Skip to main content

dossier 2020-311.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/311

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Na op 4 november 2020 ter balie inzage te hebben gekregen in het regularisatiedossier xxx, diende xxx (hierna: verzoekers), op 5 november 2020 een verzoek in bij de gemeente Kapellen tot het verkrijgen van een afschrift van het volledig regularisatiedossier gekend onder nummer xxx inclusief het PV xxx d.d.14/01/2020, het vervolg PV xxx dd. 26/05/2020 en de herstelvordering dd. 14/07/2020 met betrekking tot xxx. Op 20 november 2020 heeft de gemeente Kapellen dit geweigerd. Op 22 november 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van de gemeente van 20 november 2020. Dit beroep werd op 23 november 2020 door de beroepsinstantie geregistreerd. Op 22 december 2020 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 5 november 2020.

www.vlaanderen.be


De weigeringsbeslissing van de gemeente Kapellen dateert van 20 november 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna: Bestuursdecreet). Op 22 november 2020 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het beroepschrift van 22 november 2020 is gericht tegen de weigeringsbeslissing d.d. 20 november 2020. In deze beslissing weigert de gemeente Kapellen een afschrift van het gevraagde regularisatiedossier omdat het dossier tijdens het openbaar onderzoek zowel via het omgevingsloket als aan de balie ter inzage beschikbaar is en omdat van lopende dossiers geen afschrift kan worden bezorgd. Inzake de gevraagde processen-verbaal verwijst de gemeente verzoeker door naar het parket, aangezien de gemeente niet bevoegd is om daarvan een afschrift te verlenen.

2.

Inhoud van het beroepschrift

xxx merkte tijdens zijn inzage ter balie op dat de beschrijvende nota melding maakte van een PV xxx d.d.14/01/2020, een vervolg PV xxx dd. 26/05/2020 en een herstelvordering dd. 14/07/2020 welke niet deel uitmaakten van de documenten die via het scherm van de balie konden worden geraadpleegd. De loketbediende benadrukte dat de documenten die op het scherm te raadplegen zijn de enige documenten van het regularisatiedossier zijn. In zijn schriftelijk verzoek van 5 november 2020, waarin hij expliciet vraagt naar een afschrift van het volledig regularisatiedossier inclusief de erin vermelde processen-verbaal en de herstelvordering, haalt xxx arrest nr. 46/2019 van het Grondwettelijk Hof aan om het belang van de publieke toegang tot het volledige dossier te onderstrepen. Beroeper verwijst ook naar een uitspraak van de Beroepsinstantie Openbaarheid van Bestuur OVB/2019/227 om aan te tonen dat de plannen in casu enkel betrekking hebben op een bestaande toestand zodat ze bij gebrek aan de vereiste originaliteit niet de auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Bovendien bepaalt artikel 81 van het Omgevingsvergunningendecreet: “Een aanvraag tot regularisatie bevat een afschrift van eventuele processen-verbaal, administratieve beslissingen en rechterlijke beslissingen met betrekking tot het project die ter kennis van de aanvrager zijn gebracht.” Volgens beroeper bevat het dossier raadpleegbaar via het Omgevingsloket of ter balie van de gemeente geen afschrift van de processen-verbaal in het dossier.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 2 van 9


Het argument dat van lopende dossiers geen afschrift kan worden bezorgd, is trouwens geen rechtsgeldig motief voor de weigering. Dergelijk argument gaat des te minder op, in acht genomen dat de gemeente zo ook erkent dat openbaarheid van bestuur alvast wel mogelijk is, eenmaal het regularisatiedossier is afgesloten. Met andere woorden, de gemeente betwist nu niet dat de opgevraagde stukken zullen mogen en moeten meegedeeld en geopenbaard worden, eenmaal het “lopend dossier” formeel is afgesloten. Het gaat bijgevolg ook niet op –en het is inzonderheid eveneens on(grond)wettig– om de gevraagde openbaarheid nu vlot uit te stellen tot na het ogenblik van het (formeel) “afsluiten van het dossier”. Nogmaals, “Het openbaar onderzoek biedt aan het betrokken publiek een mogelijkheid tot inspraak, die een

waarborg biedt voor de vrijwaring van het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu en een goede ruimtelijke ordening (artikel 23, derde lid, 4°, van de Grondwet)". (GwH nr. 46/2019) Deze wezenlijke waarborg impliceert uiteraard dat het publiek – hier: verzoekers – reeds tijdens het openbaar onderzoek toegang moet hebben tot het gehele dossier.

Het “onbevoegdheid”-argument (om zo vlot aan verzoekers geen gehele openbaarheid van bestuur te verlenen) schendt volgens beroeper artikel 32 van de Grondwet en het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De regularisatie-aanvraag betreft in casu niet-vergunde vergunningsplichtige werken, uitgevoerd in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze maatregelen hebben druk op het milieu gelegd. Welnu, artikel II.36 van het Bestuursdecreet bepaalt :

“ 1. Als de aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op bestuursdocumenten die milieuinformatie bevatten geldt, in afwijking van artikel II.34 en II.35, de volgende regeling. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, wijzen de aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 1° de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt; 2° het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, van de organen van de lokale overheden, van de organen van de instellingen met een publieke taak en van de organen van de milieu-instanties; 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld; 4° (…)”. De gemeente Kapellen staaft in casu hoe dan ook helemaal niet dat “het belang van de openbaarheid niet

opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen; (…) 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld”. De gemeente motiveert niets hierover. De gemeente kan dit naar mening van beroeper ook niet aantonen. Er is immers precies sprake van een regularisatiedossier. Het wezenlijk kenmerk hiervan is dat de aanvrager de regularisatie vraagt voor gebouwen en handelingen, gelegen xxx. Dit met dien verstande dat het niet-vergunde vergunningsplichtige werken en handelingen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied betreft. Volgens beroeper betoogt de gemeente dat de, door verzoekers gevraagde, documenten (die dus wel in het bezit van de gemeente zijn en haar bekend zijn) niet formeel zijn opgenomen in “het dossier” en derhalve nog niet getoond mogen worden (in het kader van het “lopend” openbaar onderzoek). Dit argument is evenwel onwettig.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 3 van 9


De beoordeling van de gegrondheid en geoorloofdheid van verzoekers vraag tot inzage en afschrift en de weigering van de openbaarmaking moet volgens beroeper louter plaatsvinden op grond van het antwoord op de vraag of de gemeente deze bestuursdocumenten al of niet bezit. Dit “bezit”-criterium geldt, ongeacht het gegeven of deze documenten ook formeel zijn opgenomen in de regularisatie-aanvraag, gekend bij het Omgevingsloket onder het nummer xxx. Met andere woorden, geheel irrelevant is het gemeentelijk betoog dat de openbaarheid geheel mag geweigerd worden omdat de documenten niet in de regularisatie-aanvraag werden toegevoegd. De vraag is immers of de opgevraagde documenten in het bezit van de gemeente zijn, in welk dossier, kast, bestand of map ze ook zijn opgenomen, en dit in welke (digitale of analoge) vorm ook.

3.

Standpunt van de beroepsinstantie

Nadat de beroepsinstantie contact heeft opgenomen met de gemeente Kapellen om informatie en een afschrift te verkrijgen van de gevraagde documenten bezorgde de gemeente op 10 december 2020 een afschrift van het regularisatiedossier aan de beroepsinstantie. De gemeente Kapellen herhaalt aan de beroepsinstantie dat de indiener van de regularisatie-aanvraag geen P.V.’s heeft toegevoegd en dat verzoeker daarvan in kennis werd gesteld en daarom werd doorverwezen naar het parket van Antwerpen. De gemeente handhaaft haar standpunt dat het hier een lopend dossier betreft en dat de plannen naar hun mening onder de bescherming van de auteursrechten van de architect vallen. Wanneer de beroepsinstantie opmerkt dat de herstelvordering uitgaat van de gemeente en de PV’s dus ook in het bezit moeten zijn van de gemeente, bezorgt deze laatste op 29 december 2020 nog de ontbrekende P.V.’s en de herstelvordering aan de beroepsinstantie. Op 6 januari 2021 stelde de gemeente Kapellen de beroepsinstantie in kennis van de huidige stand van zaken van de door de gemeente opgestelde herstelvordering. Het komt nu toe aan de beroepsinstantie om te oordelen over het ingestelde beroep. Onderdeel 1 : de plannen van het regularisatie-dossier Na onderzoek van het dossier is gebleken dat de door beroeper aangehaalde uitspraak van de beroepsinstantie in dossier OVB/2019/227 in casu eveneens van toepassing is zodat de motivatie uit voormeld dossier hier wordt hernomen. De beroepsinstantie stelt vast dat het regularisatiedossier verschillende plannen omvat welke het voorwerp uitmaken van het voorliggend beroep. Wat dergelijke plannen betreft, kan vooreerst in algemene termen gesteld worden dat deze mogelijks in aanmerking komen voor een bescherming door het auteursrecht. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 4 van 9


overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De stukken genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat ze de persoonlijke stempel dragen van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De beroepsinstantie is van oordeel dat de plannen, die duidelijk enkel betrekking hebben op de bestaande toestand van het betrokken gebouw, niet getuigen van de voor auteursrechtelijke bescherming vereiste oorspronkelijkheid. Een persoonlijke stempel van de auteur ervan is niet aanwezig, aangezien de plannen de facto niet meer dan een beschrijving vormen van een reeds vooraf bestaande toestand, en dus niet als een eigen schepping van de auteur te beschouwen zijn, laat staan een oorspronkelijke schepping. De beroepsinstantie ziet ook geen andere uitzonderingsgronden die zich zouden verzetten tegen de openbaarmaking van deze plannen, zodat het beroep, in zoverre het betrekking heeft op de plannen in dit dossier, gegrond voorkomt Onderdeel 2 : de processen-verbaal en de herstelvordering Op 29 december 2020 bezorgde de gemeente Kapellen de in 2020 opgestelde processen-verbaal en de herstelvordering met betrekking tot het ingediende regularisatiedossier van xxx. Het Bestuursdecreet maakt, wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieu-informatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieuinformatie moet verstaan worden. De gevraagde herstelvordering moet volgens het oordeel van de beroepsinstantie beschouwd worden als een document dat milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11°, e) Bestuursdecreet bevat. Het gaat immers om een overtreding tegen de regelgeving inzake de ruimtelijke ordening, welke in beginsel milieugerelateerd is. Bijgevolg zou de relatieve uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet van toepassing kunnen zijn. Op grond van deze bepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden voor zover die betrekking heeft op milieu-informatie, indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl . 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Evenwel vallen onder deze uitzonderingsgrond niet de bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, maar eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden. Bestuursdocumenten, die nuttig of bruikbaar voor het strafonderzoek zijn, maar niet uitsluitend met het oogmerk van de strafvordering zijn opgesteld, vallen bijgevolg niet onder het toepassingsgebied van de uitzonderingsgrond van artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 5 van 9


Hoewel de processen-verbaal uitsluitend ten behoeve van de strafvordering werden opgesteld, stelt de beroepsinstantie vast dat er een herstelvordering aan de overtreder werd overgemaakt. Deze inkennisstelling biedt de overtreder nog de mogelijkheid om zich in regel te stellen, door ofwel over te gaan tot het herstel in de oorspronkelijke staat, ofwel een regularisatievergunning aan te vragen, wat de overtreder in casu heeft gedaan. Om die reden is deze herstelvordering niet “uitsluitend” ten behoeve van de strafvordering opgesteld, en evenmin uitsluitend ten behoeve van de vordering van een administratieve sanctie. Bijgevolg is in dit geval artikel II.36, §1, tweede lid, 3° Bestuursdecreet niet van toepassing. Voor bestuursdocumenten die niet uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie, maar eventueel wel in een opsporingsonderzoek gebruikt worden, dient in casu artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie bekeken te worden. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In de bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 20052006, nr. 51, 2511/001, 36). De beroepsinstantie is van oordeel dat een openbaarmaking van de informatie in de betrokken herstelvordering en de voorafgaande processen-verbaal van die aard is dat ze afbreuk zou doen aan de vervolging van sanctioneerbare feiten alsook aan de rechten van de verdediging, zeker nu de herstelvordering reeds werd voorgelegd aan de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering (hierna: HRH). De gemeente kan immers haar herstelvordering pas overmaken aan het Openbaar Ministerie of inleiden via de burgerlijke rechtbank, na voorafgaand positief advies van de HRH over de geformuleerde herstelvordering. Het advies van de HRH is in principe bindend wat wil zeggen dat ingeval van een negatief advies de herstelvordering niet op ontvankelijke wijze kan worden ingediend bij het Openbaar Ministerie of de burgerlijke rechtbank. In casu verleende de HRH op 14 september 2020 een negatief advies omdat de door de gemeente gevorderde herstelmaatregel niet voldoende precies werd geformuleerd. Omwille van de rechtszekerheid moet een gevorderde herstelmaatregel immers voldoende precies en op zichzelf uitvoerbaar zijn, zonder bijvoorbeeld de concrete appreciatie aan de uitvoerder te laten. De HRH oordeelde dat de door de gemeente Kapellen voorgestelde herstelmaatregel niet voldoende precies werd geformuleerd zodat evenmin een positief advies kon worden verleend. De gemeente Kapellen liet aan de beroepsinstantie weten dat het dossier opnieuw ter bespreking zal komen van het college van burgemeester en schepenen. Door een aanhoudend en toenemend personeelstekort bij de administratie van de gemeente Kapellen is dit dossier echter telkens verschoven, zodat er momenteel nog geen verdere stappen zijn ondernomen. In de huidige stand van zaken waarbij de gemeente Kapellen het dossier van de herstelvordering nog niet heeft afgesloten en nog een nieuwe duidelijker geformuleerde herstelvordering aan de HRH kan voorleggen is de beroepsinstantie van oordeel dat de belangenafweging waartoe artikel II.36, §1, tweede lid, 3°

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 6 van 9


Bestuursdecreet en artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 verplichten, in casu niet tot een oordeel in het voordeel van verzoeker leidt: de openbaarmaking mag maar ten koste van het beschermde belang worden bevolen als het belang van de openbaarmaking zwaarder weegt dan het beschermde belang, wat in casu naar het oordeel van de beroepsinstantie niet het geval is. Bijgevolg dienen de betrokken herstelvordering en de processen-verbaal eveneens aan de openbaarmaking te worden onttrokken. Het beroep is wat dit onderdeel betreft dan ook ongegrond. Onderdeel 3 : afschrift van het volledig regularisatiedossier De gemeente Kapellen weigerde een afschrift van het dossier te geven omdat op het moment van het openbaarheidsverzoek een openbaar onderzoek lopende was en het dossier dus via het omgevingsloket alsook via het scherm aan de balie van de gemeente kon worden geconsulteerd. De beroepsinstantie deelt het oordeel van de gemeente Kapellen in deze niet. Het is niet omdat bestuursdocumenten reeds via actieve openbaarheid door de gemeente ter beschikking worden gesteld dat zij verzoeken in het kader van passieve openbaarheid juist omwille van de actieve openbaarheid kunnen afwijzen. In het kader van openbaarheid van bestuur kan een verzoeker van bestaande documenten een afschrift, inzage of uitleg erover vragen. Deze 3 vormen van openbaarheid zijn evenwaardig en de verzoeker heeft de vrije keuze tussen één of meerdere vormen van openbaarheid. Aangezien reeds inzage werd verschaft in het regularisatiedossier, ziet de beroepsinstantie dan ook geen enkele reden waarom geen afschrift van het dossier zou kunnen worden gegeven. De beroepsinstantie stel evenwel vast dat in het regularisatiedossier namen, adressen en telefoonnummers worden vermeld van de eigenaar, de aanvrager en de architect. Dergelijke gegevens raken ontegensprekelijk de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dienen dan ook op grond van artikel II.34,2° van het Bestuursdecreet te worden afgeschermd. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 7 van 9


bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De naam, telefoon- en adresgegevens van de eigenaar, de aanvrager en van de architect alsook rijksregisternummers behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkene(n) en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de naam van de natuurlijke personen, en alle gegevens die de identificatie van de betrokkene mogelijk zouden maken, afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deze personen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.45, § 2 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. In casu dient dan ook een geanonimiseerd afschrift van het regularisatiedossier te worden verleend. De beroepsinstantie besluit dan ook dat de gemeente Kapellen in de gegeven omstandigheden een afschrift van het gevraagde regularisatiedossier geanonimiseerd had moeten verlenen, inclusief de plannen en met uitzondering van de in de beschrijvende nota vermelde P.V.’s en herstelvordering. Het beroep is wat betreft het gevraagde afschrift dan ook gegrond. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 22 november 2020 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 20 november 2020 van de gemeente Kapellen wordt als ontvankelijk doch deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Kapellen een geanonimiseerd (dus met weglating van namen, adres- en telefoongegevens, rijksregisternummers,..) afschrift te bezorgen van het gevraagde regularisatiedossier, inclusief de plannen en met uitzondering van de in de beschrijvende nota vermelde P.V.’s en herstelvordering.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 7 januari 2021

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 8 van 9


Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/311

pagina 9 van 9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-311.pdf by Vlaanderen-be - Issuu