Skip to main content

dossier 2020-142.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/142

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/142

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 26 mei 2020 diende xxx een verzoek in bij het OCMW Gent tot het verkrijgen van een afschrift van zijn volledig OCMW-dossier. Het OCMW Gent weigerde op 27 mei 2020 om het gevraagde afschrift te bezorgen en deelde xxx mee dat zijn aanvraag niet opnieuw geregistreerd zou worden, aangezien hij al verschillende keren een afschrift van zijn OCMW-dossier heeft verkregen. Op 3 juni 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing van het OCMW Gent. Dit beroep werd geregistreerd op 4 juni 2020. Ontvankelijkheid van het beroep De beroepsinstantie stelt vast dat het oorspronkelijk verzoek d.d. 26 mei 2020, waarop dit beroep betrekking heeft, nooit werd geregistreerd door het OCMW Gent. Conform artikel II.30 ยง1 van het

www.vlaanderen.be


Bestuursdecreet gaan de beslissings- en uitvoeringstermijnen in op de dag nadat de aanvraag geregistreerd is, of als de aanvraag niet geregistreerd is, op de dag nadat de aanvraag is ontvangen. De weigeringsbeslissing van het OCMW Gent d.d. 27 mei 2020 maakt melding van de beroepstermijn en modaliteiten. Het beroepschrift d.d. 3 juni 2020 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van ĂŠĂŠn of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het OCMW Gent weigerde op 27 mei 2020 om het gevraagde afschrift van het volledige OCMW-dossier aan verzoeker te bezorgen. Verzoeker werd meegedeeld dat, aangezien zijn OCMW-dossier niet meer actief is bij het OCMW, er geen nieuwe documenten meer worden toegevoegd. Het gevraagde bevat dan ook dezelfde documenten die hem reeds werden bezorgd bij eerdere aanvragen, o.a. OVB20200154 - OVB20200169 OVB20200179, waarbij xxx hiervoor op 30.04.2020 een link werd doorgestuurd. Het OCMW Gent heeft de huidige aanvraag dan ook niet opnieuw geregistreerd en beschouwt haar als afgehandeld.

2. Beroepschrift xxx dient beroep in tegen de weigeringsbeslissing van het OCMW.

3. Toelichting door het OCMW Gent Het OCMW Gent heeft al herhaaldelijk het gevraagde dossier bezorgd aan verzoeker. Een overzicht werd ook reeds meegedeeld naar aanleiding van andere beroepen ingediend bij de beroepsinstantie. Het gevraagde afschrift was reeds onderwerp van eerdere aanvragen, waarvoor telkens het dossier werd bezorgd. Een nieuwe registratie lijkt het OCMW Gent dan ook overbodig, aangezien de documenten reeds onderzocht werden op de aanwezigheid van uitzonderingsgronden. Het OCMW meent dat de, zonder twijfel belangrijke rol die zij als openbaar bestuur speelt in de openbaarheid en transparantie van het bestuur, door haar ten volle werd uitgevoerd. Alle verzoeken werden onderzocht, en behandeld overeenkomstig de geldende regelgeving.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/142

pagina 2 van 4


4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker voor de achtste keer zijn volledig persoonlijk dossier opvraagt bij het OCMW Gent, en dit in de periode september 2019 – mei 2020. Verwijzend naar de uitspraak OVB/2020/130 leidt de beroepsinstantie uit de voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en intentioneel aspect af bij verzoeker dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur en hen in staat moet stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Verzoekers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Hierbij zijn zij er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de verzoekers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. De vraag wanneer repetitieve aanvragen tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijden, is weliswaar zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Gezien deze herhaalde vraag van dezelfde documenten die ook telkens ingewilligd werd, en waarbij de bestanden zelfs meermaals moesten verstuurd worden door het OCMW Gent, kan de beroepsinstantie echter alleen maar besluiten dat de huidige verzoeker de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan met zijn verzoek d.d. 26 mei 2020. Hij heeft zijn OCMW-dossier immers diverse keren ontvangen in de afgelopen maanden. Zijn recht op openbaarheid van deze bestuursdocumenten is dus ruimschoots gehonoreerd. Zijn handelswijze, gelet op het aantal (herhaalde) aanvragen, schaadt de normale werking van een bestuursinstantie (in casu het OCMW Gent). De beroepsinstantie is van oordeel dat hier sprake is van rechtsmisbruik door verzoeker. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel dat volgens de rechtspraak en rechtsleer de uitoefening van een recht is, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Dit betreft een belangenafweging. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33 van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is volgens het oordeel van de beroepsinstantie in casu het geval gelet op de herhaalde vragen tot openbaarmaking van telkens dezelfde documenten bij het OCMW Gent. Er kan niet anders geconcludeerd worden dan dat verzoeker zijn recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt, en dat, na billijke afweging van ieders belangen, de aanvragen van verzoeker tot openbaarmaking van telkens dezelfde bestuursdocumenten terecht niet langer beantwoord worden door het OCMW Gent omdat zij een manifeste uitdrukking zijn van rechtsmisbruik en kennelijke onredelijkheid.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/142

pagina 3 van 4


Verzoeker geeft immers ook geen enkel concreet argument waarom de vorige openbaarmakingen (van dezelfde documenten) niet zouden volstaan en hij opnieuw een aanvraag doet van zijn volledig dossier dat al zeven keer openbaar gemaakt werd. Het voordeel van verzoeker om voor de achtste keer zijn persoonlijk dossier te bekomen, zonder dat hij hiervoor enige uitleg geeft, weegt kennelijk niet op tegen de werklast die deze aanvraag opnieuw veroorzaakt binnen de diensten van het OCMW Gent. In deze omstandigheden is de beroepsinstantie van oordeel dat dit de norm van de redelijkheid kennelijk te boven gaat, en dat de grote aantallen verzoeken en de gehanteerde werkwijze daarbij, niet te rijmen vallen met wat van een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden, zou mogen verwacht worden (zie hiervoor ook de eerdere uitspraken van de beroepsinstantie OVB/2013/45, OVB/2014/28, OVB/2015/19-33-38-53-54-55OVB/2015/80, OVB/2016/149). De beroepsinstantie moet bijgevolg besluiten dat hier sprake is van rechtsmisbruik van de regelgeving betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten en dat de uitzonderingsgrond van artikel II.33 van het Bestuursdecreet van toepassing is op dit beroep. Om deze redenen wordt het beroepschrift als ongegrond beschouwd.

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 3 juni 2020 tegen de weigeringsbeslissing van het OCMW Gent wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 17 juni 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/142

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-142.pdf by Vlaanderen-be - Issuu