Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/377
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/377
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 2 september 2021 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van Vlaams Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme om een afschrift te verlenen van de correspondentie tussen de Afdeling Handhaving van het departement Omgeving en het kabinet van de minister van Omgeving aangaande de modaliteiten van het ministerieel besluit van 9 juli 2020 waarbij de milieuvergunningen van xxx geschorst worden. Het kabinet van minister Demir heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 6 oktober 2021 diende xxx beroep in tegen de ontstentenis van beslissing door het kabinet van minister Demir. Dit beroep werd geregistreerd op 6 oktober 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 2 september 2021. Op 6 oktober 2021, de datum van het beroepschrift, was de wettelijk gestelde beslissingstermijn van 20 dagen verstreken. Aangezien binnen de wettelijke termijn een beslissing van het kabinet van minister Demir
www.vlaanderen.be
is uitgebleven, heeft de termijn van beroep in overeenstemming met artikel II.48 van het Bestuursdecreet daardoor geen aanvang genomen. Het beroepschrift d.d. 6 oktober 2021 werd dan ook tijdig ingesteld. Het beroep is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Ontstentenis van beslissing
xxx tekent beroep aan tegen het uitblijven van een beslissing aangaande zijn openbaarheidsverzoek..
2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper haalt aan dat een gelijkaardig openbaarheidsverzoek reeds in 2020 werd ingediend bij de afdeling Handhaving van het departement Omgeving. De weigering tot openbarmaking gaf toen (ook) aanleiding tot een beroep bij de beroepsinstantie. De uitzonderingsgrond van artikel II.36 8° Bestuursdecreet die toen toepasselijk werd geacht speelt volgens de beroeper niet meer, nu alle gerechtelijke procedures waarnaar verwezen wordt in de beslissing van de beroepsinstantie van 29 september 2020 (OVB/2020/231) zijn afgesloten. De weigeringsgrond van de wapengelijkheid acht de beroeper niet meer aan de orde nu deze procedures voorbij zijn. Ook de uitzonderingsgrond van artikel II.36, 9° Bestuursdecreet (i.e. de vertrouwelijkheid van het handelen van de overheid omwille van de uitoefening van de administratieve handhaving) wordt door de beroeper momenteel niet van toepassing geacht, omdat in casu de schorsingsprocedure voor de milieuvergunningen formeel is afgesloten door de afdeling Handhaving. 3. Toelichting door het kabinet van minister Demir Op 8 oktober 2021 contacteerde de beroepsinstantie het kabinet van minister Demir met het verzoek tot toelichting bij het uitblijven van een beslissing. Op 18 oktober 2021 bezorgde het kabinet aan de beroepsinstantie een afschrift van e-mailcorrespondentie d.d. 23 juli 2020 tussen het kabinet en de afdeling Handhaving. Het gevraagde openbaarheidsdocument ressorteert ingevolge artikel II.33,3° van het Bestuursdecreet echter als ‘interne communicatie niet onder de openbaarheid van bestuur, aldus de kabinetschef. Deze e-mail is immers een loutere gedachtewisseling tussen het kabinet en de administratie die kadert binnen het besluitvormingsproces over het dossier van de openbaarheidsverzoeker. Ter staving wordt er verwezen naar de memorie van toelichting bij artikel II.33,3° van het Bestuursdecreet:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/377
pagina 2 van 5
“Een effectieve besluitvorming door de overheid veronderstelt dat voorstellen, ideeën of opvattingen over inhoudelijke, procesmatige, organisatorische of politieke aangelegenheden vrij kunnen worden uitgewisseld tussen personeelsleden van de overheid, en dat die uitwisseling ook schriftelijk kan zonder dat die voorstellen, ideeën of opvattingen op verzoek publiek moeten worden gemaakt. Een te rigide openbaarheidsregeling op dit punt heeft het ongewenste effect dat binnen de overheid niet meer vrijelijk van gedachten gewisseld kan worden over een dossier, beleidsproces, advies of ontwerpregelgeving. Dat persoonlijke inzichten van ambtenaren of kabinetsleden bij wijze van spreken de volgende dag in de krant kunnen staan of het onderwerp kunnen zijn van een parlementair debat, heeft tot gevolg dat ze zeer terughoudend worden in hun interne schriftelijke communicatie of notulering, waardoor een vlotte besluitvorming gehinderd wordt. Een zekere mate van beleidsintimiteit en vertrouwelijkheid is noodzakelijk om te komen tot een effectieve besluitvorming. Het gaat hier uitdrukkelijk over interne uitwisseling van berichten, communicatie en mailwisseling tussen kabinetten en administratie, en administratie en kabinetten onderling. Adviezen van de administratie aan kabinetten vallen hier niet onder. Opdrachten van kabinetten aan administratie vallen hier evenmin onder.” De e-mail in bijlage geeft een inhoudelijke discussie weer tussen administratie en kabinet en valt volgens het kabinet daarom binnen de bovenstaande omschrijving van ‘interne communicatie’ bij artikel II.33,3° van het Bestuursdecreet. Derhalve acht men de uitzonderingsgrond ex. artikel II.33,3° van het Bestuursdecreet onverminderd van toepassing.
4. Standpunt van de beroepsinstantie Op grond van de ons verschafte informatie, is de beroepsinstantie van oordeel dat de betreffende correspondentie voldoet aan de omschrijving van het begrip ‘interne communicatie’ zoals bedoeld in artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet. Op basis van deze uitzondering op het openbaarheidsprincipe mogen overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking van bestuursdocumenten afwijzen wanneer deze betrekking heeft op interne communicatie, tenzij het belang van de openbaarheid zou primeren: “Tenzij het belang van de openbaarheid primeert, mogen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag afwijzen: (…) 3° als de aanvraag betrekking heeft op interne communicatie. De Memorie van Toelichting bij art. II.33, 3° van het Bestuursdecreet (Parl.St., Vl.Parl. 2020-2021, nr. 780/1, 90-93) verduidelijkt dat deze uitzondering betrekking heeft op de interne uitwisseling van berichten, communicatie en mailwisseling tussen kabinetten en administratie, en administratie en kabinetten onderling. Daarbij zijn er geen beperkingen wat de inhoud van “communicatie” betreft: het kan zowel gaan om persoonlijke beleidsopvattingen als feitelijke informatie of loutere data, zolang die informatie kadert in de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem. Het begrip “intern” houdt in dat het gaat om informatie die niet buiten de muren van de overheidsinstantie terechtkomt, in het bijzonder wanneer zij niet is bekendgemaakt aan een derde of niet beschikbaar is gesteld aan het publiek. De correspondentie waarvan in casu de openbaarmaking wordt gevraagd betreft intern mailverkeer tussen de afdeling Handhaving en het kabinet van minister Demir. Deze kan als intern beschouwd worden “mits zij vóór de ontvangst ervan door deze instantie niet beschikbaar was of had moeten worden gesteld aan het publiek en zij niet buiten de muren van die instantie terechtkomt nadat zij deze informatie heeft ontvangen.” (arrest HvJ EU, 20 januari 2021, randnummer 43 – C-619/19).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/377
pagina 3 van 5
De beroepsinstantie is van oordeel dat de betrokken correspondentie te beschouwen is als dergelijke ‘interne communicatie’ in de zin van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet. De interne communicatie die het voorwerp van deze uitzonderingsgrond vormt betreft de vrije gedachtewisseling binnen de overheid over een dossier, beleidsproces, advies of (ontwerp)regelgeving. Ook de persoonlijke inzichten van ambtenaren of kabinetsleden in het kader van de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem vormen het voorwerp van de vermelde uitzonderinggrond, nu de openbaarmaking daarvan tot gevolg zou kunnen hebben dat ze zeer terughoudend worden in hun interne schriftelijke communicatie of notulering, waardoor een vlotte besluitvorming gehinderd wordt. De betrokken correspondentie d.d. 23 juli 2020 is een louter interne afstemming tussen de afdeling Handhaving en het kabinet van minister Demir over de modaliteiten van het M.B. d.d. 9 juli 2020 waarmee aan xxx een schorsing van activiteiten wordt opgelegd. De correspondentie behandelt de interpretatie van de modaliteiten van het M.B. teneinde eventuele verschillen in interpretatie te vermijden. Een dergelijke (informele) uitwisseling van standpunten tussen instanties, in casu meer bepaald tussen een kabinet en een instantie van de Vlaamse administratie wordt wel degelijk gevat door deze uitzonderingsgrond. De doelstelling van de ingeroepen uitzondering is om de overheidsinstanties het recht te bieden hun interne raadplegingen en beraadslagingen te beschermen als dat noodzakelijk is om hun taken uit te voeren, met andere woorden als de openbaarmaking van het document het besluitvormingsproces ernstig zou ondermijnen, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt. De beroepsinstantie acht in casu geen hoger openbaar belang van toepassing die de openbaarmaking van de gevraagde correspondentie zou rechtvaardigen. Het (individuele) belang dat xxx eventueel kan hebben bij de openbaarmaking van de betreffende correspondentie aangaande het M.B. van 9 juli 2020 dient hierbij onderscheiden te worden van het openbaar belang dat bij de openbaarmaking van de correspondentie gebaat zou zijn. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten. De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval dient de bescherming van de vrije uitwisseling van standpunten geacht te worden te primeren. De afweging van de beroepsinstantie leidt dan ook tot de conclusie dat het belang dat beschermd wordt door de uitzonderingsgrond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet primeert op het belang van de openbaarheid. Het beroep wordt bijgevolg als ongegrond beschouwd. . Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 6 oktober 2021 tegen de ontstentenis van beslissing van het kabinet van minister Demir om een afschrift te verlenen van de correspondentie tussen de Afdeling Handhaving van het departement Omgeving en het kabinet van de minister van Omgeving aangaande de modaliteiten van
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/377
pagina 4 van 5
het ministerieel besluit van 9 juli 2020 waarbij de milieuvergunningen van xxx geschorst worden, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 5 november 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/377
pagina 5 van 5