Rapport Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 zelfstandige ondernemers Brussel, februari 2020
Ria Bourdeaud’hui, Frank Janssens, Stephan Vanderhaeghe
Stichting Innovatie & Arbeid Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be/stichting - www.werkbaarwerk.be
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Een onderzoek met financiĂŤle ondersteuning van de Vlaamse minister bevoegd voor Werk
De Vlaamse werkbaarheidsmonitor is een initiatief van de Vlaamse sociale partners en werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid. Alle publicaties kunnen geraadpleegd worden en werkbaarheidscijfers interactief opgevraagd op www.werkbaarwerk.be Bij gebruik van gegevens en informatie uit deze publicatie wordt een correcte bronvermelding op prijs gesteld.
2
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Inhoud Samenvatting........................................................................................................................ 5 Inleiding ................................................................................................................................ 7 1
Achtergrond en methodologie in een notendop ................................................... 9
1.1
Beleidscontext van de werkbaarheidsmonitor ........................................................... 9
1.2
Werkbaar werk: definities en indicatoren ................................................................ 10
1.3
Survey-ontwerp en representativiteit van de werkbaarheidsmetingen ..................... 12
2
Werkbaar werk voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007 - 2019 ............................................................................................................ 15
2.1
Werkbaarheidsindicatoren voor zelfstandige ondernemers 2007-2019 ................... 15
2.2
Werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 20072016 ....................................................................................................................... 18
2.3
Langer doorwerken en samenhang met werkbaarheid ........................................... 20
2.4
Risico-indicatoren voor de Vlaamse arbeidsmarkt 2007-2019 ................................ 23
3
Werkbaarheidsgraad en -indicatoren voor specifieke deelpopulaties van zelfstandige ondernemers ................................................... 26
3.1
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor vrouwelijke zelfstandige ondernemers .................................................................... 26
3.2
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor oudere zelfstandige ondernemers........................................................................... 27
3.3
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor kortgeschoolde zelfstandige ondernemers .............................................................. 28
3.4
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor zelfstandige ondernemers met inwonende kinderen ............................................... 30
Referenties.......................................................................................................................... 31 Lijst met figuren en tabellen .............................................................................................. 32 Bijlage: Werkbaarheidsgraad en -indicatoren bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2010-2013-2016 ....................... 34 1
Werkbaarheidsgraad bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 36
2
Psychische vermoeidheid bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 38
3
Welbevinden in het werk bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 40
3
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
4
Leermogelijkheden bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 42
5
Werk-privĂŠ-balans bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 44
6
Werkdruk bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers .............................. 46
7
Emotionele belasting bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 48
8
Taakvariatie bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers .......................... 50
9
Arbeidsomstandigheden bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers ......................................................................................................... 52
4
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Samenvatting In 2019 bedraagt de werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 50,1%. Dit cijfer verschilt niet significant van de meetresultaten uit 2016 of uit 2013. Tussen 2010 en 2013 werd nog wel een (significante) toename van het aandeel zelfstandige ondernemers met een werkbare job werd vastgesteld: de werkbaarheidsgraad steeg van 47,8% in 2010 naar 51,4% in 2013. Over de volledige meetperiode en in vergelijking met de nulmeting 2007 noteren we een verbetering van de werkbaarheidsgraad bij de zelfstandige ondernemers met 2,4 procentpunt, maar deze verschuiving blijft net onder de drempel van de statistische significantie. De geregistreerde werkbaarheidscijfers lopen achter op het geambieerde groeipad van het Pact 2020 (een jaarlijkse toename van aandeel werkenden met een werkbare job met 0,5 procentpunt) en de doelstelling van ‘een werkbaarheidsgraad die bij de zelfstandige ondernemers in 2020 de 55% benadert’ wordt niet gerealiseerd. De stagnatie in de groei van de werkbaarheidsgraad na 2013 is de resultante van een aantal divergente ontwikkelingen op de onderscheiden werkbaarheidsdomeinen. Op het vlak van de leermogelijkheden werd systematische vooruitgang geboekt. Sinds de nulmeting is het aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leer- en ontwikkelingskansen in de job stapsgewijs gedaald van 5,6% in 2007 over 4,7% in 2013 naar 3,5% in 2019: een significante verbetering met 2,1 procentpunt over de volledige meetperiode. Ook voor de dimensie ‘werk-privé-balans’ registreren we een positieve evolutie. Tussen 2010 en 2013 daalde het aandeel zelfstandige ondernemers, die met een werk-privé-conflict geconfronteerd worden, van 35,0% naar 31,6%. Deze vooruitgang kon worden geconsolideerd: in 2019 klokt de indicator af op 30,4%. Over de volledige meetperiode 2007-2019 gaat het om een significante verbetering met 4,1 procentpunt. Voor welbevinden in het werk is er sprake van een negatieve trend: de monitor registreert een toename van het aandeel zelfstandige ondernemers in een problematische situatie (demotivatie, geringe werkbetrokkenheid) van 8,2% in 2007 over 8,4% in 2013 naar 10,2% bij de meest recente meting: een significante toename met 2 procentpunt over de volledige meetperiode. De ontwikkelingen op het vlak van psychische vermoeidheid zijn in belangrijke mate verantwoordelijk voor het stagneren van de werkbaarheid bij de meest recente metingen. Tussen 2007 en 2013 daalde het aandeel zelfstandige ondernemers met werkstressklachten van 36,7% naar 33,4% (een significante verbetering met 3,3 procentpunt). In 2016 en 2019 registreren we een equivalente stijging naar 36,2% respectievelijk 37,0% ondernemers met psychische vermoeidheidsproblemen: met deze significante terugval met 3,6 procentpunt belanden we opnieuw bij indicatorscore die bij de nulmeting 2007 werd opgetekend. Analyses op de dataset van de werkbaarheidsmonitor 2019 geven aan dat de jobkwaliteit ook vandaag cruciaal is om werkenden langer aan de slag te houden. Van de zelfstandigen van veertig jaar of ouder met een werkbare job vindt 84,9% doorwerken tot het pensioen een haalbare opdracht. Dit aandeel neemt systematisch af naarmate deze veertigplussers met een problematische situatie op één of meerdere werkbaarheidsdimensies geconfronteerd worden: van 67,5% bij één werkbaarheidsknelpunt, over 49,2% bij twee knelpunten, tot 25,7% bij drie of vier knelpunten.
5
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
We registreren in 2019 een beperkt aantal significante afwijkingen in de kengetallen van de Pact 2020-aandachtsgroepen: vrouwelijke zelfstandige ondernemers hebben minder vaak af te rekenen met een problematische situatie op het vlak van welbevinden op het werk (8,5%) en werk-privé-balans (27,3%) dan mannelijke ondernemers; zelfstandige ondernemers 55-plus scoren opvallend gunstiger voor de werkbaarheidsgraad (59,9%), voor psychische vermoeidheidsproblemen (26,6%) en voor knelpunten in de werkprivé-balans (24,1%) dan hun jongere collega’s; bij de kortgeschoolde zelfstandigen noteren we een groter leer- en motivatiedeficit (8,4% en 15,4% in een problematische situatie voor leermogelijkheden respectievelijk welbevinden op het werk) in vergelijking met hun midden- en hooggeschoolde collega’s; De werkbaarheidsmonitor brengt niet enkel in kaart in welke mate jobs werkbaar zijn, maar peilt ook naar een aantal achterliggende determinanten c.q. risicofactoren in de arbeidssituatie. Bij de metingen voor de zelfstandige ondernemers worden vier risico-indicatoren gehanteerd: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. In 2019 rapporteert 46,1% van de zelfstandige ondernemers een problematisch hoge werkdruk, heeft 28,1% een emotioneel belastende job (emotionele belasting problematisch), wordt 7,9% geconfronteerd met routinematig werk (taakvariatie problematisch) en heeft 20,9% af te rekenen met fysieke belastingproblemen (arbeidsomstandigheden problematisch). Voor de drie eerstgenoemde risico-indicatoren worden in vergelijking met de nulmeting in 2007 geen (significante) verschuivingen vastgesteld, het aandeel zelfstandige ondernemers dat een hoge fysieke belasting signaleert is in die periode significant toegenomen.
6
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Inleiding Dit rapport presenteert de resultaten van de meting 2019 van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers en brengt de evolutie van de meetresultaten over het voorbije decennium in kaart (2007-2019). Centraal in de rapportering staan (de trends in) de werkbaarheidsgraad, de werkbaarheidsindicatoren en de risico-indicatoren. Behalve de kengetallen voor de volledige populatie van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen, worden ook gegevens voor deelgroepen (naar geslacht, leeftijd, scholingsgraad, ondernemingsomvang, sector,…) gerapporteerd. De werkbaarheidsmonitor brengt de (knelpunten in de) werkbeleving en de kwaliteit van de jobs van zelfstandige ondernemers (en werknemers) in Vlaanderen in beeld. Het meetsysteem werd ontwikkeld door de Stichting Innovatie & Arbeid, het onderzoekscentrum van de SociaalEconomische Raad van Vlaanderen (SERV). Het heeft als doel een aantal middellangetermijnafspraken tussen de Vlaamse sociale partners en de Vlaamse Regering op te volgen. De genoemde beleidsactoren engageerden zich om substantiële stappen vooruit te zetten op de weg naar meer werkbaar werk, vanuit de bekommernis om de werkzaamheid (inzonderheid bij 50-plussers) op te krikken en vanuit de overtuiging dat de jobkwaliteit een belangrijke sleutel vormt voor duurzame inzetbaarheid. In het Pact 2020 formuleerden ze ook een meetbare doelstelling: een minimale jaarlijkse toename van het aandeel werkbare jobs met 0,5 procentpunt. Vertrekkend van de werkbaarheidsscores bij zelfstandige ondernemers, die bij de nulmeting 2007 werden opgetekend, zou dit tegen 2020 (moeten) resulteren in een werkbaarheidsgraad die de 55% benadert. De werkbaarheidsmonitor 2019 fungeert dan ook als eindmeting bij het Pact 2020. Voorliggend rapport is opgedeeld in drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk recapituleert een aantal achtergrondgegevens over de beleidscontext, het begrippenkader en de methodologie van de werkbaarheidsmetingen. Voor een gedetailleerde toelichting bij het conceptuele model, de constructie van de indicatoren, de meettechniek, het survey-ontwerp en de representativiteit van de opgebouwde datasets verwijzen we naar het rapport ‘Methodologie van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor’ (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019). Het tweede hoofdstuk brengt de werkbaarheidssituatie van de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen in de periode 2007-2019 in kaart, met de rapportering van de kengetallen en de analyse van de trends in de werkbaarheidsgraad en de werkbaarheids- en risico-indicatoren. We staan daarin ook stil bij het vraagstuk van de haalbaarheid om als zelfstandige ondernemer door te werken tot de pensioenleeftijd en de samenhang met de specifieke werkbaarheidssituatie van de betrokkene. Het derde hoofdstuk zoomt in op de werkbaarheidssituatie van een aantal specifieke deelgroepen waarvoor het Pact 2020 bijzondere aandacht vraagt: vrouwelijke zelfstandige ondernemers, zelfstandigen 50-plus en laaggeschoolde zelfstandige ondernemers. We bekijken hier ook de interactie tussen werkbaarheid en gezinssituatie en vergelijken daarbij het werkbaarheidsrapport van zelfstandige ondernemers met en zonder (inwonende) kinderen.
7
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Dit rapport bevat tevens een uitgebreide tabellenbijlage met de werkbaarheidsgegevens voor diverse deelgroepen binnen de populatie van zelfstandige ondernemers: voor de werkbaarheidsgraad, de vier werkbaarheidsindicatoren en de vier risico-indicatoren zijn telkens twee boordtabellen opgemaakt met de ventilatie van de kengetallen naar persoonskenmerken (geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie) en naar ondernemingskenmerken (ondernemingsgrootte, bedrijfsanciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector).
8
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
1
Achtergrond en methodologie in een notendop
Dit hoofdstuk verschaft de achtergrondinformatie bij de Vlaamse werkbaarheidsmonitor, die nodig is voor een correcte lectuur en interpretatie van de cijfergegevens en analyses in dit rapport. We staan stil bij de beleidsdoelstellingen achter de werkbaarheidsmetingen, geven toelichting bij de gehanteerde definities en indicatoren en gaan in op de achterliggende meettechniek en de kwaliteit/representativiteit van de dataset van de monitor. De exhaustieve beschrijving van de onderzoeksmethodologie wordt in een apart rapport behandeld (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019).
1.1
Beleidscontext van de werkbaarheidsmonitor
De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) dragen al vele jaren de boodschap uit dat langer werken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en jobs voldoende kwaliteitsvol zijn. Reeds in het Pact van Vilvoorde uit 2001 formuleerden de partners, samen met de Vlaamse Regering, deze (doel)stelling als volgt: als we de werkzaamheid (inzonderheid bij 50-plussers) willen opkrikken, zullen we ook aandacht moeten besteden aan de werkbaarheid van de jobs. Met deze woordspeling en dito neologisme, werd in Vlaanderen een krachtige en operationele beleidsterm gelanceerd die toelaat om rond de kwaliteit van de arbeid van werknemers en zelfstandigen te mobiliseren. Om de vinger aan de pols te houden brengt de Stichting Innovatie & Arbeid, het onderzoekscentrum van de SERV, via een grootschalige schriftelijke peiling de kwaliteit van de jobs in Vlaanderen gedetailleerd in kaart en levert daarmee de gegevens voor de Vlaamse werkbaarheidsmonitor. De werkbaarheidsenquête wordt om de drie jaar uitgevoerd. Voor de werknemers gebeurt dit sinds 2004, de werkbaarheidsmetingen bij de zelfstandige ondernemers zijn gestart in 2007. Deze inzichten rond het belang van werkbaar werk hebben vandaag nog niets aan relevantie en actualiteitswaarde ingeboet. In het licht van de recente pensioenhervormingen en de substantiële toename van het aantal langdurig arbeidsongeschikten, werd de koppeling tussen werkbaarheid en de ambitie om mensen langer en duurzaam aan de slag te houden ook op andere beleidsniveaus opgepikt. Werken aan werkbaar werk is echter niet alleen een zaak van/voor ‘ouderen’. Ook voor twintigers, dertigers en veertigers, die per definitie nog een langere loopbaan voor de boeg hebben, is het belangrijk dat ze zich in hun job goed in hun vel voelen, op een werkplek die hen gezond houdt, hun competenties versterkt en ruimte laat voor een evenwichtige combinatie van arbeid, gezin en sociaal leven. In het Toekomstpact 2020 (januari 2009) hebben de Vlaamse sociale partners en de Vlaamse Regering deze engagementen rond de kwaliteit van de arbeid cijfermatig hard gemaakt: doelstelling 10 van het pact schuift een jaarlijkse gemiddelde toename van de werkbaarheidsgraad (in mensentaal: het aandeel werkenden met een kwaliteitsvolle, werkbare job) met minstens 0,5% naar voor. “De werkbaarheidsgraad verhoogt voor werknemers daardoor tot minstens 60% in 2020 en komt voor zelfstandigen in 2020 zo dicht mogelijk bij 55%.” (Studiedienst van de Vlaamse Regering, 2010)
9
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
De ondertekenaars van het Pact 2020 geven ook expliciet aan bijzondere aandacht te willen besteden aan de werkbaarheidssituatie van vrouwen, kansengroepen (50-plussers, kortgeschoolden, werkenden met een arbeidshandicap) en bijzondere gezinssituaties. Met het akkoord ‘Samen een versnelling hoger voor werkbaar werk’, dat de sociale partners en de Vlaamse Regering eind 2018 sloten, blijft het werkbaarheidsvraagstuk ook de komende jaren prominent op de beleidsagenda staan. Begin mei 2019 werd dit actieplan - met onder meer een brede sensibiliseringscampagne - op het terrein uitgerold.. Attentie: de werkbaarheidsbevraging 2019, die in de periode maart-mei 2019 bij de zelfstandige ondernemers werd uitgevoerd, levert (uiteraard nog) geen informatie over de impact en de effecten van dit actieplan.
1.2
Werkbaar werk: definities en indicatoren
De Vlaamse sociale partners hebben de beleidsnotie ‘werkbaarheid’ concreet gemaakt aan de hand van vier kwaliteitscriteria: werkbaar werk verwijst naar jobs waarvan je niet overspannen of ziek wordt, die boeiend en motiverend zijn, voldoende kansen bieden op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laten voor gezin en privéleven: De werkbaarheidsmonitor hanteert daarom vier werkbaarheidsindicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress); welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid, motivatie); leermogelijkheden in de job (kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling); werk-privé-balans (combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven). Tabel 1:
Overzicht werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers Indicator
Psychische vermoeidheid
Omschrijving de mate waarin de door psychosociale arbeidsbelasting opgebouwde (mentale) vermoeidheid recuperabel is dan wel leidt tot spanningsklachten en verminderd functioneren (problemen met) werkstress
Welbevinden in het werk
de mate waarin zelfstandige ondernemers door de aard van de job(inhoud) werkbetrokken zijn/blijven dan wel gedemotiveerd raken (problemen met) werkbetrokkenheid en motivatie
Leermogelijkheden
de mate waarin zelfstandige ondernemers door formele opleidingskansen en de dagdagelijkse ervaring op de werkplek hun competenties al dan niet op peil kunnen houden en verder ontwikkelen i.f.v. hun inzetbaarheid op langere termijn (onvoldoende) kansen op bijblijven/competentieontwikkeling
Werk-privé-balans
de mate waarin de taakeisen in de werksituatie al dan niet belemmerende effecten hebben op de handelingsmogelijkheden in de ‘thuis’situatie (problemen met) combinatie van arbeid met privé-leven
Voor elk van de vier werkbaarheidsaspecten zijn grenzen bepaald die aangeven of de situatie al dan niet problematisch is (zie verder). Bij een problematische situatie spreken we over een ‘werkbaarheidsknelpunt’.
10
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
De werkbaarheidsgraad combineert de vier centrale werkbaarheidsdimensies en kan gedefinieerd worden als het aandeel van de werkenden dat een kwaliteitsvolle job heeft c.q. geen knelpunten signaleert op het vlak van psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privé-balans. Tabel 2:
Definitie werkbaarheidsgraad zelfstandige ondernemers
Werkbaarheidsgraad % zelfstandige ondernemers dat een kwaliteitsvolle job heeft c.q. geen knelpunten signaleert op het vlak van psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privé-balans
Omdat het vanuit beleidsoogpunt uiteraard ook relevant is om de werkbaarheid van jobs oorzakelijk te kunnen duiden (wat maakt werk (on)werkbaar?), wordt in de werkbaarheidsmonitor ook gepeild naar een aantal kenmerken van de arbeidssituatie die de kwaliteit van jobs bedreigen dan wel bevorderen. De werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers brengt vier jobkenmerken via zogenaamde risico-indicatoren in kaart: werkdruk; emotionele belasting; taakvariatie (of afwisseling in het werk); (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. Tabel 3:
Overzicht risico-indicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers Indicator
Omschrijving
Werkdruk
de mate van arbeidsbelasting vanuit kwantitatieve taakeisen, zoals werkvolume, werktempo, deadlines
Emotionele belasting
de mate van arbeidsbelasting vanuit contactuele taakeisen, inz. bij omgang met klanten of coördinatieopdrachten
Taakvariatie
de mate waarin de functie-inhoud een afwisselend takenpakket omvat en beroep doet op vaardigheden van zelfstandige ondernemers
Arbeidsomstandigheden
de mate waarin zelfstandige ondernemers blootgesteld worden aan fysieke inconveniënten in de werkomgeving en lichamelijke belasting
Meettechnisch is voor de operationalisering van de werkbaarheids- en risico-indicatoren geopteerd voor psychometrische schalen. De argumentatie voor het gebruik van dergelijke meetschalen (in plaats van enkelvoudige itemvragen) ligt in de meetnauwkeurigheid ervan. Bij de constructie van de vragenlijst werd maximaal aansluiting gezocht bij bestaande, gevalideerde instrumenten. Voor alle indicatoren, behalve ‘werk-privé-balans’ en ‘arbeidsomstandigheden’, werden de meetschalen geselecteerd uit de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA - SKB Amsterdam). Voor de werkbaarheidsindicator ‘werk-privé-balans’ wordt een verkorte versie van de schaal ‘negatieve werk-thuis-interferentie’ van de Survey Werk-Thuis-Interactie Nijmegen (SWING - Radboud Universiteit Nijmegen) gebruikt. De risico-indicator ‘arbeidsomstandigheden’ is een meetschaal die gebaseerd is op een selectie van items die in de European Working Conditions Survey (Eurofound – Dublin) aan bod komen.
11
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
In functie van een toegankelijke en voor beleidsondersteuning relevante communicatie van de meetresultaten wordt in de rapportering gebruik gemaakt van de kengetallentechniek. Dit betekent dat – op basis van onderbouwde grenswaarden of cut off scores - de individuele schaalinformatie gebruikt wordt om binnen de onderzoekspopulatie de groep respondenten af te bakenen, die zich in een acceptabele dan wel problematische situatie bevinden. De kracht van dergelijke kengetallen is dat ze in een oogopslag inzicht geven in de mate van voorkomen van ongewenste/problematische situaties. Kengetallen laten de ordinale informatie uit de achterliggende schaalscores intact en zijn dan ook perfect bruikbaar voor vergelijkingen tussen deelpopulaties (geslacht, leeftijdsgroepen, sectoren,…) en in de tijd. In de werkbaarheidsmonitor wordt met ‘gelede kengetallen’ gewerkt. Naar analogie met de kleurensymboliek van een verkeerslicht, wordt niet enkel een problematische groep afgebakend en becijferd (‘oranje knipperlicht’), maar daarbinnen ook een subgroep die als ‘acuut problematisch’ kan gelabeld worden (‘rood alarmsignaal’). De validiteit en betrouwbaarheid van de gehanteerde instrumenten, meetschalen en grenswaarden die voor de werkbaarheids- en risico-indicatoren worden gehanteerd, wordt uitgebreid behandeld in het rapport ‘Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor’ (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019).
1.3
Survey-ontwerp en representativiteit van de werkbaarheidsmetingen
De gegevensverzameling voor de werkbaarheidsmonitor gebeurt op basis van een schriftelijke bevraging van een representatief staal van werkenden uit het Vlaamse gewest. De onderzoekspopulatie voor de werkbaarheidsmonitor voor zelfstandige ondernemers wordt als volgt afgebakend: zelfstandigen in hoofdberoep in de leeftijdsgroep 18-65 jaar, met woonplaats in het Vlaams Gewest, die in de vier weken voorafgaand aan de bevraging effectief arbeidsprestaties als zelfstandige ondernemer hebben geleverd. Deze laatste voorwaarde is noodzakelijk voor een betrouwbare zelfrapportering van de jobkwaliteit. Zelfstandige ondernemers die - omwille van bijvoorbeeld ziekte, bevallingsrust, tijdelijke stopzetting van de activiteit - gedurende de afgelopen maand niet gewerkt hebben, kunnen zich enkel door herinnering een beeld vormen van de werkbeleving, met het risico op mogelijke antwoordvertekeningen. Administratieve databanken leveren ons geen informatie over de effectieve arbeidsprestaties van zelfstandige ondernemers in de afgelopen maand. Dit is een probleem dat binnen de vragenlijst zelf - via het inbouwen van filters - wordt aangepakt. De ad random steekproef voor de werkbaarheidsmetingen wordt door het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) getrokken uit het bestand ‘aangesloten verzekeringsplichtigen toestand 31 december’ van het jaar voorafgaand aan de meting. Sinds de meting 2013 gaat het hier om een volledig en up-to-date bestand voor het vermelde tijdstip. Op die manier kan een adequate benadering van het geambieerde populatiebestand worden gerealiseerd. De koppeling van de informatie uit het RSVZ-databank aan de geactualiseerde woonplaatsgegevens uit het Rijksregister wordt uitgevoerd door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ). Met het oog op het waarborgen van de privacy van de respondenten staat de
12
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
KSZ ook in voor de logistieke organisatie van de enquêtering en de verzending van de vragenlijsten in de periode maart-april van het betrokken meetjaar. De time lag tussen het referentiemoment van de steekproeftrekking en de eigenlijke meting blijft daarmee beperkt tot een drietal maanden en responsuitval om die reden kan aldus beperkt worden. De initiële steekproefomvang voor de werkbaarheidsmetingen bij zelfstandige ondernemers in 2007 werd op 6.000 eenheden bepaald. In functie van een (geambieerde) dataset van 2.000 eenheden kan op die manier een voor de monitoringdoelstelling noodzakelijke meetprecisie (met een betrouwbaarheidsinterval van < 2,5% rond de kengetallen, bij = 0,05). Sinds de bevraging 2013 werd de steekproefomvang gevoelig verhoogd (2019: 12.000 eenheden), met een nog verhoogde precisie van meetgegevens als resultaat. Bij de onderscheiden metingen werd een identieke ‘responsstrategie’ gevolgd. De benadering van de respondent verloopt via drie contactmomenten: de verzending van de introductiebrief met vragenlijst, het toesturen van een herinneringskaartje na een week en een rappelzending met vragenlijst na een viertal weken. Daarnaast werden nog een aantal flankerende initiatieven genomen om de respons te ondersteunen: de aankondiging van de bevraging via de mediakanalen van beroepsverenigingen waarin het officieel karakter en de beleidsrelevantie van de werkbaarheidsmonitor worden benadrukt; de duidelijke vermelding in de introductiebrief van de door de KSZ gewaarborgde anonimiteit van de bevraging; de bewuste keuze tot beperking van de vragenlijst in functie van een equivalente invultijd van maximaal vijftien minuten; de organisatie van een helpdesk voor de respondenten via de Vlaamse infolijn. De werkbaarheidsbevragingen bij zelfstandige ondernemers realiseren voor een ‘economiebrede’ schriftelijke peiling een meer dan behoorlijk responsresultaat (met in 2019 2.882 meeteenheden en een netto-antwoordpercentage van 25,1%). Toch kunnen we niet voorbijgaan aan de vaststelling dat de responsgraad in het afgelopen decennium systematisch is afgenomen: van 39,5% in 2007 over 37,7% in 2010, 31,7% in 2013 en 27,3% in 2016, naar 25,1% in 2019. Een dalende responsbereidheid bij grootschalige surveys werd al eerder opgemerkt in de surveymethodologische literatuur (Barbier, Loosveldt, Carton, 2015). De representativiteitsanalyse van de opeenvolgende metingen brengt een systematische maar beperkte vertekening van de gerealiseerde steekproef t.a.v. het RSVZ-steekproefbestand op het vlak van leeftijd aan het licht, met een lichte onder- en oververtegenwoordiging van jongere, respectievelijk oudere zelfstandige ondernemers. Simulaties tonen aan dat het corrigeren voor deze afwijkingen door toepassing van wegingsfactoren op de dataset slechts een marginale impact heeft op de kengetallen. Er werd dan ook afgezien van wegingscorrectie omdat exacte gegevens over de onderzoekspopulatie (zelfstandige ondernemers met effectieve activiteit in de maand vóór de bevraging) ontbreken en vermelde wegingen precies extra fouten zouden kunnen teweegbrengen. Op basis van al deze elementen kan dan ook besloten worden dat de onderzoeksresultaten een representatief beeld garanderen van de (werkbaarheids)situatie van de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Het survey-ontwerp, de organisatie van de enquêtering, de analyse van de kwaliteit van de respons en de controle van de representativiteit van de gerealiseerde steekproeven zijn uitgebreid gedocumenteerd in het rapport ‘Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor’ (Bourdeaud’hui, Janssens, Vanderhaeghe, 2019).
13
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
In de rand van de responsanalyse kan nog worden vermeld dat met de substantiĂŤle verhoging van de steekproefomvang in 2013 voor zeven sectoren het vooropgestelde minimum-quotum van 200 eenheden in de dataset werd bereikt en daarmee betrouwbare sectorale kengetallen konden worden berekend: landbouw en visserij, transport & productie, bouw, handel, horeca, vrije beroepen en (andere) intellectuele diensten. In functie van een uniforme rapportering wordt deze sectorinformatie ook voor andere meetmomenten in (de bijlagen bij) dit rapport opgenomen.
14
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
2
Werkbaar werk voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007 - 2019
Dit hoofdstuk brengt de werkbaarheidssituatie van de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen synthetisch in beeld, met de rapportage van de kengetallen en de analyse van de trends 2007– 2019 in de werkbaarheidsgraad, de werkbaarheids- en de risico-indicatoren. Daarnaast staan we ook stil bij het vraagstuk van de haalbaarheid om als zelfstandige ondernemer door te werken tot de pensioenleeftijd en de samenhang met de specifieke werkbaarheidssituatie van de betrokkene.
2.1
Werkbaarheidsindicatoren voor zelfstandige ondernemers 2007-2019
Werkbaar werk wordt in de werkbaarheidsmonitor geïndiceerd op basis van vier indicatoren: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid, motivatie), leermogelijkheden (kansen op bijblijven en competentie-ontwikkeling) en werk-privé-balans (combinatie van arbeid met gezin en sociaal leven). In tabel 4 worden voor elk van deze werkbaarheidsdimensies de kengetallen voor de metingen 2007, 2010, 2013, 2016 en 2019 op een rijtje gezet, figuur 1 vergelijkt de situatie van de nulmeting 2007 met de meest recente meetgegevens uit 2019. Daarbij wordt de populatie van zelfstandige ondernemers ingedeeld in twee groepen, naargelang zij zich voor het betrokken werkbaarheidsaspect al dan niet in een problematische situatie bevinden. De categorie ‘acuut problematisch’ is een subgroep binnen de groep ‘problematisch’ maar wordt eveneens gepercenteerd op de volledige populatie. Voor psychische vermoeidheid behoort in 2019 63,0% van de zelfstandige ondernemers tot de niet-problematische categorie, 37,0% tot de problematische categorie en 12,0% tot de acuut problematische categorie. Deze kengetallen verschillen niet (significant) van de meetresultaten in 2016. De verbetering, die tussen 2010 en 2013 werd geboekt (met een significante daling van het aandeel zelfstandige ondernemers met psychische vermoeidheidproblemen van 38,0% naar 33,4%), ging in 2016 opnieuw verloren. Dit resulteert in de vaststelling dat over de volledige meetperiode 2007-2019 geen significante verschuiving wordt geregistreerd. Voor welbevinden in het werk behoort in 2019 89,8% van de zelfstandige ondernemers tot de niet-problematische categorie, 10,2% tot de problematische categorie en 3,9% tot de acuut problematische categorie. De meetresultaten van de opeenvolgende bevragingen laten een geleidelijke stijging zien van het aandeel zelfstandigen met (acute) problemen op het vlak van welbevinden in het werk. In vergelijking met de nulmeting 2007 (met 91,8%, 8,2% en 2,7% als respectieve kengetallen) gaat het om een significante verschuiving in negatieve zin.
15
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 4:
Werkbaarheidsindicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019
werkbaarheidsindicatoren
psychische vermoeidheid
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
welbevinden in het werk
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
leermogelijkheden
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
werk-privé-balans
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
2007
2010
2013
2016
%
%
%
%
2019 %
63,3 36,7 13,0
62,0 38,0 12,4
66,6 33,4 10,2
63,8 36,2 11,4
63,0 37,0 12,0
2 169
2 083
3 525
2 551
2 808
91,8 8,2 2,7
91,8 8,2 3,0
91,6 8,4 3,5
90,7 9,3 3,7
89,8 10,2 3,9
2 012
1 932
3 490
2 520
2 812
94,4 5,6 1,1
95,2 4,8 1,2
95,3 4,7 0,8
96,5 3,5 0,8
96,5 3,5 0,5
2 018
1 932
3 500
2 527
2 817
65,5 34,5 10,9
65,0 35,0 11,8
68,4 31,6 9,5
67,0 33,0 10,5
69,6 30,4 10,7
2 184
2 103
3 532
2 563
2 822
Leeswijzer: Cijfers in het groen wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename van het aandeel ‘niet problematisch’/afname van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) afname van het aandeel ‘niet problematisch’/toename van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename van het aandeel ‘niet problematisch’/afname van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. Cijfers in een rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) afname van het aandeel ‘niet problematisch’/toename van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. De groep ‘niet-problematisch’ en de groep ‘problematisch’ vormen samen de totale populatie (100%); de groep ‘acuut problematisch’ is een subgroep binnen de groep ‘problematisch’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie.
Voor leermogelijkheden in het werk behoort in 2019 96,5% van de zelfstandige ondernemers tot de niet-problematische categorie, 3,5% tot de problematische categorie en 0,5% tot de acuut problematische categorie. Deze kengetallen verschillen niet (significant) van de meetresultaten in 2016, toen wel een significante verbetering voor deze indicator werd opgetekend. Ook in vergelijking met de nulmeting 2007 (met 94,4%, 5,6% en 1,1% als respectieve kengetallen) is er sprake van een significante toename van het aandeel zelfstandige ondernemers met voldoende leermogelijkheden c.q. afname van het aandeel met (acuut) problematische leermogelijkheden. Voor de indicator werk-privé-balans behoort in 2019 69,6% van de zelfstandige ondernemers tot de niet-problematische categorie, 30,4% tot de problematische categorie en 10,7% tot de acuut problematische categorie. Het aandeel zelfstandige ondernemers met een problematische werk-privé-balans ligt daarmee significant lager dan bij de bevraging 2016 (33,0%) en bij de nulmeting 2007 (34,5%).
16
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Figuur 1:
Werkbaarheidsindicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019
psychische vermoeidheid
welbevinden in het werk 3,9%
2,7% 13,0%
12,0%
36,7%
63,0%
2007
2019
leermogelijkheden 1,1%
94,4%
2007
niet problematisch
10,2%
91,8%
89,8%
2007
2019
37,0%
63,3%
5,6%
8,2%
3,5%
werk-privĂŠ-balans 0,5%
10,9%
10,7%
34,5%
30,4%
65,5%
69,6%
2007
2019
96,5%
2019
problematisch
acuut problematisch
Leeswijzer: Acuut problematisch (de verschoven rode blokjes in elke indicatorbalk) is een subgroep binnen de categorie problematisch (oranje zone), maar wordt gepercenteerd op de totale onderzoekspopulatie.
17
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
2.2
Werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019
De combinatie van de informatie van de vier werkbaarheidsindicatoren laat ons toe de werkbaarheidsgraad te berekenen. Tabel 5 rapporteert voor de vijf metingen de frequentieverdeling van de zelfstandige ondernemers met een kwaliteitsvolle, werkbare job c.q. de zelfstandigen ondernemers die op het vlak van psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden of werk-privé-balans met een of meerdere knelpunten worden geconfronteerd. Tabel 5:
Evolutie van de werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019
werkbaarheidsgraad 2007
2010
2013
2016
2019
%
%
%
%
%
werkbaar werk werkbaarheidsknelpunten
47,7 52,3
47,8 52,2
51,4 48,6
50,7 49,3
50,1 49,9
N
1 919
1 856
3 359
2 452
2 731
Leeswijzer: Cijfers in het groen wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename van het aandeel ‘niet problematisch’/afname van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) afname van het aandeel ‘niet problematisch’/toename van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename van het aandeel ‘niet problematisch’/afname van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. Cijfers in een rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) afname van het aandeel ‘niet problematisch’/toename van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. Figuur 2:
Vergelijking geregistreerde werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen met het geambieerde groeipad in doelstelling 10 van het Pact 2020
65,0%
60,0%
55,0%
50,0%
45,0%
51,4% 47,7%
50,7%
50,1%
47,8%
40,0%
35,0%
2007
2010
geambieerd groeipad Pact 2020
2013
2016
2019
geregistreerde werkbaarheidsgraad
18
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
In 2019 bedraagt de werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 50,1%. Dit cijfer verschilt niet significant van de meetresultaten van bevragingen in 2016 of in 2013, toen wel een (significante) toename van het aandeel zelfstandige ondernemers met een werkbare job t.o.v. het vorige meetpunt werd vastgesteld (stijging werkbaarheidsgraad van 47,8% in 2010 naar 51,4% in 2013). Over de volledige meetperiode en in vergelijking met de nulmeting 2007 noteren we een verbetering van de werkbaarheidsgraad bij de zelfstandige ondernemers met 2,4 procentpunt, maar deze verschuiving blijft net onder de drempel van de statistische significantie. De geregistreerde werkbaarheidscijfers lopen daarmee achter op het geambieerde groeipad van het Pact 2020 (een jaarlijkse toename van aandeel werkenden met een werkbare job met 0,5 procentpunt) en de doelstelling van ‘een werkbaarheidsgraad die bij de zelfstandige ondernemers in 2020 de 55% benadert’ wordt niet gerealiseerd (figuur 2). Een meer gedetailleerde voorstelling van de samengestelde werkbaarheidsindicator met een verdere opdeling van de probleemgroep naar het aantal, het type en de combinatie van werkbaarheidsknelpunten wordt gepresenteerd in figuur 3 en tabel 6. Figuur 3:
Evolutie van het aandeel zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 met werkbaar werk en met (één of meerdere) werkbaarheidsknelpunten 0,7%
0,7%
1,0%
4,6%
4,3%
4,6%
19,9%
18,7%
20,4%
47,7%
27,1%
47,8%
51,4%
25,0%
26,2%
2013
2010
2007 0,7%
0,5%
4,6%
4,9% 19,5%
21,2% 50,7%
50,1% 25,0%
22,8%
2019
2016 werkbaar werk
1 knelpunt
2 knelpunten
3 knelpunten
4 knelpunten
19
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 6:
Frequentieverdeling van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 naar aantal, type en combinatie van werkbaarheidsknelpunten
AANTAL EN TYPE KNELPUNTEN
% TOTAAL
2007
2010
2013
2016
2019
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
subtotaal
12,4 2,1 1,8 10,8 27,1
12,1 1,2 1,9 11,0 26,2
11,4 1,6 1,8 10,2 25,0
11,2 1,8 0,9 9,1 22,8
13,0 2,9 0,9 8,1 25,0
subtotaal
0,9 0,4 17,5 0,4 0,4 0,2 19,9
1,2 0,4 17,8 0,3 0,5 0,2 20,4
1,3 0,2 15,8 0,6 0,6 0,2 18,7
1,9 0,1 18,0 0,4 0,5 0,2 21,2
1,7 0,1 16,8 0,3 0,5 0,1 19,5
0,3 3,0 1,1 0,2 4,6
0,4 3,6 0,5 0,1 4,6
0,3 3,2 0,6 0,1 4,3
0,4 3,4 0,5 0,2 4,6
0,7 3,5 0,6 0,2 4,9
0,7
1,0
0,7
0,7
0,5
100,0
100,0
100,0
100,0
100,0
0 knelpunten 1 knelpunt
psychische vermoeidheid welbevinden in het werk leermogelijkheden werk-privé-balans 2 knelpunten
psychische vermoeidheid & welbevinden in het werk psychische vermoeidheid & leermogelijkheden psychische vermoeidheid & werk-privé-balans welbevinden in het werk & leermogelijheden welbevinden in het werk & werk-privé-balans leermogelijkheden & werk-privé-balans 3 knelpunten
psychische vermoeidheid & welbevinden in het werk & leermogelijkheden psychische vermoeidheid & welbevinden in het werk & werk-privé-balans psychische vermoeidheid & leermogelijkheden & werk-privé-balans welbevinden in het werk & leermogelijkheden & werk-privé-balans subtotaal 4 knelpunten algemeen totaal
2.3
Langer doorwerken en samenhang met werkbaarheid
De werkbaarheidsdoelstellingen in het Pact van Vilvoorde en het Pact 2020 werden onder meer ingegeven vanuit de bekommernis bij de Vlaamse sociale partners en beleidsmakers om de werkzaamheid (inzonderheid van 50-plussers) te verhogen en vanuit de overtuiging dat de jobkwaliteit een belangrijke sleutel vormt tot duurzame inzetbaarheid. In de werkbaarheidsbevraging wordt sinds 2007 gepeild naar die haalbaarheid om langer door te werken op basis van de vraag: “Denkt u in staat te zijn om uw huidige job voor te zetten tot uw pensioen?” Respondenten die een negatief antwoord formuleren, krijgen een bijkomende vraag voorgelegd: “Zou aangepast werk (lichter werk, deeltijds werk…) u wel in staat stellen tot uw pensioen te werken?” De antwoordscores voor de verschillende metingen in figuur 4 hebben enkel betrekking op de zelfstandige ondernemers van 40 jaar of ouder: we gaan er vanuit dat de kans op reflectie op de eigen eindeloopbaan en het pensioenvraagstuk groter is in de afgebakende deelgroep en 40plussers daarmee de haalbaarheidskwestie realistisch(er) kunnen inschatten.
20
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Figuur 4:
Evolutie 2007-2019 van de inschatting door zelfstandige ondernemers 40-plus van de haalbaarheid om door te werken tot het pensioen in de huidige job/mits aangepast werk
100%
24,1%
27,3%
26,1%
28,0%
22,9%
26,2%
25,2%
27,6%
25,7%
29,2%
80%
60%
40%
72,7%
72,0%
73,8%
72,4%
70,8%
2007
2010
2013
2016
2019
20%
0%
haalbaar
niet haalbaar
mits aangepast werk
Leeswijzer: De groene en oranje deelbalkjes verwijzen naar het aandeel binnen de onderzoekspopulatie 40-plus dat aangeeft dat doorwerken tot het pensioen in de huidige functie haalbaar resp. niet haalbaar is. De verschoven gele blokjes in elke balk verwijzen naar het aandeel respondenten (gepercenteerd op de totale onderzoekspopulatie 40-plus) dat inschat dat doorwerken tot het pensioen in de huidige functie niet mogelijk is, maar wel haalbaar zou zijn mits aangepast werk.
Bij de meting 2019 geeft 70,8% van de zelfstandige ondernemers in Vlaanderen aan dat ze zich in staat achten om hun huidige job voort te zetten tot de pensioenleeftijd, de complementaire 29,2% schat dit in als een onhaalbare opdracht. Binnen de laatstgenoemde categorie nuanceert ruim negen op de tien zijn negatief antwoord, met de verduidelijking dat een aanpassing van de arbeidssituatie (fysiek minder belastend werk, reductie van de arbeidstijd) soelaas zou kunnen bieden om tot het pensioen te kunnen blijven werken. Omgerekend blijkt daarmee 25,7% van de zelfstandige ondernemers 40-plus in Vlaanderen vragende partij te zijn van aangepast werk om langer te kunnen doorwerken. Er wordt sinds 2013 een lichte (maar significante) daling geregistreerd van het aandeel zelfstandige ondernemers dat doorwerken tot het pensioen in de actuele job haalbaar acht (van 73,8% in 2013 naar 70,8% in 2019). De recente eindeloopbaanhervormingen, met een verhoging van de instapleeftijd en de verstrenging van loopbaanvoorwaarden voor toegang tot het (vervroegd) pensioen, hebben dus blijkbaar een (beperkte) impact op de inschatting van zelfstandige ondernemers van het haalbaarheidsvraagstuk. Er wordt wel een duidelijk verband vastgesteld tussen de inschatting door zelfstandige ondernemers van de haalbaarheid om langer door te werken en de werkbaarheidssituatie van de betrokkenen. Figuur 5 brengt deze samenhang in beeld.
21
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Figuur 5:
Samenhang van de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers 40-plus met hun inschatting van de haalbaarheid om door te werken tot het pensioen in de huidige job/mits aangepast werk (meting 2019)
100%
15,1%
29,1%
13,1%
45,7%
61,9%
32,5%
80%
50,8% 74,3%
60%
40%
84,9% 67,5%
49,2% 20%
25,7% 0%
werkbaar werk
haalbaar
1 werkbaarheidsknelpunt
2 werkbaarheidsknelpunten
niet haalbaar
3+ werkbaarheidsknelpunten
mits aangepast werk
Leeswijzer: De groene en oranje deelbalkjes verwijzen naar het aandeel binnen de onderzoekspopulatie 40-plus dat aangeeft dat doorwerken tot het pensioen in de huidige functie haalbaar resp. niet haalbaar is. De verschoven gele blokjes in elke balk verwijzen naar het aandeel respondenten (gepercenteerd op de totale onderzoekspopulatie 40-plus) dat inschat dat doorwerken tot het pensioen in de huidige functie niet mogelijk is, maar wel haalbaar zou zijn mits aangepast werk.
Van de zelfstandige ondernemers met een werkbare job blijkt 84,9% doorwerken tot het pensioen als een haalbare opdracht in te schatten. Dit aandeel neemt systematisch af naarmate betrokkenen met een problematische situatie op één of meerdere werkbaarheidsdimensies geconfronteerd worden: van 67,5% bij één werkbaarheidsknelpunt, over 49,2% bij twee werkbaarheidsknelpunten, tot 25,7% bij drie of vier werkbaarheidsknelpunten. Parallel stellen we vast dat een groter aandeel zelfstandige ondernemers vragende partij is voor aangepast werk naarmate de werkbaarheidssituatie problematischer ‘scoort’: van 15,1% in geval van werkbaar werk over 29,1% bij één werkbaarheidsknelpunt en 45,7% bij twee knelpunten tot 61,9% bij drie of meer knelpunten. De impliciete hypothese in het Pact van Vilvoorde en het Pact 2020, dat de jobkwaliteit erg belangrijk is om werkenden langer aan de slag te houden en de werkzaamheid van 50-plussers te verhogen, wordt daarmee bevestigd.
22
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
2.4
Risico-indicatoren voor de Vlaamse arbeidsmarkt 2007-2019
De werkbaarheidsmonitor brengt niet enkel in kaart in welke mate jobs werkbaar zijn, maar peilt ook naar een aantal achterliggende determinanten c.q. risicofactoren in de arbeidssituatie. Bij de metingen voor de zelfstandige ondernemers worden vier risico-indicatoren gehanteerd: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden. In tabel 7 worden de kengetallen voor deze risico-indicatoren voor de meetmomenten 2007, 2010, 2013, 2016 en 2019 op een rijtje gezet. Figuur 6 vergelijkt de situatie van de nulmeting 2007 met de meest recente meetgegevens uit 2016. Daarbij volgen we een gelijkaardige categorisering als bij de werkbaarheidsindicatoren (niet problematisch, problematisch, acuut problematisch). Tabel 7:
Risico-indicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019
risico-indicatoren
werkdruk
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
emotionele belasting
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
taakvariatie
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
arbeidsomstandigheden
niet problematisch problematisch acuut problematisch N
2007
2010
2013
2016
%
%
%
%
2019 %
53,4 46,6 17,6
57,8 42,2 16,3
62,3 37,7 13,3
57,2 42,8 17,0
53,9 46,1 19,2
2 024
1 944
3 506
2 530
2 820
71,2 28,8 5,2
70,9 29,1 4,9
70,4 29,6 5,7
73,4 26,6 4,8
71,9 28,1 5,0
2 024
1 940
3 511
2 529
2 816
92,1 7,9 2,2
91,6 8,4 2,1
91,8 8,2 2,0
93,5 6,5 1,9
92,1 7,9 1,8
2 029
1 944
3 507
2 534
2 819
82,8 17,2 4,6
84,1 15,9 4,5
82,4 17,6 4,5
81,8 18,2 5,3
79,1 20,9 6,8
2 204
2 137
3 593
2 553
2 827
Leeswijzer: Cijfers in het groen wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename van het aandeel ‘niet problematisch’/afname van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in het rood wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) afname van het aandeel ‘niet problematisch’/toename van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename van het aandeel ‘niet problematisch’/afname van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. Cijfers in een rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) afname van het aandeel ‘niet problematisch’/toename van het aandeel ‘(acuut) problematisch’ bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. De groep ‘niet-problematisch’ en de groep ‘problematisch’ vormen samen de totale populatie (100%); de groep ‘acuut problematisch’ is een subgroep binnen de groep ‘problematisch’ maar het aandeel wordt berekend op de totale populatie.
23
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Voor werkdruk behoort in 2019 53,9% van de zelfstandige ondernemers tot de nietproblematische categorie, 46,1% tot de problematische categorie en 19,2% tot de acuut problematische categorie. In vergelijking met 2016 (met 57,2%, 42,8% en 17,0% als respectieve kengetallen) en met 2013 (met 62,3%, 37,7% en 13,3% als respectieve kengetallen) gaat het om een substantiĂŤle toename van de problematische en acuut problematische groep. De verbetering die op het vlak van werkdruk werd geboekt in 2013 en 2010 (met twee opeenvolgende significante dalingen van het aandeel zelfstandige ondernemers met werkdrukproblemen in vergelijking met 2007) gaat daarmee opnieuw verloren. Deze tegengestelde ontwikkelingen verklaren waarom de meetresultaten voor de werkdrukindicator in 2019 nauwelijks verschillen van de scores van de nulmeting 2007 (met 53,4%, 46,6% en 17,6% als geregistreerde kengetallen). Voor emotionele belasting behoort in 2019 71,9% van de zelfstandige ondernemers tot de nietproblematische categorie, 28,1% tot de problematische categorie en 5,0% tot de acuut problematische categorie. Deze kengetallen verschillen niet significant van de resultaten die bij de bevraging 2016 en bij de nulmeting 2007 werden geregistreerd. Voor taakvariatie behoort in 2019 92,1% van de zelfstandige ondernemers tot de nietproblematische categorie, 7,9% tot de problematische categorie en 1,8% tot de acuut problematische categorie. De vooruitgang die werd geboekt tussen 2013 en 2016 (een daling in het aandeel zelfstandigen in een problematische situatie voor taakvariatie van 8,2% naar 6,5%) gaat daarmee opnieuw verloren. Deze tegengestelde ontwikkelingen verklaren waarom de meetresultaten voor taakvariatie in 2019 niet verschillen van de scores van de nulmeting 2007 (met 92,1%, 7,9% en 2,2% als geregistreerde kengetallen). Voor (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden behoort in 2019 79,1% van de zelfstandige ondernemers tot de niet-problematische categorie, 20,9% tot de problematische categorie en 6,8% tot de acuut problematische categorie. In vergelijking met de meetresultaten van de bevraging 2016 (met 81,8%, 18,2% en 5,3% als respectieve kengetallen) en van de nulmeting 2007 (met 82,8%, 17,2% en 4,6% als respectieve kengetallen) is er voor deze risicofactor sprake van een significante verschuiving in negatieve zin.
24
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Figuur 6:
Risico-indicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019
werkdruk
emotionele belasting
100%
100%
17,6%
5,0%
19,2%
80%
80%
46,6%
5,2%
28,8%
28,1%
71,2%
71,9%
2007
2019
46,1%
60%
60%
40%
40%
53,9%
53,4% 20%
20%
0%
0%
2007
2019 taakvariatie
1,8%
2,2%
100%
7,9%
7,9%
arbeidsomstandigheden 100%
4,6%
6,8%
17,2%
20,9%
82,8%
79,1%
2007
2019
80%
60%
92,1%
92,1%
40%
20%
80%
0%
2007 niet problematisch
2019 problematisch
acuut problematisch
Leeswijzer: Acuut problematisch (de verschoven rode blokjes in elke indicatorbalk) is een subgroep binnen de categorie problematisch (oranje zone), maar wordt gepercenteerd op de totale onderzoekspopulatie.
25
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
3
Werkbaarheidsgraad en -indicatoren voor specifieke deelpopulaties van zelfstandige ondernemers
Dit hoofdstuk richt de focus op de werkbaarheidssituatie van een aantal specifieke deelgroepen (van zelfstandige ondernemers), waarvoor het Pact 2020 bijzonder aandacht vraagt: vrouwelijke ondernemers, 50-plussers, kortgeschoolden en bijzondere gezinssituaties. We bekijken daarbij voor deze deelgroepen telkens de evolutie in de werkbaarheidsgraad tussen 2007 en 2019 en hun specifieke scores op de werkbaarheidsindicatoren voor het jaar 2019, op basis van de ventilatie van de kengetallen naar geslacht, leeftijd, scholingsgraad en gezinssituatie.
3.1
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor vrouwelijke zelfstandige ondernemers
De werkbaarheidsgraad voor vrouwelijke zelfstandige ondernemers ligt in 2019 op 51,9%. Bij vergelijking met de meetgegevens voor 2007 registreren we een vooruitgang met vijf procentpunt, maar deze verschuiving blijft (net) onder de statistische significantiedrempel (zie tabel 8). Tabel 8:
Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar geslacht
werkbaarheidsgraad 2007
2010
2013
2016
%
%
%
%
%
man
48,1
47,8
51,8
51,4
49,1
vrouw
46,9
47,7
50,3
49,4
51,9
referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
geslacht
2019
Leeswijzer: Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi² ; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019.
Uit tabel 9 kunnen we afleiden dat het bij de meting 2019 vastgestelde verschil in de werkbaarheidsgraad voor vrouwen en mannen statistisch niet significant is. Ook de geregistreerde kengetallen 2019 voor de vrouwelijke zelfstandige ondernemers in een problematische situatie voor psychische vermoeidheid (37,9%) en leermogelijkheden (3,7%) wijken niet significant af van deze van hun mannelijke collega’s. Vrouwelijke zelfstandige ondernemers hebben wel minder vaak af te rekenen met een problematische situatie op het vlak van welbevinden in het werk (8,5%) en werk-privé-balans (27,3%) dan mannelijke ondernemers (11,3% respectievelijk 32,1%).
26
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 9:
Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar geslacht psychische vermoeidheid problematisch
welbevinden in het werk problematisch
leermogelijkheden problematisch
werk-privébalans problematisch
%
%
%
%
%
man
49,1
36,4
11,3
3,4
32,1
vrouw
51,9
37,9
8,5
3,7
27,3
ns
ns
s
ns
s
50,1
37,0
10,2
3,5
30,4
werkbaarheidsgraad
geslacht
verschiltoetsing
referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
Leeswijzer: Verschiltoetsing (s = significant versus ns = niet significant): er wordt tussen mannen en vrouwen een statistisch betekenisvol verschil (Pearson chi²; p<0,05) vastgesteld voor welbevinden in het werk en werk-privé-balans, maar niet voor de werkbaarheidsgraad, psychische vermoeidheid en leermogelijkheden.
3.2
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor oudere zelfstandige ondernemers
De werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in de leeftijdsgroepen ‘55 jaar en ouder’ en ‘50-54 jaar’ ligt in 2019 op 59,9% respectievelijk 50,4%. Bij vergelijking met de meetgegevens voor 2007 registreren we voor eerstgenoemde deelgroep een stijging met 6,5 procentpunt en voor laatstgenoemde deelgroep een daling met 2,6 procentpunt, maar deze verschuivingen blijken statistisch niet significant (zie tabel 10). Tabel 10:
Evolutie van de de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar leeftijd
werkbaarheidsgraad 2007
2010
2013
2016
2019
%
%
%
%
%
- 50 jaar
45,5
45,8
49,4
48,4
45,5
50 - 54 jaar
53,0
53,1
53,9
49,6
50,4
55 + jaar
53,4
52,1
56,3
58,7
59,9
referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
leeftijd
Leeswijzer: Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi² ; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019.
27
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 11:
Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar leeftijd psychische vermoeidheid problematisch
welbevinden in het werk problematisch
leermogelijkheden problematisch
werk-privébalans problematisch
%
%
%
%
%
- 50 jaar
45,5
41,3
10,3
3,4
33,1
50 - 54 jaar
50,4
38,1
12,8
3,2
31,0
55 + jaar
59,9
26,6
8,7
3,7
24,1
s
s
ns
ns
s
50,1
37,0
10,2
3,5
30,4
werkbaarheidsgraad
leeftijd
verschiltoetsing referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
Leeswijzer: Verschiltoetsing (s = significant versus ns = niet significant): er wordt tussen jongere en oudere zelfstandige ondernemers een statistisch betekenisvol verschil (Pearson chi²; p<0,05) vastgesteld voor de werkbaarheidsgraad, voor psychische vermoeidheid en werk-privé-balans, maar niet voor welbevinden in het werk en leermogelijkheden.
Uit tabel 11 kunnen we afleiden dat zelfstandige ondernemers van 55 jaar of ouder in 2016 zowel voor de werkbaarheidsgraad (59,9%), psychische vermoeidheid (26,6% in de problematische categorie) en werk-privé-balans (24,1% in de problematische categorie) significant gunstiger scoren dan hun jongere collega’s 50-plus (50,4%, 38,1% en 31,0%) en zelfstandige ondernemers jonger dan 50 jaar (45,5%, 41,3% en 33,1%). De geregistreerde kengetallen voor zelfstandige ondernemers in de leeftijdsgroepen ‘50-54 jaar’ en ‘55 jaar en ouder’ in een problematische situatie voor welbevinden in het werk (12,8% respectievelijk 8,7%) en leermogelijkheden (3,2% respectievelijk 3,7%) wijken niet significant af van mekaar en van deze van hun jongere collega’s van minder dan 50 jaar.
3.3
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor kortgeschoolde zelfstandige ondernemers
De werkbaarheidsgraad voor kortgeschoolde zelfstandige ondernemers (zonder diploma hoger secundair onderwijs) ligt in 2019 op 47,9%. Bij vergelijking met de meetgegevens voor 2007 registreren we een vooruitgang met 4,6 procentpunt, maar deze verschuiving blijkt statistisch niet significant (zie tabel 12). Uit tabel 13 kunnen we afleiden dat de bij de meting 2019 voor kortgeschoolde zelfstandige ondernemers geregistreerde werkbaarheidsgraad (47,9%) en de kengetallen voor psychische vermoeidheid (41,7% in een problematische situatie) en werk-privé-balans (31,6% in een problematische situatie) niet significant afwijken van deze van hun midden- en hooggeschoolde collega’s. Kortgeschoolde zelfstandige ondernemers blijken wel significant ongunstiger te scoren dan hun midden/hooggeschoolde collega’s voor welbevinden in het werk (15,4% versus 9,8% in een problematische situatie) en voor leermogelijkheden (8,4% versus 2,9% in een problematische situatie).
28
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 12:
Evolutie van de de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar scholingsgraad
werkbaarheidsgraad 2007
2010
2013
2016
2019
%
%
%
%
%
kortgeschoold
43,3
48,4
48,3
47,8
47,9
midden/hooggeschoold
48,4
47,7
51,9
51,0
50,1
referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
scholingsgraad
Leeswijzer: Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi² ; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019. Tabel 13:
Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar scholingsgraad psychische vermoeidheid problematisch
welbevinden in het werk problematisch
leermogelijkheden problematisch
werk-privébalans problematisch
%
%
%
%
%
kortgeschoold
47,9
41,7
15,4
8,4
31,6
midden/hooggeschoold
50,1
36,6
9,8
2,9
30,4
ns
ns
s
s
ns
50,1
37,0
10,2
3,5
30,4
werkbaarheidsgraad
scholingsgraad
verschiltoetsing referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
Leeswijzer: Verschiltoetsing (s = significant versus ns = significant): er wordt tussen kortgeschoolde versus midden- en hooggeschoolde zelfstandige ondernemers een statistisch betekenisvol verschil (Pearson chi²; p<0,05) vastgesteld voor welbevinden in het werk en leermogelijkheden, maar niet voor de werkbaarheidsgraad, psychische vermoeidheid en werk-privé-balans,.
29
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
3.4
Werkbaarheidsgraad 2007-2019 en werkbaarheidsindicatoren 2019 voor zelfstandige ondernemers met inwonende kinderen
De werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers met inwonende kinderen ligt in 2019 op 49,7%. Bij vergelijking met de meetgegevens voor 2007 registreren we een vooruitgang met 3,6 procentpunt, maar deze verschuiving blijkt statistisch niet significant (zie tabel 14). Tabel 14:
Evolutie van de de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar gezinssituatie
werkbaarheidsgraad 2007
2010
2013
2016
2019
%
%
%
%
%
gezinnen met kinderen
46,1
46,7
48,2
48,0
49,7
gezinnen zonder kinderen
50,8
49,8
56,6
55,2
50,7
referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
gezinssituatie
Leeswijzer: Cijfers in het groen resp. in het rood wijzen op een significante (Pearson chi² ; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad ten opzichte van het vorig meetpunt. Cijfers in een groen resp. rood kader wijzen op een significante (Pearson chi²; p<0,05) toename/afname van de werkbaarheidsgraad bij een vergelijking van de meetpunten 2007 en 2019.
Uit tabel 15 kunnen we afleiden dat de in 2019 bij zelfstandige ondernemers met inwonende kinderen opgetekende werkbaarheidsgraad (49,7%) en de geregistreerde kengetallen voor psychische vermoeidheid (37,7% in de problematische categorie), welbevinden in het werk (10,2% in de problematische categorie) en werk-privé-balans (31,5% in de problematische categorie) niet significant afwijken van deze van hun collega’s zonder inwonende kinderen. We noteren enkel voor leermogelijkheden een significant afwijkende score bij zelfstandige ondernemers met en zonder inwonende kinderen (2,7% versus 4,7% in een problematische situatie). Tabel 15:
Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar gezinssituatie werkbaarheidsgraad
gezinssituatie
psychische welbevinden in leermogelijkvermoeidheid het werk heden problematisch problematisch problematisch
werk-privébalans problematisch
%
%
%
%
%
gezinnen met kinderen
49,7
37,7
10,2
2,7
31,5
gezinnen zonder kinderen
50,7
35,9
10,6
4,7
28,7
ns
ns
ns
s
ns
50,1
37,0
10,2
3,5
30,4
verschiltoetsing referentiecijfer zelfstandige ondernemers Vlaanderen
Leeswijzer: Verschiltoetsing (s = significant versus ns = niet significant): er wordt tussen zelfstandige ondernemers met en zonder inwonende kinderen een statistisch betekenisvol verschil (Pearson chi² ; p<0,05) vastgesteld voor de leermogelijkheden, maar niet voor de werkbaarheidsgraad, psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk en werk-privé-balans.
30
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Referenties Barbier, S., Loosveldt, G., & Carton, A. (2015). Het surveyklimaat in Vlaanderen. Een analyse op basis van de SCV-surveys. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering. Geraadpleegd op https://www.vlaanderen.be/publicaties/het-surveyklimaat-in-vlaanderen-een-analyse-op-basisvan-de-scv-surveys-1 Bourdeaud’hui, R. & Vanderhaeghe, S. (2007). Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007. Indicatoren voor de kwaliteit van de arbeid op de Vlaamse arbeidsmarkt. Brussel: SERV-STV Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/2028 Bourdeaud’hui, R., Vanderhaeghe, S. (2010). Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2010. Indicatoren voor de kwaliteit van de arbeid bij zelfstandige ondernemers in Vlaanderen, evolutie 2007-2010. Brussel: SERV-STV Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/4013 Bourdeaud’hui, R., Vanderhaeghe, S. (2013). Vlaamse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers 2007-2010-2013. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/8857 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2016). Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2016 – zelfstandige ondernemers. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/10916 Bourdeaud’hui, R., Vanderhaeghe, S, & Janssens F. (2017). Wat maakt werk werkbaar voor zelfstandige ondernemers? Onderzoek naar determinanten van werkbaar werk voor zelfstandige ondernemers op basis van de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor 2007-2016. Brussel: SERVStichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/11671 Bourdeaud’hui, R., Janssens, F., & Vanderhaeghe, S. (2019). Methodologie Vlaamse werkbaarheidsmonitor. Brussel: SERV-Stichting Innovatie & Arbeid. Geraadpleegd op http://www.serv.be/node/13437 Studiedienst van de Vlaamse Regering. (2010). Pact 2020. Kernindicatoren. Nulmeting 2010. Brussel:SVR. Geraadpleegd op https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/pact-2020kernindicatoren-nulmeting-2010
31
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1:
Werkbaarheidsindicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 . 17
Figuur 2:
Vergelijking geregistreerde werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen met het geambieerde groeipad in doelstelling 10 van het Pact 2020 ... 18
Figuur 3:
Evolutie van het aandeel zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 met werkbaar werk en met (ĂŠĂŠn of meerdere) werkbaarheidsknelpunten...................... 19
Figuur 4:
Evolutie 2007-2019 van de inschatting door zelfstandige ondernemers 40-plus van de haalbaarheid om door te werken tot het pensioen in de huidige job/mits aangepast werk ...................................................................................................... 21
Figuur 5:
Samenhang van de werkbaarheidssituatie van zelfstandige ondernemers 40-plus met hun inschatting van de haalbaarheid om door te werken tot het pensioen in de huidige job/mits aangepast werk (meting 2019)...................................................... 22
Figuur 6:
Risico-indicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 ......... 25
Tabellen Tabel 1:
Overzicht werkbaarheidsindicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers .......................................................................................................... 10
Tabel 2:
Definitie werkbaarheidsgraad zelfstandige ondernemers ....................................... 11
Tabel 3:
Overzicht risico-indicatoren Vlaamse werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers ..... 11
Tabel 4:
Werkbaarheidsindicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2016 ... 16
Tabel 5:
Evolutie van de werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 .............................................................................................................. 18
Tabel 6:
Frequentieverdeling van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 naar aantal, type en combinatie van werkbaarheidsknelpunten ...................................... 20
Tabel 7:
Risico-indicatoren voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 2007-2019 ......... 23
Tabel 8:
Evolutie van de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar geslacht.............................. 26
Tabel 9:
Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar geslacht ................. 27
Tabel 10: Evolutie van de de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar leeftijd ............................ 27 Tabel 11: Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar leeftijd .................... 27 Tabel 12: Evolutie van de de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar scholingsgraad .............. 29 Tabel 13: Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar scholingsgraad ...... 29 Tabel 14: Evolutie van de de werkbaarheidsgraad 2007-2019 naar gezinssituatie ................ 30 Tabel 15: Werkbaarheidsgraad en werkbaarheidsindicatoren 2019 naar gezinssituatie ......... 30
32
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 16: Werkbaarheidsgraad naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .................................................................................................... 36 Tabel 17: Werkbaarheidsgraad naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ................................................... 37 Tabel 18: Psychische vermoeidheid naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .......................................................................... 38 Tabel 19: Psychische vermoeidheid naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ................................................... 39 Tabel 20: Welbevinden in het werk naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .......................................................................... 40 Tabel 21: Welbevinden in het werk naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ................................................... 41 Tabel 22: Leermogelijkheden naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .................................................................................................... 42 Tabel 23: Leermogelijkheden naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ................................................... 43 Tabel 24: Werk-privé-balans naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .................................................................................................... 44 Tabel 25: Werk-privé-balans naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ................................................... 45 Tabel 26: Werkdruk naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie ......................................................................................................... 46 Tabel 27: Werkdruk naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector .................................................................................... 47 Tabel 28: Emotionele belasting naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .................................................................................................... 48 Tabel 29: Emotionele belasting naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ................................................... 49 Tabel 30: Taakvariatie naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie ......................................................................................................... 50 Tabel 31: Taakvariatie naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ...................................................................................... 51 Tabel 32: Arbeidsomstandigheden naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie .......................................................................... 52 Tabel 33: Arbeidsomstandigheden naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector ........................................................... 53
33
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Bijlage: Werkbaarheidsgraad en -indicatoren bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 20072010-2013-2016-2019 Deze bijlage brengt de evolutie van de werkbaarheidssituatie van diverse deelgroepen binnen de populatie van zelfstandige ondernemers gedetailleerd cijfermatig in beeld. Voor elk van de indicatoren (de werkbaarheidsgraad, de vier werkbaarheidsindicatoren en de vier risico-indicatoren) worden telkens twee boordtabellen gepresenteerd met de ventilatie van de kengetallen naar: persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau, gezinssituatie; ondernemingskenmerken: ondernemingsgrootte, bedrijfsanciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector. De vastgestelde verschuivingen (in de tijd) en verschillen (tussen deelgroepen) werden systematisch gescreend op hun statistische significantie. In functie van een correcte lectuur en interpretatie van de cijfergegevens en meta-informatie is in de leeswijzer op volgende pagina een handleiding bij de tabellen opgenomen.
34
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Leeswijzer psychische vermoeidheid
niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
63,3
62,0
66,6
63,8
63,0
36,7
38,0
33,4
36,2
37,0
13,0
12,4
10,2
11,4
12,0
2 169
2 083
3 525
2 551
2 808
man vrouw
62,7
62,8
66,7
64,5
63,6
37,3
37,2
33,3
35,5
36,4
14,1
12,4
10,1
11,4
12,3
1 520
1 422
2 418
1 691
1 808
65,3
60,3
66,3
62,5
62,1
34,7
39,7
33,7
37,5
37,9
10,4
12,4
10,1
11,4
11,5
634
653
1 091
854
997
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
65,9
61,6
62,8
65,5
58,3
34,1
38,4
37,2
34,5
41,7
9,0
14,5
9,3
8,2
8,5
211
159
269
232
223
61,3
61,3
65,9
59,9
54,9
38,7
38,7
34,1
40,1
45,1
12,9
12,8
10,2
12,5
16,6
589
494
743
514
519
61,3
60,8
65,6
64,6
61,1
38,7
39,2
34,4
35,4
38,9
13,9
12,7
10,5
11,6
11,0
734
781
1 254
783
843
66,3
64,0
68,2
60,1
61,9
33,7
36,0
31,8
39,9
38,1
15,2
11,0
10,7
13,2
14,8
309
328
572
476
507
66,9
64,1
69,4
69,1
73,4
33,1
35,9
30,6
30,9
26,6
12,0
11,6
9,2
9,8
9,0
317
320
673
541
713
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
ns
s
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
Groen kader (betere score in 2019 dan in 2007): Het aandeel ondernemers van 55 jaar en ouder in de niet-problematische groep voor psychische vermoeidheid ligt in 2019 significant (Pearson chi²; p<0,05) hoger dan in 2007. Het aandeel in de problematische groep ligt (bijgevolg) in 2019 significant (Pearson chi²; p<0,05) lager dan in 2007.
Groen cijfer (betere score ten opzichte van vorig meetpunt): Het aandeel ondernemers in de leeftijdsgroep 40-49 jaar dat voor psychische vermoeidheid tot de problematisch groep behoort ligt in 2013 significant (Pearson chi²; p<0,05) lager dan in 2010.
Rood kader (slechtere score in 2019 dan in 2007): Het aandeel ondernemers in de leeftijdsgroep 30-39 jaar in de nietproblematische groep voor psychische vermoeidheid ligt in 2019 significant (Pearson chi²; p<0,05) lager dan in 2007. Het aandeel in de problematische groep ligt (bijgevolg) in 2019 significant (Pearson chi²; p<0,05) hoger dan in 2007.
Rood cijfer (slechtere score ten opzichte van vorig meetpunt): Het aandeel ondernemers in de leeftijdsgroep 50-54 jaar dat voor psychische vermoeidheid tot de problematisch groep behoort ligt in 2016 significant (Pearson chi²; p<0,05) hoger dan in 2013.
s/ns: significant/niet significant In 2019 registreren we voor de prevalentie van acute psychische vermoeidheidsproblemen een statistisch significant verschil (Pearson chi²; p<0,05) tussen de onderscheiden leeftijdscategorieën. In 2007, 2010, 2013 en 2016 was dit niet het geval.
35
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
1 Tabel 16:
Werkbaarheidsgraad bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Werkbaarheidsgraad naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie werkbaar werk 2007 2010 2013 2016 2019
werkbaarheidsgraad
werkbaarheidsknelpunten 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016
2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
52,3
52,2
48,6
49,3
49,9
1 919
1 856
3 359
2 452
2 731
man vrouw
48,1
47,8
51,8
51,4
49,1
51,9
52,2
48,2
48,6
50,9
1346
1268
2324
1 633
1 760
46,9
47,7
50,3
49,4
51,9
53,1
52,3
49,7
50,6
48,1
567
581
1028
816
968
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
51,5
51,0
54,4
56,3
45,8
48,5
49,0
45,6
43,7
54,2
196
149
259
224
216
43,0
41,4
47,7
42,6
43,2
57,0
58,6
52,3
57,4
56,8
539
456
710
498
507
45,7
47,5
49,3
49,9
46,9
54,3
52,5
50,7
50,1
53,1
652
691
1 200
755
825
53,0
53,1
53,9
49,6
50,4
47,0
46,9
46,1
50,4
49,6
264
292
542
460
492
53,4
52,1
56,3
58,7
59,9
46,6
47,9
43,7
41,3
40,1
266
267
641
513
689
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
43,3
48,4
48,3
47,8
47,9
56,7
51,6
51,7
52,2
52,1
379
316
476
289
284
44,6
46,5
51,0
49,2
47,2
55,4
53,5
49,0
50,8
52,8
607
630
1 037
714
774
48,6
50,5
55,7
50,2
48,5
51,4
49,5
44,3
49,8
51,5
428
380
767
592
681
52,9
47,2
50,0
53,2
53,6
47,1
52,8
50,0
46,8
46,4
495
515
1 049
851
979
s
ns
s
ns
s
s
ns
s
ns
s
50,8
49,8
56,6
55,2
50,7
49,2
50,2
43,4
44,8
49,3
720
673
1 257
992
1 058
46,1
46,7
48,2
48,0
49,7
53,9
53,3
51,8
52,0
50,3
1 192
1 174
2 087
1 528
1 669
s
ns
s
s
ns
s
ns
s
s
ns
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
36
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 17:
Werkbaarheidsgraad naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector werkbaar werk 2007 2010 2013 2016 2019
werkbaarheidsgraad
werkbaarheidsknelpunten 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016
2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
47,7
47,8
51,4
50,7
50,1
52,3
52,2
48,6
49,3
49,9
1 919
1 856
3 359
2 452
2 731
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
50,7
51,3
54,1
54,2
52,6
49,3
48,7
45,9
45,8
47,4
1 081
1 035
1 916
1 366
1 565
41,5
43,9
46,5
47,8
47,6
58,5
56,1
53,5
52,2
52,4
511
506
901
648
695
46,9
41,1
49,2
44,3
44,3
53,1
58,9
50,8
55,7
55,7
288
265
516
375
413
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
53,2
56,0
54,8
54,9
53,5
46,8
44,0
45,2
45,1
46,5
216
232
354
246
316
46,4
40,7
53,1
47,9
49,3
53,6
59,3
46,9
52,1
50,7
207
204
388
286
278
46,8
46,3
46,9
46,1
47,2
53,2
53,7
53,1
53,9
52,8
333
285
539
380
386
47,0
47,6
51,7
51,9
50,3
53,0
52,4
48,3
48,1
49,7
1 154
1 126
2 067
1 533
1 737
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
49,6
48,7
56,7
52,8
53,0
50,4
51,3
43,3
47,2
47,0
944
809
1 269
1 067
1 110
47,8
52,0
52,1
54,3
49,6
52,2
48,0
47,9
45,7
50,4
711
737
1 422
935
1 132
39,7
33,5
39,4
37,6
42,7
60,3
66,5
60,6
62,4
57,3
229
263
650
388
433
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
44,6
50,9
56,0
45,3
50,0
55,4
49,1
44,0
54,7
50,0
139
106
225
150
188
46,4
41,3
52,6
48,6
52,1
53,6
58,7
47,4
51,4
47,9
138
104
209
144
144
44,5
46,2
48,0
47,9
42,0
55,5
53,8
52,0
52,1
58,0
256
275
483
340
357
48,0
45,4
49,7
48,1
45,7
52,0
54,6
50,3
51,9
54,3
377
339
559
349
341
32,5
42,7
40,0
37,7
43,0
67,5
57,3
60,0
62,3
57,0
126
103
210
130
149
51,1
44,8
48,5
52,2
51,6
48,9
55,2
51,5
47,8
48,4
450
391
752
627
686
50,7
56,3
58,1
59,1
57,6
49,3
43,7
41,9
40,9
42,4
146
158
406
367
443
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
37
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
2 Tabel 18:
Psychische vermoeidheid bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Psychische vermoeidheid naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie
psychische vermoeidheid
niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
63,3
62,0
66,6
63,8
63,0
36,7
38,0
33,4
36,2
37,0
13,0
12,4
10,2
11,4
12,0
2 169
2 083
3 525
2 551
2 808
man vrouw
62,7
62,8
66,7
64,5
63,6
37,3
37,2
33,3
35,5
36,4
14,1
12,4
10,1
11,4
12,3
1 520
1 422
2 418
1 691
1 808
65,3
60,3
66,3
62,5
62,1
34,7
39,7
33,7
37,5
37,9
10,4
12,4
10,1
11,4
11,5
634
653
1 091
854
997
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
65,9
61,6
62,8
65,5
58,3
34,1
38,4
37,2
34,5
41,7
9,0
14,5
9,3
8,2
8,5
211
159
269
232
223
61,3
61,3
65,9
59,9
54,9
38,7
38,7
34,1
40,1
45,1
12,9
12,8
10,2
12,5
16,6
589
494
743
514
519
61,3
60,8
65,6
64,6
61,1
38,7
39,2
34,4
35,4
38,9
13,9
12,7
10,5
11,6
11,0
734
781
1 254
783
843
66,3
64,0
68,2
60,1
61,9
33,7
36,0
31,8
39,9
38,1
15,2
11,0
10,7
13,2
14,8
309
328
572
476
507
66,9
64,1
69,4
69,1
73,4
33,1
35,9
30,6
30,9
26,6
12,0
11,6
9,2
9,8
9,0
317
320
673
541
713
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
ns
s
60,7
64,2
67,4
60,9
58,3
39,3
35,8
32,6
39,1
41,7
14,7
10,2
9,3
14,4
17,0
430
374
506
299
300
60,9
63,7
65,8
61,8
62,0
39,1
36,3
34,2
38,2
38,0
14,2
11,9
11,4
11,9
11,7
682
697
1 074
739
793
65,1
59,8
69,7
64,3
63,2
34,9
40,2
30,3
35,7
36,8
9,9
12,8
9,5
11,6
12,4
473
423
796
611
696
66,2
60,2
64,7
66,0
64,7
33,8
39,8
35,3
34,0
35,3
13,1
14,0
9,7
9,9
10,7
565
570
1 107
893
1 005
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
s
64,8
60,6
68,3
66,9
64,1
35,2
39,4
31,7
33,1
35,9
12,1
13,2
9,1
10,2
11,6
820
759
1 316
961
1 094
62,7
62,8
65,5
61,9
62,3
37,3
37,2
34,5
38,1
37,7
13,6
11,8
10,7
12,1
12,3
1 330
1 311
2 185
1 584
1 710
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
ns
38
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 19:
Psychische vermoeidheid naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
psychische vermoeidheid
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
63,3
62,0
66,6
63,8
63,0
36,7
38,0
33,4
36,2
37,0
13,0
12,4
10,2
11,4
12,0
2 169
2 083
3 525
2 551
2 808
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
65,7
65,3
69,2
67,4
65,8
34,3
34,7
30,8
32,6
34,2
11,6
11,2
8,5
8,8
10,6
1 228
1 174
2 001
1 417
1 607
59,4
59,7
62,6
60,0
60,9
40,6
40,3
37,4
40,0
39,1
15,2
13,7
11,7
13,9
13,6
579
571
951
682
711
60,4
53,1
63,9
57,7
56,4
39,6
46,9
36,1
42,3
43,6
14,6
15,6
13,4
16,8
14,4
321
228
546
388
431
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
ns
s
s
s
64,7
66,5
67,9
67,3
67,1
35,3
33,5
32,1
32,7
32,9
12,4
11,3
9,2
8,3
7,8
241
257
371
254
322
61,6
57,3
66,4
62,4
60,1
38,4
42,7
33,6
37,6
39,9
11,8
18,5
8,6
13,2
12,9
237
227
405
295
286
63,0
61,0
63,1
61,2
59,3
37,0
39,0
36,9
38,8
40,7
12,3
12,9
12,7
12,0
16,0
365
310
559
392
393
63,5
62,2
67,2
64,2
63,7
36,5
37,8
32,8
35,8
36,3
13,5
11,4
9,9
11,4
11,8
1 316
1 278
2 179
1 602
1 792
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
s
64,1
63,6
70,3
63,8
63,4
35,9
36,4
29,7
36,2
36,6
11,2
11,8
8,2
10,4
11,7
1 054
887
1 325
1 106
1 137
64,3
64,4
67,4
67,2
62,9
35,7
35,6
32,6
32,8
37,1
13,4
11,5
9,0
10,7
12,0
805
842
1 493
979
1 159
57,1
51,6
57,4
55,9
61,5
42,9
48,4
42,6
44,1
38,5
18,3
17,0
16,6
15,8
13,2
273
306
687
404
454
ns
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
s
s
s
s
ns
65,6
73,4
71,2
70,4
65,1
34,4
26,6
28,8
29,6
34,9
10,6
4,8
9,4
7,2
12,5
151
124
233
152
192
66,7
62,4
67,4
62,5
68,0
33,3
37,6
32,6
37,5
32,0
12,9
12,0
9,5
13,8
5,3
147
117
221
152
150
59,0
60,2
63,3
56,7
54,8
41,0
39,8
36,7
43,3
45,2
17,6
12,1
10,0
17,4
16,9
307
314
501
351
367
64,4
62,3
66,8
63,6
61,4
35,6
37,7
33,2
36,4
38,6
12,3
11,5
9,2
11,1
10,5
416
382
579
368
352
58,3
56,7
60,0
56,8
58,7
41,7
43,3
40,0
43,2
41,3
13,9
18,3
16,4
12,9
16,1
144
120
225
139
155
65,8
56,4
62,6
63,8
61,8
34,2
43,6
37,4
36,2
38,2
12,8
13,9
10,8
10,4
11,4
523
438
807
655
702
61,2
67,8
71,5
71,2
70,0
38,8
32,2
28,5
28,8
30,0
10,3
8,2
8,9
9,2
9,7
165
171
418
379
454
ns
s
s
s
s
ns
s
s
s
s
ns
ns
ns
s
s
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
39
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
3 Tabel 20:
Welbevinden in het werk bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Welbevinden in het werk naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
welbevinden in het werk
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
91,8
91,8
91,6
90,7
89,8
8,2
8,2
8,4
9,3
10,2
2,7
3,0
3,5
3,7
3,9
2 012
1 932
3 490
2 520
2 812
man vrouw
91,6
90,9
91,3
90,4
88,7
8,4
9,1
8,7
9,6
11,3
2,8
3,3
3,5
4,2
4,1
1 372
1 295
2 358
1 649
1 784
92,6
93,8
92,4
91,3
91,5
7,4
6,2
7,6
8,7
8,5
2,2
2,5
3,4
2,5
3,5
582
594
1 048
829
984
ns
s
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
s
ns
ns
ns
s
ns
93,0
92,7
94,3
92,1
93,1
7,0
7,3
5,7
7,9
6,9
1,5
3,3
1,5
2,2
0,9
200
151
262
227
218
92,4
90,9
93,9
91,9
90,4
7,6
9,1
6,1
8,1
9,6
2,5
2,4
2,2
2,6
3,5
553
463
723
505
513
90,9
91,8
90,2
89,7
88,3
9,1
8,2
9,8
10,3
11,7
2,6
3,5
5,0
3,7
4,6
660
707
1 220
765
832
92,6
92,0
91,5
89,8
87,2
7,4
8,0
8,5
10,2
12,8
3,0
3,7
2,9
4,3
5,0
269
299
551
462
501
92,1
92,7
90,8
91,3
91,3
7,9
7,3
9,2
8,7
8,7
3,2
2,2
3,5
4,8
3,7
277
275
650
520
704
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
s
ns
ns
89,5
89,9
88,6
87,4
84,6
10,5
10,1
11,4
12,6
15,4
4,1
2,4
4,6
7,5
6,5
390
327
483
294
293
90,5
91,3
91,2
92,4
89,6
9,5
8,7
8,8
7,6
10,4
2,9
3,6
3,9
3,6
4,3
619
643
1 056
723
790
92,8
93,3
92,2
91,1
90,4
7,2
6,7
7,8
8,9
9,6
2,5
3,4
3,5
2,7
3,6
433
387
774
596
686
94,7
92,7
92,6
90,1
90,5
5,3
7,3
7,4
9,9
9,5
1,2
2,7
2,8
3,1
3,1
506
521
1 064
861
986
s
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
s
ns
91,7
91,3
91,7
90,6
89,4
8,3
8,7
8,3
9,4
10,6
3,0
3,0
3,4
4,2
3,4
735
692
1 274
932
1 074
92,1
92,1
91,5
90,8
89,8
7,9
7,9
8,5
9,2
10,2
2,4
3,1
3,6
3,4
4,3
1 216
1 194
2 123
1 547
1 693
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
40
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 21:
Welbevinden in het werk naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
welbevinden in het werk
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
91,8
91,8
91,6
90,7
89,8
8,2
8,2
8,4
9,3
10,2
2,7
3,0
3,5
3,7
3,9
2 012
1 932
3 490
2 520
2 812
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
92,2
93,0
92,4
91,3
90,3
7,8
7,0
7,6
8,7
9,7
2,6
2,8
3,0
3,4
3,5
1 135
1 072
1 996
1 406
1 612
89,5
90,1
90,2
89,5
89,3
10,5
9,9
9,8
10,5
10,7
3,4
2,8
4,3
4,1
4,0
533
533
933
666
719
93,4
90,5
90,8
90,9
88,9
6,6
9,5
9,2
9,1
11,1
2,3
4,0
4,0
3,6
4,5
304
274
531
385
423
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
91,6
93,8
95,1
91,2
93,0
8,4
6,2
4,9
8,8
7,0
4,0
2,5
1,6
3,6
1,5
227
242
371
250
329
93,5
90,0
94,4
90,5
92,0
6,5
10,0
5,6
9,5
8,0
0,9
2,4
2,2
1,4
1,7
215
210
408
296
286
94,8
93,1
91,8
89,8
89,7
5,2
6,9
8,2
10,2
10,3
0,6
2,1
4,0
2,8
3,1
348
291
551
393
390
90,7
91,3
90,4
91,0
88,8
9,3
8,7
9,6
9,0
11,2
3,4
3,5
4,0
4,2
4,8
1 213
1 179
2 146
1 574
1 792
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
s
ns
ns
ns
s
95,0
95,9
97,5
93,7
94,3
5,0
4,1
2,5
6,3
5,7
1,4
1,4
0,8
1,7
1,9
989
838
1 324
1 087
1 135
90,6
91,1
91,9
92,6
90,0
9,4
8,9
8,1
7,4
10,0
2,7
3,0
3,2
3,2
3,2
746
764
1 478
971
1 172
81,8
82,1
79,1
77,7
77,2
18,2
17,9
20,9
22,3
22,8
7,9
7,5
9,6
9,8
10,5
2 242
280
666
399
447
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
92,4
89,5
93,2
90,6
91,3
7,6
10,5
6,8
9,4
8,7
1,4
2,6
3,4
5,7
5,1
145
114
235
159
195
87,8
88,0
91,7
91,2
89,0
12,2
12,0
8,3
8,8
11,0
5,4
2,8
3,7
2,7
2,7
147
108
217
147
146
92,2
93,0
91,5
93,3
88,1
7,8
7,0
8,5
6,7
11,9
2,6
2,8
2,6
2,5
3,8
269
287
504
356
371
90,1
90,0
91,9
87,5
86,9
9,9
10,0
8,1
12,5
13,1
4,3
4,3
3,9
6,0
6,0
393
351
569
352
350
83,8
90,2
83,2
85,1
87,9
16,2
9,8
16,8
14,9
12,1
3,5
3,6
8,0
7,5
3,8
142
112
226
134
157
95,1
93,3
91,9
91,9
92,1
4,9
6,7
8,1
8,1
7,9
1,3
3,0
2,8
2,2
3,0
465
401
786
643
707
94,1
94,5
93,7
92,6
91,1
5,9
5,5
6,3
7,4
8,9
0,7
1,2
2,9
2,9
2,2
153
163
416
377
451
s
ns
s
s
ns
s
ns
s
s
ns
s
ns
s
s
ns
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
41
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
4 Tabel 22:
Leermogelijkheden bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Leermogelijkheden naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
leermogelijkheden
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
94,4
95,2
95,3
96,5
96,5
5,6
4,8
4,7
3,5
3,5
1,1
1,2
0,8
0,8
0,5
2 018
1 932
3 500
2 527
2 817
man vrouw
95,4
96,0
95,9
96,9
96,6
4,6
4,0
4,1
3,1
3,4
0,9
0,7
0,8
0,8
0,4
1 375
1 295
2 362
1 656
1 788
92,2
93,4
93,7
95,8
96,3
7,8
6,6
6,3
4,2
3,7
1,9
2,5
0,9
0,8
0,6
586
593
1 054
829
986
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
98,0
96,7
98,1
97,8
99,5
2,0
3,3
1,9
2,2
0,5
0,5
0,7
0,4
0,4
0,5
199
151
263
226
218
94,9
96,3
96,7
97,4
98,1
5,1
3,7
3,3
2,6
1,9
0,9
0,6
0,7
0,6
0,0
553
464
724
504
514
94,9
94,3
94,6
95,8
94,8
5,1
5,7
5,4
4,2
5,2
0,9
1,7
1,1
0,9
0,8
665
706
1 221
770
834
94,1
94,6
94,2
96,8
96,8
5,9
5,4
5,8
3,2
3,2
1,1
2,3
0,5
0,6
0,2
272
299
554
463
504
90,6
95,3
94,8
95,8
96,3
9,4
4,7
5,2
4,2
3,7
2,9
0,4
0,8
1,1
0,6
276
274
654
523
703
s
ns
s
ns
s
s
ns
s
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
88,4
89,8
91,0
92,9
91,6
11,6
10,2
9,0
7,1
8,4
3,4
3,1
1,4
2,7
1,3
388
325
489
295
298
93,6
93,9
94,3
95,2
95,2
6,4
6,1
5,7
4,8
4,8
1,1
1,6
1,0
1,0
0,6
621
644
1 058
725
788
96,8
97,9
95,4
97,5
97,0
3,2
2,1
4,6
2,5
3,0
0,7
0,8
1,0
0,3
0,4
438
386
776
596
689
98,2
98,5
97,9
98,2
98,7
1,8
1,5
2,1
1,8
1,3
0,0
0,0
0,2
0,3
0,2
508
523
1 066
865
987
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
93,0
94,6
95,5
95,6
95,3
7,0
5,4
4,5
4,4
4,7
1,8
1,0
0,9
1,5
0,8
741
686
1 277
935
1 077
95,5
95,5
95,1
97,0
97,3
4,5
4,5
4,9
3,0
2,7
0,8
1,4
0,8
0,4
0,3
1 216
1 199
2 130
1 551
1 696
s
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
s
ns
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
42
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 23:
Leermogelijkheden naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
leermogelijkheden
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
94,4
95,2
95,3
96,5
96,5
5,6
4,8
4,7
3,5
3,5
1,1
1,2
0,8
0,8
0,5
2 018
1 932
3 500
2 527
2 817
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
93,7
94,7
94,6
96,3
96,6
6,3
5,3
5,4
3,7
3,4
1,1
1,6
1,0
0,9
0,6
1 138
1 071
2 005
1 409
1 614
93,6
95,9
95,4
96,4
95,8
6,4
4,1
4,6
3,6
4,2
1,5
0,9
0,6
0,6
0,4
535
532
932
668
719
97,7
96,4
97,9
97,2
97,6
2,3
3,6
2,1
2,8
2,4
0,3
0,4
0,2
0,8
0,0
305
276
533
387
425
s
ns
s
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
95,6
95,8
97,6
96,0
98,8
4,4
4,2
2,4
4,0
1,2
2,2
1,7
0,3
0,8
0,3
227
240
373
249
328
95,8
96,2
98,0
97,0
98,3
4,2
3,8
2,0
3,0
1,7
0,5
0,5
0,0
0,0
0,0
215
211
406
297
286
96,3
97,6
95,7
98,0
96,2
3,7
2,4
4,3
2,0
3,8
0,9
0,7
0,9
0,3
0,8
350
294
553
393
390
93,3
94,2
94,3
96,2
95,9
6,7
5,8
5,7
3,8
4,1
1,1
1,4
1,0
1,0
0,6
1 217
1 178
2 154
1 580
1 799
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
98,2
98,7
98,9
99,0
98,6
1,8
1,3
1,1
1,0
1,4
0,4
0,5
0,1
0,2
0,1
988
837
1 323
1 091
1 135
93,2
95,2
94,5
96,8
96,7
6,8
4,8
5,5
3,2
3,3
1,1
0,7
0,9
0,3
0,3
750
763
1 483
969
1 171
82,0
86,2
90,0
88,9
91,1
18,0
13,8
10,0
11,1
8,9
4,1
4,6
2,1
3,7
1,8
244
282
672
404
451
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
95,1
92,2
94,2
95,0
96,4
4,9
7,8
5,8
5,0
3,6
1,4
2,6
0,8
0,0
0,0
143
115
240
161
195
90,0
90,0
92,1
98,0
94,5
10,0
10,0
7,9
2,0
5,5
2,7
1,8
2,3
0,7
0,7
150
110
215
147
146
97,4
99,7
97,0
98,0
96,5
2,6
0,3
3,0
2,0
3,5
0,0
0,0
0,0
0,3
0,3
270
288
506
357
372
92,1
89,2
93,5
94,1
94,0
7,9
10,8
6,5
5,9
6,0
1,3
3,4
1,2
1,4
0,6
393
351
573
355
350
80,9
91,0
85,3
85,0
92,3
19,1
9,0
14,7
15,0
7,7
5,0
2,7
3,1
4,5
1,9
141
111
225
133
156
98,3
99,0
97,8
98,8
99,0
1,7
1,0
2,2
1,2
1,0
0,0
0,0
0,4
0,3
0,3
468
400
790
643
708
98,7
100,0
98,1
98,7
97,8
1,3
0,0
1,9
1,3
2,2
0,0
0,0
0,0
0,0
0,2
155
164
415
378
452
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
s
s
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
43
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
5 Tabel 24:
Werk-privĂŠ-balans bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Werk-privĂŠ-balans naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
werk-privĂŠ-balans
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
65,5
65,0
68,4
67,0
69,6
34,5
35,0
31,6
33,0
30,4
10,9
11,8
9,5
10,5
10,7
2 184
2 103
3 532
2 563
2 822
man vrouw
65,7
64,9
68,3
67,8
67,9
34,3
35,1
31,7
32,2
32,1
10,8
12,3
9,6
8,8
11,3
1 531
1 433
2 429
1 702
1 816
65,1
65,3
68,7
65,4
72,7
34,9
34,7
31,3
34,6
27,3
10,9
10,7
9,1
14,1
9,6
645
662
1 096
858
1 003
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
s
70,2
66,5
70,6
70,3
67,7
29,8
33,5
29,4
29,7
32,3
9,3
9,3
6,7
10,0
9,0
215
161
269
229
223
60,9
57,9
61,1
58,7
64,0
39,1
42,1
38,9
41,3
36,0
14,3
14,5
10,7
14,9
14,5
593
497
745
518
519
62,8
63,6
67,0
64,9
68,5
37,2
36,4
33,0
35,1
31,5
10,6
13,6
11,2
11,6
11,3
744
786
1 254
792
847
69,6
71,0
72,2
67,5
69,0
30,4
29,0
27,8
32,5
31,0
10,0
9,3
10,0
9,2
11,0
309
334
579
477
509
73,2
72,8
75,5
76,1
75,9
26,8
27,2
24,5
23,9
24,1
6,9
7,1
5,5
6,1
7,4
321
324
678
545
721
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
65,1
67,2
67,5
64,7
68,4
34,9
32,8
32,5
35,3
31,6
12,0
13,8
12,2
12,7
11,5
433
378
508
300
304
63,0
63,9
66,1
64,4
65,6
37,0
36,1
33,9
35,6
34,4
13,2
12,5
11,5
11,4
12,8
692
704
1 084
747
797
66,9
67,8
71,5
66,7
68,0
33,1
32,2
28,5
33,3
32,0
8,8
12,0
7,1
10,6
12,2
477
425
792
616
696
67,5
62,7
68,8
70,1
73,8
32,5
37,3
31,2
29,9
26,2
9,1
9,9
7,9
9,0
7,7
569
577
1 112
893
1 010
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
ns
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
s
ns
s
ns
s
71,2
70,7
74,8
71,1
71,3
28,8
29,3
25,2
28,9
28,7
8,6
9,1
6,9
8,2
8,6
826
761
1 326
960
1 100
62,2
61,9
64,5
64,4
68,5
37,8
38,1
35,5
35,6
31,5
12,0
13,5
11,1
11,9
12,0
1 348
1 329
2 189
1 600
1 718
s
s
s
s
ns
s
s
s
s
ns
s
s
s
s
s
44
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 25:
Werk-privé-balans naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciënniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
werk-privé-balans
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
65,5
65,0
68,4
67,0
69,6
34,5
35,0
31,6
33,0
30,4
10,9
11,8
9,5
10,5
10,7
2 184
2 103
3 532
2 563
2 822
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
70,2
69,4
72,4
70,8
72,7
29,8
30,6
27,6
29,2
27,3
8,9
9,9
7,5
8,5
9,6
1 240
1 188
2 008
1 424
1 611
58,2
58,8
63,8
63,9
66,6
41,8
41,2
36,2
36,1
33,4
14,6
14,5
10,4
13,3
11,8
582
571
950
684
721
60,7
59,2
61,8
59,6
62,4
39,3
40,8
38,2
40,4
37,6
11,2
15,0
14,8
13,6
12,5
321
294
547
391
431
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
71,4
71,5
72,4
70,4
75,3
28,6
28,5
27,6
29,6
24,7
8,0
7,7
7,8
11,5
8,0
238
260
373
253
324
63,5
56,8
67,4
64,2
69,5
36,5
43,2
32,6
35,8
30,5
13,3
16,6
9,5
11,5
10,2
241
229
402
296
285
65,9
62,8
64,1
62,0
67,0
34,1
37,2
35,9
38,0
33,0
12,5
12,2
9,6
12,7
10,7
369
312
560
395
394
64,7
65,8
69,1
68,3
69,1
35,3
34,2
30,9
31,7
30,9
10,5
11,8
9,7
9,7
11,1
1 326
1 291
2 185
1 612
1 804
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
65,2
62,9
69,3
66,7
70,4
34,8
37,1
30,7
33,3
29,6
9,4
10,6
8,1
9,9
9,8
1 059
896
1 330
1 109
1 140
67,5
69,6
69,9
70,3
70,0
32,5
30,4
30,1
29,7
30,0
11,2
11,3
9,3
9,7
10,2
813
851
1 498
985
1 164
62,2
58,4
63,6
60,8
65,6
37,8
41,6
36,4
39,2
34,4
14,5
17,9
12,1
13,8
13,7
275
308
686
406
459
ns
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
s
s
s
ns
ns
61,0
66,9
65,7
58,1
56,6
39,0
33,1
34,3
41,9
43,4
13,0
9,4
9,6
10,6
18,2
154
127
239
160
198
65,5
64,1
68,2
60,0
72,0
34,5
35,9
31,8
40,0
28,0
12,8
10,3
10,5
15,5
9,3
148
117
220
155
150
61,4
64,4
66,9
64,5
61,4
38,6
35,6
33,1
35,5
38,6
12,9
12,9
10,7
12,5
13,7
303
317
504
352
365
67,6
63,7
67,8
64,2
67,8
32,4
36,3
32,2
35,8
32,2
9,9
13,6
10,2
14,4
12,3
423
383
581
369
351
52,8
57,0
58,7
55,8
56,4
47,2
43,0
41,3
44,2
43,6
13,9
18,2
20,6
16,7
20,5
144
121
223
138
156
68,1
61,0
67,6
70,1
73,2
31,9
39,0
32,4
29,9
26,8
9,6
11,1
8,1
8,4
8,8
529
441
805
655
706
70,4
68,4
74,3
73,8
77,3
29,6
31,6
25,7
26,2
22,7
8,0
9,2
5,0
5,6
5,5
162
174
417
378
454
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
ns
s
s
s
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden.
45
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
6 Tabel 26:
Werkdruk bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Werkdruk naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
werkdruk
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
53,4
57,8
62,3
57,2
53,9
46,6
42,2
37,7
42,8
46,1
17,6
16,3
13,3
17,0
19,2
2 024
1 944
3 506
2 530
2 820
man vrouw
51,4
54,6
60,2
56,3
53,6
48,6
45,4
39,8
43,7
46,4
18,9
17,7
14,0
16,8
19,1
1 378
1 305
2 368
1 656
1 788
60,2
64,7
68,0
59,1
55,1
39,8
35,3
32,0
40,9
44,9
14,5
13,4
11,5
17,3
19,4
588
595
1 054
832
988
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
62,0
61,6
69,2
61,2
49,5
38,0
38,4
30,8
38,8
50,5
17,5
14,6
8,7
13,7
13,8
200
151
263
227
218
47,9
53,4
56,2
48,9
50,6
52,1
46,6
43,8
51,1
49,4
20,6
19,1
14,9
22,9
23,5
557
466
726
507
514
52,9
57,2
59,0
54,8
51,1
47,1
42,8
41,0
45,2
48,9
18,1
16,9
15,0
18,1
21,9
667
712
1 227
768
835
55,2
58,9
64,9
58,1
50,5
44,8
41,1
35,1
41,9
49,5
15,6
15,4
13,0
17,7
20,7
270
299
553
463
503
60,3
62,9
72,0
66,8
64,0
39,7
37,1
28,0
33,2
36,0
12,3
12,6
9,8
10,3
13,5
277
278
653
524
706
s
ns
s
s
s
s
ns
s
s
s
s
ns
s
s
s
57,7
66,0
72,3
64,2
63,5
42,3
34,0
27,7
35,8
36,5
14,9
13,4
8,0
13,9
15,1
390
329
488
296
299
54,9
59,5
64,5
62,1
56,8
45,1
40,5
35,5
37,9
43,2
18,5
14,2
13,8
14,1
16,8
621
647
1 061
725
790
56,6
58,2
64,3
55,4
51,5
43,4
41,8
35,7
44,6
48,5
14,8
13,9
10,6
17,0
21,7
438
388
774
596
688
46,8
50,0
54,7
52,4
50,3
53,2
50,0
45,3
47,6
49,7
20,9
22,6
16,9
20,2
20,9
511
526
1 068
867
987
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
59,3
60,8
69,1
63,4
58,1
40,7
39,2
30,9
36,6
41,9
14,5
14,3
10,3
13,8
15,7
740
693
1 277
937
1 077
50,9
55,8
58,7
53,7
51,5
49,1
44,2
41,3
46,3
48,5
19,2
17,6
14,9
18,9
21,4
1 223
1 204
2 135
1 552
1 698
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
s
s
s
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
46
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 27:
Werkdruk naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
werkdruk
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
53,4
57,8
62,3
57,2
53,9
46,6
42,2
37,7
42,8
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
61,6
67,4
69,2
63,9
61,5
38,4
32,6
30,8
46,6
47,9
57,0
52,0
47,2
53,4
52,1
43,0
36,7
41,2
45,6
40,7
36,9
63,3
58,8
s
s
s
s
s
s
64,5
64,0
68,5
64,3
65,3
49,8
60,1
63,5
59,6
54,5
50,7
56,6
59,7
50,9
52,7
56,4
61,7
s
ns
49,3 56,9
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
46,1
17,6
16,3
13,3
17,0
19,2
2 024
1 944
3 506
2 530
2 820
36,1
38,5
13,8
11,9
9,7
13,0
14,7
1 143
1 077
2 007
1 411
1 615
48,0
52,8
21,2
21,2
16,8
19,8
23,5
537
537
934
671
720
54,4
59,3
63,1
26,2
23,8
21,3
26,7
28,9
305
277
535
386
426
s
s
s
s
s
s
s
s
s
35,5
36,0
31,5
35,7
34,7
12,3
11,2
9,3
12,0
10,6
228
242
375
249
329
50,2
39,9
36,5
40,4
45,5
19,8
14,6
12,5
16,5
16,4
217
213
408
297
286
50,3
49,3
43,4
40,3
49,1
49,7
18,5
18,3
14,5
23,0
21,8
351
295
553
395
390
57,2
52,4
47,3
43,6
38,3
42,8
47,6
18,0
17,0
13,9
16,3
20,8
1 219
1 184
2 156
1 581
1 800
s
s
s
s
ns
s
s
s
ns
ns
ns
s
s
55,2
59,6
54,6
52,3
50,7
44,8
40,4
45,4
47,7
17,9
17,6
12,3
17,7
18,8
992
843
1 328
1 093
1 137
61,5
63,8
58,4
55,0
43,1
38,5
36,2
41,6
45,0
17,7
14,6
12,9
16,2
19,3
752
767
1 486
972
1 174
60,8
56,0
64,5
60,5
55,4
39,2
44,0
35,5
39,5
44,6
16,7
17,6
16,4
17,1
20,4
245
284
670
403
451
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
52,4
57,3
71,7
65,8
51,5
47,6
42,7
28,3
34,2
48,5
20,7
15,4
7,9
10,6
16,3
145
117
240
161
196
49,3
59,1
65,9
49,7
62,3
50,7
40,9
34,1
50,3
37,7
24,7
16,4
11,5
20,4
18,5
150
110
217
147
146
47,2
56,1
63,8
55,5
49,9
52,8
43,9
36,2
44,5
50,1
19,3
16,6
13,4
17,9
24,7
269
289
508
357
373
58,5
58,6
63,5
58,9
57,5
41,5
41,4
36,5
41,1
42,5
14,7
14,1
13,2
16,1
18,5
395
355
570
355
351
52,1
57,1
61,4
53,0
57,2
47,9
42,9
38,6
47,0
42,8
15,5
16,1
14,5
22,4
18,2
142
112
228
134
159
50,4
49,9
53,8
52,0
49,5
49,6
50,1
46,2
48,0
50,5
19,1
21,4
16,7
19,2
21,8
470
401
790
646
707
50,0
58,5
60,6
59,4
56,0
50,0
41,5
39,4
40,6
44,0
19,9
16,5
12,0
15,1
15,8
156
164
416
377
450
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
ns
s
ns
s
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
47
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
7 Tabel 28:
Emotionele belasting bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Emotionele belasting naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
emotionele belasting
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
71,2
70,9
70,4
73,4
71,9
28,8
29,1
29,6
26,6
man vrouw
72,2
71,7
71,4
75,1
75,0
27,8
28,3
28,6
69,3
69,0
68,6
69,9
65,9
30,7
31,0
31,4
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
73,9
68,2
73,4
69,0
67,4
26,1
69,0
71,4
67,7
71,1
68,1
31,0
70,0
73,0
70,8
74,9
73,3
73,8
69,4
70,2
75,6
74,2
67,5
72,7
ns
ns
83,3 78,3
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
28,1
5,2
4,9
5,7
4,8
5,0
2 024
1 940
3 511
2 529
2 816
24,9
25,0
4,7
4,8
5,5
4,4
4,0
1 376
1 299
2 369
1 656
1 786
30,1
34,1
6,8
5,2
5,7
5,8
6,9
590
597
1 058
831
986
ns
s
s
ns
ns
ns
ns
s
31,8
26,6
31,0
32,6
6,0
3,3
4,6
7,5
7,8
199
151
263
226
218
28,6
32,3
28,9
31,9
6,1
3,4
4,8
4,9
6,3
555
465
727
506
511
30,0
27,0
29,2
25,1
26,7
4,5
4,9
5,8
5,7
4,3
667
708
1 231
768
833
71,0
26,2
30,6
29,8
24,4
29,0
4,4
6,0
6,3
4,5
5,4
271
301
554
464
503
73,1
74,6
25,8
32,5
27,3
26,9
25,4
6,1
6,5
6,0
2,9
3,7
279
277
652
524
706
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
85,6
81,1
85,5
82,9
16,7
14,4
18,9
14,5
17,1
2,6
2,8
3,7
1,4
2,0
389
327
486
296
299
77,8
79,1
81,7
84,4
21,7
22,2
20,9
18,3
15,6
2,6
3,3
4,2
3,3
2,3
621
643
1 064
725
788
70,4
69,2
70,4
72,9
67,8
29,6
30,8
29,6
27,1
32,2
5,3
4,1
4,9
5,2
4,5
436
389
776
595
687
54,5
53,9
57,5
62,6
60,9
45,5
46,1
42,5
37,4
39,1
10,9
8,9
8,3
7,2
8,4
514
527
1 070
867
986
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
70,2
67,8
73,5
70,9
73,0
29,8
32,2
26,5
29,1
27,0
6,2
5,8
5,1
5,3
5,2
744
692
1 278
935
1 075
72,0
72,7
69,0
74,9
71,0
28,0
27,3
31,0
25,1
29,0
4,8
4,4
5,9
4,6
4,9
1 219
1 201
2 139
1 553
1 696
ns
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
ns
ns
ns
ns
ns
48
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 29:
Emotionele belasting naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
emotionele belasting
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
71,2
70,9
70,4
73,4
71,9
28,8
29,1
29,6
26,6
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
74,1
73,8
73,4
75,4
73,0
25,9
26,2
26,6
68,3
69,2
70,1
73,8
72,0
31,7
30,8
29,9
64,0
63,9
59,9
65,6
66,7
36,0
36,1
s
s
s
s
s
s
76,7
78,5
73,3
73,8
75,2
68,5
68,5
71,3
75,3
70,6
74,9
72,1
69,6
71,6
69,5
69,5
70,0
s
s
68,8 74,5
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
28,1
5,2
4,9
5,7
4,8
5,0
2 024
1 940
3 511
2 529
2 816
24,6
27,0
5,6
4,4
5,0
4,3
4,8
1 145
1 074
2 011
1 411
1 614
26,2
28,0
4,3
6,0
5,2
4,3
5,4
536
536
934
671
717
40,1
34,4
33,3
5,9
5,4
8,8
8,1
4,9
303
277
536
384
426
s
s
s
s
ns
ns
s
s
ns
23,3
21,5
26,7
26,2
24,8
6,2
2,5
4,0
3,6
4,3
227
242
374
248
327
31,5
31,5
28,7
24,7
29,4
3,2
3,8
3,9
5,1
5,9
216
213
408
296
286
72,2
25,1
27,9
30,4
28,4
27,8
5,4
5,1
6,7
6,1
4,1
350
294
553
395
389
73,5
71,4
30,5
30,5
30,0
26,5
28,6
5,4
5,7
6,0
4,6
5,2
1 222
1 181
2 162
1 582
1 800
ns
ns
ns
s
s
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
68,7
69,7
71,3
72,1
31,2
31,3
30,3
28,7
27,9
5,1
5,4
5,7
5,3
4,9
986
841
1 330
1 091
1 133
75,0
73,2
77,3
73,1
25,5
25,0
26,8
22,7
26,9
5,0
4,1
4,4
4,4
4,6
757
764
1 487
972
1 172
69,0
67,0
65,8
70,5
67,9
31,0
33,0
34,2
29,5
32,1
6,9
6,3
8,2
4,7
6,2
245
285
672
403
452
s
s
s
s
ns
s
s
s
s
ns
ns
ns
s
ns
ns
86,6
85,8
91,2
91,9
86,2
13,4
14,2
8,8
8,1
13,8
0,7
1,8
0,4
1,2
1,0
142
113
240
161
195
77,2
80,7
80,6
78,8
86,3
22,8
19,3
19,4
21,2
13,7
2,7
3,7
5,5
4,8
2,1
149
109
217
146
146
81,4
84,0
80,7
84,6
87,1
18,6
16,0
19,3
15,4
12,9
3,0
1,7
2,2
2,8
1,1
269
287
507
356
372
76,6
80,8
75,3
84,8
79,8
23,4
19,2
24,7
15,2
20,2
4,3
3,9
4,9
2,5
3,4
397
355
572
356
351
75,9
74,1
76,7
79,1
82,9
24,1
25,9
23,3
20,9
17,1
2,1
1,8
4,8
1,5
3,8
141
112
227
134
158
52,9
47,9
50,1
55,1
50,4
47,1
52,1
49,9
44,9
49,6
11,6
11,2
10,7
9,4
11,9
473
403
794
646
706
72,4
69,9
72,8
74,6
75,2
27,6
30,1
27,2
25,4
24,8
5,1
4,3
4,8
3,2
3,3
156
163
416
378
451
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
49
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
8 Tabel 30:
Taakvariatie bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Taakvariatie naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
taakvariatie
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
92,1
91,6
91,8
93,5
92,1
7,9
8,4
8,2
6,5
7,9
2,2
2,1
2,0
1,9
1,8
2 029
1 944
3 507
2 534
2 819
man vrouw
93,1
92,8
92,7
94,0
92,9
6,9
7,2
7,3
6,0
7,1
1,9
1,8
1,8
1,6
1,8
1 382
1 304
2 367
1 660
1 787
90,0
88,9
90,0
92,5
90,8
10,0
11,1
10,0
7,5
9,2
2,7
2,7
2,4
2,5
1,8
590
596
1 057
832
988
s
s
s
ns
s
s
s
s
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
93,5
90,0
92,8
93,8
90,8
6,5
10,0
7,2
6,2
9,2
1,5
2,7
1,9
2,6
1,4
199
150
264
227
218
91,6
91,4
91,5
94,1
93,4
8,4
8,6
8,5
5,9
6,6
2,2
2,8
2,1
1,4
1,2
558
464
726
507
513
91,4
90,6
91,4
94,0
91,6
8,6
9,4
8,6
6,0
8,4
1,8
1,8
2,3
1,6
1,9
666
713
1 227
770
834
93,4
92,7
92,6
92,0
90,9
6,6
7,3
7,4
8,0
9,1
2,2
2,3
1,1
2,6
2,4
273
302
554
464
503
92,5
94,2
91,9
93,3
93,3
7,5
5,8
8,1
6,7
6,7
3,6
1,1
2,0
1,9
1,7
280
277
654
525
706
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
88,5
88,8
86,7
86,8
86,6
11,5
11,2
13,3
13,2
13,4
4,8
3,6
3,1
4,4
3,7
393
331
487
296
299
90,0
89,0
90,1
93,1
90,7
10,0
11,0
9,9
6,9
9,3
2,4
2,6
3,1
1,9
2,5
623
644
1 060
727
789
92,9
94,3
92,3
94,6
90,4
7,1
5,7
7,7
5,4
9,6
1,4
1,8
1,8
1,5
2,0
439
389
776
596
689
97,1
94,7
95,5
95,3
96,0
2,9
5,3
4,5
4,7
4,0
0,4
0,8
0,5
1,3
0,5
511
525
1 070
869
986
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
92,1
91,1
92,0
93,8
92,3
7,9
8,9
8,0
6,2
7,7
2,4
2,7
1,8
2,3
1,9
748
693
1 281
938
1 078
92,1
91,9
91,7
93,4
92,0
7,9
8,1
8,3
6,6
8,0
2,0
1,7
2,0
1,6
1,8
1 220
1 204
2 133
1 555
1 696
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
50
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 31:
Taakvariatie naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
taakvariatie
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
92,1
91,6
91,8
93,5
92,1
7,9
8,4
8,2
6,5
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
90,9
91,3
90,6
93,7
92,1
9,1
8,7
9,4
92,2
91,4
93,2
92,3
91,8
7,8
8,6
6,8
96,1
92,8
93,4
94,6
92,7
3,9
7,2
s
ns
s
ns
ns
s
91,2
90,5
90,7
92,0
92,1
92,6
89,6
94,4
93,3
92,3
90,6
92,9
91,1
94,7
92,6
91,9
91,7
ns
ns
95,2 90,1
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
7,9
2,2
2,1
2,0
1,9
1,8
2 029
1 944
3 507
2 534
2 819
6,3
7,9
2,7
2,4
2,5
2,0
1,9
1 148
1 078
2 009
1 412
1 614
7,7
8,2
2,0
1,7
1,3
2,2
1,9
537
535
935
672
720
6,6
5,4
7,3
0,3
1,8
1,1
1,0
1,4
305
278
534
387
426
ns
s
ns
ns
s
ns
s
ns
ns
8,8
9,5
9,3
8,0
7,9
2,2
2,5
1,9
3,2
2,4
227
241
375
250
329
7,4
10,4
5,6
6,7
7,7
1,9
3,3
1,2
2,4
1,4
216
211
408
297
284
91,3
9,4
7,1
8,9
5,3
8,7
2,6
2,4
2,5
1,0
1,8
352
295
553
395
389
93,5
92,3
7,4
8,1
8,3
6,5
7,7
2,1
1,7
1,9
1,8
1,8
1 225
1 187
2 158
1 584
1 802
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
95,0
95,3
94,7
94,5
4,8
5,0
4,7
5,3
5,5
0,9
1,2
0,8
1,6
1,1
992
841
1 330
1 093
1 134
90,2
90,1
94,8
91,4
9,9
9,8
9,9
5,2
8,6
2,3
2,2
2,6
1,4
1,6
754
769
1 485
974
1 173
85,4
86,6
88,2
87,4
87,8
14,6
13,4
11,8
12,6
12,2
7,3
4,2
3,0
3,7
4,2
247
284
670
404
452
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
94,5
93,8
92,9
94,4
90,3
5,5
6,2
7,1
5,6
9,7
2,8
1,8
1,3
1,2
1,0
145
113
238
161
196
89,3
83,6
88,4
91,2
85,6
10,7
16,4
11,6
8,8
14,4
4,7
4,5
3,7
2,7
4,1
150
110
216
148
146
95,6
94,5
92,9
95,8
94,6
4,4
5,5
7,1
4,2
5,4
1,1
1,0
1,4
0,6
1,3
270
290
507
358
373
88,4
88,4
86,2
89,9
89,4
11,6
11,6
13,8
10,1
10,6
1,8
3,1
3,7
3,1
2,0
396
354
571
356
350
81,1
83,2
81,1
87,3
81,8
18,9
16,8
18,9
12,7
18,2
7,7
7,1
4,8
5,2
6,3
143
113
228
134
159
95,7
93,3
94,8
94,7
93,9
4,3
6,7
5,2
5,3
6,1
0,6
0,5
1,0
1,1
0,7
470
403
794
646
706
98,1
97,6
96,9
97,6
95,4
1,9
2,4
3,1
2,4
4,6
0,6
0,6
0,5
0,5
1,5
156
164
416
378
452
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
51
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
9 Tabel 32:
Arbeidsomstandigheden bij (deelgroepen van) zelfstandige ondernemers Arbeidsomstandigheden naar persoonskenmerken: geslacht, leeftijd, scholingsniveau en gezinssituatie niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
arbeidsomstandigheden
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
82,8
84,1
82,4
81,8
79,1
17,2
15,9
17,6
18,2
20,9
4,6
4,5
4,5
5,3
6,8
2 204
2 137
3 593
2 553
2 827
man vrouw
80,8
81,5
81,1
80,0
76,3
19,2
18,5
18,9
20,0
23,7
5,0
5,5
5,2
5,8
7,8
1 517
1 435
2 422
1 662
1 800
87,0
89,3
86,1
86,0
84,6
13,0
10,7
13,9
14,0
15,4
3,8
2,7
2,8
4,1
4,9
629
656
1 092
847
982
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
s
s
ns
s
81,2
84,5
76,1
80,6
73,6
18,8
15,5
23,9
19,4
26,4
7,0
3,1
5,2
4,8
10,9
213
161
268
227
220
81,4
83,2
80,9
79,1
77,1
18,6
16,8
19,1
20,9
22,9
5,5
4,4
6,0
6,5
6,3
581
499
745
508
512
82,9
83,8
83,0
80,4
80,9
17,1
16,2
17,0
19,6
19,1
3,5
6,0
4,5
6,3
6,9
735
786
1 253
776
831
83,6
80,5
83,1
85,5
78,4
16,4
19,5
16,9
14,5
21,6
5,3
5,8
3,0
3,0
6,9
304
328
573
468
504
85,2
89,5
86,7
84,9
81,2
14,8
10,5
13,3
15,1
18,8
3,5
1,2
3,3
4,3
5,6
318
324
675
531
714
ns
s
s
s
ns
ns
s
s
s
ns
ns
s
s
ns
ns
70,5
70,4
69,2
64,3
60,5
29,5
29,6
30,8
35,7
39,5
8,3
8,7
8,3
13,6
13,6
424
378
507
294
301
80,3
78,5
74,5
70,0
66,8
19,7
21,5
25,5
30,0
33,2
5,3
5,7
7,2
8,0
11,5
681
703
1 081
723
786
86,8
91,5
88,4
88,9
83,4
13,2
8,5
11,6
11,1
16,6
3,0
3,3
2,3
2,5
4,9
470
426
791
606
688
91,0
94,6
93,6
93,2
91,5
9,0
5,4
6,4
6,8
8,5
2,7
1,4
1,4
1,9
2,4
565
572
1 104
882
994
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
85,5
84,6
82,1
81,6
77,4
14,5
15,4
17,9
18,4
22,6
4,1
3,5
4,0
5,3
7,9
813
761
1 316
940
1 080
80,9
83,7
83,1
82,2
80,4
19,1
16,3
16,9
17,8
19,6
5,0
5,3
4,7
5,2
6,1
1 328
1 325
2 189
1 570
1 701
s
ns
ns
ns
ns
s
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
verschiltoetsing
- 30 jaar 30 - 39 jaar 40 - 49 jaar 50 - 54 jaar 55 + jaar verschiltoetsing
geen, lager of lager secundair hoger secundair hoger onderwijs korte type hoge onderwijs lange type verschiltoetsing
geen kinderen ten laste kinderen ten laste verschiltoetsing
52
Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers
Tabel 33:
Arbeidsomstandigheden naar ondernemingssituatie: ondernemingsgrootte, (bedrijfs)anciĂŤnniteit, groeiverwachting en sector niet problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
arbeidsomstandigheden
problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
%
%
%
zelfstandige ondernemers Vlaanderen
82,8
84,1
82,4
81,8
79,1
17,2
15,9
17,6
18,2
geen personeelsleden 1-4 personeelsleden 5 of meer personeelsleden
81,4
83,2
81,3
81,4
78,7
18,6
16,8
18,7
80,4
80,9
80,5
80,3
74,5
19,6
19,1
19,5
93,1
92,5
90,1
85,9
88,6
6,9
7,5
s
s
s
ns
s
s
86,1
85,7
83,2
85,4
80,4
85,2
83,6
83,0
78,7
78,8
81,9
86,3
83,2
82,1
82,0
83,4
82,1
ns
ns
86,1 80,4
verschiltoetsing
minder dan 3 jaar actief 3-5 jaar actief 6-10 jaar actief meer dan 10 jaar actief verschiltoetsing
verwacht groei van activiteit verwacht behoud huidig peil verwacht vermindering of stopzetting verschiltoetsing
land- en tuinbouw, visserij, bosexploitatie* transport, productie* bouw handel horeca* vrije beroepen andere intellectuele diensten* verschiltoetsing
acuut problematisch 2007 2010 2013 2016 2019
2007
aantal waarnemingen 2010 2013 2016 2019
%
%
%
%
%
N
N
N
N
N
20,9
4,6
4,5
4,5
5,3
6,8
2 204
2 137
3 593
2 553
2 827
18,6
21,3
5,4
5,0
5,4
6,1
6,5
1 261
1 206
2 058
1 449
1 643
19,7
25,5
4,7
5,6
4,6
4,6
9,3
597
586
965
699
733
9,9
14,1
11,4
1,2
0,7
1,4
3,5
3,7
332
295
554
396
437
s
s
ns
s
s
s
s
ns
s
13,9
14,3
16,8
14,6
19,6
3,3
3,8
4,9
2,8
7,0
244
265
386
253
327
14,8
16,4
17,0
21,3
21,2
5,3
4,7
5,4
7,8
6,4
243
232
411
296
283
80,7
18,1
13,7
16,8
17,9
19,3
5,4
4,5
5,1
7,3
6,1
370
313
564
386
393
81,7
78,5
18,0
16,6
17,9
18,3
21,5
4,5
4,7
4,1
4,8
7,1
1 338
1 316
2 218
1 610
1 808
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
ns
s
ns
87,1
85,7
84,7
82,7
13,9
12,9
14,3
15,3
17,3
3,8
3,0
3,7
4,4
5,3
1 083
907
1 360
1 124
1 157
82,1
81,4
80,2
77,4
19,6
17,9
18,6
19,8
22,6
4,6
5,7
4,8
5,6
7,5
831
862
1 536
1 008
1 189
76,9
79,9
78,3
78,4
74,7
23,1
20,1
21,7
21,6
25,3
7,8
6,0
5,8
7,2
8,6
281
319
690
416
466
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
ns
ns
s
65,1
61,7
59,5
58,3
49,7
34,9
38,3
40,5
41,7
50,3
6,0
10,5
8,7
11,5
17,6
149
133
242
156
199
84,2
86,7
85,5
80,4
86,0
15,8
13,3
14,5
19,6
14,0
3,3
4,2
3,2
3,4
4,0
152
120
221
148
150
59,8
65,6
60,2
57,9
53,2
40,2
34,4
39,8
42,1
46,8
12,5
10,2
13,2
11,6
16,8
311
323
517
354
370
91,5
88,9
88,5
85,2
87,9
8,5
11,1
11,5
14,8
12,1
1,6
3,1
2,7
4,1
3,7
426
389
584
366
354
84,4
76,8
76,0
78,4
68,6
15,6
23,2
24,0
21,6
31,4
3,9
5,6
6,0
5,0
8,2
154
125
233
139
159
87,6
92,8
89,5
89,5
85,8
12,4
7,2
10,5
10,5
14,2
3,4
2,7
2,6
3,0
5,4
524
443
821
657
706
99,4
99,4
99,1
98,9
98,0
0,6
0,6
0,9
1,1
2,0
0,0
0,6
0,0
0,0
0,2
168
176
423
380
451
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
s
Noot: de kengetallen van sectoren met een * zijn voor een aantal meetmomenten gebaseerd op < 200 eenheden en moeten dus met de nodige omzichtigheid geĂŻnterpreteerd worden.
53