Skip to main content

Bevordering_deelname_deelnamekansen_arbeidsmarktgerichte_permanente_vorming_onderzoeksvoorstel.pdf

Page 1

VIONA – OPROEP 2000 Thema 1.2 HRM – Topic 8 Deelname permanente vorming en recht op levenslang leren

BEVORDERING VAN DEELNAME EN DEELNAMEKANSEN INZAKE ARBEIDSMARKTGERICHTE PERMANENTE VORMING Codenaam: DIAP

1. PROMOTOREN PROMOTOR-WOORDVOERDER Prof. Dr. Herman BAERT Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Centrum voor Permanente Vorming in Beroepen en Organisaties – K.U. Leuven Vesaliusstraat 2 – 3000 Leuven Tel. +32-16-32.62.33 Fax +32-16-32.62.11 E-mail: herman.baert@ped.kuleuven.ac.be CO-PROMOTOR Mia DOUTERLUNGNE Hoger Instituut voor de Arbeid – K.U.Leuven E. Van Evenstraat 2 E - 3000 Leuven Tel. +32-16-32 33 38 Fax +32-16-32 33 44 E-mail: mia.douterlungne@hiva.kuleuven.ac.be CO-PROMOTOR Prof. Dr. Dirk VAN DAMME Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen Vakgroep Onderwijskunde Henri Dunantlaan 2 – 9000 Gent Tel. +32-9-264.64.03 Fax +32-9-264.64.93 E-mail: dirkvan.damme@rug.ac.be

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


2 2. ONDERZOEKSOPZET Een strategisch, diagnostisch en operationeel (modulair opgebouwd) onderzoeksproject De onderwerpsomschrijving van topic 8 in de VIONA-oproep is uitermate relevant en tegelijkertijd zeer omvattend en divers. Om deze complexiteit hanteerbaar te maken wordt in het hiernavolgend onderzoeksproject gekozen voor een drieledige benadering en voor een samenwerking tussen onderzoeksgroepen die op dit terrein expertise hebben opgebouwd, maar ook reeds effectief in meerdere projecten hebben samengewerkt en nog samenwerken. De drie promotoren en hun onderzoekers zullen geregeld overleg plegen om hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen en de coherentie van de resultaten te bewaken. Wat de drieledige benadering betreft wordt vooreerst een strategische benadering voorgesteld om een globale, veelzijdige en overzichtelijke stand van zaken en prospectie voor Vlaanderen op te maken en dit volgens een stramien dat door de OESO reeds in 10 landen wordt toegepast. Naast de ontwikkeling van een coherent strategisch kader, wordt ook gekozen voor een weliswaar beperkt, maar onmisbaar diagnostisch luik. In zijn algemeenheid is de problematiek van de barrières voor het deelnemen aan permanente vorming en het leren een leven lang wel bekend. Maar een betere, meer verfijnde kennis van de problematiek moet toelaten goed gekozen operationele maatregelen te nemen. Dit leidt tot het operationeel luik van het onderzoeksvoorstel, waarin welbepaalde maatregelen (in de zin van te ondernemen acties, tot stand te brengen vernieuwingen, concrete strategieën voor implementatie) zullen ontworpen worden. Dit alles leidt tot een modulair opgebouwd onderzoeksproject met drie luiken: een strategisch luik met één module, een diagnostisch luik met één module en een operationeel luik met drie modules. Onderzoeksmodules Module 1 Een Vlaams strategierapport (mede in het kader van de Oeso-studie "Adult Education") (HIVA) Module 2 Analyse van barrières voor deelname aan arbeidsmarktgerichte permanente vorming en inschatting van de doelmatigheid en haalbaarheid van ontworpen strategieën (VO-UG) Module 3 Flexibilisering van het aanbod en financiële en andere voorwaardenscheppende stimuli om de toegankelijkheid en de participatie te vergroten (VO-UG) Module 4 Arbeidsorganisaties en 'learning partnerships' als leerrijke werkomgevingen: de rol van de betrokken actoren en de overheid (CPVBO-KUL) Module 5 Leerbemiddeling en -begeleiding in het levenslang leren in relatie tot informatie, activering en toeleiding (CPVBO-KUL) Onderzoeksmethoden en valorisatie van onderzoeksresultaten Zie bijlage.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


3

4. TIJDSCHEMA EN TAAKVERDELING

HIVA

VO-UG

CPBVO

MODULE 1

MODULE 2

MODULE 4

Vlaams Strategierapport

Diagnose

Leerrijke werkomgevingen

6 maanden

5 maanden

6 maanden

MODULE 3

MODULE 5

Flexibilisering, stimuli en randvoorwaarden

Informatie, activering en leerbemiddeling

5 maanden

7,5 maanden

5. RELEVANTE LOPENDE OF RECENT AFGESLOTEN ONDERZOEKSPROJECTEN 5.1 HIVA – Sector Onderwijs-Arbeidsmarkt Titel

Opdrachtgever

Einddatum

Trendrapport Europese Werkgelegenheidsrichtsnoeren 1 en 2 in Vlaanderen Forum for European Research in Vocational Education and Training (FORUM) Onderzoek naar een nieuw organisatiemodel van ongekwalificeerde jongeren Ontwikkelen van een instrument voor de opvolging van de ongekwalificeerde uitstroom Improving transition of low-achieving school-leavers to vocational education and training Flexibilisering van het onderwijs in de kennis maatschappij. Vormen, strategieën en beleidsscenario's van een meer flexibele onderwijsvoorziening in het beroepsonderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs in Vlaanderen Evaluatie van het Doelstelling 4programma voor de Vlaamse Gemeenschap over de periode 1 januari 1998 - 30 juni 2000

Vlaams Minister van Werkgelegenheid en Toeris me - R. Landuyt (VIONA)

15/06/00

Europese Commissie - DG XXII (Leonardo)

01/03/00

Europese Commissie - DG XXII (Leonardo) (subcontract van National Centre for Social Research, Ekke, Athens) Vlaams Minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken - E. Baldewijns (OBPWO) Europese Commissie - DG XXII (Socrates)

22/04/00

Vlaams Minister van Leefmilieu en Tewerkstelling - T. Kelchtermans; Comité van Toezicht Doelstelling 4 Vlaanderen

30/06/01

Financiering niet-leerplicht onderwijs

Vlaams Minister van Economie, Ruimtelijke

31/12/02

31/12/00

29/11/00

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Programma Beleidsgericht Onderzoek)

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


4 ordening en Media - D. Van Mechelen (Programma Beleidsgericht Onderzoek) De impact van de overheid op het opleidingsbeleid in de ondernemingen

Vlaams Minister van Werkgelegenheid en Toeris me - R. Landuyt (VIONA); ESFComitĂŠ van Toezicht Doelstelling 4 Vlaanderen

30/09/00

5.2 Vakgroep Onderwijskunde Gent De ontwikkeling van de vraag in de volwasseneneducatie, Onderzoeksproject in het kader van het Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek, gefinancierd door het Departement Onderwijs, Vlaamse Gemeenschap, copromotor F. Simon, 1.04.97-31.08.99, 8.470.175 BEF. Specifieke expertiseopbouw in het volwassenenonderwijs, Onderzoeksproject in het kader van het Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek, gefinancierd door het Departement Onderwijs, Vlaamse Gemeenschap, OBPWO 97.08, 1.11.98-31.10.99, 2.500.000 BEF Uitgangspunten en contouren voor een beleid van levenslang leren, Programma Beleidsgericht Onderzoek van de Vlaamse Gemeenschap 1997 - PBO97/55/31, promotor H. Baert (KULeuven), copromotor D. Van Damme, 1.10.98-31.03.00, 4.064.000 BEF (enkel luik RUG). Flexibilisering van het onderwijs in de kennismaatschappij, Programma Beleidsgericht Onderzoek van de Vlaamse Gemeenschap 1998 - PBO98/UG/114, promotor D. Van Damme, copromotor H. Baert (KULeuven), M. Douterlungne (HIVA-KULeuven), 1.11.9930.09.02, 4.474.250 BEF (enkel luik RUG). Tien jaar basiseducatie in Vlaanderen. Evaluatieonderzoek, Onderzoeksproject in het kader van het Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (OBPWO), gefinancierd door het Departement Onderwijs, OBPWO 99.02, 1.12.99-30.11.00, 7.207.200 BEF. Evaluatie van het Leonardo-da-Vinci-programma in Vlaanderen, Onderzoeksopdracht gefinancierd door de Europese Commissie, 15.10.99-31.01.00, 600.000 BEF. IEA-TIMSS-R 2000, gefinancierd door Departement Onderwijs, Vlaamse Gemeenschap, 1.01.00-31.12.00, 3.021.700 BEF. 5.3 Centrum voor Permanente Vorming in Beroepen en Organisaties Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G. (1997-2000). Kwaliteitsverbetering in welzijnsvoorzieningen door middel van een VTO-beleid. In opdracht Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (Departement WVC) Baert, H., Beunens, L. & Gehre, G. (1998-1999). Bepaling van vormingsnoden in land- en tuinbouwsector. Een communicatieve benadering inzake behoefteonderzoek In opdracht Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (PBO) Baert, H., Van Damme, D., Kusters, W., Scheren, J. (1998-2000) Contouren en uitgangspunten voor een samenhangend beleid inzake levenslang leren in Vlaanderen. In opdracht Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (PBO) _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


5 6. PROMOTOREN 6.1 Herman Baert Selectie van publicaties Baert, De Smet, P. Gehre, G. & Leirman, W. (1997). Regionaal Educatief Overleg. Opvolgingsstudie. Optienota inzake streekcoördinatie in de volwassenenducatie. Leuven: K.U.Leuven, Centrum voor Sociale Pedagogiek. Baert, De Smet, P. Gehre, G. & Leirman, W. (1997). Regionaal Educatief Overleg. Opvolgingsstudie. Verslag bij de ‘Ronde van Vlaanderen’ betreffende de oprichting van EduFora. Aanvullende bevelingen en voorstellen. Leuven: K.U.Leuven, Centrum voor Sociale Pedagogiek. Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G. (1997). Kwaliteitsverbetering in welzijnsvoorzieningen door middel van een VTO-beleid. Eindrapport 1ste fase: empirisch-descriptieve studie naar het VTO-beleid in de welzijnssector. Leuven: CPVBO. Baert, H. (1998). Het spel van ‘vormingsbehoeften’ en ‘vormingsnoodzaak’ in het levenslang leren. In: J. Katus, J.W.M. Kessels & P.E. Schedler (Eds.). Andragologie in transformatie (pp. 107-118). Meppel: Boom. Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G. (1999). Kwaliteitsverbetering in welzijnsvoorzieningen door middel van een VTO-beleid. Eindrapport 2ste fase: situering, onderzoeksopzet en overzicht werkzaamheden. Leuven: CPVBO. Baert, H. (1999). UPV-beleid in de Europese universiteiten. In K. Deketelaere (ed.), Levenslang leren. Universitaire Permanente Vorming op de drempel van de 21ste eeuw. Leuven: Acco. Baert, H., Beunens, L. & Gehre, G. (1999). Onderzoeksrapport: bepaling van vormingsnoden in land- en tuinbouwsector. Een communicatieve benadering inzake behoefteonderzoek. K.U.Leuven: Centrum voor Sociale Pedagogiek. Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G. (1999). Beleidssuggesties m.b.t. het stimuleren van VTO-expertise en de ondersteuning van een VTO-beleid in de Vlaamse welzijnsvoorzieningen. Leuven: CPVBO. Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G. (1999). Beleidssuggesties m.b.t. VTO-verplichting en VTO-kwaliteitseisen- en indicatoren in Vlaamse welzijnsvoorzieningen. Leuven: CPVBO. Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G. (2000). Kwaliteitsverbetering in welzijnsvoorzieningen door middel van een VTO-beleid. Eindrapport 3ste fase: Kenmerken van een kwaliteitsvol VTO-beleid in de welzijnssector. Leuven: CPVBO. Baert, H., De Witte, K. & Sterck, G., Vorming, Training, Opleiding. Een handboek voor het voeren van een kwaliteitsvol VTO-beleid. Leuven: Garant. (in press) Baert, H., Local learning partnerships as environments for inclusive and flexible adult education, Lifelong Learning in Europe, 2000 (2). (in press)

6.2 Mia Douterlungne

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


6 Publicaties Attwell G., Jennes A. & Tomassini M. (1997), ‘Work-related knowledge and work process knowledge’ (Chapter 8), in A. Brown (ed.), Promoting Vocational Education and Training: European Perspectives, European Commission Leonardo da Vinci Surveys and Analyses Project ‘New Forms of Education of Professionals for Vocational Education and Training (EUROPROF)’, University of Tampere, p. 69-80. Cortebeeck V. & Douterlungne M. (1998), ‘Finding ways to improve the access to technical jobs for women. Five case studies in Belgium (Flanders)’, bijdrage aan het eindrapport in het kader van het Leonardo de Vinci programma van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (DG XXII), Regioplan Onderwijs en Arbeidsmarkt, Amsterdam. Cortebeeck V. & Douterlungne M. (1998), Een begeleide overgang naar de arbeidsmarkt in het buitengewoon onderwijs. Evaluatie van de ESF-projecten BuSO en Enable, HIVA, Leuven, 120 p. De Cock T. & Douterlungne M. (1999), Beroepsprofiel opleider laaggeschoolde volwassenen: een verkenning, HIVA/Karel de Grote-Hogeschool, Leuven/Antwerpen, 86 p. Dewaele A., Douterlungne M. & Cossey H. (1985), Tussen school- en werkbank. Deeltijds leren bij 15-18 jarigen. Leuven, HIVA, CED-SAMSOM, 175 p. Douterlungne M. (1998), Voortrajecten tijdens de deeltijdse leerplicht: een aanbod van het vormingswerk, HIVA/vzw Arktos, Leuven, 24 p. Douterlungne M. (eindred.) (1997), Een toekomstgerichte reflectie over de deeltijdse leerplicht. Verslag van de commissie deeltijdse leerplicht aan de Koning Boudewijnstichting, Brussel, Garant. Douterlungne M. & Cossey H. (1987), Het ESF-project ‘Alternerend leren voor deeltijds leerplichtigen’. Schooljaar 1985-1986. Ervaringen in de metaalsector, HIVA, Leuven, 138 p. + bijlagen. Douterlungne M. & Nicaise I. (1990), Alternerend leren: een begrip. Evaluatie van de arbeidsmarkteffecten van het ESF-project "Alternerend leren voor deeltijds leerplichtigen", HIVA, Leuven, 176 p. Douterlungne M. & Nicaise I. (1990), Alternerend leren: een begrip. Synthese. Evaluatie van de arbeidsmarkteffecten van het ESF-project "Alternerend leren voor deeltijds leerplichtigen", HIVA, Leuven, 176 p. Douterlungne M. (1989), Overzichts- en knelpuntennota van het Industrieel Leercontract, HIVA, Leuven, 70 p. Douterlungne M. (1994), ‘Alternerend leren’, in M. Van den Houte (red.), Handboek leerlingenbegeleiding, Kluwer Editorial, Antwerpen, losbladig werk. Douterlungne M. (1994), Dag school ! Een onderzoek over het voortijdig schoolverlaten in de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, HIVA, Leuven, 154 p. Douterlungne M. en Nijsmans I. (1994), Strategy for improving young people’s access to and progression in initial vocational training. Flanders (Belgium). Study for the European Commission, HIVA, Leuven, 46 p. Douterlungne M., Magiels L. e.a. (1987), Evaluatie van het ESF-project ‘Alternerend leren voor deeltijds leerplichtigen’. Schooljaar 1985-1986, Synthesenota, HIVA, Leuven, 28 p. Douterlungne M., Van Laeken M. (1993), Scholen en hun omgeving. Een onderzoek naar het arbeidsmarktbeleid van scholen technisch- en beroepssecundair onderwijs, HIVA, Leuven, 74 p. HIVA-stuurgroep (1986), Met een stempel door het leven. Leuven, HIVA, 426 p.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


7 Jennes A. & Douterlungne M. (1997) Report Europrof Workshop HRD/VET-professionals Flanders, 27 May 1997 (intern rapport). Jennes A. m.m.v. Nijsmans I. en Van de Velde V. o.l.v. M. Douterlungne (1996), Naar een opwaardering van de stages ! Onderzoek naar de optimalisatie van leerlingen- en leerkrachtenstages in het technisch en beroepssecundair onderwijs, HIVA, Leuven, 280 p. Jennes A. o.l.v. M. Douterlungne (1997), Leonardo art.10.3: evaluation and impact in Flanders. Study for the European Commission, HIVA, Leuven, 120 p. Michiels K., Douterlungne M. & Van Waes L. (1988), Onbegrensd. De overgang van school naar werk in vijf Westeuropese landen, HIVA, Leuven, 403 p. Nicaise I. (ed.), Douterlungne M., e.a. (1999), Success for all? Educational strategies for socially disadvantaged youth in six European countries. Study for the Socrates programme of the European Commission, HIVA, Leuven, 384 p. Nijsmans I. o.l.v. M. Douterlungne (1994), ‘Op de brug naar werk. Brugprojecten in het deeltijds beroepssecundair onderwijs’, in Van den Houte M. (red.), Handboek leerlingenbegeleiding, Kluwer Editorial, Antwerpen, losbladig werk. Nijsmans I. o.l.v. M. Douterlungne (1996), Het deeltijds beroepssecundair onderwijs: een balans na tien jaar werking, HIVA, Leuven, 298 p. Nijsmans I., Douterlungne M., Eloy M., Nicaise I. (1993), Op de brug naar werk. Brugprojecten in het Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs, HIVA, Leuven, 252 p. Nijsmans I., Douterlungne M., m.m.v. Bollens J. (1995), Het deeltijds beroepssecundair onderwijs: een balans na tien jaar werking, HIVA, Leuven, 272 p. Seghers N. o.l.v. M. Douterlungne (1995), Kleine baasjes worden groot. Onderzoek naar het consumptiegedrag en het behoeftenpatroon van gezinnen met jonge kinderen inzake preventieve kinderzorg, HIVA, Leuven, 162 p. Stuurgroep Werklozenbegeleiding (1986), Inventaris werklozenwerking Vlaanderen 1985. Brussel, VUB, 504 p. Van Laeken M. o.l.v. M. Douterlungne (1992), Toekomstgerichte studie- en beroepskeuze van meisjes in het secundair onderwijs. Classificatie en beschrijving van initiatieven in Vlaanderen, HIVA, Leuven, 244 p. Van Valckenborgh K. & Douterlungne M. (1999), A new organisational model for the delivery of training for young people without qualifications. State of the art in Belgium, HIVA, Leuven (intern rapport). Van Valckenborgh K. & Douterlungne M. (1999), Socrates-project: Improving transition of low-achieving schoolleavers to vocational education and training. First national interim report, HIVA-K.U.Leuven, Leuven, 45 p. (intern rapport). Van Valckenborgh K. ,Douterlungne M., Sels L.(1999) Modulair onderwijs in Nederland en Schotland,HIVA-KULeuven, Leuven, 300P Van Valckenborgh K., Douterlungne M.,Sels L.(1999) Modulair onderwijs : ook in Vlaanderen?HIVA-KULeuven,Leuven,276P Van de Velde V., Van Brusselen B., Douterlungne M. (1996), Gezin en school. Een onderzoek over het gezin als indicator voor de schoolloopbaan in het secundair onderwijs, HIVA, Leuven, 156 p. Vanhoren I. o.l.v. M. Douterlungne (1995), Een review over de toekomst van concentratiescholen, HIVA, Leuven, 44 p. (niet gepubliceerd). Wouters M. (ed.) o.l.v. M. Douterlungne (1992), Adult education in the 1990's. Needs, perspectives and policy - Recommendations on adult education in Europe, HIVA, Leuven, 43 p. Wouters M. (red.) o.l.v. M. Douterlungne (1992), Volwassenenvorming in de jaren '90. Noden, perspectieven en beleid - Aanbevelingen met betrekking tot volwassenenvorming in Europa. _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


8

6.3 Dirk Van Damme Recente relevante wetenschappelijke publicaties Van Damme, D. (1996), Volwasseneneducatie in de Europese Unie (Leuven-Amersfoort, Garant). Van Damme, D., Van de Poele L., Verhasselt, E. (1997), Hoe geletterd/gecijferd is Vlaanderen. Functionele taal- en rekenvaardigheden van Vlamingen in internationaal perspectief (Leuven-Amersfoort, Garant). Van Damme, D. (1998), ‘Wat leert ons de International Adult Literacy Survey? Beleidsaanbevelingen op basis van de internationale en Vlaamse IALS-resultaten=, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 1998-99, 3-4, pp. 248-261. Van Damme, D., Van De Poele, L., Verhasselt, E. (1999), ‘Functional literacy skills of schoolleavers in Flanders’, in: F. Van Wieringen & G. Attwell (eds.), Vocational and Adult Education in Europe, (Dordrecht, Kluwer Academic Publishers), pp. 423-429. Van Damme, D. (1999), ‘Massificatie, democratisering en rationalisering. Het schoolpact en de paradoxen van de onderwijsexpansie’, in: E. Witte, J. De Groof, F. Tyssens (red.), Het schoolpact van 1958. Ontstaan, grondlijnen en toepassing van een Belgisch compromis (Brussel-Leuven, VUBPress & Garant), pp. 787-819. Van Damme, D. (2000), ‘Democratisering van het onderwijs in Vlaanderen. Beleid, effectiviteit en perspectieven’, in: F. Simon (red.), Liber amicorum K. De Clerck (ter perse). Van Damme, D. (2000), ‘The quality challenge in the internationalisation of higher education’, Higher Education, 39 (in press). Van Damme, D. & Legiest, E. (2000), ‘De deelname aan permanente vorming. Een verkenning van enkele kenmerken van de participatie aan de volwasseneneducatie in Vlaanderen’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 1999-2000, 1 (ter perse). Van Damme, D. (2000), ‘De constructie van het levenslang leren. Verschuivende educatieve strategieën bij de transitie naar een lerende samenleving’, Pedagogisch Tijdschrift (ter perse). Van Damme, D. (2000), ‘European approaches to quality assurance : models, characteristics and challenges’, South African Journal of Higher Education, 14 (2) (in press). Van Damme, D., Van der Kamp, M., Verhasselt, E. (2000), ‘Kleurloos of kleurenblind? Tussen IALS en Arcadia. Een repliek op Druine en Wildemeersch’, Pedagogisch Tijdschrift (ter perse). Recente congrespapers Hamburg (D), 07.1997: CONFINTEA, Vijfde Wereldcongres van de UNESCO over Levenslang Leren, rapporteur sessie The economics of lifelong learning. Invited. Groningen (NL), 18.12.1997: Derde Nederlands-Vlaamse Andragogendagen te Groningen (NL), lezing over De IALS-resultaten en hun relevantie voor het debat over de lerende samenleving. Groningen (NL), 6.03.1998: Conferentie ‘Nieuwe geletterdheid, nieuwe leerwegen?’ van de Reading Association in the Netherlands, Rijksuniversiteit Groningen (NL), lezing Nieuwe geletterdheden? Uitgenodigd. Washington (USA), 6-9.04.1998: Conferentie >How adults learn=, gezamenlijk ingericht door de OECD en het State Education Department te Washington, DC (USA), paper The policy implications of the Flemish IALS-results. Strobl (A), 31.08-4.09.1998: Research Seminar van de European Society for Research on the Education of Adults (ESREA) te Strobl (A), paper Lifelong learning and higher education. The Flemish case.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


9 Bremen (D), 15-17.02.1999: European Conference >Lifelong learning. Inside and outside schools=, University of Bremen (D), refereed paper Learning as strategic behaviour and strategic learning as competence. Nijmegen (NL), 20-21.05.1999: OnderwijsResearchDagen in Nijmegen (NL), refereed paper Optimalisatie van het academisch opleidingenaanbod in Vlaanderen (het proces Dillemans). Beleidsanalytische evaluatie van een experiment. Nijmegen (NL), 20-21.05.1999: OnderwijsResearchDagen in Nijmegen (NL), refereed paper E. Legiest & D. Van Damme, Educatieve strategieën bij participanten aan volwasseneneducatie. Nijmegen (NL), 20-21.05.1999: OnderwijsResearchDagen in Nijmegen (NL), sessievoorzitter thema Beroeps- en bedrijfsopleidingen en volwasseneneducatie, sessie ‘Kosten en baten’. Leiden (NL), 9.06.1999: Colloquium >Een leven lang leren=, Universiteit Leiden, Afdeling Opleiding en Voorlichting in Organisatie te Leiden (NL), lezing Leren overleven. Basiscompetenties en strategisch leren in een levenslang lerende samenleving. Op uitnodiging. Brussel (B), 13.07.1999: XIIth Triennial Conference of the International Association of University Presidents, Brussels, keynote speaker in session >Internationalization=, paper: Internationalization and quality assurance: towards worldwide accreditation? Invited. Bloemfontein (ZA), 1.09.1999: International Conference ingericht door de Unit for Research into Higher Education, University of the Orange Free State te Bloemfontein (ZA), >Excellence through self-evaluation: towards a quality culture in higher/further education=, keynote paper: European approaches to quality assurance in higher education in the context of internationalisation and globalisation. Invited. Groningen (NL), 20.10.1999: Achtste Groninger Onderwijsdag, ingericht door Rijksuniversiteit Groningen, ‘Grenzeloos leren – Europa en het onderwijs’; plenaire lezing Europees onderwijs: feit of fictie?, Uitgenodigd. Roskilde (DK), 16-19.03.2000: Conference of the ESREA Biography Network, paper The biographical construction of lifelong learning. Educational strategies and biographical competencies in the transition to a lifelong learning society.

Beperkte literatuuropgave bij de voorgestelde modules ALHEIT, P. & E. KAMMLER (Eds.). (1998). Lifelong learning and its Impact on Social and Regional Development. Contributions to the First European Conference on Lifelong Learning, Bremen, 3-5 October 1996; Collected Papers. Bremen: Donat Verlag. BAERT, H., BEUNENS, L. & G. GEHRE. (1999). Bepaling van vormingsnoden in de land- en tuinbouwsector. Een communicatieve benadering inzake behoefteonderzoek. Katholieke Universiteit Leuven. BAERT, H., DE WITTE, K. & G. STERCK. (1997). Kwaliteitsverbetering in welzijnsvoorzieningen door middel van een VTO-beleid. Eindrapport 1997. Katholieke Universiteit Leuven: Hoger Instituut voor de Arbeid & Centrum voor Permanente Vorming in Beroepen en Organisaties. BAERT, H., DE WITTE, K. & G. STERCK. (2000). Kwaliteitsverbetering in welzijnsvoorzieningen door middel van een VTO-beleid (3e fase). Deel 1: Beleidsaanbevelingen ter stimulering en ondersteuning van een kwaliteitsvol VTO-beleid in welzijns-voorzieningen. Katholieke Universiteit Leuven: Hoger Instituut voor de Arbeid & Centrum voor Permanente Vorming in Beroepen en Organisaties BROWN, P. & H. LAUDER. (1998). Post-Fordist Possibilities for Lifelong Learning, in A. Walther & B. Stauber (Eds.). Lifelong Learning in Europe/Lebenslanges Lernen in Europa. _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


10 Volume 1. Optionen für die Integration von Leben, Lernen und Arbeiten. Tübingen: Neuling Verlag, 66-69. CONNELLY, G., MILBURN, T., THOMSON, S. & R. EDWARDS. (1998). Guiding Adults Impartially: A Scottish Study. Studies in the Education of Adults (30), 4, 142-155. University for Industry. Engaging people in learning for life: A Summary. (1998). Department for Education and Employment. GEHRE, G. (1996). Leren coördineren in de volwasseneneducatie. Een netwerkleermodel en een onderzoek in twee Vlaamse regio’s . Proefschrift aangeboden tot het verkrijgen van de graad van Doctor in de Pedagogische Wetenschappen. Greater Nottingham Lifelong Learning Partnership – PROGRESS REPORT. (1999). Nottingham University. HINNEKINT, H. (1984). Perspectieven voor de volwasseneneducatie. Een bundel conepten en modellen voor de uitbouw van de volwassenenvorming in de toekomst. (Brussel: Centrum voor Andragogisch Onderzoek). Antwerpen: Van Loghum Slaterus. HUGHES, C. (1999). Facilitation in Context: challenging some basic principles. Studies in Continuing Education (21), 1, 21-43. Investors in People: How to get started. (1998). Investors in People UK. KARABENICK, S.A. (1998). Strategic Help Seeking. Implications for Learning and Teaching. Mahwah/New Jersey/London: Lawrence Erlbaum Associates, Publischers. LANDUYT, R. (2000). Beleidsnota Werkgelegenheid 2000-2004. Vlaamse Regering. LEIRMAN, W., COCKX, F., DE SMET, P. & G. GEHRE. (1995). Regionaal Educatief Overleg. Coördinatie en planning in de volwasseneneducatie. Eindrapport. Katholieke Universiteit Leuven. LEIRMAN, W., COCKX, F., DE SMET, P. & G. GEHRE. (1997). Optienota inzake streekcoördinatie in de volwasseneneducatie. Onderzoek Regionaal Educatief Overleg. Katholieke Universiteit Leuven. LEIRMAN, W., COCKX, F., DE SMET, P. & G. GEHRE. (1997). Regionaal Educatief Overleg II. Onderzoeksvragen en instrumenten voor coördinatie in de volwasseneneducatie. Katholieke Universiteit Leuven. MANNINEN, J. (1998). Labour Market Strategies in a Late Modern Society, in: Walther, A. & B. Stauber (Eds.). (1998). Lifelong Learning in Europe/Lebenslanges Lernen in Europa. Volume 1. Optionen für die Integration von Leben, Lernen und Arbeiten. Tübingen: Neuling Verlag, 75-85. MINISTRY OF EDUCATION. (1997). Adult learning in Denmark. Copenhagen: Sangill. (Text by the Danish Research and Development Center for Adult Education). RAGATT, P., EDWARDS, R. & N. SMALL (Eds.). (1996). The Learning Society. Challenges and Trends. London/New York: Routledge. REES, T. & W. BARTLETT. (1999). Adult Guidance Services in the European Learning Society: A Scottisch Case Study. Studies in the Education of Adults (31), 1, 21-34. _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


11

SERV (Sociaal-economische raad van Vlaanderen. (1999). Aanbevelingen over het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen. Brussel, 20 januari 1999. University for Industry. Engaging people in learning for life: A Summary. (1998). Department for Education and Employment. Van Damme, D. & Legiest, E. (1997), Educatieve strategieën van primaire actoren in de volwasseneneducatie. Participatie van Vlaamse volwassenen aan volwasseneneducatie. Eindrapport OBPWO-93.11 (Gent, RUG). Van Damme, D. & Legiest, E. (1999), ‘De deelname aan permanente vorming. Een verkenning van enkele kenmerken van de participatie aan de volwasseneneducatie in Vlaanderen’, Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, 1999-2000, 1. VEV (Vlaams Economisch Verbond. (1999). Op weg naar meer permanente vorming. Vevideeën en -voorstellen, Januari 1999.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


12 VIONA – OPROEP 2000 Thema 1.2 HRM – Topic 8 Deelname permanente vorming en recht op levenslang leren

BEVORDERING VAN DEELNAME EN DEELNAMEKANSEN INZAKE ARBEIDSMARKTGERICHTE PERMANENTE VORMING Codenaam: DIAP

BIJLAGE: ONDERZOEKSOPZET (uitgebreid) 1. Een strategisch, diagnostisch en operationeel (modulair opgebouwd) onderzoeksvoorstel De onderwerpsomschrijving van topic 8 in de VIONA-oproep is uitermate relevant en tegelijkertijd zeer omvattend en divers. Er wordt met name aandacht gevraagd voor verschillende instrumenten om de deelname aan vorming en de doelmatigheid ervan te verhogen, voor de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van verschillende partners, voor de verhouding en samenwerkingsverbanden tussen publieke en private actoren, voor de organisatie van het aanbod, voor de didactische methoden en voor de coherentie in het beleid. Om deze complexiteit hanteerbaar te maken wordt in het hiernavolgend onderzoeksproject gekozen voor een drieledige benadering en voor een samenwerking tussen onderzoeksgroepen die op dit terrein expertise hebben opgebouwd, maar ook reeds effectief in meerdere projecten hebben samengewerkt en nog samenwerken. De drie promotoren en hun onderzoekers zullen geregeld overleg plegen om hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen en de coherentie van de resultaten te bewaken. Wat de drieledige benadering betreft wordt vooreerst een strategische benadering voorgesteld om een globale, veelzijdige en overzichtelijke stand van zaken en prospectie voor Vlaanderen op te maken en dit volgens een stramien dat door de OESO reeds in 10 landen wordt toegepast. Deze stand van zaken moet niet alleen de sterktes en zwaktes en de knelpunten in Vlaanderen en in het Vlaamse beleid in kaart brengen. Hij moet ook prospectief de ontwikkelingskansen en -taken omschrijven en actuele beleidsintenties op hun betekenis inschatten, mede door een internationale vergelijking mogelijk te maken en lering te halen uit wat zich in andere landen afspeelt. Vier invalshoeken zullen daarbij centraal staan: (1) de (verhoging van de) motivatie van volwassenen voor levenslang leren, (2) de (bevordering) van een geïntegreerde benadering van vraag en aanbod, (3) de (optimalisering van de) kwaliteit van het leeraanbod en (4) de (verbetering van de) coherentie van het beleid. Dit deel van het onderzoek moet de overheid en de sociale partners toelaten de grote krijtlijnen te trekken voor een beleid ter bevordering van de deelname en het scheppen van deelnamekansen inzake arbeidsmarktgerichte permanente vorming. Het moet vermijden om van diverse, maar versnipperde acties te verwachten dat ze een volwaardig recht op levenslang leren zullen bewerkstellingen. Een recht dat overigens niet in juridische zin kan of moet worden uitgebouwd, maar dat effectueerbaar moet worden door het scheppen van een veelheid aan deelnamekansen en het ondersteunen van volwassenen om van deze kansen gebruik te maken. Naast de ontwikkeling van een coherent strategisch kader, wordt in het voorliggend onderzoeksvoorstel ook gekozen voor een weliswaar beperkt, maar onmisbaar diagnostisch luik. In zijn algemeenheid is de problematiek van de barrières voor het deelnemen aan permanente vorming en het leren een leven lang wel bekend.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


13 Vlaanderen vertoont evenwel een opvallend lage participatiegraad. Vergeleken met de buurlanden en belangrijkste handelspartners zou volgens de IALS-resultaten in 1995 slechts 21,6% van de Vlaamse 25-64-jarigen gedurende het afgelopen jaar één of andere opleiding of training hebben gevolgd, vergeleken met 36,6% in Nederland, 44,9% in het Verenigd Koninkrijk en zelfs 54,3% in Zweden (O’Connell, 1999). Uit eigen onderzoek blijkt dat, met een wat ruimere vraagstelling, 19,8% van de bevraagde 18-75-jarigen in 1995 op het moment van de enquête in één of andere vorm van onderwijs, opleiding of vorming actief was (Van Damme en Legiest, 1999). Bovendien blijkt dat de participatie aan volwasseneneducatie heel erg ongelijk verdeeld is over de Vlaamse bevolking en dat er zich groepen aftekenen die slechts in zeer geringe mate educatief actief zijn. Het verdient daarom aanbeveling om preciezer te bekijken welke belemmerende factoren zich op welke wijze voor de Vlaamse bevolking en context voordoen. Een betere, meer verfijnde kennis van de problematiek moet toelaten goed gekozen operationele maatregelen te nemen. Dit leidt tot het operationeel luik van het onderzoeksvoorstel, waarin welbepaalde maatregelen (in de zin van te ondernemen acties, tot stand te brengen vernieuwingen, concrete strategieën voor implementatie) zullen ontworpen worden. Dit zal gebeuren vanuit het concrete besef dat de realisatie van het recht op levenslang leren wordt gehypothekeerd door het feit dat in Vlaanderen de participatie aan onderwijs, opleiding en vorming relatief laag is. Het is duidelijk dat ondanks de ruime aanbodsstructuur, relatief veel Vlaamse volwassenen om één of andere redenen hun kansen en hun recht op levenslang leren niet effectueren. Hoewel het moeilijk is om een kwantitatief streefdoel voorop te stellen, en men moet vermijden aan het levenslang leren een zekere dwangmatigheid te hechten, kan men ervan uitgaan dat om het individueel recht op levenslang leren effectief te realiseren zowel de algemene participatie met ongeveer de helft zou moeten toenemen als de participatie van risicogroepen op het vlak van onderwijs, opleiding en vorming op een minimaal aanvaardbaar geacht niveau moet worden gebracht. Om deze doelstelling te bereiken, zijn er theoretisch tal van strategieën mogelijk, afhankelijk van welke barrières tot participatie men prioritair wil aanpakken. In de omvangrijke internationale literatuur over barrières tot participatie maakt men een onderscheid tussen dispositionele, situationele, institutionele en informationele barrières. (zie verder) Verschillende van deze factoren interageren met elkaar. Een doelmatige strategie om hoger vermelde beleidsdoelstelling te realiseren, zal dus verschillende deelstrategieën moeten omvatten en integreren. De bedoeling van het operationeel luik van het onderzoek is enkele nu reeds als doelmatig en haalbaar ingeschatte - concrete "maatregelen" te ontwerpen ter opheffing van de vier soorten barrières. De resultaten van het strategische en het diagnostisch luik kunnen later leiden tot het ontwikkelen van nog meer "maatregelen", die ongetwijfeld zullen nodig zijn bij een zo veelzijdig en complex probleem als dat van de deelname en de deelnamekansen aan levenslang leren. Dit alles leidt tot een modulair opgebouwd onderzoeksproject met drie luiken: een strategisch luik met één module, een diagnostisch luik met één module en een operationeel luik met drie modules. Deze drie modules worden volgens een zelfde basisstramien uitgewerkt en gevaloriseerd. Dit basisstramien wordt voor de drie modules samen toelicht in punt 7. 2. Module 1 Een Vlaams strategierapport (mede in het kader van de Oeso-studie "Adult Education") Situering Deze module wil aansluiten bij een lopende internationale studie van de Oeso over de volwasseneneducatie waarbij dezelfde thema’s over levenslang leren als in de Viona-oproep geviseerd worden. In 1996 erkenden de Ministers van Onderwijs dat er verstrekkende veranderingen noodzakelijk waren om het levenslang leren gestalte te geven ‘Strategies for lifelong learning _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


14 need a wholehearted commitment to new system-wide goals, standards and approaches, adapted to the culture and circumstance of each country’. In oktober 1997 versterkten de Ministers van Tewerkstelling deze boodschap: ‘they recognised the adverse labour market consequences that arise due to the lack of access to lifelong learning opportunities, and underlined the importance of ensuring that lifelong learning opportunities are broadly accessible to all persons of working age, in order to sustain and increase their employability’. In 1998 hielden de Oeso en het Departement Onderwijs van de Verenigde Staten een internationale conferentie in Washington over de thematiek ‘How Adults Learn’ waarbij recent onderzoek en praktijkvoorbeelden over permanente vorming werden gepresenteerd. Een van de conclusies was een aanbeveling naar de Oeso om een internationaal vergelijkende studie te maken over effectieve strategieën om levenslang leren uit te bouwen voor elk individu. Dit idee werd goedgekeurd door ‘the Education Committee’ (november 1998) en door ‘the Employment, Labour and Social Affairs Committee’ (maart 1999) van de Oeso, die dit als een gezamenlijke opdracht zouden uitvoeren. Nationale vertegenwoordigers kwamen samen op 16-17 juni 1999 om de inhoud en doelstellingen van deze internationale studie te bespreken en om hun eventueel engagement uit te drukken om deel te nemen aan deze studie. Dit engagement hield in dat zij een ‘background report’ zouden schrijven over de thematiek volgens een welbepaald stramien, de organisatie verzorgen en een deel van de kosten dragen van een vijfkoppig reviewteam dat gedurende twee weken het desbetreffende land bezoekt en gesprekken voert zowel met het beleid als met de praktijk van de volwasseneducatie. De Oeso-studie is gestart in november 1999. Tien landen nemen hieraan deel: Canada, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Hongarije, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Zwitserland, Portugal en Finland. Het HIVA werd aangesproken om als extern expert te fungeren in het review team van Noorwegen (Mia Douterlungne/maart 2000) en van de Verenigde Staten (Ides Nicaise/september 2000). Beide experten blijven betrokken gedurende het hele proces. In Januari 2001 wordt een eerste rapport voorgesteld op de vergadering van de Ministers van Onderwijs met de besluiten van de eerste vier bezochte landen: Zwitserland, Groot-Brittannië, Noorwegen en Zweden. Het volledig comparatief rapport wordt gepland in de herfst van 2001. Doelstelling Dit voorstel wil de expertise die het HIVA opdoet in dit internationaal netwerk maximaal valoriseren naar Vlaanderen toe. In eerste instantie wordt gedacht aan een analytisch rapport voor Vlaanderen over levenslag leren conform de Oeso-structuur (zie verder). In tweede instantie zou een vergelijking gemaakt worden met trends, ontwikkelingen in andere landen die door de Oeso bezocht worden. Onderzoeksvragen De Oeso-studie wil vooral nagaan in hoeverre in het kader van levenslang leren de kwaliteit en de kwantiteit van vormingsmogelijkheden voor volwassenen efficiënt zijn en hoe de toeleiding naar de volwasseneneducatie kan verhoogd worden. Als doelgroep wordt door het Education Committee van de Oeso vooral de nadruk gelegd op de behoeften van de “mainstream learners” terwijl het E ‘ mployment, Labour and Social Affairs Committee’ vooral de volwassenen wil viseren die als risicogroep voor de arbeidsmarkt worden beschouwd. De Oeso onderscheidt vier grote problemen met betrekking tot de uitbouw van levenslang leren: § onvoldoende en inadequate incentives om de motivatie van volwassenen om te leren te verhogen; § complexe verbindingen tussen verschillende leeromgevingen en een gebrek aan transparantie van leeropbrengsten in verschillende formele en non-formele settings; _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


15 § §

onaangepaste instructie- en leermethodes voor volwassenen; een gebrek aan coördinatie tussen verschillende publieke instanties en privé-initiatieven die direct of indirect het levenslang leren beïnvloeden.

Hieraan gekoppeld worden vier grote thema’s gekozen voor de analyse: 1. Hoe kunnen de overheid, sociale partners en andere actoren via incentives de motivatie van de volwassenen voor levenslang leren verhogen? − Inzicht in de actuele deelname van volwassenen aan de volwasseneneducatie en de probleemgroepen hierbij. − Verklaringen voor het gebrek aan deelname: onzekere financiële return, geen zicht op effectiviteit van training, geen civiel effect, niet combineerbaar met andere activiteiten. − Mogelijke incentives naar financiering, infrastructuur, assessment. 2. Hoe kan er een meer geïntegreerde benadering bewerkstelligd worden inzake aanbod en deelname aan permanente vorming? − Het aanbod gebeurt nu heel fragmentarisch via formele vorming, vorming op het werk, thuis en op andere plaatsen. De vraag is of een holistische benadering van het levenslang leren noodzakelijk is dan wel een fragmentarische zoals nu meestal het geval is. 3. Hoe kan de pedagogie van het leeraanbod voor de volwassenen verbeterd worden? − Hierbij gaat de aandacht naar tendensen, ontwikkelingen in de inhoud, de kwaliteit en de methoden van het leeraanbod om meer aan te sluiten bij de behoeftes en leerstijlen van volwassenen. 4. Hoe kan men de coherentie van het beleid inzake levenslang leren verbeteren? − Dit thema viseert twee peilers: verticale en horizontale integratie. Onder verticale integratie wordt de aansluiting van de volwasseneneducatie met het formele onderwijs op initieel, secundair en tertiair niveau bekeken. Onder horizontale integratie wordt de coördinatie bekeken van het beleid van volwasseneneducatie met andere beleidsterreinen o.a. tewerkstelling, sociale zaken en economie, de verhouding tussen publieke en private actoren, de rol van overheid en sociale partners, … Doel van het strategisch rapport voor Vlaanderen is niet zozeer een exhaustief overzicht te geven van de stand van zaken m.b.t. deze vier thema’s dan wel recente onderzoeksinzichten, beleidsaccenten en globale ontwikkelingen op het veld in kaart te brengen. Methode Op de eerste plaats wordt een status questionis opgemaakt over de huidige permanente vorming aan de hand van schriftelijk bronnenmateriaal. Op de tweede plaats gebeurt de analyse van de vier thema’s: § bijeenbrengen en synthetiseren van relevante onderzoeken (REO, OBPWO, PBO, VIONA, …); § analyse van de beleidsdocumenten van de huidige regering; § bevraging van sleutelfiguren in het beleid: kabinetten, administratie, VLOR, sociale partners, …; § bevraging van sleutelfiguren van instanties permanente vorming: OSP, VDAB, VIZO, Edufora, sectoriële initiatieven, … Op de derde plaats wordt een vergelijking gemaakt met de andere landenrapporten van de Oeso waarbij lessen worden getrokken uit de good practices van ieder land, rekening houdend met de specifieke context (benchmarking). _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


16 Valorisatie van de onderzoeksresultaten Het resultaat van deze module moet uitmonden in een beleidsdocument m.b.t. levenslang leren waarbij een status questionis van de permanente vorming in Vlaanderen, recente onderzoeksinzichten, beleidsaccenten en realisaties op het veld bondig weergegeven worden. Dit gebeurt volgens het stramien van de Oeso-studie “Adult Education” waarbij het HIVA in twee landenstudies betrokken is. De vergelijking met good practices in de andere landenstudies (rekening houdend met de specifieke context van ieder land) wil nieuwe ideeën aanbrengen inzake bijsturing van het Vlaams beleid over levenslang leren volgens de vier thema’s: verhoging van deelname aan permanente vorming, een meer geïntegreerde benadering van het aanbod, optimalisatie van de pedagogie en een grotere coherentie in het beleid t.a.v. levenslang leren. Timing § literatuurstudie status questiones permanente vorming Vlaanderen: 2 maanden; § interviews sleutelfiguren m.b.t. 4 thema’s: 2 maanden; § comparatieve analyse met Oeso-studie: 2 maanden. Totale duur: 6 maanden. 3. Module 2 Analyse van de barrières voor deelname aan de arbeidsmarktgerichte permanente vorming en inschatting van de doelmatigheid en haalbaarheid van ontworpen strategieën Situering In de module 1 ‘Vlaams strategierapport (mede in het kader van de OESO-studie "Adult Education")' wordt het beschikbare onderzoek samengebracht over de deelname aan volwasseneneducatie, over de verklaringen voor de achterblijvende deelname en de mogelijke incentives naar financiering, infrastructuur en assessment. Op basis hiervan zal een inventaris van knelpunten in participatie en mogelijke strategieën in Vlaanderen gemaakt worden. In de omvangrijke internationale literatuur over barrières tot participatie maakt men een onderscheid tussen dispositionele (betrekking hebbende op sociaal-psychologische kenmerken van de potentiële participant, zoals faalangst, gebrekkige motivatie, negatieve attitudes tegenover leren, enz.), situationele (betrekking hebbende op randvoorwaarden en de situationele context van opleiding en vorming, zoals geld- en tijdsgebrek), institutionele (betrekking hebbende op de kenmerken van het educatieve aanbod, zoals geografische en temporele bereikbaarheid) en informationele barrières (betrekking hebbende op informatie waarmee vraag en aanbod moeten worden samengebracht). Verschillende van deze factoren interageren met elkaar. Doelstelling en onderzoeksvragen Deze diagnostische onderzoeksmodule wil voor Vlaanderen een analyse maken van de participatieproblematiek, zowel voor de participatie van de volwassenen in het algemeen als voor specifieke risicogroepen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de diverse barrières voor participatie aan het aanbod inzake permanente vorming die uit internationaal onderzoek naar voor komen. Gelet op de verhoudingsgewijs beperkte participatie in Vlaanderen (cfr. de hoger geciteerde IALS-studie) rijst de vraag hoe en in welke mate de dispositionele, situationele, institutionele en informationele barrières spelen voor de Vlaamse bevolking en voor specifieke risicogroepen. In het operationeel luik van het onderzoek zullen strategieën resp. maatregelen worden ontworpen om de bedoelde barrières in principe weg te werken. Deze ontwerpen zullen op hun doelmatigheid en haalbaarheid worden ingeschat.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


17 Methode Op basis van bestaand Vlaams participatie-onderzoek zal nagegaan worden welke soorten barrières in Vlaanderen prioritair moeten worden aangepakt en welke de kenmerken moeten zijn van voor Vlaanderen effectieve strategieën. We denken daarbij op de eerste plaats aan eigen onderzoek waar een aanzienlijke hoeveelheid kwantitatief en kwalitatief materiaal is verzameld over participatie in Vlaanderen. Het kwantitatief materiaal bestaat uit een databank van enquête-resultaten bij een representatieve steekproef van 1420 Vlaamse volwassenen met allerlei gegevens over (non)participatie (Van Damme en Legiest, 1997; 1999). Het kwalitatief materiaal bestaat uit een bestand van 120 diepte-interviews bij participanten en non-participanten over de ontwikkeling van educatieve vragen en de vertaling ervan in al dan niet participatiegedrag. Ook ander voor Vlaanderen relevant onderzoek zal worden opgespoord met het oog op het nauwkeurig in beeld brengen van de barrières die bij ons een rol spelen. Vervolgens zal bij een relatief kleine sample (ongeveer 30) van door ons reeds met diepteinterviews bevraagde non-participanten, waarvan we weten dat ze nochtans een relatief duidelijke educatieve vraag hebben maar die niet tot educatieve participatie heeft geleid, met nieuwe semi-gestructureerde diepte-interviews de mate worden nagegaan waarin deze strategieën al dan niet tot participatie zouden kunnen leiden. Tot slot zal een representatief staal van instellingen en organisaties uit de diverse sectoren van het veld van de publieke volwasseneneducatie en de bedrijfsopleidingen via een gesloten enquête worden bevraagd naar hun mening over de doelmatigheid van de ontworpen strategieën. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van een aantal simulaties en zal naar een inschatting gevraagd worden van de effecten die deze gesimuleerde strategieën op de participatie kunnen hebben. Tevens zal de haalbaarheid ervan worden nagegaan. Dit alles moet resulteren in een beleidsrelevante synthese waarin strategieën, die als doelmatig en haalbaar uit het onderzoek naar voor zullen zijn gekomen, aan het beleid worden voorgesteld. Voor elke strategie zullen de te nemen maatregelen, de kostprijs en de noodzakelijke randvoorwaarden in een aantal alternatieve simulaties worden voorgesteld. Tevens zal aan het beleid en aan de betrokken sectoren een aantal aanbevelingen worden gedaan voor experimentele toepassing van deze strategieën. Valorisatie De resultaten van deze analyse van participatiebarrières zullen: § een aanvulling van het strategisch rapport (zie module 1) vormen en belangrijke oriëntatiepunten aanreiken voor een veelzijdig lange termijnbeleid inzake de verhoging van de participatie aan permanente vorming; § een basis en toetssteen vormen om het ontwerpen van maatregelen (in de volgende modules) te richten en ten slotte deze maatregelen te helpen beoordelen op hun doelmatigheid en haalbaarheid. Timing Fase 1: secundaire analyse van beschikbaar materiaal: 1 maand. Fase 2: diepte-interviews van non-participanten en fijn-analyse van de barrières : 1,5 maand. Fase 3: inschatting van doelmatigheid en haalbaarheid: 1,5 maand. Rapportage: 1 maand. Totale duur: 5 maanden.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


18 4. Module 3 Flexibilisering van het aanbod en financiële en andere voorwaardenscheppende stimuli om de toegankelijkheid en de participatie te vergroten Doelstellingen Uit eigen onderzoek naar barrières tot participatie blijkt dat tijd en tijdsordeningsproblemen momenteel een vrij grote hinderpaal vormen, derhalve kunnen allerlei maatregelen om het aanbod temporeel anders en flexibeler aan te bieden een stimulerend effect op de deelname hebben. Het verkennen en ontwerpen van dergelijke maatregelen is hier de bedoeling. Doordachte inschakeling van ICT en nieuwe delivery-modes kunnen het effect van beperkingen inzake tijd en ruimte van het huidige aanbod op participatie uiteraard eveneens milderen. Het verkennen en ontwerpen van maatregelen ter inschakeling van ICT- en andere delivery-modes is hier de bedoeling. Hoewel uit eigen onderzoek blijkt dat de kostprijs van opleidingen geen groot afschrikkingseffect heeft op participatie, kan wel verwacht worden dat naar specifieke risicogroepen toe financiële stimuli de participatie kunnen verhogen. In bepaalde voorzieningen zijn er wat dat betreft ervaringen, die kunnen geregistreerd en geëvalueerd worden. Er is ook lopend onderzoek naar financiering van het niet-leerplichtig onderwijs (HIVA), waaruit wellicht informatie kan worden gehaald. In tegenstelling tot dergelijk lopend onderzoek zal er niet opnieuw empirisch materiaal worden verzameld, maar zal het beschikbare materiaal worden samengebracht. Naast financiële stimuli kan daarbij ook worden gedacht aan het verbeteren van andere randvoorwaarden tot participatie, zoals kinderopvang en openbaar vervoer. Methode Zie punt 7. Valorisatie onderzoeksresultaten Zie punt 7. Timing Fase 1 Literatuur- en terreinverkenning en Fase 2 Interviewing experten: 2,5 maanden Fase 3 Ontwerpen van maatregelen: 2,5 maanden Totale duur: 5 maanden. 5. Module 4 Arbeidsorganisaties en 'learning partnerships' als leerrijke werkomgevingen: de rol van de betrokken actoren en de overheid Situering Vanuit het perspectief van de arbeidsorganisatie als werkplek, en in het verlengde daarvan idealiter ook als een plek om te leren, rijst de vraag overeenkomstig welke modaliteiten men deze werkomgeving zo leerrijk als mogelijk kan maken en welke wegen ter optimalisering hiervan zich aandienen. Die vraag naar optimalisering kan men zowel intern als extern bekijken. Het betreft een interne kwestie voor zover het hier gaat om het vormgeven van een adequaat en strategisch VTO-beleid op het niveau van de arbeids- resp. bedrijfsorganisatie zelf. Het is echter ook in sterke mate een externe zaak in die zin dat partnerships (eventueel, zoals elders, te benoemen als 'local learning partnerships' of 'lifelong learning partnerships') een meerwaarde en verrijking kunnen betekenen voor de organisatie als zodanig, maar ook omdat ze vanuit een ruimer perspectief een geschikt middel blijken om te komen tot meer synergie, afstemming, transparantie, integratie en coherentie. Het beschouwen van de werkplek als een plek om te leren kan men benaderen vanuit verschillende invalshoeken. Het ondersteunt de arbeidsorganisatie in het bereiken van een aantal organisatie-inherente structurele doelstellingen. Voor het individu biedt het een perspectief voor socio-professionele integratie (als instap op de arbeidsmarkt als het ware) _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


19 en voor een aantrekkelijke loopbaanontwikkeling. Bovendien wordt het 'human capital' op die wijze breed inzetbaar gehouden en kan men vormgeven aan een duurzame visie en praxis inzake werkgelegenheid (cfr. Beleidsnota R. Landuyt). Onderzoeksvragen Verschillende vragen dienen zich aan. Eerst volgen de vragen m.b.t. de interne werking van de arbeidsorganisaties als leerrijke omgeving. Hoe van een arbeidsorganisatie een lerende organisatie maken door het beschikbaar stellen van adviezen en informatie voor het ontwikkelen van een strategisch VTO-beleid (Vorming, Training en Opleiding) in het bijzonder in kleine en middelgrote ondernemingen en dito social profit organisaties ? Welke ondersteunende maatregelen zijn daarvoor geschikt? Eén spoor lijkt alvast het beschikbaar stellen van informatie en documentatie, een ander het beschikbaar stellen van advies en consultancy. De focus gaat vooral uit naar kleine (en in mindere mate middelgrote) ondernemingen. Arbeidsorganisaties moeten worden aangemoedigd om een expliciet VTObeleid te ontwikkelen, door het aantrekken van ter zake deskundige medewerkers dan wel door een beroep te doen op adviseurs van expertisecentra. Diverse formules dienen daarbij te worden gestimuleerd en ze moeten toegankelijk zijn zowel voor de private, commerciële arbeidsorganisaties, als voor de gesubsidieerde en tot de collectieve sector behorende organisaties. Te denken valt aan een verruimde rol van de sectorale opleidingsfondsen en de oprichting ervan voor alle sectoren, het oprichten van centra naar analogie van de Centra voor Kwaliteitszorg, het fiscaal aantrekkelijk maken van de investering in het beroep doen op VTO-experten en het ontwikkelen van VTO-plannen. Vervolgens zijn er de vragen die verband houden met de externe werking van arbeidsorganisaties met name in de context van learning partnerships. Het betreft hier partnerships tussen enerzijds educatieve instellingen en aanbieders, en anderzijds afnemers, in casu arbeidsorganisaties (bedrijven en social-profit organisaties). De partnerships tussen deze actoren hebben als doel veranderingen in arbeidsorganisaties en de tewerkstelling te implementeren. Vorming, training en opleiding vormen niet het enige of het hoofddoel van het partnership, maar ze hebben bij deze implementatie van veranderingen een rol te spelen. De educatieve aanbieders de arbeidsorganisaties en de sociale partners nemen elk een eigen rol op en de overheidsbemoeienis is specifiek. De vraag is vooral hoe partnerships als samenwerkingsmodaliteit als zodanig een bevorderlijk leerklimaat kunnen bewerkstelligen en welke operationele pistes zich in dit verband aandienen. Het komt er voornamelijk op aan en deze thema's (beleidsmatig) met elkaar te verbinden en de wijze waarop beide invalshoeken zich tot elkaar (kunnen) verhouden verder te expliciteren. Verder rijst hier met name de vraag naar de mogelijke (regisseurs)rol van de overheid in dit geheel, en hoe ze deze rol zal opnemen in het stimuleren en faciliteren van local learning partnerships. In deze wordt gedacht aan het scheppen van financiële voorwaarden, het beschikbaar maken van know-how en consultancy, het creëren van dwarsverbindingen tussen publiek gefinancierde aanbieders en arbeidsorganisaties. Dit alles moet leiden tot veranderingen in arbeidsorganisaties vanuit en door een VTO-beleid en nieuwe arrangementen van leren en werken. Methode Zie punt 7. Valorisatie onderzoeksresultaten Zie punt 7. Timing Fase 1: Stimuli voor het VTO-beleid van arbeidsorganisaties: 3 maanden. Fase 2: Learning partnerships: 3 maanden. _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


20 Totale duur: 6 maanden. 6 Module 5 Leerbemiddeling en -begeleiding in het levenslang leren in relatie tot informatie, activering en toeleiding Situering Ongetwijfeld schuilt onder deze begrippen een erg zinvolle en wellicht ook doelmatige verzameling praktijken en strategieën die deelnameverhogend kunnen werken. Onderzoek laat zien dat veel volwassenen, met name uit bepaalde risicogroepen, educatie niet zien als een zinvolle weg om bepaalde als problematisch ervaren toestanden in zowel de professionele als persoonlijke levenssfeer aan te pakken, of slecht in staat zijn vage educatieve behoeften te vertalen in manifeste educatieve vragen waarmee het bestaande aanbod kan worden gescreend, of door de nawerking van negatieve schoolervaringen een geringe bereidheid tonen tot effectuering van hun educatieve vragen in participatie. Onder de vage maar vaak gebruikte noemer ‘motivatie’ schuilen allerlei mechanismen, waarop met gepaste strategieën gericht kan worden ingewerkt. Via leerbemiddeling, coaching en counseling kan daarbij naar bepaalde groepen cursisten wellicht doelmatig worden gewerkt. Toegankelijke en overzichtelijke informatie over het educatief aanbod is in dit kader een onmisbare basisvoorwaarde, zowel voor deelnemers als voor bemiddelaars. Het leggen van dwarsverbindingen en het vormen van informatie- en andere netwerken zijn hierbij een cruciaal middel. In het geding is hier dat men particaptievragen en participatieproblemen van cursisten ook als leervragen moet erkennen, dat men leerambities moet helpen activeren, en dat men ondersteuning moet bieden in het zoekproces naar waar die ambities best kunnen worden gearticuleerd. Leerbemiddeling, coaching en counseling kunnen worden gezien als de educatieve pool van trajectbegeleiding: door het ondersteunen van het proces van de explicitering en de keuze van leerdoelen en leerwegen worden volwassenen geholpen in de ontwikkeling van leertrajecten. Er zijn verder ook deskundige en geïnformeerde toeleiders nodig die goed gedocumenteerd zijn en het aanbod grondig kennen. Toeleiders alsook informatie- en toeleidingssystemen moeten mensen helpen antwoorden te vinden op leervragen en adequate feedback of advies kunnen geven voor diegenen die om toeleiding vragen. Toeleiders zijn mensen die zich buiten het educatieve systeem als zodanig situeren, maar die vanuit hun eigen context (bijv. het OCMW en CAW) attent zijn op impliciete of expliciete leervragen en mensen helpen hun weg te vinden. Leerbemiddelaars situeren zich binnen het educatieve systeem, maar functioneren vanuit een onafhankelijke positie. Ze helpen mensen op langere termijn bij het uitstippelen van hun leerweg en zijn in die zin trajectbegeleidiers. Doelstelling en onderzoeksvragen M.b.t. het levenslange leren van en voor volwassenen het wenselijk de figuur van de leerbegeleider of coach eens onder de loep te nemen, en dan met name inzake de rollen die hij speelt als ondersteuner van ervaringsleren, als procesbegeleider, en als motivator. Het is duidelijk dat zowel de formele pistes voor het levenslange leren voor volwassenen als de informele leerwegen hier in het geding zijn. Wat het formele aspect betreft, kan gedacht worden aan het volwassenenonderwijs (het voormalige OSP), de initiatieven van de VDAB en het VIZO, het afstandonderwijs, enz. Onder het informele ressorteren bijvoorbeeld werkervaringsprojecten en bedrijfsopleidingen. De taakstelling van de leerbemiddelaar of coach tekent zich voornamelijk af in het licht van arbeidsbemiddeling en het afstemmen en met elkaar in contact brengen van vraag en aanbod (zie ook de Britse 'learning broker'). Dit betreft onder meer de wederzijdse uitwisseling van informatie en daarbij aansluitend het zoeken naar een zo optimaal mogelijke 'matching' van vraag en aanbod. Dit zal vragen om de invoering van een heel aantal maatregelen en mechanismen. Wat er gebeurt binnen de VDAB en wellicht ook in de interim-arbeid voor het leren op de werkplek is in deze reeds exemplarisch. Aan de ene kant bevindt zich het individu dat wil leren, aan de andere het hele, somtijds onoverzichtelijke, scala aan leermogelijkheden. De uitdaging is de _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


21 beschikbare informatie te vertalen naar een mogelijke educatieve vraag, en hierbij advies te verstrekken met het oog op aangepaste leerwegen en leervormen. Een centraal begrip bij dit alles is het Angelsaksische concept 'counseling'. Hinnekint (1984) stelt m.b.t. tot 'counseling' het volgende: "In algemene zin kan 'counseling' worden omschreven als het 'met behulp van een counselor verkennen, door een persoon, van de eigen situatie en zijn mogelijkheden daarbinnen met het oog op het maken van meer bewuste keuzen voor het handelen. Educatieve counseling is een vorm van counseling die gekoppeld is aan onderwijs-leersituaties." M.b.t. diensten voor informatie, studiekeuzebegeleiding en counseling voor volwassenen kan de vraag worden gesteld of het niet wenselijk is dat diensten voor informatie, studiekeuzebegeleiding en counseling van volwassenen onafhankelijk moeten zijn van de bestaande educatieve voorzieningen. Om hun functie goed te kunnen vervullen is er dus enige distantie nodig van de voorzieningen zelf. Het onderzoek moet uitmaken welke innovatieve beleidspistes en operationaliseringen zich aandienen en hoe van hieruit verbindingen met de werkgelegenheidsproblematiek en arbeidsmarktpolitiek kunnen worden gelegd. Verbonden met de leerbemiddelaar, coach en counselor zijn er strategieën die via een betere informatie en bekendmaking van het beschikbare aanbod de toeleiding van doelgroepen naar het aanbod trachten te verbeteren. Nog andere strategieën, ontwikkeld onder meer in de basiseducatie en opleidings- en tewerkstellingsprojecten, trachten met specifieke methodieken bepaalde doelgroepen te activeren naar participatie toe. Vaak wordt daarbij ook gebruik gemaakt van andere sociale voorzieningen, die een bereik hebben in de leefwereld van de betrokken doelgroepen, zoals de eerstelijnsgezondheidszorg. Ook de ontwikkeling van geïntegreerde databestanden en netwerken is hierbij uitdrukkelijk aan de orde, onder meer om meer vraaggericht te kunnen werken (men kan in deze exemplarisch denken aan bibliotheken, de centra voor de basiseducatie of de VDAB). Opnieuw kan via secundaire analyse en evaluatie van binnen- en buitenlandse voorbeelden en good practices een inschatting worden gemaakt van de zinvolheid van dergelijke strategieën voor de Vlaamse context. Methode Zie punt 7. In het kader van de 'lifelong learning partnerships' kan ongetwijfeld gedacht worden aan een aantal vooraanstaande initiatieven in Groot-Brittannië. Prof. Dr. Stella Parker (School of Continuing Education, Universtity of Nottingham), mede-initiator van de toonaangevende Greater Nottingham Lifelong Learning Partnerships lijkt alvast een valabele gesprekspartner. Ook Keith Forrester (Institute for Lifelong Learning, University of Leeds), een ander boegbeeld en expert op het gebied van educatie en leren op het niveau van arbeidsorganisaties en de sociale partners, komt naar voor als een valabele referentie. Het leidt verder geen twijfel dat ook de Scandinavische landen op het gebied van netwerken en partnerships heel wat te bieden hebben. Op het gebied van 'guidance' en 'counselling' wordt voorlopig gedacht aan een aantal initiatieven in Schotland als uitstekende voorbeelden van 'good practices'. Ook Denemarken lijkt op dit vlak vrij ver te staan. Verder lijken m.b.t. beide thema's ook de Britse initiatieven 'University for Industry' en 'Investors in People' mogelijke aanknopingspunten te bieden. Valorisatie onderzoeksresultaten Zie punt 7. Timing Fase 1 Literatuur- en terreinverkenning: 2,5 maanden Fase 2 Interviewing experten: 2,5 maanden _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


22 Fase 3 Ontwerpen van maatregelen: 2,5 maanden Totale duur: 7,5 maanden. 7. Methode en valorisatie van de drie operationele modules Methode De onderzoeksaanpak voor de operationele modules zal grotendeels op gelijkaardige wijze verlopen en is onder te verdelen in een drietal stappen: Een eerste stap zal voornamelijk bestaan uit een extensieve literatuur- en bronnenstudie, zodat zoveel als mogelijk alle relevante informatie uit de respectievelijke domeinen kan worden geëxploreerd en uitgewerkt. Dit houdt onder meer ook een analyse in van alle mogelijke good practices in binnen- en buitenland die inspirerend en (in aangepaste vorm) implementeerbaar zouden kunnen zijn m.b.t. de Vlaamse context. Haalbaarheid en operationaliseerbaarheid spelen hier een belangrijke rol. Hierbij zal aandacht gaan naar de positie en de sturingsmogelijkheden van de overheid in termen van beleidsnetwerken met andere actoren en van soorten beleidsinterventies zoals overheidsinitiatief, reglementering, erkenning, financiering, controle, innovatie, coördinatie. De strategieën resp. maatregelen inzake het levenslang leren m.b.t. de arbeidsmarkt, dienen ook te worden worden geconcretiseerd in termen van doelgroepen, leervormen, soorten aanbod resp. voorzieningen, en leerdomeinen. De bedoeling is om een voor Vlaanderen relevante en toekomstgerichte selectie te maken van beleidsuitdagingen, uitgangspunten, principes en operationaliseringen omtrent de mogelijke (innovatieve) kerntaken van de verschillende betrokken actoren en de overheid, en de daarmee in de onderzoeksvragen verbonden aspecten. Als tweede stap en rechtstreeks voortbouwend op de eerste (en mede op basis van het verkregen overzicht verkregen in module 1), zal een aantal cruciale experten en/of sleutelactoren worden geïdentificeerd in binnen- en buitenland, die vervolgens op uitvoerige wijze zullen worden geïnterviewd op basis van een doordachte en uitgewerkte vragenlijst, afgestemd op de respectievelijke expertise en actieradius van de persoon in kwestie. De rijkdom en diepgang van de verschillende invalshoeken is hier een prioriteit. Op deze wijze kan men een meer vergaand en concreter idee krijgen van innovatieve pistes, gedragen en haalbare beleidswegen en operationaliseringen voor de Vlaamse context. Het is in dit stadium van belang een zo rijk mogelijk scala aan alternatieven te verkennen en de argumentaties die de respectievelijke alternatieven ondersteunen te expliciteren en in kaart te brengen. Op basis van een grondige verwerking van het verkregen materiaal zullen in een derde stap telkens een aantal strategieën en voor Vlaanderen aangepaste maatregelen worden ontworpen inzake de bevordering van de deelnamekansen aan een arbeidsmarktgerichte permanente vorming. In deze ontwerpfase zullen ook Vlaamse experten worden geconsulteerd die over ervaringen beschikken die partieel relevant zijn voor de te ontwerpen strategieën. (Later zullen de resultaten die hieruit voortkomen, met name de door de onderzoekers ontworpen maatregelen, op hun doelmatigheid en haalbaarheid worden beoordeeld door actoren in de volwasseneneducatie en de bedrijfsopleidingen. Zie module 2). Valorisatie De uitkomsten van de operationele modules zullen schriftelijk worden voorgelegd aan vertegenwoordigers van publieke aanbieders in de volwasseneneducatie en in de wereld van de bedrijfsopleidingen. Doel is de voorgestelde maatregelen op hun doelmatigheid en haalbaarheid te beoordelen. Hiermee is een begin gemaakt van het verspreiden van de resultaten en het sensibiliseren van de betrokken actoren. _________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


23 Deze verspreiding en sensibilisering zal worden verder gezet door het organiseren van een studiedag met een gerichte uitnodiging naar de sociale partners, de aanbieders en de beleidsverantwoordelijken in de diverse bij de permanente vorming betrokken beleidsdomeinen. De resultaten van het onderzoek zullen worden gepubliceerd in praktijkgerichte vakbladen en wetenschappelijke tijdschriften.

_________________________________________________________________________________ VIONA2000*Deelname & deelnamekansen arbeidsmarktgerichte permanente vorming*HB-MD-DVD


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bevordering_deelname_deelnamekansen_arbeidsmarktgerichte_permanente_vorming_onderzoeksvoorstel.pdf by Vlaanderen-be - Issuu