Skip to main content

JR_OP_ag_palntentuin_Meise_2019.pdf

Page 1

Rapportering ondernemingsplan 2019

Besproken op het uitgebreid directieoverleg: 17/03/2020; besproken op de raad van bestuur: 17/03/2020


1

Beknopte uitvoeringsrapportering

3

2

Evolutie bedrijfsindicatoren

4

2.1

Bedrijfsindicator 1: wetenschappelijke output

4

2.2 Bedrijfsindicator 2: gerealiseerde betrokkenheid van het publiek

5

2.3 Bedrijfsindicator 3: gebruik van de collecties

6

2.4 Bedrijfsindicator 4: waarde van de levende collecties

8

2.5 Bedrijfsindicator 5: Duurzaamheid

9

2.6 Bedrijfsindicator 6: inkomsten (in KEUR)

11

3

Budgettaire analyse

11

4

Uitvoering personeelsplan 2019

12

5

Resultaten Audit Vlaanderen

12


1

BEKNOPTE UITVOERINGSRAPPORTERING

De activiteiten van Plantentuin Meise waren in 2019 gefocust op zes activiteitendomeinen die aansluiten bij de ‘Global Strategy for Plant Conservation’, een strategie binnen de conventie van biologische diversiteit die ook door België werd geratificeerd: (1) Biodiversiteit ontdekken en optekenen; (2) Plantendiversiteit veiligstellen; (3) Ecosystemen begrijpen; (4) Taxonomie voor de toekomst; (5) Inspireren en informeren; (6) Ons wetenschappelijk patrimonium valoriseren. Daarnaast blijft de Plantentuin werken aan de optimalisering van de eigen werking en wordt de 1ste fase van het masterplan, in samenwerking met het Facilitair Bedrijf, uitgevoerd. In het ondernemingsplan 2019 waren een aantal specifieke uitdagingen/projecten geformuleerd: 1)

In het kader van het masterplan voor de Plantentuin wordt in 2019 de bouw van de ingangsgebouwen en het nieuw serrecomplex – de groene ark – opgestart.

2) In uitvoering van het hefboomproject van Toerisme Vlaanderen ‘Plantentuin 2.0’ worden de culinaire belevingstuin en de welkomsttuin aangelegd. 3) De opening van het houtmuseum en de rozentuin zijn voorzien voor respectievelijk april en juni 2019. 4) Volgende collectie- en onderzoeksprojecten zullen worden opgestart: Groene Pioniers, Synthesys+, LinBI, Coffea canephora, DISSCO unlocked. 5) In het kader van de extra middelen voor Onderzoek en Ontwikkeling zal in overleg met alle belanghebbenden het project opgestart worden om 75% van de bedreigde Belgische plantensoorten in ex-situ collecties te bewaren. Voor alle vijf de uitdagingen was er goede progressie: 1)

De bouw van de ingangsgebouwen en het nieuw serrecomplex, de Groene Ark, is volop lopende. De werken verlopen wel trager dan voorzien in de initiële planning. De voorlopige oplevering van de ingangsgebouwen is nu voorzien najaar 2020; de oplevering van het serrecomplex is voorzien voor midden 2022.

2) De werken voor de Culinaire Belevingstuin en de Welkomsttuin zijn goed gevorderd. De opening zal samenvallen met de opening van de ingangsgebouwen. 3) Het HOUTlab en de Rozentuin werden geopend in 2019, respectievelijk in mei en juni. 4) De collectie- en onderzoeksprojecten Groene Pioniers, Synthesys+, LinBI, Coffea canephora en DISSCO unlocked werden succesvol opgestart. 5) Onderhandelingen werden opgestart met Natuurpunt om via hun natuurreservaten en met hun vrijwilligers 75% van de bedreigde Belgische plantensoorten in de ex-situ collecties van de Plantentuin te bewaren. De uitvoering van het project zal in 2020 worden opgestart. Meer algemeen kan de Plantentuin terugkijken op een positief jaar: de bedrijfsindicatoren evolueerden in positieve zin; op financieel vlak kan een begroting in evenwicht worden voorgelegd; dankzij hogere eigen inkomsten bleef het personeelsbestand stabiel, en de maturiteit van de risicobeheersing evolueerde in positieve zin. Deze elementen worden hieronder verder toegelicht.


2

EVOLUTIE BEDRIJFSINDICATOREN

De strategische en operationele doelstellingen van Plantentuin Meise worden gemonitord aan de hand van een aantal objectieve indicatoren. Elke bedrijfsindicator is opgebouwd uit een aantal meetbare kerncijfers in dezelfde meeteenheid (dagen, personen, aantallen…). De bedrijfsindicatoren staan grotendeels los van concrete en tijdsgebonden realisaties; zij blijven bijgevolg hun objectieve waarde behouden en zijn perfect vergelijkbaar over de jaren. Voor elke indicator wordt een streefwaarde vastgelegd of een vooropgestelde trend gedefinieerd. Indien relevant worden mogelijk interne en externe risico’s gedefinieerd die de vooropgestelde streefwaarde of trend negatief kunnen beïnvloeden.

2.1

Bedrijfsindicator 1: wetenschappelijke output

Indicator 1: som van (aantal x gewicht). Deze indicator meet vooral het wetenschappelijke onderzoek van de Plantentuin Meise en de mate waarin dit internationaal bekendgemaakt wordt. Streefdoel: het jaarresultaat ligt minimaal op het niveau van het gemiddelde van de voorbije drie jaar (bij gelijkblijvend aantal onderzoekers). Mijlpaal: versterkte samenwerking met de universiteiten via gedeelde bursalen. Publicaties

Gewicht

A1

(10 + IF)*

A2-4 (inclusief boekbesprekingen)

2*

Boek als auteur Boek als editor

20* 5*

Hoofdstuk van boek Aantal nieuw beschreven soorten

6* 1**

Aantal gereviseerde soorten

0,5**

*Voor publicaties waarvoor de eerste auteur niet behoort tot APM wordt het gewicht gedeeld door twee **Voor publicaties waarvoor de eerste of laatste auteur niet behoort tot APM wordt het gewicht gedeeld door het totaal aantal auteurs en vermenigvuldigd met het aantal auteurs van APM.

Rapportering 2019: De productiviteit bleef in 2019 bijzonder hoog: het aantal bijdragen in tijdschriften en boeken bleef stabiel. Het aantal publicaties met impactfactor daalde licht van 103 tot 99 (89 in 2017; 74 in 2016; 74 in 2015, 75 in 2014), de gemiddelde impactfactor steeg naar 2,7.

De bedrijfsindicator ‘wetenschappelijke output’ steeg in 2019 van 1.235 naar 1.298. De sterke stijging van de bedrijfsindicator van 2011 tot 2019 wordt grotendeels verklaard door het groter aantal artikels in tijdschriften met impactfactor en het groter aantal florabijdragen. Beide evoluties werden gevraagd door de wetenschappelijke raad van Plantentuin Meise en de ontwikkelde bedrijfsindicator blijkt dus een geschikt instrument om dit op te volgen.


1400 1200 1000 800 600 400 200 0 2011-2013

2012-2014

2013-2015

2014-2016

2015-2017

2016-2018

2017-2019

Figuur 1 – Evolutie van de wetenschappelijke productie volgens bedrijfsindicator 1 gemiddeld over drie opeenvolgende jaren.

2.2

Bedrijfsindicator 2: gerealiseerde betrokkenheid van het publiek

Indicator 2: som van alle aantallen. Deze indicator is een graadmeter voor het succes waarmee de Plantentuin Meise de verschillende geledingen van het publiek bereikt. Streefdoel: stijging van dit aantal in functie van investeringen in de toeristische ontsluiting van de Plantentuin (volgens ZKA-studie: internationaal kengetal: per 10 miljoen EUR investering in toeristische infrastructuur 100.000 extra bezoekers). Mijlpalen: realisatie van vernieuwde ingang Plantenpaleis; realisatie nieuwe ingangsgebouwen; realisatie nieuwe parking. Rapportering 2019: Het aantal bezoekers steeg tot 183.381 (+4%), een nieuw record voor de Plantentuin. De Floridylles, waarbij de seizoenen op een bijzondere manier worden beleefd in de Plantentuin, waren opnieuw een succes, maar er is een stijging te zien doorheen het ganse jaar. De sterkste stijging wordt genoteerd bij de MICE-activiteiten (+39%). Ook het aantal individuele bezoekers zonder jaarkaart en het aantal schoolbezoeken nam sterk toe (+14% en +25% respectievelijk). Bezoeken van Meisenaren kende dan weer een opvallende daling (-31%). De verklaring hiervoor ligt wellicht in de sluiting van ingang Meise omwille van de werken in het kader van het masterplan. Ook het aantal bezoeken met jaarkaart daalde sterk (-28%). Het succes van het museumPASSmusées vormt hier de logische verklaring: deze is erg populair in de Plantentuin.


Globaal vertoont de bedrijfsindicator ‘gerealiseerde betrokkenheid van het publiek’ een sterke stijging tussen 2011 en 2019. De organisatie van extra evenementen blijft renderen. De doelstelling om tegen 2024 250.000 bezoekers te halen is realistisch op voorwaarde dat het structureel parkeerprobleem kan worden opgelost.

180000 160000 140000 120000 # lokale bezoeken

100000

# bezoeken ext. evenementen

80000

# groepsbezoeken # bezoeken schoolverband

60000

# ind. bezoeken m jaarkaart

40000

# ind. bezoeken z jaarkaart

20000

20 19

20 17 -

20 18

20 16 -

20 17

20 15 -

20 16

20 14 -

20 15

20 13 -

20 14

20 12 -

20 11 -

20 13

0

Figuur 2 – Evolutie van het aantal bezoeken gemiddeld over drie opeenvolgende jaren.

2.3

Bedrijfsindicator 3: gebruik van de collecties

Indicator 3: som van alle aantallen. Deze indicator meet vooral de wetenschappelijke dienstverlening van de Plantentuin Meise. Het is onze taak om onze collecties te ontwikkelen, te bewaren en ze te ontsluiten en toegankelijk te maken voor onze gebruikers. Streefdoel: voortschrijdend gemiddelde van de voorbije drie jaren stijgt (door een verbeterde digitale ontsluiting van de collecties). Mijlpaal: Realisatie IWT-project: ‘Digitale ontsluiting erfgoedcollecties’ Herbarium Aantal fysiek ontleende herbarium specimens Aantal virtueel ontleende herbarium specimens Aantal virtueel geconsulteerde specimens via eigen databank Aantal virtueel geconsulteerde specimens via andere databanken


Bibliotheek/archief/iconotheek Aantal geraadpleegde items ter plaatse Aantal bezoekers en interbibliothecaire lenen Aantal virtueel ontleende publicaties/archieven Aantal items uitgeleend voor tentoonstellingen

Levende collecties Aantal geleverde stalen Aantal zoekopdrachten in LIVCOL

Rapportering 2019: De consultatie van de collecties steeg erg sterk in 2019. Het aantal online raadplegingen van het herbarium valt daarbij op. De digitalisatie van het herbarium vormt hier de verklaring. Het gebruik van de levende verzamelingen en de bibliotheekcollecties bleef stabiel. 200000 180000 160000 140000 120000 100000

Bibliotheek Levende collecties

80000

Herbarium

60000 40000 20000

20 19

20 17 -

20 18

20 16 -

20 17

20 15 -

20 16

20 14 -

20 15

20 13 -

20 15

20 12 -

20 11 -

20 13

0

Figuur 3 – Evolutie van het gebruik van de collecties gemiddeld over drie opeenvolgende jaren.


2.4

Bedrijfsindicator 4: waarde van de levende collecties

Indicator 4: (origine + conservatiewaarde + verificatie-/identificatieniveau + gebruik + ontsluiting voor het publiek) gedeeld door aantal accessies van plantenverzamelingen en zadenbank. Deze indicator geeft het belang van onze levende collecties aan en de mate waarin zij worden benut. Verzamelingen van levende planten zijn interessanter naarmate zij meer wild verzamelde accessies en meer bedreigde soorten bevatten, beter gedocumenteerd is (verificatie), zichtbaar is voor het publiek en meer gebruikt wordt voor onderzoek (stalen). Streefdoel: voortschrijdend gemiddelde van de voorbije drie jaren stijgt. Mijlpaal: realisatie collectiepolitiek voor de levende verzamelingen. Berekening (maximale waarde voor het geheel van de collectie = 5): Criteria

Waarde = 0

Waarde = 1

Origine

Geen bekende oorsprong

Minstens land van oorsprong is gekend

Conservatie

Voor Belgisch materiaal: afwezig op de rode lijsten van Vlaanderen en Wallonië (of categorie “nb” of “nt”)

Voor Belgisch materiaal: aanwezig op de rode lijsten van Vlaanderen en Wallonië en niet de categorie “nb” of “nt”

Voor materiaal van onbekende oorsprong of niet Belgisch materiaal: afwezig op de IUCN Red List of score “LC”

Voor materiaal van onbekende oorsprong of niet Belgisch materiaal: aanwezig op de IUCN Red List en niet de categorie “LC”

Verificatie

Geen verificatie

Minsten één betrouwbare verificatie/identificatie

Gebruik

Geen stalen

Minsten één staal geleverd

Ontsluiting

Materiaal niet zichtbaar voor het publiek

Materiaal zichtbaar voor het publiek

Voor elk criterium wordt berekend welk percentage van de collectie waarde 1 heeft. De berekening van deze percentages is voor elk criterium verschillend (zie tabel hieronder). De evolutie van de som van deze percentages heeft een indicatie hoe de collectie zich ontwikkelt. De som is momenteel 181. Criterium

Formule

Origine

T1/T2

Conservatie

T1/(T2-T3)

Verificatie

T1/T2

Gebruik

T1/T2

Ontsluiting voor het publiek

T1/T2a

T = aantal accessies met score “1” voor een criterium T2 = aantal accessies met score “0” of “1” voor een criterium


T2a = aantal accessies potentieel zichtbaar voor het publiek (ZADEN in de zadenbank worden uitgesloten) T3 = aantal accessies met onbekende oorsprong of niet van Belgische oorsprong met score “0” voor het criterium Conservatie die niet werden geëvalueerd door IUCN. Rapportering 2019: Door de overgang naar een nieuwe databank voor de levende collecties konden geen gegevens worden aangeleverd voor 2019. Momenteel beschikken we enkel over cijfers voor 2016 tot 2018; het voortschrijdende gemiddelde kan nog niet worden berekend. De beschikbare cijfers tonen aan dat het gebruik en de conservatiewaarde van de collectie licht zijn gestegen. De andere criteria zijn gelijk gebleven.

200 180 49

52

52

120

18

19

20

100

33

32

32

160 140

Gebruik

80 60

Ontsluiting Verificatie Conservatie

46

46

47

36

35

36

2016

2017

2018

Origine

40 20 0

Figuur 4 – Waarde van de levende collecties volgens vijf criteria: ontsluiting voor het publiek (% ontsloten voor het publiek), gebruik van de collecties (% waarvan staal werd verzonden), verificatieniveau van de collectie (% dat door eigen team werd geverifieerd), conservatiewaarde van de collectie (% dat conservatiewaarde heeft) en origine (% waarvan minstens het land gekend is).

2.5

Bedrijfsindicator 5: Duurzaamheid

Indicator 5: totale CO2-uitstoot (in # ton CO2) van alle installaties van de Plantentuin. Deze indicator geeft aan in hoeverre de Plantentuin Meise in staat is om haar technische installaties op een duurzame manier om te vormen en integrale milieuzorg door te voeren in zijn organisatie. Streefdoel: na uitvoering van het masterplan een vermindering van een derde van de CO2uitstoot. Mijlpaal: volledige realisatie masterplan voor de Plantentuin.


Rapportering 2019: Het energieverbruik is momenteel sterk gelinkt met het aantal graaddagen. Momenteel werden er nog geen grote renovaties afgerond die een positief effect zouden kunnen hebben op de CO2-uitstoot. CO2-uitstoot1 Onderwerp

2015

2016

2017

2018

2019

Verbruik

CO2 (ton)

Verbruik

CO2 (ton)

Verbruik

CO2 (ton)

Verbruik

CO2 (ton)

Verbruik

CO2 (ton)

Aardgas (kWh)

10422386

1912

12100607

2219

11385505

2076

11036532

2013

12254920

2235

Stookolie

127811

338

18250

48

61920

176

77000

219

8200

23

11832

34

Stookolie machinepark

11

Brandstof wagenpark

5697

14

5406

14

5210

13

4425

11

5476

12

Elektriciteit (kWh)2

1261861

0

1216301

0

1305123

0

1227804

0

1199267

0

Totaal CO2 (ton)

2264

2281

2299

2243

Tabel 1 – Evolutie 2015-2019 van verbruik gas en elektriciteit en gelinkte CO2-uitstoot (stookolie wordt gebruikt als alternatief voor aardgas dus beide verbruiken zijn samen te bekijken). 3000

3000,00

2500

2500,00

2000

2000,00

1500

1500,00

Graaddagen Ton CO2 verwarming

1000

1000,00

500

500,00

0

0,00 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Figuur 5 – Uitstoot CO2 voor verwarming in functie van het aantal graaddagen (bron: synergrid - 16,5 °C-equivalent).

1

Omzetting: CO2-meter LNE, vanaf 2017 emissiefactoren klimaatplan VO

2

100% groene stroom


2.6

Bedrijfsindicator 6: inkomsten (in KEUR)

Indicator 6: totale som van (aantal x bedrag). Deze indicator geeft aan in hoeverre de Plantentuin Meise erin slaagt om geldstromen aan te boren. Hoe hoger de inkomsten uit externe bronnen, hoe beter de Plantentuin derden heeft kunnen overtuigen om van haar diensten gebruik te maken. En hoe hoger de inkomsten, hoe beter de Plantentuin Meise zich van haar huidige en nieuwe taken kan kwijten. Streefdoel: voortschrijdend gemiddelde van de voorbije drie jaren stijgt. Mijlpaal: erkenning krijgen als instelling die fiscaal aftrekbare giften ontvangt (behaald oktober 2015; verlenging verkregen in 2016). Rapportering 2019: De indicator evolueert verder in de goede richting. Er is een stijging van de omzet van de toeristische dienstverlening (+8%). De inkomsten uit productverkoop en expertise stegen eveneens met respectievelijk 12% en 6%. De inkomsten uit projecten steeg licht (+5%). Voor de berekening van de indicator werden de FFEU-middelen niet meegenomen.

3000

2500 TV 2000

Andere Verhuur Expertise

1500

Productverkoop Sponsoring

1000

Tickets Projecten

500

0 2011-2013 2012-2014 2013-2015 2014-2016 2015-2017 2016-2018 Figuur 7 – Evolutie van inkomsten (in KEUR) gemiddeld over drie opeenvolgende jaren.

3

BUDGETTAIRE ANALYSE

Zie jaarrekening.


4

UITVOERING PERSONEELSPLAN 2019

Het personeelsplan 2019 werd in grote lijnen uitgevoerd zoals gepland (zie personeelsplan 2020). Er was een positief saldo op de personeelsuitgaven (zie jaarrekening).

5

RESULTATEN AUDIT VLAANDEREN

De maturiteit voor risicomanagement wat betreft risico-identificatie en –evaluatie bleef statusquo op 3. De maturiteit voor risicomanagement wat betreft risicobeheer steeg van 2,3 naar 2,6.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
JR_OP_ag_palntentuin_Meise_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu