Skip to main content

HHR_RO_2019.pdf

Page 1

Vlaanderen is ruimte & milieu

HANDHAVINGSRAPPORT RUIMTELIJKE ORDENING 2019


Cover: Foto door Skitterphoto via Pexels


VOORWOORD Dit Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening is het vijfde in zijn soort, maar tevens het laatste. Het Vlaams Regeerakkoord 2019-2024 en de beleidsnota Omgeving 2019-2024 bepalen dat de taken van de VHRM, waaronder de opmaak van een handhavingsrapport, zullen worden overgedragen naar andere gremia. Na kennisname van deze beleidsaankondigingen, heeft de VHRM besloten om alsnog het Milieuhandhavingsrapport en het Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening 2019 op te maken, weliswaar met een impact op de normale procedure. De bevragingsfiches – die normaal begin januari worden verstuurd – werden pas eind februari verstuurd zonder dat voorafgaand een voorbereidende vragenlijst werd overgemaakt aan de handhavingsactoren. Tevens diende de antwoordtermijn te worden ingekort. Deze factoren dragen bij aan het feit dat een sterke daling van de respons kon worden vastgesteld. Daarenboven heeft de VHRM-werkgroep ‘Handhaving Codex RO’ – met het oog op een optimalisering van de rapportering – de bevragingsfiches zoals deze werden verstuurd in de voorgaande jaren, op welbepaalde punten gewijzigd met meer nadruk op de inzet van het instrumentarium. Dit betekent dat de inhoud en de opbouw van dit rapport aanzienlijk anders zullen zijn dan de vorige Handhavingsrapporten Ruimtelijke Ordening. Enerzijds zal niet meer kunnen worden vergeleken met voorgaande jaren en anderzijds zullen de verschillende handhavingsactoren en het gebruik van hun instrumenten in afzonderlijke hoofdstukken worden weergegeven, eerder dan de weergave van de verschillende instrumenten en het gebruik ervan door de handhavingsactoren. De VHRM hoopt met deze basisrapportering de verzameling van de cijfergegevens in stand te kunnen houden in de hoop dat deze ook nog in de toekomst kunnen bijdragen aan een relevante evaluatie van het uitgevoerde handhavingsbeleid. Ik wens de handhavingsactoren uitgebreid te danken voor de afgelopen jaren. De VHRM is een netwerk van en voor alle handhavers in Vlaanderen. Met de vinger aan de pols werden producten ontwikkeld en congressen georganiseerd die van nut waren voor de handhavingsactoren van de verschillende bestuursniveaus. Dit onafhankelijk, uniek netwerkkader en overlegplatform – waarbinnen de krachten en inzichten van de handhavingsactoren, de belangrijkste belangenorganisaties en de strategische adviesraden actief in het Vlaamse omgevingshandhavingslandschap werden samengebracht – was een voorloper en voorbeeld, ook op internationaal vlak. De VHRM heeft door jullie inbreng en engagement een spilfunctie in de ondersteuning van de handhavingsactoren kunnen vervullen en een gerenommeerde reputatie kunnen opbouwen inzake dataverzameling, -verwerking en -rapportering In naam van de VHRM wens ik al de handhavingsactoren te danken voor hun jarenlange inzet en toewijding aan de VHRM. De VHRM zou niet zijn geweest zijn wat het was zonder de handhavingsactoren, hét netwerk van en voor handhavers.

Prof. Dr. Michael G. Faure LL.M. Voorzitter Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu


INHOUD Voorwoord ........................................................................................................................................................................................................3 Inhoud ............................................................................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding.......................................................................................................................................................................................... 7 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.4

EINDE vlaamse hoge handhavingsraad voor ruimte en milieu .................................................................................................................7 Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning ..............................................................8 Methodologie en relevantie handhavingsrapport ruimtelijke ordening 2019 ..................................................................................8 Werkwijze 8 Structuur 9 Handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening (context januari 2019 tot eind september 2019) .................................................10

2

Evaluatie van het Gewestelijk handhavingsbeleid ruimtelijke ordening ............................................. 11

2.1 2.1.1 2.1.2 2.2 2.3

De gewestelijke Omgevingsinspectie – afdeling Handhaving, departement Omgeving ........................................................... 11 Verbalisanten 11 De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur 14 Het Agentschap voor Natuur en Bos – afdeling Natuurinspectie, IHD-programma’s, Scheldeprogramma’s (NISIP) ..........................................................................................................................................................................................................................................16 Het Agentschap Wonen Vlaanderen - afdeling woningkwaliteit - Vlaamse Wooninspectie ................................................. 17

3

Evaluatie van het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening door de politie .................................... 18

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7

Algemeen ..................................................................................................................................................................................................................................19 Evaluatie van het gevoerde handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening door de Lokale politie .........................................20 Respons van de Lokale politie op de bevraging 20 Ruimtelijke ordening als prioriteit bij de Lokale politie 20 Tijdsbesteding van de Lokale politie aan handhavingsactiviteiten ruimtelijke ordening 21 Oorsprong 21 Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening door de Lokale politie 21 Inzet van de handhavingsinstrumenten 22 Resultaat van de instrumenten 23

4

Evaluatie van het gemeentelijk handhavingsbeleid ruimtelijke ordening ........................................ 24

4.1 4.1.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.3.1

Respons ....................................................................................................................................................................................................................................25 Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit bij de gemeenten 25 Verbalisanten ........................................................................................................................................................................................................................ 27 Oorsprong 28 Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening 28 Inzet van de instrumenten 30 Resultaat van de instrumenten 30 Stedenbouwkundig inspecteurs/ Burgemeester .............................................................................................................................................32 Inzet van de instrumenten 33

5

Evaluatie van het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden ............................................................................................................................................... 35

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.2.1

Verbalisanten ........................................................................................................................................................................................................................35 5.4.1 Oorsprong 36 Uitvoering handhavingsbevoegdheden 36 Inzet van instrumenten 37 Resultaat van instrumenten 37 Stedenbouwkundige inspecteurs.............................................................................................................................................................................. 39 Inzet van de instrumenten 39

6

Evaluatie van de werking van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering ............................. 41

6.1 6.2 6.3

Soorten adviezen en verzoeken..................................................................................................................................................................................41 Aantal dossiers gekwalificeerd naar de bevoegdheden van de HRH in 2019 ................................................................................ 42 Adviezen over de herstelvorderingen gekwalificeerd naar aanvrager in 2019 ............................................................................. 43


6.4

Evaluatie van de adviezen betreffende de herstelvorderingen in 2019............................................................................................. 43

7

Evaluatie van het Vlaamse sanctioneringsbeleid ruimtelijke ordening .............................................. 45

7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5 7.2 7.2.1 7.2.2 7.3

Evaluatie van het strafrechtelijk sanctioneringsbeleid ruimtelijke ordening ............................................................................... 45 Parketmagistraten Ruimtelijke Ordening 45 Context cijfergegevens 46 Instroom 47 Vooruitgangsstaat 49 Motieven tot seponeren 54 Evaluatie van het bestuurlijk sanctioneringsbeleid ruimtelijke ordening....................................................................................... 58 Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest n 2019 58 Behandeling stedenbouwkundige inbreuken 60 Handhavingscollege ..........................................................................................................................................................................................................62

8

Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................................................... 63

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.6.1 8.6.2 8.6.3

Handhavingsbeleid: inzet van personeel .............................................................................................................................................................. 63 Handhavingsbeleid: oorsprong van het handhavingsoptreden ............................................................................................................. 64 Handhavingsbeleid: inzet van de handhavingsinstrumenten ruimtelijke ordening per instrument .............................. 64 Handhavingsbeleid: resultaat van de handhavingsinstrumenten ruimtelijke ordening......................................................... 66 Sanctionering ........................................................................................................................................................................................................................66 Aanbevelingen ...................................................................................................................................................................................................................... 67 Informatiedeling 67 Bestuurlijke handhaving 67 Samenwerking tussen handhavingsactoren 68

9 10

Activiteiten van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu in 2019 ............... 69 Bijlagen .........................................................................................................................................................................................72

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

lijst met afkortingen......................................................................................................................................................................................................... 73 lijst van tabellen.................................................................................................................................................................................................................. 74 Lijst met grafieken............................................................................................................................................................................................................. 75 Responderende gemeenten .......................................................................................................................................................................................... 76 Responderende politiezones ........................................................................................................................................................................................77

Colofon ...........................................................................................................................................................................................................79


Afbeelding van Ben Kerckx via Pixabay


1 INLEIDING 1.1

EINDE VLAAMSE HOGE HANDHAVINGSRAAD VOOR RUIMTE EN MILIEU

Het nieuwe Vlaamse Regeerakkoord 2019-2024 1 bepaalt het volgende aangaande de VHRM:

“De uitvoerende taak van de VHRM hevelen we over naar het departement Omgeving. We onderzoeken hoe en waar we beleidsadvies van de VHRM en het forum voor handhavers best wordt georganiseerd. We leggen de advies- en beleidstaken en de organisatie van het forum voor handhavers bij de Omgevingsraad en hevelen de uitvoerende taken over naar het departement Omgeving.” De beleidsnota Omgeving 2019-2024 2 werkt dit gegeven verder uit: “De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu (VHRM) werd in 2009 opgericht om het

Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering te ondersteunen bij de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake milieu. In 2014 werd die taak uitgebreid met ruimtelijke ordening. De voorbije jaren werden de beleidsvelden ruimte en milieu meer geïntegreerd. Hierdoor wijzigde de context waarbinnen de VHRM functioneerde sterk. Omwille van de gewijzigde context hevel ik op korte termijn de uitvoerende taken van de VHRM over naar het departement Omgeving. Vanuit zijn beleidsvoorbereidende opdracht neemt het departement de inhoudelijke afstemming en integratie van de handhavingsprioriteiten alsook de periodieke rapporteringstaken op zich. Ik geef mijn administratie dan ook de opdracht om op korte termijn de nodige decretale initiatieven op te zetten zodat dit alles kan uitgerold worden en zodat ze het volgend handhavingsprogramma en rapport ter harte kan nemen. Ik leg de handhavingsprioriteiten voor aan mijn collega’s. Ik geloof sterk in kennisuitwisseling tussen alle actoren in het werkveld. Daarom richt ik voor het einde van 2019 een forum voor handhavers op in de schoot van het departement Omgeving. Dit forum fungeert als netwerk tussen de verschillende handhavingsactoren. Door het uitwisselen van informatie, kunnen de verschillende actoren hun opdrachten en taken beter vervullen en wordt kennisdeling gefaciliteerd. Zodra de Omgevingsraad is opgericht, zorg ik ervoor dat deze zijn adviestaken en -verplichtingen ten aanzien van deze actoren ten volle kan opnemen.” In eerste instantie bestond onduidelijkheid over de timing van de overdraging van de taken van de VHRM naar andere gremia, waardoor de start van de opmaak van het Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening 2019 vertraging heeft opgelopen. Dit heeft enige impact op dit rapport zelf. Zo werden er – in tegenstelling tot andere jaren – geen voorbereidende bevragingsfiches verstuurd naar de verschillende handhavingsactoren om de opmaak van het rapport aan te kondigen en hen toe te laten zich voor bereiden op de digitale bevraging. De digitale bevraging werd niet begin januari 2020 verstuurd, maar eind februari. Daarnaast kregen de handhavingsactoren minder tijd om hun antwoorden in te vullen. Deze omstandigheden kunnen worden aangehaald om een daling in de responsgraad bij de verschillende actoren te verklaren. Deze daling in responsgraad betekent dat de gegevens minder representatief zijn dan de vorige jaren. Deze daling in representativiteit, het feit dat het rapport op een kortere termijn diende te worden opgemaakt dan andere jaren, het feit dat dit het laatste rapport is in zijn soort en het feit dat de vragen aan de handhavingsactoren over hun activiteiten in 2019 grondig werden gewijzigd, betekent 1

https://www.vlaanderen.be/publicaties/regeerakkoord-van-de-vlaamse-regering-2019-2024

2

https://www.vlaanderen.be/publicaties/beleidsnota-2019-2024-omgeving

7


dat werd gekozen voor een rapportering over 2019 an sich, zonder hierbij telkens de vergelijking te maken met voorgaande jaren. Het belangrijkste doel van dit rapport is dan ook te voorzien in een continuïteit van de dataverzameling.

1.2

DECREET VAN 25 APRIL 2014 BETREFFENDE DE HANDHAVING VAN DE OMGEVINGSVERGUNNING 3

Met het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning (handhavingsdecreet) werd de verplichting tot opmaak van een globale evaluatie van het handhavingsbeleid inzake Ruimtelijke Ordening voor het eerst opgelegd. Dit decreet werd ingevoerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening onder titel VI. Naar analogie met het beleidsdomein milieu werd meer bepaald in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) een artikel 6.1.3. §2 ingeschreven dat aan de VHRM de opdracht geeft om jaarlijks een handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening op te stellen. Volgens deze decretale bepaling dient het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening minstens volgende onderdelen te omvatten: 1° een algemene evaluatie van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde gewestelijke handhavingsbeleid; 2° een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten; 3° een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen; 4° een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld stedenbouwkundig misdrijf; 5° een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten gevoerde handhavingsbeleid; 6° een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend ter verbetering van de regelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering; 7° aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid.

1.3 1.3.1

METHODOLOGIE EN RELEVANTIE HANDHAVINGSRAPPORT RUIMTELIJKE ORDENING 2019 Werkwijze

Het opzet van het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening is om aan de hand van cijfermatige gegevens een concreet beeld te bieden van het handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening dat in het Vlaamse Gewest werd uitgevoerd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019. Om aan dit doel – en de decretaal bepaalde vereisten – te voldoen, hanteert de VHRM bevragingsfiches met het oog op de bevraging van de handhavingsactoren Ruimtelijke Ordening. Deze bevragingsfiches werden naar aanleiding van dit rapport grondig gewijzigd met het oog op een optimalisering van de rapportering. De volgende actoren werden bevraagd over hun activiteiten inzake de handhaving van ruimtelijke ordening tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019:

3

8

Publicatie Belgisch Staatsblad 27 augustus 2014


−

de afdeling Handhaving van het departement Omgeving (Inspectie en Handhaving Ruimtelijke Ordening);

−

de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering (HRH);

−

de Lokale politie;

−

de Federale politie;

−

de steden en gemeenten;

−

de intergemeentelijke verenigingen;

−

het Openbaar Ministerie;

−

Agentschap voor Natuur en Bos;

−

Agentschap Wonen Vlaanderen – afdeling Woonkwaliteit – Vlaamse Wooninspectie.

1.3.2

Structuur

Decretaal wordt bepaald over welke onderwerpen er minimaal moet worden gerapporteerd. Voor de opmaak van dit Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening werd, zoals voorheen, ook gewerkt met digitale bevragingsfiches voor de handhavingsactoren. Zoals aangegeven, werden de bevragingsfiches voor de bevraging aangaande 2019 door de VHRM-werkgroep ‘Handhaving Codex RO’ grondig gewijzigd met het oog op de optimalisering van de rapportering. Deze wijzigingen in de bevraging zorgen echter ook voor een noodzakelijke herschikking in de structuur van dit rapport. De focus van de hoofdstukken 2 tot en met 5 ligt voornamelijk op de inspanningen van de verschillende handhavingsactoren én het gebruik van het voor hen beschikbare instrumentarium. Er wordt een evaluatie geboden van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde handhavingsbeleid door de gewestelijke inspectiedienst, de politie, de steden en gemeenten en de intergemeentelijke verenigingen. Cijfermatig wordt onder meer het aantal VTE’s dat per actor wordt ingezet voor handhavingstaken, het aantal controles uitgevoerd in 2019, alsook de inzet en het resultaat van de verschillende instrumenten per actor weergegeven. De evaluatie van de werking van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering wordt in hoofdstuk 6 besproken. Hoofdstuk 7 ‘Evaluatie van het Vlaams sanctioneringsbeleid’ geeft vervolgens een overzicht van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde vervolgingsbeleid door het Openbaar Ministerie en het gevoerde bestuurlijk sanctioneringsbeleid. In hoofdstuk 8 wordt getracht om een inventaris op te stellen van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan. Die kunnen worden aangewend ter verbetering van de regelgeving inzake de ruimtelijke ordening, de beleidsvisies en de beleidsuitvoering. Daarnaast worden aanbevelingen geformuleerd voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid inzake de ruimtelijke ordening. Die aanbevelingen zijn gebaseerd op conclusies uit de cijfers van 2019. In hoofdstuk 9 wordt een overzicht gegeven van de eigen werkzaamheden van de VHRM in 2019 inzake ruimtelijke ordening. Zowel tijdens de plenaire vergaderingen als in de werkgroepen werden activiteiten verricht die de handhaving ten goede zouden kunnen komen. Deze activiteiten kunnen worden gekaderd in het strategische en operationele plan van de VHRM, maar kunnen tevens worden gerelateerd aan bepaalde aanbevelingen die de VHRM formuleerde in voorgaande rapporten.

9


1.4

HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING (CONTEXT JANUARI 2019 TOT EIND SEPTEMBER 2019)

Het Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2014-2019 4, dat van toepassing was in het grootste deel van 2019 (januari tot eind september), bevatte de ambitie voor een efficiëntieverhoging bij de handhaving, evenals het verhogen van de samenwerking en afstemming tussen alle diensten die als taak hebben om Vlaamse regelgeving te handhaven en overtredingen te beteugelen. Verder werden in het kader van de modernisering van het instrumentarium en de creatie van een nog efficiëntere overheid de beleidslijnen en –prioriteiten van de handhaving van de omgevingsvergunning verder uitgewerkt in het handhavingsprogramma ruimtelijke ordening van 2015. Daarin wordt ook aangegeven hoe de instrumenten van bestuurlijke handhaving optimaal kunnen worden ingezet. Tevens werd gestreefd naar een oplossingsgerichte en klantvriendelijke omgevingsadministratie waarbij de administraties oplossingen aanreiken en faciliteren om een project vooruit te helpen en te fungeren als kenniscellen die meewerken aan het vormen van draagvlak, steeds met het oog op het algemeen belang. Ook op het vlak van handhaving diende de redelijkheid te primeren en staan oplossingsgerichtheid en klantvriendelijkheid centraal. Het decretaal kader waarbinnen werd gewerkt, diende deze oplossingsgerichte manier van werken te ondersteunen. De beleidsnota Omgeving 2014-2019 van Vlaams minister bevoegd voor Omgeving 5 - geldig voor het grootste deel van 2019 - legde de strategische en operationele doelstellingen inzake handhaving ruimtelijke ordening vast. Specifiek voor handhaving is de strategische doelstelling 3 “Eenvoudige en doeltreffende instrumenten” zoals verder geconcretiseerd in operationele doelstelling 14. “Verdere uitbouw gericht handhavingsbeleid” van belang. 6 Naast de hierboven vermelde principes uit het Regeerakkoord 2014-2019, werd de nadruk gelegd op gerichte en rechtvaardige handhaving. Het voorkomen van bouwmisdrijven en het zo vroeg mogelijk optreden tegen bouwmisdrijven zijn belangrijke beleidsdoelstellingen evenals het streven naar een zo spoedig mogelijk herstel mocht het bouwmisdrijf toch zijn gepleegd. De basis voor samenwerking tussen de gewestelijke en de lokale overheid werd gevormd door het subsidiariteitsprincipe.

4

http://ebl.vlaanderen.be/publications/documents/60797

5

http://ebl.vlaanderen.be/publications/documents/65581

6

Beleidsnota 2014-2019 Omgeving, p.26-28

10


2 EVALUATIE VAN HET GEWESTELIJK HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING 2.1

DE GEWESTELIJKE OMGEVINGSINSPECTIE – AFDELING HANDHAVING, DEPARTEMENT OMGEVING

De gewestelijke Omgevingsinspectie in de afdeling Handhaving van het departement Omgeving werd in de bevragingsfiche verzocht om voor 2019 het aantal stedenbouwkundige inspecteurs, het aantal verbalisanten ruimtelijke ordening en het aantal voltijdse equivalenten (VTE) besteed aan handhavingstaken mee te delen. De hoeveelheid VTE geeft een vollediger beeld van de effectieve inzet met betrekking tot de handhavingstaken dan het aantal alleen. Onderstaande tabel geeft een beeld van het aantal personeelsleden en hun effectieve inzet. Aantal personeelsleden

Aantal

VTE

Verbalisanten RO

22

15,2

Stedenbouwkundige inspecteurs

13

6,8

Administratieve ondersteuning 7

/

33

Tabel 1 Personeelsinzet handhaving RO in de Gewestelijke Omgevingsinspectie – 2019

2.1.1

Verbalisanten

Volgens artikel 6.2.3 van de VCRO kunnen verbalisanten ruimtelijke ordening raadgevingen geven wanneer ze vaststellen dat een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf dreigt te gebeuren. Wanneer zij een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, kunnen zij op grond van hetzelfde artikel de vermoedelijke overtreder en andere betrokkenen aanmanen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen. De VCRO bepaalt in artikel 6.2.4 dat de verbalisanten ruimtelijke ordening verder ook bevoegd zijn om de in titel VI van de VCRO omschreven misdrijven op te sporen en vast te stellen in een procesverbaal. Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben ze toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. Op grond van artikel 6.2.5 VCRO kunnen deze verbalisanten ruimtelijke ordening bij vaststelling van een stedenbouwkundige inbreuk zonder samenloop met een stedenbouwkundig misdrijf, een verslag van vaststelling opstellen. Artikel 6.4.4 VCRO stelt dat verbalisanten ruimtelijke ordening een stakingsbevel kunnen opleggen als preventieve en voorlopige maatregel. Dit stakingsbevel dient nadien te worden bekrachtigd door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur. De verbalisanten ruimtelijke ordening van het departement Omgeving werden nominatief aangewezen bij besluit van 4 december 2018 van de secretaris-generaal van het departement Omgeving. In het kader van twee protocolakkoorden werden ook bepaalde personeelsleden van de wooninspectie en van het Agentschap Natuur en Bos bij besluit van de secretaris-Generaal van het departement Omgeving aangewezen tot verbalisant ruimtelijke ordening, zij het met een beperkte

Administratieve ondersteuning door niet verbalisanten / niet stedenbouwkundige inspecteurs – betreft alle administratieve ondersteuners van de afdeling Handhaving (milieu, ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed)

7

11


vaststellingsbevoegdheid. Deze beide inspectiediensten werden in het kader van deze rapportering ook bevraagd en komen aan bod in 2.2 en 2.3. 2.1.1.1

Oorsprong

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving werd gevraagd aan te geven hoeveel klachten inzake ruimtelijke ordening (schriftelijk en mondeling) er werden ontvangen in 2019 en hoeveel van deze klachten effectief een schending bleken te zijn. Aantal klachten (schriftelijk en mondeling) ontvangen in 2019

Aantal klachten die onder de Vlaamse prioriteiten vallen

Aantal schendingen

600

202

125

Tabel 2 Aantal ontvangen klachten en klachten die effectief een schending bleken te zijn in 2019

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving deelde mee dat enkel de klachten die melding maken van schendingen die onder de gewestelijke prioriteiten vallen worden behandeld. Na administratief onderzoek of na onderzoek ter plaatse werd voor 202 klachten beslist om verder onderzoek in te stellen. In 125 van deze dossiers werd eind 2019 reeds een schending vastgesteld. 2.1.1.2

Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening

Om de inspanningen op het vlak van de handhaving RO van de afdeling Handhaving, departement Omgeving beter te kunnen kaderen, werd gevraagd hoeveel plaatsbezoeken er tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019 werden uitgevoerd in het kader van de VCRO. Het omvat zowel de plaatsbezoeken naar aanleiding van klachten als op basis van eigen initiatief. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geregistreerde plaatsbezoeken. Totaal aantal plaatsbezoeken

1.110

Aantal plaatsbezoeken na klacht

170

Aantal plaatsbezoeken op eigen initiatief

97

Aantal plaatsbezoeken op vraag van een andere overheidsinstantie

71

Aantal navolgende plaatsbezoeken (om extra inlichtingen in te winnen vb. opstellen herstelvordering, melding vrijwillig herstel of regularisatie vóór vonnis of bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom of bestuursdwang (art. 6.2.4, laatste lid van de VCRO), ‌) Aantal plaatsbezoeken n.a.v. een melding van herstel na een vonnis/arrest of bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom of bestuursdwang of minnelijke schikking (art. 6.3.6 (na vonnis of arrest), 6.4.9 (na bestuurlijk besluit) en 6.4.21 (na minnelijke schikking) van de VCRO) Onbekende plaatsbezoeken

544

131 97

Tabel 3 Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door de verbalisanten van de gewestelijke inspectiedienst RO in 2019

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving, deelde mee dat in 2019 170 plaatsbezoeken werden uitgevoerd naar aanleiding van een klacht, 97 plaatsbezoeken op eigen initiatief en 71 plaatsbezoeken op vraag van een andere overheidsinstantie. Daarnaast werden 544 navolgende plaatsbezoeken uitgevoerd in 2019 en 131 plaatsbezoeken naar aanleiding van een melding van herstel. Er werden in 2019 12 gemengde plaatsbezoeken (milieu en ruimtelijke ordening) uitgevoerd. Het aantal nieuwe dossiers, waarin schendingen werden vastgesteld, dat werd opgestart in 2019, bedroeg 585. 2.1.1.3

Inzet van instrumenten

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving, werd gevraagd de inzet van de beschikbare instrumentaria aan te geven. De antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. 12


Raadgevingen

15

Aanmaning

408

Aanvankelijke Processen-verbaal

163

Bevelen tot staking

27

Externe stakingsbevelen

566

Verslagen van vaststelling

8

Navolgende processen-verbaal

276

Proces-verbaal inzake uitvoering na vonnis of arrest

112

Proces-verbaal inzake uitvoering na bestuurlijke maatregel

2

Proces-verbaal inzake uitvoering na minnelijke schikking

0

Tabel 4 Aantal instrumenten ingezet in 2019

In 2019 werden door deze handhavingsactor 15 raadgevingen geformuleerd. Daarnaast werden in 375 dossiers in totaal 408 aanmaningen geformuleerd. Er werden 163 processen-verbaal opgesteld voor vastgestelde misdrijven ruimtelijke ordening in evenveel dossiers en verzonden naar de Procureurs des Koning. Het betrof hier enkel het aantal aanvankelijke processen-verbaal. In 2019 werden in totaal 27 bevelen tot staking gegeven door de afdeling Handhaving, die allemaal werden bekrachtigd. De afdeling Handhaving heeft daarnaast 566 externe stakingsbevelen ontvangen waarvan 94,5% werd bekrachtigd. Er werden 8 verslagen van vaststelling opgesteld voor stedenbouwkundige inbreuken. Daarnaast werden in 2019 276 navolgende processen-verbaal opgesteld naar aanleiding van een navolgend plaatsbezoek (om extra inlichtingen in te winnen). Tevens werd 114 keer de uitvoering vastgesteld in een proces-verbaal. In 98,25% was dit na een vonnis of arrest en in 1,75% was dit na een bestuurlijke maatregel. 2.1.1.4

Resultaat van de instrumenten

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving werd gevraagd aan te geven in hoeveel dossiers volledig herstel of regularisatie kon worden bereikt bij de exclusieve inzet van een aanmaning, een proces-verbaal of een bevel tot staking. De antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Herstel of regularisatie door:

Aantal dossiers

Aanmaningen

40

Proces-verbaal

9

Stakingsbevel

2

Tabel 5 Resultaat van de handhavingsinstrumenten in 2019

In 40 dossiers kon in 2019 het volledig herstel of een regularisatie worden verkregen door het exclusief formuleren van een of meerdere aanmaningen. Het uitsluitend opstellen van een proces-verbaal (zonder een stakingsbevel, zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd) zorgde voor het bereiken van een volledig herstel of een regularisatie in 9 dossiers.

13


In 2 dossiers kon een volledig herstel of een regularisatie worden verkregen door enkel een stakingsbevel te geven (zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd).

2.1.2

De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving werd tevens bevraagd aangaande de activiteiten van hun gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs, meer bepaald aangaande de bestuurlijke maatregelen, de minnelijke schikkingen, de herstelvorderingen en de dwangsombeslissingen. 2.1.2.1

Bestuurlijke maatregel

Bestuurlijke maatregelen (andere dan het stakingsbevel) opgelegd in 2019 Bestuursdwang

0

Last onder dwangsom

3

Bestuurlijke maatregelen uitgevoerd in 2019 Na verbeuring van dwangsommen

0

Ambtshalve

0

Vrijwillig uitgevoerd

2

Tabel 6 Bestuurlijke maatregelen opgelegd en uitgevoerd in 2019

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving gaf aan dat in 2019 3 bestuurlijke maatregelen ‘last onder dwangsom’ werden opgelegd, naast de 27 stakingsbevelen (zie supra). Daarnaast werd meegedeeld dat 2 bestuurlijke maatregelen vrijwillig werden uitgevoerd in 2019 en 2 dossiers werden opgelost na een stakingsbevel alleen. 2.1.2.2

Minnelijke schikkingen

Aantal dossiers waar een minnelijke schikking werd aangevraagd

/

Aantal dossiers waar een minnelijke schikking werd afgesloten

18

Aantal dossiers waar een minnelijke schikking werd uitgevoerd

0

Tabel 7 Minnelijke schikkingen in 2019

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving gaf aan dat niet werd geregistreerd in hoeveel dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd aangevraagd, maar dat in 18 dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd afgesloten. 2.1.2.3

Herstelvordering

Aantal dossiers overgemaakt aan het parket voor verder gevolg

34

Aantal vorderingen door de GSI ingeleid voor de burgerlijke rechter

9

Aantal vonnissen/arresten betekend door de afdeling Handhaving

/

Aantal dossiers waarin hypotheken werden gelegd door de afdeling Handhaving

0

Aantal dossiers waarin hypotheken werden gelicht

/

Aantal dossiers waarin werd overgegaan tot ambtshalve uitvoering

0

Tabel 8 Herstelvorderingen in 2019

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving deelde mee dat er in totaal in 2019 43 herstelvorderingen werden ingeleid. Zo werden 34 dossiers inzake herstelvordering overgemaakt aan 14


het parket voor verder gevolg en bij 9 vorderingen heeft de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs de betrokkene gedagvaard voor de burgerlijke rechter Bij de afdeling handhaving van het departement Omgeving werd de registratie van het betekenen van de vonnissen/arresten pas in de loop van 2019 gestart. In 2019 werd in geen enkel dossier door de afdeling Handhaving een hypotheek gelegd of overgegaan tot ambtshalve uitvoering. Aangaande het aantal gelichte hypotheken zijn geen gegevens beschikbaar bij de afdeling Handhaving van het departement. 2.1.2.4

Beslissingen tot gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering of opschorting van de verbeurde dwangsom

Aantal dossiers waarin een ambtshalve dwangsombeslissing is genomen

29

Aantal dossiers waarbij op eenvoudig verzoek een dwangsombeslissing is genomen

23

Tabel 9 Dwangsombeslissingen in 2019

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving deelde mee dat de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs in 2019 in 29 dossiers een ambtshalve beslissing over verbeurde dwangsommen namen nadat een volledig herstel of regularisatie was vastgesteld. Daarnaast werd in 2019 in 23 dossiers een dwangsombeslissing genomen op eenvoudig verzoek. 

15


2.2 HET AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS – AFDELING NATUURINSPECTIE, IHD-PROGRAMMA’S, SCHELDEPROGRAMMA’S (NISIP) Naast de gewestelijke Omgevingsinspectie in de afdeling Handhaving van het departement Omgeving, heeft ook de afdeling Natuurinspectie, IHD 8-programma’s, Scheldeprogramma’s van het Agentschap voor Natuur en Bos, handhavingsbevoegdheden inzake ontbossing. Deze actor werd dan ook bevraagd naar de uitvoering van deze bevoegdheden in het kader van de VRCO. De antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening Aantal schendingen vastgesteld

30

Inzet van instrumenten Raadgevingen

0

Aanmaningen

0

Processen-verbaal

30

Bevel tot staking

0

Verslagen van vaststelling

0

Navolgende processen-verbaal

0

Tabel 10 Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening en inzet van instrumenten in 2019

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft in 2019 30 schendingen vastgesteld in het kader van de VCRO en heeft 30 processen-verbaal opgesteld.

8

InstandHoudingsDoelstellingen

16


2.3 HET AGENTSCHAP WONEN VLAANDEREN - AFDELING WONINGKWALITEIT VLAAMSE WOONINSPECTIE Naast de gewestelijke Omgevingsinspectie in de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en de afdeling Natuurinspectie, IHD-programma’s, Scheldeprogramma’s van het Agentschap voor Natuur en Bos, heeft het Agentschap Wonen Vlaanderen – afdeling Woningkwaliteit – Vlaamse Wooninspectie ook handhavingsbevoegdheden inzake schendingen op het wijzigen van het aantal woongelegenheden, het geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie, het gewoonlijk gebruik van een grond (voornamelijk voor het plaatsen van een voertuig/constructie bestemd voor bewoning) en het oprichten van een constructie/het uitvoeren van werken zonder vergunning in zoverre er een koppeling is met een inbreuk op de woningkwaliteitsvereisten. Deze actor werd dan ook bevraagd naar de uitvoering van deze bevoegdheden in het kader van de VRCO. Er werd meegedeeld dat de Vlaamse Wooninspectie in 2019 geen handhavingsacties inzake ruimtelijke ordening heeft ondernomen. Ofwel werden de schendingen inzake ruimtelijke ordening opgenomen door de gemeentelijke ambtenaar of minstens, naar aanleiding van het overmaken van een herstelvordering woningkwaliteit van de Vlaamse Wooninspectie, aan de gemeente gesignaleerd. Dit leidde tot het vorderen van de alternatieve herstelmaatregel woningkwaliteit in deze gevallen. De herstelvordering woningkwaliteit wordt ook aan de overtreders overgemaakt. Overtredingen zijn vaak minder recent en zijn daarom ook niet prioritair op vlak van ruimtelijke ordening waardoor het opstellen van een proces-verbaal op dat moment geen meerwaarde heeft.

17


Afbeelding van Jo Vanel via Pixabay

18


3 EVALUATIE VAN HET HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING DOOR DE POLITIE De VHRM heeft voor de opmaak van dit handhavingsrapport de Federale en de Lokale politie bevraagd in het kader van hun activiteiten betreffende handhaving Ruimtelijke Ordening. Er werd zowel naar personeelsinzet als naar controles voor handhavingsactiviteiten Ruimtelijke Ordening gepeild.

3.1

ALGEMEEN

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het totaal aantal processen-verbaal dat werd opgesteld door respectievelijk de Federale en de Lokale politie. Er werd gevraagd hoeveel processen-verbaal met betrekking tot ruimtelijke ordening in het Vlaamse Gewest werden opgesteld door de Federale politie en door de Lokale politie naar aanleiding van een vaststelling (op basis van een aangifte, klacht of een op heterdaad ontdekt misdrijf) tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019. Deze processen-verbaal hadden allemaal betrekking op stedenbouw. De cijfergegevens zijn afkomstig uit de Algemene Nationale Gegevensdatabank. De Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) is het geheel van informatiesystemen van de geïntegreerde politie dat bestemd is om de opdrachten van gerechtelijke of bestuurlijke politie te ondersteunen, zodat er een maximaal gestructureerd en beveiligd informatiebeheer wordt gewaarborgd. Aantal processen-verbaal inzake stedenbouw

%

4

0,32%

Lokale politie

1.249

99,68%

Totaal

1.253

100%

Federale politie

Tabel 11 Aantal processen-verbaal inzake RO-stedenbouw opgesteld door politiediensten in het Vlaamse Gewest in 2019

In totaal werden door de politiediensten 1.253 processen-verbaal opgesteld inzake ruimtelijke ordening-stedenbouw in het Vlaamse gewest in 2019. Bijna al deze processen-verbaal – op vier na – werden door de Lokale politie opgesteld.

19


3.2 EVALUATIE VAN HET GEVOERDE HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING DOOR DE LOKALE POLITIE In het bovenstaande algemene deel (3.1) inzake de politiediensten werden de processen-verbaal gevat die door de Lokale politie en de Federale politie in 2019 aangaande ruimtelijke ordening werden opgesteld. De activiteiten van de Lokale politie worden besproken in dit afzonderlijk hoofdstuk. In de bevraging van de politiezones werd gepeild naar het aantal inwoners in de politiezone, naar het feit of ruimtelijke ordening al dan niet een prioriteit is binnen hun politiezone, de tijdsbesteding aan handhavingsactiviteiten ruimtelijke ordening, het aantal uitgevoerde controles en de resultaten van deze controles.

3.2.1

Respons van de Lokale politie op de bevraging

Inwonersaantal

Aantal politiezones in de desbetreffende klasse

Aantal responderende politiezones per klasse

0-24999

7

2

25000-49999

59

16

50000-74999

22

11

75000-99999

10

2

>=100000

9

5

107

36

Totaal

Tabel 12 Responsgraad van de Lokale politie in 2019

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de respons van de Lokale politie. Analoog met de vorige handhavingsrapporten, werd gekozen voor een indeling op basis van het inwonersaantal in de politiezone. Dit betekent dat 5 klassen van politiezones worden gehanteerd. De VHRM ontving een ingevulde bevragingsfiche van 36 van de 107 politiezones in het Vlaamse Gewest. Dit komt neer op een responsgraad van 34%.

3.2.2

Ruimtelijke ordening als prioriteit bij de Lokale politie

In de bevragingsfiche werd expliciet gevraagd of handhaving van de Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) deel uitmaakt van hun Zonaal Veiligheidsplan. Daarnaast werd aan de politiezones ook de vraag gesteld ‘of de politiefunctionarissen de opdracht hebben om specifiek RO te handhaven’ maar ook of de politiezone beschikte over een gespecialiseerde cel die zich bezig houdt met ruimtelijke ordening. Onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht. Ja

Nee

Lokaal Veiligheidsplan

5

31

Gespecialiseerde cel die zich bezighoudt met RO

12

24

Politiefunctionarissen hebben de opdracht om specifiek RO te handhaven

2

10

Tabel 13 Handhaving VCRO in Zonaal Veiligheidsplan en in de praktijk door Lokale politie in 2019

Uit bovenstaande tabel blijkt dat 5 politiezones van de 36 responderende politiezones de handhaving van de VCRO in hun Zonaal Veiligheidsplan hebben opgenomen. Dit komt neer op bijna 14%. Op de vraag of er in de politiezone een gespecialiseerde cel bestaat voor de handhaving RO, antwoordden 12 zones positief. Dit komt neer op 1/3 van de responderende politiezones.

20


De vraag of de politiefunctionarissen de opdracht hebben om specifiek RO te handhaven werd door 2 zones positief beantwoord en door 10 zones negatief.

3.2.3

Tijdsbesteding van de Lokale politie aan handhavingsactiviteiten ruimtelijke ordening

De Lokale politie werd in de bevragingsfiche verzocht om voor 2019 het aantal agenten (exclusief de politiefunctionarissen van de gespecialiseerde cel) dat zich binnen de politiezone specifiek bezig hield met de handhaving van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening aan te geven. Daarnaast werd gevraagd het aantal VTE besteed aan handhavingstaken door deze agenten en het aantal VTE besteed aan administratieve ondersteuning van deze handhavingstaken door niet-agenten, mee te delen. De hoeveelheid voltijdse equivalenten (VTE) geeft een vollediger beeld van de effectieve inzet met betrekking tot de handhavingstaken dan het aantal agenten alleen. Onderstaande tabel geeft een beeld van het aantal personeelsleden en hun effectieve inzet met betrekking tot handhavingstaken in VTE weer. Politiezones Agenten – handhavingstaken

Aantal

VTE

29

9,5

Niet-agenten - administratieve ondersteuning

5,3

Totaal

29

14,8

Tabel 14 Personeelsleden Lokale politie die specifiek handhaving van de VCRO in hun takenpakket hadden in 2019

Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de 36 responderende politiezones, 29 agenten actief zijn voor de handhaving van de VCRO 9. Deze agenten besteedden aan de handhaving van de VCRO samen 9,5 VTE in 2019. Dit betekent dat ruimtelijke ordening slechts een beperkt onderdeel van hun algemeen takenpakket vormt. Concreet besteedt een agent met handhavingstaken gemiddeld 0,33 VTE aan handhavingstaken ruimtelijke ordening. Daarnaast werd 5,3 VTE besteed aan administratieve ondersteuning door niet-agenten.

3.2.4

Oorsprong

Er werd gevraagd aan deze handhavingsactor hoeveel klachten, zowel schriftelijke als mondelinge klachten, de politiezone in 2019 heeft ontvangen inzake RO en hoeveel van deze klachten ook effectief een schending bleken te zijn. De totale aantallen van de ontvangen antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Aantal klachten (schriftelijk en mondeling) ontvangen in 2019

Aantal schendingen

713

447

Tabel 15 Oorsprong van de klachten en het aantal schendingen in 2019

In 2019 hebben de responderende politiezones in totaal 713 klachten ontvangen. In bijna 63% werd er ook effectief een schending vastgesteld naar aanleiding van de klacht.

3.2.5

Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening door de Lokale politie

Om een inzicht te krijgen in de activiteiten van de Lokale politie werd de vraag gesteld naar het aantal plaatsbezoeken uitgevoerd in het kader van de handhaving ruimtelijke ordening door de agenten en officieren van gerechtelijke politie van de politiezone tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019. Voor deze plaatsbezoeken werd een onderscheid gemaakt tussen de plaatsbezoeken naar 9

Exclusief de politiefunctionarissen van de gespecialiseerde cellen

21


aanleiding van een klacht rechtstreeks bij de politie, de plaatsbezoeken naar aanleiding van een melding door de gemeente of een andere overheidsinstantie en de plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief zoals bijvoorbeeld in het kader van een geplande handhavingscampagne. Tevens werd gevraagd aan te geven hoeveel gemengde plaatsbezoeken (VCRO en DABM) er werden uitgevoerd in 2019 en hoeveel nieuwe dossiers waarin schendingen vastgesteld er werden opgestart in 2019. Plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief

38

Plaatsbezoeken naar aanleiding van een melding door gemeente of andere overheid

470

Plaatsbezoeken naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de politie

209

Totaal aantal plaatsbezoeken

717

Gemengd (VCRO & DABM)

66

Aantal nieuwe dossiers opgestart waarin schendingen werden vastgesteld in 2019

548

Tabel 16 Aantal plaatsbezoeken RO uitgevoerd door de Lokale politie in 2019 en het aantal nieuwe dossiers waarin schendingen werden vastgesteld, opgestart in 2019

Het totaal aantal gerapporteerde plaatsbezoeken uitgevoerd door de Lokale politie in 2019 bedroeg 717. Het merendeel hiervan, namelijk 65,5%, waren plaatsbezoeken naar aanleiding van een melding door de gemeente of door een andere overheid. Daarnaast werd 29% van de plaatsbezoeken uitgevoerd naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de politie. Slechts een beperkt aandeel van de plaatsbezoeken, namelijk 5%, werd uitgevoerd op eigen initiatief. In 2019 werden 66 gemengde plaatsbezoeken uitgevoerd. Daarnaast werden 548 nieuwe dossiers opgestart waarin schendingen werden vastgesteld in 2019. Daarnaast werd de vraag gesteld hoeveel klachten inzake ruimtelijke ordening, zowel de schriftelijke als mondelinge, de politiezone in 2019 heeft ontvangen en hoeveel van deze klachten ook effectief een schending bleken te zijn. Dit wordt weergegeven in de onderstaande tabel.

3.2.6

Inzet van de handhavingsinstrumenten

Aangaande de inzet van beschikbare handhavingsinstrumentaria werd gevraagd aan de lokale politiezones aan te geven hoe vaak er in 2019 werd gewezen op de wettelijke verplichtingen zonder dat een proces-verbaal werd opgesteld, hoeveel bevelen tot staking er werden opgelegd, hoeveel aanvankelijke processen-verbaal er werden opgesteld voor vastgestelde misdrijven ruimtelijke ordening en werden overgemaakt aan de Procureur des Konings en hoeveel verslagen van vaststelling er werden opgesteld voor vastgestelde inbreuken inzake ruimtelijke ordening. Gewezen op wettelijke verplichtingen

Bevelen tot staking

Processen-verbaal

verslagen van vaststelling

0-24999

5

0

5

2

25000-49999

78

39

104

16

50000-74999

53

20

158

3

75000-99999

19

7

37

38

>=100000

115

18

242

0

Totaal

270

84

546

59

Inwonersaantal

Tabel 17 Inzet van handhavingsinstrumenten door de lokale politie in 2019

In 2019 werd door de lokale politie in totaal 270 keer gewezen op de wettelijke verplichtingen zonder dat hierbij een proces-verbaal werd opgesteld. In totaal werden 84 bevelen tot staking opgelegd en werden 546 aanvankelijke processen-verbaal inzake ruimtelijke ordening opgesteld door deze 22


handhavingsactor. Er werden daarnaast 59 verslagen van vaststelling, met het oog op het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete, opgemaakt voor vastgestelde inbreuken. Aangaande de 84 opgelegde bevelen tot staking, werd gevraagd hoeveel bevelen tot staking er in 2019 werden gegeven zonder bijkomende maatregelen, hoeveel bevelen tot staking er werden gegeven met een verzegeling, hoeveel bevelen tot staking er werden gegeven met inbeslagname en hoeveel bevelen tot staking werden gegeven met een verzegeling in combinatie met een inbeslagname. De respons op deze vragen wordt weergegeven in onderstaande tabel. Bevel tot staking: zonder bijkomende maatregelen

met een verzegeling

met inbeslagname

met een verzegeling in combinatie met een inbeslagname

0-24999

0

0

0

0

25000-49999

31

8

0

0

50000-74999

19

1

0

0

75000-99999

7

0

0

0

>=100000

18

0

0

0

Totaal

75

9

0

0

Inwonersaantal

Tabel 18 Soorten Bevel tot staking ingezet in 2019

Bovenstaande tabel toont aan dat voornamelijk bevelen tot staking zonder bijkomende maatregelen werden opgelegd. Dit was immers zo in 89% van het totaal aantal bevelen tot staking. Daarnaast werden in 2019 9 bevelen tot staking met een verzegeling opgelegd. Dit komt neer op 11%.

3.2.7

Resultaat van de instrumenten

Om te polsen naar het resultaat van de ingezette instrumenten werden de politiezones gevraagd aan te geven in hoeveel dossiers een volledig herstel of een regularisatie kon worden bekomen door informeel te wijzen op de wettelijke verplichtingen, door een proces-verbaal op te stellen (zonder stakingsbevel, zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd) of door een stakingsbevel te geven (zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd). Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Herstel of regularisatie door:

Aantal dossiers

Informeel te wijzen op wettelijke verplichtingen

98

Proces-verbaal

6

Stakingsbevel

14

Tabel 19 Resultaat van de ingezette instrumenten in 2019

In 98 gevallen waarin informeel werd gewezen op de wettelijke verplichtingen kwam het dossier tot een gunstig eindresultaat, dit was ook zo voor 14 stakingsbevelen en slechts bij 6 gevallen was de opmaak van een proces-verbaal de rechtstreekse oplossing van een dossier.

23


Afbeelding van Dean Moriartyl via Pixabay

24


4 EVALUATIE VAN HET GEMEENTELIJK HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING Sinds 1 maart 2018 zijn de bevoegdheden van de lokale handhavingsactoren gewijzigd. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om verbalisanten ruimtelijke ordening en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs aan te stellen. Deze verbalisanten ruimtelijke ordening en inspecteurs hebben in hun gemeente dezelfde bevoegdheden als de verbalisanten en stedenbouwkundige inspecteurs van het departement Omgeving. Ook de burgemeesters hebben decretaal sedert 1 maart 2018 in zijn/haar gemeente/stad dezelfde bevoegdheden als een stedenbouwkundige inspecteur gekregen. Ook op intergemeentelijk niveau kunnen verbalisanten ruimtelijke ordening en stedenbouwkundige inspecteurs worden aangesteld. Hiervoor dient de aanstelling van deze personen te worden goedgekeurd door alle betreffende colleges van burgemeester en schepenen (zie infra – hoofdstuk 5). De VHRM heeft voor de opmaak van dit handhavingsrapport de 300 Vlaamse steden en gemeenten bevraagd in het kader van hun activiteiten betreffende handhaving Ruimtelijke Ordening. Er werd gepeild naar het aantal verbalisanten in de gemeenten, de tijdsbesteding aan handhavingsactiviteiten Ruimtelijke Ordening, het feit of de gemeente al dan niet eigen prioriteiten heeft, het aantal uitgevoerde plaatsbezoeken – naar aanleiding van klachten en op eigen initiatief, en de inzet en het resultaat van het handhavingsinstrumentarium.

4.1

RESPONS

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de respons van de gemeenten. Analoog met de vorige handhavingsrapporten, werd er gekozen voor een indeling op basis van het inwonersaantal in de gemeente. Dit betekent dat 8 klassen van gemeentes worden gehanteerd. Inwonersaantal

Aantal gemeenten

Aantal responderende gemeenten

≤ 4.999

12

3

5.000 - 9.999

59

30

10.000 - 14.999

81

32

15.000 - 19.999

47

28

20.000 - 24.999

33

20

25.000 - 29.999

19

11

30.000 - 74.999

40

21

≥ 75.000

9

7

300

152

Totaal

Tabel 20 Responsgraad van de gemeenten in 2019

De VHRM heeft een ingevulde bevragingsfiche mogen ontvangen van 152 van de 300 gemeenten in het Vlaamse Gewest. Dit vertegenwoordigt een responsgraad van 51%.

4.1.1

Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit bij de gemeenten

Het vastleggen en expliciteren van prioriteiten zowel op gewestelijk als op lokaal niveau, maakt de samenwerking tussen beide bestuursniveaus gemakkelijker en wordt aanbevolen in het kader van de 25


bestuurlijke beboeting. Zo worden overlappingen vermeden en terzelfdertijd kan worden gestreefd naar een slagkrachtig handhavingsbeleid. Ook voor de andere handhavingspartners die tussenkomen in het handhavingstraject zoals de politie, het Openbaar Ministerie, de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid en de gewestelijke beboetingsentiteit, geeft het bepalen van prioriteiten een houvast bij het te voeren handhavingsbeleid. Ook het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening, dat bindend is voor de gewestelijke inspectie en richtinggevend voor de lokale handhavers, benadrukt het belang van het werken met prioriteiten. In het handhavingsprogramma ruimtelijke ordening van 2015 worden bovendien criteria aangeleverd die kunnen helpen bij het vastleggen van handhavingsprioriteiten. In de bevragingsfiche werd daarom expliciet gevraagd of de gemeenten prioriteiten hebben vastgelegd inzake de handhaving van de Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Onderstaande tabel geeft een overzicht van het antwoord op deze vraag. Aantal responderende gemeenten

152

Aantal gemeenten met vastgelegde prioriteiten RO

42

Prioriteiten goedgekeurd door CBS/Gemeenteraad Aantal gemeenten zonder vastgelegde prioriteiten RO

33 110

Tabel 21 Handhaving Ruimtelijke Ordening als prioriteit van de gemeenten in 2019

Uit bovenstaande tabel blijkt dat 42 - of 28% - van de 152 responderende gemeenten prioriteiten inzake de handhaving ruimtelijke ordening hebben vastgelegd. Bij het merendeel van deze gemeenten, namelijk 79%, zijn deze prioriteiten goedgekeurd door het College van Burgemeester en Schepenen of de gemeenteraad. Daarnaast kan worden vastgesteld dat 72% van de responderende gemeenten geen vastgelegde prioriteiten inzake ruimtelijke ordening hadden in 2019. De gemeenten die geen prioriteiten inzake de handhaving ruimtelijke ordening hadden vastgelegd, werden gevraagd aan te geven waarom dit niet werd gedaan. Het gebrek aan tijd, personeel en middelen of het feit dat de handhaving van ruimtelijke ordening geen prioriteit vormt in het gemeentelijk beleid, waren antwoorden die uit deze bevraging naar voor kwamen. Andere antwoorden hielden in dat de prioriteiten in opmaak waren of dat intergemeentelijke samenwerking aangaande de handhaving inzake ruimtelijke ordening werd onderzocht. Daarnaast werd geantwoord dat enkel wordt gehandhaafd op basis van klachten en meldingen.

26


4.2 VERBALISANTEN De gemeenten en steden werden in de bevragingsfiche verzocht om te vermelden of ze in 2019 een beroep konden doen op verbalisanten (niet-politie) die deel uitmaakten van een intergemeentelijk samenwerkingsverband. Daarnaast werden ze gevraagd aan te geven of er in 2019 beroep kon worden gedaan op een verbalisant (niet-politie) die deel uitmaakte van de eigen gemeenten en het aantal gemeentelijke verbalisanten. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Aantal gemeenten met eigen gemeentelijke verbalisanten

Aantal verbalisanten in de gemeente

Aantal gemeenten dat beroep kan doen op een verbalisant van een intergemeentelijke vereniging

≤ 4.999

0

0

0

5.000 - 9.999

2

2

5

10.000 - 14.999

7

8

5

15.000 - 19.999

7

11

6

20.000 - 24.999

4

15

6

25.000 - 29.000

4

10

3

30.000 - 74.999

9

14

6

≥ 75.000

7

29

0

40

89

31

Inwonersaantal

Totaal

Tabel 22 Aantal gemeentelijke en intergemeentelijke verbalisanten actief voor lokale handhaving Ruimtelijke Ordening in 2019

In bovenstaande tabel kan worden gelezen dat in 2019 in totaal 89 gemeentelijke verbalisanten actief waren, verspreid over 40 gemeenten. Daarnaast gaven 31 gemeenten aan in 2019 beroep te hebben gedaan op een verbalisant van een intergemeentelijke vereniging. Aangaande de verbalisanten die deel uitmaakten van de eigen gemeente werd gevraagd aan te geven hoeveel VTE er door deze verbalisanten werd besteed aan handhavingstaken ruimtelijke ordening in het kader van de VCRO en hoeveel VTE er werd besteed aan administratieve ondersteuning van deze handhavingstaken ruimtelijke ordening door niet-verbalisanten. Het aantal VTE geeft een vollediger beeld van de effectieve gemeentelijke inzet met betrekking tot handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening dan enkel de personeelsaantallen alleen. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Aantal responderende gemeenten

Aantal gemeenten met eigen gemeentelijke verbalisanten

Aantal verbalisanten in de gemeente

VTE handhavingstaken

VTE administratieve ondersteuning

≤ 4.999

3

0

0

0

0

5.000 - 9.999

30

2

2

0,22

0

10.000 - 14.999

32

7

8

0,51

0,21

15.000 - 19.999

28

7

11

2

1,2

20.000 - 24.999

20

4

15

1,21

0,61

25.000 - 29.000

11

4

10

1,15

0,25

30.000 - 74.999

21

9

14

3,45

1,6

≥ 75.000

7

7

29

23,4

15,7

152

40

89

30,94

19,57

Inwonersaantal

Totaal

Tabel 23 Aantal VTE besteed aan handhavingstaken Ruimtelijke Ordening en administratieve ondersteuning in 2019.

27


Bovenstaande tabel toont aan dat de 89 gemeentelijke verbalisanten in 2019 in totaal samen 30,94 VTE hebben besteed aan handhavingstaken. Dit komt neer op een gemiddelde tijdsbesteding aan 0,35 VTE per gemeentelijke verbalisant. Daarnaast kan worden vastgesteld dat er bijna 20 VTE administratieve ondersteuning was in 2019 voor de gemeentelijke verbalisanten.

4.2.1

Oorsprong

Er werd gevraagd aan deze handhavingsactor hoeveel klachten, zowel schriftelijke als mondelinge klachten, de gemeente in 2019 heeft ontvangen inzake ruimtelijke ordening en hoeveel van deze klachten ook effectief een schending bleken te zijn. De totale aantallen van de ontvangen antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Aantal klachten (schriftelijk en mondeling) ontvangen in 2019

Aantal schendingen

≤ 4.999

0

0

5.000 - 9.999

12

7

10.000 - 14.999

24

21

15.000 - 19.999

109

67

20.000 - 24.999

31

17

25.000 - 29.000

94

44

30.000 - 74.999

366

282

≼ 75.000

3.683

1.232

Totaal

4.319

1.670

Inwonersaantal

Tabel 24 Aantal ontvangen klachten en klachten die effectief een schending bleken te zijn in 2019

In 2019 hebben de responderende gemeenten in totaal 4.319 klachten ontvangen. In bijna 39% werd er ook effectief een schending vastgesteld naar aanleiding van de klacht.

4.2.2

Uitvoering handhavingsbevoegdheden ruimtelijke ordening

Om een inzicht te krijgen in de activiteiten van de lokale overheden werd aan de gemeenten de vraag gesteld naar het aantal plaatsbezoeken dat werd uitgevoerd in het kader van de handhaving inzake ruimtelijke ordening tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019. Er werd gevraagd de plaatsbezoeken in het kader van de adviesverlening en/of het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning buiten beschouwing te laten. De volgende tabel geeft de aanleiding van de plaatsbezoeken weer. Het betreft hier plaatsbezoeken uitgevoerd naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de gemeente, plaatsbezoeken uitgevoerd op vraag van een andere overheidsinstantie, plaatsbezoeken uitgevoerd op vraag van de politiezone, en plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief, bijvoorbeeld in het kader van een geplande handhavingscampagne. Daarnaast heeft de tabel het aantal gemengde plaatsbezoeken (VCRO en DAMB) en het aantal plaatsbezoeken in het kader van de DABM, uitgevoerd in de hoedanigheid van verbalisant ruimtelijke ordening, weer.

28


Aantal plaatsbezoeken n.a.v. klachten

Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief

Aantal plaatsbezoeken op vraag van andere overheidsinstantie

Aantal plaatsbezoeken op vraag van politie

Totaal

gemengde plaatsbezoeken (VCRO en DABM)

Plaatsbezoeken i.h.k.v. DABM in hoedanigheid van verbalisant RO

0-4999

0

0

0

0

0

0

0

5000-9999

7

2

2

1

12

1

0

10000-14999

23

2

0

0

25

5

2

15000-19999

82

8

2

8

100

3

44

20000-24999

29

115

1

1

146

2

8

25000-29999

81

28

5

3

117

8

3

30000-74999

269

48

20

25

362

40

0

75000-‌

2.220

2.365

826

37

5.448

16

0

Totaal

2.711

2.568

856

75

6.210

75

57

Inwonersaantal

Tabel 25 Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd door gemeentelijke verbalisanten bevoegd voor handhavingstaken Ruimtelijke Ordening in 2019

In 2019 werden in totaal 6.210 plaatsbezoeken uitgevoerd door de gemeentelijke verbalisanten. 44% van deze plaatsbezoeken werd uitgevoerd naar aanleiding van klachten, 41% werd uitgevoerd op eigen initiatief, 14% werd uitgevoerd op vraag van een andere overheidsinstantie en 1% werd uitgevoerd op vraag van de politie. Er werden in 2019 75 gemengde plaatsbezoeken uitgevoerd en 57 plaatsbezoeken in het kader van het DABM. De gemeenten werden gevraagd mee te delen of er in 2019 nieuwe dossiers werden opgestart waarin schendingen werden vastgesteld, over hoeveel nieuwe dossiers dit ging en hoeveel van deze dossiers - indien er een eigen prioriteitenkader was - pasten in het eigen prioriteitenkader. De ontvangen antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Inwonersaantal

Nieuwe dossiers in 2019 waarin schendingen werden vastgesteld

Aantal dossiers opgestart waarin schendingen werden vastgesteld

Aantal dossiers dat in eigen prioriteitenkader paste

Ja

Neen

#

#

0-4999

0

0

0

0

5000-9999

2

/

7

0

10000-14999

2

5

12

1

15000-19999

5

2

31

26

20000-24999

3

1

13

4

25000-29999

4

/

23

8

30000-74999

9

/

284

156

75000-‌

6

1

383

68

Totaal

31

9

753

263

Tabel 26 Aantal dossiers die in 2019 werden opgestart waarin schendingen werden vastgesteld

Van de 40 gemeenten met eigen verbalisanten gaven 31 gemeenten aan dat in 2019 in totaal 753 nieuwe dossiers werden opgestart waarin schendingen werden vastgesteld. 35% van deze dossiers paste in het eigen prioriteitenkader van de gemeenten.

29


4.2.3

Inzet van de instrumenten

Aangaande de inzet van de voor de verbalisanten beschikbare handhavingsinstrumentaria werd gevraagd aan de gemeenten aan te geven hoeveel raadgevingen er in 2019 werden geformuleerd, hoeveel aanmaningen er werden geformuleerd en op hoeveel dossiers dit betrekking had, hoeveel aanvankelijke processen-verbaal er in 2019 werden opgesteld voor vastgestelde misdrijven ruimtelijke ordening en verzonden naar de Procureurs des Konings, hoeveel bevelen tot staking er werden gegeven en hoeveel verslagen van vaststelling werden opgemaakt voor stedenbouwkundige inbreuken. Dit wordt weergeven in onderstaande tabel. raadgevingen

Aanmaningen / het aantal dossiers waarop de aanmaningen betrekking hadden

Processenverbaal

Bevelen tot staking

verslagen van vaststelling

0-4999

0

0/0

0

0

0

5000-9999

0

1/1

6

1

1

10000-14999

28

7/7

7

0

1

15000-19999

26

59 / 53

28

2

11

20000-24999

14

11 / 11

11

3

0

25000-29999

27

72 / 49

22

2

12

30000-74999

79

132 / 127

91

13

24

75000-‌

67

917 / 377

331

166

1

Totaal

241

1.199 / 625

496

187

50

Inwonersaantal

Tabel 27 Inzet van de instrumenten in 2019

In 2019 werden er in totaal 241 raadgevingen geformuleerd door de gemeentelijke verbalisanten. Er werden 1.199 aanmaningen gegeven in 625 dossiers. Dit komt neer op een gemiddelde van 2 aanmaningen per dossier. Er werden 496 aanvankelijke processen-verbaal opgesteld door de gemeentelijke verbalisanten en 187 bevelen tot staking opgelegd, waarvan 166 in 7 van de 9 grootste gemeenten (>75.000 inwoners). Daarnaast werden 50 verslagen van vaststelling opgesteld voor de vaststelling van inbreuken en met het oog op het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete.

4.2.4

Resultaat van de instrumenten

Om te polsen naar het resultaat van de door de gemeentelijke verbalisanten ingezette instrumenten werden de gemeenten gevraagd aan te geven in hoeveel dossiers een volledig herstel of een regularisatie kon worden bekomen door enkel aanmaningen te formuleren, door enkel een procesverbaal op te stellen (zonder stakingsbevel en zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd) of door enkel een stakingsbevel te geven (zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd). Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel.

30


Inwonersaantal

Aantal dossiers waarin herstel of regularisatie kon worden bekomen door de inzet van enkel een: Aanmaningen

Proces-verbaal

Stakingsbevel

0-4999

0

0

0

5000-9999

0

0

1

10000-14999

2

0

0

15000-19999

30

5

5

20000-24999

3

0

1

25000-29999

20

0

2

30000-74999

79

36

4

75000-‌

101

197

64

Totaal

235

238

77

Tabel 28 Resultaat van de ingezette instrumenten in 2019

In 235 dossiers waarin een aanmaning is gegeven, kon een volledig herstel of regularisatie worden bekomen door enkel het formuleren van ĂŠĂŠn of meerdere aanmaningen. Het gebruik van enkel een proces-verbaal was succesvol in 238 dossiers en in 77 dossiers kon een volledig herstel of regularisatie worden bekomen door enkel en alleen een stakingsbevel op te leggen.

31


4.3 STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEURS/ BURGEMEESTER Aan de gemeenten werd gevraagd om mee te delen hoeveel gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs in 2019 deel uitmaakten van de eigen gemeente en hoeveel stedenbouwkundige inspecteurs in 2019 deel uitmaakten van een intergemeentelijk samenwerkingsverband. In onderstaande tabel wordt een overzicht geboden van het aantal gemeenten met eigen stedenbouwkundige inspecteurs en het aantal stedenbouwkundige inspecteurs. Daarnaast wordt het aantal gemeenten weergegeven dat beroep kon doen op een stedenbouwkundige inspecteur van een intergemeentelijke vereniging. Aantal gemeenten met eigen gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs

Aantal gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs in de gemeente

Aantal gemeenten dat beroep kan doen op stedenbouwkundige inspecteurs van een intergemeentelijke vereniging

≤ 4.999

0

0

0

5.000 - 9.999

2

2

5

10.000 - 14.999

1

1

3

15.000 - 19.999

5

7

5

20.000 - 24.999

1

1

4

25.000 - 29.000

2

3

2

30.000 - 74.999

7

11

0

≼ 75.000

3

4

0

Totaal

21

29

19

Inwonersaantal

Tabel 29 Aantal gemeentelijke en intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs actief voor lokale handhaving Ruimtelijke Ordening in 2019

14% van de responderende gemeenten gaf aan beroep te kunnen doen op een eigen gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs. In deze 21 gemeenten waren in 29 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs aangesteld. In de bevraging deelden 19 gemeenten mee beroep te kunnen op stedenbouwkundige inspecteurs van een intergemeentelijke vereniging. Tevens werd aan de gemeenten gevraagd, aangaande de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs die in 2019 deel uitmaakten van de eigen gemeente, hoeveel VTE er door deze gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs werd besteed aan handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening en hoeveel VTE er werd besteed aan administratieve ondersteuning van handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening door niet- gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel.

32


Aantal responderende gemeenten

Aantal gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs in de gemeente

VTE handhavingstaken

VTE administratieve ondersteuning

≤ 4.999

3

0

0

0

5.000 - 9.999

30

2

0,03

0,01

10.000 - 14.999

32

1

0,2

0,1

15.000 - 19.999

28

7

0,9

0,3

20.000 - 24.999

20

1

0,1

0,2

25.000 - 29.000

11

3

0,2

0,1

30.000 - 74.999

21

11

1,3

0,58

≥ 75.000

7

4

2,5

1

152

29

5,23

2,29

Inwonersaantal

Totaal

Tabel 30 Aantal VTE besteed aan handhavingstaken Ruimtelijke Ordening en administratieve ondersteuning in 2019

Bovenstaande tabel toont aan dat de 29 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs in 2019 in totaal samen 5,23 VTE hebben besteed aan handhavingstaken. Dit komt neer op een gemiddelde tijdsbesteding aan 0,18 VTE per gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur. Daarnaast kan worden vastgesteld dat er 2,29 VTE administratieve ondersteuning was in 2019 voor de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur.

4.3.1

Inzet van de instrumenten

Aangaande de inzet van de voor de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs beschikbare handhavingsinstrumentaria werd gevraagd aan de gemeenten aan te geven hoeveel bestuurlijke maatregelen, anderen dan een stakingsbevel, er werden opgelegd, hoeveel minnelijke schikkingen er werden aangevraagd en afgesloten, hoeveel herstelvorderingen er werden ingeleid en hoeveel dwangsombeslissingen er werden genomen. 4.3.1.1

Bestuurlijke maatregelen

De gemeenten werden gevraagd of er in 2019 bestuurlijke maatregelen, andere dan het stakingsbevel, werden opgelegd. Indien er bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, werd gevraagd hoeveel keer dit bestuursdwang was hoeveel keer last onder dwangsom en hoeveel keer de dwangsom werd geïnd. Indien er geen bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, werd gepolst naar de voornaamste reden waarom niet werd overgegaan tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen. Daarnaast werd gevraagd of er in 2019 bestuurlijke maatregelen werden uitgevoerd na verbeuring van dwangsommen, ambtshalve en/of vrijwillig. Er werden geen bestuurlijke maatregelen, andere dan de stakingsbevelen, opgelegd door de gemeenten. De aangehaalde redenen waarom er niet werd overgegaan tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen kunnen worden verzameld als: −

complexiteit en onduidelijkheid van de regelgeving

−

onvoldoende kennis van het instrument

−

onvoldoende personeel voor een actieve handhaving

−

handhaving aan de hand van andere instrumenten

−

(voorlopig) geen dossiers waar het gebruik van bestuurlijke maatregelen nodig bleek te zijn

33


Er werden in 2019 ook geen bestuurlijke maatregelen uitgevoerd na verbeuring van dwangsommen, ambtshalve en/of vrijwillig. 4.3.1.2

Minnelijke schikkingen

Er werd gevraagd aan de gemeenten in hoeveel dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd aangevraagd, of er in 2019 al dan niet minnelijke schikking werd afsloten en met wie (gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester) en of deze dossiers betrekking hadden op aanpassingswerken, meerwaarde, herstel of een combinatie van dezen. Daarnaast werd gevraagd in hoeveel dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd uitgevoerd. In 2019 werd in 2 dossiers een minnelijke schikking aangevraagd. In deze 2 dossiers werd een minnelijke schikking afgesloten. Beide dossiers werden afgesloten met de burgemeester en hadden enerzijds betrekking op meerwaarde en anderzijds op herstel. In 2019 werden geen minnelijke schikkingen uitgevoerd. 4.3.1.3

Herstelvordering

De gemeenten werden gevraagd mee te delen of er herstelvorderingen werden ingeleid en of deze werden ingeleid door de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester. Daarnaast werd gevraagd hoeveel dossiers inzake herstelvorderingen aan het parket werden overgemaakt voor verder gevolg, in hoeveel gevallen de betrokkene is gedagvaard voor de burgerlijke rechter, hoeveel vonnissen/arresten er werden betekend, in hoeveel dossiers de uitvoering door de gemeente werd vastgesteld in een proces-verbaal van uitvoering, in hoeveel dossiers er openstaande dwangsomschulden waren, in hoeveel dossiers dwangsommen werden geïnd, in hoeveel dossiers hypotheken werden gelegd en in hoeveel dossiers overgegaan werd tot ambtshalve uitvoering. Er hebben 8 gemeenten aangegeven dat in 2019 herstelvorderingen werden ingeleid door de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester. In die 8 gemeenten werden er in totaal 13 herstelvorderingen ingeleid door de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur en 18 door de burgemeester. Er werden 51 dossiers aan het parket overgemaakt voor verder gevolg en 4 vorderingen werden ingeleid voor de burgerlijke rechter. Acht vonnissen/arresten werden betekend. In 5 dossiers werd de uitvoering vastgesteld in een proces-verbaal van uitvoering, in 1 dossier was er een openstaande dwangsomschuld, in 1 dossier werd de dwangsommen geïnd, in geen enkel dossier werd een hypotheek gelegd en in geen enkel dossier werd overgegaan tot ambtshalve uitvoering. 4.3.1.4

Beslissingen tot gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering of opschorting van de verbeurde dwangsommen

De gemeenten werden gevraagd mee te delen of er dwangsombeslissingen werden genomen en in hoeveel dossiers dit ambtshalve en in hoeveel dossiers dit op eenvoudig verzoek gebeurde. Er deelde één gemeente mee dat er een dwangsombeslissing werd genomen al kon niet worden meegedeeld of dit ambtshalve gebeurde of na een eenvoudig verzoek.

34


5 EVALUATIE VAN HET HANDHAVINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING DOOR INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN Voor dit Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening werden ook de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bevraagd inzake het gevoerde handhavingsbeleid in 2019. Er werd geantwoord door 9 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Van deze 9 responderende intergemeentelijke samenwerkingsverbanden deelden er 5 mee dat handhaving ruimtelijke ordening werd aangeboden aan de gemeenten. Drie van deze 5 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gaven aan vastgelegde prioriteiten inzake ruimtelijke ordening te hebben. De andere twee hadden dit niet. Bij 2 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werden de prioriteiten goedgekeurd door de desbetreffende colleges van burgemeester en schepenen of gemeenteraden. In onderstaande tabel wordt dit weergegeven. Aantal responderende intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

9

Handhaving ruimtelijke ordening werd aangeboden aan de gemeenten

5

Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met vastgelegde prioriteiten RO

3

met prioriteiten goedgekeurd door desbetreffende CBS/gemeenteraden

2

Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zonder vastgelegde prioriteiten RO

2

Tabel 31 Aanbod handhaving ruimtelijke ordening en aantal vastgelegde prioriteiten ruimtelijke ordening

De twee intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waar geen prioriteiten werden vastgelegd, werden gevraagd aan te geven waarom dit niet werd gedaan. Het eerste intergemeentelijk samenwerkingsverband gaf aan dat dit een bevoegdheid is van de gemeenteraad en dat elke gemeente in het samenwerkingsverband uniek is met verschillende klemtonen op het vlak van ruimtelijke ordening en de handhaving ervan. Het andere intergemeentelijk samenwerkingsverband deelde mee dat het niet duidelijk is wat de inhoud van een prioriteitenkader kan, mag en moet zijn. Er wordt geopteerd om eerst praktijkervaring op te doen vooraleer een doordacht en gedragen prioriteitenkader wordt opgemaakt.

5.1

VERBALISANTEN

De intergemeentelijk samenwerkingsverbanden werden gevraagd of zij in 2019 beroep konden doen op een eigen verbalisant. Indien dit het geval was, werd gevraagd hoeveel verbalisanten deel uitmaakten van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, hoeveel VTE door de verbalisanten werd besteed aan handhavingstaken ruimtelijke ordening in het kader van de VCRO en hoeveel VTE werd besteed aan administratieve ondersteuning van handhavingstaken ruimtelijke ordening door niet-verbalisanten. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Eigen verbalisant Ruimtelijke Ordening (binnen het intergemeentelijke samenwerkingsverband) Ja

Neen

Aantal eigen verbalisanten

VTE handhavingstaken

VTE administratieve ondersteuning

5

4

6

3,9

0,2

Tabel 32 Aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met eigen verbalisanten en inzet

35


De vijf intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die handhaving ruimtelijke ordening aanboden aan de aangesloten gemeenten konden beroep doen op eigen verbalisanten. In 2019 waren 6 verbalisanten aangesteld binnen deze 5 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Samen besteedden ze 3,9 VTE aan handhavingstaken. Binnen de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden was er een totaal van 0,2 VTE actief aan administratieve ondersteuning door niet-verbalisanten.

5.1.1

5.4.1 Oorsprong

Er werd gevraagd aan deze handhavingsactor hoeveel klachten, zowel schriftelijke als mondelinge klachten, het intergemeentelijk samenwerkingsverband in 2019 heeft ontvangen inzake ruimtelijke ordening en hoeveel van deze klachten ook effectief een schending bleken te zijn. De totale aantallen van de ontvangen antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Aantal klachten (schriftelijk en mondeling) ontvangen in 2019

aantal schendingen

315

246

Tabel 33 Aantal klachten ontvangen in 2019 en het aantal klachten die een schending bleken te zijn

In 2019 hebben de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in totaal 315 klachten ontvangen. In 78% werd ook effectief een schending vastgesteld naar aanleiding van de klacht.

5.1.2

Uitvoering handhavingsbevoegdheden

Om een zicht te krijgen in de activiteiten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werd gevraagd hoeveel plaatsbezoeken werden uitgevoerd in het kader van handhaving inzake ruimtelijke ordening tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019. Er werd gevraagd om de plaatsbezoeken in het kader van de adviesverlening en/of het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning buiten beschouwing te laten.

Aantal plaatsbezoeken n.a.v. klachten rechtstreeks bij de gemeenten

Aantal plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief

Aantal plaatsbezoeken op vraag van andere overheid

Aantal plaatsbezoeken op vraag van politie

Totaal

Aantal gemengde plaatsbezoeken (VCRO en DABM)

Aantal plaatsbezoeken enkel uitgevoerd in het kader van het DABM (vaststellingen gedaan in hoedanigheid van verbalisant RO)

De volgende tabel geeft de aanleiding van de plaatsbezoeken weer. Het betreft plaatsbezoeken uitgevoerd naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de gemeenten, plaatsbezoeken uitgevoerd op eigen initiatief (bijvoorbeeld in het kader van een geplande handhavingscampagne), plaatsbezoeken op vraag van een andere overheid en plaatsbezoeken op vraag van de politie. Daarnaast geeft de tabel ook het aantal gemengde plaatsbezoeken (VCRO en DABM) en het aantal plaatsbezoeken in het kader van het DABM, uitgevoerd in de hoedanigheid van verbalisant ruimtelijke ordening, weer.

440

31

10

9

490

57

0

Tabel 34 Plaatsbezoeken uitgevoerd in 2019

In 2019 werden in totaal 490 plaatsbezoeken uitgevoerd door de verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. 90% van de plaatsbezoeken werd uitgevoerd naar aanleiding van klachten rechtstreeks bij de gemeenten. 6% van de plaatsbezoeken werd uitgevoerd 36


op eigen initiatief. 2% van de plaatsbezoeken werd uitgevoerd op vraag van een andere overheid en ook 2% van de plaatsbezoeken werd uitgevoerd op vraag van de politie. Er werden in 2019 57 gemengde plaatsbezoeken uitgevoerd. De intergemeentelijke verenigingen werden gevraagd mee te delen of er in 2019 nieuwe dossiers werden opgestart waarin schendingen werden vastgesteld, over hoeveel nieuwe dossiers dit ging en hoeveel van deze dossiers – indien er een eigen prioriteitenkader was – pasten in het eigen prioriteitenkader. De ontvangen antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel. Intergemeentelijke vereniging waarbij nieuwe dossiers in 2019 werden opgesteld waarin schendingen werden vastgesteld

Aantal dossiers opgestart waarin schendingen werden vastgesteld

Aantal dossiers pasten in eigen prioriteitenkader

Ja

Neen

#

#

5

0

190

124

Tabel 35 Nieuwe dossiers met schendingen

Van de 5 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met eigen verbalisanten gaven ze alle vijf aan dat in 2019 in totaal 190 nieuwe dossiers werden opgestart waarin schendingen werden vastgesteld. 65% van deze dossiers paste in de eigen prioriteitenkaders. De andere 66 dossiers pasten niet in de eigen prioriteitenkaders.

5.1.3

Inzet van instrumenten

Aangaande de inzet van de voor de verbalisanten beschikbare handhavingsinstrumenten werd gevraagd aan de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden aan te geven hoeveel raadgevingen werden geformuleerd, hoeveel aanmaningen werden geformuleerd en op hoeveel dossiers dit betrekking had, hoeveel aanvankelijke processen-verbaal werden opgesteld voor vastgestelde misdrijven ruimtelijke ordening en verzonden naar de Procureurs des Konings, hoeveel bevelen tot staking er werden gegeven en hoeveel verslagen van vaststelling werden opgemaakt voor stedenbouwkundige inbreuken in 2019. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Raadgeving

Aanmaning

Processen-verbaal

Bevelen tot staking

Verslagen van vaststelling

10

181

83

23

0

Tabel 36 Inzet van de instrumenten

In 2019 werden in totaal 10 raadgevingen geformuleerd door de verbalisanten van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Er werden 181 aanmaningen gegeven in 174 dossiers. Er werden 83 aanvankelijke processen-verbaal opgesteld en 23 bevelen tot staking opgelegd. Er werden geen verslagen van vaststelling opgemaakt.

5.1.4

Resultaat van instrumenten

Om te polsen naar het resultaat van de ingezette instrumenten werden de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gevraagd aan te geven in hoeveel dossiers een volledig herstel of een regularisatie kon worden bekomen door enkel aanmaningen te formuleren, door enkel een procesverbaal op te stellen (zonder stakingsbevel, zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd) of door een stakingsbevel te geven (zonder dat een herstelvordering werd ingesteld of een bestuurlijke maatregel werd opgelegd). Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel.

37


Herstel of regularisatie door: Aanmaningen

Proces-verbaal

Stakingsbevel

46

17

9

Tabel 37 Herstel of regularisatie verkregen door aanmaningen, processen-verbaal en stakingsbevelen in 2019

In 46 dossiers kon een volledig herstel of regularisatie worden bekomen door enkel het formuleren van ĂŠĂŠn of meerdere aanmaningen. Het gebruik van enkel een proces-verbaal was succesvol in 17 dossiers en in 9 dossiers kon een volledig herstel of regularisatie worden bekomen door een stakingsbevel op te leggen.

38


5.2 STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEURS Aan de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werd gevraagd om mee te delen of zij in 2019 beroep konden doen op een eigen stedenbouwkundige inspecteur die deel uitmaakte van het intergemeentelijk samenwerkingsverband. 4 van de 9 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gaven aan dat zij beschikten over een eigen stedenbouwkundige inspecteur. Tevens werd aan de stedenbouwkundige inspecteurs van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gevraagd hoeveel VTE er door hen werd besteed aan handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening en hoeveel VTE er werd besteed aan administratieve ondersteuning van handhavingstaken inzake ruimtelijke ordening door niet-gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs. De 4 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden beschikten samen over 4 stedenbouwkundige inspecteur die in totaal 1,3 VTE aan handhavingstaken besteedden. Dit komt neer aan een gemiddelde tijdsbesteding van 0,3 VTE per stedenbouwkundige inspecteur. Daarnaast kan worden vastgesteld dat er in 2019 voor een totaal van 0,2 VTE administratieve ondersteuning was.

5.2.1

Inzet van de instrumenten

Aangaande de inzet van de beschikbare instrumenten voor de stedenbouwkundige inspecteurs van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werd gevraagd aan te geven hoeveel bestuurlijke maatregelen, anderen dan een stakingsbevel, er werden opgelegd, hoeveel minnelijke schikkingen er werden aangevraagd en afgesloten, hoeveel herstelvorderingen werden ingeleid en hoeveel dwangsombeslissingen ze werden genomen. . 5.2.1.1

Bestuurlijke maatregelen

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werden gevraagd of in 2019 bestuurlijke maatregelen, andere dan het stakingsbevel, werden opgelegd. Indien bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, werd gevraagd hoeveel keer dit bestuursdwang was, hoeveel keer last onder dwangsom en hoeveel keer de dwangsom werd geïnd. Indien geen bestuurlijke maatregelen werden opgelegd, werd gepolst naar de voornaamste reden waarom niet werd overgegaan tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen. Daarnaast werd gevraagd of in 2019 bestuurlijke maatregelen werden uitgevoerd na verbeuring van dwangsommen, ambtshalve en/of vrijwillig. Eén intergemeentelijke samenwerkingsverband gaf aan bestuurlijke maatregelen, andere dan een stakingsbevel, opgelegd te hebben in 2019. Het betrof 2 keer een last onder dwangsom. Deze bestuurlijke maatregelen werden in 2019 vrijwillig uitgevoerd. De aangehaalde redenen van de overige intergemeentelijke samenwerkingsverbanden waarom niet werd overgegaan tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen kunnen worden verzameld als: −

Gebrek aan middelen

−

De dossiers zitten nog niet in die fase

−

Complexiteit

5.2.1.2

Minnelijke schikkingen

Er werd gevraagd aan de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in hoeveel dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd aangevraagd, of in 2019 al dan niet minnelijke schikkingen werden afsloten en of deze dossiers betrekking hadden op aanpassingswerken, meerwaarde, herstel of een 39


combinatie van dezen. Daarnaast werd gevraagd in hoeveel dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd uitgevoerd. Twee intergemeentelijke samenwerkingsverbanden deelden mee dat minnelijke schikkingen werden aangevraagd. In 2019 werd in totaal in 6 dossiers een minnelijke schikking aangevraagd. In deze 6 dossiers werden 3 minnelijke schikking afgesloten met de stedenbouwkundige inspecteur. Twee dossiers hadden betrekking op meerwaarde. Eén dossier had betrekking op een combinatie van aanpassingswerken, meerwaarde en herstel. In 2019 werd één minnelijke schikking uitgevoerd. 5.2.1.3

Herstelvorderingen

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werden gevraagd mee te delen of er herstelvorderingen werden ingeleid en of deze werden ingeleid door de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester. Daarnaast werd gevraagd hoeveel dossiers inzake herstelvorderingen aan het parket werden overgemaakt voor verder gevolg, in hoeveel gevallen de betrokkene is gedagvaard voor de burgerlijke rechter, hoeveel vonnissen/arresten werden betekend, in hoeveel dossiers de uitvoering werd vastgesteld in een proces-verbaal van uitvoering, in hoeveel dossiers er openstaande dwangsomschulden waren, in hoeveel dossiers dwangsommen werden geïnd, in hoeveel dossiers hypotheken werden gelegd en in hoeveel dossiers overgegaan werd tot ambtshalve uitvoering. De ontvangen antwoorden worden weergegeven in onderstaande tabel.

gemeentelijke Stedenbouwkundig inspecteur

burgemeester

Aantal dossiers aan het parket overgemaakt voor verder gevolg?

Aantal vorderingen voorgeleid voor de burgerlijke rechter

Aantal vonnissen/arresten betekend

waarbij de uitvoering werd vastgesteld in een procesverbaal van uitvoering

met openstaande dwangsomschulden?

waarbij dwangsommen werden geïnd

waarbij hypotheken werden gelegd

waarbij werd overgegaan tot ambtshalve uitvoering

Aantal herstelvorderingen ingeleid door de:

12

4

14

1

0

0

0

0

0

0

Aantal dossiers

Tabel 38 Herstelvorderingen

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gaven aan dat in 2019 12 herstelvorderingen werden ingeleid door de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs en 4 door de burgemeester. Er werden 14 dossiers aan het parket overgemaakt voor verder gevolg en in 1 dossiers werd gedagvaard voor de burgerlijke rechter. 5.2.1.4

Beslissingen tot gehele of gedeeltelijke niet-uitvoering of opschorting van de verbeurde dwangsommen

De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden werden gevraagd mee te delen of er dwangsombeslissingen werden genomen en in hoeveel dossiers dit ambtshalve en in hoeveel dossiers dit op eenvoudig verzoek gebeurden. In 2019 werden geen dwangsombeslissingen genomen.

40


6 EVALUATIE VAN DE WERKING VAN DE HOGE RAAD VOOR DE HANDHAVINGSUITVOERING De VHRM heeft voor de opmaak van dit handhavingsrapport de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering (verder HRH) bevraagd naar het aantal dossiers dat in 2019 werd behandeld.

6.1

SOORTEN ADVIEZEN EN VERZOEKEN

In toepassing van artikel 6.3.10 VCRO verleent de HRH een voorafgaandelijk advies betreffende de herstelvordering geformuleerd door de stedenbouwkundig inspecteur of de burgemeester. Het advies is bindend: zonder een voorafgaand, positief advies is de herstelvordering niet ontvankelijk. Een dergelijke vordering kan via het Openbaar Ministerie voor de strafrechter worden ingeleid of bij de burgerlijke rechter. Een andere bevoegdheid van de HRH is het verlenen van een bindend advies betreffende de ambtshalve uitvoering van een herstelmaatregel (art. 6.3.10 VCRO). In het vonnis waarbij een herstelmaatregel wordt opgelegd, beveelt de rechter dat de stedenbouwkundig inspecteur en de burgemeester ambtshalve in de uitvoering ervan kunnen voorzien indien de veroordeelde in gebreke blijft. Het opstarten van die ambtshalve uitvoering kan slechts na het voorafgaand verkrijgen van een positief advies van de HRH. Voor de betekening van het vonnis of arrest waarvan de termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregel tien jaar of meer is verstreken door de stedenbouwkundig inspecteur of de burgemeester, moet de HRH ook voorafgaandelijk een positief advies verlenen (artikel 6.3.10 ยง 3). Dat advies is niet nodig indien het bouwmisdrijf gelegen is in ruimtelijk kwetsbaar gebied, indien bij het plegen van het misdrijf een stakingsbevel werd geschonden of bestemmingsvoorschriften werden geschonden of indien aan de overtreder een nieuwe strafrechtelijke of bestuurlijke sanctie of verplichting tot schadevergoeding werd opgelegd ten gevolge van een stedenbouwkundig misdrijf (art.6.3.10 ยง3. VCRO). Indien het advies betreffende de herstelvordering of de ambtshalve uitvoering negatief is, kan het betrokken bestuur of een derde-belanghebbende bij de HRH een gemotiveerd verzoek tot heroverweging instellen (art.6.3.11 ยง 3 VCRO). Daarnaast heeft de HRH een bevoegdheid inzake de advisering bij opeisbare dwangsomschulden. De Vlaamse Regering of het college van burgemeester en schepenen moet een schriftelijk advies inwinnen bij de HRH over het verzoek om tijdelijk of definitief af te zien van verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsomschuld. De HRH behandelt die adviesaanvragen bij voorrang (artikel 6.3.12 VCRO). Daarnaast heeft de HRH de bevoegdheid om adviezen te verlenen in de beroepsprocedure tegen bestuurlijke besluiten inzake bestuurlijke maatregelen. De Vlaamse Regering wint dan schriftelijk advies in bij de HRH over de herstelmaatregelen als het dossier ontvankelijk wordt bevonden. De HRH dient deze adviesaanvragen bij voorrang te behandelen. Tot slot schrijft de VCRO voor dat de HRH belast is met vrijwillige of gerechtelijke bemiddelingsopdrachten in het kader van een minnelijke schikking (art.6.3.12/2VCRO) of een dading (6.3.12/3 VCRO). Elke belanghebbende kan van bij aanvang van een bestuurlijke procedure tot minnelijke schikking of een procedure tot het sluiten van een dading aan de HRH vragen om een 41


vrijwillige bemiddeling op te starten. Dit geldt ook in geval van weigering van een minnelijke schikking of een dading door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester (ar. 6.3.12/3 VCRO). Ook een rechter voor wie een herstelvordering is ingeleid, kan in elke stand van het geding en zolang de zaak niet in beraad is genomen, op verzoek van de overheid die de herstelmaatregel vordert of op eigen initiatief een gerechtelijke bemiddeling door de HRH bevelen (art.6.3.12/4 VCRO). De HRH kan, buiten de bepalingen in de VCRO, ook worden gevat door een willig beroep.

6.2 AANTAL DOSSIERS GEKWALIFICEERD NAAR DE BEVOEGDHEDEN VAN DE HRH IN 2019 Met betrekking tot de uitstroom van het aantal dossiers heeft de HRH de volgende cijfers voor 2019 meegedeeld. Soort dossier

2019

Advies betreffende de herstelvordering

269

Advies betreffende de ambtshalve uitvoering

3

Advies betreffende opeenvolgende herstelvorderingen

1

Advies over sommige betekeningen van vonnissen/arresten

0

Bevoegdheid inzake de invordering van dwangsommen

11

Advies aangaande beroepen tegen bestuurlijke besluiten inzake bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom

1

Advies aangaande beroepen tegen bestuurlijke besluiten inzake een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang

0

Verzoeken tot heroverweging van een negatief advies

0

Bemiddelingsopdrachten

2

Willige beroepen

2

Totaal aantal uitgestroomde adviezen of beslissingen

289

Tabel 39. Uitstroom van het aantal dossiers van de HRH in 2019

De tabel toont aan dat de HRH in 2019 in totaal 289 adviezen of beslissingen heeft uitgebracht. De geformuleerde bindende adviezen van de HRH hebben quasi volledig betrekking op herstelvorderingen die de stedenbouwkundig inspecteurs of burgemeesters wensten in te leiden. Die dossiers nemen 93% van de totale omvang in.

42


6.3 ADVIEZEN OVER DE HERSTELVORDERINGEN GEKWALIFICEERD NAAR AANVRAGER IN 2019 De meeste dossiers die door de HRH werden behandeld in 2019 betroffen adviesvragen van stedenbouwkundig inspecteurs en burgemeesters aangaande de herstelvordering. Onderstaande tabel geeft het aantal geformuleerde bindende adviezen van de HRH in 2019 weer, gekwalificeerd naar aanvrager. 2019 Aanvrager

Aantal

%

Gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur

59

23%

Burgemeester / gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur

195

77%

Totaal aantal geformuleerde adviezen

254

100%

Tabel 40. Aantal geformuleerde bindende adviezen betreffende herstelvorderingen door de HRH in 2019

De herstelvorderingen van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs vormen 23% van het totaal aantal herstelvorderingen waarin door de HRH in 2019 advies werd verleend. Het merendeel, namelijk 77%, was afkomstig van de burgemeester of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur, dus van gemeentelijke actoren.

6.4 EVALUATIE VAN DE ADVIEZEN BETREFFENDE DE HERSTELVORDERINGEN IN 2019 Artikel 6.3.7 VCRO bepaalt dat de adviezen van de HRH te allen tijde gesteund zijn op motieven die ontleend worden aan: 1° het recht, met inbegrip van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals deze specifiek binnen de ruimtelijke ordening gelden; 2° de weerslag van inbreuken op de rechten van derden en op de plaatselijke ordening, zijnde het niveau van de goede ruimtelijke ordening van naburige percelen dat zou worden gehaald indien zich geen schade ingevolge een bouwmisdrijf zou hebben voorgedaan. In de bevragingsfiche werd gepeild naar het aantal uitgebrachte adviezen en naar de adviesvrager. Daarnaast werd ook verzocht om mee te delen welk advies er werd uitgebracht. Er zijn 3 mogelijkheden. Eerste mogelijkheid is dat een positief advies wordt uitgebracht. Dit maakt dat de herstelvordering kan worden overgemaakt aan het parket of ingeleid bij de burgerlijke rechtbank. Een tweede optie is dat een negatief advies wordt uitgebracht. Op dat moment kan het traject om de voorgelegde herstelmaatregel via een vordering voor de rechtbank te verkrijgen, niet worden verder gezet. Een derde mogelijkheid is een combinatie van beide. Dan is het advies deels positief deels negatief. In totaal werden in 2019 269 adviezen betreffende herstelvorderingen uitgebracht. De onderstaande tabel geeft de verhouding weer tussen de verschillende soorten adviezen en dit per aanvrager.

43


Aanvrager Advies

SI 10

Burgemeester/si 11

Totalen

Positief

57

171

228

Negatief

0

20

20

Gecombineerd

2

4

6

Zonder voorwerp wegens vrijwillig herstel

2

12

14

Onontvankelijk

0

1

1

Totaal

61

208

269

Tabel 41 Soorten adviezen geformuleerd door de HRH gekoppeld aan de aanvrager in 2019

Het merendeel van de adviezen, namelijk 85%, was positief in 2019. Daarnaast was 7% van de adviezen negatief. Deze 20 negatieve adviezen betroffen dossiers ingediend door gemeentelijke actoren. Dit laat zich verklaren door de omstandigheid dat de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur minder adviesvragen betreffende herstelvorderingen heeft ingediend dan zijn ingediend door de gemeenten. Dit maakt dat slechts 10% van het totaal aantal ingediende dossiers door gemeentelijke actoren een negatief advies kreeg van de HRH.

10

Gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur

11

Gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteur

44


7 EVALUATIE VAN HET VLAAMSE SANCTIONERINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING Het handhavingsdecreet Omgeving en het bijbehorende uitvoeringsbesluit creĂŤerden een kader waardoor, naast een strafrechtelijke sanctionering, ook bestuurlijk sanctionerend kan worden opgetreden aan de hand van alternatieve en exclusieve bestuurlijke geldboeten. Dit betreft een systeem dat gelijkaardig is aan dat voor de milieuhandhaving. In dit onderdeel vindt een evaluatie plaats van het Vlaamse sanctioneringsbeleid in 2019. Er wordt hoofdzakelijk gerapporteerd over enerzijds het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde vervolgingsen strafrechtelijk sanctioneringsbeleid door het Openbaar Ministerie en anderzijds het bestuurlijk sanctioneringsbeleid van de gewestelijke beboetingsentiteit.

7.1

EVALUATIE VAN HET STRAFRECHTELIJK SANCTIONERINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING

Artikel 6.2.4 van de VCRO bepaalt dat, onverminderd de bevoegdheden van de agenten en de officieren van gerechtelijke politie, de verbalisanten ruimtelijke ordening bevoegd zijn om de misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen door een proces-verbaal. De processenverbaal waarin de in deze titel omschreven misdrijven worden vastgesteld gelden tot bewijs van het tegendeel. Het is daarom van belang om in dit handhavingsrapport een evaluatie te maken van het strafrechtelijk sanctioneringsbeleid in 2019. De VHRM heeft zich dan ook gericht tot het College van procureurs-generaal met onder meer de vraag hoeveel dossiers er werden aangeleverd aan de parketten van het Vlaamse Gewest en op welke wijze deze dossiers werden behandeld.

7.1.1

Parketmagistraten Ruimtelijke Ordening

Net als bij de andere handhavingsactoren werd ook aan de parketten gevraagd hoeveel VTE in 2019 kon worden ingezet voor zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening. Onderstaande tabel geeft het aantal VTE voor parketmagistraten ruimtelijke ordening weer. Gerechtelijk arrondissement

VTE parketmagistraten RO

Antwerpen

1,00

Limburg

0,45

Halle-Vilvoorde

0,20

Leuven

0,50

Oost-Vlaanderen

0,80

West-Vlaanderen

0,85

Totaal

3,80

Tabel 42 parketmagistraten RO

Elke parketmagistraat, verantwoordelijk voor de behandeling van strafzaken ruimtelijke ordening, is tevens belast met meerdere andere taken in het kader van de dienstregeling. Dit ruime(re) takenpakket, samen met de afwezigheid van een specifiek daartoe ontwikkelde werklastmeting,

45


verklaart waarom het niet mogelijk is om het aantal VTE’s ruimtelijk ordening volledig accuraat te berekenen. Bovenstaande gegevens vormen daarom ook een schatting.

7.1.2

Context cijfergegevens

Voordat de cijfergegevens verder kunnen bespreken, dienen ook in dit handhavingsrapport eerst enkele kanttekeningen betreffende de data te worden geformuleerd. De cijfers zijn afkomstig uit een centrale databank van het College van Procureurs-generaal. Deze databank is enkel gebaseerd op de registraties door de correctionele afdelingen van de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg en bevat geen gegevens over het aantal door de parketten-generaal behandelde zaken en de door de politieparketten behandelde zaken, gerelateerd aan ruimtelijke ordening. De VHRM heeft cijfergegevens opgevraagd met betrekking tot het handhavingsniveau ruimtelijke ordening in Vlaanderen. De ontvangen cijfergegevens handelen dus enkel over de dossiers behandeld door de Vlaamse parketten. Bovendien baseren de aangeleverde cijfergegevens zich op de laatste gegevensextractie van 11 januari 2020. Alle gegevens die betrekking hebben op de vooruitgangsstaat van een dossier zijn dus beperkt tot de toestand op die extractiedatum. Het is in feite nog te vroeg is om op basis van de gegevensextractie d.d. 11 januari 2020 al conclusies te trekken. De cijfergegevens zijn slechts indicatief, aangezien de vooruitgangsstaat van deze zaken nog geëvolueerd kan zijn na de extractiedatum. Aan de zaken die op het parket toekomen, kent het Openbaar Ministerie een voornaamste tenlasteleggingscode en eventueel één of meerdere bijkomende tenlasteleggingscodes (preventiecodes) toe. Het Openbaar Ministerie moet in elk geval aan de zaak een voornaamste tenlasteleggingscode toekennen op het ogenblik dat deze in het geïnformatiseerd systeem van de parketten wordt ingevoerd. De registratie van bijkomende tenlasteleggingscodes gebeurt niet overal. Sommige parketten registreren deze niet. De volgende statistieken zijn gebaseerd op alle zaken waarin minstens één van de volgende tenlasteleggingscodes, zoals gebruikt door de parketten, werd geregistreerd: −

66B: ruimtelijke ordening en stedenbouw

−

66C: reclameborden

−

66F: bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (Vlaams decreet 3 maart 1976)

−

66G: vellen hoogstammige bomen

Wanneer meer dan één van de geselecteerde codes voorkomt in eenzelfde zaak, wordt deze zaak in de gegevens gepresenteerd op basis van de voornaamste van die geselecteerde tenlasteleggingen. Zaken die op het moment van de gegevensextractie nog niet in hun totaliteit bij het parket beland zijn, worden niet mee gerekend. Concreet handelt het hier over de ‘vereenvoudigde processen-verbaal op listing’, de ‘nog lopende autonome politionele opsporingsonderzoeken’, de ‘vereenvoudigde autonome politionele opsporingsonderzoeken’ en de ‘autonome politionele opsporingsonderzoeken onbekende dader’. De meeste parketten registreren de door de politiediensten opgestelde vereenvoudigde processen-verbaal immers niet in het systeem. Er werd dan ook geen rekening mee gehouden in de volgende cijfers. Indien het parket het proces-verbaal echter alsnog opvroeg, werd hiermee wel rekening gehouden.

46


Bij het bekijken van de gegevens inzake de vooruitgangstaat dient rekening te worden gehouden met de samenwerkingsverbanden. In West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen bestaat een samenwerkingsverband tussen de verschillende voormalige parketten (momenteel afdelingen) waardoor één parket/afdeling alle zaken met betrekking tot gespecialiseerde materies binnen dat rechtsgebied behandelt. Voor West-Vlaanderen is de afdeling Kortrijk bevoegd voor milieu- en ruimtelijke ordeningsdossiers en voor Oost-Vlaanderen is het de afdeling Gent. Binnen het rechtsgebied Antwerpen is er sinds 2016 het zaakverdelingsreglement van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen hetgeen betekent dat de afdeling Antwerpen exclusief bevoegd is voor alle strafzaken van het arrondissement inzake milieu en stedenbouw. Tevens worden sinds 2017 de dossiers inzake milieu en stedenbouw van het arrondissement Limburg in de afdeling Hasselt gecentraliseerd. De teleenheid bij de tabellen is telkens gelijk aan één zaak. Elke zaak komt overeen met één uniek notitienummer. Een zaak kan uiteraard betrekking hebben op meerdere verdachten en/of meerdere misdrijven. Een relatief groot aantal zaken wordt vanwege territoriale redenen ter beschikking gesteld aan een ander parket. Dit betekent dat een dossier in principe wordt behandeld door het parket dat territoriaal bevoegd is voor de plaats waar het misdrijf heeft plaatsgevonden. Indien een procesverbaal betrekking heeft op een plaats die gelegen is buiten het eigen arrondissement, dan zal men dit dossier ter beschikking stellen aan het parket dat bevoegd is voor deze plaats. Dit parket neemt de behandeling over en het dossier krijgt een nieuw nummer. Aangezien een indicatie van de instroom bij de parketten wordt gegeven en een ter beschikking gestelde zaak in een groot aantal gevallen binnen de referentieperiode zowel instroomde op het parket van herkomst als op het parket van bestemming, worden zowel het originele notitienummer als het notitienummer van de terbeschikkingstelling opgenomen in de cijfergegevens. De gepresenteerde parketstatistieken betreffen geen criminaliteits- of feitenstatistieken en mogen dus ook niet aldus worden geïnterpreteerd. In eerste instantie zal een beeld worden gegeven van de instroom van dossiers bij de parketten in 2019. Dit zal gebeuren op basis van de geselecteerde tenlasteleggingscodes, en indien mogelijk op basis van de verbaliserende overheid. Vervolgens zal worden gekeken naar de laatste vooruitgangsstaat (d.d. 11 januari 2020) van de dossiers ontvangen door de parketten in 2019, waarna dieper zal worden ingegaan op de motieven tot seponering van de dossiers aangaande ruimtelijke ordening.

7.1.3

Instroom

Onderstaande tabel geeft het aantal zaken ‘handhaving ruimtelijke ordening’ weer die de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaamse Gewest in 2019 registreerden. De zaken worden onderverdeeld in verschillende klassen volgens de initiërende instantie, namelijk: −

de algemene politie: de rubriek algemene politie omvat de lokale en federale politiediensten.

−

de inspectiediensten: de inspectiediensten zijn de administratieve diensten met beperkte verbaliserende bevoegdheid.

−

klachten en burgerlijke partijstellingen: het gaat hier om klachten van particulieren, evenals klachten van gerechtsdeurwaarders of van particuliere organisaties en burgerlijke partijstellingen.

47


Aantal

%

Algemene politie

1.182

57,97

Inspectiediensten

804

39,43

Klachten & BP-stellingen

53

2,6

2.039

100

Totaal

Tabel 43 Aantal zaken ‘handhaving Ruimtelijke Ordening’ geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2019, per initiërende instantie

In totaal hebben de parketten in 2019 2.039 zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening ontvangen, waarvan bijna 60% - ofwel 1.182 zaken - afkomstig van de algemene politie en 39,43% - ofwel 804 zaken - afkomstig van de inspectiediensten. Een klein gedeelte van het totaal aantal ontvangen zaken, namelijk 2,6% - ofwel 53 zaken - heeft betrekking op klachten en burgerlijke partijstellingen. Sinds 1 januari 2005 worden specifieke codes gebruikt binnen de notitienummers die de Vlaamse diensten inzake ruimtelijke ordening aan de parketten overmaken. Dit maakt het mogelijk om in onderstaande tabel de gegevens inzake de instroom af te bakenen tot die zaken die afkomstig zijn van de Vlaamse diensten inzake ruimtelijke ordening. Sinds 2017 12 hanteert men de volgende codes 13: − − − − − −

RW: administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen (in 2017 opgesplitst in EG; RZ; TZ en WI) EG: inspectie Onroerend Erfgoed 14 RZ: inspectie Ruimtelijke Ordening TZ: toezicht op sociale huisvestingsmaatschappijen 15 WI: Vlaamse Wooninspectie 16 H2/H3 – ANB: Agentschap voor Natuur en Bos

22 33 96

2 267

114

ANB - H2/H3

EG

RW

RZ

WI

Grafiek 1 Aantal zaken ‘Ruimtelijke ordening’ afkomstig van inspectiediensten geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2019 12 Voorheen werden enkel de code “RW – administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen” gebruikt voor inspectie Onroerend Erfgoed, Inspectie Ruimtelijke Ordening, Toezicht op sociale huisvestingsmaatschappijen, en Vlaamse Wooninspectie. 13

Strikt genomen hebben dossiers met codes WI, EG en TZ geen betrekking op ruimtelijke ordening of werden deze dossiers geherkwalificeerd.

De code EG heeft doorgaans geen betrekking op de VCRO; bij samenloop van stedenbouwmisdrijven en erfgoedmisdrijven, worden doorgaans 2 afzonderlijke pv’s opgesteld.

14

15

Deze heeft geen betrekking op ruimtelijke ordening en komt niet voor in de grafiek.

16

De code WI kan betrekking hebben op de VCRO indien de Wooninspectie tijdens haar controle tevens een wederrechtelijke opsplitsing van het pand vaststelt.

48


In totaal registreerden de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaamse Gewest in 2019 267 zaken afkomstig van de Vlaamse diensten met bevoegdheden inzake ruimtelijke ordening. Het merendeel van deze dossiers, namelijk 43% of 114 dossiers, was afkomstig van de Inspectie Ruimtelijke Ordening (RZ). 36% of 96 dossiers was afkomstig van de Vlaamse Wooninspectie (WI) en 12% of 33 dossiers was afkomstig van Inspectie Onroerend Erfgoed. Slechts 1% of 2 dossiers was afkomstig van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen (RW). Bovenstaande grafiek geeft aan dat het ANB in 2019 22 dossiers inzake ruimtelijke ordening overmaakte aan het parket. Op basis van een protocol afgesloten in 2012 met het toenmalige agentschap Inspectie RWO (IRWO) is het ANB immers bevoegd om ontbossingen krachtens de VCRO vast te stellen. Hierboven werd reeds een overzicht geboden van de verschillende tenlasteleggingscodes die bij de registratie van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ worden gehanteerd. Dit maakt het mogelijk om voor 2019 in onderstaande tabel een overzicht te geven van het aandeel van elke tenlasteleggingscode 66B, 66F, 66G en 66C) in het totaal aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ dat werd geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaamse Gewest in 2019. Tenlasteleggingscode

Aantal

%

1.976

96,91

66C – Reclameborden

15

0,74

66F – Bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (Vlaams decreet 3 maart 1976)

25

1,23

66G – Vellen hoogstammige bomen

23

1,13

66B – Ruimtelijke ordening en stedenbouw

Tabel 44 Instroom aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ naar tenlasteleggingscode geregistreerd door de correctionele afdelingen bij de parketten in het Vlaams Gewest in 2019

Het merendeel - bijna 97% - van het totaal aantal zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ geregistreerd door de correctionele afdelingen van de parketten van het Vlaamse gewest heeft als voornaamste tenlasteleggingscode ‘RO en stedenbouw’. De overige tenlasteleggingscodes ‘bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten’, ‘reclameborden’ en ‘vellen hoogstammige bomen’ vertegenwoordigen in 2019 samen nog 3% van het totaal aantal dossiers.

7.1.4

Vooruitgangsstaat

Naast de instroom van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ was het ook voor dit handhavingsrapport mogelijk cijfergegevens te krijgen over de vooruitgangsstaat van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ voor de bestudeerde periode. Er dient echter wederom op te worden gewezen dat de gegevensextractie dateert van 11 januari 2020. De gebruikte cohorte (2019) kent een leeftijd van minimaal 11 dagen en maximaal 376 dagen. Dit betekent dat nog geen definitieve conclusies kunnen worden gemaakt inzake de afhandelingspraktijk van de dossiers. Daarnaast dient te worden gewezen op het feit dat in de meeste gevallen de volledige termijn van 360 dagen wordt benut om te streven naar algemene regularisatie. Gevolg hiervan is dat weinig zaken binnen het jaar worden gedagvaard en de volgende cijfergegevens dus enigszins een vertekend beeld opleveren.

49


De classificatie gebeurde op basis van volgende vooruitgangsstaten: VOORONDERZOEK De zaken die nog in vooronderzoek waren op 11 januari 2020. SEINING VAN DE DADER Deze rubriek omvat de zaken waarin op 11 januari 2020 een verdachte het voorwerp uitmaakt van een seining (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “seining van de dader” weerhouden. Zolang de verdachte niet wordt aangetroffen, zal deze vooruitgangsstaat van toepassing blijven. ZONDER GEVOLG/ SEPONERING Met een zondergevolgstelling of seponering wordt voorlopig afgezien van verdere vervolging en wordt het vooronderzoek beëindigd. Zolang de strafvordering niet vervalt, kan de zaak worden heropend. TER BESCHIKKING Deze rubriek omvat de zaken die op 11 januari 2020 ter beschikking waren gesteld aan een ander parket of andere (gerechtelijke) instanties. Voor zover ze niet terugkeren naar het parket van oorsprong, blijven ter beschikking gestelde zaken hier in deze vooruitgangsstaat. Voor het parket van oorsprong kunnen zij dus als afgesloten worden beschouwd. Zij worden onder een ander notitienummer heropend bij het parket van bestemming. PRETORIAANSE PROBATIE Deze rubriek omvat de zaken die op 11 januari 2020 (nog) geen strafrechtelijk gevolg gekregen hebben op voorwaarde dat bepaalde door het parket opgelegde maatregelen werden nageleefd (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “pretoriaanse probatie” gerangschikt). GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIE Deze rubriek omvat de zaken die op 11 januari 2020 waren overgemaakt aan een overheidsdienst met het oog op een eventuele gemeentelijke administratieve sanctie (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “administratieve geldboete” weerhouden). NIET-GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIE Deze rubriek omvat de zaken die op 11 januari 2020 waren overgemaakt aan een overheidsdienst met het oog op een eventuele niet-gemeentelijke administratieve sanctie (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “administratieve geldboete” weerhouden). MINNELIJKE SCHIKKING In de rubriek minnelijke schikking bevinden zich de zaken waarin een minnelijke schikking werd voorgesteld en waarvoor nog een eindbeslissing dient te worden geregistreerd (met inbegrip van de gedeeltelijk betaalde minnelijke schikkingen), de zaken die werden afgesloten door de betaling van de minnelijke schikking en waar de strafvordering vervalt en tenslotte de zaken waarin de minnelijke schikking werd geweigerd maar die sindsdien nog niet zijn overgegaan naar een volgende vooruitgangsstaat.

50


ONDERZOEK De rubriek onderzoek bevat de zaken die in gerechtelijk onderzoek werden gesteld en die nog niet werden vastgesteld voor de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging. RAADKAMER Deze rubriek bevat zaken vanaf de fase van regeling van de rechtspleging tot op het moment dat er een eventuele vaststelling voor de correctionele rechtbank is. Zaken waarin wordt afgezien van verdere vervolging, blijven in deze vooruitgangsstaat behouden. DAGVAARDING & VERDER Deze rubriek omvat de zaken waarin een dagvaarding of een daaropvolgende beslissing werd genomen. Het gaat om zaken waarin een dagvaarding, een vaststelling voor de correctionele rechtbank, een vonnis, een verzet, een beroep, enz. voorkomt. VERWIJZING NAAR DE KORPSCHEF Deze rubriek omvat de zaken m.b.t. een inbreuk op het militair strafwetboek die op 11 januari 2020 door het Openbaar Ministerie werden verwezen naar een korpscommandant met het oog op een eventuele tuchtrechtelijke sanctie (deze vooruitgangsstaat werd voor de inwerkingtreding van de COL 16/2014 op 1 januari 2015 als een zondergevolgstelling met het motief “verwijzing naar de korpschef voor disciplinaire maatregelen” weerhouden). De verwijzing naar korpscommandant dooft de strafvordering uit. In onderstaande tabel wordt een overzicht geboden van de verschillende vooruitgangsstaten van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’, d.d. de extractiedatum, per arrondissement. Ten gevolge van de inwerkingtreding van de omzendbrief COL 16/2014 worden beslissingen die vroeger als een zondergevolgstelling geteld werden nu als een aparte afsluitende beslissing in deze tabel weergegeven. Het gaat in dit geval om 'seining van de dader', 'pretoriaanse probatie' en 'administratieve sanctie'. Zaken waarin het parket met succes actief tussenkomt met het oog op regularisatie, worden sinds 1 januari 2017 ingevolge de op 6 oktober 2016 gewijzigde COL 16/2014 afgesloten met een pretoriaanse probatie in plaats van met een seponering met als motief ‘toestand geregulariseerd’.

51


seining van de vooronderzoek dader ARRONDISSEMENT ANTWERPEN Parket Antwerpen – afdeling Antwerpen ARRONDISSEMENT LIMBURG Parket Limburg – afdeling Hasselt Parket Limburg – afdeling Tongeren ARRONDISSEMENT BRUSSEL Parket HalleVilvoorde ARRONDISSEMENT LEUVEN ARRONDISSEMENT OOST-VLAANDEREN Parket OostVlaanderen – afdeling Gent Parket OostVlaanderen – afdeling Dendermonde Parket OostVlaanderen – afdeling Oudenaarde ARRONDISSEMENT WEST-VLAANDEREN Parket WestVlaanderen – afdeling Kortrijk Parket WestVlaanderen – afdeling Ieper Totaal

zonder gevolg

ter beschikking

pretoriaanse probatie

gemeentelijke administratieve sanctie

niet gemeentelijke administratieve sanctie

minnelijke schikking

onderzoek

raadkamer

dagvaarding & verder

verwijzing naar de korpschef

Totaal

n

%

n

%

n

%

n

%

N

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

224

44,53

.

.

123

24,45

.

.

38

7,55

.

.

110

21,87

5

0,99

1

0,2

.

.

2

0,4

.

.

503

100

224

44,53

.

.

123

24,45

.

.

38

7,55

.

.

110

21,87

5

0,99

1

0,2

.

.

2

0,4

.

.

503

100

80

37,04

.

.

66

30,56

.

.

3

1,39

.

.

66

30,56

1

0,46

.

.

.

.

.

.

.

.

216

100

43

45,26

.

.

31

32,63

.

.

2

2,11

.

.

18

18,95

1

1,05

.

.

.

.

.

.

.

.

95

100

37

30,58

.

.

35

28,93

.

.

1

0,83

.

.

48

39,67

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

121

100

67

33,67

1

0,5

116

58,29

1

0,5

.

.

1

0,5

8

4,02

.

.

.

.

.

.

5

2,51

.

.

199

100

67

33,67

1

0,5

116

58,29

1

0,5

.

.

1

0,5

8

4,02

.

.

.

.

.

.

5

2,51

.

.

199

100

79

62,7

.

.

29

23,02

.

.

.

.

.

.

13

10,32

.

.

2

1,59

.

.

2

1,59

1

0,79

126

100

385

62,2

1

0,16

90

14,54

1

0,16

106

17,12

.

.

24

3,88

.

.

5

0,81

1

0,16

6

0,97

.

.

619

100

347

63,09

1

0,18

77

14

1

0,18

94

17,09

.

.

22

4

.

.

3

0,55

1

0,18

4

0,73

.

.

550

100

33

54,1

.

.

12

19,67

.

.

11

18,03

.

.

2

3,28

.

.

1

1,64

.

.

2

3,28

.

.

61

100

5

62,5

.

.

1

12,5

.

.

1

12,5

.

.

.

.

.

.

1

12,5

.

.

.

.

.

.

8

100

254

67,55

.

.

73

19,41

1

0,27

27

7,18

.

.

20

5,32

1

0,27

.

.

.

.

.

.

.

.

376

100

254

67,73

.

.

73

19,47

1

0,27

26

6,93

.

.

20

5,33

1

0,27

.

.

.

.

.

.

.

.

375

100

.

.

.

.

.

.

.

.

1

100

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

1

100

1.089

53,41

2

0,1

3

0,15

174

8,53

1

0,05

241

11,82

7

0,34

8

0,39

1

0,05

12

0,59

1

0,05

2.039

100

497 24,37

Tabel 45 Vooruitgangsstaat op 11 januari 2020 voor de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ ontvangen door de parketten tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019 per parket (en afdeling)


Meer dan de helft van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening bevond zich op het moment van de extractiedatum nog in vooronderzoek. Bijna 1/4 werd reeds zonder gevolg gesteld. In 12 dossiers, overgemaakt aan de parketten in 2019, werd in 2019 ook gedagvaard. Bijna 12% van de dossiers werd d.d. de extractiedatum reeds overgemaakt aan een overheid voor het opleggen van een nietgemeentelijke administratieve sancties. Het hoge percentage “pretoriaanse probatie” binnen het arrondissement Oost-Vlaanderen kan worden verklaard door de inwerkingtreding van de omzendbrief COL 16/2014 die, zoals reeds hoger werd beschreven, als gevolg heeft dat dat beslissingen die vroeger als een zondergevolgstelling werden geteld nu als een aparte afsluitende beslissing (seining van de dader, pretoriaanse probatie en administratieve sanctie) wordt weergegeven (zie hoger). In onderstaande tabel wordt een overzicht geboden van de verschillende vooruitgangsstaten van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’, d.d. de extractiedatum, per tenlasteleggingscode. 66B - Ruimtelijke ordening en stedenbouw

66C Reclameborden

66F - Bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten (Vlaams decreet 3 maart 1976)

66G - Vellen hoogstammige bomen

Totaal

n

%

N

%

N

%

n

%

N

%

1.055

53,39

6

40,00

20

80,00

8

34,78

1.089

53,41

2

0,10

.

.

.

.

.

.

2

0,10

482

24,39

4

26,67

5

20,00

6

26,09

497

24,37

Ter beschikking

3

0,15

.

.

.

.

.

.

3

0,15

Pretoriaanse probatie

171

8,65

3

20,00

.

.

.

.

174

8,53

1

0,05

.

.

.

.

.

.

1

0,05

233

11,79

1

6,67

.

.

7

30,43

241

11,82

Minnelijke schikking

6

0,30

1

6,67

.

.

.

.

7

0,34

Onderzoek

6

0,30

.

.

.

.

2

8,70

8

0,39

Raadkamer

1

0,05

.

.

.

.

.

.

1

0,05

Dagvaarding & verder

15

0,76

.

.

.

.

.

.

15

0,74

Verwijzing naar de korpschef

1

0,05

.

.

.

.

.

.

1

0,05

1.976

100,00

15

100,00

25

100,00

23

100,00

2.039

100,00

Vooronderzoek Seining van de dader Zonder gevolg

Gemeentelijke administratieve sanctie Niet gemeentelijke administratieve sanctie

Totaal

Tabel 46 Laatste vooruitgangsstaat op 11 januari 2020 voor de zaken 'handhaving ruimtelijke ordening' binnengekomen op de parketten tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019, al dan niet via voeging aan een moederzaak, per tenlasteleggingscode (n & kolom%)

Meer dan 53% van de zaken met tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’ bevond zich d.d. de extractiedatum in vooronderzoek. Daarnaast werd reeds 24%, ofwel 482 zaken, zonder gevolg gesteld. De parketten maakten 233 dossiers over aan een overheidsdienst met het oog op het eventueel opleggen van een niet-gemeentelijke administratieve sanctie. 9% van deze dossiers bevond zich op de extractiedatum in de vooruitgangsstaat ‘pretoriaanse probatie’. Dit betekent dat 171 zaken (nog) geen strafrechtelijk gevolg hadden gekregen op de extractiedatum op voorwaarde dat de overtreder bepaalde door het parket opgelegde maatregelen naleefde. De 15 dossiers waarin reeds werd gedagvaard, hadden allemaal de tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’.

53


40% van de zaken (met name zes zaken) met tenlasteleggingscode ‘66C Reclameborden’ bevond zich d.d. de extractiedatum nog in vooronderzoek. 27% van de zaken werd reeds zonder gevolg geplaatst. 3 zaken kregen nog geen strafrechtelijk gevolg op de extractiedatum op voorwaarde dat de overtreder de door het parket opgelegde maatregelen naleefde. Er werd 1 dossier overgemaakt aan een overheidsdienst met het oog op het eventueel opleggen van een niet-gemeentelijke administratieve sanctie In één zaak werd een minnelijke schikking voorgesteld. 80% van de zaken, ofwel 20 zaken, met tenlasteleggingscode ‘66F - Bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten’ bevond zich op 11 januari 2020 nog in vooronderzoek. Het parket stelde reeds 5 zaken zonder gevolg. Aangaande de zaken met tenlasteleggingscode ‘66G - Vellen hoogstammige bomen’ kan worden vastgesteld dat 35% zich nog in vooronderzoek bevond op de extractiedatum en dat de parketten 26% seponeerden. Het parket maakte zeven dossiers over aan een overheidsdienst met het oog op het opleggen van een niet-gemeentelijke administratieve sanctie en in 2 zaken werd een minnelijke schikking voorgesteld.

7.1.5

Motieven tot seponeren

In bovenstaand onderdeel met betrekking tot de vooruitgangsstaat van de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ kon worden vastgesteld dat d.d. 11 januari 2020 24% van de in 2019 door de parketten ontvangen zaken reeds zonder gevolg werd gesteld. Er werden voor de opmaak van dit handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening wederom cijfers ter beschikking gesteld van de VHRM die een verder inzicht geven in de zaken die zonder gevolg werden gesteld. Bij de zaken die zonder gevolg werden gesteld, is het immers belangrijk om rekening te houden met het motief tot seponeren. Het Wetboek van strafvordering, artikel 28 quater al. 1, ingevoegd door de wet van 12 maart 1998, legt aan de procureur des Konings de verplichting op zijn beslissingen te motiveren. De parketten beschikken over een verfijnde lijst van motieven ‘zonder gevolgstelling’ die uniform is voor het hele land die en geformaliseerd is als gevolg van de Franchimonthervorming. Deze lijst – en de mogelijke rubrieken – werden opgenomen in omzendbrief COL16/2014 van het College van procureurs-generaal betreffende de toepassing van de wet van 12 maart 1998. De motieven tot zondergevolgstelling kunnen worden gegroepeerd in 2 categorieën: technische motieven en opportuniteitsmotieven. De redenen tot technisch sepot zijn: − − − − −

Geen misdrijf Onvoldoende bewijzen Verval van de strafvordering Niet-toelaatbaarheid van de strafvordering Dader(s) onbekend

De redenen tot sepot om opportuniteitsredenen zijn: −

Motieven eigen aan de aard van de feiten • • •

54

Beperkte maatschappelijke weerslag Toestand geregulariseerd Redelijke termijn overschreden


−

Motieven eigen aan de persoon van de dader of van slachtoffer • • • •

−

Afwezigheid van voorgaanden Toevallige feiten met oorzaak Wanverhouding strafvordering – maatschappelijke verstoring Houding van het slachtoffer

Beleid • • •

Te weinig recherchecapaciteit Andere prioriteiten Voorrang aan de burgerlijke afhandeling

In onderstaande tabel wordt een beeld gegeven van het soort zondergevolgstelling - technisch sepot of opportuniteitssepot- met betrekking tot de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ die de parketten in 2019 ontvingen, per arrondissement. Sepot van technische aard

Sepot om opportuniteitsredenen

Totaal

n

%

n

%

N

%

ARRONDISSEMENT ANTWERPEN

33

26,83

90

73,17

123

100,00

Parket Antwerpen – afdeling Antwerpen

33

26,83

90

73,17

123

100,00

ARRONDISSEMENT LIMBURG

13

19,70

53

80,30

66

100,00

Parket Limburg – afdeling Hasselt

6

19,35

25

80,65

31

100,00

Parket Limburg – afdeling Tongeren

7

20,00

28

80,00

35

100,00

ARRONDISSEMENT BRUSSEL

28

24,14

88

75,86

116

100,00

Parket Halle-Vilvoorde

28

24,14

88

75,86

116

100,00

ARRONDISSEMENT LEUVEN

4

13,79

25

86,21

29

100,00

ARRONDISSEMENT OOST-VLAANDEREN

67

74,44

23

25,56

90

100,00

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Gent

61

79,22

16

20,78

77

100,00

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Dendermonde

5

41,67

7

58,33

12

100,00

Parket Oost-Vlaanderen – afdeling Oudenaarde

1

100,00

.

.

1

100,00

ARRONDISSEMENT WEST-VLAANDEREN

39

53,42

34

46,58

73

100,00

Parket West-Vlaanderen – afdeling Kortrijk

39

53,42

34

46,58

73

100,00

Vlaanderen 2019

184

37,02

313

62,98

497

100,00

Tabel 47 Motieven tot seponering voor de op 11 januari 2020 zonder gevolg staande zaken 'handhaving ruimtelijke ordening' binnengekomen tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019 al dan niet via voeging aan een moederzaak, per arrondissement (n & rij%)

Bovenstaande tabel geeft aan dat 37% van het totaal aantal geseponeerde dossiers werd geseponeerd om technische redenen en 63% om opportuniteitsredenen. Indien naar de parketten afzonderlijk wordt gekeken, kan worden vastgesteld dat binnen de arrondissementen Limburg, Brussel, Leuven en Antwerpen minstens 73%, werd geseponeerd op grond van opportuniteitsredenen. Het lage percentage opportuniteitssepots in het arrondissement West-Vlaanderen (46,58%) en vooral in het arrondissement Oost-Vlaanderen (25,56%), is het gevolg van de vaststelling aangaande de 55


vooruitgangsstaten dat deze parketten vaker de praktijk toepassen van de ‘pretoriaanse probatie’ inzake regularisatie. Van het totaal aantal van 2.039 zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ die de parketten het Vlaams gewest in 2019 ontvingen, seponeerden zij op de extractiedatum reeds meer dan 15% wegens opportuniteitsredenen. In onderstaande tabel wordt meer in detail het soort zondergevolgstelling weergegeven met betrekking tot de zaken ‘Ruimtelijke Ordening’ die de parketten in 2019 ontvingen, per tenlasteleggingscode. 66BRuimtelijke ordening en stedenbouw

66C – Reclameborden

66F - Bescherming van monumenten, stadsen dorpsgezichten 66G - Vellen (Vlaams decreet 3 hoogstammige maart 1976) bomen

TOTAAL

n

%

n

%

n

%

n

%

n

%

Sepot van technische aard

178

36,93

.

.

3

60,00

3

50,00

184

37,02

geen misdrijf

52

10,79

.

.

1

20,00

2

33,33

55

11,07

onvoldoende bewijzen

40

8,30

.

.

2

40,00

1

16,67

43

8,65

verval van strafvordering

84

17,43

.

.

.

.

.

.

84

16,90

verjaring

82

17,01

.

.

.

.

.

.

82

16,50

overlijden van de dader

2

0,41

.

.

.

.

.

.

2

0,40

1

0,21

.

.

.

.

.

.

1

0,20

1

0,21

.

.

.

.

.

.

1

0,20

1

0,21

.

.

.

.

.

.

1

0,20

Sepot om opportuniteitsredenen

304

63,07

4

100,00

2

40,00

3

50,00

313

62,98

motieven eigen aan de aard van de feiten

90

18,67

1

25,00

.

.

1

16,67

92

18,51

beperkte maatschappelijke weerslag

17

3,53

1

25,00

.

.

.

.

18

3,62

toestand geregulariseerd

72

14,94

.

.

.

.

1

16,67

73

14,69

redelijke termijn overschreden

1

0,21

.

.

.

.

.

.

1

0,20

37

7,68

1

25,00

1

20,00

1

16,67

40

8,05

afwezigheid van voorgaanden

5

1,04

.

.

.

.

.

.

5

1,01

toevallige feiten met oorzaak

2

0,41

.

.

1

20,00

.

.

3

0,60

wanverhouding strafvord.-maatsch. verstoring

27

5,60

.

.

.

.

1

16,67

28

5,63

houding van het slachtoffer

1

0,21

1

25,00

.

.

.

.

2

0,40

vergoeding van het slachtoffer

2

0,41

.

.

.

.

.

.

2

0,40

177

36,72

2

50,00

1

20,00

1

16,67

181

36,42

6

1,24

1

25,00

.

.

.

.

7

1,41

100

20,75

1

25,00

.

.

.

.

101

20,32

71

14,73

.

.

1

20,00

1

16,67

73

14,69

482

100,00

4

100,00

5

100,00

6

100,00

497

100,00

niet-toelaatbaarheid van de strafvordering kracht van gewijsde dader(s) onbekend

motieven eigen aan de persoon van de dader of van slachtoffer

beleid te weinig recherche-capaciteit andere prioriteiten voorrang aan de burgerlijke afhandeling Totaal

Tabel 48 Motieven tot seponering voor de op 11 januari 2020 zonder gevolg staande zaken 'Ruimtelijke Ordening' binnengekomen tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019 al dan niet via voeging aan een moederzaak, per rubriek van tenlasteleggingscodes

56


Bovenstaande tabel geeft weer dat meer dan 63%, ofwel 304 zaken, van de geseponeerde zaken met tenlasteleggingscode ‘66B Ruimtelijke ordening en stedenbouw’ werd geseponeerd omwille van opportuniteitsredenen. Bijna 21% van deze geseponeerde zaken werd geseponeerd omdat er andere prioriteiten waren. Bij bijna 15% werd voorrang gegeven aan de burgerlijke afhandeling. Bijna 15% werd geseponeerd omdat de overtreder de toestand had geregulariseerd. De vier geseponeerde zaken met tenlasteleggingscode ‘66C Reclameborden’ werden allemaal geseponeerd omwille van opportuniteitsredenen waarbij 1 dossier werd geseponeerd wegens beperkte maatschappelijke weerslag, 1 dossier wegens de houding van het slachtoffer, 1 dossier wegens te weinig recherchecapaciteit en het laatste dossier omwille van andere prioriteiten. Van de vijf geseponeerde zaken met tenlasteleggingscode ‘66F - Bescherming van monumenten, stadsen dorpsgezichten’ werden 3 dossiers geseponeerd wegens technische redenen en werden 2 dossiers geseponeerd wegens opportuniteitsredenen. Drie zaken met tenlasteleggingscode ‘66G Vellen hoogstammige bomen’ waren op de extractiedatum geseponeerd omwille van technische redenen en drie zaken omwille van opportuniteitsredenen.

57


7.2 EVALUATIE VAN HET BESTUURLIJK SANCTIONERINGSBELEID RUIMTELIJKE ORDENING 7.2.1

Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest in 2019

Het Handhavingsdecreet, in werking getreden op 1 maart 2018, voorziet naast de bestaande strafrechtelijke sanctionering eveneens in een bestuurlijk sanctioneringsspoor. Daartoe wordt onder meer de mogelijkheid tot bestuurlijke beboeting en het onderscheid tussen (gedepenaliseerde) stedenbouwkundige inbreuken en stedenbouwkundige misdrijven, zoals deze reeds bestond in het DABM en het Onroerenderfgoeddecreet, opgenomen in de VCRO. Stedenbouwkundige inbreuken kunnen sedert deze datum worden gesanctioneerd met een exclusieve bestuurlijke geldboete. Stedenbouwkundige misdrijven waarvoor het parket (tijdig) aangeeft niet tot strafrechtelijke behandeling te willen overgaan, kunnen sedert deze datum worden gesanctioneerd met een alternatieve bestuurlijke geldboete. Tevens werd het instrument van de ‘bestuurlijke transactie’, zoals dit steeds in het DABM bestaat, ingevoerd. Hierbij doet de gewestelijke beboetingsentiteit voor bepaalde dossiers, alvorens een bestuurlijke geldboete op te leggen, aan de overtreder een voorstel tot betaling van de geldsom binnen een bepaalde termijn. De gewestelijke beboetingsentiteit beschikt tot slot over de mogelijkheid om te seponeren wegens technische dan wel opportuniteitsredenen. De mogelijkheid tot het opleggen van een voordeelontneming bestaat daarentegen enkel bij de beboeting van milieumisdrijven en milieu-inbreuken. Naar aanleiding van deze bevoegdheid tot bestuurlijke beboeting van stedenbouwmisdrijven en inbreuken heeft de gewestelijke beboetingsentiteit een beboetingskader uitgewerkt. Dit kader omvat verschillende beslissingsbomen, gerelateerd aan de soort schending. De beboetingsentiteit vond hiervoor deels inspiratie bij het kader dat reeds sedert 2009 werd uitgewerkt voor de beboeting van milieumisdrijven en -inbreuken. In het kader van de behandeling van stedenbouwkundige misdrijven door de gewestelijke beboetingsentiteit in 2019 werd gevraagd hoeveel processen-verbaal de gewestelijke beboetingsentiteit kreeg doorgestuurd tussen 1 januari 2019 en 31 december 2019 en van welk parket. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. Dendermonde

0

Gent

20

Oudenaarde

0

Brugge

1

Ieper

0

Kortrijk

47

Veurne

0

Antwerpen

111

Mechelen

0

Turnhout

2

Hasselt

62

Tongeren

14

Leuven

15

Halle-Vilvoorde

13

Totaal

285

Tabel 49 Processen-verbaal ontvangen van de parketten door de gewestelijke entiteit van het Vlaamse Gewest in 2019

58


De tabel geeft aan dat de gewestelijke beboetingsentiteit in 2019 in totaal 285 processen-verbaal heeft ontvangen van de correctionele afdelingen van de parketten van het Vlaamse Gewest met het oog op het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete.

De parketten gaven aan dat d.d. de extractiedatum van 11 januari 2020 241 dossiers werden overgemaakt voor niet-gemeentelijke administratieve sanctie. De gewestelijke entiteit registreerde echter niet minder dan 285 dossiers in 2019. Er is derhalve sprake van een discrepantie van 44 dossiers. Dit kan mogelijks worden verklaard door verschillende registratiemethodes. Volgende tabel geeft het aantal dossiers weer dat de gewestelijke beboetingsentiteit heeft ontvangen van de parketten, opgemaakt door de verschillende handhavingsactoren: Orde van architecten

3

Federale politie

0

Lokale politie

166

Gemeentelijke verbalisanten

99

Intergemeentelijke verbalisanten

4

Gewestelijke verbalisanten

13

ANB

0

Totaal

285

Tabel 50 Aantal dossiers ontvangen door de parketten van het Vlaamse gewest in 2019, per handhavingsactor

58% van de processen-verbaal (met name 166 van de 285 ontvangen dossiers) die de gewestelijke beboetingsentiteit in 2019 heeft ontvangen, werd opgesteld door de Lokale politie. Daarnaast werd 35% (of 99 processen-verbaal) opgesteld door gemeentelijke verbalisanten. Vier processen-verbaal waren opgesteld door intergemeentelijke verbalisanten. In 13 dossiers, of 6%, was het proces-verbaal afkomstig van de Omgevingsinspectie. 3 dossiers waren afkomstig van de orde van Architecten, die echter geen bevoegdheid als verbalisant heeft voor het opmaken van processen-verbaal inzake stedenbouwmisdrijven. Het betroffen telkens klachten inzake het uitvoeren van werken zonder architect waarvoor nochtans een architect dient te zijn aangesteld. Elk van deze drie dossiers werd derhalve geseponeerd. De volgende tabel geeft een overzicht van het aantal en de soort beslissingen die de gewestelijke beboetingsentiteit in 2019 nam in het kader van de alternatieve bestuurlijke geldboete. Zoals hoger reeds aangehaald heeft de gewestelijke beboetingsentiteit eveneens de mogelijkheid om voor bepaalde stedenbouwkundige misdrijven een bestuurlijke transactie voor te stellen. Na betaling van de voorgestelde geldsom vervalt de boeteprocedure. Wanneer de overtreder echter niet wenst in te gaan op het voorstel van bestuurlijke transactie, hervat de gewestelijke beboetingsentiteit de procedure voor het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete. De VHRM heeft de gewestelijke beboetingsentiteit dan ook gevraagd aan te geven hoeveel van dergelijke bestuurlijke transacties werden voorgesteld in 2019 en hoeveel daarvan werden betaald. Het antwoord van de gewestelijke beboetingsentiteit is opgenomen in onderstaande tabel.

59


PV's ontvangen door de gewestelijke entiteit van de parketten

285

Behandeling/afhandeling dossiers in het kader van alternatieve bestuurlijke geldboete

558

Beslissing hield een SEPOT in

279

Beslissing hield een technisch sepot in

165

wegens dader onbekend/overleden/faillissement

4

wegens parket te laat"

6

wegens geen misdrijf

43

wegens temporele werking

60

wegens onvoldoende vaststaand

52

Beslissing hield een opportuniteitssepot in

114

wegens geen handhavingsprioriteit

55

wegens volledig geregulariseerd

59

Beslissing hield GEEN geldboete in

22

Beslissing hield een geldboete in

69

Beslissing hield een geldboete met (gedeeltelijk) uitstel in (conform artikel 6.2.7, § 2 VCRO - nieuwe modaliteit sinds 01/03/2018

0

Aantal bestuurlijke transactie die in 2019 werden voorgesteld

115

Aantal bestuurlijke transactie die in 2019 werden betaald

49

Tabel 51 Beslissingen genomen in het kader van de alternatieve bestuurlijke beboeting in 2019

Voor 2019 heeft de gewestelijke entiteit 285 processen-verbaal ontvangen. Zij heeft 558 beslissingen genomen. Elk proces-verbaal kan meerdere dossiers genereren aangezien er soms meerdere overtreders per proces-verbaal zijn. Zo hebben verschillende partijen (eigenaar, architect, uitvoerder, opdrachtgever) hun verantwoordelijkheid bij het plegen van stedenbouwschendingen. Er is derhalve geen één-op-één relatie tussen de ontvangen processen-verbaal en de genomen beslissingen. De gewestelijke entiteit kan ofwel beslissen een bestuurlijke geldboete op te leggen, ofwel een bestuurlijke transactie voor te stellen, ofwel het dossier te seponeren (technisch of omwille van opportuniteitsredenen). De gewestelijke entiteit seponeerde in 2019 in niet minder dan 50% van de 558 afgehandelde dossiers. In 4% hield de beslissing geen geldboete in en in 12% - namelijk 69 van de 558 beslissingen – werd een geldboete opgelegd. Daarnaast werden 115 bestuurlijke transacties voorgesteld in 2019 en werden er 49 betaald in 2019.

7.2.2

Behandeling stedenbouwkundige inbreuken

De gewestelijke beboetingsentiteit werd in het kader van de behandeling van stedenbouwinbreuken gevraagd aan te geven hoeveel verslagen van vaststelling zij in 2019 ontving, door wie deze werden opgesteld en welke beslissing zij hierin nam. Het antwoord van de gewestelijke beboetingsentiteit is opgenomen in onderstaande tabel.

60


Gemeentelijke verbalisanten

2

Intergemeentelijke verbalisanten

0

Politieagenten

0

Gewestelijke verbalisanten

1

in hoeveel gevallen betrof dit het departement omgeving - Afdeling Handhaving omgevingsinspectie?

1

in hoeveel gevallen betrof dit het Agentschap Natuur en bos?

0

Totaal

3

Tabel 52 Verslagen van vaststelling ontvangen door de gewestelijke entiteit in 2019

De gewestelijke beboetingsentiteit ontving in 2019 in totaal 3 verslagen van vaststelling. Twee verslagen werden opgesteld door gemeentelijke verbalisanten. Het overige verslag van vaststelling werd opgesteld door een gewestelijke verbalisant van de cluster Omgevingsinspectie van de afdeling Handhaving van het Departement Omgeving. De volgende tabel geeft een overzicht van het aantal en de soort beslissingen die de gewestelijke beboetingsentiteit in 2019 nam in het kader van de exclusieve bestuurlijke geldboete. Verslag van vaststelling ontvangen door de gewestelijke entiteit

3

Beslissing genomen in het kader van Exclusieve bestuurlijke geldboete

8

Beslissing hield een SEPOT in

5

Beslissing hield een technisch sepot in

0

wegens dader onbekend

0

wegens dader overleden

0

wegens geen misdrijf

0

wegens temporele werking

3

wegens onvoldoende vaststaand

0

Beslissing hield een opportuniteitssepot in

0

wegens geen handhavingsprioriteit

2

wegens volledig geregulariseerd

0

Beslissing hield geen geldboete in

0

Beslissing hield een geldboete in

3

Beslissing hield een geldboete met (gedeeltelijk) uitstel in

0

Aantal bestuurlijke transacties die in 2019 werden voorgesteld

1

Aantal bestuurlijke transacties die in 2019 werden betaald

0

Tabel 53 Beslissingen genomen in het kader van exclusieve bestuurlijke geldboeten door de gewestelijke entiteit in 2019

De gewestelijke beboetingsentiteit heeft acht beslissingen genomen aangaande ontvangen verslagen van vaststelling. Niet minder dan 62,5% van deze beslissingen hield een seponering in. Daarnaast hielden 3 beslissingen een geldboete in.

61


7.3 HANDHAVINGSCOLLEGE Het Handhavingscollege (HHC) is een onafhankelijk administratief rechtscollege dat werd opgericht naar aanleiding van artikel 16.4.19 van het DABM. Met de inwerkingtreding van de regelgeving omtrent de handhaving van de Omgevingsvergunning, werd het voormalige ‘Milieuhandhavingscollege’ sinds 1 maart 2018 hernoemd naar het ‘Handhavingscollege’. Het HHC doet uitspraak over de beroepen die worden ingesteld tegen beslissingen van de gewestelijke beboetingsentiteit houdende de oplegging van een alternatieve of exclusieve bestuurlijke geldboete die werden genomen na de vaststelling van een stedenbouwmisdrijf of -inbreuk. Het HHC werd bevraagd door de VHRM naar zijn activiteiten in 2019. Er werd gevraagd naar het aantal ontvangen beroepen tegen boetebeslissingen van de gewestelijke beboetingsentiteit in het kader van zowel stedenbouwmisdrijven als -inbreuken. Tevens werd gevraagd hoe deze beroepen werden behandeld. Dit wordt weergegeven in onderstaande tabel. BEROEPEN

stedenbouwmisdrijven

stedenbouwinbreuken

Totaal

8

0

8

Stedenbouwmisdrijven

Stedenbouwinbreuken

Totaal

Beroep onontvankelijk (na vereenvoudigde procedure)

4

0

4

Beroep ongegrond, boete bevestigd

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Inwilliging afstand van beroep

0

0

0

Beroep zonder voorwerp verklaard

0

0

0

Tussenarrest

0

0

0

Totaal

4

0

4

Ontvangen in 2019 ARRESTEN

Beroep geheel of gedeeltelijk gegrond, met vermindering/kwijtschelding boete Beroep geheel of gedeeltelijk gegrond, beslissing gewestelijke entiteit van de afdeling Handhaving van het departement Omgeving vernietigd zonder meer

Tabel 54 ontvangen dossiers en arresten in 2019

Het Handhavingscollege ontving in 2019 8 beroepen aangaande de door de gewestelijke beboetingsentiteit opgelegde alternatieve bestuurlijke geldboetes. Er werden door de gewestelijke beboetingsentiteit 69 alternatieve bestuurlijke geldboetes opgelegd in 2019. Ondanks het feit dat rekening dient te worden gehouden met beroepstermijnen, kan een ruwe inschatting worden gemaakt van het beroepspercentage, met name 11,5%. Het Handhavingscollege besliste in 2019 om 4 beroepen onontvankelijk te verklaren. De 4 overige dossiers zijn nog in behandeling. Er werden in 2019 geen beroepen ingediend ten aanzien van de door de gewestelijke beboetingsentiteit opgelegde exclusieve bestuurlijke geldboetes.

62


8 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Dit laatste handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening is anders dan de vorige jaren. Enerzijds werd er met een verkorte procedure gewerkt, gelet op de beleidsbeslissingen tot overdracht van de taken van de VHRM naar andere entiteiten en de aanvankelijke onduidelijkheid over de timing hiervan. Dit resulteerde in een lagere responsgraad ook. Anderzijds werd er voor gekozen om dit laatste handhavingsrapport kwaliteitsvol te maken en enkele meer gerichte vragen inzake de inzet en de resultaten van het instrumentarium in de bevragingsfiches op te nemen. Om die redenen werd gekozen voor een rapportering over 2019 an sich, zonder hierbij telkens de vergelijking te maken met voorgaande jaren. Het belangrijkste doel van dit rapport is dan ook te voorzien in een continuïteit van de dataverzameling. De focus van de hoofdstukken 2 tot en met 5 ligt voornamelijk op de inspanningen van de verschillende handhavingsactoren én het gebruik van het voor hen beschikbare instrumentarium. Er wordt een evaluatie geboden van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde handhavingsbeleid door de gewestelijke inspectiedienst, de politie, de steden en gemeenten en de intergemeentelijke verenigingen. Cijfermatig wordt onder meer het aantal VTE’s dat per actor wordt ingezet voor handhavingstaken, het aantal controles uitgevoerd in 2019, alsook de inzet en het resultaat van de verschillende instrumenten per actor weergegeven. De evaluatie van de werking van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering wordt in hoofdstuk 6 besproken. Hoofdstuk 7 ‘Evaluatie van het Vlaams sanctioneringsbeleid’ geeft vervolgens een overzicht van het in het afgelopen kalenderjaar gevoerde vervolgingsbeleid door het Openbaar Ministerie en het door de gewestelijke entiteit gevoerde bestuurlijk sanctioneringsbeleid.

8.1

HANDHAVINGSBELEID: INZET VAN PERSONEEL

De afdeling Handhaving van het departement Omgeving telde in 2019 15,2 VTE verbalisanten RO waar er 6,8 VTE ook zijn aangesteld als stedenbouwkundige inspecteurs. Bij de 36 responderende politiezones zijn er 29 agenten actief inzake de handhaving van de VCRO 17, maar deze besteedden aan de handhaving van de VCRO samen 9,5 VTE in 2019. Dit betekent dat ruimtelijke ordening slechts een beperkt onderdeel van hun algemeen takenpakket vormt. Bij de 152 responderende gemeenten konden in 2019 89 gemeentelijke verbalisanten worden geteld die samen 30,94 VTE hebben besteed aan handhavingstaken. De 29 gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs hebben in 2019 in totaal samen 5,23 VTE besteed aan handhavingstaken. Vooral kleinere gemeenten doen beroep op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. 5 van de 9 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden die handhaving ruimtelijke ordening aanboden aan de aangesloten gemeenten konden beroep doen op eigen verbalisanten. In 2019 waren 6 verbalisanten aangesteld binnen deze 5 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Samen besteedden ze 3,9 VTE aan handhavingstaken voor 31 gemeenten. 4 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden gaven aan samen te beschikken over een stedenbouwkundige inspecteur voor 19 gemeenten.

17

Exclusief de politiefunctionarissen van de gespecialiseerde cellen

63


8.2 HANDHAVINGSBELEID: OORSPRONG VAN HET HANDHAVINGSOPTREDEN Voor de eerste keer informeerde de VHRM naar het aantal klachten en hoeveel van de klachten effectief een schending bleken te zijn. De afdeling Handhaving van het Departement Omgeving gaf aan enkel op te treden als de klachten binnen de gewestelijke prioriteiten vallen. Van de 600 klachten was dat voor 202 klachten het geval. 125 schendingen werden vastgesteld. Dit maakt 20,83% van het totale aantal klachten en 61,88% van de 202 van de klachten waarin werd opgetreden. De lokale politie ontving 713 klachten, waarvan in 63% van de gevallen effectief een schending werd vastgesteld. De responderende gemeenten ontvingen 4.319 klachten, waarvan in 39% ook een schending werd vastgesteld. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden ontvingen 315 klachten, waarvan in 78% van de gevallen een schending werd vastgesteld naar aanleiding van de klacht.

8.3 HANDHAVINGSBELEID: INZET VAN DE HANDHAVINGSINSTRUMENTEN RUIMTELIJKE ORDENING PER INSTRUMENT Instrument raadgeving De raadgeving werd door de afdeling Handhaving van het Departement Omgeving 15 keer geformuleerd. De gemeenten formuleerden 241 raadgevingen. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden deden dit 10 keer. Instrument aanmaning De aanmaning werd door de afdeling Handhaving in 375 dossiers 408 keer geformuleerd. De gemeenten maanden 1199 keer aan in 625 dossiers. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden deden dit 181 keer. Grote gemeenten lijken meerder aanmaningen per dossier te versturen, bij kleinere gemeenten lijkt dit eerder uitzonderlijk. Instrument proces-verbaal De afdeling Handhaving stelde 163 aanvankelijke PV’s op. Het proces-verbaal werd door de gemeentelijke verbalisanten 496 keer opgesteld. De lokale politie geeft aan dat zij 546 aanvankelijke processen verbaal heeft opgesteld. Zij wezen ook 270 keer op de wettelijke verplichtingen zonder dat hierbij een PV werd opgesteld. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden stelden 83 PV’s op. Instrument bevel tot staking In 2019 werden in totaal 27 bevelen tot staking gegeven door de afdeling Handhaving, die allemaal werden bekrachtigd. De afdeling Handhaving heeft daarnaast 566 externe stakingsbevelen ontvangen waarvan 94,5% werd bekrachtigd. De lokale politie legde 84 bevelen tot staking op. In 89% van het totaal aantal bevelen tot staking werden er geen bijkomende maatregelen opgelegd. Daarnaast werden in 2019 9 bevelen tot staking met een verzegeling opgelegd. Dit komt neer op 11%. Bij gemeenten werden er 187 bevelen tot staking opgelegd, waarvan 166 in 7 van de 9 grootste gemeenten. Instrument minnelijke schikking De afdeling Handhaving van het departement Omgeving gaf aan dat in 18 dossiers in 2019 een minnelijke schikking werd afgesloten. De gemeenten meldden dat er in 2019 in 2 dossiers een minnelijke schikking werd afgesloten. Beide dossiers werden afgesloten met de burgemeester en hadden enerzijds betrekking op meerwaarde en anderzijds op herstel. In 2019 werden bij twee intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in totaal in 6 dossiers een minnelijke schikking 64


aangevraagd. In deze 6 dossiers werden 3 minnelijke schikking afgesloten met de stedenbouwkundige inspecteur. Twee dossiers hadden betrekking op meerwaarde. Eén dossier had betrekking op een combinatie van aanpassingswerken, meerwaarde en herstel. Instrument herstelvordering De afdeling Handhaving van het departement Omgeving deelde mee dat er in totaal in 2019 43 herstelvorderingen werden ingeleid. Zo werden 34 dossiers inzake herstelvordering overgemaakt aan het parket voor verder gevolg en bij 9 vorderingen heeft de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs de betrokkene gedagvaard voor de burgerlijke rechter. Er hebben 8 gemeenten aangegeven dat in 2019 herstelvorderingen werden ingeleid door de stedenbouwkundige inspecteur of burgemeester. In die 8 gemeenten werden er in totaal 13 herstelvorderingen ingeleid door de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur en 18 door de burgemeester. Er werden 51 dossiers aan het parket overgemaakt voor verder gevolg en 4 vorderingen werden ingeleid voor de burgerlijke rechter. Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden toonden zich actief ter zake. Er werden 12 herstelvorderingen ingeleid door de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs en 2 door de burgemeester. De uitvoering van de herstelmaatregel Bij de afdeling handhaving van het departement Omgeving werd de registratie van het betekenen van de vonnissen/arresten pas in de loop van 2019 gestart. In geen enkel dossier werd door de afdeling Handhaving een hypotheek gelegd of overgegaan tot ambtshalve uitvoering. Bij de gemeenten werden acht vonnissen/arresten betekend. In 5 dossiers werd de uitvoering vastgesteld in een proces-verbaal van uitvoering, in 1 dossier was er een openstaande dwangsomschuld, in 1 dossier werden de dwangsommen geïnd, in geen enkel dossier werd een hypotheek gelegd en in geen enkel dossier werd overgegaan tot ambtshalve uitvoering. Bestuurlijke maatregelen: last onder dwangsom en bestuursdwang De afdeling Handhaving van het departement Omgeving gaf aan dat in 2019 3 bestuurlijke maatregelen ‘last onder dwangsom’ werden opgelegd, naast de 27 stakingsbevelen (zie supra). Daarnaast werd meegedeeld dat 2 bestuurlijke maatregelen vrijwillig werden uitgevoerd in 2019 en 2 dossiers werden opgelost na een stakingsbevel alleen. Bij de gemeenten kan een ander beeld worden waargenomen. Er werden geen bestuurlijke maatregelen, andere dan de stakingsbevelen, opgelegd door de gemeenten. De gemeenten halen hiervoor verschillende redenen aan, zoals de complexiteit en onduidelijkheid van de regelgeving, onvoldoende kennis van het instrument, onvoldoende personeel voor een actieve handhaving, handhaving aan de hand van andere instrumenten, en (voorlopig) geen dossiers waar het gebruik van bestuurlijke maatregelen nodig bleek te zijn. Eén intergemeentelijk samenwerkingsverband gaf aan 2 keer een last onder dwangsom te hebben opgelegd, en vrijwillig werd uitgevoerd.

65


8.4 HANDHAVINGSBELEID: RESULTAAT VAN DE HANDHAVINGSINSTRUMENTEN RUIMTELIJKE ORDENING Nieuw was dat de VHRM dit jaar ook heeft gevraagd om aan te geven in hoeveel dossiers een volledig herstel of regularisatie kon worden bekomen na de exclusieve inzet van een aanmaning, een PV of een stakingsbevel. Voor de afdeling Handhaving van het departement Omgeving kon na een aanmaning in 40 dossiers een volledig herstel worden genoteerd. Het uitsluitend opstellen van een PV bereikte in 9 dossiers een herstel of regularisatie. In 2 dossiers was een stakingsbevel onmiddellijk succesvol. Bij de gemeenten kon in 235 dossiers waarin een aanmaning werd gegeven, een volledig herstel of regularisatie worden genoteerd. Het gebruik van enkel een proces-verbaal was in 238 dossiers succesvol en in 77 dossiers kon enkel een stakingsbevel tot herstel of regularisatie leiden. Bij de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden kunnen de volgende cijfers worden vastgesteld: in 46 gevallen leidde een aanmaningen tot herstel. Enkel de opmaak van een proces-verbaal was slechts in 17 gevallen succesvol. In 9 dossiers was het stakingsbevel onmiddellijk succesvol. Bij de lokale politie kwamen de volgende verhoudingen aan het licht: in 98 gevallen waarin informeel werd gewezen op de wettelijke verplichtingen kwam het dossier tot een gunstig eindresultaat, dit was ook zo voor 14 stakingsbevelen en slechts in 6 gevallen was de opmaak van een proces-verbaal de rechtstreekse oplossing van een dossier.

8.5 SANCTIONERING In het zevende hoofdstuk lag de focus zowel op de strafrechtelijke sanctionering als op de bestuurlijke sanctionering, waarvoor de gewestelijke entiteit sedert 1 maart 2018 bevoegd is. Strafrechtelijke sanctionering In totaal hebben de parketten in het Vlaamse Gewest in 2019 2.039 zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening ontvangen, waarvan bijna 60% - ofwel 1.182 zaken - afkomstig van de algemene politie en 39,43% - ofwel 804 zaken - afkomstig van de inspectiediensten. Hierbij kan een licht dalende trend worden vastgesteld. In 2018 waren er dit 2.052 zaken, in 2017 waren dit nog 2.297 zaken. Het percentage per initiĂŤrende instantie in verhouding tot het totaal bleef ongeveer gelijk tegenover vorig jaar, met een lichte daling van de initiaties vanuit de gewestelijke inspectiediensten. Van het totaal aantal zaken dat in 2019 werd geregistreerd bij de parketten in het Vlaamse Gewest werd d.d. 11 januari 2020 reeds 24% zonder gevolg gesteld. Van het totaal aantal geseponeerde dossiers werd 37% geseponeerd om technische redenen en 63% om opportuniteitsredenen. Bestuurlijke sanctionering Sedert 1 maart 2018 is de gewestelijke beboetingsentiteit bevoegd voor het opleggen van alternatieve en exclusieve geldboetes voor stedenbouwmisdrijven en -inbreuken. Via het instrument van de bestuurlijke transactie kan de gewestelijke entiteit een voorstel tot betaling van de geldsom doen in bepaalde dossiers. Tevens beschikt de gewestelijke entiteit over de mogelijkheid om dossiers voor technische dan wel opportuniteitsredenen te seponeren. De gewestelijke entiteit registreerde in 2019 285 processen-verbaal afkomstig van de parketten. Dit komt niet overeen met de 241 dossiers die de parketten registreerden als overgemaakt voor nietgemeentelijk administratieve sanctie. Het verschil kan mogelijks worden verklaard door de 66


verschillende registratiemethodes. Er zit een duidelijke stijgende lijn in het overmaken van dossiers door de parketten aan de gewestelijke beboetingsinstantie. Vorig jaar, het eerste jaar van de bevoegdheid, waren dit nog maar 137 processen-verbaal (eigen registratie van gewestelijke beboetingsinstantie). In 2019 heeft de gewestelijke beboetingsinstantie 558 beslissingen genomen. Elk proces-verbaal kan meerdere dossiers genereren aangezien het mogelijk is dat er meerdere overtreders zijn. Er is derhalve geen één-op-één relatie tussen instroom en uitstroom. De gewestelijke entiteit heeft 50% van de dossiers geseponeerd. Dit is een opvallende daling t.o.v. het eerste jaar: toen werden nog 84% van de dossiers geseponeerd. In 12% van de afgehandelde dossiers, ofwel 69 van de 558 beslissingen, werd een geldboete opgelegd. Voor de stedenbouwkundige inbreuken ontving de gewestelijke entiteit slechts 3 verslagen van vaststelling. Dit resulteerde in 8 beslissingen, die in 62,5% een sepot inhielden. Het Handhavingscollege ontving voor het eerste jaar beroepen tegen de alternatieve bestuurlijke geldboetes die werden opgelegd door de gewestelijke beboetingsentiteit. 4 beroepen werden onontvankelijk verklaard; de overige 4 dossiers waren nog in behandeling ten tijde van de bevraging.

8.6 AANBEVELINGEN Onderstaande aanbevelingen worden geformuleerd op basis van de vaststellingen gedaan in dit handhavingsrapport en ter optimalisatie van het handhavingsbeleid ruimtelijke ordening. De aanbevelingen worden gegroepeerd rond een aantal kernthema’s, namelijk informatiedeling, bestuurlijke handhaving, en samenwerking tussen de handhavingsactoren.

8.6.1

Monitoring van informatie

Het staat buiten kijf dat een goede rapportering start met een goede monitoring door de handhavingsactoren. Het wordt aanbevolen dat ook de komende jaren volop wordt ingezet op de monitoring van de handhavingsacties om meer zicht te krijgen op het handhavingstraject en de resultaten ervan.

8.6.2

Prioriteitenkader voor bestuurlijke handhaving

Binnen de gewestelijke beboetingsentiteit, die instaat voor de bestuurlijke beboeting, worden dossiers in principe om opportuniteitsredenen geseponeerd indien de schending geen gewestelijke, gezamenlijke of lokale prioriteit vormt. Het is daarom cruciaal dat de steden, gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden prioriteiten bepalen voor de handhaving indien zij niet enkel herstel maar ook een sanctie beogen van de op hun grondgebied gepleegde stedenbouwkundige misdrijven en inbreuken. Er kon worden vastgesteld dat in 2019 42 van de 152 responderende gemeenten meedeelden vastgelegde prioriteiten te hebben in hun gemeenten. Dit maakt dat er 110 gemeenten waren zonder vastgelegde prioriteiten. Daarnaast blijkt dat bij gemeenten nog steeds heel wat vaststellingen worden gedaan buiten het prioriteitenkader. Er dient verder ingezet te worden op de promotie van de doordachte opmaak van en het consequent toepassen van dergelijk prioriteitenkader.

67


8.6.3

Gebruik bestuurlijke maatregelen

Er kon worden vastgesteld dat ook in 2019 nog maar zeer beperkt gebruik werd gemaakt van de bestuurlijke maatregelen door de lokale besturen. De lokale handhavers hebben in deze bevraging aangegeven dat er meerdere redenen zijn hiervoor. Er dient daarom werk te worden gemaakt van de uitbouw van een bestuurlijk hersteltraject dat toelaat om deze instrumenten met de nodige omzichtigheid en efficiĂŤntie te gebruiken. De opleidingen handhaving RO die in samenwerking met de provincies worden aangeboden, kunnen hierop minstens deels een antwoord bieden.

8.6.4

Samenwerking tussen handhavingsactoren

De samenwerking inzake de handhaving van ruimtelijke ordening tussen de verschillende handhavingspartners ontwikkelt zich meer en meer. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden geven voorzichtige positieve signalen inzake het gebruik van bestuurlijke maatregelen.

68


9 ACTIVITEITEN VAN DE VLAAMSE HOGE HANDHAVINGSRAAD VOOR RUIMTE EN MILIEU IN 2019 De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu wenst in dit laatste hoofdstuk te rapporteren over de eigen werkzaamheden in 2019. Zowel in de plenaire vergaderingen als in de werkgroepen 18 werden activiteiten verricht die kaderen binnen de decretaal bepaalde taken van de VHRM en die de handhaving in het Vlaamse Gewest ten goede komen. De activiteiten kunnen uiteraard worden gekaderd in het strategische en operationele plan van de VHRM, maar kunnen tevens worden gerelateerd aan bepaalde aanbevelingen die de VHRM formuleerde in voorgaande handhavingsrapporten. Controle Viewer In samenwerking met de afdeling Data- en informatiebeheer & Digitale Maatschappij van het departement Omgeving werd in 2018, in navolging van de studie ‘De mogelijkheden en de optimalisatie van informatie-uitwisseling in het kader van omgevingshandhaving’ die in 2017 werd uitbesteed, het pilootproject ‘GIS – gedeelde geografisch informatiesysteem’ opgestart. Het project kreeg de naam ‘Controle Viewer’. De controle viewer bestaat uit een beheermodule en een viewermodule. Beide modules werden uitvoerig getest en aangepast naar aanleiding van de opmerkingen die werden geformuleerd. In het voorjaar van 2019 werd dit pilootproject afgerond. De actoren die hieraan deelnamen ervaarden de applicatie nuttig en vonden het een grote meerwaarde om efficiënt te kunnen handhaven. Op basis van deze positieve evaluatie van het pilootproject heeft de VHRM samen met de afdeling Data- en informatiebeheer & digitale Maatschappij van het departement Omgeving de applicatie ontwikkeld. Tijdens de ontwikkeling werd in samenwerking met het data protection office van het departement Omgeving ook intensief aandacht besteed aan de GDPR. De controle viewer is een toepassing voor toezichthouders, verbalisanten en stedenbouwkundig inspecteurs (van gemeenten en steden, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, provincies en gewestelijke overheid) waarin – door het eenvoudig opladen van controles – een overzicht wordt geboden van de controles die op een bepaald grondgebied werden uitgevoerd door de verschillende handhavingsactoren. Deze toepassing werd zo ontwikkeld dat handhavers contact met elkaar kunnen opnemen om meer informatie te verkrijgen over een specifieke controle, uitgevoerd door een andere handhavingsinstantie. De handhavingshistoriek kan immers waardevol zijn voor de verdere afhandeling van de eigen controle. Waar het nuttig of noodzakelijk is, kan gecoördineerd worden opgetreden en kunnen overbodige controles worden voorkomen. De controle viewer werd voorgesteld op het VHRM-congres ‘Omgevingshandhaving 2020-2030’. Hierbij werd een korte demonstratie gegeven van de applicatie. De applicatie werd begin 2020 gelanceerd.

18

Sinds 2018 zijn de volgende werkgroepen actief binnen de VHRM: 1.

Handhavingspraxis Omgeving

2.

Kennisopbouw en -deling

3.

Milieuhandhaving

4.

Handhaving Codex RO

69


Opmaak Milieuhandhavingsrapport 2018 en Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening 2018 De VHRM heeft in 2019 voor de vierde keer alle handhavingsactoren bevraagd in het kader van de opmaak van het Handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening en voor de 10e keer voor de opmaak van het Milieuhandhavingsrapport. Workshops In 2019 heeft de VHRM een workshop, met voorafgaand een voorbereidende brainstorm, rond de bestuurlijke dwangsom georganiseerd. Het opzet van deze workshop was om aan de hand van praktijkervaringen een bespreking tot stand te brengen die de drempel zou verlagen om het instrument te gebruiken en een antwoord de zoeken op vragen zoals “Waarvoor kan de bestuurlijke dwangsom een oplossing bieden?”, “Welke procedure moet worden gevolgd?”, “Welke sjablonen en/of draaiboeken zijn er?”, “Hoe wordt het bedrag bepaald?”. Tijdens de workshop werden cases op het vlak van milieu en ruimtelijke ordening voorgesteld door gewestelijke handhavingsactoren actoren (Natuurinspectie en OVAM) en toezichthouders van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (VENECO EN IOK). De afdeling handhaving van het departement Omgeving gaf een introductie aangaande het natraject binnen ruimtelijke ordening. Tevens was er ruimte voor discussie en vraagstelling. Congres Eind 2019 organiseerde de VHRM te Mechelen een studiedag rond Omgevingshandhaving 2020-2030 om tien jaar samenwerking tussen de handhavingsactoren te vieren. De VHRM nodigde voor deze editie niet enkel toezichthouders, verbalisanten en gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteurs uit, maar ook burgemeesters en schepenen van leefmilieu en ruimtelijke ordening. In de voormiddag werd een paneldebat georganiseerd waarbij verschillende leden van de VHRM en handhavingsactoren vertegenwoordigd in de VHRM deelnamen. Het paneldebat – dat werd gemodereerd door journalist Wim De Vilder – legde aan de hand van stellingen en vragen de focus op de volgende twee thema’s: − −

Omgevingshandhavingsbeleid (integratie naar omgeving, doorkijk naar de toekomst, evoluties in het handhavingslandschap, …) Rol van de VHRM (overlegfunctie en adviesfunctie, output en instrumenten, belang netwerk voor handhavers, kennisuitwisseling, …)

In de namiddag vonden workshops plaats rond de volgende thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Naar een risico-gericht toezicht via handhavingsprogramma’s Op weg naar een verenigde/geïntegreerde omgevingshandhaving Handvaten voor het traject herstelvordering: strafrechtelijk of bestuurlijk spoor Bestuurlijke dwangsom Leren uit praktijkervaringen: over asbest- en andere afvalproblemen

Kenniscentrum Omgevingshandhaving - tools en leidraden voor de handhavers Ook in 2019 werden sjablonen en modellen ontwikkeld en geactualiseerd door de VHRM. De documenten werden op de website van de VHRM ondergebracht onder “Omgeving”, “Milieu” of “Ruimtelijke Ordening”.

70


Er werden ook geactualiseerde aanbevelingen van werkmethodes ontwikkeld en gepubliceerd op de VHRM-website. De beslissingsboom inzake informatiedeling kreeg eveneens een update. Bijdrage VHRM Regeerakkoord De VHRM heeft na de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in mei 2019 een bijdrage geleverd aan het Regeerakkoord. Deze bijdrage werd ter beschikking gesteld aan de onderhandelaars. De VHRM pleitte voor een geïntegreerde, doelmatige en afgestemde handhaving in de schoot van een ondersteunend netwerk. Ondersteuning gemeentelijke handhavingsprioriteiten In 2019 heeft de VHRM een stappenplan en een aantal best practices aangereikt zodat gemeenten van start kunnen gaan met de opmaak van een prioriteitenkader Het stappenplan en de voorbeelden zijn terug te vinden op de VHRM-website. Communicatie, intern en extern Via de eigen nieuwsbrief tracht de VHRM zoveel mogelijk toezichthouders, ambtenaren en medewerkers van overheden en handhavingsinstanties te bereiken die actief zijn in milieu en/of ruimtelijke ordening. In de nieuwsbrief worden actoren o.m. op de hoogte gehouden van regelgevende wijzigingen, tools die zijn ontwikkeld binnen de VHRM, initiatieven van de VHRM, documenten die ter beschikking worden gesteld aan de handhavingsactoren op de VHRM-website, de publicatie van de handhavingsrapporten, etc. De VHRM zorgt er zo voor dat op een efficiënte manier meer dan 1.400 actoren worden bereikt die zo op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen in het handhavingslandschap. Het luik op de VHRM-website dat toegankelijk is voor de handhavers is in 2019 verder uitgegroeid tot een substantieel Kenniscentrum Omgevingshandhaving. De handhaver vindt hier onder meer de in de schoot van de VHRM opgemaakte modellen en sjablonen, praktische handleidingen, checklists, procedures en de glossaria. Voorts fungeerde VHRM ook in 2019 zowel in de plenaire vergaderingen als in de werkgroepvergaderingen als overlegforum waar aan gedachtewisseling, kennisdeling, kennisoverdracht en uitwisseling van informatie werd gedaan. Ook op deze manier beoogt de VHRM een groter draagvlak te creëren voor de omgevingshandhaving.

71


Afbeelding van Ben Kerckx via Pixabay

72


10 BIJLAGEN 10.1 LIJST MET AFKORTINGEN Agentschap IRWO

Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoe

ANB

Agentschap voor Natuur en Bos

BJO

Afdeling Beleidontwikkeling en Juridische Ondersteuning van het departement Omgeving

CBS

Colleges van burgemeester en schepenen

EG

Inspectie Onroerend Erfgoed

handhavingsdecreet

Decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, B.S. 27 augustus 2014

Handhavingsprogramma

Handhavingsprogamma Ruimtelijke Ordening, vastgesteld door de Vlaamse regering op 17 juli 2015 en goedgekeurd door het Vlaams parlement op 18 november 2015 (art.6.1.3.handhavingsdecreet

HH

Afdeling Handhaving van departement Omgeving

HRH

Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering

RW

Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen

RZ

Inspectie Ruimtelijke Ordening

SI

Stedenbouwkundig inspecteur

VCRO

(Gecoรถrdineerde decreten) Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

VHRM

Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu

VVSG

Vereniging Vlaamse Steden en Gemeenten vzw

VTE

Voltijdse equivalenten

WI

Vlaamse Wooninspectie

73


10.2 LIJST VAN TABELLEN TABEL 1 PERSONEELSINZET HANDHAVING RO IN DE GEWESTELIJKE OMGEVINGSINSPECTIE – 2019 ........................................... 11 TABEL 2 AANTAL ONTVANGEN KLACHTEN EN KLACHTEN DIE EFFECTIEF EEN SCHENDING BLEKEN TE ZIJN IN 2019 ................ 12 TABEL 3 AANTAL PLAATSBEZOEKEN UITGEVOERD DOOR DE VERBALISANTEN VAN DE GEWESTELIJKE INSPECTIEDIENST RO IN 2019 ...................................................................................................................................................................................................... 12 TABEL 4 AANTAL INSTRUMENTEN INGEZET IN 2019 ................................................................................................................................. 13 TABEL 5 RESULTAAT VAN DE HANDHAVINGSINSTRUMENTEN IN 2019 ................................................................................................ 13 TABEL 6 BESTUURLIJKE MAATREGELEN OPGELEGD EN UITGEVOERD IN 2019 .................................................................................. 14 TABEL 7 MINNELIJKE SCHIKKINGEN IN 2019 ................................................................................................................................................ 14 TABEL 8 HERSTELVORDERINGEN IN 2019 ................................................................................................................................................... 14 TABEL 9 DWANGSOMBESLISSINGEN IN 2019............................................................................................................................................... 15 TABEL 10 UITVOERING HANDHAVINGSBEVOEGDHEDEN RUIMTELIJKE ORDENING EN INZET VAN INSTRUMENTEN IN 2019.... 16 TABEL 11 AANTAL PROCESSEN-VERBAAL INZAKE RO-STEDENBOUW OPGESTELD DOOR POLITIEDIENSTEN IN HET VLAAMSE GEWEST IN 2019 ...................................................................................................................................................................................................... 19 TABEL 12 RESPONSGRAAD VAN DE LOKALE POLITIE IN 2019...............................................................................................................20 TABEL 13 HANDHAVING VCRO IN ZONAAL VEILIGHEIDSPLAN EN IN DE PRAKTIJK DOOR LOKALE POLITIE IN 2019 .............20 TABEL 14 PERSONEELSLEDEN LOKALE POLITIE DIE SPECIFIEK HANDHAVING VAN DE VCRO IN HUN TAKENPAKKET HADDEN IN 2019 ...................................................................................................................................................................................................... 21 TABEL 15 OORSPRONG VAN DE KLACHTEN EN HET AANTAL SCHENDINGEN IN 2019 ...................................................................... 21 TABEL 16 AANTAL PLAATSBEZOEKEN RO UITGEVOERD DOOR DE LOKALE POLITIE IN 2019 EN HET AANTAL NIEUWE DOSSIERS WAARIN SCHENDINGEN WERDEN VASTGESTELD, OPGESTART IN 2019 .................................................................. 22 TABEL 17 INZET VAN HANDHAVINGSINSTRUMENTEN DOOR DE LOKALE POLITIE IN 2019 .............................................................. 22 TABEL 18 SOORTEN BEVEL TOT STAKING INGEZET IN 2019 .................................................................................................................. 23 TABEL 19 RESULTAAT VAN DE INGEZETTE INSTRUMENTEN IN 2019.................................................................................................... 23 TABEL 20 RESPONSGRAAD VAN DE GEMEENTEN IN 2019 ..................................................................................................................... 25 TABEL 21 HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING ALS PRIORITEIT VAN DE GEMEENTEN IN 2019 ............................................... 26 TABEL 22 AANTAL GEMEENTELIJKE EN INTERGEMEENTELIJKE VERBALISANTEN ACTIEF VOOR LOKALE HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING IN 2019 ............................................................................................................................................................................... 27 TABEL 23 AANTAL VTE BESTEED AAN HANDHAVINGSTAKEN RUIMTELIJKE ORDENING EN ADMINISTRATIEVE ONDERSTEUNING IN 2019. ................................................................................................................................................................... 27 TABEL 24 AANTAL ONTVANGEN KLACHTEN EN KLACHTEN DIE EFFECTIEF EEN SCHENDING BLEKEN TE ZIJN IN 2019 ............ 28 TABEL 25 AANTAL PLAATSBEZOEKEN UITGEVOERD DOOR GEMEENTELIJKE VERBALISANTEN BEVOEGD VOOR HANDHAVINGSTAKEN RUIMTELIJKE ORDENING IN 2019 .............................................................................................................. 29 TABEL 26 AANTAL DOSSIERS DIE IN 2019 WERDEN OPGESTART WAARIN SCHENDINGEN WERDEN VASTGESTELD ................. 29 TABEL 27 INZET VAN DE INSTRUMENTEN IN 2019 ...................................................................................................................................30 TABEL 28 RESULTAAT VAN DE INGEZETTE INSTRUMENTEN IN 2019.................................................................................................... 31 TABEL 29 AANTAL GEMEENTELIJKE EN INTERGEMEENTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEURS ACTIEF VOOR LOKALE HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING IN 2019 ............................................................................................................................ 32 TABEL 30 AANTAL VTE BESTEED AAN HANDHAVINGSTAKEN RUIMTELIJKE ORDENING EN ADMINISTRATIEVE ONDERSTEUNING IN 2019 .................................................................................................................................................................... 33 TABEL 31 AANBOD HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING EN AANTAL VASTGELEGDE PRIORITEITEN RUIMTELIJKE ORDENING .................................................................................................................................................................................................................... 35 TABEL 32 AANTAL INTERGEMEENTELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN MET EIGEN VERBALISANTEN EN INZET ...................... 35 TABEL 33 AANTAL KLACHTEN ONTVANGEN IN 2019 EN HET AANTAL KLACHTEN DIE EEN SCHENDING BLEKEN TE ZIJN ........ 36 74


TABEL 34 PLAATSBEZOEKEN UITGEVOERD IN 2019 ................................................................................................................................ 36 TABEL 35 NIEUWE DOSSIERS MET SCHENDINGEN......................................................................................................................................37 TABEL 36 INZET VAN DE INSTRUMENTEN ....................................................................................................................................................37 TABEL 37 HERSTEL OF REGULARISATIE VERKREGEN DOOR AANMANINGEN, PROCESSEN-VERBAAL EN STAKINGSBEVELEN IN 2019 .......................................................................................................................................................................................................... 38 TABEL 38 HERSTELVORDERINGEN ...............................................................................................................................................................40 TABEL 39. UITSTROOM VAN HET AANTAL DOSSIERS VAN DE HRH IN 2019 .................................................................................... 42 TABEL 40. AANTAL GEFORMULEERDE BINDENDE ADVIEZEN BETREFFENDE HERSTELVORDERINGEN DOOR DE HRH IN 2019 .................................................................................................................................................................................................................... 43 TABEL 41 SOORTEN ADVIEZEN GEFORMULEERD DOOR DE HRH GEKOPPELD AAN DE AANVRAGER IN 2019 ......................... 44 TABEL 42 PARKETMAGISTRATEN RO........................................................................................................................................................... 45 TABEL 43 AANTAL ZAKEN ‘HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING’ GEREGISTREERD DOOR DE CORRECTIONELE AFDELINGEN BIJ DE PARKETTEN IN HET VLAAMS GEWEST IN 2019, PER INITIËRENDE INSTANTIE ..................................... 48 TABEL 44 INSTROOM AANTAL ZAKEN ‘RUIMTELIJKE ORDENING’ NAAR TENLASTELEGGINGSCODE GEREGISTREERD DOOR DE CORRECTIONELE AFDELINGEN BIJ DE PARKETTEN IN HET VLAAMS GEWEST IN 2019........................................................... 49 TABEL 45 VOORUITGANGSSTAAT OP 11 JANUARI 2020 VOOR DE ZAKEN ‘RUIMTELIJKE ORDENING’ ONTVANGEN DOOR DE PARKETTEN TUSSEN 1 JANUARI 2019 EN 31 DECEMBER 2019 PER PARKET (EN AFDELING) ............................................... 52 TABEL 46 LAATSTE VOORUITGANGSSTAAT OP 11 JANUARI 2020 VOOR DE ZAKEN 'HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING' BINNENGEKOMEN OP DE PARKETTEN TUSSEN 1 JANUARI 2019 EN 31 DECEMBER 2019, AL DAN NIET VIA VOEGING AAN EEN MOEDERZAAK, PER TENLASTELEGGINGSCODE (N & KOLOM%) .......................................................................................... 53 TABEL 47 MOTIEVEN TOT SEPONERING VOOR DE OP 11 JANUARI 2020 ZONDER GEVOLG STAANDE ZAKEN 'HANDHAVING RUIMTELIJKE ORDENING' BINNENGEKOMEN TUSSEN 1 JANUARI 2019 EN 31 DECEMBER 2019 AL DAN NIET VIA VOEGING AAN EEN MOEDERZAAK, PER ARRONDISSEMENT (N & RIJ%) ........................................................................................................................ 55

TABEL 48 MOTIEVEN TOT SEPONERING VOOR DE OP 11 JANUARI 2020 ZONDER GEVOLG STAANDE ZAKEN 'RUIMTELIJKE ORDENING' BINNENGEKOMEN TUSSEN 1 JANUARI 2019 EN 31 DECEMBER 2019 AL DAN NIET VIA VOEGING AAN EEN MOEDERZAAK, PER RUBRIEK VAN TENLASTELEGGINGSCODES ......................................................................................................................................... 56 TABEL 49 PROCESSEN-VERBAAL ONTVANGEN VAN DE PARKETTEN DOOR DE GEWESTELIJKE ENTITEIT VAN HET VLAAMSE GEWEST IN 2019 ..................................................................................................................................................................................................... 58 TABEL 50 AANTAL DOSSIERS ONTVANGEN DOOR DE PARKETTEN VAN HET VLAAMSE GEWEST IN 2019, PER HANDHAVINGSACTOR ............................................................................................................................................................................ 59 TABEL 51 BESLISSINGEN GENOMEN IN HET KADER VAN DE ALTERNATIEVE BESTUURLIJKE BEBOETING IN 2019...................... 60 TABEL 52 VERSLAGEN VAN VASTSTELLING ONTVANGEN DOOR DE GEWESTELIJKE ENTITEIT IN 2019......................................... 61 TABEL 53 BESLISSINGEN GENOMEN IN HET KADER VAN EXCLUSIEVE BESTUURLIJKE GELDBOETEN DOOR DE GEWESTELIJKE ENTITEIT IN 2019 ...................................................................................................................................................................................................... 61

TABEL 54 ONTVANGEN DOSSIERS EN ARRESTEN IN 2019 ...................................................................................................................... 62

10.3 LIJST MET GRAFIEKEN GRAFIEK 1 AANTAL ZAKEN ‘RUIMTELIJKE ORDENING’ AFKOMSTIG VAN INSPECTIEDIENSTEN GEREGISTREERD DOOR DE CORRECTIONELE AFDELINGEN BIJ DE PARKETTEN IN HET VLAAMS GEWEST IN 2019........................................................... 48

75


10.4 RESPONDERENDE GEMEENTEN Aalst Aalter Aartselaar Alken Alveringem Antwerpen Ardooie As Avelgem Balen Beernem Beerse Berlare Bever Bilzen Blankenberge Boechout Bonheiden Boom Boortmeerbeek Borgloon Boutersem Bredene Brugge Damme De Panne Deerlijk Deinze Denderleeuw Dendermonde Dentergem Diepenbeek Diest Dilsen-Stokkem Duffel Essen Evergem Gavere

76

Geetbets Gent Geraardsbergen Gingelom Gooik Grimbergen Haacht Ham Hamont-Achel Hasselt Hechtel-Eksel Hemiksem Herentals Herenthout Herstappe Herzele Hoegaarden Holsbeek Hoogstraten Houthalen-Helchteren Hove Huldenberg Ieper Izegem Kapellen Kaprijke Kasterlee Keerbergen Kluisbergen Knokke-Heist Koksijde Kontich Kortemark Kortenberg Kruibeke Kruisem Laakdal Lanaken

Langemark-Poelkapelle Lebbeke Ledegem Lendelede Leopoldsburg Liedekerke Lier Lierde Lievegem Lille Linkebeek Lint Lokeren Maarkedal Maaseik Machelen Mechelen Merchtem Merelbeke Merksplas Middelkerke Moerbeke Moorslede Nazareth Nieuwerkerken Ninove Oostkamp Oostrozebeke Opwijk Oudenaarde Oudsbergen Peer Poperinge Putte Puurs-Sint-Amands Retie Rijkevorsel Roeselare

Ronse Rumst Schelle Sint-Laureins Sint-Niklaas Sint-Pieters-Leeuw Stabroek Staden Steenokkerzeel Stekene Temse Tervuren Tielt Tielt-Winge Tienen Tongeren Torhout Tremelo Turnhout Veurne Vilvoorde Waregem Wervik Willebroek Wommelgem Wortegem-Petegem Wuustwezel Zandhoven Zedelgem Zele Zoersel Zonnebeke Zoutleeuw Zulte Zutendaal Zwalm Zwevegem Zwijndrecht


10.5 RESPONDERENDE POLITIEZONES Politiezone AMOW Politiezone Antwerpen Politiezone Arro Ieper Politiezone Balen/Dessel/Mol Politiezone Bierbeek/Boutersem/Holsbeek/Lubbeek Politiezone Bilzen/Hoeselt/Riemst Politiezone Bodukap Politiezone Brakel Politiezone BRT Politiezone Buggenhout/Lebbeke Politiezone CARMA Politiezone Damme/Knokke-Heist Politiezone Denderleeuw/Haaltert Politiezone Druivenstreek Politiezone Geel/Laakdal/Meerhout Politiezone Grensleie Politiezone HANO Politiezone Heusden-Zolder

Politiezone Kempen Noord-Oost Politiezone K-L-M Politiezone Limburg Regio Hoofdstad Politiezone Mechelen/Willebroek Politiezone Middelkerke Politiezone MIRA Politiezone Neteland Politiezone Noord Politiezone Oostende Politiezone Pajottenland Politiezone Polder Politiezone Regio Turnhout Politiezone Ronse Politiezone Vlaamse Ardennen Politiezone VLAS Politiezone Voer en Dijle Politiezone Zaventem Politiezone Zwijndrecht

77


LEEG


COLOFON Uitgave juli 2020

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: Prof. Dr. Michael G. Faure LL.M. Voorzitter van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu Koning Albert II-laan 20 bus 15 1000 Brussel REDACTIE Karen Van Alsenoy, An Stas en Laïla Macharis Ondervoorzitter en permanent secretariaat van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu LAY-OUT Laïla Macharis Permanent secretariaat van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu Dit rapport is beschikbaar op de website van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu: www.vhrm.be Overname wordt verwelkomd, mits bronvermelding


VLAAMSE HOGE HANDHAVINGSRAAD VOOR RUIMTE EN MILIEU Koning Albert II-laan 20 bus 15 1000 BRUSSEL www.vhrm.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
HHR_RO_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu