Rapport over de verkennende bezoeken aan onderwijsinternaten Februari 2020
ONDERWIJSINSPECTIE
COLOFON Samenstelling Onderwijsinspectie Verantwoordelijke uitgever Lieven Viaene, inspecteur-generaal Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Wettelijk depot D/2020/3241/014 Copyright © Niets uit deze publicatie mag worden gekopieerd of op een andere wijze worden verspreid zonder bronvermelding.
Rapport over de verkennende bezoeken aan onderwijsinternaten
Inhoud I.
II.
III.
ONDERZOEKSMETHODIEK ............................................................................................................................ 5 Opdracht
5
Onderzoeksvragen
5
Steekproef
5
Scenario van de verkennende bezoeken
6
Registratie en verwerking van de verzamelde informatie
8
Context- en inputgegevens
8
Gegevens over de kwaliteitsverwachtingen en de kwaliteitsbeelden
8
CONTEXT- EN INPUTKENMERKEN VAN DE BEZOCHTE INTERNATEN .......................................................... 11 Gender, leeftijdsgroepen, internen met specifieke noden
11
Samenwerking met een school of met verschillende scholen
12
Financiering bijkomend personeel
13
Keuken
13
Slaapinfrastructuur
14
Organisatie van de leefgroepen
17
Aanwezigheid opvoeders in de nacht
18
HOE GEVEN DE BEZOCHTE INTERNATEN IN HUN HUIDIGE WERKING INVULLING AAN DE KWALITEITSVERWACHTINGEN VAN HET RIK? ............................................................................................. 19 Enkele globale vaststellingen
19
Analyse per kwaliteitsverwachting.
20
Kwaliteitsverwachting 1 – Het internaat streeft naar resultaten op het vlak van de persoonlijke en sociale ontwikkeling en de studievoortgang. 21 Kwaliteitsverwachting 2 – Het internaat streeft bij alle internen en medewerkers naar welbevinden, betrokkenheid en tevredenheid, naar tevredenheid en betrokkenheid van ouders, en tevredenheid van andere relevante partners. 23 Kwaliteitsverwachting 3 – Het internaat waarborgt de toegang tot de internaatswerking voor elk kind of jongere. 25 Kwaliteitsverwachting 4 – Het internaatsteam draagt bij tot het realiseren van kinderrechten.
27
Kwaliteitsverwachting 5 – Het internaatsteam stelt doelen en draagt daarmee bij aan de totale ontwikkeling van elke intern rekening houdend met context- en inputkenmerken. 30 Kwaliteitsverwachting 6 – Het internaatsteam realiseert een breed en harmonisch aanbod dat betekenisvol is. 32 Kwaliteitsverwachting 7 – Het internaatsteam en de internen creëren samen een positief en stimulerend internaats- en groepsklimaat, waar diversiteit gewaardeerd wordt. 34 Kwaliteitsverwachting 8 – Het internaatsteam biedt veiligheid en beschermt kinderen/jongeren. Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
36
Kwaliteitsverwachting 9 – Het internaatsteam ondersteunt de ouderlijke zorg of vult de ouderlijke zorg aan. 38 Kwaliteitsverwachting 10 – De fysieke leefomgeving van het internaat is toegankelijk, veilig, hygiënisch, gezond en passend voor de doelgroep. 40 Kwaliteitsverwachting 11 – Het internaatsteam draagt bij tot de persoonlijke, sociale, emotionele, ethische en fysieke ontwikkeling van de internen. 43 Kwaliteitsverwachting 12 – Het internaatsteam geeft studie- en/of leerbegeleiding aangepast aan de doelgroep en aan het individuele kind/de individuele jongere. 45 Kwaliteitsverwachting 13 – Het internaatsteam biedt alle internen een passende begeleiding.
48
Kwaliteitsverwachting 14 – Het internaatsteam overlegt met de internen, de ouders, de school en andere relevante partners en stuurt het begeleidingsproces bij op basis van feedback. 51 Kwaliteitsverwachting 15 – Het internaat ontwikkelt en voert een gedragen, geïntegreerd en samenhangend beleid rekening houdend met het pedagogisch project. 53 Kwaliteitsverwachting 16 – Het internaat stuurt de internaatswerking aan op vlak van cultuur, structuur, participatie en responsiviteit. 55 Kwaliteitsverwachting 17 – Het internaat bouwt doelgericht samenwerkingsverbanden uit en communiceert transparant over zijn werking. 57 Kwaliteitsverwachting 18 – Het internaat onderzoekt en ontwikkelt op systematische wijze de kwaliteit van zijn werking. 59 Kwaliteitsverwachting 19 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend personeelsbeleid dat integraal en samenhangend is. 61 Kwaliteitsverwachting 20 – Het internaat ontwikkelt en voert professionaliseringsbeleid en heeft hierbij specifieke aandacht internaatsmedewerkers en voor veranderingen op vlak van context en input.
een voor
doeltreffend beginnende 63
Kwaliteitsverwachting 21 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend financieel en materieel beleid. 66 Kwaliteitsverwachting 22 – Het internaat ontwikkelt en voert een transparant kostenbeleid.
68
Kwaliteitsverwachting 23 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend beleid met het oog op de fysieke en mentale veiligheid van de woon- en leefomgeving. 70
IV.
EN NU …? .................................................................................................................................................... 72
V.
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................ 73
Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
I.
ONDERZOEKSMETHODIEK
OPDRACHT In april, mei en juni 2019 bezocht de onderwijsinspectie, in opdracht van mevrouw Crevits, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, 28 onderwijsinternaten verspreid over Vlaanderen. Deze bezoeken pasten in de uitrol van het referentiekader voor internaatskwaliteit (RiK) dat op 23 oktober 2018 aan het werkveld werd voorgesteld (zie bijlage 1). Het RiK beschrijft de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van internaten en verzamelt factoren die het bereiken van deze verwachtingen positief beïnvloeden. Het RiK is ook een leidraad voor het nemen van overheidsengagementen zodat internaten de maatschappelijke verwachtingen uit dit referentiekader kunnen realiseren. Dit kan onder meer via het uitwerken van een aangepast regelgevend kader. Tijdens de bezoeken ging de onderwijsinspectie na hoe de internaten in hun huidige werking invulling geven aan het RiK. De bezoeken waren louter verkennend en stimulerend van aard. De kwaliteitsverwachtingen en kwaliteitsbeelden van het RiK vormden het uitgangspunt voor de dialoog met de internaten.
ONDERZOEKSVRAGEN Volgende onderzoeksvragen stonden centraal: Welke context- en inputverschillen zijn er tussen de internaten? Hoeveel bezochte internaten hebben nu al aandacht voor de kwaliteitsverwachtingen van het RiK? Wat doen internaten nu al om aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoet te komen? Welke factoren hebben een positieve of negatieve manier invloed op het tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen?
STEEKPROEF Alle 153 Vlaamse onderwijsinternaten ontvingen een uitnodiging om zich als kandidaat op te geven voor een verkennend bezoek door de onderwijsinspectie. Met het oog op een evenwichtige steekproef werden 31 internaten geselecteerd uit de lijst van 67 kandidaten. Hierbij was er ruime aandacht om internaten met uiteenlopende kenmerken te selecteren. Figuur 1 toont aan dat zowel de populatie, de samenwerking met een of meerdere scholen, de geografische spreiding in Vlaanderen als de verdeling over de verschillende onderwijsverstrekkers selectiecriteria waren. Er vonden effectief 28 verkennende bezoeken plaats. In de praktijk profileren sommige internaten met verschillende vestigingsplaatsen zich als één internaat terwijl ze administratief over twee of meer instellingsnummers beschikken. Hierdoor werd in enkele gevallen de werking van twee — [5]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
of drie internaten in één bezoek gevat. De resultaten in dit rapport hebben dan ook betrekking op 34 internaten die elk een instellingsnummer hebben. Selectie van internaten – spreiding over de verschillende onderwijsverstrekkers GO!
9
Koninklijk Werk Ibis
1
Provinciaal onderwijs
1
Stedelijk onderwijs
1
Vrij onderwijs
16
Selectie van internaten – spreiding per provincie Antwerpen
4
Limburg
5
Oost-Vlaanderen
6
Vlaams-Brabant
5
West-Vlaanderen
8
Selectie van internaten – spreiding per onderwijsniveau – inclusieve of specifieke setting Internaten met internen uit kleuter-, lager en secundair onderwijs Internaten met internen uit lager en secundair onderwijs
5 12
Internaten met enkel internen uit secundair onderwijs
7
Internaten met internen uit secundair en hoger onderwijs
1
Internaten met internen uit buitengewoon en gewoon onderwijs, verspreid over verschillende onderwijsniveaus
9
Internaten met uitsluitend internen uit buitengewoon basisonderwijs
1
Internaten met uitsluitend internen uit buitengewoon basis- en secundair onderwijs
2
Selectie van internaten – spreiding volgens gender Zowel jongens als meisjes
25
Uitsluitend meisjes-internen
1
Uitsluitend jongens-internen
2
Selectie van internaten – spreiding volgens aantal scholen waarmee internaat samenwerkt 1 school
6
2 tot 5 scholen
9
5 tot 10 scholen
8
Meer dan 10 scholen
5
Figuur 1: Bezochte internaten op basis van context en inputkenmerken - op basis van de informatie die de internaten verstrekken op hun website of op basis van telefonisch verstrekte informatie - deze informatie kan verschillen met de vastgestelde realiteit tijdens de verkennende bezoeken.
SCENARIO VAN DE VERKENNENDE BEZOEKEN Het verkennend bezoek bestond uit negen onderdelen. Figuur 2 geeft een schematisch overzicht van het gebruikte scenario. Elk verkennend bezoek begon met een kennismaking met het beleidsteam en met de organisatie. Om de werking van het internaat zo weinig mogelijk te verstoren, kon het internaat zelf bepalen in welke volgorde de andere onderdelen aan bod kwamen. Om de gesprekken te — [6]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
structureren konden de onderwijsinspecteurs naar eigen inzichten en aanvoelen enkele methodieken aanwenden. In de gesprekken kwamen op voorhand vastgelegde topics aan bod. Elk topic is gelinkt aan een bepaald onderdeel van het RiK. Gespreid over de verschillende gesprekken kwamen alle kwaliteitsverwachtingen aan bod. De door het internaat aangereikte documenten illustreerden de werking. Het stimulerend karakter van de verkennende bezoeken is vooral terug te vinden in het feit dat de onderwijsinspectie voor het eerst sinds het bestaan van onderwijsinternaten aandacht besteedde aan de brede internaatswerking. Op het einde van het verkennend bezoek was er geen formeel feedbackgesprek of geen beoordeling van de kwaliteit van de werking en werden er geen tips aangereikt om de werking te verbeteren. Wel eindigde het bezoek in sommige internaten met een reflectiegesprek over de opgedane ervaringen. Kennismaking met beleidsteam en met de organisatie Thematisch gesprek over accenten in het beleid en in pedagogisch project
linken met context en input en met KV15
Documentenstudie over inhouden die tijdens de gesprekken aan bod komen Thematisch gesprek met internaatsmedewerkers • internaatswerking • begeleiding linken met KV1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11 en 12
linken met KV1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 13 en 14
Groepsgesprek met internen over • het leven op het internaat • leren en studeren • bescherming • vrije tijd • informatie en participatie
scenario verkennende bezoeken onderwijsinternaten Observatie van enkele internaatsactiviteiten
Thematisch gesprek met beleidsteam over • beleid bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne • beleidsontwikkeling linken met • evalueren, borgen en bijsturen
Thematisch gesprek met internaatsmedewerkers over werkings- en begeleidingsprincipes • toegang waarborgen • afstemming en samenwerking met ouders • fysieke en mentale veiligheid
KV8, 10, 16, 18 en 23
Groepsgesprek met ouders over • de begeleiding in het internaat • de sfeer • het gebouw, de inrichting, het materiaal, het eten • de kosten linken met KV2, 4 , 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, en 14
linken met KV2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 14, 17, 22 en 23
Thematisch gesprek met beleidsteam • samenwerking en afstemming school • samenwerking en afstemming andere partners • personeels- en professionaliseringsbeleid • financieel beleid linken met KV2, 4, 11, 13, 14, 17, 19, 20, 21, 22
Figuur 2: Scenario verkennende bezoeken aan onderwijsinternaten.
— [7]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Het scenario en het instrumentarium werden - met het oog op verdere verfijning - vooraf uitgeprobeerd in een internaat met twee instellingsnummers. Beide internaten werden nadien niet meer bezocht voor een verkennend bezoek en de resultaten van de try-out zijn niet opgenomen in dit rapport.
REGISTRATIE EN VERWERKING VAN DE VERZAMELDE INFORMATIE De verzamelde informatie werd door de onderwijsinspecteurs geregistreerd in twee registratieinstrumenten per bezocht internaat. Een eerste registratie-instrument verzamelt de context- en inputkenmerken. Een tweede instrument registreert informatie over de kwaliteitsverwachtingen en kwaliteitsbeelden. De registratie gebeurde op basis van de gevoerde gesprekken en observaties tijdens het bezoek.
Context- en inputgegevens In het eerste registratie-instrument werd aan de hand van overwegend meerkeuzevragen en enkele open vragen informatie verzameld over: aantal internen, gender, leeftijdsgroepen en zorgkenmerken zoals het hebben van een verslag dat toegang verleent tot het buitengewoon onderwijs (een M-verslag) en doorverwezen zijn naar het internaat door de jeugdrechter het aantal scholen waarmee het internaat samenwerkt de financiering van (bijkomend) personeel het al dan niet hebben van een eigen keuken de slaapinfrastructuur het aantal opvoeders in de nacht. De verwerking van deze gegevens en de impact van sommige input- en contextfactoren is te vinden in deel 2 van dit rapport.
Gegevens over de kwaliteitsverwachtingen en de kwaliteitsbeelden In het tweede registratiedocument werd aan de hand van meerkeuzevragen en open vragen informatie verzameld over de kwaliteitsverwachtingen, de kwaliteitsbeelden en over de factoren die het realiseren van de kwaliteitsverwachtingen positief of negatief beïnvloeden. Dit gebeurde volgens eenzelfde stramien voor vrijwel alle kwaliteitsverwachtingen en kwaliteitsbeelden. Voor de kwaliteitsverwachting over de kinderrechten (KV4) was er een andere registratiewijze. Vaststellingen over de elementen uit het kwaliteitsbeeld1 Over elk kwaliteitselement uit het kwaliteitsbeeld werden in het registratiedocument meerdere mogelijke vaststellingen vooropgesteld. De onderwijsinspecteurs duidden in het registratie-instrument aan welke vaststelling het best strookte met de situatie in het internaat. De vooropgestelde mogelijke vaststellingen verschillen van elkaar door het gebruik van termen zoals structureel, occasioneel, 1
Een kwaliteitsbeeld beschrijft welke elementen van belang zijn om een bepaalde kwaliteitsverwachting in te lossen. Deze elementen noemen we in dit rapport de kwaliteitselementen.
— [8]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
volledig, grotendeels, soms, zelden, gedeeltelijk, weinig of niet, ten volle, meestal en sommige. Per kwaliteitselement zijn er minimum drie en maximum negen gradueel opgebouwde vaststellingen. Als geen van de vermelde vaststellingen overeenkwam met de realiteit van het internaat, was er in het registratie-instrument ruimte voor een eigen, unieke formulering. Bij de verwerking van de gegevens over de kwaliteitselementen werden de antwoorden gebundeld in de categorieën: (1) behoort tot de internaatscultuur, (2) behoort gedeeltelijk tot de internaatscultuur, (3) behoort niet tot de internaatscultuur, (4) andere of geen vaststelling. Deze vaststellingen geven in deel 3 van het rapport een genuanceerd antwoord op de onderzoeksvraag ‘Wat doen internaten nu al om aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoet te komen?’. Per kwaliteitselement kon de registratie aangevuld worden met bijkomende informatie. Deze informatie is niet opgenomen in dit rapport. Elementen hiervan kunnen uiteraard altijd gebruikt worden bij het ontwerpen van een toezichtskader. Vaststellingen per kwaliteitsverwachting Aan de hand van de vaststellingen per kwaliteitselement maakte elk inspectieteam een inschatting over de mate waarin het internaat nu al aandacht heeft voor de bijhorende kwaliteitsverwachting. Omdat de brede internaatswerking nog nooit door de onderwijsinspectie is onderzocht, is op voorhand geen strikte cesuur afgesproken. Er waren telkens vier mogelijke antwoorden: (1) ten volle, (2) grotendeels, (3) gedeeltelijk en (4) helemaal niet: 1. ten volle betekent dat alle kwaliteitselementen tot de internaatscultuur behoren 2. grotendeels betekent dat de meeste kwaliteitselementen tot de internaatscultuur behoren 3. gedeeltelijk betekent dat enkele kwaliteitselementen nog niet tot de internaatscultuur behoren 4. helemaal niet betekent dat er weinig of geen kwaliteitselementen tot de internaatscultuur behoren. Een bundeling van deze vaststellingen geeft in deel 3 van het rapport een genuanceerd antwoord op de onderzoeksvraag ‘Hoeveel bezochte internaten hebben nu al aandacht voor de kwaliteitsverwachtingen van het RiK?’. Vaststelling over kwaliteitsverwachting 4 Voor de kwaliteitsverwachting over het realiseren van de kinderrechten (KV4) gebeurde de registratie aan de hand van meerkeuze-vaststellingen over 14 relevante aspecten van de kinderrechten. Per aspect waren er telkens drie antwoorden mogelijk: A: de toepassing van het kinderrecht behoort tot de cultuur van het internaat B: de toepassing van het kinderrecht behoort gedeeltelijk tot de cultuur van het internaat C: de toepassing van het kinderrecht behoort niet tot de cultuur van het internaat. Om bij de verwerking van de geregistreerde gegevens te bepalen hoeveel internaten nu al ten volle, grotendeels, gedeeltelijk, weinig of geen aandacht hebben voor kwaliteitsverwachting 4 werd volgende cesuur toegepast:
— [9]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
als een internaat voor de 14 aspecten een A scoort dan heeft dit internaat ten volle aandacht voor de verwachting als een internaat voor 12 of 13 aspecten een A scoort dan heeft dit internaat grotendeels aandacht voor de verwachting als een internaat voor 5 tot 11 aspecten een A scoort dan heeft dit internaat gedeeltelijk aandacht voor de verwachting als een internaat voor minder dan 5 aspecten een A scoort, dan heeft dit internaat weinig of geen aandacht voor de verwachting. Factoren die het realiseren van de kwaliteitsverwachtingen positief of negatief beïnvloeden Voor elke kwaliteitsverwachting, behalve voor kwaliteitsverwachting 4, noteerde het inspectieteam factoren die op een positieve of negatieve manier invloed hebben op het tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachting. Op voorhand werd afgesproken om enkel opvallende factoren op te nemen in het registratie-instrument. Het gaat om de vrije registratie van factoren die het inspectieteam zelf detecteerde of om factoren die de betrokken gesprekspartners ter sprake brachten tijdens het verkennend bezoek. Een bundeling per kwaliteitsverwachting van deze open registraties geeft in deel 3 van het rapport een antwoord op de onderzoeksvraag ‘Welke factoren hebben op een positieve of negatieve manier invloed op het tegemoetkomen aan de kwaliteitsverwachtingen?’. Het gaat om factoren die meer dan een keer werden vermeld.
— [10]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
II.
CONTEXT- EN INPUTKENMERKEN VAN DE BEZOCHTE INTERNATEN
Tijdens de verkennende bezoeken kwamen relevante input- en contextgegevens ter sprake. Deze gegevens werden na de verkennende bezoeken geregistreerd in een registratie-instrument zoals beschreven in deel 1. Als de gegevens niet ter sprake kwamen tijdens het verkennend bezoek, werden deze niet opgenomen in het registratie-instrument. Dit verklaart verderop in de grafieken de vermelding ‘geen informatie’.
GENDER, LEEFTIJDSGROEPEN, INTERNEN MET SPECIFIEKE NODEN De grote meerderheid (25 op 28) van de bezochte internaten zijn gemengde internaten. In één internaat zijn er uitsluitend meisjes en in twee internaten verblijven uitsluitend jongens. Samen tellen de bezochte internaten 2590 internen, waarvan 1351 (52,16 %) jongens en 1239 (47,83 %) meisjes. In de internaten kunnen kinderen en jongeren van verschillende leeftijdsgroepen terecht. Van de 28 bezochte internaten richten er 27 hun werking op internen van de leeftijdsgroep secundair onderwijs. In 19 bezochte internaten kunnen kinderen van de lagere school terecht en in negen internaten behoren ook kleuters tot de doelgroep. In twee bezochte internaten kunnen internen uit het hoger onderwijs terecht.
Figuur 3: Leeftijdsgroepen in de bezochte internaten.
Het maakt voor de infrastructuur en uitrusting een verschil wanneer er verschillende leeftijdsgroepen samenzitten. Vooral de aanwezigheid van kleuters of kinderen met een beperking doet de behoefte aan een aangepaste uitrusting en infrastructuur toenemen Het vereist bovendien een visie op hun integratie in de groep, op de organisatie van de slaapgelegenheid en de begeleiding ’s nachts moet voldoende zijn om een evacuatie bij brand mogelijk te maken. — [11]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Bijna de helft van de bezochte internaten (13 op 28) heeft internen met een M-verslag en in meer dan de helft (17 op 28) zijn er kinderen en jongeren die geplaatst zijn door de jeugdrechter. De internaten geven aan dat de pedagogische uitdaging en werkbelasting toeneemt naarmate ze kinderen en jongeren met specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften opvangen. Dit geldt ook voor de opvang van kinderen en jongeren die door de jeugdrechter zijn doorverwezen of waarvoor ouders een internaat kiezen om opvoedingsproblemen te voorkomen of op te vangen. Onder meer de behoefte aan socio-emotionele begeleiding neemt in deze situaties toe en de samenwerking met ouders vereist een specifieke expertise.
SAMENWERKING MET EEN SCHOOL OF MET VERSCHILLENDE SCHOLEN Het aantal scholen waarmee de bezochte internaten samenwerken varieert. Een minderheid van de internaten werkt samen met één school. Dit is het geval in 6 van de 28 bezochte internaten. Een grote meerderheid (22 op 28) van de bezochte internaten werkt samen met verschillende scholen: negen internaten werken samen met twee tot vijf scholen, acht internaten hebben internen uit vijf tot tien scholen en nog eens vijf internaten rekruteren uit meer dan tien scholen. De verschillen tussen de internaten zijn opvallend. Tijdens de verkennende bezoeken viel op dat het aantal scholen waarmee een internaat samenwerkt een grote impact heeft op de internaatswerking. Met hoe meer scholen een internaat samenwerkt, hoe complexer onder andere de dagelijkse organisatie en de communicatie en afstemming met de scholen. Internaten ervaren ook de noodzaak om rechtstreeks met een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) te kunnen samenwerken.
Figuur 4: Aantal scholen waarmee de bezochte internaten samenwerken
— [12]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
FINANCIERING BIJKOMEND PERSONEEL De overheid voorziet in de subsidiëring of de financiering van een aantal ambten in het internaat2. Daarnaast blijkt uit de gegevens die internaten verstrekten tijdens de verkennende bezoeken dat heel wat internaten actief op zoek gaan naar extra financiële middelen om bijkomende personeelsleden aan te stellen. De context- en inputkenmerken van een internaat spelen hierbij een grote rol.
Aantal internaten die personeel met eigen middelen betalen per personeelscategorie (N=28) andere disciplines
technisch personeel
opvoeder
17
15
19
aantal internaten Figuur 5: Aantal internaten die personeel betalen met eigen middelen - per personeelscategorie.
De bezochte internaten (19 op 28) investeren vooral in de aanstelling van extra opvoeders. Die opvoeders krijgen, afhankelijk van de context, een eigen taakinvulling, bijvoorbeeld als zorgopvoeder, opvoeder organisatie en veiligheid of opvoeder administratie. In vijftien internaten financiert men technisch personeel zoals eigen keuken-, onderhouds- en kluspersoneel. In zeventien internaten zet men nog ander personeel aan het werk met eigen middelen zoals administratief personeel, busbegeleiders of een maatschappelijk werker. In één internaat investeert men eigen middelen om een adjunct-beheerder aan te stellen.
KEUKEN Bijna de helft van de internaten (13 op 28) geeft aan over een eigen keuken te beschikken. De overige internaten doen een beroep op de keuken van de scholengroep of laten een externe firma de maaltijden leveren. In de praktijk zijn er ook enkele internaten die beide systemen combineren en zelf gedeeltelijk voor de maaltijden instaan.
2
Zie Besluit van de Vlaamse Regering betreffende codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en omzendbrief SO 17 van 20/08/1992: Gefinancierde en gesubsidieerde internaten: programmatie, rationalisatie en omkadering.
— [13]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
SLAAPINFRASTRUCTUUR In zes van de negen internaten die ook een kleuterwerking hebben, slapen de kleuters in een gemeenschappelijke kamer of slaapzaal. In één internaat hebben kleuters de keuze tussen een individuele kamer of een gemeenschappelijke kamer. In twee internaten zijn er enkel individuele kamers voor kleuters. Het is opvallend hoe sterk het aantal bedden per gemeenschappelijke slaapkamer varieert.
Figuur 6: Aanbod slaapaccommodatie voor internen uit kleuteronderwijs in bezochte internaten.
Figuur 7: Aantal bedden in gemeenschappelijke kamers voor internen uit kleuteronderwijs.
In de negentien internaten met internen uit een lagere school, slapen de meeste internen uit het lager onderwijs in individuele kamers. Ongeveer een derde van de bezochte internaten heeft — [14]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
enkel gemeenschappelijke kamers voor deze leeftijdsgroep. Ook hier varieert het aantal bedden in de gemeenschappelijke kamers sterk en is voldoende privacy, veiligheid en bescherming een mogelijk aandachtspunt.
Figuur 8: Aanbod slaapaccommodatie voor internen uit lager onderwijs in de bezochte internaten.
Figuur 9: Aantal bedden in de gemeenschappelijke kamers voor internen uit het lager onderwijs.
In negen bezochte internaten hebben internen uit het secundair onderwijs de keuze tussen een individuele kamer of een gemeenschappelijke kamer, zeventien internaten bieden uitsluitend individuele kamers aan. De meeste internaten houden het aantal bedden in de gemeenschappelijke kamers voor deze leeftijdsgroep beperkt tot twee bedden. Dit blijkt uit figuur 10 en 11. Uit de bezoeken blijkt dat de aard van de infrastructuur sommige internaten beletten om alle internen voldoende privacy te kunnen bieden. — [15]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Figuur 10: Aanbod slaapaccommodatie voor internen uit het secundair onderwijs in de bezochte internaten.
Figuur 11: Aantal bedden in de gemeenschappelijke kamers voor internen uit het lager onderwijs.
De internen van het hoger onderwijs kunnen in de bezochte internaten terecht in individuele kamers.
— [16]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
ORGANISATIE VAN DE LEEFGROEPEN In de meeste bezochte internaten zijn de internen gegroepeerd in leefgroepen. Dit is het geval in 21 van de bezochte internaten. Het aantal internen per leefgroep varieert.
Figuur 12: Aantal internen per leefgroep in de bezochte internaten.
De criteria om de leefgroepen samen te stellen, zijn heel divers. Figuur 13 toont aan dat overwegend de leeftijd, het geslacht en ‘andere factoren’ de samenstelling bepalen.
Figuur 13: Aantal internaten die bepaalde criteria gebruiken voor indeling in leefgroepen.
De context van het internaat geeft inhoud aan deze andere factoren. In vele gevallen vormen de internen van de lagere school een aparte leefgroep. De oudste internen krijgen, in een aantal gevallen, meer autonomie en kunnen zich als aparte groep voorbereiden op het leven na het — [17]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
internaat. Sommige internaten werken met leeftijdsgemengde groepen, maar hergroeperen de internen voor de studiebegeleiding volgens onderwijsniveau. In de internaten die zich uitsluitend richten op leerlingen die in het buitengewoon onderwijs naar school gaan, gebeurt de groepssamenstelling in hoofdzaak op basis van het type (cf. M-verslag). Ook het sociaal-emotioneel functioneren van internen wordt soms gebruikt als criterium voor de groepssamenstelling. In sommige internaten is de grootte van de groep afhankelijk van de materiële omstandigheden, zoals de grootte van de gemeenschappelijke ruimtes en het aantal kamers in een gang. In vrijwel alle gevallen gebeurt de groepering van internen voor het slapen volgens leeftijd.
AANWEZIGHEID OPVOEDERS IN DE NACHT Opvoeders en soms ook beheerders staan in voor de nachtbewaking. De nachtprestaties maken deel uit van de prestatieregeling. Tijdens de nacht zijn de personeelsleden doorgaans verantwoordelijk voor kinderen en jongeren uit verschillende leefgroepen. Uit figuur 14 blijkt dat het aantal internen varieert waarvoor een personeelslid ’s nachts verantwoordelijk is. In telkens vier internaten staat één personeelslid in voor 10 of 20 internen. In acht internaten is één personeelslid verantwoordelijk voor 30 internen en in nog eens zeven internaten is er ’s nachts één personeelslid voor 40 internen. Ten slotte zijn er nog vijf internaten waar één personeelslid instaat voor 50 tot 90 internen. De grote verschillen in personeelsbezetting gedurende de nacht roepen vragen en bezorgdheden op onder andere over het garanderen van de fysieke en mentale veiligheid van de internen, over de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de internaatsmedewerkers en het bestuur.
Figuur 14: Aantal internen per personeelslid ’s nachts.
— [18]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
III. HOE GEVEN DE BEZOCHTE INTERNATEN IN HUN HUIDIGE WERKING INVULLING AAN DE KWALITEITSVERWACHTINGEN VAN HET RIK? ENKELE GLOBALE VASTSTELLINGEN Figuur 15 geeft weer hoeveel bezochte internaten nu al ten volle, grotendeels, gedeeltelijk of helemaal geen aandacht hebben voor de 23 kwaliteitsverwachtingen van het RiK.
Figuur 15: Hoeveel bezochte internaten hebben nu helemaal geen, gedeeltelijk, grotendeels of ten volle aandacht voor de kwaliteitsverwachtingen van het RiK?
— [19]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Deze figuur laat toe enkele globale bevindingen te formuleren. Het gaat hier om bevindingen in internaten die zich vrijwillig kandidaat stelden voor een verkennend bezoek door de onderwijsinspectie. Dit zou de bevindingen kunnen beïnvloeden. In één op twee internaten is er ten volle of grotendeels aandacht voor de meeste kwaliteitsverwachtingen. De kwaliteitsverwachting over het realiseren van de Kinderrechten (KV4), over kwaliteitsontwikkeling (KV18) en over het voeren van een doeltreffend professionaliseringsbeleid (KV20) vormen hierop een uitzondering. In drie op vier internaten is er ten volle of grotendeels aandacht voor een selectie van zes kwaliteitsverwachtingen: het streven naar resultaten op vlak van persoonlijke en sociale ontwikkeling en studievoortgang (KV1) het creëren van een positief en stimulerend internaats- en groepsklimaat (KV7) een toegankelijke, veilige, hygiënische, gezonde en passende fysieke leefomgeving (KV10) bijdragen aan de persoonlijke, sociale, emotionele, ethische en fysieke ontwikkeling van de internen (KV11) het voeren van een gedragen, geïntegreerd en samenhangend beleid (KV15) het ontwikkelen en voeren van een doeltreffend beleid op vlak van de fysieke en mentale veiligheid van de woon- en leefomgeving (KV23). In drie op vier internaten is er helemaal geen of gedeeltelijk aandacht voor de kwaliteitsverwachting over kwaliteitsontwikkeling (KV18).
ANALYSE PER KWALITEITSVERWACHTING. In dit deel volgt een bespreking per kwaliteitsverwachting. De bespreking is als volgt opgebouwd: de kwaliteitsverwachting zoals vastgelegd in het RiK het kwaliteitsbeeld zoals vastgelegd in het RiK een grafiek die weergeeft hoeveel bezochte internaten nu al ten volle, grotendeels, gedeeltelijk of helemaal geen aandacht hebben voor die kwaliteitsverwachting. De grafiek is gemaakt op basis van gestructureerde registraties in het registratiedocument. een grafiek die weergeeft wat de bezochte internaten nu al doen om aan de kwaliteitsverwachting tegemoet te komen. De grafiek is gemaakt op basis van gestructureerde registraties in het registratiedocument. De kwaliteitskenmerken uit het kwaliteitsbeeld vormen de opbouwende elementen van de grafiek. Voor de kwaliteitsverwachting over de Kinderrechten (KV4) vormen de relevante artikelen van het Kinderrechtenverdrag de opbouwende elementen van de grafiek. een opsomming van factoren die een positieve invloed of een negatieve invloed hebben op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting. Deze opsomming is een selectie van de vrije registraties per kwaliteitsverwachting door de onderwijsinspecteurs. Het gaat om factoren die meer dan één keer werden vermeld. Zoals eerder vermeld gaat het om factoren die het inspectieteam zelf detecteerde of om factoren die de betrokken gesprekspartners ter sprake brachten tijdens het verkennend bezoek.
— [20]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 1 – Het internaat streeft naar resultaten op het vlak van de persoonlijke en sociale ontwikkeling en de studievoortgang.
Kwaliteitsbeeld Het internaat ambieert een positieve persoonlijke en sociale ontwikkeling via het samenleven en leren in groep en via de aandacht voor het individu. Dit komt onder meer tot uiting in de toename van kennis en vaardigheden en in de ontwikkeling van attitudes en talenten van internen. Door de aandacht voor de motivatie en door het creëren van een positief leef- en leerklimaat werkt het internaat mee aan preventie van schooluitval en schoolverzuim en aan het versterken van mentale weerbaarheid.
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Het streven naar de persoonlijke en sociale ontwikkeling en de studievoortgang is een uitgangspunt van de internaatswerking.
— [21]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Een cultuur hebben die gericht is op studeren, mede dankzij de intense afstemming en samenwerking tussen school en internaat. Structuur, orde en regelmaat ondersteunen de uitbouw van het internaatsleven in het algemeen en de studieomgeving in het bijzonder. De aanwezigheid van structuur, orde en regelmaat maken voor vele internen het verschil. Investeren in een positieve relatie tussen de opvoeder(s) en de intern(en). Beschikken over een bekwaam, geëngageerd en complementair opvoedersteam.
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Internaten geven aan dat ze een tekort hebben aan personele middelen waardoor er te weinig middelen en kansen zijn om de samenwerking met de school of de scholen uit te bouwen. Een doorgedreven groepsaanpak belemmert de realisatie van maatwerk. Dit uit zich bijvoorbeeld in weinig individuele studiebegeleiding, weinig vrijetijdsinvulling op maat, weinig (preventieve) aandacht voor internen met emotionele noden. Weinig sporen van een doelgerichte werking om de persoonlijke en sociale ontwikkeling en de studievoortgang doelgericht te stimuleren. De internaatscultuur, met onuitgesproken niet geactualiseerde regels is vaak belemmerend voor de individuele ontplooiing van kinderen en jongeren.
— [22]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 2 – Het internaat streeft bij alle internen en medewerkers naar welbevinden, betrokkenheid en tevredenheid, naar tevredenheid en betrokkenheid van ouders, en tevredenheid van andere relevante partners.
Kwaliteitsbeeld Welbevinden, betrokkenheid en tevredenheid vormen hefbomen voor kwaliteitsontwikkeling. Welbevinden staat voor de mate waarin iemand zich lichamelijk, mentaal en sociaal goed voelt. Betrokkenheid bij de internen uit zich onder andere in de mate waarin iemand geconcentreerd, geïnteresseerd en gericht bezig is. Betrokkenheid bij de ouders uit zich onder meer in de belangstelling die ze tonen voor de ontwikkeling van het kind. Betrokken ouders hebben reële verwachtingen en waarderen het internaatsteam. Betrokken internaatsmedewerkers hebben aandacht voor elke intern, begrijpen wat hen bezighoudt en reageren gepast. Welbevinden en betrokkenheid beïnvloeden het leren, de ontwikkeling en de vorming van de internen. Ze spelen eveneens een cruciale rol in het realiseren van gewenste resultaten en effecten. De mate waarin internen, opvoeders en ander internaatspersoneel, ouders en andere relevante partners tevreden zijn over het internaat is eveneens een belangrijk effect.
— [23]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: De aanwezigheid van een cultuur van streven naar welbevinden, betrokkenheid en tevredenheid: het nastreven van een warme sfeer voor de internen en hun ouders en de internen een geborgen thuis bieden. Getuigen van een respectvolle en laagdrempelige omgang en interactie met ouders. Bewust kansen creëren om de betrokkenheid van ouders te stimuleren, zoals: investeren in contactmomenten, zorgen voor geregeld overleg, een ouderbevraging organiseren, een ouderraad installeren of een teamlid aanstellen om de contacten met de ouders te intensifiëren. Heel wat internaten geven aan dat ze kunnen beschikken over een opvoedersteam met een hoge betrokkenheidsgraad en een groot engagement. Het gaat dan vaak om opvoeders die extra uren presteren bovenop hun opdracht. Een sterk uitgebouwde relatie tussen school en internaat, met structureel overleg en vlotte informatiedoorstroming.
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Een beperkt beleidsvoerend vermogen waardoor een doelgerichte aanpak ontbreekt om het welbevinden, de betrokkenheid en de tevredenheid te vergroten. Weinig uitgebouwde inspraakmogelijkheden voor internen, opvoeders en ouders. Sommige internaten geven aan dat de school of scholengroep een dominante invloed heeft waardoor internaten het gevoel krijgen geen eigen beleid te kunnen voeren. De vele wissels in het internaatsbeleid. De soms moeilijke intermenselijke verhoudingen.
— [24]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 3 – Het internaat waarborgt de toegang tot de internaatswerking voor elk kind of jongere.
Kwaliteitsbeeld Het internaat heeft de maatschappelijke opdracht om voor elk kind en elke jongere van scholen waarmee het samenwerkt de toegang tot het internaat te waarborgen en gelijke kansen te realiseren. Daartoe voert het internaat een kwaliteitsvol inschrijvingsbeleid in overeenstemming met het pedagogisch project. Naargelang de noden van het kind of de jongere en de context doet het internaat hiertoe gepaste en redelijke aanpassingen.
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Handelen vanuit een laagdrempelige houding en vanuit een visie waarin diversiteit een positieve plaats krijgt, zodat ook maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren of internen met een beperking er terecht kunnen.
— [25]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Beschikken over gebouwen en materialen, aangepast aan de leeftijd en de eventuele (motorische) beperking van de intern. Doordacht inzetten op initiatieven die een laagdrempelige toegang en werking garanderen, zoals gratis of betaalbare activiteiten en een aanbod aan tweedehandskledij. Kunnen rekenen op het engagement van de opvoeders en de internaatsbeheerder. Investeren in een goede en frequente communicatie met de intern, de ouders en de betrokken school In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Weinig visie hebben op een inschrijvingsbeleid, op zorg en redelijke aanpassingen in de context van een internaat. Sommige internaten geven aan dat ze in grote mate afhankelijk zijn van het inschrijvingsbeleid van de school, waardoor de schoolvisie op zorg en inclusie een directe invloed heeft op de toegang tot het internaat. Over te weinig expertise over specifieke problematieken beschikken, zoals het omgaan met agressie. De vormingsmomenten te beperkt afstemmen op de noden van het internaatsteam en/of de doelgroep. Het gebrek aan personele middelen om optimaal in te spelen op de zorgnoden van de internen. Sommige internaten ervaren de nood om gespecialiseerd personeel aan te trekken en bepaalde problematieken multidisciplinair te benaderen. Infrastructurele belemmeringen
— [26]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 4 – Het internaatsteam draagt bij tot het realiseren van kinderrechten.
Kwaliteitsbeeld Het internaatsteam respecteert de rechten van de kinderen en de jongeren en past ze toe.
Internaten geven via hun werking invulling aan verschillende artikelen van het Kinderrechtenverdrag.
— [27]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Tijdens de verkennende bezoeken gingen we na hoe de internaten invulling geven aan volgende artikelen uit het Kinderrechtenverdrag: NON-DISCRIMINATIE (ART. 2) Binnen het internaat gelden alle rechten voor alle kinderen, zonder uitzonderingen. BELANG VAN HET KIND (ART. 3) Binnen het internaat staat het belang van het kind voorop bij alle maatregelen die kinderen aangaan. ROL EN VERANTWOORDELIJKHEID VAN OUDERS (ART. 5 EN 18) Het internaat respecteert de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van ouders en voogden. Beide ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Het belang van het kind staat hierbij voorop. Het internaat respecteert de eerste verantwoordelijkheid van ouders en voogden. PARTICIPATIE EN HOORRECHT (ART.12) Het kind heeft recht om zijn of haar mening te geven over alle zaken die het kind aangaan. Het internaat zorgt ervoor dat het kind die mening kan uiten en dat er naar hem of haar wordt geluisterd. PRIVACY (ART. 16) Het internaat respecteert het recht op privacy van elke interne en beschermt het kind tegen inmenging in zijn of haar privé- en gezinsleven, huis of post en respecteert zijn of haar eer en goede naam. RECHT OP INFORMATIE (ART .17) Het kind heeft recht op toegang tot informatie en materialen van verschillende bronnen en in het bijzonder op informatie en materialen die zijn of haar welzijn en gezondheid bevorderen. ONDERWIJS (ART. 28 EN 29) Het internaat ondersteunt het recht op onderwijs van elk kind en zet zich in om vroegtijdig schooluitval te vermijden. BESCHERMING TEGEN KINDERMISHANDELING (ART. 19) Het kind heeft recht op bescherming tegen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling en verwaarlozing. Het internaat neemt maatregelen ter preventie en signalering hiervan. KINDEREN MET EEN HANDICAP (ART. 23) Een kind dat geestelijk of lichamelijk gehandicapt is, heeft recht op bijzondere zorg. Het internaat waarborgt het recht van het gehandicapte kind op een waardig en zo zelfstandig mogelijk leven.
— [28]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
LEVENSSTANDAARD (ART. 27) Het internaat respecteert het recht van ieder kind op een levensstandaard die voldoende is voor zijn of haar lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Het internaat zorgt ervoor dat elk kind op het minst voldoende eten en kleding en adequate huisvesting heeft. KINDEREN UIT MINDERHEIDSGROEPEN (ART. 30) Het internaat respecteert het recht van een kind uit een etnische, religieuze of linguïstische minderheidsgroep om zijn of haar eigen cultuur te beleven, godsdienst te belijden of taal te gebruiken. RECREATIE (ART. 31) Het kind heeft recht op rust en vrije tijd, om te spelen en op recreatie, en om deel te nemen aan kunst en cultuur. Het internaat zorgt ervoor dat ieder kind gelijke kansen heeft om dit recht te realiseren en bevordert recreatieve, artistieke en culturele voorzieningen voor kinderen. BESCHERMING TEGEN DRUGS (ART. 33) Het internaat beschermt elk kind tegen drugsgebruik en neemt daartoe de nodige maatregelen. BESCHERMING TEGEN SEKSUEEL MISBRUIK (ART. 34) Het internaat beschermt elk kind tegen seksueel misbruik en neemt daartoe de nodige maatregelen.
— [29]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 5 – Het internaatsteam stelt doelen en draagt daarmee bij aan de totale ontwikkeling van elke intern rekening houdend met context- en inputkenmerken.
Kwaliteitsbeeld Het internaatsteam stelt doelen en draagt vanuit het pedagogisch project bij aan de totale ontwikkeling van elke intern. Hierbij houdt het internaatsteam rekening met de persoonlijke kenmerken en behoeften van de internen, met kenmerken van de thuis-, school- en internaatsomgeving en met het maatschappelijke leven.
— [30]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Het pedagogisch project hanteren als een duidelijk richtinggevend kader. Duidelijke doelen stellen waarin de totale ontwikkeling van de intern centraal staat. Een geëngageerd opvoedersteam hebben dat investeert in overleg en communicatie over doelen en aanpak. De sterke wil om samen te werken met de school, de ouders, het CLB, externe diensten … in functie van de totale ontwikkeling van de intern. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Geen doelen vooropstellen of de doelen te weinig expliciteren en concretiseren. Eenzijdig focussen op de cognitieve ontwikkeling, ten nadele van andere aspecten van de ontwikkeling. De klemtoon leggen op de controle van het groepsgebeuren, ten nadele van de versterking van de groei in verantwoordelijkheid en autonomie van de individuele intern. Eerder beperkt een participatief klimaat creëren, zoekende zijn hoe overleg met en inspraak van internen vorm kunnen krijgen. Verschillende beleidswissels in het internaat, vertrouwensbreuk met het bestuur. Te weinig omkadering en een gebrek aan expertise.
— [31]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 6 – Het internaatsteam realiseert een breed en harmonisch aanbod dat betekenisvol is.
Kwaliteitsbeeld Kinderen en jongeren ontwikkelen zich zowel via toevallige acties en interacties als via doelgerichte activiteiten en nauwkeurig geplande interventies. Beide komen aan bod in de internaatswerking. Bij toevallige acties en interacties is het beoogde resultaat niet vooraf bepaald. Met een doelgericht aanbod is dit wel het geval. Een breed en harmonisch aanbod is gericht op de emotionele, sociale, cognitieve, creatieve, motorische en ethische ontwikkeling. Een aanbod is betekenisvol als het rekening houdt met de behoeften en het ontwikkelingsniveau van de internen en als het aansluit bij de leef- en belevingswereld van de intern, bij zijn directe omgeving of bij relevante maatschappelijke situaties. Het aanbod wint aan betekenis als internen mee kunnen beslissen.
— [32]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Vanuit het streven naar maatwerk een gevarieerd aanbod organiseren dat rekening houdt met het ontwikkelingsniveau, de leeftijd en de behoeften van de intern. De wensen en gevoeligheden van internen capteren en de internen inspraak geven in het samenstellen van het aanbod. Zorgen voor een evenwichtig en gestructureerd dag- en weekverloop met afwisselend momenten van studie en ontspanning. De mogelijkheden van de infrastructuur optimaal benutten om een gedifferentieerd aanbod te ondersteunen (domein, natuur, sportmogelijkheden, studieruimtes …). Kunnen rekenen op het engagement en de positieve interactie- en begeleidingsstijl van de opvoeders. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Te beperkt zicht hebben op wat een breed en harmonisch aanbod is. Een weinig doordacht aanbod dat weinig rekening houdt met de noden van de internen. Nodeloos vasthouden aan gewoontes van vroeger waardoor de werking weinig toegespitst is op de actuele jongerencultuur. De mogelijkheden van de infrastructuur niet optimaal benutten voor een gedifferentieerd aanbod. De internen weinig inspraak of keuzemogelijkheden bieden. Er is eerder sprake van een sterk gestuurd aanbod. Sommige internaten beroepen zich op een tekort aan financiële, materiële en personele middelen om een optimaal aanbod mogelijk te maken.
— [33]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 7 – Het internaatsteam en de internen creëren samen een positief en stimulerend internaats- en groepsklimaat, waar diversiteit gewaardeerd wordt.
Kwaliteitsbeeld Een positief en stimulerend internaats- en groepsklimaat gebaseerd op veiligheid, vertrouwen en wederzijds respect vormt de basis van de internaatswerking. Om dit te realiseren investeren het internaatsteam en de internen in positieve en ondersteunende relaties en interacties. Een dergelijk klimaat betekent ook dat het internaatsteam vanuit het pedagogisch project duidelijke regels hanteert en met inspraak van de internen heldere afspraken maakt en deze consequent in acht neemt. Diversiteit is een normaal gegeven waar iedereen dagelijks in verschillende situaties mee te maken krijgt. Het kan gaan om verschillen in taal, gender, seksuele geaardheid, religie, cultuur, etnische afkomst, socioeconomische status, cognitieve en fysieke mogelijkheden, beleving, interesses, bezigheden, zienswijzen, behoeften ... Deze diversiteit kan een meerwaarde zijn voor de ontwikkeling van internen indien het internaatsteam ze in de internaatswerking positief aanwendt. Zo bouwt het internaatsteam aan een inclusieve cultuur.
— [34]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Investeren in een positieve groepsdynamiek om te komen tot een sterke groepscohesie. Duidelijke gradueel opgebouwde regels en afspraken hanteren die de internen helpen om het leven en studeren te structureren. Kunnen rekenen op de gedrevenheid en de professionaliteit van het opvoedersteam. Door hun responsieve houding voelen ze de noden en behoeften van de internen aan en kunnen ze daar flexibel op inspelen. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: De visie op de meerwaarde van diversiteit, op de omgang met jongeren, op het geven van vrijheid … is nog niet vertaald in concrete verwachtingen en afspraken naar opvoeders voor de dagelijkse werking. Niet komen tot goede regels en afspraken met het internaatsteam die door hen gedragen en gelijkgericht toegepast worden. Internen minimale inspraak geven in systemen, afspraken en regels. De sturing van bovenaf primeert en de internen krijgen weinig kansen tot het maken van keuzes.
— [35]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 8 – Het internaatsteam biedt veiligheid en beschermt kinderen/jongeren.
Kwaliteitsbeeld Emotionele en fysieke veiligheid is een voorwaarde om te kunnen ontplooien. Veiligheid verwijst onder meer naar de aanwezigheid van regelmaat en stabiliteit, zoals overzicht, structuur, continuïteit en voorspelbaarheid. Veiligheid heeft ook te maken met de lichamelijke en emotionele zorg voor de intern, zoals basale verzorging, acceptatie, geborgenheid, openheid, de afwezigheid van en bescherming tegen geweld en misbruik, gezondheid. Veiligheid veronderstelt eveneens alert zijn voor gevaren die de ontwikkeling van de intern bedreigen. Dit kan onder meer door te vermijden dat internen in het internaat slachtoffer worden van pesten, discriminatie, geweld en ongewenst seksueel gedrag. Preventie, detectie en gepast reageren op elke vorm van grensoverschrijdend gedrag zijn in dit verband aandachtspunten.
— [36]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Een duidelijke visie hebben op de bescherming en de veiligheid van kinderen en jongeren en deze visie operationaliseren in afspraken en procedures. Zorgen voor een open en warme sfeer met aandacht voor structuur, orde, afspraken, voorspelbaarheid en veiligheid. De mentale veiligheid bewaken via een duidelijke aanwezigheid van gedreven opvoeders tijdens de vrijetijdsmomenten van de internen. Gericht initiatieven nemen om het personeel in een veilig leerklimaat te professionaliseren via onder andere teamoverleg, overleg met de school, overleg met externe partners en verkenning van methodieken. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Minder aandacht hebben voor een doelgerichte en preventieve aanpak. Het ontbreken van een visie, afspraken, procedures en expertise. Beperkt inzetten op versterking van teamleden via uiteenlopende professionaliseringsinitiatieven. Weinig samenwerken met interne en externe diensten voor de uitbouw van dit beleid. In de werking vooral focussen op structuur bieden om de groep onder controle te houden. Een weinig verfijnd beleid op gezonde voeding en bij de uitbouw van dat beleid weinig rekening houden met de voorkeuren van de internen. De afwezigheid van een aangepaste infrastructuur die kinderen en jongeren voldoende privacy biedt.
— [37]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 9 – Het internaatsteam ondersteunt de ouderlijke zorg of vult de ouderlijke zorg aan.
Kwaliteitsbeeld Ouders en internaat nemen elk hun eigen specifieke rol op in de opvoeding van en de zorg voor de kinderen en jongeren. De ouders zijn de eerste verantwoordelijken en de eerste contactpersonen. Het internaatsteam streeft naar afstemming met de ouders vanuit een duidelijke keuze voor het pedagogisch project van het internaat. Als belangrijke sleutel voor deze afstemming beschikken de internaatsmedewerkers over een relationele grondhouding om ouders met respect te benaderen en hen ernstig te nemen. Het internaatsteam gaat empathisch om met de unieke context waarin elke ouder zich bevindt. Waar mogelijk inspireert het internaatsteam de ouders en versterken ze elkaar in de aanpak van het kind/de jongere door afspraken te maken die aansluiten bij de achtergrond van het kind/de jongere.
— [38]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Een duidelijke visie hebben op de samenwerking met ouders met aandacht voor een duidelijke onderlinge rolverdeling. Ten aanzien van alle ouders getuigen van een grondhouding van respect, openheid, bereikbaarheid … Dit uit zich onder meer in een open, laagdrempelige en frequente formele en informele communicatie met alle ouders. Een doelgericht personeelsbeleid voeren om te kunnen inspelen op de noden, vragen, verwachtingen … van ouders: bv. aanstelling maatschappelijk werker, feedback en coaching van opvoeders … In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: De visie op de rol- en taakverdeling tussen internaat en ouder te weinig uitklaren, vertrouwen op intuïtie en traditie en uitgaan van een mandaat van ouders. Weinig informele en formele communicatie met ouders hebben waardoor ouders minder een volwaardige gesprekspartner zijn. Weinig investeren in formele participatie van ouders. Expertise missen om met alle oudergroepen om te gaan.
— [39]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 10 – De fysieke leefomgeving van het internaat is toegankelijk, veilig, hygiënisch, gezond en passend voor de doelgroep.
Kwaliteitsbeeld De leefruimte verwijst naar de fysieke ruimtes die de internen tijdens hun verblijf in het internaat gebruiken. Het gaat hier zowel over de gemeenschappelijke binnen- en buitenruimtes, als over de individuele ruimtes. De leefruimtes zijn toegankelijk, veilig en gezond, bieden hedendaags comfort en voldoende privacy en dragen bij tot het creëren van een gezellige en huiselijke sfeer. Aangenaam en doordacht ingerichte binnen- en buitenruimtes hebben een positief effect op het welbevinden van de internen. Ze vormen een ondersteuning van het internaatsteam. De infrastructuur, de inrichting en het beschikbare materiaal houden rekening met de noden en het ontwikkelingsniveau en met de interesses van de internen. Er zijn voldoende en aangepaste, goed onderhouden binnen- en buitenruimtes voor zowel actieve vrijetijdsbeleving en ontspanning individueel en in groep, als voor studiebegeleiding individueel of in groep.
— [40]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Over een aangepaste en aangename infrastructuur beschikken en deze doordacht aanwenden in functie van studie, ontspanning, privacy, groei in zelfstandigheid … Intensief samenwerken met de school in functie van een gedeelde infrastructuur. Aandacht hebben voor het onderhoud en de netheid van de infrastructuur. Investeren in de gebouwen en, in vele gevallen, kunnen terugvallen op bijkomende investeringen vanuit het bestuur of andere sponsors. Zorgen voor een gezond en transparant financieel beleid. Aandacht hebben voor het creëren van een gevoel van huiselijkheid, een thuisgevoel. Internen de mogelijkheid geven om de eigen kamer naar eigen smaak in te richten. Internen en opvoeders inspraak geven bij de inrichting van gemeenschappelijke ruimtes. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Een verouderde infrastructuur die om heel wat investeringen vraagt. Te weinig financiële middelen om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen. — [41]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Het onderhoud verwaarlozen, weinig afspraken maken over onderhoud en hygiëne. Het ontbreken van beleidskracht of beleidsruimte om een logistiek beleid te voeren. Het delen van ruimtes met de school, waardoor de ruimtes weinig specifiek voor het internaat zijn ingericht en er geen huiselijke sfeer is gecreëerd. Het weinig afstemmen van de infrastructuur en inrichting op de (specifieke) noden van internen (bv. voor studie, in kader van privacy, voor internen met autisme).
— [42]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 11 – Het internaatsteam draagt bij tot de persoonlijke, sociale, emotionele, ethische en fysieke ontwikkeling van de internen.
Kwaliteitsbeeld De begeleiding door het internaatsteam is gericht op het stimuleren van de persoonlijke, sociale, emotionele, ethische en fysieke ontwikkeling van elke intern. Dit vraagt van het internaatsteam onder meer interactievaardigheden gericht op het bieden van emotionele ondersteuning, het respecteren van de autonomie van de internen, het geven van leiding en bieden van structuur, het geven van informatie en uitleg, het begeleiden van interacties in de groep en het organiseren van een divers aanbod aan activiteiten.
— [43]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Over een duidelijke visie beschikken waarin “het stimuleren van de totale ontwikkeling van de internen” een uitgangspunt is. Het internaatsteam getuigt van een positieve grondhouding naar de internen toe. Dat uit zich in aanspreekbaarheid, bereikbaarheid, beroepsernst … Een cultuur van orde en structuur creëren met onder andere duidelijke afspraken en duidelijke communicatie. Beschikken over een complementair internaatsteam. Aandacht hebben voor een specifieke opleiding voor opvoeders. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Weinig inspraak geven aan internen, weinig interactie over afspraken, regels, vrijheid … Vertrekken vanuit een visie die sterk gefocust is op de cognitieve ontwikkeling en strikte regels. Dit belemmert het nastreven van een brede ontwikkeling. Volgens de internaten: ontoereikende omkadering en budget om een bredere begeleiding mogelijk te maken. Gebrek aan visie, weinig of niet vertrekken vanuit doelen, geen taak- en rolverdeling. Weinig bewuste processen vanuit gedeelde denkkaders.
— [44]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 12 – Het internaatsteam geeft studie- en/of leerbegeleiding aangepast aan de doelgroep en aan het individuele kind/de individuele jongere.
Kwaliteitsbeeld Het internaatsteam zorgt voor een stimulerende studiesfeer. In de dag- en weekplanning is er voldoende tijd uitgetrokken voor het schoolwerk. Het internaatsteam ondersteunt de intern bij het ontwerp en de uitvoering van de studieplanning en zet de intern aan tot zelfcontrole. Het internaatsteam toont interesse in de ervaringen van de intern tijdens de schooldag en in de leerprestaties. Er is een open en doelgerichte communicatie met de intern, de school en de ouders gericht op een optimale studie- en leerbegeleiding. Met het oog op het realiseren van gelijke kansen doet het internaat, indien nodig en mogelijk een beroep op deskundigen zoals CLB, school en andere instanties, om problemen bij het leren en studeren specifiek te ondersteunen, met goedkeuring van en in samenspraak met de ouders.
— [45]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Sterke visie van internaat en school over studie- en leerbegeleiding, sterke gerichtheid op het slagen op school van internen, sterke aandacht voor studieresultaten en -begeleiding, studie als belangrijkste doel in haar werking. De organisatie en de ondersteuning van de studie in dagstructuur, routine, verzekerd toezicht, opvolging van resultaten, discipline en studiehouding blijven eisen, gebruik studieplanner, het aanbieden van leerstrategieën … De samenwerking, afstemming en overleg met de school over de studie en/of leerbegeleiding: een gezamenlijk digitaal platform (leerlingvolgsysteem, communicatie), veel overleg, gemeenschappelijke oudercontacten, intensief en gestructureerd contact met de leerlingenbegeleiders van de school … Het openstellen van het internaat (en de school) voor externe hulpverleners, de samenwerking met hen (met goedkeuring en in samenspraak met de ouders). De aanstelling van een teamlid met specifieke expertise voor studiebegeleiding: bv. een studiebegeleider.
— [46]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Het ontbreken van een visie op wat kwaliteitsvolle studiebegeleiding inhoudt en op de organisatie ervan. Weinig of geen afstemming tussen internaat en school: geen beleid en samenwerking om de studie, de leerstrategieën … gericht te versterken. Moeten samenwerken met veel scholen omdat dit zorgt voor meer verscheidenheid in de aanpak van de studiebegeleiding. Het ontbreken van voldoende en van deskundig personeel om ondersteuning op maat te kunnen bieden aan het toenemend aantal internen met complexe ondersteuningsnoden. Een toenemend aantal internen met complexe ondersteunings- en begeleidingsnoden die dezelfde middelen genereren als de andere internen. Geen samenwerking met en geen ondersteuning van het CLB.
— [47]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 13 – Het internaatsteam biedt alle internen een passende begeleiding.
Kwaliteitsbeeld Het internaatsteam begeleidt de internen als groep, waar nodig als individu. Het internaatsteam detecteert de mogelijkheden en de behoeften van de intern en differentieert de begeleiding waar nodig en mogelijk. De sterktes van de internen vormen het uitgangspunt voor de begeleiding. Het internaatsteam gelooft dat alle internen de mogelijkheid in zich hebben om te leren en te groeien. Voor internen met specifieke ondersteuningsbehoeften plant het internaatsteam in overleg met de ouders, de school en eventuele andere externe partners specifieke ondersteuning, gericht op maximale participatie van de intern aan de internaatswerking en aan het maatschappelijke leven.
— [48]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: De internaatswerking vanuit een visie vormgeven. De grondhouding en het engagement van het team die zich uiten in betrokkenheid op elke intern. Nauwe samenwerking met de school/scholen of andere partners. Dat uit zich onder meer in frequent overleg over de begeleiding van de intern. Een goede organisatie (met een sterke aandacht voor structuur, regelmaat, afspraken) ondersteunt de uitvoering. Het nastreven van een goede balans in de aandacht voor het individu en de groep. Investeren in extra personele middelen of het aanwerven van begeleiders met specifieke deskundigheden om voldoende ondersteuning te garanderen of om individuele begeleiding te kunnen bieden. Investeren in de psychologische begeleiding om de emotionele ontwikkeling van internen te ondersteunen.
— [49]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Een eerder autoritaire visie op het omgaan met jongeren: weinig inspraak geven, weinig autonomie-bevorderend, weinig ondersteunend in nemen van verantwoordelijkheid, weinig gericht op talenten. De beperkte omkadering is belemmerend, waardoor passende activiteiten, passende studiebegeleiding of individuele begeleiding in het gedrang komen. Weinig aandacht voor, weinig ervaring (vanuit historiek) met, weinig expertise inzake internen met specifieke onderwijsbehoeften.
— [50]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 14 – Het internaatsteam overlegt met de internen, de ouders, de school en andere relevante partners en stuurt het begeleidingsproces bij op basis van feedback.
Kwaliteitsbeeld Het internaatsteam overlegt intern, betrekt de internen bij beslissingen die hen aanbelangen en geeft hen adequate feedback met het oog op vooruitgang in het ontwikkelingsproces. Het benut formele en informele contactmomenten om relevante informatie over de internen uit te wisselen met ouders en school. Het internaat betrekt het sociaal netwerk en, indien nodig, ook andere relevante externe diensten actief in haar werking. De gegevensuitwisseling en -verwerking houden rekening met privacy, informatieveiligheid en ambtsgeheim. Het overleg met ouders, school en eventuele externe partners gebeurt transparant met het oog op het gezamenlijk verderzetten van een kwaliteitsvol begeleidingstraject.
— [51]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Het overleg met de intern, ouders en school is sterk ingebed in de werking. Dit uit zich onder meer in duidelijke en voldoende overlegstructuren. Een nauwe samenwerking met de school via intens contact op directieniveau, nauw contact tussen leraren en internaat, gemeenschappelijk gebruik leerlingvolgsysteem … In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Geen of weinig visie op informatie-uitwisseling, op partnerschap (bv. met ouders), op participatie ... Geen of weinig visie op een bewust en doelgericht beleid. Dat uit zich onder meer in een zwakke communicatie en weinig overlegstructuren. Gebrek aan tijd en aan personele middelen.
— [52]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 15 – Het internaat ontwikkelt en voert een gedragen, geïntegreerd en samenhangend beleid rekening houdend met het pedagogisch project.
Kwaliteitsbeeld Het internaat ontwikkelt en expliciteert zijn gedeelde waarden, missie en visie in het pedagogisch project. Het betrekt hierbij het internaatsteam en bewaakt dat alle teamleden zich hiervoor gezamenlijk inzetten. Het internaat houdt rekening met de eigen context- en inputkenmerken, met de eigen doelen en het pedagogisch project. Wat in het internaat gebeurt, ondersteunt de internen in het opgroeien tot zelfstandige, sociale en veerkrachtige mensen. Dit kan bijdragen tot goede schoolresultaten. Daarom concretiseert het internaat de eigen visie tot op het niveau van de dagelijkse werking.
— [53]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Een duidelijk gedragen pedagogisch project dat de internaatscultuur en de werking aanstuurt. Een sterk beleidsvoerend vermogen: de structuren, de afspraken, het intern overleg … zijn ondersteunend. Nauwe samenwerking met de scholen, zowel beleidsmatig als pedagogisch. De samenwerking met de pedagogische begeleidingsdienst : ondersteuning bij visieontwikkeling, aanreiken van een beleidskader. Gedragen prioriteiten trajectmatig aanpakken. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Onduidelijkheid over het pedagogisch project. Het gebrek aan een participatieve cultuur in het internaat. De grote invloed van de school op de beleidsvoering van het internaat. Hierdoor ervaart het internaat beperkte ruimte, mandaat en tijd om een beleid te voeren. Financiële en materiële grenzen belemmeren het voeren van een beleid. Het toenemend aantal jongeren in internaten die ‘jeugdhulp’ of andere gespecialiseerde hulp nodig hebben, zorgen voor extra druk op de internaatswerking om de visie te realiseren.
— [54]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 16 – Het internaat stuurt de internaatswerking aan op vlak van cultuur, structuur, participatie en responsiviteit.
Kwaliteitsbeeld Het internaat bouwt doelgericht aan de cultuur en structuur van haar organisatie, die het bereiken van de vooropgestelde doelen ondersteunen. Teamleden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de realisatie van deze doelen. De organisatiecultuur en -structuur worden geregeld geëvalueerd, verankerd of bijgesteld. Het internaat ontwikkelt een cultuur waarin participatie en open dialoog belangrijke elementen zijn. Participatie is overleggen, afstemmen en rekening houden met elkaar. Vooral het beluisteren van zienswijzen tussen de verschillende participanten is belangrijk. Dit verhoogt het draagvlak voor beslissingen en de betrokkenheid van het internaatsteam en de internen. Het internaat staat open voor externe vragen en verwachtingen en maakt hierbij bewuste en onderbouwde keuzes.
— [55]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Het belang van de rol van de beheerder: leiden, aansturen, aanwezigheid op de werkvloer, open communicatie, opvolgen … De samenhorigheid en gelijkgerichtheid van het team. Bewust initiatieven nemen in het kader van interne kwaliteitszorg, zoals een sterktezwakteanalyse, een jaarlijkse reflectie en de opmaak van een masterplan. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Ontbreken van tools en knowhow om meer systematisch, methodologisch en doelgericht werk te maken van evalueren. Weinig participatie (zowel van opvoeders, internen en ouders) bij evaluatie, top-downbenadering, slechte communicatie.
— [56]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 17 – Het internaat bouwt doelgericht samenwerkingsverbanden uit en communiceert transparant over zijn werking.
Kwaliteitsbeeld Het internaat bouwt aan relaties met ouders, scholen en andere partners. Het maakt deel uit van het lokale sociale weefsel. Het zorgt voor een doeltreffende samenwerking met andere partners. Het legt daarbij prioriteiten in functie van de ontwikkeling van de internen en het concretiseren van het pedagogisch project. Het internaat communiceert actief met interne en externe belanghebbenden over zijn doelen, inspanningen, aanpak en ontwikkelingen. Het creëert hiervoor voldoende mogelijkheden tot open dialoog.
— [57]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Een open cultuur van formele en informele communicatie met de verschillende interne en externe participanten. Sterke visie uitdragen, weten waar het internaat voor staat … Structuren opzetten om de communicatie vorm te geven. Intense samenwerking en onderlinge afstemming van school en internaat. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Te weinig een actief beleid hierover voeren, te weinig visie hebben, te weinig participatie nastreven … Geen optimale samenwerking met de school/scholen: ofwel met een te groot aantal scholen, geen aanwezigheid van een school (autonoom internaat). Te beperkte personele middelen: o.a. meer nood aan zorgondersteuning. Weinig interactie met lokale partners. Het toenemend aantal jongeren in internaten die ‘jeugdhulp’ of andere gespecialiseerde hulp nodig hebben, zorgen voor extra druk op de internaatswerking en dus ook op de noodzakelijke samenwerkingsverbanden en op de communicatie met externen.
— [58]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 18 – Het internaat onderzoekt en ontwikkelt op systematische wijze de kwaliteit van zijn werking.
Kwaliteitsbeeld Het internaat streeft vanuit een gedragen visie duidelijke doelen na en ontwikkelt hiervoor een strategie. Het internaat onderzoekt, borgt en verbetert op systematische en cyclische wijze zijn kwaliteit. Het bepaalt zelf de inhoud en de methode voor de eigen kwaliteitsontwikkeling op basis van vaststellingen, prioriteiten of doelen. Bij het analyseren en evalueren van zijn kwaliteit gebruikt het internaat diverse relevante bronnen en betrekt het belanghebbenden. De resultaten en de effecten vormen hierbij, samen met de context- en inputkenmerken, het uitgangspunt.
— [59]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: De gerichtheid op kwaliteitsverbetering met aandacht voor visie, doelen, prioritering, strategie, overleg … De ondersteuning voor kwaliteitsverbetering door de pedagogische begeleiding. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Te weinig ondersteuning, het gebrek aan kennis, het ontbreken van tools over en voor kwaliteitszorg en -verbetering. Het niet ervaren van de noodzaak van kwaliteitsbewaking, geen veranderingsbereidheid, voortbouwen op traditie zonder de relevantie hiervan in vraag te stellen. Het gebrek aan een doelgerichte werking. Het gebrek aan beleidsvoerend vermogen.
— [60]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 19 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend personeelsbeleid dat integraal en samenhangend is.
Kwaliteitsbeeld Het internaat gebruikt duidelijke en overlegde criteria bij het aanwerven en inzetten van personeelsleden. Het speelt in op de competenties en de diversiteit binnen het internaatsteam. Het internaat voert informele en formele gesprekken met de teamleden en heeft specifieke aandacht voor ondersteuning. De personeelsleden krijgen feedback over de manier waarop ze hun opdracht vervullen, zowel als individu als in groep. Hierdoor toont het internaat dat het de inspanningen van de personeelsleden valoriseert. Het internaat voert een transparant en rechtvaardig functionerings- en evaluatiebeleid.
— [61]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Het streven naar een transparant personeelsbeleid met een duidelijke aanwervingsprocedure en criteria, aanvangsbegeleiding, formele en informele gesprekken, functionerings- en evaluatiegesprekken. Het streven naar complementariteit in het opvoedersteam: o.a. het aanwerven van begeleiders met specifieke competenties. Een cultuur van samenwerking en steun in het internaatsteam creëren. Rol van de internaatsbeheerder: duidelijk aanwezig zijn, investeren in positieve relaties … Werken met gedeelde verantwoordelijkheden, inspelen op competenties van teamleden. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Vele personeelswissels, zowel van opvoeders als van beheerders. De beperkte beschikbaarheid van personeel op de arbeidsmarkt. Gebrek aan beleidsvoerend vermogen: weinig emancipatorische visie, weinig coaching van teamleden, geen aanwervingscriteria, geen criteria, geen functiebeschrijvingen, geen formele functioneringsgesprekken …
— [62]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 20 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend professionaliseringsbeleid en heeft hierbij specifieke aandacht voor beginnende internaatsmedewerkers en voor veranderingen op vlak van context en input.
Kwaliteitsbeeld Het internaat ontwikkelt een systematisch professionaliseringsbeleid. Hierbij staan de professionaliseringsnoden van de teamleden, de prioritaire doelen van het internaat en de evolutie van de instroom centraal. Het internaat bevordert de professionele dialoog en reflectie over de internaatswerking en biedt hierbij de nodige ondersteuning. Interne en externe expertisedeling worden gestimuleerd. Het internaat bewaakt de implementatie van professionaliseringsinitiatieven en volgt de effecten ervan op. Beginnende teamleden krijgen een passende begeleiding.
— [63]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Er is een cultuur van gezamenlijke verantwoordelijkheid, samenwerking, onderlinge steun, open dialoog, veelvuldig (in)formeel overleg en de opvoeders leren van elkaar op de werkvloer. Bewust en gericht met professionalisering bezig zijn: investeren in nascholing, structureel ingebouwde uren voor professionalisering, cursus beginnend opvoeder. De professionaliseringsinitiatieven vertrekken vanuit de noden van het team en de doelen in de werking. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Te weinig een beleid voeren dat gericht is op professionalisering, onder andere door een gebrek aan visie op professionalisering, onvoldoende zicht hebben op de noden van de teamleden of professionaliseringsinitiatieven niet enten op prioriteiten van het internaat. De timing van externe vormingen staat haaks op het internaatsritme. De keuze van het internaat om alle beschikbare middelen te investeren in de begeleiding van de internen en niet in de professionalisering van het personeel. — [64]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Te weinig voorzien in ondersteuning voor de implementatie en de opvolging van professionaliseringsinitiatieven. Te weinig oog hebben voor de effecten van professionaliseringsinitiatieven.
— [65]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 21 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend financieel en materieel beleid.
Kwaliteitsbeeld Het internaat heeft zicht op de materiële noden. Het wendt de toegekende middelen aan op basis van duidelijke en overlegde criteria in functie van de prioriteiten en de doelen die het wil bereiken. Het internaat volgt de effecten van zijn financieel en materieel beleid op.
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: De financiële en materiële noden kennen en die proberen op te volgen. Een langetermijnvisie hebben. Een financieel en/of materieel beleidsplan, masterplan … opmaken. De effecten zien van investeringen. Het geven door de scholengroep, de school, het bestuur van (een zekere) autonomie aan de internaatsbeheerder om beslissingen te nemen op financieel vlak. — [66]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
De ondersteuning door het bestuur, de scholengroep, de school … om de internaatsbeheerder het financieel en/of materieel beleid te laten voeren Aanvullende financiële steun vanuit bestuur of via andere sponsoring. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Gebrek aan beleidsvoerend vermogen: weinig visie, weinig transparantie over de middelen, weinig opvolging van de effecten van het financieel beleid … Beperkte autonomie van de beheerder om beslissingen te nemen op financieel vlak, de afhankelijkheid hiervoor van de scholengroep, de school of het bestuur. Botsen tegen financiële grenzen: onvoldoende middelen, afhankelijkheid van verhuur van internaat of sponsoring. Een verouderde infrastructuur, die omwille van de nodige investeringen, een invloed heeft op het financieel en materieel beleid.
— [67]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 22 – Het internaat ontwikkelt en voert een transparant kostenbeleid.
Kwaliteitsbeeld Het internaat reflecteert over de kosten voor alle internen. Het maakt strategische keuzes om deze te beheersen en heeft hierbij bijzondere aandacht voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Het internaat communiceert transparant over de kosten met alle belanghebbenden en over het beleid rond wanbetaling.
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Een doorleefde visie en de wil en een grondhouding om kosten te beperken. Duidelijke communicatie over de kosten (in schoolreglement, met ouders …). Inspraak van ouders in het kostenbeleid. Aandacht voor kwetsbare groepen: het pedagogisch project waarborgt een toegang en kostenbeheersing voor alle internen. — [68]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Er is ondersteuning en opvolging van het kostenbeleid door gemandateerd personeel, door het bestuur, door de school. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Weinig evaluatie van of reflectie over het kostenbeleid. Geen overleg met ouders over het kostenbeleid, mede door het ontbreken van formele overlegorganen met ouders. Weinig aandacht om internen uit kwetsbare groepen te ondersteunen.
— [69]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
Kwaliteitsverwachting 23 – Het internaat ontwikkelt en voert een doeltreffend beleid met het oog op de fysieke en mentale veiligheid van de woon- en leefomgeving.
Kwaliteitsbeeld De internen en teamleden voelen zich fysiek en mentaal veilig in het internaat. De internaatswerking vindt plaats in lokalen die bewoonbaar, veilig en hygiënisch zijn. Om dit te realiseren neemt het internaat een samenhangend geheel van maatregelen gericht op het voorkomen, evalueren en bestrijden van risico's. Dit veiligheidsbeleid is verankerd in de dagelijkse praktijk. Op basis van een analyse van de risico’s, de beschikbare financiële middelen en de wettelijke vereisten, stelt het internaat prioriteiten voorop. Verbeteringen leiden binnen een redelijke termijn tot de gewenste resultaten.
— [70]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting tegemoetkomen, hebben een of meerdere van volgende factoren een positieve invloed op het tegemoetkomen aan deze kwaliteitsverwachting: Samenwerking met de preventieadviseur van de school of scholengroep voor de uitbouw van het veiligheidsbeleid. Inzetten op opleiding en vorming om dit beleid gestalte te geven. Het voorzien in personele en financiële middelen vanuit het bestuur om dit beleid te voeren. In internaten die aan deze kwaliteitsverwachting weinig of niet tegemoetkomen, werken een of meer van volgende factoren belemmerend: Weinig personele en materiële middelen om een beleid te voeren. Weinig of beperkte autonomie om een beleid te voeren, bijvoorbeeld door als internaat te weinig te kunnen wegen op beslissingen van de scholengroep of de school of door de beperkte betrokkenheid van de beheerder op beleidsniveau. Weinig investering in preventieve acties om pestgedrag te voorkomen. Oud gebouw, nood aan renovaties, niet meer voldoen aan hedendaags comfort en privacy …
— [71]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
IV.
EN NU …?
Het RiK beklemtoont dat internaten een belangrijke maatschappelijke opdracht hebben. Internaten zorgen voor welbevinden en werken dankzij het creëren van een positief leefklimaat en van een stimulerende studiesfeer aan het tegengaan van schooluitval en schoolverzuim. Ze zijn onder meer voor leerlingen met een specifieke leerinteresse noodzakelijk om de studie van hun keuze te kunnen volgen. Voor steeds meer kinderen en jongeren uit een kwetsbare gezinssituatie zijn internaten een veilige thuishaven. Niettegenstaande het RiK pas heel recent geïntroduceerd is in het werkveld, kunnen we stellen dat de internaten reeds voor heel wat aspecten van de kwaliteitsverwachtingen aandacht hebben. De verkennende bezoeken leveren de onderwijsinspectie inzichten op die bruikbaar zijn voor het ontwikkelen van een toezichtskader. Die inzichten leiden eveneens tot enkele beleidsaanbevelingen die hierna terug te vinden zijn. Met het RiK krijgen de internaten de plaats in het onderwijslandschap die ze verdienen en treden ze uit de schaduw van scholen, centra en academies. De beleidsaanbevelingen kunnen de deur openzetten voor de verdere ontwikkeling van een kwaliteitsvolle internaatswerking.
— [72]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)
V.
AANBEVELINGEN
Op basis van bovenstaande vaststellingen formuleert de onderwijsinspectie volgende aanbevelingen. Geef het RiK een plaats in de regelgeving Het RiK valideren in de regelgeving is een krachtige hefboom voor de kwaliteitsontwikkeling van alle onderwijsinternaten. Geef een periodiek kwaliteitstoezicht op de internaatswerking een plaats in de kwaliteitsontwikkeling van de onderwijsinternaten Het RiK kan de verbindende factor vormen tussen de interne kwaliteitsontwikkeling van de internaten en een extern kwaliteitstoezicht. Tot nu toe hield de onderwijsinspectie enkel toezicht op de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne in internaten. Het bestaande toezicht combineren met een doorlichting van de brede internaatswerking kan een krachtige hefboom zijn om de kwaliteitsontwikkeling van de onderwijsinternaten te stimuleren. Het uitwerken van een toezichtskader is hiervoor een noodzakelijke stap. De informatie en vaststellingen uit de verkennende bezoeken kunnen hierbij uiterst nuttig zijn. Investeer in ondersteuning om het RiK verder te implementeren Voorzie in de nodige ondersteuning en professionalisering van de internaatsmedewerkers, rekening houdend met de gewijzigde doelgroep. Schep duidelijkheid over de ondersteuning waarop internaten kunnen terugvallen om aan de verwachtingen van het RiK tegemoet te komen. Voorzie in ondersteuning van de internaatsbeheerder voor het voeren van een kwaliteitsbeleid, met extra aandacht voor visieontwikkeling. Geef de pedagogische begeleidingsdienst en het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) een opdracht in de begeleiding van de internaatswerking of voor individuele internen. Stimuleer en faciliteer de expertisedeling in en tussen internaten. Hou rekening met relevante context- en inputfactoren Werk, conform het regeerakkoord, de verschillen weg tussen de internaten in verband met de hun subsidiëring/financiering, rekening houdend met relevante context- en inputfactoren zoals de aanwezigheid van internen met specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften en internen uit kwetsbare gezinssituaties. Actualiseer de personeelsomkadering van de internaten op basis van de huidige maatschappelijke uitdagingen, de gewijzigde instroom en rekening houdend met wat de overheid van internaten verwacht. Werk in samenspraak met de vertegenwoordigers van de internaten normen en richtlijnen uit voor de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne. Uit de verkennende bezoeken en uit andere contacten met de vertegenwoordigers van de internaten blijkt er een grote nood aan duidelijke normen en richtlijnen voor de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne in onderwijsinternaten. Hierbij is specifieke aandacht nodig voor de fysieke en mentale veiligheid en bescherming van internen op kwetsbare momenten.
— [73]— Rapport over de verkennende bezoeken aan de onderwijsinternaten (2019)