Skip to main content

SERV_20220221_Werk en zorgtrajecten_ADV.pdf

Page 1

WERK-EN ZORGTRAJECTEN


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Adviesvraag

Voorontwerp van decreet over de Werk- en zorgtrajecten

Adviesvrager

Hilde Crevits - Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw

Ontvangst adviesvraag

24 januari 2022

Decretale opdracht

SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie)

Goedkeuring raad

21 februari 2022

Contactpersoon

Niels Morsink

nmorsink@serv.be

Nele Vanheeswijck

nvanheeswijck@serv.be

3


Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 B-1210 Sint-Joost-ten-Node

Werk- en zorgtrajecten Mevrouw de viceminister-president De sociale partners hebben uw adviesvraag omtrent het voorontwerp van decreet inzake de werk- en zorgtrajecten goed ontvangen en geven hieronder een gezamenlijk advies. Hoogachtend Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

6

Advies

7

1.

Algemene appreciatie

7

2.

Activeringstrajecten en arbeidsmatige activiteiten

7

3.

GBO

8

4.

Statuut en uitkering

9

5


Krachtlijnen •

De sociale partners vinden het positief dat op basis van verschillende studies het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten wordt bijgestuurd.

•

De sociale partners vragen opnieuw om een goede afstemming en vlotte overgang in beide richtingen met andere trappen van de participatieladder te realiseren, en om deze transitiebewegingen goed te monitoren. De sociale partners wensen te benadrukken dat op het einde van elk traject een concreet en helder advies van belang is. Om succesvolle doorstroom te realiseren is het, naast competentieversterking en kwalitatieve begeleiding, ook belangrijk dat er op elke trede voldoende plaatsen zijn voor de doelgroep.

•

De sociale partners vinden dat het aantal activeringstrajecten ook verder dan het voorziene groeipad moet kunnen groeien.

•

Het is belangrijk dat er, zowel in de profit als de social profit, voldoende werkposten zijn voor deelnemers arbeidsmatige activiteiten. Het ontsluiten en uitwisselen van bestaande kennis en expertise is hierbij een belangrijke stap. De sociale partners vragen om voorafgaand aan het BVR te onderzoeken of er in de praktijk met de voorziene budgetten vanuit beleidsdomein WVG voldoende begeleiding kan worden voorzien, in het bijzonder bij de arbeidsmatige activiteiten binnen WVG.

•

De sociale partners herhalen hun vraag uit Iedereen aan Boord dat voor werkzoekenden die deelnemen aan langlopende trajecten van werkplekleren met het oog op tewerkstelling (inbegrepen arbeidszorgactiviteiten, arbeidsmatige activiteiten, activeringstrajecten, GBO en wijkwerken als opstap naar werk) de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering wordt bevroren.

6


Advies 1. Algemene appreciatie De sociale partners vinden het positief dat op basis van verschillende studies 1 het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten wordt bijgestuurd. Zo vinden de sociale partners de introductie van het casemanagementteam een goede manier om de samenwerking tussen Werk en Zorg te bevorderen. De redenering om van bij aanvang de casemanagers Zorg te mandateren houdt ook steek. De sociale partners vragen opnieuw om een goede afstemming en vlotte overgang in beide richtingen met andere trappen van de participatieladder te realiseren, en om deze transitiebewegingen goed te monitoren. De sociale partners wensen te benadrukken dat op het einde van elk traject een concreet en helder advies van belang is. Om succesvolle doorstroom te realiseren is het, naast competentieversterking en kwalitatieve begeleiding, ook belangrijk dat er op elke trede voldoende plaatsen zijn voor de doelgroep2. De decreetswijziging mocht voor de sociale partners ook nog iets verder gaan.

2. Activeringstrajecten en arbeidsmatige activiteiten Eind september 2021 kent VDAB 16.201 niet-werkende werkzoekenden met medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen waarvan: •

2.702 werkzoekenden met een advies Activeringsbegeleiding;

•

2.961 werkzoekenden met een advies arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie (AMA WSE);

1

Vermeir E. en E. Demaerschalk, juni 2020, Geïntegreerd Breed Onthaal: onthaaltraject voor personen met een advies niet-toeleidbaar, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Op de Beeck L., maart 2021, Onderzoek naar de populatie en het aanbod arbeidsmatige activiteiten, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Juchtmans G. en M. Wouters, september 2021, Procesevaluatie activeringstrajecten voor personen met een medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problematiek, VIONA.

7


•

10.538 werkzoekenden met een advies ‘Welzijn’;

Het statuut van de persoon is geen voorwaarde om gebruik te kunnen maken van het aanbod dat binnen het decreet wordt vormgegeven. Zoals de Memorie toelicht is de groep die bij VDAB gekend is omwille van zijn of haar inschrijving een zekere onderschatting van de totale potentiële doelgroep van personen met een medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problematiek. Daarom is het ook positief dat de minister een groeipad voorziet. In 2022 zijn 1.200 activeringstrajecten voorzien met daaraan gekoppeld een budget vanuit Werk van 1.608.000, vanaf 2023 gaat het om 1.300 activeringstrajecten. De sociale partners vinden dat het aantal activeringstrajecten ook verder dan het voorziene groeipad moet kunnen groeien. Als gevolg van de screening door VDAB van langdurig werkzoekenden en hopelijk meer doorstroom vanuit de welzijns- en zorgvoorzieningen zullen er mogelijks meer plaatsen nodig zijn in de activeringstrajecten. Artikels 13, 14 en 18 van het decreet stellen dat de Vlaamse Regering zal bepalen wat onder werkingsgebied van respectievelijk de casemanager werk, de casemanager zorg en netwerkcoördinatoren zal worden verstaan. De sociale partners vragen hoe de werkingsgebieden van de casemanagers zullen worden afgebakend en vinden het belangrijk dat deze identiek en gebiedsdekkend zullen zijn. De sociale partners dringen nogmaals aan op meer overleg tussen beleidsdomein WSE en beleidsdomein WVG over een geïntegreerd kader voor de arbeidsmatige activiteiten in beide domeinen. Het is belangrijk dat er, zowel in de social-profit als in de profit, voldoende werkposten zijn voor deelnemers arbeidsmatige activiteiten. Het ontsluiten en uitwisselen van bestaande kennis en expertise is hierbij een belangrijke stap. De sociale partners vragen om voorafgaand aan het BVR te onderzoeken of er in de praktijk met de voorziene budgetten vanuit beleidsdomein WVG voldoende begeleiding kan worden voorzien, in het bijzonder bij de arbeidsmatige activiteiten binnen WVG.

3. GBO De sociale partners begrijpen dat de trajecten maatschappelijke oriëntatie worden vervangen door het GBO. De pilootprojecten van GBO kunnen vooralsnog geen goede resultaten voorleggen. Ondanks de invoering van het GBO is het aantal personen met een advies Welzijn (niettoeleidbaar) sterk gestegen. Volgens de Memorie van Toelichting zijn er binnen de huidige 10 pilootprojecten momenteel 79 gemeenten betrokken en werden 430 onthaaltrajecten opgestart (sinds 2018 tot 30/04/2021) binnen een contingent van 621 trajecten. De pilootprojecten lopen tot eind 2022. De sociale partners hopen dat het implementeren van onderstaande aanbevelingen en het over heel Vlaanderen uitrollen van het GBO tegen eind 2023 tot een daling in het aantal personen met een advies ‘Welzijn’ leidt.

8


Het evaluatieonderzoek3 van het Steunpunt WVG concludeerde dat de samenwerking tussen VDAB en de GBO-medewerkers beter kan, onder andere op gebied van gegevensdeling en een warme overdracht. De gegevensdeling tussen VDAB en de partners van het GBO wordt opgenomen in dit decreet. Het is belangrijk dat deze ook in de praktijk in twee richtingen gaat. De sociale partners vragen ook dat meer wordt ingezet op de warme overdracht. Tot slot vragen de sociale partners samen met de onderzoekers een verdere uitklaring van de verhouding tussen het advies welzijn en de arbeidsongeschiktheid.

4. Statuut en uitkering De sociale partners herhalen hun vraag uit Iedereen aan Boord 4 dat voor werkzoekenden die deelnemen aan langlopende trajecten van werkplekleren met het oog op tewerkstelling (inbegrepen arbeidszorgactiviteiten, arbeidsmatige activiteiten, activeringstrajecten, GBO en wijkwerken als opstap naar werk) de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering wordt bevroren. Aanvullend moeten personen in een onthaaltraject van het geïntegreerd breed onthaal zolang als nodig hun statuut en bijhorende uitkering kunnen behouden totdat de veilige overdracht naar een ander statuut – bijvoorbeeld van RVA naar RIZIV – kan gerealiseerd worden. Zolang de overdracht niet wordt gerealiseerd dient de degressiviteit van de uitkering te worden opgeschort5. Wat betreft arbeidsmatige activiteiten wensen de Vlaamse sociale partners te komen tot een afgelijnd en uniform kader met betrekking tot een onkostenvergoeding voor de deelnemers in functie van een logische opbouw met andere werkplekleerinstrumenten 6. Bovendien zouden voor AMA in samenspraak met de federale overheid ook een aantal technische aspecten inzake de Dimona-aangifte moeten worden uitgeklaard7.

3

Boost, D., Elloukmani, S., Hermans, K. Raeymaeckers, P. (2018). Een beschrijvend en evaluerend onderzoek naar het Geïntegreerd Breed Onthaal. Leuven: Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

4

Iedereen aan boord, p. 13

5

SERV (20 november 2017). Werk- en zorgtrajecten. SERV, Brussel

6

SERV (16 november 2020). Voorontwerp BVR arbeidsmatige activiteiten in de sociale economie. SERV, Brussel.

7

Vandaag moeten AMA-deelnemers worden ingegeven in Dimona onder de code niet-betaald werk. Maar eenmanszaken moeten zich niet aansluiten bij Dimona. Een verplichte Dimona-aangifte zorgt daarom voor een drempel. Soms zorgt de Dimona-aangifte ervoor dat de AMA-deelnemer per vergissing zijn/haar uitkering verliest. Het signaal van Dimona zou voldoende fijnmazig moeten worden doorgegeven aan de kruispuntbank.

9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220221_Werk en zorgtrajecten_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu