Skip to main content

dossier 2020-097.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/097

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/097

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur

Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande feiten Op 8 maart 2020 diende xxx bij de stad Antwerpen een verzoek in tot het verkrijgen van het verzoekschrift tot nietigverklaring, ingediend op 31 januari 2020 door NV Derby en NV Tierce Ladbroke, tegen de gemeenteraadsbeslissing van de stad Antwerpen van 16 december 2019 houdende de goedkeuring van het Politiereglement “uitbatingsvergunning�, welke procedure heden gekend is bij de Raad van State onder rolnummer G/A 230.114/X-17.660. De stad Antwerpen weigerde bij beslissing van 16 maart 2020 om in te gaan op het verzoekschrift. Op 16 april 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing vanwege de stad Antwerpen. Het beroep werd geregistreerd bij de beroepsinstantie op 20 april 2020. Ontvankelijkheid van het beroep

www.vlaanderen.be


Het oorspronkelijk verzoek van xxx dateert van 8 maart 2020. De weigeringsbeslissing d.d. 16 maart 2020 van de stad Antwerpen maakt melding van de beroepstermijn en -modaliteiten. De beslissing werd op 17 maart 2020 verstuurd. Het beroepschrift d.d. 16 april 2020 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals bepaald in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Met de beslissing d.d. 16 maart 2020 weigert de stad Antwerpen een afschrift te verlenen van het gevraagde, verwijzend naar artikel II.35 4° van het Bestuursdecreet op basis waarvan bestuursdocumenten die geen milieu-informatie bevatten, afgeschermd kunnen worden omwille van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen.

2. Inhoud van het beroepschrift Op 16 april 2020 diende xxx, verder “beroeper”, beroep in tegen de beslissing van de stad Antwerpen van 16 maart 2020. Beroeper licht toe dat xxx op 16 januari 2020 bij de gouverneur en de Vlaamse regering een klacht heeft ingediend tegen de beslissing van de gemeenteraad van de stad Antwerpen d.d. 16 december 2019, gekend onder nummer 2019-GR-00774, met als titel “Politiereglement-uitbatingsvergunning. Wijziginggoedkeuring”. Het ging om een beslissing met belangrijke en zeer negatieve rechtsgevolgen voor xxx, die in Antwerpen een aantal wedkantoren uitbaat. Door de klacht in het kader van het bestuurlijk toezicht werd de beroepstermijn bij de Raad van State tegen deze gemeenteraadsbeslissing van rechtswege gestuit. Intussen bleek dat andere belanghebbenden (collega-wedkantoren) op 31 januari 2020 reeds een vernietigingsberoep bij de Raad van State tegen het voormelde politiereglement hadden ingesteld, zoals bleek uit de bekendmaking van dit ingestelde beroep in het Belgisch Staatsblad. Gezien de relevantie voor het dossier van cliënte (wettigheidsbezwaren tegen hetzelfde reglement), stelde xxx op 8 maart 2020 namens cliënte een openbaarheidsvraag aan de stad Antwerpen, teneinde kopie te bekomen van het betreffende verzoekschrift tot vernietiging van de andere belanghebbenden. Op 17 maart 2020 verstuurde de stad Antwerpen (Klantenteam Maatschappelijke Veiligheid) echter haar beslissing d.d.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/097

pagina 2 van 5


16 maart 2020, waarin de openbaarheidsvraag geweigerd werd, dit op grond van artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet. Volgens de stad zou de openbaarheid niet opwegen tegen de bescherming van een van de volgende belangen: de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen. Deze weigering is volgens beroeper evenwel ongegrond. Er valt immers niet in te zien hoe overmaking van het gevraagde verzoekschrift de rechtspleging bij de Raad van State zou kunnen verstoren, evenmin als de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen. In essentie zijn de belangen van de partijen die reeds een procedure bij de Raad van State opstartten, en de belangen van cliënte immers geheel gelijklopend: allemaal formuleerden zij immers reeds wettigheidsbezwaren tegen het politiereglement, vastgesteld bij gemeenteraadsbeslissing van 16 december 2019. Alleen is het zo, dat de andere belanghebbenden onmiddellijk een beroep bij de Raad van State indienden, terwijl cliënte eerst koos voor de weg van het bestuurlijk toezicht. Doordat op 23 maart 2020 deze klacht door de gouverneur verworpen werd, begon voor cliënte een nieuwe termijn voor een mogelijk Raad-van State-beroep te lopen. Mogelijk zal cliënte haar wettigheidsbezwaren verder ontwikkelen voor de Raad van State. Hoe inzage door cliënte van het reeds ingediende verzoekschrift evenwel de reeds lopende Raad van State-procedure zou kunnen beïnvloeden, laat staan het recht op een eerlijk proces, is hierbij voor beroeper volstrekt onduidelijk. Wel integendeel: cliënte heeft een manifest belang bij een kopie van dit verzoekschrift, nu haar wettigheidsbezwaren zoals gezegd gelijklopen met die van haar collega’s, die reeds een beroep instelden.

3. Toelichting door de stad Antwerpen Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 20 april 2020 en 5 mei 2020 contact opgenomen met de stad Antwerpen. Per e-mail van 23 april 2020 bezorgt de stad Antwerpen het betreffende verzoekschrift aan de beroepsinstantie. De stad herhaalt dat zij het document niet openbaar heeft gemaakt omdat er werd geoordeeld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het volgende belang: de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen. Aangezien een procedure voor de Raad van State een administratief rechtsgeding uitmaakt en de stad rechtstreeks betrokken is als verwerende partij in deze nog lopende procedure, kwam de stad tot de beslissing dat het belang van de verdediging en het recht op een eerlijk verloop van de rechtspleging in deze primeert. Per e-mail van 8 mei 2020 voegde de stad Antwerpen daar nog aan toe dat indien de stad Antwerpen de argumentatie van één van de partijen bezorgt aan de raadsman van een andere partij (die al een procedure had lopen tegen het reglement bij het ABB), de stad Antwerpen zou worden verplicht in een rechtsgeding de tegenpartij informatie ter beschikking te stellen die mogelijkerwijze vervolgens tegen haar (of een andere aan openbaarheid onderworpen bestuursinstantie) kan worden uitgespeeld. Hiermee komt de mogelijkheid om een eerlijk proces te krijgen in het gedrang en wordt het belang van de rechtspleging in het administratief rechtsgeding niet volledig gevrijwaard. Elke partij heeft immers het recht om haar argumenten te doen gelden in omstandigheden die haar niet benadelen ten opzichte van de tegenpartij.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/097

pagina 3 van 5


Volgens de stad Antwerpen kan zij dus niet verplicht worden om mee te werken aan een voor haar eventueel ongunstige afloop van een rechtsgeding.

4. Standpunt van de beroepsinstantie Volgens artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de rechtspleging in een burgerlijk of administratief rechtsgeding en de mogelijkheid een eerlijk proces te verkrijgen. Het gaat om een relatieve uitzonderingsgrond. Evenwel geldt deze uitzonderingsgrond enkel ten aanzien van openbaarheidsverzoeken die betrekking hebben op rechtsgedingen die op het ogenblik van de openbaarheidsaanvraag (nog steeds) aanhangig zijn. De uitzonderingsgrond kan dus niet worden ingeroepen om de openbaarheid van bestuursdocumenten te weigeren die volgens de overheidsinstantie tegen haar zouden kunnen worden aangewend in een eventueel, toekomstig rechtsgeschil. Het belang waarvan artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet de bescherming beoogt, is immers niet bestaande bij afwezigheid van een lopende gerechtelijke procedure. De beroepsinstantie heeft onderzocht of de openbaarmaking van invloed zou kunnen zijn op het hangend rechtsgeding tussen de stad Antwerpen en xxx, welke procedure heden gekend is bij de Raad van State onder rolnummer G/A 230.114/X-17.660. De stad Antwerpen toont alleszins niet aan dat dit het geval is. De beroepsinstantie meent dat er geen aanwijzingen zijn die erop wijzen dat de openbaarmaking van het verzoekschrift in casu de rechtspleging kan verstoren. Mogelijke inbreuken tegen het eerlijke procesverloop moeten duidelijk en concreet aantoonbaar zijn (RvS, nr. 244.339 dd. 30 april 2019). Bijgevolg kan de beroepsinstantie de stad Antwerpen er niet in bijtreden dat artikel II.35, 4° van het Bestuursdecreet haar ertoe noopt om de openbaarheid van het verzoekschrift te weigeren. De beroepsinstantie ging na of er eventueel andere uitzonderingsgronden van toepassing kunnen zijn. Conform artikel 6 §2 2° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur kan een federale of niet-federale administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument, die met toepassing van deze wet is gedaan, afwijzen wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting. Artikel 458 van het Strafwetboek stipuleert dat alle “personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in recht of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken” strafrechtelijk zullen worden gesanctioneerd. Voormeld artikel uit het Strafwetboek is zonder enige discussie wel degelijk van toepassing ten aanzien van advocaten en het gaat hier bijgevolg om de wettelijke verankering van het beroepsgeheim van advocaten. De beroepsinstantie kan hierbij onmogelijk omheen aan de vaststelling dat het belang van voornoemd beroepsgeheim van advocaten t.a.v. het principe van de openbaarheid van bestuur eveneens uitdrukkelijk werd bevestigd in het arrest nr. 202.966 van de Raad van State d.d. 15 april 2010. Vooreerst stelt de Raad van State dat artikel 1 van de wet van 11 april 1994 bepaalt dat deze van toepassing is "op de administratieve overheden andere dan de federale administratieve overheden doch slechts in de mate dat deze wet op gronden die tot de federale bevoegdheid behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten verbiedt of

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/097

pagina 4 van 5


beperkt". Daaruit volgt dat deze uitzondering op de openbaarheid van bestuur niet beperkt is tot aanvragen met toepassing van de wet van 11 april 1994 zelf, maar dat zij van toepassing is op alle regelingen inzake de openbaarheid van bestuur. De Raad van State heeft de toepassing van artikel 6 §2 2° van de wet van 11 april 1994 heel expliciet bijgetreden. Zij heeft in het aangehaalde arrest uitdrukkelijk gesteld dat de geheimhoudingsplicht erop gericht is om het iedereen mogelijk te maken op de best mogelijke manier bijstand te krijgen van een advocaat, door de waarborg dat alles wat wordt besproken, vertrouwelijk blijft, en niet ter kennis kan komen van derden. Het beroepsgeheim is er om de vertrouwelijkheid te beschermen en niet omgekeerd. De beroepsinstantie oordeelt dat het ingediende verzoekschrift werd opgesteld vanuit de wettelijk beschermde vertrouwensrelatie tussen xxx en hun raadsman. Het verzoekschrift mag derhalve niet aan derden worden vrijgegeven. De stad Antwerpen heeft het document enkel maar in haar bezit gekregen omwille van de procedurele rechtspleging en haar recht om een memorie van wederantwoord te formuleren. Hiermee wordt allerminst afbreuk gedaan aan het feit dat het verzoekschrift niet mag worden verspreid. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat, in toepassing van artikel II.39 tweede lid van het Bestuursdecreet, het haar door de stad Antwerpen overgemaakte verzoekschrift valt onder de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel 6 §2 2° van de federale wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Een bij de Raad van State ingediend verzoekschrift vormt het sluitstuk van de vertrouwelijke briefwisseling tussen cliënt en advocaat. Het vrijgeven van het opgevraagde document zou die vertrouwelijkheid ondergraven. Het beroepschrift wordt als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 16 april 2020 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 16 maart 2020 van de stad Antwerpen wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 19 mei 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/097

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-097.pdf by Vlaanderen-be - Issuu