Advies
Algemene Raad i.s.m. de Sectorraad Kunsten en Erfgoed en de Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk 26/06/2020
Advies bij het Noodfonds Cultuur
De SARC werd op 22 juni 2020 bij hoogdringendheid om advies gevraagd over de operationalisering van de middelen voor een noodfonds cultuur naar aanleiding van de coronacrisis. De Vlaamse Regering trekt voor deze sector middelen uit met als doel het lenigen van financieringsbehoeften voor het zo goed mogelijk vrijwaren van de overlevingskansen van bepaalde spelers en projecten in de culturele sector, met de klemtoon op de meest kwetsbare segmenten en zwakste schakels. Bedoeling is om de organisaties of projecten in staat te stellen een doorstart te maken. De principes en verdelingsmechanismen kwamen tot stand in overleg met de betrokken steunpunten en enkele bovenbouworganisaties (fondsen en publieke instellingen). De SARC wordt tevens om advies gevraagd over noodfondsen binnen de sectoren media en jeugd. Het Departement CJM gaf op vrijdag 19 juni toelichting bij de operationalisering van de middelen voor Cultuur en Media. Per maatregel werd toegelicht welk bedrag voor welke doelgroep zal uitgetrokken worden en welke paramaters daarbij gehanteerd worden. Een uitvoeringsbesluit bij het Decreet inzake de verdeling van het noodfonds voor cultuur, jeugd, sport, media en lokale besturen en inzake de armoedebestrijding naar aanleiding van de COVID-19-pandemie bepaalt de voorwaarden. De Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk behandelde de adviesvraag op zijn plenaire vergadering van 25 juni 2020. De Sectorraad Kunsten en Erfgoed behandelde de adviesvraag via schriftelijke procedure. De SARC wordt voor het beleidsveld cultuur om advies gevraagd over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan culturele organisaties en kwetsbare kernspelers in het kader van het noodfonds. De Algemene Raad finaliseerde het advies via schriftelijke procedure op 26 juni 2020.
Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
1
I.
SITUERING
De Vlaamse overheid voorziet 63,575 miljoen euro aan gesubsidieerde organisaties, zelfstandigen en natuurlijke personen actief in de cultuursector. Hiervoor wordt 53,775 miljoen euro uitgetrokken voor structureel gesubsidieerde organisaties en natuurlijke personen, verdeeld over organisaties die in 2020 structurele werkingssubsidies ontvingen in het beleidsveld cultuur en circusorganisaties die in de jaren 2016 tot en met 2020 herhaaldelijk een projectsubsidie hebben ontvangen. Daarnaast komen ook zogenaamd kwetsbare kernspelers die professioneel actief zijn in de culturele sector in aanmerking. Het gaat enerzijds om de operationalisering van een bijkomende subsidie die een deel van het onevenwicht tussen kosten en inkomsten, veroorzaakt door het verbod op publieke activiteiten, kan compenseren. Anderzijds gaat een deel naar de ‘cultuurcoronapremie’ (werktitel) voor een precaire groep van professionals in de cultuursector die geen of onvoldoende gebruik kunnen maken van verschillende compenserende maatregelen op regionaal of federaal niveau. Het VAF Cultuurfonds en Literatuur Vlaanderen ontvangen respectievelijk 5 miljoen euro en 1,3 miljoen euro. De steun aan producties slaat enerzijds op de productieschade die optreedt om het lopende project af te kunnen maken van zodra de heropstart weer mogelijk is en anderzijds op financieringsschade. Steun aan kwetsbare kernspelers is voor organisaties een voorwaarde om beroep te kunnen doen op deze subsidies. Hiertoe zal een addendum bij de beheersovereenkomst met het VAF worden opgemaakt. Voor Literatuur Vlaanderen gaat het om 2 maatregelen die gericht zijn op auteurs (en de eerste maatregel ook op illustratoren en vertalers): een royalty-compensatie voor alle Vlaamse auteurs die aan welbepaalde uitgangspunten voldoen en een tussenkomst in de schade door afgelaste auteurslezingen. Hiertoe zal een addendum bij de beheersovereenkomst met Literatuur Vlaanderen worden opgemaakt. Via Hefboom zal 3 miljoen euro gebruikt worden om cultuurwerkers en de culturele organisaties de coronacrisis te helpen overleven en een doorstart kunnen maken. Hefboom biedt naast de reguliere Cultuurkredieten een corona-gerelateerd financieel instrumentarium aan de Vlaamse cultuursector aan, om zo zuurstof te geven aan de sector en het ecosysteem te laten overleven. Doelgroep zijn de individuele cultuurwerkers (in loondienst of zelfstandig) en alle Vlaamse culturele organisaties die een financieringsbehoefte hebben en daarvoor niet bij de eigen financiële instelling terecht kunnen. Hiertoe zal een addendum bij de beheersovereenkomst met Hefboom worden opgemaakt. 500.000 Euro gaat naar Cultuurloket om te zorgen voor tweedelijnsadvies. Cultuurloket helpt de sector door in volle coronaperiode een corona-infolijn en een dagelijkse FAQ ter beschikking te stellen. Hiertoe zal een addendum bij de beheersovereenkomst met Cultuurloket worden opgemaakt.
Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
2
II. ADVIES De SARC is tevreden dat de Vlaamse Regering inspanningen levert om tegemoet te komen aan de gevolgen van de coronacrisis voor de sectoren cultuur en media. In zijn advies inzake het CJSM beleid ten tijde van Corona van 18 mei 2020 gaf de SARC reeds een aantal aanbevelingen. De maatregelen die nu voorgesteld worden komen voor een groot deel tegemoet aan de verzuchtingen binnen de sectoren. Het is op dit ogenblik nog niet zonneklaar wat de reële impact zal zijn op lange termijn en op de totaliteit van de sectoren. Welke organisaties zullen de crisis beter doorstaan en welke impact hebben de noodmaatregelen daarop? Ook de impact op de individuele getroffen zelfstandigen en werknemers is aanzienlijk en vooralsnog moeilijk meetbaar. De SARC verwijst in dit advies graag naar diverse studies en onderzoeken die aantonen dat cultuur naast de evident inhoudelijke waarde ook een niet geringe economische waarde genereert. Deze inzichten kunnen een belangrijk element zijn in de uittekening van het relancebeleid. Welke toekomst ziet de Vlaamse overheid voor deze sectoren? In wat volgt geeft de SARC enerzijds enkele algemene aandachtspunten, en anderzijds punctuele opmerkingen per artikel.
A. Algemene opmerkingen
Lokale ondersteuning De SARC stelt vast dat op diverse echelons inspanningen worden gedaan om de noden te lenigen. De complexiteit van de staatsstructuur weerspiegelt zich ook in een amalgaam van maatregelen. Er wordt onder meer 87 miljoen voorzien voor lokale besturen om lokale verenigingen (cultuur, jeugd, sport) te ondersteunen. Lokale besturen kunnen de middelen op die manier verdelen op basis van de lokale noden. Toch lijkt het opportuun om een kader aan te bieden voor de toewijzing van de budgetten om een evenwichtige besteding en bijzonder aandacht voor de kwetsbare spelers op lokaal niveau te garanderen. De Vlaamse overheid kan handvaten aanreiken om lokale besturen te inspireren. Er kan gedacht worden aan verschillende elementen zoals het geven van zuurstof voor nieuwe initiatieven, een offensief lokaal beleid m.b.t. de relance én financiële ondersteuning aan lokale spelers.
Transparantie en helderheid omtrent steunmaatregelen Een volledig schematisch overzicht van het bestaande ondersteuningsveld (op verschillende beleidsniveaus) ontbreekt. Voor actoren is het moeilijk om greep te krijgen op hun rechten, plichten en onverenigbaarheden van maatregelen. De SARC vraagt transparantie en flexibiliteit inzake de (indien)data en termijnen op basis van voortschrijdend inzicht. Bij de lancering is er nood aan duidelijke communicatie. Om verwarring en het scheppen van verkeerde verwachtingen te vermijden vragen meerdere begrippen een heldere omschrijving en eenduidige definiëring. Het is aangewezen om Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
3
tijdens de volledige aanvraagperiode een aanspreekpunt/helpdesk te voorzien bij de administratie. Het is ook aangeraden om voldoende ruimte te voorzien in de web-toepassing om eigen duiding en toelichting te kunnen geven.
Monitoring op korte en lange termijn De omschrijving van kwetsbare kernspelers (art. 17) is zeer formeel. Via een mathematische berekening zal een geautomatiseerd proces de aanvragen screenen. Het is positief dat er geen subjectieve selectie wordt gemaakt. Het systeem is laagdrempelig en geobjectiveerd. Het is echter moeilijk in te schatten wie wel of niet binnen deze categorie zal vallen, het is dus onzeker of de beschikbare middelen (20.000 forfaitaire subsidies) zullen volstaan. Het is essentieel om dit te monitoren en in te grijpen indien de middelen manifest ontoereikend blijken. Ook op lange termijn wijst de SARC op het belang van monitoring. De eenmalige injecties via noodfondsen geven immers geen garanties op langere termijn voor het overleven van talloze initiatieven. Daarom dringt de SARC aan op voldoende transparantie over de ondersteuning en op de monitoring van de maatregelen op diverse echelons en hun respectievelijke impact. In het bijzonder vraagt de SARC ook dat er op toegezien wordt dat de middelen die toegekend worden aan de kernspelers ook ten goede komen aan de meest kwetsbare spelers. In deze fase voorziet het noodfonds in financiële steun. De SARC wijst op de nood aan communicatie en financiële injecties tijdens de volgende fase, de relance. Op langere termijn is er ook nood aan het creëren van zuurstof voor nieuwe spelers.
Kwetsbare kernspelers Vermoedelijk zullen de Nacebelcodes de kwetsbare spelers niet volledig vatten. Omwille van de zeer grote diversiteit, is het binnen het sociaal-cultureel volwassenenwerk bijvoorbeeld niet evident om met Nacebelcodes te werken. De primaire cultuurrollen zijn wellicht opgenomen, maar de eerder ondersteunende rollen zijn niet volledig gevat. Een exhaustieve oplijsting lijkt op korte termijn niet haalbaar. Daarom stelt de SARC voor een vorm van gemotiveerde afwijking in te calculeren en de codes aan te passen op basis van voortschrijdend inzicht. De SARC vraagt daarom aandacht voor bijzondere categorieën en verzoekt om de steun aan doelgroeporganisaties of kwetsbare kernspelers ook open te werken naar specifieke initiatieven die door de Vlaamse Gemeenschap zijn erkend in het kader van het cultuurbeleid, maar niet gesubsidieerd worden. In de actuele benadering moet men immers ofwel in de groep ‘culturele organisaties met meerjarige subsidies’ (reeds met een gerichte uitzondering voor circus), ofwel in de categorie van kwetsbare kernspelers die professioneel actief zijn ressorteren, dan wel ‘lokaal’ geënt zijn om onder die koepel terecht te kunnen. Er zijn echter ook kwetsbare spelers die in normale omstandigheden steeds zelfredzaam zijn en geen aanspraak maken op Vlaamse subsidies, maar die actueel wel abrupt onder druk staan in de context van de pandemie en die nergens in de bestaande formules leniging van hun plotse financieringsnoden vinden. Dit geldt onder meer voor het immaterieel cultureel erfgoed met een erkenning in het kader van de Inventaris Vlaanderen, maar waarvan de praktijk en de Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
4
erfgoedgemeenschappen momenteel in precaire omstandigheden verkeren. Een ondersteuning door het Noodfonds is aangewezen cf. de uitvoering van de UNESCO 2003 Conventie waarbij de Vlaamse Gemeenschap de verantwoordelijkheid opneemt omtrent het borgen en beschermen van het erkende immaterieel erfgoed op haar grondgebied. Ook afgestudeerde studenten dreigen als starters door de mazen van het net te glippen, ondanks hun kwetsbare positie. Er moet rekening gehouden worden met de drempelvrees van vele individuele freelancers om een dergelijke steun aan te vragen. De voorwaarden voor wie niet in aanmerking komt, moeten zeer helder geformuleerd worden. Er moet hierbij begrip getoond worden voor het feit dat vele individuele cultuurwerkers – in tegenstelling tot organisaties – het arbeidsrechtelijke jargon niet beheersen.
Nood aan toeleiding en samenwerking Het noodfonds bouwt via verschillende instrumenten en organisaties steunmaatregelen uit. Hefboom en Cultuurloket zijn bijvoorbeeld bestaande actoren die extra ondersteuning zullen bieden aan de cultuursector. Deze actoren zijn echter nog niet bekend tot in alle uithoeken van Vlaanderen. Om de brede sector te bereiken vraagt de SARC om actief in te zetten op toeleiding. Organisaties kunnen proactief optreden en zelf de sector benaderen. In dit kader wijst de SARC ook op de opportuniteit om samenwerkingen aan te gaan. Cultuurloket en SCWITCH bieden beide zakelijk ondersteuning aan de brede culturele sector. Afstemming en samenwerkingen in dit verband kunnen bovendien ook op langere termijn voor structurele samenwerking en kwaliteitsverbetering zorgen.
B. Punctuele opmerkingen •
Artikel 1, 4° geeft de definitie van een derde in de waardeketen. Het gaat om zij die “b) activiteiten uitvoeren die rechtstreeks verbonden zijn met de realisatie van de inhoudelijke missie van een doelgroep-organisatie". Indien dit ruim kan worden geïnterpreteerd, lijkt er geen probleem. De bandbreedte is echter onvoldoende duidelijk, zeker ook in relatie tot art. 14, 2de lid 1° en meer bepaald de verantwoording op niveau van “functieomschrijving” (die demonstreert dat de begunstigde wel degelijk een derde in de waardeketen is). Gaat het over mensen/organisaties die culturele activiteiten ontwikkelen en/of ook mensen/organisaties die ondersteunend werken om zo de organisatie te helpen zijn inhoudelijke missie te realiseren? De SARC vraagt zich bovendien af of de beperking m.b.t. woonplaats – “gevestigd zijn of hun woonplaats hebben in het Nederlandse taalgebied of het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad” – een principiële of een juridische keuze is. Het kan in de praktijk immers zorgen voor complexe situaties (vb. wat met gezelschappen waarvan de individuen verschillende woonplaatsen hebben?).
Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
5
•
In artikel 1, 5°, in het tweede lid onder (a) kunnen de begrippen zoals “werkingskosten”, “eigen opbrengsten” enz. tot verwarring leiden (zo hebben sociaal-culturele organisaties in hun financieel sjabloon onder de 61 een rubriek die “werkingskosten” heet). Uit navraag blijkt inderdaad dat: o Werkingskosten = rubrieken 60, 61, 64 o Personeelskosten = 62 o Afschrijvingen = 63 o Eigen opbrengsten = 70, 71, 72, 730-735 en 74 In het ontwerp van besluit is dit onvoldoende helder. Het is belangrijk om dit (minstens) in de communicatie helder te maken.
•
Artikel 1, 5° maakt duidelijk dat in deze noodfondsfase enkel gefocust wordt op de periode tot 31 augustus 2020. In het najaar kunnen er stappen naar een heropstart worden gezet, maar deze zullen in vele gevallen slechts deels kunnen gebeuren. Eerder werd gezegd dat dit laatste voorwerp kan uitmaken van een volgende fase (in de relance). Het blijft ietwat irreëel om vandaag een aangepaste begroting vorm te geven die de financieringsbehoefte bepaalt op basis van de periode tot 31 augustus, zonder rekening te kunnen houden met de verwachte financieringsbehoefte in het najaar.
•
Artikel 3, 1° omtrent de steun toegekend op basis van een overeenkomst met een derde uit de waardeketen, kan voor verwarring zorgen. Van een organisatie lijkt te worden verwacht dat ze – voor het indienen van de aanvraag – een overeenkomst sluit met de derden, maar die overeenkomst is onvoldoende hard omdat het voor de organisatie niet duidelijk is in welke mate de Vlaamse overheid tussen zal komen en dus of de overeenkomst hard kan worden gemaakt. Bovendien is het onderscheid tussen (a) en (b) niet altijd even duidelijk.
•
In artikel 6, 3° is het niet helder wat concreet bedoeld wordt met “een typering van de aangevraagde ondersteuning”.
•
In artikel 13 zijn 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 6° een herhaling van artikel 10. Bovendien lijken 6° en 7° te botsen. De financiële verantwoording moet op jaarbasis gebeuren, de expliciete verantwoording enkel over de periode tot 31 augustus. Hoe is wat uit het financieel verslag af te leiden?
•
In artikel 17, 2° wordt verwezen naar bijlage 2. In die bijlage wordt echter foutief verwezen naar artikel 16 in plaats van artikel 17. Het is ook aangewezen om alle NACEBELcodes 2008 te controleren (vb. 92.029 = 90.029). In artikel 17, 3° wordt vermeld dat aanvragers die gebruik hebben gemaakt of maken van de verschillende compensatiemaatregelen op federaal of op regionaal niveau, niet in aanmerking komen. Het is onduidelijk of lokale ondersteuning al dan niet onverenigbaar is.
Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
6
III. CONCLUSIE De SARC beoordeelt de maatregelen in het kader van de coronacrisis als positief en formuleert daarbij een aantal kanttekeningen en aandachtspunten. De SARC vraagt bij compensatie en ondersteuningsmaatregelen om voldoende aandacht te hebben voor onder meer: - het aanreiken van een kader aan de lokale besturen betreffende de verdeling van de middelen op basis van lokale noden; - transparantie en helderheid inzake de gehanteerde begrippen, communicatie, termijnen, maar ook rechten en plichten van de betrokken actoren en eventuele onverenigbaarheden; - de monitoring op korte en lange termijn van de maatregelen en hun impact. Eveneens vraagt de SARC een toezicht op het ten goede komen aan de meeste kwetsbare spelers van de toegekende middelen aan de kernspelers; - de kwetsbare kernspelers in hun totaliteit, met bijzondere aandacht voor de categorieÍn die door de voorgestelde steunmaatregelen niet gevat worden. De SARC pleit voor een evenwichtige toepassing en spreiding naar de gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde sectoren. De erkenningen op Vlaams niveau (vb. lijst erkenningen immaterieel erfgoed) kunnen hierin reeds een richtinggevende parameter zijn, zoals reeds werd toegepast voor de lokale radio’s; - de nood aan samenwerking en toeleiding tot de verschillende instrumenten en organisaties in het kader van het noodfonds cultuur; - de nood aan verder overleg cf. de gegeven punctuele opmerkingen. Naarmate de gevolgen van de crisis verder toenemen, nemen idealiter ook de inspanningen van de diverse overheden toe. De maatregelen in het kader van het Vlaams cultuurbeleid zijn noodzakelijk. Of zij afdoende zullen zijn om de meest getroffen organisaties en individuen doorheen de crisis te loodsen blijft een open vraag. Het is vooralsnog onduidelijk wat de impact gaat zijn op middellange en lange termijn. De SARC blijf bij alle betrokken overheden aandringen niet alleen oog te hebben voor tijdelijke compenserende maatregelen maar deze crisis ook aan te grijpen om een grondige analyse te maken van de noden van de sectoren op langere termijn, met garantie op volgehouden inspanningen, willen we een gezond en gebalanceerd cultuur, jeugd- en media-ecosysteem in stand houden en opnieuw zien floreren.
Namens de Algemene Raad, Luk Verschueren, algemeen voorzitter Bart Dierick, algemeen secretaris Namens de Sectorraad Kunsten en Erfgoed,
Namens de Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk,
Herman Baeten, voorzitter Jorijn Neyrinck, ondervoorzitter Laura Van Wijnsberghe, secretaris
Frie De Greef, voorzitter Dirk Verbist, ondervoorzitter Liesbeth Lemiere, secretaris
Advies bij het Noodfonds Cultuur 26/06/2020
7