Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/222
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/222
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 06 mei 2021 richtte xxx volgend mailbericht aan de Vlaamse Landmaatschappij (verder ‘VLM’), m.b.t. het bemesten van grond zonder toelating op percelen bouwgrond, gelegen te Kontich:
“Er is een landbouwer onze gronden aan het bemesten zonder toelating. Ook staan deze geonet ingekleurd als grasland met oppervlakte van 9.365 vierkante meter. Dit omvat verschillende percelen, wij bezitten daar volgende percelen: Een perceel bouwland, gelegen te Kontich, xxx volgens titel ten kadaster gelegen aan xxx voor een oppervlakte van duizend honderdtweeëntachtig vierkante meter (1.182 m²), en thans volgens huidig kadaster bekend xxx voor eenzelfde oppervlakte. Een perceel bouwland, gelegen te Kontich, xxx volgens titel ten kadaster gelegen aan xxx voor een oppervlakte van duizend vierhonderdtweeëntwintig vierkante meter dertig vierkante decimeter (1.422,30 m²), en thans volgens huidig kadaster bekend xxx. Er is nooit een pacht afgesloten of mondelinge overeenkomst gesloten. Wat dienen wij hiervoor te ondernemen om dit te kunnen rechtzetten.” De VLM reageert op dezelfde dag bij mailbericht als volgt:
“Volgens de gegevens die ons verstrekt werden door de bevoegde instantie, het Departement Landbouw en Visserij, worden onderstaande kadasterpercelen inderdaad aangegeven. Omwille van de geheimhoudingsplicht volgens artikel 23, §6 van het Mestdecreet, kunnen wij u niet meedelen door wie.
www.vlaanderen.be
Tegen deze beslissing kunt u beroep instellen bij de beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur (openbaarheid@vlaanderen.be of departement Kanselarij en Bestuur, Havenlaan 88, bus 20, 1000 Brussel). U beschikt daarvoor over een termijn van dertig kalenderdagen, die ingaat op de dag nadat u deze beslissing hebt ontvangen. De eigenaar kan de identiteit van de aangever opvragen door zijn eigendomsakte te bezorgen aan Inkomenssteun.antwerpen@lv.vlaanderen.be, en de percelen voor onbepaalde duur laten blokkeren. Een andere mogelijkheid is om (volgend jaar) en landbouwernummer aan te vragen via bovenstaand mailadres en de percelen zelf aan te geven (voor 30 april) en vervolgens vrijstelling van aangifteplicht te vragen bij de mestbank. Dan wordt de identiteit van de tegenpartij vrijgegeven om de overlapping op te lossen. Onder de 2 ha en 300 kg fosfaatproductie heb je enkel een landbouwernummer nodig als er mest aan- of afgevoerd wordt.” Bij mailbericht d.d. 25 mei 2021 dient de heer Hellemans beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigering om de identiteit van de persoon die zijn eigendom heeft aangegeven, openbaar te maken. Dit beroep werd geregistreerd op 31 mei 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 06 mei 2021. De bestreden beslissing van de VLM dateert van 6 mei 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 25 mei 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift tegen de beslissing van de VLM is bijgevolg ontvankelijk. De beroepsinstantie stelt vast dat het ingediend beroepschrift ook gericht is aan het departement Landbouw & Visserij. In casu moet vastgesteld worden dat er geen oorspronkelijk verzoek tot openbaarmaking werd gericht aan het Departement Landbouw & Visserij en bijgevolg kan er ook geen beroepschrift worden ingediend bij de beroepsinstantie, verwijzend naar het Departement Landbouw & Visserij. Het beroepschrift is bijgevolg onontvankelijk in de mate het zou gericht zijn tegen een beslissing van het Departement Landbouw & Visserij. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/222
pagina 2 van 5
De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
In het oorspronkelijk mailbericht van de verzoeker d.d. 6 mei 2021 werd aangegeven dat verzoeker een aantal percelen grond te Kontich bezit en graag had geweten wat er moet gebeuren om een einde te maken aan de bemesting op deze gronden door een landbouwer en dit zonder toelating. Bij mailbericht van 06 mei 2021 heeft de VLM aan de verzoeker meegedeeld dat de door hem vermelde kadasterpercelen werden aangegeven, maar dat de VLM niet kan meedelen door wie de vermelde percelen werden aangegeven en dit op grond van artikel 23, §6 Mestdecreet.
2. Inhoud van het beroepschrift Op 25 mei 2021 stelt de verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigering om de identiteit van de persoon die zijn eigendom heeft aangegeven, openbaar te maken.
3. Standpunt van de beroepsinstantie In de bestreden beslissing heeft de VLM aangegeven dat de Mestbank aan de beroeper de identiteit van diegene die de betreffende percelen aangeeft, niet kan meedelen op grond van het feit dat artikel 23, §6, eerste lid, van het Mestdecreet een geheimhoudingsverplichting bevat. Deze bepaling luidt als volgt: “§6. De personeelsleden van de Vlaamse Landmaatschappij, de door haar erkende mestvoerders, de derden
waarop de Vlaamse Landmaatschappij voor de uitoefening van haar taken een beroep doet, alsmede eenieder die in welke hoedanigheid ook kennis krijgen van de gegevens en inlichtingen, verzameld in uitvoering van dit decreet, zijn gehouden tot geheimhouding ervan. Deze geheimhoudingsverplichting doet geen afbreuk aan de regeling inzake openbaarmaking van milieu-informatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 . Deze geheimhoudingsverplichting is niet van toepassing voor uitwisselingen van gegevens met instanties van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.” De beroepsinstantie is van oordeel, zoals ook meermaals in andere dossiers gesteld, dat het aangeven van de percelen landbouwgrond die men in gebruik heeft in de verzamelaanvraag één van de gegevens is die een landbouwer in het kader van zijn aangifteplicht in het kader van het Mestdecreet moet meedelen (cfr. Artikel 23, §5, 7° van het Mestdecreet). Dit gegeven is dan ook een gegeven of inlichting, verzameld in uitvoering van het Mestdecreet, als vermeld in artikel 23, §6 Mestdecreet. Artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet definieert bestuursdocument als “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Een dergelijke aangifte moet zonder twijfel beschouwd worden als een bestuursdocument in de zin van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie is in casu van oordeel dat het antwoord op de vraag van de beroeper afdwingbaar is op grond van het wettelijke stramien van de passieve openbaarheid. De verzoeker stelt een concrete vraag die betrekking heeft op de inhoud van een bestaand bestuursdocument. De gestelde vraag komt neer op de mededeling van informatie die zwart op wit in een bestaand bestuursdocument staat.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/222
pagina 3 van 5
Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De in casu gevraagde mededeling van de identiteit van de diegene die de voornoemde percelen in zijn aangifte heeft aangegeven, kan volgens het oordeel van de beroepsinstantie niet gekwalificeerd worden als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° Bestuursdecreet. Artikel II.34, 1° van het Bestuursdecreet bepaalt dat de overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking, voor zover die geen betrekking heeft op milieu-informatie, afwijzen “als de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting, vastgesteld in een aangelegenheid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest bevoegd is”. Artikel 23, §6 van het Mestdecreet voorziet in een geheimhoudingsplicht, meer bepaald legt dit artikel een geheimhoudingsplicht op aan o.a. de personeelsleden van de Mestbank met betrekking tot overeenkomstig artikel 23 van het Mestdecreet aangereikte gegevens en inlichtingen. Artikel 23, §6 bepaalt dat de geciteerde geheimhoudingsverplichting geen afbreuk doet aan de regeling inzake openbaarmaking van milieuinformatie, vermeld in titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De gevraagde informatie – die geen milieu-informatie betreft – is een gegeven dat verzameld wordt in uitvoering van het Mestdecreet, nl. van artikel 23, §5, 7° Mestdecreet. Bijgevolg is de beroepsinstantie van oordeel dat de uitzonderingsgrond, zoals bepaald in artikel II.34, 1° Bestuursdecreet, in casu van toepassing is. Het beroep moet dan ook als ongegrond worden beschouwd. Ten overvloede wenst de beroepsinstantie nog op te merken dat, in het kader van vorige dossiers bij de beroepsinstantie, de beroepsinstantie kennis heeft genomen van artikel 3/1 van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid (zoals ingevoegd bij artikel 88 van het decreet van 26 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw) dat in het eerste lid bepaalt: “Een eigenaar kan op uitdrukkelijk verzoek, gericht aan de bevoegde instantie, vermeld in artikel 3, de naam en het adres verkrijgen van de persoon die of het bedrijf dat zijn percelen aangeeft in de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 11 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden.” Artikel 3 van voormeld decreet van 22 december 2006 bepaalt dat binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij een bevoegde instantie wordt aangeduid, die onder meer instaat voor de identificatie en registratie van de landbouwgronden. Overeenkomstig artikel 2, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 houdende bepalingen tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, is deze bevoegde instantie het departement Landbouw en Visserij en dus niet de Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij. Het is om die reden dat de VLM in de bestreden beslissing, in het kader van de behulpzaamheidsplicht, verwijst naar (het mailadres van) het Departement Landbouw en Visserij (lv). Na beraadslaging,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/222
pagina 4 van 5
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 25 mei 2021 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissing van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 6 mei 2021 wordt als ontvankelijk doch als ongegrond beschouwd. Brussel, 1 juni 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/222
pagina 5 van 5