Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/449
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/449
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 20 november 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de stad Oostende om een afschrift te verkrijgen van het door de stad afgeleverde attest van vergund geachte toestand van het pand gelegen aan xxx alsook van het uittreksel van de kadastrale legger uit 1977 op basis waarvan voormeld attest werd afgeleverd. Op 9 december 2021 bezorgde een administratief medewerker van de dienst Omgeving van de stad Oostende een afschrift van het afgeleverde attest maar weigerde voorlopig op grond van de GDPR wetgeving een afschrift te verlenen van de kadastrale legger. Op 12 december 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde gedeeltelijke weigering. Dit beroep werd geregistreerd op 13 december 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 20 november 2021. De bestreden beslissing van de stad Oostende betreft het mailbericht van 9 december 2021 van een administratief medewerker van de stad waarbij enerzijds het attest werd bezorgd en anderzijds de kadastrale legger voorlopig werd geweigerd. De medewerker zou de vraag nogmaals voorleggen aan de dienst
www.vlaanderen.be
Bestuurszaken en hun reactie afwachten. Beroeper heeft deze reactie evenwel niet afgewacht en stelde beroep in tegen de beslissing van de dienst Omgeving. De beroepsinstantie stelt vast dat de bestreden beslissing van 9 december 2021 afkomstig is van een administratief medewerker van de dienst Omgeving en niet van de algemeen directeur. De beroepsinstantie heeft geïnformeerd naar het bestaan van een eventueel delegatiebesluit van de algemeen directeur maar hierop geen reactie ontvangen. De beroepsinstantie heeft op heden dan ook geen kennis van het bestaan van een eventueel delegatiebesluit en kan niet anders dan te besluiten dat er op het ogenblik van voornoemde mailbericht van 9 december 2021 waarbij werd beslist het attest te bezorgen en de kadastrale legger te weigeren, geen delegatiebesluit door de algemeen directeur was genomen of voorhanden was, terwijl artikel II.29, 2° van het Bestuursdecreet de beslissingsbevoegdheid over een bij de gemeente ingediende aanvraag tot openbaarmaking opdraagt aan de algemeen directeur. De beroepsinstantie kan niet anders dan oordelen dat het antwoord van 9 december 2021 strikt genomen uitging van een daartoe onbevoegd orgaan. Wat de beoordeling van de ontvankelijkheid betreft, moet de beslissing genomen door een onbevoegd orgaan worden gelijkgesteld met de afwezigheid van een beslissing. In de huidige zaak moet dan ook worden geoordeeld dat het bevoegde orgaan, dat wil zeggen de algemeen directeur, geen beslissing heeft genomen. Op grond van artikel II.48 vierde lid van het Bestuursdecreet neemt de beroepstermijn bij een ontstentenis van een beslissing geen aanvang. Maar de beroepsinstantie stelt in casu vast dat het oorspronkelijk openbaarheidsverzoek dateert van zaterdag 20 november 2021, zodat dit verzoek ten vroegste op maandag 22 november 2021 (eerste werkdag na het ingediende verzoek) door de stad Oostende kon worden geregistreerd, waardoor de behandelingstermijn pas ten vroegste op 23 november 2021 is ingegaan. Dit betekent dat de termijn voor de stad Oostende liep tot en met 12 december 2021 om 24:00 uur. Het beroep bij de beroepsinstantie werd evenwel door verzoeker ingesteld op zondag 12 december 2011 om 11:14 uur, dus vóór het verstrijken van de behandelingstermijn van de stad Oostende. Het beroepschrift van 12 december 2021 werd dan ook vroegtijdig ingediend en is bijgevolg als onontvankelijk te beschouwen. Voor de volledigheid stelt de beroepsinstantie in dit dossier vast dat het beroep betrekking heeft op gegevens van het kadaster en dat een specifieke wettelijke regeling de toegang tot het kadaster regelt. Artikel 504, tweede lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen bepaalt dat enkel de Administratie van het Kadaster ertoe gemachtigd is uittreksels of afschriften van de kadastrale bescheiden te vervaardigen en uit te reiken. Artikel 504, derde lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen verbiedt bovendien de nadruk (= afschrift) van kadastrale uittreksels of afschriften zonder de uitdrukkelijke toestemming van het kadaster. Aangezien alle instanties zich moeten houden aan deze specifieke wettelijke openbaarheidsregeling; mogen op grond van het Bestuursdecreet dan ook geen afschriften worden overhandigd in strijd met deze regeling. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 12 december 2021 tegen de ontstentenis van beslissing van de stad Oostende dd. 9 december 2021 wordt als onontvankelijk beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/449
pagina 2 van 3
Brussel, 10 januari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/449
pagina 3 van 3