Skip to main content

dossier 2021-172.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/172

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/172

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 27 maart 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de VREG (de onafhankelijke autoriteit van de Vlaamse energiemarkt), waarbij werd verzocht om: “1. de volledige berekeningswijze te bekomen van de prosumenten tarieven vanaf 2015 tot heden, zoals deze op uw site terug te vinden zijn (bvb.: Prosumententarief 2021 | VREG ; Prosumententarief 2020 | VREG ; ...) 2. een volledig overzicht te krijgen van de (on)kosten in rekening genomen bij de bepaling van de verschillende prosumententarieven (per regio per jaar), alsook de documenten (facturen) die al de in rekening gebrachte onkosten staven ten einde te vermijden dat fictieve onkosten aangerekend werden en het aangerekende prosumenten tarief eveneens fictief is. 3. Tevens wens ik de stukken te bekomen waaruit de oorzaak blijkt dat het prosumenten tarief afhankelijk van de regio varieert van -9,3% tot +19,3% tussen 2020 - 2021 (Bron Prosumententarief Vlaanderen 2021 | Intellisol) 4.In uw documenten vermeldt u ook "Om te weten hoeveel prosumententarief u betaalt, moet u het maximale AC-vermogen van de omvormer(s) vermenigvuldigen met het bedrag op uw netgebied". Kan u mij het (onderzoeks)document bezorgen waaruit de grond / motivering blijkt dat het vermogen van de omvormer moet gebruikt worden om het prosumententarief te berekenen en niet de werkelijke productie

www.vlaanderen.be


aangegeven door de omvormer, dan wel door de meter van de groenestroom-certificaten, alsook waar deze laatste alternatieven in onderzocht werden 5. Kan u mij ook het (onderzoeks)document bezorgen waarin kan teruggevonden worden hoe het prosumenten tarief moet berekend worden bij een analoge meter die op jaarbasis terugdraait (eindmeterstand lager dan beginmeterstand) en waardoor een deel van het vermogen van de omvormer aangewend werd om deze overproductie op te wekken, die enkel in het net geïnjecteerd werd en slechts in 1 richting gebruik maakt van het elektriciteitsnet en waarvoor geen injectietarief verschuldigd is en waarbij het prosumententarief dat een AFNAME tarief is ook onverschuldigd is, gezien een overproductie geen afname is, noch een afname compenseert. 6. Kan u mij de documenten bezorgen waaruit blijkt dat bij het bepalen van het prosumenten tarief rekening gehouden werd met de overproductie gegenereerd door een PV-installatie. 7. Kan u mij de documenten bezorgen waarin voor het eerst het begrip prosument officieel / wettelijk gedefinieerd werd? Ik stel vast dat het pas in het energiedecreet van 26/04/2019, in werking getreden op 15 juni 2019 het begrip prosument voor het eerst gedefinieerd werd: art 1.1.3.,102° Producent: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt, biogas produceert en/of aardgas wint, met uitsluiting van prosumenten art 1.1.3.,104°Prosument: elektrciteitsdistributienetgebruiker met toegangspunt voor afname, al dan niet rechtstreeks op een transformator aangesloten en met een decentrale productie-eenheid met een maximaal AC-vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 kVA die hem in staat stelt elektriciteit te injecteren op het elektriciteitsdistributienet Terwijl vóór 15 juni 2019 art 1.1.3., 104 onbestaande is in het energiedecreet en nergens anders het begrip prosument op rechtsgeldige wijze omschreven / vastgelegd was. Kan u mij de documenten bezorgen waaruit de rechtsgrond / rechtsgeldigheid voortvloeit van het begrip prosument en tot het innen van een prosumententarief bij de groep van prosumenten terwijl het begrip prosument voorafgaand aan 15 juni 2019 nog niet bestond.” De VREG heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 21 april 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VREG met betrekking tot het hiervoor vermelde openbaarheidsverzoek. Dit beroep werd geregistreerd op 22 april 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek dateert van 27 maart 2021. Op 21 april 2021, de datum van het beroepschrift, is de decretale termijn voor de beslissing voor de VREG inmiddels verstreken. Bij gebrek aan beslissing heeft de termijn om beroep aan te tekenen geen aanvang genomen. Het ingestelde beroep is tijdig ingediend en bijgevolg ontvankelijk.

Gegrondheid van het beroep

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/172

pagina 2 van 6


Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Inhoud van het beroepschrift

Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat zijn openbaarheidsverzoek door de VREG tot op heden onbeantwoord is gebleven.

2. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de VREG om wat meer toelichting te geven bij dit dossier. Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat de vragen zoals geformuleerd door verzoeker geen betrekking hebben op bestuursdocumenten die in het bezit zijn van de VREG. De VREG verduidelijkt dat het antwoord op de vragen van verzoeker niet gelegen is in welbepaalde, bestaande bestuursdocumenten. Het betreffen immers zeer ruim geformuleerde vragen om informatie. Enerzijds is het zo dat sommige informatie als antwoord op de gestelde vragen mogelijks deels is terug te vinden in publiek toegankelijke documenten, zoals bij voorbeeld de tariefmethodologie (die uitvoerig raadpleegbaar is via: www.vreg.be/nl/tariefmethodologie). Daarnaast is ook de informatie over de voorafgaandelijke consultaties en de verwerking van de consultatiereacties en zijn ook de jaarlijkse beslissingen tot goedkeuring van de tariefvoorstellen van de verschillende distributienetbeheerders voor de distributienettarieven voor elektriciteit raadpleegbaar via de documentendatabank bij de VREG: www.vreg.be/nl/documenten-databank. Wat betreft de documenten die op de beide voormelde webpagina’s is terug te vinden en actief openbaar werden gemaakt, is het ingestelde beroep dus als zonder voorwerp te beschouwen. Anderzijds is gebleken dat een volledige beantwoording van de door verzoeker zeer complex geformuleerde en technische vragen om informatie een verdere verwerking en analyse vanwege de VREG vergen van een hele reeks documenten. Daartoe is de VREG op grond van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur niet verplicht, gezien art. II.31, laatste lid van het Bestuursdecreet bepaalt dat er geen verplichting is om gevraagde bestuursdocumenten te verwerken of te analyseren. Zoals hiervoor al gesteld, kunnen de door verzoeker geformuleerde vragen niet direct worden gelinkt aan beschikbare documenten bij de VREG, maar dient een grondige analyse en verwerking plaats te vinden door de specialisten bij de VREG om een antwoord te bieden op de gestelde vragen. Hiertoe kan een overheidsinstantie niet worden verplicht, op grond van voormeld artikel II.31, laatste lid van het Bestuursdecreet. Het ingestelde beroep is daarom als ongegrond te beschouwen. Daarnaast wijst de VREG er voor de volledigheid ook nog op dat verzoeker er de oorzaak van is dat bij de VREG sinds 22 maart 2021 tientallen e-mails werden ontvangen – en nog steeds ontvangt – met daarin

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/172

pagina 3 van 6


expliciet dezelfde vragen om informatie, exact in dezelfde bewoordingen zoals geformuleerd door xxx in dit openbaarheidsverzoek. De VREG kon achterhalen dat xxx via diverse kanalen op sociale media deze vragen heeft gedeeld met iedereen, met de expliciete aansporing deze door te sturen naar het e-mailadres info@vreg.be en de mailadressen van de werknemers van het team Juridische Zaken van de VREG. De VREG stelt nu vast dat aan die oproep van xxx massaal gevolg is gegeven, volgens de VREG wellicht omwille van het ongenoegen dat bij bepaalde prosumenten leeft na arrest nr. 5/2021 van het Grondwettelijk Hof d.d. 14 januari 2021 (waarin bepalingen uit het Decreet Digitale Meters werden vernietigd), veeleer dan dat er bij deze vraagstellers een oprechte interesse bestaat in een antwoord op deze zeer complex geformuleerde, technische vragen door huidig verzoeker. De VREG signaleert aan de beroepsinstantie in dit verband dat xxx ook vóór huidig openbaarheidsverzoek al zeer goed gekend was bij de VREG, net als bij Fluvius, de energieleveranciers en de Vlaamse Ombudsdienst. In het verleden heeft verzoeker al deze instanties reeds overstelpt met allerhande vragen en klachten, waarbij hij zich zelf in die mate niet-constructief opstelde, dat de Vlaamse Ombudsdienst in augustus 2020 heeft besloten om niet meer te communiceren met verzoeker, noch door reeds lopende dossiers verder te behandelen, noch door binnenkomende e-mails of post nog langer te registreren. De Vlaamse Ombudsdienst heeft ook de VREG in een e-mail van 9 september 2020 expliciet gevraagd niet meer te communiceren met xxx, en heeft in een recente e-mail van 19 april 2021 nogmaals bevestigd dat de aanpak blijft dat er niet meer gereageerd wordt op vragen en klachten vanwege xxx. De beroepsinstantie brengt hierbij haar standpunt in herinnering dat ze heeft ingenomen naar aanleiding van twee recente beroepsdossiers van verzoeker tegen beslissingen van Fluvius, in verband met een dossier rond meterstanden en de afsluiting door Fluvius van de elektriciteit bij verzoeker: de dossiers OVB/2021/011 en 2021/013. De beroepsinstantie nam eerder al vier beslissingen in verband met datzelfde dossier (OVB/2020/274, 2020/284, OVB/2020/333 en OVB/2020/334). De beroepsinstantie verwees daarbij naar de kennelijke onredelijkheid van de verzoeken van xxx. Ook in casu merkt de beroepsinstantie op dat, zoals artikel II.40, §3 van het Bestuursdecreet bepaalt, een verzoeker in principe geen belang hoeft aan te tonen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te verkrijgen. Dit betekent evenwel niet dat er geen redelijk belang aanwezig moet zijn: het uitoefenen van een recht zonder enig aantoonbaar redelijk en voldoende belang zou aldus kennelijk onredelijk kunnen zijn. Het komt een overheidsinstantie of een beroepsinstantie in principe niet toe om de motieven van de aanvragen of van de beroepen te onderzoeken, maar dit kan echter geen vrijgeleide zijn om systematisch tal van documenten aan te vragen of uitleg en bijkomende informatie op te vragen waardoor een onredelijke continue overlast ontstaat voor een instantie, waardoor de normale werking ervan in het gedrang komt. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat er bij de VREG op enkele weken tijd 35 identieke verzoeken betreffende openbaarheid van bestuur van verschillende personen werden ontvangen, waarin nagenoeg letterlijk dezelfde informatieve vragen werden gesteld, zoals die voorkomen in huidig openbaarheidsverzoek van xxx. Die verzoeken werden bij de VREG ontvangen, zoals hiervoor al vermeld, nadat verzoeker via diverse kanalen op sociale media zijn vragen heeft gedeeld, met de expliciete aansporing deze door te sturen naar het e-mailadres info@vreg.be en de mailadressen van de werknemers van het team Juridische Zaken van de VREG. Voorts deelde de VREG ook nog mee aan de beroepsinstantie dat de VREG recent twee consultaties organiseerde, enerzijds m.b.t. herziening van zijn tariefmethodologie (CONS-2021-02) en anderzijds m.b.t. herziening van zijn technisch reglement voor de distributie van elektriciteit (CONS-2021-03), waarvan de consultatietermijn liep vanaf 18 maart 2021 tot en met zondag 2 mei 2021. Gedurende de looptijd van deze consultaties ontving de VREG honderden e-mails van particulieren (intussen al meer dan 450 mails gestuurd

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/172

pagina 4 van 6


naar de VREG). Deze e-mails houden geen verband met de eigenlijke voorstellen die ter consultatie worden voorgelegd, doch het zijn eerder pseudo-juridische teksten van personen die zich tegen allerhande zaken uitspreken (o.a. tegen prosumententarief, tegen capaciteitstarief, tegen digitale meter, …). Deze e-mails vinden hun grondslag eveneens duidelijk in een gecoördineerde actie (bij de Word-teksten staat bijna altijd de naam van xxx vermeld als eerste auteur, de afzender van de e-mail neemt die teksten over en voegt zelf enkel zijn naam en adres toe). De beroepsinstantie moet samen met de VREG vaststellen dat het er verzoeker duidelijk om te doen is om de diensten van de VREG te bestoken met zoveel mogelijk verzoeken met informatieve vragen, waarbij verzoeker de coördinator is van de protestactie en ernaar streeft om zoveel mogelijk andere personen te overhalen om de door hem opgestelde vragen over te nemen en ook in te dienen bij de VREG. De beroepsinstantie is, verwijzende naar wat hiervoor werd uiteengezet, daarom van oordeel dat de werking van de diensten van de VREG nu onevenredig wordt belast door de aard en de hoeveelheid van de verzoeken/mails met dezelfde informatie vragen die bij hen worden ingediend door verschillende personen, evenwel gecoördineerd door huidig verzoeker. De beroepsinstantie concludeert hieruit dat de grenzen van de kennelijke onredelijkheid hiermee ook bereikt zijn in hoofde van xxx. De beroepsinstantie onderkent uit alle voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en intentioneel aspect bij de beroeper dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van een overheidsinstantie. Het moet de burgers in staat stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Beroeper heeft aldus het volste recht om gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die hij zich ter harte heeft genomen, na te gaan. Hij is er evenwel niet van ontslagen om zijn rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen: het belang dat de beroeper heeft bij de uitoefening van zijn rechten, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de betrokken overheidsinstantie. De vraag wanneer een aanvraag tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijdt is zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Nochtans kan de beroepsinstantie in casu alleen maar besluiten dat de huidige beroeper de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan. Zijn handelwijze, gelet op het repetitief karakter van de vragen om informatie die worden gesteld aan de VREG en zijn coördinerende rol die hij vervult om zoveel mogelijk andere personen te overhalen om eveneens dezelfde informatie vragen te stellen aan de VREG, schaadt de normale werking van de betrokken overheidsinstantie (in casu de VREG). Verwijzende naar de hiervoor uiteengezette bijzondere omstandigheden, is er naar het oordeel van de beroepsinstantie in casu dan ook sprake van rechtsmisbruik. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel. Volgens de rechtspraak en rechtsleer is rechtsmisbruik de uitoefening van een recht, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33, 1° van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is in casu het geval, gelet op de omstandigheden zoals hiervoor uiteengezet en na billijke afweging van ieders belangen. Er kan dan ook niet anders geconcludeerd worden dan dat beroeper zijn

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/172

pagina 5 van 6


recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt met het huidige openbaarheidsverzoek met allerhande informatie vragen aan de VREG. Het voordeel van de informatie die beroeper wenst te bekomen weegt kennelijk niet op tegen de last die deze aanvragen (in combinatie met de tientallen ander gelijkaardige verzoeken aan de VREG) veroorzaken binnen de diensten van de VREG. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 21 april 2021 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege de VREG wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 21 mei 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/172

pagina 6 van 6


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-172.pdf by Vlaanderen-be - Issuu