Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/304
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/304
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 29 oktober 2020 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van Vlaams minister Hilde Crevits tot het verkrijgen van een afschrift van het auditrapport van PricewaterhouseCoopers (hierna vermeld als: PWC) over de investering van de Participatiemaatschappij Vlaanderen (hierna vermeld als: PMV) in het kader van het dossier van NV FNG. Het kabinet van Vlaams minister Crevits heeft voormeld openbaarheidsverzoek afgewezen op 17 november 2020. Op 18 november 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigerings-beslissing vanwege het kabinet van Vlaams minister Crevits. Dit beroep werd geregistreerd op 19 november 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 29 oktober 2020. De in beroep aangevochten beslissing van het kabinet van Vlaams minister Crevits d.d. 17 november 2020 maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het ingediende beroep van 18 november 2020 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
De bestreden beslissing
Het kabinet van Vlaams minister Crevits wees er in zijn weigeringsbeslissing d.d. 17 november 2020 op dat het openbaarheidsverzoek (openbaarmaking van het auditrapport van PWC over de investering van PMV in het kader van het dossier FNG) niet kon ingewilligd worden in toepassing van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet. Voorts werd er nog op gewezen dat het auditrapport dat door PMV aan de minister werd bezorgd vertrouwelijk is en dat de geheimhouding van de informatie in het rapport contractueel geregeld is, zodat een bijkomende vraag aan PMV tot toelating van de openbaarmaking bovendien zonder voorwerp zou zijn.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoeker stelt in zijn beroepschrift dat hij met de weigeringsbeslissing niet akkoord gaat en dat hij alsnog toegang wens te bekomen tot het auditrapport van PWC aangaande de investering van PMV in FNG.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met het kabinet van Vlaams minister Crevits. Vanuit het kabinet werd gesteld dat de 3 betrokken vennootschappen, nl. nv PMV, nv Gigarant en Mezannine Partners 1, zich ten aanzien van de minister, hoewel ze daar juridisch niet toe verplicht zijn of kunnen worden, geëngageerd hebben om een onafhankelijke externe audit te laten uitvoeren. Na marktconsultatie werd daarvoor het bureau PWC aangeduid als uitvoerder. Deze consultant heeft bedongen dat het resultaat vertrouwelijk zou blijven omdat zij deze vertrouwelijkheid ook dienden toe te zeggen aan de personen die ze geïnterviewd hebben om tot het auditresultaat te komen. In die zin heeft de minister ook ten aanzien van het Vlaams Parlement het rapport enkel onder strikte vertrouwelijkheid bezorgd aan de parlementsvoorzitter, zo liet het kabinet nog weten aan de beroepsinstantie.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/304
pagina 2 van 4
Het kabinet van Vlaams minister Crevits haalt dus artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet aan als motief van de weigering tot openbaarmaking van het auditrapport van PWC over de investering van PMV in het kader van het dossier FNG. Artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een instantie de aanvraag tot openbaarmaking moet afwijzen, als ze van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de informatie die een derde heeft verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht werd en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld. Uit de letterlijke lezing van voormeld artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet blijkt dat deze uitzonderingsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk hebben bestempeld. Dat het om een cumulatieve voorwaarde gaat, blijkt voldoende uit het gebruik in art. II.34, 6° van het woord “en”. De beroepsinstantie moet, na kennisname van de ingewonnen informatie, in casu vaststellen dat aan de beide cumulatieve voorwaarden is voldaan. Aan de eerste vereiste, namelijk dat het gaat om informatie die vrijwillig werd verstrekt aan een instantie, zonder dat daartoe een wettelijk, decretaal of andere verplichting bestaat, is voldaan: Het opgevraagde auditrapport van PWC werd op 1 oktober 2020 op vrijwillige basis overgemaakt door de algemeen manager van PMV aan Vlaams minister Crevits, zonder enige verplichting daartoe. Uit de ingewonnen informatie is heel duidelijk gebleken dat PWC immers werd aangesteld door PMV om een onafhankelijke en objectieve analyse te verrichten op de investerings- en beslissingsprocessen binnen PMV en PMV-TINA, die geleid hebben tot de investeringen in FNG. Er werd een offerte ingediend door PWC op 24 juli 2020 en de opdracht voor de audit werd, na de marktconsultatie, op 29 juli 2020 door PMV toegewezen aan PWC, waarna het auditrapport met de bevindingen en aanbevelingen werd opgesteld op 8 september 2020 en bezorgd aan PMV, in uitvoering van de hen toegewezen opdracht. De overhandiging van het auditrapport vanuit PMV aan Vlaams minister Crevits gebeurde evenwel nadien op louter vrijwillige basis op 1 oktober 2020. Daarnaast stelt de beroepsinstantie ook vast dat aan de tweede decretaal voorgeschreven vereiste, namelijk dat het bezorgde auditrapport ook uitdrukkelijk als vertrouwelijk werd bestempeld, in casu is voldaan. Helemaal vooraan in het auditrapport van PWC is immers een zeer uitdrukkelijke clausule van vertrouwelijkheid opgenomen, waarin de volgende passage is opgenomen: “Dit rapport is uitsluitend bedoeld voor intern gebruik door PMV en ten behoeve van PMV en de Vlaamse Minister bevoegd voor Economie. Het is niet bedoeld voor, noch mag het worden toevertrouwd aan enige andere partij ("Derde Partij"). Noch deze deliverable, noch de inhoud ervan mag worden verspreid, besproken met of op een andere manier bekend gemaakt aan een derde partij zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van PWC.” Uit de aan de beroepsinstantie gegeven informatie is ook gebleken dat intussen het desbetreffende auditrapport, op het ogenblik dat er een vraag was vanuit het Vlaams Parlement om het auditrapport over te maken, door de Vlaamse minister Crevits enkel aan de Voorzitter van het Vlaams Parlement is bezorgd onder strikte vertrouwelijkheid (specifieke procedure die is voorzien in het Reglement van het Vlaams
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/304
pagina 3 van 4
Parlement). Daaruit kan enkel maar de vertrouwelijkheid van het opgevraagde auditrapport worden afgeleid, zodat ook aan deze tweede voorwaarde in casu is voldaan. De beroepsinstantie concludeert daarom dat het kabinet van Vlaams minister Crevits terecht heeft geoordeeld om het opgevraagde auditrapport van PWC over de investering van PMV in het kader van het dossier FNG niet openbaar te maken in toepassing van artikel II.34, 6° van het Bestuursdecreet. Het ingestelde beroep wordt dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 18 november 2020 tegen de weigeringsbeslissing van het kabinet van Vlaams Minister Crevits wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd Brussel, 16 december 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/304
pagina 4 van 4