Skip to main content

Tussentijds verslag november2020.pdf

Page 1

Effictiviteit van beheerovereenkomsten voor akker- en weidevogels (broedplaats, voedsel en broedsucces) Bestek nr. APM/2017/4 Tussentijds verslag 2020


Onderzoeksdoelstellingen (OD) Het is reeds lang bekend dat intensieve begrazing en landbouw een negatief effect hebben op de oppervlakte, kwaliteit en versnippering (samengevat habitatverlies) van geschikte habitats voor akkeren weidevogels, dit met sterke populatieafnames tot gevolg. Toch reageren niet alle soorten gelijkaardig op habitatverlies. Zo kunnen, bij een correcte schikking van het landschap, sommige soorten zelfs positief reageren op de conversie van natuurlijke- naar artificiële landschappen omdat – bijvoorbeeld – foerageergebieden en broedgebieden korter bij elkaar te vinden zijn. Andere soorten kunnen hun broedsucces dan weer vergroten door het toepassen van temporele maatregelen, zoals nestbescherming of een reductie van de veebezetting. Daar tegenover staat dat beheerovereenkomsten mogelijk ecologische vallen creëren door wel een geschikt foerageerhabitat te voorzien, maar geen stabiele nestgelegenheid te bieden. Op basis van onderzoek en ervaringen vaak uit het buitenland wordt veronderstelt dat het huidige aanbod aan beheerovereenkomsten voor soortenbescherming in Vlaanderen een aantal, waarschijnlijk lokale, resultaten oplevert die inherent zijn aan de vooropgestelde beheermaatregelen. Veel onderzoek hierover gebeurde er echter niet in Vlaanderen. Het valt te verwachten dat het effect op Vlaams niveau beperkt zal zijn gezien de schaal waarop de maatregelen genomen worden. Voorlopige resultaten van een studie uitgevoerd door het INBO tonen voor akkervogels (territoriumkartering) een voorzichtig positief effect van de genomen maatregelen in een aantal gemonitorde gebieden. Het is zeer waarschijnlijk dat we met beheerovereenkomsten niet alle handvaten in handen hebben om daadwerkelijk het verschil te maken met betrekking tot het behoud van de biodiversiteit in het landbouwgebied. Er zal bovendien altijd variatie blijven in de effectiviteit van het gevoerde beheer. Dit omwille van het verschil in intensiteit van het landbouwgebruik in de omgeving, de ruimere landschappelijke context waarin het beheer plaats heeft, de predatiedruk, … . Al deze verschillende factoren zijn deels met elkaar verbonden en bepalen in combinatie de effectiviteit van dergelijke maatregelen in een gebied. Voor de bescherming van akkervogels worden verschillende maatregelen genomen, uitgaande van de drie belangrijkste knelpunten voor deze vogelsoorten in ons landbouwgebied: gebrek aan geschikt broedgebied, gebrek aan geschikt en voldoende zomervoedsel (insecten) en gebrek aan geschikt wintervoedsel. Tijdens zomers van 2018 en 2019 is het onderzoek naar de effectiviteit van beheerovereenkomsten voor akker- en weidevogels uitgevoerd in twee onderzoeksgebieden in Vlaanderen. Dit onderzoek legt de nadruk op gedetailleerd onderzoek van het effect van beheersovereenkomsten op het voorkomen van doelsoorten (lokale en individuele monitoring, 2018-2020). Er wordt onder meer ruime aandacht besteed aan het broedgedrag, broedsucces van vier doelsoorten en voedselaanbod dat aanwezig is in en rond de beheerovereenkomsten (BOs).


Opmaak methodologie en uitvoering Het eerste deel van de opdracht omvat het opstellen van een efficiënte methodologie in het eerste onderzoeksjaar (2018). Hiervoor werden eerst, in overleg met de opdrachtgever, vier doelsoorten (Veldleeuwerik Alauda arvensis, Geelgors Emberiza citrinella, Gele kwikstaart Motacilla flava en Patrijs Perdix perdix) en twee onderzoeksgebieden [Plateau Leefdaal (Vlaams-Brabant), De Moeren (WestVlaanderen)] geselecteerd. De verschillende vormen van monitoring werden hier toegepast en getest. Er wordt onderzoek verricht op drie niveaus: regionaal, lokaal en individueel. Regionale monitoring betreft de analyse van historische broedvogel inventarisaties in Vlaanderen. De lokale monitoring betreft onderzoek op gebiedsniveau, vb. broedvogel inventarisaties en voedselbeschikbaarheid. Hierop volgt de individuele monitoring van doelsoorten via o.a. telemetrie en onderzoek naar broedgedrag. Om de onderzoeksvragen zo goed mogelijk te kunnen beantwoorden, werd er in het broedseizoen van 2018 veel aandacht geschonken aan het optimaliseren van de methodologiën. Hierdoor werden reeds metingen uitgevoerd en werd eerste onderzoeksdata verzameld. In het broedseizoen van 2019 werd er zoveel mogelijk data verzameld in het veld.


Overzicht activiteiten 2020 In het vervolg van dit verslag zullen de activiteiten uit het broedseizoen 2020 beschrijvend worden weergegeven.

Lokale metingen. Meetnet Agrarische Soorten (MAS). Om een algemeen beeld te krijgen van de soorten die voorkomen in de onderzoeksgebieden, werden MAS-tellingen uitgevoerd volgens uniforme MAS-methoden. Dit is een telling waarbij alle aanwezige soorten worden genoteerd gedurende 2 maal vijf minuten. Elke waarneming krijgt een code afhankelijk van het gedrag van de geobserveerde soort. De analoge kaarten werden vervolgens gedigitaliseerd in QGIS en het MAS-portaal. De tellingen werden zes keer per gebied uitgevoerd. Telkens werd de volgorde van de observatiepunten gerandomiseerd. De MAS-tellingen die afgelopen zomer hebben plaatsgevonden in De Moeren en Leefdaal plateau zijn in de voorgeschreven vier periodes van het MAS-protocol uitgevoerd. Afwijkend hiervan zijn er twee extra tellingen per gebied uitgevoerd. De MAS-tellingen van het voorbije seizoen, werden al volledig ingevoerd in QGIS. Tabel 1: Uitgevoerde MAS-tellingen 2018, 2019 en 2020 MAS- Leefdaal plateau Leefdaal plateau (2019) telling (2018) 1 2 3 4 5 6

10 april 24 april 5 juni 6 juli 24 juli 7 augustus

4 april 8 mei 5 juni 2 juli 26 juli 21 augustus

Leefdaal plateau (2020) 14 april 8 mei 10 juni 3 juli 31 juli 28 augustus

De Moeren (2018)

De Moeren (2019)

De Moeren (2020)

17 april 9 mei 1 juni 1 juli 27 juli 16 augustus

5 april 3 mei 10 juni 5 juli 8 augustus 28 augustus

17 april 3 mei 3 juni 24 juni 12 augustus 2 september

De voorbije jaren werd er al een verschil in soortensamenstelling waargenomen tussen de twee onderzoeksgebieden. In het onderzoeksjaar 2020 hebben we dit enkel kunnen bevestigen. Zo blijven de geelgorsen afwezig in De Moeren (gebrek aan houtkanten?). Veldleeuweriken zijn nog steeds abundanter in Plateau Leefdaal waar er 22 territoria zijn waargenomen tegenover de tien territoria in De Moeren (tabel 6). Dit werd de voorbije onderzoeksjaren al eerder vastgesteld en wordt nu nogmaals bevestigd. Voor gele kwikstaart en patrijs lijken de aantallen en territoria ongeveer gelijk in beide onderzoeksgebieden. Met 13 territoria gele kwikstaart in Leefdaal plateau en tien in de Moeren en in elk van de gebieden drie territoria van Patrijs (tabel 4 en tabel 8). Patrijs kent een terugval in Plateau Leefdaal, waarbij de patrijzen in De Moeren constant in aantal zijn de voorbije twee jaar. Wel werd er maar één succesvol broedsel waargenomen in De Moeren, voor Leefdaal werden enkel adulte vogels waargenomen in het veld. Voor gele kwikstaart zien we een gelijkaardige abundantie in beide gebieden. Tot slot werden de MAS-tellingen gebruikt om verdere informatie betreffende de doelsoorten te verzamelen. Het gedrag van de doelsoorten werd nauwlettend bestudeerd om territoria en


nestlocaties te identificeren. Resultaten betreffende de doelsoorten worden later in dit verslag weergegeven.

Figuur 1: : Onderzoeksgebieden (rode omlijning) De Moeren (links) en Plateau Leefdaal (rechts) met observatiepunten, de observatiebuffer van 300m radius en beheerovereenkomsten (geel).

Resultaten MAS-telling 2018, 2019 en 2020 gedurende zelfde periode


Figuur 3: Vergelijking tussen MAS-tellingen uit dezelfde periode in 2018, 2019 als 2020 in Leefdaal. Het aantal geschatte territoria blijft ongeveer onveranderd, maar er zijn meer leeuweriken geteld tijdens jaar één. Dit valt te wijten aan het dubbel tellen van sommige exemplaren. De laatste 2 onderzoeksjaren zijn er gelijkaardige aantallen waargenomen van veldleeuwerik, gele kwikstaart alsook geelgors. Opvallende afwezigen op de meeste tellingen dit jaar was de patrijs.


Lokale metingen. Voedselbeschikbaarheid. Om de voedselbeschikbaarheid in beide onderzoeksgebieden te meten, werd de toepasbaarheid van een efficiënte methode getest, namelijk een bladzuiger met ingebouwd reservoir dat alle opgezogen insecten opvangt. In elk onderzoeksgebied zijn er 20 staalnamepunten geselecteerd, op de rand tussen een BO en niet-BO, met een voldoende variatie in teelten. Op elk van deze punten werden er 4 staalnames uitgevoerd, twee stalen binnen en twee stalen buiten de BO. Dit laatste om in een later stadium van dit onderzoek te bepalen of BOs bijdragen aan de voedselbeschikbaarheid van doelsoorten. In totaal worden er dus 80 insectenstalen genomen per staalnamedag per gebied. Er waren per gebied zes staalnamedagen. Per staalname werd concreet de voedselbeschikbaarheid bepaald door gedurende 1 minuut alle insecten op te zuigen binnen één m³. Één staalname wordt telkens uitgevoerd op een ruime afstand in de teelt om contaminatie van omliggende gewassen tegen te gaan. Deze procedure werd voor elk gebied 6 keer herhaald doorheen de zomer. De eerste staalname dateert van het moment dat de gewassen nog niet of net zijn ingezaaid en de laatste staalname is gebeurd na het oogsten van de meeste granen. Tabel 2: Uitgevoerde staalnames voedselbeschikbaarheid 2018, 2019 en 2020. Leefdaal Insect staalname plateau

1 2 3 4 5 6

(2018) 12 mei 31 mei 19 juni 5 juli 18 juli 2 augustus

Leefdaal plateau (2019) 29 mei 17 juni 3 juli 22 juli 7 augustus 30 augustus

Leefdaal plateau (2020) 25 mei 11 juni 3 juli 26 juli 13 augustus 28 augustus

De Moeren (2018)

De Moeren (2019)

De Moeren (2020)

21 mei 8 juni 22 juni 30 juni 26 juli 16 augustus

24 mei 18 juni 4 juli 23 juli 8 augustus 28 augustus

3 juni 23 juni 14 juli 29 juli 12 augustus 2 september

Na de staalname werden de insecten bewaard op ethanol voor determinatie en biomassabepaling. De stalen van 2020 zullen in het najaar gedetermineerd worden samen met een bachelorstudent. Ook zal de biomassa bepaald worden van alle insecten verzameld in 2019. Deze biomassa zal later geëxtrapoleerd worden naar de insectenstalen van de andere jaren. De eerste voorzichtige analyses zijn reeds uitgevoerd in het voorjaar van 2020 en duidden op een grotere abundantie alsook een grotere biodiversiteit binnen de BOs ten opzichte van de teelten.

Figuur 4: Totaal aantal insecten aanwezig op de verschillende staalnamepunten. Punten 1-20 stellen de punten in plateau Leefdaal voor, 21-40 zijn de punten van de staalnames in De Moeren. Deze figuur laat duidelijk zien dat het aantal insecten hoger ligt binnen de BOs (groen) dan op de normale teelten (geel).


In bovenstaande figuur zijn het totaal aantal insecten per staalnamepunt vergeleken tussen de beheerovereenkomsten en de niet-beheerovereenkomsten. Punt 1-20 en 21-40 zijn respectievelijk de staalnamepunten in plateau Leefdaal en De Moeren. Het valt op dat het aantal gevonden insecten in de BOs (groen) hoger liggen in beide gebieden.

Figuur 5: Vergelijking van het aantal Arthropoda tussen de beheerovereenkomsten (rood) en de niet-beheerovereenkomsten of de normale teelten (geel).

Het dieet van de akkervogels bestaat niet uit alle insecten die gedetermineerd zijn uit de stalen. Daarom is het belangrijk om de verschillende ordes van elkaar te onderscheiden en te vergelijken tussen de BOs en nBOs. Voor insectenordes die belangrijk zijn in het dieet van de doelsoorten lijken er verschillen in abundantie te zijn tussen BOs en nBOs. Zo zien we dat er meer kevers, keverlarven, rupsen, spinnen, sprinkhanen, wantsen en vliegen aanwezig zijn in de BOs. Bij sprinkhanen valt op dat er enkel exemplaren teruggevonden worden in de BOs. Deze orde wordt sterk gebruikt door veldleeuweriken als voedsel.

Individuele metingen. GPS-tracking en telemetrie.


Tijdens de individuele monitoring wordt er gekeken naar het gedrag van de afzonderlijke individuen. Hiervoor wordt in eerste fase gezocht naar nestlocaties via intensieve monitoring van van broedverdachte individuen. Vervolgens werd getracht de adulte vogels te observeren om foerageerfrequentie en foerageerlocaties te bepalen. Het vangen van de vogels gebeurde dit jaar slechts op 1 manier. Om de simpele reden dat beide manieren efficiënt zijn, maar een mistnet trok net iets te veel de aandacht van toevallige passanten (ten tijde van Covid-19 waren dit er aanzienlijk meer dan de voorbije jaren). De methode die wel gebruikt werd, was de adulte vogel vangen met een klapnetje nabij het nest. Veldleeuweriken landen niet rechtstreeks op hun nest, waardoor we de mogelijkheid hebben om ze te vangen in hun tocht naar het nest. Wanneer een individu gevangen was, dat we wilden opvolgen met GPS-loggers, werd het uitgerust met een GPS-logger en radio zender. Op deze manier werd gedurende twee tot drie dagen informatie verzameld over het ruimtegebruik van dit individu. De GPS-logger viel automatisch van de vogel na enkele dagen, met behulp van de radio zender kon deze gerecupereerd worden en kon de data uitgelezen worden op de computer. Tijdens het broedseizoen van 2020 werden de gps-loggers ingesteld om één GPS-positie op te slaan per vijftien minuten. Deze tijdsinterval werd aangepast om zo de batterij wat te sparen en posities over verschillende dagen opgeslagen werden. In de volgende jaren zal nog steeds nadruk gelegd worden op het opvolgen van nesten, variërend in ouderdom van de jongen, om mogelijke verschillen in gedrag te kunnen waarnemen. Tabel 3: Informatie over de gezenderde adulte Veldleeuweriken te Leefdaal in 2020. Veldleeuwerik B06 of 61V64392 B18 of 61V29005 B25 of 61V29014 B30 of 61V29019 B41 of 61V29027 B57 of 61V29043

Nest 5 7 9 11 12 16

Ouderdom nest 4 dagen 6 dagen 4 dagen 3 dagen 8 dagen 7 dagen

Kleur op figuur 6 Okergeel Wit Rood Blauw Groen Geel


Figuur 6: Ringen van gele kwikstaarten (boven) en nest veldleeuwerik (onder).

Figuur 7: Veldleeuwerik met GPS-logger


Het vangen van de veldleeuweriken voor een eerste keer verloopt meestal vlot. Een veldleeuwerik voor een tweede keer in het broedseizoen vangen is niet gelukt. Als we bij een tweede nest een klapnetje aanbrengen, merken we op dat de adulte vogels niet meer terugkeren naar het nest. In het broedseizoen 2020 zijn er 12 adulte veldleeuweriken gevangen te Leefdaal waarvan er 8 succesvol voorzien werden van een GPS-logger. Twee van deze loggers zijn nooit teruggevonden. Alsook bij 4 adulte vogels is de GPS-logger vroegtijdig afgevallen waardoor er geen data was. In De Moeren zijn er dit jaar 2 adulte veldleeuweriken gevangen, waarvan 1 succesvol voorzien werd van een GPS-logger. Echter na het terugvinden en uitlezen van de logger bleek deze defect waardoor er geen data omtrent foerageervluchten in De Moeren bekomen werd. Na de grootschalige verdwijning van enkele loggers binnen dit onderzoek en een onderzoek op nachtzwaluwen is er vastgesteld dat de coating van de radiozenders niet waterdicht bleek te zijn. De zenders lijken dan te werken als ze in gebruik genomen worden en de dagen nadien tijdens het opvolgen. Maar eens het regent, wat nodig is om de GPS-loggers los te weken van de vogel, verdwijnt het signaal door waterschade aan de radiozender. Ter illustratie tonen we hier de resultaten van 6 succesvol gezenderde veldleeuweriken.

Figuur 8: Illustratie van GPS data afkomstig van de gezenderde veldleeuweriken te Leefdaal plateau (2020). De bolletjes geven de coördinaten weer waar de leeuwerik op dat moment was en dit met een interval van 15 minuten. Dit wil zeggen dat sommige punten in loopfase en andere in vlucht zijn genomen.


Illustratie ruimtegebruik van de adulte veldleeuwerik B25.

Figuur 9: Detail ruimtegebruik van veldleeuwerik B25 met nestlocatie (zwarte punt) in zomertarwe.

Als we het ruimtegebruik van veldleeuwerik B25 analyseren, kan er geconcludeerd worden dat er een aantal elementen meer gebruikt worden dan andere. Zo kunnen er op deze figuur 3 lijnen getrokken worden, die de sproeisporen van de tractor voorstellen. Deze sporen worden gebruikt als wandelwegen voor de leeuwerik, de normale dichtheid van de tarwe is te dens en minder aantrekkelijk om zich door te verplaatsen. Of ze hier ook effectief naar voedsel zoeken blijft voorlopig een vraagteken. Volgens de insectenstalen zijn hier weinig tot geen goede prooien te vinden, enkel een kever of spin zou hier tot de mogelijkheden behoren. Een ander gegeven dat meermaals terugkomt is het gebruik van akkerranden en onverharde wegen als foerageerplaats. Dit zien we zowel hier als bij andere adulte vogels vaak terugkomen. Deze stroken zijn vaak wat ruiger met een graskant waarlangs ze heel mobiel op zoek kunnen gaan naar prooien. Dit geldt ook voor het gebruik van de beheerovereenkomst ten noorden van het nest. Hiervan wordt de omliggende grasstrook het meest frequent bezocht, dit werd ook duidelijk tijdens de observatie van het nest. Het aantal punten dat hier op de beheerovereenkomst is niet het reeële aantal bezoeken omdat er ook punten in vlucht zijn vastgelegd. Het reeële aantal bezoeken aan de grasstrook ligt in dit geval een stuk hoger. Bij zo’n 30 procent van alle geobserveerde foerageervluchten werd de grasstrook gebruikt als foerageerlocatie bij dit broedpaar.


Illustratie ruimtegebruik van de adulte veldleeuwerik B57.

Figuur 10: Detail ruimtegebruik van veldleeuwerik B57 met nestlocatie (zwarte punt) in grasstrook.

De veldleeuwerik met kleurring B57 werd voorzien van een zender op 18 juni 2020. Wanneer de adulte vogel voorzien werd van een zender, zijn de jongen direct uitgelopen. Dit is ook duidelijk te zien doordat de adulte vogel niet meer in de buurt van het eigenlijke nest is geweest, maar er toch duidelijk foerageervluchten werden waargenomen in het veld. In het ruimtegebruik van dit individu kunnen we minder structuur brengen dan bij de voorgaande. Dit valt te verklaren door de omliggende percelen waar de dichtheid van de gewassen lang niet zo hoog ligt als bij wintertarwe. Zo konden de adulte vogels zich makkelijk verplaatsen over de grond tussen de bieten, waar we dus ook de meeste punten hebben vastgelegd (witte cirkel). Een tweede locatie die vaak gebruikt werd is een gemengde grasstrook zonder dichte, hoge kruiden. Deze grasstrook had dus geen hoge dichtheid en bevatte eind juni voldoende voedsel en sprinkhanen om de veldleeuweriken groot te brengen. Wat ook opvalt op deze figuur is dat er veel akkerranden en goed begaanbare plaatsen voor de veldleeuwerik aanwezig zijn in de directe omgeving van het nest. Dit zorgt voor een goede diversiteit in omgevingselementen.


Illustratie ruimtegebruik van de adulte veldleeuwerik B30.

Figuur 11: Detail ruimtegebruik van veldleeuwerik B30 met nestlocatie (zwarte punt) in zomertarwe.

De illustratie van het ruimtegebruik van adulte veldleeuwerik met kleurring B30 waarvan het nest gelegen is in het midden van een perceel zomertarwe met een redelijk dichte bodembedekking. Bij dit individu liggen de foerageerlocaties eveneens in de nabije omgeving van het nest (op twee uitschieters na). Er werd vaak gebruik gemaakt van de open stukken en de hoeken van een bieten- en maïsperceel als prioritaire foerageerlocaties (witte cirkel). Als tweede meest bezochte foerageerlocatie werd het perceel waar ook het nest aanwezig was gekozen. Dit was een perceel zomertarwe met een redelijk dichte ondergroei van kruiden. Toch waren er op enkele plekken binnen het perceel minder ontwikkelde stroken waar de veldleeuwerik van profiteerde om naar voedsel te kunnen zoeken (zwarte lijn). Niet alleen het centrum van de BO werd gebruikt als foerageerlocatie, de randen hiervan werden meermaals bezocht tijdens het foerageren. Ook zijn er nog enkele punten in wintertarwe gelegen. Deze zijn meestal weer te herleiden naar een sproeispoor (rode lijn), of een punt dat in vlucht is genomen. De vraag blijft natuurlijk, gebruiken ze deze plekken als foerageerlocatie of eerder als schuilplaats of afleidingsmanouvre om mogelijke rovers te misleiden.


Illustratie ruimtegebruik van de adulte veldleeuwerik B18.

Figuur 12: Detail ruimtegebruik van veldleeuwerik B18 met nestlocatie (zwarte punt) in wintertarwe.

Nest 7 werd gevonden op 26 mei. De jongen waren al een zeven tot acht dagen oud en bleven dus niet meer lang op het nest zitten. Bijna al de punten die vastgelegd zijn door de logger zijn niet in de buurt van het nest wat ons doet vermoeden dat de veldleeuweriken direct na het zenderen zijn uitgelopen. Observaties in het veld ondersteunen deze hypothese, daar er toch nog steeds met voedsel op bepaalde punten in de wintertarwe geland werd. Op het eerste zicht is er een concentratie van locaties vastgelegd in de hoek van de wintertarwe op de overgang met de BO. Deze BO is een gemengd grasland plus met hele hoge en dichte kruiden waar een veldleeuwerik heel moeilijk kan in voortbewegen. De randen hiervan worden wel meermaals gebruikt. In de hoek van de wintertarwe werd een berg zand achtergelaten met een vrij groot oppervlak (witte cirkel). Deze berg werd gekoloniseerd door lage kruiden zoals kamille,... Op en rond deze berg zijn de leeuweriken vaak waargenomen en werd ook de logger teruggevonden. Andere plekken die gebruikt werden gedurende de dag zijn opnieuw de sproeisporen binnen de wintertarwe (zwarte lijnen) hetzij als schuilplaats plaats of als foerageerlocatie. Van adult B06 en B41 zijn er geen gedetailleerde kaarten weergegeven. Bij B06 (beige op figuur 8) werden er amper 3 punten vastgelegd om een nog onbekende reden (GPS-logger defect?). Hier konden dus ook geen besluiten getrokken worden. Veldleeuwerik B41 (groen op figuur 8) is direct na het voorzien van een zender richting aardappelen gevlogen, waar de zender ook werd teruggevonden. Vermoedelijk heeft de veldleeuwerik zich direct na het zenderen ontdaan van de logger. De verspreiding van de punten op figuur 8 valt waarschijnlijk te wijten aan de nauwkeurigheid van de GPSlogger.


Samenvatting. In het broedseizoen van 2020 werd hoofdzakelijk informatie verzameld betreffende algemene broedvogelkarteringen, broedgedrag van doelsoorten en voedselbeschikbaarheid. Daarnaast werd er ook succesvol data verzameld op individueel niveau door verschillende technieken toe te passen.

Overzicht per doelsoort. Gele kwikstaart De monitoring van de Gele Kwikstaart in 2020 verliep vrij vlot tijdens de eerste legsels van het jaar, maar iets minder vlot op het einde van het seizoen. Het aantal aanwezige territoria is in 2020 licht gestegen in plateau Leefdaal waarbij we van 9 territoria (2019) naar 12 territoria zijn gegaan. In De Moeren werd er 1 territorium meer waargenomen dan in het broedseizoen 2019 zodat we dit jaar uitkomen op 10 territoria in totaal. Ter illustratie, in Leefdaal werden 12 territoria geteld, waarbinnen twaalf mogelijke nestlocaties werden waargenomen. Hiervan werden zes nesten gevonden. Van alle overige nestlocaties (Leefdaal en De Moeren), konden wel foerageervluchten en voederfrequenties bestudeerd worden. Tabel 4: Overzicht van broedgevallen gele kwikstaart 2020 Gele kwikstaart Aantal territoria Aantal nesten Gelocaliseerde nesten Nestlocatie

Plateau Leefdaal De Moeren 13 10 12 5 6 3 7 in wintertarwe, 3 in 3 in wintertarwe en 2 in aardappelen en 2 in aardappelen zomertarwe Foerageervluchten 3-10 minuten 4-7 minuten Voedsel Kleine zwarte vliegen, Zweefvliegen, rupsen en zweefvliegen, rupsen, sprinkhanen* sprinkhanen* *Aangebracht voedsel is afhankelijk van de periode binnen het broedseizoen. Vroeg in het seizoen zijn worden er meer maartse vliegen en dergelijke aangebracht. Terwijl later op het seizoen worden er vaker sprinkhanen aangebracht.


Figuur 10: Nestlocaties en territoria van gele kwikstaart te Leefdaal waarbij de 1 een gelocaliseerd nest aanduid en 0 enkel een geobserveerd nest.

De foerageervluchten van adulte vogels werden net zoals het voorbije broedseizoen gemonitord met behulp van telescoop en verrekijker. Zo werd elk foeragerende vogel telkens een uur op één dag geobserveerd waarna een gemiddelde foerageertijd per nest berekend werd. De duur van foerageervluchten verschilt tussen de nesten, in de tabel zijn de minima en maxima weergegeven. Adulten vlogen rechtlijnig tussen broedgebied en foerageergebied. Individuen foerageerden tientallen – tot honderden meters van de broedlocatie. Tijdens dit broedseizoen zijn er geen gele kwikstaarten waargenomen die extreem ver gingen foerageren. De foerageerlocatie was dit seizoen nog steeds een zandweg van waarop ze insecten in de ruigte ernaast wegplukten. In onderstaande tabel kan een overzicht gevonden worden van de verschillende geobserveerde nesten en de bijhorende foerageertijden. Tabel 5: Gedetailleerde informatie van foerageervluchten gele kwikstaart Nesten Leefdaal 1 2 3

Foerageerafs tand / / 330m

Foerageertijd (uitersten) / / 8-10 min

4

250m

5-6 min

5 6 7 8

/ / 400m 100m

/ / 7 min 5-6 min

9

100m

5-6 min

10

450m

5-6 min

271m

* * 6-7 min

11 12 Gem.

Locatie foerageerplek / / Rand koolzaad met maïs of zandweg Verharde weg of bieten / / Maïs of grasweg Grasstrook BO of aardappelen Grasstrook BO of aardappelen Grasstrook BO of zandweg

Nesten De Moeren 1 2 3

Foerageerafstand

Locatie foerageerplek

200m 220m 180m

Foerageertijd (uitersten) 5-7 min 7 min 4-6 min

4

100m

3-5 min

Grasweg of aardappelen

5

100m

3-6 min

Grasweg of aardappelen

160m

5-6 min

Vogelakker Zandweg met gras of vogelakker Vogelakker


Figuur 11: Nestlocaties van gele kwikstaart in plateau Leefdaal met foerageervluchten aangeduid door pijlen.

Het voedsel dat de Gele Kwikstaarten aanbrachten was zeer gevarieerd. Vroeg in het broedseizoen werden er vliegen en zweefvliegen van verschillende groottes aangebracht, waarbij later in het seizoen de sprinkhanen (die eerder niet voor handen waren) wel de voorkeur kregen. Nabij het nest beginnen de adulte vogels te alarmeren en rond een indringer te cirkelen. Hierbij kunnen de prooien vaak duidelijk gezien worden omdat ze deze alarmvluchten afwisselen met pauzes waarbij ze op het gewas komen zitten. Dit is meestal op een tiental meter waarbij met een verrekijker de prooien vaak geïdentificeerd kunnen worden. Er werd dit jaar een zeer speciale waarneming gedaan bij de vondst van het eerste nest dat gelocaliseerd werd in De Moeren. De adulte vogel ging meermaals op dezelfde locatie neer waardoor het nest tot op 3 meter nauwkeurig bepaald kon worden vanop afstand. Toch bleek het een uitdaging om het nest te vinden. Want tot mijn verbazing hadden de ouders van deze gele kwikstaartjes een nestlocatie onder de grond uitgekozen (figuur 12). Het was geen spleet waar de jongen in verzonken waren, maar echt een holte die tientallen centimeters onder de grond verder liep. Dit was misschien wel de speciaalste waarneming van het jaar.


Figuur 12: Nest van gele kwikstaart onder de grond in De Moeren.


Veldleeuwerik De veldleeuwerik is het derde onderzoeksjaar nog steeds de meest abundante soort in Leefdaal met ongeveer 21 vastgestelde territoria. In De Moeren is de abundantie van veldleeuwerik (met tien territoria) gelijk aan die van gele kwikstaart. Hier is ook duidelijk dat er weinig verschillen waargenomen werden ten opzichte van vorig jaar (elk 9 territoria). Om verstoring van de nesten te vermijden werden zoals de voorbije onderzoeksjaren enkele moeilijk-te-vinden nesten niet gelokaliseerd. Bij deze nesten konden wel de foerageervluchten gemonitord worden. Tabel 6: Overzicht van broedgevallen veldleeuwerik 2020 Veldleeuwerik Aantal territoria Aantal nesten Gelocaliseerde nesten Nestlocatie

Foerageervluchten Totaal gezenderde adulten Succesvol gezenderde individuen Vroegtijdig afgevallen zenders Vermiste/defecte zenders Broedsucces

Plateau Leefdaal 22 18 15 Wintertarwe (4), zomertarwe (9), haver (1), gemengde grasstrook (3), gemengde grasstrook plus (1) 4-8 minuten 12 8 4 2 13/18

De Moeren 10 5 3 Aardappelen (1), luzerne (1) en gemengde grasstrook (3)

4-8 minuten 0 1 1 5/5?

In bovenstaande tabel is te zien dat er zeker gebruik gemaakt wordt van de BOs door veldleeuweriken om nesten in te bouwen (9 in NBO en 9 in BO). Visuele observaties toonden ook dit jaar aan dat BOs als begroeide zandwegen gebruikt worden als foerageerlocatie. Verder werd ook duidelijk dat akkerranden een niet te onderschatte rol spelen als foerageerlocatie voor veldleeuweriken. Later op het seizoen werden de gemaaide gemengde grasstroken geprefereerd als foerageerlocatie. Het broedsucces van gevonden nesten in Leefdaal was hoog, waarbij er 13 van de 18 nesten uitgelopen zijn. Bij 2 nesten zijn er meermaals vluchten met nestmateriaal van adulte vogels waargenomen in wintertarwe, maar zijn nooit tot jongen gekomen. Op het eerste nest van het broedseizoen werden 4 juveniele vogels door aangetroffen. De gezenderde adulte vogel was ook nergens meer te bespeuren in deze periode waardoor er een vermoeden is dat deze gepredeerd is. Twee andere nesten vielen ten prooi aan roodfieren die de jongen roofden uit het nest. Zo werden er nabij het nest ofwel afgebeten pootjes of enkel nog de ringen teruggevonden. De nesten in de graanakkers waren altijd gelegen in een kommetje van graanzoden. De granen vormden een hoefijzervorm waarbij de jongen langs achter beschermd waren door het zoden. Opvallend was dit jaar wel dat de adulte vogels ook meerdere malen een nest hadden in graanstroken die slecht ontwikkeld waren. Dus niet enkel in de directe nabijheid van een sproeispoor. Het voedsel dat werd aangedragen werd niet duidelijk geobserveerd. De gemengde grasstroken met de nestlocaties zijn niet dicht begroeid waardoor de leeuwerik nog goed kan rondlopen. Wel zijn de nesten meestal gelegen in de nabijheid van kruiden waaronder het nest zich bevindt. Door de afhangende bladeren van de kruiden is het nest zeer goed gecamoufleerd. Er lijkt wel, net zoals het voorbije onderzoeksseizoen, een temporele verdeling te zitten tussen de nesten gevonden in de NBOs en de BOs. Vroeg in het seizoen verkiezen de veldleeuweriken de NBOs, specifieker wintertarwe, om hun nest in te bouwen om dan later om te schakelen naar de BOs. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de dichtheid van de gewassen in de bepaalde periode binnen het broedseizoen.


Tabel 7: Gedetailleerde informatie van foerageervluchten veldleeuwerik broedseizoen 2020. Geobserveerde nesten Leefdaal

Foerageertijden (uitersten)

Foerageerafstand

Geobserveerde nesten De Moeren

Foerageertijden (uitersten)

Foerageerafstand

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 Gemiddelden

5-6 min 5-6 min / 6-7 min 4-6 min / 6-7 min 6-7 min 4-7 min 4-6 min 4-6 min 3-7 min / 6-7 min 7-8 min 6-7 min 4-6 min 4-5 min 5-6 min

100m 70m / 150m 100m / 125m 80m 150m 110m 120m 150m / 40m 50m 60m 70m 80m 91m

1 2 3 4 5

4-6 min 5-7 min 4-8 min 4-6 min 5-8 min

200m 100m 50m 200m 300m

5-6 min

170m

Figuur 12: Nestlocaties en territoria van veldleeuwerik in Leefdaal plateau.


Geelgors De geelgors komt enkel voor in Plateau Leefdaal, mogelijk door een gebrek aan haagkanten en struiken in De Moeren. Er werden geen nesten gevonden. Wel zijn er een aantal haagkanten gebruikt als nestplaats van geelgorzen. Hierbij werden telkens foerageervluchten gezien van de ouders. Deze foerageervluchten zijn dan ook in kaart gebracht en gemeten in tijd. De adulte gorzen foerageerden, net zoals het voorbije onderzoeksjaar, het liefst op akkerranden tussen een BO met graskruiden en een teelt waarin ze goed kunnen rondlopen. Ook zijn ze meermaals waargenomen op ruigere gedeeltes langs de betonwegen en zandwegen. Tabel 7: Overzicht van broedgevallen geelgors 2020 Geelgors Aantal territoria Aantal nesten Gelocaliseerde nesten Nestlocatie Foerageervluchten Voedsel

Plateau Leefdaal 16 2 0 Haagkanten en omliggende ruigte 5-7 minuten Insecten uit ruigtes langs straat, insecten uit perceelsranden

Figuur 13: Nestlocaties en territoria van geelgors in Leefdaal plateau.

De Moeren / / / / / /


Patrijs Voor het broedseizoen zijn er pogingen ondernomen om patrijzen te vangen en zenderen zoals aangegeven op de stuurgroep eind 2019. Een eerste poging nam plaats wanneer er zich een groep van ongeveer 35 exemplaren vormde op plateau Leefdaal. Jammer genoeg zonder succes. Bij een tweede poging slaagde we erin om een koppel patrijzen te vangen en zenderen. De patrijzen werden even geobserveerd om te zien of de zender de vogel stoorde. Dit bleek niet het geval te zijn en midden in de nacht kon het koppel vrijgelaten worden. Jammer genoeg werd het vrouwtje 2 dagen later gepredeerd teruggevonden, van het mannetje was geen spoor meer ondanks uitgebreide zoekpogingen. Tijdens het begin en einde van het broedseizoen werden de meeste patrijzen geobserveerd. Dit meestal in de vroege ochtend wanneer ze opgestoten werden. In beide gebieden zijn er tijdens het broedseizoen van 2020 minder patrijzen waargenomen dan de jaren voordien. Dit kan verschillende oorzaken hebben zoals jacht, uitzetten van patrijzen en predatie. Net zoals de voorbije onderzoeksjaren zijn er geen nesten waargenomen. Wel is er begin september een groepje patrijzen waargenomen in De Moeren. Het groepje bestond zowel uit adulte als juveniele vogels. Gezien de recente ontwikkelingen weet ik niet goed of het onderzoek in De Moeren rond de patrijs nog relevante informatie kan leveren... De patrijzen die wel nog aanwezig waren, werden waargenomen rond boerderijen op percelen die begraasd werden door koeien of ruigtes rond de stallen.

Tabel 8: Overzicht broedgevallen patrijs 2020 Patrijs Aantal territoria Aantal nesten Nestlocatie Voedsel Aantal juvenielen

Plateau Leefdaal 3 / / / /

De Moeren 3 1? / Insecten 4

Er is een opvallend verschil aanwezig tussen de patrijzen aanwezig in de winter- en zomermaanden. In de wintermaanden was er een groep van 35 individuen aanwezig die enkele nachten tijdens het baltsen werden waargenomen. Nadien is deze groep uit elkaar gevallen en hebben ze elk hun territoria uitgezocht. Het is wat in het duister tasten waarom er dan toch minder territoria dan het broedseizoen 2019 aanwezig zijn. Het meest logisch zou zijn dat deze dan terug allemaal ingenomen worden, maar dit was heel duidelijk niet het geval!


Figuur 14: Vermoedlijke territoria patrijs aanwezig in Leefdaal plateau.

Voorzichtige aanbevelingen in verband met de aanpassing van beheerovereenkomsten -

Zomertarwe belangrijk als vogelvoedselgewas (winter) alsook nestlocatie in zomer!! Dichte kruidenstroken (korenbloemen, magrieten, chicorei,...) bevatten een bulk aan insecten, maar zijn niet bereikbaar voor akkervogels omwille van dichtheid. Akkerranden zeer belangrijk! Heel vaak mee geploegd en gesproeid (zelfs talluds met bramen tot 3 meter hoog). Grasstroken zonder kruiden of met weinig kruiden krijgen ook voorkeur als nestlocatie.

→ Verdeling en ligging van deze stroken en percelen binnen het landschap zijn ook belangrijk.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Tussentijds verslag november2020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu