Skip to main content

Jaarverslag_Kinderrechtencommissariaat_2019-2020.pdf

Page 1

19-20

Jaarverslag

Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan Hoe komt het Kinderrechtencommissariaat op voor rechten van kinderen? Hoe detecteert, signaleert en adviseert het? Waar knelt het voor kinderen en hun rechten?


19-20

Jaarverslag

Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan


4

Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan

rechten een belangrijke richtingaan­ wijzer maken voor de maatregelen. Toch kwamen de kinderrechten enorm onder druk en de angst voor de gevolgen van het virus overstemde alle andere argumenten. We waren ontzet dat de stem en het perspectief van kinderen en jon­ geren helemaal weg bleven uit het debat en het beleid. Richtlijnen zelf hielden niet genoeg rekening met het recht op spel, jeugdhulp en onderwijs.

Corona maakte het ons niet gemakkelijk. De coronamaatregelen waren streng en dwingend. In de stortvloed van problemen die afkwamen op kinderen en jongeren, was het voor ons vaak moeilijk om een oplossing te bieden. Zoals iedereen waren ook wij gebonden aan de richtlijnen. Maar we stelden ons kritisch op en verdedigden de belangen van kinderen en jongeren zo goed mogelijk bij de overheid.

Mokerslag Wat we nooit voor mogelijk hielden, is gebeurd. Er kan ons iets overkomen dat ons compleet overrompelt en waar we niet meteen een ant­ woord op hebben. Corona heeft ons overvallen en ons nog meer doen beseffen hoe kwetsbaar we zijn. De gezondheidscrisis trof ons allemaal. Ze daagde ons uit met strenge richtlijnen. De lockdown deed wat we nooit eerder meemaak­ ten: scholen gingen dicht, familieleden en vrienden mochten geen contact meer hebben, gezinnen waren op zichzelf aangewezen, men­ sen moesten plots massaal thuis werken of ze moesten toch de straat op terwijl die voor ande­ ren verboden terrein werd. Van in het begin van de crisis in maart kreeg onze Klachtenlijn alarmerende signalen. We brachten de rechten van kinderen en jongeren onder de aandacht van kabinetten, overheden en parlement. We wilden van kinder­

Vooral voor kinderen en jongeren in een kwets­ bare situatie zonder vangnet was de corona­ crisis een mokerslag. Kinderen en jongeren zonder verblijfspapieren, met een beperking of met zware financiële of andere moeilijkheden thuis, kinderen in een voorziening. Ze verdwij­ nen uit beeld als de diensten sluiten waar je asiel aanvraagt, als de scholen dichtgaan en jeugdhulpvoorzieningen hun poorten sluiten voor de buitenwereld. Iedereen zocht alterna­ tieven: online­ r egistratie van asielaanvragen, afstandsonderwijs, videocontact tussen ouders en kinderen in de zorg, ja zelfs onlinezorg. Maar dat basisrechten onder druk kwamen, daar waren we bij het Kinderrechtencommissariaat getuige van. Voor heel wat kinderen, jongeren en hun gezin is het onlinealternatief geen vala­ bele keuze.

Alarmkreten Het was lastig om prioriteiten te kiezen in die klachten en meldingen over corona. De meldingen gingen onder andere over de sluiting van de scholen. Dat dreef ouders soms tot wanhoop en kinderen en jongeren misten zwaar het contact met leeftijdgenoten. We kre­ gen klachten van mensen met te weinig geld of mediakennis om online te kunnen volgen. Of signalen over het effect van de afgesloten openbare ruimte: emo­tioneel woog het zwaar op jonge kinderen, en bij jongeren leidde het tot verveling en frustratie. We kregen meldin­ gen over het opgeschorte bezoekrecht in de zorg. Dat leidde bij ouders, kinderen en jon­ geren tot veel verdriet en een sterk gevoel van onrecht. In het begin viel heel wat hulp­ verlening weg of moest ook die omschakelen naar online: ook daarover kregen we klachten. Zo kregen we in april en mei alarmkreten van moeders en vaders die aanklaagden dat vooral kleuters toen geen enkel recht hadden: ze


5

mochten niet naar school, ze mochten geen andere kinderen zien, ze mochten niet op een bankje gaan zitten in het park. Ouders klaag­ den dat volwassenen wel weer mochten winke­ len en sporten, maar dat niemand ook aan hun kinderen gedacht had. Een moeder stelde ons vragen over het recht op opvang en ondersteuning op school. Haar drie kinderen moesten zich voor hun school­ werk behelpen met haar smartphone. Ze wilde de school hulp vragen, maar ze wist niet waar ze recht op heeft. Of de 10-jarige Aya die de onlineles op het toilet volgde omdat er thuis nergens anders plaats was. We kregen een melding van een gezin met vier kinderen met ASS, mentale beperkingen en psychische problemen. De coronamaatregelen schaften hun huishoud- en verpleeghulp af. De therapeutische ondersteuning en de thuis­ begeleiding konden alleen nog online. De moe­ der klaagde dat dat voor jonge kinderen met ASS niet haalbaar is. En ook voor de ouders werd de situatie onhoudbaar met de kinderen fulltime thuis. Of de 15-jarige Dave die in februari dringend zijn consulent wilde spreken omdat hij het niet meer zag zitten in het begeleidingstehuis. Hij wilde naar huis en voelde zich niet meer goed. De consulent beloofde half maart een gesprek met hem maar door corona moest Dave uitein­ delijk wachten tot half augustus. Of Kevin, een kleuter van 5. Hij moest in de voorziening dagen aan een stuk in quarantaine nadat hij terugkwam van een bezoek thuis. Hij kon dat alleen maar wenend via Skype vertellen aan zijn papa. Of de 5-jarige Elize. Haar ouders moesten de verschrikkelijke keuze maken tus­ sen hun dochtertje met een beperking thuis opvangen of in de voorziening laten. Ze kon­ den niet anders dan steunen op de voor­ziening. Eerst dachten ze dat het voor een week of vier zou zijn, maar dat werd elke keer langer, en bellen lukt Elize niet. Na acht weken kwam de verlossing en kon bezoek eindelijk weer. Maar elkaar aanraken nog niet. Net door haar beperking is fysiek contact zo belangrijk voor Elize. Ook al droegen de ouders mondmaskers, waren ze bereid handschoenen te dragen en een schort, fysiek contact bleef verboden.

Een medewerker van een kinderpsychiatrische afdeling mailde ons omdat hij erg bezorgd was over een preventiemaatregel: elke nieuwe jon­ gere moest op zijn afdeling verplicht in qua­ rantaine, zelfs na een suïcidepoging of een psychiatrische crisis. Hij had het over een 16-jarig meisje dat na een crisis binnenkwam omdat ze tegen zichzelf beschermd moest wor­ den en meteen zeven dagen in eenzaamheid en afzondering in haar kamer moest blijven. Na zo’n crisis brengt dat meer schade toe dan her­ stel: hij begrijpt er absoluut niets van. Of de twee niet-begeleide minderjarige Marok­ kaanse jongens van 15 en 16 jaar die door de ­p olitie ’s nachts slapend gevonden werden op straat. De politie bracht ze naar de daklozen­ opvang. Ze wilden samen blijven en belandden op straat omdat door de coronamaatregelen alleen de jongen van 15 opvang kon krijgen van Fedasil. Of de 16-jarige Afghaanse jongen die overtuigd was dat hij zijn asielaanvraag online correct geregistreerd had, maar die na twintig dagen nog altijd op straat sliep. Toch had hij op zijn smartphone gelezen dat zijn aanvraag succesvol doorgestuurd was naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Niet dus.

Enquête laat stem horen van 44.000 kinderen en jongeren Het is frustrerend dat het debat en de corona­ regels akelig doof bleven voor het perspec­ tief van kinderen en jongeren. Daarom lieten we in mei hun stem zelf horen, met de grote enquête die we samen opzetten met de Kinderrechtencoalitie en het Kenniscentrum Kinderrechten. De meer dan 44.000 reacties bevestigden ons aanvoelen dat de jeugd al veel te lang niet aan het woord kwam en de maat­r egelen vooral moest ondergaan. De conclusies waren glashelder: kinderen en jongeren hadden meer last van stress, verveling en eenzaamheid en thuis was er meer ruzie en geweld. Kinderen en jongeren misten het meest van al hun vrienden en familie en de grote meerderheid wilde liever terug naar school. Heel wat kinderen hadden al twee maanden niemand om mee te spelen en heel wat jongeren kwamen niet of bijna niet meer buiten. Bovendien mochten veel kinderen en jongeren thuis of in de voorziening niet mee­ praten over de regels.


6

Lockdownlessen: kwetsbaarheid én kracht Een lockdown of erg zware maatregelen mogen we nooit meer aanvaarden. De neveneffecten zijn onverantwoord groot en kunnen nog heel lang doorwerken. Veel kinderen en jongeren zijn meer dan anders geconfronteerd met geweld en stress, liepen schoolachterstand op, zetten stappen achter­ uit in hun ontwikkeling door de begelei­ ding of de steun die ze moesten missen met hun beperking of mentale kwetsbaarheid. Was het mondmasker een blinddoek die ons empathisch vermogen aantastte? En zorgde angst ervoor dat we basisrechten van kinderen en jon­ geren te snel en te lang on hold zetten? Deze crisis maakte dingen opnieuw heel zicht­ baar. Kwetsbare gezinnen en kinderen en jonge­ ren raakten nog meer geïsoleerd en verdwenen van de radar op school, in de voorziening, in het jeugdwelzijnswerk. Covid-19 drukte ons met de neus op de feiten en liet ons zien hoe de situatie werkelijk is. Zo werd het onzichtbare toch zichtbaar. De maskers vallen af, hoorde ik een jeugdwelzijnswerker zeggen die met de aller­k wetsbaarsten werkt. Naast de angst voor het virus overheerste in heel wat gezinnen de zorg om eten en een dak boven het hoofd. De crisis heeft ons dus veel geleerd. Ze toonde hoe belangrijk en hoe dringend de strijd tegen kinderarmoede is. Ze toonde dat gezinnen het niet alleen kunnen. Ze onderstreepte het enorme belang van scholen en van openbare ruimte, zeker voor kwetsbare kinderen en jon­ geren. Ze haalde de veronderstelling onderuit dat alle kinderen mee zijn met afstandsonder­ wijs en digitalisering. En ze toonde dat kin­ deren en jongeren vaak nog altijd geen stem krijgen als er beslissingen genomen worden. Terwijl ze het recht hebben om gehoord te wor­ den. Kinderrechten mogen we nooit meer in lockdown laten gaan. Corona legt de kwetsbaarheid van onze samen­ leving bloot maar ook haar kracht. Denk aan de vrijwilligers die heel wat noden opvingen. Aan de jeugdwelzijnswerkers die alles deden om in contact te blijven en gingen aanbellen bij gezin­ nen die ze kenden. Aan de juffen en meesters die takenbundels in de brievenbussen dropten en op de stoep een babbeltje maakten om na te gaan hoe hun kinderen het stelden. Aan de leer­

krachten die bezorgd waren om het mentale welzijn van hun scholieren en die zoomsessies organiseerden om in contact te blijven. Aan de welzijnswerkers en vrijwilligers die acties opzetten om gezinnen in armoede te helpen. Aan de hotels die hun deuren openzetten voor daklozen en migranten. Aan de hulpverleners die deden wat ze konden om in connectie te blijven met hun gezinnen en die in de voor­ ziening extra zorg en aandacht gaven aan jon­ geren in een emotioneel moeilijke periode. Als er iets positief is aan de crisis, dan wel dat vernieuwde gevoel van samenhorig­ heid. Laat ons die empathie en solidariteit, die zorg en creativiteit vasthouden. Ik hoop dat dat samen met de basisrechten van onze kinderen en jongeren de échte richtingaanwijzers wor­ den voor de toekomst. Want élk kind moet een prioriteit zijn.

Caroline Vrijens Vlaams kinderrechtencommissaris November 2020


7

Geef kinderen en jongeren een stem in de maatregelen

Als je volwassenen vraagt wat ze leerden van de lockdown, komen vaak dezelfde dingen terug: het belang van gezin en familie, grotere solidari­ teit, we hebben wat meer oog voor elkaar, we missen de collega’s. Maar weten we genoeg hoe onze kinderen en jongeren zich nu voelen? Vorig jaar heette het jaarverslag ‘Kinderen willen écht gehoord worden’. Laat dat nu net zijn wat ik de laatste maanden miste, in de lockdown en ook nu nog in volle crisis. In de lockdown snakten kinderen naar buiten spelen. Ze misten hun vrienden en de school. Veel signalen bij het Kinderrechtencommissariaat maken duidelijk dat hun mentale gezondheid op de proef gesteld werd. Soms waren kinderen bang omdat ze vaker thuis waren. Hun veiligheid en geborgenheid stonden op het spel. Andere kinde­ ren hadden het moeilijk om aansluiting te blijven vinden bij het weinige dat nog kon: ik heb geen computer, ik woon in een appartement en kan niet buiten spelen, mondmaskers zijn te duur voor ons. Stem meest kwetsbaren te vaak vergeten Het is duidelijk: corona raakt alle kinderen en jongeren. Bij de kinder- en jongerenlijn Awel ver­ dubbelde het aantal chats en via mail kwam er een kwart meer noodkreten. Corona raakt de meest kwetsbaren toch net ietsje meer. En dat is een understatement want een deel van die kinderen en jongeren verdween compleet van de radar. Ik denk aan kinderen in armoede, kinderen op de vlucht, kinderen met een beperking, kinderen bij wie er thuis geweld is. Problemen werden uitvergroot. Met alle gevol­ gen voor de ontwikkeling en het welzijn van de kinderen. De zoveelste tegenslag. Blijven vechten om rechtop te blijven. Ik trek graag mee aan de alarmbel, want de stem van de meest kwetsbare kinderen en jongeren schreeuwt om versterking. 44.000 kinderen en jongeren kregen in de enquête van het Kinderrechtencommissariaat een stem in de coronacrisis. Ik ben blij en trots dat het Kinderrechtencommissariaat telkens opnieuw zo duidelijk de kaart van de kinderen en jon­ geren trekt. Die flow voel ik ook bij de nieuwe leden van het overleg- en adviesorgaan van het Kinderrechtencommissariaat.

In welke fase we ook zitten, geel, rood of oranje: we moeten concreet aan de slag gaan met wat kinderen en jongeren met ons delen. Van goed voornemen naar goede gewoonte Kinderen en jongeren op de radar houden: het zit blijkbaar niet in onze genen, terwijl het een automatisme zou moeten zijn, een gewoonte. Gemiddeld duurt het 60 dagen voordat een gewoonte een automatisme wordt, schrijft Jeremy Dean in zijn boek Making Habits, Breaking Habits. Als je jezelf wilt aanleren om na het ontbijt een glas water te drinken, is 21 dagen genoeg. Maar zodra de aanpassing ook maar een béétje moei­ lijker wordt, duurt het langer voordat het een sterke gewoonte kan worden. Al meer dan dertig jaar hebben we de tijd om in elke beslissing over kinderen en jongeren hun rechten automatisch mee te nemen. Ja, zo lang bestaan de kinderrechten al. ‘Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan’, titelt dit jaarverslag. De uitdaging is om van het goede voornemen een goede gewoonte te maken.

Kristel Verbeke voorzitter overleg- en adviesorgaan Kinderrechtencommissariaat


8

Inhoud

Inhoud

Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren

12

1. Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement

14

2. Wat doet het Kinderrechtencommissariaat? 2.1. Beleidsplan 2020-2025

15 15

Basisopdrachten van het kinderrechtencmmissariaat Strategische doelstellingen

2.2. Kinderrechtencommissariaat richt zich tot verschillende doelgroepen

15 15

16

3. Wie is wie bij het Kinderrechtencommissariaat?

17

4. Ingebed in het Vlaams Parlement 4.1. Overleg- en advies­orgaan 4.2. Partner van parlemen­taire en paraparlementaire diensten

18 18 19

De Kracht van je Stem Gidsen in het Vlaams Parlement Samenwerken met de Vlaamse Ombudsdienst Samenwerkingsprotocol met het Algemeen Secretariaat Vlaams Parlement

19 19 19 19

Deel 2: Van signaal tot advies

20

1. De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen 1.1. Werkingsprincipes, kwaliteitsbewaking en maatstaven van de Klachtenlijn

22 22

Klachten toetsen we aan verschillende maatstaven Bemiddeling en onderzoek

1.2. Klachtenlijn in cijfers Hoeveel meldingen komen er binnen? Wie doet een beroep op de Klachtenlijn? Hoe nemen melders contact op? Waarover gaan de meldingen? Hoe worden vragen en klachten behandeld? Coronamaatregelen beheersen klachtenbeeld

1.3 Klachtenlijn bekendmaken Informatiemateriaal Klachtenlijn Website Klachtenlijn kinderrechten.be Advertenties Kinderrechtenprijs 2019 Educatief materiaal over kinderrechten

2. Van signaal naar beleidsadvies 2.1 Adviseren 2.2 Kinderrechtenperspectief uitdragen Communicatiekanalen Artikels in tijdschriften en boeken Opiniestukken en persberichten

3. Caroline luistert 3.1 Oproep: laat je leerlingen horen Kinderen en jongeren willen écht gehoord worden

3.2. Kinderrechtencommis­saris op pad Vooral bij de meest kwetsbare kinderen

4. #jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem Een megafoon voor kinderen en jongeren zelf

22 22

23 23 24 24 25 26 26

26 26 28 28 28 29

31 31 33 34 36 37

39 39 39

42 42

43 43


Inhoud

5. Samenwerken met externen 5.1. Samenwerken met kinderrechtenorganisaties 5.2. Meewerken in stuurgroepen en projecten 5.3. Samenwerken met overheden 5.4. Bijdragen aan debatten, congressen en studie­dagen

48 48 48 50 52

Deel 3: Waar knelt het?

54

1. Recht op basiszorg en hulp 1.1. Recht op kwaliteitsvolle opvang

56 56

Opvang voor kinderen van ouders met zorgberoepen en voor kwetsbare kinderen Kwaliteitsvolle kleuteropvang heeft meer dan één paar sterke schouders nodig

1.2. Recht op fysieke inte­gri­teit ­ Kinderen met variaties in seksekenmerken

1.3. Rechten in en op gezondheidszorg Geestelijke gezondheid en mentaal welbevinden op de radar Kinder- en jeugdpsychiatrie Kinderrechten en corona­maat­regelen in de kinder- en jeugdpsychiatrie

1.4. Kinderen en jongeren in de jeugdhulp Advies aan de minister van Welzijn bij aanvang nieuwe legislatuur Rechten op en in de integrale jeugdhulp Zorgcontinuïteit is cruciaal om kinderen en jongeren niet van de radar te laten verdwijnen Recht op een vertrouwens­persoon: te onbekend, te onbemind? Wat als hulpverleners het niet eens raken? Noden van kinderen opnieuw op de kaart De belangen van minderjarigen in de pleegzorg in beeld De rechtspositie van kinderen en jongeren in de jeugdhulp vraagt blijvende aandacht Kinderbijslag is cruciaal voor de stap naar volwassen­heid Brug tussen school en jeugd­hulpvoorziening: op de radar blijven op school Kinderrechten onder druk door preventiemaatregelen voor corona

1.5. Kinderen met een beperking vragen extra zorg en aandacht Ouders van kinderen met een beperking trekken tijdens lockdown aan alarmbel Kinderen met een beperking in de Taskforce Kwetsbare gezinnen Combinatie van ondersteuning van VAPH, jeugdzorg en Geestelijke Gezondheidszorg Kinderen met complexe problematieken hoger op de beleidsagenda

1.6. Sleutelmomenten: ervaringen van jongeren met afzondering en isolatie 2. Rechten op en in onderwijs 2.1. Advies bij de beleidsnota onderwijs 2.2. Onderwijs in tijden van corona Een uitzonderlijke periode met uitzonderlijke maat­regelen Meer stress door afstands­leren bij kinderen en jongeren Van de radar Veel signalen en bezorgdheden Aandacht voor kindperspectief in coronamaatregelen Naar een relanceplan voor het onderwijs

2.3. Een school vinden: inschrijvingsrecht

56 56

58 58

59 59 60 61

61 61 62 63 66 67 68 70 73 74 75

76 76 78 78 79

79 81 81 81 81 81 82 82 82 83

84

Aanmelden onder capaciteitsdruk

84

2.4. Vervroeging van de leerplicht

87

Vervroeging taalscreening en aanscherping toelatings­voorwaarden eerste leerjaar Belang van taalvaardigheid Nederlands en van school­autonomie Liever eenvormige invulling van aanwezigheidseis

2.5. Leerlingen met specifieke behoeften Inclusie op school Kinderen die gemakkelijk leren of uitzonderlijk hoog­begaafd zijn Buitengewoon onderwijs Inclusie en buitengewoon onderwijs in tijden van corona

2.6. Collectief leerlingen­vervoer Nodige mobiliteits­ondersteuning

87 88 89

90 90 95 96 97

99 99

9


10

Inhoud

Inhoud Reistijd verkorten en zelf­redzaamheid bevorderen Versterk leerlingenvervoer op een innovatieve manier Leerlingenvervoer in tijden van corona

2.7. Recht doen aan rechten van leerlingen In leerlingenbegeleiding In het maatregelencontinuüm In de digitale schoolomgeving

2.8. Welbevinden van leerlingen Pesten en geweld door leerlingen Gezag en kracht van de leerkracht Leerlingenbegeleiding

99 100 101

101 102 104 105

106 106 108 109

2.9. Culturele en levens­beschouwelijke verschillen op school 2.10. Schoolkosten

111 112

Onderwijsbeleid moet oog blijven hebben voor gelijke kansen Geldzorgen Materieel en financieel kwetsbare thuissituatie in coronatijden

112 113 114

2.11. Straffen op school Maatregelencontinuüm Tuchtmaatregelen in de lagere school Tuchtmaatregelen in tijden van corona Vragen bij uitschrijven van 18-plussers

2.12. Evaluatie van leerlingen

115 115 116 117 120

120

Betwiste schoolresultaten Evalueren in tijden van corona

120 121

3. Rechten van kinderen op de vlucht 3.1. Terugkeer uit vluchte­lingenkamp (bis)

125 125

Nog Belgische kinderen in Koerdische kampen in Syrië Welke strategie?

127 127

3.2. Op zoek naar internationale bescherming

127

Vast op Grieks eiland Vast door Dublinakkoord Niet begeleid – niet gesignaleerd Strijd tegen schijn­erkenningen – vervolg Verblijfssituatie onder de radar Vast in de verblijfs­procedure?

127 128 129 130 132 132

3.3. Problemen met de ­opvang Tijdelijk geen opvang voor 16- en 17-jarige NBMV Opvang tijdens de lockdown Opvangcentrum in lockdown?

3.4. Marokkaanse straat­kinderen in Brussel Aanbod nodig voor die kinderen Informatie over die kinderen centraliseren Wie is bevoegd en verant­woordelijk voor de aanpak?

3.5. Na de erkenning Gezinshereniging Kwestie van kindergeld Geen cumulatie van leefloon en sociale toeslag voor NBMV?

3.6. Noden van Afghaanse jongeren 3.7. Terug naar ‘eigen land’? In afwachting van terugkeer Kamercommissie vraagt advies Uitgesteld door corona?

3.8. Impact van coronamaatregelen 3.9. Reminder: belang van het kind 4. Rechten van jongeren in contact met de wet 4.1. Jongeren en politie

134 134 135 136

136 137 137 137

138 138 139 140

142 142 142 143 144

145 145 147 147


Inhoud

4.2. De uitvoering van het nieuwe decreet jeugd­delinquentierecht Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen

4.3. Alternatief rapport voor het VN-Comité tegen Foltering

148 149

149

5. Rechten op en in vrije tijd 5.1. Recht op spel tijdens lockdown onder druk

150 150

Meldingen over recht op spel stroomden binnen Blijf het recht op spel garanderen

150 150

5.2. Integriteit in cultuur, sport en spel Recht op bescherming van integriteit Veilige vrije tijd Zet beleving van kinderen centraal in topsport Privéverenigingen

5.3. Media Herkenbare kwetsbare jongeren Omzetting van de Europese richtlijn over audiovisuele media Recht op betrouwbare informatie

5.4. Minderjarigen als gebruiker van trein, tram of bus 6. Rechten op en in het gezin 6.1. Afstammingscentrum en DNA-databank wachten nog even op startdatum 6.2. Ouder-kindrelaties: veel diversiteit Ouders zijn niet altijd de verantwoordelijken voor de opvoeding Kindreflex om geweld tegen kinderen en jongeren op de radar te zetten Corona: internationale reisperikelen beperken contact met ouders

6.3. Blijf bij scheiding kinderen zichtbaar maken Spreekrecht om kinderen in beeld te brengen Blijvend contact met familie is voor kinderen essentieel

7. Integraal aandacht voor kinderen in het beleid 7.1. Jeugd- en kinderrechtenbeleid Beleidsnota Jeugd bekeken door kinderrechtenbril Vijf prioriteiten én blijvende aandacht voor alle kinderrechten?

7.2. Recht op een behoorlijke levensstandaard Kinderen in armoede Corona stelt het recht op menswaardig wonen scherper Klachtenlijn ziet toe op recht op geschikte woning Nota ‘Wonen’ in de Taskforce Kwetsbare gezinnen Beleidsnota Wonen bekeken door een kinderrechtenbril

8. Kinderrechten internationaal 8.1. Europese kinderombudsdiensten Jaarvergadering over kinder­rechten in de digitale omgeving Statement: kinderrechten in het kader van de uitbraak van covid-19 Uitdagingen en reacties van de Kinderombudspersonen in het kader van covid-19 Evacueer minderjarigen uit de vluchtelingenkampen op Griekse eilanden

8.2. VN-Kinderrechtencomité VN-Kinderrechtencomité waarschuwt voor gevolgen coronacrisis Algemene aanbeveling kinder­­rechten in het jeugd­straf­rechtsysteem Richtlijnen bij het optioneel protocol verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie van kinderen

Deel 4: Bijlagen Naar wie verwijzen we door? Kinderrechten in de media Verdrag inzake de Rechten van het Kind

151 151 151 152 153

154 154 155 155

156 157 157 158 158 160 162

163 164 165

169 169 169 170

171 171 174 174 174 175

177 177 177 177 177 178

178 178 179 179

180 182 184 198

11


1

Deel

Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren


1 14

Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren Hfst 1: Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement

1. Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement Met het decreet van 15 juli 1997 richtte het Vlaams Parlement het Kinderrechtencommissariaat op. In maart 2017 kreeg het Kinderrechtencommis­ sariaat er een extra opdracht bij: een Commissie oprichten voor toezicht op voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jon­ geren. De Commissie van Toezicht voor jeugd­ instellingen rapporteert in een eigen jaarverslag.

N Decreet

van 15 juli 1997 houdende oprich­ ting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van kinder­ rechten­ commissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor een vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren, BS 7 okto­ ber 1997, zoals gewijzigd bij decreten van 31 januari 2003, 17 juli 2005, 9 november 2012, 3 februari 2017, 1 december 2017, 21 decem­ ber 2018 en 10 juli 2020. w w w. k i n d e r r e c h t e n c o m m i s s a r i a a t . b e / oprichtingsdecreet-kinderrechtencommis­ sariaat

N

Het internationaal kinderrechtenverdrag onder­ streept het belang van onafhankelijke instanties voor kinderrechten. Het Kinderrechtencommis­ sariaat is de officieel erkende vertolker van de rechten, noden en belangen van minderjarigen bij het Vlaams Parlement. Het ziet toe op de naleving van kinderrechten in Vlaanderen.

2


2

Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren Hfst 2: Wat doet het Kinderrechtencommissariaat?

2. Wat doet het Kinderrechtencommissariaat?

Het Kinderrechtencommissariaat is de pleitbezorger van minderjarigen en hun rechten.

Het Kinderrechtencommissariaat vangt signalen op van kinderen, jongeren en professionals. Het bemiddelt, onderzoekt klachten en adviseert het beleid. Altijd met het oog op de naleving van kinderrechten in Vlaanderen. Het Kinderrechtencommissariaat brengt maat­ schappelijk onrecht tegenover kinderen en jon­ geren onder de aandacht en waakt erover dat de nodige instrumenten, kanalen en voorzieningen uitgebouwd worden en kwaliteit blijven leveren. De Commissie van Toezicht voor jeugd­ instellingen werkt onder de vleugels van het Kinderrechtencommissariaat. Het is een toe­ zichtsorgaan voor alle gesloten en besloten Vlaamse instellingen voor jongeren. Sinds sep­ tember 2020 vallen daar ook alle private voor­ zieningen onder die een beveiligend verblijf aanbieden aan minderjarigen. De kinderrech­ tencommissaris is voorzitter van de Commissie en het Kinderrechtencommissariaat verzorgt het secretariaat.

N Meer

informatie over de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen op www.cvtj.be

2.1. Beleidsplan 2020-2025 Naast de kernopdrachten van het Vlaams Kinderrechtencommissariaat kiest de kinderrech­ tencommissaris ervoor om extra oog te hebben voor thema’s die kinderen en jongeren recht­ streeks raken en die een grote impact hebben op hun leven. In het beleidsplan 2020-2025 legt het Kinder­ rechtencommissariaat de grote lijnen voor de volgende jaren vast.

Basisopdrachten van het Kinderrechtencommissariaat Klachten over kinderrechtenschendingen behandelen vanuit een onafhankelijke positie Het Kinderrechtencommissariaat staat in voor een onafhankelijke en kwaliteitsvolle behan­ deling van klachten van kinderen en jongeren, bemiddelt en geeft helder advies om de klacht om te buigen naar een oplossing in het belang van de minderjarige. Structurele knelpunten over schendingen van kinderrechten detecteren, signaleren en de overheid adviseren Het Kinderrechtencommissariaat signaleert knel­ punten en adviseert het Vlaams Parlement en beleidsverantwoordelijken over de toepassing van kinderrechten in Vlaanderen vanuit het per­ spectief en de ervaringen van kinderen en jonge­ ren en vanuit hun rechten. Toezien op de bejegening van kinderen en jongeren in gesloten en besloten jeugdinstellingen Via de Commissie van Toezicht voor jeugdinstel­ lingen ziet het Kinderrechtencommissariaat toe op de bejegening van kinderen en jongeren in gesloten en besloten jeugdinstellingen en op het respect voor hun rechten.

Strategische doelstellingen Klachtenlijn We werken aan een nog betere positionering en bekendmaking van onze Klachtenlijn om kinderrechtenschendingen maximaal te cap­ teren in de verschillende beleidsdomeinen in Vlaanderen. ■ Advies met impact We zetten in op efficiënt en effectief advies aan de overheid om een duidelijke impact te realiseren in het belang van kinderen en jonge­ ren in Vlaanderen in de domeinen die kinderen rechtstreeks raken. ■ Participatie We versterken de stem van kinderen en jon­ geren in de verschillende beleidsdomeinen in Vlaanderen die kinderen rechtstreeks raken ■

15


16

Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren Hfst 2: Wat doet het Kinderrechtencommissariaat?

■

■

■

■

■

met het oog op hun volle participatie aan de samenleving. Kinderen die in hun vrijheden beperkt worden We zien toe op de bejegening en het respect voor de rechten van kinderen en jongeren die van hun vrijheid beroofd of in hun vrijheden beperkt zijn. Kinderarmoede We adviseren het beleid over de bestrijding van kinderarmoede in Vlaanderen vanuit de prin­ cipes van het kinderrechtenverdrag en vanuit de ervaringen en de beleving van kinderen en jongeren. Gelijke onderwijskansen We vragen blijvende aandacht voor gelijke onder­wijskansen voor alle kinderen en jongeren in Vlaanderen vanuit hun recht op onderwijs. Psychische en fysieke integriteit We zetten in op de bescherming van het recht op fysieke en psychische integriteit van kinde­ ren en jongeren in Vlaanderen. Kinderrechten in de zorg We zetten in op de bescherming van de kinder­ rechten in de zorg.

N www.kinderrechtencommissariaat.be/beleidsplankinderrechtencommissariaat

2.2. Kinderrechtencommissariaat richt zich tot verschillende doelgroepen Om zijn opdracht uit te voeren, richt het Kinderrechtencommissariaat zich tot verschil­ lende doelgroepen. Het formuleert adviezen voor het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, administraties en agentschappen, internatio­ nale organisaties en buitenlandse overheden. De belangrijkste signaalfunctie naar het beleid is zo verzekerd. Als dat nodig is, formuleert het Kinderrechtencommissariaat voorstellen en aan­ bevelingen over nieuwe wetgevende initiatieven die van belang zijn voor minderjarigen of over regels of praktijken die indruisen tegen kinder­ rechten.

Kinderen, jongeren, ouders en professionals informeren we over de dienstverlening van onze Klachtenlijn. Jongeren in een gesloten of beslo­ ten jeugdinstelling informeren we over hun maandcommissaris. Met professionals bouwt het Kinderrechtencommissariaat netwerken uit. Hoe kinderrechten gestalte kunnen krijgen of waar het knelt voor kinderen en hun rechten duiden we in lezingen, debatten, artikels en via andere kanalen en media. Om zo het maatschappelijk draagvlak voor kinderrechten te versterken en de maatschap­ pelijke positie van kinderen te verbeteren.

3


3

Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren Hfst 3: Wie is wie bij het Kinderrechtencommissariaat?

3. Wie is wie bij het Kinderrechtencommissariaat?

Aan het hoofd van het Kinderrechtencommis­ sariaat staat de kinderrechtencommissaris. Haar mandaat loopt zes jaar, en is één keer verlengbaar.

Caroline Vrijens is sinds 1 augustus 2019 de derde Vlaamse kinderrechtencommissaris. Op 22 mei 2019 keurde het Vlaams Parlement haar aanstelling goed en legde ze de eed af bij de voorzitter van het Vlaams Parlement. Zoals omschreven in het decreet organiseerde een extern bureau na de proefperiode een 360 gradenevaluatie van de kinde­ rrechtencommissaris. Caroline Vrijens werd in juni 2020 positief geëvalueerd en bevestigd in haar mandaat.

Een multidisciplinair team van veertien mensen – samen goed voor 11,3 FTE – ondersteunt de kin­ derrechtencommissaris. Het secretariaat van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen wordt verzorgd door een extra halftijdse (0,5 FTE). Caroline Vrijens, de nieuwe Vlaamse kinderrechtencommissaris sinds 1 augustus 2019.

Leen Ackaert Beleidsadviseur Gehandicaptenzorg, wonen, kinderopvang, gezinsondersteuning, jeugd- en kinderrechten­ beleid, vrije tijd

Michaël Bouchez Adviseur Klachtenlijn Asiel en migratie, diversiteit, interculturali­ teit, religie, gelijke kansen, afstamming, adoptie

Hilde Cnudde Communicatieadviseur en coördinerend adviseur

Freddy Koopman Administratief medewerker Klachtenlijn

Sarah Meys Beleidsadviseur Kinderarmoede, welzijnsen sociaal beleid, media, mobiliteit, (geestelijke) gezondheid, milieu

Isabel Moerman Directiesecretaresse

Yentl Roels Adviseur Klachtenlijn Jeugdhulp, gehandicap­ tenzorg, wonen, jeugd (delinquentie)recht, jus­ titie, politie, (geestelijke) gezondheid. (Startte op 1/9/2020 bij het KRC)

Julie Ryngaert Beleidsadviseur Onderwijs, afstamming, adoptie, sport, kinderrech­ ten internationaal

Inge Schoevaerts Coördinerend adviseur Klachtenlijn en ­secretaris Commissie van Toezicht op jeugdinstellingen Jeugdhulp, gehandicapten­ zorg, wonen, jeugd (delinquentie)recht, justitie, politie, (geeste­ lijke) gezondheid

Katrien Temmerman Adviseur Klachtenlijn Jeugdhulp, gehandicapten­ zorg, wonen, jeugd (delinquentie)recht, justitie, politie, (geeste­ lijke) gezondheid

Dominique van den Akker Adviseur Klachtenlijn Kinderopvang, gezinson­ dersteuning, familierecht, welzijns- en sociaal beleid, mobiliteit, onderwijs

Els Van Hemelrijck Communicatieadviseur Klachtenlijn Jeugdinformatie

Sofie Van Rumst Beleidsadviseur Familierecht, jeugdhulp, jeugd(delinquentie)recht, politie, justitie

Jean Pierre Verhaeghe Beleidsadviseur Asiel en migratie, diver­ siteit, interculturaliteit, religie, gelijke kansen

Chris Vleugels Adviseur Klachtenlijn Onderwijs, media, vrije tijd, sport, kinderarmoede, milieu, consumentenzaken, werk

17


4 18

Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren Hfst 4: Ingebed in het Vlaams Parlement

4. Ingebed in het Vlaams Parlement

Het Kinderrechtencommissariaat is de Vlaamse pleitbezorger van kinderrechten, opgericht door het Vlaams Parlement. De informatie over de leef­ situatie van kinderen en jongeren vanuit onze Klachtenlijn en onze contacten met het midden­ veld en kinderrechtenactoren vertalen we naar het Vlaams Parlement. Zo proberen we de stem van kinderen en jongeren maximaal te vertolken en te vertegenwoordigen. Het Kinderrechtencommissariaat onderzoekt, verheldert en vertaalt kinderrechtenproblemen naar beleids- en regelgevend niveau.

4.1. Overleg- en advies­ orgaan Het overleg- en adviesorgaan is een klank­ bord voor de kinderrechtencommissaris en haar medewerkers om de opdrachten van het Kinderrechtencommissariaat mee vorm te geven. In het overleg- en adviesorgaan zijn alle politieke fracties vertegenwoordigd, samen met perso­ nen uit de samenleving en de wetenschappelijke wereld. De leden van het advies- en overleg­ orgaan zetelen een hele legislatuur. Het overleg- en adviesorgaan vergaderde op 29 januari 2020. Kristel Verbeke is voorzitter. Zij is gekend voor haar groot engagement voor kinde­ ren en kinderrechten.

Overleg- en adviesorgaan legislatuur 2019-2024 Uit de politieke partijen

Uit de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR)

Uit de Verenigde Verenigingen

Hannes Anaf (sp.a)

Charlotte Declerck (UHasselt)

Licorice Leroy (Netwerk tegen Armoede)

Filip Brusselmans (Vlaams Belang)

Dimokritos Kavadias (VUB)

Inge Geerardyn (Vlaamse Jeugdraad)

Elisabeth Meuleman (Groen)

Stefaan Pleysier (KU Leuven)

Elke Valgaeren (Gezinsbond)

Freya Perdaens (N-VA)

Didier Reynaert (UGent)

Freya Saeys (Open Vld)

Julie Vinck (UAntwerpen)

Katrien Schryvers (CD&V) Lise Vandecasteele (PVDA) Voorzitter: Kristel Verbeke


Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor rechten van kinderen en jongeren Hfst 4: Ingebed in het Vlaams Parlement

4.2. Partner van parlemen­ taire en paraparlementaire diensten De Kracht van je Stem De Kracht van je Stem is de educatieve dienst van het Vlaams Parlement. Een enthousiast team ont­ wikkelt educatief materiaal voor leraren en leerlin­ gen om op school te werken rond democratie. Het organiseert in het Vlaams Parlement programma’s voor leerlingen en geeft vorming en nascholing aan leraren en studenten van de lerarenopleiding. Het Kinderrechtencommissariaat is lid van de stuurgroep. Die waakt erover dat De Kracht van je Stem tegemoetkomt aan wat leerkrachten en scho­ len nodig hebben om te werken aan democratisch burgerschap. De stuurgroep besprak op basis van haar visienota het strategisch plan voor 2019-2024. Ook voor het project #carolineluistert werkte het Kinderrechtencommissariaat samen met De Kracht van je Stem. Uit de ingezonden getuige­ nissen en verhalen lootten we drie klassen uit van secundaire scholen. Die trakteerden we op een educatief dagprogramma waarin ook kin­ derrechtencommissaris Caroline Vrijens met de jongeren in gesprek ging. Helaas was corona spelbreker en moesten we bezoeken uitstellen.

Gidsen in het Vlaams Parlement Het Vlaams Parlement ontvangt veel bezoekers. Een rondleiding start in de leer- en beleeftentoon­ stelling van het bezoekerscentrum in De Loketten. Bezoekers combineren dat met een kort bezoek aan de Koepelzaal of een rondleiding. De gids geeft informatie over de werking en de rol van het Vlaams Parlement en van de para­ parlementaire instellingen. Ook de architectuur en de geïntegreerde Vlaamse hedendaagse kunst komen aan bod.

Er komen ook heel wat schoolgroepen op bezoek. Die kunnen intekenen op de populaire dag­ programma’s van De Kracht van je Stem, met een rondleiding en een spel over democratie. Medewerkers van het Kinder­rechten­commissariaat gidsen schoolgroepen op vraag van het Vlaams Parlement. Vanaf maart 2020 werden alle rondlei­ dingen wel geschrapt door de coronamaatregelen.

Samenwerken met de Vlaamse Ombudsdienst Het Kinderrechtencommissariaat en de Vlaamse Ombudsdienst overleggen geregeld over klach­ ten die ze binnenkrijgen. Als een klacht bij onze Klachtenlijn eerder wijst op een probleem van een volwassene in zijn rela­ tie met een overheidsdienst dan op een schen­ ding van de rechten van kinderen, dan spelen we die klacht door naar de Vlaamse Ombudsdienst. En als de Vlaamse Ombudsdienst geconfron­ teerd wordt met een schending van rechten van kinderen of een probleem dat rechtstreeks kin­ deren treft, maakt hij de klacht over aan onze Klachtenlijn. In 2019-2020 ging het vooral over onderwijs- en jeugdhulpdossiers. Soms is een klacht zo complex dat ze zowel ouders als kinderen treft. Het spreekt voor zich dat we die klachten dan aanpakken in overleg.

Samenwerkingsprotocol met het Algemeen Secretariaat Vlaams Parlement Het Kinderrechtencommissariaat werkt als paraparlementaire instelling in het Huis van de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Het Alge­ meen Secretariaat van het Vlaams Parlement ondersteunt sinds jaar en dag het Kinder­rechten­ commissariaat in financiën en aankoop, perso­ neelszaken, informatica, algemene logistiek en gegevensbescherming. De samenwerking met de ondersteunende dien­ sten loopt volgens een samenwerkingsprotocol dat regelmatig geüpdatet wordt.

19


Deel

2

Van signaal tot advies


1 22

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

1

De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen 1.1. Werkingsprincipes, kwaliteitsbewaking en maatstaven van de Klachtenlijn

Bij de Klachtenlijn komen heel uiteenlopende vragen en signalen binnen over de rechten van kinderen. De meldingen komen van ouders, fami­ lieleden, opvoedingsverantwoordelijken, profes­ sionals en jongeren zelf. De meeste klachten worden afgesloten nadat de melders uitgebreide informatie of advies kregen van de Klachtenlijn. Niet elke melding vraagt om een onderzoek. Soms volstaat advies over de stappen die de melder nog kan zetten, over wat de rechten van een kind zijn of hoe die rech­ ten weer volop aandacht kunnen krijgen. De Klachtenlijn krijgt ook vragen over situaties van kinderen en jongeren zonder duidelijke link met kinderrechten of klachten die een andere dienst beter kan behandelen. Dan verwijzen we door naar de juiste dienst of hulpverlening. Klachten over minderjarigen die botsen op regels en procedures of die vastlopen in hun relaties met instanties en dienstverleners behandelt de Klachtenlijn zelf. Vaak gaat het over problemen en knelpunten die niet opgelost raken langs de gewone administratieve of juridische wegen of over situaties waarin de communicatie erg stroef loopt.

Klachten toetsen we aan verschillende maatstaven Afhankelijk van de melding en de vraag van de melder, onderneemt de Klachtenlijn verschillende acties. De melding wordt eerst getoetst aan het kinderrechtenverdrag en het wettelijk kader. Daarnaast zijn de algemeen aanvaarde ombuds­ normen een belangrijk toetsingskader. Die nor­ men hebben vooral te maken met behoorlijkheid en zorgvuldigheid van de dienstverlening van overheden, diensten en voorzieningen.

Toetsingskaders Het kinderrechtenverdrag is het referentie­ kader in het onderzoek naar klachten. Het verdrag is de kapstok waaraan we praktijken toetsen over kinderen en jongeren, zowel indi­ vidueel als structureel. ■ Daarnaast toetsen we de klachten aan decre­ ten, wetten, regelgeving en omzendbrieven. ■ Voor de beoordeling van klachten gaan we na of voldaan werd aan de behoorlijkheids- en zorgvuldigheidsnormen. De ombudsnormen werden vastgelegd in de samenwerkings­ verbanden POOL (Permanent Overleg van de Ombudslui) en ENOC (European Network of Ombudspersons for Children). ■

Bemiddeling en onderzoek De Klachtenlijn probeert altijd na te gaan of er nog ruimte is om te bemiddelen. We streven ernaar klachten om te buigen naar oplossingen in het belang van de minderjarige. Daarvoor ver­ zamelen we informatie bij de klager en bij de betrokken dienst of instantie. We gaan na of we het probleem kunnen aanpakken met bemidde­ ling en overleg. Dan werken we met de metho­ diek van de pendelbemiddeling. Vaak telefonisch, maar ook ter plaatse als dat nodig is. Een probleem direct oplossen door te bemidde­ len, kan niet altijd. Dan kan de Klachtenlijn op vraag en altijd met toestemming van de melder een onderzoek opstarten. Voor dat onderzoek vraagt de Klachtenlijn verschillende stukken op of voeren we ter plaatse gesprekken. Zo gaan we na of een overheid, een dienst of een voorziening de rechten van een kind te weinig garandeerde of zelfs schond. De Klachtenlijn oordeelt op basis van de toetsingskaders. Ze formuleert aanbeve­ lingen voor de betrokken diensten, maar kan niet sanctioneren. Voor optimale kwaliteit van de klachtenbehande­ ling bouwen we voor melders garanties in en pas­ sen we interne werkingsprincipes toe.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

Interne werkingsprincipes: kind centraal ■ ■ ■ ■ ■

■

■

We zijn onafhankelijk. We richten ons op samenwerking en bemiddeling. We ondernemen niets zonder de toestemming van de melder. We geven regelmatig feedback over het verloop van de klacht. We streven ernaar om ook de minderjarige te spreken over wie het in de klacht gaat. Als dat kan, willen we het mandaat van die minderjarige. We behandelen elke klacht in drie fasen: ■ De klacht moet in de eerste plaats behandeld worden op de plaats waar het probleem zich voordoet. ■ Als er geen intern klachtenmechanisme is of als een oplossing uitblijft, treedt de Klachten­ lijn op. ■ Als de Klachtenlijn geen individuele op­ los­­­sing vindt omdat er een structureel knel­­­­­­punt is, signaleren we dat aan de beleids­mede­werkers van het Kinder­­rechten­com­mis­sariaat.

We rapporteren cases naar externe partners altijd anoniem.

Het onderzoek naar klachten heeft een driedubbel doel: ■ Analyseren waar de geboden dienst, hulp of zorg vastliep. ■ Proberen om het conflict te herstellen met dienst- of hulpverlening. ■ Toewerken naar een concrete oplossing voor de minderjarige.

Kwaliteitsbewaking ■ ■

■ ■ ■

We behandelen of onderzoeken een vraag of klacht binnen een aanvaardbare termijn. We behandelen alle informatie discreet. We houden rekening met de beroepspositie van de melder en met het delicate karakter van elke melding. We zorgen voor duidelijke communicatie met alle partijen. We streven naar een zo groot mogelijke open­ heid en transparantie. We bespreken en onderzoeken complexe klachten over kinderrechten in ons multidisci­ pli­nair team.

1.2. Klachtenlijn in cijfers Hoeveel meldingen komen er binnen? Vragen, klachten en signalen 1.128

Vragen, klachten, signalen

Vragen, klachten en signalen per werkjaar Werkjaar

2007 2008

2008 2009

2009 2010

2010 2011

2011 2012

2012 2013

2013 2014

2014 2015

2015 2016

2016 2017

2017 2018

2018 2019

2019 2020

Vragen en klachten

1.198

1.070

966

1.077

1.035

969

975

1.028

1.141

1.239

1.224

1.218

1.128

Dit werkjaar kregen we 994 meldingen over individuele problemen en 134 algemenere meldingen over schendingen van kinderrechten.

23


24

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

Wie doet een beroep op de Klachtenlijn? De melders Totaal Privépersonen

853 Minderjarige

90

Opvoedingsverantwoordelijke

583

Grootouder

57

Ander familielid

27

Buur, kennis, vriend

23

Ongedefinieerde privépersoon

73

Onderwijs

70

Welzijn

25

Professionelen

246

Jongerenwelzijn

42

Gezondheidszorg

34

Asiel en migratie

29

Justitie

11

Kinder- en mensenrechten

9

Vrije tijd

9

Media

2

Zorg voor personen met een handicap

14

Commerciële onderneming

1 12

Overheden Totaal

De minderjarige melders Leeftijd

12 1.128

Aantal

Hoe nemen melders contact op?

7 jaar

1

Telefoon

8 jaar

2

Website

103

11 jaar

2

E-mail

455

12 jaar

2

Brief

13 jaar

2

Bezoek

3

14 jaar

8

Vlaamse Ombudsdienst

3

15 jaar

5

Andere

22

16 jaar

8

Totaal

1.128

17 jaar

8

18 jaar

9

Onbekend

43

Totaal

90

523

19


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

Waarover gaan de meldingen? Totaal Onderwijs

350 Betwiste schoolresultaten

32

Leerlingenbegeleiding

12

Geweld

54

Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

28

Huiswerk

4

Schoolkosten

10

School vinden en er geraken

56

Nieuwe media en technologie

3

Recht op informatie

4

Sancties

75

Schoolreglement en informele regels

10

Voor- en naschoolse opvang

3

Corona en onderwijs breed

51

Andere onderwijs

8

Gezin

306 Scheiding

214

Ouders

67

Afstamming en adoptie

25

Hulp aan minderjarigen

251 Jeugdhulp

187

Gezondheidszorg

31

Welzijn

21

Zorg voor personen met een handicap

12 51

Vluchtelingen (asiel) Justitie en politie

51 45

Justitie

17

Politie

28

Sport

15

Spel en cultuur

16

Vrije tijd

31

13

13

Huisvesting

7

7

Werk

5

5

Consumenten- en geldzaken

1

1

Verkeer en mobiliteit

4

4

Relaties en seksualiteit

5

5

Leefmilieu en technologie

1

1

Kinderrechten algemeen

2

2

56

56

Media

Andere Totaal

1.128

25


26

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

Hoe worden vragen en klachten behandeld? Informatie, advies en doorverwijzing

661

95

Onderzoek en bemiddeling Beleidsaanbeveling

10

Signaal/suggestie

94

Nog in behandeling

162

Geen afhandeling mogelijk

106

Totaal

1.128

Veel meldingen leiden tot directe dienstverlening. Dat houdt in dat we de klager informeren, advise­ ren of doorverwijzen. Vaak blijven we de melder bijstaan met advies in de verschillende stappen die hij zelf zet. Daardoor krijgt de Klachtenlijn meer inzicht in de praktijk. Ook zonder actieve tussenkomst (onderzoek of bemiddeling) kunnen onze klachtenbehandelaars pijnpunten vaststel­ len en situaties deblokkeren. Daardoor scoort informatie en advies hoog.

Coronamaatregelen beheersen klachtenbeeld Over de impact van het coronavirus zal nog veel inkt vloeien. Die impact was vooral voelbaar sinds de lockdown midden maart. Dat merkten we ook bij de Klachtenlijn. De eerste twee weken viel alles stil. Mensen dachten toen dat het na een week of vier wel voorbij zou zijn. Maar stil­ aan werd duidelijk wat een virus kan aanrichten, dat zoiets niet verdwenen is op korte termijn. De volksgezondheid kwam onder druk. Na drie weken kwamen er begin april weer meer meldingen. Die gingen vooral over onderwijs, jeugdhulp en vrije tijd. Die meldingen registreer­ den we apart. We registreerden 200 meldingen of signalen die te maken hadden met corona. Een derde waren signalen waar we niet meteen een oplossing voor hadden omdat de maatregelen nu eenmaal genomen waren door de Nationale Veiligheidsraad. We namen die signalen wel mee in ons advieswerk. Twee derde van de meldingen ging over individuele situaties waarin we per­ soonlijk advies gaven, gericht doorverwezen of een bemiddeling opstartten. De signalen gaven ons wel een beeld van wat er leefde bij kinderen en jongeren, en van de impact voor gezinnen. De Klachtenlijn bood vaak een

luisterend oor voor ongenoegen, onzekerheid en onrecht. We denken aan grootouders die ons belden omdat ze de kleinkinderen misten, aan ouders die het stilaan begaven onder de druk van thuiswerk en pre-teaching, aan de gezinnen waarvan de kinderen in voorzieningen moesten blijven waar fysieke bezoeken stopten. Aan kin­ deren die al weken alleen thuis moesten spelen en jongeren die vertelden dat ze zich steeds min­ der goed voelden en hun hobby’s en vrienden misten. Dat registreerden we als signalen zonder afhandeling of als directe dienstverlening.

1.3. Klachtenlijn bekendmaken De Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat is een ombudsdienst waar je terechtkunt met vragen en klachten over schendingen van kinderrechten. De Klachtenlijn luistert, informeert, onderzoekt de klacht en bemiddelt als je zelf geen oplossing vindt. De Klachtenlijn richt zich tot kinderen en jongeren, hun ouders en omgeving, en tot professionals die elke dag in contact komen met kinderen en jongeren en soms geconfronteerd worden met onrecht. Vaak zijn het de meest kwetsbare kinderen en jongeren die verstoken blijven van hulp, die ongelijk behan­ deld worden of die verstrikt raken in procedures en regels. De Klachtenlijn onderstreept het belang van tussen­ personen in haar contacten met kinderen, jonge­ ren en ouders. Daarom doen we er alles aan om de Klachtenlijn bekend te maken bij professionals die elke dag werken met kinderen en jongeren. We bezorgen ze mapjes over de Klachtenlijn met informatie op maat van jongeren, ouders en profes­ sionals. De Klachtenlijn heeft een gratis 0800-nummer, elke werkdag bereikbaar tijdens de kantooruren. Via de website kinderrechten.be is de Klachtenlijn bereik­ baar met een klachtenformulier.

Informatiemateriaal Klachtenlijn De Klachtenlijn ontwikkelde informatie voor jongeren, ouders en professionals. De getuige­ nissen in de folders illustreren met welke vragen


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

Partnerorganisaties zoals de Vlaamse Scholierenkoepel zorgen dat folders en posters terechtkomen bij alle leerlingenraden in het secundair onderwijs.

of klachten je terechtkunt bij de Klachtenlijn. De informatie staat ook op de drie deelsites van kin­ derrechten.be, voor jongeren, ouders en profes­ sionals.

In een postercampagne voor secundaire scho­ len en bijbehorende postkaarten met getuige­ nissen vertellen we jongeren waarvoor ze terechtkunnen bij de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat. De verhalen van Esra, Dave, Azim, Theo en Femke staan ook in de folders en op de website kinderrechten.be.

Waarom mag ik niet naar huis? Ik begrijp dat niet. Esra, 16

Informatiemapje Klachtenlijn met folders en posters voor professionals, ouders en jongeren.

De informatiefolders en posters worden regel­ matig aangepast en herdrukt. Het materiaal wordt verspreid op vraag en proactief. Zo verspreidden we in het najaar van 2019 ruim 2.500 informatiemapjes onder een brede groep professionals die elke dag in contact komen met kinderen en jongeren. In die mapjes zitten folders voor de medewerkers en posters om op te hangen en om mee te geven met ouders en jongeren. Die mapjes stuurden we onder andere naar de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB’s), jeugdhulpor­ ganisaties, het jeugdwelzijnswerk, de jongeren­ adviescentra (JAC’s), de kinderpsychiatrie, het jeugdwerk, de wijkgezondheidscentra, de Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG’s), de diensten voor Pleegzorg en de Huizen van het Kind. Die organisaties zijn een heel belangrijke schakel tussen de Klachtenlijn en de kinderen en jongeren met wie ze elke dag werken.

Waarom lui stert er nieman d naa mijn verhaa r l?

-18

Dave, 15

Word jij niet correct behandeld? Zit je vast?

808 Bel 0800 20uweli jk Gratis en vertro

ten.be www.kinderrech

-18

Wo r

d jij niet corre c t beh and

Klac hten lijn

2019 - A6 Postkaarten.indd 1

eld?

22/10/19 19:24

Zit je vast?

Bel 0800 20 808

Gratis en vertrouw

elijk mogen mij toch www.kinderrechten.be

Ze Kla niet op mijn cht enl gezicht slaan? ijn

Azim, 16

2019 - A6 Postk

aarten.indd

3

22/10/19 19:25

-18

Ze kunnen mij toch niet dwingen?

Word jij niet

Theo, 15

correct behandeld? st? Zit je va 808

20 lijk Bel 0800 vertrouwe Gratis en

.be errechten www.kind

Klacht enlijn

-18

Word jij niet correct behandeld? 22/10/19 19:25

.indd 5

2019 - A6 Postkaarten

Deze poster werd opgehangen in ruim 150 secundaire scholen.

Zit je vast?

Dat mogen ze mij toch niet afpakken? Femke, 14

808 Bel 0800 20uweli jk Gratis en vertro

ten.be www.kinderrech

Klac hten lijn

2019 - A6 Postkaarten.indd 7

-18

SERIEU S?!?

-18

Wo r

d jij niet corre c t beh a

ndeld?

Zit je vast?

Bel 0800 20 808

Het geestig pijnlijke rollenspel

Gratis en vertrouwelijk

Kla cht enl ijn

van de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat

Klac hten lijn

2019 - A6 Postk

aarten.indd

www.kinderrechten.be

9

22/10/19 19:26

22/10/19 19:26

Naast de poster hing een folderhouder met deze postkaarten. De verhalen van Esra, Dave, Azim, Theo en Femke illustreren waarvoor je terechtkunt bij de Klachtenlijn.

27


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

Website Klachtenlijn kinderrechten.be De website kinderrechten.be heeft drie deelsites. Op de landingspagina kiest de bezoeker voor de deel­ site jongeren, ouders of professionals. Er staat een klachtenformulier online voor vragen en klachten. Dat formulier staat op een aparte website zonder cookies om de privacy van de gebruiker optimaal te beschermen. Van 1 september 2019 tot en met 31 augustus 2020 werd de site kinderrechten.be 38.654 keer bezocht. Dat leverde 134.814 paginaweergaven op.

Bots jij in je w erk op o n r e c ht t e g e no v er kinderen en jongeren? ... en kan of wil niemand iets doen?

Maand

Aantal bezoeken

September 2019

3.406

Oktober 2019

3.964

November 2019

5.563

December 2019

2.692

Januari 2020

4.175

Februari 2020

3.816

Maart 2020

3.866

April 2020

3.144

Mei 2020

4.085

Juni 2020

1.946

Juli 2020 Augustus 2020

909 1.088

Advertenties Om de Klachtenlijn van het Kinderrechten­ commissariaat bekend te maken, adver­ teerden we op klasse.be en in het gedrukte magazine van Klasse. Ouders, kinderen, jon­ geren en jeugdwerkers bereikten we bijvoor­ beeld met een advertentiepagina in Hélaba, het nieuwe KLJ-magazine. Advertenties verschenen ook in het informatieboekje van het Centrum Deeltijds Onderwijs Noorderkempen. En via de Vlaamse Scholierenkoepel bereiken we de leer­ lingenraden van secundaire scholen met onze contact­gegevens op de VSK-jaarkalender en met jongeren­folders en posters van de Klachtenlijn.

Contacteer dan de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat

Rea g tege eer n

Klac hten lijn

onre 0800 cht 2 www 0 808 .kind errec hten .be

2020_Klachtenlijn_Ad klasse_192x257H.indd 2

Advertentie voor de Klachtenlijn in Klasse-magazine.

2/03/20 14:51

Kinderrechtenprijs 2019 Op 23 november 2019 reikte een jury van twin­ tig Nederlandstalige en Franstalige kinderen en jongeren tussen 10 en 17 jaar de derde Belgische Kinderrechtenprijs uit aan Maison Source. Die organisatie is actief in de provincie Luxemburg en ondersteunt jonge ouders uit kansarme mili­ eus in de opvoeding van en de dagelijkse activi­ teiten met hun kinderen.

© Annemiek Hofer

28

De jongerenjury van de Belgische Kinderrechtenprijs 2019: twintig Nederlandstalige en Franstalige kinderen en jongeren tussen 10 en 17 jaar.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

29

De Kinderrechtenprijs zet organisaties en initia­ tieven in de kijker die zich op een buitengewone manier inzetten voor de bevordering van de rech­ ten van het kind.

© Annemiek Hofer

De prijs is een gezamenlijk initiatief van het Kinderrechtencommissariaat, van zijn Franstalige tegenhanger délégué général aux droits de l'enfant en van de ngo Plan Inter­national België, al blijven de initiatiefnemers altijd op de achter­ grond. Het was de jongerenjury die na een inten­ sief participatief traject de knoop doorhakte. En dan is het feest!

Educatief materiaal over kinderrechten © Annemiek Hofer

Inkleurposter - Geef Kleur aan je rechten Op algemene en herhaaldelijke vraag stopten we de inkleurposter ‘Geef kleur aan je rechten’ in een nieuw jasje. De poster kun je gratis bestellen via het Kinderrechtencommissariaat of via ’t Zitemzo.

De organisatoren, kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens, délégué général aux droits de l’enfant Bernard De Vos en directeur Régine Debrabandere van Plan International België sloegen de handen in elkaar voor de Kinderrechtenprijs.

Jouw rechten staan zwart/wit op papier. Geef ze kleur Informatie over je rechten Wil je meer informatie over het Kinderrechtenverdrag en over je rechten? Bel: 09 233 65 65 - info@tzitemzo.be www.tzitemzo.be

Klacht over je rechten Heb je het gevoel dat je niet correct wordt behandeld? Zocht je overal hulp, maar wil of kan niemand iets doen? Zit je vast? Klop dan aan bij de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat. Gratis en vertrouwelijk. Bel: 0800 20 808 - klachtenlijn@kinderrechten.be - www.kinderrechten.be

© Annemiek Hofer

Luisterend oor Awel luistert naar kinderen en jongeren. Je belt gratis en anoniem. Bel: 102 - brievenbus@awel.be www.awel.be

Klac hten lijn

Klac hten lijn

Verantwoordelijke uitgever: Caroline Vrijens, kinderrechtencommissaris, Leuvenseweg 86, 1000 Brussel. Tekening: Vero Beauprez. Druk: Drukkerij Artoos

De twee jongerenambassadeurs van Maison Source poseren trots met hun prijs en met de jongerenjury 2019.

Recht op spel

Recht op inspraak

Recht op informatie

Recht op geloof

Recht op gezondheidszorg

Recht op opvoeding

Recht op privacy

Recht op voeding

Recht op goede arbeidsomstandigheden

De inkleurposter ‘Geef kleur aan je rechten’.

Recht op onderwijs

Recht op bescherming

Recht op vereniging


30

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 1: De Klachtenlijn onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen

De Bende van :P - 3 helden vechten voor jouw rechten De Bende van :P – 3 helden vechten voor jouw rechten is een brochure over kinder­rechten voor de derde graad van het lager onderwijs met getuigenissen van kinderen, weetjes, spelletjes, tips en een digitale lesbrief voor de leerkracht. De Bende van :P kwam enkele jaren geleden tot leven en wordt regelmatig herdrukt. Het is een gezamenlijke uitgave van ’t Zitemzo en het Kinderrechtencommissariaat en wordt op vraag gratis verspreid.

De Kinderrechtenrap met lesmap Filosoferen over kinderrechten Dit kinderrechtenlied met bijbehorend filmpje en lesmap werd gemaakt in samenwerking met een groep enthousiaste kinderen, Joke van Leeuwen, Silvie Moors en Kapitein Winokio. Alles is gratis downloadbaar en te gebruiken in kinderrechten­ lessen voor kinderen vanaf 5 jaar. ’t Zitemzo: jouw rechten, jouw leven kreeg een update in september 2019.

’t Zitemzo: jouw rechten, jouw leven ’t Zitemzo: jouw rechten, jouw leven is een fris magazine voor jongeren vanaf 14 jaar over jongeren­ rechten, met getuigenissen, interviews en nuttige informatie. Het magazine kreeg een update in september 2019. Voor leerkrachten zijn er de digitale lesbrieven. Ook ’t Zitemzo: jouw rechten, jouw leven is het resultaat van samenwerking t­ ussen ’t Zitemzo en het Kinderrechten­commissariaat.

Al deze publicaties werden in het kader van het project #carolineluistert extra verspreid. De deel­ nemende scholen kregen een educatief pakket, aangepast aan de leeftijd van de kinderen en jon­ geren. De leerkracht kon ook ideeën putten uit twee lesbrieven.

2


2 2

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

Van signaal naar beleidsadvies

2.1. Adviseren Veel individuele klachten en meldingen van knel­ punten over kinderrechten hebben een signaal­ functie. Ook professionals en vrijwilligers trekken bij onze Klachtenlijn aan de alarmbel.

Duidelijke aanbevelingen Het Kinderrechtencommissariaat probeert kinde­ ren en jongeren die vastlopen of in een kwetsbare situatie zitten, sterker naar de voorgrond te bren­ gen. Onze klachtenbehandelaars onder­ steunen die kinderen en hun gezinnen. En we kaarten hun situatie aan bij het Vlaams Parlement. Niet vrij­ blijvend, maar met duidelijke aanbevelingen.

Signaleren aan overheid Wijst een individuele klacht op onduidelijke, incon­ sequente, discriminerende of ontbrekende regel­ geving? Of op regels of praktijken die in strijd zijn met het kinderrechtenverdrag? Dan signaleren we dat bij de bevoegde overheid. Dat lost het pro­ bleem van de minderjarige niet meteen op. Maar het helpt om in de toekomst gelijkaardige proble­ men te voorkomen.

Structurele problemen vertalen naar adviezen Het Kinderrechtencommissariaat vertaalt de struc­ turele problemen in dossiers, adviezen, stand­ punten en knelpuntennota’s naar het beleid, met name het Vlaams Parlement. Het onderzoekt diep­ gaand kinderrechtenthema’s en de onderliggende problemen om het Vlaams Parlement te informeren en te adviseren. Het wijst ook op de mogelijke ver­ taling van adviezen in Vlaamse regelgeving. Het toetst beleidsinitiatieven zoals ontwerpen en voor­ stellen van decreet aan het kinderrechtenverdrag.

Gehoord in parlementen Op eigen initiatief of op vraag van het Vlaams Parlement schrijven we adviezen. Het laatste jaar hoorden commissies van het Vlaams Parlement en van de Kamer van Volksvertegenwoordigers

de kinderrechtencommissaris over verschillende kinderrechtenthema’s: ■ Hoorzitting over de Belgische kinderen in de kampen in Noord-Syrië (Kamercommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, 6 november 2019) ■ Toelichting bij de knelpunten en beleidsaan­ bevelingen uit het jaarverslag 2018-2019, Kinderen willen écht gehoord worden, van het Kinderrechtencommissariaat (20 novem­ ber 2019 in de Schelp van het Vlaams Parlement; Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, 22 januari 2020; Commissie voor Onderwijs, 23 januari 2020, Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, 11 februari 2020) - Herbekijk de bespreking in Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media op youtu.be/gRCigfTuSys?t=3039 - Herbekijk de bespreking in Commissie voor Onderwijs op youtu.be/gb_pMMrS3CE?t=1284 - Herbekijk de bespreking in Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoede bestrijding op youtu.be/31m632nI-nQ?t=5882 ■ Toelichting advies bij de Beleidsnota Jeugd (Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, 22 januari 2020) ■ Hoorzitting over de impact van de corona­ crisis op het leven van jongeren in Vlaanderen. We stelden de resultaten van de enquête ­#jongerenovercorona voor en lieten jongeren aan het woord in een filmpje (Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement, 28 mei 2020) - Herbekijk de hoorzitting op youtu.be/ZVp7O3H3DxQ?t=502 - Herbekijk het filmpje ‘Hoe ervaren kinderen en jongeren de coronacrisis?’ #jongerenover­ corona 28 mei 2020 Vlaams Parlement op youtu.be/9acjV0fyTpc ■ Hoorzitting over het Jaarverslag van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen: open venster op de gesloten jeugdinstellingen (Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement, 10 juni 2020) - Herbekijk de hoorzitting op youtu.be/021fQ_F9qIQ?t=6708 ■ Gedachtewisseling over het kinderrechten­ perspectief bij kinderen met variaties in sekse­ kenmerken (Kamercommissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen, 15 juni 2020)

31


32

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

Schriftelijke adviezen Het Kinderrechtencommissariaat bracht schrif­ telijk advies uit over verschillende onderwerpen die raken aan kinderrechten: ■ Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat 20182019, Kinderen willen echt gehoord worden (2019-2020/01) ■ Standpunt Recht doen aan contactrecht met broers en zussen (2019-2020/02) ■ Beleidsnota Jeugd vanuit kinderrechten beke­ ken (2019-2020/03) ■ Beleidsnota Onderwijs bekeken door een kin­ derenrechtenbril (2019-2020/04) ■ Aanscherping van de voorwaarden voor ver­ blijf van derdelanders op grond van ouder­ schap van een minderjarige Belg of EU-burger: vanuit kinderrechten bekeken (2019-2020/05) ■ Beleidsnota Welzijn bekeken door een kinder­ rechtenbril (2019-2020/06) ■ Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid: vijf pri­ oriteiten én blijvende inspanningen voor alle kinderrechten? (2019-2020/07) ■ Audiovisuele mediarichtlijn opportuniteit voor ambitieus mediadecreet met oog voor minder­ jarigen en hun rechten (2019-2020/08) ■ Kwaliteitsvolle kleuteropvang heeft meer dan één paar sterke schouders nodig (20192020/09) ■ Jaarverslag Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen: open venster op de gesloten jeugdinstellingen (2019-2020/10) ■ Meer aandacht voor het kindperspectief in coronamaatregelen (2019-2020/11) ■ Rapport Kinderrechtenperspectief in de corona­ crisis #jongerenovercorona – Meer dan 44.000 kinderen en jongeren over corona (27 mei 2020) ■ Kindperspectief in de coronacrisis gebaseerd op onlinebevraging #jongerenovercorona (2019-2020/12) ■ Naar een versterkt kinderrechtenperspectief bij kinderen met variaties in seksekenmerken (2019-2020/13) ■ Recht doen aan het recht van broers en zussen om samen op te groeien (2019-2020/14) ■ Alternative report of the Flemish Office of the Children’s Rights Commissioner to the UN Committee against Torture (2019-2020/15) ■ Naar een verbod op het opsluiten van uitgewe­ zen minderjarigen (2019/2020/16)

N Onze adviezen, knelpuntennota’s en dossiers vindt u op: www.kinderrechtencommissariaat.be/ adviezen_en_standpunten

Kennismaking ministers Na de start van de nieuwe Vlaamse Regering ging de nieuwe kinderrechtencommissaris persoonlijk kennismaken met de ministers die bevoegd zijn voor Armoede en Welzijn, voor Jeugd en Kinder­ rechten, voor Binnenlands Bestuur, Integratie en Gelijke Kansen en met kabinetsmedewerkers van de ministers van Onderwijs en van Justitie en Hand­having. Ze bespraken knelpunten die het Kinder­ rechten­ commissariaat vaststelde in de meldingen, vooral over armoede, jeugdhulp, school, justitie en veilig­ heid, vrije tijd en integratie. De kinderrechtencommissaris lichtte de belang­ rijkste problemen voor kinderen en jongeren toe en verwees naar haar adviezen en aanbevelingen daarover.

Studiedag Sleutelmomenten Op 15 oktober 2019 organiseerde het Kinder­ rechten­ commissariaat in het Vlaams Parlement samen met de Vlaamse Jeugdraad en vzw Cachet de studiedag ‘Sleutelmomenten: afzondering en isolatie vanuit de ervaring van jongeren’. Er kwa­ men 290 belangstellenden luisteren.

Infodag: Een inkijk in de leefwereld van jonge Afghaanse vluchtelingen Op 4 februari 2020 verwelkomden Minor-Ndako en het Kinderrechtencommissariaat meer dan 400 mensen op onze infodag met panelgesprek over de leefwereld van jonge Afghaanse vluchte­ lingen in Kinepolis in Leuven.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

2.2. Kinderrechtenperspectief uitdragen Het Kinderrechtencommissariaat wil de overheid en het middenveld zo goed mogelijk informe­ ren. Daarom signaleren en ontsluiten we onze adviezen en knelpunten rond kinder­ rechten in Vlaanderen via onze website, nieuwsbrief, Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn. We geven lezingen en schrijven opiniestukken, pers­ berichten en artikels in tijdschriften en bijdragen aan boeken. We posten foto’s en filmpjes om onze publicaties onder de aandacht te brengen en ini­ tiatieven van externe organisaties te steunen. We geven hier maar een paar voorbeelden.

Videoboodschap van de kinderrechtencommissaris voor alle kinderen en jongeren die meededen aan de tekenwedstrijd van Fedactio, ‘Teken voor kinderrechten’ (november 2019).

Zo nam de kinderrechtencommissaris een video­ boodschap op over het belang van het kindper­ spectief in de CAW-werking voor medewerkers van CAW Oost-Brabant. Op 12 juni 2020 was de kinderrechtencommis­ saris de centrale gast in Radio EXPOO over het thema vrije tijd.

Voor de Week van de Opvoeding was de kinderrechtencommissaris een van de zeven vloggers die vertelde hoe ze 'Opvoeden is geen wedstrijd' ervaart. Herbekijk op vimeo. com/418358165

N Herbeluister

op www.expoo.be/radio-expoovrije-tijd-12-juni-2020

Videoboodschap van de kinderrechtencommissaris om scholen op te roepen om de boekencheck te doen op 15 september 2020. Herbekijk op youtube.com/watch?v=qEM94cWRkY E&feature=youtu.be

De kinderrechtencommissaris steunde in een videoboodschap #savedbythebell2019 om aandacht te vragen voor het #rechtoponderwijs van elk kind. Herbekijk op youtu.be/ i5Jv0J4qYeg

33


34

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

Communicatiekanalen Website kinderrechtencommissariaat.be Kinderrechtencommissariaat.be richt zich vooral naar Vlaamse volksvertegenwoordigers, andere beleidsmakers en middenveldorganisaties. We ontsluiten er onze adviezen, dossiers, brochures, activiteiten, persberichten en teksten van lezin­ gen. We brengen er ook nieuws over studiedagen en activiteiten waaraan we meewerken.

De kinderrechtencommissaris steunde met een foto van dit gebaar de campagne #waaromikniet van VIA Don Bosco, over kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Info op waaromikniet.be.

Op 17 oktober 2019 stelde de kinderrechtencommissaris Femke tewerk in het kader van YOUCA, Youth for Change and Action.

Op 31 augustus bedankte de kinderrechtencommissaris alle vrijwilligers en professionals om kinderen en jongeren een mooie zomer te geven. Herbekijk op youtu.be/q4hFBHenxg0

De website kinderrechtencommissariaat.be is er vooral voor beleidsmakers en middenveld.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

Voor onlinebestellingen van onze publicaties wer­ ken we samen met Vlaanderen.be. We gebruiken hun tools en zo verschijnen onze publicaties tege­ lijk op hun website en in hun nieuwsbrief met een breed bereik.

Twitter

Van 1 september 2019 tot en met 31 augustus 2020 werd de site kinderrechtencommissariaat.be 107.180 keer bezocht. Dat zijn zo’n 30.500 bezoe­ ken meer dan vorig jaar. We telden 232.165 paginaweergaven, bijna 26% meer dan vorig jaar. Mensen blijven gemiddeld 2 minuten en 3 seconden op de website. De meeste bezoekers kwamen langs in mei 2020. Er is een duidelijk verband met de lancering van de online-enquête #jongerenovercorona. De druk­ ste week van het jaar valt samen met de periode dat de enquête liep: tussen 11 mei 2020 en 18 mei 2020 telden we 25.051 bezoeken. In september liep er een vacature. Dat verklaart het hoger aan­ tal bezoekers (9.511) die maand tegenover sep­ tember vorig jaar (5.297). Maand

Aantal bezoeken

September 2019

9.511

Oktober 2019

8.773

November 2019

8.752

December 2019

5.443

Januari 2020

7.029

Februari 2020

6.185

Maart 2020

7.543

April 2020

7.580

Mei 2020

34.508

Juni 2020

6.213

Juli 2020

2.565

Augustus 2020

3.078

De meeste bezoekers gebruiken nog altijd een pc of laptop (65,6%). Het aantal gebruikers dat via zijn gsm de site bezoekt, blijft stijgen (nu 30,56 tegenover 26,15% vorig jaar). Een kleine minder­ heid bezoekt de site op een tablet (3%), net als vorig jaar.

Sinds 20 november 2012 twittert de kinderrechtencommissaris. Op 31 augustus 2020 telden we 6.421 volgers.

LinkedIn Netwerken uitbouwen en informatie uitwisselen doen we ook via het profiel van de kinderrechten­ commissaris op LinkedIn.

E-zine Het Kinderrechtencommissariaat stuurde het voorbije werkjaar zes e-zines ‘Knipperlicht kinder­rechten’ uit met informatie over de eigen activiteiten, ontwikkelingen rond kinderrechten en initiatieven van partnerorganisaties. Eind augustus hadden we 1.285 abonnees.

N Een

abonnement nemen op onze nieuws­ brief: www.kinderrechtencommissariaat.be/ inschrijven-­nieuwsbrief

Facebook Op de Facebookpagina van het Kinderrechten­ commissariaat delen we informatie en filmpjes.

35


36

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

Eind augustus 2020 volgden 7.471 personen en organisaties ons, en 6.957 vonden ons ‘leuk’.

N www.facebook.com/kinderrechtencommissa­

■ Editoriaal: Het belang van het kind als ‘een eerste’ overweging: een kinderrecht Caroline Vrijens in Tijdschrift Jeugd- en Kinder­ rechten (TJK), nr. 2, juni 2020

N

riaat ■ Opiniestuk: Digitale school en kinderrechten, samen zoeken naar evenwichten Caroline Vrijens en Chris Vleugels in Tijdschrift Privacy & Persoonsgegevens (TPP), nr. 1, april 2020

N

■ Zet de deur wijd open voor kinderen Caroline Vrijens in Magazine Huizen van het Kind, maart 2020

N

■ Een kinderrechtenproof Vlaams jeugddelinquentierecht? Sofie Van Rumst en Katrien Herbots, Boom Strafblad (BSb), 2020, Aflevering 1

N

■ Family Homelessness: A Child’s Perspective Leen Ackaert in Homeless in Europe Magazine, Feantsa, herfst 2019, p. 15-17

N

Eind augustus 2020 hadden we op onze Facebookpagina 7.471 volgers.

Instagram Eind mei 2018 maakte het Kinderrechten­commis­ sariaat zijn Instagramkanaal aan. Dat deden we vooral in het kader van onze twintigste verjaar­ dag. Eind augustus 2020 zijn er 1.336 volgers.

N www.instagram.com/kinderrechtencommis­ sariaat

Artikels in tijdschriften en boeken Het Kinderrechtencommissariaat werkt regel­ matig mee aan tijdschriften en boeken. ■ Onderwijs in tijden van coronapandemie. Connecteer met alle leerlingen Caroline Vrijens en Jean Pierre Verhaeghe, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijs­ be­leid (TORB), , nummer 5, 2019-2020, p. 332-336

N

■ Art. 19 – Je hebt recht op vrijheid van mening en meningsuiting Caroline Vrijens, blog voor 30 keer in je recht voor de site van ABVV-Metaal, november 2019, www.abvvmetaal.be/30xinjerecht/3575-art19-je-hebt-recht-op-vrijheid-van-mening-enmeningsuiting

N

■ Art. 21 – Je hebt recht om deel te nemen aan de politiek van je land Caroline Vrijens, blog voor 30 keer in je recht voor de site van ABVV-Metaal, september 2019, www.abvvmetaal.be/30xinjerecht/3512-art21-je-hebt-recht-om-deel-te-nemen-aan-depolitiek-van-je-land

N

■ Art. 25 – Het recht op alles wat nodig is om ervoor te zorgen dat je niet ziek wordt, geen honger hebt en een dak boven je hoofd hebt Caroline Vrijens, blog voor 30 keer in je recht voor de site van ABVV-Metaal, oktober 2019, www.abvvmetaal.be/30xinjerecht/3543-art25-het-recht-op-alles-wat-nodig-is-om-ervoorte-zorgen-dat-je-niet-ziek-wordt-geen-hongerhebt-en-een-dak-boven-je-hoofd-hebt

N


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

Opiniestukken en persberichten Het Kinderrechtencommissariaat schreef het voorbije jaar twee opiniestukken en stuurde vijf persberichten uit. ■ Coronacrisis treft alle kinderen en jongeren: Online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem, persbericht, 11 mei 2020 De coronacrisis raakt kinderen en jongeren fel. Kinderen die al kwetsbaar waren, worden nu extra kwetsbaar. Toch komt het perspectief van kinderen en jongeren nog te weinig en te frag­ mentair aan bod in het publieke debat. Terwijl het in Vlaanderen toch gaat om zo’n 20% van de bevolking. Zij moeten meer ruimte krijgen in de coronamaatregelen en de exitstrategie. Dat kan vooral door kinderen en jongeren zelf aan het woord te laten. Daarom organi­ seerden het Kinderrechtencommissariaat, de Kinderrechtencoalitie en het Kenniscentrum Kinderrechten een online-enquête bij 8- tot 17-jarigen. Daarin peilden we naar hun ervarin­ gen en behoeften in coronatijden. De vragen gingen over thuis, schoolwerk, contact met vrienden, hoe ze zich voelen, waar ze zich zor­ gen over maken en wat helpt in coronatijden. De enquête liep van maandag 11 tot en met zondag 17 mei. ■ Opinie: Coronacrisis daagt kinderrechten uit: connecteer met alle leerlingen, VRT NWS, 24 april 2020 Het coronavirus heeft in april ons land meer dan een maand in zijn macht. De overheid nam op advies van experten strenge maatregelen voor de volksgezondheid. Niemand twijfelt aan de expertise van de virologen die continu de risico’s moeten inschatten. Er is enorme solidariteit en ook bewustzijn bij de bevol­ king van de uitzonderlijkheid van de crisis. Maar met de maatregelen betalen we ook een prijs. Kinderrechten komen zwaar onder druk. Sommige maatregelen van de regering treffen kinderen en jongeren rechtstreeks. Hun recht op onderwijs, hun recht op bescherming tegen huiselijk geweld, hun recht op spel en vrije tijd worden ingeperkt. Een groep kinderen en jongeren verdween in die periode van de radar. Dat was misschien

wel het sterkst zichtbaar in het onderwijs. Niet alle leerlingen schakelden even vlot over naar afstandsonderwijs. Scholen signaleerden dat ze een belangrijke groep kinderen en jongeren niet bereiken. ■ Maison Source krijgt Belgische Kinderrechtenprijs 2019, persbericht, 23 november 2019 Op 23 november 2019 reikte de jury van twin­ tig Nederlandstalige en Franstalige kinderen en jongeren tussen 10 en 17 jaar in de Kamer van Volksvertegenwoordigers de derde Belgische Kinderrechtenprijs uit aan Maison Source. Deze organisatie is actief in de provincie Luxemburg en ondersteunt jonge ouders uit kansarme ­milieus in hun dagelijkse activiteiten met hun kinderen. De Belgische Kinderrechtenprijs is een eerbetoon aan mensen en initiatieven die zich op een buitengewone manier inzetten voor de bevordering van de rechten van het kind, met reële participatie van jongeren. ■ Kinderen willen écht gehoord worden – Nieuwe kinderrechtencommissaris stelt eerste jaarverslag voor in Vlaams Parlement, persbericht, 20 november 2019 Op 20 november, Internationale Kinderrechten­ dag, stelde de kinderrechtencommissaris haar jaarverslag voor. Meer dan 1.200 mensen namen contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Vooral opvoedingsverantwoordelijken of familieleden (58%) die een vastgelopen situatie van een minderjarige voorleggen. Ook bezorgde professionelen (25%) uit onderwijs, wel­ zijn, gezondheidszorg en migratie weten het Kinderrechtencommissariaat te vinden. Tot slot kloppen kinderen en jongeren (7%) zelf aan bij de Klachtenlijn. De meeste van die minder­ jarigen zijn 15, 16 of 17 jaar. Meldingen over problemen op school spannen de kroon (31%). Ze gaan vooral over sancties en geweld. Dan volgen meldingen over problemen thuis (24%), vaak in scheidingen. Op de derde plaats komen problemen in hulp aan minder­ jarigen (24%). Daarna volgen kinderen op de vlucht (6%) en contacten met justitie en politie (5%). De rode draad van het jaarverslag is dat kinde­ ren écht gehoord willen worden.

37


38

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 2: Van signaal naar beleidsadvies

■ Gedwongen afzondering en isolatie van jongeren moet overal een uitzondering worden, persbericht samen met de Vlaamse Jeugdraad en Cachet vzw, 15 oktober 2019 ‘Praat met jongeren over hoe ze tot rust komen. Dat is de sleutel om afzondering te voorkomen in voorzieningen en scholen. De uitdaging is samen te zoeken naar andere manieren om tot rust te komen zodat het niet tot een crisis komt. Het loont écht’, zeggen Vlaams kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens, voor­ zitter Alexandra Smarandescu van de Vlaamse Jeugdraad en coördinator Kris Clijsters van Cachet vzw. ■ Opinie: Afzondering moet overal een uitzondering worden, opinie samen met de Vlaamse Jeugdraad en Cachet vzw, VRT NWS, 15 oktober 2019 ‘De muren zijn van mousse. Er zit ook een klein raampje in de deur. Zo kan de begelei­ ding kijken of je rustig bent.’ Zo beschrijft de 10-jarige Robin de afzonderingsruimte in zijn voorziening. ‘Op de muur staan vuile woorden gekrast’, vertrouwt hij ons nog toe. Robin ver­ telt dat hij in afzondering moet als hij te wild is of te veel ruzie maakt. Het Kinderrechtencommissariaat, de Vlaamse Jeugdraad en Cachet vzw spraken met jonge­ ren over afzondering en isolatie. Jongeren wor­ den nog te vaak opgesloten omdat ze zich niet goed voelen of als straf. Dat moet veranderen. ■ #carolineluistert: kinderrechten­ commissaris roept leerlingen op te getuigen over wanneer ze echt meetelden, persbericht, 23 september 2019 Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens vindt artikel 12 van het kinderrechtenverdrag ontzettend belangrijk. Kinderen willen écht gehoord worden. Ze vragen betrokken te wor­ den bij beslissingen die hun leven beïnvloe­ den. Volgens artikel 12 hebben ze dat recht. De kinder­rechtencommissaris riep kinderen en jongeren op om van zich te laten horen over wanneer ze zich écht gehoord en betrokken voelden en wanneer niet. #carolineluistert is een oproep aan basis­ scholen en secundaire scholen om filmpjes of verhalen in te sturen met ervaringen en menin­ gen van leerlingen.

N Persberichten en opiniestukken: www.kinder­ rechtencommissariaat.be/persberichten-enopiniestukken Achteraan in het jaarverslag staat een overzicht van onze aanwezigheid in de media.

3


3 3

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 3: Caroline luistert

Caroline luistert

3.1. Oproep: laat je leerlingen horen Kinderen en jongeren willen écht gehoord worden

Bij de start van haar mandaat wilde kinderrechten­ commissaris Caroline Vrijens graag weten wat er leeft bij kinderen en jongeren. In september 2019 lanceerde ze met het project #carolineluis­ tert een oproep naar scholen in Vlaanderen om in het kader van 30 jaar kinderrechten te werken rond artikel 12 van het kinderrechtenverdrag. Dat artikel zegt dat kinderen en jongeren het recht hebben hun eigen mening te geven en gehoord te worden in belangrijke beslissingen die hun leven beïnvloeden. Volwassenen moeten daar rekening mee houden. Leerlingen konden met een filmpje of tekst reage­ ren op deze vragen: ■ Wanneer voelde je je écht gehoord en werd er met je mening rekening gehouden? Of net niet? ■ Wanneer moest er een moeilijke beslissing genomen worden waarin jij gelukkig ook iets te zeggen had? Of net niet? Leerkrachten kregen ondersteuning in lesbrieven voor basis- en secundair onderwijs en in educa­ tieve pakketten op maat van hun leerlingen. Honderden kinderen en jongeren stuurden grap­ pige, prachtige, ontroerende, serieuze en soms hartverscheurende getuigenissen. Kinderen en jongeren willen hun mening geven en mee­ beslissen over kleine alledaagse dingen. Ze wil­ len zelf kiezen welke hobby’s ze doen en of ze wel of niet op kamp gaan. Soms worden ze daar sterk in gestuurd.

gaan waar je niemand kent, is helemaal niet leuk. Mijn ouders vonden het geen goed idee dat ik direct naar zo’n grote school zou gaan en lieten me starten in een kleinere middenschool. Dat was erg tegen mijn zin. Ook de richting die ze voor me uitkozen, vond ik niet fijn. Op 1 septem­ ber startte ik en ik maakte snel vrienden, maar school werd gauw een hel. Ik deed mijn best niet en kreeg veel straf. Ik haatte de leerkrachten en zij mij waarschijnlijk ook. Ook het tweede jaar kreeg ik nog megaveel straf en ik vond het echt niet leuk. Ik vind het jammer dat er voor mijn schoolkeuze niet naar mij geluisterd werd. Jarne, 15 jaar

Er doken heel veel scheidingsverhalen op, en plusmama’s en papa’s met wie het soms goed loopt maar soms ook heel moeilijk. Kinderen klagen dat ze niet gehoord zijn in de verblijfs­ regeling.

Ik mocht niet meebeslissen bij wie ik ging wonen want ik was nog veel te jong. Ze hebben besloten dat ik bij mijn mama ging wonen. Als ik nu zou mogen kiezen, zou ik misschien wel willen af­ ­ wisselen want ik wil mijn papa graag leren kennen. Samuel, 11 jaar

Kinderen en jongeren willen gehoord worden, ook de kleinsten, de jongsten of kinderen bij wie het thuis moeilijk gaat.

Thuis luisteren ze niet naar mijn mening want ik heb grote broers en zussen. Naar die luisteren ze wel. Lisa, 9 jaar

Kinderen en jongeren willen ook kunnen mee­ beslissen over hun school- en studiekeuze. En als dat niet kan, loopt het soms fout. Er waren getuigenissen over ruzies en gepest worden, en dat het dan belangrijk is dat er geluis­ terd wordt. Op het einde van het zesde leerjaar gingen mijn vrienden na de vakantie een sportopleiding vol­ gen. Ik wou natuurlijk mee want naar een school

39


40

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 3: Caroline luistert

Ik ben bijna een jaar op school gepest omdat ze me te dik vonden. Elke dag verstopte ik me op het toilet en elke dag kwam ik wenend thuis. Ik vond dat er iets aan gedaan moest worden, dus ik vertelde het aan mijn ouders. Zij zeiden het tegen het school. In het begin gingen we elke dag pra­ ten en na een paar weken stopten de pesters wel. Elisa, 13 jaar

Deze en alle andere getuigenissen kregen een plek op het YouTubekanaal van het Kinder­ rechtencommissariaat, playlist #carolineluistert.

N www.youtube.com/playlist?list=PL1PSiXV36S HDJUJyg60oQUII4nY641WEq Op 20 november 2019, de dertigste verjaardag van het Kinderrechtenverdrag, bepaalde het lot zes winnaars. De kinderrechtencommis­ saris toverde drie basisscholen en drie secundaire scholen uit haar hoed. De basisscholen krijgen de kinderrechtencommissaris op bezoek. De klassen uit het secundair werden uitgenodigd in het Vlaams Parlement voor een educatief dag­ programma in samenwerking met De Kracht van je Stem. Een deel van de bezoeken werd uitge­ steld door de coronamaatregelen. Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens luistert naar kinderen en jongeren

Ik ben erg benieuwd naar de mening en ervaringen van kinderen en jongeren. Jij als leerkracht kan me daarbij helpen. Oproep Laat jouw leerlingen horen Bespreek artikel 12 met je leerlingen en leg deze vragen aan hen voor: ‘Wanneer voelde jij je écht gehoord en werd er met jouw mening rekening gehouden? Of net niet? Wanneer moest er een moeilijke beslissing genomen worden waarin jij gelukkig ook iets te zeggen had. Of net niet?’

Meedoen? Wat? Ga met je klas met deze vragen aan de slag. Je leerlingen maken filmpjes van maximum 1 minuut of schrijven hun verhalen gewoon neer (maximum 150 woorden).

Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Ik ben fan van

Hoe? Surf naar www.kinderrechtencommissariaat/carolineluistert Daar vind je alle informatie, instructies én een gratis lesbrief ‘Caroline luistert…’.

artikel 12. Dat zegt dat kinderen en jongeren het recht hebben hun

Win

eigen mening te geven en gehoord

En als je meedoet, wat WIN je dan?

te worden in belangrijke beslissingen

• We loten 6 winnaars: - 3 basisscholen: Caroline komt bij jullie op bezoek. - 3 klassen uit het secundair: Caroline nodigt jullie uit in het Vlaams Parlement voor een educatief dagprogramma in samenwerking met De Kracht van je Stem. • Elke klas die deelneemt ontvangt een gratis educatief pakket. • De inzendingen krijgen een plek op het Youtube-kanaal van het Kinderrechtencommissariaat.

die hen aanbelangen. Volwassenen moeten hier rekening mee houden...

Het Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement

Ad KRC Klasse_404x267mmH_v3.indd 1

27/08/19 12:43

Oproep #carolineluistert in Klasse-magazine.

Honderden grappige, ontroerende, serieuze en soms hartverscheurende getuigenissen van kinderen en jongeren.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 3: Caroline luistert

Op bezoek in de klas van het vijfde leerjaar van basisschool Carolus Magnus in Schaarbeek. De leerlingen laten hun stem horen.

Kinderen en jongeren vinden het belangrijk dat volwassenen rekening houden met hun mening.

Op bezoek in de klas van het vijfde leerjaar van basisschool Carolus Magnus in Schaarbeek. Karrewiet was er ook.

Caroline tovert drie basisscholen en drie klassen uit het secundair uit haar hoed. Leerlingen van het derde jaar van het KA Brugge laten hun stem horen in het Vlaams Parlement.

Op bezoek in het zesde leerjaar van basisschool Sint-Rita in Harelbeke.

41


42

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 3: Caroline luistert

3.2. Kinderrechtencommis­ saris op pad Vooral bij de meest kwetsbare kinderen In het tweede deel van het project willen we vooral praten met kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie, om na te gaan waar ze op botsen, wat goed en minder goed loopt in hun leven. Inspraak van kinderen en jongeren zelf is het middel waarmee we daarnaar peilen. En het doel is reflectie tot stand brengen bij de overheid en op het terrein. We willen dat ook deze kinde­ ren en jongeren meer gehoord worden door in een tiental settings echt te gaan luisteren naar en te praten met zoveel mogelijk kinderen en jonge­ ren. Met hun getuigenissen zullen we ons eigen werk voeden, maar ook dat van beleidsmakers en het werkveld zelf. Door corona zijn we gestart met wat vertraging. Opzet is dat we een tiental verschillende orga­ nisaties bezoeken waar kinderen en jongeren verblijven, in de clusters onderwijs, jeugdhulp, armoede, vrije tijd, politie en justitie. We werken hier het volgende werkjaar aan door. We willen een brede waaier leeftijden en plekken bereiken in Vlaanderen en Brussel.

In mijn land is het heel normaal dat mensen doodgaan. Ik maakte veel vrienden in de drie centra waar ik vroeger al verbleef maar nu mis ik ze allemaal omdat we naar hier verhuisden. Waar ik vandaan kom, zijn er zijn veel mensen gestorven. Ik mis heel erg mijn familie maar hier is het wel veilig. Ik ben blij dat ik hier naar school kan gaan. Dat kon ik vroeger nooit. Het eerste wat mij opviel in België, is dat er hier niet gevochten of geschoten wordt. Er wonen veel lieve mensen hier in België. Ik vond corona een leuke periode want dan was ik de hele tijd bij mijn familie. Tijdens corona mochten we hier niet voetballen met elkaar en dat was heel lastig. Ik heb me vaak verveeld. We konden hier niet altijd genoeg afstand hou­ den. Dat was moeilijk. Zo les op de computer, dat was wel saai.

Om dit traject en de participatie te begelei­ den, staat Levuur ons bij, samen met Artforum. Bedoeling is inzicht te krijgen in de problemen, vragen en zorgen waarmee kinderen en jonge­ ren geconfronteerd worden, maar we willen ook positieve verhalen rond kinderparticipatie verza­ melen. Daarover zullen we uitgebreid en op ver­ schillende manieren communiceren. Op 28 augustus bezocht de kinderrechten­ commissaris het Rode Kruiscentrum in Alsemberg. Ze praatte er met tien jongeren: David en Laël uit Gabon, Gor en Jak uit Armenië, Mustafa en Wahab uit Afghanistan, Michaël, Adam en Gawa uit Tsjetsjenië en Juliana uit Colombia:

Ik heb mijn klasgenoten wel gemist in die periode.

4


4 4

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 4: #jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem

#jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem

De coronamaatregelen raakten kinderen en jongeren fel. Toch kwam hun perspectief in het publieke debat te weinig aan bod. Het Kinderrechtencommissariaat bracht daarover op 4 mei 2020 een eerste advies uit. We pleitten voor een blijvende connectie met kwetsbare kinderen en jongeren en voor het vrijwaren van kinder­ rechten. We legden onze aandachtspunten op tafel in ver­ schillende taskforces van de Vlaamse Regering. Het Kinderrechtencommissariaat was lid van de Taskforce Kwetsbare gezinnen onder leiding van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoedebestrijding. En we werkten mee met de taskforce van de Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media. Dat leidde tot het ‘Actieplan voor maatschappelijk kwets­ bare kinderen en jongeren in tijden van corona’ van de Vlaamse Regering.

Een ruim netwerk van overheids- en middenveld­ organisaties en duizenden tussenpersonen ver­ spreidden mee de oproep en brachten de enquête – in moeilijke corona-omstandigheden – tot bij de kinderen en jongeren. Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens ging gemaskerd viraal, solidair met alle kinderen en jongeren die te weinig zichtbaar waren. In film­ pjes en posts op Facebook, Instagram en Twitter probeerden we alle jongeren te bereiken.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Meer aandacht voor kindperspectief in coronamaat­ regelen, 2019-2020/11, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ advies/meer-aandacht-voor-kind-perspec­ tief-coronamaatregelen

N Kinderrechtencommissariaat, Webtekst Corona­ crisis: connectie houden met kinderen en jongeren in kwetsbare situaties en kinderrechten vrijwaren, 24 maart 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ coronacrisis-connectie-houden-met-kinderenen-jongeren-kwetsbare-situaties-en-kinder­ rechten

Een megafoon voor kinderen en jongeren zelf Om de ontbrekende stem van kinderen en jongeren zelf te laten horen, hield het Kinder­­­ rechten­ commis­sariaat samen met het Kennis­­­­centrum Kinderrechten (KeKi) en de Kinder­rechtencoalitie van 11 tot 17 mei 2020 een online-enquête bij kinderen en jongeren. We peilden naar hun ervaringen en behoeften in corona­ tijd. De vra­ gen gingen over thuis, schoolwerk, contact met vrienden, hoe ze zich voelen, waar ze zich zor­ gen over maken en wat helpt in coronatijd. Het onderzoeksbureau Indiville zette mee zijn schou­ ders onder dit initiatief.

Bij de lancering van de enquête draagt de kinderrechtencommissaris haar mondmasker symbolisch over haar gezicht. Solidair met kinderen en jongeren die te weinig gezien en gehoord worden in coronatijden.

43


44

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 4: #jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem

Met de enquête #jongerenover­ corona gaven het Kinder­ rechten­com­mis­sariaat en zijn partners een megafoon aan kinderen en jongeren.

De kinderrechtencommissaris op bezoek bij Karrewiet om uit te leggen waarover de vragenlijst gaat.

In een filmpje roept de kinderrechtencommissaris kinderen en jongeren op om de vragenlijst in te vullen.

Ook het VRT-journaal van 13 mei besteedt aandacht aan #jongerenovercorona.

Meer dan 44.000 kinderen en jongeren vulden de vragenlijst in. Ze lieten massaal van zich horen over het gebrek aan aandacht voor de impact van de crisis op hun rechten. Denk aan het recht op onderwijs, op spel, op opvang en asiel, op hulp­ verlening en op bescherming tegen geweld.

Met de online-enquête #jongerenovercorona, geven het Kinderrechtencommissariaat en zijn partners kinderen en jongeren een megafoon.

Ik vind deze enquête een fantastisch idee. Bedankt dat je de moeite doet om naar ons te luis­ teren. Want ik heb het gevoel dat onze leeftijds­ categorie vergeten wordt in tijden van corona. Dus nogmaals bedankt. Meisje, 16 jaar


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 4: #jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem

Ik vind het geweldig dat er mensen zijn die aan de jongeren van Vlaanderen denken en zorgen dat hun meningen en gevoelens tellen in onze maatschappij die vooral draait om de volwasse­ nen. Een dikke merci. Meisje, 14 jaar

We maakten ook een filmpje ‘#jongerenover­­corona – de resultaten’, voor kinderen en jongeren.

In een filmpje bedankte de kinderrechtencommissaris de kinderen en jongeren voor hun massale respons. youtube. com/watch?v=xY9WiBP-3Ok&t=3s

Met de enquête gaven het Kinderrechten­ commis­ sariaat en zijn partners een megafoon aan kinderen en jongeren. We bundelden de antwoorden in een onderzoeksrapport en schreven een tweede coronaadvies voor de overheid, om uit de antwoorden les­ sen te trekken voor de wekelijkse crisisbeslissingen, de structurele maatregelen en de toekomst.

N Kinderrechtencommissariaat,

Kenniscentrum Kinderrechten en Kinderrechtencoalitie Vlaan­ deren, Rapport Kinderrechtenperspectief in de coronacrisis #jongerenovercorona – Meer dan 44.000 kinderen en jongeren over corona, 27 mei 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/20200525_rapport_ jongeren_over_corona.pdf Kinderrechtencommissariaat, Advies Kindper-­­­ s­pectief in de coronacrisis gebaseerd op online­ bevraging #jongerenovercorona, 2019-2020/12, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ kindperspectief-de-coronacrisis-gebaseerdop-online-bevraging-jongeren­overcorona

N

#jongerenovercorona - de resultaten’, een filmpje voor kinderen en jongeren.

45


46

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 4: #jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem

De resultaten van #jongerenovercorona gebundeld in een filmpje gemaakt door Indiville.

De resultaten tonen hoe kinderen en jongeren de crisis en de aanpak ervaren en wat ze nodig heb­ ben. Dat moet het beleid voeden: ■ Hou in de maatregelen meer rekening met kin­ deren en jongeren. ■ 1 op de 3 kinderen is bang om zelf ziek te wor­ den. 2 op de 3 kinderen hebben schrik voor familie en vrienden. Correcte informatie is belangrijk om angst en paniek te verminderen. ■ Kinderen en jongeren missen vooral hun vrien­ den, familie en hobby’s. 9 op de 10 jongeren zien hun vrienden online. ■ Kinderen (77%) en jongeren (64%) vervelen zich vaker sinds de coronacrisis. Ze zijn een­ zamer, vaker moe en hebben meer stress sinds corona. ■ Door de lockdown is er meer familiaal geweld. 1 op de 2 kinderen rapporteert meer ruzie thuis. 1 op de 10 kinderen en jongeren maakte soms zelf fysiek of verbaal geweld mee. Door de lockdown wordt er wel minder gepest. ■ School speelt een heel belangrijke rol in het leven van kinderen en jongeren. Ook voor sociale contacten, ontspanning en steun. Wel bezorgde de lockdown de helft van de kinde­ ren en jongeren meer stress door schoolwerk. ■ De coronamaatregelen hebben het recht op sociaal contact en op spel en ontspanning fors ingeperkt, vooral voor kwetsbare kinderen.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 4: #jongerenovercorona: online-enquête geeft kinderen en jongeren een stem

■

18% van de kinderen vindt dat ze niet mogen meepraten over de coronaregels. Bij jongeren is dat 23%. Voor jongeren in een voorziening zelfs 55%.

Wat is corona voor jou?

Ik vind het heel erg dat alles beslist wordt zon­ der inspraak van kinderen en jongeren, al twee maanden lang. En ik vind het heel erg dat de directeur zomaar kan beslissen om de school niet opnieuw op te starten, ook al mag dat wel voor sommige klassen. Hij doet het gewoon niet. Dus moeten we wachten tot september. Meisje, 16 jaar

Ik vind dat er een Veiligheidsraad voor kinderen moet zijn. Nu zijn alle beslissingen en regels er voor de volwassenen. Meisje, 10 jaar

Op 28 mei 2020 stelden we de resultaten voor in de commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement. Kinderen en jongeren komen aan het woord in een filmpje.

We stelden vast dat kinderen en jongeren door een moeilijke periode gaan. Voor kinderen in een kwetsbare financiële situatie of in een huis zon­ der tuin wogen de maatregelen extra zwaar.

Zorg dat de ministers ook eens naar de jongeren luisteren, want nu mogen wij niets en de volwas­ senen mogen weer van alles doen. Wij hebben het meer nodig om elkaar terug te zien, want de volwassenen zien elkaar al genoeg. Voor ons is het dikwijls moeilijker om contact te maken met andere jongeren. Jongen, 12 jaar

Vergeet ons niet. Wij hebben ook een stem en gevoelens. Jongen, 10 jaar

Jongeren getuigen op een hoorzitting in het Vlaams Parlement. Lang: www.youtube.com/watch?v=9acjV0fyTpc Kort: www.youtube.com/watch?v=371QDqUhWP4

N Herbekijk de hoorzitting in het Vlaams Parle­ ment: www.youtu.be/ZVp7O3H3DxQ Geëngageerde burgers, middenveldorganisaties en academici nodigen we uit om verder te graven in de data die we in dit onderzoek verzamelden en om die te gebruiken als inspiratie voor verdie­ pend vervolgonderzoek. Alle cijfergegevens zijn beschikbaar voor iedereen, op de websites van het Kinderrechtencommissariaat, het Kenniscentrum Kinderrechten en de Kinderrechtencoalitie Vlaan­ deren.

47


5 48

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 5: Samenwerken met externen

5

Samenwerken met externen

5.1. Samenwerken met kinderrechtenorganisaties

Het Kinderrechtencommissariaat werkt samen met verschillende organisaties om expertise uit te wisselen, ons inhoudelijk te verdiepen in een thema en netwerken uit te bouwen. Dit is een greep uit die vele samenwerkingsverbanden.

Er zijn regelmatig contacten met de Kinder­ rechtencoalitie en haar leden, en met andere kin­ der- en jeugdorganisaties. We participeren aan de kinderrechtentafels van het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi). Met het Kenniscentrum Kinderrechten en de Kinderrechtencoalitie sloe­ gen we in april-mei de handen in elkaar om in heel korte tijd zoveel mogelijk kinderen en jon­ geren met een zo divers mogelijke achtergrond te ondervragen over het effect van de coronamaat­ regelen op hun leven. #jongerenovercorona werd een intens project. We slaagden erin de stem van 44.000 kinderen en jongeren in te brengen in het publieke en politieke debat over de coronamaat­ regelen. Het Kinderrechtencommissariaat werkt mee aan het overleg ‘Onbetaalde Schoolfacturen’ van De Ambrassade. De Ambrassade roept een drietal keer per jaar de kerngroep van de Commissie Jeugdinformatie samen. In die Commissie zitten jeugdinformatiespelers uit verschillende secto­ ren, waaronder het Kinderrechtencommissariaat. De commissie wisselt informatie en expertise uit, en wil een referentiepunt zijn voor beleid over jeugdinformatie. Daarnaast organiseert de com­ missie elk jaar twee open momenten voor het brede jeugdinformatielandschap. De Commissie Jeugdinformatie is meteen ook de stuurgroep van WAT WAT, een platform van meer dan 70 organi­ saties die jongeren informeren over en toeleiden naar advies of hulp. De commissie evalueert de werking van WAT WAT en stuurt bij. Samen met Goe Gespeeld! en andere organisa­ ties brainstormen we over nieuwe acties rond het recht van kinderen op uitdagende en toeganke­ lijke speelkansen in het groen. Het Kinderrechtencommissariaat zit als waar­ nemer in de werkgroepen Kinderen in gezinnen

met precair of onwettig verblijf en niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van het Platform Kinderen op de Vlucht. Verder werkten we samen met de délégué géné­ ral aux droits de l’enfant en met de Nederlandse kinderombudsvrouw rond de terugkeer van kin­ deren van IS-vrouwen. We zitten in de werkgroep CLIS-LIVC van de délégué général. Op 10 septem­ ber 2019 werkte de kinderrechten­ commissaris mee aan een rondetafelconferentie over dit thema met kinderpsycholoog Gerrit Loots (VUB), de Franstalige kinderrechtencommissaris Bernard De Vos en Heidi De Pauw van Child Focus. Op 3 juli 2020 was er een persconferentie. Samen met de délégué général aux droits de l’enfant organiseerde het Kinder­ rechten­ commis­ sariaat een rondetafelgesprek over de Maghrebijnse straatkinderen in Brussel. Een gesprek met vertegenwoordigers van hulpverle­ ning, politie, ­justitie en overheid. De rondetafel gaat verder in het najaar van 2020. Samen met de délégué général aux droits de l’enfant, Plan International België en met onder­ steuning van BDO reikten we de derde Belgische Kinderrechtenprijs uit aan Maison Source. Die vzw begeleidt en ondersteunt jonge kwetsbare ouders in hun dagelijkse opvoedingstaken. Met andere mensenrechtenorganisaties komen we regelmatig samen in het platform ‘rechten van de mens’ om thema’s te bespreken. Met andere ombudsdiensten werkten we ad hoc samen rond concrete dossiers, en structureel in het Permanent Overleg Ombudslui (POOL) van België. POOL bundelt informatie voor de burger op ombudsman.be.

5.2. Meewerken in stuurgroepen en projecten Het Kinderrechtencommissariaat werkt syste­ matisch samen met verschillende actoren, in werk- en stuurgroepen en op verschillende fora. Zo houden we de vinger aan de pols van wat er beweegt op het terrein en bij de overheid. De signalen van onze Klachtenlijn en het perspectief


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 5: Samenwerken met externen

van jongeren proberen we maximaal binnen te brengen op deze fora. Het Kinderrechtencommissariaat is lid van de kerngroep van het Vlaams Netwerk Kind- en Jeugdvriendelijke Steden en Gemeenten. Dat netwerk brengt lokale besturen, academici en jeugd- en kinderrechtenactoren samen. Met stu­ diedagen, netwerkmomenten, lezingen en inter­ nationale uitwisseling ondersteunt en inspireert het netwerk lokaal kind- en jeugdvriendelijk beleid. Het netwerk versterkt de brug tussen het lokale en het Vlaamse kinderrechten- en jeugd­ beleid. De kinderrechtencommissaris zit in de jury voor het label ‘Kindvriendelijke steden en gemeenten’. Dat project ondersteunt gemeentebesturen die alle rechten van het kind willen realiseren in hun stad of gemeente. Samen met kinderen en jonge­ ren bekijken de steden en gemeenten hun beleid door een kindvriendelijke bril. Ze formuleren een strategie die in al hun beleidsbeslissingen reke­ ning houdt met hun jonge inwoners. Als bekro­ ning voor hun kindvriendelijk beleid krijgen ze het label ‘kindvriendelijke gemeente’. Het Kinderrechtencommissariaat zit in de jury van het Rode Neuzen Fonds (Koning Boude­ wijn­ stichting), dat een projectoproep ‘Sterker op school’ lanceerde. Daarmee steunt het fonds organisaties met een stevig en vernieuwend pro­ ject dat scholen op korte termijn kunnen reali­ seren om het mentale, fysieke en sociale welzijn van leerlingen te verbeteren. Samen met andere organisaties zat het Kinder­ rechtencommissariaat in de jury van de Koning Boudewijnstichting voor de ‘Linking you(th) up’projecten van de Stichting P&V. De projectoproep richtte zich tot organisaties die maatschappe­ lijk kwetsbare jongeren met digitale uitrusting ondersteunen in hun scholing, opleiding en zoek­ tocht naar werk. In totaal ging meer dan 700.000 euro naar de aankoop van nieuwe computers voor kwetsbare jongeren. In juni 2019 startten Vluchtelingenwerk Vlaan­ deren, Tumult en Cera het ‘Vlaams Netwerk voor Jongeren op de Vlucht’. Een project om een brug te slaan tussen jongerenorganisaties die wer­ ken met jongeren op de vlucht en om met die jongeren een ambassadeurswerking op te zet­

ten. Met het project willen ze jongeren op de vlucht bereiken en het beleid beïnvloeden. Op uitnodiging van de projectleiding werkt het Kinderrechtencommissariaat mee in de advies­ groep. Op vraag van het Kenniscentrum Gezins­ weten­ schappen (Odisee Hogeschool) werken we sinds 2020 mee aan het project ‘Kansen voor kinde­ ren in opvang versterken: visieontwikkeling en ondersteuning’ in het kader van de AMIF-45 oproep over Opvang. In december 2019 kwam voor het eerst de advies­ commissie ‘Recht op Onderwijs voor kinderen zonder wettig verblijf’ samen in de Arteveldehogeschool. Die commissie besprak een nieuw onderzoek naar het juridisch-admini­ stratief kader van deze groep kinderen en jonge­ ren en de invloed van het verblijfsstatuut op hun onderwijs. We zaten in de Focusgroep For-K, op uitnodi­ ging van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Andere stuurgroepen, projecten en werkgroepen waar het Kinderrechtencommissariaat aan mee­ werkt: ■ EU Children’s Rights Forum ■ European Network of Ombudspersons for Children (ENOC) ■ Netwerk Onderwijs en Discriminatie, Unia regio Antwerpen ■ Werkgroep definitieve uitsluitingen, Lokaal Overlegplatform Brussel (LOP Basis en Secundair) ■ Kenniskring De Vrije Ruimte, Steunpunt Mens en Samenleving vzw ■ Stuurgroep innovatieve praktijken externe ombudsfunctie GGZ, Overlegplatform GGZ Limburg ■ Kenniskring onderzoek naar participatieruimte van jongeren in de gemeenschapsinstellingen, KU Leuven ■ Begeleidingsgroep Steunpunt voor inclusie ■ Commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijs­ kansen, Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) ■ Klankbordgroep Infopunt Onderwijs, Inter­ cul­ tureel Netwerk Gent ■ Klankbordgroep BE-Reyn, Platform voor inclusie van Romafamilies

49


50

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 5: Samenwerken met externen

■ ■ ■ ■ ■

■

■

■

■

■ ■

■ ■ ■

Werkgroep Woonwagenbewoners, Minder­heden­­­ forum Werkgroep Onderwijs en vluchtelingen, Vlor Denkgroep Identiteit en Waardenbeleving, Vlor Denkgroep Onderwijs aan het Jonge Kind, Vlor Stuurgroep ‘Als het spannend wordt in de klas’, UC Leuven-Limburg, Onderzoeksgroep Inclusive Society Adviesgroep Academische werkplaats ‘positief leefklimaat’, Vereniging ons Tehuis en faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Universiteit Gent Gebruikersgroep Family 2.0: de nieuwe uitda­ gingen van postmoderne familiesolida­ri­­teit, UAntwerpen, UGent, KU Leuven, Artevelde­ hogeschool Resonansgroep Onderzoeksproject middag­ pauzes op school, Expertisecentrum Peda­ go­­ gische Ondersteuning in Kinderopvang en School, Karel de Grote Hogeschool Adviescommissie Recht op onderwijs voor kinderen zonder wettig verblijf, Artevelde­ hogeschool Stuurgroep Onderzoek Gezinshereniging, Kennis­ centrum Gezinswetenschappen Odisee Lerend Netwerk project ‘Kleine Kinderen, Grote Kansen’, Koning Boudewijnstichting en Vlaamse overheid Stuurgroep zo geflikt, Uit De Marge Stuurgroep SAM, Steunpunt Mens en Samen­ leving vzw Werkgroep Jeugdsanctierecht, Vzw Jongeren­ bege­leiding-Informant

5.3. Samenwerken met overheden Adviesraad Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind De kinderrechtencommissaris is lid van de advies­ raad van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind. In het verlengde van de concluding observations van het VN-Kinderrechtencomité aan België werken we met de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, de délégué général aux droits de l’enfant, de Kinderrechtencoalitie, la Code (Coordination des

ONG pour les droits de l’enfant), Unicef België en andere kinderrechtenactoren aan een participatief traject waarin we samen met kinderen en jongeren werken aan de childfriendly concluding observations.

Reflectiegroep Jeugd- en Kinderrechtenbeleid (XL) Verschillende keren per jaar komen we samen met de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbe­ leid, jeugd- en kinderrechtenorganisaties en mede­ werkers van het Departement Cultuur, Jeugd en Media in de reflectiegroep jeugd- en kinderrechten­ beleid of de reflectiegroep XL naar aanleiding van het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan 2020-2024. Die groep is een klankbord voor het Departement. Hij evalueert en voedt het jeugd- en kinderrechten­ beleid.

Mobiliteitsoverleg Het Kinderrechtencommissariaat heeft samen met de Vlaamse Jeugdraad twee keer per jaar een over­ leg met De Lijn. Het Kinderrechtencommissariaat vroeg er onder andere aandacht voor een aange­ past sanctiebeleid voor minderjarigen en speciale aandacht voor kinderen en jongeren bij de invoe­ ring van contactloos betalen.

Overleg vluchtelingen en onderwijs In het Overleg vluchtelingen en onderwijs over­ leggen verschillende betrokkenen bij de opvang van vluchtelingen of onderwijs aan kinderen van vluchte­ lingen om informatie uit te wisselen. Het gaat om het kabinet van de minister van Onderwijs, het Departement Onderwijs, het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi), de onderwijsnetten en -koepels en het kabinet van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, de Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil en het Rode Kruis. Sinds oktober 2016 wordt ook het Kinder­rechten­ commissariaat uitgenodigd voor dit overleg. Het Kinderrechtencommissariaat werkt ook mee aan ‘Laat ze leren’, een netwerk van scholen met leer­ lingen uit uitgewezen gezinnen, een initiatief van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 5: Samenwerken met externen

Overleg met de Vlaamse kleutercoördinator Het Kinderrechtencommissariaat werkt mee aan het coördinerend overleg van de Vlaamse kleuter­ coördinator met verschillende onderwijsactoren die kleuterparticipatie bevorderen. Op dat overleg wisselen de deelnemers informatie uit over vast­ stellingen, beleidsmaatregelen en goede praktijk­ voorbeelden om de participatie van kleuters uit risicogroepen in het kleuteronderwijs te verbeteren.

Klankbordgroep Leerlingen­ vervoer Het Kinderrechtencommissariaat zetelt in de klankbordgroep Leerlingenvervoer van het Depar­te­­ment Onderwijs en Vorming. Daar volgen we de ontwikkelingen van de pilootprojecten op. Op 23 maart 2020 werd de vergadering uitge­ steld door het coronavirus.

Expoo Expoo is het Expertisecentrum Opvoedings­ ondersteuning van de Vlaamse overheid. Het verzamelt en verspreidt kennis over opvoeden, opvoedingsondersteuning en de leefomgeving van kinderen en jongeren. Het ondersteunt het brede werkveld met methoden, technieken en instrumen­ ten. Het Kinderrechtencommissariaat is lid van de reflectiegroep van Expoo.

Werkgroep federaal plan armoede - kinderarmoede Het Kinderrechtencommissariaat werkte mee aan de doelstellingennota over de prioriteit ‘kinder­armoede terugdringen’ voor een volgend federaal actieplan armoede.

Opvolggroep Jeugd­ delinquentierecht Deze opvolgingsgroep van het agentschap Opgroeien met vertegenwoordigers uit het werk­ veld, jeugdrechters, parket, academici, FOD’s Justitie en Volksgezondheid volgt de prak­tische toepassing van het decreet nauwgezet op. De groep capteert

signalen uit het werkveld en bespreekt oplossingen en verbetervoorstellen.

Andere stuurgroepen en projecten Verder werkt het Kinderrechtencommissariaat actief mee aan: ■ Begeleidende stuurgroep van het Project Geweld/Geteld van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ■ Lerend netwerk Ethisch sporten van Sport Vlaanderen, Kennis- en informatiecentrum sport op initiatief van de Vlaamse minister van Sport ■ Lerend netwerk project ONaRVla – Online posi­ tieve Narratieven ter preventie van Radica­ lisering in het Vlaamse Onderwijs, Departe­ment Onderwijs en Vorming ■ Stakeholdersgroep hervorming burgerrechtelijke opdracht justitiehuizen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ■ Stuurgroep Cliëntenrechten van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ■ Stuurgroep Tienerpooiers op initiatief van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ■ Kenniskring Onderzoek naar participatieruimte van jongeren in de gemeenschapsinstellingen, Agentschap Jongerenwelzijn en KU Leuven ■ Netwerkgroep Onderzoek kinderen en jongeren in Vlaanderen, Departement Cultuur, Jeugd en Media ■ Adviesraad Ouderschapsreorganisatie (ORO), Jongerenwelzijn afdeling OSD – Antwerpen ■ Expertenpanel interlandelijke adoptie, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ■ Netwerk Samen tegen Schooluitval Brussel, Departement Onderwijs en Vorming

Taskforces In volle coronacrisis richtte de Vlaamse Regering op 24 april 2020 een Taskforce Kwetsbare gezin­ nen op, op vraag van de coördinerend minister voor Armoedebestrijding. Met die taskforce wil de Vlaamse Regering kort op de bal spelen voor de noden en zorgen van de meest kwetsbaren. De Vlaamse Regering hád al noodmaatregelen genomen: voorlopig geen energie meer afsluiten, een moratorium op uithuiszettingen, opvang voor kinderen uit kwetsbare gezinnen, tege­

51


52

Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 5: Samenwerken met externen

moetkomingen voor water en energie bij tijdelijke werkloosheid. Maar er was meer nodig. De taskforce bestond uit twee werkgroepen. De stake­ holderswerkgroep met vertegenwoordigers van organisaties in armoedebestrijding, sociaal werk, ouderen, personen met een handicap, samen­ leven, integratie en inburgering, lokale besturen en sociaal overleg. En een andere werkgroep met vertegenwoordigers van de coördinerend minister voor Armoedebestrijding, de minister-president en de viceminister-presidenten. Aangevuld met vak­ ministers op basis van de agenda. De doelstellingen van de taskforce: Problemen detecteren op het terrein  ■ De situatie van kwetsbare groepen monitoren ■ Informatie laten doorstromen van beleid naar middenveld en mensen in een kwetsbare positie  ■ Knelpunten bespreken en afspraken maken over mogelijke acties   ■ Afstemmen met andere beleidsniveaus (federaal en lokale besturen)   ■ Acties van de Vlaamse Regering bekendmaken ■ Relance voorbereiden  ■

gezinnen met kinderen die door de vertraging door de onlineprocedure nog niet opgevangen werden in het netwerk van Fedasil.

5.4. Bijdragen aan debatten, congressen en studie­ dagen Het Kinderrechtencommissariaat wordt regel­ matig gevraagd om op studiedagen en congressen een toelichting te geven over de eigen werking, over het kinderrechtenverdrag of over thema’s die te maken hebben met minderjarigen. Dit is een overzicht van de studiedagen en congres­ sen waaraan het Kinderrechtencommissariaat een actieve bijdrage leverde. ■

■

Het Kinderrechtencommissariaat zat in de stake­ holderswerkgroep. De meldingen en signalen van kinderen, jongeren, ouders en professionals liepen als rode draad door onze tussenkomsten.

■

We werkten ook mee met de taskforce van de Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media. Dat leidde tot het ‘Actieplan voor maatschappe­ lijk kwetsbare kinderen en jongeren in tijden van corona’ van de Vlaamse Regering.

■

In de federale taskforce kwetsbare personen ging onze inbreng over niet-begeleide minderjarigen en gezinnen. We wezen op de nefaste gevolgen van de nieuwe verplichting om hun eerste asielaanvraag online te registreren. We vroegen: ■ Breng in kaart wat de gevolgen zijn van die ver­ plichte onlineregistratie op de toegang tot de registratie, de wachttijden en de opvang. ■ Ondersteun gezinnen met kinderen en niet-bege­ leide minderjarige vluchtelingen om on­ line te registreren, als dat nodig is met een tolk en met internettoegang. ■ Herstart de gewone registratieprocedure zo vlug mogelijk. ■ Organiseer noodopvang voor asielzoekende

■

■

■ ■ ■

■

■

Lezing ‘Kinderarmoede’, studie- en reflectiedag Sint-Vincentiusbeweging, Eigenbrakel, 14 septem­ ber 2019 Slotreflectie, studiedag ‘Het belang van het kind: ouders voor altijd?’, SAM vzw, Antwerpen, 20 sep­ tember 2019 Keynote ‘Buitenschoolse opvang in samenwerking met vele partners: kind centraal’, Lerend Netwerk Regie ‘Buitenschoolse opvang in samenwerking met vele partners’, VVSG, Brussel, 24 september 2019 Lezing, ‘Dak- en thuisloosheid vanuit kindper­ spectief’, Netwerk dak- en thuisloosheid, De Ambrassade, Antwerpen, 26 september 2019 ENOC 23nd Annual Conference on ‘Children’s Rights in the Digital Environment’, Belfast, 25-27 september 2019 Workshop ‘Kinderarmoede’, Kinderarmoededag VVSG & KBS, Mechelen, 4 oktober 2019 Lezing ‘Wanneer gaat de deur op slot?’, contact­ comité Vlaams-Brabant, Leuven, 18 oktober 2019 Panelgesprek inspiratiedag ‘Maak Tijd Vrij’, De Ambrassade, Brussel, 5 november 2019 Reflectie research on stage ‘Ik spreek dus ik ben. Participatie van kinderen en jongeren aan onder­ zoek: impact of formaliteit?’, Kenniscentrum Kinderrechten, Brussel, 13 november 2019 Panelgesprek, ICOR-conferentie ‘Redelijke aan­ passingen, ook aan het M-decreet?’, ICOR in samenwerking met KU Leuven, SDSN en het Kinderrechtencommissariaat, Leuven, 14 novem­ ber 2019 Presentatie ‘The Flemish Office of the Children’s


Deel 2: Van signaal tot advies Hfst 5: Samenwerken met externen

■

■

■

■

■

■

■ ■

■ ■

■ ■

■

■

Rights Commissioner’, studiebezoek Kinder­ rechten Georgische delegatie, Brussel, 19 novem­ ber 2019 Keynote ‘Rechtvaardige samenleving voor kin­ deren en jongeren’, Inspiratie- en netwerkdag ‘Kick-off kinderrechten in lokale context’, Vlaams Netwerk Kind- en Jeugdvriendelijke Steden en Gemeenten, Brussel, 19 november 2019 Moderator sessies ‘Toegankelijkheid van de jeugd­ hulp’ en ‘Kindvriendelijke jeugdhulp’, Inspiratie- en netwerkdag ‘Kick-off kinderrechten in lokale con­ text’, Vlaams Netwerk Kind- en Jeugdvriendelijke Steden en Gemeenten, Brussel, 19 november 2019 Debat ‘Toekomstige uitdagingen rond kinderen in migratie’, 20 jaar Platform Kinderen op de vlucht, Brussel, 26 november 2019 Lezing ‘Dak- en thuisloosheid vanuit kindper­ spectief’, Focus op het werken met kinderen en jonge volwassenen, Week van de Brusselse Thuis­lozenzorg, 25 tot 29 november, Brussel, 28 november 2019 Gastcollege ‘Klachtrecht in gesloten opvang, een kinderrechtenperspectief’, VUB, Brussel, 3 december 2019 Inspiratie- en netwerkmoment naar aan­ leiding van 30 jaar kinderrechtenverdrag, Departe­ ment Cultuur, Jeugd en Media, Leuven, 4 december 2019 Gastles over kinderrechten en het Kinder­rechten­ commissariaat, VUB, Brussel, 4 december 2019 Workshop: Huizen van het Kind dingen mee naar het label ‘Kindvriendelijke Stad of Gemeente’, 12e EXPOO-congres ’t Zal welzijn, EXPOO, Brussel, 6 december 2019 Toespraak ‘Prijs voor de mensenrechten’, Liga voor Mensenrechten, Brussel, 7 december 2019 Keynote ‘Kinderen en armoede’, 25 jaar Alge­ meen Verslag over de Armoede en 20 jaar Samenwerkingsakkoord ter bestendiging van het armoedebeleid, Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uit­ sluiting en Koning Boudewijnstichting, Brussel, 11 december 2019 Petites Visites, bezoek kinderafdelingen UZ Gent, Kopergietery, Gent, 20 december 2019 Debat ‘Toekomst van het jeugdwelzijns­ werk’, viering ‘15 jaar jong, vzw Jong’, Gent, 21 december 2019 Gastlezing ‘Toestemming en rechten van het kind in de media’, Vlaams Audiovisueel Fonds, Brussel, 6 januari 2020 Lezing ‘Visie op kinderopvang vanuit kinder­­rechten’, Sectorale kamer Gezin en Jongeren­

welzijn van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Brussel, 7 januari 2020 ■ Keynote ‘Buitenschoolse opvang in samenwerking met vele partners: kind centraal’, Lerend Netwerk Regie ‘Buitenschoolse opvang in samenwerking met vele partners’, VVSG, Brussel, 21 januari 2020 ■ Slotbeschouwing eerste Actiedag voor leerlin­ genparticipatie in het lager onderwijs, Vlaamse Scholierenkoepel, 5 februari 2020 ■ Werkbezoek residentiële trainingsweek voor jongeren uit de provincie Antwerpen, YAR Vlaanderen, Sint-Katelijne-Waver, 5 februari 2020 ■ Debatavond ‘Kinder(kans)armoede in Limburg’, Kiwanis Diepenbeek en Universiteit Hasselt, 12 februari 2020 ■ Begeleiding werkwinkel, studiedag ‘Niet het­ zelfde, wel gelijkwaardig. Inspiratiedag inclusie’, Katholiek Onderwijs, Hasselt, 13 februari 2020 ■ Slotbeschouwing Kick-off van de Week tegen Pesten, Vlaams Netwerk Kies Kleur Tegen Pesten, Brussel, 14 februari 2020 ■ Lezing ‘Kinderrechten’, Symposium Kwetsbare kinderen in de gezondheidszorg, Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen UGent, Gent, 15 februari 2020 ■ Lezing ‘Children’s Rights: Driving force to End and Prevent Youth Homelessness’, Conference A Way Home project, agentschap Opgroeien, Brussel, 18 februari 2020 ■ Inleiding debat ‘Legeboterhammen­dozen­proble­ matiek’, educatieve masteropleidingen van de KU Leuven, Oudenaarde, 26 februari 2020 ■ Sessie ‘Klachtenlijn Kinderrechten­com­mis­­s a­r iaat’, Vormingstweedaagse jeugdambte­ naren, Bataljong, Oostmalle, 11 maart 2020 ■ Digitale voorstelling ‘Kinderrechten­­com­mis­­ saris in tijden van Corona’, Levende Biblio­ theek, Studenten AP Hogeschool, Antwerpen, 23 april 2020 ■ Levende Bibliotheek ‘Kansarmoede’, leraren­ opleiding lager en kleuteronderwijs AP Hoge­ school Antwerpen, Antwerpen, 28 april 2020 ■ Onlinesessie over Ombudspersons for Children’s responses to COVID-19, ENOC en Unicef, 2 juni 2020 ■ Onlinegastcollege ‘Enforcement and monito­ ring of children’s rights’, Advanced Studies in International Children’s Rights, Universiteit Leiden, 12 juni 2020 ■ Gast Radio Expoo over ‘Vrije tijd’, 12 juni 2020 ■ Gastspreker herdenkingsplechtigheid An en Eefje, Hasselt, 23 augustus 2020

53


Deel

3

Waar knelt het?


3


1 56

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

1

Recht op basiszorg en hulp

1.1. Recht op kwaliteitsvolle opvang Opvang voor kinderen van ouders met zorgberoepen en voor kwetsbare kinderen

Anders dan in veel andere landen bleven kinderen schoolopvang in Vlaanderen open voor kwets­ bare kinderen en voor kinderen van ouders met een zorgberoep. In de paasvakantie organiseer­ den gemeenten gratis opvang voor die kinderen. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg signalen van bezorgde professionals over de opvang van kinderen in de lockdown.

Opvang voor kinderen in een kwetsbare thuissituatie Een brugfiguur mailt de Klachtenlijn. Ze maakt zich zorgen over twee gezinnen. De ouders hebben het in de lockdown heel moeilijk: ze zijn meer prikkelbaar, er vallen sneller harde woorden en ook al slagen. De ouders vragen of hun kinderen terechtkunnen in de noodopvang. Eén gezin heeft een ondersteunende brief van het CLB. De brugfiguur deed een gemoti­ veerde aanvraag bij hun basisschool. De basisschool weigert omdat ze voorrang geeft aan kinderen van ouders die alle twee moeten wer­ ken. De directeur wijst naar de gemeente om in de paasvakantie een oplossing te zoeken. De leiding­ gevende van de brugfiguur begrijpt de school en zegt weinig te kunnen doen. De originele contact­ bubbels zijn belangrijk om de verspreiding van corona tegen te gaan. De leiding­gevende wil ook de relatie met de school niet onder druk zetten. De brugfiguur vraagt advies in aanloop van een volgend overleg: wat primeert? De contact­ bubbels behouden (en dus schoolopvang)? Of de veiligheid van de kinderen (en dus opvang door de gemeente)? Welke argumenten kan ik nog gebruiken om een oplossing te vinden voor deze kinderen? Moet de gemeente voor opvang zorgen in de paasvakantie? Voor de Klachtenlijn was het duidelijk dat de gezinnen in de doelgroep van de noodopvang

vallen: kinderen in een kwetsbare thuissituatie. Er is een duidelijke hulpvraag van de ouders. Het is een kans voor gemeente en school om impact te hebben op het welbevinden en de veiligheid van de kinderen en het hele gezin. Als dat nodig zou zijn, zou de brugfiguur ons in contact brengen met de gezinnen om te bemiddelen. We adviseer­ den om ook contact op te nemen met de VVSG. Uiteindelijk konden de kinderen in de paas­vakantie terecht in een buitenschoolse wijk­gerichte werking. Na de paasvakantie zorgde de brugfiguur twee voor­ middagen per week voor huiswerkbegeleiding en werden de kinderen verder opgevangen op school.

Kwaliteitsvolle kleuteropvang heeft meer dan één paar sterke schouders nodig Op 3 mei 2019 werd het decreet over buiten­ schoolse opvang en buitenschoolse activiteiten goed­ge­keurd. Het treedt in werking op 1 januari 2021. Het streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen door samenwerking van relevante actoren en met een regierol voor de lokale besturen.

N Decreet van 3 mei 2019 houdende de organi­ satie van buitenschoolse opvang en de afstem­ ming tussen buitenschoolse activiteiten, Parl. St. Vl.Parl. 2018-2019, nr. 1856/7. Het decreet plant een kwaliteitslabel voor kleuter­ opvang. Voor de opvang van de oudere kinderen komt er een inspiratiekader. De organisatoren van de kleuteropvang kunnen een kwaliteitslabel aanvragen. Dat is niet verplicht. Het is ook geen subsidievoorwaarde. Wel krijgt de gelabelde kleuteropvang voorrang bij een deel van de sub­ sidieverdeling door de lokale besturen. Het Agentschap Opgroeien schreef een eerste versie van het kwaliteitslabel voor kleuter­opvang, ‘kwaliteitslabel – eerste inhoud’, en nodigde organisaties en professionals uit om daarop te reageren. Het Kinderrechtencommissariaat bezorgde Opgroeien op 22 april 2020 zijn advies ‘Kwaliteitsvolle kleuteropvang heeft meer dan één paar sterke schouders nodig’.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Decreet buitenschoolse opvang en activiteiten biedt kansen maar sterker vangnet is nodig, 20182019/10, www.kinderrechtencommissariaat. be/advies/decreet-buitenschoolse-opvang-enactiviteiten-biedt-kansen-maar-sterker-vang­ net-nodig Kinderrechtencommissariaat, Advies Kwali­ teits­­ volle kleuteropvang heeft meer dan één paar sterke schouders nodig, 2019-2020/09, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ kwaliteitsvolle-kleuteropvang-heeft-meerdan-één-paar-sterke-schouders-nodig

N

Op 4 juni 2020 organiseerde Opgroeien een stake­ holdersoverleg om het Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwa­ liteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang voor te stellen. Het Besluit kreeg op 17 juli zijn eerste principiële goedkeuring.

N Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang, beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/ document-view/5F11D1D0FA87E00008000D14

Het Kinderrechtencommissariaat uitte op dat stakeholdersoverleg zijn bezorgd­ heden over het kwaliteitslabel.

■ We herhaalden onze vraag om de kwaliteitszorg niet te beperken tot de kleuteropvang. Ook lagereschoolkinderen moeten kunnen rekenen op een kwaliteitsvol voor- en naschools activi­ teitenpalet. ■ We pleitten opnieuw voor meer aandacht voor de opvang van kleuters en lagereschool­ kinderen op school. ■ En we schoven opnieuw het idee van een kwali­ teitsbeleid naar voren. Kwaliteitszorg begint en stopt niet aan de voor- of achterdeur van de organisator van de kleuteropvang. Elke organi­ sator moet ondersteund worden zodat elke kleuter kan rekenen op kwaliteit.

Verder vroegen we: ■ Neem samenwerking en integraal kindbeleid op als kwaliteitscriteria. ■ Voeg een diversiteitsdimensie toe aan het kwali­ teitscriterium toegankelijkheid. Dat kan aan­ zetten tot een positief taalbeleid, tot diversiteit in het spel zodat elk kind zich thuis voelt in de opvang, tot een open houding en een open­ deurbeleid dat vertrouwen schept. ■ Waak erover dat de contractuele relatie tus­ sen gebruiker en organisator niet botst met het belang van het kind. Het zou jammer zijn als de kleuter­opvang streng het principe zou toepassen van ‘opvang bestellen = opvang betalen’, zoals dat nu geldt voor de opvang van baby’s en peuters. Klachten bij onze Klachtenlijn tonen dat een strikte contractuele relatie tussen de organisator en de gebruiker soms ingaat tegen het belang van zieke kinde­ ren. Ideaal kunnen de organisatoren duidelijk maken hoe ze inzetten op flexibiliteit, hoe ze omgaan met plotse aan- of afwezigheden van kleuters en op welke back-up ze kunnen reke­ nen om zich flexibel op te stellen. ■ Ga voor een kindreflex in de kleuteropvang en in het lokaal samenwerkingsverband. Daarin spelen veel belangen die op elkaar afgestemd moeten worden zonder het belang van de kin­ deren uit het oog te verliezen. De rechten van kinderen uit kwetsbare gezinnen of kinderen met extra zorgbehoeften moeten gerespec­ teerd worden. ■ Zorg dat kleuters kunnen blijven spelen met de lagereschoolkinderen. De interactie tussen kinderen van verschillende leeftijden is belang­ rijk voor de ontwikkeling van kinderen. ■ Ga ook voor kwaliteitsvoorwaarden die kleuters belangrijk vinden. Kinderen noemen in onder­ zoek vier voorwaarden voor een positieve beleving van naschoolse activiteiten, ongeacht de opvangvorm: dat er vriendjes zijn, bege­ leiders die zelf meespelen, activiteiten en dat je je thuis voelt omdat er niemand uitgesloten wordt.

N Brecht

Peleman & Caroline Boudry, School­ kinderen over hun opvang. Wat leren ze ons over kwaliteit? Onderzoeksrapport in opdracht van Kind & Gezin, november 2014, vbjk.be/files/attachments/.818/rapport_ Schoolkinderen_over_hun_opvang_Wat _ leren_ze_ons_over_kwaliteit.pdf

57


58

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Ook General Comment nr. 17 van het VN-Kinder­ rechtencomité over het recht op spel noemt criteria om speelkwaliteit te garanderen. ■ Betrek ouders ambitieuzer bij de organisatie van de kleuteropvang. Naast de formele partici­ patiemechanismen missen we concrete stimuli voor de informele communicatie tussen ouders, kinderbegeleiders en organisatoren.

1.2. Recht op fysieke inte­gri­ teit ­ Kinderen met variaties in seksekenmerken De Commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers nodigde het Kinderrechtencommissariaat op 15 juni 2020 uit om advies te geven in een hoor­zitting over de rechten van personen met variaties in seksekenmerken. Er waren twee voorstellen van resolutie. In dit advies gingen we daar niet uitdrukkelijk op in. Wel zoomden we in op wat vanuit kinderrechtenperspectief belangrijk en dringend is. We benadrukten het belang van een verbod op medisch niet-noodzakelijke onomkeerbare heelkundige ingrepen op jonge kinderen met variaties in seksekenmerken zonder hun geïn­ formeerde toestemming. We vertrokken van hun recht op bescherming van hun fysieke integriteit, het belang van het kind en hun recht op partici­ patie.

Het advies steunt op het kinderrechten­ verdrag als referentiekader, op inter­ nationale aanbevelingen over het thema, op expertise en op signalen bij het Kinderrechtencommissariaat:

■ Stel medisch niet-noodzakelijke ingrepen en behandelingen uit tot kinderen oud genoeg

zijn om zelf te beslissen of en hoe ze zich wel of niet laten behandelen. Verbied medisch nietnoodzakelijke ingrepen zonder geïnformeerde toestemming van het kind. Maak werk van offi­ cieel geregistreerde medische richtlijnen om bepaalde aspecten uitvoerig te belichten. ■ Bekijk voor elk kind apart wanneer het zelf in staat is om te beslissen. Hou rekening met leef­ tijd en maturiteit, maar ook met de ingreep of de behandeling en de variatie in seksekenmerken. ■ Ga omzichtig om met medisch noodzakelijke ingrepen zonder toestemming van het kind. Geef ouders passende informatie. Neem de beslissing met een multidisciplinair team van experten. Kies voor de minst invasieve ingreep die achteraf nog de meeste kans biedt op inspraak van het kind. ■ Centraliseer de zorg. Erken van overheids­ wege een beperkt aantal expertisecentra met multi­disciplinaire teams om kinderen en jonge­ ren met variaties in seksekenmerken de best mogelijke medische én psychosociale zorg te bieden. ■ Zorg voor correcte beeldvorming, geef kind­ gerichte informatie en stimuleer contacten met lotgenoten. ■ Zet in op transparantie. Verplicht expertise­ centra om variaties in seksekenmerken en de gevolgde zorgpaden te registreren. ■ Denk na over de impact van sekseregistratie op de geboorteakte. Evalueer verschillende buitenlandse initiatieven voor aangepaste sekse­registratie op de geboorteakte. ■ Maak werk van onderzoek en geef daar kinderen met variaties in seksekenmerken een stem in.

N Kinderrechtencommissariaat, Advies Naar een versterkt kinderrechtenperspectief bij kinderen met variaties in seksekenmerken, 2019-2020/13, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ advies/naar-een-versterkt-kinderrechtenper­ spectief-bij-kinderen-met-variaties-sekse­ kenmerken


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

1.3. Rechten in en op gezondheidszorg Geestelijke gezondheid en mentaal welbevinden op de radar Geestelijke gezondheid van kinderen en jongeren is een vast aandachtspunt in onze jaar­verslagen. Ook dit bizarre jaar stelde de mentale gezond­ heid van kinderen en jongeren danig op de proef. In de enquête #jongerenovercorona lieten kinderen en jongeren hun stem horen over corona en wat daar allemaal bij kwam kijken. Ze rapporteerden – ondanks de erg kleine kans op besmetting – veel angst voor hun eigen gezond­ heid (meer dan 1 op de 3 kinderen en jongeren) en nog meer angst voor de gezondheid van fami­ lie en vrienden (ongeveer 2 op de 3). Ook de lockdown van half maart tot eind mei bracht veel stress met zich mee. Kinderen voelden zich een­ zamer, verveeld en vaker moe. Ze misten sociale contacten en hun vrijetijdsbesteding viel stil. De mogelijkheden om zich te ontspannen waren heel beperkt. Psychologieprofessor Filip Raes en andere experts waarschuwden voor het effect op de psychische gezondheid, ook op langere termijn. In augustus 2020 kreeg Awel nog altijd twee keer zoveel oproepen over automutilatie en depressie als in augustus 2019. De Wet op de patiëntenrechten geeft patiënten een rechtspositie in hun relatie met zorgver­ strekkers. Maar ze antwoordt niet op alle vragen die opduiken als de patiënt minderjarig is. Ouders en zorgverleners vragen het Kinder­ rechten­commissariaat dan om advies. Ze vragen antwoorden vanuit een kinderrechten­perspectief of melden structurele knelpunten in de gezond­ heidszorg. Over de coronamaat­regelen vroegen mensen ons of er een begeleider mee mocht met kinderen bij de dokter of de tandarts. Uiteraard pleiten wij ervoor om dat zoveel mogelijk toe te laten, zodat een kind zich bij een spannende raadpleging gesteund voelt door bijvoorbeeld een van de ouders. De meeste meldingen gaan over toegang tot de geeste­ lijke gezondheidszorg. Ook scheidings­

situaties komen in die meldingen vaak ter sprake. De meest gestelde vragen gaan over therapie, medicatie of diagnose opstarten voor kinderen en jongeren als hun ouders het niet met elkaar eens zijn. Daarnaast krijgen we structu­ rele signalen zoals over de betaalbaarheid van de gezondheidszorg. Dan gaat het over het terugbe­ talingssysteem voor psychologische hulp of over dure medicijnen die niet terugbetaald worden. Geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren moet snel beschikbaar en betaalbaar zijn of zelfs gratis. Als kinderen en jongeren door drempels geen toegang krijgen tot de zorg die ze nodig hebben, kunnen de problemen escaleren of verergeren.

Dringend diagnose nodig om aangepaste hulp te kunnen bieden Het CLB loopt vast in de situatie van de 8-jarige Pieter. Ze vermoeden sterk dat Pieter autisme heeft en zouden dat graag verder laten onder­ zoeken. Dat kan Pieter helpen in zijn verdere ontwikkeling en op school. Pieters moeder geeft haar toestemming, zijn vader verzet zich. De advocaat van zijn vader gaat daarin mee. Ze laten overal op tijd weten dat ze zich verzetten en dat ze het desnoods willen uitvechten voor de rechtbank. Het CLB zit daar nu al maanden mee. Dit gaat niet meer over de zorg voor Pieter. Het gaat over strijd tussen de ouders. Hoe kunnen ze Pieter geven waar hij recht op heeft: op tijd ondersteuning en therapie opstarten zodat het later niet escaleert? De Klachtenlijn legt uit dat de moeder het best aan de familierechter kan vragen om te beslis­ sen. Het CLB kan voor de familierechter een moti­ vering schrijven over wat ze zien bij Pieter zelf en over hoe hij functioneert in de klas.

Betaalbare hulp? Een moeder is op zoek naar betaalbare therapie voor haar zoon van 15 jaar. Ze ziet hem opnieuw afglijden naar een depressie. Ze wil nu hulp inschakelen en niet wachten. Privépsychologen kan ze niet betalen. Wat kan ze doen?

59


60

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

De Klachtenlijn informeert over TeJo (korte, gratis therapeutische begeleiding voor jongeren) en eerstelijnspsychologen. We raden de moeder ook aan om bij haar ziekenfonds te horen of en hoe dat tussenbeide kan komen.

Opstart medicatie Een psycholoog van een voorziening vraagt wat in het belang is van de 16-jarige Timothy. Hij lijdt zwaar aan ADHD. De psychiater stelt medica­ tie voor. Timothy gaat akkoord en zijn moeder ook. Maar zijn vader verzet zich. Kunnen ze toch medicatie opstarten op vraag van Timothy? De Klachtenlijn legt uit dat Timothy gezien zijn leeftijd zijn rechten zelfstandig kan uitoefenen. Als hij akkoord gaat, kan het.

Gelukkige 18e verjaardag: je wint een openstaande ziekenhuisfactuur Een begeleidster meldt dat een jongere in haar voorziening net 18 jaar werd. Hij krijgt plots een factuur van een ziekenhuisopname toen hij nog minderjarig was. Zijn ouders hebben die factuur toen niet betaald. Nu wil het ziekenhuis dat hij betaalt. Zijn ouders zijn volledig uit beeld. Het ziekenhuis heeft er geen contactgegevens van. Is het verantwoord dat jongvolwassenen de schulden van hun ouders moeten betalen? Is het verantwoord dat we toelaten dat die jongeren al starten met een schuld die ze niet in één keer kunnen betalen? In het kader van armoedebestrij­ ding is dat onbegrijpelijk. Wettelijk kan dat. Maar juridisch moet zeker nage­ keken worden wat het ziekenhuis al deed om de factuur te innen bij de ouders. Misschien is de factuur al verjaard? Of is de verjaringstermijn gestuit? Hier is advies van een advocaat nodig.

Kinder- en jeugdpsychiatrie De kinder- en jeugdpsychiatrie valt niet onder de integrale jeugdhulp maar biedt natuurlijk ook zorg en hulp aan kinderen en jongeren voor wie er ook al een traject loopt in de jeugdhulp. Dat strikt scheiden is niet mogelijk. Toch werken de kinderen jeugdpsychiatrie en de jeugdhulp niet altijd vlot samen. Soms verwachten ze verkeerde dingen van elkaar of ziet de jeugdhulp de ondersteuning van kinder- en jeugdpsychiatrie als een apart traject. Dat kan leiden tot breuken in de zorgcontinuïteit. Onderlinge afstemming en uitwisseling van exper­ tise blijft nodig voor een juist zorgaanbod in het belang van kinderen en jongeren.

Toegang tot de kinder- en jeugdpsychiatrie Katrien, 14 jaar, is geplaatst in de kleine leef­ groep van de gemeenschapsinstelling. Dat is de leefgroep voor jongeren met een lagere sociale, emotionele en verstandelijke ontwikkeling. Katrien is er al acht maanden. Ze wacht op een plaats in een MFC (multifunctioneel centrum). Kinderpsychiatrie zou nodig zijn voor een betere diagnose. Er is een vermoeden van een stoor­ nis. Maar haar IQ is te laag om toegang te krij­ gen tot de kinderpsychiatrie. Katrien weet dat het Kinderrechtencommissariaat geen plaats kan afdwingen. Maar haar begeleiders signaleren wel dat er véél tegenindicaties bestaan voor opname in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Kinderen en jongeren met een te lage IQ-score krijgen daar­ door niet de zorg die ze nodig hebben.

Psychoses: wie helpt? De 15-jarige Lars zit in een OOOC (Onthaal-, Observatie- en Oriëntatiecentrum). Crisishulp -18, jeugdhulpregie en het parket zijn ingeschakeld. Lars heeft hevige psychoses. Het OOOC kan geen gepaste opvang meer bieden. De psychia­ trische instelling waar hij al eerder verbleef, wil hem niet meer opvangen. Een collocatie lukte ook niet omdat de spoedarts dat niet nodig vond. Het OOOC zegt dat ze de opvang gaan stop­ pen. Kinder- en jeugdpsychiatrie trekt zich terug omdat er daar ook een wachtlijst is van zes maan­ den. De ouders gaan eronderdoor en Lars ook.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Wat kunnen ze nog doen? Wie draagt welke ver­ antwoordelijkheid om de juiste zorg te bieden? De Klachtenlijn neemt contact op met jeugdhulp­ regie. Zij laten weten dat Lars overgeplaatst wordt naar een andere voorziening met ondersteuning van het netwerk geestelijke gezondheidszorg. Hij staat op de wachtlijst bij een nieuwe kinder- en jeugd­psychiatrische unit.

Kinderrechten en corona­ maat­ regelen in de kinder- en jeugdpsychiatrie Ook bij kinderen en jongeren in de kinder- en jeugdpsychiatrie hadden de coronamaat­ regelen een enorme impact. Bezoek kon tijdelijk niet meer, waardoor de band met thuis verbro­ ken werd. Alleen online waren er nog contact­ momenten. Nieuwe opnames konden alleen in uitzonderlijke crisissituaties. En als een jongere in crisis opgenomen werd, moest die eerst zeven dagen in kamerquarantaine. Logisch dat dat sig­ nalen uit de sector opleverde. Bovendien waren er verschillen tussen kinder- en jeugdpsychiatrische units in de algemene en in de psychiatrische ziekenhuizen. In de algemene ziekenhuizen konden ze gebruikmaken van het testmateriaal in het ziekenhuis waardoor de quaran­taine al na twee dagen kon stoppen. In de psychiatrische ziekenhuizen duurde dat zeven dagen. Het Kinderrechtencommissariaat maakte zich ernstige zorgen over het welzijn van kinderen en jongeren die opgenomen werden in een crisis en die dan een hele week in hun kamer moesten blij­ ven. Net als nabijheid, opvolging en zorg cruciaal zijn, worden zij teruggeworpen op zichzelf. Die richtlijn heeft een nefaste impact op het psychisch welzijn en het recht op zorg van die kinderen en jongeren. Het Kinderrechtencommissariaat vroeg het Agentschap Zorg en Gezondheid en Zorg­­netIcuro om de quarantaine voor die erg kwetsbare groep altijd zo kort mogelijk te houden en om te zorgen voor testmogelijkheden in alle zieken­ huizen.

1.4. Kinderen en jongeren in de jeugdhulp Advies aan de minister van Welzijn bij aanvang nieuwe legislatuur De Vlaamse minister van Welzijn diende op 8 november 2019 zijn Beleidsnota 2019-2024 Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoede­ bestrijding in bij het Vlaams Parlement. Op 10 februari 2020 lichtte het Kinderrechten­ commissariaat zijn advies toe aan de minister en zijn kabinetsmedewerkers. Op 11 februari 2020 presenteerden we de belangrijkste aandachts­ punten in ons advies aan de leden van de com­ missie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding van het Vlaams Parlement.

In ons advies kaartten we deze bezorgd­ heden aan:

■ De besparingen in Welzijn treffen kinderen hier en nu. ■ We vragen meer garanties voor continuïteit in de jeugdhulp. ■ De brug tussen Welzijn en Onderwijs moet sterker. Focus meer op de link tussen onder­ wijsinternaten en welzijn. ■ We ondersteunen de monitoring van de kwali­ teit van de intersectorale jeugdhulp en vragen aandacht voor de monitoring van de doel­ stellingen van de integrale jeugdhulp. ■ We vragen dat er een afdwingbare rechtspositie­ regeling komt voor minderjarigen die in een beveiligende setting verblijven, met genoeg rechtswaarborgen. ■ We pleiten voor toezicht op de bescherming van kinderrechten bij de uitvoering van het decreet jeugddelinquentierecht. ■ Combineer een ruim aanbod basisvoorzienin­ gen met preventieve gezinsondersteuning.

61


62

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

■ Ga voor een krachtig groeipakket.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota Welzijn bekeken door een kinderrechtenbril, 2019-2020/06, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ advies/beleidsnota-welzijn-bekeken-dooreen-kinderrechtenbril

Rechten op en in de integrale jeugdhulp Het kinderrechtenverdrag legt de hoofdverant­ woordelijkheid voor zorg en opvoeding van minderjarigen bij het gezin. De overheid moet gezinnen ondersteunen in hun opvoedingstaak. Dat vertaalt zich onder andere in laagdrempelige, toegankelijke eerstelijnshulp. Als een gezin er moeilijk in slaagt om kinderen te beschermen of als ontwikkelingskansen bedreigd worden, komt de jeugdhulp sterker in beeld. De integrale jeugdhulp in Vlaanderen bundelt verschillende sectoren die hulp en ondersteu­ ning bieden aan gezinnen, kinderen en jongeren. Afhankelijk van de hulpvragen en de ondersteu­ ningsbehoeften, kan er jeugdhulp komen van een CAW, een CLB, Kind en Gezin, Jongerenwelzijn (de vroegere Bijzondere Jeugdzorg) en het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Jongerenwelzijn, Kind en Gezin en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vormen sinds 2019 het Agentschap Opgroeien. Het hulpaanbod is sterk gevarieerd. Van advies en informatieverlening, over ambulante ondersteu­ ning tot de meer intense hulpverlenings­vormen zoals een residentieel verblijf buitenshuis van kinderen en jongeren. Dat kan in voorzieningen, maar ook pleegzorgsituaties zijn een vorm van verblijf en ondersteuning buiten het gezin. De Klachtenlijn krijgt meldingen over integrale jeugdhulp. Die gaan over vrijwillige en gerechte­ lijke jeugdhulp.

Jeugdhulp: meer dan een procedureflow De meldingen en adviesvragen bij de Klachtenlijn komen van ouders, van professionals en uit het netwerk van gezinnen. Minderjarigen uit de jeugdhulp nemen minder vaak contact op.

Aandacht voor belangen en rechten van minderjarigen Professionals maken eerder melding of stellen vragen over hoe ze de rechten en belangen van minderjarigen in complexe situaties opnieuw in beeld krijgen. Bij de Klachtenlijn zoeken ze een klankbord of een ‘intervisiepartner op afstand’ om het belang van kinderen en jongeren in besluitvormingsprocessen centraal te zetten.

Kinderrechten krijgen vorm in relaties tussen mensen Meldingen van ouders, grootouders of het net­ werk van gezinnen gaan vaak over een verstoorde samenwerking met individuele hulpverleners. Minderjarigen en gezinnen staan in relatie tot de individuele professional en tot voorzieningen. Kwaliteits- en betekenisvolle hulpverlening staat of valt met die onderlinge werkrelatie. Het is in die relaties dat kinderrechten vorm krijgen. Dat is niet eenvoudig. Gezinssystemen, gezinsdynamieken, verschil­ lende noden van kinderen en jongeren maken dat elke hulpverleningsrelatie elke keer opnieuw gedefinieerd moet worden. Er is geen ideale pro­ cedure of definitie van dé hulpverlenings­relatie. De Klachtenlijn erkent de complexiteit waar jeugdhulpactoren mee aan de slag moeten gaan. Verschillende perspectieven, visies, verwachtin­ gen kunnen leiden tot spanningen en conflicten.

Van advies tot go-between met het kinderrechtenverdrag als leidraad Vaak werkt een uitgebreid advies al onder­ steunend voor melders. Maar soms moet de Klachtenlijn ook bemiddelen tussen ouders, minderjarigen en de professionele diensten. Bemiddelen betekent intensief aan de slag gaan als go-between tussen de partijen. Dat is vaak efficiënter om vastgelopen situaties of span­ ningsvelden tussen gezinnen en professionals te deblokkeren. Het kinderrechtenverdrag en de rechtspositie van de minderjarige in de jeugdhulp


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

zijn onze leidraad als we tussenbeide komen. We zetten het perspectief van kinderen en jongeren weer op de kaart.

Zorgcontinuïteit is cruciaal om kinderen en jongeren niet van de radar te laten verdwijnen Een van de pijlers van de integrale jeugdhulp is het recht op gepaste jeugdhulp en zorg op maat. Dat veronderstelt een heel toegankelijke, laag­ drempelige jeugdhulp. Flexibel en snel inspelen op hulpvragen en noden van gezinnen, kinderen en jongeren kan escalaties van problemen en situaties voorkomen. Maar dat is helaas niet altijd de realiteit. Er zijn verschillende oorzaken die het recht op gepaste hulp en zorg op maat verhin­ deren en breuklijnen in hulpverleningstrajecten veroorzaken of zelfs versterken. In welke mate kunnen gezinnen, kinderen en jon­ geren dan de aangeboden hulp als betekenisvol en ondersteunend blijven ervaren? Dreigen kinde­ ren en jongeren en hun zorgbehoeften daardoor uit beeld te verdwijnen? Kinderen en jongeren moeten kunnen rekenen op trajectbegeleiding.

Trajectbegeleiding broodnodig Ik ben directeur van een voorziening en het is mijn taak het Kinderrechtencommissariaat te wij­ zen op knelpunten waar kinderen en jongeren tegenaan lopen. Zorgcontinuïteit is in heel wat van onze dossiers ver zoek. Kinderen, vaak heel jong, worden verplaatst van voorziening naar voorziening. Ze kennen onderbroken trajecten, hechten zich nergens. Is het nu zo moeilijk om te voorzien in een trajectbegeleiding voor kinderen en jongeren? Iemand die signaleert dat voor die kinderen en jongeren een zoveelste verhuizing uitgesloten is en de voorziening dus wel verder moet werken met dat gezin en die jongere? Een denktank over de uitwerking van trajectbegelei­ ding kan niet zo moeilijk zijn. Dit is institutionele mishandeling.

We blijven aandacht vragen voor wachtlijsten In de jeugdhulp staan veel jongeren lang op een wachtlijst. De wachtlijsten en wachttijden zijn te lang. Het jaarverslag Jeugdhulp zegt dat eind 2018 in totaal 5.600 jongeren op een wacht­ lijst stonden voor intensieve jeugdhulp. In 2017 waren dat er 5.273. Een jaar later dus 6% méér. De jeugdhulp moet stevig versterkt worden, in omkadering en in capaciteit. Als dat niet gebeurt, worden jongeren en gezinnen die al zwaar in de problemen zitten daar de dupe van. En op termijn de hele samenleving. Berekeningen tonen dat er een veelvoud van het huidige budget nodig is om tegemoet te komen aan de noden.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota Welzijn bekeken door een kinderrechtenbril, 2019-2020/06, w w w.k inder rechtencommissar ia at.be/ advies/beleidsnota-welzijn-bekeken-dooreen-kinderrechtenbril

De Klachtenlijn krijgt klachten van gezinnen en van professionals die gefrustreerd zijn over de wachtlijsten in verschillende sectoren. Daardoor ‘verhuizen’ kinderen en jongeren van instelling naar instelling, van crisisbed naar crisisbed. Of ze worden toegewezen aan een voorziening of hulpmaatregel die geen gepast antwoord heeft op de ondersteuningsnoden van het kind. Vanuit het recht op ontwikkeling van kinde­ ren en jongeren, hun recht op zorg, veiligheid en hulp is dat onaanvaardbaar. Elk jaar zal het Kinderrechtencommissariaat hierover blijven rapporteren. Om de noden van deze kinderen op de kaart te blijven zetten.

Zwaardere zorgnoden raken niet in de jeugdhulp Een kinderpsychiater klaagt over het gebrek aan middelen in de jeugdhulpsector. Ze uit de klacht niet alleen bij het Kinderrechtencommissariaat maar ook bij de bevoegde instanties en over­ heden. Een 12-jarige met ernstige ontwikkelings­ moeilijkheden woont na een pleegzorgmaatregel bij zijn grootouders. De zorg voor de jongen overstijgt de mogelijkheden van het gezin. De jongen kan zichzelf moeilijk reguleren en zijn

63


64

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

agressie neemt toe. Al anderhalf jaar staat hij op de wachtlijst voor een MFC (multifunctioneel cen­ trum). De laatste drie maanden verbleef hij vijf keer in de crisisopvang. De laatste keer was er geen andere oplossing dan gedwongen opname op psychiatrie. Niemand wil jongeren met zware zorgnoden, zegt de kinderpsychiater. Overal is er wel iets en de problematiek wordt door diensten gekwalificeerd als ‘te zwaar’. Wil iedereen dan gewoon de ‘lichtere’ situaties? De melder vroeg de Klachtenlijn het signaal mee te nemen en de stem van de 12-jarige te ver­ sterken. Wachttijden staan haaks op het recht op hulp. De Klachtenlijn kan helaas alleen maar erkennen dat de overheid als verantwoordelijke voor de organisatie van hulp en zorg in die situ­ aties tekortschiet. Waar moeten die kinderen en jongeren naartoe die nergens binnen raken maar waar thuis de draagkracht ook al lang overschre­ den is? Het Agentschap Opgroeien nam verder contact op met de melder.

Verdere begeleiding en therapie zijn nodig. Helaas is het een jaar wachten De vader van de 16-jarige Daan meldt dat zijn zoon de diagnose ODD/OCD (oppositioneelopstandige stoornis of obsessieve compulsieve stoornis) kreeg. Hij verblijft bijna vier maanden in een oriëntatiecentrum na hulp van het CLB dat alles regelde. Daar is het traject afgelopen en zij adviseren een verder traject in een behande­ lingscentrum. Er is daar een wachtlijst van een jaar. Intussen zou Daan terug naar huis moeten. Iedereen kijkt opnieuw naar het CLB. Daans vader begrijpt het niet. Daan, maar ook het gezin, vinden een lang verblijf thuis niet haalbaar. Het is thuis een tikkende tijdbom omdat bij iedereen de draagkracht overschreden is. De vader vraagt wat de zin is van de inspanningen tot nu toe als er geen plaats is voor verdere hulp. Jongeren moeten al genoeg van plaats naar plaats gaan met telkens opnieuw intakes en telkens opnieuw dezelfde vragen. De Klachtenlijn ondersteunde de klacht van de vader aan het Agentschap Opgroeien en ook de vraag of het dossier opgemaakt kon worden voor de prioriteitencommissie. Het gezin vernam dat

het opnieuw een A-document moest indienen bij de intersectorale toegangspoort voor toegang tot het behandelingscentrum. De contactpersoonaanmelder zou daaraan voorrang geven. De aan­ vraag prioritering zou ook worden ingevuld. Tot slot werd ook een overleg gepland om overbrug­ gingshulp in te schakelen.

Wachtlijsten verhinderen niet alleen de opstart van hulp en ondersteuning maar zorgen er ook voor dat kinderen en jongeren te lang in onaangepaste voorzieningen verblijven. Soms verblijven jongeren zelfs te lang in gesloten en besloten settings omdat er geen vervolghulp is. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellin­ gen verwees daar al naar in haar jaarverslag. De Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat onderzocht de klachten.

Te lang in gemeenschapsinstelling De 15-jarige Shari verblijft in een gemeenschaps­ instelling. Ze is er ter bescherming van zichzelf, zegt ze. Ze heeft geen feiten gepleegd of heeft geen MOF-statuut. Ze zit er al veel te lang. Ze staat op de wachtlijst voor een besloten privé­ voorziening. Die voorziening kent ze goed en ze wil er ook terug naartoe. Helaas staat ze tweede op de wachtlijst. Het enige wat haar recht houdt, is dat de begeleidster van de besloten voorzie­ ning nu al veel contact met haar opneemt. De Klachtenlijn onderzoekt de klacht van Shari en neemt contact op met de gemeenschapsinstel­ ling en de consulent. Allebei bevestigen ze het verhaal van Shari. Het is wachten tot ze kan door­ schuiven. Er valt niet veel anders te doen dan: wachten. De Klachtenlijn wacht de moeilijke taak die boodschap ook door te geven aan Shari. In zulke situaties voelen we dezelfde moedeloos­ heid die hulpverleners en zeker ook kinderen en jongeren voelen.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Aanspreekbaarheid en bereikbaarheid van diensten is cruciaal om kinderen en jongeren in beeld te houden De Klachtenlijn krijgt niet alleen signalen en klachten over structurele knelpunten die vlotte jeugdhulp in de weg staan. Ergernissen over de bereikbaarheid en toegankelijkheid van indivi­ duele hulpverleners en hulpverleningsorganisa­ ties leiden tot een gevoel van machteloosheid. Kinderen en jongeren kunnen daarvan de dupe zijn. Gezinnen in de jeugdhulp die stuiten op een moeilijke samenwerking, voelen zich afhankelijk van de goodwill van de individuele hulpverlener. Vooral het gebrek aan bereikbaarheid en toegan­ kelijkheid van de consulenten in de OCJ’s en de sociale diensten van de jeugdrechtbank worden gemeld. Vaak gaat dat samen met frustratie over wissels van consulenten. Niet zelden zien we op de Klachtenlijn situaties waar al vijf verschillende consulenten bij betrokken waren. De enorme werkdruk of tijdelijke afwezigheid van consulenten, maken het soms onmoge­ lijk om bereikbaar te zijn. Bij het OCJ (Onder­ steuningscentrum Jeugdzorg) en de sociale dienst van de jeugdrechtbank worden net situaties aan­ gemeld waar er meer controle of aanklampend werken nodig is om kinderen en jongeren te beschermen of de broodnodige hulp te bieden. Het klachtenbeeld laat zien dat frustraties door de coronamaatregelen nog sterker opliepen. Afspraken werden geannuleerd, contacten tussen ouders en kinderen on hold gezet, waardoor ouders, kinderen en jongeren aanvoelden dat hulpverleningstrajecten tijdelijk stilvielen. De Klachtenlijn stelt in haar onderzoek soms vast dat de samenwerking tussen een gezin en een consulent enorm onder druk staat. Het weder­ zijds vertrouwen is helemaal zoek en van con­ structieve communicatie tussen de twee partijen is geen sprake meer. In die uitzonderlijke situa­ ties moet een andere consulent aangesteld kun­ nen worden. Maar dat blijkt vaak niet mogelijk te zijn. Op zulke vragen gaan de diensten meestal niet in.

Een maand wachten op antwoord, twee maanden op overleg De vader van de 7-jarige Lieze belt de Klachtenlijn. Lieze is geplaatst in een begeleidingstehuis. De bezoeken thuis lopen al een hele tijd goed. Ook de relatie met zijn ex-partner gaat beter. Hij wil dat de bezoeken thuis stilaan evolueren van een dag naar een weekend. Het begeleidingstehuis zegt dat de consulent dat moet toestaan. De con­ sulent zegt dat het begeleidingstehuis dat kan beslissen. De vader is dat voortdurende naar elkaar verwijzen beu. Bij elke aanvraag gaat het zo. Vorige maand mailde hij de consulent om een overleg te vragen in het begeleidingstehuis. Een maand later kreeg hij een antwoord. Volgens de agenda past het over twee maanden. Hij wil niet dat de Klachtenlijn een onderzoek start omdat hij bang is dat dat in hun nadeel speelt. De vader klaagt aan dat hij het beu is om af te hangen van wanneer diensten tijd hebben. Maar hij houdt zich rustig want in een verslag stond over hun frustratie en boosheid ooit: ‘Ouders werken niet mee met de hulpverlening.’

Gesprek van half maart schuift op naar half augustus De 15-jarige Dave wil zijn consulent spreken. Hij ziet het echt niet meer zitten in het begelei­ dingstehuis. Hij wil naar huis, voelt zich er niet meer goed. De consulent beloofde begin februari een gesprek met hem. Ze plande dat in voor half maart. Door corona kon het niet doorgaan. Nu krijgt hij te horen dat ze het enorm druk heeft omdat alles na de lockdown weer opstart en haar vakantie voor de deur staat. Het gesprek staat nu voor half augustus gepland. Dave vindt het een lachertje. De Klachtenlijn probeerde te bemiddelen met de consulent vanuit de visie dat als een jongere een gesprek vraagt, dat voorrang heeft. Dat leverde jammer genoeg niets op.

65


66

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Zorgen over onveiligheid nemen toe Een begeleidster van een thuisbegeleidingsdienst voor volwassenen neemt contact op met de Klachtenlijn. Ze is erg bezorgd over de ontwikke­ ling van de kinderen in een gezin. Het OCJ is erbij betrokken. De begeleidster probeert verschil­ lende keren contact op te nemen met de consu­ lent omdat ze zes maanden na de aanmelding nog nergens staan. De consulent antwoordt vaak niet op mails of belt niet terug als ze berichten nalaat. Ondertussen beheert een nieuwe consulent het dossier. Hoe komen ze verder? Want doordat er nog niets ondernomen is, blijft de bezorgdheid over de ontwikkeling en de veiligheid toenemen. Samen met de melder spraken we af dat de Klachten­ lijn een uitgebreid advies schrijft over welke hulpverleningsmaatregelen overwogen kunnen worden. De begeleidster wou dat zelf ver­ der opnemen met de consulent. De Klachtenlijn volgt elke maand op om te kijken of er iets veran­ dert. Anders neemt ze contact op met de team­ verantwoordelijke van het OCJ.

Recht op een vertrouwens­ persoon: te onbekend, te onbemind? De Klachtenlijn krijgt vragen over de rol van steunfiguren en hun verhouding met vertrou­ wenspersonen in de jeugdhulp. Die vragen gaan over de voorwaarden om een vertrouwensper­ soon aan te stellen en over conflicten rond die aanstelling. Het gaat over het recht op een vertrouwens­ persoon voor minderjarigen. Dat recht is nog altijd te weinig bekend, zowel in de hulpverlening als bij kinderen en jongeren of hun omgeving. Voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen of die geregeld een beroep doen op de jeugd­ hulp is het cruciaal dat ze kunnen rekenen op de steun van een stabiele figuur. Soms zijn ouders of familie­leden – om verschillende redenen – eerder afwezig in het leven van kinderen in de jeugd­ hulp. Ook al leveren hulpverleners vaak veel inspanningen om de band tussen kinderen en

hun ouders te behouden of te versterken. Soms moeten kinderen zo vaak van voorziening ver­ anderen dat ze een stabiele persoon missen die hen goed kent, die hen volgt en in hen gelooft, die hen niet loslaat en opkomt voor hun belangen en anderen daarop aanspreekt. De figuur van de vertrouwens­ persoon is een van de sleutels om kinderen en jongeren op de radar te houden die anders uit beeld dreigen te vallen. Het is niet verplicht een vertrouwenspersoon aan te duiden. Dat gebeurt in principe op vraag van de minderjarige of de ouders. Als de minder­ jarige niet zelf in staat is om een vertrouwens­ persoon aan te duiden, mogen de ouders een vertrouwens­persoon aanduiden die voldoet aan de voor­ waarden, behalve als er sprake is van tegengestelde belangen tussen ouder en kind. Dan kan de directeur van de jeugdhulpvoor­ ziening of de toegangspoort een vertrouwens­ persoon aanduiden voor de minderjarige. Dat kan een persoon uit het eigen netwerk zijn. Als dat moeilijker gaat, kunnen jongeren een ver­ trouwenspersoon vragen bij Lus vzw. De meldingen bij de Klachtenlijn tonen een verschil in leeftijdsgroepen. Vooral jonge kinderen, jonger dan 12 jaar, hebben vaak geen vertrouwens­ persoon. Zij worden hier mogelijk minder over geïnformeerd of zijn soms veel te jong om dit met hen te bespreken. Veronderstellen dat ouders een vertrouwenspersoon aanstellen in hun plaats, is niet altijd realistisch. Soms zijn hun belangen ook tegenstrijdig. Vorig jaar promootte het Agentschap Opgroeien al sterk de vertrouwenspersoon in de jeugdhulp met de campagne mijnvertrouwenspersoon.be. De vraag is of jongeren op belangrijke scharnier­ momenten, bij conflicten of als het hulpverlenings­ traject bedreigd wordt er opnieuw aan herinnerd worden dat ze dat recht hebben of de informatie dan vinden.

Erkenning voor de leerkracht als vertrouwensfiguur De 16-jarige Emma neemt samen met haar begeleidster contact met ons op. Emma wordt op school ondersteund door een leerkracht. Ze heeft er het volste vertrouwen in. De leer­ kracht betekent steeds meer voor haar in haar


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

hulpverlenings­traject. Emma wil weten of dat niet op een wat officiëlere manier erkend kan worden. Samen met haar begeleidster wil ze aanvragen of die leerkracht vertrouwenspersoon kan zijn. Ze zochten op het internet hoe de aanstelling moet gebeuren, maar vonden geen informatie. De Klachtenlijn laat Emma weten dat er geen for­ mele regels zijn. Een ondubbelzinnige monde­ linge aanduiding kan al volstaan. We informeren over de voorwaarden en het ter informatie laten noteren in het jeugdhulpdossier. Ook verwijzen we naar mijnvertrouwenspersoon.be.

Vertrouwenspersoon niet in belang van het kind Een voorziening belt de Klachtenlijn om advies te vragen. De 8-jarige Lowie is er geplaatst door de jeugdrechtbank. De ouders zitten in een zware vechtscheiding. Lowie heeft een vertrouwensper­ soon, eerder aangesteld door de ouders toen ze het daar nog over eens waren. Het is iemand uit hun persoonlijk netwerk. Die persoon kiest meer en meer de kant van de vader. De vertrouwens­ persoon stelt bovendien eisen of werkt de hulp­ verlening tegen. De voorziening wou uitzoeken wie kan tussenkomen als de vertrouwenspersoon niet langer optreedt in het belang van een kind. Blijkbaar is er niet standaard zo’n figuur. De Klachtenlijn raadt aan contact op te nemen met de jeugdrechter en met de directie van de intersectorale toegangspoort om na te gaan wat de opties zijn. Als duidelijk is dat de persoon niet langer vertrouwenspersoon kan blijven, raden we aan bij Lus vzw een nieuwe vertrouwenspersoon aan te vragen in het belang van Lowie. Achteraf horen we dat iemand van Lus nu vertrouwens­ persoon is.

Automatische toekenning van een vertrouwenspersoon We geloven er vast in dat de vertrouwenspersoon de aandacht kan herstellen voor de belangen en vragen van kinderen en jongeren. Het is een persoon die kan zorgen voor continuïteit in het hulpverleningstraject. Hij of zij kan dingen inbren­

gen vanuit het belang van het kind of de jongere die professionals misschien te weinig weten of zien. Als het gaat over een combinatie van een vechtscheiding en hulpverleningstrajecten kan de vertrouwenspersoon een sterke meerwaarde zijn. Vooral voor kinderen van minder dan 12 jaar zijn er nog meer inspanningen nodig. Vanuit een kinderrechtenperspectief zou de automatische toekenning van een vertrouwens­ persoon voor iedereen in de jeugdhulp een vol­ waardige vertaling zijn van het recht op een vertrouwenspersoon. Nu moeten de minderjarige of zijn ouders eerst expliciet de vraag stellen. Bij een automatische toekenning kunnen de minder­ jarigen dan na kennismaking en informatie over de rol en de taak van een vertrouwenspersoon beslissen of ze dat willen of niet.

Wat als hulpverleners het niet eens raken? Noden van kinderen opnieuw op de kaart Professionals nemen contact op met de Klachten­ lijn als ze vastlopen in gezinssituaties en onder­­ steuning­ strajecten. Dat is logisch, want gezins­dynamieken zijn soms heel complex. Er is geen wiskundige formule voor hulp aan gezin­ nen, aan kinderen en jongeren. We merken dat visies van hulpverleners soms enorm verschillen. Dan vragen ze de Klachtenlijn om mee te reflec­ teren over de situatie om het perspectief van kin­ deren en jongeren sterker op de kaart te zetten. Er zijn verschillende redenen waarom hulp­verleners het niet altijd eens zijn. Het is ook niet per defini­ tie een probleem omdat het hulp­verleners telkens opnieuw dwingt na te gaan wat ze aan het doen zijn en waarom. Het kan wel een probleem wor­ den als kinderen en jongeren daardoor te lang in onveilige thuissituaties blijven of als een mogelijke terugplaatsing naar thuis op de lange baan komt.

Hoe rekbaar is vrijwilligheid? Meldingen gaan vaak over vrijwillige situaties of situaties waarbij erg veel hulpverlenings­diensten betrokken zijn. Vaak rijst dan ook de vraag tot waar vrijwilligheid gaat. Wat als ouders zeg­ gen dat ze openstaan voor ambulante hulp en dus vrijwilligheid aanvaarden, maar zich in de

67


68

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

samenwerking met die ambulante diensten altijd negatief opstellen of gesprekken weigeren? Tot waar blijf je dan ‘kansen’ geven? In situaties waar heel wat diensten bij betrokken zijn wordt na verloop van tijd onduidelijker welk deelprobleem elke dienst opneemt. Voor welk stukje van het hulpverleningsplan is welke dienst verantwoordelijk? Er kan spanning zitten op hulp­ verleningssituaties waarin niet altijd meer duide­ lijk is welk traject nog te lopen.

For-K nodig maar hoe begin je daaraan? Een begeleider van een gezin neemt contact op met de Klachtenlijn. Ze begeleiden een meisje uit een gezin voor wie er al verschillende hulpmaat­regelen waren. Een traject in de kinder­ psychiatrie, een gedwongen opname, ambulante ondersteuning aan huis. Momenteel verblijft het meisje in een GES+voorziening (gedrags-en emotionele stoornis). Ze stelde al verschillende keren gevaarlijk gedrag zoals dreigen met een mes. Tot nog toe bleef het bij dreigen en heeft het parket het elke keer geseponeerd. Maar een effectieve uithaal is niet veraf. Dat willen ze voor­ komen. De voorziening zegt dat een korte time-out­ opname in een behandelafdeling van de Forensische Kinderpsychiatrie (For-K) zou kunnen helpen. De ouders denken dat ook. De hele situatie speelt zich af in de vrijwilligheid. Hoe moeten ze dat aan­ pakken? Er is nog niemand van Opgroeien betrok­ ken bij het dossier. Hoe kunnen ze voor het meisje de nodige hulp opstarten? De Klachtenlijn adviseert een netwerktafel te organiseren waar iedereen zijn visie kan inbren­ gen. Ook de ouders, ook het meisje. Voor een For-K-dienst is er een MOF-statuut nodig. De vraag is of het zover moet komen. Rond een netwerk­tafel kunnen alle opties, hoe creatief ook, bekeken worden.

Hoe verder na twee jaar? Een begeleidster van een ambulante dienst meldt de situatie van twee kinderen, 13 en 15 jaar. In de vrijwillige jeugdhulp zijn er al verschillende hulpmaatregelen gecombineerd. Onder andere verblijf van de kinderen in een pleeggezin met

bezoeken aan de ouders. Toch blijft het na twee jaar begeleiding erg moeilijk lopen. De kinderen zitten gekneld tussen de ouders en het pleeg­ gezin. Helemaal terug thuis gaan wonen, is niet haalbaar. Toch durft niemand dat met zoveel woorden te zeggen. Het gezin blijft heel hard trekken aan de kinderen zodat die zich gaan verzetten tegen de pleegouders. Ondertussen is het netwerk Geestelijke Gezondheidszorg erbij betrokken, pleegzorgbegeleiding en context­ begeleiding. Onlangs werd ook nog een extra dienst ingeschakeld voor gezinscoaching. De begeleidster vraagt zich af hoelang ze dit nog kunnen rekken. Het is vervelend dat er na twee jaar nog niets veranderd is. Ook de hulpverle­ ners zitten niet meer op één lijn. Het OCJ kwam al twee keer niet opdagen op een netwerkover­ leg. Kan de Klachtenlijn als externe partner mee nadenken hoe we de zorgen van de kinderen zelf weer centraal kunnen stellen? De Klachtenlijn reflecteert samen met de dienst over de situatie. De organisaties moeten samen­ zitten om opnieuw stil te staan bij de vraag: wat doen we en waarom? Er zijn heel wat diensten bij betrokken. Stel dat de ouders elke maand op gesprek komen, dan wordt er inderdaad veel gepraat maar wie neemt wat op? Ondertussen voelen alle partijen ook de speelruimte die de hulpverleners onbewust mee in stand houden. Waar zit de zorg voor de kinderen vandaag? Het OCJ moet mee aan tafel zitten. Zij kunnen en mogen niet wegblijven van de netwerktafels. De Klachtenlijn adviseert over de methodiek van het belang van het kind in een besluit­ vormingsproces, gebaseerd op het model van de Nederlandse Kinderombudsdienst.

De belangen van minderjarigen in de pleegzorg in beeld In heel wat meldingen is er sprake van pleegzorg. Het gaat om meldingen over pleegzorg, maar ook pleegouders zelf stellen vragen of kaarten din­ gen aan voor hun pleegkinderen. Dat kan gaan over onderwijs, vrije tijd of over zorgen als kin­ deren terugkomen van contactmomenten met de ouders.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Klachten over de pleegzorgmaatregel zijn uit­ eenlopend. Mensen nemen contact op met de Klachtenlijn bij dreigende stopzetting van de pleegzorg, bij ontevredenheid over de pleeg­ zorgbegeleiding of bij conflicten tussen pleeg­ gezinnen, ouders en de diensten voor pleegzorg. Het is dan niet altijd meer duidelijk waar de kin­ deren zitten in het hele verhaal. Pleegouders zijn vaak toch nog terughoudend om effectief toestemming te geven om hun klacht op te nemen. Vaak zijn ze bang voor de diensten waarvan ze afhangen. Ze zijn bang dat ook het pleegkind zelf nadeel kan ondervinden van hun melding. Het is niet altijd even duidelijk welke rol de pleeg­ ouders kunnen en mogen opnemen. Zij zien heel vaak als eersten signalen bij de kinderen: als het minder goed gaat of als ze terugkomen van een bezoekmoment. Maar er is weinig ruimte om die bezorgdheden te uiten bij de bevoegde diensten. Ze krijgen te horen dat ze zich niet meewerkend opstellen, dat ze geen plaats geven aan het bio­ logisch milieu of de biologische ouders, dat ze het conflict opzoeken. De frustratiedrempel wordt erg laag. Pleegouders gaan dan op een bepaald moment zo in het verzet, vanuit hun zorg voor het pleegkind, dat het moeilijk werkbaar wordt. Vaak gebeurt dat na een opeenstapeling van frus­ traties. Tegelijk horen we bij de Klachtenlijn ouders die wachten op bijvoorbeeld de opbouw van contac­ ten met hun kind. Zij klagen aan dat het ontzet­ tend traag gaat en dat de diensten met hun trage tempo alles blokkeren. De intensieve betrokkenheid en bereikbaarheid van de pleegzorgdienst is essentieel om in de soms gespannen situaties de belangen van de kinderen in het vizier te houden.

Stopzetting bij conflicten waar diensten geen antwoorden voor vinden Als conflicten oplopen tussen alle partijen, wordt er toch wel vaak voor gekozen om de pleegplaat­ sing te stoppen. Bemiddeling van de jeugdhulp lijkt daar niet altijd een antwoord op te bieden. Kinderen worden dan vaak toch nog geplaatst in voorzieningen, vanuit de redenering dat een voorziening een neutrale plaats is en contacten met thuis dan misschien gemakkelijker opge­

bouwd kunnen worden. Ook wordt overwogen welk effect de gespannen relaties hebben op het kind. De vraag is of je het belang van de kinderen dient door ze als antwoord op de conflicten toch nog in een voorziening te plaatsen. Moeten zij zich opnieuw aanpassen als alle volwassenen er niet in slagen een zorgzame omgeving te creëren? En is er in dergelijke situaties effectief hoop op een mogelijke snelle terugkeer naar huis of zijn dit de kinderen die jarenlang in de voorzieningen blijven?

Netwerkpleegplaatsingen: uitgebreide begeleidingsuren nodig Vooral netwerkpleegplaatsingen zijn niet zo evi­ dent. Heel wat grootouders nemen de rol op van opvoedingsverantwoordelijke bij een pleegzorg­ maatregel. Voor kinderen en jongeren is dat posi­ tief. Zij blijven zo lang mogelijk verbonden met hun familie. Maar vaak spelen er zoveel gezins­ dynamieken, zoals een verleden van de groot­ ouders met hun eigen kinderen, dat het toch wel een aparte aanpak vraagt. Daar spelen andere begeleidingsbehoeften, een intensievere aan­ pak, zodat de kinderen kunnen opgroeien in een conflict­vrij gezin. Diensten spreken grootouders ook vaak aan op hun rol als opvoedingsverantwoordelijke. Soms moeten grootouders dan afstand doen van hun rol als grootouder. Ook de Klachtenlijn hoort soms bij de diensten pleegzorg de redenering dat de ‘grootouders er te dicht op zitten’. Uiteraard is dat een erg artificiële benadering en als netwerk­ pleegzorgers bezorgd zijn over het kind, is dat vaak als pleegouder én grootouder.

Plaatsing in een CKG wegens strijd tussen pleegouders en moeder De pleegouders van de 2-jarige Elias nemen con­ tact op met de Klachtenlijn. Sinds zijn geboorte is Elias bij hen geplaatst. De moeder van Elias is heel wisselend en weinig stabiel. De bezoeken van Elias aan zijn mama gebeuren onder toezicht van pleegzorg. De pleegmoeder was bij de eer­ ste bezoeken om Elias op zijn gemak te stellen. Pleegzorg verweet haar dat Elias telkens weer op haar schoot kroop en bij haar bescherming zocht. De pleegmoeder moest hem meer sti­ muleren om naar zijn mama te gaan. Hem thuis

69


70

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

meer voorbereiden. Voor de pleegmoeder was dat een vreemde opmerking want hoe kan zij een kind van 2 jaar stimuleren als hij eerst veilig­ heid zoekt? Daarna was er een nieuwe discussie over een gezondheidsingreep bij het kind. De pleegouders hadden zich geïnformeerd over die ingreep. De diensten beschouwden dat als ver­ zet. ‘De pleegouders geven de biologische moe­ der te weinig plaats.’ De diensten besluiten dat pleegzorg niet langer mogelijk is en dat ze Elias willen plaatsen in een CKG (Centrum kinderzorg en gezinsondersteuning). De Klachtenlijn stelde voor mee te gaan naar het overleg met het OCJ en de dienst Pleegzorg. Een week later kwam het bericht dat het OCJ het dossier overmaakt had aan het parket om de jeugdrechter in te schakelen. Er kwam geen overleg meer. De Klachtenlijn nam contact op met alle diensten en maakte een adviesbrief op. We stelden vast dat een plaatsing in een CKG er kwam doordat de diensten er te weinig in slagen de brug te leggen tussen de pleegouders en de moeder van Elias. Er waren verder geen proble­ men rond de zorg of de opvoeding in het pleeg­ gezin. Bovendien was duidelijk dat er op korte termijn geen bezoeken zouden komen zonder toezicht en van terugkeer naar de moeder kon pas sprake zijn op lange termijn. De Klachtenlijn formu­leerde het advies vanuit het startpunt van de noden van Elias. De adviesbrief werd door de pleegouders overgemaakt aan de consulent van de sociale dienst voor de gerechtelijke jeugdhulp. Momenteel verblijft Elias nog in het pleeggezin.

Begeleidingstehuis op 16 jaar De grootmoeder van de 16-jarige Marie belt de Klachtenlijn. Marie woont al vier jaar bij haar na een pleegplaatsing en een beslissing van de jeugdrechtbank. Het was thuis niet meer veilig voor haar. Nu ze wat ouder is, heeft de moeder weer contact gezocht en haalt ze Marie opnieuw aan met beloftes zoals: bij mij mag je uitgaan, mag je je lief zien … Marie is bij haar oma weg­ gegaan en bij haar moeder gaan wonen. Onder invloed van haar moeder heeft ze de consulent verteld dat haar grootmoeder niet goed voor haar zorgde. De grootmoeder verwijt dat Marie zeker niet. Ze weet dat haar dochter, de moeder, Marie

opstookt. Zoals verwacht liep het twee maanden later fout tussen Marie en haar moeder en ging ze daar lopen, terug naar haar grootmoeder. Nu zegt de consulent plots dat dat niet meer kan. Dat Marie vastzit in een loyaliteitsconflict tussen haar grootmoeder en haar moeder en dat ze een bege­ leidingstehuis adviseren. Volgende week moet Marie naar een begeleidingstehuis, terwijl ze dat helemaal niet wil. Marie gaat enorm in verzet. De Klachtenlijn nam zelf contact op met Marie om haar apart te spreken. De jeugdrechter had het von­ nis al uitgesproken. De Klachtenlijn heeft de consu­ lent een uitgebreide adviesmail gestuurd over hoe Marie zich voelde. Ze voelde zich schuldig want zag het als haar fout dat ze nu geplaatst werd. De Klachtenlijn vraagt wat de meerwaarde van een begeleidingstehuis is in dergelijke situa­ties. Is de ontwikkeling van een 16-jarige zo zwaar in gevaar bij de grootmoeder dat een begeleidingstehuis absoluut nodig is? En in welke mate biedt een bege­ leidingstehuis in die situatie voordelen aan de jon­ gere zelf als haar stem in dezen zo weinig gehoord is? Helaas is de plaatsing toch doorgezet waardoor de Klachtenlijn alleen nog kon vragen om de opge­ legde maat­regel zo snel mogelijk te evalueren. De Klachtenlijn hoorde na drie maanden van Marie dat ze weer bij haar grootmoeder woont.

De rechtspositie van kinderen en jongeren in de jeugdhulp vraagt blijvende aandacht Het decreet rechtspositie legt de rechten vast van kinderen en jongeren in de jeugdhulp. De meeste vragen en klachten gaan over het recht op zakgeld, op inzage in het dossier en over het beroepsgeheim. Het blijft nodig om te informeren over de rechts­ positieregeling en om het werkveld te onder­ steunen bij de concrete vertaalslag.

Zakgeld: recht van de jongere of pedagogisch instrument? Jongeren in residentiële settings hebben recht op zakgeld. De bedragen verschillen per leeftijd.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Voorzieningen gaan met dat zakgeld nogal verschillend om. Soms gebruiken ze het in een systeem van straffen en belonen als jongeren bijvoorbeeld leefregels niet naleven. Soms houdt een voorziening zakgeld in om schade te vergoe­ den. Ook dat vinden ze dan een aspect van hun ‘pedagogische visie’ om jongeren te leren verant­ woordelijkheid op te nemen en consequenties van negatief gedrag te aanvaarden. Toch is het recht op zakgeld duidelijk. De minder­ jarige is eigenaar van het zakgeld. Begeleiders kunnen toezien op de keuzes die de minderjarige maakt en die keuzes bespreken. Ze kunnen het idee opperen dat sparen soms zinvoller is dan vaak iets kleins uitgeven. Dat is pedagogisch han­ delen. Maar als de jongere dan toch nog beslist om het op een andere manier te besteden, kan de voorziening dat niet tegenhouden.

Teamdiscussie: zakgeld afgeven om schade te vergoeden? Een begeleider van een voorziening neemt con­ tact op met de Klachtenlijn. In het team is er een discussie. Soms maken jongeren opzettelijk iets kapot. Een deel van het team vindt dat ze het zakgeld moeten kunnen inhouden als sanctie om de schade te vergoeden. Want zo zouden ze dat ook bij hun eigen kinderen aanpakken. Een ander deel vindt dat zakgeld een uitdrukkelijk recht is van de minderjarige. De begeleider vraagt wat mogelijk is, om onze visie mee te nemen naar de volgende teamvergadering. Zakgeld automatisch inhouden om schade te ver­ goeden, kan niet. In de begeleidingsrelatie kan wel bekeken worden hoe de jongere schade moet vergoeden. Ideaal staat dat uitdrukkelijk in het huishoudelijk reglement. Samen met de jongere kun je afspreken over te gaan tot een afbetalings­ plan met elke keer een klein stukje van het zak­ geld. Maar je kunt dat niet eisen. Als de jongere geen toestemming geeft en de schade niet wil vergoeden, moet de voorziening aankloppen bij de ouders.

Regels niet naleven is zakgeld inleveren Ryan is 15 jaar en verblijft in een begeleidings­ tehuis. Hij heeft al vier maanden geen zakgeld meer gekregen. Hij zegt dat hij in een woedebui de deur van zijn kamer kapot maakte. Zijn zak­ geld wordt nu ingehouden om de schade aan de deur te vergoeden. Als ze sommige regels in de leefgroep overtreden, moeten de jongeren ook een ‘boete’ betalen met hun zakgeld. Dat gaat over 0,50 tot 1 euro. Voorbeelden: bord volschep­ pen en niet leeg eten of yoghurt nemen zonder toestemming. Ryan wil weten of dat zomaar kan. De Klachtenlijn schreef haar visie uit voor Ryan en verwees naar het recht op zakgeld. Ryan liet twee weken later weten dat hij over de inhoud van die mail ging praten met een begeleidster. Het punt komt op de agenda van de volgende bewonersvergadering om de regels aan te passen.

Recht op inzage in het dossier Jongeren in de jeugdhulp hebben recht op inzage in hun dossier. Zijn ze bekwaam? Dan oefenen ze dat recht zelfstandig uit. De leeftijdsgrens van 12 jaar is richtinggevend, want vanaf 12 jaar is er een vermoeden van bekwaamheid. Zijn kinderen en jongeren onbekwaam? Dan oefenen de ouders het inzagerecht uit. De vertrouwenspersoon van de minderjarige heeft ook recht op inzage in het dossier. Het inzagerecht staat niet alleen in het decreet rechtspositie van de minderjarige in de jeugd­ hulp, maar ook in het decreet van de integrale jeugdhulp. Inzage heeft verschillende betekenissen. Het kan letterlijk over inzage gaan maar evengoed betekent het dat de hulpverlener samen met de jongere het dossier overloopt. Ook zijn er uitzon­ deringen voor het inzagerecht, bijvoorbeeld voor medische gegevens of als het niet in het belang van de jongere is wat meer gekend is als de ‘agogische exceptie’. Dat staat in een toelichtings­ fiche (www.rechtspositie.be).

71


72

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Dossierinzage om levensloop te reconstrueren Een pleegzorgdienst begeleidt drie pleeg­ kinderen tussen 12 en 17 jaar. De kinderen zitten met heel wat vragen over hun situatie en de oor­ spronkelijke reden van hun plaatsing. De consu­ lent van de sociale dienst van de jeugdrechtbank is plots weggevallen. Zij was een levensverhaal aan het opstellen voor de kinderen omdat dat ze rust zou geven en omdat via die methodiek heel wat van hun vragen beantwoord konden worden. Doordat de consulent wegviel, kan dit niet afge­ werkt worden. Pleegzorg wil hiermee doorgaan want het is een uitdrukkelijke vraag van de jon­ gens. De jongens hebben objectieve informatie nodig om hun verleden beter te begrijpen en om de gekleurde informatie van de ouders te nuan­ ceren. Mag Pleegzorg samen met de kinderen of alleen inzagerecht uitoefenen in het dossier om de opdracht over te nemen en af te werken? De Klachtenlijn geeft informatie en maakt een onderscheid tussen inzage in het gerechtelijk dos­ sier bij de jeugdrechtbank en inzage in het jeugd­ hulpdossier. Informatie uit die twee dossiers kan het levensverhaal van de kinderen reconstrueren. We leggen uit hoe het inzagerecht verloopt bij de jeugdrechtbank en hoe je het jeugdhulpdossier bij de sociale dienst kunt inkijken. De dienst Pleegzorg ondersteunt de vraag van de kinderen, wat een sterk signaal is. Het best kun­ nen ze met de kinderen bespreken of die er zelf bij willen zijn of hun mandaat overdragen aan de dienst Pleegzorg. Vanuit de rechten van de kin­ deren staan we achter inzage in het jeugdhulp­ dossier als kinderen daarom vragen. Dat kan het best samen met een vertrouwensfiguur of profes­ sional die de informatie die ze te lezen krijgen kan duiden. We verwijzen de dienst Pleegzorg door naar rechts­ positie.be en naar de juridische ondersteunings­ dienst van SAM vzw als ze willen weten hoe ze dit verder kunnen aanpakken.

Recht op beroepsgeheim Het beroepsgeheim geldt voor iedereen in de integrale jeugdhulp. Dat principe waarborgt de

vertrouwensrelatie met je hulpverlener. Zeker kinderen en jongeren moeten kunnen rekenen op hulpverleners die niet zomaar alles doorgeven of delen met elkaar of met buitenstaanders. Dat vertrouwen mag niet geschaad worden. Daarom is het belangrijk dat kinderen en jongeren heel goed weten wat beroepsgeheim inhoudt, welke informatie wel gedeeld wordt en met wie. En toch. Ook al lijkt het de evidentie zelf te zijn, dat is het niet altijd. Meldingsplicht en beroeps­ geheim zijn niet altijd rechtlijnig toe te passen. Om minderjarigen te beschermen, is het soms nodig het beroepsgeheim te doorbreken. Hulpverleners kloppen bij de Klachtenlijn aan als ze vastlopen of meer informatie willen over de rechten van kinderen en jongeren in combi­ natie met het beroepsgeheim. Ook hier is de juridische ondersteuningsdienst van SAM vzw, jeugdrecht.be, de meest geschikte partner voor hulpverleners en is het de taak van de Klachtenlijn om ze daarmee in contact te brengen.

Beroepsgeheim doorbreken of niet Een opvoeder vraagt zich af hoe ze een situatie moeten aanpakken. Een meisje gaat regelmatig in fugue. Ze is geplaatst door de jeugdrechtbank. Er is een sterk vermoeden dat ze in contact staat met tienerpooiers. Stilaan begint het meisje meer en meer te vertellen en dat bevestigt het vermoe­ den. Wat moeten ze nu doen? Naar de politie gaan? Het meisje geeft daar (nog) geen toestemming voor. In het team ontstaat een discussie over de vraag of ze ondanks hun vertrouwens­relatie het beroepsgeheim toch moeten doorbreken om het meisje te beschermen. En om haar stilaan mee te krijgen om samen een klacht in te dienen. Omdat de jeugdrechtbank bij het dossier betrok­ ken is, adviseert de Klachtenlijn om daar de ongerustheden en sterke vermoedens te melden. Dat moet wel voorbereid worden met de minder­ jarige. Zij heeft het recht te weten welke infor­ matie meegedeeld wordt en vooral ook waarom. Welke afwegingen maakt het team over aan wie ze moeten melden? Voor een klacht bij de politie moeten ze een traject opzetten met de minder­ jarige om te werken aan haar toestemming. Ter bescherming van zichzelf maar ook voor anderen. Als dat niet kan, moet het team tot een gedeelde beslissing komen over het beroepsgeheim wel of


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

niet doorbreken. We geven de contactgegevens van SAM vzw en van Payoke door.

Kinderbijslag is cruciaal voor de stap naar volwassen­ heid Voor gezinnen met kinderen die volledig of gedeeltelijk verblijven in een residentiële voor­ ziening, kamertraining volgen of al zelfstandig wonen met contextbegeleiding heeft dat effecten voor de uitbetaling van het groeipakket. 2/3 van de uitbetaling gaat naar de voorziening. Over het andere 1/3 beslist de jeugdrechter: ofwel toe­ kennen aan de ouders, ofwel storten op de spaar­ rekening van de kinderen zelf. Voor jongeren is die spaarrekening vaak het enige potje om hun leven mee op te starten als ze 18 jaar worden. Als de jeugdrechtbank beslist om 1/3 te sparen voor de kinderen en jongeren, is het aan de begeleidende sociale dienst van de jeugdrecht­ bank om de nodige stappen te zetten. Als de aan­ vraag en de registratie doorgegeven zijn aan het Agentschap Opgroeien, nemen zij op hun beurt contact op met de uitbetalingsinstelling van het groeipakket en wordt de spaarrekening geopend. De Klachtenlijn krijgt meldingen en signalen over nalatigheid bij de registratie van die aanvragen, waardoor er geen spaarrekening geopend werd. Soms kwam de aanvraag te laat of kon niet meer nagegaan worden wat er ooit beslist was over de toekenning van het bewuste 1/3. Dat heeft grote gevolgen voor de minderjarigen zelf. Ze lopen mis waar ze recht op hebben. Helaas blijkt dat vaak pas als ze bijna 18 jaar worden. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt nauwe administratieve opvolging voor minderjarigen. Er moet een soort compensatie of een systeem van terugwerkende kracht zijn als jongeren daar effectief recht op hadden, maar de verantwoor­ delijke diensten fouten maakten. Dat geeft voor jongeren problemen bij hun overstap naar vol­ wassenheid.

Informeer jongeren op tijd over wat ze moeten doen als ze 18 jaar zijn Sanne zit op kamertraining. Ze heeft de verlengde jeugdhulp na 18 jaar aangevraagd. Ze wordt binnenkort 19. Sanne neemt contact op met de Klachtenlijn omdat ze tot haar 18 jaar 1/3 kinder­ bijslag kreeg. Sindsdien niets meer. De dienst die het groeipakket uitbetaalt, reageert niet op haar vragen. Er is geen consulent meer aan wie ze iets kan vragen. De begeleiding van de kamertraining antwoordt dat het hun taak niet is. Sanne weet niet of ze nog recht heeft op het bedrag van het groeipakket. De Klachtenlijn informeert bij de uitbetalings­ dienst van het groeipakket. Het basisbedrag werd inmiddels opnieuw toegekend aan de ouders omdat niemand op tijd doorgaf dat er een verlenging was van de jeugdhulp en dus dat ze moesten blijven betalen op de rekening van de jongere zelf. De dienst zegt dat ze zelf niet gaan terugvorderen van de ouders, dat Sanne dus zelf een procedure moet starten tegen haar ouders. Ze sturen de documenten om opnieuw uit te beta­ len op naam van Sanne naar de sociale dienst van de voorziening waar Sanne kamertraining volgt. Jongeren een procedure laten starten tegen hun ouders, is ingrijpend. Ook onbegrijpelijk dat dat de enige weg is. Sanne laat de zaak zo om conflic­ ten niet opnieuw aan te wakkeren. Haar ouders zijn niet meer betrokken bij haar leven.

Fout door overheidsdiensten De vertrouwenspersoon van de 19-jarige Ruben meldt dat de jongen opgroeide in voorzieningen en pleeggezinnen. De consulent heeft nooit opgevolgd of er een vonnis was over de 2/3- en 1/3-regeling van de kinderbijslag. Dat bleek er niet te zijn. Blijkbaar hebben de voorzieningen ook niet gemerkt dat ze geen 2/3 van het bedrag kregen. De vertrouwenspersoon zegt dat de overheidsdiensten in de fout gegaan zijn. Via het kinderbijslagfonds hebben ze geen recht­ zetting gekregen. Ruben heeft dan een zaak aangespannen bij de arbeidsrechtbank. Die heeft het maximum eruit gehaald. Vanaf 2017 kennen ze gewaarborgde kinderbijslag. Nu gaat zelfs het kinderbijslagfonds in beroep. Ziet het Kinderrechtencommissariaat nog mogelijkheden

73


74

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

voor Ruben? Zulke fouten die buiten de jongeren zelf liggen, brengen jongeren uit de jeugdhulp in een erg kwetsbare startpositie als ze op 18 jaar helemaal op eigen benen moeten staan. De Klachtenlijn heeft alle documenten doorgeno­ men, maar concludeerde dat ze niets meer kon betekenen. De advocaat en de arbeidsrechtbank hadden gedaan wat ze konden en het onderste uit de kan gehaald. Het is afwachten wat het Hof van Beroep beslist. Daarna moet de advocaat bekijken of er nog rechtsmiddelen zijn zoals de Raad van State.

Brug tussen school en jeugd­ hulpvoorziening: op de radar blijven op school Elk jaar krijgt de Klachtenlijn signalen over de soms erg moeilijke samenwerking tussen welzijn en onderwijs. Vooral onderwijsmensen zoeken dan steun bij de Klachtenlijn. De school wil alle kinderen onderwijs en kansen bieden. Vaak vangt de school als eerste signalen op dat het thuis of met de kinderen zelf helemaal niet goed gaat. Soms manifesteert dat zich in problematische afwezigheden van de leerling. Soms blijft de brooddoos elke dag leeg. Als de school haar verantwoordelijkheid op­neemt door het te melden aan verschillende hulp­ verlenings­ instanties, ziet ze vaak dat er niets gebeurt met die signalen. Scholen vragen aan de jeugdhulp om ervoor te zorgen dat kinderen daadwerkelijk naar school komen. Als ze de pro­ blematische afwezigheid melden, verwachten ze dat daar iets mee gebeurt, bijvoorbeeld door sneller een internaat te overwegen. Pas als kin­ deren op school zijn, kan de school stabiliteit en structurele opvolging bieden. Daarnaast vragen scholen om actief betrokken te worden bij de hulpverlening, door bijvoorbeeld informatie uit te wisselen en terug te koppelen. Het kan en mag geen eenrichtingsverkeer zijn. Als kinderen in een hulpverleningstraject zit­ ten en de school stelt vast dat het opnieuw fout loopt, heeft ze vaak het gevoel niet gehoord of

niet naar waarde geschat te worden. De school doet pogingen om het probleem aan te kaarten bij de consulent of bij een andere hulpverlener, maar vindt daar geen gehoor.

Aantal ongewettigde afwezigheden loopt op De brugfiguur op school meldt haar bezorgdheid over de situatie van twee broers. De kinderen zijn heel vaak ongewettigd afwezig. Ze zitten in een moeilijke thuissituatie en hangen vaak rond op straat. De sociale dienst van de jeugdrechtbank is al twee jaar bij de kinderen betrokken. De school meldt regelmatig haar bezorgdheid over de kin­ deren: over de vele afwezigheden maar ook over wat de kinderen komen vertellen. De kinderen trekken nu al op met mensen uit de ‘verkeerde’ milieus. De brugfiguur krijgt zelden reacties op haar mails naar de begeleidende diensten uit de jeugdhulp. Of die zeggen dat ze ermee bezig zijn, maar niets zien veranderen. De brugfiguur mag niet aanwezig zijn op overlegmomenten of krijgt geen informatie over wat de hulpverleners doen. De brugfiguur wil dat aankaarten. Onderwijs en jeugdhulp moeten samenwerken als ze kinderen al van jongs af aan goed willen begeleiden.

Tot vier keer toe een M-document ingediend én geweigerd Een CLB-medewerker uit zijn ongenoegen over de samenwerking met het OCJ. De school, het internaat, de sociale recherche en een thuis­ begeleidingsdienst volgen een gezin op. De ver­ ontrusting is ernstig. Tot vier keer toe wilden ze een M-document indienen voor ernstige veront­ rusting en een tussenkomst vragen van het OCJ. Tot vier keer toe werd dat afgewezen omdat ze bij het OCJ vinden dat de diensten zelf genoeg kunnen ondersteunen en de ouders zeggen dat ze meewerken. De kinderen blijven in de kou staan want de verontrusting groeit alleen maar. Nu gaan ze voor de vijfde keer een M-doc indie­ nen maar het CLB zegt dat ze die manier van wer­ ken grondig beu zijn. De zorgen die een school meldt, moeten ernstig genomen worden. Ze zien als eerste zaken die mislopen.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

De CLB-medewerker mailde zijn ongenoegen naar de Klachtenlijn en de JO-lijn. We spraken af dat de JO-lijn met de klacht aan de slag gaat. Als er tus­ senkomst van het Kinderrechtencommissariaat nodig is, zou het CLB opnieuw contact opnemen. De Klachtenlijn kreeg geen nieuwe melding.

CLB is partner in de jeugdhulp Het Kinderrechtencommissariaat vraagt een betere onderlinge afstemming tussen welzijnsen onderwijsactoren en om de positie of het mandaat van de CLB’s tegenover de actoren in de hulp­verlening uit te klaren. Leerlingenbegeleiding blijft niet beperkt tot de school. Heel wat leerlin­ gen hebben buiten de school extra ondersteuning nodig van Welzijn: jongeren die thuis problemen hebben, spijbelen of in een jeugdvoorziening verblijven. Dat vraagt goede afspraken tussen school en CLB over de interne leerlingbegelei­ ding. Maar ook dat leerlingen en hun ouders een beroep kunnen doen op gepaste hulpverlening en zorg als de interne leerlingenbegeleiding op school tekortschiet. Het zou een gemiste kans zijn de onderlinge afstemming tussen welzijnsen onderwijsactoren niet uitdrukkelijk decretaal te regelen.

N Kinderrechtencommissariaat, Advies Beleids­nota Welzijn bekeken door een kinderrechtenbril, 2019-2020/06, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ beleidsnota-welzijn-bekeken-door-een-kinder­rechtenbril

Kinderrechten onder druk door preventiemaatregelen corona Impact van de lockdown De Nationale Veiligheidsraad kondigde op 17 maart verstrengde maatregelen aan tegen het corona­ virus. Een vertaling van de lockdown­ maatregelen voor de jeugdhulp in Vlaanderen kwam hard aan voor veel gezinnen, kinderen en jongeren en ook voor de voorzieningen en hun medewerkers. De eerste richtlijnen lieten zich al snel voelen. In een hoog tempo bekeken voor­ zieningen welke kinderen en jongeren versneld terug naar huis konden. Voor kinderen en jonge­

ren waar een terugkeer naar huis uitgesloten was, brak een moeilijke tijd aan. De jeugdhulp moest zich plots heel snel re­organiseren. Alle ambulante hulp en ondersteuning werd gestopt. Onlinehulp was de enige optie. Dat was voor de gezinnen soms te weinig efficiënt. De Klachtenlijn van het Kinderrechten­ com­ mis­ sariaat kreeg na een drietal weken de eerste signa­ len. Stilaan werd duidelijk dat de maatregelen wel een tijdje van kracht zouden blijven. De verhalen waren heel emotioneel. Ouders misten hun kinderen enorm. Bezoeken werden verengd tot belmomenten of videobellen. Dat was vaak geen oplossing, zeker voor kleine kinderen of kinderen met een beperking. Ook begeleiders van voorzieningen namen con­ tact op met het Kinderrechtencommissariaat. Ze vroegen in hoeverre maatregelen voor de volks­ gezondheid essentiële rechten van kinderen en jongeren zomaar van tafel konden vegen. Het duurde ook heel lang voordat een leefgroep een ‘bubbel’ werd. Toen op 23 april de boodschap kwam dat ook een leefgroep een bubbel is, konden begeleiders samen met de kinderen en jongeren eens een wandeling of fietstocht maken buiten het domein van de voorziening.

Versoepeling van de maatregelen leidt tot onmenselijke bezoeken tussen ouders of zorgfiguren en kinderen Bij de eerste versoepeling van de maatregelen kwamen er nog meer verhalen. Het duurde heel lang voor ouders of andere opvoedingsverant­ woordelijken weer bezoekrecht kregen. En als fysiek bezoek weer kon, golden er nog altijd beschermingsmaatregelen. Ouders en kinderen mochten elkaar niet aanraken. Dus waren er in heel wat voorzieningen bezoeken achter glas of plexiglas. Bezoek in de buitenlucht op het domein van de voorziening kon alleen als ouders en kin­ deren op 1,5 meter afstand van elkaar bleven. Daar werd strikt op toegezien. Ook als ouders mondmaskers wilden dragen, zelfs beschermings­ schorten wilden maken om toch maar hun kind te kunnen omhelzen, mocht het niet.

Gebundelde signalen Het Kinderrechtencommissariaat bracht deze situa­ ties uitdrukkelijk onder de aandacht van de minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoede en van alle leden van het Vlaams Parlement:

75


76

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

■ Gezinnen en kinderen en jongeren in een kwetsbare situatie moeten blijvend terecht­ kunnen in de jeugdhulp. Ze moeten erop kun­ nen blijven rekenen als ze er al gebruik van maken. Ze mogen door de coronacrisis niet in een onveilige situatie blijven of terug naar huis gestuurd worden als het daar niet veilig is. De jeugdhulpsector is zich bewust van het belang van de hulp voor kinderen en jongeren. Maar de strikte coronamaatregelen van de overheid bemoeilijken goede zorg. ■ De mobiele hulpverlening van de jeugdhulp of de opvoedingsondersteuning moeten creatief zijn om met kinderen, jongeren en hun ouders in kwetsbare gezinnen in contact te blijven en ze te blijven ondersteunen. ■ Dat kinderen en jongeren alleen online contact konden hebben met hun familieleden woog enorm zwaar. We kregen hartverscheurende meldingen van ouders die hun kinderen graag wilden zien. Gelukkig kwam daar vanaf 4 mei voorzichtig verandering in. Er bleven nog wel veel voorwaarden verbonden aan het bezoek. ■ Contact met vrienden buiten de voorziening bleef een aandachtspunt voor jongeren in een voorziening. ■ Kinderen en jongeren uit eenzelfde leefgroep moesten als een gezinsbubbel beschouwd worden. Dat betekent dat voor heel wat kinde­ ren en jongeren in Vlaanderen de bewegings­ ruimte erg beperkt was sinds het begin van de crisis. Voor kinderen en jongeren die op een plek wonen waar het samenleven toch vaak spanningen met zich meebrengt, woog dat soms erg zwaar. ■ Door ziekte vielen er medewerkers uit in voorzieningen die moeten proberen de zieke kinderen te scheiden van kinderen zonder symptomen. De richtlijnen leidden soms tot situaties waarin kwetsbare kinderen in de jeugdhulp na een fugue of na een crisis­ opname zeven dagen in isolatie moesten. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg daar mel­ dingen over en benadrukte bij de overheid dat dat enorme schade kan aanrichten bij kinderen en jongeren die het al erg moeilijk hebben. ■ Het blijft belangrijk om geplaatste kinderen en jongeren die sinds de coronacrisis weer thuis wonen heel goed op te volgen. Is hun thuis­ situatie echt veilig? Het begrip ‘veilige thuis­ situatie’ mag nu zeker niet anders of ruimer geïnterpreteerd worden dan vóór de crisis.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Meer aan­­dacht voor kindperspectief in coronamaat­ regelen, 2019-2020/11, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ meer-aandacht-voor-kind-perspectief-corona­ maatregelen Kinderrechtencommissariaat, Webtekst Corona­­­crisis: connectie houden met kinderen en jongeren in kwetsbare situaties en kinderrechten vrijwaren, 24 maart 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ coronacrisis-connectie-houden-met-kinderenen-jongeren-kwetsbare-situaties-en-kinder­ rechten

N

1.5. Kinderen met een beperking vragen extra zorg en aandacht Ouders van kinderen met een beperking trekken tijdens lockdown aan alarmbel

Quarantainemaatregelen wegen op kinderen en hulpverleners Een vader neemt contact op met de Klachtenlijn. Hij maakt zich zorgen over zijn vijfjarige zoon Kevin die onlangs terugkeerde naar de VAPHvoorziening. Hem thuis opvangen lukte niet. De vader skypete met zijn zoon en hoorde dat hij al dagen in quarantaine zat. Toen hij dat vertelde, begon Kevin te wenen. De Klachtenlijn belde naar de VAPH-voorziening. We wilden weten of de quarantaine het welzijn van Kevin onder druk zette. Als dat zo was, moest er een andere oplossing komen. De maatschappelijk werkster bevestigde dat de situatie inderdaad niet ideaal was maar dat ze al het mogelijke deden om de kinderen zoveel mogelijk te betrekken bij acti­ viteiten. De kinderen verblijven in hun slaapkamer. De slaapkamers kijken uit op de leefruimte en de deur staat altijd open. Zo kon Kevin zoveel moge­ lijk meedoen met de activiteiten. Kevin moest wel alleen slapen en dat was hij niet gewoon.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

VAPH-voorzieningen doen vaak al het moge­ lijke om het leven van kinderen in quarantaine zo aangenaam mogelijk te maken. Maar het Kinderrechtencommissariaat krijgt ook minder positieve signalen. ■ Ouders signaleren dat quarantaine zwaar is voor hun kinderen. Kinderen met een beper­ king begrijpen de maatregelen niet. Ze lijden onder de strikte regels. ■ De ouders betreuren dat ze zo snel moesten kiezen tussen opvang in een pleeggezin, in een voorziening of thuis. Sommige ouders wilden van meet af aan voor hun kind zorgen maar hadden meer tijd nodig om de thuisopvang in de praktijk waar te maken.

Na acht weken contactverbod: bezoek achter plexiglas en aanraken verboden De vader van de 5-jarige Elize neemt contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Door de coronamaatregelen moesten ze op 17 maart een verschrikkelijke keuze maken tussen hun doch­ tertje thuis opvangen of in de voorziening laten. Ze konden niet anders dan steunen op de voor­ ziening. Eerst dachten ze dat het voor vier weken zou zijn, maar dat werd elke keer langer. Bellen met Elize lukt niet. De voorziening videobelde wel regelmatig en dan konden ze haar zien. Ze zagen haar mentaal achteruitgaan. Na acht weken kwam de verlossing: bezoek mocht weer. Elizes vader kon niet geloven hoe het er bij die eerste bezoe­ ken aan toe ging. Hij mocht Elize niet aanraken. Hij zag haar eerst achter plexiglas. Daarna mocht het in de tuin maar een opvoedster zag erop toe dat ze 1,5 meter afstand hielden. Net door de beperking van Elize is fysiek contact zo belang­ rijk. Ook al droegen de ouders mondmaskers, waren ze bereid handschoenen te dragen en een schort: fysiek contact bleef verboden. De vader vraagt niet dat het Kinderrechtencommissariaat voor hem contact opneemt met de voorziening. Regels zijn regels. Maar hij roept wel op om bij een tweede golf of een nieuwe lockdown die kinderen en jongeren niet langer te straffen dan nodig. Zij hebben geen stem en hun rechten wor­ den iets te gemakkelijk opzijgeschoven met de volksgezondheid als argument.

Er waren nog meer ouders die bij de Klachtenlijn hun verhaal deden, uit onmacht en verdriet. Niet om te bemiddelen want de regels golden voor iedereen. Wel om te ventileren en gehoord te worden in het belang van hun kinderen. Het Kinderrechtencommissariaat deelt de mening dat de groep kinderen en jongeren met een beperking in VAPH-voorzieningen lang onder de radar bleef, ook na de versoepeling van de maat­ regelen. Terwijl kappers, winkels, schoonheids­ specialisten opnieuw konden opstarten, zagen deze ouders hun kinderen achter plexiglas of met 1,5 meter verplichte afstand. Het recht van hun kinderen op warm contact met hun ouders bleef lang onderbelicht. Terwijl fysiek contact hun enige tastbare communicatiemiddel is. Is er niet te lang naar gestreefd om voorzieningen corona­ vrij te houden, ook al betekende dat dat rechten van die kinderen en jongeren volledig onder­ gesneeuwd raakten? Als er opnieuw strengere maatregelen komen, mag het niet meer evident zijn om de rechten van die kinderen en jongeren on hold te zetten. De psychische en emo­tionele impact is enorm.

Ondersteuning bleef uit voor kinderen die thuis bleven Ook van ouders die hun kind thuis opvingen, kreeg het Kinderrechtencommissariaat veront­ rustende signalen. Sommige ouders meldden dat er geen enkele begeleiding was. Niet van de school voor buitengewoon onderwijs en niet van de voorziening. Ouders die niet konden terug­ vallen op privétherapeuten vreesden voor de gezondheid van hun kind. Sommige kinderen kregen geen enkele therapie. Sommige ouders konden rekenen op digitale ondersteuning maar daarmee voldoe je natuurlijk niet aan alle noden.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Meer aan­­dacht voor kindperspectief in corona­maat­ regelen, 2019-2020/11, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ meer-aandacht-voor-kind-perspectief-corona­ maatregelen

77


78

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

Kinderen met een beperking in de Taskforce Kwetsbare gezinnen

Combinatie van ondersteuning van VAPH, jeugdzorg en Geestelijke Gezondheidszorg

In de stakeholderswerkgroep van de Taskforce Kwetsbare gezinnen werkte het Kinder­ rechten­ commissariaat mee met organisaties die opko­ men voor de belangen van volwassenen en kinderen met een beperking. Ouders die hun kind met een beperking thuis opvingen, stonden alleen in voor de financiële, fysieke en mentale gevolgen van hun keuze. Ze hadden de beslissing snel moeten nemen toen de lockdown begon, zonder dat ze toen al zicht konden hebben op alle consequenties.

In de jeugdhulp zijn er instrumenten om een antwoord te formuleren op geblokkeerde ont­ wikkelingstrajecten: jongeren met een complexe problematiek die wachten op een plaats in een MFC, een GES+-voorziening (gedrags-en emotio­ nele stoornis) of een begeleidingstehuis.

N Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaans­ onzekerheid en sociale uitsluiting, Input van het stakeholdersoverleg i.f.v. de Vlaamse Taskforce Kwetsbare gezinnen, 6 juli 2020, www.armoedebestrijding.be/wp-content/ uploads/2020/07/200706-Nota-Input-Stake­ holdersoverleg-TF-Kwetsbare-gezinnen-06juli-2020-publicatie.pdf De stakeholderswerkgroep pleitte voor tegemoet­ komingen aan gezinnen die in de lockdown hun kind thuis opvingen. ■ Het VAPH suggereerde dat ouders aan hun MFC mogen vragen om 2/3 van het groeipakket ver­ sneld door te storten als ze hun kind met een handicap thuis opvangen in de corona­periode. De werkgroep stelde voor om de MFC’s het voorstel van het VAPH veralgemeend te laten uitvoeren. ■ Een tegemoetkoming is nodig voor de ouders die hun kind met een handicap thuis opvangen in de coronaperiode. Hun budget – in de vorm van rechtstreeks toegankelijke hulp – blijft naar de voorziening gaan, terwijl het kind daar niet verblijft. De voorziening kan het budget niet in cash doorstorten aan de ouders, omdat het in hun algemene budget zit. De Vlaamse Regering maakte geld vrij voor kwets­ bare gezinnen met de laagste inkomens. Die gezin­ nen kregen één keer 120 euro toeslag per kind. Er kwam een financiële tegemoetkoming voor minder­ jarigen met een budget zoals een persoonsvolgende financiering of persoonlijke-assistentiebudget. Zij kregen een verhoogde compensatie van 8,5 naar 17% voor hun kosten door corona.

Kinderen en jongeren met de zwaarste zorg­noden probeert men te koppelen aan het beperkte hulp­ aanbod door de toekenning van IPH-middelen (middelen voor intersectoraal prioritair toe te wijzen hulpvragen) of van convenanten. Kortweg betekent dat tijdelijk extra geld zodat de sectoren opvang en ondersteuning kunnen organiseren. Het zijn kortetermijnoplossingen om een gezin of een kind te helpen. Helaas zijn de budgetten vaak heel beperkt en zijn er in bepaalde regio’s meer noden door een grotere populatie of een kleiner aanbod van residentiële voorzieningen. Te veel kinderen en jongeren vallen dan uit de boot. Als er geen hulp op maat is, verdwijnen kinderen en jongeren soms zelfs volledig van de radar.

Kleinschaligheid nodig voor kwaliteitsvolle hulp De ouders van de 14-jarige Ella slaken een nood­ kreet. Ella heeft een complexe diagnose. Autisme, dwangstoornis, DCD (developmental coordina­ tion disorder) en een heel lage emotionele leeftijd. Dat uit zich vaak in extreem agressief gedrag. Sinds de puberteit gaat het heel moei­ lijk. Ella is al verschillende keren opgenomen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Maar daar kun­ nen ze niet veel meer voor haar betekenen. Ella staat al lang opgeschreven voor een MFC maar dat gaat alleen lukken als het kan in een klein­ schalige leefgroepwerking. In de Gauzz-afdeling waar Ella verbleef, lukte dat goed. Dat zijn klein­ schalige leefgroepen met één begeleider voor twee kinderen. Er komen vier MFC’s in aanmer­ king. De ouders laten het idee al varen dat het dicht bij huis kan. Ze willen in het belang van hun dochter heel Vlaanderen rondrijden. Maar er is te weinig geld, te weinig plaats. Intussen verblijft Ella in een MFC waar de ouders niet tevreden zijn over de leefgroepwerking. Ella zit heel veel in de


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

prikkelarme ruimte. Het MFC doet zijn best maar is niet gespecialiseerd. De Klachtenlijn werd uitgenodigd op het over­ leg onder leiding van de regioverantwoorde­ lijke. Plaats kon er niet getoverd worden. Wel werden er nieuwe afspraken gemaakt, nieuwe voor­zieningen voorgesteld waar de ouders een bezoek konden plannen om te bekijken of Ella daar een plek kan krijgen. Ook werd afgesproken het dossier voor te dragen als knelpuntdossier en na te gaan of er extra middelen uitgetrokken kunnen worden voor outreachende ondersteu­ ning via een convenant of extra begeleiding. Ondertussen kregen de ouders te horen dat Ella in het MFC naar een andere, rustigere leefgroep kon doorschuiven waar begeleiders meer tijd kunnen vrijmaken. Overbrugging in afwachting van de juiste voorziening werd gerealiseerd.

Kinderen met complexe problematieken hoger op de beleidsagenda Elke jaar krijgen we bij het Kinderrechten­ commissariaat zorgwekkende telefoons en mails over kinderen en jongeren die specifieke zorg nodig hebben voor verschillende complexe proble­ matieken. Ze stuiten op wachtlijsten. Of de zorg die ze nodig hebben, bestaat niet. Soms verblij­ ven ze korte periodes in voorzieningen en instel­ lingen. Ze voelen zich van het kastje naar de muur gestuurd en weten niet waar ze zullen uitkomen. Het Kinderrechtencommissariaat wil hun belan­ gen hoger op de beleidsagenda. We willen een duidelijk zicht krijgen op de knelpunten, drem­ pels, lacunes waarop die kinderen botsen. Tussen februari en juni 2019 organiseerde het Kinderrechtencommissariaat vijf rondetafel­ gesprekken, samen met de netwerken geestelijke gezondheid voor kinderen en jongeren: Radar, Pangg 0-18, Wingg, Bru-Stars, Yuneco en Ligant. Een paar casebesprekingen lichtten de blokkerin­ gen toe in het hulp- en ontwikkelingstraject van jongeren met een complexe problematiek. In alle openheid bespraken we knelpunten en kansen voor die jongeren.

Tussen november 2019 en januari 2020 interview­ den we ouders en jongeren met complexe proble­ matieken. Wat helpt ze? Waar vinden ze hulp? En is dat de hulp die ze nodig hebben? Hebben ze het gevoel dat er rekening gehouden wordt met hun ervaringen en wensen? Gaan de jongeren nog naar school? Kunnen ze doen wat ze graag doen? Is er veel geweld in hun leven? In het voorjaar van 2021 presenteren we in een webinar het rapport met de kansen en knel­ punten die de ouders, kinderen en jongeren signa­leerden.

1.6. Sleutelmomenten: ervaringen van jongeren met afzondering en isolatie Hoe beleven jongeren afzondering? Wat kan ze helpen om tot rust te komen? Hoe kunnen we jongeren betrekken bij keuzes over individu­ ele afzondering en over hoe hun voorziening of instelling daarmee omgaat? Het Kinderrechtencommissariaat, de Vlaamse Jeugdraad en Cachet vzw spraken met jongeren. Drie organisaties die de stem en rechten van jon­ geren vertolken. Op de studiedag ‘Sleutelmomenten’ op 15 okto­ ber 2019 in het Vlaams Parlement stonden die jongeren en hun ervaringen met afzondering en isolatie centraal. Want ervaringsdeskundige jon­ geren die weten waarover ze praten, kwamen nog weinig aan het woord over dit gevoelig thema. ‘Sleutelmomenten’ ging over jongeren opsluiten in een gewone ruimte of een speciaal gebouwde afzonderingsruimte. Een ingrijpende maatregel die nog te vaak genomen wordt in kinder- en jeugdpsychiatrie, jeugdhulp en buitengewoon onderwijs. Driehonderd mensen kwamen naar de studie­ dag. De Vlaamse minister van Welzijn, Volks­ gezondheid, Gezin en Armoedebestrijding opende de studiedag. In de panelgesprekken kre­ gen ook inspirerende praktijken een plaats.

79


80

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 1: Recht op basiszorg en hulp

N Bekijk

de filmpjes en presentaties van de studie­dag op www.kinderrechtencommis­sariaat.be/actu­ eel/sleutelmomenten-afzondering-en-isola­ tie-vanuit-de-beleving-van-jongeren

Hoe beleven jongeren afzondering en isolatie? Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens en jongerenadviseur Eveline Meylemans van de Vlaamse Jeugdraad vertelden hoe jongeren af­ zondering en isolatie beleven. Het Kinder­ rechten­commissariaat, de Vlaamse Jeugd­raad en vzw Cachet gingen creatief met jongeren aan de slag over hun ervaringen met afzondering en iso­ latie. Er rust een groot taboe op afzondering en isolatie van jongeren. Zowel bij de jongeren zelf als bij begeleiders en opvoeders. We riepen jeugd­ hulpvoorzieningen, kinder- en jeugdpsychiatrie en buitengewoon onderwijs op om van afzonde­ ring een uitzondering te maken door samen met jongeren te zoeken naar andere manieren om tot rust te komen, zodat het niet tot een crisis komt.

Als je alleen bent met je gedachten, escaleert de situatie net. Lies, 16 jaar Er zijn weinig mogelijkheden als je je niet goed voelt. Sporten zou helpen, maar dat kan niet. Er is vaak geen tijd voor een spontaan gesprek. Dan word je al vlug naar afzondering gebracht. Bram, 14 jaar Bij ons op school wordt een leerling soms vast­ gebonden aan zijn stoel zodat die rustig blijft en niet kan weglopen. Jelle, 15 jaar

Wat vragen jongeren? Maak van afzondering een uitzondering in de jeugdhulp en het buitengewoon onderwijs. ■ Informeer ons beter en praat met ons over de procedure van afzondering. ■ Zorg voor meer persoonlijke contacten en nabijheid, vóór, tijdens en na een afzondering. ■ Zoek samen met ons naar alternatieven om tot rust te komen zodat het niet tot afzondering komt. ■

■

Betrek ons bij hoe hulp voor ons vorm krijgt en bij het bredere beleid in een voorziening, in de kinderpsychiatrie en op school.

Het Kinderrechtencommissariaat publiceert vol­ gend jaar een brochure met de getuigenissen en aanbevelingen van de jongeren.

2


2 2

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Rechten op en in onderwijs

2.1. Advies bij de beleidsnota onderwijs

Op 8 november 2019 diende de Vlaamse minister van Onderwijs zijn Beleidsnota Onderwijs 20192024 in bij het Vlaams Parlement.

Het Kinderrechtencommissariaat screende de beleidsnota vanuit kinder­ rechtenperspectief en formuleerde een advies over:

■ De baanbrekende perspectieven van leerwinst als indicator voor de kwaliteit van onderwijs en van het leerpotentieel van leerlingen ■ De nood aan gelijke onderwijskansen en het wegwerken van armoededrempels in onderwijs ■ Het belang van een warme overdracht tussen thuis en school om kleuterparticipatie te bevor­ deren, en van een doeltreffend antispijbel­ beleid op basis van eenvormige registratie van afwezigheden ■ Het belang van rechtszekerheid voor leerlin­ gen en van een regelgevend kader dat kinderen mensenrechten consistent toepast ■ Verschillende mogelijkheden om bij de geplande herziening van het M-decreet huidige tekort­ komingen weg te werken ■ Verschillende aspecten die bij de evaluatie van het decreet leerlingenbegeleiding maar beter aan de orde kunnen komen ■ De rol van het inschrijvingsrecht om gelijke kansen te garanderen op toegang tot een school van eigen voorkeur, met aandacht voor het principe van continuïteit in opvoeding en onderwijs, onder andere op het vlak van taal.

N Beleidsnota

Onderwijs 2019-2024, ingediend door Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand, 129 (20192020) – Nr. 1, 8 november 2019 (2019-2020), www.vlaamsparlement.be/parlementaire-­ documenten/parlementaire-initiatieven/ 1342719

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota onderwijs bekeken door een kinder­ rechtenbril, 2019-2020/04, w w w.k inder rechtencommissar ia at.be/ sites/default/files/bestanden/advies_2019_ 2020_04_beleidsnota_onderwijs.pdf

2.2. Onderwijs in tijden van corona Een uitzonderlijke periode met uitzonderlijke maat­ regelen De coronacrisis zette ook het recht op onder­ wijs zwaar onder druk. Lessen werden voor lang geschorst en vervangen door afstandsleren. Eerst was dat gericht op herhaling en verdere inoefening, daarna kwam er pre-teaching. Daarna mochten scholen gedeeltelijk weer opstarten met sommige leerjaren en voor enkele dagen per week. En op voorwaarde dat de school veilig­ heidsmaatregelen kon garanderen. De scholen organiseerden onder­ tussen wel noodopvang. Eerst voor kinderen van ouders met essentiële beroepen en voor kinderen die door de situatie thuis kwetsbaar zijn, daarna ook voor kinderen van wie ouders weer buitenshuis gingen werken. Uiteindelijk kwam er een verdere versoepeling met aparte regels voor kleuter-, lagere en secundaire scholen. Zo kregen meer kinderen en jongeren perspectief op een terugkeer naar het gewone leven. Het ging om maximum­ scenario’s voor scholen. Elke individuele school kon zelf bepa­ len voor welke groep en voor welk deel van de schooltijd ze weer contactonderwijs kon realiseren. Sommige leerlingen gingen daardoor helemaal niet of heel beperkt terug naar school.

Meer stress door afstands­ leren bij kinderen en jongeren Uit onze online-enquête #jongerenovercorona weten we ondertussen dat veel leerlingen de nieuwe situatie niet zo vlot verteerden. De helft zei meer stress door schoolwerk te heb­

81


82

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

ben. Veel leerlingen misten de school erg hard. De overgrote meerderheid wilde eigenlijk het liefst gewoon terug naar school. De huistaken niet altijd begrijpen en het schoolwerk niet altijd kunnen volgen, de drukte in huis, niet al het nodige mate­ riaal hebben (leerbundels, laptop, wifiverbinding) en de onbeschikbaarheid van hulp bij het school­ werk, het gaf allemaal extra stress. En ook de gezins- en woonsituatie speelden een rol: kinde­ ren en jongeren die merkten dat het thuis lastiger was om de rekeningen te betalen, rapporteerden meer extra stress door schoolwerk, net als kin­ deren en jongeren zonder eigen plekje waar ze rustig en alleen konden zijn of die minder vaak of bijna nooit naar buiten konden.

Van de radar Een deel van de kinderen en jongeren verdween van de radar. Dat is juist op school misschien wel het sterkst zichtbaar. Niet alle leerlingen schakelden even vlot over naar afstandsonderwijs. Scholen sig­ naleerden dat ze een belangrijke groep niet bereik­ ten, ondanks de grote inspanningen die ze samen met brugfiguren en jeugdwelzijnswerkers leverden.

Veel signalen en bezorgdheden Bij de Klachtenlijn liepen dan ook heel wat meldin­ gen en signalen binnen over onderwijs, van ouders, grootouders, bezorgde burgers, leerkrachten, leer­ lingenbegeleiders, schooldirecteurs, CLB-artsen, pediaters, kinderpsychologen en kinderpsychia­ ters. Allemaal waren ze bezorgd over de rechten van kinderen op onderwijs en in het onderwijs. De meldingen gingen vooral over het mentale welzijn van kinderen en jongeren, het gebrek aan sociaal contact en spel, aan perspectief voor kinderen en jongeren, stijgende druk op gezinnen, niet kunnen bereiken van leerlingen, over het heropenen van scholen en de moeilijkheid om dat op een kind­ vriendelijke en warme manier te doen. Ongeruste ouders trokken bij ons aan de alarm­ bel omdat hun jonge kinderen continu thuis zaten en geen speelkameraadjes meer hadden tijdens corona. Heel wat kinderen jonger dan 12 jaar hadden helemaal niemand om mee te spelen. In het secundair onderwijs waren leerkrachten bezorgd over het mentale welzijn van leerlingen die

voor de zomer niet meer terug naar school konden. Ook kinderen en jongeren deelden hun gevoe­ lens en bezorgheden met onze Klachtenlijn.

Ik ben Ellie en zou graag mijn mening geven over covid. In het begin was ik heel erg gespannen en prikkelbaar. Dat kwam denk ik doordat ik op reis geweest was naar Senegal en plots in deze gekte aankwam. Ik vond het natuurlijk ook jammer dat ik mijn vrienden niet kon zien. Ik vind het raar dat sommige kinderen niet naar school kunnen maar wel mogen sporten. Volgens mij moet er gepraat worden met kinderen en niet alleen met volwassenen. Ik hoop dat de ministers meer aan de kinderen zullen denken.

Aandacht voor kindperspectief in coronamaatregelen Het Kinderrechtencommissariaat volgde de situ­ atie van kinderen in de coronacrisis op de voet. We trokken geregeld aan de alarmbel over kinde­ ren en jongeren die door de coronamaatregelen extra kwetsbaar waren. We pleitten vooral voor blijvende connectie met kwetsbare kinderen en jongeren en het vrijwaren van kinderrechten. We vergaderden met verschillende taskforces van de Vlaamse Regering en schreven adviezen. Ook vroegen we voluit de kaart te trekken van gelijke onderwijskansen. Te veel kinderen en jon­ geren riskeerden uit de boot te vallen: ■ We vroegen volop in te zetten op intense samen­ werking tussen scholen, brugfiguren en organi­ saties die dicht bij kwetsbare gezinnen staan. ■ We vroegen voor OKAN-klassen dezelfde prio­ riteit als voor andere scharnierjaren. ■ We vroegen in deze uitzonderlijke omstandig­ heden een definitieve uitsluiting van leerlingen pas te laten ingaan op 31 augustus 2020. ■ We vroegen kwetsbare groepen uitdrukkelijk te vermelden als doelgroep van de opvang voor leer­ lingen die thuis niet opgevangen kunnen worden. ■ We vroegen aandacht voor de mentale veiligheid van de leerlingen die bang zijn voor een moge­ lijke besmetting van zichzelf en hun familie.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Meer aan­­dacht voor kindperspectief in coronamaat­ regelen, 2019-2020/11, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ meer-aandachtvoor-kind-perspectief-corona­ maatregelen.

Naar een relanceplan voor het onderwijs Op 18 juni 2020 formuleerde de stakeholders­ groep van de Taskforce Kwetsbare gezinnen van de Vlaamse Regering een reeks aanbevelingen met het oog op de relance van het onderwijs vanaf september 2020. In onze bijdrage aan het advies over de relance van het onderwijs gingen we ervan uit dat de geplande zomerscholen niet alle kinderen zouden bereiken die zomerklasjes nodig hebben, en dat er de volgende maanden of jaren nog uitbraken van het coronavirus of opflakkeringen mogelijk zijn. Daarom benadrukten we wat er nodig is: Goede screening en opvolging van de leerlin­ gen bij de heropstart van de scholen in sep­ tember, zowel voor leerachterstanden die ze eventueel in de tweede helft van het vorige schooljaar opliepen, als voor hun welbevinden. ■ Structurele voorbereiding van scholen op een flexibele combinatie van contactonderwijs en afstandsleren: - Door al vanaf september preventief na te gaan voor welke leerlingen en ouders welk ICTmateriaal en welke begeleiding nodig is en door te plannen hoe en waar scholen die ter beschikking kunnen stellen. Doel moet hier zijn om afstandsleren te kunnen organiseren waar alle leerlingen bij betrokken blijven en niemand uit de boot valt. - Door te evalueren hoe ze vanaf half maart tot eind juni 2020 afstandsleren en ‘aanloopleren’ aanpakten en welk effect dat had op leer­ lingen, ouders en leerkrachten. - Door te investeren in bijscholing van leerkrach­ ten in methodieken en materialen voor afstands­­ leren, met aandacht voor redelijke aanpassingen voor leerlingen met beperkin­ gen en onderwijs aan anderstalige nieuw­ komers.

- Door te plannen hoe ze in periodes zonder contactonderwijs contact kunnen blijven houden met alle leerlingen en ouders. ■ Regelgeving met structureel ingebouwde uit­ zonderingsregels, zodat de overheid bij vol­ gende periodes zonder contactonderwijs niet moet teruggrijpen naar een nooddecreet en kort op de bal spelende richtlijnen meteen een decretale basis hebben, met aandacht voor buitengewoon onderwijs (en collectief leer­ lingenvervoer) en onderwijs aan anderstalige nieuwkomers.

Verschillende van die punten kwamen ook aan bod in een overleg dat we op 12 augustus 2020 hadden met het kabinet onderwijs. Ondertussen verschenen begin juli 2020 op de website van Onderwijs Vlaanderen pandemie­ scenario’s met voor het schooljaar 2020-2021 vei­ ligheidsdraaiboeken voor elk onderwijsniveau. Die werken met vier kleurcodes, van groen (normale situatie, als er een vaccin komt) over geel (verhoogde waakzaamheid nodig) en oranje (clusteruitbraken) tot rood (wijdverbreide besmetting). Half augustus werden die veilig­ heidsdraaiboeken nog bijgesteld.

■

Van een volledige schoolsluiting is in die draai­ boeken geen sprake meer. Leerlingen zullen in het ergste geval nog voor 50% contactonderwijs krij­ gen of – in sommige vormen van buiten­gewoon secundair onderwijs – nog twee dagen per week contactonderwijs krijgen. Kwetsbare leerlingen worden op de school uitgenodigd. Bij een uitbraak van het coronavirus in een school, kan de school wel nog voor een beperkte periode geheel of gedeeltelijk gesloten worden. Scholen kregen als richtlijn mee om bij de voorbereiding van school­ jaar 2020-2021 rekening te houden met alle pan­ demiescenario’s en om contact op te nemen met hun pedagogische begeleidingsdienst voor de ondersteuning van hun denk­proces over essenti­ ële doelen, afstandsonderwijs, evaluaties, in kaart brengen van de beginsituatie van leerlingen. Het is nog niet duidelijk of ‘de beginsituatie in kaart brengen’ en ‘zich voorbereiden op afstands­ onderwijs’ ook inhoudt dat scholen vooraf in kaart brengen welke leerlingen en ouders bij afstandsonderwijs ICT-materiaal en extra bege­ leiding nodig zullen hebben, al dan niet op voorhand of op locatie. Dat is essentieel om de

83


84

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

onderwijskansen van alle leerlingen te garande­ ren. We vragen ook blijvende aandacht en zorg van scholen voor het welbevinden en de mentale weerbaarheid van leerlingen in periodes waarin extra veiligheidsmaatregelen gelden, een van de aandachtspunten in ons advies. En de richtlijnen en draaiboeken gaan uitdrukkelijk alleen over school­ jaar 2020-2021. We hopen dat verdere ervaring met pandemiescenario’s en veiligheidsdraaiboeken uit­ eindelijk aanleiding zal geven tot algemenere regel­ geving en richtlijnen voor scholen.

N Agentschap

Zorg & Gezondheid, Vlaamse Regering richt Taskforce Kwetsbare gezinnen op, 24 april 2020, www.zorg-en-gezondheid.be/vlaamse-rege­ ring-richt-taskforce-kwetsbare-gezinnen-op Caroline Vrijens, Opinie Coronacrisis daagt kinderrechten uit: connecteer met alle leerlingen, 24 april 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/actu­ eel/opinie-coronacrisis-daagt-kinderrechtenuit-connecteer-met-alle-leerlingen. Kinderrechtencommissariaat, Advies Meer aandacht voor kindperspectief in coronamaat­ regelen, 2019-2020/11, 4 mei 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ meer-aandacht-voor-kind-perspectief-corona­ maatregelen. Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale ongelijkheid, Input van het stakeholdersoverleg i.f.v. de Vlaamse Taskforce Kwetsbare gezinnen, 6 juli 2020, www.armoedebestrijding.be/wp-content/ uploads/2020/07/200706-Nota-Input-­Stake­ holders­overleg-TF-Kwetsbare-gezinnen-06juli-2020-publicatie.pdf Pandemiescenario's en draaiboeken 2020-2021, www.onderwijs.vlaanderen.be/nl/pande­ miescenarios-en-draaiboeken-2020-2021

N

N

N

N

2.3. Een school vinden: inschrijvingsrecht Aanmelden onder capaciteits­ druk Capaciteitstekorten zetten de vrije schoolkeuze soms zwaar onder druk, vooral in steden. Het Kinderrechtencommissariaat komt al langer op voor meer overheidsinspanningen om struc­ turele capaciteitstekorten weg te werken. Die inspanningen van de overheid blijven nodig. De overheid moet de bouw en de uitbreiding van scholen blijven ondersteunen.

Foutieve toepassing dubbele contingentering van de baan In ons vorige jaarverslag rapporteerden we uit­ gebreid over de klachten over de foutieve toe­ passing van de dubbele contingentering door sommige scholen in een LOP-gebied. Daardoor kregen indicatorleerlingen soms minder kans op een plaats in de voorkeurschool van hun ouders. We ondersteunden die ouders in hun klacht bij de Commissie Leerlingenrechten. Die beoordeelde de klachten als gegrond. We namen contact op met de lokale overheid. Die nam als onderwijsregisseur de bezorgdheden mee in het ‘Meld je aan’-dossier. Ondertussen zijn de lokale afspraken in dat LOP-gebied aangepast. Dit jaar kregen we hier geen klachten meer over uit dit of uit een ander LOP-gebied.

Voorkeurscholen op de radar houden Ouders en kind hebben vaak een sterke voorkeur voor één school of voor maar een paar scholen. De school is vlakbij of vlot bereikbaar, de ouders voelen een sterke band met het pedagogisch pro­ ject van de school nadat hun kind op dezelfde campus al naar de lagere school ging, de ouders verwachten dat de school beter past bij wat hun kind nodig heeft, het STEM- of CLIL-aanbod spreekt aan of ouders kiezen op basis van het studieaanbod in de tweede en derde graad. Dit jaar kregen we opnieuw meldingen van ouders die na de aanmeldingen geen plaats konden


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

bemachtigen in een van hun voorkeur­ scholen. We begrijpen hun onvrede. We verduidelijken onze positie en standpunt over capaciteitsdruk, aanmeldingssystemen in het kader van gelijke onderwijskansen en de opdracht voor de Vlaamse en lokale overheid om te zorgen dat iedereen een school kan vinden. We stellen de LOP-deskundige vragen over de concrete situatie en volgen die situatie op. Meestal laten de melders ons achteraf weten dat ze een oplossing vonden, al dan niet in een school van hun voorkeur.

Passende school Beeld je even in: je bent tien jaar en je bezoekt met je ouders zeven scholen om een jaar later een weloverwogen keuze te maken over de school waar je graag naartoe wilt. Je geeft alvast drie keuzes op want de kans is groot dat je geen plaats krijgt in je favoriete school. Je kiest voor de school waar de kans het grootst is dat je je daar goed gaat voelen. Je stottert en dat wordt erger bij stress of als je je niet goed in je vel voelt. Wij kozen dus voor kleinere, vooral gemoedelijke scholen. Onze zoon overtuigde vrienden om zich mee aan te melden voor dezelfde scholen, zodat hij de grote stap naar het secundair niet alleen hoeft te maken. Met een klein hartje maar vol ver­ trouwen, wachtten we de uitslag van het systeem af. Wat niemand verwacht, gebeurt. Onze zoon heeft geen school om in september te starten. Wat nu? We vragen de kinderrechtencommissaris om het beleid mee aan te sporen om extra capaciteit te creëren zodat onze zoon en al die andere kinde­ ren naar een school van hun keuze kunnen. We hopen dat u mee ons grondwettelijk recht op vrije schoolkeuze verdedigt. We informeerden de moeder over onze visie en ons standpunt. En we stelden het LOP vragen over de lokale situatie en verschuivingen op de wachtlijst. Het LOP bereikte een akkoord over de uitbreiding van de capaciteit met 61 plaatsen. Het LOP verwacht zo een oplossing te hebben voor elk kind zonder school. Later komen er nog ruim duizend plaatsen bij met geld dat toegekend is door de vorige Vlaamse Regering. De extra informatie speelden we door naar de moeder. Ze liet weten dat haar zoon terechtkan in zijn tweede voorkeurschool en de ouders zijn

daar heel tevreden mee. De moeder dankt ons voor de informatie, voor de opvolging en om mee aan de mouw te blijven trekken.

Zorg voor nodige omkadering bij capaciteitsuitbreiding Capaciteitsuitbreiding is niet alleen een kwestie van meer klaslokalen, maar ook van meer lera­ ren. Hoeveel lestijden of uren-leraar een school voor volgend schooljaar toegewezen krijgt, hangt af van het aantal leerlingen op 1 februari van dit schooljaar. In het basisonderwijs kan op 1 oktober herteld worden. Zo kan de school al snel een plotse toevloed van nieuwe leerlingen in rekening brengen, bijvoorbeeld door een grote uitbreiding van de capaciteit bij de start van een nieuw schooljaar. Voor het eerste jaar secundair onderwijs kwam er pas in het schooljaar 20182019 zo’n regeling. In het voorontwerp van Onderwijsdecreet XXX waarover de minister in december advies inwon, stond in artikel 82 een bepaling die die mogelijkheid om te hertellen in het eerste jaar secundair weer zou afschaffen. De memorie van toelichting gaf daar deze reden voor: ‘de berekening hiervan en de afgebakende aanwending is vrij complex en de partners in onderwijs scharen zich absoluut niet onverdeeld achter deze maatregel.’

85


86

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Het Kinderrechtencommissariaat adviseerde om de mogelijkheid om te hertellen in het eerste jaar secundair onderwijs te behouden.

In een adviesbrief van 12 februari 2020 aan de Vlaamse minister van Onderwijs, die we ook bezorgden aan de Vlaamse volksvertegenwoor­ digers, pleitte het Kinderrechtencommissariaat ervoor om die mogelijkheid tot hertelling in het eerste leerjaar A en B van het secundair onder­ wijs te behouden. We wezen erop dat die mogelijkheid er kwam op vraag van secundaire scholen waaraan er behoor­ lijk grote capaciteitsuitbreidingen gevraagd wer­ den bij de eerste regiobrede aanmeldsystemen in het voorjaar van 2018. Het klopt dat de manier van berekenen hopeloos complex is. Sommige scholen die pas nog een grote capaciteitsuitbrei­ ding planden, vroegen geen hertelling in oktober toen bleek dat ze er zelfs bij gingen verliezen. Maar de oplossing lijkt dan toch eerder te liggen in een eenvoudiger manier van berekenen dan in de boude afschaffing van elke mogelijkheid tot hertelling. Het beleid moet scholen niet straffen, maar stimuleren om extra inspanningen te doen om hun capaciteit uit te breiden. De Vlor formuleerde een gelijkaardig advies en wees erop dat de populatie in het secundair onderwijs tegen 2025 met nog eens 50.000 leerlingen gaat stijgen. Uiteindelijk schrapte de Vlaamse Regering de betwiste bepaling uit het ontwerp van Onderwijsdecreet XXX.

N Vlaamse

onderwijsraad (2020), Advies over onderwijsdecreet XXX, assets.vlor.be/www.vlor.be/advice_final_ attachments/AR-AR-ADV-1920-004_2.pdf

Capaciteitstekort in het buitengewoon onderwijs De minister wil een oplossing voor leerlingen die zich willen inschrijven in het buitengewoon onderwijs maar niet meteen een plaats vinden.

In sommige regio’s is dat voor sommige onder­ wijstypes inderdaad een prangend probleem. Het Kinderrechtencommissariaat kijkt met belang­ stelling uit naar die oplossing. We vragen dat daarin ook plaats is voor aanmeldsystemen zodat alle kinderen die een plek in het buitengewoon onderwijs nodig hebben gelijke kansen krijgen op een school dicht bij huis, die aansluit bij de voorkeur van de ouders.

Integreer de nodige capaciteit Het Kinderrechtencommissariaat vraagt aandacht voor de capaciteitsproblemen in sommige regio’s voor sommige types buitengewoon onderwijs, zoals voor type 3 (gedragsproblemen), 7 (gehoor-, spraak- en taalstoornissen) en 9 (autismespec­ trumstoornissen). We bevelen aan om buiten­ gewoon onderwijs liefst zo dicht mogelijk bij huis en bij voorkeur in een geïntegreerde setting met gewoon onderwijs aan te bieden. Dat zou een voorwaarde kunnen zijn voor programmatie van extra capaciteit in het buitengewoon onderwijs. Het zou beantwoorden aan de bezorgdheid van ouders en leerlingen over het soms heel beperkte aanbod aan studierichtingen. Buitengewoon onderwijs dichter bij huis brengen zou ook de pro­ blemen met het leerlingenvervoer helpen milderen en de weg bereiden naar meer inclusief onderwijs.

Plaatstekort OV4 type 9 In november klagen de ouders van Bart het plaatsgebrek aan in het buitengewoon secundair onderwijs Opleidingsvorm 4 (OV4, dat is niveau aso/tso) type 9 (voor normaal begaafde kinderen met autisme). In hun regio zijn twee secundaire scholen OV4 type 9 met 1B-klassen. Na aanmel­ den kwam Bart in mei 2019 op hun wachtlijsten terecht, op de vijfde en de achtste plaats. Bart laten instromen in 1B van het gewoon onderwijs was voor de ouders geen oplossing. Bart zou er terechtkomen in overvolle klassen en op te drukke speelplaatsen. De ouders zagen zich ver­ plicht Bart een jaar langer in de lagere school te houden. Ze hopen op meer geluk als ze aanmel­ den in 2020. Ze klagen dit structurele probleem aan en vragen of het Kinderrechtencommissariaat nog mogelijkheden ziet voor hun individuele situ­ atie als ze in 2020 opnieuw geen plaats zouden bemachtigen.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

We namen deze gegronde klacht mee in ons advies bij de beleidsnota onderwijs. Op individu­ eel vlak rees de vraag of een van de twee scholen waarvoor Bart aangemeld was de voorrang voor leerlingen van een lagere school op dezelfde cam­ pus wel correct toepaste. De vestigingsplaats van de lagere school en de vestigingsplaats van de secundaire school waarvoor Bart aangemeld was, liggen kilometers van elkaar en liggen dus eigen­ lijk niet op dezelfde campus. We informeerden bij het LOP en bij de Commissie Leerlingenrechten. Ze antwoordden dat de regels correct toege­ past worden. Een klacht indienen om dit verder te onderzoeken, kan pas na een geweigerde inschrijving na de volgende aanmeldingsperiode. Het LOP vroeg de onderwijsnetten al bijkomende capaciteit te programmeren. Extra capaciteit in OV3 type 3 (niveau bso, voor leerlingen met gedragsproblemen) zou ook voor verschuivingen en daardoor voor vrije plaatsen kunnen zorgen in OV 4 type 9. Bart behaalde door het extra jaar in het lager onderwijs zijn getuigschrift basisonderwijs. Zijn ouders meldden hem aan in dezelfde scholen als een jaar eerder en vroegen ook zijn inschrijving in scholen OV4 type 9 in een andere provincie. De ouders hadden geluk en kregen een van de acht beschikbare plaatsen in 1A in de eigen regio. Vijftien kinderen kwamen op de wachtlijst. Het Kinderrechtencommissariaat blijft zijn twijfels hebben over de toepassing van campusvoorrang in een van de scholen.

Een school vinden in tijden van corona Door de coronacrisis werd de nieuwe regel­ geving voor inschrijvingen nog een jaar uitge­ steld. Inschrijvingen met fysieke aanwezigheid van ouders en leerlingen werden opgeschort en zoveel mogelijk vervangen door digitaal aanmel­ den en digitaal of telefonisch inschrijven. Vanuit gezondheidsoogpunt wilde de overheid terecht kampeerrijen voor de schoolpoort vermijden. Onze Klachtenlijn kreeg meldingen van definitief uitgesloten leerlingen die geen nieuwe school vonden. We hoorden ouders die ontevreden waren over de aanpak van de school maar die door de opschorting van de fysieke inschrijvin­

gen niet van school konden veranderen. Andere ouders signaleerden moeilijkheden om een pas­ sende school te kiezen omdat er geen opendeur­ dagen en infomomenten meer waren. Wij bundelden de meldingen over leerlingen onder tuchtmaatregelen en vroegen de minister van Onderwijs om een oplossing en om die definitieve uitsluitingen pas te laten ingaan op 31 augustus. De overheid en de scholen zorgden voor oplossingen. Het nooddecreet van 6 mei 2020 zorgde dat leer­ lingen die na 1 februari 2020 van school gestuurd werden en nog geen nieuwe school vonden, op hun school konden blijven tot 31 augustus. Scholen zorgden online voor toelichting bij hun werking. De overheid werkte nieuwe richtlijnen uit over elektro­ nisch inschrijven. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg daarover geen klachten.

2.4. Vervroeging van de leerplicht Op 1 juli keurde het Vlaams Parlement Onder­ wijsdecreet XXX goed. Daarin staan ook enkele bepalingen over hoe de Vlaamse Gemeenschap de vervroeging van de leerplicht concretiseert. Vanaf 1 september 2020 geldt de leerplicht vanaf de eerste schooldag van september van het jaar waarin een kind 5 jaar wordt. Dat besliste het federale parlement in het voorjaar van 2019.

Vervroeging taalscreening en aanscherping toelatings­ voorwaarden eerste leerjaar Bij de omzetting in Vlaamse regelgeving (Onder­ wijsdecreet XXX, artikelen 26 tot 35) keurde het Vlaams Parlement deze principes en regels goed: ■ 5-jarigen blijven behoren tot het kleuteronder­ wijs (met behoud van de mogelijkheid om een jaar vroeger naar het eerste leerjaar te gaan als het CLB daarover een gunstig advies geeft en als het kind voldoet aan de nieuwe toelatings­ voorwaarden). ■ Voor 5-jarigen in het kleuteronderwijs houdt de leerplicht vanaf schooljaar 2020-2021 in dat zij 290 halve lesdagen op school moeten

87


88

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

■

■

■

■

■

zijn (op een totaal van 320 tot 330 halve les­ dagen). Afwezigheden om redenen die de school­ directie aanvaardbaar vindt (ziekte, revalidatie, familiale omstandigheden), tellen mee in die 290 halve dagen en om beschouwd te worden als ‘regelmatige leerling’. Voor de schooltoeslag geldt voor 5-jarigen voor­ taan dezelfde aanwezigheidsvereiste van 290 halve dagen (in plaats van 250 halve dagen vroeger). Die 290 halve dagen aanwezigheid in het laatste jaar kleuteronderwijs gelden vanaf 1 septem­ ber 2021 ook als toelatingsvoorwaarde voor het eerste leerjaar (in plaats van 250 dagen vroeger). Maar daar tellen wel alleen de effec­ tieve aanwezigheden mee. Kinderen die ten laatste op 31 december van het schooljaar 6 jaar worden, en die vorig schooljaar geen 290 halve dagen in de klas waren in een erkende Nederlandstalige kleuterschool, kunnen pas na gunstig advies van de toelatingsklassenraad naar het eerste leerjaar. Zonder zo’n gunstig advies moeten ze nog een jaar in de kleuter­ school blijven. De taalscreening vervroegt vanaf schooljaar 2021-2022 van het eerste leerjaar naar het begin van de laatste kleuterklas. De Vlaamse Regering bepaalt het instrument, het moment en de manier van afnemen van die taal­ screening. Kinderen die te weinig Nederlands kennen, moeten een ‘actief taalintegratietraject Nederlands’ volgen. Dat kan een taalbad zijn of ‘een volwaardig alternatief dat dezelfde resul­ taten bereikt’. Het doel is kinderen met gelijke kansen te laten starten in het eerste leerjaar. Anders dan vroeger is zo’n taalbad niet lan­ ger per definitie voltijds. De duurtijd van het taalintegratietraject kan variëren: van een paar maanden tot langer. Over het hele basisonder­ wijs samen kan een leerling maximaal één heel schooljaar in zo’n taalintegratietraject zitten. Kinderen die op of na het einde van het kleuter­ onderwijs te weinig Nederlands kennen, maar van de toelatingsklassenraad toch mogen over­ gaan naar het eerste leerjaar, moeten in het eer­ ste leerjaar nog een taalintegratietraject volgen. Bij een kind van 6 jaar dat wel voldoet aan de aanwezigheidsvoorwaarde van 290 halve dagen in een erkende Nederlandstalige kleuter­­school maar dat van de klassenraad in de kleuter­school een ongunstig advies kreeg omdat het te weinig Nederlands kent, blijft het aan de ouders om te beslissen of hun kind wel

of niet overgaat naar het eerste leerjaar. Gaat het kind wel over? Dan volgt het in het eerste leerjaar nog een taalintegratietraject volgens de modaliteiten die de klassenraad van het eer­ ste leerjaar bepaalt. ■ 7-jarigen kunnen – net als vroeger – zonder verdere voorwaarden naar het eerste leerjaar. ■ Ook al start de leerplicht nu in de derde kleu­ terklas, officiële scholen hoeven er geen levensbeschouwelijke vakken te organiseren. Indien de ouders toch wensen dat hun 5-jarige kleuter levensbeschouwelijk onderwijs krijgt – een grondwettelijk recht – dan kan het kind dat in een lagere school van hun keuze volgen.

Belang van taalvaardigheid Nederlands en van school­ autonomie Behalve de forse verhoging van het vereiste aan­ tal dagen aanwezigheid in de laatste kleuterklas en de logische vervroeging van de taalscreening en het taalintegratietraject daarna, verandert er met Onderwijsdecreet XXX voor 6-jarigen funda­ menteel weinig. Er is nu wel sprake van een klassen­ raad in de kleuterschool die een advies moet geven over de Nederlandse taalkennis van de kleuter op het einde van de kleuterschool, maar de beslissende factor om wel of niet te mogen overgaan naar het eerste leerjaar blijft de vraag of het kind genoeg aanwezig was in de laatste kleuterklas. Was dat niet het geval, dan blijft het aan de toelatingsklassenraad van het eerste leerjaar om te beslissen of het kind over mag of niet. Anders blijft de beslissing bij de ouders, ook al adviseerde de klassenraad van het kleuter­ onderwijs negatief. De aanscherping van de regels rond het taalintegratietraject geeft basisscholen het signaal dat beheersing van het Nederlands een belangrijke voorwaarde is om het eerste leerjaar te starten met goede en meer gelijke kansen op succes. De school mag wel autonoom bepalen hoe ze dat concreet realiseert. Ook in ons advies bij de beleidsnota, een half jaar voor de eindversie van Onderwijsdecreet XXX, erkende het Kinderrechtencommissariaat al het belang van goede Nederlandse taalvaar­ digheid en van vroege screening. Wel vragen we om van die screening geen momentopname


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

te maken. In dat advies waardeerden we ook de keuze die scholen krijgen tussen een taal­ bad en een ‘volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt’. Daardoor kunnen scholen Nederlandse taalvaardigheid bevorderen door te kiezen voor leren in interactie met van huis uit Nederlandstalige kinderen. Helaas is dat in heel wat klassen niet echt een optie, bij gebrek aan kinderen met Nederlands als thuistaal. We pleiten er daarom voor Nederlandstalige en niet-Neder­ landstalige kinderen in scholen zo even­ redig mogelijk te verdelen en om scholen de nodige instrumenten te geven om dat te realiseren, uiter­ aard binnen de marges die de keuzes van de ouders laten.

Liever eenvormige invulling van aanwezigheidseis Het Kinderrechtencommissariaat heeft wel vra­ gen over de verschillende invulling van de vereiste 290 halve dagen aanwezigheid voor 5-jarigen in het kleuteronderwijs. Voor de toelating tot het eerste leerjaar geldt een strengere invulling. Daar tellen volgens art. 29 van Onderwijsdecreet XXX alleen de effectieve halve dagen aanwezig­ heid. ‘Door de directie als aanvaardbaar geachte afwezigheden’ meetellen, mag volgens artikel 33 alleen om te bepalen of een vijfjarige voldoet aan de leerplicht en een ‘regelmatige leerling’ is. En zo staat het ook nog eens heel duidelijk in de omzendbrief die de scholen op 2 juli 2020 kregen. Een kind dat twee keer per week tijdens de schooluren extern op revalidatie gaat (zoals logo­ pedie) én voor de rest nooit ziek of afwezig is om andere aanvaardbare redenen, komt algauw een veertigtal halve dagen te kort. Het is dan finaal aan de klassenraad van de lagere school om te bepalen of het kind meteen over mag naar het eerste leerjaar of nog een jaar extra in de kleu­ terschool moet blijven. Maar als een kind revali­ datie of therapie nodig heeft, zal een extra jaar kleuter­school doorgaans geen winst opleveren in de zin van beter voorbereid zijn op de start in het eerste leerjaar. Eenzelfde redenering geldt allicht voor andere ‘aanvaardbare redenen van afwezig­ heid’. Waarom die 290 halve dagen aanwezigheid dan niet eenvormig invullen? Waarom ook voor de toelatingsvoorwaarde voor het eerste leerjaar

‘aanvaardbaar geachte afwezigheden’ niet mee­ tellen? Dat zou de zaken eenduidiger maken. De nu aangenomen dubbele invulling maakt het complex en schept het risico dat scholen bij een negatief advies van de klassenraad het verwijt krijgen dat ze sommige ouders willen aanzetten om voor een andere school te kiezen, terwijl ze ondertussen wel nog een jaar subsidie voor dat kind krijgen. Ook al geven ze hun advies in eer en geweten en vinden ze dat ze in het belang van het kind handelen. Denk aan kinderen met een beperking, in een moeilijke thuissituatie of met een andere taalachtergrond. Of die strengere invulling van 290 halve dagen ook geldt voor het verkrijgen van een school­ toelage is uit de omzendbrief niet duidelijk. Op groeipakket.be staat deze toelichting: kleuters jonger dan 6 jaar: ‘het aantal halve dagen op school is werkelijke aanwezigheid. Een kleuter die onvoldoende aanwezig was door ziekte, maar een geldig ziektebriefje kan voorleggen, wordt beschouwd als voldoende aan­wezig’. Dat is een nóg andere invulling, die het voor ouders nóg ingewikkelder maakt. Het is wel een billijke oplossing voor kinderen die langer dan een maand niet naar school kunnen gaan door ziekte of een ongeval. Die verliezen dan hun schooltoelage niet. Maar het blijft onduidelijk hoe het voor de schooltoelage zit met kleuters van 5 die twee keer per week extern revali­datie volgen. Telt een attest daarvan ook als geldig ziektebriefje?

N Vlaams Parlement, Decreet over het onderwijs XXX. Tekst aangenomen door de plenaire ver­ gadering, 1 juli 2020, Doc 328 (2019-2020) – Nr. 11, docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1578532 Omzendbrief Bao/2020/2, Verlaging van de aanvang van de leerplicht vanaf 1 september 2020, dat a- onder wijs.vla anderen.be/edulex/ document.aspx?docid=15690#3 met bij­ behorend filmpje op www.youtube.com/ watch?v=u96pcwG-UQY&feature=youtu.be

N

89


90

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota onderwijs bekeken door een kinderrechtenbril, 2019–2020/04, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/advies_2019_2020_ 04_beleidsnota_onderwijs.pdf Agentschap Uitbetaling Groeipakket, Aan­wezig­ heden kleuter- en lager onderwijs, september 2020, www.groeipakket.be/nl/aanwezighedenkleuter-en-lager-onderwijs

N

2.5. Leerlingen met specifieke behoeften Inclusie op school Elk schooljaar beginnen heel wat leerlingen met specifieke behoeften met volle moed in het gewoon onderwijs. In een inclusieve school kun­ nen alle leerlingen volwaardig en met gelijke kansen de lessen volgen en meedoen met de schoolactiviteiten. Hoewel inclusie op school al jaren het streefdoel is, is maximaal inzetten op zorgbeleid, leerlingenbegeleiding en handelings­ gericht werken voor die leerlingen nog altijd niet altijd evident of ingebakken in het schoolbeleid. Soms blijft het voor scholen een moeilijke uit­ daging om alles zo te organiseren dat ze opti­ maal inspelen op de noden van de leerling met specifieke behoeften. Inclusie is geen taak van de school alleen, maar ook van de leerling, ouders, het CLB en andere betrokkenen. Ook de overheid speelt een belang­ rijke rol in inclusie. Onderlinge afstemming tus­ sen de verschillende beleidsdomeinen is nodig.

Elk verhaal is uniek. Elke oplossing ook. Diversiteit is troef Er kwamen bij de Klachtenlijn veel verhalen bin­ nen van kinderen en jongeren met specifieke onderwijsbehoeften. Kinderen met dyslexie, dyscalculie, ASS, ODD, NAH, ADHD, psychia­ trische of gedragsstoornissen, syndroom van Down, gehoorproblemen, hoogbegaafdheid, hoogsensi­ tiviteit enzovoort Maar ook zieke

kinderen. Leerlingen met epilepsie of mucovis­ cidose. Of kinderen en jongeren met een nog onduidelijke problematiek of diagnose. Voor sommige leerlingen volstaat basis- of ver­ hoogde zorg. Voor anderen zijn de drempels dan weer zo hoog dat er een ‘gemotiveerd ver­ slag’ komt (dat toegang geeft tot externe onder­ steuning op school) of een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum (IAC) of tot het buitengewoon onderwijs. De diversiteit aan problematieken en daaruit voortvloeiende leer- en zorgnoden is zo groot dat er geen universele handleiding is die een ant­ woord biedt op elke vraag. Dat maakt inclusie op school een grote uitdaging voor alle betrokkenen. Toch is er een ontegensprekelijk uitgangspunt in elk traject: ga uit van het belang van het kind.

De rol van de Klachtenlijn Ook voor de Klachtenlijn zijn meldingen over inclusie een uitdaging. Ouders en leerlingen vragen ons naar hun rechten en de regelgeving of ze willen advies om zelf ver­ der aan te slag te gaan. We infomeren, geven advies aangepast aan de omstandigheden van de leerling en de school en verwijzen naar helpende partners. Soms vragen ouders ons ook om tussenbeide te komen. Helaas gebeurt dat vaak pas als de situa­ tie uit de hand gelopen is of uit de hand dreigt te lopen en ouders, leerling en school elkaar niet meer vinden in het inclusietraject. Dat levert vaak intensieve, langdurige tussen­ komsten op om het inclusietraject weer op het goede spoor te krijgen. Soms lukt dat, soms niet. In enkele gevallen is de communicatie zo ver­ stoord en het vertrouwen zo geschonden, dat herstel onmogelijk is. Bij een tussenkomst is het belangrijk om het kind en de noden van het kind weer centraal te krij­ gen. In dat licht bekijken we welke aanpassingen en maatregelen genomen zijn en hoe de bespre­ king daarover ging. Als dat nodig is, bekijken we de proportionaliteit en de noodzaak van de maat­ regelen als de school zegt het kind niet meer te kunnen ondersteunen. Dan wegen we af of de school het belang van het kind correct in over­ weging neemt. In de situaties waar we tussenkomen zien we dat scholen vaak nog niet genoeg georganiseerd zijn om een gepast antwoord te geven op de noden


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

van de leerling. De ondersteuning organiseert zich wel, maar staat nog niet op punt. Dan pro­ beren we een ruimere samenwerking te organi­ seren rond het kind, ook met relevante externe ondersteuners. Nu neemt de Klachtenlijn de rol op van bemid­ delaar bij een vastgelopen inclusie. Vaak om een patstelling te doorbreken of de communicatie te verbeteren en de dialoog weer op gang te trek­ ken. Geregeld doen we dat samen met Unia en Ouders voor Inclusie. Het gebeurt wel vaker dat ouders in een vastgelopen poging tot inclusie verschillende diensten tegelijk consulteren of om hulp vragen. Samen met Unia, Ouders voor Inclusie en de ouders proberen we de expertise van iedereen maximaal in te zetten en te komen tot werkafspraken. We leren dan ook van elkaar.

Ouders en leerling stuiten op drempels De vragen en klachten leren ons dat ouders veel drempels ervaren als hun kind meer zorg nodig heeft: ■ Ouders hebben vaak het gevoel dat ze ondanks het wettelijk kader moeten vechten voor een recht op zorg of inclusie. ■ Ze zeggen dat ze afhankelijk zijn van de good­ will van de school om de nodige zorg of aan­ passingen te krijgen waardoor hun kind mee kan in het gewone onderwijstraject. ■ Ze zien dat de school al van in het begin zelf invult welke zorg en welke maatregelen nodig zijn. Vaak zijn die gebaseerd op stereotypen over de proble­ matiek, terwijl er een veelheid van uitingsvormen en daaruit voortvloeiende noden zijn. ■ Ze voelen zich vaak niet gesteund en alleen. Ze hebben het gevoel dat ze voortdurend in vraag gesteld worden. ■ Ze ervaren het traject als erg intensief en tijd­ rovend. Ze moeten vaak alles zelf regelen, houden alles zowel thuis als op school draai­ ende, informeren de school over mogelijk­ heden, leggen contacten met externen, reiken oplossingen aan … Ook de vele gesprekken en overlegmomenten wegen door. Voor ouders beperken die gesprekken zich meestal niet tot overleg op school. Ze overleggen ook thuis met externe hulpverlening en ondersteuners. ■ De school stelt veel eenzijdige voorwaarden aan het traject.

Ouders ervaren een passieve invulling van inclusie – ‘we zullen starten en zien wel gaan­ deweg’ – of er komen veel beloftes die niet ingevuld worden. ■ Ouders verschillen van mening met de school over de invulling van het belang van het kind. Ze hebben het gevoel dat de school dat inroept als een hol argument, meestal om een inclusief traject te stoppen. ■ Ouders voelen zich geen gelijkwaardige part­ ners. Ze krijgen geen volwaardige participatie bij de inclusievraag. Ze voelen zich vaak ‘gestuurd’ door de onderwijspartners. Ze hebben moeite om de taal van de school te begrijpen. ■

School begrijpt het niet Laura is 16 en heeft een coördinatie-ontwikke­ lingsstoornis (DCD), dyspraxie en ASS. Ze zit in het vijfde jaar secundair onderwijs. Ze heeft structuur en controle nodig en heeft veel moeite met haar motoriek en coördinatie. Recente tests tonen nog meer noden, vooral door haar DCD en dyspraxie. Op school zijn er extra aanpassingen nodig, zoals het gebruik van een laptop. Haar moeder ging daarover praten op school. Toen bleek dat de leerkrachten weinig tot geen kennis en ervaring hebben met de aandoeningen van haar dochter. De moeder stelt vast dat de school wel wat aanpassingen deed, maar niet conse­ quent voor alle vakken. Een nieuw strijdpunt is het gebruik van de laptop. De school zegt dat dat geen nodige aanpassing is en dat het bovendien oneerlijk zou zijn tegenover de andere leerlingen. Toch is het voor Laura cruciaal door haar trage schrijfmotoriek. Nu neemt ze foto’s van notities van medeleerlingen die ze dan thuis uitschrijft in haar eigen tempo. Dat vraagt veel energie. De relatie met de school verzuurt. Laura’s moeder heeft het gevoel dat het CLB geen positie inneemt en geen inbreng doet op overlegmomenten. Ze heeft al een advocaat ingeschakeld die een kort­ geding adviseert om de aanpassingen af te dwin­ gen. Ze houdt dat nog even in beraad en vraagt raad aan de Klachtenlijn. Ook met Unia nam ze al contact op.

91


92

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

De Klachtenlijn en Unia vragen een overleg met alle betrokkenen. De school heeft ook goede informatie nodig over DCD en dyspraxie. De school, de moeder en Laura raken verder op weg en komen tot goede afspraken over redelijke aanpassingen.

Ook school ziet drempels Niet alleen de ouders en de leerling lopen soms vast in hun poging om inclusief kwaliteitsonder­ wijs te krijgen. In de klachten horen we ook ver­ zuchtingen van scholen: ■ Leerkrachten en CLB-medewerkers voelen zich niet altijd comfortabel en zelfzeker genoeg om kwaliteitsvolle inclusie te realiseren. ■ Directies, leerkrachten en zorgteam wijzen op gebrek aan kennis en mogelijkheden over som­ mige problematieken, waardoor zoeken naar gepaste oplossingen moeilijk is. ■ Scholen voelen zich niet gesteund door ouders en voelen te weinig erkenning voor hun inspan­ ningen. ■ De medewerking van ouders is niet altijd opti­ maal, terwijl die toch nodig is om inclusie te laten slagen. ■ Het is vaak moeilijk om een evenwicht te vin­ den tussen de belangen en noden van de leer­ ling, van de school en van de medeleerlingen. ■ Kwaliteitsvolle inclusie vraagt veel manage­ ment, overleg en middelen die niet altijd voor­ handen zijn. ■ In situaties waar een leerling ook zware gedrags­ problemen heeft of de les vaak ver­ stoort, komen scholen ook onder druk te staan van ouders van medeleerlingen. Ze vragen zich af waar het recht op inclusie eindigt als de impact op andere kinderen te groot wordt.

Contraproductieve houding De moeder van Sofia neemt contact op met de Klachtenlijn. Sofia (13) is gestart in 1B. Ze behaalde geen getuigschrift basisonderwijs. Ze heeft ernstige dyslexie en gebruikt daarvoor al jaren voorleessoftware. Op haar nieuwe school loopt dat moeilijk. Niemand kent het programma dat Sofia gebruikt. Er is ook discussie over hoe nodig een laptop voor Sofia wel is. Sofia’s moeder

voelt zich bedrogen. Bij de inschrijving hadden ze haar uitdrukkelijk gezegd dat dyslexie geen probleem is en dat de school de nodige aan­ passingen kon doen. We nemen contact op met het CLB. Dat is nauw betrokken bij de ondersteuning. Al van bij het moeilijke traject in de basisschool. Er blijken heel wat misverstanden en veronderstellingen te zijn in het verhaal van moeder. Het voorlees­ programma wordt wel gebruikt. Sofia kan zelf ook zeggen wanneer ze dat nodig heeft. Er is wel een probleem dat er in de lagere school niet was: de voorleessoftware kan niet alle toepassingen uitvoeren, zoals een artikel lezen uit een tijdschrift. Daardoor duren de taken wat langer voor Sofia. Maar de school zoekt oplossingen en onder­tussen helpen de leerkrachten Sofia door zelf voor te lezen. De moeder is ongeduldig en laat zich altijd erg negatief uit in contacten met de school. Dat ondermijnt de goede samenwerking. Het CLB wil daar met de moeder en de school aan wer­ ken. We brengen ook de moeder in contact met het CLB. Het CLB en de leerlingenbegeleiding nemen dit verder op.

Van moeizaam tot onmogelijk? Inclusie strandt als ouders, leerling en school botsen in hun visie en verwachtingen, als het wederzijds vertrouwen zoek is, als de communi­ catie verziekt.

Gedragsprobleem als belangrijkste struikelblok In inclusietrajecten blijkt grensoverschrijdend gedrag van de leerling tegenover medeleerlingen en leerkrachten de belangrijkste factor te zijn waardoor inclusie op de helling komt. Dat gedrag leidt ertoe dat scholen hun draagkracht inroepen en zeggen dat de school niet meer past voor de leerling. Als ouders tegelijk het gedrag van hun kind dan beschouwen als een reactie op de aan­ pak van de school die geen gepaste maatregelen aanbiedt, loopt het serieus mis. Ouders krijgen dan het advies om uit te kijken naar een andere school of over te stappen naar buitengewoon onderwijs. In enkele gevallen


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

neemt de school een tuchtmaatregel als ouders het advies niet opvolgen. Vaak zien we die escalaties bij leerlingen met gedrags-, sociale of emotionele problemen door ASS of ADHD. Of bij meervoudige en complexe beperkingen, zoals ASS samen met een mentale beperking. We zien dan vaak dat de aanpassing focust op de aanpak van het grensoverschrijdend gedrag en het behalen van de leerdoelen, terwijl aanpassingen met aandacht voor de sociale en emotionele aspecten minstens even belangrijk zijn om tot leren te kunnen komen.

Specifieke behoeften door ziekte We krijgen ook vragen over leerlingen die medische zorg nodig hebben. In de meldingen valt op dat de medische wereld en de school elkaar soms moeilijk vinden. Dat leidt tot discussies zoals over de impact van de aandoening op de draag­ kracht van de leerling om les te volgen, om de leerdoelen te halen, om Tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH) te organiseren en voor de medische verzorging.

Teken aan de wand Kobe (3) heeft mucoviscidose, een taalachter­ stand en problemen met zijn fijne motoriek. Zijn chronische ziekte vraagt zorgvuldige medische opvolging die ook moet gebeuren op school. Zijn ouders hebben bij de inschrijving heel duidelijk de medische situatie toegelicht. De verzorging werd ook uitgebreid besproken op het zorgover­ leg. De school vond het geen probleem. Toch had Kobes moeder het gevoel dat ze niet echt wel­ kom waren op de school. Bij de eerste verzor­ ging kwam moeder naar school om te helpen. De kinderverzorgster was net bezig met een neus­ spoeling. Ze deed dat in de toiletten. Moeder was verbijsterd over het gebrek aan hygiëne. Aan de muur hing een blad met de naam van Kobe, zijn foto, zijn ziekte en de naam en contactgegevens van de ouders. Ook in de cafetaria, waar alle kin­ deren komen eten en waar ook de schoolopvang is, hing dat blad. Daar stond ook informatie op over hoe de medicatie en de neusspoeling toe­ gediend moet worden en algemene informatie over muco, van het internet gehaald. Die infor­ matie klopt volgens de moeder helemaal niet. De informatie die ze zelf aan de school bezorgde, was er niet. De ouders zijn erg geschrokken en

gekwetst. Ze voelen zich ook geschonden in hun recht op privacy. Kobes moeder sprak er de directie op aan. Ze eist dat de school die docu­ menten weghaalt en de informatie aanpast. De directie gaat daar niet op in. Ze zegt dat ze geen toestemming van ouders moet vragen om docu­ menten aan de muur te hangen, want het gaat om crisisbeleid. Op die manier werken ze voor alle zorgkinderen. Pas na aandringen laat de directie de bladen weghalen. Kobes mama laat het daar niet bij en schakelt een advocaat in. Die adviseert haar om een klacht in te dienen bij de politie en een rechtszaak te starten. De moeder wil liever constructief tot een oplossing komen en vraagt raad aan de Klachtenlijn. We geven de moeder informatie over het zorg­ beleid, het M-decreet en het recht op bescher­ ming van de privacy. We zeggen wat de ouders van de school mogen verwachten. We lichten de rol van het CLB toe en adviseren om contact op te nemen. We wijzen op het belang van overleg met alle betrokkenen: zorgteam, CLB, CLB-arts, directie, juf en ouders. Een klacht bij de politie en een juridische procedure raden we af. Dat is contraproductief voor verdere samenwerking met de school. De moeder wil haar klacht toch graag onder de aandacht brengen. We verwijzen haar naar het schoolbestuur. Er volgt een overleg op school met de ouders en de arts. Er worden afspraken gemaakt en de moeder zegt dat ze voorlopig verder kan.

Wederzijds onbegrip Ook wederzijds onbegrip is een groot struikelblok voor het slagen van inclusie. Als de Klachtenlijn uitgenodigd wordt om mee rond de tafel te zit­ ten, zien we vaak dat school, ouders en leerling vast blijven hangen in een welles-nietesdiscussie en het doel uit het oog verliezen. De discussie blijft dan focussen op een voorval in het traject, dat al lang niet meer aan de orde is, maar dat de leerling en zijn ouders om welke reden dan ook getroffen heeft. Dat kan soms gaan om kleine dingen, zoals een juf die op een druk moment vergeet om de leerling zijn rekenmachine te laten gebruiken. Maar ook om een schorsing van één dag die de ouders beschouwen als een zware sanctie die niet kadert in een inclusietraject en die volgens de school juist nodig is om alle par­ tijen een rustmoment te geven. Dat verlegt de

93


94

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

focus naar wat de ouders of school nodig hebben in plaats van wat van belang is voor de leerling.

Curriculum en evaluatie Over de evaluatie en het curriculum van leer­ lingen in een inclusief traject is er nogal wat onduidelijkheid. Het is soms moeilijk te bepalen welke doelen de leerling moet bereiken. Toch is het cruciaal dat dat vanaf het begin duidelijk is. Gaandeweg veranderen de criteria soms, wat tot onbegrip leidt bij leerling en ouder. Het creëert ook rechtsonzekerheid en ongelijke behandeling. Soms vergelijken scholen de situatie van een leer­ ling in inclusie met het zorgtraject van andere leerlingen of zelfs met leerlingen in een regulier traject. Dat leidt tot een gevoel van discrimin­atie en onrechtvaardigheid. Zowel leerkrachten en directies als ouders en leerlingen durven die fout te maken. Elke vraag en oplossing zijn uniek en daardoor onvergelijkbaar. Ook bij een IAC (individueel aangepast curricu­ lum) zijn er veel onzekerheden bij ouders over de studiebekrachtiging. Een IAC is een leer­ programma op maat van een leerling met een verslag voor toegang tot buitengewoon onder­ wijs, maar die toch naar een gewone school gaat. In zo’n IAC zitten aangepaste leerdoelen die de klassen­raad kiest, na afstemming met de ouders, het CLB, externe ondersteuners en als dat kan ook met de leerling. Na evaluaties kunnen de doelen aangepast worden. Ouders voelen zich niet altijd een evenwaardige partner als de klassenraad de leerdoelen bepaalt en zien niet altijd vanuit welke overwegingen de school die leerdoelen stelt. Maar ook op klassenraden is er discussie en soms onzekerheid over hoe ze de leerling moeten ­ evalueren.

Een IAC!? De moeder van Jens (11) belt de Klachtenlijn. Ze is ontevreden over het advies van de school en het CLB om een IAC op te starten. Jens heeft ASS. Hij zit in het 5e leerjaar. Twee jaar geleden liet zijn moeder zich overtuigen om Jens te laten overstappen naar buitengewoon onderwijs type 9. Dat bleek voor Jens niet zo’n goed idee te zijn. Hij miste zijn vorige school en kreeg te weinig uitdagingen. Alles ging te traag voor hem. Hij werd depressief. Zijn mama vraagt het CLB en de

vroegere school of Jens nog terug kan. De school schrijft Jens opnieuw in onder ontbindende voor­ waarde. In het begin van het schooljaar was er overleg met het CLB, het ondersteuningsteam, de zorgcoördinator, de schooldirectie en de moeder. De directie zei al onmiddellijk dat Jens niet goed gestart is en dat zijn houding te wensen overlaat. Er kwamen geen afspraken over aanpassingen en de afspraken over de aanpak bleven heel vaag. Meldingen over gedragsincidenten stapelen zich op. De communicatie met de school verzuurt. De behandelend psychiater vindt dat school meer inzicht nodig heeft in de problematiek van Jens. Jens wordt nu afgerekend op gebrek aan soci­ ale vaardigheden, terwijl dat juist de kern van zijn probleem is. De moeder vraagt een overleg met de school en de psychiater, maar de direc­ tie weigert. De moeder is ook erg teleurgesteld over de houding van het CLB. De directie zegt dat ze alleen verder wil met een IAC. De moeder kan daar voorlopig niet mee instemmen. Ze heeft nog te weinig zicht op de impact van een IAC en op de garanties van zo’n IAC om een volwaardig getuigschrift te kunnen halen. Uit gesprekken van de Klachtenlijn met het CLB blijkt dat er wel duidelijke afspraken en aan­ passingen op maat kwamen, die regelmatig met de ouders, de school en het CLB geëvalueerd en eventueel bijgestuurd worden. Ook Jens wordt daarbij betrokken, maar weigert gebruik te maken van het aanbod. We bespreken met het CLB onze bezorgdheid en vragen. Die neemt het CLB verder op met de school en de ouders. Het CLB maakt een voorstel voor een IAC op en laat zich daarvoor ondersteunen door de pedago­ gische begeleidingsdienst. De ouders worden daarover grondig geïnformeerd. De verzuurde communicatie tussen school en ouders wordt door het CLB opgenomen. Jens’ moeder vraagt ons het voorgestelde IAC nog na te lezen voordat ze akkoord gaat. Moeder, school en CLB kunnen daarna verder op weg.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Inclusie doen slagen De klachten leren ons wat belangrijk is voor kwaliteits­volle inclusie: ■ De leerling staat centraal. De noden en behoef­ ten van de leerling zijn het uitgangspunt. ■ Iedereen doet mee op gelijke voet om noden te benoemen en oplossingen te zoeken. ■ Er is duidelijkheid over de afspraken, de ver­ wachtingen van ouders, leerling en school en de grenzen. ■ Er is van in het begin een duidelijk en haalbaar handelingsplan en de leerdoelen zijn bepaald. ■ Er wordt regelmatig overlegd, geëvalueerd en bijgestuurd. ■ De draagkracht van school, leerling en ouders moeten elkaar blijven vinden. ■ Er wordt gezocht naar inspiratie in en buiten de school. ■ Het netwerk rond het kind is samengebracht in de schoolomgeving en zoekt naar samen­ werkingsverbanden. ■ Wat telt is wat de leerling kan – en niet wat hij niet kan – door zijn beperking of ziekte. ■ Inclusiebeleid moet geïntegreerd en gedeeld beleid zijn. Alle leerkrachten en interne onder­ steuners delen dezelfde visie, wat zorgt voor continuïteit. ■ Er wordt over gewaakt dat alle kansen gebo­ den en gebruikt worden.

De rol van het CLB bij inclusie Het CLB is een belangrijke speler om inclusie te realiseren. Het vervult een rol in alle fases van het zorgcontinuüm: van brede basiszorg tot uitbrei­ ding van zorg en het IAC. In elke zorgfase groeit de rol van het CLB. Het CLB is onder­ steuner, coach, helpt het aanbod beter af te stemmen op de zorgvraag van de leerling en maakt het ver­ slag dat leerlingen toelaat om met een IAC te werken. Voor ouders is het CLB een belangrijk aan­ spreekpunt. Inclusie en het M-decreet blijven voor ouders vaak moeilijke materie. Ze hebben iemand die ze begeleidt zodat ze een geïnfor­ meerde beslissing kunnen nemen voor hun kind. Zeker als er sprake is van een verslag of een IAC. Ouders kijken vooral naar het CLB om die rol te vervullen. Tegelijk zijn ze afhankelijk van het

CLB. Die relatie zorgt bij ouders soms voor wan­ trouwen en een gevoel van onevenwicht. Maar ook bij het CLB zeggen ze dat ze in een moeilijke positie zitten in trajecten waarin ouders en school niet als partners optreden. Ze hebben vaak begrip voor beide standpunten en voelen zich gewrongen tussen ouders, leerling en school. Om zijn rol voluit te vervullen, heeft het CLB het vertrouwen nodig van alle betrokke­ nen. Dat ligt soms moeilijk. Bovendien zijn bij complexere inclusietrajecten ook externe actoren betrokken uit de onderwijs-, welzijns- en gezondheidssector. Het CLB moet dan de brug slaan tussen onderwijs en andere sectoren. Dat plaatst het CLB soms in een deli­ cate positie als het naast zijn rol als onderwijs­ actor ook moet optreden als actor in de integrale jeugdhulp.

Kinderen die gemakkelijk leren of uitzonderlijk hoog­ begaafd zijn Hoogbegaafde kinderen en hun ouders op bezoek In oktober ontving de kinderrechtencommissaris een delegatie van de vereniging van ouders van uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen. Zij klagen over het gebrek aan passend onderwijs en de gevolgen daarvan. De huidige regelgeving belem­ mert de kinderen in hun natuurlijk leertempo en daardoor in hun ontwikkeling. Die kinderen lopen meer risico op onderpresteren tot zelfs school­ uitval en suïcideneigingen. Ouders kiezen vaak noodgedwongen voor thuisonderwijs.

Eenzaam Elise is 6 jaar. Ze zit vier lesuren per week samen met haar klasgenoten. In haar lagere school krijgt ze kansen om zelf projecten uit te werken. Daarvoor is ze wel aangewezen op zichzelf. Er is geen leerkracht die haar ondersteunt en andere vaardigheden aanleert. Elise voelt zich heel vaak eenzaam op school.

95


96

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Depressief Torben is 7 jaar. De laatste vier jaar zat hij al in zes verschillende basisscholen. Er kon geen pas­ send onderwijs gegeven worden. Torben werd depressief en dacht aan zelfdoding. Op 6,5 jaar is Torben gestart met secundair onderwijs, via thuisonderwijs.

het huidige inschrijvingsrecht. We vragen dat de minister de wenselijkheid van die initiatieven onderzoekt en daar ook in het inschrijvingsrecht duidelijkheid over schept.

Buitengewoon onderwijs Van buitengewoon naar gewoon en terug

Vrije leerling? Pieter is 13 jaar. In de lagere school kwam hij niet tot leren en tot resultaten. Hij blokkeerde en werd depressief. Zonder getuigschrift basisonderwijs stapte hij over naar 1B in het secundair onderwijs. Daar slaagde hij niet. De school toonde begrip voor de situatie. Op vraag van de ouders liet de school Pieter starten in 2A. De verificatie floot Pieter en de school terug. Pieter moet terug naar 1B, terwijl hij cognitief beter zou passen in het 3e jaar van de A-stroom. Het gezin overlegt met de school om Pieter in te schrijven als vrije leerling. De school staat daar weigerachtig tegenover.

Breng expertise samen Het Kinderrechtencommissariaat vindt het posi­ tief dat de minister de regelgeving wil aanpassen om scholen meer kansen te geven om de ontwik­ kelingskansen van uitzonderlijk hoog­ begaafde leerlingen volop te stimuleren. We bevelen aan om scholen meer dan alleen maar extern te ondersteunen. Bekijk ook hoe scholen met flexibele leerwegen de talenten van die kin­ deren beter kunnen ontplooien. En pas de regel­ geving aan als dat nodig is, zodat die leerlingen hun schooltraject sneller kunnen afleggen. Breng daarvoor alle bestaande expertise samen, ook die van ouders en leerlingen, en stimuleer ver­ dere expertiseontwikkeling. We wijzen de minister in dit verband op bijzon­ dere initiatieven in het onderwijsveld: onafhan­ kelijke scholen die zich richten op hoogbegaafde leerlingen, wat eigenlijk niet compatibel is met

Vandaag bestaan gewoon en buitengewoon onder­wijs nog altijd naast elkaar. Ook dankzij het M-decreet vinden meer leerlingen uit het buiten­ gewoon onderwijs de weg naar de gewone school of hoeven ze de stap naar het buiten­ gewoon onderwijs niet te zetten. Inclusief onderwijs is nu de eerste optie. Het doel is meer leerlingen op te vangen in gewone scholen en dus minder door te verwijzen naar buitengewoon onderwijs. Alleen met een verslag mag een leerling naar buiten­ gewoon onderwijs. Het CLB gaat eerst na of de gewone school alle mogelijke maatregelen nam voordat het een leerling doorverwijst naar een school voor buitengewoon onderwijs. Voor sommige leerlingen kan de overstap van buiten­gewoon naar gewoon te drastisch zijn, waar­ door inclusie snel dreigt vast te lopen. Daarom blijven we pleiten voor meer complementaire en geleidelijke wegen naar inclusief onderwijs. De eerste stappen zijn gezet door samenwerkings­ verbanden en ondersteuningsnetwerken die de expertise van het buiten­ gewoon onderwijs bin­ nenbrengen in de gewone school. Opties die we vroeger al naar voren schoven, blijven we ver­ dedigen, zoals betere geografische spreiding van het buitengewoon onderwijs en inbedding in vestigingen van het gewoon onderwijs om de kloof tussen de twee systemen te dichten.

Brug tussen gewoon en buitengewoon? Musa is 17. Hij heeft een ernstige vorm van spas­ ticiteit en zit in een rolstoel. Hij volgt buiten­ gewoon onderwijs. Hij belt de Klachtenlijn. Musa wil veel leren, maar op school krijgt hij niet wat hij wil. Hij wil kantoor doen in het gewoon onder­ wijs, of iets met muziek of zo. Maar de school wil dat niet. Zijn moeder heeft al contact opgenomen


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

met het CLB, maar die zeggen ook dat het niet kan. Musa vraagt of we hem kunnen helpen. Cognitief zou Musa wel kunnen aansluiten in het beroepsonderwijs, maar het grote struikelblok is zijn mobiliteit en andere praktische zaken. Musa moet bij alles fysiek geholpen worden: boeken­ tas nemen, naar toilet gaan, eten, jas aantrekken, verplaatsingen ... Zonder permanente assistentie is dat onmogelijk. Een PAB is goedgekeurd, maar hij staat op de wachtlijst voor uitbetaling. Via de Vlaamse Zorgkas kon Musa een beroep doen op een BOB (basisondersteuningsbudget). Er werd na lang zoeken toch een school gevonden waar Musa kon inschrijven onder ontbindende voorwaarde. Musa heeft het enkele maanden geprobeerd, maar zonder voortdurende begeleider lukte het niet. Het BOB is niet genoeg om permanente ondersteuning te kopen. Hij ging terug naar het buitengewoon onderwijs. Zolang Musa geen permanente assis­ tentie kan kopen, is gewoon onderwijs onmoge­ lijk. Ook het buitengewoon onderwijs heeft geen echt passend antwoord op de mogelijkheden en onderwijsnoden van Musa. Musa verveelt zich. De kloof tussen zijn cognitieve mogelijkheden en zijn fysieke beperking is groot. Betere integratie van het buitengewoon en gewoon onderwijs zou Musa al verder op weg helpen.

leerkrachten en experten in zorg, geen antwoord kan vinden op het gedragsprobleem. Als hun kind niet terechtkan in gewoon onderwijs én niet in buitengewoon onderwijs, waar dan wel? Vanuit het buitengewoon onderwijs horen we tegelijk de verzuchting dat door het M-decreet steeds meer leerlingen met lichtere problemen naar het gewoon onderwijs gaan, waardoor het buitengewoon onderwijs geconfronteerd wordt met een hogere concentratie moeilijke en com­ plexe problemen, en een evenwichtige indeling in groepen moeilijker wordt.

Inclusie en buitengewoon onderwijs in tijden van corona In normale omstandigheden is inclusie al een uit­ daging. In tijden van afstandsonderwijs, social distancing en maatregelen in de gezondheids- en welzijnssector des te meer. Kinderen en jonge­ ren die al kwetsbaar waren, dreigen in een nog kwetsbaarder situatie terecht te komen. Er bereikten ons meldingen over onder andere: Ontbrekende trajecten ■ Weggevallen ondersteuning ■ De impact van afstandsleren op leerlingen met specifieke onderwijsnoden ■ Ouders die er niet in slagen hun kind te moti­ veren en bij de les te houden ■ Weggevallen structuur voor leerlingen voor wie structuur van belang is ■ Overschreden draagkracht van ouders ■ Groeiende leerachterstand ■ Psychische en emotionele problemen bij kinderen met zorgnoden ■

Buitengewoon en toch te moeilijk Niet alleen in het gewoon onderwijs vinden scho­ len het soms moeilijk om gepaste zorg te geven aan kinderen met een beperking of speci­ fieke noden. Ook scholen voor buitengewoon onder­ wijs signaleren soms dat ze geen antwoord hebben op de noden van een leerling of dat die leerling hun draagkracht te boven gaat. Voor ouders is het moeilijk te vatten dat een school voor buitengewoon onderwijs draag­ kracht inroept of zegt dat de zorg te zwaar is. Zeker in type 3 en type 9, die er precies zijn voor kinderen met gedragsproblemen. In de klachten gaat het meestal om situaties van ordeverstoring of agressief gedrag door de leerling, waar de school zich geen raad mee weet. Ouders begrij­ pen niet dat een school met omkadering van professionele therapeuten, speciaal geschoolde

Ook bij de heropstart van de scholen stuiten leer­ lingen met zorgnoden op extra drempels in het gewoon onderwijs. Zoals leerlingen met ASS. De gekende schoolomgeving valt weg, klassen zijn gesplitst, de dagindeling is anders, de ondersteu­ ning is nog niet optimaal. Leerlingen krijgen aanpas­ singsproblemen, missen structuur, ervaren te veel nieuwe prikkels. Soms kiezen ouders er dan voor om hun kind niet opnieuw naar school te laten gaan. Maar ook scholen zeggen aan ouders dat de zorg voor hun kind in die omstandigheden te zwaar is en ontraden of weigeren een terugkeer naar school.

97


98

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

De heropstart van het buitengewoon onderwijs liep niet voor alle leerlingen op dezelfde manier. De scholen kregen autonomie om keuzes te maken in de mate van het mogelijke en gelet op eventuele beperkingen in verband met leerlingen­ vervoer. Meer nog dan in het gewoon onderwijs moest de heropstart veilig en haalbaar zijn.

Niet opnieuw welkom Maarten is 12 en heeft het syndroom van Down. Hij gaat naar een gewone school. Volgende week start de school weer op. Omdat het een grote klas is, wordt ze opgesplitst in twee groepen. In een brief waarschuwde de school de ouders dat Maarten niet opnieuw kan aansluiten. De ouders vroegen een persoonlijke toelichting en online­ overleg om te kijken naar alternatieven, samen met de begeleidster en de thuisbegeleidings­ dienst. Daarop kwam geen reactie. Maartens vader vraagt de Klachtenlijn om tussenbeide te komen, want de rechten van zijn zoon zijn geschonden. Na contact met de medewerker van het onder­ steuningsnetwerk, doet de Klachtenlijn een voorstel aan de school. Maarten heeft recht op anderhalve dag ondersteuning, terwijl er twee dagen les is. Maarten zal alleen komen als er ook ondersteuning is op school. We stuurden een kopie van het voorstel naar het schoolbestuur. De vader en de school bereiken een compromis en Maarten kan terug naar school.

Verschil in aanpak Het CLB signaleert grote verschillen in de aanpak van ondersteuningsnetwerken. Het ene onder­ steuningsnetwerk laat weten dat ze niets meer doen. Die geven nu opdrachten door aan het CLB om contact op te nemen met de ouders van de kinderen die ze ondersteunden. Ze zeggen het CLB welke tips ze aan ouders moeten geven, zoals over hoe een kind met dyslexie of autisme het best leerstof kan instuderen. Terwijl andere ondersteuningsnetwerken dan weer wel in con­ tact blijven met de gezinnen.

Vergeet kinderen met een beperking niet In april, na de start van het afstandsonderwijs, krijgt de Klachtenlijn een signaal van directies, coördinatoren en medewerkers van de onder­ steuningsteams over de kwetsbare situatie van leerlingen met een beperking in het gewoon onderwijs: ‘In deze periode van afstandsleren willen we de noden van leerlingen met een beperking in het gewoon onderwijs dringend onder de aandacht brengen. We merken dat de rechtmatige redelijke aanpas­ singen voor deze leerlingen uit het oog verloren worden. We stellen een toenemend risico vast op overbelasting van deze leerlingen en hun ouders en op groeiende leerachterstand, rechtstreeks gelinkt aan de pre-teaching. Nieuwe leerstof verwerken, vraagt voor deze leer­ lingen heel wat meer tijd en extra onder­steuning, net nu veel externe ondersteuning wegvalt. In de huidige aanpak is het streefdoel van pre-­ teaching dat de leerling vier uur per dag werkt en de ouders twee uur per week onder­steunen een utopie. Vanaf dag één werden de twee voor­ gestelde grenzen ruim overschreden. We doen een dringende oproep om voor deze leerlingen het aantal opdrachten te verminderen, aan te passen aan de beperking en de verwach­ tingen duidelijk te omschrijven. Individueel ondersteunen en het takenpakket eenduidig aanbrengen is absoluut nodig. De leer­ lingen en hun ouders verliezen zich momenteel nog meer dan andere gezinnen in een chaos van verschillende communicatiekanalen, en in de onrealistisch grote hoeveelheden studiemateriaal, onhaalbare werkvormen. We vragen om voor deze leerlingen met gemo­ tiveerd verslag de organisatie van het afstands­ onderwijs op korte termijn bij te sturen. We vragen ook specifieke maatregelen voor deze leerlingen bij het uittekenen van het evaluatie­ beleid op het einde van het schooljaar.'


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

2.6. Collectief leerlingen­ vervoer Nodige mobiliteits­ ondersteuning In het schooljaar 2018-2019 zaten er 47.468 leer­ lingen in het buitengewoon onderwijs. Van die leerlingen maakten er 38.252 gebruik van het collectief leerlingenvervoer. De meeste leerlin­ gen die daar recht op hebben, komen met de gratis bus naar school. Voor veel gezinnen is het een noodzakelijke ondersteuning: scholen voor buiten­ gewoon onderwijs liggen gemiddeld een stuk verder van thuis. Het buitengewoon onder­ wijs dichter bij huis brengen zou het probleem van het leerlingenvervoer helpen milderen. Het collectief leerlingenvervoer is een com­ plex probleem waar veel actoren rechtstreeks of onrechtstreeks bij betrokken zijn: kinderen, ouders, scholen, onderwijsadministratie, onder­ wijsnetten, De Lijn en andere vervoerders. De laatste jaren groeide er consensus dat de kinde­ ren minder lang onderweg moeten zijn. De orga­ nisatie van het leerlingenvervoer moet flexibeler kunnen. En de kwaliteit van het busvervoer moet beter, zowel pedagogisch als infrastructureel.

Elke dag tot zes uur in de bus In oktober is een vader gedwongen om zijn twee tienerzonen weer zelf naar school te brengen. Hij wil het zijn zonen met autisme niet meer aan­ doen dat ze elke dag twee keer drie uur in de bus moeten zitten. Na de schooluren en het huiswerk blijft er amper vrije tijd over. Dit schooljaar duurt de rit nóg langer. De vader vraagt zich af of de kinderen het niet waard zijn om meer bussen in te leggen? Hij ziet andere ouders verhuizen en dichter bij de school gaan wonen. Die kinderen zijn nu ook bijna twee uur onderweg. Het gaat om kinderen die het vanzelf al moeilijker hebben. Het Kinderrechtencommissariaat beoordeelt de klacht als gegrond. We pleiten er al langer voor om kinderen niet langer dan twee uur per dag

in de bus te laten zitten. We drongen er mee op aan om extra bussen in te zetten. Na de herfst­ vakantie ontdubbelde de vervoermaatschappij deze lijn waardoor ze de reistijd met twee keer een half uur inkortte. De Lijn liet ons weten waardoor de rit nu langer duurde: dit schooljaar is er een wisselparking. Daardoor duurt de rit minstens twintig minuten langer omdat alle bussen er op tijd moeten gera­ ken en ook overstappen kost tijd. Bovendien heb­ ben scholen extra vestigingsplaatsen geopend waardoor er nu meer leerlingen in de bus zitten en de bus extra stopplaatsen moet bedienen. Toch bleef het budget hetzelfde. En De Lijn kreeg sommige leerlingengegevens laat door waardoor ze pas heel laat in augustus konden plannen.

Reistijd verkorten en zelf­ redzaamheid bevorderen In klachtenonderzoek en bemiddeling toetst het Kinderrechtencommissariaat klachten en mel­ dingen aan het kinderrechtenverdrag, de regel­ geving en de conceptnota ‘Leerlingenvervoer: buitengewoon onderwijs’ van 2015. Dat bete­ kent dat we bij concrete vragen en klachten aandacht hebben voor de zelfredzaamheid en mobiliteitsnoden van het kind en zijn gezin. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt ook aan­ dacht voor leerlingenvervoer als collectief goed. We hechten belang aan de impact van de andere kinderen in de bus op de reistijd. We beseffen hoe moeilijk het is om kleine tijdwinsten te reali­ seren en hoe snel de duur van ritten kan oplopen.

Zorgen voor een compromis De vader van Selim belt de Klachtenlijn begin september 2019. Zijn zoon van 18 heeft het syn­ droom van Down (OV1 type 2). Tot januari 2019 werd Selim thuis opgehaald en afgezet en was hij elke dag twee uur onderweg voor 15 km afstand tussen school en thuis. Vanaf januari 2019 veranderde de busrit voor Selim en enkele andere kinderen omdat De Lijn een oplossing zocht voor andere ritten die te

99


100

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

tijdrovend waren. Daardoor was Selim elke dag ineens vier uur onderweg. Zijn vader had ziekte­ verlof en bracht Selim dan zelf maar naar school. Soms kon Selim meerijden met een leerkracht uit de buurt. Dit schooljaar is Selim opnieuw zo’n vier uur per dag onderweg. De Lijn zoekt een oplos­ sing en stelt voor gebruik te maken van de bus­ halte op wandelafstand van thuis. Dan zou Selim weer meekunnen met zijn oude bus. Selims vader geeft verschillende redenen waarom dat geen oplossing is: Selim kan de afstand fysiek niet aan, hij heeft altijd toezicht nodig, hij heeft plasproble­ men, hij kan niet tegen slecht weer, de bus komt vaak niet op tijd. Selims vader vraagt dat Selim zoals vroeger weer thuis opgehaald en afgezet wordt. Dat heeft geen impact op de reistijd van de andere kinderen in de bus. De vader vraagt of het Kinderrechtencommissariaat kan bemiddelen. Het Kinderrechtencommissariaat sprak met de vader, De Lijn en twee leerkrachten. We bekeken Selims functioneringsverslag en uittreksels uit zijn VAPH-dossier. Selim kan zich niet zelfstandig verplaatsen in het verkeer. Zijn moeder kan hem wel begeleiden. De school beoordeelt de beperkte wandelafstand onder begeleiding van de moeder als fysiek zeker haalbaar. Voor zijn dagelijkse verzorging is ondersteuning nodig. Die zorgtaken worden opgenomen door de ouders en vergen tijd. Daarom vinden we dat de huidige busrit een onredelijke impact heeft op het hele gezin. Opnieuw meekunnen met de oude bus is een redelijke vraag. De Lijn bevestigt dat ze Selim dit schooljaar een plaats kan geven in die bus en vraagt om de bushalte op wandelafstand te gebruiken. De Lijn erkent dat stoppen bij de bushalte of thuis geen impact heeft op de reistijd van de andere kinderen in de bus. Maar bij De Lijn zijn ze wel bang voor precedenten. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt om eventuele andere vragen geval per geval te bekijken. Wij vinden het belangrijk dat Selim onder bege­ leiding het traject kan aanleren. We vinden het wel nodig om rekening te houden met de zorg­ noden ’s morgens. Om nog geen extra druk op de ochtend te leggen, stellen we voor om Selim dit schooljaar ’s morgens thuis op te halen. ’s Avonds stellen we voor om hem aan de bushalte af te zet­ ten waar een van zijn ouders hem kan opwachten om samen naar huis te wandelen. We vroegen heldere afspraken tussen de ouders en de bus­

begeleider. De Lijn keurde het voorstel goed en ook de ouders reageerden positief.

Versterk leerlingenvervoer op een innovatieve manier De huidige proefprojecten tonen aan dat er ruimte is voor meer maatwerk. Dat leidt niet tot lagere kosten maar wel tot een verschuiving naar andere budgetposten zoals kinderopvang en mobiliteitscoaches. Er zijn vooral innovatieve en alternatieve manieren nodig om het leerlingen­ vervoer te versterken. Toegankelijkheid van dien­ sten is een basisrecht voor iedereen. Alleen zo kunnen kinderen en jongeren in al hun diversiteit en in verschillende situaties veilig en gemakkelijk gebruik maken van de publieke ruimte en van het openbaar vervoer. Zorg voor redelijke aanpas­ singen voor kinderen die dat nodig hebben. Voor leerlingen in leefgroepen van welzijn en gezond­ heidszorg is het nodig de knelpunten verder in kaart te brengen. Als we meldingen en klachten krijgen uit piloot­ projecten, geven we die altijd door aan de piloot­ coördinatoren. We volgen dan alles op. Zo houden we de vinger aan de pols van wat er leeft en beweegt in pilootprojecten. Die infor­ matie nemen we mee naar de klankbordgroep. Als dat kan, sluiten we aan bij regionale overleg­ momenten. Dit jaar overlegden we voor het piloot­ project Leuven mee met scholen buiten­ gewoon onderwijs, CLB’s en LOP-medewerkers van buiten het pilootproject. Het is belangrijk om te informeren over het lopende veranderings­ proces. Dan kunnen scholen en CLB’s al bekijken welke stappen zij al kunnen zetten in de aanloop naar het nieuwe model.

Pilootproject Leuven Tuur is een jongen van 13 jaar met autisme. Op 1 september 2019 stapte hij over van een school voor buitengewoon basisonderwijs buiten het pilootgebied naar het observatiejaar van OV3 type 9 in een school in het pilootgebied. Het gezin koos voor continuïteit naar de vervolg­opleiding. Maar de nieuwe school is niet de dichtstbijzijnde


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

school van het net. Tuur verloor zijn recht op ­gratis leerlingenvervoer. De ouders vroegen een uitzondering. De lokale commissie volgde ze daarin en bood Tuur toe­ gang tot het leerlingenvervoer vanuit een halte van waaruit de school wel het dichtstbij is. Maar die halte ligt op 5 km van thuis en Tuur kan er niet zelfstandig komen. De ouders klopten aan bij de beroepscommissie. Tuur kreeg tot de herfstvakantie een tijdelijke opstapplaats op twee kilometer van thuis met het advies dat hij de alternatieve trajecten zou aanleren en inoefenen. De ouders zien in de alternatieven geen oplos­ sing vanwege Tuur zijn ondersteunings­ noden en omdat er maar pas een mobiliteitscoach is die nog niet vertrouwd is met Tuurs noden. De ouders gaan de beroepscommissie vragen om de tijdelijke opstapplaats definitief te maken. Kan het Kinderrechtencommissariaat hun vraag ondersteunen? Het Kinderrechtencommissariaat sprak met de ouders en met de pilootcoördinator. We onder­ steunden de vraag van de ouders niet. We volgden het dossier wel mee op. De beroeps­ commissie verlengde de tijdelijke opstapplaats tot 30 juni 2020 met de uitdrukkelijke vraag aan ouders, school en mobiliteitscoach om alternatieven uit te proberen en te oefenen zodat Tuur vanaf sep­ tember 2020 zelfstandig naar school kan gaan. In mei en juni oefende de mobiliteitscoach actief met Tuur (ook al moest hij toen niet naar school of naar de noodopvang). De ouders kozen uitein­ delijk voor het treintraject in combinatie met De Lijn. Tuur krijgt een gratis treinabonnement en een gratis Buzzy Pazz van De Lijn.

Leerlingenvervoer in tijden van corona Om het veilig te houden voor buschauffeurs, busbegeleiders en leerlingen leidden de corona­ regels ertoe dat de bussen op een kwart van hun capaciteit reden. Dat hielp om kinderen naar de noodopvang te brengen, maar bemoeilijkte een uitgebreide heropstart van de scholen.

De minister overlegde met de onderwijswereld en De Lijn en zorgde dat de capaciteit van de bussen kon verhogen tot 50%. Dat kon als de kinderen een mondmasker opzetten. De minister vroeg De Lijn en de vervoerders ook om grotere bussen in te zetten. Het Kinderrechtencommissariaat werkte mee in de werkgroep onderwijs van de Taskforce Kwetsbare gezinnen. We vroegen daar aandacht voor de heropstart van het buitengewoon onder­ wijs en voor het collectief leerlingenvervoer. We vroegen het nodige budget uit te trekken om extra bussen te laten rijden zolang die niet opnieuw vol kunnen zitten. In de coronadraaiboeken 2020-2021 staan pandemie­ scenario’s voor het leerlingenvervoer om het recht op onderwijs maximaal te garan­ deren. Met vernieuwde veiligheidsmaatregelen, onder andere voor het vervoer van leerlingen in een rolstoel.

2.7. Recht doen aan rechten van leerlingen Het kinderrechtenverdrag behandelt naast twee specifieke onderwijsbepalingen (artikel 28 en 29) ook nog andere fundamentele rechten in het onderwijs. Scholen hebben de opdracht om elke dag opnieuw alle rechten van kinderen te respecteren, te beschermen en te realiseren. Het is belangrijk om te bouwen aan een sterk school­ beleid dat kinderrechten op de voorgrond zet en als leidraad hanteert. Er is een evenwicht nodig tussen protectie, participatie en provisie. Op school hebben leerlingen, naast recht op inspraak, participatie, informatie en bescherming van hun integriteit ook recht op respect voor hun privacy en op bescherming van hun persoons­ gegevens. Waar privacy een erg omvattend begrip is, gaat de bescherming van persoonsgegevens eerder over de technische aspecten van opslag, beheer, inzage en aanpassingen van persoonsge­ gevens. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg verschillende meldingen over die rechten.

101


102

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

In leerlingenbegeleiding Rechten op en in het dossier Elke school verzamelt gegevens van leerlingen, zoals administratieve gegevens, beslissingen en adviezen van de klassenraad, informatie over welbevinden, zorgmaatregelen, redelijke aanpas­ singen, overtredingen van leefregels op school en begeleidende maatregelen of het gekozen levensbeschouwelijk vak. Apart is er ook nog het multidisciplinair dossier bij het CLB. Voor leerlingen en ouders is het niet altijd dui­ delijk welke gegevens in hun leerlingendossier terechtkomen en hoe de school daarmee omgaat. Wie heeft toegang tot welke informatie? Wat is het onderscheid tussen de verschillende dossiers? Tegen welke overdracht van informatie kunnen ze verzet aantekenen? Hoe kan dat dan? We informeren leerlingen en ouders over hun recht op inzage, toelichting en kopie. Zo kun­ nen ze hun eigen schoolloopbaan systematisch opvolgen. Bij minderjarigen zijn het de ouders die de school moeten vragen wat die over hun kind weet. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt om leerlingen daar maximaal bij te betrekken. De mogelijke overdracht van de gegevens van de ene naar de andere school en de voorwaarden voor die overdracht zijn ook uitdrukkelijk gere­ geld. De optimalisering van de individuele studie­ loopbaan van de leerling staat dan altijd voorop. Dat is een goede zaak. Vroeger zagen we wel­ eens dat informatie niet doorstroomde waardoor de nieuwe school van een wit blad vertrok en niet onmiddellijk de zorg gaf die wel nodig was. Bij discussies adviseren we leerlingen en ouders om hun dossier aan te vullen met hun perspectief. Dat kan het begeleidingsproces vooruithelpen.

Zorgvuldig omgaan met de stem van de leerling – discretie­ plicht Leerlingen luchten hun hart soms bij leerkrach­ ten. Iedereen die op school werkt, heeft discre­ tieplicht of ambtsgeheim. Schoolmedewerkers mogen vertrouwelijke informatie over leerlingen discreet bespreken met collega’s, directie of het

CLB om zo de leerlingen de nodige ondersteu­ ning te geven. Toch blijkt uit de meldingen dat leerkrachten daar niet altijd even omzichtig mee omspringen.

Discretieplicht? Oona (17) mailt dat ze ASS en dyslexie heeft. De school weet dat en ze heeft al verschillende keren gevraagd om die informatie niet te delen met andere leerlingen. Ze vindt het heel belang­ rijk dat daar discreet over gedaan wordt en dat haar problemen niet doorverteld worden. Vorig jaar is dat wel gebeurd en heeft ze er nog eens op gehamerd om dat niet te doen. Toch sprak een klasgenote haar vorige week weer aan over haar ASS. Een leerkracht had het aan haar ouders verteld op het oudercontact, om uit te leggen waarom hun dochter altijd naast Oona in de klas moest zitten. Oona begrijpt niet dat de school het weer doorvertelde. Ze was helemaal van slag en ging naar de leerlingencoach. Hij zou contact opnemen met de leerkracht die het doorverteld had. Niet veel later verschijnt er tijdens een toets een leerlingenlijst op het smartboard van de klas. Naast haar naam staat: ‘autisme’. De leerkracht merkt wel onmiddellijk haar fout op en sluit het programma af. Voor Oona is de maat vol. Ze wil dat de school haar privacy respecteert. Ze vraagt het Kinderrechtencommissariaat wat ze nog kan doen en wat wij kunnen doen, want haar vraag of eis wordt door de school niet gehoord. We adviseren Oona om een gesprek te vragen met de leerkracht, met de directie en het CLB. We geven haar kapstokken mee. Oona laat ach­ teraf weten dat de leerkracht blijft volhouden dat het zo niet gebeurd is en dat zij het heel anders beleeft. Ze heeft het gevoel dat het een strijd is die ze toch niet kan winnen. Bij het gesprek met het CLB had ze een goed gevoel. Ze voelde zich begrepen en gaat zich verder door het CLB laten ondersteunen.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Hulpverlening is gebaseerd op vrijwillige samenwerking Scholen proberen leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. Ze regelen brede basiszorg en extra zorg voor leerlingen die dat nodig hebben. Via de cel leerlingenbegeleiding en het CLB werken ze toe naar een geschikte begeleidingsoplossing. Leerlingen hebben een gelijkwaardige plaats om hun begeleidingstraject op te volgen en te eva­ lueren. Soms gaan scholen een stapje te ver. Ze stel­ len hulpverlening als voorwaarde om op school te mogen blijven. In contracten staat soms dat jongeren met de school informatie moeten delen over hun hulptraject. Dan botsen scholen met de vrijwilligheid en vertrouwelijkheid van hulpverle­ ning. Bij leerlingen wekt dat meer argwaan dan vertrouwen dat nodig is voor echte nabijheid.

Omgaan met seksueel grens­ overschrijdend gedrag Sommige jongeren doen aan sexting: ze sturen naaktfoto’s naar elkaar. Sexting houdt risico’s in omdat naaktfoto’s soms verspreid worden zon­ der medeweten van de afgebeelde jongeren. Dat is een verregaande schending van de privacy en de integriteit van de jongere. Ook ongevraagd naaktfoto’s ontvangen is een inbreuk op de inte­ griteit. In ons ENYA-participatietraject van 2019 vroegen jongeren dat scholen dat onderwerp meer aan bod zouden laten komen in lessen seksuele opvoeding of in lessen over mediawijsheid. Ook volwassenen zouden les moeten krijgen over sexting zodat ze jongeren kunnen ondersteunen en informatie kunnen geven over sexting en cyberpesten. Kinderen en jongeren vragen het recht om over onderwerpen als sexting en cyber­ pesten te praten in een veilige omgeving, zonder dat hun ouders op de hoogte gebracht worden. Als er op school naaktfoto’s circuleren, is het belangrijk dat scholen dat goed inschatten en aanpakken. Leerlingen, ouders en professionals stellen ons daar vragen over. We adviseren dan om het stappenplan van Sensoa te volgen. Meldingen tonen hoe belangrijk die stappen zijn en hoe belangrijk het is dat scholen empathisch

zijn. Anders worden ‘slachtoffers’ aangetast in hun privacy en voelen ze zich behandeld als ‘verspreiders’. Daardoor nemen spanningen nog verder toe.

Stalking door medeleerling en directeur? Joris (15 jaar) heeft leerproblemen en moet hard zijn best doen om goede schoolresultaten te halen. Een klasgenote stalkt hem met seksueel getinte berichten, naaktfoto’s en filmpjes. Het meisje werd een maand opgenomen. Sinds kort is ze terug op school. Het stalken herbegon. Ondertussen kreeg de halve school al naaktfoto’s van haar. De ouders klagen de aanpak van de directeur aan. Joris wordt om de haverklap uit de les gehaald en bij de directeur geroepen. De directeur vraagt telkens of hij de foto’s nog heeft en of er nieuwe beelden zijn. De directeur wil dat hij die foto’s en andere berichten naar hem doorstuurt en ze van zijn eigen smartphone wist. Joris heeft het steeds moeilijker met de aanpak van de directeur. Op enkele dagen is hij dertien keer bij de directeur geroepen. Vorige week liep het uit de hand toen hij protesteerde. De directeur werd heel kwaad en dreigde met sancties. De directeur zegt dat hij het wil oplossen met dialoog. Joris vindt dat hij op die manier twee keer slachtoffer wordt: hij wordt gestalkt door het meisje en hij mist om de haverklap lessen en soms toetsen die hij dan achteraf moet inhalen. Joris voelt zich behandeld als verspreider. Zijn ouders spreken met de directeur. Die houdt vast aan zijn aanpak. De ouders doen aangifte bij de politie. Die adviseert om alle bewijsmateriaal te bewaren. Een agent kwam langs op school. De directeur minimaliseert de impact op Joris. Dat maakt zijn moeder nog bozer. Ze vraagt wat Joris’ rechten zijn op school en ze vraagt advies hoe ze dit verder moet aanpakken. Het Kinderrechtencommissariaat begrijpt dat de directeur wil voorkomen dat nieuwe berichten en beelden verder verspreid raken. Hoe hij Joris aanpakt, vinden we disproportioneel. De school mag meer oor hebben voor zijn bezorgdheden. We stelden vragen over de betrokkenheid van het CLB. We stelden voor dat Joris in de krokus­ vakantie zijn ervaring zou opschrijven en mee­ nemen naar een nieuw overleg met de directeur. We adviseerden om het CLB daar bij te vragen.

103


104

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Joris’ moeder was blij met onze erkenning en ging aan de slag. Na het gesprek zou ze opnieuw contact opnemen met ons. Eventueel kon de Klachtenlijn bemiddelen. Enkele dagen later wer­ den de lessen geschorst door de coronamaat­ regelen. We probeerden nog in contact te komen met het gezin, maar kregen geen reactie meer.

In het maatregelencontinuüm Persoonlijke bezittingen controleren Bij schendingen van leefregels op school of bij vermoedens is het voor leerlingen, ouders en scholen soms niet duidelijk hoever scholen kun­ nen gaan bij hun onderzoek naar feiten of als de tussenkomst van de politie nodig is. Bijvoorbeeld omdat de directie vermoedt dat leerlingen betrok­ ken zijn bij een diefstal of bij vermoedens van alcohol of drugs op school. Verschillende vor­ men van controle zorgen voor discussie of zelfs problemen op school: rugzakcontrole, locker­ controle of controle van profielen op sociale media. De bezorgdheden leven zowel bij de leer­ lingen als bij de schoolmedewerkers. Meldingen laten zien dat leerkrachten of directies soms niet correct omgaan met het recht op privacy van hun leerlingen. Scholen mogen altijd vragen iets af te geven dat in de rugzak of locker van een leerling zit, maar mogen zelf niet kijken zonder de toestem­ ming van de leerling, ook al laat het schoolregle­ ment dat wel toe. Als de leerling zijn toestemming niet geeft, kunnen scholen de politie inschakelen. Die mag wel persoonlijke bezittingen van een leer­ ling controleren of fouilleren. Schoolreglementen informeren daarover vaak niet correct.

Uit een onaangepast schoolreglement Als de directie vermoedt dat je het school­ reglement overtreedt, heeft ze het recht om de inhoud van je locker in jouw bijzijn te controleren.

Drugscontroles Het Kinderrechtencommissariaat ventileerde al vaker zijn ongerustheid over drugstesten en politierazzia’s op school. Die staan haaks op een preventieve en ondersteunende aanpak. Bovenal raken ze erg aan de fysieke integriteit en de pri­ vacy van de leerlingen. Leerlingengroepen en klassen worden eruit gepikt en tegen de muur gezet. Andere leerlingen en leerkrachten kijken toe. Leerlingen worden voor een urinetest niet duidelijk geïnformeerd over wat er staat te gebeuren en wat de gevolgen zijn. We stelden al vaker dat een leerling op school eigenlijk niet uit vrije wil kan toestemmen door de pedagogische relatie en de machtsrelatie. We krijgen meldingen over het gelijkstellen van weigeren met positief testen. De politie geeft resultaten van urinetesten door aan de school, terwijl ze die eigenlijk met de ouders moet bespreken. Scholen en politie blijven zo juridisch hun boekje te buiten gaan en schenden de integriteit en de privacy van leer­ lingen. Drugs zijn op school soms een groot probleem. Daar als school weerwerk tegen bieden, is niet gemakkelijk. Het is belangrijk dat scholen er aandacht voor hebben, een preventieve wer­ king opzetten en duidelijk maken dat drugs op school niet kunnen. We kunnen vanuit het Kinderrechtencommissariaat niet genoeg de rol en het belang van de leerkrachten en de leerlingen­ begeleiding benadrukken. Bij vermoe­ den van druggebruik is het belangrijk om het bespreekbaar te maken om hulp en ondersteu­ ning toegankelijk te maken. We vragen om naar het kind achter de leerling te blijven kijken. Aan leerlingen vragen we om de school in vertrouwen te nemen. Toch merken we dat scholen dat ver­ trouwen ook kunnen beschamen.

In de steek gelaten Begin december belt de moeder van Mats (17) naar de Klachtenlijn. Enkele familieleden heb­ ben kanker. Mats trekt zich dat heel sterk aan. Dat gaat gepaard met periodes van cannabisge­ bruik na de schooluren. Hij nam daarover een leerlingenbegeleider in vertrouwen. Die volgde hem elke maand op en verwees hem door naar De Sleutel. Mats kreeg begeleiding met wisse­ lend succes. Al die tijd ging hij regelmatig naar


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

school, waren zijn schoolresultaten goed en bleef zijn relatie met zijn leerkrachten positief. Hij zat nooit onder invloed op school en had nooit drugs op zak. Na de paasvakantie organiseerde de school samen met de politie een drugscontrole. De politie­hond bleef bij Mats zitten. Mats werd mee­ genomen naar het kantoor van de directeur. Hij werd gefouilleerd maar had geen drugs bij zich. De politie vroeg zijn medewerking aan een urine­ test. Ze vertelden hem dat weigeren via het parket veel zwaardere gevolgen zou hebben. De direc­ teur zou weigeren gelijkstellen met een positieve test. Mats die al een heel jaar vertrouwen had in de school stemde toe en zei dat de test allicht positief zou zijn. Hij rookte de avond ervoor een joint. Op basis daarvan werd Mats in mei 2019 met onmiddellijke ingang definitief uitgesloten. Zijn ouders tekenden beroep aan in de hoop een examenregeling te kunnen krijgen. De interne beroepscommissie bevestigde de onmiddel­ lijke uitsluiting. Half mei konden ze geen andere school meer vinden. Eind juni vroegen de ouders of Mats in aanmerking kwam voor een attest. Hij kreeg een C-attest. Mats en zijn ouders voelen zich in de steek gela­ ten. Dit schooljaar is Mats ingeschreven in een Centrum Leren en Werken (CLW). Hij ging nog maar weinig naar de les. Een werkplek vond hij nog niet. Hij is niet meer gemotiveerd. Het CLB schakelde een brugfiguur in maar die krijgt de schooluitval niet gekeerd. Mats vraagt om te kun­ nen terugkeren naar zijn school waar hij al zijn hele secundaire loopbaan zat. Hij wil er graag zijn studies in het 5e jaar hervatten. Mats en zijn ouders stelden de vraag al aan de schooldirec­ teur, maar die houdt de boot af. Mats zondert zich steeds meer af in zijn kamer. Zijn moeder maakt zich grote zorgen over zijn welbevinden. Het Kinderrechtencommissariaat sprak met Mats, zijn moeder en de brugfiguur. We waren erg geschrokken hoe Mats behandeld werd en over de impact daarvan tot vandaag. We betreu­ ren dat hij vorig schooljaar de weg niet vond naar het Kinderrechtencommissariaat. We willen Mats steunen in zijn vraag, al kan de school zijn inschrijving weigeren. Mats vindt herintegratie haalbaar omdat de relatie met zijn leerkrachten altijd positief was en zijn schoolresultaten goed waren. De school lichtte haar drugsbeleid en leerlingenbegeleiding toe en bleef zich princi­ pieel verzetten tegen Mats’ terugkeer. Ze bleef

achter haar drugsbeleid staan. We maakten onze bezorgdheden over aan de school en het schoolbestuur. En aan het lokaal drugsplatform waarin de gemeentelijke preventiedienst, politie, scholen, hulpverleners en jongerenorganisaties samenkomen. Daar werden de drugsrazzia’s en het drugsbeleid van sommige scholen al verschil­ lende keren ter discussie gesteld. De brugfiguur bleef in contact met Mats en regelde samen met het CLW een werkplek. Mats bleef voorlopig ongemotiveerd om naar de lessen en de werk­ plek te gaan.

In de digitale schoolomgeving Jongeren, ouders en scholen zoeken hun weg in de complexiteit van digitale media en tech­ nologie. Scholen hebben een belangrijke taak om mediawijs om te gaan met ICT. We zien dat scholen sinds de vernieuwde privacyregels veel bewuster omgaan met bijvoorbeeld foto’s van leerlingen online. Scholen informeren en vragen doorgaans correct toestemming aan ouders en leerlingen. En ook schoolreglementen infor­ meren meestal correct.

Bezorgd om commercieel gebruik van leerlingen­ gegevens De digitalisering van onze maatschappij bracht de discussie en het bewustzijn over privacy in een stroomversnelling. De gevoeligheid voor de bescherming van persoonsgegevens speelt ook bij digitale schoolplatformen. Ouders nemen con­ tact op met ons omdat de school Googlediensten of Smartschool gebruikt. Ze zijn bezorgd over de persoonsgegevens die scholen zo doorgeven aan commerciële bedrijven. Ouders missen transpa­ rantie over de afspraken die scholen maken met leveranciers. Het Kinderrechtencommissariaat is voorstander van anonieme accounts. We erkennen dat dat extra werk vraagt van scholen omdat de gege­ vens van leerlingen altijd zorgvuldig gekoppeld moeten worden aan het anonieme account. Het helpt wel om risico’s van commercieel gebruik van leerlingengegevens in te perken.

105


106

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Jongeren slagen er vaak nog niet in om goed en kritisch om te gaan met de complexiteit van digi­ tale media. In ons ENYA-participatietraject van 2019 was dat een van de vragen van jongeren. Ze willen zich bewuster worden van hun digitale rechten en mogelijkheden. Ze kijken naar school, ouders, leeftijdgenoten en de media zelf om ze daarin te ondersteunen. Ze wijzen ook op de verantwoordelijkheid van overheden en sociale media om hun privacy te beschermen.

Biometrisch betalingssysteem? Bij elke nieuwe mogelijkheid horen kritische vra­ gen en een dialoog op school. Niet alles wat tech­ nologisch kan, is sociaal of juridisch wenselijk. De verwerking van persoonsgegevens moet pro­ portioneel zijn met het doel.

Handpalmscan De Vlaamse Scholierenkoepel meldt ons dat een school dit jaar wil beginnen met een handpalm­ scan. De leerlingen zullen hun handpalm moeten scannen om broodjes te kunnen bestellen. Ze kunnen alleen kiezen tussen (1) je gaat akkoord of (2) ik koop geen eten en drinken op school. We deelden de bezorgdheid van de Vlaamse Scholierenkoepel. Uit hun contacten met de leer­ lingen­raad begrepen we dat leerlingen er geen pro­ bleem mee leken te hebben. De Scholierenkoepel en het Kinderrechten­commissariaat spraken met vertegenwoordigers van het onderwijsnet. De data protection officer begeleidde de school en was formeel: het gebruik van biometrische gege­ vens is disproportioneel en de school zal het sys­ teem niet invoeren. Het onderwijsnet werkt ook nieuwe aanbevelingen uit.

2.8. Welbevinden van leerlingen Pesten en geweld door leerlingen De coronacrisis maakte heel duidelijk dat de meeste kinderen en jongeren hun vrienden en ook de school misten. De rol van vrienden en school is in het leven van kinderen en jongeren enorm. De school is niet alleen een plek waar kin­ deren leren, maar ook waar ze sociale contacten hebben en spelen of zich ontspannen en steun vinden. Toch voelt voor sommige kinderen en jongeren de school jammer genoeg niet veilig en vertrouwd aan.

Pesten nog niet uitgebannen In 2018 hield de UGent samen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een grote enquête bij 11.000 Vlaamse jongeren tussen 11 en 18 jaar. De resul­ taten werden vergeleken met een onderzoek uit 2014. In 2018 zei 16% van de tieners dat ze de laatste maanden ooit gepest werden. Vier jaar eerder ging dat nog om 19%. De studie peilde voor het eerst naar cyberpesten bij tieners. 8% van de Vlaamse tieners zegt dat ze daar de laatste maanden mee te maken kregen.

N Factsheet

Gezondheid en Welzijn, studie Jongeren en Gezondheid (HBSC Vlaanderen), september 2019, Universiteit Gent, w w w. j o n g e r e n - e n - g e z o n d h e i d . u g e n t . be/2019/09/

Ook al zeggen jongeren dat ze minder gepest worden, toch blijft de Klachtenlijn meldingen krijgen over pesten, vooral eerstelijnsvragen. Kinderen en ouders zoeken een luisterend oor, vragen advies en steun om zelf op te treden tegen pesten. We informeren over methodieken, adviseren wat ze kunnen doen en verwijzen door naar leerlingenbegeleiding, directie, CLB of JAC. Als herstelgericht werken en positieve heroriën­ tering nodig is, informeren we over de mogelijk­ heden van de pedagogische begeleidingsdienst


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

of gespecialiseerde organisaties. We blijven beschikbaar als de signalen van leerlingen geen gehoor vinden.

Grote impact De meldingen tonen dat kinderen en jongeren op verschillende manieren gepest worden: verbaal (beledigen, bedreigen, belachelijk maken, intimi­ deren) en lichamelijk (vechten, aan haren trekken, kauwgom in haren plakken, broek aftrekken), maar ook de minder zichtbare vormen van pes­ ten komen aan bod zoals iemand buitensluiten of negeren. Je uiterlijk, je kleren, je seksualiteit of genderexpressie, je huidskleur of ‘anders zijn’: het kunnen allemaal redenen zijn om iemand te pesten. Het pesten is meestal al lang aan de gang. Het gebeurt niet alleen op school, maar soms ook buiten de schoolmuren of online. Bij alle kinderen en jongeren die met ons contact opnamen, snijdt het diep in hun welbevinden. Ze voelen zich slecht en eenzaam, sluiten zich vaak af en leven met angst. Ze slapen slecht, hebben hoofd- en buikpijn. Sommige kinderen en jongeren willen en kunnen niet meer naar school. Enkele onder hen ondernamen een zelfmoordpoging. We merken veel schaamte om over pesten te praten, zeker bij jongeren. Ze zitten vaak vast in wat ze van de Klachtenlijn verwachten: ze wil­ len dat het pesten stopt maar zijn bang dat onze tussen­komst het pesten erger maakt. Daarom is het belangrijk om in elke school een aanspreek­ persoon te hebben met de juiste knowhow, bij wie kinderen en jongeren kunnen aankloppen en die hun verhaal over pestgedrag ernstig neemt. Nog al te vaak worden kinderen en jongeren wandelen gestuurd met de boodschap dat ze het pesten moeten negeren en sterker en assertiever moeten worden. Het is zo cruciaal de gevoelens van kinderen of jongeren altijd ernstig te nemen en niet te bagatelliseren. Dat kinderen het gevoel krijgen dat ze er niet alleen voor staan. Het is voor de gepeste vaak een heel grote stap om hulp te vragen. We benadrukken daarom in elke school het belang van een beleid over welzijn en welbe­ vinden, om pesten en ander grensoverschrijdend gedrag aan te pakken en te voorkomen. We vra­ gen om welbevinden en pesten bespreekbaar te maken op school en in de klas en om aandacht te hebben voor het welzijn van elk kind. Ook in het

lessenpakket moeten pesten, emoties en empa­ thie nog meer een plaats krijgen. Kinderen en jongeren moeten weten waar ze terechtkunnen. Vaak hebben ze het gevoel alleen te staan en er door de groepsdruk of het taboe niet tegenop te kunnen. Kinderen en jongeren moeten pest­ gedrag anoniem kunnen melden en een leer­ kracht in vertrouwen kunnen nemen.

Word sterker! De vader van de 15-jarige Ella neemt contact op. Zijn dochter is hoogsensitief. Al in de basisschool werd ze daardoor gepest. In de secundaire school zette het pesten zich door. In maart liep Ella weg en deed ze een suïcidepoging. De politie vond haar op tijd, maar Ella is sindsdien heel bang. Ze durft nergens meer naartoe, is bang van ieder­ een en heeft een laag zelfbeeld. Vader schrijft dat voor een groot deel toe aan het pesten en het uitblijven van een gepaste aanpak. Het lukte Ella niet meer om naar school te gaan. Ze probeerde nog halve dagen, maar uiteindelijk bleef ze hele­ maal thuis. Haar vader besprak de pestproble­ men verschillende keren met de directie en het CLB, maar kreeg elke keer de boodschap dat zijn dochter sterker en weerbaarder moest worden en dat het pesten in haar hoofd grotere propor­ ties aanneemt dan in de werkelijkheid. Ella werd doorverwezen naar een psycholoog. Ze bleef verder thuis en kreeg een aangepaste examenre­ geling. Hulp kwam er pas veel later, want overal waren er wachtlijsten. Vandaag verblijft ze op de adolescenten­afdeling van een psychiatrisch zie­ kenhuis. Ella kreeg uiteindelijk een C-attest. Haar vader betwist dat attest omdat Ella niet klaar was om examens af te leggen door het gebrek aan ondersteuning op school. De vader vraagt advies over hoe hij het gebrek aan een pestbeleid kan aanklagen. De Klachtenlijn geeft informatie en kapstokken. We bieden de vader aan om mee aan tafel te zit­ ten als dat nodig is. Hij zegt dat te overwegen en contact op te nemen als onze steun nodig is.

107


108

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Gepest door seksuele geaardheid De moeder van Siebe (17) belt ons. Ze vraagt of er regelgeving is over gemengd slapen op school­ uitstap. Haar zoon is homo en wordt daarom gepest. Siebe lijdt daar meer onder dan hij zelf toegeeft. Zijn moeder blijft daar erg bezorgd over. Siebe wil liever niet met andere jongens op de kamer liggen, maar wel bij twee vriendinnen omdat hij zich bij die meisjes veiliger voelt. De ouders van de twee meisjes geven hun akkoord.

ten daarom voor de oprichting van een gespe­ cialiseerd kenniscentrum over pesten, dat de krachten bundelt, wetenschappelijk onderzoek vertaalt naar de praktijk van scholen en clubs, instrumenten ontwikkelt om mee aan de slag te gaan en opleidingen aanbiedt.

Pesten in tijden van corona

Er is geen regelgeving over wel of niet gemengd mogen slapen op schoolreis. De school had daar haar veiligheids- en preventieadviseur over geraadpleegd. We adviseerden de moeder om een hulpvraag te stellen aan het CLB. Het CLB kan Siebe uitnodigen voor een gesprek. Hij kan er vertrou­ welijk spreken en samen bekijken wat er nodig is. We bezorgden de moeder artikels van WAT WAT over holebi’s en pesten. En we informeerden over hoe de Klachtenlijn helpt bij pesten.

Uit de enquête #jongerenovercorona blijkt dat corona een impact heeft op pesten. 18,6% kinde­ ren en 7,3% jongeren wordt soms gepest. 68,5% van de kinderen die soms gepest worden en 66,5% van de jongeren die soms gepest worden, werden in coronatijd minder gepest. Toch waren jongeren online heel actief. Meer onderzoek is nodig maar een hypothese is dat de bron van het pesten zit waar kinderen en jongeren elkaar fysiek zien. Een bevestiging van ons advies om – naast de aandacht voor cyberpesten – zeker ook aan de bron, op school, in de sportclub of jeugd­ beweging te blijven opkomen tegen pestgedrag.

Kenniscentrum Pesten

Gezag en kracht van de leerkracht

Het Kinderrechtencommissariaat pleit al jaren – samen met andere organisaties en academici – voor een Kenniscentrum Pesten: een multi­ disciplinaire en onafhankelijke organisatie voor beleidsondersteuning en praktijkontwikkeling rond pesten. Dat is geen vraag naar een nieuwe structuur of entiteit. Er is vandaag al heel wat expertise. Het is evenmin een nieuwe vraag voor de wetenschap. Er is vandaag al heel wat wetenschappelijk onderzoek. Het is belangrijk dat dat verdergezet wordt om effectiever te worden. Maar even belangrijk is dat het weten­ schappelijk onderzoek toegepast wordt om pes­ ten aan te pakken. In Vlaanderen is er nog heel veel werk aan de winkel. Scholen, sportclubs, jeugdverenigingen: vaak zijn ze wel overtuigd van het belang van een antipestbeleid. Maar door te weinig knowhow beperken ze zich vaak tot vluchtige sensibiliseringscampagnes en ad-hoc­ oplossingen. Soms zijn interventies zelfs contra­ productief en leiden ze tot meer pesten. Een evidencebased pest­beleid, gebaseerd op weten­ schappelijk onderzoek, kan zorgen dat acties effectief tot minder pestgedrag leiden. We plei­

Leerkrachten kunnen het verschil maken Leerkrachten kunnen echt het verschil maken in het leven van kinderen en jongeren. De rela­ tie tussen leerkracht en leerling heeft een grote invloed op het welzijn en de leerprestaties van leerlingen. Heel wat leerkrachten voelen zich erg betrokken bij hun leerlingen. Dat viel door corona nog meer op. Leerkrachten mailden, belden, app­ ten, deden stoepbezoeken. Ook leerlingen besef­ ten hoe belangrijk school voor hen is. Het is een plek voor sociaal contact, om je te amuseren en te ontspannen, maar ook om steun te vinden bij vrienden en leerkrachten.

Grensoverschrijdend gedrag door leerkrachten Helaas blijven er bij de Klachtenlijn meldingen binnenkomen over grensoverschrijdend gedrag van leerkrachten: roepen, uitlachen, kwetsende


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

opmerkingen maken, geen begrip tonen voor leermoeilijkheden, vernederende sancties en racistische uitlatingen. We krijgen ook meldingen van fysiek geweld door leerkrachten. Jongeren, hun ouders en professionals zijn vooral op zoek naar een klankbord en een luisterend oor. Anderen vragen advies over wat ze kunnen doen of om de dialoog met de leerkracht aan te gaan. Jongeren en hun ouders benaderen door­ gaans al de leerkracht en de directie, maar zijn niet op de hoogte van wat ze nog kunnen doen. We verwijzen ze dan door naar het schoolbestuur en het CLB en zeggen dat de Klachtenlijn daarna nog kan bemiddelen of een onderzoek opstar­ ten. Veelal is dat genoeg voor jongeren en hun ouders.

‘Ga terug naar je land’ Ali is 15 en heeft problemen met een leerkracht die voortdurend iedereen uitscheldt in de les. Niet alleen de klas van Ali heeft daar last van. Ook andere klassen geven signalen. De leer­ kracht spreekt Ali’s familienaam opzettelijk ver­ keerd uit, waardoor die een scheldwoord wordt, ‘zwarte lul’, ‘zwarte vlek’ of ‘ga terug naar je land als het je niet aanstaat’: Ali kreeg het allemaal al te horen. Ook Khalid krijgt op school geregeld ongepaste en racistische opmerkingen van de praktijkleerkracht: ‘kut-Marokkanen’, ‘ga naar uw land als het u niet aanstaat’. Ali en Khalid, maar ook hun medeleerlingen, pikken het niet langer en vragen wat ze kunnen doen. We adviseerden om eerst een gesprek te vragen met de directeur en dan met duidelijke voorbeel­ den aan te tonen dat de frustratiedrempel bij de klas aan het groeien is en dat het gaat om racistische uitspraken. Ze mogen de directeur ook vertellen dat ze advies vroegen aan het Kinderrechtencommissariaat. We vroegen om ons zeker terug te bellen als het gesprek niets uit­ haalde. We zullen dan samen met Ali bekijken wat nodig is: doorverwijzen naar het school­bestuur of zelf tussenbeide komen. Ali kon daarmee ver­ der. Hij nam niet opnieuw contact op.

Onveilige context voor kleuters Een nieuwe psychologe bij het CLB vraagt advies. Toen ze een turnles observeerde, zag ze hoe de leerkracht reageerde op een kleuter die een ander kind pijn deed. De leerkracht was onge­ duldig, schold de kleuter uit, trok hem naar een aparte kamer en zette hem daar in afzonde­ ring. De leerkracht bleef de hele tijd roepen. De psycho­ loge bleef achter bij de andere kleuters die duidelijk geschrokken waren. De psychologe vond de reactie buitensporig en de aanpak onge­ past. Ze meldde het voorval aan de zorgcoördi­ nator en de directie en besprak het met enkele collega’s. Die reageerden amper. ‘Die leerkracht is nu eenmaal zo.’ De psychologe blijft met een wrang gevoel achter. Ze vindt het een onveilige context voor kleuters om zich goed te kunnen ontwikkelen. We bedankten de psychologe voor haar bezorgd­ heid over het welbevinden van de leerlingen. Vanuit integriteit, het beroepsprofiel van de leraar als opvoeder en de signaalfunctie van het CLB in de brede basiszorg adviseerden we om het voorval te agenderen en goed door te spreken op een CLB-teamvergadering. Zijn er afspraken of een protocol bij het CLB over hoe ze hiermee omgaan? We gaven onze bezorgd­ heden en overwegingen mee, onder andere over de opvolging van de leerkracht en de kinderen door de directeur en de zorgcoördinator en het bredere schoolbeleid. Als de schooldirectie en zorgcoördinator te weinig doen, adviseren we om met de steun van de CLB-directie melding te maken bij het schoolbestuur en de pedagogische begeleidingsdienst.

Leerlingenbegeleiding Onderlinge samenwerking, communicatie en vertrouwen versterken Leerlingen hebben recht op kwaliteitsvolle leer­ lingenbegeleiding. Daar zijn verschillende acto­ ren bij betrokken. In het belang van de leerling

109


110

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

moeten die vlot en constructief samenwerken. Helder en open communiceren maar ook ver­ trouwen winnen zijn doorslaggevend. Dat is nog altijd niet vanzelfsprekend. In de klachten zien we het vooral fout lopen door gebrek aan communi­ catie en vertrouwen. Pas als het vertrouwen en de relatie goed zitten en de belangrijke actoren elkaar als gelijkwaardig zien, is er sprake van echt partnerschap in het belang van het kind. Scholen proberen met een naadloos flexibel tra­ ject (NAFT) jongeren preventief of curatief bij te sturen. Die samenwerking tussen welzijn, ouders, school en leerlingen is erg belangrijk en vergroot de kans op slagen. De follow-up van de jongere na het traject vereist de nodige aandacht. Als dat nodig is, moeten de betrokken partners afspra­ ken in het kader van leerlingenbegeleiding over schooljaren heen tillen en doorgeven aan nieuwe leerkrachten.

Afspraken in evenwicht Begin september bellen de ouders van Arthur de Klachtenlijn. Eind vorig schooljaar legde de school ze ‘een afsprakennota’ voor met werkpunten voor Arthur (17) en zijn ouders. De ouders vroegen toen om in de afsprakennota ook aandachtspun­ ten voor de leerkrachten op te nemen. Arthur volgde een NAFT-traject waarin ook besproken werd hoe leerkrachten hem kunnen helpen in moeilijke momenten. Sommige leerkrachten gin­ gen daar niet even zorgvuldig mee om, waardoor situaties soms toch escaleerden. In het nieuwe schooljaar en met nieuwe leerkrachten vragen de ouders aandacht voor die afspraken. De directie wil die niet toevoegen. De ouders van Arthur wei­ geren daarom de nota te onder­tekenen. Ze bellen het Kinderrechtencommissariaat en vragen wat hun rechten zijn. Hoe pakken ze dit aan in het belang van Arthur? Het Kinderrechtencommissariaat sprak met de ouders en met Arthur. We keken de afspraken­ nota in. De afspraken waren vrij positief gefor­ muleerd. Ze wezen onder andere op het belang van de veiligheidsvoorschriften in het praktijk­ lokaal. Andere afspraken probeerden we concre­ ter te maken. We waren het eens met Arthur en zijn ouders dat de aandachtspunten voor de leer­ krachten in de nota horen. Daarna ondersteun­ den we de ouders om een e-mail aan de directeur

op te stellen. Daarin benadrukten we het belang van goed samenwerken. De ouders vroegen ook om evaluatiemomenten te plannen. De school voegde de aandachtspunten voor de leerkrachten toe en concretiseerde som­ mige afspraken. Evaluatiemomenten werden niet gepland. De ouders, Arthur en de directeur ondertekenden de nota.

CLB als bemiddelaar of tussen twee vuren? Verschillende klachten laten nog altijd de dubbele loyauteit van het CLB zien. Kan het CLB tegelijk de belangen van de school en van de leerling steu­ nen? We merken dat het CLB, ondanks het decreet leerlingenbegeleiding, gewrongen zit en zich daardoor terughoudend opstelt. Het is belangrijk dat het CLB de leerling en zijn welzijn centraal blijft zetten. Bemiddeling en onder­steuning door het CLB zijn onmisbaar bij leerlingenbegeleiding. Maar soms is er bijzonder weinig of zelfs geen bemiddelingsruimte.

Geen bemiddeling mogelijk Louise (5) heeft heel veel schrik om naar school te gaan. De juf krijgt de klasgroep maar moeilijk onder controle en pakt de kinderen weleens hardhandig vast. De ouders van Louise zaten samen met de directie en de juf, maar kwamen niet tot een oplos­ sing. Omdat de situatie zich blijft herhalen, vragen de ouders om Louise in een andere klas te zetten, maar de school weigert dat. De huisarts van de ouders nam contact op met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Zij ver­wezen op hun beurt door naar het CLB. Het CLB weigert tussenbeide te komen of te bemiddelen. Ze laten weten dat de ouders zelf op zoek moeten gaan naar een neutrale persoon. De ouders verwachten van de school een veilige omge­ ving en begeleiding bij problemen. Ze vragen wat ze nog kunnen doen, wat hun opties zijn als de instan­ ties die er normaal moeten zijn, niets doen. Toen we contact opnamen met de ouders, had­ den die al een advocaat ingeschakeld. De vol­ gende dag hadden ze een afspraak met de inrichtende macht van de school. De ouders zullen er eisen dat hun kind van klas verandert.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Anders veranderen ze van school. Hun doch­ ter zit ondertussen twee weken ziek thuis. De ouders hadden geen concrete vraag meer voor het Kinderrechtencommissariaat. We merkten geen ruimte voor een gesprek.

Regels nodig voor medische en verpleegkundige handelingen op school

De concrete vraag aan het Grondwettelijk Hof was: mag een decreet schoolbesturen toestaan om in hun schoolreglement leerlingen of stu­ denten te verbieden om levensbeschouwelijke kentekens te dragen? Is zo’n bepaling in overeen­ stemming met de Belgische Grondwet en met het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens? Het Grondwettelijk Hof antwoordt: ‘Ja, dat mag. Zo’n decreet is niet strijdig met de vrijheid van godsdienst en godsdienstuiting.’ Het Hof argumenteert onder andere: Zo’n decreet verplicht de scholen niet om die verbodsbepaling op te nemen in hun school­ reglement. ■ Dat er neutrale en levensbeschouwelijk gefun­ deerde scholen zijn, scholen met en zonder zo’n verbod, laat iedereen vrij om te kiezen. ■

Schoolmedewerkers mogen geen medische of verpleegkundige handelingen uitvoeren. Die zijn strikt voorbehouden aan artsen of verpleegkundi­ gen. Het gaat bijvoorbeeld om medicatie of sonde­ voeding geven of toezicht houden op het gebruik van medicatie. Veel scholen willen zorg kunnen bieden aan leerlingen die dat nodig hebben, maar door de wetgeving zitten schoolmedewerkers in een grijze zone. Ze zoeken een evenwicht, maar dat is niet evident. De minister van Volksgezondheid werkte in 2017 een protocolakkoord uit over de uitoefening van gezondheidszorg op school, maar de concrete regelgeving blijft uit. Dat plaatst scho­ len nog altijd voor dilemma’s.

2.9. Culturele en levens­ beschouwelijke verschillen op school Mogen scholen hoofddoeken verbieden? Een arrest van het Grondwettelijk Hof van 4 juni 2020 zorgt voor verwarring.

Bezorgd om studiekeuze na secundair onder­wijs De 17-jarige Noura mailt de Klachtenlijn: ‘Het Grondwettelijk Hof zegt dat scholen hoofd­doeken mogen verbieden. Hoe zit dat dan volgend jaar voor mijn inschrijving in een hogeschool? Ik twij­ fel nog tussen twee hogescholen. Bij een van die scholen is op de website niet duidelijk of studen­ tes er een hoofddoek mogen dragen.’

De Raad van State zag dat in 2014 helemaal anders. Voor het onderwijsbeleid en de leerlin­ gen heeft dat belangrijke gevolgen. We maakten een analyse van het nieuwe arrest. Daarin belich­ ten we de verschillen tussen beide arresten. Zowel de Raad van State als het Grondwettelijk Hof concluderen dat een verbod op uiterlijke levensbeschouwelijke kentekens voor leerlin­ gen op school onder bepaalde voorwaarden mogelijk is. Maar de Raad van State hanteert veel strengere voorwaarden: het verbod moet voldoen aan een strikte lezing van artikel 9.2 van het Europees Verdrag over de Rechten van de Mens. Dus kan zo’n verbod alleen maar tijde­ lijk zijn, zolang er een aantoonbare dwingende lokale of ruimere maatschappelijke noodzaak is en andere maatregelen ontoereikend waren. En die ‘maatschappelijke noodzaak’ moet strikt geïnterpreteerd worden: bijvoorbeeld doordat de spanningen tussen groepen leerlingen rond wel of geen levensbeschouwelijke kentekens zo hoog oplopen dat de lessen niet meer normaal kunnen verlopen. Van een preventief verbod, om te voor­ komen dat leerlingen sociale druk op elkaar gaan uitoefenen, kan volgens de Raad van State geen sprake zijn. Voor het Grondwettelijk Hof kan zo’n preventief verbod wel, als dat voortvloeit uit de eigen invul­ ling van ‘neutraliteit’ in het pedagogisch project van de school. Om de grondwettelijk voorziene vrije schoolkeuze mogelijk te maken, moet elke

111


112

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

school zo’n eigen pedagogisch project uitwer­ ken. Voor het Grondwettelijk Hof volstaat dat als ‘dwingende maatschappelijke noodzaak’ om te rechtvaardigen dat sommige scholen levens­ beschouwelijke symbolen bij leerlingen verbie­ den. Daaruit volgt dan wel dat voor elke school die een streng algemeen niet-tijdelijk verbod oplegt, er wel altijd een andere moet zijn (met hetzelfde studieaanbod, in elke regio?) zonder zo’n verbod. Anders is er geen vrije schoolkeuze meer.

N Grondwettelijk Hof, Arrest nr. 81/2020 van 4 juni 2020, www.const-court.be/public/n/2020/2020081n.pdf Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak, IXe kamer), Arrest van 14 oktober 2014, (nr. 228.748) in de zaak Sharanjit Singh versus het Gemeenschapsonderwijs, www.raadvst-consetat.be/?page=news&lan g=nl&newsitem=235 Kinderrechtencommissariaat, Analyse Arrest Raad van State over verbod op dragen van zichtbare levensbeschouwelijke kentekens door leerlingen, 2014-2015/1, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ analyse-arrest-raad-van-state-over-verbodop-dragen-van-zichtbare-levensbeschouwelijke Kinderrechtencommissariaat, Analyse Arrest Grondwettelijk Hof over verbod op dragen van zichtbare levensbeschouwelijke kentekens door leerlingen, www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ analyse-arrest-grondwettelijk-hof-over-verbodop-dragen-van-zichtbare-levensbeschouwelijke

N

N

N

2.10. Schoolkosten Onderwijsbeleid moet oog blijven hebben voor gelijke kansen Basis- en secundaire scholen mogen geen inschrij­ vingsgeld vragen. Dat betekent niet dat onder­ wijs gratis is. In de basisschool zijn materialen en activiteiten die strikt nodig zijn voor de eind­ termen en ontwikkelingsdoelen gratis. Voor wat niet strikt nodig is, is er een maximum­factuur.

Secundaire scholen mogen wel een bijdrage vra­ gen voor materialen, activiteiten en diensten. Die bijdrage mag niet te hoog zijn, maar loopt in sommige studierichtingen flink op. In het secun­ dair onderwijs is er geen maximumfactuur. Omdat België het VN-verdrag ratificeerde over economische, sociale en culturele rechten en zich er dus toe verbindt om het secundair onder­ wijs geleidelijk aan gratis te maken, vindt het Kinderrechtencommissariaat het belangrijk om te blijven streven naar lagere kosten. We blijven extra inspanningen vragen om het basisonder­ wijs helemaal gratis te maken en om de kosten voor het secundair onderwijs te beperken, bij­ voorbeeld met een maximumfactuur.

Studiekostenmonitor Het rapport ‘Studiekosten in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs’ bundelt ver­ schillende resultaten van de Studiekostenmonitor. Die gaat na wat ouders precies betalen voor ver­ schillende onderwijsniveaus. De bevindingen van de onderzoekers horen wij ook bij de Klachtenlijn. Ondanks de hogere schooltoeslag in het groei­ pakket, is er voor de derde graad nog een kloof tussen de schooltoeslag en de werkelijke studie­kosten. De onderzoekers pleiten ervoor om vooral voor de derde graad de hoogte van de toeslag verder aan te passen aan de werke­ lijke studiekosten. ■ De vervoerskosten stijgen fors. ■ Vooral leerboeken wegen door in de studie­ kosten. De onderzoekers vinden dat er nog ruimte is om de kosten voor eenjarige werk­ boeken te beperken. Zo zijn in meer dan de helft van de scholen ouders verplicht om elk jaar nieuwe boeken te kopen, terwijl er goed­ kopere alternatieven zijn, zoals boeken huren of tweedehandsboeken kopen. Sommige scho­ len doen al aan zelfreflectie: kopen en verde­ len we de schoolboeken niet beter zelf? Kiezen we niet beter handboeken die jaren meegaan? Stellen we niet beter zelf cursussen samen, zodat we geen dure werkboeken moeten kopen die leerlingen nauwelijks invullen? ■ Secundaire scholen gaan er meer en meer van uit dat leerlingen thuis toegang hebben tot ICT-materiaal. Ook de Commissie Zorgvuldig Bestuur signaleert die evolutie. Maar in de ■


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

dagelijkse realiteit van veel kinderen en jon­ geren klopt dat niet. Bij onze Klachtenlijn werd dat vooral duidelijk in de coronaperiode. Directies zeggen dat extra geld voor digitalise­ ring prioritair is voor scholen. ■ Er gaan minder leerlingen mee op meerdaagse schoolreizen, vooral minder kinderen van wie de moeder geen hoger diploma heeft of van wie de ouders het financieel niet gemakkelijk hebben. We vragen scholen om er alles aan te doen om de factuur voor meerdaagse uitstap­ pen betaalbaar te houden, zodat iedereen mee kan. Voor sommige leerlingen is dit de enige kans om een museum, een andere stad of een ander land te ontdekken. ■ Amper de helft van de scholen heeft een code of beleidsverklaring om studiekosten te beper­ ken. Wel zegt de overgrote meerderheid dat ze altijd op zoek gaan naar de goedkoopste oplos­ sing. Alle ondervraagde scholen zeggen te kam­ pen met onbetaalde schoolfacturen. De meeste scholen vinden dat een groot probleem, maar slagen er niet altijd in een gepast antwoord te bieden. De onderzoekers bevelen dan ook aan om te blijven investeren in kostenbewustzijn van scholen in combinatie met projecten zoals Samen Tegen Onbetaalde Schoolfacturen.

N Kelly

De Leebeeck, Jolien De Norre, Steven Groenez en Nele Havermans, Studiekosten in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs, Steunpunt Onderwijsonderzoek, Gent, 2020

Doe de boekencheck Te veel kinderen en jongeren moeten het stellen zonder schoolboeken. Vanuit Samen Tegen Onbe­ taalde School­facturen organiseerden verschillende armoede­organisaties en de onderwijs­netten op 16 september 2019 voor het eerst een Boeken­check­ dag. Het Kinder­rechten­commissariaat steunde het initiatief. Na twee weken school controleren secundaire scholen of alle leerlingen voor elk vak de nodige schoolboeken en het nodige materiaal hebben om te leren. Leerkrachten tellen hoeveel leerlin­ gen zonder boeken in de klas zitten. Dat geven ze door via www.boekencheck.be om het pro­ bleem in kaart te brengen. Op die website krij­ gen scholen tips en goede praktijken.

Geldzorgen Elk jaar krijgen we vragen en klachten over schoolkosten. Over hoge kosten van school­ boeken en tablets, over betalend middagtoezicht en dure leermiddelen. De Klachtenlijn informeert en adviseert. Als het kan, bemiddelen we. Als het nodig is, verwijzen we door naar de Commissie Zorgvuldig Bestuur en reiken we argumenten aan.

Extra betalen voor begeleiding op maat? De moeder van Mil belt ons op. Haar zoon zit in het zesde leerjaar en heeft het syndroom van Down. Mil volgt een inclusief traject sinds de kleuterklas. Dit schooljaar gaat de klas op skireis en hij mag mee. De school neemt wel een extra leerkracht mee. De school rekent mama daar­ voor 580 euro extra aan om dat te financieren. Kan dat? Wij belden met Mils moeder en hoorden dat de skireis in schooltijd georganiseerd wordt. De school koppelt er ook leerplandoelen aan. De meerdaagse uitstap valt daarom onder de min­ der scherpe maximumfactuur van 440 euro. De skireis zelf kost 400 euro. We namen contact op met de Commissie Zorg­ vuldig Bestuur. Daar kregen we dit antwoord: ■ De school mag niet afwijken van de minder scherpe maximumfactuur. ■ De school moet de extra kosten dragen. Ze mag geen uitgaven van leerkrachten bij een voor de leerlingen verplichte activiteit door­ rekenen aan de leerlingen. ■ De school kan reiskosten drukken door allerlei sociale acties, maar de korting die dat ople­ vert, moet voor elke leerling dezelfde zijn. ■ Individuele sociale tegemoetkomingen zijn wel mogelijk. Met deze informatie schreef Mils moeder het schoolbestuur aan. Het schoolbestuur bevestigde de moeder dat de extra kost niet doorgerekend mag worden aan de leerling. Het schoolbestuur nam dit op met school. Als het nodig was, zou de moeder opnieuw contact met ons opnemen.

113


114

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

1 op de 7 kinderen in België groeit op in een gezin dat moet rondkomen met een inkomen onder de armoedegrens. Gemiddeld kan 1 op de 10 ouders de schoolfactuur moeilijk of niet betalen. Voor ouders is de drempel hoog om over geld­ problemen te praten met de school. Niemand loopt graag te koop met zijn proble­ men. Het is belangrijk dat elke school een kos­ tenbewust beleid voert en aandacht heeft voor gezinnen in armoede. In een sociale aanpak staan dialoog en overleg centraal. Scholen moeten de drempel voor ouders zo laag mogelijk houden. Dat kan onder andere door van bij de inschrij­ ving duidelijk te zijn over de mogelijkheid om schoolfacturen gespreid te betalen en over wie de contactpersoon is bij wie ouders in alle discre­ tie terechtkunnen met hun vragen.

Elke euro telt De mama van Lola vulde het klachtenformulier in op onze website. In het schoolreglement van haar doch­ ter staat dat een leerling die de lockersleutel vergeet 1 euro boete moet betalen. Ze vraagt of dat mag? Haar dochter zit in 5 Haarzorg en in het schoolregle­ ment vindt ze niet dat de leerlingen hun modellen zelf moeten zoeken. Als je geen model vindt, krijg je geen punten. Lola’s moeder vraagt of dat zomaar kan en wat de rechten van haar dochter zijn. We belden Lola’s moeder dat boetes in strijd zijn met de kosteloosheid omdat er geen dienst­ verlening tegenover staat. De Commissie Zorgvuldig Bestuur oordeelde al dat financiële sancties als leerlingen zich niet houden aan een afspraak, beschouwd worden als bijdragen die kunnen evolueren tot indirect inschrijvingsgeld. Lola’s moeder zei dat haar dochter nog maar twee keer haar sleutel vergat, maar elke euro telt. Uit ons gesprek bleek de kwetsbare finan­ ciële situatie van het gezin. Ze zitten in collectieve schuldbemiddeling en moeten rondkomen met 80 euro per week. De school is daar niet van op de hoogte. De moeder geeft schoolfacturen door en die worden op tijd betaald. De dochter durft niet veel hulp te vragen. Om model te zijn moet je 15 euro betalen. Haar mama is zelf al eens model geweest, maar ook dat kunnen ze eigenlijk niet betalen. Het gezin heeft geen groot netwerk. We adviseerden om kandidaten te zoeken via een lokale Facebookgroep, via briefjes in de brievenbus in de buurt, via berichten­ borden in

warenhuizen. In het schoolreglement vonden we de gegevens van de aanspreek­persoon voor financiën. De moeder vroeg of het Kinder­rechten­ commissariaat kon bellen, want haar gsm was afgesloten. We belden met de contactpersoon en die zei dat kortingen mogelijk waren en dat de school een sociale kas heeft. Ze bekeek hoe ze concreet kon helpen. De school ging discreet om met de situ­ atie. De school hielp Lola ook aan modellen. We signaleerden bij de school ook nog dat de boetes onwettelijk zijn.

Materieel en financieel kwetsbare thuissituatie in coronatijden Uit onze enquête #jongerenovercorona blijkt dat de helft van de kinderen en jongeren meer stress heeft. Factoren die bijdragen tot die extra stress zijn: de huistaken niet altijd begrijpen en het schoolwerk niet altijd kunnen volgen, de drukte in huis, niet al het nodige materiaal hebben (leer­ bundels, laptop, wifiverbinding) en geen hulp bij schoolwerk. En ook de gezins- en woonsituatie speelt een rol: kinderen en jongeren die mer­ ken dat het thuis lastiger is om alle rekeningen te betalen, rapporteren meer extra stress door schoolwerk. Net als kinderen en jongeren zonder eigen plekje waar ze rustig alleen kunnen zijn of die minder of bijna nooit naar buiten kunnen.

Coronacrisis maakt digitale uitsluiting scherp duidelijk Afstandsleren is voor veel kinderen en jongeren een ware uitdaging. Sommige gezinnen wonen klein. Lessen volgen en huiswerk maken is dan moeilijk. Veel leerlingen moeten thuis de compu­ ter delen met hun broers, zussen en telewerkende ouders. Dat maakt het lastig om op een vast tijd­ stip lessen te volgen. Sommige gezinnen missen niet alleen het materiaal, maar ook de kennis om digitaal te werken en kinderen te begeleiden bij hun schooltaken. De coronacrisis maakte de digitale uitsluiting scherp duidelijk. De overheid en de scholen pro­


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

beerden voor oplossingen te zorgen. Scholen gaven computers en tablets in bruikleen. De over­ heid zamelde laptops in. Telenet en Proximus zet­ ten hun netwerken open voor kinderen die thuis geen internet hebben.

Computer nodig voor schoolwerk Een moeder heeft vragen over het recht op opvang en ondersteuning op school in coronatijd. Haar kinderen zitten thuis en hebben schoolwerk via Bingel en Kweetet. Ook via de Facebookgroep van de klas komen er opdrachten binnen, onder andere turnoefeningen. Het gezin heeft een sterk verouderde pc die niet meer goed werkt. De digi­ tale opdrachten kunnen de kinderen er niet meer op maken. Ze behelpen zich met moeders smart­ phone, maar dat lukt niet goed. De moeder wil de school hulp vragen, maar ze weet niet waar ze recht op heeft. Kan ze vragen dat haar dochter een schoolcomputer kan gebruiken? Kan ze vra­ gen dat een leerkracht helpt bij oefeningen? De moeder en haar partner werken niet in een van de essentiële sectoren. We lieten de moeder weten dat de overheid vraagt dat scholen erover waken dat leerlingen niet uitgesloten worden als ze thuis geen of te weinig ICT-infrastructuur hebben. De moeder mailde de directeur met een hulpvraag. Het Kinderrechtencommissariaat stond in cc en steunde de vraag per mail. De school stelde voor de duur van de coronacrisis een computer ter beschikking. De juffen maakten elke week een onlineafspraak met de kinderen om ze te helpen bij hun schoolwerk.

2.11. Straffen op school

regelen, de tijdelijke en definitieve uitsluiting. Die tuchtmaatregelen zijn samen met de preven­ tieve schorsing duidelijk omschreven in de regel­ geving.

De Klachtenlijn en sancties op school Voor het Kinderrechtencommissariaat gaan zorg, proportionaliteit en maatregelencontinuüm hand in hand. De Klachtenlijn luistert en adviseert leerlingen en ouders met vragen over sancties op school. We bezorgen ze onze folder ‘Straffe school’, waarmee ze zelf aan de slag kunnen. Als er twijfel is over de redelijkheid of de wettelijke principes, verwijzen we door naar de interne klachtenprocedure of doen we een onderzoek. We luisteren naar het perspectief van de school, het CLB en andere betrokkenen. Als bemidde­ laar bekijken we of en hoe leerlingen aan boord kunnen blijven. De Klachtenlijn treedt soms op als vertrouwenspersoon voor minderjarigen in tucht- en beroepsprocedures. We bekijken dat vraag per vraag. Proportionaliteit en redelijkheid zijn de uitgangspunten. We houden ook rekening met de ondersteuning van thuis of van een ander netwerk waarop de minderjarige nog kan reke­ nen. De meldingen bij de Klachtenlijn gaan vaak over situaties aan het uiteinde van het maatregelen­ continuüm. Leerlingen staan op het punt van school gestuurd te worden of zijn al uitgeslo­ ten. Het kan gaan om eenmalige ernstige feiten of een opeenstapeling van lichtere overtredin­ gen, die de school probeerde bij te sturen door te begeleiden. Scholen moeten situaties serieus nemen. Toch zien we nog altijd scholen alleen maar focussen op de feiten, terwijl het vaak ook gaat om signaalgedrag, waarachter een com­ plexer probleem schuilgaat. Soms krijgen leer­ lingen erg weinig kansen.

Maatregelencontinuüm Als een leerling de les stoort of de goede wer­ king van de school hindert, kan de school maat­ regelen nemen. In de meeste schoolreglementen staat welke maatregelen. Scholen moeten met een maatregelencontinuüm werken. Aan het uit­ einde van dat continuüm staan twee tuchtmaat­

Nieuwe leerling na tien schooldagen al weggestuurd Eind september mailen de ouders van Lisa (14 jaar) de Klachtenlijn. Op 13 september schorste de school Lisa preventief en even later werd ze definitief uitgesloten. Lisa werd betrapt onder invloed van en met marihuana op zak. Lisa zat

115


116

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

pas twee weken op school. De ouders vinden het bizar dat de deur al dichtgaat bij de eerste mis­ stap, ook al gaat het om drugsfeiten. Ze geven toe dat er een probleem is. Vorig schooljaar kwam er gespecialiseerde hulp via het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Er is ook een vermoeden van ASS. Dit jaar hoopten ze dat Lisa minder in aanraking zou komen met drugs als ze voor een school kozen in een andere gemeente. De ouders klagen aan dat de school ze niet als partner zag. De directeur hebben ze nooit ontmoet. Ze had­ den alleen een gesprek met de leerlingenbegelei­ der, onmiddellijk na de feiten. Toen informeerden de ouders de school over de hulpverlening. De ouders vragen een klachtenonderzoek. Lisa werd ondertussen ingeschreven in een nieuwe school. De ouders speelden er open kaart. We spraken met de ouders, met Lisa en de school. We beoordeelden de klacht als gegrond op basis van het maatregelencontinuüm en redelijkheid. Lisa zat amper tien schooldagen op die school. De schooldirecteur vindt het jammer dat de ouders haar niet onmiddellijk in vertrouwen genomen hadden. Deze feiten hadden net aanleiding moe­ ten zijn om tot afspraken en opvolging te komen van de begeleiding via het CLB. Ook werd de tuchtprocedure onzorgvuldig gevoerd. Er was onder andere geen tuchtverhoor. We bespraken dat met de directeur die het mee zou nemen in haar beleid.

Tuchtmaatregelen in de lagere school In basisscholen zijn definitieve uitsluitingen geen uitzondering meer. We vroegen er eerder al aan­ dacht voor. Gesprekken met ouders en met jonge definitief uitgesloten kinderen leren ons hoe ingrijpend zo’n uitsluiting is. Professionals wijzen op mogelijk blijvende gevolgen. Hoe meer we dat kunnen voorkomen, hoe beter. Om dat te reali­ seren, kijkt het Kinderrechtencommissariaat niet alleen naar de school. Ook welzijn en de ouders hebben daar een opdracht.

Extra stigmatiserend Een directeur van een Centrum Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) uit zijn bezorgd­ heid over lagereschoolkinderen die van school gestuurd worden. Vroeger gebeurde dat nooit. Nu op korte tijd met vier kinderen die zij bege­ leiden. Kinderen uit het eerste en het derde leer­ jaar. De scholen zeggen zelfs dat ze kinderen van het CKG niet meer gaan inschrijven. De directeur maakt zich zorgen over die trend. Het gaat om kinderen in vrijwillige hulpverlening en kinderen onder toezicht van de jeugdrechter. Als onder­ wijs zo abrupt stopgezet wordt, is dat extra stig­ matiserend voor die jonge kinderen. Ze voelen zich afgewezen en het doorbreekt de continuïteit van hun opvoeding. Met sommige gezinnen loopt een moeizaam traject naar het buitengewoon onderwijs. Door de capaciteitstekorten is het ook niet evident om een andere school te vinden. De directeur signaleert dit nu want ze werken nog samen met die scholen voor andere kinderen. Het Kinderrechtencommissariaat deelt zijn ­ ezorg­d­­­heid. In concrete dossiers kunnen het b CKG of de gezinnen bij ons terecht voor advies of bemiddeling. Een van de scholen ligt in een LOP-gebied. De directeur kan ook daar zijn ongerust­heid uiten, met name over de geweigerde inschrijvingen.

Sinds dit jaar worden uitsluitingen in de basis­ school geregistreerd door de overheid. We vroe­ gen in april tussentijdse cijfers op bij AgODi. In het basisonderwijs waren er toen 16 definitieve uitsluitingen geregistreerd. AgODi zei wel dat die cijfers onvolledig waren. Als scholen aandringen op hulp en ouders en CLB’s te maken krijgen met wachtlijsten in de jeugd­ hulp, dan brengt dat de ontwikkelings­kansen van kinderen en jongeren in het gedrang. Bovendien brengt het voor scholen extra druk met zich mee. Daardoor voelen scholen zich soms gedwongen om leerlingen van school te sturen. Er is meer samenwerking tussen onderwijs en welzijn nodig om de expertise van jeugdhulp op tijd binnen te halen op school.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Tuchtmaatregelen in tijden van corona

heid aan waarmee Bassim en zijn ouders blij­ ven zitten. Ondertussen volgde Bassim wel het afstandsonderwijs. Hij hoopte zijn jaar te kunnen afmaken.

Bezorgdheid over slaagkansen en continuïteit

De Klachtenlijn erkende de onzekerheid waarin Bassim zat. We namen zijn verhaal mee in onze brief aan de minister.

Leerlingen, ouders en professionals vinden vlot de weg naar de Klachtenlijn voor meldingen over tuchtmaatregelen. In februari en maart zien we elk jaar een piek in die meldingen. Dit jaar toon­ den de meldingen dat leerlingen voor wie er in het voorjaar een tuchtprocedure liep, extra getroffen werden door de coronamaatregelen. We uitten onze bezorgdheid in een brief aan de minister.

Leerlingen in tucht- of beroeps­ procedure Een eerste groep leerlingen zat nog in een tuchtof beroepsprocedure. Door de coronamaat­ regelen werden de procedures opgeschort tot de scholen weer opengingen. Die leerlingen konden ondertussen volwaardig de afstands­ lessen volgen. Wij waren de scholen daarvoor dankbaar. Tegelijk zaten de leerlingen en hun ouders in grote onzeker­heid. Zouden ze toch nog van school moeten veranderen zodra de lessen hervatten? Wat met hun slaagkansen? Die vragen werden des te prangender toen de scholen na de paasvakantie dicht bleven.

In onzekerheid Een jeugdwerker mailde begin maart de Klachten­ lijn. Ze stond Bassim (16) bij in een tuchtverhoor en vroeg ons advies. Daarna liet ze weten dat het tuchtverhoor gedeeltelijk voor opheldering zorgde over wat er gebeurde op school. De direc­ tie toonde ook begrip voor de bezorgdheden over het tijdstip en de mogelijke impact op de slaagkansen van Bassim. De directeur besloot de klassenraad opnieuw samen te roepen. Als de leerkrachten het niet zagen zitten om Bassim aan boord te houden, zou hij toch moeten vertrek­ ken. Toen kwamen de coronamaatregelen en de klassen­raad kwam nog niet samen. De directeur liet weten dat hij Bassim op school verwachtte op de eerste dag dat de school weer openging en dat ze nog die dag zouden beslissen of hij mocht blijven of niet. De jeugdwerker kaart de onzeker­

Definitief uitgesloten leerlingen vonden geen nieuwe school Er waren ook definitief uitgesloten leerlingen die geen andere school vonden net vóór de corona­maatregelen. Hun ouders konden meestal rekenen op actieve hulp van het CLB of van brug­ figuren. De scholen op een redelijke afstand van thuis bleken wel vaker volzet te zijn. Soms toon­ den ouders ons verschillende weigeringsattesten. Alle chronologische inschrijvingen werden ook opgeschort van maandag 16 maart tot en met 3 april. Bovendien zegden scholen dat ze bang waren voor een heropleving van het corona­virus als ze nieuwe leerlingen zouden mengen met de huidige klassen. Hoewel de school die kinderen definitief uitsloot en de beroepscommissie de beslissing soms al bevestigde, konden die leerlingen ondertussen toch afstandsonderwijs volgen. We blijven de scholen daarvoor dankbaar.

Twee maanden zonder onderwijs Begin februari belde de 15-jarige Malik samen met zijn moeder naar het Kinderrechtencommissariaat. Hij zat toen al twee weken preventief geschorst thuis en vroeg hulp om beroep aan te tekenen. Half februari bevestigde de beroepscommis­ sie zijn definitieve uitsluiting. Ondertussen was Malik samen met zijn ouders en het CLB op zoek naar een oplossing. Overal kreeg Malik een weigeringsattest omdat zijn richting vol zit. Uiteindelijk kon Malik via de bemiddelingscel van het LOP toch ingeschreven blijven in de school die hem uitsloot. Samen met leerlingen in een gelijkaardige situatie zou hij les krijgen in een apart gebouw. Maar door de coronamaatregelen konden die lessen in maart niet starten. Pas in april nodigde de school Malik uit voor de klas­ activiteiten via Smartschool.

117


118

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

De Klachtenlijn adviseerde de moeder over hoe ze in beroep kon gaan en om te zoeken naar een nieuwe school. We stelden vast dat scholen die een inschrijving weigerden, niet automatisch een weigeringsattest afleveren. We drongen er mee op aan om dat attest mee te geven. We volgden de situatie van Malik op en namen zijn situatie mee in onze brief aan de minister.

met Lara en haar vader ook onze bezorgdheden bij het dadingsvoorstel en vroegen we om een gesprek. Daarop kregen we geen reactie. We namen de situatie van Lara mee in onze brief aan de minister.

Aandacht voor basisschoolleerlingen

In contact blijven Lara werd op 19 maart definitief uitgesloten, op dag vier na de schorsing van de lessen door corona. De beroepscommissie kon nog niet samen­komen. Lara kon de eerste weken afstands­­ onderwijs volgen. De directeur en de leerkrach­ ten drukten hun waardering uit voor haar ernst. Toch besliste de school vlak na de paasvakantie ineens om Lara niet meer toe te laten tot de live­ sessies op Smartschool. De school is bang voor de consequenties als het tot een rechtszaak zou komen. Bovendien verwacht de school dat Lara ook online geen contact meer heeft met haar medeleerlingen, terwijl dat bijna de enige manier is om nog contact te hebben met haar vrienden. Lara woont ver van de school en van haar klasge­ noten, en iedereen moest ‘in zijn kot’ blijven. Lara zit al thuis sinds 20 februari, toen ze preventief geschorst werd. Nadat ze de laatste weken ijverig werkte om leerstof in te halen en taken te maken, betekent de uitsluiting van de livesessies voor Lara een enorme klap. We bemiddelden tussen Lara en de school. Die kwam ondertussen met een voorstel van dading. Om dit schooljaar niet uitgeschreven te worden, zouden Lara en haar ouders moeten verzaken aan verschillende van hun rechten. De Klachtenlijn sprak met Lara, haar vader, de schooldirecteur, het CLB en kreeg inzage in het tuchtdossier. We ondersteunden haar ouders om beroep aan te tekenen. We schreven een brief naar de beroeps­ commissie waarin we vroegen om het recht op onderwijs en de slaagkansen van Lara te vrij­ waren in deze uitzonderlijke tijden. De beroeps­ commissie kon niet samenkomen. We volgden de situatie op en toen Lara uitge­ sloten werd van de livesessies en ze geen contact meer mocht hebben met klasgenoten, bemid­ delden we. Ondertussen gaven we in overleg

En dan zijn er de leerlingen uit het basisonder­ wijs. We kregen geen klachten over leerlingen uit basisscholen onder tuchtmaatregelen die gevol­ gen ondervonden van de coronamaatregelen. Het Kinderrechtencommissariaat ziet wel al lan­ ger dat tuchtmaatregelen in basisscholen geen uitzondering meer zijn.

Brief aan de minister Begin april uitte de kinderrechtencommissaris in een brief aan de minister van Onderwijs haar bezorgdheid over de impact van de coronacrisis op het recht op onderwijs van leerlingen onder tuchtmaatregelen. We vroegen ook de mede­ werking van de scholen. In volle coronacrisis vroegen we meer zorg voor de slaagkansen van die leerlingen en de continuï­ teit van hun leerprocessen, zowel in het secundair als in het basisonderwijs. We vroegen zekerheid te geven aan leerlingen onder tuchtmaatregelen en aan hun scholen. We vroegen om uitsluitingen per overheidsbeslissing pas te laten ingaan op 31 augustus 2020. Omdat het voor leerlingen extra moeilijk was om een nieuwe school te vinden of digitaal aan te sluiten, verdienden ze dat uitstel. Zo zouden ze het recht behouden om de lessen te blijven volgen en telden taken en toetsen mee voor hun beoordeling. Dat bood perspectief. Maar bij het Kinderrechtencommissariaat zien we natuurlijk maar het topje van de ijsberg. Uit de laatste drie jaarrapporten leerplicht ‘Wie is er niet als de schoolbel rinkelt?’ van AgODi blijkt dat er in februari en maart samen telkens zo’n vijfhon­ derd definitieve uitsluitingen zijn. Wij vroegen de minister om zijn administratie te laten onderzoe­ ken welke leerlingen er nog ‘gewettigd afwezig staan door een tuchtmaatregel’, leerlingen dus die nog geen nieuwe school vonden na hun defi­ nitieve uitsluiting. We vroegen maximaal een­ zelfde oplossing voor die leerlingen. We vroegen


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

ook aandacht voor de groep van definitief uit­ gesloten meerderjarige leerlingen, die niet meer leerplichtig is.

bij hun klasgroep en bleven uitsluitend onderwijs op afstand krijgen. In enkele gevallen ontstond er discussie over de gelijkwaardigheid van het onderwijs. Daar bemiddelde de Klachtenlijn.

Nooddecreet brengt zekerheid

We deden navraag bij het departement Onder­wijs. Het nooddecreet beoogde maximale slaag­kansen. De school moet kansenongelijkheid voorkomen. De didactische werkvorm voor de definitief uitge­ sloten leerling hoort daarom gelijkwaardig te zijn aan de didactische werkvorm voor de reguliere leerling. Als de klassenraad vindt dat de uitge­ sloten leerling niet samen met de klasgenoten op school kan deelnemen aan de lessen, dan sugge­ reerde het departement Onderwijs om gelijkwaar­ dig onderwijs te realiseren met een systeem van synchroon internetonderwijs of door de vakleer­ kracht de leerling individueel te laten lesgeven op school of op afstand.

Het nooddecreet van 6 mei 2020 zorgde dat leer­ lingen die na 1 februari 2020 van school gestuurd werden en nog geen nieuwe school vonden, op hun school konden blijven tot 31 augustus. De uitgesloten leerling mocht net als de andere leerlingen de lessen blijven volgen en kreeg een studie­bekrachtiging op het einde van het school­ jaar. De bijbehorende omzendbrief verduidelijkte dat de klassenraad, rekening houdend met de con­ text van de school, autonoom bepaalt hoe dat precies gebeurt: fysiek op school, van thuis uit of een combinatie van de twee. Welke keuze de klassenraad ook maakte, het is belangrijk dat de uitgesloten leerling op een gelijkwaardige manier onderwijs krijgt als zijn klasgenoten.

Gelijkwaardig onderwijs opvolgen In een brief aan de minister pleitte het Kinder­ rechten­ commissariaat voor realisme. We erken­ nen dat sommige leerlingen ernstige feiten pleegden en schade toebrachten aan relaties met medeleerlingen en schoolmedewerkers. Schade waarvoor er geen tijd en mogelijkheid meer was om die te herstellen. We begrijpen dat sommige leerlingen daarom niet opnieuw in de klasgroep opgenomen konden worden. In het belang van de leerling, van de medeleerlingen en de school vroegen we om daarover afspraken te maken. We rekenden op de verantwoordelijkheidszin van het gezin, de school en hulpverleners. We vonden dat het recht op onderwijs en de slaagkansen van de kinderen op een andere manier door de school gevrijwaard kon worden. In de dossiers die de Klachtenlijn verder opvolgde, reageerden de jongeren en hun ouders opge­ lucht. Ze hadden nu een duidelijk perspectief. Sommigen konden volledig aansluiten bij de klas­ groep in de periodes van afstandsonderwijs, preteaching en toen de lessen weer heropstartten. Andere leerlingen konden niet meer aansluiten

In contact blijven Bij de pre-teaching verwerkten alle leerlingen, ook Lara, eerst zelfstandig de nieuwe leerstof. Daarna konden alle leerlingen de livesessies volgen op Smartschool en vragen stellen. Lara kon vragen stellen in een privéchat, terwijl de klasgenoten vragen stelden in de groepschat. Zo was er gelijkwaardig onderwijs. Met de her­ opstart van de lessen op school veranderde de situatie. Terwijl de klasgenoten contactonderwijs kregen over bepaalde leerstof, moest Lara die leerstof verwerken door zelfstudie. Haar vragen kon ze stellen in een afgesproken tijdslot. Lara is bezorgd omdat de leerstof die op school gegeven wordt, leerstof is waarvan de school vindt dat het nodig is om er les over te geven. Lara maakt zich zorgen dat als zij die lessen niet krijgt, ze minder kansen zal hebben op de examens die ze erover moet afleggen. Na navraag bij het departement Onderwijs spra­ ken we met de directeur. Die zorgde dat Lara ook les kreeg van de vakleerkrachten. Dat gebeurde een-op-een via videochat. De school bleef haar de toegang weigeren tot de groepsmomenten. Lara maakte al haar taken en legde in juni ver­ schillende examens af. Trots liet ze weten dat ze het A-attest behaalde en dat ze in derde graad kan kiezen voor Humane Wetenschappen.

119


120

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Op het einde van het schooljaar slaagden de meeste leerlingen die we opvolgden. De meesten behaalden een A-attest, sommigen een B-attest met een clausulering waarin ze zich konden vin­ den. De leerlingen en hun ouders dankten het Kinderrechtencommissariaat om op te komen voor hun rechten.

Vragen bij uitschrijven van 18-plussers Elk jaar haken tussen de 7.000 en 8.000 leerlin­ gen te vroeg af op school. Vaak blijven ze wel streven naar een diploma. De Vlaamse spijbel­ ambtenaar publiceerde daarover in maart 2020 een nieuw rapport. Scholen mogen definitief uitgesloten leerlingen uitschrijven als ze niet meer leerplichtig zijn. In onze brief aan de minister vroegen we die groep meerderjarige leerlingen niet te vergeten. Bij de Klachtenlijn zagen we zowel een voorbeeld van een meerderjarige leerling die ingeschre­ ven bleef als een voorbeeld van een leerling die uitgeschreven werd. We zijn bezorgd over die groep.

Niet meer leerplichtige leerlingen De ene leerling kon conform het nooddecreet zijn schooljaar afronden met een diploma secun­ dair onderwijs. De andere leerling werd uitge­ schreven, maar vond in februari geen oplossing in een andere school, ook niet in het secundair volwassenenonderwijs. Hij werd opgevolgd door de bemiddelingscel van het LOP en was ingeschreven voor een informatiesessie van de Examencommissie. Ook die werd uitgesteld door de coronamaatregelen. Hij zou zich inschrijven bij Syntra in september 2020. De Klachtenlijn bekeek in mei met de school­ directeur wat nog haalbaar was. De directeur wilde een herinschrijving wel overwegen maar zou daarover eerst de klassenraad samenroe­ pen. Omdat de school werkt met een systeem van permanente evaluatie en de schoolresul­ taten van de leerling tot op het moment van de uitsluiting ruim onvoldoende waren, zag de

school het niet zitten om de leerling aan boord te houden.

Het Kinderrechtencommissariaat stelt wel in vraag of de regel dat niet-leerplichtige leerlingen uitgeschreven mogen worden na een definitieve uitsluiting helpt om de ongekwalificeerde uit­ stroom terug te dringen. We vinden het raadzaam om de inschrijving te behouden tot er een oplos­ sing is.

2.12. Evaluatie van leerlingen Betwiste schoolresultaten Vooral op het einde van het schooljaar krijgen we vragen over evaluaties en studiebekrachtiging of vragen ouders en leerlingen ons te helpen om hun attest te betwisten. De Klachtenlijn spreekt zich niet inhoudelijk uit over de beslissing van de klassenraad. We ope­ nen ook geen onderzoek naar hoe leerlingen beoordeeld worden. Dat valt onder de auto­ nomie van klassenraad. We bemiddelen niet om zittenblijven ongedaan te maken of een B- of C-attest te veranderen. We informeren ouders en de leerling over de kaders rond evalueren van leerlingen en de procedures waarmee ze de beslissing kunnen aanvechten. We kunnen wel bekijken of de beslissing degelijk gemotiveerd werd en of de ouders en de leerling op tijd en correct geïnformeerd werden. Uitzonderlijk hel­ pen we het bezwaar tegen de beslissing uit te werken. We vragen kinderen en jongeren en hun ouders altijd om ook realistisch te zijn en zoveel moge­ lijk rekening te houden met de beoordeling van de klassenraad. Dat zijn de mensen die een heel jaar met hun kind gewerkt hebben. De meeste vragen gaan over secundair onderwijs.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Verrassende wending Jannis is 16. Hij heeft ASS. Hij stapte in het begin van het schooljaar over naar het 3e jaar buiten­ gewoon onderwijs type 9 OV4 richting Handel. Daarvoor had hij al een hobbelig parcours afge­ legd. Maar vandaag gaat het goed op school. Toch kregen de ouders slecht nieuws. De verificateur liet de school weten dat de inschrijving ongeldig is wegens een clausulering in het verleden. Hij verwijst naar een B-attest in het schooljaar 20172018 met clausulering voor het hele aso en voor tso Handel. De ouders hebben toen dat attest niet aangevochten omdat Jannis na hun verhuizing naar een andere provincie van school veranderde en ook koos voor een heel andere studierichting, Grafische Technieken. Dat schooljaar liep heel moeilijk. Door ernstige psychische problemen wordt Jannis enkele maanden opgenomen op de jongerenafdeling van een psychiatrisch zieken­ huis. Samen met de psychiater en het CLB wordt doorverwijzing naar buitengewoon onderwijs in type 9 besproken. Jannis blijkt heel goed te zijn in talen en heeft een grote belangstelling voor eco­ nomie. Het CLB maakt een verslag op en Jannis wil zich inschrijven in de richting Handel. Door de clausulering in 2018 kan dat nu niet. Jannis’ moeder nam contact op met de school maar begrijpt niet goed waar het om gaat en wat er nu moet gebeuren. Dat de beslissing uit 2018 nu nog gevolgen heeft, kan ze niet vatten. Ze vraagt de Klachtenlijn om hulp. We nemen contact op met de huidige school van het buitengewoon onderwijs. Die zit ver­ veeld met de situatie. De school had Jannis niet mogen inschrijven, maar was niet op de hoogte van het attest uit 2018. De school ging voort op het laatst behaalde B-attest in 2019, in de rich­ ting Grafische Technieken. Dat attest gaf hem wel toegang tot de richting Handel. Maar het attest uit 2018 blijft nog van kracht. De klassenraad vindt wel dat Jannis in Handel op zijn plaats zit. Hij toont interesse en haalt goede resultaten. Maar de school kan niet helpen. De enige optie is om Jannis voor­lopig in te schrijven in het 2e jaar Handel. Intussen blijft hij wel de lessen vol­ gen in het 3e jaar tot er een oplossing gevonden wordt. De school nam contact op met de onder­ wijskoepel. Die deed suggesties zoals terug naar het 2e jaar gaan en een A-attest behalen, inschrijven in het huidige jaar als vrije leerling en

ondertussen het attest 1e graad behalen via de Examencommissie, een andere richting kiezen in tso, terugkeren naar gewoon onderwijs in bso Kantoor. Maar geen enkele optie biedt een vol­ waardige oplossing. Jannis’ vader vraagt ondertussen ook de koe­ pel om hulp. Daar vernemen we dat er nog een mogelijkheid is om het attest van 2018 te laten aanpassen, maar dat is hoogst uitzonderlijk en er moet een gegronde reden voor zijn, bijvoorbeeld om de impact van een te ruime clausulering ongedaan te maken. De koepel verwijst daarvoor naar artikel 115/5 van de Codex SO: het school­ bestuur kan de beslissing van de klassenraad als omstreden beschouwen, ook als er geen of een niet-ontvankelijk beroep tegen ingesteld is. In dat geval kan de klassenraad opnieuw samenkomen om zijn eigen beslissing te heroverwegen. Ook een arrest van de Raad van State uit 2013 zegt dat een beslissing die niet correct blijkt te zijn en geen rechten van derden vaststelt, in begin­ sel altijd ingetrokken mag worden en vervangen door een gunstiger attest. De vraag wordt met een uitvoerige motivering voorgelegd aan het toenmalige schoolbestuur. De school gaat in op de vraag en de nieuwe klassen­ raad beslist de oude clausulering aan te passen. De klassenraad argumenteert dat er bij de beslissing van 2018 geen sprake was van een te ruime clausulering, en ook niet van een ondoordachte beslissing. De beslissing werd genomen op basis van de kennis die toen voor­ handen was. Op basis van de huidige gegevens (psychia­ trische problematiek) en de ervaringen van de huidige school beslist de klassenraad unaniem om het attest aan te passen en de clau­ sulering voor tso Handel te laten vallen. Jannis kan zijn schooljaar ongehinderd verderzetten.

Evalueren in tijden van corona Door de coronacrisis werd leerlingen evalueren heel anders dan we gewoon waren. De overheid zette grote lijnen uit in het ‘nooddecreet’ en in een draaiboek. Het draaiboek geeft de belangrijke uitgangs­ punten mee voor deliberaties in coronatijden:

121


122

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Iedereen krijgt een faire evaluatie. De klassenraad krijgt het vertrouwen om met kennis van zaken de juiste beoordeling te maken. ■ Het schooljaar 2019-2020 is voor niemand een verloren schooljaar. ■ ■

De manier van evalueren staat in het schoolregle­ ment. Dat verandert nu voor een deel omdat het nooddecreet het voor scholen mogelijk maakte om evaluatiemaatregelen te nemen die verschil­ len van de bepalingen in het schoolreglement. Zo konden scholen ervoor kiezen om examens, sta­ ges of geïntegreerde proeven te schrappen of om deliberaties tot 7 juli te plannen. De delibererende klassenraad moet nog altijd oordelen op basis van concrete gegevens uit het dossier van de leerling. Dat dossier is dit jaar beperkt doordat de lessen geschorst wer­ den vanaf 17 maart, waarna een periode van afstandsleren startte tot aan de paasvakantie. Daarna volgde er een periode van pre-teaching om daarna gedeeltelijk de fysieke lessen voor sommige leerjaren te herstarten. De overheid vroeg om zoveel mogelijk in te zet­ ten op leren, eerder dan op evalueren. Om de lestijd optimaal te benutten, krijgen de basisscholen de mogelijkheid om tot 7 juli de beslissing over getuigschriften mee te delen aan de ouders. Ook de termijn om beroep aan te tekenen schuift op. En uitzonderlijk konden leerlingen in september zonder een getuigschrift basisonderwijs toch instromen in de A-stroom van het secundair onderwijs. Of met een getuig­ schrift basisonderwijs in de B-stroom. In de twee gevallen moet er een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad zijn waar de ouders het mee eens zijn. Op het einde van het schooljaar kregen we meer vragen en klachten over zittenblijven in de basis­ school en betwiste attesten in het secundair onderwijs. Bij ouders van leerlingen die niet kon­ den overgaan naar een volgend schooljaar of een B-attest kregen, was er nogal wat verwarring. Ouders gingen ervan uit dat scholen mild zouden zijn in hun beslissing, zeker over zittenblijven of een C-attest. Andere ouders dachten begre­ pen te hebben dat niemand zijn jaar zou moeten overzitten. Ook over taken en onlinelessen was

nogal wat discussie. Leerlingen begrepen niet dat ze geen A-attest kregen, ook al hadden ze alle taken op tijd ingeleverd en alle onlinelessen stipt gevolgd. In het basisonderwijs hebben ouders geen begrip voor de beslissing over zittenblijven. Ze klagen dat hun kind geen faire kans kreeg om zich nog te bewijzen als de resultaten van voor de coronacrisis tegenvielen. Het afstandsonder­ wijs was niet voor alle kinderen even evident. Onlinelessen waren bovendien niet voor elk kind even toegankelijk.

Geen kans om tekorten op te halen Derya belt de Klachtenlijn voor haar jongste zus Sinem. Die is 13 en zit in het tweede jaar Latijn. Ze heeft net haar rapport gekregen. Ze kreeg een B-attest met clausulering voor aso Latijn en aso Wetenschappen. Dat hadden zij en haar ouders niet verwacht. Ze heeft wel een tekort voor Latijn, dus een clausulering voor Latijn begrij­ pen ze wel. Maar ze wou overstappen naar de richting Wetenschappen omdat haar resultaten voor wetenschapsvakken goed zijn. Daar ligt ook haar interesse. Alleen voor wiskunde heeft ze ook een klein tekort. Sinem had zich extra goed voorbereid om zich te bewijzen voor de examens met Pasen. Maar die gingen niet door wegens corona. De school zegt dat Sinem zich goed inzette voor het afstandsonderwijs, haar werk op tijd inleverde en alle opdrachten maakte. Maar de resultaten waren volgens de school nog altijd niet voldoende om het tekort voor Latijn en wiskunde in te halen. Terloops merkt de school ook op dat er nooit een garantie is dat zij die taken alleen gemaakt heeft. De ouders en Sinem kunnen akkoord gaan met een clausulering voor Latijn, maar niet voor Wetenschappen. Desnoods wil Sinem een extra vakantietaak voor wiskunde. De ouders vragen een clausulering die meer toe­ gespitst is op de concrete tekorten van Sinem. Dat is veel effectiever en beperkt haar toekomst­ kansen minder. Derya vraagt of daar iets aan te doen is. We informeren Derya over de aangepaste richt­ lijnen over evaluatie voor dit schooljaar en over haar beroepsmogelijkheden. Omdat haar ouders niet kunnen helpen, bouwen we samen met haar aan een argumentatie voor een gesprek met de directeur. Die had begrip voor de argumenten, maar blijft bij zijn mening dat Sinem meer baat


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

heeft bij een overstap naar tso. De klassenraad komt niet opnieuw samen. Derya zegt dat de directeur wel heel correct was en haar ook dui­ delijk informeerde over de mogelijkheid om in beroep te gaan. Hij zei er ook bij dat dat een recht was en dat ze niet bang moest zijn dat dat een negatieve invloed heeft op de relatie met de school. We stellen samen met Derya een brief op voor de beroepscommissie. Sinem en haar ouders worden daar uitgenodigd op 25 augustus 2020. De ouders vragen dat Derya meegaat omdat ze zelf te weinig Nederlands spreken. Derya durft dat niet aan. Die verantwoordelijkheid is te groot en ze is zelf nog maar net 18. We brengen haar in contact met een jeugdadvocaat die ze verder zal bijstaan.

Geen faire beslissing Dario is 7 en zit in het 2e leerjaar. Op school loopt het moeilijk, gedragsmatig en emotioneel. De ouders en de school weten nog niet precies wat er aan de hand is, maar er is een vermoeden van autisme. Mogelijk ook van een psychiatrisch probleem. Sinds oktober krijgt Dario ondersteu­ ning van het CLB en het ondersteuningsteam. Tot aan de kerstvakantie had hij behoorlijke punten. Daarna ging het bergaf en zei de school dat het bijna onmogelijk werd om Dario nog tot leren te brengen. Daardoor mist hij veel lessen en taken. Net voor de sluiting van de scholen was er weer een positieve evolutie te zien. Afstandsonderwijs was moeilijk voor Dario. De ondersteuning viel weg en zijn moeder kon hem maar moeilijk bij de les houden. Maar Dario maakte uiteindelijk toch alle taken. Ook de heropstart liep moeilijk. De structuur was weg en lang thuis zijn had zijn tol geëist. Op het einde van het schooljaar beslist de klassenraad om Dario het 2e leerjaar te laten overdoen. De klassenraad motiveert dat het een moeilijk jaar was, dat Dario moeite had met de leerstof, dat het moeilijk is om in te schatten wat hij wel en niet kan. Door het tweede leerjaar over te zitten, kan hij succeservaringen opdoen. Dario’s moeder kan zich niet vinden in die beslis­ sing. Dario krijgt geen faire kans om de evolu­ tie van net voor de coronacrisis door te zetten. Ze beslist om Dario in te schrijven in een andere school. Ze heeft gehoord dat de klassenraad van de nieuwe school kan beslissen om hem toch te

laten overgaan naar het derde leerjaar. Ze vraagt onze hulp. We informeren de moeder dat die mogelijkheid inderdaad bestaat, maar dat scholen doorgaans het advies volgen van de vorige school die de leerling goed kent. We zien meer kans in een gesprek met de directie en de klasjuf. We helpen de moeder om haar argumentatie op te bouwen. Ze gaat daarmee terug naar de school. Enkele dagen later meldt ze ons het goede nieuws. De klassenraad heeft de beslissing herzien. Dario kan in zijn nieuwe school naar het 3e leerjaar. We zijn blij voor Dario, maar adviseren zijn moe­ der ook om de werkpunten van de school en het ondersteuningsteam al van bij de start te bespre­ ken met de nieuwe school. Het kan Dario alleen maar ten goede komen en een moeilijk traject in zijn nieuwe school voorkomen.

Uitgestelde beslissing, uitgestelde klassenraad? Leerlingen en leerkrachten hebben recht op vakantie. Eind juni en begin juli zijn er elk jaar nog leerlingen en ouders die examens willen inkijken, die meer toelichting vragen aan de vak­ leerkracht, extra advies vragen over studiekeuze of een overleg. Om beroep aan te tekenen heb­ ben ouders maar een paar dagen tijd. Vanuit die vragen en bijbehorende bezorgdheden denken we dat scholen er goed aan doen om begin juli nog even beschikbaar te zijn. Schoolreglementen bepalen de termijn waarin ouders beroep kunnen aantekenen. De eerste stap is een overleg vragen met de voorzitter van de klassenraad, doorgaans de directeur. De regelgeving bepaalt geen termijn waarin na dat overleg een beslissing moet vallen, of hoe snel de klassenraad opnieuw moet samenkomen. Als daarover wel bepalingen in het schoolreglement staan, moet de school die natuurlijk volgen. De regelgeving bepaalt wel dat de hele beroeps­ procedure ten laatste op 15 september van vol­ gend schooljaar rond moet zijn. Uiterlijk die dag moet het schoolbestuur de gemotiveerde beslis­ sing aan de ouders meedelen in een aangete­ kende brief.

123


124

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 2: Rechten op en in onderwijs

Elk jaar krijgen we vragen van leerlingen en ouders over uitgestelde beslissingen. Er is geen recht op herexamens en vakantietaken. Ook dit schooljaar niet. Het draaiboek adviseert wel om zoveel mogelijk leerlingen een tweede kans te geven. Dat kan door vakantietaken en reme­ diëring zodat leerlingen zelf in de vakantie tekorten kunnen wegwerken. Of extra proeven, her­examens of inhaalstages om meer informatie te verzamelen. Het Kinderrechtencommissariaat begreep het ongenoegen van sommige ouders en leerlingen die op 1 juli overlegden met de directeur en een gemotiveerde vraag stelden voor een uitgestelde beslissing. De directeur beslist op basis van de argumenten om de klassenraad opnieuw samen te roepen, maar die komt pas samen in de laat­ ste week van augustus. Dat is conform de regel­ geving. Maar ouders vragen zich af hoe reëel het nog is dat leerkrachten dan nog vakantietaken, herexamens of extra toetsen gaan organiseren? En in dat geval zal de leerling wel erg weinig tijd hebben om zich daar gericht op voor te bereiden, wat de slaagkansen belemmert. In enkele meldingen die we opvolgden, bleef de delibererende klassenraad eind augustus bij zijn evaluatiebeslissing. Als ouders de interne beroepscommissies vroegen om een uitgestelde beslissing, namen die hun vraag niet meer in overweging.

3


3 3

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Rechten van kinderen op de vlucht

Dit jaar kregen we minder klachten dan anders over de situatie van kinderen op de vlucht. Dat heeft niet te maken met corona want het aantal klachten verminderde alleen tussen september 2019 en februari 2020. Toen kregen we maar 23 meldingen over kinderen en jongeren op de vlucht tegenover 49 in dezelfde periode een jaar eerder. Van maart tot juni kwamen er 19 meldin­ gen in 2020, één meer dan in 2019. De daling van september tot februari heeft wellicht veel te maken met het arrest van de Raad van State van 4 april 2019 waardoor uitgewezen gezinnen met kinderen niet langer opgesloten mochten wor­ den in de gesloten gezinsunits in Steenokkerzeel. Precies daarover kregen we vorig jaar heel wat meldingen. In 2019 werden zo’n 20% minder gezinnen vastgehouden in een open terugkeer­ woning dan in 2018 (2018: 194 gezinnen met 360 kinderen / 2019: 155 gezinnen met 280 kinde­ ren). Ook dat kan een rol spelen in de daling van het aantal klachten. Een heel ander beeld zien we in de cijfers van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS): van maart tot juni 2019 kwam er nog voor 6.907 personen een eerste ver­ zoek om internationale bescherming. In diezelfde periode in 2020 waren dat er nog maar 1.613, ruim 75% minder. Volgens het Platform Kinderen op de Vlucht kwamen ook bij de Dienst Voogdij min­ der eerste meldingen binnen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV): van 340 per maand in april-mei 2019 naar 67 per maand in april-mei 2020, een daling met 80%. Wellicht zien we hier wel een impact van de coronamaatrege­ len. Door de sluiting van de grenzen was het min­ der gemakkelijk om in België te raken. Wie over land de grens overstak, had het moeilijker om tot in Brussel te komen en wie wél in Brussel raakte, had het moeilijker om zich te laten registreren.

N Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, Asielstatistieken juni 2020, www.cgvs.be/nl/actueel/asielstatistiekenjuni-2020 Platform Kinderen op de vlucht, Verslag Werk­ groep NBMV 17 juni 2020, www.kinderenopdevlucht.be/nl/contact/

N

3.1. Terugkeer uit vluchte­ lingenkamp (bis) Net als vorig jaar stond het lot van jonge kinde­ ren met Belgische roots in gewapende conflict­ gebieden hoog op onze agenda. Op 10 september 2019 was de kinderrechtencommissaris op de rondetafelconferentie die VUB-kinderpsycholoog Gerrit Loots samen met de Franstalige kinder­ rechtencommissaris Bernard Devos en Child Focus organiseerde naar aanleiding van zijn tweede humanitaire missie naar de Koerdische detentiekampen in Noord-Syrië van 6 tot 16 juni 2019. Op 9 oktober 2019 vielen Turkse troepen NoordSyrië binnen en werd de situatie volgens veel waarnemers nog zorgwekkender. De kinderrech­ tencommissaris, haar Franstalige collega Bernard Devos en directeur Heidi De Pauw van Child Focus schreven een open brief aan de federale overheid. Daarin drongen ze erop aan de nood­ toestand voor Noord-Syrië te erkennen en alle gelokaliseerde Belgische kinderen zonder uit­ zondering zo snel mogelijk te repatriëren. Sinds de principiële beslissing van de Belgische rege­ ring, meer dan twee jaar eerder, om alle kinderen jonger dan 10 jaar naar België terug te brengen, waren nog maar zes niet-begeleide kinderen of weeskinderen teruggebracht. Op 6 november 2019 nodigde de commissie voor Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer het Kinderrechtencommissariaat uit voor een hoor­ zitting over de Belgische kinderen in de kampen in Noord-Syrië. Samen met prof. Gerrit Loots van de VUB, Heidi De Pauw van Child Focus en de Franstalige kinderrechtencommissaris lichtten we de situatie van de kinderen in de Koerdische kampen en ons voorstel voor repatriëring, her­ stel en integratie toe. Bij de Klachtenlijn kwamen meldingen over de steeds schrijnender toestand in de regio. Onder andere over moeders die erin slaagden met hun kinderen te ontsnappen uit de Koerdische kam­ pen in Noord-Syrië.

125


126

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Advocaat slaakt noodkreet Een advocaat over de kinderen uit twee gezinnen: ‘De moeders boden zich op vrijdag 22 november 2019 aan in Turkije, samen met hun kinderen. Sindsdien hoorde ik niets meer over hun kin­ deren. De enige informatie die ik nog kreeg, is dat de moeders zichzelf aangegeven hebben in Turkije. Ik weet niet waar en in welke toestand de kinderen zijn. Zij zijn niet in staat om zichzelf te beschermen. Net als alle kinderen hebben zij ook rechten die altijd beschermd moeten worden. Zij kunnen en mogen niet verantwoordelijk gehou­ den worden voor de daden van hun ouders. Hoe dan ook zijn het slachtoffers. Ik kan mijn taak als advocaat maar uitoefenen als ik op de hoogte ben van hun situatie.’

Na vlucht uit Syrië vast in Turks kamp Na de procedure voor de Turkse rechtbank wer­ den de twee moeders met hun kinderen over­ gebracht naar een vluchtelingenkamp in Turkije. We kregen opnieuw een melding van hun advo­ caat: de twee jongste kinderen zitten momenteel samen met hun moeders in een vluchtelingen­ kamp in Turkije in afwachting van hun overbren­ ging naar België. De vier andere kinderen zijn al veilig overgebracht naar België. We belden al verschillende keren met de moeders. Ze zeiden me dat de leefomstandigheden in het kamp erg slecht zijn. Ze zijn samen met hun twee kinderen opgesloten in een kamer. Ze kregen alleen mond­ maskers en handschoenen tegen het corona­virus. De moeders en kinderen zijn erg afhankelijk van de medewerkers in het centrum. Ze maken zich ernstig zorgen over de gezondheid van hun kin­ deren. De kinderen hebben geen pampers meer, geen schoenen, waardoor de jonge kinderen noodgedwongen op blote voeten rondlopen. Bovendien is een van de kinderen ernstig ziek. De vrouwen hebben verschillende keren om een arts gevraagd, maar het centrum doet niets. De kinderen zijn al sterk afgevallen want het is erg moeilijk om aan genoeg eten te komen. Deze situatie is niet leefbaar en zelfs gevaarlijk voor de kinderen.

Door de coronamaatregelen kon de overbrenging naar België lang niet doorgaan. Ter onder­steuning van de inspanningen van het advocaten­kantoor schreef het Kinderrechtencommissariaat in december 2019 en in april 2020 naar de minister van Buitenlandse Zaken om de urgentie van de situatie aan te kaarten. Begin juli 2020 keerden de twee vrouwen uit Turkije terug met hun kinderen, samen met nog een derde vrouw met vier kinderen. De vrouwen, die ook in België al veroordeeld waren, werden na hun aankomst meteen naar de gevangenis gebracht. De kinderen worden opgevangen door familie.

Het Kinderrechtencommissariaat verwoordde zijn standpunt ook nog eens op 7 december 2019 bij de uitreiking van Prijs voor de Mensenrechten aan Gerrit Loots en de organisatie Jihad van de Moeders, en op 17 februari 2020 in een persoon­ lijk overleg met de minister van Buitenlandse Zaken.

N Heidi

De Pauw, Bernard De Vos en Caroline Vrijens, Open brief aan de federale overheid: Repatrieer Belgische kinderen uit Syrië – dit is een noodsituatie, 9 oktober 2019, www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ open-brief-aan-de-federale-overheid-repatri­ eer-belgische-kinderen-uit-syrië-dit-een Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Kinder­ rechtencommissariaat over de Belgische kinderen in terroristische conflictzones in Syrië, 6 novem­ ber 2019, www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ standpunt-kinderrechtencommis­sariaat-overde-belgische-kinderen-terroristische-conflict­ zones VUB-Today, Prijs voor Mensenrechten gaat naar VUB-prof Gerrit Loots en organisatie Jihad van de Moeders, 2019, today.vub.be/nl/artikel/prijs-voor-mensen­ rechten-gaat-naar-vub-prof-gerrit-loots-enorganisatie-jihad-van-de-moeders

N

N


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Nog Belgische kinderen in Koerdische kampen in Syrië Volgens VUB-professor Gerrit Loots zaten begin juli 2020 nog 13 Belgische moeders en 35 kin­ deren met Belgische roots vast in Koerdische detentie­kampen in Syrië. Eind juni 2019 schatte het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van Dreigingen (OCAD) dat er nog zo’n 60 kin­ deren met Belgische roots in de Syrische kampen zaten. De leefomstandigheden in die Koerdische deten­ tiekampen zijn erbarmelijk. Volgens het Rode Kruis stierven in 2019 in het kamp van Al Hol alleen al 517 mensen, onder wie 371 kinderen. De Koerdische autoriteiten roepen daarom de landen van herkomst van die gedetineerden op om hun burgers te repatriëren. In januari 2020 deden ook de Verenigde Naties zo’n oproep.

Welke strategie? Welke strategie kunnen we het best volgen om de kinderen met Belgische roots in Syrische vluchte­ lingenkampen zo snel mogelijk naar België te krijgen? De vraag kwam op 3 juli 2020 opnieuw op een persconferentie van de Franstalige kinder­ rechtencommissaris Bernard De Vos en Gerrit Loots van de VUB, waarop ook mensenrechten­ commissaris Dunja Mijatovic van de Raad van Europa, Kati Verstrepen van de Liga voor de Mensenrechten, voorzitter Fhero Derwich van de Koerdische vertegenwoordiging in België, en kinder­ rechtencommissaris Caroline Vrijens aan het woord kwamen. Een heikel punt is of de moeders aangemoedigd moeten worden hun toe­ stemming te geven om de kinderen apart (zon­ der moeder) naar België te repatriëren of dat integendeel alles op alles gezet moet worden om samen met de kinderen ook de moeders naar België te halen (ook al gaan de meeste moeders hier dan meteen naar de gevangenis). Vanuit kinderrechten­ perspectief is dat laatste stand­ punt zeker meer verantwoord. Volgens Gerrit Loots hebben de oorlogsomstandigheden en de onveilige en moeilijke leefsituatie in de Syrische vluchtelingenkampen de hechte banden tussen moeders en kinderen nog verder versterkt, waar­ door een scheiding van de moeder voor de kin­ deren erg traumatisch zou zijn. Maar wat als de

keuze zich opdringt tussen alleen of eerst de kin­ deren terughalen of helemaal niemand? Volgens ons moet men zeker ook de piste overwegen om in elk geval eerst de kinderen naar België terug te halen. De cijfers van het Rode Kruis liegen er niet om: vooral jonge kinderen bezwijken onder de erbarmelijke omstandigheden. Elke dag telt.

N Kinderrechtencommissariaat, Advies Kinderen willen écht gehoord worden. Jaarverslag 20182019, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ jaarverslag-kinderrechtencommissariaat2018-2019-kinderen-willen-echt-gehoordworden

3.2. Op zoek naar internationale bescherming De situatie van kinderen en jongeren in vluchte­ lingenkampen in Griekenland is in verschillende opzichten vergelijkbaar met die van de kinde­ ren met Belgische roots in Koerdische detentie­ kampen in Syrië.

Vast op Grieks eiland Op 6 april schreef het Europese Netwerk van Ombudspersonen voor Kinderen (ENOC) een open brief over de noodtoestand in de vluchtelingen­ kampen op de grens tussen Griekenland en Turkije en op de Griekse eilanden. De perma­ nente overbevolking, de onmenselijke leef­ omstandigheden en covid-19 raken de kinderen en jongeren in hun meest elementaire rechten zoals het recht op voeding, water, onderdak en toegang tot medische zorg en onderwijs. Onder het motto ‘children on the move: children first’, roept ENOC met aandrang op tot de hervestiging van alle – begeleide en niet-begeleide – minder­ jarigen die vastzitten op de Griekse eilanden. In totaal zou het gaan om ruim 5.000 nietbegeleide minderjarigen, van wie er – naargelang van de bron – op dat moment 1.500 tot 2.000 in de kampen op de Griekse eilanden vast­ zaten. Vooral die kinderen leven in erg mensonwaardige omstandig­ heden. Het Kinder­ rechten­ commissariaat schaarde zich achter

127


128

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

de oproep van het Platform Kinderen op de Vlucht om het voorbeeld te volgen van zeven andere EU-landen (Frankrijk, Finland, Duitsland, Luxemburg, Kroatië, Portugal en Ierland) en vroeg op 6 april 2020 in een brief aan de minis­ ter van Asiel en Migratie dat ook België zich zou engageren om die niet-begeleide minderjarigen te hervestigen, te beginnen met de allerjongsten (tot 14 jaar) en de kinderen die in de meest schrij­ nende omstandigheden vastzitten op de Griekse eilanden. Half juli engageerden zich al tien EU-landen om samen 1.300 van die jongeren te hervestigen. Frankrijk besloot er 350 op te nemen, Duitsland ging voor 249 en Portugal voor 475. Voor België zou een evenredig aantal neerkomen op 33 tot 50 jongeren. We krijgen signalen dat er pleeggezin­ nen klaarstaan om de allerjongste niet-begeleide kinderen op te vangen. Voor de niet-begeleide jongeren ouder dan 14 jaar zou er opvang moe­ ten komen in het residentiële hulpaanbod. België engageerde zich begin mei 2020 voor de opvang van 18 NBMV: 10 in Vlaanderen, 8 in Wallonië. De selectie gebeurt in samenwerking met de Internationale Organisatie voor Migratie. Begin augustus kwamen ze in België aan.

daar een verblijfsstatuut. Bij een vraag tot inter­ nationale bescherming in België levert dat pro­ blemen op. Zo staat dat in de Dublinakkoorden: wie in een ander EU-land asiel kreeg kan naar daar teruggestuurd worden.

Terugsturen naar Griekenland in vraag gesteld Een advocaat: ‘We hebben na een negatieve beslissing van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) over een jongere uit Griekenland nagevraagd wat het plan is met NBMV die op het Griekse eiland Moria zaten en een vluchtelingenstatuut kregen in Griekenland. Het CGVS zal die aanvragen onont­ vankelijk verklaren. Terwijl uit rapporten blijkt dat in Griekenland huisvesting noch onderwijs verzekerd is.’ Twee jongeren gingen tegen de onontvanke­ lijkheidsbeslissing in beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Die wees voor de ene jongen op onderzoeksverantwoordelijkheid van het CGVS over de leefomstandigheden in Griekenland. En voor de andere jongen bekrach­ tigde de raad de onontvankelijkheid.

N ENOC, Open brief, Evacueer minderjarigen uit de vluchtelingenkampen op Griekse eilanden, 6 april 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/actu­ eel/open-brief-evacueer-minderjarigen-uitde-vluchtelingenkampen-griekse-eilanden Amnesty International, Griekse eilanden: 10 EU-landen tonen hun solidariteit, 14 juli 2020, www.amnest y-international.be/nieuws/ griekse-eilanden-10-eu-landen-tonen-hunsolidariteit Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Midden­veld­ organisaties en gemeenten verwelkomen jonge vluchtelingen en vragen nieuw engagement, 5 augustus 2020, w w w.v l u c h t e l i n g e n w e r k . b e / n i e u w s / middenveldorganisaties-en-gemeenten-verwel­ komen-jonge-vluchtelingen-en-vragen-nieuw

N

N

Vast door Dublinakkoord Sommige jongeren besluiten na hun ervaringen in Griekenland door te reizen, ook al kregen ze

De vreemdelingenwet laat toe dat een verzoek om internationale bescherming niet ontvankelijk verklaard wordt ‘als de verzoeker al internatio­ nale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat’ (artikel 57/6, §3). Er zijn geen expliciete voorwaar­ den voor die beslissing, zoals een onderzoek naar de leefomstandigheden in de andere lidstaat. Gezien de aanbevelingen van de Europese Commissie om – zeker bij kwetsbare personen zoals niet-begeleide minderjarigen – eerst de leefomstandigheden in Griekenland na te gaan, omdat er nog altijd onrustwekkende berich­ ten komen over de zorg voor deze kinderen en jongeren, en omdat arresten van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen daarover uiteen­ lopen, vroeg het Kinderrechtencommissariaat het oordeel van de commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) over de opvang van NBMV in Griekenland. Ook die heeft geen heldere kijk op die opvang. De informatie daarover gaat vrijwel alleen over de erbarmelijke


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

situatie van kinderen en jongeren van wie de procedure nog loopt. De CGVS stelde de vraag op zijn beurt aan het European Asylum Support Office (EASO) maar kreeg nog geen antwoord.

N Europese

Commissie, Aanbeveling van de Commissie van 8 december 2016 aan de lidstaten inzake de hervatting van overdrachten aan Griekenland uit hoofde van Verordening (EU) nr. 604/2013, w w w. e u r o p a r l . e u r o p a . e u /m e e t d o c s / 2014_2019/plmrep/COMMITTEES/LIBE/DV/ 2017/01-12/COM_C(2016)8525_NL.pdf Nansen, Situation des bénéficiaires de protection internationale en Grèce, 2019, https://nansen-refugee.be/wp -content/ uploads/2020/01/NANSEN-Situation-desbe%CC%81ne%CC%81ficiaires-de-protectioninternationale-en-Gre%CC%80ce-de%CC%81 cembre-2019.pdf

N

Niet begeleid - niet gesignaleerd Liever onder de radar? Voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die in aanmerking willen komen voor internatio­ nale bescherming in België, is de eerste stap dat ze aangemeld worden bij de Dienst Voogdij. Als na identificatie blijkt dat het inderdaad om een niet-begeleide minderjarige gaat, wijst die dienst een voogd aan die de verblijfsprocedure opstart en toeziet op het verloop ervan. Vanop het terrein krijgen we signalen dat niet-begeleide buiten­ landse jongeren lang niet altijd bij de Dienst Voogdij gesignaleerd worden. Soms omdat die jongeren dat zelf niet willen.

Schrik voor Dienst Voogdij? ‘Bij de minderjarigenwerking van Atlas Antwerpen hebben we regelmatig contact met NBMV uit Marokko en Afghanistan die nog niet aange­ meld zijn bij de Dienst Voogdij. We zien het als onze taak om die jongeren omkaderd te krijgen en structuur te geven door ze toe te leiden naar een school. Maar als we de aanmelding bij de Dienst Voogdij ter sprake brengen bij die jonge­

ren, komen ze soms niet meer opdagen in onze werking. We weten niet goed hoe daarmee om te gaan en hoe hun kwetsbaarheid in te schatten. Kunnen jullie een inbreng doen over welke afwe­ gingen we in ons werk met NBMV zeker moeten maken?’ We brachten de vraagsteller in contact met het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi).

Dat niet-begeleide jongeren soms niet gesigna­ leerd willen worden, is ons al langer bekend. We overlegden daarover al met verschillende overheidsdiensten en organisaties (zie ons jaarverslag over 2017-2018). Vaak gaat het om jongeren die door mensensmokkelaars foutief geïnformeerd zijn over de verblijfs- en opvang­ mogelijkheden en -voorwaarden in België, die een andere eindbestemming hebben en vooral hun kansen op een verblijfsstatuut in dat andere land (vaak het Verenigd Koninkrijk) gaaf willen houden. En vooral gaat het om jongeren die eerst tot rust moeten komen en bij wie eerst vertrou­ wen gewonnen moet worden om ze de gepaste bescherming en opvang te kunnen bieden.

Wie brengt Dienst Voogdij op de hoogte? In andere gevallen nemen overheidsdiensten niet altijd hun wettelijke verplichting op om (vermoe­ delijke) niet-begeleide minderjarige vreemdelin­ gen te signaleren bij de Dienst Voogdij.

Politie of parket in gebreke? Eind juni 2020 verschenen in de pers berichten over twee Vietnamese jongens die in oktober 2019 verdwenen uit een Nederlandse beschermde opvang, opgehaald door een Brusselse taxi. De Nederlandse politie volgde de taxi ongemerkt tot in Anderlecht, waarna ze de zaak overdroeg aan de Brusselse politie. Twee weken later werden de twee jongens dood teruggevonden in een koel­ wagen in Essex (Engeland), samen met 37 anderen. Een leidinggevende van een Vlaamse jeugd­ instelling schrijft daarover naar het Kinder­ rechten­­commissariaat:

129


130

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

‘Ik blijf met heel wat vragen zitten na het nieuws over de Vietnamese jongens die gestorven zijn. Die jongens weghalen uit dat huis in Anderlecht en laten opvangen, was wellicht het minste. Ik begrijp ook niet waarom het parket geen aanstel­ ling van een voogd vroeg. De wet op de voogdij is glashelder: elke instantie die weet heeft van een niet-begeleide buitenlandse minderjarigen op het grondgebied wordt geacht dat onver­ wijld te melden aan de Dienst Voogdij. Waarom gebeurde dat niet toen de Nederlandse politie het Brusselse parket op de hoogte bracht van de aanwezigheid van Vietnamese niet-begeleide buitenlandse minderjarigen? Ook hier had een voogd of meer betrokkenheid of waakzaamheid van de Dienst Voogdij ervoor kunnen zorgen dat de twee jongens weggehaald werden op dat adres en geplaatst werden in een geschikte voor­ ziening. Toen ze in Brussel verdwenen, zou de voogd dat dan ook weer minstens gesignaleerd hebben aan de politie en aan Child Focus. Er zijn zoveel rapporten die aantonen dat een voogd een onmisbare schakel is in de strijd tegen mensen­ handel bij minderjarigen.’ We antwoordden dat er inderdaad nooit een soort van gelatenheid mag komen vanuit het idee dat die jongens niet geholpen willen worden of toch snel weer zullen vertrekken. De gelijke­ nis valt op met het dossier van de Marokkaanse straat­kinderen in Brussel, waar de melder ook bij betrokken is.

Ook dit soort meldingen kregen we al eerder (zie ons jaarverslag over 2017-2018). We pleitten daarom eerder al voor kortere communicatie­ lijnen tussen de Dienst Voogdij en andere over­ heidsdiensten. Ook in onze brief van 6 april aan de minister van Asiel en Migratie vroegen we erover te waken dat alle bevoegde diensten en actoren het nodige doen om niet-begeleide minder­jarige vreemdelingen te melden bij de Dienst Voogdij zodat zij een voogd toegewezen krijgen.

N Kinderrechtencommissariaat, Advies Hoe rekbaar is het kind? Jaarverslag 2017-2018, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ jaar verslag-kinderrechtencommis­s ariaat2017-2018-hoe-rekbaar-het-kind

Strijd tegen schijn­ erkenningen – vervolg In ons jaarverslag over 2017-2018 rapporteerden we ons standpunt over de wet ter bestrijding van schijnerkenningen van 19 september 2017. Die wet verplicht gemeentelijke ambtenaren de erkenning van een buitenechtelijk kind door zijn vader of meemoeder te weigeren of in afwach­ ting van verder onderzoek uit te stellen als ‘de intentie van de erkenner kennelijk enkel gericht is op het […] bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel’ voor zichzelf of voor de moeder van het kind. Ook al is er een biologische band tus­ sen erkenner en kind.

Advies over aanvullend wetsvoorstel Op 23 oktober 2019 dienden Yoleen Van Camp en anderen een voorstel tot wijziging van de vreem­ delingenwet in. Als buitenlanders een verblijfs­ vergunning vroegen op basis van ouderschap van een Belgische minderjarige of een wettig in België wonende minderjarige uit een EU-land, en blijkt dat ze niet daadwerkelijk voor dat kind zorgen, dan wil dat wetsvoorstel hun verblijfsvergunning kunnen weigeren of afnemen. Daarover vroeg de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van de Kamer het Kinderrechtencommissariaat om advies. De indieners noemen hun voorstel een noodzake­ lijke aanvulling op de wet op de schijnerkenning. In het Burgerlijk Wetboek staan geen maatregelen om bij een frauduleuze erkenning van een kind het verblijfsrecht van de buitenlandse ouder te weigeren of binnen de vijf jaar weer in te trekken. De indieners koppelen daarom een extra voor­ waarde aan verblijfsrecht dat gevraagd wordt om gezinshereniging te realiseren. De buitenlandse ouder moet daadwerkelijk voor het kind zorgen. Volgens de toelichting wil ‘daadwerkelijk’ zeggen: wettelijk, financieel, affectief en emotioneel. Zo willen de indieners het ‘bébé papiers’-fenomeen beter bestrijden: kinderen die alleen maar ver­ wekt of erkend worden om een verblijfsrecht te krijgen, en ouders die daarna niet meer om­kijken naar het kind.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Als de moeder de buitenlandse ouder is die door de frauduleuze erkenning verblijfsrecht kreeg en zij ook effectief voor het kind zorgt, kan ze volgens het wetsvoorstel dat verblijfsrecht niet verliezen, ook al is er geen daadwerkelijke band tussen de Belgische of wettelijk in België verblijvende vader en het kind.

Op 21 januari 2020 bezorgde het Kinder­ rechtencommissariaat zijn advies aan de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken van de Kamer.

■ We wijzen erop dat het wetsvoorstel niet uit­ drukkelijk verwijst naar de formeel geweigerde of vernietigde erkenning van de afstammings­ band met het kind door de gemeenteambte­ naar of de familierechter. Daardoor ontstaat het risico op parallelle besluitvorming door de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). Die kan vol­ gens dit wetvoorstel blijkbaar autonoom oor­ delen over die afstammingsband. ■ De voorgestelde wettekst zelf definieert niet duidelijk wat ‘daadwerkelijke zorg’ is. Dat geeft de DVZ te veel ruimte om het concept zelf in te vullen. ■ We pleiten er wel voor om in de vreemdelingen­ wet op te nemen dat een verblijfsrecht op basis van een schijnerkenning alleen ingetrokken of geweigerd kan worden als het kind daardoor niet gescheiden wordt van de ouder die er daadwerkelijk voor zorgt. En dat het kind zelf daardoor zijn verblijfsrecht in België niet ver­ liest of niet meer kan uitoefenen.

N Yoleen Van Camp e.a., Wetsvoorstel tot wijzi­ ging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toelating tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de terugkeer van vreemdelingen wat de voorwaarde van de band met minderjarig kind voor gezinshereniging betreft (ingediend door mevrouw Yoleen Van Camp e.a.), 23 oktober 2019, doc. 55 0675, www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/55/0675/ 55k0675001.pdf

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Aan­ scher­ ping van de voorwaarden voor verblijf van derdelanders op grond van ouderschap van een minderjarige Belg of EU-burger: vanuit kinderrechten bekeken, 2019-2020/05, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ aanscherping-van-de-voorwaarden-voorverblijf-van-derdelanders-op-grond-vanouderschap-van

Arrest van Grondwettelijk Hof Op 18 mei 2018 stelde de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen samen met nog tien andere organi­ saties bij het Grondwettelijk Hof een beroep in tot vernietiging van de wet ter bestrijding van schijnerkenningen van 19 september 2017. In dat beroep vechten ze verschillende aspecten van de wet aan. Op 7 mei 2020 velde het Grondwettelijk Hof hierover een arrest. Het Hof vindt de kritiek niet terecht dat de wet aan de ambtenaar van de burgerlijke stand buiten­sporige bevoegdheid toekent, geen ruimte laat om het belang van het kind mee in over­ weging te nemen, ongelijke behandeling van Belgen en buitenlanders invoert en kinderen dis­ proportionele straffen oplegt voor fraude waar zelf geen schuld aan hebben. Het Hof volgt wel de kritiek dat de wet niet voor­ ziet in een specifieke beroepsmogelijkheid tegen de weigering van een ambtenaar van de burger­ lijke stand om akte te nemen van de erkenning van een afstammingsband als die erkenning volgens de ambtenaar ‘kennelijk’ alleen als doel heeft verblijfsrecht te krijgen voor een van de ouders. De belanghebbenden kunnen bij de familie­rechtbank wel onderzoek van het ouder­ schap vorderen en de familierechter zal ook het belang van het kind in overweging nemen. Maar, zo stelt het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 7 mei 2020, die al langer bestaande procedure is geen echt ‘beroep’ tegen de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand, ‘maar een nieuwe en onderscheiden vordering’, waarvoor eigen (en in dit geval strengere) regels gelden. Die procedure geldt ook alleen voor wie een bio­ logische band heeft met het kind. Die beperking maakt voor sommigen elk beroep onmogelijk, wat een schending is van het grondwettelijk recht op toegang tot de rechter.

131


132

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat de wet­gever, net als bij de regelgeving rond het schijnhuwe­ lijk, een specifieke beroepsprocedure moet instel­ len, waarin de rechter volle rechtsmacht krijgt, dus ook nieuwe feiten in rekening kan brengen en ook een niet-biologische afstammingsband kan erkennen. Het Hof vernietigt daarom arti­ kel 330/2, vijfde en zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek. Tot de gevraagde wijziging van de wet er is, moeten belanghebbenden tegen de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand in beroep kunnen gaan bij de voorzitter van de familierechtbank.

N Grondwettelijk Hof, Arrest inzake het beroep tot vernietiging van de wet van 19 september 2017, Arrest nr. 58/2020, 7 mei 2020, www.const-court.be/public/n/2020/2020058n.pdf Kinderrechtencoalitie, Grondwettelijk Hof vernietigt belangrijke aspecten van de wet schijn­ erkenningen van kinderen, 2020, www.kinderrechtencoalitie.be/grondwette­ lijk-hof-vernietigt-belangrijke-aspecten-vande-wet-schijnerkenningen-van-kinderen/

N

Verblijfssituatie onder de radar Voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen is de aanstelling van een voogd cruciaal om hun ver­ blijfssituatie geregeld te krijgen. Voor begeleide kin­ deren en jongeren wordt de verblijfs­situatie samen met die van hun ouders geregeld. Dat is niet altijd het geval als ze dan toch, door een beschermings­ maatregel, van hun ouders gescheiden worden.

Geplaatst door de jeugdrechter Ik neem contact op met jullie over begeleide kin­ deren en jongeren die in België geplaatst zijn door de jeugdrechter en verblijven in verschillende voor­ zieningen van de jeugdhulp. Uit mijn advocaten­ praktijk blijkt regelmatig dat de verblijfssituatie van die kinderen in de hulp­verlening lang onder de radar blijft. Kunnen we samen nagaan wat er op dat vlak mogelijk is aan automatische check-up in de hulp­ verlening? Vaak wordt dat pas een zichtbaar en nog meer nijpend probleem als die jongeren 18 worden.

We maakten met de advocaat een afspraak voor verder overleg.

Ook deze problematiek is ons al langer bekend. We wezen er al op in onze platformtekst van 2016 en formuleerden toen een aparte aanbeveling: voor kinderen en jongeren die door een jeugd­ rechter of bevoegde overheid onder een bescher­ mingsmaatregel geplaatst werden, vragen we dat ze voor de duur van die beschermingsmaatregel ‘ambtshalve’ een minstens tijdelijke verblijfs­ vergunning krijgen.

N Kinderrechtencommissariaat,

Platformtekst Een toekomst voor kinderen en jongeren zonder papieren, 3 juni 2016, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/platformtekst.pdf

Vast in de verblijfs­ procedure? Registratieproblemen leiden tot dakloosheid Door de coronamaatregelen schortte de DVZ vanaf 17 maart 2020 de registratie van asiel­ aanvragen tijdelijk volledig op. Op 7 april 2020 kwam er een onlineprocedure om opnieuw te registreren. Van verschillende organisaties kre­ gen we daarover verontrustende meldingen. De verplichting om de eerste asielaanvraag online in te dienen, zorgde voor hoge drempels voor de kandidaat-vluchtelingen. Vaak hebben die geen of maar heel beperkt toegang tot het internet en begrijpen ze de taal niet waarin ze hun aanvraag moeten invullen (Nederlands of Frans). Er is van overheidswege geen ondersteuning met tolk. Daardoor duurt het langer voor asiel­ zoekende NBMV en gezinnen met kinderen om hun aan­ vraag geregistreerd krijgen. Dat beperkte ook sterk de toegang tot de reguliere opvang. Van wie tegen half mei zijn aanvraag al online indiende, kreeg volgens ngo’s nog maar 1 op de 3 opvang. Er is geen systematische monitoring van wat er gebeurt met wie nog geen opvang kreeg. Wie niet terechtkan bij noodopvang door ngo’s, belandt op straat. Met alle problemen van dien, onder


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

andere op het vlak van hygiëne – wat in corona­ tijden des te schrijnender is. Niet-begeleide min­ derjarigen worden ook gemakkelijker slachtoffer van mensenhandel. Op 6 april 2020 schreven we daarover een brief aan de federale minister van Asiel en Migratie. Een tweede brief volgde op 27 april 2020. Op 15 mei 2020 brachten we het probleem nog eens aan in een fiche voor de federale taskforce kwets­ bare personen. Ondertussen kregen we nog meer meldingen.

N Vluchtelingenwerk Vlaanderen, 700 mannen, vrouwen en kinderen op straat: online coronaproof asielprocedure faalt, 9 juli 2020, www.vluchtelingenwerk.be/nieuws/700mannen-­vrouwen-en-kinderen-op-straatonline-coronaproof-asielprocedure-faalt Orbit vzw, Al maandenlang honderden mannen, vrouwen en kinderen op straat. Ngo’s dagvaarden Belgische staat en Fedasil, 7 augustus 2020, www.orbit vzw.be/wp-content/uploads/ 2020/08/PersberichtKortgeding07082020.pdf

N

Meer aan de hand Nog geen kentering in zicht Na ons contact over de heropstart van de registra­ tie van niet-begeleide minderjarige asiel­zoekers, laat ik weten dat er in de eerste week zich maar drie of vier NBMV aanmeldden voor registratie. Dat leidt tot de absurde situatie dat er in de eer­ ste fase van opvang bij Fedasil (in de observatieen oriëntatiecentra) momenteel vacante plaatsen zijn en dat er tegelijk ongetwijfeld jongeren zijn die asiel willen aanvragen maar op straat blijven. Kunnen jullie die situatie aankaarten of onder­ zoeken?

Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen had­ den begin juli meer dan zevenhonderd mensen op zoek naar internationale bescherming nog geen enkele opvang. Ook gezinnen met kinde­ ren. De Belgische overheid was toen al tientallen keren door de arbeidsrechtbank verplicht om die mensen en die gezinnen op te vangen. Volgens de opvangwet heeft een asielzoeker recht op opvang zodra hij kenbaar maakt dat hij asiel wil vragen. Dat de DVZ die aanvraag niet onmiddel­ lijk kan registreren, is volgens de rechter geen reden om die opvang uit te stellen. Begin augus­ tus waren er al meer dan honderd vonnissen die Fedasil opdroegen om asielzoekers onmiddellijk op te vangen, telkens voor elk individueel geval afzonderlijk. Nadat een overleg met het kabinet van de bevoegde minister, de DVZ en Fedasil geen perspectief bood op een meer structurele oplossing op korte termijn, besloten op 7 augus­ tus 2020 verschillende ngo’s, waaronder Orbit en Vluchtelingenwerk Vlaanderen, de Belgische Staat en Fedasil te dagvaarden in kortgeding.

Navraag bij Caritas International en SOS Jeunes leerde ons dat er meer aan de hand was dan alleen maar registratieperikelen. Door de alge­ mene coronamaatregelen raakten de NBMV erg verspreid. Door de stopzetting van de fysieke aanmelding voor registratie verdween ook de wachtrij voor het Klein Kasteeltje. Ook werd het Maximiliaanpark gesloten. Daardoor verdwenen twee trefpunten waar ngo-medewerkers vluch­ telingen doorgaans aanspreken. Er doken maar weinig jongeren op die asiel willen aanvragen. Bovendien meldden ngo’s ons dat veel van die jongeren willen doorreizen naar Engeland.

Wat brengt de toekomst? De Dienst Vreemdelingenzaken zou van plan zijn de onlineprocedure voor asielaanvragen aan te houden. Op de website van de DVZ staan ondertussen vijftien vertalingen van het formu­ lier en de toelichting. Dat neemt niet weg dat de verplichting om de aanvraag online in te dienen drempels blijft opwerpen die veel asielzoekers afhankelijk maken van hulp van derden. We vra­ gen daarom dat de overheid de impact van die manier van werken zorgvuldig evalueert voordat het een standaardverplichting wordt.

Interview via video­confe­ren­ tie in de asielprocedure De coronamaatregelen hadden ook een impact op de werking van het Commissariaat-generaal. Interviews van asielzoekers werden vanaf 13 maart 2020 tijdelijk opgeschort. Interviews met

133


134

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

volwassenen werden op 8 juni met extra veilig­ heidsmaatregelen hervat. Een maand later volg­ den de NBMV. De commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen bracht op 10 juni 2020 het Kinderrechtencommissariaat op de hoogte van zijn plan voor een pilootproject met video­ verhoor op afstand van niet-begeleide minder­ jarige vreemdelingen. De bedoeling is verzoeken om internationale bescherming te kunnen blij­ ven behandelen in periodes met beperkingen op fysieke nabijheid. Het Europese Asielagentschap EASO raadt dan onder andere videoverhoren aan. Het pilootproject kreeg vorm in overleg met de Dienst Voogdij, Fedasil en het Rode Kruis. Twaalf jongeren werden geselecteerd voor het project. We stelden enkele vragen om verduidelijking, onder andere over de selectie van de jongeren, de mogelijkheid tot weigeren, hoe hun ervaring betrokken zou worden bij de evaluatie. We kre­ gen daar een uitvoerig antwoord op en de belofte dat het CGVS ons op de hoogte zou brengen van de resultaten. Op 17 juni 2020 begonnen de eer­ ste videoverhoren op afstand met NBMV.

3.3. Problemen met de ­opvang Naast de tijdelijke opschorting van de registratie van asielaanvragen en de onlineprocedure door de Dienst Vreemdelingenzaken zorgden ook coronamaatregelen van Fedasil voor meldingen.

Tijdelijk geen opvang voor 16- en 17-jarige NBMV Een van de maatregelen van Fedasil was de beper­ king van de opvang van niet-begeleide minder­ jarige vreemdelingen. De plaatsen reserveerden ze voor extra-kwetsbare NBMV. Dat kwam er in de praktijk op neer dat de meeste 16- en 17-jarige jongens geweigerd werden.

Vlaamse jeugdvoorziening trekt aan alarmbel ‘Dit weekend (18-19 april 2020) kregen we twee keer een crisismelding van het Crisismeldpunt Antwerpen en de Dienst Voogdij. Twee niet-­ begeleide minderjarige vreemdelingen (15 en 16) werden door de politie ’s nachts gevonden op straat, al slapend. De politie bracht ze naar de daklozenopvang. Het gaat om Marokkaanse jon­ gens die niet gescheiden willen worden. Ze bleven zaterdag- en zondagnacht in de daklozenopvang. Tot onze ontzetting hoorden we van de Dienst Voogdij dat Fedasil de opvang van die jongens weigert waardoor de vraag naar crisishulp bij ons terechtkomt. Gezien de kwetsbare situatie van de twee jongens besloten we om in erg moeilijke omstandigheden de crisisopvang te realiseren. We stellen ons wel ernstige vragen over de hui­ dige gang van zaken. We vernemen dat er in de Oriëntatie- en Observatiecentra van Fedasil meer dan genoeg plaatsen zijn. Toch weigert Fedasil deze minderjarigen op te vangen en schuiven ze die zorg door naar centra als het onze met volle bezetting. De situatie is nu volledig omge­ draaid: de kwetsbare NBMV gaan niet langer naar de jeugdhulp maar wel naar Fedasil. En de ande­ ren – die wellicht met meer zijn – zijn niet langer welkom bij Fedasil en dus aangewezen op crisis­ hulp, daklozenopvang of jeugdhulp. We zullen de voogd van de jongens vragen de nodige stappen te zetten, samen met een advocaat.’ Bij navraag bleek dat Fedasil de 15-jarige wel opvang aangeboden had, maar die had gewei­ gerd toen bleek dat zijn 16-jarige makker geen opvang kreeg. Het Kinderrechtencommissariaat besloot een tweede brief te schrijven aan de minister van Asiel en Migratie, met kopie aan de directeur-generaal van Fedasil. In die brief van 27 april 2020 wezen we op de gevaren waaraan niet-begeleide 16- en 17-jarigen blootstaan als ze op straat belanden. We vroegen ook meer uitleg over de opvang van extra kwetsbare kinderen en jongeren en brachten onze bezorgdheid in her­ innering over de nieuwe verplichting om asiel­ aanvragen online in te dienen.

Fedasil besloot de collectieve opvang vanaf 11 mei 2020 weer open te stellen voor alle niet-


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

begeleide minderjarigen die een verzoek om internationale bescherming indienden of door de Dienst Voogdij aangemeld worden en opvang wilden. Tenminste voor wie zich tijdens de kan­ tooruren meldt bij het infopunt of de dispatching van Fedasil. Buiten de kantooruren worden alleen extra kwetsbare niet-begeleide minderjarigen onmiddellijk opgevangen in een observatie- en oriëntatiecentrum van Fedasil. In een brief aan het Kinderrechtencommissariaat liet de directeurgeneraal van Fedasil weten dat NBMV jonger dan 16 en de erg kwetsbare jongeren net als vroeger, na observatie in een observatie- en oriëntatiecen­ trum, naar de best aangepaste opvangstructuur georiënteerd worden, vooral de gecofinancierde plaatsen die onder het Vlaamse Agentschap Opgroeien vallen. Toch kregen we ook na deze bijsturing nog berich­ ten dat het soms moeilijk was om opvang te vin­ den, zeker voor wie de onlineregistratie van zijn vraag om internationale bescherming bij Dienst Vreemdelingenzaken als toegangspoort gebruikte.

Drie weken zonder opvang door technisch probleem met onlineregistratie Als ik (medewerker van Vluchtelingenwerk Vlaanderen) elke dag van onze mensen aan de poorten dit soort feedback krijg, vind ik het moeilijk om optimistisch te zijn: ‘We zagen een 16-jarige Afghaanse jongen die met Fedasil gesproken had en geen hulp kreeg. Hij zei ons dat hij twintig dagen geleden het onlineformulier ingevuld had om zijn asiel­ aanvraag te registreren. Hij had nog altijd geen uitnodiging gekregen. We controleerden zijn e-mailadres en vonden geen bevestigingsmail. We vulden zijn aanvraagformulier opnieuw in. Toen verscheen op het scherm van zijn smart­ phone dat het formulier doorgestuurd was naar de Dienst Vreemdelingenzaken. Iedereen die we op die manier al hielpen met het onlineformulier kreeg een bevestigingsmail, maar deze jongen niet. Bij de DVZ zeiden ze dat dat soms gebeurt, maar dat ze dat onlineformulier wel ontvangen zouden hebben. Hij hoefde zich geen zorgen te maken. Of hij kon gewoon nog eens opnieuw pro­ beren. We vulden het formulier nog eens in op een smartphone van onszelf en nu kreeg hij wel een bevestigingsmail. Iemand van Fedasil zei ons dat

hij de onlineaanvraag van twintig dagen geleden niet terugvond in het systeem. Die aanvraag had de DVZ dan toch niet ontvangen. Het probleem zat bij zijn smartphone. Die kon geen correcte verbinding maken met de DVZ-website. Die van ons wel. We legden de jongen het probleem uit. Doordat hij al die tijd ten onrechte dacht dat de DVZ zijn formulier wel gekregen had, had hij wel twintig dagen op straat moeten slapen. De boodschap op het scherm van zijn smartphone dat zijn for­ mulier succesvol doorgestuurd was naar de DVZ, klopte niet. Alleen na een extra bevestigingsmail ben je zeker dat je aanvraagformulier in het sys­ teem opgenomen is. Kan de DVZ dit ophelderen? En waarom drong het niet tot Fedasil door dat het hier om een 16-jarige gaat? En waarom lieten ze hem gewoon het onlineformulier invullen zonder hem te helpen?’

Opvang tijdens de lockdown Door de coronamaatregelen veranderde er heel wat in de werking van de opvangcentra, met heel wat impact op het leven van de kinderen en jongeren. Ook zij werden geconfronteerd met de gevolgen van de sluiting van de scholen en de vervanging van contactonderwijs door afstands­ leren. Dat verliep niet overal even vlot.

Voogden verontrust door gang van zaken in opvangcentrum ‘Wij, enkele vrijwillige voogden, nemen contact op omdat we bezorgd zijn over de impact van de coronamaatregelen op onze jongeren in collec­ tieve opvangcentra. We beseffen dat in deze uitzonderlijke tijden uitzonderlijke maatregelen nodig zijn om iedereen te beschermen, ook wie in een opvangcentra woont of werkt. Maar de praktische toepassing baart ons grote zorgen. Die brengt kinderrechten ernstig in het gedrang.’ In hun brief van 30 maart 2020, die ze ook naar Fedasil stuurden, klagen de voogden over het gebrek aan begeleidingspersoneel voor de NBMV waardoor er maar weinig ruimte overblijft voor de begeleiding van schooltaken, psychologische ondersteuning en de coördinatie van preventie­

135


136

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

maatregelen. Door het stopzetten van groepsac­ tiviteiten en het sluiten van de wifilokalen loopt de mentale druk en stress nogal op. De voogden vragen daarom meer en prioritaire aandacht voor de NBMV met een viertal suggesties: multiinzetbaarheid van het personeel maximaliseren, de jongeren zelf mee inschakelen om taken op te nemen, overwegen om jongeren extern onder te brengen met behoud van hun plaats in het cen­ trum na de coronamaatregelen en zorgen voor wifi en schoolcomputers.

naar school kunnen. Het gemeentebestuur vraagt dat elk kind getest wordt uit bezorgdheid over de oudere inwoners van de gemeente en uit gebrek aan vertrouwen in de maatregelen van Fedasil.

We namen contact op met Fedasil. Drie van de vier hordes werden al snel genomen. Aan de laatste, een toegankelijke internetconnectie voor iedereen, moest nog gewerkt worden.

De ouders zijn op eigen initiatief toch bereid hun dochter te laten testen als ze daardoor naar school kan. Over de testresultaten ontstaat onenigheid. De discussie resulteert in een impasse die alleen de rechter nog lijkt te kunnen oplossen. Maar of dat uitzicht biedt op een uitspraak die nog wezen­ lijk impact kan hebben op het recht op onderwijs voor de kinderen, is zeer de vraag.

Opvangcentrum in lockdown? Corona zorgde voor drastische maatregelen en hoogoplopende discussies.

Recht op onderwijs aangetast ‘Ik woon sinds februari met mijn vrouw en twee kinderen in dit asielcentrum van Fedasil. Mijn dochter gaat naar de gemeenteschool. Sinds de scholen sloten, doet de leerkracht haar uiterste best om met filmpjes en videomeetings verder te werken met de kinderen. Mijn dochter had veel geluk met zo’n leerkracht. Enkele weken later kregen we het nieuws dat de groep van onze dochter bij de eersten is die weer naar school mogen. Maar de directie van het asielcentrum liet me weten dat dat voor haar niet gaat door een beslissing van de burgemeester. We moeten eerst onze kinderen laten testen voordat ze naar school mogen. Waarom verliest zij haar recht op onderwijs?’

Fedasil noemt dit disproportionele en stigmatise­ rende maatregelen. Het agentschap handelt volgens een eigen vademecum dat de nodige voorzorgen neemt, ook als er een besmetting zou zijn in het cen­ trum. Daar lokaal van afwijken zou volgens Fedasil een precedent scheppen en discriminerend zijn.

Uit een analyse van het conflict bleek een groot gebrek aan kennis over virusoverdracht. Is een samenlevingsvorm met eigen preventiemaat­ regelen te beschouwen als een bubbel? Hoe zit dat dan met appartementsblokken, internaten en andere collectieve woonvormen? Hoe vaak wordt verwacht dat leerlingen testresultaten voor­leggen? Ook bleven er juridische vragen. Wat was – in het voorjaar 2020 – de wettelijke basis om een test te eisen zonder dat er symptomen zijn? Kan een burgemeester over de toegang tot scholen iets anders beslissen dan de Vlaamse overheid? Het Kinderrechtencommissariaat bereidde een overleg voor met een viroloog, de directie van Fedasil, de burgemeester en de kinderrechten­ commissaris. Op datzelfde moment werd bekend dat de veertig tests in het centrum allemaal nega­ tief waren. Ter elfder ure hief de burgemeester de lockdown van het centrum op.

De burgemeester verbiedt de bewoners het asiel­ centrum te verlaten. De scholen mogen geen kin­ deren uit het centrum toelaten en er mogen geen vrijwilligers het centrum in om te helpen bij de huiswerkbegeleiding en de pre-teaching. Dat zet het samenleven in het centrum danig onder druk.

3.4. Marokkaanse straat­ kinderen in Brussel

In totaal gaat het in een eerste fase over 17 kinde­ ren en in een tweede fase over 79 kinderen die niet

Sinds het najaar van 2019 kregen we van ver­ schillende diensten signalen over een dertigtal


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Marokkaanse kinderen en jongeren die rond­ zwerven in de buurt van Brussel-Zuid en daar ook geregeld delicten plegen. Hun jonge leeftijd valt op, met verschillende kinderen tussen 9 en 14 jaar die geregeld betrokken zijn bij dief­stallen in apotheken. Er zijn ook indicaties dat ze het slachtoffer zijn van mensenhandel. De straat­ kinderen zijn gekend bij de hulpverlening. We weten dat ze uit Marokko komen, overleven op straat en reizen tussen Spanje, Frankrijk, België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Zowel hulpverlening als politie hebben geregeld contact met de kinderen en jongeren en zoeken oplossingen. Maar zij krijgen geen vat op het pro­ bleem. De jongeren hebben weinig structuur en zijn kwetsbaar voor misbruik. De hulpverlening slaagt er niet in ze effectief te helpen en ook bij de politie zou de coördinatie niet evident zijn. Geregeld houdt de politie één of meer van die jongeren aan voor stelen, op straat zijn onder invloed of slapen in stations. In januari 2019 organiseerden het Kinder­rechten­ commissariaat en de délégué général aux droits de l’enfant een rondetafel met mensen uit hulp­ verlening, administratie, politie en justitie. Samen analyseerden we de situatie en formuleerden we aanbevelingen.

Aanbod nodig voor die kinderen De residentiële hulpverlening en de meer besloten opvang zijn niet aangepast om die kinderen en jon­ geren effectief en duurzaam te helpen. De situatie en het gedrag van de kinderen en jongeren vergen een aanpak met een gepast traject na een verblijf in een voorziening. Hun middelen­gebruik bemoeilijkt de opvang en de begeleiding, zeker als ze samen in dezelfde voorziening terechtkomen. Vaak lopen ze weg uit de voorziening. Fedasil is alleen bevoegd om opvang te bieden als ze bereid zijn zich te laten registreren als niet-begeleide minderjarige vreem­ deling en dat is bij die jongeren vaak niet het geval. Een aanmelding bij de jeugdhulp gebeurt vaak na een passage in de nachtopvang voor daklozen. Een mogelijke piste is een laagdrempelig inloop­ centrum waar de kinderen terechtkunnen via het

straathoekwerk en waar ze kunnen slapen, koken en douchen. Voor een deel van die jongeren lijkt straathoekwerk het meest geschikte aanbod te zijn. Interculturele bemiddelaars, jongerenwer­ kers, straathoekwerkers en ex-straatjongeren die dezelfde taal spreken en de cultuur begrij­ pen, kunnen een vertrouwensrelatie opbouwen en werken aan de aanvaarding van een hulp­ verleningstraject. Voor de erg kwetsbare jonge kinderen onder 15 jaar lijkt het aangewezen een intensievere vorm van hulpverlening uit te teke­ nen die ze niet loslaat en opnieuw perspectief biedt. Er is ook bemiddeling nodig om opnieuw contact te leggen met de familie van het kind in het land van oorsprong, zodat die mee opnieuw de zorg kan opnemen.

Informatie over die kinderen centraliseren Momenteel is de informatie over die kinderen en jongeren erg versnipperd. Daardoor krijgen we geen goed beeld van hun situatie en dat bemoeilijkt de hulpverlening. In het belang van de kinderen en jongeren moet bekeken worden, rekening houdend met het beroepsgeheim, wie een minimum aan informatie over hen centraal kan bijhouden en hoe en met wie die informatie gedeeld kan worden. Ook de politie en het parket hebben maar een gedeeltelijk beeld van de situatie. Ze weten vaak niet wat er buiten hun zone gebeurt omdat de informatie verspreid zit over verschillende par­ ketten. Van de twintig geïdentificeerde jon­ geren heeft de helft een voogd en in principe bepaalt de woonplaats van de voogd welk parket bevoegd is. Ook daardoor is de informatie erg versnipperd.

Wie is bevoegd en verant­ woordelijk voor de aanpak? Nu is er onduidelijkheid over welke instanties en administraties bevoegd zijn: de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Omdat het

137


138

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

mogelijk om een internationaal netwerk van mensenhandel gaat, is de betrokkenheid van de cel Mensenhandel van Justitie en van UNHCR of Unicef mogelijk ook aangewezen. Er moet op het terrein meer coördinatie komen tussen hulpverlenende organisaties en ook tus­ sen hulpverlening en politie. Nu vinden de dien­ sten die voor deze doelgroep werken elkaar te weinig waardoor die kinderen en jongeren onder de radar verdwijnen.

3.5. Na de erkenning Na een erkenning als vluchteling of een ander verblijfsstatuut voor België moet er vaak nog veel geregeld worden. Over twee kwesties kregen we vragen.

Gezinshereniging Niet-begeleide minderjarigen met een Belgische verblijfsvergunning hebben het recht om hun ouders naar België te laten komen, als die ouders met de jongere gaan samenwonen en geen gevaar vormen voor de volksgezondheid of voor de openbare orde en veiligheid. Voor minder­ jarige broers en zussen die bij die ouders wonen, geldt dat recht niet, maar kan een humanitair visum aangevraagd worden. Een heikel punt is vaak: wie maakt echt deel uit van het gezin? Bij twijfel kan DNA-onderzoek uitsluitsel geven over de biologische band met de erkende NBMV. Maar als de band niet biologisch is, kan dat niet. We pleiten ervoor om het belang van het kind te laten primeren.

Visum voor adoptiezus geweigerd ‘Ik begeleid als advocate de gezinshereniging voor een Somalische NBMV van wie de ouders, broers en adoptiezus in Kenia zijn. De gezinshereniging werd goedgekeurd maar de DVZ weigerde een humani­ tair visum voor de adoptie­dochter. Daardoor zit het hele gezin vast in Kenia. Ze kunnen ook niet terug naar Somalië en hun laissez ­passer verstrijkt over drie dagen. We dienden beroep in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen maar we heb­ ben er geen zicht op wanneer die uitspraak doet.’

Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met het bureau Lang Verblijf van de Dienst Vreemdelingenzaken. De bevoegdheid van de DVZ voor de toekenning van een visum is discre­ tionair. Dat de adoptiezus een weeskind is, haar erg jonge leeftijd (8 jaar) en dat ze in Kenia ver­ blijft en niet in staat is om naar Somalië te reizen (om de nodige documenten op te halen), duidt op grote kwetsbaarheid. Daarom bepleitten we een zorgvuldige afweging van het belang van het adoptiezusje. De DVZ is in het najaar van 2020 bereid tot overleg over hoe het belang van het kind vastgesteld wordt. Op onze vraag naar de mogelijkheden om de termijn voor inreisvisa te verlengen en op ons aanbod voor een onafhan­ kelijk onderzoek naar het belang van het jonge adoptiezusje ging de DVZ niet in.

In een recent vonnis besliste de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVV) dat het belang van het kind juist ook een grond kan zijn om gezinshereniging te weigeren, in uitzonderlijke gevallen ook met de ouders van een NBMV, bij­ voorbeeld bij vermoeden van misbruik of hoog risico op uithuwelijking van het kind. Dan wel op voorwaarde dat de beslissing gebaseerd is op een individueel onderzoek met zorgvuldige afweging van de belangen van het kind. Hoewel de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de argumentatie van de DVZ in die zaak ten gronde volgde, werd de beslissing toch vernietigd omdat de concrete afweging van de (in dat geval onder­ scheiden) belangen van het kind volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen niet zorgvuldig genoeg gebeurde en de NBMV in die zaak te wei­ nig gehoord werd.

N Agentschap

voor Integratie en Inburgering, RVV: hoger belang van het kind kan uitzonder­ lijk weigeringsgrond zijn voor gezinshereniging, 22 april 2020, www.agii.be/nieuws/rvv-hoger-belang-vanhet-kind-kan-uitzonderlijk-weigeringsgrondzijn-voor-gezinshereniging


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Kwestie van kindergeld In januari 2020 herzag de Vlaamse Regering een regeringsbesluit uit 2018 dat het groeipakket – de Vlaamse kinderbijslag – aan minderjarige erkende vluchtelingen retroactief toekende vanaf de dag van hun verzoek om internationale bescherming. Voortaan gaat die toekenning van het groeipak­ ket pas in op de dag van hun erkenning als vluch­ teling. We kregen daar verschillende vragen over.

Financieel gestraft voor lang aanslepende asielprocedure? ‘Er is iets dat me dwarszit, en waarvan ik ver­ wacht had dat het Kinderrechtencommissariaat daarover zijn stem zou laten horen. De Vlaamse Regering die in januari het recht terugschroefde op kinderbijslag ‘met terugwerkende kracht’ voor asielkinderen. En de argumenten die ze daarvoor gebruikte. 1. Er zijn geen kinderen die bijgedragen hebben tot de sociale zekerheid (daarover ging een van de argumenten). Bijgedragen hebben tot ‘onze’ sociale zekerheid is geen voorwaarde om recht te hebben op een financiële tegemoetkoming die je groeikansen als kind moet garanderen. Dat recht heb je omdat je kind bent. Het geldt voor kinderen op de achterbank van een dure BMW, voor kinderen in een huis van 90.000 euro en natuurlijk ook voor kinderen van erkende vluchtelingen. 2. Het is logisch dat dat recht geldt met terugwer­ kende kracht. Als een asielprocedure veel te lang duurt en je uiteindelijk toch erkend wordt als vluchteling omdat je gevlucht bent voor oorlog, geweld of andere levensbedreigende situaties, dan hoort daar een excuus bij van de overheid. Tegenover die erkende vluchtelingen is het zelfs grof om te beginnen zeuren over advocaten die procedures te lang laten aanslepen. Als je erkend wordt, gelden de voorwaarden voor die erkenning natuurlijk al vanaf het moment van je asielaanvraag. Het recht op financiële onder­ steuning voor je kinderen dus ook. Financieel gestraft worden omdat je asielpro­ cedure te lang aansleept, dat is toch te zot voor woorden? Dat recht voor die kwetsbare kinderen ‘terugschroeven’ is toch een regelrechte aanslag op mensen- en kinderrechten? Ook kinderen die extra zorg nodig hebben en daarvoor recht krij­ gen op een verhoogde tegemoetkoming, krijgen

dat extra geld met terugwerkende kracht: op het moment van de aanvraag hadden ze die extra zorg ook al nodig. Dat kun je toch niet zomaar laten passeren?’

Recht van het kind gefnuikt ‘Ik heb een vraag over het groeipakket en de recente maatregel in het Vlaams regeerakkoord waardoor erkende asielzoekers met kinderen geen achterstallige kinderbijslag meer krijgen voor de periode waarin hun asielaanvraag nog in behandeling was. De vorige Vlaamse Regering bepaalde dat het groeipakket aangevraagd kon worden voor de periode vanaf het begin van hun asielprocedure. De huidige Vlaamse Regering oordeelde dat dat niet logisch was, omdat men­ sen in een asielprocedure hier bed, bad, brood en begeleiding krijgen, in afwachting van hun erkenning. In een interview met een voormalig Vlaams minister van Welzijn stelt Kind en Gezin het groei­ pakket voor als een recht van het kind, ongeacht de sociale of professionele status van de ouders. Het is gericht op een grotere ondersteuning van jonge en startende gezinnen. Het stimuleert gezinnen met een laag inkomen om de ontwikke­ lingskansen van hun kinderen te vergroten. Met de beslissing om het groeipakket voor kinderen en gezinnen in de asielprocedure niet langer met terugwerkende kracht uit te betalen, fnuikt de overheid de rechten van het kind. Het recht van elke asielzoeker op bed, brood, bad en begelei­ ding wordt gekoppeld aan de rechten van het kind op ontwikkelingskansen. Ik heb de indruk dat deze beleidsmaatregel onder de radar bleef. Nergens vind ik bemerkin­ gen, interpretaties, reacties terug.’ In ons antwoord verwezen we naar de officiële motivatie in de toelichting bij het Besluit. We volgden de analyse die de Raad van State in haar advies maakte.

In zijn nota aan de Vlaamse Regering waarin hij besluit toelicht, wijst de bevoegde minister erop dat de materiële opvang van vluchtelin­ gen tijdens de asielprocedure ten laste is van de

139


140

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

federale staat. Vluchtelingen worden volgens de minister tijdens de asielprocedure dus in prin­ cipe voor hun kosten al gecompenseerd door de overheid. Met de schrapping van de retroactieve toekenning van de kinderbijslag wil de Vlaamse Regering een einde stellen aan een ‘dubbele financiering’ en ‘ongelijke behandeling van asiel­ zoekers’ (met en zonder kinderen). We keken ook na welke analyse de Raad van State maakte in zijn advies over dit Vlaamse regerings­ besluit. We lezen daarin dat erkende vluchtelingen gelijk behandeld moeten worden als Belgische burgers, onder andere voor financiële tegemoet­ komingen, dat het recht op ondersteuning in de opvoedingskosten inderdaad een ‘declaratoir’ recht is, dus dat het – als het toegekend wordt – ingaat vanaf de dag van de aanvraag (‘declaratie’: we hebben een kind), maar dat dat recht op ver­ schillende manieren gehonoreerd kan worden, bijvoorbeeld door Fedasil alle materiële kosten te laten opnemen voor asielzoekers tijdens hun asielprocedure, inclusief dus alle kosten voor de opvoeding van kinderen. Op voorwaarde wel dat die ‘bed-bad-brood’-voorziening materieel (min­ stens) evenwaardig is aan wat andere ouders – in vergelijkbare levensomstandigheden – aan kinderbijslag (groeipakket) krijgen. Of dat effec­ tief zo is, daarover kan de Raad van State zich feitelijk niet uitspreken. Maar principieel vindt de Raad van State het dus wel te rechtvaardigen dat erkende asielzoekers pas vanaf de dag van erkenning kinderbijslag kunnen krijgen, omdat voordien al op een andere manier voorzien is in hun materiële behoeften. En dat geldt ook voor de opvoedingskosten van de kinderen. De Raad van State had wel een opmerking over een formulering in de oorspronkelijke versie van het Besluit. Die maakte dat de bevoegde minis­ ter geen afwijkingen meer zou kunnen toestaan, terwijl het volgens een antwoord op een vraag van de Raad van State daarover voor niet-bege­ leide minderjarigen toch de bedoeling was dat zij verder kinderbijslag kunnen krijgen vanaf de dag dat zij het ‘attest van immatriculatie’ kregen, vanaf de start van hun asielprocedure dus. In de defini­ tieve versie van het besluit (van 30 april 2020) volgde de Vlaamse Regering het voorstel tot aanpassing dat de Raad van State in dat ver­ band formu­leerde, zodat die afwijkingen verder mogelijk blijven.

N De

Vlaamse minister van Welzijn, Volks­ gezond­ heid, Gezin en Armoedebestrijding, Nota aan de Vlaamse Regering (VR 2020 3004 DOC.0400/1), beslissingenvlaamseregering.­vlaanderen.­be/ document-view/5EA7DC7D720F­38000800 0077 Vlaamse Regering, Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, […] wat betreft de datum van het ontstaan van het recht op gezinsbijslagen voor het kind dat vluchteling is (VR 2020 3004 DOC.0400/2), beslissingenvlaamseregering.­vlaanderen.be/ document-view/5EA7DC7D720F380008000078 Raad van State, Afdeling Wetgeving, Advies 67.060/1 van 9 april 2020 (VR 2020 3004 DOC.0400/3), beslissingenvlaamseregering.­vlaanderen.be/­ document-view/5EA7DC7D720F380008000079

N

N

Geen cumulatie van leefloon en sociale toeslag voor NBMV? Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die een verblijfstatus voor België kregen, effectief in België wonen en geen of een ontoereikend inko­ men hebben, kunnen een beroep doen op het OCMW om een leefloonequivalent te krijgen. Zo kunnen ze hun studies afwerken en even­ tueel starten met hoger onderwijs. NBMV die in het Nederlands taalgebied wonen, krijgen van de Vlaamse Gemeenschap ook het groeipakket, tot het einde van de maand na hun 18e verjaardag of tot het einde van hun studies – zolang ze nog geen 25 zijn. Door hun lage inkomen hebben ze ook recht op een sociale toeslag. Sommige OCMW’s trekken het bedrag van die sociale toe­ slag af van het leefloon(equivalent) dat ze de jon­ gere uitkeren.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

Sociale toeslag niet cumuleerbaar met leefloon(equivalent)? We kregen een melding over het beleid van een OCMW over de cumulatie van groeipakket en leefloon. De sociale toeslag van 240 euro die een NBMV aan de ene kant krijgt via het groei­pakket, wordt aan de andere kant tenietgedaan door een­ zelfde bedrag af te trekken van het leefloon dat het OCMW uitkeert. Dat gebeurt dus als de jon­ geren alleen gaan wonen. Dat is contradictorisch omdat jongeren die alleen wonen net méér extra inkomen nodig hebben. Bovendien demoti­veert het NBMV om nog naar school te gaan. NBMV kunnen ook niet bijverdienen. Maar in de zomer vraagt het OCMW jongeren om minstens een maand vakantiewerk te doen. We zochten opheldering bij verschillende instan­ ties en gaven de melder onze bevindingen.

De regelgeving is blijkbaar voor interpretatie vat­ baar, wat verschillen tussen OCMW’s in de toe­ passing ervan kan verklaren. Wie te weinig eigen bestaansmiddelen heeft of kan realiseren, heeft recht op financiële ondersteuning. Artikel 16 van de wet van 26 mei 2002 bepaalt dat in de bere­ kening van de eigen bestaansmiddelen alle soci­ ale uitkeringen (van Belgische of buitenlandse oorsprong) meegeteld worden – voor zover een koninklijk besluit ze niet vrijstelt. Het Koninklijk Besluit van 11 juli 2002 geeft vrijstelling voor gezinsbijslagen en voor studietoelagen van de gemeenschappen die specifieke studiekosten dekken. Die worden dus niet meegeteld bij de ‘eigen bestaansmiddelen’. Dat leidt tot de vraag of je de sociale toeslag bij het groeipakket moet zien als een aparte sociale uitkering (wel mee te tellen bij de eigen bestaansmiddelen) of als een integraal onder­ deel van de gezinsbijslag (niet mee te tellen). Volgens de Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (federale overheid), die de OCMW’s in deze gevallen vergoedt voor de steun die ze uitkeren, moet die niet meegeteld worden bij de eigen bestaansmiddelen. Maar de communicatie daarover was volgens sommigen nogal verwarrend.

Die vraag is overigens alleen relevant voor kin­ deren en jongeren die bij hun ouders wonen. Bij de berekening van de bestaansmiddelen geldt de vrijstelling voor gezinsbijslagen volgens het Koninklijk Besluit alleen als je ze ontvangt voor kinderen die je zelf opvoedt en ten laste hebt. Dus niet voor alleenwonende jongeren die het groeipakket voor zichzelf ontvangen. Minderjarigen die zelfstandig leven, kunnen van het OCMW geen leefloon krijgen, maar wel een leefloonequivalent. De meeste OCMW’s hanteren daarvoor de bedragen en regels van het leefloon. Maar strikt genomen hoeven ze dat niet te doen, omdat de vastgelegde bedragen en regels over wat wel en niet meetelt als eigen bestaansmidde­ len alleen gelden voor het eigenlijke leefloon. Wel worden OCMW’s ondertussen ook volledig ver­ goed als ze de sociale toeslag bij het groeipakket niet in mindering brengen van hun uitkering aan zelfstandig wonende jongeren. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt meer proactief overleg van de Vlaamse regelgevers met het federale niveau, om tegenstrijdighe­ den en onduidelijkheden in de regelgeving en de communicatie over het groeipakket te voor­ komen.

N Wet

van 26 mei 2002 betreffende het Recht op Maatschappelijke Integratie – bijwerking 1 maart 2020, w w w.m i - is . b e /n l/we t g ev i n g /we t- v a n 26-mei-2002-betreffende-het-recht-op-maat­ schappelijke-integratie-bijwerking-1 Koninklijk Besluit houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie van 11 juli 2002 – bijwerking 1 juni 2017, www.mi-is.be/nl/wetgeving/koninklijkbesluit-houdende-het-algemeen-reglementbetreffende-het-recht-op

N

Of NBMV die nog verder studeren wel of niet mogen bijverdienen en de verschillen in beleid van OCMW’s daarover was ook een element van debat op onze studiedag van 4 februari 2020 over de leefwereld van jonge Afghaanse vluch­ telingen.

141


142

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

3.6. Noden van Afghaanse jongeren Het Kinderrechtencommissariaat en de jeugd­ hulpvoorziening Minor Ndako hielden op 4 febru­ ari in Leuven een infodag met panelgesprek over de leefwereld van jonge Afghaanse vluch­ telingen. Wat hebben ze nodig? Wat houdt ze tegen om te groeien? En hoe kunnen we tegen­ strijdige bezorgdheden met elkaar verzoenen? Vertrekkend van de beleving van jongeren zoch­ ten we houvast, kansen en valkuilen. Centraal stond het belevingsonderzoek van Davud Mirza, die in het kader van zijn studie Maatschappelijk Werk een jaar stage liep bij het Kinderrechtencommissariaat. Voor zijn eindwerk sprak hij met 21 Afghaanse jongeren die wettig in België verblijven. Hij organiseerde een focus­ groep met de jongeren om zijn bevindingen te toetsen. Hij praatte ook met vijf experten. We werkten vanuit vijf vragen uit Davuds onder­ zoek: ■ Hoe ervaren ze het spanningsveld tussen studeren, geld verdienen en zorgen voor de ­ familie? ■ Wat helpt de jongeren bij hun ‘integratie­ trajecten’? Welke pijnpunten zien ze zelf? ■ Wat ervaren zij als goede begeleiding? Hoe ont­ staan conflicten en spanningen? ■ Hoe ondersteun je Afghaanse jongeren om hun rugzak te dragen? ■ Hoe kunnen Afghaanse jongeren een eigen krachtig netwerk organiseren? De ruim vierhonderd aanwezigen debatteerden over: ■ De uitkering van het OCMW voor zelfstandig wonende jongeren die verder studeren en de beperkingen als ze zelf geld bijverdienen. Dat geld spenderen Afghaanse jongeren niet alleen aan hun eigen levensonderhoud, maar ook om hun familie in Afghanistan te ondersteunen en mensensmokkelaars af te betalen. Hoe moeten we daar als begeleiders mee omgaan? ■ De studieloopbaan en -oriëntering en het belang van rolmodellen om goede keuzes op lange termijn te maken, zodat de jongeren hun talenten volop ontplooien.

De culturele achtergrond van Afghaanse jon­ geren, die vaak heel verschillend omgaat met jongens dan met meisjes, en die ook maakt dat veel Afghaanse jongeren het moeilijk hebben om over hun problemen te praten en gepaste hulp te zoeken. Hun omgeving bekijkt Afghaanse jongeren vaak als ‘moeilijk’. ■ De verscheidenheid in de Afghaanse bevolking en bij Afghaanse jongeren in België: etnischcultureel en op het vlak van taal – en hoe dat inwerkt op pogingen om een eigen netwerk te creëren. ■

N Een inkijk in de leefwereld van jonge Afghaanse vluchtelingen, 4 februari 2020, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ actueel/een-inkijk-de-leefwereld-van-jongeafghaanse-vluchtelingen

3.7. Terug naar ‘eigen land’?

Asielzoekers en andere migranten die geen wet­ tig verblijf kunnen krijgen, wacht een terugkeer­ procedure.

In afwachting van terugkeer Sinds het arrest van de Raad van State van 4 april 2019 werden geen gezinnen met minder­jarige kin­ deren meer vastgehouden in de gesloten gezins­ units in Steenokkerzeel. Daardoor werd plaatsing in een open terugkeerwoning in de praktijk nu de ultieme, meest dwingende maatregel voor gezin­ nen met minderjarige kinderen in afwachting van hun gedwongen terugkeer. Dat alternatief voor detentie past de DVZ al sinds 2008 toe. Door de coronamaatregelen werden vanaf april 2020 even geen gezinnen meer opgepakt en vastgehouden in een open terugkeer­woning, maar daarna weer wel. Vasthouding in een open terugkeerwoning is van­ uit kinderrechtenperspectief duidelijk te verkie­ zen boven opsluiting in een gesloten gezinsunit. Toch blijft het een vrijheidsbeperkende maat­ regel die we liefst zo spaarzaam mogelijk zien toepassen. In de praktijk kan zo’n verblijf in een open terugkeerwoning weken tot maanden blij­ ven duren. Gezinnen die al goed in België gewor­ teld zijn, worden al die tijd uit hun vertrouwde


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

omgeving gehaald, terwijl ze nog geen nieuw leven kunnen beginnen opbouwen. Voor de kin­ deren heeft dat heel wat gevolgen op sociaal vlak, voor hun vrijetijdsbesteding en hun onder­ wijs. Vasthouding in een open terugkeerwoning is daarom alleen te verantwoorden als er voor het gezin op korte termijn een reëel perspectief op terugkeer is. Anders gaat het om een nodeloze verhuizing die de ontwikkeling en het welzijn van de kinderen onnodig verstoort.

Geen terugkeer mogelijk – toch vastgezet in open terugkeerwoning ‘Deze ochtend, eind november, had ik contact met een familie in een open terugkeerwoning. […] Ik gaf ze het nummer van de Klachtenlijn. Het gaat om een Braziliaans gezin dat al negen jaar in België is. De oudste zoon is ondertussen meerderjarig (19). Dan volgen er drie meisjes van 16, 11 en 1 jaar. Vooral het meisje van 16 ziet enorm af van de situatie. Ze wil graag naar school blijven gaan maar dat is te ver weg en ze krijgt geen toelating om te overnachten bij een familie­ lid. Voor het jongste kind zijn de papieren niet in orde waardoor terugkeer nu niet mogelijk is. De vader zit in voorhechtenis in de gevangenis. De dag van zijn arrestatie werd de rest van het gezin in de terugkeerwoning geplaatst. De familie ver­ zet zich tegen gedwongen terugkeer omdat ze de vader niet willen achterlaten. Ook omdat de kin­ deren hier hun leven hebben en in Brazilië niets of niemand kennen.’ We namen contact op met de DVZ en hoorden dat het gezin begin december alweer vrijgelaten was. Door het ontbreken van de nodige documenten voor het jongste kind was terugkeer voor­ lopig niet mogelijk. Vooral voor de dochter van 16 was de hele passage in de terugkeerwoning traumati­ serend. Ze schaamde zich heel erg voor de hele situatie en had de school en haar vrienden ver­ teld dat ze al in Brazilië was. Daardoor miste ze elke voorbereiding op de examens die er kort na hun vrijlating aankwamen.

We namen deze bedenking mee in ons advies bij een wetsvoorstel om een verbod op detentie van gezinnen met minderjarige kinderen wettelijk te verankeren.

Kamercommissie vraagt advies Op 14 juli 2020 besprak de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurszaken een wetsvoorstel van Wouter De Vriendt, Simon Moutquin en ande­ ren dat een verbod wil instellen op het opslui­ ten van minderjarigen om migratieredenen (Doc 55 0892/001). De commissie vroeg het Kinderrechtencommissariaat een advies.

Op 9 september 2020 bezorgde het Kinderrechtencommissariaat zijn advies aan de commissie voor Binnenlandse Zaken, Veiligheid, Migratie en Bestuurs­ zaken van de Kamer:

■ We juichen het verbod toe op het opsluiten van gezinnen met minderjarige kinderen. Een duidelijk wettelijk verbod komt tegemoet aan eerdere pleidooien van het Kinder­rechten­ commissariaat. We merken wel op dat in de Franse versie dat verbod heel wat minder een­ duidig is, omdat daar nog ‘en principe’ bleef staan. We nemen aan dat dat restant van de oude formulering een vergissing is en dat de strakkere Nederlandse formulering correct is. ■ We vinden het positief dat het wetsvoorstel de mogelijkheid om gezinnen met minder­ jarige kinderen vast te houden in een open terugkeerwoning (‘woon-unit’) uitdrukkelijk voorziet en het een ultieme maatregel noemt in een continuüm van minder naar meer dwin­ gende maatregelen voor de verwijdering van gezinnen met een onwettig verblijf. Het wets­ voorstel koppelt daar voorwaarden aan, onder andere een individuele analyse van de situatie van het gezin, met het belang van de kinderen als belangrijkste overweging. ■ Ook positief is dat het voorstel opsluiting om migratieredenen uitsluit voor niet-begeleide jonge vreemdelingen van wie de beweerde of vermoede minderjarigheid nog niet vast staat. ■ We formuleerden ook aanbevelingen: - Zorg ervoor dat de Franse versie volledig overeenkomt met de Nederlandse door in de voorgestelde tekst van artikel 74/9 §1 van

143


144

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

de vreemdelingenwet de woorden ‘en prin­ cipe’ te schrappen. - Neem in de vreemdelingenwet ook op dat vasthouding in een open terugkeerwoning bij elk van zijn verschillende toepassingen maar een beperkte tijd mag duren. - Formuleer uitdrukkelijker dat vasthouding in een open terugkeerwoning de ultieme maat­ regel is, alleen toe te passen nadat minder dwingende maatregelen aantoonbaar niet afdoend of niet meer mogelijk zijn. - Neem als bijkomende voorwaarde voor vast­ houding in een open terugkeerwoning op dat er voor het gezin op korte termijn een reëel perspectief op repatriëring of over­ brenging naar ander land met verblijfsrecht moet zijn. - Neem definities voor ‘gesloten repatriërings­ centrum’ en ‘open terugkeerwoning’ in de vreemdelingenwet zelf op. - Expliciteer dat de opsluiting van een volwas­ sen gezinslid, waardoor dat lid van de rest van het gezin gescheiden wordt, een uit­ zonderlijke maatregel is en onderwerp die opsluiting aan systematisch extern toezicht om elk oneigenlijk gebruik tegen te gaan. ■ Verwijzend naar ons standpunt over een eer­ der wetsvoorstel uit 2018 met een gelijkaar­ dige opzet, herhaalden we ook nog eens een aantal meer algemene bekommernissen: - Optimaliseer de terugkeerbegeleiding aan huis en de werking van de open terugkeer­ woningen. - Zorg dat het politieoptreden en het trans­ port tussen verblijfplaatsen of naar de lucht­ haven de kinderen niet traumatiseert. - Regel extern toezicht op de hele terugkeer­ procedure. - Herdenk de hele verblijfs- en terugkeer­ procedure vanuit het belang van het kind. De verdere bespreking van het wetsvoorstel is geagendeerd vanaf 16 september 2020.

N Wouter

De Vriendt, Simon Moutquin e.a., Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat betreft het verbod op het opsluiten van minderjarigen, ingediend op 17 december 2019, Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, doc 55/0892/001,

w w w.d ek a m er.b e/ FLW B/ P D F/55/0892/ 55K0892001.pdf Kinderrechtencommissariaat, Advies Naar een strikt verbod op het opsluiten van uitgewezen minderjarigen, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ a d v i es/n a a r- e en -str ik t- ver b o d - o p - h etopsluiten-­van-uitgewezen-minderjarigen Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Naar een sluitend verbod op opsluiting van begeleide minderjarige vreemdelingen met oog op repatriëring? 16 oktober 2018, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ advies/naar-een-sluitend-verbod-op-opslui­ ting-van-begeleide-minderjarige-vreemde­ lingen-met-oog-op

N

N

Uitgesteld door corona? In de strijd tegen covid-19 werden grenzen tijde­ lijk gesloten, werd het internationale vliegverkeer sterk beperkt en schorsten veel ambassades en consulaten de behandeling van visumaanvra­ gen op. Daardoor konden veel uitwijzingen van onwettig in België verblijvende personen tijdelijk niet doorgaan. In de Kamer is een wetsvoorstel in behandeling dat in de periode van de coronamaatregelen een tijdelijke regularisatie wegens ‘buitengewone omstandigheden’ mogelijk moet maken.

N Kamer

van Volksvertegenwoordigers, Parle­ men­ tair Document 55K1327. Wetsvoorstel tot regeling van de situatie van bepaalde categorieën van vreemdelingen tijdens de COVID19-pandemie, Volledige fiche, laatste update 14 juli 2020, w w w . d e k a m e r. b e / k v v c r/ s h o w p a g e . cfm?section=/flwb&language=nl&cfm=/site/ wwwcfm/flwb/flwbn.cfm?lang=N&legislat=5 5&dossierID=1327


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

3.8. Impact van coronamaatregelen De impact van de coronamaatregelen op de situ­ atie en de leefomstandigheden van NBMV en gezin­nen met minderjarige kinderen op de vlucht wordt nog zwaarder door de specifieke maat­ regelen van instanties met een rol in de verblijfsen terugkeerprocedures of in de opvang van asielzoekers: ■ Eerst de opschorting van de registratie en daarna de onlineprocedure vertraagden de registratie van asielaanvragen. Daardoor kwam niet alleen de verblijfsprocedure trager op gang, maar – door de koppeling van opvang aan registratie – moesten mensen ook langer wachten op opvang, ook gezinnen met jonge kinderen en niet-begeleide minderjarigen. De gevolgen waren ook in juli en augustus nog sterk voelbaar. ■ Door de stopzetting van de fysieke aanmelding bij de DVZ en de combinatie met coronamaat­ regelen raakten NBMV verspreid en konden ngo-medewerkers ze minder gemakkelijk bereiken. ■ De verblijfsprocedure liep verder vertraging op doordat ook de interviews bij de betrokken diensten tijdelijk opgeschort werden. Bij nietbegeleide jongeren bij wie er twijfel was over hun leeftijd, werden er een poos geen leeftijds­ onderzoeken meer gedaan. ■ Fedasil ving een tijdlang alleen nog de meest kwetsbare niet-begeleide jongeren op, waar­ door vooral 16- en 17-jarige jongens geen opvang meer kregen. ■ In de opvang werden groepsactiviteiten stop­ gezet, toegang tot lokalen met wifi beperkt. Er was vaak te weinig begeleiding bij schooltaken in de periode waarin scholen contactonderwijs moesten vervangen door afstandsleren. ■ Het sluiten van grenzen en beperkingen in het internationale vliegverkeer belemmerden al opgestarte terugkeerprocedures. Sommige gezinnen met kinderen verkeerden daardoor langer in onzekerheid.

Op 4 mei 2020 bezorgde het Kinder­ rechtencommissariaat aan alle Vlaamse volksvertegenwoordigers een advies waarin we meer aandacht vroegen voor het kindperspectief in de coronamaat­ regelen.

■ We drukten ook onze bezorgdheid uit over het uitblijven van opvang voor 16- en 17-jarige NBMV en voor gezinnen met kinderen. ■ We vroegen om voor hen dringend nood­ opvang te organiseren. Daarnaast namen we contact op met de bevoegde overheden en instanties over specifieke maat­ regelen.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Meer aandacht voor kindperspectief in coronamaat­ regelen, 2019-2020/11, 4 mei 2020, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ advies/meer-aandacht-voor-kind-perspec­ tief-coronamaatregelen.

3.9. Reminder: belang van het kind Ondertussen blijven we meldingen krijgen over gezinnen met kinderen die hier na een jarenlang verblijf goed geworteld zijn, en dan – vaak op toevallige basis – opgepakt en uitgewezen wor­ den.

Hier geboren – toch uitgewezen Een moeder meldt ons: ‘Mijn man en ik trouw­ den in 2010. In 2011 kwam ik naar België om bij mijn man te wonen. In 2012 en 2014 kregen we onze twee prachtige meisjes die we meteen na de geboorte inschreven bij de gemeente. We leef­ den een normaal leven als gezin, harmonieus en gelukkig. In 2017 kregen we te horen dat mijn man, die ook uit Marokko afkomstig is, niet recht­ matig in België zou verblijven. Ons hele gezin

145


146

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 3: Rechten van kinderen op de vlucht

kreeg het bevel om het grondgebied te verlaten. Mijn dochters die alleen Nederlands spreken en hier hun leven opbouwden, moeten naar een land waar ze de taal en de gebruiken niet kennen? Alleen al van het idee gaan mijn haren rechtop staan. Onverantwoord en onmenselijk! Voor mijn dochters zou dat héél traumatisch zijn. Nu kre­ gen wij opnieuw een bevel om het grondgebied te verlaten.’ De bal ging aan het rollen toen de man een aan­ vraag tot naturalisatie deed. Uit het onderzoek dat volgde, besloot de DVZ dat hij zijn verblijfs­ vergunning frauduleus gekregen had, waarna het hele gezin uitgewezen werd. Volgens de moeder berust de conclusie van de DVZ op een leugenachtige verklaring van iemand anders. Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de advocaat die een humanitaire regularisatie aanvroeg. We bespraken de argumenten vanuit kinderrechtenperspectief en maakten onze docu­ mentatie over.

In onze platformtekst uit 2016 pleiten we voor een gedifferentieerde aanpak die rekening houdt met de individuele gezinssituatie en het belang van de kinderen. Voor gezinnen die hier nog maar kort geleden aankwamen en die geen per­ spectief op verblijf in België hebben, vragen we een zo snel mogelijke afronding van de proce­ dures en een kindvriendelijk terugkeertraject met blijvend contact met de taal en de cultuur van het land van herkomst. Voor gezinnen die hier al wat langer zijn, vragen we dat de jongeren eerst hun schooltraject in België kunnen afronden. Voor gezinnen met kinderen die hier al goed geworteld zijn, vragen we dat ze een permanente verblijfs­ vergunning krijgen. Als ouders hun verblijfstitel afgenomen wordt, zou dat niet automatisch als gevolg mogen hebben dat ook de kinderen hun verblijfsvergunning verliezen. De jaren ‘regel­ matig verblijf’ van de kinderen zouden dan niet langer automatisch met terugwerkende kracht als ‘niet regelmatig’ beschouwd mogen worden.

N Kinderrechtencommissariaat,

Platformtekst Een toekomst voor kinderen en jongeren zonder papieren, 3 juni 2016, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/platformtekst.pdf

4


4 4

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 4: Rechten van jongeren in contact met de wet

Rechten van jongeren in contact met de wet 4.1. Jongeren en politie

Minderjarigen komen in aanraking met politie als slachtoffer, getuige of als verdachte van strafbare feiten.

Het Kinderrechtencommissariaat krijgt vragen over de rechten van minderjarigen tegenover de politie. De meest gehoorde klacht is dat politie te weinig rekening houdt met de erg grote impact van soms buitenproportionele interventies op minderjarigen. De vragen gaan over naakt fouil­ leren en stelselmatig handboeien. Bij politieinterventies gaat de aandacht voor de context en de kwetsbaarheid van minderjarigen soms ver­ loren. Er is ook geen handleiding of wetgeving over omgang met minderjarigen. Daardoor zijn er grote verschillen op het terrein en krijgen indi­ viduele politiemensen veel marge in hoe zij vin­ den dat ze kunnen omgaan met jongeren. Soms maken politiemensen zich zorgen over hun omgang met minderjarigen. Dan duiken er bij­ voorbeeld preventie-initiatieven op waarin poli­ tie en jongeren elkaar leren kennen of van elkaar leren. Het Kinderrechtencommissariaat overlegde met een politiezone om zicht te krijgen op hoe zij omgaan met klachten van minderjarigen en met de kindtoets in hun politiewerk. We bespraken meldingen over geweld en naakt fouilleren, het belang van volledige, duidelijke en correcte informatie voor jongeren, de impact van een nachtelijke inval thuis, de omgang met jonge kinderen en de gevolgen van negatieve ervarin­ gen met overheid en politie voor kinderen en jon­ geren. Ook bij het korps komen er daarover soms klachten binnen. De korpschef noemt omgang met kinderen en jongeren een uitdrukkelijke zorg van hemzelf. Maar hij vindt het moeilijk om die zorg te laten doorstromen naar alle afdelingen van zijn korps. Ook de regelgeving daarover is erg breed. De korpschef neemt het interne klacht­ onderzoek au sérieux. Zijn politiekorps en het parket werken ook samen over nazorg na inter­ venties waar kinderen en jongeren bij betrokken zijn. In een brief polsen ze dan of er nazorg nodig is en wijzen ze ook de ouders op hun ouderlijke verantwoordelijkheid.

Handboeien ‘Een begeleidster van onze voorziening ging mee naar een zitting bij de jeugdrechtbank voor de 14-jarige Korneel. Ze wisten dat de jeugdrechter allicht een time-out zou opleggen in de gemeen­ schapsinstelling in Mol. Korneel was voorbereid, verzette zich niet en was heel rustig. De begeleid­ ster had het zo geregeld dat ze hem persoonlijk kon wegbrengen. Toen ze buitenkwamen, stond er poli­ tie in burger klaar. Korneel moest zich omdraaien en kreeg handboeien aan. De begeleidster antwoordde dat handboeien echt niet nodig waren en dat zij Korneel zou brengen. Dat kon niet voor de agenten. De standaardprocedure moest gevolgd worden. Samen met Korneel wil ze weten of zijn rechten geschonden werden.’ De Klachtenlijn legt uit dat het gebruik van hand­ boeien niet verboden is. De transfer naar de jeugd­ rechtbank kun je zien als een vrijheids­beroving en overbrenging naar een gesloten voorziening. Dat is een vrije vertaling van artikel 37 van de wet op het politieambt naar de situatie van minderjarigen. Maar we horen te vaak dat het een standaardmaatregel wordt. Volgens datzelfde artikel moet er ook sprake zijn van een absolute noodzaak. In de beschrijving van de situatie lijkt die absolute noodzaak er toch niet te zijn. De begeleidster zou samen met Korneel een brief opstellen voor de dienst Intern Toezicht van de politiezone om dat aan te kaarten.

Buitenproportioneel handelen? Jorgen, 16 jaar, werd thuis door de politie opge­ pakt en meegenomen naar het politiebureau voor een verhoor. Op een heftige carnavalsavond had Jorgen samen met een vriend de spiegel van een auto kapotgemaakt. Jorgens moeder was onder de indruk. De politie belde ’s ochtends aan. Ze waren met drie. Jorgen lag nog in bed zijn carnavalsroes uit te slapen. De drie agenten gingen naar boven, licht­ ten Jorgen van zijn bed, deden hem handboeien om en leidden hem in boxershort naar de combi. Kleren mocht hij niet aandoen. Na het verhoor werd hij weer thuis afgezet. De moeder keurt helemaal niet goed dat hij schade toebracht aan anderen hun auto maar het machtsvertoon waarmee Jorgen opgepakt werd, is toch buiten proportie? Het laat ook nog

147


148

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 4: Rechten van jongeren in contact met de wet

altijd een diepe indruk na bij Jorgen. Zijn respect voor de politie is weg. De Klachtenlijn zoekt de gegevens van de dienst Intern Toezicht van de politiezone op voor de moe­ der van de jongen. We bekijken met de moeder of ook de Klachtenlijn een brief moet sturen naar die dienst om de melding mee op te volgen. Dat hoefde niet, gaf zij aan. We helpen de moeder haar klacht helder te omschrijven zodat ze verder kan.

met de politie. Het Kinderrechtencommissariaat houdt de vinger aan de pols door samen te wer­ ken met andere diensten. Zo werken we mee met de stuurgroep van het project Zo Geflikt van Uit De Marge. Dat bestaat uit vijf verschillende trajec­ ten met gesprekssessies en rollenspelen voor de jongeren, de politie en de jeugdwerkers. Ze ont­ moeten elkaar met het oog op dialoog, erkenning en onderling vertrouwen. De stuurgroep denkt na over beleidsmaatregelen die lokaal een verschil kunnen maken. Nationaal werken we met de stuur­ groep overkoepelende beleidsmaatregelen uit.

N www.uitdemarge.be/zo-geflikt-jeugdwerk-enpolitie/

Drugsrazzia op school laat diepe indruk na Elias vertelt de Klachtenlijn wat hij meemaakte: ‘Vorige vrijdag viel de politie ineens binnen in de les. Ze riepen dat we allemaal naar buiten moesten met onze handen op ons hoofd. Met een drugshond inspecteerden ze de rij. Bij mij bleef de hond zitten. Ik werd dan in een apart lokaal ondervraagd. Ik legde uit dat ik zelf geen drugs gebruik en al zeker niets bij me had, maar ik hang wel rond bij vrien­ den die joints roken. De politie zei dat het tot tien dagen in de kleren kan blijven hangen. Toch moest ik daarna mee naar het toilet. Ik moest me helemaal uitkleden en door mijn knieën buigen. Ze stopten mijn gsm in een zak en ik moest de pincode geven. Ik vind dat allemaal wel heftig voor iemand die zelfs niets te maken heeft met drugs, want dat hebben ze achteraf bevestigd. Kan dat allemaal zomaar?’ Elias was niet de enige die hierover vragen stelde aan de Klachtenlijn. Er waren nog meer leerlin­ gen enorm onder de indruk. Ook ouders stelden vragen over de ‘drugsrazzia’. We adviseerden de signalen te bundelen en te overleggen met de korpschef en de school. Want het is de school die zo’n actie aanvraagt. Als er een aanhoudend drugsprobleem zou zijn, kan ze de politie om assistentie vragen. Maar we vragen wel correct te blijven als het gaat om naakt fouilleren of gsm’s afnemen met pincode. Zo’n gerechtelijke fouille­ ring kan alleen maar onder bevel van een officier van de gerechtelijke politie. Als na een gesprek met de korpschef de klachten blijven, adviseren we om ook bij Comité P een klacht in te dienen.

Niet alleen in individuele meldingen horen we de stem van kinderen en jongeren over hun ervaringen

Signalen opgepikt en aandacht voor de vraag naar een kind­ toets Naar aanleiding van de voorstelling van ons jaar­ verslag in november 2019 nam het Agentschap Inspectie op de Politie contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Er volgde een over­ leg, samen met de délégué général aux droits de l’enfant, over de kindtoets in het politiewerk. Het Agentschap Inspectie op de Politie nam achteraf een actieve rol op om de noodzaak van die kind­ toets bij de federale politie te bepleiten. Wij stel­ len gelukkig vast dat er bij de politie aandacht is voor onze signalen en voor onze vraag naar een kindtoets. Het Kinderrechtencommissariaat hoopt hier verder met de Federale Politie over in overleg te kunnen treden.

4.2. De uitvoering van het nieuwe decreet jeugd­ delinquentierecht Op 1 september 2019 trad een eerste fase van het decreet jeugddelinquentierecht in werking. Het Kinderrechtencommissariaat volgt de gefaseerde uitvoering van dat decreet op de voet. Zo werken we mee in de opvolggroep jeugddelinquentie­ recht. Dat is een initiatief van het Agentschap Opgroeien met vertegenwoordigers uit het werk­ veld, jeugdrechters, parket, academici, de FOD’s Justitie en Volksgezondheid om de prak­ tische toepassing van het decreet op te volgen. We


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 4: Rechten van jongeren in contact met de wet

capteren signalen uit het werkveld en bespreken mogelijke oplossingen en verbetervoorstellen. Daarnaast blijft het Kinderrechtencommissariaat waken over de rechtswaarborgen van minder­ jarigen als een aanpassing van het decreet nodig is.

of bestraffing. Het VN-Comité gaf ons de kans om een alter­natief rapport te schrijven dat ze willen meenemen in hun evaluatie van België.

N Decreet

Jeugddelinquentierecht, 15 februari 2019, BS 26 april 2019, jongerenwelzijn.be/assets/docs/ons/regel­ geving/decreet_ jdr.pdf

Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen De Commissie van Toezicht voor jeugdinstel­lingen valt onder de werking van het Kinder­rechten­­com­ missariaat. Met vrijwillige maand­commis­saris­sen die hun voorziening elke maand bezoeken, waakt de Commissie over de rechten en bejegening van min­ derjarigen in gesloten en besloten voorzieningen. De Commissie rappor­teert in een apart jaarverslag en signaleert knelpunten over leven in ge­slotenheid. De jaarverslagen staan op www.cvtj.be.

4.3. Alternatief rapport voor het VN-Comité tegen Foltering Op 1 oktober 2018 overhandigde België zijn vierde periodiek rapport aan het VN-Comité tegen Foltering.

N Quatrième

rapport périodique soumis par la Belgique en application de l’article 19 de la Convention selon la procédure facultative d’établissement des rapports, attendu en 2017, tbinternet.ohchr.org/_layouts/15/treaty­body­­external/Session­Details1.aspx?SessionID=1370 &­Lang=en

Het VN-Mensenrechtencomité (OHCHR), dat het Belgische rapport evalueert, wilde van het Kinderrechtencommissariaat weten of België voor minderjarigen vorderingen maakt in de uitvoe­ ring van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling

We maakten ons alternatief rapport in juni 2020 over aan het VN-Comité tegen Foltering.

■ We vragen straffere garanties voor het recht op een advocaat in alle procedures. Jongeren moeten niet alleen bij de rechtbank maar ook in de praktijk altijd kunnen rekenen op rechts­ bijstand. ■ We informeren het VN-Comité over de vooruit­ gang die Vlaanderen boekte in de monitoring van de leefsituatie van jongeren in detentie. Op 3 februari 2017 keurde het Vlaams Parlement de oprichting goed van een Commissie van toezicht op voorzieningen voor vrijheids­ benemende opvang van kinderen en jonge­ ren. Anderzijds kaarten we bij het VN-Comité ook de knelpunten aan die de maandcommis­ sarissen vaststellen bij hun bezoeken aan de jongeren in de voorzieningen voor vrijheids­ benemende opvang. ■ We betwisten de detentie van kinderen zonder papieren vanwege de migratiestatus van hun ouders. Dat staat haaks op het belang van het kind. ■ Vlaanderen voert al lang een apart jeugddelin­ quentiebeleid, zoals het kinderrechtenverdrag vraagt. Anderzijds maakt Vlaanderen geen komaf met de uithandengeving van minder­ jarigen en moet de rechtspositie van minder­ jarigen in het jeugddelinquentiebeleid sterker uitgebouwd worden. ■ Ten slotte informeren we het VN-Comité dat wetgeving tegen de pedagogische tik uitblijft.

N Kinderrechtencommissariaat, Alternative report of the Flemish Office of the Children’s Rights Commissioner to the UN Committee against Torture, 22 juni 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/en/ reports

149


5 150

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

5

Rechten op en in vrije tijd

5.1. Recht op spel tijdens lockdown onder druk Meldingen over recht op spel stroomden binnen

De coronamaatregelen perkten het recht op spel en vrije tijd van kinderen en jongeren sterk in. Culturele, sportieve en andere vrijetijdsactivitei­ ten in groep werden al snel verboden. Fysieke activiteiten in de openlucht met aandacht voor de hygiënemaatregelen mochten wel. Over spe­ len werd niets gecommuniceerd. Sommige kinderen en jongeren voelden zich sterk beperkt in hun bewegingsruimte en konden moeilijk hun energie kwijt. Denk aan kinderen en jongeren die met hun gezin op een kleine opper­ vlakte wonen zonder tuin of buitenruimte. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg veel sig­ nalen van bezorgde ouders over het gebrek aan aandacht voor het recht op spel en vrije tijd. Ouders namen contact met ons op omdat ze schrik hadden voor een boete als hun kinderen buiten speelden op straat. Ouders meldden ons dat hun spelende kinderen soms op weinig res­ pect en geduld konden rekenen door de angst van veel mensen. Onze Klachtenlijn kreeg ver­ schillende oproepen om kleine speelpleintjes weer te openen.

Heropening speeltuintjes gevraagd vanaf april Iemand vraagt om de speelpleintjes te heropenen zodat kinderen uit de buurt weer meer kunnen spelen en hun energie kwijtraken. Iemand anders stuurt ons haar mail door aan de minister en aan een lokale organisatie die werkt rond duurzaam verbinden. Ze pleit voor het her­ openen van speeltuintjes. Ze stelt voor om daar vrijwilligers voor in te schakelen zodat kinderen in kleine groepjes toch wat tijd krijgen om naar de speeltuin te gaan.

We bedankten die mensen voor hun signaal en informeerden hen over hoe we opkomen voor het recht op vrije tijd tijdens corona.

Ook via Twitter kreeg het Kinderrechten­com­mis­ sariaat signalen.

Er is geen enkele regel die het verbiedt Ik hoor van kinderen dat ze van de politie niet in de duinen mogen rollen, dat ze niet mogen ska­ ten of hinkelen op de stoep. Daar is toch nergens een regel tegen?

Buiten spelen is ook fysieke activiteit Buiten spelen is ook ‘individuele fysieke activi­ teit’. En levensnoodzakelijk. Maar niet iedereen heeft een tuin. De handhaving tegen kinderen en jongeren is compleet onverantwoord.

Wandelen of steppen? Het maakt corona echt niet uit of je wandelt, hin­ kelt, skate, stept of koprolt.

Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de Infolijn Coronavirus van de Federale over­ heidsdienst Volksgezondheid. We pleitten ervoor om buiten spelen ook te erkennen als fysieke activiteit, en vroegen op info-coronavirus.be een extra FAQ over het recht op spel. Jammer genoeg kwam die er niet. Integendeel: we kregen de bood­ schap dat spelen alleen mocht in de privésfeer.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

Blijf het recht op spel garanderen Het Kinderrechtencommissariaat riep in corona­ tijd verschillende keren op om het recht op spel en vrije tijd van kinderen en jongeren in de publieke ruimte te blijven garanderen, met res­ pect voor de hygiënemaatregelen en 1,5 meter afstand. We vroegen geduld en respect voor spelende kin­ deren en jongeren in de publieke ruimte. Als ze de voorzorgsmaatregelen respecteren, moeten ze buiten kunnen spelen. Kinderen in Nederland mochten bijvoorbeeld wel buiten spelen. We pleitten voor meer aandacht voor het recht op spel en vrije tijd van kinderen en jongeren in jeugdhulpvoorzieningen. De coronamaatregelen wogen voor jongeren in een voorziening veel zwaarder dan voor andere jongeren.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Meer aandacht voor kindperspectief in corona­maat­ regelen, 2019-2020/11, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ beleidsnota-welzijn-bekeken-door-een-kinder­ rechtenbril Kinderrechtencommissariaat, Advies Kind­per­s­pectief in de coronacrisis gebaseerd op online­ bevraging #jongerenovercorona, 2019-2020/12, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/­ kindperspectief-de-coronacrisis-gebaseerdop-online-bevraging-jongeren­overcorona

N

Goed dat vakantiekampen, speelpleinwerkingen en sportkampen toch konden doorgaan. Daar was veel inzet voor nodig van jeugdwerkers, jeugdwelzijnswerkers en jeugdbewegingen. We zijn ze daar erg dankbaar voor. We vonden het wel erg drastisch om na incidenten dagjestoeristen te weren aan de kust of recreatie­ domeinen te sluiten. Burgemeesters moeten de veiligheid waarborgen, maar de kinderrechten­ commissaris riep op om gezinnen met jonge kin­ deren te ontzien. Opnieuw blijkt hoe belangrijk het is dat er genoeg publieke voorzieningen zijn. De sluiting van lokale zwembaden zorgde er mee voor dat jongeren ergens anders verkoeling en water moesten opzoeken. Dat tekort aan facili­ teiten werkt spanningen en conflicten in de hand.

5.2. Integriteit in cultuur, sport en spel Recht op bescherming van integriteit Veel kinderen en jongeren beleven elke dag leuke vrijetijdsmomenten. De jeugdbeweging of de hobby-, dans- of sportclub zijn veel meer dan plaatsen om te bewegen en te spelen. Ze leren er andere kinderen kennen, kunnen zich volop uit­ leven en ontwikkelen er sociale vaardigheden. In hun verengingen voelen ze zich veilig en krijgen ze ondersteuning. Een belangrijk aspect is het recht op bescherming van hun integriteit. Het recht op bescherming van integriteit van kin­ deren staat indirect in artikel 19 en 24 van het kinder­rechtenverdrag. De integriteit van een kind of jongere is niet zo gemakkelijk te definiëren. De term verwijst letterlijk naar het recht om je lichaam ‘als ongeschonden geheel’ (integer) te behouden. De integriteit van een kind is broos. Het is dus belangrijk om ze te bescher­ men. Kinderen kunnen nog niet altijd in­schatten wan­ neer gedrag een grens overschrijdt. Of net wel, en dan laten ze van zich horen als een ander kind, de begeleider of coach hun grens overschrijdt. Dat wordt ze niet altijd in dank afgenomen. De aandacht voor integriteit is zo belangrijk dat het in onze Grondwet staat (art. 22 bis). Het zou een fundament moeten zijn van onze kijk op en ons handelen met kinderen.

Veilige vrije tijd De laatste jaren zijn er in sport, cultuur en vrije tijd belangrijke stappen gezet op weg naar een gezond en ethisch veilig klimaat. Dat beleid sijpelt langzaam door van federaties naar clubs en verenigingen. Dat is nodig. In de media verschenen cijfers uit nieuw onderzoek van Thomas More bij 769 Vlaamse jonge­ ren tussen 13 en 21 jaar: liefst 82% van de Vlaamse jongeren werd ooit slacht­offer van psychisch grens­ overschrijdend gedrag in de sport. 27% klaagt over seksueel grensoverschrijdend gedrag.

151


152

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

Meldingen bij de Klachtenlijn laten zien dat het er in cultuur, spel of sport niet altijd even ethisch en respectvol aan toe gaat. We krijgen sporadisch klachten over fysieke straffen in de jeugd­ beweging of sportclub en over negatieve en kwetsende behandeling door trainers en bestuursleden. Het speelse is dan helemaal weg. Het Kinderrechtencommissariaat adviseert om het probleem uit te praten met de clubleiding of de coach. We reiken kapstokken aan op basis van gedrags- en ethische codes die federa­ ties en clubs ontwikkelden en op basis van de Panathlonverklaring in de sport. We informeren over interne klachtenprocedures, over aanspreek­ personen integriteit (API), brengen federatie en melder met elkaar in contact en volgen op. Soms gaan we mee als vertrouwenspersoon. Vaak hebben melders veel waardering voor de vrijwillige inzet van leiders en coaches. Vaak gaat het om jonge mensen of jongeren uit de buurt. Dat maakt het voor melders en kinderen soms moeilijk om mistoestanden aan te kaar­ ten. Opnieuw blijkt hoe belangrijk een veilig en ethisch klimaat is. Dat werkt in de eerste plaats preventief. Minder taboe en meer praten.

Fysieke straffen Een moeder meldt dat er in de jeugdbeweging nog altijd fysieke straffen voorkomen zoals op de knieën zitten met een balk boven je hoofd of lang ‘planken’. Ze vindt dat absoluut niet meer van deze tijd. Haar zoontje van 9 voelde zich daar ook slecht bij, maar vindt ondertussen dat het erbij hoort. De moeder heeft het al met de hoofdleiding besproken maar die vindt dat ze niet zo moet overdrijven, ‘daar worden ze hard van, in onze tijd was dat ook zo’. De moeder waardeert wél de inzet van de jonge vrijwilligers, het gaat om jongeren uit de buurt. Ze wil haar zoontje ook niet weghalen uit de jeugdbeweging, want hij heeft er zoveel vrienden. Daarom wil ze ook graag anoniem blijven. We begrijpen de moeder haar bezorgdheid. We ver­ wezen haar door naar de API van de federatie om in vertrouwen haar bezorgdheid te bespreken en te vragen wat zij zelf en de federatie kunnen doen.

De Klachtenlijn geeft de stem van kinderen een plek. Als we doorverwijzen, een klacht onder­ zoeken of bemiddelen, houden we zoveel mogelijk rekening met hoe kinderen de situatie beleven. Als we de integriteit van elk kind serieus nemen, is hun participatie essentieel. Voor ombudspersonen, meldpunten en API’s vinden we het principe van meerzijdige partijdigheid belangrijk. Dat veronderstelt dat ze ook luisteren naar de visie en de beleving van de minderjarige zelf. De stem van de jongere klinkt vandaag nog te weinig door in de klachtenbehandeling.

Zet beleving van kinderen centraal in topsport Bewegen en sporten zijn gezond en nodig voor elk kind, met minder of meer talent. Maar top­ sport op te jonge leeftijd is dat niet altijd. Te intensieve training kan de fysieke en psycholo­ gische ontwikkeling verstoren. Overmatige pres­ tatiedruk leidt tot stress en overbelasting. De competitiegeest kan kinderen emotioneel onder­ uit halen. De afhankelijkheid van trainers kan nei­ gen tot grensoverschrijdend gedrag. In de zomer van 2020 getuigden ex-topturnsters in de media over geweld in hun training en over de zware mentale druk en de fysieke eisen voor jonge kinderen. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg daarover ook een klacht. Ondertussen gaat een onafhankelijke onder­ zoekscommissie de getuigenissen over de top­ sportwerking bij Gymnastiekfederatie Vlaanderen verder onderzoeken.

N w w w.gymfed.be/nieuws/onaf hankelijkeonderzoekscommissie-van-start

Gewelddadige opleiding Begin januari dienden de ouders van Ella (10) en Lara (11) een klacht in bij de Gymfederatie en het Kinderrechtencommissariaat. Ella en Lara waren uit de topsportstructuur gevallen en de klacht ging ook over psychologisch grensoverschrijdend gedrag door de coach van hun vorige club. Het was aan de federatie om in eerste lijn de klacht te


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

behandelen. De ouders konden zich niet vinden in de bevindingen van de Gymfederatie en schreven het Kinderrechtencommissariaat opnieuw aan. Wij luisterden naar de moeder van Ella en Lara, praat­ ten met de federatievoorzitter en met het Centrum Ethiek in de Sport (ICES). We bekeken de klachten­ behandeling en de lessen die de Gymfederatie eruit trekt: de trainersopleidingen verder pedagogisch en psychologisch onderbouwen, en de communi­ catie in de selectieprocedures voor topsport beter stroomlijnen. De ouders nemen daar geen vrede mee. Het Kinderrechtencommissariaat had ook vra­ gen en zorgen over de gebrekkige API-werking in de sportclub, over de gebrekkige ondersteuning van kinderen die uit de topsportstructuur vallen, en over de klachtenprocedure waarin de kinderen niet gehoord waren. We bespraken onze bezorgd­ heden met de API van de federatie en stelden voor om samen naar de kinderen zelf te luisteren en te praten over hun bezorgdheden en noden. Dat gebeurde begin juli. De meisjes getuigden over de dominante, negatieve en vernederende coachingstijl waarin ze geen waardering voelden voor hun inspan­ ningen, amper opbouwende feedback kregen en leerden om vooral hun zwaktes en pijn niet te tonen. Voor sommige trainers lijkt een veeleisende topsport­opleiding nog altijd samen te gaan met een gewelddadige stijl. Wij maakten onze bezorgdheid en aanbevelingen over aan de Gymfederatie.

Laat ons zorgen dat de beleving van kinderen centraal staat, ook in de topsport. Doorgedreven waakzaamheid en extra beschermende maat­ regelen zijn nodig om in topsportopleidingen een cultuur van nultolerantie voor geweld en seksu­ ele intimidatie te installeren.

Privéverenigingen Vragen over integriteit, over gezonde en veilige vrijetijdsbesteding duiken ook op in clubs en vereni­ gingen die niet erkend of gesubsidieerd zijn en niet aangesloten bij een federatie. Als we klachten krijgen over schendingen van kinderrechten, proberen we te bemiddelen en geven we aanbevelingen, ook al is ons mandaat tegenover privé-initiatieven heel beperkt. We vragen dat de overheid bekijkt hoe ze die vereni­ gingen kan stimuleren om een veilig en ethisch beleid te ontwikkelen en om daarop toe te zien.

Jongere die grens stelt uit vereniging gezet De ouders van Lucie (14) nemen eind novem­ ber contact op met de Klachtenlijn. Lucie uitte na de training haar ongenoegen over de aanpak van de hoofdcoach die ook voorzitter is van de dansverenging. Hij is altijd negatief: ‘Jullie bak­ ken er niets van, jullie zijn flauw.’ Dat werkt op de motivatie en het zelfvertrouwen. Als kinderen ziek zijn, moeten ze toch naar de training komen kijken ’s avonds, ook al konden ze die dag niet naar school gaan. De hoofdcoach nam het Lucie kwalijk dat hij haar zonder respect aangesproken had. Na de wedstrijd in het weekend kregen de ouders een mailtje dat Lucie niet meer welkom is. Zij is er het hart van in. Ze wilde verwoorden wat wel meer kinderen vinden, maar niet tegen de coach durven zeggen. Lucie vindt het heel oneer­ lijk en wil graag bij de verenging blijven. De Klachtenlijn ging luisteren naar het perspec­ tief van de coaches en het bestuur. De komst van de Klachtenlijn zorgde voor beroering en andere ouders wilden ons spreken omdat ze achter de beslissing van de hoofdcoach stonden. We luis­ terden en legden uit dat we ons zorgen maak­ ten over een kind dat uit een vereniging gezet wordt omdat ze zegt dat de coach grenzen over­ schrijdt, ook al uitte ze die mening misschien niet op de meest gepaste manier. We probeerden te bemiddelen voor Lucie, maar de hoofdcoach en de andere leden van het bestuur bleven bij hun beslissing. Lucie kan voor volgend seizoen opnieuw auditie komen doen en is dan vanaf sep­ tember misschien weer welkom. We vroegen de dansvereniging om werk te maken van een integriteitsbeleid en minstens van een evenwichtige gedragscode en een intern reglement. Daarin zaten bijvoorbeeld geen gedragsregels voor trainers en bestuursleden en geen heldere informatie waar kinderen of andere leden terechtkunnen met vragen en problemen. We bezorgden goede voorbeelden, bijvoorbeeld de gedragscode van Danssport Vlaanderen. Voor meer informatie verwezen we de club door naar ICES. Eind augustus stellen we vast dat de gedragscode en het reglement onveranderd ble­ ven.

153


154

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

5.3. Media Het Kinderrechtencommissariaat waakt over de rechten van kinderen en jongeren in de media. De meeste vragen en klachten gaan over het recht op informatie en op bescherming van de privacy of tegen schadelijke inhoud. Corona stelt ook in de media het belang van de kinderrechten soms scherp, bijvoorbeeld als het gaat om fake news en correcte informatie bij jon­ geren krijgen.

Herkenbare kwetsbare jongeren Het Kinderrechtencommissariaat vraagt zorg­ vuldig om te gaan met detailinformatie over min­ derjarigen, om stigmatisering te voorkomen. We verwachten dat van journalisten, maar ook van politieke partijen, verenigingen en individuen.

De Klachtenlijn belde met de journalist. We toonden ons ernstig bezorgd over het herkenbaar weer­geven van een erg kwetsbare minderjarige. We vroegen garanties over de artikels in de weekendkrant en misschien ook online. De journalist betreurde de ernstige fout en nam al contact op met de eindredac­ teur en de fotoredacteur om er extra op toe te zien dat ze die fout zeker niet opnieuw zouden maken. Op vraag van het Kinderrechtencommissariaat con­ troleerde hij dat later op de dag opnieuw en infor­ meerde de moeder erover, met nóg eens zijn excuus. We vonden het niet nodig om zelf contact op te nemen met de eindredacteur. De journalist leek ons wel de ernst te beseffen. Hij volgt het gezin al lang. We volgden de zaak op en zagen in de krant en online een geblurde foto van Carol. Dat was voor haar moeder oké. We informeerden de moeder ook over de klachten­ procedure van de Raad voor de Journalistiek en mogelijke ondersteuning door ons. Ze heeft dat even overwogen, maar besloot geen extra klacht in te dienen.

Soms sijpelen afspraken volgens de deontolo­ gische code van de Raad voor de Journalistiek niet door tot de hele redactie of tot bij alle journa­ listen.

Herkenbaar ondanks afspraken Carol (12) heeft verschillende psychische aan­ doeningen en een verstandelijke beperking. Ze heeft dringend hulp nodig, maar al jaren is er voor haar in de kinderpsychiatrie alleen plaats op wacht­ lijsten. Haar moeder klaagde dat aan in de media. Ze waakt dan wel over de privacy van haar dochter. Voor een krantenartikel hield ze een dagboek bij. Het artikel verschijnt mor­ gen in de weekendkrant. Vandaag verscheen er een voorbeschouwing met een herkenbare foto van Carol. Haar moeder is verbolgen, want dit is tegen de afspraken met de journalist: onherken­ baar afbeelden, naam veranderen van Carol en haar broer, woonplaats niet vermelden. Ze belde de journalist op. Die gaf de fout toe en wijt het aan een misverstand tussen fotoredacteur en eindredacteur. Tegelijk vroeg de journalist haar om er niet te zwaar aan te tillen. Dat doet ze wel. Welke garanties heeft ze dat morgen haar doch­ ter wel onherkenbaar in de krant staat? Kan de Klachtenlijn helpen?

Onaangekondigde tv-ploeg Een directeur van een OOOC meldt een politieinterventie met een cameraploeg. Een begeleider reageerde alert en de cameraploeg kreeg geen jon­ geren te zien. De directeur is bezorgd. Het gaat om kwetsbare jongeren, vaak in gedwongen hulpverle­ ning. De directeur nam contact op met de politie­ commissaris en het Agentschap Opgroeien en hij informeerde de andere voorzieningen in de politie­ zone. De politiecommissaris is zelf niet gelukkig over de samenwerkingsovereenkomst met het productiehuis. Dat zou wel afgestemd hebben met het parket. De voorzieningen en de jongeren wer­ den daar niet bij betrokken en zelfs niet geïnfor­ meerd. De directeur signaleert het en vraagt of het Kinderrechtencommissariaat het mee opvolgt. Het Kinderrechtencommissariaat vroeg het protocol van samenwerking tussen productiehuis, parket, politiezone en stad op. Daarin stonden bepalingen over de bescherming van minderjarigen. We maak­ ten onze bezorgdheid over het onzorgvuldig nale­ ven van die bepalingen over aan de betrokkenen.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

Niet alleen in kranten of op tv worden minder­ jarigen soms afgebeeld zonder dat ze dat willen. Waar dat in een journalistieke context nog rela­ tief gemakkelijk in de hand te houden is, geldt dat veel minder voor foto’s en filmpjes op soci­ ale media. Soms worden beelden op verzoek vrij snel verwijderd van krantensites, maar blijven ze nog dagen, weken, maanden circuleren op soci­ ale media.

Omzetting van de Europese richtlijn over audiovisuele media De Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (AVMD-richtlijn) trad in werking op 18 december 2018. Vlaanderen moet die nu invoeren en het mediadecreet aanpassen.

■ Een sterke slagkrachtige Vlaamse Regulator voor de Media, die bevoegd is voor alle bepalingen over minderjarigen en met duidelijke klachten­ procedures. We pleiten ook voor uniforme bescherming in ver­ schillende diensten: lineair, niet-lineair en video­ platformen. Bijvoorbeeld om YouTube, Facebook en Twitter te kunnen verplichten om beelden of filmpjes met haatboodschappen of ongewild afgebeelde minderjarigen sneller offline te halen. Ook de Europese Commissie zegt in een amende­ ment op de AVMD-richtlijn dat ‘online platformen acties moeten ondernemen tegen gerapporteerde inhoud die oproept tot geweld, haat en terrorisme’. Mediawijsheid is een permanente uitdaging om ook minderjarigen kritisch te leren omgaan met informatie, zegt de AVMD-richtlijn. Wij roepen op tot een stevige decretale verankering van het Vlaamse mediawijsheidsbeleid.

N Kinderrechtencommissariaat, Het Kinderrechtencommissariaat schreef een advies om maximaal gebruik te maken van de uitgebreidere bescher­ ming van minderjarigen, zoals de AVMDrichtlijn voorschrijft.

Advies Audio­ visuele mediarichtlijn opportuniteit voor ambitieus mediadecreet met oog voor minderjarigen en hun rechten, 2019-2020/8, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ audiovisuele-mediarichtlijn-opportuniteitvoor-ambitieus-mediadecreet-met-oog-voor

Recht op betrouwbare informatie We bezorgden ons advies op 11 maart 2020 aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en aan de bevoegde minister. We pleiten voor evenwicht tussen minderjarigen genoeg beschermen en tegelijk het recht garan­ deren op participatie en toegang tot basisvoor­ zieningen en informatie. Hoe jonger een kind is, hoe meer het beschermd moet worden. We pleiten ervoor dat de overheid de bescher­ ming van minderjarigen sterk reguleert: ■ Zo weinig mogelijk blootstelling aan reclame en sponsoring rond kinder- en gezinsprogramma’s ■ Een performant en uniform classificatie­ systeem dat de kijkers de nodige informatie geeft over inhoud die schadelijk kan zijn voor minderjarigen

Fake news en haatspraak zitten in de lift. Zeker op sociale media. Het is strafbaar als je doelbewust anderen aanspoort om te discrimineren, te haten of geweld te gebruiken op basis van ras, handi­ cap of geloof. De grens tussen vrije menings­ uiting en haatspraak is soms dun. Iedereen, en zeker ook politieke partijen, hebben daarin een verantwoordelijkheid. We moeten kinderen en jongeren beschermen tegen fake news en haatspraak, en opleiden om correct en kritisch om te gaan met berichtgeving en reclame. Voor 4 op de 5 jongeren van 16 tot 24 jaar zijn sociale media de belangrijkste nieuwsbron.

N Digitale mediatrends in Vlaanderen www.imec.be/nl/expertises/imec-digimeter/ digimeter-2019.

155


156

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 5: Rechten op en in vrije tijd

Het hoeft geen betoog dat een kritische geest nodig is om desinformatie te doorzien. Vroeger was op tv duidelijk wat reclame was en wat niet. Nu is dat – ook online en in de sociale media – al lang niet meer het geval.

aan een halte laten staan als ze geen bankkaart, smartphone of slim horloge bij zich hebben. Bij een controle krijgen ze informatie over de moge­ lijke manieren om te betalen, en hun ouders krij­ gen een informatieve brief.

Politieke boodschappen op TikTok Iemand vraagt wat wij vinden van politieke partijen die hun videoboodschappen op TikTok zetten. Een platform dat zich vooral richt op 13- tot 25-jarigen?

250 euro boete Een moeder meldt dat haar zoon van 15 de lijnbus nam om samen met een vriend naar de stad te gaan. Hij neemt bijna nooit de bus en was verge­ ten een ticket te kopen. Ze zaten net toen de con­ troleur langskwam. Haar zoon had geen geld bij zich en was vergeten dat hij nog een ticket moest kopen. Hij had wel een abonnement mee van een andere vriend. De jongen toonde dat als vervoers­ bewijs. De controleur vroeg of het van hem was waarop de jongen eerlijk zei van niet, maar dat hij geen andere oplossing zag. De moeder kreeg 250 boete voor zwartrijden en vervalsing. Ze legde bij De Lijn uit dat haar zoon niet de bedoeling had om vals te spelen en dat ze de boete buitenspo­ rig vond voor een buskaartje van 3 euro. Maar De Lijn aanvaardde die argumenten niet. De moeder vraagt of de Klachtenlijn de boete ongedaan kan maken want ze kan die 250 euro heel moeilijk in één keer betalen. Rekeningen van gas, water, elek­ triciteit en huishuur krijgen voorrang.

Vanuit kinderrechtenperspectief primeert het recht op informatie en de vrije toegang tot die informatie. We vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren kritisch leren omgaan met die infor­ matiekanalen. Dat geldt niet alleen voor politieke boodschappen. Er passeert ook heel wat andere – soms verkeerde – informatie onder verdoken accounts. Scholen geven daar vorming over, onder andere met instrumenten van Mediawijs.

5.4. Minderjarigen als gebruiker van trein, tram of bus Kinderen en jongeren nemen regelmatig trein, tram of bus om naar school te gaan of in hun vrije tijd. Ook zij kunnen een boete krijgen voor zwartrijden of voor onaangepast gedrag. Het kinderrechtenverdrag geeft minderjarigen recht op aangepaste sancties met een pedago­ gisch doel voor gedrag dat in strijd is met de wet. Het Kinderrechtencommissariaat vroeg al langer een aangepaste aanpak van minderjarigen voor overtredingen in het openbaar vervoer. Een decreet van 2019 over mobiliteitsbeleid, open­ bare werken en vervoer, verkeersveiligheids­ beleid en De Lijn houdt daar rekening mee. Op de meeste bussen en trams van De Lijn kun je sinds dit voorjaar alleen nog contactloos betalen. Het structureel overleg van De Lijn met de kinder­ rechten- en jeugdsector wierp ook in dat verband zijn vruchten af: De Lijn voert een gedoogbeleid voor kinderen en jongeren tot en met 14 jaar. Dat wil zeggen dat ze die jongeren in geen geval

De Klachtenlijn legde de beroepsprocedure bij De Lijn uit en nam contact op met de klachtendienst om te bekijken wat mogelijk was. De boete blijft gehandhaafd. In deze situatie waren er weinig tegenargumenten in te brengen.

Door het nieuwe decreet kan De Lijn voor minder­ jarigen de boetebedragen wel aanpassen aan de tarieven van De Lijn. Zo krijg je voor een eerste over­ treding als zwartrijder het tarief van drie maanden abonnement als boete. Voor een tweede overtreding wordt dat het tarief van een jaarabonnement. Het Kinderrechtencommissariaat heeft De Lijn al met nadruk gevraagd zeker voor jonge minder­ jarigen rekening te houden met de context van de overtreding: zijn de ouders erbij? Zijn ze samen met vriendjes? Zijn ze nog erg jong? We vragen ook om alle kansen te geven aan bemiddeling en herstelgerichte maatregelen en aan een menselijk inningsbeleid.

6


6 6

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

Rechten op en in het gezin

6.1. Afstammingscentrum en DNA-databank wachten nog even op startdatum

In april 2019 keurde de Vlaamse Regering het voorstel van decreet goed dat een afstammings­ centrum en een DNA-databank opricht. Het gaat om een afstammingscentrum voor iedereen met afstammingsvragen en dat ook psychosociale steun geeft. Tegelijk komt er een DNA-databank voor mensen die op zoek zijn naar hun biolo­gische ouder of kind. Zij kunnen in de databank een DNA-staal achterlaten en hun DNA-profiel laten registeren. Een vergund centrum voor menselijke erfelijkheid matcht geregeld de DNA-profielen. Het afstammingscentrum en de DNA-databank zijn veel mensen opgevallen. We kregen er vanuit verschillende hoeken vragen over.

Geboortemoeder ‘Ik ben 75 jaar en ben een kleine 60 jaar gele­ den anoniem bevallen in Frankijk. Dat heeft een enorme indruk op me nagelaten. Ik ben er nog altijd voor in therapie. Ik probeer mijn biologisch kind te vinden, maar dat is niet gemakkelijk. Al mijn papieren zijn vernietigd. Ik heb contact gehad met Kind en Gezin en met het Zoekregister, maar boekte nog geen resultaat. Ik ben nu bezig om mijn anonimiteit op te heffen via een Franse DNA-databank en wil dat ook in België doen. Waar en wanneer kan ik me aanmelden bij het Vlaams afstammingscentrum?’

Spermadonor ‘Ik was als student spermadonor in Leuven. Een radioprogramma waarin donorkinderen getuigen over hun zoektocht naar hun biologische vader, deed me overstag gaan. Ik heb beslist om mijn anonimiteit op te heffen. Ik hoorde in het radio­ programma over een afstammingscentrum en een DNA-databank. Hoe kan ik me daar aanmelden?’

Kind van een anonieme bevalling ‘Mijn vrouw werd als baby anoniem afgestaan na een bevalling in Frankrijk in de jaren 60. Zou het toekomstig afstammingscentrum haar kunnen helpen?’

Donorkind ‘Een leerling van mij wil weten wie haar vader is. Haar mama is een bewust alleenstaande moeder die indertijd een beroep deed op een spermado­ nor. Thuis praten ze er niet over, maar mijn leer­ ling wil op zoek gaan naar haar roots. Ze voelt zich niet “volledig” en dat heeft een grote impact op haar welbevinden, ook op school. Ze voelt zich anders dan de andere kinderen en vindt dat moeilijk om te dragen. Kan zij aankloppen bij het afstammingscentrum?’ Wij informeerden de melders dat het afstam­ mingscentrum en de DNA-databank momenteel nog in een voorbereidende fase zitten. Na de goedkeuring van het voorstel van decreet door de regering, konden geïnteresseerde organisa­ ties zich kandidaat stellen. Wanneer het afstam­ mingscentrum en de DNA-databank opstarten, hangt af van het aantal kandidaten en van de termijn die nodig is om alle aanvragen te beoor­ delen. We beloofden de melders op de hoogte te brengen zodra het afstammingscentrum en de DNA-databank van start gaan.

Op 24 augustus 2020 kreeg vzw Kenniscentrum Pleegzorg van Agentschap Opgroeien de opdracht om het Vlaams Afstammingscentrum op te rich­ ten. Dat centrum zal nauw samenwerken met het centrum voor menselijke erfelijkheid van UZ Leuven voor de DNA-analyse, de DNA-profielen en de matching. Met dit afstammingscentrum en de DNA-databank zet Vlaanderen belangrijke stappen voor het recht op afstammingsinformatie. Het volledige concept gaat wel uit van vrijwilligheid. Mensen beslissen zelf of ze gezocht en gevonden willen worden. Niemand kan verplicht worden. Om het

157


158

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

recht op afstammingsinformatie daadwerkelijk te realiseren, zijn ook federale maatregelen nodig. Daarvoor moet de donoranonimiteit afgeschaft worden. Daarnaast is er regelgeving nodig die discreet maar niet anoniem bevallen mogelijk maakt. En ook de feitelijke situatie van draag­ moederschap moet geregeld worden.

6.2. Ouder-kindrelaties: veel diversiteit Ouderschap en kinderrechten gaan hand in hand. Het Kinderrechtenverdrag noemt ouders de eer­ ste verantwoordelijken voor de opvoeding. Het respecteert de rechten en verantwoordelijk­heden van ouders. Pas als de opvoedingssituatie de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren bedreigt of als ze in gevaar zijn, treedt de over­ heid op. Het ouderlijk gezag biedt ouders de mogelijkheid om hun kinderen te begeleiden in hun weg naar volwassenheid. Ouderlijk gezag is dus niet sta­ tisch. Ouderschap moet meegroeien met de ont­ wikkelende vermogens van kinderen. Naarmate kinderen opgroeien, groeit ook hun capaciteit om hun rechten zelf uit te oefenen. De Klachtenlijn krijgt adviesvragen over hoe kinder­rechten vorm krijgen in gezins- en opvoe­ dingsrelaties. De meldingen over gezin of familie gaan vooral over scheiding en ouder-kindrelaties, over kinderen die opgroeien zonder hun ouders en over geweld of andere verontrustende situaties. Grootouders zijn belangrijke ‘signaalgevers’. Ze melden vaak hun bezorgdheid over de opvoe­ ding van hun kleinkinderen. Ze zoeken hulp als ze geweld vermoeden in het gezin. En ze springen ook vaak in als ouders de zorg niet meer aankun­ nen. Zij dragen dan zorg voor hun kleinkinderen.

Ouders zijn niet altijd de verantwoordelijken voor de opvoeding Hét gezin is geen eenduidig begrip. In de meldin­ gen verschijnt een brede waaier leef- en opvoe­ dingssituaties van kinderen en jongeren. Soms groeien ze op bij grootouders. Soms omdat hun ouders overleden zijn of om een andere reden van de radar verdwenen. Soms is er geen contact meer met familie omdat hun – meestal geschei­ den – ouders dat niet willen.

Plots wees De nonkel van Liam en Lars, 15 en 17 jaar, neemt contact op. De jongens verloren hun moeder een jaar geleden na een ziekte. Vorige week stapte hun vader uit het leven. Plots zijn de twee jon­ gens wees. De familie vangt ze tijdelijk op maar de jongens zelf willen samen terug naar hun ouderlijk huis. Er komen heel wat zorgen op hen af. Wat zijn hun rechten? Voor hun opvang? Voor de erfenis? Om te blijven wonen waar ze wonen? Gaan zij rekeningen krijgen van de begrafenis bij­ voorbeeld? Het lijkt alsof ze er moederziel alleen voor staan. De Klachtenlijn bracht de twee jongens in con­ tact met een jeugdadvocaat. Doordat hun twee ouders overleden zijn, gaat het bij de regeling van erfenis en voogdij om ingewikkelde juri­ dische procedures die de mogelijkheden van de Klachtenlijn overstijgen. Voor de sociaal-emotio­ nele opvang adviseerden we contact op te nemen met slachtofferhulp en bekeken we of het CLB de eerste ondersteuning kan opstarten.

Na overlijden moeder gedwongen om te verhuizen naar buitenland Een CLB-medewerker vraagt advies. Bryan (14) woonde bij zijn moeder. Zij is enkele maanden geleden overleden. De ouders leefden geschei­ den. De vader van Bryan zit in de gevangenis. De grootouders vangen Bryan nu op. Zij zijn onder­ tussen verhuisd naar het buitenland en Bryan moest mee. Omdat hij na het overlijden van zijn


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

moeder in contact stond met het CLB, neemt hij daar opnieuw contact op. Hij wil niet in het bui­ tenland wonen. Hij spreekt de taal niet, voelt zich eenzaam. Zijn moeder was samen met een man die Bryan als zijn tweede vader beschouwt. Bryan wil weten of hij bij zijn stiefvader kan wonen. Het CLB nam contact op met de man. Hij zei dat hij zijn verantwoordelijkheid wel wilde opnemen maar praktisch gaat het niet. De man wil na bedreigingen en geweld absoluut vermijden om nog met de wettelijke vader in contact te komen. Het CLB loopt vast en wil weten wat ze nog kun­ nen doen in het belang van Bryan. Welke rechten heeft hij? De Klachtenlijn stelt vast dat er juridisch nog onduidelijkheden zijn. Welk statuut heeft de vader nog? Gaf hij bijvoorbeeld zijn toestemming voor het vertrek van Bryan naar het buitenland? Welk statuut hebben de grootouders? Het CLB moet dat verder opnemen met Bryan. Ook kunnen ze met Bryan bekijken of ze met de grootouders mogen bellen. Als de stiefvader in beeld zou kunnen komen, moet dat met een pleegzorgplaatsing. We adviseren het CLB om dan ook advies te vragen bij het OCJ (Ondersteuningscentrum Jeugdzorg). We adviseren ook Bryan te laten mailen of bel­ len met een jeugdadvocaat in België. Om Bryan ondertussen te ondersteunen, kan hij in contact komen met jeugdhulporganisaties in het buiten­ land. Als hij die diensten zelf niet kent, kan het CLB daar het best bij Unicef terecht. Het CLB kon daarmee verder.

Moeder wil na 15 jaar ouderrol weer opnemen De grootmoeder van de 15-jarige Sheila zorgt voor haar kleindochter. Haar eigen dochter, Sheila’s moeder, kon na de geboorte van Sheila niet voor haar zorgen. Ze woonden in bij de grootmoeder maar dan is de moeder vertrokken. Ze kampt met een verslaving. Daardoor is Sheila te vroeg geboren en moest ze als baby al afkicken. Zij hield daar een lichte verstandelijke beperking aan over. De groot­ moeder zag dat haar dochter opnieuw in zware problemen zat. Ze riskeerde uit haar huis gezet te worden en had problemen met het gerecht. Daarom heeft ze haar dochter weer in huis geno­ men. Nu begint die plots haar moederrol op te eisen

en de regels voor Sheila te bepalen. Sheila neemt dat niet en de spanningen lopen op. Sheila wil dat haar moeder weer weggaat, zodat ze weer alleen bij haar grootmoeder kan wonen. De grootmoeder wil weten wat daaraan te doen is. Er is nooit een dienst ingeschakeld. Alles werd onderling geregeld maar misschien is het tijd om het officieel te rege­ len zodat duidelijk is wie zeggenschap heeft over Sheila. De grootmoeder draait ook al jaren op voor alle kosten van haar kleindochter. Is dat normaal? We verwezen de grootmoeder door naar het CAW voor ondersteuning want ze wilde een luisterend oor. Het CAW kan Sheila ook in contact brengen met het JAC als dat nodig is. Daarnaast gaven we haar informatie over de gratis juridische rechts­ bijstand voor een eerste advies in het justitiehuis. Zo kan ze op termijn de hulpverlenings- en de juridische piste naast elkaar leggen.

In de meldingen is wel vaker sprake van een pro­ blematiek bij een of beide ouders. Meestal horen we van psychiatrische zorgnoden of misbruik van alcohol of andere drugs. Een kindreflex in alle sectoren van de hulpverlening is cruciaal om ook die situaties goed te blijven opvolgen.

Moeder opgenomen in psychiatrie Een hulpverlener die werkt in de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen stelt ons een vraag over een meisje van 16 jaar. Haar moe­ der is opgenomen in de psychiatrie. Het is nog niet duidelijk hoelang die opname zal duren. De vader woont net over de grens. Mogen zij contact op­nemen met de vader en kan het meisje tijdelijk bij hem gaan wonen, ook al is er een weekend­ regeling? Het meisje vindt dat ook goed. Mogen zij dat als hulpverlener zelf regelen of moet dit naar de rechtbank? De Klachtenlijn zegt dat het zeker kan als ieder­ een akkoord is. De moeder is in de tijdelijke onmogelijkheid om in te staan voor de opvoe­ ding. Dus kan de vader zijn verantwoordelijkheid opnemen. We stellen voor om ook na te gaan of het meisje contact wil met het CLB of het JAC, zodat zij het mee kunnen opvolgen.

159


160

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

Kindreflex om geweld tegen kinderen en jongeren op de radar te zetten Niet elk gezin is krachtig genoeg om problemen het hoofd te bieden. De draagkracht en de peda­ gogische vaardigheden van ouders zijn soms heel beperkt. Dat kan zich uiten in geweld tegen kinderen: psychische of fysieke mishandeling, verwaarlozing of seksueel grensoverschrijdend gedrag. De Klachtenlijn hoort verontrustende verhalen van grootouders, familie of vrienden die niet weten bij wie ze terechtkunnen. Het valt op dat mensen soms nog onzeker zijn om geweld of verontrusting te melden. Ze zien of horen dingen die niet oké zijn. Maar de twijfel is toch soms nog groot om daar iets mee te doen. De Klachtenlijn adviseert altijd om contact op te nemen met 1712 voor verdere opvolging of met de politie om een klacht in de dienen. De Klachtenlijn legt het ver­ schil tussen de twee opties uit aan de melders. 1712 kadert in de hulpverlening en kan situaties overnemen om begeleiding te starten. Een klacht indienen bij de politie is kiezen voor de gerech­ telijke weg.

Vriendinnetje van de dochter vertelt ‘het geheim’ Een vriend van een gezin vraagt wat hij kan doen. Het gaat over een vriendinnetje van zijn dochter, twee meisjes van nog geen 10 jaar. Het vriendin­ netje vertelde aan zijn dochter dat haar vader haar aanraakt waar ze dat niet wil, dat hij dat hun ‘geheim’ noemt dat ze niet mag verklappen aan haar mama. En dat ze dat helemaal niet graag heeft. De melder is geschokt door het verhaal en drukte zijn dochter op het hart dat het heel goed is dat ze het is komen vertellen. Maar nu weet hij niet wat hij verder moet doen. Hij wil zijn verant­ woordelijkheid opnemen tegenover het vriendin­ netje. De Klachtenlijn verzorgt de eerste opvang in het verhaal en apprecieert de burgerzin van de mel­ der. We leggen uit wat 1712 doet en verwijzen door. De melder kan daarna opnieuw contact opnemen als er nog vragen zijn. Maar we hebben hem niet meer gehoord.

Als iedereen aanvoelt dat er iets niet klopt De tante van Kenzo (11) belt over haar zus. De familie vermoedt al lang grensoverschrijdend gedrag van de nieuwe partner van die zus tegen­ over haar en tegenover de vier kinderen in het gezin. Drie van die kinderen zijn ondertussen meerderjarig. Een van de meisjes heeft zelf een klacht ingediend tegen haar stiefvader. Ook de tante heeft een klacht ingediend om Kenzo te beschermen en ze stelde zich burgerlijke par­ tij. Kenzo heeft een mentale beperking en is erg afhankelijk van zijn moeder en van de stief­ vader. Het parket heeft de zaak geseponeerd omdat er te weinig bewijs was. Het probleem is dat Kenzo’s moeder alles mee toedekt want haar partner heeft een enorme macht over haar. Ze ontkennen het intrafamiliaal geweld en zeggen dat de familie de nieuwe partner niet aanvaardt. De politie kan ook niets meer doen omdat de gezinsleden de rangen sluiten. Bij 1712 konden ze ook niet helpen nadat de tante gevraagd had te kunnen spreken met het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling na de geseponeerde klacht. De tante vraagt of de Klachtenlijn nog opties ziet voor Kenzo. Omdat de tante burgerlijke partij was, adviseert de Klachtenlijn haar contact op te nemen met de dienst slachtofferonthaal van het justitiehuis om het dossier in te kijken en eventueel een afspraak te organiseren met de parket­magistraat. Omdat verschillende partijen zeggen dat er iets niet klopt, kan die bekijken of het parket een verzoek kan richten aan het OCJ of het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling wegens maatschappelijke noodzaak. We raden ook aan om op school en bij het CLB te vragen of zij iets vaststellen in het gedrag van Kenzo. Dan kunnen puzzelstukken en informatie samengelegd worden. Misschien wil ook de meerderjarige dochter zelf contact opnemen met 1712. Het zal zoeken zijn naar een opening tot iemand toch iets zegt. De tante zou ons verder op de hoogte houden maar liet zich niet meer horen.

Verontrusting speelt zich niet alleen af bij moge­ lijk geweld. We kregen ook verontruste meldin­ gen over ouders die hun kinderen afzetten bij


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

familie in een ander land om daar opgevoed te worden. Of ze nemen de kinderen mee naar het buitenland waar geen verdere opvolging is van de verontrustende situatie hier. Het is een fenomeen waar we momenteel nog niet zoveel over weten. Maar we vragen er wel aandacht voor. Ouders beslissen waar en hoe ze hun kind opvoeden. Maar valt dat wel altijd te rijmen met de rechten van de kinderen en jongeren? Zij wil­ len dat vaak niet en willen liever hier blijven bij hun vrienden, op school, in de vertrouwde omgeving.

Terug naar Indonesië Een moeder verbleef een paar weken in Indonesië na een sterfgeval in de familie. De twee kinderen, 12 en 15 jaar, bleven ondertus­ sen bij een nonkel. Maar dat liep al snel fout. De kinderen vertelden op school dat hun nonkel ze sloeg met zijn broeksriem. In hoogdringend­ heid werd de jeugdrechtbank ingeschakeld en de kinderen werden tijdelijk in een crisisopvang geplaatst. Daarna gingen ze naar een begelei­ dingstehuis tot hun moeder terug in België was. Toen ze in Indonesië was, was er geen contact mogelijk want ze reageerde niet op de telefoon of op appjes. De zorgleerkracht zegt dat toen de moeder terug was, zij aan de jeugdrechtbank vertelde dat ze met de kinderen naar Duitsland zou verhuizen. De jeugdrechter stemde daar­ mee in omdat de moeder niet zelf de oorzaak was van de ongerustheid. Maar wel op voor­ waarde dat ze de kinderen ook in Duitsland zou inschrijven op school. Na een maand nemen de jongens weer contact op met hun oude school. Hun moeder heeft gelogen tegen de jeugdrech­ ter. Ze mogen niet naar school en hun moeder is alles aan het voorbereiden om weer in Indonesië te gaan wonen. De jongens willen dat niet. Ze kennen het land en de taal niet. Ze willen weg bij hun moeder en terug naar België komen, naar het begeleidingstehuis. Ze laten weten dat ze gaan lopen en op eigen kracht naar België komen. De Klachtenlijn adviseert de zorgleerkracht om zo snel mogelijk contact op te nemen met de con­ sulent van de sociale dienst van de jeugdrecht­ bank om opnieuw te overleggen en de opties te bekijken. Dit is typisch een situatie waarin het ouderlijk gezag wettelijk primeert maar waarin je

je kunt afvragen of dat wel strookt met de rech­ ten van kinderen en jongeren. Helaas werd het contact met de kinderen verbroken.

Terugsturen naar land van herkomst als antwoord op opvoedingsconflict? Een meisje van 14 jaar zegt dat haar vader haar naar zijn thuisland wil sturen om een jaar bij zijn familie te gaan wonen. Het meisje en haar vader hebben regelmatig conflicten. Hij is streng en wil haar zoveel mogelijk thuis houden. Zij zoekt de vrijheid op en verzet zich tegen de strenge, con­ trolerende opvoeding. Het meisje wil niet naar het buitenland. Ze kent het daar niet. Wat kan ze doen? Ze wil niet onmiddellijk actie maar wel nagaan wat de mogelijkheden zijn. De Klachtenlijn adviseert haar ondersteuning te zoeken bij het JAC of bij het CLB. Die kunnen een gesprek vragen met de ouders als zij er klaar voor is. Als ze toch moet vertrekken en dat thuis tot een conflict leidt, raden we haar aan om de politie te bellen. De Klachtenlijn geeft voor de veiligheid ook al de contactgegevens mee van de ambassade in het buitenland voor als ze toch plots zou moeten vertrekken. We adviseerden haar ook al een kopie te maken van haar identi­ teitskaart en die op een andere plek te bewaren en mee te nemen.

Coronamaatregelen leiden tot grotere zorgen over geweld in gezinnen In de online-enquête #jongerenovercorona zei ongeveer 1 op de 10 kinderen en jongeren slacht­ offer te zijn van fysiek of verbaal geweld. De meeste van die kinderen en jongeren zeggen dat ze nu meer geweld ervaren dan voor corona. 19% van de kinderen die het slachtoffer zijn van geweld, ervaart dat nu veel meer en 47% een beetje meer. Van de jongeren die slachtoffer zijn van geweld zegt ook 17% dat het nu veel meer en 45% dat het nu een beetje meer gebeurt.

161


162

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

Sensibilisering rond hulplijnen en kindreflex Het Kinderrechtencommissariaat vraagt sensibili­ sering rond misbruik en geweld, en uitgebreide informatie over noodhulplijnen zoals 1712, nupraatikerover.be, Awel en Tele-Onthaal, via laagdrempelige informatieplatforms zoals radio, kinder- en jongeren-tv en sociale media om zoveel mogelijk mensen uit alle geledingen van de bevolking te bereiken. Essentieel is dat die diensten heel toegankelijk blijven werken, met de nodige capaciteit om alle oproepen te kunnen beantwoorden. Het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK) ontwikkelde het stappenplan Kindreflex. Dat helpt hulpverleners om hun cliënten te onder­ steunen en om kindermishandeling op te sporen. Het stappenplan wordt al gebruikt in zieken­ huizen, CAW’s en geestelijke gezondheidszorg. Een uitbreiding naar huisartsen en OCMW’s is ook nodig. Hoe meer blikken er vanuit verschillende disciplines en zorgsectoren luisteren en mee­ kijken naar de situatie van kinderen, hoe meer garanties dat hun noden op tijd gezien worden. Tot slot vragen we de heropstart van het Vlaams Forum Kindermishandeling en de verdere verfij­ ning van het Protocol Kindermishandeling.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota Welzijn bekeken door een kinderrechtenbril, 2019-2020/06, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ beleidsnota-welzijn-bekeken-door-een-kin­ derrechtenbril

Wet voor geweldloze opvoeding nodig Geweld heeft een schadelijke impact op de gezondheid en de ontwikkeling van een kind. Kinderen hebben recht op bescherming tegen geweld. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt een wet voor geweldloze opvoeding die gepaard gaat met bewustmakings- en preventiecampag­ nes. Die campagnes zijn nodig om snel tot een mentaliteitsverandering te komen, met maat­ regelen om ouderschap te ondersteunen. De wet dient niet om ouders te culpabiliseren of te bestraffen. Ouders met opvoedingsvragen of problemen moeten altijd kunnen rekenen op een breed en laagdrempelig ondersteuningsaanbod

voor hun opvoeding. We tolereren geweld niet tegen volwassenen, waarom dan wel tegen kin­ deren?

N www.kinderrechtencommissariaat.be/actu­ eel/wet-voor-geweldloze-opvoeding-nodig des enfants International Belgique, opiniepeiling over straffen en geweld bij de opvoeding, DEDICATED, 2020, www.dei-belgique.be/index.php/projets/ campagnes/vdeo.html

N Défense

Corona: internationale reisperikelen beperken contact met ouders Ook landen gingen zich als bubbels gedragen en sloten de grenzen. Als in een gezin een van de ouders in het buitenland verbleef, leidde dat tot een lange periode zonder contact tussen ouder en kind. Op de Nationale Veiligheidsraad van 20 augustus kwam daar verandering in: partners mochten opnieuw de grens oversteken om elkaar te ontmoeten. Toch herenigde dat nieuws niet álle kinderen met hun ouders. Verschillende ouders lieten de Klachtenlijn weten dat ze geen vlucht konden boeken op een Belgische luchthaven. Daardoor moesten ze de toelating krijgen om de luchthaven van een buurland als transit te gebruiken. Voor mensen die landden op Schiphol en via Nederland wilden doorreizen naar België, was het erg onduidelijk of dat kon. De Nederlandse regelgeving hanteert als uitzonderingscategorie ‘reizigers met zwaar­ wegende redenen om familie te bezoeken’. In één geval dat het Kinderrechtencommissariaat kon volgen, konden moeder en kind een vader op­ halen in Nederland om door te reizen naar België. In een ander geval zorgde de onduidelijk­ heid over de interpretatie van de zwaarwegende redenen dat de ouders niet het risico wilden lopen om in een Europese luchthaven vast te komen zit­ ten of teruggestuurd te worden en daardoor de langverwachte hereniging nog langer te moeten uitstellen. Daarom nam het Kinderrechtencommissariaat contact op met het grenskantoor in Nederland dat samen met het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid besloot om met onmid­


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

dellijke ingang de transit van ouders die in het buiten­land verblijven, toe te staan om hun kinde­ ren in België te bezoeken.

6.3. Blijf bij scheiding kinderen zichtbaar maken Heel wat kinderen en jongeren groeien op in twee huizen. Dat hoeft niet per se een probleem te zijn voor de kinderen. De Klachtenlijn krijgt meldin­ gen over waar het minder vlot loopt. Conflicten tussen ouders kunnen zo hoog oplopen dat de zorg voor de kinderen van de radar dreigt te verdwijnen. Opmerkelijk is dat ook daarover vaak grootouders contact opnemen als kinderen gebukt gaan onder de conflicten van hun ouders.

Procedure na procedure Elke ouder moet handelen in het belang van zijn kind. Visies op wat dat belang is, botsen soms enorm. Dan moet de familierechtbank duidelijk­ heid scheppen. In erg complexe vechtscheidin­ gen biedt de rechtbank soms ook geen oplossing. We horen verhalen van jarenlange eisen en tegen­ eisen bij verschillende rechtbanken. Een kluwen aan vonnissen en arresten stapelt zich dan op. De vraag is wat dat teweegbrengt bij de kin­ deren. De Klachtenlijn brengt dat perspectief in de gesprekken als een ouder daarover met ons contact opneemt. Dat zijn vaak moeilijke gesprekken waar ook wij weerstand voelen. Ook hulp­ verleners staan vaak machteloos in zware vechtscheidingen. De meeste meldingen gaan over problemen met of onenigheid over de verblijfs- en omgangs­ regeling. Ouders, kinderen en jongeren, profes­ sionals en familieleden vragen de Klachtenlijn wat ze kunnen doen. Of ze verwachten dat de Klachtenlijn actief tussenbeide komt om een situ­ atie te ontmijnen, maar dat valt buiten het man­ daat van de Klachtenlijn. We adviseren ouders eerst over het aanbod van familiale bemiddeling in het belang van de kinderen. Als er geen enkele vorm van communicatie meer mogelijk is, informeren we over gerechtelijke pro­ cedures, maatschappelijke onderzoeken via het jus­

titiehuis en verwijzen we door naar een advocaat. Uit de vele meldingen rond vechtscheidingen die we elk jaar krijgen van bezorgde grootouders, ouders, kinderen en jongeren blijkt hoe zwaar de impact kan zijn op het welzijn van kinderen. Daarom vraagt het Kinderrechtencommissariaat dat ouders bij een scheiding eerst verplicht worden tot een bemiddelingsgesprek over de omgangsregeling waarin ook hun kinderen inspraak krijgen. Daarna moet er een ouder­ schapsplan komen met ook daarin inspraak voor kinderen en jongeren.

Actie-reactie De vader van de 6-jarige Elias zegt dat er een week-weekregeling is voor Elias. Nu wil de moe­ der Elias meer bij haar omdat hij in de week van de vader vaak bij de grootouders is. De vader kan niet anders door zijn werk. De moeder dreigt naar de rechtbank te gaan. De vader wil weten hoe hij dat kan verhinderen. En als de moeder toch door­ zet, of hij dan bij de rechtbank kan inbrengen dat Elias bij haar geen eigen kamer heeft. De Klachtenlijn bespreekt met de vader dat er geen recht op een eigen kamer bestaat en dat we niet pleiten voor actie-reactie. We verwijzen hem door naar een advocaat om hem verder te laten adviseren als de moeder een procedure zou starten.

Bezorgd om kleindochter Valerie is 10 jaar. Haar grootmoeder neemt con­ tact op omdat ze merkt dat haar kleindochter lijdt onder de scheiding van haar ouders. Valerie vertelt aan haar grootmoeder hoe haar vader in de weekends dat ze bij hem is vaak negatieve opmerkingen maakt over haar moeder. Haar zegt hij dat ze even lelijk is als haar mama. In de weekends moet ze ook vaak mee op café. Als ze naar huis wil omdat het laat wordt, maakt hij zich boos. Grootmoeder zegt dat de rechtbank dat allemaal niet gelooft. Haar schoonzoon kan het heel goed uitleggen, heeft een goede job en hangt verhaaltjes op die iedereen gelooft. Ze wil weten wat zij kan doen want ze kan niet langer toezien hoe Valerie lijdt onder de situatie.

163


164

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

De grootmoeder kan zelf niets doen om de ver­ blijfsregeling te herbekijken. We leggen haar uit dat haar dochter advies kan vragen bij een advo­ caat. We zeggen haar ook dat de advocaat bij de rechtbank een burgerrechtelijke opdracht door het justitiehuis kan vragen. Behalve over een mogelijke aanpassing van de verblijfsregeling, horen we vooral zorgen over hoe de vader met Valerie omgaat. Dat raakt volgens ons aan psy­ chische mishandeling en daarom adviseren we de grootmoeder om 1712 te bellen.

‘Die hele cinema moet stoppen’ De moeder van de 10-jarige Nicolas zegt dat er een week-weekregeling is, maar de band tus­ sen Nicolas en zijn vader is niet goed. Ze heb­ ben weinig voeling met elkaar. De situatie is aan het escaleren. Nicolas gaat naar een psychologe die vorige week de ouders ook uitnodigde. Zij vertaalde de boodschappen van Nicolas voor de ouders. Vader kreeg te horen dat zijn zoon graag zou willen dat hij meer beschikbaar is, dat ze dingen samen doen, dat hij meer luistert en aan­ dacht geeft. Vader blokte dat helemaal af. Ook toen de psychologe op het einde van het gesprek vroeg wat ze Nicolas kon vertellen over hun gesprek, want hij wil gehoord en gezien worden, antwoordde de vader dat ‘die hele cinema moest stoppen’. Onderling de regeling veranderen zal niet haalbaar zijn. Wat kan ze doen in het belang van hun zoon? Omdat elke vorm van communicatie stroef loopt, is familiale bemiddeling geen optie. Een advocaat is het best geplaatst om dit verder op te nemen.

Spreekrecht om kinderen in beeld te brengen Wat betekent dat nu allemaal voor kinderen en jongeren zelf? Het spreekrecht geeft ze de moge­ lijkheid om te spreken over wat zij belangrijk vinden, hoe zij de situatie ervaren, over hoe belangrijk ze het vinden om hun hobby’s te kun­ nen blijven doen en niet afhankelijk te zijn van het conflict van hun ouders daarover. Kinderen

vanaf 12 jaar worden zelf uitgenodigd voor een gesprek. Als ze nog geen 12 jaar zijn, kunnen ze een brief schrijven waarop de rechtbank moet reageren. De wetgeving schrijft voor dat als kin­ deren vragen om gehoord te worden, de rechter daar positief op moet beantwoorden. Toch horen we dat dat niet altijd gebeurt. Over het spreekrecht melden kinderen, jongeren en ouders ons verschillende dingen. Rechters die bijvoorbeeld meteen stellen dat de kinderen hun twee ouders moeten blijven zien. Ook als een kind zegt zich echt niet goed te voelen bij een ouder door de houding van die ouder, door het conflict of door fysieke en psychische mishan­ deling. Die verhalen worden soms te snel geka­ derd in een strijd die ouders zouden voeren. Dat maakt dat kinderen en jongeren zich niet oprecht gehoord voelen. De Klachtenlijn adviseert kinderen en jongeren hun feedback op te schrijven voor de rechter maar dat is niet altijd evident. Daarnaast bekijkt de Klachtenlijn hoe ze de vraag van kinderen en jongeren aan de rechtbank kan ondersteunen.

Ook spreekrecht bij Hof van Beroep? Kato, 14 jaar, mailt dat ze haar vader de laatste drie jaar nauwelijks gezien heeft. Vroeger zijn er dingen gebeurd die ze beschrijft als fysieke en psychische mishandeling. Een jaar geleden heeft ze dat ook aan de rechter verteld. Die gaf haar vader de opdracht om een mail of een brief te schrijven naar Kato en haar broertje om zo opnieuw in contact te komen, om begrip te tonen over hoe zij zich voelden. Dat heeft hij nooit gedaan. Hij ging in beroep omdat de rechter niet onmiddellijk een omgangsregeling wilde uitspre­ ken. De rechter van het Hof van Beroep nodigt de kinderen niet uit voor een gesprek. Via hun moeder hoort Kato dat ze met haar vader moeten praten in een bezoekruimte en de contacten daar weer moeten opstarten. Kato wil dat niet en wil de rechter spreken. De Klachtenlijn adviseerde Kato toch nog een brief te sturen naar het Hof van Beroep om op gesprek te mogen komen, verwijzend naar hun spreekrecht en gesteund door het Kinderrechtencommissariaat. We raden Kato en haar broer aan om in afwachting het arrest wel te


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

volgen. Ter voorbereiding van de gesprekken kan ze voor zichzelf op papier zetten wat ze graag aan haar papa wil vertellen want ook dat kan in de bezoekruimte. Het Hof van Beroep besliste niet in te gaan op de vraag van de kinderen om gehoord te worden omdat ze een jaar eerder al gehoord waren door de familierechter.

16 jaar en duidelijke mening De vader van de 16-jarige Ruben zegt dat ze momenteel bij het Hof van Beroep zitten. Voor de drie kinderen werden de debatten gesloten. Er is een week-weekregeling. De discussie rond het alimentatiegeld loopt nog. Ruben heeft zijn vader laten weten dat hij niet langer tegen de wispel­ turigheid van zijn moeder kan. Ze liggen steeds vaker in conflict omdat moeder de scheidings­ strijd volgens Ruben niet kan loslaten. Twee jaar geleden werden de kinderen gehoord door de familierechter en de twee advocaten hadden toen gezegd dat de kinderen maar één keer gehoord zouden worden. Ruben wil twee weken bij zijn vader wonen en een weekend om de veertien dagen bij zijn moeder. Dat zou wel afwijken van de regeling voor de jongere broer en zus. Hoe kan aan de vraag van Ruben tegemoetgekomen worden? De Klachtenlijn bekijkt met Ruben of hij via het JAC of een bemiddelaar een gesprek met zijn moeder wil organiseren om iets uit te werken in onderlinge overeenstemming. Daarnaast geeft ze informatie over een jeugdadvocaat bij wie Ruben zich ook kan informeren over de opties na de vreemde afspraak tussen de twee advocaten twee jaar geleden. Ruben kiest ervoor om met een jeugdadvocaat te gaan spreken.

Project rond het spreekrecht van kinderen In het jaarverslag 2018-2019 signaleerde het Kinderrechtencommissariaat grote arrondisse­ men­­ tele verschillen in de uitvoering van het spreek­recht en de toegang van de minder­jarige tot de rechter. Om die verschillen en gebruiken

in kaart te brengen, doet het Kinder­ rechten­ commissariaat, samen met de Orde van Vlaamse Balies, de Gezinsbond, prof. Charlotte Declerck (UHasselt) en Evelyn Merckx (UGent) een enquête bij alle magistraten van de Nederlandstalige familie­rechtbanken. In het najaar van 2020 interviewen we kinde­ ren en jongeren uit de verschillende arrondisse­ menten om te peilen naar hun ervaring met het spreekrecht in procedures waarbij ze betrokken zijn. Want om tot beleidsaanbevelingen te komen, is hun stem belangrijk.

Blijvend contact met familie is voor kinderen essentieel Mogelijkheid tot contact met beide ouders Voor het welbevinden van kinderen is het belang­ rijk veilig en ontspannen contact te kunnen houden met hun twee ouders. Hoe dat contact er moet uitzien, verschilt van situatie tot situ­ atie. Een standaardregeling voor alle gescheiden gezinnen is niet wenselijk. Niet voor niets wordt het recht op een gezinsleven beschermd door het Europees mensenrechtenverdrag én door het internationaal kinderrechtenverdrag. Toch krijgt de Klachtenlijn verhalen en meldingen binnen die het recht op gezinsleven onder druk zetten. De meest extreme vorm is de ‘ouderversto­ ting’ waar de Klachtenlijn regelmatig vragen over krijgt. Wij spreken liever van contactbreuk dan van ouderverstoting. Contactbreuken zijn vaak complex en moeilijk toe te schrijven aan één fac­ tor. De ouder die geen contact meer heeft met het kind, hoopt dat het Kinderrechtencommissariaat daar iets aan kan doen. De gekwetstheid is vaak groot. We kunnen weinig meer doen dan infor­ matie geven en een luisterend oor aanbieden. We horen ook schrijnende verhalen van jongeren die om verschillende redenen één ouder niet meer willen zien. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt zich af of een familierechtbank genoeg mogelijkheden heeft om op tijd tussenbeide te komen om een vechtscheiding te voorkomen. Een nieuw vonnis lost vaak weinig op. Kan het voor

165


166

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

kinderen en jongeren een steun zijn om vooral voor hun ouders gezinstherapie te verplichten of om bemiddelingsinterventies afdwingbaar te maken? Kan het een manier zijn om te stimuleren dat kinderen hun twee ouders blijven kennen?

haar nieuwe partner papa te noemen. Hij weet dat het Kinderrechtencommissariaat dit niet kan versnellen maar hij wil aanklagen hoe zaken gaan bij de rechtbank en de bezoekruimte. Dat heeft een negatief effect op de kinderen.

Bezoekruimte Het is belangrijk de contacten tussen ouders en kinderen snel en veilig herop te starten. Hoe langer er geen contact is tussen een ouder en een kind, hoe dieper het water soms wordt. De Klachtenlijn krijgt klachten over de wachtlijs­ ten bij de neutrale bezoekruimte. Vaak hebben ouders er al een lange juridische procedure opzit­ ten, voordat beslist wordt te werken met de neu­ trale bezoekruimte. Als ze dan te horen krijgen dat ze op een wachtlijst komen en dat het eerste contact wellicht nog zes maanden op zich laat wachten, zakt de moed ze in de schoenen.

Snelle tussenkomst als vonnissen niet nageleefd worden

Contactbreuk als overlevingsstrategie in vechtscheiding Fabio (14) vraagt wat hij kan doen. Zijn ouders maken over alles ruzie en ze stellen elkaar in een negatief daglicht. Bij zijn moeder vindt hij de meeste rust en daar heeft hij zijn vrienden en hobby’s. Maar in de ruzies hebben zijn ouders alle twee een aandeel. Fabio zegt dat hij het niet langer kan aanzien. Om er enigszins mee om te kunnen gaan en zichzelf te beschermen, wil hij voorlopig het contact met zijn vader stopzetten. Ook om zelf overeind te blijven staan in de situatie.

Soms duurt het heel lang voordat een rechtbank opnieuw tussenbeide komt als een vonnis niet nageleefd wordt. De ouder die zijn kind niet meer ziet, blijft soms zes tot acht maanden een klacht indienen, elke keer als de omgangsregeling niet doorgaat. Daardoor slepen situaties aan.

De Klachtenlijn geeft informatie over de dien­ sten waar Fabio terechtkan om hem eventueel te ondersteunen in gesprekken met zijn ouders, zoals het JAC en het CLB. Daarnaast geeft ze informatie over de juridische procedure.

Kinderen en jongeren blijven te lang in conflict­ situaties zitten door wachtlijsten bij de bezoek­ ruimtes en vertraagde werking van de familierechtbank waardoor contactbreuken bestendigd worden.

Ook grootouders willen contact met hun kleinkinderen

Een jaar geen contact De vader van Charlotte (4) en Emily (6) zegt dat hun moeder een klacht tegen hem indiende wegens seksueel misbruik van de meisjes. Onmiddellijk weigerde ze de kinderen nog mee te geven. Uit het strafonderzoek blijkt dat er niets van aan is. De vader ging naar de familierecht­ bank. Daar konden ze na twee maanden een eer­ ste keer verschijnen. Vier maanden later besliste de rechter bezoeken in een bezoekruimte op te starten. Daar krijgt hij te horen dat hij daar nog vijf maanden op moet wachten. Binnenkort heeft hij de kinderen een jaar niet gezien. Hij heeft geen idee hoe de eerste contacten zullen ver­ lopen of welk beeld de meisjes hebben. Hij hoort wel dat zijn ex ze ondertussen verplicht heeft om

Scheidingen zijn zelden te herleiden tot twee partners en hun kinderen. De ruimere familie valt ook vaak uit elkaar. Grootouders vinden hun weg naar de Klachtenlijn als ze geen contact meer hebben met hun kleinkinderen. En ook als ouders nog samenwonen, zien groot­ ouders soms hun kleinkinderen niet meer. Vaak zit daar een familiekwestie of ruzie achter en beslissen ouders de contacten tussen grootouders en klein­ kinderen te verbreken. Het raakt grootouders enorm als ze hun kleinkinderen niet meer kunnen zien. De Klachtenlijn informeert ook dan over familiale bemiddeling en de procedure die grootouders in het kader van hun omgangsrecht kunnen starten, het ‘recht op persoonlijk contact op basis van een affectieve band’. Ook dan beoordeelt een rechter wat in het belang van de kinderen is.


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

Elke woensdag naar oma Simone is de grootmoeder van een kleinzoon en kleindochter, 10 en 8 jaar. Haar zoon en de moe­ der van de kinderen zijn gescheiden. Toen het gezin nog samenwoonde, ving ze haar kleinkin­ deren elke woensdag op. Haar zoon heeft een uitgebreide weekendregeling. Hij komt af en toe op bezoek met de kleinkinderen. Maar sinds de opvang op woensdag wegviel, is de band met de kleinkinderen niet meer wat die was. Ook Siebe en Febe vragen aan oma Simone of ze elke woens­ dag opnieuw bij haar mogen komen. Nu moeten ze in de opvang blijven omdat ze in de week bij hun moeder zijn en die gaat werken. Simone zegt dat een scheiding ook grootouders raakt. Er wordt geen rekening meer gehouden met gewoontes waar de kinderen aan gehecht zijn. Ze vraagt zich af of Siebe en Febe het recht hebben om op woens­ dag weer door haar opgevangen te worden. We leggen de grootmoeder uit dat Siebe en Febe op woensdag kunnen komen als hun moeder het daarmee eens is. Simone kan dat bespreken met haar ex-schoondochter en afwachten hoe die reageert. Als ze niet akkoord gaat, kan de groot­ moeder overwegen om bij de familierechtbank een recht op persoonlijk contact met de klein­ kinderen te vragen.

Familiaal conflict leidt tot contactbreuk De grootvader van Mathias en Ilias meldt dat hij en zijn vrouw van hun zoon de kleinkinderen niet meer mogen zien. Er is een conflict ontstaan tus­ sen hem en zijn zoon naar aanleiding van zaken die ze samen deden. Ze hadden een familie­ bedrijf. Het enige waar ze de grootouders nog mee konden kwetsen, was dat contactverbod met de kinderen. Van Mathias hebben de grootouders een sms’je gekregen dat hij ze enorm mist maar dat zijn ouders niet willen dat ze elkaar nog zien. De grootvader wil weten of een kind het recht heeft om zijn grootouders te zien. De Klachtenlijn legt uit dat kinderen dat recht hebben maar dat ouders bepalen met wie hun kinderen contact hebben. Als ouders weigeren,

kunnen de kleinkinderen hun eigen recht niet opeisen. Een procedure opstarten bij de familie­ rechtbank om een recht op persoonlijk contact aan te vragen, is dan de enige optie.

Recht op contact tussen broers en zussen, halfbroers en halfzussen, stiefbroers en stiefzussen Recht op contact met broers en zussen of samen kunnen opgroeien: het lijkt evident in een kinder­ leven, en toch is het dat niet. Het recht op contact met broers en zussen is in de wet niet zo princi­ pieel uitgebouwd als het omgangsrecht tussen ouder en kind. En omdat minderjarigen proces­ onbekwaam zijn, hebben ze weinig slagkracht om bij de rechter zelf contact met hun broers en zussen te vorderen. Dit kwam in 2019 al aan bod in een standpunt van het Kinderrechtencommissariaat.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Recht doen aan het recht van broers en zussen om samen op te groeien 2019-2020/14, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/standpunt_2019_ 2020_02_contactrecht _ met _ broers_en _ zussen.pdf

Op 21 november 2019 werd in de Kamer van Volks­­vertegen­woordigers een wetsvoorstel inge­ diend over de persoonlijke banden tussen broers en zussen.

N Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, in verband met de persoonlijke ban­ den tussen broers en zussen, w w w.dek amer.b e/FLW B/ PD F/55/0780/­ 55K0780001.pdf

167


168

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 6: Rechten op en in het gezin

Voor de bespreking op 16 juni 2020 gaf het Kinderrechtencommissariaat een advies.

Het wetsvoorstel komt tegemoet aan heel wat bezorgdheden die het Kinder­ rechten­ commis­ sariaat in zijn standpunt ‘Recht doen aan contact­ recht met broers en zussen’ formuleerde. In het wetsvoorstel hebben broers en zussen het recht om niet van elkaar gescheiden te worden, en om contact te kunnen houden. Die rechten worden rechtstreeks aan het kind toegekend, waardoor minderjarigen voor die rechten procesbekwaam worden. Daarnaast garandeert het wetsvoorstel ook het recht op persoonlijk contact tussen stief­ broers en stiefzussen als er sprake is van een bij­ zonder affectieve band. Anderzijds stelt het Kinderrechtencommissariaat vast dat het recht op contact niet geldt voor alle kinderen. Kinderen van wie de bloedband niet bevestigd wordt door een juridische band of door de feitelijke toestand, kunnen geen rechten put­ ten uit dit wetsvoorstel. Het advies stelde daarom ook enkele amende­ menten voor, waardoor die rechten voor álle kinderen gelden. Daarnaast stipt het Kinder­ rechten­commissariaat aan dat alleen het belang van het kind een doorslaggevende overweging mag zijn om broers en zussen van elkaar te schei­ den.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Recht doen aan het recht van broers en zussen om samen op te groeien, 2019-2020/14, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ Recht-doen-aan-het-recht-van-broers-enzussen-om-samen-op-te-groeien.pdf

7


7 7

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

Integraal aandacht voor kinderen in het beleid 7.1. Jeugd- en kinderrechtenbeleid Beleidsnota Jeugd bekeken door kinderrechtenbril De Vlaamse minister van Brussel, Jeugd en Media en coördinerend minister Kinderrechten diende op 8 november 2019 zijn Beleidsnota Jeugd 20192024 in bij het Vlaams Parlement.

Jeugdinformatie We steunen de jeugdinformatieplannen van de minister maar waarschuwen voor blind geloof in een digitaal platform als dé oplossing voor alle informatievragen van kinderen en jongeren. Kinderen en jongeren blijven rechtstreeks con­ tact nodig hebben met iemand die ze helpt om de informatie goed te begrijpen. Daarnaast vra­ gen we toegankelijke kwaliteitsinformatie over thema’s die kinderen en jongeren direct aan­ belangen. Bijvoorbeeld: streven naar school­ reglementen of beslissingen van jeugdrechters die beantwoorden aan de zeven principes van het WAT WAT-label.

Besparen op jeugdwerk? Het Kinderrechtencommissariaat formuleerde daar een advies bij.

Op 22 januari 2020 presenteerden we aandachtspunten in ons advies aan de leden van de commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media:

Kinderrechten als referentiekader maar ook als kompas? Het Kinderrechtencommissariaat kan zich vol­ ledig terugvinden in het pleidooi van de minis­ ter om het Vlaams jeugdbeleid volledig te enten op kinderrechten. De minister maakt duidelijk dat hij zijn functie als coördinerend minister Kinderrechten belangrijk vindt. Wel vragen we de minister: ■ Toon initiatief bij federale thema’s die raken aan kinderrechten. ■ Maak werk van een actieplan kinderrechten, zoals het VN-Kinderrechtencomité vraagt. ■ Draag zorg voor ‘alle’ kinderrechten, wat meer is dan de vijf prioriteiten in het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan. We scharen ons achter de kind- en jeugdreflex en kijken uit naar het beloofde jaarlijkse overleg met elke Vlaamse minister zoals gesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het jeugden kinderrechtenbeleid.

Het Kinderrechtencommissariaat betreurt de besparingen. Het is de tweede keer op rij dat het jeugdwerk moet besparen. We zijn bang dat de besparing niet alleen het jeugdwerk en zijn veer­ kracht onder druk zet, maar ook de rechten van kinderen en jongeren.

Werk maken van Kind- en Jeugd­ vriendelijke Steden en Gemeenten De minister blijft gaan voor het label Kind­ vriendelijke Steden en Gemeenten en het Vlaams Netwerk Kind- en Jeugdvriendelijke Steden en Gemeenten. Het Kinderrechtencommissariaat juicht dat toe. Een kindvriendelijk lokaal beleid heeft meer kans op slagen als lokale besturen kun­ nen blijven rekenen op inspiratie, aanmoediging, ondersteuning en monitoring van Vlaanderen. Wel vragen we straffere structurele en financiële engagementen van Vlaanderen. Vlaanderen moet het lokale jeugdbeleid ook monitoren vanuit kinder­rechten. Ideaal wordt de vrijetijdsmonitor in die zin aangepast.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota Jeugd vanuit kinderrechten bekeken, 2019-2020/03, w w w.k in der r echten co mmiss ar ia at.b e/ advies/beleidsnota-jeugd-vanuit-kinderrech­ ten-bekeken

169


170

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

Vijf prioriteiten én blijvende aandacht voor alle kinderrechten? De Vlaamse minister van Jeugd vroeg het Kinderrechtencommissariaat een spoedadvies over de vijf prioritaire doelstellingen voor het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP) 2020-2024.

Op 21 februari 2020 gaf het Kinder­ rechten­commissariaat dit advies.

Trek genoeg budget uit voor het JKP We betreuren dat de Vlaamse Regering het prio­ ritaire belang van de vijf thema’s onder druk zet door niet uitdrukkelijk JKP-middelen te budget­ teren en door te besparen in beleidsdomeinen die het leven van kinderen rechtstreeks raken.

Monitor de vijf prioriteiten op lokaal en Vlaams niveau De Vlaamse Regering moet oog hebben voor het lokale jeugd- en kinderrechtenbeleid. Lokale besturen moeten kunnen rekenen op genoeg geld en ondersteuning voor hun lokaal jeugd- en kinderrechtenbeleid. De uitvoering van elke pri­ oriteit moet op Vlaams en lokaal niveau gemoni­ tord worden.

Laat elke prioriteit gelden voor elk kind Het Kinderrechtencommissariaat waardeert de vijf prioriteiten die de Vlaamse Regering in de regeerperiode 2020-2024 wil realiseren. Toch stippen we in ons advies ook de tekortkomin­ gen aan en geven we beleidssuggesties voor een straffer Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid. Blijf voor álle kinderrechten gaan.

Zet in op samenwerking tussen verschillende beleidsdomeinen en -niveaus Veel problemen van kinderen en jongeren vragen een integrale aanpak. Daarom moet het JKP ver­ der reiken dan de som van alle domeinspecifieke beleidsplannen. Het JKP moet meer zijn dan het verzilveren van de bestaande beleidsplannen.

Jeugdactoren en VN-Kinder­ rechten­ comité willen straf armoedebeleid We betreuren het dat kinderarmoede geen aparte prioriteit is in het JKP. Het was dé prioriteit in het participatieve voorbereidingstraject. Het VN-Kinderrechtencomité tikte vorig jaar België op de vingers voor het aanhoudend hoge aantal kinderen in armoede.

Kinderen willen écht gehoord worden We vragen de Vlaamse Regering om als ze de priori­teiten uitwerkt ook te luisteren naar kinde­ ren en jongeren zelf. Zij hebben recht op partici­ patie en worden nog te vaak vergeten als partner.

Elke prioriteit moet vertaald worden in doel­ stellingen en acties die voor iedereen gelden. Kinderen met een beperking, vluchtelingen­ kinderen, kinderen van minderheden, kinderen die gescheiden leven van hun ouders moeten in elke prioriteit aan bod komen.

Extra aandachtspunten uit meldingen bij de Klachtenlijn en eerdere adviezen Naast deze algemene bezorgdheden vragen we aan de Vlaamse Regering om bij het uitwerken van elke prioriteit rekening te houden met de signa­ len, klachten en kinderrechtenschendingen bij de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat.

Welbevinden en positieve identiteits­ontwikkeling We scharen ons achter de ruime definitie van ‘wel­ bevinden’ en vragen uitdrukkelijk aandacht voor kinderen in scheidingssituaties, rechten op en in de jeugdhulp, bescherming van kinderen tegen geweld, welbevinden van kinderen op school, psychisch welbevinden van kinderen en jonge­ ren, positieve identiteitsontwikkeling van donor­ kinderen, adoptiekinderen en de plaats van het recht op vrijheid van religie in onze samenleving.

Gezonde en leefbare buurten We staan achter deze prioriteit. De nadruk op een gezonde buurt is nodig. Wel vragen we aan de Vlaamse Regering om de uitbouw van deze priori­ teit participatief en integraal aan te pakken, want een leefbare buurt heeft aandacht voor de ver­


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

keers- en sociale veiligheid, stimuleert contacten tussen mensen, heeft toegankelijke basisvoor­ zieningen voor iedereen, pakt de luchtvervuiling aan en maakt de publieke ruimte bespeelbaar.

Engagement in de samenleving door vrijwillige inzet Het Kinderrechtencommissariaat schaart zich achter initiatieven die de maatschappelijke betrokkenheid van kinderen en jongeren en hun vrijwillige inzet verhogen. Tegelijk moet het JKP ook engagementen van de Vlaamse Regering opsommen die aantonen dat hun maatschappe­ lijk betrokkenheid en boodschap geen dode let­ ter blijft en dat hun vrijwillige inzet ondersteund en gedragen wordt.

Vrijetijdsbesteding voor allen Het Kinderrechtencommissariaat staat achter deze prioriteit. Alle kinderen moeten gelijkwaar­ dig hun recht op spel en vrije tijd kunnen uitoefe­ nen. Kunnen ze dat niet? Dan moeten ze kunnen rekenen op extra inspanningen van de overheid. Het Kinderrechtencommissariaat verwacht dat het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten ook een plaats krijgt in de prioriteit ‘vrijetijdsbe­ steding voor allen’. Dat decreet kan een hefboom zijn om deze prioriteit te verwezenlijken.

Mediawijsheid Mediawijsheid is een belangrijk actueel thema. We vragen in te zetten op vaardigheden in kritisch omgaan met media en informatie, en bewust zijn van mogelijke gevolgen voor de privacy, zowel voor kinderen als voor ouders en andere opvoeders.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Vijf prioriteiten en blijvende inspanningen voor alle kinderrechten, 2019-2020/07, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ vijf-prioriteiten-en-blijvende-inspanningenvoor-alle-kinderrechten

7.2. Recht op een behoorlijke levensstandaard Kinderen in armoede In Vlaanderen leven 150.000 kinderen in armoede. Dat is al jaren zo. Hun rechten worden elke dag geschonden. Het Kinderrechtencommissariaat blijft pleiten voor een ambitieuzere aanpak van kinder­ armoede.

Ook wij willen goed leven en gelukkig zijn Ik ben een meisje van 15. Ik heb vijf broers. We wonen allemaal in een huisje met onze ouders. We hebben een heel moeilijk leven. Mijn ouders zijn heel verdrietig voor ons omdat ze er ook niets aan kunnen doen. Ze geven soms hun eten aan ons. We eten ook geen lekkere dingen en we eten altijd maar een beetje zodat iedereen wat kan eten. Soms huilen we en mijn kleine broers ook omdat ze niet krijgen wat ze willen. Als ik met mijn kleine broers naar buiten ga of een beetje wandel met onze papa, dan zien we kin­ deren die lekker eten op straat en kopen wat ze willen. Dan worden we heel verdrietig, vooral mijn kleinere broers, en dan vragen ze aan mijn ouders: ‘Waarom kopen jullie niets voor ons? Mama, papa, alstublieft! Kijk, die ouders kopen ook ijsjes, chips of sap voor hun kinderen.’ Dan kijken we naar onze ouders en dan zeggen ze niets omdat ze er niets aan kunnen doen. Ze willen ook dat we gelukkig worden en blij zijn zoals veel andere kinderen. Ik vind het heel heel erg hoe we nu leven. We willen ook leven zoals andere kinderen, veel eten, mooie kleren dragen. Soms schaam ik me en voel me slecht als ik naar buiten ga. Altijd in dezelfde kleren en niet zo mooi en dat is bij mijn broers ook zo. Als onze kleren kapot gaan, kunnen we geen nieuwe kopen. Dan naait mijn mama voor ons met de hand en dat is niet altijd mooi maar we moeten dat aandoen omdat we niets anders hebben. Ik ben een jonge dame en ik wil er ook mooi en goed uitzien zoals veel andere meisjes. Ons probleem is groot. Ik hoop dat jullie het begrijpen en ik hoop dat er iets verandert. We zullen heel dankbaar zijn als jul­

171


172

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

lie ons kunnen helpen en iets voor ons doen, dat we zoals andere kinderen goed leven en gelukkig zijn. Het Kinderrechtencommissariaat bracht samen met het meisje de verblijfshistoriek van het gezin in kaart en legde uit welke mogelijkheden er wel en niet zijn om een verblijf in België te regulari­ seren. Omdat de advocaat van de familie onbe­ reikbaar was, brachten we het gezin in contact met het juridisch expertisecentrum Nansen vzw voor een onafhankelijk advies over hun verblijfs­ situatie. Samen met het meisje stelden we de aanmelding voor Nansen op en verzamelden we zoveel mogelijk informatie over hun vijf jaar verblijf in België. Voor de problemen met eten en kleren vroegen we de plaatselijke armoede­ organisaties waar en onder welke voorwaarden ouders en kinderen er terechtkunnen. De organi­ saties en het gezin kenden elkaar al.

Achter financiële armoede schuilt een kluwen van oorzaken en gevolgen voor onderwijs, gezondheid, psychisch welzijn, huisvesting, een beperkte toegang tot rechtbanken om rechten af te dwingen. Bij het meisje met haar vijf broers komt daar nog een probleem met verblijfs­ documenten bovenop als groot struikelblok voor het recht op een passende levensstandaard. Verblijfsdocumenten zijn de sleutel tot verschil­ lende diensten die armoede kunnen aanpakken. En toch. De kinderrechten zijn er voor álle kinde­ ren, zonder uitzondering. Het VN-Kinder­rechten­ comité drong al verschillende keren aan op een gecoördineerd Actieplan Kinderrechten met uit­ drukkelijke aandacht voor kinderen in kwets­ bare situaties. In zijn aanbevelingen benadrukt het VN-Kinderrechtencomité de gevolgen van armoede op huisvesting en op toegang tot een waardig leven voor kinderen.

Einde van de maand is onhaalbaar Een grootmoeder maakt zich zorgen over haar twee kleindochters. Haar dochter kan niet gaan werken en leeft van een invaliditeitsuitkering. De vader verkwist het geld waardoor haar dochter de laatste twee weken van de maand nauwelijks eten kan kopen en geen medicijnen of dokters­ bezoeken kan betalen. Gezinnen durven daar niet

altijd open over te spreken. Haar dochter dacht dat een lening een oplossing zou zijn. Maar het is een krediet bij van die instellingen die erg hoge rentes vragen en maar geld geven zonder na te gaan of een gezin de lening wel aankan. Zo werd de schuldenberg alleen maar groter. De groot­ moeder kan niet meer financieel ondersteunen dan ze nu al doet. Wat kan haar dochter doen zodat de kleinkinderen niet hoeven te lijden? De Klachtenlijn verwijst de grootmoeder door naar het OCMW en geeft informatie over budget­ begeleiding. We erkennen hoe moeilijk het is om hulp te vragen in situaties van armoede. We bena­ drukken hoe belangrijk het is dat op tijd te doen om een sneeuwbaleffect te voorkomen.

Scheidingen leiden ook vaak tot finan­ ciële kwetsbaarheid Een moeder vraagt wat ze kan doen voor haar 6-jarige dochter. De vader betaalt maar heel spo­ radisch alimentatiegeld. Zij draagt bijna alle kos­ ten alleen. Ze kan dat niet langer aan. Toch heeft haar ex een goede job en woont hij nog altijd in hun vroegere huis. Die verdeling sleept aan bij de rechtbank. Een nieuwe rechtszaak voor het ali­ mentatiegeld kan de vrouw niet aan. Ze zegt dat ze daar het geld niet voor heeft. Haar advocaat kostte haar nu al bijna 4.000 euro. Zijn er andere wegen om te eisen waar hun dochter recht op heeft: twéé ouders die instaan voor haar levens­ onderhoud? De Klachtenlijn informeert de moeder over de Dienst voor Alimentatievorderingen. Ze had daar al contact mee, maar een van de voorwaarden is dat het moet gaan over twaalf maanden. Nu gaat het nog maar over zeven maanden. Bovendien mag het gemiddelde inkomen niet hoger zijn dan 2.200 euro + 70 euro per kind ten laste. De moe­ der zit daar net 80 euro boven. Helaas kan alleen een advocaat dan verder adviseren.

Armoede komt bij de Klachtenlijn niet zo vaak binnen als signaal op zich. Soms is er duidelijk sprake van armoede, naast andere signalen. Maar vaker ligt armoede subtieler als een sluier over


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

en tussen de andere problemen. Dat er sprake is van armoede, blijkt als melders zeggen dat hun financiële situatie heel kwetsbaar is, dat er een collectieve schuldenregeling is, dat ze te weinig geld hebben om een rechtszaak op te starten. Armoede heeft een enorme impact op zowat alle aspecten van het leven van kinderen en jonge­ ren. Je hebt geen coole kleren, dus meer kans om gepest te worden op school. Je kunt je niet ontplooien in een hobby, want daar is geen geld voor. Je verveelt je steendood in de vakantie, want jij gaat niet leuk op kamp of op vakantie. Je woont in een saaie buurt, zonder tuin en zonder plaats om je uit te leven en te spelen. Je leeft in een klein appartement waar je geen rustige plek hebt om je huiswerk te maken. Je hebt thuis geen boeken. Je bent misschien vaker ziek omdat je in een tochtige kamer slaapt met schimmel op de muren. Kortom: je hebt veel minder kansen om je te ontwikkelen en te genieten van een ‘zorge­ loze jeugd’. Daarbovenop komt nog de continue stress van je ouders die hun best doen om met hun geld het einde van de maand te halen. Armoede tast veel kinderrechten aan, zoals het recht op onderwijs, op vrije tijd en ontspanning, op gezondheidszorg. Armoede heeft ook grote gevolgen op de ontwikkeling van kinderen en jongeren en hun kansen nu en in de toekomst. Daarom is kinderarmoede bestrijden een top­ prioriteit voor het Kinderrechtencommissariaat.

Structurele problemen vragen structurele oplossingen Gezinnen in armoede stuiten vaak op structurele uitsluiting. Gezinnen proberen op eigen kracht uit de armoede te raken, maar als de structurele barrières dat verhinderen en niet erkend worden, dan dreigt armoede te verzakken in een eigenschuldmodel. Kinderarmoede kan moeilijk toege­ schreven worden aan eigen schuld. Corona maakte de meest kwetsbaren in onze samenleving in het begin onzichtbaar want kin­ deren en jongeren verloren de connectie met school, jeugdwelzijnswerk en asielinstanties of opvang. Ze verdwenen letterlijk van de radar. Maar daardoor kwamen ze even later net méér onder de aandacht. Het werd nog duidelijker dan anders hoe hard die kinderen en jongeren

en hun gezin de ondersteuning nodig hadden die nu voor een groot deel wegviel. De Taskforce Kwetsbare gezinnen deed goed werk en leverde een positieve bijdrage aan het beleid. Nu is het zaak om de aanbevelingen voor de coronacrisis om te zetten in structureel beleid dat kwetsbare gezinnen, kinderen en jongeren op de radar houdt. In ons advies over de beleidsnota Welzijn vroe­ gen we om van het groeipakket een krachtig speerpunt tegen kinderarmoede te maken. Het totaalbedrag voor een gezin met een laag inko­ men zou de gemiddelde minimale kost van een kind moeten dekken.

N Kinderrechtencommissariaat,

Advies Beleids­ nota Welzijn bekeken door een kinderrechtenbril, 2019-2020/06, www.kinderrechtencommissariaat.be/advies/ beleidsnota-welzijn-bekeken-door-een-kin­ derrechtenbril

Het Kinderrechtencommissariaat verwacht van de regering meer inspanningen om een mens­ waardige levensstandaard met genoeg inkomen voor alle kinderen te realiseren. Daarvoor is visie en samenwerking nodig in de Vlaamse Regering, maar ook interfederaal en met de lokale bestu­ ren. We vragen opvolging en ondersteuning van het lokaal sociaal beleid en vragen om netwerking tussen lokale diensten niet te zien als alternatief voor sterke sociale basisvoorzieningen, maar als nodig en aanvullend. We kijken uit naar heldere doelstellingen in het nieuw Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, en een wetenschappelijke evaluatie van het armoede­ beleid, met opvolging van de situatie van minderjarigen. We vragen ook extra aandacht voor dakloze gezinnen met kinderen en jongeren en voor kin­ deren en jongeren op de vlucht.

173


174

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

Corona stelt het recht op menswaardig wonen scherper Het recht op menswaardig wonen van kinde­ ren en jongeren staat enorm onder druk. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg signalen van bezorgde burgers en organisaties over kwets­ bare ouders en kinderen die in de lockdown in een kleine ruimte moeten samenwonen. De resultaten van onze online-enquête #jongeren­ overcorona bevestigen dat: ■ 15,9% van de kinderen zegt dat ze geen eigen plek hebben waar ze zich rustig kunnen terugtrekken. Dat percentage neemt toe bij de 707 kinderen die nooit naar buiten kunnen als ze dat willen (32%) en bij de 1.472 kinderen die zeggen dat het thuis financieel moeilijk is sinds corona (20,6%). ■ Bij de jongeren heeft bijna 17% geen eigen plekje. 30,1% van de 2.641 jongeren die zeggen dat het nu financieel moeilijk is, heeft geen eigen rustplek.

N Kinderrechtencommissariaat,

Kenniscentrum Kinderrechten en Kinderrechtencoalitie Vlaan­ deren, Rapport Kinderrechtenperspectief in de coronacrisis #jongerenovercorona – Meer dan 44.000 kinderen en jongeren over corona, 27 mei 2020, www.kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/20200525_rapport_ jongeren_over_corona.pdf

Klachtenlijn ziet toe op recht op geschikte woning

Op 17 juli werd beslist het uitvoeren van de uit­ huiszetting te heropstarten in zowat duizend opgeschorte dossiers. De Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat verwachtte meer klachten van gezinnen die op straat kwamen te staan. Maar de klachten bleven uit.

Kinderen spelen geen rol in voorrangsregels Het Kinderrechtencommissariaat kreeg opnieuw vragen van ouders of ze als gezin met kinde­ ren voorrang kunnen krijgen voor een sociale woning.

Mijn woning is ongeschikt verklaard – eind augustus dreigt de uithuiszetting Mijn dochter leerde op school over kinderrechten. Daarom neem ik contact op met jullie. Mijn woning is ongeschikt verklaard. De eigenaar is gekend als huisjesmelker. Bij de sociale huisvestingsmaat­ schappij ben ik op de wachtlijst opgeschoven van plaats 154 naar 77. Ze zeggen me dat ik met mijn twee kinderen geen voorrang krijg. Klopt dat? Er is ook sprake van een ‘doorgangswoning’ voor ons maar dat zien wij niet zitten. Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de moeder. We bevestigden dat kinderen geen voorrang opleveren. We raadden de moeder aan om toch in te trekken in de doorgangswoning en ondertussen een nieuwe woning te zoeken in haar eigen gemeente. Want het aantal jaren lokale binding speelt wel een rol in de voorrang op een sociale woning.

Heropstart uithuiszetting na moratorium Het coronavirus vergroot ongelijkheden op de Vlaamse woonmarkt uit. Kwetsbare gezinnen die het al moeilijk hadden op de private huurmarkt krijgen het nog zwaarder te verduren.

Nota ‘Wonen’ in de Taskforce Kwetsbare gezinnen

De Vlaamse overheid nam noodmaatregelen om het recht op menswaardig wonen te blijven garanderen, zoals de vroegere activering van het Fonds ter bestrijding van de uithuiszettingen, een moratorium op uithuiszettingen, en bemiddeling tussen huurders en verhuurders.

In volle coronacrisis richtte de Vlaamse Regering op vraag van de coördinerende minister voor Armoedebestrijding een Taskforce Kwetsbare gezinnen op, georganiseerd en ondersteund door het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Met


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

die taskforce wil de Vlaamse Regering snel rea­ geren op de noden en zorgen van de mensen die door corona extra kwetsbaar werden. Het Kinderrechtencommissariaat werkte mee in de taskforce, samen met vertegenwoordigers van organisaties voor armoedebestrijding, soci­ aal werk, ouderen, personen met een handicap, samenleven, integratie en inburgering, en lokale besturen. De werkgroep verzamelde signalen en formu­ leerde beleidssuggesties op verschillende domei­ nen, zoals Zorg en Welzijn, Vrije tijd en Wonen.

Stakeholderswerkgroep van taskforce presenteert drie sleutels voor de relance van de Vlaamse woonmarkt na covid-19 Deelnemers van de stakeholderswerkgroep pleit­ ten voor drie belangrijke sleutels in de relance na covid-19: ■ Een pakket ondersteunende maatregelen op de private huurmarkt. ■ Veel meer sociale woningen via sociale huis­ vestingsmaatschappijen en sociale verhuur­ kantoren (SHM en SVK). ■ Preventie van dak- en thuisloosheid, in combi­ natie met woongerichte oplossingen. Als er een nieuwe lockdown komt, vraagt de groep om de verlenging van huurcontracten op de private huurmarkt meteen mogelijk te maken om rechtsonzekerheid te voorkomen. De groep vraagt om het moratorium gefaseerd los te laten, in te zetten op begeleiding naar een woonge­ richte oplossing, de huidige huurpremie te flexi­ biliseren, en te investeren om kwetsbare huurders beter te bereiken, te adviseren en te begeleiden. Voor de sociale huurmarkt waardeert de werk­ groep de getoonde wendbaarheid in de corona­ crisis, bijvoorbeeld door een snelle aanpassing mogelijk te maken van de huurprijs bij plots inko­ mensverlies. De groep vraagt de overheid om te blijven investeren in de sociale huurmarkt, haar aanbod te verruimen en snelle toegang tot de sociale woonmarkt te garanderen voor de meest kwetsbare gezinnen.

Voor dak- en thuisloze gezinnen moet bij een tweede golf van het coronavirus snel de omslag gemaakt worden van nood- of nachtopvang naar 24-uursopvang met genoeg begeleiding, en moe­ ten kwetsbare gezinnen terechtkunnen in genoeg noodwoningen. Als lid van de stakeholderswerkgroep onder­ schrijft het Kinderrechtencommissariaat de nota over het beleidsdomein wonen.

N Steunpunt

tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, Input van het stakeholdersoverleg i.f.v. de Vlaamse Taskforce Kwetsbare gezinnen, 6 juli 2020, www.armoedebestrijding.be/wp-content/ u p l o a ds/ 2020/07/ 20 070 6 - N o t a - I n p u tStake­holders­overleg-TF-Kwetsbare-gezinnen06-juli-2020-publicatie.pdf

Beleidsnota Wonen bekeken door een kinderrechtenbril Kinderen zijn grootgebruikers van het Vlaamse woonpatrimonium en net als volwassenen heb­ ben ze recht op menswaardig wonen. Voor het Kinderrechtencommissariaat is het belangrijk het woonbeleid te blijven opvolgen want het kinder­ perspectief is in het woonbeleid behoorlijk spe­ cifiek. Kinderen zijn extra kwetsbaar. Raken aan hun woonzekerheid is raken aan hun ontplooi­ ingskansen en aan veel andere kinderrechten. Op 8 november 2019 diende de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed zijn beleidsnota 2019-2024 Wonen in bij het Vlaams Parlement.

N Beleidsnota

Wonen 2019-2024 van Matthias Diependaele, Parl.St. Vl.Parl. 2019-2020, nr. 138/1, www.vlaamsparlement.be/parlementaire-­ documenten/parlementaire-initiatieven/­ 1342763

175


176

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 7: Integraal aandacht voor kinderen in het beleid

Het Kinderrechtencommissariaat analy­ seerde de beleidsnota.

■ Maak kinderen meer zichtbaar in het Vlaamse woonbeleid, in de statistieken en maak een kindreflex of JoKER (kind- en jongereneffect­ rapport) bij elke beleidsbeslissing met directe impact op het woonrecht van kinderen en jon­ geren. ■ Zorg voor meer sociale huurwoningen, huur­ subsidies en -premies, zodat elk maatschappe­ lijk kwetsbaar gezin kwaliteitsvol kan wonen. ■ Heb aandacht voor woningkwaliteit vanuit kindperspectief. ■ Ga voor een verplicht conformiteitsattest en zorg voor genoeg alternatieve woningen als een gezin de woning moet verlaten door slechte woningkwaliteit. ■ Pas het woninghuurdecreet aan vanuit kind- en jongerenperspectief: - Onderzoek of de regelgeving voor studenten­ huur aangepast kan worden zodat ook stu­ denten die de jeugdhulp verlaten én geen alternatieve hoofdverblijfplaats hebben een even grote toegang hebben als andere stu­ denten. - Pas vanuit het belang van het kind de uit­ huiszettingsprocedure aan. ■ Geef extra aandacht aan kwetsbare groepen, zoals het toenemend aantal straatkinderen en dak- en thuisloze gezinnen: - Zorg dat het globaal plan over dak- en thuis­ loosheid voldoende rekening houdt met het kindperspectief. - Blijf gehoor geven aan de woonnood van dak- en thuisloze gezinnen in het nieuwe toewijzingsbeleid. - Heb extra aandacht voor jongeren die de jeugdhulp moeten verlaten als ze meerder­ jarig worden en op zoek zijn naar een woning.

8


8 8

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 8: Kinderrechten internationaal

Kinderrechten internationaal

8.1. Europese kinderombudsdiensten

Het European Network of Ombudspersons for Children (ENOC) verbindt vandaag 42 Europese kinderombudsdiensten uit 34 landen van de Raad van Europa, waaronder 23 EU-landen.

N Website European Network of Ombudspersons

Statement: kinderrechten in het kader van de uitbraak van covid-19 Terwijl we allemaal proberen ons aan te passen aan een nooit geziene wereldwijde crisis, staan kinderombudsdiensten en kinderrechtencommis­ sarissen in heel Europa voor een nieuwe uitda­ ging: hoe kunnen we de rechten van kinderen blijven verdedigen tijdens de beperkingen om de uitbraak van covid-19 aan te pakken?

for Children: www.enoc.eu

Jaarvergadering over kinder­ rechten in de digitale omgeving Van 25 tot 27 september 2019 hield ENOC zijn jaarlijkse conferentie in Belfast. De kinder­ ombudsdiensten wisselden informatie en ervarin­ gen uit over hun werking. Samen met de délégué général aux droits de l’enfant waakten we erover dat de inbreng van de jongeren uit het ENYAproject zijn weg vond naar het ENOC. Het Kinderrechtencommissariaat werkte mee aan de voorbereiding van het position statement over het jaarthema kinderrechten in de digitale om­geving.

N European

Network of Ombudspersons for Children, Position Statement on Children’s Rights in the digital environment, adopted at the 23th ENOC Annual General Assembly, 27 september 2019, Belfast enoc.eu/wp - content/uploads/2019/10/ ENOC-2019-Statement-on-Childrens-Rightsin-the-Digital-Environment.pdf ENYA Young People's recommendations on Children’s Rights in the digital environment, adopted at the 23th ENOC Annual General Assembly, 27 september 2019, Belfast enoc.eu/wp - content/uploads/2019/10/ ENYA-recommendations-on-childrens-rightsin-the-digital-environment-FV.pdf

Op 1 april riep ENOC onze regeringen, de Europese Commissie en de Raad van Europa op om alle passende maatregelen te nemen om ook in de covid-19-gezondheidscrisis de rechten van alle kinderen te blijven respecteren: ■ Recht op informatie en participatie (artikel 12 en 13 van het kinderrechtenverdrag). ■ Recht op bescherming tegen geweld en mis­ bruik (artikel 19 en 34 van het kinderrechten­ verdrag). ■ Recht op gezondheid en ontwikkeling, op sociale zekerheid en op een adequate levens­ standaard (artikel 24, 26 en 27 van het kinder­ rechtenverdrag). ■ Recht op onderwijs (artikel 28 en 29 van het kinderrechtenverdrag). De snel evoluerende situatie blijft kinderen zwaar treffen en verergert de leefomstandigheden van de meest kwetsbare groepen. ENOC en zijn leden blijven de situatie van alle kinderen op de voet volgen, en ook de reacties van lokale, nationale en Europese autoriteiten tijdens en na de isolatie­ maatregelen.

N ENOC, Children’s Rights in the context of the COVID-19 outbreak, Statement, 1 april 2020, enoc.eu/?p=3254.

N

Uitdagingen en reacties van de Kinderombudspersonen in het kader van covid-19 ENOC en Unicef hielden in mei 2020 een korte online-enquête over hoe de kinderombudsdien­ sten probeerden tegemoet te komen aan de uitdagingen van covid-19. 23 ENOC-leden beant­

177


178

Deel 3: Waar knelt het? Hfst 8: Kinderrechten internationaal

woordden de enquête. Daarna volgden bijna 60 vertegenwoordigers van kinderombudsdien­ sten en Unicef een onlinesessie over de impact van covid-19 op hun werk en op de rechten van het kind in hun land. Ze wisselden innovatieve praktijken uit. De belangrijkste elementen zijn samengevat in een rapport ‘Ombudspersonen en commissarissen voor de uitdagingen en antwoor­ den van kinderen op covid-19’. De resultaten van de enquête van ENOC en Unicef en de onlinesessie tonen dat de meest kwets­ bare kinderen (kinderen in armoede, kinderen in instellingen, kinderen met een beperking, kin­ deren van migranten) het meest getroffen zijn door corona. Hun kwetsbaarheid is verergerd en de ongelijk­ heden werden zichtbaarder, vooral in online­onderwijs. De noodsituatie maakte ook zichtbaar dat sommige landen in hun beperkende maat­regelen systematisch geen rekening houden met de rechten en het welzijn van kinderen. Er werd gewezen op het gebrek aan coördinatie en aan een geïntegreerde aanpak. In deze crisis was de rol van de ombudsdiensten en kinderrechten­ commissarissen meer dan ooit cruciaal en werd die zelfs versterkt. Heel wat kinderombudsdien­ sten pasten hun werkmethoden en activiteiten aan om kinderen en jongeren te blijven bescher­ men.

N ENOC-Unicef, Ombudspersons and Commis­soners for children’s challenges and responses to COVID-19, www.enoc.eu/wp-content/uploads/2020/ 06/ENOC-UNICEFF-COVID-19-survey-updated-­ synthesis-report-FV.pdf

Evacueer minderjarigen uit de vluchtelingenkampen op Griekse eilanden Op 6 april schreef ENOC een open brief over de noodsituatie van migrantenkinderen die vast­zitten in kampen aan de grens tussen Griekenland en Turkije en op de Griekse eilanden. Ze drongen aan op de onmiddellijke evacuatie van die kinderen om hun veiligheid en fundamentele rechten te garande­ ren en om een uitbraak van covid-19 te voor­komen. De bescherming van kinderen die gevangen zitten in humanitaire noodsituaties, moet tijdens de pan­

demie een prioriteit zijn. We mogen de kinderen in vluchtelingenkampen niet de rug toekeren.

N www.kinderrechtencommissariaat.be/actueel/­ open-brief-evacueer-minderjarigen-uit-devluchtelingenkampen-griekse-eilanden Het Kinderrechtencommissariaat schaarde zich achter de oproep en vroeg op 6 april 2020 in een brief aan de minister van Asiel en Migratie dat ook België zich zou engageren om niet-bege­ leide minderjarigen uit de Griekse vluchtelingen­ kampen te hervestigen.

8.2. VN-Kinderrechtencomité VN-Kinderrechtencomité waarschuwt voor gevolgen coronacrisis Het VN-Kinderrechtencomité waarschuwde op 8 april 2020 voor de ernstige fysieke, emotio­ nele en psychologische gevolgen van de covid19-pandemie voor kinderen, vooral in landen die noodtoestanden en verplichte lockdowns afkon­ digen. Het comité roept staten op de rechten van kinderen te beschermen: ■ Ga zorgvuldig na wat de gezondheids-, soci­ ale, educatieve, economische en recreatieve impact is van de pandemie voor de rechten van het kind. ■ Verken alternatieve en creatieve oplossingen voor kinderen en jongeren zodat ze kunnen genieten van hun recht op rust, vrije tijd, recreatie en culturele en artistieke activiteiten. ■ Zorg dat onlineleren de ongelijkheden niet ver­ ergert of de interactie tussen leerling en leer­ kracht niet vervangt. ■ Zorg dat alle kinderen in de lockdown een voedzame maaltijd krijgen, want veel kinde­ ren krijgen anders hun enige voedzame maal­ tijd op school. ■ Blijf de toegang garanderen tot basisdiensten, zoals gezondheidszorg, water, sanitair en geboorteregistratie. ■ Definieer kinderbescherming als essentieel. Alle diensten moeten beschikbaar blijven, huisbezoeken moeten kunnen als dat nodig is en professionele geestelijke gezondheidzorg


Deel 3: Waar knelt het? Hfst 8: Kinderrechten internationaal

■ ■

■ ■

■

voor kinderen in lockdown blijft nodig. Bescherm kinderen en jongeren die kwetsbaar­ der worden door de pandemie. Laat kinderen in alle vormen van detentie vrij. Als dat niet kan, laat ze dan regelmatig contact hebben met hun familie. Voorkom arrestatie of detentie van kinderen wegens het schenden van coronamaatregelen. Verspreid nauwkeurige, kindvriendelijke infor­ matie over covid-19, ook bij kinderen met een handicap, met een migratieachtergrond of met beperkte toegang tot internet. Creëer mogelijkheden om standpunten van kinderen te horen en in aanmerking te nemen in de besluitvorming over de pandemie.

N VN-Kinderrechtencomité, COVID-19 statement, tbinternet.ohchr.org/_layouts/15/treatybo­ dyexternal/Download.aspx?symbolno=INT/ CRC/STA/9095&

Algemene aanbeveling kinder­­ rechten in het jeugd­ straf­ rechtsysteem Het VN-Kinderrechtencomité nam een nieuwe General Comment aan over kinderrechten in het jeugddelinquentierecht: General Comment No. 24 on children’s rights in the child justice system. De nieuwe tekst vervangt de oude General Comment No. 10 on children’s rights in juvenile justice. Hij gaat in op actuele ontwikkelingen en draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een rechtvaar­ dig, effectief en kindgericht systeem voor jeugd­ delinquentierecht met aandacht voor preventie, vroege interventie, multidisciplinaire benadering, minimumleeftijd voor strafrechtelijke aansprake­ lijkheid, vrijheidsbeneming en alternatieven voor gerechtelijke afdoening (‘diversion’).

N VN-Kinderrechtencomité,

General Comment No. 24 (2019) on children’s rights in the child justice system, UN Doc. CRC/C/GC/24, 18 sep­ tember 2019, tbinternet.ohchr.org/_layouts/15/treatybo­ dyexternal/Download.aspx?symbolno=CRC %2fC%2fGC%2f24&

Richtlijnen bij het optioneel protocol verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie van kinderen De richtlijnen van het VN-Kinderrechtencomité besteden bijzondere aandacht aan de nieuwe bedreigingen waarmee kinderen geconfronteerd worden door internet en sociale media. Die snel evoluerende informatie- en communicatietech­ nologieën bieden seksuele delinquenten nieuwe mogelijkheden om kinderen te misbruiken. Ze gebruiken die media om online seksueel mis­ bruik van kinderen te bekijken en eraan mee te doen via live videostreaming, om materiaal over sek­ sueel misbruik van kinderen te verspreiden en om seksuele afpersing te plegen. De daders verbinden en delen gecodeerde informatie met elkaar en gebruiken het dark net om strafbare feiten te plegen. In een wereld waarin de toegang tot internet zich op ongekende schaal uitbreidt, vergroot het risico dat kinderen seksueel uit­ gebuit of als handels­ waar gekocht en verkocht worden, ook over nationale grenzen heen. De richtlijnen willen een beter begrip bevorderen van de bepalingen van het facultatief protocol en praktische oplossingen aanreiken op basis van goede praktijken en uitdagingen. Ze moeten de 176 staten die het facultatieve protocol ratifi­ ceerden, helpen om de bepalingen ervan uit te voeren. De richtlijnen gaan ook in op de rol van de particuliere sector en op de verplichting van de staten om te zorgen dat bedrijven en andere entiteiten uit de particuliere sector maatregelen nemen om seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen.

N VN-Kinderrechtencomité, Guidelines regarding the implementation of the Optional Protocol to the Convention on the Rights of the Child on the sale of children, child prostitution and child pornography, UN Doc. CRC/C/156, 10 September 2019, www.ohchr.org/Documents/HRBodies/CRC/ CRC.C.156_OPSC%20Guidelines.pdf

179


Deel

4

Bijlagen


182

Deel 4: Bijlagen Naar wie verwijzen we door?

Naar wie verwijzen we door?

Algemene dienstverlening Voor kinderen en jongeren Awel Jongerenadviescentrum (JAC) ’t Zitemzo (de vroegere Kinderrechtswinkel)

11 10 7

Algemeen Bemiddelaar Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) Child Focus Gezinsbond Kind en Gezin Meldpunt 1712 OCMW Opvoedingslijn – Opvoedingswinkel Sensoa Slachtofferhulp Slachtofferonthaal TEJO (Therapeuten voor jongeren) Tele-Onthaal Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk Ziekenfonds

3 17 1 1 1 18 1 2 3 1 1 3 1 1 1 2

Jeugdhulp JO-lijn Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) Jeugdrechtbank

9 1 2

Juridische bijstand en justitie Advocaat 36 Bureau voor juridische bijstand 3 Jeugdadvocaat 2 Politie 8 Stafhouder 1

Onderwijs Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) Commissie Leerlingenrechten Commissie Zorgvuldig Bestuur Inrichtende macht school Leerlingenraad Lokaal Overlegplatform (LOP) Onderwijsinspectie Onderwijskoepel Ouderkoepel Ouderraad Pedagogische begeleidingsdienst Schooldirectie Schoolraad Vlaamse Scholierenkoepel (VSK)

14 1 4 6 1 4 1 3 2 2 2 2 3 3


Deel 4: Bijlagen Naar wie verwijzen we door?

Ombudsdiensten en klachtenlijnen Comité P De Kinderombudsman (Nederland) DGDE JEP – Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame Gegevensbeschermingsautoriteit Genderkamer Hoge Raad voor de Justitie KANS – Centraal Meldpunt Brussel Ombudsman Hongarije Vlaamse Ombudsdienst Voetbal Vlaanderen (meldpunt) Unia VAPH

1 1 4 1 1 1 1 1 1 1 2 3 1

Zorg voor kwetsbare groepen Diogenes La Strada – Steunpunt Thuislozenzorg Brussel Tweehuizen Uit De Marge

1 1 3 1

Overheden Agentschap Opgroeien 3 Departement Onderwijs en Vorming 1 Dienst Voogdij 1 FOD Economie 1 FOD Justitie 2 FOD Werkgelegenheid en Arbeid 1 Ketnet 1 Vlaams minister Kinderrechten 1 VVSG 1

183


184

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Kinderrechten in de media

Vorig werkjaar kwamen de standpunten van het Kinderrechtencommissariaat 565 keer aan bod in de media. In tijdschriften en dagbladen, gedrukt of online, op radio en tv. Dit is een overzicht van wat er tussen 1 september 2019 en 31 augustus 2020 in verschillende media verscheen. MEDIUM

UITGEVER

TITEL

Print

1/9/2019

DATUM

KIDDO

Nieuwe kinderrechtencommissaris

Print

1/9/2019

EVA Magazine

Waarom veganisme ontraden voor kinderen geen goed idee is

Online

3/9/2019

hln.be

Personeel Jeugdgevangenis Tongeren is onzekerheid zat

Online

9/9/2019

vrt.be

Elke vorm van geweld tegenover kinderen zou verboden moeten worden

Online

9/9/2019

knack.be

Grootschalige politieactie gericht tegen woonwagen­ bewoners roept vragen op

Online

9/9/2019

hln.be

Hoe verantwoord is een pedagogische tik? Dit zeggen onze experts

Online

9/9/2019

radio1.be

Je kind tegen de grond meppen? Dat mag in België

Radio

9/9/2019

VRT Radio 1 - Nieuwe Feiten

Pedagogische tik

Radio

9/9/2019

Qmusic - Maarten & Dorothee

Pedagogische tik

Tv

9/9/2019

VRT Canvas - De afspraak

Pedagogische tik

Print

10/9/2019

Het Laatste Nieuws (regionale edities)

De pedagogische tik, verbied die gewoon

Print en online

10/9/2019

De Morgen, demorgen.be

Discussie over pedagogische tik laait weer op

Print

10/9/2019

dS Avond (De Standaard)

Kiezen voor de pedagogische tik of voor de harde hand?

Online

10/9/2019

knack.be

Parket verkoopt caravans van verdachten

Tv

10/9/2019

VRT Ketnet - Karrewiet

Pedagogische tik

Online

10/9/2019

hln.be

Thomas Vanderveken spreekt vader aan die kind tegen de grond mept. Het antwoord was: dat mag in België en het ergste is: hij heeft gelijk

Print

11/9/2019

De Juristenkrant

Ik wil het beleid volgen en voeden

Print en online

11/9/2019

De Standaard, standaard.be

Ondervoed, ziek en geterroriseerd (Kinderen IS-strijders)

Print

11/9/2019

Knack

Parket verkoopt caravans van verdachten

Online

12/9/2019

hln.be

Het debat: moet de pedagogische tik verboden worden?

Online

14/9/2019

7sur7.be

Faut-il une loi pour interdire la fessée? L’avis des experts

Online

15/9/2019

vrt.be

De vijf boeken die het leven van Kathy Lindekens ­hebben veranderd

Print en online

21/9/2019

Het Nieuwsblad (ed. Dender), nieuwsblad.be

Teledienst viert 35-jarig bestaan met tweedaagse

Online

23/9/2019

ketnet.be

Caroline luistert

Online

23/9/2019

demorgen.be

Kinderrechtencommissaris benadrukt recht van ­kinderen om gehoord worden

Online

23/9/2019

nl.metrotime.be, hln.be, trendstop.knack.be

Nieuwe Kinderrechtencommissaris lanceert #carolineluistert

Persagentschap

23/9/2019

Belga

Nieuwe kinderrechtencommissaris lanceert #carolineluistert

Tv

23/9/2019

VRT Ketnet - Karrewiet

Nieuwe kinderrechtencommissaris lanceert #carolineluistert

Print

24/9/2019

De Morgen

Kinderen hebben recht om gehoord worden

Print en online

24/9/2019

Het Laatste Nieuws, hln.be

Verhaal over kinderrechten? #carolineluistert

Print

26/9/2019

Kits

Caroline luistert


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Print

26/9/2019

Libelle

Vraag van de week - pedagogische tik

Radio

30/9/2019

VRT Radio 1 - De wereld vandaag

Er zullen zeker samenwerkingsakkoorden tussen de instellingen afgesloten worden

Persagentschap

1/10/2019

Belga

Hof van Beroep Brussel - Gedeeltelijke vrijspraak voor man die jarenlang schooldirectrice gestalkt zou heb­ ben

Online

1/10/2019

hln.be

Schoolstalker grotendeels vrijgesproken

Print

1/10/2019

Magis - Infomagazine CAW Oost-Vlaanderen

We moeten kinderen uit de armoede halen door ­structurele maatregelen te nemen

Online

9/10/2019

nl.metrotime.be

Child Focus en kinderrechtencommissarissen vragen kinderen in Syrië snel te repatriëren

Persagentschap

9/10/2019

Belga

Child Focus en kinderrechtencommissarissen vragen kinderen in Syrië snel te repatriëren

Radio

9/10/2019

VRT Studio Brussel en MNM Nieuws 7u

De Vlaamse en Franstalige kinderrechtencommis­ saris dringen er bij de Belgische regering op aan om de Belgische kinderen in de kampen in Syrië zo snel mogelijk te repatriëren

Online

9/10/2019

hln.be

Dringende repatriëring nodig van Belgische kinderen in Syrië naar aanleiding van Turks offensief

Online

9/10/2019

levif.be

Il faut rapatrier le plus rapidement possible tous les enfants belges. Sans exception

Online

9/10/2019

dhnet.be, lalibre.be, rtl.be, sudinfo.be

Offensive turque en Syrie: Child Focus, DGDE et KRC réclament le rapatriement des enfants belges

Persagentschap

9/10/2019

Belga

Offensive turque en Syrie: Child Focus, DGDE et KRC réclament le rapatriement des enfants belges

Online

9/10/2019

fr.metrotime.be, lameuse.be, lanouvellegazette.be, lacapitale.be, mouscron.nordeclair.be, laprovince.be

Syrie: DGDE et KRC réclament le rapatriement des enfants belges

Print

9/10/2019

De Juristenkrant

Tijd voor een ouderenrechtencommissariaat

Radio

10/10/2019

VRT MNM - Nieuws 7u

Belgische kinderen in de kampen in Syrië moeten zo snel mogelijk naar België gebracht worden

Online

10/10/2019

vrt.be

Child Focus en de Vlaamse en Franstalige kinder­ rechtencommissaris vragen in een open brief aan de federale overheid om zo snel mogelijk de Belgische kinderen van IS-aanhangers uit Syrië te repatriëren

Radio

10/10/2019

VRT Radio 1 - Nieuws 7u

Child Focus en Kinderrechtencommissariaat dringen er bij de regering op aan om die Belgische kinderen zo snel mogelijk te repatriëren

Tv

10/10/2019

VTM-Nieuws 19u

Child Focus en Kinderrechtencommissariaat dringen er bij de regering op aan om die Belgische kinderen zo snel mogelijk te repatriëren

Online

10/10/2019

fr.metrotime.be

Child Focus, DGDE et KRC réclament le rapatriement des enfants belges

Print

10/10/2019

Het Nieuwsblad (ed. BrusselNoordrand)

Kristel Verbeke staat gemeente bij in strijd tegen kinderarmoede

Online

10/10/2019

bruzz.be

Open brief kinderrechtenorganisaties: ‘Repatrieer Belgische kinderen uit Syrië nu’

Radio

10/10/2019

VRT Radio 1 - De wereld vandaag

Terugkeer Belgische kinderen uit Syrië

Print en online

11/10/2019

Het Laatste Nieuws (ed. Limburg), hln.be

28 personeelsleden Vlaams detentiecentrum in Tongeren leggen spontaan werk neer. Die onzekerheid is onhoudbaar.

Online

15/10/2019

vrt.be

Gedwongen afzondering van kinderen en jongeren moet overal een uitzondering worden

Print en online

15/10/2019

De Standaard, standaard.be

Ik weet nog hoe mijn onderbuik brandde toen ik eruit mocht

Persagentschap

15/10/2019

Belga

Isolatie van jongeren gebeurt te vaak te lang en om verkeerde redenen

185


186

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Online

15/10/2019

nl.metrotime.be

Isolatie van jongeren gebeurt te vaak, te lang en om verkeerde redenen

Online

15/10/2019

nl.metrotime.be, nieuwsblad.be, msn.com/nl-be

Isolaties in gesloten jeugdinstellingen in dalende lijn

Persagentschap

15/10/2019

Belga

Isolaties in gesloten jeugdinstellingen in dalende lijn

Online

15/10/2019

hbvl.be

Isolaties in gesloten jeugdinstellingen in dalende lijn, maar toch kritiek: ‘Te vaak, te lang en om verkeerde redenen’

Online

15/10/2019

hln.be

Steeds minder jongeren in isolatiekamer

Radio

15/10/2019

VRT Radio 1 - De ochtend Joe en Qmusic - Nieuws 10 en 12u

Studiedag afzondering

Print

15/10/2019

De Standaard

Van rustkamer tot time-out: te vaak, te lang en om de foute redenen

Online

16/10/2019

lesoir.be

Une lettre ouverte a été adressée ce mercredi au gouvernement, par Child Focus, le Délégué général aux droits de l’enfant Bernard De Vos ainsi que le Vlaamse kinderrechtencommissaris

Online

22/10/2019

nieuwsblad.be

Slachtoffers wantrouwen grootschalig onderzoek naar adoptiefraude: ‘Jullie proberen ons opzij te schuiven’

Print en online

24/10/2019

De Morgen, demorgen.be, Het Laatste Nieuws, hln.be

Onderzoekers aan Limburgse hogeschool kregen verschillende meldingen binnen - Leerlingen gefixeerd aan bankje en geïsoleerd in berghok? Het gebeurt

Persagentschap

24/10/2019

Belga

Ouders uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen trekken naar Kinderrechtencommissariaat

Online

24/10/2019

hln.be

Ouders van uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen ­trekken naar Kinderrechtencommissariaat

Online

24/10/2019

nieuwsblad.be

Ouders willen passend onderwijs voor uitzonderlijk hoogbegaafde kinderen en trekken naar Kinder­rechten­­ commissariaat

Print

25/10/2019

De Morgen

Klacht ouders hoogbegaafde kinderen

Print

25/10/2019

KW Kortrijk-Menen

Serviceclub Kiwanis Ring viert 20e verjaardag

Online

25/10/2019

vrt.be

Slachtoffers van adoptiefraude dan toch betrokken bij nieuw onderzoek. We worstelen elke dag met onze identiteit

Online

31/10/2019

stampmedia.be

(V)echtscheiding tussen papa en mama

Print

1/11/2019

KIDDO

Drie decennia Kinderrechtenverdrag - actueler dan ooit

Online

6/11/2019

levif.be

La Belgique doit faire ce qu’elle a dit et rapatrier les enfants belges de membres de l’EI

Print

6/11/2019

De Streekkrant (ed. KortrijkMenen)

20 jaar Kiwanis Kortrijk Ring

Persagentschap

6/11/2019

Belga

Belgische IS-kinderen in Syrië - Unanimiteit over ­repatriëring, maar hoe en wat met de kinderen?

Radio

6/11/2019

VRT Klara - Nieuws 15 en 16u

Child Focus en het Kinderrechtencommissariaat ­herhalen hun oproep om de kinderen zo snel mogelijk terug te halen

Radio

6/11/2019

VRT Radio 2 - Spits met David

Child Focus en het Kinderrechtencommissariaat ­herhalen op hoorzitting hun oproep om de kinderen zo snel mogelijk terug te halen

Radio

6/11/2019

VRT Radio 1 - De wereld vandaag

Child Focus en het Kinderrechtencommissariaat ­herhalen op hoorzitting hun oproep om de kinderen zo snel mogelijk terug te halen

Persagentschap

6/11/2019

Belga

Enfants belges en Syrie. Les défenseurs des droits de l’enfant exhortent Ie gouvernement a rapatrier les enfants

Online

6/11/2019

vrt.be

Experten: ‘Gaan we echt blijven toekijken hoe ­kinderen sterven aan ondervoeding en uitdroging in IS-kampen?’

Radio

6/11/2019

VRT MNM - Nieuws 17u

Ook het Kinderrechtencommissariaat herhaalde de oproep om de kinderen zo snel mogelijk terug te halen


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Radio

6/11/2019

VRT Klara - Pompidou

Ook het Kinderrechtencommissariaat herhaalde de oproep om de kinderen zo snel mogelijk terug te halen

Online

6/11/2019

nl.metrotime.be, proximus.be

Unanimiteit over repatriëring, maar hoe en wat met de IS-kinderen?

Online

7/11/2019

weliswaar.be

(V)echtscheiding tussen papa en mama

Online

14/11/2019

dewereldmorgen.be

Dakloosheid onder jongeren in België: woelige levens­ loop, troebele toekomstvisie

Online

14/11/2019

dewereldmorgen.be

Je bent jong en onzichtbaar: dak- en thuisloosheid in Vlaanderen

Persagentschap

15/11/2019

Belga

Kinderen willen echt gehoord worden - Nieuwe ­kinderrechtencommissaris stelt eerste jaarverslag voor in Vlaams Parlement

Online

19/11/2019

kerkenleven.be

Kinderrechten. Tijd voor een feestje?

Online

19/11/2019

hln.be

Laat kinderen niet alleen opgroeien

Print en online

20/11/2019

Het Laatste Nieuws, hln.be

3 op 4 kinderen in jeugdzorg moeten broers of ­zussen missen

Online

20/11/2019

standaard.be

Caroline Vrijens sprak vandaag het Vlaams Parlement toe

Online

20/11/2019

kerknet.be

Caroline Vrijens: Eerst en vooral goed luisteren naar jongeren

Radio

20/11/2019

VRT Klara - Nieuws 13u

Deontologische code voor de politiediensten waarin staat wat ze moeten doen bij een interventie met minderjarigen

Radio

20/11/2019

VRT Radio 1 - Ayco

Deontologische code voor de politiediensten waarin staat wat ze moeten doen bij een interventie met minderjarigen

Radio

20/11/2019

VRT Radio 1 - La La Liebens

Deontologische code voor de politiediensten waarin staat wat ze moeten doen bij een interventie met minderjarigen

Radio

20/11/2019

VRT Radio 2 (Limburg + Oost-Vlaanderen) VRT Radio 1 - Nieuwe Feiten VRT Radio 1 - Nieuws 12 en 13u

Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat: Een deonto­ logische code voor de politiediensten waarin staat wat ze moeten doen bij een interventie met minderjarigen

Online

20/11/2019

nl.metrotime.be, hln.be, nieuwsblad.be, 4nieuws.be

Geef minderjarigen mogelijkheid om zelf gerechtelijke procedures op te starten

Radio

20/11/2019

Joe - Raf & Rani

Het eerste jaarverslag van de nieuwe kinderrechten­ commissaris

Tv

20/11/2019

VRT Ketnet - Karrewiet

Het kinderrechtenverdrag

Radio

20/11/2019

VRT MNM - Avondshow

In ons land zit het relatief goed met de kinderrechten, kinderen hier gaan naar school, ze worden beschermd tegen oorlog en mishandeling.

Persagentschap

20/11/2019

Belga

Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat: Elke minister in Vlaamse Regering moet aandacht hebben voor rechten van het kind

Persagentschap

20/11/2019

Belga

Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat: Geef minder­ jarigen mogelijkheid om zelf gerechtelijke procedures op te starten

Persagentschap

20/11/2019

Belga

Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat: Meer inzet­ ten op vertrouwenspersoon die jongere heel zijn hulptraject opvolgt

Persagentschap

20/11/2019

Belga

Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat: Versterk ­samenwerking tussen onderwijs en welzijn om school­ uitval te verminderen

Radio

20/11/2019

VRT Radio 1 - De ochtend

Jaarverslag: Caroline Vrijens sinds enkele maanden de nieuwe kinderrechtencommissaris

Online

20/11/2019

dewereldmorgen.be

Kinderen willen echt gehoord worden

Radio

20/11/2019

Qmusic - Nieuws 16 en 18u Joe - Nieuws 17 en 18u

Kinderen willen echt gehoord worden: dat staat in het eerste jaarverslag van de nieuwe kinderrechtencom­ missaris

187


188

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Print

20/11/2019

Kerk & Leven

Kinderrechten. Tijd voor een feestje?

Online

20/11/2019

vrt.be

Kinderrechtencommissaris wil duidelijkere regels voor arrestaties van minderjarigen

Radio

20/11/2019

VRT MNM - Nieuws 12 en 13u

Het Kinderrechtencommissariaat vindt dat er duidelijke regels moeten komen over hoe politieagenten moeten omgaan met minderjarigen

Online

20/11/2019

knack.be

Het Kinderrechtencommissariaat wil minderjarigen kans geven om zelf gerechtelijke procedures op te starten

Online

20/11/2019

demorgen.be

Ongehoord: kinderen in de familierechtbank

Radio

20/11/2019

Qmusic - Maarten & Dorothee

Vandaag heeft kinderrechtencommissaris het Vlaams Parlement toegesproken

Radio

20/11/2019

VRT Studio Brussel - Nieuws 13u

Voorbije jaren kreeg het Kinderrechtencommissariaat verschillende klachten van minderjarigen die zich slecht behandeld voelden door de politie

Tv

20/11/2019

VRT Eén - Het Journaal 13u

Voorstelling jaarverslag Kinderrechtencommissariaat Gedragsregels bij arrestatie van jongeren

Online

20/11/2019

standaard.be, dS Avond

Wat vind jij hiervan? Die vraag stellen we onze kinde­ ren te weinig

Print

21/11/2019

Gazet van Antwerpen

Geef kinderen rechten bij rechtszaken

Online

21/11/2019

law.kuleuven.be

Ingrid Boone over de stem van de minderjarigen in de familierechtbank

Print

21/11/2019

De Morgen

Kinderen te weinig gehoord in familierechtbank

Print en online

21/11/2019

Het Laatste Nieuws, hln.be

Kinderen worden nauwelijks gehoord in familierecht­ bank

Print

21/11/2019

De Standaard

Kinderrechtencommissaris wil meer inspraak van kinderen en jongeren bij echtscheiding

Print en online

21/11/2019

Het Belang van Limburg, hbvl. be

Scheiden gebeurt te vaak boven het hoofd van de kinderen

Online

21/11/2019

standaard.be

Te jong om iets over je eigen leven te zeggen

Online

22/11/2019

gva.be

Kristel Verbeke

Persagentschap

22/11/2019

Belga

Scholieren willen geen eenmalige straf voor pesters (studie)

Online

23/11/2019

knack.be, nl.metrotime.be

Belgische Kinderrechtenprijs gaat naar Luxemburgs project

Persagentschap

23/11/2019

Belga

Belgische Kinderrechtenprijs gaat naar Luxemburgs project

Print

23/11/2019

Citta (Gazet van Antwerpen)

Kristel Verbeke

Online

23/11/2019

levif.be

La Maison Source remporte le Prix belge des droits de l’enfant 2019

Persagentschap

23/11/2019

Belga

La Maison Source remporte le Prix belge des droits de l’enfant 2019

Online

24/11/2019

standaard.be

Het gaat goed met zes weeskinderen van IS in ons land

Online

26/11/2019

cdenv.be

Europees kinderrechtenbeleid versterken

Online

27/11/2019

tvlux.be

Barvaux, prix belge des droits de l’enfant pour la Maison Source

Print

1/12/2019

Psychologies Magazine

Caroline Vrijens kinderrechtencommissaris

Print

1/12/2019

De Bond

Dossier: Laat kinderen zelf bepalen wat en waarmee ze spelen

Print

1/12/2019

De Bond

Haal leerlingen met extra noden uit de schaduw

Print

1/12/2019

De Bond

Recht op wortels en vleugels

1/12/2019

De Bond

Vraag & antwoord

apache.be

Ernstig mishandelde kinderen moeten soms lang op hulp wachten

Print Online

10/12/2019


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Online

12/12/2019

sceptr.net

België moet verplicht IS-kinderen terughalen, regering wellicht in beroep

Radio

12/12/2019

Joe en Qmusic - Nieuws 7 en 8u VRT Studio Brussel en MNM Nieuws 12 en 13u

Rechtbank in Brussel beslist om kinderen van die strijders terug te halen uit Syrië, anders 5.000 euro dwangsom betalen per kind per dag

Online

12/12/2019

pub.be/nl

Elisabeth Van den Abeele wint VRM-Thesisprijs met masterproef influencermarketing

Radio

12/12/2019

VRT Radio 1 - De Wereld van Sofie VRT Radio 1 - Ayco

Intussen heeft ook de kinderrechtencommissaris ge­ reageerd op het vonnis. Zij is opgelucht dat de rechter de staat verplicht om de kinderen te helpen.

Radio

12/12/2019

Klara - Nieuws

Kinderrechtencommissaris heeft de staat verplicht ISkinderen helpen

Online

12/12/2019

nl.metrotime.be, proximus. be/pickx/nl, knack.be,

Kinderrechtencommissaris reageert opgelucht op beslissing kortgedingrechter

Radio

12/12/2019

Qmusic - Sam, Heide & Wim Joe - Sven & Anke

Ons land moet tien kinderen van die strijders terug­ halen uit Syrië, anders moet Belgische staat een dwangsom betalen

Tv

12/12/2019

VRT Ketnet - Karrewiet

Rechter verplicht België om kinderen van IS-strijders te helpen

Online

12/12/2019

demorgen.be

Regering wellicht in beroep tegen verplichte repatrië­ ring van Syriëstrijders

Radio

12/12/2019

VRT Radio 1 - Nieuws 13u

Staat gaat in beroep tegen repatriëring van 10 IS-kinderen

Persagentschap

12/12/2019

Belga

Syriëstrijders - Kinderrechtencommissaris reageert opgelucht op beslissing kortgedingrechter

Print en online

13/12/2019

Metro (Nl), nl.metrotime.be

Regering wellicht in beroep tegen verplichte repatrië­ ring van Syriëstrijders

Print en online

17/12/2019

Het Laatste Nieuws, hln.be

Niet snel snel besparen, eerst debatteren

Online

17/12/2019

radio1.be, vrt.be

Ook 6 procent besparen bij politieke partijen en Vlaams Parlement? Open Vld wil als enige (nog) niet mee

Print

17/12/2019

Het Laatste Nieuws

Open Vld stemt als enige tegen snoeien in Vlaamse partijdonaties

Online

17/12/2019

sceptr.net

Open Vld trappers kwijt: kiest tegen besparingen op partijdonaties

Online

17/12/2019

demorgen.be, hln.be

Open Vld zegt als enige nee tegen 765.000 euro ­besparingen op partijdonaties

Print

18/12/2019

De Juristenkrant

Vooral meer inspraak

Online

20/12/2019

geestelijkgezondvlaanderen.be

Interview met kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens

Radio

26/12/2019

Joe - Joe Christmas House met Alexandra & Jan

Kinderrechtencommissaris luidt alarmbel over ­bedelende kinderen in Brussel

Online

26/12/2019

standaard.be

Kinderen ingezet bij bedeltoerisme

Radio

26/12/2019

Joe en Bruzz Radio - Nieuws 12u

Kinderrechtencommissaris luidt alarmbel over ­bedelende kinderen

Print

26/12/2019

Het Nieuwsblad

Kinderrechtencommissaris luidt alarmbel over bedelende kinderen. Met de bus naar België, omdat bedelen hier meer oplevert

Print

26/12/2019

De Standaard

Kinderrechtencommissaris luidt de alarmbel: Kinderen ingezet bij bedeltoerisme

Online

26/12/2019

nieuwsblad.be, hbvl.be

Met de bus naar België, omdat bedelen hier meer ­oplevert: Kinderrechtencommissariaat luidt alarmbel

Online

26/12/2019

brusselstimes.com

Roma children part of begging tourism during holiday period, warns children's rights commissioner

Print en online

27/12/2019

De Morgen, demorgen.be

Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens heeft een doel: Geef meer kinderen een stem

Print en online

27/12/2019

hln.be

Steeds vaker Roemeense bedeltoeristen in ons land

189


190

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Online

27/12/2019

ketnet.be

Waarom zijn er zoveel kinderen die bedelen?

Radio

28/12/2019

Qmusic - Bart-Jan Depraetere

Kinderen moeten bij een echtscheiding meer inspraak krijgen

Online

28/12/2019

trendstop.knack.be, msn. com/nl-be, proximus.be, nl.metrotime.be

Kinderrechtencommissaris: ‘Verplicht bemiddeling bij echtscheiding’

Online

28/12/2019

hln.be

Kinderrechtencommissaris wil regel die kinderen inspraak geeft bij scheiding

Persagentschap

28/12/2019

Belga

Kinderrechtencommissaris: Verplicht bemiddeling bij echtscheiding

Radio

28/12/2019

VRT Radio 1 - De ochtend, Joe en Qmusic - Nieuws 7 en 8u, Bruzz Radio - Nieuws 8u

Meer inspraak voor kinderen bij echtscheiding

Print

28/12/2019

Het Nieuwsblad

Meer inspraak voor kinderen bij echtscheiding

Online

28/12/2019

nieuwsblad.be

Nieuwe regels nodig bij echtscheiding: Eerst verplichte bemiddeling met kroost erbij, dan pas naar rechter

Print en online

28/12/2019

De Standaard, standaard.be

Verplicht bemiddeling bij echtscheiding

Print

30/12/2019

Het Nieuwsblad

CD&V pleit voor ouderschapsplan bij echtscheiding

Online

30/12/2019

radio1.be

Geef eerst kinderen inspraak bij scheiding, dan pas rechtbank

Print en online

30/12/2019

Het Laatste Nieuws, hln.be

Geef eerst kinderen inspraak bij scheiding, dan pas rechtbank

Online

30/12/2019

cdenv.be

Ouderschapsplan bij uiteengaan ouders belangrijk voor kinderen

Print

1/1/2020

UHasselt Magazine

Kinderen als rechtvaardige rechters

Print

1/1/2020

KIDDO

Kinderen worden nog te weinig gehoord

Print en online

14/1/2020

De Standaard, standaard.be

Een kind achter de tralies

Online

17/1/2020

knack.be

Kinderen in nood kreunen onder wachtlijsten

Radio

21/1/2020

Joe - Raf & Rani

En dan echt luisteren naar dat kind

Print

22/1/2020

Knack

Nog 425 keer slapen voor er plaats is

Radio

24/1/2020

VRT Radio 2 Vlaams-Brabant Start je dag

Duidelijke mening van de kinderrechtencommissaris over verlaging van leeftijd voor GAS-boetes in Pajotten­land van 16 jaar naar 14 jaar

Radio

24/1/2020

VRT Radio 2 Vlaams-Brabant - De Inspecteur + Regionaal Nieuws

Lennik wil de leeftijd waarop je een GAS-boete kan krijgen verlagen van 16 naar 14 jaar

Online

24/1/2020

vrt.be, radio2.be

Lennik wil de leeftijd waarop je een GAS-boete kan krijgen verlagen van 16 naar 14 jaar

Radio

24/1/2020

VRT Studio Brussel - Nieuws 8u

Van 16 naar 14 jaar: gemeente wil zo problemen aan­ pakken rond hangjongeren en druggebruik

Print

27/1/2020

Le Soir

Le Prix belge des droits de l’enfant

Online

28/1/2020

focusophasseltspecials.wordpress.com

Debat over kinderarmoede in Limburg op 12 februari 2020 in Diepenbeek

Print

28/1/2020

La Meuse

Le Prix belge des droits de l’enfant

Online

30/1/2020

hbvl.be, nieuwsblad.be

M-decreet leidt tot ongelijke behandeling leerlingen, blijkt uit studie

Online

30/1/2020

nl.metrotime.be, knack.be

M-decreet zorgt voor ongelijke behandeling leerlingen

Persagentschap

30/1/2020

Belga

M-decreet zorgt voor ongelijke behandeling leerlingen (studie)

Online

7/2/2020

hln.be

300 leerlingen, leerkrachten en sympathisanten vormen mensenketting rond met sluiting bedreigde school: ‘We dragen Sancta Maria in ons hart’

Online

7/2/2020

nieuwsblad.be

Mensenketting tegen sluiting Sancta Maria: ‘We zien de onzekerheid in de ogen van onze leerkrachten’

Print

8/2/2020

Het Nieuwsblad (ed. Roeselare-Tielt-Izegem)

300 leerlingen, ouders en leerkrachten tonen ongenoe­ gen over plannen scholengroep


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Print

8/2/2020

Het Laatste Nieuws (ed. Mandelstreek)

300 mensen vormen ketting rond bedreigde school

Print

9/2/2020

Zeno (De Morgen)

Gelukkig worden slachtoffers zelden daders

Online

9/2/2020

demorgen.be

Hilde Van Mieghem over kindermishandeling: ‘Ik haat het woord slachtoffer. Ik hou meer van overlever’

Print en online

12/2/2020

De Standaard, standaard.be

Soms denk ik: papa, waarom post je dat nu?

Online

12/2/2020

hln.be

To post or not to post: ‘Maak duidelijke afspraken met je kind voor je een foto online zwiert’

Online

14/2/2020

standaard.be

Beke over plaatsgebrek jeugdinstellingen: ‘We halen daders en slachtoffers uiteen’

Print

14/2/2020

dS Avond (De Standaard)

Plaatsgebrek in instellingen - We zetten slachtoffers en daders samen

Print en online

19/2/2020

Knack

Caroline Vrijens, kinderrechtencommissaris: ‘Mensen worden blijkbaar spontaan vrolijk als ze me zien’

Online

21/2/2020

gva.be

Controleur NMBS zet 14-jarig meisje met autisme van trein tijdens storm Ciara

Online

21/2/2020

proximus.be, hln.be, knack.be

Pijnlijk dat kinderarmoede geen prioriteit is

Persagentschap

21/2/2020

Belga

Pijnlijk dat kinderarmoede geen prioriteit is

Print

22/2/2020

De Tijd

Pijnlijk dat kinderarmoede geen prioriteit is

Print

1/3/2020

De Bond

Kinderopvang op maat van het kind

Tv en online

10/3/2020

VRT Ketnet - Karrewiet, ketnet.be

Kinderrechtencommissaris Caroline luistert naar jullie mening

Print

11/3/2020

De Juristenkrant

Overplaatsing minderjarigen naar gevangenis Beveren: wat met kinderrechten?

Radio en online

19/3/2020

VRT Radio 1 - De wereld ­vandaag, radio1.be

Bezorgdheid om kinderen in kwetsbare positie

Persagentschap

19/3/2020

Belga

Coronavirus - Grote bezorgdheid om kwetsbare jonge­ ren in tijden van quarantaine

Online

19/3/2020

knack.be

Grote bezorgdheid om kwetsbare jongeren in tijden van quarantaine

Print

20/3/2020

De Standaard

Blij dat school ook openblijft voor kinderen uit kwets­ bare gezinnen

Persagentschap

20/3/2020

Belga

Coronavirus - Maak hulplijn 1712 ruimer beschikbaar (N-VA)

Print en online

24/3/2020

Het Laatste Nieuws, hln.be

Nu we zo op elkaars lip zitten: ik ben bezorgd over sommige kinderen

Online

27/3/2020

nieuwsblad.be

Familierechter doet oproep aan gescheiden ouders die corona als excuus gebruiken: ‘Schuif die conflicten opzij’

Online

7/4/2020

nieuwsblad.be

Lockdown heeft zware impact op jongeren in moeilijke thuissituatie: ‘Voor het eerst geconfronteerd met vra­ gen van kinderen die zich niet veilig voelen’

Radio

7/4/2020

VRT Radio 1 - De wereld vandaag

Romakinderen en quarantaine

Radio

13/4/2020

VRT Radio 1 - De ochtend

Bezorgd over de situatie van kinderen en jongeren

Online

13/4/2020

hln.be

Minister Dalle: ‘We gaan ervan uit dat zomerkampen doorgaan, maar het is nog te vroeg om zeker te zijn’

Persagentschap

20/4/2020

Belga

Coronavirus - ‘Bij heropenen scholen voldoende aan­ dacht besteden aan leerlingen die het moeilijk hebben’

Online

21/4/2020

hln.be, proximus.be

Bij heropenen genoeg aandacht besteden aan ­leerlingen die het moeilijk hebben

Print

21/4/2020

Het Laatste Nieuws

Bij heropenen genoeg aandacht besteden aan ­leerlingen die het moeilijk hebben

Online

22/4/2020

apache.be

Vrees voor toename huiselijk geweld tijdens lockdown

Online

24/4/2020

vrt.be

Alertheid nodig voor kinderen en jongeren die van onderwijsradar verdwijnen

191


192

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Persagentschap

24/4/2020

Belga

Kinderrechtencommissaris ziet ‘duidelijke evolutie’ in jeugdinstellingen

Print en online

4/5/2020

De Standaard, standaard.be

Fedasil vangt niet meer alle jongeren op

Persagentschap

5/5/2020

Belga

Coronavirus - Kinderrechtencommissaris mist ­kinderperspectief in aanpak coronacrisis

Radio

5/5/2020

VRT Radio 1 - Nieuws 12 en 13u VRT MNM - Nieuws 11 en 12u VRT Radio 2 - Nieuws VRT Klara - Nieuws 12 en 13u

De kinderrechtencommissaris vindt dat de overheid meer rekening moet houden met kinderen en jongeren

Radio

5/5/2020

VRT Radio 1 - Ayco VRT Studio Brussel - Nieuws

Er is onder meer te weinig aandacht voor communicatie op maat van kinderen

Online

5/5/2020

hln.be, nieuwsblad.be

Kinderrechtencommissaris mist perspectief in aanpak van coronacrisis: ‘Kinderen moeten buiten kunnen spelen’

Print en online

6/5/2020

De Standaard, standaard.be

Kinderen zijn zoek in exitstrategie

Tv

6/5/2020

VRT - Villa Politica

Minister Dalle over opiniestuk van o.a. de kinder­ rechtencommissaris en de Vlaamse Jeugdraad

Print en online

6/5/2020

De Standaard, standaard.be

Wat met belangen van kinderen?

Radio

8/5/2020

VRT Radio 1 - De ochtend

Dat er voldoende aandacht moet zijn voor het perspectief van jongeren is ook een opinie van de kinderrechtencom­ missaris en de Vlaamse jeugdraad

Print en online

8/5/2020

De Morgen, demorgen.be

Ouders, geef uw kinderen voorrang bij de uitbreiding van uw bubbel

Persagentschap

11/5/2020

Belga

Coronavirus - Grote enquête onderzoekt hoe kinderen en jongeren coronacrisis ervaren

Radio

11/5/2020

VRT MNM - Nieuws 12 en 13u, VRT Radio 1 - De wereld vandaag, VRT Radio 1 - Nieuws 12 en 13u, VRT Radio 2 - Nieuws, VRT Klara - Nieuws 12 en 13u, VRT Studio Brussel - Nieuws

Grote enquête onderzoekt hoe kinderen en jongeren coronacrisis ervaren

Online

11/5/2020

hln.be, zorgneticuro.be, knack.be

Grote enquête onderzoekt hoe kinderen en jongeren coronacrisis ervaren

Tv

11/5/2020

VRT Eén - Karrewiet

Grote enquête onderzoekt hoe kinderen en jongeren coronacrisis ervaren

Tv

12/5/2020

VRT Eén - Het Journaal

Grote enquête onderzoekt hoe kinderen en jongeren coronacrisis ervaren

Online

13/5/2020

nieuwsblad.be, hbvl.be

Benjamin Dalle (CD&V): ‘Kinderen en jongeren moeten prioriteit zijn op volgende Nationale Veiligheidsraad’

Persagentschap

13/5/2020

Belga

Coronavirus - ‘Denk dat er meer kan gebeuren voor kinderen en jongeren’ (kinderrechtencommissaris)

Persagentschap

13/5/2020

Belga

Coronavirus - ‘Kinderen en jongeren moeten prioriteit zijn op volgende Nationale Veiligheidsraad’ (Dalle)

Online

13/5/2020

bruzz.be

Dalle eist exitstrategie voor kinderen en jongeren

Online

13/5/2020

demorgen.be, hln.be

Dalle: ‘Kinderen moeten prioriteit zijn op volgende Veiligheidsraad’

Online

13/5/2020

proximus.be

Kinderen en jongeren moeten prioriteit zijn op vol­ gende Nationale Veiligheidsraad

Print

13/5/2020

Jommekeskrant (Het Nieuwsblad)

Met enquête kunnen we de stem van kinderen luider laten klinken

Online

14/5/2020

hln.be

Coronacrisis kruipt ook tussen de oren: jongeren voe­ len zich angstig en eenzaam

Radio

14/5/2020

Joe - Alexandra werkt, Qmusic - Work Alicious, Qmusic - Nieuws 10u

De exitplannen houden te weinig rekening met de behoeften van kinderen


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Radio

14/5/2020

VRT Radio 1 - De wereld vandaag

Experts zeggen al langer dat de coronacrisis alle kin­ deren en jongeren hard treft maar dat ze nog te weinig aan bod komen in het uitstippelen van het beleid

Tv

14/5/2020

VRT Canvas - Terzake

Jeugdorganisaties en kinderrechtencommissaris ­trekken aan alarmbel

Radio

14/5/2020

VRT MNM - Avondshow, VRT MNM - Nieuws 16u

Kinderen komen nog te weinig aan bod als het gaat over het beleid en het versoepelen van de maatregelen

Radio

14/5/2020

VRT Radio 1 - De ochtend

Kinderrechtencommissaris en Vlaamse Jeugdraad hameren erop hoe belangrijk het is voor kinderen en jongeren om te kunnen spelen met vrienden en con­ tact te hebben met leeftijdsgenootjes

Online

14/5/2020

brusselstimes.com

Next exit phase should prioritise children, says Youth Minister

Radio

14/5/2020

VRT Radio 1 - Ayco

Over twee weken zullen kinderen en jongeren zelf kunnen vertellen over wat ze ervaren en wat ze nodig hebben tijdens de crisis en dat is een goede zaak, zegt de kinderrechtencommissaris

Tv

14/5/2020

VRT - Villa Politica

Vraag van Orry Van De Wauwer: ‘Kinderrechtencommissariaat heeft terecht opgemerkt dat er ook voldoende aandacht moet zijn voor de ervaringen van die kinderen’

Print en online

14/5/2020

De Morgen, demorgen.be

Wat met de kinderen? Experten betreuren dat ­economie blijft doorwegen in exitplannen

Online

15/5/2020

weliswaar.be

Bekende Vlamingen vloggen over opvoeden

Online

15/5/2020

apache.be

Gemiste kansen voor het onderwijs

Online

15/5/2020

nnieuws.be

Jongeren over corona: enquête

Online

16/5/2020

legalworld.be

Covid-19: Vlaamse Ombudsman mag tijdelijk bemidde­ len bij private huurgeschillen veroorzaakt door corona

Print

16/5/2020

Het Nieuwsblad

Geen verloren jaar

Online

16/5/2020

nieuwsblad.be

Ook studenten hebben stilaan behoefte aan meer perspectief

Print

16/5/2020

Het Nieuwsblad

Zo beleven zij corona

Print

17/5/2020

De Zondag

Dé perfecte opvoeding bestaat niet

Online

18/5/2020

stampmedia.be

Unicef vreest een verloren generatie kinderen

Online

19/5/2020

hln.be

Grote Coronastudie: ‘Meer dan helft raakte waarschijn­ lijk besmet op het werk’

Online

19/5/2020

vrt.be

269 artsen in open brief: ‘Geen enkele medische reden om kinderen nog langer uit te sluiten van de maat­ schappij’

Online

19/5/2020

atv.be, gva.be

Enquête Kinderrechtencommissariaat

Radio

19/5/2020

VRT MNM - Nieuws 18u

Kinderarmoede

Tv

19/5/2020

VRT Eén - Het Journaal 19 en 23u

Kinderrechtencommissaris vraagt Veiligheidsraad om de focus volgende keer op het welzijn van kinderen en jongeren te leggen

Tv

19/5/2020

VRT Eén - Iedereen beroemd

Vlaamse kinderrechtencommissaris sluit zich aan bij kritiek

Online

20/5/2020

cartoon-productions.be

Meer dan helft raakt waarschijnlijk besmet op het werk

Print

20/5/2020

Tertio

Wie niet wordt als deze kinderen

Online

21/5/2020

hln.be

Europol waarschuwt voor toename onlinekinder­ misbruik sinds begin lockdown

Persagentschap

22/5/2020

Belga

Coronavirus - Kinderrechtencommissaris over bredere heropening scholen: ‘Ontzettend goed nieuws’

Persagentschap

22/5/2020

Belga

Coronavirus - Les acteurs de l’enseignement flamand ‘positifs’ sur le retour des élèves à l’école

Online

22/5/2020

rtbf.be, vivreici.be

Coronavirus : la Flandre réclame la réouverture de tou­ tes les classes maternelles et primaires, Jeholet irrité

193


194

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Radio

22/5/2020

VRT Studio Brussel - Nieuws 21u VRT MNM - Nieuws 21u

Kinderrechtencommissaris opgelucht over de nieuwe regeling scholen

Online

22/5/2020

kw.be, proximus.be, msn. com/nl-be, knack.be

Kinderrechtencommissaris over bredere heropening scholen: ‘Ontzettend goed nieuws’

Online

22/5/2020

lavenir.net, levif.be

Les acteurs de l’enseignement flamand « positifs » sur le retour des élèves à l’école

Print en online

23/5/2020

dS Weekblad, De Standaard, standaard.be

Kinderen hoeven zich toch niet koest te houden omdat jij de oorlog nog hebt meegemaakt?

Print en online

23/5/2020

Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad nieuwsblad.be

Speeltuinen woensdag weer open

Online

27/5/2020

bruzz.be

‘Corona is kut!’: 44.000 kinderen over de coronacrisis

Print en online

27/5/2020

Het Nieuwsblad, nieuwsblad. be

1 kind op 3 is bang om ziek te worden, maar vooral armoede door coronacrisis dreigt duizenden te treffen

Online

27/5/2020

gva.be

44.000 kinderen en jongeren delen gevoelens over coronacrisis: ‘Stom, lastig en vooral vervelend’

Online

27/5/2020

flanderstoday.eu

Children share lockdown experience

Online

27/5/2020

newsmonkey.be, msn.com/ nl-be

Coronacrisis: helft van Vlaamse minderjarigen krijgt thuis te maken met fysiek of verbaal geweld

Persagentschap

27/5/2020

Belga

Coronavirus - ‘Lessen trekken uit lockdownstrategie in aanpak rond kinderen’ (Gezinsbond)

Online

27/5/2020

proximus.be

Coronavirus - School wordt erg gemist

Persagentschap

27/5/2020

Belga

Coronavirus - School wordt erg gemist (enquête)

Print

27/5/2020

De Standaard

De enquête

Online

27/5/2020

nieuwsblad.be

De smetvrees bij kinderen en tieners voor het virus is hoogst ongezond

Print

27/5/2020

Het Nieuwsblad

Doodsbang

Print en online

27/5/2020

De Tijd, tijd.be

Een op de twee kinderen geconfronteerd met meer ruzie thuis tijdens covid

Radio

27/5/2020

VRT Radio 1 - Nieuws 6, 7, 8 en 9u VRT Radio 1 - Byloo 9u VRT Radio 2 - De Inspecteur + Regionaal nieuws 8u VRT Studio Brussel - Nieuws 7 en 8u VRT MNM - Nieuws 7 en 8u VRT Klara - Espresso Qmusic - Nieuws 7 en 8u Qmusic - Sam, Heide & Wim Bruzz Radio - Nieuws 7 en 8u Joe - Nieuws 7 en 8 u

Enquête Kinderrechtencommissariaat

Tv

27/5/2020

Bruzz tv - Bruzz 24

Enquête Kinderrechtencommissariaat

Print

27/5/2020

Gazet van Antwerpen

Enquête: Stom, lastig en vooral vervelend

Print

27/5/2020

Het Nieuwsblad

Grootschalige bevraging toont hoe kwetsbare kinde­ ren lijden onder coronacrisis

Print en online

27/5/2020

De Standaard, standaard.be

Helft jongeren voelt meer spanning binnen het gezin

Print en online

27/5/2020

Het Belang van Limburg, hbvl. be

Helft van onze kinderen is eenzamer door corona

Tv

27/5/2020

VRT Ketnet - Karrewiet

Hoe voelen jullie je tijdens de coronacrisis?

Online

27/5/2020

knack.be

Jeugd is bezorgd over corona en mist school

Print

27/5/2020

De Morgen

Jeugd voelt zich bang, verveeld en gestrest

Print

27/5/2020

Jommekeskrant (Het Nieuwsblad)

Jullie vinden het coronavirus ‘stom’ en ‘kak’

Online

27/5/2020

brf.be

Kinder leiden ganz besonders unter der Isolation während der Corona-Epidemie


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Online

27/5/2020

radio1.be, vrt.be

Kinderen en jongeren in grote enquête Kinderrechtencommissariaat: ‘Corona is rare, saaie en eenzame periode’

Print en online

27/5/2020

Het Laatste Nieuws, hln.be

Kinderen zijn vergeten in coronacrisis: 4 op de 10 begrijpt richtlijnen niet

Radio

27/5/2020

VRT Radio 1 - De ochtend

Kinderrechtencommissariaat heeft online 44.000 ­kinderen en jongeren ondervraagd over hun ervarin­ gen en behoeften in coronatijden

Radio

27/5/2020

VRT Radio2 - Start je dag

Kinderrechtencommissaris deed heel grote enquête

Online

27/5/2020

vrt.be

Live: Kinderrechtencommissaris en psychologe Telidja Klaï over effect coronacrisis op kinderen

Online

27/5/2020

tijd.be

Lockdown weegt zwaar op kinderen

Online

27/5/2020

vrt.be

Pour les enfants, la crise du coronavirus aura été syno­ nyme d’ennui et de solitude (lesmateriaal)

Online

27/5/2020

ketnet.be

Resultaten enquête kinderrechtencommissaris

Print

27/5/2020

Jommekeskrant (Het Nieuwsblad)

Speeltuinen gaan vandaag weer open

Tv

27/5/2020

VRT Eén - Het Journaal 13, 18 en 19u

Veel te weinig aandacht voor kinderen

Online

27/5/2020

demorgen.be

Verveeld, bang en gestrest: resultaten van groot­ schalige enquête bij Vlaamse jeugd zijn verontrustend

Tv

27/5/2020

VRT Eén - Villa Politica

Vraag Brecht Warnez n.a.v. enquête Kinderrechtencommissariaat

Online

28/5/2020

fashionista.be

10 tips hoe je de lockdown kan overleven met minder sociaal contact

Online

28/5/2020

focus.knack.be

Een gat tussen Karrewiet en De afspraak? ‘Het is niet vanzelfsprekend om jongeren te bereiken. Maar het kan wel’

Print en online

30/5/2020

De Standaard, standaard.be

Zeven lessen uit de lockdown

Print

1/6/2020

Actual Care

Centra Geestelijke Gezondheidszorg switchen tijdens de coronacrisis massaal naar begeleiding op afstand

Online

1/6/2020

rtv.be

Jongeren geven advies in Vorselaar

Print

1/6/2020

Klasse Magazine

School is meer dan kennisfabriek

Online

1/6/2020

nnieuws.be

Vorselaarse kinderburgemeesters en jeugdraadvoor­ zitters adviseren gemeentebestuur

Print

3/6/2020

Tertio

Corona maakt kwetsbare leerlingen nog kwetsbaarder

Online

5/6/2020

vrt.be

Analyse. Eén maand na de versoepelingen in de corona-epidemie: wat hebben we bijgeleerd over deze gezondheidscrisis?

Print en online

5/6/2020

De Standaard, standaard.be

Voor de asielzoekers in Koksijde is de lockdown niet voorbij

Online

7/6/2020

hbvl.be, nieuwsblad.be

Video van Brusselse agenten die jongen (13) in de boeien slaan, stuit op veel onbegrip: ‘Niets lijkt dit te rechtvaardigen’

Print

8/6/2020

Gazet van Antwerpen

Brusselse politie slaat 13-jarige in de boeien

Print en online

8/6/2020 9/6/2020

Het Nieuwsblad, nieuwsblad.be

Kritiek op Brusselse politie die 13-jarige in boeien slaat

Online

8/6/2020

fashionista.be

Rode Neuzen Dag lanceert wekelijkse Instagramlivesessie ‘Hoe is ’t?’ voor jongeren

Print en online

12/6/2020

Het Laatste Nieuws, hln.be

Wouter Beke luistert naar jongeren op Instagram

Print

14/6/2020

De Zondag

De wetgeving schiet tekort vanuit kinderrechten­ perspectief

Online

14/6/2020

dezondag.be

Ook op Vaderdag zijn honderden kinderen op zoek naar hun biologische papa

Print

14/6/2020

De Zondag

Op zoek naar biologische vaders

Online

19/6/2020

zorgneticuro.be, zorgandersnieuws.be

Centra Geestelijke Gezondheidszorg switchen tijdens coronacrisis massaal naar begeleiding op afstand

195


196

Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Print

24/6/2020

Kerk & Leven

Werk maken van ouderenrechten

Online

25/6/2020

demorgen.be

Na het Kinderrechtencommissariaat het Ouderenrechtencommissariaat?

Online

26/6/2020

hln.be

Campagne ‘kzitermee’ zet in coronatijden in op ­mentaal welbevinden: ‘Jongeren zijn eenzamer en heb­ ben meer stress’

Online

26/6/2020

drk.be

Logo Leieland lanceert campagne kzitermee.be rond mentaal welbevinden

Online

29/6/2020

zorgneticuro.be, weliswaar.be

Ziekenhuizen, algemeen welzijnswerk en geestelijke ge­ zondheidszorg strijden mee tegen kinder­mishandeling

Online

1/7/2020

nieuwsblad.be

‘Alles komt goed’-editie Zonneland leert 10- tot 12-jarigen omgaan met corona-angst

Persagentschap

1/7/2020

Belga

Coronavirus - ‘Alles komt goed’-editie Zonneland leert 10- tot 12-jarigen omgaan met corona-angst

Print

1/7/2020

De Bond

Kinderen werden te lang over het hoofd gezien

Radio

1/7/2020

VRT Radio 2 - Limburg Start Je Dag

Veel kinderen hebben het moeilijk gehad, enquête afgenomen door het Kinderrechtencommissariaat

Online

1/7/2020

pub.be/nl

Zonneland helpt kinderen van corona-angst af

Online

2/7/2020

solidaire.org

Caroline Vrijens : « Rendre nos villes vraiment ­accueillantes pour les plus jeunes, c’est urgent. »

Online

3/7/2020

libelle.be

Speciale uitgave van Zonneland helpt 10- tot 12-jarigen af van corona-angst

Print

4/7/2020

Het Laatste Nieuws

Lindekens (65) Wat ik gedaan heb op dag 1 van mijn pensioen? Ik heb gewerkt

Online

4/7/2020

hln.be

VRT-coryfee Kathy Lindekens (65) verplicht ‘op rust’: ‘Op dag 1 van mijn pensioen heb ik... gewerkt’

Online

7/7/2020

apache.be

Belgische poging om kinderen IS-strijders te ­repatriëren mislukt

Online

7/7/2020

madeinvlaamsbrabant.be

Zonneland tegen corona-angst

Online

8/7/2020

knack.be

Commissie van Toezicht jeugdinstellingen krijgt meer bevoegdheden

Persagentschap

8/7/2020

Belga

Commissie van Toezicht jeugdinstellingen krijgt meer bevoegdheden

Online

8/7/2020

cdenv.be, openvld.be

Meer bevoegdheden voor commissie die toeziet op jeugdinstellingen

Online

14/7/2020

caw.be

CAW Oost-Brabant pilootproject in Kindreflex

Online

16/7/2020

cartoon-productions.be

Corona heeft ook impact op mensenrechten

Print

10/8/2020

Gazet van Antwerpen

Gezin radeloos nu huis in Beiroet verwoest is: ‘Wie kan ons zoontje naar België halen?’

Radio

11/8/2020

VRT Radio1 - Nieuws 13u, VRT Studio Brussel - Nieuws 13u, VRT MNM - Nieuws 13u, VRT Klara - Nieuws, VRT Radio 1 La La Liebens

Vooral kansarme gezinnen worden getroffen als ­dagjestoeristen geweerd worden aan de kust

Radio en online

11/8/2020

VRT Radio 1 - Zomerland, radio1.be

Caroline Vrijens te gast in de zomer van op Radio 1

Online

12/8/2020

hbvl.be, nieuwsblad.be

Experts trekken aan alarmbel en roepen op om ­scholen volledig te heropenen

Online

12/8/2020

4nieuws.be

Experts trekken aan alarmbel en roepen op om ­scholen volledig te heropenen: ‘Anders dreigen we een hele generatie te verliezen’

Online

12/8/2020

gva.be, standaard.be

Experts: ‘Heropen scholen op 1 september, want we dreigen een hele generatie te verliezen’

Print en online

12/8/2020

De Standaard, standaard.be

Hoe zal het nieuwe schooljaar eruitzien?

Print

12/8/2020

dS Avond (De Standaard)

Vijf vragen (en antwoorden) over de start van het schooljaar

Print

12/8/2020

Het Nieuwsblad

We dreigen een hele generatie te verliezen


Deel 4: Bijlagen Kinderrechten in de media

Radio

12/8/2020

VRT Radio 1 - De zomer van 2020, VRT MNM De Avondshow

Met kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens

Online

13/8/2020

apache.be

Forse toename meldingen huiselijk geweld tijdens coronacrisis

Print

14/8/2020

Plus (Het Belang van Limburg)

Er zijn meer schuldigen en wellicht ook meer slacht­offers

Print

14/8/2020

Het Belang van Limburg

Herdenking aan standbeeld in Hasselt

Online

14/8/2020

hbvl.be

An en Eefje 25 jaar geleden ontvoerd, Jean Lambrecks blijft zoeken naar de waarheid

Online

14/8/2020

focusophasseltspecials.wordpress.com

Hasselt herdenkt verdwijning An en Eefje op 23 augustus 2020 in Stadspark CCHA

Print en online

17/8/2020

De Standaard, standaard.be

Liever nuchtere analyse dan opbod in krachtdadigheid

Online

18/8/2020

limburgnieuws.be

Emotionele herdenking An en Eefje in Hasselt

Persagentschap

23/8/2020

Belga

Ingetogen herdenking van verdwijning An en Eefje in Hasselt

Online

23/8/2020

radio1.be

25 jaar geleden verdwenen An en Eefje

Online

23/8/2020

grenzecho.net

Gedenken an An und Eefje: ‘Ich hatte nicht erwartet, dass es noch immer so hart sein würde’

Print

23/8/2020

De Zondag

Hasselt herdenkt verdwijning met ingetogen plechtigheid

Radio

23/8/2020

VRT Radio1 - Nieuws 12 en 13u, VRT MNM - Nieuws 13u, VRT Studio Brussel - Nieuws 13

Verschillende toespraken gehouden tijdens de herden­ kingsplechtigheid verdwijning An en Eefje onder andere door kinderrechtencommissaris

Online

23/8/2020

vrt.be

Herdenking van An en Eefje die 25 jaar geleden ver­ dwenen: ‘Ze zijn nog aanwezig in ieder van ons’

Online

23/8/2020

gva.be

Pakkende herdenking 25 jaar na verdwijning An en Eefje: ‘We moeten leven met de aanvaarding, dat is bikkelhard’

Persagentschap

23/8/2020

Belga

Ingetogen herdenking van verdwijning An en Eefje in Hasselt

Online

23/8/2020

knack.be

Ingetogen herdenking van verdwijning An en Eefje

Online

23/8/2020

hbvl.be

Pakkende herdenking 25 jaar na verdwijning An en Eefje: ‘Het had niet mogen gebeuren’

Online

23/8/2020

7sur7.be

Les proches d’An et Eefje leur rendent hommage, 25 ans après leur disparition

Print

24/8/2020

Gazet van Antwerpen

An en Eefje pakkend herdacht

Online

24/8/2020

limburgnieuws.be

Emotionele herdenking An en Eefje in Hasselt

Print

24/8/2020

L'Avenir

Que cela ne se reproduise jamais

Print

25/8/2020

Humo

Honger is niet erg. Voelen dat mensen op je neer­ kijken: dát is hard

Print en online

25/8/2020

Het Nieuwsblad (ed. Limburg), nieuwsblad.be

Hulplijn krijgt recordaantal oproepen voor partner­ geweld in Limburg

Print en online

25/8/2020

Het Belang van Limburg,

Recordaantal oproepen voor partnergeweld in Limburg

Online

27/8/2020

nl.metrotime.be, zita.be

Bijna dubbel zoveel meldingen van partnergeweld door lockdown

Persagentschap

27/8/2020

Belga

Gemiddeld tachtig procent meer oproepen per maand over partnergeweld

Online

27/8/2020

proximus.be, msn.com/nl.be, knack.be

Gemiddeld tachtig procent meer oproepen per maand over partnergeweld

Online

27/8/2020

knack.be

Mijn kot, mijn leven: ook voor personen met een handicap

Online

27/8/2020

hln.be, demorgen.be, ­despecialist.eu, medi-sfeer.be

Partnergeweld fors in de lift: per maand bellen 170 slachtoffers hulplijn 1712

197


198

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1989 -

Officiële Nederlandse vertaling

Officieuze samenvatting van de belangrijkste bepalingen

Officiële tekst

Preambule:

Preambule:

De preambule: herinnert aan de basisprincipes van de Verenigde Naties evenals aan specifieke bepalingen van sommige relevante men­ senrechtenverdragen en verklaringen; herbevestigt het feit dat kinderen om­ wille van hun kwetsbaarheid nood heb­ ben aan bijzondere zorg en bescherming; legt bijzondere nadruk op de primaire verantwoordelijkheid van het gezin voor de zorg voor en de bescherming van het kind, de noodzaak van wettelijke en an­ dere bescherming voor het kind voor en na de geboorte, het belang van het res­ pect voor de culturele waarden van de gemeenschap waarin het kind leeft, en de vitale rol van internationale samenwer­ king met het oog op de effectuering van de rechten van het kind.

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, Overwegende dat, in overeenstemming met de in het Handvest van de Verenigde Naties verkondigde beginselen, erkenning van de waardigheid in­ herent aan, alsmede van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap de grondslag is voor vrijheid, gerechtig­ heid en vrede in de wereld, Indachtig dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens en in de waardigheid en de waarde van de mens opnieuw hebben bevestigd en hebben besloten sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in grotere vrijheid te be­ vorderen, Erkennende dat de Verenigde Naties in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in de Internationale Verdragen inzake de Rechten van de Mens hebben verkondigd en zijn overeengekomen dat eenieder recht heeft op alle rechten en vrijheden die daarin worden beschreven zonder onderscheid van welke aard ook, zoals naar ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of sociale afkomst, ei­ gendom, geboorte of andere status, Eraan herinnerende dat de Verenigde Naties in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hebben verkondigd dat kinderen recht hebben op bijzondere zorg en bijstand. Ervan overtuigd dat aan het gezin, als de kern van de samenleving en de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing en het welzijn van al haar leden en van kinderen in het bijzonder, de nodige bescherming en bijstand dient te worden verleend opdat het zijn verantwoordelijkheden binnen de gemeen­ schap volledig kan dragen, Erkennende dat het kind, voor de volledige en harmonische ontplooiing van zijn (of haar) persoonlijkheid, dient op te groeien in een gezinsomgeving, in een sfeer van geluk, liefde en begrip. Overwegende dat het kind volledig dient te worden voorbereid op het leiden van een zelfstandig leven in de samenleving, en dient te worden op­ gevoed in de geest van de in het Handvest van de Verenigde Naties ver­ kondigde idealen, en in het bijzonder in de geest van vrede, waardigheid, verdraagzaamheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit, Indachtig dat de noodzaak van het verlenen van bijzondere zorg aan het kind is vermeld in de Verklaring van Genève inzake de Rechten van het Kind van 1924 en in de Verklaring van de Rechten van het Kind, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1959 en is erkend in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (met name in de artikelen 23 en 24), in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (met name in artikel 10) en in de statuten en desbetreffende akten van gespecialiseerde organisaties en internationale organisaties die zich bezighouden met het welzijn van kinderen, Indachtig dat, zoals aangegeven in de Verklaring van de Rechten van


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

het Kind, ‘het kind op grond van zijn lichamelijke en geestelijke onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft, met inbegrip van geëigende ­wettelijke bescherming, zowel voor als na zijn geboorte’, Herinnerende aan de bepalingen van de Verklaring inzake Sociale en Juridische Beginselen betreffende de Bescherming en het Welzijn van Kinderen, in het bijzonder met betrekking tot Plaatsing in een Pleeggezin en Adoptie, zowel Nationaal als Internationaal; de Standaard Minimumregels van de Verenigde Naties voor de Toepassing van het Recht op Jongeren (de Beijingregels); en de Verklaring inzake de Bescherming van Vrouwen en ­ Kinderen in Noodsituaties en Gewapende Conflicten, Erkennende dat er, in alle landen van de wereld, kinderen zijn die in uit­ zonderlijk moeilijke omstandigheden leven, en dat deze kinderen bijzondere aandacht behoeven, Op passende wijze rekening houdend met het belang van de tradities en culturele waarden die ieder volk hecht aan de bescherming en harmonische ontwikkeling van het kind, Het belang erkennende van internationale samenwerking ter verbetering van de levensomstandigheden van kinderen in ieder land, in het bijzonder in de ontwikkelingslanden, Zijn het volgende overeengekomen:

Deel I Definitie van het begrip kind Elke persoon jonger dan 18 jaar, tenzij de meerderjarigheidsgrens volgens de wet vroeger valt. Non-discriminatie Het principe dat alle rechten van toepas­ sing zijn op alle kinderen zonder enige uitzondering, en de verplichting van de Staat om kinderen tegen om het even wel­ ke vorm van discriminatie te beschermen. De Staat mag geen enkel recht schenden en moet positieve acties ondernemen om alle rechten te bevorderen.

Het belang van het kind Alle acties met betrekking tot het kind dienen ten volle rekening te houden met zijn of haar belang. De Staat is verplicht adequate zorgen te verlenen wanneer ouders of andere verantwoordelijken ter zake in gebreke blijven.

Artikel 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder een kind verstaan ieder mens jonger dan achttien jaar, tenzij volgens het op het kind van toepassing zijnde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt.

Artikel 2 1. De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in het Verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun rechtsbevoegd­ heid zonder discriminatie van welke aard ook, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale, et­ nische of maatschappelijke afkomst, vermogen, handicap, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn (of haar) ouder of wettige voogd. 2. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waar­ borgen dat het kind wordt beschermd tegen alle vormen van discriminatie of bestraffing op grond van de status of de activiteiten van, de meningen geuit door of de overtuigingen van de ouders, wettige voogden of familie­ leden van het kind.

Artikel 3 1. Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden geno­ men door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk wel­ zijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging. 2. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te verzekeren van de bescherming en de zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn, reke­ ning houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders, wettige

199


200

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind zijn, en nemen hiertoe alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen. 3. De Staten die partij zijn, waarborgen dat de instellingen, diensten en voor­ zieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het aan­ tal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede bevoegd toezicht. De effectuering van rechten De verplichting van de Staat om de rech­ ten uit dit Verdrag in werkelijkheid om te zetten.

De leiding door ouders en de groeiende capaciteiten van het kind De plicht van de Staat tot respect voor de rechten en verantwoordelijkheden van ouders en de ruimere familie om het kind leiding te geven overeenkomstig zijn of haar groeiende capaciteiten.

Overleven en ontwikkelen Het inherente recht op leven, en de plicht van de Staat het overleven en de ontwik­ keling van het kind te garanderen.

Naam en nationaliteit Het recht vanaf de geboorte een naam te hebben en een nationaliteit te verwerven.

Behoud van identiteit De verplichting van de Staat om de basale aspecten van de identiteit van het kind (naam, nationaliteit en familiebanden) te beschermen en, zo nodig, te herstellen.

Artikel 4 De Staten die partij zijn, nemen alle nodige wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen om de in dit Verdrag erkende rechten te verwezenlijken. Ten aanzien van economische, sociale en culturele rechten nemen de Staten die partij zijn deze maatregelen in de ruimste mate waarin de hun ter beschik­ king staande middelen dit toelaten en, indien nodig, in het kader van inter­ nationale samenwerking.

Artikel 5 De Staten die partij zijn, eerbiedigen de verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de ouders of, indien van toepassing, van de leden van de familie in ruimere zin of de gemeenschap al naar gelang het plaatselijk gebruik, van wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk zijn voor het kind, voor het voorzien in passende leiding en begeleiding bij de uitoefening door het kind van de in dit Verdrag erkende rechten, op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.

Artikel 6 1. De Staten die partij zijn, erkennen dat ieder kind het inherente recht op leven heeft. 2. De Staten die partij zijn, waarborgen in de ruimst mogelijke mate de mo­ gelijkheden tot overleven en de ontwikkeling van het kind.

Artikel 7 1. Het kind wordt onmiddellijk na de geboorte ingeschreven en heeft vanaf de geboorte het recht op een naam, het recht een nationaliteit te verwer­ ven en, voor zover mogelijk, het recht zijn of haar ouders te kennen en door hen te worden verzorgd. 2. De Staten die partij zijn, waarborgen de verwezenlijking van deze rechten in overeenstemming met hun nationale recht en hun verplichtingen krach­ tens de desbetreffende internationale akten op dit gebied, in het bijzonder wanneer het kind anders staatloos zou zijn.

Artikel 8 1. De Staten die partij zijn, verbinden zich tot eerbiediging van het recht van het kind zijn of haar identiteit te behouden, met inbegrip van nationaliteit, naam en familiebetrekkingen zoals wettelijk erkend, zonder onrechtma­ tige inmenging. 2. Wanneer een kind op niet rechtmatige wijze wordt beroofd van enige of alle bestanddelen van zijn of haar identiteit, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand en bescherming, teneinde zijn identiteit zo snel mo­ gelijk te herstellen


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Van de ouders gescheiden worden Het recht van het kind om met zijn of haar ouders samen te leven, tenzij geoordeeld wordt in overeenstemming met de toe­ passelijke procedures dat dit onverenig­ baar is met zijn of haar belang; Het recht van alle betrokken partijen om aan deze procedures deel te nemen; Het recht om contact te onderhouden met beide ouders, wanneer het kind geschei­ den leeft van één of van beide ouders; De plichten van de Staten in die gevallen waar een dergelijke scheiding het resul­ taat is van een actie door de Staat.

Gezinshereniging Het recht van kinderen en hun ouders om het even welk land te verlaten en hun ei­ gen land terug binnen te komen met het oog op hereniging of om de ouder-kind­ relatie te onderhouden.

Artikel 9 1. De Staten die partij zijn, waarborgen dat een kind niet wordt gescheiden van zijn of haar ouders tegen hun wil, tenzij de bevoegde autoriteiten onder voorbehoud van de mogelijkheid van rechterlijke toetsing, in over­ eenstemming met het toepasselijk recht en de toepasselijke procedures, beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van het kind. Een dergelijke beslissing kan noodzakelijk zijn in een bepaald geval, zoals wanneer er sprake is van misbruik of verwaarlozing van het kind door de ouders, of wanneer de ouders gescheiden leven en er een beslissing moet worden genomen ten aanzien van de verblijfplaats van het kind. 2. In procedures ingevolge het eerste lid van dit artikel dienen alle betrokken partijen de gelegenheid te krijgen aan de procedures deel te nemen en hun standpunten naar voren te brengen. 3. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind dat van een ouder of beide ouders is gescheiden, op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. 4. Indien een dergelijke scheiding voortvloeit uit een maatregel genomen door een Staat die partij is, zoals de inhechtenisneming, gevangenneming, verbanning, deportatie, of uit een maatregel het overlijden ten gevolge hebbend (met inbegrip van overlijden, door welke oorzaak ook, terwijl de betrokkene door de Staat in bewaring wordt gehouden) van één ouder of beide ouders of van het kind, verstrekt die Staat, op verzoek, aan de ouders, aan het kind of, indien van toepassing, aan een ander familielid van het kind de noodzakelijke inlichtingen over waar het afwezige lid van het gezin zich bevindt of waar de afwezige leden van het gezin zich be­ vinden, tenzij het verstrekken van die inlichtingen het welzijn van het kind zou schaden. De Staten die partij zijn, waarborgen voorts dat het indienen van een dergelijk verzoek op zich geen nadelige gevolgen heeft voor de betrokkene(n).

Artikel 10 1. In overeenstemming met de verplichting van de Staten die partij zijn krach­ tens artikel 9, eerste lid, worden aanvragen van een kind of van zijn ou­ ders om een Staat die partij is, voor gezinshereniging binnen te gaan of te verlaten, door de Staten die partij zijn met welwillendheid, menselijkheid en spoed behandeld. De Staten die partij zijn, waarborgen voorts dat het indienen van een dergelijke aanvraag geen nadelige gevolgen heeft voor de aanvragers of hun familieleden. 2. Een kind van wie de ouders in verschillende Staten verblijven, heeft het recht op regelmatige basis, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met beide ouders te onderhouden. Hiertoe, en in overeenstemming met de verplichting van de Staten die partij zijn krachtens artikel 9, tweede lid, eerbiedigen de Staten die partij zijn het recht van het kind en van zijn of haar ouders welk land ook, met inbegrip van het eigen land, te verlaten, en het eigen land binnen te gaan. Het recht welk land ook te verlaten is slechts onderworpen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn ter bescherming van de nationale veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de rechten en vrijheden van anderen, en verenigbaar zijn met de andere in dit Verdrag erkende rechten.

201


202

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Ongeoorloofde overbrenging en het niet doen terugkeren De plicht van de Staat om te trachten kid­ napping of het vasthouden van kinderen in het buitenland door een ouder of door derden te voorkomen of ongedaan te maken. De mening van het kind Het recht van het kind om zijn of haar mening te kennen te geven en het recht op het feit dat met deze mening rekening wordt gehouden in elke aangelegenheid of procedure die het kind betreft

Vrijheid van meningsuiting Het kind heeft het recht informatie te ver­ krijgen of bekend te maken en zijn of haar mening uit te drukken, tenzij dit de rech­ ten van anderen zou schenden.

Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst Het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, onder­ worpen aan de passende leiding van de ouders en aan de nationale wetten.

Vrijheid van vereniging Het recht van kinderen met anderen sa­ men te komen en verenigingen op te rich­ ten of er zich bij aan te sluiten, tenzij dit de rechten van anderen zou schenden.

Artikel 11 1. De Staten die partij zijn, nemen maatregelen ter bestrijding van de onge­ oorloofde overbrenging van kinderen naar en het niet doen terugkeren van kinderen uit het buitenland. 2. Hiertoe bevorderen de Staten die partij zijn het sluiten van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of het toetreden tot bestaande overeenkomsten.

Artikel 12 1. De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te uiten in alle aan­ gelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leef­ tijd en rijpheid. 2. Hiertoe wordt het kind met name in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in iedere gerechtelijke en bestuurlijke procedure die het kind be­ treft, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een vertegenwoor­ diger of een daarvoor geschikte instelling, op een wijze die verenigbaar is met de procedureregels van het nationale recht.

Artikel 13 1. Het kind heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te ver­ garen, te ontvangen en door te geven, ongeacht de landsgrenzen hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn of haar keuze. 2. De uitoefening van dit recht kan aan bepaalde beperkingen worden gebon­ den, doch alleen aan de beperkingen die bij de wet zijn voorzien en die nodig zijn: a) voor de eerbiediging van de rechten of de goede naam van anderen; of b) ter bescherming van de nationale veiligheid of van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden.

Artikel 14 1. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. 2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen de rechten en plichten van ouders en, indien van toepassing, van de wettige voogden, om het kind te leiden in de uitoefening van zijn of haar recht op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind. 3. De vrijheid van eenieder zijn of haar godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan slechts in die mate worden beperkt als wordt voor­ geschreven door de wet en noodzakelijk is ter bescherming van de open­ bare veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 15 1. De Staten die partij zijn, erkennen de rechten van het kind op vrijheid van vereniging en vrijheid van vreedzame vergadering. 2. De uitoefening van deze rechten kan aan geen andere beperkingen wor­ den onderworpen dan die welke in overeenstemming met de wet worden opgelegd en die in een democratische samenleving geboden zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare orde, de bescherming van de volksgezondheid of de goede zeden, of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Bescherming van de privacy Het recht te worden beschermd tegen in­ menging in de privacy, het gezinsleven, de woning en de correspondentie, evenals tegen smaad en laster.

Toegang tot passende informatie De rol van de media inzake het versprei­ den van informatie onder kinderen op een wijze die in overeenstemming is met het moreel welzijn, met wederzijdse kennis en begrip onder de volkeren en die de cultu­ rele achtergrond van het kind respecteert. De Staat dient maatregelen te treffen om dit aan te moedigen en om kinderen te be­ schermen tegen schadelijk materiaal.

Verantwoordelijkheden van ouders Het principe dat beide ouders gezamen­ lijk de eerste verantwoordelijken zijn voor de opvoeding van hun kinderen, en dat de Staat hen bij deze taak dient te ondersteu­ nen.

Bescherming tegen mishandeling en verwaarlozing De verplichting van de Staat om kinde­ ren te beschermen tegen elke vorm van mishandeling door ouders of door andere personen die verantwoordelijkheid dra­ gen voor de zorg voor het kind, en om in verband hiermee preventieve m ­ aatregelen

Artikel 16 1. Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtma­ tige inmenging in zijn of haar privéleven, in zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning of zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtma­ tige aantasting van zijn of haar eer en goede naam. 2. Het kind heeft recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmen­ ging of aantasting.

Artikel 17 De Staten die partij zijn, erkennen de belangrijke functie van de massamedia en waarborgen dat het kind toegang heeft tot informatie en materiaal uit een verscheidenheid van nationale en internationale bronnen, in het bijzonder informatie en materiaal gericht op het bevorderen van zijn of haar sociale, psychische en morele welzijn en zijn of haar lichamelijke en geestelijke ge­ zondheid. Hiertoe dienen de Staten die partij zijn: a) de massamedia aan te moedigen informatie en materiaal te verspreiden die tot sociaal en cultureel nut zijn voor het kind en in overeenstemming zijn met de strekking van artikel 29; b) internationale samenwerking aan te moedigen bij de vervaardiging, uit­ wisseling en verspreiding van dergelijke informatie en materiaal uit een verscheidenheid van culturele, nationale en internationale bronnen; c) de vervaardiging en verspreiding van kinderboeken aan te moedigen; d) de massamedia aan te moedigen in het bijzonder rekening te houden met de behoeften op het gebied van de taal van het kind dat tot een minder­ heid of tot de oorspronkelijke bevolking behoort; e) de ontwikkeling aan te moedigen van passende richtlijnen voor de be­ scherming van het kind tegen informatie en materiaal die schadelijk zijn voor zijn of haar welzijn, indachtig de bepalingen van de artikelen 13 en 18.

Artikel 18 1. De Staten die partij zijn, doen alles wat in hun vermogen ligt om de erken­ ning te verzekeren van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Ouders of, al naar gelang het geval, wettige voogden, hebben de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind is hun allereerste zorg. 2. Om de toepassing van de in dit Verdrag genoemde rechten te waarborgen en te bevorderen, verlenen de Staten die partij zijn passende bijstand aan ouders en wettige voogden bij de uitoefening van hun verantwoordelijkhe­ den die de opvoeding van het kind betreffen, en waarborgen zij de ontwik­ keling van instellingen, voorzieningen en diensten voor kinderzorg. 3. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarbor­ gen dat kinderen van werkende ouders recht hebben op gebruikmaking van diensten en voorzieningen voor kinderzorg waarvoor zij in aanmer­ king komen.

Artikel 19 1. De Staten die partij zijn, nemen alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen en maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk ge­ weld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of na­ latige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksu­ eel misbruik, zolang het kind onder de hoede is van de ouder(s), wettige voogd(en) of iemand anders die de zorg voor het kind heeft.

203


204

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

te nemen en behandelingsprogramma’s op te zetten.

Bescherming van kinderen buiten hun gezin De plicht van de Staat om kinderen die niet in hun gezinsmilieu kunnen leven bij­ zondere bescherming te bieden, en om er voor te zorgen dat voor hen een beroep kan gedaan worden op gepaste alternatie­ ve gezinsopvang of op plaatsing in een in­ stelling. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de culturele achtergrond van het kind.

Adoptie In landen waar adoptie wordt erkend en/ of toegestaan mag het enkel worden toe­ gepast in het belang van het kind, met alle noodzakelijke waarborgen voor het kind en mits goedkeuring door de be­ voegde overheden. Interlandelijke adop­ tie kan worden overwogen nadat de mo­ gelijkheden in het land van oorsprong van het kind zijn uitgeput. Ook in het geval van interlandelijke adoptie dienen alle noodzakelijke waarborgen te worden ge­ respecteerd.

2. Deze maatregelen ter bescherming dienen, indien van toepassing, doel­ treffende procedures te omvatten voor de invoering van sociale program­ ma’s om te voorzien in de nodige ondersteuning van het kind en van die­ genen die de zorg voor het kind hebben, alsmede procedures voor andere vormen van voorkoming van gevallen van kindermishandeling zoals hier­ boven beschreven, en voor opsporing, melding, verwijzing onderzoek, be­ handeling en follow-up van zodanige gevallen, en, indien van toepassing, voor inschakeling van rechterlijke instanties.

Artikel 20 1. Een kind dat tijdelijk of blijvend het leven in het gezin waartoe het behoort moet missen, of dat men in zijn of haar eigen belang niet kan toestaan in het gezin te blijven, heeft recht op bijzondere bescherming en bijstand van staatswege. 2. De Staten die partij zijn, waarborgen, in overeenstemming met hun natio­ nale recht, een andere vorm van zorg voor dat kind. 3. Deze zorg kan, onder andere, plaatsing in een pleeggezin omvatten, kafalah volgens het Islamitisch recht, adoptie, of, indien noodzakelijk, plaatsing in geschikte instellingen voor kinderzorg. Bij het overwegen van oplossingen wordt op passende wijze rekening gehouden met de wense­ lijkheid van continuïteit in de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele achtergrond van het kind en met zijn of haar achtergrond wat betreft de taal.

Artikel 21 De Staten die partij zijn en die de methode van adoptie erkennen en/of toe­ staan, waarborgen dat het belang van het kind daarbij de voornaamste over­ weging is, en: a) waarborgen dat de adoptie van een kind slechts wordt toegestaan mits daartoe bevoegde autoriteiten, in overeenstemming met de van toepas­ sing zijnde wetten en procedures en op grond van alle van belang zijnde en betrouwbare gegevens, bepalen dat de adoptie kan worden toegestaan gelet op de verhoudingen van het kind met zijn of haar ouders, familiele­ den en wettige voogden, en mits, indien vereist, de betrokkenen, na vol­ ledig te zijn ingelicht, op grond van de adviezen die noodzakelijk worden geacht, daarmee hebben ingestemd; b) erkennen dat interlandelijke adoptie kan worden overwogen als andere oplossing voor de zorg voor het kind, indien het kind niet in een pleeg- of adoptiegezin kan worden geplaatst en op geen enkele andere passende wijze kan worden verzorgd in het land van zijn of haar herkomst; c) verzekeren dat voor het kind dat bij een interlandelijke adoptie is betrok­ ken waarborgen en normen gelden die gelijkwaardig zijn aan die welke bestaan bij adoptie in het eigen land; d) nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat, in het geval van interlandelijke adoptie, de plaatsing niet leidt tot ongepast geldelijk voor­ deel voor de betrokkenen; e) bevorderen, wanneer passend, de verwezenlijking van de doeleinden van dit artikel door het aangaan van bilaterale of multilaterale regelingen of overeenkomsten, en spannen zich in om, in het kader daarvan te waarbor­ gen dat de plaatsing van het kind in een ander land wordt uitgevoerd door bevoegde autoriteiten of instellingen.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Vluchtelingenkinderen Kinderen die als vluchteling worden be­ schouwd of die de status van vluchteling hebben aangevraagd dienen een bijzon­ dere bescherming te genieten. De Staat heeft de plicht samen te werken met be­ voegde instanties die een dergelijke be­ scherming en bijstand bieden.

Gehandicapte kinderen Het recht van gehandicapte kinderen op bijzondere zorg, onderwijs en training, bedoeld om hen te helpen de grootst mo­ gelijke zelfstandigheid te bereiken en een volwaardig en actief leven te leiden in de samenleving.

Artikel 22 1. De Staten die partij zijn, nemen passende maatregelen om te waarborgen dat een kind dat de vluchtelingenstatus wil verkrijgen of dat in overeen­ stemming met het toepasselijke internationale recht en de toepasselijke procedures als vluchteling wordt beschouwd, ongeacht of het al dan niet door zijn of haar ouders of door iemand anders wordt begeleid, passende bescherming en humanitaire bijstand krijgt bij het genot van de van toe­ passing zijnde rechten beschreven in dit Verdrag en in andere internatio­ nale akten inzake de rechten van de mens of humanitaire akten waarbij de bedoelde Staten partij zijn. 2. Hiertoe verlenen de Staten die partij zijn, naar zij passend achten, hun medewerking aan alle inspanningen van de Verenigde Naties en andere bevoegde intergouvernementele organisaties of niet-gouvernementele or­ ganisaties die met de Verenigde Naties samenwerken, om dat kind te be­ schermen en bij te staan en de ouders of andere gezinsleden op te sporen van een kind dat vluchteling is, teneinde de nodige inlichtingen te verkrij­ gen voor hereniging van het kind met het gezin waartoe het behoort. In gevallen waarin geen ouders of andere familieleden kunnen worden ge­ vonden, wordt aan het kind dezelfde bescherming verleend als aan ieder ander kind dat, om welke reden ook, blijvend of tijdelijk het leven in een gezin moet ontberen, zoals beschreven in dit Verdrag.

Artikel 23 1. De Staten die partij zijn, erkennen dat een geestelijk of lichamelijk gehan­ dicapt kind een volwaardig en behoorlijk leven dient te hebben, in omstan­ digheden die de waardigheid van het kind verzekeren, zijn zelfstandigheid bevorderen en zijn actieve deelneming aan het gemeenschapsleven verge­ makkelijken. 2. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het gehandicapte kind op bijzondere zorg, en stimuleren en waarborgen dat aan het daarvoor in aanmerking komende kind en degenen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar verzorging, afhankelijk van de beschikbare middelen, de bijstand wordt verleend die is aangevraagd en die passend is gezien de gesteldheid van het kind en de omstandigheden van de ouders of anderen die voor het kind zorgen. 3. Onder erkenning van de bijzondere behoeften van het gehandicapte kind, dient de in overeenstemming met het tweede lid geboden bijstand, wan­ neer mogelijk, gratis te worden verleend, rekening houdend met de finan­ ciële middelen van de ouders of anderen die voor het kind zorgen. Deze bijstand dient erop gericht te zijn te waarborgen dat het gehandicapte kind daadwerkelijk toegang heeft tot onderwijs, opleiding, voorzieningen voor gezondheidszorg en revalidatie, voorbereiding voor een beroep, en recreatiemogelijkheden, op een wijze die ertoe bijdraagt dat het kind een zo volledig mogelijke integratie in de maatschappij en persoonlijke ont­ wikkeling bereikt, met inbegrip van zijn of haar culturele en intellectuele ontwikkeling. 4. De Staten die partij zijn, bevorderen, in de geest van internationale sa­ menwerking, de uitwisseling van passende informatie op het gebied van preventieve gezondheidszorg en van medische en psychologische behan­ deling van, en behandeling van functionele stoornissen bij gehandicapte kinderen met inbegrip van de verspreiding van en de toegang tot informatie betreffende revalidatiemethoden, onderwijs en beroepsopleidingen, met als doel de Staten die partij zijn, in staat te stellen hun vermogens en

205


206

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

­ vaardigheden te verbeteren en hun ervaring op deze gebieden te verrui­ men. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden. Gezondheid en gezondheidszorg Het recht op de hoogst mogelijke graad van gezondheid en het recht op toegang tot gezondheidszorg en medische voor­ zieningen met bijzondere nadruk op eer­ stelijnsgezondheidszorg en preventieve gezondheidszorg, op gezondheidsvoor­ lichting en -educatie en op de verminde­ ring van de kindersterfte. De verplichting van de Staat om te werken in de richting van het uitbannen van schadelijke traditi­ onele praktijken. De nood aan internatio­ nale samenwerking met het oog op het re­ aliseren van dit recht wordt beklemtoond.

Periodieke herziening van een plaatsing Het recht van het kind, dat ter verzor­ ging, bescherming of behandeling door de Staat geplaatst is, op een regelmatige evaluatie van alle aspecten ervan. Sociale zekerheid Het recht van kinderen om van sociale ze­ kerheid te genieten.

Artikel 24 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op het genot van de grootst mogelijke mate van gezondheid en op voorzieningen voor de behandeling van ziekte en het herstel van de gezondheid. De Staten die partij zijn, streven ernaar te waarborgen dat geen enkel kind zijn of haar recht op toegang tot deze voorzieningen voor gezondheidszorg wordt onthouden. 2. De Staten die partij zijn, streven de volledige verwezenlijking van dit recht na en nemen passende maatregelen, met name: a) om baby- en kindersterfte te verminderen; b) om de verlening van de nodige medische hulp en gezondheidszorg aan alle kinderen te waarborgen met nadruk op de ontwikkeling van de eer­ stelijnsgezondheidszorg; c) om ziekte, ondervoeding en slechte voeding te bestrijden, mede binnen het kader van de eerstelijnsgezondheidszorg, door onder andere het toepassen van gemakkelijk beschikbare technologie en door het voor­ zien in voedsel met voldoende voedingswaarde en zuiver drinkwater, de gevaren en risico’s van milieuverontreiniging in aanmerking nemend; d) om passende pre- en postnatale gezondheidszorg voor moeders te waarborgen; e) om te waarborgen dat alle geledingen van de samenleving, met name ouders en kinderen, worden voorgelicht over, toegang hebben tot on­ derwijs over, en worden gesteund in het gebruik van de fundamentele kennis van de gezondheid en van de voeding van kinderen, de voorde­ len van borstvoeding, hygiëne en sanitaire voorzieningen en het voor­ komen van ongevallen; f) om preventieve gezondheidszorg, begeleiding voor ouders, en voorzie­ ningen voor en voorlichting over gezinsplanning te ontwikkelen. 3. De Staten die partij zijn, nemen alle doeltreffende en passende maatrege­ len teneinde traditionele gebruiken die schadelijk zijn voor de gezondheid van kinderen af te schaffen. 4. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe internationale samenwerking te bevorderen en aan te moedigen teneinde geleidelijk de algehele verwe­ zenlijking van het in dit artikel erkende recht te bewerkstelligen. Wat dit betreft wordt in het bijzonder rekening gehouden met de behoeften van ontwikkelingslanden.

Artikel 25 De Staten die partij zijn, erkennen het recht van een kind dat door de be­ voegde autoriteiten uit huis is geplaatst ter verzorging, bescherming of be­ handeling in verband met zijn of haar lichamelijke of geestelijke gezondheid, op een periodieke evaluatie van de behandeling die het kind krijgt en van alle andere omstandigheden die verband houden met zijn of haar plaatsing.

Artikel 26 1. De Staten die partij zijn, erkennen voor ieder kind het recht de voordelen te genieten van voorzieningen voor sociale zekerheid, met inbegrip van sociale verzekering, en nemen de nodige maatregelen om de algehele ver­ wezenlijking van dit recht te bewerkstelligen in overeenstemming met hun nationaal recht.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

2. De voordelen dienen, indien van toepassing, te worden verleend, waarbij rekening wordt gehouden met de middelen en de omstandigheden van het kind en de personen die verantwoordelijk zijn voor zijn of haar on­ derhoud, alsmede iedere andere overweging die van belang is voor de beoordeling van een verzoek daartoe dat door of namens het kind wordt ingediend. Levensstandaard Het recht van kinderen om een passende levensstandaard te genieten, de primaire verantwoordelijkheid van de ouders hier­ voor, en de plicht van de Staat om er voor te zorgen dat deze verantwoordelijkheid kan opgenomen worden en ook opgeno­ men wordt, zonodig door het innen van onderhoudsgeld.

Onderwijs Het recht van het kind op onderwijs en de plicht van de Staat er voor te zorgen dat tenminste lager onderwijs gratis en verplicht is. De discipline op school moet gehandhaafd worden op een wijze die de menselijke waardigheid van het kind weerspiegelt. De noodzaak van internati­ onale samenwerking met het oog op het realiseren van dit recht wordt benadrukt.

Artikel 27 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van ieder kind op een levens­ standaard die toereikend is voor de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling van het kind. 2. De ouder(s) of anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind, hebben de primaire verantwoordelijkheid voor het waarborgen, naar vermogen en binnen de grenzen van hun financiële mogelijkheden, van de levensom­ standigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling van het kind. 3. De Staten die partij zijn, nemen, in overeenstemming met de nationale omstandigheden en met de middelen die hun ten dienste staan, passende maatregelen om ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het kind te helpen dit recht te verwezenlijken, en voorzien, indien de behoefte daaraan bestaat, in programma’s voor materiële bijstand en ondersteu­ ning, met name wat betreft voeding, kleding en huisvesting. 4. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om het verhaal te waarborgen van uitkeringen tot onderhoud van het kind door de ouders of andere personen die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind dragen, zowel binnen de Staat die partij is als vanuit het buitenland. Met name voor gevallen waarin degene die de financiële verantwoordelijkheid voor het kind draagt, in een andere Staat woont dan die van het kind, be­ vorderen de Staten die partij zijn de toetreding tot internationale overeen­ komsten of het sluiten van dergelijke overeenkomsten, alsmede het treffen van andere passende regelingen.

Artikel 28 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezen­ lijken, verbinden zij zich er met name toe: a) primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschik­ baar te stellen; b) de ontwikkeling van verschillende vormen van voortgezet onderwijs aan te moedigen, met inbegrip van algemeen onderwijs en beroepson­ derwijs, deze vormen voor ieder kind beschikbaar te stellen en toegan­ kelijk te maken, en passende maatregelen te nemen zoals de invoering van gratis onderwijs en het bieden van financiële bijstand indien nood­ zakelijk; c) met behulp van alle passende middelen hoger onderwijs toegankelijk te maken voor een ieder naar gelang zijn capaciteiten; d) nformatie over en begeleiding bij onderwijs- en beroepskeuze voor alle kinderen beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken; e) maatregelen te nemen om regelmatig schoolbezoek te bevorderen en het aantal kinderen dat de school vroegtijdig verlaat, te verminderen. 2. De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te verzeke­ ren dat de wijze van handhaving van de discipline op scholen verenigbaar is met de menselijke waardigheid van het kind en in overeenstemming is met dit Verdrag.

207


208

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

3. De Staten die partij zijn, bevorderen en stimuleren internationale samen­ werking in aangelegenheden die verband houden met onderwijs, met name teneinde bij te dragen tot de uitbanning van onwetendheid en an­ alfabetisme in de gehele wereld, en de toegankelijkheid van wetenschap­ pelijke en technische kennis en moderne onderwijsmethoden te vergroten. In dit opzicht wordt met name rekening gehouden met de behoeften van de ontwikkelingslanden. Doel van het onderwijs De erkenning door de Staat dat het onder­ wijs dient gericht te zijn op de ontplooi­ ing van de persoonlijkheid en de talenten van het kind en op de voorbereiding van het kind op een actief leven als volwas­ sene. Het onderwijs moet ook gericht zijn op het bevorderen van respect voor de grondrechten van de mens en op het ontwikkelen van respect voor de culturele en nationale waarden van het kind zelf en van anderen.

Kinderen van minderheden of de oorspronkelijke bevolking Het recht van kinderen van minderheids­ groepen en de oorspronkelijke bevolking hun eigen cultuur en godsdienst te bele­ ven en hun eigen taal te gebruiken.

Vrije tijd, ontspanning en culturele activiteiten Het recht van het kind op vrije tijd, spel en deelname aan culturele en artistieke activiteiten.

Artikel 29 1. De Staten die partij zijn, komen overeen dat het onderwijs aan het kind dient gericht te zijn op: a) de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind; b) het bijbrengen van eerbied voor de rechten van de mens en de funda­ mentele vrijheden, en voor de in het Handvest van de Verenigde Naties vastgelegde beginselen; c) het bijbrengen van eerbied voor de ouders van het kind, voor zijn of haar eigen culturele identiteit, taal en waarden, voor de nationale waar­ den van het land waar het kind woont, het land waar het is geboren, en voor andere beschavingen dan de zijne of de hare; d) de voorbereiding van het kind op een verantwoord leven in een vrije sa­ menleving, in de geest van begrip, vrede, verdraagzaamheid, gelijkheid van geslachten, en vriendschap tussen alle volken, etnische, nationale en godsdienstige groepen en personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking; e) het bijbrengen van eerbied voor de natuurlijke omgeving. 2. Geen enkel gedeelte van dit artikel of van artikel 28 mag zo worden uit­ gelegd dat het de vrijheid aantast van individuele personen en rechtsper­ sonen om onderwijsinstellingen op te richten en daaraan leiding te geven, evenwel altijd met inachtneming van de in het eerste lid van dit artikel ver­ vatte beginselen, en van het vereiste dat het aan die instellingen gegeven onderwijs voldoet aan de door de Staat vastgelegde minimumnormen.

Artikel 30 In de Staten waarin etnische of godsdienstige minderheden, taalminderhe­ den of personen behorend tot de oorspronkelijke bevolking voorkomen, wordt het kind dat daartoe behoort niet het recht ontzegd te zamen met andere leden van zijn of haar groep zijn of haar cultuur te beleven, zijn of haar godsdienst te belijden en ernaar te leven, of zich van zijn of haar eigen taal te bedienen.

Artikel 31 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op rust en vrije tijd, op deelneming aan spel en recreatieve bezigheden passend bij de leeftijd van het kind, en op vrije deelneming aan het culturele en artistieke leven. 2. De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind volledig deel te nemen aan het culturele en artistieke leven, bevorderen de verwezen­ lijking van dit recht, en stimuleren het bieden van passende en voor ieder gelijke kansen op culturele, artistieke en creatieve bezigheden en vrije­ tijdsbesteding.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Kinderarbeid De plicht van de Staat om kinderen te be­ schermen tegen tewerkstelling in werk­ zaamheden die een bedreiging vormen voor hun gezondheid, opvoeding en ont­ wikkeling, om minimumleeftijden voor toegang tot tewerkstelling voor te schrij­ ven en om de arbeidsomstandigheden te reglementeren.

Drugmisbruik Het recht van het kind te worden be­ schermd tegen het gebruik van narcotica en psychotrope drugs en tegen betrok­ kenheid bij hun productie of distributie.

Seksuele uitbuiting Het recht van het kind te worden be­ schermd tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, met inbegrip van pros­ titutie en betrokkenheid bij pornografie.

Verkoop, handel en ontvoering De plicht van de Staat al het mogelijke te doen om verkoop, handel en ontvoering van kinderen te voorkomen. Andere vormen van exploitatie Het recht van het kind op bescherming tegen alle vormen van uitbuiting die niet vermeld zijn in de artikelen 32, 33, 34 en 35. Foltering en vrijheidsberoving Het verbod op foltering, wrede behande­ ling of bestraffing, doodstraf, levenslange gevangenisstraf en onwettige gevangen

Artikel 32 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind te worden be­ schermd tegen economische exploitatie en tegen het verrichten van werk dat naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijk is of de opvoeding van het kind zal hinderen, of schadelijk zal zijn voor de gezondheid of de lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke of maatschappelijke ontwikkeling van het kind. 2. De Staten die partij zijn, nemen wettelijke, bestuurlijke en sociale maatre­ gelen en maatregelen op onderwijsterrein om de toepassing van dit artikel te waarborgen. Hiertoe, en de desbetreffende bepalingen van andere in­ ternationale akten in acht nemend, verbinden de Staten die partij zijn zich er in het bijzonder toe: a) een minimumleeftijd of minimumleeftijden voor toelating tot betaald werk voor te schrijven; b) voorschriften te geven voor een passende regeling van werktijden en arbeidsvoorwaarden; c) passende straffen of andere maatregelen voor te schrijven ter waarbor­ ging van de daadwerkelijke uitvoering van dit artikel.

Artikel 33 De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen, met inbegrip van wettelijke, bestuurlijke en sociale maatregelen en maatregelen op onderwijs­ terrein, om kinderen te beschermen tegen het illegale gebruik van verdoven­ de middelen en psychotrope stoffen zoals omschreven in de desbetreffende internationale verdragen, en om inschakeling van kinderen bij de illegale productie van en de sluikhandel in deze middelen en stoffen te voorkomen.

Artikel 34 De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe het kind te beschermen tegen alle vormen van seksuele exploitatie en seksueel misbruik. Hiertoe nemen de Staten die partij zijn met name alle passende nationale, bilaterale en multila­ terale maatregelen om te voorkomen dat: a) een kind ertoe wordt aangespoord of gedwongen deel te nemen aan onwettige seksuele activiteiten; b) kinderen worden geëxploiteerd in de prostitutie of andere onwettige seksuele praktijken; c) kinderen worden geëxploiteerd in pornografische voorstellingen en pornografisch materiaal.

Artikel 35 De Staten die partij zijn, nemen alle passende nationale, bilaterale en multi­ laterale maatregelen ter voorkoming van de ontvoering of de verkoop van of de handel in kinderen voor welk doel ook of in welke vorm ook.

Artikel 36 De Staten die partij zijn, beschermen het kind tegen alle vormen van exploi­ tatie die schadelijk zijn voor enig aspect van het welzijn van het kind.

Artikel 37 De Staten die partij zijn, waarborgen dat: a) geen enkel kind wordt onderworpen aan foltering of aan een andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

209


210

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

schap of vrijheidsberoving. De principes van gepaste behandeling, scheiding van volwassen gedetineerden, contact met de familie en toegang tot rechtshulp en an­ dere bijstand.

Gewapende conflicten De plicht van de Staat om de op kinderen van toepassing zijnde regels van humani­ tair recht te respecteren en te doen res­ pecteren. Het principe dat geen enkel kind beneden de leeftijd van 15 jaar direct be­ trokken mag worden bij vijandelijkheden of in het leger mag ingelijfd worden, en dat alle kinderen die slachtoffer zijn van gewapende conflicten moeten kunnen ge­ nieten van bescherming en verzorging.

Zorg voor herintegratie De plicht van de Staat er voor te zorgen dat kinderen die het slachtoffer geweest zijn van gewapende conflicten, foltering, verwaarlozing, mishandeling of uitbui­ ting, een aangepaste behandeling krijgen met het oog op hun herstel en hun herin­ tegratie in de maatschappij.

­ doodstraf noch levenslange gevangenisstraf zonder de mogelijkheid van vervroegde invrijheidstelling wordt opgelegd voor strafbare feiten gepleegd door personen jonger dan achttien jaar; b) geen enkel kind op onwettige of willekeurige wijze van zijn of haar vrij­ heid wordt beroofd. De aanhouding, inhechtenisneming of gevangen­ neming van een kind geschiedt overeenkomstig de wet en wordt slechts gehanteerd als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke passende duur; c) ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, wordt behandeld met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid inherent aan de menselijke persoon, en zodanig dat rekening wordt gehouden met de behoeften van een persoon van zijn of haar leeftijd. Met name wordt ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, gescheiden van vol­ wassenen tenzij het in het belang van het kind wordt geacht dit niet te doen, en heeft ieder kind het recht contact met zijn of haar familie te onderhouden door middel van correspondentie en bezoeken, behalve in uitzonderlijke omstandigheden; d) ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd het recht heeft onver­ wijld te beschikken over juridische en andere passende bijstand, als­ mede het recht de wettigheid van zijn vrijheidsberoving te betwisten ten overstaan van een rechter of een andere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, en op een onverwijlde beslissing ten aanzien van dat beroep.

Artikel 38 1. De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe eerbied te hebben voor en de eerbiediging te waarborgen van tijdens gewapende conflicten op hen van toepassing zijnde regels van internationaal humanitair recht die betrek­ king hebben op kinderen. 2. De Staten die partij zijn, nemen alle uitvoerbare maatregelen om te waar­ borgen dat personen jonger dan vijftien jaar niet rechtstreeks deelnemen aan vijandelijkheden. 3. De Staten die partij zijn, onthouden zich ervan personen jonger dan vijf­ tien jaar in hun strijdkrachten op te nemen of in te lijven. Bij het opnemen of inlijven van personen die de leeftijd van vijftien jaar hebben bereikt, maar niet de leeftijd van achttien jaar, streven de Staten die partij zijn er­ naar voorrang te geven aan diegenen die het oudste zijn. 4. In overeenstemming met hun verplichtingen krachtens het internationale humanitaire recht om de burgerbevolking te beschermen in gewapende conflicten, nemen de Staten die partij zijn alle uitvoerbare maatregelen ter waarborging van de bescherming en de verzorging van kinderen die worden getroffen door een gewapend conflict.

Artikel 39 De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen ter bevordering van het lichamelijk en geestelijk herstel en de herintegratie in de maatschap­ pij van een kind dat het slachtoffer is van welke vorm ook van verwaarlo­ zing, exploitatie of misbruik, foltering of welke andere vorm ook van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, of gewapende con­ flicten. Dit herstel en deze herintegratie vinden plaats in een omgeving die bevorderlijk is voor de gezondheid, het zelfrespect en de waardigheid van het kind.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Aanpak van jeugdmisdadigheid Het recht van kinderen, die worden ver­ dacht van of veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf, op respect voor hun mensenrechten en, in het bijzonder, op het genot van alle aspecten van een eerlijke rechtspleging, met inbegrip van rechtsbijstand en andere bijstand bij de voorbereiding en het voeren van zijn of haar verdediging. Het principe dat het gebruik van gerech­ telijke procedures en van plaatsing in een inrichting moeten worden vermeden tel­ kens wanneer dit mogelijk en passend is.

Artikel 40 1. De Staten die partij zijn, erkennen het recht van ieder kind dat wordt ver­ dacht van, vervolgd wegens of veroordeeld omwille van het begaan van een strafbaar feit, op een wijze van behandeling die geen afbreuk doet aan het gevoel van waardigheid en eigenwaarde van het kind, die de eerbied van het kind voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van anderen vergroot, en waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van het kind en met de wenselijkheid van het bevorderen van de herinte­ gratie van het kind en van de aanvaarding door het kind van een opbou­ wende rol in de samenleving. 2. Hiertoe, en met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van inter­ nationale akten, waarborgen de Staten die partij zijn met name dat: a) geen enkel kind wordt verdacht van, vervolgd wegens of veroordeeld omwille van het begaan van een strafbaar feit op grond van enig han­ delen of nalaten dat niet volgens het nationale of internationale recht verboden was op het tijdstip van het handelen of nalaten; b) ieder kind dat wordt verdacht van of vervolgd wegens het begaan van een strafbaar feit, ten minste de volgende garanties heeft: i. dat het voor onschuldig wordt gehouden tot zijn of haar schuld vol­ gens de wet is bewezen; ii. dat het onverwijld en rechtstreeks in kennis wordt gesteld van de te­ gen hem of haar ingebrachte beschuldigingen, of indien van toepas­ sing door tussenkomst van zijn of haar ouders of wettige voogd, en dat juridische of andere passende bijstand krijgt in de voorbereiding en het voeren van zijn of haar verdediging; iii. dat de aangelegenheid zonder vertraging wordt beslist door een be­ voegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit of rechterlijke in­ stantie in een eerlijke behandeling overeenkomstig de wet, in aanwe­ zigheid van een rechtskundige of anderszins deskundige raadsman of -vrouw, en, tenzij dit wordt geacht niet in het belang van het kind te zijn, met name gezien zijn of haar leeftijd of omstandigheden, in aanwezigheid van zijn of haar ouders of wettige voogden; iv. dat het er niet toe wordt gedwongen een getuigenis af te leggen of schuld te bekennen; dat het getuigen à charge kan ondervragen of doen ondervragen en dat het de deelneming en ondervraging van getuigen à decharge onder gelijke voorwaarden kan doen geschie­ den; v. indien het schuldig wordt geacht aan het begaan van een strafbaar feit, dat dit oordeel en iedere maatregel die dientengevolge wordt opgelegd, opnieuw wordt beoordeeld door een hogere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit of rechterlijke instantie overeenkomstig de wet; vi. dat het kind kosteloze bijstand krijgt van een tolk indien het de ge­ bruikelijke taal niet verstaat of spreekt; vii. dat zijn of haar privéleven volledig wordt geëerbiedigd tijdens alle stadia van het proces. 3. De Staten die partij zijn, streven ernaar de totstandkoming te bevorderen van wetten, procedures, autoriteiten en instellingen die in het bijzonder bedoeld zijn voor kinderen die worden verdacht van, vervolgd wegens of veroordeeld omwille van het begaan van een strafbaar feit, en, in het bijzonder: a) de vaststelling van een minimumleeftijd onder welke kinderen niet in staat worden geacht een strafbaar feit te begaan;

211


212

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

b) de invoering, wanneer passend en wenselijk, van maatregelen voor de handelwijze ten aanzien van deze kinderen zonder dat men zijn toe­ vlucht neemt tot gerechtelijke stappen, mits de rechten van de mens en de wettelijke garanties volledig worden geëerbiedigd. 4. Een verscheidenheid van regelingen, zoals rechterlijke bevelen voor zorg, begeleiding en toezicht, adviezen, jeugdreclassering, pleegzorg, program­ ma’s voor onderwijs en beroepsopleiding en andere alternatieven voor institutionele zorg dient beschikbaar te zijn om te verzekeren dat de han­ delwijze ten aanzien van kinderen hun welzijn niet schaadt en in de juiste verhouding staat zowel tot hun omstandigheden als tot het strafbare feit. Eerbied voor bestaande regels Het principe dat, indien er in de nationa­ le regelgeving of andere van toepassing zijnde internationale regels strengere normen gelden dan in het Verdrag, het de strengste norm is die geldt.

Artikel 41 Geen enkele bepaling van dit Verdrag tast bepalingen aan die meer bijdragen tot de verwezenlijking van de rechten van het kind en die zijn vervat in: a) het recht van een Staat die partij is; of b) het in die Staat geldende internationale recht.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Deel II Uitvoering en inwerkingtreding De bepalingen van de artikelen 42 tot 54 behandelen het volgende: i. de plicht van de Staat om de rechten uit dit Verdrag ruime bekendheid te ge­ ven bij volwassenen en kinderen. ii. de installatie van een Comité voor de Rechten van het Kind, bestaande uit tien experten, dat de rapporten moet behandelen die de Staten die partij zijn bij het Verdrag moeten indienen twee jaar nadat zij het Verdrag ratifi­ ceerden, en vervolgens elke vijf jaar. Het Verdrag treedt in werking nadat 20 landen het hebben geratificeerd. Vanaf dan vat ook het Comité zijn werkzaam­ heden aan. iii. staten die partij zijn moeten hun rap­ porten op ruime schaal bekend maken bij het publiek. iv. het Comité kan voorstellen dat ge­ specialiseerde studies worden uitge­ voerd betreffende specifieke thema’s die betrekking hebben op de rechten van het kind, en kan zijn bedenkingen formuleren ten aanzien van elke Staat die partij is en ten aanzien van de Algemene Vergadering van de VN. Met het oog op het bevorderen van een ef­ fectieve toepassing van dit Verdrag en om internationale samenwerking aan te moedigen, kunnen de gespecialiseerde organisaties (zoals de IAO, de Wereld Gezondheidsorganisatie, Unesco, het Kinderfonds van de Verenigde Naties) de bijeenkomsten van het Comité bij­ wonen. Samen met om het even welke andere als competent erkende organi­ satie, met inbegrip van ngo’s die een consultatieve status bij de Verenigde Naties hebben, en met andere VN-organen, zoals de Commissie Mensenrechten, kunnen ze het Comité relevante informatie verstrekken of om advies worden gevraagd betref­ fende een optimale toepassing van het Verdrag.

Artikel 42 De Staten die partij zijn, verbinden zich ertoe de beginselen en de bepalingen van dit Verdrag op passende en doeltreffende wijze algemeen bekend te maken, zowel aan volwassenen als aan kinderen

Artikel 43 1. Ter beoordeling van de voortgang die de Staten die partij zijn, boeken bij het nakomen van de in dit Verdrag aangegane verplichtingen, wordt een Comité voor de Rechten van het Kind ingesteld, dat de hieronder te noe­ men functies uitoefent. 2. Het Comité bestaat uit tien deskundigen van hoog zedelijk aanzien en met erkende bekwaamheid op het gebied dat dit Verdrag bestrijkt. De leden van het Comité worden door de Staten die partij zijn, gekozen uit hun onderdanen, en treden op in hun persoonlijke hoedanigheid, waarbij aan­ dacht wordt geschonken aan een evenredige geografische verdeling, als­ mede aan de vertegenwoordiging van de voornaamste rechtsstelsels. 3. De leden van het Comité worden bij geheime stemming gekozen van een lijst van personen die zijn voorgedragen door de Staten die partij zijn. Iedere Staat die partij is, mag één persoon voordragen, die onderdaan van die Staat is. 4. De eerste verkiezing van het Comité wordt niet later gehouden dan zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, en daarna iedere twee jaar. Ten minste vier maanden vóór de datum waarop de ver­ kiezing plaatsvindt, richt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de Staten die partij zijn een schriftelijk verzoek hun voordrachten bin­ nen twee maanden in te dienen. De Secretaris-Generaal stelt vervolgens een alfabetische lijst op van alle aldus voorgedragen personen, onder aan­ duiding van de Staten die partij zijn die hen hebben voorgedragen, en legt deze voor aan de Staten die partij zijn bij dit Verdrag. 5. De verkiezingen worden gehouden tijdens de vergaderingen van de Staten die partij zijn, belegd door de Secretaris-Generaal, ten hoofdkantoren van de Verenigde Naties. Tijdens die vergaderingen, waarvoor twee derde van de Staten die partij zijn het quorum vormen, zijn degenen die in het Comité worden gekozen die voorgedragen personen die het grootste aantal stem­ men op zich verenigen alsmede een absolute meerderheid van de stem­ men van de aanwezige vertegenwoordigers van de Staten die partij zijn en die hun stem uitbrengen. 6. De leden van het Comité worden gekozen voor een ambtstermijn van vier jaar. Zij zijn herkiesbaar indien zij opnieuw worden voorgedragen. De ambtstermijn van vijf van de leden die bij de eerste verkiezing zijn geko­ zen, loopt na twee jaar af; onmiddellijk na de eerste verkiezing worden deze vijf leden bij loting aangewezen door de Voorzitter van de vergade­ ring. 7. Indien een lid van het Comité overlijdt of aftreedt of verklaart om welke andere reden ook niet langer de taken van het Comité te kunnen vervullen, benoemt de Staat die partij is die het lid heeft voorgedragen een andere deskundige die onderdaan van die Staat is om de taken te vervullen ge­ durende het resterende gedeelte van de ambtstermijn, onder voorbehoud van de goedkeuring van het Comité. 8. Het Comité stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.

213


214

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

9. Het Comité kiest zijn functionarissen voor een ambtstermijn van twee jaar. 10. De vergaderingen van het Comité worden in de regel gehouden ten hoofdkantoren van de Verenigde Naties of op iedere andere geschikte plaats, te bepalen door het Comité. Het Comité komt in de regel eens per jaar bijeen. De duur van de vergaderingen van het Comité wordt vastge­ steld en, indien noodzakelijk, herzien door een vergadering van de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, onder voorbehoud van de goedkeuring van de Algemene Vergadering. 11. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt de nodige medewer­ kers en faciliteiten beschikbaar voor de doeltreffende uitoefening van de functies van het Comité krachtens dit Verdrag. 12. Met de goedkeuring van de Algemene Vergadering ontvangen de leden van het krachtens dit Verdrag ingesteld Comité emolumenten uit de mid­ delen van de Verenigde Naties op door de Algemene Vergadering vast te stellen voorwaarden.

Artikel 44 1. De Staten die partij zijn, nemen de verplichting op zich aan het Comité, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, verslag uit te brengen over de door hen genomen maatregelen die uit­ voering geven aan de in dit Verdrag erkende rechten, alsmede over de vooruitgang die is geboekt ten aanzien van het genot van die rechten: a) binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag voor de betrokken Staat die partij is; b) vervolgens iedere vijf jaar. 2. In de krachtens dit artikel opgestelde rapporten dienen de factoren en eventuele moeilijkheden te worden aangegeven die van invloed zijn op de nakoming van de verplichtingen krachtens dit Verdrag. De rapporten bevatten ook voldoende gegevens om het Comité een goed inzicht te verschaffen in de toepassing van het Verdrag in het desbetreffende land. 3. Een Staat die partij is die een uitvoerig eerste rapport aan het Comité heeft overgelegd, behoeft in de volgende rapporten die deze Staat in overeenstemming met het eerste lid, letter b, overlegt, basisgegevens die eerder zijn verstrekt, niet te herhalen. 4. Het Comité kan Staten die partij zijn verzoeken om nadere gegevens die verband houden met de toepassing van het Verdrag. 5. Het Comité legt aan de Algemene Vergadering, door tussenkomst van de Economische en Sociale Raad, iedere twee jaar rapporten over aangaande zijn werkzaamheden. 6. De Staten die partij zijn, dragen er zorg voor dat hun rapporten algemeen beschikbaar zijn in hun land.

Artikel 45 Teneinde de daadwerkelijke toepassing van het Verdrag te bevorderen en internationale samenwerking op het gebied dat dit Verdrag bestrijkt aan te moedigen: a) hebben de gespecialiseerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere organen van de Verenigde Naties het recht vertegenwoordigd te zijn bij het overleg over de toepassing van die bepalingen van dit Verdrag welke binnen de werkingssfeer van hun mandaat vallen. Het Comité kan de gespecialiseerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere bevoegde instellingen die zij passend acht, uitnodigen deskundig advies te geven over de


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

t­oepassing van het Verdrag op gebieden die binnen de werkingssfeer van hun onderscheiden mandaten vallen. Het Comité kan de gespeciali­ seerde organisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere organen van de Verenigde Naties uitnodigen rapporten over te leggen over de toepassing van het Verdrag op gebieden waarop zij werkzaam zijn; b) doet het Comité, naar zij passend acht, aan de gespecialiseerde orga­ nisaties, het Kinderfonds van de Verenigde Naties en andere bevoegde instellingen, alle rapporten van Staten die partij zijn, toekomen die een verzoek bevatten om, of waaruit een behoefte blijkt aan, technisch ad­ vies of technische ondersteuning, vergezeld van eventuele opmerkin­ gen en suggesties van het Comité aangaande deze verzoeken of deze gebleken behoefte; c) kan het Comité aan de Algemene Vergadering aanbevelen de SecretarisGeneraal te verzoeken namens het Comité onderzoeken te doen naar specifieke thema’s die verband houden met de rechten van het kind; d) kan het Comité suggesties en algemene aanbevelingen doen gebaseerd op de ingevolge de artikelen 44 en 45 van dit Verdrag ontvangen ge­ gevens. Deze suggesties en algemene aanbevelingen worden aan ie­ dere betrokken Staat die partij is, toegezonden, en medegedeeld aan de Algemene Vergadering, vergezeld van eventuele commentaren van de Staten die partij zijn.

215


216

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Deel III Artikel 46 Dit verdrag staat open voor ondertekening door alle Staten.

Artikel 47 Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 48 Dit Verdrag blijft open voor toetreding door iedere Staat. De akten van toetre­ ding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 49 1. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag die volgt op de datum van nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties van de twintigste akte van bekrachtiging of toetreding. 2. Voor iedere Staat die dit Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na de ne­ derlegging van de twintigste akte van bekrachtiging of toetreding, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na de nederlegging door die Staat van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 50 1. Iedere Staat die partij is, kan een wijziging voorstellen en deze indienen bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal deelt de voorgestelde wijziging vervolgens mede aan de Staten die partij zijn, met het verzoek hem te berichten of zij een conferentie van Staten die partij zijn, verlangen teneinde de voorstellen te bestuderen en in stem­ ming te brengen. Indien, binnen vier maanden na de datum van deze me­ dedeling, ten minste een derde van de Staten die partij zijn een dergelijke conferentie verlangt, roept de Secretaris-Generaal de vergadering onder auspiciën van de Verenigde Naties bijeen. Iedere wijziging die door een meerderheid van de ter conferentie aanwezige Staten die partij zijn en die hun stem uitbrengen, wordt aangenomen, wordt ter goedkeuring voorge­ legd aan de Algemene Vergadering. 2. Een wijziging die in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel wordt aangenomen, treedt in werking wanneer zij is goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en is aanvaard door een meerderheid van twee derde van de Staten die partij zijn. 3. Wanneer een wijziging in werking treedt, is zij bindend voor de Staten die partij zijn die haar hebben aanvaard, terwijl de andere Staten die partij zijn gebonden zullen blijven door de bepalingen van dit Verdrag en door iedere voorgaande wijziging die zij hebben aanvaard.

Artikel 51 1. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ontvangt de teksten van de voorbehouden die de Staten op het tijdstip van de bekrachtiging of toetreding maken, en stuurt deze rond aan alle Staten. 2. Een voorbehoud dat niet verenigbaar is met doel en strekking van dit Verdrag is niet toegestaan.


Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

3. Een voorbehoud kan te allen tijde worden ingetrokken door een daar­ toe strekkende mededeling gericht aan de Secretaris-Generaal van de ­Verenigde Naties, die vervolgens alle Staten hiervan in kennis stelt. Deze mededeling wordt van kracht op de datum van ontvangst door de Secretaris-Generaal.

Artikel 52 Een Staat die partij is, kan dit Verdrag opzeggen door een schriftelijke me­ dedeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de Secretaris-Generaal.

Artikel 53 De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt aangewezen als de depositaris van dit Verdrag.

Artikel 54 Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijke­ lijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. TEN BLIJKE WAARVAN de ondertekenende gevolmachtigden, daartoe behoor­ lijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben on­ dertekend.

217


218

Deel 4: Bijlagen Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Interpretatieve verklaringen België Bij de neerlegging van de bekrachtigingsoorkonde heeft België de volgende interpretatieve verklaringen afgelegd: 1. In verband met artikel 2, lid 1, legt de Belgische Regering niet-discrimina­ tie op grond van nationale afkomst uit als niet noodzakelijk de verplich­ ting voor de Staten inhoudend om aan vreemdelingen dezelfde rechten te waarborgen als aan de eigen onderdanen. Dit begrip moet worden ver­ staan als ertoe strekkende iedere willekeurige gedraging uit te bannen, doch niet verschillen in behandeling, stoelend op objectieve en redelijke overwegingen, overeenstemmend met de beginselen die in democratische samenlevingen gelden. 2. De artikels 13 en 15 zullen door de Belgische Regering worden toegepast in de context van de bepalingen en de beperkingen welke in de artikels 10 en 11 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950, door gezegd Verdrag worden opgesomd of toegestaan. 3. De Belgische Regering legt lid 1 van artikel 14 in die zin uit, dat het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, overeen­ komstig de geldende bepalingen van het artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van 19 december 1966 evenals van het artikel 9 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950, ook de vrijheid impliceert om zijn godsdienst of overtuiging te kiezen. 4. Met betrekking tot lid 2 b.(v) van artikel 40 is de Belgische Regering van oordeel dat de uitdrukking ‘overeenkomstig de wet’ in fine van deze bepa­ ling betekent dat: a) deze bepaling niet van toepassing is op minderjarigen die krachtens de Belgische wet in tweede aanleg schuldig zouden zijn bevonden en veroordeeld, tengevolge van een beroep ingesteld tegen hun vrijspraak in eerste aanleg; b) deze bepaling niet van toepassing is op minderjarigen die krachtens de Belgische wet rechtstreeks verwezen worden naar een hoger rechts­ college zoals het Hof van Assisen.


Colofon Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat 2019-2020 Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan November 2020

Redactie Leen Ackaert MichaĂŤl Bouchez Hilde Cnudde Freddy Koopman Sarah Meys Isabel Moerman Julie Ryngaert Inge Schoevaerts Dominique van den Akker Els Van Hemelrijck Sofie Van Rumst Jean Pierre Verhaeghe Chris Vleugels Caroline Vrijens

Eindredactie Hilde Cnudde

Tekstredactie Mark Van Bogaert

Vormgeving Spindokter

Foto team Kinderrechtencommissariaat Koen Broos

Foto cover Koen Broos

Druk Drukkerij Artoos

Verantwoordelijke uitgever Caroline Vrijens Kinderrechtencommissaris Leuvenseweg 86 1000 Brussel ISBN: 9789077021422 Wettelijk depotnummer: D/2020/9680/002 Dit jaarverslag staat ook online op www.kinderrechtencommissariaat.be.


Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan De impact van de coronamaatregelen op kinderen en jongeren loopt als een rode draad door dit jaarverslag. De afwachtende houding bij de start van de lockdown vertaalde zich al snel in ongeloof: Wat primeert? De volksgezondheid en de strikte maatregelen? Of de veiligheid en het welzijn van de kinderen? Bezorgde ouders en grootouders, leerkrachten, brugfiguren en jeugdwelzijns­ werkers zochten bij de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat oplos­ singen voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren die van de radar dreigden te verdwijnen. Grootouders belden ons omdat ze hun kleinkinderen misten. Ouders begaven het stilaan onder de druk van thuiswerk en pre-teaching. Jongeren op de vlucht die ­bescherming en opvang zochten, konden zich alleen nog online registreren. ­Ouders konden hun kinderen in een voorziening niet meer bezoeken en omhelzen. Sommige kinderen moesten weken alleen thuis spelen. Jongeren voelden zich steeds minder goed en misten hun hobby’s en hun vrienden. De verontwaardiging en het ongenoegen was groot want alle kinderen en jongeren waren getroffen: de scholen waren dicht en sport, spel en ontspanning vielen weg. De lockdown zette de kinderrechten zwaar onder druk. Het recht op onderwijs, op bescherming tegen huiselijk geweld, op contact met je ouders en het recht op spel en vrije tijd werden sterk ingeperkt. Dit jaarverslag toont het topje van de ijsberg. De coronacrisis is nog niet voorbij. Ze blijft de mentale gezondheid van kinderen, jongeren en hun ouders op de proef stellen. De belangrijkste lockdownles is dat kinderen en hun rechten op de radar moeten blijven. Kinderrechten moeten dé richtingaanwijzer zijn. Dat kan het best door kinderen en jongeren een stem te geven over elke maatregel die er nog komt en in de evaluatie van de maatregelen.

Kinderrechtencommissariaat Leuvenseweg 86 1000 Brussel 02-552 98 00 kinderrechten@vlaamsparlement.be www.kinderrechtencommissariaat.be www.youtube.com/user/Kinderrechtencom www.facebook.com/kinderrechtencommissariaat www.instagram.com/kinderrechtencommissariaat Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat: www.kinderrechten.be

Het Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook