Skip to main content

SV-rapport-2020-02-bijlagen.pdf

Page 1

BIJLAGEN


Bijlage 1. Verschillen tussen groepen Samenwonenden met een partner: verschillen tussen groepen Vlaams Gewest, 2000 en 2018, aantal en % per kenmerk Samenwonenden met partner 2000 2018 Mannen 1.535.547 1.634.487 66,6 63,1 Vrouwen 1.535.529 1.634.424 63,6 60,7 18-24 jaar 66.775 47.390 13,2 9,2 25-29 jaar 217.688 196.769 55,6 48,5 30-39 jaar 694.212 583.904 75,0 70,8 40-49 jaar 688.953 628.511 78,9 73,3 50-59 jaar 570.858 696.258 81,0 73,2 60-69 jaar 491.951 579.120 77,2 74,2 70-79 jaar 287.634 376.048 60,2 68,6 80-89 jaar 505.62 150.976 29,8 45,3 90 jaar en ouder 2.443 9.935 7,6 15,4 Ongehuwd 158.717 516.456 14,9 32,1 Gehuwd 2.811.492 2.527.364 95,4 96,0 Gescheiden 83.183 177.047 27,0 31,6 Verweduwd 1.777 25.336 4,4 6,5 Niet-gekend 207 22.08 27,6 26,9 Belg 2.919.609 3.000.274 65,1 62,1 Niet-Belg 151.467 268.637 65,3 59,6 Antwerpen & Gent 296.150 324.246 54,8 52,7 Overige 390.034 406.980 centrumsteden 61,3 57,8 Overige 2.384.892 2.537.685 gemeenten 67,3 64,1 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen 2

Volwassenen 2000 2.304.585

2018 2.590.049

2.414.004

2.691.311

507.156

516.070

391.552

405.620

925.521

824.788

872.838

857.464

704.755

950.766

636.854

780.267

478.029

548.560

169.921

333.352

31.963

64.473

1.065.351

1.610.498

2.946.743

2.633.337

308.239

560.967

397.505

392.152

751

84.406

4.486.578

4.830.767

232.011

450.593

540.760

615.419

635.202

704.714

3.542.627

3.961.227


Bijlage 2. Metadata Statbel geeft de stand van de wettelijke bevolking weer op 1 januari van het kalenderjaar op basis van het Rijkregister van de natuurlijke personen. Dit register omvat inschrijvingen in het bevolkingsregister (Belgen en buitenlanders die gemachtigd zijn tot vestiging in België) en in het vreemdelingenregister (buitenlanders die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden in België voor bepaalde of onbepaalde duur). Bepaalde categorieën buitenlanders (bijvoorbeeld diplomatiek en consulair personeel) zijn vrijgesteld van inschrijving in de bevolkingsregisters. In sommige gevallen kunnen zij op eigen vraag wel ingeschreven worden. Enkel in dat geval worden zij meegerekend in de bevolkingscijfers. De wettelijke bevolking verschilt van de feitelijke bevolking. Hiertoe behoren ook personen ingeschreven in het wachtregister en personen die niet bij de gemeenten zijn aangegeven. Binnen de LIPRO-typologie wordt de positie van een persoon binnen het huishouden bepaald aan de hand van zijn/haar verwantschap met de referentiepersoon van het huishouden. Deze huishoudpositie is afhankelijk zowel van het huishoudtype waarin de persoon leeft, als van de plaats die hij/zij inneemt binnen dat huishoudtype. Binnen eenzelfde huishoudtype nemen de leden van een huishouden andere huishoudposities in. Een voorbeeld: In een huishouden bestaande uit een gehuwd paar met drie kinderen en de moeder van de echtgenoot nemen beide echtgenoten de huishoudpositie ‘gehuwd samenwonend met partner met inwonende kinderen’ in; de drie inwonende kinderen zijn ‘kind bij een gehuwd paar’ en de inwonende moeder van de echtgenoot krijgt de huishoudpositie ‘inwonende andere persoon’. Bij een scheiding kan de vader een ‘alleenwonende’ worden en kan de echtgenote een ‘alleenstaande moeder’ worden, de kinderen die bij haar blijven wonen worden ‘kind bij alleenstaande ouder’ en de moeder die bij haar blijft wonen blijft een ‘inwonende andere’. Voor kinderen die bij hun ouders (eventueel stiefouder) of hun alleenstaande ouder inwonen speelt hun leeftijd en hun economische afhankelijkheid geen rol. Een man van 55 jaar die bij zijn gehuwde ouders van 85 jaar inwoont waarbij de vader de referentiepersoon van het huishouden is, is een ‘kind van een gehuwd paar’. Relatie tussen huishoudtypes en huishoudposities Types van huishoudens Huishoudposities van personen Alleenwonende of 1-persoonshuishouden Alleenwonende Gehuwd paar zonder inwonende kinderen - Gehuwd samenwonend met partner zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Gehuwd paar met inwonend(e) kind(eren) - Gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een gehuwd paar - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar zonder - Niet-gehuwd samenwonend met partner inwonende kinderen zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar met - Niet-gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een ongehuwd* samenwonend paar - Inwonende andere persoon Eenoudergezin - Alleenstaande ouder - Kind bij een alleenstaande ouder - Inwonende andere persoon Overig huishoudtype -Lid van overig huishoudtype Collectief huishouden -Bewoner van collectief huishouden *Strikt genomen niet-gehuwd (met burgerlijke staat ongehuwd, gescheiden of verweduwd of nietgekend). 3


De afbakening van een huishouden is gebaseerd op het ingeschreven zijn op eenzelfde hoofdverblijfplaats in het Rijksregister. De cijfers betreffen de wettelijke situatie, deze kan afwijken van de feitelijke situatie. Zo wonen sommige jongeren bijvoorbeeld alleen of ongehuwd samen, maar blijven ze officieel bij de ouders gedomicilieerd. Huishoudens worden opgedeeld in private en collectieve huishoudens. Collectieve huishoudens zijn: religieuze gemeenschappen, rusthuizen, weeshuizen, studenten- en werkliedenhuizen, ziekenhuizen en gevangenissen (bepaling Statbel). Alle huishoudens die niet collectief zijn, zijn private huishoudens. De referentiepersoon van het huishouden wordt omschreven als de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid. De verwantschap van de leden van het huishouden wordt afgebakend aan de hand van de volgende categorieën: echtgenoot/echtgenote schoonzoon / -dochter achterkleinkind zoon of dochter schoonvader / -moeder grootvader / -moeder stiefzoon / -dochter schoonbroer / -zus oom of tante kleinzoon / -dochter neef of nicht van broer neef of nicht van oom broer of zus andere verwant vader of moeder niet-verwant Het ongehuwde of gehuwde karakter van het samenwonen met een partner wordt afgeleid uit de aanwezigheid van respectievelijk een niet-verwant of een echtgenoot in het huishouden. De burgerlijke staat van de betrokkenen wordt niet in rekening gebracht. Hierdoor zijn enkele nog gehuwden toch al ongehuwd samenwonend. Om te bepalen of een paar ongehuwd of gehuwd samenwoont, heeft de verwantschap met de referentiepersoon (al dan niet echtgenoot of echtgenote) voorrang op de nog geldende burgerlijke staat van de twee betrokkenen. De LIPRO-typologie kent enkele beperkingen. Aangezien deze typologie gebaseerd is op de verwantschap van elk lid van het huishouden met de referentiepersoon van het huishouden, is de positie van ongehuwd samenwonend met een partner niet eenduidig te detecteren. Hiervoor werd een algoritme ontwikkeld om ongehuwd samenwonende paren van verschillend geslacht te detecteren (een referentiepersoon met een niet-verwant van het andere geslacht; zie Lodewijckx & Deboosere, 2008). Voor referentiepersonen die samenwoonden met een niet-verwant van hetzelfde geslacht werd geopteerd om deze niet als ongehuwd samenwonend paar van hetzelfde geslacht te identificeren aangezien het ook om samenwonende vrienden, studie- of werkgenoten kon gaan. Het algoritme om ongehuwd samenwonende paren met partners van verschillend geslacht te detecteren is vrij éénduidig als slechts één niet-verwant van de referentiepersoon in het huishouden woont. Als er meerdere niet-verwanten in het huishouden wonen wordt via een algoritme gekozen welke persoon als ongehuwd samenwonende partner in aanmerking komt: De beslissingsregels om een huishouden te typeren als een ‘niet-gehuwd samenwonend paar’ zijn: 1. de referentiepersoon is 18 jaar of ouder; 2. er is geen echtgenoot/echtgenote van de referentiepersoon aanwezig; 3. er is een partner aanwezig. Eerst wordt er nagegaan of er een potentiële partner in het huishouden aanwezig is. Een potentiële partner is een persoon die voldoet aan de volgende voorwaarden: 18 jaar of ouder, van het andere geslacht dan de referentiepersoon, niet-verwant met de referentiepersoon. Voldoet één persoon aan de criteria van potentiële partner, dan wordt deze beschouwd als partner van de referentiepersoon. Voldoen er meerdere personen aan de criteria van potentiële partner, dan wordt nagegaan welke persoon het kleinste leeftijdsverschil heeft met de referentiepersoon. Vervolgens wordt er gekeken naar het leeftijdsverschil van deze persoon met alle andere potentiële partners. Bedraagt dit verschil telkens 15 jaar of meer, dan wordt deze persoon bestempeld als de partner van de referentiepersoon. Zo niet, dan is er geen sprake van een partner in het huishouden. Wanneer er op basis van bovenstaande regels naast de niet-gehuwd samenwonende partner nog andere “niet-verwante” personen tot het huishouden behoren, dan worden diegenen die minstens 15 jaar jonger zijn dan de partner van de referentiepersoon beschouwd als kinderen van de partner van de referentiepersoon. 4


Zij krijgen dus de huishoudenspositie “kind bij een niet-gehuwd samenwonend paar”. Die huishoudenspositie wordt uiteraard ook toegewezen aan alle personen die een zoon/dochter of een stiefzoon/stiefdochter van de referentiepersoon zijn. Indien de samenstelling van het huishouden met meerdere niet-verwanten wijzigt van het ene jaar op het andere, dan is het mogelijk dat via het gehanteerde algoritme de gekozen ongehuwd samenwonende partner van het ene jaar verschillend is van deze die wordt gekozen in het daarop volgende jaar. Dit kan een rol spelen bij de veranderingen van partner binnen het jaar. De omvang van deze ‘fout’ is niet te achterhalen. De ‘overige huishoudtypes’ betreffen hoofdzakelijk (ongeveer 85%) huishoudtypes bestaande uit twee personen (twee niet-verwanten van hetzelfde geslacht of een referentiepersoon met een andere inwonende). In de uitzonderlijke gevallen dat deze huishoudtypes omvangrijker zijn kan het bijvoorbeeld gaan om twee (of meer) paren of gezinnen (familiekernen) die samenwonen. Bijvoorbeeld gehuwde ouders die samenwonen met hun zoon en zijn echtgenote en hun kind. Waar deze huishoudens geplaatst worden in de LIPRO-typologie hangt af van de bepaling van de referentiepersoon en de verwantschap met die referentiepersoon. Het kan een gehuwd paar met kind en inwonende andere zijn (waarbij die andere dan de partner is van het kind). Maar het kan ook een gehuwd paar met inwonende anderen zijn (waarbij die één van die anderen dan de ouder is van één van beide partners van het gehuwde paar). Maar het kan ook een overig huishoudtype zijn als er niemand gehuwd is met de referentiepersoon en de bepaling van de niet-gehuwde partner niet eenduidig is. In deze verkennende studie werd gewerkt met de LIPRO-typologie en werden dergelijke onduidelijkheden niet uitgezuiverd. In deze bijdrage wordt niet ingegaan op de verandering van een positie van een ouder met x inwonende kinderen naar de positie van een ouder met x+1 of x-1 inwonende kinderen. De gezinsuitbreiding of gezinsverkleining valt buiten het bestek van deze verkennende studie. Er wordt ook niet in rekening gebracht of er naast de partner en/of kinderen nog andere personen in het huishouden wonen. Hoewel dit inwonen van anderen cruciaal kan zijn voor het welzijn van alle leden van het huishouden leidt dit af van de essentie van deze studie. Het gebruik van Rijksregisterdata om veranderingen in de huishoudpositie na te gaan, heeft zowel voordelen als nadelen. Het grote voordeel is dat het Rijksregister informatie omvat van alle inwoners die behoren tot de wettelijke bevolking in België. Men is dus niet aangewezen op resultaten van survey-onderzoek die op basis van een beperkte steekproef slechts een schatting kunnen maken van de veranderingen van huishoudposities bij de bevolking in het Vlaamse Gewest (zie Corijn & Van Peer 2013; Mortelmans e.a., 2011). Het nadeel van het gebruik van Rijksregisterdata is dat dit register enkel informatie bevat omtrent de officieel geregistreerde positie van een persoon in een huishouden en niet over zijn/haar feitelijke positie. Een jongvolwassene kan bijvoorbeeld officieel bij de ouders ingeschreven zijn, maar feitelijk bij zijn/haar (officieel alleenwonende) partner wonen. De beperking van de gegevens tot de toestand op 1 januari van elk jaar impliceert dat er geen exacte informatie is over de datum van de verandering van de huishoudpositie en dus ook geen informatie hebben over eventuele veranderingen van huishoudpositie tussen 1 januari van twee opeenvolgende jaren. Een persoon die bijvoorbeeld in een bepaald kalenderjaar officieel ophoudt met samen te wonen met partner A maar in datzelfde jaar na de scheiding gaat samenwonen met partner B, heeft zowel bij het begin van het ene jaar als bij het begin van het volgende jaar de positie van samenwonend met partner. Of het om dezelfde partner gaat of niet wordt achterhaald door het versluierde nummer van de partner aanwezig in het huishouden op de twee opeenvolgende tijdstippen te vergelijken. In deel 6 wordt kort de kleine groep beschreven die binnen het jaar verandert van partner; deze groep behoort in de andere analyses tot de groep die niet van partnerpositie veranderde.

5


De veranderingen inzake de huishoudpositie in de loop van het jaar 2018 worden berekend voor alle volwassenen die op 1.1.2018 ingeschreven waren in het Rijksregister als inwoner van het Vlaamse Gewest. Dit betreft 5,281 miljoen inwoners. Van deze volwassenen waren er op 1.1.2019 nog 5,164 miljoen woonachtig in het Vlaamse Gewest. Van deze personen is de huishoudpositie bij het begin van twee opeenvolgende jaren gekend en kunnen eventuele veranderingen in de huishoudpositie in beeld worden gebracht. Daarnaast waren er 116.614 (2,3%) niet meer ingeschreven als inwoner van het Vlaamse Gewest. Deze personen ‘verlieten’ hun huishoudpositie in het Vlaamse Gewest omdat ze waren overleden of omdat ze uit het Vlaamse Gewest waren verhuisd naar een ander Belgisch gewest of naar een ander land, of omdat ze waren geschrapt uit het Rijksregister of om een onbekende reden waren vertrokken. Van alle inwoners op 1.1.2018 die op 1.1.2019 niet meer in het Vlaamse Gewest woonden was ruim de helft gestorven (54%), was 19% verhuisd naar een ander land en 14% verhuisd naar een ander Belgisch gewest, en was 11% geschrapt uit het Rijksregister. Een schrapping uit het Rijksregister gebeurt als, na controle door de bevoegde ambtenaren, de persoon niet meer op de aangeduide hoofdverblijfplaats woonachtig is. Deze beslissing behoort tot de bevoegdheden van de gemeenten. Op 1.1.2019 waren er ook 77.072 volwassenen die in het loop van het jaar 2018 in het Vlaamse Gewest waren binnengekomen. Dit binnenkomen kwam voor meer dan de helft door immigratie vanuit een ander land (55%) of voor ruim een kwart door verhuis vanuit een ander gewest (29%). Minder frequent voorkomende redenen waren overschrijving uit het Wachtregister (8%) of herinschrijving in het Rijksregister (6%). Een herinschrijving in het Rijksregister gebeurt als een voorheen ambtshalve geschrapte persoon opnieuw woonachtig is in het land en blijkbaar onnodig was geschrapt. Een wijziging van register betreft een overgang van het wachtregister (voor asielzoekers) naar het register van de wettelijke bevolking. Volwassen inwoners die blijven in, binnenkomen in en weggaan uit Vlaams Gewest Vlaams Gewest, in het jaar 2018, aantal en % N Volwassen inwoners in Vlaams Gewest op 1.1.2018 5.281.360 Volwassen inwoners aanwezig in Vlaams Gewest op 1.1.2018 én op 1.1.2019 5.164.746 Volwassen inwoners in Vlaams Gewest op 1.1.2019 5.311.613

%

Niet meer in Vlaams Gewest op 1.1.2019 Overleden in 2018 Geëmigreerd in 2018 naar ander land Verhuisd in 2018 naar ander Belgisch gewest Geschrapt in 2018 Overige inwoners weg uit Vlaams Gewest in 2018

116.614 62.966 22.643 16.518 12.360 2.127

100 54,0 19,4 14,2 10,6 1,8

Nieuw in Vlaams Gewest op 1.1.2019 Immigratie vanuit ander land in 2018 Verhuis vanuit ander Belgisch gewest in 2018 Wijziging register in 2018 Herinschrijving in 2018 Overige binnenkomst in 2018 Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen

77.072 42.355 22.024 6.550 4.731 1.412

100 55,0 28,6 8,5 6,1 1,8

Als beide partners in het Vlaamse Gewest blijven is duidelijk wat gebeurt bij scheiding en overlijden bij samenwonende partners. Bij een scheiding neemt elke partner een nieuwe huishoudpositie in; bij het overlijden van de ene partner maakt de andere een overlijden van de partner mee. Minder duidelijk is of partners gezamenlijk of apart het Vlaamse Gewest verlaten of gezamenlijk of apart uit het 6


Rijksregister werden geschrapt. Dit gaat om een groep van 23.637 partners. Onderstaande tabel geeft een indicatie van wat partners gezamenlijk of apart doen. Sommige partners zijn zonder bekende reden niet meer in het Rijksregister opgenomen; hun aantal is niet te achterhalen. In 54% van de gevallen hebben de partners identieke veranderingen. Dit is duidelijk bij verhuis naar een ander gewest of naar een ander land. Er zijn ook 1.090 gevallen waarbij beide partners in hetzelfde jaar sterven. Veranderingen van de twee samenwonende partners in de loop van 2018, aantal Andere partner

Blijft in VG

Registerwijziging

HerinNaar ander Naar ander geschreven land gewest Geschrapt

Gestorven

Ene partner

Blijft in VG 3.193.285 Registerwijziging 14 Heringeschreven 14 Naar ander land 1.949 Naar ander gewest 1.745 Geschrapt 1.310 Gestorven 23.402 VG verlaten op andere wijze 315 VG: Vlaams Gewest

13 16 0 0

13 0 2 0

1.856 0 0 6.520

1.668 0 0 50

1.272 1 1 81

23.369

0 1 1

0 1 0

50 81 22

3.766 37 78

37 1.473 12

78 12 1.090

1

1

11

2

19

1

7

1 0 22


Bijlage 3. Kenmerken van volwassenen

Meer informatie over de huishoudposities van de inwoners van het Vlaamse Gewest is te vinden op https://statistieken.vlaanderen.be/QvAJAXZfc/notoolbar.htm?document=SVR%2FSV-DemografieStand-Bevolking_fusie2019.qvw&host=QVS%40cwv100154&anonymous=true Meer informatie over de huishoudtypes in het Vlaamse Gewest is te vinden op https://statistieken.vlaanderen.be/QvAJAXZfc/notoolbar.htm?document=SVR%2FSV-DemografiePrivate-Huishoudens_fusie2019.qvw&host=QVS%40cwv100154&anonymous=true

8


9


In navolging van de beslissingsregels van Statbel wordt inzake de burgerlijke staat de kleine personen die gescheiden zijn van tafel en bed bij de gehuwden gerekend. De burgerlijke staat biedt echter geen eenduidige informatie over een eventuele relatiebreuk voorafgaand aan het samenwonen met een partner. Dit geldt met name vooral voor de ongehuwden. Maar dit geldt ook voor gescheiden en verweduwde personen die samenwonen met een partner na een relatiebreuk van een ongehuwd samenwonen met een partner die plaatsvond na de ontbinding van hun huwelijk. De 13 centrumsteden in het Vlaamse Gewest zijn: Antwerpen, Gent, Mechelen, Turnhout, Leuven, Brugge, Kortrijk, Oostende, Roeselare, Aalst, Sint-Niklaas, Genk, Hasselt. Antwerpen en Gent worden afzonderlijk genomen omdat in deze steden respectievelijk ruim 400.000 en 200.000 volwassenen woonden in 2018. Kenmerken zoals geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, nationaliteit en woonplaats hangen samen met elkaar. De burgerlijke staat varieert bijvoorbeeld sterk naargelang van het geslacht (meer weduwes dan weduwnaars) en van de leeftijd (meer verweduwden op latere leeftijd). Ook de nationaliteit varieert met de leeftijd: er zijn bij de jongvolwassenen meer personen met een niet-Belgische nationaliteit dan bij de oudere bevolking. In Antwerpen en Gent wonen ook meer personen met een niet-Belgische nationaliteit dan in de andere Vlaamse steden en gemeenten. Personen met een nietgekende burgerlijke staat behoren vaker tot de jongere volwassenen en zijn hoofdzakelijk personen met een niet-Belgische nationaliteit. De voorgestelde verschillen tussen groepen inzake één kenmerk hangen dus vaak samen met verschillen tussen groepen inzake andere kenmerken. In de verkennende studie wordt niet geopteerd voor multivariate analyses.

10


11


12


Bijlage 4. Nieuwe huishoudposities na het samenwonen met een partner Nieuwe huishoudposities op 1.1.2019 na het samenwonen met een partner door scheiding en door overlijden in 2018 en niet meer behorend tot bevolking van Vlaamse Gewest naar geslacht, aantal

MANNEN Gehuwde partner zonder kinderen Gehuwde partner met kinderen Ongehuwd partner zonder kinderen Ongehuwde partner met kinderen Totaal VROUWEN Gehuwde partner zonder kinderen Gehuwde partner met kinderen Ongehuwd partner zonder kinderen Ongehuwde partner met kinderen Totaal MANNEN EN VROUWEN

Na scheiding in 2018 AlleenAlleenstaande wonend ouder

Bij 2 ouders

Bij 1 ouder

195

97

2.795

466

257

1.294

Na overlijden in 2018 AlleenAlleenstaande wonend ouder

Overig

Collectief huishouden

Bij 2 ouders

Bij 1 ouder

Overig

Collectief huishouden

34

849

1.304

0

0

5.253

55

111

229

4718

2.398

999

103

0

0

100

883

9

9

439

7.803

95

1.954

193

4

2

443

3

12

19

671 2.626

323 1.116

5.610 20.926

2.465 4.992

1.130 4.932

64 1.664

2 6

1 3

21 5.817

69 1.010

23 155

1 258

239

131

2.635

**71

863

1.249

0

3

11.772

114

234

517

447

173

1.634

6.206

739

81

1

0

210

1.855

29

11

1.561

500

6.900

259

2.067

178

5

7

858

8

25

24

644 2.891

235 1.039

1.543 12.712

7.296 13.832

846 4.515

32 1.540

2 8

1 11

16 12.856

191 2.168

13 301

0 552

5.517

2.155

33.638

18.824

9.447

3.204

14

14

18.673

3.178

456

810

13


Vervolg Bijlage 4

MANNEN Gehuwde partner zonder kinderen Gehuwde partner met kinderen Ongehuwd partner zonder kinderen Ongehuwde partner met kinderen Totaal VROUWEN Gehuwde partner zonder kinderen Gehuwde partner met kinderen Ongehuwd partner zonder kinderen Ongehuwde partner met kinderen

Niet meer behorend tot bevolking van Vlaams Gewest op 1.1.2019 Overleden Naar ander gewest Naar ander land Geschrapt Overig 13.200 597 1.249 185 39 2202 1.012 1.648 486 68 1009 584 885 428 47 274 697 528 464 62 16.685 2.890 4.310 1.563 216 6.114 1.093 546 167

Totaal 7.920 MANNEN EN VROUWEN 24.605 Noot: zonder/met kinderen betreft inwonende kinderen. Bron: Statbel, bewerking Statistiek Vlaanderen

Totaal 26.192 15.358 15.214 12.405 69.169

644 891 680 571

1.241 1.616 946 509

203 459 399 291

15 51 25 43

26.045 15.496 14.988 12.400

2.786 5.676

4.312 8.622

1.352 2.915

134 350

68.929 138.098

14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SV-rapport-2020-02-bijlagen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu