L E F A T S D U O H N I
8. Slankpootvliegen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . MARC POLLET - Soortenaantal en veranderingen in status – Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Soortenaantal en veranderingen in status – Ecoregio’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Wettelijke bescherming en soorten van internationaal belang . . . . . . . . . . . . . . . .
70 71 71 72
8. Slankpootvliegen
8. Slankpootvliegen MARC POLLET
Slankpootvliegen zijn doorgaans groen- tot bronsglanzende vliegen met een lichaamslengte van 1-10 mm. Ze komen in alle terrestrische biotopen voor, maar vertonen algemeen toch een voorkeur voor vochtige habitats zoals vochtige bossen, broekbossen, vochtige heide en veengebieden, slikken en schorren, duinpannen en oevers van rivieren, meren en poelen. De meeste soorten zijn zowel in het adulte als de larvale stadia predatoren en voeden zich overwegend met zachthuidige invertebraten. Deze taxonomische groep blijkt bijzonder goed geschikt voor bio-indicator doeleinden. In eerste instantie voldoet de groep op zich aan alle voorwaarden om als bio-indicator in aanmerking te komen: taxonomisch is de groep stabiel en de meeste soorten kunnen relatief eenvoudig worden geïdentificeerd. Ze bezit een voldoende hoge soortenrijkdom in West-Europa (앐600 soor ten), en ongeveer 300 soor ten werden al in België aangetroffen. Ze komen voor in ieder (semi-)terrestrisch habitat en in vochtige gebieden vaak met een grote diversiteit en in grote aantallen. Bovendien zijn de meeste soorten voornamelijk nabij de bodem actief (POLLET & GROOTAERT 1987, 1991) en wordt hun verspreidingsvermogen algemeen als laag ingeschat. Daardoor kan worden ondersteld dat ze sterk habitatgebonden zijn. Ze worden eenvoudig en in grote aantallen verzameld met standaardverzameltechnieken
(Malaisevallen, watervallen en bodemvallen) en gegevens lenen zich steeds tot statistische verwerking. Ongetwijfeld de meest belangrijke eigenschap van de groep in het kader van bio-indicatie is dat een groot aantal soorten zeer strikte eisen stelt aan hun habitat, zoals mocht blijken uit onderzoek in bossen (POLLET et al. 1986), rietlanden (POLLET, 1992), heidegebieden (POLLET et al. 1989) en duinen (POLLET & GROOTAERT 1996). Bijzonder kleine en kwetsbare schorrehabitats in het binnenland (bv. De Molenkreek) blijken een typische Dolichopodidae-fauna te huisvesten, terwijl het voorkomen van de uiterst stenotope veensoort, Campsicnemus compeditus, in De Roeselarekreek kon worden verklaard door de aanwezigheid van een microhabitat met veenmos (POLLET 1992). Anderzijds blijken verschillende duinhabitats duidelijk meerdere slankpootvlieggemeenschappen te herbergen, met voornamelijk kleinere soorten in de open voedselarme stukken (duingrasland en duinpannen) en grotere soorten in de beboste, meer voedselrijke biotopen (duinbossen en -struwelen) (POLLET & GROOTAERT 1995, 1996). De Dolichopodidae-fauna van rietlanden omvat niet alleen enkele karakteristieke rietlandsoorten (die daarbuiten practisch nooit worden gevonden), maar bovendien blijkt de diversiteit van rietlanden aanzienlijk hoger dan in graslanden (POLLET submitted). Slankpootvliegen zijn bovendien zeer gevoelig voor verstoringen in hun milieu: lichtintensiteit en bodemvochtigheid lijken hierbij belangrijke factoren. Bij een winteroverstroming van rietlanden in het Natuurreservaat De Blankaart (Woumen), waarbij een dikke laag slib op de strooisellaag werd afgezet, bleken de typische rietland- en bossoort volledig verdwenen, terwijl enkele eurytope soorten sterk in aantal toenamen. Zelfs na drie jaar bleken
Tabel 8.1: Aantal soorten slankpootvliegen per Rode-Lijstcategorie in Vlaanderen en in de vijf ecoregio’s. Rode-Lijstcategorie
Vlaanderen
Duinen
Polders
Zandleem
Leem
Kempen
Aantal bemonsterde atlasblokken
274 (43 %)
18 (90 %)
23 (48 %)
91 (49 %)
60 (31 %)
82 (42 %)
Uitgestorven Met uitsterven bedreigd Bedreigd Kwetsbaar Zeldzaam (zeer zeldzaam) Zeldzaam (zeldzaam) Zeldzaam (vrij zeldzaam) Onvoldoende gekend Momenteel niet bedreigd
22 10 14 16 24 29 33 39 73
3 8 11 7 4 11 25 21 64
1 5 7 10 3 10 25 4 61
5 3 9 12 16 26 33 30 73
12 2 6 13 12 22 27 15 71
4 4 13 5 13 24 13 68
Aantal Rode-Lijstsoorten Aantal Zeldzame soorten Totaal aantal soorten
62 86 260
29 66 154
23 60 126
29 99 207
33 82 180
21 59 144
Instituut voor Natuurbehoud 70
Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
8. Slankpootvliegen
15%
8% 4% 5%
Uitgestorven 6%
Met uitsterven bedreigd Bedreigd Kwetsbaar Zeldzaam
28%
Momenteel niet bedreigd Overige categorieën 34%
Figuur 8.1. Procentuele verdeling van het aantal Slankpootvliegen over de verschillende Rode-Lijstcategorieën in Vlaanderen. de rietlandsoorten niet in staat de overstroomde rietlandbiotopen terug te koloniseren (POLLET & DECLEER, ongepubl. gegevens). Ook de eerste resultaten van een monitoringsstudie van een in 1994 gedeeltelijk afgegraven oeverbiotoop in het Bos 't Ename lijken uit te wijzen dat tenminste twee zeer waardevolle soorten na 3 jaar niet voldoende zijn hersteld (POLLET ongepubl. gegevens).
bedreigd, iets meer dan één derde is zeldzaam, van 15 % van de soorten is de ecologie onvoldoende gekend en slechts 28 % is niet bedreigd (Tabel 8.1 en Figuur 8.1).
Sinds 1981 organiseert het departement voor Entomologie van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) op grote schaal verzamelcampagnes om de verspreiding van deze familie in België in kaart te brengen. In 1985 werd ook gestart met ecologisch onderzoek op Slankpootvliegen in Vlaanderen, zodat momenteel voor een groot aantal soorten detailinformatie voorhanden is over zowel de geografische verspreiding als de habitatvoorkeur. Deze informatie wordt bijgehouden in de Dolichopodidae-databank DOLIDAT, die meer dan 10.000 verspreidings- en ecologische gegevens bevat.
Tabel 8.1 geeft een overzicht van de verdeling van de slankpootvliegen over de Rode-Lijstcategorieën en de biodiversiteit per ecoregio. In de Vlaamse Zand- en Zandleemstreek en in de Leemstreek werden tot hier toe het grootst aantal soorten aangetroffen (ondanks de lage bemonsteringsgraad in het laatstgenoemde ecodistrict). Het aandeel Rode-Lijstsoorten is evenwel het hoogst in de duinen (met typische soorten van littorale rotsen, duinpannen en -bos) en de polders (met karakteristieke soorten van slikken en schorren).
Soortenaantal en veranderingen in status - Vlaanderen In Vlaanderen werden sinds het midden van de vorige eeuw 260 soorten slankpootvliegen met zekerheid vastgesteld.Van op één na alle soorten kan worden aangenomen dat ze op een bepaald ogenblik een populatie in Vlaanderen hebben gevormd. Van de 260 soorten slankpootvliegen in Vlaanderen is 8 % uitgestorven, 15 % is in mindere of meerdere mate
Soortenaantal en veranderingen in status - Ecoregio's
Duinen In de Duinen werden vroeger 80 soor ten Slankpootvliegen aangetoond, sinds 1981 zijn er dat 133. Drie soorten verdwenen, waaronder één typische soort (Orthoceratium lacustre) van slikken en schorren. De meest waardevolle biotopen in deze streek zijn ongetwijfeld slikken en schorren, duinpannen en -poelen en duinstruwelen en -bosjes. Gebieden uit deze ecoregio waar recent een opvallend groot aantal Rode-Lijst- en zeldzame soorten (tussen haakjes aangeduid) werd aangetoond, zijn: het militair domein van Raversijde (21), het natuurreservaat De Westhoek (De Panne)(16), het
Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid
71
8. Slankpootvliegen domein Prins Karel (Raversijde)(15), de slik- en schorrereservaten het Zwin (Knokke)(13) en de IJzermonding (Nieuwpoor t)(12), het Maria Hendrika Park (Oostende)(10) en het duingebied nabij de Duinenabdij (Oostduinkerke)(8). De IJzermonding en het Zwin zijn des te waardevoller doordat populaties van resp. 3 en 4 met uitsterven bedreigde soorten in deze gebieden voorkomen en deze soorten bovendien (nagenoeg) alleen van deze gebieden gekend zijn. Polders In de Polders werden vroeger slechts 33 soorten Slankpootvliegen waargenomen. Recent is dit aantal gestegen tot 120. Slechts één soort lijkt uitgestorven in de Polders. Rietlanden in de volgende natuurreservaten blijken bijzonder waardevol: de Vrouwkenshoekkreek (StLaureins)(21), de Molenkreek (St-Margriete)(16), de Roeselarekreek (St-Jan-in-Eremo)(16), de Zoutekreek (Zandvoorde)(16), de Oude Landen (Ekeren)(15), de Oostpolderkreek (St-Jan-in-Eremo)(14), de Blankaart (Woumen)(13), Meykenshoek (11) en de Boerekreek (StJan-in-Eremo)(10). Vlaamse zand- en zandleemstreek In de Vlaamse zand- en zandleemstreek werden vroeger 120 soorten Slankpootvliegen waargenomen; na 1980 werd dit aantal opgetrokken tot 188. Niettemin blijkt dat vijf soorten, met sterk verschillende ecologische vereisten, recent uit deze regio zijn verdwenen. Deze ecoregio omvat een grote diversiteit aan bijzonder waardevolle biotopen (rietlanden, moerassen, bossen en vochtige heide). Door de sterke versnippering alsook door hun ligging in overwegend landbouwgebieden zijn voornamelijk de WestVlaamse heidegebieden (o.a. de Gulke Putten,Vloetemveld, Houthulstbos, Lippensgoed-Bulskampveld) sterk bedreigd. Anderzijds herbergen natuurreservaten met een oppervlakte van slechts enkele hectaren soms een opvallend diverse en waardevolle slankpootvliegenfauna (bv. de Mandelhoek). In de volgende gebieden werd recent een groot aantal bedreigde en/of zeldzame soorten verzameld: het natuurreservaat de Mandelhoek (Ingelmunster)(22), de natuurreservaten Bourgoyen-Ossemeersen (Gent)(19) en de Gavers (Harelbeke)(19), Wijnendalebos (IchtegemTorhout)(18), het natuurreservaat de Gulke Putten (Wingene)(18), het militair depot Houthulstbos (Houthulst)(16), het militair depot Vloetemveld (Zedelgem)(10), de provinciale domeinen LippensgoedBulskampveld (Beernem)(9) en het Leen (Eeklo)(9) en het natuurreservaat het Molsbroek (Lokeren)(9).
aantal kwetsbare soorten plaatselijk zijn verdwenen. De uitgestorven soorten zijn doorgaans soorten van oeverbiotopen langs beken en rivieren met zuiver stromend water. Waardevolle gebieden uit deze regio, die pas recent intensief werden onderzocht, zijn: het Bos t'Ename (Ename)(35!), de natuurreservaten het Dal (Heurne)(19), het Torfbroek (Berg-Kampenhout)(14) en de Langemeersen (Petegem-aan-de-Schelde)(10), Donkvijvers (Oudenaarde)(9), en Bouvelobos (Wortegem)(8). In Bos t'Ename werd tevens de tot hier toe grootste biodiversiteit (95 soorten = ± 2/5 van alle recent verzamelde Vlaamse soorten) aangetroffen. Het bemonsterde moerasbiotoop in het domein Donkvijvers lijkt een uiterst accidenteel karakter te vertonen en moet dringend worden beschermd en beheerd. Kempen Vroeger werden in de Kempen 111 soorten Slankpootvliegen waargenomen; na 1980 kon een vrijwel identiek aantal (110) worden vastgesteld. Vier soorten zijn uitgestorven en 11 kwetsbare soorten, waarvan enkele typisch zijn voor droge tot matig vochtige zandige habitats, werden recent niet meer teruggevonden. Niettegenstaande deze ecoregio dringend aan een grondige inventarisatie toe is, werden recent een groot aantal Rode-Lijst- en zeldzame soorten aangetroffen in de natuurreservaten de Vallei van de Zwarte Beek (Beringen)(18) en het Hageven (Neerpelt)(8). In deze ecoregio zijn voornamelijk de oligotrofe biotopen (heide, veen) van uitzonderlijk belang, voornamelijk doordat ze in de rest van Vlaanderen volledig ontbreken of slechts fragmentarisch voorkomen.
Wettelijke bescherming en soorten van internationaal belang Noch in de Europese, Belgische of Vlaamse wetgeving is er sprake van beschermingsmaatregelen voor slankpootvliegen, niettegenstaande het feit dat meer dan de helft van de soorten in Vlaanderen bedreigd en/of zeldzaam is. Eventueel biedt de EU habitatrichtlijn mogelijkheden tot de bescherming van biotooptypes die ofwel een grote biodiversiteit en/of een beduidend aantal bedreigde soorten herbergen.
Leemstreek In de Leemstreek werden vroeger 135 soorten Slankpootvliegen waargenomen. Recente verzamelcampagnes leverden 137 soorten op.Vooral opmerkelijk is dat er 12 soorten zijn uitgestorven en dat ook een aanzienlijk
Instituut voor Natuurbehoud 72
Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid