Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/233
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/233
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 12/08/2020 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Boechout tot het bekomen van een afschrift van een aantal documenten inzake het vastgestelde bouwmisdrijf betreffende het bijgebouw van xxx. Op 28/08/2020 bezorgde de gemeente de gevraagde documenten met weglating van alle persoonsgegevens. Op 01/09/2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze beslissing d.d. 28/08/2020 van de gemeente Boechout. Dit beroep werd geregistreerd op 02/09/2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 12 augustus 2020. De beslissing van de gemeente Boechout d.d. 28 augustus 2020 maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 1 september 2020 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
Bij haar mailbericht van 28 augustus 2020 bezorgde de gemeente Boechout de gevraagde documenten in bijlage en meldde dat om geen afbreuk te doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer deze documenten in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet werden geanonimiseerd. Dit is de bestreden beslissing.
2. Inhoud van het beroepschrift Vooreerst meent beroeper dat het antwoord van de gemeente Boechout onvolledig is aangezien de expliciet gevraagde bijlage 7 van het proces verbaal ontbrak bij de op 28/08/2020 ontvangen documenten. Verder kan beroeper moeilijk aannemen dat over het bouwmisdrijf geen enkel mailverkeer is geweest tussen de leden van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente en de betrokken ambtenaren. Ook daarvan vindt hij niets van terug in het ontvangen stukkenbundel wat vooral te wijten is aan het tweede en veel ernstiger probleem: het feit dat de bezorgde documenten werden geanonimiseerd. Beroeper is van oordeel dat de documenten veel drastischer zijn geanonimiseerd dan wettelijk is toegelaten aangezien elke naam in elk document is onherkenbaar gemaakt. Het gaat hier nochtans in veruit de meeste gevallen om ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap en de gemeente Boechout tijdens de uitoefening van hun ambt. Zo blijkt uit de mailadressen @boechout.be en @vlaanderen.be. Beroeper stelt dat hij in het kader van de bepalingen rond openbaarheid van bestuur recht heeft op die informatie. Het openbaar maken van die namen lijkt hem ook noodzakelijk om een correcte beoordeling van deze documenten mogelijk te maken.
3. Toelichting door de gemeente De beroepsinstantie heeft de gemeente Boechout gecontacteerd voor de nodige toelichting bij het openbaarheidsverzoek en om een afschrift van de gevraagde documenten te bekomen. Per mail van 16 september 2020 bezorgde de gemeente Boechout alle stukken aan de beroepsinstantie met de melding dat ook xxx al deze documenten, weliswaar geanonimiseerd, heeft ontvangen. Alle gevraagde documenten, dus ook bijlage 7 van het PV maakten deel uit van de documenten die op 28 augustus 2020 aan beroeper werden bezorgd. Wat het anonimiseren betreft steunt de gemeente Boechout haar beslissing tot beschermen van de gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken op artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/233
pagina 2 van 4
4. Standpunt van de beroepsinstantie Vooreerst stelt de beroepsinstantie vast dat pagina 4 van de geanonimiseerde stukkenbundel dat op 28 augustus 2020 aan beroeper werd bezorgd inderdaad bijlage 7 van het PV omvat. Rechts bovenaan pagina 4 staat immers de stempel van de lokale politie zone MINOS waarin duidelijk te lezen staat: BIJLAGE 7 aan P.V. xxx dd. 4/12/2019. Verder stelt de gemeente Boechout alle documenten over het bouwmisdrijf betreffende het bijgebouw van xxx zoals gevraagd in het oorspronkelijk verzoek van 12/08/2020 te hebben overgemaakt aan verzoeker. Inzake het eerste onderdeel van het beroep met betrekking tot de ontbrekende documenten stelt de beroepsinstantie dan ook vast dat het beroep ongegrond is. Wat het anonimiseren van de ontvangen documenten betreft, stelt de beroepsinstantie vast dat artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet de verplichting bevat om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu kon de beroepsinstantie vaststellen dat in de opgevraagde documenten vaak mailberichten zijn waarop de naam en de handtekening van de ambtenaar die het dossier heeft afgehandeld voorkomt. Dergelijke gegevens, ook al situeren deze zich in een professionele context, behoren tot diens persoonlijke levenssfeer. Deze persoonsgegevens van die natuurlijke persoon behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkene, werknemer bij de gemeente Boechout of de Vlaamse Gemeenschap. Het vrijgeven van deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die persoon. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is, na kennisname
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/233
pagina 3 van 4
van de opgevraagde documenten, van oordeel dat deze inderdaad concrete persoonsgegevens bevatten van een natuurlijk persoon, zijnde de naam en de handtekening van de betrokken werknemers die belast werden met de afhandeling van dit dossier en dat deze tot de persoonlijke levenssfeer van die personen behoren. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens (naam en handtekening van de werknemers) afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Het Bestuursdecreet voorziet eveneens dat de beroepsinstantie de betrokkene hiervoor contacteert, indien de bestuursinstantie het niet zelf heeft gedaan. Aangezien de gemeente Boechout meldt dat de vermelde ambtenaren niet wensen dat hun naam en handtekening openbaar worden gemaakt, blijkt dit niet het geval. De beroepsinstantie besluit bijgevolg dat de gemeente Boechout terecht de openbaarmaking van contactgegevens van de personen die vermeld worden in de opgevraagde documenten over het bouwmisdrijf van het bijgebouw van xxx geweigerd heeft in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Het beroep wordt bijgevolg, wat dit onderdeel betreft, ongegrond verklaard Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 01/09/2020 tegen de beslissing van 28/08/2020 van de gemeente Boechout tot het anonimiseren van de openbaar gemaakte documenten wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 2 oktober 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/233
pagina 4 van 4