Skip to main content

Jaarverslag_OVAM_1999.pdf

Page 1

Jaarverslag 1999


2


TEN GELEIDE

1999 is voor de OVAM een merkwaardig jaar gebleken. Zowel in het afvalstoffen- als in het bodemsaneringsbeleid kunnen we eens te meer goede resultaten voorleggen. Uiteraard leest u hierover meer op de volgende pagina's. Toch wil ik hier enkele opvallende verwezenlijkingen aanhalen. De trend dat er in Vlaanderen meer afval gesorteerd wordt dan dat er nog voor eindverwerking en -verwijdering wordt aangeboden, blijft duidelijk aanhouden. Hiermee bevinden we ons aan de Europese top. Dat resultaat is er niet zomaar gekomen, maar we willen en moeten nog verder gaan. Inmiddels hebben ook de uitvoeringsplannen OrganischBiologisch Afval en Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen vorm gekregen, in samenspraak met de betrokken doelgroepen. Inzake afvalpreventie worden de resultaten van het PRESTI-programma steeds concreter: talloze bedrijven in diverse sectoren demonstreren via opendeurdagen hoe zij preventie in de praktijk toepassen. Ook steeds meer gemeenten zetten initiatieven op touw om hun afvalberg te verminderen. De druk om de jaarlijkse hoeveelheid afval naar beneden te brengen is dan ook enorm groot. Niet alleen vanwege de beperkte verwerkingscapaciteit, maar ook en vooral vanwege de maatschappelijke gevoeligheid van dit thema. De uitdaging voor de toekomst ligt daarom niet alleen in de technologische ontwikkelingen. Misschien nog belangrijker is het, een maatschappelijk klimaat te scheppen waarin een via overleg totstandgekomen beleid door iedereen gedragen en aanvaard wordt. Wat betreft bodemsanering komen we stilaan op kruissnelheid. Dat blijkt uit het stijgende aantal bodemonderzoeken en bodemsaneringsdossiers die bij de OVAM worden ingediend, en uit de belangrijke plaats die bodemsanering en onderzoek in korte tijd op de milieumarkt hebben verworven. Goed nieuws is ook dat we dit jaar eindelijk konden starten met de ambtshalve aanpak van wat inmiddels haast symbooldossiers zijn geworden. De sanering van de arseenfabriek in Bocholt is daarvan het beste voorbeeld. In beide beleidsdomeinen — afvalstoffen en bodemsanering — vergt elke kleine stap voorwaarts enorme inspanningen van alle betrokkenen. Daarom voert de OVAM een doorgedreven open en transparant informatiebeleid als vast onderdeel van onze bedrijfscultuur. Het is dan ook verheugend vast te stellen dat steeds meer burgers, bedrijven en journalisten met ons contact opnemen voor informatie, advies en/of duiding. Dit alles vergt een optimale inzet van de middelen waarover we beschikken, middelen die de toevloed en complexiteit van onze opdrachten slechts met een achterstand blijken te volgen. Het was dan ook een domper dat de organisatorische veranderingen die we wilden doorvoeren — en die bedoeld waren om de middelen waarover we wél beschikken zo goed mogelijk in te zetten — als gevolg van twee arresten van de Raad van State werden vernietigd. Het resultaat is dat de OVAM nu al maanden functioneert zonder afdelingshoof-

3


den en zonder diensthoofden. Dit is de keerzijde van de medaille. Wil de OVAM haar maatschappelijk cruciale opdracht naar behoren blijven vervullen, dan moet deze situatie zo snel mogelijk worden opgelost. Nog net in 1999 verscheen ons aangepaste personeelsstatuut in het Belgisch Staatsblad. Dit kan nu vertaald worden in een organisatiestructuur die tegemoet komt aan de vele noden. Via deze weg wil ik alle OVAM-medewerk(st)ers danken voor hun onafgebroken en enthousiaste inzet, zelfs in de huidige, moeilijke omstandigheden. Ik ben ervan overtuigd ook in de toekomst op hun toewijding, ervaring en kennis te mogen rekenen.

ir. Frank Parent administrateur-generaal

4


ADMINISTRATIE-GENERAAL

Vanuit het perspectief van de beleidsfuncties komt, naast beleidsuitvoering en beheer, de beleidsvoorbereiding steeds meer op de voorgrond. Het afvalbeleid vereist een planmatige formulering van doelstellingen, een systematische inzet van beleidsinstrumenten en een gedegen organisatie van de personele, financiële en andere middelen. Sinds 1998 heeft de OVAM een strategisch planningsproces opgezet om het geheel van taken, plannen, programma's en projecten doeltreffend en doelmatig uit te voeren in een steeds veranderende omgeving. De OVAM is sinds 1998 ook partner binnen het Gewestelijk Milieu-overleg (GMO), waarvan verder de VLM (Vlaamse Landmaatschappij), de VMM (Vlaamse Milieumaatschappij) en AMINAL (administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer) deel uitmaken. De OVAM is daardoor mede verantwoordelijk voor de milieubeleidsplanning van het Vlaamse Gewest. We werken mee aan het opstellen van milieubeleidsplannen en milieujaarprogramma's, overeenkomstig de decretale bepalingen, en aan het toezicht op de uitvoering.

De OVAM en de gewestelijke milieubeleidsplanning Met het Gewestelijk Milieu-overleg (GMO) en de oprichting van het Permanent Planningsoverleg (PPO) is een belangrijke stap gezet naar een permanente planningsstructuur. Omdat de planningstructuur steeds complexer wordt en we de uitvoering van het bestaande plan moesten combineren met de opmaak van een volgend plan, is in het najaar van 1999 een projectleider aangeduid. De projectleider milieubeleidsplanning is verantwoordelijk voor de organisatie, coördinatie en opvolging van de verdere uitvoering van het bestaande milieubeleidsplan, de realisatie van het nieuwe Milieubeleidsplan 20022006 en de uitvoering ervan. Het PPO is de operationele structuur voor de uitvoering van de 178 acties van het Milieubeleidsplan 1997-2001. De leden van het PPO zijn de planningsverantwoordelijken van de betrokken organisaties en de coördinatoren voor de verschillende milieuthema's en horizontale beleidsmateries (doelgroepenbeleid, gebiedsgericht beleid, instrumenten). De administratie-generaal van de OVAM vaardigde ook in 1999 een planningsverantwoordelijke en een coördinator voor het thema 'Verontreiniging door afvalstoffen' af. Eind 1999 werd al een aanloop naar het tweede (ontwerp-) Milieubeleidsplan 2002-2006 genomen. Naast het thema 'Verontreiniging door afvalstoffen' zal de OVAM ook het nieuwe thema 'Verontreiniging en aantasting van de bodem' coördineren. Ze vaardigt hiervoor een themacoördinator af in het PPO+, de werkgroep die het volgende plan zal ontwerpen. • Milieujaarprogramma's 1999 en 2000 Het afgelopen jaar was de OVAM betrokken bij de uitvoering van het Milieujaarprogramma (MJP) 1999 en de voorbereiding van het MJP 2000. Het MJP 1999 was het tweede milieujaarprogramma dat gekoppeld werd aan de begrotingscyclus en uitvoering gaf aan het MINA-plan 2. Het MJP 2000, dat op 22 december 1999 werd vastgesteld door de nieuwe Vlaamse regering, brengt verslag uit over de voortgang en geeft het verdere verloop van de acties aan. De uitvoering van de acties van het thema 'Verontreiniging door afvalstoffen' verloopt nog steeds volgens schema. Over de resultaten wordt verder in dit jaarverslag gerapporteerd. Jaarlijks wordt een lijst met het lopende en geplande onderzoek opgesteld en goedgekeurd: het programma Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieu (WOL). Het onderzoek dat

5


rechtstreeks aansluit bij de acties uit het MINA-plan 2 wordt ook opgenomen in de MJP's en gepubliceerd. De OVAM is verantwoordelijk voor de onderzoeksprogrammering voor de sectoren afval en bodem. In 1999 leverden we een bijdrage aan het WOL 2000 en zetten we mee een geautomatiseerd systeem op touw om alle bestaande en toekomstige onderzoeksgegevens te beheren. Dit systeem, dat deel uitmaakt van het project databeheer GMO, moet een flexibele, snelle en accurate rapportering mogelijk maken over de voortgang van het milieubeleid. • Scenariorapport (MIRA-S) Het vijfjaarlijkse scenariorapport dient als wetenschappelijke basis van het vijfjaarlijkse milieubeleidsplan. Volgens het decreet moet het MIRA-S een beschrijving geven van de verwachte ontwikkelingen van het milieu bij ongewijzigd en bij gewijzigd beleid volgens een aantal relevant geachte scenario's. In 1999 leverde de OVAM haar bijdrage aan het eerste MIRA-S. Het rapport wordt opgesteld met het oog op het Milieubeleidsplan 2002-2006.

De OVAM en de planning in de sectoren afval en bodemsanering In het najaar van 1999 werd het strategisch planningsproces van de OVAM geactualiseerd. De strategische en operationele doelstellingen spelen in op de nieuwe accenten die de nieuwe Vlaamse regering en de minister van Leefmilieu in het beleid wensen te leggen. Het Vlaamse afval- en saneringsbeleid staat niet alleen: de doelstellingen zijn ook afgestemd op federale en Europese beleidsontwikkelingen. • Milieuzorg Vlaamse overheid Het GMO voert in het kader van het MINA-plan 2 zelf ook partijenoverschrijdende projecten uit. De OVAM zette, in samenspraak met de VMM, de VLM en AMINAL, zowel voor de structurering van het doelgroepenbeleid als voor het invoeren en verankeren van milieuzorgsystemen binnen de Vlaamse overheid een projectcoördinator in. Net zoals doelgroepenbeleid is interne milieuzorg voor de OVAM een belangrijk aandachtspunt. Al in 1993 introduceerde de OVAM een intern milieuzorgsysteem en promootte ze mee het invoeren ervan bij bedrijven en andere overheden. De nieuwe Vlaamse regering benadrukte in haar regeerakkoord dat de Vlaamse overheid het minstens even goed moet doen als de doelgroepen waarop ze haar milieubeleid richt en dat milieuzorgsystemen hierbij nuttig zijn. Voor het invoeren van milieuzorgsystemen bij de overheid is echter meer nodig dan promotie. Daarom werd eind '99, naar analogie met het organisatie- en managementvraagstuk rond het doelgroepenbeleid, een eerste verkennend onderzoek gestart naar interne milieuzorg. We beperkten ons niet tot het bedenken van nieuwe initiatieven, maar dachten tegelijk na over de essentiële kenmerken van interne milieuzorg en het opzetten van een stevige structuur waarin de bestaande en de toekomstige initiatieven zich het best kunnen ontwikkelen. In overleg met het GMO, het college van secretarissen-generaal en de vzw MOVI werd een uitvoerige projectorganisatie en –communicatie opgezet, waaraan alle betrokkenen

6


hun bijdrage konden leveren. Als resultaat van dit project zullen in de loop van 2000 de te nemen beslissingen en vervolgprojecten zich beter aftekenen en kunnen ook de noodzakelijke middelen worden begroot.

De OVAM heeft een gezicht Met haar werk inzake afvalstoffen en bodemsanering is de OVAM actief op een domein dat maatschappelijk erg gevoelig ligt. Correcte informatie over wat we doen is dan ook van groot belang om een goede relatie met onze doelgroepen op te bouwen. Berichtgeving via de media is daartoe een belangrijk instrument. Daarom fungeert OVAM-woordvoerster Karina De Beule als contactpersoon voor de pers. Naast de verspreiding van persberichten en de organisatie van persmomenten (inventarisatie huisvuil, Vlaanderen Proper, sanering Bocholt...), staat ze in voor het opvangen en beantwoorden van de talrijke vragen die dagelijks bij de OVAM binnenlopen naar aanleiding van uiteenlopende thema's als bodemverontreiniging, de dioxinekwestie of afval sorteren. Geregeld verleende ze haar medewerking aan radio- en tv-uitzendingen, interviews, krantenartikels e.d. Natuurlijk communiceert de OVAM niet enkel via de media. De woordvoerster had zitting in diverse werkgroepen inzake communicatie (o.a. PREMAZ). Ook zat ze bewonersvergaderingen voor (Kapellen, Sint-Amands) en stroomlijnde ze de algemene communicatie wanneer de OVAM ambtshalve optrad. Dikwijls gaf ze hierover advies aan bedrijven. Verder zitten de driemaandelijkse nieuwsbrief OpgeruimD en dit jaarverslag in haar takenpakket. De OVAM hecht veel belang aan internationale uitwisseling. Zo ontving de woordvoerster in 1999 buitenlandse delegaties uit onder meer Hongarije en Zuid-Afrika. Ten slotte was ze nauw betrokken bij de organisatie van de Vlaanderendag.

Vlaanderendag Op 21 maart stonden de OVAMmedewerkers paraat voor Vlaanderendag, de openhuisdag van de Vlaamse openbare diensten. Via een circuit met infoborden en videopresentaties kregen de bezoekers een idee van de doelstellingen en activi-

7


teiten van de OVAM. Velen onder hen bezochten de infoloketjes voor bodemsanering en de demonstratie van thuiscomposteren. De kinderen genoten van de fratsen van de Beverploeg of gingen de uitdaging aan om het afvalspel 'Pak-je afval' te spelen. In totaal kwamen er ruim 700 bezoekers opdagen.

Emancipatiezaken Emancipatiezaken valt momenteel onder de bevoegdheid van de woordvoerster. Het afgelopen jaar ging de aandacht vooral naar faciliteiten voor kinderopvang.

8


BODEMONDERZOEK EN ATTESTERING

SANERING Nadat het Vlaams parlement in 1998 besliste om het bodemsaneringsdecreet te wijzigen, verzocht het kabinet van Leefmilieu de OVAM een ontwerptekst op te stellen voor de wijziging van het VLAREBO (Vlaams Reglement betreffende de Bodemsanering). De vorige Vlaamse regering keurde deze tekst principieel goed en stuurde hem voor advies naar de Raad van State. Die kon echter geen advies geven vóór de verkiezingen van 13 juni. De nieuwe Vlaamse regering verzocht de OVAM de tekst opnieuw te evalueren. Begin 2000 zal de regering over de aangepaste tekst het advies vragen van de SERV (SociaalEconomische Raad van Vlaanderen), de MINA-raad en de Raad van State.

REGISTER Sinds 1 oktober 1996 moet iedereen die een overeenkomst over de overdracht van gronden wil sluiten, eerst bij de OVAM een bodemattest aanvragen. Uiterlijk een maand na de (ontvankelijke) aanvraag levert die een bodemattest af; voor risicogronden bedraagt de wettelijke termijn twee maanden. Als een grond is opgenomen in het register van verontreinigde gronden, dan wordt dat vermeld op het bodemattest; in het andere geval spreken we van een blanco bodemattest. Dagelijks worden gemiddeld 750 bodemattesten op aanvraag afgeleverd. De afleveringstermijn voor een blanco bodemattest bedraagt gewoonlijk niet meer dan een week na de (ontvankelijke) aanvraag. Eind 1999 waren er ruim 14.000 percelen opgenomen in het register van verontreinigde gronden. Een deel hiervan wacht nog op de technische eindbeoordeling. Het systeem van de lopende rekening voor wie vaak bodemattesten moet aanvragen, heeft blijkbaar succes: afgelopen jaar steeg het aantal personen met zo'n lopende rekening al tot 904, onder wie 760 notarissen. Voor de invoering van een geografisch informatiesysteem werken we samen met het Ondersteunend Centrum GIS-Vlaanderen, dat zijn eigen procedure ook voorstelt aan andere instanties die een GIS willen toepassen. Het project werd door de OVAM gegund aan de nv Geographic Information Management (GIM). Begin juni is het project gestart. Het is de bedoeling om in de loop van het jaar 2000 een GIS-systeem te bestellen, dat volgens de dan uitgevoerde studie het meest geschikt is voor de OVAM.

BODEMONDERZOEK Oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken leveren informatie voor het register van verontreinigde gronden en moeten gebeuren door een erkend bodemsaneringsdeskundige. Dat is een persoon of firma die over de nodige kennis en ervaring beschikt, de onderzoeksprocedures van de OVAM volgt en door de OVAM is erkend. Het oriënterend bodemonderzoek geeft snel een beeld van de bodemgesteldheid en -verontreiniging op een bepaald perceel. Eerst wordt de voorgeschiedenis van het terrein in kaart gebracht, zodat er hypothesen over de verontreiniging kunnen worden ontwikkeld.

9


Boringen en analyses moeten die hypothesen dan bevestigen. Afhankelijk van de verontreinigingsgraad en het historische karakter ervan, moet de bodem al dan niet worden gesaneerd. De eerste stap bij zo'n sanering is het beschrijvend bodemonderzoek. Daarbij onderzoekt de bodemsaneringsdeskundige hoe de verontreiniging zich al heeft verspreid en hoe die verspreiding in de toekomst nog zal evolueren. Verder gaat hij de risico's na die verbonden zijn aan de bodemverontreiniging. Terwijl het oriënterend bodemonderzoek vooral een signaalfunctie heeft, besteedt het beschrijvend bodemonderzoek aandacht aan de impact van de verontreiniging op de omgeving en de gevaren voor de volksgezondheid. De informatie uit deze beide onderzoeken wordt opgeslagen in een databank. De aanwezigheid van bodemverontreiniging leidt tot een opname in het register van verontreinigde gronden. Aan de hand van het bodemsaneringsdecreet wordt dan de saneringsplicht nagegaan. Eind 1999 had de OVAM bijna 10.000 dossiers in behandeling. Door de decretale onderzoeksplicht (bij de overdracht van gronden, de stopzetting van activiteiten en de sluiting van inrichtingen) en door de periodieke onderzoeksplicht kwamen er in 1999 ongeveer 3.300 bijkomende oriënterende bodemonderzoeken binnen voor beoordeling. In circa 80% van de gevallen ging het om een overdracht van gronden. Op basis van de dossiers verstuurden we ongeveer 500 aanmaningen tot bodemsanering (te starten met een beschrijvend bodemonderzoek). Dat aantal komt overeen met bijna 20% van de ingediende oriënterende bodemonderzoeken. In 1999 beoordeelde de OVAM 625 voorstellen van beschrijvend bodemonderzoek en werden er ongeveer 1.000 verslagen van beschrijvend bodemonderzoek ingediend. Ruim 25% werd aangemaand een bodemsaneringsproject op te stellen. Naast een eventuele saneringsplicht naar aanleiding van een overdracht, sluiting of stopzetting, wordt de aanpak van de historische bodemverontreiniging geregeld door artikel 30 van het decreet. Volgens dat artikel wijst de Vlaamse regering op voorstel van de OVAM de historisch verontreinigde gronden aan waar bodemsanering moet plaatsvinden. In totaal heeft de Vlaamse regering in 1999 op die manier 459 percelen aangeduid. Tevens werden 90 percelen verwijderd uit het register van verontreinigde gronden omdat de bodemsanering er is afgerond. De lijst met de te saneren percelen werd goedgekeurd op 23 maart 1999 en verscheen op 14 september 1999 in het Belgisch Staatsblad. De percelen zijn ingedeeld in 4 prioriteitsklassen. Volgens het MINA-plan 2 moet bij een perceel met prioriteit 1 de sanering zijn aangevat vóór 2006, en moeten alle historische gevallen van bodemverontreiniging die een ernstige bedreiging vormen, vóór het jaar 2036 gesaneerd zijn. Op basis van de urgentie werd een tiental dossiers geselecteerd uit het register van verontreinigde gronden. Overeenkomstig artikel 31 van het decreet kregen de saneringsplichtigen de aanmaning om tot sanering over te gaan. In het afgelopen jaar werden circa 300 meldingen van onteigening geregistreerd. In dat verband liet de OVAM op zogenaamde risicogronden 50 oriënterende bodemonderzoeken uitvoeren.

10


VERPLICHTE EN VRIJWILLIGE SANERING Beoordeelt de bodemsaneringsprojecten en controleert de saneringswerken. Stelt tevens een conformiteitsattest of een vraag tot aanvulling en/of wijziging op. Het conformiteitsattest geldt ook als vergunning voor de bodemsaneringswerken. Zijn er na de uitvoering nog maatregelen voor bewaking en controle nodig, dan worden ook die opgevolgd. Achteraf levert de OVAM een verklaring af over de resultaten van de werkzaamheden. Het aantal ingediende bodemsaneringsprojecten en -werken vertoont een sterk stijgende trend. In 1999 werden er bij de OVAM 218 bodemsaneringsprojecten ingediend. Voor 166 ervan kenden we een conformiteitsattest toe, dat kan gelden als milieuvergunning, bouwvergunning en vergunning voor grondwaterwinning voor de uit te voeren bodemsaneringswerken. Voor 66 projecten formuleerden we voorstellen tot wijziging of aanvulling. Op 70 locaties met een conformiteitsattest werden de bodemsaneringswerken aangevat of worden maatregelen tot nazorg genomen. Het afgelopen jaar leverden we bovendien 17 verklaringen af na uitvoering van de bodemsaneringswerken. Zo'n verklaring bevestigt de resultaten van de werkzaamheden. Voor de in '99 ingediende bodemsaneringsprojecten waarvoor de OVAM een conformiteitsattest heeft afgeleverd, wordt de kostprijs van de werken geraamd op 2,9 miljard frank. Het totale bedrag voor de periode 1997-1999 bedraagt circa 5,8 miljard.

ONDERSTEUNING Geeft advies over financiĂŤle zekerheden, verricht beleidsondersteunend en technisch-wetenschappelijk onderzoek en beheert de dossiers voor erkenning als bodemsaneringsdeskundige. Beleidsondersteunend onderzoek is bedoeld om de procedures voor de uitvoering van het bodemsaneringsdecreet te verbeteren. Technisch-wetenschappelijk onderzoek legt de grondslagen voor de bodemsaneringsnormen, technieken voor risico-inschatting en de beste beschikbare technieken voor bodemsanering.

11


Erkenning bodemsaneringsdeskundigen Volgens het decreet moeten alle bodemonderzoeken en bodemsaneringsprojecten, alsook de opvolging van de werken, gebeuren door of onder toezicht van een erkend bodemsaneringsdeskundige. Wie wil worden erkend als bodemsaneringsdeskundige, moet daarvoor een aanvraag indienen. Eind '99 waren er 94 aanvragen gunstig beoordeeld. Zeven bestaande erkenningen werden ingetrokken.

Financiële zekerheden De OVAM kan een saneringsplichtige verzoeken financiële zekerheden te stellen tot waarborg van zijn verbintenissen. Dat doen we vooral bij de overdracht van risicogronden waarop een saneringsplicht rust. Het totale bedrag van de zekerheden bedroeg het afgelopen jaar ongeveer 2,9 miljard frank. Ongeveer 40% van dat bedrag heeft te maken met een procedure 'gemotiveerd stilzitten' (waarbij de overdracht onder strikte voorwaarden al na het oriënterend bodemonderzoek kan plaatsvinden, al moet er daarna nog wel worden gesaneerd), 20% met artikel 48 van het bodemsaneringsdecreet. Dit laatste artikel stelt dat de Vlaamse regering van de toepassing van bepaalde artikelen van het decreet kan afzien.

Informatievoorziening De toepassing van het gewijzigde bodemsaneringsdecreet gaf aanleiding tot heel wat vragen. Om alle telefoontjes te beantwoorden zijn gemiddeld 2 voltijdse krachten nodig. Daarnaast komen er nog steeds vele schriftelijke vragen binnen. Ook in '99 werkten we mee aan informatiesessies over het bodemsaneringsdecreet. De sessies waren gericht op diverse doelgroepen, zoals provincies, milieuadministraties, gemeenten, bedrijfsfederaties en het brede publiek.

Wetenschappelijke ondersteuning Er werden ook ernstige inspanningen geleverd om het beleid technisch-wetenschappelijk te ondersteunen. Zo lieten we een beslissingsondersteunend systeem uitwerken voor actief bodembeheer. Het onderzoeksproject 'Demonstratieproeven voor 'zachte' saneringstechnieken voor metaalgepollueerde bodems' werd afgerond. Uit de experimenten is gebleken dat immobilisatie en bio-extractie succesvolle alternatieven zijn om met zware metalen verontreinigde bodems te saneren. De techniek van de fytoremediatie bleek nog onvoldoende verfijnd om op grote schaal te worden toegepast. Verder beëindigden we een vergelijkende studie naar ecotoxicologische methodes om bodemverontreiniging te evalueren. Enkele recent ontwikkelde tests bleken geschikte alternatieven voor de meer klassieke methodes, zoals de test met regenwormen.

Internationaal Ook internationaal zijn we zeer actief, zoals blijkt uit onze deelname aan Europese initiatieven als CARACAS (Concerted Action on Risk Assessment for Contaminated Sites in the European Union) en CLARINET (Contaminated Land Rehabilitation Network for

12


Environmental Technologies in Europe). Deze werkgroepen proberen de aanwezige kennis over de risico-evaluatie van bodemverontreiniging beter in kaart te brengen en op termijn beter op elkaar af te stemmen.

BOUW- EN GRONDBEHEER Zorgt er in samenwerking met de vzw Grondbank voor dat uitgegraven bodem geen nieuwe bodemverontreiniging veroorzaakt. Via analysemethodes, monsternameprocedures en beoordelingsstudies worden de normen getoetst.

Baggerspecie Er zijn nog heel wat knelpunten om baggerspecie en ruimingsproducten op een milieuvriendelijke manier weg te werken. De problemen liggen zowel op juridisch, maatschappelijk en ruimtelijk vlak als bij de toepassing van de normen. Samen met de betrokken administraties werkten we aan een aangepaste knelpuntennota voor de Vlaamse regering, waarin oplossingen en de financiĂŤle consequenties ter sprake komen.

Grondbank Op basis van art. 48 bis van het bodemsaneringsdecreet stelden we een ontwerp-uitvoeringsbesluit op over de toepassing van uitgegraven bodem. De diverse toepassingsmogelijkheden (als bodem, in of als bouwstof) worden gekoppeld aan duidelijke milieuhygiĂŤnische kwaliteitsvereisten. Het ontwerpbesluit is voor goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde instanties. In afwachting verstuurde de minister op 26 oktober 1999 een omzendbrief op basis van het ontwerpbesluit. De omzendbrief, een aanvulling op een vroegere omzendbrief over de toepassing van het bodemsaneringsdecreet, bepaalt de regels voor het gebruik van uitgegraven bodem en wil zo de verspreiding van bodemverontreiniging beheersen. De richtlijnen in de omzendbrief zullen van kracht zijn voor alle ontwerpen die na 1 maart 2000 worden aanbesteed door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Voor de gesubsidieerde werken gelden ze vanaf 1 september 2000.

Centrum Duurzaam Bouwen De Vlaamse overheid heeft bij monde van de minister van Leefmilieu en Landbouw haar participatie in de vzw Centrum Duurzaam Bouwen bevestigd. Vanaf eind 2000 zal iedereen in het Centrum terechtkunnen voor informatie en advies over milieuvriendelijke materialen en bouwtechnieken. De renovatie van de gebouwen op een oud mijnterrein in Heusden-Zolder, waar het Centrum moet komen, is inmiddels aanbesteed.

13


PROJECTWERKING

Vernieuwing door projectwerking Een belangrijke vernieuwing binnen de OVAM is dat we voortaan structureel werken met projecten. Binnen de Sector Afvalstoffen gebeurt dat door Projectwerking. Dat werkt aan een standaardaanpak voor het beheren van projecten en heeft de dagelijkse leiding over projecten waarbij verschillende entiteiten van de Sector Afvalstoffen betrokken zijn. Helemaal nieuw is projectmatig werken niet. De OVAM heeft altijd al tijdelijke en eenmalige acties ondernomen die niet behoorden tot het standaardpakket: het opstellen van de Afvalstoffenplannen, het opzetten van samenwerkingsverbanden als Indaver, het uitwerken van het bodemsaneringsbeleid... Geleidelijk aan bleek het belang van dergelijke activiteiten toe te nemen. De uitdaging bestaat erin om met dezelfde middelen toch te kunnen inspelen op de vele nieuwe opdrachten en opportuniteiten. Daarom worden binnen de Sector Afvalstoffen de projecten voortaan gestructureerd aangepakt. De ontwikkeling van de methode nam ruim een halfjaar in beslag. Veel aandacht en tijd ging naar het uitproberen van processtappen in de praktijk. Het resultaat was een aanpak die door alle betrokkenen (projectindiener, projectleider, Permanent Afvalstoffencoördinatiecomité, medewerkers) in het hele project wordt gevolgd. Het eerste jaar is steeds beschouwd als een proefjaar. Begin 2000 wordt de methode geëvalueerd. Op basis van de nieuwe methode hebben de drie interne projectleiders in 1999 de volgende projecten geleid: • Ecoware (afvalbeheerssysteem en -plan voor de Vlaamse zeehavens) • MINA-plan 2, actie 122 (doelgroepenbeleid) • Steunpunt Afval- en Emissiepreventie • Uitwerken instrumentarium gegevens afvalstoffen • Opzet cel Thuiscomposteren • Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch Afval • Uitvoeringsplan Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen • Controle op de aanvaardingsplicht en op de milieubeleidsovereenkomsten • Milieubeleidsovereenkomst afvalolie • Programma afzet kunststoffen • REMOWAB (rekenmodel werkelijke afvalkosten bedrijven) • Slibplan • Thermoshred Daarnaast werden de volgende projecten mee uitgewerkt of administratief gevolgd: • Strategisch Plan Afval • Subsidiëring werken, leveringen en diensten • Optimalisering OVAM-taken • OVAM-bijdrage aan MIRA-S (Scenariorapport) Communicatie en informatie is juist bij projectwerking erg belangrijk. Om het geheel aan projecten te kunnen overzien, beheert Projectwerking een follow-upsysteem met de gegevens van alle projecten van de Sector Afvalstoffen (de input van de projectgegevens is geregeld in de standaardaanpak). De spreekwoordelijke druk op de knop levert zo meteen een actuele stand van zaken.

14


Enkele projecten waarin het afgelopen jaar aanzienlijke vooruitgang werd geboekt, lichten we even nader toe.

Uitvoeringsplannen Organisch-Biologisch Afval en Gescheiden Inzameling Bedrijfs-afval van Kleine Ondernemingen De Uitvoeringsplannen Organisch-Biologisch Afval en Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen passen in een reeks van soortgelijke plannen die de OVAM al verschillende jaren in overleg met alle betrokken partijen uitwerkt. In het voorjaar van 1999 doorliepen de beide ontwerpplannen een openbare inspraak- en adviesprocedure. Naast een uitgebreide mailing gebeurde dat via een toelichtingsdag per provincie. Uit deze breed opgezette inspraakronde blijkt dat de plannen worden gedragen door het publiek. Op basis van de reacties tijdens de procedure kregen beide plannen hun definitieve vorm. De verslagen van de inspraakprocedure worden in het jaar 2000 samen met de plannen ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse regering. Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch Afval Het Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch Afval is opgezet krachtens actie 47 van MINA-plan 2 ("een uitvoeringsplan organisch afval 1998-2001 opmaken en uitvoeren"). Met dit Uitvoeringsplan probeert de Vlaamse overheid de verwerkingshiërarchie — eerst voorkomen, dan recupereren, en pas als dat niet kan verbranden en storten — te handhaven via concrete projecten en resultaatgerichte acties. Daarbij wijzen we alle betrokkenen op hun verantwoordelijkheid. Voor GFT- en groenafval wordt het driesporenbeleid voortgezet: stimuleren van preventie, maximale ontwikkeling van de verwerkingsketen voor groenafval en vervolgens van de verwerkingsketen voor GFT. Het is de bedoeling om te komen tot een sluitend controlesysteem om ook organisch-biologisch bedrijfsafval op een kwaliteitsvolle manier nuttig toe te passen: als meststof, bodemverbeteraar of dierenvoeding. Uitvoeringsplan Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen Volgens het VLAREA (Vlaams Reglement inzake Afvalvoorkoming en -beheer) gelden voortaan meer afvalstoffen als bedrijfsafval, en niet langer als huishoudelijk afval. Dat betekent heel concreet dat de gemeenten ze niet meer komen ophalen. Met name KMO's moeten voortaan dus zelf hun gescheiden afvalinzameling organiseren. Gezien hun beperkte afvalproductie is het voor hen echter niet eenvoudig om dat op een efficiënte en rendabele manier te doen. Het Uitvoeringsplan Gescheiden Inzameling

15


Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen (opgezet krachtens actie 44 van MINA-plan 2, "een uitvoeringsplan gescheiden inzameling bedrijfsafval van KMO's opmaken en uitvoeren") wil ze daarbij helpen. Volgens het plan moeten KMO's gemakkelijk kunnen toetreden tot inzamelstructuren. Voor de specifieke bedrijfsgebonden afvalstoffen is dat een sectorale inzameling. Voor de (beperkte) hoeveelheden met huishoudelijk afval vergelijkbare afvalstoffen kan de gemeente inspringen, kan een plaatselijke samenwerking tussen KMO's heil brengen of kunnen afvalstoffen via de lege retourvrachten worden samengebracht tot grotere volumes. Het plan maakt ruimte voor acties waarbij de betrokkenen zelf initiatieven nemen. Een overlegplatform zorgt voor coรถrdinatie en opvolging.

Thuiscomposteren Zoveel mogelijk Vlamingen aanzetten tot thuiscomposteren: het is een hele uitdaging waarvoor de OVAM zich geplaatst ziet. Deze opdracht kan alleen maar slagen als alle betrokkenen samenwerken. Dat proberen we te bereiken door de oprichting van een cel Thuiscomposteren binnen de vzw VLACO (Vlaamse Compostorganisatie). De cel moet de grondslag worden van een netwerk van alle betrokken partijen, van waaruit we zoveel mogelijk composteerders kunnen bereiken. Tijdens het eerste werkjaar van de cel hebben al heel wat plaatselijke initiatieven rond thuiscomposteren een flinke duw in de rug gekregen.

Verkennend onderzoek doelgroepenbeleid Zoals bepaald in het MINA-plan 2 (actie 122, "een organisatiestructuur voor het doelgroepenbeleid uitbouwen") werd in 1999 onderzocht welke vormen van doelgroepenbeleid binnen het huidige Vlaamse milieubeleid mogelijk zijn. Het onderzoek gebeurde in opdracht van het Gewestelijk Milieu-Overleg, kortweg GMO. De OVAM leidde de stuurgroep, waarin verder ook AMINAL, de VLM, de VMM en de Planningsgroep van het GMO vertegenwoordigd waren. Een adviesbureau voerde het eigenlijke onderzoek uit. Het onderzoek leverde een hele reeks aanbevelingen op, zowel op korte, middellange als lange termijn. De scenario's op middellange en lange termijn bepleiten de ontwikkeling van een passende organisatie van het milieubeleid, terwijl de meer directe acties ervoor moeten zorgen dat het doelgroepenbeleid procesmatig geschraagd wordt. De resultaten worden begin 2000 overhandigd aan het GMO, dat verder zal beslissen over eventuele vervolgprojecten.

Steunpunt Afval- en Emissiepreventie Afvalpreventie slaat niet zo gemakkelijk aan als verhoopt. Naar aanleiding van die vaststelling liep er van september '98 tot september '99 een proefproject in West-Vlaanderen om na te gaan hoe netwerkvorming tussen 'bemiddelaars' en de oprichting van een Steunpunt de afvalpreventie zouden kunnen stimuleren. Een van de belangrijkste resultaten was een concept voor een Vlaams Steunpunt Afval- en Emissiepreventie, dat met een financieringsplan werd voorgelegd aan de minister voor Leefmilieu.

16


De minister besliste in november dat het Steunpunt voorlopig wordt ondergebracht binnen de OVAM. Zoals gevraagd door het GMO zal het Steunpunt worden bestuurd door een groep waarin naast de OVAM ook AMINAL, de VMM en de VLM vertegenwoordigd zijn. Eind 2001 moet duidelijk zijn waar het Steunpunt vanaf 2002 zal worden ondergebracht. Volgens de planning zou het Steunpunt in de eerste helft van 2000 operationeel zijn.

Rekenmodel werkelijke afvalkosten van bedrijven (REMOWAB) Na het onderzoeksproject naar de afvalkosten van bedrijven uit 1998 werd in 1999 het demonstratieproject afgerond. We berekenden voor 25 bedrijven de werkelijke afvalkosten en verfijnden het eerder ontwikkelde rekenmodel. Het demonstratieproject bevestigde de resultaten van het onderzoeksproject, namelijk dat de reĂŤle afvalkosten gemiddeld 10 maal hoger liggen dan verwacht op basis van de facturen. Eind '99 gingen we van start met de voorbereidingen om het model te verspreiden naar geĂŻnteresseerde bedrijven.

Programma afzet kunststofafval Het programma 'afzet kunststofafval' sluit aan bij initiatief 46 van het MINA-plan 2 ("een programma afzet van afvalstoffen opmaken"). Het is de bedoeling dat we deze afvalstroom als voorbeeld nemen om een concept uit te werken voor een overkoepelend beheer van de verschillende afvalstromen, met een duidelijk accent op hergebruik en recyclage. In oktober 1999 werkte de OVAM een stappenplan uit over de wijze van projectaanpak. Tijdens het project moeten de betrokken partijen een consensus bereiken over drie werkdocumenten: informatie, analyse en strategie. Het overleg moet in juni 2000 uitmonden in een actieprogramma waar de hele sector achter staat en dat ook maatschappelijk aanvaardbaar is. Als dat actieprogramma succesvol is, zou het als voorbeeld moeten dienen voor andere actieprogramma's waarover de belanghebbenden of 'stakeholders' een consensus bereiken. Het infodocument, dat alle relevante gegevens over kunststofafval bundelt, was eind 1999 klaar. Het vormt de basis voor het overleg tussen de sector en de overheid.

Controle op de aanvaardingsplicht en de milieubeleidsovereenkomsten Om te voorkomen dat bedrijven of sectoren zich heimelijk zouden onttrekken aan de aanvaardingsplicht of aan de milieubeleidsovereenkomst (MBO), was er dringend een goed onderbouwde controlestrategie nodig. Ook over de verplichtingen van de OVAM zelf bestond nog onduidelijkheid. Dit project, dat aansluit bij actie 40 van het MINA-plan 2 ("de producentenverantwoordelijkheid voor producten in de afvalfase ontwikkelen en operationaliseren"), wil daar iets aan doen. Eind '99 was er een document klaar dat de verschillende actieplannen per MBO en/of aanvaardingsplicht omschrijft en dat bepaalt welke middelen de overheid, onder meer de OVAM, daarvoor nodig heeft. De betrokken partijen vernemen er ook hoe hun verplichtingen zullen worden opgevolgd en welke rechtsmiddelen de OVAM zal inzetten om de uitvoering van de MBO's af te dwingen.

17


MBO afvalolie Als overheid moeten we voorkomen dat er te veel verschillende soorten afvalolie door elkaar worden ingezameld. Zo kan afvalolie immers vermengd raken met gevaarlijke stoffen als PCB's en andere zwaar gehalogeneerde stoffen. Een milieubeleidsovereenkomst (MBO) lijkt het aangewezen instrument om met de sector tot goede afspraken te komen. Zo'n MBO kan een consensus tot stand brengen tussen alle betrokken partijen over de inzameling en de ecologisch verantwoorde verwerking van afvalolie. De sector kan opteren voor een afvalbeheerplan in het kader van VLAREA, maar moet dan wel zo vlug mogelijk een erkende beheersorganisatie oprichten. Eind '99 startten de besprekingen tussen de sector en de OVAM over een voorontwerp van MBO. Nu al is duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor de terugname van afvalolie in de eerste plaats bij de producenten zal liggen. Dit project past in actie 40 van het MINAplan 2.

Project 'thermoshred' In 1999 startte de OVAM samen met de bedrijven CEM en RETRA de studievennootschap Thermoshred. Bedoeling is om via een industriĂŤle demonstratie-installatie aan te tonen dat uit shredderafval (gemengd metaal- en kunststofafval dat ontstaat na het vermalen of 'shredderen' van vooral auto's en elektrische apparaten) de oorspronkelijke basisgrondstoffen (met name koolwaterstoffen, kunststof en metalen) kunnen worden teruggewonnen. De techniek die daarvoor wordt gebruikt, is de thermolyse. Als het project succes heeft, dan beschikt Vlaanderen over een nieuwe techniek om gemengd restafval om te zetten tot petrochemische basisgrondstoffen of zuivere brandstoffen. De thermolysetechniek zou een antwoord kunnen bieden op de vraag naar grondstoffen, producten en energie in Vlaanderen. In 1999 rondde de OVAM een studie af naar de haalbaarheid van de techniek en de precieze juridische omschrijvingen van de stofstromen die bij het proces vrijkomen.

18


AFVALSTOFFENBEHEER

Bestaat uit twee ondersteunende en vijf sectorgebonden entiteiten: • ondersteunend: - Europa, Preventie, Onderzoek en Ontwikkeling - Administratief en Datacentrum • sectorgebonden: - Organische Afvalstoffen - Selectief Ingezamelde Stromen - Biologische Afvalstoffen - Gemeenten en Huishoudelijke Afvalstoffen - Anorganische Afvalstoffen

EUROPA, PREVENTIE, ONDERZOEK EN ONTWIKKELING Is bevoegd voor het Europese afvalbeleid en heeft zitting in diverse intergewestelijke, nationale en internationale werkgroepen rond afvalstoffen. Werkt zowel rond productgerichte preventie (integraal ketenbeheer, ecodesign, productnormen) als procesgerichte preventie (Beste Beschikbare Technieken). Preventie in ondernemingen stimuleren door middel van subsidies is een taak van het PRESTI-secretariaat, dat zorgt voor de uitvoering van de PRESTI-programma's.

EUROPEES EN INTERNATIONAAL AFVALBELEID Verdrag van Basel In december 1999 nam de OVAM als 'focal point' voor België deel aan de vijfde Conferentie van de Partijen van Basel. Daar werd de tiende verjaardag gevierd van het Verdrag van Basel over de grensoverschrijdende overbrenging en verwerking van afvalstoffen. Een van de belangrijkste beslissingen was de goedkeuring van het Protocol over de aansprakelijkheid voor milieuschade die veroorzaakt wordt door de overbrenging en verwerking van afvalstoffen. Jaren van onderhandelen hebben uiteindelijk geleid tot een tekst die aanvaardbaar is voor de meer dan 130 Partijen bij het Verdrag. In opdracht van de OVAM heeft professor Bocken van de Universiteit Gent een actieve rol gespeeld in de eindbesprekingen over het Protocol. Daarnaast werd in Basel plechtig een declaratie goedgekeurd over de strategie voor de komende tien jaar. Preventie van afvalstoffen en een milieuverantwoord beheer van afvalstoffen wereldwijd vormen de grootste uitdagingen.

Voorstel Europese richtlijn afgedankte voertuigen De OVAM nam deel aan de discussies binnen de Europese Raad - Milieu over een richtlijn voor het beheer van afgedankte voertuigen. Die richtlijn zou de nadruk leggen op de verantwoordelijkheid van de producenten, met andere woorden de autofabrikanten. Het gemeenschappelijk standpunt van de Raad kwam er uiteindelijk in juli 1999. Begin 2000 bracht het Europees Parlement zijn advies uit in tweede lezing. Het is nu wachten op de definitieve goedkeuring. De OVAM is voorstander van de snelle inwerkingtreding van de richtlijn.

19


Europese richtlijn storten van afvalstoffen Op 16 juli 1999 verscheen Richtlijn 1999/31/EG over het storten van afval in het Europese publicatieblad. Aan deze richtlijn gingen jarenlange onderhandelingen tussen de lidstaten vooraf. Binnen twee jaar na deze publicatie moeten de lidstaten de richtlijn hebben omgezet in hun eigen wetgeving. Voorstel Europese richtlijn verbranden van afvalstoffen In de loop van 1999 is er druk overlegd over een Europese richtlijn voor het verbranden van afval. Deze onderhandelingen, waarin de OVAM het Vlaamse Gewest vertegenwoordigde, leidden midden '99 tot een politiek akkoord tussen de lidstaten. Na de definitieve goedkeuring kan de richtlijn in werking treden tegen 2003-2004. Het gevolg van deze twee richtlijnen is dat binnen afzienbare tijd de wetgeving over twee van de meest gebruikte methodes om afval te verwijderen in alle Europese lidstaten op dezelfde leest geschoeid zal zijn. Wijziging afvalstoffenlijsten Op 15 december 1999 keurde het Europees technisch adaptatiecomité een ingrijpende wijziging goed aan de bestaande afvalstoffenlijsten. De OVAM heeft zeer actief deelgenomen aan de besprekingen daarover. In 2000 volgt er nog een tweede aanpassing. Beide wijzigingen zullen uiterlijk op 1 januari 2002 in alle lidstaten van toepassing zijn.

PREVENTIEBELEID Productnormering Omdat productnormering steeds belangrijker wordt als instrument voor een efficiënt milieubeleid, onderzocht de OVAM de productnormen en -reglementeringen die raakpunten vertonen met milieuthema's. Sinds eind '98 werkt er onder de vlag van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM) opnieuw een interdepartementale werkgroep productenbeleid. In die werkgroep wisselen de federale en gewestelijke overheden, waaronder de OVAM, op regelmatige basis ideeën en informatie uit over diverse aspecten van milieugerichte productnormering. Preventie Stimulerend Programma (PRESTI) PRESTI-2 is een subsidieregeling waarbij beroepsfederaties subsidie kunnen krijgen als ze in minstens twee voorbeeldbedrijven preventiemaatregelen demonstreren. In 1998 werden 13 aanvragen goedgekeurd. Een van de projecten werd in 1999 al volledig afgerond, namelijk met de federatie van de algemene bouwaannemers (VCB-FABA). De andere projecten lopen in de sectoren goederenbehandelaars in de haven, autodemontage, schoonmaak, recreatie, aardappelverwerkende industrie, houtverwerkende nijverheid, bakkerijen, garage en carrosserie, oppervlaktebehandeling, grafische sector, beenhouwerijen en openbare diensten.

20


Voor PRESTI-3 konden KMO's tot 31 december 1999 een subsidieaanvraag indienen om een preventieplan op te stellen en een deel ervan in praktijk te brengen. Er werden 53 projecten goedgekeurd, waarvan er al 37 van start zijn gegaan. De projecten lopen voornamelijk in de sectoren autodemontage, papier, chemie, hout, goederenbehandeling, garage en carrosserie, recreatie, metaal, oppervlaktebehandeling, voeding en de grafische sector. Voor PRESTI-4 keurde de minister in 1999 vier projecten goed. Het zijn de Milieucharterprojecten in de provincies Oost-Vlaanderen (Kamer van Koophandel en Nijverheid van het gewest Gent-Eeklo), West-Vlaanderen (Charter 99), Limburg (Strategisch Plan Limburg) en Vlaams-Brabant (de Kamers voor Handel en Nijverheid van Leuven en Halle-Vilvoorde). Dit laatste project is nieuw. Een tweede nieuwkomer vormde het samenwerkingsverband tussen de Kamers voor Handel en Nijverheid van de Kempen en Mechelen en het Strategisch Plan Kempen. Samen dienden zij een project in voor de provincie Antwerpen. Aangezien de besprekingen hierover pas eind 1999 waren afgerond, kan dit project echter pas in 2000 worden goedgekeurd.

Onderzoek ecodesign Na twee jaar onderzoek naar de mogelijkheden van ecodesign (milieugerichte productontwikkeling) werden in 1999 de instrumenten (zoals de ecodesign-potentieelscan) getoetst aan de praktijk. Zo werd onder impuls van de GOM West-Vlaanderen een LIFE-project (1999-2002) opgestart, dat met hulp van Europese en Vlaamse subsidies in maximum 50 bedrijven zal lopen.

ADMINISTRATIEF EN DATACENTRUM (ADC) Het Administratief en Datacentrum (ADC) is het informatieknooppunt voor alles wat binnen de OVAM met afvalstoffen te maken heeft. Uiteraard staat ADC ook in voor een efficiënt gebruik van al die gegevens. Vandaar dat ADC ook de afvalstatistieken bijhoudt, de in- en uitvoer controleert, de lijsten met vergunde inrichtingen opstelt, rapporteert aan Europa of voor MIRA, statistisch onderbouwde extrapolatiemethoden ontwikkelt en de OVAM-afvalstoffenmatrix uitwerkt. In nauwe samenwerking met Informatica werken we ook aan een krachtig en performant informatiesysteem, dat in 2000 ter beschikking komt van de hele OVAM. 1999 was voor ADC het jaar van de re-engineering van enkele basisdatabanken van de OVAM. Zo ondergingen de databank voor de opvolging van VLAREM-adviezen en voor de in- en uitvoer van afvalstoffen een grondige herstructurering. Verder kreeg het centrale adressenbestand met 78.540 adressen een opfrisbeurt: nieuwe adressen werden toegevoegd, dubbels gewist, straatnamen en deelgemeenten automatisch aangepast. Ook de codering werd aangepast, zodat vanaf nu binnen de OVAM het principe geldt dat één bedrijf overeenkomt met één code. Ten slotte werd de databank voor huishoudelijk afval en melding van de mainframe overgezet naar een netwerkomgeving. In 1999 voerden we ook nieuwe statistische methodes in voor de analyse van bedrijfsafvalstoffen. Dankzij twee nieuwe programma's voor extrapolatie en regressie kunnen we voortaan betrouwbare cijfers leveren aan interne en externe klanten en toekomstverkenningen uitvoeren voor bijvoorbeeld MIRA-S (het Scenariorapport).

21


ORGANISCHE AFVALSTOFFEN Is bevoegd voor het afvalverbrandingsbeleid en de milieuheffing op afvalverbranding, het onderzoek naar alternatieve afvalverwerkingstechnieken en het beheer van medisch afval. De eindverwerking van afgewerkte olie en het toezicht op de afbouw van PCB-houdende apparaten vallen eveneens in het takenpakket. Ook labo's moeten er aankloppen voor een erkenning voor de analyse van afvalstoffen en/of bodemmonsters. Organische Afvalstoffen behandelt de problematiek vanuit een ruime invalshoek en volgt de dossiers op van a tot z. Zo ontstaat er een reservoir van kennis ten behoeve van de doelgroepen, bijvoorbeeld over schone technologie. Ook het formuleren van voorstellen om de wetgeving terzake doorzichtiger te maken behoort tot de taken. De belangrijkste doelgroepen zijn, afhankelijk van de gekozen invalshoek: • economische sectoren: houtbewerking, gezondheidszorg, laboratoria, tankreiniging en industriële cleaning, (petro)chemie • specifieke afvalverwerkingstechnieken: verbranding, sorteren (containerdiensten) • specifieke afvalstromen: medisch afval en geneesmiddelen, PCB's en transformatoren, afgewerkte olie.

Afvalverbranding Ook in 1999 was het thema afvalverbranding nooit ver weg uit de actualiteit. Medewerkers van Organische Afvalstoffen hebben een actieve rol gespeeld in de commissie-Baeyens, die in opdracht van de toenmalige minister van Leefmilieu de afvalverbrandingsinstallaties in Vlaanderen aan een screening onderwierp. Een aantal installaties werd tijdelijk gesloten om de nodige aanpassingen te kunnen uitvoeren. Eind 1999 mogen we stellen dat de huisvuilverbranding in Vlaanderen volledig beantwoordt aan de wettelijke vereisten en gerust de vergelijking met het buitenland kan doorstaan.

Dioxinecrisis en PCB's Medewerkers werden tijdens de dioxinecrisis ingeschakeld voor extra controles bij ophalers en verwerkers van afgewerkte olie en vetten. Daarnaast stippelden we mee het beleid uit ten aanzien van afgewerkte olie en PCB's. De beleidsvoorbereiding voor deze twee afvalstromen was het voorbije jaar dan ook een stuk intenser dan gewoonlijk. Door aanpassingen aan VLAREM II uit 1998 kon de databank van PCB-houdende apparaten verder worden aangevuld en konden we de diverse PCB-stromen nauwkeuriger in kaart brengen. Daardoor kon de OVAM in september 1999 een verwijderingsplan voor PCB-houdende apparaten en de erin aanwezige PCB's opstellen. Eind 1999 nam de Vlaamse regering de nodige beslissingen om dat plan een afdwingbaar karakter te kunnen geven.

Houtafval De toename van de houtafvalstromen die we al in 1998 vaststelden, was in 1999 nog duidelijker. Het gaat om een dubbele beweging, met enerzijds de enorm gegroeide invoer van houtafval (voornamelijk uit Nederland) naar de Vlaamse spaanplatenindustrie, en anderzijds de uitvoer van houtafval van lagere kwaliteit vanuit Vlaanderen naar vooral Italiaanse spaanplaatfabrikanten.

22


Voor ingevoerd houtafval bestaan er strenge samenstellingscriteria, zodat er geen minderwaardig houtafval in Vlaanderen kan worden ingevoerd. Die regels werden in de praktijk ook gecontroleerd. In enkele gevallen leidde dat tot het terugsturen van ladingen die niet voldeden aan de vereisten. Om greep te krijgen op de problematiek van het houtafval, kreeg de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) van de OVAM de taak om een milieuhygiĂŤnische evaluatie te maken van het gebruik van het product in de spaanplatenindustrie. Zelf kreeg de OVAM eind 1999 van de minister van Leefmilieu de opdracht een plan op te stellen voor het beheer van houtafval. Dat plan moet leiden tot een wettelijk en beleidsmatig kader.

SELECTIEF INGEZAMELDE STROMEN Is bevoegd voor het afvalstoffenbeleid in de bedrijfssectoren transport, metaal, papier en kunststoffen, alsmede voor de niet-sectorgebonden ophaling, opslag en sortering van bedrijfsafvalstoffen. De invoering van de aanvaardingsplicht als nieuw instrument in het afvalstoffenbeleid is bij die aanpak van bijzonder belang. Daarnaast werd er ook gewerkt aan een betere afzet van gerecycleerde producten en aan een betere inzameling van afvalstoffen van kleine ondernemingen.

MBO's maken de aanvaardingsplicht tastbaar Op 1 juli 1999 werd de aanvaardingsplicht voor bruin- en witgoed, afvalbanden en voertuigwrakken van kracht. Dat betekent dat voortaan de eindverkopers, tussenhandelaars, invoerders en producenten verantwoordelijk zijn voor het afval dat deze producten veroorzaken. De aanvaardingsplicht was al sinds juni 1998 van toepassing op papierafval, accu's en batterijen. Selectief Ingezamelde Stromen heeft de uitvoering van de milieubeleidsovereenkomsten (MBO's) voor papierafval en het protocolakkoord met de batterijsector opgevolgd. In het kader van de MBO met de uitgevers van tijdschriften en dagbladen gebruikten we in 1999 gratis advertentieruimte voor een campagne over zwerfvuil (in het kader van de actie 'Vlaanderen Proper') en voor een campagne over de selectieve inzameling van papierafval. In het kader van de MBO voor reclamedrukwerk werden er afspraken gemaakt over de werking van het financieringsfonds voor de inzameling van papierafval. De eerste uitbetalingen aan de gemeenten gebeuren begin 2000. De OVAM zat in de begeleidingscommissie voor batterijen, die de resultaten van de selectieve inzameling van batterijen op de voet volgde. De inzameling van batterijen is nu op kruissnelheid. Vlaanderen behoort zelfs tot de top van Europa als het gaat om de selectieve inzameling en de recyclage van batterijen. In maart werd de MBO voor voertuigwrakken ondertekend. Samen met de brancheorganisatie FEBELAUTO werkte de OVAM verder aan de operationalisering van die MBO. Zo staat er voor de erkende centra waar wrakken worden ontmanteld een voorstel voor wettelijk kader op papier.

23


De procedure voor de MBO voor afvalbanden werd in 1999 afgerond. Begin 2000 wordt de tekst ondertekend door alle partijen. Over een MBO voor bruin- en witgoed werd geen akkoord bereikt. Wel startten er in het najaar nieuwe onderhandelingen met de sector, de gemeenten en de kringloopcentra. De onderhandelingen moeten in 2000 leiden tot een akkoord. Aan de hand van een studie gingen we na wat het zou kosten om, naar Nederlands voorbeeld, regionale overslagstations op te richten voor een efficiënte inzameling van bruin- en witgoed. Als lid van het beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie volgde Selectief Ingezamelde Stromen de uitvoering van het samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.

Het Vlaamse afvalstoffenbeleid en de afvalmarkt in de buurlanden Onder invloed van nieuwe inzichten en ontwikkelingen in verschillende landen heeft het afvalstoffenbeleid ingrijpende veranderingen ondergaan. Daarom vond de OVAM het zinvol om een inventaris op te stellen van de afvalsituatie in verschillende Europese landen. Doel van de studie was inzicht te verwerven in de positie van het Vlaamse afvalstoffenbeleid ten opzichte van de ons omringende landen (Denemarken, Duitsland, Frankrijk, GrootBrittannië, Italië, Luxemburg, Nederland, Spanje en Zweden) en ten opzichte van het Brussels Hoofdstedelijk en het Waalse Gewest. Onderzocht werden de geproduceerde hoeveelheid afvalstoffen, de mate van selectieve inzameling, de wijze van verwerking, de instrumenten van het afvalstoffenbeleid en de resultaten van dat beleid. Het accent ligt op huishoudelijk afval. Onderstaande grafiek geeft voor 11 Europese landen en gewesten de hoeveelheid selectief ingezameld huishoudelijk afval weer als percentage van de totale hoeveelheid ingezameld huishoudelijk afval (exclusief bouw- en sloopafval). %

Vlaanderen

50

Wallonië

45

Brussel

40 35

◆

◆

◆

● Frankrijk

❉

20

❉

15

▲

❉ ●

10

● Italië ●

●

● Luxemburg ●

●

5

Denemarken Duitsland

30 25

❉

◆ Nederland Spanje

0

▲ Zweden 93

94

95

96

97

Hoeveelheid selectief ingezameld huishoudelijk afval als percentage van de totale hoeveelheid ingezameld huishoudelijk afval (exclusief bouw- en sloopafval)

24


We kunnen hieruit het volgende besluiten: - Beleidsinstrumenten die gericht zijn op de preventie van huishoudelijk afval, worden in veel van de onderzochte landen en gewesten nog maar in erg beperkte mate ingezet. De totale productie van huishoudelijk afval per inwoner blijft voor alle bestudeerde landen en gewesten langzaam groeien. In vergelijking met andere landen en gewesten heeft Vlaanderen wel enkele preventiestimulerende beleidsinstrumenten toegepast, namelijk de verregaande tariefdifferentiatie en de vrij intensieve stimulering van het thuiscomposteren. - Wat de selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen betreft, scoort Vlaanderen vrij goed. Vlaanderen mag zich hierin, dankzij de geleverde inspanningen, duidelijk een koploper noemen. Wanneer we de cijfers bekijken in het licht van de gehanteerde beleidsinstrumenten, blijkt dat de sterke vooruitgang te danken is aan de toepassing van een brede mix van instrumenten.

Attitude van de Vlaming tegenover inzamelingsmethodes De OVAM heeft onderzocht hoe het gesteld is met de tevredenheid van de Vlaming over de verschillende ophaalmethodes van huishoudelijk afval en wat hij eventueel wenst te veranderen. Voorlichting en sensibilisering Uit de enquĂŞteresultaten blijkt er een duidelijk en logisch verband tussen de kennis van de verschillende selectieve inzamelingsmethodes, de intensiteit waarmee die methodes worden toegepast, de grootte van de restafvalproductie, de motivering om te sorteren, de tevredenheid over het aanbod en de algemene graad van milieubewustzijn. Afvalvoorkomingsgedrag Uiteindelijk is de gemiddelde respondent minder milieubewust dan hij of zij van zichzelf beweert. Slechts een minderheid vertoont namelijk een milieuvriendelijk consumptiegedrag en doet aan afvalpreventie. Het sorteren van afval mag dan succesvol zijn, het voorkomen ervan is dat blijkbaar veel minder. Opmerkelijk daarbij is de geringe invloed van het financiĂŤle aspect. Conclusie: niet alleen sorteren moet worden gestimuleerd, maar ook afvalpreventie. Met name het koop- en consumptiegedrag moeten we proberen te wijzigen.

Illegaal ingevoerd afval gaat terug Net zoals vorige jaren maakte de OVAM werk van de terugzending van illegaal ingevoerd afval van buitenlandse herkomst. Zo leidden langdurige onderhandelingen met de Nederlandse overheid in de zomer van 1999 tot de terugzending van ongeveer 700 ton niet-recycleerbaar papier- en kunststofafval. Dat was in 1996 door een Nederlandse trader naar de haven van Antwerpen overgebracht om van daaruit te worden verscheept naar China. Vorige zomer werd het afval uiteindelijk op kosten van de Nederlandse overheid afgevoerd en verwerkt in een afvalverbrandingsinstallatie in Nederland.

Controle afvaltransporten op het Schelde-Rijnkanaal In 1999 voerden Nederlandse en Belgische inspectiediensten voor het eerst gezamenlijke controles uit op het Schelde-Rijnkanaal. Met die acties wilden ze een beter beeld krijgen van het vervoer van afvalstoffen over het kanaal en nagaan of de wetgeving op het transport van afvalstoffen en gevaarlijke stoffen werd nageleefd. Tegelijk bevorderde de actie ook de contacten tussen de Belgische en de Nederlandse controlediensten.

25


De controles werden al varend uitgevoerd, waarbij schepen werden gecontroleerd die vanuit het buurland de grens passeerden. Vooral schepen die containers vervoerden, kregen controle. Op een speciaal opgesteld formulier werden bij iedere controle de gegevens ingevuld.Uit de verzamelde gegevens bleek dat het merendeel van de aangetroffen afvalstoffen vanuit EU-landen naar niet-EU-landen werd getransporteerd. De meeste gecontroleerde afvaltransporten bleken in orde met de voorschriften. De samenwerking tussen de Nederlandse en Belgische controleurs verliep zeer goed. We wisselden veel kennis en ervaring uit, zodat we een goed beeld kregen van elkaars werkmethoden.

BIOLOGISCHE AFVALSTOFFEN Is bevoegd voor dierlijke en plantaardige afvalstoffen en textiel- en lederafval, en heeft zitting in de Commissie Dierlijk Afval en de werkgroepen daarvan. Ook het gebruik van afvalstoffen als meststof, bodemverbeterend middel of dierenvoer en het composteren van GFT- en groenafval behoren tot het takenpakket.

Dierlijk afval Wat dierlijk afval betreft, was 1999 natuurlijk in de eerste plaats het jaar van de dioxinecrisis. De OVAM werd op 27 mei 1999 via de pers op de hoogte gebracht van de dioxineverontreiniging in dierenvoer. Op 4 juni riep de minister voor Leefmilieu een Vlaamse crisiscel in het leven, met daarin de OVAM, AMINAL en de VLM. De crisiscel moest zorgen voor informatie (zo kwam er een permanente crisistelefoon) en coÜrdinatie binnen het Vlaamse Gewest. De OVAM nam het voorzitterschap en het secretariaat van de crisiscel waar. Op 11 juni werd, mede op aandringen van de OVAM, ook een federale crisiscel in het leven geroepen. De verdere regeling van de zaak vanuit de (federale) ministeries van Landbouw en Volksgezondheid werd, waar mogelijk, ondersteund vanuit het Vlaamse Gewest. Zo was de OVAM betrokken bij inspectiebezoeken van de Europese Commissie, de zoektocht naar verwerkingscapaciteit, het begraven van dode kippen, de uitvoer van dierlijk afval (laag-risicomateriaal) en bij controles, verzegelingen en ontzegelingen. In het kader van het doelgroepenoverleg kwam in de Commissie Dierlijk Afval onder andere de financiering van de krengenophaling opnieuw ter sprake. De nieuwe abonnementstarieven voor grote en middelgrote veebedrijven en de subsidie voor de krengenophaling bij kleine veebedrijven en particulieren werden vastgelegd bij ministerieel besluit. Beide bedragen stegen fors. Dat had te maken met de lage prijzen voor eiwit en vet en met de hoge kostprijs van de vernietiging van gespecificeerd risicomateriaal — een uitvloeisel van de gekkekoeienziekte. Daarnaast werden er twee proefprojecten gelanceerd, in Gent en in Schoten, om de haalbaarheid te testen van de inzameling van dierlijk afval afkomstig van particulieren.

GFT- en groenafval Organisch-biologisch bedrijfsafval 1999 was het jaar dat het Uitvoeringsplan Organisch-Biologisch Afval tot stand kwam. Daarnaast besteedden we ook veel aandacht aan de uitvoering van het onderdeel 'secundaire grondstoffen' van het VLAREA (Vlaams Reglement inzake Afvalvoorkoming en -beheer), meer bepaald de toepassing als meststof of bodemverbeterend middel. Zo leverden

26


we een aantal gebruikscertificaten af voor behandeld waterzuiveringsslib afkomstig van de voedingsindustrie en voor GFT- en groencompost. In het licht van de dioxinecrisis kwam ook het probleem van gebruikte frituurvetten en oliĂŤn in de belangstelling te staan. Het federale verbod op het gebruik ervan in dierenvoeding (K.B. van 3 juni 1999 met wijzigingen) had vooral consequenties voor de uitvoerregeling. Ook hier werden controles verricht.

Textielafval Wat betreft textielafval werden de informatiebezoeken bij de recuperatiebedrijven afgerond. Verder bereidden we een standpunt voor over de vraag welke activiteiten in verband met de inzameling, ophaling, opslag en verwerking van textielafval vergunningsplichtig zijn.

GEMEENTEN EN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN Is bevoegd voor huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van klein gevaarlijk afval en van afvalstoffen van niet-sectorgebonden diensten als scholen, banken en kantoren. Werkt intens samen met de gemeenten en intercommunales, want die zijn verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Beheert verder de subsidies in het kader van huishoudelijke afvalstoffen en onderzoekt erkenningsaanvragen van kringloopcentra.

Inventarisatie huishoudelijke afvalstoffen Onderstaande figuur geeft de evolutie weer voor de periode 1991-1998. Ze laat zien dat er vanaf 1997 meer huishoudelijke afvalstoffen selectief worden ingezameld dan dat er worden ingezameld voor terminale verwerking (voornamelijk storten en verbranden). 600 500 400

405 423

449

331 330 333

479 490 335

325 280 210

200 116

526

529

selectief ingezameld terminaal te verwijderen

kg 300

93 100 74

490

144

165

313

totaal huishoudelijke afvalstoffen

268 258

216

0 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998

Evolutie van de totale, de selectief ingezamelde en de terminaal te verwijderen hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen, uitgedrukt in kilogram per inwoner, voor de periode 1991-1998. (De selectieve inzameling van Klein Gevaarlijk Afval is niet opgenomen.)

27


In 1998 werd van de huishoudelijke afvalstoffen 59,2 % selectief ingezameld en 40,8 % ingezameld voor terminale verwijdering. De volgende figuur geeft de samenstelling weer van de selectief ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen. kringloopvuil 0,6%

keingloopvuil 0,6%

bouw- en sloopafval 22,2%

papier en karton 20,8% houtafval 7,8%

textiel 0,9%

glas 7,8%

groenafval 20,9%

drankkartons 0,3%

GFT 18,0%

kunststoffen 1,6%

metalen 3,3%

Procentuele verdeling van de selectief ingezamelde hoeveelheid huishoudelijke afvalstoffen in 1998. Met 'overige' wordt bedoeld: vlakglas, autobanden, witgoed, bruingoed. In deze verdeling is Klein Gevaarlijk Afval niet opgenomen.

Het gemeentelijk milieuconvenant 1997-1999 Gemeenten kunnen een vrijwillige overeenkomst met het Vlaamse Gewest ondertekenen over hun afvalstoffenbeleid. Deze overeenkomst, het milieuconvenant, geeft een gemeente recht op subsidies voor specifieke acties met betrekking tot preventie, recyclage, hergebruik en selectieve inzameling. Het huidige milieuconvenant bestaat uit ĂŠĂŠn basisovereenkomst en 11 opties, waarvan er 4 met afvalstoffen te maken hebben. Eind 1999 hadden 284 gemeenten de basisovereenkomst ondertekend. Daarnaast hadden respectievelijk 187, 260, 101 en 131 gemeenten de opties 4 (preventie en selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen), 5 (kringloopcentra), 7 (duurzaam gemeentelijk beleid) en 9 (actie 'Vlaanderen Proper') onderschreven. In de loop van 1999 werden deze gemeenten beoordeeld op hun beleid in 1998. Daaruit bleek dat de meeste gemeenten ernstige inspanningen leveren om te voldoen aan de eisen van het milieuconvenant. In samenwerking met AMINAL werkten we aan een nieuw gemeentelijk milieuconvenant voor de periode 2000-2001. Dit nieuwe convenant bouwt voort op het milieuconvenant 1997-1999, maar is meer resultaatgericht: duidelijker, eenvoudiger en met minder administratieve verplichtingen.

28


Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen Gemeenten en Huishoudelijke Afvalstoffen stelde een voortgangsrapportage op in verband met het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 1997-2001. Met betrekking tot preventie lieten we in 1998 een studie uitvoeren naar de productnormen en de productrelevante reglementeringen. De maatregelen voor selectieve inzameling moeten verder worden ingevoerd in alle gemeenten. De uitdaging bestaat erin de hoeveelheid selectief ingezameld afval hoog te houden. Ook de kwaliteit van de ingezamelde fracties blijft een aandachtspunt. De structurering en legalisering van de selectieve inzameling van textielafval werd voortgezet. Enkele gemeenten halen de taakstellingen van het Uitvoeringsplan met betrekking tot de te verwijderen hoeveelheid huishoudelijk afval niet. Zij werden ertoe aangespoord om een actieplan in te dienen bij de OVAM. Er werd gestart met de heroriĂŤntering van het subsidiebeleid en het milieuheffingensysteem.

Kringloopcentra In opdracht van de OVAM en in samenwerking met de KVK (Koepel van Vlaamse Kringloopcentra) en Hefboom maakte het HIVA (Hoger Instituut voor de Arbeid) een opvolgingsverslag over de kringloopsector in het Vlaamse Gewest. Daaruit blijkt dat in 1998 de kringloopcentra bijna 2 kilo per inwoner inzamelden. In totaal ging het om zowat 11.000 ton. Tegelijk is het gebiedsdekkende netwerk van gesubsidieerde kringloopcentra in Vlaanderen nu bijna voltooid: 90% van de bevolking kan al een beroep doen op een kringloopcentrum. Via het samenwerkingsverband Cyclus 2 werkt de OVAM samen met de KVK en Hefboom aan een nog fijnmaziger netwerk van kringloopwinkels. Eind '99 had de OVAM aan 29 kringloopcentra een erkenning afgeleverd op basis van het VLAREA en was het aantal met de OVAM afgesloten overeenkomsten opgelopen tot 38.

Onderzoek samenstelling grofvuil In samenwerking met diverse kringloopcentra voerden we een sorteeranalyse uit van het te verwijderen grofvuil. Daaruit bleek dat 10% van het grofvuil herbruikbaar is en kan worden ingezameld door de kringloopcentra. Nog eens 30% is recupereerbaar. De overige 60% moet als restafval worden afgevoerd naar verbrandingsinstallaties. In regio's waar er een kringloopcentrum operationeel is, bevat het grofvuil relatief gezien echter minder herbruikbaar afval. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal de OVAM het grofvuilbeleid bijsturen.

29


Milieuvergunningen In totaal brachten we 52 adviezen uit voor evenveel containerparken waarvoor in 1999 een nieuwe milieuvergunning of een wijziging van de bestaande milieuvergunning was aangevraagd. Daarnaast leverden we nog een tiental adviezen af voor overslagstations voor huishoudelijke afvalstoffen, campings, winkelcomplexen, scholen en pretparken. Over deze materie werkten we ook OVAM-standpunten uit.

Scholen In 1999 werd de doelgroep 'scholen' in kaart gebracht. We inventariseerden de aandachtspunten rond afvalstoffenbeheer en educatie op school met het oog op de toekomst.

Katoenen luiers Eind 1998 zette de OVAM samen met de gemeente Laakdal een proefproject op touw dat het gebruik van katoenen luiers wil stimuleren om zo minder afval te produceren. Op dit moment bestaat 5,6% van de inhoud van een Vlaamse huisvuilzak uit wegwerpluiers, wat overeenkomt met een luierberg van 500 kg per baby per jaar. In de loop van het jaar werd er in Laakdal onderzoek verricht naar de attitude van de Vlaming over katoenen luiers. Daaruit bleek dat de prijs een doorslaggevender argument is dan het milieu. Bovendien bestaan er nogal wat vooroordelen over katoenen luiers, die eerst overwonnen moeten worden.

Project IVAGO De intercommunale IVAGO (Gent en omgeving) voerde op 1 juli 1998 een streng retributiereglement in. Tegelijk begon er een onderzoek dat de intercommunale, de provincie Oost-Vlaanderen en de OVAM meer inzicht moet geven in de effecten van zo'n streng retributiereglement op de samenstelling van huisvuil en het bedrijfsafval. De eerste sorteeranalyses voor dat onderzoek vonden plaats in mei 1998. Het ging om een nulmeting van de situatie vóór de invoering van het nieuwe retributiereglement. In mei 1999 waren er opnieuw sorteeranalyses om het effect van het nieuwe reglement te meten. Begin 2000 zullen de resultaten van het onderzoek bekend zijn.

Gesubsidieerde werken Gemeenten en Huishoudelijke Afvalstoffen onderzoekt de aanvragen die ondergeschikte besturen indienen voor de subsidiëring van recipiënten en infrastructuur die ze willen gebruiken voor de preventie, selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. De OVAM kan bijvoorbeeld de aanleg en uitrusting van containerparken subsidiëren tot 60% van de kostprijs. We steunen ook de bouw van sorteercentra en composteerinstallaties voor GFT- en groenafval tot 30%. In 1999 was hiervoor een totaal budget van 320 miljoen frank beschikbaar, waarvan 316 miljoen ook daadwerkelijk werd gebruikt. Subsidies verlenen is een instrument om het huishoudelijk afvalstoffenbeleid sneller uit te voeren. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de subsidies tijdens de periode 19901999. Ook in de toekomst zal dit een belangrijk beleidsinstrument blijven. Vandaar dat er gewerkt wordt aan een nieuw subsidiëringsbesluit.

30


Begrotingsjaar

Vastgelegd (in frank)

Voorzien (in frank)

1990

305.800.000

306.000.000

1991

246.600.000

265.000.000

1992

548.300.000

570.000.000

1993

433.200.000

495.000.000

1994

562.800.000

954.440.000

1995

860.200.000

1.185.686.000

1996

437.800.000

659.872.000

1997

244.500.000

558.101.000

1998

353.100.000

355.000.000

1999

316.300.000

320.000.000

4.308.600.000

5.669.099.000

Totaal

Subsidies tijdens de periode 1990-1999

Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van de bij de OVAM ingediende en behandelde ontwerpdossiers voor 1999.

aard project

aantal

geraamde kostprijs

toegezegde subsidie

containerpark 1

8

99.500.000 frank

42.100.000 frank

GFT-compostering 2

3

782.300.000 frank

224.400.000 frank

groencompostering

0

-

-

sorteercentrum

1

14.600.000 frank

5.500.000 frank

1 nieuw aangelegde containerparken, niet de verdere uitrusting van bestaande containerparken 2 installatie van INTERCOMPOST en IVVO Veurne

De uitvoering van de meeste projecten is gespreid over verschillende (begrotings-)jaren. Dat heeft te maken met de tijd die het kost om de nodige vergunningen te verkrijgen van de verschillende instanties en om geschikte terreinen te verwerven. Bovendien kunnen de middelen pas worden vastgelegd nadat de minister van Leefmilieu voor elke fase van het dossier zijn goedkeuring heeft gegeven. Pas dan kan de gemeente of intercommunale de aannemer de opdracht geven met de werkzaamheden te beginnen.

31


Onderstaande tabel geeft een overzicht van de projecten die tijdens het werkjaar 1999 de gunningsfase hebben bereikt.

aard project

aantal

kostprijs

containerpark 1

5

55.900.000 frank

GFT-compostering 2

1

248.200.000 frank

groencompostering 3

2

49.500.000 frank

sorteercentrum

1

1.100.000 frank

selectieve inzameling

6

82.100.000 frank

1 alleen nieuwe projecten, niet de verdere uitrusting van bestaande containerparken 2 installatie van IVVVA 3 installatie van IMOG

In 1999 bereikten ook verschillende projecten hun eindfase, zodat de subsidie daadwerkelijk kon worden uitbetaald. Voor grotere projecten kunnen de aanvragers voorschotten krijgen, die worden uitbetaald naarmate de werkzaamheden vorderen (als bewijs dienen vorderingsstaten).

aard project

aantal eindafrekeningen

containerpark

uitbetaalde subsidie

20

53.750.000 frank

GFT-compostering 1

1

75.000.000 frank

groencompostering 2

3

12.000.000 frank

selectieve inzameling

18

67.500.000 frank

2

22.100.000 frank

sorteercentrum 3

1 installatie van DDS en IGEAN 2 installaties van IVVVA, IVMO, IOK en IMOG 3 installatie van IMOG en IBOGEM

ANORGANISCHE AFVALSTOFFEN Is bevoegd voor stortplaatsen, bagger- en ruimingsspecie, grondreiniging en de sectoren bouw, ferro en non-ferro. Door de strenge aanvaardingscriteria en de stortverboden wordt storten zoveel mogelijk beperkt tot het echte restafval. De bouwsector is belangrijk door de grote volumes bouwen sloopafval die er jaarlijks vrijkomen, maar ook als afzetmarkt voor gerecycleerde producten. Wat betreft bouw– en sloopafval maanden we de aannemers en de exploitanten van puinbrekers aan om de VLAREA-regels over het hergebruik van puingranulaten na te leven. Volgens het VLAREA mogen alleen puingranulaten afkomstig van brekers met een CO-

32


PRO- of een gelijkwaardige keuring worden hergebruikt als secundaire grondstof. Samen met de VLAREA-normen biedt deze keuring de garantie dat er enkel bouwtechnisch en milieuhygiënisch verantwoorde producten op de markt komen. Ook voor een aantal reststoffen van de metallurgie verleenden we gebruikscertificaten voor hergebruik als bouwstof. In de metallurgie worden steeds meer secundaire grondstoffen ingezet ter vervanging van primaire ertsen. Sinds 1 juli 1998 zijn er verschillende stortverboden van kracht. 1999 was dus het eerste volledige jaar waarvoor we het effect van die stortverboden op de aanvoer naar stortplaatsen van categorie 2 konden evalueren. De aanvoer naar stortplaatsen van categorie 2 vertoont een dalende tendens: in 1999 werd er 1.394.265 ton aangevoerd, tegenover 1.431.194 ton in 1998 en 1.661.619 ton in 1997. Nieuwe stortverboden zullen die trend nog versterken. Op 30 juni 2000 vervallen de thans verleende afwijkingen, en vanaf 1 juli 2000 treden tevens nieuwe stortverboden in werking. Momenteel worden de criteria vastgelegd voor de beoordeling van eventuele nieuwe afwijkingsaanvragen. - Huishoudelijke afvalstoffen De minister verleende enkel afwijkingen voor huisvuil, niet voor grofvuil. De afwijkingen voor huisvuil waren nodig vanwege het structurele tekort aan verbrandingscapaciteit. In totaal werd voor 1999 voor 365.500 ton aan afwijkingen verleend; 282.513 ton werd daadwerkelijk volgens die afwijking gestort. Daarnaast waren er nog afwijkingen voor het storten van huisvuil bij de tijdelijke sluiting van verbrandingsovens (zonder contingent); in dat verband werd 29.666 ton gestort. - Bedrijfsafvalstoffen De minister verleende een afwijking voor het storten van 226.000 ton/jaar ongesorteerde bedrijfsafvalstoffen. Uit de rapportering van de stortplaatsen blijkt dat in 1999 slechts 84.554 ton ongesorteerd bedrijfsafval daadwerkelijk volgens die afwijking werd gestort.

HEFFINGEN Op het verbranden en storten van afvalstoffen wordt een milieuheffing geïnd. In het kader van de interne reorganisatie is de inning van die heffingen geïntegreerd in de sectorgebonden entiteiten. Onderstaande tabel geeft een financieel overzicht van de inkomsten:

Aangegeven heffingen

2.666.191.842 frank

Aangegeven heffingen + opcentiemen

2.785.901.414 frank

Ontvangsten + annulaties

4.021.579.245 frank

Ontvangsten + opcentiemen

3.289.783.275 frank

Annulaties Terugbetalingen arrest 55/96 en 34/97 Netto opbrengst

851.444.682 frank 13.723.636 frank 3.170.134.563 frank

33


Enige uitleg: • aangegeven heffingen: de spontane aangiftes door de heffingplichtigen • opcentiemen: ingevorderd met medewerking van de OVAM ten behoeve van gemeenten met een verwerkingsinstallatie op hun grondgebied • netto opbrengst: het bedrag dat de OVAM in het MINA-Fonds stort • annulaties: een gevolg van de controles door de OVAM van de spontane aangiftes; kwijtscheldingen van administratieve boetes of ministeriële beslissingen bij geschillen • ontvangsten + annulaties/opcentiemen: het MINA-bedrag, vermeerderd met annulaties resp. opcentiemen.

34


INTERVENTIES, VERWIJDERINGEN EN SANERINGEN Herstelt en/of beheert milieuschade die het gevolg is van bodemverontreiniging of achtergelaten afvalstoffen, en treedt op wanneer niet aan de voorwaarden uit het bodemsaneringsdecreet resp. het afvalstoffendecreet is voldaan. We begonnen 1999 met een budget van 1,24 miljard frank, maar in de loop van het jaar werd dat door de Vlaamse regering herleid tot minder dan 300 miljoen frank. Uiteindelijk werd er via interne kredietherschikkingen toch 390 miljoen frank vastgelegd voor het starten van nieuwe initiatieven. Over het hele jaar werd 900 miljoen besteed aan lopende en nieuwe projecten.

AMBTSHALVE AFVALVERWIJDERING Volgens artikel 37 van het afvalstoffendecreet kan de OVAM achtergelaten afvalstoffen ambtshalve verwijderen. Eerst onderzoeken we of er risico's bestaan op hinder of schade voor mens en milieu. Na een bezoek ter plaatse en een evaluatie beslissen we wat er verder moet gebeuren als de vervuiler niet zelf kan of wil opruimen. In 1999 startten we in de dossiers Bocholt, Buggenhout, Izegem en Neuwied, en werkten we verder aan de Dijlestorten en het rubberafval. Daarnaast volgden we 13 dossiers op die resulteerden in een vrijwillige verwijdering door de vervuiler. Deze laatste verwijderingen, die werden gecontroleerd op hun correcte uitvoering, vertegenwoordigden samen een uitvoeringsbedrag van 13 miljoen frank.

Bocholt (Reppel), oude arseenfabriek Op 28 januari 1999 vonniste de rechtbank van Bree in het voordeel van de OVAM, zodat na zeven jaar juridisch getouwtrek de verwijdering daadwerkelijk kon beginnen. Na een opmeting van de toestand van het terrein en de aanstelling van een veiligheidsbureau ging de eigenlijke opruiming van start. Eerst moest ongeveer 11.500 m3 grond worden verplaatst, zodat kon worden gestart met het uitgraven van de deponie. Dan moesten grote hoeveelheden zwerfvuil van diverse aard selectief worden verzameld op het terrein om ruimte te creĂŤren voor een afbraak volgens de code van goede praktijk. In de deponie komen de resten van de oude fabrieksgebouwen terecht, waarna de deponie hermetisch wordt afgesloten. De afbraak van de vroegere fabrieksgebouwen gebeurde in november en december. Deze maanden bleken daarvoor heel geschikt, omdat dankzij het vochtige weer de stofvorming ver beneden de normen bleef. Alles gebeurde met de grootste zorg voor de veiligheid van arbeiders en omwonenden; geen enkele inspanning werd en wordt hiervoor achterwege gelaten.

Leuven (Wilsele), Dijlestorten Door de aard van de afvalstoffen verliep de ambtshalve verwijdering van de Dijlestorten pas vanaf mei vlot. De 130.000 ton gevaarlijke afvalstoffen werd via het spoor vanuit Leuven naar Houthalen, Zonnebeke, Antwerpen en Gent gebracht, waar ze werden gestort in stortplaatsen van categorie 1. De ervaring leert dat het transport van afvalstoffen via het spoor een hoge milieuzekerheid en weinig risico op ongevallen biedt. Daar staat wel tegenover dat het spoor duur is voor korte afstanden van-

35


wege de noodzakelijke overslag. Naast de oevers tussen de beide 'gifbergen' werd ook de Dijle uitgebaggerd om de afvalstoffen te verwijderen die jarenlang in de rivier zijn terechtgekomen. Het opruimen van de afvalstoffen zal zijn afgerond in februari 2000.

Izegem, Biva In juni 1999 verklaarde de Rechtbank van Koophandel van Kortrijk het vleesverwerkend bedrijf bvba Biva uit Izegem failliet. Het in het kader van de dioxinecrisis in beslag genomen vlees van Biva moest, gezien het faillissement, volgens het Instituut voor Veterinaire Keuring door verbranding vernietigd worden. Maar de helft van de 50 ton in beslag genomen vlees was verpakt, en de kostprijs van het uitpakken werd niet gefinancierd door de federale overheid. Aangezien de curator niet over de middelen beschikte om de goederen uit te pakken, liet de OVAM de afvalstoffen verwijderen.

Neuwied (Duitsland) Tijdens een politiecontrole op een autosnelweg in Duitsland werd een vrachtwagen van de firma Hungarocamion met bestemming Debrecen (Hongarije) staande gehouden. De vrachtwagen bleek een lading afval (verf en oplosmiddelen) te bevatten, afkomstig van een bedrijf uit Rotselaar. De chauffeur kon geen papieren met betrekking tot het grensoverschrijdend transport van afvalstoffen voorleggen. De afvalstoffen werden tijdelijk overgebracht naar een vergund opslagcentrum in Neuwied, en daarna door de OVAM teruggehaald naar België.

Buggenhout, Alvat Bij het voormalige vatenreconditioneringsbedrijf Alvat in Buggenhout werd in mei een partij gevaarlijke afvalstoffen ambtshalve verwijderd. De partij bestond voornamelijk uit oliën, solventen en verfafval (vloeibaar, slib of uitgehard), al dan niet vermengd in verschillende soorten recipiënten. In totaal werd er 1104 ton afval afgevoerd.

Rubberafval Sinds 1998 verwijderde de OVAM op verschillende plaatsen in Vlaanderen grote partijen illegaal opgeslagen rubberafval (vooral banden). Daarbij streefden we naar een maximale recyclage. Ongeveer 15% werd gegranuleerd en kwam in aanmerking voor hergebruik als rubber; 65% werd naar cementovens gebracht voor energierecuperatie. In totaal verwijderde de OVAM meer dan 46.000 ton rubberafval. In mei '99 werd deze operatie afgerond.

AMBTSHALVE BODEMSANERING Het bodemsaneringsdecreet omschrijft een aantal ingrepen die de OVAM ambtshalve kan uitvoeren. In de eerste plaats gaat het om bodemsaneringswerken op percelen die staan vermeld op een lijst die de Vlaamse regering jaarlijks opstelt. Daarnaast neemt de OVAM ook veiligheidsmaatregelen wanneer de bodemverontreiniging een direct gevaar vormt voor mens of milieu. Soms is het risico niet groot genoeg voor veiligheidsmaatregelen maar toch te groot om de normale, tijdrovende procedures te volgen. Dan legt de OVAM voorzorgsmaatregelen op aan de eigenaar of exploitant. Wanneer die niet zelf de geëiste maatregelen neemt, doen wij het in zijn plaats.

36


In 1999 startten de sanering in Schelle en de voorzorgsmaatregelen in Asse, en werden er veiligheidsmaatregelen uitgevoerd in Schoten. De saneringswerken in Brecht en Temse werden voortgezet, terwijl in Kapellen de veiligheidsmaatregelen werden afgerond. De nazorg in Maldegem (Middelburg) en Willebroek ging door en de Hooge Maey werd verder opgevolgd. In Dilsen werd ten slotte gestart met een bodemsaneringsproject.

Schelle, ambtshalve sanering stortplaats Van den Bosch Stortbranden in augustus 1991 maakten van deze stortplaats voor huishoudelijk en gelijkgesteld industrieel afval voor de OVAM een prioritair te saneren verontreinigde site. Het stortlichaam is grotendeels gevuld met percolaatwater, dat bij de sanering moet worden opgepompt en behandeld. Tevens moet het opgehoopte stortgas worden geĂŤvacueerd en behandeld. Uiteindelijk moet er een bovenafdichting worden aangebracht, zowel aan de zijkanten als boven op het stortlichaam, om verder indringen van regenwater te voorkomen. Deze opdracht werd op 12 april 1999 toegewezen en de werkzaamheden zullen vermoedelijk midden 2001 beĂŤindigd zijn.

Schoten, veiligheidsmaatregelen Maes-Eelen Op 7 mei 1999 besliste de OVAM tot veiligheidsmaatregelen op het terrein van de failliete bvba Maes-Eelen. Sindsdien zorgde de OVAM voor de afvoer van verontreinigd regenwater van het terrein en de lozing ervan in het riool. We hebben gekozen voor de tijdelijke installatie van een mobiele olie-waterafscheider met randapparatuur. Uiteraard wordt het effluentwater gecontroleerd.

Kapellen, veiligheidsmaatregelen in de Lievenshoekwijk De uitzonderlijke regenval van september 1998 had nefaste gevolgen voor de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen in deze wijk. De werkzaamheden moesten immers een tijdlang worden onderbroken, zodat we in de wintermaanden gedwongen waren door te werken. Vanwege de hogere grondwaterstand in de wintermaanden had dat ook invloed op de verdere uitvoering. Uiteindelijk konden de werkzaamheden pas in juli 1999 worden afgerond. Op dat ogenblik waren alle verontreinigde tuintjes afgegraven tot een diepte van circa 70 cm, was geotextiel aangebracht op de plaatsen waar restverontreiniging was aangetroffen en waren de tuintjes weer opgevuld met zuivere grond, waarop dan een grasmat en perceelafscheidingen waren aangebracht. De gemeente Kapellen voorzag de bewoners van struiken en bomen.

37


Antwerpen, Hooge Maey De OVAM volgt ook de sanering van de Hooge Maey op. De monitoringputten en de percolaatputten zijn afgewerkt.

Brecht, Terra Cotta In Brecht werd in 1999 zone 3 gesaneerd. Er werd 57.500 ton materiaal uitgegraven: gips, slib, verontreinigde grond en een kleine partij vatenrestanten. Ongeveer 165.000 m3 water, afkomstig van de vijvers, het percolaat en de bemaling, werd gezuiverd.

Asse, Linksa Op 11 februari 1999 legde de OVAM nieuwe voorzorgsmaatregelen op aan de nv Linksa. Doordat de saneringsplichtige in gebreke bleef, beslisten we op 14 september 1999 tot de ambtshalve uitvoering van de voorzorgsmaatregelen. De werkzaamheden gaan begin 2000 van start.

Dilsen (Stokkem), zinkfabriek Op dit terrein, waar in 1998 afvalstoffen ambtshalve waren verwijderd, werd in 1999 een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd en een bodemsaneringsproject opgesteld. De aanbestedingsprocedure is inmiddels van start gegaan.

38


ALGEMENE ZAKEN

COMMUNICATIE Verleent communicatie-advies aan de OVAM. Organiseert de sensibiliseringscampagnes en maakt daarvoor gebruik van advertenties, spots, affiches en brochures. Geïnteresseerden bestellen er gratis documentatie, maar ook te betalen rapporten en handleidingen. Video’s en infostands worden gratis uitgeleend. Het TWICA (TechnischWetenschappelijk Informatiecentrum Afvalstoffen) is het grootste documentatiecentrum van het land inzake afvalstoffen, hergebruik, preventie en bodemsanering. Ook het beheer van de OVAM-website behoort tot het takenpakket.

Beleidsnota communicatie In het verlengde van de interne reorganisatie streeft de OVAM naar een meer geïntegreerde strategie voor de externe en (vooral) de interne communicatie. Daarom gaven we een extern bureau de opdracht om onze communicatie door te lichten en een communicatieplan op te stellen. Dat leidde tot een voorstel, dat momenteel wordt besproken.

Vlaanderen Proper In 1999 organiseerde de OVAM voor het eerst een grote lenteschoonmaak onder de naam 'Vlaanderen Proper'. Op die manier wilden we de burger bewustmaken van het zwerfvuilprobleem en van zijn eigen verantwoordelijkheid daarin. Daarnaast steunden we concrete opruimacties door gemeenten in heel Vlaanderen. Als voorbereiding op die acties organiseerden we een informatiedag, waarin de zwerfvuilproblematiek werd toegelicht voor een publiek van gemeenten en intercommunales. Op 20 maart 1999 organiseerden 20 gemeenten dan, met de steun van de OVAM en van in totaal 4000 vrijwilligers, een grote opruimactie op hun grondgebied. In 66 andere gemeenten vonden soortgelijke initiatieven plaats. Ook hier stonden een paar duizend vrijwilligers paraat. In de 20 gemeenten waren er niet alleen de beloningen voor de deelnemers (zoals een afsluitend evenement in elke provincie), maar bood de OVAM ook logistieke steun. WATCO, VLAR en Fost Plus hielpen gemeenten die dat wensten bij de opslag en afvoer van het ingezamelde vuilnis. Naar schatting werd er in de 20 proefgemeenten 232 ton zwerfvuil en sluikafval opgeruimd. Hoewel er gekozen was voor selectieve inzameling, bleken heel wat fracties helaas te vervuild om achteraf selectief te verwerken. Alle organiserende gemeenten profiteerden van de grootscheepse sensibiliseringscampagne en de ruime mediabelangstelling die de OVAM voor dit evenement wist aan te trekken. Conclusie: de eerste editie van 'Vlaanderen Proper' was een succes en vraagt om een vervolg.

39


Maar uiteindelijk willen we zwerfvuil niet alleen opruimen, maar ook voorkomen. Daarom maakten we een leaflet voor de bevolking met 10 tips om zwerfvuil te voorkomen. Voor de gemeenten kwam er een praktische handleiding boordevol tips om zwerfvuil aan te pakken.

De campagne 'composteren' Net zoals in vorige jaren konden gemeenten met subsidie van de OVAM een informatievoordracht over composteren organiseren met een spreker van VELT (Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze). Binnen de VLACO (Vlaamse Compostorganisatie) werd er een cel Thuiscomposteren opgericht, die de volledige organisatie van de opleiding van compostmeesters overnam van de OVAM. Op 12 en 13 juni 1999 vond weer het weekend van de compostmeester plaats. In ongeveer 70 gemeenten werden er in totaal 150 activiteiten op touw gezet. Een hele prestatie, want in 1998 waren dat nog maar 100 activiteiten. Bovendien was dit het verkiezingsweekend, wat de gemeenten zo al extra werk bezorgde. Ook de mediacampagne kreeg meer reactie dan vorig jaar. Terwijl we toen net geen duizend aanvragen voor de programmabrochure ontvingen, waren dat er dit jaar ongeveer 1200, waarvan 400 via de Vlaamse Infolijn.

Milieu-educatie De OVAM ontvangt voortdurend vragen over sorteren en recycleren vanwege leerlingen en leerkrachten uit het secundair onderwijs. Daarom ontwikkelden we een gratis mapje 'Jong geleerd is knap gerecycleerd' met 10 fiches over 10 soorten afval. De jongeren leren elk van die tien soorten afval voorkomen en sorteren, en komen te weten wat ermee gebeurt. Verder ontwikkelden we een spel voor spelers van 10 tot 14 jaar dat te vinden is op onze website (www.ovam.be). Wie tot de kampioenen in het afvalsorteren wil behoren, kan in de huid kruipen van 'De Afvalman'. Je moet dan zo snel mogelijk 10 verschillende afvalsoorten zien te vinden ĂŠn de afvalproblemen juist oplossen. Wegens het grote succes werd de educatieve theatervoorstelling 'De ijzeren weg van de natuur' van de vzw Creatie in 1999 opnieuw gesubsidieerd.

40


Afval op evenementen Sinds enkele jaren neemt de OVAM deel aan allerhande evenementen. Enerzijds is onze steun soms net dat kleine duwtje in de rug dat een organisator nodig heeft om het afval op zijn evenement onder controle te houden, anderzijds bereiken we zo een ruim publiek dat op een ontspannen manier kennismaakt met het afvalprobleem en met de mogelijkheden om afval te voorkomen en te sorteren. Onze voorkeur gaat uit naar evenementen die genoeg uitstraling hebben om als voorbeeld te kunnen dienen voor andere evenementen, zoals de Gordel, Krackrock, Open Tropen en de Gentse Feesten. Verder nam de OVAM ook deel aan de Tweedaagse van Blankenberge, Kramp, Sportrock, de Gordel voor scholen, het Cactusfestival, Dranouter, de Sportdag voor ambtenaren, de Dodentocht in Bornem en de internationale veldrit 'Barlow Classic' in Vossem. Op Krackrock in Avelgem organiseerde de OVAM een studiemiddag — niet toevallig daar, want op Krackrock werken ze met herbruikbare bekers. Na wat vallen en opstaan werkt dat systeem er nu goed. Doel van de studiemiddag was andere organisatoren vertrouwd te maken met de positieve aspecten van het systeem en ze te behoeden voor de vele valkuilen. Zowat 50 deelnemers daagden op.

Beurzen en studiedagen Op Flanders Technology International stond de OVAM op een gezamenlijke stand met AMINAL, de VMM, de VLM en de VMW. De bezoekers konden er hun milieukennis testen op een computer. Via een computerpresentatie konden ze kennismaken met de taken van de OVAM, en ook onze website konden ze natuurlijk naar hartelust uitproberen. Daarnaast nam de OVAM nog deel aan Infopol, de beurs voor politie en rijkswacht. Vooral voor de controles van afvaltransporten werkt de OVAM samen met de rijkswacht.

Campagne papier In het kader van een milieubeleidsovereenkomst (MBO) met de uitgeverssector startte de OVAM in oktober een advertentie- en affichecampagne om de selectieve inzameling van kranten en tijdschriften nog te verbeteren.

Medewerking aan projecten Communicatie werkte mee aan de Uitvoeringsplannen Organisch-Biologisch Afval en Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen. Ook bij de voorbereiding van het Steunpunt Afval- en Emissiepreventie en bij een project rond de inventarisatie van afvalkosten bij bedrijven waren we betrokken.

TWICA Het TWICA (Technisch-Wetenschappelijk Informatiecentrum Afvalstoffen) blijft met zijn 26.000 referenties de absolute nummer één in België voor iedereen die op zoek is naar informatie over de afval- en bodemproblematiek. Het afgelopen jaar groeide de collectie aan

41


met ongeveer 800 boeken, 1250 tijdschriftartikels en een 100-tal exemplaren 'grijze' literatuur. Bij de aankopen besteedden we extra aandacht aan de onderwerpen bodemverontreiniging en -sanering, afvalpreventie en milieuzorg in bedrijven, levenscyclusanalyse en ecobalansen.

Website www.ovam.be De website trok de positieve lijn van de voorbije jaren door. Mede doordat we de site verschillende keren per maand updaten met nieuwe informatie, blijft het aantal bezoekers per dag stijgen (gemiddeld 100 tot 150/dag). Eind 1999 gaven we de aanzet voor een vernieuwing van de website. Vooral de navigatie wordt verbeterd. Resultaten verwachten we tegen begin 2000. Via de homepage surft de bezoeker naar informatie over afval en bodem. Hij kan databanken raadplegen, invulformulieren opvragen en zowel gratis documentatie als te betalen rapporten bestellen. Naast de volledige tekst van decreten en uitvoeringsbesluiten is er achtergrondinformatie over diverse afvalsoorten en hun verwerking, de meldingsplicht, de tarieven van de heffingen, het PRESTI-project... Ook de geactualiseerde lijsten van erkende ophalers en verwerkers, kringloopcentra en dergelijke staan op de site. Naast afval komt ook het thema bodem ruimschoots aan bod: het decreet, de uitvoeringsbesluiten, tal van achtergrondteksten, de lijst van erkende bodemsaneringsdeskundigen, de vzw Grondbank, formulieren voor de aanvraag van een bodemattest... Interessant is dat heel wat informatie op kaartjes van Vlaanderen wordt uitgezet. Het aantal vragen via e-mail zit enorm in de lift. Dagelijks behandelt de OVAM-webmaster gemiddeld vijf inhoudelijke vragen. Streefdoel is de afzender binnen twee dagen een antwoord te geven. De website besteedt ook veel aandacht aan educatie. In 1999 ontwikkelden we het spelletje 'De Afvalman', waarop we tal van positieve reacties hebben gekregen. Blijkbaar gaan educatie en het internet wel degelijk goed samen.

Intranet 1999 was een scharnierjaar in de ontwikkeling van het intranet van de OVAM. Eind '98 beschikten we over een proefintranet. Begin 1999 sloten we een overeenkomst met een externe firma voor de uitwerking van de 'look' van het definitieve intranet. Daarna zochten we naar een snelle manier om zelf het intranet te beheren en aan te vullen. De laatste stap was een cursus voor de beheerders. Uiteindelijk ging het OVAM-intranet van start in het laatste kwartaal van '99. Het moet voor onze organisatie een belangrijk intern communicatiekanaal worden.

42


Informatievragen De OVAM kreeg in 1999 280 schriftelijke informatievragen, hoofdzakelijk van scholieren en studenten. Daarnaast waren er meer dan 3000 aanvragen voor gratis documentatie via de telefoon, een formulier of een briefje, waarvan 560 via het internet.

Verkoop In 1999 verstuurden en factureerden we 1.817 bestellingen voor te betalen OVAM-publicaties. Enkele opvallende bestelcijfers: • Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en –beheer (VLAREA): 453 stuks • Vlaams reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO): 316 stuks • Brochure 'Wie afval vermijdt, moet het niet kwijt': 6.000 stuks • Brochure 'Composteren: doe ik het zelf of laat ik het doen? Een wegwijzer': 39.739 stuks • Leaflet composteren (A4-formaat): 9.950 stuks • Brochure 'Geen berg te hoog': 1.715 stuks • Pak-je afval. Voor eindeloos gebruik (spellendoos + poster): 340 stuks In 1999 waren er 171 OVAM-publicaties te verkrijgen — ongeveer 40 meer dan in 1998. We kregen 109 aanvragen binnen voor het uitlenen van videocassettes.

PERSONEEL, ORGANISATIE EN OPLEIDING Steunt op twee pijlers: personeelsadministratie en personeelsbeleid. Personeelsadministratie behelst het beheer van aanwezigheden, lonen en subsidies, het administratief beheer van de loopbanen (van indiensttreding tot pensioen) en de opvolging van het systeem voor personeelsbeheer. Personeelsbeleid heeft betrekking op het rekruterings-, selectie-, loopbaan- en vormingsbeleid, het evaluatiesysteem, het personeelsbehoefteplan, de personeelsbegroting en de medewerking aan verschillende strategische projecten.

De Raad van State en de herziening van het personeelsstatuut Op 28 juni 1999 leidde een uitspraak van de Raad van State ertoe dat elke beslissing die voortaan op grond van het personeelsstatuut van de OVAM zou worden genomen, zou openstaan voor een vernietigingsberoep bij diezelfde Raad van State. Daardoor dreigde de OVAM juridisch en administratief vrijwel onbestuurbaar te worden. Het was dan ook van primordiaal belang dat er snel een nieuw personeelsstatuut zou komen, vanzelfsprekend met respect voor alle procedure-elementen. De OVAM had eind '98 al op dit scenario geanticipeerd door, in samenwerking met de administratie Ambtenarenzaken van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, een nieuw ontwerpbesluit van de Vlaamse regering houdende organisatie van de OVAM en de regeling van de rechtspositie van het personeel op te stellen. Na het vonnis werden onmiddellijk de vereiste akkoorden en adviezen ingewonnen, waarna het ontwerp naar de Raad van State ging.

43


De Raad van State gaf zijn advies op 15 juli 1999. In overleg met de (nieuwe) kabinetten van de minister van Leefmilieu en Landbouw, de minister van Ambtenarenzaken en de minister van Begroting, werden de teksten daarna aangepast aan de opmerkingen van de Raad van State. De goedgekeurde tekst werd uiteindelijk gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 december 1999. Dit nieuwe statuut wordt nu verder vertaald naar een aangepaste organisatiestructuur.

Personeelsformatie In het najaar van 1999 paste de OVAM de ontwerp-personeelsformatie van 1998 aan. Daarbij hielden we rekening met het extra personeel dat nodig is om de nieuwe bevoegdheden aan te kunnen die inmiddels aan de OVAM waren toegekend en om de uitvoering van door de nieuwe Vlaamse regering gedefinieerde taken waar te maken. De goedkeuring van de personeelsformatie zal het einde betekenen van de wervingsstop voor statutaire betrekkingen waaraan de OVAM zich sinds 1996 moet houden.

Opleiding Binnen het geheel van opleidingen dat de OVAM voor haar werknemers organiseert, stond in '99 vooral het opleiden en coachen van het leidinggevend personeel in de kijker. De stijl van leidinggeven is immers een belangrijk facet van de organisatiecultuur, die uitgebreid aan bod is gekomen tijdens het recente 'cultuuronderzoek'. Uit dat onderzoek bleek dat er bepaalde stappen nodig waren om van de bestaande naar de gewenste organisatiecultuur te evolueren. Uiteraard was het die gewenste stijl van leidinggeven die werd gepromoot tijdens de opleiding en coaching. Voor het leidinggevend personeel op middenkaderniveau organiseerden we een tweedaagse cursus effectief leidinggeven, gekoppeld aan een intensieve individuele coaching.

Cultuuronderzoek binnen de OVAM Een reorganisatie zoals de OVAM begin 1999 doorvoerde, is op zich nog geen garantie voor goede resultaten. Daarvoor is ook de juiste organisatiecultuur nodig, en over dat thema hebben we een onderzoek gevoerd. Hoe gaan we met elkaar om, hoe werken we samen en hoe kunnen we goede resultaten neerzetten met gemotiveerde mensen? In december 1998 voerde een externe consulent een uitgebreide cultuurmeting uit binnen de OVAM, waarbij bij al het personeel werd gepeild naar de huidige én de gewenste organisatiecultuur. In het voorjaar van 1999 beraadde de directie zich over de resultaten van de meting. Vervolgens werden er met het personeel in het voor- en najaar werksessies georganiseerd. De sessies hadden een dubbel doel: toelichting en duiding verstrekken bij de resultaten van de cultuurmeting, en peilen naar mogelijke acties ('wat meer doen?' en 'wat minder doen?') om de gewenste cultuur binnen de OVAM te realiseren. De resultaten van deze oefening op directieniveau én de werksessies met het personeel worden in 2000 meegedeeld. Zo kan iedereen — directie, leidinggevend personeel en alle medewerkers — concreet iets doen om het doel te bereiken: een nog betere organisatiecultuur.

44


FINANCIEEL BEHEER EN LOGISTIEK Bestaat uit twee cellen: Financieel Beheer en Logistiek. De cel Financieel Beheer is verantwoordelijk voor de boekhouding. Hij stelt de begroting en de jaarrekening op, volgt het kredietverbruik, beheert de administratie van crediteuren en debiteuren en beheert de activa. De cel Logistiek is verantwoordelijk voor huisvesting en verstrekt benodigdheden.

Cel Financieel Beheer Voor 1999 kreeg de OVAM de volgende budgetten toegewezen: (in miljoenen franken)

Administratieve werking Administratieve kapitaaluitgaven Statutaire lopende projecten PRESTI Ambtshalve verwijderingen en saneringen Totaal dotaties Eigen ontvangsten Totaal middelen

’99

’98

’97

537,2

453,3

615,2

54,8

45,6

39,8

120,1

172,4

146,2

29,4

32,9

-

390,4

433,2

1308,2

1131,9

1137,4

2109,2

306,2

277,2

34,7

1438,1

1414,16

2144,1

Naast deze middelen putte de OVAM ook nog uit de volgende artikels van het MINAfonds:

Verwijdering krengen Subsidiëring infrastructuur ondergeschikte besturen Algemeen totaal

’99

’98

’97

‘96

47,2

16,9

4,5

26

313,9

353,2

227,1

336

1799,2

1784,2

2375,7

2257,6

In vergelijking met '98 is het totale budget dus lichtjes gestegen ten gevolge van de toename van de eigen ontvangsten. De functionele middelen waren lager, de administratieve bestaansmiddelen hoger.

45


De belangrijkste vastleggingen voor ambtshalve verwijderingen en saneringen hadden betrekking op: • Kapellen • Leuven (Dijlestorten) • Bocholt

80,1 miljoen 71,5 miljoen 132,5 miljoen

De post 'statutaire lopende projecten' sloeg onder meer op: • Bijdrage VLACO (Vlaamse Compostorganisatie): • Bijdrage IVC (Interregionale Verpakkingscommissie): • vzw SVW (Studiecentrum Voor Water): • Studies VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek): • Studie monitoring van natuurlijke attenuatie (gecontroleerde opvolging van de natuurlijke afbraak bij bodemverontreiniging): • Bijdrage kringloopcentra: • Sensibilisering compostmeester:

13,7 miljoen 15,2 miljoen 5,3 miljoen 9,2 miljoen 5,9 miljoen 4 miljoen 3,7 miljoen

Cel Logistiek De cel Logistiek verleent ondersteuning op het gebied van huisvesting en voorzieningen en verstrekt benodigdheden. Voor '99 kreeg de cel Logistiek de opdracht om de telefonische bereikbaarheid van de OVAM en haar personeelsleden te evalueren en waar nodig te verbeteren. Er werd onder meer beslist om extra krachten in te schakelen tijdens de piekuren. Draagbare telefoons moeten zorgen voor een permanente dienstwaarneming. Uit de eerste resultaten blijkt alvast dat de bereikbaarheid er inderdaad op is verbeterd. De eigen kinderopvang in de korte vakanties heeft steeds meer succes binnen de OVAM. In '99 werden er activiteiten georganiseerd in de krokus-, paas- en herfstvakantie voor respectievelijk 37, 30 en 36 kinderen. De organisatie ervan werd geïntegreerd in de werking van de cel Logistiek.

VGV wordt IDPBW In 1999 werd de dienst VGV (Veiligheid, Gezondheid en Verfraaiing) bij wet omgedoopt tot Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, afgekort IDPBW. Zoals zijn voorganger moet ook de IDPBW waken over de uitvoering van een jaarlijks actieplan. Dat heeft onder andere betrekking op de opvolging van de technische keuringsverslagen, de opleiding van interventieploegen en de organisatie van evacuatie-oefeningen in de twee gebouwen van de OVAM. Bovendien werd er werk gemaakt van een gerichte medische opvolging voor de 'veldwerkers', als aanvulling op de jaarlijkse standaardonderzoeken. Met de wet op de tijdelijke en mobiele werkplaatsen kwam er in 1999 voor de IDPBW een heel nieuw aspect bij, namelijk de voorbereiding op de aanstelling van externe veiligheidscoördinatoren (VC's) en de opleiding van interne VC's. Voor de sanering van de oude arseenfabriek in Bocholt is er al zo'n externe VC aangesteld. Op die manier konden we de nodige ervaring met deze materie opdoen.

46


JURIDISCHE ZAKEN Verleent intern en extern advies over de materies waarvoor de OVAM bevoegd is en werkt mee aan de voorbereiding van wetgeving rond materies waarmee de OVAM te maken heeft.

Advies Juridische Zaken verleende adviezen in verband met het bodemsaneringsdecreet, het afvalstoffendecreet en hun respectievelijke uitvoeringsbesluiten. De vragen waren afkomstig van notarissen, advocaten, adviesbureaus, het parket en van particulieren. We verleenden ook interne adviezen over de interpretatie van de wetgeving op de overheidsopdrachten en van andere wetteksten, zoals de wet op de openbaarheid van bestuur.

Afvalstoffendecreet Juridische Zaken gaf permanente juridische ondersteuning aan Afvalstoffenbeheer en juridische ondersteuning in dossiers over de ambtshalve verwijdering van afvalstoffen.

Bodemsaneringsdecreet Juridische zaken: • antwoordde op interne vragen over dossiers in verband met het bodemsaneringsdecreet; • zat in de interne commissie bodemsanering, die oplossingen zoekt voor structurele problemen bij de toepassing van het decreet; • behandelde zowat 100 dossiers rond het 'onschuldig eigenaarschap', een procedure waarbij de overdrager van gronden geen beschrijvend bodemonderzoek hoeft te laten uitvoeren; • werkte mee aan het studiesyndicaat voor de sanering van benzinestations; • waakte over de naleving van de decretale procedures bij voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen: de dienst stelde mee de uitnodigingen tot hoorzitting op, woonde de hoorzittingen bij en maakte achteraf soms het proces-verbaal op.

Studiedagen Op studiedagen, georganiseerd door de OVAM of door derden, lichtte Juridische Zaken de afvalstoffen- en bodemsaneringswetgeving toe.

Wetgeving Juridische Zaken werkte mee aan het voorbereiden van wijzigingen aan het VLAREBO (Vlaams reglement betreffende de bodemsanering).

Gerechtelijke dossiers Ten slotte volgde Juridische Zaken de lopende rechtszaken over afvalstoffen en bodemsanering op.

47


INFORMATICA EN SYSTEEMBEHEER Ontwikkelt en beheert de soft- en hardware van de OVAM. Het aspect ontwikkeling slaat op het aanschaffen, installeren en testen van nieuwe hardware en het laten schrijven, installeren en testen van nieuwe software. Daarbij houden we rekening met drie factoren: de behoeften van de organisatie en haar medewerkers, de technische stand van zaken en de kostprijs. We overleggen daarover binnen de OVAM en kunnen ons daarnaast laten bijstaan door externe deskundigen. Onder het aspect beheer vallen het onderhoud van de infrastructuur, de beveiliging van gegevens op de centrale infrastructuur, het upgraden van software, het opsporen en (laten) herstellen van fouten in soft- en hardware en het begeleiden van de medewerkers bij het gebruik van de soft- en hardware. In 1999 hebben we gewerkt aan een centraal bedrijvenbestand als fundering voor het afvalstoffenbeleid. Deze nieuwe databank is nu operationeel. In de toekomst zullen verschillende toepassingen er gebruik van maken. Diverse toepassingen werden in 1999 overgeplaatst van de mainframe naar een netwerkomgeving, en de functiemogelijkheden werden uitgebreid. Ook aan het interne netwerk werden verschillende functies toegevoegd. Vooral het intranet kreeg bijzondere aandacht. Het jaareinde ten slotte stond volledig in het teken van de overgang naar het jaar 2000. Deze hindernis werd zonder problemen overwonnen.

48


REFERENTIES

Hieronder vindt u een lijst van eigen publicaties, publicaties in opdracht van de OVAM uitgevoerd door derden, publicaties van derden waar de OVAM aan meegewerkt heeft en organisaties die door de OVAM worden gefinancierd.

Publicaties die tegen betaling verkrijgbaar zijn • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Bedrijfsafvalstoffen. Extrapolatie van meldingsgegevens (productiejaren 1994-1996) Overzicht betreffende de uitvoering van het bodemsaneringsdecreet in Vlaanderen Tewerkstellingseffecten en economische impact van het bodemsaneringsdecreet De kringloopcentra in het Vlaamse gewest: opvolgingsverslag 1998 Evaluatie-onderzoek in de regio kust bij campings en vakantiecentra Evaluatie-onderzoek in de regio kust bij KMO’s Evaluatie-onderzoek in de regio kust bij toeristen en residentiëlen Sorteeranalyse-onderzoek in de regio kust Positionering van het Vlaamse afvalstoffenbeleid tegenover de omringende afvalmarkten Benchmarking of Flemish waste management policy compared with neighbouring waste markets De verwerking en afzet van organisch-biologische afvalstromen in de dierlijke voeding Enquête omtrent de attitude van de Vlaamse bevolking t.a.v. diverse selectieve ophaalen inzamelingsmethodes van huishoudelijk afval Het effect van huisvuilbelastingen en retributies op het aanbod van huishoudelijk afval Inventarisatie huisvuilbelasting- en retributiesystemen voor inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen in Vlaanderen - Enquêteresultaten 1998 Invloed van subsidies op de implementatie van het huishoudelijk afvalstoffenbeleid in het Vlaamse gewest: vergelijkend onderzoek van de diverse subsidiëringsinstrumenten Sorteeranalyse-onderzoek huisvuil Regionale Milieuzorg Studieopdracht milieugericht integraal ketenbeheer (MIKB) – Eindrapport Voortgangsrapportage 1999 Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 1997-2001

Publicaties die gratis verkrijgbaar zijn • Jong geleerd is knap gerecycleerd • Geef zwerfvuil geen vaste stek - een praktische handleiding voor gemeenten in de strijd tegen zwerfvuil

Organisaties die door de OVAM worden gefinancierd Werkingsbijdragen : vzw Studie- en Samenwerkingsverbond Vlaams Water vzw VLACO vzw Grondbank Interregionale Verpakkingscommissie Participaties : N.V. EKOL N.V. ECOPLA CVBA VLABRAVER CVBA APLIM N.V. SOBOREL CVBA PREMAZ

49


BOORDINFORMATIE

Wilt u meer weten over onderwerpen of publicaties die in dit jaarverslag aan bod kwamen? U kunt terecht op de volgende adressen : Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest - OVAM Kan. De Deckerstraat 22-26 - 2800 MECHELEN tel. : 015/284 284 fax : 015/20 32 75 Woordvoerster :

Karina De Beule tel. : 015/284 148 fax : 015/284 139

TWICA (Technisch Wetenschappelijk Informatiecentrum Afvalstoffen)

website en e-mail :

Verkoop

tel. : 015/284 143 of 015/284 144 Openingsuren (enkel na afspraak) maandag - donderdag : voormiddag : namiddag vrijdag : voormidag : namiddag http://www.ovam.be e-mail : info@ovam.be

: 9u - 12u30 : 14u - 16u30 : 9u - 12 u : gesloten

tel. : 015/284 145 fax : 015/203 275 Contactpersoon : Gerda Baudoncq

Uitlening informatiestands - aanvraag gratis publicaties Algemene infostand (Multi-screen) Stand composteren (waaier) Contactpersoon : Petra Van Opstal - tel. : 015/284 142

OpgeruimD

Contactpersoon : Veerle De Ridder Kan. De Deckerstraat 22-26 - 2800 MECHELEN tel. : 015/284 148 fax : 015/284 139

Bodemattesten

Groene lijn bodemattesten : tel. : 015/284 458 - 015/284 459 Rekeningnummer voor het aanvragen van bodemattesten : 435-4518011-25 met vermelding bodemattest, naam aanvrager, postnummer

Informatie melding : Marleen De Boeck - tel. 015/284 371

Administratief en datacentrum - algemene informatie Monique Vandeven - tel. 015/ 284 317

Informatie milieuheffingen : Anne Adriaens (storten) : 015/284 331 Walter Werquin (verbranden) : 015/284 320

50


SYNTHESE

De OVAM is binnen het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor de beleidsterreinen afval en bodemsanering. Het Vlaamse afvalstoffenbeleid heeft drie doelstellingen: de afvalberg verkleinen door middel van preventie, afval hergebruiken en recycleren, en wat er dan nog overblijft op een milieuvriendelijke manier verwerken. Het is de taak van de OVAM om die doelstellingen te realiseren. Goed nieuws was dat de trendbreuk die we vorig jaar vaststelden — toen er voor het eerst méér huishoudelijk afval selectief werd ingezameld dan gestort of verbrand — werd voortgezet. Daarnaast onderhandelden we met verschillende sectoren over de decretale aanvaardingsplicht. Zo werd er een milieubeleidsovereenkomst afgesloten over de selectieve inzameling van voertuigwrakken. Verder stelden we vast dat het netwerk van gesubsidieerde kringloopcentra in Vlaanderen nu vrijwel gebiedsdekkend is. Het beleid leidt dus duidelijk tot tastbare resultaten. Ook internationaal staat Vlaanderen trouwens zijn mannetje op het gebied van afvalverwerking, zo wees een onderzoek uit. Om specifieke afvalproblemen aan te pakken, stelt de OVAM al verschillende jaren in overleg met de betrokken sectoren Uitvoeringsplannen op. Vorig jaar doorliepen de Uitvoeringsplannen Organisch-Biologisch Afval en Gescheiden Inzameling Bedrijfsafval van Kleine Ondernemingen de openbare inspraakprocedure. Daaruit bleek dat de plannen worden gedragen door het publiek. Natuurlijk probeerden we ook de preventie van afval te stimuleren, onder meer door middel van de PRESTI-projecten voor bedrijven. Ook de OVAM werd in 1999 geconfronteerd met de dioxinecrisis. We zaten de Vlaamse crisiscel voor en waren nauw betrokken bij de afwikkeling van de hele zaak, onder meer door controles en beleidsondersteunend werk. Inzake bodemsanering gingen we in 1999 door op de ingeslagen weg. Opvallend is de sterke stijging van het aantal bodemsaneringsprojecten en -werken dat bij de OVAM werd ingediend. Blijkbaar begint het besef door te dringen dat verontreinigde bodems vroeg of laat toch moeten worden aangepakt. Verheugend was dat we in 1999 eindelijk konden gaan saneren op het zwaar verontreinigde terrein van de oude arseenfabriek in Bocholt, een dossier dat door juridisch getouwtrek al jaren aansleepte. Een efficiënt beleid kan niet zonder een breed maatschappelijk draagvlak, zeker als het gaat om gevoelige thema's als afval en bodemsanering. Een actieve en open communicatie is dan ook onontbeerlijk. Zo organiseerde de OVAM in 1999 voor het eerst 'Vlaanderen Proper', een grote opruimactie voor zwerfvuil. Het aantal vragen via e-mail zat enorm in de lift, en ook onze website kreeg heel wat bezoekers. Ook de interne communicatie kreeg een duwtje in de rug met de ingebruikname van een performant intranet. In 1999 ging de OVAM voor het eerst systematisch projectgericht werken. Dat was nodig omdat steeds meer activiteiten de grenzen van onze afzonderlijke entiteiten overschrijden. De uitdaging bestaat erin om met dezelfde middelen toch te kunnen inspelen op de vele nieuwe opdrachten en opportuniteiten.

51


Op 28 juni 1999 leidde een uitspraak van de Raad van State ertoe dat elke beslissing die voortaan op grond van het personeelsstatuut van de OVAM zou worden genomen, zou openstaan voor een vernietigingsberoep. Daardoor dreigde de OVAM juridisch en administratief vrijwel onbestuurbaar te worden. Inmiddels werken we aan een nieuw personeelsstatuut, vanzelfsprekend met respect voor alle procedure-elementen. Al dit werk deed geen afbreuk aan de tientallen andere opdrachten die de OVAM dag in dag uit vervult.

52


RESUME L'OVAM est responsable, en région flamande, de la politique de gestion des déchets et de dépollution des sols. La politique flamande en matière de déchets poursuit trois objectifs: la réduction du volume global des déchets au moyen de mesures préventives, la réutilisation et le recyclage des déchets, ainsi que le traitement écologique de la fraction résiduelle. La mission de l'OVAM consiste à réaliser ces objectifs. Le maintien de la tendance de l'an passé, où pour la première fois, la quantité de déchets ménagers récoltés lors de la collecte sélective a dépassé celle des déchets mis en décharge ou incinérés, est un signe encourageant. En outre, nous avons mené des négociations avec différents secteurs industriels au sujet de l'obligation d'acceptation. Ainsi, un accord en matière de politique environnementale, relative à la collecte sélective de carcasses de voitures, a pu être conclu. D'autre part, nous avons pu constater que le réseau des centres de recyclage subventionnés en Flandre couvre désormais la quasi-totalité de la région. Les mesures prises aboutissent donc à des résultats concrets. Une enquête a d'ailleurs permis de constater que la Flandre occupe au niveau international une place de choix en matière de gestion des déchets. Afin de maîtriser des problèmes spécifiques liés au traitement des déchets, l'OVAM, en concertation avec les secteurs concernés, élabore depuis plusieurs années des plans d'action. L'an dernier, les plans d'action relatifs aux déchets bio-organiques et à la collecte sélective des déchets des PME, ont été soumis à la procédure d'enquête publique. Il en découle que la population soutient les plans. Nous avons bien évidemment aussi tenté d'encourager la prévention des déchets, e.a. au moyen des programmes PRESTI, destinés aux entreprises. En 1999, l'OVAM a également été confrontée à la crise de la dioxine. Nous avons dirigé la cellule de crise flamande ad hoc et avons participé activement à la gestion de ce problème, particulièrement au travers de contrôles et d'activités visant à soutenir les mesures prises. Dans le domaine de la dépollution des sols, nous avons maintenu en 1999 notre stratégie habituelle. L'augmentation significative des projets et travaux en matière de dépollution, introduits auprès de l'OVAM, est à souligner. De toute évidence, nous assistons à une sensibilisation croissante vis-à-vis de la nécessité à traiter les sols pollués. Une évolution positive est constituée par le fait que nous avons enfin pu commencer à traiter en 1999 le sol particulièrement pollué de l'ancienne usine d'arsenic de Bocholt, un dossier qui traînait depuis des années en raison d'un imbroglio judiciaire. Une politique efficace serait impensable sans un large soutien de l'opinion publique, surtout par rapport aux sujets sensibles que sont les déchets et la dépollution des sols. Une communication active et transparente s'avère donc incontournable. C'est dans cette optique que l'OVAM a lancé en 1999 la première opération 'Vlaanderen proper' (une Flandre propre), une action d'envergure destinée à lutter contre les décharges sauvages. Le nombre de questions que nous recevons par courrier électronique, augmente de manière significative, et notre site Web enregistre un grand nombre de visiteurs.

53


De son côté, la communication interne a été grandement améliorée grâce à la mise en service d'un Intranet efficace. En 1999, l'OVAM a pour la première fois introduit un mode de travail basé sur la poursuite systématique des projets. Ceci s'est avéré nécessaire, étant donné qu'un nombre croissant d'activités dépassait le cadre de nos différentes unités. Le pari consiste en fait à faire face aux nombreuses tâches et opportunités en ayant recours aux mêmes moyens dont nous disposions auparavant. Le 28 juin 1999, une décision du conseil d'état a soumis à un droit d'annulation tout choix qui serait pris à l'avenir sur la base du statut du personnel de l'OVAM. Pour cette raison, l'OVAM courait le risque de devenir ingérable du point vue juridique et administratif. Depuis, nous élaborons un nouveau statut du personnel, en tenant naturellement compte de l'ensemble des éléments de procédure. Toutes ces activités n'ont en rien entravé la bonne exécution des dizaines d'autres missions, que l'OVAM remplit quotidiennement.

54


ZUSAMMENFASSUNG

Die OVAM ist innerhalb der flämischen Region für die Aufgabenbereiche Abfallstoffe und Bodensanierung zuständig. Die flämische Abfallstoffpolitik weist drei Zielsetzungen auf: den Abbau des Müllbergs mittels Einschränkung der Abfallbildung, die Wiederverwendung und das Recycling des Abfalls, und die umweltfreundliche Verarbeitung des übrig gebliebenen Teils. Es ist Aufgabe der OVAM, diese Zielsetzungen zu verwirklichen. Das Anhalten der Trendwende, die letztes Jahr zu verzeichnen war, als zum ersten Mal mehr Haushaltsmüll selektiv eingesammelt, als deponiert oder verbrannt wurde, ist ein erfreuliches Zeichen. Außerdem haben wir mit verschiedenen industriellen Sektoren über die vorgeschriebene Annahmepflicht verhandelt. So wurde zum Beispiel ein umweltpolitisches Abkommen über das selektive Einsammeln von Autowracks getroffen. Weiter konnten wir feststellen, dass das Netzwerk der subventionierten Kreislaufzentren in Flandern nunmehr nahezu gebietsdeckend funktioniert. Die Maßnahmen führen also deutlich zu spürbaren Ergebnissen. Aus einer Untersuchung geht außerdem hervor, dass Flandern auch im internationalen Vergleich auf dem Gebiet der Abfallentsorgung gut dasteht. Um spezifische Abfallprobleme zu meistern, arbeitet die OVAM schon seit mehreren Jahren, in Übereinkunft mit den betroffenen Sektoren, Durchführungspläne aus. Im vorausgehenden Jahr sind die Durchführungspläne für organisch-biologischen Abfall und selektives Einsammeln von KMU-Abfall dem öffentlichen Befragungsverfahren unterzogen worden. Daraus ergibt sich, dass die Pläne von der Bevölkerung befürwortet werden. Natürlich haben wir auch versucht, die Einschränkung der Abfallbildung zu stimulieren, u.a. mit Hilfe der für Unternehmen bestimmten PRESTI-Programme. Auch die OVAM wurde 1999 mit der Dioxinkrise konfrontiert. Wir leiteten den diesbezüglichen flämischen Krisenstab und waren eng an der Bewältigung der Angelegenheit beteiligt, insbesondere mittels Durchführung von Kontrollen und Aktivitäten zur Unterstützung der getroffenen Maßnahmen. Auf dem Gebiet der Bodensanierung sind wir 1999 vom bisher eingeschlagenen Kurs nicht abgewichen. Auffallend ist die signifikante Zunahme der Altlastsanierungsprojekte und –arbeiten, die bei der OVAM eingereicht wurden. Anscheinend kommst es langsam zu einer Bewusstseinsbildung darüber, dass verunreinigter Boden früher oder später doch saniert werden muss. Erfreulich war die Tatsache, dass wir 1999 endlich den schwer verunreinigten Boden der ehemaligen Arsenfabrik in Bocholt sanieren konnten, eine Angelegenheit, die seit Jahren, auf Grund eines juristischen Tauziehens verzögert wurde. Eine wirksame Politik ist ohne eine breite öffentliche Basis nicht denkbar, insbesondere wenn es sich um heikle Themen, wie z.B. Abfall und Bodensanierung handelt. Eine aktive und offene Kommunikation erweist sich dann als unentbehrlich. In diesem Sinne veranstaltete die OVAM 1999 das erste 'Vlaanderen Proper' (ein sauberes Flandern), eine große Aufräumaktion in Sachen wilder Abfallablagerung. Die Anzahl Fragen, die über EMail eingehen, weist eine stark steigende Tendenz auf, und auch unsere Website verzeichnet zahlreiche Besucher. Die interne Kommunikation wurde ihrerseits, dank der Inbetriebnahme eines leistungsstarken Intranets, deutlich gefördert.

55


Im Jahre 1999 hat die OVAM zum ersten Mal die systematisch projektorientierte Arbeit eingeführt. Dies hat sich als notwendig erwiesen, da immer mehr Aktivitäten über die Grenzen unserer einzelnen Einheiten hinaus gehen. Die Herausforderung besteht darin, mit den selben Mitteln die zahlreichen neuen Aufgaben und Opportunitäten trotzdem bewältigen zu können. Am 28. Juni 1999 führte ein Beschluss des Staatsrates dazu, dass jegliche Entscheidung, die in Zukunft auf Grundlage des Personalstatuts der OVAM getroffen wird, Gegenstand einer Ungültigkeitserklärung sein kann. Aus diesem Grund war die OVAM der Gefahr ausgesetzt, juristisch und verwaltungsmäßig steuerlos zu werden. Inzwischen arbeiten wir an einem neuen Personalstatut, natürlich unter Berücksichtigung aller Verfahrenselemente. All diese Aktivitäten haben die Dutzenden anderen Aufgaben nicht beeinträchtigt, die die OVAM tagtäglich erfüllt.

56


SUMMARY

Within the Flemish Region, OVAM is responsible for the policy areas of waste and soil remediation. Flemish policy on waste materials has three objectives: to reduce the mountain of waste by prevention, to re-use and recycle waste, and to dispose of what remains in an environmentally friendly manner. It is the task of OVAM to put these objectives into practice. Good news was that the break in the trend we observed in the previous year—when for the first time more household waste was selectively collected than was deposited in landfills or incinerated—continued. In addition, we negotiated with various sectors on the duty of acceptance enshrined in decrees. An environmental policy agreement was concluded for the selective collection of end-of-life vehicles. We also noted that the network of subsidised recycling centres in Flanders is now almost comprehensive in its coverage. The policy is therefore clearly leading to tangible results. A study showed that Flanders is also up with leaders internationally with regard to waste management. OVAM has already been drawing up implementation plans with the sectors involved for several years in order to tackle specific waste problems. Last year the Organic Biological Waste and Separate Collection of Commercial Waste from Small Companies implementation plans underwent the public consultation procedure. It was found that there is public support for the plans. We naturally also attempted to encourage the prevention of waste, among other things through the PRESTI projects for companies. OVAM too was affected by the dioxin crisis in 1999. We chaired the Flemish 'crisis cell' and were closely involved in dealing with the whole matter, among other ways by carrying out checks and undertaking policy-support work. In the area of soil remediation, in 1999 we continued along the same path as previously. The sharp rise in the number of soil remediation projects and works submitted to OVAM is worthy of note. An awareness that contaminated soils have to be tackled sooner or later is evidently starting to grow. It was gratifying that in 1999 we were finally able to start cleaning up the heavily contaminated site of the old arsenic factory in Bocholt, which had been delayed for many years by legal wrangling. An effective policy is not possible without broad social support, certainly not where such sensitive topics as waste and soil remediation are concerned. Active and open communication is therefore essential. In 1999, OVAM for the first time organised 'Vlaanderen Proper' ('Tidy Flanders'), a major litter-clearing campaign. There was a massive upsurge in questions received by e-mail, and our website was also heavily visited. Internal communication was boosted by our new and powerful intranet. In 1999, OVAM for the first time adopted a systematic project-oriented approach to its work. This was necessary because more and more activities are transcending the boundaries of our separate entities. The challenge is to be able to respond to the many new assignments and opportunities with the same resources.

57


On 28 June 1999, a ruling by the Council of State meant that every decision taken in future on the basis of the OVAM staff regulations would be open to appeal with a view to reversal. As a result, OVAM was in danger of becoming legally and administratively almost unmanageable. In the meantime we have been working on new staff regulations, naturally respecting all procedural requirements. None of this work detracted from the dozens of other assignments which OVAM fulfils on a daily basis

58


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag_OVAM_1999.pdf by Vlaanderen-be - Issuu