— Een uitgave van de Vlaamse Milieumaatschappij - september 2011 - www.vmm.be —
VMM: VOOR HET MILIEU VAN MORGEN al 20 jaar!
4 Verrekijker wordt gepubliceerd door de Vlaamse Milieumaatschappij Coördinatie en eindredactie VMM
30
20 JAAR VMM IN DE KIJKER:
INTERNATIONALE CONTEXT:
AAN UITDAGINGEN GEEN GEBREK
WATER ZONDER GRENZEN
Algemene informatie VMM-Infoloket A. Van de Maelestraat 96 9320 Erembodegem info@vmm.be www.vmm.be Tel. 053 72 64 45 - Fax 053 71 10 78
“De VMM moet een begrip worden bij de Vlamingen, maar ook internationaal” Joke Schauvliege over 20 jaar VMM op p.26
Redactie & Realisatie Het Salon, www.het-salon.be Fotografie Thomas De Boever, Jan Caudron, Yves Adams, Vildaphoto, Shutterstock Drukwerk Artoos Communicatiegroep Verrekijker wordt gedrukt op 100 procent gerecycleerd papier. Verantwoordelijke Uitgever Philippe D’Hondt, VMM D/2011/6871/026
VERDER 07 PARTNERS OVER DE VMM Samen tegen de stroom in zwemmen 16 INTERVIEW MET FRANK DEBOOSERE “Fijn stof moest nog uitgevonden worden” 20 VAN BIJ HET PRILLE BEGIN 20 jaar in dienst bij de VMM
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar! U hebt het al gemerkt aan de cover, de VMM viert feest. Dit jaar bestaan we immers officieel twintig jaar. In dit feestelijke nummer maken we van de gelegenheid gebruik om terug te blikken en om vooruit te kijken naar toekomstige uitdagingen. Dat doen we niet alleen. We laten ook enkele partners aan het woord die onze voorbije samenwerking kritisch onder de loep nemen. Heeft de VMM reden om te vieren? In alle bescheidenheid meen ik van wel. Niet dat we op die twintig jaar paal en perk hebben gesteld aan alle milieuproblemen waarmee onze regio geconfronteerd wordt. Maar op twintig jaar tijd hebben we al veel bereikt. De water- en luchtkwaliteit in Vlaanderen zijn erop vooruit gegaan. Dankzij de stijging van de middelen en het uitbouwen van de nodige efficiënte instrumenten. Daarnaast heeft de VMM altijd sterk ingezet op het sensibiliseren van de belangrijkste actoren: de gezinnen, de industrie en de landbouw. De voorbije twee decennia hebben we hard gewerkt aan een wetenschappelijk onderbouwd milieubeleid dat de oorzaken van de problemen in kaart brengt en dat daarnaast ook oplossingen formuleert. Concrete oplossingen, die we telkens koppelen aan een visie op lange termijn. Daarbij kijken we ook steevast over de grenzen en maken we werk van internationale samenwerking. Met als einddoel: van Vlaanderen opnieuw een aangename plaats maken om te leven. Vandaag geven we in Vlaanderen de toon aan op vlak van effectief en efficiënt milieubeleid. Dankzij de expertise, ervaring, inzet en het engagement van al onze medewerkers. Sommigen waren er twintig jaar geleden al bij. In deze editie zetten we er een aantal in de schijnwerpers als dank voor hun jarenlange betrokkenheid bij onze organisatie. Veel leesplezier Frank Van Sevencoten Administrateur-generaal
Vandaag geven we in Vlaanderen de toon aan op vlak van effectief en efficiënt milieubeleid.
AAN UITDAGINGEN GEEN GEBREK 20 JAAR VMM IN DE KIJKER
De Vlaamse Milieumaatschappij bestaat 20 jaar en dat mag gevierd worden. De afgelopen twee decennia slaagde de VMM er namelijk in om het leefmilieu ingrijpend te veranderen. Toch is dit nog niet het moment om zelfgenoegzaam achterover te leunen. De klimaatverandering en de fijnstofproblematiek bijvoorbeeld blijven zware dobbers. De VMM is een onderdeel van de Vlaamse overheid en werkt rond drie thema’s: lucht, milieu en water. Wat het water betreft, controleert en meet ze de hoeveelheid en de kwaliteit ervan, beheert ze zowel oppervlakte- als grondwater en int ze heffingen op watervervuiling en grondwaterwinning. Verder geeft de VMM advies over milieuvergunningen, zorgt ze voor de planning en toezicht op de zuiveringsinfrastructuur en is ze regulator en toezichthouder van het leidingwater. Met betrekking tot de lucht bewaakt de VMM de kwaliteit ervan, inventariseert ze wie wat loost en doet ze beleidsvoorstellen. Daarnaast stelt ze het MIRA op. Dit milieurapport Vlaanderen beschrijft, analyseert en evalueert de toestand van het leefmilieu in Vlaanderen. Ook bespreekt het rapport het gevoerde milieubeleid en blikt het vooruit op mogelijke ontwikkelingen op het gebied van milieu.
Lange weg afgelegd De VMM, en daarmee ook Vlaanderen, heeft een lange weg afgelegd op vele vlakken. Schone lucht, water en de uitdrukking ‘goed voor het milieu’ waren 20 jaar geleden totaal niet ingeburgerd. Het waren ideologische thema’s voor idealistische ‘groene jongens en meisjes’. Vervuilende stoffen verdwenen dan ook vaak zomaar in het leefmilieu, want de economische vooruitgang had nu eenmaal haar tol, nietwaar? Stinkende rivieren waarin zelfs de sterkste vis niet overleefde en steden die krampachtig naar adem hapten onder een grijs smogdeken moesten we maar voor lief nemen, was de heersende gedachte. Toch is het niet zo dat er vroeger geen pogingen zijn ondernomen om een gedragswijziging tot stand te brengen. De voorgangers van de VMM, de waterzuiveringsmaatschappijen, kregen de zwarte piet toebedeeld voor de
slechte waterkwaliteit en het uiterst zwakke beleid. Maar daarbij hadden critici uit het oog verloren dat de waterzuiveringsmaatschappijen weinig slagkracht hadden door een gebrek aan middelen en instrumenten. In 1988 kwam er een kentering. Door de staatshervorming die de overheid dat jaar doorvoerde, kreeg Vlaanderen meer kansen om een eigen milieubeleid uit te bouwen, waarvoor steeds meer geld beschikbaar kwam. Bovendien maakte men werk van een vereenvoudiging van het milieurecht. Er werden verschillende overheidsinstellingen opgericht om het beleid vorm te geven. De afvalstoffenmaatschappij OVAM bestond al in 1981, maar daarnaast zagen ook in 1991 de leefmilieuadministratie AMINAL, de VMM en waterzuiveraar Aquafin het licht. Vanaf 1993 werd de Nederlandstalige afdeling Leefmilieu van het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie (IHE) aan de VMM toegevoegd. voor 1988: De waterzuiveringsmaatschappijen, de voorgangers van de VMM, lagen regelmatig onder vuur. 1988: Vlaanderen krijgt door de staatshervorming meer kansen om een eigen milieubeleid uit te bouwen. 1991: De Leefmilieuadministratie AMINAL, de VMM en waterzuiveraar Aquafin zien het levenslicht. 1993: De Nederlandstalige afdeling van het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie (IHE) wordt aan VMM toegevoegd. 2006: Afdeling Water van ANIMAL gaat over naar de VMM. 2011: VMM bestaat 20 jaar.
Verrekijker - 5
Daarmee kwamen metingen van de luchtkwaliteit ook onder de vleugels van de Vlaamse Milieumaatschappij.
Nieuwe kansen Een gemakkelijke start had de VMM niet. Nadat haar voorganger (de Vlaamse Waterzuiveringsmaatschappij) onder vuur kwam te liggen, viel die helemaal uiteen. Door die leegloop naar het ministerie en naar Aquafin raakte de Vlaamse Milieumaatschappij onderbemand. Maar de nieuwe kansen boden ook uitdagingen. De VMM wist dat ze voor een mentaliteitsomslag op het vlak van milieu de drie belangrijkste actoren achter zich moest krijgen. Dat betekende dat ze gezinnen, industrie en landbouw moest overtuigen hun gedrag te veranderen om zo meer zorg te dragen voor het milieu. Dat kon ze maar bereiken met duidelijke argumenten, die steunen op onderzoek, analyses en wetenschappelijk onderbouwde rapporten. Zo speelde de VMM een voortrekkersrol in het bepalen van de richting van het milieubeleid. De aanpak wierp duidelijk vruchten af: het milieubewustzijn groeide gestaag. Maar voor Europa ging het niet snel genoeg. Aanvankelijk legde die de nadruk op het harmoniseren van de milieuregelgeving in de verschillende lidstaten en op het beschermen van de volksgezondheid. Voor de productie van drinkwater, zwem- en viswater en water waarin schelpdieren leven, legde Europa kwaliteitsdoelstellingen vast. Verder kwam er een Europese richtlijn voor gevaarlijke stoffen om lozingen door de industrie in het oppervlakte- en het grondwater te beperken of te voorkomen. Die eerste maatregelen hadden nog een vrijblijvend karakter, maar de greep van de Europese Unie op het milieubeleid in de lidstaten verstevigde jaar na jaar. De lidstaten moeten intussen jaarlijks hun inspanningen rapporteren aan de Europese Commissie. Als een lidstaat de normen niet haalt, kan de Commissie na een lange gerechtelijke procedure aan het Hof van Justitie vragen om een dwangsom of een boete op te leggen.
Integrale benadering De strengere hand van Europa leidde in Vlaanderen onder andere tot een integrale benadering van het waterbeleid, omdat goed waterbeheer niet op zichzelf staat. Voor de aanleg van rioleringen en rioolwaterzuiveringsinstallaties moet je rekening houden met ruimtelijke ordening. Binnen het waterbeleid zijn kwantiteit en
6 - Verrekijker - september 2011
Schone lucht, water en de uitdrukking ‘goed voor het milieu’ waren 20 jaar geleden totaal niet ingeburgerd
kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater en de natuur in de omgeving onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Europese nitraatrichtlijn was dan weer een belangrijke stimulans om de Vlaamse mestactieplannen op te stellen. Gecontesteerd bij de invoering, maar ondertussen aanvaard door de landbouwsector. Tegelijk met die toenemende Europese invloed werd in 2006 de bevoegdheidsverdeling over de verschillende instellingen en organisaties herbekeken. Hierdoor ging de afdeling Water van AMINAL, die instond voor het operationeel beheer van de onbevaarbare waterlopen en het beheer van de waterkwantiteit, over naar de VMM. Op alle drie haar werkdomeinen heeft de VMM de voorbije 20 jaar enorm veel vooruitgang geboekt. Zo is de achterstand van Vlaanderen ten opzichte van de Europese lidstaten op het gebied van waterzuivering bijna helemaal goedgemaakt. De zuiveringsgraad van het afvalwater steeg van 30 procent in 1990 naar bijna 80 procent nu. En dat percentage zal de komende jaren nog verder stijgen. De rivieren zijn zuiverder dan ze decennialang zijn geweest en ook met de luchtkwaliteit gaat het stilaan beter.
Beslissingen doordrukken Dat betekende echter niet dat alles meteen van een leien dakje verliep. In het eerste decennium had de VMM het vooral moeilijk om beslissingen naar de industrie- en de landbouwsector door te drukken, ondanks medewerking van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV), het Vlaams netwerk van ondernemingen (VOKA) en de Boerenbond. Toch is er de laatste 10 jaar een aanzienlijke (mentaliteits)vooruitgang geboekt. Voorbeelden daarvan zijn de afkoppeling van bedrijfsafvalwater, het stimuleren van gemeentelijke investeringen in rioleringen en
het werken aan een nieuw mestactieplan. Maar op andere factoren is het moeilijker grip krijgen: de bevolkingsgroei, ruimtelijke ordening, transport en de impact van economische groei. Dat betekent voor de luchtverontreiniging dat de CO2-uitstoot, ozon en fijn stof problematisch blijven, ondanks de grote afname van de hoge concentraties zware metalen, dioxines en verzurende stoffen. Er bestaan hiervoor dwingende Europese richtlijnen, maar Vlaanderen vindt daar moeilijk antwoorden op. Een andere grote uitdaging is de verbetering van de toestand van het oppervlakte- en het grondwater. De Europese Commissie zal de stroomgebiedbeheerplannen van de lidstaten evalueren en op basis daarvan aanbevelingen doen voor de toekomst.
Wat met de klimaatverandering? Het is nog onzeker waartoe de klimaatverandering zal leiden. Duidelijk is wel dat die grote impact zal hebben op het vlak van waterzuivering en overstromingsbeheersing. Bij de huidige infrastructuur is uitgegaan van de stabiele klimaatparameters uit het verleden. Een uitzonderlijke stortregen kan het huidige rioleringsstelsel nog wel aan. Maar als die gigantische plensbuien eerder regel dan uitzondering worden, dringen drastische aanpassingen zich op. Anderzijds dreigt er verdroging door de stijgende temperaturen en overconsumptie van het grondwater. Zuiver water en zuivere lucht worden dus meer dan ooit schaarse goederen. Dat zal zich economisch doen voelen. Daarom is het pleidooi voor een gedragsverandering nog altijd brandend actueel. Aan uitdagingen heeft de VMM dan ook voor de komende 20 jaar geen gebrek.
PARTNERS OVER DE VMM
SAMEN TEGEN DE STROOM IN ZWEMMEN 1/3 De VMM zet zich al 20 jaar in voor een beter leefmilieu en dat doet ze niet alleen. Ze werkt vaak samen met vzw’s om het milieubewustzijn te vergroten, met steden en gemeenten om concrete plannen vorm te geven en met de industrie om te waken over de naleving van de milieuwetgeving.
“Elkaar vinden in
milieubewustzijn” Geert Gommers
VELT, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren, promoot in Vlaanderen en Nederland een gezond leven op het ritme van de seizoenen. Deze groene organisatie en de VMM slaan vaak de handen in elkaar om hun doel te bereiken. Geert Gommers, diensthoofd tuin en voeding, werkt al 14 jaar voor VELT. “Mensen die voor VELT werken, doen dit vanuit het engagement om ecoactief te zijn in huis, tuin en keuken. Ze zijn begaan met gezonde voeding en tuinieren zonder pesticiden. Mensen die bij de VMM werken hebben ook een positief engagement tegenover het milieu. En dan is het logisch dat VELT en de VMM elkaar vinden en samenwerken. We zijn eigenlijk sterke bondgenoten,” zo benadrukt Geert.
Zonder is gezonder De VMM en VELT werken voornamelijk samen op het vlak van pesticiden. De campagne ‘Zonder is Gezonder’ is daar een resultaat van. Tegen 2015 worden de openbare besturen van provincies, steden en gemeente via een Vlaams decreet verplicht om geen pesticiden meer te gebruiken. “De steden en gemeenten rapporteren hierover aan de VMM. VELT legt de gemeenten en provincies uit hoe ze in de praktijk hun pesticidengebruik kunnen terugdringen. En we trekken die lijn door naar de burger. Zo kunnen mensen bijvoorbeeld via de campagne Durf Tuinieren Zonder zich uiten als ecologisch
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
tuinier die geen pesticiden gebruikt.”
Ondersteuning mag meer zijn De VMM zorgt voor de toepassing en de opvolging van het decreet, maar op vlak van ondersteuning kan het volgens Geert nog beter. “De VMM heeft wel de ‘pesticidentoets’ geschreven, een leidraad, maar die blijft te algemeen. Die zou meer op maat van de gemeente of provincie gemaakt moeten worden.”
MIRA-rapporten motiveren De jaarlijkse MIRA-rapporten, de milieurapporten van de VMM, vindt Geert een knappe verwezenlijking. Deze rapporten geven een goed beeld van de milieutoestand vandaag. “Complexe milieuthema’s worden op een begrijpelijke wijze voorgesteld. Daarnaast maakt de VMM ook waardevolle toekomstscenario’s over hoe het zal zijn met ons milieu binnen 30 jaar. Dat is een publicatie waar niemand anders aan kan tippen. Het is een aansporing voor het beleid maar ook voor ons als vzw. We moeten
durven verder kijken en op die manier vind ik die rapporten inspirerend en motiverend. Ik hoop van harte dat beleidsmakers bij de overheid, bij organisaties en verenigingen deze rapporten ter harte nemen.”
Druk uit diverse hoeken De VMM staat volgens Geert mooi haar mannetje in onze huidige complexe samenleving waar economische belangen vanuit diverse hoeken (industrie, landbouw) sterk aanwezig zijn. “Het is belangrijk dat de VMM haar expertise ondanks die economische druk verder kan uitbouwen om de vinger aan de pols te houden. Een paar jaar geleden hebben ze bijvoorbeeld aangetoond dat pesticiden ook via de regen worden verspreid in Vlaanderen. Dat toont aan dat pesticidenresidu's niet enkel terug te vinden zijn op locaties waar ze gespoten worden. Dat schetste goed de risico’s van het gebruik van pesticiden. Voor zulke onderzoeken is de VMM onmisbaar.”
Verrekijker - 7
20 JAAR VMM IN VOGELVLUCHT De geschiedenis van de VMM speelt zich niet alleen af in Vlaanderen, maar wordt ook sterk beïnvloed door een internationaal kader van verdragen.
Ontstaan Vlaamse Milieumaatschappij als opvolger van de Vlaamse Waterzuiveringsmaatschappij. De bevoegdheden zijn de rapportering van de oppervlaktewaterkwaliteit, planning van de watersaneringsinfrastructuur, advies voor milieuvergunningen en heffingen.
Het Klimaatverdrag (of UNFCCC - United Nations Framework Convention on Climate Change) wordt afgesloten in Rio de Janeiro. Doel van het verdrag is om de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer te stabiliseren. Dit verdrag zal in 1994 in werking treden waardoor de lidstaten de uitstoot van broeikasgassen inventariseren en rapporteren — VMM publiceert het eerste AWP: Alge-
meen Waterzuiveringsprogramma. Dit beschrijft de kwaliteit van het oppervlaktewater voor Vlaanderen en geeft een overzicht van de bestaande waterzuiveringsinfrastructuur. Daarnaast biedt het een overzicht van maatregelen om de kwaliteitsdoelstellingen te behalen: investeringen, heffingen, vergunningen.
Een belangrijk aantal medewerkers van het departement Leefmilieu van het
Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie wordt in de VMM geïntegreerd. Naast het meetnet luchtkwaliteit,
labo’s en kwaliteitzorg kwamen ook internationale contacten naar de VMM. — Goedkeuring van het eerste Mestactieplan (MAP).
Het eerste
Milieurapport
MIRA wordt gepubliceerd.
8 - Verrekijker - september 2011
— Het VN-verdrag van Helsinki vormt een sterke aanzet voor internationale samenwerking voor het beheer van grensoverschrijdend oppervlaktewater en grondwater.
Onder impuls van het verdrag van Helsinki ontstaan onder andere de Internationale Commissie voor de Bescherming van de Schelde (ICBS) en de Internationale Commissie voor de Bescherming van de Maas (ICBM).
De kaderrichtlijn
voor de luchtkwaliteit treedt
in werking. Samen met enkele dochterrichtlijnen vormt ze de basis voor het huidige kwaliteitsbeleid Lucht van de Europese Unie. Hieruit vloeien de huidige normen en richtlijnen voort.
Mest-Actie-Plan
(MAP)-meetnet: de VMM begint
met onderzoek naar nitraat- en fosfaatgehalte in landbouwgebied.
De Europese kaderrichtlijn Water stippelt voor de hele Europese Unie een uniform waterbeleid uit. De doelstelling is de toestand van het grondwater en oppervlaktewater aanzienlijk te verbeteren en het leven in en om het water maximale kansen te geven. — Publieksmagazine Verrekijker van de VMM wordt voor het eerst gepubliceerd.
Een jaar met heel wat overstromingen in België, zowel in wintermaanden (eind januari – midden februari) als in de zomer (eind augustus).
Totstandkoming van het decreet Integraal Waterbeleid,
in uitvoering van de kaderrichtlijn Water. —
Grote wateroverlast in België en Nederland door hevige regenval. — De 3 types MIRA-rapporten worden gelanceerd: MIRA-T geeft de huidige toestand van het milieu weer, MIRA-BE is een evaluatie van het bestaande milieubeleid en MIRA-S beschrijft de milieuscenario’s voor de toekomst onder verschillende (beleids)omstandigheden. Europa kent een extreem warme zomer, met een ongezien aantal hittedoden tot gevolg. In België stierven er in die periode 1 175 mensen meer dan gemiddeld. De extreme temperaturen verergerden ook de blootstelling aan andere schadelijke stoffen, zoals ozon en fijn stof.
Het Kyoto-protocol of Verdrag van Kyoto geeft uitvoering aan het Klimaatverdrag, en regelt de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen voor de periode 2008-2012. Het zal nog tot 2005 duren eer het van kracht wordt omdat industrielanden wachten met de ratificering van het Protocol.
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Oprichting Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW). De VMM coördineert dit initiatief om het waterbeleid integraal aan te pakken over de bevoegdheidsgrenzen heen.
Verrekijker - 9
2009
De hernieuwde Europese richtlijn Lucht (2008/50/EG) wordt definitief goedgekeurd. De nieuwe richtlijn bundelt alle vorige richtlijnen rond luchtkwaliteit. — In oktober besluit de Europese Milieuraad dat ontwikkelde landen hun emissies met 25 tot 40 % moeten reduceren tegen 2020 en zelfs met 80 tot 95 % tegen 2050 om de opwarming van het klimaat beneden de 2 graden Celsius te houden.
De Vlaamse Milieumaatschappij wordt omgevormd tot een in-
tern verzelfstandigd agentschap (IVA) met rechtspersoonlijkheid. De afdeling Water van AMINAL, die instaat voor het beheer van de onbevaarbare waterlopen 1ste categorie en de rapportering van het grondwater, fuseert met de VMM. Zo wordt de VMM op slag een belangrijke waterbeheerder. — Bij smogepisodes wordt voortaan een ‘smogalarm’ afgekondigd, waardoor er op bepaalde snelwegen maar 90
90
km/u mag gereden worden.
SMOG
De Vlaamse Regering keurt de verschillende bekken- en deelbekkenbeheerplannen goed. De plannen beogen een planmatige aanpak om wateroverlast te beheersen en waterkwaliteitsdoelstellingen te behalen. — De WaterRegulator moet voor meer transparantie zorgen in de drinkwatersector. — In Kopenhagen (Conference of Parties, COP15) slagen de
De VMM sluit als IVA haar eerste beheersovereenkomst af met de Vlaamse Regering.
regeringsleiders er niet in reductiedoelstellingen voor broeikasgassen overeen te komen als opvolger voor het Kyoto-protocol, na 2012.
— De Vlaamse Regering keurt de
De ergste overstromingen in 50 jaar teisteren grote delen van Vlaanderen.
Door zware regenbuien tussen 12 en 15 november stijgen verschillende rivieren tot boven het alarmpeil. Alle wachtbekkens staan overvol, heel wat waterlopen kunnen het water niet meer tijdig afvoeren. Samen met enkele dijkbreuken veroorzaken de overstromingen enorm veel materiële schade. De overstromingsvoorspeller van de VMM wordt in die dagen 2,5 miljoen keer geconsulteerd.
stroomgebiedbeheerplannen voor de
Schelde en de Maas en het bijhorende maatregelenprogramma voor Vlaanderen goed. — In Cancún (Mexico) wordt een nieuwe poging ondernomen om tot wereldwijde klimaatafspraken te komen. De top bereikt een akkoord om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius. Maar over emissiebeperkingen na 2012 is nog altijd geen akkoord bereikt. Een doorbraak komt er ten vroegste op de volgende klimaattop eind 2011 in Durban.
Reorganisatie watersector. De heffing op waterverontreiniging wordt voortaan geïntegreerd in de waterfactuur. Op die manier betaalt de gebruiker/vervuiler van drinkwater rechtstreeks voor de zuivering ervan. De drinkwatermaatschappijen worden verantwoordelijk gesteld voor de watersanering. De VMM krijgt zowel het economisch als het ecologisch toezicht toegewezen.
10 - Verrekijker - september 2011
Het Algemeen Waterverkoopreglement legt 2011 voor heel Vlaanderen de rechten en plichten vast van enerzijds de watermaatschappijen en de rioolbeheerders en anderzijds hun klanten.
INTERVIEW
“Het raam van mijn
Gents kot moest in de jaren 1960 dichtblijven of ik kon niet slapen van de stank� FRANK VAN SEVENCOTEN De VMM bestaat 20 jaar en Frank Van Sevencoten is ook al 20 jaar administrateur-generaal. Elke dag gaat hij werken in een kasteeltje in Erembodegem, dicht bij de natuur. Hij beseft wat voor een privilege dat is. Net zoals hij het een voorrecht vindt om aan ons leefmilieu te kunnen werken. De afgelopen 20 jaar wist hij, zelden in de schijnwerpers, zijn stempel stevig te drukken. Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Verrekijker - 11
U bent planoloog. Wat doet een planoloog? “Ik ben indertijd aan de Gentse universiteit afgestudeerd als licentiaat Stedenbouw – ruimtelijke ordening en planning. Eigenlijk is leefmilieu een zeer succesvol domein geweest voor de planning. Eerst met OVAM en de afvalplanning en nadien, bij de VMM uitgebreid voor het hele milieu. Dat is, denk ik, omdat de mensen bij ruimte en leefmilieu, meer dan gelijk waar anders, duidelijk ervaren dat de zaken op een planmatige manier aangepakt moeten worden. Dat werd zeer acuut in de jaren 1970, op het ogenblik dat onze manier van produceren en consumeren tot grote problemen begon te leiden.”
En hoe begint u er op dat moment dan aan? “Ik heb het geluk gehad dat ik kon meewerken aan de oprichting en uitbouw van OVAM, in 1981. Twee belangrijke factoren lagen daar aan de basis: de Europese Commissie, die duidelijk maakte dat het bedrijfsleven de zekerheid moest hebben dat gevaarlijk afval verwijderd kon worden. En op Vlaams niveau was er de dringende aanpak van de Rupelstreek. Daar werd in de jaren zeventig 1,5 miljoen ton Nederlands afval ingevoerd. Dat is evenveel als de volledige Vlaamse huisvuilproductie. Scherpe politieke reactie heeft één en ander in beweging gezet. Een eerste planning inzake afval heeft er onder meer toe geleid dat de vele stortplaatsen in Vlaanderen werden vervangen door een relatief beperkt aantal afvalverbrandingsinstallaties. Nog altijd te veel, maar toch.”
Vergunningen, heffingen en één blok reclame Is het uitgangspunt bij de VMM veel veranderd op 20 jaar tijd? “Enorm. Vergeet niet dat de voorganger van de VMM, de Vlaamse Waterzuiveringsmaatschappij, 20 jaar geleden instond voor de verwerking van afvalwater. En zij slaagde daar niet in. Toen ik in 1966-1970 in Gent studeerde, stonk het water aan de Graslei verschrikkelijk. ’s Nachts moest ik de ramen van mijn kot aan de Ketelvest dichtdoen of ik kon niet slapen van de stank. Zo erg was het. En natuurlijk kon de Waterzuiveringsmaatschappij het water niet proper krijgen, als je ziet welke vervuiling de gezinnen, de landbouw en de industrie veroorzaakten. De eerste opdracht van de VMM was om de vervuilers te responsabiliseren. Ze konden geen goede waterkwaliteit verwachten en tegelijkertijd zo veel blijven lozen. Iedereen moest parallel grote inspanningen doen. Vandaag gaat het niet meer alleen over de kwaliteit, maar over integraal waterbeheer, dus
12 - Verrekijker - december 2010
ook over de kwantiteit. De VMM is ook verantwoordelijk voor een belangrijk stuk van het luchtbeleid en van het algemeen milieubeleid.”
Hoe komt het dat die taken en bevoegdheden erbij gekomen zijn? “Voor water heeft het ermee te maken dat we zijn afgestapt van de illusie dat je alleen met technische installaties het water proper kunt krijgen. We hebben een bredere waaier van instrumenten ingezet, met vergunningen, heffingen en investeringen. Zo werd gaandeweg duidelijker dat water één systeem is en dat je kwaliteit moeilijk kunt isoleren uit de kwantiteitsproblematiek. Daar zat dus een zekere logica in. Wat lucht betreft hebben we tijdens vorige
De externe communicatie is toch ook een van uw stokpaardjes? “Dat is heel belangrijk, ja. Toen ik indertijd bij OVAM verantwoordelijk was, hadden we een zeer beperkt budget voor sensibilisering. De boutade was toen: wij konden één avond per week een reclameblok bij VTM kopen waarin we consumptie konden afraden, maar alle andere avonden gebeurde exact het tegenovergestelde. 20 jaar geleden was bij de VMM absoluut geen sprake van een instrument voor communicatie. Nochtans kun je met een fractie van wat pakweg naar nieuwe rioleringen gaat al een heleboel realiseren inzake sensibilisering. Stapje voor stapje is dat uitgegroeid en vandaag hebben we toch een performante dienst Externe Communicatie.”
“De eerste opdracht van de VMM was om de vervuilers te responsabiliseren” fases van de staatshervorming een gedeelte van het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie, het IHE, een federale instelling, overgenomen. Daar werkten veel wetenschappers rond water, maar ook rond lucht. Metingen van ozon, smog, … zij zijn verhuisd naar onze labo’s. Dat we de bevoegdheid hebben gekregen over leefmilieu in zijn geheel heeft te maken met het feit dat wij dat indertijd zelf voorstelden. Omdat wij toen vonden dat het cruciaal was om de link te leggen tussen leefmilieuproblemen zoals die waargenomen werden en de oorzaken. De Vlaamse regering en met name minister De Batselier ging daarmee akkoord en heeft geld vrijgemaakt om MIRA uit te bouwen, het Milieurapport Vlaanderen.”
Strookt jullie imago met wat jullie doen, vindt u? “Een imago is zeer kostbaar, én kwetsbaar. Ik denk dat het onze stilaan gevormd is op basis van de resultaten van ons werk. Al leggen de mensen niet altijd de rechtstreekse link tussen de VMM en de Graslei, ozon, smog, zwemwaterkwaliteit, noem maar op. Er zijn ook mensen specifiek verantwoordelijk voor de externe communicatie, maar de basis is wat we doen. En we blijven daarbij afhankelijk van externe condities. Vorig jaar hebben wij er op het nippertje voor kunnen zorgen dat Leuven niet overstroomde. Had het nog een dag langer geregend, dan hadden de mensen ons veel minder graag gezien.”
Schiet niet op de pianist Welke waren voor u de mijlpalen van de laatste 20 jaar? “Het eerste AWP II – reeds uitgewerkt in 1992 – was belangrijk: het algemeen waterzuiveringsplan voor het Denderbekken. Dat gaf aan welke vervuilersgroep waarvoor verantwoordelijk was, een grote sprong vooruit in de responsabilisering. Een belangrijke stap was eveneens het eerste Milieu- en natuurrapport uit 1994, dat bracht voor het eerst in kaart wat de problematiek is en wie waarvoor verantwoordelijk is. Voor onze eigen ontwikkeling was de komst van de mensen van IHE in 1993 een grote vooruitgang, dat heeft onze wetenschappelijke kracht vergroot en onze focus verbreed. Daarnaast is er ook de uitbouw van de CIW (Coördinatiecomissie Integraal Waterbeleid) en het integraal waterbeleid met de VMM als spil. De fusie met de afdeling Water van het departement in 2006 was een belangrijke stap, ook in het teken van het integraal waterbeleid. Recent werden nog de stroomgebiedbeheerplannen en de bekkenbeheerplannen goedgekeurd. En ook het economisch en ecologisch toezicht en de taak van WaterRegulator is niet de onderschatten.”
De rol van Europa is ook steeds groter geworden. Zaten jullie te wachten op al die richtlijnen? “Meer dan dat. Zonder de Europese richtlijnen
“Ik leef in het centrum van de oude stad Mechelen, indertijd een krottenwijk. Wie in Vlaanderen leefmilieubewust wil wonen, kiest voor het centrum van een stad.”
Een planmatige, leefmilieubewuste plaats uitgekozen om te gaan wonen … Dat doet niet iedereen in Vlaanderen, kunt u zich daar ook aan ergeren? “Ik kon mij daar zeer aan ergeren, maar probeer dat nu achter mij te laten. De cirkel is in die zin rond dat onze ruimtelijke wanorde ongelooflijk duur is voor Vlaanderen. Openbaar vervoer krijg je nauwelijks georganiseerd en betaald. Postbedeling. Afvalophaling. Afvalwaterzuivering. Dat is verschrikkelijk voor de organisatie van de samenleving en de vraag is in welke mate wij dat kunnen volhouden.”
Samen naar de volgende 20 jaar Dan komen we vanzelf bij de toekomst. Welke worden de grootste uitdagingen?
stonden we in de verste verte niet waar we nu staan. Europa is voor leefmilieu wellicht meer dan voor om het even welk ander beleidsdomein bepalend en mag daar enorme pluimen voor op de hoed steken. Het belangrijkste onderdeel van het Europees milieubeleid voor ons is in 1991 de richtlijn Stedelijk Afvalwater geweest. Die richtlijn ligt eigenlijk aan de basis van het ontstaan van de VMM en Aquafin. De doelstellingen hadden toen nog te maken met middelen: het water moest gezuiverd worden in agglomeraties van die en die grootte. In 2000 kwam dan de kaderrichtlijn Water die bepaalde
een ander beleid. Het belang van die Europese richtlijnen kan moeilijk overschat worden. Ik vraag me af waar we zouden staan zonder. Het volstaat te verwijzen naar de impact op de nitraatproblematiek en de geschiedenis van het mestactieplan. Het is altijd met Europese dreigementen op de achtergrond, dat we stapje voor stapje vooruit gegaan zijn. De VMM speelde de rol van katalysator, degene die de feiten op tafel legt. En dat heeft ertoe geleid dat het kasteel hier in Erembodegem op een bepaald moment bestormd en de inboedel vernield is. 1994 moet dat geweest zijn. Mijn
“MIRA is in Europa toonaangevend. Er zijn zeker aanknopingspunten om optimistisch te zijn” tegen wanneer welke kwaliteit bereikt moest worden. Die richtlijnen en de verplichting voor de lidstaten hebben een ongelooflijke dynamiek tot stand gebracht, ook in Vlaanderen. Ik denk dat de verdienste van Europa daar historisch is.”
secretaresse had zich uit schrik zelfs verstopt in de kast. De boeren en de loonwerkers in die sector waren in hun bestaan bedreigd en hebben letterlijk geschoten op de pianist, want het ging niet over de VMM, maar over de Europese richtlijnen.”
Het legt wel soms een beetje druk, nee?
Planologisch wonen
“Dat is een eufemistische omschrijving. Het vraagt investeringen, organisatie en uiteindelijk
Leeft u zelf ook een beetje milieubewust?
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
“Die hebben te maken met de financiering van dit alles, in de ruimtelijke structuur die wij hebben. Die hebben ook te maken met de klimaatverandering. Met waterschaarste enerzijds en met overstromingen anderzijds. Ze hebben te maken met de ontwikkeling van instrumenten. We zullen het in de toekomst ook niet redden met alleen maar de investeringen, heffingen en vergunningen. Ik denk dat we de volgende 20 jaar samen met de belangengroepen en met de overheid als centrale spil aan een langetermijnbeleid moeten sleutelen. We gaan samen veel meer moeten doen. Voor een aantal bedrijfssectoren is er stilaan een draagvlak om op een andere manier met de overheid te gaan samenwerken. Zij hebben stilaan in het snuitje dat het ook in hun belang is. Ik denk dat dit hoopgevend is.”
U bent hoopvol? “Voor Vlaanderen, ja. Wij zitten in een van de regio’s in Europa met de grootste milieubelasting. We doen het slecht in internationale rankings, maar wij hebben in Antwerpen ook de tweede grootste petrochemische vestiging ter wereld, wij hebben onze bevolkingsdichtheid en een intensieve landbouw. Maar daar staat tegenover dat hier toch een vrij groot leefmilieubewustzijn ontwikkeld is. Daar staat ook tegenover dat we rijk zijn. En dat we een overheidsapparaat konden uitbouwen dat er mag staan. MIRA is in Europa toonaangevend. Er zijn zeker aanknopingspunten om optimistisch te zijn.”
Verrekijker - 13
“ Het is tijd voor
grote campagnes rond het milieu ” Jens De Bruycker en Anne-Marie De Bruycker
PARTNERS OVER DE VMM
SAMEN TEGEN DE STROOM IN ZWEMMEN 2/3 14 - Verrekijker - september 2011
Veel Vlaamse steden werken aan hun groene imago en milieubewustzijn. Anne-Marie De Bruycker en Jens De Bruycker – geen familie! – zijn milieuambtenaar bij de stad Aalst. Met de hulp van de VMM maken ze werk van een groene stad. De dienst Leefmilieu van de stad Aalst en de dienst Openbare Werken werkten samen met de VMM aan de opmaak van de (deel) bekkenbeheerplannen voor de Dender in Aalst. Dat plan heeft aandacht voor de kwaliteit- en kwantiteitsaspecten van zowel oppervlaktewater als grondwater en moet de leidraad vormen voor de realisatie van een vernieuwd waterbeleid. “We kijken uit naar de verdere uitwerking ervan, vooral op vlak van waterkwantiteit en structuur van de waterlopen”, vertelt duurzaamheidsambtenaar Anne-Marie. “Na de samenwerking rond de deelbekkenbeheerplannen is het overleg over integraal waterbeheer wel wat stilgevallen”, meent milieucoördinator Jens. “We vragen ons af of er nog iets rond gaat gebeuren. Hoe staat het bijvoorbeeld met de afbakening van de oeverzones?” “Tijdens de opmaak van de bekkenbeheerplannen verliep de samenwerking wel heel goed”, voegt AnneMarie toe. “Maar het was niet altijd gemakkelijk om alle betrokkenen op dezelfde golflengte te krijgen.”
Waterwegwijzer Velen hebben al de loftrompet geblazen over de MIRA-rapporten van de VMM. En Jens en Anne-Marie doen dat ook. “We werken systematisch met publicaties van de VMM. Ze zijn handig en overzichtelijk”, verklaart Anne-Marie. Jens en Anne-Marie verwijzen nadrukkelijk naar de ‘Waterwegwijzer’. “Het Vlaamse Gewest, lokale overheden en drinkwatermaatschappijen leggen, bij de bouw van een woning, een aantal richtlijnen of verplichtingen op voor de lozing van huishoudelijk afvalwater en hemelwater en voor het drinkwatercircuit. Architecten vinden die richtlijnen niet altijd duidelijk. De gids Waterwegwijzer bouwen en verbouwen geeft hen een antwoord op de meest gestelde vragen. De gids is echter ook opgesteld voor een breder publiek zoals loodgieters, tuinarchitecten, … eigenlijk voor iedereen die bij de waterhuishouding in en rond de woning betrokken is. Het
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
is niet alleen een zeer mooie, maar ook een praktische uitgave”, benadrukt Anne-Marie.
Campagnes Hoewel Jens en Anne-Marie tevreden zijn met de campagnes van de VMM, vinden ze toch dat er nood is aan meer. De burger wordt volgens hen nog niet voldoende gesensibiliseerd. De VMM moet als expert ook gemeenten doen inzien dat het belangrijk en nuttig is om milieubewust te handelen. En daar zien ze maar één oplossing voor.
rand van het stadscentrum. En in de deelgemeente Meldert trachten we het Kravaalbos uit te breiden.” “We beheren onze parken en groengebieden volgens de principes van het harmonisch parken groenbeheer”, vult Anne-Marie aan. “Zo kunnen de bezoekers genieten van minder gekunsteld groen. We stimuleren de Aalstenaars ook om natuurlijke landschapselementen zoals boomgaarden en hagen aan te planten, en niet langer te sproeien met pesticiden. We streven
“Je merkt toch dat het milieu opnieuw een grotere rol speelt in het leven van de mensen” “De VMM moet uitpakken met grotere campagnes rond milieu, die ook een groter publiek bereiken”, verkondigt Jens. “De kleinere campagnes zijn wel waardevol, maar die bereiken te weinig degenen die nog niet overtuigd of op de hoogte zijn. De VMM-campagne rond een watervriendelijk huishouden bijvoorbeeld heeft wel wat uitgemaakt. Ook de campagne ‘Zonder is Gezonder’ heeft wel wat veranderd. Die campagne kwam zelfs op televisie.” Als milieuambtenaar de burgers sensibiliseren, is niet altijd eenvoudig, dat kan Anne-Marie beamen. “Ik heb eens iemand aangesproken die zijn moestuin met pesticiden aan het besproeien was. Toen kreeg ik bijna een krop sla naar mijn hoofd. (lacht)”
Groene stad Aalst De VMM moet natuurlijk niet alleen provincies, steden, gemeenten en burgers aansporen om milieuvriendelijk te handelen. De stad zelf moet ook inspanningen doen. “Ik denk dat de stad Aalst op dat vlak goed bezig is”, meent Jens. “Zo werken we aan een project rond bosuitbreiding tussen Aalst en Brussel. In Aalst willen we bijvoorbeeld een stadsbos realiseren aan de
op diverse terreinen naar een behoud en als het even kan ook naar het herstel van waardevolle landschappen en het behoud van ‘trage wegen’. Dit verloopt soms moeizaam omdat belangen van exploitatie, verkeer of expansie dikwijls zwaarder doorwegen dan aspecten als gezondheid, rust, stilte of landschapsbeheer.” Gelukkig laten Jens en Anne-Marie zich daardoor niet tegenhouden.
Iedereen een beetje groener? Jens en Anne-Marie zien toch een kleine kentering binnen het denken van de samenleving. Ze hebben het gevoel dat de burgers het milieu meer beginnen te appreciëren. “Je merkt toch dat het milieu opnieuw een grotere rol speelt in het leven van de mensen”, zegt Jens. “Zo willen ze opnieuw wandelen in het groen, op onverharde paden. De laatste jaren merken we ook een groeiende interesse rond ecologisch bouwen en wonen. Het toenemende succes van organisaties zoals Natuurpunt, VIBE (Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch Bouwen en Wonen) en de vzw Trage Wegen toont dat bij meer en meer mensen het milieubewustzijn groeit.”
Verrekijker - 15
INTERVIEW
pionierswerk. Fijn stof moest nog uitgevonden worden”
“Het was
FRANK DEBOOSERE
Reclame maken noemt hij het niet, Frank Deboosere doet alleen zijn plicht wanneer hij tijdens het weerbericht of op zijn website doorverwijst naar de VMM. Hij is niet alleen fan, de VMM-tools komen aardig van pas bij zijn voorspellingen en hij heeft zelfs een rechtstreekse lijn bij wederzijdse twijfelgevallen. 16 - Verrekijker - september 2011
Ken jij de VMM al van bij het begin? “Het begon twintig jaar geleden met Gerwin Dumont (doctor in de fysica, internationaal erkende ozonspecialist en VMM-medewerker van het eerste uur van IRCEL, de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu) en vandaag onderhoud ik de beste contacten met zijn opvolger Frans Fierens van de VMM. 20 jaar geleden moest de term ‘fijn stof’ bij wijze van spreken nog uitgevonden worden. Het was pionierswerk. Ik heb de VMM van dichtbij zien groeien. Stukje bij beetje begon je door de bomen het bos te zien. Mensen vonden het in die beginperiode erg verwarrend als wij het over hoge ozonconcentraties hadden. ‘Hoe, er is toch dat gat?’ Ze begrepen het allemaal niet goed meer. Hen dat uitleggen werd een werkje van lange adem, maar de aanhouder wint.” “Kijkers vragen ook dikwijls om extra informatie en ik verwijs dan met veel plezier door. Dat hoort bij de taak van de openbare omroep, vind ik. Ondertussen kunnen de instrumenten van de VMM de grote massa ook de baas. Ik weet dat ik tijdens het weerbericht de url van de VMM kan laten zien. En als ik dan later een bedankje krijg, weet ik dat het nog gewerkt heeft ook. Mensen hebben dan naar de website gesurft.”
Zijn de instrumenten van de VMM ook handig voor jouw werk als weerman? “Jaja, het is voor mij zeer interessant studiemateriaal. Je kunt nooit voldoende gegevens hebben om te voorspellen. Neem nu bijvoorbeeld een inversie, dan ligt de warme luchtlaag als een soort deken op de koudere laag waardoor ook de vervuilde lucht niet weg kan. Als de meteocondities mij in die richting sturen, weet ik dat het tijd is om de VMM te consulteren. Of bij waarnemingen waarvan je denkt: dat kan toch niet! Ik heb meestal wel een idee van wat er aan de hand is, maar weet dat de VMM het allemaal heel goed in de gaten houdt en dan is Frans maar een telefoontje van mij verwijderd: ‘Wat denk jij?’ Het is een soort kruisbestuiving. We zijn elkaars hulp in moeilijke tijden.”
Dus de weerman haalt niet alles bij het KMI? “Het KMI blijft mijn hoofdbron voor de weers- en neerslagvoorspellingen, maar ik lig voortdurend op vinkenslag en volg dagelijks de waarnemingen luchtkwaliteit en de overstromingsvoorspeller van de VMM.”
Drinkwater wordt kostbaarste goed Maak je je grote zorgen om het klimaat? “Om de mensen vooral. Iemand moet hen een geweten schoppen, ze moeten beseffen dat er grenzen zijn aan de groei. Maar dat moet ook op een kritische, waarschuwende manier gebeuren. Paniekvoetbal lokt maar één reactie uit: aha, het is toch al te laat, niets meer aan te doen … Door te consuminderen kunnen we onszelf nochtans twee diensten bewijzen: het is financieel interessant om minder te verbruiken en doordat het milieu langer meegaat, kunnen wij ook langer gezond leven. De stijgende vraag naar energie zorgt voor hogere energieprijzen. Een trend die de volgende jaren zal blijven aanhouden. Een andere natuurlijke grondstof die steeds schaarser wordt, is drinkwater. Door toenemende periodes van droogte, ook hier. Drinkwater is bijna het kostbaarste goed ter wereld. Wij hebben het geluk dat het bij ons van zeer goede kwaliteit is. Maar mensen, wees je ervan bewust dat het zo kostbaar is. Wees er een beetje spaarzaam mee.
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Het wordt tijd om consuminderen in de praktijk te brengen. De kwaliteit van ons leven gaat daar echt niet mee achteruit. Er zijn nog teveel mensen die vinden dat zij er niets mee te maken hebben. Maar het heeft geen zin om politici de schuld te geven, of bedrijven … Nee, het begint bij onszelf. Denk er eens over wat jij kunt bijbrengen.”
Jij hebt zelf al goed nagedacht over wat je zelf kan doen. Zo kunnen we op je website onder andere jouw fietsavonturen volgen. “Ja, ik fiets per jaar 7.000 à 8.000 kilometer naar het werk. En dat lukt perfect, ook zonder Tom Boonen-fysionomie. Ik blijf gezond, erger me niet aan files én het is goed voor zowel het milieu als de portemonnee.”
Partners in crime Waarin zie jij de grootste uitdagingen voor de toekomst? “Ik vind dat de VMM goed bezig is. De mensen appreciëren de manier waarop zij informatie beschikbaar stelt. Dat is ook de rol van de overheid: mensen gegevens aanreiken. Maar ze zou ook moeten meegaan in de rest van het verhaal en werk maken van oplossingen. Daar zit nu het probleem. De VMM geeft bijvoorbeeld aan dat we over de ozondrempelwaarden zitten en dan vertel ik dat 90 kilometer per uur rijden op de autosnelweg het maximum is. Onvoorstelbaar welke reacties daarop volgen: dat het een schande is, dat we het alleen nog moeilijker maken, … Als het aan mij lag, dan mochten alle snelheden een pak uniformer. Een constante en lagere snelheid is veel veiliger. Minder stress, minder dodelijke ongevallen, minder lawaai, minder verbruik en dus ook minder tanken, minder files en geen vervelende harmonicabewegingen meer. Het aantal auto’s en het aantal kilometers gaat ook nog steeds omhoog, en dus ook de totale CO2-uitstoot. We hebben het al sinds de jaren 1990 over fijn stof, maar in de wetgeving is daar nog heel weinig van te merken. Dieselmotoren die relatief weinig CO2 uitstoten krijgen subsidies, maar er bestaat niets voor benzinemotoren, terwijl die veel minder schadelijk zijn als het over de grote boosdoener fijn stof gaat. Het is aan de overheid om duidelijk te maken dat we geen alternatief meer hebben. Ze mag daarin best streng zijn. We zijn met teveel en we moeten een zachte landing maken. Een mooie regel is: het grootste geluk voor het grootste aantal. Excessen kunnen eigenlijk niet meer. We moeten meer inzetten op alternatieve transportmiddelen. Mijn ‘moment de gloire’ beleef ik wanneer ik met de fiets over de ring rijd en iedereen zie aanschuiven met de wagen. Fluitend rijd ik daar voorbij.”
Het zijn geen populaire maatregelen die je daar noemt. “Dat klopt. Maar de VMM kiest daarbij wel de juiste weg. Ze mogen misschien af en toe nog iets duidelijker zeggen waar het op staat, volharden in de boosheid. Zo lang het belerende vingertje maar wegblijft, want daarmee bereik je het tegenovergestelde effect. Wees duidelijk, eenvoudig en blijf herhalen. Wat dat betreft zijn de VMM en de weerman partners in crime. Ik geloof dat we op de goede weg zijn. Maar het is een drukke weg en hij zal nog drukker worden. Als dat geen mooie metafoor is!”
Benieuwd naar meer? www.frankdeboosere.be www.vmm.be/overstromingsvoorspeller
Verrekijker - 17
WAAR STAAN WE VOOR? Een beter leefmilieu, daaraan werkt de Vlaamse Milieumaatschappij elke dag. Maar niet alleen het doel is belangrijk, ook de manier waarop dit wordt gerealiseerd, doet er toe. In 2007 formuleerde de VMM daarom haar vijf basiswaarden. Deze waarden vormen de kern van de organisatiecultuur of beter gezegd de sociale lijm die de organisatie bindt. Ze bepalen de identiteit van de VMM en het zijn essentiële voorwaarden voor elke medewerker.
samenwerken Bij de VMM is elke werknemer een ploegspeler. Die werkt met het oog op het algemeen belang en zet zich in om een goed gezamenlijk resultaat te behalen. Iemand die voor de VMM werkt, zet zich in en informeert zijn collega’s. Hij helpt anderen en pleegt overleg. Hij stimuleert de samenwerking binnen de groep en creëert samenwerkingsverbanden met en tussen andere entiteiten.
18 - Verrekijker - september 2011
milieusparend gedrag klantgerichtheid Het spreekt vanzelf dat de VMM een groene organisatie is. Ze zet zich in voor het milieu en eist dit ook van haar werknemers bij het uitoefenen van hun functie. Een werknemer bij de VMM houdt rekening met de milieuafspraken binnen de organisatie. Indien het mogelijk is, kiest hij/zij voor milieuvriendelijke alternatieven zoals het openbaar vervoer en elektronische communicatiemiddelen. Hij/zij gaat zelfs actief op zoek naar nieuwe mogelijkheden om milieuvriendelijk te werken en gaat bewust om met het energieverbruik. Een werknemer bij de VMM houdt altijd de milieu-impact voor ogen.
De Vlaamse Milieumaatschappij is er voor haar klanten. De VMM erkent de behoeften van verschillende soorten klanten en reageert er gepast op. Beleidsmakers, bedrijven, belangenorganisaties en burgers kunnen met hun vragen terecht bij de VMM. De VMM optimaliseert haar dienstverlening voortdurend.
betrouwbaarheid voortdurend verbeteren De VMM evolueert voortdurend. Haar werknemers moeten zichzelf dan ook voortdurend bijscholen en meegroeien met de veranderingen. De werking van elke dienst of afdeling binnen de VMM wordt steeds verbeterd. Een werknemer bij de VMM is bereid om nieuwe competenties te verwerven en denkt proactief na over oplossingen voor mogelijke problemen op de werkvloer. Levenslang leren en evolueren is het motto voor elke personeelslid.
Betrouwbaarheid betekent voor de VMM consequent en correct handelen. Maar dat ook integer, zorgvuldig en objectief doen met oog voor een gelijke behandeling en transparantie. Afspraken nakomen en verantwoordelijkheid opnemen is voor de VMM een evidente waarde. Sociale en ethische normen worden elke dag weer in de praktijk gebracht.
Herken je jezelf in deze waarden? Neem dan zeker eens een kijkje bij de vacatures op onze website: www.vmm.be/vacatures
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Verrekijker - 19
20 jaar in dienst bij de VMM
“Mijn eerste sollicitatie� Vanessa De Smet
Van bij het
prille begin De VMM kon evolueren tot de organisatie die ze nu is dankzij de inzet van de vele gemotiveerde medewerkers. Enkelen waren er al van bij de start bij. Vandaag werkt Vanessa De Smet (net 40) bij de dienst Milieuvergunningen van de afdeling Ecologisch Toezicht. Ze staat er in voor de administratieve ondersteuning van het team. Naast de klassieke ‘secretariaatsactiviteiten’ gaat de helft van haar werktijd naar het opvolgen van de adviezen voor milieuvergunningen. Vanessa volgt het hele traject mee op, en zorgt ervoor dat de bevoegde diensten de wettelijke termijnen respecteren. De adviezen daarna in een aantrekkelijke lay-out of presentatie gieten, vormt voor haar de kers op de taart. “Ik zie het direct als een tekst niet uitgelijnd is.” Vanessa zet graag de puntjes op de i, en na 20 jaar ervaring bij de VMM loopt het bij haar op de dienst heel vlot. “Mijn job is heel gevarieerd en dat vind ik heel leuk. Verder heerst er hier een heel aangename sfeer. We helpen elkaar altijd. Iedereen volgt iedereen op. Dat verloopt heel vlot, dankzij een heel goede communicatie en mijn weekplanning.”
Kantoor boven de kledingwinkel Op haar 19de ging Vanessa op zoek naar een job. “Ik wilde een voltijdse baan. Toen de RVA me het adres van de toenmalige VMZ (voorloper van de VMM, red.) gaf voor een tijdelijk en deeltijds jongerencontract, reageerde ik niet meteen enthousiast. Maar ik ben toch gegaan, samen met 10 andere sollicitanten. Ik stapte buiten met een heel goed gevoel. Twee dagen later kreeg ik bericht dat ik de job had en ik heb geaccepteerd. “We zien wel hoe het loopt”, dacht ik. Het was mijn allereerste sollicitatie, en ondertussen ben ik hier al 21 jaar en 5 maanden (lacht). Op 24 januari 1990 startte ik bij de dienst Economaat bij de VMZ in Aalst. Na drie maanden belandde ik op de hoofdzetel van de dienst Meetnetten en Onderzoek. Hilde Temmerman en ik waren de enige meisjes tussen allemaal mannen! Ik heb ook nog gewerkt in de kantoren boven de kledingwinkel Tiffany’s hier in Aalst. Met de groei van de VMM ben ik nog eens verhuisd naar de dienst Informatie en ondertussen werk ik al 11 jaar bij deze dienst.” Gestart met een deeltijds jongerencontract – met onzekere toekomstperspectieven – is Vanessa ondertussen statutair benoemd. “In 2003 werd een examen georganiseerd om statutair te worden en daar heb ik heel hard voor gestudeerd. Ik was enorm zenuwachtig om dat examen af te leggen, want ik wilde statutair worden. Ik werk hier heel graag en wil mijn
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
job blijven doen tot mijn pensioen. Dankzij die examens weet ik nu heel goed wat iedereen doet bij de VMM en is mijn kennis over de job verder verdiept. En ik school me voortdurend bij om mee te zijn met alle nieuwe softwaretoepassingen.”
Grootste veranderingen “Op die 20 jaar is mijn job natuurlijk veel veranderd. Er zijn voor mijn baas en mijn collega’s, dat is altijd het belangrijkste aspect gebleven. Maar vooral op technologisch vlak is de tijd vooruit gegaan. Ik ben nog gestart met een elektronische schrijfmachine. Verder werkte de dienst Economaat toen nog met papieren bestelbonnen, en moesten we op papier inprikken. Nu verloopt alles via elektronische weg, wat het werk veel gemakkelijker maakt!” Ook op menselijk vlak zag ze veel veranderen. “Vroeger kende ik iedereen, nu zijn we met meer dan 1.000 personeelsleden. Op elk nieuwjaarsfeest van de VMM zie ik nieuwe gezichten. De uitbreiding van de VMM maakte ook een betere structuur noodzakelijk, terwijl het er vroeger iets ‘chaotischer’ aan toe ging. Ik hecht veel belang aan interne communicatie. Dat weerspiegelt voor mij een goede samenwerking. Met het intranet hebben we alvast een goede tool in huis om op de hoogte te blijven van het reilen en zeilen bij de VMM. En als ik nog iets wil weten, dan vraag ik het wel. Ik ben heel sociaal (lacht).”
Herman Van Hauwermeiren zal in het najaar 20 jaar bij de VMM werken. Sinds het prille begin van de organisatie werkt hij mee aan een beter milieu in Vlaanderen. Eerst bij de dienst Heffingen en vervolgens bij de afdeling Rapportering Water. De loopbaan van deze kwieke zestiger loopt op z’n einde maar hij heeft een mooie carrière op zijn cv staan. Van Afrika naar VMM Voor Herman Van Hauwermeiren bij de VMM begon, werkte hij lange tijd in zonniger oorden. Toen al zette hij zich in voor het milieu. “Mijn professionele carrière begon in Afrika. 17 jaar heb ik daar voor de landbouwschool gewerkt, waarvan 11 jaar in Congo. In 1990 kwam er een einde aan de Belgi-
Verrekijker - 21
“Water en lucht stoppen niet aan de grens” Herman Van Hauwermeiren
sche coöperatie in dat land. En dat betekende ook het einde van mijn tijd in Afrika. Ik was vast benoemd bij het departement Buitenlandse Zaken en kreeg de keuze om als ambtenaar te werken bij verschillende diensten. Ik heb dan gekozen voor de VMM omdat de doelstellingen met mijn ideeën overeenkwamen. Het was ook niet ver van huis, en dat speelde een rol.”
doening. “Je zet je aan een ecologisch probleem en zoekt naar oplossingen. Dat vind ik het mooiste aan deze job. Onze administrateur-generaal Frank Van Sevencoten heeft het altijd over de VMM als het argusoog van Vlaanderen”, lacht Herman. “En dat klopt ook. De VMM en haar werknemers waken over het milieubeleid in Vlaanderen.”
Reismicrobe
Over de grenzen heen
Al die jaren bleef Herman voor de VMM werken, ook al prikkelde het om terug te keren naar Afrika. “Twintig jaar is een hele tijd. Zeker voor iemand die in Afrika heeft gewerkt. Die microbe gaat nooit weg. In het begin had ik veel zin om terug te keren, maar familiaal en sociaal lag dat te moeilijk. Mijn kinderen gingen dan naar school, later naar de universiteit, … Het werk bij de VMM boeide me natuurlijk ook. De VMM en de aanpak van het leefmilieu evolueren nog voortdurend, wat ervoor zorgde dat het werk mee evolueerde.”
De verbetering van het leefmilieu moet volgens Herman globaal gebeuren. Milieu is niet gebonden aan een land. “Als je je wilt inzetten voor een beter milieu, moet je grensoverschrijdend werken. Water en lucht stoppen niet aan de grens. En daar speelt de VMM goed op in. Ze werkt mee aan tal van internationale projecten.”
De VMM heeft veel invloed gehad op de ecologische visie van Herman, al heeft hij altijd al oog gehad voor het milieu. “Ik vind het jammer dat er soms een cliché wordt gemaakt van het milieu. Sommige zaken worden gepromoot, maar zijn daarom niet altijd even goed voor het milieu. Zo is het bijvoorbeeld niet zo goed om fair trade koffie uit Chili te kopen, want die ecologische voetafdruk is te groot. Weinig mensen denken daaraan. Als je wilt handelen met oog voor het milieu, is het veel beter om lokale producten te kopen.”
Carla Brion heeft een lange en indrukwekkende carrière op haar palmares staan. Vandaag is ze beleidsmedewerker bij de dienst Internationaal Milieubeleid. Ze volgt het Europees beleid over leefmilieu op de voet op. Het beleid vormgeven en doorgeven wat van belang is voor de VMM behoort tot haar taken. “Het bevalt me enorm dat ik kan meehelpen aan het ontstaan van een beleid. Ik volg niet zomaar enkele dossiers op. Je moet het grotere kader zien en helpen vormgeven. Bovendien moet je al vaak eens op pad gaan: vergaderingen in Brussel, soms eens naar het buitenland, … Het feit dat je voortdurend nieuwe mensen ontmoet, maakt de job ook enorm interessant.”
Argusoog van Vlaanderen
Voorganger VMM
Zich inzetten voor een beter leefmilieu geeft Herman dan ook veel vol-
In 1982 begon Carla haar carrière bij de voorganger van de VMM: de
Lokale producten
22 - Verrekijker - september 2011
“Aftellen naar mijn pensioen is niets voor mij” Carla Brion Vlaamse Waterzuiveringsmaatschappij. Ze kan dus letterlijk zeggen dat ze het ontstaan van de VMM met eigen ogen heeft meegemaakt. “Ik ben mijn carrière bij de VMM begonnen als directeur van de buitendienst in Gent. Daar hield ik me voornamelijk bezig met de advisering van vergunningsaanvragen van bedrijven. Aspecten zoals afvalwater en luchtuitstoot kwamen daar vaak aan bod en wij gaven een gepast advies aan de bedrijven die een vergunning aanvroegen.”
Kabinet Na haar jaren op de buitendienst in Gent, kwam er een belangrijke wending in het professionele leven van Carla. De minister van Ambtenarenzaken vroeg haar om voor zijn kabinet te werken. Ze werd gedetacheerd. “Mijn taken voor dat kabinet lagen wel in de lijn van wat ik daarvoor bij de VMM deed. Als hoofd van de buitendienst kom je ook vaak in aanraking met personeelszaken. Dus ik kende daar wel wat van.” Na vijf boeiende jaren op het kabinet voor Ambtenarenzaken, hield haar professionele sprookje niet op. “Ik ben daarna gevraagd om kabinetschef te worden van de minister van Cultuur. Dat heeft ook vijf jaar geduurd. Het is niet zo dat ik me alleen met het cultuurbeleid bezig hield. Ik volgde het brede Vlaamse beleid van de andere ministers op. Op die manier hield ik me ook opnieuw bezig met leefmilieu. Het was heel fijn en professioneel uitdagend om op zo’n hoog niveau mee het beleid uit te stippelen.”
VMM evolueert voortdurend Dat de VMM voortdurend evolueert, heeft ook Carla aan den lijve ondervonden. “Toen ik hier terugkeerde na 10 jaar op het kabinet gewerkt te hebben, was het alsof ik aan een nieuwe job in een nieuwe organisatie begon. De VMM is heel groot geworden en enorm veranderd door de jaren heen, zowel inhoudelijk als structureel. Er bestaan ondertussen veel verschillende diensten en die goed op elkaar afstemmen is een hele uitdaging voor de VMM. Ze probeert daar ook aan te werken door bijvoorbeeld werkgroepen te organiseren. Ook het beleid rond leefmilieu evolueert voortdurend. Het zijn actuele thema’s en ze krijgen nu meer de aandacht die ze verdienen.”
Milieubewust dankzij de VMM De samenleving beseft meer en meer dat zorg voor het milieu belangrijk is. De VMM stimuleert ook een milieubewuste levenshouding en dat uit zich ook op de werkplaats. “Door bij de VMM te werken, wordt je milieubewustzijn wel aangewakkerd. Ik gebruik minder papier, ik druk niet alles af, ik ga heel nauwkeurig afval sorteren. Overal in het gebouw staan er papierbakken en in de keuken staan er gescheiden afvalbakken. Ook het gebouw zelf is ecologisch. Door mijn werk bij de VMM heb ik ook geleerd dat er meer aandacht moet gaan naar drinkbaar water. Ik denk dat we daar nog te nonchalant mee omgaan. Iedereen kan daaraan meehelpen: minder douchen, minder sproeien in de tuin, … Alle kleine beetjes helpen.”
Fin de carrière? Carla werkt al 29 jaar en ze denkt zeker nog niet aan haar pensioen. “Ik doe mijn job graag maar sta zeker ook nog open voor interessante professionele uitdagingen, ook al ben ik bijna 59 jaar oud. Maar het is niet zo dat ik daar naar streef, ik ben heel tevreden met mijn huidige job. Bovendien zijn er ook bij de VMM elke dag nog nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen om aan te pakken. Aftellen naar mijn pensioen is niets voor mij.”
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Verrekijker - 23
Twintigers in dienst bij de VMM
“Deze job geeft voldoening en je bent non-stop in de natuur. Kan het nog beter?� Giel Vanbroekhoven 24 Links: - Ver Bram rekij Vaker n Cauw - sep enber tember gh, 2rechts: 011 Giel Vanbroekhoven
De hedendaagse
rattenvangers van Vlaanderen
Wat drijft jonge twintigers om langs de Vlaamse waterlopen ratten op te sporen? Een afkeer voor ratten of een groot hart voor de natuur? Bram Van Cauwenbergh (22) en Giel Vanbroekhoven (23) zijn twee gedreven natuurliefhebbers. Ze maakten van hun liefde voor de natuur hun job en zorgen er zo voor dat Vlaanderen niet geteisterd wordt door ratten. “Ik heb altijd al een grote interesse gehad in de natuur”, begint Bram te vertellen. “De natuur en alles wat er rond hangt. En dit werk sluit daar perfect bij aan. Het is ook mijn eerste job en ik zie me niet onmiddellijk veranderen.”
uitkijkt, zit je vast. Of er staat opeens een stier voor je te blazen. De meeste waterlopen grenzen immers aan weiden. En je moet opletten dat je met je vallen enkel ratten vangt en geen andere dieren”, vertelt Giel.
“Zo denk ik er ook over”, zegt Giel. “Het is interessant, plezant en zalig om buiten te werken. Ik ben begonnen als zelfstandige in de horeca, maar toen ik de kans kreeg om mij in te werken in een pure buitenjob, was de keuze snel gemaakt.”
Ruziemakers kan de VMM missen als kiespijn. “Als rattenbestrijder kom je vaak met mensen in contact: jagers, landbouwers, natuurbeheerders, … Mensen met heel uiteenlopende belangen. Dat houdt in dat je altijd heel tactvol en klantvriendelijk moet zijn”, voegt Bram er nog aan toe.
Respect voor de natuur
Rattenbestrijder for life
Niet iedereen is uit het juiste hout gesneden om rattenbestrijder te worden. “Je bent veel buiten en je moet uiteraard ook respect hebben voor de natuur”, legt Bram uit. “En je hebt een goede fysieke conditie nodig want je loopt dagelijks heel wat kilometers. Bovendien kan het wel eens gebeuren dat je wordt achterna gezeten door een hond en dan is de enige uitweg over de prikkeldraad springen. De boer mag dan wel blij zijn dat je komt, maar de hond beschermt zijn erf.”
Rattenbestrijders zijn hun stiel erg trouw en er is nauwelijks iemand die spontaan de groep verlaat. En ook Bram en Giel zien een lange carrière als rattenbestrijder bij de VMM wel zitten. Bram: “Om succesvol het examen af te leggen voor dit beroep zijn er al heel wat vaardigheden en inspanningen vereist, dan stop je niet na een jaar.” “Deze job geeft voldoening en je bent non-stop in de natuur”, besluit Giel. “Kan het nog beter?”
“Je ogen goed de kost geven is een vereiste. Zomaar in het water springen is uitgesloten: soms kan er één meter slijk liggen en als je niet
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Verrekijker - 25
INTERVIEW
VMM moet een begrip worden bij de Vlamingen, maar ook internationaal” “De
VLAAMS MINISTER JOKE SCHAUVLIEGE
Mensen goed informeren is voor Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege belangrijk. Dus maakte ze tijd vrij om terug te kijken op 20 jaar VMM. Hoe evalueert u het werk van de VMM de voorbije 20 jaar? En sinds u zelf minister bent? “Er is op die 20 jaar veel gebeurd. Het leefmilieubeleid heeft een hele weg afgelegd en wint nog steeds aan belang. Net als de VMM. Ik ben nu twee jaar leefmilieuminister, maar ook daarvoor volgde ik het thema op via mijn parlementair werk in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. Een belangrijke evolutie was de ommekeer van een ad-hocaanpak naar een meer gestructureerde aanpak. Een heel treffend voorbeeld daarvan is de hertekening van de watersector.”
26 - Verrekijker - september 2011
Gezond spanningsveld Wat zijn voor u de belangrijkste verwezenlijkingen van de VMM sinds 1991? “Op het vlak van water denk ik onder meer aan de impact op de zuiveringsgraad van afvalwater. Daar is een geweldige evolutie gebeurd, in positieve zin. De VMM is in Europa toonaangevend. Ik heb dat zelf gemerkt tijdens mijn voorzitterschap van de Europese Raad Leefmilieu. De VMM wordt beschouwd als een betrouwbare partner. Bijvoorbeeld voor het verzamelen van gegevens. De expertise van de VMM op het vlak van water wordt internationaal sterk gewaardeerd.
Dat kon ik vorig jaar nog vaststellen tijdens de Vlaamse milieuweek op de wereldexpo in Shanghai. Ook bij het in kaart brengen van de luchtproblematiek heeft de VMM haar sporen verdiend en zijn er heel wat relevante indicatoren opgebouwd. Verder is ook de overstromingsvoorspeller een belangrijk instrument. Die heeft zijn nut al meermaals bewezen bij het correct voorspellen van overstromingen in Vlaanderen. En ook het meten van de zwemwaterkwaliteit aan de kust en in vijvers is een positief verhaal. De ‘Waterwegwijzer bouwen en verbouwen’ vind ik een heel goede publicatie. Vergeet ook niet het
Verrekijker - 27
MIRA-rapport van de VMM. Dit Milieurapport Vlaanderen speelt vanuit milieuperspectief een belangrijke rol. Alle documenten en info zijn te vinden op de sterk uitgebouwde website van de VMM, waar we mensen vaak naar verwijzen.”
Hoe verloopt doorgaans de samenwerking met de VMM? “Die samenwerking verloopt zakelijk en vlot. Er zijn vanzelfsprekend structurele contacten met de VMM en daarbij is er een gezond spanningsveld. Ik bedoel daarmee dat de VMM meer werkt in een theoretische context, terwijl wij (de minister bedoelt zichzelf en haar kabinetsmedewerkers, red.) soms moeten bijsturen en kijken naar het reëel haalbare. Om tot gedragen oplossingen te komen moet de sector meer betrokken worden. Dat is een aandachtspunt voor de VMM.”
Werk maken van grotere bekendheid Kan de VMM een grote(re) rol spelen in de sensibilisering van het publiek? “Zeker, het sensibiliseren van de burger en van de jongeren in het bijzonder, is voor mij essentieel. Ik geloof sterk in projecten voor scholen en gezinnen, bijvoorbeeld in samenwerking met MOS (Milieuzorg op School). Liever zo’n aanpak dan het lanceren van nieuwe websites of het uitgeven van publicaties, want er is al een overkill aan brochures en websites.”
“Blijven vernieuwen en creatief zijn. De context zal de komende jaren veranderen en de VMM moet zich blijven aanpassen” veel belang aan overleg. Het is zeer tijdsintensief, maar het werkt. Het duurt wel langer, maar om tot een consensus te komen moeten nu eenmaal alle partijen betrokken worden. Als iedereen zich kan vinden in een beslissing, wordt die makkelijker uitgevoerd.”
Waar kan de VMM nog aan werken? “Wat de VMM is en wat de VMM doet, is nog niet voldoende bekend. We investeren heel wat middelen in de werking van de VMM. Iedereen mag dat weten, ook welke expertise wij hier in huis hebben. Dat mag al eens meer in de verf gezet worden.”
Welke rol speelt de VMM bij het uitstippelen van uw beleid? “Ik stem mijn beleid af op de cijfers en de data van de VMM. Meten is weten. Bijvoorbeeld uit het laatste MIRA-rapport blijkt dat we meer moeten inzetten op valleigebieden omdat die een enorm potentieel hebben voor het herstel van de natuur en het vergroten van de biodiversiteit.”
Hoe moeilijk is het om als minister de soms onverzoenlijke standpunten van verschillende organisaties, sectoren en beleidsniveaus bij elkaar te brengen? “Ik heb voorlopig geen voorbeeld van standpunten die onverzoenbaar bleken. Ik hecht zelf
28 - Verrekijker - september 2011
Geen waterverspilling of overbodige verpakkingen Hoe milieubewust is de Vlaming? “Er is volgens mij een grote bereidheid om iets te doen voor het milieu, op voorwaarde dat de maatregelen haalbaar, betaalbaar en aanvaardbaar zijn. Want voor de Vlaming zijn er drie dingen belangrijk: het mag geen grote extra tijdsinvestering vragen, het mag niet voelbaar zijn in de portemonnee en er mag niet aan comfort worden ingeboet. We moeten het globale plaatje duidelijk maken aan de mensen. Ze moeten weten dat drinkwater kostbaar is, door te verwijzen naar de droogte en de klimaatverandering. De burger heeft zeker al een heel traject afgelegd, het bewustzijn is al sterk gegroeid.”
Hoe bewust bent u persoonlijk bezig met het milieu? “Daar ben ik al van kindsbeen af mee bezig. Nu
geef ik mijn kinderen geen drankjes of koekjes in plastic verpakkingen mee naar school. Hun boterhammetjes gaan mee in een brooddoos. Ik leer hen om geen water te verspillen bij het tandenpoetsen. Ook hier op het kabinet sta ik er op dat er bij de koffie geen melkjes of suikerklontjes in aparte verpakkingen zijn. Zelf neem ik voor korte afstanden meestal de fiets. Hier in Brussel ga ik veel te voet naar vergaderingen. Daar maak ik een punt van.”
Wat wenst u de VMM bij haar verjaardag toe? “Blijven vernieuwen en creatief zijn. De context zal de komende jaren veranderen en de VMM moet zich blijven aanpassen, ook zichzelf blijven in vraag stellen. Ze mag ook nog meer uitleggen wat ze doet. De VMM moet een begrip worden bij de Vlamingen, maar ook internationaal. Door te investeren in een internationaal netwerk, kunnen wij ook leren van anderen.” “De grootste uitdaging voor de VMM is het verder verbeteren van de water- en luchtkwaliteit. Het zal nog heel wat tijd en nog heel veel geld vergen om dat te verwezenlijken. Er is al gigantisch veel geld geïnvesteerd en we blijven dat doen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren.”
DIT WERD ONS TOEGEWENST Geen Verrekijker zonder lezers die het milieu een warm hart toedragen. Daarom vroegen we aan onze lezers wat zij de VMM de komende 20 jaar wensen.
Proficiat VMM, Als trouwe lezer(es) wil ik u van harte feliciteren met uw 20ste verjaardag. Daarom ook deze wens: Ik wens je … een vis zo fel als goud, helder water, lekker koud, een prachtige natuur, bossen zonder vuur, zuivere lucht géén dieren op de vlucht en als het even kan altijd nette grond, en iedereen die fier zegt, hoe fijn hij/zij dat wel vond. VMM, gelukkige verjaardag!
Een dikke proficiat! Doe zo verder! Iris
Ik wens de VMM minder werk toe. Dat zou willen zeggen dat de maatschappij helemaal bewust omspringt met haar omgeving en alles doet om het milieu te helpen in plaats van af te breken.
Sylvia Cneut, Moorslede
Kim Devos, Brussel
Heppie Blubday!! Bart Verhelle, Herzele Ik zag hoe jullie in 20 jaar van een sterk gepolitiseerde overheidsdienst met beperkte ambities, evolueerden naar een behoorlijk vrijgevochten milieuagentschap met heel wat expertise. Ik wens jullie nog meer onafhankelijkheid en groeiend vermogen om het Vlaamse papieren milieubeleid, met veel geiten die kolen sparen en weinig handhaving op het terrein, naar betere performantie te sturen en minder afhankelijk te maken van klassieke vijanden als de automobiel-lobby of de agro-industrie. …
Een spreuk van Bond Zonder Naam:
“De vervuiler moet niet betalen, de vervuiler moet OPHOUDEN”
Mocht dit bewaarheid worden zou het milieu er wel bij varen! Familie Tassent, Hamme
Marc Van Ginderdeuren, Aalst
VOORUIT. Wie stilstaat gaat achteruit. Stap voor stap ga je vooruit. Een processie van Echternach is niet MET de natuur meegaan, groeien, doe je door telkens weer groen te worden MILIEUbewust, ecologisch, economisch en solidair.
Klaar water! Marcel Neuts, Diest Hartelijk gelukgewenst met uw 20 jaar; u bent nog een beetje groen achter de oren, maar dat hoort erbij, want u bent hopelijk helemaal groen. Noël De Keukeleire,
20 jaar VMM, 20 jaar Vele Mooie Momenten De normen werden strenger, De meetwaarden werden enger, De grenswaarden bleven steeds verlagen. Maar dankzij de VMM kwamen onze buren niet meer klagen.
Nico Wynthein, Ichtegem
Als trouwe lezer van jullie magazine Verrekijker blik ik altijd met veel (vakinhoudelijke) belangstelling over de grens. Zoals je weet trekt het milieu zich niets aan van onze landsgrenzen en hebben we belang bij de gemeenschappelijke inspanningen die worden verricht. Voor mijn vakgebied betreft dit de waterkwaliteit en handhaving van de waterwetgeving Daarom wens ik de VMM voor de komende 20 jaar toe, dat er een duurzame, grensoverschrijdende samenwerking met de Brabantse collega’s tot stand zal komen! Piet van den Bliek, waterschap Brabantse Delta (Nederland)
Oudenburg
Ik wens de VMM een groen en leefbaar Vlaanderen toe!
VMM: nog jaartjes voor Veel Meer Milieu Xavier Van Roy,
Henri Vandenberghe, Poperinge
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Koen Van Loo, Brugge
Sint-Agatha-Berchem
WATER ZONDER GRENZEN 30 - Verrekijker - september 2011
Miek Nooijen van het waterschap Brabantse Delta
“ Ook kleine rivieren banen wegen, onder holle struiken, in een koker van wisselend licht ”
Dit gedicht prijkt op een steen bij de rustieke oever van ’t Merkske. Het vat meteen de idyllische sfeer die de omgeving van de beek kenmerkt. Het stroompje nabij Castelré vormt er de grens tussen Nederland en België. Op dinsdag 7 juni heerst er opvallend veel menselijke activiteit aan de oevers. Er vindt namelijk een vriendschappelijke België-Nederland plaats op het vlak van waterbeleid. “Eind 2000 ging de Europese kaderrichtlijn Water van kracht”, licht Leo Santbergen van het waterschap Brabantse Delta toe. “Die richtlijn betekent een doorbraak wat betreft de organisatie van het waterbeheer in Europa. Voor het eerst moeten deelstaten samenwerken om grensoverschrijdende waterlopen, beken en rivieren op dezelfde manier te beheren.” In de Nederlandse provincie Noord-Brabant steken veel beken de grens over. Logisch dus dat het waterschap Brabantse Delta en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) beslisten om daar rond samen te werken. Wanneer een stroom zoals ’t Merkske de grens tussen twee landen overschrijdt, krijgt men immers te maken met twee verschillende meetnetten: dat van de VMM en dat van het waterschap Brabantse Delta. De meting van de waterkwaliteit in ’t Merkske is opgevat als een pilootproject dat deze meetnetten op één lijn moet brengen.
Handschoenen Monsternemers van het waterschap en de VMM trekken intussen de laarzen aan om samen metingen uit te voeren in ’t Merkske. Meten we dezelfde dingen? Verwerken en
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
presenteren we onze bevindingen op een gelijkaardige manier? Op die vragen zoeken de Nederlandse en Vlaamse bemonsteraars een antwoord tijdens hun gemeenschappelijke actie. “Gelijkaardige werkmethodes maken het mogelijk om later de taken te verdelen en slimmer te kunnen meten”, vat Sandra De Smedt (VMM) de missie van de dag samen. Voor ze de waterloop ingaan, trekken de twee staalnemers van de VMM rubberhandschoenen aan. “Extra veiligheid, omdat we op andere plaatsen soms te maken kregen met overstorten van rioleringen”, luidt de verklaring. De Nederlanders werken met blote handen.
Blij weerzien Eerst gebeuren er enkele metingen, zoals het bepalen van de zuurtegraad, het gehalte aan opgeloste zuurstof, de temperatuur en het geleidend vermogen van het water. Daarna wordt er zowel gezocht naar kleine ongewervelde dieren als naar kiezelwieren of diatomeeën. Beide geven als milieu-indicatoren een betrouwbaar beeld van de waterkwaliteit van ‘t Merkske. “De aanwezigheid van larven van steenvliegen en libellen wijst op een goede waterkwaliteit”,
SAMEN TEGEN WATERVERVUILING De grensoverschrijdende aanpak van watervervuiling dateert uit de jaren 1950. België wisselde toen al meetgegevens uit met Frankrijk, waarbij de focus lag op vervuilers zoals slachterijen en melkerijen in het grensgebied. In 1972 plaatsten zowel het internationale rapport van de Club van Rome ‘De grenzen aan de groei’ als de eerste Europese actieprogramma’s het waterbeleid op de agenda. Tussen 1973 en 1988 vaardigde Europa richtlijnen uit om het water te beschermen tegen menselijke vervuiling. Vlaanderen investeerde in systemen voor monitoring. Voor de praktijk was het wachten tot 1992. Pas toen nam de VMM het echte pionierswerk in het veld op zich.
Verrekijker - 31
WATERVERDRAGEN MET NEDERLAND België en Nederland leverden al decennia lang moeizame onderhandelingen over de ‘Waterverdragen’. Deze moesten leiden tot afspraken over de grensoverschrijdende gewenste kwaliteit en hoeveelheid van het Scheldeen Maaswater. Twee belangrijke evoluties zetten de samenwerking op het goede spoor. In de eerste plaats zorgde de Belgische staatshervorming dat de gewesten vanaf 1993 zelf internationale verdragen konden sluiten. Onmiddellijk richtte de VMM een eigen dienst Internationale Relaties op om te kunnen wegen op de internationale besluitvorming. In 1992 gaf het Verdrag van Helsinki een tweede impuls aan de BelgischNederlandse samenwerking. De Europese Commissie verplichtte oeverstaten van grensoverschrijdende rivieren tot samenwerking. In riviercommissies moesten ze het oppervlakte- en grondwater beter gemeenschappelijk beheren. De waterverdragen van Schelde en Maas, die onder andere door België en Nederland werden ondertekend, waren het resultaat. Men besloot toen ook om gegevens uit te wisselen, programma’s op elkaar af te stemmen, doelstellingen vast te leggen en actieprogramma’s te evalueren. De Europese Unie hanteert bovendien de afdwingbaarheid van het verdrag van Helsinki. Lidstaten die de normen niet halen, kunnen een boete krijgen.
32 - Verrekijker - september 2011
VMM-medewerker Rhaïs Fauvarque verzamelt stalen van kiezelwieren.
VMM-medewerker Ludo Meyvis checkt de stalen van macro-invertebraten.
verduidelijkt Sandra De Smedt (VMM). “Deze soorten zijn immers zeer gevoelig voor verstoring. Als je bijvoorbeeld alleen muggenlarven en borstelwormen aantreft, is de kwaliteit van het water al een heel stuk minder.” Toch blijft het – in alle vriendschap – nog altijd een competitie tussen België en Nederland. Wanneer de bemonsteraars hun schepnetten uitkieperen in een fotobak is de spanning te snijden. “Hé, een Nebrioporus, wat een blij weerzien”, klinkt het bij Francien Lambregts, die monsternames uitvoert voor het waterschap Brabantse Delta. De Nederlanders hebben een tiental verschillende soorten ongewervelde dieren gevonden. “Vooral de Nebrioporus betekent een mooie vangst, want je vindt hem nog zelden in Brabant.” Collega Miek Nooijen nuanceert. “Dit blijft een steekproef. Voor een goede meting hebben we wel heel veel verschillende plekjes van de beek bemonsterd. Schoon zand, zand met slib, stukken met planten, diep water of ondiep water: je probeert overal kleine hapjes van mee te nemen. Dat is belangrijk want de ongewervelde dieren zitten niet steeds op dezelfde plek. Ze veranderen bijvoorbeeld van plaats om te rusten of te eten.” En de Belgen? “We vonden haften of eendagsvliegen”, zegt Ludo Meyvis (VMM). “Dat geeft
een heel behoorlijke waterkwaliteit aan. De larven van libellen en steenvliegen bevestigen dat.”
Riet versus steen Voor de kiezelwieren nemen de bemonsteraars op elk vooraf vastgelegd meetpunt twee stalen. Eentje daarvan gaat later voor analyse naar het Vlaamse lab, het andere naar het Nederlandse. Na analyse zal men de resultaten met elkaar vergelijken en de twee methodes stroomlijnen. Meteen duikt al een verschil in de werkmethode op. De Nederlandse collega’s bemonsteren voor de kiezelwieren bij voorkeur riet. De Vlamingen gaan voor stenen. Vanwaar dat verschil? “Elke Europese lidstaat mag deels een eigen methodologie uitwerken”, verduidelijkt Sandra De Smedt. “Daarom is het belangrijk dat elk land controleert of de resultaten van een bepaalde techniek overeenstemmen met de bevindingen van andere landen.” Als afsluiter waadt men door de waterloop over een traject van 100 meter en lijst men alle aangetroffen plantensoorten op een veldwerkblad op. De moeilijke soorten worden achteraf met een determinatieboek geïdentificeerd. Hoeveel keer elke soort voorkomt, zullen de monsternemers later in kaart brengen.
“Gelijkaardige werkmethodes maken het mogelijk om later de taken te verdelen en slimmer te kunnen meten” Sandra De Smedt
Beekprik en rivierdonderpad
boven: beekprik | onder: rivierdonderpad
”Schoon water is één ding”, merkt Leo Santbergen op. “Maar onze ambities reiken verder. Het zou mooi zijn als we vissoorten zoals de beekprik en de rivierdonderpad opnieuw kunnen introduceren.” De beekprik is een zeldzame kaakloze vis, de rivierdonderpad een schokkerige zwemmer omdat hij het zonder zwemblaas doet. Hij heeft ruwe flanken met kleine stekels. Beide vissen stellen heel hoge eisen aan hun leefomgeving: er moet bijvoorbeeld voldoende stroming zijn, maar ook luwe hoeken en voldoende voedsel mogen niet ontbreken. De verdere samenwerking voor zuiver water tussen Nederland en België ziet er in elk geval veelbelovend uit, vindt Sandra De Smedt: “Onze collega’s van Oost- en West-Vlaanderen plannen alvast gezamenlijke initiatieven met onze noorderburen. Er komt eveneens een gemeenschappelijke actie waaraan de VMM en de Nederlandse collega’s van het waterschap De Dommel deelnemen.” Voor de Grensmaas zijn er al concrete afspraken voor een gezamenlijke bemonstering.
Op naar 2015
Sandra De Smedt
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
Het pilootproject bij het bescheiden waterloopje vormt slechts een klein puzzelstukje van een groter geheel, besluit Bart Van Besien (VMM). “De Europese kaderrichtlijn Water stelt dat de waterkwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater tegen 2015 moet voldoen aan strikte kwaliteitsnormen. Om dat waar te maken moeten alle lidstaten duurzaam omspringen met water en beheerplannen opstellen per stroomgebied. Die stap naar 2015 gebeurt beetje bij beetje, partnerschap per partnerschap, binnen een interregionaal kader dat zich voor Vlaanderen uitstrekt van Frankrijk tot aan de Baltische staten. Al die regio’s moeten hun meetmethodes op elkaar afstemmen. Deze ontmoeting tussen België en Nederland maakt onderdeel uit van dat allesomvattende plaatje.”
KADERRICHTLIJN WATER De Europese kaderrichtlijn Water, uit het jaar 2000, streeft tegen eind 2015 naar een goede toestand van het grond- en oppervlaktewater, en dat voor alle Europese wateren. Daartoe moeten de lidstaten geïntegreerde beleidsplannen en maatregelenprogramma’s opstellen. De richtlijn is heel ingrijpend en heeft een eigen adviserende stuurgroep: de vergadering van waterdirecteuren. Vlaanderen werd hierin vertegenwoordigd door Frank Van Sevencoten en momenteel door Philippe D’Hondt, beiden van de VMM. In 2002 ondertekenden België, de drie gewesten, Frankrijk en Nederland het Verdrag van Gent. Dat vormde de basis voor de toepassing van de kaderrichtlijn in de riviercommissies voor Schelde en Maas. De implementatie van de kaderrichtlijn ging van start met het Scalditproject (2003). De VMM nam daarbij de rol van voortrekker op zich. Als enige Europese pilootproject dat een volledig internationaal stroomgebied bestreek, was de bijdrage van Scaldit aan de implementatiestrategie van de kaderrichtlijn aanzienlijk. De VMM speelde eveneens een belangrijke rol bij het voorontwerp van het decreet Integraal Waterbeleid. Dat decreet uit 2003 is de Vlaamse vertaling van de kaderrichtlijn. De Vlaamse bevolkingsdichtheid, industrialisatiegraad, versnippering horen bij de hoogste van Europa. Deze factoren en andere zoals de intensieve landbouw, zorgen ervoor dat onze maatschappij een buitenmatig zware druk uitoefent op ons watersysteem in vergelijking met andere Europese regio’s. De VMM betwijfelt dan ook of Vlaanderen de deadline van 2015 kan halen. Er is echter, mits argumentatie, uitstel mogelijk tot 2027.
Verrekijker - 33
PARTNERS OVER DE VMM
SAMEN TEGEN DE STROOM IN ZWEMMEN 3/3
34 - Verrekijker - september 2011
“Via economische logica milieubewuste keuzes maken” Marc Pierloot
Een chemisch bedrijf zoals EOC group, dat halffabrikaten zoals latextoepassingen maakt, krijgt vaak met de milieuwetgeving te maken. Het heeft dan ook al geruime tijd een milieudienst. Met de hulp van VMM waakt Marc Pierloot, milieucoördinator van de EOC group, erover dat de milieuwetgeving wordt nageleefd. De EOC Group zet zich in om met oog voor het milieu te werken. Ze moet ook de voorwaarden die vastgelegd worden in de milieuvergunning naleven. Maar er zijn toch wat extra maatregelen die een KMO kan nemen om milieuvriendelijk werken te onderstrepen. “Het bedrijf is voor al haar activiteiten gecertificeerd volgens het milieumanagementsysteem ISO14001. Dat systeem richt zich speciaal op het beheersen en verbeteren van prestaties op milieugebied”, legt Marc uit. “Zo waken we erover dat het geloosde afvalwater steeds aan de lozingsnormen voldoet en we proberen de milieurisico’s zoveel als mogelijk te beheersen.” EOC neemt ook al jaren deel aan het Milieucharter Oost-Vlaanderen. “Dat is een hulpmiddel bij de uitbouw van het milieubeleid en de sensibilisering van de medewerkers. Bij EOC begrijpen de meeste collega’s wel dat milieubewust denken en handelen deel uitmaakt van ieders takenpakket.”
Economie versus milieu Het sensibiliseren van KMO’s om milieubewust te werken is niet altijd even eenvoudig. Zeker vandaag nu de economie het moeilijk heeft. “De economische conjunctuur is momenteel niet schitterend en de concurrentie is zwaar. Slechts bij een beperkt gedeelte van de milieuinvesteringen wordt de investering op een economisch aanvaardbare termijn terugverdiend. Veel projecten verhogen de kosten, maar we
Voor het milieu van morgen. Al 20 jaar!
proberen innovatief te zijn en via economische logica milieubewuste keuzes te nemen. Er moet gezocht worden naar een evenwicht tussen financiële en economische resultaten, sociale belangen en het milieu. De VMM heeft gelukkig voldoende voeling met de chemische sector en kan ons hierbij raad geven.”
Vergunningen De EOC group is een van de vele bedrijven die bij de VMM gaat aankloppen voor de milieuvergunningsaanvragen volgens VLAREM, het Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning. Het hoofddoel van VLAREM is het voorkomen en beperken van hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s van bedrijven. “Die aanvragen worden inhoudelijk besproken voor we ze indienen. Onze directe aanspreekpartners daarvoor zijn de VMM, het provinciebestuur en de dienst Milieuvergunningen van het departement Leefmilieu. Als chemisch bedrijf is het milieucompartiment (afval)water altijd een belangrijke materie en de naleving van de lozingsnormen is een belangrijk en permanent aandachtspunt. We proberen steeds een consensus te bereiken over de aangevraagde normeringen voor het dossier wordt ingediend.” “De vergunning van onze site EOC Belgium Latex Division II in Evergem vervalt in november 2012. EOC is daarom momenteel bezig met het hervergunningsdossier. Voor de eerste keer in
de geschiedenis van EOC wordt een milieueffectrapport opgemaakt door deskundigen. De VMM is ook een van de instanties die het milieueffectrapport mee evalueert.”
Verbetering waterkwaliteit topprioriteit Marc Pierloot heeft duidelijke verwachtingen voor de VMM. “Het voortdurend verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater is nog steeds een topprioriteit. De waterkwaliteit is al sterk verbeterd maar het kan nog steeds beter. Ik interesseer me dan ook enorm in de projecten van de VMM die daar rond werken. De problematiek van fijn stof in de lucht verdient ook meer aandacht.”
Steentje bijdragen Zijn job als milieucoördinator heeft ook zijn privéleven beïnvloed. Marc en zijn gezin proberen een steentje bij te dragen door milieubewust te leven. “We hebben in 2008 meegedaan met een actie van de gezinsbond om energiekosten te reduceren en CO2 te besparen. In 2009 hebben we fotovoltaïsche panelen laten installeren. De opgewekte elektriciteit dekt bijna volledig ons elektriciteitsverbruik. En ik ga 85 procent van de tijd met mijn fiets naar het werk. Als individu kan je misschien nooit het globale plaatje veranderen, maar alle beetjes helpen.”
Verrekijker - 35
DIT WERD ONS TOEGEWENST Geen Verrekijker zonder lezers die het milieu een warm hart toedragen. Daarom vroegen we aan onze lezers wat zij de VMM de komende 20 jaar wensen.
VMM bracht inderdaad al heel wat vooruitgang voor het milieu. Ik wens dat VMM over nog eens 20 jaar kan uitpakken met een nog positiever rapport. Met o.a. een gezond landschap, dat er uitziet als tientallen jaren geleden. Dit wil zeggen, vele grote en kleine landschapselementen, die fauna en flora ten goede komen. Maar die vooral de inwoners terug een goed gevoel geven als ze buiten komen. Dat we daardoor weer eens zuivere lucht kunnen opsnuiven, en kunnen zeggen dat het ‘schoon’ is. In dat goede rapport over 20 jaar hopelijk nog betere punten voor de waterkwaliteit. We kijken uit naar nog meer en diversere vis en waterleven in alle Vlaamse waterlopen.
We wensen jullie, en dus ons (milieu maken we samen) een prachtig behouden en hernieuwd milieu toe. Een goede samenwerking met de rest van de wereld (omdat milieu niet stopt bij grenzen) en op alle gebied (water, lucht, energie, levende organismen, …) een vooruitgang in positieve zin, zodat ook volgende generaties ervan kunnen genieten. Mimi, Sint-Truiden
Kortom: mijn wens voor VMM: een A+ op haar 40e verjaardagsrapport!
Proficiat met uw 20 jaar! Denk groen en blijf groen!
Henk Derveaux, Zwevegem
M. De Groote, Elzele
Ik wens jullie de zuiverste beken en waterlopen toe van gans de wereld. Na de chocotofs en andere lekkernijen die ze omwille van de goedkoopste lonen naar Oostbloklanden versassen, zijn we dan toch al zeker dat ze ons lekkere streekbieren niet zullen afnemen. Zuiver water is immers de eerste vereiste om ons gerstenat goed te kunnen brouwen. Jullie zijn al na 20 jaar in ieder geval goed op weg, bedankt. Stefaan Verplancke, Brugge
Wat ik de VMM wil toewensen, is een equipe gemotiveerde mensen om te blijven werken de lat op milieuvlak steeds hoog te houden!
In 2031 zal in het “paradijselijke” Vlaanderen zelfs het oplaten van een jubileumballon als onnatuurlijk beschouwd worden. De Vlamingen zullen geen aanslagen op hun milieu meer aanvaarden. De groene wouden, de zuivere waterlopen en de pure atmosfeer mogen nooit meer bezoedeld worden. De Vlaamse Milieumaatschappij won de Nobelprijs voor Natuurkunde maar maakte zichzelf misbaar.
Ik wens u evenveel vorderingen als in de eerste 20 jaar, ik zal er niet meer zijn, maar onze kinderen en kleinkinderen zullen toch kunnen genieten van uw inspanningen.
Germain Viane
Laat ons wensen dat VMM in de toekomst nog véél mag betekenen op milieuvlak en ons Vlaanderen leefbaar houdt voor alles en iedereen. Wilmer Smekens,
Marc Van Gysel, Vrasene
Guido Fiermans, Schilde
Per dag eet de “standaardmens” ongeveer 1 kg voedsel, drinkt hij ca. 3 liter water en ademt hij 17 kg lucht. Zuiver water en zuivere lucht zijn dan ook cruciaal voor onze gezondheid, ons welzijn en ons voortbestaan. Ik wens jullie dan ook de moed om te volharden en door te gaan zodat ook wij (en onze kinderen) onbezorgd vele verjaardagen mogen vieren … Bedankt! Johny Van Acker, Zele Prettige 20ste verjaardag, en ik zou zeggen: doe zo voort! Marc Bens, Meise
Eigenlijk wens ik jullie dat in de volgende 20 jaar het werk dat verband houdt met zuiveren van afvalwater overbodig mag worden. Dat iedereen mee werkt aan een milieu dat én proper én gezond wordt. Marleen Savels, Knokke-Heist
Nieuwkerken-Waas
Als papa van 3 kleine kinderen wens ik iedereen een warme, niet-materialistische en duurzame samenleving toe en hoop dat de VMM zijn steentje hiertoe kan bijdragen door bij milieuvergunningsaanvragen het milieu-aspect nog sterker te laten doorwegen tegenover het economische. Laat in onze sterk verstedelijkte samenleving nog voldoende ruimte voor kinderen om de natuur spelenderwijs te leren ontdekken (waar is de tijd dat alom nog stekelbaarsjes, salamanders konden opgevist worden …)
Yves Vileyn, Gent