Skip to main content

Luchtkwalitiet_Antwerpen_jaarrapport_2017.pdf

Page 1

Vlaanderen is milieu

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie jaarrapport 2017 VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ

www.vmm.be


DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017 Samenstellers Afdeling Lucht, Milieu en Communicatie, VMM Dienst Lucht Inhoud Dit rapport beschrijft de resultaten van de metingen in de omgevingslucht in de Antwerpse haven en in de Antwerpse agglomeratie. De VMM mat er de polluenten zwaveldioxide, stikstofoxides, fijn stof, zwarte koolstof, ozon, vluchtige organische stoffen, dioxines en PCB’s en PAK’s. De meetresultaten van deze polluenten werden getoetst aan de Europese regelgeving. We toetsten de resultaten ook aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Verder bespreekt het rapport de trend van de afgelopen jaren voor de gemeten polluenten en de uitstoot van een aantal polluenten. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2018), Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017 Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2018/6871/030

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


SAMENVATTING Dit rapport bestaat uit twee delen. Het deel Antwerpse haven bespreekt de luchtkwaliteit in het gebied van de Antwerpse haven. Het deel Antwerpse agglomeratie bespreekt de luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie.

Deel1: Antwerpse haven In 2008 werd een overeenkomst gesloten tussen het bestuur van de Antwerpse haven, de gemeente Beveren en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Deze overeenkomst houdt in dat de VMM jaarlijks een rapport ‘Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven’ maakt, waarin alle gemeten polluenten in het Antwerpse havengebied worden besproken. In uitvoering van deze overeenkomst richtte de VMM in 2008 extra meetplaatsen op in het Antwerpse havengebied met cofinanciering van het Havenbedrijf Antwerpen en de gemeente Beveren. Op de verschillende meetplaatsen in het havengebied worden een of meerdere van onderstaande componenten gemeten: − − − − − − − −

zwaveldioxide (SO2), stikstofoxides (NO, NO2, NOx), fijn stof (PM10 en PM2,5), zwarte koolstof, ozon (O3), vluchtige organische stoffen (BTEX/VOS), polychloorbifenylen (PCB’s), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s).

Dit rapport beschrijft de meetresultaten van deze polluenten gemeten in 2017. De resultaten werden getoetst aan de Europese regelgeving en aan de advieswaarden gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO-advieswaarden hebben als enig doel de gezondheid van de mens te beschermen en houden dus geen rekening met de economische of technische haalbaarheid. Verder gaat dit rapport dieper in op de evolutie van de luchtkwaliteit in deze regio. Per polluent werden de meetresultaten van het havengebied vergeleken met het Vlaamse gemiddelde. Dit gebeurt aan de hand van een virtueel gemiddelde: dit is het jaargemiddelde van alle meetwaarden van deze polluent in een bepaald gebied. Waar mogelijk werd ook de geografische spreiding bekeken. Het rapport vat de emissiecijfers van een aantal polluenten uit het havengebied samen. 1. Zwaveldioxide – SO2 De SO2-emissies kenden een sterk dalende trend in de periode 2000 – 2014; sindsdien is er een licht stijgende trend. De voornaamste bron zijn de petroleumraffinaderijen. De hoogste concentraties bevonden zich in het centrum van het havengebied, aan de raffinaderijen. Het SO2-jaargemiddelde was in 2017 nog ongeveer een derde van het jaargemiddelde gemeten in 2007. Uit de metingen blijkt dat de Europese grenswaarden voor SO2 ruim gerespecteerd bleven. De WGO-advieswaarde voor dagwaarden ligt veel lager dan de Europese grenswaarde. Deze werd in 2017 slechts op één van de zeven meetplaatsen gehaald.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

3


2. Stikstofdioxide – NO2 De NO2-emissies kenden een dalende trend tussen 2000 en 2014. Sindsdien stabiliseren de emissies. De sectoren verkeer en industrie hadden in 2016 beide een aandeel van 36 % in de emissies. In de periode 2007-2017 vertonen de jaargemiddelde NO- en NO2-concentraties een dalende trend. Op de meetplaats Muisbroeklaan (R984) zien we een licht stijgende trend. De concentraties van NO2 lagen in het Antwerpse havengebied zo’n 20 % hoger dan het Vlaamse gemiddelde. De NO2-concentraties op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) overschreden in 2017 de grenswaarde. Op alle andere meetplaatsen lagen de concentraties onder de Europese grenswaarden en de WGOadvieswaarde. 3. Fijn stof PM10 De emissies van stofprecursoren en primair PM10-emissies. NOx (NO2) hadden het grootste aandeel in de stofprecursoremissies. De primaire PM10-stofuitstoot door industrie kende in 2016 een stijging in zowel aandeel als hoeveelheid, vooral door rapportering van de niet-geleide emissies bij op-en-overslagbedrijven. De PM10-jaargemiddelden in de Antwerpse haven vertonen in de periode 2007-2017 een globaal dalende trend. De PM10-jaargrenswaarde bleef de afgelopen jaren op alle meetplaatsen in de haven ruim gerespecteerd, zo ook in 2017. De WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd nergens gehaald. Dit was ook zo op de meeste meetplaatsen in Vlaanderen. De Europese daggrenswaarde laat op jaarbasis maximaal 35 dagen toe met PM10-waarden hoger dan 50 µg/m³. De laatste overschrijding van de PM10-daggrenswaarde dateert van 2012 op de meetplaats Antwerpen-Luchtbal. Alhoewel het aantal dagen sterk varieert van jaar tot jaar is er wel een globaal dalende trend over de volledige periode. De WGO-advieswaarde van maximaal 3 dagen met een PM10-waarde hoger dan 50 µg/m³ op jaarbasis is niet gehaald. PM2,5 De uitstoot van primair PM2,5 kende een algemeen dalende trend in de periode 2000 -2016. De voornaamste bron is de scheepvaart. De Europese grenswaarde en toekomstige indicatieve grenswaarde werden in 2017 gerespecteerd. De WGOadvieswaarden werden niet gerespecteerd. Zwarte koolstof De gemeten concentraties vertonen een dalende trend. In 2017 waren de concentraties zwarte koolstof in het Antwerpse havengebied lager dan die voor de virtuele meetplaats ‘verkeer’ (1,9 µg/m³). De hoogste concentraties werden vastgesteld op de meetplaats Luchtbal (M802) Op andere meetplaatsen toonden de pollutierozen bronnen in het centrum van het havengebied. Voor zwarte koolstof bestaan geen Vlaamse en Europese normen, noch WGO-advieswaarden. 4. Ozon – O3 De laatste 10 jaar bleef het ozonjaargemiddelde vrij stabiel. Wel waren er regelmatig verschillen in de hoge percentielen en maxima per jaar. Dit heeft te maken met de kwaliteit van de zomers waarbij warme en zonnige zomers resulteren in hogere maxima en hogere percentielen. In 2017 werd de informatiedrempel één maal overschreden op 21 juni. Op dat moment was er een hittegolf De alarmdrempel van 240 µg/m³ werd wel gerespecteerd. De Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid werd gehaald, de langetermijndoelstelling niet. De WGO-advieswaarde werd op 31 dagen overschreden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


5. Vluchtige organische stoffen – BTEX en VOS BTEX De industriële emissies van benzeen, tolueen en xyleenisomeren in de Antwerpse haven daalden tussen 2006 en 2016. De concentraties verschillen sterk tussen de meetstations. In het centrum van de haven worden veel hogere concentraties gemeten dan aan de rand of op verderaf gelegen meetplaatsen. De pollutierozen duiden bronnen aan in het centrum van de haven, bij de petroleumraffinaderijen. Alle meetplaatsen met voldoende databeschikbaarheid respecteerden de Europese en Vlaamse grenswaarde voor benzeen. Het hoogste jaargemiddelde voor benzeen met voldoende databeschikbaarheid werd gemeten in Antwerpen-Luchtbal. Op de meetplaats Antwerpen-Polderdijkweg (R822) meten we sinds de opstart in 2016 consistent hoge concentraties. Toetsing aan de grenswaarden was hier dit jaar niet mogelijk wegens de beperkte databeschikbaarheid. VOS In de periode 2000 - 2014 daalden de totale NMVOS-emissies gestaag. De emissies in 2016 liggen na een stijging in 2015 terug op hetzelfde niveau als in 2014. In 2017 werden 32 componenten actief bemonsterd op de locatie Antwerpen-Ekerse Dijk (R893). De jaargemiddelde concentraties van alle componenten lagen op deze industriële locatie veelal hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Deze vergelijking is indicatief omdat de actieve meetmethode een beperkte tijdsdekking heeft. Dit Vlaams gemiddelde is bepaald op basis van actieve en passieve metingen van landelijke, stedelijke en voorstedelijke jaargemiddelden in Vlaanderen. 6. PCB’s De meetwaarden voor de meetplaats in Kallo toonden vooral een hoge PCB-depositie in de onmiddellijke nabijheid van een schrootbedrijf. Ook in de nabijheid van andere Vlaamse schrootbedrijven zijn de PCBdeposities sporadisch hoog. Eerder onderzoek toonde aan dat de verontreiniging meestal beperkt bleef tot enkele honderden meters rond schrootbedrijven. De impact voor de bevolking is dus het grootst als er een woonzone of agrarisch gebied paalt aan een dergelijk bedrijf. Dit is echter niet het geval in Kallo. 7. PAKs De VMM heeft één bemonsteringstoestel voor PAK’s in lucht in de Antwerpse haven, namelijk in Kallo (AL05). Het jaargemiddelde van de metingen van benzo(a)pyreen in de haven bedroeg 0,13 ng/m3. Dit ligt onder het algemeen Vlaams meetnetgemiddelde van 0,16 ng/m3 en ligt onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3. Als mensen levenslang blootgesteld worden aan de huidige concentraties, dan berekenen we voor de meetplaats in Kallo één extra kankergeval per 90.000 inwoners. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft risico’s tussen 1 op 10.000 en 1 op 1.000.000 als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.

Deel2: Antwerpse agglomeratie In 2015 sloten de stad Antwerpen en de VMM een overeenkomst af om de luchtkwaliteit te meten en te beoordelen naar aanleiding van de invoering van de lage-emissiezone op 1 februari 2017. Hiertoe startte de VMM in 2015 drie nieuwe meetplaatsen op: Park Spoor Noord (R803), Belgiëlei (R805) en Groenenborgerlaan (R817). In november 2016 volgde de vierde meetplaats Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van de op- en

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

5


afrit Borgerhout richting Nederland. Op al deze meetplaatsen meet de VMM fijn stof (PM10, PM2,5 en zwarte koolstof) en stikstofoxiden (NO2 en NO). De overeenkomst bepaalt dat de VMM jaarlijks een rapport over de luchtkwaliteit opstelt waarin de bovengenoemde polluenten van de nieuwe meetplaatsen worden besproken samen met deze van de reeds bestaande meetplaatsen Borgerhout-achtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), AntwerpenLinkeroever (AL01), Antwerpen-Luchtbal (M802) en Hoboken (HB23). Dit rapport beschrijft de resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen in 2017. De vermelde emissiedata zijn voor het jaar 2016. 1. Stikstofdioxide – NO2 Emissies Binnen de Antwerpse agglomeratie is in 2016 69 % van de NOx (NO2)-emissies te wijten aan verkeer. 59 % van de totale emissies is te wijten aan wegverkeer. Andere relevante sectoren zijn de industrie (14 %), de huishoudens (9 %) en handel en diensten (7 %). Tussen 2005 en 2016 zijn de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 31 % gedaald. Deze daling is grotendeels te danken aan de verminderde emissies door het wegverkeer. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese jaargrenswaarde en WGO-jaaradvieswaarde van 40 µg/m³ werd in 2017 overschreden op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802). De Europese uurgrenswaarde voor NO2 en de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd op alle meetplaatsen gerespecteerd. Op de meetplaats Antwerpen-Ring lag het jaargemiddelde ook hoger dan 40 µg/m³, namelijk 54 µg/m³. Deze meetplaats ligt vlak naast de Antwerpse Ring, tussen het op- en afrittencomplex van Borgerhout en is daarom minder representatief voor de menselijke blootstelling. Er gebeurt voor deze meetplaats geen toetsing aan de Europese regelgeving. In 2017 werd NO2 in de Antwerpse agglomeratie op 19 bijkomende locaties gedurende een volledig jaar gemeten met behulp van passieve samplers. Deze meetmethode resulteert in indicatieve jaargemiddelden die we kunnen toetsen aan de Europese jaargrenswaarde. Op 13 van de 19 meetplaatsen lag het indicatieve jaargemiddelde hoger dan 40 µg/m³. Trend luchtkwaliteit Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen een lichte daling in de NO2-jaargemiddelden. Voor de meetstations met een lange tijdreeks zijn de concentraties in de periode 2007-2017 met zo’n 20 tot 24 % gedaald. De concentraties in 2017 volgen de dalende trend van de afgelopen jaren. 2. Fijn stof – PM10 Emissies In de Antwerpse agglomeratie is 66 % van de emissies van primair PM10 in 2016 te wijten aan huishoudens. Hiervan kunnen we 89 % toewijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. De sector verkeer was de tweede belangrijkste bron met 25%. Binnen deze sector was 80 % afkomstig van het wegverkeer. Een groot deel hiervan was afkomstig van niet-uitlaat-emissies door de slijtage van remmen en banden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tussen 2005 en 2016 zijn de emissies van primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie met 17 % gedaald. Deze daling is vooral te danken aan minder emissies door het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueren, afhankelijk van het verbruik van brandhout bij huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. Fijn stof in de omgevingslucht bestaat niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Secundair fijn stof wordt in de atmosfeer gevormd uit voorloperverbindingen. De belangrijkste precursoren zijn ammoniak (NH3), stikstofoxides (NOx) en zwaveldioxide (SO2) en verschillende semivluchtige organische verbindingen. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese grenswaarden voor PM10 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. De WGO-advieswaarden werden echter overschreden op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Ook in de rest van Vlaanderen werden de WGO-advieswaarden op de meeste plaatsen overschreden. Trend luchtkwaliteit Over de periode 2007-2017 daalden de PM10-jaargemiddelden geleidelijk. Op de meetstations met een voldoende lange tijdreeks zien we een daling van 14 tot 36 % tussen 2007 en 2017. 3. Fijn stof – PM2,5 Emissies In 2016 is 73 % van de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie te wijten aan de sector huishoudens. Hiervan is 89 % te wijten aan gebouwenverwarming, voornamelijk aan houtverbranding. De sector verkeer is met 19 % de tweede grootste bron van primaire PM2,5-emissies. Hiervan is 78 % afkomstig van het wegverkeer. Tussen 2005 en 2016 zijn de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 19 % gedaald. Zoals voor PM10 is deze daling vooral te danken aan de gedaalde emissies door het wegverkeer. Het schommelende verloop van de emissies door huishoudens is gekoppeld aan strengere winters wanneer er meer houtverbranding plaatsvindt. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit De Europese jaargrenswaarde voor PM2,5 werd gerespecteerd op alle meetplaatsen. De WGO-advieswaarden voor jaargemiddelden en dagwaarden werden overschreden op alle meetplaatsen. Dit was ook zo op de overige meetplaatsen in Vlaanderen. Trend luchtkwaliteit Over de periode 2007-2017 daalden de PM2,5-jaargemiddelden geleidelijk. Zo zien we in Borgerhout (R801), waar we over een volledige tijdreeks beschikken, een daling van 42 % tussen 2007 en 2017. 4. Zwarte koolstof/Elementair koolstof Zwarte koolstof en elementair koolstof zijn zeer sterk aan elkaar verwante componenten. Door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

7


Emissies In de Antwerpse agglomeratie draagt de sector huishoudens 52 % bij aan de emissies van elementair koolstof (EC) in 2016. Hiervan kunnen we het grootste deel toewijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. De sector verkeer is de tweede grootste bron met 43 %. Hiervan is 79 % te wijten aan wegverkeer. Dit komt doordat EC vooral gevormd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen. Het aandeel van verkeer is bij EC veel groter dan bij PM10 of PM2,5. De emissies van elementair koolstof zijn tussen 2005 en 2016 met 45 % gedaald. Dit is vooral te danken aan een daling van de emissies door het verkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van deze sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden, waarbij strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. Toetsing regelgeving luchtkwaliteit Er bestaan momenteel geen Europese normen of WGO-advieswaarden voor zwarte koolstof. Trend luchtkwaliteit De meetstations vertonen een dalende trend in de concentraties van zwarte koolstof in de periode 20082017. Zo zien we in Borgerhout (R801) een daling van 51 % tussen 2008 en 2017. De daling in 2017 volgt de dalende trend van de afgelopen jaren. Voor zwarte koolstof werden er grotere verschillen gemeten tussen de verschillende meetplaatsen. De hoogste concentratie in 2017 werd gemeten aan de Antwerpse Ring (R804), gevolgd door de verkeersgerichte meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805). Het meetstation Linkeroever (AL01) mat het laagste jaargemiddelde. 5. Houtverbranding Op 4 meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie werd eind 2017 zwarte koolstof gemeten met een aethalometer (Magee AE33). Dit toestel kan de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) bepalen. Op basis van informatie uit vroegere studies berekenden we ook de bijdrage van houtverbranding aan PM10. Er zijn twee meetplaatsen met gegevens voor heel 2017. De concentraties zwarte koolstof en PM10 afkomstig van houtverbranding zijn duidelijk hoger in de wintermaanden dan in de zomermaanden. De hoogste concentraties zien we op winteravonden. Verder zijn de concentraties hoger in het weekend dan in de week. De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof op de meetplaatsen Ring (R804) en Groenenborgerlaan (R817) bedroeg in 2017 respectievelijk 3 en 13 %. De relatieve bijdrage aan PM10 bedroeg in 2017 respectievelijk 4 en 9 %. In de wintermaanden van 2017 bedroeg de relatieve bijdrage van houtverbranding aan PM10 op deze meetplaatsen respectievelijk 7 en 15 %. Omdat fijn stof van houtverbranding, net als bij dieselmotoren, bestaat uit deeltjes afkomstig van onvolledige verbranding is het effect op de gezondheid waarschijnlijk hoger dan het relatief aandeel doet vermoeden. In de voorstedelijke omgeving van de meetplaats R817 aan de Groenenborgerlaan stellen we op basis van deze metingen dus een grotere bijdrage van houtverbranding vast dan op de meetplaats R804 aan de Ring. Wanneer we in de toekomst beschikken over volledige datareeksen op de vier meetplaatsen, zal een betere

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


vergelijking kunnen gebeuren tussen de bijdragen van houtverbranding aan luchtverontreiniging in stedelijke en voorstedelijke omgeving. 6. Effect invoer lage-emissiezone In 2017 maten we op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie lagere concentraties voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof in vergelijking met 2016. De absolute daling voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof is het grootst op de meetplaatsen die het sterkst beĂŻnvloed worden door het verkeer. Deze daling kan een indicatie zijn van verminderde emissies door het verkeer. In welke mate de daling van de concentraties van NO2 en zwarte koolstof op de meetplaatsen binnen de LEZ van Antwerpen toe te schrijven is aan de invoering van die LEZ in Antwerpen en/of aan de algemene vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen is moeilijk te bepalen. Metingen over een langere periode zullen mogelijk toelaten een meer gefundeerde uitspraak te doen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

9


INHOUD 1. Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven ........................................................................................................19 1.1 Het meetnet ..........................................................................................................................................19 1.2 Zwaveldioxide – SO2 ..............................................................................................................................22 1.2.1 Emissie van SO2 .............................................................................................................................22 1.2.2 Trend van SO2-concentraties.........................................................................................................25 1.2.3 Toetsing van SO2-concentraties ....................................................................................................27 1.2.4 Geografische spreiding van SO2-concentraties .............................................................................30 1.3 Stikstofoxides – NO/NO2 .......................................................................................................................34 1.3.1 Emissie van NOx (NO2) ...................................................................................................................34 1.3.2 Trend van NOx-concentraties ........................................................................................................37 1.3.3 Toetsing van NO2-concentraties....................................................................................................40 1.3.4 Geografische spreiding van NO2-concentraties ............................................................................41 1.4 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof.............................................................................................48 1.4.1 PM10 ...............................................................................................................................................48 1.4.2 PM2,5 ..............................................................................................................................................61 1.4.3 Zwarte koolstof .............................................................................................................................71 1.5 Ozon – O3 ...............................................................................................................................................78 1.5.1 Emissies van ozonprecursoren ......................................................................................................78 1.5.2 Trend en toetsing van de ozonmeetwaarden ...............................................................................80 1.5.3 Geografische spreiding van O3-concentraties ...............................................................................83 1.6 Vluchtige organische stoffen – BTEX en VOS ........................................................................................84 1.6.1 Emissies van benzeen, tolueen en xyleen-isomeren.....................................................................84 1.6.2 Emissie van totaal NMVOS ............................................................................................................85 1.6.3 Automatische BTEX-metingen.......................................................................................................86 1.6.4 Semiautomatische VOS-metingen ................................................................................................99 1.7 PCB’s ....................................................................................................................................................101 1.7.1 Toetsing van PCB-deposities .......................................................................................................101 1.7.2 Trend van PCB-deposities............................................................................................................101 1.8 PAK’s ....................................................................................................................................................102 1.8.1 Emissie van PAK’s ........................................................................................................................102 1.8.2 Toetsing van PAK’s-concentraties ...............................................................................................102 2. Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie ..........................................................................................105 Het meetnet .......................................................................................................................................105 Stikstofoxiden .....................................................................................................................................110 2.2.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2))....................................110 2.2.2 Trend en toetsing NO2-concentraties ........................................................................................112 2.2.3 Geografische spreiding van de NO2-concentratie en pollutierozen ..........................................115

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


2.2.4 Meetnet passieve samplers in Antwerpen ................................................................................120 Fijn stof ...............................................................................................................................................123 2.3.1 PM10 ...........................................................................................................................................123 2.3.2 PM2,5 ...........................................................................................................................................133 2.3.3 Zwarte koolstof/Elementair koolstof .........................................................................................142 2.3.4 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM10.....................................................150 Effect van de invoer van de lage-emissiezone op de concentraties ..................................................165 2.4.1 Inleiding......................................................................................................................................165 2.4.2 Vergelijking 2017 ten opzichte van 2016 ...................................................................................166 2.4.3 Besluit.........................................................................................................................................170 3. Besluit ........................................................................................................................................................181 3.1 Haven van Antwerpen .........................................................................................................................181 3.2 Antwerpse agglomeratie .....................................................................................................................182 Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005) ..............................185 Afbakening Antwerpse haven.....................................................................................................191 Afbakening Antwerpse agglomeratie .........................................................................................193 Beschrijving van de polluenten ..................................................................................................195 4.1 Zwaveldioxide – SO2 ............................................................................................................................195 4.2 Stikstofoxides – NO/NO2 .....................................................................................................................195 4.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof...........................................................................................195 4.4 Ozon – O3 .............................................................................................................................................197 4.5 Vluchtige organische stoffen - VOS .....................................................................................................198 4.6 PCB’s ....................................................................................................................................................198 4.7 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen – PAK’s .........................................................................199 overzicht luchtkwaliteitsnormen ................................................................................................200 5.5 Zwaveldioxide – SO2 ............................................................................................................................200 5.6 Stikstofoxides – NO/NO2 .....................................................................................................................201 5.7 Fijn stof – PM10 en PM2,5 ......................................................................................................................202 5.3.1 Regelgeving PM10 ........................................................................................................................202 5.3.2 Regelgeving PM2,5 ........................................................................................................................202 5.3.3 Regelgeving zwarte koolstof .......................................................................................................203 5.8 Ozon – O3 .............................................................................................................................................203 5.9 Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) ........................................................................203 5.10 PCB’s ..................................................................................................................................................204 5.11 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen – PAK’s .......................................................................205 Methodiek ..................................................................................................................................206 6.1 Pollutierozen en zeropollutierozen .....................................................................................................206

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

11


6.2 VLOPS model .......................................................................................................................................206 6.3 ATMO-Street model ............................................................................................................................207 6.4 Promovia .............................................................................................................................................207

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


LIJST VAN TABELLEN Tabel 1: Coördinaten meetplaatsen in de Antwerpse haven ...........................................................................20 Tabel 2: Belangrijkste statistische parameters voor SO2 ..................................................................................28 Tabel 3: Aantal dagen met een overschrijding van de WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³ .......................29 Tabel 4: Belangrijkste statistische parameters voor NO2 (2017) ......................................................................40 Tabel 5: Belangrijkste statistische parameters voor PM10 ...............................................................................55 Tabel 6: Belangrijkste statistische parameters voor PM2,5 ...............................................................................63 Tabel 7: Aantal dagen met een PM2,5-dagconcentratie > 25 µg/m³.................................................................65 Tabel 8: Belangrijkste statistische parameters voor zwarte koolstof ..............................................................71 Tabel 9: Belangrijkste statistische parameters voor ozon in Berendrecht (R831) ...........................................81 Tabel 10: Toetsing aan informatie- en alarmdrempel, streefwaarden, langetermijndoelstellingen en WGOadvieswaarde op meetplaats Berendrecht (R831) ...........................................................................................82 Tabel 11: Jaargemiddelde uurwaarde voor benzeen .......................................................................................86 Tabel 12: P98-dagwaarde voor benzeen ..........................................................................................................87 Tabel 13: Maximale halfuurwaarde tolueen ....................................................................................................87 Tabel 14: Maximaal weekgemiddelde tolueen ................................................................................................87 Tabel 15: Percentueel verschil VOS-componenten R893 en Vlaamse gemiddelde .........................................99 Tabel 16: PAK’s-jaargemiddelden voor Kallo en het volledige Vlaamse meetnet in 2017 (ng/m³) ...............104 Tabel 17 : Overzicht van de automatische meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie in 2017 ......................................................................................................................................107 Tabel 18 : Overzicht van de NO2-meetplaatsen passieve samplers in 2017 ..................................................108 Tabel 19: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 (µg/m³) ..................................................................................................................................................113 Tabel 20: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007-2017......................................................................................................114 Tabel 21: PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 (µg/m³) ..................................................................................................................................................126 Tabel 22: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007-2017 ............................................................................................................................127 Tabel 23: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 (µg/m³) ..................................................................................................................................................135 Tabel 24: Aantal dagen met PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007-2017 ............................................................................................................................136 Tabel 25: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2017 (µg/m³) .........................................................................................................................144 Tabel 26 : Datum van ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen ..................150 Tabel 27 : Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof en PM10 en dit voor de winter- en zomermaanden van 2016 en 2017 en voor gans 2016 en 2017 ..................152

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

13


Tabel 28 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2017 ten opzichte van 2016 voor NO2 (µg/m³) ............................................................................................................................................166 Tabel 29 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2017 ten opzichte van 2016 voor zwarte koolstof (µg/m³) .........................................................................................................................166 Tabel 30: Regelgeving voor SO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2000 en 2005) ............................................200 Tabel 31: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG).....201 Tabel 32: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005) .................................201 Tabel 33: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) ........................................................202 Tabel 34: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG).............................................................................202 Tabel 35: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005) ........................................................................................203 Tabel 36: Regelgeving voor O3 (richtlijn 2008/50/EG) ...................................................................................203 Tabel 37: Regelgeving voor VOS (richtlijn 2008/50/EG, VLAREM II en WGO 2000).......................................204

LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Ligging meetplaatsen van de Antwerpse haven................................................................................21 Figuur 2: Evolutie SO2-emissies en jaargemiddelde concentratie in de Antwerpse haven..............................22 Figuur 3: Aandeel sectoren in SO2-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2016 ....................................23 Figuur 4: Evolutie SO2-emissie door de scheepvaart in de Antwerpse haven .................................................25 Figuur 5: SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen .....................................26 Figuur 6: Evolutie SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ......................................................................27 Figuur 7: Aantal dagen met daggemiddelde SO2-concentratie > 20 µg/m³ .....................................................30 Figuur 8: Gemodelleerd SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2017................................................31 Figuur 9: Pollutierozen gemiddelde SO2-concentraties in de Antwerpse haven in 2017 ................................33 Figuur 10: Evolutie NOx(NO2)-emissies en NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ................................34 Figuur 11: Aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse haven ..................................36 Figuur 12: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen.............................................37 Figuur 13: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen ...........................................38 Figuur 14: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven .....................................................................39 Figuur 15: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ....................................................................39 Figuur 16: Overzicht statistische parameters NO2 in de Antwerpse haven .....................................................41 Figuur 17: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2017 .............................................42 Figuur 18: Pollutierozen NO2-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017.....................................................44 Figuur 19: Zeropollutierozen NO2-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017 .............................................45 Figuur 20: Evolutie NO2-concentratie op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) .............................................46 Figuur 21: dosisroos stikstofdioxide op meetplaats Muisbroeklaan ................................................................47 Figuur 22: pollutieroos stikstofdioxide op meetplaats Muisbroeklaan............................................................47 Figuur 23: zeropollutieroos stikstofdioxide op meetplaats Muisbroeklaan.....................................................47 Figuur 24: Verkeersgegevens nabij meetstation Muisbroeklaan (R894) .........................................................48

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 25: Emissies van stofprecursoren volgens aerosolvormend potentieel en primair PM10 in de Antwerpse haven ................................................................................................................................................................49 Figuur 26: Aandeel sectoren in emissies stofprecursoren in de Antwerpse haven in 2000 en 2016 ..............50 Figuur 27: Primaire PM10-emissies van verschillende sectoren en jaargemiddelde in Antwerpse haven .......51 Figuur 28: Aandeel sectoren in primaire PM10-stofemissies in de Antwerpse haven ......................................52 Figuur 29: PM10-jaargemiddelde Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen ..........................................53 Figuur 30: Evolutie PM10-concentraties in de Antwerpse haven .....................................................................54 Figuur 31: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ voor de meetplaatsen in de Antwerpse haven 56 Figuur 32: Gemodelleerde PM10-concentratie in de Antwerpse haven in 2017 ..............................................57 Figuur 33: Pollutierozen PM10 in de Antwerpse haven in 2017 .......................................................................58 Figuur 34: Zeropollutierozen voor PM10 in de Antwerpse haven in 2017 ........................................................60 Figuur 35: Emissie van primair PM2,5-emissie en jaargemiddelde in de Antwerpse haven .............................61 Figuur 36: Aandeel sectoren primair PM2,5-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2016 ......................62 Figuur 37: Evolutie PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven..................................................................64 Figuur 38: Evolutie PM2,5-daggemiddelde in de Antwerpse haven ..................................................................66 Figuur 39: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2017...........................................67 Figuur 40: Pollutierozen PM2,5-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017 ..................................................69 Figuur 41: Zeropollutierozen PM2,5-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017 ...........................................70 Figuur 42: Evolutie jaargemiddelden zwarte koolstof in de Antwerpse haven ...............................................72 Figuur 43: Evolutie zwarte koolstofconcentraties op verschillende virtuele meetplaatsen ............................73 Figuur 44: Gemodelleerd jaargemiddelde van zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2017 ....................74 Figuur 45: Pollutierozen gemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2017 ..................................76 Figuur 46: Zeropollutierozen voor zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2017 .......................................77 Figuur 47: Verkeersgegevens in de omgeving van meetstation Antwerpen-Luchtbal (M802)........................78 Figuur 48: Emissies van precursoren met ozonvormend potentieel (ton TOFP-equivalent) en jaargemiddelde ozon in de Antwerpse haven ............................................................................................................................79 Figuur 49: Aandeel sectoren emissie precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven ....80 Figuur 50: Evolutie O3-concentraties in Berendrecht (R831) ...........................................................................81 Figuur 51: 90ste Percentiel pollutieroos ozon voor Berendrecht (R831) in 2017 ............................................84 Figuur 52: Industriële IMJV-emissies benzeen, tolueen en xyleen-isomeren in de Antwerpse havengebied .85 Figuur 53: Evolutie totaal NMVOS-emissie in de Antwerpse haven ................................................................86 Figuur 54: Evolutie benzeenconcentraties in de Antwerpse haven .................................................................88 Figuur 55: Evolutie tolueenconcentraties in de Antwerpse haven ..................................................................89 Figuur 56: Evolutie ethylbenzeenconcentraties in de Antwerpse haven .........................................................90 Figuur 57: Evolutie m+p-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven............................................................91 Figuur 58: Evolutie o-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven .................................................................92 Figuur 59: histogram benzeenconcentraties in de Antwerpse haven..............................................................93 Figuur 60: Pollutierozen benzeen in de Antwerpse haven in 2017 ..................................................................94 Figuur 61: Pollutierozen tolueen in de Antwerpse haven in 2017 ...................................................................95

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

15


Figuur 62: Pollutierozen ethylbenzeen in de Antwerpse haven in 2017..........................................................96 Figuur 63: Pollutierozen o-xyleen in de Antwerpse haven in 2017 ..................................................................97 Figuur 64: Pollutierozen m+p-xyleen in de Antwerpse haven in 2017 ............................................................98 Figuur 65: Vergelijking jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats Ekerse Dijk (R893) met Vlaams gemiddelde .....................................................................................................................................................100 Figuur 66: Trend depositie dioxines en PCB126 op meetplaats BV04 in Kallo (industriegebied) ..................102 Figuur 67: Jaarverloop van benzo(a)pyreen op de meetplaats in de Antwerpse haven versus de mediaan van alle Vlaamse meetplaatsen ............................................................................................................................103 Figuur 68: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie ...................................................................109 Figuur 69: Aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2016 ........110 Figuur 70: Trend van de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie ................................................111 Figuur 71: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 ................................................................................................................................................................113 Figuur 72: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2017 ...............................116 Figuur 73: Pollutieroos voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³) ...117 Figuur 74: Pollutierozen NO2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2017 ....................119 Figuur 75: Indicatieve NO2-jaargemiddelden met passieve samplers in Antwerpen voor 2017 (µg/m³) ......121 Figuur 76: Ligging en resultaten van de passieve samplers in Antwerpen, 2017 ..........................................122 Figuur 77: Aandeel van de sectoren in de primaire PM10-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2016 .123 Figuur 78: Trend van primaire PM10- emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie..124 Figuur 79: PM10- jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 .............................................................................................................................................................126 Figuur 80: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 ...................................................................................................127 Figuur 81: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2017 ..............................129 Figuur 82: Pollutieroos voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³) ..130 Figuur 83: Pollutierozen PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 .....................132 Figuur 84: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2016 ...133 Figuur 85: Trend van primaire PM2,5-emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie ..134 Figuur 86: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 .............................................................................................................................................................135 Figuur 87: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 ...................................................................................................136 Figuur 88: Chemische samenstelling van PM2,5 in Borgerhout-achtergrond (R801), 2016-2017 (µg/m³) .....137 Figuur 89: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2017 .............................139 Figuur 90: Pollutieroos voor PM2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³) ....140 Figuur 91: Pollutierozen PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 .....................141 Figuur 92: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2016....................142 Figuur 93: Trend van de emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie...................................................................................................................................................143

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 94: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2017.......................................................................................................................................144 Figuur 95: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2017 .............146 Figuur 96: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³) ...........................................................................................................................................................147 Figuur 97: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2017 ..................149 Figuur 98: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) .........................................................153 Figuur 99: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) ...............................................................................153 Figuur 100: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) ........................................................................154 Figuur 101: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) ......................................................154 Figuur 102: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803) ............................................................................................................155 Figuur 103: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) ..................................................................................................................................155 Figuur 104: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Belgiëlei (R805) ...........................................................................................................................156 Figuur 105: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) .........................................................................................................157 Figuur 106: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de wintermaanden 2017 ....................................................159 Figuur 107: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de zomermaanden 2017 ....................................................160 Figuur 108: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de wintermaanden 2017 .....................................................................................................................................161 Figuur 109: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de zomermaanden 2017......................................................................................................................................162 Figuur 110: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en voor zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BCff) in 2017 (µg/m3) ................................................................................163 Figuur 111: Pollutieroos PM afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 (µg/m3) .....164 Figuur 112: Daling in de jaargemiddelde concentraties in 2017 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor NO2 (bovenste figuur) en zwarte koolstof (onderste figuur) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie ............................................................................................168 Figuur 113: Dagverloop van de NO2-concentraties op werkdagen (links) en op niet-werkdagen (rechts) voor de jaren 2016-2017 (schaal Y-as varieert soms).............................................................................................172 Figuur 114: Dagverloop van de concentraties zwarte koolstof op werkdagen (links) en op niet-werkdagen (rechts) voor de jaren 2016-2017 (schaal Y-as varieert soms) .......................................................................176

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

17


Figuur 115: Daling in de concentraties over de dag (per gemiddelde halfuur) in 2017 ten opzichte van 2016 in functie van de gemiddelde halfuurconcentratie 2016 tijdens werkdagen voor NO2 (bovenste figuur) en voor zwarte koolstof (onderste figuur)...................................................................................................................179 Figuur 116: Daling in de jaargemiddelde concentraties in 2017 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor NO2 (bovenste figuur) en zwarte koolstof (onderste figuur) voor alle Vlaamse meetstations .............................................................................................................................180 Figuur 117: kaart afbakening Antwerpse haven ............................................................................................192 Figuur 118: kaart afbakening Antwerpse agglomeratie .................................................................................194

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


1. LUCHTKWALITEIT IN DE ANTWERPSE HAVEN In dit hoofdstuk bespreken we de luchtconcentraties en emissies van de verschillende polluenten in de Antwerpse haven. We toetsen de concentraties van 2017 aan de huidige en toekomstige Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door het Team Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen.

1.1 Het meetnet In en rond het havengebied meet de VMM op verscheidene meetplaatsen één of meerdere polluenten met behulp van (semi)automatische toestellen: − −

De automatische toestellen werken volledig autonoom. De semiautomatische toestellen nemen luchtstalen die in het labo verder geanalyseerd worden.

Op één meetplaats in de haven meet de VMM de depositie van PCB’s met behulp van depositiekruiken. Op één locatie worden PAK’s gemeten. In dit rapport gebruiken we de meteogegevens gemeten op de meetplaats Antwerpen-Luchtbal (M802). De afbakening van de Antwerpse haven staat beschreven in bijlage 2. Binnen deze regio zijn verschillende meetplaatsen. Een overzicht van alle meetplaatsen vermeld in dit deel van het rapport, staat in Tabel 1. De meetresultaten van een aantal meetstations worden doorgegeven aan de Europese commissie binnen de gedefinieerde luchtkwaliteitszone Antwerpen Haven BEF01S. Daarnaast zijn er in en rondom die zone nog een aantal andere VMM-meetplaatsen. Het betreft hier: − − − −

industriële brongerichte meetplaatsen, waar de representativiteit voor de blootstelling in woonzones eerder beperkt is; meetplaatsen die net buiten de gedefinieerde luchtkwaliteitszone liggen, maar wel (sterke) invloed kennen van de havenactiviteiten of meer informatie geven over de achtergrondconcentratie; meetplaatsen van polluenten die niet aan Europa worden gerapporteerd; meetplaatsen die iets verderaf liggen maar informatie geven over de achtergrond.

Een aantal van deze meetstations worden ook gerapporteerd aan Europa in het kader van een andere luchtkwaliteitszone. De tabel toont naast de code, het adres en de Lambertcoördinaten. Er staat ook aangeduid welke meetstations opgenomen worden in het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven. Figuur 1 toont welke polluenten we op welke meetplaats meten. Er zijn enkele wijzigingen in het meetnet: — De SO2-metingen op de meetplaatsen Beveren – Meerminnendal (R823), Antwerpen – Luchtbal (M802) en Doel (R830) zijn stopgezet in het kader van efficiëntiemaatregelen. — Op 8 maart 2017 werden de NO2-metingen op de meetplaats Hoevenen (SA04) stopgezet. — Op de meetplaatsen Beveren – Engelsesteenweg (AL02), Beveren – Watermolendijkweg (AL03), Beveren – Liefkenshoektunnel (AL04), Beveren – Ketenislaan (AL05) en Berendrecht – Hoefbladstraat (R831) werd de apparatuur vervangen door een toestel dat simultaan zowel PM10 als PM2,5 meet.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

19


— — — —

De PM10- en PM2,5-metingen op volgende meetplaatsen werden stopgezet: Antwerpen – Boudewijnsluis (AB01) en Berendrecht – Antwerpsebaan (AB02). De zwartekoolstofmeting op de meetplaats Boudewijnsluis (AB01) werd stopgezet. Op de meetplaatsen Liefkenshoektunnel (AL04) en Beveren-Ketenislaan (AL05) zijn nieuwe BC-metingen opgestart. De passieve VOS-metingen op Ekerse Dijk (R893) werden vervangen door actieve VOS-metingen. Het meetstation Zwijndrecht (R815) werd op 31/12/2017 stopgezet.

Meer informatie over de gemeten parameters en gebruikte apparatuur staat op de website https://www.vmm.be/lucht. De specificaties over onder meer het meetprincipe en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1. Tabel 1: Coördinaten meetplaatsen in de Antwerpse haven Code Meetplaats

Adres

X

Y

Meetplaatsen gerapporteerd aan Europa als Air Quality Zone Antwerpse haven (BEF01S) AB02*

Antwerpsebaan, 2040 Berendrecht

146730

225666

AL02*

Engelsesteenweg, Beveren

140657

221644

AL03*

Pomphuis, Watermolendijkweg, Beveren

138326

216020

AL05*

Sluis van Kallo, Ketenislaan, Beveren

143727

217031

M802*

Havannastraat, 2030 Antwerpen

153884

216790

R815*

Laarstraat, 2070 Zwijndrecht

147489

211634

R830*

Scheldemolenstraat, 9130 Beveren-Waas (Doel)

142601

223162

R831*

Hoefbladstraat, 2040 Berendrecht

147976

226558

R833*

PITO, Laageind, 2940 Stabroek

149541

224212

R892*

Kallosluis, 9120 Kallo

143727

217020

R893*

Ekerse Dijk, 2180 Ekeren

151187

219057

R897*

Scheldelaan, 2030 Antwerpen

148139

215578

SA04*

Abelenlaan, 2940 Hoevenen (Stabroek)

152448

222679

Andere meetplaatsen AB01*

Boudewijnsluis, 2000 Antwerpen

147285

219010

AL01*

Wandeldijk, 2050 Antwerpen-Linkeroever

150865

214046

AL04*

Liefkenshoektunnel, Beveren

144735

220096

BV04

Land Van Waaslaan – haven 1204, 9120 Kallo

141709

217269

R822*

Polderdijkweg, 2030 Antwerpen

148082

217156

R823

Meerminnendam, Beveren

141037

221484

R891*

Scheurweg, 2030 Antwerpen

151159

216212

R894*

Muisbroeklaan, 2030 Antwerpen

148656

219293

* deze meetplaatsen worden meegenomen in het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 1: Ligging meetplaatsen van de Antwerpse haven

Meetplaatsen gerapporteerd aan Europa (BEF01S) hebben zwart label, andere meetplaatsen roze label.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

21


1.2 Zwaveldioxide – SO2 In deze paragraaf bespreken we achtereenvolgens de emissies van SO2 en de trend van de SO2-concentraties. We toetsen de concentraties aan de regelgeving en bekijken de geografische spreiding.

1.2.1 Emissie van SO2 Figuur 2 toont de emissie van de verschillende sectoren in de Antwerpse haven voor 2000, 2005, 2010 en 2014 tot en met 2016. Het virtuele SO2-jaargemiddelde van de Antwerpse haven staat ook aangeduid. Er is een duidelijke daling te zien in zowel de emissies als de concentraties in de volledige periode. In de periode 2014 t.e.m. 2016 is er echter een licht stijgende trend. Het grootste aandeel van de emissies is afkomstig van de energiesector. Deze omvatten de elektriciteitscentrales en de petroleumraffinaderijen in 2000, 2005 en 2010. Vanaf 2014 zijn de emissies voor energie volledig toe te schrijven aan de petroleumraffinaderijen. Figuur 2: Evolutie SO2-emissies en jaargemiddelde concentratie in de Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 3 toont het aandeel van de sectoren in de SO2-emissies in de jaren 2000 en 2016. De energiesector, die de petroleumraffinaderijen en de elektriciteitscentrales omvat, heeft het grootste aandeel. In 2000 was 77 % van de emissies afkomstig van de petroleumraffinaderijen. In 2016 loopt dit aandeel op tot 88 % en zijn er geen emissies meer van de elektriciteitscentrales in dit gebied. Het aandeel van het verkeer daalt van 12 % in 2000 naar 2 % in 2016; dit aandeel bestaat uit vrijwel enkel emissies van scheepvaart. Het aandeel van de sector industrie blijft gelijk tussen 2000 en 2016 en bedraagt 10 %. De andere sectoren hebben een verwaarloosbaar aandeel in de totale SO2-emissies.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 3: Aandeel sectoren in SO2-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 4 toont de uitstoot van de scheepvaart in de Antwerpse haven.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

23


Tussen 2009 en 2010 daalde de SO2-uitstoot door de scheepvaart in de haven van Antwerpen met 1.615 ton. Maatregelen die hier sterk aan bijdroegen zijn: − −

de verstrenging van de EU-norm voor aangemeerde schepen van 0,2 naar 0,1 % zwavel in brandstof op 01/01/2010; de verstrenging door de International Maritime Organisation (IMO) van de zwavelnorm in zeescheepsbrandstoffen in zogenaamde Sulphur Emission Control Areas, kortweg SECA’s, van 1,5 % naar 1,0 % zwavelgehalte op 01/07/2010.

De concentraties van het virtueel gemiddelde voor de Antwerpse haven daalden in deze periode van 11 naar 6 µg/m³ (-45 %). Tussen 2011 en 2012 daalden de emissies verder. Ook de concentraties daalden van 6 µg/m³ naar 5 µg/m³. De wereldwijde verstrenging (via de MARPOL Annex VI-regelgeving van IMO) van de zwavelnorm voor scheepsbrandstoffen van maximaal 4,5 % naar maximaal 3,5 % op 01/01/2012 heeft hier invloed gehad. Vanaf 1 januari 2015 werd de SECA-norm nog verstrengd naar 0,1 %. Dit heeft zich vertaald in een nog verdere daling van de emissies. De immissies daalden van 5 naar 4 µg/m³ (-20 %) tussen 2014 en 2015. Het voortschrijdend dalen van het zwavelgehalte in scheepsbrandstoffen zorgt voor een gunstig effect op de luchtkwaliteit in de omgeving, zowel op de SO2-concentraties als op de secundaire fijnstofvorming. Naast de regelgeving, worden milieuvriendelijke schepen ook financieel gestimuleerd in de vorm van een fijnstofkorting op de havengelden. Deze maatregelen kunnen ook de volgende jaren voor een verdere daling zorgen. De emissies stabiliseren echter tussen 2015 en 2016.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 4: Evolutie SO2-emissie door de scheepvaart in de Antwerpse haven

1.2.2 Trend van SO2-concentraties Een virtueel gemiddelde is het gemiddelde van alle metingen van deze polluent in een bepaald gebied gedurende een jaar. Figuur 5 toont het verloop van het SO2-jaargemiddelde op de virtuele meetplaatsen ‘Antwerpse haven’ en ‘Vlaanderen’. Op de figuur zien we een scherpe daling in de periode 2007-2010. Vanaf 2011 is het verloop stagnerend tot licht dalend. In 2017 is er opnieuw een lichte stijging, maar dit is wellicht een artefact door het stopzetten van enkele meetplaatsen met lage concentraties, namelijk Beveren – Meerminnendal (R823), Antwerpen – Luchtbal (M802) en Doel (R830). Het SO2-gemiddelde in de Antwerpse haven ligt hoger dan het Vlaams gemiddelde. Beide houden wel eenzelfde trend.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

25


Figuur 5: SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen

Figuur 6 toont het verloop van enkele statistische parameters van de SO2-concentraties (op basis van uurwaarden) op de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ in de periode 2007-2017. Tot 2010 daalden de concentraties aanzienlijk, zowel het jaargemiddelde als de hogere percentielen. Deze daling stabiliseerde vanaf 2011. Het jaargemiddelde kent een stabiel verloop, de piekwaarden (P90 en P98) kennen een grilliger verloop. De gemeten SO2-concentraties zijn laag, het SO2-jaargemiddelde was in 2017 nog maar ongeveer één derde van het jaargemiddelde gemeten in 2007.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 6: Evolutie SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Het aantal meetstations staat tussen haakjes. *: In de grafiek wordt het jaargemiddelde niet enkel grafisch maar ook numeriek getoond.

1.2.3 Toetsing van SO2-concentraties Tabel 2 toont de belangrijkste statistische parameters, namelijk het jaargemiddelde, 50ste en 98ste percentiel en de maximum dagwaarde van zwaveldioxide per meetplaats voor de jaren 2015, 2016 en 2017. Ook tonen we de waarden voor het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven en de waarden voor de meetplaats Beveren – Meerminnendal (R823).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

27


Tabel 2: Belangrijkste statistische parameters voor SO2 o.b.v. UURWAARDEN SO2 (µg/m³) Meetplaats M802* (Luchtbal)

2015

2016

2017

JG 3

P50 1

P98 14

Max. 69

JG 2

P50 1

P98 12

Max. 55

JG /

P50 /

P98 /

Max. /

R815* (Zwijndrecht)

3

1

19

111

3

1

20

136

/

/

/

/

R822 (Polderdijkweg)

8

5

43

253

7

5

33

228

8

5

47

256

R830* (Doel)

2

1

13

48

3

1

15

142

/

/

/

/

R831* (Berendrecht)

3

1

14

75

2

1

14

106

2

1

13

481

R891 (Scheurweg)

5

2

40

162

3

2

17

51

4

3

18

131

R892* (Kallo)

3

1

17

173

3

1

18

157

3

1

16

63

R893* (Ekeren)

4

2

21

117

4

1

19

89

4

3

22

59

R894 (Muisbroeklaan)

9

5

54

170

10

4

61

164

10

5

62

174

R897* (Scheldelaan)

4

1

27

197

4

1

27

232

3

2

25

94

Virtueel gemiddelde haven

4

4

14

32

4

3

13

27

5

4

15

74

R823 (Meerminnendam)

/

/

/

/

2

1

11

69

/

/

/

/

*: gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

De Europese normen voor SO2 werden in 2017 gerespecteerd. Op het meetstation Berendrecht (R831) werd één uur een waarde hoger dan 350 µg/m³ gemeten. De meest recente overschrijding van de uurgrenswaarde (>350 µg/m³, max. 24 uren per jaar) was in 2008 op R822 (Polderdijkweg) waarbij er 25 uren met een concentratie hoger dan 350 µg/m³ werden opgetekend. Ook de Europese dagnorm van 125 µg/m³ (maximaal 3 dagen) werd in 2008 voor het laatst overschreden op diezelfde meetplaats. De WGO-dagadvieswaarde werd wel overschreden. Tabel 3 toont het aantal dagen met een overschrijding van de WGO-advieswaarden van 20 µg/m³ tussen 2007-2017.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tabel 3: Aantal dagen met een overschrijding van de WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³

Aantal dagen M802* (Luchtbal) R815* (Zwijndrecht) R822 (Polderdijkweg) R830* (Doel) R831* (Berendrecht) R891 (Scheurweg) R892* (Kallo) R893* (Ekeren) R894 (Muisbroeklaan) R897* (Scheldelaan) R823 (Meerminnendam)

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

27

3

7

0

0

0

0

1

0

0

/

33

9

9

2

0

5

4

11

2

2

/

180

97

87

21

26

20

8

18

10

9

18

22

17

6

2

0

0

2

1

0

2

/

21

18

8

1

0

0

0

1

0

0

1

168

121

87

32

33

21

5

6

19

1

0

97

31

13

5

0

1

2

2

1

1

1

62

26

24

0

1

1

1

1

1

0

1

155

63

74

25

39

38

25

27

26

35

38

69

32

39

14

4

3

5

7

6

8

4

/

/

/

/

/

/

/

/

/

0

/

Overschrijdingen van de grenswaarden en advieswaarden worden in rood getoond. *: gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

De huidige situatie geeft een duidelijke verbetering ten opzichte van 2007 toen deze advieswaarde op alle meetplaatsen veelvuldig werd overschreden. Figuur 7 illustreert deze opmerkelijke verbetering. De meetplaats in de Muisbroeklaan (R894) kende in 2007 nog 155 dagen een concentratie van > 20 µg/m³. Deze meetplaats heeft in 2017 ook nog het meeste overschrijdingsdagen, namelijk 38. Het is echter een industrieel gerichte meetplaats, de impact op woongebieden is hierdoor beperkt. Andere meetplaatsen met meerdere overschrijdingsdagen zijn Scheldelaan (R897) en Polderdijkweg (R822).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

29


Figuur 7: Aantal dagen met daggemiddelde SO2-concentratie > 20 Âľg/mÂł

*: gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

1.2.4 Geografische spreiding van SO2-concentraties 1.2.4.1 Gemodelleerde SO2-concentraties Om de SO2-concentraties in de Antwerpse haven te kunnen inschatten, gebruiken we het VLOPS-model, zie Figuur 8. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. De berekeningsmethode kan een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de SO2-verontreiniging in Vlaanderen. Zoals verwacht schat het model dat de hoogste concentraties voorkomen in het centrum van het havengebied, aan de raffinaderijen. In de ruimere agglomeratie, waar ook bewoning is, schat het VLOPSmodel de concentraties lager in. In vergelijking met 2015 zijn er hogere concentraties te zien op de kaart. De emissies van een aantal raffinaderijen liggen hoger in 2016.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 8: Gemodelleerd SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

De gemiddelde onzekerheid na kalibratie bedraagt 1,08 µg/m³ en de relatieve onzekerheid is 21 %.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

31


1.2.4.2 Pollutierozen SO2 Figuur 9 toont de pollutierozen van SO2 met de gemiddelde halfuurconcentratie per windsector voor het jaar 2017 in het havengebied. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. De pollutierozen wijzen voornamelijk in de richting van de raffinaderijen gelegen in het centrum van het havengebied. Ook zien we een bron ten zuiden van de meetplaats Antwerpen-wandeldijk (AL01). Deze SO2-emissies zijn afkomstig van het bedrijf Argex, een producent van kleikorrels, gelegen op de grens tussen Zwijndrecht en Kruibeke.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 9: Pollutierozen gemiddelde SO2-concentraties in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

33


1.3 Stikstofoxides – NO/NO2 In deze paragraaf bekijken we de emissies van stikstofoxides en de trend van de NOX-concentraties. We toetsen de concentraties aan de reglementering en we bekijken de geografische verdeling in het havengebied.

1.3.1 Emissie van NOx (NO2) Figuur 10 toont de evolutie van de NOx (NO2)-emissies per sector en het jaargemiddelde gemeten in de Antwerpse haven. In de periode 2000-2016 was er een daling van 26 % van de totale NOx (NO2)-emissie. De daling in de emissies tussen 2005 en 2014 vinden we ook terug in de concentraties. De emissies stabiliseren vanaf 2014. Na een lichte stijging in 2015, ligt de totale NOx (NO2)-emissie in 2016 opnieuw op het niveau van 2014. De drie belangrijkste sectoren voor de uitstoot zijn industrie, verkeer en energie. De resterende sectoren handel en diensten, offroad, huishoudens en land- en tuinbouw zijn voor NOx (NO2)-emissies verwaarloosbaar. De drie belangrijkste sectoren kenden over de volledige periode een daling van de absolute waarden. Tussen 2015 en 2016 namen de emissies van de elektriciteitscentrales (energie) toe. De emissies van de sectoren industrie en verkeer en de petroleumraffinaderijen daalden wel t.o.v. 2015. Figuur 10: Evolutie NOx(NO2)-emissies en NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 11 toont het aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de jaren 2000 en 2016. Hierbij zien we dat het aandeel van energie het sterkst wijzigde, namelijk van 29 % naar 23 %. In 2016 was 4,5 % van die uitstoot van elektriciteitscentrales en 18,7 % van de petroleumraffinaderijen. De industrie kent in 2000 het grootste aandeel. Verkeer stootte in 2016 de meeste emissies uit. Het relatieve aandeel van verkeer stijgt van 33 % naar 36 %. In absolute waarden is er echter een daling.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

35


Figuur 11: Aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse haven

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


1.3.2 Trend van NOx-concentraties Figuur 12 en Figuur 13 tonen het verloop van de NO- en NO2-concentraties op de virtuele meetplaatsen ‘Vlaanderen’ en ‘Antwerps haven’ in de periode 2007-2017. In die periode was er een dalende trend in de Antwerpse haven en in Vlaanderen voor zowel de NO- als de NO2-concentraties. De concentraties van NO2 lagen in 2017 in de Antwerpse haven zo’n 20 % hoger dan het Vlaams gemiddelde. Figuur 12: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

37


Figuur 13: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen

Figuur 14 en Figuur 15 tonen het verloop van enkele statistische parameters – jaargemiddelde, P50, P90 en P98 – van de NO- en NO2-concentraties op de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ in de periode 20072017. Beide figuren tonen een dalende trend over de hele periode. De gemiddelde concentraties stabiliseren vanaf 2014. Sinds 2012 kennen de hoge piekwaarden een grilliger verloop bij beide polluenten.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 14: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Het aantal meetplaatsen staat tussen haakjes.

Figuur 15: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Het aantal meetplaatsen staat tussen haakjes.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

39


1.3.3 Toetsing van NO2-concentraties Volgende tabel bevat per meetplaats de belangrijkste statistische parameters voor NO2, namelijk het jaargemiddelde, het 50ste, 90ste en 98ste percentiel en de maximale uurwaarde voor 2017. Hierbij zijn alle individuele meetplaatsen in de haven, het virtueel gemiddelde en de waarden voor de meetplaats Beveren – meerminnendam (R823) weergegeven. Figuur 16 geeft een visuele voorstelling van de tabel. Tabel 4: Belangrijkste statistische parameters voor NO2 (2017) UURWAARDEN NO2 (µg/m³) Meetplaats AL01* (Antwerpen - Wandeldijk)

Jaargemiddelde

P50

P90

P98

Max. uurwaarde

26

23

51

71

118

M802* (Antwerpen- Luchtbal)

35

32

63

83

141

R815* (Zwijndrecht)

28

23

55

75

122

R822 (Polderdijkweg)

38

36

63

80

136

R830* (Doel)

24

19

52

73

115

R831* (Berendrecht)

28

25

49

66

113

R833* (Stabroek)

30

28

52

66

124

R891 (Antwerpen- Scheurweg)

35

33

58

74

124

R892* (Kallo)

32

30

57

76

115

R893* (Ekeren)

36

35

59

73

117

R894 (Antwerpen-Muisbroeklaan)

41

40

65

80

130

R897 *(Antwerpen - Scheldelaan)

32

29

59

76

115

35#

33#

58#

67#

106#

Virtueel gemiddelde haven

32

30

52

67

101

R823 (Beveren)

22

17

45

63

96

SA04* (Hoevenen)

*: gerapporteerd aan Europa (BEF01S). # < 90 % databeschikbaarheid. Overschrijding aangeduid in rood.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 16: Overzicht statistische parameters NO2 in de Antwerpse haven

‘* gerapporteerd aan Europa (BEF01S); SA04: <90% databeschikbaarheid

In 2017 bleef de uurgrenswaarde – maximum 18 uurgemiddelden hoger dan 200 µg/m³ – op alle meetplaatsen gerespecteerd. De WGO-uuradvieswaarde, waarbij geen enkele keer het uurgemiddelde hoger mag zijn dan 200 µg/m³, werd ook gerespecteerd. De Europese jaargrenswaarde en de WGOjaaradvieswaarde (40 µg/m³) werden op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) overschreden. Deze meetplaats is gelegen in een industriezone. De rechtstreekse impact van de verhoogde NO2-concentraties op nabijgelegen woonzones is dus eerder beperkt.

1.3.4 Geografische spreiding van NO2-concentraties 1.3.4.1 Gemodelleerde NO2-concentratie De gegevens in Figuur 17 zijn gebaseerd op de ATMOStreet-modellering. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. De ATMOStreet-kaart toont de bijdrage van het verkeer op de Antwerpse ring en de aangesloten autosnelweg. De autosnelweg A12 Antwerpen – Breda die evenwijdig met het havengebied van zuid naar noord loopt, draagt ook bij tot de verhoogde concentraties in de omgeving van de haven. Op M802 (Antwerpen - Luchtbal) wordt de impact van de haven en de A12 Antwerpen - Breda en E19 Antwerpen – Bergen Op Zoom getoond. De industriële invloed op de meetplaatsen in de Scheurweg (R891), Ekerse Dijk (R893), Muisbroeklaan (R894) en Polderdijkweg (R822) zijn zichtbaar op de kaart en worden bevestigd door

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

41


de pollutierozen van deze meetlocaties. De R2 is duidelijk zichtbaar met concentratieverhogingen ter hoogte van de tunnelmonden. Figuur 17: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen de 10.4 en 14.0 µg/m³

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


1.3.4.2 Pollutierozen NO2 Figuur 18 toont de pollutierozen van de halfuurgemiddelden voor NO2 voor 2017. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. De pollutierozen wijzen voornamelijk in de richting van de belangrijkste NOx-bronnen. Om de bronnen duidelijker te identificeren maakten we ook zeropollutierozen (Figuur 19). Meetplaatsen gelegen aan de rand van de haven vertonen invloed vanuit de haven. Centraal gelegen meetplaatsen (bv. Antwerpen-Polderdijkweg - R822 en Muisbroeklaan - R894) worden beïnvloed door bronnen in verschillende windsectoren. Een belangrijke industriële bron is het bedrijf Lanxess. Ook verkeersknooppunten in het havengebied en in de richting van de Antwerpse ring met de belangrijkste autosnelwegen zijn zichtbaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

43


Figuur 18: Pollutierozen NO2-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 19: Zeropollutierozen NO2-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

45


Hieronder gaan we dieper in op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) waar de jaargrenswaarde in 2017 overschreden werd. Figuur 20: Evolutie NO2-concentratie op de meetplaats Muisbroeklaan (R894)

In 2009 waren slechts 85 % van de data beschikbaar, in 2010 89 % en in 2012 85 %.

Figuur 20 toont de evolutie van de meetresultaten voor NO2 op de meetplaats in de Muisbroeklaan in de periode 2007-2017. Hierbij zien we dat de laatste zes jaar de jaargemiddelde concentratie niet onder de 40 µg/m³ duikt. Vanaf 2015 is, net als in de rest van Vlaanderen, de grenswaarden van 40 µg/m³ van kracht. In 2017 is er een overschrijding van de grenswaarde. Wanneer we de volledige periode bekijken zien we dat tussen 2007 en 2011 de concentratie wel verschillende keren lager lag dan 40 µg/m³. Dit wijst op een zeer licht stijgende trend op deze meetplaats, wat haaks staat op de algemeen dalende trend die bij het virtueel gemiddelde zichtbaar is. Figuur 21 geeft de stikstofdioxide dosisroos voor de meetplaats Muisbroeklaan (R894) van 2017. Hieruit blijkt dat het merendeel van de aanvoer van stikstofdioxide uit zuidwestelijke richting komt. Dit is ook de heersende windrichting. Uit de pollutieroos van 2017 (Figuur 22) blijkt dat de hogere concentraties voornamelijk uit westelijke en zuidoostelijke richting aangevoerd worden. De zeropollutieroos van 2017 duidt een westelijke en zuidzuidoostelijke lokale bron aan (Figuur 23). Ten westen van de meetplaats is een gekende (industriële) bron van stikstofdioxide. Figuur 24 toont de verkeersgegevens nabij het meetstation Muisbroeklaan (R894). Het betreft het percentueel verschil van het totaal aantal voertuigen tussen 2015 en 2016. De figuur toont dat de meeste wegen stabiel tot minder verkeer tonen. De jaargemiddelde NO2-concentratie in 2015 en 2016 vertoont ook geen fluctuatie. Een tijdsreeks op langere termijn kan mogelijk meer inzicht geven over de rol van het verkeer

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


op de luchtkwaliteit in de Muisbroeklaan. De vergelijking met de pollutierozen van 2015 en 2016 met de verkeersgegevens gaf geen eenduidige relatie weer, mogelijk door de weersomstandigheden. Figuur 21: dosisroos stikstofdioxide op meetplaats Muisbroeklaan

Figuur 22: pollutieroos stikstofdioxide op meetplaats Muisbroeklaan

Figuur 23: zeropollutieroos stikstofdioxide op meetplaats Muisbroeklaan

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

47


Figuur 24: Verkeersgegevens nabij meetstation Muisbroeklaan (R894)

1.4 Fijn stof â&#x20AC;&#x201C; PM10, PM2,5 en zwarte koolstof In dit hoofdstuk worden de fracties PM10, PM2,5 en zwarte koolstof besproken. Voor de fracties PM10 en PM2,5 bespreken we de emissies. De trend van de concentraties van de drie fracties wordt besproken. Waar mogelijk worden de concentraties getoetst aan de regelgeving. Daarnaast nemen we de geografische spreiding onder de loep.

1.4.1 PM10 De VMM mat PM10 op meerdere meetplaatsen in en rond de Antwerpse haven. In dit deel worden de emissies, de concentraties en de geografische spreiding besproken. 1.4.1.1 Emissie van PM10 Figuur 25 toont de emissies van de stofprecursoren NOx(NO2), SO2 en NH3 volgens hun aerosolvormend potentieel samen met de primaire PM10-emissies en de virtuele jaargemiddelde PM10-concentratie van de Antwerpse haven. Stofprecursoren vormen na uitstoot via scheikundige reacties nieuwe stofdeeltjes. Niet elke precursor draagt evenveel bij tot de stofvorming. Door een gewicht toe te kennen, wordt het aerosolvormend potentieel voor PM10 bepaald van de precursoren NOx(NO2), SO2 en NH3. NOx(NO2) bleek de voornaamste aerosolvormende emissie te zijn in de Antwerpse haven. Verkeer en industrie hebben hier een even groot aandeel (36 % in 2016), zie Figuur 26. SO2 kent in deze periode een veel lager aandeel. De

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


voornaamste bron van deze polluent in de Antwerpse haven zijn de petroleumraffinaderijen. De precursor NH3 wordt in Vlaanderen vooral door de landbouw uitgestoten. In het havengebied zijn er echter ook enkele relevante industriĂŤle bronnen van NH3 aanwezig. Figuur 25: Emissies van stofprecursoren volgens aerosolvormend potentieel en primair PM10 in de Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM; Aerosolvormend potentieel bepaald volgens methode De Leeuw et al. (2002)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

49


Figuur 26: Aandeel sectoren in emissies stofprecursoren in de Antwerpse haven in 2000 en 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM; aerosolvormend potentieel bepaald volgens methode De Leeuw et al. (2002)

Figuur 27 toont de rechtstreeks uitgestoten primaire PM10-emissies door verschillende sectoren in de Antwerpse haven. De energiesector was in 2000 de belangrijkste bron van rechtstreeks uitgestoten PM10. De uitstoot van deze sector daalde echter sterk en in 2016 is de belangrijkste bron de sector industrie. Zowel het relatieve aandeel (Figuur 28) als de absolute emissies van industrie kenden een sterke stijging. Die stijging zet zich door in 2016. Sinds 2014 worden ook PM10-emissies van op- en overslagbedrijven opgenomen. Verkeer heeft de tweede grootste uitstoot van primair PM10 in 2016. Deze emissies daalden wel, maar het relatieve aandeel bleef stabiel in de periode 2000-2016. Scheepvaart heeft het belangrijkste aandeel in deze sector, 18 % van de totale uitstoot. De PM10-emissies van de overige sectoren zijn verwaarloosbaar in de Antwerpse haven.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 27: Primaire PM10-emissies van verschillende sectoren en jaargemiddelde in Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

51


Figuur 28: Aandeel sectoren in primaire PM10-stofemissies in de Antwerpse haven

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

1.4.1.2 Trend en toetsing PM10-meetwaarden Figuur 29 toont het verloop van de PM10-concentraties op de virtuele meetplaatsen ‘Antwerpse haven’ en ‘Vlaanderen’ in de periode 2007-2017. De concentraties in 2017 zijn 30 % lager dan die in 2007. Na een gestaag dalende trend tot 2014 stabiliseren de concentraties en is er een licht schommelend verloop. De trend van beide virtuele stations is over de hele periode vrijwel gelijklopend. Het PM10-jaargemiddelde in de haven van Antwerpen (virtuele meetplaats) was grotendeels hoger dan of gelijk aan de concentratie voor het virtueel gemiddelde voor Vlaanderen. Enkel in 2009 en 2014 was het gemiddelde in Vlaanderen hoger dan die in de Antwerpse haven.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 29: PM10-jaargemiddelde Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen

Figuur 30 toont voor de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ de statistische parameters van de PM10concentraties voor de meetperiode 2007-2017. Opnieuw zien we dat in deze periode de concentraties een gestage dalende trend vertonen. Het virtuele jaargemiddelde van 2016 was met een gemiddelde van 22 µg/m³ de laagste in de periode 2007-2017. Ook de piekwaarden (P98 en P90) en de mediaan waren in 2016 het laagst. In 2017 was het virtuele jaargemiddelde 23 µg/m³ en lagen de piekwaarden opnieuw hoger. De dalende trend werd in 2017 dus niet doorgezet. Meteo-omstandigheden hebben invloed op de PM10concentratie. De windrichting kwam overheersend uit het zuidwesten, meer dan in de referentieperiode (1981 -2010). De totale neerslag was over het volledige jaar 2017 lager dan de normale waarde. Vooral de eerste helft van het jaar was droger dan normaal. De maand april was zelfs uitzonderlijk droog. De maand december kende dan weer abnormaal veel neerslag. Het aantal dagen waarop er neerslag viel was normaal. Deze aspecten droegen wellicht bij aan die stijging.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

53


Figuur 30: Evolutie PM10-concentraties in de Antwerpse haven

Tabel 5 toont een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, het 90ste percentiel en het 98ste percentiel voor PM10 in 2015, 2016 en 2017 voor alle meetplaatsen in de haven. We stellen vast dat de jaargrenswaarde (40 µg/m³) de afgelopen jaren op al deze meetplaatsen ruim gerespecteerd bleef. De WGOadvieswaarde van 20 µg/m³ werd echter nergens gehaald. Dit geldt ook voor de achtergrondlocatie Meerminnendam (R823) en was ook zo op de meeste andere meetplaatsen in Vlaanderen. Het jaargemiddelde op de meetplaats Berendrecht (R831) lag met 21 µg/m³ wel in de buurt van die advieswaarde.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tabel 5: Belangrijkste statistische parameters voor PM10 UURWAARDEN PM10 (µg/m³) Meetplaats AB01 (Boudewijnsluis) AB02* (Berendrecht) AL01 (Antwerpen wandeldijk) AL02* (Doel) AL03* (Watermolendijkweg, Beveren) AL04 (Liefkenshoektunnel) AL05* (Sluis Kallo) SA04* (Hoevenen) M802* (Luchtbal) R815* (Zwijndrecht) R831* (Berendrecht) Virtueel gemiddelde haven R823 (Beveren) # <90

2015 JG.

P50

2016 P90

P98

JG.

P50

2017 P90

P98

JG.

P50

P90

P98

27#

72#

101#

22

18

37

67

22

18

38

57

35#

22

19

37

64

22

19

38

57

30#

23#

59#

89#

22

18

36

63

22

18

38

57

22

18

39

65

23

19

39

67

23

19

42

62

23

19

41

68

/

/

/

/

/

/

/

/

20#

18#

34#

50#

/

/

/

/

/

/

/

/

21#

18#

36#

51#

24

21

40

66

23

20

41

61

23

20

40

63

24

20

42

72

24

20

41

63

22

19

39

62

21

18

36

62

22

19

39

57

25

21

44

72

23

20

39

64

21

19

38

57

23

19

41

68

24

21

41

66

21

18

37

57

21

17

36

56

23

20

38

64

22

19

38

56

23

19

39

63

/

/

/

/

23

19

40

62

22

18

39

63

% databeschikbaarheid; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

55


Figuur 31: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ voor de meetplaatsen in de Antwerpse haven

° databeschikbaarheid <90% in 2017; ~ databeschikbaarheid <90 % in 2012; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

De Europese grenswaarde voor PM10 bepaalt dat er jaarlijks maximaal 35 dagen mogen zijn met PM10concentraties hoger dan 50 µg/m³. Figuur 31 toont dat het aantal dagen sterk varieert van jaar tot jaar. Ongunstige meteo-omstandigheden zijn hier vaak een verklaring. Er is wel een duidelijk dalende trend zichtbaar op alle meetstations. Sinds 2013 zijn er geen overschrijdingen meer van de Europese grenswaarde. De meetplaats Luchtbal (M802) had 41 dagen met te hoge PM10-concentraties in 2012, in 2017 daalde dit tot 17 dagen. De WGO-advieswaarde met maximaal 3 dagen met concentraties hoger dan 50 µg/m³ werd in 2017 op geen enkele meetplaats in het havengebied gehaald. Op veel meetplaatsen waren er in 2017 opnieuw meer dagen met hogere concentraties, mogelijk door de droge meteorologische omstandigheden dat jaar. De meetplaats AL03 (Watermolendijkweg, Beveren) en AL04 (Liefkenshoektunnel) tellen slechts 2 dagen met een concentratie > 50 µg/m³, maar deze twee meetstations zijn in de loop van 2017 opgericht en hebben te lage databeschikbaarheid voor strikte toetsing. 1.4.1.3 Geografische spreiding van PM10-concentraties De gegevens in Figuur 32 zijn gebaseerd op de ATMOStreet-modellering. Meer uitleg over deze methodiek staat in bijlage 6. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Op de kaart is de invloed van de Antwerpse ring aanwezig. Ook zijn er enkele bronnen in de Antwerpse haven zichtbaar. Op M802 (Luchtbal) gebeurt een overschatting van de gemodelleerde concentraties (zie Figuur 32). Ter hoogte

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


van het Delwaidedok is de puntbron in grootte toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. De verklaring is de emissietoename van 200 ton fijn stof in 2016 op het bedrijf Antwerp Bulk Terminal. Figuur 32: Gemodelleerde PM10-concentratie in de Antwerpse haven in 2017

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen 7,4 en 10,4 µg/m³.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

57


Figuur 33 toont de pollutierozen voor PM10 in het havengebied. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. Figuur 33: Pollutierozen PM10 in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


De pollutierozen zijn vrij rond van vorm wat wijst op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Hieruit zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden. Daarom werden er zeropollutierozen gemaakt. Figuur 34 toont de zeropollutierozen voor de PM10-meetplaatsen in de Antwerpse haven. De meeste zeropollutierozen tonen een sterke invloed uit de noordoostelijke richting, ook de meetstations die zelf noordoostelijk van het havengebied liggen. Vermoedelijk is dit een algemene achtergrondpollutie die zelfs met de berekening van de zeropollutierozen onvoldoende weggefilterd is. Op de meetplaats Luchtbal (M802) komt de invloed van de nabijgelegen kade voor bulkgoederen in westzuidwestelijke sector sterk naar voor. Ook de invloed van de nabijgelegen autosnelweg in zuidoostelijke sector is zichtbaar. Op de meetplaats Meerminnendam (R823) is een piek in het zuidoosten zichtbaar, de wegeniswerken in de buurt in 2016 zijn afgelopen, dus wellicht gaat het hier over aanvoer uit een verderaf gelegen bron.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

59


Figuur 34: Zeropollutierozen voor PM10 in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


1.4.2 PM2,5 1.4.2.1 Emissie van PM2,5 Figuur 35 toont de primaire PM2,5-emissies in de Antwerpse haven voor de verschillende sectoren. Net zoals bij de rechtstreekse uitstoot van het PM10-stof was er voor de uitstoot van het PM2,5-stof een algemeen dalende trend tussen 2000 en 2016. De belangrijkste sector in 2000 was de energiesector. Deze sector kende ook de grootste daling tussen 2000 en 2016. Ook de sectoren verkeer en industrie kenden een wezenlijke daling in deze periode. De emissies van de andere sectoren zijn verwaarloosbaar ten opzichte van deze drie sectoren. In 2016 is het verkeer de belangrijkste bron van rechtstreeks uitgestoten PM 2,5. De scheepvaart stootte een derde van de totale emissies uit, zie Figuur 36. Figuur 35: Emissie van primair PM2,5-emissie en jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

61


Figuur 36: Aandeel sectoren primair PM2,5-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

1.4.2.2 Tijdsverloop en toetsing van de PM2,5-meetwaarden Tabel 6 toont een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, 90ste en het 98ste percentiel van de uurwaarden – uitgedrukt in µg/m³ – voor PM2,5.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tabel 6: Belangrijkste statistische parameters voor PM2,5 UURWAARDEN PM2,5 (µg/m³) Meetplaats AB01 (Boudewijnsluis) AB02* (Berendrecht) AL01 (Antwerpen wandeldijk) AL02* (Doel) AL03* (Watermolendijkweg, Beveren) AL04 (Liefkenshoektunnel) AL05* (Sluis Kallo) SA04* (Hoevenen) M802* (Luchtbal) R815* (Zwijndrecht) R831* (Berendrecht) Virtueel gemiddelde haven R823 (Beveren)

2015

2016

JG

P50

2017

JG

P50

P90

P98

P90

13

10

26

53

13

10

27

44

27#

19#

64#

94#

13

10

26

49

13

10

28

47

23#

16#

54#

82#

13

10

26

52

13

10

29

46

14

10

28

54

/

/

/

/

/

/

/

/

11#

9#

22#

37#

16

13

30

52

16

13

32

48

14

10

30

56

17

14

31

53

15

12

31

47

16

12

32

58

/

/

/

/

/

/

/

/

11#

9#

23#

38#

16

13

30

55

15

12

30

49

14

10

29

54

14

11

29

53

14

10

30

48

14

10

29

55

13

10

26

49

14

10

29

45

15

11

30

57

13

10

26

48

13

10

28

44

13

10

27

50

14

11

27

51

14

11

29

47

14

10

29

55

/

/

/

/

14

11

14

10

29

53

37

P98

48

JG

P50

P90

P98

‘#: <90 % databeschikbaarheid; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

Figuur 37 toont het PM2,5-jaargemiddelde op basis van uurwaarden. Voor het virtuele gemiddelde wordt geen tijdsreeks getoond omdat het aantal meetstations de voorbije jaren sterk fluctueerde. In deze figuur en in de tabel zien we dat de jaargemiddelden op alle meetplaatsen met voldoende databeschikbaarheid de Europese grenswaarde respecteerde. De toekomstige indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³, te behalen tegen 2020, werd in 2015 ook gehaald. De WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ werd op geen enkele meetplaats gehaald. Op de meetplaatsen Boudewijnsluis (AB01), Berendrecht (AB02), Doel (AL02) en Sluis Kallo (AL05) is er beperkte databeschikbaarheid. Die meetplaatsen worden niet meegenomen in de toetsing.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

63


Figuur 37: Evolutie PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven

Cijfers op basis van uurwaarden; *: gerapporteerd naar Europa (BEFS01); ° minder dan 90 % data beschikbaar in 2012, ² minder dan 90 % data beschikbaar in 2013;³ minder dan 90 % data beschikbaar in 2014, ~ minder dan 90 % data beschikbaar in 2017. Gearceerde balken geven beperkte databeschikbaarheid aan.

Op de meetplaats aan de Liefkenshoektunnel (AL04) werd in 2017 het hoogste jaargemiddelde van de meetplaatsen opgemeten, namelijk 16 µg/m³. De jaargemiddelden liggen voor alle meetplaatsen vrij dicht bij elkaar. Tussen het hoogste en laagste jaargemiddelde zit 3 µg/m³. Tabel 7 toont het aantal dagen met een PM2,5-dagconcentratie > 25 µg/m³ van de verschillende meetplaatsen in de Antwerpse haven. Hierbij zien we dat in 2015, 2016 en 2017 de WGO-advieswaarde (10 µg/m³) op geen enkele meetplaats wordt gehaald.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tabel 7: Aantal dagen met een PM2,5-dagconcentratie > 25 µg/m³ 2015

2016

2017

34

36

26#

AB02* (Berendrecht)

31

45

21#

AL01 (Antwerpen wandeldijk)

33

47

39

/

/

10#

AL03* (Watermolendijkweg, Beveren)

45

60

41

AL04 (Liefkenshoektunnel)

44

50

47

AL05* (Sluis Kallo)

/

/

10#

SA04* (Hoevenen)

44

49

37

M802* (Luchtbal)

41

50

44

R815* (Zwijndrecht)

32

47

48

R831* (Berendrecht)

33

40

31

/

42

44

Aantal dagen PM2.5-concentratie > 25 µg/m³ Meetplaats AB01 (Boudewijnsluis)

AL02* (Doel)

R823 (Beveren)

# databeschikbaarheid minder dan 90%; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

65


Figuur 38: Evolutie PM2,5-daggemiddelde in de Antwerpse haven

*: gerapporteerd naar Europa (BEFS01); ° minder dan 90 % data beschikbaar in 2012, ² minder dan 90 % data beschikbaar in 2013;³ minder dan 90 % data beschikbaar in 2014, ~ minder dan 90 % data beschikbaar in 2017.

1.4.2.3 Geografische spreiding van PM2,5-concentraties Figuur 39 toont de ATMOStreet gemodelleerde verspreiding voor PM2,5 in het havengebied. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Meer uitleg over deze methodiek staat in bijlage 6. De Antwerpse ring R2 en de A12 Antwerpen – Bergen Op Zoom vertonen verhoogde concentraties. Op de meetplaats Liefkenshoektunnel (AL04) wordt een jaargemiddelde van 16 µg/m³ gemeten, in 2016 was dit 15 µg/m³. Omdat de schaal van kleur verspringt bij 16 µg/m³ geeft dit op de kaart een duidelijke kleurschakering, maar het betreft ‘slechts’ een toename van 1 µg/m³.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 39: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen 2,8 en 3,8 µg/m³.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

67


Figuur 40 toont de pollutierozen van de PM2,5-metingen. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. Naast een verhoging in de zuidoostelijke sector door de aanvoer van achtergrondpollutie, vertonen de rozen ook een verhoging in noordoostelijke tot oostelijke sector. Om de dominante invloed van de achtergrondconcentraties weg te filteren, werden zeropollutierozen gemaakt. Die staan in Figuur 41. De zeropollutierozen vertonen dit jaar ook een dominante aanvoer uit noordoostelijke en zuidoostelijke richting. De meetplaats Liefkenshoektunnel (AL04) wordt ook sterk beĂŻnvloed door andere bronnen, hoofdzakelijk uit de westelijke en oostelijke richting. De meetplaats Antwerpen-Luchtbal (M802) vertoont invloeden van de omliggende op- en afritten alsook een invloed uit het havengebied ten oosten van de meetplaats.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 40: Pollutierozen PM2,5-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

69


Figuur 41: Zeropollutierozen PM2,5-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


1.4.3 Zwarte koolstof In dit deel bespreken we eerst het tijdsverloop en de waargenomen meetwaarden voor zwarte koolstof, daarna bespreken we ook de geografische spreiding van de concentraties van zwarte koolstof. 1.4.3.1 Tijdverloop en toetsing van de meetwaarden Onderstaande tabel toont voor zwarte koolstof een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, 90ste en het 98ste percentiel van de uurwaarden, uitgedrukt in µg/m³. Tabel 8: Belangrijkste statistische parameters voor zwarte koolstof

UURWAARDEN Zwarte koolstof (µg/m³) Meetplaats AB01 (Boudewijnsluis, Antwerpen) AL01 (Wandeldijk, AntwerpenLinkeroever) AL04* (Liefkenshoektunnel) AL05 (Sluis Kallo) M802 (Luchtbal, Antwerpen) R815 (Zwijndrecht) SA04 (Abelenlaan, Hoevenen) Virtueel gemiddelde haven

2015

2016

2017

JG 1,4

P50 1,1

P90 3,0

P98 5,3

JG 1,5

P50 1,1

P90 3,0

P98 5,6

JG 2,2#

P50 1,7#

P90 4,4#

P98 6,3#

1,2

0,9

2,5

4,4

1,2

0,9

2,5

4,9

1,1

0,8

2,4

4,3

/

/

/

/

/

/

/

/

1,5#

1,2#

3,1#

4,8#

/

/

/

/

/

/

/

/

1,2#

0,9#

2,4#

4,1#

1,8

1,2

3,5

7,2

1,7

1,2

3,6

7,1

1,6

1,2

3,3

6,1

1,4

1,0

2,8

5,4

1,4

0,9

3,0

6,3

1,3

0,9

2,9

5,4

1,2

0,9

2,4

4,8

1,2

0,8

2,5

5,3

1,1

0,8

2,4

4,5

1,4

1,0

2,8

5,0

1,4

1,0

2,9

5,6

1,4

1,0

2,8

4,8

‘# < 90 % databeschikbaarheid; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

Bovenstaande tabel toont dat het virtueel gemiddelde in 2017 voor zwarte koolstof in de Antwerpse haven 1,4 µg/m³ bedroeg. Het hoogste jaargemiddelde op meetplaatsen met voldoende databeschikbaarheid was 1,6 µg/m³ op de meetplaats Antwerpen – Luchtbal. Het laagste gemiddelde was 1,1 µg/m³ op de meetplaatsen Hoevenen (SA04) en Antwerpen - Wandeldijk (AL01). Ter vergelijking: in Vlaanderen kent de virtuele meetplaats ‘verkeer’ het hoogste gemiddelde met 1,9 µg/m³ in 2017 en de virtuele meetplaats ‘landelijk’ kent het laagste gemiddelde met 0,9 µg/m³. Het gemiddelde voor de virtuele meetplaats ‘industrieel’ was 1,4 µg/m³ in 2017. In Figuur 42 zien we de evolutie van het jaargemiddelde van zwarte koolstof op basis van uurwaarden, sinds de start van de metingen. Over de volledige periode is er een dalende trend zichtbaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

71


Figuur 42: Evolutie jaargemiddelden zwarte koolstof in de Antwerpse haven

‘*gerapporteerd aan Europa (BEF01S); ° minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2010; ~ minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2009; # minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2012, ² minder dan 90 % databeschikbaarheid in 2017. Gearceerde balken geven beperkte databeschikbaarheid weer.

Figuur 43 toont het jaargemiddelde van zwarte koolstof op basis van uurwaarden, van de landelijke, stedelijke, voorstedelijke, verkeersgerichte, industriële virtuele meetplaatsen en de virtuele meetplaats Antwerpse haven. Op de figuur zien we dat net zoals in de haven van Antwerpen ook op andere virtuele meetplaatsen in Vlaanderen het jaargemiddelde van zwarte koolstof een dalend verloop kent. Het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven is in 2017 gelijk aan het virtueel industrieel gemiddelde.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 43: Evolutie zwarte koolstofconcentraties op verschillende virtuele meetplaatsen

1.4.3.2 Geografische spreiding van zwarte koolstof Figuur 44 toont de ATMO gemodelleerde jaargemiddelde concentratie van zwarte koolstof. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Meer informatie over de methodiek staat in bijlage 6. De kaart toont duidelijk de verhoogde concentraties aan de Antwerpse ring, de omliggende autosnelweg en drukke toegangswegen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

73


Figuur 44: Gemodelleerd jaargemiddelde van zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2017

De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen 0,68 en 0,86 µg/m³.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 74

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


De pollutierozen van zwarte koolstof in Figuur 45 tonen de hoogste gemiddelde waarden in de sectoren rond het zuidoosten. Hier zijn de verhoogde concentraties voornamelijk te wijten aan het feit dat er tijdens de zomerperiode bij deze windrichting regelmatig stabiele meteo-omstandigheden, verhoogde temperaturen en relatief weinig wind voorkomen, die zorgen voor het blijven hangen van de verontreinigde lucht. Om lokale invloeden op te merken werden er zeropollutierozen gemaakt. Figuur 46 toont de zeropollutierozen van zwarte koolstof op de kaart van het havengebied. Verschillende meetplaatsen met veel verkeer zoals verkeerswisselaars en tunnelmonden (Kennedytunnel) geven duidelijke aanvoer van zwarte koolstof aan. Dit is het geval op de meetplaats Zwijndrecht (R815) en Antwerpen-Luchtbal (M802). Ook industriële bronnen beïnvloeden de zwarte koolstofconcentratie op verschillende meetplaatsen, bv. op Antwerpen – wandeldijk (AL01) en Antwerpen-Luchtbal (M802). De verderaf gelegen meetplaats in Hoevenen (SA04) lijkt door deze polluent slechts weinig te worden beïnvloed door de havenactiviteiten. Zwarte koolstof heeft een sterke concentratiegradiënt en kent een grotere invloed door lokale bronnen. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. Nabij de meetplaats Antwerpen Luchtbal bekeken we ook de gemodelleerde verkeersgegevens van het verkeerscentrum (PROMOVIA-model). Figuur 47 toont het percentueel verschil in totaal aantal voertuigen tussen 2015 en 2016 in de omgeving van het meetstation Antwerpen-Luchtbal (M802). Daarop zien we een stijging van het aantal voertuigen in zuidoostelijke richting van het meetstation, de andere omliggende wegen kennen een stabiel verloop. Bij vergelijking met de pollutierozen van die twee jaren is er geen eenduidige relatie te leggen tussen de luchtkwaliteit en het verschil in totaal aantal voertuigen. Dit is te verklaren door de weersomstandigheden. De wind komt zelden uit het zuidoosten en andere aspecten zoals neerslag spelen een rol. De verdeling van de voertuigen over het jaar is ook niet constant. Piekperiodes met voertuigen vallen niet noodzakelijkerwijs samen met zuidoostenwind.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

75


Figuur 45: Pollutierozen gemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 76

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 46: Zeropollutierozen voor zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

77


Figuur 47: Verkeersgegevens in de omgeving van meetstation Antwerpen-Luchtbal (M802)

1.5 Ozon â&#x20AC;&#x201C; O3 In deze paragraaf bespreken we de emissies van de ozonprecursoren. Daarna evalueren we de trend van de ozonconcentratie en toetsen we die aan de regelgeving. Tot slot bekijken we de geografische spreiding in de Antwerpse haven.

1.5.1 Emissies van ozonprecursoren Figuur 48 toont de emissies van de verschillende precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven voor verschillende sectoren en het ozonjaargemiddelde voor de jaren 2000, 2005, 2010 en 2014 t.e.m. 2016.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 78

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 48: Emissies van precursoren met ozonvormend potentieel (ton TOFP-equivalent) en jaargemiddelde ozon in de Antwerpse haven

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM Ozonvormend potentieel in TOFP bepaald volgens methode De Leeuw et al (2002), De gerapporteerde CH4-emissie is verwaarloosbaar en niet opgenomen in de figuur.

Ozon ontstaat na chemische reacties tussen verschillende voorloperstoffen. Niet elke voorloperstof of precursor draagt evenveel bij aan de ozonvorming. Om een beeld te krijgen van de uitstoot die leidt tot ozon, wordt die uitgedrukt in ozonvormend potentieel (TOFP). In de periode 2000-2016 was er een sterke daling van de uitstoot van ozonvormend potentieel. De jaargemiddelde ozonconcentratie kende echter een stijgend verloop. De ozonchemie kan dit verklaren: de polluent NO kan de ozon via een snelle reactie afbreken (zie ook verder). Anderzijds heeft NO2 een langere levensduur waardoor deze pas ozon vormt op verder gelegen plaatsen. Figuur 49 toont de aandelen van de verschillende sectoren voor de ozonprecursoren NOx(NO2), CO en NMVOS voor de jaren 2000 en 2016 in de Antwerpse haven. Hierbij zien we dat bij de drie polluenten telkens de sectoren energie, industrie en verkeer de belangrijkste sectoren zijn. In 2016 was voor CO de sector energie de belangrijkste bron, voor NMVOS was dit industrie en NOx (NO2) was vooral afkomstig van het verkeer.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

79


Figuur 49: Aandeel sectoren emissie precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

1.5.2 Trend en toetsing van de ozonmeetwaarden Figuur 50 vertoont een licht schommelend verloop van het jaargemiddelde. In de periode 2012-2017 was er een licht stijgend verloop, waarbij het jaargemiddelde in 2017 de waarde van het jaar 2006 waarbij de ozonwaarden hoger lagen, benadert. De evolutie van het jaargemiddelde over de laatste jaren was gelijklopend met de trend van het jaargemiddelde in heel Vlaanderen. Het ozonjaargemiddelde op de meetplaats Berendrecht (R831) ligt wel ongeveer 5 µg/m³ lager dan gemiddeld over Vlaanderen. Dit betekent dat op de meetplaats Berendrecht de impact van het industrieel en stedelijk niveau merkbaar is. Door de hogere uitstoot van NO in een verkeersrijke, industriële of stedelijke omgeving, wordt er immers meer ozon afgebroken via een snelle reactie (titratie). Uitgestoten NO2 leeft langer en wordt verder getransporteerd alvorens het ozon vormt. Dat is de reden waarom de ozonconcentraties in steden en industriegebieden over het algemeen lager liggen dan op het platteland.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 80

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 50: Evolutie O3-concentraties in Berendrecht (R831)

* in de grafiek wordt het jaargemiddelde niet enkel grafisch maar ook numeriek getoond.

Voor wat betreft de hoge percentielen en maxima is er wel enige variatie te zien in de meetresultaten per jaar. Dit heeft te maken met de kwaliteit van de zomers. Tijdens warme en zonnige zomers zijn de maxima en hogere percentielen hoger dan tijdens gemiddelde zomers. Onderstaande tabel vat de belangrijkste statistische parameters voor ozon in de periode 2007-2017 samen. Tabel 9: Belangrijkste statistische parameters voor ozon in Berendrecht (R831)

UURWAARDEN O3 Âľg/mÂł

2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017

JG

33

33

34

33

35

34

36

38

39

38

40

P50

29

29

30

28

32

31

33

35

37

36

39

P90

69

70

73

69

73

69

73

77

76

75

80

P98

100

107

101

100

112

97

103

102

110

107

113

Max

162

153

168

198

193

197

181

180

196

182

183

In onderstaande tabel toetsen we de ozonconcentraties gemeten op de meetplaats Berendrecht (R831) aan de informatie- en alarmdrempel, de streefwaarden, de langetermijndoelstellingen voor de bescherming van

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

81


de menselijke gezondheid en de WGO-advieswaarde. In de buurt van de meetplaats Berendrecht is er permanente bewoning, deze meetplaats is dus relevant voor de evaluatie van blootstelling van de bevolking. Tabel 10: Toetsing aan informatie- en alarmdrempel, streefwaarden, langetermijndoelstellingen en WGO-advieswaarde op meetplaats Berendrecht (R831)

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015 2016 2017

EU-streefwaarde ter bescherming 7 10 2 8 9 7 5 6 8 9 11 van de volksgezondheida (aantal) EU-streefwaarde ter bescherming 5.097 9.080 5.242 8.034 5.535 5.742 7.047 6.838 6.772 7.125 8.018 van de vegetatieb((µg/m³).uren) Informatiedrempel c(µg/m³). 0 0 0 5 1 4 1 0 10 1 1 Alarmdrempeld (aantal) e

WGO-advieswaarde (aantal)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

19

24

17

20

25

14

18

19

23

24

31

De waarden die cursief gedrukt staan in de tabel zijn waarden die strikt genomen niet geldig berekend kunnen worden, omdat ze niet voldoen aan de validiteitsvoorwaarden die de Europese Richtlijn 2008/50/EG oplegt. Volgens deze criteria zijn er te weinig data beschikbaar in de zomerperiode, waardoor de berekening van de overschrijdingsindicatoren mogelijk een onderschatting kan geven van de werkelijkheid. a:120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde per dag (max. 25 dagen gemiddeld over 3 jaar vanaf 2010); Langetermijndoelstelling: 120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde (in dagen) b: AOT40 (= gesommeerd overschot boven 80 µg/m³ van de uren tussen 8u en 20u CET gedurende het groeiseizoen (mei, juni, juli)) van 18.000 (µg/m³).uren, gemiddeld over 5 jaar. Langetermijndoelstelling: 6.000 (µg/m³).uren per jaar. c: 180 µg/m³ als uurgemiddelde. d: 240 µg/m³ als uurgemiddelde gedurende 3 opeenvolgende uren. e: 100 µg/m³ voor het hoogste 8-uurgemiddelde van een dag.

Wanneer we de meetresultaten van de afgelopen jaren aan de Europese normen toetsen, kunnen we het volgende besluiten: —

De Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid werd niet overschreden. Deze norm bepaalt dat het 3-jaargemiddelde aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde 120 µg/m³ overschrijdt, niet groter mag zijn dan 25 dagen. Alleen in 2006 werd op meer dan 25 dagen meer dan 120 µg/m³ (hoogste 8-uursgemiddelde van een dag) gemeten. De langetermijndoelstelling, namelijk geen enkele overschrijding meer van 120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde van een dag, werd niet gehaald.

—

In 2017 was er 1 overschrijding van de informatiedrempel van 180 µg/m³. Dit gebeurde tijdens de hittegolf op 21 juni. De alarmdrempel van 240 µg/m³ bleef de afgelopen jaren gerespecteerd.

—

De EU-streefwaarde voor de bescherming van de vegetatie van 18.000 (µg/m³).uren, gemiddeld over 5 jaar, bleef ruimschoots gerespecteerd. De langetermijndoelstelling van 6.000 µg/m³ bereikten we in ozongunstige jaren zoals 2007, 2009, 2011 en 2012. In 2017 werd deze langetermijndoelstelling overschreden.

—

De WGO-advieswaarde werd niet gehaald.

—

De resultaten voor de meetplaats in Berendrecht (R831) lagen in dezelfde lijn of zijn iets gunstiger met wat de VMM gemiddeld mat over Vlaanderen. 2017 was een gemiddeld jaar voor ozon.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 82

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


1.5.3 Geografische spreiding van O3-concentraties Figuur 51 toont de 90ste percentielpollutieroos van ozon. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. De piekconcentraties komen voor op warme en zonnige dagen wanneer ozon gevormd wordt uit de aanwezige precursoren. Bij een noordoostelijke tot zuidwestelijke wind worden er meer precursoren aangevoerd en zullen de ozonconcentraties op die zomerse dagen het hoogst oplopen. Omdat O3 als secundaire polluent gevormd wordt en deze reactie niet onmiddellijk doorgaat, zijn bronnen voor ozon (bronnen van VOS en NOx) in de onmiddellijke omgeving moeilijk aan te duiden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

83


Figuur 51: 90ste Percentiel pollutieroos ozon voor Berendrecht (R831) in 2017

1.6 Vluchtige organische stoffen – BTEX en VOS In deze paragraaf bespreken we benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleenisomeren (BTEX) en een reeks van vluchtige organische stoffen. We bespreken we de emissies van totaal NMVOS en BTEX-componenten, de concentraties van beide groepen en voor de BTEX bekijken we ook de geografische spreiding in de Antwerpse haven.

1.6.1 Emissies van benzeen, tolueen en xyleen-isomeren De industriële emissies in Figuur 52 zijn afkomstig van het Team Emissie-inventaris Lucht van de VMM en geven enkel de emissies die de bedrijven in de Antwerpse haven rapporteren in het Integraal Milieujaarverslag. De emissies van de xyleenisomeren kennen van 2006 tot en met 2011 een stelselmatige daling, daarna kennen ze een schommelend licht dalend verloop. In 2016 ligt de emissie van de xyleenisomeren 90 % lager dan in 2006. De tolueenemissie kent een dalend verloop, vooral zichtbaar vanaf 2012. In 2015 en 2016 waren de emissies opnieuw hoger.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 84

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


De emissie van benzeen kent lage waarden in 2006 en 2007. De emissie in 2008 was opnieuw hoger gevolgd door een dalend verloop tussen 2008 en 2011. Sinds 2011 dalen de gerapporteerde emissies van benzeen echter niet meer. Er is eerder een schommelend verloop vast te stellen. Figuur 52: IndustriĂŤle IMJV-emissies benzeen, tolueen en xyleen-isomeren in de Antwerpse havengebied

Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

1.6.2 Emissie van totaal NMVOS Figuur 53 toont de NMVOS-emissies in de Antwerpse haven voor de jaren 2000, 2005, 2010, 2014 t.e.m. 2016 voor verschillende sectoren. De niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) omvatten alle organische stoffen van menselijke oorsprong, met uitzondering van methaan, die in staat zijn om fotochemische oxidanten te produceren door reactie met stikstofoxides onder invloed van zonlicht. De NMVOS-emissie toont de som van alle stoffen, maar geeft geen informatie over de individuele componenten. De sectoren met de grootste emissies waren energie en industrie. De emissie van de sector verkeer bedroeg slechts een fractie van de emissies van de sectoren industrie en energie meer bepaald 4 % in 2016, waarvan 80 % door scheepvaart. De overige sectoren hadden een verwaarloosbaar aandeel. In de periode 2000 - 2014 daalden de emissies gestaag. De emissies in 2016 liggen na een stijging in 2015 terug op hetzelfde niveau als in 2014.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

85


Figuur 53: Evolutie totaal NMVOS-emissie in de Antwerpse haven

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

1.6.3 Automatische BTEX-metingen 1.6.3.1 Trend en toetsing van de BTEX-meetwaarden Onderstaande tabellen tonen enkele relevante statistische parameters van benzeen en tolueen tussen 2013 en 2017. Uit deze tabellen blijkt dat de EU-regelgeving en WGO-advieswaarden gehaald zijn in 2017 op meetstations met voldoende databeschikbaarheid. Tabel 11: Jaargemiddelde uurwaarde voor benzeen

Benzeen (µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01 – Antwerpen Linkeroever- Wandeldijk

2013 0,9 /

2014 0,9 0,7

2015 0,8 0,9

2016 0,75 1,32

2017 0,69 1,15

/

/

/

5,36

5,33

/

/

/

1,06

0,88

Beperkte databeschikbaarheid: 2014 M802 (84%); In 2016 R822 (73 %), AL01 (27 %); in 2017 op R822 (78%); * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 86

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tabel 12: P98-dagwaarde voor benzeen

Benzeen (µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01 – Antwerpen Linkeroever- Wandeldijk

2013 3,05 / /

2014 2,34 2,62 /

2015 2,30 2,51 /

2016 2,52 4,90 21,58

2017 2,28 4,28 22,96

/

/

/

2,83

5,18

Beperkte databeschikbaarheid: 2014 M802 (84%); %); in 2016 R822 (73 %), AL01 (27 %); in 2017 op R822 (78%). * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

Tabel 13: Maximale halfuurwaarde tolueen

Tolueen (µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01 – Antwerpen Linkeroever- Wandeldijk

2013 98,0 /

2014 61,2 31,5

2015 39,3 43,2

2016 59,30 88,81

2017 53,84 66,41

/

/

/

123,31

98,59

/

/

/

114,39

100,31

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014: M802 (84%); in 2016 R822 (76%), AL01 (27%).* gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

Tabel 14: Maximaal weekgemiddelde tolueen

Tolueen (µg/m³) R833* – Stabroek M802* – Antwerpen Luchtbal R822 – Antwerpen – Polderdijkweg AL01 – Antwerpen Linkeroever- Wandeldijk

2013 3,7 /

2014 2,4 2,4

2015 2,9 3,7

2016 2,8 3,7

2017 2,00 3,00

/

/

/

22,1

33,29

/

/

/

3,7

3,22

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014: M802 (84%); in 2016 R822 (76%), AL01 (27%); * gerapporteerd aan Europa (BEF01S)

De meetwaarden van de meetstations verschillen sterk tussen de verschillende meetstations. In 2017 werd het hoogste benzeenjaargemiddelde gemeten op de meetplaats Antwerpen-Polderdijkweg (R822) in de Antwerpse haven en bedroeg 5,33 µg/m³. Dit is een indicatief jaargemiddelde, aangezien er minder dan 90 % beschikbare data zijn. Deze meetplaats ligt in industriegebied en de luchtkwaliteit wordt beïnvloed door de nabijheid van de petrochemische industrie. De hoge concentraties bemoeilijken de metingen. Zowel het gemiddelde als de piekwaarden (P98) lagen op deze meetplaats een stuk hoger dan op de andere meetplaatsen. In de omgeving meet de VMM ook hoge concentraties op Antwerpen – Wandeldijk (AL01) en Antwerpen-Luchtbal (M802). In de omgeving van Antwerpen-Luchtbal vinden grote wegenwerken plaats waardoor extra verkeersdrukte aanwezig is. De wegenwerken hebben ook invloed op de hogere benzeenconcentraties. De concentraties in het meetstation Stabroek zijn de laagste van de vier meetstations. Dit meetstation ligt dan ook op enige afstand van het havengebied. Figuur 54 tot en met Figuur 62 tonen de evolutie in de gemeten BTEX-componenten in de periode 2007-2017 op de meetplaatsen in de Antwerpse haven. Enkel het meetstation in Stabroek (R833) heeft een langere

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

87


trend. De eerste 4 jaar was er op de meetplaats Stabroek vooral een dalende trend, tussen 2010 en 2013 is er een schommelend verloop. Daarna stabiliseren de concentraties van alle polluenten. Voor de andere meetplaatsen zijn geen duidelijke trends zichtbaar. Benzeen is kankerverwekkend waardoor geen veilig niveau van blootstelling kan bepaald worden. De WGO drukt de schadelijkheid van benzeen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange benzeenconcentratie van 17 µg/m³ zou er één extra kankergeval per 10.000 inwoners zijn. Bij een concentratie van 1,7 µg/m³ rekent men één extra kankergeval per 100.000 inwoners en bij 0,17 µg/m³ één per 1.000.000. In de Antwerpse haven situeert afhankelijk van de locatie het kankerrisico zich tussen 1 extra kankergeval op 250.000 inwoners en 1 extra kankergeval op 32.000 inwoners. Het agentschap Zorg en Gezondheid beoordeelt deze concentraties als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar. Figuur 54: Evolutie benzeenconcentraties in de Antwerpse haven

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84%); in 2016 op R822 (73 %); AL01 (27 %) in 2017 op R822 (78%).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 88

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 55: Evolutie tolueenconcentraties in de Antwerpse haven

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84 %); in 2016 op R822 (76 %), AL01 (27 %)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

89


Figuur 56: Evolutie ethylbenzeenconcentraties in de Antwerpse haven

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84 %); in 2016 op R822 (75 %), AL01 (27 %)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 90

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 57: Evolutie m+p-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84%); in 2016 op R822 (75%); AL01 (27%).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

91


Figuur 58: Evolutie o-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven

Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84%);in 2016 op R822 (76%); AL01 (27%).

De metingen op de meetplaats Polderdijkweg (R822) kennen technische moeilijkheden door de hoge concentraties. Toetsing van de jaargrenswaarde is daarom niet mogelijk. Om een duidelijker beeld te krijgen onderzoeken we hier de verdeling van de halfuurconcentraties. Figuur 59 toont de histogrammen van de benzeenconcentraties op de vier meetplaatsen in de Antwerpse haven. Deze figuren geven het aantal halfuurmeetwaarden benzeen in categorieën weer per meetplaats voor 2017. De categorieën zijn: — meetwaarden kleiner dan 5 µg/m³ — diverse categorieën met meetwaarden >5 µg/m³ — een categorie ‘geen meetwaarde’. De figuur toont voor de meetplaats in de Polderdijkweg (R822) een totaal ander beeld dan voor de andere meetplaatsen. Bij Antwerpen – Wandeldijk (AL01), Antwerpen – Luchtbal (M802) en Stabroek (R833) ligt zo’n 90 % van de gemeten halfuurwaarden onder de 5 µg/m³. Bij Polderdijkweg (R822) is dit veel minder, deels omdat een groter deel van de halfuren in 2017 geen meetwaarde kent maar ook omdat er meer concentraties boven de 5 µg/m³ werden gemeten. Ongeveer één vijfde van de meetwaarden ligt boven 5 µg/m³. Op de meetplaatsen Antwerpen – Wandeldijk (AL01) en Antwerpen-Luchtbal (M802) ligt het aantal meetwaarden boven de 5 µg/m³ ongeveer 10 keer lager, daar worden echter ook hogere halfuurwaarden opgemeten in 2017. De meetplaats Stabroek (R833) kent het minste aantal halfuurconcentraties > 5 µg/m³, de meetwaarden zijn ook minder hoog dan op de andere meetplaatsen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 92

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 59: histogram benzeenconcentraties in de Antwerpse haven

1.6.3.2 Geografische spreiding van BTEX-componenten Figuur 60 tot en met Figuur 64 toont de pollutierozen van benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xyleenisomeren op de verschillende meetplaatsen in de Antwerpse haven in 2017. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 6. In het havengebied worden de BTEX-componenten op vier locaties gemeten. De locaties Antwerpen Luchtbal (M802), Antwerpen – Wandeldijk (AL01) en Stabroek (R833) zijn gelegen op locaties dicht bij bewoning. De locatie Polderdijkweg (R822) is gelegen op een industriële locatie. Voor benzeen zijn er op die meetplaats technische moeilijkheden om de hoge concentraties te meten, daarom is er ook in 2017 voor die polluent beperkte databeschikbaarheid. De interpretatie van de meetgegevens vergt hierdoor enige voorzichtigheid, maar de pollutieroos is zo uitgesproken dat we ze hier toch bespreken. De concentraties voor alle componenten op Polderdijkweg (R822) liggen veel hoger dan op de andere meetplaatsen, wat te verwachten is gezien de nabije industrie. Door het grote verschil in concentraties tussen de verschillende meetplaatsen, gebruiken we in de figuren verschillende schalen per meetplaats. Voor benzeen situeren de bronnen zich op R822 in de zuidoostelijke, westelijke en noordoostelijke richting. Dit is de richting van verschillende petroleumraffinaderijen. Ook de pollutierozen van Antwerpen – Wandeldijk (AL01) en Antwerpen-Luchtbal (M802) geven benzeenaanvoer weer vanuit de richting van de raffinaderijen. In Stabroek (R833) zien we voornamelijk de aanvoer uit zuidelijke richting.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

93


Figuur 60: Pollutierozen benzeen in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 94

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Tolueen geeft een gelijkaardig beeld als benzeen. Ook hier is de meetplaats Polderdijkweg (R822) die met de hoogste concentraties afkomstig uit verschillende bronnen. De grootste invloed op deze meetplaats komt uit noordoostelijke richting. Figuur 61: Pollutierozen tolueen in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

95


Er zijn grote concentratieverschillen voor ethylbenzeen tussen de verschillende meetplaatsen. De voornaamste bronnen liggen ten noordoosten van de meetplaats Polderdijkweg (R822). Ook op de meetplaats Antwerpen â&#x20AC;&#x201C; Wandeldijk (AL01) is er duidelijk aanvoer vanuit deze richting. De concentraties en Antwerpen-Luchtbal (M802) liggen lager, maar wijzen ook op bronnen in het havengebied. De meetplaats Stabroek (R833) geeft ook voor ethylbenzeen een zuidelijke bron aan, gelijk aan die van benzeen. Figuur 62: Pollutierozen ethylbenzeen in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 96

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


De bronnen van xyleenisomeren situeren zich voornamelijk ten noordoosten van de meetplaats Polderdijkweg (R822). De gebruikte schaal voor dit meetstation is tienmaal hoger dan die van de andere meetplaatsen voor o-xyleen en vijftienmaal hoger voor m+p-xyleen. Op de meetlocatie Antwerpen wandeldijk (AL01) zien we ook een bron in oostelijke richting. Op Antwerpen-luchtbal (M802) maten we ook in die richting hogere concentraties. In Stabroek (R833) geven de pollutierozen vooral hogere concentraties uit zuidelijke richting. Figuur 63: Pollutierozen o-xyleen in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

97


Figuur 64: Pollutierozen m+p-xyleen in de Antwerpse haven in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 98

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


1.6.4 Semiautomatische VOS-metingen In Figuur 65 worden de jaargemiddelde waarden van 2016 en 2017 van de verschillende componenten op de Ekerse Dijk (R893) vergeleken met het Vlaams gemiddelde. Dit Vlaams gemiddelde is bepaald op basis van passieve en actieve metingen op voorstedelijke, stedelijke en landelijke meetplaatsen. Het is dan ook logisch dat er in de sterk geïndustrialiseerde omgeving van de haven hogere waarden worden gemeten. In 2017 werden enkel actieve semiautomatische metingen uitgevoerd op de meetplaats Ekerse Dijk (R893). De vergelijking met de jaargemiddelde waarde van 2017 is daarom indicatief. Voor de componenten die enkel met de actieve methode gemeten worden, is er geen Vlaams jaargemiddelde. 1-Hexeen geeft in 2017 het grootste verschil met het Vlaamse gemiddelde, dat was ook zo voor de metingen in 2016. Tabel 15: Percentueel verschil VOS-componenten R893 en Vlaamse gemiddelde

polluent 1-hexeen n-pentaan n-hexaan 3-methylpentaan n-heptaan o-xyleen n-octaan m+p-xyleenisomeren ortho-ethyltolueen tolueen iso-pentaan ethylbenzeen 3-methylhexaan n-nonaan p-ethyltolueen meta-ethyltolueen 1,2,4-Trimethylbenzeen 1,3,5-trimethylbenzeen benzeen chloorbenzeen 1,2,3-trimethylbenzeen propylbenzeen 1,2-dichloorethaan

Vlaams gemiddelde (µg/m³)

jaargemiddelde R893 (µg/m³)

% verschil

0,14 0,44 0,41 0,26 0,21 0,2 0,18 0,54 0,13 1,46 0,57 0,22 0,19 0,12 0,06 0,13 0,26 0,06 0,81 0,09 0,08 0,07 0,28

0,64 1,85 1,61 0,91 0,63 0,55 0,49 1,38 0,31 3,46 1,34 0,51 0,42 0,26 0,13 0,28 0,48 0,11 1,44 0,15 0,12 0,1 0,17

+357% +320% +293% +250% +200% +175% +172% +156% +138% +137% +135% +132% +121% +117% +117% +115% +85% +83% +78% +67% +50% +43% -39%

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

99


Figuur 65: Vergelijking jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats Ekerse Dijk (R893) met Vlaams gemiddelde

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 100

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


1.7 PCB’s In dit deel bespreken we de toetsing en de trend van de PCB-metingen in de Antwerpse haven.

1.7.1 Toetsing van PCB-deposities Er bestaan drempelwaarden voor de groep van dioxines en PCB’s. Deze drempelwaarden zijn niet in de wetgeving opgenomen. Een toetsing gebeurt enkel als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: − −

de VMM meet de depositie van dioxines én PCB’s; de meetplaats ligt in woon- of agrarisch gebied.

In 2017 was er één meetplaats in de Antwerpse haven: BV04 in Kallo. Deze meetplaats ligt in industriegebied. In het depositiestaal analyseren we enkel de hoeveelheid PCB’s en niet de dioxines. Daarom toetsen we de resultaten niet aan de drempelwaarden. Op BV04 werden er 4 maandstalen gecollecteerd, verspreid over het jaar. De financiering gebeurde door de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving.

1.7.2 Trend van PCB-deposities De meetplaats in Kallo (BV04) is zo gepositioneerd om de impact van een schrootbedrijf op de omgevingslucht in te schatten. Deze meetplaats staat in de onmiddellijke nabijheid van dit bedrijf, in industriegebied. In Figuur 66 tonen we de evolutie van de depositie van dioxines en PCB126. De analyse van dioxine werd stopgezet in april 2015. We tonen de trend van PCB126 omdat dit de verbinding is die de VMM al het langst meet. Uit de figuur blijkt dat de PCB-depositie hoog is op deze meetplaats. De meetwaarden fluctueren maar blijven ook in 2017 hoog. Ook in de nabijheid van andere Vlaamse schrootbedrijven zijn de PCB-deposities sporadisch hoog. De dioxinedepositie is veel lager dan de PCB-depositie. Toch is ze hoger dan in een achtergrondgebied. Eerder onderzoek toonde aan dat de verontreiniging meestal beperkt bleef tot enkele honderden meters rond het bedrijf. De impact is het grootst als er een woonzone of agrarisch gebied paalt aan het schrootbedrijf. Dit is echter niet het geval in Kallo.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

101


Figuur 66: Trend depositie dioxines en PCB126 op meetplaats BV04 in Kallo (industriegebied)

1.8 PAK’s In dit deel bespreken we de emissie van PAK’s en de toetsing van de PAK’s-metingen in de Antwerpse haven.

1.8.1 Emissie van PAK’s De emissie-inventaris bevat cijfers voor vier hoogmoleculaire, kankerverwekkende indicator PAK’s: benzo(a)pyreen (B(a)P), benzo(b)fluoranteen, benzo(k)fluoranteen en indeno(1,2,3-cd)pyreen. Wanneer we verder spreken over PAK’s-emissies, omvatten deze steeds deze vier EMEP-PAK’s. In 2016 bedroeg de totale Vlaamse PAK’s-emissie 4.018 kg. De huishoudens leverden de grootste bijdrage (75 %) met houtstook als grootste bron. Het verkeer kwam op de tweede plaats met 10 %. Hierbij nam wegverkeer het grootste aandeel. De land- en tuinbouw volgde met een aandeel van 8 %. De sectoren van handel en diensten, industrie, offroad en energie speelden een kleinere rol. De totale PAK’s-emissies daalden van 5,4 ton in 2000 tot 4 ton in 2016 met 26 %. De daling deed zich vooral voor bij de huishoudens, de landen tuinbouw en de sector van handel en diensten. De emissies door het verkeer namen in beperkte mate toe. Het aandeel van de emissies veroorzaakt door de huishoudens schommelt door de jaren heen afhankelijk of er strenge winters waren. De emissies lagen in 2016 lager dan in 2000. Ondanks een daling van de absolute emissiewaarde, steeg hun relatief aandeel door emissiedalingen in de andere sectoren.

1.8.2 Toetsing van PAK’s-concentraties De VMM meet PAK’s in zwevend stof en neervallend stof. In 2017 waren er op het grondgebied van de Antwerpse haven enkel metingen in zwevend stof op de meetplaats in Kallo (AL05). Het meetnet voor PAK ‘s

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 102

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


in zwevend stof bestaat in totaal uit 8 meetposten die variëren van landelijke en stedelijke achtergrond tot enkele brongerichte meetposten. We beschouwen het meetnetgemiddelde als een gemiddelde voor heel Vlaanderen. Onderstaande figuur toont aan dat de metingen van benzo(a)pyreen in Kallo vergelijkbaar zijn met de mediaan van het volledige Vlaamse meetnet. Er is dus net als vorige jaren geen indicatie voor een belangrijke PAK’s-bron in de buurt. Hierdoor, en omwille van een herschikking binnen het PAK’s-meetnet wordt de meetpost in Kallo vanaf 1 januari 2018 stopgezet. Figuur 67: Jaarverloop van benzo(a)pyreen op de meetplaats in de Antwerpse haven versus de mediaan van alle Vlaamse meetplaatsen 2,5

benzo(a)pyreen (ng/m3)

2,0

1,5

1,0

0,5

Kallo-sluis

01/12/2017

01/11/2017

01/10/2017

01/09/2017

01/08/2017

01/07/2017

01/06/2017

01/05/2017

01/04/2017

01/03/2017

01/02/2017

01/01/2017

0,0

Mediaan Vlaamse meetnet

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de jaargemiddelden voor de verschillende PAK’s in Kallo en over het hele Vlaamse meetnet. Voor de meetplaats in Kallo vinden we een jaargemiddelde van 0,13 ng/m3 voor benzo(a)pyreen. Dit ligt onder het algemeen Vlaams meetnetgemiddelde van 0,16 ng/m3 en geeft net als onderstaande tabel aan dat de meetplaats in de haven niet beïnvloed wordt door lokale bronnen. Hoewel de jaargemiddelden voor Kallo en de andere Vlaamse meetposten ruim onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3 liggen, gaan ze nog steeds gepaard met een zeker kankerrisico. Om dit risico in te schatten, toetsen we het jaargemiddelde met het kankerrisico dat de WGO rapporteert voor benzo(a)pyreen. Als mensen levenslang blootgesteld worden aan de huidige concentraties, dan berekenen we voor de meetplaats in Kallo één extra kankergeval per 90.000 inwoners. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft risico’s tussen 1 op 10.000 en 1 op 1.000.000 als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

103


Tabel 16: PAK’s-jaargemiddelden voor Kallo en het volledige Vlaamse meetnet in 2017 (ng/m³)

Fluoranteen

0,23

Gemiddelde Vlaams meetnet 0,23

Pyreen

0,20

0,21

Benzo(a)antraceen

0,11

0,14

Chryseen

0,29

0,33

Benzo(b+j+k)fluoranteen

0,56

0,62

Benzo(a)pyreen

0,13

0,16

Benzo(ghi)peryleen

0,21

0,24

Indeno(1,2,3-cd)pyreen extra risico op kanker bij levenslange blootstelling

0,20

0,22

1/90.000

1/70.000

Kallo

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 104

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


2. LUCHTKWALITEIT IN DE ANTWERPSE AGGLOMERATIE In dit hoofdstuk bespreken we de luchtconcentraties en emissies van een aantal polluenten in de Antwerpse agglomeratie. We toetsen de concentraties van 2017 aan de Europese regelgeving en aan de WGO-advieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens hebben betrekking op de zone Antwerpse agglomeratie zoals deze werd afgebakend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in het kader van de richtlijn 2008/50/EG (zie bijlage 3). De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door de Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen. De meest recente data die momenteel beschikbaar zijn, zijn de emissiecijfers voor het jaar 2016.

Het meetnet In het kader van het invoeren van de lage emissiezone (LEZ) werden op vier nieuwe plaatsen in Antwerpen metingen opgestart: — — — —

Park spoor Noord (R803), Antwerpen-Ring (R804), ter hoogte van het op- en afrittencomplex Borgerhout richting Nederland, Antwerpen-Belgiëlei (R805), Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817).

R804 werd in november 2016 opgestart, de andere waren al in 2015 operationeel. De LEZ werd ingevoerd vanaf 1 februari 2017. De meetresultaten van deze meetplaatsen vergelijken we met de meetresultaten van de vaste meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie: — — — — —

Hoboken (HB23), Antwerpen-Linkeroever (AL01), Borgerhout-achtergrond (R801), Borgerhout-straatkant (R802), Antwerpen-Luchtbal (M802).

M802 ligt strikt genomen in de zone Antwerpse Haven, maar wordt ook hier mee besproken. Voor de berekening van de windroos en de pollutierozen gebruikten we de meteorologische metingen van Antwerpen-Luchtbal (M802). We bespreken in dit rapport de polluenten: — PM10, — PM2,5, — zwarte koolstof (BC) en — stikstofoxiden (NO2 en NO). De specificaties over onder meer het meetprincipe en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

105


Tabel 17 geeft een overzicht van de automatische meetplaatsen en de parameters die gemeten worden. Naast de code vermelden we ook het adres, het type meetstation en de LambertcoĂśrdinaten van de meetplaats.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 106

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Tabel 17 : Overzicht van de automatische meetplaatsen en gemeten polluenten in de Antwerpse agglomeratie in 2017

1

Meetplaats

Adres

AL01: Antwerpen-Linkeroever

Wandeldijk, Antwerpen

HB23: Hoboken

Classificatie meetplaats (IPR)1

Lamb X

Lamb Y

PM10

PM2,5

Zwarte koolstof

NO2

NO

voorstedelijk-industrieel

150865

214046

Curiestraat, Antwerpen (Hoboken)

voorstedelijk-industrieel

148054

206698

-

M802: Antwerpen-Luchtbal

Havanastraat, Antwerpen

voorstedelijk-industrieel

153884

216790

R801: Borgerhout-achtergrond

Plantin en Moretuslei, Antwerpen (Borgerhout)

stedelijk-achtergrond

154407

211080

R802: Borgerhout- straatkant

Plantin en Moretuslei, Antwerpen (Borgerhout)

stedelijk-verkeer

154396

211055

R803: Antwerpen-Park spoor Noord

Viséstraat, Antwerpen

stedelijk-achtergrond

154172

213191

R804: Antwerpen-Ring

Ring - Afrit Borgerhout

stedelijk- nvt

155119

210695

R805: Antwerpen- Belgiëlei

Belgiëlei, Antwerpen

stedelijk-verkeer

153689

210922

R817: Antwerpen-Groenenborgerlaan

Groenenborgerlaan, Antwerpen

voorstedelijk-achtergrond

153441

207467

Leidraad (2013) bij de IPR-richtlijn 2011/850/EU

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

107


In 2017 werden er bijkomende NO2-metingen uitgevoerd op 20 locaties in Antwerpen met behulp van passieve samplers. 19 meetplaatsen hiervan hadden voldoende data om een jaargemiddelde te berekenen. De adressen van deze meetlocaties vindt u in Tabel 18. De resultaten van deze metingen met passieve samplers staan beschreven in paragraaf 2.2.4. Tabel 18 : Overzicht van de NO2-meetplaatsen passieve samplers in 2017 Meetplaats

Adres

Lamb X

Lamb Y

NO2

AL08: Antwerpen-Galgenweellaan

Galgenweellaan, Antwerpen

150793

211755

AT20: Antwerpen-Amerikalei

Amerikalei, Antwerpen

152235

210896

AT29: Antwerpen-Desguinlei

Desguinlei, Antwerpen

152153

209450

AT37: Antwerpen-Steenhouwersvest

Steenhouwersvest, Antwerpen

152434

211942

AT38: Antwerpen-Tunnelplaats

Tunnelplaats, Antwerpen

152894

213029

AT39: Antwerpen-Turnhoutsebaan

Turnhoutsebaan, Antwerpen

154981

211538

AT40: Antwerpen-Rubenslei

Rubenslei, Antwerpen

152962

211238

AT41: Antwerpen-Paradeplein

Paradeplein, Antwerpen

153808

210214

AT42: Antwerpen-Floraliënlaan

Floraliënlaan, Antwerpen

153284

208459

AT43: Antwerpen-Viaduct-Dam

Viaduct-Dam, Antwerpen

153827

213693

AT45: Antwerpen-Lange Beeldekensstraat

Lange Beeldekensstraat, Antwerpen

154509

212422

AT46: Antwerpen- Pothoekstraat

Pothoekstraat, Antwerpen

154751

212912

AT47: Antwerpen-Osystraat

Osystraat, Antwerpen

153463

212421

AT48: Antwerpen-Haantjeslei

Haantjeslei, Antwerpen

152343

210160

AT49: Antwerpen-Wittestraat

Wittestraat, Antwerpen

151077

208626

BT03: Borgerhout-Sergeyselsstraat

Sergeyselsstraat, Antwerpen (Borgerhout)

154496

211466

BT04: Borgerhout-Karel De Preterlei

Karel De Preterlei, Antwerpen (Borgerhout)

155675

210225

DU05: Deurne-Rivierenhof

Rivierenhof/Parkweg DE, Antwerpen (Deurne)

156979

211950

DU06: Deurne-Herentalsebaan

Herentalsebaan, Antwerpen (Deurne)

156350

211089

R818: Antwerpen-Burchtse Weel (*)

Burchtse Weel, Antwerpen

156350

211089

*: meetlocatie opgestart half 2017

Figuur 68 toont de ligging van de automatische meetplaatsen (Tabel 17) en van de locaties met passieve samplers (Tabel 18).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 108

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 68: Ligging meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

109


Stikstofoxiden 2.2.1 Emissie van stikstofoxiden (uitgedrukt als stikstofdioxide) (NOx (NO2)) De meest recente beschikbare emissie-data voor de Antwerpse agglomeratie betreffen het jaar 2016. Figuur 69 toont het aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in 2016. —

—

69 % van de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan verkeer. 59 % van de totale emissies is te wijten aan wegverkeer. Internationale zeescheepvaart was verantwoordelijke voor 5 % van de NOx-emissies in de Antwerpse agglomeratie. Andere relevante sectoren zijn de industrie (14 %), de huishoudens (9 %) en handel en diensten (7 %).

Figuur 69: Aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 70 toont de evolutie van de NOx(NO2)-emissies per sector voor de zone Antwerpse agglomeratie. Tussen 2005 en 2016 zijn de NOx(NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie met 2.537 ton (31 %) gedaald. De NOx(NO2)-emissies afkomstig van het wegverkeer daalden over deze periode met 2.083 ton (37 %).

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 110

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 70: Trend van de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse agglomeratie

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

De daling van de emissies door het wegverkeer komt grotendeels door selectieve katalytische reductie bij vrachtwagens. Bij het wegverkeer was de emissiedaling echter kleiner dan oorspronkelijk verwacht. Hiervoor zijn verschillende zaken verantwoordelijk: —

—

2

Enerzijds is dit een gevolg van de verdieselijking van het wagenpark bij het personenvervoer. Dieselwagens stoten meer NOx uit dan benzinewagens. Daarnaast is ook de NO2/NOx-verhouding bij dieselwagens gevoelig hoger dan bij benzinewagens. Voor oudere diesels was het aandeel NO2 in de NOx-emissies ongeveer 5 %. Bij nieuwere diesels bepalen zowel de motorafmeting als de katalytische converter het aandeel NO2: de ratio kan variëren van 12 % tot 70 %2. De laatste 20 jaar zien we dan ook een stijging van de verhouding NO2/NOx op alle meetplaatsen in Vlaanderen. De stijging van de directe NO2-emissies bemoeilijken het behalen van de Europese grenswaarden op verkeersgerichte meetplaatsen. • Door een aantal fiscale maatregelen en een breder aanbod aan zuinigere benzinewagens daalde het aandeel dieselwagens de laatste jaren licht, de verdieselijking werd dus gestopt. Bovendien blijkt dat in realistische rijomstandigheden de NOx-emissies van dieselwagens beduidend hoger zijn dan wat in de testcyclus in het labo wordt gemeten voor de EURO-normering. Het verschil tussen reële uitstoot en de EURO-normen (testen in labo-omstandigheden) werd groter met de jaren. Voor EURO 3-dieselwagens (vanaf 2000) was dit een factor twee, voor EURO

EEA (2016), Explaining road transport emissions, A non-technical guide

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

111


—

6-dieselwagens (vanaf 2014) is dit opgelopen tot gemiddeld een factor zeven. Daardoor ligt de NOx-emissie van een EURO 6-dieselwagen maar 40 % lager dan van een EURO 3-dieselwagen, waar men eigenlijk (op basis van de labo-testen) 84 % had verwacht. EURO 4- en EURO 5-dieselwagens scoren niet beter dan EURO 3-dieselwagens3. • De door VMM gebruikte emissiefactoren voor de verschillende EURO-normen zijn gebaseerd op de emissies van de voertuigen in reële rijomstandigheden. Zowel het aantal voertuigen op de weg als het aantal gereden voertuigkilometers over de weg blijft stijgen.

Naast directe uitstoot, wordt NO2 ook nog indirect gevormd door chemische reactie in de atmosfeer. Stikstofoxiden door verbrandingsprocessen komen voornamelijk onder de vorm van NO in de lucht terecht. Enerzijds wordt het weinig toxische NO relatief snel omgezet naar het toxisch gas NO2 door reactie met onder andere ozon (O3). Anderzijds neemt NO2 deel aan de fotochemische ozonvorming waarbij O3 wordt gevormd en NO2 wordt omgezet tot NO. De chemie van stikstofcomponenten in de atmosfeer is erg complex en de relatie tussen de emissies van NOx en de gemeten NO2-concentraties is niet lineair. De luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie wordt niet enkel bepaald door de emissies in de agglomeratie zelf. Ook emissies in Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie. In het saneringsplan luchtkwaliteit4 dat voor Antwerpen werd opgesteld in 2017, werd ingeschat dat in stedelijke gebieden gemiddeld 65% van de NO2 die we meten in de lucht afkomstig is van Vlaamse bronnen. Op een verkeersgerichte locatie zoals Borgerhout-straatkant (R802) stijgt het belang van lokale en Vlaamse emissies tot een bijdrage van 74% op de gemeten NO2-concentratie.

2.2.2 Trend en toetsing NO2-concentraties Trend Figuur 71 toont de evolutie van de NO2-jaargemiddelden voor de periode 2007 - 2017. Vanaf 2012 zien we voor alle meetplaatsen geleidelijk aan een lichte daling van de jaargemiddelde NO2-concentratie. Op de meetplaatsen met een lange tijdreeks, zijn de concentraties tussen 2007 en 2017 met zo’n 20 tot 24 % gedaald. In 2017 zijn de NO2-concentraties gedaald of stabiel gebleven in vergelijking met 2016. De concentraties in 2017 volgen de dalende trend van de afgelopen jaren.

3

VMM (2017), Systeembalans 2017: Milieu-uitdagingen voor het energie-, mobiliteits- en voedingssysteem in Vlaanderen, Aalst, Milieurapport Vlaanderen 4 https://www.lne.be/sites/default/files/atoms/files/SaneringplanNO2Antwerpen_MetBijlage_2017_Def.pdf \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 112

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 71: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017

Tabel 19: NO2-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817

2007 34 44 45

2008 32 45 -

2009 32 43 45

2010 33 44 44

2011 30 43 46

-

-

-

-

-

2012 29 45 50 -

2013 28 40 43 49 -

2014 26 27 38 41 47 -

2015 26 27 36 38 45 -

2016 27 27 35 39 45 32 43 32

2017 26 26 35 36 42 31 54 40 30

Blauw: overschrijdingen van enkel de WGO-advieswaarde (40 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (60 µg/m³ tot en met 2014, 40 µg/m³ vanaf 2015) en WGO-advieswaarde (40 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde.

De hoogste NO2-concentraties worden gemeten op de meetplaats R804 aan de Antwerpse Ring, op de meetplaats R802 op 7,5 meter van de Plantin en Moretuslei en op de meetplaats R805 gelegen op de middenberm van de Belgiëlei. De laagste NO2-concentraties worden gemeten op de meetplaatsen Antwerpen-Linkeroever (AL01) en Hoboken (HB23). Omwille van zijn ligging vlak naast de Antwerpse Ring, tussen het op- en afrittencomplex van Borgerhout, is de meetplaats R804 minder representatief voor de menselijke blootstelling. Daarom worden de meetresultaten niet getoetst aan de Europese regelgeving.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

113


Toetsing aan de jaargrenswaarde In 2017 was er één automatische meetplaats die de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³ overschreed, namelijk de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802). In 2017 voerde de VMM op 20 extra meetplaatsen NO2-metingen uit met behulp van passieve samplers, waarvan er 19 meetplaatsen voldoende data hadden om een jaargemiddelde te berekenen. Passieve samplers meten niet volgens de Europese referentiemethode, maar worden wel gekalibreerd ten opzichte van deze referentiemethode. Passieve samplers resulteren bijgevolg in jaargemiddelden die voldoen aan de Europese criteria voor ‘indicatieve metingen’. Een groot voordeel van passieve samplers is dat zij geschikt zijn om metingen uit te voeren op plaatsen waar er geen ruimte is voor een vast meetstation, zoals in street canyons. Uit deze indicatieve metingen met passieve samplers in Antwerpen blijkt dat op 13 van de 19 meetplaatsen een jaargemiddelde boven de 40 µg/m³ werd gemeten. Hierbij ging het telkens om plaatsen in street canyons en/of locaties met veel verkeer. De resultaten van de passieve samplers worden meer in detail besproken in paragraaf 2.2.4. Ook de berekeningen met het ATMO-STREET model tonen aan dat op verkeersintensieve stedelijke locaties en in street canyons overschrijdingen van de jaargrenswaarde van NO2 kunnen voorkomen. Zie hiervoor Figuur 72. Aangezien de WGO-jaaradvieswaarde voor NO2 van 40 µg/m³ gelijk is aan de Europese grenswaarde werd deze bijgevolg op dezelfde plaatsen overschreden: — —

1 automatische meetplaats: Borgerhout-straatkant (R802); 13 van de 19 plaatsen met passieve samplers.

Toetsing aan de uurgrenswaarde De Europese regelgeving laat 18 uren met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ NO2 toe. De WGO laat geen enkel uur met een concentratie hoger dan 200 µg/m³ toe. Tabel 20 toont het verloop van het aantal uren met een gemiddelde concentratie hoger dan 200 µg/m³ op de verschillende meetplaatsen voor de periode 2007-2017. De Europese uurgrenswaarde werd gerespecteerd in de periode 2007-2017: nergens in de Antwerpse agglomeratie werd er de afgelopen 10 jaar meer dan 18 uren hoger dan 200 µg/m³ gemeten. In 2017 werd ook de WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden gerespecteerd. Tabel 20: Aantal uren met een concentratie > 200 µg/m³ NO2 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007-2017

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817

2007 0 0 0 -

2008 2 0 -

2009 0 0 0 -

2010 0 0 0 -

2011 0 0 1 -

2012 0 6 6 -

2013 0 0 0 4 -

2014 0 0 0 4 5 -

2015 0 0 0 2 2 -

2016 0 0 0 0 1 1 0 0

2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Blauw: overschrijdingen van de WGO- advieswaarde (0 uren > 200 µg/m³ toegelaten per jaar) Rood: overschrijding van de EU-grenswaarde (18 uren > 200 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 114

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


2.2.3 Geografische spreiding van de NO2-concentratie en pollutierozen Verbeterd model: ATMO-Street Ten opzichte van de modelkaarten in het rapport over 2016, is het model nu uitgebreid met de OSPMmodule (Operational Street Pollution Model). Dit zorgt ervoor dat de slechtere verdunning van de luchtvervuiling in street canyons beter in rekening gebracht wordt. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. ATMO-Street kaarten zijn wetenschappelijk het meest onderbouwd en zijn momenteel de best beschikbare kaarten om de lokale luchtkwaliteit in te schatten. De controle gebeurde – zoals bij al onze modellen – door te vergelijken met echte metingen; deze toonde aan dat de modelketen beter presteert door de toevoeging van het OSPM-model. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − De impact van nieuwe verkeerssituaties (nieuwe wegen, mobiliteitsplannen in uitvoering,...) zijn niet onmiddellijk zichtbaar. Immers hoewel het model een simulatie toont van de jaargemiddelden in 2017, maakt het gebruik van (verkeers)emissiegegevens van 2016 (bv. vlootsamenstelling, voertuigkm, verdeling over de EURO-normen, …). Hierdoor kan het model momenteel het effect van de invoering van de LEZ (februari 2017) en de knip van de leien (vanaf juni 2017) niet tonen. − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − Voor de samenstelling van het wagenpark wordt gerekend met gemiddelde cijfers voor Vlaanderen en geen cijfers specifiek voor de Antwerpse agglomeratie. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²). Ondanks deze beperkingen van het model, resulteert het wel in wetenschappelijk onderbouwde kaarten die de verspreiding van de luchtvervuiling in kaart brengen. Figuur 72 toont de gemodelleerde jaargemiddelde NO2-concentratie in de Antwerpse agglomeratie voor 2017. De hoogste concentraties worden gemodelleerd langs de Antwerpse Ring. Dit wordt ook bevestigd door de metingen aan de Antwerpse Ring (R804). Daarnaast zien we de hoogste gemodelleerde NO2-concentraties langs de belangrijkste verkeersassen van de binnenstad. Door de uitbreiding van het model met de OSPM-module schat het model de concentraties op verkeersdrukke plaatsen en in street canyons beter in.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

115


Figuur 72: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 116

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 73: Pollutieroos voor NO2 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³)

Op de meetplaats aan de Ring in Antwerpen (R804) zien we een grote invloed van het verkeer bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. Op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) meten we vanuit het noordoosten tot het noordwesten verhoogde concentraties. We meten hier niet enkel de invloed van de Plantin en Moretuslei op 7,5 m ten zuiden van de meetplaats, maar ook de invloed van de Montensstraat gelegen in oostelijke richting. Op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) op 30 m van de straatkant zien we verhoogde concentraties vanuit het noordoosten tot het westen. In vergelijking met de straatkant zijn de concentraties wel altijd lager, behalve bij wind vanuit noordelijke richting. Het feit dat de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) bij wind vanuit oostelijke richting meer is afgeschermd van de Montensstraat door een hoog gebouw is waarschijnlijk de verklaring van de lagere concentraties in vergelijking met het station aan de straatkant (R802). Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havanastraat. Ten westen van deze meetplaats ligt de Noorderlaan. In deze richting zijn ook parkeerplaatsen gelegen. Mogelijk zijn de verhoogde concentraties bij wind vanuit het westen hieraan te wijten.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

117


Op de meetplaats Belgiëlei (R805) zien we bij wind vanuit alle richtingen hogere NO2-concentraties. Het meetstation ligt op de middenberm van de Belgiëlei. Op de meetplaats aan de Groenenborgerlaan (R817) zien we verhoogde concentraties bij wind vanuit noordelijke richting. In noordelijke richting ligt de Groenenborgerlaan. Bij wind vanuit het zuidwesten zien we licht verhoogde concentraties op de meetplaats in Hoboken (HB23). In deze richting is het bedrijf Umicore gelegen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 118

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 74: Pollutierozen NO2 voor de meetplaatsen van de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

119


2.2.4 Meetnet passieve samplers in Antwerpen Naast NO2-metingen met automatische monitoren vonden er in 2017 ook metingen plaats met passieve samplers in Antwerpen. De automatische monitoren meten volgens de Europese referentiemethode. Passieve samplers niet, maar ze worden wel gekalibreerd ten opzichte van deze referentiemethode. Passieve samplers resulteren bijgevolg in jaargemiddelden die voldoen aan de Europese criteria voor ‘indicatieve metingen’. We spreken daarom van ‘indicatieve jaargemiddelden’. Passieve samplers laten toe om metingen uit te voeren op plaatsen waar er soms geen ruimte is voor een vaste meetplaats, zoals in street canyons. De resultaten van de passieve samplers dienen ook om de modelresultaten te valideren en te verbeteren. Het meetnet in Antwerpen ging van start op 1 januari 2017. Halfweg 2017 kwam er nog 1 meetplaats (R818) bij waardoor er eind 2017 20 meetplaatsen waren. In dit rapport bespreken we enkel de data van het volledige jaar 2017. De meetplaats R818, die half 2017 startte, wordt niet besproken. De meetplaatsen bevinden zich op verschillende types locaties, onder meer in street canyons, langs drukke invalswegen en op achtergrondlocaties. De samplers werden telkens in duplo opgehangen en bemonsterden gedurende periodes van 2 weken. Een volledig jaar bestaat dus uit 26 meetperiodes. Daarnaast waren er 6 locaties (AL01, R802, R803, R804, R805 en R817) waar passieve samplers naast een referentiemonitor van het automatisch meetnet werden geplaatst. Zo konden we de resultaten van de passieve samplers met de automatische monitoren vergelijken en ermee kalibreren. Na statistische analyse bleek de beste correctie te bestaan uit het toevoegen van een constante waarde van 3,35 µg/m3 aan het resultaat van de passieve samplers. De maximale afwijking bij de 6 vergeleken meetplaatsen bedroeg -na kalibratie- absoluut 3 µg/m3 en relatief 6 %. Alle resultaten van de passieve samplers die opgenomen werden in dit rapport zijn dus gekalibreerd ten opzichte van de automatische referentiemethode. In Antwerpen waren 13 van de 19 meetplaatsen in overschrijding. Het gaat hierbij telkens om meetplaatsen met weinig verdunning (de zogenaamde street canyons) en/of veel verkeer. In Antwerpen maten we met 59 µg/m3 de hoogste concentratie op de meetplaats in de Osystraat (AT47), dit is een drukke street canyon in het centrum van de stad. Figuur 75 toont de gekalibreerde, indicatieve jaargemiddelden voor de 19 meetplaatsen in Antwerpen. Deze figuur bevestigt dus het beeld van de modelresultaten die hoge concentraties berekenen voor dergelijke locaties.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 120

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 75: Indicatieve NO2-jaargemiddelden met passieve samplers in Antwerpen voor 2017 (µg/m³)

Figuur 76 toont de ligging en de resultaten van de meetlocaties van de samplers in Antwerpen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

121


Figuur 76: Ligging en resultaten van de passieve samplers in Antwerpen, 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 122

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Fijn stof 2.3.1 PM10 2.3.1.1 Emissie van PM10 De meest recent beschikbare emissiedata zijn deze voor 2016. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM10-stof. Figuur 77 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM10 in 2016. — 66 % van de emissies in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. • Hiervan kunnen we het grootste deel (89 %) toewijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. • Het roken van tabak, het bakken van vlees en BBQ en het afbranden van huizen en het uitbranden van auto’s draagt 11 % bij in de sector huishoudens. — Verkeer was de tweede belangrijkste bron met 25 %. • Binnen deze sector was 80 % afkomstig van het wegverkeer. Een groot deel hiervan was afkomstig van niet-uitlaat-emissies, meer bepaald door de slijtage van remmen en banden. Figuur 77: Aandeel van de sectoren in de primaire PM10-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 78 toont de trend van de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM10-emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. Tussen 2005 en 2016 zijn de emissies van primair PM10 in de Antwerpse agglomeratie met 17 % gedaald. Deze daling is vooral te danken aan minder emissies door het wegverkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiëntere voertuigen. De emissies door huishoudens fluctueren, afhankelijk van het verbruik van brandhout bij huishoudelijke verwarming, gekoppeld aan strenge winters. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

123


Figuur 78: Trend van primaire PM10- emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Fijn stof in de atmosfeer bestaat niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland), de aard van de emissies (bijvoorbeeld de hoogte), de meteorologische omstandigheden en de topografie bepalen mee de gemeten concentraties. In Vlaanderen is gemiddeld 70 tot 80% van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en de andere gewesten5. Lokaal kan de Vlaamse bijdrage echter een stuk hoger zijn, vooral in steden. De primaire stofdeeltjes bestaan scheikundig gezien vooral uit organische koolstofcomponenten, anorganische componenten (mineralen) en elementair koolstof (roetdeeltjes). Secundair fijn stof wordt in de atmosfeer gevormd uit voorloperverbindingen. De belangrijkste precursoren zijn ammoniak (NH3), stikstofoxides (NOx) en zwaveldioxide (SO2) en verschillende semivluchtige organische verbindingen.

5

Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 124

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Tijdens de vierde chemkar studie6 stelden we vast dat in steden in Vlaanderen de secundaire anorganische componenten gemiddeld 34 % van de totale massa PM10 uitmaakten. De organische massa droeg voor 18 % bij. Houtverbranding was op jaarbasis goed voor een kwart tot een derde van de totale organische massa. Verder dragen mineraal stof (19 %), zeezout (10 %) en elementair koolstof (4 %) en een resterende fractie (water, spoorelementen, …) (16 %) bij aan de PM10-concentraties in de lucht. Verkeer is een belangrijke lokale bron van elementair koolstof, organische massa en mineraal stof. In de bovengenoemde chemkar studie waren de PM10-concentraties langs invalswegen gemiddeld 6 % en in street canyons gemiddeld 29 % hoger dan op stedelijke achtergrondlocaties. De bijdragen van elementaire koolstof en organische massa in uitlaatgassen enerzijds en de bijdrage van mineraal stof anderzijds (banden, remmen, koetswerk) droegen elk voor ongeveer 50 % bij aan deze hogere concentraties. Het gaat hier om een zeer lokale bijdrage. Naast deze primaire emissies zorgt verkeer ook nog voor heel wat NOx-emissies, die zich in de atmosfeer omzetten tot fijn stof in de vorm van nitraatdeeltjes. Dit proces is vrij traag, waardoor dit zal leiden tot een regionale verhoging. 2.3.1.2 Trend en toetsing PM10-concentraties Figuur 79 geeft de PM10-jaargemiddelden op de verschillende meetplaatsen voor de periode 20072017. Trend Over de periode van 2007 – 2017 daalden de PM10-jaargemiddelden geleidelijk. Op de meetstations met een voldoende lange tijdreeks zien we in de periode 2007-2017 een daling in de PM10concentraties tussen 14 % en 36 %. De concentraties in 2017 zijn op de meeste plaatsen gelijk aan of lichtjes hoger dan de concentraties van 2016, uitgezonderd op de meetplaats in Hoboken (HB23) en Groenenborgerlaan (R817). Toetsing van het jaargemiddelde In de periode 2007 - 2017 werd de Europese jaargrenswaarde van 40 µg/m³ op geen enkele meetplaats in de Antwerpse agglomeratie overschreden. Echter de WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd op geen enkele meetplaats in de Antwerpse agglomeratie gehaald. In Vlaanderen werd deze advieswaarde op slechts 6 van de 36 meetplaatsen gehaald. De hoogste concentraties worden gemeten op de verkeersgerelateerde meetplaats aan de Ring (R804), op de meetplaats Luchtbal (M802) en op de meetplaats Park spoor Noord (R803). Op de meetplaats Luchtbal (M802) meten we PM10 afkomstig van industriële bronnen (zie de pollutieroos in Figuur 83). De meetplaats Park spoor Noord (R803) is eerder een stedelijke achtergrondlocatie. Voor de iets hogere concentraties op deze meetplaats (R803) hebben we niet onmiddellijk een verklaring. Wanneer we de meetplaats aan de Ring (R804) niet mee in beschouwing nemen, bedraagt het verschil tussen de verschillende meetplaatsen slechts 3 µg/m3.

6

VMM (2013), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Antwerpen, Gent, Brugge en Oostende, 2011-2012

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

125


Figuur 79: PM10- jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017

Tabel 21: PM10-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817

2007 32 31 29 36 -

2008 29 29 34 33 -

2009 26 32 31 30 -

2010 26 29 32 29 -

2011 26 32 34 29 -

2012 24 29 32 27 30 -

2013 25 28 28 27 31 -

2014 22 25 25 26 30 -

2015 22 25 24 24 24 -

2016 22 25 24 23 23 23 22 23

2017 22 22 25 23 24 25 26 24 22

Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (20 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (40 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde

Trend en toetsing van de daggemiddelden Figuur 80 toont het verloop van het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ voor de periode 2007 – 2017. Dit verloop vertoont globaal genomen een dalende trend. In 2017 zijn er op de meeste meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie iets meer dagen met een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ dan in 2016. Dit was niet enkel zo in de Antwerpse agglomeratie, maar op nagenoeg twee derde van de Vlaamse meetplaatsen. In 2017 waren er veel dagen met concentraties hoger dan 50 µg/m³ in de maanden januari en februari. In de wintermaanden zijn er vaker ongunstige weersomstandigheden (temperatuurinversie en lage windsnelheden) die ervoor zorgen dat de uitgestoten emissies minder verdund worden, wat leidt tot verhoogde concentraties.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 126

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Sinds 2014 is er geen overschrijding meer gemeten van de EU-daggrenswaarde. Echter de WGOadvieswaarde voor de daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 50 µg/m³ toelaat, werd nog nooit gehaald in de Antwerpse agglomeratie. In 2017 was er in heel Vlaanderen geen enkel meetstation dat voldeed aan de WGO-daggrenswaarde voor PM10. Figuur 80: Aantal dagen met een PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017

Tabel 22 geeft per meetplaats het aantal dagen dat er een daggemiddelde hoger dan 50 µg/m³ werd gemeten weer voor de periode 2007-2017. Tabel 22: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007-2017

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817

2007 34 49 39 63 -

2008 21 27 43 32 -

2009 25 35 38 34 -

2010 17 25 34 21 -

2011 29 44 54 34 -

2012 22 33 41 31 33 -

2013 18 21 30 19 36 -

2014 11 16 18 17 35 -

2015 10 12 15 13 14 -

2016 8 11 11 8 10 9 9 15

2017 12 8 17 10 13 18 18 16 11

Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 50 µg/m³ toegelaten per jaar) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (35 dagen > 50 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

127


2.3.1.3 Geografische spreiding van de PM10-concentratie en pollutierozen Figuur 81 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM10-concentratie in de Antwerpse agglomeratie voor 2017. Hiervoor werd het model ATMO-Street gebruikt. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden onder paragraaf 2.2.3 en bijlage 6. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2017 de meest recent beschikbare emissiedata van 2016 werden gebruikt. Een mogelijk effect van de LEZ weerspiegelt zich dus alsnog niet in de gemodelleerde resultaten. Langs de Ring en in een deel van de haven worden hogere PM10-concentraties gemodelleerd. De gemodelleerde concentraties voor de Ring worden bevestigd door de metingen op de meetplaats R804. We zien dat het model in de Antwerpse agglomeratie en omgeving overwegend een PM 10concentratie modelleert tussen 21 en 25 µg/m³. Nabij enkele industriële puntbronnen in de haven berekent het model nog de mogelijkheid op een overschrijding.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 128

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 81: Gemodelleerd PM10-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

129


Figuur 82: Pollutieroos voor PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³)

De pollutierozen van alle meetplaatsen vertonen een erg gelijkaardige vorm. Dit wijst erop dat de concentraties voor een zeer groot deel bepaald worden door regionale factoren: invoer van buiten Vlaanderen en vorming in de atmosfeer door chemische of fysische processen. Lokale bronnen zijn minder zichtbaar in de pollutierozen dan bij andere polluenten. Ten opzichte van vorig jaar worden er op alle meetplaatsen hogere concentraties gemeten bij wind vanuit het noordoosten. Deze hogere concentraties zijn grotendeels het gevolg van verhoogde concentraties in januari en februari bij wind uit het noordoosten. Van noordoostelijke tot zuidoostelijke richting worden gemiddeld hogere concentraties gemeten op alle meetplaatsen. Dit is niet te wijten aan lokale bronnen, maar is een regionaal fenomeen. De pollutierozen voor de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en voor de meetplaats Borgerhoutachtergrond (R801) zijn zeer gelijkaardig, deze meetplaatsen liggen 25 meter van elkaar verwijderd. Iets hogere concentraties worden gemeten op meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) bij wind vanuit het noordoosten tot het westen. Dit kan verklaard worden door de grotere invloed van de zuidelijk gelegen Plantin en Moretuslei op de meetplaats aan de straatkant (R802) en door het feit dat

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 130

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) bij wind vanuit oostelijke richting meer is afgeschermd van de Montensstraat door een hoog gebouw. Op de roos van de meetplaats Luchtbal (M802) zien we verhoogde concentraties vanuit westelijke richting. Hier liggen een aantal dokken met op- en overslagactiviteiten. Het meetstation aan de Ring (R804) meet in vergelijking met de andere stations hogere concentraties bij wind vanuit het zuidwesten tot noorden. Vanuit deze richting wordt de invloed van de Ring gemeten. Ook bij andere windrichtingen zien we in vergelijking met overige stations hogere concentraties. We hebben hier niet onmiddellijk een verklaring voor. In zuidelijke en oostelijke richting hebben we nog wel de op- en afritten. De rozen van NO2 toonden evenwel veel minder verkeersinvloed aan bij wind vanuit zuidelijke en oostelijke richting.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

131


Figuur 83: Pollutierozen PM10 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 132

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


2.3.2 PM2,5 2.3.2.1 Emissie van PM2,5 Zoals reeds gezegd, zijn de meest recent beschikbare emissiedata deze voor 2016. Onderstaande figuren geven de cijfers weer van het rechtstreeks uitgestoten, primair PM2,5-stof. Figuur 84 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van primair PM2,5 in 2016. — —

73 % van de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie is te wijten aan huishoudens. • 89 % hiervan is te wijten aan gebouwenverwarming, voornamelijk aan houtverbranding. 19 % is te wijten aan het verkeer. • Hiervan is 78 % afkomstig van het wegverkeer en 15 % van het spoorverkeer.

De bijdrage van het verkeer is -zowel relatief als absoluut- minder dan voor PM10. Heropwaaiende deeltjes zijn immers groter dan 2,5 µm. De niet-uitlaat emissies afkomstig van de slijtage van remmen en banden en het wegdek bestaan ook voor een deel uit deeltjes groter dan 2,5 µm. Figuur 84: Aandeel van de sectoren in de emissies primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie in 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Figuur 85 toont de trend van de rechtstreeks uitgestoten (primaire) PM2,5-emissies door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. Tussen 2005 en 2016 zijn de emissies van primair PM2,5 in de Antwerpse agglomeratie met 19 % gedaald. Zoals voor PM10 is deze daling vooral te danken aan minder emissies door het wegverkeer. Het schommelende verloop van de emissies door huishoudens is gekoppeld aan strengere winters wanneer er meer houtverbranding plaatsvindt.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

133


Figuur 85: Trend van primaire PM2,5-emissies van verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Zoals al aangehaald bij PM10, bestaat fijn stof in de atmosfeer niet enkel uit primaire deeltjes die rechtstreeks worden uitgestoten, maar ook uit een secundaire fractie. De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer ontstaan door chemische en fysische reacties. Ook emissies van buiten de agglomeratie (Vlaanderen, de andere gewesten, buitenland) bepalen mee de gemeten concentraties in de Antwerpse agglomeratie. Zo is in Vlaanderen gemiddeld 70 tot 80 % van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en de andere gewesten7. Lokaal kan de Vlaamse bijdrage echter een stuk hoger zijn, vooral in steden. 2.3.2.2 Trend en toetsing PM2,5-concentraties In 2014 werden de meettoestellen voor het meten van PM10 vervangen door toestellen die simultaan PM10 en PM2,5 meten. Vanaf dan zijn er PM2,5-metingen op alle meetplaatsen. Trend Over de periode van 2007 â&#x20AC;&#x201C; 2017 daalden de PM2.5-jaargemiddelden geleidelijk. Op het enige meetstation met een volledige tijdreeks (R801) zien we een daling van 42 % tussen 2007 en 2017. De laatste 3 jaren zien we een stagnatie. Zoals bij PM10 zijn de concentraties in 2017 op de meeste plaatsen

7

Felix Deutsch en Wouter Lefebvre (VITO), 2018, Referentietaak Lokaal Leefmilieu, Deeltaak Import/export balans

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 134

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


gelijk aan of lichtjes hoger dan de concentraties van 2016, uitgezonderd op de meetplaats in Hoboken (HB23) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) (zie Figuur 86). Toetsing van het jaargemiddelde De Europese grenswaarde voor het jaargemiddelde van 25 µg/m³ PM2,5 wordt gehaald op alle meetplaatsen. De indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³ wordt gehaald vanaf 2011. De WGOadvieswaarde van 10 µg/m³ voor het jaargemiddelde wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Dit is ook zo in de rest van Vlaanderen. Figuur 86: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017

Tabel 23: PM2,5-jaargemiddelden op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817

2007 24

2008 22

2009 21

2010 21

2011 20

-

-

-

-

-

2012 17 19 -

2013 15 19 -

2014 15 16 -

2015 13 15 14 15 15 -

2016 13 15 14 14 15 14 13 14

2017 14 13 14 14 15 15 16 14 13

Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (10 µg/m³) Rood: overschrijdingen van de EU-grenswaarde (25 µg/m³) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde

Trend en toetsing van de daggemiddelden Bij de meetstations met een lange tijdreeks zien we over de periode 2007 - 2017 globaal een daling in het aantal dagen met een daggemiddelde hoger dan 25 µg/m³. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

135


In 2017 zien we een lichte daling op de meeste plaatsen tegenover 2016, uitgezonderd op de meetplaatsen Park Spoor Noord (R803) en Belgiëlei (R805) waar we eerder een stagnatie zien (zie Figuur 87). Europa definieerde geen grenswaarde voor PM2,5-daggemiddelden. De WGO-advieswaarde voor daggemiddelden, die maximaal 3 dagen met een concentratie hoger dan 25 µg/m³ toelaat, wordt op geen enkele meetplaats gehaald. Dit is ook zo in de rest van Vlaanderen. Figuur 87: Aantal dagen met een PM2,5 concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007 – 2017

Tabel 24: Aantal dagen met PM2,5-concentratie > 25 µg/m³ op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2007-2017

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804* R805 R817

2007 121 -

2008 97 -

2009 82 -

2010 82 -

2011 79 -

2012 65 77 -

2013 45 73 -

2014 48 52 -

2015 33 36 41 39 46 -

2016 47 48 50 48 54 48 41 52

2017 39 34 44 45 47 47 59 42 35

Blauw: overschrijdingen van de WGO-advieswaarde (3 dagen > 25 µg/m³ toegelaten per jaar) *: door de ligging van deze meetplaats toetsen we dit resultaat niet aan de EU-grenswaarde

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 136

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


2.3.2.3 Bepaling van de chemische samenstelling van PM2,5 Sinds 2016 bepaalt de VMM de chemische samenstelling van PM2,5 op de meetlocatie Borgerhoutachtergrond (R801). Hiervoor bemonstert de VMM elke dag de PM2,5-fractie met de gravimetrische referentiemethode. In het labo wordt vervolgens op één van de 4 stalen een chemische analyse uitgevoerd. In 2017 bestond de PM2,5-fractie in Borgerhout-achtergrond (R801) gemiddeld uit: − − − − −

47 % secundaire anorganische ionen (=som van ammonium, nitraat en niet-zeezout-sulfaat), 18 % organische massa, 5 % elementair koolstof, 4 % zeezout, 26 % andere (onder meer gebonden water en mineraal stof).

Bij vergelijking tussen de fracties van 2016 en 2017 zien we een: — —

daling van elementair koolstof (-34 %) en organische massa (-16 %), toename van de secundaire anorganische ionen (+12 %). Binnen de groep van secundaire anorganische ionen neemt niet-zeezout-sulfaat (+22 %) het meest toe ten opzichte van 2016.

Dit alles zorgt ervoor dat de totale concentratie in 2017 iets hoger is dan in 2016. Dezelfde tendensen tussen 2016 en 2017 zagen we ook bij de resultaten van de chemische samenstelling op de landelijke locatie in Retie (RT01) en op de stedelijke achtergrondlocatie in Gent (R701). Figuur 88: Chemische samenstelling van PM2,5 in Borgerhout-achtergrond (R801), 2016-2017 (µg/m³)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

137


2.3.2.4 Geografische spreiding van de PM2,5-concentratie en pollutierozen Figuur 89 toont de gemodelleerde jaargemiddelde PM2,5-concentratie in de Antwerpse agglomeratie en omgeving. Hiervoor werd het model ATMO-Street gebruikt. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden onder paragraaf 2.2.3 en bijlage 6. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2017 de meest recent beschikbare emissiedata van 2016 werden gebruikt. Een mogelijk effect van de LEZ weerspiegelt zich dus alsnog niet in de gemodelleerde resultaten. Op Figuur 89 zien we dat de gemodelleerde PM2,5-concentraties in de Antwerpse agglomeratie overwegend tussen 13 en 15 Âľg/mÂł liggen. Hogere concentraties vallen samen met de omringende snelwegen en de belangrijkste verkeersassen in de binnenstad.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 138

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 89: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

139


Figuur 90: Pollutieroos voor PM2.5 op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³)

De PM2,5-pollutierozen voor de verschillende meetplaatsen opgenomen in Figuur 90, hebben globaal dezelfde vorm, wat erop wijst dat de PM2,5 concentraties voor een zeer groot deel bepaald worden door regionale factoren. Dit is ook zo bij de PM10-rozen. Net zoals bij PM10 worden er ten opzichte van vorig jaar op alle meetplaatsen hogere concentraties gemeten bij wind vanuit het noordoosten. Deze hogere concentraties zijn grotendeels het gevolg van verhoogde concentraties in januari en februari bij wind uit het noordoosten. De vaststellingen die we maakten voor de PM10-pollutierozen van de meetplaatsen R801 en R802 langs de Plantin en Moretuslei en voor de meetplaats R804 langs de Ring gelden ook voor PM2,5. Bij wind vanuit het westen zien we op pollutieroos van het meetstation aan de Havannastraat (M802) - in tegenstelling tot bij de pollutieroos voor PM10 - vrijwel geen verhoogde concentraties. Dit duidt erop dat de op -en overslagactiviteiten voornamelijk een bron zijn van grover stof (met een diameter tussen 2,5 en 10 µm). Figuur 91 toont de pollutierozen voor PM2,5 voor 2017 op kaart. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 140

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 91: Pollutierozen PM2,5 voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

141


2.3.3 Zwarte koolstof/Elementair koolstof Het verschil in terminologie tussen elementair koolstof (EC) en zwarte koolstof (BC) heeft te maken met de fysische of chemische eigenschappen van de deeltjes, die tot uiting komen bij het meten van deze polluenten. De meettechniek voor het bepalen van zwarte koolstof maakt gebruik van de lichtabsorptiecapaciteiten van de deeltjes. Voor elementair koolstof wordt een thermische analysemethode gebruikt. Het gaat dus om zeer sterk aan elkaar verwante componenten, maar door de verschillende meetmethode zit er toch een variatie in de gemeten hoeveelheden. De emissiedata betreffen elementair koolstof. De resultaten van de luchtkwaliteitsmetingen handelen over zwarte koolstof. 2.3.3.1 Emissies van elementair koolstof De emissies van EC zijn rechtstreeks gelinkt aan de PM2,5-emissies. De berekening van EC gebeurt aan de hand van percentages van de hoeveelheid PM2,5 die afkomstig zijn uit de literatuur of uit metingen. Figuur 92 toont het aandeel van de sectoren in de emissies van elementair koolstof in 2016. In de Antwerpse agglomeratie leveren volgende sectoren de grootste bijdrage aan EC-emissies: — —

Huishoudens: 52 %. Hiervan kunnen we het grootste deel toewijzen aan de huishoudelijke verwarming en meer bepaald de verbranding van hout in open haarden en kachels. Verkeer: 43 %. Hiervan is wegverkeer de grootste bron. Dit komt doordat EC vooral gevormd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen met dieseluitstoot als één van de grootste bronnen. Het aandeel van verkeer is hier veel groter dan bij PM10 of PM2,5.

Figuur 92: Aandeel van de sectoren in de EC-emissies in de Antwerpse agglomeratie in 2016

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 142

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 93 toont de evolutie van de emissies van elementair koolstof door de verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie. De emissies van elementair koolstof zijn tussen 2005 en 2016 met 45 % gedaald. Dit is vooral te danken aan een daling van de emissies door het verkeer door de introductie van milieuvriendelijkere en efficiĂŤntere voertuigen. Ook de emissies door huishoudens bevatten heel wat elementair koolstof. De emissies van deze sector fluctueren van jaar tot jaar door meteorologische omstandigheden, waarbij strenge winters zorgen voor een verhoogd verbruik van fossiele brandstoffen en brandhout. Figuur 93: Trend van de emissies van elementair koolstof door verschillende sectoren in de Antwerpse agglomeratie

Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM

Elementair koolstof wordt door de verschillende bronnen onmiddellijk uitgestoten. Het wordt in de atmosfeer niet gevormd uit voorlopercomponenten. Hierdoor worden de concentraties elementair koolstof (of zwarte koolstof) in de omgevingslucht veel meer dan deze van PM10, bepaald door lokale bronnen. Gezien het belang van lokale bronnen, zien we ook grotere verschillen in de gemeten concentraties zwarte koolstof tussen stedelijke achtergrondmeetplaatsen en verkeersmeetplaatsen dan voor PM10 of PM2,5. 2.3.3.2 Trend en toetsing van de meetwaarden van zwarte koolstof Door de VMM worden metingen van zwarte koolstof uitgevoerd sinds 2008 in de Antwerpse agglomeratie. Trend Figuur 94 toont een dalende trend voor de concentraties zwarte koolstof. Op het meetstation Borgerhout-achtergrond (R801) met een volledige tijdreeks zien we een daling van 51 % tussen 2008 en 2017. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

143


In 2017 zien we een verdere daling ten opzichte van 2016. De daling in 2017 volgt de dalende trend van de afgelopen jaren. Figuur 94: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2017

Tabel 25: Jaargemiddelden zwarte koolstof op de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie voor de periode 2008 – 2017 (µg/m³)

AL01 HB23 M802 R801 R802 R803 R804 R805 R817

2008 3,35 -

2009 3,25 -

2010 2,96 -

2011 1,85 2,60 2,86 -

2012 1,45 2,16 2,50 3,58 -

2013 1,45 2,10 2,45 3,34 -

2014 1,37 1,92 2,39 3,14 -

2015 1,21 1,75 1,99 2,67 -

2016 1,21 1,74 1,90 2,50 1,61 2,28 1,57

2017 1,13 1,61 1,63 2,02 1,52 2,99 2,08 1,48

Toetsing regelgeving Voor zwarte koolstof bestaat er geen Vlaamse of Europese wetgeving. Ook de WGO heeft nog geen advieswaarden gepubliceerd voor zwarte koolstof. Zoals voor NO2 worden in 2017 de hoogste concentraties gemeten op de meetplaats langs de Ring (R804). Op de meetplaatsen aan de Belgiëlei (R805) en de Plantin en Moretuslei (R802) worden ook hogere concentraties zwarte koolstof gemeten. De laagste concentraties noteren we op de meetplaats Antwerpen-Linkeroever (AL01). Deze meetplaats ligt langs een jaagpad waar er weinig verkeer passeert. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 144

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Tussen de verkeersgerichte meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) (7,5 meter van de straatkant) en de stedelijke meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) (30 meter van de straatkant) zien we een verschil van ongeveer 20 % in 2017 in de jaargemiddelde concentratie zwarte koolstof. Dit betekent dat de concentratie van deze verkeersgerelateerde polluent vrij snel afneemt naarmate de afstand tot de weg toeneemt. Ook andere jaren was er een vrij groot verschil tussen beide meetplaatsen. 2.3.3.3 Geografische spreiding van de concentratie van zwarte koolstof en pollutierozen Figuur 95 toont de gemodelleerde jaargemiddelde concentraties van zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeraties en omgeving. Hiervoor werd het model ATMO-Street gebruikt. Meer uitleg en de beperkingen van dit model zijn te vinden onder paragraaf 2.2.3 en bijlage 6. Belangrijk is dat voor de opmaak van deze gemodelleerde kaart voor 2017 de meest recent beschikbare emissiedata van 2016 werden gebruikt. Een mogelijk effect van de LEZ weerspiegelt zich dus alsnog niet in de gemodelleerde resultaten. Op Figuur 95 zien we dat de hoogste concentraties zwarte koolstof samenvallen met de belangrijkste verkeersassen. De ruimtelijke verschillen in de gemodelleerde concentraties zijn groter dan voor PM10 en PM2,5. Dit komt omdat concentraties van zwarte koolstof in grotere mate bepaald worden door lokale bronnen. Dankzij de uitbreiding van de OSPM-module kan het model de concentraties op verkeersdrukke plaatsen en in street canyons beter inschatten.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

145


Figuur 95: Gemodelleerd jaargemiddelde zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 146

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 96: Pollutieroos voor zwarte koolstof voor de meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie in 2017 (µg/m³)

Op Figuur 96 zien we dat op de meetplaats Linkeroever (AL01) bij wind vanuit quasi alle richtingen de laagste concentraties zwarte koolstof worden gemeten. Op Figuur 96 zien we duidelijk dat de hoogste concentraties van zwarte koolstof worden gemeten aan de Antwerpse Ring (R804) bij wind vanuit het zuidwesten tot het noorden. Dit zagen we ook bij de NO2en NO-rozen. Bij deze windrichtingen wordt de invloed van de Ring gemeten. Op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) meten we vanuit het noordoosten tot het westen verhoogde concentraties. We meten hier niet enkel de invloed van de Plantin en Moretuslei op 7,5 m ten zuiden van de meetplaats, maar ook de invloed van de Montensstraat gelegen in oostelijke richting. Op de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) op 30 m van de straatkant zien we verhoogde concentraties vanuit zuidelijke richting. In vergelijking met de meetplaats aan de straatkant zijn de concentraties wel altijd lager, behalve bij wind vanuit noordelijke richting. Het feit dat de meetplaats Borgerhout-achtergrond (R801) meer is afgeschermd van de Montensstraat door een hoog gebouw, verklaart wellicht de lagere concentraties bij wind uit oostelijke richting in vergelijking met het station aan de straatkant (R802). \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

147


De concentraties vanuit quasi alle richtingen zijn, zonder de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802) en de meetplaats aan de Ring (R804) in beschouwing te nemen, het hoogst op de meetplaats Belgiëlei (R805). Dit meetstation ligt op de middenberm van de Belgiëlei en wordt omgeven door verkeer. Ten zuiden van de meetplaats Luchtbal (M802) ligt de Havanastraat. Ten westen van deze meetplaats ligt de Noorderlaan. In deze richting zijn ook parkeerplaatsen gelegen. Net zoals we zagen bij NO2 zijn mogelijks de verhoogde concentraties bij wind vanuit het westen hieraan de wijten. Op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) zien we iets hogere waarden in noordelijke richting door de aanwezigheid van de verkeersas Groenenborgerlaan. Op de meetplaats Park spoor Noord (R803) zien we bij wind vanuit zuidelijke richting invloed van het verkeer op de Viséstraat. Figuur 97 toont de pollutierozen voor zwarte koolstof voor 2017 op kaart.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 148

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 97: Pollutierozen concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse agglomeratie in 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

149


2.3.4 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM 10 2.3.4.1 Methode Op alle meetplaatsen opgericht bij het invoeren van de LEZ gebeurden de metingen van zwarte koolstof eind 2017 met een aethalometer (Magee AE33). Onderstaande tabel geeft de datum weer van de ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen. Tabel 26 : Datum van ingebruikname van de aethalometer op de verschillende meetplaatsen

Meetplaats

Adres

R803: Antwerpen-Park spoor Noord

Viséstraat, Antwerpen

Datum ingebruikname aethalometer 06/07/2017

R804: Antwerpen-Ring R805: Antwerpen-Belgiëlei

Afrit Borgerhout Belgiëlei, Antwerpen

01/11/2016 03/03/2017

R817: Antwerpen-Groenenborgerlaan

Groenenborgerlaan, Antwerpen

01/11/2015

De aethalometer Magee AE33 meet de absorptie van het licht door zwarte koolstof bij verschillende golflengten, van ultraviolet tot infrarood. De lichtabsorptie door de deeltjes afkomstig van houtverbranding en afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen tonen een verschillende afhankelijkheid van de gebruikte golflengte. Historisch gezien wordt zwarte koolstof bij een aethalometer bepaald bij infraroodlicht van 880 nm. Het toestel bepaalt eveneens de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof (BC) door middel van de aethalometermethode8. Bij deze methode gaat men ervan uit dat de gemeten absorptie bij elke golflengte de som is van de absorptie door deeltjes afkomstig van houtverbranding en afkomstig van fossiele brandstoffen. Zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen associëren we vooral met dieselroet. BC = BCwb + BCff wb = woodburning ff = fossil fuel De VMM9 bepaalde de bijdrage van houtverbranding aan PM10 in het verleden aan de hand van de concentratie levoglucosan. Deze organische verbinding is een pyrolyseproduct van cellulose en vormt een goede tracer voor de verbranding van biomassa. De inschatting van de bijdrage van houtverbranding aan PM10 gebeurde in het verleden aan de hand van een factor 10,7 gebaseerd op onderzoek in Oostenrijk10. In een recente publicatie 11 gebaseerd op Vlaamse data werd ingeschat dat de factor van 10,7 te laag is en werd een nieuwe factor van 22,56 vooropgesteld. Het verschil tussen de oude en de nieuwe factor kan gedeeltelijk verklaard worden

8

J. Sandradewi et al. (2008), Using Aerosol Light Absorption Measurements for the Quantitative Determination of Wood Burning and Traffic Emission Contributions to Particulate Matter, Environmental Science & Technology 42 (9), 3316-3323 9 VMM (2011), Chemkar PM , Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2010 10 VMM (2013), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2011-2012 10 C. Schmidl et al. (2008), Chemical characterisation of fine particle emissions form wood stove combustion of common woods grown in midEuropean Alpine regions, Atmospheric Environment 42 (2008), 126-141 11 W. Maenhout et al. (2016), Sources of the PM10 aerosol in Flanders, Belgium, an re-assessment of the contribution from wood burning, Science of the Total Environment, 562, 550-560 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 150

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


vanwege het feit dat de nieuwe factor ook secundair stof in rekening brengt. VITO12 gebruikte deze nieuwe factor in een recente studie in Dessel betreffende de bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging door burgers. Vergelijking met andere methoden voor het berekenen van de bijdrage van houtverbranding aan PM10 toonde aan dat vermenigvuldiging van de levoglucosanconcentraties met de factor 22,56 behoorde tot de meest waarschijnlijke methoden voor het bepalen van de bijdrage van houtverbranding aan PM10. De studie van VITO vond een goede correlatie tussen de concentratie levoglucosan en de concentratie zwarte koolstof te wijten aan de verbranding van hout. Ze vonden de volgende relatie: Levoglucosan (µg/m3) = 0,5 x BCwb (µg/m3) We gebruiken in dit rapport deze gevonden relatie voor het berekenen van de bijdrage van houtverbranding aan PM10 in de Antwerpse agglomeratie. De gebruikte formule wordt dan : PM10_wb (µg/m3) = 22,56 x 0,5 x BCwb (µg/m3) De formule geeft ook aan dat de ‘black carbon’ van houtverbranding maar ca. 10% bedraagt van de totale bijdrage van houtverbranding aan fijn stof. Het overgrote deel van de bijdrage bestaat uit bruine koolstof (‘brown carbon’) en organische koolstof. Omdat er nog teveel onzekerheden gepaard gaan met de schatting van de totale bijdrage van verkeer aan PM10 beperken we ons hier tot het aandeel van verkeer aan zwarte koolstof. 2.3.4.2 Bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof en PM10 In Figuur 98 tot Figuur 101 zien we voor 2017 per maand de concentratie zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en de concentratie zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof. In Figuur 102 tot Figuur 105 wordt de bijdrage van houtverbranding aan PM10 weergegeven. Zoals hierboven aangegeven bestaat de bijdrage van houtverbranding aan fijn stof maar voor een klein deel uit zwarte koolstof. Het overgrote deel van de bijdrage bestaat uit bruine koolstof (‘brown carbon’) en organische materiaal. De bijdrage van verkeer aan PM10 bestaat voor een groter deel uit zwarte koolstof. De bijdrage van verkeer aan organisch materiaal is met de gebruikte apparatuur echter niet te bepalen. Fijn stof stof afkomstig van houtverbranding bestaat uit deeltjes afkomstig van onvolledige verbranding. Dit fijn stof is waarschijnlijk even schadelijk als fijn stof afkomstig van andere verbrandingsbronnen zoals het verkeer13. De concentraties zwarte koolstof en PM10 afkomstig van houtverbranding zijn duidelijk hoger in de wintermaanden in vergelijking met de zomermaanden14. We zien dat de concentraties zwarte koolstof afkomstig van verkeer ook iets hoger zijn in de wintermaanden in vergelijking met de zomermaanden. In de wintermaanden hebben we vaker meteoomstandigheden - zoals temperatuursinversies - waarbij de luchtverontreiniging minder goed verdund wordt. Tabel 27 geeft de absolute en de relatieve bijdrage van houtverbranding aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof en aan PM10 en dit voor de winter- en zomermaanden van 2016 en 2017 en voor gans 2016 en 2017. Enkel perioden met 90 % gegevensvastlegging worden weergegeven.

12

M. Van Poppel et al. (2017), Inschatting van de bijdrage van houtverbranding door burgers aan luchtverontreiniging in Vlaanderen B. Brunekreef et al. (2012), Ten principles for clean air. Eur Resp J 2012; 39 :525-528 14 wintermaanden: januari-maart en oktober-december; zomermaanden: april-september 13

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

151


Voor gans 2017 bedroeg de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) respectievelijk 0,09 en 0,19 μg/m³. De bijdrage van houtverbranding aan PM10 op deze meetplaatsen bedroeg in 2017 respectievelijk 1,1 en 2,1 μg/m³. In de wintermaanden van 2017 bedroeg de bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) respectievelijk 0,28 en 0,31 µg/m3. De bijdrage van houtverbranding aan PM10 op deze meetplaatsen bedroeg respectievelijk 2,0 en 3,5 µg/m3. Ter vergelijking : tijdens een meetperiode van 4 december 2015 tot en met 31 januari 2016 op 4 meetplaatsen in Dessel werd er volgens dezelfde methodiek een bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof gevonden tussen de 0,34 en 0,53 µg/m3. Aangezien op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) ongeveer 2 keer zoveel zwarte koolstof wordt gemeten en ook iets meer PM10, zijn de verschillen in relatieve bijdragen tussen de 2 meetplaatsen groter. Voor gans 2017 bedroeg de relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) respectievelijk 3 en 13 %. De relatieve bijdrage aan PM10 bedroeg in 2017 respectievelijk 4 en 9 %. In de wintermaanden van 2017 bedroeg de relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof op de meetplaatsen Antwerpen-Ring (R804) en Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) respectievelijk 5 en 18 %. De relatieve bijdrage aan PM10 bedroeg tijdens de wintermaanden van 2017 respectievelijk 7 en 15 %. In de voorstedelijke omgeving van de meetplaats R817 aan de Groenenborgerlaan stellen we op basis van deze metingen dus meer houtverbranding vast dan op de meetplaats R804 aan de Ring. Wanneer we in de toekomst beschikken over volledige datareeksen op alle meetplaatsen, zal een betere vergelijking kunnen gebeuren tussen de bijdragen van houtverbranding aan luchtverontreiniging in een stedelijke en voorstedelijke omgeving. Tabel 27 : Absolute en relatieve bijdrage van houtverbranding aan de totale hoeveelheid zwarte koolstof en PM10 en dit voor de winter- en zomermaanden van 2016 en 2017 en voor gans 2016 en 2017

BC (µg/m3)

BCff (µg/m3)

BCwb (µg/m3)

% BCwb in BC

PM10 (µg/m3)

PM10_wb (µg/m3)

% PM10_wb in PM10

winter 2016

1,83

1,56

0,28

15

24,3

3,1

13

R817

zomer 2016

1,31

1,25

0,06

5

21,8

0,7

3

R804

winter 2017

3,29

3,11

0,18

5

28,5

2,0

7

R817

winter 2017

1,71

1,40

0,31

18

23,6

3,5

15

R804

zomer 2017

2,74

2,71

0,02

1

22,6

0,2

1

R805

zomer 2017

1,77

1,75

0,02

1

21,4

0,3

1

R817

zomer 2017

1,23

1,17

0,06

5

20,6

0,7

3

R817

2016

1,57

1,40

0,17

11

23,1

1,9

8

R804

2017

2,99

2,90

0,09

3

25,5

1,1

4

R817

2017

1,48

1,29

0,19

13

22,1

2,1

9

meetplaats

periode

R817

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 152

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 98: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803)

Figuur 99: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

153


Figuur 100: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-BelgiĂŤlei (R805)

Figuur 101: Zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 154

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 102: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Park Spoor Noord (R803)

Figuur 103: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

155


Figuur 104: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats Antwerpen-BelgiĂŤlei (R805)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 156

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 105: PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 op de meetplaats AntwerpenGroenenborgerlaan (R817)

2.3.4.3 Dagverloop in de winter- en zomermaanden Figuur 106 en Figuur 107 geven voor alle dagen van de week het verloop15 van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en afkomstig van fossiele brandstoffen. Figuur 106 geeft het verloop voor de wintermaanden van 2017 en Figuur 107 voor de zomermaanden van 2017. Enkel de meetplaatsen met minstens 90 % gegevensvastlegging voor deze perioden worden meegenomen. De hoogste concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding in de winter worden ’s avonds gemeten. Vooral op de meetplaats Groenenborgerlaan (R817) zijn de concentraties gemiddeld hoger tijdens het weekend in vergelijking met weekdagen. In de zomer zijn de concentraties veel lager en zien we quasi dezelfde concentraties over de dag. In het verloop van de concentraties zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen zien we in de week een ochtend- en een avondpiek. De avondpiek was wel meer uitgesproken tijdens de wintermaanden. Tijdens weekenddagen zien we enkel een avondpiek. De concentraties waren lager tijdens het weekend dan tijdens de week. Figuur 108 en Figuur 109 geven voor alle dagen van de week het verloop van PM10 afkomstig van houtverbranding en het verloop van PM10. Ook hier tonen we een figuur met het verloop voor de wintermaanden en een figuur voor de zomermaanden van 2017 en weerhouden we enkel de meetplaatsen met minstens 90 % gegevensvastlegging.

15

Deze dagverlopen staan in UT (= universal time). — In de winter verschilt UT 1 uur met lokale tijd, bij voorbeeld 2 uur UT = 3uur lokale tijd — In de zomer verschilt UT 2 uur met lokale tijd, bijvoorbeeld 2 uur UT = 4 uur lokale tijd \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

157


De concentraties PM10 variëerden weinig over de de dag. Wel werden er in het weekend iets lagere concentraties gemeten en dit zowel tijdens de winter- als tijdens de zomermaanden. PM10 afkomstig van houtverbranding werd berekend uit de concentratie zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding volgens de formule vermeld onder 2.3.4.1. Het verloop is bijgevolgd identiek aan het verloop van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding. Op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) zien we voor PM10 een piekje op donderdag in de voormiddag tijdens de wintermaanden en tijdens de middag op dinsdag in de zomermaanden. Deze zijn telkens te wijten aan verhoogde PM10concentraties gedurende één uur op deze meetplaats.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 158

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Figuur 106: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de wintermaanden 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

159


Figuur 107: Dagverlopen van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstoffen (BCff) voor de zomermaanden 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 160

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 108: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de wintermaanden 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

161


Figuur 109: Dagverlopen van PM10 afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 voor de zomermaanden 2017

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 162

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


2.3.4.4 Bijdrage van houtverbranding in functie van de windrichting Figuur 110 geeft voor de meetplaatsen Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) en Antwerpen-Ring (R804) (met minstens 90 % gegevensvastlegging) de concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding en van fossiele brandstof weer in functie van de windrichting voor 2017. De hoogste concentraties zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding werden op deze meetplaatsen gemeten bij wind vanuit het zuidoosten. Voor beide meetplaatsen liggen in deze windrichting woonwijken. In een vroegere studie16 naar houtverbranding zagen we weliswaar ook op alle meetplaatsen verhoogde bijdragen van houtverbranding uit deze windrichting. Deze verhoogde concentraties zijn mogelijk deels te wijten aan invoer van buiten Vlaanderen. Ook bij wind vanuit noordoostelijke richting zien we verhoogde concentraties. De pollutierozen van zwarte koolstof afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen zijn totaal verschillend van deze van zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding. De hoogste concentraties op de meetplaats Antwerpen-Ring (R804) maten we bij wind van over de Ring. Op de meetplaats Antwerpen-Groenenborgerlaan (R817) maten we de hoogste concentraties bij wind vanuit noordelijke richting. Figuur 110: Pollutieroos voor zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding (BCwb) en voor zwarte koolstof afkomstig van fossiele brandstof (BCff) in 2017 (Âľg/m3)

BCwb

330

340

0

3500.5

BCff 10

20

0.4

320 310

50

0.2

290

70

10

20

30

4

40 50

3

300

60

0

350 5

320 310

40

0.3

300

330

30

340

60

2

290

70

280

0.1

80

280

1

80

270

0

90

270

0

90

100

260

260 250

110

240

120

230 220

130 140 210

200

190

180

R804

170

160

150

100

250

110

240

120

230 220

130 140 210

R817

200

190

180

R804

170

160

150

R817

Figuur 111 geeft voor dezelfde meetplaatsen de pollutierozen voor PM10 afkomstig van houtverbranding en ter vergelijking deze van totaal PM10. Aangezien PM10 afkomstig van houtverbranding werd berekend uit de zwarte koolstof afkomstig van houtverbranding volgens de formule vermeld onder 2.3.4.1 is de vorm van de pollutieroos identiek. De hoogste concentraties PM10 afkomstig van houtverbranding en totaal PM10 werden gemeten bij wind vanuit oostelijke richting. De hoogste concentraties werden voor totaal PM10 evenwel gemeten bij wind uit noordoostelijke richting, de hoogste concentraties PM10 afkomstig van houtverbranding bij wind vanuit zuidoostelijke richting.

16

VMM (2011), Chemkar PM10, Chemische karakterisering van fijn stof in Vlaanderen-2010

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ \\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

163


Figuur 111: Pollutieroos PM afkomstig van houtverbranding (PM10_wb) en totaal PM10 in 2017 (Âľg/m3)

PM10_wb

330

340

0

350 5

PM10

10

20

4

320 310

320 310

40 50

3

300

330

30

70

1

80

280

270

0

90

270

100

260

250

110

240

120

230 220

130 140 210

200

190

180

R804

170

160

R817

150

10

20

30 40 50

60

20

290

280

260

0

35040

30

300

60

2

290

340

70

10

80

0

90 100

250

110

240

120

230 220

130 140 210

200

190

180

R804

170

160

150

R817

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 164

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Effect van de invoer van de lage-emissiezone op de concentraties 2.4.1 Inleiding In de haalbaarheidsstudie17 die de stad Antwerpen liet uitvoeren voor de invoering van de lage-emissiezone werden slechts beperkte dalingen in de concentraties PM10 en PM2,5 gemodelleerd ten gevolge van de invoering ervan. In de verdere bespreking kijken we bijgevolg enkel naar de polluenten NO2 en zwarte koolstof. De grootste relatieve reducties werden gemodelleerd voor elementair koolstof wat net zoals zwarte koolstof een maat is voor roet18. Voor NO2 is het te verwachten effect van de LEZ kleiner omdat nieuwe diesels nog altijd vrij veel NO2 uitstoten (zie 2.2.1). Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving . Op deze manier kan de impact van het weer en de vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. In de praktijk blijft deze oefening moeilijk. Het aantal verkeersgerichte meetplaatsen in Vlaanderen in een stedelijke omgeving is beperkt en in vele steden zijn er ook diverse maatregelen aangekondigd met het doel de luchtkwaliteit te verbeteren. Voorbeelden hiervan zijn het circulatieplan in Gent en de aankondiging van een invoering van een LEZ in Gent en Mechelen. Deze maatregelen of initiatieven beïnvloeden uiteraard ook de concentraties in deze steden, waardoor een vergelijking met de trends binnen de LEZ van Antwerpen bemoeilijkt wordt. Daarnaast zal de LEZ in Antwerpen ook leiden tot een wijziging van het wagenpark buiten de LEZ en daar ook de concentraties beïnvloeden. Ook binnen de LEZ zullen bepaalde verkeersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld ‘de Knip’ in de Leien die startte in juni 2017, leiden tot andere verkeersstromen in de binnenstad en tot meer of minder verkeer in de omgeving van de meetplaatsen. Ten slotte moet ook rekening gehouden worden met het effect van het anticiperend gedrag van de mensen om te voldoen aan de voorwaarden van de LEZ. De invoering van de LEZ werd immers al 2 jaar eerder aangekondigd. Hierdoor zal het effect van de invoering dus al ten dele aanwezig geweest zijn voor de effectieve invoering op 1 februari 2017. Om toch een eerste idee te hebben van het effect van de invoering van de lage-emissiezone op de concentraties, worden in dit gedeelte de concentraties van 2017 van de meetplaatsen in Antwerpen vergeleken met deze van 2016. We kijken of er verschillen zijn tussen de verschillende typen meetplaatsen. Eveneens worden de verschillen in concentraties tussen 2017 en 2016 van de meetplaatsen binnen de Antwerpse agglomeratie vergeleken met de verschillen in concentraties van de overige meetplaatsen in Vlaanderen.

17

Transport & Mobility Leuven (2012), Haalbaarheidsstudie voor invoering en beheer van lage emissiezone(s) in de stad Antwerpen Het verschil tussen zwarte koolstof en elementair koolstof is vooral van meettechnische aard. Bij zwarte koolstof gebeurt de meting op basis van een optische methode, bij elementair koolstof gebruikt men een thermische methode. 18

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

165


2.4.2 Vergelijking 2017 ten opzichte van 2016 Jaargemiddelde concentraties in de Antwerpse agglomeratie Zoals we in dit rapport reeds aangaven maten we in 2017 op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie lagere concentraties voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof in vergelijking met 2016. Tabel 28 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2017 ten opzichte van 2016 voor NO2 (µg/m³) Jaargemiddelde 2016

Jaargemiddelde 2017

Absolute daling

Relatieve daling

AL01

Antwerpen-Linkeroever

27,0

26,3

0,7

3%

HB23

Hoboken

26,9

26,3

0,6

2%

R801

Borgerhout-achtergrond

38,6

36,1

2,5

6%

R802

Borgerhout-straatkant

45,0

42,4

2,6

6%

R803

Antwerpen-Park Spoor Noord

32,1

31,4

0,7

2%

R804

Antwerpen-Ring

-

54,4

-

-

R805

Antwerpen-Belgiëlei

42,6

40,3

2,3

5%

R817

Antwerpen-Groenenborgerlaan

31,8

30,2

1,6

5%

Tabel 29 : Absolute en relatieve daling in de jaargemiddelden bij vergelijking van 2017 ten opzichte van 2016 voor zwarte koolstof (µg/m³) Jaargemiddelde 2016

Jaargemiddelde 2017

Absolute daling

Relatieve daling

AL01

Antwerpen-Linkeroever

1,21

1,13

0,08

7%

R801

Borgerhout-achtergrond

1,90

1,63

0,27

14 %

R802

Borgerhout-straatkant

2,50

2,02

0,48

19 %

R803

Antwerpen-Park Spoor Noord

1,61

1,52

0,09

6%

R804

Antwerpen-Ring

-

2,99

-

-

R805

Antwerpen-Belgiëlei

2,28

2,08

0,20

9%

R817

Antwerpen-Groenenborgerlaan

1,57

1,48

0,09

6%

Uit Tabel 28, Tabel 29 en Figuur 112 blijkt dat de daling van de jaargemiddelde concentratie NO2 en zwarte koolstof in 2017 in vergelijking met 2016 het grootst is op de meetplaatsen met de hoogste concentraties. Dit zijn de meetplaatsen die het sterkst beïnvloed worden door het verkeer. De meetplaats Havanastraat (M802) hebben we buiten beschouwing gelaten omdat deze beïnvloed wordt door een lokale of industriële bron.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 166

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802 en R801) en op de meetplaats aan de Belgiëlei (R805) zien we een daling van meer dan 2 µg/m3 NO2. Voor de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei is dit een daling van 6 %, voor de meetplaats aan de Belgiëlei is dit een daling van 5 %. Op de overige meetplaatsen ligt de absolute daling tussen de 0,6 µg/m3 en 1,6 µg/m3 en de relatieve daling tussen de 2 % en 5 % De grootste daling van de concentraties zwarte koolstof wordt gemeten op de meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei, namelijk 0,48 µg/m3 of 19 % op de meetplaats R802 (7,5 m van de straatkant) en 0,27 µg/m3 of 14 % op de meetplaats R801 (30 m van de straatkant gelegen). Op de verkeersgerichte meetplaats aan de Belgiëlei bedraagt de daling 0,20 µg/m3 of 9 %. Op de overige meetplaatsen ligt de daling tussen de 0,08 en 0,09 µg/m3 of tussen de 6 en 7 %. De daling op de meetplaatsen met de laagste concentraties weerspiegelt de daling van de achtergrondconcentraties en de eventuele impact van het verschil in meteorologische omstandigheden tussen 2017 en 2016. Aangezien de daling op de meer verkeersgerichte meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie groter is dan op de achtergrondmeetplaatsen, is dit een aanwijzing van verminderde emissies door het verkeer in de omgeving van de verkeersgerichte meetplaatsen. Opmerking hierbij is wel dat de invloed van het weer op de concentraties verschillend kan zijn afhankelijk van het soort meetplaats. Deze invloed kan dus verschillend zijn op een achtergrondmeetplaats in vergelijking met een verkeersgerichte meetplaats. Weersomstandigheden met een slechte verdunning van de vervuiling (bijvoorbeeld temperatuursinversie of lage windsnelheid) kunnen op plaatsen met veel emissies bijvoorbeeld een groter effect hebben op de concentraties. De verschillende weersomstandigheden in 2016 en 2017 kunnen bijgevolg een verschillende invloed gehad hebben op de verschillende soorten meetplaatsen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

167


Figuur 112: Daling in de jaargemiddelde concentraties in 2017 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor NO2 (bovenste figuur) en zwarte koolstof (onderste figuur) voor de meetstations in de Antwerpse agglomeratie

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 168

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Dagverlopen De dagverlopen19 per meetplaats, opgesplitst naar werkdagen en niet-werkdagen20, zijn opgenomen in Figuur 113 (voor NO2) en Figuur 114 (voor zwarte koolstof). De schaal van de Y-as kan verschillen. Op werkdagen zien we vooral een daling op de momenten met de hoogste concentraties, namelijk overdag en tijdens de spitsuren. Dit is opnieuw een aanwijzing van lagere emissies door het verkeer in de omgeving van de verkeersgerichte meetplaatsen. Op niet-werkdagen zien we de daling veel minder, alhoewel de avondpieken even hoog of bijna even hoog zijn als tijdens werkdagen. Mogelijke verklaringen zijn een verschil in meteorologische omstandigheden tijdens niet-werkdagen in 2017 in vergelijking met 2016 of een andere samenstelling van het wagenpark tijdens niet-werkdagen in vergelijking met werkdagen. Figuur 115 zet voor elk halfuur van de dag de gemiddelde daling van de concentraties voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof uit ten opzichte van de gemiddelde halfuurwaarde in 2016. Per meetplaats hebben we dus 48 punten. Deze figuur toont enerzijds opnieuw aan dat de grootste daling wordt gemeten op de tijdstippen met de hoogste concentraties. Anderzijds toont deze figuur nog een keer aan dat de grootste daling wordt waargenomen op de meetplaatsen waar de hoogste concentraties worden gemeten, namelijk de verkeersgerichte meetplaatsen aan de Plantin en Moretuslei (R802) en aan de Belgiëlei (R805). Vergelijking met de overige meetstations in Vlaanderen Gemiddeld over alle Vlaamse stations, zonder de 8 NO2-meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2017 ten opzichte van 2016 voor NO2 een absolute daling van 0,6 µg/m³ en een relatieve daling van 3 %. Voor de meetstations in Vlaanderen, met uitzondering van de 7 meetstations in de Antwerpse agglomeratie, zien we in 2017 ten opzichte van 2016 voor zwarte koolstof gemiddeld een absolute daling van 0,12 µg/m³ en een relatieve daling van 8 %. In Figuur 116 wordt de daling van de jaargemiddelde concentratie NO2 en zwarte koolstof in 2017 in vergelijking met 2016 uitgezet ten opzichte van het jaargemiddelde in 2016 voor alle meetplaatsen in Vlaanderen. Voor NO2 zien we dat de laagste concentraties in Vlaanderen rond de 15 µg/m3 liggen. De daling van de concentraties in 2017 op deze achtergrondmeetplaatsen is beperkt. We gaan ervan uit dat de impact van lokale bronnen en lokaal verkeer op deze achtergrondmeetplaatsen beperkt is. Voor de overige meetplaatsen is er een vrij grote spreiding op de trend, gaande van een daling van ca. 5 µg/m3 tot een stijging van bijna 2 µg/m3. We kijken of de relatieve daling van de concentraties na aftrek van de achtergrondconcentratie al dan niet groter is in de LEZ dan op de overige meetplaatsen in Vlaanderen. De stippellijnen in Figuur 116 geven de maximale relatieve daling of stijging weer waarbij telkens de twee meetplaatsen met de grootste of kleinste daling buiten beschouwing werden gelaten. De daling op de meetplaatsen binnen de LEZ ligt daarbij binnen de vork van de overige meetplaatsen binnen Vlaanderen. Het feit dat de meetplaatsen R801 en R802 aan de Plantin en Moretuslei en de meetplaats R805 aan de Belgiëlei aan de hogere kant van de vork liggen, zou kunnen wijzen op een beperkt netto effect van de LEZ in vergelijking met de rest van Vlaanderen, maar op andere plaatsen in Antwerpen zoals de meetplaats R803 in

19

x-as van dagverlopen in UT (universal time) andere software werden berekend als deze bij het gedeelte houtverbranding spreken we hier over werkdagen en niet-werkdagen (= weekend en feestdagen) 20 Aangezien deze dagverlopen met een

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

169


Park Spoor Noord zien we hier geen indicatie voor. Samen met de kleine verschillen maakt dit het erg moeilijk om een algemene uitspraak te doen over een algemeen effect van de LEZ op de NO 2-concentraties in Antwerpen. Voor zwarte koolstof zien we op een aantal plaatsen in Antwerpen meer indicatie dat de concentraties sterker dalen dan elders. Dit is vooral uitgesproken voor het meetstation R802 aan de straatkant van de Plantin en Moretuslei. Voor het meetstation R803 in Park Spoor Noord en R805 aan de Belgiëlei zien we dan weer relatief minder effect dan elders. Deze vaststellingen maken het daarom ook moeilijk om een algemene uitspraak te doen over het effect van de LEZ op concentraties zwarte koolstof in Antwerpen. Ook het beperkt aantal verkeersgerichte stations in stedelijke omgeving elders in Vlaanderen, die vaak ook beïnvloed worden door allerlei maatregelen, bemoeilijken de interpretatie.

2.4.3 Besluit Een uitspraak doen over het effect van de lage-emissiezone in Antwerpen op de concentraties gemeten in 2017 in de omgevingslucht moet met de nodige omzichtigheid gebeuren. Een berekende daling in verkeersemissies is niet één op één terug te vinden in de gemeten concentraties. Hiervoor zijn verschillende redenen: — — —

wisselende meteorologische omstandigheden van jaar tot jaar kunnen een grote impact hebben op de gemeten concentraties, er zijn ook andere bronnen dan verkeer voor NO2 en zwarte koolstof, emissies en trends in de rest van Vlaanderen, andere gewesten en het buitenland dragen bij aan de concentratie van vervuilende stoffen in de Antwerpse agglomeratie.

Om het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen te beoordelen zou men een vergelijking moeten kunnen uitvoeren van de trend van de concentraties binnen de LEZ met de trend van de concentraties binnen een sterk vergelijkbare stedelijke omgeving waar er geen LEZ ingevoerd is. Op deze manier kan de impact van het weer en van de vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen op de concentraties worden ingeschat en zou men een netto-effect van de LEZ kunnen berekenen. Verkeersgerichte metingen in andere steden zijn echter beperkt en ook in deze steden zijn er vaak maatregelen of initiatieven die een impact hebben op de luchtkwaliteit. Om een eerste idee te hebben van het effect van de invoering van de LEZ in Antwerpen op de concentraties NO2 en zwarte koolstof, werden de concentraties van de verschillende meetplaatsen in Antwerpen met elkaar en met de rest van Vlaanderen vergeleken. We zien dat de grootste daling in 2017 in vergelijking met 2016 wordt waargenomen op de verkeersgerichte meetplaatsen. We zien ook vooral een daling op de tijdstippen met de hoogste concentraties, namelijk overdag en tijdens de spitsuren. De grotere daling van de concentraties NO2 en zwarte koolstof op de meer verkeersgerichte meetplaatsen in de LEZ kan een indicatie zijn van verminderde emissies door het verkeer in de omgeving van deze meetplaatsen. De dalingen zijn in verhouding groter voor zwarte koolstof dan voor NO2. Voor zwarte koolstof zien we op de verkeersgerichte meetplaatsen in de LEZ een daling tussen de 9 en 19 %, voor NO2 zien we een daling tussen de 5 en 6 %. Wanneer we dalingen van de NO2-concentraties in 2017 ten opzichte van 2016 vergelijken met deze van de overige meetstations in Vlaanderen zijn er maar beperkte aanwijzingen dat de LEZ een extra lokale daling

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 170

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


van de NO2-concentraties heeft teweeggebracht. De dalingen liggen binnen de range die we elders in Vlaanderen waarnemen. Voor zwarte koolstof zien we wel dat op de verkeersgerichte meetplaats R802 aan de Plantin en Moretuslei de concentraties meer dalen dan elders, maar op andere meetplaatsen in Antwerpen zien we dat effect niet, waardoor het moeilijk is om een algemene uitspraak te doen over het lokaal netto-effect van de LEZ op de concentraties zwarte koolstof. Metingen over een langere periode zullen mogelijk toelaten een meer gefundeerde uitspraak te doen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

171


Figuur 113: Dagverloop van de NO2-concentraties op werkdagen (links) en op niet-werkdagen (rechts) voor de jaren 2016-2017 (schaal Y-as varieert soms)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 172

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

173


\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 174

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

175


Figuur 114: Dagverloop van de concentraties zwarte koolstof op werkdagen (links) en op niet-werkdagen (rechts) voor de jaren 2016-2017 (schaal Y-as varieert soms)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 176

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017

177


\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 178

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Figuur 115: Daling in de concentraties over de dag (per gemiddelde halfuur) in 2017 ten opzichte van 2016 in functie van de gemiddelde halfuurconcentratie 2016 tijdens werkdagen voor NO2 (bovenste figuur) en voor zwarte koolstof (onderste figuur)

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017 179


Figuur 116: Daling in de jaargemiddelde concentraties in 2017 ten opzichte van 2016 in functie van de jaargemiddelde concentratie in 2016 voor NO2 (bovenste figuur) en zwarte koolstof (onderste figuur) voor alle Vlaamse meetstations

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 180

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


3.

BESLUIT

3.1 Haven van Antwerpen De VMM voerde in 2017 verschillende metingen uit in het Antwerpse havengebied. Op basis van de resultaten kunnen we het volgende besluiten: SO2: − Alle Europese grenswaarden, drempel- en alarmwaarden voor SO2 werden gerespecteerd in 2017. Slechts één van de zeven meetplaatsen haalden in 2017 de WGO-dagadvieswaarde. − De jaargemiddelde concentratie was in 2017 ongeveer één derde van het jaargemiddelde 2007. − De SO2-emissies kennen van 2000 - 2014 een dalende trend, daarna is de trend licht stijgend. − De voornaamste bronnen zijn de raffinaderijen in het centrum van de haven. NO2: − De Europese jaargrenswaarde werd in 2017 overschreden op de meetplaats Muisbroeklaan (R894). − Op de andere meetplaatsen werden de EU-jaargrenswaarde gerespecteerd ook de EU-uurgrenswaarde en de WGO-advieswaarde werd in 2017 op alle meetplaatsen gerespecteerd. − Er was een globaal dalende trend over de periode 2007-2017, behalve op de locatie Muisbroeklaan (R894) die in deze periode een licht stijgende trend kent. − De concentraties in het Antwerpse havengebied lagen zo’n 20% hoger dan het Vlaams gemiddelde. − De NOx-emissies kennen een dalende trend tot 2014 daarna stabiliseren ze. − Pollutierozen duiden industriële bronnen en de invloed van verkeer aan. Fijn stof: PM10: − De Europese jaargrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-jaaradvieswaarde werd niet gehaald. − De Europese daggrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-dagadvieswaarde werd niet gehaald. − De primaire PM10-emissies door industrie stegen. NOx(NO2) had in 2017 het grootste aandeel in de stofprecursoren. − Globale dalende trend van de concentraties tussen 2007-2017. PM2,5: − De Europese jaargrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-advieswaarden voor jaar- en daggemiddelden werden overschreden. − Er is een dalende trend van de emissies van primair PM2.5. Zwarte koolstof: − De concentraties zwarte koolstof in de Antwerpse haven zijn vergelijkbaar met de virtuele Vlaamse meetplaats ‘industrieel’. − De trend van de concentraties van zwarte koolstof is dalend. − De voornaamste bronnen zijn (scheeps)verkeer en havenactiviteiten in het centrum van het havengebied. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017 181


Ozon: − Tijdens een hittegolf in 2017 werd op 21 juni de informatiedrempel van 180 µg/m³ overschreden. De alarmdrempel werd niet overschreden. − De Europese streefwaarde werd gehaald. De langetermijndoelstelling werd overschreden − De WGO-advieswaarde werd 31 maal overschreden in 2016. − Er is weinig variatie de laatste tien jaar. − De emissies kenden in de periode 2000-2016 een dalende trend en de concentratie een stijgende trend. BTEX: − De jaargemiddelde benzeenconcentratie lag op meetplaats Polderdijkweg (R822) hoger dan de Europese grenswaarde, maar er was onvoldoende databeschikbaarheid voor strikte toetsing. De andere gemeten benzeenjaargemiddelden lagen ver onder deze waarde. − De VLAREM-richtwaarde voor benzeen en de WGO-advieswaarden voor tolueen werden ruim gerespecteerd. − De industriële emissies van benzeen, tolueen en xyleenisomeren in de Antwerpse haven daalden tussen 2006 en 2016. − De metingen wijzen als bron onder andere de petroleumraffinaderijen aan. − Meetwaarden in het centrum van haven (R822) zijn veel hoger dan aan de rand (R833, AL01 en M802). VOS: − De emissies van totaal NMVOS kennen een dalende trend. − In 2017 maten we 32 VOS-componenten met actieve bemonstering op de meetplaats Antwerpen-Ekerse Dijk (R893). − De gemeten concentraties lagen veelal hoger dan het gemiddelde voor Vlaanderen. Deze vergelijking is indicatief. PCB’s: − De PCB-depositie is hoog in de onmiddellijke nabijheid van een schrootbedrijf in Kallo. In deze buurt zijn er echter geen woongebieden. PAK’s: − De concentratie van benzo(a)pyreen (B(a)P) bedroeg 0,13 ng/m3 op de meetplaats Kallo en is lager dan het algemeen Vlaams meetnetgemiddelde van 0,16 ng/m³. − Het jaargemiddelde van B(a)P in de haven ligt onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3 maar boven het kankerrisico dat de WGO hanteert voor benzo(a)pyreen. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft het risico als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.

3.2 Antwerpse agglomeratie NO2: − De Europese jaargrenswaarde (en dus ook de WGO-jaaradvieswaarde) werd overschreden op 1 automatische meetplaats, namelijk op de meetplaats Borgerhout-straatkant (R802). Ook op 13 van de 19 meetplaatsen met passieve samplers werd een indicatief jaargemiddelde boven 40 µg/m³ genoteerd.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 182

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


− − −

Het hoogste NO2-jaargemiddelde werd gemeten op de meetplaats aan de Ring (R804). Echter omwille van de ligging is deze meetplaats minder representatief voor de menselijke blootstelling. Daarom worden de resultaten van R804 niet getoetst aan de Europese regelgeving. De Europese uurgrenswaarde werd gerespecteerd op alle meetplaatsen. De WGO-advieswaarde voor de uurgemiddelden werd gerespecteerd op alle meetplaatsen.

Fijn stof: PM10 en PM2,5: − De Europese grenswaarden voor PM10 en PM2,5 werden gerespecteerd op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie. Wel werden alle WGO-advieswaarden overschreden op alle meetplaatsen. Zwarte koolstof: − De hoogste concentraties werden gemeten aan de Antwerpse Ring (R804) en op de verkeersgerichte meetplaatsen Borgerhout-straatkant (R802) en Belgiëlei (R805) en de laagste concentraties op de meetplaats Antwerpen-Linkeroever (AL01). Houtverbranding: − De bijdrage van houtverbranding aan de concentraties zwarte koolstof en PM10 is duidelijk hoger in de wintermaanden. De hoogste bijdrage van houtverbranding in de winter wordt ’s avonds gemeten. De bijdrage is hoger in het weekend dan in de week. − De relatieve bijdrage van houtverbranding aan zwarte koolstof op de meetplaatsen Ring (R804) en Groenenborgerlaan (R817) bedroeg in 2017 respectievelijk 3 en 13 %. De relatieve bijdrage aan PM 10 bedroeg in 2017 respectievelijk 4 en 9 %. In de wintermaanden van 2017 bedroeg de relatieve bijdrage aan PM10 op deze meetplaatsen respectievelijk 7 en 15 %. Fijn stof afkomstig van houtverbranding bestaat uit deeltjes afkomstig van onvolledige verbranding. Dit fijn stof is waarschijnlijk even schadelijk als fijn stof afkomstig van andere verbrandingsbronnen zoals het verkeer. Effect invoer LEZ: In 2017 maten we op alle meetplaatsen in de Antwerpse agglomeratie lagere concentraties voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof in vergelijking met 2016. De absolute daling voor de polluenten NO2 en zwarte koolstof is het grootst op de meetplaatsen die het sterkst beïnvloed worden door het verkeer. Deze daling kan een indicatie zijn van verminderde emissies door het verkeer. In welke mate de daling van de concentraties van NO2 en zwarte koolstof op de meetplaatsen binnen de LEZ van Antwerpen toe te schrijven is aan de invoering van die LEZ in Antwerpen en/of aan de algemene vernieuwing van het wagenpark in Vlaanderen is moeilijk te bepalen. Metingen over een langere periode zullen mogelijk toelaten een meer gefundeerde uitspraak te doen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017 183


BIJLAGEN

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 184

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2005)

beta-absorptie

-

16% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

PM10

81102

µg/m³

TEOM

oscillerende microbalans

-

14% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

PM10

81102

µg/m³

TEOM-FDMS

oscillerende microbalans met correctie voor afdamping

-

16% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010) Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010) Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010)

type approval

volgens norm

ESM FH 62 I-R

uitbesteding

meetprincipe analyse

µg/m³

onder accreditatie

toesteltype

81102

bepaling meetonzekerheid

eenheid

PM10

parameter

SAROAD-code

meetonzekerheid

Automatische meetnetten

ja1

nee

n.v.t.

ja1

nee

n.v.t.

ja1

nee

n.v.t.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

185


PM10

81102

µg/m³

FIDAS200

optical particle counter + conversion to mass concentration

-

12% bij daggemiddelde van 50 µg/m³

CEN/TS 16450

ja1

nee

n.v.t.

PM2,5

81104

µg/m³

TEOM-FDMS

oscillerende microbalans met correctie voor afdamping

-

20% bij daggemiddelde van 30 µg/m³

ja1

nee

n.v.t.

PM2,5

81104

µg/m³

FIDAS200

-

nee

n.v.t.

42401

µg/m³

TS 43i

EN14212

volgens EN14212

ja1

nee

ja

NO NO2

42601 42602

µg/m³ µg/m³

TS 42i TS 42i

chemiluminescentie chemiluminescentie

EN14211 EN14211

volgens EN14211

ja1 ja1

nee nee

ja ja

O3

44201

µg/m³

API T400

UV-fotometrie

EN14625

13% bij daggemiddelde van 30 µg/m³ 15% bij uurgemiddelde van 350 µg/m³; 15% bij daggemiddelde van 125 µg/m³ 15% bij uurgemiddelde van 200 µg/m³; 15% bij jaargemiddelde van 40 µg/m³ 15% bij uurgemiddelde van 240 µg/m³; 15% bij 8uurgemiddelde van 120 µg/m³

ja1

SO2

optical particle counter + conversion to mass concentration UV-fluorescentie

Guide to demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods (jan 2010) CEN/TS 16450

volgens EN14625

ja1

nee

ja

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 186

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


zwarte koolstof

16111

µg/m³

MAAP 5012

benzeen

45201

µg/m³

AirmoBTX GC 866

tolueen

45202

µg/m³

AirmoBTX GC 866

ethylbenzeen

45203

µg/m³

AirmoBTX GC 866

m+p-xyleen

45109

µg/m³

AirmoBTX GC 866

o-xyleen

45204

µg/m³

AirmoBTX GC 866

benzeen

45201

µg/m³

Synspec GC 955-600

tolueen

45202

µg/m³

Synspec GC 955-600

ethylbenzeen

45203

µg/m³

Synspec GC 955-600

m+p-xyleen

45109

µg/m³

Synspec GC 955-600

o-xyleen

45204

µg/m³

Synspec GC 955-600

1:

multihoek-absorptiefotometrie vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) vlamionisatiedetector (FID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID) fotoïonisatiedetector (PID)

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

-

nee

nee

n.v.t.

BELAC 456-TEST - VMM Dienst Lucht

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

187


SAROAD-code

eenheid

toesteltype bemonstering

meetprincipe analyse

volgens norm

meetonzekerheid

onder accreditatie

onderaanneming

uitbesteding

dioxines

16930

pg TEQ/(m².dag)

Bergerhoff kruik

HRGC/MS

EPA 1613

24%

ja2

ja

dioxines

coplanaire PCB

16954

pg TEQ/(m².dag)

Bergerhoff kruik

HRGC/MS

EPA 1613

37%

ja2

ja

coplanaire PCB

fluorantheen

85602

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

pyreen

85204

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

chryseen

85208

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(a)anthraceen

85215

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(b)fluorantheen

85220

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(k)fluorantheen

85223

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

dibenzo(a,h)anthraceen

85231

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(g,h,i)peryleen

85237

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

bepaling meetonzekerheid

parameter

Semiautomatische meetnetten

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 188

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


benzo(a)pyreen (b)

85242

ng/m³

geen

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

indeno(1,2,3-cd)pyreen (b)

85243

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzo(j)fluorantheen

85224

ng/m³

Leckel

ASE+GC-MS

CEN/TS16645:2014

-

-

-

-

benzeen

45201

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

25%

spike recovery

ja²

tolueen

45202

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

25%

spike recovery

ja²

nee

ethylbenzeen

45203

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

22%

spike recovery

ja²

nee

m+p-xyleen

45109

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

21%

spike recovery

ja²

nee

o-xyleen

45204

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

16%

spike recovery

ja²

nee

propylbenzeen

45209

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

25%

spike recovery

ja²

nee

m-ethyltolueen

45212

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

30%

spike recovery

ja²

nee

p-ethyltolueen

45213

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

o-ethyltolueen

45211

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

1,3,5-trimethylbenzeen

45207

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

26%

spike recovery

ja²

nee

1,2,4-trimethylbenzeen

45208

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

33%

spike recovery

ja²

nee

nee

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

189


1,2,3-trimethylbenzeen

45225

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

n-pentaan

43220

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

n-hexaan

43231

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

35%

spike recovery

ja²

nee

n-heptaan

43232

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

36%

spike recovery

ja²

nee

n-octaan

43233

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

31%

spike recovery

ja²

nee

n-nonaan

43235

µg/m³

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

44%

spike recovery

ja²

nee

isopentaan

43221

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

3-methylpentaan

43230

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

33%

spike recovery

ja²

nee

3-methylhexaan

43249

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

40%

spike recovery

ja²

nee

1-hexeen

43245

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

47%

spike recovery

ja²

nee

1,2-dichloorethaan

43815

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

50%

spike recovery

ja²

nee

tetrachloorethyleen

43898

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

24%

spike recovery

ja²

nee

chloorbenzeen

45801

passieve sampler met Carbograph 4

ATD + GC

EN 14662-4

22%

spike recovery

ja²

nee

µg/m³

µg/m³

µg/m³

µg/m³

µg/m³

µg/m³

µg/m³

2

: BELAC 005-TEST - SGS Belgium NV

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 190

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


Afbakening Antwerpse haven Met de Antwerpse haven wordt in dit rapport het gebied bedoeld met industriële havenactiviteiten dat zich uitstrekt ten westen, noordwesten en noorden van de Antwerpse agglomeratie. Contractueel is vastgelegd om alle relevante metingen in het havengebied te rapporteren en te vergelijken met meetwaarden in Vlaanderen. Zodat het havenbedrijf geïnformeerd is over de luchtkwaliteit in de Antwerpse haven. Daarnaast is binnen het Antwerpse havengebied voor de Europese commissie een luchtkwaliteitszone gedefinieerd. Hiervoor is een regio gedefinieerd, de zone BEF01S, waarbinnen een aantal meetplaatsen ook gerapporteerd worden aan Europa. Die meetplaatsen zijn vooral gericht op representativiteit voor de algemene bevolking. Een aantal meetstations van de VMM liggen ook in deze zone maar worden niet gerapporteerd aan Europa. Er zijn ook meetstations die net buiten de zone liggen maar wel beïnvloed worden door de havenactiviteiten. Dit rapport omvat alle relevante meetstations in de ruime havenomgeving ongeacht of deze aan Europa gerapporteerd worden. Figuur 117 toont de Antwerpse haven met daarbinnen aangeduid de afbakening van de luchtkwaliteitszone BEF01S.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

191


Figuur 117: kaart afbakening Antwerpse haven

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 192

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Afbakening Antwerpse agglomeratie Met de agglomeratie Antwerpen (luchtkwaliteitszone BEF02A) worden volgende districten bedoeld: Antwerpen (min 6 sectoren die tot de zone Antwerpse haven behoren), Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Merksem en Wilrijk. Het district Berendrecht-Zandvliet-Lillo wordt niet weerhouden wegens het industriële karakter ervan. Dit district valt volledig in de zone Antwerpse haven. Het district Hoboken valt volledig binnen de zone Antwerpse agglomeratie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor de zware metalen. Hierbij wordt de wijk Moretusburg in Hoboken als een aparte zone gedefinieerd. De speciale beschermingszones die in VLAREM II (artikel 1.1.2) rond Antwerpen gedefinieerd werden, namelijk Antwerpen, Borsbeek, Edegem, Mortsel, Schoten, Wijnegem en Wommelgem werden toegevoegd aan de zone Antwerpse agglomeratie. Zwijndrecht werd wegens het industriële karakter toegevoegd aan de zone Antwerpse haven.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

193


Figuur 118: kaart afbakening Antwerpse agglomeratie

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 194

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie â&#x20AC;&#x201C; jaarrapport 2017


Beschrijving van de polluenten 4.1 Zwaveldioxide – SO2 Zwaveldioxide (SO2) lost gemakkelijk op in water en heeft een zuur karakter. Bij inademing is SO2 irriterend en bij hoge concentraties kan het ademhalingsproblemen veroorzaken, vooral bij personen die lijden aan astma of chronische longziekten. SO2 heeft nadelige effecten op de vegetatie door de rechtstreekse opname van SO2 door de planten. Verder is SO2 in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor de verzuring van het milieu. Ook zorgt deze stof voor een versnelde verwering van historische gebouwen of steen in het algemeen en voor metaalcorrosie. Ten slotte draagt SO2 bij aan de vorming van fijn stof. Zwaveldioxide wordt uitgestoten in het milieu, voornamelijk door verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen en aardolie.

4.2 Stikstofoxides – NO/NO2 Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. NO wordt door reacties met zuurstof en ozon omgezet tot NO2. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. NOx dragen bij aan de vorming van fijn stof. Verder spelen NOx een belangrijke rol in de milieuverzuring en de fotochemische smogvorming. NOx kunnen net als SO2 over grote afstanden getransporteerd worden en kunnen dus effecten veroorzaken in verafgelegen gebieden. Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen.

4.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. Naargelang hun oorsprong maakt men onderscheid tussen primaire en secundaire deeltjes. Primaire deeltjes ontstaan door rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer door verschillende soorten bronnen of door mechanische verkleining van grover materiaal: bijvoorbeeld zware metalen bij metaalverwerking. Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische of fysische reacties uit gasvormige componenten zoals ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden of organische verbindingen. Stofdeeltjes deelt men vaak in volgens de grootte op basis van de aerodynamische diameter (a.d.). Dit is de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

195


PM10 en PM2,5 is de verzameling van stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 respectievelijk 2,5 µm. Ultrafijn stof (UFP) is de verzamelnaam voor deeltjes met een a.d. kleiner dan 0,1 µm (PM 0,1). Zwarte koolstof is een onderdeel van fijn stof en wordt gevormd bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Zwarte koolstof bevindt zich voornamelijk in de ultrafijne fractie van het fijn stof en is een maat voor de roetconcentratie in de omgevingslucht. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) beschouwt zwarte koolstof als een nuttige indicator voor het evalueren van lokale maatregelen met als doel de blootstelling aan fijn stof ten gevolge van gemotoriseerd verkeer te verminderen21. Studies hebben verbanden aangetoond tussen de aanwezigheid van PM in de omgevingslucht en gezondheidseffecten op korte en lange termijn. Voor PM is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geen veilige drempelwaarde waaronder geen nadelige effecten voorkomen. Bij korte episodes – 24 uur – van luchtverontreiniging verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties en astma. Verder kan fijn stof bloedvaten doen dichtslibben en hartaanvallen veroorzaken. Bij chronische blootstelling maakt de WGO melding van een vermindering van de longfunctie, een toename van chronische luchtwegaandoeningen en een verminderde levensverwachting. Midden 2012 classificeerde het International Agency for Research on Cancer (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de WGO, dieseluitlaatgassen als kankerverwekkend voor de mens. Dieselwagens stoten – ten opzichte van benzinewagens – veel meer stikstofoxiden en roetdeeltjes uit. Eind 2013 classificeerde het IARC ook fijn stof als kankerverwekkend voor de mens22. Belangrijk is dat fijn stof niet enkel kan leiden tot longkanker, een langdurige blootstelling kan ook borstkanker en kankers van het spijsverteringsstelsel induceren23. Algemeen wordt aangenomen dat ook ultrafijn stof schadelijk is, maar de wetenschappelijke kennis hierover is nog beperkt. De dienst Milieurapportering van de VMM (MIRA) berekende de ziektelast door de verschillende milieupolluenten voor de Vlaamse bevolking24. Omgerekend per inwoner van Vlaanderen bedroeg die één verloren gezond levensjaar in een volledig leven bij een levenslange blootstelling aan de huidige concentraties. Belangrijk hierbij is dat dit om een gemiddelde waarde gaat. Bij bepaalde gevoelige personen, zoals astmapatiënten, kinderen en ouderen, zal de reële impact groter zijn dan bij anderen. Uit deze studie volgde ook dat fijn stof – PM10 en PM2,5 – ongeveer 71% van de verloren gezonde levensjaren ten gevolge van milieufactoren voor zijn rekening neemt. Tijdens een fijnstofepisode doen mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtverontreiniging best geen ongewone lichamelijke inspanningen. Tot deze groep behoren jonge kinderen, ouderen, personen met het chronisch obstructief longlijden (COPD) en personen met hart- en vaatziekten. Tijdens dergelijke fijnstofepisodes raadt men iedereen af om langdurige fysieke inspanningen, zoals joggen, te doen. Omwille van de kleine afmeting – de diameter is kleiner dan een honderdste van een millimeter – kunnen fijnstofdeeltjes gemakkelijk overal binnendringen en zijn de concentraties ervan binnenshuis niet significant lager dan in de buitenlucht. Andere effecten van stofdeeltjes zijn verminderde zichtbaarheid en bevuiling van blootgestelde oppervlakken en materialen. Ze hebben mogelijk een invloed op het klimaat: naargelang de samenstelling

21

http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0004/162535/e96541.pdf?ua=1 http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/pr221_E.pdf 23 Wong C.M. et al. 2016. Cancer mortality risks from long-term exposure to ambient fine particle. Cancer Epidemiol biomarkers prev; 25(5): 839-45 24 MIRA (2012), Inschatting ziektelast en externe kosten veroorzaakt door verschillende milieufactoren in Vlaanderen, MIRA, MIRA/2012/06 22

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 196

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


kan fijn stof zowel voor afkoeling als voor opwarming zorgen. Bovendien draagt fijn stof bij tot de verzurende en vermestende depositie.

4.4 Ozon – O3 Ozon (O3) wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar in de omgevingslucht gevormd door fotochemische reacties in de atmosfeer. Ozon is dus een secundaire polluent die op warme dagen, onder invloed van zonlicht, gevormd wordt op basis van de precursoren NOx (stikstofoxiden) en VOS (vluchtige organische stoffen). Voor de bronnen van ozon verwijzen we naar de bronnen van NOx en VOS. Er bestaat geen lineair verband tussen de hoeveelheid ozon en de uitstoot van de precursoren. Voor een duurzame daling van de ozonconcentraties is een globale vermindering van de uitstoot van de precursoren noodzakelijk. Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon een aantal gezondheidseffecten veroorzaken, waaronder een (tijdelijke) longfunctievermindering. Samen met andere stoffen uit de ‘zomersmog cocktail’, waaronder peroxyacetylnitraat (PAN), kan ozon leiden tot gezondheidsklachten zoals prikkende ogen, hoesten en irritatie van de slijmvliezen. Het optreden van deze symptomen is afhankelijk van de individuele gevoeligheid: personen met aandoeningen van de luchtwegen zullen sneller een effect waarnemen dan personen met een normale longfunctie. Ook kinderen en ouderen zijn gevoeliger. Bovendien bestaat er een zogenaamde groep ‘responders’ – zowat 10% van de bevolking – die om onduidelijke redenen extra gevoelig zijn voor hoge ozonconcentraties. De effecten zijn echter voor iedereen afhankelijk van de dosis die men ondervindt. Die dosis is het product van drie termen: dosis (µg) = ozonconcentratie (µg/m³) x blootstellingstijd (seconde) x inademdebiet (m³/s) —

de ozonconcentratie: hoe hoger de concentratie, hoe meer mensen klachten zullen hebben en hoe ernstiger de klachten zullen zijn. Men kan echter niet precies aangeven vanaf welke concentraties welke effecten te verwachten zijn;

—

de duur van de blootstelling: hoe langer de blootstelling, hoe groter de klachten. Gezondheidseffecten zijn gerelateerd aan een gemiddelde concentratie gedurende een 8-uur durende blootstelling;

—

het ademdebiet: bij lichamelijke inspanningen in de buitenlucht zal de ademhaling versnellen en zal er per seconde meer lucht de longen passeren. In vergelijking met een persoon in rust betekent dit een grotere dosis aan ozon en dus meer kans op een effect.

Voor de gemiddelde bevolking is de concentratie de factor die het meest van dag tot dag varieert. De concentratie bepaalt dus in hoofdzaak de dosis die men binnenkrijgt. De VMM licht de media en de bevolking in als er ozondagen zijn. Dit zijn dagen met een overschrijding van de Europese informatiedrempel op minstens één meetplaats in Vlaanderen. Op deze dagen kunnen een aantal voorzorgsmaatregelen de effecten van ozonepisodes beperken. Bij ozonconcentraties hoger dan de Europese informatiedrempel van 180 μg/m³ is het aangewezen om van 12 tot 22 uur geen zware inspanningen buitenshuis te leveren en indien mogelijk binnen te blijven. Binnenshuis zijn de ozonconcentraties gemiddeld de helft lager. Vooral mensen met luchtwegproblemen en kinderen volgen dit advies best op. Indien er desondanks toch nog gezondheidsklachten optreden, is het aangewezen de huisarts te raadplegen. Hij is het best op de hoogte van de persoonlijke gezondheidstoestand van de patiënt en is dus het best geplaatst om bijkomend advies te verstrekken. Te veel ozon komt vooral voor bij zonnig, (zeer) warm weer en weinig wind.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

197


Hoge ozonconcentraties veroorzaken ook schade aan gewassen25. Naast zichtbare symptomen als spikkels op het blad zijn er ook onzichtbare effecten waarbij de cellen aangetast zijn, maar de plant niet afsterft. Dit resulteert in verminderde groei en opbrengst. Deze chronische beschadigingen leiden tot belangrijke economische schade. Daarnaast brengt ozon de planten onder stress, met een verhoogde productie van het plantenhormoon etheen tot gevolg. Dit leidt tot het te vroeg afsterven of afrijpen of een onnatuurlijk vroegtijdige bladval. Kortetermijndrempelwaarden voor ozon bieden weinig bescherming aan de vegetatie. Zelfs acute schade wordt nauwelijks voorkomen. Alhoewel de inwerking van ozon op planten zeer complex is en gerelateerd is aan onder meer klimatologie, bodemvochtigheid, ontwikkelingsstadium van de plant, voedingstoestand, standplaats en cultuurvariëteit werd toch een wetgeving uitgewerkt. Ozon kan ook de verwering van materialen, voornamelijk kunststoffen, veroorzaken. Ten slotte levert ozon in de onderste luchtlagen (troposfeer) een bijdrage aan het broeikaseffect.

4.5 Vluchtige organische stoffen - VOS Vluchtige organische stoffen (VOS) omvatten een groot aantal componenten die als gassen of dampen in de omgevingslucht voorkomen. Ze behoren tot bepaalde klassen naargelang ze enkel de elementen koolstof en waterstof bevatten of ook heteroatomen waaronder zuurstof, stikstof, halogenen en zwavel. Sommige VOS-componenten zoals benzeen en vinylchloride zijn kankerverwekkend en werken rechtstreeks in op de gezondheid. Daarnaast hebben de VOS een onrechtstreeks effect op het milieu door hun aandeel in de fotochemische luchtverontreiniging. Samen met stikstofoxiden vormen ze, op warme dagen, onder invloed van zonnestralen immers ozon en oxidanten die de gezondheid, gewassen en materialen schade toebrengen. Ook hebben ze een aandeel in de fijnstofproblematiek door de vorming van secundair fijn stof. Tenslotte spelen bepaalde VOS zoals methaan en chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK) een rol in het broeikaseffect en de aantasting van de ozonlaag.

4.6 PCB’s Polychloorbifenylen (PCB’s) is een verzamelnaam voor zo’n 209 verschillende stoffen. 12 hiervan zijn uiterst giftig en staan bekend als de dioxineachtige PCB’s. Ze hebben eenzelfde werking als de dioxines. Niet alle PCB’s zijn even schadelijk. Om de toxiciteit van een PCB-mengsel met elkaar te vergelijken, worden de resultaten uitgedrukt in toxische equivalenten (TEQ). Hierbij vermenigvuldigt men de concentratie van elke afzonderlijke verbinding met zijn respectievelijke toxiciteitsfactor. PCB’s werden door de mens geproduceerd en hadden diverse industriële toepassingen. Sinds de jaren tachtig is er een verbod op hun productie. PCB’s breken nauwelijks af, we vinden ze nog steeds in het milieu. Vooral schrootbedrijven stoten deze stoffen uit in de lucht waarna ze binden op stofdeeltjes. Dit stof valt op zijn beurt neer op gewassen die als voeding dienen voor mens en dier. Vervolgens binden de PCB’s zich op dierlijke lichaamsvetten waarna de mens deze, na consumptie van dierlijke producten zoals vlees, vis en

25

Deutsch F., Vandermeiren K. (2013), Ozonschade aan vegetatie: Literatuurstudie en studie naar de haalbaarheid van een indicator op basis van de ozonflux en naar de implicaties voor de gebiedsdekkende berekening via een luchtkwaliteitsmodel, studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA, MIRA/2013/12, VITO, CODA-CERVA https://www.milieurapport.be/publicaties/2014/ozonschade-aan-vegetatie-literatuurstudie-en-studie-naar-de-haalbaarheid-van-een-indicator-opbasis-van-de-ozonflux-en-naar-de-implicaties-voor-de-gebiedsdekkende-berekening-via-een-luchtkwaliteitsmodel

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 198

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


zuivelproducten, opneemt. Net omdat de opname van PCB’s voornamelijk gebeurt via voeding, is het belangrijk dat ze niet voorkomen in agrarische gebieden en woonzones. De VMM meet de PCB’s in neervallend stof, ook depositie genoemd. Zo bepaalt ze in welke mate PCB’s uit de lucht kunnen neerslaan en er een potentieel risico is tot opname via de voedselketen. De resultaten zeggen iets over de kwaliteit van de omgevingslucht. De analyse gebeurt isomeer specifiek voor alle 12 toxische PCB-verbindingen, met behulp van een gaschromatograaf gekoppeld aan een hoge resolutie massaspectrometer (GC-HRMS). De depositieresultaten zijn uitgedrukt in picogram toxische equivalenten per vierkante meter per dag (pg TEQ/(m².dag)). De dioxines zijn verwant aan de PCB’s en werken op dezelfde manier in op het lichaam. Momenteel meet de VMM geen dioxines meer in de Antwerpse haven.

4.7 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen – PAK’s Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) ontstaan hoofdzakelijk door onvolledige verbranding. Bepaalde verbindingen uit deze groep zijn kankerverwekkend en kunnen DNA-schade veroorzaken. De meeste PAK’s komen vooral gebonden aan fijn stof in de lucht voor. De lichtere verbindingen zijn ook in de gasfase aanwezig. PAK’s zijn vrij stabiel en kunnen daardoor over grotere afstanden door de lucht getransporteerd worden. PAK’s in lucht kunnen door neerslag of door droge depositie ook op de bodem, op gewassen of in oppervlaktewater terechtkomen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

199


overzicht luchtkwaliteitsnormen De Europese Commissie definieerde streef- en grenswaarden en alarmdrempels voor diverse polluenten. Deze Europese normen zijn opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De Europese regelgeving is vaak gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO definieert advieswaarden voor verschillende polluenten. Die advieswaarden hebben als doel de risico’s van gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken en zijn meestal strenger dan de Europese grensof streefwaarden. Bij de definiëring van deze Europese grens- of streefwaarden werd er, naast de gezondheidseffecten, rekening gehouden met de technische haalbaarheid. Daarnaast werd een kostenbatenanalyse uitgevoerd om de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus in te schatten.

5.5 Zwaveldioxide – SO2 De Europese Richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden en een alarmdrempel voor SO 2. In deze richtlijn is ook een kritiek niveau voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. Daarnaast definieerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) advieswaarden en een kritiek niveau voor de bescherming van de vegetatie. Tabel 30: Regelgeving voor SO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2000 en 2005)

Onderwerp Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid EU-richtlijn 2008/50/EG*

Alarmdrempel Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie

Middelingstijd

Doelstelling 350 µg/m³; 1 uur max. 24 overschrijdingen per jaar 125 µg/m³; 1 dag max. 3 overschrijdingen per jaar Gedurende 3 opeenvolgende 500 µg/m³ uren Jaar en winterseizoen**

20 µg/m³

1 dag

20 µg/m³

10 minuten

500 µg/m³

Jaar en/of winterseizoen**

10-30 µg/m³ (afhankelijk van vegetatietype)

Advieswaarde WGO Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie

*: sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor SO2 gerespecteerd worden. **: het winterseizoen is van 1 oktober tot en met 31 maart.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 200

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


5.6 Stikstofoxides – NO/NO2 De Europese richtlijn 2008/50/EG legt grenswaarden en een alarmdrempel op voor NO 2. In de richtlijn 2008/50/EG is eveneens een kritiek niveau voor NOx voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. De grenswaarden voor NO2 moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. Richtlijn 2008/50/EG bood de kans om uitstel te vragen voor het behalen van de grenswaarden. De Europese commissie verleende uitstel voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie. Tot 2015 werd in die zones de grenswaarde gesommeerd met de maximale overschrijdingsmarge (50 %) ,dit komt overeen met een jaargrenswaarde van 60 µg/m³. Vanaf 2015 verviel deze overschrijdingsmarge voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie en moet er getoetst worden aan de jaargrenswaarde van 40 µg/m³. In 2015 werd de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ echter overschreden in de luchtkwaliteitszone BEF02A ‘Agglomeratie Antwerpen’. Daarop werd een saneringsplan opgesteld voor deze zone. Tabel 31: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG)

Polluent

NO2*

NOx

Onderwerp

Middelingstijd

Doelstelling

1 uur

200 µg/m³; max. 18 overschrijdingen per jaar

Jaar

40 µg/m³

Alarmdrempel

Gedurende 3 opeenvolgende uren

400 µg/m³

Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie

Jaar

30 µg/m³

Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

*: sinds 1 januari 2010 moet de grenswaarde voor NO2 gerespecteerd worden.

De Europese regelgeving uit voorgaande tabel is gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De Europese jaargrenswaarde komt overeen met wat de WGO adviseert. In tegenstelling tot de Europese regelgeving definieert de WGO geen alarmdrempel en laat ze geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde van 200 µg/m³, zie onderstaande tabel. Tabel 32: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005)

Polluent NO2

NOx

Onderwerp

Middelingstijd

Doelstelling

1 uur

200 µg/m³

Jaar

40 µg/m³

Jaar

30 µg/m³ uitgedrukt als NO2

Advieswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

201


5.7 Fijn stof – PM10 en PM2,5 5.3.1 Regelgeving PM10 De Europese richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden voor PM10 op basis van gezondheidsstudies, economische gevolgen en de technische haalbaarheid. De WGO-advieswaarden voor PM10 zijn strenger dan de Europese grenswaarden. De WGO baseert zich enkel op gezondheidsstudies. Tabel 33: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)

EU-richtlijn 2008/50/EG*

Onderwerp Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid

WGO

Middelingstijd 1 dag 1 jaar 1 dag

Advieswaarden 1 jaar

Doelstelling 50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar 40 µg/m³ 50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar 20 µg/m³

*: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM10 gerespecteerd worden.

5.3.2 Regelgeving PM2,5 Richtlijn 2008/50/EG definieert grens- en streefwaarden voor PM2,5. Hierin staat ook de nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling tegen 2020 ten opzichte van 2010. Hiertoe wordt een gemiddelde blootstellingsindex (GBI) gedefinieerd: dit is de gemiddelde PM2,5-concentratie op stedelijke achtergrondmeetplaatsen over de laatste 3 jaar binnen een bepaalde lidstaat. De gravimetrische metingen op de stedelijke achtergrondmeetplaatsen in Brugge (BB15), Borgerhout-achtergrond (R801), Schoten (R811) en Gent-Baudelohof (R701) worden gebruikt voor de bepaling van de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) voor Vlaanderen, zoals bepaald in bijlage 2.5.3.14 van VLAREM II. Tabel 34: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG)

EU-regelgeving (2008/50/EG)

Middelingstijd Doelstelling

Datum waarop de waarde moet bereikt zijn

Grenswaarde

Jaar

25 µg/m3

1 januari 2015

Indicatieve grenswaarde

Jaar

20 µg/m3

1 januari 2020

GBI

15,2 µg/m³

2020

GGBI

15,7 µg/m³

2020

GBI

20 µg/m³

2015

Nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Vlaamse streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Blootstellingsconcentratieverplichting

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 202

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


De WGO nam in haar Air quality guidelines van 2005 advieswaarden voor PM2,5 op. Tabel 35: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005)

WGO-advieswaarden (WGO 2005)

Middelingstijd

Doelstelling

Jaar Dag

10 µg/m³

Advieswaarde

25 µg/m³ - max. 3 overschrijdingen per jaar

5.3.3 Regelgeving zwarte koolstof Momenteel bestaat er op Europees of Vlaams niveau geen regelgeving voor zwarte koolstof. De WGO formuleerde nog geen advieswaarden voor de gezondheid.

5.8 Ozon – O3 Tabel 36 toont een overzicht van de Europese regelgeving voor ozon ter bescherming van de gezondheid. De WGO-advieswaarde is ook opgenomen. Tabel 36: Regelgeving voor O3 (richtlijn 2008/50/EG)

Bescherming Streefwaarde vanaf 2010a

Basistijd hoogste 8-uurgemiddelde van een dag NET60ppbb

Lange termijndoelstelling

hoogste 8-uurgemiddelde van een dag NET60ppb uurgemiddelde uurgemiddeldec hoogste 8-uurgemiddelde van een dag

Informatiedrempel Alarmdrempel WGO-advieswaarde

Streefwaarde vanaf 2010a 120 µg/m³, gemiddeld over 3 jaar: max. 25 overschrijdingsdagen per jaar 120 µg/m³ 180 µg/m³ 240 µg/m³ 100 µg/m³

a: 2010 is het eerste jaar waarvan de gegevens gebruikt worden bij het beoordelen van het naleven van de streefwaarde tijdens de volgende drie of vijf jaar. b: NET60ppb: ‘Number of exceedances of a Threshold of 60 ppb’, dit is het aantal dagen met hoogste uurgemiddelde boven 120 µg/m³. c: Indien er gedurende 3 opeenvolgende uren overschrijdingen van de alarmdrempel gemeten of gemodelleerd worden, moeten er kortetermijnacties worden ondernomen, maar alleen wanneer die maatregelen de ozonconcentraties substantieel zouden verminderen.

De aanbeveling van de WGO is strenger dan de Europese streefwaarde: 100 µg/m³ voor het hoogste 8uurgemiddelde van een dag. Deze concentratie zou voldoende bescherming bieden voor de volksgezondheid, hoewel er ook nog negatieve effecten kunnen voorkomen onder deze advieswaarde26.

5.9 Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) De Europese richtlijn 2008/50/EG legt een grenswaarde op voor benzeen als jaargemiddelde. In VLAREM II staat er een grenswaarde op basis van dagwaarden. Verder bestaat er een VLAREM-richtwaarde voor

26

WHO Air Quality Guidelines for particulate matter, ozone, nitrogen dioxide and sulfur dioxide, Global update 2005, Summary of risk assessment, 2006

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

203


vinylchloride en formuleerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) advieswaarden voor vier VOScomponenten. Onderstaande tabel toont een overzicht. Tabel 37: Regelgeving voor VOS (richtlijn 2008/50/EG, VLAREM II en WGO 2000)

Middelingstijd

Grenswaarde

jaar

5 µg/m³

jaar

50 µg/m³ als P98 op basis van dagwaarden 10 µg/m³ als P98 op basis van halfuren

Richtlijn 2008/50/EG Benzeena VLAREM II Benzeen Vinylchlorideb WGO 1,2-dichloorethaan Tolueen Styreenb Tetrachlooretheen Formaldehydec

jaar

dag week half uur week jaar half uur

Richtwaarde

Advieswaarde

1 µg/m³

700 µg/m³ 260 µg/m³ 1.000 µg/m³ 260 µg/m³ 250 µg/m³ 1.000 µg/m³

a: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor benzeen gerespecteerd worden. b: In 2017 was er geen analyse van deze component. Toetsing was dus niet mogelijk. c: De VMM meet met een ander tijdsvenster, toetsing is dus indicatief.

Benzeen is kankerverwekkend waardoor geen veilig niveau van blootstelling kan bepaald worden. De WGO drukt de schadelijkheid van benzeen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange benzeenconcentratie van 17 µg/m³ zou er één extra kankergeval per 10.000 inwoners zijn. Bij een concentratie van 1,7 µg/m³ rekent men één extra kankergeval per 100.000 inwoners en bij 0,17 µg/m³ één per 1.000.000.

5.10 PCB’s Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van PCB’s. Het Europees Wetenschappelijk Comité voor menselijke voeding bracht een advies uit hoeveel dioxines en dioxineachtige PCB’s men wekelijks maximaal mag innemen. Hieruit berekende de VMM drempelwaarden. Deze drempelwaarden zijn niet opgenomen in de wetgeving maar laten de VMM toe om de gemeten deposities te beoordelen. Deze drempelwaarden gelden: − voor de som van de dioxines en dioxineachtige PCB’s; − enkel in agrarische gebieden en woonzones. Op de meetplaats in de Antwerpse haven meten we enkel PCB’s. Bovendien ligt deze meetplaats in industriegebied. De resultaten worden dus niet getoetst aan deze drempelwaarden.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 204

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


5.11 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen – PAK’s De vierde dochterrichtlijn luchtkwaliteit 2004/107/EG definieert een streefwaarde van 1 ng/m³ als jaargemiddelde voor benzo(a)pyreen in lucht. Deze streefwaarde trad in werking op 31 december 2012. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) drukt de schadelijkheid van benzo(a)pyreen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Dit komt neer op 1 extra geval op 10.000 inwoners bij 1,2 ng/m³, 1 op 100.000 bij 0,12 ng/m³ en 1 op 1.000.000 bij 0,012 ng/m³. Voor PAK’s in depositie is er enkel een Europese verplichting om op één achtergrondlocatie te meten; er zijn geen Europese streef- of grenswaarden om aan te toetsen.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

205


Methodiek In dit rapport worden verschillende methodieken gebruikt om gegevens weer te geven of te genereren. In deze bijlage worden deze methodieken toegelicht.

6.1 Pollutierozen en zeropollutierozen Pollutierozen tonen per windrichting het gemiddelde van de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit een bepaalde windrichting steeds lucht met hogere concentraties wordt aangevoerd omdat daar een bron aanwezig is, zal de gemiddelde waarde hoger zijn in dit segment van de pollutieroos en ‘wijst’ de pollutieroos als het ware de richting van de bron aan door de langere balk. Bij aanvoer van lucht met lage concentraties zal de balk van de pollutieroos korter zijn. Hoe de pollutieroos er uiteindelijk uitziet, hangt niet alleen af van de concentraties maar ook van de windrichting. Als in de beschouwde periode weinig tot geen wind was uit een bepaalde richting, kan dit een bron maskeren. Wanneer de pollutierozen vrij rond zijn van vorm, wijst dit op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Uit dergelijke pollutierozen zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden. Daarom kunnen er zero-pollutierozen gemaakt, waarbij steeds de laagste meting, de achtergrond, werd afgetrokken. Per windsector – elke 10° – worden de metingen van de pollutierozen van een set meetplaatsen naast elkaar gelegd en de laagste concentratie wordt telkens afgetrokken van alle andere concentraties uit die sector. Op deze manier wordt de aanvoer van de achtergrondpollutie eruit gefilterd en komen de lokale bronnen beter naar voren. Een dosisroos geeft per windrichtingsegment procentueel het aandeel weer in de totale jaaraanvoer van de polluent op de meetlocatie. Bij de meeste dosisrozen is er duidelijke aanvoer uit de overheersende zuidwestelijke windrichting. Dit is logisch omdat er nu eenmaal de meeste wind uit die richting komt. Lokale bronnen uit andere richtingen die veel invloed hebben op de concentratie op de meetplaats zullen als pieken zichtbaar zijn in de dosisroos.

6.2 VLOPS model Het VLOPS-model (Vlaamse Operationeel Prioritaire Stoffen-model)27 is een atmosferisch transport- en dispersiemodel dat op basis van emissiegegevens, gegevens over landgebruik en meteogegevens de luchtkwaliteit en deposities berekent. De Vlaamse emissiegegevens zijn afkomstig van de meest recente cijfers van de Emissie-inventaris Lucht van de VMM. De emissiegegevens voor bronnen buiten Vlaanderen zijn afkomstig van de EMEP- (The European Monitoring and Evaluation Programme) 28 en E-PRTR- (The European Pollutant Release and Transfer Register)29 emissie-inventarissen. In dit rapport gebruikten we voor de modellering van SO2de Belgische emissiegegevens van 2016, de Europese emissiegegevens van 2015 en de meteo van 2017. De resolutie van de kaarten is 1 x 1 km². Voor de berekeningen in dit rapport gebruikte de VMM de versie VLOPS18.

27

Van jaarsveld, J.A. et al. (2012). Description of OPS 4.3.15. RIVM: Bilthoven Nederland EMEP. http://www.ceip.at/ms/ceip_home1/ceip_home/webdab_emepdatabase 29 E-PRTR. http://prtr.ec.europa.eu 28

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 206

Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017


6.3 ATMO-Street model OSPM is een noodzakelijke aanvulling op de RIO-IFMD-keten en geeft een juister beeld van de luchtkwaliteit tot op straatniveau. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. De ATMO-Streetkaarten zijn wetenschappelijk het meest onderbouwd en zijn de best beschikbare kaarten om de lokale luchtkwaliteit in te schatten. De controle gebeurde – zoals bij al onze modellen – door te vergelijken met echte metingen en toonde aan dat de modelketen beter presteert door de toevoeging van het OSPM-model. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − Met tijdelijke verkeerssituaties (bv. omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − De impact van nieuwe verkeerssituaties (nieuwe wegen, mobiliteitsplannen in uitvoering,...) zijn niet onmiddellijk zichtbaar. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden en grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4x4 km²). ATMO-Street wordt ingezet voor stoffen met een belangrijke impact op de gezondheid namelijk stikstofdioxide, zwarte koolstof (roet) en fijn stof. Ozon wordt niet berekend met OSPM omwille van de lagere concentraties in straten. Omdat de huidige ‘dosis-respons’ functies bepaald werden via epidemiologisch onderzoek waarbij geen rekening gehouden werd met de street canyon effecten, worden de blootstellingsberekeningen gedaan op basis van de RIO-IFDM resultaten en niet op basis van de ATMO-Street berekeningen. Dosis-respons functies bepalen de relatie tussen de hoeveelheid luchtvervuiling en gezondheidseffecten.

6.4 Promovia PROMOVIA versie 2.1 is een propagatiemodel dat aan de hand van de combinatie van verkeerstellingen voor een aantal wegvakken voor elk uur van het jaar, verkeerstellingen voor een aantal wegvakken voor een aantal uren van het jaar en gemodelleerde wegvakbelastingen voor elk wegvak voor een aantal modelperiodes, de verkeersbelastingen bepaalt. Voor deze verkeersbelastingen worden jaartotalen weergegeven voor elk wegvak.

\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en de Antwerpse agglomeratie – jaarrapport 2017

207


Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook