Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/312
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 2 juni 2021 diende xxx (verzoeker), een verzoek in bij de stad Antwerpen om een afschrift te bezorgen van de volgende documenten aangaande het DIVA museum: 1) Het rapport van WES dat werd opgemaakt voordat het museum werd geopend; 2) Het originele businessplan van het DIVA museum; 3) Het rapport van de Inspectie van Financiën, waarnaar verwezen wordt in het bestand in bijlage; 4) Het ROI-rapport, waarnaar verwezen wordt in het andere bestand in bijlage. Bij beslissing d.d. 18 juni 2021 werd dit verzoek door de stad Antwerpen geweigerd. Bij mail d.d. 19 juli 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing. Dit beroep werd geregistreerd op 20 juli 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 2 juni 2021. De bestreden beslissing dateert van 18 juni 2021. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Conform artikel II. 48 Bestuursdecreet neemt de termijn om een beroep in te stellen bijgevolg slechts aanvang vier maanden na de kennisgeving. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 19 juli 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het verzoek tot openbaarmaking werd door de stad Antwerpen afgewezen. De stad verklaarde in haar weigeringsbeslissing dat ze niet in bezit is van de documenten 1, 2 en 4 uit het oorspronkelijke verzoek, en er bijgevolg ook geen afschrift van kan bezorgen. Voor document 3, het rapport van de Inspectie van Financiën, verklaarde de stad het verzoek ongegrond op basis van artikel II. 35, 1° Bestuursdecreet (economisch/financieel/commercieel belang van de stad Antwerpen).
2. Inhoud van het beroepschrift De verzoeker tekent beroep aan tegen het antwoord van de stad Antwerpen. Verzoeker betwist de motivering voor het afwijzen van de openbaarheidsvraag met betrekking tot document 3. Hij stelt dat de uitzonderingsgrond waarop de stad zich beroept algemeen en derhalve allerminst ‘beperkend’ wordt gehanteerd. De bestreden beslissing bevat geen belangenafweging; er wordt niet aangetoond dat het beschermde belang door de openbaarmaking zou worden aangetast, noch dat het algemeen belang dat gebaat is met de openbaarmaking niet opweegt tegen het beschermde belang. Er wordt niet verduidelijkt welk belang (economisch, financieel of commercieel) van de stad Antwerpen zou worden geschaad door openbaarmaking. Bovendien moet voor de uitzondering in concreto, namelijk met informatie die betrekking heeft op de concrete inhoud van het betrokken bestuursdocument, worden aangetoond dat de openbaarmaking schade zou toebrengen aan het economisch, financieel of commercieel belang van de betrokken overheidsinstantie. De stad Antwerpen blijft evenwel in gebreke dit bewijs te leveren, aldus verzoeker. Er ligt geen enkel concreet bewijs, zelfs geen begin van bewijs, voor dat de openbaarmaking van de inhoud van het rapport van de Inspectie van Financiën schade zou toebrengen aan enig belang van de stad.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 2 van 8
Ten overvloede meent verzoeker dat, zelfs indien er een belangenafweging zou worden gemaakt, er geen sprake is van enig onevenwicht. Het bewijs van enig (mogelijk) onevenwicht tussen deze belangen ligt niet voor. Verzoeker heeft als aandeelhouder en bestuurder van xxx een rechtstreeks belang om over de gevraagde documenten te kunnen beschikken. xxx is verwikkeld in een procedure voor het Hof van Beroep te Antwerpen met het AG Culturele Instellingen van de stad Antwerpen (AG CIA). Verzoeker heeft dus een belang opdat hijzelf en het Hof van Beroep volledig zouden geïnformeerd worden over documenten die van wezenlijk belang zijn bij de beoordeling van het geschil. Met betrekking tot documenten 1, 2 en 4 waarvan de stad verklaart deze niet in haar bezit te hebben en waarvoor ze verzoeker doorverwees naar het AG CIA, heeft dit AG aan verzoeker eveneens verklaard deze niet in haar bezit te hebben. Verzoeker stelt dat het buitengewoon ongeloofwaardig is dat zowel de stad Antwerpen als het AG CIA niet zouden beschikken over documenten die betrekking hebben op een museum dat onder hun rechtstreekse voogdij en bevoegdheid ressorteert, en waarin met name de financiële kerncijfers worden beoordeeld door de toezichthouders. 3. Toelichting door de stad Antwerpen De beroepsinstantie nam op 20 juli 2021 contact op met de stad Antwerpen om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailberichten d.d. 27 juli en 3 augustus 2021 ontving de beroepsinstantie bijkomende toelichting. De stad verklaarde dat de openbaarheidsvraag m.b.t. de documenten 1, 2 en 4 afgewezen werd omdat ze deze documenten niet in haar bezit had. xxx heeft eenzelfde openbaarheidsaanvraag gesteld aan Toerisme Vlaanderen. Naar aanleiding daarvan stuurde Toerisme Vlaanderen, na 18 juni 2021 (datum van de beslissing van de stad) aan de stad Antwerpen een document met als titel ‘BUSINESSPLAN - IMPULSPROGRAMMA’S HEFBOOMPROJECTEN 2015’. De stad stelt dat de status van dit document voor haar onduidelijk is, m.a.w. dat het niet zeker is of dit de finale tekst van het businessplan is en of ze in deze vorm werd goedgekeurd. Uit de tekst van het ‘businessplan’ blijkt in ieder geval dat het meer gaat om een beleidsplan voor het organiseren van museale activiteiten, zoals het verwerven van collecties en de organisatie van een museum. De tekst doorstaat in ieder geval niet de vergelijking met een businessplan zoals normaal wordt opgemaakt voor commerciële ondernemingen, waarbij de nadruk ligt op het verwerven van inkomsten en winst maken. Toerisme Vlaanderen bezorgde het document ‘BUSINESSPLAN - IMPULSPROGRAMMA’S HEFBOOMPROJECTEN 2015’ vertrouwelijk aan de stad Antwerpen zonder daartoe verplicht te zijn. De uitzonderingsgrond van artikel II.34.6° Bestuursdecreet (bestuursdocumenten die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is) moet volgens de stad toegepast worden op dit document. De stad verwijst ook naar de gerechtelijke procedure waarin AG CIA voor het DIVA verwikkeld is met xxx. xxx baat xxx uit. AG CIA is als autonoom gemeentebedrijf een dochter van de stad Antwerpen. De belangen van de stad Antwerpen en het AG CIA zijn in deze gerechtelijke procedure gelijklopend. Daarom is ook de uitzonderingsgrond van artikel II.34. 4° Bestuursdecreet (de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen) van toepassing op het openbaar maken van dit document.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 3 van 8
Minstens moeten volgens de stad alle tekstgedeelten die betrekking hebben op het voorwerp van de gerechtelijke procedure (prognose bezoekersaantallen en financiële gegevens) aan de openbaarheid worden onttrokken. Indien deze gegevens worden meegedeeld, hypothekeert dit de kans van AG CIA, dochter van de stad Antwerpen, op een eerlijk proces in de gerechtelijke procedure tegen de heer Leemans. Document 3, het rapport van Inspectie Financiën, werd geweigerd op grond van artikel II.35.1° Bestuursdecreet: economisch/financieel/commercieel belang van de stad Antwerpen. Dit rapport bevat het advies bij de budgetwijziging 2018 van de Museumstichting. De impact van de budgetwijziging op het meerjarenplan (begroting) van de stad Antwerpen en op de realisaties van de Museumstichting worden daarin geanalyseerd en daarover wordt geadviseerd aan het beleid. De inhoud van het advies van Inspectie Financiën heeft volgens de stad dus wel zeker impact op het financieel belang van de stad Antwerpen. De informatie over het budget met betrekking tot de kosten en inkomsten van de museale werking en de daaraan gekoppelde prognoses hebben een directe impact op het financieel plan van de stad Antwerpen omdat het beheer van de musea nu bij AG CIA ligt, een dochter van de stad Antwerpen die ook dotaties ontvangt van de stad. Ook voor dit document wordt verwezen naar de uitzonderingsgrond van artikel II.34. 4° Bestuursdecreet (de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen) om dezelfde redenen als hierboven, namelijk dat het openbaar maken van dit document de belangen van AG CIA, een dochter van de stad Antwerpen, in het lopend burgerlijk rechtsgeding kan schaden. Gezien het voorwerp van de gerechtelijke procedure geldt die voornamelijk voor de geel geblokte tekstgedeelten van blz. 14. Minstens, en voor zover de Beroepsinstantie oordeelt dat het rapport van Inspectie Financiën openbaar moet worden gemaakt, kan dat alleen voor de tekstgedeelten die betrekking hebben op het DIVA-museum. Uit de aanvraag van xxx blijkt immers dat alleen documenten werden gevraagd die betrekking hebben op het museum DIVA. Dit rapport bevat ook informatie en advies over 2 andere musea en over de Museumstichting en het openbaar maken van deze informatie overstijgt de aanvraag van xxx: een overheidsinstantie moet alleen openbaar maken wat gevraagd wordt, maar niet meer.
4. Standpunt van de beroepsinstantie 1) Documenten 1 en 4: het rapport van WES- en het ROI-rapport De beroepsinstantie stelt vast dat de stad stelt niet in het bezit te zijn van deze rapporten. De stad verklaarde dat deze rapporten werden opgesteld vóór de oprichting van het DIVA, dat toen nog onder de provincie Antwerpen ressorteerde. Verzoeker stelt dat het ongeloofwaardig is dat noch de stad Antwerpen, noch het AG CIA die thans bevoegd zijn voor het DIVA, over deze documenten beschikken. De beroepsinstantie kan echter enkel maar akte nemen van het feit dat de stad stelt effectief niet over deze documenten te beschikken. De beroepsinstantie ziet niet in waarom dit onmogelijk zou zijn, aangezien de stad Antwerpen effectief niet de voogdij of bevoegdheid had over het DIVA toen dit werd opgericht.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 4 van 8
In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de stad Antwerpen niet in het bezit is van de door verzoeker opgevraagde documenten. Van documenten waarover een bestuursinstantie niet beschikt, kan uiteraard ook geen afschrift worden geleverd. Voor wat betreft deze documenten wordt het beroepschrift dan ook als ongegrond beschouwd.
2) Document 2: het originele businessplan van het DIVA-museum Dit document kwam nà het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek en de beslissing van de stad Antwerpen, alsnog in haar bezit. Toerisme Vlaanderen stuurde dit, naar aanleiding van een openbaarheidsverzoek van verzoeker bij haar, naar de stad om te vragen of er volgens de stad uitzonderingsgronden op van toepassing waren. De stad Antwerpen stelt dat de uitzonderingsgrond van artikel II. 34. 6° Bestuursdecreet (bestuursdocumenten die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is) moet toegepast worden op dit document. Deze uitzonderingsgrond luidt echter: ‘wanneer het
om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt’.
Het gaat hierbij dus om cumulatieve voorwaarden: de documenten moeten vrijwillig bezorgd zijn én degene die ze bezorgd heeft moet de informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Dit laatste is in casu niet het geval. In de mail van Toerisme Vlaanderen aan de stad Antwerpen waarmee het businessplan werd overgemaakt, staat nergens uitdrukkelijk vermeld dat deze informatie vertrouwelijk is. Artikel II. 34 6° Bestuursdecreet kan hiervoor dus niet ingeroepen worden. Door de stad wordt ook artikel II.35, 4° Bestuursdecreet ingeroepen. In toepassing van dit artikel Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Deze uitzonderingsgrond beoogt het eerlijk verloop van de rechtspleging te vrijwaren. Een essentieel onderdeel van het recht op een eerlijk proces is het beginsel van de “gelijkheid der wapens in een proces”. Dit beginsel van de wapengelijkheid houdt in dat elke partij het recht heeft haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij. De bestaansreden van voormelde uitzonderingsgrond ligt vooral bij het verhinderen dat de openbaarheid van bestuur waaraan één partij onderworpen is, afbreuk zou doen aan de wapengelijkheid. Zonder deze uitzonderingsgrond zou één partij op grond van de openbaarheid van bestuur kunnen worden verplicht stukken in het gerechtelijk debat te brengen die tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) zouden kunnen pleiten, daar waar de andere partij enkel die elementen die haar eis ondersteunen, kenbaar mag maken om het oordeel van de rechter te beïnvloeden. Deze uitzonderingsgrond is een correctief op de openbaarheid om te beletten dat een instantie zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) wordt uitgespeeld.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 5 van 8
De bedoelde uitzonderingsgrond mag evenwel niet op een abstracte manier worden ingeroepen zodat concreet moet worden aangetoond dat het gevraagde bestuursdocument verband houdt met een bestaand rechtsgeding en tegen een bestuursinstantie kan worden aangewend. In de parlementaire voorbereiding bij voormeld artikel wordt bepaald (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1656/1, 63):
“4° Rechtspleging. Deze uitzonderingsbepaling stelt dat bestuursdocumenten betreffende aangelegenheden die het voorwerp uitmaken van een burgerlijk of administratief rechtsgeding, niet voor openbaarheid in aanmerking komen. Deze uitzonderingsgrond is ingegeven door het deontologisch probleem waarmee de overheid geconfronteerd wordt wanneer zij gegevens ter beschikking moet stellen die in een rechtsgeding, waarbij die overheid zelf partij is, tegen haar kunnen gebruikt worden. Bovendien zijn er specifieke regels die de inzagemogelijkheden bepalen van documenten betreffende zaken die aanhangig zijn bij de gerechtelijke instanties. In het decreet wordt tevens benadrukt dat de bedoeling van deze uitzondering erin bestaat om de rechtspleging en het eerlijk verloop van een proces mogelijk te maken.” In casu is er inderdaad een burgerlijk rechtsgeding hangende dat werd ingesteld door verzoeker tegen het AG CIA met betrekking tot xxx. Bij vonnis d.d. 5 februari 2021 van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen werd verzoeker grotendeels in het ongelijk gesteld. De concessieovereenkomst werd ontbonden lastens xxx en zij werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan AG CIA/Erfgoed. Tegen dit vonnis heeft xxx op 25 februari 2021 hoger beroep ingediend. Dit beroep is momenteel nog hangende. De beroepsinstantie heeft kennis kunnen nemen van het vonnis d.d. 5 februari 2021 en vastgesteld dat het geschil draait over de verwachte en voorgespiegelde bezoekersaantallen xxx, en de vraag of het AG CIA verzoeker hierover al dan niet correct geïnformeerd heeft vóór het afsluiten van de concessieovereenkomst. Het is bijgevolg overduidelijk dat informatie m.b.t. bezoekersprognoses die bij de opstart van het DIVA door de initiatiefnemers vooropgesteld werden, zeer relevant zijn voor de beoordeling van dit geschil. Verzoeker geeft dit overigens ook zelf aan in zijn beroep, waar hij zijn belang bij de openbaarheid van de gevraagde documenten beargumenteert door juist te verwijzen naar het hangend rechtsgeding. Er is bijgevolg geen twijfel mogelijk dat bepaalde informatie uit het businessplan van wezenlijk belang is voor het hangend rechtsgeding. Indien de stad Antwerpen, waarvan het AG CIA een volle dochteronderneming is, dit businessplan zou moeten openbaar maken aan verzoeker, zou dit het hierboven uiteengezette beginsel van de wapengelijkheid dat aan de grond ligt van de uitzonderingsgrond van artikel II. 35 4° Bestuursdecreet, in haar hoofde zonder twijfel aantasten. De stad zou dan immers informatie moeten openbaar maken die mogelijks tegen haar kan gebruikt worden in het hangende beroep, terwijl verzoeker op geen enkele manier kan verplicht worden om documenten/informatie vrij te geven die tegen hem pleiten. De beroepsinstantie ziet ook niet in op welke manier het belang van de openbaarheid boven dit principe van wapengelijkheid en het recht op het verkrijgen van een eerlijk proces zou gaan. Vastgesteld wordt immers dat verzoeker reeds besliste om een proces in te spannen tegen het AG CIA én om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak in eerste aanleg, zonder dat hij over de thans gevraagde documenten beschikte, en bijgevolg al meende over voldoende rechtsmiddelen en argumenten hiervoor te beschikken. Er kan bijgevolg niet aangenomen worden dat aan verzoeker essentiële middelen ontzegd worden om zijn belangen te verdedigen door de gevraagde informatie niet openbaar te maken. Het belang van de openbaarheid weegt bijgevolg volgens het oordeel van de beroepsinstantie niet op tegen het belang van het AG CIA in de hangende beroepsprocedure. Zoals de stad ook zelf al aangeeft, geldt dit echter niet voor het volledige businessplan, maar wel voor de informatie m.b.t. bezoekersaantallen en financiële gegevens. De rest van het businessplan valt volgens het
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 6 van 8
oordeel van de beroepsinstantie bijgevolg niet onder de uitzonderingsgrond van artikel II. 35 4° Bestuursdecreet. Het beroep is voor wat betreft het businessplan bijgevolg gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.
3) Document 3: het rapport van de Inspectie van Financiën Wat betreft dit document, stelt de stad dat de inhoud van het advies van Inspectie impact heeft op het financieel belang van de stad Antwerpen, en dat de uitzonderingsgrond van artikel II. 35 1° Bestuursdecreet bijgevolg van toepassing is. Het gaat hier echter om een advies d.d. 29 november 2018 van de Inspectie van Financiën bij een budgetwijziging die werd voorgelegd aan de gemeenteraad van Antwerpen, en waarover de gemeenteraad op 17 december 2018 een beslissing heeft genomen. De beroepsinstantie ziet niet in op welke manier de openbaarmaking van dit document de financiële belangen van de stad Antwerpen in het gedrang zou brengen. De stad geeft hierover ook geen concrete toelichting. Ook voor dit document wordt verder verwezen naar de uitzonderingsgrond van artikel II.34. 4° Bestuursdecreet (de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen) om dezelfde redenen als hierboven, namelijk dat het openbaar maken van dit document de belangen van AG CIA, een dochter van de stad Antwerpen, in het lopend burgerlijk rechtsgeding kan schaden. De stad geeft aan dat dit, gezien het voorwerp van de gerechtelijke procedure voornamelijk geldt voor enkele tekstgedeelten op pagina 14. De beroepsinstantie stelt echter vast dat deze tekstgedeelten informatie bevatten over de bepalingen die opgenomen zijn in de concessieovereenkomst m.b.t. xxx, en waarvan verzoeker bijgevolg sowieso al op de hoogte is. Ook wordt er informatie vermeld over geraamde en gerealiseerde opbrengsten uit tentoonstellingen (ticketinkomsten) in 2018. Uit het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg d.d. 5/2/2021 blijkt echter dat verzoeker zich vanaf juli 2018 al beklaagde over de te lage bezoekersaantallen, en deze bezoekersaantallen voor 2018 worden ook in het vonnis expliciet vermeld. De beroepsinstantie ziet dan ook niet in waarom de vermelde geraamde en gerealiseerde opbrengsten uit tentoonstellingen (die een rechtstreeks verband hebben met de bezoekersaantallen waarvan verzoeker dus al op de hoogte is) thans niet aan verzoeker zouden mogen openbaar gemaakt worden en op welke manier de openbaarmaking hiervan de procespositie van de stad of het AG CIA zou aantasten. Voor wat betreft het rapport van de Inspectie van Financiën wordt het beroep bijgevolg als gegrond beschouwd. De beroepsinstantie volgt de stad wel waar deze stelt dat enkel het deel van dit advies dat betrekking heeft op het DIVA voorwerp is van het openbaarheidsverzoek, en is bijgevolg van oordeel dat de overige onderdelen van het advies niet moeten openbaar gemaakt worden, aangezien het voorwerp van een openbaarheidsverzoek niet kan uitgebreid worden in aanleg van beroep. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 19 juli 2021 tegen de beslissing d.d. 18 juni 2021 van de stad Antwerpen, wordt als ontvankelijk en deels ongegrond, deels gegrond beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 7 van 8
Bijgevolg dient de stad Antwerpen de volgende documenten openbaar te maken door er een afschrift van te bezorgen: - het originele businessplan van het DIVA-museum, met weglating van de volgende passages: o Blzn. 23, 38, 40 en 63-69: prognoses bezoekersaantallen en berekeningen potentiële bezoekersaantallen; o Blz. 35-36: exploitatiebegroting 2018; o Blz. 52: financiering van het project; o Blz. 53: prognose omzet op basis van kaartenverkoop; o Blz. 57: omzet; o Blz. 58: commerciële werking. - Het advies van de Inspectie van Financiën d.d. 29 november 2018 over de budgetwijziging van De Museumstichting: de onderdelen m.b.t. het DIVA
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 6 augustus 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/312
pagina 8 van 8