LANDBOUW EN NATUUR, HAND IN HAND Bevorderen van biodiversiteit in PDPO III
VLAAMS RURAAL NETWERK
3
COLOFON Deze publicatie is een uitgave van de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij. Verantwoordelijke uitgever P. De Clercq Secretaris-Generaal van het Departement Landbouw en Visserij Voorzitter van het Uitvoeringscomité PDPO III Coördinatie en eindredactie Vlaams Ruraal Netwerk Beeldmateriaal © Beleidsdomein Landbouw en Visserij, behoudens anders vermeld. Coverfoto: graanveld met bomen op de achtergrond Foto bij colofon: wiedeg in actie Foto bij inleiding: rode klaver Foto backcover: plattelandslandschap Nummer wettelijk depot D/2021/3241/268 Overname van de teksten is toegestaan mits bronvermelding.
VLAAMS RURAAL NETWERK www.ruraalnetwerk.be
5
INLEIDING Sinds jaar en dag leven en werken onze landbouwers in de natuur. Ze werken met planten en dieren. Voor de bestuiving van bepaalde planten rekenen ze op allerhande insecten. En ook bij de bestrijding van bepaalde plagen helpen insecten de oogst te vrijwaren. Maar een landbouwer is ook een landschapsbouwer, die zelf geniet van de fauna en flora in zijn buitenkantoor. Dat ziet er op sommige plaatsen wat anders uit dan enkele tientallen jaren geleden. De klassieke landbouwbedrijven hebben zich, net als andere economische actoren, verder ontwikkeld en zijn vaak een stuk groter dan bedrijven van één of meerdere generaties terug. De percelen zijn vaker groter geworden, zodat de onderlinge afbakening is verdwenen, bepaalde teelten worden meer ingezaaid dan vroeger ... Dit kan ook gevolgen hebben voor de biodiversiteit. Vandaar dat veel landbouwers heel actief maatregelen nemen om de biodiversiteit te verhogen. Vandaag ontvangen heel wat landbouwers inkomenssteun uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Kort gezegd ontvangen landbouwers deze steun om ervoor te zorgen dat ze een redelijk inkomen ontvangen voor hun harde werk. In ruil leveren landbouwers gezonde voeding, aan betaalbare prijzen. Maar aan deze inkomenssteun hangen heel wat voorwaarden vast, de zogenaamde randvoorwaarden. Het beschermen van de biodiversiteit is één van deze voorwaarden, naast bijvoorbeeld het volgen van regels met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen, dierenwelzijn, voedselveiligheid, bescherming van bodem en water … Bovendien moet de landbouwer ook een aantal vergroeningsmaatregelen volgen, bestaande uit gewasdiversificatie, behoud van blijvend grasland en het vrijwaren van een deel van hun bouwland als ecologisch aandachtsgebied zoals niet-productieve elementen of groenbedekkers. Landbouwers die dat willen, kunnen vrijwillig nog bijkomende maatregelen nemen om de biodiversiteit te bevorderen. In deze brochure kan u ontdekken welke maatregelen er zijn binnen het derde Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO III). Verschillende landbouwers en projectpromotoren vertellen u graag hoe zij zich inzetten voor meer biodiversiteit, en hoe landbouw en natuur ook samen goed kunnen boeren. Veel leesplezier!
Patricia De Clercq Secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij Voorzitter van het Uitvoeringscomité PDPO III
7
PDPO III-maatregelen die inzetten op biodiversiteit LV-Agromilieumaatregelen
Aanleg van een boslandbouwsysteem (agroforestry)
Steun aan niet-productieve investeringen op het landbouwbedrijf
Bebossing en herbebossing
Steun voor de oprichting en werking van EIP-Operationele Groepen
Demonstratieprojecten
Versterken van de omgevingskwaliteit en de vitaliteit van het platteland door investeringen
Hectaresteun voor de omschakeling naar en de voortzetting van de biologische productiemethode
Versterken van de omgevingskwaliteit en de vitaliteit van het platteland door samenwerking
KRATOS Raad op maat
LEADER
Behoud van lokale veerassen
Mechanische onkruidbestrijding
Teelt van vezelvlas en vezelhennep met verminderde bemesting
Teelt van vlinderbloemigen
Verwarringstechniek in de fruitteelt
Onderhoud van kleine landschapselementen
Natura 2000-doelstellingen
Aanleg en onderhoud perceelranden
VLM-Beheerovereenkomsten
Botanisch beheer
Erosiebestrijding
Soortenbescherming
Waterkwaliteit
Naast de maatregelen die in deze brochure worden vermeld en die eerder gericht zijn op landbouwers, wordt er vanuit PDPO III ook steun gegeven aan Natura 2000-projecten, waar ook soortenbescherming centraal kan staan. Omdat deze projecten niet zozeer door landbouwers worden uitgevoerd, en dus buiten de scope van deze brochure vallen, worden deze projecten hier niet verder vermeld.
6
9
De innovatieve machine aan het werk op de plantage.
Een worteldoek die op eenvoudige wijze ook opnieuw te verwijderen is, kon dus soelaas bieden. Op die manier zouden ze ook kunnen blijven verder werken met organisch materiaal. “Ik kende een aantal telers die werken met worteldoeken, maar die zeiden dat het enorm arbeidsintensief is. Het worteldoek moet je plaatsen, vastmaken, en in de herfst opnieuw verwijderen om organisch materiaal aan te brengen. In het voorjaar moet je dan opnieuw het worteldoek plaatsen. En dat allemaal manueel. Qua arbeidsintensiteit kan dit tellen.”
“BIOTELERS HEBBEN DEZE MACHINE NODIG ALS ZE DE TEELT WILLEN OPSCHALEN ZONDER DE ARBEIDSKOSTEN TE HOOG TE LATEN OPLOPEN” — Christ Lavens, Wielsbeke Christ Lavens is een biolandbouwer en medevennoot van kleinfruitbedrijf O’bio uit Wielsbeke. Hij nam deel aan een project dat op zoek was naar duurzame alternatieven voor onkruidbestrijding. Hiervoor werkte O’bio nauw samen met drie andere biologische bedrijven die actief zijn in het kleinfruit. “O’bio bestaat in 2021 al twaalf jaar. Op deze locatie in Wielsbeke hebben we een plantage van een kleine 20 ha kleinfruit. De hoofdteelt is blauwe bes. Daarnaast telen we trosbessen, stekelbessen, rode en witte bessen, en zwarte bessen. We hebben ook een uitgebreide zelfpluktuin. Alles gebeurt volledig biologisch op ons bedrijf. In Beernem hebben we een zusterbedrijf, waar de teelt volledig uit blauwe bessen bestaat.” 8
Christ was al enige tijd op zoek naar een antwoord op een manifest probleem bij O’bio: “In de kleinfruitteelt, en in de blauwe bessenteelt in het bijzonder, is onkruidbestrijding een probleem. In onze teelt zitten we met ondiepe wortelgroei van de bessenstruiken die zich deels boven de grond bevindt. We kunnen schoffelen, maar heel beperkt. Als we schoffelen, kunnen we namelijk een deel van de wortels beschadigen. En dat remt de groei. We zochten dus naar oplossingen waarbij we niet meer moeten schoffelen, en tegelijkertijd het onkruid kunnen beperken. Herbiciden kunnen we uiteraard niet gebruiken in de biologische teelt. Eerst dachten we om ruggen te trekken met worteldoek en daar te gaan inplanten. Daardoor zouden we voor een groot stuk de onkruidgroei tot een minimum kunnen herleiden. Het grote nadeel daarvan, en zeker als we biologisch telen, is dat wij met veel organisch materiaal willen werken. Als die rug getrokken is, kunnen we daar geen organisch materiaal meer aan toevoegen. Dan zouden we moeten werken met vloeibare meststoffen, die we eventueel kunnen meegeven met druppelirrigatie. Dit is helaas een dure optie. We maken wel zelf bokashi. Bokashi is een gefermenteerd mengsel van gras, stalmest en micro-organismen. Dit wordt aangebracht op de zwartstrook onder de struiken. Het zorgt voor afdekking tegen het onkruid, aanvoer van organisch materiaal in de bodem en een rijker bodemleven.”
Christ en zijn projectpartners moesten dus verder zoeken naar een duurzame oplossing. “Plots hadden we een idee: het zou ons heel wat kosten besparen, mochten we de plaatsing van worteldoek kunnen automatiseren. En zo ontstond het idee voor een geautomatiseerde machine om worteldoek te plaatsen. Eerst zijn we met vier kleinfruittelers samengekomen om dit te bespreken, en vervolgens hebben we een EIP-operationele groep opgericht om dit idee verder uit te werken. Ook Innovatiesteunpunt, Inagro en Innovatienetwerk Agreon zaten in deze operationele groep. In samenspraak hebben we een prototype laten bouwen dat, na veel testen en aanpassingen, een heel mooi en praktisch resultaat heeft opgeleverd.”
aan een kleine tractor, waarmee we makkelijk snelheden halen van twee à drie kilometer per uur. Op onze plantage hebben we 3.300 lopende meter planten met blauwe bessen. Als je het worteldoek aan beide zijden van de talud legt, kan je dat op twee uur volledig toeleggen. De machine is ook flexibel. Je kan ze inzetten voor brede en smalle stukken worteldoek. Naast gronden met een talud, kan ze ook ingezet worden voor een vlakke ondergrond, met kleine of grote rijenafstand … Je kan ze gebruiken bij blauwe bessen, maar evengoed bij rode bessen en stekelbessen. Er zijn heel veel afstelmogelijkheden. We zijn oprecht tevreden met het resultaat.” Maar maakt de machine nu echt een verschil in de biologische bedrijfsvoering? “De biotelers hebben de machine nodig als ze de teelt willen opschalen zonder de arbeidskosten te hoog te laten oplopen. Maar dit project is ook gericht op gangbare telers die hun herbicidengebruik willen verminderen. Er verdwijnen namelijk meer en meer erkenningen voor herbiciden. Zij zullen op termijn dus ook wel genoodzaakt zijn om over te stappen op dergelijke oplossingen met worteldoek.” ◆
MAATREGELEN
De West-Vlaamse biolandbouwer legt op een eenvoudige manier de werking uit: “Op ons bedrijf hebben we gekozen voor een worteldoek van ongeveer 75 cm, wat geen standaardbreedte is. Met de talud-vorm die wij hebben, was die breedte een noodzaak voor ons. Het systeem is gekoppeld
De innovatieve machine aan het werk op de plantage.
11
Kathy Kleinjans op de weide bij haar schapen.
“BIJ BOSLANDBOUW KAN JE PERFECT TWEE TEELTEN MET ELKAAR COMBINEREN” — Kathy Kleinjans, Schelle Ze is jong en heeft nog heel veel toekomstplannen: een varkensparadijs met nóg meer bomen en struiken, een uitgebreide bloemenpluktuin voor de passanten én een ‘farm to table’ waar je kunt komen eten wat er op de boerderij gekweekt wordt. Kathy Kleinjans uit Schelle is 26 en nog maar anderhalf jaar boerin. Kathy heeft geen landbouwroots en het scheelde geen haar of ze ging helemaal iets anders doen na haar opleiding bioingenieur. Tot ze les kreeg van een professor die haar met zijn passie voor boslandbouw (agroforestry) inspireerde. “Ik koos voor de optie landbouwkunde en ik merkte dat die combinatie van enerzijds een grote impact te kunnen hebben op het milieu en anderzijds voedsel kweken en zo aan een primaire nood tegemoet komen me hard aansprak.” En dus, toen Kathy afstudeerde in de zomer van 2019, overtuigde ze haar ouders om haar de 7,5 hectare landbouwgrond rond hun huis in Schelle te laten bewerken voor haar 10
biologisch landbouwbedrijf Forestree. Kathy krijgt bio-hectaresteun voor grasklaver en grasland, en steun voor de maatregel boslandbouw waarmee ze een deel van de aanplant van fruit- en notenbomen terugbetaald krijgt. Kathy: “Bij boslandbouw kan je perfect twee teelten met elkaar combineren. De bomen zorgen voor zo veel voordelen dat het bijna triest is om dieren in een weide te zien waar geen bomen in staan. Bomen hebben wortels en die wortels pompen nutriënten op uit diepere lagen die dan weer beschikbaar komen voor de teelt tussen de bomen die oppervlakkiger wortelt. De bomen voorzien daarnaast ook in een habitat voor allerlei andere dieren.”
“Deze zomer ga ik voor het eerst proberen om na de kippen mijn varkens te laten komen. De varkens gaan dan iets langer blijven, maar om de maand schuiven die dan ook door. Ze krijgen wel een iets groter perceel. Op die manier heb je een korte impact op het stuk gras en eten de varkens een beetje van alles.” Als de dieren gepasseerd zijn, krijgt het perceel in kwestie dan drie maanden rust vooraleer er opnieuw een dier op komt. Kathy: “Dan kan dat stuk grond veel beter recupereren en dan kun je meer ondergrondse biomassa aanmaken. Dat is het idee daarachter.”
Voor haar varkens wil ze graag een paradijs maken. “Behalve de plannen voor extra struiken, zouden we een vijftal bomenrijen dichter bijeen zetten.” De varkens zouden dan op termijn ook kunnen smullen van de noten én we zorgen op die manier ook voor een corridor voor andere dieren.
Het lams- en varkensvlees en de eieren verkoopt ze via een groentenboerderij naast de deur, die aangesloten is bij een CSA-netwerk (Community Supported Agriculture). “We zijn goed bevriend en zijn eigenlijk complementair. En op termijn is het wel de bedoeling dat ik mee instap in het CSA-netwerk.”
“Wat ik ook nog heel graag wil doen, is ‘farm to table’. Dat mensen hier kunnen eten wat bij ons groeit. Korte keten maar dan met klaargemaakte gerechten of picknickmanden”, vertelt Kathy enthousiast. “Ik wil écht dat er meer volk naar de boerderij komt want veel mensen zijn de link verloren met waar hun eten vandaan komt.” ◆
Als ze kijkt naar de toekomst, wil Kathy de boslandbouw uitbreiden met nog meer fruitbomen. En daartussen wil ze stikstoffixerende struiken planten die stikstof uit de lucht halen, omvormen tot nitraten en zo de grond voeden. “Om een zelfonderhoudend systeem te creëren, heb je per twee fruitbomen een stikstoffixerende struik nodig. En dan wil ik tussen de bomen, die nu op rijen staan, ook nog graag struiken met kleinfruit planten. Zo ontstaan er drie lagen.”
Nog op de toekomstplanning: de bloemenpluktuin vergroten en vleeskippen kweken. “Eigenlijk wil ik graag een heel divers aanbod hebben, een beetje zoals vroeger toen je alles op de boerderij vond.”
MAATREGELEN
Kathy houdt ook dieren volgens de biologische methode, die ze onder andere kweekt voor het vlees. Daar zit haar voornaamste opbrengst. Ze houdt varkens en schapen, en verhandelt de eieren van haar kippen. Voor haar kippen bouwde Kathy twee mobiele stallen. “Want ik werk met een rotatiesysteem. De schapen worden naargelang de grasgroei om de twee dagen verplaatst, de kippenmobiel komt daarna op die plek en zo gaan die twee dierengroepen alle velden rond. De kippen blijven rond de kippenmobiel en op dat stukje heb je dan snel puntvervuiling door nitraat en geraakt de grond uitgedroogd. Doordat je de kippen dan heel de tijd verplaatst, krijg je minder puntvervuiling en wordt de grond minder kaal.” Varkens buiten op de weide. Kathy Kleinjans
Scharrelende kippen op de weide rond de kippenmobiel. Kathy Kleinjans
13
Dominique Libert tussen zijn fruitbomen.
geurstofje van de vrouwtjes, verspreid wordt in de ganse boomgaard. Doordat die bepaalde geur, bv. specifiek aan fruitmot, overal aanwezig is, vinden de mannetjes de vrouwtjes niet meer en wordt het voortplantingsritueel specifiek bij het schadelijke insect verstoord. Als er geen bevruchting plaatsvindt, kan er op deze manier een generatie uitgeschakeld worden. Deze feromonen zitten in een dispensor en worden geleidelijk vrijgegeven tijdens het seizoen. Er zijn reeds verschillende mogelijkheden voor verschillende insecten beschikbaar. Op het bedrijf Libert-Monard worden twee systemen van verspreiding van de feromonen toegepast. “Op de kleinere percelen hangen we een soort van dispensors uit, dat zijn minstens 500 capsules met het feromoon per hectare per jaar. Die worden na de bloei uitgehangen”, legt Veronique uit. “Voor de grotere percelen werken we met verstuivers die we op strategische punten in de plantage hangen, ook ieder jaar opnieuw. Om de zoveel tijd wordt er een feromoon verstoven.” Beide systemen noemt men ook wel de feromoonverwarringstechniek.
de kosten die deze techniek met zich meebrengt. Waarom zou je het dan niet doen?” Bovendien zijn de fruittelers op deze manier minder afhankelijk van het optimale moment van chemische behandeling en kunnen er verschillende chemische behandelingen vermeden worden tegen fruitmotten en bladrollers. Dit laat ook toe om kwaliteitsfruit te telen met minimale input van insecticiden tegen deze schadelijke insecten. De Limburgse telers passen nog een andere techniek toe die de biodiversiteit ten goede komt. Veronique: “We bestrijden de perenbladvlo door de bomen wit te maken met een soort natuurlijke klei. Zodra de temperaturen in de lente oplopen, gaat de perenbladvlo immers op zoek naar een plaats om haar eitjes op af te leggen. Maar doordat dit insect geen wit herkent, gaat het aan de wit gekleide bomen voorbij.” ◆
MAATREGEL
De steun die het bedrijf krijgt voor deze agromilieumaatregel is voor Veronique voldoende. “De steun weegt op tegen
“WAAROM ZOU JE HET NIET DOEN?” — Dominique Libert, Heers Ervoor zorgen dat door een geurstof in de fruitplantage te brengen, de mannelijke fruitmot de vrouwelijke soortgenoot niet herkent en er zo geen bevruchting en ei-afleg plaatsvindt, dát is wat een verwarringstechniek doet. Zo ondervinden de appels en peren beperkte of geen schade door de fruitmot. Dominique en Veronique van fruitbedrijf LibertMonard in Heers passen deze techniek al zeven jaar toe: “De techniek komt de biodiversiteit erg ten goede want je schakelt enkel specifiek de schadelijke insecten uit, zonder impact voor de populatie van nuttige insecten.” 12
Dominique en Veronique hebben ongeveer 90 ha fruitplantages, waarvan 70 ha perenbomen en 20 ha appelbomen. De variëteiten zijn bij de peren vooral Conference maar ook wat Doyenné en Sweet Sensation. De appels zijn Jonagold en mutanten daarvan. De fruittelers passen de verwarringstechniek op al hun plantages toe omdat het goed is voor het milieu, maar ook omdat de techniek een groot voordeel biedt op het vlak van de afzet van hun fruit. Veronique: “Bepaalde retailers vragen specifiek naar de toepassing van milieuvriendelijke teelttechnieken. Die vraag is vooral de laatste vier jaren echt gestegen. Je gebruikt ook veel minder insecticiden en je spaart hierdoor de nuttige insecten.” Hoe werkt die feromoonverwarringstechniek nu eigenlijk? Het is een techniek waarbij er een feromoon, een insectenDominique Libert tussen zijn fruitbomen.
15
Spreiden van houtsnippers met tractor en kar. Boerennatuur Vlaanderen
Luc Engelborghs heeft in Rutten een akkerbouw- en vleesveebedrijf en was deelnemer van het ‘Koester de Koolstof’-project en het aflopende project ‘Koolstofcirkels’. “Ik ben altijd al ‘bezig’ geweest met de bodem en het optimaliseren van het bodemleven. Ik gebruikte daar altijd stalmest voor. En al van 2000 doe ik aan niet-kerende bodembewerking op mijn hellende percelen – we liggen hier in een valleigebied. Toen ik de vraag kreeg om mee in het project te stappen was de niet-kerende bodembewerking ook een voorwaarde om te kunnen deelnemen.”
“GEZONDE AKKERGRONDEN DOOR HEN TE VERMENGEN MET HOUTSNIPPERS”
kwaliteit als naar gewasproductie. De infiltratiemetingen bevestigen de positieve effecten op de bodemwaterhuishouding en de erosiegevoeligheid. Er werd ook een significante toename van het organische-stofgehalte op langere termijn aangetoond.
— Luc Engelborghs, Rutten
Uit de inventarisatie van de houtkanten blijkt dat er heel wat houtkanten aanwezig zijn langs de percelen, maar dat deze door achterstallig beheer vaak nog te weinig hakhout bevatten. Het houtkantenbeheer zal dus actiever moeten worden toegepast zodat een voldoende hoeveelheid houtige biomassa voorzien kan worden om de techniek te kunnen voortzetten.
‘Koester de Koolstof’ is een LEADER-project dat drie jaar lang het effect van de toediening van houtsnippers op vier verschillende akkerbodems in Zuid-Limburg en Voeren onderzocht. De aanleiding hiervoor was het steeds dalende koolstofgehalte van landbouwgronden, de hoge erosiegevoeligheid van akkers in Zuid-Limburg en het achterstallige beheer van houtkanten gedurende de laatste jaren. Het project, waarvan Boerennatuur Vlaanderen promotor is, liep van 2015 tot 2018. Het toonde aan dat aan de oppervlakkige inwerking van takkenhoutsnippers op een akker diverse voordelen verbonden zijn, zowel naar bodem14
Het LEADER-project ‘Koolstofcirkels’ dat van 2019 tot december 2021 loopt, sluit aan op het project ‘Koester de Koolstof’. Met dit project wil Boerennatuur Vlaanderen de positieve ervaringen uit ‘Koester de Koolstof’ voortzetten om problemen in akkerbouwpercelen (nat, verdicht, erosiegevoelig ...) aan te pakken door houtsnippers van lokale houtkanten in de bodem te verwerken.
Tijdens de twee projecten werden houtsnippers vermengd met de grond en dat is echt een meerwaarde omwille van de schimmels en bacteriën die dan in de bodem terecht komen. Luc vergelijkt een bodemanalyse van 2012 en eentje van 2019 en daaruit blijkt dat het koolstofgehalte op eenzelfde perceel enorm toegenomen is. Luc: “Dit kan je alleen bekomen door jaarlijks organisch materiaal toe te dienen: groenbedekkers, drijfmest maar vooral stalmest en houtsnippers. Ook het belang van niet-kerende grondbewerkingen speelt een grote rol. Iedere grondbewerking die uitgevoerd wordt, heeft een negatieve impact op het bodemleven.”
zetten want de wetgever laat het op dit moment (volgens OVAM zal dit veranderen vanaf lente 2022. n.v.d.r.) niet toe om houtsnippers te vermengen met akkergronden, dit kon enkel in het kader van het project gebeuren. En ten tweede brengen de houtkanten hier te weinig biomassa in de vorm van houtsnippers op. Na deze twee projecten is mijn bodem optimaal, maar dat ik er nu moet mee stoppen, vind ik wel jammer.” Hij geeft nog mee dat een bodem in goede conditie brengen veel geld kost en op korte termijn niet meer opbrengst geeft aan de landbouwer. Maar hoe dan ook blijft Luc zich ook in de toekomst inzetten voor een gezonde bodem. ◆
MAATREGEL
Wel heeft Luc gemerkt dat de vermenging best in het najaar gebeurt omdat de grond dan een heel najaar de tijd heeft om zich te vermengen met de houtsnippers. Een keer werden de snippers in het voorjaar toegediend en toen had Luc vrij veel opbrengstverlies omdat de bodem in een negatieve stikstofbalans zat. Nog iets dat Luc geleerd heeft, is dat de houtsnippers best niet vermengd worden in de bodem als je er nadien fijnzadige teelten (bv. chicorei en wortelen) op gaat planten. “Want dan zitten de houtsnippers ‘in de weg’. Bij bv. aardappelen, bieten en maïs is er geen probleem.” Luc heeft ook nog enkele beheerovereenkomsten lopen. “En ik laat mijn grond nooit braak liggen. Zodra het gewas er af is, zaai ik groenbedekkers in. Dat houdt het bodemleven aan de praat en het humusgehalte op peil.” Wat Luc wel jammer vindt, is dat beide projecten eigenlijk niet lang genoeg geduurd hebben om de effecten op lange termijn goed te kunnen zien. “Ik kan het ook niet zelf voortLuc Engelborghs toont de houtsnippers die hij gebruikt op zijn grond. Boerennatuur Vlaanderen
17
David met zijn kinderen bij de Oost-Vlaamse witrode runderen.
niet.” Ook de veeartskosten zijn beperkt, wat mooi meegenomen is voor David. Voor zijn kalveren en koeien krijgt hij een betere prijs dan zijn collega’s die hoogproductieve melkveerassen houden. De Hamse landbouwer krijgt een finan-ciële tegemoetkoming per dier. Zelf heeft David twee weides waar zijn koeien naar believen kunnen grazen. Daarnaast beweiden een aantal van zijn dieren ‘De Bunt’ in Hamme. ‘De Bunt’ is een 25 ha groot natuurgebied bij de samenvloeiing van de Durme en de Schelde. Dit jaar kan je er van 15 juni tot 1 oktober twintig van zijn koeien vinden, waar ze aan natuurbegrazing doen. Dat gebeurt op een gebied van in totaal 16 ha, dat in beheer is van Natuurpunt. Het is voornamelijk jongvee dat David inzet voor natuurbegrazing. Op andere momenten van het jaar zijn het Galloway-koeien die het gebied begrazen. Uiteraard is er ook een periode dat
“HET GEEFT EEN GOED GEVOEL OM EEN SCHAARS RAS IN LEVEN TE KUNNEN HOUDEN“ — David Willaert, Hamme David Willaert is een 43-jarige melkveehouder uit het Oost-Vlaamse Moerzeke, een deelgemeente van Hamme. 16 jaar geleden heeft hij het bedrijf overgenomen van zijn vader. David heeft 70 koeien van het Oost-Vlaams witrood ras, inclusief jongvee. Dit is een mooi en robuust ras, waar David heel graag mee werkt. 16
er geen begrazing is, in het kader van weidevogelbeheer. David vindt de samenwerking vlot lopen. “Je moet wel een dierenwagen hebben om je koeien te vervoeren, en het neemt ook wat extra tijd in beslag om elke dag te gaan kijken hoe ze het stellen, om de dieren eten te geven ... Ik ga zelfs twee keer per dag kijken. Al is het zeker geen straf om elke dag zo’n mooie natuur te zien.” ◆
MAATREGEL
“Enerzijds omdat het een goed gevoel geeft om een schaars ras in leven te kunnen houden”, geeft David mee. “Maar anderzijds ook uit economische en praktische overwegingen. Ik woon in een dorpskern en heb hier niet genoeg grond (40 are) om uit te breiden. Plaats voor een melkstal waar koeien kunnen binnenkomen om te melken en te slapen, heb ik dus niet. Mijn koeien blijven buiten op de weide, waar ik ze melk met mijn melkkar. De keuze om dit runderras te blijven houden, heeft ook te maken met het feit dat het een robuust ras is. Het zijn sterke dieren, ze hebben meer weerstand. Bij andere runderrassen moet je bijvoorbeeld veel meer krachtvoer bijgeven. Op de weide kan ik natuurlijk niet constant extra gaan voederen. Wanneer je een melkveestal hebt, kunnen echte melkrassen zoals Holstein ’s avonds binnenkomen en krachtvoer eten. Dat hebben ze nodig om veel melk te kunnen produceren. Die mogelijkheid heb ik David met zijn kinderen bij de Oost-Vlaamse witrode runderen.
19
Kobe Ruell op het veld.
nesten hier.” Kobe vertelt nog dat zijn velden nu bijna het walhalla in de regio zijn voor vogelspotters. “Het is een droom om hier te boeren. Het gebied is hier zo uitgestrekt en dat vind je bijna niet meer in Vlaanderen. Daarom vind ik het ook zo mooi dat mijn buurman en ik het landschap hebben doen terugkeren naar wat het vroeger was, voordat er enkel tarwe, maïs, suikerbieten en aardappelen geteeld werd.” Van de tegenstand die Kobe kreeg van collega-landbouwers, was hij wel geschrokken. “Het is soms echt moeilijk om iets te veranderen in de hoofden van de mensen, maar intussen zijn ze het beeld van de vogelvoedselgewassen al wat gewoon.” Die vogelvoedselgewassen liggen vaak op een driehoek van het perceel, of op moeilijker bereikbare plaatsen. Kobe: “Maar dat heeft zijn waarde want dat breekt het monotone landschap en het zijn schuilplekken voor dieren.”
“MIJN VELDEN ZIJN HET WALHALLA VOOR VOGELSPOTTERS“ — Kobe Ruell, Boutersem
Jonge vleesveehouder Kobe Ruell (32) heeft een duidelijke visie. Op 18-jarige leeftijd nam hij het bedrijf over van zijn vader en nu, na 14 jaar, krijgen zijn koeien vooral luzerne te eten en komen er spotters op zijn velden langs om te genieten van de akkervogels die er over zijn gewassen vliegen. Kobe: “Landbouw en natuur, het is een en-en-verhaal.” Kobe zet als vierde generatie het bedrijf in Boutersem (Vlaams-Brabant) voort dat sinds 1870 tot de familie behoort. “Toen ik 14 jaar was, is mijn vader overleden en het was vanzelfsprekend dat ik vier jaar later het bedrijf zou overne18
men. Gelukkig kreeg ik toen heel veel steun van mijn familie, want makkelijk was het zeker niet.” Kobe heeft het bedrijf gaandeweg laten groeien en heeft nu drie keer zoveel koeien. Gelukkig was er bij de veestapel een lage ziekte-druk en is het bedrijf gelegen in een uitgestrekt gebied met voornamelijk akkerbouw waardoor er geen mestoverschot is. Kobe doet ook wel wat aan akkerbouw maar dan vooral in functie van voedsel voor zijn dieren (luzerne en maïs). Suikerbieten teelt hij ook en na de oogst krijgt hij de pulp terug van de suikerfabriek die dan als dierenvoeder dient.
én ik zorg voor extra biodiversiteit. Dat gecombineerd met de steun die ik ervoor krijg, biedt enorm veel zekerheid.” Kobe heeft 20 ha velden waarvan er ongeveer 6 ha worden ingezet voor de natuur. “Daar heb ik geen opbrengst van onder de vorm van voedsel voor mijn vee, maar de premies maken dat zeker goed.” Als hij naar de toekomst kijkt, wil Kobe op deze manier blijven voortdoen. “Die biodiversiteit past perfect in mijn bedrijfsvoering. Zolang ik mijn dieren kan blijven voederen, is er toch geen reden om te veranderen?” Hij wil wel nog de oude gebouwen en stallen van de boerderij vernieuwen, innoveren en misschien een vleesautomaat installeren en zo aan korte keten doen. ◆
MAATREGEL
Dat Kobe met de maatregelen die hij neemt ook financiële steun krijgt, speelt natuurlijk ook mee. “Voeder voor mijn dieren is het belangrijkste. Met de luzernestroken werd het een win-winsituatie. De luzerne is een meerwaarde voor mijn dieren, want ook in de droge zomers blijft luzerne groeien
Kobe is ervan overtuigd dat landbouw en natuur hand in hand gaan, “het is een en-en-verhaal.” Vier jaar geleden introduceerde hij biodiversiteitsmaatregelen op zijn bedrijf in de vorm van beheerovereenkomsten: onder andere vogelvoedselgewassen (tarwe die hij overjaars laat staan) en luzernestroken. “Mijn buurman was ermee begonnen en na een jaartje observeren heb ik zelf de stap gezet. Ongelooflijk hoe het landschap hier op die korte tijd veranderd is en hoeveel dieren je hier ziet. Ik vraag me soms af van waar die allemaal blijven komen. De kiekendieven maken zelfs hun Kobe Ruell op het veld.
21
Grasstrook op het perceel van Marijn Delanote.
Naast zijn perceelsrandenbeheer zet de landbouwer zich ook in voor de fauna op zijn akkers. “Mensen lachen dit soms wat weg als ‘iets voor vogeltjes’, maar het doet mij plezier om achteraf te horen van de bedrijfsplanners dat er wel degelijk bedreigde vogelsoorten op mijn akkers broeden en dat het een succes geweest is. Want als boer doe je dit zeker niet enkel om er geld mee te verdienen. Wat ik doe, wil ik goed doen. Hetzelfde geldt voor mijn vruchten: als ik aardappelen plant, wil ik kwaliteit leveren. Op die manier zijn mijn afnemers, en tenslotte ook de consumenten, tevreden.” Op ongeveer 24 ha past de jonge landbouwer mechanische onkruidbestrijding toe. “Dit houden we bewust wat beperkt. We doen het nu vooral op percelen dicht bij de boerderij, of op percelen waarvan we weten dat ze niet heel onderhevig zijn aan onkruiddruk. Deze milieuvriendelijke vorm van onkruidbeheersing doen we voornamelijk bij teelten zoals courgette en spruiten, omdat we die techniek goed beheersen. Ook hier ontvangen we een financieel extraatje voor de inzet.”
“HET DOET MIJ PLEZIER OM TE HOREN DAT ER BEDREIGDE VOGELSOORTEN OP MIJN AKKERS BROEDEN” — Marijn Delanote, Ieper In het West-Vlaamse Ieper baat Marijn Delanote, samen met zijn vrouw Lore, een akkerbouwbedrijf uit. In totaal gaat het over 150 ha landbouwgrond. Afhankelijk van het seizoen werkt de 40–jarige landbouwer ook met één tot acht externe werkkrachten. Marijn is al 13 jaar actief als landbouwer en heeft het bedrijf overgenomen van zijn ouders. Marijn en Lore zetten hun producten af aan voedselverwerkende bedrijven. Als West-Vlaamse landbouwers hebben ze de luxe dat de grootste Belgische verwerkers van industriegroenten aan hun achterdeur liggen. 20
Het gezin Delanote draagt biodiversiteit hoog in het vaandel. “Dat heb ik geleerd van mijn vrouw”, vertelt Marijn trots. “In de land- en tuinbouwpers verschijnt er af en toe informatie over bijvoorbeeld beheerovereenkomsten. Sommige landbouwers slaan die artikels over, en andere verdiepen er zich liever in. Ik behoor tot die laatste groep.” Marijn heeft dan ook heel wat beheerovereenkomsten, onder andere voor grasstroken. “Aan waterlopen mag ik vijf meter niet bemesten, waardoor mijn vruchten niet optimaal kunnen groeien. Daarnaast mogen we ook geen pesticiden gebruiken in de eerste meter langs waterlopen, waardoor er een groter risico op doorlevende onkruiden is. Dat begrijp ik wel en daar kan ik mij wel ergens in vinden. Maar onkruid zijn gang laten gaan, of slechts halve opbrengsten halen, is ook geen optie voor mij. Daarom heb ik gekozen om beheerovereenkomsten te sluiten. Zo krijgen we financiële steun voor onze perceelsranden, en helpen we tegelijkertijd de biodiversiteit!”
“Afval hoort niet thuis langs de weg en op akkers of velden. Het is en blijft heel belangrijk om de mensen te blijven sensibiliseren om hun vuilnis niet achter te laten. Zo hebben we een bord rond onze zwerfvuilacties, dat heel effectief is en sensibiliserend werkt. Een simpele, maar doeltreffende oplossing. Helaas merk ik dat men het afval nu aan de overzijde gooit in plaats van aan onze zijde. Een gedeelte van ons consumerend publiek beseft nog altijd niet dat datgene ze achterlaten op en rond akkers voor een groot deel in de voedselketen terechtkomt.” ◆
MAATREGELEN
“Het oog wil ook wat. Daarom zaaien we de gangen van onze courgetten in met Facelia, een prachtig bloeiende groenbemester. Het trekt ook insecten aan, die op hun beurt zorgen voor de bevruchting van onze courgetten. Wanneer je door het veld loopt en je ziet die bloemenrijke stroken doet dat echt deugd.” Bij de courgetteteelt gebruikt Marijn sinds kort ook biologisch verteerbare plastic. “Een van de voordelen: als het seizoen ten einde is, rijd je er gewoon met je tractor en zaaimachine door om groenbemester in te zaaien. Het is nu nog wat experimenteren. Maar zolang de voordelen opwegen tegen de nadelen, houden we dat zo. Ik denk dat dat bij veel landbouwers zo is.” Op het bedrijf van de Ieperse landbouwer doet men al meer dan 30 jaar aan niet-kerende bodembewerking. “We merken dat dit de voorbije 10 jaar sterk opkomt. Wij zijn deze methodiek beginnen toepassen wanneer het een seizoen heel veel regende, wat ploegen onmogelijk maakte. We konden echter niet langer wachten om ons plantgoed te planten. Toen merkten we dat het ook op deze manier lukt. We hebben ons machinepark daardoor wat aangepast.” Marijn en Lore maken ook een belangrijk punt van afval. Grasstrook op het perceel van Marijn Delanote.
23
Agroforestry op het perceel van Jens Mouton.
Je vindt de jonge landbouwer niet enkel terug op zijn bedrijf in Ichtegem. “Ik heb een winkel in Brugge met biologische producten: ‘Boer Bas’. Je vindt er ook biologische producten van andere landbouwers. Daarnaast heb ik ook een groente- en fruitkraam, waarmee je me wekelijks op enkele markten terugvindt. Maar ook horecazaken behoren tot één van mijn afzetkanalen. Behalve mijn geitenmelk, die via veel externe winkels verdeeld wordt, zet ik dus alles rechtstreeks af.” Naast passie en kennis van de stiel, is ook communicatie belangrijk anno 2021. “Ik heb een website voor zowel ‘Koolmees’, als mijn winkel in Brugge. Voor korte keten-initiatieven vind ik dit een grote meerwaarde. Marketing van producten hangt samen met je prijszetting. Je zou dus zelfs kunnen stellen dat marketing voor meer biodiversiteit zorgt, want door die marketingacties is er meer vraag en zetten we meer biologische producten af.”
“WE MOETEN INZETTEN OP MAATREGELEN TEGEN DE KLIMAATVERANDERING” — Jens Mouton, Ichtegem
Jens Mouton uit Ichtegem is een biolandbouwer in hart en nieren. Het is hem met de paplepel ingegeven, aangezien zijn ouders vanaf 1998 volledig biologisch telen. Zijn broer heeft het ouderlijk bedrijf overgenomen, terwijl Jens op een nieuwe locatie van start gegaan is. “Ik wou iets nieuws opstarten, naar mijn eigen zin en filosofie. Zo heb ik ook meteen gekozen voor korte keten en rechtstreekse verkoop. Ik teel voornamelijk seizoensgebonden groenten, zoals pijpajuinen, tomaten, kervel ,venkel, rabarber, boontjes, look ... Verder teel ik ook nog aardbeien.” 22
De West-Vlaamse ondernemer ‘boert’ al vijf jaar voltijds op zijn bedrijf ‘Koolmees’, dat vier ha telt. Op zijn huidige locatie heeft de jonge landbouwer geen mogelijkheid om verder uit te breiden door een gebrek aan ruimte. Hij heeft echter wel al bijgebouwd, om op termijn eventueel nog aan thuisverkoop te doen. “Ik heb een kleinschalig biologisch landbouwbedrijf met groenten, fruit en veeteelt. Ik heb een 80-tal geiten. Dat is een kudde op maat van mijn grondoppervlakte. Een biologisch bedrijf is doorgaans kleinschaliger. Langs de ene kant heb je iets meer inkomsten per product, langs de andere kant offer je als biolandbouwer grond op om bijvoorbeeld hagen en bomen te planten. Wanneer je een betere prijs hebt, kan je het je veroorloven om te investeren in biodiversiteit. Uiteraard kan dit niet opgedrongen of doorgetrokken worden naar elke boer. Iedereen bevindt zich in een unieke situatie. Biodiversiteit helpt mij wat betreft mijn manier van ‘boeren’: ik heb minder last van plagen, meer waterberging, meer schaduw in de zomer bij extreme hitte …”
Land- en tuinbouwers moeten blijven toekomstgericht denken. “We moeten inzetten op maatregelen tegen de klimaatverandering. Daarom doen we nu al aan waterbeheer, zoals onze twee poelen die we momenteel hebben. Deze zijn direct leeg getrokken bij extreme droogte zoals de laatste jaren. De grachten die door onze velden lopen, dammen we af. Op die manier proberen we zoveel mogelijk water op onze velden vast te houden. We willen ook nog graag een vijver aanleggen om de watercapaciteit te verhogen. Bovendien wil ik in de toekomst graag een rietveld aanleggen om het afvalwater van de melkmachine te kunnen reinigen.” ◆
MAATREGELEN
Naast groenten zie je op het biologisch bedrijf ook veel houtkanten. “Op mijn velden heb ik vrij veel hagen. Die heb ik verkregen via het Regionaal Landschap Houtland. Meer nog, zij zijn ze komen planten. Ook de dode plantjes na de hitte van vorige zomer, zijn vervangen door het Regionaal Landschap. Voor mij was dit volledig gratis. Daarnaast heb ik ook financiële steun (80%) gekregen voor de aanplant van bomen in het kader van agroforestry. Bij mij komt dit neer op 160 hoogstambomen. Niet enkel je bomen, maar ook het materiaal dat je nodig hebt voor de aanplant, wordt gefinancierd. Het gaat hier dan over verstevigings- en beschermingsmateriaal voor de bomen. Nu hebben we in de lijn van de bomen ook nog hagen geplant.” Sinds kort heeft de bioboer uit Ichtegem zijn grasveld omgezet naar ‘saladebuffetten’. “Dat is een mengeling van grassen en diepwortelende kruiden. Dit type kruiden, zoals cichorei, zijn grotendeels droogteresistent en wisselen elkaar af volgens de seizoenen. Er zullen ook veel vlinderbloemigen op terug te vinden zijn, zoals witte en rode klaver, luzerne … We hebben dit ook geplant voor de stikstofbindende eigenschappen, want als bioboer mag je uiteraard geen kunstmest gebruiken.”
Agroforestry op het perceel van Jens Mouton.
25
De poel van Nadine Janssoone en Guy Kerschot.
Een van de dochters van Guy en Nadine kwam na haar studies agro–biotechnologie terecht bij het Regionaal Landschap Brabantse Kouters. Zo is de bal aan het rollen gegaan en stapten Guy en Nadine mee in het project. “Behalve de aanleg van de poel zijn we nog van plan om een ooievaarsnest te bouwen. Dat heeft wat vertraging opgelopen, maar in het najaar van dit jaar hoop ik dat het nest wordt geïnstalleerd”, vertelt Nadine enthousiast. Janssoone-Kerschot
Met de Vlaamse Landmaatschappij sloten Guy en Nadine ook nog een beheerovereenkomst voor de instandhouding van soortenrijk grasland. Nadine: “Een beheerovereenkomst is een mooi win-win-verhaal. Dat grasland is zeer biodivers en dat wilden we graag zo houden. Nu krijgen we er ook een mooie vergoeding voor.” Er komt zelfs nog grote pimpernel voor, een zeldzame plantensoort waar Pikhakendonk en omgeving internationaal bekend om is.
De samenwerking met het regionaal landschap en VLM motiveerde Nadine om zich nog meer in te zetten voor biodiversiteit. “Een vriendin bezorgde me bijenkriebels en dankzij haar ben ik imker geworden. Onze bijenkasten staan vlakbij de poel, zo hebben de bijen altijd drinkwater te beschikking.” Het koppel landbouwers heeft nog plannen om in de toekomst een educatieve ontmoetingsplaats voor scholen, groepen en natuurliefhebbers uit te bouwen. ◆
MAATREGEL
“DAT VERDIENT VIJF STERREN!” — Annabel Pennings, Dijleland Enkele landbouwers uit het Dijleland (Vlaams-Brabant) maakten hun bedrijf aantrekkelijker voor dieren. Dat gebeurde in het kader van het plattelandsproject ‘Vijfsterrenlandschap voor Boer en Natuur’. De promotor van het project is Regionaal Landschap Dijleland vzw. “Twaalf landbouwbedrijven uit het Dijleland zijn van 2018 tot 2020 met ons aan de slag gegaan,” zegt Annabel Pennings van Regionaal Landschap Dijleland vzw. “Samen met hen werkten wij een plan op maat uit om hun bedrijf aantrekkelijker te maken voor verschillende diersoorten. In totaal kwamen er 5,7 kilometer heggen en houtkanten, 51 (fruit)bomen, een poel, 18 nestkasten en 3 ha patrijzenakker bij op twaalf landbouwbedrijven in het Dijleland.” Door dit project komen er rustplaatsen en nestgelegenheid voor akkervogels binnen het landbouwlandschap en wordt het landschap in het algemeen diverser en weerbaarder. 24
Landbouwers Nadine Janssoone en Guy Kerschot uit Boortmeerbeek lieten in het kader van het project een poel aanleggen die gefinancierd werd vanuit het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) als niet-productieve investering. De bouw van een ooievaarsnest ligt ook nog op de plank. Nadine: “Ongeveer 30 jaar geleden zetten we de boerderij voort van Guy’s ouders. We startten toen met een 100-tal melkkoeien. Later schakelden we over naar vleesvee, dat was iets minder intensief en beter te combineren met drie opgroeiende kinderen. Op de 25 ha landbouwgrond teelden we onder meer eigen granen en maïs. Ongeveer vier jaar geleden – onze dochters waren intussen volwassen – beslisten mijn man en ik om het wat kalmer aan te doen met de landbouwactiviteiten en ons meer te focussen op het familiale karakter van de boerderij. Daardoor kwam er wat meer tijd en plaats vrij om ons in te zetten voor de biodiversiteit rondom ons.” De boerderij ligt trouwens middenin het natuurgebied Pikhakendonk. Nadine Janssoone en Guy Kerschot met hun kleinkinderen bij de poel.
27
Gemengde grassoorten op de percelen van Herman D’Hauwe.
Herman D’Hauwe
“HET IS ALTIJD AANGENAAM OM TE HOREN DAT IK MIJN STEENTJE BIJDRAAG AAN DE BIODIVERSITEIT” — Herman D’Hauwe, Sint-Lievens-Houtem
26
deren? En waarom niet meteen biologisch? De omschakeltermijn van gangbare naar biologische runderen was die periode ook net verkort, van twee jaar naar een half jaar. Deze inkorting maakt een groot financieel verschil natuurlijk. Ik zou namelijk na zes maanden al een hogere prijs krijgen voor mijn melk, in plaats van na twee jaar. Al deze factoren samen trokken me over de streep om het over een gans andere boeg te gooien en 100% biologisch te werken.”
In Sint-Lievens-Houtem bevindt zich ‘t Hof Te Bruysbeke. De 53-jarige Herman D’Hauwe baat het biologisch melkveebedrijf samen met zijn vrouw uit. Het landbouwbedrijf is maar liefst 450 jaar oud. En daar stopt het niet mee, want de kinderen hebben al aangegeven dat ze later het bedrijf graag willen overnemen.
Het gezin leeft sinds de persoonlijke tegenslag helemaal anders. “We eten bijna geen bewerkt voedsel meer. Ook bij klanten die een bezoekje brengen aan onze hoevewinkel, die we sinds juli 2020 geopend hebben, ondervinden we dat mensen veel meer bezig zijn met hun voeding. En dat vooral bij jonge gezinnen. Belangrijk om te onthouden richting toekomstige bedrijfsvoering dus!”
Het Oost-Vlaams melkveebedrijf, dat 100 ha telt, is sinds april 2016 volledig biologisch. “We hebben 130 melkkoeien, wat een groot aantal is in de biosector. Vóór de omschakeling was het een gangbaar bedrijf. Deze omschakeling kwam er door persoonlijke redenen. Ik ben namelijk ernstig ziek geworden door nierproblemen. Tegelijkertijd waren de graanprijzen heel laag, en de gronden heel duur. De situatie in de akkerbouwsector was dus heel slecht. Toen dacht ik: waarom niet die granen gebruiken om eigen dieren te voe-
Ook op het veld van het gezin D’Hauwe trekt deze ommekeer zich door. “Op een van mijn percelen, dat 10 ha groot is, krijg ik steun voor het onderhoud van gemengde grasstroken (perceelsranden). Daarnaast werk ik ook mee aan een akkervogelproject van Regionaal landschap Vlaamse Ardennen. Dit deed ik door onder andere een mengsel van oude granen, boekweit en zonnebloemen te zaaien. Intussen hebben we al vijftien kievitsnesten! In de toekomst zou ik ook graag hagen willen planten.”
En niet alleen Herman en zijn gezin genieten van al die biodiversiteit op het melkveebedrijf. Zo hoort hij van buren, jagers, passanten … dat er opvallend veel vogels, vlinders en wild rond zijn velden floreren. “Het is altijd aangenaam om te horen dat ik mijn steentje bijdraag aan de biodiversiteit.” De biologische landbouwer krijgt ook steun voor vlinderbloemigen. Op maar liefst 60 ha teelt hij grasklaverluzerne. “Dit robuust mengsel bevat veel mineralen door hun diepe penwortel. Het groeit heel goed, zelfs tijdens de extreme droogte van de voorbije jaren. Ik teel ook triticale en veldbonen om stikstof uit de lucht te halen. Veldbonen die in bloei staan, geven trouwens ook hele mooie velden. Helaas groeit er, naast mijn mooie mengsels, ook onkruid. Om onkruidgroei tegen te gaan, pas ik mechanische onkruidbestrijding toe. Ik heb hiervoor steun gekregen voor de aanschaf van een wiedeg. Op een premie voor mechanische onkruidbestrijding kan ik echter niet rekenen, want dat is niet combineerbaar met bio-hectaresteun. Mocht ik nog steeds een gangbare landbouwer zijn, dan zou ik zeker mechanische onkruidbestrijding toepassen. Je verliest misschien wat in productie, maar dat compenseer je onder andere door de chemische sproeistoffen die je niet moet aankopen. Er komt meer lucht in de grond, dus ook de mineralisatie en structuur van de grond verbetert.”
de biologische productiemethode. “We merken aan de koeien dat ze veel gezonder zijn dan vroeger. Ze zijn sterker en minder ziek, wat resulteert in minder veeartskosten. Ze herkauwen ook beter, hebben gezondere klauwen … Sommige gangbare landbouwers denken dat bij een biologische omschakeling je koeien plots veel minder melk geven. Onze melkproductie ligt echter nog steeds vrij hoog, en is zelfs bijna gelijkaardig aan die van de gangbare landbouw. De koeien worden trouwens ook ouder dan in de niet-biologische landbouw. Je moet het wel in de vingers krijgen, want simpel is het niet.” Bij ‘t Hof Te Bruysbeke zal het voorlopig bij melkvee blijven. “Mijn droom was om ook groenten te telen, maar door mijn ziekte is dit niet mogelijk. Het zou teveel van mijn tijd eisen. Ik zou me er wel nog meer ‘boer’ door voelen.” ◆
MAATREGELEN
Niet enkel de grond, maar ook de dieren zijn beter af door
Grasklaver op de percelen van herman D’Hauwe.
29
Jan Willems en Joke Maes bij de kudde koeien van Jan.
En zo ontstond het idee voor dit project. “Enerzijds coachen we landbouwers bij de investering in houtkanten. Hierbij zoeken we naar een win-winsituatie: de ecologische meerwaarde versterken, en tegelijkertijd streven naar verbeterde landbouwpraktijken zoals minder schaduw, hinderen van machines ... Anderzijds is er de landschapsvisie waar we kijken naar de belangrijke ecologische functie van houtkanten. Ook erfgoedrelicten zijn hierbij belangrijk. Al deze verschillende functies wegen door in de beheerkeuze die wij maken voor de deelnemende landbouwers. Daarom willen we als regionaal landschap een landschapsvisie creëren voor gemeentes. Dit kan een leidraad zijn voor hen om vergunningen af te leveren en context te geven aan hun beslissingen.”
“IN ONS MODERN LANDSCHAP HEBBEN GROTE, OUDE BOMEN MEER DAN OOIT EEN BELANGRIJKE FUNCTIE VOOR BIODIVERSITEIT” — Jan Willems, Kasterlee Jan Willems uit het Antwerpse Kasterlee heeft een melkveebedrijf met een 55-tal koeien. Het is een landbouwer die biodiversiteit hoog in het vaandel draagt. Zo had hij bijvoorbeeld van kleins af aan een grote interesse in vogelsoorten. Jan werkt graag mee mét de natuur en is één van de landbouwers die deelnam aan het LEADER-project ‘Houtkanten: natuurlijk kapitaal voor landbouw, natuur en landschap’ in het LEADER-gebied ‘Kempen-Zuid’. Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete is promotor van dit project. Joke Maes geeft verduidelijking: “In de Kempen zijn er veel houtkanten, en dit al eeuwenlang. In ons landschap is verwevenheid belangrijk, want je hebt hier veel kleinere natuurgebieden omgeven door andere landgebruiken 28
zoals landbouw. Een van de meest belangrijke verbindingen hierbij blijven de houtkanten en waterlopen. We merken echter dat er momenteel weinig beheer van houtkanten is en dat heeft negatieve gevolgen op verschillende vlakken. Weinig of slecht beheer resulteert vaak in houtkanten van uitgegroeide bomen waar structuurvariatie en soortenrijkdom weinig kansen krijgen: dieren vinden minder beschutting, en de functie van de houtkant als leefgebied en voedselbron blijft beperkt. Maar het geeft ook nadelen voor de landbouwers: uitgegroeide bomen zorgen voor meer schaduw en kunnen de landbouwvoertuigen belemmeren. Gemeentes ontvangen geregeld aanvragen van landbouwers om houtkanten, waarvan de bomen ondertussen vaak zijn uitgegroeid tot vergunningsplichtige dikte, terug naar hakhoutbeheer om te vormen. Echter, hoewel meer variatie in structuur en dus verjonging gewenst, is het zeker niet de bedoeling om blindelings overal terug hakhoutbeheer te gaan toepassen. In ons modern landschap hebben grote, oude bomen meer dan ooit een belangrijke functie voor biodiversiteit (denk aan vleermuizen), CO2-captatie, landschapsbeleving ... De vraag blijft dus: waar is welk type houtkantenbeheer gewenst? Hoe kunnen we zowel landbouwers als gemeentes ondersteunen in een duurzaam houtkantenbeheer, dat het beheer op landschapsniveau aftoetst aan de noden van zowel ecologie, erfgoed, milieu als landbouw.”
Boer Jan heeft een perceel met hoge bomen, die inmiddels een erfgoedwaarde gekregen hebben. Vaak hebben hoge bomen ook hollen, die goed zijn voor vleermuizen en vogels. De waarde ervan is dus niet te onderschatten. In het kader van het LEADER-project ontving Jan financiële steun bij de aanleg van nieuwe houtkanten en achterstallig beheer. Praktisch kwam dit neer op het rooien van een klein aantal bomen wat een grote impact had op de manoeuvreerbaarheid van de landbouwvoertuigen. Deze bomen werden aan het andere uiteinde van de houtkant gecompenseerd. Een andere belangrijke ingreep was het ruim afrasteren van de houtkant, zodat de grond onder de houtkant niet meer werd betreden of bewerkt. Op die manier geraken de stronken zeker niet beschadigd en kan er spontane verjonging optreden. “Ik heb ook enkele heraanplantingen gedaan.
Door de recente droge zomers is dit helaas niet 100% gelukt, waardoor ik dit nog eens opnieuw zal moeten doen. Volgende winter zal de houtkant hier en daar gedund worden, om meer verjonging toe te laten. Op een ander perceel heb ik een gemengde haag geplant, maar niet met steun vanuit dit project. Het idee was echter wel ontstaan tijdens dit project en de samenwerking met het Regionaal Landschap.” Jan is ook een echte dierenliefhebber. “Er zaten veel kieviten op mijn percelen vroeger. Wanneer ik sproeide, plaatste ik emmers over de nesten zodat ik hen geen schade kon berokkenen. Daarnaast heb ik ook een oeverzwaluwwand op mijn bedrijf.” Verder krijgt Jan steun voor het onderhoud van een gemengde grasstrook én voor faunabeheer akkerland voedselgewas. Veel van de deelnemende landbouwers merken dat ze effectief een verbetering kunnen doen aan hun bedrijfsvoering. Ze zien zelf de win-winsituatie, ondanks de tijdsinvestering. Ook de concrete resultaten overtuigen hen, zoals extra vogelsoorten door aanplant of onderhoud van een houtkant. Door dit project zijn er nog andere houtkantprojecten op til in het LEADER-gebied Kempen-Zuid. ◆
MAATREGEL
Jonge aanplant op de weide van Jan Willems. Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete.
31
Marc Govaert bij de kreek.
Veel acties die Marc en Nicole doen in kader van natuurbeheer, zoals de hagen die ze geplant hebben, gebeuren met eigen middelen. Maar ook de lokale zwerfvuilactie bijvoorbeeld. En dat beseffen veel mensen of organisaties niet. “Ik probeer op een positieve manier mijn filosofie wat betreft natuurbeheer bij te brengen als ik mensen spreek. En dat wordt ook geapprecieerd. Communicatie vormt ook een heel belangrijk aspect bij je bedrijfsvoering.“
“ALS LANDBOUWER VOEL JE AAN DAT ER ERKENNING IS EN DAT MENSEN ONZE FILOSOFIE APPRECIËREN” — Marc Govaert, Sint-Laureins Marc Govaert en Nicole van de Bilt baten samen een akkerbouwbedrijf uit in Sint-Laureins. Ze telen voornamelijk aardappelen, suikerbieten, wintertarwe, vezelvlas, bruine bonen, korrelmaïs en zoete kersen. Marc is al de zevende generatie op rij en zet maar al te graag het werk van de vorige generaties voort op de historische hoeve “Engelendael”. Marc doet heel wat inspanningen voor de natuur, voor hem is dit onderdeel van zijn werk als landbouwer. Zijn grootouders ‘boerden’ nog op kleinere kavels. Daar bevonden zich veel ‘dulfjes’, sloten dus. Op vlak van biodiversiteit hadden deze een enorme meerwaarde. Ze waren goed voor insecten, salamanders, zetten de velden onder water … Ook Marc zet 30
zich in voor het beheer van water op zijn bedrijf: “Ik heb twee stuwtjes geplaatst om waterlopen af te dammen, en kreeg hiervoor steun voor niet-productieve investeringen. De stuwtjes lopen over in een kreek om tijdens droogteperiodes het water hoger te houden.” Maar dat is niet alles: “In een van mijn weides, dat historisch permanent grasland is, lag vroeger een kreek. Deze was helaas dichtgeslibd. Ik heb deze volledig in ere hersteld. We hebben de kreek uitgebaggerd en zones aangelegd van diep en ondiep water. Nu kan je er kleine schooltjes vissen spotten. Tot onze verbazing was het gen van oude biezen er ook nog aanwezig, die nu weer helemaal tot uiting komen. Je ziet de kreek opnieuw tot leven komen en dat is prachtig om te zien.”
Marc was in 2001 de allereerste landbouwer in de streek die een beheerovereenkomst sloot. Maar liefst 20% van Marcs totaal areaal bestaat momenteel uit beheerovereenkomsten, wat overeenkomt met 26 ha. Hij krijgt voornamelijk steun in kader van perceelsranden, zoals gras- en bloemenstroken. “Over al die jaren is het financieel plan geëvolueerd naar een aannemelijke vergoeding. De kosten evolueren en worden hoger, dus moeten ook de steunbedragen mee evolueren. Daarnaast vind ik het ook belangrijk dat landbouwers als partners worden aanzien, en niet enkel als vrijwilligers. Dat geldt ook bij onderzoeksprojecten. Maar ook wanneer het de bedoeling is om landbouwers te stimuleren om aan natuurbeheer te doen, gaat men best pragmatisch om met regels. Zo krijg je veel enthousiastere landbouwers, die veel langer zullen meewerken.”
jouw kromme randen ‘rechttrekken’, waardoor de efficiëntie van het veldwerk verhoogt. Tegelijkertijd maak je die kromme rand rendabel door juist daar aan natuurbeheer te doen. Economie en ecologie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, je moet dit aan elkaar blijven koppelen.” In 2011 heeft Marc als eerste landbouwer de Belgische Baillet Latour-prijs gewonnen. Deze erkenning kreeg hij voor de integratie van natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Enkele jaren later, in 2020, behaalden Marc en Nicole zelfs het Europese Wildlife Estates-label. “Als landbouwer voel je aan dat er erkenning is en dat mensen onze filosofie appreciëren. Dat heeft ons gesterkt om daar zeker in verder te blijven gaan.“ Marc neemt ook actief deel aan projecten die rond biodiversiteit werken, zowel op nationale als Europese schaal. Zo is het akkerbouwbedrijf betrokken bij een project rond de kiekendief, en ook bij het ‘Partridge’- en ‘Beespoke’-project. ◆
MAATREGELEN
De Oost-Vlaamse landbouwer geeft ook graag nog een tip mee aan zijn mede-landbouwers: “Bij akkerranden kan je
Achteraan het akkerbouwbedrijf bevindt zich een prachtige dijk met bomen, met daarachter een boerekreek. De dijk was in beheer van de grootouders van Marc. De bomen zijn maar liefst 80 jaar oud. “Een kaalkap staat zeker niet op het programma, want dat zou een inbreuk betekenen op het landschap. Kap ik één boom om, zal ik er twee opnieuw planten.” Op hun bedrijf vind je ook heel wat knotwilgen en houtkanten. Het onderhoud hiervan neemt heel veel tijd in beslag. Natuurbeheer vraagt dus wel wat engagement. Grasstrook langs het veld.
33
Joos Latré op het proefveld.
“VLINDERBLOEMIGEN BIEDEN EEN AANTAL MILIEUVOORDELEN TEN OPZICHTE VAN ANDERE VOEDERGEWASSEN” — Joos Latré, Bottelare Joos Latré is hoofdlector landbouw aan de opleiding bachelor agro- en biotechnologie van Hogeschool Gent (HOGENT). Naast doceren, doet hij ook onderzoek binnen HOGENT. Joos geeft uitleg: “Recent hebben we een nieuw intern beleid rond onderzoek. Binnen HOGENT is het onderzoek nu georganiseerd in onderzoekscentra. Wij werken binnen ‘AgroFoodNature’. ‘AgroFoodNature’ werkt op het snijpunt tussen land- en tuinbouw, voeding en natuur. Mijn onderzoek situeert zich op de Proefhoeve van UGent en HOGENT in Bottelare. Ik werk voornamelijk rond voedergewassen, maar ook vlinderbloemigen, gewasbescherming en een klein stukje graangewassen. Vlinderbloemigen bieden kansen voor meer diversificatie van de ruwvoederwinning in de Vlaamse veehouderij zodat deze minder afhankelijk is van externe eiwitbronnen zoals soja. Bovendien bieden vlinderbloemigen ook een aantal milieuvoordelen ten opzichte van andere voedergewassen.” 32
In 2014 ontstond er een demonstratieproject dat betrekking heeft op vlinderbloemigen. “Binnen het huidig Gemeenschappelijk Landbouwbeleid waren er in het begin van de programmaperiode veel vragen wat betreft vergroeningseisen, zoals verplichtingen naar teeltvariatie en invullingen van ecologisch aandachtsgebied. Voor intensieve rundveebedrijven met een simpel teeltplan, zoals gras en maïs, was dit een serieuze uitdaging. In het kader daarvan kregen we steun voor een demonstratieproject rond vlinderbloemigen, en hoe ze in te zetten bij de invulling van vergroening. Hierbij focusten we ons op rundveebedrijven met nauwe vruchtwisseling. Inagro was trekker van het project, en ILVO was één van de partners. Van maart 2015 tot februari 2017 werkten wij, samen met enkele andere partners, rond dit thema.”
vlinderbloemigen op hun bedrijf. Ze mochten zelf instaan voor de keuze van vlinderbloemigen. Ons advies gold zowel voor teelttechniek als inpasbaarheid van het product in het rantsoen. De ervaring die deze bedrijfsleiders opdeden, vormt een belangrijke inspiratiebron voor collega-landbouwers. Als laatste actie zetten we ook sterk in op demonstratie en communicatie.”
van Vlaanderen’ gedaan en op heel veel infomomenten een toelichting gegeven over dit demonstratieproject. Denk aan wintervergaderingen voor landbouwers, maar ook via landbouworganisaties. Dit hebben we gedaan tot net voor de eerste lockdown in het voorjaar van 2020. We vermeldden er toen ook andere projecten in kader van vlinderbloemigen, om een totaalbeeld te kunnen geven.”
Joos geeft ook graag enkele details mee over de verschillende acties. “De focus lag in eerste instantie op de zomerteelt, waar we bijvoorbeeld erwten gezaaid hebben met grasklaver als onderteelt.” Hoewel de techniek mogelijkheden biedt, bleek het kostprijsmatig geen meerwaarde te zijn. Verder werd ook ervaring opgedaan met de winterteelt van veldbonen, wintererwten en mengteelt van granen (triticale) en vlinderbloemigen.
“Er volgden ook nog verschillende vervolgprojecten, waaronder het demonstratieproject ‘KOE’. ‘KOE’ staat voor Klimaatvriendelijke Ommekeer met Eigen voer. Met dit project wilden we drempels wegwerken door teelttechnische aspecten van grasklaver, voederbieten, rietzwenkgras en veldbonen te demonstreren. We bekeken in hoeverre verschillende mengteelten een antwoord kunnen bieden op de vraag naar plantaardig eiwit op melkveebedrijven. We hebben toen samen met collega’s onze expertise wat betreft het inkuilen ingebracht.” Vlinderbloemigen zijn ook een meerwaarde voor de biodiversiteit. Zo worden ze druk bezocht door het bijenvolk. Hierover werd een filmpje gemaakt dat je kan vinden op het YouTube-kanaal van het Departement Landbouw en Visserij. ◆
“2016 was een rampjaar: het was een heel koud voorjaar, en daarbovenop was er veel duivenschade. We hebben bijgevolg niets kunnen oogsten in zomerteelt. Tijdens de tweede helft van het project kwamen er beperkingen van de EU wat betreft inzet van gewasbeschermingsmiddelen in het geval van vergroening. Daardoor zijn heel veel landbouwers een stuk minder vlinderbloemigen gaan inzetten. Je moet weten dat mechanische onkruidbestrijding niet evident is bij de teelt van vlinderbloemigen. Zo is dat moeilijk bij bijvoorbeeld erwten, specifiek door hun groeiwijze met ranken. Bij veldbonen zou dat beter lukken.”
MAATREGEL
Demonstratie en communicatie vormen een belangrijk onderdeel bij demonstratieprojecten. “We hebben een ‘toer
Het project bestond uit drie concrete acties, die Joos uit de doeken doet: “Ten eerste werden op drie demonstratieplatformen, verspreid over gans Vlaanderen, verschillende teeltsystemen met vlinderbloemigen naast elkaar vergeleken. Volgens de ligging van ieder platform hielden we rekening met de specifieke vragen van de streek. Ten tweede implementeerden we vlinderbloemigen op praktijkbedrijven, met focus op veeteeltbedrijven. Er was meer interesse ontstaan door de aantrekkelijke vergroeningspremies voor de teelt van vlinderbloemigen. We begeleidden en adviseerden zowel gangbare als biologische bedrijfsleiders bij de teelt van de Joos Latré op het proefveld.
35
Jos De Clercq op de weide bij zijn koeien.
Er is momenteel nog geen commercialisatie van de vruchten, daarvoor is er nu nog te weinig opbrengst. Jos: “In eerste instantie ga ik gewoon kastanjes verkopen. En in tweede instantie is het de bedoeling dat ik de kastanjes ga drogen en als verwerkt product op de markt ga brengen. Bijvoorbeeld als kastanjestukjes om in salades te verwerken. Ook de noten wil ik in de toekomst als verwerkt product op de markt brengen. Maar hoe ik de oogst van beide vruchten zie evolueren, dat weet ik niet. Zoiets plan ik niet.” De Natlandhoeve is ook een biologisch landbouwbedrijf. Jos kweekt koeien van het Limousin-ras. “Limousins zijn hele sterke koeien. Ik heb er 50 in totaal en op jaarbasis heb ik slechts 250 euro kosten aan de veearts. Ik ben gestart in 1991 en heb in al die jaren maar 1 keizersnede moeten laten uitvoeren. Deze koeien kalven normaal gezien alleen, de kalfjes zijn klein en hebben een enorme jeugdgroei. De koeien aanvaarden de kalfjes altijd, er zijn nooit problemen. Het gaat allemaal vanzelf. Mijn koeien mogen oud worden, ze blijven kalfjes geven. De oudste koe hier is 20 jaar geworden en heeft 16 keer gekalfd. Uiteindelijk had ze zoveel last van artrose en heb ik ze moeten laten inslapen. Het verkoopbare product zijn de stieren van twee jaar en vaarzen van drie à drieënhalf jaar.”
“IK BEN ALTIJD BEZIG GEWEEST MET BOMEN” — Jos De Clercq, Sint-Truiden Op het Haspengouwse platteland in Sint-Truiden baat Jos De Clercq zijn Natlandhoeve uit, een biologisch landbouwbedrijf. Jos kweekt koeien van het Limousin-ras en doet ook aan boslandbouw. “Ik ben altijd al bezig geweest met landbouw en natuur, en dat is vooral omdat ik graag mooie landschappen zie. Mijn werkomgeving richt ik graag zo mooi mogelijk in. En vervolgens kijk ik of ik er ook iets mee kan verdienen.” 34
Verder krijgt Jos ook nog steun voor agromilieumaatregelen die hij toepast op de Natlandhoeve en volledig in zijn bedrijfssysteem zijn ingebed. Jos legt uit: “De teelt van vlinderbloemigen zoals grasklaver is de motor van de akkerbouwtak van het bedrijf. Dankzij de stikstof in de wortels van de klavers worden er vier snedes kwaliteitsruwvoeder met veel suikers en eiwitten geoogst. Onder andere dit voeder zorgt dat mijn bedrijf 100% zelfvoorzienend is voor dierenvoeder. De grasklaver geeft de bodem rust. Na twee jaar hebben we een vruchtbare bodem voor alle akkerbouwteelten. De beheerovereenkomsten voor perceelranden maken het mogelijk om ver van de oevers van de kronkelende beken te blijven. De beheerovereenkomsten voor kleine landschapselementen zorgen ervoor dat veel percelen omzoomd zijn met hagen en houtkanten.” ◆
MAATREGELEN
Jos De Clercq steekt van wal: “Haspengouw is een van de vruchtbaarste streken van Europa en daar laat ik dan gras op groeien dat ik aan koeien geef? Dat vinden sommige mensen vreemd want een boer moet toch voedsel produceren voor mensen? Maar vermits we in de fruitstreek zitten, en ik altijd met bomen bezig ben geweest, heb ik beslist om op mijn weides noten- en kastanjebomen te planten. Vooral voor de opbrengst van de vruchten, minder voor het hout. De bomen staan nu te groeien, ze brengen nog niet veel op, maar ze nemen ook niet veel plaats in want ondertussen grazen mijn koeien er nog altijd op.” En dat is boslandbouw, of agroforestry: een landbouwgewas combineren met bomen op eenzelfde perceel. Jos De Clercq op de weide bij zijn koeien.
37
Josse Peeters op zijn veld.
ook heraangelegd, die was helemaal dichtgeslibd door erosie van de omliggende velden. Over de beheerovereenkomsten voor bloemenstroken en akkervogels zegt Josse het volgende: “Het is een heel mooi zicht én je draagt je steentje bij aan het milieu. Maar op de duur komt het gras of bloemetje in je teelt terecht omdat je geen bestrijdingsmiddelen mag gebruiken. En tussen je teelt is dat gras of bloempje onkruid.” De broers vinden het een systeem van geven en nemen. “We moeten ook zien dat het economisch rendabel blijft, want daarmee betaal je de rekeningen. Het is dus een kwestie van economische rendabiliteit combineren met acties voor de natuur.” In 2014 werd de beheerovereenkomst ‘niet-kerende grondbewerking’ geschrapt, maar de broers zijn het systeem blijven toepassen op al hun teelten. “Daardoor is het koolstofgehalte omhoog gegaan, en in de droge zomers van de laatste jaren zien we dat onze gewassen langer stand houden. Dat heeft natuurlijk te maken met de humus die bovenaan de grond aanwezig is en langer vocht vasthoudt”, vertelt Josse. ◆
“HET IS EEN SYSTEEM VAN GEVEN EN NEMEN”
36
— Josse Peeters, Huldenberg
Rond de hoeve ligt 150 ha grond waar de broers voornamelijk aardappelen op telen en in mindere mate onder meer bieten, tarwe, korrelmaïs en koolzaad. De 9 ha weides die er zijn, worden verhuurd aan collega’s die er hun dieren op laten grazen. Ze hebben ook nog 2 ha perenbomen staan.
In het Vlaams-Brabantse Huldenberg ligt Hof ten Bosch, de prachtige vierkantshoeve van de familie Peeters. De broers Josse (59) en Jan (58) zijn de vierde generatie landbouwers op de boerderij. De hoofdtak is akkerbouw met een specialisatie in aardappelen bestemd voor een bekend chipsmerk. Jan: “Van de drie klassieke vormen en smaken in België is 1 pakje chips op de 5 gevuld met onze aardappelen.”
De biodiversiteit bevorderen, vinden de broers belangrijk en dat doen ze via het sluiten van beheerovereenkomsten voor bloemenstroken, akkervogels, erosiebestrijding en kleine landschapselementen (hagen en heggen). Met Natuurpunt werken ze samen voor de tellingen van de kieviten en met het Regionaal Landschap Dijleland voor acties rond de vroedmeesterpad. De poel op het domein werd vorig jaar
MAATREGEL
Het bedrijf van Josse en Jan Peeters is een Bayer ForwardFarm (een proefhoeve). Samen met landbouwers en onderzoeksinstellingen gaat Bayer op de ForwardFarms na hoe de duurzaamheid van de landbouw kan verbeterd worden door gebruik te maken van natuur, kennis en innovatie. Zo wordt op dit bedrijf gewerkt met precisielandbouw, combinaties van synthetische en biologische gewasbescherming en maatregelen om de impact op de omgeving te verminderen.
Josse Peeters op zijn veld.
39
De nestkast voor steenuilen hoog in een boom.
“IK WILDE WEL WAT MEER BEESTJES ROND MIJN BEDRIJF“ — Frank Van Doormaal, Oudsbergen Frank Van Doormaal stak 31 jaar geleden de grens over vanuit Nederland om zich in Oudsbergen (Limburg) te vestigen. Hij kocht er een boerderij en startte zijn gesloten varkensbedrijf Fravado. Sinds vorige zomer mogen er ook steenuilen komen slapen, want in één van de bomen hangt nu een nestkast voor deze uilen. 38
te geven aan landbouwers die een KRATOS-adviesaanvraag indienden. Deze vzw is actief rond agrarisch landschap- en natuurbeheer, en wil landbouw en natuur verbinden op een manier die zowel een ecologische als economische meerwaarde creëert.
Frank Van Doormaal wil in de toekomst nog meer actie ondernemen ten voordele van de biodiversiteit, bijvoorbeeld op het vlak van beheer van houtkanten en de aanleg van bloemenranden en gemengde grasstroken als groene corridor voor onder meer uilen.
De regiocoördinator van Boerennatuur Vlaanderen nam contact op met Frank en bekeek eerst of een nestkast voor steenuilen wel een goed idee was op de locatie van Fravado. Toen dat ideaal bleek door de nabijheid van een bos en wat open velden, besprak hij met Frank wat de meest ideale boom was om de kast in op te hangen. Frank: “De kast hangt er nog maar sinds de zomer van 2020 en dat lijkt me nog iets te vroeg om al een nieuwe bewoner te mogen verwelkomen”. Zodra dat wel het geval is, neemt Frank opnieuw contact op met Boerennatuur en dan kunnen ze dit samen opvolgen.
Verdere toekomstplannen heeft Frank niet meteen. “Ik heb hier alle stallen vernieuwd volgens de geldende normen, en dat is voorlopig goed zo”, zegt hij tevreden. ◆
MAATREGEL
“Het idee om een gratis nestkast voor steenuilen aan te vragen, kwam doordat ik over de mogelijkheid gelezen had in een magazine van een landbouwersvereniging. Ik wilde wel wat meer beestjes rond mijn bedrijf hebben en een uil lijkt me ook goed om op een natuurlijke manier de muizen en soortgenoten te verjagen”, vertelt Frank. “De landbouworganisatie stuurde me door naar het Departement Landbouw en Visserij en zo heb ik Kratos leren kennen en via het e-loket een aanvraag gedaan.” Via de subsidiemaatregel ‘Kratos – Raad op maat’ kan een landbouwer gratis advies op maat van zijn bedrijf krijgen rond diverse thema’s, waaronder biodiversiteit. Binnen dit thema is Boerennatuur Vlaanderen één van de adviesbureaus die geselecteerd werden om advies Zicht op de boom met de nestkast voor steenuilen. Frank Van Doormaal
VLAAMS RURAAL NETWERK