Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/395
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be
Dossiernummer: OVB/2021/395
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 14 september 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn (hierna vermeld als: afdeling Dierenwelzijn), waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van de volgende documenten: - Alle controleverslagen die vooraf zijn gegaan aan het redigeren van eventuele PV's opgemaakt voor feiten (inbreuken op de dierenwelzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten) begaan door xxx in de periode van 1/01/2018 tot en met 14/09/2021. - Alle PV's opgesteld door de inspectie Dierenwelzijn voor feiten (inbreuken op de dierenwelzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten) in de periode van 1/01/2018 tot en met 14/09/2021 - Alle klachten ontvangen over xxx in de periode van 1/01/2018 tot en met 14/09/2021. Bij mailbericht d.d. 4 oktober 2021 werd dit verzoek door de afdeling Dierenwelzijn afgewezen. Op 19 oktober 2021 diende verzoeker een beroep in bij de beroepsinstantie tegen de voormelde weigeringsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn. Dit beroep werd geregistreerd op 20 oktober 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 14 september 2021.
www.vlaanderen.be
De bestreden beslissing dateert van 4 oktober 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 19 oktober 2021 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is dan ook ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het verzoek tot openbaarmaking van de inspectieverslagen werd door de afdeling Dierenwelzijn afgewezen omwille van de volgende overwegingen: “Verwijzend naar uw vraag in het kader van de openbaarheid van bestuur en die werd geregistreerd onder
dossiernummer DETA- 14537, melden wij u dat wij hier niet op kunnen ingaan.
De opgevraagde stukken maken immers deel uit van dossiers die intern nog niet werden afgesloten, of die aan het parket van Antwerpen werden overgemaakt waarvan we niet weten of ze nog deel uitmaken van een lopend onderzoek. Indien wel zou een vrijgave de geheimhouding van het onderzoek kunnen schaden. Dit geldt voor zowel eventuele klachten, controleverslagen als processen-verbaal. Wij beroepen ons hiervoor op artikel 11.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018: De overheidsinstanties, vermeld in artikel 11.28, § 1, wijzen de aanvraag tot openbaarmaking af als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen: 3° het vertrouwelijke karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld.” 2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker vraagt in het beroepschrift om de gevraagde documenten alsnog openbaar te maken en argumenteert dit als volgt : “ 1. Uit niets blijkt dat de opgevraagde documenten uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie zijn opgesteld. 2.. Indien ze voor een administratieve sanctie zijn opgesteld, dan zou die administratieve sanctie al lang moeten zijn toegekend en kunnen de documenten wel bezorgd worden.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/395
pagina 2 van 5
3. xxx wenst haar schade verhaald te zien op xxx. Zij heeft nu geen documenten in haar bezit die kunnen aantonen dat er inderdaad feiten van verwaarlozing van konijnen zijn begaan. Om haar eigen rechten van verdediging gevrijwaard te zien, heeft zij deze documenten nodig. Het belang van de openbaarheid weegt zodoende op tegen het door de bestuursinstantie (Vlaamse Dienst Dierenwelzijn) ingeroepen belang. ” 3. Standpunt van de beroepsinstantie Verzoeker vraagt in dit dossier bij de afdeling Dierenwelzijn om de openbaarmaking van de volgende documenten: - Alle controleverslagen die vooraf zijn gegaan aan het redigeren van eventuele PV's opgemaakt voor feiten (inbreuken op de dierenwelzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten) begaan door xxx in de periode van 1/01/2018 tot en met 14/09/2021. - Alle PV's opgesteld door de inspectie Dierenwelzijn voor feiten (inbreuken op de dierenwelzijnswet en haar uitvoeringsbesluiten) in de periode van 1/01/2018 tot en met 14/09/2021 - Alle klachten ontvangen over xxx in de periode van 1/01/2018 tot en met 14/09/2021. De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker ook al in beroepsdossier OVB/2021/068 stukken uit datzelfde dossier had opgevraagd, waarbij het beroep door de beroepsinstantie werd afgewezen als ongegrond. De beroepsinstantie heeft nogmaals navraag gedaan bij de afdeling Dierenwelzijn om aan te geven welke documenten het hier nu exact betreft. Uit de ingewonnen informatie, kan de beroepsinstantie opmaken dat het hele dossier bestaat uit meerdere meldingen die ontvangen werden bij de afdeling Dierenwelzijn, meldingen bij politiediensten, opgemaakte controleverslagen, PV’s die werden opgesteld voor overtredingen die werden vastgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn, brieven aan het Parket en ingevulde inlichtingsbulletins voor het Parket. Uit de ingewonnen informatie is gebleken dat zowel het PV d.d. 24 november 2020 als het PV d.d. 1 juni 2021 aan het Parket werden overgemaakt door de afdeling Dierenwelzijn. In dat verband werden ook alle meldingen die ontvangen werden bij de afdeling Dierenwelzijn, de meldingen bij politiediensten, opgemaakte controleverslagen, PV’s die werden opgesteld voor overtredingen die werden vastgesteld door de Inspectie Dierenwelzijn, overgemaakt aan de diensten van het Parket, net als de inlichtingsbulletins. Het parket heeft de afdeling Dierenwelzijn geïnformeerd over het feit dat het dossier voor verder onderzoek werd weerhouden en dus momenteel door de diensten van het Parket wordt onderzocht en behandeld. Het voorwerp van dit openbaarheidsverzoek betreft dus allemaal stukken die deel uitmaken van het dossier, zoals dit werd overgemaakt aan het Parket vanuit de afdeling Dierenwelzijn. Er bestaat voor de beroepsinstantie geen twijfel over het feit dat het hier gaat om bestuursdocumenten in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, die bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komen. De afdeling Dierenwelzijn verwees in zijn weigeringsbeslissing evenwel naar het feit dat de opgevraagde documenten deel uitmaken van een dossier dat werd overgemaakt aan het Parket ten behoeve van een strafvorderingsprocedure en om die reden niet openbaar moeten worden gemaakt. De beroepsinstantie sluit zich aan bij voormelde redenering. Met zijn beslissing verwijst de afdeling Dierenwelzijn immers naar de toepassing van artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie kon vaststellen dat de inhoud van de betrokken documenten betrekking hebben op de naleving van de dierenwelzijnswetgeving en is van oordeel dat de beschrijvingen die betrekking hebben op
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/395
pagina 3 van 5
de leefsituatie waarin de dieren zich bevinden en de maatregelen die ten aanzien van de dieren worden genomen als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet kunnen worden beschouwd. Op grond van voormelde decreetbepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden indien men van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijk karakter van bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus van toepassing indien het vrijgeven van de gevraagde bestuursdocumenten schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Uit de informatie die de beroepsinstantie heeft ontvangen is gebleken dat de opgevraagde stukken deel uitmaken van de opgestelde PV’s in dit dossier (op 24 november 2020 en 1 juni 2021) die werden bezorgd aan de bevoegde diensten van het Parket. Dit dossier is volgens de door de afdeling Dierenwelzijn bezorgde informatie nog steeds in onderzoek bij het Parket, zodat het strafonderzoek in dat verband nog niet werd afgerond. Een vrijgave van deze stukken zou immers de geheimhouding van het onderzoek kunnen schaden. Om voormelde reden is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat terecht toepassing gemaakt werd van de uitzonderingsgrond, zoals voorzien in artikel II.36, §1, 3° van het Bestuursdecreet voor de documenten die deel uitmaken van de opgestelde PV’s. en moeten daarom dan ook bestempeld worden als documenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering werden opgemaakt. Het argument van verzoeker dat het belang van de openbaarmaking van de opgevraagde stukken hier zwaarder doorweegt kan niet worden bijgetreden door de beroepsinstantie. De beroepsinstantie acht in casu geen hoger openbaar belang van toepassing dat de openbaarmaking van de gevraagde documenten zou rechtvaardigen. Het (individuele) belang dat verzoeker eventueel kan hebben (mogelijke schadeclaim) bij de openbaarmaking van de betreffende documenten uit het dossier dat aan het Parket werd overgemaakt dient hierbij onderscheiden te worden van het openbaar belang dat bij de openbaarmaking van de desbetreffende documenten gebaat zou zijn. De beroepsinstantie is van mening dat er in casu geen openbaar belang, zoals geduid in de parlementaire voorbereiding, gemoeid is met de openbaarmaking van de betrokken documenten. De memorie van toelichting stelt immers m.b.t. de belangenafweging het volgende: “De uitzonderingen worden alleen ingeroepen als het belang van de openbaarheid niet primeert. Daarmee wordt bedoeld: een met de openbaarmaking gediend openbaar belang. Deze bepaling betekent dus niet dat de private belangen van de aanvrager moeten afgewogen worden tegenover de belangen die met de uitzonderingen beschermd worden. Het gaat om het belang van de gemeenschap: de openbare orde, de veiligheid van de bevolking, grote maatschappelijke issues, globale bescherming van het leefmilieu enzovoort..” (Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656/1, 56). In voorliggend geval dient de bescherming van het onderzoek door het Parket geacht te worden te primeren. Voor de volledigheid wijst de beroepsinstantie ook nog op de toepassing van de uitzonderingsgrond bepaald in artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/395
pagina 4 van 5
bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). Zolang er sprake is van een onderzoek door het Parket, wat in casu het geval is, kan de openbaarmaking van de gevraagde documenten niet toegestaan worden. De neutraliteit en objectiviteit van het onderzoek moet gevrijwaard worden zonder daarbij enige rechten van verdediging in gevaar te brengen of een lopend onderzoek door het Parket te beïnvloeden. Zolang het strafonderzoek nog lopende is, zou het vroegtijdig onthullen van de inhoud van de opgestelde processen-verbaal, met de bijhorende documenten, kunnen verhinderen dat mogelijke nuttige onderzoekdaden in een geruststellende en serene sfeer zouden kunnen plaatsvinden. Het ingestelde beroep wordt om voormelde redenen dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 19 oktober 2021 tegen de weigeringsbeslissing vanwege het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn, wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 12 november 2021
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/395
pagina 5 van 5