Skip to main content

Document_C 16445.pdf

Page 1

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

Het milieubeleid wordt in belangrijke mate bepaald door Europese wetgeving. Dat geldt ook zo voor het waterbeleid. In uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn worden stroomgebiedbeheerplannen opgesteld. Deze plannen brengen de aanwezige drukken en de actuele toestand in kaart en formuleren op basis daarvan maatregelen en acties voor een verbetering van het grondwater en oppervlaktewater en voor de bescherming tegen overstromingen en droogte. De stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 bestaan uit verschillende plandelen: een deel voor de stroomgebiedsdistricten van Schelde en Maas, elf bekkenspecifieke delen en zes grondwatersysteemspecifieke delen. Ook de zoneringsplannen - die tonen waar collectieve sanering aangelegd wordt en waar individueel moet gezuiverd worden - en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen - die de uitvoering en de timing van de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsprojecten regelen - maken onderdeel uit van de stroomgebiedbeheerplannen Op 1 juli 2022 stelde de Vlaamse Regering de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas voor de periode 2022-2027 vast. De Vlaamse Regering lanceerde hiermee De Grote STROOMversnelling met meer dan 1000 acties om de kwaliteit van ons oppervlaktewater en grondwater te verbeteren, en Vlaanderen te wapenen tegen droogte en wateroverlast. De integrale plannen zijn te raadplegen via www.stroomgebiedbeheerplannen.be. De niet-technische samenvatting wil de lezer wegwijs maken doorheen de krachtlijnen van de stroomgebiedbeheerplannen en aandachtspunten voor het voetlicht brengen.

Depotnummer: D/2022/6871/015

Samen werken aan water


pagina 2

INHOUD Inleiding .............................................................................................................................................................................. 3 Waarom aandacht voor water? .................................................................................................................................... 3 De kaderrichtlijn Water en het decreet Integraal Waterbeleid: een integrale aanpak ................................................. 3 Stroomgebiedbeheerplannen in openbaar onderzoek – de plancyclus......................................................................... 4 Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid ................................................................................................................ 4 De stroomgebieden, bekkens en grondwatersystemen in Vlaanderen: een kennismaking ............................................. 5 Stroomgebieden, bekkens, grondwatersystemen en waterlichamen ........................................................................... 5 Wat willen we bereiken? .................................................................................................................................................... 7 De goede toestand en geen achteruitgang .................................................................................................................... 7 Goede toestand ......................................................................................................................................................... 7 Geen achteruitgang ................................................................................................................................................... 7 OVERSTROMINGS- EN DROOGTERISICOBEHEER: MEERLAAGSE WATERVEILIGHEID ..................................................... 7 Innovatie, financiering, samenwerking en afstemming met andere beleidsdomeinen ................................................. 8 Waar staan we ? ................................................................................................................................................................. 9 De goede toestand ......................................................................................................................................................... 9 Beschermde gebieden .................................................................................................................................................... 9 afwijkingen ................................................................................................................................................................... 12 Voorkomen van achteruitgang ..................................................................................................................................... 12 Overstromingsrisicobeoordeling .................................................................................................................................. 12 Waterschaarste ............................................................................................................................................................ 13 Nog belangrijke inspanningen nodig ............................................................................................................................ 14 Uitwerking maatregelenprogramma: fasering noodzakelijk ........................................................................................ 15 Maatregelenprogramma 2022-2027 ............................................................................................................................ 15 Thematische groepen .............................................................................................................................................. 15 Generieke en waterlichaamspecifieke acties ........................................................................................................... 18 Gebiedsgerichte prioritering inzake goede toestand oppervlaktewaterlichamen .................................................. 18 Gebiedsgerichte aanpak inzake goede toestand grondwaterlichamen ................................................................... 18 Gebiedsgerichte prioritering inzake overstromings- en droogterisicobeheer ......................................................... 18 Disproportionaliteitsanalyse ........................................................................................................................................ 18 kosten maatregelenprogramma 2022-2027 ............................................................................................................... 20

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 3

INLEIDING WAAROM AANDACHT VOOR WATER? Een gezond, robuust watersysteem is essentieel voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving. Een gezond, robuust watersysteem is immers in staat om (klimaat)schokken op te vangen, beschermt de ecosystemen en biedt tegelijkertijd vele functies en diensten. Het beschermt tegen overstromingen, biedt wateropslag, drinkwater, proces- en koelwater. Het voorziet in irrigatie en waterafvoer. Het beschikt over mogelijkheden voor transport, recreatie en beleving. Alleen met een doordacht en duurzaam waterbeleid zal water al zijn functies beter en blijvend kunnen vervullen. Deze kerngedachte van het integraal waterbeleid werd vastgelegd in de Europese kaderrichtlijn Water in 2000, de richtlijn die aan de basis ligt van de stroomgebiedbeheerplannen. Vlaanderen ging hierin zelfs nog een stap verder, door ook de aanpak van overstromingen en droogte in de stroomgebiedbeheerplannen op te nemen. DE KADERRICHTLIJN WATER EN HET DECREET INTEGRAAL WATERBELEID: EEN INTEGRALE AANPAK Het watersysteem is een geheel. Het omvat niet alleen waterlopen, maar ook grondwater, oceanen, zeeën en meren. Ook oevers, valleien, kunstwerken zoals stuwen en sluizen en planten en dieren maken er deel van uit. Het watersysteem is een samenhangend en functioneel geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems en oevers, met natuurlijke grenzen en overgangen. Een integrale aanpak van het watersysteem heeft aandacht voor alle functies (scheepvaart, recreatie, drinkwatervoorziening, industrie, landbouw, natuur, waterafvoer, …). Het kijkt ook naar alle knelpunten die het geheel minder gezond of robuust maken: •

•

de waterkwaliteit is nog niet goed, waarbij zowel gelet wordt op de ecologische en chemische kwaliteit, als op de hydrologische aspecten en op de inrichting (de “hydromorfologie”) het gebruik van water is nog niet duurzaam. Een evenwichtig en billijk gebruik van water en de bescherming van de waterbronnen op lange termijn moet voorop staan

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

•

de noodzaak om de negatieve gevolgen van overstromingen en droogteperiodes af te zwakken

•

de lozingen, emissies en verliezen van prioritaire gevaarlijke stoffen die stopgezet of geleidelijk beëindigd moeten worden

In het stroomgebiedbeheerplan worden al deze aspecten geanalyseerd, doelstellingen bevestigd of wijzigingen voorgesteld, en maatregelen toegelicht en bijkomend beleid voorgesteld. Het plan vermeldt dus zowel lopend beleid als nieuwe voorstellen. Het stroomgebiedbeheerplan integreert het waterbeleid, maar dat wil niet zeggen dat de andere plannen (die soms ook verplicht zijn vanuit Europa) geen eigen besluitvorming meer kennen. Wel worden relaties gelegd, maatregelen vermeld en nieuwe voorstellen gedaan, zowel binnen het waterbeleid (bv. stedelijk afvalwater) als buiten het waterbeleid (bv. landbouwbeleid). Dit gebeurt op verschillende schaalniveaus: voor Vlaanderen als geheel, per rivierbekken of grondwatersysteem of per individueel waterlichaam. Dit alles maakt dat het stroomgebiedbeheerplan een complex (en lijvig) document, of eerder stapel van documenten, is geworden: •

Stroomgebiedbeheerplan voor Schelde en Maas 2022-2027

•

Maatregelenprogramma bij het Stroomgebiedbeheerplan voor Schelde en Maas 2022-2027

•

11 Bekkenspecifieke delen (IJzer, Brugse Polders, Gentse Kanalen, Benedenschelde, Leie, Bovenschelde, Dender, Dijle-Zenne, Nete, Demer en Maas)

•

6 Grondwatersysteemspecifieke delen (Kust en Polder, Centraal Vlaams, Sokkel, Centraal Kempisch, Maas en Brulandkrijt)

•

Informatieve fiches per waterlichaam

•

Een hele reeks achtergronddocumenten met extra duiding en toelichting

Deze niet-technische samenvatting wil de lezer wegwijs maken doorheen de krachtlijnen van het Stroomgebiedbeheerplan en aandachtspunten voor het voetlicht te brengen.


pagina 4

STROOMGEBIEDBEHEERPLANNEN IN OPENBAAR ONDERZOEK – DE PLANCYCLUS

COÖRDINATIECOMMISSIE INTEGRAAL WATERBELEID

De stroomgebiedbeheerplannen worden elke 6 jaar geëvalueerd en aangepast. Ze worden ook telkens voorgelegd aan het publiek via een openbaar onderzoek. De Stroomgebiedbeheerplannen 20222027 zijn de derde generatie plannen sinds 2000.

De CIW is een ambtelijk overlegplatform waarin alle instanties vertegenwoordigd zijn die een essentiële rol in het waterbeleid vervullen.

De stroomgebiedbeheerplannen maken hierbij deel uit van een grotere beleidscyclus. Elk plan wordt voorafgegaan door voorbereidende documenten zoals het tijdschema en werkprogramma, de waterbeheerkwesties en de waterbeleidsnota. Jaarlijks wordt over de uitvoering van het lopende stroomgebiedbeheerplan gerapporteerd via het Wateruitvoeringsprogramma (WUP) en halfweg de beleidsperiode wordt een tussentijdse evaluatie uitgebracht. Figuur 1:

Op het niveau van het Vlaamse Gewest zorgt de CIW voor de voorbereiding, de planning, de controle en de opvolging van het integraal waterbeleid. Haar taken zijn omvatten ook de aanpak van de bekkenwerking, de richtlijnen voor de watertoets voorbereiden, watersysteemkennis verspreiden en de beslissingen van de Vlaamse Regering op het gebied van integraal waterbeleid uitvoeren. Meer informatie over de samenstelling, de taken en de werking van de CIW is beschikbaar via www.integraalwaterbeleid.be.

De cyclus van het stroomgebiedbeheerplan

2000

Laatste deadline termijnverlenging (tech & dispro)

Goede toestand waterlichamen

Goedkeuring kaderrichtlijn Water 2005

2010

2015

2020

END 2027

waterbeleidsnota waterbeheerkwesties tijdschema en werkprogramma

stroomgebiedbeheerplannen maatregelenprogramma bekkenspecifieke delen grondwatersysteemspecifieke delen

(# 11)

(# 6)

(# 11)

(# 6)

De cyclus van het stroomgebiedbeheerplan: •

De eerste stroomgebiedbeheerplannen moesten uiterlijk 22 december 2009 voor het eerst vastgesteld en bekendgemaakt worden. Sindsdien worden de stroomgebiedbeheerplannen elke 6 jaar herzien

•

De waterbeleidsnota en waterbeheerkwesties en het tijdschema en werkprogramma lopen twee jaren vooruit op de stroomgebiedbeheerplannen

•

Het Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 is de 2de herziening van de plannen

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 5

DE STROOMGEBIEDEN, BEKKENS EN GRONDWATERSYSTEMEN IN VLAANDEREN: EEN KENNISMAKING STROOMGEBIEDEN, BEKKENS, GRONDWATERSYSTEMEN EN WATERLICHAMEN In het Vlaamse Gewest liggen vier stroomgebieden: de stroomgebieden van de Schelde, de Maas, de IJzer en de Brugse Polders. Deze stroomgebieden maken deel uit van stroomgebieddistricten. Voor de Schelde en de Maas zijn dit de internationale stroomgebieddistricten van de Schelde en de Maas. De twee kleinere stroomgebieden van de IJzer en de Brugse Polders zijn toegevoegd aan het stroomgebieddistrict van de Schelde. •

•

het Stroomgebiedbeheerplan voor Schelde en Maas 2022-2027 en het bijhorend Maatregelenprogramma hebben betrekking op het volledige Vlaamse grondgebied. Beide stroomgebiedbeheerplannen zijn geïntegreerd in 1 document er is ook een overkoepelend internationaal Stroomgebiedbeheerplan en een overkoepelend internationaal Overstromingsrisicobeheerplan. Deze documenten worden opgemaakt in riviercommissies voor de Schelde en de Maas in samenwerking met de andere landen en gewesten die deel uitmaken van het stroomgebieddistrict

Stroomgebieden bestaan uit één of meerdere bekkens. Vlaanderen telt 11 bekkens : IJzer, Brugse Polders, Leie, Gentse kanalen, Bovenschelde, Benedenschelde, Dender, Dijle-Zenne, Nete, Demer en Maas. Voor het grondwater worden 6 grondwatersystemen onderscheiden, die op verschillende dieptes boven en naast elkaar voorkomen: Brulandkrijtsysteem, Centraal Kempisch systeem, Centraal Vlaams systeem, Kust- en Poldersysteem, Sokkelsysteem en het Maassysteem. •

•

in het Stroomgebiedbeheerplan worden de kenmerken en problemen van de verschillende bekkens en systemen vergeleken in de bekkenspecifieke delen en de grondwatersysteemspecifieke delen worden alle analyses en maatregelen verder uitgewerkt per bekken, respectievelijk grondwatersysteem

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

Het oppervlaktewater en het grondwater worden opgedeeld in waterlichamen. Een oppervlaktewaterlichaam is een onderscheiden (deel van een) stroom, rivier of kanaal dan wel een stilstaand water zoals een meer of een waterbekken. Een grondwaterlichaam is een onderscheiden grondwatermassa in één of meer watervoerende lagen (of in een deel ervan). •

de normen, doelstellingen, de gebiedsindeling en de generieke maatregelen maken deel uit van het Stroomgebiedbeheerplan

•

de waterlichaamspecifieke acties worden in de bekkenspecifieke en de grondwatersysteemspecifieke delen beschreven

•

per waterlichaam zijn fiches voorzien

De hoofdstukken “2. Analyse en Beschermde Gebieden” en “3. Doelstellingen en beoordelingen” van het Stroomgebiedbeheerplan zijn opgebouwd uit verschillende delen zoals een beschrijving van de watergebruikers, de karakterisering van oppervlaktewater en grondwater, een beschrijving van de monitoringsystemen e.d. Deze hoofdstukken zijn in de eerste plaats beschrijvend en technisch van aard. Veel procedures en methodes liggen immers vast omwille van Europese en Vlaamse regelgeving. Ten opzichte van de eerdere stroomgebiedbeheerplannen zijn er -naast de algemene actualisaties- een aantal belangrijke wijzigingen: •

de achtergrondniveaus en de drempelwaarden voor de chemische beoordeling van de grondwaterlichamen zijn gewijzigd (in 2016), alsook worden niet-relevante metabolieten van actieve pesticiden niet meer mee in rekening gebracht

•

een waterschaarste- en droogterisicoanalyse werd als bijkomend hoofdstuk opgenomen

•

de overstromingsrisicoanalyse bevat nu ook een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling


pagina 6 •

een voorstel van afbakening van beschermde gebieden oppervlaktewater in kader van de drinkwaterwinning werd opgenomen

Figuur 2:

De elf bekkens in Vlaanderen

Figuur 3:

De zes grondwatersystemen in Vlaanderen

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

•

een analyse inzake klimaatverandering en adaptatie beschrijft de klimaatscenario’s en de verwachte impact ervan voor water.


pagina 7

WAT WILLEN WE BEREIKEN? DE GOEDE TOESTAND EN GEEN ACHTERUITGANG

Goede toestand Via de kaderrichtlijn Water engageerden de lidstaten zich om het watersysteem tegen 2015 in een goede toestand te brengen, behoudens situaties waarvoor uitzonderingen kunnen ingeroepen worden. Deze “goede toestand” legt de lat hoog; het water mag slechts “een geringe mate van verstoring ten gevolge van menselijke activiteiten vertonen, en slechts licht afwijken van wat normaal is in onverstoorde staat”. Uitzonderingen kunnen ingeroepen worden omwille van technische moeilijkheden, onevenredige kosten of trage (natuurlijke) herstelritmes. De beoordelingsmethoden worden toegelicht in de hoofdstukken “2. Analyse en Beschermde Gebieden” en “3. Doelstellingen en beoordelingen” van het Stroomgebiedbeheerplan. We geven hier de grote lijnen weer. Het bereiken van de goede toestand wordt voor het oppervlaktewater getoetst aan de hand van 5 biologische elementen, ondersteunende fysischchemische parameters zoals zuurstof en nutriënten, verontreinigende stoffen zoals metalen en pesticiden, en hydromorfologische indicatoren zoals het profiel, de bedding en de oever, de stroming e.d. Voor de beoordeling worden 5 categorieën gebruikt: “zeer goed”, “goed”, “ontoereikend”, “matig” en “slecht”. Voor grondwater wordt gebruik gemaakt van kwantitatieve indicatoren zoals waterpeil en chemische indicatoren zoals zouten en verontreiniging. Het slechts scorende element bepaalt de algemene toestand. Dit staat ook bekend als het “one out, all out”-principe.

Geen achteruitgang De toestand van een waterlichaam mag niet verslechteren, ook als werd de goede toestand nog niet bereikt. Ook dit moet per kwaliteitselement bekeken worden. Ook hier worden een aantal uitzonderingsmogelijkheden voorzien, zoals extreme weersomstandigheden of nieuwe ontwikkelingen van groot maatschappelijk belang.

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

OVERSTROMINGS- EN DROOGTERISICOBEHEER: MEERLAAGSE WATERVEILIGHEID Het overstromingsbeleid in Vlaanderen geeft uitvoering aan de Overstromingsrichtlijn (ORL) die stelt dat we het risico op overstromingen beter moeten inschatten en dat we maatregelen moeten nemen om de schade te beperken. Vlaanderen streeft naar een duurzame vermindering van het overstromingsrisico met voldoende One out, all out Bij de beoordeling van de toestand moet het “one out, all out”-principe gehanteerd worden; het slechtst scorende element bepaalt de algemene toestand. Zo scoort ruim 34% van de waterlichamen goed voor “macro-invertebraten”, maar slechts 8% voor “vissen”, waardoor slechts 8% voor beide samen “goed” scoren. Ondersteunende parameters, zoals zuurstof en nutriënten, kunnen de algemene toestand niet slechter doen scoren dan “matig”. GEP versus GET Indien een waterlichaam in functie van haar nuttig gebruik dermate gewijzigd is dat het onmogelijk wordt om de ecologische toestand te bereiken, mag een aangepast normenstelsel gebruikt worden. We spreken over het “ecologisch potentieel” van de “sterk veranderde waterlichamen”. “Nuttig gebruik” omvat bijvoorbeeld situaties (maar niet alle) met betrekking tot de scheepvaart, havenfaciliteiten, drinkwatervoorziening, hernieuwbare energie, overstromingen, irrigatie en waterhuishouding. Chemische toestand De chemische toestand heeft betrekking op de normen voor 45 gevaarlijke en giftige stoffen (“prioritaire stoffen”), die zijn bepaald door de EU en gelden in de hele Unie. Het gaat om stoffen die vaak slecht afbreekbaar zijn en zich opstapelen in het milieu. Bekende stoffen zijn kwik, cadmium, PFOS en PAK.


pagina 8

bescherming voor de mens, de economische bedrijvigheid, de ecologie en het cultureel erfgoed. Hiervoor passen we de principes van de meerlaagse waterveiligheid toe waarbij we zowel inzetten op het beschermen tegen kritieke overstromingen (protectie), op het voorkomen van schade door overstromingen (preventie), als op goed werkend crisisbeheer (paraatheid). Protectieve maatregelen in kader van wateroverlast zijn bv. hemelwaterputten en groendaken, maar ook dijken en overstromingsgebieden. Ruimte voor water en aangepast bouwen zijn vormen van preventieve maatregelen. Paraatheid wordt versterkt via o.a. waarschuwingssystemen en de inzet van de brandweer. Voor de overstromingsrisicobeheerdoelstellingen worden de indicatoren ‘potentieel getroffen mensen’ en ‘economische schade’, ‘scheepvaartstremming ten gevolge van hoge afvoeren’, ‘ecologische impact’ en ‘drinkwatertekort’ toegepast. Voor de watertekortbeheerdoelstellingen wordt eveneens gebruik gemaakt van een risicobenadering volgens de principes van de meerlaagse waterveiligheid, waarbij we inzetten op protectieve, preventieve en paraatheidsverhogende maatregelen die de watervraag en het wateraanbod in evenwicht houden. Vlaanderen streeft naar een duurzame beschikbaarheid van water voor de mens, scheepvaart, watervoorziening, industrie en landbouw, onroerend erfgoed en recreatie. Voorbeelden van protectieve maatregelen bij waterschaarste zijn maatregelen die water beter vasthouden, bergen of laten infiltreren. Preventieve maatregelen om waterschaarste te vermijden en de watervraag te verminderen zijn bv. waterbesparende technieken of aangepaste teeltkeuzes. De indicatoren zijn hier ‘duur en intensiteit van de droogte’, het ‘eco-hydrologisch regime’, de ‘ruwwaterbeschikbaarheid’ en ‘aantal diepgangbeperkingen’. Het verminderen van het risico op overstromingen en watertekort is een gedeelde verantwoordelijkheid van overheden, sectoren en burgers.

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

INNOVATIE, FINANCIERING, SAMENWERKING EN AFSTEMMING MET ANDERE BELEIDSDOMEINEN Het waterbeleid loopt tegen de grenzen van haar eigen beleidsmogelijkheden aan. Zo evolueert het waterkwaliteitsbeleid van een aanpak van specifieke, eerder omvangrijke puntproblemen (grote lozingen, uitbouwen waterzuiveringsinfrastructuur, …) naar een aanpak van meer diffuse problemen (bemesting, erosie, pesticiden, atmosferische depositie, …) en wordt daarbij geconfronteerd met maatschappelijke processen (het Vlaams landbouwmodel, de internationale handel, het intensief en versnipperd ruimtegebruik, de toenemende consumptie, …) die de doelstellingen van het waterbeleid bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. De nieuwe uitdaging is dan ook om veranderingen en innovatie te initiëren en in te spelen op dynamieken binnen het aangrenzende beleid (landbouw, natuur, ruimte, bodem, wonen, …).


pagina 9

WAAR STAAN WE ? DE GOEDE TOESTAND Hoewel de kwaliteit van het oppervlaktewater in het algemeen en zeker op niveau van individuele kwaliteitselementen licht gunstig evolueert, verkeert amper 1 van de 195 Vlaamse oppervlaktewaterlichamen in goede ecologische toestand. Van de overige 194 waterlichamen is ruim 30% in een matige toestand, ruim 40 % in een ontoereikende toestand en ongeveer 25% in een slechte toestand. Over heel Vlaanderen behalen 9 waterlichamen de goede toestand voor alle gemeten biologische elementen (dus zonder rekening te houden met fysisch-chemische parameters). Er zijn 5 bekkens waar geen enkel waterlichaam de goede toestand haalt voor alle biologische elementen samen (Bovenschelde, Demer, Dender, Leie en Nete). Omwille van een aantal veelvoorkomende stoffen is de chemische toestand bovendien nergens goed. Boosdoeners zijn vooral de “alomtegenwoordige stoffen” zoals kwik en PFOS. Rekening houdend met de chemische en kwantitatieve toestand bevinden zich 15 van de 42 grondwaterlichamen in een goede toestand. Ook hier geldt dat wanneer kwaliteit en kwantiteit afzonderlijk bekeken worden, het beeld genuanceerder wordt: 33 grondwaterlichamen hebben een goede kwantitatieve toestand en 19 een goede chemische toestand. Ook de trend werd geanalyseerd en hieruit blijkt dat voor een aantal grondwaterlichamen een waaktoestand ingeroepen moet worden omdat het grondwaterpeil of de nitraatconcentraties ongunstig evolueren. In de ingesloten figuren wordt een overzicht op hoofdlijnen gegeven. Meer uitgebreide informatie met betrekking tot de bereikte toestand is beschikbaar in het hoofdstuk “3. Doelstellingen en beoordelingen” van het Stroomgebiedbeheerplan, in de bekkenspecifieke en grondwatersysteemspecifieke delen en in de waterlichaamfiches. De hoge bevolkingsdruk, het intensieve ruimtegebruik, de economische activiteiten, de historische belasting en de kwaliteit van het water dat vanuit andere gewesten en landen Vlaanderen binnenstroomt, bepalen gezamenlijk de verontreiniging die de waterlopen te verwerken krijgen. De belangrijkste drukken zijn historisch Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

gedaald, maar de verbetering is minder sterk dan voorheen. Bovendien blijft de hydromorfologie van de waterlopen – de variatie in stroomsnelheden, de variatie in diepte en breedte, de structuur van de rivierbedding, de oevers − over het algemeen ontoereikend. Naarmate de goede toestand dichterbij komt worden nieuwe knelpunten vastgesteld. Een voorbeeld zijn de klimaatwijziging, via gewijzigde watervolumes of temperaturen, en invasieve exoten zoals de wolhandkrab. BESCHERMDE GEBIEDEN Beschermde gebieden zijn gebieden die een bijzondere bescherming verkregen in het kader van andere Europese wetgeving. Dit zijn gebieden aangewezen in kader van drinkwaterproductie, Natura2000, recreatie en voedselproductie. De beschermde gebieden omvatten vaak niet het volledige waterlichaam, maar specifieke zones daarbinnen Uit de toestandsbeoordeling blijkt dat de kwaliteit op de drinkwaterwinplaatsen bacteriologisch goed is, maar dat een aantal winplaatsen (oppervlaktewater en grondwater) slecht scoort voor pesticiden of fosfaat. Binnen de beschermde gebieden Natuur zijn twee strengere milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater van kracht. De norm voor BZV wordt behaald, maar de norm voor zuurstof slechts in de helft van de gevallen.


pagina 10

Figuur 4:

Vlaamse waterlichamen - beoordeling biologische kwaliteitselementen en globale biologische beoordeling

Figuur 5:

Vlaamse waterlichamen - beoordeling algemene fysisch-chemische parameters en globale beoordeling

Figuur 6:

Hydromorfologische kwaliteit van de Vlaamse waterlichamen

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 11

Tabel 1:

Beoordeling van de grondwaterlichamen hoofdzakelijk freatisch regime (bovenaan) en gespannen regime (onderaan)

Groen = goede toestandsbeoordeling Rood = ontoereikende toestandsbeoordeling N+ = beoordeling in 2012 was “ontoereikend”, er is een vooruitgang N- = beoordeling in 2012 was “goed”, er is een achteruitgang

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 12

AFWIJKINGEN Voor alle waterlichamen waar vastgesteld werd dat de goede toestand in 2021 niet bereikt werd moet Vlaanderen beroep doen op afwijkingen. Het nietbereiken van de goede toestand is een algemeen probleem voor veel lidstaten, mede in de hand gewerkt door het eerder vermelde “one out, all out”principe. Afwijkingen kunnen onderbouwd worden op basis van technische haalbaarheid, onevenredige kosten of natuurlijke omstandigheden. Concreet doet Vlaanderen voor 194 oppervlaktewaterlichamen en voor 27 grondwaterlichamen beroep op de afwijking termijnverlenging. Voor oppervlaktewater wordt dit verantwoord door “onevenredige kosten” (onder de vorm van betaalbaarheid) en in mindere mate “technische haalbaarheid”, voor grondwater vooral door “natuurlijke omstandigheden”. In vergelijking met de doelstellingen van SGBP 20162021 werden de plandoelstellingen voor oppervlaktewater, het halen van de goede toestand in de 17 speerpuntgebieden, niet gehaald. De doelstellingen voor grondwater werden wel gehaald. Voor de speerpuntgebieden is een gedetailleerde evaluatie gemaakt. Er wordt geen gebruik gemaakt afwijkingsmogelijkheid “minder doelstellingen”.

(Kolenkalk) werd een achteruitgang vastgesteld en is grensoverschrijdende afstemming noodzakelijk. OVERSTROMINGSRISICOBEOORDELING Uit de overstromingsrisicobeoordeling blijkt dat de economische gevolgschade en het aantal potentieel getroffen mensen ten gevolge van overstromingen met grote, middelgrote en kleine kans in de meeste bekkens ernstig tot kritisch is. In drie bekkens (IJzerbekken, bekken van de Brugse Polders en Beneden-Scheldebekken) kunnen zich catastrofale gevolgen voordoen bij overstromingen met kleine kans. Globaal gezien betekent dit dat de toestand, indien mogelijk, verbeterd moet worden aan de hand van kostenefficiënte acties. In het bekken van de Brugse Polders is het aantal potentieel getroffen mensen en de economische schade bij overstromingen met middelgrote kans catastrofaal. Dit is te wijten aan de overstromingen vanuit de zee. Deze catastrofale gevolgen bij middelgrote kans dragen sterk bij tot het totale overstromingsrisico en zijn onaanvaardbaar.

van de strenge

VOORKOMEN VAN ACHTERUITGANG In 48 oppervlaktewaterlichamen werd een mogelijke achteruitgang van de toestand vastgesteld. Deze oppervlaktewaterlichamen kregen een specifieke analyse, want een achteruitgang van de toestand is niet toegestaan. In 16 gevallen werd dit als “misclassificatie” beschouwd en in 28 als “tijdelijke achteruitgang” (bv. omwille van uitzonderlijke droogte). 4 Waterlichamen krijgen een specifieke aanpak (o.a. bijzonder onderzoek) om de achteruitgang ongedaan te maken. Voor een groot aantal freatische grondwaterlichamen werd een dalende korte termijntrend (2012-2018) vastgesteld die mogelijk vooral een gevolg is van het cumulatieve neerslagtekort dat zich afgelopen jaren heeft opgebouwd. Gezien de link met de droogte wordt deze achteruitgang als “tijdelijk” beschouwd en een terugkeer naar de goede toestand is zeker haalbaar. Voor één gespannen grondwaterlichaam Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

Figuur 7:

Overzicht van de potentieel getroffen inwoners per bekken, per scenario, per bron van overstromingen.


pagina 13

Van het overstroombaar areaal (zeer) waardevol natuurgebied is het grootste deel (matig) tolerant voor overstromingen. Slechts een klein deel is weinig of niet tolerant. Voor dit deel moeten kosteneffectieve acties ingezet worden om de toestand te verbeteren. Voor het areaal dat tolerant is voor overstromingen, is de toestand aanvaardbaar en moet geen bijkomende actie ondernomen worden. Het aantal dagen met een scheepvaartstremming door hoge afvoeren blijft min of meer stabiel en schommelt rond de 30 dagen. De drinkwaterwinning kende de afgelopen jaren geen problemen als gevolg van overstromingen.

WATERSCHAARSTE De droogte-indicatoren geven aan dat alle recente jaren (2017 tot 2019) zeer droge jaren ging waren, met telkens een periode waarbij één of meerdere indicatoren een extreme droogte toonden. De meest gevoelige bekkens voor een impact op de scheepvaart door waterschaarste zijn de meer westelijk gelegen bekkens. Diepgangbeperkingen leiden onmiddellijk tot economische gevolgen omdat er minder goederen per schip kunnen getransporteerd worden en moeten daarom tot een minimum beperkt worden. Langdurige diepgangbeperkingen brengen de betrouwbaarheid van het transport over water als alternatieve groene vervoersmodus in het gedrang. De evaluatie van de ruwwatertekorten voor de drinkwatersector ten gevolge van watertekort laat toe om de toestand te beoordelen. Tijdens de lange droogte van 2018 was er bezorgdheid over de reserves. De drinkwatervoorziening kwam evenwel niet onmiddellijk in het gedrang. Het aspect ecologie is nu nog niet beoordeeld, maar zal in de toekomst beoordeeld worden via de beoordeling van het ecohydrologisch regime. Een beoordeling van het ecohydrologisch regime is vooral belangrijk als verklaring voor het niet voldoen van waterlichamen aan de doelstellingen.

Figuur 8: Overzicht van de economische schade per bekken, per scenario, per bron van overstromingen.

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

Figuur 9:

Overzicht van de drie bevoorradingsgebieden gelinkt aan een oppervlaktewaterwinning voor 2018 en 2019.


pagina 14

NOG BELANGRIJKE INSPANNINGEN NODIG De goede toestand van ons watersysteem behalen, evenals de doelstellingen inzake overstromings- en droogterisicobeheer, zullen dus nog belangrijke inspanningen vergen. De derde Waterbeleidsnota (2020) schetst de algemene beleidsvisie op het te voeren integraal waterbeleid in Vlaanderen, aan de hand van 3 strategische doelstellingen en 6 krachtlijnen. Het maatregelenprogramma geeft uitvoering aan deze visie.

Figuur 10: Waterbeleidsnota - Visie

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 15

WAT STELLEN WE VOOR: HET MAATREGELENPROGRAMMA UITWERKING MAATREGELENPROGRAMMA: FASERING NOODZAKELIJK

•

de effectiviteit en de betaalbaarheid van het maatregelenprogramma worden voor wat betreft de doelstelling goede toestand onderzocht aan de hand van modellering van effecten van maatregelen en een disproportionaliteitsanalyse. Daarnaast wordt het maatregelenprogramma ook vergeleken met een BAU-scenario en een maximaal scenario

•

acties in het kader van veiligheid tegen overstromingen en beperken van de effecten van waterschaarste en droogte, worden geprioriteerd volgens verschillende criteria: effect, omvang, kosten, klimaatadaptatie, klimaatmitigatie, synergie met andere beleidsdoelstellingen (zoals goede toestand), uitvoerbaarheid, huidig overstromingsrisico, etc.

De goede toestand blijkt voor de meeste waterlichamen moeilijk haalbaar, ook tegen 2027. Dit neemt niet weg dat Vlaanderen alles in het werk wil stellen om de Europese kwaliteitsdoelstellingen te realiseren volgens de Europees gestelde timing. Voor overstromings- en droogterisicobeheer geldt geen Europese deadline maar wil Vlaanderen niettemin het risico op schade zo veel mogelijk te beperken. Het maatregelenprogramma moet alle maatregelen bevatten die nodig zijn om de goede toestand te bereiken, tenzij deze technisch onhaalbaar dan wel qua kosten disproportioneel zijn. Deze disproportionaliteit omvat zowel de aspecten kosten versus baten (wegen de inspanningen en kosten op tegen de baten -financiële en andere- van het resultaat?) als financierbaarheid/betaalbaarheid (volstaat de financiële draagkracht om dit aan dit tempo te realiseren?): •

•

de analyses (druken impactanalyse, economische analyse, overstromingsrisicoanalyse, droogterisicoanalyse), de toestandsbeoordelingen en de waterbeleidsnota liggen aan de basis van de acties die worden voorgesteld acties werden ingedeeld in een maatregelengroep in functie van het hoofddoel van de actie, maar vanuit de integrale benadering wordt zoveel mogelijk gewerkt met acties die gunstig zijn voor meerdere doelstellingen

•

de onder elke groep geformuleerde maatregelen werden vervolgens verder geconcretiseerd in acties voor uitvoering vanaf 2022. Het gaat hierbij zowel om acties die specifiek zijn voor voor één bepaald waterlichaam, als om acties voor heel Vlaanderen (“generieke acties”).

•

net als in het vorige maatregelenprogramma is ook voor dit maatregelenprogramma, naast een inhoudelijke of thematische prioritering van acties en maatregelen, een gefaseerde prioriteringsaanpak uitgewerkt vanuit een gebiedsgerichte invalshoek (speerpuntgebieden en aandachtsgebieden)

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

MAATREGELENPROGRAMMA 2022 -2027

Thematische groepen Het decreet Integraal Waterbeleid legt formeel de inhoud van het maatregelenprogramma vast in 13 thematische groepen. Het Maatregelenprogramma (document) omvat de generieke acties, dit zijn acties die voor heel Vlaanderen van toepassing zijn. De waterlichaamspecifieke acties worden in de bekkenspecifieke delen en grondwatersysteemspecifieke delen beschreven. Handhaving, het essentieel sluitstuk van de regelgeving, wordt besproken in een apart hoofdstuk.


pagina 16

Tabel 2:

Thematische groepen Maatregelenprogramma

Groep 1

Europese wetgeving Op het moment dat de kaderrichtlijn Water in werking trad, bestonden er al een tiental andere Europese (milieu)richtlijnen met invloed op het watersysteem, zoals de richtlijn Stedelijk Afvalwater, en de Nitraatrichtlijn. De maatregelen in uitvoering van deze richtlijnen worden beschouwd als een integraal onderdeel van het maatregelenprogramma.

Groep 2

Kostenterugwinningsbeginsel en vervuiler-betaalt-beginsel De lidstaten moeten er voor zorgen dat de diverse watergebruikssectoren (huishoudens, industrie, landbouw) een redelijke bijdrage leveren aan de terugwinning van de kosten van de waterdiensten. Die bijdrage moet rekening houden met het beginsel dat de vervuiler betaalt. Voorbeelden: heffing op grondwaterwinning en watercaptatie, drinkwaterprijs, heffing op waterverontreiniging, bovengemeentelijke en gemeentelijke saneringsbijdrage

Groep 3

Duurzaam watergebruik Maatregelen gericht op zowel duurzame watervoorziening als duurzaam watergebruik. Duurzaam watergebruik richt zich op voorkomen van verspilling (spaarzaam watergebruik) en dat de gebruikte waterkwaliteit enkel ingezet wordt voor het juiste proces. Duurzame watervoorziening focust vooral op de bevoorrading en het invullen van een watervraag op een veilige wijze binnen de draagkracht van het watersysteem. Voorbeelden: Strategisch Plan Waterbevoorrading, wateraudit en waterscan, vergunningen, communicatiecampagnes, proefprojecten

Groep 4A

Beschermde en waterrijke gebieden grondwater Voor het grondwater zijn de beschermde gebieden vanuit natuurbescherming (voornamelijk grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen) en de drinkwaterbeschermingszones van belang. Voorbeelden: strengere milieunormen en gebruiksbeperkingen, onderzoek, handhaving

Groep 4B

Beschermde en waterrijke gebieden oppervlaktewater Beschermde gebieden omvat naast natuurbescherming en drinkwaterbescherming ook recreatiewaters. Voorbeelden: strengere milieunormen en gebruiksbeperkingen, handhaving, bestrijding exoten

Groep 5A

Kwantiteit grondwater Maatregelen van deze groep streven naar een duurzaam en sluitend voorraadbeheer, waarbij de focus enerzijds ligt op het voorkomen van problemen en anderzijds op het stabiliseren, verbeteren en herstellen van de voorraden in probleemzones. Bovendien moeten deze maatregelen ook de impact van droogte milderen en waterschaarste voorkomen. Voorbeelden: gebiedspecifiek vergunningenbeleid, erkenning boorbedrijven, debietmeters

Groep 5B

Kwantiteit oppervlaktewater Het doel is een robuust watersysteem dat de vraag naar en het aanbod van water in evenwicht probeert te houden. Aanbodsverhogende en vraagbeperkende maatregelen zijn nodig om de goede (kwantitatieve) toestand te bereiken en de kans op een crisis zoveel mogelijk te verminderen, aangevuld met een reactieve pijler die vóór en tijdens een crisis de schadelijke gevolgen zo veel mogelijk beperkt. Voorbeelden: actief peilbeheer, verhogen waterbeschikbaarheid, uitbouw crisiscoördinatie

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 17

Groep 6

Overstromingen De maatregelen van groep 6 streven naar het beheersen en voorkomen van de negatieve gevolgen van overstromingen en wateroverlast, waarbij de focus ligt op het voorkomen van negatieve gevolgen en op het verbeteren en herstellen van probleemzones. Voorbeelden: vrijhouden overstromingsgebieden, overstromingsbestendig bouwen, wachtbekkens en dijken, onderhoud grachten, vasthouden regenwater en infiltratie

Groep 7A

Verontreiniging grondwater Terugdringen van verontreiniging door puntbronnen (o.a. bodemverontreiniging) en diffuse verontreiniging (o.a. pesticiden en nutriënten) Voorbeelden: bodemdecreet, mestactieplan, gebruiksregels pesticiden

Groep 7B

Verontreiniging oppervlaktewater Verontreiniging van oppervlaktewater wordt veroorzaakt door industriële puntbronnen, door puntof diffuse bronnen vanuit de landbouwsector, lozingen van huishoudelijk afvalwater (via RWZI of disperse huishoudelijke lozingen), andere diffuse bronnen en calamiteiten. In deze maatregelengroep komt dan ook een brede waaier aan beleidsinstrumenten aan bod. Voorbeelden: vergunningen, erosiemaatregelen, nieuw GLB, saneringsinfrastructuur

Groep 8A

Hydromorfologie Hydromorfologie omvat aspecten zoals stromingspatroon, meandering en oeverstructuur. Acties m.b.t. hydromorfologie binnen beschermde gebieden werden ondergebracht bij maatregelengroep 4B. Voorbeelden: hermeanderingsprojecten, oeverinrichting, wegnemen migratieknelpunten, aangepast beheer

Groep 8B

Waterbodem De strategie steunt op 4 pijlers: reduceren van sedimentaanvoer en terugdringen van verontreinigingsbronnen, beheer sedimentkwantiteit in de waterloop en verbeteren waterbodemkwaliteit, hergebruik van bagger- en ruimingsspecie en kennisopbouw en gegevensontsluiting. Voorbeelden: erosiebeleid, sedimentruiming, sedimentverkenner

Groep 9

Andere maatregelen Deze groep omvat maatregelen die niet specifiek aan één thema toegewezen kunnen worden, maar die eerder thema-overschrijdend zijn, zoals uitbouwen van kennis, draagvlakverbreding, overleg en coproductie, klimaatbeleid. Voorbeelden: evaluatie indexen en GEP, overleg via CIW en gebiedsgericht overleg

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 18

Generieke en waterlichaamspecifieke acties Naast het overkoepelend maatregelenprogramma worden acties verder gespecifieerd in bekken- en grondwatersysteemspecifieke delen: •

een maatregelenprogramma op stroomgebiedniveau Schelde en Maas met generieke (of Vlaanderen brede) acties

•

actieprogramma’s in elk van de 11 bekkenspecifieke delen

•

actieprogramma’s in elk van de 6 grondwatersysteemspecifieke delen

Alle acties kunnen ook geraadpleegd worden via een geoloket. Per actie is een fiche voorzien met verdere omschrijving, informatie over de situering, initiatiefnemer(s), een inschatting van de kostprijs, etc.

Gebiedsgerichte prioritering inzake goede toestand oppervlaktewaterlichamen Net zoals in het maatregelenprogramma bij de vorige stroomgebiedbeheerplannen, wordt een gebiedsgerichte aanpak en prioritering voorgesteld . Oppervlaktewaterlichamen worden geprioriteerd rekening houdend met de actuele toestand en de doelafstand. Voor de speerpuntgebieden wordt een goede toestand in 2027 beoogd, voor aandachtsgebieden een significante vooruitgang: •

het maatregelenprogramma heeft de ambitie om een derde van de oppervlaktewaterlichamen in goede toestand te krijgen (de 66 speerpuntgebieden) en bijna de helft in significant betere toestand (de 88 aandachtgebieden)

•

voor alle oppervlaktewaterlichamen geldt een reductiedoel

•

in de speerpuntgebieden moeten alle maatregelen uitgevoerd worden in de planperiode tot 2027 en moet het reductiedoel volledig gerealiseerd worden

•

voor de niet speerpuntgebieden worden de maatregelen gespreid in de tijd (meerdere planperiodes) en moet een deel van het reductiedoel gerealiseerd worden.

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting

Gebiedsgerichte aanpak inzake toestand grondwaterlichamen

goede

Voor een betere afstemming tussen vraag en aanbod van grondwater is een gedifferentieerd grondwaterbeleid uitgewerkt in functie van de kwantitatieve toestand van de grondwaterlichamen. Voor grondwaterlichamen in een ontoereikende kwantitatieve toestand zijn actiegebieden en waakgebieden afgebakend waar herstelprogramma’s uitgevoerd worden.

Gebiedsgerichte prioritering inzake overstromings- en droogterisicobeheer Om de overstromingsacties te prioriteren werd, in lijn met de filosofie van de Overstromingsrichtlijn, het criterium 'maximaliseren van de sociale baten' gebruikt aan de hand van het potentieel aantal getroffen inwoners per afstroomzone. De 75 afstroomzones met een hoog sociaal risico omvatten 85% van het totale risico in Vlaanderen. Voor de droogte- en waterschaarsteacties is er geen specifieke gebiedsprioritering gebeurd. DISPROPORTIONALITEITSANALYSE Om te kunnen inschatten of het actieprogramma al dan niet onevenredig hoge kosten met zich meebrengt, werd het beoordelingskader voor de economische onderbouwing van het concept disproportionaliteit uit de eerste en tweede generatie stroomgebiedbeheerplannen verfijnd: •

Redelijkheid van het scenario: zijn de totale kosten van een scenario proportioneel ten opzichte van de verwachte bijdrage tot de milieudoelstellingen en de verwachte baten? Wegen de maatschappelijke voordelen op t.o.v. de inspanningen die geleverd worden?

•

Haalbaarheid voor doelgroepen: zijn de kosten proportioneel ten opzichte van de financiële mogelijkheden (draagkracht) van de industrie, de landbouw, de huishoudens en de overheid?

De kosten-batenanalyse van het scenario “Maatregelenprogramma” blijkt zeker positief. Wat de haalbaarheid voor de doelgroepen betreft, heeft enkel de verhoging van de waterfactuur beperkte gevolgen voor de betaalbaarheid. De jaarlijkse overheidsuitgaven stijgen met 3%. Er kon nog geen rekening gehouden worden met de lasten voor sectoren door zelfvoorzieningen (vb. erosiebestrijding in landbouw of bijkomende zuivering voor industrie).


pagina 19

Figuur 11: Goede toestand: Gebiedsindeling oppervlaktewaterlichamen

Figuur 12: Waterveiligheid: Verdeling risico – getroffen inwoners van de afstroomzones

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 20

KOSTEN MAATREGELENPROGRAMMA 2022-2027 Een deel van het maatregelenprogramma kan uitgevoerd worden met de beschikbare middelen. Om het volledige maatregelenprogramma te realiseren moeten in de komende planperiode echter extra middelen vrijgemaakt worden, verder de "meerkost" genoemd.

Tabel 3:

De grootste kosten situeren zich in groep 7B met een aanzienlijke investeringskost voor saneringsprojecten (uitbouw en optimalisatie waterzuivering) en in groep 6 met investeringen op het vlak van overstromingen. De investeringskosten voor de generieke maatregelen bedragen 3 miljard euro waarvan ruim 1,5 miljard euro meerkost. De kosten voor de waterlichaamspecifieke acties per bekken zijn geraamd op 1.670 miljoen euro waarvan 571 miljoen euro meerkost.

Totaaloverzicht van kosten voor alle acties (afronding op 1.000 €)

Maatregelengroep

2 3 4A 4B 5A 5B 6 7A 7B 8A 8B 9 Eindtotaal

investeringskosten voor planperiode (€)

operationele kosten per jaar (€)

beschikbare middelen voor investeringen (€)

beschikbaar voor operationele uitgaven per jaar (€)

meerkost investeringen voor planperiode (€)

meerkost operationele kosten per jaar (€)

meerkost operationele kosten voor planperiode (€)

850.000

0

450.000

0

400.000

0

0

92.994.000

0

91.544.000

0

1.450.000

0

0

27.695.000

290.000

25.987.000

0

1.708.000

290.000

1.740.000

95.625.000

406.000

34.208.000

151.000

61.418.000

255.000

1.530.000

7.305.000

180.000

868.000

0

6.438.000

180.000

1.080.000

254.549.000

1.126.000

251.034.000

1.126.000

3.514.000

0

0

1.406.414.000

929.000

516.122.000

896.000

890.292.000

33.000

195.000

3.545.000

0

2.095.000

0

1.450.000

0

0

2.230.670.000

8.146.000

1.206.963.000

270.000

1.023.706.000

7.876.000

47.259.000

446.099.000

123.000

365.706.000

30.000

80.393.000

93.000

558.000

146.628.000

236.490.000

46.803.000

235.547.000

99.825.000

943.000

5.660.000

10.805.000

1.105.000

10.305.000

30.000

500.000

1.075.000

6.450.000

4.723.178.000

248.795.000

2.552.086.000

238.050.000

2.171.093.000

10.745.000

64.472.000

Legende: 2: Kostenterugwinningsbeginsel en vervuiler-betaalt-beginsel, 3 Duurzaam watergebruik, 4A/B Beschermde gebieden grondwater/oppervlaktewater, 5A/B Kwantiteit grondwater/oppervlaktewater, 6 Overstromingen, 7A/B Verontreiniging grondwater/oppervlaktewater, 8A Hydromorfologie, 8B Waterbodems, 9 Andere maatregelen

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


pagina 21

Figuur 13: Totaaloverzicht van kosten voor alle acties (volledige planperiode)

Stroomgebiedbeheerplan Schelde en Maas 2022-2027 Niet-technische samenvatting


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Document_C 16445.pdf by Vlaanderen-be - Issuu