Raad Secundair Onderwijs 11 juni 2020 RSO-RSO-ADV-1920-010
Het minimumaantal uren alternerend werkplekleren in de opleidingskaarten voor de lineaire dbso-opleidingen van de zorgberoepen
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Advies op eigen initiatief Uitgebracht door de Raad Secundair Onderwijs op 11 juni 2020 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: commissie Onderwijs - Arbeidsmarkt op 3 juni 2020 onder voorzitterschap van Luc Van Waes Dossierbeheerder: Julie Sels
Vlaamse Onderwijsraad – Koning Albert II-laan 37 – BE-1030 Brussel – info@vlor.be – www.vlor.be
1 Situering Het is decretaal bepaald dat de Vlor de opleidingskaarten adviseert voor de dbso-opleidingen die niet modulair georganiseerd worden.1 Die opleidingskaarten bevatten de competenties die moeten verworven worden om het certificaat van de opleiding te behalen. Ze beschrijven ook de kwalificatie en bevatten een lijst met referenties waarop de competenties gebaseerd zijn. Zodra de Vlaamse Regering haar goedkeuring hecht aan dat advies, krijgen de opleidingskaarten een bindend karakter voor de centra voor deeltijds onderwijs. De lijst van opleidingskaarten is terug te vinden op de website van de Vlor.2 Als gevolg van de coronacrisis komen veel opleidingen en leerlingen in moeilijkheden met het minimumaantal te presteren uren op de werkplek. Dat heeft geleid tot een fundamentelere vraagstelling wat betreft het aantal te presteren uren op de werkplek. Naar aanleiding van een informele vraag van het Departement Onderwijs en Vorming brengt de Vlor nu op eigen initiatief advies uit over het minimumaantal uren alternerend werkplekleren dat beschreven staat in de volgende opleidingskaarten: ¬ Begeleider in de kinderopvang: die kwalificatie kan enkel worden uitgereikt indien de opleiding ten minste 1280 uren bedraagt waarvan ten minste 640 uren alternerende werkplekopleiding. ¬ Logistiek assistent in de ziekenhuizen: dat certificaat kan enkel worden uitgereikt indien de opleiding minstens 500 uren bedraagt, waarvan ten minste 250 uren alternerende werkplekopleiding. ¬ Logistiek helper in de zorginstellingen: die kwalificatie kan enkel worden uitgereikt indien de opleiding minstens 500 uren bedraagt, waarvan ten minste 250 uren alternerende werkplekopleiding. ¬ Verzorgende: die kwalificatie kan enkel worden uitgereikt indien de opleiding minstens 2400 uren bedraagt, waarvan ten minste 1200 uren alternerende werkplekopleiding. ¬ Verzorgende/zorgkundige (naar aanleiding van een nieuw KB van 27 februari 2019 is de lijst van handelingen die verpleegkundigen kunnen delegeren aan de zorgkundige uitgebreid): dat certificaat kan enkel worden uitgereikt indien de opleiding tenminste 600 uren omvat waarvan minimum 300 uren alternerende tewerkstelling in de residentiële ouderenzorg of in een ziekenhuis. Onderzoek van het Departement Onderwijs en Vorming bracht aan het licht dat er geen rechtsgrond is voor het minimumaantal uren voor de werkplekcomponent in functie van certificering/studiebekrachtiging. De opleidingskaarten, de inhoud en het volume werkplekcomponent zijn het resultaat van een consensus tussen onderwijs- en sectorale partners en er is dus geen verplicht minimumaantal uren voor de werkplekcomponent vastgelegd in de regelgeving. Dat wil zeggen dat de opleidingskaarten strenger zijn dan noodzakelijk. De leerling kan dus een certificaat/studiebekrachtiging krijgen, ook als hij het ingeschreven aantal uren niet heeft gepresteerd.
1 2
Decreet over het stelsel van leren en werken (2008), artikel 30, §2 https://www.vlor.be/opleidingskaarten-niet-modulaire-opleidingen-dbso
1
Voor het schooljaar 2019-2020 is beslist dat, wanneer de leerlingen over alle competenties beschikken, het niet noodzakelijk is om die uren nog te presteren om een certificaat of kwalificatie te behalen. De Vlor wil dan ook advies geven over het weglaten van het minimumaantal uren werkplekcomponent in de opleidingskaarten. Informeel contact met de sectoren leert dat er daarvoor consensus is, alleszins voor wat betreft de zorgopleidingen.
2 Advies voor 2020-2021 Aangezien de kans reĂŤel is dat er nog een doorwerking zal zijn van de coronacrisis tijdens het volgende schooljaar en gezien de noodzaak om scholen tijdig te informeren zodat zij zich kunnen organiseren voor het volgende schooljaar, wil de raad op korte termijn duidelijkheid bieden. Het advies is om voor het schooljaar 2020-2021 leerlingen te screenen en certificeren op basis van de verworven competenties en niet op het aantal gepresteerde uren op de werkplek.
3 Wat daarna? De Vlor bereidt zich voor om in de loop van het werkjaar 2020-2021 een advies uit te brengen op langere termijn, rekening houdend met de toekomst van leren en werken en de timing daarvan.
2