ransforming our world: the 2030 Agenda

In beginsel moeten de lidstaten om de vijf jaar

for Sustainable Development’, 25 septem-

een rapport indienen met daarin een stand van zaken

ber 2015. A/RES/70/1, beschikbaar op: https://

over de toepassing van het genoemde verdrag en de gera-

www.refworld.org/docid/57b6e3e44.html

tificeerde protocollen. De redactie gebeurt aan de hand

Visie 2050: een langetermijnstrategie voor Vlaan-

van richtlijnen (“guidelines”) van het comité. In België

deren (2016).

coördineert de Nationale Commissie voor de Rechten van

Vizier 2030 – een 2030- doelstellingenkader voor

het Kind (NCRK) sinds 2007 de redactie van het rapport.

Vlaanderen (2018). Veiligheidsraadsresolutie 2250

Na ontvangst van de alternatieve en/of parallelle

van 9 december 2015 (Youth, Peace and Security)

rapporten van de NGO’s en de antwoorden van het land

World Conference of Ministers Responsible for Youth

op de ‘list of issues’ (bijkomende vragenlijst) nodigt

2019 and Youth Forum, ‘Lisboa+21 Declaration on

het VN-Kinderrechtencomité het betrokken land uit voor

Youth Policies and Programmes 2019’, 23 juni 2019

een constructieve dialoog. Tijdens deze dialoog wordt

UN (2014). World urbanization prospects. The 2014

het rapport kort voorgesteld en stellen de experten van

revision. United Nations. New York.

het comité vooral vragen over de situatie in het land.

United Nations, Department of Economic and Social

Dadelijk na deze dialoog maakt het comité zijn ‘Conclu-

Affairs, Population Division (2017b). The Interna-

ding Observations’ (Slotbeschouwingen) bekend,

tional Migration Report 2017 (Highlights). Geraad-

richtlijnen en adviezen voor het land in kwestie om

pleegd via http://www.un.org/en/development/

de toepassing van de rechten van het kind te verzekeren.

desa/population/migration/publications/migrati-

Het recentste rapport van België, het gecombineerde

onreport/index.shtml

vijfde en zesde periodiek rapport, de alternatieve

•

•

•

• •

85


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

rapporten, de list of issues en slotbeschouwingen kunnen

VRIND 2017 – Vlaamse Regionale Indicatoren

geraadpleegd worden op de website van de NCRK

VRIND is een gemeenschappelijk project van alle diensten

geraadpleegd worden: https://ncrk-cnde.be/nl/perio-

van de Vlaamse administratie en de bevoegde minis-

dieke-verslaggeving-belgie-aan-het-vn-kinderrechten-

ters, gecoördineerd door de voormalige Studiedienst van

comite/vijfde-en-zesde-periodiek-verslag-2017/ alsook

de Vlaamse Regering.

op de website van het departement CJM: https://www.

In VRIND 2017 vindt men informatie over de algemene

vlaanderen.be/cjm/cjm/cjm/nl/jeugd/vlaams-jeugd-en-

omgeving waarin de Vlaamse overheid optreedt en over

kinderrechtenbeleid/kinderrechten.

de mate waarin de maatschappelijke doelstellingen en effecten die de Vlaamse overheid zich stelt gerealiseerd

Kinderrechtencoalitie. Alternatief Rapport van

worden. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van circa

de NGO’s over de naleving en de toepassing van

900 tabellen, grafieken en kaarten.

het Verdrag inzake de Rechten van het Kind (2018). Kinderrechtencommissariaat. Alternatief Rapport

Arvastat Werkloosheidsstatistieken 2018.

aan het VN-Kinderrechtencomité, Alternatief Rapport

Geraadpleegd via https://arvastat.vdab.be/

van de Kinderrechtencommissarissen van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap over het vijfde en het zesde

Grote Woononderzoek 2013.

periodiek rapport van België in uitvoering van artikel 44

Transitie en continuiteit in het Vlaamse woonmodel.

van het Kinderrechtenverdrag (2018).

Trends in woningtypologie, grootte

Myria, Unia en Steunpunt tot Bestrijding van Armoede,

en -bezetting tussen 2001 en 2013, Steunpunt Wonen

Bestaansonzekerheid en Sociale Uitsluiting, (2018). Alternatief rapport.

Woonsurvey 2005. Omgevingsanalyse Woonbeleidsplan Vlaanderen: https://www.wonenvlaanderen.be/sites/wvl/files/wysiwyg/woonbeleidsplan_vlaanderen.pdf

86


BIJLAGEN

7.3. Overzicht per prioriteit relevante slotbeschouwingen VN-Comité Rechten van het Kind

7.3.1. Welbevinden en positieve identiteitsontwikkeling

SLOTBESCHOUWINGEN VN-COMITÉ 2019

C.

ALGEMENE BEGINSELEN (ARTT. 2, 3, 6 EN 12)

Het belang van het kind 17

Het Comité is bezorgd over het feit dat, hoewel het beginsel van het belang van het kind in recent aangenomen wetgeving is opgenomen, het nog steeds niet systematisch in aanmerking wordt genomen bij beslissingen met betrekking tot kinderen in kwetsbare situaties. Verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 14 (2013) over het recht van het kind om zijn of haar belang een eerste overweging te laten vormen, beveelt het Comité daarom aan de Verdragsstaat aan:

a

dat die zijn inspanningen opvoert om ervoor te zorgen dat het beginsel van het belang van het kind consequent wordt geïnterpreteerd en toegepast bij beslissingen over migranten- en vluchtelingenkinderen, kinderen in alternatieve zorg en bij maatregelen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg,

E.

GEWELD TEGEN KINDEREN (ARTT. 19, 24 (3), 28 (2), 34, 37 (A) EN 39)

Lijfstraffen 22

Het Comité merkt op dat in Vlaanderen het decreet op de rechtspositie van minderjarigen in de jeugdhulp (2004) reeds expliciet lijfstraffen in de alternatieve zorg verbiedt, en betreurt dat het wetsontwerp tot wijziging van artikel 371/1 van het Burgerlijk Wetboek niet is goedgekeurd, en verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 8 (2006) over het recht van het kind op bescherming tegen lijfstraffen en andere wrede of vernederende vormen van bestraffing, herhaalt het zijn eerdere aanbeveling (CRC/C/BEL/CO/3-4, paragraaf 40) en dringt het er bij de Verdragsstaat op aan:

87


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

b

positieve, geweldloze en participatieve vormen van opvoeding en discipline te bevorderen, onder meer door middel van bewustmakingsprogramma’s en -campagnes, gericht op kinderen, ouders en beroepsbeoefenaars in de kinderopvang.

Misbruik en verwaarlozing 23

Het Comité stelt met spijt vast dat kindermisbruik, waaronder huiselijk geweld, in de Verdragsstaat, te weinig wordt gerapporteerd en onvoldoende wordt gedocumenteerd. Verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 13 (2011) over het recht van het kind op vrijheid van alle vormen van geweld en subdoel 16.2 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, beveelt het Comité aan dat de Verdragsstaat:

d

gemeenschapsgebaseerde programma’s stimuleert ter voorkoming en bestrijding van huiselijk geweld, kindermishandeling en verwaarlozing, onder meer door voormalige slachtoffers, vrijwilligers en leden van de gemeenschap erbij te betrekken en hen te voorzien van opleiding en steun,

25-26 Schadelijke praktijken

G.

HANDICAP, BASISGEZONDHEIDSZORG EN WELZIJN (ARTT. 6, 18 (3), 23, 24, 26, 27 (1)-(3) EN 33)

Geestelijke gezondheid

88

32

Het Comité neemt nota van de goedkeuring van het nationaal actieplan (2015-2020) voor een nieuw beleid inzake geestelijke gezondheid voor kinderen en adolescenten, van de initiatieven die gericht zijn op preventie en vroegtijdige opsporing in Vlaanderen, het Waalse Gewest en Brussel en van de in 2013 aangenomen ordonnantie die gericht is op het verlagen van de kosten voor geestelijke gezondheidszorg, doch is zeer bezorgd over het groeiende aantal kinderen met psychische problemen, zoals stress, en over de hoge prevalentie van zelfmoord bij kinderen.

33

Subdoel 3.4 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen voor ogen houdend, beveelt het Comité aan dat de Verdragsstaat:

c

bewustmakingsprogramma’s uitvoert, met inbegrip van campagnes om een positief beeld van de geestelijke gezondheidszorg te bevorderen en kinderen aan te moedigen om waar nodig psychologische ondersteuning te zoeken,

d

zorgt voor toegang tot psychologen, psychiaters en gespecialiseerde therapeuten, evenals tolken en interculturele bemiddelaars, voor vluchtelingen en migrantenkinderen, ook in opvangcentra.


BIJLAGEN

Gezondheid van adolescenten 34

H.

Verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 4 (2003) over de gezondheid en ontwikkeling van adolescenten in het kader van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en nr. 20 (2016) over de toepassing van de rechten van het kind tijdens de adolescentie, en rekening houdend met de subdoelen 3.5 en 2.2 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, beveelt het Comité aan dat de Verdragsstaat, zijn inspanningen ter voorkoming en bestrijding van obesitas en de incidentie van drugsmisbruik, met name cannabis, tabak en alcohol, bij kinderen en adolescenten versterkt.

ONDERWIJS, VRIJE TIJD EN CULTURELE ACTIVITEITEN (ART. 28, 29, 30 en 31)

Onderwijs, met inbegrip van beroepsopleiding en -begeleiding 38

Het Comité is ernstig bezorgd dat: (…) (d) pesten en geweld op school door zowel leeftijdsgenoten als leerkrachten alomtegenwoordig blijft.

39

Verwijzend naar subdoel 4.1 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen dringt het Comité er bij de Verdragsstaat, op aan: (…) (g) de maatregelen ter bestrijding van pesterijen, waaronder cyberpesten, te versterken die preventie, mechanismen voor vroegtijdige opsporing, empowerment van kinderen en beroepsbeoefenaars, interventieprotocollen en geharmoniseerde richtlijnen voor het verzamelen van casusgerelateerde gegevens omvatten.

89


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

7.3.2. Gezonde en Leefbare buurten

SLOTBESCHOUWINGEN VN-COMITÉ 2019

III. 5

G.

BELANGRIJKSTE AANDACHTSPUNTEN EN AANBEVELINGEN Het Comité beveelt de Verdragsstaat aan te verzekeren dat de rechten van kinderen in overeenstemming met het Verdrag en de Facultatieve Protocollen ervan, bij de uitvoering van de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling worden gerealiseerd. Het dringt er bij de Verdragsstaat ook op aan ervoor te zorgen dat kinderen op zinvolle wijze deelnemen aan het ontwerpen en uitvoeren van beleid en programma’s die gericht zijn op het bereiken van de 17 doelstellingen, voor zover deze betrekking hebben op kinderen.

HANDICAP, BASISGEZONDHEIDSZORG EN WELZIJN (ARTT. 6, 18 (3), 23, 24, 26, 27 (1)-(3) EN 33)

Gezonde leefomgeving en klimaatverandering

90

35

Het Comité stelt een hoog niveau van luchtverontreiniging vast in de Verdragsstaat, met name door het wegvervoer, en de negatieve gevolgen daarvan voor het klimaat en voor de gezondheid van kinderen, die bijdraagt tot een toename van astma en ademhalingsziekten, terwijl de precieze prevalentie ervan onbekend blijft. Het Comité haalt de subdoelen 3.9 en 13.5 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen aan en beveelt aan dat de Verdragsstaat:

a.

een evaluatie van de impact van luchtverontreiniging voor de gezondheid van kinderen en een studie naar de prevalentie van astma en ademhalingsziekten bij kinderen uitvoert als basis voor het ontwerpen van een goed onderbouwde strategie om de situatie te verhelpen en de maximale concentraties van luchtverontreinigende emissies, ook van het wegvervoer, te reguleren,

b.

een omvattend nationaal plan ontwikkelt voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen om gevaarlijke gevolgen voor het klimaat te voorkomen en er tegelijkertijd voor zorgt dat rekening wordt gehouden met de speciale kwetsbaarheden en behoeften van kinderen alsook met hun mening,

c.

de bewustmaking van kinderen op het gebied van milieu, gezondheid en klimaatverandering versterkt, met de actieve deelname van scholen.


BIJLAGEN

H.

ONDERWIJS, VRIJE TIJD EN CULTURELE ACTIVITEITEN (ART. 28, 29, 30 EN 31)

Rust, vrije tijd, recreatie en culturele en artistieke activiteiten 40

Verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 17 (2013) over het recht van het kind op rust, vrijetijdsbesteding, spel, recreatieve activiteiten, cultureel leven en kunst, beveelt het Comité aan dat de Verdragsstaat, zijn inspanningen opvoert om het recht van kinderen, met inbegrip van kinderen uit kansarme gezinnen, kinderen met een handicap, en vluchtelingenen migrantenkinderen, op rust en vrije tijd en voldoende tijd om te spelen en recreatieve activiteiten te ontplooien die veilig, toegankelijk, inclusief, bereikbaar met het openbaar vervoer, rookvrij en aangepast aan de leeftijd zijn, te waarborgen. Het Comité beveelt ook aan dat de Verdragsstaat de toegang tot aangelegde groenvoorzieningen en open ruimten voor kinderen in stand houdt en waarborgt.

7.3.3. Engagement aan de samenleving door vrijwillige inzet SLOTBESCHOUWINGEN VN-COMITÉ 2019

C. ALGEMENE BEGINSELEN (ARTT. 2, 3, 6 EN 12) Eerbied voor de mening van het kind 19

Overeenkomstig paragraaf 21 van zijn Algemene Commentaar nr. 12 (2009) over het recht van het kind om te worden gehoord, herinnert het Comité eraan dat artikel 12 geen leeftijdsgrens stelt aan het recht van het kind om zijn of haar mening te uiten, en ontmoedigt het de staten die partij zijn om in de wet of in praktijk leeftijdsgrenzen in te voeren die het recht van het kind om te worden gehoord in alle aangelegenheden die hem of haar betreffen, te beperken. Het Comité beveelt aan dat de Verdragsstaat:

a

de participatie van alle kinderen verbetert, met name door het afschaffen van leeftijdsgrenzen aan het recht van kinderen om hun mening te uiten over alle aangelegenheden die hen betreffen in de wetgeving, en door ervoor te zorgen dat aan hun mening het passend belang wordt gehecht, in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid,

b

ervoor zorgt dat kinderen op school en in migratiesituaties voldoende gelegenheid krijgen om hun mening te uiten en dat met deze mening rekening wordt gehouden,

c

kinderen, met name in kwetsbare situaties, blijft betrekken bij lokale openbare raadplegingen en zorgt voor de impact van de mening van kinderen op het lokale beleid.

91


VLAAMS JEUGD- EN KINDERRECHTEN BELEIDSPLAN 2020-2024

7.3.4. Vrijetijdsbesteding voor allen SLOTBESCHOUWINGEN VN-COMITÉ 2019

C.

ALGEMENE BEGINSELEN (ARTT. 2, 3, 6 EN 12)

Non-discriminatie 16

G.

Het Comité blijft bezorgd dat kinderen die in armoede leven en kinderen met een handicap nog steeds worden gediscrimineerd, met name wat betreft de toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en vrije tijd. Het is ook bezorgd over de vooroordelen, stereotypen en haat jegens kinderen met een migratieachtergrond, met name sinds de terroristische aanslagen in 2014 en 2016. Het Comité neemt nota van subdoel 10.3 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen en herhaalt zijn eerdere aanbeveling (CRC/C/BEL/CO/3-4, punt 32) en roept de Verdragsstaat op om een omvattende strategie goed te keuren en uit te voeren om alle vormen van discriminatie aan te pakken en zijn inspanningen ter bestrijding van radicalisering van kinderen en haatspraak te versterken, ook ten aanzien van kinderen in kwetsbare situaties.

HANDICAP, BASISGEZONDHEIDSZORG EN WELZIJN (ARTT. 6, 18 (3), 23, 24, 26, 27 (1)-(3) EN 33)

Kinderen met een handicap 30

Verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 9 (2006) over de rechten van kinderen met een handicap en eerdere aanbevelingen herhalend (CRC/C/BEL/CO/3-4, paragraaf 55) dringt het Comité erop aan dat de Verdragsstaat:

b

inclusief onderwijs voor alle kinderen met een handicap aanbiedt, onder meer door te zorgen voor een redelijke aanpassing van de schoolinfrastructuur en plaatsen voor sport en vrije tijd, schoolvervoer, opleiding en door het toewijzen van gespecialiseerde leerkrachten voor individuele ondersteuning en alle nodige aandacht voor de individuele behoeften van kinderen verzekert,

H.

ONDERWIJS, VRIJE TIJD EN CULTURELE ACTIVITEITEN (ART. 28, 29, 30 EN 31)

Rust, vrije tijd, recreatie en culturele en artistieke activiteiten 40

92

Verwijzend naar zijn Algemene Commentaar nr. 17 (2013) over het recht van het kind op rust, vrijetijdsbesteding, spel, recreatieve activiteiten, cultureel leven en kunst, beveelt het Comité aan dat de Verdragsstaat, zijn inspanningen opvoert om het recht van kinderen, met inbegrip van kinderen uit kansarme gezinnen, kinderen met een handicap, en vluchtelingenen migrantenkinderen, op rust en vrije tijd en voldoende tijd om te spelen en recreatieve activiteiten te ontplooien die veilig, toegankelijk, inclusief, bereikbaar met het openbaar vervoer, rookvrij en aangepast aan de leeftijd zijn, te waarborgen.


BIJLAGEN

7.3.5. Mediawijsheid SLOTBESCHOUWINGEN VN-COMITÉ 2019

C.

ALGEMENE BEGINSELEN (ARTT. 2, 3, 6 EN 12)

Non-discriminatie 16

H.

(…) en roept de Verdragsstaat op om een omvattende strategie goed te keuren en uit te voeren om alle vormen van discriminatie aan te pakken en zijn inspanningen ter bestrijding van radicalisering van kinderen en haatspraak te versterken, ook ten aanzien van kinderen in kwetsbare situaties.:

ONDERWIJS, VRIJE TIJD EN CULTURELE ACTIVITEITEN (ART. 28, 29, 30 en 31)

Onderwijs, met inbegrip van beroepsopleiding en -begeleiding 39

Verwijzend naar subdoel 4.1 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen dringt het Comité er bij de Verdragsstaat, op aan: (…) (g) de maatregelen ter bestrijding van pesterijen, waaronder cyberpesten, te versterken die preventie, mechanismen voor vroegtijdige opsporing, empowerment van kinderen en beroepsbeoefenaars, interventieprotocollen en geharmoniseerde richtlijnen voor het verzamelen van casusgerelateerde gegevens omvatten.

93


DEPARTEMENT CULTUUR, JEUGD EN MEDIA Arenbergstraat 9 1000 BRUSSEL www.vlaanderen.be/cjm


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
vlaams_jeugd_en_kinderrechtenbeleidsplan_2020_2024.pdf by Vlaanderen-be - Issuu