Skip to main content

dossier 2022-019.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/019

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/019

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 10 januari 2022 diende xxx (verzoeker) een openbaarheidsverzoek in bij de stad Geraardsbergen om een digitaal afschrift te krijgen van een dagvaarding inzake de oplevering van de gesloten ruwbouw van het kenniscentrum te Geraardsbergen. Op 12 januari 2022 weigerde de stad Geraardsbergen in te gaan op dit openbaarheidsverzoek, op 14 januari 2022 bezorgde ze deze beslissing aan verzoeker. Op 17 januari 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing. Het beroepschrift werd geregistreerd op 17 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 10 januari 2022, de weigeringsbeslissing van de stad Geraardsbergen van 12 januari 2022 en de kennisgeving van 14 januari 2022. De weigeringsbeslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten. Het beroepschrift is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder

www.vlaanderen.be


die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

In haar bestreden beslissing van 12 januari 2022 stelde de stad dat het gevraagde document valt onder de uitzonderingsgrond van artikel II.35 4° Bestuursdecreet, dat bepaalt dat overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van hun belang bij de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen. Er is momenteel een rechtsgeding hangende en het opgevraagde document houdt hiermee verband. De stad stelt dat de openbaarmaking van de dagvaarding schade zou toebrengen aan de rechtspleging, alsook dat de gelijke behandeling van de partijen hierdoor in het gedrang zou komen, net als het recht op een eerlijk proces.

2. Inhoud van het beroepschrift In zijn beroepschrift stelt verzoeker dat de argumentatie van het lokaal bestuur, met name dat het vrijgeven van betrokken dagvaarding een eerlijke gerechtsgang en proces in de weg zou staan, volgens hem niet correct is: een dagvaarding maakt immers geen deel uit van het gerechtelijk dossier zelf en is louter een kennisgeving dat het gerechtelijk dossier zal worden behandeld. Een dagvaarding staat derhalve los van het inhoudelijke dossier en kan de rechtsgang bijgevolg geenszins beïnvloeden. 3. Toelichting door de stad Geraardsbergen De beroepsinstantie nam op 17 januari 2022 contact op met de stad Geraardsbergen om het gevraagde document en nadere toelichting te verkrijgen. Op 20 januari 2022 bezorgde de stad een afschrift van de dagvaarding aan de beroepsinstantie, maar zonder verdere toelichting.

4. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft de gevraagde dagvaarding kunnen bekijken, en stelt vast dat deze uitgaat van een gerechtsdeurwaarder in naam van de aannemer die het Kenniscentrum bouwde, en betrekking heeft op de definitieve oplevering. De dagvaarding heeft tot doel de stad Geraardsbergen (en als tussenkomende partij de architect van het project) te doen verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg op 2 december 2021 en voor recht te horen zeggen dat het project als definitief opgeleverd moet worden beschouwd. De partijen in dit geschil zijn bijgevolg de aannemer, de stad Geraardsbergen en de architect, die alle drie kennis hebben van de dagvaarding, aangezien ze van de eisende partij (de aannemer) uitgaat, en betekend werd aan de twee andere partijen. De stad roept de uitzonderingsgrond van artikel II.35 4° Bestuursdecreet in om deze dagvaarding niet openbaar te moeten maken. Dit artikel bepaalt dat een openbaarheidsverzoek kan worden afgewezen

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/019

pagina 2 van 4


indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen. De dagvaarding heeft uiteraard betrekking op een concreet en hangend proces tegen de stad Geraardsbergen, maar de beroepsinstantie ziet niet in hoe het openbaar maken van deze dagvaarding het recht op een eerlijk proces van de stad zou kunnen aantasten. De dagvaarding omschrijft immers enkel wat volgens de eisende partij in het geding is en waarom de rechtbank op haar eisen zou moeten ingaan. Het gaat hier niet om informatie die tegen de stad zou kunnen gebruikt worden door de tegenpartij, die op haar beurt niet alle informatie waarover ze beschikt moet meedelen omdat ze geen bestuursinstantie is, en dus enkel die informatie kan gebruiken die haar zaak dient. De openbaarmaking van de dagvaarding kan de wapengelijkheid van de partijen in het hangend geding niet aantasten, daar alle partijen deze informatie reeds hebben. De stad geeft geen andere reden waarom de openbaarmaking van de dagvaarding zou moeten geweigerd worden, en de beroepsinstantie ziet ook geen andere uitzonderingsgrond van toepassing, met uitzondering voor wat betreft de persoonsgegevens van de gerechtsdeurwaarders die de dagvaarding betekend hebben en van de deskundige die in een voorgaand kortgeding aangesteld werd. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkenen, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om de naam, voornaam, en het adres, telefoonnummer en e-mail adres van natuurlijke personen. Dergelijke gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkene. Het vrijgeven van al deze gegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016).

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/019

pagina 3 van 4


De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van voormelde gegevens afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. De beroepsinstantie heeft deze toestemming alsnog gevraagd, maar niet gekregen, met uitzondering van de gerechtsdeurwaarder die links in de hoofding van de dagvaarding vermeld wordt, en die zijn toestemming gaf. Artikel II.45 §2 Bestuursdecreet bepaalt dat bestuursdocumenten gedeeltelijk openbaar worden gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Dit is in casu het geval, het is perfect mogelijk om de genoemde persoonsgegevens in de documenten onleesbaar te maken. Concluderend is de beroepsinstantie van oordeel dat het beroep deels gegrond, deels ongegrond is. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx, d.d. 17 januari 2022 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Geraardsbergen d.d. 12 januari 2022 is ontvankelijk en deels gegrond, deels ongegrond. Bijgevolg dient de stad Geraardsbergen de gevraagde dagvaarding openbaar te maken door er een afschrift van te verstrekken, met weglating van de namen en contactgegevens van de gerechtsdeurwaarders en de vermelde deskundige, behalve van de gerechtsdeurwaarder wiens gegevens links in de hoofding van de dagvaarding vermeld staan.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 1 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/019

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu