Skip to main content

HAOE028-001.pdf

Page 1

Help, ik heb een kerkhof. Vragen en antwoorden over funerair erfgoed. Handleiding Onroerend Erfgoed

www.onroerenderfgoed.be


Help, ik heb een kerkhof. Vragen en antwoorden over funerair erfgoed. Joeri Mertens Geert Scheirlinckx


4

COLOFON TITEL Help, ik heb een kerkhof. Vragen en antwoorden over funerair erfgoed. REEKS Handleidingen agentschap Onroerend Erfgoed nr. 28 AUTEUR Joeri Mertens (agentschap Onroerend Erfgoed), Geert Scheirlinckx (Monumentenwacht Oost-Vlaanderen) JAAR VAN UITGAVE 2022 Een uitgave van agentschap Onroerend Erfgoed Wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Overheid, Beleidsdomein Omgeving Published by the Flanders Heritage Agency Scientific Institution of the Flemish Government, policy area Environment VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Gonda Callaert LEDEN KLANKBORDGROEP Leen Meganck, Karina Van Herck, Hannelore Vandebroek, Nicolas Mazeure, Jonas Danckers, Nele Goeminne. EINDREDACTIE Geheugen Collectief en agentschap Onroerend Erfgoed OMSLAGILLUSTRATIE Nieuwpoort (Ramskapelle), grafteken Feryn-Sissau (foto: Onroerend Erfgoed) agentschap Onroerend Erfgoed Havenlaan 88 bus 5 1000 Brussel T +32 2 553 16 50 info@onroerenderfgoed.be www.onroerenderfgoed.be Dit werk is beschikbaar onder de Open Data Licentie Vlaanderen v. 1.2. This work is licensed under the Free Open Data Licence Flanders v. 1.2. Dit werk is beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie. Bezoek http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ om een kopie te zien van de licentie. This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License. To view a copy of this license, visit http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/. https://doi.org/10.55465/FEUA2480 ISSN 2565-7003 D/2022/3241/112 PARTNERS


5

Inhoudstafel INLEIDING

9

INLEIDING

10

HOOFDSTUK 1

13

1/

14

WIE IS WIE?

WIE IS WIE?

HOOFDSTUK 2

17

2/

TERMINOLOGIE EN WETTELIJK KADER

18

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

18 18 19 19 19 20 20

TERMINOLOGIE EN WETTELIJK KADER

Wat is onroerend funerair erfgoed? Wat is het verschil tussen een begraafplaats, een kerkhof en een buitenbegraafplaats? Wat is het verschil tussen een graf, een grafteken en een gedenkteken? Wat is het verschil tussen lokaal, regionaal en Vlaams erfgoed? Wat is het verschil tussen geïnventariseerd, vastgesteld en beschermd erfgoed? Hoe weet ik of mijn funerair erfgoed geïnventariseerd, vastgesteld of beschermd is? Welke wetgeving heeft betrekking op onroerend funerair erfgoed?

HOOFDSTUK 3

23

3/

ALGEMEEN BEGRAAFPLAATSBEHEER

24

3.1 Welke administratieve gegevens heb ik nodig om een goed (erfgoed)beheer te realiseren? 3.2 Wanneer is een grafteken verwaarloosd? 3.3 Wie kan me helpen met algemene vragen rond begraafplaatsen?

24 24 24

ALGEMEEN BEGRAAFPLAATSBEHEER

HOOFDSTUK 4

27

4 / LOKAAL FUNERAIR ERFGOED

28

LOKAAL FUNERAIR ERFGOED

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Wat is waardevol lokaal onroerend funerair erfgoed? Wie bepaalt welk erfgoedelement lokaal funerair erfgoed is? Waarom zou ik een inventaris van het lokaal funerair erfgoed maken? Welke gegevens moet de inventaris van het lokaal funerair erfgoed minimaal bevatten? Hoe leg ik de lijst van het lokaal funerair erfgoed voor aan de minister van onroerend erfgoed? Maak ik een inventaris voor het lokaal funerair erfgoed enkel voor de graftekens in mijn bezit?

28 29 29 30 30 30


6

4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Wat is een ideale inventaris van het lokaal funerair erfgoed? Hoe pak ik de waardering van mijn lokaal funerair erfgoed aan? Hoe bepaal ik welke graftekens lokaal funerair erfgoed zijn? Met welke waarden hou ik rekening? Heeft het zin onze nieuwe buitenbegraafplaats te inventariseren? Bestaat er een officiële woordenlijst die ik kan gebruiken bij het opstellen van de inventaris? Wat zijn de gevolgen van de lijst van het lokaal funerair erfgoed? Moet ik al het lokaal funerair erfgoed op dezelfde manier onderhouden? Moet ik advies vragen aan het agentschap Onroerend Erfgoed of een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst bij het beheer van lokaal funerair erfgoed? 4.15 Kan ik een graf dat verwaarloosd is op de lijst van het lokaal funerair erfgoed plaatsen of laten beschermen?

30 31 32 34 34 34 34 35 35

HOOFDSTUK 5

37

5 / BESCHERMEN VAN FUNERAIR ERFGOED

38

BESCHERMEN VAN FUNERAIR ERFGOED

5.1 5.2 5.3 5.4

Kan ik funerair erfgoed laten beschermen? Onder welke statuut wordt funerair erfgoed beschermd? Welke waarden en criteria worden gebruikt om funerair erfgoed te beschermen? Mijn begraafplaats is beschermd. Wat valt er juist onder de bescherming?

38 38 38 39

HOOFDSTUK 6

43

6 / BEHEREN VAN FUNERAIR ERFGOED

44

BEHEREN VAN FUNERAIR ERFGOED

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14 6.15 6.16 6.17 6.18

Hoe koppel ik waardering door naar beleid en beheer? Hoe integreer ik erfgoedzorg in een werkende begraafplaats? Wie kan me begeleiden bij het bepalen van een schadebeeld? Wat zijn de aandachtspunten bij onderhoud van graftekens? Mag ik een grafteken verwijderen op vraag van de nabestaanden? Mag ik graftekens verplaatsen? Kan ik de bouwmaterialen na een ruiming hergebruiken? Hoe ga ik om met de informatie die verdwijnt bij een ruiming? Hoe ga ik om met de originele grafschriften op graftekens die opnieuw in concessie gegeven worden? Hoe ga ik om met verdwijnende teksten door slijtage? Hoe ga ik om met niet-beschermd funerair erfgoed zoals calvaries, dodenhuizen en kapellen? Hoe kan de gemeente zorgen voor de veiligheid van de bezoeker wanneer een (beschermd) grafteken is beschadigd? Moet ik een studiebureau aanstellen om een beheersplan op te maken voor een begraafplaats of om te bepalen of een grafteken erfgoedwaarde heeft? Hoe kan ik de kosten voor onderhoud beperken? Waar vind ik bedrijven die kwalitatieve herstellingswerken uitvoeren tegen schappelijke prijzen? Betekent een bescherming dat elk element op de begraafplaats bewaard moet worden? Welke toelatingen en meldingen zijn verplicht bij beschermd funerair erfgoed? Moet ik een toelating vragen voor herstellingen aan beschermd erfgoed als daardoor het beeld niet wijzigt?

44 44 45 45 46 46 46 48 48 49 49 49 50 51 51 52 52 52


7

6.19 Kan ik met Onroerend Erfgoed afspraken maken, zodat ik niet steeds een advies- of toelatingsaanvraag hoef te doen bij beschermd erfgoed? 6.20 Moet ik een beschermd grafteken dat helemaal stuk is bewaren? 6.21 Moet ik de menselijke resten in een beschermd graf of in een graf dat op de lijst van het lokaal funerair erfgoed staat, bewaren?

HOOFDSTUK 7

DE GROENE BEGRAAFPLAATS 7/

52 53 53

55

DE GROENE BEGRAAFPLAATS

56

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

56 56 57 57 57 58 60

Wat is het verschil tussen een parkbegraafplaats en een vergroende begraafplaats? Hoe versterk ik de groenaanleg vanuit erfgoedoogpunt? Hoe realiseer ik een onderhoudsvriendelijk en ecologisch beheer op mijn begraafplaats? Waarop moet ik letten als ik bomen, struiken en bloemen aanplant? Hoe kan ik varens en korstmossen behouden? Waar vind ik een lijst met planten die je bij voorkeur op een begraafplaats aanplant? Moet ik het historische beeld van mijn beschermde begraafplaats herstellen? Mijn begraafplaats is deel van een goedgekeurd landschapsbeheersplan. Wat mag ik dan uitvoeren zonder goedkeuring?

60

HOOFDSTUK 8

63

8 / BURGERS EN FUNERAIR ERFGOED

64

BURGERS EN FUNERAIR ERFGOED

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

Hoe kan ik burgers betrekken bij de zorg voor funerair erfgoed? Wat is het verschil tussen ‘peter- en meterschap’ en het ‘hergebruik’ van graftekens? Is er vraag naar het hergebruik van graven? Kan ik historische graven hergebruiken voor asbijzettingen of als knekelput? Is hergebruik van funerair erfgoed evident? Wie is verantwoordelijk voor de goede uitvoering van restauratiewerken bij hergebruik? Welke ondersteuning kan een gemeentebestuur aanbieden aan zijn burgers?

64 66 66 67 67 67 68

HOOFDSTUK 9

71

9 / ONDERSTEUNING

72

ONDERSTEUNING

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7

Welke budgetten moet ik voorzien voor het onderhoud en de restauratie van funerair erfgoed? Welke ondersteuning geeft mijn provincie? Wie beheert een militaire begraafplaats? Waar vind ik meer informatie over funerair erfgoed? Welke financiële steun kan ik krijgen voor mijn beschermd funerair erfgoed? Komt funerair erfgoed in aanmerking voor een erkenning als ZEN-erfgoed? Welke ondersteuning bestaat er voor een begraafplaats in een ankerplaats, een erfgoedlandschap of een beschermd cultuurhistorisch landschap?

72 72 72 73 74 74 74


8

Aalter (Bellem) kerkhof O.L.Vrouw Geboorte, grafteken voor Flor Grammens / Copyright Onroerend Erfgoed


9

INLEIDING


10

Inleiding

INLEIDING Bij het beheer van een begraafplaats komt heel wat kijken. In eerste instantie wil je een respectvolle rustplaats creëren voor de overledenen en een verzorgde herdenkingsplek voor de nabestaanden. Daarnaast wil je aandacht hebben voor erfgoed, duurzaamheid en natuurontwikkeling op de begraafplaats. Tot slot kan de begraafplaats ook een leerplek, een verpozingsruimte en een kunstlocatie zijn. Kortom, de begraafplaats is een complexe ruimte met heel wat functies, waar steeds andere verwachtingen bij horen. Die hedendaagse evoluties in het begraafplaatsbeheer en de wettelijke vereisten met betrekking tot het inventariseren en bewaren van funerair erfgoed stellen begraafplaatsbeheerders voor nieuwe uitdagingen en roepen vele vragen op. Deze brochure, geschreven voor de beheerders van begraafplaatsen, wil daarop antwoorden bieden. De vragen zijn gebundeld in 8 thema’s: • Terminologie en wettelijk kader licht enkele veel gebruikte begrippen toe en somt de meest relevante wetgeving op. • Algemeen begraafplaatsbeheer geeft een antwoord op belangrijke niet-erfgoedgerelateerde vragen. • Lokaal funerair erfgoed gaat dieper in op wat er van de begraafplaatsbeheerder verwacht wordt bij lokale funeraireerfgoedzorg. • Beschermen van funerair erfgoed bundelt vragen over het beschermingsproces van de Vlaamse overheid. • Beheren van funerair erfgoed duidt de rol van begraafplaatsbeheerders in het bewaren van funerair erfgoed. • De groene begraafplaats gaat in op het beheer van de groenaanleg van de begraafplaats. • Burgers en funerair erfgoed bekijkt de mogelijkheden om burgers te betrekken bij het funerair erfgoed. • Met Ondersteuning verwijzen we graag door naar organisaties die je verder kunnen helpen met adviezen, antwoorden op je vragen en financiële ondersteuning.

Per thema behandelen we eerst de vragen die van toepassing zijn op al het funerair erfgoed. Vervolgens worden de vragen beantwoord die specifiek over het door de Vlaamse overheid beschermde funerair erfgoed gaan. Die vragen hebben een blauwe bladrand. Monumentenwacht, het agentschap Onroerend Erfgoed, Parcum en de Provincie Vlaams-Brabant hopen dat deze brochure verschillende van je praktische vragen omtrent funerair erfgoed en de zorg ervoor kan beantwoorden. Heb je toch nog een vraag? Neem gerust contact op met de partners van deze brochure. We helpen je graag verder. Joeri Mertens Geert Scheirlinckx 2021


11


12

Ingelmunster, buitenbegraafplaats / Copyright Onroerend Erfgoed


13

HOOFDSTUK

1

WIE IS WIE?


14

hoofdstuk 1 Wie is wie?

1 / WIE IS WIE? Vier erfgoedorganisaties bundelden hun krachten om in deze brochure op de concrete vragen van begraafplaatsbeheerders een antwoord te formuleren. Heb je andere vragen? Aarzel dan niet om deze organisaties rechtstreeks te contacteren. Monumentenwacht Monumentenwacht voert inspecties uit van begraafplaatsen en graftekens. Indien nodig voor het behoud van het erfgoed voeren we tijdens de inspectie kleine (tijdelijke) noodherstellingen uit. Voor een begraafplaats bestaan een inspectie en een rapport meestal uit twee luiken. In het eerste luik gaat de aandacht naar de begraafplaats zelf. Daarbij komen vooral de risico’s voor het behoud van de begraafplaats en zijn graftekens aan bod, maar ook het terrein, de historische omheining, beplanting en waardevol klein erfgoed zoals wachthuisjes, meubilair, oude naambordjes … In het tweede luik ligt de focus op de graftekens zelf. In een aantal fiches worden beknopt per grafteken de belangrijkste materialen, mogelijke problemen, hun bouwfysische bewaringstoestand en aanbevelingen voor onderhoud of herstel opgesomd. Grotere graftekens zoals de kapellen en andere kleine constructies kunnen een grondigere inspectie en een uitgebreider rapport krijgen, met specifieke adviezen voor preventieve maatregelen, onderhoud en herstel. Monumentenwacht Vlaanderen vzw Erfgoedhuis Den Wolsack Oude Beurs 27 2000 Antwerpen +32 (0)3 212 29 50 info@monumentenwacht.be https://www.monumentenwacht.be

Onroerend Erfgoed Het agentschap Onroerend Erfgoed is een agentschap en wetenschappelijke instelling van de Vlaamse overheid, bevoegd voor bouwkundig, archeologisch, landschappelijk en varend erfgoed. Samen met onze partners geven we Vlaanderen nu en straks mee vorm en kleur door de zorg voor onroerend erfgoed voor iedereen vanzelfsprekend te maken. We bereiden het onroerenderfgoedbeleid in Vlaanderen voor en voeren het uit. We onderzoeken en beschermen gebouwen, landschappen, archeologische sites en varend erfgoed. Verder ondersteunen we burgers, lokale overheden, ontwerpers, ontwikkelaars en andere instanties met adviezen en premies. Ten slotte dragen we de kwaliteitsvolle omgang met onroerend erfgoed uit, met doorgedreven beleidsgericht onderzoek en een doelgerichte communicatie daarover. Zo ondersteunen we de Vlaamse minister van onroerend erfgoed. Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 5 1000 Brussel +32 (0)2 553 16 50 info@onroerenderfgoed.be https://www.onroerenderfgoed.be


15

Parcum PARCUM is het erkend museum en expertisecentrum voor religieuze kunst en cultuur in Vlaanderen en Brussel. In 1997 werd het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC) opgericht door de Vlaamse bisdommen, de koepel van de religieuzen in Vlaanderen, de Vlaamse Norbertijnenabdijen en de KU Leuven. Sindsdien werd, met steun van de Vlaamse overheid, een grote expertise opgebouwd op het vlak van religieus erfgoedbeheer in Vlaanderen en Brussel. Sinds 2020 gaan CRKC en PARCUM samen onder één naam. Adviseurs helpen lokale besturen en erfgoedbeheerders van verschillende erediensten om religieus erfgoed een zinvolle toekomst te geven. Zo speelt Parcum een regierol in het religieus erfgoedlandschap. Het museum in de Parkabdij toont de collectie religieus erfgoed van PARCUM en de Abdij van Park. PARCUM beheert een eigen collectie met religieus erfgoed en doet aan erfgoedonderzoek. De tijdelijke tentoonstellingen situeren zich op het kruispunt van religie, kunst en cultuur. Bijzondere aandacht gaat naar dialoog in de multireligieuze en superdiverse samenleving van vandaag. PARCUM vzw Abdij van Park 7 3001 Leuven +32 (0)16 40 60 73 info@parcum.be

Provincie Vlaams-Brabant, dienst Erfgoed Het erfgoedbeleid van de Provincie Vlaams-Brabant zet in op advies, begeleiding en samenwerking om het waardevol, niet-beschermd onroerend erfgoed in Vlaams-Brabant te waarderen, behouden, onderzoeken en publiek te maken. De focus ligt op preventieve erfgoedzorg, samenwerking met regionale partners en het versterken van de bekendheid van het Vlaams-Brabants erfgoed. Concreet voor onroerend funerair erfgoed zet de provincie in op kennisdeling, adviesverlening, financiële ondersteuning voor inventarisatie en beheer (subsidies en inzetten van sociale-economiebedrijven) en herwaardering binnen een landschappelijk kader. Provincie Vlaams-Brabant Provincieplein 1 3010 Leuven +32 (0)16 26 76 49 erfgoed@vlaamsbrabant.be https://www.vlaamsbrabant.be/nl/erfgoed


16

Sint-Laureins, kerkhof / Copyright Onroerend Erfgoed


17

HOOFDSTUK

2

TERMINOLOGIE EN WETTELIJK KADER


18

hoofdstuk 2 Terminologie en wettelijk kader

2 / TERMINOLOGIE EN WETTELIJK KADER We verklaren hier enkele veel gebruikte begrippen in verband met funerair erfgoed. Aansluitend gaan we in op de verschillende erfgoedstatuten die funerair erfgoed kan hebben. We sluiten af met informatie over het wettelijke kader.

2.1

WAT IS ONROEREND FUNERAIR ERFGOED?

Funerair erfgoed is een ruim begrip. Het omvat: • Immaterieel erfgoed: de gebruiken en tradities met betrekking tot begraven en cremeren, bijvoorbeeld handelingen en rituelen. • Tastbaar, materieel erfgoed bestaat uit onroerend en roerend erfgoed: ° Onroerend funerair erfgoed is verankerd aan de grond: - De begraafplaatsen en hun structuur (de aanleg, padenstructuur, omheiningsmuren, poorten, lijkhuis, calvarie, ...). - De individuele graftekens. - De collectieve grafpercelen, zoals bijvoorbeeld het kinderperk en de columbaria. - De beplanting, zoals hagen, bomen, struiken, grafbeplantingen. - De archeologische kwaliteiten van het graf en de begraafplaats.

° Roerend funerair erfgoed is niet-plaatsgebonden: bijvoorbeeld rouwkleding, lijkwagens, memorietafels, gedachtenisprentjes, …

Funerair erfgoed is veel meer dan graftekens. 2.2 WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN EEN BEGRAAFPLAATS, EEN KERKHOF EN EEN BUITENBEGRAAFPLAATS? • Een begraafplaats is elke plaats waar stoffelijke resten van overledenen begraven, uitgestrooid of bijgezet worden. • Een kerkhof is een begraafplaats die gelegen is rond of aansluitend bij de kerk. • De buitenbegraafplaats ontstond aan het einde van de 18de eeuw. Buitenbegraafplaatsen werden oorspronkelijk aangelegd buiten de woonkern.

LINKS: Een kerkhof is gelegen rond de kerk. Pepingen, Kerkhof in Beert. Copyright Onroerend Erfgoed RECHTS: De buitenbegraafplaats Nieuwpoortsesteenweg is gelegen buiten de woonkern van Oostende. Copyright Onroerend Erfgoed


19

2.3 WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN EEN GRAF, EEN GRAFTEKEN EN EEN GEDENKTEKEN? • In een graf worden menselijke resten bijgezet. In het verleden gebruikte men dit woord enkel voor ondergrondse constructies (het grondgraf of keldergraf). Vandaag gebruiken we het woord ook voor een columbarium of een strooiveld. • Graftekens hebben als doel om het graf te markeren en de overledene(n) te herdenken. Er kan bijvoorbeeld een naam, een geboorte- en sterfdatum, een kort opschrift of een foto op aangebracht zijn. Het grafteken dekt het ondergrondse graf af of sluit de columbarium-nis af. Het is gemaakt uit permanente of semipermanente materialen, zoals steen, metaal, hout, glas. • Een gedenkteken herinnert aan een gebeurtenis of de personen die erbij betrokken waren. Een gedenkteken wordt niet noodzakelijk op het graf geplaatst, bijvoorbeeld een oorlogsgedenkteken op een dorpsplein.

2.4 WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN LOKAAL, REGIONAAL EN VLAAMS ERFGOED? Onroerend erfgoed heeft verschillende statuten en wordt door verschillende overheden beheerd. We maken onderscheid tussen: • Lokaal erfgoed, vertelt het verhaal van de lokale gemeenschap. Het is de gemeente die dit erfgoed beheert en beslist welk funerair-erfgoedbeleid ze wil voeren. • Regionaal erfgoed, soms ook bovenlokaal genoemd, vertelt de geschiedenis van een grotere regio. Zowel de provincies als de intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten en de regionale landschappen hebben een werking rond bovenlokaal erfgoed dat ze zelfstandig vormgeven. Zo ondersteunen ze de eigenaar bij zijn behoud van het erfgoed. • Vlaams erfgoed, vertelt het verhaal van Vlaanderen en wordt door de Vlaamse overheid beschermd. Het agentschap Onroerend Erfgoed bereidt de beschermingsdossiers voor en de minister bevoegd voor onroerend erfgoed neemt de beslissing tot al dan niet beschermen. De Vlaamse overheid ondersteunt de eigenaar bij zijn beheerstaken. • Werelderfgoed, heeft relevantie voor de mensheid en wordt door Unesco erkend.

2.5 WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN GEÏNVENTARISEERD, VASTGESTELD EN BESCHERMD ERFGOED? Met geïnventariseerd onroerend erfgoed bedoelen we het erfgoed dat opgenomen is in de online inventaris van het onroerend erfgoed. Het is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek door gemeenten en wetenschappers naar onroerend (funerair) erfgoed in Vlaanderen. Aan deze inventarisitems zijn geen juridische gevolgen verbonden. Een deel van het onroerend funerair erfgoed in de inventaris is vastgesteld. Dat betekent dat de Vlaamse overheid bevestigt dat deze begraafplaatsen lokale en regionale erfgoedwaarden hebben. Vastgestelde erfgoeditems zijn echter niet beschermd door de Vlaamse overheid. Meer informatie over het vaststellen van erfgoed, de procedure en de gevolgen ervan vind je op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed. Een deel van de begraafplaatsen zijn beschermd door de Vlaamse overheid vanwege hun belang voor heel Vlaanderen. Aan het beschermingsstatuut zijn een aantal gevolgen verbonden. Het Onroerenderfgoeddecreet (2013, art. 2.1.26) en het Onroerenderfgoedbesluit (2014, art. 4.1.5) bepalen de beschermingsmethodologie. Het Afwegingskader De erfgoedwaarden van funerair erfgoed legt uit hoe het agentschap Onroerend Erfgoed het funerair erfgoed evalueert voor bescherming.


20

hoofdstuk 2 Terminologie en wettelijk kader

2.6 HOE WEET IK OF MIJN FUNERAIR ERFGOED GEÏNVENTARISEERD, VASTGESTELD OF BESCHERMD IS? In de online databank van het agentschap Onroerend Erfgoed vind je of een item geïnventariseerd, vastgesteld of beschermd is. Op basis van het adres of een thema kan je in de databank zoeken. De meest geschikte zoektermen zijn: • Funeraire gebouwen en structuren voor alle funeraire constructies. • Begraafplaats, kerkhof, buitenbegraafplaats voor grotere gehelen. • Funeraire constructies om individuele graftekens op te zoeken.

Kijk voor andere zoektermen ook in de bijbehorende online thesaurus. Zoek je het erfgoed liever op door middel van een kaart? Dan is het geoportaal van het agentschap Onroerend Erfgoed misschien iets voor jou.

2.7 WELKE WETGEVING HEEFT BETREKKING OP ONROEREND FUNERAIR ERFGOED? Het lokaal funerair-erfgoedbeleid wordt sinds 2004 gereguleerd via het Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (art. 26) en het Besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria (art. 46-48). Beide geven richtlijnen voor de opmaak en de gevolgen van de lijst van het lokaal funerair erfgoed. In de rest van deze publicatie verwijzen we naar dit Decreet als ‘Decreet, 2004’ en naar dit Besluit als ‘Besluit, 2004’. Het Vlaamse beleid in verband met beschermd erfgoed wordt gereguleerd door het Onroerenderfgoeddecreet uit 2013 en het Onroerenderfgoedbesluit uit 2014. Funerair erfgoed wordt niet specifiek vermeld in de regelgeving en dus gelijk behandeld als al het andere onroerend erfgoed. In de rest van deze publicatie verwijzen we naar het Onroerenderfgoeddecreet als ‘Decreet, 2013’ en naar het Onroerenderfgoedbesluit als ‘Besluit, 2014’.


21


22

Waasmunster, kerkhof Sombeke / Copyright Onroerend Erfgoed


23

HOOFDSTUK

3

ALGEMEEN BEGRAAFPLAATSBEHEER


24

hoofdstuk 3 Algemeen begraafplaatsbeheer

3 / ALGEMEEN BEGRAAFPLAATSBEHEER In dit hoofdstuk behandelen we enkele algemene vragen met betrekking tot begraafplaatsbeheer die onrechtstreeks een impact hebben op de zorg voor funerair erfgoed.

3.1

WELKE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS HEB IK NODIG OM EEN GOED (ERFGOED)BEHEER TE REALISEREN?

Wettelijk gezien heb je een register nodig waarin de begraving, bewaring in een columbarium of uitstrooiing van de crematie-as wordt geregistreerd, inclusief de nauwkeurige aanduiding van de plaats ervan. (Besluit, 2004, art. 6) Je kan dat grafregister koppelen aan actuele plannen van je begraafplaats, het overlijdensregister, de eigendomstoestand, de concessiegegevens, de waardering van het funerair erfgoed, je dagelijks beheer en eventuele gegevens over lokaal funerair erfgoed, peter- en meterschappen, hergebruik, bescherming, enzovoort. Die combinatie van gegevens laat je toe zowel een modern begraafplaatsbeheer als een onroerend funerair-erfgoedbeleid te voeren. Bij het beheer van een gesloten begraafplaats zijn dezelfde gegevens relevant. Ook daar is minstens het laatst bewaarde grafregister, gekoppeld aan een historisch en een actueel plan, een basisvereiste om je funerair-erfgoed­ beleid uit te tekenen. De grafregisters en de plannen worden bewaard door de gemeente.

3.2 WANNEER IS EEN GRAFTEKEN VERWAARLOOSD? De concessieverlener kan een einde maken aan de concessieperiode indien het graf verwaarloosd is. Onderhoudsverzuim wordt omschreven als ‘doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig’ (Decreet, 2004, art. 10). Het gaat dus om verregaande vormen van verval die een bedreiging vormen voor de veiligheid van de bezoekers of het respectvol uitzicht van de begraafplaats. Een verwaarlozing is geen goedkeuring tot verwijdering. Als gemeente moet je nog steeds motiveren of het grafteken, dat nu je eigendom is, niet op de lijst van het lokaal funerair erfgoed thuis hoort.

3.3 WIE KAN ME HELPEN MET ALGEMENE VRAGEN ROND BEGRAAFPLAATSEN? Zoek je meer informatie over het dagelijks beheer en de regelgeving rond begraafplaatsen en lijkbezorging? Dan kan je terecht op de website lokaalbestuur.vlaanderen.be. Met vragen mag je mailen naar binnenland@vlaanderen.be.


25


26

Dentergem (Wakken), kerkhof / Copyright Onroerend Erfgoed


27

HOOFDSTUK

4

LOKAAL FUNERAIR ERFGOED


28

hoofdstuk 4 Lokaal funerair erfgoed

4 / LOKAAL FUNERAIR ERFGOED In dit hoofdstuk bundelen we de vragen over de inventaris van het lokaal funerair erfgoed. We vertrekken bij de voordelen van een inventaris, geven concrete tips bij de opmaak ervan en kijken naar de gevolgen.

4.1 WAT IS WAARDEVOL LOKAAL ONROEREND FUNERAIR ERFGOED? Het is bijzonder moeilijk om te zeggen wat waardevol (lokaal) funerair erfgoed is. Elke begraafplaats heeft namelijk zijn eigen unieke geschiedenis en kenmerken. Het is daarom niet mogelijk om een aanvinklijst op te stellen die voor alle gemeenten voldoet. Vooral de motivatie waarom je iets (lokaal) onroerend funerair erfgoed noemt, is belangrijk. Een paar voorbeelden: • Op een stedelijke buitenbegraafplaats zijn de indrukwekkende graftekens met bronzen beelden opmerkelijk erfgoed. Op een plattelandskerkhof kunnen betonnen en gietijzeren kruisen het kerkhof typeren. • Op een landelijk kerkhof is de grafzerk van de lokale elite vaak opvallend. Op een stedelijke buitenbegraafplaats is zo’n grafzerk mogelijk slechts een van vele vergelijkbare zerken. • Elke gemeenschap heeft haar eigen kenmerkende overledenen en bevolkingsgroepen die het dorpsleven bepaalden. • Soms bestaat de erfgoedwaarde uit de aanwezige beplanting. • Een ensemble van erfgoedelementen zoals een kinderperk, een perk voor burgerslachtoffers of een ommuurde begraafplaats met een dodenhuisje en graftekens, kan als geheel erfgoedwaarde hebben.

Het is steeds handig om te werken met een multidisciplinair team van interne en externe experts met verschillende achtergronden, aangevuld met heemkundigen, geïnteresseerde burgers, kerkfabrieken, enzovoort. Samen bepalen jullie dan wat het waardevol lokaal funerair erfgoed is. Zo wordt je selectie ook ruimer gedragen. Meer info vind je in het hoofdstuk Burgers en funerair erfgoed.

Soms ligt de erfgoedwaarde van je begraafplaats in de beplanting en niet in de graftekens. Ook planten zijn funerair erfgoed. Veurne, Avekapelle, linde. Copyright Onroerend Erfgoed.


29

4.2 WIE BEPAALT WELK ERFGOEDELEMENT LOKAAL FUNERAIR ERFGOED IS? Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van het lokaal funerair erfgoed goed. Daarmee engageert het zich om een lokaal funerair-erfgoedbeleid te voeren. Nadien maakt het college van burgemeester en schepenen de lijst ter kennisgeving over aan de minister verantwoordelijk voor het onroerend erfgoed. (Decreet, 2004, art. 26; (Besluit, 2004, art. 48) De lijst maak je het best op met een multidisciplinair team van betrokken gemeentediensten, interne en externe experts funerair erfgoed, heemkundigen, leden van de cultuurraad of kerkfabriek, burgers, enzovoort. Zo verkrijg je een door de lokale gemeenschap gedragen lijst. Burgerparticipatie verhoogt de betrokkenheid van de gebruikers bij het erfgoedbeleid. Meer info vind je in het hoofdstuk Burgers en funerair erfgoed.

4.3 WAAROM ZOU IK EEN INVENTARIS VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED MAKEN? Het behoud en beheer van (funerair) erfgoed is een zorg van iedereen en alle overheden. Een (lokale) inventaris van het funerair erfgoed is daarbij een handig en noodzakelijk werktuig. Inderdaad, de opmaak vraagt energie, tijd en geld. Bepaal daarom bij aanvang van je inventarisatieproject wat je einddoel is. Een wetenschappelijke inventaris? Een werkdocument voor de gemeenteambtenaar? Een begraafplaatsbeheersplan met erfgoedreflex? Combineer je inventaris van het lokaal funerair erfgoed met je beheervisie voor de toekomst van je begraafplaats. Je inventaris resulteert dan in een geïntegreerd gemeentelijk erfgoedbeleid. Dat vereenvoudigt meteen ook het toekomstig beheer omdat je dan een totaalvisie hebt. Voor een kerkhof kan je zelfs de inventaris, je toekomstvisie en het kerkenbeleidsplan integreren. Meer informatie over hoe je de inventaris opmaakt in combinatie met een beheervisie vind je in de publicatie Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek. Om het lokale funerair-erfgoedbeleid te stimuleren werd de verplichting tot opmaak van een lijst van het lokale erfgoed opgenomen in het Decreet (2004, art 26) en het Besluit op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (2004, art. 46-48) en niet in het Onroerenderfgoeddecreet.

De inventaris van het lokaal funerair erfgoed is een onderdeel van de beheervisie voor je begraafplaats.


30

hoofdstuk 4 Lokaal funerair erfgoed

4.4 WELKE GEGEVENS MOET DE INVENTARIS VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED MINIMAAL BEVATTEN? De lijst van het lokaal funerair erfgoed moet minstens volgende gegevens bevatten (Besluit, 2004, art. 47): • Informatie over een eventuele concessie en de begraven personen. • Informatie over de bouwfysische toestand. • Informatie over het grafteken. • Een bondige omschrijving van het lokaal historisch belang. • Een foto. • Een plan van de begraafplaats met aanduiding van de graven van lokaal historisch belang.

4.5 HOE LEG IK DE LIJST VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED VOOR AAN DE MINISTER VAN ONROEREND ERFGOED? De door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde lijst van het lokaal funerair erfgoed maak je over aan het agentschap Onroerend Erfgoed via het mailadres inventaris@onroerenderfgoed.be of in papieren versie op het postadres agentschap Onroerend Erfgoed, Havenlaan 88 bus 5, 1000 Brussel.

4.6 MAAK IK EEN INVENTARIS VOOR HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED ENKEL VOOR DE GRAFTEKENS IN MIJN BEZIT? Het decreet verplicht je alleen om de graftekens in eigen beheer te inventariseren (Decreet, 2004, art 26 en Besluit, 2004, art. 46-48). Maar dat betekent dat je elk jaar opnieuw de vervallen concessies moet waarderen en de inventaris dus voortdurend moet updaten. Waarom zou je de oefening niet in één keer maken voor alle graftekens op je begraafplaats? Zo heb je meteen zicht op alle graftekens met lokale erfgoedwaarde én zodra een concessie vervalt, heb je je toekomstvisie al klaar. Funerair erfgoed is een geheel van erfgoedelementen. Daarom is het verstandig om een evaluatie te maken van alle erfgoedelementen op je begraafplaats (de graftekens, maar ook de paden, muren, lijkhuisje, beplanting, enzovoort) en dat zowel van de elementen in eigendom als in concessie. Zo kan je een begraafplaatsbeleid ontwikkelen dat rekening houdt met alle facetten van de dagelijkse werking, inclusief het erfgoed én hoef je de evaluatie niet elk jaar te herhalen. Meer informatie over hoe je zo een beheervisie opmaakt vind je in de publicatie Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek.

4.7 WAT IS EEN IDEALE INVENTARIS VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED? In een inventaris van het lokaal funerair erfgoed vertel je het verhaal van jouw gemeenschap aan de hand van je begraafplaats en de graftekens. Je hebt daarbij aandacht voor: • Personen, families, grafmakers, geloofsgemeenschappen, … • Lokale industrieën en landbouwteelten. • Bijzondere (lokale) gebeurtenissen. • Alle lagen van de bevolking, in de loop van heel de geschiedenis van je gemeenschap. • De diverse types van graftekens, de verschillende vormen, symbolen, materialen en periodes.

De begraafplaats getuigt zo van de sociale gelaagdheid van de gemeenschap en van de materiële grafcultuur van elke groep.


31

Je hebt bovendien aandacht voor de volledige begraafplaats: • De structurerende elementen zoals paden, omheiningen, poorten, dodenhuisje, enzovoort. • De beplanting. • De individuele graftekens.

Dankzij het totaalbeeld van de site kan je een alomvattend lokaal funerair-erfgoedbeleid uitwerken gericht op jouw gemeenschap.

Verzamel boeiende verhalen over de doden die op je begraafplaats rusten. 4.8 HOE PAK IK DE WAARDERING VAN MIJN LOKAAL FUNERAIR ERFGOED AAN? Er bestaat meer dan één juiste manier om jouw funerair erfgoed te waarderen. De ene handleiding heeft meer aandacht voor het grafteken terwijl de andere de nadruk legt op de site als geheel. Een combinatie van beide visies is ideaal. We geven je enkele uitgangspunten mee die de kans op een bruikbare waardering verhogen. • Stel vooraf duidelijke (beheer)vragen waarop je een antwoord wil. Zo vermijd je dat je einddocument niet aan je verwachtingen voldoet. • Zijn er niet-erfgoedgerelateerde onderwerpen die je ook moet onderzoeken? Denk bijvoorbeeld aan bestaande trage wegen over de begraafplaats. Blijf je in de toekomst begraven op de begraafplaats? Hoe veilig is de begraafplaats? • Werk voor de erfgoedwaardering van algemeen naar detail. Start met de waardering van het totaalbeeld van je begraafplaats en ga vervolgens kijken welke erfgoedelementen (graftekens, bomen, struiken, muren, enzovoort) bijdragen tot dat totaalbeeld. ° Wat typeert jouw begraafplaats? ° Maak een sterkte-zwakteanalyse. Wat zijn de kwalitatieve zones? Zijn er neutrale of zelfs storende zones met weinig of geen erfgoed? ° Start niet met de inventaris van de individuele grafstenen. Dan verlies je al snel de erfgoedkwaliteiten van de volledige begraafplaats uit het oog. Begin dus eerst met je hele begraafplaats te evalueren en kijk vervolgens welke grafzerken wezenlijke bouwstenen zijn voor de erfgoedwaarde van dat geheel.

• Motiveer je waarderingsmethodologie en de conclusies. De motivatie waarom je iets erfgoed noemt, is vaak belangrijker dan een lijst van erfgoedelementen. Je motivatie moet anderen overtuigen waarom je iets erfgoed noemt en waarom een funerair-erfgoedbeleid nodig is. • Op basis van de resultaten van je erfgoedwaardering formuleer je antwoorden op de vragen waarmee je begon.

Draaiboek voor inventarisatie, beheer en herwaardering van plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek licht stap per stap toe hoe je voor je begraafplaats een beheersplan opmaakt met aandacht voor funerair erfgoed. Copyright Provincie Vlaams Brabant.


32

hoofdstuk 4 Lokaal funerair erfgoed

Documenteer niet alleen je conclusies, maar ook je onderzoekstraject, inclusief de verschillende fasen. Als je het onderzoek voldoende registreert, zijn je motivatie en conclusies ook beter te begrijpen. Plattegronden zijn een handig en zelfs onmisbaar werkinstrument, zowel voor de beleidsmaker als voor de werknemer in het veld. Ze bevatten zeer verschillende informatielagen die, als je ze combineert, de kwaliteiten, zwaktes en mogelijkheden van je begraafplaats aanduiden. Plannen kunnen ook je eindconclusies visualiseren. Maak daarom voldoende gedetailleerde plannen, zodat je er het onderzoekstraject, de gemaakte keuzes en alle nuances ervan kan aflezen. Praktische tips vind je in de publicatie Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek.

4.9 HOE BEPAAL IK WELKE GRAFTEKENS LOKAAL FUNERAIR ERFGOED ZIJN? MET WELKE WAARDEN HOU IK REKENING? Er zijn minstens vier waarden waarmee je rekening houdt: de historische, de artistieke, de volkskundige en de socio-culturele waarde (Besluit, 2004, art. 46). • De historische waarde: de kantelpunten in de (funeraire) geschiedenis en het funerair erfgoed dat daarvan getuigt. Dat kan gaan om een begraafplaats die als direct gevolg van de wetgeving van 1784 of 1804 werd opgericht. Ook graven van belangrijke personen voor de lokale geschiedenis hebben een historische waarde. • De artistieke waarde: het kunstzinnig streven van de kunstenaar, de (tuin)architect of de grafmaker. Zijn artistieke visie is duidelijk in de realisatie. • De socio-culturele of sociale waarde: Een onroerend goed heeft sociale waarde als het in de hedendaagse gemeenschap nog een actief, overgeleverd sociaal gebruik heeft of gemeenschapsvormend is blijven werken. Indien de begraafplaats nog steeds aansluit bij zijn initiële functie van begraafplaats of als de parkbegraafplaats dienst doet als ontmoetings- en verpozingsruimte, dan is dat een sociale waarde. (De culturele waarde werd hier vroeger ook toe gerekend, maar is in de huidige wetgeving een zelfstandige waarde geworden). • De volkskundige, nu ook culturele waarde genoemd: Het object getuigt van tijd- en regiogebonden menselijk gedrag. Onder deze waarde worden typische vormen, symbolen of decoraties voor de gemeente of regio gevat. Vroeger maakte men daarbij een onderscheid tussen de cultuur van de burgerij (culturele waarde) en die van de rest van de bevolking (volkskundige waarde). Vandaag maken we dat onderscheid niet meer.

Eén waarde volstaat om een grafteken te erkennen als lokaal funerair erfgoed. De waarden zijn door de decreetgever niet omschreven, zodat je ze kan invullen volgens jouw specifieke lokale situatie. Dat geeft je veel vrijheid om zelf je funerair-erfgoedbeleid vorm te geven. Je kan zelfstandig bepalen wat bijvoorbeeld belangrijke periodes zijn in je gemeentelijke geschiedenis of welke artistieke uitingen typisch zijn voor jouw dorp of regio. De volkskundige, culturele en sociale waarden zijn per definitie eigen aan lokale contexten. Niets houdt je tegen om ook met andere waarden rekening te houden. Het Onroerenderfgoeddecreet heeft 13 waarden die leiden naar een bescherming voor erfgoed. Ook die kan je toepassen op je begraafplaats. Je vindt ze toegelicht in de publicatie Sterven in Stijl (p. 93-98). Lokaal funerair erfgoed is bovendien meer dan individuele graftekens. Evalueer je begraafplaats daarom in eerste instantie in zijn geheel en niet vanuit de bouwstenen (de graftekens). De historische, artistieke, volkskundige of socio-culturele waarde kan je dus ook op het geheel toepassen. Vanuit de waardering van het geheel kan je vervolgens de erfgoedwaarden van de individuele onderdelen bepalen. Kijk even bij de vragen Wat is een ideale inventaris van het lokaal funerair erfgoed? en Hoe pak ik de waardering van mijn lokaal funerair erfgoed aan? voor meer inspiratie.


33

Het grafteken van de familie Daens op de Aalsterse stedelijke begraafplaats heeft historische waarde vanwege het belang van beide broers Daens voor de Aalsterse arbeiders en artistieke waarde vanwege de medaillons door beeldhouwer G. Vandevoorde. Copyright Onroerend Erfgoed

Op het kerkhof Sint-Amandus te Willebroek hebben de graftekens die ontworpen werden door Herman De Cuyper artistieke waarde. De naoorlogse beeldhouwer woonde in Willebroek en ligt op het kerhof begraven. Copyright Onroerend Erfgoed

De stedelijke begraafplaats van Brugge heeft historische waarde omdat ze aangelegd werd naar aanleiding van de wetgeving van Jozef II uit 1784. De begraafplaats wordt ook vandaag nog als begraafplaats gebruikt en heeft dus een sociale waarde. Verschillende graftekens getuigen er door hun grafsymboliek van de culturele waarde. Copyright Onroerend Erfgoed


34

hoofdstuk 4 Lokaal funerair erfgoed

4.10 HEEFT HET ZIN ONZE NIEUWE BUITENBEGRAAFPLAATS TE INVENTARISEREN? Ja, toch wel. Ook op recente begraafplaatsen kunnen markante personen begraven liggen en opmerkelijke graftekens staan. De naoorlogse modernistische graftekens bijvoorbeeld worden vandaag steeds meer om hun artistieke kwaliteiten gewaardeerd. Meestal is het niet mogelijk om meteen voor alle begraafplaatsen van de gemeente tegelijkertijd een erfgoedvisie uit te werken. We raden daarom aan om te beginnen met een begraafplaatsvergelijkende fase waarin je al de begraafplaatsen van de gemeente vergelijkt, ook de nieuwe buitenbegraafplaats(en). Zo kan je de algemene erfgoedwaarden vanuit een vogelperspectief registreren én overkoepelende toekomstwensen voor al die begraafplaatsen samen formuleren. Op basis van de afweging tussen de erfgoedwaarden en je wensen kan je bepalen welke begraafplaatsen een erfgoedvisie verdienen en welke niet. Meer tips daarover vind je in de publicatie Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer.

Ook recente begraafplaatsen hebben erfgoedwaarde. 4.11 BESTAAT ER EEN OFFICIËLE WOORDENLIJST DIE IK KAN GEBRUIKEN BIJ HET OPSTELLEN VAN DE INVENTARIS? Er bestaat nog geen officiële lijst met funeraire woorden. Een aanzet vind je in de online-woordenlijst van het agentschap Onroerend Erfgoed, zowel voor de verschillende types van begraafplaatsen als voor types van graftekens. Ook in de Handleiding funerair erfgoed (BIE midwest) en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek vind je begrippenlijsten.

4.12 WAT ZIJN DE GEVOLGEN VAN DE LIJST VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED? De gevolgen die voortvloeien uit de door het college van burgemeester en schepenen bekrachtigde lijst van het lokaal funerair erfgoed zijn beperkt en open gehouden. • De gemeente is verplicht de graftekens 50 jaar te onderhouden. • Het concept ‘onderhoud’ is niet ingevuld. Hoe dat onderhoud gebeurt en door wie, wordt overgelaten aan de interpretatie van de beheerder en zijn specifieke situatie en noden.

Meer informatie vind je in het Decreet (2004, art. 26) en het Besluit (2004, art. 46-48) en de publicatie Sterven in stijl (p. 80-85).

4.13 MOET IK AL HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED OP DEZELFDE MANIER ONDERHOUDEN? Nee. Het is niet bepaald hoe je het lokaal funerair erfgoed moet onderhouden. Als gemeente bepaal je zelf hoever je gaat met het herstellen van de erfgoedelementen. Dat kan variëren tussen: • Conservatie waarbij je enkel de stabiliteit verzekert. • Een beperkt herstel van storende lacunes. • Doorgedreven restauraties waarbij je alle onderdelen minutieus herstelt.


35

Je kan als gemeente een aantal erfgoedelementen op één manier beheren en andere elementen op een andere manier. Je kan die opties vastleggen in je erfgoedbeleid en bijbehorend visiedocument. De meeste gemeenten koppelen de graad van onderhoud aan de waardering van het funerair erfgoed. Meer info vind je in de brochure Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer. Heb je al nagedacht over de formule van ‘hergebruik’ (met concessierechten) of ‘peter- en meterschap’ (zonder concessierechten)? Daarbij onderhouden derden het grafteken in plaats van de gemeente. In het hoofdstuk Burgers en funerair erfgoed vind je hierover meer informatie. Welke beheeroptie je ook kiest, monitoren van de bouwfysische toestand van je funerair erfgoed blijft steeds nodig. Monumentenwacht kan je daarbij helpen.

4.14 MOET IK ADVIES VRAGEN AAN HET AGENTSCHAP ONROEREND ERFGOED OF EEN INTERGEMEENTELIJKE ONROERENDERFGOEDDIENST BIJ HET BEHEER VAN LOKAAL FUNERAIR ERFGOED? Nee, een advies van het agentschap Onroerend Erfgoed of de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED) is niet verplicht bij het beheer van lokaal funerair erfgoed. Als gemeente kan je in je (funerair) erfgoedbeleidsplan wel steeds opnemen dat de gemeentelijke erfgoeddienst, de erfgoedraad of de IOED om advies wordt gevraagd.

4.15 KAN IK EEN GRAF DAT VERWAARLOOSD IS OP DE LIJST VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED PLAATSEN OF LATEN BESCHERMEN? Ja, dat kan. Soms kunnen de erfgoedwaarden zo overtuigend zijn dat de bouwfysische toestand van het grafteken van minder belang is. Besef wel dat onmiddellijke actie om het grafteken te restaureren dan aan de orde is. De bouwfysische toestand is een van de criteria om funerair erfgoed te waarderen. Andere criteria zijn zeldzaamheid, herkenbaarheid, representativiteit, ensemblewaarde en contextwaarde. De criteria worden afgewogen samen met de onder andere historische, architecturale, artistieke, sociale, culturele en archeologische waarde. Op basis van die afweging kan het zijn dat een grafteken in slechte bouwfysische toestand toch erkend wordt als lokaal, bovenlokaal of Vlaams erfgoed. Vind je het moeilijk om die afweging te maken? Stel dan een multidisciplinair waarderingsteam samen uit gemeentelijke diensten, interne en externe experts, burgers en (erfgoed)organisaties. Zij waarderen samen het funerair erfgoed en stellen de lijst van lokaal funerair erfgoed op. Op die manier wordt je beslissing meer gedragen. Zie voor dit onderwerp ook het hoofdstuk Burgers en funerair erfgoed.

Een verwaarloosd graf kan erfgoedwaarde hebben.


36

Torhout, Begraafplaats ‘Oud Kerkhof’ / Copyright Onroerend Erfgoed


37

HOOFDSTUK

5

BESCHERMEN VAN FUNERAIR ERFGOED


38

hoofdstuk 5 Beschermen van funerair erfgoed

5 / BESCHERMEN VAN FUNERAIR ERFGOED In dit hoofdstuk vind je informatie over het door de Vlaamse overheid beschermde funerair erfgoed. We hebben aandacht voor het beschermingsproces, de gebruikte waarden en criteria en waar je informatie vindt over jouw beschermd funerair erfgoed. Informatie over het beheer, advisering en financiële ondersteuning van door Vlaanderen beschermde funerair erfgoed vind je op de pagina’s met de blauwe rand van de hoofdstukken Beheren, De groene begraafplaats en Ondersteuning.

5.1 KAN IK FUNERAIR ERFGOED LATEN BESCHERMEN? Je kan onroerend erfgoed – zowel in eigen bezit als van derden – voordragen voor bescherming. Het is de minister bevoegd voor onroerend erfgoed die de eindbeslissing neemt. Meer info, inclusief de procedure vind je op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed en in het Afwegingskader - De erfgoedwaarden van funerair erfgoed.

5.2 ONDER WELKE STATUUT WORDT FUNERAIR ERFGOED BESCHERMD? Funerair erfgoed werd in Vlaanderen tot nog toe beschermd als cultuurhistorisch landschap, als stads- of dorpsgezicht of als monument. Voortaan wordt funerair erfgoed als volgt beschermd: • Individuele graftekens steeds als monument. • Begraafplaatsen: ° Als monument wanneer de erfgoedwaarden alleen betrekking hebben op de begraafplaats in zijn geheel. De verschillende erfgoedelementen (paden, graftekens, beplanting, enzovoort) dragen bij tot de waarde van de begraafplaats als geheel. ° Als stads- en dorpsgezicht wanneer de erfgoedwaarden betrekking hebben op een ruime bebouwde zone waarvan de begraafplaats deel uitmaakt. ° Als cultuurhistorisch landschap wanneer de erfgoedwaarden betrekking hebben op een ruim landschap waarvan de begraafplaats deel uitmaakt. ° Als archeologische zone wanneer de erfgoedwaarde beperkt is tot het bodemarchief.

Meer informatie over de statuten van funerair erfgoed, de erfgoedwaarden en selectiecriteria vind je terug in het Afwegingskader - De erfgoedwaarden van funerair erfgoed.

5.3 WELKE WAARDEN EN CRITERIA WORDEN GEBRUIKT OM FUNERAIR ERFGOED TE BESCHERMEN? Het Onroerenderfgoeddecreet (2013, art. 2°1 26°) vermeldt dertien erfgoedwaarden die leiden tot een bescherming. De meest toegepaste waarden voor het funerair erfgoed zijn: • De historische waarde: de kantelpunten in de funeraire geschiedenis en het funerair erfgoed dat daarvan getuige is. • De architecturale waarde: een getuige van een fase of aspect van de (landschaps)architectuur of de bouwkunst onder de vorm van een type, stijl, oeuvre of materiaalgebruik. • De artistieke waarde: het kunstzinnig streven van de kunstenaar, (tuin)architect of grafmaker. • De culturele waarde: de grafcultuur zoals die blijkt uit grafschriften, symbolen, sculptuur en aangebrachte of toegevoegde (herdenkings)objecten zoals foto’s, christushoofden, kruisen, engeltjes, bloemenkransen, herdenkingsteksten, enzovoort. • De archeologische waarde: het bodemarchief en de fysische antropologische waarde van de skeletten. • De esthetische waarde: de beleving van de begraafplaats via onze zintuigen.


39

Daarnaast wordt er rekening gehouden met vijf selectiecriteria. Zij staan opgesomd in het Onroerenderfgoedbesluit (2014, art. 4.1.5): • Zeldzaamheid: dit geeft aan hoe uitzonderlijk het onroerend goed is in relatie met de geografische context, de historische context, de typologie of het oeuvre van een grafmaker of kunstenaar. • Herkenbaarheid: dit geeft aan in hoeverre het onroerend goed een herkenbare uitdrukking is van zijn oorspronkelijke functie, uitzicht of vormgeving, of van een belangrijke fase in de ontwikkeling daarvan. • Representativiteit: dit geeft aan hoe typerend het onroerend goed is voor een geografische of historische context of een welbepaald type of een bepaald oeuvre. • Ensemblewaarde: dit geeft aan in hoeverre het onroerend goed een sterke samenhang vertoont tussen de verschillende elementen. • Contextwaarde: dit geeft aan in hoeverre er tussen het onroerend goed en zijn directe of ruimere omgeving een sterke relatie is op landschappelijk, stedenbouwkundig of esthetisch vlak.

Zowel de waarden als de criteria worden uitgebreider toegelicht in de publicatie Afwegingskader - De erfgoedwaarden van funerair erfgoed. Een interpretatie van alle dertien waarden vind je ook in publicatie Sterven in stijl (p. 80-85).

Afwegingskader De erfgoedwaarden van funerair erfgoed

Agentschap Onroerend Erfgoed

Het Afwegingskader - De erfgoedwaarden van funerair erfgoed beschrijft de statuten, de erfgoedwaarden en de selectiecriteria die voor funerair erfgoed worden toegepast. Copyright Onroerend Erfgoed

5.4 MIJN BEGRAAFPLAATS IS BESCHERMD. WAT VALT ER JUIST ONDER DE BESCHERMING? Het beschermingsbesluit en het bijbehorend inhoudelijk dossier bevatten een beschrijving van de begraafplaats en de erfgoedelementen die deel uitmaken van de bescherming. De beschermingsbesluiten en de afbakening vind je terug in de online beschermingsdatabank van het agentschap Onroerend Erfgoed. Je kan eenvoudig op adres zoeken. Het inhoudelijk dossier van jouw beschermde begraafplaats of grafteken kan je steeds opvragen bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Oudere beschermingen bevatten soms geen beschrijving. In dat geval zijn alle onroerende onderdelen (structuren, beplanting en graftekens) die op het ogenblik van de bescherming op de begraafplaats aanwezig waren, beschermd. Met een beheersplan kan je verder verfijnen welke erfgoedelementen de erfgoedwaarden concreet ondersteunen. Elementen die toegevoegd werden na de bescherming, zoals nieuwe graftekens of beplanting, behoren nooit tot de bescherming. Om die te beschermen moet een volledig nieuwe beschermingsprocedure met motivatie van de erfgoedwaarden worden doorlopen.


40

hoofdstuk 5 Beschermen van funerair erfgoed

Het mausoleum Torley in Beersel (Huizingen) werd in 2020 beschermd als monument vanwege de historische, architecturale, culturele en archeologische waarde. De selectiecriteria bevestigen dat de grafkapel met toegankelijke crypte en bovenkapel uitzonderlijk is, het gebouw als een grafkapel herkenbaar is, representatief is voor de neoclassicistische stijl, het interieur met zijn aankleding een bijzonder ensemble vormt en de kapel in zijn graftuin met omheining een herkenbare en uitzonderlijke context vormt. Copyright Onroerend Erfgoed

Het memoriaal van Grimde werd in 2002 beschermd als monument vanwege zijn historische en artistieke waarde. Verschillende elementen van het kerkgebouw en de aanleg van het kerkhof met ommuring en dodenlantaarn refereren nog aan een middeleeuwse situatie en zorgen zo voor herkenbaarheid van de site. De glas-in-loodramen naar ontwerp van Omer Dierickx en Maurice Langaskens vormen een hoogstaande en unieke, aan deze necropool gebonden creatie. Copyright Onroerend Erfgoed


41

De kerk en het kerkhof in de dorpskern van Zwalm (Rozebeke) werden in 2017 als dorpsgezicht beschermd vanwege de historische, stedenbouwkundige, ruimtelijk-structurerende, architecturale, esthetische en sociale waarde. De criteria verwijzen naar de gave bewaring van de middeleeuwse context van kerk en kerkhof en het ensemble van graftekens die de sociale differentiatie van een dorpsgemeenschap tonen. De gehele kerksite vormt een sterk ensemble met de omgevende bebouwing en de verbindingswegen. Copyright Onroerend Erfgoed


42

Monumentenwacht Limburg / Copyright Monumentenwacht


43

HOOFDSTUK

6

BEHEREN VAN FUNERAIR ERFGOED


44

hoofdstuk 6 Beheren van funerair erfgoed

6 / BEHEREN VAN FUNERAIR ERFGOED Het beheer van funerair erfgoed is niet evident. Je vindt hier vragen over visievorming, over het aanvragen van toelatingen, en ook praktische vragen. Aangezien de wetgeving soms wijzigt, verwijzen we zo veel mogelijk door naar websites, waar je steeds de meest actuele informatie kan opzoeken. Aan het einde van het hoofdstuk, op de pagina’s met een blauwe rand, bundelden we de vragen die betrekking hebben op het door Vlaanderen beschermde funerair erfgoed.

6.1

HOE KOPPEL IK WAARDERING DOOR NAAR BELEID EN BEHEER?

Het agentschap Onroerend Erfgoed werkte een methodologie uit die de waardering van funerair erfgoed koppelt aan een erfgoedvisie en de opmaak van beheersplannen. Specifiek voor landelijke kerkhoven publiceerde de Provincie Vlaams-Brabant de handleiding Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek. De handleiding bevat tips die voor elk Vlaams plattelandskerkhof nuttig zijn. Heb je al gedacht aan een geïntegreerd beheersplan? Daarin kan je alle mogelijke (verplichte) beheersplannen voor je begraafplaats als één plan benaderen. Meteen merk je hoe de verschillende visies elkaar beïnvloeden.

6.2 HOE INTEGREER IK ERFGOEDZORG IN EEN WERKENDE BEGRAAFPLAATS? Voor de integratie van erfgoed in je werkende begraafplaats zoek je het evenwicht tussen erfgoed en de dagelijkse werking. Dat is zeker geen evidente opdracht en er is geen zaligmakende oplossing. Je zal inderdaad keuzes moeten maken: soms primeert de dagelijkse werking, dan weer het erfgoed en soms gaan beide hand in hand. We geven een aantal tips die je mogelijk bij die zoektocht helpen. Het blijvend gebruik van een begraafplaats als dodenakker (elke plek om menselijke resten bij te zetten), is een meerwaarde an sich voor het aanwezige erfgoed. Mensen gebruiken de begraafplaats en zijn er zich dus bewust van. Werk met erfgoedzones. Dat zijn zones waar diverse erfgoedelementen (muren, graftekens, beplanting, paden, enzovoort) samen voorkomen en waar het totaalbeeld goed aanvoelt. Mogelijk heeft je begraafplaats een echte kern aan historische graftekens, bijvoorbeeld langs een hoofdpad of de muur of zijn er perken voor bijzondere groepen. Pas in tweede instantie focus je op de individuele erfgoedelementen in de erfgoedzones en hun noden. Door erfgoedzones aan te duiden kan je daar bijvoorbeeld: • Maatregelen voorzien voor peter- en meterschap of voor hergebruik. • Beeldverstorende graftekens op termijn verwijderen. • Erfgoedversterkende voorwaarden opleggen voor de nieuwe graftekens die de lege plekken vullen (bijvoorbeeld verplicht gebruik van een bepaald materiaal of een minimale hoogte van het grafteken).

Op die manier versterk je het erfgoed als groep én het individueel erfgoedobject waar nodig. Begravingen blijven mogelijk op je begraafplaats én je hebt zo ook zones waar je zonder enige erfgoedvoorwaarde kan blijven bijzetten. Daarnaast is het denken in erfgoedzones handig in je dagelijkse werking. Het is eenvoudiger om in een specifieke zone van je begraafplaats aandacht te hebben voor je erfgoed dan om verspreide erfgoedelementen te beheren. Verruim je gebruikersgroepen. Beschouw niet alleen de nabestaanden, maar ook de wandelaar, de onderwijzer, de kunstliefhebber, de natuurliefhebber, enzovoort als gebruiker van je begraafplaats. Dat verzekert het continue gebruik van de site, verbreedt het draagvlak voor je erfgoed en verantwoordt je beheer en je investeringen, met inbegrip van investeringen die minder rechtstreeks met de dodenzorg te maken hebben. In de publicaties Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek wordt een methodologie gepresenteerd die vertrekt vanuit de begraafplaats als een geheel van erfgoedelementen. Hoe je die methodologie vertaalt naar het dagelijks beheer komt ook in beide publicaties aan bod.


45

Een beheersplan is een handig werkinstrument om alle facetten tegen elkaar af te wegen. Op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed vind je verschillende inspirerende beheersplannen en informatie over hoe je een beheersplan opstelt.

Werk met Erfgoedzones. 6.3 WIE KAN ME BEGELEIDEN BIJ HET BEPALEN VAN EEN SCHADEBEELD? Monumentenwacht heeft in elke provincie experten funerair erfgoed die je kunnen bijstaan. De rapporten van Monumentenwacht bieden grondige informatie over de bouwfysische toestand van het funerair object. In de brochure Onderhoud van funerair erfgoed vind je alvast praktische tips voor het onderhoud van het terrein, de infrastructuur en de graftekens.

6.4 WAT ZIJN DE AANDACHTSPUNTEN BIJ ONDERHOUD VAN GRAFTEKENS? In de brochure Onderhoud van funerair erfgoed vind je een hele reeks praktische tips rond onderhoud van graftekens en begraafplaatsen.

o n d e r h o u d va n f u n e r a i r e r f g o e d

Voor advies op maat van jouw begraafplaats contacteer je vrijblijvend Monumentenwacht. Zij gaan graag met je in overleg over je vragen en noden. Tijdens de inspectie brengen de monumentenwachters de belangrijkste aandachtspunten in kaart. Vervolgens bezorgen ze je een rijk geïllustreerd rapport met aanbevelingen voor onderhoud en herstel op maat van jouw begraafplaats of grafteken.

1

Een monumentenwachter inspecteert een grafkelder. Vervolgens krijg je een omstandig verslag met de resultaten van de inspectie. Westerbegraafplaats, Gent. Copyright Monumentenwacht OostVlaanderen

In de brochure Onderhoud van funerair erfgoed van Monumentenwacht vind je heel wat praktische informatie voor zowel het dagelijks onderhoud als de restauratie van je erfgoedbegraafplaats. Copyright Monumentenwacht Oost-Vlaanderen


46

hoofdstuk 6 Beheren van funerair erfgoed

6.5 MAG IK EEN GRAFTEKEN VERWIJDEREN OP VRAAG VAN DE NABESTAANDEN? Of een grafteken bij het beëindigen van de concessie behouden wordt of verwijderd, hangt af van het statuut van het grafteken. • De begraafplaats is niet beschermd. De beslissing ligt in dat geval bij de gemeente. Heb je reeds een lijst van je lokaal funerair erfgoed voor zowel graftekens in eigen bezit als in concessie? Welke beheeroptie formuleerde je daarin? Wat zegt je begraafplaatsbeheersplan? Op basis van die documenten neem je een beslissing tot verwijdering, onderhoud in eigen beheer, peter- of meterschap of een concessie met behoud van het grafteken. • De begraafplaats is beschermd. In dat geval is er toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed of de onroerenderfgoedgemeente nodig om het grafteken te verwijderen dat dateert van voor het beschermingsbesluit. Een goedgekeurd beheersplan met een beleidsvisie per grafteken vereenvoudigt die beslissing. Je kan dan de beheermaatregelen toepassen die het beheersplan voorziet. • Een grafteken is individueel beschermd: een verwijdering is niet mogelijk.

6.6 MAG IK GRAFTEKENS VERPLAATSEN? Er bestaat geen enkel verbod tegen het verplaatsen van een grafteken. Het kan interessant zijn om een rij graftekens te vervolledigen of een groep graftekens met erfgoedwaarde te versterken. De verplaatsing wordt evenwel afgeraden omdat het graf en het grafteken een eenheid vormen. Bij een verplaatsing draagt de opdrachtgever niet alleen alle kosten voor het demonteren en het heropbouwen van het graftekens maar ook de kosten voor het opgraven en herbegraven van de lichamen. Over de verplaatsing van graven en graftekens beslist de gemeente. Bij een beschermde site kan je de verplaatsing opnemen in het beheersplan of dien je een toelating te vragen aan het agentschap Onroerend Erfgoed of de erkende onroerenderfgoedgemeente.

6.7 KAN IK DE BOUWMATERIALEN NA EEN RUIMING HERGEBRUIKEN? Ja, dat kan. Te slopen graftekens hebben vaak onderdelen die gebruikt kunnen worden voor het (toekomstig) herstel van andere graftekens. Dat is bijvoorbeeld het geval bij uniforme graftekens van een bepaalde grafmaker. Het is ook raadzaam de kleinere onderdelen (porseleinen of bronzen versieringen, kruisjes, enzovoort) veilig te bewaren. Die kan je immers gebruiken ter vervanging van gestolen of beschadigde elementen. Plan je nieuwe ingrepen op je begraafplaats? Heb je al gedacht aan het hergebruiken van grafstenen voor paden, muurtjes, banken of zelfs een collectief herdenkingsteken? Je kan daarvoor samenwerken met een plaatselijke kunstenaar, (technische) school of kunstacademie. Het materiaal wordt zo (deels) behouden én de lokale gemeenschap voelt zich betrokken.

Oude graftekens kan je hergebruiken in een collectief herdenkingsteken.


47

Oude grafstenen kunnen dienstdoen als zitbanken. Begraafplaats Meensepoorstraat, Kortrijk. Copyright Onroerend Erfgoed

Oude grafstenen werden vroeger regelmatig gebruikt als afwerking van een voetpad. Dat kan ook vandaag nog. Eventueel kan je de namen naar onderen plaatsen. Mechelen (Heffen). Copyright Onroerend Erfgoed

Behoud je een grafteken niet? Decoratieve elementen als porseleinen rouwkransen en beeldjes kunnen gebruikt worden om andere graftekens te herstellen. Sommige nabestaanden nemen graag de porseleinfoto’s van hun voorouders mee naar huis ter herinnering. Brugge, Centrale begraafplaats. Copyright Onroerend Erfgoed

Een ongebruikt columbarium kan perfect dienstdoen als insectenhotel. Deze nog ondergewaardeerde vorm van erfgoed krijgt zo alvast een nieuwe functie. Leuven, Centrale begraafplaats. Copyright Onroerend Erfgoed


48

hoofdstuk 6 Beheren van funerair erfgoed

6.8 HOE GA IK OM MET DE INFORMATIE DIE VERDWIJNT BIJ EEN RUIMING? Grafstenen zijn historische bronnen die voor historici, heemkundigen, genealogen of erfgoedonderzoekers van groot belang zijn. Door de verwijdering van graftekens ontstaan gaten in die bron. Het is daarom belangrijk je graftekens voldoende te documenteren (materiaal, grootte, stijl, symbolen) en de namen, geboorte- en sterfdata op de begraafplaats bij te behouden, te registreren en te publiceren. Een ontsluitingsproject (bijvoorbeeld in de vorm van een bezinningsteken, een brochure, een boek, een wandeling, een filmpje, een website, een informatiepaneel, ...) over de geschiedenis van je begraafplaats en je funerair erfgoed biedt je ook de mogelijkheid om de lokale gemeenschap te betrekken bij het funerair erfgoed. Misschien kan je verhalen verzamelen over de overledenen op je begraafplaats en die verbinden met je inventaris van het lokaal funerair erfgoed. Daarvoor kan je een beroep doen op de kennis en ervaring van experten die publieksgerichte werkmiddelen ontwikkelen of zelfs een erfgoedtraject uitwerken voor en met de gemeente en de inwoners.

6.9 HOE GA IK OM MET DE ORIGINELE GRAFSCHRIFTEN OP GRAFTEKENS DIE OPNIEUW IN CONCESSIE GEGEVEN WORDEN? Bij hergebruik van een grafteken door een nieuwe concessiehouder wordt het behoud van de historische namen op de grafsteen aangeraden. Ze vormen immers een deel van de geschiedenis van het grafteken. Afhankelijk van het ontwerp van het grafteken kan je de namen van recent bijgezette personen aanvullen op de grafsteen. Dat doe je het best op voldoende afstand van het oorspronkelijke grafschrift. De nieuwe namen kunnen ook aangebracht worden op een tekstplaat in marbriet, natuursteen, glas of plexiglas die vervolgens op het grafteken wordt aangebracht. Hou er rekening mee dat voor sommige werken aan beschermde graftekens een toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed vereist is. Zie voor het onderwerp ‘hergebruik’ ook het hoofdstuk Burgers en funerair erfgoed.

Namen van de nieuwe concessiehouders kunnen op verschillende manieren op het grafteken worden aangebracht. Links: metaal bevestigd op de tombe (Brugge, centrale begraafplaats). Rechts: de namen zijn op een glasplaat aangebracht (Mechelen, begraafplaats Ziekebeemden). Copyright Onroerend Erfgoed


49

6.10 HOE GA IK OM MET VERDWIJNENDE TEKSTEN DOOR SLIJTAGE? Het afslijten en verdwijnen van sculpturen en teksten op grafstenen is eigen aan graftekens. Ze staan soms al eeuwenlang in open lucht opgesteld. Het klinkt contradictorisch, maar bij funerair erfgoed aanvaardt het publiek een zeker verval, alsof het slijten van de grafsteen een metafoor is voor het rouwen en het vervagen van de herinnering. Je kan de tekst dus laten vervagen. Wil je toch de leesbaarheid behouden? Dan is het inschilderen van letters met zwarte verf een historisch correcte afwerking. Enkel als de tekstplaat zelf verwijderd moet worden, is een reconstructie van het grafschrift aangewezen. Ga echter nooit een graftekst opnieuw uitkappen in de bestaande steen. Dat geeft meestal een onbevredigend effect. Natuurlijk kan je steeds het grafschrift documenteren en publiceren, of je kunt een infobord plaatsen. Voor sommige werken aan beschermde objecten is een toelating van het agentschap Onroerend Erfgoed vereist. Vergeet die niet aan te vragen.

6.11 HOE GA IK OM MET NIET-BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED ZOALS CALVARIES, DODENHUIZEN EN KAPELLEN? Niet-beschermd erfgoed dat de totaalervaring van de begraafplaats ondersteunt kan toegevoegd worden aan de lijst van het lokaal funerair erfgoed. De gemeente engageert zich dan om er rekening mee te houden in haar erfgoedbeleid. Gebruik is de beste manier van behoud. Geef dit niet-beschermde erfgoed daarom liefst een functie op de begraafplaats. Is het gebouw bijvoorbeeld bruikbaar als urnenkapel, herdenkingsplek, stilteplek, afscheidsruimte of ossuarium? Kan een gebouw dienstdoen als ruimte voor het personeel of schuilhuisje?

Gebruik is het beste behoud. Geef funerair erfgoed daarom een functie.

6.12 HOE KAN DE GEMEENTE ZORGEN VOOR DE VEILIGHEID VAN DE BEZOEKER WANNEER EEN (BESCHERMD) GRAFTEKEN IS BESCHADIGD? Een grafteken kan door ouderdom instabiel worden, of het kan beschadigd of omgevallen zijn. In een beheersplan bepaal je hoe het grafteken beheerd wordt. Op basis daarvan kan je dus de nodige beheeracties ondernemen. Er is geen toelating vereist om onmiddellijk passende consolidatie- en beveiligingsmaatregelen te nemen in geval van nood bij door Vlaanderen beschermd erfgoed. (Besluit, 2014, art. 6.1.3) Is onmiddellijk herstel onmogelijk of is er nog geen beheersplan? Dan raden we aan om het grafteken zoveel mogelijk ter plaatste te bewaren tenzij er risico is op diefstal of gevaar voor de voorbijganger. Je kan onstabiele delen stutten of vakkundig afnemen en op het graf leggen, verzwakte stèles tijdelijk plat leggen en kleine loszittende onderdelen verzamelen, veilig bewaren en bij restauratie opnieuw aanbrengen. Een goede inventaris van de verwijderde onderdelen, met vermelding van de herkomst ervan is belangrijk. Dergelijke noodoplossingen moeten natuurlijk met kennis van zaken gebeuren.


50

hoofdstuk 6 Beheren van funerair erfgoed

Voorlopige stabiliteitswerken zijn soms noodzakelijk in afwachting van definitieve herstellingswerken. Begraafplaats Geraardsbergen. Copyright Monumentenwacht Oost-Vlaanderen.

Een infobord met de aankondiging van geplande onderhoudswerken of restauratiewerken schept heel wat begrip en vertrouwen bij de bezoekers. Copyright Monumentenwacht.

6.13 MOET IK EEN STUDIEBUREAU AANSTELLEN OM EEN BEHEERSPLAN OP TE MAKEN VOOR EEN BEGRAAFPLAATS OF OM TE BEPALEN OF EEN GRAFTEKEN ERFGOEDWAARDE HEEFT? Nee, dat hoeft niet, maar we bevelen het wel warm aan. Indien je zelf de nodige kennis in huis hebt om een beheervisie en bijbehorend plan op te maken voor je funerair erfgoed, dan hoef je geen studiebureau aan te stellen. Het ontwikkelen van je beleidsvisie of beheersplan is echter een complex project en omvat onder andere: • De waardering van de begraafplaats, de graftekens, de beplanting, het ondergrondse bodemarchief. • De motivatie waarom die diverse elementen erfgoedwaarde hebben. • Het uitschrijven van een toekomstvisie voor de begraafplaats en haar diverse erfgoedelementen. • Een traject van burgerparticipatie.

Meestal is de vereiste kennis dus zo multidisciplinair en de betrokkenheid van de burgers zo groot, dat een expert, restauratiearchitect of studiebureau een meerwaarde vormt. Ook die expert dient kennis te hebben van bouwkundig, artistiek, natuurlijk, landschappelijk en archeologisch erfgoed. Het is daarom vaak raadzaam om te kiezen voor een multidisciplinair team. Om de burgerparticipatie in goede banen te leiden, is een neutrale tussenpersoon die de verschillende visies kan verzoenen en de burgerparticipatie faciliteert, een meerwaarde. Heb je nood aan een ontwerper of studiebureau? Op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed vind je enkele tips.


51

6.14 HOE KAN IK DE KOSTEN VOOR ONDERHOUD BEPERKEN? Door werken per thema uit te voeren (bijvoorbeeld het herstel van alle metalen kruisen op je begraafplaats) kan je de kosten drukken. Bovendien merken je bezoekers zo dat je over de hele begraafplaats werkt. Voor dagelijks onderhoud en kleine herstellingen kan je samenwerken met sociale-tewerkstellingsinitiatieven of onderwijsinstellingen. Meteen steun je ook zwakkere maatschappelijke groepen en leid je de erfgoedzorgers van de toekomst op. Bedenk ook dat het onderhoud van je begraafplaats vaak een onzichtbare return heeft voor de biodiversiteit, de recreant, cultuurbeleving, enzovoort.

6.15 WAAR VIND IK BEDRIJVEN DIE KWALITATIEVE HERSTELLINGSWERKEN UITVOEREN TEGEN SCHAPPELIJKE PRIJZEN? Werken aan onroerend funerair erfgoed zijn zeer divers: van herstel van beeldhouwwerken tot onderhoud van de groenaanleg en archeologische onderzoeken. Het is vaak specialistenwerk, waarvoor je een beroep moet doen op de restauratiesector. De meeste restaurateurs, archeologiebedrijven, landschapsarchitecten en boomverzorgers zijn aangesloten bij hun beroepsvereniging. Restauratiearchitecten hebben een eigen vereniging. Bij die verenigingen kan je steeds terecht voor informatie.


52

hoofdstuk 6 Beheren van funerair erfgoed

6.16 BETEKENT EEN BESCHERMING DAT ELK ELEMENT OP DE BEGRAAFPLAATS BEWAARD MOET WORDEN? Nee. Een in zijn totaliteit beschermde begraafplaats bestaat steeds uit waardevolle, minder waardevolle en soms zelfs storende onderdelen. In een beheersplan verfijn je de waardering voor alle erfgoedelementen (graftekens, muren, lijkhuis, beplanting, enzovoort) op de begraafplaats. Daarin bepaal je dus voor elk element welke beheeroptie je neemt. Een methodologie om erfgoedwaarden af te wegen en de beheeropties vast te leggen, vind je in de publicatie Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer. Op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed vind je ook inspirerende voorbeelden van goedgekeurde beheersplannen voor kerkhoven en buitenbegraafplaatsen.

6.17 WELKE TOELATINGEN EN MELDINGEN ZIJN VERPLICHT BIJ BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED? Recente beschermingsdossiers sommen precies de beheerdoelstellingen en voorschriften voor instandhouding en onderhoud op. Zij geven aan wat de bedoeling van de bescherming is. Daarnaast worden in het beschermingsbesluit ook de werken opgesomd waarvoor je een toelating of vergunning nodig hebt. Zijn de beheerdoelstellingen en toelatingsplichtige werken niet vermeld in het beschermingsbesluit? Dan zijn de toelatingsplichtige werken zoals vermeld in het Onroerenderfgoedbesluit van toepassing (Besluit, 2014, art. 6.2). Plan je werken aan een beschermde gesloten begraafplaats of in een kerkgebouw? Dan is er steeds een toelating nodig voor het opgraven van lichamen (Besluit, 2013, art. 6.2.13). De procedures om adviezen en toelatingen te verkrijgen of een melding te doen verschillen volgens het beschermingsstatuut. Meer informatie vind je via bijgaande links: monument, stads- of dorpsgezicht, cultuurhistorisch landschap of archeologische bescherming.

6.18 MOET IK EEN TOELATING VRAGEN VOOR HERSTELLINGEN AAN BESCHERMD ERFGOED ALS DAARDOOR HET BEELD NIET WIJZIGT? Je hoeft geen toelating voor werken aan te vragen in volgende situaties: • Je voert regulier onderhoud uit (Besluit, 2014, art. 6.1.4). Met regulier onderhoud worden alle preventieve en periodieke onderhoudswerken bedoeld die: ° gericht zijn op het duurzaam in goede staat houden van een beschermd object, ° geen vervanging of wijziging van materiaal en uitvoeringstechniek impliceren, ° geen negatieve impact op de erfgoedwaarde en op de bodem hebben.

• Je neemt passende consolidatie- en beveiligingsmaatregelen in geval van nood (Besluit, 2014, art. 6.1.3).

De voorwaarde dat het uitzicht niet mag wijzigen, is geen criterium meer bij het al dan niet moeten aanvragen van een toelating. Andere vrijstellingen van toelating kan je opnemen in het beheersplan (Besluit, 2014, art. 6.2.2).

6.19 KAN IK MET ONROEREND ERFGOED AFSPRAKEN MAKEN, ZODAT IK NIET STEEDS EEN ADVIES- OF TOELATINGSAANVRAAG HOEF TE DOEN BIJ BESCHERMD ERFGOED? Je kan met het agentschap Onroerend Erfgoed steeds afspraken maken over beheeropties en vrijstellingen van adviesof toelatingsplichten door middel van een goedgekeurd beheersplan.


53

6.20 MOET IK EEN BESCHERMD GRAFTEKEN DAT HELEMAAL STUK IS BEWAREN? Het antwoord op deze vraag hangt af van de beschermingsvorm van het grafteken: • Een individueel beschermd grafteken mag je niet verwijderen. De concessiehouder of de gemeente moet de nodige herstelwerken uitvoeren. • Een grafteken is niet individueel beschermd maar maakt wel deel uit van een beschermde begraafplaats. In dit geval stel je enkele extra vragen. Wat is de erfgoedwaarde van het grafteken in relatie tot het geheel? Is het een beeldbepalend grafteken voor de begraafplaats? Wat is het gevolg van het verwijderen van het grafteken voor het beeld van het geheel? Ontstaat er een storende lege plek? Wat ga je doen met de open ruimte die ontstaat na verwijdering? Het antwoord op dergelijke vragen bepaalt je handelen. Het beheersplan voor de begraafplaats kan hier fungeren als leidraad. Voor elk erfgoedelement, waaronder de graftekens, evalueer je de (bouw)fysische toestand en bepaal je welke graftekens in goede staat zijn, welke herstel nodig hebben en welke echt verloren zijn. Je toetst die toestand af aan de erfgoedwaarde van het object. Je bepaalt de beheeroptie voor elk individueel erfgoedobject, zoals conservatie, restauratie of verwijdering.

Monumentenwacht helpt je graag bij de bouwfysische evaluatie en kan informatie aanreiken voor een onderhoudsdraaiboek.

Een grafsteen hoeft niet steeds perfect gerestaureerd te worden. Vaak worden kleine lacunes en imperfecties aanvaard. Soms is zelfs een liggende bewaring in een grasveld een geschikte oplossing om erfgoedwaarden te behouden. Herent, Onze-Lieve-Vrouwkerkhof. Copyright Onroerend Erfgoed

6.21 MOET IK DE MENSELIJKE RESTEN IN EEN BESCHERMD GRAF OF IN EEN GRAF DAT OP DE LIJST VAN HET LOKAAL FUNERAIR ERFGOED STAAT, BEWAREN? Het antwoord op die vraag hangt af van de reden waarom het graf beschermd is of op de lijst van het lokaal funerair erfgoed werd geplaatst. Is de persoon die bijgezet is in het graf een reden om het graf te bewaren? Dan is het evident dat zijn of haar menselijke resten ook in het graf aanwezig blijven. Ligt de erfgoedwaarde van een grafteken eerder in de vormgeving, de artistieke en architecturale waarde, dan kan een verwijdering van de menselijke resten overwogen worden. Op dat ogenblik kan het graf bijvoorbeeld hergebruikt worden voor nieuwe bijzettingen. Bedenk dat elk menselijk skelet een archeologische en wetenschappelijke waarde heeft. Mogelijk heeft je lokale archeologische dienst of een wetenschappelijke instelling interesse in de menselijke resten voor onderzoeksdoeleinden. In het beheersplan voor je begraafplaats kan je bepalen hoe je omgaat met de aanwezige menselijke resten.


54

Leuven, stedelijke begraafplaats / Copyright Onroerend Erfgoed


55

HOOFDSTUK

7

DE GROENE BEGRAAFPLAATS


56

hoofdstuk 7 De groene begraafplaats

7 / DE GROENE BEGRAAFPLAATS Het groenbeheer van onze begraafplaatsen is een hot item sinds het groeiende ecologische bewustzijn en het verbod op het gebruik van pesticiden. Het vergroenen van begraafplaatsen en het onderhoud van de vergroende begraafplaats stelt enkele nieuwe problemen. Die behandelen we in dit hoofdstuk. We bekijken achtereenvolgens de visievorming rond de groene begraafplaats, het aanvragen van toelatingen en praktische vragen. Het hoofdstuk sluit af met de vragen over het beschermd funerair erfgoed.

7.1

WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN EEN PARKBEGRAAFPLAATS EN EEN VERGROENDE BEGRAAFPLAATS?

Begraafplaatsen waren ook in het verleden beplant met gras en bomen. Het gras werd verpacht en bomen werden regelmatig gerooid en opnieuw aangeplant. De 19de-eeuwse parkbegraafplaats was naast een begraafplaats ook een aangename wandel- en leerplek. Ze was aangelegd zoals de Engelse landschapstuin met slingerende paden, beekjes en vijvers, licht- en schaduwpartijen, bloeiende en geurende struiken, sierbomen enzovoort. Pas in de tweede helft van de 20ste eeuw met de introductie van pesticiden verloren heel wat begraafplaatsen hun groene inrichting. De laatste decennia ontwikkelen we begraafplaatsen vanuit een ecologisch en duurzaamheidsstreven opnieuw tot groene ruimten. Wanneer oudere, bestaande begraafplaatsen hun structuur behouden maar vergroenen, spreken we van vergroende begraafplaatsen.

Twee Gentse begraafplaatsen met een groen uitzicht: links de Zuiderbegraafplaats uit de late 18de eeuw en rechts de Westerbegraafplaats uit de periode 1862-1873. De Zuiderbegraafplaats met haar formele structuur en rechthoekige grafpercelen is een typische vergroende begraafplaats waarbij de groenaanleg geënt is op de historische 18de-eeuwse formele structuur. De Westerbegraafplaats is een echte parkbegraafplaats met slingerende paden, doorzichten, grote open grasvelden en graftekens in de schaduw van bomen en struiken. Copyright Onroerend Erfgoed

7.2 HOE VERSTERK IK DE GROENAANLEG VANUIT ERFGOEDOOGPUNT? Elke begraafplaats heeft erfgoedkwaliteiten die in de loop van de tijd ontstaan zijn. Vaak zijn het net het aanwezige groen, het gras, de bomen en de struiken die een onmisbaar kader vormen voor je bouwkundig erfgoed. Neem je tijd om die verschillende vormen van erfgoed te ontdekken. Welke sfeer heerst er op je begraafplaats? Wat is de basisstructuur van deze plek? Wat zijn de aanwezige planten? Registreer die. Met die informatie merk je al snel wat goed aanvoelt en wat niet. Vertrek vervolgens vanuit de realiteit van je historische begraafplaats en versterk de aanwezige kwaliteiten. Zolang je de historische functie en de structuur van je begraafplaats niet negeert en bezoekers de plek nog steeds ervaren als een historische begraafplaats, kan er weinig fout lopen.


57

Laat je inspireren door wat over de historische aanleg en het beplantingsschema van jouw type begraafplaatsen is geschreven. Kijk ook eens over het muurtje naar andere gemeenten. In Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant draaiboek vind je zeker inspiratie.

Groenaanleg is onmisbaar op de begraafplaats. 7.3 HOE REALISEER IK EEN ONDERHOUDSVRIENDELIJK EN ECOLOGISCH BEHEER OP MIJN BEGRAAFPLAATS? Een onderhoudsvriendelijk en ecologisch beheer is zeker mogelijk op een begraafplaats. Een ecologisch beheer is bovendien niet tegenstrijdig met een historisch beheer. Tot de Tweede Wereldoorlog waren er geen pesticiden en werd er gemaaid waar mogelijk. Meestal groeiden grassen en kruiden uit tot volwassen bloeiende en zaaddragende planten. Dat beheer hernemen is geen probleem. Bovendien is het inderdaad minder arbeidsintensief omdat je op termijn bijvoorbeeld slechts twee of drie keer per jaar hoeft te maaien. De grootste uitdaging is je gebruiker overtuigen van de meerwaarde van je ecologisch beheer. Een goede communicatie vormt dan ook een noodzakelijk onderdeel van je toekomstvisie. De brochure Inspiratiegids - Kleur je begraafplaats groen gaat in op het ecologisch beheer van begraafplaatsen. Ook op de website van Natuurpunt vind je informatie over de natuurwaarde van begraafplaatsen. De publicaties Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek gaan in op deze aspecten vanuit een erfgoedoogpunt.

7.4 WAAROP MOET IK LETTEN ALS IK BOMEN, STRUIKEN EN BLOEMEN AANPLANT? Bomen, struiken en bloemen bezorgen de bezoeker een aangename beleving. De funeraire ruimte krijgt er een positievere uitstraling door. Planten kunnen ook functioneel zijn. Je kan er fragiele elementen mee afschermen voor bezoekers of erosie voorkomen. Sta stil bij de ontwikkeling van de beplanting. Een oppervlakkig wortelstelsel kan schade veroorzaken aan de omliggende graftekens en structuren. Zwiepende takken kunnen graftekens beschadigen. Fijnzadige planten en bomen vragen veel meer onderhoud omdat zaailingen verwijderd moeten worden. Een weloverwogen beplantingsplan is dan ook een must. Een boom of struik planten waar je toevallig plaats hebt, is geen vergroening. Meer informatie vind je in de brochure Onderhoud van funerair erfgoed van Monumentenwacht.

7.5 HOE KAN IK VARENS EN KORSTMOSSEN BEHOUDEN? Er is de laatste jaren veel aandacht voor de natuurwaarden van begraafplaatsen. Varens en korstmossen vormen daar een waardevol onderdeel van. Ze gedijen daar waar er jarenlang geen grondig onderhoud geweest is. Een gouden tip is dan ook: zoek een gulden middenweg tussen reinigen, schoffelen en herstellen. Misschien is het niet nodig dat elk grafteken er piekfijn uit ziet. In de brochure Onderhoud van funerair erfgoed van Monumentenwacht vind je meer info over de meerwaarde én de gevaren van planten waaronder varens en korstmossen.


58

hoofdstuk 7 De groene begraafplaats

7.6 WAAR VIND IK EEN LIJST MET PLANTEN DIE JE BIJ VOORKEUR OP EEN BEGRAAFPLAATS AANPLANT? Een officiële lijst van funeraire planten bestaat niet. Er is weinig samenvattende literatuur over het (historische) gebruik van planten op Vlaamse begraafplaatsen vandaag of in het verleden. Bovendien is een lijst van funeraire planten zeer voorwaardelijk omdat elke plant zijn eigen plantcondities heeft, regio’s hun eigen typische planten hebben en betekenissen in de loop van de tijd wijzigen. Toch zijn er enkele tendensen te herkennen waardoor je je kan laten inspireren. • Kerkhoven hadden tot de late 18de eeuw vermoedelijk geen specifieke aanleg. De natuurlijke, lokale bodemvegetatie kwam er voor, de site was omgeven door muren en hagen, en er waren nutsbomen als notelaar, eik, beuk, olm, populier en fruitbomen. • Na 1784 werden ommuurde buitenbegraafplaatsen opgedeeld met kruisende paden zodat er vier of meer grasvelden ontstonden. Langs de paden werden soms bomen aangeplant waardoor er lanen ontstonden. • Op de parkbegraafplaats, die haar intrede deed omstreeks 1860, was er aandacht voor de esthetische én symbolische betekenis van planten.

Kies je aanplanting volgens je type begraafplaats. De grootste inspiratie vind je meestal ter plaatse op jouw begraafplaats. Er zijn daarbij heel wat beperkte ingrepen mogelijk die al voor vergroening zorgen: • Welke planten groeien vandaag op je begraafplaats. Is er een natuurlijke grasmat met lokale vegetatie? Ongetwijfeld kan je die behouden en versterken. • Zijn er cultuurplanten die bezoekers associëren met een funeraire context en die reeds gedijen op jouw begraafplaats? Je vindt er al snel buxus, taxus, viooltjes, daglelies, rozen, schoenlappersblad, vergeet-me-nietjes, asters, enzovoort. Versterk die soorten bij je vergroening. • Zijn er restanten van een lijnaanplanting van bomen? Kan je die aanvullen of heraanplanten?

Ga je toch voor een grote make-over? • Zoek inspiratie bij wat er al was. Zoek bijvoorbeeld in je archief naar aanplantingsplannen of lastenboeken uit het verleden. Die kunnen je zeker inspireren. Op basis daarvan kan je de historische kwaliteiten van je begraafplaats ongetwijfeld versterken. • Pas je plantenkeuze aan volgens het type begraafplaats. Op kerkhoven werden nutsbomen aangeplant. Exoten kwamen voor op laat-19de-eeuwse stedelijke parkbegraafplaatsen. • In het verleden werden er weinig nieuwe, dure, exotische en exclusieve planten aangeplant op een begraafplaats. Beperk je in je plantkeuze tot soorten die in het verleden lokaal gemeengoed waren. • Was er vroeger een haag rond je begraafplaats? Ook doornige en dichtgroeiende hagen en bomenrijen kwamen regelmatig voor. Overweeg die terug te brengen. Hagen vormen een waardevolle extra biotoop op je begraafplaats.

Wil je toch graag symboolgeladen planten integreren? • Zoek aanknopingspunten in de afbeeldingen op de graftekens, in graftrommels of in de porseleinen bloemen die menig graf sieren. • Vanaf de 19de eeuw werd de bloemensymboliek beschreven in boeken met titels als Le Langage des Fleurs en De taal der bloemen. In boeken en op verschillende websites vind je symboolplanten terug. De onlinelijst gepubliceerd door de Association of Significant Cemeteries of Europe geeft een ruim overzicht. Wees steeds kritisch over de informatie die je vindt. Een verwijzing naar historische bronnen ontbreekt vaak en niet alle symboolplanten werden in onze contreien ook aangeplant. Meer informatie over de geschiedenis, aanleg en functie van begraafplaatsen vind je in de publicatie Sterven in Stijl.


59

In de graftrommel (links) werden rozen, hulst en klimop verwerkt. Op het grafteken (rechts) komen laurier, eik en immortellen voor. Het zijn planten die men associeerde met de dood, afscheid, eeuwig leven, rouw, ... Graftekens kunnen een inspiratiebron zijn bij de heraanleg van een begraafplaats. (links: Bilzen, Rosmeer; rechts: Bornem, Hingene Sint-Lambertus) Copyright Onroerend Erfgoed


60

hoofdstuk 7 De groene begraafplaats

7.7 MOET IK HET HISTORISCHE BEELD VAN MIJN BESCHERMDE BEGRAAFPLAATS HERSTELLEN? Nee, dat hoeft niet én het is wellicht zelfs niet mogelijk. Nieuwe ideeën en noden wijzigden het uitzicht van onze begraafplaatsen door de tijd heen. Daardoor heeft elke begraafplaats meerdere historische lagen en beelden. Bijgevolg is een restauratie van de oorspronkelijke toestand bijna onmogelijk. Toch is het zinnig om lokale historische kennis te gebruiken bij het herwaarderen van je begraafplaats. Onderzoek naar de geschiedenis van je begraafplaats (historische plannen, postkaarten, lastenboeken van aanleg- en herstellingswerken, enzovoort) kan je een idee geven over hoe je begraafplaats er op een bepaald ogenblik uitzag. Gebruik die kennis als inspiratie voor je toekomstvisie. Meer info rond onderzoek en visievorming vind je in Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek en Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer.

7.8 MIJN BEGRAAFPLAATS IS DEEL VAN EEN GOEDGEKEURD LANDSCHAPSBEHEERSPLAN. WAT MAG IK DAN UITVOEREN ZONDER GOEDKEURING? In een beheersplan neem je de vrijstellingen van toelating op. Na de goedkeuring van het beheersplan hoef je voor die werken geen aparte toelating meer te vragen.

Rozen worden van oudsher geassocieerd met liefde, tijdelijkheid en afscheid. Bloemen staan ook voor nieuw leven. Ze werden veelvuldig aangeplant op begraafplaatsen. Antwerpen, begraafplaats Silsburg. © Onroerend Erfgoed


61


62

Sint-Martens-Latem, kerkhof / Copyright Onroerend Erfgoed


63

HOOFDSTUK

8

BURGERS EN FUNERAIR ERFGOED


64

hoofdstuk 8 Burgers en funerair erfgoed

8 / BURGERS EN FUNERAIR ERFGOED Wat verwacht de burger van de beheerder van een begraafplaats en hoe kan de burger jouw opdracht vereenvoudigen? Burgerparticipatie is een win-winsituatie waarbij beide partijen voordeel hebben. We gaan in dit hoofdstuk na hoe je de burger kan betrekken bij de begraafplaats en bij het hergebruik van graven. We eindigen met enkele andere praktische vragen.

8.1

HOE KAN IK BURGERS BETREKKEN BIJ DE ZORG VOOR FUNERAIR ERFGOED?

Er zijn verschillende niveaus van participatie, van passief en beperkt over actief en dynamisch tot visievormend. Bij de opzet van een vrijwilligerswerking of een traject van burgerparticipatie moet je twee belangrijke vragen beantwoorden: • Wat wil ik van de burger? Wil ik een concessiehouder die zijn grafteken netjes onderhoudt? Wil ik dat een burger peter of meter wordt van een grafteken? Heeft onze begraafplaats nood aan een actieve vrijwilligersgroep die het onthaal organiseert, groepen rondleidt of het gras maait? • Hoeveel tijd kan en wil ik investeren in de begeleiding van de vrijwilligers? Welk voordeel haal ik uit de samenwerking? Die voordelen kunnen zowel direct zijn door bijvoorbeeld een onthaalfunctie door vrijwilligers op je begraafplaats, maar ook indirect door bijvoorbeeld een breder draagvlak voor je erfgoedbeleid.

In eerste instantie zijn je burgers een unieke bron van informatie. Het bevragen van de burgers maakt van hen een actieve betrokken partij in plaats van een passieve gebruiker. Door naar hen te luisteren, geven ze je belangrijke informatie over hoe ze de begraafplaats ervaren en gebruiken. Ze delen hun pijnpunten, maar je komt ook de sterktes van je begraafplaats te weten. Gebruikers delen graag persoonlijke ervaringen, hun kennis en verhalen, maar ook hun private archieven en verzamelobjecten. Die informatie helpt je om je begraafplaats nog beter te begrijpen en te beheren en kan je ondersteunen in je erfgoedbeleid. Maak de burger bewust van het veelzijdige gebruik en de kwaliteiten van de begraafplaats vandaag en in het verleden. Heel wat burgers zijn al onbewust gebruiker van de begraafplaats: door de herdenkings- of stiltefunctie, door een trage weg of lichte recreatie, als onderwijsplek, enzovoort. Die functies kan je versterken, accentueren en communiceren zodat de begraafplaats een bewuste gebruiksplek wordt. Door een actieve communicatie vanuit de gemeente worden de gebruiksmogelijkheden en erfgoedwaarden van de begraafplaats benadrukt. Je kan burgers op hun verantwoordelijkheden wijzen, maar – belangrijker nog – ook op de vele kansen die begraafplaatsen bieden buiten het grafbezoek. Zo neem je actief de angst voor de begraafplaats bij velen weg.

Zijn er momenten in het jaar waarop het personeel op de begraafplaats aanspreekbaar is, bijvoorbeeld in de aanloop van herdenkingsdagen?


65

We formuleren enkele ideeën rond een actiever gebruik: • Plan een rondleiding in het kader van bestaande en bekende initiatieven als de Erfgoeddag, de Week van de Begraafplaatsen, de Open Kerkendagen of Open Monumentendag. Je kan bovendien soortgelijke activiteiten van derden technisch en praktisch ondersteunen. • Zijn er momenten in het jaar waarop het gemeentepersoneel op de begraafplaats aanspreekbaar is? Bijvoorbeeld in de aanloop naar dodenherdenkingsdagen? • Organiseer een bezoek aan de begraafplaats waarbij de arbeider, beheerder of rouwconsulent zijn ervaringen en dagelijkse praktijk deelt met de bezoekers. • Maak de lokale scholen bewust van de rijkdom van de begraafplaats voor het onderwijs. Misschien is er wel een mogelijkheid om samen een lespakket rond begraafplaatsen, rouwverwerking of kunstervaring uit te werken? Op de website KlasCement vind je een enkele inspirerende voorbeelden. • Gebruik het internet om informatie te delen. Verschillende databanken en apps maken de graftekens en hun informatie toegankelijk voor bijvoorbeeld genealogen. Daarvoor kan je mogelijk samenwerken het de lokale heemkundige kring.

Met activiteiten als Wereldlichtjesdag en Reveil komt het initiatief vanuit de burgers. Als beheerder is je rol beperkt tot begeleiden en faciliteren. Vanuit die rol kan je burgers wel attent maken op de meerwaarde en de vele functies van de begraafplaats, maar ook op wat zij kunnen betekenen voor het beheer van de begraafplaats. Burgerparticipatie kan een volwaardig onderdeel vormen van je waardering en visievorming. Door een actieve oproep naar de burgers om te participeren, krijg je vaak onverwachte ideeën. Het vraagt inderdaad meer tijd en bemoeilijkt een door experten gestuurde en ontworpen visie, maar een participatietraject zorgt wel voor een gedragen en op de lokale gemeenschap geënte toekomstvisie. Kijk voor meer tips rond burgerparticipatie in de publicaties Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer, Sterven in stijl en Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - draaiboek.

Een monumentenwachter geeft uitleg aan schoolkinderen over erfgoed en onderhoud tijdens het project ‘Jong redt oud’ van het Limburgs Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed. Copyright Monumentenwacht


66

hoofdstuk 8 Burgers en funerair erfgoed

8.2 WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN ‘PETER- EN METERSCHAP’ EN HET ‘HERGEBRUIK’ VAN GRAFTEKENS? Peter- en meterschap betekent dat een persoon, organisatie of bedrijf het beheer van een grafteken op zich neemt. De peter of meter spreekt met de gemeente af hoe het grafteken onderhouden zal worden en welke werken wel of niet mogen gebeuren. Die afspraken en de looptermijn worden in een overeenkomst vastgelegd. De gebruiker heeft geen grafrechten en kan dus niet worden bijgezet in het graf. Hergebruik houdt in dat de gemeente een historisch graf opnieuw in concessie geeft met als voorwaarde het behoud van het historische grafteken. De concessiehouder kan dus in het graf begraven worden. Hij is verplicht het grafteken te onderhouden of te restaureren conform de voorschriften van de gemeente en zoals opgenomen in de concessieovereenkomst of het begraafplaatsreglement. Kijk ook even naar de vraag Hoe ga ik om met de originele grafschriften op graftekens die opnieuw in concessie gegeven worden? in het hoofdstuk Beheren.

8.3 IS ER VRAAG NAAR HET HERGEBRUIK VAN GRAVEN? Er is weinig onderzoek gedaan naar hergebruik van funerair erfgoed. De Stad Antwerpen die al vele jaren hergebruik toepast, kwam tot volgende conclusies: • In Antwerpen worden jaarlijks 10 à 15 historische graftekens opnieuw in gebruik genomen. Het aantal stijgt jaarlijks dankzij mond-tot-mondreclame. • Meestal zijn de kandidaat-concessiehouders erfgoedminded, geïnteresseerd in kunst en cultuur en hoger opgeleid. • Financiële voordelen zijn geen grote trigger. Het actief bijdragen aan het behoud van funerair erfgoed en het vrij kunnen uitkiezen van een locatie geven de doorslag. • Hoewel de kostprijs van restauratie of onderhoud niet meteen een doorslaggevend element is, lijkt de onzekerheid over de kostprijs een groep kandidaat-concessienemers toch af te schrikken. Laat daarom voor de graftekens die je voor hergebruik geschikt acht een overzicht van de uit te voeren werken en een kostenraming opmaken. Monumentenwacht kan je daarbij helpen. Het is ook een optie om eerst zelf de grote herstellingen uit te voeren en enkel het toekomstig onderhoud over te laten aan de nieuwe concessiehouder.

Boven: Chambre Dood op de Centrale begraafplaats van Brugge. Achtentwintig vrienden richtten een bestaande 19de-eeuwse grafkelder in tot een collectieve urnenkelder. Copyright Onroerend Erfgoed Rechts: Een grafteken hergebruikt als ossuarium. Frankrijk, Bessan. Copyright Joeri Mertens


67

8.4 KAN IK HISTORISCHE GRAVEN HERGEBRUIKEN VOOR ASBIJZETTINGEN OF ALS KNEKELPUT? Ja, dat kan. Je kan dat in je begraafplaatsreglement voorzien. Bij asbijzettingen kan je zelfs kiezen voor gemeenschappelijke urnenkelders. Je richt de grafkelder dan in voor een bepaald aantal urnen. Je maakt als het ware een ondergronds, weliswaar niet publiek toegankelijk, columbarium. Je voorziet in de nood aan urnengraven én je behoudt de erfgoedwaarden van het historische grafteken. Het is een win-winsituatie. Je kan ook één of meerdere historische grafkelders omvormen tot knekelputten. Het grafteken wordt dan een collectief grafteken voor iedereen die er begraven ligt.

8.5 IS HERGEBRUIK VAN FUNERAIR ERFGOED EVIDENT? Nee, hergebruik is zeker niet evident. Veel mensen huiveren van het idee om begraven te worden in een voorheen gebruikt graf of zelfs al van het idee dat anderen voor die optie kiezen. Indien je hergebruik van een graf op je begraafplaats overweegt, zal je dus die emotionele barrière moeten overwinnen. Dat kan door duidelijke informatie te verstrekken over je funerair-erfgoedbeleid en over je verwachtingen naar de nieuwe concessiehouder, door al dan niet de aanwezige menselijke resten te verwijderen, enzovoort. Je kan overwegen om de nieuwe concessiehouder voordelen te geven zoals een langere looptijd van de concessie of een lager concessiebedrag of zelfs een gratis concessie in ruil voor de restauratie van het grafteken. De ondersteunende maatregelen worden het best zo eenvoudig mogelijk gehouden. Voor meer informatie kan je ongetwijfeld terecht bij gemeentebesturen die de mogelijkheid van hergebruik van een graf reeds aanbieden. Zij kunnen informatie delen vanuit hun dagelijkse praktijk.

Neem tijd om de vele mogelijkheden voor funeraire erfgoedzorg toe te lichten aan de burger.

8.6 WIE IS VERANTWOORDELIJK VOOR DE GOEDE UITVOERING VAN RESTAURATIEWERKEN BIJ HERGEBRUIK? De concessiehouder staat steeds in voor het onderhoud van zijn grafteken. Hoe hij het graf onderhoudt, is zijn verantwoordelijkheid. Het graf mag echter niet verwaarloosd of beschadigd zijn. In het kader van het hergebruik van een grafteken of bij een peter- en meterschap bepaal je als gemeente in je overeenkomst hoe het grafteken onderhouden of hersteld moet worden en wie welke kosten draagt. Het is logisch dat je als gemeente een controlerecht behoudt op het grafteken aangezien het eigendom van de gemeente blijft. Op beschermde sites neemt het agentschap Onroerend Erfgoed een adviserende rol op.


68

hoofdstuk 8 Burgers en funerair erfgoed

8.7 WELKE ONDERSTEUNING KAN EEN GEMEENTEBESTUUR AANBIEDEN AAN ZIJN BURGERS? Als gemeentebestuur kan je initiatieven van je burgers op diverse wijzen ondersteunen, versterken en activeren. Je kan concessiehouders, peters en meters via het lokaal funerair-erfgoedbeleid ondersteunen met raad en daad. Je kan als gemeente ook een premiesysteem uitwerken dat concessiehouders helpt om waardevolle graftekens te onderhouden. Faciliteer activiteiten georganiseerd door burgers: • Praktische ondersteuning van burgerinitiatieven zoals Wereldlichtjesdag en Reveil. • Inhoudelijke en eventueel financiële ondersteuning van projecten van derden die de kwaliteiten en de mogelijkheden van je begraafplaats belichten. Denk aan toeristische en culturele ontsluiting, lichte recreatie, schoolprojecten, rustplekken, enzovoort.

Licht de mogelijkheden voor participatie in het erfgoedbeheer toe aan je burgers: • Licht gebruikers actief in over het aanwezige lokaal funerair erfgoed. • Licht gebruikers actief in over de mogelijkheden rond peter- en meterschap of het hergebruik van funerair erfgoed. • Communiceer je actueel beheersplan met je toekomstvisie naar de gebruikers. • Bezit je een verslag van Monumentenwacht? Deel het dan met de huidige en potentiële concessiehouders. • Heb je een eigen advies- en premiesysteem voor het onderhoud van funerair erfgoed? Licht het toe aan de concessiehouders. • Deel je ervaringen over onderhoud en herstel van het funerair erfgoed met de concessiehouders, bijvoorbeeld in een informatiesessie.

Je kan ook doorverwijzen naar andere instanties die burgerparticipatie ondersteunen: • Verwijs de concessiehouder door naar adviserende instellingen zoals Monumentenwacht. • Wijs de gebruikers en concessiehouders op de provinciale mogelijkheden voor advies en premies rond funerair erfgoed. (Zie ook Welke ondersteuning geeft mijn provincie? in het hoofdstuk Ondersteuning). • Verwijs de concessiehouder van een beschermd grafteken voor advies en premies door naar het agentschap Onroerend Erfgoed.


69


70

Bonheiden, kerkhof Rijmenam / Copyright Onroerend Erfgoed


71

HOOFDSTUK

9

ONDERSTEUNING


72

hoofdstuk 9 Ondersteuning

9 / ONDERSTEUNING Met je concrete vragen over jouw begraafplaats en funerair erfgoed kan je terecht bij verschillende organisaties. Zij kunnen je inhoudelijk en financieel verder helpen en ondersteunen. We bundelen die mogelijkheden in dit laatste hoofdstuk. Als afsluiting van dit hoofdstuk bundelen we de vragen over het door Vlaanderen beschermde funerair erfgoed.

9.1

WELKE BUDGETTEN MOET IK VOORZIEN VOOR HET ONDERHOUD EN DE RESTAURATIE VAN FUNERAIR ERFGOED?

Het is onmogelijk een concreet budget voor onderhoud en restauratie naar voren te schuiven. Elke begraafplaats en elk grafteken is anders. Ook je toekomstvisie en beleidsopties bepalen welk budget je nodig hebt. Bedenk ook dat elke financiële investering een grote return genereert op vlakken die niet in cijfers uit te drukken zijn (welbehagen, rust, toerisme, onderwijsmogelijkheden, natuurontwikkeling, enzovoort). Misschien kan je terecht bij buurgemeenten die reeds ervaring hebben met het onderhoud van funerair erfgoed? Ze delen graag hun ervaring. Professionelen zoals de restauratiearchitecten, landschapsarchitecten en boomverzorgers kunnen je eveneens adviseren in verband met het onderhoud van je funerair erfgoed én de kostprijs daarvan.

9.2 WELKE ONDERSTEUNING GEEFT MIJN PROVINCIE? Voor niet-beschermd erfgoed hebben de verschillende provincies elk een eigen erfgoedbeleid en soms zelfs een premiesysteem. Raadpleeg steeds de website van jouw provincie voor de meest recente informatie. • De Provincie Limburg geeft premies voor niet-beschermd funerair erfgoed, voor onroerend-erfgoedprojecten en voor educatieve projecten met jongeren rond funerair erfgoed. • De Provincie Oost-Vlaanderen geeft premies voor werkzaamheden aan klein historisch erfgoed, waaronder ook nietbeschermd funerair erfgoed. • De Provincie Vlaams-Brabant geeft subsidies voor erfgoedontsluiting en voor beheer (inventarisatie en werken) van niet-beschermd onroerend erfgoed en komt tussen in de werkuren van maatwerkbedrijven, ook in het geval van door Vlaanderen beschermd erfgoed, waar geen erfgoedpremie mogelijk is zonder beheersplan. • De Provincie West-Vlaanderen ondersteunt het onderhoud van onroerend erfgoed door maatwerkbedrijven, geeft subsidies voor kleine herstellingen aan niet-beschermd onroerend erfgoed en voor de inhoudelijke ontsluiting van onroerend erfgoed. • De Provincie Antwerpen voorziet geen ondersteuning of premies. (Toestand 2021)

Ook je intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst en je Regionaal Landschap kunnen je helpen met de uitbouw van je onroerend-funerair-erfgoedbeleid.

9.3 WIE BEHEERT EEN MILITAIRE BEGRAAFPLAATS? De militaire begraafplaatsen in Vlaanderen worden beheerd door volgende instanties: • Belgische begraafplaatsen: War Heritage Institute (Dienst oorlogsgraven) • Britse begraafplaatsen: Commonwealth War Graves Commission • Duitse begraafplaatsen: Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge • Franse begraafplaatsen: Ministère des Armées • Amerikaanse begraafplaatsen: American Battle Monuments Commission


73

9.4 WAAR VIND IK MEER INFORMATIE OVER FUNERAIR ERFGOED? • Algemene informatie over de geschiedenis en de kwaliteiten van het funerair erfgoed vind je in Sterven in Stijl, Status Quaestionis van het onderzoeken, beschermen en beheren van funerair erfgoed in Vlaanderen. • De criteria en waarden die leiden tot een bescherming door de Vlaamse overheid werden neergeschreven in Afwegingskader – De erfgoedwaarden van funerair erfgoed. • Een praktische handleiding voor het beheer van funerair erfgoed en de opmaak van een beheersplan worden toegelicht in Plattelandskerkhoven in Vlaams-Brabant - Draaiboek en in Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer. • Praktische informatie over de bedreigingen voor en het onderhoud van funerair erfgoed vind je in Onderhoud van funerair erfgoed, uitgegeven door Monumentenwacht.

Onderzoeksrapport

Afwegingskader

Sterven in stijl

De erfgoedwaarden van funerair erfgoed

Funerair erfgoed, een waardevol onderdeel van je begraafplaatsbeheer

Status Quaestionis van het onderzoeken, beschermen en beheren van funerair erfgoed in Vlaanderen

Handleiding Onroerend Erfgoed

Agentschap Onroerend Erfgoed

www.onroerenderfgoed.be

o n d e r h o u d va n f u n e r a i r e r f g o e d

Agentschap Onroerend Erfgoed

1


74

hoofdstuk 9 Ondersteuning

9.5 WELKE FINANCIËLE STEUN KAN IK KRIJGEN VOOR MIJN BESCHERMD FUNERAIR ERFGOED? De Vlaamse overheid ondersteunt je als beheerder van beschermd funerair erfgoed met premies en andere financiële voordelen. Wat mogelijk is, hangt af van het type werk dat je plant. Er zijn premies voor: • beheer- en herstellingswerken tot € 250.000, • ingrijpende werken die meer kosten dan € 250.000.

Op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed vind je de meest actuele informatie over de erfgoedpremie en de premiepercentages. Belangrijk is dat ook de concessiehouder voor zijn beschermd grafteken bij de Vlaamse overheid een premie kan aanvragen.

9.6 KOMT FUNERAIR ERFGOED IN AANMERKING VOOR EEN ERKENNING ALS ZEN-ERFGOED? ZEN-erfgoed staat voor erfgoed Zonder Economisch Nut. Dat wil zeggen dat je als eigenaar of beheerder geen doorslaggevende economische opbrengst of nut hebt bij het gebruik en beheer ervan. Voor een erkenning als ZEN-erfgoed heb je een beheersplan nodig. Informatie vind je op de website van het agentschap Onroerend Erfgoed.

9.7 WELKE ONDERSTEUNING BESTAAT ER VOOR EEN BEGRAAFPLAATS IN EEN ANKERPLAATS, EEN ERFGOEDLANDSCHAP OF EEN BESCHERMD CULTUURHISTORISCH LANDSCHAP? De Vlaamse overheid voorziet verschillende premiemogelijkheden, afhankelijk van de beschermingsvorm en de geplande werken: • Voor begraafplaatsen die gelegen zijn in een erfgoedlandschap of die beschermd zijn als cultuurhistorisch landschap zijn er verschillende premiemogelijkheden. Op de website van het agentschap Onroerend erfgoed vind je een lijst met de mogelijkheden. De opmaak van een beheersplan is steeds verplicht. Neem voor meer informatie over jouw concrete begraafplaats gerust contact op met jouw regionale dienst van het agentschap. • De Vlaamse overheid voorziet geen premies voor ankerplaatsen.

Je intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst en je Regionaal Landschap kunnen je ondersteunen met raad en soms ook daad bij het uitvoeren van werken of de opmaak van beheersplannen. Neem gerust contact met hen op. Ook de provincies ondersteunen je graag waar mogelijk. (Kijk even onder de vraag Welke ondersteuning geeft mijn provincie?)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook