Skip to main content

RHO-RHO-ADV-2122-002.pdf

Page 1

ADVIES RHO-RHO-ADV-2122-002

Waardevolle investering in uitgaande studentenmobiliteit, maar nood aan verdere reflectie Advies bij het voorontwerp van decreet over het Vlaamse internationale beurzenprogramma voor topstudenten

Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be

Wijs beleid door overleg


Advies op vraag van Jan Jambon, Minister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management op 21 september 2021 Uitgebracht door de Raad Hoger Onderwijs op 12 oktober 2021 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Internationale Tendensen Hogeronderwijsbeleid op 5 oktober 2021, onder voorzitterschap van Frederik De Decker Dossierbeheerder: Tine Degrande


Inhoud 1

Situering .......................................................................................................................................... 2

2

Hoofdlijnen van het voorontwerp van decreet.............................................................................. 2

3

Waardevolle investering ................................................................................................................. 3

4

Vraag naar betrokkenheid van (hoger)onderwijsveld .................................................................. 3

5

Bezorgdheden bij de grote lijnen van het programma ................................................................. 4

6

5.1

Nadruk op talentontwikkeling naast internationale profilering ........................................... 4

5.2

Positionering ten opzichte van andere beurzenprogramma’s............................................. 4

5.3

Waarborgen van democratisch karakter .............................................................................. 4

5.4

Inspiratie uit binnenlandse en buitenlandse voorbeelden .................................................. 5

Aanbevelingen bij modaliteiten ..................................................................................................... 5 6.1

Verbreding profiel van talentvolle studenten ....................................................................... 5

6.2

Zorgvuldige beoordeling kwaliteit opleidingen ..................................................................... 6

6.3

Objectieve en performante beoordelingsprocedure ............................................................ 7

6.3.1

Evenwichtig samengestelde jury ................................................................................... 7

6.3.2

Afgelijnde en geoperationaliseerde beoordelingscriteria ............................................ 7

6.3.3

Flexibele timing ............................................................................................................... 8

6.3.4

Transparantie.................................................................................................................. 8

6.3.5

Degelijke monitoring ...................................................................................................... 8

6.4

6.4.1

Zorgvuldige bepaling van de omvang van de beurs ..................................................... 8

6.4.2

Omschrijving en inbedding van flankerende activiteiten ............................................. 9

6.5 7

Welomschreven bepaling van omvang en besteding van de beurs .................................... 8

Voldoende omkadering .......................................................................................................... 9

Tot slot............................................................................................................................................. 9

1

vlor.be


1 Situering In het Regeerakkoord 2019-2024 en de Beleidsnota 2019-2024 voor Buitenlands Beleid en Ontwikkelingssamenwerking werd aangegeven dat er een nieuw programma zou worden opgezet, in afstemming met de VLIR, waarin jaarlijks de beste studenten hun academische carrière kunnen verlengen bij de beste universiteiten in de wereld. Zo kan Vlaanderen een netwerk opbouwen met de belangrijkste kenniscentra in de wereld en zich verder profileren als innovatieve topregio. De principes en contouren van het voorstel werden vormgegeven in een visienota ‘internationaal beurzenprogramma’, waaraan de Vlaamse Regering op 9 juli 2021 haar goedkeuring hechtte. Het juridisch kader voor de toekenning van die beurzen voor topstudenten werd daaropvolgend verder uitgetekend in een voorontwerp van decreet. De Vlor ontving bij dit voorontwerp van decreet een (spoed)adviesvraag van Jan Jambon, minister-president van de Vlaamse Regering die ook bevoegd is voor Buitenlandse Zaken. Hij vraagt de Vlor advies vooraleer de Vlaamse Regering het voorontwerp principieel heeft goedgekeurd. In dit advies baseert de Vlor zich in eerste instantie op de informatie uit het voorontwerp van decreet. Gezien de beknoptheid van het voorontwerp van decreet neemt de Vlor ook alle andere beschikbare informatie mee, met name deze uit: • het Regeerakkoord 2019-2024; • de Beleidsnota 2019-2024 voor Buitenlands Beleid en Ontwikkelingssamenwerking; • de Visienota ‘internationaal beurzenprogramma’; • en de toelichting bij het voorontwerp van decreet die – zoals voorgesteld in de adviesvraag – werd gegeven aan de Vlor.

2 Hoofdlijnen van het voorontwerp van decreet De Vlaamse Regering beoogt om, via het voorgestelde beurzenprogramma, een beurs toe te kennen aan uitzonderlijk talentvolle studenten om hun academisch traject in het buitenland verder te zetten. Het voorontwerp van decreet schetst de doelstellingen van het programma als volgt: • “voor topstudenten de financiële barrière wegnemen die een studie aan de beste onderwijsinstellingen in het buitenland zou kunnen belemmeren; • een internationaal netwerk van talentvolle Vlaamse studenten en alumni ontwikkelen in verschillende vakgebieden; • het imago van Vlaanderen in het buitenland verder versterken.” (p. 1) In het voorontwerp van decreet worden een aantal voorwaarden voor het toekennen van de beurs, samen met een aantal evaluatiecriteria, vastgelegd. Voor de evaluatie wordt de Vlaamse Regering bijgestaan door een onafhankelijke jury. Er wordt jaarlijks 2 miljoen euro voorzien voor een toekenning van de beurzen. De beurzen worden toegekend als tegemoetkoming in de kosten die aan een buitenlandse opleiding verbonden zijn. Het bedrag wordt bepaald in functie van de raming van de reële kosten voor onderwijs, huisvesting, levensonderhoud en verplaatsing. Dat impliceert dat de omvang van het bedrag afhangt van het kenniscentrum en het type opleiding.

2

vlor.be


Er wordt momenteel een Besluit van de Vlaamse Regering voorbereid, zodat de eerste beurzen kunnen worden toegekend vanaf het academiejaar 2022-2023. Het is voorzien dat het decreet in werking treedt op 1 januari 2022. Ondanks de verdere uitwerking van het voorstel in het voorontwerp van decreet, zijn er ook nog enkele aspecten die verder moeten worden bepaald door de Vlaamse Regering: • “de indiening van de aanvraag; • de beoordeling van de aanvraag; • de toekenning van de beurs; • het bedrag van de tegemoetkoming; • de uitbetaling; • de verantwoording en het toezicht op de aanwending van de tegemoetkoming.” (p. 2)

3 Waardevolle investering In het verleden heeft de Vlor al herhaaldelijk het belang van wereldwijde internationale studentenmobiliteit benadrukt.1 Hoewel internationalisering meer is dan mobiliteit alleen, blijft mobiliteit één van de belangrijkste pijlers van internationalisering. De Vlor is dan ook tevreden dat (uitgaande) mobiliteit mee wordt ondersteund en gestimuleerd via het voorgestelde beurzenprogramma voor talentvolle studenten. De Vlor erkent dat het beurzenprogramma tegemoetkomt aan een actuele nood in het hogeronderwijsveld. Er zijn wel degelijk talentvolle studenten in het Vlaamse hoger onderwijs die hun studie wensen verder te zetten aan kwaliteitsvolle hogeronderwijsinstellingen in het buitenland, maar worden geconfronteerd met de financiële drempels. We waarderen dan ook dat de Vlaamse Overheid bereid is om hierin substantieel te investeren en bevestigen dat een dergelijk programma de ontwikkeling van die studenten ten goede kan komen. Ondanks de waardering voor de investering in uitgaande mobiliteit van talentvolle studenten, formuleren we in dit advies onze: • bezorgdheden rond de grote lijnen van het programma (5.); • suggesties bij de verdere bepaling van de modaliteiten (6.). De Vlor bepleit ook een sterkere betrokkenheid van het hogeronderwijsveld bij de verdere uitwerking en implementatie van het programma (4.).

4 Vraag naar betrokkenheid van (hoger)onderwijsveld Het beurzenprogramma komt er op initiatief van het beleidsdomein Buitenlandse Zaken. Hoewel de Vlor het dan ook evident vindt dat het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken nauw betrokken is geweest bij de voorbereiding van het voorstel en ook mee zal instaan voor de verdere opvolging, betreurt hij ten zeerste dat het hogeronderwijsveld – in de brede zin van het woord – bij de voorbereiding van het voorstel tot nu toe niet werd geconsulteerd noch werd geïnformeerd. Een stevige inbedding in het hoger onderwijs dringt zich op, opdat het programma zou aansluiten bij de fundamentele principes en waarden van het Vlaamse hoger onderwijs en draagvlak zou vinden binnen het hogeronderwijsveld. Bovendien is het meer dan wenselijk dat de expertise en

1

Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs, 14 maart 2017.

3

vlor.be


ervaring in het hoger onderwijs gevalideerd wordt. De Vlor vraagt dan ook dat het Departement Onderwijs en Vorming, de koepelorganisaties, en de individuele instellingen hoger onderwijs, mee aan zet zijn bij het verder uittekenen van de modaliteiten van het beurzenprogramma. De Vlor is bereid om zijn rol hierin verder op te nemen en mee na te denken hierover (ook zie 6.).

5 Bezorgdheden bij de grote lijnen van het programma 5.1 Nadruk op talentontwikkeling naast internationale profilering De Vlor begrijpt de beleidsambitie om de studenten die de beurzen krijgen toegewezen, mee het ambassadeurschap voor Vlaanderen te laten opnemen. Net zoals bij bestaande beurzenprogramma’s voor uitgaande mobiliteit, draagt ook dit programma bij tot verdere internationale profilering van Vlaanderen en het uitbouwen van een internationaal netwerk. Daarnaast vraagt de Vlor echter ook dat het programma voldoende onderwijsgericht is. De verdere ontwikkeling van de talenten van topstudenten aan Vlaamse hogeronderwijsinstellingen, via een verderzetting van de studie aan een buitenlandse instelling, zou centraal moeten staan.

5.2 Positionering ten opzichte van andere beurzenprogramma’s De Vlor vindt het belangrijk dat de verhouding en de complementariteit van het programma ten opzichte van bestaande beurzenprogramma’s wordt bekeken en hiermee duidelijk wordt gealigneerd. Naast beurzenprogramma’s die vanuit het buitenland worden georganiseerd, bestaan er ook Vlaamse beurzenprogramma’s voor uitgaande studentenmobiliteit.2 Het is dan ook cruciaal dat de situering van dit programma in het geheel van beurzenprogramma’s helder is. Bovendien stellen we vast dat, wanneer het voorgestelde beurzenprogramma wordt gesitueerd ten opzichte van dit geheel aan Vlaamse programma’s, er voor dit nieuwe programma verhoudingsgewijs bijzonder veel middelen worden uitgetrokken. We stellen ons hier vragen bij en benadrukken dat er ook voldoende ruimte en middelen moeten zijn om te voldoen aan andere internationaliseringsnoden. Daarnaast wordt er momenteel, op initiatief van de minister van Onderwijs, gewerkt aan de voorbereiding van een nieuwe, brede internationaliseringsstrategie hoger onderwijs.3 De Vlor vindt het belangrijk dat het beurzenprogramma voor topstudenten wordt ingebed in het geheel van toekomstige Vlaamse internationaliseringsinitiatieven voor het hoger onderwijs en hierin ook als troef naar voren wordt geschoven. Het beurzenprogramma moet aansluiting vinden bij de uitbouw van die Vlaamse internationaliseringsstrategie hoger onderwijs en de principes die hierin naar voren worden geschoven, en mag dus geen op zich staand initiatief zijn.

5.3 Waarborgen van democratisch karakter Het beurzenprogramma ambieert om voor zogenaamde ‘topstudenten’ maximaal de toegang tot de beste kennisinstellingen wereldwijd te ontsluiten. De Vlor stelt echter voorop dat het beurzenprogramma toegankelijk moet zijn voor de hele diversiteit aan talentvolle studenten die

2 3

Voor meer informatie over o.a. deze programma’s, zie Students on the move. Die strategie komt er mede naar aanleiding van het Vlor-advies uit 2017. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs, 14 maart 2017.

4

vlor.be


momenteel participeert in het hoger onderwijs, en niet enkel voor studenten met een hoge sociaaleconomische status. De Vlor heeft immers een lange traditie in het streven naar een sterkere democratisering in het hoger onderwijs. De democratisering van het hoger onderwijs zal pas geslaagd zijn als alle drempels die kansengroepen ervaren bij de instroom, doorstroom en uitstroom weggewerkt zijn en als aan alle studenten, inclusief studenten uit kansengroepen, volwaardige en kwalitatief hoogstaande diploma’s worden uitgereikt.4 Deze aandacht voor democratische principes is uiteraard ook nodig in het kader van internationale (studenten)mobiliteit.5 Tegen die achtergrond vragen we dan ook dat er een deontologisch kader wordt uitgewerkt om het democratisch karakter van het programma te waarborgen. De diversiteitsdoelstellingen van bestaande Vlaamse mobiliteitsprogramma’s die focussen op creditmobiliteit kunnen hierbij inspiratie bieden.6

5.4 Inspiratie uit binnenlandse en buitenlandse voorbeelden Daarnaast bestaan er al diverse beurzenprogramma’s voor talentvolle studenten in het binnenland (zoals de Belgian American Educational Foundation) en buitenland (zoals Humboldt, Fulbright, etc.). De Vlor vraagt om de gangbare en algemeen aanvaarde praktijken (inclusief die m.b.t. het waarborgen van diversiteit) in die programma’s als inspiratie te nemen voor verder uitwerken van de modaliteiten van het Vlaamse beurzenprogramma.

6 Aanbevelingen bij modaliteiten De Vlor stelt vast dat er heel wat zaken nog verder moeten worden uitgewerkt en bepaald. In dit onderdeel van het advies formuleert hij aanbevelingen bij het verder bepalen van de modaliteiten.

6.1 Verbreding profiel van talentvolle studenten Het beurzenprogramma richt zich op ‘uitzonderlijk talentvolle studenten’ (p. 2). Verderop in het voorontwerp van decreet worden er verschillende voorwaarden voor de aanvragers uitgetekend. Hieronder maken we enkele kanttekeningen bij bepaalde van die voorwaarden: •

Nog niet eerder een beurs op basis van het decreet ontvangen: Hoewel de Vlor die voorwaarde onderschrijft, wijst hij er ook op dat een cumulatie van verschillende beurzen voor eenzelfde buitenlandse studie niet wenselijk is. Zo’n dubbele financiering kan bijvoorbeeld worden vermeden via een verklaring op eer van elke aanvrager. Dit neemt niet weg dat de aanvrager wel al eerdere mobiliteitsbeurzen kan hebben ontvangen, binnen andere programma’s.

•

Enkel voor masters die hun diploma uiterlijk drie jaar geleden hebben behaald: De Vlor wijst er op dat er naast de masteropleidingen aan de Vlaamse universiteiten, ook masteropleidingen worden georganiseerd aan bepaalde hogescholen (bijvoorbeeld kunstopleidingen en opleidingen in de Hogere Zeevaartschool). Daarnaast vraagt de Vlor dat het beurzenprogramma zich niet enkel richt op excellerende studenten in de masteropleidingen, maar ook in de professionele en academische bacheloropleidingen. Ook

Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Uitdagingen en kansen voor een toekomstgericht hoger onderwijs, 11 juni 2019, p. 17. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over een internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs, 14 maart 2017. 6 Zie Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel II.352 en artikel II.353. 4 5

5

vlor.be


in de bacheloropleidingen zijn er ongetwijfeld excellerende studenten met interesse in een buitenlandse masteropleiding. Voor sommige bacheloropleidingen worden er in het buitenland zelfs unieke masteropleidingen aangeboden die in Vlaanderen niet bestaan. Tot slot merkt de Vlor op dat het programma, omwille van de tijdsbeperking na het behalen van het diploma, niet in lijn is met het principe van levenslang leren dat steeds meer aan belang wint in de huidige samenleving en ook in het hoger onderwijs.7 •

Enkel voor studenten met een uitstekende kennis van het Nederlands: De Vlor benadrukt dat het gebruik van een dergelijk taalcriterium niet gangbaar is in Vlaamse mobiliteitsprogramma’s.8 Deze programma’s zijn toegankelijk voor alle ingeschrevenen aan een Vlaamse hogeronderwijsinstelling. Ook voor dit nieuwe beurzenprogramma is het taalcriterium volgens de Vlor niet relevant. Er zijn bovendien ook bijzonder getalenteerde studenten die anderstalige opleidingen (vooral Engelstalige) in Vlaanderen volgen en de Nederlandse taal niet beheersen. De Vlor vraagt dan ook met aandrang om het voorgestelde beurzenprogramma breder open te stellen, met name voor alle kandidaat-studenten die een diploma hebben behaald aan een Vlaamse hogeronderwijsinstelling. Dat de ‘return on investment’ hierbij moet worden bewaakt, daar heeft de Vlor alle begrip voor. Daarom stelt de Vlor voor om – net zoals bij Vlaamse studietoelagen – bepaalde domicilie-voorwaarden toe te voegen, om zo te vermijden dat buitenlandse studenten die tijdelijk in Vlaanderen hebben gestudeerd onbeperkt kunnen kandideren voor het beurzenprogramma.9

De gevraagde verbreding van het programma impliceert dat de hierboven genoemde profielen (bijvoorbeeld bachelorstudenten die een masteropleiding in het buitenland willen volgen, masterstudenten uit kunstopleidingen en opleidingen in de Hogere Zeevaartschool, studenten die geen Nederlands spreken maar wel ingeschreven zijn aan een Vlaamse hogeronderwijsinstelling) ook een aanvraag kunnen indienen voor het beurzenprogramma. De bijhorende voorwaarde is overigens wel dat de beoordelingsprocedure (inclusief de samenstelling van de jury) afgestemd is op die diversiteit.

6.2 Zorgvuldige beoordeling kwaliteit opleidingen Een zorgvuldige beoordeling van de kwaliteit van de opleidingen is cruciaal. Hierbij wenst de Vlor te benadrukken dat er, naast opleidingen in de alomgekende onderwijsinstellingen in de VS en het VK, ook ruimte moet zijn om aanvragen in te dienen voor kwaliteitsvolle (en mogelijks minder vanzelfsprekende) opleidingen aan andere (tevens minder vanzelfsprekende) kennisinstellingen. Daarnaast moet het programma, net zoals de visienota aangeeft, maximaal toegankelijk zijn vanuit een brede waaier aan vakgebieden uit het hoger onderwijs ‘zowel uit de exacte als de humane wetenschappen, maar even goed uit audiovisuele, beeldende, muziek- en podiumkunsten’ (p. 2). De Vlor merkt op dat er ook nog andere domeinen zijn die onvoldoende worden gevat door bovenstaande formulering, zoals bijvoorbeeld de biomedische wetenschappen.

Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Drempels wegwerken voor het levenslang leren in het hoger onderwijs. Advies voor het Vlaams actieplan levenslang leren. 9 maart 2021. 8 Ook in het verleden heeft de Vlor al gewezen op de belemmeringen die een te strikte taalregelgeving met zich meebrengt. Zie Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies taalbeleid in het Vlaamse hoger onderwijs, 14 februari 2017; Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Advies over de implementatieproblemen van de taalregeling hoger onderwijs, 29 januari 2015. 9 Ook bij Vlaamse studietoelagen worden er domicilie-voorwaarden opgelegd, zie: Kom ik in aanmerking? 7

6

vlor.be


Om te bepalen voor welke opleidingen er een beurs kan worden aangevraagd, zou er volgens de visienota een ‘exhaustieve, multidisciplinaire en dynamische lijst’ (p. 4) aan kwalitatieve opleidingen in buitenlandse onderwijsinstellingen worden opgesteld door het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken. De Vlor benadrukt dat hij het absoluut niet haalbaar acht om een dergelijke lijst van opleidingen aan te leggen, zelfs niet in samenwerking met het hogeronderwijsveld. Er zijn wereldwijd te veel opleidingen in te veel domeinen, waardoor het onmogelijk is om exhaustiviteit na te streven. Bovendien kan het nastreven van exhaustiviteit per definitie niet samengaan met het beoogde dynamische karakter van de lijst. We stellen ons ook ernstige vragen bij de wenselijkheid van een dergelijke lijst. In hoeverre is het, bijvoorbeeld vanuit ethisch oogpunt, verantwoord om opleidingen onderling te rangschikken? En zetten we op die manier niet de deur open voor andere landen om ook de Vlaamse opleidingen onderling te rangschikken? De Vlor vraagt wel om de criteria en de procedure op basis waarvan de kwaliteitsbeoordeling van opleidingen gebeurt, te expliciteren in het voorontwerp van decreet. Voor de Vlor moeten de opleidingen waarvan de kwaliteit via accreditatie werd erkend, in aanmerking komen voor het beurzenprogramma. Voor de niet-geaccrediteerde opleidingen zou de jury, op basis van hun expertise en ervaring en door middel van vooraf vastgelegde criteria, kunnen beoordelen of de beoogde opleiding voor de kandidaat in kwestie in aanmerking komt voor het beurzenprogramma.

6.3 Objectieve en performante beoordelingsprocedure 6.3.1 Evenwichtig samengestelde jury De Vlor vraagt dat de diversiteit in aanvragers die wordt beoogd, ook wordt weerspiegeld in de samenstelling van de jury. Idealiter gaat het om juryleden uit verschillende disciplines en vakgebieden, en met diverse socio-economische achtergronden. Hoewel we ons kunnen vinden in het beoogde profiel van de ‘captains of society’ – die naast hun maatschappelijke rol zelf al buitenlandse ervaring hebben opgedaan, vragen we dat minstens bepaalde juryleden voeling hebben met het hoger onderwijs. Het gaat dan om ervaring en expertise op academisch vlak, alsook met de professionele opleidingen in het hoger onderwijs.

6.3.2 Afgelijnde en geoperationaliseerde beoordelingscriteria Of de aanvragers ‘uitzonderlijk talentvol’ zijn, zal volgens het voorontwerp van decreet worden beoordeeld aan de hand van de academische excellentie van de kandidaten, hun leiderschapspotentieel en maatschappelijke verantwoordelijkheidszin, en de mate waarin hun drijfveren passen binnen de doelstellingen van het beurzenprogramma. De Vlor merkt hierbij op dat het van belang is om deze beoordelingscriteria op voorhand goed afgelijnd te omschrijven en voldoende te operationaliseren. Het is immers niet evident om de criteria die naar voren worden geschoven objectief aantoonbaar te evalueren. Ook de weging van de verschillende beoordelingscriteria moet op voorhand worden bepaald en gecommuniceerd naar de aanvragers. Wat de genoemde criteria betreft, wijst de Vlor er op dat het criterium leiderschapspotentieel slechts één aspect is van de maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. De Vlor is vragende partij om de maatschappelijke verantwoordelijkheidszin van de kandidaten eerder in al zijn facetten mee te nemen. Daarnaast benadrukt de Vlor ook het belang van multidisciplinariteit. Hoewel dit aspect volgens de visienota al tot ‘het DNA van het programma’ behoort (p. 2), zou het ook een invulling

7

vlor.be


kunnen krijgen in de beoordeling van de expertise en de curriculaire en extra-curriculaire ervaringen van de kandidaten. Tot slot vraagt de Vlor ook dat de selectie van de potentiële kandidaten de socio-economische diversiteit voldoende weerspiegelt.

6.3.3 Flexibele timing Het is de bedoeling om aan de hand van het beurzenprogramma de studie in het hoger onderwijs met één jaar te kunnen verlengen. De Vlor vraagt om duidelijkheid te scheppen in de duurtijd en af te lijnen welke duurtijden van opleidingen al dan niet in aanmerking komen (bijvoorbeeld: ‘graduate studies’ die een geheel vormen van een master- en doctoraatsopleiding). Tegelijk is de Vlor ook vragende partij om de duurtijd van de beurzen niet te strak vast te leggen, zodat die kan worden gealigneerd met de internationaal gangbare duurtijden van masterprogramma’s, die niet steeds exact één jaar duren maar soms ook twee of drie jaar.

6.3.4 Transparantie De Vlor kan het belang van transparante beoordelingsprocedures niet genoeg benadrukken. Toekomstige kandidaten moeten weten of ze al dan niet in aanmerking komen voor het beurzenprogramma, en zo ja, waarop ze moeten letten bij het voorbereiden van hun aanvraag. De Vlor vraagt ook transparantie over de criteria voor kwaliteitsbeoordeling van opleidingen, over de rol van de jury, en over de omschrijving, operationalisering en weging van de beoordelingscriteria van kandidaten. Het is ook belangrijk dat er na afloop van alle aanvragen een vorm van systematische feedback wordt ingebouwd. Dit is nuttig voor de aanvragers zelf, maar ook voor de instellingen hoger onderwijs zodat ze na verloop van tijd expertise kunnen opbouwen rond het stellen van kandidaturen en het begeleiden van kandidaat-studenten hierbij. Tot slot vraagt de Vlor ook om zorgvuldig een prestigieuze en klinkende naam voor het beurzenprogramma te kiezen. Dit draagt niet alleen bij tot de profilering van het programma, maar ook tot heldere en transparante communicatie.

6.3.5 Degelijke monitoring Zodra het beurzenprogramma wordt ingevoerd, is het nodig dat er een degelijke monitoring wordt opgezet. Op basis van de opvolging van het effect van het beurzenprogramma kunnen de diverse aspecten van de beoordelingsprocedure na verloop van tijd worden bijgestuurd. De Vlor wijst er in het bijzonder op dat het van belang is om zicht te krijgen op de profielen van de studenten die uiteindelijk een beurs ontvangen.

6.4 Welomschreven bepaling van omvang en besteding van de beurs 6.4.1 Zorgvuldige bepaling van de omvang van de beurs Het voorontwerp van decreet vermeldt dat de beurs wordt toegekend als tegemoetkoming in de kosten die aan een buitenlandse opleiding verbonden zijn. Het bedrag ‘wordt bepaald in functie van de raming van de reële kosten voor onderwijs, huisvesting, levensonderhoud en verplaatsing’ (p. 2).

8

vlor.be


De Vlor maakt hierbij de kanttekening dat het erg ambitieus is om de volledige kosten, dus zowel de studiekosten als de leefkosten10, te willen dekken. Dit is niet alleen vrij ongebruikelijk bij beurzenprogramma’s, het is vooral ook niet vanzelfsprekend voor kandidaat-studenten om op voorhand die kost ten volle in te schatten. Anderzijds wijst de Vlor er – gezien zijn eerdere pleidooi voor democratisering – ook op dat het beurzenprogramma op financieel vlak maximaal toegankelijk moet zijn voor alle kandidaten, en dus zeker ook voor kandidaten die bepaalde kosten (zoals bijvoorbeeld de leefkosten) zelf moeilijker kunnen dragen. Desgevallend kan er op het vlak van leefkosten een gedifferentieerd beleid worden vormgegeven.

6.4.2 Omschrijving en inbedding van flankerende activiteiten De Vlor vraagt dat de flankerende activiteiten tijdens het studieverblijf voldoende helder worden omschreven. Het zou goed zijn om het vooropgestelde ambassadeurschap in te bedden in bestaande netwerkingsinitiatieven. Hierbij denkt de Vlor bijvoorbeeld aan wereldwijde alumninetwerken, diplomatieke netwerken via het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken, etc. Op die manier worden er mechanismen ingebouwd om de ‘return on investment’ van het programma te verzekeren, zodat Vlaanderen wel degelijk op termijn de vruchten kan plukken van de gedane investeringen. Bovendien kunnen zo alle studenten uit de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen die voor (het verderzetten van) hun studie in het buitenland verblijven, ook diegenen die niet onder het nieuwe beurzenprogramma vallen, bijdragen tot de verdere uitbouw van een breed en sterk internationaal netwerk en het ambassadeurschap mee opnemen.

6.5 Voldoende omkadering In de nota aan de Vlaamse Regering wordt aangegeven dat het voorstel geen weerslag heeft op het personeelsbestand of de personeelsbudgetten. Nochtans zal de verdere uitwerking van het programma heel wat ondersteuning vragen. In dit opzicht vraagt de Vlor dat er voldoende omkadering wordt voorzien en dat de werklast van het overheidspersoneel wordt bewaakt.

7 Tot slot Hoewel de Vlor de voorziene middelen vanuit het beleidsdomein Buitenlandse Zaken voor een beurzenprogramma voor uitgaande studentenmobiliteit van talentvolle studenten verwelkomt, is er nood aan verdere reflectie. Er moeten nog heel wat modaliteiten verder worden uitgetekend vooraleer het programma in werking kan treden. Bestaande beurzenprogramma’s voor talentvolle studenten kunnen hierbij inspiratie bieden. Bovendien is er nood aan een brede communicatie en bekendmaking van het beurzenprogramma bij potentiële kandidaten, en aan sensibilisering over het belang van een goede voorbereiding. In het bijzonder met het oog op een diverse groep aan kandidaat-aanvragers is het belangrijk om het programma niet overhaast in te voeren.

10

Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Bouwstenen voor een betaalbaar hoger onderwijs. Advies naar aanleiding van de resultaten van de studiekostenmonitor hoger onderwijs, 11 mei 2021

9

vlor.be


Vanuit de Vlor wordt de aandacht voor talentontwikkeling naast internationale profilering en de versterking van het democratisch karakter van het programma naar voren geschoven. De verdere positionering van het programma ten opzichte van bestaande beurzenprogramma’s, en de stevige inbedding ervan in de Vlaamse internationaliseringsstrategie van het hoger onderwijs, moet gebeuren samen met het hogeronderwijsveld. De Vlor is bereid om zijn rol hierin te spelen en mee te reflecteren over de verdere uitwerking van het beurzenprogramma.

10

vlor.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
RHO-RHO-ADV-2122-002.pdf by Vlaanderen-be - Issuu