VISLIJN Infoblad voor de openbare visserij in Vlaanderen Agentschap voor Natuur en Bos - Jaargang 2010
Agentschap voor
Natuur en Bos
Bijlage Reglement Openbare Visserij 2010 in Vlaanderen
In dit nummer
Foto: Tom Linster
VISLIJN Wetgeving Primeur: digitaal Visverlof 2010
Hengelwateren Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten De Mynekomplas te Maaseik De Bovenschelde De Demermeander te Schoonhoven De polder Noordwatering van Veurne
4-8 4 5 6 7 8
Viswaterprojecten 9-13 Eerste vispaaiplaats in de Haven van 9 Antwerpen Paaiplaatsen en bescherming van 10 rietkragen op het Kanaal Bocholt-Herentals Nieuwe hengelsteigers aan de Melkader 11 in Kallo Nieuwe paaiplaats langs het Kanaal 12 Brussel-Charleroi te Lot Aanleg van een nieuwe paaiplaats aan het 13 Kanaal Roeselare-Ooigem te Ingelmunster Vissoorten De brasem en de kolbei
Onderzoeksprojecten Onderzoek naar schade bij vissen door schroefpompen Het Meetnet Zoetwatervis: kleine modderkruiper en alver, thuis in de IJzer Nieuwe Benelux-beschikking vismigratie goedgekeurd Enquête bij vissers op openbaar water in Vlaanderen
14-15 14 16-24 16 20 22 23
Om verder te vertellen langs de waterkant
25-29
Bijzondere vangsten
30-31
Nuttige adressen
2
3 3
32
Beste hengelaar en natuurliefhebber, Naar jaarlijkse gewoonte bieden wij u bij het nieuwe visverlof ook een nieuwe “VISLIJN” aan. Binnen in deze “VISLIJN” vindt u bovendien de juiste informatie om te “Vissen volgens de wet”. Opnieuw schrijven verschillende vrijwilligers en professionelen over wat er reilt en zeilt op het openbare water. Deze “VISLIJN” bundelt de resultaten van hun projecten en onderzoeken in een gevarieerde en boeiende reeks artikels “over de vissen en het vissen”, voor vissers met een hart voor de natuur. Enkele van onze Vlaamse onderzoekers leggen uit hoe zij de visbestanden op Vlaamse wateren jaarlijks onderzoeken en opvolgen. We breken in deze “VISLIJN” opnieuw een lans voor een iets gewonere en algemeen voorkomende vissoort in onze wateren, de brasem, die door deze algemeenheid juist zo belangrijk is voor de hengelsport. We kregen opnieuw meldingen van enkele bijzondere vissoorten en illustreren u welke opmerkelijke bepotingsen introductieprogramma’s er zijn om de visfauna in Vlaanderen opnieuw te herstellen. Glasaaltjes worden in het voorjaar uitgezet en kwabaal en rivierdonderpadden bevolken terug onze beken en rivieren. Duurzaam herstel van de visbestanden vraagt echter niet alleen belangstelling voor het uitzetten van vissen. Veel belangrijker is de aandacht die moet gaan naar het verbeteren van de leefwereld van de vissen. Wist u dat de gelden die u betaalt voor uw visverlof worden ingezet voor maatregelen ter verbetering van de visleefgebieden? “VISLIJN” evalueert voor u de resultaten van de paaiplaatsen, plasbermen en vispassages die het herstel van de visfauna een duwtje in de rug moeten geven. Ongetwijfeld belangrijke en duurzame investeringen voor een betere visfauna. Tenslotte willen we ook oog hebben voor het comfort van de visser zelf. Vanaf dit jaar bieden we u de mogelijkheid om uw visverlof via het internet aan te vragen via www.visverlof.be. U leest er verder alles over. Ik wens u fijne uren langs de waterkant, met spannend zoeken, dobber turen, geconcentreerd wachten en bij tijd en stond het ultieme plezier van een aanbeet. Succes en veel hengelplezier in 2010. Marleen Evenepoel Voorzitter Visserijfonds Administrateur-generaal
De vistrap op de Abeek Coverfoto: Bart Denayer
Wetgeving
Primeur!
Begin 2010 kan u uw visverlof digitaal aanvragen via de website www.visverlof.be. Het Agentschap voor Natuur en Bos ontwikkelde hiervoor een webapplicatie. Via deze toepassing kan u zowel het gratis jeugdvisverlof aanvragen als het gewone en grote visverlof. Voor de betalende visverloven is een beveiligde transactie voorzien met diverse manieren van betaling (bankkaart, kredietkaart en overschrijving). Via het thema ‘Openbare Visserij’ op de website www.natuurenbos.be kan u ook toegang krijgen tot de website om het visverlof aan te vragen. Vissers die hun visverlof nog via de Post wensen aan te schaffen hoeven zich geen zorgen te maken, alle types visverloven blijven verkrijgbaar in elk Vlaams postkantoor.
Uitzetting van glasaal in de Vlaamse openbare wateren Eind 2008 diende België een palingbeheerplan in bij Europa in uitvoering van de Europese Verordening voor het herstel van het palingbestand. Eén van de maatregelen, die in dit beheerplan werden opgenomen, is het uitzetten van jonge paling of glasaal, die omwille van de doorzichtige kleur zo wordt genoemd. In totaal werd op de meest geschikte opgroeiplaatsen in diverse Vlaamse binnenwateren 152 kilo glasaal uitgezet, wat ongeveer met 471.000 stuks overeenkomt. Deze locaties zijn voor de glasaal, die vanuit zee de rivieren optrekt, voorlopig nog moeilijk of niet bereikbaar omwille van de talrijke migratieknelpunten.
Daarenboven is het aantal glasalen dat onze rivieren optrekt voor het ogenblik op een historisch laag niveau. Op de IJzer te Nieuwpoort trekt bijvoorbeeld nog slechts 1% van de glasaaltjes op in vergelijking met het jaar 1980. De aankoop van de glasaaltjes wordt gefinancierd door het Visserijfonds. Op die manier draagt elke visser via de aankoop van zijn visverlof bij tot het behoud en het herstel van deze vissoort.
Nieuwe maatregelen met betrekking tot het vissen op paling In uitvoering van het Belgische Palingbeheerplan is een verbod ingesteld op de fuikvisserij in de Beneden-Zeeschelde en dit tussen Antwerpen en de Belgisch-Nederlandse grens. In de Vlaamse binnenwateren waar de visserijwetgeving van toepassing is, mag dus nergens meer met fuiken gevist worden. Daarenboven is het oogsten van paling tijdens de paaitijd (van 16 april tot en met 31 mei) en de nacht (van 2 uur na zonsondergang tot 2 uur voor zonsopgang) niet meer toegelaten. Concreet betekent dit dat tijdens het vissen in de paaitijd en de nacht – in de wateren waar dit bij uitzondering toegelaten is - de vissers voortaan elke gevangen vis moeten terugzetten. Voor het vissen met de peur op paling geldt deze voorwaarde echter niet, want het peuren mag dag en nacht en het hele jaar door op alle plaatsen worden uitgeoefend. Raadpleeg het ‘Reglement Openbare Visserij 2010’ opgenomen in deze Vislijn voor meer informatie. Kristof Vlietinck Agentschap voor Natuur en Bos
Foto: Alex Van Mol
Foto: Vilda-Rollin Verlinde
Vlaams visverlof nu ook online aanvragen via www.visverlof.be !
3
Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten
Foto: Rudi Yseboodt
Hengelwateren
Antwerpen
In 1854 werd begonnen met de doortrekking tot Schoten, wat uiteindelijk tot 1875 zou duren. Er dienden tussen Turnhout en Schoten immers 10 sluizen gebouwd te worden, die samen een hoogteverschil van meer dan 25 meter overbruggen. Met een gemiddelde breedte van 20 meter en diepte tot 2,5 meter is het Kanaal DesselTurnhout-Schoten het kleine broertje onder de Kempense kanalen. De scheepsmaat is beperkt tot 600 ton en een diepgang van 2 meter. Je ziet de boten in geladen toestand vaak letterlijk met de buik over de bodem schuiven. In 2003 werden bij een visstandonderzoek door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) 12 vissoorten waargenomen. Blankvoorn, baars, pos en paling zijn de meest voorkomende soorten, maar alver, rietvoorn, winde, zeelt en zonnebaars behoren eveneens tot de mogelijkheden. De roofvisstand bestaat ook uit snoekbaars en snoek. Gegevens van hengelvangsten vervolledigen het plaatje. Ze tonen aan dat er een behoorlijke populatie brasem, kolblei en karper aanwezig is. Sporadisch wordt de vangst van Europese meerval, kopvoorn en een roofblei gemeld. De twee laatste zijn waarschijnlijk afkomstig vanuit de Maas.
4
Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten biedt zowel de gelegenheidsvisser als de specialist een gevarieerde visserij in een rustige, groene omgeving. Omdat er nogal intensief gevaren wordt, is tijdens de weekdagen vooral het vissen in de zwaaikommen populair. Zaterdagnamiddag en zondag kan men ook in het vaarwater mooie vangsten maken. Er wordt vooral gevist met de vaste stok, maar ook de feederen werphengel worden hier regelmatig gehanteerd.
De visserij met hennepzaad – lokaal “kemp” genoemd – levert vooral in de zomer en herfst grote blankvoorns op. Eens er ijs op het water gelegen heeft, lijkt de vis echter vertrokken en kan men zijn hengels beter opbergen. Het is dan wachten tot maart wanneer de watertemperatuur weer stijgt. De Provinciale Visserijcommissie Antwerpen zet in het kanaal jaarlijks pootvis uit waaronder blankvoorn, zeelt en winde. Dankzij het gericht uitzetten van snoek kan er ook op deze soort weer met succes gevist worden. Te Ravels, Turnhout en Rijkevorsel werden paaiplaatsen aangelegd ter verbetering van de natuurlijke visreproductie. Vanaf 2010 komen daar nog eens vier nieuwe paaiplaatsen bij. Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos
Zowel de biologische waterkwaliteit als het zuurstofgehalte scoren goed op het kanaal. Een heel ander verhaal is de kwaliteit van de waterbodem, die op meerdere plaatsen de sporen draagt van historische vervuiling met verontreinigende stoffen zoals Poly-ChloorBifenylen (PCB’s) en zware metalen. De consumptie van vis uit het kanaal blijft daarom absoluut af te raden. Zet je vangst dus gewoon terug, het hengelplezier kan er alleen maar groter door worden.
Kaartje: Inverde
Het Kanaal van Dessel over Turnhout naar Schoten vormt de bijna 64 kilometer lange verbinding tussen het Kanaal Bocholt-Herentals en het Albertkanaal. We mogen gerust stellen dat het een kanaal “op leeftijd” is, want de aanleg startte al in 1844. In een eerste fase van twee jaar werd het traject van Dessel tot Turnhout gegraven.
Limburg
De Mynekomplas is een prachtig viswater dat volledig nieuw werd gegraven. De plas is gelegen in Aldeneik (Maaseik) vlak bij de Maas en naast de beter bekende grindplas van Heerenlaak. De plas is goed bereikbaar voor hengelaars en heeft de vereiste parkeerfaciliteiten. Na de aanleg van de plas zijn de oevers uit maaskeien heel snel begroeid met bontgekleurde oeverkruiden. De ondiepe vispaaiplaatsen zijn een wirwar van onderwaterplanten, waarop vissen heel graag hun eitjes afzetten. Het jongbroed en de jonge visjes die er in het voorjaar rondzwemmen zijn het levende resultaat van het paaisucces in deze paaiplaatsen. Vegetatierijke zones waar vissen rust en paaigelegenheid vinden wisselen af met goed bevisbare hengelzones waar het aangenaam vissen is. Vlakbij ligt de Bosbeek waar een vispassage werd aangelegd. Vissen uit de Maas maken hiervan gretig gebruik en trekken van trap naar trap opwaarts de Bosbeek op.
Uit onderwateropnames met geluidsgolven (sonar) werd vastgesteld dat de vissen zich voornamelijk in het middelste en diepste deel van de plas bevinden. Volgens hengelaars waren er in het voorjaar grote brasems en maatse voorns te vangen en af en toe een mooie zeelt. Ook flinke snoeken worden gezien. Zij delen de plas met snoekbaars, paling en baarzen. In het voorjaar worden op de Mynekomplas glasaaltjes uitgezet om de palingpopulatie in de Maasregio te ondersteunen. Deze glasaal wordt ’s nachts in Frankrijk of in Groot-Brittanië gevangen. Na een korte reis per vliegtuig worden de glasaaltjes nog dezelfde dag op openbaar water in Vlaanderen uitgezet. In de plas vinden de glasaaltjes voldoende voedsel zodat ze flink kunnen aangroeien. Vervolgens kunnen ze zich vanuit de plas verspreiden naar de andere wateren in de Maasvallei. Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos
Om te vissen op de Mynekomplas volstaat een visverlof voor het Vlaams Gewest. Op de plas mag je hengelen doorheen het jaar, maar niet in de gesloten tijd van 16 april tot en met 31 mei. Ook tijdens de nacht mag er niet gevist worden.
Kaartje: Inverde
De Maasregio staat garant voor zorgeloos en (ont)spannend hengelplezier. In het kader van het project “Levende Grens-maas” en via de herinrichting van de grindplassen, ontstaan mogelijkheden voor een kwaliteitsvolle sportvisserij in de maasregio. Hengelen is immers een belangrijke vorm van stille recreatie in het boeiende rivierlandschap van de Grensmaas. Ook vandaag illustreert het groot aantal hengelaars, waarvan velen van ver buiten de Maasgemeenten komen, het uitzonderlijk belang van deze grindplassen voor de hengelsport.
Hengelwateren
De Mynekomplas aan de Maas te Aldeneik
Foto: Bart Denayer
In 2009 hebben onderzoekers van de Universiteit Hasselt met elektrovisserij gekeken naar de visfauna, waaruit blijkt dat er al verschillende vissoorten rondzwemmen.
5
De Bovenschelde tussen kluisbergen en Gent
Foto: Luc Samsoen
Hengelwateren
Oost-Vlaanderen
In het verleden vertoonde de natuurlijke loop van de Bovenschelde een meanderend verloop doorheen de brede vallei, als gevolg van het zeer geringe rivierverval. Tijdens de 19de eeuw werd de Schelde ten dienste van de scheepvaart grotendeels gekanaliseerd en rechtgetrokken. Het gedeelte Avelgem tot Gent bedraagt hierdoor nog slechts een 40-tal km terwijl de bochtige rivier in de 18de eeuw nog 64 km lang was. De vele afgesneden meanders maken nu geen deel meer uit van de rivier, maar zijn mooie eilandjes van stilstaande waterbiotopen in de valleikom. Het debiet van de Bovenschelde is sterk afhankelijk van de neerslag en is in drogere perioden eerder beperkt. Er wordt namelijk veel water uit de Bovenschelde en de Leie gebruikt voor de voeding van een aantal kanalen in Noord-Frankrijk en in Oost en WestVlaanderen. De jarenlange saneringsinspanningen zorgden voor een geleidelijke verbetering van de waterkwaliteit, met de terugkeer en stelselmatige toename van de visstand tot gevolg. In 1996 telde men slechts 13 vissoorten en was de Bovenschelde stroomopwaarts van Oudenaarde visloos. In 2006 werden, op bijna het volledige traject van de Bovenschelde, 19 vissoorten waargenomen. Knelpunten blijven echter de vervuiling via de Grote en de Zwarte Spierebeek door bedrijfs- en huishoudelijk afvalwater uit Wallonië en Noord-Frankrijk, alsook via de Rone door vervuiling vanuit Ronse. De visstand stroomopwaarts Oudenaarde is dan ook kleiner en minder gevarieerd dan stroomafwaarts van de stuw van Oudenaarde. Aantalsverhouding in % Voorkomen van de vissen op de bovenschelde (ref.: Visbestandopnames op de Bovenschelde (2006) - G. Van Thuyne, L. Samsoen & J. Breine - INBO R.2007.25)
Op de Bovenschelde is blankvoorn de meest verspreide vissoort, gevolgd door giebel en paling. Stroomafwaarts van de stuw van Asper wordt nog steeds de meest diverse en dichte visstand gevonden. De actuele bouw van een nevengeul als vispassage aan deze stuw, zal de stroomopwaartse vismigratie verder bevorderen. Reeds een tiental jaren worden opnieuw hengelaars langs de Bovenschelde aangetroffen, zij het in wisselende aantallen door de nog onstabiele waterkwaliteit. De resterende zware lozingen op de Boven-schelde worden nu in versneld tempo aangepakt via een sanering op Waals grondgebied en bijkomende investeringen in Ronse en in Melden-Oudenaarde. Op korte termijn mag dus een bijkomende verbetering van de waterkwaliteit verwacht worden. Daarom wordt nu ook langs de Bovenschelde gewerkt aan meer toegankelijke en veilige hengelplaatsen. In het kader van het bekkenbeheerplan van de Bovenschelde werden, in samenspraak met de vertegenwoordigers van de hengelverenigingen, 33 meest geschikte hengelzones geselecteerd op basis van hun actuele staat en toegankelijkheid. Dit zijn voornamelijk zones, dichtbij insteekwegen of bruggenhoofden, die goed bereikbaar zijn. Hier zullen bij voorkeur de hengelfaciliteiten worden uitgebouwd. Dergelijke “zonering” heeft als voordeel dat de overige oevers van te sterke betreding worden gevrijwaard, zodat hier meer aandacht kan gaan naar biotoopbeheer en ontwikkeling van natuurwaarden. Naast de vaste stokvissers, zijn er ook nog de beperkte groep van “meer actieve” vlieg- en snoekbaarsvissers, die zich uiteraard langs de oevers zullen kunnen blijven verplaatsen. Met een waterbeheerder wordt overlegd hoe een gefaseerde realisatie van deze hengelzones kan worden afgesproken.
6
Kaartje: Inverde
Luc Samsoen, Provinciaal centrum voor milieuonderzoek
Om te vissen in de Bovenschelde volstaat een visverlof voor het Vlaams Gewest.
Hengelwateren
De Demermeander te Schoonhoven
Foto: Alain De Vocht
Vlaams-Brabant
Net buiten het stadscentrum van Aarschot bevindt zich een rustig en idyllisch openbaar hengelwater, gelegen tussen het stadsbos van Aarschot en de landerijen van het Kasteel van Schoonhoven. Deze oude Demermeander van 0,85 hectare is omzoomd met rietkragen, die worden afgewisseld door steile met els en wilg begroeide oevers. De visrechten van dit prachtige water werden op 1 september 2005 door de gemeenteraad overgedragen aan de Provinciale Visserijcommissie van Vlaams-Brabant. Voortaan mag er door ieder die in het bezit is van een Vlaams visverlof gehengeld worden. Aantalsverhouding in %
Een recente afvissing van de Universiteit Hasselt leverde 17 vissoorten op. Het visbestand wordt in aantal gedomineerd door baars (40%) en blankvoorn (36%). Zonnebaars (6%), rietvoorn (5%), brasem (5%) en pos (3%) zijn ook goed vertegenwoordigd. Als grote roofvissoort is snoek het meest voorkomend, maar in aantal vormt dit slechts 1 % van de totale vispopulatie. In gewicht (biomassa) domineren snoek (20%), blankvoorn (17%), giebel (16%), karper (14%) en baars (11%). Het visstandonderzoek toont een biologisch gezond en aantrekkelijk viswater, maar met relatief veel uitheemse vissoorten. De visgemeenschap beantwoordt sterk aan de samenstelling van een snoek-blankvoorn viswatertype, maar vertoont tekenen van overgang naar het blankvoorn-brasem type. Het water is niet te troebel, waardoor de rietkragen op de zachthellende oevers het water ingroeien. De diepere delen zijn vrij van waterplanten, wat een gevarieerde leefomgeving voor een soortenrijke visstand biedt. Zowel de roofvisser, de vliegvisser als de recreatiehengelaar vinden hier hun gading. De Provinciale Visserijcommissie heeft met het stadsbestuur overlegd hoe de hengelsport op een evenwichtige manier op de meander kon worden ingepast. Een goed viswaterbeheer vereist namelijk een goede verhouding tussen hengelzones en rustige vegetatierijke zones. Hengelen gebeurt daarom best enkel op de buitenoever van de meander en op de meanderkop aan de Demer. Hier zijn natuurlijke, vaste hengelplaatsen aanwezig.
De toegankelijkheid van de meander is sinds 2009 sterk verbeterd. Na overleg tussen de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), de pachter en kasteeleigenaar werd een overeenkomst afgesloten om de aanpalende landbouwgrond om te zetten in grasland, met inbegrip van een 12 meter brede perceelsrand. Dit vermindert de toevoer van voedingsstoffen, wat voldoende kan zijn om het natuurlijk evenwicht in de richting van een snoekblankvoorn viswatertype te laten evolueren. De directe toegankelijkheid van de meander wordt door de diensten van het stadsbestuur Aarschot verzekerd waardoor hengelaars het water gemakkelijk kunnen bereiken. Aangezien de hengelmogelijkheden langs de meander afhankelijk zijn van de welwillendheid van de pachter en kasteelheer, is het belangrijk dat de hengelaars de eigendomsrechten van de landeigenaars respecteren. Ongeoorloofde toegang met de wagen op het kasteeldomein en tot de meander is uitdrukkelijk verboden. Enkel de rand langs de meander mag te voet of per fiets betreden worden. Er wordt ook verwacht dat er respectvol met de omgeving wordt omgegaan en géén afval wordt achtergelaten. Dit komt de verstandhouding met de landeigenaars en de andere gebruikers van deze mooie omgeving ten goede. Chris Van Liefferinge, Agentschap voor Natuur en Bos
Kaartje: Inverde
Alain De Vocht, Centrum voor Milieukunde Universiteit Hasselt De oude Demermeander is gelegen te Aarschot tussen de Demer en de Diestsesteenweg, ten westen van het kasteel van Schoonhoven. De parkeergelegenheid “Parking Demervallei” bevindt zich op 500 meter van de meander ter hoogte van het politiekantoor, vanwaar u via het jaagpad langs de Demer of via het wandelpad langs de Nieuwe Motte het viswater bereikt.
7
De polder Noordwatering van Veurne
De polder van de Noordwatering Veurne situeert zich ten zuiden van Nieuwpoort tussen de IJzer en de grens met Frankrijk. Deze polder wordt geografisch ook aangeduid als “bachten de Kupe” wat zoveel als “voorbij de kuip van de IJzer” betekent.
Polders liggen per definitie onder de gemiddelde hoogwaterlijn, zodat overtollig regenwater en grondwater kunstmatig via pompgemalen moeten afgevoerd worden. De grootste installatie is deze van Veurne-Ambacht te Nieuwpoort.
8
De Polder Noordwatering Veurne heeft, naast haar taak om overtollig water af te voeren, eveneens tot taak om in tijden van droogte voor bevloeiing te zorgen. Zo draagt de polder, zoals de zomer van 2009, heel zeker haar steentje bij tot het behoud van de visstand. Binnen deze polder komen 12 vissoorten voor die van belang zijn voor de hengelsport. In de omgeving van Nieuwpoort worden sporadisch de brakwatersoorten bot, harder en zeebaars gevangen. Het netwerk van grachten en poldersloten vormt een ideaal opgroeigebied voor paling. Hier groeien de glasalen uit tot polsdikke schieralen. Het vegetatierijke karakter van de poldersloten en hun goede waterkwaliteit maken ze ook uiterst geschikt voor vissoorten als snoek, zeelt, blankvoorn, rietvoorn, baars en karper. Wie al eens waterwerken zag uitvoeren, waarbij een drooglegging van de polderwaterloop met aansluitend een visredding plaats vond, zal weten dat op sommige trajecten gigantische hoeveelheden vis aanwezig kunnen zijn. Een kenmerkende hengeldiscipline in de kustpolders vormt de palingvisserij, zowel met de hengel als met de peur. Vroeger was ook het kruisnet erg populair, deze vorm van visserij is echter al lang verboden. De natuurinspectie van het Agentschap voor Natuur en Bos verwijderde intussen alle kruisnetconstructies die nog waren achtergebleven. Roofvisvissers kunnen terecht op de grote Beverdijk, de Venepevaart, de Koolhofvaart en de grote A-vaart. Vliegvissen kent meer en meer succes op de polderwaterlopen. Het is een prachtig schouwspel om deze vliegvissers bezig te zien op de oevers van de vegetatierijke sloten, met één van de vele kleine dorpskerkjes op de achtergrond. Sven Vrielynck Agentschap voor Natuur en Bos Kaartje: © GEOPLAN
Het gebied is erg vlak, open en straalt een onvergetelijke rust uit. Het gebied is vooral gekenmerkt door een heel sterk netwerk van waterlopen en slootjes, zodat de visser er ruimschoots aan zijn trekken komt. Deze streek kent ook een zeer bewogen geschiedenis, als frontlinie tijdens de eerste wereldoorlog, toen het gebied grenzend aan de kust volledig onder water werd gezet. Dit, en de miljoenen tonnen bommen die werden afgevuurd, zorgden voor een zeer open landschap waar praktisch geen bomen meer stonden. Vandaag is dit onvervalst stukje boerenland een erg welkom rustgebied na de drukte van de Kust.
De provinciale visserijcommissie huurt al lang de visrechten van deze polder, zodat elke hengelaar met een Vlaams visverlof er kan hengelen. Hengelaars, die zich op private grond begeven voor het uitoefenen van hun visrecht, mogen niet nalaten om toestemming te vragen aan de oevereigenaar.
Foto: Daniel De Kievith
Hengelwateren
West-Vlaanderen
Antwerpen
Eerste vispaaiplaats in de Haven van Antwerpen
Foto: Rudi Yseboodt
Viswaterprojecten In de Antwerpse havendokken op de rechter Schelde-oever werd ter hoogte van Lillobrug een buitendijkse paaiplaats in gebruik genomen. Het initiatief kadert in het groter project ‘de Antwerpse Haven natuurlijker’, dat in 2001 werd opgestart en een samenwerkingsovereenkomst is tussen het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en Natuurpunt vzw. De overeenkomst heeft als doel om binnen het Antwerps Zeehavengebied (Linker- en Rechteroever) 5% ecologische infrastructuur te realiseren. Een uitgebreid visstandonderzoek (zie artikel in Vislijn jaargang 2009) bracht in 2008 aan het licht dat er in de haven weinig jonge vis aanwezig is. Een tekort aan rustige, ondiepe schuilplaatsen en het relatief groot aandeel aan roofvis - vooral snoekbaars - zijn daar allicht niet vreemd aan. Door de diepte van de kademuren en de intensieve vaarbewegingen is er in de havendokken weinig paaigelegenheid voor de visfauna.
Vanaf 2010 zal opgevolgd worden welke vissoorten er precies gebruik maken van de paaiplaats. Dit kan interessant worden aangezien zowel zoet- als brakwatersoorten voorkomen in de havendokken. De eerste waarneming van scholen jonge visjes in de paaivijver is alvast veelbelovend.
Foto: Rudi Yseboodt
De aanleg van een paaiplaats lag dus voor de hand, maar was allerminst evident in deze industriële omgeving. Het havenbedrijf vond een geschikte locatie ter hoogte van de Tijsmanstunnel en de Lillobrug, aan de westelijke oever van het Kanaaldok B2. Op deze plaats zijn geen grootschalige havenactiviteiten mogelijk, zodat het functioneren van de economie in de haven niet in het gedrang komt. Tegelijk heeft het anders onbenut terrein een ecologische meerwaarde gekregen. De vispaaiplaats werd eind 2007 gerealiseerd in samenwerking met de Provinciale Visserijcommissie Antwerpen en bestaat uit een buitendijkse paaivijver die via buizen in verbinding staat met het Kanaaldok B2. Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos ir. Laura Verlaeckt Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
9
Paaiplaatsen en bescherming van rietkragen op het Kanaal Bocholt-Herentals Viswaterprojecten
De rietbegroeiingen die hier en daar op het kanaal nog voorkomen worden beschermd met een vooroever en in de zwaaikommen en zijarmen wordt speciaal aandacht geschonken aan de onderwaterplanten. Het bekkenbeheerplan voor de Grensmaas vraagt aandacht voor natuurrijke kanaalbiotopen. Voor de visfauna worden er daarom op het kanaal vegetatierijke zones ingericht. In 2009 werd in Sint-Huibrechts-Lille een project opgestart om de rietkragen op het kanaal, over een lengte van om en bij twee kilometer, met een vooroever te beschermen. In de achterliggende plasbermen en tussen de rietstengels vinden vissen volop paaimogelijkheden. Aansluitend bij dit eerste project zal het Agentschap voor Natuur en Bos nog verschillende gelijkaardige projecten opstarten in samenwerking met partners zoals nv De Scheepvaart, die beheerder is van het kanaal, de Provinciale Visserijcommissie Limburg en deskundigen op het vlak van natuurtechnische milieubouw. Daarbij zijn onder andere twee pilootprojecten voorzien waarbij oeverherstel wordt gecombineerd met de aanleg van omvangrijke buitendijkse paaiplaatsen. In de eerstvolgende jaren zullen op deze manier vele kilometers ondiepe en vegetatierijke plasbermoevers langsheen het kanaal worden ingericht waardoor kanaaloevers worden omgetoverd tot een streepje boeiende natuur en kraamkamer voor vissen. Foto: Bart Denayer
Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos Helen Defever Departement Leefmilieu, Natuur en Energie Dienst Natuurtechnische Milieubouw
Zowel specifieke paaivijvers, in open verbinding met het kanaal, alsook geschikte oeverinrichtingen in het kanaal zelf zoals plasbermen, bieden een leef- en paaigebied voor vissen. Dergelijke paaiplaatsen zijn daarenboven gebiedjes waar ook andere organismen zoals libellen en rietbroeders kunnen leven. Om de natuurwaarden te verbeteren krijgt het oever- en waterplantenbeheer op kanalen bijzondere aandacht.
10
Foto: Bart Denayer
Heel wat vissoorten zijn voor hun voortplanting in de waterloop afhankelijk van de aanwezigheid van ondiepe, rustige en plantenrijke zones waar ze kunnen paaien en waar het jonge broed ongehinderd kan opgroeien. Via natuurtechnische milieubouw (NTMB) is het mogelijk om op de openbare wateren en kanalen geschikte paaiplaatsen of paaizones voor vissen in te richten.
Foto: Eric Beeckman
Limburg
Oost-Vlaanderen
Nieuwe hengelsteigers aan de Melkader in Kallo Viswaterprojecten
De Provinciale Visserijcommissie van Oost-Vlaanderen en het Agentschap voor Natuur en Bos hebben samen werk gemaakt van een duurzame inpassing van de openbare hengelsport langs de Melkader. Zes hengelsteigers werden zodanig aangelegd dat de aanwezige oevervegetatie ongeschonden blijft. Voor de steigers werd gebruik gemaakt van duurzaam (FSC) gelabeld hout. Elke steiger biedt plaats aan 2 hengelaars. Verder werden hengelzones aangeduid die door middel van aangepast maaibeheer worden onderhouden. Daarnaast werd de voordien aangelegde vooroever hersteld met natuurlijke materialen zoals wilgetakken. In deze vooroever heeft zich hier en daar al een mooie rietkraag ontwikkeld waarin vissen komen paaien en zangvogels broeden.
Foto: Blauwborst - Vilda-Rollin Verlinde
De Melkader was vroeger een krekengebied langs de Schelde. Vandaag is het een gekanaliseerd kreekrestant dat aansluit op de Groene Ring rond Kallo. Dit water heeft zijn naam te danken aan de aanwezigheid van het melkbedrijf in de dorpskern. De Melkader biedt aan hengelaars en andere natuurliefhebbers een rustige en natuurlijke plek om te genieten. In de Melkader worden goede vangsten gedaan van onder andere giebel, blankvoorn, karper en paling.
De hengelsteigers en vispaaiplaats met vooroeververdediging vormen de eerste stap van het inrichtingsplan voor het ruimere gebied waarin de Melkader ligt. Aan de Melkader grenst de Lisdodde, een gevarieerd stukje natuur dat bestaat uit rietpartijen, plassen, graslanden en wilgenbosjes. Hier vinden typische rietvogels als kleine karekiet en blauwborst een ideale thuis. De Lisdodde krijgt dikwijls bezoek van libellen. Maar liefst 17 verschillende soorten laten er zich regelmatig bewonderen, waaronder heidelibel, watersnuffel, pantserjuffer en grote keizerlibel. Het natuurgebied wordt door het Agentschap voor Natuur en Bos ingericht als buurtpark met goed toegankelijke wandelpaden. Knuppelpaden loodsen je door de drassige delen. In de hoogstamboomgaard met streekeigen fruitsoorten zal je op termijn letterlijk van de natuur kunnen komen proeven. Een mooie afsluiter na een dagje hengelen. Alain Dillen Agentschap voor Natuur en Bos
11
Foto: Chris Van Liefferinge
Vlaams-Brabant
12
In 2007 werd door Waterwegen en Zeekanaal (W&Z) in Lot, langs het Kanaal van Brussel naar Charleroi, een milieuvriendelijke oever gerealiseerd met een lengte van ongeveer 200 meter en een maximale diepte van 1,5 meter. Er werd gekozen voor het type “plasberm”. Dergelijke waterpartij wordt aan de kanaalzijde afgeschermd door een vooroever. Deze is opgebouwd uit hard materiaal om aan de erosie van de golfslag en waterstroming te weerstaan. In de vooroever zijn op sommige plaatsen doorgangen aangebracht, waardoor het kanaal in verbinding staat met de plasberm. De achteroever, gelegen aan de beschutte landzijde, is opgebouwd uit materiaal dat enerzijds voldoende stabiel is, maar anderzijds ook ruimte laat voor natuurontwikkeling. Door de geringe golfslag vergroten hier de groeikansen voor water- en oeverplanten. Deze zone zorgt bovendien voor een aantrekkelijke paai- en pleisterplaats voor vissen en andere watergebonden fauna. In het voorjaar van 2008 werd het talud van de paaiplaats ingezaaid met een grassenmengeling.
De Provinciale Visserijcommissie van Vlaams-Brabant financierde een bijkomende beplanting van de paaiplaats. Eind april 2008 werd de oeverzone beplant met riet en gele lis. In de plasberm werd ook gele plomp aangeplant. Na één jaar bleek gele lis zich in de oeverzone goed te hebben gevestigd. Riet en gele plomp daarentegen hebben zich tot op vandaag vrij beperkt ontwikkeld. Verwacht wordt dat de rietuitbreiding zich de komende jaren voortzet en een belangrijk deel van de oeverzone zal innemen. De paaiplaats zal een meerwaarde betekenen voor lokale vissoorten zoals rietvoorn, zeelt, karper en blankvoorn waarvan op termijn een betere natuurlijke reproductie wordt verwacht. Chris Van Liefferinge Agentschap voor Natuur en Bos
Foto: Chris Van Liefferinge
Viswaterprojecten
Nieuwe paaiplaats langs het Kanaal Brussel-Charleroi te Lot
Foto: Klaar Meulebroeck
West-Vlaanderen
Aanleg van een nieuwe paaiplaats aan het Kanaal Roeselare-Ooigem te Ingelmunster Viswaterprojecten
De Provinciale Visserijcommissie West-Vlaanderen en het Agentschap voor Natuur en Bos hopen op een natuurlijker visbestand in het kanaal Roeselare-Ooigem en op een versterking van de natuurwaarde in de omgeving door de aanleg van een vispaaiplaats ter hoogte van Ingelmunster. Het ongeveer 17 kilometer lange kanaal Roeselare-Ooigem vormt al sinds 1871 een verbinding tussen Roeselare en de Leie. Eerder onderzoek, uitgevoerd in 2004 door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, toont aan dat de waterkwaliteit de goede richting uitgaat en er stilaan voldoende mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van een stabiele visstand. Momenteel werden in het kanaal al 16 verschillende vissoorten aangetroffen waaronder giebel, blankvoorn, paling, kolblei, zeelt en zilverkarper. Toch zijn er nog enkele tekortkomingen om van een goed viswater te spreken. Zo is het visbestand vrij eenzijdig met dominantie van een viertal vissoorten. Daarnaast ontbreekt roofvis bijna volledig. Dit heeft vooral te maken met de structuur van het kanaal. De huidige oeververdediging bestaat grotendeels uit betonnen damwanden, grove steenstortingen en kaaimuren, die weinig of geen geschikte paai- en schuilplaats aanbieden. Nochtans is precies de oeverzone van groot belang voor tal van vissen tijdens verschillende stadia van de levenscyclus. Door de afwezigheid van geschikte plaatsen om eitjes af te zetten, is het visbestand dan ook bijna volledig afhankelijk van jaarlijkse visuitzettingen. Om aan dit gemis tegemoet te komen, werd besloten een geschikte paaiplaats te voorzien. In 2005 kon het Agentschap voor Natuur en Bos langs het kanaal een stuk grond aankopen. Het betreft een goed bereikbaar, langgerekt perceel van 2 hectare ter hoogte van Ingelmunster, gelegen tussen de Oude Mandel en het kanaal Roeselare-Ooigem. In mei 2009 werd met de graafwerken gestart. Gezien deze paaiplaats voorlopig de enige paaiplaats op het kanaal is, werd een voldoende grote oppervlakte van een halve hectare uitgegraven. Twee buizen van 80 cm diameter maken een open verbinding tussen de waterplas en het kanaal. Deze buizen moeten ook zorgen voor een continue waterstroom die de vissen in en uit de paaiplaats lokken.
Situering paaiplaats tussen Mandel en Kanaal Roeselare-Ooigem
De vijver is zo gevormd dat vissen in de luwte van de geleidelijk aflopende oevers en de oevervegetatie plaats vinden om hun kuit te schieten. Het jonge visbroed zal in de aanwezige vegetatie ook een geschikte schuilplaats vinden. De paaiplaats zal niet enkel aantrekkelijk zijn voor het visbestand maar zal ook heel wat interessante waterplanten zoals gele plomp, dichtbladig fonteinkruid en oeverplanten zoals gele lis herbergen. Op de dijken rond de waterplas zal een aangepast maaibeheer uitgevoerd worden om zo het grasland een zo hoog mogelijke natuurwaarde te geven. Al deze natuurpracht zal bewonderd kunnen worden vanaf een wandel- en fietspad, aangelegd op de oostelijke dijk. En nu maar duimen dat paairijpe vissen daadwerkelijk de weg naar de paaiplaats zullen vinden. Klaar Meulebrouck Agentschap voor Natuur en Bos
13
Vissoortten
De brasem en de kolblei
Brasem en troebel water… de twee lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. De brasem wordt vaak als de oorzaak van die vertroebeling gezien en daarom soms ook bestreden, maar is dit eigenlijk wel terecht? In dit artikel duiken we onder in het woelige leven van de brasem. Tegelijkertijd gaan we ook dieper in op de ecologie van de kolblei, een soort die door zijn gelijkaardige levenswijze meestal in één adem met de brasem genoemd wordt.
14
Brasem (Abramis brama) en kolblei (Blicca bjoerkna) zijn zoetwatervissen die behoren tot de karperfamilie. Ze zijn nauw verwant en leven vaak samen in scholen. Daardoor kunnen ze onderling, maar ook met rietvoorns en blankvoorns kruisen. De nakomelingen zijn altijd onvruchtbaar. Brasems en kolbleien lijken sterk op elkaar, vooral de jonge dieren. Toch kan men op basis van enkele lichaamskenmerken beide soorten onderscheiden. De kruisingen vertonen een mix van de kenmerken van beide ouders en maken de determinatie vaak wel lastig. Zowel de brasems als de kolbleien hebben een zijdelings afgeplat ruitvormig lichaam met een kleine kop en een hoge rug. Bij volwassen dieren kan de rug zo hoog worden dat ze een lastige prooi worden voor roofvissen en visetende vogels. Deze rovers jagen dan ook vooral op de jongere exemplaren. De brasem
en de kolblei hebben een onderstandige, uitstulpbare bek zonder tastdraden. Ze zijn donkergrijs op de rug en lichter zilverkleurig op flanken en buik. Oudere brasems worden meestal bronskleurig, terwijl de kolblei zilverkleurig blijft. Aangezien de kleur van de brasem varieert met zijn leeftijd, is dit geen goed determinatiekenmerk. De rugvin is bij beide soorten driehoekig en de anaalvin erg lang.
De brasem en kolblei komen in het grootste deel van Europa voor. In onze streken zijn het twee algemeen voorkomende vissoorten. Het zijn vissen van de ‘brasemzone’, dit zijn de brede traag stromende delen van de rivieren met modderige bodems waar de dieren hun voedsel in kunnen zoeken. Ze komen daarnaast ook voor in kanalen en plassen. De brasem stelt geen bijzondere eisen aan zijn leefomgeving. De kolblei is toch wel iets kieskeuriger dan de brasem en voor zijn voortplanting afhankelijk van een goede plantengroei.
Foto: Koblei - Vilda-Rollin Verlinde
Vroeger werden, om troebel water weer helder te krijgen, brasems afgevangen, in het kader van actief biologisch beheer. Tegenwoordig is het wel duidelijk dat vertroebeling enkel kan tegengegaan worden door het probleem aan de bron aan te pakken namelijk door het terugdringen van de toevoer en aanrijking van voedingstoffen. Extra maatregelen, zoals het
Foto: Brasem - Vilda-Rollin Verlinde
Foto: Kapitale brasem van 7,3 kg - Alijn Danau-VBK Foto: Kop van kolblei - Vilda-Rollin Verlinde
De volwassen brasem is een bodemeter. Met zijn uitstulpbare bek kan hij tot 10 centimeter diep in de modder wroeten om voedsel te bemachtigen. Zijn keeltanden vormen een zeef die voedsel uit het bodemmateriaal filtert. Zo stofzuigt hij de bodem op zoek naar muggenlarven, insecten en wormpjes. Bij gebrek aan bodemorganismen kan de brasem overschakelen op dierlijk plankton dat hij met zijn kieuwzeef eenvoudig uit het water filtert. In tijden van nood eet de brasem ook wel eens planten. Ook de volwassen kolblei zoekt een deel van zijn voedsel in de bodem, maar zijn dieet is veel gevarieerder. Zijn bek en zeefmechanisme zijn minder goed ontwikkeld dan bij de brasem. Brasems en kolbleien zijn schuwe dieren, behalve tijdens de paaitijd die loopt van eind april tot in juni. Ze paaien dan in groep op ondiepe plaatsen en zorgen daarbij voor een ‘spetterend’ spektakel. Een brasemwijfje kan tot één miljoen eitjes afzetten, een kolbleiwijfje tot honderdduizend. De eitjes zijn lichtgeel, kleverig en ongeveer 2 millimeter. Ze worden bij voorkeur afgezet op waterplanten. De brasem kan bij gebrek aan planten zijn eitjes ook afzetten op kunstmatige obstakels zoals fietsen en allerhande rommel in het water. Na enkele dagen komen de larven uit. Ze zijn dan 4 millimeter groot. De eerste dagen brengen ze “hangend” aan de planten door terwijl ze hun dooierzak verorberen, pas daarna beginnen de larfjes rond te zwemmen en gaan ze zich voeden met plankton.
Een toevoer en overmaat aan voedingstoffen (eutrofiëring) heeft ertoe geleid dat de brasem in onze streken een heel dominante soort is geworden. Het teveel aan nutriënten veroorzaakt algenbloei, waardoor de helderheid van onze wateren sterk afneemt. Vervolgens verdwijnen door lichtgebrek de waterplanten en daarmee samenhangend ook de plantenminnende vissoorten zoals de snoek. Met de snoek verdwijnt ook een belangrijke roofvis, zodat plankton etende vissen, vooral jonge karperachtigen, vrij spel krijgen. Deze verorberen het dierlijk plankton dat zich voedt met algen, waardoor het water nog meer vertroebelt. De brasem profiteert van deze situatie en kan daardoor de hele visgemeenschap domineren. Men spreekt dan van ‘verbraseming’ van een water. Alhoewel de brasem de vertroebeling niet veroorzaakt, houdt hij deze door zijn levenswijze wel mee in stand. Door het omwoelen van de bodem komen steeds opnieuw slibdeeltjes en voedingstoffen in het water.
Vissoortten
De ongepaarde vinnen zijn donkergrijs, de gepaarde vinnen zijn lichter van kleur. Bij de kolblei vertoont de basis van de gepaarde vinnen meestal een rode gloed. Op basis van de grootte van het oog kunnen brasems en kolbleien onderscheiden worden. De oogdiameter is bij de brasem kleiner dan de afstand van de punt van de mond tot aan het oog. De kolblei heeft een veel groter oog en de diameter bij deze vissoort is groter dan de afstand van de mond tot het oog. De kolblei heeft ook grotere schubben dan de brasem. Hij heeft 8 tot 10 schubbenrijen boven de zijlijn, de brasem heeft er 11 tot 15. Bij beide soorten zijn mannetjes en vrouwtjes moeilijk of niet te herkennen, behalve tijdens de voortplantingsperiode. Dan krijgen de mannetjes paaiuitslag, dit zijn knobbeltjes op de huid waardoor die ruw aanvoelt. Brasems worden ongeveer 15 jaar en kolbleien 10 jaar. De brasem kan tot 80 centimeter worden en is daarmee één van de grotere karperachtigen in onze wateren. De kolblei blijft in het algemeen iets kleiner en lichter dan de brasem, de grootste gevangen dieren zijn 40 centimeter. Bij overbevolking en voedselschaarste, ontwikkelen brasems zich tot “kommervormen”. Dit betekent dat ze een sterk vertraagde groei kennen en zich al bij kleine afmetingen voortplanten. Op deze manier blijft de populatie zelfs onder slechte omstandigheden groot en is daardoor minder kwetsbaar voor verliezen door ziekte of predatie. Het is geen toeval dat juist de meest succesvolle soorten dit vermogen hebben.
inrichten van plantenrijke oeverzones en het uitzetten van roofvissen, kunnen daarbij ook nuttig zijn. Alleen op deze manier kan men terug tot natuurlijke wateren komen met een evenwichtige, diverse visgemeenschap waarin ook de brasem zijn plaatsje heeft. Inne Vught Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
15
Onderzoek naar schade bij vissen door schroefpompen “Volwassen palingen hebben geen enkele kans om de zee levend te bereiken als ze tijdens hun stroomafwaartse trektocht een pompgemaal met schroefpompen moeten passeren”. Tot deze conclusie kwamen onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Om de dramatische achteruitgang van het palingbestand in Europa te stoppen en ook alle andere vissoorten beter te beschermen, moeten de pompgemalen in de toekomst aangepast worden aan de noden van de vissen. Polderwateren zijn uitstekende opgroeigebieden voor jonge Europese palingen. Als ze zich ontwikkeld hebben tot zilverpaling trekken ze naar zee om zich voort te planten. Het is het begin van wat een spectaculaire reis van ongeveer 6.000 kilometer zou moeten worden.
Onderzoeksprojecten
Pompen uit de polder Voor de zilverpalingen is het echter niet zo eenvoudig om vanuit de polderwaterlopen de zee te bereiken. Polders zijn namelijk laaggelegen gebieden, die slechts kunnen ontwateren door actief het water weg te pompen. Hiervoor zijn de meeste polderwaterlopen uitgerust met pompgemalen. Een voorbeeld van een groot Vlaams poldergebied is de ‘Watering De Burggravenstroom’, die een oppervlakte bezit van meer dan 11.000 vierkante meter en hoofdzakelijk binnen het bekken van de Gentse Kanalen gelegen is. Het overtollig water uit dit stroomgebied van ongeveer 8.000 hectare wordt uit de Avrijevaart (waterpeil: 4.30 m) via het Spiedamgemaal in Rieme naar het Kanaal Gent-Terneuzen (waterpeil: 4.50 m) overgepompt. Dit gemaal bezit 7 schroefpompen met een totale capaciteit van 8 kubieke meter per seconde. Het toerental van de pompen bedraagt 450 omwentelingen per minuut of ongeveer 8 omwentelingen per seconde. “Schroefpompen zijn een beetje te vergelijken met de sneldraaiende rotorbladen van een helikopter, maar dan met verticale as en uiteraard opgesteld onder water”.
Schets van schroefpompgemaal: figuur 1 pomp uit en figuur 2 pomp aan
16
De Burggravenstroom en de Avrijevaart zijn heldere polderwaterlopen met ondergedoken waterplanten waardoor ze gekenmerkt worden door een typische visgemeenschap met onder andere snoek, zeelt en rietvoorn. Het zijn zeer productieve waterlopen, die belangrijk zijn als opgroei- en leefgebieden voor veel vissoorten. De aanwezige vissen kunnen hinder ondervinden van het Spiedamgemaal, omdat ze het niet kunnen passeren of beschadigd raken wanneer ze dat wel proberen te doen. Op vraag van de Vlaamse Milieumaatschappij, Afdeling Operationeel Waterbeheer (VMM, AOW), die beheerder is van de onbevaarbare waterlopen van eerste categorie, onderzocht het INBO welke schade dit gemaal veroorzaakt bij stroomafwaarts migrerende vissen. In juli 2008 werd er stroomafwaarts van het gemaal een 30 meter lange fuik geplaatst, die perfect aansloot op de uitstroom van één van de pompen. Alle verpompte vissen werden opgevangen in de fuik en vervolgens nauwkeurig onderzocht op schade veroorzaakt door de schroefpomp.
Foto: David Buysse-INBO
Tijdens de onderzoeksperiode, tussen 25 juli en 20 augustus en tussen 15 september en 8 december 2008, werd meer dan 700.000 kubieke meter water weggepompt via de bemonsterde pomp. In totaal werden iets meer dan 4.000 vissen met een gewicht van ongeveer 100 kilogram in de fuik aangetroffen. Het betrof hoofdzakelijk blankvoorn, brasem, kolblei, paling, snoek, zeelt en rietvoorn. Alle verpompte vissen werden gesorteerd in de volgende drie klassen: (1)‘vissen zonder uitwendig zichtbare schade’, (2)‘beschadigde vissen’ en (3)‘dode of dodelijk verwonde vissen’. Tot de ‘beschadigde vissen’ behoorden levende dieren met duidelijk uitwendige schade onder de vorm van vinbeschadiging, schubverlies, zwellingen, kneuzingen, bloedingen en/of snijwonden. Voor veel van deze dieren waren deze opgelopen verwondingen vermoedelijk enkel een uitgestelde dood.
Meer dan de helft van de verpompte vissen (55%) werd dood of dodelijk verwond in het net aangetroffen. Slechts 45% van de vissen werden levend aangetroffen, maar ook hier werden bij een aanzienlijk aantal vissen ernstige verwondingen vastgesteld. Omdat bij deze gekwetste vissen rekening moeten gehouden worden met een uitgestelde dood, wordt aangenomen dat het werkelijke sterftecijfer vermoedelijk meer dan 65% bedraagt. Dit geldt onder andere voor de dominant aanwezige soorten zoals blankvoorn, brasem en kolblei.
Onderzoeksprojecten
Dodelijke verwondingen
Foto: Spiedamgemaal op Avrijevaart met fuik - David Buysse-INBO
Dieren in nesten
schadepercentages voor verschillen vissoorten
17
Verraderlijke schuilkelders
Paling in ’t rood De polderwaterlopen zijn geschikt opgroeigebied voor de uitgezette glasalen. Eens volwassen en klaar voor hun stroomafwaartse trektocht naar zee blijken de zilverpalingen door hun grote lichaamslengte echter extra kwetsbaar voor de schroeven van de pompen. In vergelijking met de andere vissoorten ligt hun sterftepercentage nog veel hoger. Tijdens het onderzoek werd er tijdens drie periodes veel gepompt. Dit was het startsein voor 39 palingen om, via de door het INBO onderzochte schroefpomp, naar zee te trekken. Slechts 1 ervan passeerde levend en zonder uitwendig zichtbare schade deze pomp. Alle andere palingen werden dood of dodelijk verwond aangetroffen in het net. Het lot van het ene individu dat levend de pomp is gepasseerd is onbekend. Ten gevolge van mogelijke inwendige schade zoals bloedingen en breuken is het niet onwaarschijnlijk dat ook dit dier de Sargassozee niet zal bereiken.
Opvallend was dat er tijdens de wintermaanden een groot aantal brasem en kolblei samenschoolden in de beschutte donkere kelders. Anderzijds veroorzaken de pompen, die langdurig worden ingeschakeld bij hoge waterstanden, een stroming in de polderwateren die voor bepaalde vissoorten, in het bijzonder zilverpaling, het startsein is voor stroomafwaartse migratie langs de pompen. In 2008 werd via de zeven pompen van het Spiedamgemaal in totaal meer dan elf miljoen kubieke meter water weggepompt. Dit betekent dat er per jaar naar schatting ongeveer anderhalve ton vis of ongeveer 60.000 vissen verpompt kunnen worden, waarvan er zeker meer dan de helft sterven.
Foto: paling met dodelijke snijwonde - INBO-VMM
18
Foto: onthoofde brasems - David Buysse-INBO
Onderzoeksprojecten
Zowel in de zomer- als wintermaanden, die periodes zijn met meer en minder mobiele dieren, brengen de pompen klappen toe aan het visbestand. Op momenten dat de pompen niet werken, blijken de donkere kelders waarin de schroefpompen zijn opgehangen een grote aantrekkingskracht uit te oefenen op vissen. Zowel jonge als volwassen dieren worden dan verrast bij het plots aanslaan van de pompen.
Foto: uiteengerukte baarzen - David Buysse-INBO
Foto: onthoofde blankvoorns - David Buysse-INBO Foto: in stukken gehakte snoek - David Buysse-INBO
Foto: paling met vebrijzelde kop - INBO-VMM
Een hypothese die ondersteund wordt door het feit dat er in de fuik ook een uitwendig onbeschadigd maar dood exemplaar werd aangetroffen. Men kan stellen dat de totale directe en uitgestelde sterfte van paling, na passage door het schroefpompgemaal, nagenoeg 100% is waardoor het ontsnappingspercentage uit de polderwaterlopen uiteraard nul is. Tijdens de drie periodes waarin langdurig gepompt werd en waarbij stroomafwaartse migratie van zilverpaling werd vastgesteld, waren er vaak ook andere pompen van het Spiedamgemaal actief. Dit betekent dat er ook zilverpalingen langs deze pompen gepasseerd zijn. Op basis van de verpompte debieten van alle 7 pompen werd berekend dat in totaal ongeveer 85 uittrekkende zilverpalingen werden gedood in het Spiedamgemaal enkel en alleen al tijdens de onderzoeksperiode. In de edities van 2008 en 2009 van het infoblad “ Vislijn” werd al ingegaan op de Palingverordening met maatregelen ter bescherming en herstel van het Europese palingbestand. Samenvattend stelt de Verordening dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten treffen zodat op termijn minstens 40% van de zilverpalingen, ten opzichte van een referentiesituatie zonder menselijke beïnvloeding, de open zee kan bereiken om zich voort te planten. Met menselijke beïnvloeding worden ondermeer pompgemalen bedoeld. In WestVlaanderen bevinden zich 14 en in Oost-Vlaanderen 37 gemalen met schroefpompen. Verder zijn er ook nog 29 vijzelgemalen. Volgens de literatuur zijn vijzelgemalen minder schadelijk voor vissen. Sommige pompgemalen worden enkel ingezet als noodgemaal en werken enkel bij zeer hoge debieten. Andere pompgemalen staan in voor het verpompen van alle water. In het palingbeheerplan worden pompgemalen terecht aangehaald als één van de belangrijkste doodsoorzaken bij zilverpaling in Vlaanderen. De impact van pompgemalen is momenteel echter relatief laag omdat de productie van paling in de polderwaterlopen zo laag is. Dit is omdat het aanwezige palingbestand in de Avrijevaart en Burggravenstroom enkel het resultaat is van glasaaluitzettingen. In een natuurlijke situatie zou de productie van paling in deze gebieden veel hoger zijn, waardoor ook de sterfte dramatisch zou toenemen.
Waterbeheerders moeten onder impuls van internationale en Vlaamse wetgeving, zoals de Palingverordening, de Europese Kaderrichtlijn Water, de Beneluxbeschikking met betrekking tot vrije vismigratie en het decreet integraal waterbeleid, de uitdaging aangaan om de ecologische kwaliteit van onze waterlopen te herstellen. Het herstel van vrije vismigratie is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Aan pompgemalen, die een belangrijk puzzelstuk vormen in het herstel van vrije vismigratie, werd tot nu toe weinig aandacht besteed. In Vlaanderen zijn er nochtans naar schatting 130 pompgemalen aanwezig waarvan 64 gemalen met schroefpompen! Het INBO zal, in opdracht van VMM (AOW), ook onderzoek uitvoeren naar de schadelijkheid van andere types pompgemalen zoals de vijzelgemalen.
Onderzoeksprojecten
Waterbeheer met een hart voor vissen
Toekomst De onderzoeksresultaten van het INBO tonen aan dat er dringend werk moet gemaakt worden van “vispasseerbare” en “visveilige” pompgemalen. Er bestaan namelijk meerdere oplossingen om vissen veilig te laten passeren door de aanleg van visdoorgangen langs of door een gemaal of door gemaalpompen te vervangen door visveilige pompen. Eén van de eerste visvriendelijke projecten wordt momenteel door VMM (AOW) gepland ter hoogte van een pompgemaal aan de Stenensluisvaart in de IJzervallei. Daarbij wordt er gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende types pompen. Vissen worden via roosters en lichtschermen weg gehouden van de schadelijke pompen, maar kunnen toch uit de Stenensluisvaart naar de IJzer migreren via een nieuw type visveilige pomp. Ook voor nieuwe pompstations in het Schijnbekken zijn visvriendelijke vijzelgemalen voorzien. David Buysse & Johan Coeck Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Koen Martens Vlaamse Milieumaatschappij, Afdeling Operationeel Waterbeheer
19
Onderzoeksprojecten
Het Meetnet Zoetwatervis: kleine modderkruiper en alver, thuis in de IJzer
Het meetnet Zoetwatervis van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek volgt de visstand op in Vlaamse wateren. Op vaste plaatsen en op geregelde tijdstippen worden vissen gevangen met fuiken of elektrovisserij. Daarbij worden de naam van de vissoort, de aantallen per soort en de lengte en het gewicht van de individuele vissen genoteerd. Daarna zet men de vissen weer terug in hetzelfde water. Omdat deze staalnames regelmatig herhaald worden, krijgt men een beeld van de evolutie van de visbestanden in Vlaanderen.
20
Foto: alvers - Vilda-Rollin Verlinde
In 2008 werden er 118 locaties bevist gelegen op beken en rivieren verspreid over 10 bekkens. In dit artikel komen de resultaten voor de IJzer en de Kemmelbeek aan bod.
De IJzer, is een rivier die in 2008 minstens 21 vissoorten herbergde en waarin kolblei, blankvoorn, paling, karper en brasem het meest overvloedig werden gevangen. De overige vissoorten werden in veel mindere mate gevangen. De IJzer werd ook al in campagnes in 1996, 2001 en 2005 bevist. Sinds 1996 nam de visdiversiteit op de IJzer toe. Er werd opgemerkt dat de vangsten doorheen de jaren het laagst zijn in het meest stroomafwaarts gelegen traject HandzamevaartNieuwpoort. De IJzer is hier dan ook meer genormaliseerd met kunstmatig verstevigde oevers. Naast de minder goede structuurkwaliteit is er ook nog de beĂŻnvloeding van de Handzamevaart (Diksmuide), die regelmatig het vervuilde water aanvoert. Sinds 1996 werd ook een ruimtelijke uitbreiding van de kleine modderkruiper vastgesteld. In 1996 werd deze vissoort enkel aangetroffen op de grens met Frankrijk (zie kaartje op pagina 21, locatie 1), in 2001 op de twee meest stroomopwaarts gelegen locaties (1,2) en in 2005 op vier locaties tot voorbij de Poperingevaart (1-4). In 2008 werden in totaal 49 stuks gevangen in het grenstraject van Frankrijk tot Diksmuide (1-6). Opvallend zijn ook de goede karpervangsten op de IJzer. In 2005 werd slechts 5 kg karper gevangen, in 2008 was dit 77 kg.
Foto: INBO
Er werd in 2008 op alle locaties een sterke toename van visdiversiteit, vangstbiomassa en vangstaantallen vastgesteld. Opvallend is ook hier de verdere ruimtelijke verspreiding van de kleine modderkruiper in de Kemmelbeek. Van 1 locatie (12) naar 4 locaties in 2008 (11-14). Het lijkt er op dat de kleine modderkruiper vanuit de IJzer de Kemmelbeek verder herkoloniseert. Ook de vangsten van bermpje en riviergrondel namen in 2008 toe. Nieuw is de vangst van blauwbandgrondel op drie van de zes locaties. Bittervoorn, komt net zoals in 2002 enkel aan de monding in de IJzer voor. De overige afvissingen kunnen geraadpleegd worden via de INBO website en meer specifiek via het rapport: Van Thuyne en Breine, 2009. Visbestandopnames in Vlaamse beken en rivieren in het kader van het ‘Meetnet Zoetwatervis’ 2008. Gerlinde Van Thuyne en Jan Breine Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
Het meetnet Zoetwatervis op de IJzer
Onderzoeksprojecten
Foto: modderkruiper Vilda-Rollin Verlinde
Verder werd een terugval opgemerkt van zowel het kolbleibestand als het baarsbestand en een toename van het posbestand. Daarnaast werd nog de terugkeer van de alver op de IJzer vastgesteld. In 2001 werden al alvervangsten door vissers gemeld in het stroomopwaartse traject. In 2008 werden een 100-tal exemplaren in het traject tussen de Poperingevaart en de grens met Frankrijk (1-4) gevangen. De toename van de visdiversiteit met meer vissoorten per locatie, de ruimtelijke en aantaluitbreiding van kleine modderkruiper alsook de vangsten van een 100-tal alvers wijzen op een verdere verbetering van de visstand in de IJzer. Dit is alleszins een hele evolutie ten opzichte van 1976. Toen werd na een visstandonderzoek besloten dat van de eens rijke en gevarieerde visstand in de IJzer, thans nog weinig overgebleven was. Zijn plaats werd grotendeels ingenomen door een massa ongewenste stekelbaarzen.
‘Dit visonkruid kon niet alleen overleven in het sterk verontreinigde en periodisch zuurstofarme water, maar kon er ook nog goed gedijen’ - uit Timmermans (1976). Ook op de Kemmelbeek, een zijloop van de IJzer wordt een verdere verbetering van de visstand vastgesteld. Tijdens afvissingen tussen 1985 en 1987 kon hier namelijk nog geen vis gevangen worden. Begin jaren ’90 werd er enkel ter hoogte van de monding in de IJzer (15) een marginale visstand aangetroffen. De Kemmelbeek is een beek, die in 2008 minstens 17 soorten herbergde en waarbij bermpje, riviergrondel, blankvoorn, brasem en paling de meest gevangen vissoorten zijn. De hoogste concentraties worden gehaald op de drie stroomafwaarts gelegen meetlocaties (13-15). In dit traject werden immers de grotere vissoorten zoals brasem, kolblei, blankvoorn en paling gevangen. In de meer stroomopwaarts gelegen plaatsen domineren eerder kleinere vissoorten zoals stekelbaarzen, bermpje en riviergrondel. In 2002 werd de Kemmelbeek ook al bevist.
21
Onderzoeksprojecten
De Benelux keurde op 16 juni 2009 een nieuwe – meer realistische – Benelux-beschikking vismigratie goed. Deze nieuwe beschikking kan een belangrijke aanmoediging betekenen om verder werk te maken van vismigratie. Uit de evaluatie van de vorige Benelux-beschikking van 1996 bleek dat al heel wat initiatieven genomen werden. In totaal werden meer dan 500 visdoorgangen gerealiseerd waarvan 92 in Vlaanderen, 390 in Nederland, 20 grote en meerdere kleinere knelpunten in Wallonië en 24 in Luxemburg. De vooropgestelde timing om voor 2010 alle knelpunten weg te werken bleek echter niet realistisch. De bedoeling van de nieuwe Benelux-beschikking is nog steeds om de vrije vismigratie in de Benelux te herstellen door de knelpunten in de ecologisch belangrijke waterlopen weg te werken. Daarbij wordt: - voorzien in de opmaak van een strategische prioriteitenkaart, die de ecologisch belangrijke waterlopen aanduidt. Hindernissen op deze prioriteitenkaart zullen voorrang krijgen; - een timing voorop gesteld voor het wegwerken van deze knelpunten afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water met verschillende limietdatums voorzien in 2015, 2021 en 2027; - speciale aandacht besteed aan grensoverschrijdende trajecten, aan de hand van een gemeenschappelijk uitvoeringsprogramma; - bij de uitvoering van werken aan infrastructuur die een hindernis vormt, zoals bij de vernieuwing van een stuw of sluizencomplex, rekening gehouden met het passeerbaar maken voor vissen; - niet meer toegestaan dat nieuwe hindernissen – stuwen, waterkrachtturbines, pompen en gemalen – worden opgeworpen zonder oplossing voor de vrije migratie.
Nieuwe visdoorgangen op waterlopen 1° categorie Het voorbije jaar realiseerde de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)-afdeling Operationeel Waterbeheer opnieuw een aantal visdoorgangen. Op de Laan (Dijlebekken) ter hoogte van de molen van Terlanen (Overijse) werd een nevengeul gerealiseerd. Via deze lange geul kan het verval zonder grote technische ingrepen overbrugd worden. De geul werd op natuurlijke wijze ingericht en kan plaatselijk vrij meanderen.
22
Naast de omleidende functie zal deze nevengeul ook extra schuil-, rust-, fourageer- en paaiplaatsen bieden aan al dan niet migrerende vissen. Op de Velpe (Demerbekken) werden de 2 meest afwaartse knelpunten in Halen gesaneerd. Het meest afwaartse knelpunt werd veroorzaakt door een vaste drempel in de waterloop die een overblijfsel was van een vervallen watermolen. De voorkeur werd gegeven om een vishelling in de huidige bedding van de Velpe zelf aan te leggen. Het tweede knelpunt wordt veroorzaakt door de Rotemse molen. De vistrap werd aangelegd in de rechterhelft van de woelkom. Hier werden meerdere trappen voorzien zodat deze passeerbaar zijn voor vissen. Ook voor 2 andere knelpunten op de Velpe zal VMM op korte termijn de aanleg van visdoorgangen starten. Op de Abeek (Maasbekken) werd het vismigratieknelpunt ter hoogte van de Clootsmolen door middel van een bekkentrap gesaneerd. Ook het enige knelpunt op de Berwijn werd opgeheven. Hier werd een stenen helling gerealiseerd. Op de Dijle (Dijlebekken) werd gestart met het wegwerken van het knelpunt net afwaarts van de grens met Wallonië. Hier wordt een vishelling in de bedding voorzien. In het bekken van de IJzer wordt werk gemaakt van het opruimen van een aantal knelpunten op de Poperingevaart. Bij de vernieuwing van een stuw op de Stenensluisvaart zal eveneens een Dewitvisdoorgang gerealiseerd worden. Ook in het Netebekken werd verder werk gemaakt van vismigratie. Het ontwerp voor de visdoorgangen op de Kleine Nete in Grobbendonk en de Molse Nete in Kievermont werd afgerond. De bedoeling is deze visdoorgangen in 2009-2010 te realiseren. Met de sanering van al deze vismigratieknelpunten wil de Vlaamse Milieumaatschappij–afdeling Operationeel Waterbeheer de doelstelling van de Benelux-beschikking op het terrein verder realiseren en vooral de duurzame vispopulaties bevorderen. Uit het natuurrapport (2009) blijkt dat wanneer de huidige snelheid van ontsnippering verder gezet wordt, de beleidsdoelstellingen pas tegen 2066 worden gehaald. Een verdere versnelling van de sanering van de knelpunten is daarom noodzakelijk. Koen Martens Vlaamse Milieumaatschappij–afdeling Operationeel Waterbeheer Meer informatie: www.vmm.be of info@vmm.be
Foto: Rotemse molen op de Velpe - VMM
Nieuwe Benelux-beschikking vismigratie goedgekeurd!
In het najaar van 2008 organiseerde het Agentschap voor Natuur en Bos een enquête bij vissers op openbaar water in Vlaanderen. In 2008 werden op een totaal van 58.788 vissers met een visverlof 10.000 vissers via een schriftelijke vragenlijst bevraagd. De reactie op deze rondvraag bedroeg 36%.
Foto: Daniel De Kievith
Enquête bij vissers op openbaar water in Vlaanderen
Profiel van de visser
Type visserij Het grootse deel van de vissers op openbaar water in Vlaanderen (58%) vist met de vaste stok op witvis. Ook als tweede discipline, naast het type visserij dat men het vaakst beoefent, is het vissen met de vaste stok het populairst. Karpervissen staat op de tweede plaats met ruim 13% vaste beoefenaars. Hierna volgen het vissen met de werphengel op witvis (8%), de snoekbaarsvisserij (7%) en het vissen op paling met de werphengel (6%). De visserij op snoek en het wedstrijdvissen hebben elk 2,4% vaste beoefenaars. Een kleine minderheid (2%) vist gericht op baars, met de peur of met de vlieg.
Onderzoeksprojecten
De visser op openbare Vlaamse wateren is gemiddeld 48 jaar en een derde gaat bijna wekelijks vissen. Bijna de helft vist 10 tot 30 keer per jaar, terwijl 37% van de vissers minder dan 20 hengelbeurten per jaar verricht. De verenigingsgraad van vissers is eerder laag: 27% is aangesloten bij een vereniging, club of een federatie, die actief is op openbaar water.
Tevredenheid over de vangsten In de enquête werd bij de vissers gepeild naar de tevredenheid over hun vangsten op openbaar water. 62% van de vissers is tevreden of neutraal over de vangsten, terwijl de overige 38% minder of helemaal niet tevreden is. Opgesplitst per provincie zien we dat in Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen de tevredenheid het grootst is. 72% van de vissers in OostVlaanderen is tevreden of neutraal over de vangsten. In Vlaams-Brabant bedraagt dit cijfer 69% en in West-Vlaanderen 65%. In Antwerpen is iets meer dan de helft van de vissers (56%) tevreden of neutraal over de vangsten. In Limburg daarentegen is meer dan de helft van de vissers (54%) ontevreden over hun vangsten.
23
Oogsten van vissen uit openbaar water In de enquête werd gevraagd hoeveel vis de vissers jaarlijks oogsten uit openbaar water in Vlaanderen. Maar liefst 72% van alle vissers gaf aan dat ze nooit vis meenamen. 6,5% van de vissers onttrekt soms aasvisjes aan het water om te gebruiken als aasvis bij het vissen op roofvis. Tot slot neemt 21% van de vissers wel eens vis mee naar huis voor consumptie.
Oogst per vissoort uit openbaar water met de hengel
Onderzoeksprojecten
Op een totaal van 58.788 vissers op openbaar water in 2008 zijn er dus 16.343 (27,8%) vissers die samen 174,5 ton vis meenemen, enerzijds “voor de pan” en anderzijds en in mindere mate om te gebruiken als aasvis bij het vissen op roofvis zoals toegelicht in de vorige figuur. Snoekbaars is de meest geoogste vis, waarvan 82,4 ton op jaarbasis wordt geoogst, gevolgd door paling waarvan 33,6 ton door de vissers onttrokken wordt. Op de derde plaats staat brasem met 11,8 ton. De andere soorten worden in mindere mate geoogst zoals af te lezen is op onderstaande grafiek.
Algemene opmerkingen over de openbare visserij in Vlaanderen In de enquête werd aan de vissers de mogelijkheid geboden om via een open vraag hun opmerkingen in te dienen betreffende de visserij op openbaar water in Vlaanderen. In totaal werden 3.394 opmerkingen gegeven welke ingedeeld werden in de 9 onderstaande categorieën: Informatie visserij, visserijreglementering versoepelen, problematiek vervuiling, visserijreglementering verstrengen, problematiek aalscholver, visuitzettingen verhogen/slechte vangsten, toegankelijkheid en onderhoud viswater, controle en handhaving visserijwetgeving en allerlei. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) zal de resultaten van het onderzoek verder analyseren en aanwenden ten bate van het openbare visserijbeleid.
24
Foto: Rudi Yseboodt
Kristof Vlietinck Agentschap voor Natuur en Bos
De natuur behoort ons allen toe. Het is de verantwoordelijkheid van ons allen om er zorg voor te dragen. Ook al lijkt het water tussen de verschillende groepen natuurliefhebbers soms diep, wanneer we spitten naar de kern van de zaak hebben we best veel gemeen.
Foto: Mark Hoedemakers-VBK
Succesvolle samenwerking tussen karpervereniging VBK en natuurvereniging Natuurpunt te Bree
We moeten er maar eens van durven uitgaan dat we één grote groep zijn. Met denken in hokjes is nog nooit iemand verder geraakt dan zijn eigen, kleine hokje… In het Limburgse Bree werden in 2009 de deuren van die hokjes geopend. In het natuurreservaat Mariahof wil men de watervegetatie op de vijvers herstellen. Hiervoor was een uitdunning van het karperbestand nodig. Om dit te realiseren hebben vissers en natuurbeschermers elkaar gevonden. De bezorgdheid van de lokale karpervissers voor de karperpopulatie van Mariahof, de constructieve houding van de lokale afdeling van Natuurpunt te Bree en de impulsen vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos hebben hier geleid tot een unieke samenwerking. Na een periode van intensieve voorbereidingen kon op 16 juni 2009 de afvissing van karpers van start gaan. Een afwachtende houding en het nodige voorbehoud maakten langzaam maar zeker plaats voor wederzijds respect. De karpervissers genoten van hun aanwezigheid in het domein en de beheerders hadden respect voor onze efficiënte inspanningen, en kregen een blik op onze manier van natuurbeleving. Halfweg oktober 2009 waren er 200 karpers verplaatst, wat alvast een prachtig resultaat is. De toekomst van het kanaal ziet er goed uit. We mogen het dit keer echter niet op zijn beloop laten. Drie- tot vijfjaarlijkse kleine aanvullingen op de huidige karperpopulatie zorgen voor een gezond en evenwichtig bestand, dat is het pleidooi van het VBK. De samenwerking van twee op het eerste zicht verschillende partijen is hoe dan ook een mijlpaal; het beste van twee werelden! Mark Hoedemakers Voorzitter Vereniging Belgische Karpervissers (VBK)
Om verder te vertellen langs de waterkant
Na het verkrijgen van de nodige vergunningen, enerzijds om vissen te mogen vangen in een natuurreservaat, anderzijds om deze vissen terug uit te zetten op openbaar water, zouden de karpers een nieuwe thuis krijgen in de Zuid-Willemsvaart. De ingediende rapporten van hengelvangstregistraties uit 2005 en 2008 hadden een uitzetting van karper duidelijk verantwoord. Deze keuze lag dus voor de hand. De gedrevenheid van de vissers en de vlotte samenwerking met de beheerder leidden ertoe dat halfweg juli er al 170 karpers hun weg naar het kanaal hadden gevonden. Al de vissen verkeerden in goede gezondheid, maar waren stuk voor stuk te mager. Dat ze in het kanaal meteen overschakelden op een ander en rijker dieet bleek uit de groeispurt van enkele teruggevangen karpers in augustus. Door de warme zomermaanden was de intensiteit van het vissen op Mariahof sterk gedaald. Begin september stond de teller op 193 stuks. Ondertussen hadden zowel de vissers als de mensen van Natuurpunt kennis kunnen maken met elkaar, elk in hun eigen habitat.
Code van Goede Hengelpraktijk voor Roofvishengelaars Vanaf 2010 zal een geactualiseerde versie van de “Code van de roofvishengelaars” ter beschikking staan. Deze Code schetst enerzijds een algemeen beeld van de hedendaagse visserij op roofvis, waarbij zowel de technische aspecten als de belevingswaarde aan bod komen en benadrukt anderzijds de gedragregels, die aangeven op welke respectvolle manier roofvishengelaars met hun vangst, de natuur en de andere watergebruikers wensen om te gaan. Hierdoor krijgt hengelen meer bekendheid en uitstraling als een milieubewuste vorm van zachte natuurrecreatie. Dit is noodzakelijk om het behoud van het hengelplezier voor de volgende generaties veilig te stellen. De Vlaamse Roofvis Federatie (VRF) is de verantwoordelijke uitgever en het eerste aanspreekpunt voor hun specifieke Code. Zij staan in voor de verdeling en voor de sensibilisatie van deze specifieke code bij hun achterban en bij ieder die zich tot deze hengeldiscipline aangetrokken voelt. Bijkomende informatie of een gratis exemplaar van de Code voor roofvishengelaars is te verkrijgen bij de Vlaamse Roofvisfederatie : www.vrf.be
25
Herintroductie rivierdonderpad in de Zevenbronnenbeek
Om de slaagkans van het project te vergroten werden kunstmatige substraten in de Zevenbronnenbeek aangebracht, die dienst kunnen doen als extra schuilplaats of paaiplaats voor de uitgezette donderpadden. In het voorjaar van 2009 werd door het INBO een eerste controle-afvissing uitgevoerd waarbij 9 donderpadjes op 100 meter werden aangetroffen. Daarna werden tussen 20 januari en 30 april 2009 de kunstmatige substraten maandelijks gecontroleerd. Er werden verschillende mannetjes aangetroffen die hun nestholte bewaakten. Daarenboven werden ook 18 verschillende eilegsels ontdekt. Het aantal eieren in deze legsels schommelde tussen 50 en 250. In augustus en september 2009 werd een tweede monitoringscampagne opgestart en hieruit bleek dat naast volwassen exemplaren ook jonge dieren werden gevonden. De voortplanting van de uitgezette rivierdonderpadden was bijgevolg erg succesvol verlopen en dit al na 1 jaar.
Deze vaststelling is bijzonder belangrijk in functie van de ontwikkeling van een zichzelf in stand houdende vispopulatie. Het vooronderzoek in de Zevenbronnenbeek toonde een goede uitgangssituatie aan voor de nieuwe uitgezette populatie namelijk een voldoende geschikte leefomgeving (habitat), voldoende waterkwaliteit en voldoende voedselaanbod. De uitzonderlijke groeisnelheid van verschillende donderpadden en de waargenomen eilegsels en jonge dieren bevestigen dat de wetenschappelijk onderbouwde keuze om de Zevenbronnenbeek als uitzettingsplaats naar voren te schuiven, gegrond was. Verdere opvolging van deze uitgezette populatie blijft zeer belangrijk om de gekozen uitzetstrategie te evalueren en zo nodig bij te sturen. Wanneer de populatie in de Zevenbronnenbeek na enkele jaren zichzelf in stand blijkt te houden, kan de aandacht naar andere geschikte bovenlopen in het Demerbekken verschoven worden.
Foto: Chris Van Liefferinge
Foto: Vilda-Rollin Verlinde
Om verder te vertellen langs de waterkant
De Zevenbronnenbeek te Landen werd uitgekozen als pilootproject. In oktober 2008 werd voor het eerst in Vlaanderen gestart met het uitzetten van jonge rivierdonderpadden. Daarna werd een monitoringprogramma uitgewerkt, waarbij de overleving, groei, voortplanting en verspreiding van de vispopulatie wordt opgevolgd.
Foto: Eilegsel van rivierdonderpad - Chris Van Liefferinge
Momenteel werken het Agentschap voor Natuur en Bos en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) samen aan een herstelprogramma ter bescherming van de enige gekende overblijvende populatie van rivierdonderpad in het Demerbekken. Daarbij wordt de nakweek van enkele ouderdieren uit de Dorpbronbeek gebruikt om een verplaatsing naar een andere geschikte bovenloop in het Demerbekken uit te voeren.
Chris Van Liefferinge Agentschap voor Natuur en Bos
26
Daniel De Charleroy Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek
Het slib was hoofdzakelijk afkomstig van bodemmateriaal dat door erosie werd afgespoeld. Het was van voldoende goede kwaliteit en niet verontreinigd, zodat het terug naar landbouwgronden afgevoerd kon worden. Na de slibruiming werd de Ganzenpootvijver op een natuurvriendelijke manier heringericht. Op enkele plaatsen werden er oeverversterkingen onder de vorm van schanskorven geplaatst. Op andere plaatsen werd de vijverbodem aangeschuind ter uitbreiding van de rietkragen. Verschillende dode en afstervende bomen werden behouden zodat vissen en amfibieën ze kunnen gebruiken als schuilplaatsen en er later hun eieren kunnen op afzetten. Daarenboven werden enkele ijsvogelwanden aangelegd zodat deze prachtige vogel terug in alle rust kan broeden. Na de werken werd de vijver langzamerhand gevuld, zodat tal van planten nog kunnen kiemen in de pas geruimde bodem. Deze vegetatie zal dan als voedsel en schuilplaats dienen voor de kweekdieren, die in het voorjaar 2010 vanuit de viskwekerij te Linkebeek in hun “gerenoveerde” leefomgeving worden teruggebracht. De ‘nieuwe’ Ganzenpootvijver zal op deze manier in de toekomst ook bijdragen tot een betere natuur in de vallei van Groenendaal. Dirk Raes Agentschap voor Natuur en Bos Foto: Dirk Raes
Er werd namelijk gestart met de ruiming, herinrichtingsen herstellingswerken aan de Ganzenpootvijver. Maandenlang werd dit alles grondig gepland want deze werken vereisten heel wat voorbereidingen waaronder diktemetingen van het slib voor het bepalen van de af te voeren hoeveelheden en een volledige afvissing van de vijver. Eind februari 2009 was stapsgewijs begonnen met het waterniveau te laten dalen. Op 3 maart werd overgegaan tot de afvissing van de viskweekvijver door medewerkers van het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek (INBO) in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit gebeurde om kweekdieren voor de snoekteelt te verkrijgen en prooivis af te vangen. De visgemeenschap bestond naast snoek, ook uit rietvoorn, blankvoorn, bittervoorn, vetje, paling, zeelt en een enkele karper en kopvoorn. De vissen werden overgebracht naar het Centrum voor Visteelt te Linkebeek. De kleinere vis werd opgevangen in de afvoergracht en naar de hengelvijver van Groenendaal overgebracht. Een deel van de vijver bleef tijdelijk droog zodat meerkoet en kuifeend tot broeden kwamen en ook kikkers, padden en libellen er voldoende geschikte voorplantingsplaatsen kregen. Midden juli 2009 werd de vijver dan helemaal leeg gelaten voor de definitieve werken en begin augustus 2009 werd gestart met de ruiming en herstellingswerken. Na ruim 50 jaar werd er uit de 2,8 hectare grote vijver ongeveer 12.000 kubieke meter nat slib geruimd.
Chris Van Liefferinge Agentschap voor Natuur en Bos
Om verder te vertellen langs de waterkant
Pas is het Kasteel van Groenendaal met nabijgelegen vijvers als de eerste ‘toegangspoort’ tot het Zoniënwoud geopend of het Agentschap voor Natuur en Bos zet al een nieuwe stap in de verfraaiing van de vallei van Groenendaal te Hoeilaart.
Foto: Vilda–Rollin Verlinde
Foto: Dirk Raes
De Ganzenpootvijver te Groenendaal, nieuwe kansen voor visteelt en natuur
27
Kwabaal in het water…
Om verder te vertellen langs de waterkant
In de vorige edities van Vislijn kon je al lezen over het soortherstelprogramma dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) voor de kwabaal (Lota lota) uitvoert. Deze zoetwaterkabeljauw met zijn kenmerkend kindraadje was bij ons tot voor kort geheel verdwenen. Nu de waterkwaliteit stilaan verbetert, kan deze vissoort zich herstellen op voorwaarde dat hij daarbij wordt geholpen. In verschillende beken in Vlaanderen werden de voorbije jaren kwabalen uitgezet, dikwijls onder grote belangstelling van de media. Sindsdien wordt nauwgezet opgevolgd hoe het de kwabaal vergaat.
28
…. En kinderen langs de waterkant Milieufront “Omer Wattez” kwam dit jaar, bij hun zoektocht naar een leuk onderwerp voor hun jaarlijks scholenproject, uit bij het herstel van de kwabaal in de Maarkebeek.
Foto: Zenne in Vilvoorde - INBO
Het Milieufront heeft al enige jaren goede ervaringen met het aanbieden van kant-en-klare activiteiten aan scholen om de jeugd meer te betrekken bij de natuur en het milieu. Het project “Op zoek naar Kwabbie de kwabaal” kon dan ook alle zes basisscholen in Maarkedal bekoren om zich hiervoor in te schrijven. In totaal kregen 450 kinderen een heuse opleiding tot milieudetective. Daarnaast ontving elk klasje een uitgewerkt informatiepakket en een speurkoffer met allerlei leuke hebbedingetjes zoals een schepnet, speurboekje, thermometer en een wandelkaart.
Eerste kennismaking… Naar aanleiding van het scholenproject nodigde het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de kinderen uit om de uitzetting van kwabaal bij te wonen. Op 6 maart 2009 kwamen twee scholen én de pers afgezakt naar een zijbeek van de Maarkebeek om kennis te maken met Kwabbie. Ter plaatse kregen ze de nodige uitleg van de ANB medewerkers en al snel werden de piepkleine kwabaaltjes verheven tot de status van “mascotte”. De kinderen leerden ook dat je een vis best met natte handen vastneemt en dat een vis liever in proper water zwemt en graag een omgeving met veel afwisseling heeft.
Kwabbie gevonden! Op 28 april 2009 viste het ANB verschillende beektrajecten af om te zien hoe de kwabaaltjes het deden. Maar liefst vijf klassen kwamen vol spanning kijken of Kwabbie zou worden gevonden. De kinderen werden niet teleurgesteld. Naast kleine en grotere kwabalen van de vorige jaren kregen ze ook bermpje, stekelbaars en serpeling te zien. Alain Dillen Agentschap voor Natuur en Bos Dirk van den Berghe Milieufront Omer Wattez regio Maarkedal
Foto: Milieufront - Omer Wattez
Foto: Milieufront - Omer Wattez
Op zoek naar Kwabbie de kwabaal
De Zenne komt weer tot leven! De tot voor enkele jaren “dode” Zenne krioelt weer van het leven. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) ving onlangs op één dag tijd liefst vijfhonderd palingen!
Dat de leden van Hengelbelangen IJzervallei vzw graag de handen uit de mouwen steken, was ook dit jaar weer duidelijk. Op zaterdagmorgen 4 april verzamelden een veertigtal enthousiaste hengelaars aan de voet van de IJzertoren, klaar om de strijd met het zwerfvuil aan te gaan. Tijdens de actie werden in kleine groepjes beide oevers van de IJzer grondig geruimd en werd het drijfvuil met behulp van drie boten uit het water gevist. Het vuil werd verzameld in aanhangwagens, die alles netjes naar een container overbrachten. Deze was al na enkele uren zware arbeid volledige gevuld. Er werden onder andere oude fietsen, slachtafval, honderden medicijnflesjes, plastiek verpakking, blik, flessen, tv-toestellen, autobanden en veel piepschuim opgehaald. De sterke aanwezigheid van niet-biologisch afbreekbaar materiaal benadrukt het belang van dergelijke zwerfvuilacties. Vooral als we willen vermijden dat deze mooie visplaatsen een vuilnisbelt worden.
Foto: Peter Lepouttre
Zwerfvuilactie langs de IJzer
Onlangs liet een alerte viskenner ons weten dat hij begin mei 2009 ter hoogte van de Zennebrug te Weerde een karper van ongeveer 6 tot 7 kg heeft zien zwemmen. Dergelijk goed nieuws verspreidt zich snel, want ook in de Rupel, stroomaf de Zennemonding, wordt weer regelmatig gevist en gevangen. Vissers uit de buurt zijn in de wolken. Bij momenten is het zelfs al “ruzie” om een goede visplek en dat zegt genoeg…
Ondanks de campagnes van de overheid rond zwerfvuil hebben nog heel wat mensen de boodschap duidelijk niet begrepen. Met deze schoonmaakbeurt hebben we het nieuwe hengelseizoen alvast een mooie start gegeven! Peter Lepouttre Provinciale visserijcommissie West-Vlaanderen vzw Hengelbelangen IJzervallei
Om verder te vertellen langs de waterkant
Foto: Paling - Vilda - Rollin Verlinde
Afgelopen jaren zette het INBO, telkens in juli, een dag lang twee fuiken aan de Zennebrug. Twee jaar geleden werd voor het eerst één paling gevangen, in de rivier die tot dan “de riool van Brussel” werd genoemd. Vorig jaar was de palingfamilie al flink aangegroeid en werden er al vijftig exemplaren gevangen. Dit jaar haalden de onderzoekers na 24 uur liefst vijfhonderd palingen uit het water. Twee redenen worden hiervoor door het INBO aangehaald: de toename van het zuurstofgehalte in het water ten gevolge van de waterzuivering in Brussel-Noord en de stuw in Eppegem, die een hindernis vormt voor de palingen waardoor de migrerende dieren zich stroomafwaarts ophopen. De uitbater van een nabijgelegen taverne heeft geen tellingen nodig om te weten dat het de goede kant uitgaat met de Zenne. Vroeger kon hij aan de hand van de geur van de Zenne het weer voorspellen. Stonk de Zenne, dan werd het een dag later mooi weer. Nu is er nog zelden geurhinder. Veel vis heeft hij nog niet gezien. Wel ziet hij geregeld vissers en er zijn ook steeds meer watervogels. Vissers worden wel sterk afgeraden om de zelfgevangen palingen op te eten, want het slib waarin de vissen leven is nog erg vervuild.
29
Bot in de Demer bij Aarschot
Foto: Peter Scheys
Begin juli 2009 werd er in de Demer te Aarschot, tijdens een familieuitstap, een merkwaardige vis gevangen. De kinderen haalden tot ieders verbazing een bot boven. Neen, het was geen klassieke hengelgrap, maar wel degelijk een platvis die je eerder in zee zou verwachten. De bot kan echter ver de rivieren optrekken tot in het zoete water. Dit exemplaar was daarbij zelfs tot Aarschot geraakt, een teken dat het steeds beter gaat met de waterkwaliteit.
Meervalvangsten nemen overal toe In de Rupelmondse Kreek in Kruibeke in Oost-Vlaanderen kwam in juli 2009 een dode “megameerval� van wel twee meter bovendrijven. Een bijzondere vondst, want meervallen - ook wel visduivels genoemd - stellen strenge eisen aan hun leefomgeving. Het water moet niet alleen zuiver zijn, maar ook rijk aan vis. Er moeten ook voldoende plaatsen zijn waar de meerval kan schuilen en paaien. De meerval is waarschijnlijk ooit door vissers uitgezet of ontsnapt uit een overstroomde kweekvijver. Om zo groot te kunnen worden, heeft deze meerval toch meerdere jaren in de Rupelmondse kreek moeten kunnen overleven. Zijn reusachtige afmetingen doen vermoeden dat het dier zelfs gewoon van ouderdom gestorven is.
30
Foto: Guerra-Ruiz Manuel
Bijzondere vangsten
Meer informatie: alain.dillen@lne.vlaanderen.be, tel. 09 265 46 31
Foto: Filip Covents
De laatste tijd worden er steeds meer meldingen gemaakt van meervalvangsten. Midden augus-tus 2009 werd er in de Zuid-Willemsvaart in Limburg door een karpervisser een meerval van ongeveer 1.40 meter groot en 17 kilo zwaar gevangen.
Foto: Guido Janssen
Foto: Thierry Gaethofs
Grote modderkruiper in de Renne in Limburg
Een visstandonderzoek op de Renne in de gemeente Kinrooi in Limburg bevestigt het voorkomen van de Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) binnen het stroomgebied van de Abeek.
In slibrijke grachten, poelen en oude meanders met riet, pitrus- en egelskopvegetaties, vaak voorzien van een tapijt eendekroos, kan deze bodemvis zich het best handhaven.
In zulke wateren worden doorgaans weinig andere vissoorten aangetroffen. Begeleidende soorten zijn zeelt, tiendoornige stekelbaars, kroeskarper en snoek. De grote modderkruiper heeft een palingachtig bruingeel gekleurd lichaam met donkere lengtestrepen en een onregelmatig zwart vlekkenpatroon op de flanken en de kop. Met behulp van de 10 baarddraden worden allerlei dierlijke prooien opgespoord. Deze visinventarisatie kaderde in het project “vissen in kleine beken in Limburg�, uitgevoerd door de Limburgse Koepel voor Natuurstudie onder begeleiding van de Sectie Waterlopen van de Provincie Limburg. Thierry Gaethofs Sectie Waterlopen Provincie Limburg
In juli 2009 kon een visser in de Maas te Maaseik plotseling een raar visje met de hand vangen. Het bleek om een rivierdonderpad te gaan. Tot voor enkele jaren kwam de rivierdonderpad vooral voor in de zuidelijke Grensmaas. In de nieuwe vispassage nabij de uitmonding van de Bosbeek te Maaseik (zie ook artikel op pagina 16 in het infoblad Vislijn 2009) heeft zich nu echter ook een populatie rivierdonderpadden gevestigd. Dit toont het belang aan van beekmondingen als leefgebied van typische riviervissen. Een gelijkaardige melding van een rivierdonderpad werd gemaakt voor het Albertkanaal in de provincie Antwerpen.
Foto: Vilda - Rollin Verlinde
Rivierdonderpad in de Maas en het Albertkanaal
Foto: Gilles van Lommel
Bijzondere vangsten
Vangsten van de grote modderkruiper in openbare wateren in Vlaanderen zijn uiterst zeldzaam. In augustus 2009 werden een drietal volwassen exemplaren van ongeveer 16 tot 18 centimeter in de Renne gevangen ter hoogte van het natuurgebied de Goort. Door de rivier gevormde moerasgebieden en overstromingsvlakten vormen het oorspronkelijk leefgebied van de grote modderkruiper. Het is een kenmerkende vissoort voor afgesloten waterpartijen die af en toe met de hoofdrivier in contact staan bij uitzonderlijk hoog water.
Indien u in de toekomst ook een bijzondere vangst of vissoort ontdekt, aarzel dan niet om contact op te nemen via de nuttige adressen op pagina 32.
31
Nuttige adressen Vislijn 2010 Infoloket Openbare Visserij Provinciale Visserijcommissies U heeft een vraag over de openbare visserij? Wenst u meer informatie over visserijregelgeving, viswateren, visrechten, vissoorten en visstandbeheer? Neem dan contact op met de visserijcommissie in uw provincie.
West-Vlaanderen
Burg 2b, 8000 Brugge Tel: 0486-89 77 59 E-mail: pvcwvl@gmail.com
Oost-Vlaanderen
Antwerpen
Jan Van Rijswijcklaan 28, 2018 Antwerpen Tel: 03-240 64 39 E-mail: info@visserijcommissie.provant.be
Vlaams-Brabant
Vaartkom 31, bus 9, 3000 Leuven Tel: 016-21 12 21 E-mail: visserij.vbr.anb@vlaanderen.be
Limburg
Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt Tel: 011-29 96 87 E-mail: raymond.dupont@bz.vlaanderen.be
Beheer van de visstand en de visserij Agentschap voor Natuur en Bos Het Agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het beheer van de visstand, het behoud van de visserij en de naleving van de visserijwetgeving. Vissterfte op openbaar water kan bij het Agentschap gemeld worden, evenals visstroperij of andere ernstige inbreuken op de visserijwetgeving.
West-Vlaanderen
Zandstraat 255 bus 3, 8200 St.-Andries-Brugge Tel: 050-45 41 76, Fax: 050-31 94 58 E-mail:visserij.wvl.anb@vlaanderen.be
Oost-Vlaanderen
Gebr. Van Eyckstraat 4-6, 9000 Gent Tel: 09-265 45 82, Fax: 09-265 45 81 E-mail: visserij.ovl.anb@vlaanderen.be
Antwerpen Gebouw Anna Bijns Lange Kievitstraat 111-113 bus 13, 2018 Antwerpen Tel: 03-224 62 62, Fax: 03-224 60 90 E-mail: visserij.ant.anb@vlaanderen.be
Auteur foto Vlaamse Roofvisfederatie (VRF)
Gouvernementstraat 1, 9000 Gent Tel. 09-267 84 48 E-mail: pvc@oost-vlaanderen.be
Colofon Vislijn is een jaarlijks magazine van het Agentschap voor Natuur en Bos Verantwoordelijke uitgever: Dirk Bogaert Directeur Communicatie Agentschap voor Natuur en Bos Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Redactie en samenstelling: Karina Abeels Inverde-opleidingen bos- , groen- en natuurbeheer Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos
Vlaams-Brabant
Voor meer informatie in verband met “Vislijn� 02-553 82 22
Limburg
Lay-out en realisatie: Nadia De Braekeler BZ-AFM Digitale Drukkerij
Vaartkom 31 bus 9, 3000 Leuven Tel: 016-21 12 20, Fax: 016-21 12 30 E-mail: visserij.vbr.anb@vlaanderen.be Koningin Astridlaan 50 bus 5, 3500 Hasselt Tel: 011-74 25 00, Fax: 011-74 25 39 E-mail: visserij.lim.anb@vlaanderen.be
Centrale Diensten-Visserijfonds
Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert-II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel Tel: 02-553 82 22, Fax: 02-553 81 05 E-mail: visserij.anb@vlaanderen.be
www.natuurenbos.be
Drukwerk: Drukkerij Goekint, Oostende Depotnummer: D/2009/3241/414 Uitgave januari 2010 OIP code 2500000021133