Skip to main content

dossier 2020-138.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/138

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/138

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 13 mei 2020 diende xxx een verzoek in bij het departement Omgeving, Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie (hierna: Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie) tot het verkrijgen van een afschrift van (onder meer) het onderzoek van het perceel gelegen te xxx en een afschrift van de vaststellingen op dit perceel. Bij mailbericht d.d. 29 mei 2020 weigerde de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie om de gevraagde afschriften te verlenen aan verzoeker. Bij mail van 2 juni 2020 diende verzoeker een beroepschrift in tegen voormelde beslissing van de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie. Het beroepschrift werd op 3 juni 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 13 mei 2020.

www.vlaanderen.be


De weigeringsbeslissing van de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie dateert van 29 mei 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 2 juni 2020 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

Op 2 juni 2020 diende verzoeker een beroepschrift in tegen de beslissing d.d. 29 mei 2020 van de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie, in zoverre deze een weigering bevatte tot het verlenen van een afschrift van het onderzoek van het perceel gelegen te xxx en een afschrift van de vaststellingen op dit perceel. Concreet ging het om twee bestuursdocumenten, zijnde een aanmaning en een proces-verbaal. Deze weigering werd door de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie gesteund op artikel II.36, §1, tweede lid, 3° van het Bestuursdecreet: “De door u gevraagde bestuursdocumenten werden uitsluitend voor

een strafvordering of een vordering van een administratieve sanctie opgesteld en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings te Gent. Dit dossier valt onder het geheim van het onderzoek.”

Verzoeker stelde beroep in tegen de weigering, en houdt daarbij voor dat het inroepen van artikel II.36, §1, tweede lid, 3° van het Bestuursdecreet (het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld) in dit

geval een oneigenlijke toepassing van deze uitzondering vormt: “De vaststelling van een mogelijke bouwovertreding staat niet gelijk met een vordering van een administratieve sanctie of zelfs strafvordering. Dat indien niet ingegaan wordt op de vaststelling dit kan leiden tot een administratieve sanctie of zelfs strafvordering, is mogelijk. Alleen is een vaststelling daartoe niet voldoende. Immers wanneer niet ingegaan wordt op de vaststelling, gebeurt een bijkomend onderzoek. (…) Met het niet ter inzage geven van deze vaststelling probeert men te verdoezelen dat er geen vaststelling is gebeurd.” 2. Toelichting door de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/138

pagina 2 van 6


De beroepsinstantie nam op 3 juni 2020 contact op met de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailbericht van 12 juni 2020 heeft de beroepsinstantie de betrokken documenten (aanmaning en proces-verbaal) ontvangen. In de toelichting aan de beroepsinstantie stelt de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie dat, wanneer er een onderzoek ter plaatse wordt gedaan, deze vaststellingen worden opgenomen in een proces-verbaal:

“In dit dossier is de politie ter plaatse geweest en heeft hieromtrent een proces-verbaal opgesteld. Hierop heeft onze afdeling een aanmaning verzonden aan de overtreder. Deze heeft ons laten weten een regularisatie aan te vragen. Deze 2 documenten werden met andere woorden speciaal opgesteld met het oog op strafvordering waardoor de gevraagde afschriften geweigerd dienden te worden. Het belang van de openbaarheid weegt in deze situatie niet op tegen het geheim van het onderzoek. Om deze reden werd de vraag dan ook geweigerd en hebben wij betrokkene doorverwezen naar het openbaar ministerie.” 3. Standpunt van de beroepsinstantie Betreffende de aanmaning

Op grond van artikel 6.2.3. §2 VCRO kunnen de verbalisanten ruimtelijke ordening, als ze bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen ertoe aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen. Het Bestuursdecreet maakt, wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieu-informatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieuinformatie moet verstaan worden. De gevraagde aanmaning moet volgens het oordeel van de beroepsinstantie beschouwd worden als een document dat milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11°, e) Bestuursdecreet bevat. Het gaat immers om een overtreding tegen de regelgeving inzake de ruimtelijke ordening, welke in beginsel milieu-gerelateerd is. Bijgevolg zou de relatieve uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet van toepassing kunnen zijn. Op grond van deze bepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden voor zover die betrekking heeft op milieu-informatie, indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl . 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/138

pagina 3 van 6


feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Evenwel vallen onder deze uitzonderingsgrond niet de bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, maar eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden. Bestuursdocumenten, die nuttig of bruikbaar voor het strafonderzoek zijn, maar niet uitsluitend met het oogmerk van de strafvordering zijn opgesteld, vallen bijgevolg niet onder het toepassingsgebied van de uitzonderingsgrond van artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet. De beroepsinstantie stelt vast dat de betrokken aanmaning aan de overtreder nog de mogelijkheid biedt om zich in regel te stellen, door ofwel over te gaan tot afbraak, ofwel een regularisatievergunning aan te vragen. Om die reden is deze aanmaning niet “uitsluitend” ten behoeve van de strafvordering opgesteld, en evenmin uitsluitend ten behoeve van de vordering van een administratieve sanctie. Bijgevolg is in dit geval artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet niet van toepassing. Voor bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie, maar eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden, dient in casu artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie bekeken te worden. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In de bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 20052006, nr. 51, 2511/001, 36). De beroepsinstantie is van oordeel dat een openbaarmaking van de informatie in de betrokken aanmaning van die aard is dat ze afbreuk zou doen aan de “opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten”, zeker nu de betrokken aanmaning, samen met het proces-verbaal (zie verder), werd overgemaakt aan de procureur des Konings te Gent. In de bestreden beslissing van 29 mei 2020 stelt de afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie, uitdrukkelijk het volgende: “De door u gevraagde bestuursdocumenten werden

uitsluitend voor een strafvordering of een vordering van een administratieve sanctie opgesteld en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings te Gent”.

Tevens is de beroepsinstantie van oordeel dat de belangenafweging waartoe bovenvermeld artikel verplicht, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van verzoeker leidt: de openbaarmaking mag maar ten koste van het beschermde belang worden bevolen als het belang van de openbaarmaking zwaarder weegt dan het beschermde belang, wat in casu naar het oordeel van de beroepsinstantie niet het geval is. Bijgevolg dient de betrokken aanmaning eveneens aan de openbaarmaking te worden onttrokken met toepassing van artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieuinformatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/138

pagina 4 van 6


Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van de betrokken aanmaning als ongegrond dient beschouwd te worden.

Betreffende het proces-verbaal (PV nr. xxx) Zoals gezegd, maakt het Bestuursdecreet, wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. Het gevraagde PV moet volgens het oordeel van de beroepsinstantie beschouwd worden als een document dat milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11°, e) Bestuursdecreet bevat. Het gaat immers om een overtreding tegen de regelgeving inzake de ruimtelijke ordening, welke in beginsel milieu-gerelateerd is. De beroepsinstantie is van oordeel dat het betrokken PV, op basis waarvan de aanmaning aan de verdachte werd verstuurd, en waarvan het origineel blijkens de informatie van de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie inmiddels werd overgemaakt aan de procureur des Konings te Gent, evenmin “uitsluitend” ten behoeve van de strafvordering of administratieve sanctie werd opgesteld. Immers, het feit alleen al dat de aanmaning gebaseerd was op het betrokken PV, bewijst dat het PV ook werd opgesteld in functie van een eventuele afbraak of regularisatie van het betrokken bouwmisdrijf, en bijgevolg niet “uitsluitend” werd opgesteld ten behoeve van de strafvordering of administratieve sanctie. Het gaat hier bijgevolg om een PV dat niet uitsluitend werd opgesteld ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie, maar eventueel wel tot een strafrechtelijke vervolging aanleiding kan geven. Derhalve is ook hier de onder vorig punt vermelde redenering van toepassing in verband met artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie, waarbij gesteld werd dat de openbaarmaking van de informatie (hier de informatie in het betrokken PV) van die aard is dat ze afbreuk zou doen aan de “opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten”, zeker nu het proces-verbaal, samen met de betrokken aanmaning (zie hoger), werd overgemaakt aan de procureur des Konings te Gent. In de bestreden beslissing van 29 mei 2020 stelt de afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie, uitdrukkelijk het volgende: “De door u gevraagde

bestuursdocumenten werden uitsluitend voor een strafvordering of een vordering van een administratieve sanctie opgesteld en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings te Gent”.

Tevens is de beroepsinstantie van oordeel dat de belangenafweging waartoe bovenvermeld artikel verplicht, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van verzoeker leidt: de openbaarmaking mag maar ten koste van het beschermde belang worden bevolen als het belang van de openbaarmaking zwaarder weegt dan het beschermde belang, wat in casu naar het oordeel van de beroepsinstantie niet het geval is. Bijgevolg dient het betrokken PV eveneens aan de openbaarmaking te worden onttrokken met toepassing van artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/138

pagina 5 van 6


Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van het betrokken PV als ongegrond dient beschouwd te worden. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroep d.d. 2 juni 2020 van xxx tegen de beslissing van de Afdeling Handhaving – Omgevingsinspectie d.d. 29 mei 2020 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 19 juni 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/138

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-138.pdf by Vlaanderen-be - Issuu