ADVIES 24 februari 2022
Meer gedragenheid en minder sturing voor thema’s OBPWO 2022 Advies over ontwerp van themazetting voor Onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek 2022
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 20 januari 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 24 februari 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep OBPWO op 15 februari 2022 onder voorzitterschap van Inge Van Trimpont Inbreng van de werkgroep Tweedekansleerwegen op 3 februari 2022, de commissie Deeltijds Kunstonderwijs op 8 februari 2022, de Raad Basisonderwijs op 9 februari 2022 en de Raad Secundair Onderwijs op 10 februari 2022. Dossierbeheerder: Marleen Colpin
Inhoud 1
Situering .......................................................................................................................................... 2
2
Algemene opmerkingen ................................................................................................................. 2
3
2.1
Zorg voor balans tussen ruim opgevatte thema’s en thema’s rond onmiddellijke beleidsproblemen................................................................................................................... 2
2.2
Valoriseer de bijdrage van de Vlor aan de themazetting ..................................................... 3
2.3
Formuleer de oproep opener zodat de rijkdom aan perspectieven op onderwijs ruimte kan krijgen .............................................................................................................................. 3
2.4
Laat meer ruimte voor de invulling van de onderzoeken en evalueer de haalbaarheid ... 4
2.5
Neem een medewerker van het permanent secretariaat van de Vlor op als lid van elke stuurgroep............................................................................................................................... 4
Advies bij de thema’s ..................................................................................................................... 4 3.1
Effectieve praktijken ter preventie en aanpak spijbelen en vroegtijdig schoolverlaten .... 5
3.2
Samenwerking tussen buitengewoon en gewoon onderwijs in functie van trajecten op maat voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften................................................... 5
3.3
Onderbouwde hefbomen voor kwaliteitsvol kleuteronderwijs............................................. 6
3.4
Hefbomen voor de betrokkenheid van ouders bij het leren, met bijzondere aandacht voor taalverwerving Nederlands ............................................................................................ 7
3.5
Evaluatie van het decreet deeltijds kunstonderwijs ............................................................ 8
3.6
Bouwstenen voor opleiding en professionalisering van (duale) leraren technische en praktijkvakken in arbeidsmarktgerichte opleidingen........................................................... 9
3.7
Handvatten om een klasklimaat te creëren dat leren ondersteunt en om de prevalentie van storend gedrag te verminderen .................................................................................... 10
Bronnen................................................................................................................................................. 11
1
vlor.be
1 Situering De Vlaamse Regering actualiseerde op 18 september 2020 het besluit van 7 september 1994 dat de procedure regelt voor het Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (OBPWO).1 Dat besluit werd vanaf 2021 opnieuw in gebruik genomen met het oog op de versterking van evidence-informed beleid en de ondersteuning van de school- en klaspraktijk. Het besluit bepaalt: ‘De door de ad-hocbeleidscommissie opgestelde jaarlijkse themazetting en de bijhorende budgettaire verdeling tussen kortlopend en langlopend onderzoek wordt door de minister voor advies voorgelegd aan de Vlaamse Onderwijsraad. Na dit advies bepaalt de Vlaamse Regering de prioritaire onderzoeksthema's voor de jaarlijkse oproep en de hogervermelde budgettaire verdeling.’ De Vlor geeft nu voor de tweede keer sinds de actualisering advies over de jaarlijkse themazetting. Voor 2021 ging het om acht thema’s.2 Het voorliggende ontwerp van themazetting bevat er zeven. Twee daarvan keren (herwerkt) terug uit de vorige lijst. Omdat er geen voorstel werd ingediend dat aan de criteria beantwoordde, werd geen onderzoek gegund voor die thema’s. De zes onderzoeken die wel gegund werden in 2021, lopen nog, met wisselende einddata waarvan de eerste op 28 februari 2022.3 Medio 2021 werden de onderwijsactoren en onderzoeksinstellingen uitgenodigd om bij te dragen aan de inventarisatie van kennisvragen in functie van de themazetting voor OBPWO 2022. De Vlor deed dat met een advies dat zestien thema’s met onderliggende kennisvragen inhoudt.4
2 Algemene opmerkingen 2.1 Zorg voor balans tussen ruim opgevatte thema’s en thema’s rond onmiddellijke beleidsproblemen Artikel 3 van het genoemde besluit over OBPWO stelt: ‘De prioritaire onderzoeksthema's moeten een aantal ruim opgevatte thema's bevatten, die, voor een aantal jaren, het basisstramien van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek vormen. Daarnaast kunnen thema's worden gedefinieerd die op onmiddellijke beleidsproblemen betrekking hebben. Binnen dat kader worden minstens één keer per jaar een aantal onderzoeksthema’s vastgelegd. Deze themazetting bevat zowel beleids- als praktijkgerichte vragen en zowel kortlopend als langlopend onderzoek.’ In de voorgestelde themazetting herkent de Vlor onvoldoende ruim opgevatte thema’s. De meeste thema’s spelen vanuit een enge focus in op vastgestelde problemen in de praktijk. We vragen
Besluit van de Vlaamse regering van 7 september 1994 tot regeling van de procedure voor de projecten van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek. 2 Vlor, Algemene Raad. Themazetting OBPWO 2021. Advies over de themazetting voor Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek, 22 oktober 2020. 3 Zie Onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijke onderzoek (OBPWO) (vlaanderen.be) 4 Vlor, Algemene Raad. Kennisvragen van het onderwijsveld. Thema’s en vragen voor onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (OBPWO 2022), 24 juni 2021. 1
2
vlor.be
duiding over de verhouding tussen de twee soorten thema’s in het geheel van de lopende en geplande OBPWO-onderzoeken.
2.2 Valoriseer de bijdrage van de Vlor aan de themazetting In het advies over de themazetting voor OBPWO 2021 sprak de Vlor de verwachting uit om vanuit een participatieve visie op beleids- en praktijkgericht onderzoek in de toekomst ten volle de mogelijkheid te krijgen om een actieve rol op te nemen om tot een gedragen themazetting te komen. We grepen dan ook de kans aan met het advies met kennisvragen, waarin we ook telkens de link legden met de beleidsagenda van de minister. Van de zestien thema’s met onderliggende vragen herkennen we weinig tot niets in deze themazetting. We betreuren dat er geen rekening gehouden werd met het advies van een representatief samengestelde strategische adviesraad die het gezamenlijke en gedragen standpunt van alle partners in het onderwijsveld verwoordt. Dat advies bevat vragen die een plaats kunnen krijgen in onderzoek rond ruim opgevatte thema’s, zoals de impact van de coronacrisis of de lerarenloopbaan. De Vlor vraagt al lang naar onderzoek dat kan bijdragen aan het terugdringen van het lerarentekort op lange termijn. Thema 6 (Bouwstenen voor opleiding en professionalisering van (duale) leraren technische en praktijkvakken in arbeidsmarktgerichte opleidingen) zou daaraan moeten tegemoetkomen, zo lezen we in de adviesvraag van de minister. Dat thema heeft echter betrekking op een specifieke groep van leraren, terwijl het lerarentekort een algemeen probleem en grote maatschappelijke uitdaging vormt. Er worden wel maatregelen genomen op korte termijn om het aan te pakken, maar die zullen niet volstaan. We dringen daarom aan op een onderzoek rond de school als werkplek, de school als organisatie, … dat antwoorden kan bieden op de vraag hoe onderwijs voldoende mensen kan aantrekken en behouden. Zo’n onderzoek kan een hefboom zijn voor duurzaam beleid op langere termijn. De Vlor doet ook steeds voorstellen vanuit de breedte van het onderwijslandschap, rekening houdend met alle onderwijsvormen en -niveaus. In deze themazetting vinden we wel aandacht voor het arbeidsmarktgericht onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs, maar niet voor het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs. We benadrukken dat de nood aan kennisontwikkeling ook voor die niveaus geldt, bv. rond levenslang leren en microcredentials, zoals voorgesteld. We verwachten dus dat de bijdrage van de Vlor alsnog gevaloriseerd wordt en dat sommige kennisvragen opgenomen worden in OBPWO 2022 en andere in toekomstig onderzoek.
2.3 Formuleer de oproep opener zodat de rijkdom aan perspectieven op onderwijs ruimte kan krijgen Dat we in het ontwerp van themazetting zo veel thema’s zien die inspelen op onmiddellijke beleidsproblemen en het leerplichtonderwijs, heeft allicht te maken met het feit dat in de aanleiding vaak verwezen wordt naar de adviezen van de commissie Beter Onderwijs.5 Het rapport van die commissie is duidelijk richtinggevend geweest voor de themazetting. Men mag er echter
5
Brinckman P.& Versluys, K. (2021). Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht. Rapport van de Commissie Beter Onderwijs. Oktober 2021.
3
vlor.be
niet van uitgaan dat de analyse en adviezen van die commissie per definitie breed gedragen zijn en niet voor fundamentele kritiek vatbaar zijn. De commissie heeft vanuit een bepaald perspectief naar onderwijs gekeken. Andere perspectieven ontbreken in het geheel. Het is problematisch als dat gebrek aan multiperspectiviteit zonder meer vertaald wordt naar een themazetting voor onderwijsonderzoek. Daardoor krijgen de onderzoeksvoorstellen een erg sturend karakter, zo stellen we vast. De focus is vaak zeer eng. De Vlor hanteert een bredere visie op onderwijs en de maatschappelijke inbedding ervan. We vragen om de oproep opener te formuleren, zodat onderzoekers vanuit verschillende disciplines en paradigma’s voorstellen kunnen indienen en er ruimte is voor een waaier aan onderzoeksbevindingen die de onafhankelijkheid van de onderzoekers respecteert. Op die manier spreek je de rijkdom aan wetenschappelijke expertise en inzichten in de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen aan. In het Steunpunt Onderwijsonderzoek, dat een consortium was, vonden we die diversiteit wel terug.
2.4 Laat meer ruimte voor de invulling van de onderzoeken en evalueer de haalbaarheid De oproep is zeer gedetailleerd en schrijft heel concreet voor welke (vaak dezelfde) stappen elk onderzoek moet zetten. Ook dat ervaart de Vlor als heel sturend. Het zijn onderzoeksvoorstellen, terwijl het net aan de onderzoekers is om die uit te werken, vertrekkend van de aanleiding en kennisvragen. Daarbij moeten de onderzoekers uitgaan van haalbaarheid binnen de beschikbare tijd en middelen. Nu stellen we ons soms vragen bij die haalbaarheid als we zien wat er allemaal gevraagd wordt binnen een termijn van 18 of 24 maanden. Dat brengt ons terug bij de aard van de onderzoeken. Het gaat vooral om effectiviteitsonderzoek. Dat heeft een lange looptijd nodig. Hou er dus rekening mee dat niet altijd alles zal kunnen of dat een langere looptijd nodig is.
2.5 Neem een medewerker van het permanent secretariaat van de Vlor op als lid van elke stuurgroep We vragen dat de geldende samenwerkingsovereenkomst tussen het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en de Vlor gerespecteerd wordt en dat dus aan alle stuurgroepen van wetenschappelijk onderzoek over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming in opdracht van de overheid een personeelslid van het permanent secretariaat van de Vlor kan deelnemen. Het is immers relevant voor de advieswerking dat de Vlor op de hoogte is van de voortgang van de onderzoeken en op die manier de leden, die niet allemaal vertegenwoordigd zijn in de stuurgroepen, kan informeren over (tussentijdse) resultaten die vrijgegeven worden. Omgekeerd kan de vertegenwoordiger van het secretariaat in de stuurgroepvergaderingen attenderen op eerdere standpunten in adviezen van de Vlor.
3 Advies bij de thema’s Hierna gaat de Vlor in op de zeven thema’s uit het ontwerp van themazetting. We doen dat in eerste instantie globaal. Bij enkele thema’s doen we ook suggesties voor aanvullingen op de kennisvragen. We beseffen dat we daarmee ook in de val trappen om te gedetailleerd of sturend
4
vlor.be
te zijn. Het is echter een logisch gevolg van de mate waarin de voorstellen uitgeschreven zijn. Beter zou zijn als we nu advies konden geven op de grote thema’s en dat die meer specifieke feedback kan gegeven worden vanuit een breed maatschappelijk forum – naast een wetenschappelijk forum – bij de beoordeling van de voorstellen van de onderzoekers.
3.1 Effectieve praktijken ter preventie en aanpak van spijbelen en vroegtijdig schoolverlaten Dit thema is grotendeels een herneming van het voorstel voor OBPWO 2021. De Vlor stelt vast dat er tegemoetgekomen is aan de aanbevelingen uit zijn eerdere advies: het is nu duidelijk dat het onderzoek toegespitst is op secundair onderwijs; er wordt verwezen naar eerdere onderzoeken en het belang van bijkomend onderzoek wordt geduid; differentiatie naar context is nu inbegrepen. Dit onderzoek sluit aan bij de verwachtingen die de Vlor uitspreekt in zijn advies over een nieuw actieplan ter preventie en aanpak van vroegtijdig schoolverlaten.6 Het gaat erom de goede praktijken in kaart te brengen en de aanwezige kennis en methodieken bij scholen te brengen. Het onderzoek moet bovendien voldoende lange-termijn-gericht zijn. We vragen om een link te leggen tussen dit onderzoeksthema en thema 7 (Handvatten om een klasklimaat te creëren dat leren ondersteunt en om de prevalentie van storend gedrag te verminderen). Daarnaast blijft het punt dat ook in het basisonderwijs het aandeel problematische afwezigheden groeit. We wijzen op het belang van een brede preventieve basiszorg en vroege detectie.7 Daar kan dan in het secundair onderwijs op voortgebouwd worden.
3.2 Samenwerking tussen buitengewoon en gewoon onderwijs in functie van trajecten op maat voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften Dit thema is grondig herwerkt ten opzichte van het thema ‘Sterk buitengewoon onderwijs door in te zetten op kwaliteitsontwikkeling’, zoals we dat adviseerden voor OBPWO 2021. Dat thema leidde uiteindelijk niet tot een onderzoek. Bij de herwerking waren de conceptnota Leersteun en het rapport van de commissie Beter Onderwijs richtinggevend, zo lezen we in de aanleiding. De Vlor erkent het belang van dit thema, maar adviseert sterk om in de oproep voor dit onderzoek een brede invulling van inclusief onderwijs te hanteren, in lijn met het VN-verdrag Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de Grondwet.8 We zien de lijn tussen gewoon en buitengewoon onderwijs als een continuüm en vragen dan ook om overgangen in beide richtingen te onderzoeken. Verder heeft de Vlor de volgende aanbevelingen om het onderzoek te versterken: • In de aanleiding wordt gesteld: ‘Om leerlingen vlot te kunnen laten bewegen tussen gewoon en buitengewoon onderwijs en deeltijdse lesbijwoning in beide contexten mogelijk te maken,
Vlor, Algemene Raad. Nieuw actieplan ter preventie en aanpak van schooluitval. 24 februari 2022. Vlor, Raad Basisonderwijs. Advies over problematische afwezigheden in het lager onderwijs, 18 april 2018. 8 In 2021 werd artikel 22ter ingevoegd in de Grondwet, dat stelt: ‘Iedere persoon met een handicap heeft recht op volledige inclusie in de samenleving, met inbegrip van het recht op redelijke aanpassingen’. 6 7
5
vlor.be
•
• •
•
zullen individueel aangepaste curricula (IAC) worden toegepast in gewoon en buitengewoon onderwijs.’ Eerder dan een IAC, dat enkel betrekking heeft op het curriculum, stelt de Vlor voor om de handelingsplanning als referentie te nemen. Die brengt immers alle opleidingsbehoeften van de leerling in beeld. Om een volledig beeld te hebben van alle parameters die bij de advisering en beoordeling over overgangen van gewoon naar buitengewoon (en omgekeerd) een rol spelen, moeten ook diagnostiek en beeldvorming meegenomen worden in het onderzoek. Dat missen we nu volledig. De rol van welzijnspartners bij de overgangen moet ook meegenomen worden in het onderzoek. Bij de analyse van leerlingenloopbanen (kennisvragen a) moet ook nagegaan worden of er een verband is tussen het moment van de instroom in het buitengewoon onderwijs (soms vrij laat) en de mogelijkheid om terug over te stappen naar het gewoon onderwijs. Bij de kenmerken, vormen en praktijken van samenwerking (kennisvragen b) moet ook gepeild worden naar de intensiteit van de samenwerking.
3.3 Onderbouwde hefbomen voor kwaliteitsvol kleuteronderwijs De aanleiding voor dit onderzoek is voor de Vlor herkenbaar. Daarom houdt de Vlor momenteel zelf een strategische verkenning over ‘Onderwijs aan het jonge kind’. Doel van die verkenning is de specifieke eigenheid van het onderwijs aan het jonge kind te achterhalen. Waar die verkenning uitgaat van een brede visie op kleuteronderwijs, vinden we de uitwerking van het thema voor OBPWO veel te smal. Kwaliteitsvol kleuteronderwijs wordt herleid tot rendement en efficiëntie. We vragen om dat te verbreden en wijzen in dat opzicht graag op de ruimere vraagstelling van de strategische verkenning. Een greep uit onze vragen aan experts: • Wat is er specifiek aan onderwijs aan jonge kinderen? • Hoe kijken we, vanuit de noden van jonge kinderen, naar volgende verhoudingen en spanningsvelden? - de verhouding tussen zorgen en leren (educare); - de verhouding tussen ontwikkelen en leren. Wat kan leren vanuit het perspectief van het jonge kind betekenen? Hoe definiëren we leren? Vanaf wanneer helt ontwikkelen over naar leren? Wat kan leren vanuit het perspectief van het jonge kind betekenen en hoe verhoudt dat zich tot spel? Hoe kunnen we het leren vanuit het kind zelf een belangrijke plek geven in het onderwijs? De brede visie op kleuteronderwijs vinden we ook terug in de ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en het referentiekader onderwijskwaliteit, met 37 kwaliteitsverwachtingen waaraan scholen moeten tegemoetkomen. Het is een gemeenschappelijk en gedragen kader, dat in dit voorstel helemaal ontbreekt. In die geest ontwikkelde de Onderwijsinspectie ook een inspiratiegids rond kwaliteitsvolle kleuterparticipatie.9 De brede visie op kleuteronderwijs was ook het uitgangspunt voor het succesvolle project ‘Kleine kinderen, grote kansen’ dat inzet op kwaliteitsvol kleuteronderwijs (kwaliteitsvolle interactie, executieve functies, …) rekening houdend met aspecten zoals sociale ongelijkheid en armoede.10 Dat zijn de kaders waarmee kleuteronderwijs momenteel werkt en die door de overheid aangereikt en ondersteund worden. Die
Onderwijsinspectie (2020). Samen werken aan kwaliteitsvolle kleuterparticipatie. Een inspiratiegids voor kleuteronderwijzers. 10 Zie Kleine Kinderen Grote Kansen. 9
6
vlor.be
kaders en de brede visie op kwaliteitsvol kleuteronderwijs die erin vertaald wordt, moeten dan ook het uitgangspunt zijn voor dit onderzoek en de output ervan. Daarmee rekening houdend, vragen we om begrippen zoals ‘kwaliteit’ en ‘effectiviteit’ duidelijk te omschrijven, zuiver te hanteren en niet te spreken van ‘effectieve ontwikkeling’. Dat begrip strookt niet met de visie op kleuteronderwijs in de eerder genoemde kaders. Dat er een keuze gemaakt wordt om enkel te focussen op Nederlands, wiskundige initiatie en executieve functies, kan niet op het begrip van de Vlor rekenen. Het onderzoek mag er niet toe dienen een beleid te onderbouwen dat gericht is op een eenzijdige versterking van de cognitieve functies met het oog op meetbare leeruitkomsten voor wiskunde en/of Nederlands. We vragen om te verbreden naar het geheel van alle ontwikkelingsdomeinen, rekening houdend met het onderzoek en de praktijkhandreikingen die daarrond al voorhanden zijn. Ondanks alle materialen en naslagwerken waarop kleuterleraren zich vandaag kunnen beroepen, merken we dat het toch nog vaak moeilijk blijkt te zijn om die kennis in de praktijk te brengen. De vraag moet dan ook vooral zijn hoe ervoor kan gezorgd worden dat leraren voldoende ondersteund worden zodat zij zich aan hun kernopdracht kunnen wijden. Bij het uitgeschreven voorstel hebben we verder nog twee opmerkingen: • Bij de verwijzing naar de beleidsnota Onderwijs (zie ‘Aanleiding’) worden twee veronderstellingen geponeerd die (nog) niet terecht zijn. Er zijn nog geen nieuwe ontwikkelingsdoelen en het is ook nog niet duidelijk of er daadwerkelijk meer kleuters zullen participeren door de verlaging van de leerplichtleeftijd. De cijfers van schooljaar 2020-2021 blijken, vooral als gevolg van corona, moeilijk te interpreteren.11 • Bij de kennisvragen bij het eerste luik vragen we om bij ‘de cruciale (rand)voorwaarden op systeem-, school- en klasniveau, bij lerarenteams en in de klas- en schoolorganisatie’ het hele team te betrekken dat voor de kleuters zorgt.
3.4 Hefbomen voor de betrokkenheid van ouders bij het leren, met bijzondere aandacht voor taalverwerving Nederlands Dit onderzoek heeft voor de Vlor geen plaats in een fonds voor onderwijskundig onderzoek. Het gaat over wat er volgens de commissie Beter Onderwijs in de thuiscontext moet gebeuren. De Vlor ontkent niet dat het positief is als ouders hun kinderen kunnen ondersteunen bij het leren, maar er zijn heel veel redenen waarom ouders daar niet aan toe komen als gevolg van de context waarin zij leven. Dat is niet alleen een uitdaging voor Onderwijs, maar ook de verantwoordelijkheid van andere beleidsdomeinen zoals Welzijn, Werk, Huisvesting, Inburgering en Cultuur. Het kan dan ook niet de bedoeling zijn om als resultaat van dit onderzoek een praktijkgerichte leidraad én implementatieopdracht bij scholen te leggen. We stellen ook vast dat ouderbetrokkenheid hier zeer eng en eenzijdig ingevuld wordt. In het voorstel worden bovendien verschillende termen door elkaar gebruikt: ouderbetrokkenheid, thuisbetrokkenheid en ouderparticipatie. Ouderbetrokkenheid krijgt vorm in het educatief partnerschap tussen school en ouders. Dat vinden we hier niet terug. Thuisbetrokkenheid gaat veeleer over interesse tonen, faciliteren van huiswerk e.d. eerder dan actief bijdragen aan
11
Verslag vergadering Commissie voor Onderwijs van 3 februari 2022.
7
vlor.be
taalverweving Nederlands. Een culturele kloof staat die betrokkenheid niet per se in de weg. Een andere thuistaal sluit ook geen rijke taalomgeving uit. Ouders worden door dit onderzoek en de beoogde uitkomst ervan geviseerd, wat tot polarisering kan leiden, terwijl we net aansturen op verbinding. De context van anderstalige ouders, ouders die in armoede leven, … bepaalt heel sterk de mate waarin zij hun kinderen thuis kunnen ondersteunen bij het leren en de mate waarin zij hun weg vinden naar het vrijetijdsaanbod. Ouders signaleren bovendien dat het voor- en buitenschoolse aanbod vaak niet kosteloos is, niet voldoende plaatsen biedt en niet altijd aangepast is voor leerlingen met specifieke noden. Zij willen ook niet onder druk gezet worden om hun kinderen te laten deelnemen aan zomerscholen. 12 Als het onderzoek zich zou toespitsen op het educatief partnerschap tussen school en ouders, en hoe scholen daaraan kunnen werken, dan zou het een plaats kunnen hebben. We weten alleszins al dat dat moet gebeuren vanuit een uitnodigende houding, respect, rekening houdend met diversiteit enzovoort.13
3.5 Evaluatie van het decreet deeltijds kunstonderwijs Hoewel dat niet geëxpliciteerd wordt in de themazetting, begrijpt de Vlor dat het de bedoeling is om de reeds in de beleidsnota aangekondigde en decretaal verankerde beleidsevaluatie van het decreet Deeltijds kunstonderwijs (dko) te verrijken met wetenschappelijk onderzoek dat vooral peilt naar kwalitatieve aspecten. Het is wat vreemd om een dergelijke beleidsevaluatie via het OBPWOkader vorm te geven. Het kan niet de bedoeling zijn dat het de beleidsevaluatie vervangt. Toch ziet de Vlor de meerwaarde van het beoogde onderzoek in het kader van de beleidsevaluatie. We verwachten veel van de resultaten en kijken ook uit naar de concrete aanbevelingen om die realiseerbaar te maken in de praktijk. De Vlor kan zich grotendeels vinden in de voorgestelde kennisvragen met focus op een doelmatig aanbod en regionale spreiding. Het is positief dat de impact van de covid19-gezondheidscrisis wordt meegenomen. Ook is er aandacht voor het aanbod op maat van de leerling. Bij dat laatste zal het advies over leerlingenbegeleiding en zorg in het dko dat de Vlor voorbereidt, perfect aansluiten.14 We hebben de volgende aanvullingen op de kennisvragen: 1 Kennisvragen inzake de spreiding van het aanbod van dko-opleidingen en trajecten: - Welke invloed heeft het nieuwe decreet op het landschap van het dko? Realiseert het nieuwe regelgevend kader de vooropgestelde doelstellingen met betrekking tot een betere spreiding en toegang voor alle leerlingen tot het gewenste aanbod binnen een redelijke afstand? - Hoe realiseert het dko een permanente actualisering in functie van een soepele integratie van veranderende maatschappelijke noden?
Vlor, Algemene Raad. Geen structurele onderwijstijd in de zomervakantie. Advies over het voorontwerp van decreet over de organisatie van zomerscholen, 27 januari 2022. 13 Zie ook de publicatie van de strategische verkenning van de Vlor hierover: Vlaamse Onderwijsraad (2011). Gezin en school. De kloof voorbij, de grens gezet? 14 Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Leerlingenbegeleiding en zorg in het deeltijds kunstonderwijs, 8 maart 2022. 12
8
vlor.be
-
2
3
In welke mate spelen de eigen visie (van de academie, van schoolbesturen, …) en de specifieke context een rol bij het opleidingsaanbod en de aangeboden leerinhouden en -trajecten? - Kan er een onderscheid gemaakt worden tussen het aanbod in grootsteden (bv. Brussel) en andere gebieden in Vlaanderen. Er worden verschillen vastgesteld. Er gelden ook andere coëfficiënten. - Bij het laatste punt dat peilt naar de factoren die de vormen van inrichting en afstemming van het aanbod beïnvloeden, vragen we om niet enkel aandacht te hebben voor de hoogte van het inschrijvingsgeld, maar ook voor de eventuele ondersteuning van lokale besturen. Kennisvragen inzake de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van het aanbod: - Hoe ervaren lerenden het nieuwe (basis)studieaanbod (op vlak van inhoud, studieduur, …)? - Om de vrijheid van de academies niet te ondermijnen, kan er geen sprake zijn van aanbevelingen voor meer sturende maatregelen om de doelstellingen te realiseren. Wel van ondersteunende maatregelen. - Bij het laatste punt dat betrekking heeft op het slagen voor de toelatingsproef voor dkoafgestudeerden die willen verder studeren in het hoger kunstonderwijs, vragen we om een onderscheid te maken tussen afgestudeerden van beeldende kunsten versus podiumkomsten, vanwege het verschil in organisatiestructuur. Kennisvragen inzake aanbod op maat van leerlingen: - We missen in dit luik de focus op diversiteit en kansarmoede. Hoe ervaren leerlingen uit kansarme groepen het aanbod van de academie? Wat zijn hun verwachtingen? Welke drempels ondervinden ze? Welke partners kunnen dat mee ondersteunen? - Op welke manier wordt leerlingen in het dko op een gepaste en kwaliteitsvolle manier begeleid in hun leerproces?
De Vlor mist in dit geheel nog de focus op de lerarenopleiding waarnaar we vroegen in het voorgestelde thema uit ons recente advies, nl. ‘Hoe bereidt de lerarenopleiding voor op het profiel en de kennis nodig voor de leraar in het deeltijds kunstonderwijs?’ met de volgende vragen: • Hoe sluit de opleiding aan bij het zeer diverse dko-landschap? Hoe worden leraren hierop voorbereid? Welke praktijken zijn op dat vlak inspirerend? • Hoe gaat de lerarenopleiding om met de niet vooraf bepaalde competenties per vak(gebied)? • Welk effect heeft hun ‘training on the job’, Leraar in opleiding (LIO) en startersbegeleiding?15
3.6 Bouwstenen voor opleiding en professionalisering van (duale) leraren technische en praktijkvakken in arbeidsmarktgerichte opleidingen Dit thema komt tegemoet aan een reëel probleem, nl. het tekort aan goed opgeleide leraren technische en praktijkvakken, dat deel uitmaakt van het algemene lerarentekort. Toch kan de Vlor zich niet vinden in de invulling van het thema. We stellen dan ook voor om het te heroriënteren naar een onderzoek naar de impact van de hervorming van de lerarenopleiding (overdracht van volwassenenonderwijs naar hoger onderwijs), met name voor zij-instromers, zowel in het secundair als in het volwassenenonderwijs. Die zij-instromers vormden historisch een belangrijke groep van leraren technische en praktijkvakken. Het zou interessant zijn om te onderzoeken wat de
15
Vlor, Algemene Raad. Kennisvragen van het onderwijsveld. Thema’s en vragen voor onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (OBPWO 2022), 24 juni 2021.
9
vlor.be
voorwaarden zijn om die instroom terug te stimuleren. Het onderzoek moet alleszins verder gaan dan een loutere beschrijving van het profiel. Wat lesgevers in het arbeidsmarktgericht onderwijs betreft, zijn er meerdere categorieën van instroom: rechtstreeks vanuit de lerarenopleiding, zij-instromers met heel verschillende mate van anciënniteit, … Dat komt onvoldoende scherp naar voren uit het onderzoeksvoorstel. Er is alleszins nood aan een langetermijnstrategie om die profielen aan te trekken, en die willen we ook terugzien in het onderzoek. We vragen ook aandacht voor leraren voor onderwijsvorm 3 van het buitengewoon onderwijs. Wat onderzoeksluik 2 betreft, wijst de Vlor erop dat ‘duaal lesgeven’ momenteel nog een project is met een beperkte actieradius. Het is dan ook te vroeg om daar onderzoek naar te voeren.
3.7 Handvatten om een klasklimaat te creëren dat leren ondersteunt en om de prevalentie van storend gedrag te verminderen De Vlor stelt het belang van dit onderzoek in vraag, in relatie tot de algemene inzichten en bijbehorende handreikingen die er al zijn over hefbomen voor effectief klasmanagement. De focus ligt op ‘storend gedrag’ en ‘discipline’ en is in die zin dan ook eng. De vraag is dan ook wat de meerwaarde zal zijn van dit onderzoek. Ook hier missen we weer de link met de maatschappelijke context. Daar liggen immers heel wat oorzaken voor gedrag dat effectief klasmanagement beïnvloedt en waarop leraren zelf geen vat hebben. Als dit onderzoeksthema behouden wordt, moet een van de vragen dan ook zijn wat de impact is van externe factoren en wat onderwijs zelf kan doen om, rekening houdend met die context, een positief leer- en leefklimaat te creëren dat leren ondersteunt. In het geheel missen we ook aandacht voor kenmerken van leerlingen die een invloed hebben op hun betrokkenheid. Er is geen sprake van het welbevinden van leerlingen, terwijl het bekend is dat zij zich goed moeten voelen om tot leren te kunnen komen. In dat verband situeren we ook de link met thema 1 (Effectieve praktijken ter preventie en aanpak van vroegtijdig schoolverlaten) en het belang van een verbindend schoolklimaat. Leerlingen met specifieke emotionele of gedragsproblemen of -stoornissen of nood aan geïsoleerde aanpakken worden buiten de scope van het onderzoek gehouden, wat voorbijgaat aan de reële en specifieke noden van heel wat leerlingen in het gewoon onderwijs.
10
vlor.be
Bronnen Besluit van de Vlaamse regering van 7 september 1994 tot regeling van de procedure voor de projecten van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek. Brinckman P. & Versluys, K. (2021). Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht. Rapport van de Commissie Beter Onderwijs. Oktober 2021. Kleine Kinderen Grote Kansen. Onderwijskundig (vlaanderen.be).
beleids-
en
praktijkgericht
wetenschappelijke
onderzoek
(OBPWO)
Onderwijsinspectie (2020). Samen werken aan kwaliteitsvolle kleuterparticipatie. Een inspiratiegids voor kleuteronderwijzers. Verslag vergadering Commissie voor Onderwijs van 3 februari 2022. Vlaamse Onderwijsraad (2011). Gezin en school. De kloof voorbij, de grens gezet? Een verkenning. Vlor, Algemene Raad. Geen structurele onderwijstijd in de zomervakantie. Advies over het voorontwerp van decreet over de organisatie van zomerscholen, 27 januari 2022. Vlor, Algemene Raad. Kennisvragen van het onderwijsveld. Thema’s en vragen voor onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (OBPWO 2022), 24 juni 2021. Vlor, Algemene Raad. Nieuw actieplan ter preventie en aanpak van schooluitval, 24 februari 2022. Vlor, Algemene Raad. Themazetting OBPWO 2021. Advies over de themazetting voor Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek, 22 oktober 2020. Vlor, Raad Basisonderwijs. Advies over problematische afwezigheden in het lager onderwijs, 18 april 2018. Vlor, Raad Levenslang en Levensbreed Leren. Leerlingenbegeleiding en zorg in het deeltijds kunstonderwijs, 8 maart 2022.
11
vlor.be