Skip to main content

4953_Y20_VO_Omgeving_Zwerfkatten_onlinebrochure_A4_08.pdf

Page 1

EEN GIDS VOOR DE LOKALE BESTUREN

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid omgevingvlaanderen.be


Dit is een uitgave van de dienst Dierenwelzijn van het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid. U kunt deze gids ook raadplegen op www.vlaanderen.be/dierenwelzijn Voor informatie, vragen of suggesties: +32 2 553 15 08 dierenwelzijn@vlaanderen.be Verantwoordelijke uitgever: Peter Cabus Tekst: Dienst Dierenwelzijn, Universiteit Gent, Odisee Hogeschool Copywriting: Pantarein Publishing Vormgeving: The Oval Office Copyright foto's: Kat zonder Dak vzw,'t Geels Hart voor Dieren vzw, Stanislav Vershinin, Dienst Dierenwelzijn, Sally Peustjens, Helga Gillé, Shutterstock


Inhoud 1. Inleiding

4

2. Wat zegt de wet?

5

3. Aanpak van het zwerfkattenprobleem

7

HANDVAT 1: DE (ZWERF)KAT

8

HANDVAT 2: DE MELDERS

12

HANDVAT 3: HET MELDPUNT

14

HANDVAT 4: DE ZWERFKATTEN VANGEN

16

HANDVAT 5: BEHANDELING VAN DE GEVANGEN KATTEN

20

HANDVAT 6: DE ZWERFKATTEN TERUGPLAATSEN

24

HANDVAT 7: DE ZWERFKATTENVRIJWILLIGERS

28

HANDVAT 8: INFORMEREN OVER HET HUIS- EN ZWERFKATTENBELEID

30

HANDVAT 9: DE HANDHAVING VAN HET BELEID ROND HUIS- EN ZWERFKATTEN

35

4. Monitoring en evaluatie

38

5. Sleutels tot succes

40

3


1. Inleiding Met deze gids biedt de dienst Dieren­welzijn van de Vlaamse overheid richt­lijnen en praktische tips voor een ­efficiënt en diervriendelijk zwerfkattenbeleid. Universiteit Gent en Odisee ­Hogeschool werkten eraan mee. De gids richt zich vooral tot lokale besturen en wil hun aanpak van de zwerfkatten­problematiek ondersteunen. De goede praktijken vindt u in de vorm van negen ‘handvatten’. Het uitgangspunt is de methode ‘vangen, steriliseren en terugplaatsen’ (‘trap, neuter, return’) voor het beheer van zwerfkatten­populaties. Elk handvat begeleidt u met concrete ideeën bij elke stap in dit ­proces en b ­ evat een

4

checklist om aan de slag te gaan. U vindt ook heel wat voorbeelden van steden en gemeenten die al werken met deze­ ­methode. De gids werd samengesteld aan de hand van wetenschappelijke literatuur en van interviews met Vlaamse en buitenlandse experts: milieu- en dierenwelzijns­ ambtenaren, technische beambten, zwerfkattenvrijwilligers, ­vzw- en asiel­ medewerkers en onderzoekers. Deze tekst is niet juridisch bindend.


2. Wat zegt de wet? Volgens de Dierenwelzijnswet dragen steden en gemeenten de verantwoordelijkheid voor zwervende, verloren gelopen of achtergelaten dieren op hun grondgebied. De meeste lokale besturen werken hiervoor samen met een dierenasiel in hun buurt, dat vaak ook instaat voor het vangen, steriliseren en terug vrijlaten van zwerfkatten. Andere steden en gemeenten werken samen met een lokale vereniging die zich inzet voor zwerfkatten. Bij steden en gemeenten die het lot van zwerfkatten zelf in handen nemen, valt dat meestal onder de bevoegdheid van de milieudienst of de dienst voor overlastbeheer. Sinds 1 april 2018 gelden er nieuwe regels voor de identificatie en de registratie van katten. Steden en gemeenten hebben nu ook meer verplichtingen wat zwerfkatten betreft. Ze moeten:

Sterilisatieplicht Sinds 1 september 2014 moet elke kat die van eigenaar verandert gesteriliseerd zijn, ook als het dier gratis wordt weggegeven. Sinds 1 april 2018 moet dat gebeuren voor de kat 5 maanden oud is. Sinds 1 januari 2020 moeten ook alle katten geboren tussen 31 augustus 2014 en 1 april 2018 gesteriliseerd zijn, ook als ze niet verkocht of weggegeven worden. Sommige gemeenten maken afspraken met lokale dierenartsen. Ze geven inwoners een kortingsbon om hun huiskat te laten steriliseren of zorgen voor een gereduceerd tarief voor mensen met een lager inkomen. Op www.huisdierinfo.be/zoogdieren/katten vindt u nog meer informatie over de sterilisatieplicht.

• een diervriendelijk plan voor de bestrijding van overlast door zwerfkatten opstellen en uitvoeren • een meldpunt voor de inwoners oprichten • de inwoners verwittigen voor er een vangactie plaatsvindt • opnieuw vrijgelaten zwerfkatten gecontroleerd voederen en zorgen voor beschutting

Sterilisatie katten Is de kat geboren na 31/3/2018?

JA

JA

Wordt de kat verkocht of weggegeven?

Verplichte sterilisatie voordat de kat wordt verkocht/weggegeven2 of ten laatste op 5 maand ouderdom

1 Geldt niet voor erkende kattenkwekers.

Is de kat geboren tussen 31/8/2014 en 1/4/2018?

JA

NEE

Verplichte sterilisatie ten laatste op 5 maand ouderdom1

NEE

NEE

Wordt de kat verkocht of weggegeven?

Verplichte sterilisatie ten laatste op 1/1/2020

JA

JA

NEE

Wordt de kat verkocht of weggegeven?

Verplichte sterilisatie voordat de kat wordt verkocht of weggegeven2

NEE

Geen actie

2 Geldt niet als de kat wordt verkocht aan een erkende kattenkweker of wordt geëxporteerd.

5


Identificatie- en registratieplicht

Dit kan mensen ook stimuleren om hun kat te laten chippen.

Voor ze verhandeld of gratis weggegeven worden moeten katten geïdentificeerd en geregistreerd zijn (sinds 1 september 2014). Hun gegevens en die van hun baasje dragen ze met zich mee op een microchip. Sinds november 2017 zitten deze gegevens opgeslagen in de centrale databank CatID. (Voordien was dat in een private databank, meestal ID-Chips.) Daardoor kunnen gechipte katten die verloren liepen snel herenigd worden met hun baasje.

Op www.huisdierinfo.be/zoogdieren/katten vindt u nog meer informatie over de identificatie- en registratieplicht.

De Vlaamse overheid raadt gemeentebesturen sterk aan om hun technische dienst te laten controleren of doodgereden honden en katten een chip dragen. Zo heeft de opgespoorde eigenaar de kans om zijn huisdier op te halen en te begraven of te laten cremeren.

Identificatie en registratie katten Op 1 november 2017 12 weken of jonger? en castratie/sterillisatie c en castratie/sterillisatie bij verandering eigenaar d Bijkomende registratie in CatID is toegelaten a

Is de kat geboren na 8/8/2017a?

JA

Verplichte identificatie en registratiec in CatID

JA

JA

NEE

JA

Is de kat eigen kweek?

Geen verplichte identificatie en registratie

NEE

Wordt de kat verkocht of weggegeven?

b

NEE

NEE

Komt ze uit een asiel (na 1/9/2012) of van een kweker/particulier (na 1/9/2014)?

JA

Verplichte identificatie en registratieb,d

Wordt de kat verkocht of weggegeven? Aanpassing van de adresgegevens in de databank waarin de kat reeds was geregistreerdd

6

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

JA

NEE

Verhuist de eigenaar?

Geen actie

NEE


3. A anpak van het zwerfkatten­probleem: vier goede redenen Eén op de vier gezinnen in Vlaanderen heeft een kat als huisdier. Omdat er nog te weinig katten gesteriliseerd zijn, komen er geregeld (on)gewenste kittens bij. Een kattin is al vruchtbaar als ze 5 à 6 maanden oud is. Ze kan per jaar tot 3 nestjes van telkens 3 tot 6 kittens krijgen. Een kattin en haar nakomelingen kunnen dus op 5 jaar tijd voor maar liefst 20.000 kittens zorgen. Kittens die geen opvang vinden of in het asiel terechtkomen, belanden uiteindelijk vaak op straat. Ook volwassen katten die plots niet meer in het gezin passen komen niet zelden op straat terecht. Het worden dan zwerfkatten, en ze leven in bijna elke stad of gemeente in Vlaanderen.

Een efficiënte aanpak van de zwerfkatten­problematiek is nodig om deze 4 redenen: • voor het welzijn van de zwerfkatten Zwerfkatten leven buiten in alle weersomstandigheden. Ze zijn vaak ondervoed en houden soms wonden over aan het gevecht met andere katten. Vooral kittens zijn vatbaar voor ziektes en parasieten. • om overlast te bestrijden Zwerfkatten geven overlast, bijvoorbeeld door het lawaai als ze vechten en in de paartijd. Ontlasting en urine vervuilen de omgeving, en ze scheuren vuilniszakken open op zoek naar voedsel. • voor de publieke gezondheid Katten kunnen parasieten zoals vlooien, oormijt en schurft overdragen op andere katten maar ook op de mens (zoönose). Via uitwerpselen in (speel)tuinen en zandbakken kunnen ze parasieten doorgeven, zoals wormen en protozoa (bv. bij toxoplasmose). • voor de bescherming van de inheemse wilde dieren Katten kunnen door predatie een bedreiging vormen voor inheemse wilde dieren of de lokale fauna beschadigen.

7


HANDVAT 1

De (zwerf)kat Huis-, kolonie- en zwerfkatten In Vlaanderen onderscheiden we 3 kattentypes, ongeacht het ras: de huiskatten, de koloniekatten en de zwerfkatten. Ze behoren alle 3 tot dezelfde soort: de gedomesticeerde kat (Felis silvestris catus), een ondersoort van de wilde kat (Felis silvestris). De 3 types verschillen enkel van elkaar in het al dan niet hebben van een eigenaar of verzorger(s). Ze kunnen zich wel of niet sociaal gedragen ten opzichte van mensen. Een kat kan wisselen van type. • Huiskatten leven samen met mensen en worden door hen verzorgd. Ze brengen de hele tijd of een deel daarvan door in een woning of bijbehorende gebouwen. • Koloniekatten leven vrij en zijn wat menselijk contact gewend. Vaak gaat het om vroegere zwerfkatten die na sterilisatie terug worden uitgezet. Koloniebeheerders voederen en volgen hen. Men spreekt al van een kolonie vanaf 1 kat. • Zwerfkatten leven vrij en hebben nauwelijks menselijk contact. Ze leven vooral op ­openbare plaatsen en in leegstaande gebouwen, en in landelijke gemeenten ook in tuinen, boerderijen of maneges. Er bestaan 2 soorten: be naderbare, al dan niet wat tammere, zwerfkatten en verwilderde, mensenschuwe zwerfkatten. Benaderbare zwerfkatten hebben meestal wel een baasje gehad. Ze zijn gewend aan mensen en leven in hun buurt omdat ze daar voedsel en schuilplaatsen vinden. Kittens van zwerfkatten die niet in contact komen met mensen kunnen opgroeien tot verwilderde, mensenschuwe katten. Verwilderde, mensenschuwe katten werden geboren in het wild, hebben nooit een eigenaar gehad en mijden meestal menselijk contact. Ze zoeken vaak zelf hun voedsel. Het gaat hier niet om de Europese wilde kat (Felis silvestris silvestris). Die heeft een lichtgele tot donkergrijze vacht met een vaag strepenpatroon en een geringde staart. Deze soort komt nog maar zelden voor in België.

8

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

Zwerfkatten die al gesteriliseerd werden dankzij een zwerfkattenproject kregen meestal een knip of een gaatje in een oor om ze te kunnen herkennen. Belangrijk om te weten: het is niet omdat iemand zwerfkatten voedert dat hij of zij er verantwoordelijk voor wordt of er toezicht en zeggenschap over heeft. Het blijven zwerfkatten. De gemeente blijft verantwoordelijk. Een effectief en kostenefficiënt beleid steunt op kennis over de diersoort. Om te bepalen waar, wanneer en hoe er moet ingegrepen worden is het nodig om te weten waar de zwerfkatten vandaan komen en vanaf wanneer en in welke periode ze zich voortplanten.


Voortplanting

Leeftijd en gedrag

Katten zijn al geslachtsrijp vanaf ze ongeveer 5 à 6 maanden oud zijn. De meeste kattinnen hebben hun eerste nest voor ze 1 jaar zijn. Ze kunnen ook opnieuw drachtig worden terwijl ze hun jongen nog zogen. Ze krijgen 1 tot 3 nesten per jaar (gemiddeld 1,6). Elk nest telt gemiddeld 4 kittens. Over het algemeen sterft ongeveer de helft van de kittens van zwerfkatten voor ze 6 maanden oud zijn, en dat is veel.

Een goed verzorgde huiskat kan minstens 15 jaar oud worden, maar door ziektes en ongelukken 11 jaar. Ook goed verzorgde koloniekatten worden gemiddeld 11 jaar. Zwerfkatten worden niet ouder dan 2 tot 5 jaar omdat ze geen verzorging krijgen en zelf hun voedsel bij elkaar moeten jagen.

Vooral van het voorjaar tot de herfst worden kattinnen krols en daarna drachtig. De daglengte speelt daarbij een rol. In de praktijk zien we dat het kittenseizoen langer doorloopt en vroeger begint, waardoor er soms ook in de winter kleintjes geboren worden. Om de populatie onder controle te houden is sterilisatie dus absoluut nodig. De operatie kan bij beide geslachten al veilig gebeuren zodra ze 1 kg wegen. Kattinnen kunnen steriel gemaakt worden terwijl ze hun kittens zogen. Met voldoende pijnstilling heeft de ingreep geen invloed op de melkproductie. Bij voorkeur gebeurt de operatie via de flank, zodat de operatiewonde niet tussen de tepels zit. Sterilisatie heeft ook gezondheidsvoordelen voor de kat zelf. Bij kattinnen daalt het risico op melkklier­ kanker en baarmoederontsteking sterk. De katten worden rustiger en vechten minder, waardoor de kans op verwondingen, abcessen en overdraagbare ziektes zoals kattenaids (FIV) afneemt.

De socialisatieperiode is een belangrijke leerfase in het leven van een kitten. Vroege ervaringen en indrukken hebben een impact op de ontwikkeling op lange termijn. Ze zijn bepalend voor het latere karakter en gedrag van de kat, en dus ook voor haar kansen op adoptie. Kittens zijn het meest ontvankelijk voor socialisatie als ze 2 tot 8 weken oud zijn, maar dat kan verschillen van kat tot kat en is ook afhankelijk van omgevingsfactoren. Katten zijn territoriale dieren. Van nature leven ze in groepen van verwante kattinnen, die niet-verwante ­ katers aantrekken. Onder invloed van hun geslachts­ hormonen vertonen ze gedrag dat overlast veroorzaakt. Katers verspreiden sterk ruikende urine, zwerven rond en vechten met andere katers. Ook kattinnen kunnen urine sproeien. In hun krolse periode – ongeveer 1 week om de 2 à 3 weken – zijn ze erg rusteloos en janken ze dag en nacht. Na sterilisatie neemt dit storende gedrag sterk af.

9


Ziektes De katten in onze streken kunnen drager zijn van parasieten. Deze parasieten komen voor bij huis-, kolonie- en zwerfkatten. De belangrijkste voor de mens zijn vlooien, wormen en de eencellige Toxoplasma gondii, die toxoplasmose veroorzaakt. Goed om te weten: katten zijn niet de voornaamste oorzaak van toxoplasmose bij de mens. Een kat kan de infectie maar één keer doormaken. Ze scheidt dan enkele weken oöcysten1 uit die pas na enkele dagen besmettelijk zijn, en daarna is ze immuun. De grootste bronnen van besmetting bij de mens zijn rauwmelkse kazen, niet goed doorbakken vlees, onvoldoende gewassen rauwe groenten en een gebrekkige hygiëne bij het werken in de tuin. De virale infecties waar katten het meest mee te maken hebben zijn niesziekte, kattenziekte, katten­aids (FIV) en leukose (FeLV). • De niesziekte wordt overgedragen via viruspartikels in de lucht. Het gaat om een infectie van de luchtwegen en een aantasting van de ogen. Bij (jonge) zwerfkatten komt de niesziekte het vaakst voor. • De kattenziekte (parvovirus of panleukopenie) is een van de belangrijkste doodsoorzaken bij ongevaccineerde katten. Het virus zit in de ontlasting van besmette dieren en kan maanden tot zelfs jaren overleven in een vochtige omgeving. Het kan ook via kleding en handen overgedragen worden.

1

10

Ingekapselde parasieten die zeer resistent zijn in het milieu.

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

• FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus) of kattenaids lijkt erg op HIV en aids bij de mens. Een kat kan jarenlang met het virus rondlopen zonder in het aidsstadium te belanden. Zodra de ziekte uitbreekt, raakt het immuunsysteem aangetast en kan de kat geen infecties meer overwinnen. Het FIV-virus wordt overgedragen via bloed door gevechten of seksueel contact. Sterilisatie is de beste preventieve maatregel: katten gaan dan veel minder vechten en paren niet meer, waardoor de kans op bloedcontact sterk afneemt. Studies tonen aan dat FIV spontaan uit besmette populaties verdwijnt door de katten steriel te maken. Het virus raakt dan niet verder verspreid. S­ amen met de besmette katten sterft ook het virus uit. Goed om weten is dat FIV enkel besmettelijk is voor katten, niet voor de mens of voor andere dieren. • FeLV (Feline Leukemie Virus) of leukose wordt onder katten overgedragen via speeksel en andere lichaamsuitscheidingen, door nauw contact dus. Het virus kan ook ongeboren kittens besmetten. FeLV veroorzaakt bloedarmoede, tast het immuunsysteem aan en doet tumoren ontstaan in het lymfeklierstelsel. Niet alle besmette katten krijgen effectief FeLV. Ze kunnen het virus overwinnen of drager worden zonder ziek te worden. Er bestaat een vaccin tegen FeLV.


CHECKLIST HANDVAT 1

De (zwerf)kat

VV Heeft iedereen die betrokken is bij het bepalen en/of uitvoeren van het (zwerf)kattenbeleid de nodige ­basiskennis over katten? VV Is het aantal zwerfkatten, kolonie­ katten en huiskatten in de gemeente bekend? VV Bestaat er een plan om deze populatie in kaart te brengen?

11


HANDVAT 2

De melders De hoeksteen van het zwerfkattenbeleid is het centraal meldpunt waar inwoners zwerfkatten kunnen signaleren. Enkel via meldingen kunnen zwerfkatten worden gevonden en verzorgd. Dankzij dit meldpunt kan een gemeente de omvang van de (zwerf)kattenpopulatie in kaart brengen, krijgt ze een beter overzicht en kan ze een actieplan opstellen. Een gemeente kan ook gegevens over de zwerfkattenpopulatie verzamelen door een buurtonderzoek te voeren of de bevolking te bevragen. Nuttig zijn de antwoorden op de volgende vragen: • Hoeveel gezinnen op ons grondgebied hebben één of meer katten? • In welke buurt vinden we de zwerfkatten vooral? • Waar komen de zwerfkatten vermoedelijk vandaan? • Zijn de zwerfkatten gesteriliseerd? • Worden de zwerfkatten gevoederd? • Zijn er problemen met het welzijn van de zwerfkatten? • Hoeveel zwerfkatten zijn er naar schatting? Het is dus belangrijk dat de gemeente breed informeert over het meldpunt en over haar zwerfkattenbeleid. Er kan geen efficiënt beleid gevoerd worden als er geen meldingen binnenlopen of als die te laat gebeuren, waardoor de zwerfkatten zich verder voortplanten of de kittens de kritische leeftijdsfase voor socialisatie voorbij zijn.

12

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

Betrek de inwoners bij het melden Inwoners die zwerfkatten melden doen dat meestal vanuit een bezorgdheid over het welzijn van het dier, of vanuit een gevoel van overlast waarbij de zwerfkat ‘weg moet’. Een deel van de inwoners is onverschillig tegenover zwerfkatten. Het is belangrijk om ook hen te motiveren om een melding te doen. Dat kan door hen gevoelig te maken voor een gedeelde verantwoordelijkheid voor zwerfkatten op het gemeentelijk grondgebied. Zie hiervoor ‘Handvat 8: Informeren’.

Informeer de lokale partners over het melden Gemeentediensten, het OCMW, huisvestingsmaatschappijen, de brandweer, de gemeenschapswacht, ze kunnen allemaal rechtstreeks of onrechtstreeks in aanraking komen met de (zwerf)kattenproblematiek. Eerstelijnswerkers zoals wijkinspecteurs, straathoekwerkers en stadswachten zijn de ogen en oren van de straat. Zij moeten op de hoogte zijn van het zwerfkattenbeleid, van hun mogelijke rol hierin en van het belang van de samenwerking hierrond. Zorg ervoor dat alle lokale partners in de gemeente voldoende geïnformeerd worden en weten waar ze terechtkunnen met vragen.


Werk aan bewustmaking en bouw een netwerk op Informeer gemeente- en OCMW-personeel, politie en andere betrokkenen, om zo alle partners te betrekken. Een werkgroep over het zwerfkattenbeleid kan ondersteunen en bijvoorbeeld probleemzones in kaart brengen. Regelmatig overleg met politie en andere betrokkenen zorgt voor een consistente aanpak van de zwerfkatten in de gemeente. Voor politie en brandweer is het ook belangrijk om te weten wie aangesproken kan worden voor loslopende diersoorten op het grondgebied. Een helder overzicht van welke organisatie, welke dienst en welke vrijwilligers welke dieren (op) vangen en behandelen, helpt hen daarbij.

Maak afspraken met lokale partners in het netwerk Maak op voorhand afspraken met de lokale partners om het ontstaan van zwerfkattenpopulaties tegen te gaan. Bepaal wat er moet gebeuren met achtergelaten katten bij verhuizingen, uithuiszettingen en/ of leegstand. Bekijk wat de mogelijke gevolgen voor zwerfkattenpopulaties zijn bij de goedkeuring van nieuwbouwprojecten. Sociaal werkers bij OCMW’s en huisvestingsmaatschappijen moeten mogelijke problemen rond katten tijdig melden. Alle betrokkenen horen te weten hoe ze (proactief) kunnen optreden vanuit hun rol. Zo worden problemen snel en vlot aangepakt. Ook omgekeerd kunnen in het kader van het zwerfkattenbeleid vastgestelde sociale situaties en misstanden gemeld worden aan de bevoegde diensten. Soms gebeuren er vangacties op de gemeentegrenzen. Stem met de buurgemeenten af hoe om te gaan met grensmeldingen. Ook voor (overkoepelende) politiezones is het belangrijk om te weten hoe gemeenten de verdeling van loslopende dieren geregeld hebben. Bekijk met nabijgelegen gemeenten de mogelijkheid om de krachten te bundelen, want katten kennen geen gemeentegrenzen.

VCHECKLIST V

HANDVAT 2

De melders

VV Ga na of er in verband met het zwerfkattenbeleid contacten zijn met: VV de politie VV andere gemeentediensten VV het OCMW VV huisvestingsmaatschappijen VV de brandweer VV Is er met de betrokken eerstelijnswerkers een analyse gemaakt van mogelijke probleemzones m.b.t. (zwerf) katten op het grondgebied? VV Bestaat er een overzicht van welke organisatie, dienst of vrijwilligers welke dieren (op)vangen en behandelen op het grondgebied?

13


HANDVAT 3

Het meldpunt Elke gemeente moet een centraal meldpunt oprichten waar inwoners overlast door zwerfkatten kunnen melden. Dit meldpunt is belangrijk voor: • de vlotte doorstroming van informatie over de aanpak naar de betrokken vrijwilliger(s), asiel(en), vzw(’s) en gemeentedienst(en) • de opvolging van de acties

Registreer de meldingen

• de ondersteuning en monitoring van het zwerfkattenbeleid

Het meldpunt registreert consequent alle meldingen om ze te kunnen opvolgen. Dat laat ook toe om data over het (zwerf)kattenbeleid over de jaren heen te verzamelen (zie ‘Handvat 8: Informeren’). Bij de registratie moeten minimaal drie parameters worden gebruikt:

Organiseer het centrale meldpunt Het meldpunt heeft een regierol en zet in op efficiënte communicatie en samenwerking met alle betrokkenen. Dit is noodzakelijk voor het slagen van het (zwerf)kattenbeleid: • Stel een stroomschema op voor binnenkomende meldingen zodat het duidelijk is welke stappen je moet zetten bij een melding. • Neem mee in het meldingsscenario dat meldingen binnenkomen via verschillende kanalen (vrijwilligers, asielen, politie, derden of vzw’s) en op verschillende manieren (via de telefoon, e-mail, de gemeentelijke website of een gemeenteloket). Zorg ervoor dat er geen meldingen verloren gaan. • Maak duidelijke afspraken over de registratie en de opvolging van de meldingen. Bepaal op voorhand hoe vrijwilligers, politie of vzw’s acties kunnen ondernemen bij dringende weekend- of avondinterventies, of op andere momenten wanneer het meldpunt niet bereikbaar is. Leg ook al vast hoe de terugkoppeling hierover zal gebeuren. Voor een goed werkend meldpunt is het noodzakelijk dat de betrokken vrijwilligers of ambtenaren voldoende kennis hebben om de urgentie en de aanpak van de melding in te schatten. Als veel van de taken van het meldpunt toevertrouwd worden aan vrijwilligers, zijn afspraken over volledige en tijdige meldingen belangrijk. De gemeente moet ook correct de werklast

14

inschatten die dit meebrengt. Het kan helpen om de tijdsbesteding op te tellen. Raad vrijwilligers en vzw’s aan om een aparte telefoon voor meldingen te voorzien. Dat voorkomt nachtelijke overlast, en in vakantieperiodes of bij ziekte kan iemand anders deze telefoon overnemen.

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

• de locatie(s) waar de katten zich bevinden • het aantal katten • de bereidheid tot medewerking van de buurt(en) en de betrokkene(n) Meldingen worden het best ook letterlijk in kaart gebracht om probleemzones visueel te kunnen identificeren.

Informeer melders over het zwerfkattenbeleid De melder krijgt onmiddellijk informatie over het zwerfkattenbeleid, vooral over de aanpak en de procedure van het vangen, het steriliseren en het terugplaatsen. Dat vergemakkelijkt het werk van de vanger(s) die dan bij aankomst geen uitleg meer hoeft te geven en zich hoofdzakelijk met de voorbereiding van het vangen kan/kunnen bezighouden. Door heldere informatie van bij het eerste contact kunnen alle vragen en mogelijke bezorgdheden van de melder aan bod komen. Een duidelijke briefing vooraf maakt een vlotte vangactie mogelijk en vermijdt misverstanden achteraf.


Beoordeel de binnenkomende meldingen Voor een juiste aanpak is het belangrijk om in een eerste analyse de urgentie en de omvang van de binnenkomende melding in te schatten, en om regelmatig prioriteiten te stellen. De meeste meldingen lopen binnen van het voorjaar tot oktober. Er zit een piek in maart en vlak voor de zomer. In de winterperiode valt het aantal meldingen terug. Zieke katten en kittens met een moederkat krijgen voorrang. Deze vragen helpen om de melding te beoordelen: • Hoelang is de kat al op deze locatie aanwezig? • Is het een drukke of gevaarlijke locatie?

Nog een vraag voor de melder: ‘Bent u bereid of in de mogelijkheid om mee te werken aan de vangactie?’ Dat kan concreet betekenen: een oogje in het zeil houden tijdens de vangactie, de kat(ten) naar de dierenarts brengen of de latere zorg op zich nemen. Na de melding is een snelle reactie noodzakelijk, al gaat het maar om 2 of 3 katten. Hoe langer de sterilisatie wordt uitgesteld, hoe meer katten erbij komen. Er zijn ook kritische periodes (kittenseizoen, zie ‘Handvat 1: De (zwerf)kat’). Als de acties een paar maanden stilvallen, zeker in de zomer, is dat nefast voor de beheersing van de zwerfkattenpopulatie. Vakantieregelingen moeten toelaten dat de werking kan doorlopen en de meldingen niet blijven liggen.

• Is er iemand die de kat voedert? • Heeft de kat een medisch probleem of ziet ze er ongezond uit? • Veroorzaakt de kat (veel) overlast? • Kunt u de kat optillen of niet? • Gaat het om een moederkat met kittens? Kittens kennen een korte kritische socialisatiefase (van 2 tot 8 weken), en dat maakt een snelle actie noodzakelijk. • Gaat het om een zwangere kattin? • Kunt u een foto van de kat bezorgen?

CHECKLIST HANDVAT 3

Het meldpunt

VV Is er voor het meldpunt een ­stroomschema voor binnenkomende meldingen over (zwerf)katten? VV Bestaat er een document met de informatie die de melders moeten ­krijgen? VV Is er een databank voor de registratie van de meldingen over (zwerf)katten?

15


HANDVAT 4

De zwerfkatten vangen De methode van vangen, steriliseren en terugplaatsen (trap, neuter, release) heeft veel voordelen, zowel voor de bevolking als voor de zwerfkatten zelf (zie ‘Handvat 5: Behandeling van de gevangen katten’ en ‘Handvat 6: De zwerfkatten terugplaatsen’). Zo ervaren de burgers na de sterilisatie minder overlast omdat de katten minder gaan sproeien en vechten, waardoor het risico op ziekteoverdracht en vervuiling van de omgeving kleiner wordt. En omdat ze zich niet meer voortplanten verkleint de populatie op termijn. De meeste steden en gemeenten sluiten met een dierenasiel of een vereniging een overeenkomst voor het vangen, steriliseren en vrijlaten of ter adoptie opnemen van zwerfkatten en betalen daarvoor een vergoeding. Dat kan bv. een jaarlijkse dotatie zijn of een vaste vergoeding à rato van het aantal inwoners of per aantal gemelde of binnengebrachte katten. Bij voorkeur onderzoeken de gemeente en haar partner in het kader van het zwerfkattenplan de haarbaarheid en de kostprijs van de verschillende mogelijkheden. Het gemeentebestuur kan ook een contract afsluiten met lokale dierenartsen. Het vangen en terugplaatsen van zwerfkatten kan dan gebeuren door gemeentepersoneel en/of ervaren vrijwilligers of verenigingen die zich al bezig houden met zwerfkatten. De sterilisatie kan pas gebeuren als de vangactie is geslaagd.

Organiseer de vangactie Voor de vangactie is een plan van aanpak voor nodig. De voorbereiding bevat drie elementen: de zwerfkatten, de melder en de locatie. DE ZWERFKATTEN Afhankelijk van het aantal katten zal de vangactie verschillen van opzet, duur en communicatieaanpak. — Eén kat • Hoe verwilderd is de zwerfkat? • Is het een kater of kattin? Moederpoezen zijn voorzichtig, katers durven meestal meer. • Heeft de kat honger? Zo ja, dan is ze meestal gemakkelijk te vangen. Met veel voedsel in de buurt wordt dat moeilijker, en ook als het gaat om een kat met veel ervaring. • Is de gespotte kattin hoogzwanger? Dan kun je ze beter met rust laten in de eerste vier weken. Een zogende moeder kun je laten steriliseren zodra de kittens 4 weken oud zijn. Als de verdoving is uitgewerkt, kun je ze terug losgelaten (zie ‘Handvat 1: De (zwerf)kat’). Als de moeder haar kittens weer heeft opgezocht, kunnen de vangers het nest lokaliseren. • Heeft de moederkat haar kittens verstopt? Probeer dan eerst het nest te vinden. Ga bedachtzaam te werk. Soms wordt de moederkat gevangen en zijn de kittens spoorloos. • Soms worden kittens gevangen zonder de moederkat. Als alle kittens gevangen zijn en de moederkat niet, is het noodzakelijk om ook de moederpoes te pakken te krijgen: zij zorgt immers steeds voor nieuwe nesten. Je kunt de moederkat lokken door haar kittens in een vangkooi te leggen op een door een kruik verwarmd dekentje.

16

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid


— Meerdere katten

Kies de vangkooi en de plaats

• Leeft de kat al in een kolonie?

Op dit moment zijn er 5 types vangkooien in gebruik in Vlaanderen:

• Hoeveel katten zijn er al weggevangen in de kolonie? • Werk bij grote vangacties (bv. campings, parken of kerkhoven) samen met de betrokkenen (bv. de campingbewoners, de beheerder, de politie). Deze vangacties duren langere tijd en gebeuren het best met meerdere mensen. Informeer de omwonenden over het plan van aanpak en hoe zij dat mee kunnen ondersteunen. Breng de politie of de wijkagent op de hoogte.

• de klassieke vangkooi in de vorm van een kastval met een automatisch mechanisch systeem • de ‘drop trap’ • de vangkooi met afstandsbediening • de moeder-kittenkooi • de vangkooi met zender

DE MELDER • Hoe de vangactie georganiseerd kan worden, hangt mee af van de bereidheid of de mogelijkheid van de melder om eraan mee te werken (bv. van het tijdstip waarop die thuis is). • Vraag naar de voedingsgewoontes van de zwerfkat(ten) en maak hierover afspraken met de melder of de buurt, bv. over een vast voedermoment of een vaste voederplek. • Werken de buurtbewoners ook mee? DE LOCATIE

Het dichtvallende luik van de kooien wordt meestal bijgewerkt of op maat gemaakt om de kattenstaart niet te breken. Om kittens te vangen moet het deurtje al kunnen dichtklappen bij een gewicht van 500 gram. Vangkooien bestaan meestal uit draadgaas, waardoor de kat de omgeving nog kan zien. Er ligt het best een ondoorzichtige doek op de open tralies bovenaan. Zo heeft de kat beschutting tegen de regen en zal ze zich veiliger en minder gestrest voelen. De vloer van de kooi bestaat best uit een egaal oppervlak in plaats van tralies. Dit geeft minder stress aan de kat en is makkelijker te reinigen en te ontsmetten, wat ook nodig is om de angstgeuren weg te halen die de volgende kat kunnen afschrikken.

• Is de plek waar de zwerfkat leeft dicht- of dunbevolkt? • Gaat het om een openbare of een privéruimte? • Moeten er ook zwerfkatten gevangen worden in naburige tuinen? • Hoe zichtbaar is de vangactie? • Hoeveel buren, tuinen en/of huizen zijn erbij betrokken? • Om welk seizoen gaat het? Bij heel warm of koud weer moet de vanglocatie daaraan aangepast zijn.

17


De duur van gevangenschap moet tot een minimum beperkt worden, want de kat zal proberen om te ontsnappen en kan zich daarbij verwonden. Dezelfde dag nog moet ze worden opgehaald. Met een doek over de kooi tijdens het transport zal het dier rustiger worden. Twee punten om altijd te checken:

Overleg met de omwonenden kan uitwijzen wat een geschikte plaats voor de vangkooi is, bv. iemands tuin, een park of een braakliggend terrein. De kooi moet geplaatst worden op een plek die beschutting biedt tegen de weersomstandigheden. Buurtbewoners die zwerfkatten voederen moeten al het voer weghalen voor de actie. Zo kunnen de dieren makkelijk met voeder in de vangkooi worden gelokt. Gebeurde het voederen op vaste tijdstippen? Dan zijn dat goede momenten om de dieren te vangen. Het lokvoeder heeft bij voorkeur een sterke geur en ligt achteraan in de kooi, om verwondingen te vermijden als het deurtje dichtklapt. Het kan enkele dagen duren voor er een kat in de vangkooi komt. De kooi moet minimaal twee keer per dag gecontroleerd worden, zeker op zeer warme of koude dagen. Mensen uit de buurt kunnen contact opnemen met de verantwoordelijke van het zwerfkattenproject (de gemeente, het betrokken dierenasiel of de vereniging) als er een kat gevangen zit. Daarom moet vooraf duidelijk zijn bij wie ze precies terechtkunnen.

18

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

• Is de gevangen kat een huiskat? Draagt ze een halsbandje of een chip (met een chiplezer te controleren)? Om te vermijden dat huiskatten in de vangkooien terechtkomen, moeten de buurtbewoners vooraf geïnformeerd worden (zie ook ‘Huiskatten komen in het sterilisatieproject terecht’ bij ‘Veelvoorkomende problemen’). Een tamme kat gedraagt zich in een vangkooi vaak hevig, een mensenschuwe kat zal eerder ineengedoken zitten. • Is de gevangen kat een moederdier met zogende jongen? Zo ja, laat dan de jongen opsporen of laat de kat vrij zodat de kittens niet verhongeren. Blijkt pas op de operatietafel dat de kat zoogt? Dan moet aan de melder worden gevraagd om uit te kijken naar kittens in de buurt. De kattin ondergaat dan wel de sterilisatie, maar zodra de verdoving is uitgewerkt (binnen de 24 uur) wordt ze vrijgelaten op dezelfde plaats.

Wie vangt de katten? Het vraagt ervaring en discipline om de vangactie diervriendelijk te laten verlopen. Werk hiervoor bij voorkeur samen met verenigingen voor zwerfkatten of gespecialiseerd asiel- of gemeentepersoneel! Formuleer duidelijke instructies, dat zorgt voor een doeltreffend optreden met een minimum aan misverstanden. Houd vol tot de laatste kat op de locatie gevangen is om een heropleving van de populatie te vermijden.


Komen in aanmerking als vanger: • Een gespecialiseerde vrijwilliger Geef aan de vrijwilliger alle informatie van de melding door, volledig en gedetailleerd. Op basis hiervan doet die een buurtonderzoek. Dat is onder meer nuttig voor het plaatsen van de vangkooi en voor de opvolging van de vangactie. De vrijwilliger schat ook in of het nodig is om een wijkagent of de politie in te schakelen. De vrijwilliger moet de autoriteit hebben om vangacties uit te voeren. Voorzie hiervoor een vangpas, een hesje of een herkenningsteken. Vrijwilligers werken vaak het liefst in duo, zeker bij moeilijkere vangacties. • Een asielmedewerker of gemeentepersoneel De asielmedewerker of ambtenaar leent de vangkooi uit of plaatst ze. Hij kan ook instaan voor het vangen van de kat. Ook de melder of zwerfkattenvrijwilliger kan dit doen. Er worden goede afspraken gemaakt over de plaatsing van de kooi, over een oogje in het zeil houden en over het transport naar de dierenarts. • Een inwoner van de gemeente Is het toch een inwoner die zelf de zwerfkatten vangt? Geef dan heldere instructies en informatie over de eigenschappen van de zwerfkat, hoe de vangkooien te gebruiken en hoe precies te vangen! Voorzie voldoende uitleenbare kooien en geef telkens een aparte instructielijst mee. Deze vangacties moeten zeer goed voorbereid en begeleid worden want ze zijn niet zonder risico. Zo mogen de inwoners de katten niet aanraken met de blote handen.

Informeer de buurt en de dierenarts over de komende vangactie Breng de melder op de hoogte zodra de vangactie gepland is. Lopen er huiskatten vrij rond? Waarschuw dan ook de buurt ruim op voorhand. Houd de exacte locatie van de vangactie geheim om sabotage te vermijden of medewerkers te behoeden voor burencommentaar en ongemak. Houd nieuwsgierigen op een afstand: zij kunnen de katten ongewild afschrikken. Cruciaal is dat de dierenarts die het gezondheidsonderzoek en de sterilisatie zal uitvoeren (zie ‘Handvat 5: Behandeling van de gevangen katten’) geïnformeerd wordt over de nakende vangactie. Zo kan hij zich voorbereiden op de komst van de zwerfkat(ten). Sommige vangers zetten de kat(ten) over van de vangkooi naar een dwangkooi. Dan kan de dierenarts gemakkelijker een verdoving toedienen.

CHECKLIST HANDVAT 4

De zwerfkatten vangen

VV Hebben inwoners, vrijwilligers en personeel op het grondgebied genoeg expertise om (zwerf)katten te vangen? VV Krijgen de vangers van (zwerf)katten de nodige bevoegdheden? VV Wordt de dierenarts tijdig ingelicht over een (zwerf)kattenvangactie?

19


HANDVAT 5

Behandeling van de gevangen katten Zodra een kat gevangen is, bepaalt het gezondheidsonderzoek bij de dierenarts het verdere verloop. Maak afspraken waarin mogelijke ingrepen en kosten verduidelijkt worden.

Selecteer de dierenartsen die meewerken Zoek een dierenarts die met zwerfkatten wil werken en gemakkelijk bereikbaar is. Maak afspraken over zijn beschikbaarheid en over de prijzen, de inhoud van het gezondheidsonderzoek en de werkwijze. Maak ook afspraken over de houding bij zieke en gewonde katten om onduidelijkheid te vermijden bij dierenarts, vrijwilliger(s) en gemeente. Een goede verstandhouding tussen dierenartsen en vangers is belangrijk: ze werken nauw samen. Soms kunnen inwoners of vrijwilligers vooral in het weekend of na de werkuren vangen, houd ook daar rekening mee. Vermijd misverstanden door de wederzijdse verwachtingen en mogelijkheden uitdrukkelijk te omschrijven. De dierenarts moet flexibel zijn: het is niet altijd te voorspellen hoeveel katten er precies gevangen zullen worden en hoe laat ze dan al dan niet binnengebracht worden. Verder moet hij kennis over zwerfkatten hebben of ontwikkelen. Het kan nuttig zijn om meerdere dierenartsen op hetzelfde grondgebied bij het project te betrekken om in drukke periodes de zwerfkatten tijdig te kunnen steriliseren en terugplaatsen. Sommige steden en gemeenten werken met aparte dierenartsen voor het steriliseren van kittens (vroegsterilisatie) en volwassen of zwangere katten, omdat dat specifieke vaardigheden vereist.

Waaruit bestaat de behandeling? Het is essentieel dat de dierenarts onderzoekt of de gevangen zwerfkat gezond genoeg is voor sterilisatie en terugplaatsing of voor adoptie. Het strookt niet met een diervriendelijk zwerfkattenbeleid om een kat met een besmettelijke ziekte terug te zetten. Voor zulke katten moet euthanasie overwogen worden. Katten die geschikt zijn voor adoptie kunnen ongesteriliseerd naar het asiel gebracht worden: daar kunnen operatie

20

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

en adoptie beter ingepland worden. Terug te plaatsen katten moeten zo snel mogelijk op de operatietafel. Hun verblijf in gevangenschap moet zo kort mogelijk zijn. Volgens wetenschappelijke literatuur en de Vlaamse context bestaat het gezondheidsonderzoek bij zwerfkatten uit deze elementen: MINIMAAL • Controle op een chip, • Controle op opgezette melkklieren. • Algemene gezondheidscontrole met het oog op gezonde terugplaatsing. • Verzorging van eventuele wonden. • Sterilisatie van volwassen katten. • Vroegsterilisatie van kittens (minimaal 1 kg of 8 weken oud). • Niet onderhuids naaien, ook al gaat dat sneller en is het iets goedkoper: het is slecht voor het dierenwelzijn. Oplosbare hechtingen gebruiken. • Aanbrengen van een oorknip: rechte amputatie van 10 mm van de punt van het linkeroor bij volwassen katten (iets minder bij kittens). Door de oorknip zijn gesteriliseerde katten onmiddellijk herkenbaar en wordt vermeden dat ze opnieuw naar de dierenarts gebracht worden voor sterilisatie.


• Chippen en registeren van zwerfkatten is niet nodig. • Een snelle terugkeer nadat de kat voldoende hersteld is, is belangrijk. (zie ‘Handvat 6: De zwerfkatten terugplaatsen’).

Als het financieel haalbaar is, worden zwerfkatten tijdens de sterilisatie beter ook gevaccineerd tegen niesziekte en kattenziekte. Studies tonen aan dat dit een goede immuunrespons geeft en dat zelfs een eenmalige vaccinatie de kat jarenlang bescherming biedt. Tegelijk minimaliseert dat ook de infecties in de omgeving.

ALS HET BUDGET HET TOELAAT ​​ • Een bloedtest voor FeLV/FIV als de kat ziek is of ziekte wordt vermoed in de kolonie. • Eén enkele vaccinatie tegen FPV, FHV en FCV. • Rondworm-, lintworm-, mijten- en vlooien­ behandeling.

Alle zwerfkatten standaard testen op FIV en FeLV heeft meestal weinig zin. De ziektes komen relatief weinig voor en de sneltests zijn niet 100% betrouwbaar. Een positieve test moet bevestigd worden via andere methodes, wat tijd vraagt en duur is. Bovendien verkleint sterilisatie het risico op verdere verspreiding aanzienlijk. Katten testen die er ziek uitzien, vooral ongesteriliseerde volwassen katers, is wél nuttig: de kans dat zij effectief besmet zijn is veel groter.

21


Wat zijn de volgende stappen voor de behandeling van de kat op basis van het gezondheidsonderzoek? Opvanggezin

Papflessers (< 2-5 weken) > Asiel Socialiseerbare kittens (< 8-10 weken) > Asiel Tamme katten (niet gechipt)

Gezond

Asiel

Gesocialiseerde kittens

Terugplaatsen

Gezondheidsonderzoek

Hersteltijd? Geneeslijk Niet-gezond Ongeneeslijk

Verwilderde katten Niet socialiseerbare kittens (> 8-10 weken)

Kosten? Euthanasie

Abortus Zwangere kattin Geen abortus indien te dicht op bevalling

Aan de slag met de resultaten van het gezondheidsonderzoek De resultaten van het gezondheidsonderzoek bepalen de volgende stappen (zie Figuur). • De kat wordt gezond verklaard. 1 — Kittens: op basis van de geschatte leeftijd wordt bepaald of ze nog gesocialiseerd kunnen worden tot huiskat. Zijn ze jonger dan 5 weken? Dan kunnen ze naar een opvanggezin als ‘papflessers’ voor intensieve opvolging en zorg. Zijn ze tussen 5 en 8 weken oud? Dan kunnen ze naar een opvanggezin voor socialisatie. Na de socialisatieperiode gaan de kittens naar een asiel voor adoptie. 2 — Snel opgemerkte en gevangen gedumpte huiskatten kunnen zonder veel problemen opnieuw in een huis leven. Ze gaan naar een asiel voor adoptie. Een goede samenwerking met een asiel is belangrijk om tamme katten en kittens te kunnen plaatsen. Er worden best voldoende opvang- of transitgezinnen voorzien voor mocht er geen plaats zijn voor de dieren, bijvoorbeeld in drukke periodes. 3 — Verwilderde zwerfkatten kunnen niet aarden in een asiel of in een huis, en na 12 weken zijn kittens onmogelijk nog te temmen. Ze gaan dus best terug naar de vangplek of, als dat niet mogelijk is, naar een andere plek.

22

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

• Is de zwerfkat niet gezond genoeg voor onmiddellijke terugplaatsing of adoptie? Welke ingrepen, zorgen en budget zijn er dan nodig voor herstel? De kat wordt het best gezond teruggeplaatst: nazorg is moeilijk. Bepaal met de dierenarts, de vrijwilligers en eventueel het asiel wat de beste aanpak is, mocht dat haalbaar zijn. • Is de zwerfkat ongeneeslijk ziek? Dan valt de beslissing tot euthanasie meestal al tijdens het gezondheidsonderzoek. Er is geen tijd om meteen terug te koppelen naar de melder. De communicatie gebeurt nadien en omvat altijd de reden voor de beslissing. • Wat te doen met zwangere katten? Zorg vooraf voor klaarheid. Is de zwangerschap nog pril? Laat dan overgaan tot abortus. Is de zwangerschap te ver gevorderd en zijn de kittens levensvatbaar? Laat dan nagaan of de kat tam genoeg is om in de opvang te bevallen. Is dat niet het geval, dan wordt ze beter teruggezet. Na de bevalling kan de moederkat samen met haar kittens gevangen worden zodra die vier weken oud zijn.


Sterilisatie

Euthanasie

Bij een sterilisatie of castratie wordt de kat onvruchtbaar gemaakt.

Er zal bij de bevolking geen draagvlak bestaan voor een beleid dat overgaat tot euthanasie bij zwerfkatten om een populatie te liquideren of sterk te doen krimpen, ongeacht hun gezondheidstoestand. Veel mensen zouden dan geen zwerfkatten meer willen melden. Een beleid dat enkel steunt op euthanasie is ook niet efficiënt of rendabel. De methode van vangen, steriliseren en terugplaatsen is het meest efficiënt om de populatie zwerfkatten te doen afnemen. Euthanasie kan wel mogelijk of zelfs noodzakelijk zijn in de volgende gevallen:

Medisch gezien betekent de term “castratie” het weghalen van de geslachtsorganen, zowel bij mannelijke als bij vrouwelijke dieren. Bij katers worden de testikels verwijderd, bij kattinnen de eierstokken en soms ook de baarmoeder. Bij een sterilisatie worden de geslachtsorganen niet weggehaald, maar enkel de eileiders of zaadleiders onderbroken. De dieren zijn dan onvruchtbaar, maar hormonaal nog intact. Het gedrag blijft dus hetzelfde, inclusief krols worden en sproeien. Daarom wordt dit bij zwerfkatten nooit gedaan. In deze gids wordt voor de eenduidigheid echter wel de term “sterilisatie” gebruikt, zowel wat katers als kattinnen betreft. Vroegcastratie of vroegsterilisatie is het castreren of steriliseren van kittens vóór de leeftijd van 16 weken (4 maanden). De operatie kan zowel bij katertjes als bij kattinnetjes al gebeuren vanaf 1 kg of de leeftijd van 8 weken. De ingreep is dan even veilig als op latere leeftijd. Op www.huisdierinfo.be/zoogdieren/katten vindt u meer informatie over de sterilisatie van katten.

• De dieren hebben een ernstige ziekte of verwonding waardoor terugkeren naar de kolonie of adoptie onmogelijk is. • De dieren zijn aangetast door een ziekte die op termijn dodelijk is en andere katten kan besmetten. Alleen een dierenarts oordeelt of euthanasie nodig is en voert die dan uit, op een diervriendelijke en pijnloze manier.

CHECKLIST HANDVAT 5

Behandeling van de gevangen katten VV Zijn er duidelijke afspraken over de elementen van het gezondheidsonderzoek? VV Krijgen zwerfkatten die teruggeplaatst kunnen worden een oorknip? VV Is het duidelijk wanneer euthanasie al dan niet is toegelaten?

23


HANDVAT 6

De zwerfkatten terugplaatsen Zodra de zwerfkatten hersteld zijn van de sterilisatie keren ze best zo snel mogelijk terug naar de plaats waar ze gevangen werden. Dat is belangrijk voor hun lichamelijke en mentale welzijn. Uitzonderlijk kan het nodig zijn om een nieuwe plaats te zoeken. Voor sommige katten is het asiel de meest aangewezen optie. De schemering is het beste moment om gevangen zwerfkatten vrij te laten.

Worden de zwerfkatten op een nieuwe locatie uitgezet, dan moeten ze een tijdje ter plaatse worden gehouden om zich aan te passen en te vermijden dat ze op zoek gaan naar hun oude territorium. Dat kan bijvoorbeeld door ze minstens 3 weken op te sluiten in een groot afgesloten verblijf. Vermijd stress bij de katten bij voederen en schoonmaak en voorzie (donkere) schuilplaatsen waar ze zich kunnen terugtrekken. Uiteraard moet de nieuwe locatie ook beheerd worden.

Terugplaatsing op de vanglocatie Leg de kat nog tijdens de narcose in een donkere transportbak. Dat maakt het ontwaken en het transport minder beangstigend. De kat mag zeker niet onder narcose opnieuw uitgezet worden. Stel een koloniebeheerder aan. Al bij één kat is er sprake van een kolonie. Die ligt op het privéterrein van de melder of op een openbaar terrein, zoals een park.

Terugplaatsing op een nieuwe locatie Afbraak, nieuwbouwprojecten, uithuiszettingen of sterke buurtweerstand maken een terugkeer naar de oorspronkelijke plaats soms onmogelijk. Nog andere redenen kunnen zijn: de katten vormen een bedreiging voor de plaatselijke inheemse fauna (bv. grondbroedende weidevogels), of de locatie is niet veilig (bv. door druk verkeer of een herbestemming van de oorspronkelijke locatie). Vraag dan aan wie betrokken was bij de vangactie om mee te zoeken naar een oplossing. Breng samen met netwerkpartners proactief uitwijkplekken in kaart waar zwerfkatten welkom zijn. Denk aan de communicatie hierover met onder meer interne diensten, maneges, boerderijen en rusthuizen.

24

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

Opname in het asiel Zwerfkatten die niet volledig verwilderd en nog socialiseerbaar zijn, kunnen naar een asiel dat de dieren voor adoptie aanbiedt na sterilisatie en identificatie en registratie. Dat geldt meestal voor kittens tot de leeftijd van 8 weken. Een socialiseerbare moederkat wordt best samen met haar kittens opgevangen in een gezin. Een klassiek asiel is geen geschikte plek voor socialisatie. Een schuwe zwerfkat brengt haar kittens beter niet groot in gevangenschap. Dat veroorzaakt veel stress en een gevaar voor hun welzijn. Zo kan de melkproductie bij de moederkat afnemen of zelfs stilvallen en haar weerstand tegen ziektes verminderen, met ook een negatief effect op de kittens. Op www.vlaanderen.be/dierenwelzijn vindt u de lijst van de erkende dierenasielen in Vlaanderen.


Waar de kat terugplaatsen na sterilisatie?

Is de kat socialiseerbaar?

JA

NEE

Beoordeel de plaats waar ze werd gevangen

Ter adoptie

JA

NEE NEE

Terugplaatsen op de plaats waar ze werd gevangen

Is er een herbestemming gepland met het terrein waardoor ze ongeschikt wordt?

Is de plaats veilig voor de kat?

Vormt de kat er een bedreiging voor de fauna?

JA

NEE

Uitzetten op een nieuwe locatie

JA

25


Beheer van de teruggeplaatste zwerfkatten Katten die geen menselijke zorg krijgen hebben het moeilijk. Nazorg is daarom heel belangrijk. Bij voorkeur is er minstens één verantwoordelijke per kattenkolonie of per groep kolonies. Die moet de katten monitoren en een minimum aan zorg verschaffen of coördineren: • voeder- en schuilplaatsen voorzien en onderhouden • de zwerfkatten gecontroleerd voederen • gewonde, zieke of nieuwe dieren opmerken en overbrengen naar de dierenarts • sterilisatie en eventueel adoptie organiseren De gemeente voorziet het best omkadering en begeleidende informatie voor koloniebeheerders, en ondersteunt hen bv. met overleg en infoavonden en professioneel te communiceren met buurtbewoners. Een regelmatige controle van de voederplaatsen en bijsturing waar nodig helpt de buren de voederplaatsen te aanvaarden. De koloniebeheerder is het eerste aanspreekpunt bij vragen van omwonenden. Hij kan bij problemen altijd een beroep doen op de gemeente. Deze koloniebeheerder kan in dienst zijn van de gemeente. Het kan ook gaan om vrijwilligers of verenigingen/asielen die zich bezighouden met zwerfkatten. Ook na de werkuren en tijdens weekends en vakantieperiodes is er best iemand beschikbaar.

26

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

VOEDEREN Zwerfkatten kunnen na sterilisatie pas teruggeplaatst worden als er voldoende garanties zijn voor hun welzijn. Gecontroleerde voeding geeft hen onder meer een betere weerstand tegen ziektes en zal overlast verminderen (bv. geen opengescheurde vuilniszakken meer). Gevoederde koloniekatten zwerven ook minder. Dat verkleint de kans op aanrijdingen en reduceert overlast voor de buurtbewoners. Gevoederde kolonies trekken ook zwerfkatten aan. Huiskatten en kittens worden soms ook achtergelaten op voederlocaties. Op die manier kunnen die tijdig gespot en steriel gemaakt worden of ter adoptie worden gesteld. De gemeente kan met voederpassen werken. Alleen mensen met zo’n voederpas mogen dan eten geven. Ze moeten zich aan een aantal afspraken houden, bv. alleen geschikt voeder gebruiken, voedselresten weghalen om ratten en muizen te weren, de bakjes dagelijks meenemen en afwassen, en nieuwe en zieke katten melden. Een voederschema bepaalt wie waar en wanneer gaat voederen. De hoeveelheid voedsel hoort aangepast te zijn aan het aantal zwerfkatten. De katten moeten ook vers drinkwater krijgen, zeker in de zomermaanden.


BESCHUTTING Waterdichte, tochtvrije en goed geïsoleerde schuilhokjes bieden zwerfkatten de beste beschutting. Enkele extra aanbevelingen: • Maak de hokken en de ingang niet te groot. Een hondenhok is bijvoorbeeld te groot voor een kat en biedt niet genoeg warmte. • Zet de hokken niet rechtstreeks op de grond maar bv. op houten pallets, tegen opstijgende koude. Katten voelen zich ook veiliger in de hoogte. • Zorg ervoor dat de hokken stabiel staan en makkelijk toegang bieden. • Plaats de hokken met de ingang weg van wind en slagregen. Stel ze ook wat verscholen op, voor de rust en tegen vandalisme. • Leg binnenin eventueel wat stro voor extra warmte in de winter. Gebruik geen hooi want dat blijft vochtig. • Zet de schuilhokken in de buurt van de zwerfkattenpopulatie en van de plaats waar ze al gevoederd werden, en weg van gebouwen en druk verkeer als dat kan. • Plaats geen voedsel of water in de schuilhokken. • Zwerfkatten hebben tijd nodig om te wennen aan de hokken en zullen ze dus wellicht niet meteen gebruiken. Als ze ze helemaal niet gebruiken, test dan een andere locatie uit: die geeft misschien een veiliger gevoel. De dienst Dierenwelzijn verdeelde in 2019 onder de lokale besturen 825 gratis schuilhokken voor katten. Er kunnen nu geen bestellingen meer geplaatst worden. Lokale besturen kunnen hetzelfde schuilhok nog wel bestellen bij de producent tegen het voordeeltarief van 302,50 euro (incl. btw en excl. verzendkosten). Info: E-woodproducts, contact@e-woodproducts.be, promotiecode: DO/SID/DWZ/OO/19/01. Deze aanbieding geldt tot 4 juni 2023.

CHECKLIST HANDVAT 6

De zwerfkatten terugplaatsen

VV Wordt al van bij de melding bekeken waar de zwerfkat heen kan bij terugplaatsing? VV Zijn er duidelijke afspraken over voederen en het beheer van een voederlocatie? VV Zijn er uitwijkscenario’s als terugplaatsing op de vanglocatie niet mogelijk is (bv. een lijst met contactgegevens)?

27


HANDVAT 7

De zwerfkattenvrijwilligers Vrijwilligers spelen een cruciale rol in de uitvoering van het zwerfkattenbeleid. Zij zijn sterk gemotiveerd en hebben een groot hart voor zwerfkatten. Moeilijke uren of complexe en lange vangacties vinden ze geen probleem. De aanwerving, coaching en monitoring van vrijwilligers is dus erg belangrijk.

Aanwerving Soms zijn vrijwilligers al een tijdje actief op het grondgebied. Zijn er nog geen of te weinig, doe dan een oproep via de lokale communicatiekanalen van de gemeente of via verenigingen, sociale media, dieren­ speciaalzaken en vormingen rond dieren. Voer een intakegesprek zodra de vrijwilligers zich aanmelden. Schat hun geschiktheid in op basis van deze vragen: Wat kunnen ze inzetten bij hun engagement (bv. tijd, kennis, geduld, beschikken over een wagen)? Staan ze achter het gemeentelijk zwerfkattenbeleid? Zijn ze bereid tot samenwerking met andere vrijwilligers en derden? Kunnen ze goed communiceren en overleggen?

Taken Een zwerfkattenvrijwilliger kan verschillende rollen opnemen voor de gemeente, de vzw of het asiel. Hij kan onder meer deelnemen als: • lid van de vangploeg • opvanggezin voor de socialisatie of om tamme katten en kittens tijdelijk te huisvesten bij volle asielen in de transitperiode • koloniebeheerder • lid van de fondsenwerving • lid van de eventploeg • lid van de communicatieploeg

28

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

Vrijwilligers die de rol van vanger en/of koloniebeheerder opnemen, volgen best een opleiding bij ervaren vangers en koloniebeheerders. Zo kunnen ze deel uitmaken van een netwerk van experts (al dan niet gemeente-overschrijdend). Vrijwilligers zoeken vaak een budget om zieke zwerfkatten te genezen en om de oplopende kosten te dekken tijdens de herstel- en opvangtijd. Ze verzamelen geld via bijvoorbeeld events, verkoopstandjes en crowdfunding. De gemeente kan dat op verschillende manieren ondersteunen, onder meer door hen een stand op een event te geven of een lokaal of materiaal ter beschikking te stellen.

Bescherming en autorisatie Elke zwerfkattenvrijwilliger heeft een verzekering ­nodig. De gemeente of vzw kan daarvoor zorgen. Ook een voeder- en/of vangpas ter legitimatie voor buren, politie of nog anderen helpt de vrijwilligers bij het uitvoeren van hun taken. Een ondertekende afsprakennota of contract over de verwachtingen en de a­ anpak van het zwerfkattenbeleid geeft de gemeente, de inwoners en de vrijwilligers zelf duidelijkheid over hun precieze bevoegdheden.

Zorg voor de zwerfkattenvrijwilligers Zwerfkattenvrijwilligers hebben een opdracht die emotioneel en fysiek veel van hen vraagt. Zo zien ze soms schrijnende gevallen van dierenleed, moeten ze heel wat geduld hebben met katten en met mensen, dragen ze zware vangkooien, hanteren ze een grote discipline en moeten ze aldoor problemen kunnen oplossen. Ze moeten ook situaties goed inschatten, omgaan met alle lagen van de bevolking, kunnen bemiddelen en communiceren en vlot omgaan met zwerfkatten. De inzet van zwerfkattenvrijwilligers is meestal erg groot. Als ze weinig ondersteuning en erkenning krijgen, bestaat er een reëel gevaar voor burn-out of afhaken op termijn. Goede zwerfkattenvrijwilligers zijn goud waard en moeilijk vervangbaar. Werk daarom een stevig zorgbeleid voor hen uit.


Maak een pool van zwerfkattenvrijwilligers, zodat de taken bij vakantie of toenemende leeftijd overgenomen of gedeeld kunnen worden. • Organiseer beurtrollen, die maken het werk lichter. • Richt jaarlijkse overlegmomenten in, organiseer inter- en supervisie. Daar kunnen de vrijwilligers hun hart luchten over moeilijke situaties. Ze kunnen er ook ervaringen uitwisselen over een mogelijke aanpak, inhoudelijk, praktisch en emotioneel.

Erkenning Vrijwilligers waarderen de erkenning voor hun inzet. Bedank hen daarom met een jaarlijkse receptie, een cadeau, een winkelbon of een event. Geef hen inspraak als het gaat over hoe ze sommige zaken willen aanpakken binnen het voorziene kader of een nieuwe reglementering. Eigen initiatieven en verantwoordelijkheid houden hen geëngageerd.

• Breng zwerfkattenvrijwilligers en betrokkenen zoals dierenartsen en ambtenaren in contact met elkaar. Dat kan op een al dan niet informele manier, bijvoorbeeld tijdens een receptie of een lezing. • Sta achter de vrijwilligers: een klagende inwoner heeft niet altijd gelijk.

CHECKLIST HANDVAT 7

De zwerfkattenvrijwilligers VV Is er een beleid voor vrijwilligerszwerfkatten? VV Wordt bij zwerfkattenvrijwilligers inter- en supervisie gedaan? VV Wordt een erkenning/bedanking voor hen voorzien? VV Zijn er voldoende zwerfkattenvrijwilligers op uw grondgebied? VV Zijn de zwerfkattenvrijwilligers verzekerd?

29


HANDVAT 8

Infomeren over het huis- en zwerfkattenbeleid Bewustmaking van de inwoners Nog te weinig inwoners kennen de wetgeving over huis- en zwerfkatten. Dat is nochtans nodig om een zwerfkattenbeleid te laten slagen. Het gaat om een langetermijnproject dat veel tijd en geld kost, vooral in de opstartfase. Vandaar het belang van een goede en regelmatige communicatie en informatie.

Informatie voor gemeentebestuur en netwerkpartners Informeer politie, OCMW, brandweer, huisvestingsmaatschappijen, Centrums Algemeen Welzijnswerk, hulpverleningsorganisaties, scholen, rusthuizen en bouwpromotoren regelmatig en op de juiste momenten over het (zwerf)kattenbeleid en de uitvoering ervan.

Een zwerfkat is niet zelden een achtergelaten of verwaarloosde huiskat of een nakomeling daarvan. Zwerfkattenpopulaties ontstaan en blijven bestaan door gedumpte (niet-steriele) huiskatten en kittens. Daarom is het belangrijk om in te zetten op een gedeelde verantwoordelijkheid m.b.t. katten op het grondgebied. Huiskatteneigenaars moeten daartoe gestimuleerd worden door informatie over bv. hun plicht tot sterilisatie en hun plicht tot identificatie en registratie. Ze moeten ook weten dat het achterlaten, gratis aanbieden en verkopen (zonder vergunning) van katten verboden is, met boetes tot gevolg. Zie hiervoor ‘Handvat 9: Handhaving’.

Het is ook belangrijk dat het zwerfkattenbeleid unaniem gedragen wordt door het gemeentebestuur, de bevoegde schepen(en) en de andere gemeenteambtenaren. Communicatie over de resultaten op basis van verzamelde data, oplossingsgericht werken en de positieve kant van het beleid benadrukken (zoals tevreden inwoners) helpen daarbij. Ook de provincie kan bijdragen door een provinciaal zwerfkattenbeleid te ondersteunen, zoals in Limburg, of door een diervriendelijk label uit te reiken, zoals in Vlaams-Brabant.

Alle inwoners horen op de hoogte te zijn van het belang om zwerfkatten tijdig op te merken en te signaleren aan het centraal meldpunt. Motiveer hen door de oorzaak en het gevolg van het probleem toe te lichten en aan te geven waar ze kunnen bijdragen. Herhaal de boodschap regelmatig.

De communicatie kan gebeuren via folders, infobladen, de scholen, affiches, events, de gemeentelijke website, gepersonaliseerde brieven, infomomenten en speciale dagen (zoals Werelddierendag en opendeurdagen van de gemeente), en zelfs als een onderdeel van een welkomstpakket voor nieuwe bewoners.

Sommige inwoners denken dat zwerfkatten gedood worden. Verduidelijk daarom het vang-, steriliseer- en terugplaatsbeleid. Geef informatie over de realisaties en positieve acties van inwoners en vrijwilligers.

Lokale en sociale media kunnen helpen om het beleid nog meer onder de aandacht te brengen, maar voorzichtigheid is geboden. Soms wordt een probleem rond katten verkeerd aangebracht. Enkele tips:

Onder de inwoners zijn er ook mensen die niet van zwerfkatten houden. Informeer hen hoe ze de zwerfkat(ten) op een afstand kunnen houden. Verduidelijk dat de aanpak van vangen, steriliseren en terugplaatsen net voor minder overlast zorgt (minder sproeien, lawaai en kapotte vuilniszakken). Zie ‘Handvat 1: De (zwerf)kat’.

• Doe geen uitspraken over concrete gevallen of betrokkenen zonder eerst af te toetsen.

Hoe en wanneer communiceren?

• Bescherm deelnemende dierenartsen en vrijwilligers tegen lastercampagnes. Zorg dat deze afspraken ook bij de partners bekend zijn. • Ook voor vrijwilligers, vzw’s en dierenartsen is het belangrijk om met zorg en aandacht met sociale media om te gaan.

30

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid


31


• Heldere, regelmatige en correcte informatie kan onrust vermijden.

Affiches en folders van de dienst Dierenwelzijn kunt u bestellen via huisdierinfo.be.

• Vermeld bij alle communicatie altijd de praktische informatie, zoals het meldpunt en de contactgegevens.

Welke communicatie over het zwerfkattenbeleid gebeurt het best wanneer? In het najaar en de winter kan ze gaan over het aankomende kittenseizoen, met een oproep aan de inwoners om in het voorjaar opgemerkte zwerfkittens tijdig te melden. Van oktober tot maart kan de focus liggen op de communicatie over het vangen van volwassen katten.

• Informatie vergroot de betrokkenheid bij de uitvoering van het zwerfkattenbeleid. Misschien staan er dan ook zwerfkattenvrijwilligers op. • Communicatie in meerdere talen is essentieel als er in de gemeente verschillende culturele gemeenschappen en religies samenleven. Houd ook rekening met de specifieke gevoeligheden m.b.t. dieren in elke cultuur.

V.U.: Peter Cabus, Secretaris-generaal Departement Omgeving, Koning Albert II-laan 20/8, 1000 Brussel

Is jouw Minoes ook een wulpse poes?

Sinds 1 april 2018 is sterilisatie verplicht Jaarlijks belanden meer dan 20.000 katten in een asiel

DEPARTEMENT OMGEVING

sterilisatie2018_nieuw.indd 1

32

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

WWW.HUISDIERINFO.BE

4/05/2018 13:34:11


Geen misverstanden maar cijfers Hier volgen 3 hardnekkige misverstanden. • De gewone huiskat zal uitsterven. De populatie huiskatten is momenteel zodanig groot dat er sprake is van een onevenwicht en een overbevolking van de asielen. De huiskat zal dus niet uitsterven door de verplichte sterilisatie. Bovendien kan iedereen die met katten wil kweken een erkenning aanvragen bij de dienst Dierenwelzijn. Ook als je maar 1 nestje wil, kan je prima voldoen aan de regels voor een erkenning. Op deze manier kunnen ook in huiselijke kring gewone huiskatten gefokt worden, met aandacht voor hun gezondheid en welzijn. • Een kattin moet één keer gejongd hebben om gezond te zijn. Het is niet nodig om een kattin eerst een nestje te laten krijgen of eerst krols te laten worden. Integendeel, het risico op gezondheidsproblemen neemt daardoor toe.

CHECKLIST HANDVAT 8

Informeren rond het beleid rond huisen zwerfkatten VV Krijgt het zwerfkattenbeleid de nodige aandacht in de gemeentelijke infobladen en op de website? VV Worden de meldings- en de opvolgingsregistratie gekoppeld aan elkaar? VV Is er nood aan meertalige commu­ni­ catie over het zwerfkattenbeleid?

• Katten kunnen het niet koud hebben. Ze hebben dan wel een dikkere vacht in de winter, maar als katten voortdurend buiten leven kunnen ze weldegelijk last hebben van koude en vochtigheid, zeker als deze langere tijd aanhouden. Ze gaan dan ook op zoek naar warme schuilplaatsen. Het meldpunt verzamelt gegevens op basis van alle meldingen (zie ‘Handvat 3: Het meldpunt’). Koppel de dataregistratie van de meldingen aan de opvolgingsresultaten om de informatie over de melding, de aanpak, het resultaat hiervan en de plaatsing van de kat samen te brengen. Informeer inwoners en bestuurders over al deze gegevens. Vraag bij een hernieuwingsronde van voeder- of vangpassen informatie over het aantal katten en eventuele andere vaststellingen op. Het bijeengebrachte materiaal helpt dus bij de communicatie over het zwerfkattenbeleid en bij de evaluatie en de bijsturing daarvan.

33


34

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid


HANDVAT 9

De handhaving van het beleid rond huis- en zwerfkatten De Dierenwelzijnswet en het Besluit van de Vlaamse Regering over de identificatie, registratie en sterilisatie van katten vormen de basis voor de uitwerking en de handhaving van het zwerfkattenbeleid. In het besluit staat concreet dat eigenaars verplicht zijn om hun huiskat te laten steriliseren en te chippen. Het bevat ook bepalingen over de verantwoordelijkheden van gemeenten rond zwerfkatten. De handhaving van het kattenbeleid kan gebeuren op verschillende manieren, afhankelijk van de situatie. Informeren en bemiddelen zijn altijd de eerste stap, repressief optreden is altijd de laatste. De lokale politie en de inspecteurs van de dienst Dierenwelzijn hebben een handhavende bevoegdheid: zij kunnen controleren en optreden in het kader van de Dierenwelzijnswet.

Handhaving van het huis- en zwerfkattenbeleid • Om het kattenbeleid te kunnen handhaven moet de bevolking in de eerste plaats informatie krijgen en gesensibiliseerd worden. Zie hiervoor ‘Handvat 8: Informeren’. • In bepaalde situaties is het raadzaam dat bv. de milieudienst of de lokale politie probeert te bemiddelen. • De lokale politie heeft dezelfde bevoegdheid als de inspecteurs van de dienst Dierenwelzijn en kan proces-verbaal opmaken en maatregelen opleggen op basis van de Dierenwelzijnswet. In dat geval wordt het proces-verbaal naar het parket gestuurd voor vervolging. In extreme situaties, als de diensten geen toegang krijgen tot het huis of het gebouw om het dierenwelzijn te controleren, kan het controlebezoek gebeuren met een visitatiemachtiging van de politierechter (artikel 34 van de Dierenwelzijnswet van 1986). Als blijkt dat het dierenwelzijn ernstig is geschaad en onmiddellijke remediëring niet mogelijk is, kan er overgegaan worden tot inbeslagname.

• Voor ernstige gevallen of recidieven, kan er ook melding worden gemaakt bij de inspectiedienst Dierenwelzijn. Deze melding kan eenvoudig gebeuren met een online formulier waar ook foto’s geüpload kunnen worden. De inspectiedienst werkt met dierenarts-inspecteurs en controleurs die, ,zoals de politie, een proces-verbaal kunnen opstellen en desnoods overgaan tot inbeslagname van dieren. • GAS-boetes (Gemeentelijke Administratieve Sancties) kunnen niet uitgeschreven worden voor dierenwelzijnsovertredingen.. Ze kunnen enkel als de materie in kwestie in de GAS-wet is opgenomen, bv. als het gaat om overlast. Dat is niet het geval voor overtredingen van de Dierenwelzijnswet. De gemeente is evenmin bevoegd om dierenwelzijnsmaatregelen op te nemen in het politiereglement en dus ook niet om te straffen bij overtredingen.

Als katteneigenaars hun verplichtingen niet nakomen Voor katteneigenaars die hun verplichtingen niet nakomen, voorziet de gemeente in eerste instantie informatie en bemiddeling. Een financieel probleem of onwetendheid kan de oorzaak zijn. Een aanmaning wijst hen op hun verantwoordelijkheid en vraagt remediërende maatregelen te nemen. Die moeten vanzelfsprekend realistisch zijn. Werkt dat niet, dan kan klacht worden neergelegd tegen de eigenaar bij de lokale politie of eventueel de inspectiedienst Dierenwelzijn. Zij kunnen een proces-verbaal of een proces-verbaal van waarschuwing opstellen met dwingende maatregelen. De dienst Dierenwelzijn kan op basis van een proces-verbaal van de inspectiedienst Dierenwelzijn een administratieve boete opleggen.

35


Hier volgen 8 handhavingstips. • Iedere situatie is anders. Het is belangrijk om uit te zoeken waarom de eigenaar de verplichtingen niet nakomt. • Vaak is het moeilijk om te controleren of de eigenaar de verplichtingen wel degelijk nakomt, bv. de sterilisatieplicht. Katten en hun voortplantingsstatus moeten geregistreerd zijn in de databank CatID, maar daar bestaan nog enkele uitzonderingen op. In dat geval kan de controle op de sterilisatie eventueel gebeuren door het checken van de factuur of het vaccinatieboekje. • Als de persoon het eigenaarschap van de kat ontkent, kan hem worden gemeld dat de kat naar het asiel gaat als ze tam genoeg is. Als van de kat een koloniekat wordt gemaakt, zal ze een knip in het oor krijgen en bestaat de kans dat ze op een andere plaats wordt uitgezet. • Als de eigenaar probeert de kat gratis te laten steriliseren via een gemeentelijke zwerfkattencampagne, kan men bv. twee buren en de dierenarts schriftelijk laten bevestigen dat het niet gaat om een zwerfkat, of kan de dierenarts de inschatting maken. Kanttekening: de kat tóch op kosten van de gemeente steriel laten maken, kan op lange termijn voordeliger uitvallen, want zo komen er geen kittens die opgroeien tot zwerfkatten. • Kittens die ergens rondlopen waarvan geen eigenaar kan gevonden worden, worden gevangen. Als de dieren nog socialiseerbaar zijn, gaan ze naar een opvanggezin of een asiel. Zijn ze al ouder dan 10 weken, dan ondergaan ze een sterilisatie en worden ze teruggeplaatst (op een plek met beschutting en voedsel). Zie ook ‘Aan de slag met de uitkomsten van het gezondheidsonderzoek’, een onderdeel van Handvat 5.

• Bij zogenaamde kattenverzamelaars, die een groot aantal katten huisvesten, is in een eerste fase bemiddeling en aanmaning wenselijk. De volgende fases verlopen zoals hierboven beschreven. Als het dierenwelzijn ernstig wordt geschaad, kan er een inbeslagname volgen. • Als het gaat om katten die leven op landbouwbedrijven is het belangrijk om eerst in gesprek te gaan met de landbouwers. Een buurtonderzoek door bv. wijkagent of milieuambtenaar kan de situatie op de boerderij in kaart brengen. Als de boerderij geen dumpplaats is en de landbouwer de katten zelf verzamelde voor knaagdierencontrole, moet hij de wetgeving m.b.t. sterilisatie naleven. Een proces-verbaal wegens een inbreuk op de wetgeving kan die naleving afdwingen. Als het wél gaat om een dumpplek en de katten niet gesteriliseerd zijn, komen ze terecht in het sterilisatieproject. Zodra alle katten gesteriliseerd zijn, doet de landbouwer, die dan koloniebeheerder geworden is, telkens aangifte als er een nieuwe zwerfkat komt aanlopen of wordt afgezet. De gemeente houdt een stand van zaken bij. Zo kan de verantwoordelijkheid bij de landbouwer gelegd worden als hij verzaakt aan deze meldingsplicht. De gemeente bekijkt het best hoe ze de dumpplaats op termijn aanpakt. Regelmatige opvolging is belangrijk. • Als het gaat om niet-gesteriliseerde katten en kittens van mensen in een moeilijke financiële of sociale situatie, is het raadzaam om te bemiddelen in samenwerking met een medewerker van het OCMW of de sociale huisvestingsmaatschappij en/of een gemotiveerde wijkagent. Het OCMW kan dan bv. toelaten om de ingreep in schijven af te betalen. Het kan ook helpen om de mogelijkheden na te gaan om de kat tegen een sociaal tarief of gratis te laten behandelen (bv. Stichting Prins Laurent, vzw Sociale Dierenhulp).

Als koloniebeheerders zich niet houden aan de afspraken Als koloniebeheerders de afspraken niet nakomen, kan de gemeente hen daartoe aanmanen. Als dat niet helpt, kan de gemeente hun voederpas intrekken.

36

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid


CHECKLIST HANDVAT 9

De handhaving van het beleid rond huisen zwerfkatten VV Zijn alle betrokkenen op de hoogte van de verplichte identificatie en sterilisatie van katten voor particulieren? VV Is er controle op de handhaving daarvan? VV Is er een goede samenwerking met de politie en andere gemachtigden om het beleid te handhaven? VV Zijn er probleemzones waar de aandacht prioritair moet gaan naar handhaving?

37


4. Monitoring en evaluatie Het is belangrijk om regelmatig de voortgang en effectiviteit van het zwerfkattenbeleid te evalueren en waar nodig bij te sturen. Volgende indicatoren kunnen hierbij gebruikt worden: • De informatie uit het centraal meldpunt (evolutie van het aantal meldingen/klachten, buurtspecifieke problemen, …). • De evolutie in de populatiegrootte. • De ervaringen van de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van het beleid. • Het draagvlak bij de lokale bevolking.

2 — ONTSTEMDE INWONERS BIJ HET TERUGPLAATSEN VAN ZWERFKATTEN IN HUN BUURT Voor hun welzijn is het het best om de zwerfkatten terug te plaatsen op de plek waar ze werden gevangen. Mocht dat niet gebeuren, zouden bovendien andere zwerfkatten het vrijgekomen territorium innemen. Een goede communicatie met de inwoners is cruciaal. De persoon die verantwoordelijk is voor de kolonie kan die communicatie op zich nemen, maar het kan ook met flyers of affiches. Inwoners kunnen met hun klachten of meldingen van overlast terecht bij de verantwoordelijke, en die geeft ze dan door aan de gemeente. De gemeente kan dan verduidelijken dat het zwerfkattenbeleid de overlast zal verminderen.

• De gezondheidstoestand van de koloniekatten. • De toestand op de voederplaats (bv. netheid of vandalisme, of positieve ervaringen i.v.m. de plaats). Als de populatie huiskatten de bron is van ongewenste kittens, blijf de inwoners dan informeren over de sterilisatieplicht en neem desnoods sanctionerende maatregelen (zie ‘Handvat 9: Handhaving’). Als het draagvlak bij de bevolking groter moet worden of als er meer vrijwilligers nodig zijn, zet dan meer in op communicatie (zie ‘Handvat 8: Informeren’). Een positieve evaluatie van het plan helpt om de maatregelen en investeringen te verantwoorden tegenover de inwoners.

Veelvoorkomende problemen 1 — ONGEWENSTE DIEREN OP DE VOEDERPLAATSEN Goede afspraken, een voederpas en een voederschema zijn belangrijk om het voederen van de zwerfkatten efficiënt te laten verlopen. Door de dieren op vaste plekken en tijdstippen van eten te voorzien kunnen de soort en de hoeveelheid voedsel afgestemd worden op de aanwezigheid en de omvang van de populatie. Het vermijden van voedselresten herleidt het risico op overlast door bv. ratten en duiven, tot een minimum.

38

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

De inwoners kunnen ook informatie krijgen over hoe ze (zwerf)katten weren uit hun tuin. Daar bestaan diervriendelijke middelen voor. Katten voelen zich aangetrokken door droge losse grond om hun behoefte te doen. Deze middelen hebben meestal een goed effect: • kruipende planten als bodembedekker • een laag van ruwe materialen, keien of doornige takken • een sproeisysteem met sensor op strategische plaatsen: de meeste katten houden niet van water • kippendraad vlak onder het grondoppervlak: die is onzichtbaar en belet dat de katten graven • een afsluiting van minstens 180 cm hoog, of minstens 120 cm hoog als ze voorzien is van een draad die 40 cm naar buiten is gespannen in een hoek van 45 graden De zandbak van de kinderen wordt beter afgedekt.


3 — HUISKATTEN KOMEN (TOEVALLIG OF MOEDWILLIG) IN HET STERILISATIEPROJECT TERECHT Een goede communicatie moet de buurtbewoners op hoogte brengen voor de start van de vangactie. • Zo kunnen ze hun dieren binnenhouden op die dag. • Zo kunnen ze hun dieren voorzien van een chip of van een halsbandje met een veiligheidsslot dat open klikt als de kat blijft haken. Een merkteken onderscheidt huiskatten al op het eerste gezicht van zwerfkatten en is een reden om ze meteen vrij te laten als ze per ongeluk worden gevangen.

De gemeente kan de inwoners erop wijzen dat zij hun eigen huiskatten niet mogen laten steriliseren via het sterilisatieproject. De communicatie kan deze ontradende elementen bevatten: • Gevangen katten die niet gechipt zijn of geen halsband dragen en zichtbaar gesocialiseerd zijn, worden door het asiel dat instaat voor de sterilisatie voor adoptie aangeboden na het verstrijken van de wettelijke termijn. • De Dierenwelzijnswet zegt dat de eigenaar de kosten voor de opname en de verzorging van een zwervend, verloren of achtergelaten dier moet terugbetalen aan het dierenasiel. • Gesteriliseerde katten krijgen voor hun vrijlating een knipje in het oor of worden gechipt.

39


5. Sleutels tot succes Deze gids werd onder meer samengesteld aan de hand van 22 interviews met Vlaamse en buitenlandse experts: milieuambtenaren, dierenwelzijnsambtenaren, technische beambten, zwerfkattenvrijwilligers, vzw-medewerkers, asielmedewerkers en onderzoekers. Op het einde deze interviews mochten de experts vertellen wat volgens hen de sleutels zijn tot het succes van een zwerfkattenbeleid. Hier volgt een overzicht van de bevindingen die steeds terugkeerden. Ze gelden als waardevolle aanbevelingen voor steden en gemeenten. Een overzicht is heel belangrijk. Het geeft aan: Waar zijn we mee bezig? Wat gebeurt waar? Hoeveel katten worden er gevoederd? Werk op basis van cijfers. Werk heel georganiseerd. Het is noodzakelijk een beleid te hebben en dat te durven bijsturen. Zet goede samenwerkingen op met dierenartsen, vrijwilligers, politie, vzw’s, asielen. Sta op één lijn. ­Problemen met zwerfkatten stoppen niet aan de gemeentegrenzen. Een samenwerking met de buur­ gemeenten geeft betere resultaten. In de provincie Limburg bijvoorbeeld doen alle gemeenten sinds 2012 mee met de provinciale zwerfkattenaanpak. Probeer alle inwoners, partners en raadsleden te ­informeren en te sensibiliseren, en ook jagers, vrijwilligers en politiediensten. Communiceer daarover naar de burgers en zeg waarom u iets doet en op welke manier. Wees transparant en deel mee: zoveel katten zijn er gemeld, dit hebben we concreet gedaan. Ontkracht spookverhalen. Zo wordt maar een beperkt deel van de zwerfkatten geëuthanaseerd (bij ziekte). Wees er zo snel mogelijk bij, werk met een team dat vertrouwen geniet. Verspreid goede en correcte informatie, ook via sociale media. Geef bv. op Facebook degelijke antwoorden. Counter negatieve berichten. Communiceer over de feiten. Het zwerfkattenbeleid is nog te veel op emoties gebaseerd, leg dus uit waarom het zo belangrijk is. Som de voordelen voor de mensen op: na sterilisatie sproeien de zwerfkatten niet meer, de geur- en geluidshinder en andere overlast verminderen sterk. Maak de inwoners warm om tamme katten steriel te maken en zwerfkatten zo snel mogelijk te spotten en te melden. Dat zou een reflex moeten worden.

40

Een diervriendelijk gemeentelijk zwerfkattenbeleid

De vrijwilligers die meewerken aan de uitvoering van het zwerfkattenbeleid moeten affiniteit hebben met de (zwerf)katten, anders beginnen ze er beter niet aan. Het zijn mensen met achtergrond, kennis en ervaring. Ze kunnen juiste feedback geven. Probeer goede vrijwilligers te vinden: ze zijn gemotiveerd, handelen snel en geven niet op. Of werk met een vzw met een hart voor (zwerf)katten. De meeste gemeentebesturen voorzien in hun begroting een budget voor het zwerfkattenbeleid dat varieert in functie van de omvang van het probleem. Bij de start van een project is er best een bedrag vooropgesteld voor meerdere jaren dat kan worden aangepast indien nodig. Door de continue en consequente uitvoering van een goed doordacht zwerfkattenplan zal het aantal zwerfkatten jaar na jaar dalen. Zet door en volhard. Bijt in 1 keer door de zure appel. Een voorbeeld: telt een kolonie 30 katten, vang ze dan allemaal in 1 keer en steriliseer elke kat, ook als er geen budget meer is. Anders heeft het geen effect. Eerst moet u investeren, daarna dalen de kosten. Een onderbreking of een beperkte uitvoering van het plan (door bv. een te krap budget of de komst van een nieuwe bestuur) doet de inspanningen en investeringen van de voorgaande jaren teniet. Het is dus belangrijk om in een zo kort mogelijke tijd alle zwerfkatten in een bepaald gebied te steriliseren. Zo niet groeit de populatie snel aan, met als gevolg: meer kosten, meer overlast voor de inwoners en minder welzijn van de dieren. Elk jaar enkele dieren steriliseren zal op termijn veel duurder uitkomen. Investeer in chiplezers en stel ze beschikbaar (ook voor de politie). Durf hulp te vragen. Zonder kennis maakt u fouten. Als u geen ervaring hebt, laat u dan helpen door mensen die al jaren bezig zijn en sta open voor adviezen.


41


DEPARTEMENT OMGEVING Afdeling strategie, internationaal beleid en dierenwelzijn Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel omgevingvlaanderen.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
4953_Y20_VO_Omgeving_Zwerfkatten_onlinebrochure_A4_08.pdf by Vlaanderen-be - Issuu