Herwerkt onderzoeksvoorstel VIONA 2002
VERKENNING VAN ARBEIDSMARKTONTWIKKELINGEN EN BELEIDSUITDAGINGEN 2004-2010
Prof. dr. Luc Sels Wim Van der Beken Dr. Joris Van Ruysseveldt
April 2002 (herwerkte versie)
Katholieke Universiteit Leuven • Departement TEW Naamsestraat 69 • 3000 Leuven Tel. +32-16-32 68 72 • Fax +32-16-32 67 32
Idea Consult Congresstraat 37-41 bus 3 • 1000 Brussel
Tel. +32-2-282 17 10 • Fax +32-2-282 17 15
Hoger Instituut voor de Arbeid • K.U.Leuven E. Van Evenstraat 2e • 3000 Leuven Tel. +32 16 32 33 33 • Fax +32 16 32 33 44
Organisation Studies - TEW Sociologie van Arbeid en Bedrijf
2
Inhoud van dit onderzoeksvoorstel 1. Promotor 2. Titel 3. Samenvatting van het onderzoeksvoorstel 4. Thema en topic waarbij dit projectvoorstel aansluit 5. Gedetailleerd tijdsschema 6. Valorisatie van de onderzoeksresultaten Bijlage 1: Uitgebreide beschrijving van het onderzoeksproject
3
1. Promotoren 1.1
Hoofdpromotor
Naam: Functie: Instelling:
prof. dr. Luc Sels full professor in Human Resource Management Departement Toegepaste Economische Wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven Onderzoekseenheid: Organization Studies Contactadres: Naamsestraat 69 B-3000 Leuven Telefoonnummer: +32-16-32 68 72 Faxnummer: +32-16-32 67 32 E-mail: luc.sels@econ.kuleuven.ac.be 1.2
Co-promotoren
Naam: Functie: Instelling: Contactadres:
Wim Van der Beken directeur IDEA Consult Congresstraat 37-41 bus 3 B-1000 Brussel Telefoonnummer: +32-2-282 17 10 Faxnummer: +32-2-282 17 15 E-mail: wim.vanderbeken@ideaconsult.be
Naam: Functie: Instelling: Contactadres:
dr. Joris Van Ruysseveldt projectleider sector Arbeid en Organisatie Hoger Instituut voor de Arbeid – K.U.Leuven E. Van Evenstraat 2a B-3000 Leuven Telefoonnummer: +32-16-32 31 22 Faxnummer: +32-16-32 31 34 E-mail: joris.vanruysseveldt@hiva.kuleuven.ac.be
2. Titel Verkenning van arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsuitdagingen 2004-2010.
3. Samenvatting van het onderzoeksvoorstel 3.1
Achtergrond en doelstelling
Het onderwerp van het onderzoek gaat in op de verkenning van de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010 en op de beleidsmatige gevolgen van deze ontwikkelingen. Een beleid met langetermijnvisie vraagt een grote mate van inzicht en kennis in wat de toekomstige uitdagingen zijn, en hoe deze best
4
aangepakt worden. Hier stelt zich ook de vraag naar een toekomstverkenning via scenario-analyse en de uitwerking van een overeenkomstige beleidsstrategie. Het onderzoek heeft daarom als doelstelling: − Opbouw van scenario’s ten behoeve van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen rekening houdend met de arbeidsmarktgerelateerde doelstellingen van het Pact van Vilvoorde; − een overzicht bieden van beleidsinstrumenten die een antwoord vormen op de geformuleerde uitdagingen; − vanuit deze analyse thema’s aanreiken voor toekomstig beleidsvoorbereidend onderzoek in Vlaanderen.
3.2
Inhoud en aanpak
Arbeidsmarktontwikkelingen in kaart brengen vergt een aangepaste methodiek. Het onderzoeksteam van HIVA en IDEA Consult zal voor dit onderzoek in belangrijke mate steunen op een bijzondere wetenschappelijke en beleidsmatige kennis van diverse thema’s op de arbeidsmarkt, zowel langs vraag- en aanbodzijde. Bovendien is een procesmatige en interactieve aanpak een noodzaak om de kennis van verschillende experten te combineren en om de betrokkenheid van de arbeidsmarktactoren te garanderen. Deze aanpak zal onder meer blijken uit de gedetailleerde beschrijving van het onderzoeksvoorstel. Het onderzoek is opgedeeld in twee opeenvolgende fases, namelijk een fase van scenario-ontwikkeling gevolgd door een toetsende verkenning van het beleidsinstrumentarium 2004-2010. FASE 1: Scenario-ontwikkeling (doorlooptijd: 4 maand) In deze eerste fase brengen we vooreerst de bouwstenen voor de scenariobouw samen. Dit zijn onder meer de beleidsdoelstellingen voor deze periode (zie Pact van Vilvoorde) en de te verwachten arbeidsmarktontwikkelingen. Vervolgens ontwikkelen we voor de vier arbeidsmarktgerelateerde doelstellingen van het Pact van Vilvoorde (lerende samenleving, werkzaamheidsgraad, werkbaarheidsgraad en evenredige participatie van kansengroepen) een beperkt aantal beleidsrelevante scenario’s. Aan de hand van een analysekader voor de arbeidsmarktwerking maken we vervolgens de impact van de scenario’s, in termen van uitdagingen voor het arbeidsmarktbeleid, meer inzichtelijk. FASE 2: Verkenning beleidsinstrumentarium 2004-2010 (doorlooptijd: 8 maand) Deze laatste fase is beleidsgericht en geeft een antwoord op volgende onderzoeksdoelstellingen: − een overzicht bieden van beleidsinstrumenten die een antwoord vormen op de geformuleerde uitdagingen; − vanuit deze analyse thema’s aanreiken voor toekomstig beleidsvoorbereidend onderzoek in Vlaanderen. De beleidsfase zal uitmonden in aanbevelingen inzake toekomstgericht arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen. De beleidsfase bestaat uit vier deelfases, namelijk beleidsinstrumentarium voor arbeidsmarktuitdagingen in Vlaanderen, draagvlakcreatie, thema’s voor beleidsvoorbereidend onderzoek en beleidsaanbevelingen.
5
Deze fase is een zeer interactieve fase waarbij naast desk research, workshops met experten en sessies met de stakeholders van het arbeidsmarktbeleid plaatsvinden. Het resultaat van deze fase zijn beleidsaanbevelingen inzake de uitdagingen op de Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010, een voorstel van thema’s voor toekomstig beleidsonderzoek en draagvlakcreatie voor de onderzoeksresultaten.
4. Thema en topic waarbij dit projectvoorstel aansluit Dit onderzoeksvoorstel sluit aan bij het thema van de VIONA-onderzoeksagenda, VIONA oproep 2002, Thema “Arbeid en maatschappelijke dwarsverbindingen”, Topic “Verkenning van nieuwe ontwikkelingen en beleidsinstrumenten”, Onderzoeksvraag 11: Verkenning van arbeidsmarktontwikkelingen en uitdagingen voor het beleid 2004-2010.
5. Gedetailleerd tijdsschema De tijdsinzet voor het onderzoek bedraagt 14 onderzoeksmaanden. De doorlooptijd van het onderzoek bedraagt 12 maanden. Indien het project kan aanvangen op 1 november 2002, zal het worden afgerond tegen eind november 2003. De doorlooptijd voor elk van de afzonderlijke delen van de studie staat aangegeven in de onderstaande tabel. Na het afronden van fase 1 wordt een eerste interim-rapport afgewerkt. Het opleveren van de eindconclusies (fase 2) en het eindrapport wordt voorzien tegen eind november 2003.
6
Maand
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Fase 1: Scenario-ontwikkeling §
Stap 1a: bouwstenen scenario’s
§
Stap 1b: scenariobouw
Interim-rapport 1
ۥ
Fase 2: Beleidsinstrumentarium §
Stap 3a: beleidsinstrumentarium
§
Stap 3b: draagvlakcreatie
§
Stap 3c: thema’s verder onderzoek
§
Stap 3d: aanbevelingen
Afwerking eindrapport
Oplevering eindrapport
(•= rapportage €= formeel overlegmoment)
€ •
7
6. Valorisatie van de onderzoeksresultaten Delen van het onderzoek of een samenvatting van de belangrijkste resultaten kunnen gepubliceerd worden in tijdschriften met brede maatschappelijke toegang zoals de Nieuwsbrief van het Steunpunt WAV, Economische en Statistische Berichten (ESB), Tijdschrift voor Economie en Management en Trends Review. Verder wordt er voorgesteld om de onderzoeksresultaten te valoriseren op een workshop, die vooral bedoeld is voor vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid en sociale partners, maar die ook openstaat voor andere geïnteresseerden. Rekening houdende met de ‘good practices’ uit het buitenland stellen we voor één of meerdere interessante buitenlandse of internationale sprekers (EU, OESO, …) uit te nodigen.
8
Bijlage 1 Uitgebreide beschrijving van het onderzoeksproject 1.
Probleemstelling
Het onderwerp van het onderzoek gaat in op de verkenning van de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010 en op de beleidsmatige gevolgen van deze ontwikkelingen. Vaak wordt gesteld dat beleid een langetermijnvisie moet aanhouden, niet alleen reageren op de meest actuele thema’s maar rekening houden met de wijze waarop deze thema’s zullen evolueren. Zodat de beleidsmaatregelen een antwoord vormen op toekomstige uitdagingen op de arbeidsmarkt. Een beleid met langetermijnvisie vraagt echter een grote mate van inzicht en kennis in wat de toekomstige uitdagingen zijn, en hoe deze best aangepakt worden. Hier stelt zich ook de vraag over de interactie tussen beleidsvoering en wetenschappelijke inzichten. De relatie tussen beleid en wetenschappelijke inzichten over de toekomst is een precair evenwicht. Beleidsvoering betekent immers ook vorm (willen) geven aan de toekomst. Het gaat ervan uit dat de toekomst ons niet enkel overkomt, maar althans gedeeltelijk ook een resultaat is van eigen activiteiten die berusten op inschattingen van mogelijkheden en bedreigingen in de toekomst. Daarbij kunnen wetenschappelijke inzichten over de toekomst bijdragen aan het anticiperend karakter van het beleid en vermijden dat het beleid al te veel wordt ingevuld door het hier en nu om uiteindelijk door de toekomst te worden ‘overvallen’. Naarmate het tijdsperspectief verder wordt gelegd, wordt het verwerven van dit ‘wetenschappelijk’ inzicht echter steeds moeilijker. De onzekerheden worden dermate manifest dat de toetsing via traditionele methoden en kwaliteitsbeoordelingen die tot het vergroten van de wetenschappelijke kennis leiden, niet kunnen toegepast worden. Dit noopt tot wetenschappelijke bescheidenheid en tot erkenning dat voor het geven van antwoorden op toekomstvragen wetenschappelijke argumenten alléén niet doorslaggevend kunnen zijn. Het normatief wenselijke – zoals ten aanzien van de arbeidsmarkt bv. in Pact van Vilvoorde wordt geformuleerd – moet daarin ten volle zijn rol kunnen spelen. Maar tegelijk mag de erkenning van deze rol voor het normatief wenselijke het ‘toekomstonderzoek’ niet doen verworden tot het bieden van beleidsaanbevelingen die aansluiten bij de heersende opvattingen over wenselijke ontwikkelingen. Voor een beter inzicht in toekomstvraagstukken moet daarom expliciet een onderscheid worden gemaakt tussen normatieve wilsverklaringen en datgene wat de huidige stand van de wetenschap ons over de objectieve context kan leren. Daarom ook dat we in dit onderzoeksproject zullen werken met scenario-analyse. 2. 2.1
Doelstelling en inhoud van het project Doelstelling
Het onderzoek heeft als doelstelling: − Opbouw van scenario’s voor het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen rekening houdend met de arbeidsmarktgerelateerde doelstellingen van het Pact van Vilvoorde; − een overzicht bieden van beleidsinstrumenten binnen het kader van de scenariobouw; − vanuit deze analyse thema’s aanreiken voor toekomstig beleidsvoorbereidend onderzoek in Vlaande-
9
ren.
2.2
Inhoud
Arbeidsmarktontwikkelingen in kaart brengen vergt een aangepaste methodiek. Het onderzoeksteam van HIVA en IDEA Consult zal voor dit onderzoek in belangrijke mate steunen op de wetenschappelijke benadering van scenario-onderzoek en op een bijzondere wetenschappelijke en beleidsmatige kennis van diverse thema’s op de arbeidsmarkt, zowel langs vraag- en aanbodzijde. Bovendien zullen we een procesmatige en interactieve aanpak volgen zodat de kennis van verschillende experten maximaal gecombineerd kan worden en de betrokkenheid van de arbeidsmarktactoren mogelijk is. Deze aanpak zal blijken uit onderstaande beschrijving van het onderzoeksvoorstel. Het onderzoek is opgedeeld in twee opeenvolgende fases, namelijk een fase van scenariobouw en de overeenkomstige verkenning van het beleidsinstrumentarium 2004-2010. Deze twee fasen vloeien logisch in elkaar over, zoals ook in onderstaande figuur weergegeven. In de eerste fase brengen we de belangrijkste bouwstenen voor de scenariobouw samen, die we vervolgens combineren tot samenhangende arbeidsmarktscenario’s. De tweede fase heeft een meer operationeel karakter, en geeft aan welk beleidsinstrumentarium idealiter nodig is om van de geformuleerde uitdagingen ook effectief kansen te maken voor de Vlaamse arbeidsmarkt. In wat volgt wordt per fase uitgelegd wat de doelstelling, de inhoud en de aanpak is van de onderzoeksfase.
10
Verkenning arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsuitdagingen 2004-2010
FASE 1: Scenariobouw
stap 1a: bouwstenen voor de scenariobouw
stap 1b: ontwikkeling van scenario’s
FASE 2: Beleidsstrategie
stap 2a: beleidsinstrumentarium
stap 2b: draagvlakcreatie
stap 2c: thema’s voor beleidsvoorbereidend onderzoek
stap 2d: formulering van beleidsaanbevelingen
11
FASE 1 : Scenario-analyse Doelstelling In deze fase komen de twee onderzoeksdoelstellingen aan bod, namelijk: 1. het samenbrengen van de bouwstenen voor de scenariobouw; 2. ontwikkeling van scenario’s voor het toekomstig arbeidsmarktbeleid, vertrekkende van de arbeidsmarktgerelateerde doelstellingen van het Pact van Vilvoorde. Het is de bedoeling om de analyse uit te voeren op basis van literatuurstudie in Vlaanderen en het buitenland. Naast literatuurstudie wordt ook de mogelijkheid voorzien om interviews af te nemen van binnen- en buitenlandse arbeidsmarktexperten. De scenario’s zullen ook afgetoetst worden met de VIONA-visiegroep. Inhoud Vooraleer de scenario’s zelf in kaart te brengen, zal het onderzoeksteam de aanpak voor de scenariobouw nader specifiëren. a) Voorbereiding van de scenariobouw Om relevante scenario’s te ontwikkelen dienen we eerst de relevante bouwstenen samen te brengen. Voor de inventarisatie van deze bouwstenen zullen we verschillende invalshoeken combineren, met name: −
de methodologische aanpak van de scenario-analyse: vooreerst zullen we een standaardaanpak voor de scenariobouw in de volgende fase opmaken, zodat deze coherent en systematisch wordt toegepast in het project. Voor een eerste aanzet verwijzen we naar punt b van fase 1;
−
de beleidsdoelstellingen: hier zullen we ons voornamelijk focussen op de arbeidsmarktgerelateerde doelstellingen binnen het Pact van Vilvoorde. We stellen voor om rond 4 doelstellingen te werken: − doelstelling 1: Vlaanderen is in 2010 verder geëvolueerd naar een lerende samenleving. Minstens 10 procent van de Vlaamse inwoners tussen 25 en 65 neemt deel aan permanente vorming. Een lerende samenleving erkent ook dat competenties waar en hoe men ze ook verwerft, evenwaardig worden erkend. Bij deze doelstelling zullen we ook aandacht besteden aan de ontwikkeling van ICT-competenties; − doelstelling 3: in het Vlaanderen van 2010 heeft elke persoon op actieve leeftijd de gelegenheid om een volwaardige job uit te oefenen. De werkzaamheidsgraad ligt tegen 2010 zo dicht mogelijk bij de 70%; − doelstelling 4: dankzij een verhoging van de kwaliteit van de arbeid, de kwaliteit van de arbeidsorganisatie en de kwaliteit van de loopbaan is in 2010 werkzaam worden en blijven voor iedereen aantrekkelijk. In 2010 ligt de werkbaarheidsgraad substantieel hoger; − doelstelling 5: in 2010 is de achterstand van vrouwen enerzijds en van kansengroepen (onder meer allochtonen, arbeidsgehandicapten, laaggeschoolden) anderzijds inzake deelname aan het arbeidsproces in belangrijke mate weggewerkt. Dit blijkt onder meer uit het feit dat zij niet langer oververtegenwoordigd zijn in de werkloosheid;
−
de arbeidsmarkttrends: om scenario’s te kunnen bouwen hebben we ook zicht nodig op de trends, die op de arbeidsmarkt zullen spelen voor de periode 2004-2010. Deze trends kunnen verschillende topics betreffen, zoals in onderstaande tabel samengevat (zie ook het werk in het kader van het Trefpunt Wer-
12
kend Vlaanderen). Met het oog op de scenariobouw zullen we deze trends verder typeren, onder meer aan de hand van volgende items: − stadium trend: duidelijk of embryonaal; − mate van doorzetten van trend: sterk of zwak; − relevantie voor de Vlaamse arbeidsmarkt; − opportuniteit en/of bedreiging; − betekenis van de trend voor de arbeidsmarktactoren (werknemers, werkgevers, instituties, …); − … Bij het ontwikkelen van scenario's zal ook veel aandacht gaan naar buitenlandse 'voorbeelden'. Concreet zal gekeken worden naar arbeidsmarktscenario's die in andere landen (bijvoorbeeld door het Centraal Planbureau voor Nederland) of op andere beleidsniveaus (EU, OESO, …) geformuleerd zijn. b) Ontwikkeling van scenario’s voor de Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010 Bij scenario-ontwikkeling dienen we een inschatting te maken van de mate van zekerheid en invloed van de omgevingsfactoren op de ontwikkeling van de problematiek. Daarbij kunnen we een onderscheid maken tussen: −
de omgevingsfactoren die een relatief grote invloed (kunnen) hebben op de problematiek en met grote onzekerheid omgeven zijn (zoals economische ontwikkelingen) vormen de verschillen tussen de scenario’s: de scenario-bouwstenen;
−
de omgevingsfactoren die een grote invloed (kunnen) hebben en waarvan de ontwikkeling redelijk zeker valt in te schatten, vormen de uniforme basis voor elk van de scenario’s: voor deze factoren kunnen in alle scenario’s dezelfde aannames worden gemaakt;
−
de omgevingsfactoren die een kleine invloed hebben en waarvan de ontwikkeling redelijk zeker valt in te schatten, vormen de factoren die als inkleuring van de scenario’s worden gebruikt;
−
de omgevingsfactoren die onzeker zijn en een kleine invloed hebben, worden doorgaans buiten beschouwing gelaten.
Grote invloed
Kleine invloed
Ontwikkeling onzeker
Scenario-bouwstenen
x
Ontwikkeling zeker
Uniforme basis
inkleuring
Om tot scenario’s te komen doorlopen we de volgende analysestappen: − clustering van omgevingsfactoren op basis van mate van invloed op de problematiek en de mate van onzekerheid; − identificatie van de drijvende krachten; − bepaling van de scenario-dimensies; − Bepaling van de impact van de scenario’s op de arbeidsmarktwerking (aanbod- en vraagzijde, algemeen of deelgroepen, …).
13
Voor de ontwikkeling van de scenario’s volgens de hierboven geschetste aanpak zullen we gebruik maken van een kader dat dient om arbeidsmarktontwikkelingen te analyseren. Topics die daarbij aan bod zullen komen zijn weergegeven in onderstaande figuur. Tabel 2.
Verkenning van macro-arbeidsmarktontwikkelingen- een voorbeeld op hoofdlijnen
Topic
Ontwikkelingen
Demografisch
§ § § §
Economisch
§ Evolutie naar een netwerkeconomie met nieuwe vormen van arbeidsorganisatie § Evolutie naar een kennismaatschappij met wijzigingen in vereiste kwalificaties en vaardigheden § Globalisering van de economie en een internationalisering van economie en arbeidsmarkt § Wijzigende economische structuur onder de vorm van een postindustriële samenleving § …
Sociaal/maatschappelijk
§ Gevaar van een dualisering van de arbeidsmarkt § Toenemende arbeidsmigratie en diversiteit op de arbeidsmarkt § Stijgend belang van kwaliteit van de arbeid en het evenwicht tussen verschillende levenssferen § Toenemende individualisering, resulterend in differentiatie van werkpatronen en loopbanen § …
Technologisch
§ § § §
Ecologisch
§ Tendens naar duurzame ontwikkeling, doorvloeiend naar duurzaam ondernemen § …
Politiek/institutioneel
§ Europeanisering en lokalisering (Europese Werkgelegenheidsrichtsnoeren en een beleid dichter bij de burger) § Evolutie naar meer marktwerking en herdefiniëring van de openbare dienst § …
Vergrijzing van de beroepsbevolking voor 2010 Daling van de beroepsbevolking na 2010 Stijging van de afhankelijkheidsgraad …
Toenemende integratie van de ICT met alsmaar nieuwe toepassingen Toenemend belang van innovatie (product/proces) Versnelling van de kennisontwikkeling …
Aanpak Het scenario-onderzoek zal verschillende bronnen en methodieken combineren, in het bijzonder analyse van reeds uitgevoerde trend en scenario-onderzoeken in binnen- en buitenland, aangevuld met kennis van arbeidsmarktexperten.
14
Desk research zal gebeuren op basis van bronnen in Vlaanderen, België en het buitenland. Waar mogelijk wordt aangeduid welk type scenario-onderzoek gehanteerd wordt. We geven een overzicht van mogelijke bronnen1: −
Trend- en scenario-onderzoek in Vlaanderen: Zowel op Vlaams vlak, als op niveau van de federale overheid zijn er relevantie publicaties, zoals de Beleidsnota Werkgelegenheid 1999-2004, de resultaten van het werk in het kader van het Trefpunt Werkend Vlaanderen, Pact van Vilvoorde, resultaten van uitgevoerd VIONA-onderzoek, publicaties van het Steunpunt WAV, federale publicaties (o.a. Hoge Raad voor de Werkgelegenheid)
−
Trend- en scenario-onderzoek in buurlanden, zoals: − Nederland: trend- en scenario-onderzoek in het kader van het project ‘Economie van de 21ste Eeuw, het werk van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het ROA prognosemodel, het Centraal Planbureau,… − UK: Future for Work programma
−
EU / OESO / andere: Deze bronnen richten zich op Europese beschouwingen over de arbeidsmarkttrends. Het gaat onder andere om het EC Futures Programme en analyses in het kader van de OESO Employment Outlook. Ook de voorbereidingen op de discussie over de toekomst van het Europees Sociaal Beleid, waar gebruik is gemaakt van scenario-analyse, zal meegenomen worden.
Naast de desk research, stellen we voor om interviews af te nemen met een aantal experten van deze organisaties. De selectie van de experten zal gebeuren in overleg met VIONA Visiegroep. Er zullen 10 à 15 interviews afgenomen worden. Indien relevant voor het scenario zal gestreefd worden naar een kwantitiatieve invulling van het scenario. Verschillende bronnen voor cijfergegevens staan ter beschikking, zoals: − PASO-survey resultaten, − analyse van de sociale balans, − onderzoeksresultaten i.k.v. het VIONA-onderzoeksprogramma , − PSBH-gegevens,…. − OESO en Eurostat gegevens Doorlooptijd van fase 1: 4 maanden
1. Voor een overzicht van referenties, zie lijst achteraan de onderzoeksbeschrijving
Arbeidsmarktuitdagingen
Interne arbeidsmarkt
Arbeidsorganisatie en technologie
Personeelsbeleid
Externe arbeidsmarkt
Arbeidsverhoudingen
Nieuwe vormen van organisatie
Balanceren tussen flexibiliteit en zekerheid
Intern stakeholdermanagement
Innovatie en versnelde kennisontwikkeling
Omgaan met diversiteit
Directe en indirecte participatie
ICT op de werkvloer
Inspelen op demografische ontwikkelingen
Impact op de aard en kwaliteit van arbeid
Werken aan de kloof tussen functie- en kwalificatieniveau
Aanbod
Demografische trends in de bevolking en de beroepsbevolking (ontgroening en vergrijzing)
Evolutie van de participatiegraad (met aandacht voor specifieke groepen)
Vraag
Loonkostontwikkeling en evolutie arbeidsproductiviteit
Evolutie naar de kennismaatschappij en de postindustriĂŤle samenleving: welke vraag naar arbeid?
Werking van de arbeidsmarkt
Mobiliteit (baan-baan mobiliteit): loopbanen in de toekomst
Evolutie naar een transitionele arbeidsmarkt? (Mobiliteit tussen betaalde arbeid en andere arbeidsmarktposiities, invloed van veranderingen in leefpatronen)
Scholing, permanente vorming en de invloed op loopbanen Toekomstig absorptievermogen van de arbeidsmarkt (verwachte evolutie van werkgelegenheid en werkzaamheid
(Nieuwe) segregatie- en segmentatievormen: loopbanen en sociale uitsluiting
16
FASE 2 : Verkenning van het beleidsinstrumentarium 2004-2010 Doelstelling Deze fase geeft in hoofdzaak een antwoord op volgende onderzoeksdoelstellingen: − een overzicht bieden van beleidsinstrumenten binnen het kader van de scenario-analyse; − vanuit deze analyse thema’s aanreiken voor toekomstig beleidsvoorbereidend onderzoek in Vlaanderen. Deze fase zal uitmonden in aanbevelingen inzake toekomstgericht arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen. De beleidsfase bestaat uit vier deelfases, namelijk: − het uitwerken van een beleidsinstrumentarium binnen het kader van de scenario-analyse, − het aftoetsen van de voorstellen met de stakeholders van de Vlaamse arbeidsmarkt, − het formuleren van thema’s voor verder beleidsvoorbereidend onderzoek, en − het consolideren van de onderzoeksresultaten en een vertaling maken naar beleidsaanbevelingen. Deze fase is een interactieve fase waarbij naast desk research, workshops met experten en sessies met de stakeholders van het arbeidsmarktbeleid plaatsvinden. Het resultaat van deze fase zijn beleidsaanbevelingen inzake de uitdagingen op de Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010, een voorstel van thema’s voor toekomstig beleidsonderzoek en draagvlakcreatie voor de onderzoeksresultaten. Inhoud en aanpak a) Beleidsinstrumentarium voor arbeidsmarktuitdagingen in Vlaanderen Om tot een voorstel van aangepaste beleidsinstrumenten te komen, worden een aantal stappen doorlopen. Eerst wordt via een theoretische denkoefening nagegaan wat het ideaal instrumentarium zou zijn om de uitdagingen aan te pakken. Het ideaal instrumentarium wordt geconfronteerd met de bestaande beleidsmaatregelen. Door deze confrontatie ontstaat een beeld van de nodige en gewenste aanpassingen aan het huidige beleid. Indien nieuwe instrumenten een antwoord bieden op bepaalde uitdagingen, dan kunnen leereffecten uit het buitenland oplossingen aanreiken. Dit alles mondt uit in een toekomstgericht instrumentarium dat in staat zou moeten zijn om de gestelde uitdagingen op korte en middellange termijn aan te pakken. Het onderzoeksteam zal in eerste instantie beroep doen op desk research, onder andere via de inventarisatie van binnenlands beleid, en van goede praktijkvoorbeelden uit de buurlanden. Het geleverde werk in de eerste fase zal hiervoor aanknopingspunten bieden. Daarnaast staan thematische workshops met experten centraal. Voor de workshops zal een draaiboek opgesteld worden. De inhoudelijke voorbereiding van deze workshops zal bestaan uit een korte voorstelling van de uitdaging en inventarisatie van relevante beleidsinstrumenten. Het resultaat van de workshop zal bestaan uit een evaluatie van de uitdaging, een overzicht van beleidsinstrumenten en randvoorwaarden inzake toepassing ervan. De experten zijn thema-experten met een reputatie op vlak van een bepaald arbeidsmarktdomein, bijvoorbeeld leden van studiediensten sociale partners, academici, medewerkers van Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap of Federaal Ministerie Tewerkstelling en Arbeid. De experten kunnen zowel uit binnenland als buitenland afkomstig zijn.
17
b) Draagvlakcreatie voor trends, uitdagingen en trendmatig arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen De voorlopige onderzoeksresultaten, vooral inzake uitdagingen en instrumentarium zullen afgetoetst worden in een workshop met de stakeholders van het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen. Teruggrijpend naar de deelnemers aan de sessies in het kader van het Trefpunt Werkend Vlaanderen, zullen vertegenwoordigers uit volgende instanties bij het proces betrokken worden: − beleidsverantwoordelijken − sociale partners − vertegenwoordigers van derden-organisaties − …. De workshop wordt geleid door het onderzoeksteam. Aan de deelnemers wordt een verslag met de conclusies van de workshop overgemaakt. De conclusies van de workshop zijn mede-input voor het formuleren van de beleidsaanbevelingen c) Thema’s voor beleidsvoorbereidend onderzoek Tijdens de uitvoering van het onderzoek zullen ideeën ontstaan en kunnen kennishiaten naar boven komen op vlak van beleidsvoorbereidend arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen, zij het door het raadplegen van bronnen, door de verkenning van buitenlandse voorbeelden, door de interactie met experten of door de samenwerking met de stakeholders. Op basis van dit proces en in dialoog met de VIONA Visiegroep zal aangegeven worden wat mogelijke onderzoekstopics met het oog op het voeren van een effectief toekomstig arbeidsmarktbeleid kunnen zijn. d) Formulering van de beleidsaanbevelingen Het formuleren van beleidsaanbevelingen vormt het sluitstuk van dit onderzoek. De resultaten uit de voorgaande onderzoeksfases worden samengevat en vervolgens verwerkt in beleidsaanbevelingen inzake: − het bouwen van scenario’s voor de Vlaamse arbeidsmarkt 2004-2010, rekening houdende met de arbeidsmarktgerelateerde doelstellingen van het Pact van Vilvoorde; − het ontwikkelen van een beleidsinstrumentarium binnen het kader van de scenario-ontwikkeling; − thema’s voor toekomstig beleidsvoorbereidend onderzoek in Vlaanderen. Doorlooptijd Fase 2: 8 maanden 3.
Beleidsrelevantie
Het onderzoek naar de ‘Verkenning van arbeidsmarktontwikkelingen en beleidsuitdagingen 2004-2010’ is om verschillende redenen beleidsrelevant: −
Vooreerst maakt de topic zelf dat het een uitermate beleidsrelevant onderwerp is. ‘Regeren is vooruitzien’, zo wordt gesteld. Met dit onderzoek zal geprobeerd worden om de toekomst van de arbeidsmarkt, gegeven de ontwikkelingen die zich voordoen, in te schatten;
−
Het onderzoek zal niet enkel de scenario’s in kaart brengen, maar zal ook meer operationeel te werk gegaan. Dit gebeurt in de laatste fase, waar we aan de beleidsuitdagingen een verkenning maken van een overeenkomstig beleidsinstrumentarium. Hierin zullen we aangeven welke de mogelijke beleidsinstrumenten zijn om een gepast antwoord te bieden aan de gestelde beleidsuitdagingen;
18
−
4.
Tot slot, beogen we de beleidsrelevantie van het onderzoek te optimaliseren door het proces op een open manier in te richten, en op welbepaalde tijdstippen van het onderzoek een toetsing in te bouwen met de stakeholders van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. Een greep uit de beschikbare en geconsulteerde referenties
−
“De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2006”, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, Universiteit Maastricht, 2001
−
Project Economie van de 21ste Eeuw van het Ministerie van Economische Zaken (Nederland) − “Het Nieuwe Werknemen”, Nederlands Economisch Instituut − “Het Nieuwe Werk Nemen”, F. Leijnse, S.H. Baljé, P.A.J. Oomens
−
“Toekomst van de arbeidsmarkt”, manuscript, J. Theeuwes, Stichting voor Economisch Onderzoek UvA, 2001
−
“Intergouvernementele Conferentie Lissabon. Uitvoering van de Conclusies van de Europese Raad van Lissabon. Synthesenota.”, 2000
−
The IPTS Futures Project, “Synthesis Report”, TECS Futures Programme, Institute for Prospective Technological Studies (Sevilla), EC DG Joint Research Centre, 2000
−
The IPTS Futures Project, “Employment Map”, TECS Futures Programme, Institute for Prospective Technological Studies (Sevilla), EC DG Joint Research Centre, 1999
−
“Pact van Vilvoorde”
−
“Kleurrijk Vlaanderen”, Vlaamse Conferentie november 2001
−
“Variatie in participatie. Beschouwingen over de te verwachten ontwikkelingen binnen arbeid en op de arbeidsmarkt in de nabije toekomst”, Vlaamse Conferentie Trefpunt Werkend Vlaanderen, Steunpunt WAV, P. Van der Hallen, 2001
−
“Langetermijnvisie voor Vlaanderen: uitgestoken hand van de Vlaamse sociale partners. Een kwaliteitsvolle samenleving voor iedereen”, SERV, 2000
−
“Reizen door de toekomst”, thematisch cahier, Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme Renaat Landuyt, 2001
−
“Strategisch plan Werkgelegenheid 2000-2004”, Vlaams minister van Werkgelegenheid en Toerisme Renaat Landuyt
−
“Strategisch plan werkgelegenheid. Monitoring van de beoogde beleidseffecten. Stand van Zaken oktober 2000”, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Werkgelegenheid