ONTMOETINGEN IN HET JEUGDWERK Onderzoeksrapport projecten sociale integratie Pieter Smets, Aline Dusabe, Inge Van de Walle en Kris De Visscher
DEPARTEMENT CULTUUR, JEUGD & MEDIA
1
vlaanderen.be/cjm
Ontmoetingen in het jeugdwerk Onderzoek in opdracht van de Vlaamse overheid, Departement Cultuur, Jeugd en Media
Pieter Smets Onderzoeker (Demos vzw) Aline Dusabe Onderzoekster (Demos vzw) Inge Van de Walle Onderzoekster Kris De Visscher Onderzoeker (KdG Hogeschool)
Inhoudsopgave INLEIDING 4 DEEL 1: VAN PARTICIPATIE AAN HET JEUGDWERK NAAR SOCIALE INTEGRATIE?
6
SOCIALE INTEGRATIE, WHAT’S IN A NAME?
6
HOE LEEFT HET THEMA SOCIALE INTEGRATIE IN HET JEUGDWERK?
8
DEEL 2: PROJECTOPROEP SOCIALE INTEGRATIE
14
PROJECTOPROEP 14 PRAKTIJKEN IN BEELD DEEL 3: PRAKTIJKONDERZOEK PROJECTEN SOCIALE INTEGRATIE AANPAK ACTIEONDERZOEK
15 22 22
TIMING 23 ONDERZOEKSOPZET 24 ONDERZOEKSOUTPUT 26 ONDERZOEKSBENADERING: MICRO, MESO, MACRO
27
ONDERZOEKSVRAGEN 29 DEEL 4: BEVINDINGEN OP MICRONIVEAU – CONCRETE INTERACTIE
30
EEN VEILIGE EN VERSTERKENDE PLEK ALS VERTREKPUNT
30
SAMEN EEN VERTROUWENSBAND OPBOUWEN
34
STERKE OMKADERING VOOR ONTMOETING
39
NIET IEDEREEN IS METEEN MEE
41
VERTREKKEN VANUIT EEN GEDEELDE INTERESSE/IDENTITEIT/PLEK
45
DEEL 5: DUURZAME INBEDDING OP MESONIVEAU
49
WISSELENDE IMPACT OP DE ORGANISATIE
49
WANNEER IS SOCIALE INTEGRATIE GESLAAGD?
54
VRIJWILLIGERS EN PROFESSIONALS
56
PARTNERSCHAP - SAMENWERKING
59
DEEL 6: RUIMERE WEERKLANK OP MACRONIVEAU
63
NAAR BUITEN KOMEN
63
NETWERK VERGROTEN
65
CONCLUSIES BELEIDSAANBEVELINGEN
67
COLOFON 70
Inleiding De beproefde manieren om binnen een (super)diverse samenleving jeugdwerk te organiseren volstaan niet langer. Dus moeten we op zoek naar nieuwe antwoorden. Zoekend, twijfelend en tegelijkertijd vanuit de overtuiging dat alle kinderen en jongeren recht hebben op jeugdwerk.
Met de projectoproep Sociale Integratie koos de toenmalige Vlaamse minister van Jeugd ervoor om een stevige impuls te geven aan het Masterplan diversiteit in/en het jeugdwerk. Deze projecten zetten een stap verder dan de eerdere projecten rond de Bruggenbouwers, een eerste initiatief binnen het diversiteitstraject. De geselecteerde projecten brengen kinderen en jongeren via ontmoeting en samenwerking in contact met verschillende organisaties en verenigingen in het brede jeugdwerk. In dit onderzoek gaan we op zoek naar randvoorwaarden, handelingskaders en de beleidsdomeinen waarbinnen de projecten actief zijn. De onderzochte praktijken zetten eigenzinnig in op ontmoeting in het jeugdwerk. In hun manier van werken zitten kiemen van verandering, zowel voor de betrokken organisaties als voor het jeugdwerk. We namen deze projecten onder de loep en gingen in gesprek met de projectmedewerkers. Zij vertelden ons wat ze doen, hoe ze het aanpakken, waar ze vastlopen, waar ze vragen bij hebben, de context waarbinnen ze werken, wat ze willen bereiken …
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
In deze publicatie lichten we de ervaring toe van 16 projecten die de kans kregen bij te leren en te experimenteren rond het thema ‘jeugdwerk en sociale integratie’. Het Masterplan diversiteit in/en het jeugdwerk 2018-2020 wil van het jeugdwerk een plek maken waar álle kinderen en jongeren uit Vlaanderen en Brussel zich thuis voelen ongeacht hun afkomst, sociaal-economische situatie en lichamelijke of psychische toestand. We stappen af van het idee dat een sociale en culturele mix binnen een vereniging het enige na te streven ideaal is. Het doel is om een integraal beleid te realiseren dat zowel de samenwerking tussen de verschillende spelers in het veld versterkt, als het aanbod toegankelijk, aantrekkelijk en bruikbaar maakt voor kwetsbare doelgroepen.
4
Toch vraagt een (nieuwe) aanpak van sociale integratie ook om nieuwe inhouden en nieuwe handelswijzen. Je kan in kortlopende projecten die andere antwoorden niet zomaar gaan afdwingen. Je kan wel inzetten op randvoorwaarden die het jeugdwerk in de richting duwen van nieuwe competenties op persoonlijk en organisatorisch vlak. Netwerken en samenwerken met nieuwe partners creëert nieuwe kansen en mogelijkheden. De projecten slaan de brug naar verschillende sectoren zoals sport, cultuur, onderwijs, jeugdhulp, zorg en integratie. Opvallend is dat verschillende projecten kinderen en jongeren proberen te bereiken die tot nu weinig tot niet deelnemen aan het jeugdwerk: tienerouders met een Roma-achtergrond, kinderen met autisme en normale begaafdheid, LGBTQ+ jongeren met een migratieachtergrond, nieuwkomers … Zowel de doelgroepgerichte als de specifieke jeugdwerkinitiatieven moeten daarbij op zoek naar een andere strategie dan diegene die ze gewoon zijn. We hopen dat het jeugdwerk kan leren uit de projectervaringen om te reflecteren over hun eigen praktijk en zelf vraagstukken, problemen of uitdagingen rond ontmoeting in het jeugdwerk aan te pakken.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Niet alles wat deze praktijken ontwikkelen is nieuw. De projecten maken wel deel uit van een gezamenlijke zoektocht in het jeugdwerk om in te spelen op diversiteit. “Maatschappelijke innovaties steunen vaak op een soort van synchroon web van innoverende praktijken die in een bepaalde periode aan de oppervlakte komen omdat ze juist dan een publieke sociale kwestie zijn of worden: het thema staat op de maatschappelijke agenda en diverse groepen en netwerken ontwikkelen praktijken die daarop inspelen. Vaak maken ze gebruik van (combinaties van) oude werkvormen, maar zetten ze die in een nieuw licht.” (Bouverne-De Bie, zoals geciteerd in Van Den Eeckhaut (2016)).
5
Deel 1: Van participatie aan het jeugdwerk naar sociale integratie? Sociale integratie, what’s in a name? In het Vlaamse integratiebeleid krijgen de lokale besturen de regierol over het lokale integratiebeleid. Sociale integratie is een sleutelelement in dat lokale beleid, een van de antwoorden op een cultureel diverser Vlaanderen. Lokale besturen worden aangezet om in te zetten op drie lagen: • de wettelijke integratie • de sociaal-economische integratie • de sociaal-culturele integratie
“De kern van integratie is dat iedereen zich in jouw gemeente of stad thuis voelt, nieuwkomers én mensen die hier al langer wonen. Die twee met elkaar verbinden, burgers het gevoel geven dat ze erbij horen en actief burgerschap creëren, daar willen we samen met jou aan werken.”
Besturen, organisaties en burgers moeten omgaan met een superdiverse realiteit. Vlaamse steden evolueren naar ‘majority-minority cities’ waarin de meerderheid van de bevolking bestaat uit een waaier van heel uiteenlopende minderheden. De diversiteit binnen de diversiteit is ook gegroeid: meer talen, meer religies, meer sociaal-economische posities en verblijfstatuten …
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Met sociaal-culturele integratie willen we een gedeelde burgerschapscultuur versterken, sociale netwerken creëren en de verdraagzaamheid voor verschillen vergroten. Lokale besturen krijgen een belangrijke rol in het verbinden van burgers:
Dirk Geldhof spreekt over de paradox van superdiversiteit, een complex vraagstuk om mee om te gaan. Enerzijds moeten we met die demografische evoluties leren omgaan op alle niveaus en liefst meteen. Anderzijds impliceert superdiversiteit dat we juist minder aandacht moeten hebben voor etnisch-culturele verschillen. Superdiversiteit betekent volgens Dirk Geldhof ook dat we voorbij de etnische lens leren kijken.
“Normalisering van superdiversiteit betekent juist afstappen van het voortdurend categoriseren van mensen.” (Geldhof, 2016)
6
Etnische verschillen zijn niet altijd de meest relevante. Binnen het intersectioneel of kruispuntendenken (Ella vzw, 2014) zijn we niet enkel etnisch verschillend, maar behoren we tot een bepaalde groep, hebben we een verschillend gender, horen we tot een verschillende sociale klasse, leeftijdsgroep, hebben we een bepaald opleidingsniveau en een bepaalde seksuele voorkeur … Niet één dimensie is bepalend voor één persoon, het is kwestie van oog te hebben voor de verschillende dimensies en elementen die deel uitmaken van de identiteit. Waar kan sociale integratie over gaan als we kijken door de bril van superdiversiteit? In een complexe samenleving neemt de culturele en etnische diversiteit toe. Maar ook de kloof tussen arm en rijk, kort- en hooggeschoold en tussen kansarm en kansrijk wordt groter.
“In sociale zin zien we dat mensen innig verweven raken met netwerken die er voor hen toe doen – en ongemerkt hun minder sociaal aantrekkelijke buren uit het zicht kunnen verliezen op een vergelijkbare manier als de gedoofde contacten van uw LinkedIn-netwerk. En dat zorgt voor een structurele verschuiving: de dorpsgek was onafwendbaar onderdeel van het dorp, maar heeft voor uw netwerken weinig meerwaarde, vermoedelijk voor geen enkel. De dorpsgek en andere sociaal minder aantrekkelijke types blijven ongemerkt achter. Ze worden niet uitgesloten, maar achtergelaten.” (Krijn Van Beek, 2017)
kras vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Mensen kunnen om verschillende redenen niet volwaardig participeren aan de samenleving. Bijvoorbeeld door een beperking, leeftijd, etnische herkomst, seksuele oriëntatie of genderidentiteit, door armoede of laaggeletterdheid. Vaak zijn deze aspecten op een complexe manier met elkaar verweven. De nood aan verbinding en ontmoeting binnen de samenleving is broodnodig en speelt in op verschillende dimensies van identiteit, niet enkel de culturele.
7
We kunnen de invulling van sociale integratie ook niet loskoppelen van een gesprek over normen en sociale rechtvaardigheid. De ontmoeting die we willen nastreven in het kader van sociale integratie moet ook structurele veranderingen mogelijk maken. Sociale integratie zonder sociale rechtvaardigheid levert misschien wel individuele succesverhalen op, maar structurele maatregelen blijven nodig om echt gelijke kansen te creëren. Want waarom zou iemand vanuit een positie van sociale uitsluiting de brug oversteken als er aan de andere ‘kant’ niets verandert? Daarom uiten sommigen zich erg kritisch over het idee van ‘bruggen bouwen’, zoals schrijfster en dichteres Anissa Boujdaini (2016):
Integratie wordt vaak ingevuld als een proces waarbij nieuwkomers zich aanpassen aan de normen van de samenleving. Vanuit deze visie zijn er actieve en niet-actieve burgers, die laatste moeten bij de samenleving worden betrokken. In een superdiverse samenleving kan er echter geen sprake zijn van één norm om burgerschap in te vullen. Er zijn verschillende manieren om invulling te geven aan je seksualiteit, je identiteitsbeleving, je vriendschappen, je vrije tijd … Mensen zijn op verschillende manieren aanwezig en actief in de samenleving. Alleen wordt dat niet altijd zo gezien of herkend. Participatie is voor iedereen een voortdurend leerproces, zowel individueel als voor organisaties en het beleid. Dit voortdurend leerproces kleurt ook de ontmoeting en verbinding die gerealiseerd kan worden.
Hoe leeft het thema sociale integratie in het jeugdwerk?
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Als we bruggen willen bouwen over rivieren van ontkenning van problemen, ontkenning van machtsstructuren, ontkenning van racisme en ontkenning van beperkingen van vrijheden, als we bruggen willen bouwen naar de andere kant waar diezelfde elementen aanwezig zijn, dan hoef ik helemaal geen bruggenbouwer te zijn.”
Kinderen en jongeren in Vlaanderen groeien op in heel wat diverse leefsituaties en contexten. Die diversiteit vinden we nog te weinig terug bij de participatiecijfers aan jeugdwerk (Tourne, J., & Bradt, L. , 2019). Relatief veel kinderen en jongeren participeren niet of minder aan jeugdwerk: het gaat om kinderen en jongeren in armoede, met een handicap, kinderen en jongeren in een voorziening, kinderen en jongeren met een migratieachtergrond in het algemeen en jonge nieuwkomers in het bijzonder. We maken wel volgende nuance bij de cijfers: het bestaande participatieonderzoek verzamelt vooral cijfers over deelname aan het formele aanbod (zie onze blog over diversiteit bij sociaal-sportieve praktijken). Ze meten zelden de deelname aan minder (formeel) erkende grassroots werkingen, initiatieven die van onderuit ontstaan. Zij richten zich expliciet en doelbewust op de participatie van bevolkingsgroepen die moeilijk de weg vinden naar of hun gading niet vinden in het formele aanbod.
8
Maar zelfs met deze nuancering blijft de brede tendens overeind. Net die kinderen en jongeren die door hun levensomstandigheden extra baat zouden hebben bij de positieve effecten van het jeugdwerk, maken er het minst gebruik van. Deze vaststelling leidt tot een lange reeks van acties en beleidsmaatregelen om de participatie aan het jeugdwerk te verhogen, afwisselend vanuit een smalle (culturele) of bredere invulling rond diversiteit.
Zowel in het jeugdwerk als bij het beleid blijft er toch een sterk inclusief ideaal leven. De opdeling tussen regulier en doelgroepspecifiek voelt aan als kunstmatig. Een divers, maar gescheiden jeugdwerklandschap wringt ook met de principiële openheid van verschillende jeugdwerkorganisaties. Jeugdwerkorganisaties willen vanuit hun pedagogische rol verbindingen leggen tussen diverse kinderen en jongeren en breuklijnen overbruggen. Dit sluit aan bij het ideaalbeeld van een vrije tijd waarin diverse mensen elkaar kunnen ontmoeten via spel, sport, informele ontmoeting en gedeelde interesses. De slogan luidt: “inclusief waar het kan, doelgroepspecifiek waar nodig”. Reguliere werkingen moeten via experimenten en projecten op termijn uitgroeien tot inclusieve vormen van vrijetijdsbesteding. Doelgroepspecifieke werkingen krijgen in deze visie een doorstroom- of toeleidingsfunctie of fungeren als vangnet. De praktijk maar ook het wetenschappelijk onderzoek wijzen op de tekortkomingen van het tweesporenbeleid. Filip Coussée (2006) benoemt de toegankelijkheidsparadox van het jeugdwerk: hoe meer jongeren een aanbod op maat vinden in een gediversifieerd aanbod, hoe verder het inclusief ideaal verwijdert lijkt. Participatiecijfers blijven stabiel, ondanks alle inspanningen.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Als kwetsbare kinderen en jongeren participeren aan jeugdwerk, dan verloopt deze participatie grotendeels in gescheiden circuits. Binnen het jeugdwerk is er een onderscheid tussen zogenaamd ‘regulier’ jeugdwerk en een ‘doelgroepspecifiek’ aanbod. Het regulier jeugdwerk staat in principe open voor alle kinderen en jongeren. Daarnaast is er het doelgroepspecifiek aanbod, dat zich richt op één bepaalde doelgroep. Onderzoek toont dat de ondervertegenwoordiging van bovenstaande doelgroepen vooral zit in het reguliere jeugdwerk. Het doelgroepspecificieke jeugdwerk kent dan weer een relatieve oververtegenwoordiging van bepaalde doelgroepen.
Voor het regulier jeugdwerk blijkt het niet altijd eenvoudig om nieuwe doelgroepen te bereiken en hen succesvol te betrekken. Resultaten blijven deels uit, het enthousiasme valt weg, er is diversiteitsmoeheid. Zijn kinderen en jongeren en hun ouders wel voldoende geïnteresseerd en gemotiveerd? De doelgroepspecifieke organisaties beseffen steeds meer de meerwaarde van hun aanbod en worstelen met hun rol als toeleider. Ze spelen in op vragen en noden rond onderwijs, tewerkstelling, welzijn ... Ze maken werk van een specifieke aanpak op het praktische vlak (locatie, openingsuren, bereikbaarheid ...), in begeleidershouding en in organisatiecultuur. De werkingen bieden jongeren een plaats waar ze ervaringen kunnen uitwisselen tussen lotgenoten, weg van de druk om te conformeren.
9
Het wordt steeds moeilijker om vol te houden dat het doelgroepspecifieke jeugdwerk fungeert als een opstapje, toeleider of vangnet naar/voor de andere vormen van jeugdwerk. Als je wil dat alle kinderen en jongeren een bruikbaar aanbod vinden in de vrije tijd en je wil hen de vrije keuze laten, dan leidt dit tot zeer diverse vrijetijdsparticipatie. One size does not fit all. Maar dat brengt onvermijdelijk met zich mee dat verschillende groepen hun vrije tijd gescheiden van elkaar doorbrengen. Is gescheiden participatie wel zo’n probleem?
In hun artikel Jeugdwerk en sociale integratie. Klein antwoord op een grote vraag… vragen Tineke Van de Walle en Maria Bouverne-De Bie (2012) zich af of die gescheiden participatie wel zo’n probleem is. Als inclusie betekent dat je kinderen en jongeren wegleidt van een ‘doelgroepspecifiek’ aanbod waar ze deugd van hebben naar een ‘inclusief’ aanbod dat voor hen minder bruikbaar is, wat hebben ze daar dan aan? Van de Walle en Bouverne-De Bie wijzen op een enge invulling van sociale integratie.
Maar, zo geven de auteurs aan:
“Sociale integratie wordt echter vaak verengd naar ‘insluiting’ in de dominante instituties van de maatschappij. In deze visie is het streefdoel een goede afstemming tussen de grote maatschappelijke instituties en de individuen in onze samenleving. Het probleem hierbij is dat de dominante instituties in onze samenleving niet alleen leveranciers zijn van maatschappelijke hulpbronnen, maar tegelijk de voorwaarden bepalen waaronder deze hulpbronnen verworven kunnen worden.”
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
In principe is sociale integratie “een streven naar een samenleven waarin alle bevolkingsgroepen op elkaar betrokken zijn en waar die betrokkenheid berust op een fundamenteel respect voor de vrijheid en integriteit van de ander en op een solidariteit ten aanzien van diegenen met wie men samenleeft.”
Ook het bestaande vrijetijdsaanbod en de organisatie ervan is grotendeels afgestemd op de voorkeuren, patronen en noden van een middenklasse publiek met wit-Vlaamse wortels en zonder noemenswaardige functiebeperking. Zij bepalen de (onzichtbare) normen en standaarden en trekken het laken naar zich toe, ook op die plekken waar ze numeriek niet (meer) in de meerderheid zijn. Onbedoeld leidt een inclusieverhaal dan tot bijkomende uitsluiting. Niet iedereen kan zich zomaar conformeren aan die (onzichtbare) normen en standaarden en blijft zo uit de boot vallen. Bovendien vervreemd je op deze manier wie uit de boot valt nog meer van de samenleving, omdat je het aanbod waar ze zich wel goed voelen als minderwaardig beschouwt en mogelijks afbouwt.
10
Van de Walle en Bouverne-De Bie pleiten dan ook voor een ruimere invulling van ‘sociale integratie’ als een kwestie van “het creëren van voorwaarden waaronder maatschappelijke hulpbronnen binnen bereik van mensen kunnen komen”. De bruikbaarheid van het jeugdwerk staat hier centraal. Helpt jeugdwerk kinderen en jongeren in hun ontplooiing, hun zingeving en het uitbouwen van hun eigen leven? De aandacht verschuift van het eindpunt, een gedroomde maatschappij, naar het vertrekpunt: de concrete realiteit waarin kinderen en jongeren opgroeien. Kinderen en jongeren groeien op in verschillende levensomstandigheden, met andere startposities, en ze gaan in hun vrije tijd op zoek gaan naar andere hulpbronnen om zich te ontwikkelen. Het aanbieden van verschillende vormen van aanbod is dan meer rechtvaardig dan het opdringen van één jeugdwerkvorm aan alle kinderen en jongeren. De sociale mix is geen ontegensprekelijk ideaal voor het jeugdwerk. Bovendien stelt Van de Walle vast dat ondersteuning van doelgroepspecifiek jeugdwerk sterkere bruggen kan slaan tussen bevolkingsgroepen dan door jongeren de keuze te geven tussen een sociale mix of niets. Ten slotte geven Van de Walle en Bouverne-De Bie aan om het vraagstuk van sociale integratie niet in te sluiten binnen het jeugdwerk. In de vrije tijd zoeken mensen vaak naar gelijken. Maar dat betekent niet dat mensen zich ook op andere levensdomeinen beperken tot de eigen groep.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
cultureghem vzw
11
Masterplan diversiteit
“Maar zolang we sociale integratie enkel blijven zien als alle kinderen en jongeren nemen deel aan dezelfde vormen van jeugdwerk, rijden we ons onherroepelijk vast. Hoe breed de boot van een organisatie ook, je kan niet alle kinderen en jongeren aan boord krijgen en houden. Beide inspanningen kunnen echter ook perfect naast elkaar lopen, in plaats van samen. Ze kunnen binnen en buiten het bestaande aanbod vallen. Jeugdwerkers kunnen zich ook andere vragen stellen: Waarom ontwikkelen we geen nieuwe deelwerking? Waarom brengen we ons aanbod en thema’s niet naar organisaties die met andere doelgroepen werken? Waarom werken we niet samen en wisselen we geen kennis uit? Hoe kunnen we bruggen slaan tussen onze verschillende werkingen?” (De Visscher, K. & Neyens, M. 2017).
Deze inzichten werden meegenomen in het Masterplan Diversiteit. De visienota “Diversiteit in/en het jeugdwerk” vormt een van de bouwstenen voor het Masterplan Diversiteit in/en het jeugdwerk waarmee de toenmalige minister van Jeugd, het Departement Cultuur, Jeugd en Media, de Ambrassade, VVJ (nu Bataljong) en de jeugdwerksector de handen in elkaar slaan om werk te maken van diversiteit in het jeugdwerk.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Tijdens de vorige legislatuur gingen zowel de jeugdwerksector als de overheid op zoek naar nieuwe ideeën en verse energie om bruikbare antwoorden te (blijven) formuleren op de diverse vragen en noden van kinderen en jongeren in de vrije tijd. In 2015 boog een werkgroep van de Ambrassade zich samen met Demos over dit vraagstuk, in een poging om een uitweg te vinden in de soms weinig productieve discussie en een nieuw elan te vinden voor de jeugdwerksector. Dit proces leidde tot de publicatie van een visienota Diversiteit in/en het jeugdwerk in 2017. In deze nota onderstreept de sector dat jeugdwerkorganisaties inspanningen moeten blijven doen om meer diverse kinderen en jongeren te betrekken én om maatschappelijke breuklijnen te overstijgen. Wel klinkt een duidelijk pleidooi om de invulling van het begrip sociale integratie te verruimen:
Het Masterplan wil van het jeugdwerk een plek maken waar alle kinderen en jongeren uit Vlaanderen en Brussel zich thuis voelen ongeacht hun afkomst, sociaal-economische situatie en lichamelijke of psychische conditie. Het masterplan gaat dus uit van de zeer brede definitie van non-discriminatie in het kinderrechtenverdrag. De term diversiteit wordt breed ingevuld. Als het jeugdwerk een weerspiegeling wil zijn van de superdiverse samenleving, dan moet er aandacht zijn voor de kruispunten van die superdiverse samenleving. Je seksuele oriëntatie, je inkomen, je leeftijd, … het zijn allemaal dimensies die tot bevooroordeling of uitsluiting kunnen leiden.
12
Zowel de visienota van de sector en ook het Masterplan Diversiteit onderscheiden twee grote beleidsdoelstellingen over diversiteit in/en het jeugdwerk: • Alle kinderen en jongeren moeten meer en meer gelijke mogelijkheden krijgen om te participeren aan jeugdwerk. • We moeten komen tot sociale integratie en verbinding tussen diverse kinderen en jongeren. In het Masterplan Diversiteit is sociale integratie en verbinding een van de vier pijlers. Dit wordt als volgt toegelicht:
Om de vele jeugdwerkinitiatieven alle kansen te geven en zoveel mogelijk kinderen en jongeren te bereiken zijn nieuwe strategieën nodig. Organisaties hebben nood aan inspiratie om anders te handelen, anders te denken, hun aanbod te verruimen, anders in te vullen of bruggen te slaan naar andere werkingen en te netwerken. Binnen de eerste beleidsdoelstelling (meer gelijke mogelijkheden) lanceerde het Departement Cultuur, Jeugd en Media eerder een projectoproep en onderzoek over ‘bruggen bouwen’ als een vernieuwende strategie om meer diverse kinderen te betrekken bij het jeugdwerk. Twaalf projecten sloegen de brug tussen bestaande jeugdwerkingen in de vrije tijd en/of andere organisaties die kinderen en jongeren in hun brede diversiteit bereiken (Departement Cultuur, Jeugd en Media, 2017).
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Meer verbinding maken tussen de gescheiden circuits van de reguliere jeugdorganisaties en de doelgroepspecifieke organisaties, dus meer sociale integratie bewerkstelligen … Jeugdwerkparticipatie kan de motor zijn voor sociale integratie en verbinding in de samenleving.”
Binnen de tweede beleidsdoelstelling (sociale integratie bevorderen) lanceerde het Departement Cultuur, Jeugd en Media een projectoproep samen met dit begeleidend actie-onderzoek onder de noemer ‘sociale integratie’. Deze projectoproep wil, vertrekkend vanuit de noden van kinderen en jongeren, inzetten op methodieken, kwalitatieve samenwerkingen en trajecten die focussen op de sociale integratie van kinderen en jongeren, door hen in contact te brengen met verschillende organisaties en verenigingen uit verschillende sectoren. De 16 projecten gaan elk op hun manier op zoek naar een nieuwe strategie voor sociale integratie. We stellen vast dat zowel het jeugdwerk als de Vlaamse overheid in de visietekst en in het masterplan de doelstelling van ‘sociale integratie’ niet heeft losgelaten. Wel moest het jeugdwerk omgaan met de toegankelijkheidsparadox. De overtuiging dat sociale integratie altijd moet lukken voor alle kinderen, is losgelaten. Ook groeide het inzicht dat het overbruggen van verschillen niet per se hoeft te betekenen dat kinderen en jongeren deel uitmaken van dezelfde verenigingen.
13
Deel 2: Projectoproep sociale integratie Demos kreeg een onderzoeksopdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media om de leerervaringen uit deze projecten vast te houden en te vertalen naar een praktische publicatie en een vormingssessie. Met diepte-interviews en groepsbijeenkomsten brachten we verschillende leerervaringen en perspectieven van de projecten aan de oppervlakte. Het zijn stuk voor stuk unieke projecten, die vaak proberen verbinding te leggen met kinderen en jongeren die tot nu weinig tot niet deelnemen aan het jeugdwerk. Demos bundelt de sterke ervaringen van deze projecten in deze publicatie.
De projectoproep, die werd gelanceerd op 17 mei 2018, richtte zich specifiek op projecten die kinderen en jongeren via ontmoeting en samenwerking in contact willen brengen met verschillende organisaties en verenigingen uit diverse jeugdwerksectoren. De projectoproep zet in op verschillende sporen: • de noden van kinderen en jongeren staan centraal. • de projecten zetten in op methodieken, samenwerkingen en trajecten die focussen op sociale integratie. • kinderen en jongeren komen zo in contact met organisaties en verenigingen uit verschillende sectoren. Bij het indienen van de projecten werden ook volgende aandachtspunten meegegeven: • samenwerking tussen minstens één jeugdwerkpartner en minstens één organisatie die de doelgroep van kinderen in kwetsbare situaties al bereikt en hierrond expertise heeft opgebouwd. • bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren met een migratieachtergrond, LGBTQ+, kinderen en jongeren in armoede, in instellingen en kinderen en jongeren met een handicap. • versterken van de competenties van (professionele en vrijwillige) medewerkers. Hoe vinden ze aansluiting bij de leefwereld van kinderen en jongeren in kwetsbare situaties? Hoe gaan ze in gesprek met andere organisaties en creëren ze draagvlak in lokale en bovenlokale netwerken? Het project zorgt ervoor dat competenties om met deze doelgroep en andere organisaties te werken, versterkt worden bij de betrokken organisatie(s), door vorming, coaching, samenwerking e.a.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Projectoproep
14
Praktijken in beeld
• Een overzicht van de goedgekeurde projecten en subsidiebedragen vind je hier. • Wij lijsten de projecten hieronder zelf op met telkens een link ook naar de Demoswebsite en de fiche voor elk project. • In het overzicht hieronder vind je telkens ook de naam van de projectmedewerker terug. • Tijdens de lerende netwerken en interviews spraken we soms met meerdere personen van de betrokken organisaties. Voor de verdere verwijzing naar de projecten (in interviews en in de bespreking van de onderzoeksresultaten) verwijzen we dan altijd naar de projecten met de naam van de indienende organisatie. Twee uitzonderingen: voor het project van CAW Noord-West-Vlaanderen verwijzen we naar de naam van het project: House of Time. Voor het project van CAW Antwerpen verwijzen we naar het Adviescentrum Migratie dat het project uitvoerde.
caw noord-west-vlaanderen vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Bij het uitwerken van de Toolbox diversiteit bleek dat er in het jeugdwerk nog niet zo veel ervaring is met het opzetten van ontmoeting en samenwerking. De input van de Toolbox is uitgewerkt door de werkgroep diversiteitsbeleid van De Ambrassade onder begeleiding van Pieter Verbanck (Vlaamse Dienst Speelpleinwerk) en Kris De Visscher (Demos). Deze projectoproep zorgt er in ieder geval voor dat er meer kennis en ervaring over dit thema wordt verzameld. De projecten zijn gestart tussen 1 november 2018 en 1 januari 2019 en moesten uiterlijk op 31 december 2020 aflopen.
15
Adviescentrum Migratie (CAW Antwerpen) Margot van Look Onze jongeren, onze nieuwe burgers Adviescentrum Migratie slaat brug naar jeugdwerk Dit project slaat de brug tussen jeugdwerk en welzijn, tussen nietbegeleide vluchtelingenjongeren en Antwerpse leeftijdsgenoten. Nietbegeleide vluchtelingenjongeren ontdekken de meerwaarde van een zinvolle vrijetijdsbesteding en maken kennis met het vrijetijdsaanbod en het reguliere jeugdwerk in Antwerpen. De jeugdwerkpartners in dit project werken aan drempels binnen hun eigen organisatie, leren van elkaar en gaan op zoek naar samenwerking.
AFYA vzw Ymke Vandoorne
AFYA en de Liga Autisme Vlaanderen organiseren samen autismevriendelijke zomerkampen Kinderen en jongeren met autisme ontspannen op kamp laten gaan, vergt omkadering en maatwerk. De samenwerking tussen AFYA en de Liga Autisme Vlaanderen garandeert een voortdurende evenwichtsoefening tussen het creatieve en spontane van het jeugdwerk en een autismevriendelijke organisatie.
CAW Noord-West-Vlaanderen vzw Marec Zeghers (Brugge Plus) en Vicky Terryn
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Autismevriendelijk kampaanbod
Een toekomst voor House of Time House of Time: participatieve plek voor Brugse jongeren Het project House of Time bouwt verder op de participatieve plek die samen met jongeren, welzijnswerkers en kunstenaars in Brugge werd gecreëerd in het kader van de Triënnale.
16
City Pirates vzw Matej Majstorovic Iedereen piraat. City Pirates zoekt in Antwerpen naar een duurzame plek tussen sport, jeugdwerk en maatschappelijk werk De blauwe trainingspakken van City Pirates zijn een vertrouwd gezicht in Antwerpen, niet alleen binnen de sportwereld maar ook in het brede sociale veld. Veel jongeren vinden in de voetbalclub een tweede thuis en een hefboom voor een beter leven. De club en zijn leden streven naar een vaste plaats in en tussen sport, jeugdwerk en sociaal werk.
Cultureghem vzw Cem Aydogan
Playbox Cultureghem lokt jeugdbewegingen naar de wijken Cultureghem laat jongeren die ze bereikt in de wijken via een mobiele werking doorstromen naar andere jeugdwerkpartners zoals Scouts en Gidsen Vlaanderen. Door zelf met de playboxen van Cultureghem de wijken in te trekken en samen te werken met de jeugdbewegingen, kunnen kinderen en jongeren op een laagdrempelige manier kennismaken met het jeugdwerkaanbod van jeugdbewegingen.
Gigos vzw Bart Soons Jongeren in de Genkse superdiverse samenleving laten genieten van kansen in de samenleving
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Uitbreiden plekwerkmethode
Wij zijn allemaal animator. Een gezamenlijke cursus verbindt Genkse jeugdwerkers Vier Genkse jeugdwerkorganisaties slaan de handen in elkaar om een gezamenlijke animatorcursus te organiseren. Ze willen zo onbenutte talenten aanboren en verbinding creëren tussen eerder wijkgebonden en doelgroepgerichte werkingen. De gedeelde identiteit van animator in het jeugdwerk en de sterkte van jeugdwerk als methodiek laat verschillen vervagen en smeedt nieuwe banden.
17
JHOB vzw Jonas Bastijns BXL Music Lab BXL Music Lab JHOB vzw is een koepelorganisatie in Brussel die niet enkel de verschillende bestaande (autonome) Brusselse jeugdhuizen ondersteunt maar ook nieuwe jeugdhuis- en jongerenwerkingen stimuleert. Met het project BXL Music Lab slaat JHOB met muziekateliers de brug tussen reguliere jeugdhuizen en werkingen met kwetsbare jeugd in Brussel.
JNM vzw Elise De Meulenaere
JNM verbindt milieuproblematiek met sociale rechtvaardigheid Een divers publieksbereik was lang niet de grootste prioriteit voor JNM. Maar de combinatie van concrete projecten en lange termijnplannen zet een voorzichtige verandering in gang waarmee JNM de kloof tussen sociale en milieuproblemen wil overstijgen.
Koraal vzw Hannah Dupont Uitbreiding inclusieve speelpleinwerking Maatwerk in groepsverband. Inclusie op de Antwerpse speelpleinen van Koraal Dankzij een intense en doordachte ondersteuningsstructuur kunnen de speelpleinen van Koraal de nodige omkadering bieden aan kinderen met een beperking en zo inclusie realiseren. Ze werken hiervoor onder andere samen met twee zorgvoorzieningen die de werking met raad en daad bijstaan.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Open JNM
Kras vzw Randy Haers Helix Helix bouwt de brug tussen onderwijs en jeugdwerk Het project Helix zoekt uit hoe je de middelbare school kan inzetten als een brug naar jeugdwerk. Randy Haers werkt als brugfiguur samen met jongeren in twee scholen uit de Antwerpse wijk Kiel.
18
KSA Nationaal vzw Ella Verhegge Project XX Project XX uit Gent slaat de brug tussen jeugdhulp en jeugdwerk Project XX brengt ruimte voor vrije tijd binnen in de jeugdhulp en sensibiliseert de leiding van de jeugdbeweging. Vanuit die parallelle sporen bouwt het project bruggen tussen beide werelden. Met heel wat flexibiliteit, creativiteit en zelfrelativering zoeken de betrokkenen naar verbinding.
LEJO vzw Lies Bruneel
LEJO werkt met tienerouders vanuit IEM achtergrond Met hun project wil LEJO tienerouders met een migratieachtergrond en meer specifiek jongeren uit Intra Europese Migratie (IEM) achtergrond in contact te brengen met het jeugdwerk én het jeugdwerk toegankelijker maken voor deze tienerouders en hun kinderen.
Nerdlab vzw Nathalie Snauwaert We are makers Nerdlab werkt aan inclusieve makerspace Nerdlab, Jes, Masala TV en DOK onderzoeken samen de ideale voorwaarden van een inclusieve en coole makerspace die verschillende gemeenschappen kan aantrekken. Ze gaan hiervoor een traject aan van anderhalf jaar waarbij de partners leren van elkaar, elkaar ondersteunen en samenwerken. Nerdlab is een open collectief van makers die samenwerken aan experimentele ideeën.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Tienerwerking (tienerouders IEM toeleiden naar jeugdwerk)
19
PIN vzw Joke Van Dooren Toegankelijker maken van het vrijetijdsaanbod in Vilvoorde met taal- en integratieproblemen Ervaringsdeskundigen van PIN leiden nieuwkomers toe naar het jeugdaanbod in Vilvoorde Jonge nieuwkomers vinden moeilijk op eigen houtje de weg naar het rijke vrijetijdsaanbod in ons land. Tegelijkertijd is er een groeiend aantal vrijetijdsaanbieders die graag meer nieuwkomers in hun werking willen verwelkomen, maar niet goed weten hoe hen te bereiken. De toeleiders van PIN wenden hun ervaringsdeskundigheid aan om de kloof tussen beiden te overbruggen.
Diversifijn Leren omgaan met verschil. Roots vzw en Scouts en Gidsen Vlaanderen versterken elkaars werking Roots vzw (het vroegere Platform Allochtone jeugdwerkingen) en Scouts en Gidsen Vlaanderen slaan de handen in elkaar voor een project dat de leefwereld van hun respectievelijke achterban dichter bij elkaar moet brengen.
WJNH vzw Jenebah Kamara
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Roots vzw Hamza Ouchan
Wegwerken van drempels voor ECM-SOGIE-jongeren Wel Jong Niet Hetero focust op welzijn jongeren met migratieachtergrond Het project is omgedoopt tot Jabari, een safe space voor queer mensen van kleur. Binnen dit project wil WJNH focussen op het welzijn van jongeren met een migratieachtergrond die holebi- of transgevoelens hebben. Om drempels weg te werken zet WJNH in op een aparte safe(r) space voor jongeren met migratieachtergrond. Deze safe(r) space start online en vanuit deze ervaring wordt een offline werking opgestart.
20
De 16 goedgekeurde projecten in deze oproep vertonen een grote verscheidenheid: • Zo zien we onder de indieners gekende en wijdverspreide jeugdwerkvormen zoals jeugdbewegingen, jeugdwelzijnswerk, speelpleinwerk, jeugdhuiswerk en vakantiekampen maar ook nieuwe initiatieven die inzetten op de artistieke of technologische ontwikkeling van jongeren of die vertrekken vanuit de publieke ruimte. • Ook op vlak van doelgroepen is de scope heel breed. Opvallend is dat verschillende projecten kinderen en jongeren proberen te bereiken die tot nu weinig tot niet deelnemen aan het jeugdwerk: tienerouders met een Roma-achtergrond, kinderen met autisme en normale begaafdheid, LGBTQ+ jongeren met een migratieachtergrond, nieuwkomers … • De projecten slaan de brug naar verschillende sectoren zoals sport, cultuur, onderwijs, jeugdhulp, zorg en integratie.
• Projecten ontwikkelen met verschillende snelheden. Sommige werkingen staan aan het begin van hun zoektocht, anderen hebben reeds een methode gevonden en zoeken naar verduurzaming en/of willen hun methode delen met anderen. Deze verscheidenheid zorgt voor een boeiende mix aan praktijken, maar vormt wel een uitdaging om conclusies te formuleren over de verschillende projecten heen. Ook de vrij beperkte looptijd van de projecten en de coronacrisis bemoeilijkte de praktijk en het onderzoek. Toch menen we over de verschillende projecten een aantal gedeelde conclusies te kunnen formuleren.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
• Geografisch zijn de projecten verspreid over Vlaanderen en Brussel. De meeste projecten vinden plaats in een stad of centrumstad.
21
Deel 3: Praktijkonderzoek projecten sociale integratie Het Departement Cultuur, Jeugd en Media gaf opdracht aan Demos vzw om een actieonderzoek uit te voeren in het kader van de projecten Sociale Integratie. De zestien projecten werden door Demos opgevolgd door middel van interviews en lerende netwerken.
Aanpak actieonderzoek
De stem van de jeugdwerkers komt in deze publicatie dan ook heel sterk aan bod. Zowel de onderzoekers vanuit Demos als de jeugdwerkers brengen hun eigen expertise in en zijn dus gelijkwaardige deelnemers aan het onderzoek. In de dominante opvatting van onderzoek gaat subjectieve betrokkenheid ten koste van validiteit, terwijl het participatieve actieonderzoek er juist vanuit gaat dat betrokkenheid en samenwerking leiden tot meer en betere kennis. Een actieonderzoek is geen traditioneel onderzoek in die zin dat de bruikbaarheid en toepasbaarheid van resultaten in de praktijk voorop staat. In cocreatie zochten we naar praktische kennis die het jeugdwerk op individueel of collectief handelen kan ondersteunen in het streven naar sociale integratie.
adviescentrum migratie (caw antwerpen)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Actieonderzoek is een aanpak die onderzoek en actie combineert. We onderzochten de 16 projecten zoveel mogelijk samen met mensen uit die praktijken. Samen met jeugdwerkers die deze projecten begeleiden en uitvoeren proberen we het complexe vraagstuk van sociale integratie vanuit hun praktijkervaring te onderzoeken en te begrijpen.
22
Timing Door de COVID-19-crisis moesten zowel de timing van de projecten als onze eigen aanpak omgegooid worden. Je vindt hieronder de oorspronkelijke timing, in de tekst vind je de aangepaste timing terug als er afgeweken werd van de planning. 2019 Juli
Augustus
September
Oktober
Eerste bezoek ter plaatse + interview
November
December
Lerend netwerk #1 Fiches online
Stuurgroep
Mei
Juni
Januari
Februari
Maart
April
Lerend netwerk #2
Tweede bezoek ter plaatse Stuurgroep
Juli
Augustus
September Lerend netwerk #3
Fiches update
Opname testimonials
Oktober
November
December
Uitschrijven publicatie en tools Stuurgroep
Uitwerken en organiseren vormingssessies
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
2020
2021 Januari Oplevering
23
Onderzoeksopzet Bezoeken ter plaatse + diepte-interviews
Aangezien de projecten bij de start van het onderzoek al een half jaar liepen, gingen we eerst in gesprek met de projectverantwoordelijken om een helder zicht te krijgen op het concrete verloop van de projecten, de (lokale) context waarin ze werken, de leervragen en de knelpunten die ze bij de uitwerking van het project ondervonden. Hiervoor was een eerste bezoek ter plaatse onmisbaar. Tijdens dit eerste bezoek in het najaar van 2019 namen we een diepte-interview af met de projectverantwoordelijke. Hiertoe vertaalden we de onderzoeksvragen naar een semigestructureerde vragenlijst. Naar het einde van de looptijd van de projecten (zomer 2020) planden we een tweede bezoek ter plaatse, om via een tweede diepte-interview de evolutie en (leer)effecten van het project in kaart te brengen. Omwille van de COVID-19-maatregelen verliepen de meeste van deze gesprekken online.
De bedoeling was om de projecten driemaal samen te brengen in een lerend netwerk. Met een lerend netwerk willen we de projecten versterken door middel van uitwisseling en intervisie. Tegelijk willen we door het begeleiden van de groepsgesprekken verschillende ervaringen en perspectieven aan de oppervlakte brengen en met elkaar in interactie laten gaan. Hoewel het micro-, meso- en macroperspectief in elke bijeenkomst aan bod komt, wilden we per bijeenkomst respectievelijk een van de drie perspectieven expliciet naar voor schuiven. Het lijkt ons aangewezen om vanuit het microperspectief te vertrekken en van daaruit de focus steeds meer te verbreden. • Een eerste lerend netwerk ging door op 5 december 2019 met 7 aanwezige projecten. Deze bijeenkomst focuste op het microniveau en de voorstelling van de projecten. • Door de COVID-19-gezondheidsmaatregelen organiseerden we het tweede lerend netwerk in twee online sessies. • De eerste sessie ging door op 19 mei: deze sessie focuste op het macroniveau. 8 projecten namen deel. • De tweede sessie ging door op 29 mei: deze sessie focuste op de impact van het project voor de organisatie (mesoniveau). 8 projecten namen deel.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Lerend netwerk
24
Stuurgroep
Een stuurgroep van betrokken experts waakte over de uitwerking van het onderzoeksopzet en gaf feedback over de onderzoeksoutput. Deze groep kwam bijeen op 19 november 2019, 29 april 2020 (online) en 10 december 2020 (online).
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Samenstelling stuurgroep: • Departement Jeugd, Cultuur en Media: Dorien De Vries, Bart Pluym en Janne Vermeesch • De Ambrassade: Don Pandzou en Peter Bosschaert • Minderhedenforum: Mathieu Charles • Vrije Universiteit Brussel: Minne Huysmans • Agentschap Binnenlands Bestuur: Karen Stuyck • Sport Vlaanderen: Jikkemien Vertonghen • UGent: Shana Sabbe • Oranje vzw: Fibe Waes
pin vzw
25
Onderzoeksoutput Online beschrijving van elk project
Na het eerste bezoek stelden we een praktijkfiche op met daarin de belangrijkste informatie over de deelnemende projecten: achtergrondinfo over de projecteigenaar, contactgegevens, context en doelstellingen van het project en de eerste concrete realisaties. Deze fiches werden omgezet naar een beschrijvende tekst en na goedkeuring werden ze publiek gemaakt via de website van Demos om een multidisciplinair publiek van professionals te bereiken. Na het tweede bezoek zijn de fiches geactualiseerd met nieuwe verwezenlijkingen en leereffecten. De projectbeschrijvingen vind je op https://demos.be/ blog/16-praktijkverhalen-over-jeugdwerk-en-sociale-integratie Korte testimonials/tutorials
Op basis van onze positieve ervaringen met de filmreportages van de bruggenbouwprojecten die we begeleidden, maakten we vijf testimonials waarbij de betrokken projectmedewerkers hun inzichten en ervaringen delen alsook een korte trailer voor elk gefilmd project. Deze filmpjes kunnen ingezet worden voor meerdere doelen (zie vorming). Deze filmpjes zijn in oktober opgenomen en worden afgewerkt in samenwerking met Chemisch Circus vzw.
Participatie en beleving van de deelnemers was niet expliciet een opdracht van de projecten. Toch gaven we vanuit Demos acht methodieken mee aan de projecten om de deelnemers te bevragen. We beseffen dat er veel verschil zit tussen de deelnemers van de projecten. Het gaat van kleuters tot jongeren die zelf al ouder zijn, van mensen die erg goed zijn in taal tot jongeren die niet zo goed Nederlands spreken. We bieden daarom een brede waaier aan werkvormen aan. Dit was een vrijblijvende opdracht voor de projecten, die eventueel ook na het project gebruikt kan worden. Onderzoeksrapport
We bundelen de input uit de individuele gesprekken en groepsdiscussies in dit onderzoeksrapport.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Participatie deelnemers
Vormingssessie
We gieten bovenstaande informatie ook in een vormingssessie. De verzamelde onderzoeksoutput vormt de basis voor dit vormingsaanbod. Aanbevelingen
Samen met de projecten en de stuurgroep formuleren we in het onderzoeksrapport ook aanbevelingen richting beleid. Ruimer kunnen de resultaten leiden tot aanbevelingen voor een mogelijk vervolg op het huidige Masterplan Diversiteit, het Jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan (JKP) en andere sectorinitiatieven over dit onderwerp.
26
Onderzoeksbenadering: micro, meso, macro We hebben de projecten sociale integratie onderzocht op micro-, meso- en macroniveau. Op het microniveau gaat het om de concrete interactie tussen kinderen en jongeren en begeleiders. Hoe overbruggen ze eventuele verschillen en maken ze verbinding? Op het mesoniveau kijken we naar de betrokken organisaties. Welke impact heeft het project op hun aanbod en de organisatie ervan? Welke initiatieven nemen organisaties om de maatschappelijke positie te versterken van de kinderen die ze bereiken? Ten slotte kijken we op macroniveau naar de jeugdwerksector en de brede samenleving. Welke weerklank hebben dergelijke projecten? Leidt dit tot nieuwe engagementen, nieuwe samenwerkingsverbanden en een (andere) stellingname in het maatschappelijke debat? Onze bevindingen bouwen we ook op aan de hand van onderstaande vragen. We komen tot antwoorden per deelvraag en illustreren dit met citaten van de deelnemers.
De opdracht van de onderzochte projecten is om kinderen en jongeren via ontmoeting en samenwerking in contact te brengen met verschillende organisaties en verenigingen in het brede jeugdwerk. De invulling van het begrip ontmoeting is in het Masterplan Diversiteit sterk gelieerd aan een bepaalde invulling van sociale integratie. Sociale integratie moet volgens het Masterplan worden bereikt door meer ontmoeting te faciliteren, over jeugdwerkvormen heen. Zo kan het jeugdwerk beter de leefwereld leren kennen van veel verschillende kinderen en jongeren. Het samenbrengen van kinderen en jongeren die opgroeien in verschillende levensomstandigheden brengt onvermijdelijk met zich mee dat verschillen in gewoontes, gebruiken, woordgebruik, omgangsvormen, referentiekaders, verwachtingen, evidenties, (machts)posities … een plaats moeten krijgen. Deze verschillen vormen een verrijking, maar kunnen ook leiden tot spanning en conflict. Het omgaan met deze verschillen binnen de context van de vrije tijd vergt specifieke competenties. Verschillen moet je niet te sterk op de voorgrond plaatsen, maar evenmin mag je verschillen minimaliseren of miskennen. Want dan loop je het risico dat je het omgekeerde bereikt van wat je beoogt, namelijk dat groepen zich net verder van elkaar verwijderen en dat ze vooroordelen eerder bevestigd zien dan overstijgen. Veel verschillen worden echter pas duidelijk in de ontmoeting zelf. Dit maakt het moeilijk om er op te anticiperen. Bovendien kan een te strakke omkadering ook de spontaneïteit die kenmerkend is voor het jeugdwerk belemmeren. De voorbereiding, de aard van de activiteit en de begeleiding vergen dan ook bijzondere aandacht en competentie (Toolbox diversiteit, 2019).
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Omgaan met verschil op microniveau
Duurzame gevolgen op mesoniveau
De interactie op microniveau vormt een essentieel element van sociale integratie. Maar daarnaast is het belangrijk dat een dergelijk project ook een tastbare impact heeft op de volledige werking: op de aard en organisatie van het aanbod, de organisatiestructuur en -cultuur, de partnerschappen en samenwerkingen.
27
Diversiteit kan ook hier een verrijking vormen, maar evenzeer leidt het tot wrijving en spanning met gangbare werkwijzen. Ook die moeilijke zaken in samenwerking en ontmoeting moeten bespreekbaar zijn. Ook het DieGem-onderzoek, een interdisciplinair onderzoek naar diversiteit en gemeenschapsvorming, wijst op het belang van kwesties bespreekbaar maken. De auteurs introduceren o.m. het concept ‘convivialiteit’ als handvat. Mensen ontwikkelen solidariteit, een vorm van burgerschap die groeit in de alledaagse praktijk. Het zijn die praktijken die zorgen dat mensen die geen stem hebben kwesties bespreekbaar kunnen maken en claims kunnen formuleren.
Vraag is dan of en hoe de organisaties met deze spanningen en uitdagingen omgaan. We leerden alvast uit eerder onderzoek dat organisaties met een sterke visie en kernidentiteit, een reflectieve cultuur en een onderhandelbare structuur beschikken over een stevig fundament om op een kwaliteitsvolle manier bruggen te kunnen bouwen (Van Ceulebroeck N. & De Ceuster E., 2019). Ruimere weerklank op macroniveau
Als laatste aandachtspunt kijken we naar de ruimere uitstraling op macroniveau, buiten de betrokken kinderen, jongeren en hun organisatie(s). Zowel binnen de lokale context waar de organisatie werkzaam is als op het niveau van de jeugdwerksector en de bredere samenleving. Het gaat ons dan om de engagementen die organisaties opnemen, hun publieke stellingname, de mate waarin ze bondgenootschap opnemen en beleid trachten te beïnvloeden. En om de impact hiervan op andere jeugdwerkorganisaties, koepels en steunpunten, beleidsmakers en op het maatschappelijk debat.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Het is belangrijk om na te gaan of en hoe kinderen en jongeren in een maatschappelijk kwetsbare situatie versterkt uit deze interactie komen. Zowel op individueel niveau (op vlak van competenties, netwerk, eigenwaarde en zelfvertrouwen) als op vlak van maatschappelijke positie. Sociale integratie zonder sociale rechtvaardigheid kan immers leiden tot verwijdering in plaats van tot toenadering.
28
Onderzoeksvragen Deze onderzoeksbenadering operationaliseren we in de volgende onderzoeksvragen:
Duurzame gevolgen op mesoniveau • Welke impact heeft een dergelijk project op de werking van de organisatie? Welke elementen benoemt de organisatie als een verrijking? Zijn er wrijvingen of spanningen met gangbare werkwijzen? • Hoe gaan organisaties om met deze nieuwe ervaringen? Op welke manier versterken de organisaties hun visie en kernidentiteit, hun reflectieve cultuur en hun onderhandelbare structuur op een duurzame manier? • Nemen organisaties initiatieven om de maatschappelijke positie te versterken van de kinderen en jongeren die ze bereiken? Slagen de organisaties erin om kwesties bespreekbaar te maken en claims te maken? Brengen organisaties in kaart wat de eventuele effecten zijn van hun acties op de betrokken deelnemers? Ruimere weerklank op macroniveau: • Op welke manier kunnen organisaties ervoor zorgen dat hun ervaringen een ruimere weerklank genieten buiten de eigen werking? • Wat is de effectieve weerklank van deze projecten? • Welke aanbevelingen kunnen we formuleren, niet alleen naar organisaties, maar ook naar sectoractoren en beleidsmakers?
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Omgaan met verschil op microniveau: • Welke groepsprocessen spelen zich af wanneer kinderen, jongeren en begeleiders met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten in het jeugdwerk? • Welke specifieke competenties vereist het opzetten van een succesvolle ontmoeting, zowel in de voorbereiding, de precieze aard en de begeleiding van de activiteiten? Zijn hierin overeenkomsten en verschillen tussen diverse doelgroepen?
29
Deel 4: Bevindingen op microniveau – concrete interactie De gesprekken met de projecten moeten ons meer leren over hoe het begrip ontmoeting wordt ingevuld vanuit de praktijkervaringen. Wat betekent ontmoeting voor deze projecten? Wat leren we vanuit deze projecten over de randvoorwaarden voor ontmoeting? Welke groepsprocessen spelen er? Welke specifieke competenties vereist het opzetten van een succesvolle ontmoeting?
Binnen de projectoproep was er de vraag om in te gaan of te vertrekken vanuit de noden van kinderen en jongeren en bijzondere aandacht te hebben voor kinderen en jongeren met een migratieachtergrond, LGBTQ+, kinderen en jongeren in armoede, in instellingen en kinderen en jongeren met een handicap. Verschillende projecten proberen kinderen en jongeren te bereiken die tot nu weinig tot niet deelnemen aan het jeugdwerk: tienerouders met een Roma-achtergrond, kinderen met autisme en normale begaafdheid, LGBTQ+ jongeren met een migratieachtergrond, nieuwkomers … In die zin sluiten de projecten aan bij de aanbevelingen van Tineke Van de Walle over de invulling van sociale integratie: de projecten vertrekken sterk vanuit de realiteit van deze kinderen en jongeren en zetten sterk in op het “creëren van voorwaarden waaronder maatschappelijke hulpbronnen binnen bereik van mensen kunnen komen”.
jnm vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Een veilige en versterkende plek als vertrekpunt
30
Ook al is er een rijk aanbod in het jeugdwerk, toch zijn er kinderen en jongeren die de weg niet vinden naar dit aanbod. Vaak bevinden ze zich op heel specifieke kruispunten rond identiteit, kwetsbare sociale positie, opleiding, beperking, gender … Niet alleen in het jeugdwerk vallen deze jongeren uit de boot, ook in de brede maatschappij leven ze vaak geïsoleerd. Om deze doelgroepen te bereiken, moeten organisaties wel een specifieke aanpak ontwikkelen. Dit geldt zowel voor werkingen die vertrekken vanuit een middenklasse referentiekader, maar ook voor doelgroepspecifieke werkingen die nieuwe werkwijzen moeten vinden om hun bereik te verbreden.
Participatie draait om langlopende, diepgaande processen en engagementen. Het gaat over menselijk contact, oprechte interesse en het opbouwen van vertrouwen. Veel van de betrokken projecten nemen de leefwereld van de kinderen en jongeren die ze willen bereiken als vertrekpunt voor de uitrol van hun projecten. Ze willen in de eerste plaats een veilige context ontwikkelen waarin hun doelpubliek zich goed kan voelen. De projecten hechten een groot belang aan het ontplooien van positieve activiteiten met een laagdrempelig karakter. Ontmoeting en verbinding met andere mensen en doelgroepen kan pas volgen in een latere fase.
“Onze collega Joke gaat graag op kamp in de natuur. Eerlijk, in het begin moest ik daar niets van weten. Ik ben opgegroeid in de vrije natuur en wou daar eigenlijk niet meer komen. Maar toch ben ik ‘ns met haar mee geweest op kamp. De eerste dag heb ik meteen veel mensen leren kennen en ook de rest van het kamp zat ik steeds in kleine groepen. Op verschillende momenten, aan het avondeten of onderweg naar een activiteit, vroegen mensen of alles oké was met mij. Ik was daar zo graag, dat ik nu elk jaar op kamp wil gaan.” (Project PIN)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“De tienerouders met ICM-achtergrond (Intra Europese Migratie) leven vaak geïsoleerd en verdwijnen zo van de radar van het jeugdwerk. Met dit project wil LEJO hen actief gaan opzoeken en een band opbouwen. Het scherper krijgen van hun noden, wensen en drempels is een eerste stap. Op basis van deze informatie kunnen jeugdwerkinitiatieven acties ondernemen om deze diversiteit in hun werking ook toe te staan.” (Project LEJO)
31
Het ontwikkelen van een praktijk als ‘safe space’ kwam meermaals naar voor als een belangrijk objectief voor de projecten. Er gaat veel aandacht naar het creëren van een veilige plek waar kinderen en jongeren zichzelf kunnen zijn en niet op de toppen van hun tenen hoeven te lopen.
“Het woord safe space of space is wel heel cruciaal in dit project. Want ongeacht of je nu LGBTQ+ bent en al dan niet een persoon met kleur bent, er zijn niet echt veel veilige plekken om naartoe te gaan. Wij gaan niet echt naar organisaties buiten onze omgeving. Dat heeft ook wel een reden, met al die drempels. Elke persoon in de groep heeft ook wel een eigen verhaal, een eigen doel van wat dat ze uit het project willen, en dat probeer ik ook altijd mee te nemen. De ene jongere wil gewoon andere jongeren leren kennen, dus die gaat niet echt meedenken. Een andere persoon wil meer haar religie leren kennen, meer de connectie zoeken tussen queer en moslim zijn, hoe ze dat kan verbinden en daar een veilig gesprek over hebben. Anderen willen actief samenwerken. Dus elke persoon heeft wel eigen bagage die ze meenemen.” (Project WJNH)
Een veilige plek creëren betekent niet dat de projecten de betrokken kinderen of jongeren betuttelen. De leefwereld en de realiteit van de betrokken kinderen en jongeren is het vertrekpunt, het doel is wel om de leefwereld van kinderen en jongeren te verbreden en een rijkere omgeving te creëren voor kinderen en jongeren.
koraal vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
De manier waarop ze dit vormgeven is uiteenlopend, maar werd vaak in de handen gelegd van een deskundige beroepskracht. Een safe space kan gaan over een fysieke ruimte waarin jongeren zich kunnen ontplooien, maar ook voldoende tijd en opvolging door een vertrouwd gezicht is essentieel.
32
ksa nationaal vzw charlotte van hacht
Het blijft een uitdaging erkenning te geven aan de eigenheid van deze kinderen en jongeren zonder hen te sterk te verbijzonderen. De projecten waken erover om niet door te schieten in zorgzaamheid. Er moet een voldoende speels, actief en/of uitdagend aanbod zijn om kinderen en jongeren hun leefwereld open te breken. Ook geven de projecten kinderen en jongeren zoveel mogelijk inspraak, vrijheid en (mede)eigenaarschap. Het is een balans zoeken tussen het creatieve en spontane van het jeugdwerk en het op maat werken van een specifieke groep kinderen en jongeren. Waar het werkt, zien we dat kinderen en jongeren floreren door hun deelname aan het jeugdwerk. Ze ontlenen aan hun deelname ook een gevoel van verbinding, ze horen ergens bij.
“Ik merk dat als jongeren op nieuwe plekken komen, ze groter worden. Dat jongeren gewoon Brussel beter leren kennen en hoe zal ik het zeggen? Ja, groeien. Want in die wijk kennen de mensen je zoals je bent, maar als je op een nieuwe plek komt, kun je jezelf herdefiniëren. Opnieuw de beste versie van jezelf proberen te zijn of nog meer tot de essentie komen, je kan terug verwonderd zijn.” (Project JHOB)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
©
“De meeste kinderen met autisme hebben er deugd van om hun comfortzone te verlaten en hun leefwereld te verbreden. De groepsdynamiek mag dan al anders liggen dan op andere kampen – door het werken in kleine groepen of zelfs een-op-een – dat betekent niet dat er geen groepswerk mogelijk is. Kinderen en jongeren met autisme kunnen ook samenwerken, bondgenootschappen en vriendschappen sluiten en zelf initiatief nemen tijdens zo’n kamp.” (Project AFYA)
33
Werken met jongerenambassadeurs Het project van CAW Antwerpen met jonge nieuwkomers werkt met jongerenambassadeurs. Het betrekken van jongerenambassadeurs is er vooral op gericht om mede-eigenaarschap van het project te stimuleren. Dat lukt met vallen en opstaan, en het is wel nog wat zoeken naar de wijze waarop dat kan gebeuren. Want het statuut en de verwachting van de jongerenambassadeur is niet altijd duidelijk, en het is wat zoeken naar de concrete uitwerking ervan. Het kan ook wat gevaarlijk zijn om bepaalde jongeren extern naar voor te schuiven als ambassadeur, toch zeker als ze in een precaire situatie zitten, bijvoorbeeld mensen zonder een verblijfsstatuut of jongeren die in de illegaliteit leven.
Samen een vertrouwensband opbouwen
“Enkel door de jongeren te kennen en hen te ondersteunen, kan er op hun ritme participatief gewerkt worden.”
Aangezien de meeste projecten nieuwe, diverse en vaak kwetsbare doelgroepen willen bereiken, is tijd nemen voor die vertrouwensrelatie nog essentiëler. De projecten richten zich vaak ook tot jongeren wiens vertrouwen in het verleden beschadigd werd, waardoor dit extra aandacht vergt. Een open houding, goede opvolging, zorgvuldige en correcte communicatie, authenticiteit (echtheid) en inlevingsvermogen komen naar voor als enkele van de belangrijkste competenties om succesvol te bouwen aan dergelijke projecten. Daar moeten basiswerkers aan werken, alvorens zij een brug kunnen leggen naar andere groepen voor ontmoeting en verbinding.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Kinderen en jongeren participeren op hun ritme en op hun eigen manier. Dat leren we van deze projecten maar ook van Tine Desmet en Julia Villanueva O’Driscoll (2019). Zij gingen met 26 Brusselse organisaties in gesprek over participatie in jeugdwerk met jongeren in kwetsbare situaties. Het opbouwen van een relatie met kinderen en jongeren is essentieel.
Het is opvallend dat de projecten die mikken op sociale integratie van meet af aan op zoek gaan naar versterking in het opbouwen van de vertrouwensrelatie. De extra projectsubsidiëring bood enerzijds de stimulans en de middelen daarvoor, anderzijds was het ook noodzakelijk om extra expertise in huis te halen om op relatief korte termijn het project te realiseren.
34
“Als je je aanbod toegankelijker wil maken, zet dan uit je hoofd dat je het alleen moet doen. Werk samen met organisaties die expertise hebben. Je zou verbaasd staan hoeveel organisaties hun kennis willen delen. Je kan er alleen maar uit leren.” (Project AFYA)
“Op woensdagmiddag mee gaan eten in de leefgroep, dat werkt goed. De meisjes komen van school, je hoort de verhalen, je hebt de sfeer mee, je merkt de dynamiek, je leert iedereen kennen … Ik probeer dan actief koppelingen te maken tussen twee mensen op basis van een gedeelde interesse of ervaring. Ik ben zo’n beetje matchmaker. Als we samen op uitstap gaan, dan hanteren we het principe van ‘samen uit, samen thuis’. We nemen samen de bus van aan de voorziening en leggen zo al contact. De meisjes genieten van de aandacht die ze krijgen van de vrijwilligers. En we zetten ze ook samen weer af aan de voorziening. Dan kunnen we met de vrijwilligers nog even napraten. Zeker als het niet liep zoals gepland, doet het deugd om even terug te koppelen.” (Project KSA)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
In de meeste projecten is het de taak van de projectmedewerker om die vertrouwensrelatie op te bouwen. Sommige projecten trekken hiervoor gericht een medewerker aan die reeds een band heeft opgebouwd met de doelgroep in kwestie of die een herkenbaar profiel heeft die het opbouwen van zo’n vertrouwensband bevordert.
35
Andere jeugdwerkingen werken samen met een partnerorganisatie die de doelgroep reeds bereikt en die garant staat voor een goede omkadering. Op termijn straalt het vertrouwen ook af op de jeugdwerking. De partnerorganisatie leidt soms deelnemers toe, maar brengt ook specifieke (ervarings)kennis binnen die de jeugdwerkers in staat stelt om contact te leggen en een band op te bouwen/te behouden met de doelgroep.
“Als je echt met maatschappelijk kwetsbare groepen wil werken aan muziekeducatie, dan is dat tijds- en arbeidsintensief en heb je zeer goeie animatoren nodig die Brussel goed kennen of ook alle talen die in Brussel worden gesproken goed machtig zijn.” (Project JHOB)
“De sterkte van de toeleiders is dat ze vanuit hun eigen ervaringsdeskundigheid als nieuwkomer erg goed geplaatst zijn om andere nieuwkomers te informeren, sensibiliseren en begeleiden.” (Project PIN)
Ook met ouders is binnen een aantal projecten een vertrouwensrelatie uitgebouwd. Ouders zijn belangrijke betrokkenen bij jeugdwerk, aangezien zij een grote invloed hebben op de vrijetijdsbesteding van hun kinderen. Omdat veel projecten aan de slag gaan met kinderen en jongeren die ze minder of nog niet bereikten, zijn veel ouders niet vertrouwd met hun manier van werken.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Als we inspelen op diversiteit in de doelgroep, moet er ook diversiteit zijn onder de begeleiders. Nog een ander leerpunt is cultuursensitiviteit als voorwaarde, zowel bij de coach als bij de organisatie. Zo zijn bijvoorbeeld jongens van Turkse afkomst vaak bezig met identiteit en ethiek.” (Project Nerdlab)
36
“In het midden van de week heeft de kampleider een berichtje gestuurd naar alle ouders met een klein verslagje van hoe het gaat met een paar foto’s erbij om de ouders ook gerust te stellen. Ook hebben we duidelijk op voorhand gecommuniceerd naar de ouders: zit je met vragen, dan mag je altijd bellen naar de kampleiding. Omgekeerd heeft de kampleiding de ouders beloofd om contact op te nemen bij vragen of twijfels.” (Project AFYA)
“Er zijn nog wel wat ouders die sceptisch staan tegenover een inclusieve werking omdat ze niet weten wat dat precies inhoudt. Sommige van onze speelterreinen zijn ook erg groot, de meeste ouders zijn dat niet gewoon. Dan is het wel goed dat een voorziening zegt: we zitten mee op de kar, wij staan in voor de opvolging. Meestal zijn de ouders al jaren in contact met die voorziening. Ze vertrouwen hen en ze weten ook dat ze daar veilig zijn. Wij zijn iets nieuws en onbekend en ook een initiatief waar ouders niet meteen aan denken voor hun kind. Dus ik snap wel dat ze zich veiliger voelen bij hun voorziening. Maar ondertussen groeit ook onze reputatie en nemen ouders ook rechtstreeks contact met ons op, voorzieningen sturen ouders ook meteen naar mij door voor een intakegesprek.” (Project Koraal)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Uit vroeger onderzoek bleek al hoe belangrijk het is om de vrees van ouders weg te nemen en hen te overtuigen van de meerwaarde van jeugdwerk. Nog uit dit onderzoek blijkt dat ouders behoorlijk tevreden zijn over het jeugdwerk in Vlaanderen, gaande van jeugdbewegingen tot zomerkampen. Alleen vinden ouders de begeleiders soms te jong. Bij ouders die niet vertrouwd zijn met jeugdwerk speelt negatieve beeldvorming of bezorgdheid een rol. Er is nood aan contact met de begeleiders en concrete informatie (Moreel E., Nys K. , 2016). De ervaringen binnen deze projecten bevestigen dit. De projecten gaan zelf actief communiceren met de ouders: ze gaan rechtstreeks in gesprek, ze communiceren via Whatsapp, foto’s, verslagjes … en/of werken samen met partners die al het vertrouwen van de ouders genieten. Op die manier werken begeleiders binnen de projecten aan sociale integratie met ouders uit diverse leefwerelden.
37
“Ik heb zelf twee Syrische jongens mee op kamp genomen. De vader was heel enthousiast. Daar had ik groepswerk mee gedaan, die vertrouwensband was er. Hij wist dat zijn kinderen met mij meegingen. Voor we vertrokken heb ik ook nog een intakegesprek gehad met hem. Maar die mama was super ongerust, want die wist totaal niet waar ze haar kinderen naartoe stuurde. Ik weet ook niet hoeveel haar man verteld heeft. Ik heb dan berichtjes gestuurd via WhatsApp om een beetje te anticiperen, want ik wist wel dat dat niet evident zou zijn voor die moeder. Dus ik heb vanaf dag één foto’s doorgestuurd om hen te tonen dat hun kinderen het goed stelden, en ik ben blijven communiceren.” (Project PIN)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Je moet ouders vertellen hoe de jeugdbeweging hun kinderen laat groeien. Ze leren er andere mensen kennen, ze trekken erop uit, ze worden zelfstandiger. Het is een beetje zoals we vroeger speelden, voor de gsm en de spelcomputer, gewoon samenkomen en plezier maken. Bovendien leren ze later als begeleider ook verantwoordelijkheid opnemen. Dat moet je duidelijk vertellen, want de buitenwereld ziet in eerste instantie jongeren die houten palen aan elkaar sjorren. Als ouders snappen dat het alcoholgebruik eigenlijk in een kader zit waarin jongeren ook worden ondersteund om nee te zeggen, als ze zien dat de experimenten van jongeren zorgvuldig worden begeleid … dan zien ouders ook dat jeugdwerk een veilige plek is waar kinderen en jongeren kunnen leren om zichzelf te zijn in deze samenleving. Dan durven ouders ook hun onzekerheden laten varen.” (Project Roots)
38
afya vzw
Sterke omkadering voor ontmoeting Een goede omkadering rond ontmoeting is nodig. In een onderzoek (2017) naar spel- en ontmoetingsplaatsen in Huizen van het Kind bleek dat medewerkers impliciet en soms expliciet meeschrijven aan scripts over hoe gezinnen aanwezig kunnen en mogen zijn. Ontmoeten lijkt zo simpel, maar als je het wil stimuleren is het ook heel complex.
Hierbij vervullen de projectmedewerkers vaak de rol van onderhandelaar/bemiddelaar tussen verschillende leefwerelden/referentiekaders. Ontmoeting is tweerichtingsverkeer. De jeugdwerker (vrijwilliger en professional) verbreedt de leefwereld van kinderen en jongeren maar ontmoet tegelijkertijd andere leefwerelden van kinderen en jongeren en organisaties uit het jeugdwerk of andere sectoren die de eigen visie, aanpak en evidenties in vraag stellen.
“Bij de meisjes onderling is het het ene moment slaande ruzie en een uur later zijn ze terug best friends forever. Alles kan snel omslaan. Zo liep onze nieuwjaarsbijeenkomst niet zo goed, er was wat verveling en twee meisjes hebben echt de boel op stelten gezet. Ze hebben ook een grote mond opgezet. Ik heb toen mijn geduld verloren en ik was er achteraf echt niet goed van. Ik zat daar echt mee in omdat ik die meisjes al lang kende en al veel activiteiten met hen had gedaan. Ik ben echt uitgevlogen omdat ik niet snapte wat hen bezielde. Ik dacht toen dat ik hen voor altijd kwijt was, dat ze nooit nog zouden willen meedoen. Maar toen ik de volgende keer in de leefgroep kwam, heb ik de draad gewoon weer opgepikt en de meisjes ook. Ik relativeer daarom als er eens iets verkeerd loopt. Dat betekent nog niet dat alles als een kaartenhuisje in elkaar valt.” (Project KSA)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Koffie schenken alleen is niet voldoende, er moet ook aandacht zijn voor het sociale. De ruimte voor ontmoeting, de kansen tot contact moet je letterlijk én figuurlijk openhouden.”
39
Binnen de projecten worden verschillen vastgesteld, maar het weerhoudt hen niet om hun project uit te rollen. Integendeel, het uitvoeren van hun project vormt een aanleiding om netelige kwesties te bespreken vanuit een gezamenlijk kader. Door samen activiteiten te doen werken ze eerst aan een gemeenschappelijke basis waarbij deze kwesties eventueel in een latere fase kunnen besproken worden. Enkele voorbeelden: een gezamenlijke sportactiviteit die later uitmondt in een gesprek over de vertegenwoordiging van de doelgroep in de bestuurskamer, een uit de hand gelopen groepsactiviteit die resulteert in een individueel opvolgingsgesprek en vervolgens een bemiddelingsgesprek. Wanneer de context voldoende veilig is, kunnen dergelijke verschillen bespreekbaar worden.
“Het is een oproep om de mal van integratie en participatie waarin het sociaal domein momenteel gegoten lijkt aan de kant te leggen en meer oog te hebben voor het samenleven zoals mensen dat in de dagelijkse praktijk altijd al realiseren, wetende dat daar onherroepelijk wrijving en spanningen mee gepaard gaan … Sociaal werkers opereren daarentegen op die plaatsen waar het samen-leven piept en kraakt, omdat zich juist daar de gelegenheid voordoet om het leven van diegenen die in de scheuren dreigen te verdwijnen verder te helpen, maar vooral ook omdat zich juist daar de gelegenheid voordoet om het samenleven verder te brengen.”
Doorheen het proces van samen dingen doen doemen ook discussies op. Ook de ontmoeting met andere sectoren vraagt om afstemming van verschillende referentiekaders. Zo wilde Kras vanuit het project Helix een context creëren waarbinnen allianties tussen onderwijs en jeugdwerk groeien. Randy is als projectmedewerker een onderhandelaar die de verschillende referentiekaders van jongeren, leerkrachten en jeugdwerkers met elkaar verbindt. Daar zit soms ook een bron van conflict of wrijving, als we denken aan verschillen in aanpak tussen jeugdwerk en onderwijs. Maar het kan ook een mooie aanzet zijn om verschillen bespreekbaar te maken. De projectwerkers geven aan dat het zeer belangrijk is om tijdens dit proces voldoende houvast en veiligheid te bieden om deze verschillen te benoemen en om ze een plaats te geven. Net daarom wordt het hebben van empathie, daadkracht en communicatieskills beschouwd als belangrijke vaardigheden om een succesvolle ontmoeting op te zetten.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
De Nederlandse onderzoekster Sabrina Keinemans (2020) roept op om oog te hebben voor die wrijvingen en spanningen:
40
Niet iedereen is meteen mee
“Door de kennis die we in dit project hebben opgedaan, zijn we erin geslaagd om ons bestaande aanbod autismevriendelijker te maken en dat biedt een meerwaarde aan al onze kampen. Kinderen met ASS die wel meekunnen op een ‘gewoon’ kamp, beleven hierdoor een aangenamere ervaring. Veel kleine aanpassingen maken wel degelijk een groot verschil. De maatschappelijke verwachting mag dan nog zijn om alle kinderen en jongeren door elkaar te mixen, niet alle kinderen kunnen dat aan. Dan is dat kamp ook geen fijne ervaring meer. Ik vind dat we nu een breed en evenwichtig aanbod hebben, met exclusieve en inclusieve kampen.” (Project AYFA)
Het bestaande aanbod is ook niet altijd even toegankelijk voor de doelgroep in kwestie. Drempels afbouwen verloopt vaak moeilijker dan gedacht. Ook in de onderzochte projecten zijn er praktische drempels, taaldrempels en wederzijdse vooroordelen die meespelen. De meeste projecten kunnen wel vlot inspelen op deze drempels.
“Software kost geld. Dus dat kan een barrière zijn. Een Facebookgroep werkt eigenlijk niet voor korte projecten, je kan beter met Whatsapp werken. Evengoed moeten we werk maken van netheid en orde in de ruimte waarin we werken omdat bv. meisjes daarop afhaken.” (Project Nerdlab)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
De overstap van een aanbod op maat/met omkadering naar de interactie met de andere deelnemers is echter niet vanzelfsprekend. We moeten ook erkennen dat ontmoeting niet voor alle kinderen en jongeren (meteen) haalbaar is. Zeker die kinderen en jongeren die het meest geïsoleerd leven hebben in eerste instantie nood aan een veilige, versterkende en uitdagende plek op hun maat. Ze hebben nood aan een band met lotgenoten, voor ze contacten kunnen leggen met kinderen en jongeren die opgroeien in andere levensomstandigheden.
“Dankzij dit project groeide bij JNM het bewustzijn over de drempels in hun werking: de veronderstelling dat iedereen wel beschikt over een fiets en kampeermateriaal, de gewoonte dat jongens en meisjes in dezelfde tent slapen, … Soms zitten er ook praktische drempels het contact in de weg. VMJ zocht vooral naar een aanbod op woensdagnamiddag, JNM is vooral in het weekend actief.” (Project JNM)
41
“Er is de taalbarrière waar je creatief moet mee omspringen. De voertaal van de scouts is Nederlands. Wat doe je dan met de kinderen die buiten komen spelen die enkel Frans praten?” (Project Cultureghem)
Dat ook de ‘bruikbaarheid’ van het aanbod zelf een drempel vormt, is minder geweten in het jeugdwerk. Zijn de activiteiten nuttig/zinvol/interessant voor de doelgroep? Hebben ze er iets aan?
“Het belangrijkste aan House of Time is het open karakter, maar ook de instelling van mensen die hier rondlopen. “Kom maar af, maar het hoeft niet.” Doordat het niet in een groep is, krijg je ook minder groepsdruk. Die individuele benadering is onze sterkte, het moet niet te snel gaan van: we hebben er hier drie die dit wel tof vinden, we gaan ze samenzetten. Ieder heeft zijn eigen achtergrond en we moeten dat ook allemaal niet weten. Loslaten is een essentiële houding is om net die gasten te kunnen bereiken. Zodat ze weer zelf verantwoordelijk worden voor hun keuzes.” (Project House of Time)
gigos vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Vanuit deze projecten krijgen we wel een goed zicht op hoe bruikbaar jeugdwerk kan zijn. De projectmedewerkers hebben vanuit hun nabijheid een goed zicht op wat wel en niet werkt. Door te luisteren naar kinderen ontdek je welke plaats jeugdwerk al dan niet kan innemen in hun leven. Of welke kleur en betekenis jeugdwerk krijgt vanuit hun beleving. En welke noden jeugdwerk lenigt: ontmoeting, zelfwaarde, empowerment, erkenning, een nieuwe kans of een sterkere uitdaging. Soms is die invulling heel verschillend van de gangbare definitie van jeugdwerk. Bij een aantal jongeren is het nodig om vooral in te zetten op de individuele benadering, omdat zij in eerste instantie niet aarden in een groepsaanbod. Andere jongeren participeren liever in familieverband aan een jeugdwerkaanbod.
42
“Al heel snel viel op dat de tienerouders (IEM) vooral nood hebben aan ondersteuning bij de basisbehoeften onderdak, vervoersmogelijkheden, toegang tot Nederlandse les en materiaal. Veel jongeren zitten ook nog altijd in een overlevingsmodus en zijn niet meteen bezig met vragen over vrije tijd. We ondersteunen bij het zoeken naar huisvesting en kinderopvang en van daaruit vangen we al veel signalen op.” (Project LEJO)
“Als tiener is het sowieso al wat moeilijker om in te stromen in de jeugdbeweging. De vriendengroepen zijn vaak al gevormd. Sowieso sluiten weinig jongeren vanaf het middelbaar nog aan bij de jeugdbeweging, integendeel. Groepen dunnen in die periode eerder uit naar een hechte kern. Als je uit een bijzondere context komt en een andere leefwereld hebt, lijkt het me helemaal een uitdaging om nog je plek te vinden in die groep. Niettegenstaande zijn we toch aan het kijken om een van de jongere meisjes deze zomer mee op kamp te laten gaan. Sommige meisjes vragen wel om aan te sluiten bij een jeugdbeweging en er is één meisje effectief aangesloten bij een scoutsgroep die ze via het speelplein heeft leren kennen. Zij lijkt daar wel een netwerk uit te bouwen en een vriendengroep rond zich te creëren. Dus onmogelijk is het niet. Maar de meeste meisjes groeien zo snel op in de voorziening dat ze vanaf 16 jaar vooral gericht zijn op zelfstandig wonen.” (Project KSA)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Het aanbod waar zowel moeder, vader als het kind terechtkunnen is zeer beperkt in Gent. We kijken te veel vanuit onze Vlaamse bril: we hebben voor iedereen een aanbod op leeftijd, die jongere gaat naar de dansles, en die gaat naar de scouts, … maar bij deze jongeren is dat anders. Je moet je aanbod afstemmen op hun manier van vrijetijdsbeleving en dat is vaak in familieverband. Je kan niet zeggen: we gaan alleen met die mama en dat kindje iets doen, want die jongeren leven in groep. Ze gaan maar in op een aanbod of komen ergens als iedereen van hun groep/familie ook welkom is.” (Project LEJO)
43
Hoe werk je cool en inclusief? Nerdlab, Jes, Masala en DOK onderzoeken samen de ideale voorwaarden van een inclusieve en coole makerspace die verschillende gemeenschappen kan aantrekken. Ze gaan hiervoor een traject aan van anderhalf jaar waarbij de partners leren van elkaar, elkaar ondersteunen en samenwerken. Nerdlab is een open collectief van makers die samenwerken aan experimentele ideeën. Ze bouwen installaties en machines. Dat doen ze door te lasercutten, met arduino’s te experimenteren, te 3D-printen … Bovendien is Nerdlab een duurzaam initiatief. Ze maken gebruik van oude dingen om nieuwe creaties te maken. Versleten spelconsoles worden opnieuw gebruikt en nutteloze, losse elementen worden samengebracht in iets nieuw en innovatief.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
nerdlab vzw
Last but not least organiseert Nerdlab ook workshops en trajecten voor jonge makers om hen kennis te laten maken met technologie en kunst. Nathalie Snauwaert, die het project ‘We are makers’ coördineert, vertelt over de aanleiding om het project in te dienen: “Maken op zich heeft het potentieel om een gelijkmaker te zijn, want dat is gratis. Maar wat valt ons op? Dat onze community toch wel ‘white, male and higher educated’ is.” Vanuit die vaststelling stelde Nerdlab zich de vraag: “Zijn er drempels in onze organisatie, in de communicatie, in de ruimte, in onze werkvormen of in onze organisatiestructuur en - cultuur waardoor kwetsbare jongeren blijkbaar de weg niet vinden? Hoe kunnen we van Nerdlab een plek maken waar iedereen welkom is en zich ook welkom voelt? We zitten hier met zoveel diversiteit in de buurt, dus we willen ook een spiegel zijn van wat er zich hier in de buurt afspeelt. Daarom zijn we bereid om onszelf heruit te vinden.”
44
Vertrekken vanuit een gedeelde interesse/identiteit/plek Uit het DieGem-onderzoek bleek dat een gedeelde passie in de vrije tijd zorgt voor ontmoeting over culturele, etnische en andere verschillen heen. Verschillende onderzochte projecten slagen er inderdaad in om kinderen en jongeren samen te brengen. De projecten zetten in op een gedeelde interesse zoals muziek, voetbal, ‘animator’ zijn of een gedeelde plek die kansen tot ontmoeting biedt.
“Kinderen en jongeren met autisme kunnen ook samenwerken, bondgenootschappen en vriendschappen sluiten en zelf initiatief nemen tijdens zo’n kamp. Zeker als ze een gezamenlijke interesse delen, zoals techniek bijvoorbeeld.” (Project AFYA)
“Zeker binnen Helix, waar die superdiverse omgeving gewoon binnen handbereik is, proberen we te zorgen voor een inclusief project. We focussen vooral op inhoudelijke interesses van jongeren, waardoor leerlingen van allerlei slag zich aangesproken voelen om deel te nemen.” (Project Kras)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Voetbal vormt de eerste aantrekkingskracht. Het is weliswaar een mes dat snijdt aan twee kanten. Wie niets heeft met de sport, maakt geen connectie. Maar … voor wie gek is op voetbal, werkt het als een magneet. En er zijn nogal wat jongeren die moeilijk aansluiting vinden in de maatschappij die wel dwepen met deze sport. Maar nog belangrijker dan die gedeelde passie, is het gevoel van gemeenschap en verbinding dat zo’n voetbalclub creëert.” (Project City Pirates)
“De gedeelde identiteit van ‘animator’ kan een verbindende factor zijn. Hier zitten echt natuurtalenten tussen. Sommige jongeren hebben het gewoon in zich om een goede begeleider te worden. Je merkt het aan hun enthousiasme, hoe ze verantwoordelijkheid opnemen, maar ook de creativiteit waarmee ze vanuit het niets toch een activiteit kunnen verzinnen. Voor je het door hebt, zijn we aan het spelen.” (Project Gigos)
45
“We proberen een mooie balans te vinden tussen de Vlaamse jeugdhuizen en de jeugdhuizen van D’Broej. We beginnen voor de les met een soort instuifmoment. Hoe is je week of je dag geweest? Wat is je lievelingsliedje op dit moment? We stellen nieuwkomers kort voor. En dan gaat de pianoles beneden door. Daar kunnen ongeveer vier jongeren pianoles volgen. En met de rest doen we zanglessen, basgitaar en gitaar. Dan wisselen we vaak de groepen na een uurtje ongeveer en op het einde, het laatste half uur ongeveer, installeren we de drum, want de drum maakt wel redelijk veel lawaai. De gitaren staan hier ook en dan beginnen we eigenlijk gewoon te jammen. Dat spelen is het mooiste moment van de avond. Dat is ook een mooie afsluiter.” (Project JHOB)
Een specifieke doelgroep heeft Cultureghem eigenlijk niet. Ze vertrekken vanuit de plek en kijken van daaruit wat de gebruiker wil doen. Dat is een bewuste keuze. Brussel heeft ruimte die niet gebruikt wordt en niet altijd publiek toegankelijk is. Voor Cultureghem moeten publieke ruimtes plekken zijn voor ontmoeting in de buurt, om samen te genieten en te spelen. Met ‘Plekwerk Op Wielen’ trekt Cultureghem erop uit met mobiele tools met als doel een plek te heractiveren en mensen bijeen te brengen. Die manier van werken wordt doorgetrokken in dit project. Brusselse jeugdbewegingen worden meegenomen in het plekwerken. In plaats van de jeugdbewegingen te vragen om naar hen te komen, trekt sociaal-cultureel werker Cem Aydogan met fiets en playbox naar die plek waar een jeugdbeweging wil inzetten op spel en ontmoeting. “De realiteit bij Brusselse scoutsgroepen houdt in dat ze vooral blanke middenklassejongeren bereiken. En ze hebben ook veel succes bij een bepaald publiek, verschillende groepen moeten zelfs een ledenstop invoeren. Toch zijn de scoutsgroepen zich er wel van bewust dat zij geen afspiegeling zijn van de buurt. De scouts zitten voornamelijk in hun lokalen terwijl er buiten van alles gebeurt.” Zo lokt Cultureghem jeugdbewegingen uit hun kot om hun activiteiten te verplaatsen naar pleintjes, parken, straten, … Het maakt jeugdbewegingen ook meer zichtbaar in de wijk en zorgt voor een laagdrempelige kennismaking met en instap voor kinderen en jongeren. Door hen te leren meer naar buiten te trekken hoopt Cultureghem de jeugdbewegingen ook meer contextgevoeligheid mee te geven.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Meer over ‘plekwerken’
46
Ook gedeelde en collectief gebruikte ruimtes hebben het potentieel om erg diverse gebruikers aan te trekken, met elkaar in contact te brengen en ontmoeting te stimuleren. Gedeelde ruimtes vormen een goede basis voor interculturele of intergenerationele solidariteit en wederzijds respect. Dat gebeurt echter niet vanzelf, en vraagt om een actief beheer van diversiteit in gedeelde ruimtes, en om een voortdurende aandacht voor de openheid van de ruimte, zodat de ruimte niet door één groep geclaimd wordt. Volgens een aantal projecten zou hier nog sterker op ingezet kunnen worden. Samenwerken op een gedeelde plek biedt andere mogelijkheden tot ontmoeting en samenwerking. Bij de onderzochte projecten zijn er drie projecten die expliciet inzetten op het delen van de (publieke) ruimte.
Ook een groepssamenstelling waarbij iedereen nieuw is, werkt beter dan individuele jongeren laten doorstromen naar een bestaande groep.
“Met Kras in Antwerpen zijn de jongeren al een paar keer gaan meedoen in het jeugdhuis, tijdens de ramadan hebben de jongeren samen een iftar gedaan. Het jeugdhuis zit hier om de hoek en er zijn daarna wel wat jongeren er vanzelf naartoe gegaan. Maar niet iedereen voelt zich welkom, want een jeugdhuis wordt vaak geclaimd door een groep, waarop het moeilijk is om aansluiting te vinden.” (Project Adviescentrum Migratie)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Het idee is dat van een gedeelde site met verschillende gebruikers. Wij zorgen gewoon dat dat kan, dat het heel laagdrempelig is om hier naartoe te komen, dat je warm ontvangen wordt. We zorgen op donderdag voor een vast onthaal met wat fruit, wat eten en koffie. Iedereen die een initiatief heeft, kan gewoon binnen wandelen en het aan ons vertellen.” (Project House of Time)
“Onze jongeren vinden sneller aansluiting bij Tumult. Tumult is geen typische jeugdbeweging, zij werken op een flexibelere manier. Zij organiseren in de paasvakantie animatorcursussen. De samenstelling van de groep is bewust de ene helft nieuwkomers en de andere helft niet. Wij mogen ook maar een beperkt aantal jongeren inschrijven. Iedereen start in een nieuwe groep en op die manier vindt die ontmoeting al makkelijker plaats.” (Project Adviescentrum Migratie)
47
“Voetbal is de motor, sociaal engagement de brandstof en diversiteit de kracht.”
De praktijk van City Pirates toont aan dat werken aan sociale integratie niet enkel vertrekt vanuit een uitgekiende visie of vanuit een optimaal gedeeld draagvlak bij elke stakeholder in de hele organisatie. Eerder dan dat is City Pirates een context waarbij in de dagelijkse praktijk heel de tijd wordt onderhandeld over de te claimen/ geven ruimte voor bepaalde groepen (jong, oud, migratieachtergrond of niet, sportief niveau, sporter of niet-sporter…). In een organisatie met een rijke geschiedenis gaat dit veranderingsproces vaak ten koste van ruimte die voordien door anderen werd geclaimd. Bijvoorbeeld: discussies over de cafétaria of de wijze waarop je je aanbod en huisregels aanpast aan je doelpubliek, discussies over zwarte piet … City Pirates is een bijzondere praktijk op het vlak van sociale integratie omdat het een deel ‘oude’ en traditionele voetbalcultuur en gewoontes (kantine etc.) mixt met een nieuwstedelijke cultuur (en claims). Dat geeft in de organisatie een boeiende dialoog, maar het creëert ook spanningen. Deze ervaringen leren dat werken aan sociale integratie een moeizaam proces is vol microkwetsuren. Het leert ook dat werken aan sociale integratie een proces is dat zelden over rozen gaat. Ook binnen een ‘welwillende’ organisatie die naar buiten toe het imago heeft als ‘good practise’ zijn er verschillende snelheden en meningen.
city pirates vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
City Pirates is een Antwerpse voetbalclub met een groot sociaal engagement. De club vertrekt vanuit een krachtenbenadering en ziet de toenemende diversiteit in Antwerpen als een sterkte. Je merkt het als je met de jonge leden praat, maar ook als je in gesprek gaat met de medewerkers en de toeschouwers. Je leest het ook in de slogan van de club: “Voetbal is de motor, sociaal engagement de brandstof en diversiteit de kracht.” Om zoiets te realiseren zet de club een brede waaier van activiteiten op waarbij jongeren zich kunnen ontplooien: een muziekstudio voor jongeren uit de buurt, een jaarlijkse piratenparade, een meisjeswerking, huiswerkbegeleiding, sporttrainingen, en ga zo maar door. Deze maatgerichte aanpak zorgt ervoor dat diverse groepen hun eigen plekje vinden in de club. Zo ontstaan er allerlei vormen van ontmoeting, vaak op een heel spontane manier.
48
Deel 5: Duurzame inbedding op mesoniveau De bedoeling van de projecten is om de samenwerking tussen de verschillende spelers in het veld te versterken. We gingen met de projecten in gesprek over de volgende thema’s: welke impact heeft een dergelijk project op de werking van de organisatie? Nemen organisaties initiatieven om de maatschappelijke positie te versterken van de kinderen en jongeren die ze bereiken? Slagen de organisaties erin om kwesties bespreekbaar maken?
Wisselende impact op de organisatie
De projectmedemedewerkers brengen nieuwe inzichten binnen in de organisatie die hen tewerkstelt. Binnen de bredere organisatie werden nieuwe kwesties besproken en kwam er meer ruimte voor de belangen van een doelgroep/thema die daarvoor nog (te) weinig op de agenda stond. Deze knowhow wordt in hoofdzaak gegenereerd door projectwerkers die door hun vertrouwensrelatie met jongeren signalen ontvangen die ook voor de organisatie nuttig zijn.
“Er is nu meer enthousiasme om samen te werken met andere organisaties en werken aan diversiteit zit ook meer ingebakken in onze werking. In onze missie en visie wijzen we op de relatie tussen sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid. Ons maatschappelijk engagement komt ook meer naar voor in onze nieuwe beleidsnota. Het zit alvast meer in onze visie, in hoe we naar de wereld kijken.” (Project JNM)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
De projectmiddelen waren een incubator om binnen de gesubsidieerde organisatie specifieke knowhow in te winnen. De manier waarop dit gebeurde was zeer divers: het opstarten van een (vast) aanbod (op maat), het introduceren van interne of externe vorming, het ontwikkelen van een gedeelde makersruimte, het uitvoeren van trajecten op maat, vindplaatsgericht jeugdwerk ... Even belangrijk was daarbij het alledaagse proceswerk waarbij onder collega’s en met vrijwilligers kwesties ter sprake kwamen die ook de eigen werking in vraag stelden.
“Binnen de jongerenwerking is iedereen mee. Het is wel vernieuwend voor onze organisatie om contacten te leggen met andere jeugdwerkingen, al kunnen we zo wel makkelijker toeleiden. Binnen het CAW is het draagvlak kleiner. De beleidsmedewerker(s) zijn nog niet helemaal mee, maar daarvoor is de looptijd van het project misschien ook te kort.” (Project Adviescentrum Migratie)
49
“Samen met het project ‘bruggenbouwers’ hebben we drie jaar de tijd gehad om tot verandering te komen. In het begin liep dat wel moeizaam. De organisatie werkte officieel wel ‘inclusief’ maar dat bleef nogal flou en vrijblijvend. Ondertussen is de mindset wel veranderd. Inclusie is meer ingeburgerd: het zit in onze vormingen, het is een wekelijks puntje op de teamvergadering … Maar dat heeft ook tijd nodig gehad. Wat heeft het veranderingsproces bespoedigd? Het moest zich eerst eens bewijzen, het moest tastbaar worden. Zowel de vrijwilligers als de collega’s moesten gezien hebben wat het juist inhoudt. Er was schrik voor het onbekende en het was belangrijk om voldoende (zelf)vertrouwen op te bouwen.” (Project Koraal)
Als bruggenbouwer detecteren ze nieuwe kwesties en agenderen ze deze in de organisatie. Ze introduceren daardoor in zekere zin een buitenstaandersblik in de organisatie, wat ze beschouwen als waardevol, maar ook kwetsbaar maakt. Het feit dat veel medewerkers als ‘tijdelijke’ projectwerkers soms ook nog iets meer buitenstaanders waren, kon in sommige gevallen een rem zijn om de gewenste veranderingen door te voeren, net als de korte tijdsduur van het project. Een aantal medewerkers zette tijdens de duurtijd van dit project een traject op om zulke signalen en bevindingen een plaats te geven in de organisatie, maar dat gebeurde niet overal zo expliciet.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
wjnh vzw
Projecten met een aanbod op maat doen dit nagenoeg allemaal omdat het bestaande aanbod in de organisatie onvoldoende inspeelt op de noden die ze detecteren. Hun aanpak slaat aan, maar tegelijk botsen deze projecten wel op de uitdaging om het project te verduurzamen. Hoewel sommige voorbeelden aantonen dat toeleiding werkt, merken ze op dat het belangrijk is om blijvend verder te werken vanuit de safe space waarvoor ze met dit project de basis legden. Het wegvallen van deze projectmiddelen geeft deze projecten niet overal een zekere toekomst.
50
“De omkadering van inclusie op het speelplein bestaat uit Hannah die als beroepskracht de inclusieve werking coördineert, jobstudenten en pedagogisch medewerkers die de vrijwilligers en kinderen ondersteunen op de grote speeldomeinen en zorgprofessionals uit twee voorzieningen die samen met een coördinator een mobiel team vormen en de werkingen ondersteunen als er een vraag is die de werking niet zelf kan beantwoorden.” (Project Koraal)
“Op zo’n kamp kunnen ze gewoon zichzelf zijn en hoeven ze niet op de toppen van hun tenen te lopen. Het is oké als je een koptelefoon neemt als het veel te druk is om je eventjes af te sluiten. Het is oké om naar je kamer te gaan als je het moeilijk hebt. Niemand kijkt er raar van op. En net daardoor kunnen kinderen zich ontwikkelen en ontstaan er vriendschappen en contacten die ook na het kamp blijven duren.” (Project AFYA)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Dat maatwerk is een van de meest essentiële dingen voor ons. Als een kind het moeilijk krijgt op kamp of liever nog daarvoor, dan willen we ingrijpen. We zijn er net in getraind om die signalen goed te herkennen. Als wij zien van ‘oei, er is precies iets wat hem of haar niet zint, of hier lijkt er een kortsluiting te zijn’, dan gaan er preventief mee aan de slag. Dan halen we het kind eventjes uit de groep bijvoorbeeld, om apart een gezelschapsspelletje te spelen. Of we bekijken samen het programma. Als een bepaalde workshop te druk is, dan doen we iets apart die dag. Dat is anders dan een doorsnee kamp, waarbij iedereen moet meedraaien in een programma voor de hele groep.” (Project AFYA)
Sommige projecten geven ook aan dat het daarom belangrijk is om als bruggenbouwer te kunnen schakelen tussen de verschillende referentiekaders van hun doelgroep en hun werkgever of organisatie. Dit vergt communicatieve en diplomatische vaardigheden. Een aantal projectwerkers geven daarbij aan dat het verbinden van deze referentiekaders moeilijk is, omdat ze zelf geen volledig neutrale rol hebben en omdat het gepaard gaat met onzekerheden over de eigen positie en takenpakket. Bijvoorbeeld als je als jeugdwerker op de brug tussen jeugdwerk en onderwijs werkt. Ze pleiten dan ook voor ondersteuning via meer ‘neutrale’ bruggenbouwers waardoor hun positie duidelijker wordt. Andere projectwerkers vinden dit evenwicht iets gemakkelijker, afhankelijk van het draagvlak binnen de organisatie, maar ook van de eigen positie en invloed in hun organisatie.
51
“Als er zich spanningen zouden voordoen over verschillende verwachtingen, dan stel ik als aanpak een bemiddelaar voor die een neutrale positie kan innemen en de beide partijen kan helpen om hun invulling van bepaalde begrippen en concepten duidelijk te maken. Als je een beetje vanop een afstand kan kijken, is je blik minder vertroebeld dan als je er middenin zit. Als je helpt verduidelijken, dan kunnen mensen weer verder. Ook zie ik het als deel van een experiment dat het ook kan mislukken. Dat is op zich geen ramp. De vraag is, wat leer je eruit. En er dient zich altijd wel een nieuwe kans aan. En ook als het niet klikt, kan je veel leren uit een situatie.” (Project Roots)
“Het project Jabari is ontstaan vanuit een blinde vlek binnen de holebi-organisaties. Deze zijn heel wit en mannelijk en sluiten daardoor jongeren uit. De bedoeling van het project is om jongeren die uit de boot vallen een eigen, veilige plek te geven. In eerste instantie bouwen we deze werking apart uit. Pas als de structuren binnen organisaties als WJNH grondig zijn veranderd, kunnen we overwegen om die meer te integreren in de koepelorganisatie. Nu zijn we vooral bezig met het ondersteunen en het versterken van de jongeren.” (Project WJNH)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
De duurzame inbedding van de projectmaterie is na het verstrijken van de projectoproep niet overal gegarandeerd. Verschillende projecten geven aan dat bepaalde deelaspecten van de projecten en de opgebouwde expertise, vaak vertegenwoordigd door een projectmedewerker, nog te broos zijn om zonder personeel dezelfde impact te kunnen genereren.
De projecten slaagden erin om meer kennis en knowhow op te bouwen omtrent de doelgroep of thematiek die ze beoogden. Toch blijft er werk aan de winkel om de cultuur en structuur van organisaties aan te passen aan de eigenheid van de doelgroep. Er weerklonk hieromtrent ook zelfkritiek, want verschillende projecten geven aan dat het personeel, het bestuur en de vrijwilligers van de betrokken organisaties nog te weinig dezelfde diversiteit representeren als de doelgroep die ze beogen (bijvoorbeeld niet etnischcultureel divers, met een beperking … ). Ook met oprechte bedoelingen is het nog steeds de organisatie die, vaak onbewust, bepaalt aan welke aspecten van de werking er mag gesleuteld worden. De organisatie bepaalt de agenda en het kader waarbinnen inspraak zich voltrekt. Maar daarbij blijven heel wat evidenties, heilige huisjes en bestaande (machts)verhoudingen buiten beeld. Ook deze vaststelling sluit aan bij het DieGem-onderzoek waaruit bleek dat tradities, normen, gewoonten en gebruiken vaak onuitgesproken blijven in de organisatievorm en -cultuur van vele vrijetijdsinitiatieven. Om bruggen te bouwen is het nodig dat waarden, normen en concrete verwachtingen wel onderhandelbaar zijn. 52
“Intern blijft er ondertussen wel discussie tussen de vrijwilligers die de werking willen verbreden en zij die net meer willen verdiepen in natuurstudie en natuurbeheer. Door diversiteit te koppelen aan de kernwaarden en -inhouden van de beweging, probeert het bestuur ervoor te zorgen dat het geen ofof- maar een en-en-verhaal wordt. Toch ebt de weerstand niet meteen weg, zeker wanneer vrijwilligers ook het gevoel hebben dat ze niet over voldoende expertise beschikken.” (Project JNM)
Sommige projectwerkers gaven aan dat het ontbreken van de stem en betrokkenheid van de doelgroep het veranderingsproces in de organisaties vertraagt. Zeker in grotere organisaties is het nog steeds moeilijk om de koers te veranderen.
“Zogenaamde minderheden zoals personen met een migratieachtergond, mensen met een beperking of LGBTQI+ krijgen er nog onvoldoende het woord als expert van de eigen situatie. Verontrustender nog is dat ze vaak minimaal aanwezig zijn in het medewerkersbestand van middenveldorganisaties, scholen of beleidsinstellingen. Om van leidinggevende functies nog te zwijgen.” (Van den Broeck J., Claes E., Naessens L., 2019)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Scoutsgroepen staan er niet altijd bij stil, maar eigenlijk hebben zij niet altijd een goed imago bij mensen die niet vertrouwd zijn met hun werking. Zeker meer traditionele of conservatieve gezinnen kunnen in eerste instantie struikelen over het alcoholgebruik in zo’n groep of het feit dat jongens en meisjes in dezelfde tent slapen. Ook de primitieve en avontuurlijke omstandigheden waarin groepen op kamp gaan, zijn voor een buitenstaander niet meteen begrijpelijk.” (Project Roots)
Toch concluderen we dat we meer en meer naar een kantelpunt evolueren en dat de sense of urgency om dit te veranderen groeit. Een dergelijk veranderingsproces kan bespoedigd worden door nog radicalere keuzes te maken en door nog meer de kant van de doelgroep te kiezen bij de voorbereiding en selectie van dergelijke projecten, wat dan ook aanpassingen vraagt aan het projectdesign van dergelijke oproepen. Ook een sterkere en permanente vertegenwoordiging van de doelgroep bij de project- en vaste medewerkers en leidinggevenden kan de veranderingen die op gang zijn gebracht steviger inbedden.
53
Wanneer is sociale integratie geslaagd? Jeugdwerkparticipatie kan de motor zijn voor sociale integratie en verbinding in de samenleving. Hoe ervaren de projecten zelf sociale integratie? Een aantal projecten koppelen sociale integratie aan toeleiding van individuele jongeren, maar gaan sterk op zoek naar wat haalbaar is voor de jongeren in kwestie. Het uiteindelijke doel is het realiseren van verbinding met de samenleving, hoe klein of hoe groot de ontmoeting ook is.
“Misschien is toeleiding gewoon geslaagd te noemen als die minimale ontmoeting, per individu of in groep, gerealiseerd is? En misschien moeten we toeleiding niet pas als geslaagd beschouwen als jongeren ook op langere termijn blijven deelnemen aan het aanbod waar wordt naartoe geleid. … Voor jongeren is het een leuke manier om te zien wat er allemaal mogelijk is, ook al hoeft het dan niet altijd met een langetermijnplan te zijn.” (Project Adviescentrum Migratie)
“Mijn grootste wens is dat elke jongere op een of andere manier op een positieve/constructieve manier verbinding kan maken met andere jongeren, met een organisatie, met een groep … We mogen niet tolereren dat jongeren zo geïsoleerd raken dat er geen enkele verbinding meer is.” (Project KSA)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Projectbegeleiders gaan op een integere manier om met de realiteit en vragen van kinderen en jongeren. Vanuit het Masterplan Diversiteit wordt gepleit voor sociale integratie als doel en ontmoeting als middel. De ervaring vanuit deze projecten toont aan dat we meer op zoek moeten gaan naar verschillende invullingen van ontmoeting en verbinding vanuit het perspectief van de kinderen en jongeren zelf. Welk soort van ontmoeten is voor hen bruikbaar en goed genoeg?
Het is in die zin belangrijk om te blijven beseffen dat jeugdwerk deel uitmaakt van een ruimere opvoedingsomgeving. Goede basisvoorzieningen, de sociale leefomgeving en de fysieke ruimte zorgen samen voor verbinding en voor de verbreding van de leefwereld van kinderen. Het betekent ook dat sociale integratie niet alleen gerealiseerd kan worden in het jeugdwerk. Op het niveau van de organisatie is sociale integratie een strategie voor gelijkwaardige ontmoeting en leren van elkaar. Sociale integratie is in die zin ook voor de organisatie zelf een einddoel dat nooit bereikt wordt, maar vooral een leerproces van diverse organisaties uit verschillende sectoren. Sleutelwoorden zijn reflectie en dialoog.
54
“Het was ons van meet af aan te doen om het samenbrengen van verschillende referentiekaders en leefwerelden. Het is niet de bedoeling dat de ene groep opgaat in de andere. Een gelijkwaardige ontmoeting en uitwisseling staan bij ons centraal. We willen leren van elkaar.” (Project JNM)
“Zo hebben we eens een wandeltocht georganiseerd door Gent zoals een dagtocht op kamp. Tijdens de tocht was er veel protest – ook al vonden ze het diep van binnen wel plezant hoor. Maar we zijn geëindigd aan de McDonald’s op de Korenmarkt op een doordeweekse avond. Dat had anders nooit gemogen. We openen een aantal deuren die anders dicht blijven. Dat is een jeugdwerkervaring die veel mensen hebben, denk ik, dat er net iets meer mag dan thuis, maar dat het oké is omdat het onder begeleiding is.” (Project KSA)
jhob vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Werken aan sociale integratie is voor deze projecten niet enkel een kwestie van praten, maar ook een kwestie van doen. Enkele projecten beschouwen het niet te veel op de voorgrond plaatsen van het thema ‘sociale integratie’ als een reden waarom hun project werkt. Ze gaven aan dat ze dit ‘zwaarwichtige’ thema ‘sociale integratie’ soms bewust vermijden als gespreksonderwerp, en dat ze in eerste instantie kiezen voor de uitbouw van een omgevingscontext waarin samen positieve en bindende dingen gedaan worden. De projecten ontwikkelen dus een eerder pragmatische werkwijze om sociale integratie vorm te geven. Ze vertrekken niet altijd vanuit een coherente of gedragen visie waarbij iedereen meteen op dezelfde golflengte zit.
55
Vrijwilligers en professionals
De projectmedewerker maakt vaak echt het verschil: door de tijd en energie die hij/zij kan investeren, maar ook door de specifieke deskundigheid of door het netwerk dat hij/ zij binnenbrengt. Toch blijft het een belangrijk aandachtspunt dat de vaste medewerkers en de vrijwilligers voldoende eigenaarschap en verantwoordelijkheid blijven behouden en dat de projectmedewerker het project niet volledig alleen draagt. Hier herkennen we het belang van een reflectieve cultuur en een onderhandelbare structuur uit het onderzoek ‘Bruggen bouwen in en met het jeugdwerk’ (Van Ceulebroeck N. & De Ceuster E., 2019). Kunnen de betrokken organisaties hun eigen manier van werken in vraag stellen? Is het jeugdwerk bereid om de structuur en de manier van beslissingen nemen in vraag te stellen? Voldoende doorstroming in de brede organisatie vormt een aandachtspunt. Vooral als de beroepskracht botst op drempels die sterk verbonden zijn met de eigenheid van de werking. Ook naar verduurzaming toe vormt die professionele inzet de achillespees van veel projecten. Als de bijkomende middelen wegvallen, is er vaak geen mogelijkheid meer om de projectmedewerker in dienst te houden. Ook het verduurzamen van de omkadering van de reguliere werking is niet evident. Er hangt een prijskaartje aan dat zonder projectmiddelen op het eerste zicht niet kan gedragen worden binnen de bestaande werking.
“Het speelplein is erg tevreden over de omkadering die ze kan aanbieden. Maar de structurele inbedding ervan blijft een uitdaging. De vergoeding van jobstudenten en het loon van Hannah als inclusiecoördinator is een kost die de werking eigenlijk niet structureel kan dragen als ze het speelplein betaalbaar wil houden voor alle lagen van de bevolking zoals nu het geval is. De taken van Hannah lopen ook door buiten de schoolvakanties: vorming geven, administratie opvolgen, planning opstellen, nieuwe partners zoeken, inspiratie opdoen, ondersteuning uitwerken voor de vrijwilligers, ondersteunen van de werkgroep inclusie, intakegesprekken, overleg met de voorzieningen …” (Project Koraal)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Verschillende organisaties nemen voor dit project een professionele medewerker in dienst, met een specifieke taak en/of expertise. Of ze doen een beroep op de professionele deskundigheid van een externe partner. Die professionele inzet of deskundigheid blijkt noodzakelijk om het project te realiseren. Beroepskrachten slaan bruggen naar organisaties uit andere sectoren/levensdomeinen, ze nemen specifieke taken op en ze ondersteunen vrijwilligers.
56
“De vrijwilligers kunnen in mijn ogen soms gemakkelijker contact leggen. Ik vertrek meer vanuit een professionele rol, ik zit ook in een andere levensfase en scherm ook mijn privéleven een beetje af want dat interesseert de meisjes toch niet. De vrijwilligers staan dichter bij de meisjes en kunnen gewoon zichzelf zijn. Het contact met de vrijwilligers is authentieker. Ik heb toch nog steeds het project in het achterhoofd. De vrijwilligers kunnen veel meer vanuit dezelfde leefwereld vertrekken: hun hobby’s, huisdieren, leerkrachten, school, gezinsleden … en ze maken zo verbinding. Net omdat ze zichzelf durven zijn, doorbreken de vrijwilligers ook een aantal dwingende patronen in de voorziening. Je best doen op school is helemaal niet sexy binnen de voorziening, maar als er dan een aantal ijverige studenten binnenkomen in de voorziening, dan ontdekken de meisjes leeftijdsgenoten die studeren wel belangrijk vinden. Zo ontstaat er een nieuwe dynamiek. Het is oké om niet stoer te doen.” (Project KSA)
Een aantal projecten betrekken ook doelbewust herkenbare vrijwilligers voor de doelgroep. Rolmodellen maken makkelijker duidelijk aan jongeren of die vorm van jeugdwerk wel iets voor hen kan zijn. Tumult vzw zet expliciet in op nieuwkomers en maatschappelijk kwetsbare jongeren als rolmodellen:
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Sommige projecten gaan op zoek naar laagdrempelige manieren om nieuwe vrijwilligers aan te trekken. Om verschillende redenen: om het draagvlak en de draagkracht voor het project te vergroten, om diverse expertises in het project binnen te brengen en om de herkenbaarheid voor de doelgroep te vergroten. Het betrekken van vrijwilligers bij de projecten biedt een expliciete meerwaarde in de ontmoeting van diverse leefwerelden en organisaties. Al moeten ze wel goed ondersteund worden door de projectcoach. Zij moeten vrijwilligers coachen, hun werk faciliteren, feedback geven en informatie met hen uitwisselen.
“Een instructor op cursus die een gelijkaardige ervaring, verhaal of achtergrond deelt met een aantal deelnemers, kan een goed rolmodel zijn. Zo kan een instructor met een vluchtverhaal aan startanimatoren tonen dat het mogelijk is om door te groeien. Maar hij/zij/x kan tegelijk ook vertellen over de strubbelingen om het tot instructor te schoppen.” (Tumult vzw)
57
In het project Navigate You(th) werken professionele toeleiders samen met lokale vrijwilligers. De toeleider weet als ervaringsdeskundige hoe het is om nieuw te zijn in Vlaanderen. De vrijwilligers zijn dan weer opgegroeid in Vlaanderen en vertrouwd met het Vlaamse vrijetijdsaanbod. Samen leiden zij kinderen en jongeren met taal- en integratienoden toe naar de lokale vrijetijdsactiviteiten.
Nieuwkomers als toeleiders naar vrije tijd PIN vzw ondersteunt Vlaamse gemeenten bij de integratie van inwoners van buitenlandse herkomst. Daarin spelen toeleiders een sleutelrol. Dat zijn geëngageerde ervaringsdeskundigen die nieuwe inwoners van buitenlandse herkomst wegwijs maken in de lokale samenleving. Veel nieuwkomers zijn niet bekend met het ruime en rijke vrijetijdsaanbod in Vlaanderen. Tegelijkertijd is er een groeiend aantal vrijetijdsaanbieders die graag meer nieuwkomers in hun werking willen verwelkomen maar niet goed weten hoe hen te bereiken. De voorbije twee jaar is PIN actief op zoek gegaan naar de meerwaarde die toeleiders kunnen bieden om deze kloof te overbruggen.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Probeer diversiteit in je ploeg te krijgen. Neem bijvoorbeeld buurtsport in Antwerpen of in Mechelen, daar zit al veel diversiteit in de begeleiding en dat helpt ook nieuwkomers over de streep. Je kan wel zeggen dat je openstaat voor iedereen maar als je dat niet kan zien, dan is dat moeilijker om te geloven. Als er bijvoorbeeld iemand uit de Afghaanse gemeenschap ergens tevreden is, dan maakt die reclame in de gemeenschap. Natuurlijk is de kwaliteit van de begeleiding het belangrijkste. Bij Kena bijvoorbeeld zijn het allemaal witte begeleiders, maar die doen dat super goed. Maar als er diversiteit is in de ploeg, dan is het gemakkelijker om jongeren te overtuigen om ook deel te nemen.” (Project Roots)
Dankzij projectfinanciering kon PIN vzw eerder al ervaring opdoen met vindplaatsgericht jeugdwerk in Beersel. In dit project gingen ze in Vilvoorde aan de slag. Het Vilvoordse verhaal richt zich in eerste instantie op een groep jongeren van 12 tot 15 jaar die in de bibliotheek hun toevluchtsoord heeft gevonden. Hoewel de bib haar best doet om die jongeren een plek te geven, zet dit wel extra druk op de werking. De ervaringsdeskundigen van PIN staan in voor de toeleiding naar het jeugdcentrum. Toeleiders zijn dankzij hun ervaringsdeskundigheid sterk in het informeren, sensibiliseren en begeleiden van nieuwkomers. Daar wil PIN vzw de komende jaren dan ook sterk op inzetten. Joke Van Dooren (PIN vzw): “Onze toeleiders kunnen gezinnen informeren, sensibiliseren, vertellen wat de meerwaarde kan zijn van vrije tijd, wat het aanbod is, waar ze concreet terecht kunnen, hoe ze drempels kunnen overwinnen ...”
58
Partnerschap - samenwerking De projectsubsidiëring bood de mogelijkheden voor het experimenteren met niet voor de hand liggende verbindingen. De projecten zetten in op samenwerking/partnerschap tussen een of meerdere organisaties, binnen en buiten het jeugdwerk. Die samenwerking is vaak onmisbaar om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de doelgroep en om hen effectief te bereiken, maar ook om expertise te delen en ontmoeting op te zetten tussen kinderen en jongeren die opgroeien in verschillende levensomstandigheden.
“De belangrijkste boodschap was: schoenmaker blijf bij uw leest. Jullie zijn jeugdleiders, jullie zijn er om jongeren een toffe middag te bezorgen en niet om al hun problemen op te lossen. BIZON raadde ons aan om een onderscheid te maken tussen gedragingen die voortvloeien uit de activiteit en gedrag vanuit de jongeren zelf. De spelcontext, daar heeft de begeleiding grip op. De onderliggende problematiek vergt tijd en geduld. Veel jongeren kunnen in het jeugdwerk eens hun gedachten verzetten. Blijf dan ook niet nodeloos hangen bij wat er misliep maar probeer zo snel mogelijk terug speelplezier te vinden.” (Project KSA)
Brusselse jeugdbewegingen willen een betere afspiegeling zijn van hun buurt. Vanuit gedeelde expertise wordt er samen aan die uitdaging gewerkt. Enerzijds is er de expertise van Cultureghem met plekwerkleren, hun netwerk en tools. Anderzijds heb je de expertise van jeugdbewegingen met jeugd- en vrijwilligerswerk. Sociaal-cultureel werker Cem Aydogan hierover:
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Partners die samenwerken in een project moeten ook goed beseffen waar hun sterktes en waar hun beperkingen liggen. Zo zijn er een aantal organisaties die samenwerken met bijzondere jeugdhulp. Partners in een dergelijke samenwerking vertrekken vanuit verschillende posities ten aanzien van jongeren, verschillende contexten en expertises.
“Ik begeleid scouts mee om kinderen die ze niet kennen aan te spreken. Cultureghem organiseert niet de activiteiten – dat kunnen de scouts zelf – maar deelt de expertise die we binnen het plekwerken opgedaan hebben.” (Project Cultureghem)
59
“Het grootste leerproces voor mij is de samenwerking met partners. Het heeft tijd en vertrouwen nodig. Want Masala, Jes en Nerdlab zijn ook concurrenten van mekaar, hoe je het ook draait of keert. Het grote idee achter cocreatie is dat we alles delen, maar dat vraagt tijd en vertrouwen. Dan weet je wat de sterktes en zwaktes van mekaar zijn.” (Project Nerdlab)
“Er zijn ook grenzen aan wat wij en onze jongeren moeten verdragen. Zo zijn we lang geleden ook al van het veld gestapt na een racistisch incident. We kregen dan wel een boete, maar goed, het is belangrijk dat we duidelijk het signaal geven dat er ook grenzen zijn, zonder dat wij of onze jongeren daar de dupe van worden. Ondertussen groeit wel het besef dat racistische uitspraken niet thuishoren in de sport. We mogen ook advies geven over dit onderwerp.” (Project City Pirates)
kras vzw
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Samenwerken vereist soms dat organisaties duidelijk hun grenzen afbakenen wanneer de eigenheid van hun werking in het gedrang komt. De visies en praktijken binnen onderwijs of hulpverlening kunnen wel eens wringen met de aanpak in het jeugdwerk. Jeugdwerkorganisaties zijn wel voldoende assertief om hun eigen aanpak te bewaken en grenzen aan te geven. Het belang van een ‘sterke kernidentiteit’ uit het onderzoek Bruggen Bouwen vinden we hier terug. De partners respecteren die eigenheid ook, sterker, ze erkennen deze expliciet. In de praktijk is er sprake van wederzijdse afstemming.
60
“Professionele ondersteuners op je werking, dat is wennen voor beide partijen. Zeker tijdens het bruggenbouwproject waren de ondersteuners lange tijd actief op één werking. In het begin was dit soms moeilijk omdat niet iedereen even goed wat hun rol precies was. De contacten verliepen steeds vlotter. Er kwamen zorgprofessionals met een ander profiel bij. Hierdoor groeide het enthousiasme voor het project. Ze begrepen de eigenheid van een speelpleinwerking en konden beter om met de speelse chaos. Want dat is echt wel een andere wereld, zeker als je daar niet mee vertrouwd bent. Zo verloopt een speelplein veel minder gestructureerd dan een zorgvoorziening bijvoorbeeld. Ook moet de werking grenzen afbakenen en aangeven wat wel en niet mogelijk is op een speelplein.” (Project Koraal)
De tijd en energie die organisaties investeren in samenwerking gaat soms ten koste van het basiswerk met de kinderen en jongeren. Dat wringt voor praktijkwerkers.
“Het vraagt ongelofelijk veel tijd om van de tienerouders het vertrouwen te krijgen, om al een keer een koffietje te gaan drinken. Dat wordt soms wel wat onderschat, denk ik. Ik merk dat we daarnaast in ongelofelijk veel overlegorganen zitten, om signalen te geven, maar dit gaat soms ten koste van je basiswerk. Ik vind het allemaal wel tof en belangrijk en we moeten ook de stem van die jongeren verspreiden, want ze kunnen het zelf niet vertellen. Maar we moeten toch zoeken naar de balans daarin.” (Project LEJO)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Samenwerken kost tijd en energie. Projectmiddelen kunnen helpen om een deel van de investering die verbonden is aan de samenwerking te vergoeden. Maar als de projectmiddelen stoppen, is het onzeker in welke mate de partners deze investering op een duurzame manier kunnen garanderen. Overleg en afstemming blijven echter nodig, ook in een gevestigde samenwerking.
In een aantal projecten is ook het lokaal bestuur betrokken als partner. Zij zouden een rol kunnen spelen in die duurzame verankering, al is dit momenteel moeilijk te concretiseren, o.a. door het intersectorale karakter van veel projecten. In één project vond men wel al een oplossing.
“Samen met de Stad Antwerpen werkte City Pirates een convenant uit die hun integrale werking ondersteunt vanuit verschillende beleidsdomeinen. Transversaal werken is een mooi ideaal, een beleidsmatige uitwerking ervan heeft best wat voeten in de aarde.” (Project City Pirates)
61
Vier verschillende projectpartners Vier Genkse jeugdwerkorganisaties slaan de handen in elkaar om een gezamenlijke animatorcursus te organiseren. Ze willen zo onbenutte talenten aanboren en verbinding creëren tussen eerder wijkgebonden en doelgroepgerichte werkingen. De gedeelde identiteit van animator in het jeugdwerk en de sterkte van jeugdwerk als methodiek laat verschillen vervagen en smeedt nieuwe banden. Naast de verbinding tussen de jongeren versterkt dit project ook de banden tussen de betrokken organisaties. Medewerkers werken vlotter samen en leren elkaars werking beter kennen, wat op zijn beurt nieuwe kansen creëert voor samenwerking.
Tegelijk leefde er vanuit Gigos vzw, het jeugdwelzijnswerk van Genk, de nood om jongeren uit hun wijk(werking) te krijgen. Jongeren participeren sterk in de eigen wijk en in gesloten circuits. Dat maakt hen ook afhankelijk van het aanbod in hun wijk. Door middel van een gezamenlijke animatorcursus, maar ook door stage te lopen in elkaars werking, willen de initiatiefnemers deze keer wel de wijkgebonden circuits doorbreken. De derde partner is Risala, een organisatie van jongeren met een migratieachtergrond. Deze jonge vereniging wil de dialoog tussen verschillende Genkse gemeenschappen versterken door middel van concrete activiteiten zoals vormingen, uitstappen en lezingen. Verder staan ze ook in voor de studiebegeleiding bij jongeren die hier extra nood aan hebben.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
In dit project werken vier verschillende projectpartners samen. Groep INTRO Limburg neemt deel vanuit haar vrijetijdswerking met OKAN jongeren. Al snel merkte Groep INTRO dat er bij de jonge nieuwkomers echte capaciteiten zaten om jeugdwerker te worden. Jongeren ontdekken via het jeugdwerk onontgonnen talenten. De goesting spat ervan af om hier meer mee te doen. Groep INTRO zat dus al langer met de vraag hoe deze jongeren de weg konden vinden naar een geschikte animatorcursus.
Als vierde partner wilde men graag een jeugdbeweging mee aan boord krijgen. Er was oorspronkelijk een vereniging enthousiast, maar die heeft in de loop van het traject toch zijn engagement stopgezet. Er kwam een nieuwe leidingsploeg die andere prioriteiten stelde. Met steun van de jeugddienst zijn de projectpartners wel nog steeds op zoek naar een jeugdbeweging die wil instappen in het project. Daarnaast blijven in principe ook andere partners welkom.
62
Deel 6: Ruimere weerklank op macroniveau De projecten gaan elk op hun eigen manier om met het ruimer bekend maken van hun project. We gingen samen met de projecten op zoek naar hoe het Departement Cultuur, Jeugd en Media nog meer sociale integratie kan realiseren in het jeugdwerk. Het mag nog wat meer zijn:
Naar buiten komen Sommige werkingen treden bewust naar buiten, andere willen eerst intern sterker staan. Het valt op dat veel projecten fier zijn op de resultaten van hun werk. Een aantal projecten nam een uitgesproken ambassadeursrol op en ziet het als een taak om buiten de organisatie meer kennis en sensitiviteit te ontwikkelen voor een bepaalde problematiek of doelgroep. Ze ontwikkelen daarom zelf vorming, een brochure en organiseren studiedagen of ontmoetingsmomenten om dit belang te onderstrepen. Toch geldt dit niet voor alle projecten. Een aantal andere projecten geeft aan dat er ook een risico verbonden is aan het naar buiten treden. Ze geven aan dat de buitenwereld niet altijd een safe space is, en dat het ook gevaarlijk kan zijn om naar buiten te komen rond thema’s waarbij de soms kwetsbare doelgroep die ze vertegenwoordigen ook weerstand en kritiek zal krijgen. Hoewel ook deze projecten meer aandacht vragen voor het maatschappelijke belang van hun project, kiest men er dan soms bewust voor om niet de voorgrond op te zoeken.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Diversiteit wordt te pas en te onpas gebruikt en in de praktijk verandert er misschien niet zo veel of gaat het niet zo snel. Ik denk dat het ook heel moeilijk is om met dit project echt structurele diversiteit in het leven te roepen. Dit project gaat over ontmoeten. Om duurzame diversiteit in een organisatie te hebben, moet een project natuurlijk langer dan anderhalf jaar lopen en moeten er meer projecten zijn dan zestien projecten verspreid over heel Vlaanderen.” (Project Adviescentrum Migratie)
Verschillende projecten ontwikkelen een eerstelijnsaanbod op maat. Dit aanbod vergt een intense en aangehouden inspanning en voltrekt zich grotendeels in de luwte, soms zelfs onzichtbaar voor de buitenwereld. Sommige doelgroepen en organisaties verkiezen deze positie in de schaduw om voorzichtig af te tasten en te experimenteren. Ze staan er niet voor te springen om het project aan de grote klok te hangen.
63
“Ik heb er van bij het begin van dit project over gewaakt dat we daar niet meteen de WJNH-stempel op plakken. Het project wordt niet gerund door mensen die wit zijn en het wordt daarom niet zomaar in onze mediastroom (van WJNH) gestoken. Er zijn ook wel bestuursleden die vinden dat we meer ruchtbaarheid aan dit project mogen geven, maar dat kan niet.” (Project WJNH)
“Hoe langer hoe meer gaat het over: hoe wordt een project naar buiten gebracht? En wat je effectief doet wordt minder belangrijk. De vraag is altijd: hoe gaan we daar mee uitpakken? Het gaat ook de perceptie creëren dat dingen belangrijk zijn. Laat een projectbeoordeling niet afhankelijk zijn van hoe goed het verkocht wordt. Hoe groter de schaal waarin we moeten werken, hoe meer de vraag komt, of je dit kan delen met iedereen en hoe meer druk er ook komt.” (Project CAW Noord-West-Vlaanderen vzw)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Toch is de organisatie nog terughoudend om breed te communiceren dat hun kampen nu autismevriendelijk zijn. Het project staat nog in zijn kinderschoenen. Ook is het nog onduidelijk of de eigen werking de eventuele meerkosten blijvend kan dragen, zonder extra projectfinanciering.” (Project AFYA)
64
Netwerk vergroten Beroepskrachten en vrijwillige trekkers spelen een belangrijke rol in het versterken van de maatschappelijke positie van kinderen en jongeren. Gebeurt dit ook naar aanleiding van de samenwerking in de projecten sociale integratie?
Tegelijk leeft de nood om de zichtbaarheid van de doelgroep te vergroten, om het netwerk rond de doelgroep te verbreden, om structurele oplossingen aan te bieden, om signalen te geven aan de brede samenleving en om de leerervaringen uit het project te delen met anderen. Sommige organisaties treden net expliciet naar buiten als een sterk merk, met een positief narratief waar hun deelnemers een positieve identiteit aan kunnen ontlenen.
“Lidmaatschap van onze werking geeft jongeren het gevoel dat ze ergens toe behoren. Ze vinden bij ons een sterke identiteit om zich mee te verbinden. We geven veel eigenaarschap aan de jongeren, we zetten in op participatie, we geven hen verantwoordelijkheid, … We maken hen tot ‘piraat’ en dat biedt jongeren die zich nergens echt thuis voelen een soort van thuisgevoel of tweede thuisgevoel. Deze jongeren hebben het thuis niet altijd even makkelijk, maar ze voelen zich ook niet aanvaard binnen de brede samenleving. Uitspraken op politiek niveau en in de media versterken dat gevoel en sijpelen ook door naar het dagelijks handelen van mensen. En als je dan weet dat onze jongeren vaak zeer geïsoleerd opgroeien van de samenleving, met weinig vertrouwenspersonen of warme contacten en vooral negatieve en zure reacties, dan snap je het belang van een positief alternatief. Dit geldt niet voor alle jongeren natuurlijk. Maar wij merken wel dat we de eigenwaarde bieden waar veel jongeren naar zoeken en die ze ergens anders niet vinden.” (Project City Pirates)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“Sociale inclusie is een voortdurend proces om de sociaal kwetsbaarderen onder ons voldoende kansen te bieden om ten volle te participeren aan een economisch, sociaal en cultureel welzijn. … Er bestaat geen standaard handleiding of pasklare oplossing die iedereen past. Het is en blijft een participatief proces om uitsluiting tegen te gaan en dit op verschillende niveaus tegelijk. … Vanuit de jongerenwerking kunnen we wel heel wat constructieve bijdragen leveren door onze organisaties voortdurend aan te passen (evolutie) via leren (experiment, niet-lineair). Als we naast deze concrete acties ook nog eens vlot leren samenwerken en kennis delen dan creëren we een open en inclusief netwerk waar kritiek en reflectie onder partnerorganisaties gewenst is. Hoe groter de diversiteit aan partners in dit netwerk, hoe meer we sociale integratie kunnen versterken en garanderen.” (Project Nerdlab)
65
“Het uitbouwen van het aanbod in de voorziening zagen we toch vooral als een experiment om zelf ervaring op te doen over dit onderwerp en om vanuit die praktijk onderbouwde uitspraken te doen. Die ervaring willen we gebruiken om aandacht te vragen binnen het jeugdwerk voor deze doelgroep. We willen ons echt opwerpen als ambassadeur en aantonen dat kinderen en jongeren binnen de jeugdhulp evenzeer een doelgroep zijn van het jeugdwerk. We mikken op die groepen waar een sluimerende interesse is of een persoonlijke link. Die groepen willen we net die extra push geven om tot de actie over te gaan.” (Project KSA)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
“In hun project OUR P.A.C.T rond deradicalisering valt het op hoezeer jongeren met een migratieachtergrond zich niet thuis voelen in onze samenleving. De opkomst van extreemrechts, het toenemende racisme, de onverdraagzame uitspraken … het vervreemdt jongeren van onze samenleving en sterkt hen in de overtuiging dat ze hier niet gewenst zijn. Ook buren en vroegere klasgenoten kanten zich soms tegen hen. Wie voortdurend blootgesteld wordt aan die negativiteit en niet wordt begeleid of ondersteund, die krijgt het kwaad. Of wordt ontvankelijk voor manipulatie. Via hun projecten probeert Roots Jeugdwerk individuele jongeren terug op de rails te zetten … Het project met Scouts en Gidsen Vlaanderen lijkt veraf te staan van het project over deradicalisering. Maar toch is het voor Roots Jeugdwerk erg belangrijk om die verschillende werelden samen te brengen. Als dat lukt, dan blijken de verschillen minder groot en krijgen mensen de kans om naar elkaar toe te groeien in plaats van verder uit elkaar te drijven.” (Project Roots)
“Scouts en Gidsen werken aan de samenleving. Ook onze groepen en onze leiding staan niet volledig buiten het groeiende discours in onze samenleving dat zich keert tegen mensen met een migratieachtergrond. We kiezen voor een pedagogische aanpak. Door verschillende mensen samen te brengen binnen een gedeeld kader – het spel van scouting – hopen we om verbinding te creëren. Wij kunnen de samenleving niet veranderen. Maar we kunnen wel onze leiding beïnvloeden die op hun beurt in hun omgeving een zekere uitstraling heeft.” (Project Roots)
66
Conclusies beleidsaanbevelingen Maak werk van intersectorale ondersteuning
“We konden enkel vanuit de sectorspecifieke beleidsdomeinen geld krijgen. Nu krijgen we hybride subsidies vanuit verschillende sectoren. Ik hoop dat vele andere organisaties dit ook kunnen doen. Voorlopig zijn we de enige die dit krijgen. Dat helpt ons enorm omdat we naar de toekomst beter kunnen uitkijken. Met dat convenant kunnen we nu ook de sociale werking uitrollen.” (Project City Pirates)
Vertrek vanuit een brede kijk op jeugdwerk
Er weerklinkt bij diverse projecten een vraag om de kijk op jeugdwerk te verbreden. De projecten tonen aan dat jeugdwerk springlevend is en dat allerlei eigentijdse jeugdwerkvormen worden ontplooid. We hoorden dat er naast een groepsgebonden jeugdwerkaanbod steeds meer vraag komt naar individueel jeugdwerk waarbij maat- en proceswerk aan belang wint. Jeugdwerk gaat volgens de projecten niet enkel over het ontplooien van een onveranderlijk aanbod, maar ook over het ontplooien van (individuele en/of groepsgerichte) trajecten die erin slagen om in te spelen op noden en wensen van kinderen en jongeren. De projecten tonen aan dat een school, sportclub of voorziening zich kan ontpoppen tot broeihaard van vernieuwend jeugdwerk. Daarnaast geven de projecten ook aan dat er in het informele circuit vandaag al heel wat straf en eigentijds jeugdwerk wordt gerealiseerd, al krijgt het daarom niet noodzakelijk de stempel van ‘erkend’ jeugdwerk.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
De projecten tonen aan dat ontmoeting in het jeugdwerk zich vaak ontpopt op de brug tussen verschillende levensdomeinen. Een samenwerking tussen verschillende sectoren is daarom het meest aangewezen om tot optimale ondersteuning ervan te komen. We zien dat er bruggen worden gebouwd tussen jeugdwerk en jeugdhulp, sport, onderwijs en voorzieningen. Tegelijk geven de projecten aan dat je een samenwerking tussen sectoren moeilijk gefinancierd krijgt. Een oplossing is dat lokale besturen investeren in klaverbladsubsidies of cocktailsubsidies waar de verschillende beleidsdomeinen proportioneel investeren in soortgelijke projecten of praktijken.
Hanteer een brede kijk op ontmoeting
Het sterke aan deze projectoproep was dat het jeugdwerkorganisaties, zowel reguliere als doelgroepspecifieke, de kans gaf om buiten de lijntjes te kleuren. Deze projecten zetten in op een breed spectrum van ontmoeting: van het samenbrengen van verschillende referentiekaders tussen verschillende kinderen en jongeren, tussen vrijwilligers en professionals, tussen jeugdwerkers en professionals uit andere sectoren en tussen jeugdwerkers en ouders. De jeugdwerkers (vrijwilligers en professionals) verbreden de leefwereld van kinderen en jongeren, maar ontmoeten tegelijkertijd andere leefwerelden 67
van kinderen en jongeren en organisaties uit het jeugdwerk of andere sectoren die de eigen visie, aanpak en evidenties in vraag stellen. Ontmoeting zit in deze projecten op een breed continuüm en focust op meer aspecten dan louter de ontmoeting van kinderen en jongeren met verschillende achtergronden. Een aantal projecten koppelen sociale integratie aan toeleiding van individuele jongeren, maar gaan sterk op zoek naar wat haalbaar is voor de jongeren in kwestie. Het uiteindelijke doel is het realiseren van verbinding met de samenleving, hoe klein of hoe groot de ontmoeting ook is. De ervaring vanuit deze projecten toont aan dat we meer op zoek moeten gaan naar verschillende invullingen van ontmoeting en verbinding vanuit het perspectief van kinderen en jongeren zelf. Welk soort van ontmoeten is voor hen bruikbaar en goed genoeg?
De projecten geven aan dat het belangrijk is om voldoende tijd te hebben en om vanuit een blanco blad te vertrekken met hun doelpubliek. Er werd veel proceswerk uitgevoerd dat meer tijd nodig heeft dan wat er via deze projectmiddelen ter beschikking was. Er werd ook benadrukt dat experimenteerruimte ten koste moet kunnen gaan van initieel gemaakte plannen binnen de organisatie of het projectdossier. Dit vereist wendbaarheid van de organisatie om oorspronkelijke ambities aan te passen. Het vraagt van projectmedewerkers dat ze sterk in hun schoenen staan, want het continu aanpassen en onderhandelen over de projectinzet en aanpak genereert automatisch onzekerheid bij de uitvoerders die tegelijk wel missiegedreven te werk gaan. Voor de projectwerkers mogen projecten in een ideaal scenario dus wel afwijken van het oorspronkelijke dossier omdat het in veel gevallen gaat over pionierswerk waarvan de impact en draagwijdte oorspronkelijk nog niet kon worden ingecalculeerd.
“Investeer in tijd om langdurige projecten op te zetten. In ons geval hebben twee sectoren lang met argusogen naar elkaar gekeken. Het is niet zo simpel om dan de brug te maken. Dat vraagt tijd en bemiddeling.” (Project Kras)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Bied experimenteerruimte om te werken aan sociale integratie
Zet in op incentives voor samenwerking
Heel belangrijk daarbij is dat beleidsmakers meer incentives geven aan organisaties om samen te werken. Dat gebeurt nu nog te weinig. Projecten worden vooral door individuele organisaties geschreven, en nog te weinig in cocreatie of samenwerking. Hier moet grondiger mee rekening gehouden worden, en zou dus ook explicieter in het projectdesign moeten komen. Investeer in gedeelde plekken voor samenwerking tussen organisaties. Verleg de focus van individuele sociale integratie naar een objectief waar organisaties meer aangezet worden om elkaar te treffen. Zo kan je meer vanuit de safe space vertrekken, maar toch verandering realiseren in het landschap.
68
Geef de jongeren zelf de expertenrol
Een aantal projecten pleiten voor het erkennen van jongeren in hun expertiserol bij nieuwe projectaanvragen. Jongeren kunnen het best zelf praten over hun problemen en ervaringen. Een partner hoeft niet altijd een gevestigde jeugdorganisatie te zijn, het kan ook een undergroundorganisatie of bottom-up organisatie zijn. Het moet ‘For Us By Us’ (FUBU) zijn. Die organisaties worden nog veel te vaak vergeten. Het gaat erom nieuwe deelnemers meer inspraak te geven in het aanbod en hoe het tot stand komt.
“Inviting those who have been left out (in any way) to come in, and asking them to help design new systems that encourage every person to participate to the fullness of their capacity as partners and as members.” (Forest en Pearpoint, geciteerd in Zemni en Ben Yakoub, 2019).
“We moeten naar een horizontale structuur van commons waar de rapper uit de buurt ook een plek krijgt. Dat moet evenwaardig zijn. Jongeren moeten ook mee kunnen stemmen over waar het geld naartoe gaat. In een volgende subsidieronde zou het fijn zijn dat jongeren zelf mee kunnen stemmen over wiens project gesteund mag worden.” (Project Nerdlab)
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Het is dus ook belangrijk om daarmee rekening te houden in subsidies en om jongeren aan de knoppen te zetten. Want dit zijn écht de juiste mensen die op de juiste plaats zijn en echt kunnen inschatten wat er leeft. Zet dus ook in op informele samenwerking.
69
Colofon De publicatie ‘Ontmoetingen in het jeugdwerk’ is een uitgave van het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Opdrachtnemer Demos vzw Redactie Kris De Visscher, Aline Dusabe, Pieter Smets, Inge Van de Walle Eindredactie Inge Van de Walle Voor een aantal bronverwijzingen werken we in deze digitale publicatie met linken. Heb je een kapotte link ontdekt? Je doet er ons een groot plezier mee om dit te melden aan info@demos.be. We proberen de achterliggende informatie voor jou terug te vinden. Stuurgroep Departement Jeugd, Cultuur en Media: Dorien De Vries, Bart Pluym en Janne Vermeesch De Ambrassade: Don Pandzou en Peter Bosschaert Minderhedenforum: Mathieu Charles Vrije Universiteit Brussel: Minne Huysmans Agentschap Binnenlands Bestuur: Karen Stuyck Sport Vlaanderen: Jikkemien Vertonghen UGent: Shana Sabbe Oranje vzw: Fibe Waes Vormgeving www.bloudruk.be Coverbeeld Unsplash Verantwoordelijke uitgever Luc Delrue Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 Brussel Wettelijk depotnummer D/2021/3241/008
Bronnen Boujdaini, A. (2016). Openingsspeech n.a.v. de OpenForumdag, 10 december 2016, deSingel, Antwerpen. Ontleend op 21/06/2019 aan https://woutervanbellingen.wordpress.com/2016/12/10/de-stem-van-de-nieuwe-generatieanissa-boujdaini/ Coussée, F. (2006), Jeugdwerk als sociaalpedagogische interventie. Pleidooi voor een verruim(en)de jeugwerkdefinitie. Tijdschrift Sociale interventie. De Visscher, K. & Neyens, M. (Red.). (2016). Visienota diversiteit in/en het jeugdwerk. Brussel: Ambrassade. De Smet T. & Villanueva O’Driscoll J. (2019), Participatief jeugdwerk groeit vanuit oprechte relaties. Ontleend op 30/11/2020 aan https://sociaal.net/achtergrond/participatief-jeugdwerk-groeit-vanuit-oprechte-relaties/ Ella vzw (2014), Handleiding Intersectioneel denken, Brussel: Ella vzw. Geldhof, D. (2016), Superdiversiteit: the next level. Ontleend op 30/11/2020 aan https://sociaal.net/auteur/dirkgeldof/
Keinemans S. (2017), Sociale integratie als wijkend perspectief. Pleidooi voor een atonale benadering van de sociale professie. Inaugurele rede verschenen bij de aanvaarding van het ambt van lector Sociale Integratie bij Zuyd Hogeschool in 2020, ontleend op 30/11/2020 aan https://www.zuyd.nl/onderzoek/lectoraten/sociale-integratie-cesrt Moreel E., Nys K. (2016) Ouders en jeugdwerk. Ervaringen en verwachtingen van ouders over deelname en betrokkenheid bij jeugdwerk. Brussel: Vlaamse overheid. Schouppe, L., De Visscher K., Van de Walle, I. (2014) Verbinding in de vrije tijd. Netwerken tussen jeugdwerk en gezinnen in armoede. Brussel: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassen. Tourne, J., & Bradt, L. (2019). Georganiseerde en ongeorganiseerde vrijetijdsbesteding van kinderen en jongeren. In L. Bradt, S. Pleysier, J. Put, J. Siongers, & B. Spruyt (Eds.), Jongeren in cijfers en letters 4 (pp. 205–227). Leuven: Acco.
onderzoeksrapport projecten sociale integratie
Geens N., Hemeryck I. & Lambert L. (2017). Ontmoeten is simpel... maar niet altijd gemakkelijk. Amsterdam: SWP Uitgeverij.
Van den Broeck J., Claes E., Naessens L. (2019), Niet iedereen deelt in het succes van de stad. Ontleend op 30/11/2020 aan https://sociaal.net/opinie/niet-iedereen-deelt-in-succes-van-de-stad/ van Beek K. (2017), De samenleving laat mensen ongemerkt achter. Ontleend op 30/11/2020 aan https://www.socialevraagstukken.nl/de-netwerksamenleving-kan-ook-uitsluiten/ Van Ceulebroeck N. & De Ceuster E. (2019). Bruggenbouwen in en met het jeugdwerk. Brussel: Departement Cultuur, Jeugd en Media. Van den Eeckhaut G. (2014). Verstaan. Maatschappelijk innoveren vanuit sociaal-cultureel perspectief’. Brussel: Socius. Van de Walle, T. (2012). Inclusief en doelgroepspecifiek jeugdwerk. Van een of-of naar een en-en-verhaal. In Rogé, B. (Red.) Momenten 10: Niet alles is een bedrijf. Brussel: Demos. Van de Walle, T. & Bouverne-De Bie, M. (2012). Jeugdwerk en sociale integratie: klein antwoord op een grote vraag... Tijdschrift voor jeugd en kinderrechten, 13(2), 82-95. Zemni, S., & Ben Yakoub, J. (2018). Inclusieve maatschappij. In F. Dhont (Ed.), Gemeen.d (pp. 57–70). Brussel: Socius, Steunpunt Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk.
71
Departement Cultuur, Jeugd en Media Arenbergstraat 9 1000 BRUSSEL vlaanderen.be/cjm