Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/140
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/140
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 25 maart 2022 diende xxx (hierna vermeld als: verzoekster), een verzoek in bij het agentschap Opgroeien om een afschrift te verlenen van de klachten en de inspectieverslagen, met inbegrip van een filmfragment, van de laatste jaren met betrekking tot xxx. Op 31 maart 2022 werd het openbaarheidsverzoek gedeeltelijk ingewilligd door het agentschap Opgroeien, waarbij de ontvangen klachten m.b.t. xxx aan verzoekster werden toegestuurd. Op 5 april 2022 vroeg verzoekster nogmaals aan het agentschap Opgroeien om een afschrift te verlenen van de inspectieverslagen, alsook van een filmfragment (opname bij xxx). Op 14 april 2022 werd het verzoek naar een afschrift van het filmfragment geweigerd door het agentschap Opgroeien. Op 25 april 2022 diende verzoekster beroep in bij de beroepsinstantie tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissingen vanwege het agentschap Opgroeien d.d. 31 maart 2022 en 14 april 2022. Dit beroep werd geregistreerd op 26 april 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoekster dateert van 25 maart 2022.
www.vlaanderen.be
De in beroep aangevochten beslissing van het agentschap Opgroeien dateert van 14 april 2022 en maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 25 april 2022 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De aangevochten beslissingen
Het agentschap Opgroeien heeft op 31 maart 2022 enkel de ontvangen klachten m.b.t. xxx aan verzoekster toegestuurd. De gevraagde inspectieverslagen en het gevraagde filmfragment maakten echter geen deel uit van deze zending aan verzoekster. Het agentschap Opgroeien heeft op 14 april 2022 beslist dat er geen afschrift kan verleend worden van het filmfragment (opname bij xxx), verwijzende naar de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster stelt in haar beroepschrift dat zij ook om een afschrift had gevraagd van de inspectieverslagen met betrekking tot xxx en dat zij in dat verband niets mocht ontvangen. Verzoekster gaat niet akkoord met de weigering van het agentschap Opgroeien om het filmfragment van xxx openbaar te maken en argumenteert dat als volgt: “Wat betreft het filmfragment is 'opgroeien' van oordeel dat dit niet onder de openbaarheid van bestuur
zou vallen wegens bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Ik ben echter van oordeel dat ik als belanghebbende partij toch recht heb op dit beeldmateriaal. Het gaat immers om beeldmateriaal die de basis vormt voor de schorsing van het kinderdagverblijf van mijn kinderen. Ik zou als ouder dan toch graag zien hoe het er in het kinderdagverblijf aan toegaat en dit om voor mijzelf te kunnen uitmaken of ik mijn kinderen daar al dan nog niet naar toe laat gaan bij eventuele opening. Wat betreft de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de kinderen is het zo dat er een besloten facebookgroep is waar foto's en filmpjes van de kinderen gedeeld worden, dus van sprake van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan geen sprake zijn of toch zeker niet in die mate dat dit zwaarder zou doorwegen dan mijn recht om dit filmpje te zien. Verder vermoed ik ook dat mijn kind op de beelden te zien is. Op mijn vraag of dit het geval zou zijn krijg ik geen antwoord. Ik denk toch dat ik als ouder recht heb om beeldmateriaal van mijn eigen kind te zien, temeer daar dit beeldmateriaal zonder mijn
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/140
pagina 2 van 5
toestemming gemaakt en verspreid werd. Enige toestemming die ik gaf was om beeldmateriaal in de besloten facebookgroep te delen, dus zeker niet om beeldmateriaal waarop mijn kind te zien is privé naar andere ouders door te sturen zonder dat ik dit eerst zelf gezien heb en hier toestemming voor heb gegeven. Graag ontvang ik dan ook dit beeldmateriaal.” 3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het agentschap Opgroeien om wat meer toelichting te geven bij dit openbaarheidsverzoek. Uit de verstrekte informatie is intussen gebleken dat op 27 april 2022 alsnog een mail werd gestuurd vanuit het agentschap Opgroeien aan verzoekster, waarbij alsnog een afschrift werd bezorgd van de inspectieverslagen met betrekking tot xxx. De beroepsinstantie moet dan ook vaststellen dat met de mail d.d. 27 april 2022 vanuit het agentschap Opgroeien alsnog aan de verzuchtingen van verzoekster is tegemoet gekomen, wat betreft dat deel van haar openbaarheidsverzoek (de inspectieverslagen met betrekking tot xxx), en dat het beroep dan ook hiervoor als zonder voorwerp moet worden verklaard. Wat het tweede onderdeel van het beroepschrift betreft, de openbaarmaking van het filmfragment dat werd opgenomen in xxx, is de beroepsinstantie van oordeel dat dit document niet openbaar kan worden gemaakt, in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II. 34, 2° Bestuursdecreet bevat immers de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beelden uit het opgenomen filmfragment bij xxx, waarvan de beroepsinstantie kennis heeft kunnen nemen en waarbij een aantal minderjarige kinderen en één meerderjarige natuurlijke persoon heel duidelijk herkenbaar zijn (waardoor de identificatie van die natuurlijke personen mogelijk is), behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van deze opnames maakt wel degelijk een inbreuk uit op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die betrokken personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/140
pagina 3 van 5
decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van de opgenomen beelden in het filmfragment bij xxx afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze beelden dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.50 §1 Bestuursdecreet bepaalt dat als de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2°, de beroepsinstantie contact opneemt met de betrokkenen en vraagt of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot het gevraagde bestuursdocument, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie. Gelet op het feit dat niet kan achterhaald worden door de beroepsinstantie welke de exacte identiteit is van de personen op de opgenomen beelden en bij gebrek aan contactgegevens van de betrokkenen, wordt van deze mogelijkheid in casu afgezien. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. Uit de door de beroepsinstantie ingewonnen informatie is gebleken dat dit in casu evenwel technisch onmogelijk te realiseren is. Het agentschap Opgroeien heeft hiertoe een poging ondernomen, waarbij de aangezichten van de kinderen en de meerderjarige persoon op het filmpje werden geblurd (onherkenbaar gemaakt), maar dat was technisch niet 100 procent mogelijk, zodat soms de gezichten van de betrokkenen toch nog een fractie van een seconde herkenbaar zijn, en ook het lichaam, de kledij, de fysionomie van de betrokken personen blijven duidelijk zichtbaar, zodat de identificatie van de natuurlijke personen die voorkomen in het filmfragment nog steeds mogelijk is, mede ook door de stemmen die men hoort op het filmfragment. De beroepsinstantie moet dan ook vaststellen dat een gedeeltelijke openbaarmaking van het opgevraagde filmfragment in casu onmogelijk is te realiseren. Vanuit het agentschap Opgroeien werd evenwel in haar beslissing d.d. 14 april 2022 een korte beschrijving gegeven aan verzoekster van de inhoud van het filmfragment, zodat verzoekster op de hoogte is van de feiten die gefilmd werden (fragment van 19 seconden, gefilmd door een smartphone). Het agentschap heeft daarmee zeker voldaan aan de behulpzaamheidsverplichting die is ingeschreven in artikel II.6, tweede lid van het Bestuursdecreet. Het beroepschrift dient bijgevolg, wat dit onderdeel betreft (het filmfragment), als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 25 april 2022 tegen de gedeeltelijke weigeringsbeslissingen van het agentschap Opgroeien wordt als ontvankelijk en deels zonder voorwerp en deels ongegrond beschouwd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/140
pagina 4 van 5
Brussel, 25 mei 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/140
pagina 5 van 5