EVALUATIERAPPORT OVER DE INITIËLE BEGROTING 2022
Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be De in dit rapport verwerkte gegevens zijn afgesloten op maandag 10 januari 2022.
Decretale opdracht
SERV-decreet 7 mei 2004 art. 12 (standpunt begroting ikv overlegfunctie)
Goedkeuring raad
25 januari 2022
Contactpersoon
Erwin Eysackers
eeysackers@serv.be
Pim Verbunt
pverbunt@serv.be
2
De heer Matthias Diependaele Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Martelaarsplein 7 B-1000 Brussel
Evaluatierapport over de Begroting 2022 Mijnheer de minister De SERV heeft in zijn Evaluatierapport over de begroting 2022 een actualisering van de begroting 2022 en de meerjarenraming voor de verdere legislatuur opgemaakt. De inflatie heeft bij ongewijzigd beleid een aanzienlijk verschillende impact op de ontvangstzijde dan op de uitgavenzijde: de Vlaamse ontvangsten volgen bijna volledig de inflatie, terwijl de Vlaamse uitgaven bij eenzelfde inflatie- en gezondheidsindex minder snel stijgen. Het vorderingensaldo zou in de actualisatie van de Vlaamse begroting 2022 € 2,7 mld bedragen, of een verslechtering met € 149 mln ten opzichte van de ingediende begroting. De belangrijkste oorzaak van dit verschil is de bijkomende coronaprovisie Bo 2022 die via amendement in deze begroting is opgenomen. In de twee laatste jaren van de legislatuur zouden de begrotingstekorten evenwel aanzienlijk kleiner worden, tot € -1,7 mld in 2023 en € -919 mln in 2024, of een verbetering met respectievelijk € +746 mln en € +827 mln. De huidige inflatieopstoot is daarmee een positieve meevaller voor de Vlaamse begroting. De SERV meent dat de fundamenten van het Vlaamse begrotingsbeleid ongewijzigd moeten blijven door de bijkomende inflatie-ontvangsten. De Vlaamse sociale partners hebben de afgelopen jaren steeds gepleit voor een evenwichtig beleid, dat het garanderen van op termijn houdbare overheidsfinanciën combineert met het bewerkstelligen van een evenwichtige economische en maatschappelijke relance. De eerste centrale beleidsdoelstelling voor 2022 en volgende blijft dan ook: zo snel en zo efficiënt mogelijk blijven inzetten op een duurzame economische groei. De tweede centrale beleidsdoelstelling voor de verdere legislatuur is in de visie van de SERV: terug aanknopen bij houdbare Vlaamse overheidsfinanciën. Deze doelstelling zou door de bijkomende inflatieontvangsten sneller dan aanvankelijk vermoed gerealiseerd kunnen worden. De SERV is uiteraard steeds bereid dit advies verder toe te lichten. Hoogachtend Pieter Kerremans
Hans Maertens
administrateur-generaal
voorzitter
Inhoud Krachtlijnen
6
Rapport 1.
2.
3.
4.
5.
14 Omgevingsanalyse
14
1.1
Macro-economische context
14
1.2
Recente evolutie van de inflatie in België
15
Begroting 2021: stand van zaken
20
2.1
Inzet van de provisies
20
2.2
Uitvoering van de begroting 2021
24
Kenmerken van de begroting BO2022
26
3.1
Overzicht van ontvangsten en uitgaven
26
3.2
Amendementen bij de BO2022
27
3.3
Uitgaven voor infrastructuurbeleid (investeringen)
28
SERV-raming geactualiseerde begroting 2022 en volgende jaren 31 4.1
Uitgangspunten SERV-ramingen
31
4.2
Begrotingsresultaten 2022-2024
33
4.3
Resultaten schuldevolutie
37
Budgettaire impact coronacrisis: een poging tot synthese
40
5.1
Kenmerken en assumpties van de analyse
40
5.2
Ontvangsten
46
5.3
Uitgaven
51
5.4
Vorderingensaldo
56
Referentielijst
60
Lijst met figuren en tabellen
61
Bijlagen
65 Hoofdstuk 2: begroting 2021 4
65
Hoofdstuk 4: SERV-raming geactualiseerde begroting 2022 en volgende jaren
66
Hoofdstuk 5: Budgettaire impact coronacrisis: een poging tot synthese
77
5
Krachtlijnen Economische heropleving: versnelling in 2021 vertraagt in laatste kwartaal 1. De verwachte economische heropleving na de coronacrisis is sinds het voorjaar van 2021 sneller tot stand gekomen dan aanvankelijk geraamd, met de sterkste groei in het tweede en derde kwartaal van 2021. In het laatste kwartaal van 2021 vertraagt de heropleving echter aanzienlijk, door de 4de (en 5de) coronagolf. 2. Na de zomer van 2021 is de economische productie (bbp) daarmee terug op het niveau van voor de coronacrisis gekomen. Wel is de heropleving niet op een evenwichtige wijze over de gehele economie verdeeld. Drie types van sectoren blijven vandaag duidelijk achter: sectoren die sterk afhankelijk zijn van de internationale handel, sectoren die de impact van het coronabeleid sterk voelen, en sectoren die beïnvloed worden door de sterk gestegen energieprijzen. 3. Het economisch herstel is in 2022 afhankelijk van volgende voorwaarden: de pandemie onder controle krijgen en houden, en het regionale, federale en Europese ondersteuningsbeleid gericht voeren op maat van de huidige reële noden van de sectoren en huishoudens die de negatieve impact van de pandemie ondergaan. Verder economisch herstel zal mee bepaald worden door a/ de snelheid waarmee de toeleveringsproblemen in de internationale handel worden opgelost, b/ de manier waarop de tekorten en spanningen op de arbeidsmarkt worden verminderd, en c/ de mate waarin de energieprijzen en inflatie terug gebracht worden tot een jaarlijkse groei onder of rond de 2% (wat in 2022 niet het geval zal zijn). 4. Het antwoord op de coronacrisis bestaat echter niet alleen uit het gericht en selectief ondersteunen van de economische relance. Vandaag moet de focus meer dan ooit gelegd worden op grondige hervormingen en strategische transities op tal van domeinen, om de transformatie van de Vlaamse economie te ondersteunen. 5. De SERV heeft in eerdere rapporten en adviezen zijn waardering uitgesproken voor het beleid van de Vlaamse overheid om de economische en sociale impact van de coronacrisis op te vangen, en herhaalt en bevestigt deze boodschap. Zonder de interventies van de Vlaamse en federale overheden had de coronacrisis geresulteerd in een economische en sociaal debacle zonder voorgaande. 6
6. Zeker op de korte termijn bestaat er grote onzekerheid over de te verwachten macro-economische evoluties. Dit SERV-rapport moet dan ook beschouwd worden als een momentopname met onzekere begrotingscijfers uitgaande van de meest recente ramingen. Uitgangspunten gehanteerd bij de opmaak van dit rapport zijn: •
Het economisch herstel zet zich de komende maanden geleidelijk verder, ook wanneer de impact van de pandemie opnieuw zou vergroten. Dus: een bijkomende coronagolf beïnvloedt de economische ontwikkeling uiteraard in negatieve zin, maar leidt niet meer tot het volledig stilvallen van grote delen van de economie, zoals in 2020 het geval was.
•
Door het Federale Planbureau (FPB) wordt aangegeven dat de huidige inflatieopstoot gekenmerkt wordt door een kortstondige hoge piek in het voorjaar van 2022, die vervolgens snel zou afnemen. De middellange termijnvooruitzichten geven aan dat de inflatie in 2023 en 2024 onder de drempel van 2% zou blijven.
•
De Vlaamse schuld is door de coronacrisis aanzienlijk aangegroeid, wat ook voor de andere Belgische overheden (federaal, gewesten en gemeenschappen) evenals de buurlanden het geval is. De evolutie van de rentevoeten in de komende jaren wordt daarmee een belangrijk aandachtspunt.
•
De Europese Commissie voorziet dat een hervormde Europese begrotingsopvolging vanaf 2023 terug wordt opgestart, vermoedelijk met een jaarlijkse uitgavennormering en een schulddoelstelling op middellange termijn als kernelementen. Vlaanderen bereidt zich op deze ontwikkelingen reeds voor, onder andere door de uitgavennorm in ontwerp. Verondersteld wordt dat de vernieuwde Europese begrotingsopvolging vanaf 2023 geen significante wijzigingen aan het Vlaamse begrotingsbeleid oplegt.
7. De SERV heeft de actualisering van de begroting 2022 en volgende jaren in dit rapport consequent vanuit de assumptie van ongewijzigd beleid uitgevoerd. Dit impliceert: de macro-economische parameters beschikbaar bij opmaak van het rapport zijn integraal toegepast, en enkel de vandaag gekende en gedocumenteerde regeringsbeslissingen langs ontvangsten- en uitgavenzijde zijn in de ramingen voor de komende jaren meegenomen. In de huidige context impliceert deze assumpties dat de ontvangsten sneller aangroeien dan de uitgaven, door de sterk gestegen inflatie (zie verder). Anderzijds impliceert de assumptie van ongewijzigd beleid dat geen nieuwe beleidsimpulsen verondersteld worden die zouden kunnen gerealiseerd worden met deze bijkomende ontvangsten, dus ook niet voor een eventuele volgende coronagolf. Bovendien is het in september 2021 besliste traject met maatregelen 7
om de beleidsruimte te vergroten tijdens de tweede helft van de legislatuur integraal gerespecteerd. De recente macro-economische parameters zijn in de analyse consequent toegepast: •
De inflatieparameters voor 2021 en 2022 zijn afkomstig van de raming van het Federale Planbureau van januari 2022;
•
De inflatieparameters voor 2023 en 2024 evenals de raming van de economische groei voor de gehele periode (2021 tot 2024) zijn afkomstig van de laatste economische projecties van de NBB (Economisch Tijdschrift van december 2021).
Recente inflatieopstoot: gunstig voor de Vlaamse begroting 8. De afgelopen maanden is de geraamde evolutie van de inflatie zowel op Belgisch als internationaal niveau sterk onderschat. Het Federale Planbureau gaat er steeds van uit dat de ‘piek’ van de inflatieopstoot in het eerste kwartaal van 2022 zal vallen èn nagenoeg volledig zal weggewerkt zijn tegen het vierde kwartaal van 2022. Vooralsnog onduidelijke actuele factoren zoals het verdere verloop van de energieprijzen, verstoorde aanvoerketens en de mogelijke impact van de klimaatverandering kunnen een invloed hebben op de inflatie-evolutie. De prognoseverschillen vergroten daarmee aanzienlijk op slechts enkele maanden tijd: in de laatste meerjarenraming (oktober 2021) werd uitgegaan van een inflatie van 1,90% voor 2021, terwijl de FPB-raming van januari 2022 zou uitkomen op 2,44% voor 2021, dus een verschil van +0,54%-punt. Voor 2022 zijn de prognoseverschillen extreem groot: in die laatste meerjarenraming werd de inflatie voor 2022 geraamd op 2,10%, terwijl die vandaag zou uitkomen op 5,00%, of een verschil van +2,90%-punt. De onzekerheid over de huidige inflatievooruitzichten is bovendien zeer groot, zelfs voor ramingen op korte termijn, en niet te vergelijken met gelijk welke periode sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw. 9. De inflatie heeft een aanzienlijk verschillende directe impact op de ontvangstenzijde dan op de uitgavenzijde van de Vlaamse begroting. De Vlaamse ontvangsten evolueren bijna volledig in verhouding met de inflatie (index van de consumptieprijzen CPI). De bepalingen in de Bijzondere Financieringswet (BFW) voorzien immers dat de van het federale niveau overgedragen middelen steeds integraal aan de inflatie aangepast worden. Ook de ontvangsten uit de bruto-opcentiemen en de meeste gewestbelastingen evolueren in hoge mate mee met de inflatie. 8
10. Dat geldt niet langs de uitgavenzijde. Vooreerst volgen vele indexeringsmechanismen langs uitgavenzijde de (afgevlakte) gezondheidsindex (GZI). De gezondheidsindex neemt de energieprijzen en enkele specifieke producten (zoals tabaksproducten) slechts gedeeltelijk en steeds vertraagd op. Zeker bij een snelle stijging van de CPI zal de groei dus later in de gezondheidsindex tot uiting komen. Indien de groei van de CPI bovendien voornamelijk tot stand komt via stijgende energieprijzen zal de CPI ook een sterkere groei realiseren dan de GZI. Daarnaast zijn heel wat Vlaamse uitgaven niet gekoppeld aan een index. Uitgaven zoals het Gemeentefonds (jaarlijkse groei met 3,5%) en de kinderbijslag (verlaagd tot het einde van de legislatuur naar een groei van 1%) kennen een vaste groeivoet. 11. Beide elementen resulteren de volgende jaren, gegeven de assumptie van ongewijzigd beleid, in een significante positieve impact op het Vlaamse begrotingssaldo. Immers, de ontvangsten zouden bij eenzelfde inflatie- en gezondheidsindex in verhouding sneller stijgen dan de uitgaven. De huidige inflatieopstoot is daarmee een positieve meevaller voor de Vlaamse begroting. Samen met heroverwegingen van het bestaande beleid wordt het mogelijk meer beleidsruimte te creëren zodat bijkomende beleidsuitdagingen kunnen aangepakt worden. De SERV herinnert aan zijn oproep om de uitgaven voor investeringen sneller te laten groeien dan deze voor andere uitgaven. De reële groei van de niet-investeringsuitgaven blijft evenwel positief, zodat ook bij de niet-investeringsuitgaven nieuwe beleidsinitiatieven gerealiseerd kunnen worden. Raming Vlaamse begroting in de verdere legislatuur 12. Het vorderingensaldo zou in de actualisatie van de Vlaamse begroting 2022 door de SERV € -2,7 mld bedragen (opgesteld conform de Europese begrotingsopvolging). Door de gestegen inflatie worden de ontvangsten in begrotingsjaar 2022 in de SERV-raming € 1,5 mld hoger geraamd dan in de ingediende begroting 2022. De stijging komt vooral tot stand bij de BFW-dotaties (€ +1,2 mld, waarvan € 755 mln afrekeningen van 2021), maar ook bij de bruto-opcentiemen (€ +124 mln) en de gewestbelastingen (€ +191 mln). De uitgaven voor 2022 liggen in de SERV-raming € 1,6 mld hoger dan geraamd bij de ingediende begroting 2022. De stijging is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de verhoogde coronaprovisie met € 700 mln en de impact van de inflatievooruitzichten (€ +962 mln). 9
Beide elementen samen leiden tot een verslechtering van het Vlaamse saldo met € 149 mln ten opzichte van de ingediende begroting 2022. 13. In de twee laatste jaren van de legislatuur zouden de begrotingstekorten evenwel aanzienlijk kleiner worden, tot € -1,7 mld in 2023 en € -919 mln in 2024 (conform de Europese begrotingsopvolging). De begrotingstekorten zouden aanzienlijk verbeteren ten opzichte van de laatste MJR 2021-2026: een verschil van € +746 mln voor 2023 en € +827 mln voor 2024. Door de hoge inflatie in 2022 en het wegvallen van de coronaprovisie vanaf 2023 zouden de ontvangsten immers respectievelijk met € 1,6 en € 1,5 mld stijgen, terwijl de uitgaven in die jaren slechts met € 812 en € 663 mln zouden toenemen. 14. Na het verwijderen van de ontvangsten en uitgaven voor Vlaamse Veerkracht en de Oosterweeluitgaven - conform de begrotingsdoelstelling van de Vlaamse Regering – zou de Vlaamse begroting in 2024 bijna in evenwicht zijn: een tekort van € -126 mln. 15. Bij de opmaak van de begroting 2021 besliste de Vlaamse Regering tot volgende begrotingsdoelstelling: op het einde van de legislatuur (2024) bedraagt het tekort op de begroting de helft van het verwachte tekort in 2022. Deze doelstelling kan getoetst worden via deze raming: het resultaat voor 2024 bij ongewijzigd beleid wordt vergeleken met de helft van het verwachte tekort in 2022, vervolgens kan de gecumuleerde inspanning tussen 2022 en 2024 berekend worden om deze doelstelling te bereiken. De helft van het geraamde tekort van 2022, zoals gedocumenteerd in de MJR 2021-2026 (€ -1,6 mld zonder Oosterweeluitgaven en VV-uitgaven en -ontvangsten), komt neer op een doelstelling (toegestane tekort in 2024) van € -782 mln. Een tekort van € -953 mln in 2024, zoals geraamd in de laatste Meerjarenraming, zou bijgevolg een bijkomende inspanning van € 172 mln vereisen om de doelstelling te bereiken. In de SERV-actualisering zou een tekort van € -126 mln in 2024 ontstaan, zodat de Vlaamse begroting de beoogde doelstelling (halvering tekort van 2022) bij ongewijzigd beleid dan ook zonder bijkomende inspanningen zou realiseren. Vlaamse schuld blijft bij ongewijzigd beleid verder stijgen 16. De raming van de Vlaamse schuldevolutie bij ongewijzigd beleid vertrekt van de gedocumenteerde geconsolideerde schuld (2021) in de MJR 2021-2026. De Vlaamse geconsolideerde schuld groeide de afgelopen coronajaren door de begrotingstekorten aan van € 20,0 mld in 2019 tot € 31,8 mld in 2021 (exclusief de van het federale niveau overgenomen ziekenhuisschuld, € 3.149 mln bij 10
begroting 2022BO). Er wordt daarbij rekening gehouden met het verbeterde vorderingssaldo en een daling van de schuld in 2021 met € 1,3 mld, zoals gedocumenteerd in de (voorlopige) uitvoering van de begroting 2021. 17. In de MJR 2021-2026 zou de Vlaamse schuld tegen het einde van de legislatuur € 46,7 mld bedragen, of 90,4% van de Vlaamse ontvangsten, en komt daarmee dus ver boven de Vlaamse schuldratiodrempel van 65% van de ontvangsten uit. In de SERV-raming zou de Vlaamse schuld door de gedaalde tekorten minder snel toenemen: tot € 44 mld in 2024, of 82,9% van de ontvangsten. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat de daling van de schuldratio bij ongewijzigd beleid niet alleen zou ontstaan door de kleinere verwachte tekorten (teller) maar eveneens door de aanzienlijk hoger geraamde ontvangsten (noemer). Budgettaire impact van de coronacrisis: een poging tot synthese 18. Een vergelijking van het begrotingstraject opgesteld in de meerjarenraming 2019-2024 (opgesteld in oktober 2019) met het door de SERV geactualiseerde begrotingstraject 2021-2026 maakt het mogelijk de impact van de coronacrisis in het Vlaamse begrotingstraject in kaart te brengen. De onderstaande cijfers verduidelijken dus steeds de verschillen tussen deze ramingen. In 2019, het laatste jaar voor de uitbraak van de coronapandemie, kleurde de Vlaamse begroting beperkt rood: een blijvend tekort (voor correcties en elementen niet meegenomen in de Vlaamse begrotingsdoelstelling) kleiner dan € 1 mld werd in de laatste jaren van de vorige legislatuur opgetekend. In 2020 is de toename van het tekort (€ -5,4 mld ten opzichte van de begroting BO2020) zowel te wijten aan gedaalde ontvangsten (€ -2,4 mld, 44% van het verschil) als gestegen uitgaven (€ +3,4 mld coronaprovisie en € -0,4 mld aan uitgaven onder constant beleid; samen 56%). De toename van het tekort in 2021 ten opzichte van de MJR 2019-2024 (€ -3 mld) is uitsluitend te situeren langs uitgavenzijde, hoofdzakelijk bij de coronagerelateerde uitgaven (€ +1,98 mld covid-provisie en € +209 mln via Vlaamse Veerkracht), maar ook bij de overige uitgaven (€ +840 mln, hoofdzakelijk door bijkomende regeringsbeslissingen genomen bij de opmaak van de initiële en aangepaste begrotingen 2021). De ontvangsten knopen daarentegen door de sneller dan verwachte economische relance en de hoge inflatie sneller terug aan met het traject van voor de pandemie (€ +166 mln). 19. In 2022 is het begrotingstekort € -2,4 mld negatiever dan het tekort geraamd in de MJR 2019-2024. De corona-gerelateerde uitgaven en ontvangsten 11
hebben een negatieve impact van € -1,5 mld op het saldo. Daarnaast liggen de overige uitgaven en ontvangsten ver boven hun traject van voor de pandemie. De uitgaven (€ +2,9 mld) zijn echter veel sterker gestegen dan de ontvangsten (€ +2 mld), wat een negatieve impact op het saldo ten opzichte van de MJR 2019-2024 van € -929 mln impliceert. 20. De geleidelijke verbetering van de tekorten in de laatste jaren van deze legislatuur wordt verklaard door de dalende corona-gerelateerde uitgaven en de ontvangsten die sneller toenemen dan de uitgaven: tegen het einde van de legislatuur liggen de overige ontvangsten en uitgaven (excl. covid en VV) € 1,5 mld hoger dan geraamd voor de pandemie. De gunstige impact van de toegenomen inflatie binnen de SERV-actualisatie en de begrotingsmaatregelen genomen bij het begrotingsconclaaf 2021 en 2022 vormen de belangrijkste verklaring voor deze evolutie. Deze laatste beslissingen beperken de uitgaven in 2023 en 2024, terwijl de regeringsbeslissingen bij de begrotingen 2021 de uitgaven deden stijgen. Fundamenten Vlaamse begrotingsbeleid niet gewijzigd door bijkomende inflatie-ontvangsten 21. De Vlaamse sociale partners hebben de afgelopen jaren steeds gepleit voor een evenwichtig beleid, dat het garanderen van op termijn houdbare overheidsfinanciën combineert met het bewerkstelligen van een evenwichtige economische en maatschappelijke relance. Deze beleidsdoelstellingen blijven vandaag even relevant. 22. De eerste centrale beleidsdoelstelling voor 2022 en volgende jaren blijft dan ook: zo snel en zo efficiënt mogelijk blijven inzetten op een duurzame economische groei. De aantrekkende internationale conjunctuur, de volledige uitvoering van het transformatieprogramma Vlaamse Veerkracht evenals de grootschalige investeringsprogramma’s van buurlanden zijn daarin cruciaal. Deze groei is geen doel op zich, maar noodzakelijk om budgettaire ruimte te creëren voor de beleidsprioriteiten, zoals: de investeringen voor een groene en digitale transitie, het ondersteunen van de concurrentiepositie en innovatiecapaciteit van onze economie, en het versterken van het gezondheids- en welzijnsbeleid evenals van het arbeidsmarkt-, onderwijs- en vormingsbeleid. 23. De tweede centrale beleidsdoelstelling voor de verdere legislatuur is in de visie van de SERV: terug aanknopen bij houdbare Vlaamse overheidsfinanciën. Deze doelstelling zou door de bijkomende inflatieontvangsten sneller dan aanvankelijk vermoed gerealiseerd kunnen worden.
12
Initiatieven van de Vlaamse Regering qua begrotingsbeleid 24. De belangrijkste initiatieven van de huidige Vlaamse Regering qua begrotingsbeleid, zijn de voorbereidingen voor een Vlaamse uitgavennormering en de analyses over de relevantie, efficiëntie en effectiviteit van bestaand beleid via de zogenaamde Vlaamse Brede Heroverweging. 25. Bedoeling van een uitgavennormering is het creëren van bijkomende budgettaire ruimte, zodat de begroting niet ontspoort en er voldoende middelen beschikbaar blijven voor de beleidsprioriteiten. Een uitgavennormering impliceert dat wordt nagedacht over de vraag welke uitgaven meer dan wel minder mogen toenemen, wat de doelmatigheid en efficiëntie van het beleid zal verhogen. Het geheel draagt bij tot het verankeren en verder uitbouwen van een structureel begrotingsbeleid. 26. De SERV heeft in het verleden aangegeven principieel positief te staan tegenover het voorstel om een uitgavennormering in te voeren in het Vlaamse begrotingsproces. De SERV heeft daarbij steeds benadrukt dat een specifieke normering voor investeringen en groeiversterkende uitgaven wenselijk en nodig is, wat helder moet uitgewerkt zijn bij implementatie van de uitgavennorm. 27. Via de Vlaamse Brede Heroverweging wil de Vlaamse Regering de grondige doorlichting van significante recurrente uitgaven (en waar relevant kostendekkingsgraden) structureel in het Vlaamse begrotingsproces verankeren. Elk beleidsdomein heeft een analysedocument opgemaakt waarin wordt nagegaan of de huidige beleidsinitiatieven en - uitgaven behoren tot de kerntaken binnen dat domein, of het huidige beleid doeltreffend is, en of er efficiëntiewinsten gerealiseerd kunnen worden. De rapporten per beleidsdomein zijn in de loop van september 2021 opgeleverd en beschikbaar op de website van het beleidsdomein Financiën en Begroting. 28. De SERV staat uiteraard principieel positief tegenover elke grondige en onderbouwde doorlichting van overheidsuitgaven, met het oog op het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit ervan. De SERV zal in de loop van 2022 een advies op eigen initiatief uitbrengen over het gehele proces van de Vlaamse Brede Heroverwegingen en de wijze waarop dergelijke initiatieven structureel verankerd kunnen worden in het functioneren van de Vlaamse overheid.
13
Rapport 1. Omgevingsanalyse 1.1 Macro-economische context 29. De verwachte economische heropleving na de coronacrisis is sinds het voorjaar van 2021 sneller tot stand gekomen dan aanvankelijk geraamd, met de sterkste groei in het tweede en derde kwartaal van 2021. In het laatste kwartaal van 2021 vertraagt de heropleving echter aanzienlijk, door de 4de (en 5de) coronagolf. 30. De conjunctuurbarometer (producenten) van de NBB (december 2021b) daalt licht in de afgelopen maanden, al blijven de verschillen beperkt, na een sterke stijging in vooral de eerste helft van het jaar. De groeiende internationale logistieke flessenhalzen lijken de belangrijkste rem aan de productiezijde te zijn. De indicator van het consumentenvertrouwen (NBB, december 2021c) daalt sinds oktober 2021 na een sterke stijging sinds mei 2021, en komt in januari 2022 terug uit op zijn laagste punt sinds mei 2021. De indicator ligt nog steeds boven het langetermijngemiddelde, maar is teruggevallen tot een niveau vergelijkbaar met de situatie vóór het begin van de coronacrisis. Het recente vertrouwensverlies is voornamelijk te wijten aan verslechterde vooruitzichten voor de algemene economische situatie en de werkloosheid. 31. Na de zomer van 2021 is de economische productie (bbp) terug op het niveau van voor de coronacrisis gekomen. Wel is de heropleving niet op een evenwichtige wijze over de gehele economie verdeeld. Drie types van sectoren blijven vandaag duidelijk achter: sectoren die sterk afhankelijk zijn van de internationale handel, sectoren die de impact van het coronabeleid sterk voelen, en sectoren die beïnvloed worden door de sterk gestegen energieprijzen. 32. Het economisch herstel is in 2022 afhankelijk van volgende voorwaarden: de pandemie onder controle krijgen en houden, en het regionale, federale en Europese ondersteuningsbeleid gericht voeren op maat van de huidige reële noden van de sectoren en huishoudens die de negatieve impact van de pandemie ondergaan. Verder economisch herstel zal mee bepaald worden door a/ de snelheid waarmee de toeleveringsproblemen in de internationale handel worden opgelost, b/ de manier waarop de tekorten en spanningen op de arbeidsmarkt worden verminderd, en c/ de mate waarin de energieprijzen en inflatie terug gebracht worden tot een jaarlijkse groei onder of rond de 2% (wat in 2022 niet het geval zal zijn).
14
33. Het antwoord op de coronacrisis bestaat echter niet alleen uit het gericht en selectief ondersteunen van de economische relance. Vandaag moet de focus meer dan ooit gelegd worden op grondige hervormingen en strategische transities op tal van domeinen, om de transformatie van de Vlaamse economie te ondersteunen. 34. De SERV heeft in eerdere rapporten en adviezen zijn waardering uitgesproken voor het beleid van de Vlaamse overheid om de economische en sociale impact van de coronacrisis op te vangen, en herhaalt en bevestigt deze boodschap. Zonder de interventies van de Vlaamse en federale overheden had de coronacrisis geresulteerd in een economische en sociaal debacle zonder voorgaande. 35. Zeker op de korte termijn bestaat er grote onzekerheid over de te verwachten macro-economische evoluties. Dit SERV-rapport moet dan ook beschouwd worden als een momentopname met onzekere begrotingscijfers uitgaande van de meest recente ramingen. Uitgangspunten gehanteerd bij de opmaak van dit rapport zijn: •
Het economisch herstel zet zich de komende maanden geleidelijk verder, ook wanneer de impact van de pandemie opnieuw zou vergroten. Dus: een bijkomende coronagolf beïnvloedt de economische ontwikkeling uiteraard in negatieve zin, maar leidt niet meer tot het volledig stilvallen van grote delen van de economie, zoals in 2020 het geval was.
•
Door het Federale Planbureau (FPB) wordt aangegeven dat de huidige inflatieopstoot gekenmerkt wordt door een kortstondige hoge piek in het voorjaar van 2022, die vervolgens snel zou afnemen. De middellange termijnvooruitzichten geven aan dat de inflatie in 2023 en 2024 onder de drempel van 2% zou blijven.
•
De Vlaamse schuld is door de coronacrisis aanzienlijk aangegroeid, wat ook voor de andere Belgische overheden (federaal, gewesten en gemeenschappen) evenals de buurlanden het geval is. De evolutie van de rentevoeten in de komende jaren wordt daarmee een belangrijk aandachtspunt.
•
De Europese Commissie voorziet dat een hervormde Europese begrotingsopvolging vanaf 2023 terug wordt opgestart, vermoedelijk met een jaarlijkse uitgavennormering en een schulddoelstelling op middellange termijn als kernelementen. Vlaanderen bereidt zich op deze ontwikkelingen reeds voor, onder andere door de uitgavennorm in ontwerp. Verondersteld wordt dat de vernieuwde Europese begrotingsopvolging vanaf 2023 geen significante wijzigingen aan het Vlaamse begrotingsbeleid oplegt.
1.2 Recente evolutie van de inflatie in België 36. De afgelopen maanden is de geraamde evolutie van de inflatie zowel op Belgisch als internationaal niveau sterk onderschat. Het Federale Planbureau gaat er steeds van uit dat de ‘piek’ van de inflatieopstoot in het eerste kwartaal van 2022 zal vallen èn nagenoeg volledig zal weggewerkt zijn tegen het vierde kwartaal van 2022. Zie Figuur 1 (index van de consumptieprijzen CPI) en Figuur 2 (gezondheidsindex GZI) op de volgende pagina’s voor de geraamde inflatievooruitzichten sinds mei 2021. 15
Vooralsnog onduidelijke actuele factoren zoals het verdere verloop van de energieprijzen, verstoorde aanvoerketens en de mogelijke impact van de klimaatverandering kunnen een invloed hebben op de inflatie-evolutie. De prognoseverschillen vergroten daarmee aanzienlijk op slechts enkele maanden tijd: in de laatste meerjarenraming (oktober 2021) werd uitgegaan van een inflatie van 1,90% voor 2021, terwijl de FPB-raming van januari 2022 zou uitkomen op 2,44% voor 2021, dus een verschil van +0,54%punt. Voor 2022 zijn de prognoseverschillen extreem groot: in die laatste meerjarenraming werd de inflatie voor 2022 geraamd op 2,10%, terwijl die vandaag zou uitkomen op 5,00%, of een verschil van +2,90%-punt. De onzekerheid over de huidige inflatievooruitzichten is bovendien zeer groot, zelfs voor ramingen op korte termijn, en is niet te vergelijken met gelijk welke periode sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw. Zie Tabel 1. Tabel 1
België, recente inflatie vooruitzichten, in % 2021 1,90% 3,20% 2,44%
Inflatie, FPB september 2021 (MJR 2021-2026) Inflatie, NBB, december 2021 Inflatie, FPB, raming van januari 2022
2022 2,10% 4,90% 5,00%
2023 1,70% 1,20%
2024 1,70% 1,20%
37. De geraamde overschrijdingen van de afgevlakte gezondheidsindex relevant voor de loonvorming en sociale uitkeringen, met een belangrijke impact op de uitgavenzijde (geïndexeerde uitgaven) van de Vlaamse begroting, verschuiven aanzienlijk door de aangepaste inflatievooruitzichten. Tabel 2 geeft enkele FPB-ramingen sinds juni 2021: •
de economische vooruitzichten 2021-2026 van het FPB van juni 2021;
•
de economische begroting 2021-2022 van september 2021 aangevuld met de economische vooruitzichten 2021-2026 van juni (beide FPB) waarop de MJR 20212026 gebaseerd is;
•
de raming van januari 2022 van het FPB aangevuld met de Economische Projecties van de NBB van december 2021 waarop de SERV-actualisatie van de begroting 2022-2024 (Hoofdstuk 4) gebaseerd is.
In de economische vooruitzichten 2021-2026 van het FPB van juni 2021 werd nog verondersteld dat de volgende indexoverschrijding zou plaatsvinden in oktober 2021, die echter reeds in augustus 2021 overschreden werd. In de MJR 2021-2026 wordt vervolgens rekening gehouden met een indexoverschrijding in juni 2022, maar deze werd reeds gerealiseerd in december 2021. Ook de laatste inflatieraming vervroegt de volgende indexoverschrijding aanzienlijk: van augustus 2023 (MJR 2021-2026, raming van september 2021) naar februari 2022 (raming van januari 2022). In juni 2021 werd geraamd dat deze indexoverschrijding pas in februari 2024 zou plaatsvinden, of een verschil met twee jaar. 16
In de MJR 2021-2026 (raming van september 2021) zou de volgende overschrijding plaatsgrijpen in oktober 2024, maar zou in de recente FPB en NBB-ramingen reeds gerealiseerd worden in januari 2023. Als de huidige trend van onderschatte inflatieramingen zich zelfs maar beperkt zou doorzetten, dan worden in 2022 (net als in 2021) twee overschrijdingen geregistreerd. Tenslotte dient er gewezen te worden op de laatste indexoverschrijding van de legislatuur: vandaag (januari 2022) wordt geraamd dat deze zal plaatsgrijpen in oktober 2024. Deze vijfde indexoverschrijding in ongeveer drie jaar tijd is niet voorzien in de MJR 2021-2026. Tabel 2
Federale Planbureau en Nationale Bank van België, België, opeenvolgende geraamde overschrijdingen van de afgevlakte gezondheidsindex in 2021 en volgende jaren, inflatieramingen
STATBEL REAL 2021 aug 2021 dec
FPB sep 2021 (Economische begroting 2021-2022 + EconomiFPB juni 2021 (Econo- sche vooruitzichten mische vooruitzichten 2021-2026 van juni 2021-2026) 2021, MJR 2021-2026) 2021 okt 2021 aug 2023 jan 2022 jun 2024 feb 2023 aug 2024 okt
17
FPB jan + NBB dec (SERV-actualisatie MJR 2021-2026) 2021 aug 2021 dec 2022 feb 2023 jan 2024 okt
8,00%
7,00%
6,00%
5,00%
4,00%
3,00%
2,00%
1,00%
0,00% 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 jan feb maa apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb maa apr mei jun jul aug sep okt nov dec REAL
2021 mei
2021 jun
2021 aug
2021 sep
2021 okt
2021 nov
2021 dec
2022 jan
Figuur 1: België, 2021 en 2022, inflatie index consumptieprijzen (CPI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021
18
7,00%
6,00%
5,00%
4,00%
3,00%
2,00%
1,00%
0,00% 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2021 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 2022 jan feb maa apr mei jun jul aug sep okt nov dec jan feb maa apr mei jun jul aug sep okt nov dec REAL
2021 mei
2021 jun
2021 aug
2021 sep
2021 okt
2021 nov
2021 dec
2022 jan
Figuur 2: België, 2021 en 2022, inflatie gezondheidsindex (GZI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021
19
2. Begroting 2021: stand van zaken 2.1 Inzet van de provisies 2.1.1
Coronaprovisie
38. Alle regeringen in dit land hebben hun begrotingen gebruikt als buffer en schokdemper om de impact van de coronacrisis op te vangen. De overheden namen maatregelen om het inkomen van burgers, zelfstandigen en bedrijven te beschermen, ondersteunden de liquiditeitspositie van ondernemingen, en ontwikkelden initiatieven om de slagkracht van het zorg- en welzijnssysteem in de strijd tegen corona te versterken. 39. Bij de begrotingsopmaak 2021 werden de corona-uitgaven geraamd op € 1 mld euro (€ 300 mln bij het indienen van de begroting in oktober 2020 + € 700 mln via een amendement in december 2020). In 2021 werd de corona-provisie tweemaal opgetrokken. Bij de eerste begrotingsaanpassing 2021 (ingediend in mei 2021) werd de coronaprovisie verhoogd tot € 1,85 mld. Bij de tweede begrotingsaanpassing 20211 werd de corona-provisie opgetrokken met € 130 mln naar aanleiding van de vierde coronagolf. In deze begrotingsaanpassing werd eveneens een krediet van € 130 mln voor de toekenning van de jobbonus geblokkeerd, waardoor deze tweede begrotingsaanpassing geen impact heeft op het vorderingensaldo. Inzet van de coronaprovisie 2021 via herverdelingen 40. Via de herverdelingen vanuit het provisieartikel naar de inhoudelijke artikels kan een eerste stand van zaken van de inzet van de coronaprovisie voor 2021 opgesteld worden. Hierbij dient benadrukt te worden dat de rapportering over herverdelingen enkele weken en maanden kan achter lopen, zodat vandaag slechts een onvolledig beeld kan geschetst worden. Op basis van de in begin januari 2022 beschikbare gegevens werd € 1.649 mln VAK en € 1.646 mln VEK vanuit de corona-provisie herverdeeld, of ongeveer vier vijfde van de beschikbare middelen. 41. De uitgaven uit de Vlaamse coronaprovisie 2021 zijn in hoge mate besteed aan het ondersteunen van het economische weefsel, conform de bevoegdheidsverdeling in België waarbij het economisch ondersteuningsbeleid gewestmaterie is. Via het Hermesfonds werd € 773 mln VAK en VEK of 46,9% van de herverdeelde middelen 2021 besteed binnen het Inhoudelijk Structuurelement (ISE) ‘Groei-ondersteuning KMO’s en groeibedrijven’. Zie Tabel 3.
1
https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/6196B06D364ED90008000285
20
Het resterende deel van herverdelingen is voornamelijk verdeeld over de beleidsdomeinen Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie (KBBJ), Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) en Mobiliteit en Openbare Werken (MOW). Tabel 3
Vlaamse overheid, inzet van de coronaprovisie 2021 via herverdelingen gedocumenteerd tot einde december 2021, per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € mln
BD FB
ISE CA
EWI
ED
OV
FD
KLEUTER- EN LEERPLICHTONDERWIJS
WVG WVG WVG
GJ GK GT
PREVENTIE WOONZORG EN EERSTE LIJN SOCIALE BESCHERMING
WVG
GU
CJSM
HA
CJSM MOW KBBJ KBBJ KBBJ
HN ME SG SQ SW
Tabel 4
Beschrijving ISE PROVISIE CORONA 2021 GROEI-ONDERSTEUNING KMO'S EN GROEIBEDRIJVEN
772.660
772.660
46,86%
46,94%
29.320
29.320
1,78%
1,78%
111.991 193.330 55.082
113.222 193.330 55.082
6,79% 11,72% 3,34%
6,88% 11,75% 3,35%
GEINTEGREERD GEZINSBELEID
35.542
35.542
2,16%
2,16%
BELEIDSWERKING EN INTERNATIONAAL BELEID ONDERSTEUNEN
17.612
23.574
1,07%
1,43%
60.054 72.541 128.158 19.674 45.175 107.861
35.054 72.541 125.179 23.613 45.175 121.678
3,64% 4,40% 7,77% 1,19% 2,74% 6,54%
2,13% 4,41% 7,61% 1,43% 2,74% 7,39%
SPORT VOOR ALLEN BASISBEREIKBAARHEID BINNENLANDS BESTUUR FACILITIES TOERISME OVERIGE
Vlaamse overheid, inzet van de coronaprovisie 2020 (begrotingsuitvoering) en 2021 (via herverdelingen) gedocumenteerd tot einde december 2021, per beleidsdomein, vereffeningskredieten, in € mln 2020 (VEK, UITV2020)
FB EWI OV WVG CJSM WSE LV MOW OMG KBBJ HE TOT
VAK VEK In % VAK In % VEK -1.649.000 -1.645.970 -100% -100%
-3.457.500 2.160.035 156.174 468.854 78.046 125.254 16.069 76.133 168.306 208.629 0 0
2020 (%, UITV2020)
2021 (VEK, herverdelingen)
2021 (%, herverdelingen)
-1.645.970 851.370 41.573 413.185 60.330 0 0 72.541 6.695 200.276 0 0
-100% 51,7% 2,5% 25,1% 3,7% 0,0% 0,0% 4,4% 0,4% 12,2% 0,0% 0,00%
-100,00% 62,47% 4,52% 13,56% 2,26% 3,62% 0,46% 2,20% 4,87% 6,03% 0,00% 0,00%
21
42. De inzet van de corona-provisie 2021 doorheen de beleidsdomeinen loopt in belangrijke mate gelijk met de verdeling van de corona-uitgaven in 2020 (begrotingsuitvoering). Ook in 2020 werden de meeste middelen naar het beleidsdomein EWI herverdeeld. Toch zijn er ook kleine verschillen op te merken. In verhouding tot de totale corona-uitgaven krijgen de beleidsdomeinen WVG, KBBJ en MOW in 2021 meer middelen vanuit corona-provisie, terwijl verhoudingsgewijs de corona-uitgaven in de beleidsdomeinen EWI, WSE, OMG en OV afnemen. Zie Tabel 4.
2.1.2
Vlaamse Veerkracht
Impact op de begroting 43. De Vlaamse Regering heeft de € 4,3 mld voorziene uitgaven (VAK en VEK) voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht integraal in de initiële begroting 2021 ingeschreven. In de aangepaste begroting 2021 werden de VEK-uitgaven bijgesteld naar € 2,0 mld. De MJR 2021-2026 (oktober 2021) geeft de verdeling van de resterende middelen tot en met begrotingsjaar 2026. De totale VEK-uitgaven voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht in de periode 2021 tot 2026 sommeren tot € 5,86 mld, of € 1,56 mld meer dan de voorziene uitgaven (€ 4,3 mld). Zie Tabel 5. De afwijking wordt als volgt verklaard: bij de eerste begrotingsmonitoring (oktober 2021, voorlopige raming van de uitvoering van de begroting 2021) werden de uitgaven van het relanceplan voor 2021 ingeschat op € 439,4 mln vereffeningskredieten (VEK). In de MJR 2021-2026 werden de uitgaven voor het relanceplan aangepast aan deze inschatting: zie Tabel 6. Na correctie voor de begrotingsmonitoring komen de totale VV-uitgaven terug uit op € 4,3 mld. 44. De Vlaamse regering verwacht een significante inbreng van EU-subsidies uit het steunfonds Europese Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (gecumuleerd € 2,255 mld). De ontvangsten worden steeds in verhouding tot de uitgaven (€ 2,255 mld Europese ontvangsten voor VV / € 4,3 mld uitgaven voor VV = 52,4%) geraamd. Er is in dit rapport geen rekening gehouden met de recente mediaberichten dat de Europese ondersteuning van het Belgische en Vlaamse relancebeleid aanzienlijk zou dalen (van € 5,9 mld naar € 4,5 mld?). Tabel 5
Vlaamse begroting, MJR 2021-2026, verwerking van het relanceplan Vlaamse Veerkracht in de Vlaamse begroting (ontvangsten, uitgaven, saldo), in € dz
BA2021 BO2022 2023 2024 2025 2026 Totaal Uitgaven VV 2.000.000 1.600.000 1.210.178 713.133 213.684 123.565 5.860.560 Ontvangsten VV 1.048.837 839.070 634.640 373.980 112.060 64.800 3.073.387 VV "buiten ESR-saldo" 951.163 760.930 575.538 339.153 101.624 58.765 2.787.173
22
Tabel 6
Vlaamse begroting, MJR 2021-2026, traject Vlaamse Veerkracht inclusief correctie voor 2021 (ontvangsten, uitgaven, saldo), in € dz
Uitgaven VV Ontvangsten VV VV "buiten ESR-saldo"
2021 BO2022 2023 2024 2025 2026 Totaal 439.400 1.600.000 1.210.178 713.133 213.684 123.565 4.299.960 230.429 839.070 634.640 373.980 112.060 64.800 2.254.979 208.971 760.930 575.538 339.153 101.624 58.765 2.044.981
45. Het relanceplan Vlaamse Veerkracht wordt daarmee in dit rapport op een identieke manier verwerkt als in de MJR 2021-2026. Inzet van de provisie Vlaamse Veerkracht 2021 46. Via de herverdelingen vanuit het provisieartikel naar de inhoudelijke artikels wordt een eerste stand van zaken van de inzet van de provisie Vlaamse Veerkracht gegeven. Op basis van de in begin januari 2022 beschikbare gegevens werd € 1.425 mln VAK, ongeveer een derde van het gehele VV-budget, en € 266 mln VEK vanuit de Vlaamse Veerkracht provisie herverdeeld. Tabel 7
Vlaamse overheid, inzet van de provisie Vlaamse Veerkracht 2021 via herverdelingen per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € mln
BD FB
ISE CA
EWI
ED
OV WVG WVG CJSM CJSM MOW
FG GT GU HB HN ME
MOW MOW
ML MR
MOW OMG OMG
MV QC QK
OMG OMG KBBJ KBBJ
QO QQ SH SN
Beschrijving ISE PROVISIE VV 2021 GROEI-ONDERSTEUNING KMO'S EN GROEIBEDRIJVEN ONDERSTEUNING ONDERWIJSINSTELLINGEN EN ONDERWIJSVELD SOCIALE BESCHERMING GEINTEGREERD GEZINSBELEID INVESTEREN IN INFRASTRUCTUUR SPORT VOOR ALLEN BASISBEREIKBAARHEID MODI-OVERSCHRIJDEND MOBILITEITSBELEID INVESTERINGEN WEGINFRASTRUCTUUR INVESTERINGEN WATERINFRASTRUCTUUR KWALITEIT ONROERENDERFGOEDZORG ENERGIE THEMA-OVERSCHRIJDEND INSTRUMENTARIUM OMGEVING AANBODZIJDE WONINGMARKT STEDENBELEID DIGITALISERING OVERIGE 23
In % In % VAK VEK VAK VEK -1.425.323 -265.902 -100,0% -100,0% 165.485
34.073
11,6%
12,8%
253.519 18.828 20.950 79.326 22.781 41.744
6.443 17.673 5.930 5.123 0 799
17,8% 1,3% 1,5% 5,6% 1,6% 2,9%
2,4% 6,6% 2,2% 1,9% 0,0% 0,3%
206.520 30.622
26.380 11.157
14,5% 2,1%
9,9% 4,2%
88.919 32.000 215.733
3.401 516 10.801
6,2% 2,2% 15,1%
1,3% 0,2% 4,1%
46.730 15.000 24.053 32.966 130.147
38.180 15.000 53 17.760 72.613
3,3% 1,1% 1,7% 2,3% 9,1%
14,4% 5,6% 0,0% 6,7% 27,3%
Bij de begrotingsmonitor van oktober 2021 werden de uitgaven van het relanceplan voor 2021 ingeschat op € 439,4 mln vereffeningskredieten (VEK). De afwijking tussen beide elementen toont aan dat de Vlaamse Regering in de besluitvorming van Vlaamse Veerkracht al veel verder staat dan gedocumenteerd via de herverdelingen2. 47. De VV-provisie wordt herverdeeld naar een brede waaier aan inhoudelijke structuurelementen (ISE) in verschillende beleidsdomeinen, waarmee de brede sociaaleconomische scope van het relanceplan Vlaamse Veerkracht tot uiting komt. De herverdeelde uitgaven hebben onder andere betrekking op infrastructuur, energie, onderwijs, welzijn, economie en digitalisering. Zie Tabel 7. Ongeveer vier vijfde van de herverdeelde beleidskredieten zijn herverdeeld naar vier beleidsdomeinen: MOW (€ 370 mln), OMG (€ 322 mln), OV (€ 255 mln3) en EWI (€ 169 mln).
2.2 Uitvoering van de begroting 2021 48. Voor begrotingsjaar 2021 zijn de belangrijkste resultaten van het uitvoeringsrapport van het monitoringcomité (december 2021) overgenomen. Het uitvoeringsrapport is gebaseerd op waarnemingen tot en met november 2021, aangevuld met prognoses voor de laatste maand van 2021. Het begrotingssaldo in het uitvoeringsrapport van de begroting 2021 bedraagt € -3,2 mld en is daarmee € 2,1 mld positiever dan het vorderingssaldo in de aangepaste begroting 2021. Zie Tabel 8. 49. Vooreerst is er een aanzienlijke impact van de aangepaste verwerking van het relanceplan: van € 2 mld naar € 439 mln uitgaven, en van € 1.049 mln naar € 230 mln ontvangsten. Beide bewegingen samen impliceren een verbetering van het saldo met € 742 mln. De overige ontvangsten stijgen met € 747 mln ten opzichte van de aangepaste begroting 2021. Deze toename is hoofdzakelijk te situeren bij de gewestbelastingen (€ +470 mln), vooral via de registratiebelastingen (gestegen woonprijzen en groeiend aantal aktes) evenals de ontvangsten via instellingen (€ +275 mln). Zie Tabel 24 en Tabel 25 op pagina 65 in de bijlage voor een overzicht van de belangrijkste ontvangstencategorieën en gewestbelastingen. 50. De coronacrisis lijkt tevens een temperend effect op de overige uitgaven te hebben, bijvoorbeeld door een vertraging bij de uitvoering van werken of een verminderd gebruik van door de overheid gesubsidieerde diensten. In de begrotingsuitvoering 2021 worden de niet-corona
2
De voortgang van het relanceplan wordt normaliter drie keer per jaar gemeten: in april, september en december. Zie ook de voortgangsrapporten via https://www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/vlaamse-veerkracht.
3
De significante herverdelingen naar het beleidsdomein Onderwijs en Vorming (F) kunnen toegeschreven worden aan één project “VV015 - DIGITALE VERSNELLING LEERPLICHTONDERWIJS (DIGISPRONG)”. Zie ook https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/document-view/605CEE08339140000800007B.
24
gerelateerde uitgaven € 570,8 mln lager geraamd dan bij de aangepaste begroting 2021 (na de correctie voor onderbenutting). Tabel 8
Vlaamse begroting, begrotingsuitvoering 2019, 2020, aangepaste begroting 2021 en voorlopige resultaten begrotingsuitvoering 2021, belangrijkste begrotingsresultaten, in € dz en % ontvangsten
UITV2019 UITV2020 BA2021 UITV2021 delta Uitgaven [-] 45.474.656 49.310.384 54.137.709 50.769.300 -3.368.409 Ontvangsten [+] 45.582.838 43.301.481 47.610.152 47.539.130 -71.022 Saldo voor onderbenutting en ESR-correcties 108.182 -6.008.903 -6.527.557 -3.230.170 3.297.387 Onderbenutting [+] 1.236.963 0 -1.236.963 ESR-correcties [+] -4.494 -4.572 -78 Impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 [+] 0 0 0 Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 108.182 -6.008.903 -5.295.088 -3.234.742 2.060.346 Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022, in % ontvangsten 0,24% -13,9% -11,1% -6,8% 4,32% Ontvangsten VV [-] 0 0 1.048.837 230.429 -818.408 Uitgaven VV [+] 0 0 2.000.000 439.400 -1.560.600 Covid-provisie [+] 0 3.448.379 1.980.000 1.980.000 0 Saldo exclusief covid en VV 108.182 -2.560.524 -2.363.925 -1.045.771 1.318.154 Bouwkost Oosterweel [+] 72.915 101.680 146.086 233.700 87.614 Saldo exclusief covid, VV en bouwkost Oosterweel 181.097 -2.458.844 -2.217.839 -812.071 1.405.768 Saldo exclusief covid, VV, % ontvangsten 0,40% -5,68% -4,66% -1,71% 2,95%
25
3. Kenmerken van de begroting BO2022 3.1 Overzicht van ontvangsten en uitgaven 51. Tabel 9 geeft een overzicht van de beleidskredieten (vastleggingskredieten) voor de begrotingen BO 2022 (zoals ingediend), de eerste aangepaste begroting 2021 (opgemaakt in april 2021) en de uitvoering van de begroting 2020. Het aanzienlijke verschil (€ -7,5 mld) komt voornamelijk tot stand via de afbouw van de provisies voor het coronabeleid en Vlaamse Veerkracht (provisies bij Financiën en Begroting). Bij MOW zijn in 2021 de gehele beleidskredieten voor het traject van de verdere Oosterweelverbinding ingeschreven, die in 2022 dan ook niet meer opgenomen zijn. Tabel 9
Vlaamse overheid, ingediende begroting BO 2022 in vergelijking met de eerste aangepaste begroting BA 2021 en de uitvoering van de begroting 2020, in € dz
VAK
Hogere Entiteiten Financiën en Begroting Economie, Wetenschappen en Innovatie Onderwijs en Vorming Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Cultuur, Jeugd, Sport en Media Werkgelegenheid en Sociale Economie Landbouw en Visserij Mobiliteit en Openbare Werken Omgeving Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie TOTAAL
VAK
VAK
REA 2020 BA 2021 BO 2022 145.134 137.150 138.307 2.150.498 9.253.580 3.550.564 3.641.849 1.978.540 1.975.301 14.507.015 15.067.198 15.427.973 13.288.341 13.339.107 13.622.609 1.295.520 1.319.291 1.345.723 3.510.451 3.567.827 3.646.913 237.435 209.782 213.731 4.245.142 7.077.249 4.136.439 2.306.299 2.257.716 2.370.489
VAK BO 2022 BA 2021 1.157 -5.703.016 -3.239 360.775 283.502 26.432 79.086 3.949 -2.940.810 112.773
4.696.493 4.816.355 5.132.080 50.024.177 59.023.795 51.560.129
315.725 -7.463.666
De Bijzondere Financieringswet (BFW) voorziet dat de gewesten en gemeenschappen een responsabiliseringsbijdrage betalen voor de uitbetaling van de pensioenen van ambtenaren van de respectievelijke overheden. Vanaf 2022 (€ 270 mln) verschuift deze bijdrage van de ontvangsten naar de uitgaven: tot 2021 werd het als een inhouding op de ontvangsten in de Vlaamse begroting verwerkt, vanaf 2022 gaat het om bijkomende uitgaven van het Vlaamse naar het federale niveau. Dit heeft geen impact op het Vlaamse begrotingssaldo, maar doet de uitgaven met het vermelde bedrag toenemen. 52. De verschillen bij de vereffeningskredieten (betaalkredieten) zijn veel minder groot: zie Tabel 10. De betaalkredieten voor de Oosterweelverbinding worden a rato van de reële uitgaven ingeschreven, zodat bij deze kredieten geen grote breuk in de uitgavenreeks bij MOW ontstaat. 26
Bij de provisies (FB) komen de verschillen tussen beide begrotingen opnieuw tot uiting: de coronaprovisie 2021 bedraagt € 1,85 mld (voor de verhoging in december 2021 met € 130 mln), terwijl er in de initiële begroting 2022 geen coronaprovisie meer voorzien is. Via amendement op de ingediende begroting is wel een provisie van € 500 mln VAK en €700 mln VEK bestemd voor het coronabeleid (zie verder), maar deze uitgaven zijn niet opgenomen in Tabel 10 (ingediende begroting). Tabel 10
Vlaamse overheid, ingediende begroting BO 2022 in vergelijking met de eerste aangepaste begroting BA 2021 en de uitvoering van de begroting 2020, in € dz
VEK
Hogere Entiteiten Financiën en Begroting Economie, Wetenschappen en Innovatie Onderwijs en Vorming Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Cultuur, Jeugd, Sport en Media Werkgelegenheid en Sociale Economie Landbouw en Visserij Mobiliteit en Openbare Werken Omgeving Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie TOTAAL
VEK
VEK
REA 2020 BA 2021 BO 2022 145.052 137.150 138.307 2.150.938 7.154.707 5.165.660 3.576.513 1.964.662 1.953.909 14.456.336 15.155.381 15.576.978 13.130.195 13.294.560 13.592.717 1.295.074 1.331.452 1.361.584 3.461.922 3.558.172 3.657.367 210.402 204.502 199.865 3.968.637 4.265.349 4.630.436 2.253.661 2.278.096 2.292.024
VEK BO 2022 BA 2021 1.157 -1.989.047 -10.753 421.597 298.157 30.132 99.195 -4.637 365.087 13.928
4.661.654 4.793.678 5.182.243 49.310.384 54.137.709 53.751.090
388.565 -386.619
Het resultaat is dat de uitgaven in de ingediende begroting 2022BO dalen met € 387 mln ten opzichte van de (eerste) aangepaste begroting 2021.
3.2 Amendementen bij de BO2022 53. In de SERV-raming van begrotingsjaar 2022 wordt rekening gehouden met de amendementen die begin december 2021 door de Vlaamse Regering in het Vlaams Parlement ingediend zijn: zie Tabel 11 voor een overzicht. De belangrijkste wijziging betreft de nieuwe coronaprovisie voor 2022 van respectievelijk € 500 mln VAK en € 700 mln VEK . De overige ESR-uitgaven en -ontvangsten dalen (qua saldo) met respectievelijk € 8 mln VEK en € 2 mln VAK. Zie Tabel 11. De geconsolideerde schuld stijgt met € 120 mln door bijkomende participaties niet opgenomen in de MJR 2021-2026: € 100 mln voor handelshuurleningen en € 20 mln voor noodkoopleningen. In de verdere tekst van dit rapport wordt met de begroting BO 2022 dan ook steeds bedoeld: de gestemde begroting BO 2022, dus inclusief de uitgaven en ontvangsten gerealiseerd via de goedgekeurde amendementen. 27
Tabel 11 Vlaamse begroting 2022, wijzigingen ten opzichte van de ingediende begroting 2022, in € dz
ESR-ontvangsten Coronaprovisie ESR-uitgaven (excl. Coronaprovisie) Participaties (buiten ESRsaldo) Impact op ESR-saldo Totale impact
AO 9.016
VAK
VEK Geraamde ontvangst via 3M (PFOS-dossier)
500.000 700.000 Voornamelijk klimaatmaatregelen (novem981 ber 2021)
6.983
120.000 120.000 497.967 691.965 617.967 811.965
Handelshuurleningen, noodkoopleningen
3.3 Uitgaven voor infrastructuurbeleid (investeringen) 54. Aan de hand van de inhoudelijke structuurelementen (ISE-codes) per begrotingsartikel is het mogelijk om de verschillen qua besteding van de ingeschreven middelen met elkaar te vergelijken. Vandaag is het immers enkel bij uitvoering van een begroting mogelijk om de zogenaamde economische codes van alle uitgaven na te gaan. Via deze economische codes wordt bijvoorbeeld aangegeven of een bepaalde uitgave een subsidie voor ondernemingen 4, huishoudens of gemeenten is, dan wel een werkingsuitgave van de overheid, een kapitaaloverdracht voor een investering, en dergelijke meer. Bij gebrek aan deze economische codes in de reguliere begrotingsrapportering baseren we ons op de inhoudelijke structuurelementen (ISE) die uit elk begrotingsartikel kunnen afgeleid worden. Dit impliceert: in deze overzichten worden enkel de uitgaven die ontstaan via de rapportering van de uitgaven van de departementen meegenomen, en niet deze die ontstaan via eigen ontvangsten van de geconsolideerde instellingen. 55. De inhoudelijke structuurelementen die verband hebben met het Vlaamse infrastructuurbeleid worden in Tabel 12 samengevat. Het betreft de uitgaven voor onderzoeksinfrastructuur binnen het beleidsprogramma wetenschappelijk onderzoek van het beleidsdomein EWI, de uitgaven voor onderwijsinfrastructuur binnen OV, de uitgaven voor zorginfrastructuur binnen WVG, de uitgaven voor culturele en sportinfrastructuur binnen CJSM, het onderhoud en de investeringen voor verschillende types infrastructuur binnen MOW, en de uitgaven voor digitalisering en vastgoed binnen KBBJ. Een aantal elementen ontbreekt: de uitgaven voor investeringen in natuur en milieu worden niet met een afzonderlijke ISE aangeduid, en kunnen dus niet op deze manier gedetecteerd worden.
4
Conform de indeling in de Nationale Rekeningen: de institutionele sectoren groeperen institutionele eenheden met in grote lijnen gelijkaardige kenmerken en gedrag. De volgende elkaar uitsluitende institutionele sectoren kunnen onderscheiden worden: niet-financiële vennootschappen (S11), financiële instellingen (S12), overheid (S13), huishoudens (S14) en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (IZWH, S15).
28
Deze uitgaven gaan in de goedgekeurde begroting 2022 aanzienlijk vooruit: van € 1,85 mld (2021 BA) naar € 2,20 mld, of een stijging met € 346 mln. Bijna 96% van deze groei ontstaat bij constant beleid, dus via beleidstrajecten en -beslissingen die reeds eerder zijn vastgelegd.
29
Tabel 12
Vergelijking van de goedgekeurde begroting 2022BO en 2021BA, ISE’s relevant voor infrastructuurbeleid, in € dz
BD CODE CODE ISE
INFRASTRUCTUURBELEID (ISE) ONDERZOEKSINFRASTRUCTUUR ONDERWIJSINFRASTRUCTUUR
PR CODE
ZORGINFRASTRUCTUUR INVESTEREN IN INFRASTRUCTUUR
GI
HF
MI
SPORT REGIONALE LUCHTHAVENS WEGINFRASTRUCTUUR EN -BELEID WEGINFRASTRUCTUUR EN -BELEID WATERINFRASTRUCTUUR EN -BELEID WATERINFRASTRUCTUUR EN -BELEID DIGITALISERING
E
EJ
EE
F
FB
G
GS
H
HB
H
HO
M
MD
M
MQ
M
MR
M
MU
M
MV
SPORTINFRASTRUCTUUR LUCHTHAVENINFRASTRUCTUUR ONDERHOUD WEGINFRASTRUCTUUR INVESTERINGEN WEGINFRASTRUCTUUR ONDERHOUD WATERINFRASTRUCTUUR INVESTERINGEN WATERINFRASTRUCTUUR
S
SN
DIGITALISERING
SJ
S
SP
VASTGOED
SK
FG
HB
MD MH MH MI
Naam PR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK ONDERSTEUNING VAN HET ONDERWIJSVELD
BELEIDSVELD WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK ONDERSTEUNING VAN HET ONDERWIJSVELD
ZORGINFRASTRUCTUUR ZORGINFRASTRUCTUUR BELEIDSVELDOVERSCHRIJ- BELEIDSVELDOVERDEND SCHRIJDEND SPORT REGIONALE LUCHTHAVENS WEGINFRASTRUCTUUR EN -BELEID WEGINFRASTRUCTUUR EN -BELEID WATERINFRASTRUCTUUR EN -BELEID WATERINFRASTRUCTUUR EN -BELEID
DIGITALISERING INTERNE DIENSTVERLEINTERNE DIENSTVERLENING VLAAMSE OVERNING VLAAMSE OVERHEID HEID
TOTAAL In % van delta 2022BO / 2021BA
2021BA ISE basis
ISE delta
2022 ISE totaal
Evolutie bij cst beleid
31.962
2.638
34.600
2.638
486.533
32.109
518.642
29.609
399.690
25.514
425.204
28.214
38.934
-3.194
35.740
-3.194
0
0
0
0
2.908
2
2.910
2
181.088
599
181.687
599
55.663
31.751
87.414
31.751
237.755
14.969
252.724
14.969
275.696 153.193
428.889 153.193
28.910
47.623
76.533
31.673
114.577
40.428
155.005
41.736
1.853.716 345.632 2.199.348 331.190 95,8%
30
4. SERV-raming geactualiseerde begroting 2022 en volgende jaren 4.1 Uitgangspunten SERV-ramingen 56. De SERV heeft de actualisering van de begroting 2022 en volgende jaren in dit rapport consequent vanuit de assumptie van ongewijzigd beleid uitgevoerd. Dit impliceert: de macro-economische parameters beschikbaar bij opmaak van het rapport zijn integraal toegepast, en enkel de vandaag gekende en gedocumenteerde regeringsbeslissingen langs ontvangsten- en uitgavenzijde zijn in de ramingen voor de komende jaren meegenomen. In de huidige context impliceert deze assumptie dat de ontvangsten sneller aangroeien dan de uitgaven, door de sterk gestegen inflatie (zie verder). Anderzijds impliceert de assumptie van ongewijzigd beleid dat geen nieuwe beleidsimpulsen verondersteld worden die zouden kunnen gerealiseerd worden met deze bijkomende ontvangsten, dus ook niet voor een eventuele volgende coronagolf. Bovendien is het in september 2021 besliste traject met maatregelen om de beleidsruimte te vergroten tijdens de tweede helft van de legislatuur integraal gerespecteerd. Tabel 13 België, recente macro-economische vooruitzichten, in %
BBP, MJR 2021-2026, oktober 2021 FPB Inflatie, MJR 2021-2026, oktober 2021 FPB GHI, MJR 2021-2026, oktober 2021 FPB BBP, NBB, december 2021 Inflatie, NBB, december 2021 GHI, NBB, december 2021 Inflatie, FPB, raming van januari 2022 GHI, FPB, raming van januari 2022 BBP, SERV-raming, NBB december 2021 Inflatie, SERV- raming, FPB januari 2022 en NBB december 2021 GHI, SERV- raming, FPB januari 2022 en NBB december 2021
4.1.1
2021 5,70% 1,90% 1,60% 6,10% 3,20% 2,00% 2,44% 2,01% 6,10%
2022 3,00% 2,10% 2,10% 2,60% 4,90% 4,40% 5,00% 4,90% 2,60%
2023 1,50% 1,70% 1,80% 2,40% 1,20% 1,30%
2024 1,40% 1,70% 1,80% 1,60% 1,20% 1,30%
2,40%
1,60%
2,44%
5,00%
1,20%
1,20%
2,01%
4,90%
1,30%
1,30%
Veranderde macro-economische vooruitzichten
57. De recente macro-economische parameters zijn in dit rapport consequent toegepast (zie Tabel 13): •
De inflatieparameters voor 2021 en 2022 zijn afkomstig van de raming van het Federale Planbureau van januari 2022; 31
•
De inflatieparameters voor 2023 en 2024 evenals de raming van de economische groei voor de gehele periode (2021 tot 2024) zijn afkomstig van de laatste economische projecties van de Nationale Bank van België (Economisch Tijdschrift van december 2021).
In de NBB-prognose ligt het reële bbp tegen het einde van de legislatuur (gecumuleerd) 1,1 procentpunt hoger ten opzichte van het bbp-niveau in de Economische Vooruitzichten van het Federaal Planbureau van oktober 2021 (MJR 2021-2026). De gehanteerde inflatie en de gezondheidsindex in de SERV-raming liggen in 2024 respectievelijk (gecumuleerd) 2,4 en 2,2 procentpunten hoger dan bij de MJR 2021-2026.
4.1.2
Recente inflatieopstoot: gunstig voor de Vlaamse begroting
58. De inflatie heeft een aanzienlijk verschillende directe impact op de ontvangstenzijde dan op de uitgavenzijde van de Vlaamse begroting. De Vlaamse ontvangsten evolueren bijna volledig in verhouding met de inflatie (index van de consumptieprijzen CPI). De bepalingen in de Bijzondere Financieringswet (BFW) voorzien immers dat de van het federale niveau overgedragen middelen steeds integraal aan de inflatie aangepast worden. Ook de ontvangsten uit de bruto-opcentiemen en de meeste gewestbelastingen evolueren in hoge mate mee met de inflatie. Dit impliceert: indien de inflatie voor 2022 geraamd wordt op 5%, dan stijgen de ontvangsten (door de inflatie) eveneens met 5%. 59. Dat geldt niet langs de uitgavenzijde. Vooreerst volgen vele indexeringsmechanismen langs uitgavenzijde de (afgevlakte) gezondheidsindex (GZI). De gezondheidsindex neemt de energieprijzen en enkele specifieke producten (zoals tabaksproducten) slechts gedeeltelijk en steeds vertraagd op. Zeker bij een snelle stijging van de CPI zal de groei dus later in de gezondheidsindex tot uiting komen. Indien de groei van de CPI bovendien voornamelijk tot stand komt via stijgende energieprijzen zal de CPI ook een sterkere groei realiseren dan de GZI. Daarnaast zijn heel wat Vlaamse uitgaven niet gekoppeld aan een index. Uitgaven zoals het Gemeentefonds (jaarlijkse groei met 3,5%) en de kinderbijslag (verlaagd tot het einde van de legislatuur naar een groei van 1%) kennen een vaste groeivoet. 60. Een Expertengroep Uitgavennormering onder voorzitterschap van Wivina Demeester heeft in september 2020 in opdracht van de Vlaamse Regering een eerste rapport voor een Vlaamse uitgavennorm uitgewerkt5. In dat rapport wordt dieper ingegaan op de verschillende impact van de inflatie op de ontvangsten- dan wel de uitgavenzijde van de Vlaamse begroting. Er wordt geraamd dat de Vlaamse uitgaven stijgen met 1,16% bij een verwachte gemiddelde stijging van de Gezondheidsindex (GZI)
5
Zie: https://fin.vlaanderen.be/vlaamse-uitgavennorm/. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit een recente actualisering van dit rapport, waarbij de verhouding tussen de gezondheidsindex en de uitgavengroei door inflatie iets wijzigt.
32
met 2%, indien de werkingskredieten niet geïndexeerd worden. Indien de werkingskredieten wel worden geïndexeerd stijgen de uitgaven met 1,29%. 61. In dit SERV-rapport wordt de verhouding 1,16% / 2,00% = 58% gehanteerd om de impact van de inflatie op de Vlaamse uitgaven te ramen. Dit impliceert: indien geraamd wordt dat in jaar y een gezondheidsindex van 3% van toepassing is, dan wordt geraamd dat de uitgaven (door de inflatie) in dat jaar stijgen met 58% * 3% = 1,74%. Langs ontvangstenzijde wordt de overeenkomstige CPI wel volledig in de berekening meegenomen. Voor een uitgebreide toelichting van de methodiek van de SERV-raming, zie de bijlage vanaf pagina 72. 62. Beide elementen resulteren de volgende jaren, gegeven de assumptie van ongewijzigd beleid, in een significante positieve impact op het Vlaamse begrotingssaldo. Immers, de ontvangsten zouden bij eenzelfde inflatie- en gezondheidsindex in verhouding sneller stijgen dan de uitgaven. De huidige inflatieopstoot is daarmee een positieve meevaller voor de Vlaamse begroting. Samen met heroverwegingen van het bestaande beleid wordt het mogelijk meer beleidsruimte te creeren zodat bijkomende beleidsuitdagingen kunnen aangepakt worden. De SERV herinnert aan zijn oproep om de uitgaven voor investeringen sneller te laten groeien dan deze voor andere uitgaven. De reële groei van de niet-investeringsuitgaven blijft evenwel positief, zodat ook bij de nietinvesteringsuitgaven nieuwe beleidsinitiatieven gerealiseerd kunnen worden.
4.2 Begrotingsresultaten 2022-2024 4.2.1
Aanzienlijke verbetering van de begrotingstekorten
63. Het vorderingensaldo van begrotingsjaar 2022 bedraagt in de geactualiseerde SERV-raming € -2,7 mld. Tabel 14 geeft de belangrijkste begrotingsresultaten van de SERV-raming, terwijl Figuur 3 het geheel visualiseert. Tabel 28 op pagina 70 in bijlage geeft een gedetailleerd overzicht van de gewijzigde ontvangsten ten opzichte van de MJR 2021-2026. Tabel 31 op pagina 73 in bijlage geeft een gedetailleerd overzicht van de wijzigingen van de ESR-uitgaven in de SERV-raming ten opzichte van de MJR 2021-2026.
Door de hoge inflatie worden de ontvangsten in begrotingsjaar 2022 in de SERV-raming € 1,5 mld hoger geraamd dan bij de ingediende begroting 2022. De stijging komt vooral tot stand bij de BFW-dotaties (€ +1,2 mld, waarvan € 755 mln bijkomende afrekeningen van 2021), maar ook bij de bruto-opcentiemen (€ +124 mln) en de gewestbelastingen (€ +191 mln).
33
De uitgaven voor 2022 liggen in de SERV-raming € 1,6 mld hoger dan geraamd bij de ingediende begroting 2022. De stijging is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de verhoogde corona-provisie met € 700 mln en de impact van de verhoogde inflatievooruitzichten (€ +962 mln 6). Beide elementen samen impliceren een verslechtering van het ESR-saldo met € 149 mln ten opzichte van de ingediende begroting 2022. 64. In de twee laatste jaren van de legislatuur worden de begrotingstekorten aanzienlijk kleiner, tot € -1,7 mld in 2023 en tot € -919 mln in 2024. De begrotingstekorten verbeteren daarom aanzienlijk ten opzichte van de MJR 2021-2026 (€ +746 mln voor 2023 en € +827 mln voor 2024): door de hoge inflatie en het wegvallen van de coronaprovisie stijgen de ontvangsten respectievelijk met € 1,6 en € 1,5 mld, terwijl de uitgaven slechts met € 812 en € 663 mln toenemen7. Na het verwijderen van de ontvangsten en uitgaven voor Vlaamse Veerkracht en de Oosterweeluitgaven - conform de begrotingsdoelstelling zoals gedefinieerd door de VR – is de Vlaamse begroting in 2024 bijna in evenwicht: een tekort van € -126 mln.
6
Indien de werkingskredieten wel geïndexeerd worden, zouden de uitgaven in 2022 door de toegenomen inflatie stijgen met € 1.070 mln (€ 107,8 mln meer dan zonder de indexatie van de werkingskredieten).
7
Indien de werkingskredieten wel geïndexeerd worden, zouden de uitgaven door de toegenomen inflatie in 2023 en 2024 respectievelijk stijgen met € 918,9 mln en € 765 mln (€ 92,6 mln en € 77,1 mln meer dan zonder de indexatie van de werkingskredieten).
34
Tabel 14 Vlaamse begroting, belangrijkste begrotingsresultaten, begrotingsjaren 2022-2024, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz
Uitgaven [-] Ontvangsten [+] Saldo voor onderbenutting en ESR-correcties Onderbenutting [+] ESR-correcties [+] Impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 [+] Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022, in % ontvangsten Ontvangsten VV [-] Uitgaven VV [+] Covid-provisie [+] Saldo exclusief covid en VV Bouwkost Oosterweel [+] Saldo exclusief covid en VV en bouwkost Oosterweel Saldo exclusief covid en VV, % ontvangsten
BO2022 SERV2022 53.751.090 55.394.588 49.958.093 51.452.521 -3.792.997 -3.942.067 1.223.197 1.223.197 -1.080 -1.080 0
-149.070 -3.753.221 -3.006.907 0 1.242.007 1.242.007 0 -3.391 -3.391
0
-2.570.880 -2.719.950
-5,1% -5,3% 839.070 839.070 1.600.000 1.600.000 0 700.000 -1.809.950 -1.259.020 246.944 246.944 -1.563.006 -1.012.076 -3,13%
delta MJR2023 SERV2023 delta MJR2024 SERV2024 delta 1.643.498 54.309.473 55.121.345 811.872 54.968.668 55.631.947 663.279 1.494.428 50.556.252 52.114.438 1.558.186 51.634.389 53.124.941 1.490.552
-1,97%
0
61.926
61.926
323.100
0
746.314 -1.746.557
-919.284
827.273
1,58%
-1,7% 373.980 713.133 0 -580.131 454.038
1,65%
0 0 0 746.314 0
-3,4% 373.980 713.133 0 -1.407.404 454.038
0 0 700.000 550.930 0
-741.141
746.314
-953.366
-126.093
827.273
-1,42%
1,52%
-1,85%
-0,24%
1,61%
-4,9% -3,3% 634.640 634.640 1.210.178 1.210.178 0 0 -1.877.141 -1.130.827 389.686 389.686
550.930 -1.487.455 1,16%
-2,94%
35
0
827.273 0 0
323.100
-149.070 -2.452.679 -1.706.365
-0,14%
746.314 -3.334.279 -2.507.006 0 1.264.622 1.264.622 0 0 0
0 0 0 827.273 0
1
0 2019
2020
2021
2022
2023
-1
in € md
-2
-3
-4
-5
-6
-7 Saldo, UITV2019, UITV2020, MJR 2021-2026 Saldo, UITV2019, UITV2020, UITV2021, SERV 2022-2024 Saldo (excl. covid, VV en bouwkost Oosterweel), UITV2019, UITV2020, MJR 2021-2026 Saldo (excl. covid, VV en bouwkost Oosterweel), UITV2019, UITV2020, UITV2021, SERV 2022-2024
Figuur 3 Vlaamse overheid, dynamiek saldo, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € mld 36
2024
4.2.2
Begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse Regering
65. Bij de opmaak van de begroting 2021 besliste de Vlaamse Regering tot volgende begrotingsdoelstelling: op het einde van de legislatuur (2024) bedraagt het tekort op de begroting de helft van het tekort in 2022. Deze doelstelling kan getoetst worden via deze raming: het resultaat voor 2024 bij ongewijzigd beleid wordt vergeleken met de helft van het tekort in 2022; vervolgens kan de gecumuleerde inspanning tussen 2022 en 2024 berekend worden om deze doelstelling te bereiken. Zie Tabel 15. De helft van het geraamde tekort van 2022, zoals gedocumenteerd in de MJR 2021-2026 (€ -1,6 mld zonder Oosterweeluitgaven en VV-uitgaven en -ontvangsten), komt neer op een doelstelling (toegestane tekort in 2024) van € -782 mln. Met een tekort van € -953 mln in 2024, zoals geraamd in de laatste Meerjarenraming, is er bijgevolg een bijkomende inspanning van € 172 mln nodig om de doelstelling te bereiken. Tabel 15 Vlaamse begroting, 2022-2024, MJR 2021-2026 en SERV-raming, begrotingsdoelstelling 2024 en vereiste begrotingsinspanning om deze doelstelling te bereiken, in € dz
Saldo 2022 MJR 2021-2026, saldo exclusief VV en Oosterweel MJR 2021-2026, saldo exclusief VV en Oosterweel, % ontvangsten 2024 SERV, saldo exclusief VV en Oosterweel SERV, saldo exclusief VV en Oosterweel, % ontvangsten 2024
-1.563.006
Saldo 2024 -953.366
-1,8% -1.712.076
-126.093 -0,2%
Doelstelling (50% 2022) -781.503
-1,5% -856.038 -1,7%
Gecumuleerde inspanning om doelstelling 2024 te bereiken -171.863
-0,3% 729.945 1,4%
66. In de SERV-actualisering verbetert het tekort in 2024 aanzienlijk door de impact van de gestegen inflatiecijfers. De begrotingsdoelstelling wordt gehaald zonder bijkomende inspanningen, en eindigt zelfs aanzienlijk positiever dan vereist voor deze doelstelling. Hoewel het tekort in 2022 iets hoger zou uitvallen ontwikkelt het saldo zich in gunstige zin in de volgende jaren, met als resultaat een geraamd tekort van € -126 mln in 2024. Dit is € 730 mln gunstiger dan vereist voor de huidige Vlaamse begrotingsdoelstelling.
4.3 Resultaten schuldevolutie 67. Dit SERV-rapport raamt de evolutie van de Vlaamse schuld bij ongewijzigd beleid, vertrekkende van de gedocumenteerde en geconsolideerde schuld van 2021 uit de MJR 2021-2026. Er wordt rekening gehouden met het verbeteren van het vorderingssaldo (en een daling van de 37
schuld) in 2021 met € 1,3 mld, zoals gedocumenteerd in de (voorlopige) uitvoering van de begroting 2021. Vervolgens verhogen we jaarlijks de schuld met het geraamde begrotingstekort, alsook met de andere gekende elementen die de schuldevolutie beïnvloeden (zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichting bij de MJR 2021-2026). De schuld aangegaan voor de Oosterweelverbinding en het relanceplan Vlaamse Veerkracht is eveneens telkens opgenomen in het totaal. Tabel 16 Vlaamse begroting, 2019-2024, schuldevolutie, SERV-raming, in € dz UITV2019 Geconsolideerde schuld (incl. Ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), in % van ontvangsten Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), in % van bbp
UITV2020
UITV2021
SERV2022
SERV2023
SERV2024
24.119.905 30.280.023 35.236.132 40.112.788 43.866.612 46.707.624 20.020.445 26.622.052 31.841.797 36.964.109 40.958.391 44.034.602
43,9%
61,5%
67,0%
71,8%
78,6%
82,9%
4,2%
5,9%
6,5%
7,0%
7,5%
7,8%
38
53,0 48,0
in € md
43,0 38,0 33,0 28,0 23,0
18,0 2019
2020
2021
2022
2023
2024
Vlaamse schuld (excl. ziekenhuisschuld), UITV2019, UITV2020, MJR2021-2026 Vlaamse schuld (excl. ziekenhuisfactuur), UITV2019, UITV2020, UITV2021, SERV2022-2024
Figuur 4 Vlaamse overheid, evolutie schuld (excl. ziekenhuisfactuur), MJR 2019-2024 en SERVraming, in € mld 68. De Vlaamse geconsolideerde schuld groeide de afgelopen coronajaren door de aanzienlijke begrotingstekorten aan van € 24,1 mld in 2019 tot € 35,2 mld in 2021. Tabel 16 geeft de resultaten van de SERV-raming van de schuldevolutie, terwijl Figuur 4 deze visualiseert. Zie Tabel 33 op pagina 75 in bijlage voor een meer gedetailleerd overzicht.
In de MJR 2021-2026 bedraagt de Vlaamse schuld (exclusief ziekenhuisschuld) tegen het einde van de legislatuur € 46,7 mld, of 90,4% van de Vlaamse ontvangsten, en komt daarmee ver boven de schuldratiodrempel van de Vlaamse Regering (65%) uit. In de SERV-raming zou de Vlaamse schuld (exclusief ziekenhuisschuld) door de gedaalde tekorten minder snel toenemen: tot € 44 mld in 2024, of 82,9% van de ontvangsten. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat de daling van de schuldratio niet alleen ontstaat door de kleinere tekorten (teller) maar eveneens door de aanzienlijk hoger geraamde ontvangsten (noemer).
39
5. Budgettaire impact coronacrisis: een poging tot synthese 69. Dit hoofdstuk vergelijkt het begrotingstraject in de MJR 2019-2024, dus opgemaakt voor de coronacrisis, en het door de SERV geactualiseerde traject van de Meerjarenraming 2021-2026 zoals besproken in het vorige hoofdstuk. Deze vergelijking verduidelijkt de structurele wijzigingen die zich zowel langs ontvangsten- en uitgavenzijde door de coronacrisis hebben voorgedaan.
5.1 Kenmerken en assumpties van de analyse 70. Twee meerjarenramingen met elkaar vergelijken lijkt op het eerste zicht eenvoudig, maar is dat in de praktijk niet. De belangrijkste verschilpunten zijn dat met gelijkaardige begrippen (zoals: nieuw beleid, maatregelen om de beleidsruimte te vergroten, en uitgaven bij constant beleid) in beide meerjarenramingen verschillende zaken bedoeld worden. Immers, het ‘nieuwe beleid’ in 2019 kwam overeen met de afspraken opgenomen in het regeerakkoord. In 2021 zijn de daarvan gerealiseerde elementen in 2019 en 2020 geen nieuw beleid meer, maar wel constant beleid. Ook zijn een aantal maatregelen en nieuwe beleidsinitiatieven bedoeld in 2019 in de praktijk niet of anders (later, slechts gedeeltelijk) gerealiseerd. Het is daarom noodzakelijk om deze categorieën op elkaar af te stemmen, zodat een correcte vergelijking mogelijk wordt. Onderstaand wordt eerst dieper ingegaan op de wijze waarop deze categorieën consistent op elkaar afgestemd worden. Vervolgens wordt ingegaan op een specifieke wijziging in de loop van deze legislatuur, namelijk de manier waarop de Vlaamse responsabiliseringsbijdrage voor de federale uitbetaling van de Vlaamse ambtenarenpensioenen in de begrotingen verwerkt wordt. Tenslotte wordt de macro-economische context van voor de pandemie vergeleken met de huidige situatie.
5.1.1
Regeringsbeslissingen en dynamiek bij constant beleid
71. Elke Meerjarenraming maakt een onderscheid tussen de prognoses bij constant beleid en de budgettaire gevolgen van de nieuwe beleidsbeslissingen. Bij constant beleid worden de uitgangshypothesen voor de onderzochte kostendrijvers en budgettaire engagementen onverkort doorgetrokken naar de volgende jaren. Volgende aanpassingen aan de oorspronkelijke meerjarenramingen dienen op elkaar afgestemd te worden, om deze met elkaar vergelijkbaar te maken: •
In de MJR 2021-2026 worden de beleidsimpulsen en begrotingsmaatregelen voor 2022 (dus in de begrotingsjaren 2019-2022) doorgetrokken naar de komende jaren en gecategoriseerd als constant beleid. Nieuwe beleidsimpulsen of extra maatregelen beslist na de opmaak 40
van het regeerakkoord dan wel genomen tijdens het begrotingsconclaaf van 2022 met impact op de daaropvolgende jaren (2023-2026), vallen niet onder constant beleid. •
In de MJR 2019-2024 zijn enkel de begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen van het regeerakkoord van begrotingsjaren 2019 en 2020 geclassificeerd als constant beleid. De begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen van het regeerakkoord voor het begrotingsjaar 2021 en volgende zijn geclassificeerd als nieuw beleid.
72. In de SERV-analyse wordt systematisch een onderscheid gemaakt tussen volgende elementen: •
A Maatregelen om beleidsruimte te vergroten opgenomen in het Regeerakkoord
•
B Nieuwe beleidsinitiatieven (besteding van beleidsruimte) opgenomen in het Regeerakkoord
•
C Nieuwe beleidsinitiatieven genomen bij opmaak van de (initiële en aangepaste) begrotingen 2021
•
D Maatregelen om de beleidsruimte te vergroten genomen bij opmaak van de initiële begroting 2022
•
E Nieuwe beleidsinitiatieven genomen bij opmaak van de initiële begroting BO2022
De oorspronkelijke begrotingstrajecten in beide trajecten worden aangepast zodat in beide trajecten dezelfde ontvangsten en uitgaven bedoeld worden. Tabel 19 op pagina 44 geeft de budgettaire betekenis van de verschillende categorieën vanaf begrotingsjaar 2021 in de twee Meerjarenramingen. Tabel 20 op pagina 45 verduidelijkt de wijzigingen die aan de oorspronkelijke begrotingstrajecten voor een consistente vergelijking zijn doorgevoerd.
73. De impact van de regeringsbeslissingen (categorieën A tot E) worden daarmee op een gelijkaardige wijze vanaf begrotingjaar 2021 uit de ontvangsten en uitgaven verwijderd. Dit geldt dus eveneens voor de regeringsbeslissingen vanaf begrotingjaar 2021 die in de MJR 2021-2026 gedefinieerd worden als “constant beleid”. De ontvangsten en uitgaven exclusief de impact van al deze regeringsbeslissingen worden aangeduid als “ontvangsten/uitgaven onder constant beleid”. Op deze manier wordt de ontvangsten- en uitgavendynamiek van beide Meerjarenramingen op een correcte manier met elkaar vergeleken. Deze aanpak laat bovendien toe om de structurele wijzigingen in beide Meerjarenramingen te ontleden via volgende criteria: •
Evoluties ontstaan onder constant beleid (= verschillen ontvangsten/uitgaven “exclusief beslissingen VR” tussen beide Meerjarenramingen)
41
•
Beslissingen genomen door de Vlaamse Regering: maatregelen om de beleidsruimte te vergroten (‘maatregelen’) dan wel te besteden (‘nieuw beleid’)
•
Eenmalige corona-gerelateerde ontvangsten en uitgaven: besteding van de corona-provisies en ontvangsten en uitgaven via het relanceprogramma Vlaamse Veerkracht.
5.1.2
Responsabiliseringsbijdrage
74. Een tweede aanpassing voor een correcte vergelijking van beide Meerjarenramingen betreft de responsabiliseringsbijdrage. De responsabiliseringsbijdrage wordt vanaf de begrotingsopmaak 2022 als een uitgave binnen het beleidsdomein Financiën en Begroting opgenomen, en niet meer als een inhouding op het toegewezen gedeelte van de PB (dus een vermindering van de gewestelijke BFW-ontvangsten). Een correcte vergelijking vereist dat over de gehele legislatuur deze inhouding op gelijkaardige wijze verwerkt wordt. Zie Tabel 17. Tabel 17 Vlaamse overheid, begroting 2019-2024, aanpak responsabiliseringsmechanisme, wijzigingen aan de ontvangsten en uitgaven, in € dz 2019 BA2019 Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
5.1.3
2020
UITV2019
121.735 121.735 0
121.735 121.735 0
2022 MJR 20192024 BO2022 291.492 291.492 0
BO2020 131.054 131.054 0
2021 MJR 2019UITV2020 2024 UITV2021 131.054 211.504 188.579 131.054 211.504 188.579 0 0 0
2023 MJR 2019- MJR 20212024 2026 377.493 377.493 0
2024 MJR 2019- MJR 20212024 2026 469.578 469.578 0
Verschillen qua macro-economische context
75. Volgens de recente macro-economische prognoses zou door de hoge inflatie in 2021 en 2022 het nominale BBP in 2022 al (aanzienlijk) boven het pre-corona geraamde nominale bbp liggen. Door de aanhoudende economische groei zou bovendien het reële bbp in 2023 eveneens boven het pre-corona traject uitkomen. Tabel 18 geeft de belangrijkste macro-economische parameters gehanteerd bij het opstellen van de MJR 2019-2024 en de SERV-actualisatie van de MJR 2021-2026. Figuur 5 geeft een visualisering.
42
Tabel 18 België, macro-economische vooruitzichten bij de MJR 2019-2024 en de SERVactualisatie van de MJR 2021-2026, in %
Bbp, MJR 2019-2024, september 2021
FPB8
2019
2020
2021
2022
2023
2024
1,1%
1,1%
1,4%
1,3%
1,2%
1,2%
Inflatie, MJR 2019-2024, september 2021 FPB
1,5%
1,4%
1,6%
1,8%
1,8%
1,9%
Bbp, SERV-actualisatie, NBB december 2021
2,05%
-6,20%
6,10%
2,60%
2,40%
1,60%
Inflatie, SERV-actualisatie, FPB januari 2022 en NBB december 2021
1,40%
0,74%
2,44%
5,00%
1,20%
1,20%
125
2018 = indexwaarde 100
120
115
110
105
100
95 2018
2019
2020
2021
2022
2023
Nominale bbp, MJR 2019-2024
Reële bbp, MJR 2019-2024
Nominale bbp, SERV-raming
Reële bbp, SERV-raming
2024
Figuur 5 België, raming nominaal en reëel bbp, pre-corona (MJR 2019-2024) en huidig traject (SERV-actualisatie MJR 2021-2026), 2018 = indexwaarde 100
8
Het betreft de parameters van de Economische Begroting van 5 september 2019 (begrotingsopmaak 2020) en van de Regionale Economische Vooruitzichten van 12 juli 2019 (meerjarenraming), beide van het Federaal Planbureau.
43
Tabel 19 Vlaamse overheid, begroting 2021 en volgende jaren, verschillen qua maatregelen om beleidsruimte te vergroten dan wel in te vullen, afspraken Regeerakkoord en bijkomende maatregelen bij BO2021, BA2021 en BO2022, MJR 2019-2024 en MJR 2021-2026, in € dz 2021 MJR 20192024 Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
163.588 -416.174 579.762
Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
-12.000 623.357 -635.357
UITV2021
2022 2023 MJR 2019MJR 2019- MJR 2021MJR 2019Delta 2024 BO2022 Delta 2024 2026 Delta 2024 A Maatregelen om beleidsruimte te vergroten opgenomen in het Regeerakkoord -163.588 299.615 -299.615 311.701 2.812 -308.889 299.615 416.174 -685.483 685.483 -973.090 -202.747 770.343 -1.243.623 -579.762 985.098 -985.098 1.284.791 205.559 -1.079.232 1.543.238 B Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen in het Regeerakkoord 12.000 -12.000 12.000 -12.000 0 12.000 -12.000 -623.357 961.121 -961.121 1.408.565 438.189 -970.376 1.942.823 635.357 -973.121 973.121 -1.420.565 -438.189 982.376 -1.954.823 C Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen bij BO/BA2021
2024 MJR 20212026
Delta
5.741 -383.585 389.326
-293.874 860.038 -1.153.912
0 875.853 -875.853
12.000 -1.066.970 1.078.970
Uitgaven Impact op saldo D Maatregelen om beleidsruimte te vergroten opgenomen bij de BO2022/MJR 2021-2026 17.700 17.700 212.700 -192.977 -192.977 -516.977 210.677 210.677 729.677 E Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen bij de BO2022/MJR 2021-2026 Uitgaven -83.879 -83.879 -79.950 Impact op saldo 83.879 83.879 79.950 Som maatregelen en nieuwe beleidsinitiatieven A + B + C + D + E Ontvangsten 151.588 0 -151.588 287.615 0 -287.615 299.701 20.512 -279.189 287.615 218.441 Uitgaven 207.183 0 -207.183 275.638 0 -275.638 435.475 -41.414 -476.889 699.200 -104.659 Impact op saldo -55.595 0 55.595 11.977 0 -11.977 -135.774 61.926 197.700 -411.585 323.100 Leeswijzer: in de MJR 2019-2024 werden aan de ontvangstenzijde van begrotingsjaar 2021 voor € 163,6 mln aan begrotingsmaatregelen en voor € 12 mln aan nieuw beleid voorzien (beslissingen regeerakkoord), die niet in ontvangsten verwerkt zijn. De ontvangsten van 2021 uit de MJR 2019-2024 (=ontvangsten onder constant beleid) moeten dus met € 151,6 mln verhoogd worden om de totale ontvangsten te bekomen. Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
44
212.700 -516.977 729.677 -79.950 79.950 -69.174 -803.859 734.685
Tabel 20 Vlaamse overheid, begroting 2021 en volgende jaren, correcties qua maatregelen om beleidsruimte te vergroten dan wel in te vullen, afspraken Regeerakkoord en bijkomende maatregelen bij BO2021, BA2021 en BO2022, inclusief beslissingen die in de MJR 2021-2026 worden gedefinieerd als “constant beleid”, MJR 2019-2024 en MJR 2021-2026, in € dz 2021 MJR 20192024
UITV2021
Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
163.588 -416.174 579.762
136.385 -413.254 549.639
Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
-12.000 623.357 -635.357
-12.000 475.957 -487.957
Uitgaven Impact op saldo
1.062.764 -1.062.764
Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo Uitgaven Impact op saldo Ontvangsten Uitgaven Impact op saldo
151.588 207.183 -55.595
124.385 1.125.467 -1.001.082
2022 2023 MJR 2019MJR 2019- MJR 2021MJR 2019Delta 2024 BO2022 Delta 2024 2026 Delta 2024 A Maatregelen om beleidsruimte te vergroten opgenomen in het Regeerakkoord -27.203 299.615 139.202 -160.413 311.701 142.014 -169.687 299.615 2.920 -685.483 -587.824 97.659 -973.090 -790.571 182.519 -1.243.623 -30.123 985.098 727.026 -258.072 1.284.791 932.585 -352.206 1.543.238 B Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen in het Regeerakkoord 0 -12.000 -12.000 0 -12.000 -12.000 0 -12.000 -147.400 961.121 918.384 -42.737 1.408.565 1.356.573 -51.992 1.942.823 147.400 -973.121 -930.384 42.737 -1.420.565 -1.368.573 51.992 -1.954.823 C Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen bij BO/BA2021 1.062.764 962.104 962.104 959.692 959.692 -1.062.764 -962.104 -962.104 -959.692 -959.692 D Maatregelen om beleidsruimte te vergroten opgenomen bij de BO2022/MJR 2021-2026 19.900 19.900 37.600 37.600 -260.202 -260.202 -453.179 -453.179 280.102 280.102 490.779 490.779 E Nieuwe beleidsuitgaven (invullen van beleidsruimte) opgenomen bij de BO2022/MJR 2021-2026 222.757 222.757 138.878 138.878 -222.757 -222.757 -138.878 -138.878 Som maatregelen en nieuwe beleidsinitiatieven A + B + C + D + E -27.203 287.615 147.102 -140.513 299.701 167.614 -132.087 287.615 918.284 275.638 1.255.219 979.581 435.475 1.211.393 775.918 699.200 -945.487 11.977 -1.108.117 -1.120.094 -135.774 -1.043.779 -908.005 -411.585
45
2024 MJR 20212026
Delta
144.943 -971.409 1.116.352
-154.672 272.214 -426.886
-12.000 1.794.237 -1.806.237
0 -148.586 148.586
959.692 -959.692
959.692 -959.692
232.600 -777.179 1.009.779
232.600 -777.179 1.009.779
142.807 -142.807
142.807 -142.807
365.543 1.148.148 -782.605
77.928 448.948 -371.020
5.2 Ontvangsten 5.2.1
Synthese
76. In de laatste Meerjarenraming opgemaakt voor de coronacrisis (MJR 2019-2024) volgen de ontvangsten tijdens de huidige legislatuur een stabiel en globaal geleidelijk stijgend traject, met een jaarlijkse groei met gemiddeld € 1,3 mld. De coronacrisis had echter een sterk negatieve impact op de ontvangsten in 2020: in 2020 lagen de gerealiseerde ontvangsten € 2,4 mld lager dan de geraamde ontvangsten in de initiële begroting 2020 en € 2,3 mld lager dan bij de begrotingsuitvoering 2019. In 2021 (begrotingsmonitoring december 2021) herstellen de ontvangsten en sluiten ze terug aan met het traject van voor de pandemie (€ +166 mln ten opzichte van de MJR 2019-2024, exclusief VV). Vanaf 2022 echter liggen de ontvangsten (excl. VV) ver boven het traject geraamd voor de pandemie: tot € +2,0 mld in 2022 en afgerond € +1,5 mld in 2023 en 2024. 77. Niet de beslissingen van de Vlaamse Regering maar wel de dynamiek bij constant beleid door de gewijzigde macro-economische parameters verklaart de verschillen tussen beide trajecten. Immers, de sterke inflatieopstoot vanaf de tweede helft van 2021 met een geraamde piekinflatie van 5% in 2022 leiden tot sterk gestegen ontvangsten. Bij ongewijzigde parameters zouden de ontvangsten in beide Meerjarenramingen vanaf 2022 ongeveer op hetzelfde niveau liggen: het ontvangstentraject zou na het economische herstel dus terug in grote lijnen aansluiten bij het traject geraamd voor de uitbraak van de coronacrisis. Door de sneller dan verwachte economische relance en hoge inflatie koppelen de ontvangsten echter in 2021 al terug aan met het traject van voor de pandemie en liggen ze doorheen de rest van de legislatuur aanzienlijk boven het traject van de MJR 2019-2024. Tabel 21 op pagina 49 vergelijkt de evolutie van de ontvangsten tussen de MJR 2019-2024 en de door de SERV geactualiseerde MJR 2021-2026. De eerste rij geeft de evolutie van de ontvangsten onder constant beleid binnen de Meerjarenramingen. De tweede rij geeft de SERV-actualisatie van de dynamiek bij constant beleid van de begrotingen 2022-2024 uit het vorige hoofdstuk. De volgende rijen geven de impact van de regeringsbeslissingen op de ontvangsten. De derde laatste rij geeft de evolutie van de ontvangsten (excl. VV), waarbij alle beslissingen van de Vlaamse Regering en de SERV-actualisatie geïntegreerd zijn. De laatste rij integreert de EU-ontvangsten via het relanceplan Vlaamse Veerkracht. Figuur 6 op pagina 50 visualiseert de ontvangstendynamiek in de beide Meerjarenramingen, terwijl Figuur 7 op pagina 50 het verschil qua ontvangsten in beide trajecten verduidelijkt.
5.2.2
Dynamiek bij constant beleid
78. In 2020 had de coronacrisis een sterk negatieve impact op de ontvangsten: in de begrotingsuitvoering bedragen de ontvangsten € 43,4 mld, of € 2,4 mld minder dan geraamd bij de begrotingsopmaak 2020. De daling ontstaat hoofdzakelijk bij de BFW-dotaties (€ -2,1 mld, -7,9%), maar ook de gewestbelastingen kenen een sterke terugval (€ -459 mln, -6,8%).
46
Door de snelle economische relance en hoge inflatie in 2021 herstellen de ontvangsten en liggen ze zelfs € 193 mln hoger dan geraamd voor de pandemie. Er worden wel belangrijke verschuivingen vastgesteld: de ontvangsten uit de BFW-dotaties en bruto-opcentiemen dalen respectievelijk met € 266 mln (-1%) en € 260 mln (-3,2%), terwijl de ontvangsten uit de gewestbelastingen en instellingen stijgen met respectievelijk € 332 mln (+4,8%) en € 314 mln (+7,8%). De relatief beperkte terugval van de ontvangsten via de bruto-opcentiemen wordt verklaard door het coronabeleid van de federale en regionale regeringen, waarmee het inkomen van burgers, zelfstandigen en ondernemingen tijdens het inkomstenjaar 2020 beschermd werden9. 79. Vanaf 2022 liggen de ontvangsten bij constant beleid in de SERV-raming € 2,1 mld hoger dan geraamd in de MJR 2019-2024. Alle ontvangstencategorieën liggen boven hun traject van voor de pandemie, maar de geraamde stijging is het meest uitgesproken bij de BFW-dotaties (€ +1,5 mld, waarvan € 755 mln afrekeningen van 2021). Door de hoge inflatie stijgt het geraamde nominale BBP van 2022 ver boven het bij de MJR 2019-2024 geraamde niveau. Ook in 2023 en 2024 liggen de ontvangsten door de economische relance en hoge inflatie aanzienlijk boven het traject van voor de coronacrisis (respectievelijk € +1,7 mld en € +1,5). De toename wordt opnieuw voornamelijk verklaard door de gestegen ontvangsten via de BFW-dotaties (€ +735 mln in 2024), de bruto-opcentiemen (€ +402 mln in 2024) en bij de instellingen (€ +224 mln in 2024). Tabel 34 op pagina 78 in de bijlage geeft de evolutie van de belangrijkste ontvangstencategorieën onder constant beleid, waarbij de impact van alle beslissingen van de Vlaamse Regering vanaf begrotingsjaar 2021 verwijderd werd. Figuur 12 op pagina 77 in de bijlage geeft een visualisering van de verschillen tussen beide ramingen.
Ontvangsten gewestbelastingen herstellen snel, maar met significante verschuivingen 80. Door de coronacrisis vielen de ontvangsten uit de gewestbelastingen terug van € 6,9 mld in 2019 tot € 6,3 mld bij de begrotingsuitvoering 2020 (of € 459 mln lager dan geraamd bij de ingediende begroting 2020). De daling was het meest uitgesproken bij de belasting op inverkeerstelling (€ -58 mln, -18,7%), het verkoop- en verdeelrecht (€ -212 mln, -8,5%), het recht op hypotheekvestiging (€ -19 mln, -11,6%) en de automatische ontspanningstoestellen (€ -12 mln, -53,0%,). 81. In 2021 (voorlopige cijfers begrotingsuitvoering) stijgen de ontvangsten uit de gewestbelastingen sterk en liggen ze boven het niveau geraamd voor de pandemie (€ +332 mln, +4,8%). Ook in de volgende jaren (2022-2024) wordt geraamd dat de ontvangsten boven het traject geraamd voor de coronacrisis liggen, door de aangepaste inflatieparameters. Er worden echter belangrijke verschuivingen vastgesteld. Door de sterke activiteit en gestegen prijzen op de vastgoedmarkt liggen de ontvangsten uit het verkooprecht hoger dan geraamd voor de coronacrisis
9
Daarbij mag niet uit het oog verloren worden: de ontvangsten uit de regionale opcentiemen in begrotingsjaar t steeds zijn gebaseerd op inkomstenjaar t-1, zodat de impact van jaar t pas een jaar later tot uiting komt.
47
(€ 319 mln in 2024, +10,9%). Anderzijds worden de ontvangsten uit de verkeersbelasting (€ -113 mln in 2024, -9,4%) en de belasting op inverkeerstelling (€ -122 mln in 2024, -30,5%) door een hogere vergroening vandaag lager geraamd dan in de MJR 2019-2024. Tabel 35 in de bijlage op pagina 79 geeft de evolutie van de ontvangsten uit de gewestbelastingen onder constant beleid, waarbij de impact van alle beslissingen van de Vlaamse Regering vanaf begrotingsjaar 2021 verwijderd zijn.
5.2.3
Beleidsbeslissingen van de Vlaamse Regering
Beslissingen bij opmaak van het regeerakkoord 82. In het regeerakkoord voorzag de Vlaamse Regering voor begrotingsjaar 2021 voor € 164 mln aan begrotingsmaatregelen en voor € 12 mln aan nieuw beleidsinitiatieven (best friends-regeling bij de erfbelastingen). Op drie begrotingsmaatregelen na werden alle beslissingen opgenomen in de ingediende begroting 2021. De niet-opgenomen begrotingsmaatregelen betreffen samen € 27 mln: de optimalisatie van de inning van en controle op de gewestbelastingen (o.a. overname milieuheffingen door Vlabel, € 10 mln), de meeropbrengst bij de gewestelijke opcentiemen via de jobbonus (€ 6 mln), en het optrekken van het tarief op online kansspelen (€ 11 mln). In de MJR 2019-2024 worden voor de periode 2022-2024 twee bijkomende begrotingsmaatregelen opgenomen. Het betreft de optimalisatie van de ontvangsten uit de kilometerheffing (btwrecuperatie via De Werkvennootschap: € 75 mln in 2022 en 2023 en € 100 mln in 2024) en eenmalige verkopen (€ 50 mln in 2022 en 2023). Deze maatregelen zijn niet behouden in de MJR 2021-2026, waardoor de totale begrotingsmaatregelen langs de ontvangstenzijde op kruissnelheid € 155 à € 170 mln lager liggen in vergelijking met de MJR 2019-2014. Beslissingen bij opmaak van de begroting BO2022 83. Bij het begrotingsconclaaf van de begrotingsopmaak 2022 werden een aantal bijkomende begrotingsmaatregelen langs ontvangstenzijde genomen. Het betreft een heffing op bedrijfsafval en een waterheffing (samen € 19,9 mln). In 2023 worden de begrotingsmaatregelen uitgebreid door het optrekken van de verkeersbelasting voor oldtimers (€ 12,7 mln) en het afschaffen van het voordeel voor nieuwbouw bij de onroerende voorheffing (€ 5 mln). Gecumuleerd gaat het om € 37,6 mln. In 2024 bedragen de begrotingsmaatregelen in totaal € 233 mln. De sterke stijging wordt verklaard door het afschaffen van de meeneembaarheid bij het verkooprecht (€ 145 mln) en een eenmalige vastgoedtransactie (€ 50 mln).
48
Tabel 21 Vlaamse overheid, dynamiek ontvangsten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz 2019 BA2019 Ontvangsten constant beleid (excl. beslissingen VR en VV) Begrotingsmaatregelen Regeerakkoord Nieuwe beleidsimpulsen Regeerakkoord Ontvangsten (incl. beslissingen VR en excl. VV) Ontvangsten Vlaamse Veerkracht Ontvangsten (incl. beslissingen VR en VV)
UITV2019
2020 Delta
BO2020
UITV2021
47.179.794 163.588 -12.000
47.372.895 136.385 -12.000
193.101 -27.203 0
47.497.280 230.429 47.727.709
165.898 230.429 396.327
45.704.573
452.385
45.815.846
43.432.534
-2.383.312
47.331.382
45.252.188
45.704.573
452.385
45.815.846
43.432.534
-2.383.312
47.331.382
Delta
MJR 20192024
2022
Ontvangsten (incl. beslissingen VR en VV)
Delta
45.252.188
MJR 20192024 Ontvangsten constant beleid (excl. beslissingen VR en VV) SERV-actualisatie constant beleid Begrotingsmaatregelen Regeerakkoord Nieuwe beleidsimpulsen Regeerakkoord Maatregelen ronde BO2022 Ontvangsten (incl. beslissingen VR en excl. VV) Ontvangsten Vlaamse Veerkracht
UITV2020
2021 MJR 20192024
48.367.321
SERV2022
2023 Delta
MJR 20192024
48.971.921 1.494.428 139.202 -12.000 19.900
604.600 1.494.428 -160.413 0 19.900
49.661.364
48.654.936
50.613.451 839.070
1.958.515 839.070
48.654.936
51.452.521
2.797.585
299.615 -12.000
49
SERV2023
2024
49.774.510 1.558.186 142.014 -12.000 37.600
113.146 1.558.186 -169.687 0 37.600
51.143.604
49.961.065
51.500.310 634.640
1.539.245 634.640
49.961.065
52.134.950
2.173.885
311.701 -12.000
Delta
SERV2024
Delta
51.113.307 1.490.552 144.943 -12.000 232.600
-30.297 1.490.552 -154.672 0 232.600
51.431.219
52.969.402 373.980
1.538.183 373.980
51.431.219
53.343.382
1.912.163
299.615 -12.000
53,0
51,0
49,0
47,0
45,0
43,0 2019 2020 2021 Ontvangsten (incl. beslissingen VR), MJR 2019-2024
2022
2023
2024
Ontvangsten (incl. beslissingen VR, excl. VV), UITV2019, UITV2020, UITV2021, SERV 2022-2024 Ontvangsten (incl. beslissingen VR en VV), UITV2019, UITV2020, UITV2021, SERV 2022-2024
Figuur 6 Vlaamse overheid, dynamiek ontvangsten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 2019
2020
2021
2022
2023
2024
-1,0 -2,0 -3,0
Vlaamse Veerkracht Beslissingen Regeerakkoord Beslissingen ronde BO2022 SERV-actualysatie constant beleid Constant beleid (MJR) Delta ontvangsten (incl. beslissingen VR en excl. VV) Delta ontvangsten (incl. beslissingen VR en VV)
Figuur 7 Vlaamse overheid, verklaring verschil ontvangsten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld 50
5.3 Uitgaven 5.3.1
Synthese
84. De coronacrisis duwde de uitgaven ver boven het traject van voor de pandemie. In 2020 lagen de gerealiseerde uitgaven € 3,0 mld (uitvoering 2020) hoger dan geraamd bij de initiële begroting. De stijging is uitsluitend te wijten aan de corona-gerelateerde uitgaven (€ 3,45 mld). De overige uitgaven lagen immers € 432 mln lager dan geraamd voor de coronacrisis (na correctie voor de onderbenutting). 85. Ook in 2021 liggen de uitgaven aanzienlijk hoger dan geraamd voor de coronacrisis (€ +3,3 mld). De stijging ontstaat hoofdzakelijk door de corona-gerelateerde uitgaven (€ +2,4 mld): € 1,98 mld covid-ondersteuning en € 439 mln voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht. De niet-covid gerelateerde uitgaven stegen met € 840 mln, hoofdzakelijk door de regeringsbeslissingen in 2021 (€ +1,1 mld). De uitgaven onder constant beleid lagen € 78,6 mln lager dan het de uitgaven voorzien in de MJR 2019-2024 (na correctie voor de onderbenutting). 86. In 2022 liggen de uitgaven nog steeds € 5,2 mld hoger dan geraamd voor de coronacrisis. Bijna de helft van de toename is te wijten aan het relanceplan Vlaamse Veerkracht (€ +1,6 mld) en de corona gerelateerde uitgaven (€ +700 mln). Maar ook de andere, niet-corona gerelateerde uitgaven stijgen met € +2,9 mld ten opzichte van het traject in de MJR 2019-2024. De stijging wordt verklaard door de regeringsbeslissingen genomen tijdens begrotingsjaar 2021 (€ +962 mln) en de dynamiek onder constant beleid (€ +1,9 mld). 87. In 2023 en 2024 liggen de uitgaven nog steeds ver boven het traject van voor de pandemie (met respectievelijk € +3,2 mld en € +2,2 mld), al verkleint het verschil in de loop van de tijd. Door het wegvallen van de coronaprovisie en de verminderde uitgaven voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht dalen uiteraard de corona-gerelateerde uitgaven. De overige (= excl. VV- en coronaprovisie) uitgaven liggen in beide jaren boven het niveau geraamd in de MJR 2019-2024, hoofdzakelijk door de beslissingen genomen tijdens begrotingsjaar 2021 (€ +960 mln) en de dynamiek onder constant beleid (€ +1,1 à 1,2 mld, waarvan ongeveer 60% door de recente inflatievooruitzichten). De maatregelen bij het begrotingsconclaaf 2022 duwen de uitgaven voor het eerst terug in de richting van het traject in de MJR 2019-2024, al blijven de verschillen tussen beide uitgaventrajecten meer dan aanzienlijk. Tabel 22 op pagina 54 vergelijkt en verklaart de evolutie van de uitgaven tussen de MJR 2019-2024 en de door de SERV geactualiseerde MJR 2021-2026 op een gelijkaardige manier als hoger bij de ontvangsten. De eerste rij geeft de evolutie van de uitgaven onder constant beleid (dus zonder de beslissingen van de Vlaamse Regering). De tweede rij geeft de SERV-actualisatie van de dynamiek bij constant beleid van de begrotingen 2022-2024 uit het vorige hoofdstuk. De volgende rijen geven de impact van de regeringsbeslissingen op de uitgaven. De derde laatste rij geeft de evolutie van de uitgaven (excl. covid en VV) waarbij de impact van de beslissingen van de Vlaamse Regering geïntegreerd zijn in de uitgaven. De laatste rij integreert de corona-gerelateerde uitgaven van het relanceplan Vlaamse Veerkracht en de coronaprovisie. 51
Figuur 8 op pagina 55 geeft de uitgavendynamiek in de beide Meerjarenramingen weer, terwijl Figuur 9 op pagina 55 het verschil in de geraamde uitgaven verduidelijkt.
5.3.2
Dynamiek bij constant beleid
88. De dynamiek onder constant beleid wordt in deze analyse gedefinieerd als alle elementen met budgettaire impact die geen rechtstreeks gevolg zijn van regeringsbeslissingen. Langs de uitgavenzijde gaat het onder meer over de indexatie, diverse (al dan niet open-end) kostendrijvers en de betaalkalender. De dynamiek onder constant beleid is een belangrijke aandrijver van de gestegen uitgaven in vergelijking met de MJR 2019-2024. In de ingediende begroting 2022 loopt de impact van het constant beleid op tot bijna € 1,9 mld, waarvan ongeveer de helft door de inflatie. In begrotingsjaren 2023 en 2024 liggen de uitgaven via constant beleid steeds € 1,1 à 1,2 mld hoger, waarvan ongeveer twee derde door de hogere inflatie.
5.3.3
Beslissingen van de Vlaamse Regering
Beslissingen bij opmaak van het regeerakkoord 89. De voorziene uitgaven opgenomen in het regeerakkoord worden aanzienlijk groter in de loop van de legislatuur. In het regeerakkoord (MJR 2019-2024) voorzag de Vlaamse Regering voor begrotingsjaar 2021 langs de uitgavezijde voor € 416 mln aan begrotingsmaatregelen en voor € 623 mln aan nieuwe beleidsuitgaven. Tegen het einde van de legislatuur lopen deze begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen op tot respectievelijk € 1,2 mld en € 1,9 mld. 90. Voor 2021 is er het volgende element over de uitvoering van de regeringsbeslissingen beschikbaar. Bij de begrotingscontrole van december 2021 werd een onderbenutting van € 147,7 mln op de voorziene uitgaven van de jobbonus vastgesteld (nieuw beleidsinitiatief beslist bij opmaak van het regeerakkoord). Voor de jobbonus voor werknemers en zelfstandigen werd in het kader van het regeerakkoord in 2021 een budget uitgetrokken van € 329 mln. Bij de begrotingsopmaak 2022 werd beslist dat de jobbonus enkel toegekend zal worden aan werknemers waardoor de budgettaire kost in 2021 beperkt blijft tot € 181,6 mln. 91. In de laatste MJR zijn vanaf 2022 een aantal significante begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen uit de MJR 2019-2024 niet meer als dusdanig vermeld. In 2024 zijn deze niet-opgenomen begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen goed voor respectievelijk € 272 en € 149 mln. De belangrijkste niet-opgenomen begrotingsmaatregelen zijn de niet-indexatie van de werkingsmiddelen (€ 212 mln) en de bevriezing van de investeringskredieten (€ 104 mln). De belangrijkste niet-opgenomen nieuwe beleidsimpulsen betreffen voornamelijk extra investeringen (€ 159 mln).
52
Beslissingen ronde BO/BA2021 92. Bij de begrotingen 2021 (opmaak en aanpassing) werd een significante enveloppe (€ 1,1 mld) aan nieuw beleidsuitgaven afgesproken. Het betreft de provisies voor het sociaal akkoord welzijn (€ 577 mln) en voor het versterken van het onderwijs (€ 250 mln), de toekenning van de retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen en warmtepompen (€ 115 mln) en een reeks diverse kleinere maatregelen (samen goed voor € 121 mln). De beslissingen genomen bij de BO/BA2021 vormen ook in de rest van de legislatuur een belangrijke verklaring voor de gestegen uitgaven in de door de SERV-geactualiseerde MJR 2021-2026 ten opzichte van de MJR 2019-2024. De budgettaire impact van de retroactieve investeringspremie voor zonnepanelen en warmtepompen daalt wel naar € 22,5 mln per jaar, aangezien een deel van de compensatie vanaf 2022 vanuit het energiefonds betaald wordt. Beslissingen VR in de ronde BO2022 93. Bij het begrotingsconclaaf van de begrotingsopmaak 2022 werden een aantal bijkomende begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsinitiatieven langs de uitgavenzijde genomen. In 2022 zijn deze begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen aan de uitgavezijde goed voor respectievelijk € 260 mln en € 223 mln. Tegen het einde van de legislatuur lopen de begrotingsmaatregelen op tot € 777 mln, terwijl de nieuwe beleidsimpulsen afnemen tot € 143 mln, onder meer door het wegvallen van de provisies watersnood 2021 (€ 79 mln) en stikstof (€ 33 mln). De belangrijkste begrotingsmaatregelen betreffen het terugdraaien van nieuwe beleidsinitiatieven uit het regeerakkoord (jobbonus, opstappen groeipaden), en besparingen bij WVG, OV en WSE (doelgroepkortingen). De begrotingsmaatregelen genomen bij het begrotingsconclaaf 2022 zijn budgettair significant en duwen de uitgaven terug in de richting van het traject in de MJR 2019-2024.
53
Tabel 22 Vlaamse overheid, dynamiek uitgaven, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz 2019 BA2019 Uitgaven constant beleid (excl. beslissingen VR, VV en covid) Begrotingsmaatregelen Regeerakkoord Nieuwe beleidsimpulsen Regeerakkoord Nieuwe beleidsimpulsen ronde BO/BA2021 Uitgaven (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid) 45.459.841 Uitgaven Vlaamse Veerkracht Uitgaven covid-provisie Uitgaven (incl. beslissingen VR, VV en covid) 45.459.841
UITV2019
45.596.391
45.596.391
2020 Delta
136.550
136.550
BO2020
46.424.678
46.424.678
2022 MJR 20192024 Uitgaven constant beleid (excl. beslissingen VR, VV en covid) SERV-actualisatie constant beleid Begrotingsmaatregelen Regeerakkoord Nieuwe beleidsimpulsen Regeerakkoord Nieuwe beleidsimpulsen ronde BO/BA2021 Maatregelen ronde BO2022 Nieuwe beleidsimpulsen ronde BO2022 Uitgaven (incl. beslissingen VR en excl. VV en covid) Uitgaven Vlaamse Veerkracht Uitgaven covid-provisie Uitgaven (incl. beslissingen VR, VV en covid)
MJR 20192024
Delta
50.895.871 943.498 -587.824 918.384 962.104 -260.202 222.757
964.444 943.498 97.659 -42.737 962.104 -260.202 222.757
51.423.626
50.207.065
53.094.588 1.600.000 700.000
2.887.523 1.600.000 700.000
50.207.065
55.394.588
5.187.523 54
-685.483 961.121
Delta
45.993.059
-431.619
3.448.379
3.448.379
49.441.438
3.016.760
Delta
47.413.012 -413.254 475.957 1.062.764
-78.583 2.920 -147.400 1.062.764
47.698.778
48.538.479 439.400 1.980.000
839.701 439.400 1.980.000
47.698.778
50.957.879
3.259.101
2024 MJR 20192024
SERV2023
Delta
51.846.489 811.872 -790.571 1.356.573 959.692 -453.179 138.878
422.863 811.872 182.519 -51.992 959.692 -453.179 138.878
52.584.653
51.859.101
53.869.754 1.210.178 0
2.010.653 1.210.178 0
51.859.101
55.079.932
3.220.831
-973.090 1.408.565
UITV2021
47.491.595 -416.174 623.357
2023
SERV2022
49.931.427
UITV2020
2021 MJR 20192024
SERV2024
Delta
53.002.728 663.279 -971.409 1.794.237 959.692 -777.179 142.807
418.075 663.279 272.214 -148.586 959.692 -777.179 142.807
53.283.853
54.814.155 713.133 0
1.530.302 713.133 0
53.283.853
55.527.288
2.243.435
-1.243.623 1.942.823
56,0
54,0
52,0
50,0
48,0
46,0
44,0 2019
2020
2021
2022
2023
2024
Uitgaven (incl. beslissingen VR), MJR 2019-2024 Uitgaven (incl. beslissingen VR en excl. VV en covid), UITV2019, UITV2020, UITV2021, SERV 2022-2024 Uitgaven (incl. beslissingen VR, VV en covid), UITV2019, UITV2020. UITV2021, SERV 2022-2024
Figuur 8 Vlaamse overheid, dynamiek uitgaven, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 2019 -1,0
2020
2021
2022
2023
2024
Covid Vlaamse Veerkracht Beslissingen ronde BO2022 SERV-actualisatie constant beleid Constant beleid (MJR) Nieuwe beleidsimpulsen ronde BO/BA2021 Beslissingen regeerakkoord Delta uitgaven (incl. beslissingen VR en excl. VV en covid) Delta uitgaven (incl. beslissingen VR, VV en covid)
Figuur 9 Vlaamse overheid, verklaring verschil uitgaven, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld 55
5.4 Vorderingensaldo 94. In 2019, het laatste jaar voor de uitbraak van de coronapandemie, kleurde de Vlaamse begroting beperkt rood: een jaarlijks tekort (voor correcties en elementen niet meegenomen in de Vlaamse begrotingsdoelstelling) kleiner dan € 1 mld werd in de laatste jaren van de vorige legislatuur opgetekend. In 2020 is de toename van het tekort (€ -5,4 mld ten opzichte van de begroting BO2020) zowel te wijten aan gedaalde ontvangsten (€ -2,4 mld, 44% van het verschil) als gestegen uitgaven (€ +3,4 mld coronaprovisie en € -0,4 mld aan uitgaven onder constant beleid; samen 56%). 95. De toename van het tekort in 2021 ten opzichte van de MJR 2019-2024 (€ -3 mld) is uitsluitend te situeren langs uitgavenzijde, hoofdzakelijk bij de corona-gerelateerde uitgaven (€ +1,98 mld covid-provisie en € +209 mln via Vlaamse Veerkracht), maar ook bij de overige uitgaven (€ +840 mln, hoofdzakelijk door regeringsbeslissingen genomen bij de opmaak van de initiële en aangepaste begrotingen 2021). De ontvangsten knopen daarentegen door de sneller dan verwachte economische relance en de hoge inflatie sneller terug aan met het traject van voor de pandemie (€ +166 mln). 96. In 2022 is het begrotingstekort € -2,4 mld negatiever dan het tekort geraamd in de MJR 20192024. De corona-gerelateerde uitgaven en ontvangsten hebben een negatieve impact van € -1,5 mld op het saldo. Daarnaast liggen de overige uitgaven en ontvangsten ver boven hun traject van voor de pandemie. De uitgaven (€ +2,9 mld) zijn echter veel sterker gestegen dan de ontvangsten (€ +2 mld), wat een negatieve impact op het saldo ten opzichte van de MJR 2019-2024 van € -929 mln impliceert. De geleidelijke verbetering van de tekorten in de laatste jaren van deze legislatuur wordt verklaard door de dalende corona-gerelateerde uitgaven en de ontvangsten die sneller toenemen dan de uitgaven: tegen het einde van de legislatuur liggen de overige ontvangsten en uitgaven (excl. covid en VV) bij ongewijzigd beleid € 1,5 mld hoger dan geraamd voor de pandemie. De gunstige impact van de toegenomen inflatie binnen de SERV-actualisatie en de begrotingsmaatregelen genomen bij het begrotingsconclaaf 2021 en 2022 vormen de belangrijkste verklaring voor deze evolutie. Deze laatste beslissingen beperken de uitgaven in 2023 en 2024, terwijl de regeringsbeslissingen bij de begrotingen 2021 de uitgaven deden stijgen. 97. Bij ongewijzigd beleid leiden de sterk gestegen inflatieverwachtingen daarmee tot een belangrijke verbetering van de Vlaamse overheidsfinanciën, waardoor de begrotingssaldo’s geleidelijk aan terug aankoppelen met de saldo’s zoals geraamd voor de coronacrisis. Daarbij mag de assumptie van ongewijzigd beleid niet uit het oog verloren worden: de bijkomende ontvangsten via de inflatie-opstoot leiden in deze analyse niet tot bijkomende uitgaven. Tabel 23 vergelijkt de evolutie van het ESR-vorderingensaldo in de MJR 2019-2024 en het door de SERV geactualiseerde MJR 2021-2026. Figuur 10 visualiseert de dynamiek van het vorderingensaldo in beide Meerjarenramingen, terwijl Figuur 11 het verschil in de geraamde vorderingensaldo’s verduidelijkt. 56
Tabel 23 Vlaamse overheid, belangrijkste begrotingsresultaten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERVactualisatie MJR 2021-2026, in € dz 2019
Uitgaven (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid en na correctie voor onderbenutting10) [-] Ontvangsten (incl. beslissingen VR, excl. VV) [+] Vorderingensaldo voor ESR-correcties (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid) ESR-correcties [+] Vorderingensaldo na ESR-correcties (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid) Ontvangsten Vlaamse Veerkracht [+] Uitgaven Vlaamse Veerkracht [-] Covid-provisie [-] Vorderingensaldo (incl. beslissingen VR, VV en covid)
10
2020
2021
BO2020
UITV2020
Delta
MJR 20192024
136.550
46.424.678
45.993.059
-431.619
47.698.778
48.538.479
839.701
45.704.573
452.385
45.815.846
43.432.534
-2.383.312
47.331.382
47.497.280
165.898
-207.653 288.905
108.182 0
315.835 -288.905
-608.832 -15.953
-2.560.525 0
-1.951.693 15.953
-367.396 131.659
-1.041.199 -4.572
-673.803 -136.231
81.252
108.182 0 0 0
26.930 0 0 0
-624.785
-2.560.525 0 0 3.448.379
-1.935.740 0 0 3.448.379
-235.737
-1.045.771 230.429 439.400 1.980.000
-810.034 230.429 439.400 1.980.000
81.252
108.182
26.930
-624.785
-6.008.904
-5.384.119
-235.737
-3.234.742
-2.999.005
BA2019
UITV2019
45.459.841
45.596.391
45.252.188
Delta
UITV2021
Delta
De uitgaven van de MJR 2019-2024 voor begrotingsjaren 2019-2021 worden gecorrigeerd voor de onderbenutting om een correcte vergelijking met de uitvoeringsgegevens mogelijk te maken.
57
2022 MJR 20192024 Uitgaven (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid) [-] Ontvangsten (incl. beslissingen VR, excl. VV) [+] Vorderingensaldo voor onderbenutting en ESR-correcties (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid) Onderbenutting [+] ESR-correcties [+] Vorderingensaldo na onderbenutting en ESR-correcties (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid) Ontvangsten Vlaamse Veerkracht [+] Uitgaven Vlaamse Veerkracht [-] Covid-provisie [-] Vorderingensaldo (incl. beslissingen VR, VV en covid)
SERV2022
2023 Delta
MJR 20192024
SERV2023
2024 Delta
MJR 20192024
SERV2024
Delta
50.207.065 48.654.936
53.094.588 50.613.451
2.887.523 1.958.515
51.859.101 49.961.065
53.869.754 51.500.310
2.010.653 1.539.245
53.283.853 51.431.219
54.814.155 52.969.402
1.530.302 1.538.183
-1.552.129 1.302.708 -123.138
-2.481.137 1.223.197 -1.080
-929.008 -79.511 122.058
-1.898.036 1.344.736 -38.958
-2.369.444 1.242.007 -3.391
-471.408 -102.729 35.567
-1.852.634 1.356.184 -28.422
-1.844.753 1.264.622 0
7.881 -91.562 28.422
-372.559
-1.259.020 839.070 1.600.000 700.000
-886.461 839.070 1.600.000 700.000
-592.258
-1.130.828 634.640 1.210.178 0
-538.570 634.640 1.210.178 0
-524.872
-580.131 373.980 713.133 0
-55.259 373.980 713.133 0
-372.559
-2.719.950
-2.347.391
-592.258
-1.706.366
-1.114.108
-524.872
-919.284
-394.412
58
1,0
0,0 219
2020
2021
2022
2023
2024
-1,0 -2,0 -3,0 -4,0 -5,0 -6,0 -7,0
Vorderingsaldo (incl. beslissingen VR), MJR 2019-2024 Vorderingensaldo (incl. beslissingen VR, excl. VV en covid), UITV2020, UITV2021, SERV 2022-2024 Vorderingensaldo (incl. beslissingen VR, VV en covid), UITV2021, SERV 2022-2024
Figuur 10 Vlaamse overheid, dynamiek vorderingensaldo, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld
3,0 2,0 1,0 0,0 -1,0
2019
2020
2021
2022
2023
2024
-2,0 -3,0 -4,0 -5,0 -6,0 -7,0
Covid Vlaamse Veerkracht Onderbenutting en ESR-correcties Uitgaven (incl. beslissingen VR en excl. VV en covid) Ontvangsten (incl. beslissingen VR en excl. VV) Delta vorderingensaldo (incl. beslissingen VR en excl. VV en covid) Delta vorderingensaldo (incl. beslissingen VR, VV en covid)
Figuur 11 Vlaamse overheid, verklaring dynamiek vorderingensaldo, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld 59
Referentielijst Federaal Planbureau (2019a). Economische begroting - Economische vooruitzichten 2019-2020 (september 2019). Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-1940-nl-economische_begroting_economische_vooruitzichten_2019_2020_september_2019 Federaal Planbureau (2019b). Regionale economische vooruitzichten 2019-2024 (juli 2019). Geraadpleegd van https://www.plan.be/uploaded/documents/201907121050420.For_HermReg_2019_11942_N.pdf Federaal Planbureau (2021a). Economische vooruitzichten 2021-2026 – Versie van juni 2021. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2130-nl-economische_vooruitzichten_2021_2026_versie_van_juni_ Federaal Planbureau (2021b). Economische vooruitzichten 2021-2022 van september 2021. Geraadpleegd van Federaal Planbureau - Publicatie - Economische begroting – Economische vooruitzichten 2021-2022 van september 2021 Federaal Planbureau (2022). Indexcijfer der consumptieprijzen – Inflatievooruitzichten. Geraadpleegd van Federaal Planbureau - Indexcijfer der consumptieprijzen & inflatievooruitzichten Nationale Bank van België (2021a). Economische projecties voor België – Najaar 2021. Economisch Tijdschrift van december 2021. Geraadpleegd van Economische projecties voor België – Najaar 2021 | nbb.be Nationale Bank van België (2021b). Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven – december 2021. Geraadpleegd van https://www.nbb.be/doc/dq/n/dq3/pnc.pdf Nationale Bank van België (2021c). Maandelijkse consumentenenquête – december 2021. Geraadpleegd van https://www.nbb.be/doc/dq/n/dq3/pne.pdf SERV (2021a). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting 2021. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder SERV (2021b). Advies over de initiële begroting 2022. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-over-initiele-begroting-2022 Statbel (2021). Consumptieprijsindex – versie december 2021. Geraadpleegd van https://statbel.fgov.be/nl/themas/consumptieprijsindex/consumptieprijsindex#news Vlaamse Regering (2021). Relanceplan Vlaamse Veerkracht. Monitoringsrapport. Geraadpleegd van Relanceplan Vlaamse Veerkracht. Monitoringsrapport | Vlaanderen.be 60
Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1: België, 2021 en 2022, inflatie index consumptieprijzen (CPI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021 ........................................................................................... 18 Figuur 2: België, 2021 en 2022, inflatie gezondheidsindex (GZI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021 ........................................................................................................... 19 Figuur 3 Vlaamse overheid, dynamiek saldo, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € mld ................. 36 Figuur 4 Vlaamse overheid, evolutie schuld (excl. ziekenhuisfactuur), MJR 2019-2024 en SERVraming, in € mld .......................................................................................................................................... 39 Figuur 5 België, raming nominaal en reëel bbp, pre-corona (MJR 2019-2024) en huidig traject (SERV-actualisatie MJR 2021-2026), 2018 = indexwaarde 100 .............................................................. 43 Figuur 6 Vlaamse overheid, dynamiek ontvangsten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld .................................................. 50 Figuur 7 Vlaamse overheid, verklaring verschil ontvangsten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld................................ 50 Figuur 8 Vlaamse overheid, dynamiek uitgaven, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld .................................................. 55 Figuur 9 Vlaamse overheid, verklaring verschil uitgaven, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld .................................................. 55 Figuur 10 Vlaamse overheid, dynamiek vorderingensaldo, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld .................................................. 59 Figuur 11 Vlaamse overheid, verklaring dynamiek vorderingensaldo, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € mld................................ 59 Figuur 12 Vlaamse overheid, verklaring verschil ontvangsten bij constant beleid, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz .......... 77
61
Tabellen Tabel 1
België, recente inflatie vooruitzichten, in % ....................................................................... 16
Tabel 2
Federale Planbureau en Nationale Bank van België, België, opeenvolgende geraamde
overschrijdingen van de afgevlakte gezondheidsindex in 2021 en volgende jaren, inflatieramingen ................................................................................................................................................. 17 Tabel 3
Vlaamse overheid, inzet van de coronaprovisie 2021 via herverdelingen
gedocumenteerd tot einde december 2021, per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € mln ................................................................................................................................. 21 Tabel 4
Vlaamse overheid, inzet van de coronaprovisie 2020 (begrotingsuitvoering) en 2021
(via herverdelingen) gedocumenteerd tot einde december 2021, per beleidsdomein, vereffeningskredieten, in € mln ................................................................................................................ 21 Tabel 5
Vlaamse begroting, MJR 2021-2026, verwerking van het relanceplan Vlaamse
Veerkracht in de Vlaamse begroting (ontvangsten, uitgaven, saldo), in € dz ..................................... 22 Tabel 6
Vlaamse begroting, MJR 2021-2026, traject Vlaamse Veerkracht inclusief correctie
voor 2021 (ontvangsten, uitgaven, saldo), in € dz .................................................................................. 23 Tabel 7
Vlaamse overheid, inzet van de provisie Vlaamse Veerkracht 2021 via herverdelingen
per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € mln .................................... 23 Tabel 8
Vlaamse begroting, begrotingsuitvoering 2019, 2020, aangepaste begroting 2021 en
voorlopige resultaten begrotingsuitvoering 2021, belangrijkste begrotingsresultaten, in € dz en % ontvangsten ................................................................................................................................................. 25 Tabel 9
Vlaamse overheid, ingediende begroting BO 2022 in vergelijking met de eerste
aangepaste begroting BA 2021 en de uitvoering van de begroting 2020, in € dz ............................. 26 Tabel 10
Vlaamse overheid, ingediende begroting BO 2022 in vergelijking met de eerste
aangepaste begroting BA 2021 en de uitvoering van de begroting 2020, in € dz ............................. 27 Tabel 11
Vlaamse begroting 2022, wijzigingen ten opzichte van de ingediende begroting 2022,
in € dz
................................................................................................................................................. 28
Tabel 12
Vergelijking van de goedgekeurde begroting 2022BO en 2021BA, ISE’s relevant voor
infrastructuurbeleid, in € dz ...................................................................................................................... 30 Tabel 13
België, recente macro-economische vooruitzichten, in % ............................................... 31
Tabel 14 Vlaamse begroting, belangrijkste begrotingsresultaten, begrotingsjaren 2022-2024, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz .......................................................................................................... 35 62
Tabel 15
Vlaamse begroting, 2022-2024, MJR 2021-2026 en SERV-raming,
begrotingsdoelstelling 2024 en vereiste begrotingsinspanning om deze doelstelling te bereiken, in € dz
................................................................................................................................................. 37
Tabel 16
Vlaamse begroting, 2019-2024, schuldevolutie, SERV-raming, in € dz .......................... 38
Tabel 17
Vlaamse overheid, begroting 2019-2024, aanpak responsabiliseringsmechanisme,
wijzigingen aan de ontvangsten en uitgaven, in € dz ............................................................................ 42 Tabel 18
België, macro-economische vooruitzichten bij de MJR 2019-2024 en de SERV-
actualisatie van de MJR 2021-2026, in % ................................................................................................. 43 Tabel 19
Vlaamse overheid, begroting 2021 en volgende jaren, verschillen qua maatregelen
om beleidsruimte te vergroten dan wel in te vullen, afspraken Regeerakkoord en bijkomende maatregelen bij BO2021, BA2021 en BO2022, MJR 2019-2024 en MJR 2021-2026, in € dz .............. 44 Tabel 20
Vlaamse overheid, begroting 2021 en volgende jaren, correcties qua maatregelen om
beleidsruimte te vergroten dan wel in te vullen, afspraken Regeerakkoord en bijkomende maatregelen bij BO2021, BA2021 en BO2022, inclusief beslissingen die in de MJR 2021-2026 worden gedefinieerd als “constant beleid”, MJR 2019-2024 en MJR 2021-2026, in € dz ................... 45 Tabel 21
Vlaamse overheid, dynamiek ontvangsten, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020,
voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz ..................................................... 49 Tabel 22
Vlaamse overheid, dynamiek uitgaven, MJR 2019-2024 en UITV2019, UITV2020,
voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz ..................................................... 54 Tabel 23
Vlaamse overheid, belangrijkste begrotingsresultaten, MJR 2019-2024 en UITV2019,
UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz .................................. 57 Tabel 24
Vlaamse begroting, uitvoering 2019, 2020, tweede begrotingsaanpassing 2021 en
voorlopige gegevens begrotingsuitvoering 2021, belangrijkste ontvangstencategorieën, in € dz . 65 Tabel 25
Vlaamse begroting, uitvoering 2019, 2020, tweede begrotingsaanpassing 2021,
prognose oktober 2021 en voorlopige gegevens begrotingsuitvoering 2021 (prognose december 2021), gewestbelastingen, in € dz............................................................................................................. 65 Tabel 26
SERV-ramingen voor ontvangsten via de BFW (buiten regionale opcentiemen),
berekeningswijze ........................................................................................................................................ 66 Tabel 27
SERV-ramingen voor ontvangsten via de gewestbelastingen, berekeningswijze ......... 68
Tabel 28 Vlaamse begroting, belangrijkste ontvangstencategorieën, MJR 2021-2026 en SERVactualisatie, in € dz ..................................................................................................................................... 70 63
Tabel 29 Vlaamse begroting, gewestbelastingen, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz ..... 70 Tabel 30 Vlaamse begroting, ontvangsten instellingen, UITV2019, UITV2020 en MJR 2021-2026, in € dz ............................................................................................................................................................... 71 Tabel 31
Vlaamse begroting, 2021-2024, SERV-raming, verandering aan de ESR-uitgaven
binnen de SERV-raming ten opzichte van de MJR 2021-2026, in € dz ................................................. 73 Tabel 32
Vlaamse begroting, 2022-2024, SERV-raming en MJR 2021-2026, cumulatieve
toename van de beleidskredieten t.o.v. de begrotingsopmaak 2022 als gevolg van indexatie onder ongewijzigd beleid, verdeling in € dz ............................................................................................ 73 Tabel 33 Vlaamse begroting, 2019-2024, schuldevolutie, SERV-raming en MJR 2021-2026, in € dz75 Tabel 34
Vlaamse overheid, dynamiek ontvangsten onder constant beleid (excl. beslissingen
VR en VV), belangrijkste ontvangstencategorieën, MJR 2019-2024 vergeleken met UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz .................................. 78 Tabel 35
Vlaamse overheid, ontvangsten belangrijkste gewestbelastingen onder constant
beleid (excl. beslissingen VR en VV), MJR 2019-2024 vergeleken met UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz ..................................................... 79
64
Bijlagen Hoofdstuk 2: begroting 2021 Tabel 24 Vlaamse begroting, uitvoering 2019, 2020, tweede begrotingsaanpassing 2021 en voorlopige gegevens begrotingsuitvoering 2021, belangrijkste ontvangstencategorieën, in € dz UITV2019
UITV2020
BA2021
UITV2021
Bruto opcentiemen BFW-dotaties Afrekeningen dotaties
7.923.747 25.700.073 0
7.872.907 24.105.488 -11.421
7.923.895 25.917.702 751.309
7.895.325 25.917.702 751.309
-28.570 0 0
Gewestbelastingen
6.851.804 4.233.048 874.166
6.295.011 4.151.271 888.225 0 43.301.481
6.921.254 4.082.190 964.965 1.048.837 47.610.152
7.390.900 4.357.500 995.965 230.429 47.539.130
469.646 275.310 31.000 -818.408 -71.022
Instellingen Overige ontvangsten Ontvangsten Vlaamse Veerkracht Totaal
45.582.838
delta
Tabel 25 Vlaamse begroting, uitvoering 2019, 2020, tweede begrotingsaanpassing 2021, prognose oktober 2021 en voorlopige gegevens begrotingsuitvoering 2021 (prognose december 2021), gewestbelastingen, in € dz
UITV2019 Verkooprecht Verdeelrecht Recht op hypotheekvestiging
2.789.096
UITV2020
Prognose oktober 2021
BA2021
Prognose december 2021
Delta BA2021 en prognose december 2021
2.197.627
2.444.020
2.756.534
2.811.100
367.080
72.953
78.897
81.913
83.500
4.603
196.540
145.476
170.245
182.910
183.300
13.055
Schenkbelasting Erfbelasting excl. Fiscale regularisaties Erfbelasting fiscale regularisaties
351.839
361.733
380.865
415.992
445.400
64.535
1.347.525
1.354.578
1.565.180
1.588.594
1.587.900
22.720
12.596
14.236
15.807
15.807
12.000
-3.807
Onroerende voorheffing
223.534
267.156
288.411
288.425
283.700
-4.711
1.106.797
1.083.857
1.083.743
1.073.068
1.102.900
19.157
295.901
250.968
308.944
293.277
279.500
-29.444
45
3
0
0
0
0
461.056
484.230
516.165
528.913
535.600
19.435
44.581
51.285
55.227
57.638
55.800
573
Verkeersbelasting Belasting op inverkeerstelling Eurovignet Kilometerheffing Spelen en weddenschappen Automatische ontspanningstoestellen Totaal
22.224
10.908
13.750
11.000
10.200
-3.550
6.851.734
6.295.010
6.921.254
7.294.071
7.390.900
469.646
65
Hoofdstuk 4: SERV-raming geactualiseerde begroting 2022 en volgende jaren Ontvangsten BFW-dotaties Voor de berekening van de ontvangsten (mee) bepaald door de BFW voor de periode 2021 tot 2024 worden de berekeningswijzen verduidelijkt in Tabel 26. De gedeeltelijke koppeling aan de bbp-groei bij de voorafnames op de PB, de dotaties ouderenzorg, gezondheidszorg, ziekenhuisinfrastructuur, middelen diverse bevoegdheden, werk en fiscale uitgaven is enkel van toepassing op het deel van de bbp-groei dat kleiner is dan 2,25%. Op het deel dat groter is dan een groei van 2,25% wordt een volledige koppeling (100%) toegepast. Tabel 26 SERV-ramingen voor ontvangsten via de BFW (buiten regionale opcentiemen), berekeningswijze BFW-ontvangst FINANCIERING VAN HET UNIVERSITAIR ONDERWIJS VOOR BUITENLANDSE STUDENTEN (ARTIKEL 62 BIJZONDERE FINANCIERINGSWET) AANDEEL IN DE WINST VAN DE NATIONALE LOTERIJ (ARTIKEL 62BIS BIJZONDERE FINANCIERINGSWET) NATIONALE PLANTENTUIN VAN BELGIE (ARTIKEL 62TER BIJZONDERE FINANCIERINGSWET) (PM) VOORAFNAMES OP DE BTW
VOORAFNAMES OP DE PB DOTATIE GEZINSBIJSLAG (ARTIKEL 47/5 EN 47/6 BFW) DOTATIE OUDERENZORG (ARTIKEL 47/7 BFW) DOTATIE GEZONDHEIDSZORG (ARTIKEL 47/8 BFW) DOTATIE ZIEKENHUISINFRASTRUCTUUR (VANAF 2016) (ARTIKEL 47/9 BFW)
Berekeningswijze Universitair onderwijs dotatie t = Universitair onderwijs dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t)
Cijfers afkomstig van de meerjarenraming 2021-2026.
Nationale plantentuin dotatie t = Nationale plantentuin dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + reële bbp-groei in jaar t) BTW-dotatie t = BTW-dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,91 * reele bbp-groei in jaar t) *(evolutie denataliteit t)* (verdeelsleutel onderwijs t/verdeelsleutel onderwijs t-1) PB-dotatie t = PB-dotatie (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reële bbpgroei in jaar t) * (aandeel gemeenschap in de personenbelasting t / aandeel gemeenschap in de personenbelasting t-1) Dotatie gezinsbijslag t = dotatie gezinsbijslag (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,25 * reële bbp-groei per capita in jaar t) * (aantal 0 tot en met 18-jarigen in jaar t / aantal 0 tot en met 18-jarigen in jaar t-1) Dotatie ouderenzorg t = dotatie ouderenzorg (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei per capita in jaar t) * (aantal plus 80-jarigen in jaar t / aantal plus 80-jarigen in jaar t-1 ) Dotatie gezondheidszorg t = dotatie gezondheidszorg (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei in jaar t) * (relatief aantal inwoners gemeenschap t / relatief aantal inwoners gemeenschap t-1) Dotatie ziekenhuisinfrastructuur t = dotatie ziekenhuisinfrastructuur (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei in jaar t) *(relatief aantal inwoners gemeenschap t / relatief aantal inwoners gemeenschap t-1) 66
DOTATIE JUSTITIEHUIZEN (ARTIKEL 47/10 BFW) DOTATIE INTERUNIVERSITAIRE ATTRACTIEPOLEN (VANAF 2018) (ARTIKEL 47/11 BFW) PERSONEEL REGISTRATIE- EN ERFBELASTINGEN PERSONEEL VERKEERSGERELATEERDE BELASTINGEN TOEGEWEZEN GEDEELTE VAN DE PB (ARTIKEL 35OCTIES BFW) = middelen diverse bevoegdheden
Dotatie justitiehuizen t = dotatie justitiehuizen (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + reële bbp-groei in jaar t) Dotatie interuniversitaire attractiepolen t = dotatie interuniversitaire attractiepolen (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + reële bbp-groei in jaar t) Dotatie personeel reg&erf t= dotatie personeel reg&erf (t-1) * (1 + CPI in jaar t) Dotatie personeel verkeer t= dotatie personeel verkeer (t-1) * (1 + CPI in jaar t) Dotatie middelen diverse bevoegdheden t = dotatie middelen diverse bevoegdheden (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reële bbp-groei in jaar t)
Dotatie werk t = dotatie werk (t-1) * (1 + CPI in jaar t) * (1 + 0,55 * reele bbp-groei in jaar t) * (aandeel gewest in de personenbelasting t / aandeel gewest in de personenbelasting t-1) Dotatie fiscale uitgaven t = dotatie fiscale uitgaven (t-1) * (1 + CPI in jaar t) DOTATIE FISCALE UITGAVEN * (1 + 0,55 * reële bbp-groei in jaar t) * (aandeel gewest in de personen(ARTIKEL 35DECIES BFW) belasting t / aandeel gewest in de personenbelasting t-1) OVERGANGSMECHANISME Het overgangsbedrag blijft constant in nominale termen tussen 2015 en GEWEST EN GEMEENSCHAP 2024 en wordt tussen 2025 tot en met 2034 lineair afgebouwd tot nul. (ARTIKEL 48/1,§2 BFW) PENDELDOTATIE (ARTIKEL 0 want vanaf 2018 als uitgave opgenomen en niet meer als minderont64QUATER BFW) vangst: constante bedragen. Vanaf 2021 wordt de responsabiliseringsbijdrage bepaald door een bijdragepercentage toe te passen op de weddemassa betaald in het voorgaande kalenderjaar. Voor het begrotingsjaar 2021 is dat bijdragepercentage 30% van de RSZ-werkgeversbijdrage voor pensioenen van jaar t-1. RESPONSABILISEDe huidige RSZ-werkgeversbijdrage pensioenen is 8,86%, wat resulteert RINGSBIJDRAGE (G&G) (ART. in een bijdragepercentage van 2,66%. Vanaf 2022 wordt het bijdrageper65QUINQUIES, §1 BFW) centage lineair opgetrokken met 10% zodat het vanaf 2028 gelijk is aan 100% van de RSZ-werkgeversbijdrage voor pensioenen. Cijfers afkomstig van de meerjarenraming 2021-2026. Vanaf 2022 wordt het responsabiliseringsmechanisme geregistreerd als een uitgave in plaats van een (minder)ontvangst. PERSONEEL AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN, Dotatie personeel spelen t = dotatie personeel spelen (t-1) + (1 + CPI in SPELEN EN WEDDENSCHAPjaar t) PEN EN OPENINGSBELASTING DOTATIE WERK 35NONIES BFW)
(ARTIKEL
Gewestbelastingen De raming van de gewestbelastingen is gebaseerd op de parameters zoals beschreven in de Algemene Toelichtingen van de begroting 2022 en de MJR 2021-2026. Binnen de SERV-raming worden de resultaten van de MJR 2021-2026 aangepast aan de veranderde macro-economische parameters (inflatie, bbp-groei). De overige parameters (volume- en vergroeningseffecten, enzoverder) worden niet aangepast.
67
Tabel 27 SERV-ramingen voor ontvangsten via de gewestbelastingen, berekeningswijze Gewestbelasting
Parameters 2022: inflatie, volume (constant) Verkooprecht 2023: inflatie, volume (+1,8%) 2024: inflatie, volume (+1,8%) 2022: inflatie Verdeelrecht 2023: inflatie 2024: inflatie 2022: inflatie Hypotheekrecht 2023: inflatie 2024: inflatie 2022: inflatie, volume=tussen niveau 2021 en gemiddelde niveau 2016-2022 Schenkingsrecht 2023: inflatie 2024: inflatie 2022: inflatie, wegvallen uitzonderlijke ontvangsten 2021 (oversterfte) Erfbelasting 2023: inflatie, overlijdens (+0,4%) 2024: inflatie, overlijdens (+0,4%) 2022: inflatie, groei KI (+0,6%), €-7 mln eenmalig effect van 2021 Onroerende voorhef2023: inflatie, groei KI (+0,6%) fing 2024: inflatie, groei KI (+0,6%) 2022: inflatie, vergroening (-3%), volume (constant) Verkeersbelasting 2023: inflatie, vergroening (-2,5%), volume (+1%) 2024: inflatie, vergroening (-2%), volume (+1%) 2022: 0,4*inflatie, vergroening (-2,5%), volume (+5%), €-15 mln eenmalig effect van 2021 Belasting op inver2023: 0,4*inflatie, vergroening (-1,25%), volume (constant) keerstelling 2024: 0,4*inflatie, vergroening (geen effect), volume (constant) 2022: inflatie, kilometers (bbp), vergroening (-0,8%) Kilometerheffing 2023: inflatie, kilometers (bbp), vergroening (-0,7%) 2024: inflatie, kilometers (bbp), vergroening (-0,6%) 2022: +4,8% Belasting op spelen en 2023: +4,8% weddenschappen 2024: +4,8% Belasting op automati- 202211: €22 mln sche ontspanningstoe- 2023: inflatie stellen 2024: inflatie
Ontvangsten via regionale opcentiemen De raming van de voorschotten van de bruto-opcentiemen in de MJR 2021-2026 is gebaseerd op de raming van de belasting Staat voor het aanslagjaar 2022 die door de FOD Financiën in haar mededeling van 23 september 2021 aan de gewesten en gemeenschappen werd overgemaakt.
11
De ontvangsten uit de belasting op automatische ontspanningstoestellen bedragen bij de BO 2022 ongeveer € 5,5 mln per kwartaal (€ 22 mln). Binnen de SERV-raming voor begrotingsjaar 2022 wordt uitgegaan van 3 volwaardige kwartalen, of € 16,5 mln.
68
Bovendien heeft de FOD Financiën – op 4 oktober 2021 - op verzoek van de gewesten tevens een meerjarenraming van de belasting staat opgesteld. Laatstbedoelde meerjarenraming vertrekt van de mededeling van 23 september 2021 en is op zich gebaseerd op de Economische Vooruitzichten van het Federale Planbureau van 24 juni 2021 en de Regionale Economische Vooruitzichten van het Federale Planbureau van 16 juli 2021. Binnen de SERV-raming worden de ontvangsten uit de bruto opcentiemen (voorschotten en afrekeningen) van de MJR 2021-2026 pro rata aangepast aan de veranderde macro-economische parameters (inflatie en bbp-groei), waarbij de Economische Vooruitzichten van het Federale Planbureau van 24 juni 2021 als vergelijkingsbasis genomen worden. Overige ontvangsten Voor de overige ontvangsten worden de resultaten van de MJR 2021-2026 overgenomen. Bij de SERV-raming voor begrotingsjaar 2022 werd wel rekening gehouden met de amendementen, waardoor de overige ontvangsten stijgen met € 9 mln (geraamde ontvangst via 3M (PFOS-dossier)). Resultaten
69
Tabel 28 Vlaamse begroting, belangrijkste ontvangstencategorieën, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz
Bruto opcentiemen BFW-dotaties Afrekeningen dotaties Gewestbelastingen Instellingen Overige ontvangsten Ontvangsten Vlaamse Veerkracht Totaal
BO2022 8.304.538 27.765.863 526.767 7.236.702 4.307.746 977.407 839.070 49.958.093
SERV2022 8.428.455 28.707.948 755.434 7.427.445 4.307.746 986.423 839.070 51.452.521
delta 123.917 942.085 228.667 190.743 0 9.016 0 1.494.428
MJR2023 8.631.175 28.537.052 0 7.448.558 4.338.588 966.239 634.640 50.556.252
SERV2023 9.016.120 29.539.531 0 7.619.320 4.338.588 966.239 634.640 52.114.438
delta 384.945 1.002.479 0 170.762 0 0 0 1.558.186
MJR2024 8.867.183 29.329.546 0 7.671.140 4.302.654 1.089.886 373.980 51.634.389
SERV2024 9.299.799 30.247.826 0 7.810.796 4.302.654 1.089.886 373.980 53.124.941
delta 432.616 918.280 0 139.656 0 0 0 1.490.552
delta 69.015 1.986 4.425 9.427 35.594 0 6.922 24.852 2.609 0 16.041 0 -110 170.761
MJR2024 3.104.294 86.506 192.779 410.657 1.556.674 0 302.361 1.071.490 276.697 0 576.839 69.998 22.844 7.671.139
SERV2024 3.161.153 88.090 196.310 418.179 1.585.186
delta 56.859 1.584 3.531 7.522 28.512
307.899 1.091.116 278.769 0 591.476 69.998 22.620 7.810.796
5.538 19.626 2.072 0 14.637 0 -224 139.657
Tabel 29 Vlaamse begroting, gewestbelastingen, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz
Verkooprecht Verdeelrecht Recht op hypotheekvestiging Schenkbelasting Erfbelasting excl. Fiscale regularisaties Erfbelasting fiscale regularisaties Onroerende voorheffing Verkeersbelasting Belasting op inverkeerstelling Eurovignet Kilometerheffing Spelen en weddenschappen Automatische ontspanningstoestellen Totaal
BO2022 2.812.737 83.638 186.388 397.043 1.493.098 0 289.648 1.060.766 276.190 0 551.461 63.733 22.000 7.236.702
SERV2022 2.892.629 86.014 191.682 408.320 1.535.507
delta 79.892 2.376 5.294 11.277 42.409
297.875 1.090.895 279.367 0 564.922 63.733 16.500 7.427.445
8.227 30.129 3.177 0 13.461 0 -5.500 190.743
70
MJR2023 2.956.007 85.060 189.557 403.793 1.524.555 0 296.497 1.064.437 274.828 0 564.571 66.792 22.462 7.448.559
SERV2023 3.025.022 87.046 193.982 413.220 1.560.149 303.419 1.089.289 277.437 0 580.612 66.792 22.352 7.619.320
Tabel 30 Vlaamse begroting, ontvangsten instellingen, UITV2019, UITV2020 en MJR 2021-2026, in € dz UITV2019 MINA
UITV2020
BA2021
MJR2022
MJR2023
MJR2024
188.912
258.542
127.020
144.767
144.767
144.767
VIF
62.005
54.097
56.379
58.503
58.503
58.503
Loodswezen
92.824
86.955
94.546
94.927
94.927
94.927
Andere instellingen met DAB-vorm
31.141
18.608
25.537
23.025
23.025
23.025
VDAB
107.410
93.567
138.493
143.941
143.216
128.941
VRT
195.140
189.203
190.588
190.017
187.536
183.686
Opgroeien Regie
207.466
175.341
217.765
216.383
216.383
216.383
VSB
269.906
299.420
272.350
272.870
276.249
279.181
VVM - De Lijn
234.557
166.003
235.315
236.434
236.434
236.434
VEB
279.670
226.127
234.101
295.879
295.879
295.879
VIB
54.564
59.462
50.475
55.032
55.032
55.032
VITO
89.597
71.644
80.185
82.703
82.703
82.703
Tunnel Liefkenshoek Vlaamse Waterweg De Werkvennootschap VWF VMSW Scholen van Morgen
74.092
63.359
68.608
73.215
73.215
73.215
113.660
108.547
93.347
68.869
68.869
68.869 84.246
2.747
23.761
66.739
84.246
84.246
65.249
62.432
72.368
79.474
86.437
93.986
237.969
243.769
252.782
257.057
262.488
267.743
106.145
106.165
112.380
123.139
129.204
127.632
Hogescholen en universiteiten Andere instellingen met andere dan DABvorm
1.188.239
1.246.742
1.159.049
1.206.598
1.206.598
1.206.598
631.755
597.527
534.163
600.667
612.877
580.904
Totaal
4.233.048
4.151.271
4.082.190
4.307.746
4.338.588
4.302.654
71
Uitgaven Inflatie Een Expertengroep Uitgavennormering onder voorzitterschap van mevrouw Wivina Demeester heeft in september 2020 in opdracht van de Vlaamse Regering een eerste rapport voor een Vlaamse uitgavennorm uitgewerkt12. In dat rapport wordt dieper ingegaan op de verschillende impact van de inflatie op de ontvangsten- dan wel uitgavenzijde van de Vlaamse begroting. Er wordt geraamd dat de Vlaamse uitgaven stijgen met 1,16% bij een verwachte gemiddelde stijging van de Gezondheidsindex (GZI) met 2%, indien de werkingskredieten niet geïndexeerd worden. Indien de werkingskredieten wel worden geïndexeerd stijgen de uitgaven met 1,29%. Binnen de SERV-ramingen wordt de verhouding 1,16% / 2,00% = 58% gehanteerd om de impact van de inflatie op de Vlaamse uitgaven te ramen: de vanaf 2021 gecumuleerde verschillen in de gezondheidsindex gehanteerd in de MJR 2021-2026 en in de SERV-raming (1) worden vermenigvuldigd met 58% (2) en de primaire uitgaven van begrotingsjaar t (3). Het is belangrijk om rekening te houden met de stijging van de gezondheidsindex in 2021 ten opzichte van de gehanteerde GHI in de MJR 2021-2026. Zo resulteert de (in de MJR 2021-2026 niet voorziene) indexoverschrijding van december 2021 in bijkomende uitgaven in begrotingsjaar 2022 via de diverse indexmechanismen. Formeel: 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2021 = (𝐺𝐻𝐼2021 − 𝐺𝐻𝐼2021 + 𝐺𝐻𝐼2022 − 𝐺𝐻𝐼2022 ) ∗ 0,58 ∗ 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2022 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2023 = (𝐺𝐻𝐼2021 − 𝐺𝐻𝐼2021 + 𝐺𝐻𝐼2022 − 𝐺𝐻𝐼2022 + 𝐺𝐻𝐼2023 − 𝐺𝐻𝐼2023 ) ∗ 0,58 𝑀𝐽𝑅 ∗ 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2023 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2024 = (𝐺𝐻𝐼2021 − 𝐺𝐻𝐼2021 + 𝐺𝐻𝐼2022 − 𝐺𝐻𝐼2022 + 𝐺𝐻𝐼2023 − 𝐺𝐻𝐼2023 + 𝐺𝐻𝐼2024 − 𝐺𝐻𝐼2024 ) 𝑀𝐽𝑅 ∗ 0,58 ∗ 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2024
Rentelasten De rente-uitgaven veranderen pro rata met deze opgenomen in de Meerjarenraming (verhouding rente-uitgaven / uitstaande schuld), waarbij we dus veronderstellen dat de wijzingen in de schuld telkens aan identieke voorwaarden als de bestaande schuld kan gefinancierd worden. De rentekosten hebben een zeer beperkte impact op de resultaten.
12
Zie: https://fin.vlaanderen.be/vlaamse-uitgavennorm/. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit een recente actualisering van dit rapport, waardoor de verhouding tussen de gezondheidsindex en de uitgavengroei door inflatie iets wijzigt.
72
Resultaten Tabel 31 geeft de veranderingen aan de ESR-uitgaven uit de BFW-dotaties binnen de SERV-raming ten opzichte van de MJR 2021-2026. Tabel 31 Vlaamse begroting, 2021-2024, SERV-raming, verandering aan de ESR-uitgaven binnen de SERV-raming ten opzichte van de MJR 2021-2026, in € dz SERV2022
SERV2023
SERV2024
SERV: veranderende inflatievooruitzichten
961.880
826.362
687.925
Amendementen: corona-provisie Amendementen: overige ESR-uitgaven (excl. covid-provisie)
700.000
0
0
981
0
0
SERV: veranderde rente-uitgaven
-19.363
-14.490
-24.646
1.643.498
811.872
663.279
Totaal actualisatie uitgaven
Tabel 32 toont de cumulatieve toename door indexatie van de beleidskredieten per beleidsdomein (t.o.v. de begrotingsopmaak 2022) binnen de MJR 2021-2026 en de SERV-raming. Tabel 32 Vlaamse begroting, 2022-2024, SERV-raming en MJR 2021-2026, cumulatieve toename van de beleidskredieten t.o.v. de begrotingsopmaak 2022 als gevolg van indexatie onder ongewijzigd beleid, verdeling in € dz
HE FB EWI OV WVG CJSM WSE LV MOW OMG KKBJ Totaal
BO2022 SERV2022 0 1.313 0 20.732 0 21.177 0 426.002 0 300.855 0 21.046 0 111.263 0 2.231 0 29.226 0 14.843 0 13.192 0 544.850
delt MJR2023 SERV2023 1.313 942 2.070 20.732 -203.109 -185.298 21.177 15.197 33.390 426.002 305.709 671.693 300.855 215.900 474.368 21.046 15.103 33.184 111.263 79.845 175.433 2.231 1.601 3.518 29.226 20.973 46.081 14.843 10.652 23.404 13.192 9.467 20.801 544.850 472.280 1.298.642
delt MJR2024 SERV2024 1.128 1.519 2.458 17.811 -193.187 -178.360 18.193 30.170 45.315 365.984 508.141 812.813 258.468 351.165 566.332 18.081 25.577 40.629 95.588 134.075 213.649 1.917 2.622 4.218 25.108 34.362 55.264 12.752 18.837 29.453 11.334 15.654 25.089 826.362 928.935 1.616.860
delt 939 14.827 15.145 304.672 215.167 15.052 79.574 1.596 20.902 10.616 9.435 687.925
Schuldevolutie 58. Het SERV-rapport raamt de evolutie van de Vlaamse schuld bij ongewijzigd beleid, vertrekkende van de gedocumenteerde geconsolideerde van 2021 uit de MJR 2021-2026. Er wordt rekening gehouden met het verbeteren van het vorderingssaldo (en een daling van de schuld) in begrotingsjaar 2021 met € 1,3 mld (uitvoeringsrapport van de begroting 2021).
73
Vervolgens verhogen we jaarlijks de schuld met het begrotingstekort, alsook met de andere gekende elementen die de schuldevolutie beïnvloeden (zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichtingen van MJR 2021-2026). De schuld aangegaan voor de Oosterweelverbinding is eveneens telkens opgenomen in het totaal. Tabel 33 geeft een gedetailleerd overzicht van de SERV-raming van de evolutie van de geconsolideerde Vlaamse schuld.
74
Tabel 33 Vlaamse begroting, 2019-2024, schuldevolutie, SERV-raming en MJR 2021-2026, in € dz
Geconsolideerde schuld (incl. ziekenhuisschuld), in € dz Netto schuldtoename, in € dz SERV: geraamde evolutie saldo SERV: amendementen BO 2022 ESR-resultaat CFO leden + betoelaging nietCFO leden (ingediende begrotingen) Relanceplan Vlaamse Veerkracht (MJR) ESR-8 ESR-9 ontvangsten VMSW en VWF ESR-9 uitgaven VMSW en VWF ESR-9 ontvangsten en uitgaven SI ESR-9 Lantis ESR-9 uitgaven Diestsepoort Saldo ESR-9 overige niet CFO-leden Bouwkost Oosterweel Impact decreet beheer financiële activa p.m. ESR-correctie ziekenhuisinfrastructuur Ziekenhuisschuld (A1/A3) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), in € dz Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), in % ontvangsten Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), in % bbp
UITV2019
UITV2020
BA2021
UITV2021
24.119.905
30.280.023
36.554.286 6.274.263 0
35.236.132 4.956.109 -1.405.768
4.102.479 146.289 435.757 2.587.000 -1.447.252 83.753
delta
BO2022
SERV2022
delta
-1.318.154 -1.318.154 -1.405.768
41.161.872 4.607.586 0 0
40.112.788 4.876.656 149.070 120.000
-1.049.084 269.070 149.070 120.000
4.102.479 146.289 435.757 2.587.000 -1.447.252 83.753
0 0 0 0 0 0
-2.600 16.751 233.700 206.000
0 0 87.614 0
1.562.588 954.990 586.592 2.629.500 -1.502.927 33.698 125.000 -2.000 -26.799 246.944 0
0 0 0 0 0 0
-2.600 16.751 146.086 206.000
1.562.588 954.990 586.592 2.629.500 -1.502.927 33.698 125.000 -2.000 -26.799 246.944 0
0 0 0 0
-251.460 4.099.460
-441.489 3.657.971
-263.636 3.394.335
-263.636 3.394.335
0 0
-245.656 3.148.679
-245.656 3.148.679
0 0
20.020.445
26.622.052
33.159.951
31.841.797
-1.318.154
38.013.193
36.964.109
-1.049.084
43,9%
61,5%
69,6%
67,0%
2,7%
76,1%
71,8%
4,2%
4,2%
5,9%
6,8%
6,5%
0,3%
7,5%
7,0%
0,5%
75
Geconsolideerde schuld (incl. ziekenhuisschuld) Netto schuldtoename SERV: verandering saldo SERV: amendementen ESR-resultaat CFO leden + betoelaging nietCFO leden (ingediende begrotingen) Relanceplan Vlaamse Veerkracht (MJR) ESR-8 ESR-9 ontvangsten VMSW en VWF ESR-9 uitgaven VMSW en VWF ESR-9 ontvangsten en uitgaven SI ESR-9 Lantis ESR-9 uitgaven Diestsepoort Saldo esr-9 overige niet CFO-leden Bouwkost Oosterweel Impact decreet beheer financiële activa p.m. ESR-correctie ziekenhuisinfrastructuur Ziekenhuisschuld (A1/A3) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), % ontvangsten Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), % bbp
MJR2023
SERV2023
45.662.010 4.500.138 0
43.866.612 3.753.824 -746.314
1.487.455 722.779 150.000 2.737.000 -1.384.682 0 400.000 -2.100 0 389.686 0
delta
MJR2024
SERV2024
delta
-1.795.398 -746.314 -746.314
49.330.295 3.668.285 0
46.707.624 2.841.012 -827.273
-2.622.671 -827.273 -827.273
1.487.455 722.779 150.000 2.737.000 -1.384.682 0 400.000 -2.100 0 389.686 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
953.367 355.530 150.000 2.780.000 -1.447.350 0 425.000 -2.300 0 454.038 0
953.367 355.530 150.000 2.780.000 -1.447.350 0 425.000 -2.300 0 454.038 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-240.458 2.908.221
-240.458 2.908.221
0 0
-235.199 2.673.022
-235.199 2.673.022
0 0
42.753.789
40.958.391
-1.795.398
46.657.273
44.034.602
-2.622.671
84,6%
78,6%
6,0%
90,4%
82,9%
7,5%
8,2%
7,5%
0,7%
8,7%
7,8%
0,8%
76
Hoofdstuk 5: Budgettaire impact coronacrisis: een poging tot synthese
3,0
2,0
1,0
0,0 2019
2020
2021
2022
2023
2024
-1,0
-2,0
-3,0
Instellingen Overige ontvangsten Gewestelijke belastingen BFW-dotaties Bruto aanvullende belasting op de PB Delta ontvangsten constant beleid (excl. beslissingen VR en VV)
Figuur 12 Vlaamse overheid, verklaring verschil ontvangsten bij constant beleid, MJR 20192024 en UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 20212026, in € dz
77
Tabel 34 Vlaamse overheid, dynamiek ontvangsten onder constant beleid (excl. beslissingen VR en VV), belangrijkste ontvangstencategorieën, MJR 2019-2024 vergeleken met UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 20212026, in € dz 2019
Bruto aanvullende belasting op de PB BFW-dotaties Gewestelijke belastingen Instellingen Overige ontvangsten Totaal
BA2019 7.920.717 25.821.808 6.672.461 3.991.013 846.189 45.252.188
Bruto aanvullende belasting op de PB BFW-dotaties Gewestelijke belastingen Instellingen Overige ontvangsten Totaal
MJR 20192024 8.322.615 27.924.644 7.148.449 4.073.266 878.347 48.367.321
UITV2019 7.923.747 25.821.808 6.851.804 4.233.048 874.166 45.704.573
2020 Delta 3.030 0 179.343 242.035 27.977 452.385
BO2020 7.866.137 26.293.729 6.754.310 4.031.118 860.552 45.815.846
Delta 105.840 1.538.738 171.294 234.480 68.676 2.099.028
MJR 20192024 8.605.398 28.689.539 7.369.790 4.071.004 905.633 49.661.364
2022 SERV2022 8.428.455 29.463.382 7.319.743 4.307.746 947.023 50.466.349
UITV2020 7.872.907 24.225.121 6.295.010 4.151.271 888.225 43.432.534
2021 Delta 6.770 -2.068.608 -459.300 120.153 27.673 -2.383.312
MJR 20192024 8.155.318 27.123.878 6.954.043 4.043.727 882.828 47.179.794
Delta 410.722 849.992 141.828 267.584 21.206 1.671.332
MJR 20192024 8.897.952 29.512.584 7.602.858 4.079.024 1.031.186 51.143.604
2023
78
SERV2023 9.016.120 29.539.531 7.511.618 4.338.588 926.839 51.332.696
UITV2021 7.895.325 26.857.590 7.286.015 4.357.500 976.465 47.372.895
Delta -259.993 -266.288 331.972 313.773 93.637 193.101
2024 SERV2024 9.299.799 30.247.826 7.703.094 4.302.654 1.050.486 52.603.859
Delta 401.847 735.242 100.236 223.630 19.300 1.460.255
Tabel 35 Vlaamse overheid, ontvangsten belangrijkste gewestbelastingen onder constant beleid (excl. beslissingen VR en VV), MJR 20192024 vergeleken met UITV2019, UITV2020, voorlopige UITV2021 en SERV-actualisatie MJR 2021-2026, in € dz 2019
Verkooprecht en verdeelrecht Recht op hypotheekvestiging Schenkbelasting Erfbelasting excl. Fiscale regularisaties Erfbelasting fiscale regularisaties Onroerende voorheffing Verkeersbelasting Belasting op inverkeerstelling Kilometerheffing Spelen en weddenschappen Automatische ontspanningstoestellen Totaal
BA2019 2.530.699 163.613 357.789 1.447.860 15.000 223.543 1.109.015 289.367 464.363 48.324 22.888 6.672.461
Verkooprecht en verdeelrecht Recht op hypotheekvestiging Schenkbelasting Erfbelasting excl. Fiscale regularisaties Onroerende voorheffing Verkeersbelasting Belasting op inverkeerstelling Kilometerheffing Spelen en weddenschappen Automatische ontspanningstoestellen Totaal
MJR 20192024 2.701.498 169.127 382.940 1.488.323 291.776 1.162.026 351.525 521.981 55.249 24.004 7.148.449
UITV2019 2.789.096 196.540 351.839 1.347.525 12.596 223.534 1.106.797 295.901 461.056 44.581 22.224 6.851.734
2020 Delta 258.397 32.927 -5.950 -100.335 -2.404 -9 -2.218 6.534 -3.307 -3.743 -664 179.273
BO2020 2.482.508 164.652 364.939 1.425.097 25.000 282.322 1.125.941 308.644 501.468 50.530 23.209 6.754.310
UITV2020 2.270.580 145.476 361.733 1.354.578 14.236 267.156 1.083.857 250.968 484.230 51.285 10.908 6.295.010
Delta 277.144 22.555 13.380 -15.816 4.081 -71.131 -72.158 12.257 8.484 -7.504 171.294
MJR 20192024 2.813.317 171.157 392.342 1.522.476 297.351 1.182.824 375.299 532.814 57.773 24.437 7.369.790
2023 MJR 20212025 3.112.068 193.982 401.220 1.497.149 301.401 1.089.289 277.437 549.928 66.792 22.352 7.511.618
2022 BO2022 2.978.642 191.682 396.320 1.472.507 295.857 1.090.895 279.367 534.238 63.733 16.500 7.319.743
79
2021 Delta -211.928 -19.176 -3.206 -70.519 -10.764 -15.166 -42.084 -57.676 -17.238 755 -12.301 -459.300
MJR 20192024 2.589.542 166.957 373.563 1.454.936 22.500 286.777 1.142.716 329.256 511.379 52.837 23.580 6.954.043
UITV2021 2.894.600 183.300 433.400 1.524.900 12.000 282.691 1.102.900 279.500 506.724 55.800 10.200 7.286.015
Delta 305.058 16.343 59.837 69.964 -10.500 -4.086 -39.816 -49.756 -4.655 2.963 -13.380 331.972
Delta 298.751 22.825 8.878 -25.327 4.050 -93.535 -97.862 17.114 9.019 -2.085 141.828
MJR 20192024 2.930.397 173.211 402.371 1.558.943 303.061 1.204.586 400.840 544.138 60.410 24.901 7.602.858
2024 MJR 20212025 3.249.243 196.310 406.179 1.522.186 305.881 1.091.116 278.769 560.792 69.998 22.620 7.703.094
Delta 318.846 23.099 3.808 -36.757 2.820 -113.470 -122.071 16.654 9.588 -2.281 100.236