Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/310
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/310
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 29 juni 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Herzele tot het bekomen van een digitaal afschrift van het geanonimiseerde bezwaarschrift dat tijdens het openbaar onderzoek voor de omgevingsvergunningsaanvraag van zijn cliënt met referte xxx werd ingediend. Op 8 juli 2021 weigert de gemeente het afschrift te verlenen omdat de klachtindiener zijn klacht als vertrouwelijk had aangeduid. Op 19 juli 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de beslissing van de gemeente Herzele. Dit beroep werd geregistreerd op 19 juli 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek van verzoeker dateert van 29 juni 2021. De beslissing van de gemeente Herzele dateert van 8 juli 2021. Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmodaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. De beroepstermijn vangt bijgevolg pas aan vier maanden na kennisgeving van de beslissing. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 19 juli 2021 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Beroeper benadrukt in zijn beroepschrift dat de ingeroepen uitzondering een relatief karakter heeft, wat inhoudt dat de gemeente bij de behandeling van de aanvraag het belang van de openbaarheid dient af te wegen tegen de bescherming van de bescherming van de onder artikel II.36 Bestuursdecreet opgesomde belangen, waaronder de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of de bescherming van de informatie die een derde heeft verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld. In de beslissing is nergens een afweging van de belangen terug te vinden. Het gegeven dat een bezwaarindiener gebeurlijk in het bezwaar zelf zou hebben aangegeven dat het bezwaar “vertrouwelijk” zou zijn, impliceert evenwel niet noodzakelijk dat deze informatie vervat in het bezwaar onder de uitzondering van artikel II.36 §1 van het Bestuursdecreet valt. Bovendien dient het ingediende bezwaar wettelijk gezien net betrokken te worden in de omgevingsvergunningsbeslissing en in de motieven van de beslissing.
2. Toelichting door de gemeente Herzele Om het beroep met kennis van zaken te kunnen beoordelen, heeft de beroepsinstantie de gemeente Herzele gevraagd een afschrift te bezorgen van het geweigerde bezwaar, alsook de nodige toelichting te geven. De gemeente Herzele bezorgde de beroepsinstantie het gevraagde bestuursdocument en herhaalt dat aangezien de klager had aangegeven dat zijn klacht niet mocht worden vrijgegeven, er geen geanonimiseerd afschrift kon worden verleend.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie gaat eerst na of de voorwaarden voor de toepassing van de ingeroepen uitzondering van artikel 36, 5° van het bestuursdecreet in casu zijn vervuld. Artikel II.36, 5° van het Bestuursdecreet bepaalt dat de openbaarmaking kan worden afgewezen indien het om bestuursdocumenten gaat die informatie bevatten die door een derde is verstrekt zonder dat hij daartoe verplicht is en die hij uitdrukkelijk als vertrouwelijk heeft bestempeld, tenzij die persoon met de openbaarmaking instemt. Uit de lezing van voormeld artikel blijkt dat deze uitzonderingsgrond slechts kan worden ingeroepen, voor zover voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden: ten eerste moet het gaan om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de overheid, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, en ten tweede moet die derde die vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/310
pagina 2 van 4
hebben bestempeld. Het gaat hier om een cumulatieve voorwaarde, zo blijkt voldoende uit het gebruik van het woord “en” in het desbetreffende artikel van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie stelt vast dat aan de eerste vereiste, namelijk dat het gaat om informatie die een derde vrijwillig heeft verstrekt aan de bestuursinstantie, zonder dat hij daartoe wettelijk, decretaal of anderszins verplicht was, in casu is voldaan. Het betreft hier immers een bezwaarschrift dat volledig vrijwillig is ingediend tijdens het openbaar onderzoek van een vergunningsaanvraag. Niets of niemand heeft de bezwaarindiener daartoe verplicht. De tweede voorwaarde stelt evenwel dat die derde de vrijwillig meegedeelde informatie uitdrukkelijk als vertrouwelijk moet hebben bestempeld. Deze voorwaarde moet dan ook zijn vervuld op moment dat de informatie werd verstrekt. De beroepsinstantie stelt evenwel vast dat de tekst van het ingediende bezwaarschrift hiervan geen uitdrukkelijke melding maakt. Het aangeven van de vertrouwelijkheid van de informatie op een later tijdstip (bijvoorbeeld wanneer in kader van een verzoek tot openbaarheid de toestemming wordt gevraagd), kan deze tweede voorwaarde evenwel niet vervullen. In casu liep het openbaar onderzoek van 11 mei tot 10 juni en is het ingediende bezwaarschrift net als het ontvangstbewijs van de gemeente gedateerd op 3 juni 2021. De gemeente steunt haar beslissing evenwel op een op 22 juni 2021 door de bezwaarindiener ondertekende verklaring waarin naast alle gegevens omtrent het vergunningsdossier uitdrukkelijk staat vermeld : “Tijdens het openbaar onderzoek werd ons bezwaarschrift ingediend. Het bezwaarschrift is vertrouwelijk, mag niet worden vrijgegeven.” Naast de datum blijkt overduidelijk uit de verklaring zelf dat het bezwaarschrift pas nadat het werd ingediend, als vertrouwelijk werd bestempeld. Zoals gezegd zijn het cumulatieve voorwaarden zodat bij gebrek aan invulling van de tweede voorwaarde artikel II.36, 5° van het Bestuursdecreet in casu niet kan worden ingeroepen. De beroepsinstantie merkt op dat het bezwaarschrift uitvoerig werd gemotiveerd en dat de identiteit van de bezwaarindiener uit bepaalde delen van de tekst kan worden afgeleid. Artikel II.34.2° van het Bestuursdecreet stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang en het belang van de openbaarheid (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat het bezwaarschrift waarvan de openbaarmaking wordt gevraagd, de identiteit/woonplaats van de bezwaarindiener bevat, en daarnaast ook impliciet gegevens bevat, waaruit deze identiteit kan worden afgeleid. Deze gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokken. De beroepsinstantie is van oordeel dat de openbaarmaking van
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/310
pagina 3 van 4
de voormelde gegevens een inbreuk uitmaakt op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en om die reden dan ook niet kunnen worden vrij gegeven. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken bezwaarindiener. De beroepsinstantie heeft evenwel uit de dossiergegevens duidelijk kunnen afleiden dat deze toestemming niet voorhanden is. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet staat evenwel toe dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als de informatie waarop een uitzondering van toepassing is, te scheiden is van de andere informatie. Naar het oordeel van de beroepsinstantie is dit in casu wel degelijk het geval, zodat het bezwaarschrift openbaar kan worden gemaakt, mits weglating van de gegevens die afbreuk doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de indiener van het bezwaarschrift. Nu beroeper expliciet een geanonimiseerd afschrift vroeg van het bezwaarschrift, dient het beroepschrift bijgevolg als gegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 19 juli 2021 tegen de beslissing van de gemeente Herzele dd. 8 juli 2021 wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient het bezwaarschrift openbaar te worden gemaakt door er een geanonimiseerd afschrift van te verstrekken. Dit is dus een afschrift met weglating van de naam en adres van de bezwaarindiener, alsook alle zinnen of zinsdelen in het bezwaarschrift waaruit de identiteit van de bezwaarindiener zou kunnen worden afgeleid.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 27 augustus 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/310
pagina 4 van 4