Vlaanderen is milieu
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven jaarrapport 2020
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
www.vmm.be
DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020 Samenstellers Kern Lucht, VMM Dienst Luchtkwaliteit Inhoud Dit rapport beschrijft de resultaten van de metingen in de omgevingslucht in de Antwerpse haven. De VMM mat er de polluenten zwaveldioxide, stikstofoxides, fijn stof, zwarte koolstof, ozon, vluchtige organische stoffen en PCB’s. De meetresultaten van deze polluenten werden getoetst aan de Europese regelgeving en aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Verder bespreekt het rapport de trend van de afgelopen jaren voor de gemeten polluenten en de uitstoot van een aantal polluenten. Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2021), Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven - jaarrapport 2020 Verantwoordelijke uitgever Bernard De Potter, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2021/6871/019
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
SAMENVATTING Dit rapport bespreekt de luchtkwaliteit in de Antwerpse haven In 2008 werd een overeenkomst gesloten tussen het bestuur van de Antwerpse haven, de gemeente Beveren en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Deze overeenkomst houdt in dat de VMM jaarlijks een rapport ‘Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven’ maakt, waarin alle gemeten polluenten in het Antwerpse havengebied worden besproken. In uitvoering van deze overeenkomst richtte de VMM in 2008 extra meetplaatsen op in het Antwerpse havengebied met cofinanciering van het Havenbedrijf Antwerpen en de gemeente Beveren. In 2017 werd een aanvullende samenwerkingsovereenkomst gesloten met het Havenbedrijf Antwerpen, waarbij onder meer regelingen werden getroffen voor de zwartekoolstofmetingen. Op de verschillende meetplaatsen in het havengebied worden een of meerdere van onderstaande componenten gemeten: − zwaveldioxide (SO2), − stikstofoxides (NO, NO2, NOx), − fijn stof (PM10 en PM2,5), − zwarte koolstof, − ozon (O3), − vluchtige organische stoffen: - benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleenisomeren (BTEX), - 24 componenten vluchtige organische stoffen (VOS), - aldehyden en ketonen (A/K). − polychloorbifenylen (PCB’s). Daarnaast loopt er in 2021 ook een validatiestudie voor PFAS-meetmethodes in de omgeving van 3M. Dit rapport beschrijft de meetresultaten van deze polluenten gemeten in 2020. De resultaten werden getoetst aan de Europese regelgeving en aan de advieswaarden gedefinieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO-advieswaarden hebben als enig doel de gezondheid van de mens te beschermen en houden dus geen rekening met de economische of technische haalbaarheid. Verder gaat dit rapport dieper in op de evolutie van de luchtkwaliteit in deze regio. Per polluent werden de meetresultaten van het havengebied vergeleken met het Vlaamse gemiddelde. Dit gebeurt aan de hand van een virtueel gemiddelde: dit is het jaargemiddelde van alle meetwaarden van deze polluent in een bepaald gebied. Waar mogelijk werd ook de geografische spreiding bekeken. Het rapport vat de emissiecijfers van een aantal polluenten uit het havengebied samen. De meest recente emissiecijfers zijn deze van 2019. 1. Zwaveldioxide – SO2 De SO2-emissies kenden een dalende trend over de periode 2000 – 2019. De voornaamste bronnen zijn de petroleumraffinaderijen. Het SO2-jaargemiddelde daalde tot 2012 daarna stagneren de concentraties. De Europese grenswaarden bleven gerespecteerd. De WGO-dagadvieswaarde werd in 2020 op twee van de zes meetplaatsen gehaald. 2. Stikstofdioxide – NO2 De NO2-emissies kenden een dalende trend in de periode 2000-2019. De emissies in 2019 verschillen zowel in absolute waarde als in verdeling weinig van de emissies in 2018. De sector industrie had in 2019 het grootste aandeel met 34 % van de emissies.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
3
In de periode 2010-2020 vertonen de jaargemiddelde NO- en NO2-concentraties een dalende trend. Het jaar 2020 werd gekenmerkt door een forse daling in de NO2-concentraties, dit zowel voor heel Vlaanderen als het havengebied. Deze daling is het gevolg van minder verplaatsingen (en bijhorend minder file en betere doorstroming) door de maatregelen genomen ter bestrijding van de COVID19-pandemie. Op alle meetplaatsen lagen de concentraties onder de Europese grenswaarden en de WGO-advieswaarde. 3. Fijn stof PM10 De PM10-emissies bestaan voornamelijk uit de emissie van stofprecursoren. Binnen deze stofprecursoren hadden de NOx(NO2)-emissies het grootste aandeel. De primaire emissies hebben een veel kleiner aandeel dan de stofprecursoren. Bij de primaire PM10-emissie stootte in 2019 de sector industrie (geleid en nietgeleid) ongeveer de helft van de totale emissie uit. De PM10-jaargemiddelden in de Antwerpse haven vertonen in de periode 2010-2020 een globaal dalende trend. De PM10-jaargrenswaarde bleef de afgelopen jaren op alle meetplaatsen in de haven ruim gerespecteerd, zo ook in 2020. De WGO-advieswaarde van 20 µg/m³ werd enkel gehaald op de meetplaatsen Hoevenen (SA04), Berendrecht (R831) en Meerminnendam (R823). Deze situatie is vergelijkbaar met de rest van Vlaanderen. De Europese daggrenswaarde laat op jaarbasis maximaal 35 dagen toe met PM 10-waarden hoger dan 50 µg/m³. Sinds 2013 zijn er geen overschrijdingen van deze grenswaarde meer. Alhoewel het aantal dagen met een hoge stofconcentratie sterk varieert van jaar tot jaar is er een globaal dalende trend over de volledige periode. De WGO-advieswaarde van maximaal 3 dagen met een PM10-waarde hoger dan 50 µg/m³ op jaarbasis werd in 2020 enkel op de meetplaats Berendrecht gehaald. PM2,5 De uitstoot van primair PM2,5 kende een dalende trend in de periode 2000 - 2019. Sinds 2015 kenden deze geen bijkomende daling. De voornaamste bron is verkeer. De PM2,5-concentratie in de haven kent een licht dalende trend over de periode 2010- 2020. De Europese grenswaarde en de indicatieve grenswaarde werden in 2020 gerespecteerd. De WGOjaaradvieswaarde werd enkel gerespecteerd op de meetplaats Berendrecht (R831). De WGOdagadvieswaarde werd op alle meetplaatsen overschreden. De hoogste concentraties situeren zich rond de Antwerpse ring en in het havengebied. Zwarte koolstof De emissies van elementair koolstof kennen een globaal dalende trend in de periode 2000 -2019. In 2019 zijn de emissies van elementair koolstof vooral afkomstig van de sector verkeer en meer bepaald van het scheepsverkeer. De sectoren offroad, energie en industrie zijn ook relevante bronnen. De gemeten concentraties vertonen een dalende trend in de periode 2010-2020. In 2020 was de virtuele zwartekoolstofconcentratie in het Antwerpse havengebied iets hoger dan het virtuele gemiddelde voor Vlaanderen. De hoogste concentraties werden vastgesteld op de meetplaats Liefkenshoektunnel (AL04). De pollutierozen geven aanvoer van zwarte koolstof aan op drukke verkeerslocaties en bij tunnelmonden. Voor zwarte koolstof bestaan geen Vlaamse en Europese normen, noch WGO-advieswaarden. 4. Ozon – O3 De emissies van de ozonprecursoren kenden in de periode 2000-2019 een globaal dalende trend. In 2020 werd de informatiedrempel 8 keer overschreden. Zowel de alarmdrempel van 240 µg/m³ als de Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid werden gerespecteerd. De langetermijndoelstelling werd niet gehaald. Op 48 dagen kenden we een overschrijding van de WGOadvieswaarde. De jaargemiddelde ozonconcentratie vertoont een licht stijgende trend. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
5. Vluchtige organische stoffen – BTEX, VOS en A/K BTEX De industriële emissies van benzeen, tolueen en xyleenisomeren in de Antwerpse haven kennen een algemeen dalende trend in de periode 2010 -2020. Er is echter wel een schommelend verloop zodat er ook jaren zijn met hogere emissiewaarden. De BTEX-concentraties verschillen sterk tussen de meetstations. In het centrum van de haven op de meetplaats Polderdijkweg (R822) en in mindere mate ook op Ordamstraat (AT44) worden hogere concentraties gemeten dan op de andere meetplaatsen. De pollutierozen duiden bronnen aan in het centrum van de haven, bij de petroleumraffinaderijen. Alle meetplaatsen respecteerden de Europese en Vlaamse grenswaarde voor benzeen. Het hoogste jaargemiddelde voor benzeen werd gemeten op Polderdijkweg. VOS In de periode 2000 - 2015 daalden de totale NMVOS-emissies gestaag. Sindsdien dalen de emissies minder sterk. De sectoren met de grootste emissies waren industrie en energie, samen goed voor zo’n 88 % van de emissies in 2019. In 2020 werden 24 componenten passief bemonsterd op de locatie Ekerse Dijk (R893) en Polderdijkweg (R822). De jaargemiddelde concentraties van alle componenten lagen op deze industriële locaties hoger dan het Vlaamse gemiddelde. A/K De industriële emissies van formaldehyde kennen een grillig verloop tussen 2009 en 2019, met een forse daling tussen 2018 en 2019. Sinds midden 2019 meet de VMM ook aldehyden en ketonen (waaronder formaldehyde) op de meetplaats Polderdijkweg (R822). 2020 is het eerste volledige jaar met voldoende databeschikbaarheid. Van de 13 verschillende componenten hadden slechts 3 componenten concentraties boven de detectielimiet. Dit zijn aceton en acroleïne (somconcentratie), acetaldehyde en formaldehyde. De resultaten van formaldehyde kunnen we niet toetsen aan de WGO-advieswaarde van 100 µg/m³ voor een half uur omdat we meten met een ander tijdsvenster, namelijk 14 dagen. De maximale concentratie van de veertiendaagse stalen op de meetplaats Polderdijkweg (R822) bedraagt 1,55 µg/m³. 6. PCB’s De meetwaarden voor de meetplaats in Kallo toonden sinds het begin van de metingen regelmatig hoge PCB126-deposities in de onmiddellijke nabijheid van het schrootbedrijf Belgian Scrap Terminal (BST). De impact voor de bevolking is het grootst als er een woonzone of agrarisch gebied paalt aan een dergelijk bedrijf. Dit is echter niet het geval in Kallo. De PCB-deposities in Kallo waren in 2020 vergelijkbaar met waarden waargenomen in Willebroek (woongebied) en Menen (industriegebied). PCB-deposities op andere industriële locaties lagen sporadisch veel hoger. 7. PFAS In de buurt van de 3M-fabriek, zijn tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding verschillende PFASverbindingen gevonden. PFAS zijn een grote groep van meer dan 6000 individuele poly (gedeeltelijk)- of per (volledig)- gefluoreerde alkylverbindingen (PFAS). Deze verontreinigende stoffen zijn persistent, bioaccumulatief en toxisch. Ze worden nog niet structureel aangepakt in het huidige Vlaamse en Europese beleid. Het actieplan PFAS (https://omgeving.vlaanderen.be/pfas-actieplan) wil hier een antwoord op bieden. In 2021 worden daarom met studies meetmethodieken voor PFAS in lucht en in afgassen onderzocht.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
5
INHOUD 1 Het Meetnet .......................................................................................................................................... 12 1.1 Zwaveldioxide – SO2 ......................................................................................................................... 15 1.1.1 Emissie van SO2 ........................................................................................................................ 15 1.1.2 Trend van SO2-concentraties .................................................................................................... 19 1.1.3 Toetsing van SO2-concentraties ................................................................................................ 20 1.1.4 Geografische spreiding van SO2-concentraties .......................................................................... 23 1.2 Stikstofoxides – NO/NO2 .................................................................................................................. 25 1.2.1 Emissie van NOx (NO2) .............................................................................................................. 25 1.2.2 Trend van NOx-concentraties .................................................................................................... 27 1.2.3 Toetsing van NO2-concentraties ............................................................................................... 30 1.2.4 Geografische spreiding van NO2-concentraties ......................................................................... 31 1.2.5 Invloed coronamaatregelen op de luchtkwaliteit ...................................................................... 36 1.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof ......................................................................................... 39 1.3.1 PM10 ......................................................................................................................................... 39 1.3.2 PM2,5 ........................................................................................................................................ 50 1.3.3 Zwarte koolstof ........................................................................................................................ 58 1.3.4 Zwartekoolstoffracties door verbranding van biomassa en fossiele brandstof .......................... 66 1.3.5 Analyse fijnstofconcentraties op AL04 in relatie tot opstart PETcoke-installatie. ....................... 71 1.4 Ozon – O3 ......................................................................................................................................... 72 1.4.1 Emissies van ozonprecursoren.................................................................................................. 72 1.4.2 Trend en toetsing van O3-meetwaarden ................................................................................... 74 1.5 Vluchtige organische stoffen – BTEX, VOS en A/K ............................................................................. 78 1.5.1 Emissies van benzeen, tolueen, xyleenisomeren en 1,2-dichloorethaan ................................... 78 1.5.2 Emissie van totaal NMVOS ....................................................................................................... 80 1.5.3 Emissies van formaldehyde ...................................................................................................... 82 1.5.4 Automatische BTEX-metingen .................................................................................................. 83 1.5.5 Semiautomatische VOS-metingen ............................................................................................ 94 1.5.6 Semiautomatische A/K-metingen ............................................................................................. 98 1.6 PCB’s................................................................................................................................................ 99 1.6.1 Trend van PCB126-depositie..................................................................................................... 99 1.6.2 Toetsing en vergelijking met andere meetlocaties .................................................................. 100 1.7 PFAS............................................................................................................................................... 101 2. Besluit ................................................................................................................................................. 102 Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2017)............................. 106 Afbakening Antwerpse haven ................................................................................................ 112 Beschrijving van de polluenten .............................................................................................. 114 3.1 Zwaveldioxide – SO2 ....................................................................................................................... 114 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
3.2 Stikstofoxides – NO/NO2 ................................................................................................................ 114 3.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof ....................................................................................... 114 3.4 Ozon – O3 ....................................................................................................................................... 116 3.5 Vluchtige organische stoffen - VOS ................................................................................................. 117 3.6 PCB’s.............................................................................................................................................. 118 Overzicht luchtkwaliteitsnormen ........................................................................................... 119 4.1 Zwaveldioxide – SO2 ...................................................................................................................... 119 4.2 Stikstofoxides – NO/NO2 ............................................................................................................... 120 4.3 Fijn stof – PM10 en PM2,5 ............................................................................................................... 121 4.3.1 Regelgeving PM10................................................................................................................. 121 4.3.2 Regelgeving PM2.5................................................................................................................ 121 4.3.3 Regelgeving zwarte koolstof .................................................................................................. 122 4.4 Ozon – O3...................................................................................................................................... 122 4.5 Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS).................................................................... 123 4.6 PCB’s............................................................................................................................................. 123 Methodiek ............................................................................................................................. 125 5.1 Pollutierozen en zeropollutierozen ................................................................................................. 125 5.2 VLOPS-model ................................................................................................................................. 125 5.3 ATMO-Street-model ....................................................................................................................... 126
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
7
LIJST VAN TABELLEN Tabel 1: Coördinaten meetplaatsen in de Antwerpse haven ........................................................................ 13 Tabel 2: Belangrijkste statistische parameters voor SO2 .............................................................................. 21 Tabel 3: Aantal dagen met een overschrijding van de WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³ ...................... 22 Tabel 4: Belangrijkste statistische parameters voor NO2 in 2020.................................................................. 30 Tabel 5: Belangrijkste statistische parameters voor PM10 ............................................................................ 46 Tabel 6: Belangrijkste statistische parameters voor PM2,5 ........................................................................... 52 Tabel 7: Aantal dagen met een PM2,5-dagconcentratie > 25 µg/m³ .............................................................. 54 Tabel 8: Belangrijkste statistische parameters voor zwarte koolstof ............................................................ 60 Tabel 9: Belangrijkste statistische parameters voor O3 in Berendrecht (R831) ............................................. 76 Tabel 10: Toetsing aan informatie- en alarmdrempel, streefwaarden, langetermijndoelstellingen en WGOadvieswaarde op meetplaats Berendrecht (R831) ....................................................................................... 76 Tabel 11: Jaargemiddelde op basis van uurwaarden voor benzeen.............................................................. 83 Tabel 12: P98-dagwaarde voor benzeen ..................................................................................................... 83 Tabel 13: Maximale halfuurwaarden tolueen .............................................................................................. 83 Tabel 14: Maximale weekgemiddelden tolueen .......................................................................................... 84 Tabel 15: Jaargemiddelde concentratie VOS-componenten R893, R822 en Vlaamse gemiddelde in 2020 .... 94 Tabel 16: Regelgeving voor SO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2000 en 2005) .......................................... 119 Tabel 17: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG) .... 120 Tabel 18: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005) ................................ 120 Tabel 19: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005) ..................................................... 121 Tabel 20: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG) ......................................................................... 121 Tabel 21: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005) ..................................................................................... 122 Tabel 22: Regelgeving voor O3 (richtlijn 2008/50/EG) ................................................................................ 122 Tabel 23: Regelgeving voor VOS (richtlijn 2008/50/EG, VLAREM II en WGO 2000) ..................................... 123
LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Ligging meetplaatsen van de Antwerpse haven ............................................................................ 14 Figuur 2: Evolutie SO2-emissies en jaargemiddelde concentratie in de Antwerpse haven ............................ 15 Figuur 3: Aandeel sectoren in SO2-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2019 ................................... 16 Figuur 4: Trend SO2-emissie door de scheepvaart in de Antwerpse haven ................................................... 17 Figuur 5: Aandeel type schepen in de scheepvaartemissies van SO2 van 2010 en 2019 ............................... 18 Figuur 6: SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen .................................... 19 Figuur 7: Evolutie SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven.................................................................... 20 Figuur 8: Aantal dagen met daggemiddelde SO2-concentratie > 20 µg/m³ ................................................... 22 Figuur 9: Gemodelleerd SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2020.............................................. 23 Figuur 10: Pollutierozen gemiddelde SO2-concentraties in de Antwerpse haven in 2020 ............................. 24 Figuur 11: Evolutie NOx(NO2)-emissies en NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven .............................. 25
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 12: Aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse haven ................................. 26 Figuur 13: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen ........................................... 27 Figuur 14: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen ......................................... 28 Figuur 15: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven .................................................................. 29 Figuur 16: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ................................................................. 29 Figuur 17: Overzicht statistische parameters NO2 in de Antwerpse haven in 2020....................................... 31 Figuur 18: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2019 en 2020.............................. 33 Figuur 19: Zeropollutierozen NO2-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2020 ........................................... 34 Figuur 20: Evolutie NO2-concentratie op de meetplaats Muisbroeklaan (blauwe balken) en Ordamstraat (paarse balken) ........................................................................................................................................... 35 Figuur 21: daggemiddelde NO2-concentraties voor en tijdens de coronamaatregelen in de Antwerpse haven 36 Figuur 22 : daggemiddelde SO2-concentratie voor en tijdens de coronamaatregelen in de Antwerpse haven 37 Figuur 23: daggemiddelde zwartekoolstofconcentratie voor en tijdens de coronamaatregelen in de Antwerpse haven........................................................................................................................................ 37 Figuur 24: uurverloop NO2-concentraties op Antwerpen-Luchtbal (M802) .................................................. 38 Figuur 25: uurverloop NO2-concentraties op Polderdijkweg (R822) ............................................................. 39 Figuur 26: Emissies van stofprecursoren volgens aerosolvormend potentieel en primair PM10 in de Antwerpse haven........................................................................................................................................ 40 Figuur 27: Aandeel sectoren in emissies stofprecursoren in de Antwerpse haven in 2000 en 2019.............. 41 Figuur 28: Primaire PM10-emissies van verschillende sectoren en jaargemiddelde concentratie in de Antwerpse haven........................................................................................................................................ 42 Figuur 29: Aandeel sectoren in primaire PM10-stofemissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2019 .......... 43 Figuur 30: PM10-jaargemiddelde Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen ........................................ 44 Figuur 31: Evolutie PM10-concentraties in de Antwerpse haven .................................................................. 45 Figuur 32: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ voor de meetplaatsen in de Antwerpse haven 46 Figuur 33: Gemodelleerde PM10-concentratie in de Antwerpse haven in 2019 en 2020 ............................... 48 Figuur 34: Zeropollutierozen voor PM10 in de Antwerpse haven in 2020 ..................................................... 49 Figuur 35: Emissie van primair PM2,5-emissie en jaargemiddelde in de Antwerpse haven ............................ 50 Figuur 36: Aandeel sectoren in primaire PM2,5-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2019 ................ 51 Figuur 37: Evolutie PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ............................................................... 53 Figuur 38: Evolutie PM2,5-daggemiddelde in de Antwerpse haven ............................................................... 54 Figuur 39: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2019 en 2020 ........................... 56 Figuur 40: Zeropollutierozen PM2,5-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2020 ......................................... 57 Figuur 41: Emissies elementaire koolstof en jaargemiddelde zwartekoolstofconcentratie in de Antwerpse haven ......................................................................................................................................................... 58 Figuur 42 : Aandeel sectoren in emissies van elementair koolstof in de Antwerpse haven in 2000 en 2019 . 59 Figuur 43: Evolutie jaargemiddelden zwarte koolstof in de Antwerpse haven ............................................. 61
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
9
Figuur 44: Evolutie zwarte koolstofconcentraties op verschillende virtuele meetplaatsen ........................... 61 Figuur 45: Gemodelleerd jaargemiddelde van zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2019 en 2020 ...... 63 Figuur 46: Zeropollutierozen voor zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2020 ..................................... 65 Figuur 47: pollutierozen van de zwartekoolstoffracties BB (biomassa) en FF (fossiele brandstof) in de Antwerpse haven 2020 ............................................................................................................................... 67 Figuur 48: pollutierozen zwarte koolstof (linksboven), fractie BB (rechtsboven) en fractie FF (onder) per seizoen op SA04 in 2020. ............................................................................................................................ 68 Figuur 49: halfuurconcentraties zwartekoolstof op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) op 28-29 mei 2020 ....... 69 Figuur 50: pollutieroos zwarte koolstof op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) op 28-29 mei 2020 .................... 70 Figuur 51: aandeel fracties BCFF en BCBB in totale zwartekoolstofconcentratie op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) op 28-29 mei 2020 ........................................................................................................................... 70 Figuur 52: PM10-zeropollutierozen voor 2020 in de omgeving van de PETcoke-installatie ............................ 71 Figuur 53: Emissies van precursoren met ozonvormend potentieel (ton TOFP-equivalent) en jaargemiddelde ozon in de Antwerpse haven ....................................................................................................................... 72 Figuur 54: Aandeel sectoren emissie precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven .... 74 Figuur 55: Evolutie O3-concentraties in Berendrecht (R831) ........................................................................ 75 Figuur 56: Gerapporteerde industriële IMJV-emissies benzeen in de Antwerpse haven............................... 78 Figuur 57: Gerapporteerde industriële IMJV-emissies tolueen in de Antwerpse haven ................................ 79 Figuur 58: gerapporteerde industriële IMJV-emissies xyleenisomeren in de Antwerpse haven .................... 79 Figuur 59 : gerapporteerde industriële IMJV-emissies 1,2-dichloorethaan (kg) in de Antwerpse haven ....... 80 Figuur 60: Evolutie totaal NMVOS-emissie in de Antwerpse haven.............................................................. 81 Figuur 61: Gerapporteerde industriële emissies formaldehyde (kg) in de Antwerpse haven ........................ 82 Figuur 62: Evolutie benzeenconcentraties in de Antwerpse haven .............................................................. 85 Figuur 63: Evolutie tolueenconcentraties in de Antwerpse haven ............................................................... 85 Figuur 64: Evolutie ethylbenzeenconcentraties in de Antwerpse haven ...................................................... 86 Figuur 65: Evolutie m+p-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven ......................................................... 86 Figuur 66: Evolutie o-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven .............................................................. 87 Figuur 67: Pollutierozen benzeen in de Antwerpse haven in 2020 ............................................................... 89 Figuur 68: Pollutierozen tolueen in de Antwerpse haven in 2020 ................................................................ 90 Figuur 69: Pollutierozen ethylbenzeen in de Antwerpse haven in 2020 ....................................................... 91 Figuur 70: Pollutierozen m+p-xyleen in de Antwerpse haven in 2020 .......................................................... 92 Figuur 71: Pollutierozen o-xyleen in de Antwerpse haven in 2020 ............................................................... 93 Figuur 72: Vergelijking VOS-componenten in 2020 in de Antwerpse haven ................................................. 95 Figuur 73: Jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats Ekerse Dijk (R893) in de periode 2016-2020 . 96 Figuur 74: Jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats Polderdijkweg (R822) in de periode 20182020 ........................................................................................................................................................... 97 Figuur 75: Vergelijking A/K-componenten in 2020 in de Antwerpse haven (R822) met Gent-Baudelostraat (R701) ......................................................................................................................................................... 98 Figuur 76: Trend depositie 17 dioxines en PCB126 op meetplaats BV04 in Kallo (industriegebied) .............. 99
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 77: Overzicht depositiestalen dioxineachtige PCB’s in 2020 in Vlaanderen ..................................... 100 Figuur 78: Kaart afbakening Antwerpse haven .......................................................................................... 113
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
11
We bespreken de luchtconcentraties en emissies van de verschillende polluenten in de Antwerpse haven. We toetsen de concentraties van 2020 aan de huidige en toekomstige Europese regelgeving en aan de WGOadvieswaarden. Ook de trend wordt besproken. De emissiegegevens in dit rapport werden verzameld door het Team Emissie-inventaris Lucht van de VMM op basis van door de bedrijven gerapporteerde emissies in het Integraal Milieujaarverslag en modelberekeningen. De meest recente emissiecijfers zijn deze van 2019.
1 HET MEETNET In en rond het havengebied meet de VMM op verscheidene meetplaatsen één of meerdere polluenten met behulp van (semi)automatische toestellen: − −
de automatische toestellen werken volledig autonoom; de semiautomatische toestellen nemen luchtstalen die in het labo verder geanalyseerd worden.
Op één meetplaats in de haven meet de VMM de depositie van PCB’s met behulp van depositiekruiken. Daarnaast loopt er ook een validatiestudie voor PFAS-meetmethoden in de omgeving van 3M. In dit rapport gebruiken we de meteogegevens gemeten op de meetplaats Steenokkerzeel (SZ01). De afbakening van de Antwerpse haven staat beschreven in bijlage 2. Binnen deze regio zijn verschillende meetplaatsen. Een overzicht van alle meetplaatsen in dit rapport staat in Tabel 1. De meetresultaten van een aantal meetstations worden doorgegeven aan de Europese commissie binnen de gedefinieerde luchtkwaliteitszone Antwerpen Haven BEF01S. Daarnaast zijn er in en rondom die zone nog een aantal andere VMM-meetplaatsen. Het betreft hier: − − − −
industriële brongerichte meetplaatsen, waar de representativiteit voor de blootstelling in woonzones eerder beperkt is; meetplaatsen die net buiten de gedefinieerde luchtkwaliteitszone liggen, maar wel (sterke) invloed kennen van de havenactiviteiten of meer informatie geven over de achtergrondconcentratie; meetplaatsen van polluenten die niet aan Europa worden gerapporteerd; meetplaatsen die iets verderaf liggen maar informatie geven over de achtergrond.
Deze meetstations kunnen ook gerapporteerd worden aan Europa in het kader van een andere luchtkwaliteitszone. Ook in de nabijheid van de Oosterweelwerken monitort VMM de luchtkwaliteit. De bespreking van die metingen is opgenomen in het rapport ‘Luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie’ . Bij deze werken werd een vervuiling met PFAS aangetroffen, meer informatie hierover staat in het deel 1.7 verder in dit rapport. De tabel toont naast de code, het adres en de Lambertcoördinaten. Er staat ook aangeduid welke meetstations opgenomen worden in het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven. Figuur 1 toont welke polluenten we op welke meetplaats meten. Er zijn enkele wijzigingen in het meetnet: — De automatische metingen op de meetplaats R833 verplaatsten op 17 december 2020 naar de locatie SA08 wegens uitbreidingsplannen op het terrein. De nieuwe meetlocatie SA08 ligt op 100m
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
zuidoostelijker van de meetlocatie R833. De automatische metingen liepen op R833 door tot 13 januari 2021. De BTEX-metingen op R833 stopten op 13 januari 2021. — De SO2-metingen op R831 zijn gestopt op 31 december 2019. — De automatische metingen op R893 werd in februari 2021 stopgezet. De passieve VOS-metingen blijven doorgaan op deze locatie. — De stikstofoxidemetingen (NO en NO2) werden stopgezet op R823 op 31 december 2020. Meer informatie over de gemeten parameters en gebruikte apparatuur staat op de website https://www.vmm.be/lucht. De specificaties over onder meer het meetprincipe en de meetonzekerheid zijn terug te vinden in bijlage 1. Tabel 1: Coördinaten meetplaatsen in de Antwerpse haven Code Meetplaats
Adres
X
Y
Meetplaatsen gerapporteerd aan Europa als Air Quality Zone Antwerpse haven (BEF01S) AL02*
Engelsesteenweg, Beveren
140657
221644
AL03*
Pomphuis, Watermolendijkweg, Beveren
138326
216020
AL05*
Sluis van Kallo, Ketenislaan, Beveren
143727
217031
M802*
Havannastraat, 2030 Antwerpen
153884
216790
R830*
Scheldemolenstraat, 9130 Beveren-Waas (Doel)
142601
223162
R831*
Hoefbladstraat, 2040 Berendrecht
147976
226558
R833*
PITO, Laageind, 2940 Stabroek
149541
224212
R892*
Kallosluis, 9120 Kallo
143727
217020
R893*
Ekerse Dijk, 2180 Ekeren
151187
219057
R897*
Scheldelaan, 2030 Antwerpen
148139
215578
SA04*
Abelenlaan, 2940 Hoevenen (Stabroek)
152448
222679
SA08*
PITO, laageind, 2940 Stabroek
149615
224088
Andere meetplaatsen Wandeldijk, 2050 Antwerpen-Linkeroever
150865
214046
AL04*
AL01*°
Liefkenshoektunnel, Beveren
144735
220096
AT44*
Ordamstraat, Antwerpen
148875
219832
BV04
Land Van Waaslaan – haven 1204, 9120 Kallo
141709
217269
R822*
Polderdijkweg, 2030 Antwerpen
148082
217156
R823
Meerminnendam, Beveren
141037
221484
Scheurweg, 2030 Antwerpen
151159
216212
R891*
* deze meetplaatsen worden meegenomen in het virtueel gemiddelde van de Antwerpse haven ° deze meetplaats wordt aan Europa gerapporteerd voor de zone Agglomeratie Antwerpen (BEF02A)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
13
Figuur 1: Ligging meetplaatsen van de Antwerpse haven
Meetplaatsen gerapporteerd aan Europa voor de zone Antwerpse haven (BEF01S) hebben zwart label, andere meetplaatsen roze label. VOS-metingen op R822 zijn inclusief A/K-metingen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.1 Zwaveldioxide – SO2 In deze paragraaf bespreken we achtereenvolgens de emissies van SO2 en de trend van de SO2-concentraties. We toetsen de concentraties aan de regelgeving en bekijken de geografische spreiding.
1.1.1 Emissie van SO2 Figuur 2 toont de emissie van de verschillende sectoren in de Antwerpse haven voor 2000, 2005, 2010, 2015, 2018 en 2019. Voor deze gegevens is de afbakening van het havengebied op basis van de Europese zone BEF01S (zie bijlage 2). Het virtuele SO2-jaargemiddelde van de Antwerpse haven staat ook aangeduid. Er is een duidelijke daling te zien in zowel de emissies als de concentraties over de volledige periode. Het grootste aandeel van de emissies is afkomstig van de energiesector. Deze omvatten de elektriciteitscentrales en de petroleumraffinaderijen. Vooral de petroleumraffinaderijen bepalen deze sector. De elektriciteitscentrales maakten in 2005 10 % uit van deze sector. De andere jaren (2010, 2015, 2018 en 2019) zakt dit aandeel tot ongeveer 0,1 %. Dit verloop is vooral bepaald door de centrale in Kallo die in 2000 weinig emissies kende en in 2005 nog operationeel was. Sinds 2010 gebruikte de centrale geen extra zware stookolie of kolen meer als brandstof. Ze is niet meer operationeel sinds 2012. Figuur 2: Evolutie SO2-emissies en jaargemiddelde concentratie in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 3 toont het aandeel van de sectoren in de SO2-emissies in de jaren 2000 en 2019. De energiesector heeft momenteel het grootste aandeel met 85 % van de emissies. Het aandeel van het verkeer bestaat vrijwel
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
15
enkel uit emissies van scheepvaart. Het relatieve aandeel van de sector industrie bleef tussen 2000 en 2019 vrij stabiel. De absolute emissies zijn in de periode 2000-2019 met ongeveer 2/3 gedaald. Verhoudingsgewijs is de daling voor de sector verkeer het grootst. De andere sectoren hebben een verwaarloosbaar aandeel in de totale SO2-emissies. Figuur 3: Aandeel sectoren in SO2-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2019
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 4 toont de uitstoot van de scheepvaart in de Antwerpse haven. Deze daalden zeer sterk tot 2015. Daarna blijven de emissies stabiel. De daling van de emissies tussen 2010 en 2015 gebeurde onder invloed
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
van een daling van het zwavelgehalte in scheepsbrandstoffen. Dit zorgt voor een gunstig effect op de SO2concentraties en ook op de secundaire fijnstofvorming. Sinds 2015 zijn er geen verdere verstrengingen van de zwavelnorm meer geweest. Figuur 4: Trend SO2-emissie door de scheepvaart in de Antwerpse haven
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Wanneer we het aandeel van de verschillende types schepen bekijken (Figuur 5) dan blijken de containerschepen ongeveer een derde van de emissies te veroorzaken in 2010 en 38 % in 2019. Deze stijging van het aandeel van de uitstoot is echter minder sterk dan de stijging van het aandeel van het containertransport in de totale goederenoverslag. Deze steeg de voorbije jaren en bedraagt nu ongeveer de helft van het totale goederenoverslag. In 2010 waren baggerschepen en sleepboten met respectievelijk 19 % en 14 % ook belangrijke bronnen. In 2019 hebben deze types een veel kleiner aandeel. De overige tankschepen (“other tanker”) en roll-on-rolloffschepen (“roro”) hebben dat jaar een relatief groter aandeel in de SO2-emissies. In absolute cijfers is er een daling tussen 2010 en 2019 en dit voor alle types schepen. Verhoudingsgewijs was de daling van de baggerschepen en sleepboten groter dan de daling van de types overige tankschepen en roll-on-rolloffschepen.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
17
Figuur 5: Aandeel type schepen in de scheepvaartemissies van SO2 van 2010 en 2019
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.1.2 Trend van SO2-concentraties Een virtueel gemiddelde is het gemiddelde van alle metingen van deze polluent in een bepaald gebied gedurende een jaar. Figuur 6 toont het verloop van het SO2-jaargemiddelde op de virtuele meetplaatsen ‘Antwerpse haven’ en ‘Vlaanderen’ tot en met 2019. Vanaf 2020 is dit het virtueel gemiddelde ‘Antwerpse haven’ en ‘industrieel’. Op de figuur zien we een daling tot 2012. Daarna stagneren de concentraties. Het SO2-gemiddelde in de Antwerpse haven ligt hoger dan het Vlaams gemiddelde. Beide houden wel eenzelfde trend. Door een inkrimping van het globale SO2-meetnet is het niet meer mogelijk om een virtueel Vlaams gemiddelde te berekenen. Vanaf die datum gebeurt de vergelijking met het virtueel industrieel gemiddelde. Figuur 6: SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
19
Figuur 7 toont het verloop van enkele statistische parameters van de SO2-concentraties (op basis van uurwaarden) op de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ in de periode 2010-2020. Het jaargemiddelde kent een stabiel verloop met een licht dalende trend, de piekwaarden (P90 en P98) kennen een grilliger verloop met een eveneens licht dalende trend. Figuur 7: Evolutie SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven
Het aantal meetstations staat tussen haakjes. *: In de grafiek wordt het jaargemiddelde niet enkel grafisch maar ook numeriek getoond.
1.1.3 Toetsing van SO2-concentraties Tabel 2 toont de belangrijkste statistische parameters, namelijk het jaargemiddelde, 50ste en 98ste percentiel op basis van uurwaarden en de maximum uurwaarde van zwaveldioxide per meetplaats voor de jaren 2018, 2019 en 2020.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Tabel 2: Belangrijkste statistische parameters voor SO2 o.b.v. UURWAARDEN SO2 (µg/m³) Meetplaats
2018
2019
2020
JG
P50
P98
Max.
JG
P50
P98
Max.
JG
P50
P98
Max.
Berendrecht (R831) *
2
1
10
92
2
1
10
61
/
/
/
/
Ekerse Dijk (R893) *
3
2
16
287
3
2
16
62
3
2
14
52
Kallo (R892) *
3
2
20
80
3
1
19
100
2
1
14
357
Ordamstraat (AT44)
10
3
50
6.716
9
3
52
171
6
3
36
208
Polderdijkweg (R822)
7
4
29
4.112
8
4
37
245
7
4
29
241
Scheldelaan (R897) *
5
2
35
484
4
2
25
621
3
1
23
250
Scheurweg (R891)
4
2
13
5.134
3
2
13
68
3
2
14
245
Virtueel gemiddelde haven
5
3
14
964
4
3
15
105
4
3
13
124
*: gerapporteerd aan Europa (BEF01S)
De Europese normen voor SO2 werden in 2020 gerespecteerd. De EU-alarmdrempel, van 3 opeenvolgende uren hoger dan 500 µg/m³, werd in 2020 gerespecteerd. De EU-uurgrenswaarde van 350 µg/m³ die op jaarbasis niet meer dan 24 keer mag overschreden worden werd gerespecteerd. Er werd 1 keer een uurconcentratie hoger dan 350 µg/m³ opgemeten. Dit op de locatie R892 (Sluis Kallo). Dit was op 6 november 2020 om 14:00. Die dag was er een episode met verhoogde concentraties van 13:00 tot en met 19:00. Ook op andere locaties in Vlaanderen en Brussel werden toen hoge concentraties opgemeten. Het gaat hier eerder over aanvoer van vervuilde lucht vanuit zuidelijke richting dan om vervuiling van lokale bronnen. De EU-daggrenswaarde laat drie keer een overschrijding van 125 µg/m³ per jaar toe. Deze dagwaarde werd in 2020 niet overschreden. De WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³ werd in 2020 overschreden. Tabel 3 toont het aantal dagen met een overschrijding van de WGO-advieswaarden van 20 µg/m³ tussen 2010-2020. De huidige situatie geeft een duidelijke verbetering ten opzichte van 2010 toen deze advieswaarde op alle meetplaatsen veelvuldig werd overschreden. Figuur 8 illustreert deze opmerkelijke verbetering. De meetplaats in de Scheurweg (R891) kende in 2010 nog 32 dagen met een concentratie hoger dan 20 µg/m³, in 2020 is dit er één. Ook op de meetplaats Ekerse Dijk lagen alle dagconcentraties voor het tweede jaar op rij lager dan 20 µg/m³. De meetplaats Ordamstraat (AT44) kende een spectaculaire daling van het aantal overschrijdingsdagen, nl. van 29 dagen in 2019 naar 12 dagen in 2020. Dit is mogelijk een effect van de coronamaatregelen (zie 1.2.5).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
21
Tabel 3: Aantal dagen met een overschrijding van de WGO-dagadvieswaarde van 20 µg/m³
Aantal dagen SO2-concentratie >20 µg/m³ Berendrecht (R831)*
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
1
0
0
0
1
0
0
1
0
1
/
Ekerse Dijk (R893)*
0
1
1
1
1
1
0
1
1
0
0
Kallo (R892)*
5
0
1
2
2
1
1
1
2
2
2
25
39
38
25
27
26
35
38
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
/
29
29
12
Polderdijkweg (R822)
21
26
20
8
18
10
9
18
10
14
6
Scheldelaan (R897)*
14
4
3
5
7
6
8
4
11
4
4
Scheurweg (R891)
32
33
21
5
6
19
1
0
1
0
1
Muisbroeklaan (R894) Ordamstraat (AT44)
Overschrijdingen van de grenswaarden en advieswaarden worden in rood getoond. *: gerapporteerd aan Europa (BEF01S)
Figuur 8: Aantal dagen met daggemiddelde SO2-concentratie > 20 µg/m³
*: gerapporteerd aan Europa (BEF01S).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.1.4 Geografische spreiding van SO2-concentraties 1.1.4.1 Gemodelleerde SO2-concentraties Om de SO2-concentraties in de Antwerpse haven te kunnen inschatten, gebruiken we het VLOPS-model, zie Figuur 9. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 5. De berekeningsmethode kan een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de SO2-verontreiniging in Vlaanderen. Het model schat dat de hoogste concentraties voorkomen in het centrum van het havengebied, aan de raffinaderijen. In de ruimere agglomeratie, waar ook bewoning is, schat het VLOPS-model de concentraties lager in. Figuur 9: Gemodelleerd SO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2020
De onzekerheden voor deze kaart na kalibratie zijn RMSE 0,66 µg/m³ en relatieve onzekerheid 17 %.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
23
1.1.4.2 Pollutierozen SO2 Figuur 10 toont de pollutierozen van SO2 met de gemiddelde halfuurconcentratie per windsector voor het jaar 2020 in het havengebied. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 5. De pollutierozen wijzen voornamelijk in de richting van de raffinaderijen gelegen in het centrum van het havengebied. Figuur 10: Pollutierozen gemiddelde SO2-concentraties in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.2 Stikstofoxides – NO/NO2 In deze paragraaf bekijken we de emissies van stikstofoxides en de trend van de NO- en NO2-concentraties. We toetsen de concentraties aan de reglementering en we bekijken de geografische verdeling in het havengebied.
1.2.1 Emissie van NOx (NO2) Figuur 11 toont de evolutie van de NOx(NO2)-emissies per sector en het jaargemiddelde gemeten in de Antwerpse haven. Voor deze gegevens is de afbakening van het havengebied op basis van de Europese zone BEF01S (zie bijlage 2). In de periode 2000-2019 was er een daling van de totale NOx(NO2)-emissie. De concentraties volgen min of meer de trend van de emissies. De daling van de emissies stabiliseerde na 2015. De drie belangrijkste sectoren voor de uitstoot zijn industrie, verkeer en energie. De resterende sectoren handel en diensten, offroad, huishoudens en land- en tuinbouw zijn voor NOx(NO2)-emissies verwaarloosbaar. De drie belangrijkste sectoren kenden over de volledige periode een daling. De emissies in 2019 zijn zowel in absolute waarde als in verdeling weinig verschillend van die in 2018. Figuur 11: Evolutie NOx(NO2)-emissies en NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
25
Figuur 12 toont het aandeel van de sectoren in de NOx(NO2)-emissies in de jaren 2000 en 2019. Industrie heeft in 2000 en 2019 het grootste aandeel in de emissies. De verkeersemissies zijn voornamelijk veroorzaakt door het scheepsverkeer, goed voor een kwart van de totale emissies in 2000 en iets minder dan een derde van de totale emissies in 2019. In 2019 was 5 % van de uitstoot door de sector energie afkomstig van elektriciteitscentrales en 20 % van de petroleumraffinaderijen. Deze drie sectoren zijn de voornaamste bronnen. De andere sectoren hebben een veel kleiner aandeel in de totale emissies. Figuur 12: Aandeel van de sectoren in de NOx (NO2)-emissies in de Antwerpse haven
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.2.2 Trend van NOx-concentraties Figuur 13 en Figuur 14 tonen het verloop van de NO- en NO2-concentraties op de virtuele meetplaatsen ‘Vlaanderen’ en ‘Antwerpse haven’ in de periode 2010-2020. In die periode was er een dalende trend in de Antwerpse haven en in Vlaanderen voor zowel de NO- als de NO2-concentraties. In 2020 daalden de NO- en de NO2-concentraties sterker dan de jaren daarvoor. Wellicht door de maatregelen die genomen zijn ter bestrijding van de COVID19-pandemie. De concentraties van NO2 lagen in 2020 in de Antwerpse haven zo’n 20 % hoger dan het Vlaams gemiddelde. Dit percentage blijft vrij stabiel over de volledige periode. Figuur 13: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
27
Figuur 14: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven en Vlaanderen
Figuur 15 en Figuur 16 tonen het verloop van enkele statistische parameters – jaargemiddelde, P50, P90 en P98 – van de NO- en NO2-concentraties op de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ in de periode 2010 2020. Beide figuren tonen een dalende trend over de hele periode. Na een eerder stabiele trend tussen 2014 en 2017 lijkt voor de NO2-concentratie opnieuw een lichte daling ingezet. Er was een duidelijke daling in 2020 voor zowel NO als NO2 wat wellicht het gevolg is van de maatregelen genomen ter bestrijding van de COVID19-pandemie (zie1.2.5).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 15: Evolutie NO-jaargemiddelde in de Antwerpse haven
Het aantal meetplaatsen staat tussen haakjes.
Figuur 16: Evolutie NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven
Het aantal meetplaatsen staat tussen haakjes.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
29
1.2.3 Toetsing van NO2-concentraties Tabel 4 bevat per meetplaats de belangrijkste statistische parameters voor NO2, namelijk het jaargemiddelde, het 50ste, 90ste en 98ste percentiel en de maximale uurwaarde voor 2020 Hierbij zijn alle individuele meetplaatsen in de haven, het virtueel gemiddelde en de waarden voor de meetplaats Beveren – meerminnendam (R823) weergegeven. Figuur 17 geeft een visuele voorstelling van de tabel. In 2020 bleef de uurgrenswaarde – maximum 18 uurgemiddelden hoger dan 200 µg/m³ – op alle meetplaatsen gerespecteerd. De WGO-uuradvieswaarde, waarbij geen enkele keer het uurgemiddelde hoger mag zijn dan 200 µg/m³, werd ook gerespecteerd. De Europese jaargrenswaarde en de WGOjaaradvieswaarde (40 µg/m³) werden in 2017 op de meetplaats Muisbroeklaan (R894) nog overschreden. Deze meetplaats werd in 2018 stopgezet en vervangen door de meetplaats Ordamstraat (AT44). Op deze meetplaats werd de jaargrenswaarde in 2020 gerespecteerd. Meer detail hierover in 1.2.4.3 Meetplaats Muisbroeklaan. Tabel 4: Belangrijkste statistische parameters voor NO2 in 2020 UURWAARDEN NO2 (µg/m³) Meetplaats Wandeldijk (AL01)*
Jaargemiddelde
P50
P90
P98
Max. uurwaarde
19
15
38
59
133
Ordamstraat (AT44)
33
31
57
75
160
Luchtbal (M802)*
24
20
46
67
134
Polderdijkweg (R822)
29
25
53
77
134
Doel (R830)*
21
16
44
63
152
Berendrecht (R831)*
20
18
39
55
132
Stabroek (R833)*
23
21
42
59
148
Scheurweg (R891)
29
26
51
70
151
Kallo (R892)*
27
23
50
73
190
Ekerse Dijk (R893)*
28
26
50
66
130
Scheldelaan (R897)*
25
21
48
70
129
Berendrecht (SA08)°
25
24
45
53
64
Virtueel gemiddelde haven
25
23
42
57
98
Meerminnendam (R823)
16
12
33
50
93
*: gerapporteerd aan Europa (BEF01S). °: beperkte databeschikbaarheid
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 17: Overzicht statistische parameters NO2 in de Antwerpse haven in 2020
1.2.4 Geografische spreiding van NO2-concentraties 1.2.4.1 Gemodelleerde NO2-concentratie De gegevens in Figuur 18 zijn gebaseerd op de ATMOStreet-modellering. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Bij de opmaak van de kaart is rekening gehouden met de impact van de coronamaatregelen. De doorgerekende emissies van verkeer zijn die van 2019 waarbij er uiteraard nog geen impact zichtbaar is. De verkeersemissies werden daarom herschaald, op basis van verkeerstellingen resulterend in – 24% licht verkeer en -4% zwaar verkeer. Voor scheepverkeer werd de impact van corona als verwaarloosbaar ingeschat op basis van de scheepsbewegingen. De ATMOStreet-kaart toont de bijdrage van het verkeer op de Antwerpse ring en de aangesloten autosnelweg. De autosnelweg A12 Antwerpen – Breda die evenwijdig met het havengebied van zuid naar noord loopt, draagt ook bij tot de verhoogde concentraties in de omgeving van de haven. Op M802 (Antwerpen - Luchtbal) wordt de impact van de haven en de A12 Antwerpen - Breda en E19 Antwerpen – Bergen Op Zoom getoond. De industriële invloed op de meetplaatsen in de Scheurweg (R891), Ekerse Dijk (R893), Ordamstraat (AT44) en Polderdijkweg (R822) zijn zichtbaar op de kaart en worden bevestigd door de pollutierozen van deze meetlocaties. De R2 is duidelijk zichtbaar met concentratieverhogingen ter hoogte van de tunnelmonden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
31
Er is een duidelijk verschil tussen de kaarten voor 2019 en 2020. Dit zowel voor de achtergrondconcentraties, die gebaseerd zijn op meetwaarden, als voor de doorgerekende emissies. De lagere achtergrondconcenratie is wellicht het gevolg van de coronamaatregelen. Hierdoor daalde het aantal verplaatsingen, ook de lokale verplaatsingen die niet expliciet doorgerekend worden maar wel mee de globale achtergrondconcentratie bepalen. Daarnaast vielen sommige industriële activiteiten tijdelijk stil. Ook in het havengebied zijn er gebieden met lagere concentraties. Het verschil tussen de twee kaarten kan ook gezien worden als een illustratie van wat er kan bereikt worden bij een vergroening van het wagenpark met minder NO2 uitstoot.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 32
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 18: Gemodelleerd NO2-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2019 en 2020
De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen de 10,7 en 14,0 µg/m³ voor 2019 en tussen de 11,0. en 14.0 µg/m³ voor 2020.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
33
1.2.4.2 Pollutierozen NO2 Figuur 19 toont de zeropollutierozen voor NO2. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 5. Meetplaatsen gelegen aan de rand van de haven vertonen invloed vanuit de haven. Centraal gelegen meetplaatsen (bv. Antwerpen-Polderdijkweg - R822) worden beïnvloed door bronnen in verschillende windsectoren. Ook de impact van verkeersknooppunten in het havengebied en de Antwerpse ring met de belangrijkste autosnelwegen is zichtbaar. Figuur 19: Zeropollutierozen NO2-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 34
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.2.4.3 Meetplaats Muisbroeklaan Hieronder gaan we dieper in op de meetplaats Muisbroeklaan (R894), omdat deze meetplaats in 2017 de EUjaargrenswaarde overschreed. Deze meetplaats ligt echter in een industriële omgeving en is bijgevolg niet representatief voor de blootstelling van de algemene bevolking. Daarom rapporteert België deze meetplaats niet aan de EU. Omdat het terrein een andere invulling kreeg, werd de meetplaats eind 2017 stopgezet. De metingen werden verplaatst naar de nabijgelegen nieuw opgerichte meetplaats AT44 in de Ordamstraat. Deze meetplaats ligt op ongeveer 0,6 km ten noordoosten van de meetplaats in de Muisbroeklaan. Beide meetplaatsen liggen in industriegebied. De impact op woongebieden is beperkt. De metingen startten er begin 2018. Figuur 20 toont de evolutie van de meetresultaten voor NO2 op de meetplaats in de Muisbroeklaan in de periode 2009-2017 en de meetresultaten in de Ordamstraat in 2018 -2020. Figuur 20: Evolutie NO2-concentratie op de meetplaats Muisbroeklaan (blauwe balken) en Ordamstraat (paarse balken)
In 2012 waren slechts 85 % van de data beschikbaar.
Op de meetplaats (R894) Muisbroeklaan was een licht stijgende trend aanwezig, waardoor de jaargemiddelde concentraties net op of net boven de EU-grenswaarde schommelden. De concentraties na de verplaatsing op de Ordamstraat liggen lager dan op de meetplaats Muisbroeklaan. Dit zou kunnen impliceren dat de nieuwe locatie verder van de bronnen is gelegen of in een windrichting ligt die minder vaak voorkomt. In de periode 2017- 2020 is er ook een algemene daling van de NO2-concentraties in Vlaanderen. Tussen 2018 en 2019 is er vrijwel geen daling van de NO2-concentraties op de Ordamstraat. Tussen 2019 en 2020 is er wel een daling zichtbaar. Het virtueel gemiddelde voor Vlaanderen kende tussen 2019 en 2020 een forse daling, wellicht ten gevolge van de coronamaatregelen. Dit resulteert o.a. in lagere aangevoerde achtergrondconcentraties op de meetplaats Ordamstraat (AT44). Op basis van de huidige tijdsreeks op de
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
35
Ordamstraat is het nog niet mogelijk om sluitende conclusies te trekken over het verschil in concentraties tussen de oude en de nieuwe locatie.
1.2.5 Invloed coronamaatregelen op de luchtkwaliteit Midden maart 2020 werden maatregelen genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan zoals een verbod op niet-essentiële verplaatsingen en de verplichte sluiting van bedrijven. Deze hadden verstrekkende gevolgen op de verkeersstromen en diverse economische activiteiten. Ook in het najaar werden striktere maatregelen genomen, maar deze gingen minder ver en hadden minder impact op de verkeersstromen. Meteo is een belangrijk gegeven voor de luchtkwaliteit. In de periode voor de coronamaatregelen ingevoerd werden, waren de weersomstandigheden vrij gunstig voor de luchtkwaliteit (veel regen, hoge windsnelheid en voornamelijk zuidwestenwind). Tijdens de coronamaatregelen waren de weersomstandigheden minder gunstig. Er was weinig neerslag. De windsnelheid lag lager en de wind kwam grotendeels uit het noordoosten. In dit deel bekijken we de invloed van de maatregelen op de luchtkwaliteit in de Antwerpse haven en meer specifiek op de invloed van de maatregelen genomen in maart 2020. Het meeste effect zagen we voor NO2 en in mindere mate voor SO2 en zwarte koolstof (Figuur 21 t.e.m. Figuur 23). Bij fijn stof (PM10 en PM2.5) zagen we een duidelijke stijging van de concentraties door de meteorologische omstandigheden. De ozonconcentraties kenden ook een stijging, door het wegvallen van de NO-concentraties uitgestoten door het verkeer. Figuur 21: daggemiddelde NO2-concentraties voor en tijdens de coronamaatregelen in de Antwerpse haven
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 36
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 22 : daggemiddelde SO2-concentratie voor en tijdens de coronamaatregelen in de Antwerpse haven
Figuur 23: daggemiddelde zwartekoolstofconcentratie voor en tijdens de coronamaatregelen in de Antwerpse haven
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
37
Figuur 24 en Figuur 25 tonen het uurverloop op de meetplaatsen Antwerpen-Luchtbal (M802) en Polderdijkweg (R822) en dit voor de jaren 2015-2020 (volle lijn) en de periode 01-01-2020 tem 18-3-2020 (vc) en 18-03-2020 tem 30-06-2020 (tc), beide in stippellijn. De meetplaats Antwerpen-Luchtbal wordt sterk beïnvloed door verschillende drukke verkeersaders in de nabije omgeving. We zien een dalende trend over de jaren heen. In 2020 ligt het jaaruurverloop voor alle uren lager dan die van de voorbije jaren. De periode tot maart 2020 ligt echter op gelijke hoogte met het uurverloop voor 2019. Vooral in de periode na 18-32020 liggen de concentraties veel lager dan de eerdere jaren. De avondspits lijkt het sterkst beïnvloed. De meetplaats Polderdijkweg ligt in het centrum van de haven zonder doorgaand wegverkeer en een sterke invloed van de nabijgelegen industrie. Hier liep een deel van de industriële activiteiten en het scheepsverkeer in de periode 18-3-2020 t.e.m. 30-06-2020 door. We zien dan ook minder verschil in het uurverloop tussen beide periodes. Let wel, de uuraanduidingen staan in UTC. De tijdsverschuiving in de piekwaarden van ochtend- en avondspits tussen de twee periodes in het voorjaar van 2020 zijn te wijten aan de wissel tussen zomer- en winteruur (respectievelijk 2 en 1 uur verschil met UTC). Bij uurverlopen voor een volledig jaar is dit uitgespreid over de twee uurzones. Figuur 24: uurverloop NO2-concentraties op Antwerpen-Luchtbal (M802)
Tijdsaanduiding in UTC
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 38
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 25: uurverloop NO2-concentraties op Polderdijkweg (R822)
Tijdsaanduiding in UTC
1.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof In dit hoofdstuk worden de fracties PM10, PM2,5 en zwarte koolstof besproken. We bespreken de emissies en de trend van de concentraties. Waar mogelijk worden de concentraties getoetst aan de regelgeving. Daarnaast nemen we de geografische spreiding onder de loep.
1.3.1 PM10 De VMM mat PM10 op meerdere meetplaatsen in en rond de Antwerpse haven. In dit deel worden de emissies, de concentraties en de geografische spreiding besproken. 1.3.1.1 Emissie van PM10 Figuur 26 toont de emissies van de stofprecursoren NOx(NO2), SO2 en NH3 volgens hun aerosolvormend potentieel samen met de primaire PM10-emissies en de virtuele jaargemiddelde PM10-concentratie van de Antwerpse haven. Voor deze gegevens is de afbakening van het havengebied gebeurd op basis van de Europese zone BEF01S (zie bijlage 2). Stofprecursoren vormen na uitstoot via scheikundige reacties nieuwe stofdeeltjes. Niet elke precursor draagt evenveel bij tot de stofvorming. Door een gewicht toe te kennen, wordt het aerosolvormend potentieel voor
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
39
PM10 bepaald van de precursoren NOx(NO2), SO2 en NH31. NOx(NO2) blijkt de voornaamste aerosolvormende emissie te zijn in de Antwerpse haven. Verkeer en industrie hebben een vergelijkbaar aandeel in deze NOx(NO2)-emissies, respectievelijk 33 % en 34 % in 2019, zie Figuur 27. SO2 kent in deze periode een veel lager aandeel in het totale aerosolvormend potentieel. De voornaamste bron van deze polluent in de Antwerpse haven zijn de petroleumraffinaderijen. De precursor NH3 wordt in Vlaanderen vooral door de landbouw uitgestoten. In het havengebied zijn er echter ook enkele relevante industriële bronnen van NH 3 aanwezig. Figuur 26: Emissies van stofprecursoren volgens aerosolvormend potentieel en primair PM10 in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM; Aerosolvormend potentieel bepaald volgens methode De Leeuw et al. (2002)
1
De Leeuw , F. et al. (2002). A set of emission indicators for long-range transboundary air pollution. Environmental Science and Policy, Volume 5, Issue 2, p. 135-145.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 40
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 27: Aandeel sectoren in emissies stofprecursoren in de Antwerpse haven in 2000 en 2019
Bron: Team Emissie-inventaris Lucht VMM; aerosolvormend potentieel bepaald volgens methode De Leeuw et al. (2002)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2019
41
Figuur 28 toont de rechtstreeks uitgestoten primaire PM10-emissies door verschillende sectoren in de Antwerpse haven. In 2000 was de energiesector verantwoordelijk voor meer dan 50 % van het rechtstreeks uitgestoten PM10. Dit aandeel daalde echter sterk tot 16 % in 2019. In 2019 is de belangrijkste bron de sector industrie. Zowel het relatieve aandeel (Figuur 29) als de absolute emissies van industrie kenden een sterke stijging. De emissies van industrie zijn opgedeeld in de fracties: − − −
geleide emissies; niet-geleide emissies (bouw); niet-geleide emissies (op- en overslag).
In 2000 is de fractie niet-geleide emissies (op- en overslag) nog niet opgenomen in de emissie-inventaris. De stijging van de niet-geleide fractie op- en overslag na 2015 komt door een rapporteringsverplichting van deze emissies vanaf 2014. Tussen 2018 en 2019 is er een daling van de niet-geleide emissies. Dit komt o.a. omdat een bulkbedrijf in 2019 lagere emissies rapporteerde in het IMJV. Verkeer is de tweede grootste sector in 2019, goed voor één vierde van de emissies. Deze emissies daalden wel, maar het relatieve aandeel bleef stabiel in de periode 2000-2019. Het aandeel van de PM10-emissies van de overige sectoren zijn veel kleiner in de Antwerpse haven. Figuur 28: Primaire PM10-emissies van verschillende sectoren en jaargemiddelde concentratie in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 42
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 29: Aandeel sectoren in primaire PM10-stofemissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2019
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
43
1.3.1.2 Trend en toetsing PM10-meetwaarden Figuur 30 toont het verloop van de PM10-concentraties op de virtuele meetplaatsen ‘Antwerpse haven’ en ‘Vlaanderen’ in de periode 2010-2020. Na een gestaag dalende trend tot 2014 kent het verloop een knik en zijn er terug licht stijgende concentraties. De trend van beide virtuele stations is over de hele periode vrijwel gelijklopend. Het PM10-jaargemiddelde in de haven van Antwerpen (virtuele meetplaats) was grotendeels hoger dan of gelijk aan de concentratie voor het virtueel gemiddelde voor Vlaanderen. Enkel in 2014 was het gemiddelde in Vlaanderen hoger dan die in de Antwerpse haven. Figuur 30: PM10-jaargemiddelde Antwerpse haven ten opzichte van Vlaanderen
Figuur 31 toont voor de virtuele meetplaats ‘Antwerpse haven’ de statistische parameters van de PM 10concentraties voor de meetperiode 2010-2020. Opnieuw zien we dat in deze periode de concentraties een dalende trend vertonen. Tussen 2014 en 2017 is er geen duidelijk dalende trend meer. Na 2017 lijkt er wel opnieuw een licht dalende trend ingezet. In 2020 was het virtuele jaargemiddelde in de haven 22 µg/m³.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 44
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 31: Evolutie PM10-concentraties in de Antwerpse haven
Het aantal meetstations staat tussen haakjes.
Tabel 5 toont een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, het 90ste percentiel en het 98ste percentiel voor PM10 in 2018, 2019 en 2020 voor alle meetplaatsen in de haven. We stellen vast dat de jaargrenswaarde (40 µg/m³) de afgelopen jaren op al deze meetplaatsen ruim gerespecteerd bleef. De WGOadvieswaarde van 20 µg/m³ werd gehaald op de meetplaatsen Berendrecht (R831), Hoevenen (SA04) en Meerminnendam (R823). De meetplaats Meerminnendam is een achtergrondstation van het havengebied, de meetplaats Berendrecht en Hoevenen liggen aan de rand van het havengebied. Op de andere meetplaatsen werd de advieswaarde overschreden. De Europese grenswaarde voor PM10 bepaalt dat er jaarlijks maximaal 35 dagen mogen zijn met PM10concentraties hoger dan 50 µg/m³. Figuur 32 toont dat het aantal dagen sterk varieert van jaar tot jaar. Wisselende meteo-omstandigheden verklaren deels deze variatie. Er is wel een duidelijk dalende trend zichtbaar op alle meetstations. Sinds 2013 zijn er geen overschrijdingen meer van de Europese grenswaarde. De WGO-advieswaarde met maximaal 3 dagen met concentraties hoger dan 50 µg/m³ werd in 2020 op de meetplaats Berendrecht gehaald. De andere meetplaatsen in het havengebied, met voldoende databeschikbaarheid, kenden meer dagen met een hogere concentratie. Het meest aantal dagen met een concentratie > 50 µg/m³ werd gemeten op AL04 bij de Liefkenshoektunnel, in 2020 waren dit er 21.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
45
Tabel 5: Belangrijkste statistische parameters voor PM 10 UURWAARDEN PM10 (µg/m³) Meetplaats
2018
2019
JG
P50
Wandeldijk (AL01)
23
20
40
Doel (AL02*)
25
21
Watermolendijkweg (AL03*)
25
Liefkenshoektunnel (AL04)
JG
P50
P90
P98
JG
63
21
18
37
57
21
17
38
58
45
70
23
19
40
62
22
18
41
65
22
44
67
23
19
41
65
22
18
41
63
26
22
45
72
25
20
44
84
24
19
43
74
Sluis Kallo (AL05*)
24
21
42
66
23
19
39
64
21
18
38
61
Luchtbal (M802*)
27
22
46
74
22
18
37
59
21
18
38
58
Polderdijkweg (R822)
/
/
/
/
22#
20#
34#
47#
24
20
42
70
Berendrecht (R831* )
21
18
37
56
20
17
34
53
18
15
33
49
Hoevenen (SA04*)
23
20
40
60
22
18
38
59
20
17
37
56
Virtueel gemiddelde haven
24
21
41
61
23
19
38
59
22
18
38
58
Meerminnendam (R823)
22
19
39
59
20
17
35
55
20
16
36
56
# <90 %
P90 P98
2020 P50 P90 P98
databeschikbaarheid; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S).
Figuur 32: Aantal dagen met PM10-concentratie > 50 µg/m³ voor de meetplaatsen in de Antwerpse haven
beperkte databeschikbaarheid aangeduid met gearceerde balken; *R822 heeft beperkte databeschikbaarheid in 2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 46
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.3.1.3 Geografische spreiding van PM10-concentraties De gegevens in Figuur 33 zijn gebaseerd op de ATMOStreet-modellering. Meer uitleg over deze methodiek staat in bijlage 5. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Bij de opmaak van de kaart is rekening gehouden met de impact van de coronamaatregelen. De doorgerekende emissies van verkeer zijn die van 2019 waarbij er uiteraard nog geen impact zichtbaar is. De verkeersemissies werden daarom herschaald op basis van verkeerstellingen, resulterend in een inschatting van -24% licht verkeer en -4% zwaar verkeer. Voor scheepverkeer werd de impact van corona als verwaarloosbaar ingeschat op basis van scheepsbewegingen. Op de kaart is de invloed van de Antwerpse ring aanwezig. Ook zijn er enkele bronnen in de Antwerpse haven zichtbaar. In het noorden van de haven was er tot vorig jaar een industriële bron zichtbaar. De gerapporteerde emissiegegevens van diffuus stof door die bron daalden. Hierdoor zijn de resulterende concentraties niet hoger dan de omgevingsconcentratie en is deze bron niet meer zichtbaar. Bij deels secundair gevormde polluenten zoals PM10 heeft de achtergrondconcentratie een dominante invloed op de lokale concentratie. Om de lokale bronnen te identificeren worden daarom zeropollutierozen gemaakt. Meer informatie over deze methode staat in bijlage 5. Figuur 34 toont de zeropollutierozen voor de PM10-meetplaatsen in de Antwerpse haven. Nabij de Liefkenshoektunnel (AL04) zijn er duidelijke bronnen in noordoostelijke en zuidoostelijke richting. De piekwaarden uit zuidoostelijke richting zijn afkomstig van een nabijgelegen bouwwerf. De nieuwe meetplaats op Polderdijkweg (R822) geeft de aanvoer weer uit zowel zuidwestelijke richting als noordelijke tot oostelijke richting. Op de meetplaats Luchtbal (M802) komt de invloed van de nabijgelegen kade voor bulkgoederen in westzuidwestelijke sector naar voor. Daar is ook de invloed van de nabijgelegen autosnelweg in zuidoostelijke sector zichtbaar. Vanuit de omgeving van het Waaslandkanaal is er ook aanvoer van PM10 naar de omliggende meetstations. Buiten het havengebied zien we op de meetplaats in Meerminnendam (R823) vooral invloed uit noordoostelijke richting. Maar ook uit zuidoostelijke richting. Berendrecht (R831) is een achtergrondstation en op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) is er vooral de invloed van het noordelijk gelegen havengebied.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
47
Figuur 33: Gemodelleerde PM10-concentratie in de Antwerpse haven in 2019 en 2020
De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen 5,6 en 8,0 µg/m³ voor 2019 en tussen 5,1 en 7,2 µg/m³ voor 2020. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 48
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 34: Zeropollutierozen voor PM10 in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
49
1.3.2 PM2,5 1.3.2.1 Emissie van PM2,5 Figuur 35 toont de primaire PM2,5-emissies in de Antwerpse haven voor de verschillende sectoren. Voor deze gegevens hanteren we de afbakening van het havengebied op basis van de Europese zone BEF01S (zie bijlage 2). Net zoals bij de rechtstreekse uitstoot van het PM10-stof was er voor de uitstoot van het PM2,5-stof een algemeen dalende trend tussen 2000 en 2019. De belangrijkste sector in 2000 was de energiesector. Deze sector kende de grootste daling van alle sectoren tussen 2000 en 2019. Industrie kent ook hier drie fracties, de geleide emissies, de niet-geleide emissies (bouw) en de niet-geleide emissies van op- en overslag. Net zoals bij PM10 geldt sinds 2014 een rapporteringsplicht voor op- en overslag, wat resulteerde in een hoger aandeel hiervan in de daaropvolgende jaren. Deze fractie heeft echter minder impact op de totale PM2,5emissie in vergelijking met PM10.. In 2019 is het verkeer de belangrijkste bron van rechtstreeks uitgestoten PM2,5. Deze sector kende in de periode 2000-2019 ook een wezenlijke daling. De emissies van de overige sectoren zijn veel kleiner ten opzichte van deze drie sectoren. De offroad-emissie bedroeg in 2000 nog 5 % van de totale emissies, in 2019 is dit 3 %. Het aandeel van de sector huishoudens steeg tussen 2000 en 2019 naar 8%, in absolute waarden was er voor die sector wel een daling van 10% Figuur 35: Emissie van primair PM2,5-emissie en jaargemiddelde in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 50
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 36: Aandeel sectoren in primaire PM2,5-emissies in de Antwerpse haven in 2000 en 2019
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
51
1.3.2.2 Tijdsverloop en toetsing van de PM2,5-meetwaarden Tabel 6 toont een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, 90ste en het 98ste percentiel van de uurwaarden – uitgedrukt in µg/m³ – voor PM2,5. Figuur 37 toont het PM2,5-jaargemiddelde op basis van uurwaarden. Het is de eerste keer dat een virtuele gemiddelde wordt getoond. In de periode 2012 -2014 is dit gemiddelde gebaseerd op 3 meetplaatsen. In de periode 2015-2020 varieert dit van 8 tot 12 meetplaatsen. Tabel 6: Belangrijkste statistische parameters voor PM2,5 UURWAARDEN PM2,5 (µg/m³) Meetplaats
2018
2019
2020
JG
P50
P90
P98
JG
P50
P90
P98
Wandeldijk (AL01)
14
11
29
48
13
9
26
45
Doel (AL02*)
15
12
31
50
13
9
27
Watermolendijkweg (AL03*)
16
12
33
53
14
10
Liefkenshoektunnel (AL04)
15
11
30
48
14
Sluis Kallo (AL05*)
15
11
30
51
Luchtbal (M802*)
14
11
30
Polderdijkweg (R822)
/
/
Berendrecht (R831*)
14
Hoevenen (SA04*)
JG
P50
P90
P98
11
8
24
41
45
12
9
26
45
28
49
12
9
26
45
10
28
48
12
9
25
43
13
9
27
45
11
9
24
43
47
12
9
25
43
11
8
24
40
/
/
13#
11#
24#
34#
14
11
27
45
10
28
46
12
9
25
42
10
8
22
37
14
11
30
49
13
9
27
46
11
8
24
41
Virtueel gemiddelde haven
15
11
30
48
13
9
26
44
12
9
24
42
Meerminnendam (R823)
14
11
29
47
12
9
25
43
11
8
23
40
‘#: <90 % databeschikbaarheid; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S).
In deze figuur en in de tabel zien we dat de jaargemiddelden in 2020 op alle meetplaatsen de Europese grenswaarde van 25 µg/m³ respecteerden. De indicatieve grenswaarde van 20 µg/m³ te behalen tegen 2020, werd effectief ook gehaald. De WGO-advieswaarde van 10 µg/m³ werd voor de eerste keer gehaald op de meetplaats Berendrecht (R831). Het virtueel gemiddelde voor de haven is gelijk aan het virtueel gemiddelde voor het stedelijk en industrieel typegebied en ligt 1 µg/m³ hoger dan het Vlaamse virtueel gemiddelde. De hoogste gemiddelde concentratie werd opgemeten op Polderdijkweg (R822), namelijk 14 µg/m³. De jaargemiddelden liggen voor alle andere meetplaatsen vrij dicht bij elkaar, namelijk tussen de 10 µg/m³ en 11 µg/m³. In 2020 dalen de modale waarden en de lage piekwaarden op alle individuele meetplaatsen. De hoogste piekwaarden (P98) dalen ook overal behalve op de meetplaats Doel (AL02), waar deze stabiel blijven.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 52
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 37: Evolutie PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven
Het aantal meetstations staat tussen haakjes.
Tabel 7 en Figuur 38 toont het aantal dagen met een PM2,5-dagconcentratie > 25 µg/m³ van de verschillende meetplaatsen in de Antwerpse haven. Hierbij zien we dat in 2018, 2019 en 2020 de WGO-dagadvieswaarde van maximaal 3 dagen met een concentratie > 25 µg/m³ op geen enkele meetplaats wordt gehaald. Tussen 2019 en 2020 is er wel een duidelijke daling van het aantal dagen met een concentratie > 25 µg/m³.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
53
Tabel 7: Aantal dagen met een PM2,5-dagconcentratie > 25 µg/m³ 2018
2019
2020
45
35
26
Doel (AL02*)
56
35
35
Watermolendijkweg (AL03*)
61
41
36
Liefkenshoektunnel (AL04)
51
38
28
Sluis Kallo (AL05*)
53
34
25
Luchtbal (M802*)
45
31
25
Berendrecht (R831*)
41
30
18
Polderdijkweg (R822)
/
6#
34
Hoevenen (SA04*)
48
36
30
Meerminnendam (R823)
44
32
24
Aantal dagen PM2.5-concentratie > 25 µg/m³ Meetplaats Wandeldijk (AL01)
# databeschikbaarheid minder dan 90%; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S).
Figuur 38: Evolutie PM2,5-daggemiddelde in de Antwerpse haven
*: gerapporteerd naar Europa (BEFS01); gearceerde balken geven beperkte databeschikbaarheid aan.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 54
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.3.2.3 Geografische spreiding van PM2,5-concentraties Figuur 39 toont de ATMOStreet-gemodelleerde verspreiding voor PM2,5 in het havengebied. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven op bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. Meer uitleg over deze methodiek staat in bijlage 5. Bij de opmaak van de kaart is rekening gehouden met de impact van de coronamaatregelen. De doorgerekende emissies van verkeer zijn die van 2019 waarbij er uiteraard nog geen impact zichtbaar is. De verkeersemissies werden daarom herschaald op basis van verkeerstellingen, resulterend in een inschatting van -24% licht verkeer en -4% zwaar verkeer. Voor scheepverkeer werd de impact van corona als verwaarloosbaar ingeschat op basis van scheepsbewegingen. Vooral in het havengebied zien we hogere concentraties. Ook de Antwerpse ring R2 en de A12 Antwerpen – Bergen Op Zoom zijn zichtbaar.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
55
Figuur 39: Gemodelleerd PM2,5-jaargemiddelde in de Antwerpse haven in 2019 en 2020
De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen 2,9 en 4,4 µg/m³ voor 2019 en tussen 2,8 en 4,0 µg/m³ voor 2020. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 56
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 40 toont de zeropollutierozen van PM2.5 voor 2020. De zeropollutierozen op de meetlocaties AL02, AL03, AL04 en AL05 geven in het westen van de haven verschillende bronnen aan in de omgeving van het Deurganckdok en het Waaslandkanaal. De zeropollutieroos op AL04 geeft daarnaast ook een bron in noordoostelijke richting. De verderaf gelegen meetstations AL01, R823, R833 en SA04 vertonen ook invloed van het havengebied. Op de locatie Antwerpen-Luchtbal (M802) is er zowel invloed van de haven als van de nabijgelegen verkeersassen zichtbaar. Figuur 40: Zeropollutierozen PM2,5-gemiddelde in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
57
1.3.3 Zwarte koolstof Elementair koolstof en zwart koolstof geven beiden een indicatie van de roetdeeltjes in de lucht. Ze worden echter elk op een andere manier bepaald. Zwarte koolstof wordt met een optische methode bepaald, elementair koolstof met een thermische methode. Hierdoor zijn er ook kleine verschillen tussen beide fracties. In dit deel bespreken we eerst de emissies van elementair koolstof. Daarna bekijken we het tijdsverloop en de waargenomen meetwaarden voor zwarte koolstof in omgevingslucht en de geografische spreiding van de concentraties zwarte koolstof. Tot slot volgt een bespreking van de fracties zwarte koolstof door verbranding van biomassaverbranding en fossiele brandstoffen in de haven. 1.3.3.1 Emissies van elementair koolstof Figuur 41 toont de emissies elementair koolstof en de jaargemiddelde zwartekoolstofconcentratie in de haven van Antwerpen voor de jaren 2000, 2005, 2010, 2015, 2018 en 2019. Figuur 41: Emissies elementaire koolstof en jaargemiddelde zwartekoolstofconcentratie in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
We zien een duidelijk dalende trend over de volledige periode. Deze daling is tussen de jaren 2000 en 2005 vooral in de sector energie en de geleide emissies van de industrie duidelijk. Tussen 2010 en 2015 is dit eerder voor de sectoren verkeer en offroad. Daarna is er een lichte daling gelijkmatig over alle sectoren. Figuur 42 geeft het aandeel van de sectoren voor de emissies van elementair koolstof in de Antwerpse haven voor 2000 en 2019. In 2000 was de sector energie de voornaamste bron. In 2019 is dit verkeer,
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 58
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
verantwoordelijk voor meer dan de helft van de uitstoot, en dit voornamelijk door scheepverkeer dat 45 % van de totale emissies uitstoot. De sector offroad is de tweede grootste sector in 2019, goed voor 13 % van de totale emissies. Figuur 42 : Aandeel sectoren in emissies van elementair koolstof in de Antwerpse haven in 2000 en 2019
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
59
1.3.3.2 Tijdverloop en toetsing van de meetwaarden Onderstaande tabel toont voor zwarte koolstof een overzicht van het rekenkundig gemiddelde, het 50ste, 90ste en het 98ste percentiel van de uurwaarden, uitgedrukt in µg/m³. Tabel 8: Belangrijkste statistische parameters voor zwarte koolstof
UURWAARDEN Zwarte koolstof (µg/m³) Meetplaats
2018
2019
2020
JG
P50
P90
P98
JG
P50
P90
P98
JG
P50
P90
P98
Wandeldijk (AL01)
1,1
0,8
2,3
3,8
0,9
0,7
1,9
3,5
0,7
0,5
1,5
2,9
Liefkenshoektunnel (AL04)
1,5
1,2
2,9
4,6
1,3
0,9
2,6
4,3
1,1
0,8
2,1
3,8
Sluis Kallo (AL05*)
1,4
1,0
2,8
4,4
1,2
0,9
2,4
4,2
1,0
0,7
1,9
3,5
Luchtbal (M802*)
1,5
1,1
3,1
5,7
1,2
0,8
2,5
4,8
1,0
0,7
1,9
3,8
Hoevenen (SA04* )
1,1
0,7
2,2
4,3
1,0
0,7
2,0
4,3
1,0
0,6
1,7
3,8
Virtueel gemiddelde haven
1,3
1,0
2,6
4,3
1,1
0,8
2,2
4,0
0,9
0,7
1,8
3,3
‘# < 90 % databeschikbaarheid; * gerapporteerd aan Europa (BEF01S).
In bovenstaande tabel zien we dat het virtueel gemiddelde in 2020 voor zwarte koolstof in de Antwerpse haven 0,9 µg/m³ was, wat hoger is dan het virtueel gemiddelde voor Vlaanderen van 0.82 µg/m³. Ook dit jaar meten we aan de Liefkenshoektunnel (AL04) de hoogste jaargemiddelde concentratie namelijk 1,1 µg/m³. Dit is hoger dan de virtuele verkeersgerichte meetplaats (0,97 µg/m³). Het laagste gemiddelde was 0,7 µg/m³ op de meetplaats Antwerpen - Wandeldijk (AL01). Net als vorig jaar. Deze waarde is gelijk aan het de virtuele voorstedelijke meetplaats. In Figuur 43 zien we de evolutie van het jaargemiddelde van zwarte koolstof op basis van uurwaarden, in de periode 2010 - 2020. Over de volledige periode is er een dalende trend zichtbaar. Figuur 44 toont het jaargemiddelde van zwarte koolstof op basis van uurwaarden, van de virtuele meetplaatsen. Op de figuur zien we dat net zoals in de haven van Antwerpen ook op andere virtuele meetplaatsen in Vlaanderen het jaargemiddelde van zwarte koolstof een dalend verloop kent.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 60
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 43: Evolutie jaargemiddelden zwarte koolstof in de Antwerpse haven
‘*gerapporteerd aan Europa (BEF01S); Gearceerde balken geven beperkte databeschikbaarheid weer.
Figuur 44: Evolutie zwarte koolstofconcentraties op verschillende virtuele meetplaatsen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
61
1.3.3.3 Geografische spreiding van zwarte koolstof Figuur 45 toont de ATMOStreet gemodelleerde jaargemiddelde concentratie van zwarte koolstof. Meer informatie over de methodiek staat in bijlage 5. Deze gedetailleerde kaart kan de indruk wekken dat de ruimtelijke spreiding van concentraties plaatselijk zeer precies gekend is. De berekeningsmethode kan echter een over- of onderschatting geven van bepaalde plaatsen en geeft dus een benaderend beeld van de verspreiding van de verontreiniging. De kaart toont duidelijk de verhoogde concentraties aan de Antwerpse ring, de omliggende autosnelweg en drukke toegangswegen. Bij de opmaak van de kaart is rekening gehouden met de impact van de coronamaatregelen. De doorgerekende emissies van verkeer zijn die van 2019 waarbij er uiteraard nog geen impact zichtbaar is. De verkeersemissies werden daarom herschaald op basis van verkeerstellingen, resulterend in een inschatting van -24% licht verkeer en -4% zwaar verkeer. Voor scheepverkeer werd de impact van corona als verwaarloosbaar ingeschat op basis van scheepsbewegingen. Bij vergelijking van de kaarten voor 2019 en 2020 is er een duidelijk verschil zichtbaar. Uiteraard is er verschil te zien bij de herschaalde doorgerekende verkeersemissies, maar ook de achtergrondconcentraties die gebaseerd zijn op geïnterpoleerde meetgegevens is er een verschil zichtbaar. Dit zowel in gebieden die niet in de buurt van grote wegen liggen als in industriegebieden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 62
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 45: Gemodelleerd jaargemiddelde van zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2019 en 2020
De onzekerheid (2 sigma) voor de RIO-achtergrondkaart Vlaanderen ligt tussen tussen 0,54 en 0,66 µg/m³ voor 2019 en 0,54 en 0,62 µg/m³ voor 2020.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
63
Om lokale invloeden op de zwartekoolstofconcentraties te bekijken, werden er zeropollutierozen gemaakt. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 5. Figuur 46 toont de zeropollutierozen van zwarte koolstof op de kaart van het havengebied. Verschillende meetplaatsen met veel verkeer zoals verkeerswisselaars en tunnelmonden geven aanvoer van zwarte koolstof aan. Dit is het geval op de meetplaats Antwerpen-Luchtbal (M802) en Liefkenshoektunnel (AL04). Ook industriële bronnen beïnvloeden de zwartekoolstofconcentratie op verschillende meetplaatsen zoals Sluis Kallo (AL05) en Antwerpen Luchtbal (M802). De invloed vanuit de haven op de verder gelegen meetplaatsen Antwerpen – Wandeldijk (AL01) en Hoevenen (SA04) is minder groot dan op de meer centraal gelegen meetplaatsen. Zwarte koolstof heeft een sterke concentratiegradiënt en kent een grotere invloed door lokale bronnen dan PM10.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 64
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 46: Zeropollutierozen voor zwarte koolstof in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
65
1.3.4 Zwartekoolstoffracties door verbranding van biomassa en fossiele brandstof In 2019 werd op de locaties Antwerpen-Wandeldijk (AL01), Hoevenen (SA04) en Antwerpen-Luchtbal (M802) de automatische zwartekoolstofmonitoren vervangen door een toestel dat naast het meten van zwartekoolstofconcentraties ook de fracties toe kan wijzen aan biomassaverbranding2 zoals houtverbranding (ook bruine koolstof of BCBB) en fossielebrandstofverbranding (BCFF). Het basisprincipe is op basis van het verschil in absorptie van verschillende licht van verschillende golflengtes door de verschillende fracties. 2020 is het eerste jaar met een volledige jaartijdsreeks van deze toestellen. Figuur 47 toont de pollutierozen voor 2020 voor die fracties op de drie locaties. De fractie BCFF is op elk van de drie meetplaatsen groter dan de fractie BCBB. Hierbij is bij alle fracties (zowel BCBB als BCFF) een zuidoostelijke component zichtbaar. Ook op de andere locaties in Vlaanderen zien we deze. Er is dus wellicht een belangrijke achtergrondbijdrage. Op deze drie meetplaatsen is in deze richting bewoning, wat wellicht ook bijdraagt aan de BCBB-fractie. Op de meetplaats Wandeldijk (AL01) is een duidelijke noordwestelijke aanvoer zichtbaar van de BCFF-fractie. Wellicht afkomstig van de raffinaderijen en scheepverkeer. Dit is ook zichtbaar op de meetplaats Antwerpen-Luchtbal (M802) waarbij er in westelijke richting hogere BCFFconcentraties gemeten worden. Figuur 48 geeft het seizoenseffect weer op de meetplaats in Hoevenen (SA04). Deze meetplaats is gelegen in een woonwijk. In winter en herfst zien we een duidelijke fractie veroorzaakt door biomassaverbranding (BCBB), die in zomer en lente vrijwel volledig verdwijnt. De totale zwartekoolstofconcentratie bestaat in lente en zomer dan ook quasi volledig uit de fractie BCFF. Dit patroon zien we ook op andere meetplaatsen.
2
Voor de verschillende zwartekoolstoffracties zijn er verschillende naamgevingen in gebruik: Zo wordt zowel de term houtverbranding als biomassaverbranding gebruikt. Verbranding van biomassa is in een huishoudelijke co ntext voornamelijk houtverbranding (BCwb). In een industriële context zijn er meerdere mogelijkheden zodat men daar ook de meer algemene term biomassaverbranding (BC bb of BB) gebruikt. De andere fractie betreft dan de zwartekoolstoffractie veroorzaakt door verbranding van fossiele brandstoff en (BCff of FF).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 66
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 47: pollutierozen van de zwartekoolstoffracties BB (biomassa) en FF (fossiele brandstof) in de Antwerpse haven 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
67
Figuur 48: pollutierozen zwarte koolstof (linksboven), fractie BB (rechtsboven) en fractie FF (onder) per seizoen op SA04 in 2020.
in µg/m³
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 68
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Op 28 mei 2020 was er een brand in een loods met 2500 ton cacaobonen in de Vossenschijnlaan ten noordoosten van het meetstation Antwerpen-Wandeldijk (AL01). Op dat moment zien we verhoogde zwartekoolstofconcentraties op de meetplaats Antwerpen-wandeldijk (AL01) (zie Figuur 49). De pollutieroos in Figuur 50 bevestigt dat dit uit de richting van de brand komt. Bij vergelijking van de fracties BCFF en BCBB zien we dat tijdens de dakbrand de zwartekoolstofconcentratie enkel de fractie BCFF bevat (Figuur 51). Tijdens het nasmeulen van de cacaobonen zien we een aandeel van de fractie BCBB. Op dat moment liggen de totale zwartekoolstofconcentraties echter al veel lager. Figuur 49: halfuurconcentraties zwartekoolstof op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) op 28-29 mei 2020
Tijdsaanduiding in UTC
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
69
Figuur 50: pollutieroos zwarte koolstof op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) op 28-29 mei 2020
Figuur 51: aandeel fracties BCFF en BCBB in totale zwartekoolstofconcentratie op Antwerpen-Wandeldijk (AL01) op 28-29 mei 2020
Tijdsaanduiding in UTC.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 70
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.3.5 Analyse fijnstofconcentraties op AL04 in relatie tot opstart PETcoke-installatie. In 2018 werd een Pet-coke installatie in gebruik genomen. Hierbij is er vermoeden dat deze aanleiding geeft tot hoge stofconcentraties. In dezelfde periode werden ook piekwaarden opgemerkt op de meetplaats Liefkenshoektunnel. In dit deel bekijken we de concentraties in detail om de bron te achterhalen. In de omgeving liggen drie meetstations waarop fijnstofmetingen gebeuren. Dit zijn het meetstation aan de Liefkenshoektunnel (AL04), de sluis van Kallo (AL05) en op Polderdijkweg (R822). De PETcoke opslag ligt ten zuidoosten van de meetplaats Liekenshoektunnel (AL04), ten oosten van de meetplaats Kallo Sluis (AL05) en ten noordwesten van de meetplaats Polderdijkweg (R822). 2020 is het eerste volledige jaar met meetwaarden op R822. Figuur 52 toont de PM10-zeropollutierozen in de omgeving van de PETcoke-installatie. In het vorige rapport werd melding gemaakt van de bouwwerf nabij de meetplaats AL04 (blauw op de figuur). Deze is er nog steeds in 2020. Op AL04 geeft de bouwwerf nog steeds hoge piekwaarden in deze richting. Die bron is wellicht lokaal, aangezien we op R822 vooral lagere concentraties uit deze richting meten. Op R822 zijn er in de richting van de PET-coke-installatie licht hogere waarden. Deze meetplaats kent echter aanvoer van stofconcentraties uit verschillende richtingen. Figuur 52: PM10-zeropollutierozen voor 2020 in de omgeving van de PETcoke-installatie
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
71
1.4 Ozon – O3 In deze paragraaf bespreken we de emissies van de ozonprecursoren. Daarna evalueren we de trend van de ozonconcentratie en toetsen we die aan de regelgeving.
1.4.1 Emissies van ozonprecursoren Figuur 53 toont de emissies van de verschillende precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven en het ozonjaargemiddelde voor de meetplaats Berendrecht (R831). Voor deze gegevens is de afbakening van het havengebied op basis van de Europese zone BEF01S (zie bijlage 2). Figuur 53: Emissies van precursoren met ozonvormend potentieel (ton TOFP-equivalent) en jaargemiddelde ozon in de Antwerpse haven
Ozonvormend potentieel in TOFP bepaald volgens methode De Leeuw et al (2002), De gerapporteerde CH 4-emissie is verwaarloosbaar en niet opgenomen in de figuur. Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Ozon ontstaat na chemische reacties tussen verschillende voorloperstoffen. Niet elke voorloperstof of precursor draagt evenveel bij aan de ozonvorming. Om een beeld te krijgen van de uitstoot die leidt tot ozon, wordt die uitgedrukt in ozonvormend potentieel (TOFP). In de periode 2000-2019 was er een sterke daling van de uitstoot van ozonvormend potentieel. De jaargemiddelde ozonconcentratie kende echter een stijgend verloop. De verklaring voor het verschil in trends tussen de emissies van ozonprecursoren (dalend) en de jaargemiddelde concentraties (stijgend) is tweeledig. Enerzijds worden de jaargemiddelde ozonconcentraties niet enkel bepaald door de Vlaamse emissies van
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 72
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
ozonprecursoren, maar is er altijd een achtergrondconcentratie aanwezig die bepaald wordt door de emissies uitgestoten in de hele noordelijke hemisfeer. Toenemende emissies van methaan en VOS in groeilanden zoals China en India kunnen een rol spelen in de hogere achtergrondconcentraties in Vlaanderen. Anderzijds zorgt de uitstoot van stikstofoxides (NOx) zowel voor ozonvorming via NO2, als ozonafbraak via NO. De jaargemiddelde ozonconcentraties worden in Vlaanderen vooral bepaald door de mate waarin de achtergrondconcentraties worden afgebroken. De reductie van NOx-emissies in Vlaanderen en de omringende regio's zorgen voor minder ozonafbraak, wat leidt tot hogere jaargemiddelde ozonconcentraties. De daling van de emissies van ozonprecursoren in Vlaanderen (en andere EU-landen) zorgden wel voor minder en minder intense ozonpieken. Figuur 54 toont de aandelen van de verschillende sectoren voor de ozonprecursoren NOx(NO2), CO en NMVOS voor de jaren 2000 en 2019 in de Antwerpse haven. Hierbij zien we dat bij de drie polluenten telkens de sectoren energie, industrie en verkeer de belangrijkste sectoren zijn. In 2019 was voor de drie polluenten industrie de belangrijkste bron.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
73
Figuur 54: Aandeel sectoren emissie precursoren met ozonvormend potentieel in de Antwerpse haven
Ozonvormend potentieel in TOFP bepaald volgens methode De Leeuw et al (2002). Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
1.4.2 Trend en toetsing van O3-meetwaarden Figuur 55 vertoont een gestaag stijgend verloop van het jaargemiddelde. Het ozonjaargemiddelde op de meetplaats Berendrecht (R831) ligt lager dan gemiddeld over Vlaanderen. Dit betekent dat op de meetplaats Berendrecht de impact van het industrieel en stedelijk niveau merkbaar is. Door de hogere uitstoot van NO in een verkeersrijke, industriële of stedelijke omgeving, wordt er immers meer ozon afgebroken via een snelle reactie (titratie). Uitgestoten NO2 leeft langer en wordt verder getransporteerd alvorens het ozon vormt. Dat is de reden waarom de ozonconcentraties in steden en industriegebieden over het algemeen lager liggen dan op het platteland.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 74
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 55: Evolutie O3-concentraties in Berendrecht (R831)
Voor wat betreft de hoge percentielen en maxima is er wel enige variatie te zien in de meetresultaten per jaar. Dit heeft te maken met de kwaliteit van de zomers. Tijdens warme en zonnige zomers zijn de maxima en hogere percentielen hoger dan tijdens meer gemiddelde zomers.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
75
Onderstaande tabel vat de belangrijkste statistische parameters voor ozon in de periode 2010-2020 samen. Tabel 9: Belangrijkste statistische parameters voor O3 in Berendrecht (R831)
UURWAARDEN O3 (µg/m³)
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
JG P50 P90 P98 Max.
33 28 69 100 198
35 32 73 112 193
34 31 69 97 197
36 33 73 103 181
38 35 77 102 180
39 37 76 110 196
38 36 75 107 182
40 39 80 113 183
42 40 84 129 230
44 43 82 121 222
46 45 84 128 232
In onderstaande tabel toetsen we de ozonconcentraties gemeten op de meetplaats Berendrecht (R831) aan de informatie- en alarmdrempel, de streefwaarden, de langetermijndoelstellingen voor de bescherming van de menselijke gezondheid en de WGO-advieswaarde. In de buurt van de meetplaats Berendrecht is er permanente bewoning, deze meetplaats is dus relevant voor de evaluatie van blootstelling van de bevolking. Meer informatie over de normering staat in bijlage 4. Tabel 10: Toetsing aan informatie- en alarmdrempel, streefwaarden, langetermijndoelstellingen en WGO-advieswaarde op meetplaats Berendrecht (R831)
2010 EU-streefwaarde ter bescherming 8 van de volksgezondheida (aantal) EU-streefwaarde ter bescherming 8.034 van de vegetatieb((µg/m³).uren) Informatiedrempel c (#dagen) 5
2011 2012
2013
2014
2015 2016 2017 2018 2019 2020
9
7
5
6
8
9
11
15
16
20
5.535
5.742
7.047
6.838
1
4
1
0
10
1
1
9
11
8
6.772 7.125 8.018 10.244 10.332 10.376
d
Alarmdrempel (aantal)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
WGO-advieswaardee (aantal)
20
25
14
18
19
23
24
31
54
32
48
De waarden die cursief gedrukt staan in de tabel zijn waarden die strikt genomen niet geldig berekend kunnen worden, omdat ze niet voldoen aan de validiteitsvoorwaarden die de Europese Richtlijn 2008/50/EG oplegt. Volgens deze criteria zijn er te weinig data beschikba ar in de zomerperiode, waardoor de berekening van de overschrijdingsindicatoren mogelijk een onderschatting kan geven van de werkelijkheid. a:120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde per dag (max. 25 dagen gemiddeld over 3 jaar vanaf 2010); Langetermijndoelstelling: 120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde (in dagen). b: AOT40 (= gesommeerd overschot boven 80 µg/m³ van de uren tussen 8u en 20u CET gedurende het groeiseizoen (mei, juni, juli) ) van 18.000 (µg/m³).uren, gemiddeld over 5 jaar. Langetermijndoelstelling: 6.000 (µg/m³).uren per jaar. c: aantal dagen met 1 uur > 180 µg/m³. d: 240 µg/m³ als uurgemiddelde gedurende 3 opeenvolgende uren. e: 100 µg/m³ voor het hoogste 8-uurgemiddelde van een dag.
Wanneer we de meetresultaten van de afgelopen jaren aan de Europese normen toetsen, kunnen we het volgende besluiten: — De Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid werd niet overschreden. Deze norm bepaalt dat het 3-jaargemiddelde aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde 120 µg/m³ overschrijdt, niet groter mag zijn dan 25 dagen. Het 3-jaargemiddelde bedroeg in 2020 20 dagen, wat lager is dan het maximum van 25 dagen. De laatste keer dat dit overschreden werd, was in 2006. De langetermijndoelstelling, geen enkele overschrijding van 120 µg/m³ als hoogste 8-uurgemiddelde van een dag, werd niet gehaald.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 76
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
— —
— —
In 2020 waren er 8 overschrijdingen van de informatiedrempel van 180 µg/m³. De alarmdrempel van 240 µg/m³ bleef de afgelopen jaren gerespecteerd. De EU-streefwaarde voor de bescherming van de vegetatie van 18.000 (µg/m³).uren, gemiddeld over 5 jaar, bleef ruimschoots gerespecteerd. De langetermijndoelstelling van 6.000 µg/m³ bereikten we in ozongunstige jaren zoals 2007, 2009, 2011 en 2012. In 2020 werd deze langetermijndoelstelling ruim overschreden. De WGO-advieswaarde werd niet gehaald. De resultaten voor de meetplaats in Berendrecht (R831) lagen in dezelfde lijn of zijn iets gunstiger met wat de VMM gemiddeld mat over Vlaanderen. 2020 was een nog slechter jaar voor ozon dan 2019.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
77
1.5 Vluchtige organische stoffen – BTEX, VOS en A/K In deze paragraaf bespreken we volgende componenten : - benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleenisomeren (BTEX); - een reeks van 24 vluchtige organische stoffen (VOS); - aldehyden en ketonen (A/K). We bespreken de gerapporteerde industriële emissies van de BTEX-componenten en formaldehyde en de totaal NMVOS-emissies in de Antwerpse haven. Daarna volgt een bespreking van de concentraties van automatische en semiautomatische metingen. Voor de automatische BTEX-metingen bekijken we ook de geografische spreiding in de Antwerpse haven.
1.5.1 Emissies van benzeen, tolueen, xyleenisomeren en 1,2-dichloorethaan De industriële emissies in Figuur 56 t.e.m. Figuur 58 zijn afkomstig van het Team Emissie-inventaris Lucht van de VMM en geven enkel de emissies weer die de bedrijven in de Antwerpse haven rapporteren in het Integraal Milieujaarverslag (IMJV). De emissies van benzeen kenden een sterke daling tot 2011 (Figuur 56). Sinds 2011 is deze daling veel minder uitgesproken. Globaal is er een dalend verloop, maar de emissies kennen een driejaarlijks patroon met hogere waarden. Figuur 56: Gerapporteerde industriële IMJV-emissies benzeen in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 78
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 57: Gerapporteerde industriële IMJV-emissies tolueen in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
Figuur 58: gerapporteerde industriële IMJV-emissies xyleenisomeren in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
79
De tolueenemissies lagen in de periode 2009-20211 hoger dan in de daaropvolgende jaren. Daarna is er een globaal dalend verloop. Ook hier is er een driejaarlijks patroon zichtbaar met hogere waarden (Figuur 57). De emissies van de xyleenisomeren kenden tussen 2009 en 2011 een sterke daling. Sinds 2011 is er een eerder dalend verloop met in 2013, 2015 en 2018 hogere waarden (Figuur 58). De emissies van 1,2-dichloorethaan kennen een dalend verloop tot 2014. Na 2014 is er opnieuw een stijgend verloop. 2019 wordt gekenmerkt door een plotse daling (Figuur 59). Figuur 59 : gerapporteerde industriële IMJV-emissies 1,2-dichloorethaan (kg) in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
1.5.2 Emissie van totaal NMVOS Figuur 60 toont de NMVOS-emissies in de Antwerpse haven voor de jaren 2000, 2005, 2010, 2015, 2018 en 2019 voor verschillende sectoren. De niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) omvatten alle organische stoffen, met uitzondering van methaan, die in staat zijn om fotochemische oxidanten te produceren door reactie met stikstofoxides onder invloed van zonlicht. De NMVOS-emissie toont de som van alle stoffen, maar geeft geen informatie over de individuele componenten. De sectoren met de grootste emissies waren industrie en energie, samen goed voor zo’n 88 % van de emissies in 2019. Binnen de sector energie is 97,5% van de NMVOS-emissies afkomstig van de
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 80
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
petroleumraffinaderijen. De verkeeremissie bedroeg slechts een fractie van de emissies van de sectoren industrie en energie, meer bepaald 4 % in 2019 waarvan 85 % door scheepvaart. De overige sectoren hadden een verwaarloosbaar aandeel. In de periode 2000 - 2015 daalden de NMVOS-emissies gestaag. Sindsdien dalen de emissies in mindere mate. Figuur 60: Evolutie totaal NMVOS-emissie in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
81
1.5.3 Emissies van formaldehyde Figuur 61 toont de gerapporteerde industriële emissies van formaldehyde in de Antwerpse haven. Deze gegevens komen uit de IMJV-verslagen. We zien een grillig verloop met een globaal stijgende trend. Vanaf volgend jaar zal het mogelijk zijn om deze emissiegegevens te vergelijken met de gemeten concentraties. De concentratiemetingen werden namelijk opgestart in 2019 en hebben daarom in dat jaar een beperkte databeschikbaarheid. Figuur 61: Gerapporteerde industriële emissies formaldehyde (kg) in de Antwerpse haven
Bron emissies: Team Emissie-inventaris Lucht VMM
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 82
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.5.4 Automatische BTEX-metingen 1.5.4.1 Trend en toetsing van de BTEX-meetwaarden Onderstaande tabellen tonen enkele relevante statistische parameters van benzeen en tolueen tussen 2013 en 2020. Uit deze tabellen blijkt dat de EU-regelgeving en WGO-advieswaarden gehaald zijn in 2020. De jaargemiddelde benzeenconcentratie lag op deze meetplaatsen lager dan 5 µg/m³ (EU-grenswaarde). Ook de P98 van de daggemiddelde concentraties benzeen lag op alle meetplaatsen onder de 50 µg/m³ (VLAREMrichtwaarde). Voor tolueen maten we enkel halfuurwaarden lager dan 1 000 µg/m³ en waren alle weekgemiddelden lager dan 260 µg/m³ (WGO-advieswaarden). Tabel 11: Jaargemiddelde op basis van uurwaarden voor benzeen
Benzeen (µg/m³) Luchtbal (M802*) Ordamstraat (AT44) Polderdijkweg (R822) Stabroek (R833*) Wandeldijk (AL01)
2013 / / / 0,9 /
2014 0,7# / / 0,9 /
2015 0,9 / / 0,8 /
2016 1,32 / 5,36# 0,75 1,06#
2017 1,15 / 5,33# 0,69 0,88
2018 0,93 0,66 3,73 0,60 0,68
2019 0,66 0,63 2,37 0,59 0,49
2020
2018 2,63 1,95 11,09 1,76 1,93
2019 2,22 1,88 8,14 1,60 1,57
2020
2018 19,34 45,51 202,06 53,90 40,10
2019 20,87 118,64 114,51 59,96 27,44
2020
0,43 0,66 2,08 0,62 0,38
* gerapporteerd aan Europa (BEF01S). # Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 M802 (84%); in 2016 R822 (73 %), AL01 (27 %); in 2017 op R822 (78%).
Tabel 12: P98-dagwaarde voor benzeen
Benzeen (µg/m³) Luchtbal (M802*) Ordamstraat (AT44) Polderdijkweg (R822) Stabroek (R833*) Wandeldijk (AL01)
2013 / / / 3,05 /
2014 2,62# / / 2,34 /
2015 2,51 / / 2,30 /
2016 4,90 / 21,58# 2,52# 2,83
2017 4,28 / 22,96# 2,28 5,18
1,34 1,77 5,97 1,68 1,24
* gerapporteerd aan Europa (BEF01S). # Beperkte databeschikbaarheid: 2014 M802 (84%); in 2016 R822 (73 %), AL01 (27 %); in 2017 op R822 (78%).
Tabel 13: Maximale halfuurwaarden tolueen
Tolueen (µg/m³) Luchtbal (M802*) Ordamstraat (AT44) Polderdijkweg (R822) Stabroek (R833*) Wandeldijk (AL01)
2013 / / / 98,0 /
2014 31,5# / / 61,2 /
2015 43,2 / / 39,3 /
2016 88,81 / 123,31# 59,30 114,39#
2017 66,41 / 98,59 53,84 100,31
15,80 112,39 277,78 33,90 27,86
* gerapporteerd aan Europa (BEF01S). # Beperkte databeschikbaarheid: in 2014: M802 (84%); in 2016 R822 (76%), AL01 (27%).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
83
Tabel 14: Maximale weekgemiddelden tolueen
Tolueen (µg/m³) Luchtbal (M802*) Ordamstraat (AT44) Polderdijkweg (R822) Stabroek (R833*) Wandeldijk (AL01)
2013 / / / 3,7 /
2014 2,4# / / 2,4 /
2015 3,7 / / 2,9 /
2016 3,7 / 22,1# 2,8 3,7#
2017 3,00 / 33,29 2,00 3,22
2018 2,98 2,96 29,43 2,38 2,09
2019 2,90 2,93 13,58 2,33 1,54
2020
3,57 3,15 12,03 2,61 2,51
* gerapporteerd aan Europa (BEF01S). # Beperkte databeschikbaarheid: in 2014: M802 (84%); in 2016 R822 (76%), AL01 (27%).
De meetwaarden op de meetlocaties verschillen onderling sterk. In 2020 werd het hoogste benzeenjaargemiddelde gemeten op de meetplaats Antwerpen-Polderdijkweg (R822) in de Antwerpse haven en bedroeg 2,08 µg/m³. Deze meetplaats ligt in industriegebied en de luchtkwaliteit wordt beïnvloed door de nabijheid van de petrochemische industrie. Zowel het gemiddelde als de piekwaarden (P98) van benzeen lagen op deze meetplaats een stuk hoger dan op de andere meetplaatsen. In de omgeving meet de VMM ook benzeen op de meetplaatsen Ordamstraat (AT44), Wandeldijk (AL01), Stabroek (R833) en Luchtbal (M802). De benzeenwaarden in 2020 waren op de Ordamstraat (AT44) en Stabroek (R833) vergelijkbaar. Op Wandeldijk (AL01) en op Antwerpen-Luchtbal (M802) lag het jaargemiddelde lager dan bij de andere meetstations. Voor tolueen noteerden we in 2020 de hoogste halfuurmaxima op de meetplaatsen Ordamstraat (AT44) en Polderdijkweg (R822). De concentraties bedroegen er respectievelijk 112,39 en 277,78 µg/m³. Op de locatie Polderdijkweg maten we ook het hoogste weekgemiddelde, 12,03 µg/m³. De weekgemiddeldes van tolueen op de andere vier meetplaatsen lagen een factor 4 à 6 lager. Figuur 62 tot en met Figuur 66 tonen de evolutie in de gemeten BTEX-componenten in de periode 2009-2020 op de meetplaatsen in de Antwerpse haven. Enkel het meetstation in Stabroek (R833) heeft een langere trend. Tot 2010 was er op de meetplaats Stabroek vooral een dalende trend, tussen 2010 en 2013 is er een schommelend verloop. Daarna stabiliseren de concentraties van alle polluenten. Vanaf 2019 zijn de BTEXconcentraties op meetplaats Polderdijkweg (R822) sterk afgenomen. Luchtbal (M802) kent een dalende trend voor benzeen, tolueen en een licht stijgende trend voor de xyleenisomeren. Op wandeldijk (AL01) is de trend voor alle polluenten eerder licht dalend. De concentraties op AT44 blijven voor alle polluenten stabiel.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 84
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 62: Evolutie benzeenconcentraties in de Antwerpse haven
Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84%); in 2016 op R822 (73 %); AL01 (27 %) in 2017 op R822 (78%).
Figuur 63: Evolutie tolueenconcentraties in de Antwerpse haven
Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84 %); in 2016 op R822 (76 %), AL01 (27 %) .
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
85
Figuur 64: Evolutie ethylbenzeenconcentraties in de Antwerpse haven
Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84 %); in 2016 op R822 (75 %), AL01 (27 %) .
Figuur 65: Evolutie m+p-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven
Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84%); in 2016 op R822 (75%); AL01 (27%).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 86
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 66: Evolutie o-xyleenconcentraties in de Antwerpse haven
Beperkte databeschikbaarheid: in 2014 op M802 (84%);in 2016 op R822 (76%); AL01 (27%).
Benzeen is kankerverwekkend waardoor geen veilig niveau van blootstelling kan bepaald worden. De WGO drukt de schadelijkheid van benzeen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange benzeenconcentratie van 0,17 µg/m³ zou er één extra kankergeval per 1.000.000 inwoners zijn. In de Antwerpse haven situeert afhankelijk van de locatie het kankerrisico zich tussen 1 extra kankergeval op 450.000 inwoners en 1 extra kankergeval op 82.000 inwoners als de huidige concentraties constant blijven in de tijd. Het agentschap Zorg en Gezondheid beoordeelt deze concentraties als gezondheidskundig niet verwaarloosbaar.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
87
1.5.4.2 Geografische spreiding van BTEX-componenten Figuur 67 tot en met Figuur 71 tonen de pollutierozen van benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xyleenisomeren op de verschillende meetplaatsen in de Antwerpse haven in 2020. Meer informatie over de methodiek staat beschreven in bijlage 5. In het havengebied worden de BTEX-componenten op vijf locaties gemeten. De locaties Antwerpen Luchtbal (M802), Antwerpen-Wandeldijk (AL01) en Stabroek (R833) zijn gelegen op locaties dichtbij bewoning. De locaties Polderdijkweg (R822) en Ordamstraat (AT44) liggen op een industriële locatie. De concentraties van alle componenten liggen op Polderdijkweg (R822) veel hoger dan op de andere meetplaatsen. Door het grote verschil in concentraties tussen de verschillende meetplaatsen, gebruiken we in de figuren verschillende schalen. Voor benzeen situeren de bronnen zich op R822 in de westelijke, noordelijke en in zuid(westelijke) richting. Dit is de richting van verschillende petroleumraffinaderijen. Ook de pollutierozen van de andere vier meetplaatsen geven benzeenaanvoer weer vanuit de richting van de raffinaderijen. Op Antwerpen-Luchtbal (M802) zien we naast bronnen uit de richting van de haven ook een aanvoer van de drukke verkeersweg E19 uit zuidoostelijke richting.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 88
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 67: Pollutierozen benzeen in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
89
Tolueen geeft een gelijkaardig beeld als benzeen. Op de meetplaats Polderdijkweg (R822) zijn de concentraties het hoogst en afkomstig uit verschillende windrichtingen. De grootste invloed op deze meetplaats komt uit westzuidwestelijke en zuidelijke richting. Op de meetplaats Ordamstraat (AT44) is er een zuidwestelijke bron en een noordwestelijke bron zichtbaar. Op Antwerpen Luchtbal (M802) zien we naast bronnen uit de richting van de haven ook een aanvoer uit zuidoostelijke richting, de richting van de drukke verkeersweg E19. De verder gelegen meetplaatsen R833 en AL01 wijzen op aanvoer van tolueen vanuit het havengebied. Figuur 68: Pollutierozen tolueen in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 90
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Er zijn grote concentratieverschillen voor ethylbenzeen tussen de verschillende meetplaatsen. De voornaamste bronnen liggen ten noordwesten van de meetplaats Ordamstraat (AT44) en ten zuiden van de meetplaats Polderdijkweg (R822) Ook op de meetplaats Antwerpen-Wandeldijk (AL01) is er duidelijke aanvoer vanuit deze richting. De concentraties in Antwerpen-Luchtbal (M802) liggen lager, maar wijzen ook op bronnen in het havengebied. De meetplaats Stabroek (R833) geeft ook voor ethylbenzeen een zuidelijke bron aan. Figuur 69: Pollutierozen ethylbenzeen in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
91
Voor m+p-xyleenisomeren is er op meetplaats Polderdijkweg voornamelijk aanvoer vanuit zuidelijke richting. Deze was in 2019 minder dominant. Ten noordnoordwesten van de meetplaats Ordamstraat (AT44) is er duidelijk aanvoer van xyleenisomeren. Ook op de meetplaats Antwerpen-Luchtbal (M802) is er aanvoer vanuit noordwestelijke richting. Op de meetlocatie Antwerpen-Wandeldijk (AL01) zien we ook een bron in oostelijke richting. In Stabroek (R833) geven de pollutierozen vooral hogere concentraties uit zuidelijke richting aan. Figuur 70: Pollutierozen m+p-xyleen in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 92
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 71: Pollutierozen o-xyleen in de Antwerpse haven in 2020
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
93
1.5.5 Semiautomatische VOS-metingen 1.5.5.1 Trend en toetsing van de VOS-meetwaarden In 2020 werden passieve metingen in de Antwerpse haven uitgevoerd op de locaties Ekerse Dijk (R893) en Polderdijkweg (R822). De stalen op Polderdijkweg werden wekelijks bemonsterd in plaats van veertiendaags om verzadiging van de samplers te vermijden. Tabel 15 geeft de jaargemiddelde concentratie van de VOS-componenten voor de meetlocatie R893 en R822 en het virtueel gemiddelde voor Vlaanderen. Dit virtueel gemiddelde toont het gemiddelde van alle passief gemeten meetplaatsen, uitgezonderd de meetplaats R822. Figuur 72 toont de grafiek van deze gegevens. Tabel 15: Jaargemiddelde concentratie VOS-componenten R893, R822 en Vlaamse gemiddelde in 2020
Polluent (µg/m³) 1,2,3-trimethylbenzeen 1,2,4-trimethylbenzeen 1,2-dichloorethaan 1,3,5-trimethylbenzeen 1-hexeen 3-methylhexaan 3-methylpentaan chloorbenzeen iso-pentaan meta-ethyltolueen n-heptaan n-hexaan n-nonaan n-octaan n-pentaan ortho-ethyltolueen p-ethyltolueen propylbenzeen tetrachlooretheen benzeen tolueen ethylbenzeen m+p-xyleen o-xyleen
Jaargemiddelde R893
Jaargemiddelde R822
Jaargemiddelde Vlaanderen
0.10 0.31 0.10 0.08 0.35 0.28 0.51 0.09 0.69 0.17 0.35 0.92 0.17 0.27 0.77 0.12 0.08 0.08 0.11 0.77 1.45 0.49 1.24 0.46
0.43 1.28 0.20 0.35 0.54 1.41 1.86 0.16 3.71 0.71 2.09 2.87 0.87 1.17 3.31 0.50 0.34 0.32 0.16 2.08* 4.82* 1.16* 2.47* 0.99*
0.07 0.21 0.07 0.06 0.13 0.15 0.20 0.04 0.56 0.11 0.16 0.32 0.08 0.16 0.50 0.08 0.05 0.05 0.11 0.58 0.92 0.22 0.56 0.20
*meetresultaten van automatische metingen.
Het jaargemiddelde van tetrachlooretheen lag op beide meetplaatsen ver beneden de WGO-advieswaarde van 250 µg/m³. De WGO heeft ook een advieswaarde van 700 µg/m³ voorgeschreven voor 1,2dichoorethaan. Aangezien deze advieswaarde van toepassing is op dagwaarden en de passieve bemonsteringsmethode wekelijkse of veertiendaagse gemiddeldes oplevert, is deze toetsing indicatief. Ondanks deze beperking is het onwaarschijnlijk dat de advieswaarde overschreden is op R893 en R822 doordat de gemeten waarden veel lager waren. De toetsing van benzeen en tolueen aan de regelgeving staat in paragraaf 1.5.4.1.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 94
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Wat opvalt is dat de concentraties van de VOS-componenten op R822 veel hoger liggen dan op R893 (Figuur 72). Ook de VOS-concentraties op R893 liggen hoger dan het virtueel Vlaamse gemiddelde. De componenten die relatief het hoogst liggen t.o.v. het Vlaams gemiddelde zijn voor R893 n-hexaan (+188 %) en 1-hexeen (+169 %). Dit was ook in vorige meetjaren het geval. 1-Hexeen wordt onder meer gebruikt als co-monomeer in co-polymerisatieprocessen. n-Hexaan is een vaak gebruikt oplosmiddel en een bestanddeel van benzine. Op R822 is het grootste relatief verschil waarneembaar voor n-Heptaan (+1206 %). Dit is net als n-hexaan een oplosmiddel en (ongewenst) bestanddeel van benzine. Ook de concentratie van n-nonaan is op R822 veel hoger dan het Vlaamse gemiddelde (+ 988 %). N-nonaan maakt deel uit van het petroleumdestillaat kerosine, en wordt het daarnaast ook als oplosmiddel en brandstofadditief gebruikt. Figuur 72: Vergelijking VOS-componenten in 2020 in de Antwerpse haven
*op basis van automatische metingen.
‘
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
95
Figuur 73 toont de jaargemiddelde concentratie van de verschillende VOS-componenten op Ekerse Dijk in de periode 2016-2020. De meetwaarden in 2017 zijn actief bemonsterde meetwaarden wat de vergelijking hiermee eerder indicatief maakt gezien de beperkte beschikbaarheid (maximaal 25%) inherent aan deze meetmethode. De andere jaren werden wel met dezelfde (passieve) meetmethode bepaald en hebben voldoende databeschikbaarheid. Drie componenten kenden in 2020 hogere concentraties ten opzichte van het begin van de metingen. De grootste relatieve daling in de periode 2016 -2020 is die van de component 1,2-dichloorethaan: gemiddeld 0,79 µg/m³ in 2016 ten opzichte van 0,20 µg/m³ in 2020.
Figuur 73: Jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats Ekerse Dijk (R893) in de periode 2016-2020
* actieve metingen , databeschikbaarheid < 25 %.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 96
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 74 toont de evolutie in jaargemiddelde concentraties van de verschillende VOS-componenten op meetplaats Polderdijkweg (R822) in de periode 2018-2020. De meetwaarden in 2018 zijn indicatief gezien de beperkte beschikbaarheid (metingen werden pas opgestart op 18 mei 2018). Met uitzondering van n-heptaan zijn alle jaargemiddeldes afgenomen in 2020 ten opzichte van 2019. De grootste daling zien we bij 1,2-dichloorethaan: gemiddeld 0,20 µg/m³ in 2020 ten opzichte van 0.97 µg/m³ in 2019. Figuur 74: Jaargemiddelde VOS-componenten op meetplaats Polderdijkweg (R822) in de periode 2018-2020
* opgestart op 18/5/18 , indicatieve toetsing wegens onvoldoende databeschikbaarheid.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
97
1.5.6 Semiautomatische A/K-metingen Sinds 31/5/19 meet de VMM ook aldehyden en ketonen (A/K) op de meetplaats Polderdijkweg (R822). 2020 is het eerste jaar met voldoende databeschikbaarheid. Van de 13 verschillende A/K-componenten, hadden slechts drie componenten concentraties boven de detectielimiet. Dit zijn aceton en acroleïne (somconcentratie), acetaldehyde en formaldehyde. Het meten van A/K gebeurt met passieve samplers, wat betekent dat er veertiendaagse stalen genomen worden. Hierdoor kunnen we de resultaten van formaldehyde niet toetsen aan de WGO-advieswaarde van 100 µg/m³ die voor een halfuurgemiddelde geldt. De maximale concentratie van de tweewekelijkse stalen op de meetplaats Polderdijkweg was echter zeer laag: 1,55 µg/m³. Figuur 75 toont de jaargemiddelde concentraties van de drie detecteerbare A/K-componenten op Polderdijkweg en vergelijkt ze met de enige andere A/K-meetplaats in Vlaanderen, Gent-Baudelostraat (R701). Het jaargemiddelde voor aceton+acroleïne ligt lager op de meetplaats op Polderdijkweg (R822) dan op de meetplaats in Gent (R701). De andere twee componenten kennen hogere concentraties in Antwerpen t.o.v. Gent. Figuur 75: Vergelijking A/K-componenten in 2020 in de Antwerpse haven (R822) met Gent-Baudelostraat (R701)
* opgestart op 31/5/19 , indicatieve vergelijking wegens onvoldoende databeschikbaarheid.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 98
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.6 PCB’s In dit deel bespreken we de PCB-metingen in de Antwerpse haven. In 2020 maten we op één locatie 12 dioxineachtige PCB’s: op BV04 in Kallo. De financiering gebeurde door de Afdeling Handhaving van het Departement Omgeving.
1.6.1 Trend van PCB126-depositie De meetplaats in Kallo (BV04) is zo gepositioneerd om de impact van het schrootbedrijf Belgian Scrap Terminal (BST) op de omgevingslucht in te schatten. Deze meetplaats staat in de onmiddellijke nabijheid van dit bedrijf, in industriegebied. In Figuur 76 tonen we de evolutie van de somdepositie van 17 dioxines en de depositie van PCB126. De analyse van de dioxines werd stopgezet in april 2015. We tonen de trend van PCB126 omdat dit - van alle dioxineachtige PCB’s – de verbinding is die de VMM al het langst meet. Uit de figuur blijkt dat de PCB126-depositie regelmatig hoog is op deze meetplaats. De meetwaarden fluctueren maar ook in 2020 was er weer een staal met een beduidend hogere PCB126-waarde, 89 pg TEQ/(m².dag). De dioxinedepositie is veel lager dan de PCB126-depositie. Toch is ze hoger dan in een achtergrondgebied. Eerder onderzoek toonde aan dat de verontreiniging meestal beperkt bleef tot enkele honderden meters rond het bedrijf. De impact is het grootst als er een woonzone of agrarisch gebied paalt aan het schrootbedrijf. Dit is echter niet het geval in Kallo. Figuur 76: Trend depositie 17 dioxines en PCB126 op meetplaats BV04 in Kallo (industriegebied)
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
99
1.6.2 Toetsing en vergelijking met andere meetlocaties Er bestaan drempelwaarden voor de groep van 17 dioxines en 12 dioxineachtige PCB’s. Deze drempelwaarden zijn niet in de wetgeving opgenomen. Een toetsing gebeurt enkel als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: − −
de VMM meet de depositie van dioxines én dioxineachtige PCB’s; de meetplaats ligt in woon- of agrarisch gebied.
De meetplaats BV04 ligt in industriegebied. In het depositiestaal analyseren we enkel de hoeveelheid dioxineachtige PCB’s en niet de dioxines. Daarom toetsen we de resultaten niet aan de drempelwaarden. Op BV04 werden in 2020 4 maandstalen gecollecteerd, verspreid over het jaar. De depositie van de 12 dioxineachtige PCB’s samen bedroeg gemiddeld 47,4 pg TEQ/(m².dag) en schommelde tussen 10,3 en 114,7 pg TEQ/(m².dag), zie Figuur 77. De PCB-deposities in Kallo waren vergelijkbaar met waarden waargenomen in Willebroek (woongebied) en Menen (industriegebied). In andere industriegebieden (Genk, Gent, Oostende en Zutendaal) lagen de PCB-deposities sporadisch veel hoger: waarden tot wel 2 à 4 groter dan in Kallo werden er gemeten. Figuur 77: Overzicht depositiestalen dioxineachtige PCB’s in 2020 in Vlaanderen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 100
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
1.7 PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn een grote, heterogene groep van meer dan 6000 stoffen met zeer uiteenlopende fysische en chemische eigenschappen. Ze zijn zowel water- als vetafstotend en goed bestand tegen bijvoorbeeld hitte en zuren. PFAS worden sinds de jaren ‘60 dan ook massaal gebruikt in verschillende toepassingen zoals oppervlaktebehandeling van tapijten, textiel, leer, karton en papier, als surfactant in blusschuim, in de mijnbouw en de olie-industrie,... Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat een aantal PFAS – waaronder perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) en perfluoroctaanzuur (PFOA) – persistent, bioaccumulatief en toxisch zijn. Ze worden wereldwijd aangetroffen in het milieu, in biota en de mens. Zo ook in de buurt van de 3M-fabriek in Zwijndrecht, waar tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding verschillende PFAS-verbindingen teruggevonden werden. PFAS zijn verontreinigende stoffen die in het courante Europese en Vlaamse milieubeleid (nog) niet structureel worden gemonitord of aangepakt. Het Vlaamse actieplan PFAS wil hier verandering in brengen. Meer informatie over dit actieplan staat op https://omgeving.vlaanderen.be/pfas-actieplan. Momenteel gelden er bijvoorbeeld geen Europese emissiegrenswaarden en luchtkwaliteitsnormen of rapporteringsverplichtingen. Een gevalideerde meetmethode voor PFAS in omgevingslucht (inclusief depositie) is nog niet beschikbaar, maar VMM werkt hieraan samen met VITO. In een validatiestudie worden allerlei monsternametechnieken ingezet op verschillende locaties in de buurt van 3M en op een achtergrondlocatie. Zo krijgen we een indicatie van het gedrag van een 40-tal PFAS in lucht. De resultaten verwachten we eind 2021. Daarnaast werkt VITO in opdracht van de overheid aan een methodiek om de concentratie aan PFAS in afgassen te onderzoeken. Hiervoor zullen ze testmetingen uitvoeren bij gekende emissiebronnen zoals bijvoorbeeld 3M. Deze opdracht zal nog voor het eind van 2021 starten. Meer informatie over PFAS in het algemeen en de vervuiling in Zwijndrecht vind je op de PFAS-website van de Vlaamse Overheid: https://www.vlaanderen.be/pfas-vervuiling.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
101
2.
BESLUIT
De VMM voerde in 2020 verschillende metingen uit in het Antwerpse havengebied. Op basis van de resultaten kunnen we het volgende besluiten: SO2: − Alle Europese grenswaarden en drempelwaarden voor SO2 werden gerespecteerd in 2020. − Twee van de zes meetplaatsen haalden in 2020 de WGO-dagadvieswaarde. − De SO2-emissies kennen een dalende trend. − De jaargemiddelde concentratie daalde tot 2012. Daarna stagneren de concentraties. − De voornaamste bronnen zijn de raffinaderijen in het centrum van de haven. NO2: − De Europese grenswaarden en de WGO-advieswaarde werden in 2020 op alle meetplaatsen gerespecteerd. − De NOx-emissies kennen een globaal dalende trend tussen 2000 en 2019. − In 2020 zagen we een forse daling in de jaargemiddelde concentraties, wellicht een gevolg van de genomen maatregelen ter bestrijding van de COVID19-pandemie. − Pollutierozen duiden industriële bronnen en de invloed van verkeer aan. Fijn stof: PM10: − De Europese jaargrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-jaaradvieswaarde werd enkel gehaald op de meetplaatsen Hoevenen (SA04),Berendrecht (R831) en Meerminnendam (R823). − De Europese daggrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-dagadvieswaarde werd enkel op de meetplaats Berendrecht (R831) gehaald. − De sector industrie (geleide emissies en niet-geleide emissies heeft in 2019 het grootste aandeel in de primaire stofemissies. Voor de precursoren heeft de NOx(NO2) uitstoot het grootste aandeel. − Globaal dalende trend van de concentraties tussen 2010-2020. PM2,5: − De Europese jaargrenswaarde werd gerespecteerd, de WGO-advieswaarden voor jaar- en daggemiddelden werden overschreden. − Er is een dalende trend van de emissies van primair PM2.5. Sinds 2015 is er geen bijkomende daling. − De PM2,5-concentratie voor de haven van Antwerpen kent een licht dalende trend. − De hoogste concentraties situeren zich rond de Antwerpse ring en in het havengebied. Zwarte koolstof: − De uitstoot van elementair koolstof kent een globaal dalende trend. Voornaamste bron van emissies is verkeer, vooral scheepverkeer. Mobiele bronnen die niet op de weg rijden bv. vorkheftrucks (offroad) is de tweede grootste bron. − De virtuele concentratie zwarte koolstof in de Antwerpse haven is iets hoger dan het virtuele Vlaamse gemiddelde. − De trend van de zwartekoolstofconcentraties is dalend. − De hoogste concentraties in de haven worden gemeten aan de Liekenshoektunnel (AL04).
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 102
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Ozon: − In 2020 werd de informatiedrempel van 180 µg/m³ 8 keer overschreden. De alarmdrempel werd niet overschreden. − De Europese streefwaarden werden gerespecteerd. De langetermijndoelstellingen werden overschreden. − De WGO-advieswaarde werd 48 maal overschreden in 2020. − De precursoremissies kenden in de periode 2000-2019 een dalende trend. − De jaargemiddelde concentratie kent een stijgende trend. BTEX: − De jaargemiddelde benzeenconcentratie lag op alle meetplaatsen lager dan de Europese grenswaarde. − De VLAREM-grenswaarde voor benzeen en de WGO-advieswaarden voor tolueen werden gerespecteerd. − De industriële emissies van benzeen, tolueen en xyleenisomeren in de Antwerpse haven kenden een globaal dalend maar schommelend verloop met tussentijds jaren met hogere emissiewaarden. − De metingen wijzen als bron onder andere de petroleumraffinaderijen aan. − Meetwaarden in het centrum van haven,op R822 en in mindere mate ook op AT44, zijn hoger dan op de andere meetplaatsen. VOS: − De jaargemiddelde tetrachlooretheenconcentratie lag ver onder de WGO-advieswaarde. De indicatieve toetsing van 1,2-dichloorethaan geeft aan dat een overschrijding van de WGO-advieswaarde onwaarschijnlijk is. − De emissies van totaal NMVOS kennen een dalende trend tot 2015. Vanaf dan is de daling van de emissies minder sterk. − De sectoren met de grootste emissies waren industrie en energie, samen goed voor zo’n 88 % van de emissies in 2019. − In 2020 maten we 24 VOS-componenten met passieve bemonstering op de meetplaats. De gemeten concentraties op de meetplaatsen Ekerse Dijk (R893) en op Polderdijkweg (R822) lagen hoger dan het gemiddelde voor Vlaanderen. A/K: − De gerapporteerde industriële emissies van formaldehyde kennen een grillig verloop met een forse daling tussen 2018 en 2019. − Van de 13 verschillende componenten hadden enkel aceton en acroleïne (somconcentratie), acetaldehyde en formaldehyde concentraties boven de detectielimiet. − Toetsing met de WGO-advieswaarde voor formaldehyde is strikt gezien niet mogelijk wegens verschillend tijdsvenster. De maximale 14daagse concentratie op polderdijkweg (R822) ligt echter veel lager dan de WGO-advieswaarde zodat overschrijding weinig waarschijnlijk is. PCB’s: — Sinds het begin van de metingen is in Kallo de PCB126-depositie regelmatig hoog in de onmiddellijke nabijheid van het schrootbedrijf Belgian Scrap Terminal (BST). In deze buurt zijn er echter geen woongebieden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
103
—
De PCB-deposities in Kallo waren in 2020 vergelijkbaar met waarden waargenomen in Willebroek (woongebied) en Menen (industriegebied). PCB-deposities op andere industriële locaties lagen sporadisch veel hoger.
PFAS: − Deze verontreinigende stoffen worden nog niet structureel aangepakt in het huidige Vlaamse en Europese beleid. Het actieplan PFAS wil hier een antwoord op bieden. − In de buurt van de 3M-fabriek werden tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding verschillende PFAS-verbindingen gevonden. − Er zijn twee studies voorzien in 2021: - een validatiestudie voor PFAS-meetmethoden in lucht - een studie over methodiek voor concentratiebepaling van PFAS in afgassen
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 104
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
BIJLAGEN
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
105
Informatie over geaccrediteerde metingen (normen ISO/IEC 17025:2017)
81104
µg/m³
FIDAS200
SO2
42401
µg/m³
TS 43i
UV-fluorescentie
EN14212
NO
42601
µg/m³
TS 42i
chemiluminescentie
EN14211
EN14211
NO2
42602
µg/m³
TS 42i
chemiluminescentie
-
-
volgens EN16450
ja1
nee n.v.t
volgens EN16450
ja1
nee n.v.t
volgens EN14212
ja1
nee
ja
-
-
ja1
nee
ja
13 % bij uurgemiddelde van 200 µg/m³; 12 % bij jaargemiddelde van 40 µg/m³
volgens EN14211
ja1
nee
ja
14 % bij daggemiddelde van 50 µg/m³ 16 % bij daggemiddelde van 30 µg/m³ 12 % bij uurgemiddelde van 350 µg/m³; 12 % bij daggemiddelde van 125 µg/m³
type approval
PM2,5
optical particle counter + conversion to mass concentration optical particle counter + conversion to mass concentration
uitbesteding
FIDAS200
onder accreditatie
toesteltype
µg/m³
bepaling meetonzekerheid
eenheid
81102
meetonzekerheid
SAROAD-code
PM10
volgens norm
parameter
meetprincipe analyse
Automatische meetnetten
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 106
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
O3
44201
µg/m³
API T400
UV-fotometrie
EN14625
9 % bij uurgemiddelde van 240 µg/m³; 9 % bij 8uurgemiddelde van 120 µg/m³
zwarte koolstof
16111
µg/m³
MAAP 5012
multihoek-absorptiefotometrie
-
-
-
nee nee n.v.t
zwarte koolstof
16111
µg/m³
Magee AE33
lichtabsorptie
-
-
-
nee nee n.v.t
DD - windrichting analoog
61102
°
Thies Clima 4.3324.31.000
analoge windvaan
-
-
-
nee nee n.v.t
FF - vectoriële windsnelheid analoog
61101
m/s
Thies Clima 4.3324.31.000
3-cups anemometer
-
-
-
nee nee n.v.t
benzeen
45201
µg/m³
AirmoBTX GC 866
vlamionisatiedetector (FID)
EN14662-3
-
-
nee nee n.v.t
tolueen
45202
µg/m³
AirmoBTX GC 866
vlamionisatiedetector (FID)
EN14662-3
-
-
nee nee n.v.t
ethylbenzeen
45203
µg/m³
AirmoBTX GC 866
vlamionisatiedetector (FID)
EN14662-3
-
-
nee nee n.v.t
m+p-xyleen
45109
µg/m³
AirmoBTX GC 866
vlamionisatiedetector (FID)
EN14662-3
-
-
nee nee n.v.t
volgens EN14625
ja1
nee
ja
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
107
o-xyleen 1
45204
µg/m³
AirmoBTX GC 866
vlamionisatiedetector (FID)
EN14662-3
-
-
nee nee n.v.t
: BELAC 456-TEST - VMM Dienst Lucht.
uitbesteding
46%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
EN 14662-4
42%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
ATD + GC
EN 14662-4
38%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
30%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
30%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
38%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
HRGC/MS
EPA 1613
37%
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
22%
45202
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
ethylbenzeen
45203
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
m+p-xyleen
45109
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
o-xyleen
45204
µg/m³
propylbenzeen
45209
m-ethyltolueen
45212
SAROAD-code
Bergerhoff kruik
parameter
pg TEQ/(m².dag)
coplanaire PCB
16954
benzeen
45201
tolueen
bepaling meetonzekerheid
nee
meetonzekerheid
ja²
volgens norm
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
meetprincipe analyse
ja
toesteltype bemonstering
ja1
eenheid
onder accreditatie
Semiautomatische meetnetten
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 108
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
p-ethyltolueen
45213
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
52%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
o-ethyltolueen
45211
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
42%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
1,3,5-trimethylbenzeen
45207
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
40%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
1,2,4-trimethylbenzeen
45208
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
72%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
1,2,3-trimethylbenzeen
45225
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
90%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
n-pentaan
43220
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
102%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
n-hexaan
43231
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
52%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
n-heptaan
43232
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
44%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
n-octaan
43233
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
42%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
n-nonaan
43235
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
64%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
isopentaan
43221
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
102%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
3-methylpentaan
43230
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
62%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
3-methylhexaan
43249
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
42%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
1-hexeen
43245
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
28%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
109
1,2-dichloorethaan
43815
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
102%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
tetrachloorethyleen
43817
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
66%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
chloorbenzeen
45801
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
30%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
benzeen
45201
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
22%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
tolueen
45202
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
46%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
ethylbenzeen
45203
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
42%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
m+p-xyleen
45109
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
38%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
o-xyleen
45204
µg/m³
passieve sampler met Carbograph 4
ATD + GC
EN 14662-4
30%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
aceton+acroleïne
43551
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
29%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
Ja²
nee
acetaldehyde
43503
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
24%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
ja²
nee
benzaldehyde
45501
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
butyraldehyde
43510
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
crotonaldehyde
43528
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 110
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
cyclohexanon
43991
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
formaldehyde
43502
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
22%
NEN 7779 (2008), incl. ENV 13005 en ISO 5725
Ja²
nee
hexanaldehyde
43517
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
metacroleïne
43515
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
methylethylketon
43552
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
propionaldehyde
43504
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
tolualdehyde
45504
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
valeraldehyde
43518
µg/m³
passieve sampler met DNPH
LC-UV
EN 14662-4
50%
nog te berekenen
nee
nee
1
: BELAC 005-TEST - SGS Belgium NV. ²: BELAC 163-TEST - VMM labo Gent.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
111
Afbakening Antwerpse haven Met de Antwerpse haven wordt in dit rapport het gebied bedoeld met industriële havenactiviteiten dat zich uitstrekt ten westen, noordwesten en noorden van de Antwerpse agglomeratie. Contractueel is vastgelegd om alle relevante metingen in het havengebied te rapporteren en te vergelijken met meetwaarden in Vlaanderen. Zo is het havenbedrijf geïnformeerd over de luchtkwaliteit in de Antwerpse haven. Daarnaast is binnen het Antwerpse havengebied voor de Europese commissie een luchtkwaliteitszone gedefinieerd. Hiervoor is een regio gedefinieerd, de zone BEF01S, waarbinnen een aantal meetplaatsen ook gerapporteerd worden aan Europa. Die meetplaatsen zijn vooral gericht op representativiteit voor de algemene bevolking. Een aantal meetstations van de VMM liggen ook in deze zone maar worden niet gerapporteerd aan Europa. Er zijn ook meetstations die net buiten de zone liggen maar wel beïnvloed worden door de havenactiviteiten. Dit rapport omvat alle relevante meetstations in de ruime havenomgeving ongeacht of deze aan Europa gerapporteerd worden. Voor de rapportering wordt vanaf rapportering in 2020 deze afbakening ook gebruikt voor de bepaling van de emissies en dit voor de volledige tijdsreeks. Figuur 78 toont de Antwerpse haven met daarbinnen aangeduid de afbakening van de luchtkwaliteitszone BEF01S.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 112
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Figuur 78: Kaart afbakening Antwerpse haven
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
113
Beschrijving van de polluenten 3.1 Zwaveldioxide – SO2 Zwaveldioxide tast gezondheid, milieu en gebouwen aan Zwaveldioxide (SO2) is zeer wateroplosbaar en heeft een zuur karakter. Bij inademing is SO2 irriterend en bij hoge concentraties kan het ademhalingsproblemen veroorzaken, vooral bij personen die lijden aan astma of chronische longziekten. SO2 heeft nadelige effecten op de vegetatie door de rechtstreekse opname van SO2 door de planten. Verder is SO2 in belangrijke mate medeverantwoordelijk voor de verzuring van het milieu. Ook zorgt deze stof voor een versnelde verwering van historische gebouwen of steen in het algemeen en voor metaalcorrosie. Bovendien kunnen chemische processen in de atmosfeer SO2 omzetten tot deeltjes. SO2 draagt dus ook bij aan de vorming van secundair fijn stof.
3.2 Stikstofoxides – NO/NO2 Bijproduct van verbrandingsprocessen Stikstofoxiden (NOx) bestaan uit een mengsel van stikstofdioxide (NO2) en stikstofmonoxide (NO). Bij verbrandingsprocessen op hoge temperaturen ontstaat in eerste instantie vooral NO. NO heeft een korte levensduur in de atmosfeer en is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat op zich weinig toxisch is. NO wordt door reacties met zuurstof en ozon omgezet tot NO2. NO2 heeft een langere levensduur in de atmosfeer en is schadelijk voor mens en ecosystemen. Het is een bruinrood gekleurd toxisch gas dat slecht ruikt en irritatie aan de luchtwegen kan veroorzaken. Een kwart3 van de jaarlijkse astmagevallen bij kinderen is te wijten aan NO2. Zowel korte episodes van hoge concentraties, als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. NOx draagt bij aan de vorming van andere polluenten NOx draagt bij aan de vorming van fijn stof. Verder speelt NOx een belangrijke rol in de verzurende en vermestende depositie en de fotochemische smogvorming. NOx kan net als SO2 over grote afstanden getransporteerd worden en kan dus effecten veroorzaken in ver gelegen gebieden. Het gebruik van fossiele brandstoffen (steenkool, petroleumproducten en gas) is de belangrijkste bron van emissies van NOx (NO2).
3.3 Fijn stof – PM10, PM2,5 en zwarte koolstof Zwevend stof (PM = Particulate Matter) is een mengsel van vloeibare of vaste deeltjes met uiteenlopende samenstellingen en afmetingen. Zowel de natuur als menselijke activiteiten kunnen een bron zijn van deze deeltjes. Opdeling naar oorsprong: primair en secundair Naargelang hun oorsprong maakt men onderscheid tussen primaire en secundaire deeltjes. Primaire deeltjes ontstaan door rechtstreekse uitstoot in de atmosfeer door verschillende soorten bronnen of door mechanische verkleining van grover materiaal. Secundaire deeltjes ontstaan in de atmosfeer door chemische of fysische reacties uit gasvormige componenten zoals ammoniak, zwaveldioxide, stikstofoxiden of organische verbindingen.
3
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0160412017320184
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 114
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Opdeling naar grootte: TSP, PM10, PM2,5 en UFP Stofdeeltjes deelt men vaak in volgens de grootte op basis van de aerodynamische diameter (a.d.). Dit is de diameter van een bolvormig deeltje dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje: — — — —
TSP: Totaal stof. De VMM meet deze fractie niet in de omgevingslucht. Enkel aan deeltjes kleiner dan 10 µm kent men gezondheidsrisico's toe. De VMM rapporteert wel de emissies van TSP. PM10 en PM2,5: stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 respectievelijk 2,5 µm; ultrafijn stof (UFP): deeltjes met een a.d. kleiner dan 0,1 µm (PM0,1); zwarte koolstof/elementair koolstof: bevindt zich voornamelijk in de fijne fractie van het fijn stof. Het is een maat voor de roetconcentratie in de omgevingslucht. Deze deeltjes ontstaan bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen, biomassa en biobrandstof. Wanneer ze met een optische methode gemeten worden, spreken we van zwarte koolstof, anders van elementair koolstof.
Grotere deeltjes worden snel nadat ze in de atmosfeer terechtgekomen zijn door de zwaartekracht neergeslagen op de grond of uitgespoeld door regen. Ze kunnen daarna door heropwaaien terug in de lucht terecht komen, dit proces noemt men resuspensie. De fijnere deeltjes kunnen langer, tot enkele dagen of weken in de atmosfeer blijven. Bijgevolg kunnen deze fijnere deeltjes getransporteerd worden over langere afstanden. Geen veilige drempelwaarde Studies hebben verbanden aangetoond tussen de aanwezigheid van PM in de omgevingslucht en gezondheidseffecten op korte en lange termijn. Voor PM is er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) geen veilige drempelwaarde waaronder nadelige effecten niet voorkomen. Bij korte episodes – 24 uur – van luchtverontreiniging verergeren bestaande gezondheidsproblemen, zoals luchtweginfecties en astma. Verder kan fijn stof bloedvaten doen dichtslibben en hartaanvallen veroorzaken. Bij chronische blootstelling maakt de WGO melding van een vermindering van de longfunctie, een toename van chronische luchtwegaandoeningen en een verminderde levensverwachting. Fijn stof is kankerverwekkend Eind 2013 classificeerde het International Agency for Research on Cancer (IARC), het gespecialiseerde kankeragentschap van de WGO, fijn stof als kankerverwekkend voor de mens4. Belangrijk is dat fijn stof niet enkel kan leiden tot longkanker; een langdurige blootstelling kan ook borstkanker en kankers van het spijsverteringsstelsel veroorzaken5. Midden 2012 classificeerde het IARC ook al dieseluitlaatgassen als kankerverwekkend voor de mens. Dieselwagens stoten – ten opzichte van benzinewagens – veel meer stikstofoxiden en roetdeeltjes uit. Gemiddeld verlies van 14 gezonde maanden De dienst Milieurapportering van de VMM (MIRA) herberekende de ziektelast door de verschillende milieupolluenten voor de Vlaamse bevolking, waarbij in de nieuwe rekenmethode meer gezondheidseffecten in rekening gebracht werden6. Gemiddeld verliest een Vlaming 14 gezonde maanden over heel zijn leven bij
4
WHO, Kurt Straif, Aaron Cohen, Jonathan Samet. Air pollution and cancer. https://www.iarc.fr/wp-content/uploads/2018/07/AirPollutionandCancer161.pdf 5 Wong C.M. et al. 2016. Cancer mortality risks from long-term exposure to ambient fine particle. Cancer Epidemiol biomarkers prev; 25(5): 839-45 6 MIRA (2019), Verloren gezonde levensjaren (DALY's) door fijn stof https://www.milieurapport.be/milieuthemas/milieu-gezondheid/dalys/verloren-gezonde-levensjaren-dalys-door-blootstelling-aan-fijn-stof
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
115
een levenslange blootstelling aan de huidige fijnstofconcentraties. Dit is een gemiddelde waarde, bij bepaalde gevoelige personen, zoals astmapatiënten, kinderen en ouderen, zal de impact groter zijn. Fijn stof is veruit de belangrijkste polluent in de gezondheidsimpact door milieufactoren. Het aandeel wordt geschat op 71 %. Hoge concentraties kunnen acuut effect hebben Tijdens een fijnstofepisode doen mensen die bijzonder gevoelig zijn voor luchtverontreiniging best geen grote lichamelijke inspanningen. Tot deze groep behoren jonge kinderen, ouderen, personen met het chronisch obstructief longlijden (COPD7) en personen met hart- en vaatziekten. Omwille van de kleine afmeting kunnen fijnstofdeeltjes gemakkelijk overal binnendringen en zijn de concentraties ervan binnenshuis niet significant lager dan in de buitenlucht. Ook tal van andere effecten Andere effecten van stofdeeltjes zijn verminderde zichtbaarheid en bevuiling van blootgestelde oppervlakken en materialen. Ze hebben mogelijk een invloed op het klimaat: naargelang de samenstelling kan fijn stof zowel voor afkoeling als voor opwarming zorgen. Bovendien draagt fijn stof bij tot de verzurende en vermestende depositie.
3.4 Ozon – O3 Ozon (O3) wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar in de omgevingslucht gevormd door fotochemische reacties in de atmosfeer. Ozon is dus een secundaire polluent die op warme dagen, onder invloed van zonlicht, gevormd wordt op basis van de precursoren NOx (stikstofoxiden) en VOS (vluchtige organische stoffen). Voor de bronnen van ozon verwijzen we naar de bronnen van NOx en VOS. Er bestaat geen lineair verband tussen de hoeveelheid ozon en de uitstoot van de precursoren. Voor een duurzame daling van de ozonconcentraties is een globale vermindering van de uitstoot van de precursoren noodzakelijk. Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon een aantal gezondheidseffecten veroorzaken, waaronder een (tijdelijke) longfunctievermindering. Samen met andere stoffen uit de ‘zomersmog cocktail’, waaronder peroxyacetylnitraat (PAN), kan ozon leiden tot gezondheidsklachten zoals prikkende ogen, hoesten en irritatie van de slijmvliezen. Het optreden van deze symptomen is afhankelijk van de individuele gevoeligheid: personen met aandoeningen van de luchtwegen zullen sneller een effect waarnemen dan personen met een normale longfunctie. Ook kinderen en ouderen zijn gevoeliger. Bovendien bestaat er een zogenaamde groep ‘responders’ – zowat 10% van de bevolking – die om onduidelijke redenen extra gevoelig zijn voor hoge ozonconcentraties. De effecten zijn echter voor iedereen afhankelijk van de dosis die men ondervindt. Die dosis is het product van drie termen: dosis (µg) = ozonconcentratie (µg/m³) x blootstellingstijd (seconde) x inademdebiet (m³/s) —
7
de ozonconcentratie: hoe hoger de concentratie, hoe meer mensen klachten zullen hebben en hoe ernstiger de klachten zullen zijn. Men kan echter niet precies aangeven vanaf welke concentraties welke effecten te verwachten zijn;
Chronic Obstructive Pulmonary Disease
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 116
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
—
de duur van de blootstelling: hoe langer de blootstelling, hoe groter de klachten. Gezondheidseffecten zijn gerelateerd aan een gemiddelde concentratie gedurende een 8-uur durende blootstelling;
—
het ademdebiet: bij lichamelijke inspanningen in de buitenlucht zal de ademhaling versnellen en zal er per seconde meer lucht de longen passeren. In vergelijking met een persoon in rust betekent dit een grotere dosis aan ozon en dus meer kans op een effect.
Voor de gemiddelde bevolking is de concentratie de factor die het meest van dag tot dag varieert. De concentratie bepaalt dus in hoofdzaak de dosis die men binnenkrijgt. De VMM licht de media en de bevolking in als er ozondagen zijn. Dit zijn dagen met een overschrijding van de Europese informatiedrempel op minstens één meetplaats in Vlaanderen. Op deze dagen kunnen een aantal voorzorgsmaatregelen de effecten van ozonepisodes beperken. Bij ozonconcentraties hoger dan de Europese informatiedrempel van 180 μg/m³ is het aangewezen om van 12 tot 22 uur geen zware inspanningen buitenshuis te leveren en indien mogelijk binnen te blijven. Binnenshuis zijn de ozonconcentraties gemiddeld de helft lager. Vooral mensen met luchtwegproblemen en kinderen volgen dit advies best op. Indien er desondanks toch nog gezondheidsklachten optreden, is het aangewezen de huisarts te raadplegen. Hij is het best op de hoogte van de persoonlijke gezondheidstoestand van de patiënt en is dus het best geplaatst om bijkomend advies te verstrekken. Te veel ozon komt vooral voor bij zonnig, (zeer) warm weer en weinig wind. Hoge ozonconcentraties veroorzaken ook schade aan gewassen8. Naast zichtbare symptomen als spikkels op het blad zijn er ook onzichtbare effecten waarbij de cellen aangetast zijn, maar de plant niet afsterft. Dit resulteert in verminderde groei en opbrengst. Deze chronische beschadigingen leiden tot belangrijke economische schade. Daarnaast brengt ozon de planten onder stress, met een verhoogde productie van het plantenhormoon etheen tot gevolg. Dit leidt tot het te vroeg afsterven of afrijpen of een onnatuurlijk vroegtijdige bladval. Kortetermijndrempelwaarden voor ozon bieden weinig bescherming aan de vegetatie. Zelfs acute schade wordt nauwelijks voorkomen. Alhoewel de inwerking van ozon op planten zeer complex is en gerelateerd is aan onder meer klimatologie, bodemvochtigheid, ontwikkelingsstadium van de plant, voedingstoestand, standplaats en cultuurvariëteit werd toch een wetgeving uitgewerkt. Ozon kan ook de verwering van materialen, voornamelijk kunststoffen, veroorzaken. Ten slotte levert ozon in de onderste luchtlagen (troposfeer) een bijdrage aan het broeikaseffect.
3.5 Vluchtige organische stoffen - VOS Vluchtige organische stoffen (VOS) omvatten een groot aantal componenten die als gassen of dampen in de omgevingslucht voorkomen. Ze behoren tot bepaalde klassen naargelang ze enkel de elementen koolstof en waterstof bevatten of ook heteroatomen waaronder zuurstof, stikstof, halogenen en zwavel. Sommige VOS-componenten zoals benzeen en vinylchloride zijn kankerverwekkend en werken rechtstreeks in op de gezondheid. Daarnaast hebben VOS een onrechtstreeks effect op het milieu door hun aandeel in de fotochemische luchtverontreiniging. Samen met stikstofoxiden vormen ze, op warme dagen, onder invloed
8
Deutsch F., Vandermeiren K. (2013), Ozonschade aan vegetatie: Literatuurstudie en studie naar de haalbaarheid van een indicat or op basis van de ozonflux en naar de implicaties voor de gebiedsdekkende berekening via een luchtkwaliteitsmodel, studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA, MIRA/2013/12, VITO, CODA-CERVA https://www.milieurapport.be/publicaties/2014/ozonschade-aan-vegetatie-literatuurstudie-en-studie-naar-de-haalbaarheid-van-een-indicator-opbasis-van-de-ozonflux-en-naar-de-implicaties-voor-de-gebiedsdekkende-berekening-via-een-luchtkwaliteitsmodel
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
117
van zonnestralen immers ozon en oxidanten die de gezondheid, gewassen en materialen schade toebrengen. Ook hebben ze een aandeel in de fijnstofproblematiek door de vorming van secundair fijn stof.
3.6 PCB’s Polychloorbifenylen (PCB’s) is een verzamelnaam voor zo’n 209 verschillende stoffen. 12 hiervan zijn uiterst giftig en staan bekend als de dioxineachtige PCB’s. Ze hebben eenzelfde werking als de dioxines. Niet alle PCB’s zijn even schadelijk. Om de toxiciteit van een PCB-mengsel met elkaar te vergelijken, worden de resultaten uitgedrukt in toxische equivalenten (TEQ). Hierbij vermenigvuldigt men de concentratie van elke afzonderlijke verbinding met zijn respectievelijke toxiciteitsfactor. PCB’s werden door de mens geproduceerd en hadden diverse industriële toepassingen. Sinds de jaren tachtig is er een verbod op hun productie. PCB’s breken nauwelijks af, we vinden ze nog steeds in het milieu. Vooral schrootbedrijven stoten deze stoffen uit in de lucht waarna ze binden op stofdeeltjes. Dit stof valt op zijn beurt neer op gewassen die als voeding dienen voor mens en dier. Vervolgens binden de PCB’s zich op dierlijke lichaamsvetten waarna de mens deze, na consumptie van dierlijke producten zoals vlees, vis en zuivelproducten, opneemt. Net omdat de opname van PCB’s voornamelijk gebeurt via voeding, is het belangrijk dat ze niet voorkomen in agrarische gebieden en woonzones. De VMM meet de PCB’s in neervallend stof, ook depositie genoemd. Zo bepaalt ze in welke mate PCB’s uit de lucht kunnen neerslaan en er een potentieel risico is tot opname via de voedselketen. De resultaten zeggen iets over de kwaliteit van de omgevingslucht. De analyse gebeurt isomeer specifiek voor alle 12 toxische PCB-verbindingen, met behulp van een gaschromatograaf gekoppeld aan een hoge resolutie massaspectrometer (GC-HRMS). De depositieresultaten zijn uitgedrukt in picogram toxische equivalenten per vierkante meter per dag (pg TEQ/(m².dag)). De dioxines zijn verwant aan de PCB’s en werken op dezelfde manier in op het lichaam. Momenteel meet de VMM geen dioxines meer in de Antwerpse haven.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 118
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Overzicht luchtkwaliteitsnormen De Europese Commissie definieerde streef- en grenswaarden en alarmdrempels voor diverse polluenten. Deze Europese normen zijn opgenomen in de Vlaamse wetgeving. De Europese regelgeving is vaak gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De WGO definieert advieswaarden voor verschillende polluenten. Die advieswaarden hebben als doel de risico’s van gezondheidsschade door luchtverontreiniging te beperken en zijn meestal strenger dan de Europese grensof streefwaarden. Bij de definiëring van deze Europese grens- of streefwaarden werd er, naast de gezondheidseffecten, rekening gehouden met de technische haalbaarheid. Daarnaast werd een kostenbatenanalyse uitgevoerd om de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus in te schatten.
4.1 Zwaveldioxide – SO2 De Europese Richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden en een alarmdrempel voor SO2. In deze richtlijn is ook een kritiek niveau voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. Daarnaast definieerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) advieswaarden en een kritiek niveau voor de bescherming van de vegetatie. Tabel 16: Regelgeving voor SO2 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2000 en 2005)
Onderwerp Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid EU-richtlijn 2008/50/EG*
Alarmdrempel Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
Middelingstijd
Doelstelling 350 µg/m³; 1 uur max. 24 overschrijdingen per jaar 125 µg/m³; 1 dag max. 3 overschrijdingen per jaar Gedurende 3 opeenvolgende 500 µg/m³ uren Jaar en winterseizoen**
20 µg/m³
1 dag
20 µg/m³
10 minuten
500 µg/m³
Jaar en/of winterseizoen**
10-30 µg/m³ (afhankelijk van vegetatietype)
Advieswaarde WGO Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
*: sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor SO 2 gerespecteerd worden. **: het winterseizoen is van 1 oktober tot en met 31 maart.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
119
4.2 Stikstofoxides – NO/NO2 De Europese richtlijn 2008/50/EG legt grenswaarden en een alarmdrempel op voor NO 2. In de richtlijn 2008/50/EG is eveneens een kritiek niveau voor NOx voor de bescherming van de vegetatie opgenomen. De grenswaarden voor NO2 moeten sinds 1 januari 2010 gerespecteerd worden. Richtlijn 2008/50/EG bood de kans om uitstel te vragen voor het behalen van de grenswaarden. De Europese commissie verleende uitstel voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie. Tot 2015 werd in die zones de grenswaarde gesommeerd met de maximale overschrijdingsmarge (50 %) ,dit komt overeen met een jaargrenswaarde van 60 µg/m³. Vanaf 2015 verviel deze overschrijdingsmarge voor de zones Antwerpse haven en Antwerpse agglomeratie en moet er getoetst worden aan de jaargrenswaarde van 40 µg/m³. In 2015 werd de jaargrenswaarde van 40 µg/m³ echter overschreden in de luchtkwaliteitszone BEF02A ‘Agglomeratie Antwerpen’. Daarop werd een saneringsplan opgesteld voor deze zone. Tabel 17: Grenswaarden en alarmdrempel voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (richtlijn 2008/50/EG)
Polluent
NO2*
NOx
Onderwerp
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³; max. 18 overschrijdingen per jaar
Jaar
40 µg/m³
Alarmdrempel
Gedurende 3 opeenvolgende uren
400 µg/m³
Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
Jaar
30 µg/m³
Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
*: sinds 1 januari 2010 moet de grenswaarde voor NO 2 gerespecteerd worden.
De Europese regelgeving uit voorgaande tabel is gebaseerd op de richtlijnen opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). De Europese jaargrenswaarde komt overeen met wat de WGO adviseert. In tegenstelling tot de Europese regelgeving definieert de WGO geen alarmdrempel en laat ze geen enkele overschrijding toe van het uurgemiddelde van 200 µg/m³, zie onderstaande tabel. Tabel 18: Advieswaarden voor NO2 en kritiek niveau voor NOx (WGO 2000 en 2005)
Polluent NO2
NOx
Onderwerp Advieswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid Kritieke niveau voor de bescherming van de vegetatie
Middelingstijd
Doelstelling
1 uur
200 µg/m³
Jaar
40 µg/m³
Jaar
30 µg/m³ uitgedrukt als NO2
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 120
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
4.3 Fijn stof – PM10 en PM2,5 4.3.1 Regelgeving PM10 De Europese richtlijn 2008/50/EG definieert grenswaarden voor PM10 op basis van gezondheidsstudies, economische gevolgen en de technische haalbaarheid. De WGO-advieswaarden voor PM10 zijn strenger dan de Europese grenswaarden. De WGO baseert zich enkel op gezondheidsstudies. Tabel 19: Regelgeving voor PM10 (richtlijn 2008/50/EG en WGO 2005)
EU-richtlijn 2008/50/EG*
Onderwerp Grenswaarde voor de bescherming van de menselijke gezondheid
WGO
Middelingstijd 1 dag 1 jaar 1 dag
Advieswaarden 1 jaar
Doelstelling 50 µg/m³; max. 35 overschrijdingen per jaar 40 µg/m³ 50 µg/m³; max. 3 overschrijdingen per jaar 20 µg/m³
*: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor PM 10 gerespecteerd worden.
4.3.2 Regelgeving PM2.5 Richtlijn 2008/50/EG definieert grens- en streefwaarden voor PM2,5. Hierin staat ook de nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling tegen 2020 ten opzichte van 2010. Hiertoe wordt een gemiddelde blootstellingsindex (GBI) gedefinieerd: dit is de gemiddelde PM2,5-concentratie op stedelijke achtergrondmeetplaatsen over de laatste 3 jaar binnen een bepaalde lidstaat. De gravimetrische metingen op de stedelijke achtergrondmeetplaatsen in Brugge (BB15), Borgerhout-achtergrond (R801), Schoten (R811) en Gent-Baudelohof (R701) worden gebruikt voor de bepaling van de gewestelijke gemiddelde blootstellingsindex (GGBI) voor Vlaanderen, zoals bepaald in bijlage 2.5.3.14 van VLAREM II. Tabel 20: Europese regelgeving voor PM2,5 (2008/50/EG)
EU-regelgeving (2008/50/EG)
Middelingstijd Doelstelling
Datum waarop de waarde moet bereikt zijn
Grenswaarde
Jaar
25 µg/m3
1 januari 2015
Indicatieve grenswaarde
Jaar
20 µg/m3
1 januari 2020
GBI
15,2 µg/m³
2020
GGBI
15,7 µg/m³
2020
GBI
20 µg/m³
2015
Nationale streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Vlaamse streefwaarde inzake vermindering van de blootstelling ten opzichte van de GBI in 2010 Blootstellingsconcentratieverplichting
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
121
De WGO nam in haar Air quality guidelines van 2005 advieswaarden voor PM2,5 op. Tabel 21: Advieswaarden voor PM2,5 (WGO 2005)
WGO-advieswaarden (WGO 2005)
Middelingstijd
Doelstelling
Jaar Dag
10 µg/m³ 25 µg/m³ - max. 3 overschrijdingen per jaar
Advieswaarde
4.3.3 Regelgeving zwarte koolstof Momenteel bestaat er op Europees of Vlaams niveau geen regelgeving voor zwarte koolstof. De WGO formuleerde nog geen advieswaarden voor de gezondheid.
4.4 Ozon – O3 Tabel 22 toont een overzicht van de Europese regelgeving voor ozon ter bescherming van de gezondheid. De WGO-advieswaarde is ook opgenomen. Tabel 22: Regelgeving voor O3 (richtlijn 2008/50/EG)
Bescherming Streefwaarde vanaf 2010a
Basistijd hoogste 8-uurgemiddelde van een dag NET60ppbb
Lange termijndoelstelling
hoogste 8-uurgemiddelde van een dag NET60ppb uurgemiddelde uurgemiddeldec hoogste 8-uurgemiddelde van een dag
Informatiedrempel Alarmdrempel WGO-advieswaarde
Streefwaarde vanaf 2010a 120 µg/m³, gemiddeld over 3 jaar: max. 25 overschrijdingsdagen per jaar 120 µg/m³ 180 µg/m³ 240 µg/m³ 100 µg/m³
a: 2010 is het eerste jaar waarvan de gegevens gebruikt worden bij het beoordelen van het naleven van de streefwaarde tijdens de volgende drie of vijf jaar. b: NET60ppb: ‘Number of exceedances of a Threshold of 60 ppb’, dit is het aantal dagen met hoogste uurgemiddelde boven 120 µg/m³. c: Indien er gedurende 3 opeenvolgende uren overschrijdingen van de alarmdrempel gemeten of gemodelleerd worden, moeten er kortetermijnacties worden ondernomen, maar alleen wanneer die maatregelen de ozonconcentraties substantieel zouden verminderen.
De aanbeveling van de WGO is strenger dan de Europese streefwaarde: 100 µg/m³ voor het hoogste 8uurgemiddelde van een dag. Deze concentratie zou voldoende bescherming bieden voor de volksgezondheid, hoewel er ook nog negatieve effecten kunnen voorkomen onder deze advieswaarde9.
9
WHO Air Quality Guidelines for particulate matter, ozone, nitrogen dioxide and sulfur dioxide, Global update 2005, Summary of risk assessment, 2006
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 122
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
4.5 Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) De Europese richtlijn 2008/50/EG legt een grenswaarde op voor benzeen als jaargemiddelde. In VLAREM II staat er een grenswaarde op basis van dagwaarden. Verder bestaat er een VLAREM-richtwaarde voor vinylchloride en formuleerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) advieswaarden voor vier VOScomponenten. Onderstaande tabel toont een overzicht. Tabel 23: Regelgeving voor VOS (richtlijn 2008/50/EG, VLAREM II en WGO 2000)
Middelingstijd
Grenswaarde
jaar
5 µg/m³
jaar
50 µg/m³ als P98 op basis van dagwaarden 10 µg/m³ als P98 op basis van halfuren
Richtlijn 2008/50/EG Benzeena VLAREM II Benzeen Vinylchlorideb WGO 1,2-dichloorethaanc Tolueen Styreenb Tetrachlooretheen Formaldehydec
jaar
dag week half uur week jaar half uur
Richtwaarde
Advieswaarde
1 µg/m³
700 µg/m³ 260 µg/m³ 1.000 µg/m³ 260 µg/m³ 250 µg/m³ 100 µg/m³
a: Sinds 1 januari 2005 moet de grenswaarde voor benzeen gerespecteerd worden. b: Er was geen analyse van deze component. Toetsing was dus niet mogelijk. c: De VMM meet met een ander tijdsvenster, toetsing is dus indicatief.
Benzeen is kankerverwekkend waardoor geen veilig niveau van blootstelling kan bepaald worden. De WGO drukt de schadelijkheid van benzeen uit als het aantal extra kankergevallen bij een levenslange blootstelling aan een bepaalde concentratie. Bij een levenslange benzeenconcentratie van 17 µg/m³ zou er één extra kankergeval per 10.000 inwoners zijn. Bij een concentratie van 1,7 µg/m³ rekent men één extra kankergeval per 100.000 inwoners en bij 0,17 µg/m³ één per 1.000.000.
4.6 PCB’s Er bestaan geen wettelijke normen voor de depositie van PCB’s. Het Europees Wetenschappelijk Comité voor menselijke voeding bracht een advies uit hoeveel dioxines en dioxineachtige PCB’s men wekelijks maximaal mag innemen. Hieruit berekende de VMM drempelwaarden. Deze drempelwaarden zijn niet opgenomen in de wetgeving maar laten de VMM toe om de gemeten deposities te beoordelen. Deze drempelwaarden gelden: − voor de som van de 17 dioxines en 12 dioxineachtige PCB’s; − enkel in agrarische gebieden en woonzones.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
123
Op de meetplaats in de Antwerpse haven meten we enkel PCB’s. Bovendien ligt deze meetplaats in industriegebied. De resultaten worden dus niet getoetst aan deze drempelwaarden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 124
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Methodiek In dit rapport worden verschillende methodieken gebruikt om gegevens weer te geven of te genereren. In deze bijlage worden deze methodieken toegelicht.
5.1 Pollutierozen en zeropollutierozen Pollutierozen tonen per windrichting het gemiddelde van de gemeten concentraties volgens de op dat moment heersende windrichting. Potentiële vervuilende bronnen kunnen op die manier geïdentificeerd worden. Wanneer bijvoorbeeld uit een bepaalde windrichting steeds lucht met hogere concentraties wordt aangevoerd omdat daar een bron aanwezig is, zal de gemiddelde waarde hoger zijn in dit segment van de pollutieroos en ‘wijst’ de pollutieroos als het ware de richting van de bron aan door de langere balk. Bij aanvoer van lucht met lage concentraties zal de balk van de pollutieroos korter zijn. Hoe de pollutieroos er uiteindelijk uitziet, hangt niet alleen af van de concentraties maar ook van de windrichting. Als in de beschouwde periode weinig tot geen wind was uit een bepaalde richting, kan dit een bron maskeren. Wanneer de pollutierozen vrij rond zijn van vorm, wijst dit op een dominante invloed van de achtergrondconcentraties. Uit dergelijke pollutierozen zijn moeilijk de lokale invloeden af te leiden. Daarom kunnen er zero-pollutierozen gemaakt, waarbij steeds de laagste meting, de achtergrond, werd afgetrokken. Per windsector – elke 10° – worden de metingen van de pollutierozen van een set meetplaatsen naast elkaar gelegd en de laagste concentratie wordt telkens afgetrokken van alle andere concentraties uit die sector. Op deze manier wordt de aanvoer van de achtergrondpollutie eruit gefilterd en komen de lokale bronnen beter naar voren. Een dosisroos geeft per windrichtingsegment procentueel het aandeel weer in de totale jaaraanvoer van de polluent op de meetlocatie. Bij de meeste dosisrozen is er duidelijke aanvoer uit de overheersende zuidwestelijke windrichting. Dit is logisch omdat er nu eenmaal de meeste wind uit die richting komt. Lokale bronnen uit andere richtingen die veel invloed hebben op de concentratie op de meetplaats zullen als pieken zichtbaar zijn in de dosisroos.
5.2 VLOPS-model Het VLOPS-model (Vlaamse Operationeel Prioritaire Stoffen-model)10 is een atmosferisch transport- en dispersiemodel dat op basis van emissiegegevens, gegevens over landgebruik en meteogegevens de luchtkwaliteit en deposities berekent. De Vlaamse emissiegegevens zijn afkomstig van de meest recente cijfers van de Emissie-inventaris Lucht van de VMM. De emissiegegevens voor bronnen buiten Vlaanderen zijn afkomstig van de EMEP- (The European Monitoring and Evaluation Programme) 11 en E-PRTR- (The European Pollutant Release and Transfer Register)12 emissie-inventarissen. Voor de kaarten in dit rapport gebruikten we de Vlaamse emissiegegevens van 2019, de overige Belgische emissiegegevens van 2018, de Europese emissiegegevens van 2017 met een herschaling die jaargemiddeld neerkomt op een -24 % voor licht verkeer en -4% voor zwaar verkeer om de impact van de coronamaatregelen weer te geven en de meteo
10
Van jaarsveld, J.A. et al. (2012). Description of OPS 4.3.15. RIVM: Bilthoven Nederland EMEP. https://www.ceip.at/ 12 E-PRTR. http://prtr.ec.europa.eu 11
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
125
van 2020. De resolutie van de kaarten is 1 x 1 km². Voor de berekeningen in dit rapport gebruikte de VMM de versie VLOPS21.
5.3 ATMO-Street-model OSPM is een aanvulling op de RIO-IFMD-keten en geeft een juister beeld van de luchtkwaliteit tot op straatniveau. ATMO-Street is de naam voor de modelketen RIO-IFDM-OSPM. De ATMO-Street kaarten zijn wetenschappelijk het meest onderbouwd en zijn de best beschikbare kaarten om de lokale luchtkwaliteit in te schatten. De controle gebeurde – zoals bij al onze modellen – door te vergelijken met echte metingen en toonde aan dat de modelketen beter presteert door de toevoeging van het OSPM-model. De resultaten van CurieuzeNeuzen Vlaanderen stelden ons in staat om het model nog verder te optimaliseren. Ondanks de best beschikbare inschatting op straatniveau, heeft het ATMO-Street model ook enkele beperkingen: − Met tijdelijke verkeerssituaties (bijvoorbeeld omleidingen of files) wordt geen rekening gehouden. − De impact van nieuwe verkeerssituaties (nieuwe wegen, mobiliteitsplannen in uitvoering...) zijn niet onmiddellijk zichtbaar. − Het herhaaldelijk opwaaien van stof door het verkeer en het effect van de aanwezigheid van groen (zoals bomen in een straat) worden niet in rekening gebracht. − De lokale vervuiling die veroorzaakt wordt door onder andere houtkachels, open haarden, bedrijven die niet onder de rapporteringsdrempel vallen zoals grote veeteeltbedrijven is niet zichtbaar op de kaarten. De vervuiling van deze bronnen wordt wel mee opgenomen in de ‘achtergrondconcentratie’ (met een lagere ruimtelijke resolutie van 4 x 4 km²).
ATMO-Street wordt ingezet voor stoffen met een belangrijke impact op de gezondheid namelijk stikstofdioxide, zwarte koolstof (roet) en fijn stof. Ozon wordt niet berekend met OSPM omwille van de lagere concentraties in straten.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 126
Luchtkwaliteit in de Antwerpse haven– jaarrapport 2020
Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst www.vmm.be